summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--11467-0.txt9298
-rw-r--r--11467-h/11467-h.htm15287
-rw-r--r--11467-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/card.pngbin0 -> 357 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/cover.jpgbin0 -> 96578 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/logo.gifbin0 -> 9554 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/map.jpgbin0 -> 84873 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/maph.jpgbin0 -> 757806 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/ms1.gifbin0 -> 33644 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/ms2.gifbin0 -> 27665 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p01.gifbin0 -> 62841 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p02.gifbin0 -> 71253 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p03.gifbin0 -> 60690 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p04.gifbin0 -> 64785 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p05.gifbin0 -> 66764 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p06.gifbin0 -> 70287 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p07.gifbin0 -> 58651 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p08.gifbin0 -> 61180 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/p09.gifbin0 -> 77444 bytes
-rw-r--r--11467-h/images/publogo.gifbin0 -> 2792 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/11467-8.txt9692
-rw-r--r--old/11467-8.zipbin0 -> 205113 bytes
-rw-r--r--old/11467-h.zipbin0 -> 1863265 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/11467-h.htm15704
-rw-r--r--old/11467-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/card.pngbin0 -> 357 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/cover.jpgbin0 -> 96578 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/logo.gifbin0 -> 9554 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/map.jpgbin0 -> 84873 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/maph.jpgbin0 -> 757806 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/ms1.gifbin0 -> 33644 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/ms2.gifbin0 -> 27665 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p01.gifbin0 -> 62841 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p02.gifbin0 -> 71253 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p03.gifbin0 -> 60690 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p04.gifbin0 -> 64785 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p05.gifbin0 -> 66764 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p06.gifbin0 -> 70287 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p07.gifbin0 -> 58651 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p08.gifbin0 -> 61180 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/p09.gifbin0 -> 77444 bytes
-rw-r--r--old/11467-h/images/publogo.gifbin0 -> 2792 bytes
-rw-r--r--old/old/20040305.11467-8.txt9720
-rw-r--r--old/old/20040305.11467-8.zipbin0 -> 205605 bytes
-rw-r--r--old/old/20040305.11467.txt9720
-rw-r--r--old/old/20040305.11467.zipbin0 -> 205164 bytes
51 files changed, 69437 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/11467-0.txt b/11467-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..8d9685a
--- /dev/null
+++ b/11467-0.txt
@@ -0,0 +1,9298 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***
+
+ VERHAAL
+
+ VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT
+
+ DE SPERWER
+
+ EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN
+ HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK
+
+ DOOR
+
+ HENDRIK HAMEL
+
+ UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK
+
+
+
+ 'S-GRAVENHAGE
+
+ 1920
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+VOORBERICHT
+Gebruikte afkortingen
+INLEIDING
+JOURNAAL
+BIJLAGEN:
+
+ I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen
+ II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen
+ III. Gegevens betreffende schepen:
+
+ A. Het jacht de Sperwer
+ B. Het jacht Ouwerkerk
+ C. Het quelpaert de Brack
+ D. Het schip de Hond
+
+ IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea
+ V. Personalia:
+
+ A. Nicolaas Verburg
+ B. Cornelis Caesar
+ C. Iquan
+ D. Martinus Martini
+
+ VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65
+
+BIBLIOGRAPHIE
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR
+BLADWIJZER
+
+
+PLATEN:
+
+
+Facsimile van de eerste bladzijde van het HS
+Facsimile van een gedeelte van het HS
+Kaart van de tochten van Hamel
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende
+van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan
+is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het
+door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer,
+opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk
+te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van
+1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij
+landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim
+twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing
+en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige
+rijk en zijne bewoners.
+
+Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden,
+kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar
+verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat
+hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de
+Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van
+Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te
+vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan
+een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot
+de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat
+ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen
+van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra
+mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is
+gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen,
+ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom
+de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal
+uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar
+oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van
+het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.
+
+Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen,
+dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel
+nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke
+niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden,
+noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich
+zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er
+vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats
+is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van
+de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden."
+
+Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben
+drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op
+mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne
+belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger
+Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie"
+voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff,
+heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne
+zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van
+het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van
+Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn
+geweest.
+
+Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel
+van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt
+en belangstelling vindt.
+
+Den Haag, 1920. B.H.
+
+
+
+GEBRUIKTE AFKORTINGEN.
+
+
+Dagr. Bat.
+Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts India.
+
+Dagr. Jap.
+Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan,
+eerst te Firando en later te Nagasaki.
+
+Res.
+Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië.
+
+Gen. Miss.
+Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII.
+
+Patr. Miss.
+Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische
+Regeering.
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht
+der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en
+gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken
+zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren
+van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden
+nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis
+van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het
+waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden,
+gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke
+op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun
+wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken,
+omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van
+ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en
+nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre
+hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang
+in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea,
+was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer".
+
+In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de
+benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa
+[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2],
+die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook
+geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit
+"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie",
+een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt,
+discretie ende cloeckheijt" [4].
+
+Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche
+kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen
+vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die,
+onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen,
+de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering
+was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte
+minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval
+was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden
+waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7].
+
+Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke
+ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het
+ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde
+te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden
+dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten
+de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag
+te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt".
+
+Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone
+van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou
+wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China
+tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven,
+zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en
+zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft
+de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet
+ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's
+bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In
+1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed
+een einde te maken.
+
+Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering
+van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de
+Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten
+vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming
+aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel
+Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de
+voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal
+Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12].
+
+Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren
+en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar
+[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als
+Gouverneur sich... te vervoegen" [14].
+
+Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker
+een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken
+staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne
+familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn
+transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was
+dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge"
+naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te
+laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef
+en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de
+behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan
+"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18].
+
+Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer"
+misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus
+"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden
+Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht
+de reis ondernomen [19].
+
+Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa
+niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den
+16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan
+het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende
+tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was
+uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21].
+
+Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te
+hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte
+schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis
+naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen
+enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de
+veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in
+den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie
+het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het
+"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen.
+
+Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het
+hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet
+te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen
+voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer
+omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan
+dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo
+veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig
+hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.
+
+Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de
+Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden
+daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25],
+bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende
+eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden
+hadden dankbaar gestemd te wezen [26].
+
+De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27],
+zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis
+hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht
+toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin
+van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat
+eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op
+een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich
+hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September
+1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van
+"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven
+der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders
+[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze
+acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren
+bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot
+een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch
+land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan
+was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren
+lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het
+leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het
+eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van
+Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan
+dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt
+bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord
+waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden,
+van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een
+landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in
+Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt.
+
+Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat
+hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het
+vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia
+was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden
+Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia
+[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft
+gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid,
+zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo
+aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog
+niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op
+den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld
+zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip
+aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij
+hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34].
+
+Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht,
+was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo
+werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten
+[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een
+vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van
+den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen,
+konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen
+nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel
+de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om
+bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar
+(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde
+maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op
+de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November
+1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40].
+
+Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik
+Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland
+ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn
+zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens
+het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het
+schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan
+"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel
+en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven
+monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven
+schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden
+noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld
+dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde"
+[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou
+hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard
+door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in
+het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van
+bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen.
+
+De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te
+veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht
+zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen
+zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben
+verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.
+
+Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen
+behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens
+komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn
+gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de
+gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers
+zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel
+[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul
+op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad
+van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van
+gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage
+toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki
+waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage
+met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de
+goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48].
+
+In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren
+XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak
+maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit
+commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder
+hen verdeeld [49].
+
+De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten
+daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing
+onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six,
+de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen
+welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio
+van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus
+officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien
+van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te
+Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche
+gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven
+schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te
+danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53]
+en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar
+Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en
+September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten,
+den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd
+dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren,
+was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die
+het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land
+der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf
+voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of
+Nederlander geleek" [55].
+
+De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een
+paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen
+dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan
+het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat
+de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia,
+werd aangehouden [56].
+
+Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te
+Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in
+dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om
+Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door
+ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den
+27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar
+Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij
+Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker
+tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge
+zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59],
+terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou
+hebben gebracht [60].
+
+Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde
+schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet
+vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven
+boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch
+verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om,
+gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van
+hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel
+als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De
+uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet
+te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669
+was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept
+[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs
+minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in
+het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over
+Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche
+bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is
+geworden [62].
+
+Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar
+en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen
+zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke
+zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands
+omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer
+blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en
+zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige
+geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van
+[65].
+
+Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij
+hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer"
+nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij
+mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering,
+hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten.
+
+Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat
+zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen
+verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de
+Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van
+het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen
+en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea
+was bijgebleven.
+
+Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia
+de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen
+[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand
+nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer
+Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië
+niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden
+omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren
+over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte
+te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit
+rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het
+Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met
+"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar
+en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan
+"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook
+is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in
+de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de
+Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs,
+dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam
+[68].
+
+Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit
+geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in
+het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter
+inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van
+uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden
+ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te
+lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in
+het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen
+als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen
+in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over
+Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk,
+zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs
+de eenige van zuiver westersche herkomst.
+
+De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens
+hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie
+"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn
+werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de
+Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden
+te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij
+evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld,
+heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar
+dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt.
+
+Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad
+in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen
+over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In
+den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel
+is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders
+die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en
+gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te
+zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens
+elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde
+schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet
+over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal.
+
+In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705
+verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger
+geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft
+kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die
+in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt
+omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt
+gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als
+zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier
+Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam,
+die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester
+Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd.
+
+Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft
+gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea
+in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij
+begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt
+hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met
+de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl
+hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by
+d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de
+inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede
+de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent
+Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't
+eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt:
+"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron
+is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche
+woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland
+zelf daarmede was aangeduid.
+
+De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op
+eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke
+samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande
+ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en
+veracht" [81].
+
+Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal
+diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben
+gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd
+waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig
+voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich
+zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen
+is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die
+beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een
+paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde
+[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in
+Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave
+zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan
+het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen
+de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar
+onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen.
+
+Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche
+vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het
+nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling
+op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en
+bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan
+de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan
+de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van
+eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk
+een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen
+begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87],
+zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn
+Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld.
+
+Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor.
+
+In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's
+Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig
+[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in
+handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande
+dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's
+Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit
+Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een
+exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande;
+om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten
+dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het
+vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven.
+
+Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen
+Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal
+bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer
+Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het
+"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective
+quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn,
+Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende
+Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij
+respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en
+wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene
+brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven
+maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister
+gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de
+Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree,
+sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666."
+
+Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is
+samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs
+verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89]
+en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk
+zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren
+aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als
+van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de
+samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de
+aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap
+nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk,
+zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden
+zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de
+ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het
+Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan
+een ander is toegeschreven.
+
+Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift
+is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen
+vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die
+copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.
+
+Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen
+het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening
+in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de
+Indische Regeering heeft aangeboden?
+
+Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.
+
+Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki,
+zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het
+opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in
+de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666)
+[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven
+door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het
+vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou
+afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan
+zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig
+hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk
+den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop
+het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen
+de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan
+de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand
+gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor
+die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht
+aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen,
+welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91].
+
+Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld,
+door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan
+naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens
+de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde
+hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen
+echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte
+verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich
+niet zal hebben schuldig gemaakt.
+
+Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden
+exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan,
+maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije
+vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid
+van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt
+verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia
+oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden
+van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.
+
+Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk
+heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen
+sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren
+gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is
+veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze
+nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte
+Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op
+zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke
+van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst
+valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor
+dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt
+afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de
+oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst
+door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de
+verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten
+dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens,
+ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's
+medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen.
+
+Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan
+ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden
+en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het
+eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld
+en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord
+zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's
+makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen
+in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd
+en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen
+enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor,
+door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij
+hunne aankomst te Nagasaki.
+
+Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald,
+is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te
+weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's
+tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou
+het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen
+had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn
+Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings
+weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden
+gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist
+zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en
+zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een
+oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven
+wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt;
+de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt.
+
+Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid
+en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders
+heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek
+dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat
+hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea
+gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao
+1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op
+de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip
+toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is
+aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel
+dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning
+aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist
+hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan
+een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van
+de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's
+avontuur te boek heeft gesteld.
+
+De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet
+wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders
+worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd
+naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam
+was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche
+omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met
+ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog
+de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats
+van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet
+groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van
+een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige
+beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke
+verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin
+van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen
+schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis
+gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is
+geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel
+was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98],
+hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden
+neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen
+dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer
+bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij
+voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp
+zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo
+verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien
+al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren
+des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99],
+hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer
+in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen
+aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea
+tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende
+hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt
+gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere
+armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat
+stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om
+tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen
+wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest
+geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen,
+maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting
+is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op
+te maken.
+
+Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben
+gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden
+de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden,
+maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze
+boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel
+teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en
+heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals
+een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel
+gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over
+gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel
+uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven,
+maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen
+nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en
+ondervonden aan anderen mede te deelen [102].
+
+Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen
+van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst
+bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten
+op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend
+heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van
+zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat
+zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen
+toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de
+juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104]
+en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij
+die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren,
+elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor
+de overige op zijn woord te gelooven.
+
+Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende
+gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan
+te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in
+de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal,
+hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen
+is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn
+genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben
+verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk
+op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea
+ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving
+de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk
+valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf
+voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid,
+daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke
+gegevens ten dienste staan.
+
+De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht,
+heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den
+conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar
+maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst
+tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten
+voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd
+om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken
+met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel
+uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste
+nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend
+bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis
+voor Hamel's geloofwaardigheid [106].
+
+Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van
+land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in
+lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne
+beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor
+dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken
+[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in
+Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft
+van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf
+aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken
+daar te lande [110].
+
+De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners,
+zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot
+uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had
+op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de
+havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners,
+Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112].
+
+In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of
+Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en
+latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog
+[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag
+met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd
+nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn
+land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen
+den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden
+welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een
+gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad
+van den Keizer van China als suzerein van Korea [115].
+
+Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea
+geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding
+vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar
+herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen
+onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in
+hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten
+dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun
+verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's
+Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende
+weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht
+aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen.
+
+Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart
+hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer
+met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen
+voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor
+oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar
+de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking
+tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot
+ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier
+vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood;
+schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch
+in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun
+geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging
+van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben
+eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld.
+
+De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van
+waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners
+in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van
+het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie
+ten goede kwamen [120].
+
+Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien
+handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen.
+
+Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten
+en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners
+van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de
+eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij
+van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche
+zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in
+zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste
+berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland
+omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen.
+
+Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden
+Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123]
+(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman
+was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610)
+om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het
+eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen
+gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126],
+doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te
+bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van
+den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook
+het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610
+[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter
+verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest
+om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea",
+waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later
+[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis
+geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker
+[129].
+
+Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn
+geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in
+andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin
+verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest
+aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor
+geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis
+welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover
+misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren
+bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen
+Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het
+krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in
+de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben
+gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648
+niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben
+afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor
+het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar
+Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent
+de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend
+dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een
+avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt
+van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners
+en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons
+bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt
+aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135].
+
+De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land
+Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid.
+
+Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental
+schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige
+voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met
+Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te
+Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en
+de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde
+schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch
+anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting
+konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene
+onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China
+en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken
+voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138].
+
+Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben
+ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van
+het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche
+land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in
+Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken
+dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan
+zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben
+geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard
+gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan,
+heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en
+Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor
+goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het
+jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143],
+is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het
+geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar
+zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht.
+
+Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter
+sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo
+[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van
+Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw,
+destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in
+die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar
+een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd
+[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden,
+de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146].
+
+Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk
+van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat
+Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is
+eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men
+vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer",
+van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148].
+
+"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene
+aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam
+zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier
+Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der
+17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart
+was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen,
+van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en
+geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt
+voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip
+zal hebben ontleend.
+
+Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de
+wateren van Oost-Azië bevaren.
+
+Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de
+Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack"
+[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de
+Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640
+uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het
+vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia
+aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype
+luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs
+zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee
+of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII
+spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot
+'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t'
+Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t'
+Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt
+door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was
+als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip
+was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als
+het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van
+deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden
+en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden
+("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher").
+
+Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering
+van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas
+kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na
+aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van
+1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het
+koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam.
+
+Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten
+volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan
+had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen
+verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen
+uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen
+[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de
+komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer
+zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen
+ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in
+den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren
+handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat
+van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan
+Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te
+Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot
+de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar
+met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel
+de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk
+te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel
+gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer"
+in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar
+over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen.
+
+Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt
+om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.
+
+Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de
+Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit
+over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog
+toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek
+waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet
+kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden
+genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao
+en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking
+Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar
+doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158].
+
+Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de
+Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In
+hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het
+roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de
+kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van
+de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk
+zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland
+een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch
+ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige
+Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van
+den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet
+zou worden vergemakkelijkt.
+
+De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te
+weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de
+aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland
+[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding
+te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit
+Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa
+vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met
+rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te
+Batavia van zelf [163].
+
+Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa"
+was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat
+de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester
+gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit
+zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als
+adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die
+taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al
+was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene
+maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan,
+liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand
+van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug.
+
+De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn
+betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of
+van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland
+is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige
+ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het
+Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie"
+op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van
+Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite
+waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks
+betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie
+tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert",
+misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere
+belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt
+[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis
+van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit
+den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet
+genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in
+zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding
+ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia,
+die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het
+eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168]
+waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders
+bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart
+waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden,
+is die van Joan Blaeu van 1687 [170].
+
+Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt
+aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid
+dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert
+de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit
+"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het
+geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind"
+en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten
+kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na
+1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden
+met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila,
+kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit
+gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.
+
+Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten
+wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben
+met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger
+tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar
+wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke
+rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171].
+
+De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht,
+evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien
+een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht
+van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de
+aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder
+welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan
+nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het
+woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals
+"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen
+zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en
+"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van
+luipaard. [172]
+
+Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis
+kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.
+
+Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote
+bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen
+hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik
+Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij
+op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in
+1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's
+Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651
+met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den
+6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175]
+en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176].
+
+Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek
+stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa
+verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur
+Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en
+tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd,
+oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen
+op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen"
+[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië
+gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan
+de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens
+tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f
+ 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de
+bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot
+f 30 pr maand werd verhoogd.
+
+Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia
+is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670,
+toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland
+was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het
+licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734,
+waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn
+opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar
+Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is
+door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en
+aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan
+en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië
+en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den
+12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren
+uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van
+Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht
+Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179].
+
+Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de
+oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om
+door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar
+zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen
+[180].
+
+Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen
+zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de
+aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal
+aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk
+veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de
+verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal
+opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers
+van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren
+eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen
+aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch
+schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de
+tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne
+lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams.
+
+De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte
+stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik
+gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief,
+eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie
+in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden,
+wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar
+ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken
+van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke
+hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien
+inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.
+
+
+
+
+
+JOURNAAL
+
+
+[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen
+Raaden van Nederlants India.]
+
+Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van
+'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve
+Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree)
+hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en
+ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int
+selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van
+die natie ende gelegentheijt van 't land.
+
+Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden
+van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en
+Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl
+gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van
+Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh
+van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer
+een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende
+op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen
+ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr
+ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert;
+naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden,
+sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen,
+om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.
+
+Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een
+storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer
+hoe meerder toenam.
+
+Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht
+bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t
+selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat
+bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve
+ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt
+een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert
+den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij
+[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip
+verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer
+(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren
+vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te
+sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs
+strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte
+comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders
+geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende,
+bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden.
+
+Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq
+verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden)
+stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen,
+als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende
+onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen;
+hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte.
+
+Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde,
+sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen
+beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte.
+
+Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden,
+sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door.
+
+Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten,
+gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.
+
+Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met
+verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen
+conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh
+slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen
+regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het
+meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op
+'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen.
+
+Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende
+malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een
+hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met
+pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door
+de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet
+anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen
+den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191]
+ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel
+los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te
+verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te
+maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck
+slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over
+quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was,
+eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende
+'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een
+weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge
+der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te
+wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]]
+over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee
+spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep:
+mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael
+soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent
+niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192],
+riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent
+een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten
+regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten
+terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193],
+dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen
+stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick
+met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh;
+degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden
+om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer
+betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende
+d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende
+waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter
+niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende,
+hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de
+donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.
+
+Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog
+eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog
+ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor
+den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de
+meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int
+vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt
+leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te
+overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij
+sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in
+spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier
+uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant
+gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam
+ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft
+doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen,
+die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige
+victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten,
+doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken)
+aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een
+vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met
+een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam;
+waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte
+vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was;
+tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo
+veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met
+malcanderen voorden regen te schuijlen.
+
+Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al
+na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer
+weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste
+was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int
+minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent
+een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam
+steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een
+musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en
+deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer
+toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer
+(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet,
+maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met
+malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij
+eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn;
+tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die
+ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden.
+
+Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen
+den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten
+bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre
+staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199]
+ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij
+'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals,
+waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer
+hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de
+aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten,
+ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck
+was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden
+tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen
+haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien
+souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden,
+maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al,
+dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also
+malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient
+bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den
+overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij
+malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie
+hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]]
+welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten
+ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij
+verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen;
+nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand
+geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om
+ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae
+'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij
+malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te
+eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden
+'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202].
+
+Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen
+ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden;
+de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland
+(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede
+een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de
+klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende,
+smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren
+ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap
+bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven.
+
+Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't
+yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee
+stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote
+als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen
+wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van
+neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons
+tweemael daegs wat eeten.
+
+Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat
+ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te
+worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden;
+de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int
+bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen
+hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie
+gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen,
+sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent
+een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de
+toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen
+dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die
+om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste
+in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende
+soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent
+Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen
+in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal
+dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst.
+
+Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten,
+aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen,
+het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206]
+sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland,
+bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor
+'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een
+coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten
+dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude
+gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer,
+oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen,
+ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen
+van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort
+was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de
+voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten;
+een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een
+groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck,
+ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij
+vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij
+conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet
+hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde;
+terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer
+4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht;
+alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met
+beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet
+conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een
+wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden
+was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten;
+liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot
+onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog
+de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten
+daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck
+water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man,
+soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des
+Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij
+na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te
+doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx
+'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over
+zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven
+aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs
+mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer
+konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende
+cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx
+bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont,
+ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels
+voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te
+vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden
+met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten
+ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin
+soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan
+gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam;
+liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens
+mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.
+
+Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman
+ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem
+comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert,
+vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot
+antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon
+te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel
+praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot
+nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck
+ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders
+van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende
+naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer
+Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was,
+zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland
+vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende
+waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman
+ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan
+Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt
+'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck
+naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree
+vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant
+gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met
+de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door
+gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij
+'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck
+Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met
+den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden
+hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant
+gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat
+hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert
+gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende
+hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde
+malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer
+Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen,
+zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij
+senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden
+versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke
+troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen
+niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van
+een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was
+te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders
+tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren
+geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met
+ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en
+volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons
+voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den
+eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur
+gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den
+eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen,
+om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten,
+ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende;
+liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper
+Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen
+hadden hem bekent te maken.
+
+Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den
+ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten
+hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten
+mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur
+liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden
+weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere
+kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te
+behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen,
+gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter
+daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel,
+liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was,
+dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste
+land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden
+wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter
+haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle
+de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.
+
+Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons
+terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met
+een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door
+contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort
+dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude
+den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen,
+den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste
+versach om vordere clachten te mijden.
+
+[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen
+gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs,
+geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat
+indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb
+garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses
+man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven
+alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de
+tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven
+zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven
+inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende
+of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende,
+conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van
+April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie
+vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben;
+een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't
+getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande
+honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden,
+dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren.
+
+Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer
+vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt
+gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap
+sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een
+man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting
+[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde,
+ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede
+te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck
+die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant
+dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden
+was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer
+mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende
+[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen,
+door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos;
+die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap
+niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij
+met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft
+gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van
+de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort
+gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na
+de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een
+ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse
+bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort
+te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent
+ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met
+malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde,
+liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting
+om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222],
+voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs
+gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur
+gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen;
+den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten
+van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande
+andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende
+straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet
+vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde,
+waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn
+vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen
+was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te
+sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock
+ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick,
+boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent
+een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen
+ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden.
+
+Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt
+als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12
+a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende
+binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van
+daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende
+door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op
+varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer
+Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront
+ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan
+verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer
+volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en
+koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq
+opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden,
+bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh
+vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen
+daerse rijs planten.
+
+Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck
+tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot
+blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen
+daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende
+eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off
+'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet
+hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door
+dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck
+waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie
+wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out
+gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende,
+gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren
+gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder
+zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts
+onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten
+ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden;
+des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt
+gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij
+malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was
+aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te
+paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts
+is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert
+'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande
+stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken
+te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent;
+des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad
+genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden
+dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer
+hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231];
+nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen
+dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten
+weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233];
+naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen
+savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden
+Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder
+vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor
+een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen,
+alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen
+savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt
+vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert
+vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238],
+gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen
+daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten
+des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio
+[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff
+hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen
+inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt;
+naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende
+dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243]
+ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren
+ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde
+stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden
+ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck
+aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen
+gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die
+aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht
+
+zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden
+'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse
+Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten
+geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat
+'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen,
+van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren,
+dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]]
+senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te
+geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree
+vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt
+zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat
+hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen,
+singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier
+ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet
+om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken
+ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs
+worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem:
+Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247]
+van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70
+cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op
+onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat
+voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters
+uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap
+[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot,
+met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem
+mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder
+gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden
+voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx
+dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6
+maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen,
+ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des
+maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij
+den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees
+(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den
+veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare
+wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee
+stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien,
+ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij
+veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende
+kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van
+'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen
+geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen,
+door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken,
+ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert
+waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van
+houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden
+int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van
+'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot
+bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door
+dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden
+haelden en voor 't geckje hielden.
+
+[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt
+te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans
+gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te
+worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op
+een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq,
+waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier
+houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt
+voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen
+kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den
+2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven.
+
+Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande
+stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer
+volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.
+
+Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude
+ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem
+belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van
+'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende
+hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255]
+ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor
+de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met
+malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout
+halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was,
+'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende
+moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest
+Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever
+willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257]
+gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen,
+ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van
+'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo
+den winter daer mede door.
+
+[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben;
+wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer
+den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van
+Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om
+branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant
+daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse
+gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende
+soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden
+opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende,
+stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants
+voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie,
+dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor
+volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen
+den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude
+logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]]
+offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op
+den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen;
+wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt;
+voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer
+niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten
+onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om
+dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen
+opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport
+gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door
+storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren,
+belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven
+tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter
+gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck
+ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma
+gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude
+openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en
+de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na
+de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na
+eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende
+bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen
+doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de
+gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259].
+
+In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij
+den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen
+den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland
+weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom
+onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck
+best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip
+was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een
+matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder.
+
+In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende
+quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende
+op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter
+2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen
+eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets,
+waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in
+een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot
+dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham
+sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer
+gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken
+ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende
+in haer lant te houden [261].
+
+[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder
+om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel
+bewaren.
+
+[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael
+geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden
+ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om
+ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet
+wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste
+ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste
+seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een
+van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo
+lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck
+de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq
+openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede
+luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was
+ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende
+was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens
+ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer
+leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer
+daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij
+passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer
+over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende,
+hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van
+veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen
+van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij
+voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer
+swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262]
+gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs
+smaents toe leijde.
+
+Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken,
+bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een
+mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen
+sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't
+laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben;
+wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren,
+passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en
+paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq
+geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende
+aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken,
+ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt
+Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is
+de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van
+die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx
+brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste
+overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't
+verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons
+te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent
+[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs
+daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie
+maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.
+
+In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen
+hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren
+om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet
+boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen,
+conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons
+wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe
+logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij
+tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte
+raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.
+
+[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over
+eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last
+opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene
+man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van
+groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in
+hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als
+de inwoonders.
+
+In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den
+voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons
+vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten
+'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen,
+twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo
+in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en
+sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.
+
+In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste
+met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders
+aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde,
+dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met
+'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door
+'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op
+handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om
+wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen
+schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het
+selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende
+rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien,
+alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een
+half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor
+leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij
+ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen,
+ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer
+droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij
+buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel
+sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door
+te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom
+een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen.
+
+[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden,
+ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen
+weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde
+ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog
+alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven
+'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het
+een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr
+was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij
+beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont,
+te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan
+zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel
+op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of
+ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't
+gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.
+
+[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met
+consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in
+des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp,
+sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270]
+sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den
+ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig
+nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet
+verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben.
+
+Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont
+een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen
+ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij
+ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de
+vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het
+navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas,
+door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas
+uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen;
+conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert
+door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden
+reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen
+storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen,
+alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden
+en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken
+ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen
+door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en
+arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272],
+bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van
+de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273].
+
+[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt
+is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en
+N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a
+75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275],
+heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276]
+ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden
+aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen,
+door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck
+ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de
+menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast,
+daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt
+nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent
+25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer
+Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst
+toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer
+voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande
+West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt
+aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande
+noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant
+gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare
+zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als
+andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden
+December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh
+[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn,
+ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in
+ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan
+nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben
+aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen,
+offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare
+zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van
+d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude,
+ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is;
+kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over
+'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons
+volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien
+dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw
+mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om
+laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer
+sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet
+te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met
+garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de
+coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke
+quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man
+haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende
+vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise
+[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese
+en Japanders verhandelt wort.
+
+Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283],
+hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen,
+sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen
+particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte
+dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en
+slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben,
+ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden
+Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder
+aanden Coninck vervallen.
+
+Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx
+stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden
+ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d'
+vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden,
+alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende
+soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die
+heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn
+capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier
+vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende
+yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op
+schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den
+Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn
+landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer
+geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met
+een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen
+'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende
+storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben
+musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh;
+elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende
+soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters
+onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op
+'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese
+worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben
+mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten,
+sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op
+schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden,
+'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn
+dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen
+zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen
+wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx
+dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven,
+hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te
+brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een
+vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff
+een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden;
+slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer
+mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden
+met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn
+gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken
+riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers;
+gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken;
+elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt
+ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen
+wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout
+ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij
+deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666
+aan onsen admirael gesien hebben [289].
+
+Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de
+rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int
+hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij
+vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met
+raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck
+in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer
+leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen
+alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot
+hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende
+vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de
+meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer
+tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te
+dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van
+alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren
+dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten.
+
+Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den
+Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt;
+heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte
+zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest
+tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt,
+voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer
+eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck
+haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer
+de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder
+naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de
+oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden
+die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst
+daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle
+cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters
+en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden
+ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en
+soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets
+te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.
+
+[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet,
+die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten,
+worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden
+tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs
+weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert
+te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige
+sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken
+wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft,
+gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die
+vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer
+voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende,
+naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock
+aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen
+ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet
+in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was,
+ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden
+sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove
+in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te
+meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben,
+een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den
+Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen
+gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende
+slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't
+geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght,
+wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde
+gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert
+edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen,
+tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve
+stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken,
+worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert;
+deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer
+gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn
+vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen
+gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over
+niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer
+Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen
+worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een
+cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere,
+nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij
+de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den
+overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele
+lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel
+gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden
+buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe
+staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens
+onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde
+vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot
+somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht
+met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden
+rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders,
+door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft;
+die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2
+a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt,
+ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het
+opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt
+en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de
+kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien
+om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene
+gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter
+doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse
+van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een
+stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand
+breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer
+sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter
+ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken
+off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3
+a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen,
+totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die
+worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de
+knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op
+d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij
+een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken
+een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten
+soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen
+sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen,
+strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte
+op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een
+enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst
+nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand
+breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de
+doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger
+dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje
+de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als
+'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende
+rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght;
+de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer
+sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294].
+
+[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten
+belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie,
+maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele
+weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen,
+achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand
+'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen
+eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer
+dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij
+aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden
+ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te
+zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen
+comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer
+reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met
+vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende
+nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer
+te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel
+doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor
+straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent,
+ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen;
+disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door
+'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee
+mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met
+'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende
+andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn,
+leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie
+bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn,
+ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10,
+20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder
+huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen,
+mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de
+misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij
+onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet,
+alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als
+'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden
+niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij
+opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper
+papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt,
+worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx
+papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de
+gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden
+te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet
+eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair
+ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren;
+diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde
+billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair
+wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo
+dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen
+moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen
+[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel
+te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense
+voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor
+hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen
+sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen,
+twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij
+haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen;
+daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen
+der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende
+mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten
+ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de
+papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer
+vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte
+tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij
+seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door
+'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen,
+door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met
+hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters,
+alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen,
+ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve
+meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden,
+wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de
+vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx
+stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van
+gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden
+d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende
+grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen
+Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300].
+
+Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel
+fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien
+yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs
+met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest
+met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een
+muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op
+houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven
+worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en
+van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit
+papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven,
+daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm
+[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer
+met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh,
+boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen
+cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder
+huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren,
+nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten
+hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn
+is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen
+en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand
+mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben
+gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te
+doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq
+en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten
+ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]]
+tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als
+'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck
+huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en
+op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende
+groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen
+ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden
+wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een
+of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo
+veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende
+met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij
+d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten
+wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor
+de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant
+land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden
+vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt.
+
+Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde
+lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte
+vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen
+gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs,
+tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen,
+soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als
+hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn
+vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders
+ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met
+malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al
+had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen,
+maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is
+geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende
+den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft,
+sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in
+huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten
+in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a
+3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de
+huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen
+die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als
+slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man
+d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen,
+waerover dit lant soo vol menschen is.
+
+D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen
+dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel
+onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende
+dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende
+d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot
+grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is
+te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]]
+uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is
+een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om
+de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort
+[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van
+haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden
+bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn
+provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie
+om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den
+stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij
+denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't
+selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste
+gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert
+te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt
+soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn,
+alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert,
+om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden
+bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck;
+dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer,
+door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede
+vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die
+sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven
+eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als
+'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel
+van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat
+wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen,
+moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde
+kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh
+reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt
+connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over
+haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren
+rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening
+waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende
+een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen;
+mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen
+te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen
+niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange
+rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op;
+om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw,
+wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft
+met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt
+waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes
+d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen
+haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als
+daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs
+de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken;
+sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen
+bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en
+comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol
+nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt;
+sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs
+van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens
+van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse
+begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer
+clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden
+'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel
+vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen,
+de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden
+dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende
+hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4,
+5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer
+voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van
+steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende
+wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo
+sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer,
+wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310],
+dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben;
+daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet
+doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en
+op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren,
+'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.
+
+Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't
+gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft
+den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten;
+de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben
+noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part
+int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen
+tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80
+jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen
+doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer
+altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen
+sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311]
+d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden.
+
+Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]]
+natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen,
+men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn
+stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen
+schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een
+coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden
+en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste
+goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende
+seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde,
+ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een
+vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat
+over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert
+vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander
+Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't
+ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden
+die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen
+waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen
+soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is
+mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese
+schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn,
+deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle
+broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet
+sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen;
+sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck
+zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp
+daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe
+gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt,
+dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen
+d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge
+te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken;
+de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met
+vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte
+is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende.
+
+Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder
+malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't
+eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie
+hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper,
+sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen,
+met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht
+worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in
+Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin
+ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over
+lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote
+coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen
+ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn;
+de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314],
+elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel
+met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere
+granen.
+
+Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was
+vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle
+dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter
+soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen
+recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen,
+voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt
+om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen
+ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is,
+ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen;
+dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit
+ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij
+Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316],
+dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte
+Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de
+Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq,
+alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende
+planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst,
+soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom
+nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck
+gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende
+nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden
+worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht
+wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan;
+Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer
+oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer
+maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende
+rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet
+en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen
+noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden
+en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken.
+
+Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van
+nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en
+hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de
+zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken;
+als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende
+meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer
+vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct,
+alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen
+[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant;
+de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors,
+wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte,
+aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel
+om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo
+den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken
+ende vernielen.
+
+De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden
+aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene
+man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt,
+den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te
+swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs
+goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen,
+doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte
+is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China
+gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote
+en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan.
+
+Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten;
+stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte;
+d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen,
+den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers
+sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert
+worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen,
+katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte,
+swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels,
+arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen,
+fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven,
+met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet.
+
+Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer
+spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om
+te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen;
+spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten
+ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte
+principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese
+wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende
+de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't
+loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs
+gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen,
+mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man
+niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen
+ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren,
+doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer
+licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet
+alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel
+geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken
+reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't
+opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in
+veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte
+andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende
+diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse
+niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen,
+elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met
+lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet;
+weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen
+d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen
+malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt.
+
+Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte
+zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een
+wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem
+an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken
+voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende
+gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte
+lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers
+vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect
+vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs
+vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een
+secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten
+cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben,
+'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen
+is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer
+ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer,
+welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij
+haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde
+daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte
+andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste,
+'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op
+voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste
+uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand
+ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden
+aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster
+open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger
+sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert,
+moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten,
+waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit
+van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet
+den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem
+[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn
+logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den
+Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende
+buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet;
+daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte
+versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen
+in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de
+straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a
+3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters
+comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met
+den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle
+middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn
+heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325].
+
+[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin
+van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende,
+veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste
+conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt
+meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die
+in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt
+nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten
+bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer
+conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse
+vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste
+wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten.
+
+Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie
+andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien
+[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit
+verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen,
+huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren,
+'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in
+een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen
+te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen
+[329] tot groote blijschap verandert.
+
+Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende
+sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten
+bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken
+en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren,
+dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende
+Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een
+stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in
+een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij
+des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die
+aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]]
+een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden
+op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer
+brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande
+provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont
+van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen
+als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man
+te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae
+sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een
+straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende
+swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont
+voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen,
+door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten,
+int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de
+beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te
+last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen
+te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij
+suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt,
+de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden
+als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden
+nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig
+inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden,
+dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om
+wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude
+continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten
+naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel
+te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30
+dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen
+deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden
+bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664,
+dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte
+tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder
+eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende
+belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden
+deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs
+te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij
+bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons
+soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet
+mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen
+hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende
+groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende
+gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels
+waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen,
+daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden
+licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh
+hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende
+zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E:
+opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons
+den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een
+ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij
+om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels
+sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden
+alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen
+daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige
+menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent
+ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx
+opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel,
+lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen,
+wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft
+ende voor sijn leven wegh gebannen.
+
+Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met
+staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander
+int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende
+[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat
+den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als
+mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters
+en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat
+haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij
+avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant
+leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op,
+behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven,
+te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke
+teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den
+Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren;
+d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen,
+wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op
+dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert
+ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde
+twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335]
+
+[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best
+om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten;
+hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde
+ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den
+Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen;
+onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van
+hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de
+gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met
+malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens
+in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int
+leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven.
+
+[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder
+quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een
+grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel
+vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt
+seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe
+ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten
+verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken
+gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den
+Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn
+vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden
+voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag
+gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende
+[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen,
+quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen,
+die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer
+sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie
+souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke
+vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij
+van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met
+bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat
+ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons
+geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan
+sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als
+anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop
+ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae
+wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren,
+maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer
+aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel
+den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't
+jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam
+ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te
+[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer
+viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn,
+ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder
+haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef,
+den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde
+scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest
+omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen
+sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.
+
+In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d'
+voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem
+touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck
+was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur
+gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in
+geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan,
+indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten;
+indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen
+hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te
+verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn
+naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo
+tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger
+sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden
+ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met
+'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben,
+ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde,
+ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel
+te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen,
+alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn;
+sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen,
+willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt
+en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx
+van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen;
+vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman
+ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met
+cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde
+mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met
+'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende,
+wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer
+t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen;
+die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg
+cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh
+ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was,
+scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert,
+seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot
+man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden
+hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese
+meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende
+wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont
+versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle
+'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo
+'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was,
+onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman
+wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus
+Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien
+ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden,
+die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende
+mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig,
+was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen
+dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven
+bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder
+gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al
+weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder
+ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen
+over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van
+branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het
+ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer
+al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder
+achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg
+brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met
+malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water
+ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg,
+gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg
+waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren,
+ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende,
+d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde,
+cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en
+lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een
+vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt
+vreese oft een wacht mochte geweest sijn.
+
+Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son
+wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt
+vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent
+'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt
+den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge
+Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt
+d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt,
+waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.
+
+Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse
+eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren,
+soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende
+alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons
+onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren,
+seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om
+in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst
+seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt.
+
+Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de
+eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen),
+om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des
+naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag,
+maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter
+agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte,
+de wint van agteren, den geheelen nacht door.
+
+Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest
+hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in
+zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee
+gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij
+genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te
+crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam;
+half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende
+aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren
+ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer
+wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee
+houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende
+ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons
+ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als
+zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh
+haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet
+had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie
+uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met
+stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden,
+maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken
+ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince
+vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse
+eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken
+en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken
+ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden;
+quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer
+vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp
+al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde,
+ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog
+een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende,
+dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten
+leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen
+malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al
+gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden
+dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat
+trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het
+niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam
+daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort
+alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de
+derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij
+Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky
+waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden
+souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren,
+ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen,
+waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen
+quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op
+een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen,
+om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter
+gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect
+hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen
+dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater
+geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.
+
+Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg
+ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van
+toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten
+'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer
+in droog te sitten.
+
+Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs
+lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't
+eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen.
+
+Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in
+sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen
+'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee
+groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant
+gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over,
+ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde
+baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker
+ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen;
+waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder
+daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs
+presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.
+
+Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van
+'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347]
+hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur
+overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht,
+ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons
+als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer
+dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel
+ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde,
+belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen;
+daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de
+Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel
+onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer
+voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen
+segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet
+genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt
+ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft
+verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige
+verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken,
+waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.
+
+[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende
+den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de
+schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt
+hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den
+Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.
+
+Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde
+gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder
+voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349];
+sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht.
+
+
+Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste
+ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet
+daer op geantwoort.
+
+Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen.
+
+Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.
+
+2.
+
+Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.
+
+dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm
+die vijf dagen duerde, hadden verlooren.
+
+3.
+
+Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut
+op hadden.
+
+Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt,
+hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.
+
+4.
+
+Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de
+gelegentheijt van dien.
+
+Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer
+volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.
+
+5.
+
+Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest
+waren.
+
+Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan
+gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur
+d'heer Verburgh te verlossen.
+
+6.
+
+Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie
+doen alhier opperhooft was.
+
+Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte
+vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr
+Coijet als doen regeerende opperhooft was.
+
+7.
+
+Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven.
+
+Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat
+naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh
+inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten.
+
+8.
+
+Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden.
+
+Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles
+[[42]] goets, gaven ons eten en drincken.
+
+9.
+
+Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen
+ofte op de Chineese cust te rooven.
+
+Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door
+den storm op de cust van Coree vervallen waren.
+
+10.
+
+Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons
+schip hadden gehadt.
+
+Niet dan Compes dienaers.
+
+11.
+
+Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve
+naer toegebracht sijn.
+
+Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door
+den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in
+d'stad Sior.
+
+12.
+
+Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen
+waren.
+
+Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen
+nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in
+alles 90 mijlen van malcanderen.
+
+13.
+
+Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen
+hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.
+
+Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn
+gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70
+cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen.
+
+14.
+
+Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer
+nae toe.
+
+Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter
+waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog
+sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado
+gebannen.
+
+15.
+
+Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.
+
+Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en
+wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn
+alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.
+
+16.
+
+Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is.
+
+Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl,
+breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360
+steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden.
+
+17.
+
+Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien.
+
+Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan
+naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij
+gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land
+te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren,
+dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam,
+waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den
+oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.
+
+18.
+
+Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh
+was.
+
+De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren
+niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert
+van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was.
+
+19.
+
+Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.
+
+Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige
+cleijne stuckjes.
+
+20.
+
+Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.
+
+De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte
+eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt
+van victualie voor drie jaren versien zijn.
+
+21.
+
+Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.
+
+Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant
+met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes
+daer op.
+
+22.
+
+Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten
+opbrengen.
+
+Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen,
+brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent.
+
+23.
+
+Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken
+[[44]] te brengen.
+
+Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer
+manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen
+te laten.
+
+24.
+
+Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden
+bedient.
+
+Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden
+staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier.
+
+25.
+
+Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.
+
+Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen
+moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.
+
+26.
+
+Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.
+
+Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van
+paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen
+en schoenen.
+
+27.
+
+Offer veel rijs ende andere granen wast.
+
+Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren,
+door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge
+jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662
+meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen,
+maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen,
+alsoo daer geen rijs door de coude can wassen.
+
+28.
+
+Offer veel paerden ende koebeesten zijn.
+
+Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren
+herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog
+bleef continueeren.
+
+29.
+
+Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere
+plaetsen eenigen handel dreven.
+
+Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie
+hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin.
+
+30.
+
+Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.
+
+Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden.
+
+
+31.
+
+Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]]
+
+Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene
+man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn
+waerdije, rijst ende andere granen.
+
+32.
+
+Wat handel sij op China drijven.
+
+Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij
+trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede
+sijde stoffen.
+
+33.
+
+Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.
+
+Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen
+geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere
+mijnnen hebbe niet gehoort.
+
+34.
+
+Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse
+vervoert wort.
+
+De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij
+haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt
+opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.
+
+35.
+
+Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is.
+
+Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh,
+die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte
+gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters
+over teijs om de sekerheijt.
+
+36.
+
+Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.
+
+Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne
+gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.
+
+37.
+
+Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont
+ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer
+overleden sijn.
+
+Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben
+gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs
+en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen;
+in die tijt storven elff man.
+
+38.
+
+Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve
+bieten.
+
+[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een
+stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck
+'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5,
+Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado.
+
+39.
+
+Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is.
+
+Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle,
+ende in lijfftochten uijtmuntende.
+
+40.
+
+Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren.
+
+Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu
+gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever
+eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven.
+
+41.
+
+Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van
+'t ander volcq zijn wegh geloopen.
+
+Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden
+opgestempt [350].
+
+42.
+
+Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.
+
+Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den
+eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs
+most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen.
+
+43.
+
+Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.
+
+Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven,
+alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet
+soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven
+volcq wedersent.
+
+44.
+
+Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is.
+
+Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op
+Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet
+en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden
+Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.
+
+45.
+
+Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden
+ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.
+
+Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben
+[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde
+natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere
+natie niet wilde bekent hebben.
+
+46.
+
+Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.
+
+Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij
+hetselve hebben gecocht.
+
+47.
+
+Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.
+
+Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh
+te loopen naer Japan.
+
+48.
+
+Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.
+
+Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden.
+
+49.
+
+Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange
+onderwegen geweest waren.
+
+Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen;
+eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen,
+van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen.
+
+50.
+
+Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder
+wilden wegh gaen.
+
+Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat
+bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.
+
+51.
+
+Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij
+daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.
+
+Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer
+yets voor te hebben geeijst ofte genooten.
+
+52.
+
+Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den
+wegh wisten.
+
+Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in
+Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer
+'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.
+
+53.
+
+[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor
+deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn.
+
+
+ Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren.
+ Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: -
+ Jan Claeszen Cock ,, 49: -
+ woonende inde stadt Namman.
+ Jacob Janse quartiermeester ,, 47: -
+ Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: -
+ Claes Arentszen Jongen ,, 27: -
+ In Saijsungh
+ Sandert Basket bosschieter ,, 41: -
+ Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: -
+
+
+54.
+
+Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben.
+
+
+ Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren.
+ Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: -
+ Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: -
+ Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: -
+ Gerrit Janszen: do ,, 32: -
+ Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: -
+ Benedictus Clercq jongen ,, 27: -
+ Denijs Govertszen: do ,, 25: -
+
+
+Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666.
+
+Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende
+nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder
+voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.
+
+Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.]
+nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer
+op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen,
+om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia
+te vertrecken.
+
+Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende
+vertrocken uijt de baij van Nangasackij.
+
+Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden
+Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen
+heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt
+onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.
+
+[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve
+soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte
+van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen,
+welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al
+des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht
+wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende
+dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den
+Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste
+coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen,
+alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt
+gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door
+dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden,
+ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men
+het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende
+oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen,
+voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande
+Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is.
+
+
+
+
+
+BIJLAGEN
+
+
+I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier
+tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur
+Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op
+een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen
+vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d'
+eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden;
+gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de
+omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van
+te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer
+verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht
+van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van
+alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't
+Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke
+ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm
+den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen,
+zijnde dese acht personen genaemt
+
+Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen
+voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent.
+
+Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen
+voor schiemansmaet.
+
+Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor
+jongen met 5 gl.
+
+Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen
+in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent.
+
+Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in
+India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs.
+
+Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor
+jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens.
+
+Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in
+'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent.
+
+Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen
+voor jongen a 5 gl. ter maent.
+
+'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't
+lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren
+diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren,
+dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude
+vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable
+menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van
+gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant
+aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert
+en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils
+van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer
+sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer
+geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten
+welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt
+Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren,
+uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt
+van daer in huijs gelaten, sijn genaemt
+
+ Johannes Lampen van Amsterdam assistent
+
+ Hendrick Cornelisz van Vrelant
+
+ Jan Claes van Dort, cock
+
+ Jacob Jans van Vleekeren
+
+ Sander Boesquet van Lith
+
+ Jan Jansz Spelt van Uijtrecht
+
+ Anthonie Uldircksz van Grieten
+
+ Claes Arentsz van Oostvoort.
+
+Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij
+ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen
+dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck
+dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te
+becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden
+bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock
+schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit
+volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor
+dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer
+Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken.
+
+Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen
+vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint
+tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto
+door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens
+haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of
+se bij vrunden of vijanden quamen.
+
+'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck
+van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en
+wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen
+is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck
+bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt
+en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben,
+ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer
+verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander,
+geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb
+hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op
+'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque
+door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde,
+en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn
+geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee
+andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders
+dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren
+wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen
+was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't
+leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte
+Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in
+Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm
+Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665
+tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in
+Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).
+
+b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken
+(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken
+off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier
+aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert
+afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog
+geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht,
+ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese
+arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't
+welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia.
+
+c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle
+Heeren Raden van India.
+
+Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den
+passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt
+gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden
+8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland
+(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben
+helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte
+schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt
+met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op
+gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen
+8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt
+wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet
+aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.
+
+Nangasackij adij 18en October anno 1666.
+
+Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel
+Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725).
+
+
+Rapport.
+
+d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker
+Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert
+door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan
+met mijn verschijning van daer op Batavia.
+
+... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in
+meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen
+van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia
+gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer
+13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en
+schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser
+arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien
+den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt
+Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve
+plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre
+van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde
+of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen
+de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde
+van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch
+geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet
+daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere
+joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt
+'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te
+moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben
+van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te
+bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen
+doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke
+conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in
+'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten
+mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere
+aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven
+1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725).
+
+In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt
+naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is
+aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan
+boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18
+October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport".
+
+In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18
+Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet
+twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen
+die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende
+'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts
+laten comen".
+
+
+Dagregister Japan.
+
+e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren
+comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij
+aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa
+hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde
+moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt
+Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende
+gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat
+vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons
+met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte
+Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den
+boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren
+gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en
+wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren
+van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't
+lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren
+etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden,
+wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden
+door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te
+weete comen.
+
+f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa,
+alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude
+bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten
+gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds
+zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155).
+
+g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver
+de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt
+Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden
+wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte
+geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.
+
+h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij
+aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't
+ontslaeken der Corese matrosen.... over.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer
+regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de
+Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage
+van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol
+campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia
+gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren.
+
+Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen,
+zullen mogen vertrecken.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.
+
+j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij
+Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige
+dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie
+connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer
+hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d'
+selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over.
+
+
+Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.
+
+k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen
+geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese
+eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden
+jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij
+de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om
+met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare
+gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden,
+Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen,
+maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te
+slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen
+van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde
+geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet
+meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de
+'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen.
+
+
+Generale Missive, 25 Jan. 1667.
+
+l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen
+vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot
+Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't
+Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich
+aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen
+seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland
+nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat
+aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8
+gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen
+sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen
+verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij
+ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen
+Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op
+'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck
+aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven
+en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt
+sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n
+September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te
+gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8
+Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken,
+dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover
+nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven
+1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).
+
+
+Generale Missive, 23 Dec. 1667.
+
+m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer
+goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt)
+de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse
+van daer den 23 October vertrocken waren....
+
+De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige
+gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw
+alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek
+(Japan). Kol. Arch. no. 1152).
+
+
+Patriasche Missiven. [359]
+
+20 Nov. 1667.
+
+n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de
+Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer
+tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all
+van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht
+in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de
+gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude
+connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde
+voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven,
+haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen.
+
+22 Aug. 1668.
+
+o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't
+jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer
+aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28
+daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert
+sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel
+die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het
+verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij
+daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie
+hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout,
+Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren
+als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat
+de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van
+het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off
+het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext
+van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een
+besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot
+den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende
+de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de
+Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste
+sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens
+het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op
+Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie
+bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert
+en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet
+sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten
+Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te
+laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't
+selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle
+denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te
+laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden
+lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent
+die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen
+ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken.
+
+
+
+Resoluties Heeren XVII. [360]
+
+10 Aug. 1668.
+
+p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat
+seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen
+geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen
+uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt,
+constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de
+pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh
+daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits
+desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn
+en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz.,
+uijt de Hooftparticipanten.
+
+11 Aug. 1668.
+
+q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende
+in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en
+geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock
+gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben
+betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van
+de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren
+en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van
+het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all
+vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve
+overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte
+Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert.
+
+13 Aug. 1668.
+
+r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in
+voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert
+het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in
+Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst
+van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het
+lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde
+gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden
+sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen
+dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men
+daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo
+den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten
+hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven
+in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een
+somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt:
+
+
+Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300.
+Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250.
+Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200.
+Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180.
+Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150.
+Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150.
+Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300.
+ ------
+ f 1530.
+
+
+
+
+II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Nagasaki.
+
+a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants
+Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders
+van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan
+anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn,
+van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te
+comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij.
+
+16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven
+Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert
+anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des
+Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert,
+bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht
+Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden
+warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der
+mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van
+Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet
+ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten,
+drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien,
+mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat
+ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck
+door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde,
+die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een
+merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot
+nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven,
+nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden.
+
+17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de
+Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van
+'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de
+frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse
+naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening
+tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer
+te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor
+deden bedancken.
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666
+overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den
+jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der
+Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de
+verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge
+met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362]
+volgen sullen.
+
+c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven
+Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits
+het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa
+gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob
+Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant,
+schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit
+van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen
+Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen
+[363].
+
+
+Generale Missive, 13 Dec. 1668.
+
+d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in
+Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer
+verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was,
+dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met
+Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening
+om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen,
+dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit
+hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht
+dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die
+luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers
+den Japander ten minsten ook groot respect draegen.
+
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.
+
+e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September
+verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen
+geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is)
+door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't
+Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck
+op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan
+UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende,
+de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't
+noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van
+seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij
+een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten,
+maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de
+Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het
+zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.
+
+Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen
+Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen
+handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de
+bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van
+die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten,
+soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de
+vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten,
+sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om
+gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot
+van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij
+wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder
+seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen,
+sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de
+rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht
+te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken
+quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge
+van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen,
+dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt
+toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en
+de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten.
+
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+5 Oct. 1669.
+
+f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo]
+alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven
+Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ...
+
+Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo
+seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den
+jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing
+van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde,
+soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen
+jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen
+als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt
+den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij
+bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle
+van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval
+is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en
+behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle
+naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't
+bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den
+Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen
+en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal
+(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie
+met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven
+off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen
+Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren.
+
+Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben
+hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen
+ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven
+wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar
+eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar
+met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen
+die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen
+gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar
+quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich
+daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo
+nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen
+dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar
+voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van
+desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe
+verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium
+alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen,
+die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over
+dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht
+ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout,
+peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout
+als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert,
+maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van
+importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast
+soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft
+'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven)
+geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt
+sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden,
+waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van
+'t rijck wellight op volgen mocht.
+
+19 Oct. 1670.
+
+g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen
+en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie
+voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten
+zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de
+Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden
+gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen
+voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant
+verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668
+op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden
+mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover
+oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge
+van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht
+maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden,
+tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan
+den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons
+des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn
+Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in
+Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden
+daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover
+hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde
+bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden
+deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan
+niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen
+daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck
+Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen
+de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem
+daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde
+geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden
+Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse
+Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen,
+waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in
+te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten
+conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent
+vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren
+wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een
+ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de
+Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote
+costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te
+connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen
+te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen
+gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse
+regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens
+mochten moveren.
+
+.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese
+gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die
+dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden
+als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman
+Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 =
+Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798).
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.
+
+h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt
+oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van
+5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet
+qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij,
+hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de
+600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien
+wegh in Japan gevoert zijn geworden.
+
+
+Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.
+
+i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt,
+Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met
+het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt
+verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest
+sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt
+van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar
+daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende
+lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject
+genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch
+eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert
+volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert
+(Kol. Arch. no. 256).
+
+
+Patriasche Missiven.
+
+j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht
+van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen
+besendingh derwaerts wel te recht naegelaten.
+
+k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in
+Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel
+een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de
+Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't
+voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn
+aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout,
+voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang
+wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om
+daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù
+die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het
+bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden
+gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh
+van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen.
+
+
+
+III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.
+
+
+A. HET JACHT DE SPERWER.
+
+1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge
+van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor
+de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389)
+en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18
+Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd;
+ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649
+in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie
+Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni
+1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering
+naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni
+1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14
+Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte
+dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar
+en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651
+terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651);
+vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug
+te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar
+de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14
+Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
+aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het
+1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
+1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna,
+16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18
+Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt
+van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.
+
+In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste
+lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman)
+of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende
+aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des
+Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva
+le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is
+trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch
+op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.
+
+2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer
+hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren.
+
+Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
+d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die
+bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren
+mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo
+Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't
+gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende
+terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich
+besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer
+de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om
+voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht
+te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de
+stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina
+om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm
+op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634
+in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366].
+
+Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
+beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo
+de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen,
+zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets
+te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634
+mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een
+musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
+afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
+uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van
+Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo
+oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
+ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen
+zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst
+aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert
+bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als
+de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
+Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen.......
+
+Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
+vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem
+in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre
+naer Taijouan te bevorderen.
+
+Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij
+dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren
+oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van
+deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt
+en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick
+overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer
+oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge,
+zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen
+coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen,
+ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer
+insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke
+plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het
+selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u
+de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie
+over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van
+Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief
+waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult
+hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck
+een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des
+Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde.
+
+In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans:
+van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris.
+
+3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt
+becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame
+Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer
+Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach,
+buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff)
+geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen
+Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat
+daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij
+hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen,
+ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen.................
+
+Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o
+naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter
+montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten:
+
+
+ 20007 cattijs poetsjoek
+ 20037 cattijs aluijn
+ 3000 stucx elantshuijden
+ 19952 stucx Taijouanse hertevellen
+ 3078 stx steenbocx vellekens ende
+ 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.
+
+
+.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en
+Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de
+fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij
+VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich
+sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta
+gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te
+Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts
+te demitteren....
+
+.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen
+427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken
+zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben,
+daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder
+sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan
+de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653).
+
+4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het
+schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't
+welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht
+was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te
+[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe
+dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer
+mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van
+de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de
+Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche
+arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een
+combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen
+dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede
+de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw
+op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx
+'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock
+onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent
+Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier
+ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen
+want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van
+Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
+contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
+presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden
+dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen.
+
+.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des
+naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis
+Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert
+verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
+ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
+cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
+anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
+Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en
+Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653).
+
+5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in
+VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone
+jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende
+'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm
+sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken
+daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen,
+ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f
+ 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse
+winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet
+als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad
+van Formosa, ddo 20 Mei 1654).
+
+6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
+tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
+Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer
+Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer
+nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen,
+soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow]
+een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw,
+die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen,
+sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan
+gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't
+zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa
+een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten
+nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck
+van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw
+(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende
+'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen:
+sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet
+dan al te gewis houden.
+
+... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e
+f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen
+noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except
+de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag
+sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt
+ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt].
+
+7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip
+Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent
+wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de
+Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult
+moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater
+die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben;
+wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude
+het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck
+sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons
+en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer
+uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).
+
+17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven :
+"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste
+besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme
+te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
+ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan
+subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen
+verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half
+Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek,
+Deel 1, Cap. 21 fol. 280).
+
+Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met
+de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden
+het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent
+19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van
+het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653).
+
+
+B. HET JACHT OUWERKERK.
+
+Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626
+te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van
+daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant
+Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot
+50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia
+aankwam (Dagr. Bat.).
+
+Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April
+1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627
+van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,
+Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck
+kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque
+ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China,
+soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis
+hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen,
+aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn
+volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen
+daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt
+te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot
+op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr
+Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr
+Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627).
+
+De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28
+Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche
+navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar
+Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten
+"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de
+rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan
+dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht
+(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en
+zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan
+naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn
+weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft".
+
+Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen
+te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen:
+
+"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra
+Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;
+maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder
+gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck
+omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt
+ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck
+mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen
+verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop
+toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat
+als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor
+de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den
+brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn
+alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten
+dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met
+haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een
+Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om
+laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter
+seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen
+20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de
+Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff
+comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch
+eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt
+niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628;
+Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389).
+
+Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en
+3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628
+van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t
+Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't
+volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag
+na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten
+stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV,
+2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628,
+bl. 334 en 389).
+
+.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op
+hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders
+g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt
+wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374].
+
+"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft
+desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck
+behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck
+antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver
+van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees
+weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem
+Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375].
+
+Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche
+gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia
+werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer
+Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden
+van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en
+"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao
+hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans
+dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I).
+
+
+C. HET QUELPAERT DE BRACK
+
+17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30
+Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij
+Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar
+Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640
+terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca
+(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121);
+17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1
+Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór
+31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165);
+4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April
+1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia
+(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar
+Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641
+aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel
+gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden
+om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug
+te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642
+over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde
+quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146);
+3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11
+Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12
+Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken
+van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar
+Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes
+Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan
+(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa
+gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug
+te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche
+jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in
+'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.);
+18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia
+17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia);
+10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643
+naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29
+Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644
+naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij
+Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt
+Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia
+(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op
+de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe
+Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar
+Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu
+(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der
+Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor;
+uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt
+dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld."
+
+Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.
+
+Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende
+het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man,
+en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh
+vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude
+mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop
+'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen.
+
+Generale Missive, 9 Sept. 1640.
+
+'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt,
+zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken
+noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te
+meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif
+liggen, te connen brengen.
+
+Patriasche Missive, 15 Maart 1641.
+
+Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats
+als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie
+sien te voldoen.
+
+Missiven Batavia naar Taijoan.
+
+14 Mei 1641.
+
+t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe
+als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen....
+
+In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt
+den Oppercoopman Carel Hartsing....
+
+Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met
+12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.
+
+11 Juni 1641.
+
+...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert
+op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...
+
+...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in
+T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh
+te wesen.
+
+Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.
+
+...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't
+Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat
+stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can...
+
+...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt
+sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over
+(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten
+ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van
+'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat
+ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen,
+soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer
+uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.
+
+Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem
+zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs
+bij contrarie mousson.
+
+Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.
+
+... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de
+Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse
+groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent
+Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht
+van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe
+van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is
+schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese
+champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt
+zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren
+met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet
+voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert
+binnen aen't Casteel te comen.
+
+Missiven Batavia naar Taijouan.
+
+16 April 1642.
+
+13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier
+onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende
+Kelang verschenen.
+
+... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10
+dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de
+jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae
+Quinangh's bocht aff te senden.
+
+28 Juni 1642.
+
+In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij
+uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith,
+Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert.
+
+Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.
+
+... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit
+Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de
+reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te
+vernemen lieff wert sijn.
+
+Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.
+
+Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie
+gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende
+wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den
+Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den
+handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets
+anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den
+11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven
+dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende
+verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert
+sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt.
+
+
+11 Oct. 1642.
+
+'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen
+wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien.
+
+Dagregister Japan.
+
+1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants
+schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door
+den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was,
+dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen,
+'t welck terstont achtervolcht is geworden.
+
+12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar
+middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten
+hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet
+meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het
+principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa
+gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende
+onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh
+quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede
+tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van
+de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge
+bequamen.
+
+13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert
+voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen
+gesorteerd....
+
+14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op
+gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na
+den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven
+al op stont uijtgelevert.
+
+27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh
+was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen
+en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders
+zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan
+boort gebracht.
+
+29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden
+als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en
+nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren,
+omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons
+afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde
+plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.
+
+29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft
+over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip
+de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier
+naar Taijouan vertrokken.
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.
+
+...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met
+'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere
+coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de
+oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op
+29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack
+(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren
+gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt
+ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen
+stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat
+daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert,
+ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke
+winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese
+proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge
+aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert)
+int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders
+soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht.
+
+Generale Missive, 12 Dec. 1642.
+
+Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse
+Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den
+Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van
+Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de
+jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch
+niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman
+Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende
+verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een
+aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn.....
+
+Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en
+deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer
+gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan
+van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack
+uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo
+in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een
+retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan,
+zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt
+is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten
+hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae
+sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de
+Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen
+ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de
+dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij.
+
+Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius.
+
+... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht
+in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack
+ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op
+Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).
+
+Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.
+
+... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende
+crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner
+saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376]
+
+Missiven Taijoan naar Batavia.
+
+15 Oct. 1643.
+
+Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende
+de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij
+ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte
+goutmijnne uijtgeset hadden....
+
+De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren,
+ons op den 17en Meij weder toegecomen....
+
+...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt
+van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende)
+waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde
+cruijsplaetse comende ...
+
+den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen
+masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643).
+
+
+
+17 Oct. 1643.
+
+...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage
+het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren
+[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld].
+
+19 Nov. 1643.
+
+Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October
+aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van
+'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts
+te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in
+32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores
+gecomen sijnde, wel toegecomen.
+
+'t Quel de Brack:
+
+18 Oct. 1643 naar de Pescadores
+
+26 Oct. 1643 terug van de Pescadores
+
+10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de
+Pescadores. (Dagr. Zeelandia).
+
+11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het
+binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en
+Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.
+
+'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij
+de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt,
+hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier
+geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen
+vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer
+nae behooren mach versien werden.
+
+Generale Missive, 4 Jan. 1644.
+
+Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de
+Vos ende 't Quel de Brack.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.
+
+Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren
+de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken
+sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet
+informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt
+cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel
+de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat
+hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen
+vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken.
+
+
+D. HET SCHIP DE HOND.
+
+"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op
+de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het
+fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619
+door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van
+Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten
+(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction
+LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305).
+
+De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in
+onze handen was geraakt:
+
+"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden
+ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den
+Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).
+
+Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander,
+dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11
+Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de
+Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten"
+(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van
+Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om
+verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16
+Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is
+van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).
+
+In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor
+Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer
+Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse
+zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6
+Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug
+... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met
+de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen
+enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van
+de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat
+van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De
+schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu
+Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te
+passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan
+gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt"
+(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt
+door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden,
+daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in
+groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando
+te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op
+Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den
+raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer
+alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan
+lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn"
+(Gen. Miss. 20 Juni 1623).
+
+Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de
+Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme
+[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps
+cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone,
+a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp
+in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II,
+bl. 336).
+
+
+
+IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378]
+
+Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront
+Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene
+eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl
+breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do
+Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel
+van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde
+legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.
+
+In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck,
+geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft
+soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie
+zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten
+
+ Rijs tot Tl. 20 t'last,
+ Cooper
+ Cattoen ende cattoene lijnwaeten
+ wortel Nijsen
+
+Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect,
+doch vallen seer duer.
+
+De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van
+daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer
+rijckelijck uijt ende incomen connen.
+
+De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer
+de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer
+mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens
+van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde
+welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden
+ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te
+comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan
+keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van
+t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff
+groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden
+mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken,
+tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen
+handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te
+treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden
+zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit
+geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige
+volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn,
+ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde
+met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer
+boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers
+ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden
+bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den
+oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben,
+door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer
+oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders
+hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle
+tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar
+in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen
+Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer
+invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can.
+
+
+Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen
+adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij
+binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen
+zijn. [380]
+
+Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen
+waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers
+gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den
+anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende
+een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder
+zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver
+[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met
+ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root
+vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een
+swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.
+
+Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen
+wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde
+op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche
+caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.
+
+Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander
+spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh
+sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt,
+vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.
+
+Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon
+van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock,
+gedragen wierde.
+
+Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters
+hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen
+(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant
+opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de
+suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende
+volchde hem noch een do naer.
+
+Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de
+guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers
+als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den
+anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken
+root verlact ende boven met een top van witte veeren.
+
+Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de
+gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert
+de Coreers t'accompagneeren.
+
+Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende
+op bagagie paerden.
+
+Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende
+de schenkagie der Coreers brachten.
+
+Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij
+was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft
+buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt
+te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met
+schoon sant gestroijt.
+
+
+
+
+V. PERSONALIA
+
+
+A. NICOLAAS VERBURG.
+
+1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip
+'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na
+goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw
+voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's
+mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië
+(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug;
+Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van
+3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650);
+vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan
+naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia;
+Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart
+1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van
+Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie
+ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675)
+en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw
+den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot
+(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26
+Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen"
+(1665).
+
+Generale Missive, 24 Dec. 1652.
+
+2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door
+veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn
+lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt
+de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om
+tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken
+'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen
+weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit
+gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende
+vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot
+vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort,
+daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in
+'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts
+tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren
+zullen....
+
+Resolutie, 21 Maart 1653.
+
+3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh,
+Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht
+heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen
+worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken,
+alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal
+sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert
+persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden,
+soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden
+vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het
+selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie
+te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de
+middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich
+staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het
+gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den
+Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe
+mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve
+Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen
+Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn,
+waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat
+gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien,
+wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende
+evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die
+aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer
+gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten
+ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet
+alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock
+meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat
+hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft
+te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van
+den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende
+bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op
+Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten
+intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten
+dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te
+houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost
+heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en
+werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende
+overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is,
+niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken
+medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene
+versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame
+te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien,
+om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om
+redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo
+veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement
+te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris
+Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange
+jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop
+ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde
+redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens
+ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste
+vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen
+conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle
+genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst
+meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een
+seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige
+exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert
+hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement
+te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten
+tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende
+verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en
+weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt
+het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt
+geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt
+rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de
+Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden,
+waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is,
+alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te
+extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet
+ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt
+vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren
+Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden.
+
+
+B. CORNELIS CAESAR.
+
+1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam
+6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f
+ 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den
+Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam;
+had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en
+wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit
+de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was
+in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot
+f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645
+per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie
+voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend:
+Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie
+toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21
+Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus
+(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot
+Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en
+Dagr. Bat., bl. 541).
+
+In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië
+(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de
+Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het
+opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli
+1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur
+van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30
+Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en
+72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar
+5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke,
+zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni
+1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335).
+
+2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653.
+
+Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat
+de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen
+sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij,
+volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten
+in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen
+als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht
+werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer
+overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel
+Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten
+voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich
+ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu
+tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde,
+den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden,
+waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat
+nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons
+wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden
+buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker,
+die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee
+in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris
+Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet
+te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn
+Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn
+Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte
+alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over
+te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve
+2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van
+India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te
+sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander
+gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te
+sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade
+hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse
+Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar,
+Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen
+mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste
+bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.
+
+Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.
+
+De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur
+in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch
+die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van
+daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen
+vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement
+ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten.
+
+UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die
+voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet
+werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich
+volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen
+ten hoochsten gelegen te wesen.
+
+
+C. IQUAN.
+
+"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in
+den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert
+doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese
+enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat
+wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij
+daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de
+Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382].
+
+"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken
+te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke
+quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van
+China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende
+gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden
+andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten"
+(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).
+
+Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral
+bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de
+Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een
+Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak;
+dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht
+[384], klinkt veel waarschijnlijker.
+
+De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe
+het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:
+
+De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee,
+was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang
+Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar
+getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die
+in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis
+aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan
+ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder
+zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den
+titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd
+betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was
+hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen
+met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I
+(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon
+bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze
+waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te
+Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan
+de Engelschen [388].
+
+Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het
+dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats
+Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en
+zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon
+was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven
+besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche
+berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene
+familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein
+China en diens hoofdvrouw in China.
+
+Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht
+bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht
+naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando
+betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg,
+den zoo vermaard geworden Koksinga.
+
+Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit
+Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het
+eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China
+(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624).
+
+Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om
+op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken
+toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro
+China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan
+terug waren.
+
+"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened
+up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership
+on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the
+History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87).
+
+"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der
+Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis
+gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck
+vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer
+ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende
+vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct
+can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal,
+Actum Batavia 18 Dec. 1627).
+
+"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen
+datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de
+riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe
+havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich
+ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de
+Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste
+vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie
+ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken
+ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt,
+sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens
+van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten
+tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen
+raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover
+Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt
+ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder
+onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone
+van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer
+Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is
+voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom
+en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van
+Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren"
+(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630
+aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114).
+
+"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den
+vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede
+omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu
+weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den
+rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was,
+weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt
+ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen
+Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent
+was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere
+grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te
+beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie
+bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet
+alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het
+Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck
+in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij
+hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven,
+alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per
+ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven
+ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten
+niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo
+hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten
+van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren
+Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).
+
+"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior
+van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen
+geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende
+voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende
+liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote
+macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken"
+(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).
+
+"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps
+handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons
+wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele
+gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken
+aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).
+
+20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen
+alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te
+vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de
+Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije
+niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat
+zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders
+rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven
+en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst. bl 81).
+
+"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave
+birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not
+develope the love for adventure and renown which made his elder brother
+[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31).
+
+"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh
+van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon
+des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger
+is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in
+Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645).
+
+"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh
+... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste
+bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft
+laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren
+gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt
+Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en
+tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken
+voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken
+stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).
+
+"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt
+hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh
+vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe
+mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te
+keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).
+
+"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren
+g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan
+den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de
+geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de
+Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja
+(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer
+1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck
+gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken
+dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij
+een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem
+mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van
+grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser
+vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert,
+nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice,
+daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando
+gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden
+was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede
+beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke
+dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van
+vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden"
+(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst, bl. 97).
+
+Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's
+geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel
+min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme
+herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben".
+
+"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu
+army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga]
+strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385).
+
+
+D. MARTINUS MARTINI.
+
+Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China,
+waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica
+en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier
+andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de
+Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een
+latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij
+verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja
+off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te
+geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki,
+ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen
+ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke
+attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en
+Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390]
+
+"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to
+his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed
+in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige
+leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld].
+
+While on his journey the great traveller passed Batavia.....
+
+Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them
+over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be
+printed while he himself gave a full geographical description of
+the whole empire together with historical, political and scientific
+explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier,
+On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II,
+1888, bl. 105 en 106).
+
+Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg
+vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de
+"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in
+het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652,
+26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer
+Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van
+honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij
+toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven
+Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te
+kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende
+Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij
+achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde,
+seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt
+Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden"
+(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren
+XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654).
+
+"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh
+tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker
+Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China
+heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse
+[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere
+negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven
+door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse
+hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer
+oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te
+friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen,
+dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton
+daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den
+oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs
+stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de
+libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden"
+(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).
+
+"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en
+dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao
+en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck
+van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel
+daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip
+den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+
+
+VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65.
+
+Dagregister Japan.
+
+Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij
+ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't
+Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen
+tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht
+sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige
+Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende,
+doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde
+deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben.
+
+20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de
+voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren
+in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't
+Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh
+in't S.W. verloren.
+
+21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende
+kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde.
+
+26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken,
+bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft,
+onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't
+Westen keert.
+
+29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien,
+maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger
+opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't
+Westen naer't N.W. gekeert is.
+
+Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als
+alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende
+met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt.
+
+10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te
+sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden
+malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn.
+
+20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien
+konnen werden.
+
+April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder
+omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die
+hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende
+was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo.
+
+ * * * *
+
+Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem
+een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een
+vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff,
+1701, bl. 66).
+
+ * * * *
+
+Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe
+sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was
+mede indt oosten.
+
+Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster
+zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden.
+
+Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman
+Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en
+Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).
+
+Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391]
+
+Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst
+gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre
+gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur,
+opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen,
+waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien.
+
+Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den
+rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen
+verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken
+daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de
+staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht:
+Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't
+mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen
+haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien,
+sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede
+langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw,
+nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy
+grooter in ons gesicht vertoont.
+
+Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en
+de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet
+hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen
+als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den
+2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder
+met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen,
+en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy
+ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na
+'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems
+3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen
+in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan
+den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat
+de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen.
+
+Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary
+1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten
+Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock
+over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van
+de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes
+daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien
+tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen
+en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen
+en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent
+heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich
+ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet
+en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien,
+te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den
+Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt
+van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een
+heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens,
+naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren,
+was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem,
+ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door
+de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden,
+en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet
+langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor,
+en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na
+met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn
+roedeken gelijckende.
+
+Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer,
+op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram
+eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus,
+ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt
+met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries
+uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30
+December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen
+van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo
+fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als
+dese dede, niet uyt.
+
+Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn
+Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van
+'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen
+vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de
+Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus
+de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen
+Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle
+Zee en Water-tekenen.
+
+Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een
+Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft
+laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in
+'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn
+Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den
+13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende
+op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.
+
+Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren
+te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer
+nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is
+gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het
+toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.
+
+'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden
+3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont,
+'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe
+datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke
+Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late
+ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels
+niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen.
+
+In Haerlem, desen 14 April 1665.
+
+
+Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur
+
+
+BIBLIOGRAPHIE.
+
+Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in
+'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter
+te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.
+
+Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die
+alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea;
+daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving
+zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het
+jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in
+het land teruggekomen was.
+
+Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen,
+en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.
+
+Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk
+van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven
+van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken,
+waarin het reisverhaal is opgenomen.
+
+
+DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/
+van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets
+door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn
+vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28
+dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in
+die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen
+in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB
+VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668.
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets
+die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de
+acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael,
+dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde
+bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo
+verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche
+letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te
+'s-Gravenhage.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer /
+van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door
+de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert
+/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in
+slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die //
+tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in
+'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van
+[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die
+van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die
+noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael,
+dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den
+hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische
+letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met
+heel kleine Romeinsche letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den
+titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de
+keerzijde verlies geleden hebben.
+
+JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/
+van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar
+op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant
+is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door //
+de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/
+by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/
+in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die
+tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't
+Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch
+acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt
+gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/
+Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree:
+Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe:
+Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de
+Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met
+verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer]
+// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker:
+Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.
+
+16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter.
+
+Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
+spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
+Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove
+houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening
+(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij
+den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje
+(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na
+het Journael volgt een nieuwe titel:
+
+Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare
+Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
+inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
+M.DC.LXVIIJ.
+
+Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan
+het slot.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te
+Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
+Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
+en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.:
+Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de
+prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders
+in Korea, ondert. Toeridjéné.
+
+'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de
+// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in
+'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER
+EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm
+en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/
+daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den
+Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van
+Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny
+moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer
+van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn
+'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in
+'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip
+in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
+van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
+Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
+door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:
+
+
+ Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen,
+ Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen,
+ En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen,
+ Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen,
+ In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft
+ Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft.
+ Hier nae een Beter.
+
+
+Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels
+wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia
+(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in
+de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere
+reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen
+met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van
+Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in
+het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte
+inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de
+dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de
+olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier
+te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan,
+dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het
+journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst
+in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht
+van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
+tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van
+de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en
+de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen.
+
+In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad
+van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis
+van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden,
+een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte
+plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht;
+op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck;
+in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door
+Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt,
+en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en
+casuarissen voorstellende.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch
+te Rotterdam.
+
+JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer
+ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders
+// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe //
+noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno
+1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam,
+Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte
+Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende
+spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure
+geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is
+veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding
+van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als
+zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd,
+dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger
+gemaakt om de ruimte te vullen.
+
+Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op
+Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen
+landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van
+'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede
+voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten
+blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8
+persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn /
+achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn
+aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] //
+t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
+uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde
+voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op
+p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor
+de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd,
+ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken
+Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide
+prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor
+is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des
+Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over
+Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656",
+uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan,
+Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing
+naar Corea overgebracht.
+
+Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
+Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land-
+en volkenk, van Ned. Indie te Delft.
+
+
+HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.
+
+Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in
+'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS
+MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669.
+
+In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436
+een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend,
+beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der
+geredde mannen op "Disma".
+
+
+DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.
+
+RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste
+de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de
+Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris,
+// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au
+coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d'
+Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+Ook met ander uitgevers-adres:
+
+RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE,
+au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, &
+au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165
+genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter.
+
+De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van
+Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel,
+en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee
+naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal
+geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden
+echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman
+(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.
+
+Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te
+Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage.
+
+Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au
+Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote
+18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer
+vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.
+
+Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ //
+Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/
+im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/
+und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ //
+vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget //
+JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise:
+// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653
+glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit
+Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und
+JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.
+
+Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene
+gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het
+boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich
+Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan:
+P. TROSCHEL sculp.
+
+24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op
+bladz. 811 de titel:
+
+JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/
+was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/
+// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/
+durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/
+so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/
+ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH
+HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/
+Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet.
+
+Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche
+uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het
+journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder
+de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus
+ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel
+Korea ... Verteuscht.
+
+Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.
+
+
+HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN.
+
+(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)
+
+A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill
+1704. fo.
+
+In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45
+(IV p. 719-742), 1752:
+
+An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the
+Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of
+Corea. Translated out of French.
+
+Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties,
+herdrukt in:
+
+Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia
+1884.--Second ed. ibid. 1885.
+
+Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the
+Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door
+den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel
+wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit
+de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene.
+
+Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection
+of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2
+kol.).
+
+In de Appendix op p. 37-40:
+
+An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the
+Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the
+East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore
+upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence
+to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship,
+who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd.
+
+Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar
+Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop
+volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de
+olifanten en krokodillen.
+
+Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715;
+nouv. éd. 1732. 8o.
+
+In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782):
+
+Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle
+de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée.
+
+Herdruk van de vertaling van Minutoli.
+
+A new and general collection of voyages and travels, consisting of the
+most esteemed relations which have been published in any language. By
+Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o.
+
+In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving
+van Corea, naar de collection van Churchill.
+
+Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes
+les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par
+l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris
+1746-89. 40.
+
+De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er
+bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen
+een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar
+Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de
+Parijsche uitgaaf.
+
+In vol. VIII (1749) p. 412-429:
+
+Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du
+Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert.
+
+Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by
+Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o.
+
+Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750)
+p. 18-48:
+
+Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa,
+en hun Berigt van de Landstreek.
+
+Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig,
+bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o.
+
+Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750)
+p. 573-608:
+
+Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem
+Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch
+HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt.
+
+A general collection of the best and most interesting voyages and
+travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o.
+
+In vol. VII p. 517:
+
+Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and
+their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated
+from the French.
+
+
+
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392]
+
+BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde
+Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.
+
+BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang,
+during the years 1843-46. London, 1848.
+
+BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851.
+
+CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North
+China Branch R.A.S. XXIII, 1888).
+
+CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894.
+
+CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.
+
+COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in
+Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage,
+1919-20.
+
+COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea
+(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).
+
+COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917.
+
+COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris,
+1894.
+
+DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918.
+
+DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction
+sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes
+coréennes. Paris, 1874.
+
+DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische
+Compagnie. (Handschrift Kol. Archief).
+
+DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history
+etc. II. London, 1894.
+
+DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History,
+people, resources and commercial prospects. London etc., 1903.
+
+DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan
+1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883.
+
+DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama,
+1880.
+
+DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.
+
+DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique,
+chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie
+Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736.
+
+DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze
+vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.
+
+ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917.
+
+GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea
+Branch R. A. S. I, 1900).
+
+----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).
+
+GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New
+Ser. XXVII, 1895).
+
+GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701.
+
+GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905.
+
+----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885.
+
+GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen
+Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).
+
+GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea
+en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.
+
+HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het
+Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12.
+
+----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer
+(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).
+
+HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés
+sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.
+
+HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases,
+by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903.
+
+HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik
+Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).
+
+HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen
+enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.
+
+HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens
+de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879).
+
+HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I,
+1900).
+
+HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917).
+
+ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch
+R.A.S. IV, 2, 1913).
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche
+zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in
+Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865.
+
+KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van
+het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem,
+1831.
+
+KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam,
+1729.
+
+LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par
+M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.
+
+LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc.,
+edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900.
+
+LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op
+Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).
+
+LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer
+Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door)
+Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten
+enz. Amsterdam, 1595.
+
+LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions
+Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15).
+
+MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong,
+1867.
+
+MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited
+by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams
+1611-1617). London, 1850.
+
+MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902.
+
+MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.
+
+MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).
+
+MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.
+
+NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen
+Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897.
+
+----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841).
+
+PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo,
+(1909).
+
+PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second
+edition. London, 1917.
+
+PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.
+
+----Corea. (China Review. XIV, XVI).
+
+----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society
+of Japan. XV, 1887).
+
+PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma
+H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland,
+1905-1906.
+
+PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der
+Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900.
+
+REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society
+of Japan. VI, 3, 1878).
+
+RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin,
+1834.
+
+ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of
+manners, etc. Paisley, (1880).
+
+----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and
+progress. London, 1891.
+
+SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch
+R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.).
+
+SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von
+Japan. Leyden, 1852.
+
+----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52.
+
+SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie
+Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.
+
+TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New
+Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.
+
+TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der
+japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909.
+
+TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs
+néerlandais, etc. Amsterdam, 1867.
+
+----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam,
+1884.
+
+VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V,
+2. Dordrecht--Amsterdam, 1726.
+
+'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675.
+
+VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by
+E.M. Satow, London, 1900.
+
+WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography,
+government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899.
+
+WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam,
+1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.
+
+YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV,
+2, 1913).
+
+IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen
+Kon. Inst. dl. 73, 1917).
+
+ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen
+van Arkel. Gorinchem, 1755.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij
+de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan
+d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot,
+Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het
+"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626:
+"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse
+op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman
+Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om
+de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende
+om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304
+in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten:
+"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki,
+Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde
+Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt
+... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een
+musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons
+comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625,
+bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa,
+sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts
+schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan
+omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest
+te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering:
+"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer
+verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat].
+
+[2] Zie Bijlage V_A, 1.
+
+[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).
+
+[4] Zie Bijlage V_A, 3.
+
+[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan
+dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle
+des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla
+Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te
+rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam
+Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven
+geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf
+hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers
+gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het
+Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn
+Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan,
+dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).
+
+Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad
+niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de
+zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde,
+was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier
+ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15,
+17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden
+den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor
+op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar
+schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering
+aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant
+van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het
+beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door
+de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van
+hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"]
+"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven."
+
+Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan
+en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen
+de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie"
+gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26
+Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661
+aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa").
+
+Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh
+in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia
+10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in
+de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld:
+"het vlekje Provintie".
+
+[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter
+troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't
+suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle
+die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven
+gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen
+massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12
+dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't
+verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese
+revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24
+Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te
+komen voor 2600 gemassacreerde koppen.
+
+[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste
+Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende
+gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote
+vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten
+zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck
+ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge
+voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa,
+altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen
+Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting
+te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de
+groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn
+te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31
+Jan. 1653).
+
+Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654)
+doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In
+UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven,
+hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen
+sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent
+3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude
+veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun
+van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde
+voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van
+onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655).
+
+[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke
+deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute
+onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door
+de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den
+tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan
+de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).
+
+"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer
+Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk,
+bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie
+Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd,
+en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt
+ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan
+Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T
+valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten
+die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de
+clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien
+en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie
+geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20
+Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de
+Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de
+dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen
+niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben
+te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de
+politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn"
+(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur
+... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en
+Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.
+
+[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en
+Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees,
+zie Bijlage V_C.
+
+[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in
+Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den
+grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar
+tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven
+heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te
+hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25
+Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat
+de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin
+[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert;
+mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater
+Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient
+heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne,
+weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur
+Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne
+benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3.
+
+[12] Res. 20 Mei 1653.
+
+[13] Zie Bijlage V_B, 1.
+
+[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als
+Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in
+Kol. Archief no. 780.
+
+[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die
+gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement
+van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre
+scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer
+generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden
+van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier,
+nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden"
+(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de
+publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale
+gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd
+bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het
+"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen.
+
+[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van
+sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij
+laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer
+Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3.
+
+[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse
+besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier
+overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de
+Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653).
+
+[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den
+9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest,
+tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden
+sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met
+genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende
+alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson
+al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te
+laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17
+deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van
+de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken,
+te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge
+van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni
+1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2.
+
+[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia
+onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van
+de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman,
+Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz).
+
+[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't
+jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3.
+
+[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de
+fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha
+Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die
+van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders
+vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen
+volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht,
+oock wel beseijlt schip".
+
+[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende
+29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert
+ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een
+cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van
+f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3.
+
+[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk
+door het vergaan van de Sperwer gemaakt.
+
+[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642.
+
+[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in
+Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen
+en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en
+verongelukt 27 schepen.
+
+[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A.
+
+[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes
+de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent.
+
+[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders,
+als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder
+(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken,
+opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666).
+
+[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging
+to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary).
+
+[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor
+Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan
+14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado
+(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus,
+Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den
+onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in
+Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando
+opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing
+duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le
+Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst"
+vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima
+verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de
+onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was
+gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den
+29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte
+gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk
+in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde
+uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende
+240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne
+staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een
+brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte
+daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen,
+te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als
+sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te
+mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde
+wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan).
+
+[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten
+te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen
+nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19
+Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's
+dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van
+Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den
+Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te
+gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd
+Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat
+hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen
+ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een
+ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij
+de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen
+grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen,
+bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).
+
+[32] Bijlage I a.
+
+[33] Bijlage I b.
+
+[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de
+groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten
+omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij
+hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen
+door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der
+tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer
+beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken"
+(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670).
+
+[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens
+getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael
+ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9
+Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd
+Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende,
+Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in
+Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde,
+voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't
+gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet
+aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet
+hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren
+Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie
+deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den
+29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).
+
+[36] Zie Bijlage I a en I b.
+
+[37] Zie Bijlage I b en I d.
+
+[38] Zie Bijlage I f-h.
+
+[39] Zie Bijlage I i-j.
+
+[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de
+fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw".
+
+[41] Zie Bijlage I o.
+
+[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen,
+ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen"
+(Journaal, Uitg.-Saagman).
+
+[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen
+de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den
+13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt,
+Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de
+Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff
+oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen,
+Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan
+geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December,
+alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668).
+
+Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen
+als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende
+Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van
+Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen
+van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op
+Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer
+waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden
+gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs"
+was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.
+
+[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667
+(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam,
+1660-1668. Kol. Arch. no. 1153).
+
+[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en
+20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de
+Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn,
+de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge
+Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1
+Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668,
+bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de
+Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de
+Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20
+deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de
+Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).
+
+[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten
+November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart
+1668. Kol. Arch. no. 301).
+
+[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische
+Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265,
+270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner
+Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert,
+ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen
+('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne
+Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen
+Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden
+tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen
+wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van
+'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven,
+af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker)
+en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp).
+
+[48] Zie Bijlage I k.
+
+[49] Zie Bijlage I q-r.
+
+[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82).
+
+[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its
+communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed
+almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 86).
+
+[52] Zie Bijlage I n (slot).
+
+[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan,
+op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand
+overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen,
+2e dr., I, bl. 53).
+
+[54] Zie Bijlage II a-d.
+
+[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53.
+
+[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer
+afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van
+omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm
+beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren,
+de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten
+zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote
+mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer
+stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door,
+den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent
+Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto
+is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670).
+
+"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht
+dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto
+zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.).
+
+"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia
+vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van
+op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een
+opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch
+soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt
+geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest
+aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T'
+is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen"
+(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670).
+
+[57] Zie Bijlage II a (slot).
+
+[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.
+
+[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort
+van Coromandel".
+
+[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt
+Buijenskercke van Japan".
+
+[61] Zie Bijlage II i.
+
+[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile
+(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was
+never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely
+that the Coreans would take any pains to mark the site of their
+graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en
+terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge
+van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn
+vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den
+Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar
+1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en
+waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens
+haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert,
+dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in
+13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven
+en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn
+gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt
+Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op
+alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en
+na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn
+van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven"
+schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff,
+Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen
+geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap
+werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en
+te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail
+from Great Britain it is of special interest to know that one of the
+unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was
+"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of
+any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did
+in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's
+Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95).
+
+[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered
+have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives
+knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were
+of foreign manufacture. The figures on them, however, told their
+own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore
+marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be
+the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who,
+like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile
+though the honoured guest and adviser of the king and government. The
+presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what
+must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes
+and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by
+travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and
+conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott,
+Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S.,
+New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).
+
+[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888]
+je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout
+souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu"
+(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46).
+
+[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371.
+
+[66] Zie Bijlage I k.
+
+[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder
+op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese
+eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde
+den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte
+jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu
+aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert
+dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't
+verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie
+sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt
+haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van
+het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie,
+politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende
+het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan
+ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal
+wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in
+Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en
+by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde:
+wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel
+onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te
+vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift
+aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in
+de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen
+en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI.
+
+[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26).
+
+[69] Zie Bijlage I o.
+
+[70] Zie de Bibliographie.
+
+[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz.
+
+[72] Bl. 429-436.
+
+[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele,
+Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het
+exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij
+kunnen raadplegen.
+
+[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele,
+a.v. bl. 269.
+
+[75] Dl. I, bl. 148.
+
+[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest,
+verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen
+op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de
+vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders
+Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot).
+
+[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens
+vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene
+Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-så
+of Gouverneur.
+
+[78] Zie Journaal, bl. 11.
+
+[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de
+Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in
+de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese".
+
+[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des
+satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le
+1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese
+is de Chineesche uitspraak van Moksa.
+
+[81] Witsen, 2e dr., bl. 59.
+
+[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668.
+
+[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668.
+
+[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31.
+
+[85] Zie de Bibliographie.
+
+[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and
+Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt
+in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918)
+alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope,
+Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt
+maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial
+account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which
+sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that
+such animals may have existed two hundred and fifty years ago and
+yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen
+komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten.
+
+[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII:
+The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885).
+
+[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de
+Haan.
+
+[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon
+een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te
+teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten
+vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel
+73, bl. 401, waren ongeteekend.
+
+[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78).
+
+[91] Zie facsimile tegenover den titel.
+
+[92] Zie facsimile.
+
+[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit
+que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup
+moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).
+
+[94] Zie bl. 13.
+
+[95] Zie Bijlage III_B.
+
+[96] Zie Bijlage I_A.
+
+[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement
+scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr.,
+bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on
+his return, recounting his adventures in a simple and straightforward
+style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176).
+
+[98] "When this account was printed in Holland, the eight men
+mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and
+examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars
+here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render
+the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that
+carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon
+the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732),
+Preface bl. 574).
+
+[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten
+ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53.
+
+[100] Zie Bijlage Io.
+
+[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53.
+
+[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have
+given a much more perfect description, and many men in that time
+would have made it more ample and satisfactory; but the author gave
+what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested,
+having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in
+that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain
+his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's
+Collection IV, Preface, bl. 574).
+
+[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance
+rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui
+ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté
+de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau
+holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement
+au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the
+country and people, deserves careful study. It throws some interesting
+sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries
+ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the
+"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword
+van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions
+Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94).
+
+[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's
+narrative, questioning especially his geographical statements. Before a
+map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be
+seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It
+is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life,
+people, and customs gave us so little information concerning them"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen
+Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel
+gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren
+er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte
+Entd. Japan, bl. 37).
+
+[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia,
+the Coreans have always bowed down before the greatly superior
+mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of
+their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal
+books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific"
+(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge
+the Japanese and other nations possess, they obtained from China,
+while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus
+(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea
+(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert,
+Korean Survivals (Id. bl. 25-50).
+
+[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in
+contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked
+on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch
+supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth
+century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and,
+as read at the present time, conveys an exact picture of the people
+and country. Place after place which he mentions in their captive
+wanderings have been identified, and every scene and every feature can
+be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native
+conservatism both in language and habits that Hamel's description of
+two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life"
+(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch
+R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was
+plainly a shrewd observer, and much of his description of the country
+and the people and their customs tallies well with our own experience
+of the last thirty years, though one would not care to subscribe to
+every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de
+uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX,
+1918, bl. 94).
+
+[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première
+source des détails importants concernant la Corée & ses habitants"
+(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel
+van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des
+Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit
+Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem
+Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität
+wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben
+des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch
+vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III,
+1834, bl. 637-638).
+
+[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire
+de l' Eglise de Corée, 1874.
+
+[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée,
+quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à
+Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées
+des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736)
+bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the
+hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 353).
+
+[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais
+séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en
+vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement
+leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes"
+(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX).
+
+[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor
+of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with
+letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of
+Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of
+Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268).
+
+[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun
+Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance,
+she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in
+the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of
+Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China
+Past and Present, bl. 340).
+
+[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21
+Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea
+(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93).
+
+[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire
+sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal
+Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean
+monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII,
+1888, bl. 1).
+
+[115] "Ever since the Manchus established themselves in China,
+Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful
+vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no
+interference on the part of China in her internal administration: all
+she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal
+value at fixed periods, for which she received a liberal return; and
+to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place
+and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340).
+
+[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo,
+being the word "Imperator" in its original military significance"
+(Parker, China, 1917, Glossary).
+
+[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255,
+301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William
+Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916,
+bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608,
+het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea
+sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a
+new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times"
+(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV,
+2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de
+eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit
+deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere
+[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na
+voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware
+den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke
+Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince
+geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn
+Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere
+ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken."
+
+[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree
+met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden;
+haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij
+claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope
+tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht
+van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck
+als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn
+landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door
+vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia
+dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV).
+
+[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders
+voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs
+van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d'
+Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te
+laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1,
+caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the
+castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive
+next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The
+intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense
+with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests,
+a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they
+were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot).
+
+[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van
+Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea
+ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige
+jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den
+Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser,
+op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere
+in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23
+April 1635).
+
+[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen,
+Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31
+Aug. 1643).
+
+[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae
+het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen,
+aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck
+van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens
+ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken
+gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen,
+waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe,
+als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die
+'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght.
+
+Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert
+aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke,
+te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van
+veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde.
+
+Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core,
+ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is
+ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen
+cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t'
+welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de
+Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen
+zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden
+van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af,
+oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer"
+(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der
+Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70).
+
+[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is
+inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900,
+bl. 78, noot 4).
+
+[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III,
+bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan,
+1858, bl. 29.
+
+[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet
+werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker
+aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende
+berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found
+three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and
+came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I
+vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke
+haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue"
+(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd
+daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten
+deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3
+Febr. 1626).
+
+[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken
+waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het
+mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt
+Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen
+Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent
+30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch
+25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a
+4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de
+strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant'
+voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck
+sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te
+versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck,
+leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort"
+(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in
+vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII).
+
+[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en
+plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo
+verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea
+door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met
+gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan
+mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk,
+Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38).
+
+[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea,
+per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of
+Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary
+of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258).
+
+[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme
+in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge
+incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater
+request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and
+from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John
+Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as
+yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other
+privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in
+paine of death not to goe without the walles thereof to the landward"
+(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out
+of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando
+9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of
+Japan were attended by about 500 men and were royally entertained,
+by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through
+whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured
+to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King
+of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might
+procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando
+15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 222).
+
+[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622,
+20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te
+Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622
+en 20 Juni 1623.
+
+[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van
+Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken
+die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust
+houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende
+ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na
+dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit
+schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten,
+welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten
+wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off
+diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia
+aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11
+Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in
+het Kol. Arch. niet aangetroffen).
+
+[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot.
+
+[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea
+door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de
+reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden
+wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht
+is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt
+verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door
+UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien
+correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen
+admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout
+ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen
+deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker
+seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens
+een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van
+bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert"
+(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).
+
+[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea
+hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als
+UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult
+gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar
+Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van
+voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was
+achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten
+sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de
+Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden
+treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende
+ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en
+Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de
+Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien,
+wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie
+becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons
+gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel
+als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar
+Firando, 26 Juni 1638).
+
+[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre
+van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula
+de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de
+groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten,
+Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw,
+Korea hier te lande nauwelijks bekend was.
+
+[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien,
+China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat
+proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen
+sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639).
+
+[137] Zie Bijlage I o.
+
+[138] Zie Bijlage II e, f en h.
+
+[139] Zie Bijlage I o.
+
+[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde
+dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te
+drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen,
+is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324).
+
+[141] Zie Bijlage II j en k.
+
+[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote
+behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie
+niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en
+van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen
+admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten
+Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von
+Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai
+unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27).
+
+[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland
+(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep
+20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669
+te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo
+onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te
+verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679).
+
+[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China
+Review XVI, bl. 309).
+
+[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai
+als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa
+de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso
+ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula
+zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de
+Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene
+Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod,
+Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft
+wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der
+Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der
+obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel
+unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten
+des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones
+welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung
+von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie
+auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen
+"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée"
+und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten
+Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).
+
+Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas
+van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland
+"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes
+hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie
+der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9),
+VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten
+VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van
+Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734):
+Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750):
+I de Quelpaert.
+
+[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II,
+bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch
+strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert
+noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland,
+Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860:
+"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen
+zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets
+over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918)
+bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van
+dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders
+Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese
+kaarten Fungma genoemt".
+
+[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh
+geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat
+gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip
+de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe;
+den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27
+Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse
+sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van
+Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30
+mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen,
+met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen,
+stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen
+sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef,
+sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der
+Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr
+1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek,
+9e hoofdstuk bl. 89.
+
+[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of
+his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2:
+"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert"
+an old name for a galiot".
+
+[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde
+opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856).
+
+[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie
+Bijlage III_C.
+
+[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen,
+dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November
+Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert".
+
+[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet
+acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt
+die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben
+toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan,
+2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh
+uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer
+gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia
+aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643).
+
+[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende
+Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer
+gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler
+ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden
+ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van
+Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het
+"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16
+Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het
+pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer
+verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is".
+
+[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I
+(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië
+VI, 4 (1898), bl. 290).
+
+[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan
+becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen
+alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het
+seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha
+verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa
+gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij,
+niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert,
+ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen
+heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent
+Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken,
+gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch
+ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als
+geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen
+den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten
+respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen
+onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts,
+soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met
+een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De
+gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde,
+was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort
+eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken
+(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten
+binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut
+lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen
+nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur]
+verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs
+niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij
+tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor
+d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli
+1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson,
+XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia
+de Philipinas, V, 114-122.
+
+[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is
+situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a
+tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins
+of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay"
+(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323).
+
+[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe
+residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel
+uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant,
+mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen
+ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan,
+4 Juli 1644).
+
+[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel
+ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten
+Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen,
+opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht
+becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the
+reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa
+Island, going to attack it year after year, was that they had promised
+the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards
+from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV,
+bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643).
+
+[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur
+Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten
+proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den
+Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben
+ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt".
+
+[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij
+overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten
+om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien
+'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich
+is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke
+sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als
+de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden,
+'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een
+blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642).
+
+[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden
+tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten
+van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te
+doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder
+voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa,
+23 Juni 1643).
+
+[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt,
+maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat
+reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius
+bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende
+wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel
+voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre
+te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst,
+verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan,
+23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen
+daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare
+brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden"
+(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold
+is the most important.... It may be said.... that of the limited area
+investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460).
+
+[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa
+de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken,
+hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado
+g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten
+te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius
+zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen;
+deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met
+het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden,
+ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent
+Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe,
+De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642,
+Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands,
+XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642
+te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642)
+en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd
+daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal
+der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's
+nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en
+Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661)
+(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort
+vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat
+ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25
+Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de
+havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang
+voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668
+voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211).
+
+[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh
+de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert
+'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September
+passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack
+... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een
+aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642).
+
+[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar
+Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het
+Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in
+diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval
+op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt.
+
+[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).
+
+[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de
+noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks
+naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli
+1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654),
+wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder
+de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in
+loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden
+quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken
+als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen
+hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree,
+Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende
+de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen."
+
+[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien
+een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond
+aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie
+Journaal bl. 9.
+
+[170] Zie bl. XLII, noot 1.
+
+[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long
+enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners
+of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface,
+bl. VIII).
+
+[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire
+national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).
+
+[173] Zie Journaal bl. 73.
+
+[174] Zie Bijlage I a.
+
+[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651.
+
+[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651.
+
+[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer,
+Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423.
+
+[178] Zie Bijlage I a.
+
+[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum.
+
+[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft
+bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten:
+
+1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier
+(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon
+de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave
+Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147].
+
+2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633
+Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort,
+Utrecht 1760).
+
+3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur
+Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie
+te Batavia.
+
+4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren
+zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn
+overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688).
+
+In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel,
+door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens
+aangetroffen.
+
+[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing
+everything in its power to suppress Korean nationality. The Government
+not only forbade the study of Korean language and history in schools,
+but went so far as to make a systematic collection of all works of
+Korean history and literature in public archives and private homes
+and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919).
+
+[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII
+centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William
+Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I,
+bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by
+C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII,
+part 2, 1916.
+
+[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden
+zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan,
+Priangan II, bl. 44, noot 8).
+
+[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste
+schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen
+met het limiren van den dagh onder zeijl".
+
+[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen
+(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou
+de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan:
+"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht
+van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.:
+"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen
+vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449).
+
+[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het
+achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk
+uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder.
+
+[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10
+November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort".
+
+[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China.
+
+[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water
+uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische
+hulpmiddelen doenlijk is.
+
+[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip.
+
+[191] de afsluiting van het achterschip.
+
+[192] d.i. één uur 's nachts.
+
+[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van
+het roer, te hebben doen oploeven.
+
+[194] d.w.z.: de ankers hielden niet.
+
+[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond.
+
+[196] groote vaten.
+
+[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in
+Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn"
+(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders
+hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V,
+2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den
+Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5
+Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te
+Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord
+van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth
+Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird
+(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold,
+Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot).
+
+[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe
+van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te
+dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens
+de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor
+de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip
+gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten
+doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so
+Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan
+te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot
+'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve
+dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is.
+
+Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten,
+Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke
+meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt
+eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten
+sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en
+yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te
+goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip
+gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen
+yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed
+hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening
+by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen
+tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps-
+en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen"
+(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27).
+
+[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk
+dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet
+besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast
+en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve
+van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De
+Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de
+goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat
+weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy
+heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot
+sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de
+Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).
+
+[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26).
+
+[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den
+Chineeschen Jihpen.
+
+[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist
+waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de
+gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het
+Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel
+Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen
+zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is,
+in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant,
+ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van
+hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets
+te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de
+stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De
+opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de
+opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland"
+kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest
+van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651
+van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis
+door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben
+hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen
+uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642
+was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4).
+
+De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de:
+
+I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden
+'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten".
+
+II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte
+genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de
+hooghte van 33 graden 32 minuten".
+
+III. Uitg.-van Velsen = II.
+
+IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de
+stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer
+'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en
+dartig minderlingen".
+
+Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven:
+"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen,
+und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe
+von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg
+(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea
+qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré
+trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages,
+VIII, bl. 416).
+
+Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30'
+zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking
+genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten.
+
+De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer"
+gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169).
+
+[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en
+roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat
+doel werden ingekocht.
+
+[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons;
+dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen
+de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15").
+
+[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs".
+
+[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2.
+
+[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges
+sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs"
+(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII,
+noot 5.
+
+[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has
+been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They
+give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and
+cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903,
+bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly
+furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea,
+1905, bl. 267).
+
+[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip
+"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr
+maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest
+(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen
+gesteld. No. 54; zie bl. 73).
+
+"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor
+uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als
+tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde
+chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden
+kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo
+1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14,
+fol. 255).
+
+[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts
+verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van
+Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao
+1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese
+jonck daar was geraakt".
+
+[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive
+Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637:
+"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten]
+aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien
+haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door
+den Heer van Fingo soude mogen geschieden".
+
+[212] d.w.z. in Indië.
+
+[213] de hoofdstad Seoul.
+
+[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van
+"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The
+Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost
+werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2,
+bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen
+te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten
+blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe
+te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de
+bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen
+van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701).
+
+[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen,
+Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen".
+
+[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer
+behoord.
+
+[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen.
+
+[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de
+drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz,
+beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54,
+bl. 73).
+
+[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt.
+
+[220] d.i. wij geraakten.
+
+[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig
+vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra
+(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk
+aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet)
+met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast
+(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast
+zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw
+overboord viel.
+
+[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen
+als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or
+cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
+a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
+bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
+frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
+rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
+prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence
+of the delinquent are written upon it for the information of the
+passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape"
+(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509).
+
+[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa,
+gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**).
+
+"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du
+vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque,
+sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le
+21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14'
+de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la
+Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384).
+
+De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3
+en 12: "Chesu".
+
+In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij
+haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op
+de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den
+Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en
+III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts
+Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of
+ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree."
+
+Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher,
+Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v.
+
+[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk,
+aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 47).
+
+[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of
+convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves
+of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201).
+
+[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois
+cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is
+about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200).
+
+[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de
+Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut
+a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**).
+
+[228] ?
+
+[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124°
+10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**).
+
+[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'"
+(a.v. bl. 17**).
+
+[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified
+stronghold in the mountains, to which, in time of war, the
+neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet
+de montagne" (Dict. a.v. bl. 373).
+
+[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'"
+(a.v. bl. 18**).
+
+[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'"
+(a.v. bl. 7**).
+
+[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra,
+à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**).
+
+[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to
+in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la
+dynastie précédente".
+
+[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste"
+(Dict. a.v. bl. 19**).
+
+[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'"
+(a.v. bl. 20**).
+
+[238] ?
+
+[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
+Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**).
+
+[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de
+Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**).
+
+[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de
+Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou
+gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**).
+
+[242] lees: Kyeng-keui.
+
+[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of
+the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
+current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
+annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul,
+Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**).
+
+[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du
+royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van
+"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui
+et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le
+fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur
+de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**).
+
+[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden,
+namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting
+van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de
+afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt;
+recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352
+K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De
+afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of
+666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67).
+
+[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden,
+werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene
+dergelijke vertooning zouden vergasten.
+
+Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het
+Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie
+te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen]
+... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten,
+mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een
+liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren,
+te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn
+vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse
+gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen
+en een stuck van een comedie te ageeren....
+
+... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme
+regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter
+jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons
+onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons
+logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).
+
+De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor
+de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de
+Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van
+de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde
+van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder
+afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten
+opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden"
+was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven
+naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
+houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede
+soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door
+de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over
+de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden
+[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en
+geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere
+verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692).
+
+[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door
+den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17
+Aug. 1708).
+
+[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire,
+qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement;
+c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin"
+(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English
+Dictionary, 1911, bl. 429.
+
+[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.
+
+[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst".
+
+[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert.
+
+[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet
+gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3);
+de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.
+
+[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away,
+but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling
+the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were
+easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172).
+
+[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal
+city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of
+the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress,
+to which the royal family are sent for safety in time of war ... During
+the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it
+his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang
+is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.
+
+[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart
+1622).
+
+[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt
+opgegeten."
+
+[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.
+
+[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik
+(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t
+schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier
+aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624).
+
+[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het
+Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen
+Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige
+te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als
+een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan
+het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben
+uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het
+lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen.
+
+[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best
+conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken
+met eene Koreaansche woordenlijst?
+
+Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt
+verder niet gesproken.
+
+[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te
+gebruiken.
+
+[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra
+(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8.
+
+[263] ?
+
+[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant
+d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans
+chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321)
+
+[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de
+nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen
+moesten gaan.
+
+[266] linnen.
+
+[267] de hoofdstad, Seoul.
+
+[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer
+hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren;
+want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het
+Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn,
+volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen
+is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert
+te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki,
+opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49).
+
+"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a
+perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the
+war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 150).
+
+"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu
+au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200
+soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**).
+
+[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last
+king. This Prince commenced his political career at Moukden, where
+he had been sent as hostage by his father. In the second year of his
+reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659.
+
+The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden,
+whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist
+nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV,
+bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24)
+Chang-hai, 1905, bl. 457, 462.
+
+[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de
+armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder:
+Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens,
+Bosboom-Toussaint en Beets.
+
+[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
+anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
+rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker,
+Corea, China Review XIV bl. 129).
+
+[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel
+(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal).
+
+[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and
+Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs.
+
+[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île
+et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant
+qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée"
+(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la
+dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**).
+
+"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and
+which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four
+centuries. He moved his capital to its present site, to the city of
+Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning
+"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed
+since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name
+of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269).
+
+"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the
+throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392)
+a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu,
+rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and
+established himself as the king of Corea. He chose for the title of
+his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the
+Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and
+for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He
+also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The
+Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895,
+bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het
+noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.
+
+[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo
+vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de
+Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
+stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek
+met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.
+
+[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea
+stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10'
+E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird
+flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300
+miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396).
+
+[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
+rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
+from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed
+to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2).
+
+[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en
+japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands
+situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea
+... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the
+12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently
+had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
+completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot,
+Dict., bl. 706).
+
+[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to
+gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the
+water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
+Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de
+Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui
+a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**).
+
+"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare
+1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht,
+dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is,
+vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te
+Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan
+werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van
+Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden,
+die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve
+die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44).
+
+[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer
+mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus
+gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57).
+
+[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea
+in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van
+Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien
+Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te
+hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van
+een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt
+uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van
+kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op
+de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen
+wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen,
+en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen
+vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen
+moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche
+Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee
+was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde,
+dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit
+het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea,
+meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind,
+als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer
+oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44).
+
+"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in
+onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als
+de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee
+is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden
+of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56).
+
+[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the
+dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese
+name is derived from a fancied resemblance to the human form. The
+genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are
+derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the
+leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The
+roots are covered with rings, from which the age is ascertained,
+and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean
+ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native
+ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206).
+
+"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in
+gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in
+silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a
+food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing"
+qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273).
+
+Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende
+werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck
+Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven
+1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV,
+bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante
+de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The
+culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch
+R. A. S. III, 1903, bl. 18-30).
+
+[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by
+powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed
+by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 228-229).
+
+[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont
+gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts
+met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het
+leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt;
+dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert,
+is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels
+schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56).
+
+[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen,
+'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen
+voor onse naackte billen hebben gekregen."
+
+[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken
+om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman).
+
+[287] "There seems to be three distinct classes or grades of
+bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study,
+and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa
+being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who
+solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
+temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun)
+act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use,
+weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333).
+
+[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman).
+
+[289] Zie bl. 59.
+
+[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the
+metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
+turn, and the King ascends the throne if they have any representations
+to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127).
+
+[291] "Close communication between the palace and populace is kept
+up by means of the pages employed at the court, or through officers,
+who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa,
+or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain
+the popular feeling, or to report the conducts of certain officers
+... receives sealed orders from the king, which he must not open
+till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
+a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
+cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 221-222).
+
+[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet,
+als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten.
+
+[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen
+gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al,
+voorafgegaan door een;
+
+[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
+since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main,
+that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated
+the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235).
+
+[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande
+een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over
+een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne
+mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen,
+met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven
+heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk
+op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als
+het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55).
+
+"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen,
+en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels,
+drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente
+en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester
+Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit
+onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57).
+
+[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone
+upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning
+tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved
+off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh,
+leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of
+holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
+torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
+discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335).
+
+[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik,
+maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen,
+ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
+beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven
+mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal
+II, kolom 1951).
+
+[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention
+with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea,
+bl. 355).
+
+[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous
+visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds
+of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267).
+
+[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2.
+
+[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in
+north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though
+we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The
+floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from
+the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 263).
+
+[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman
+staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het
+weggelaten.
+
+[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II,
+bl. 769.
+
+[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
+would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal
+with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time
+... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant
+place does not need to make elaborate preparations ... At night,
+instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters
+some house, whose exterior room is open to any comer. There he is
+sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 288-289).
+
+[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe".
+
+[306] "Not the least interesting of the local or national festivals,
+are those held in memory of the soldiers slain in the service
+of their country on famous battle-fields. Besides holding annual
+memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of
+the people, there are temples erected to soothe the spirits of the
+slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites
+made painful to the national memory by the great Japanese invasion
+of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 299).
+
+[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten".
+
+[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles.
+
+[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der
+Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd
+Paardrijden, strofe 13, regel 6).
+
+[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered
+at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 298).
+
+"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om
+aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor
+'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken]
+den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel
+honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door
+yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen.
+
+De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt,
+dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk
+in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele
+honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn
+Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin
+levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur,
+eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is
+verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't
+ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56).
+
+[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders".
+
+[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the
+Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears
+to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula"
+(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en
+Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om
+katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e
+dr. I, 1917, bl. 434).
+
+[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier
+te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt,
+op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 58).
+
+[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people
+to use coin and at the same time prohibiting them from the use of
+cloth as money.... Up to this time, there had always been a party
+opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress
+its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast
+disappearing and though they once more succeeded, five years later,
+in causing the rescission of the order to use coin, the people by that
+time had become so accustomed to its use that they began to coin for
+themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever
+of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea,
+Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61).
+
+[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643
+... and in the following year, when sending home the king's son,
+who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a
+half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently
+remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans
+like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288).
+
+"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses
+of absolute self-government; but, at the same time, it has had only
+brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage
+to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years'
+dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe
+taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly
+tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants,
+who bring back profits much greater than the amount of the tribute"
+(Ross, a. v., bl. 365).
+
+[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren?
+
+[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien;
+ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte,
+'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan
+de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en
+van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat
+zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had;
+doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver,
+of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e
+dr. dl. I, bl. 58).
+
+[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded
+annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town
+aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29).
+
+[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't
+Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche
+Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden
+(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de
+Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders
+schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is
+een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren
+aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere
+lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 59).
+
+[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende,
+geschreven. Het tweede is...."
+
+[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or
+almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and
+complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross,
+Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity
+and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale,
+The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part
+I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans
+la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet,
+le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles
+où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne,
+I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII).
+
+[322] lees: drukplaeten.
+
+[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren
+Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
+Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien,
+Band III (1834) bl. 594).
+
+[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen
+woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen
+onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den
+Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat
+zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen,
+daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely
+leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does,
+it is a great occasion which is previously announced to the public. The
+roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while
+the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of
+each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
+dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
+the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
+should look down upon his majesty. Those who think they have received
+unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
+stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched
+on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer
+or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo
+groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde
+steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen,
+als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen
+zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen
+onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk,
+maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van
+Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy
+een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende
+dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first
+sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by
+five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages
+and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first
+entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the
+heir and other members of the royal family, heads of public offices
+&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated
+when the envoys take their departure). When the envoys first arrive
+at their hotel, the heir advances with the various high officers,
+and makes two obeisances. When they take their departure, the same
+ceremony is repeated outside the ... Gate...
+
+The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from
+the palace by the Corean court officials with great ceremony to his
+hotel, and music is used even on fast days; a number of articles
+of local produce are taken with him, and special other articles are
+sent on the emperor's birthday and with formal state communications;
+these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs,
+shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea,
+China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is
+equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on
+the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting
+out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands
+reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his
+relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are
+all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de
+Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet
+gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).
+
+[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra)
+is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh
+genoemd.
+
+[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**).
+
+[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**).
+
+[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan
+aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.
+
+[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als
+voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn
+tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet,
+als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn
+de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet
+'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn
+van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56;
+Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They
+do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and
+stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together
+with wooden nails. They use round stems of trees in their natural
+state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with
+cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail
+very well within three points of the wind, and the fishermen are very
+skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon
+[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts,
+en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die
+de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan,
+werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen,
+alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest"
+(Witsen, 2e dr. I, bl. 44).
+
+[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster,
+die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre
+af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich
+liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter
+afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot
+Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen
+als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder
+staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje
+sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven
+Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot
+en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op
+46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden,
+kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in
+zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers
+oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer
+diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men
+met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal
+kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV
+(1665), bl. 183).
+
+Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius),
+die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor
+in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn
+"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen
+der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749)
+en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
+Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator
+aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie
+ook Bijlage VI.
+
+[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne
+krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander,
+verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch
+de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden;
+na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag
+'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden,
+dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn
+Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre,
+daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is
+ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
+geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
+ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh
+in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
+mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).
+
+[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard
+Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de
+belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens
+tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven
+de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).
+
+[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about
+this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr,
+and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey,
+and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto
+which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of
+the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary
+of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618).
+
+[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van
+Velsen: "bij de Zeekant".
+
+[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of
+ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden
+zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende,
+aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks
+tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I,
+bl. 57-58).
+
+[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by
+hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel
+van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts
+van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een
+tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst,
+na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen
+zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen
+zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van
+een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen,
+2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken).
+
+[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig
+hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren,
+met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e
+dr. I, bl. 58).
+
+[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender
+handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson
+weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18
+Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly
+winds blow from the middle of May, and often even from April, until
+the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west
+monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April
+... prevails until the middle or end of September.... But the
+regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese
+coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in
+winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is
+inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the
+exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of
+Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878,
+bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke
+retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te
+largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen
+suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar
+Taijoan, 2 Mei 1644).
+
+[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en
+achtervloed, voorvloed en achtereb.
+
+[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter:
+"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft.
+
+[343] lees: praijde.
+
+[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den
+wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan
+boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een
+houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt
+om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven.
+
+[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men
+veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4.
+
+[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht".
+
+[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging
+door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken
+eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen:
+"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt,
+die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.".
+
+[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden
+Dagregister.
+
+[349] Zie Bijlage Ie.
+
+[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan
+valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal
+dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen).
+
+[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki
+aangekomen. Zie Bijl. Ij.
+
+[352] Zie Inleiding, bl. XXVI.
+
+[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal
+niet voor.
+
+[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den
+druk aangebracht.
+
+[355] Niet ingevuld.
+
+[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667,
+Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden.
+
+[357] van 18 Oct. 1666.
+
+[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger
+als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki.
+
+[359] Kol. Arch. no. 457.
+
+[360] Kol. Arch. no. 255.
+
+[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester
+(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod,
+Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan,
+1729, bl. 232.
+
+[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan.
+
+[363] Oostvoort in Bijl. Ia.
+
+[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd
+Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben
+te doen.
+
+[365] Zie bl. 86 hiervóór.
+
+[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456.
+
+[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.
+
+[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56.
+
+[369] twee?
+
+[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia"
+genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15
+Sept. 1627).
+
+[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad
+Ords. (Dagr. Bat.).
+
+[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18):
+14 April 1627.
+
+[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland;
+ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).
+
+[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the
+10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with
+the view of attacking a fleet which had been prepared there for a
+journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt,
+thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The
+guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After
+the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog
+C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77.
+
+[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter
+eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff
+tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten".
+
+[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert
+de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd.
+
+[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het
+vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21
+November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
+opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13).
+
+Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps
+toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx'
+tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was
+langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar
+Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van
+13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando,
+zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie
+Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan
+boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20
+Dec. 1621).
+
+[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan
+aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637
+geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637.
+
+[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de
+Japanners.
+
+[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato
+van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de
+geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer
+gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door
+d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest:
+Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone
+wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het
+hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer
+consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne
+den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando
+24 Meert Ao 1637).
+
+[381] zijde, staat in Dagr. Japan.
+
+[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals,
+volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden,
+Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616).
+
+[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613,
+Introduction, bl. LI.
+
+[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers:
+"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft
+in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met
+schoone vrouwen ende kinderen".
+
+[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
+all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare"
+(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]).
+
+"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a
+safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to
+the scanty historical material which we have at hand, established a
+rough form of government over their settlements. So admirable was the
+organization that the different bands lived together without discord
+and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to
+look after the interests of the combined bands whenever anything arose
+of common concern. The strongest of them was a powerful band under the
+leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns,
+and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually
+attained a position so formidable that smaller bands combined with them
+for their own protection, and thus nearly the whole of the China and
+Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai
+died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and
+the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903)
+bl. 8).
+
+[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten
+seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625).
+
+[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625.
+
+[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English
+Residents in Japan 1611-1623, bl. 271.
+
+[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat
+"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
+de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
+Chineezen te Batavia (1636-1645).
+
+[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet
+gebleken. Journaal Hamel.
+
+[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en
+9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.
+
+[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal,
+de Bibliographie.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht
+de Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***
diff --git a/11467-h/11467-h.htm b/11467-h/11467-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..fb1fa13
--- /dev/null
+++ b/11467-h/11467-h.htm
@@ -0,0 +1,15287 @@
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content="HTML Tidy, see www.w3.org">
+<meta http-equiv="Content-Type" content=
+"text/html; charset=UTF-8">
+<title>Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer</title>
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content=
+"Hendrik Hamel (1630&ndash;1692); B. Hoetink">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Hendrik Hamel (1630&ndash;1692); B. Hoetink">
+<meta name="DC.Title" content=
+"Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer">
+<meta name="DC.Date" content="2004-03-01">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<style type="text/css">
+ /* Standard CSS stylesheet */
+body
+{
+ font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+ margin: 1.58em 16%;
+ text-align: left;
+}
+.titlePage
+{
+ border: #DDDDDD 2px solid;
+ margin: 3em 0% 7em 0%;
+ padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+h1.docTitle
+{
+ font-size:1.6em;
+ line-height:2em;
+}
+h2.byline
+{
+ font-size:1.1em;
+ font-weight:normal;
+ line-height:1.44em;
+}
+span.docAuthor
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:bold;
+}
+h2.docImprint
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:normal;
+}
+.transcribernote
+{
+ background-color:#DDE;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ font-family:sans-serif;
+ font-size:80%;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+ background-color:#FFFEE0;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.div0
+{
+ padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+ padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+ padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+ padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+ padding: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+ clear: both;
+ font-style: normal;
+ text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h4.lghead
+{
+ margin-left:10%;
+ margin-right:10%;
+}
+.alignleft
+{
+ text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+ text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+ text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+ margin-top: 1.6em;
+ margin-bottom: 1.6em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ text-align: center;
+}
+p.poetry
+{
+ margin:0 10% 1.58em;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+ color: white;
+}
+p.line
+{
+ margin:0 10%;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+ margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+ margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+ margin:0.7em 5%;
+}
+div.epigraph
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ width: 60%;
+ margin-left: auto;
+}
+div.epigraph span.bibl
+{
+ display: block;
+ text-align: right;
+}
+.epigraph .poem
+{
+ margin-left: 0;
+}
+.epigraph .line
+{
+ margin-left: 0;
+ text-indent: 0;
+}
+.trailer
+{
+ clear: both;
+ padding-top: 2.4em;
+ padding-bottom: 1.6em;
+}
+.floatLeft
+{
+ float:left;
+ margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+ float:right;
+ margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+ font-size:100%;
+ text-align:center;
+}
+.figure p
+{
+ font-size:80%;
+ margin-top:0;
+ text-align:center;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+ color:#666666;
+ font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+ font-weight: bold;
+}
+.leftnote
+{
+ font-size:0.8em;
+ height:0;
+ left:1%;
+ line-height:1.2em;
+ position:absolute;
+ text-indent:0;
+ width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+ display:inline;
+ font-size:70%;
+ font-style:normal;
+ margin:0;
+ padding:0;
+ position:absolute;
+ right:1%;
+ text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+ font-size: 80%;
+ text-decoration: none;
+ vertical-align: 0.25em;
+}
+.red
+{
+ color: red;
+}
+.displayfootnote
+{
+ display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+ margin-top: 1em;
+ padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+ margin-left: 0;
+ margin-right: 0;
+ text-align: left;
+ width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+ font-size: 80%;
+ margin-bottom: 0.5em;
+ margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+ float: left;
+ text-align:left;
+ width:2em;
+}
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.centertable
+{
+ /* center the table */
+ margin: 0px auto;
+}
+.poem
+{
+ margin-left:5%;
+ position:relative;
+ text-align:left;
+ width:90%;
+}
+.poem h4
+{
+ font-weight:normal;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .linenum
+{
+ color:#777;
+ font-size:90%;
+ left:-2.5em;
+ margin:0;
+ position:absolute;
+ text-align:center;
+ text-indent:0;
+ top:auto;
+ width:1.75em;
+}
+.versenum
+{
+ font-weight:bold;
+}
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+ position: absolute;
+ right: 16%;
+ top: auto;
+}
+.footnotes .line
+{
+ font-size:80%;
+ margin:0 5%;
+}
+.poem .i0
+{
+ display:block;
+ margin-left:2em;
+}
+.poem .i1
+{
+ display:block;
+ margin-left:3em;
+}
+.poem .i2
+{
+ display:block;
+ margin-left:4em;
+}
+.poem .i3
+{
+ display:block;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .i4
+{
+ display:block;
+ margin-left:6em;
+}
+.poem .i5
+{
+ display:block;
+ margin-left:7em;
+}
+.poem .i6
+{
+ display:block;
+ margin-left:8em;
+}
+.poem .i7
+{
+ display:block;
+ margin-left:9em;
+}
+.poem .i8
+{
+ display:block;
+ margin-left:10em;
+}
+.poem .i9
+{
+ display:block;
+ margin-left:11em;
+}
+span.corr
+{
+ border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+ border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+ border-bottom:1px dotted green;
+}
+.letterspaced
+{
+ letter-spacing:0.2em;
+}
+.smallcaps
+{
+ font-variant:small-caps;
+}
+.caps
+{
+ text-transform:uppercase;
+}
+.fraktur
+{
+ font-family: 'Walbaum-Fraktur';
+}
+.rm
+{
+ font-style: normal;
+}
+hr
+{
+ clear:both;
+ height:1px;
+ margin-left:auto;
+ margin-right:auto;
+ margin-top:1em;
+ text-align:center;
+ width:45%;
+}
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+ text-align:center;
+}
+h1,h2
+{
+ font-size:1.44em;
+ line-height:1.5em;
+}
+h1.label,h2.label
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h5,h6
+{
+ font-size:1em;
+ font-style:italic;
+ line-height:1em;
+}
+p,p.initial
+{
+ text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+ text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ float: left;
+ clear: left;
+ margin: 0em 0.05em 0 0;
+ padding: 0px;
+ line-height: 0.8em;
+ font-size: 420%;
+ vertical-align:super;
+}
+.poem
+{
+ padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+ text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: disc; }
+ol { list-style-type: decimal; }
+ol.AL { list-style-type: lower-alpha; }
+ol.AU { list-style-type: upper-alpha; }
+ol.RU { list-style-type: upper-roman; }
+ol.RL { list-style-type: lower-roman; }
+.lsdisc { list-style-type: disc; }
+.lsoff { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+.pglink
+{
+ background: url(images/book.png) center right no-repeat;
+ padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+ background: url(images/card.png) center right no-repeat;
+ padding-right: 17px;
+}
+.exlink
+{
+ background: url(images/external.png) center right no-repeat;
+ padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+ background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+ background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover
+{
+ background-color: #FFDCDC;
+}
+ /* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+ " */
+body
+{
+ background: #FFFFFF;
+ font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+ color: #001FA4;
+ font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+ font-style: italic;
+ margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+ color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+ color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ color: #001FA4;
+ font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+ line-height: 0;
+}
+ /* Standard Aural CSS stylesheet */
+.pagenum, .linenum
+{
+ speak: none;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***</div>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt=
+"Kaft van het oorspronkelijke boek in blauw linnen met daarop een zeventiende-eeuws zeilschip in goud-opdruk."
+ width="494" height="720"></div>
+</div>
+
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE
+LINSCHOTEN-VEREENIGING</h1>
+
+<h1 class="docTitle">XVIII</h1>
+
+<h1 class="docTitle">VERHAAL VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT DE
+SPERWER</h1>
+
+<h2 class="docTitle">(1656&ndash;1663)</h2>
+
+<h2 class="byline">DOOR<br>
+ HENDRIK HAMEL</h2>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/logo.gif" alt=
+"Logo met zeilschip." width="234" height="235"></div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div id="ms1" class="figure"><img border="0" src="images/ms1.gif" alt=
+"Eerste pagina van het oorspronkelijke manuscript." width="720" height=
+"491"></div>
+</div>
+
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">VERHAAL<br>
+ VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT<br>
+ DE SPERWER</h1>
+
+<h2 class="docTitle">EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET
+EILAND QUELPAERT EN HET VASTELAND VAN KOREA (1653&ndash;1666) MET EENE
+BESCHRIJVING VAN DAT RIJK</h2>
+
+<h2 class="byline">DOOR<br>
+ <span class="docAuthor">HENDRIK HAMEL</span><br>
+ UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK<br>
+ MET 1 KAART EN 11 AFBEELDINGEN</h2>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/publogo.gif" alt=
+"Uitgeverslogo Martinus Nijhoff: Alles Komt Teregt." width="124"
+height="122"></div>
+
+<h2 class="docImprint">&rsquo;S-GRAVENHAGE<br>
+ MARTINUS NIJHOFF<br>
+ 1920 <span class="pagenum">[<a id="pbxxviitoc" href=
+"#pbxxviitoc">XXVII</a>]</span></h2>
+</div>
+
+<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">INHOUD.</h2>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#voor">VOORBERICHT</a> ... <span class="tocPagenum">
+XXIX</span></li>
+
+<li><a href="#afk">Gebruikte afkortingen</a> ... <span class=
+"tocPagenum">XXXI</span></li>
+
+<li><a href="#inl">INLEIDING</a> ... <span class="tocPagenum">
+1</span></li>
+
+<li><a href="#jour">JOURNAAL</a> ... <span class="tocPagenum">
+1</span></li>
+
+<li><a href="#bij">BIJLAGEN:</a>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#b.i">I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen</a>
+... <span class="tocPagenum">77</span></li>
+
+<li><a href="#b.ii">II. Berichten over de in vrijheid gestelde
+schipbreukelingen</a> ... <span class="tocPagenum">88</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii">III. Gegevens betreffende schepen:</a>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#b.iii.a">A. Het jacht de Sperwer</a> ... <span class=
+"tocPagenum">95</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii.b">B. Het jacht Ouwerkerk</a> ... <span class=
+"tocPagenum">101</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii.c">C. Het quelpaert de Brack</a> ... <span class=
+"tocPagenum">104</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii.d">D. Het schip de Hond</a> ... <span class=
+"tocPagenum">112</span></li>
+</ol>
+</li>
+
+<li><a href="#b.iv">IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt
+van Corea</a> ... <span class="tocPagenum">114</span></li>
+
+<li><a href="#b.v">V. Personalia:</a>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#b.v.a">A. Nicolaas Verburg</a> ... <span class=
+"tocPagenum">118</span></li>
+
+<li><a href="#b.v.b">B. Cornelis Caesar</a> ... <span class=
+"tocPagenum">121</span></li>
+
+<li><a href="#b.v.c">C. Iquan</a> ... <span class="tocPagenum">
+123</span></li>
+
+<li><a href="#b.v.d">D. Martinus Martini</a> ... <span class=
+"tocPagenum">129</span></li>
+</ol>
+</li>
+
+<li><a href="#b.vi">VI. Berichten over de komeet A<sup>o</sup>
+1664&ndash;65</a> ... <span class="tocPagenum">131</span></li>
+</ol>
+</li>
+
+<li><a href="#bibl">BIBLIOGRAPHIE</a> ... <span class="tocPagenum">
+139</span></li>
+
+<li><a href="#lit">GERAADPLEEGDE LITERATUUR</a> ... <span class=
+"tocPagenum">149</span></li>
+
+<li><a href="#index">BLADWIJZER</a> ... <span class="tocPagenum">
+157</span></li>
+</ol>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">PLATEN:</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#ms1">Facsimile van de eerste bladzijde van het HS</a> ...
+<span class="tocPagenum">tegenover den titel</span></li>
+
+<li><a href="#ms2">Facsimile van een gedeelte van het HS</a> ... <span
+class="tocPagenum">XXVII</span></li>
+
+<li><a href="#map">Kaart van de tochten van Hamel</a> ... <span class=
+"tocPagenum">achterin</span></li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxixpre" href=
+"#pbxxixpre">XXIX</a>]</span></div>
+</div>
+
+<div id="voor" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">VOORBERICHT.</h2>
+
+<p>Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende
+van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan is
+geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het door
+Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer,
+opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk te
+hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van
+1653&ndash;1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft
+bij landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef
+ruim twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen
+aanschouwing en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit
+geheimzinnige rijk en zijne bewoners.</p>
+
+<p>Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden,
+kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar verteller
+was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat hij en zijne
+lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de
+Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van
+Hamel&rsquo;s &ldquo;Journaal&rdquo; de aandacht op het werk van dezen
+landgenoot te vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij
+daarom op aan een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden
+eer hij tot de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het
+toeval, dat ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de
+aanrakingen van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij
+weldra mogelijk was eene bewerking van Hamel&rsquo;s Journaal, waarbij
+gebruik is gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en
+bevestigen, ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen.
+Waarom de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal
+uit de &ldquo;Inleiding&rdquo; duidelijk worden; de overneming van de
+blijkbaar oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen
+uitgaaf van het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.</p>
+
+<p>Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen,
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxxpre" href=
+"#pbxxxpre">XXX</a>]</span>dat de lijst te breed is uitgevallen voor de
+schilderij door Hamel nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan
+bijzonderheden welke niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en
+zijne kameraden, noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die
+bijzonderheden op zich zelf wetenswaard mogen worden
+genoemd&mdash;gelijk mij toescheen&mdash;zal er vrede mede kunnen
+hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats is gegeven op grond
+van de uitspraak: &ldquo;Men mag in werken als die van de
+Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden.&rdquo;</p>
+
+<p>Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben
+drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op
+mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l&rsquo;Honor&eacute; Naber gaf
+blijk van zijne belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr.
+C.P. Burger Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de
+&ldquo;Bibliographie&rdquo; voor zijne rekening te nemen en de
+Secretaris, de Heer W. Nijhoff, heeft de verschijning van dit werkje
+met zorgzame hand geleid. Gaarne zeg ik mede dank aan den Heer W.C.
+Muller, Adjunct-Secretaris van het Koninklijk Instituut voor de Taal-,
+Land- en Volkenkunde van Ned.-Indi&euml;, wiens kunde en
+hulpvaardigheid mij van groot nut zijn geweest.</p>
+
+<p>Moge deze uitgaaf van Hamel&rsquo;s &ldquo;Journaal&rdquo; er toe
+leiden dat het aandeel van Nederlanders in de &ldquo;ontdekking&rdquo;
+van Korea, opnieuw bekend wordt en belangstelling vindt.</p>
+
+<p>Den Haag, 1920. B.H. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiafk" href=
+"#pbxxxiafk">XXXI</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="afk" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">GEBRUIKTE AFKORTINGEN.</h2>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dagr. Bat.</td>
+<td valign="top">Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant
+passerende daer ter plaetse als over geheel Nederlandts India.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dagr. Jap.</td>
+<td valign="top">Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de
+Compagnie in Japan, eerst te Firando en later te Nagasaki.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Res.</td>
+<td valign="top">Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van
+Indi&euml;.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gen. Miss.</td>
+<td valign="top">Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering
+aan Heeren XVII.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Patr. Miss.</td>
+<td valign="top">Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de
+Indische Regeering.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pbiii" href=
+"#pbiii">III</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="inl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">INLEIDING.</h2>
+
+<p>Van de schepen welke in de 17<sup>e</sup> eeuw hebben behoord tot de
+navale macht der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend
+geworden en gebleven als het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo;. Vaartuigen
+der Compagnie bleken zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de
+gevaarlijke wateren van Oost-Azi&euml; voorkwamen, dat het buiten den
+kring van belanghebbenden nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht
+in 1653, op zijne reis van Formosa naar Japan, de haven van bestemming
+niet bereikte. Het waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige
+geredde opvarenden, gedurende een verblijf van dertien jaren in
+onbekende streken, welke op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en
+het verhaal van hun wedervaren mag ook thans nog op belangstelling
+aanspraak maken, omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare
+inlichtingen van ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen
+ter tijde, en nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en
+zich verre hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee
+eeuwen lang in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk
+Korea, was te danken aan een schipbreukeling van het jacht &ldquo;de
+Sperwer&rdquo;.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de
+benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa<a
+class="noteref" id="xd0e407src" href="#xd0e407">1</a>, ter vervanging
+van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg<a class="noteref" id=
+"xd0e448src" href="#xd0e448">2</a>, <span class="pagenum">[<a id="pbiv"
+href="#pbiv">IV</a>]</span>die zijn ontslag had gevraagd en op wiens
+aanblijven blijkbaar ook geen prijs werd gesteld<a class="noteref" id=
+"xd0e459src" href="#xd0e459">3</a>. Er was reden om voor het Bestuur
+van dit &ldquo;costelijck pant&rdquo;, van dit Gouvernement
+&ldquo;<span lang="nl-1600">van overgroote importantie&rdquo;, een
+Compagnie&rsquo;s dienaar uit te kiezen van &ldquo;bijzondere
+wijsheijt, discretie ende cloeckheijt</span>&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd0e471src" href="#xd0e471">4</a>.</p>
+
+<p>Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche
+kolonisten het vlek Provintien<a class="noteref" id="xd0e482src" href=
+"#xd0e482">5</a> afgeloopen en acht der onzen vermoord, <span class=
+"pagenum">[<a id="pbv" href="#pbv">V</a>]</span>waarop militairen en
+inboorlingen waren uitgezonden die, onder het neerleggen van eenige
+duizenden Chineezen, in twaalf dagen, de rust herstelden<a class=
+"noteref" id="xd0e562src" href="#xd0e562">6</a>. Naar het oordeel van
+de Bataviasche Regeering was het verzet der Chineezen eene waarschuwing
+dat te hunnen opzichte minder vrijgevigheid moest worden betracht dan
+tot nog toe het geval was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden
+in de vrijheden waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren<a
+class="noteref" id="xd0e571src" href="#xd0e571">7</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pbvi" href="#pbvi">VI</a>]</span></p>
+
+<p>Geschillen tusschen &ldquo;<span lang="nl-1600">Compagnie&rsquo;s
+principale ministers in kercke ende politie</span>&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e591src" href="#xd0e591">8</a> hadden aanleiding
+gegeven tot verdeeldheid en het ontstaan van partijschappen. Door
+overplaatsingen hieraan een einde te maken, liet de dienst der
+Compagnie niet toe en om te verhoeden dat de slechte verstandhouding
+tusschen bestuurders en predikanten de belangen der Compagnie zou
+schaden, kwam het noodig voor het gezag te leggen in handen van iemand
+van &ldquo;<span lang="nl-1600">meer dan gewone
+authoriteijt</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen
+&ldquo;<span lang="nl-1600">de sone van den grooten mandarijn
+Equan</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e623src" href=
+"#xd0e623">9</a>, d.i. Koksinga, die van plan zou wezen om als hij den
+strijd op en om het vaste land van Zuid-China tegen de opdringende
+Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, zich meester te maken
+van onze nederzetting op het eiland Formosa en <span class="pagenum">
+[<a id="pbvii" href="#pbvii">VII</a>]</span>zich daar met zijn aanhang
+te vestigen<a class="noteref" id="xd0e633src" href="#xd0e633">10</a>.
+Na weinige jaren heeft de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen
+van die zijde niet ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in
+1652 Compagnie&rsquo;s bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was
+voorbij gedreven. In 1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag
+over dat eiland voorgoed een einde te maken.</p>
+
+<p>Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche
+Regeering van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa
+gekozen de Ordinaris Raad van Indi&euml; Carel Hartsingh, &ldquo;<span
+lang="nl-1600">die de Taijouanse gewesten v&oacute;&oacute;r desen
+lange jaren bijgewoont</span>&rdquo; had<a class="noteref" id=
+"xd0e654src" href="#xd0e654">11</a>. Deze nam de benoeming aan en
+maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel Reniersz
+den 18<sup>en</sup> Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de
+voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal
+Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen<a class="noteref" id=
+"xd0e669src" href="#xd0e669">12</a>.</p>
+
+<p>Alsnu werd besloten &ldquo;<span lang="nl-1600">tot het Taijouanse
+Gouvernement te qualificeeren en te gebruijcken</span>&rdquo; den Extra
+Ordinaris Raad van Indi&euml; Cornelis Caesar<a class="noteref" id=
+"xd0e677src" href="#xd0e677">13</a> wien werd &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als
+Gouverneur sich... te vervoegen</span>&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e689src" href="#xd0e689">14</a>.</p>
+
+<p>Den 16<sup>en</sup> Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal
+Maetsuijker een &ldquo;<span lang="nl-1600">vrolijck
+scheijdmael</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e709src" href=
+"#xd0e709">15</a> aan ter eere van den op vertrekken staanden
+Gouverneur Caesar, die den 18<sup>en</sup> Juni, vergezeld van zijne
+<span class="pagenum">[<a id="pbviii" href=
+"#pbviii">VIII</a>]</span>familie, van de reede van Batavia onder zeil
+ging<a class="noteref" id="xd0e738src" href="#xd0e738">16</a>. Voor
+zijn transport was aangewezen het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e756src" href="#xd0e756">17</a>. Aanvankelijk
+was dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">de eerste besendinge</span>&rdquo; naar Taijoan; het was
+echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te laten overgaan dat uit
+het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef en &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">het moeson al hoog begon te verloopen</span>&rdquo;, werd
+besloten om in de behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te
+voorzien en aan &ldquo;de Sperwer&rdquo; &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">zijn affscheijt te geven</span>&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e771src" href="#xd0e771">18</a>.</p>
+
+<p>Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie&rsquo;s dienaar is
+&ldquo;de Sperwer&rdquo; misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de
+Ed. Heer Joan Cunaeus &ldquo;Raad Ordinaris van India en expres
+Ambassadeur aan den Grootmogenden Coninck van Persia&rdquo; had, twee
+jaren te voren, aan boord van dit jacht de reis ondernomen<a class=
+"noteref" id="xd0e788src" href="#xd0e788">19</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pbix" href="#pbix">IX</a>]</span></p>
+
+<p>Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa
+niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den
+16<sup>en</sup> Juli 1653 te Taijoan aan<a class="noteref" id=
+"xd0e808src" href="#xd0e808">20</a>, zoodat het fortuinlijker was dan
+het fluitschip &ldquo;de Smient&rdquo;, dat kort te voren (27 Mei) als
+behoorende tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar
+Taijoan was uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord<a class=
+"noteref" id="xd0e814src" href="#xd0e814">21</a>.</p>
+
+<p>Lang heeft &ldquo;de Sperwer&rdquo; niet te Taijoan gelegen; na
+zijne lading te hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben
+ingenomen, lichtte schipper Reijnier Egberts den 29<sup>en</sup> Juli
+1653 het anker voor de reis naar Nagasaki<a class="noteref" id=
+"xd0e825src" href="#xd0e825">22</a>. Toen het jacht daar niet kwam
+opdagen en geen enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd
+vernomen, lag de veronderstelling voor de hand dat het met man en muis
+was vergaan in den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken,
+zoodat de Compagnie het verlies van dit hechte schip met zijne lading
+had te boeken en het &ldquo;costelijck volck&rdquo;, sterk 64 koppen,
+was omgekomen.</p>
+
+<p>Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op
+het hart te drukken om &ldquo;wel te letten op de moussons en de
+schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt
+groote onheijlen voortcomen,&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e839src"
+href="#xd0e839">23</a> maar het belang van den handel, &ldquo;de
+Bruijdt daer omme gedanst werd&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e848src"
+href="#xd0e848">24</a>, zal niet altijd hebben toegelaten zich aan dit
+voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo
+veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig
+hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.
+<span class="pagenum">[<a id="pbx" href="#pbx">X</a>]</span></p>
+
+<p>Al noemden zij het verlies van &ldquo;de Sperwer&rdquo; een zware
+slag voor de Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland
+konden daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers<a
+class="noteref" id="xd0e854src" href="#xd0e854">25</a>, bleven de
+winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende eeuw zoo
+aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden hadden
+dankbaar gestemd te wezen<a class="noteref" id="xd0e857src" href=
+"#xd0e857">26</a>.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden<a
+class="noteref" id="xd0e866src" href="#xd0e866">27</a>, zullen van het
+vergaan van het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo; tenauwernood kennis
+hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht toen
+de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki<a class="noteref" id=
+"xd0e869src" href="#xd0e869">28</a> in het begin van September 1666 in
+opschudding werd gebracht door het gerucht dat eenige vreemd uitgedoste
+Europeanen met een eigenaardig vaartuig op een van de Goto eilanden<a
+class="noteref" id="xd0e872src" href="#xd0e872">29</a> waren
+aangekomen. Hoe zullen zij zich hebben verbaasd en verblijd toen
+weinige dagen later (14 September 1666) dit gerucht werd bevestigd en
+een achttal schipbreukelingen van &ldquo;de Sperwer&rdquo; in hun
+kwartier werden gebracht. In het eentonige leven der op het eilandje
+Decima<a class="noteref" id="xd0e877src" href="#xd0e877">30</a> als het
+ware opgesloten Nederlanders<a class="noteref" id="xd0e891src" href=
+"#xd0e891">31</a> <span class="pagenum">[<a id="pbxi" href=
+"#pbxi">XI</a>]</span>zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de
+verhalen welke deze acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden
+opdisschen, waren bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en
+het luisteren tot een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen
+van een Oostersch land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe
+geen enkele Europeaan was doorgedrongen en met welks bevolking zij
+daarentegen dertien jaren lang in nagenoeg volle vrijheid hadden
+verkeerd; het verhaal van het leven dat zij en hunne kameraden daar
+hadden geleid, eerst op het eiland waar zij aan wal waren gesmeten en
+daarna op het vasteland van Korea, zal door hunne toehoorders met
+spanning zijn gevolgd en aan dezen menige vraag in den mond hebben
+gegeven welke eveneens opkomt bij het lezen van het te boek gestelde
+verslag, maar het antwoord waarop ons blijft onthouden; het relaas van
+hunne wederwaardigheden, van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van
+hunne ontmoeting met een landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een
+kwart eeuw v&oacute;&oacute;r hen in Korea was gestrand, zal een diepen
+indruk hebben gemaakt.</p>
+
+<p>Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat
+hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het <span
+class="pagenum">[<a id="pbxii" href="#pbxii">XII</a>]</span>vaderland
+en in Indi&euml; was voorgevallen sedert &ldquo;de Sperwer&rdquo; van
+Batavia was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki
+gehouden Dagregister<a class="noteref" id="xd0e903src" href=
+"#xd0e903">32</a> en het ambtelijke bericht aan de Regeering te
+Batavia<a class="noteref" id="xd0e909src" href="#xd0e909">33</a>
+getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft
+gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid,
+zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo
+aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog
+niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op den
+terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld zullen
+zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip aan boord
+waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij hadden
+echter gerekend buiten de Japansche &ldquo;precisiteyt&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e915src" href="#xd0e915">34</a>.</p>
+
+<p>Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht,
+was hun een verhoor afgenomen<a class="noteref" id="xd0e920src" href=
+"#xd0e920">35</a> dat aan de rijksregeering te Jedo werd gezonden ter
+verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten<a class="noteref"
+id="xd0e943src" href="#xd0e943">36</a>; het gevolg van dezen
+ambtelijken omslag was dat zij nog een vol jaar tot de bewoners van
+Decima bleven behooren. In plaats van den 23<sup>en</sup> October 1666
+met de &ldquo;Esp&eacute;rance&rdquo; naar Batavia te zeilen, konden de
+teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen nastaren; <span
+class="pagenum">[<a id="pbxiii" href="#pbxiii">XIII</a>]</span>de
+vereischte vergunning was uitgebleven<a class="noteref" id="xd0e961src"
+href="#xd0e961">37</a> en hoewel de vertegenwoordiger der Compagnie
+mondeling en schriftelijk daar om bleef aanhouden<a class="noteref" id=
+"xd0e974src" href="#xd0e974">38</a>, kwam eerst den 22<sup>en</sup>
+October van het volgende jaar (1667) de licentie af welke aan hunne
+tweede gevangenschap een einde maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden
+dag zich in te schepen op de zeilree liggende &ldquo;Spreeuw&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e985src" href="#xd0e985">39</a>, waarmede zij
+den 28<sup>en</sup> November 1667 ten langen leste te Batavia
+aankwamen<a class="noteref" id="xd0e996src" href="#xd0e996">40</a>.</p>
+
+<p>Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner&mdash;de boekhouder
+Hendrik Hamel bleef voorloopig in Indi&euml;<a class="noteref" id=
+"xd0e1001src" href="#xd0e1001">41</a>&mdash;de reis naar het vaderland
+ook met &ldquo;de Spreeuw&rdquo; hebben voortgezet. Naar het heet<a
+class="noteref" id="xd0e1009src" href="#xd0e1009">42</a>, zijn zij den
+20<sup>sten</sup> Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens
+het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het
+schip &ldquo;Amerongen&rdquo;&mdash;dat 24 December 1667, alzoo een
+week vroeger dan &ldquo;de Spreeuw&rdquo;, van Batavia was
+uitgezeild&mdash;op 20 Juli 1668 &ldquo;ons wel en behouden
+toegecomen&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1015src" href=
+"#xd0e1015">43</a>, maar in de toevallig bewaard gebleven monsterrol
+<span class="pagenum">[<a id="pbxiv" href="#pbxiv">XIV</a>]</span>voor
+deze reis van &ldquo;Amerongen&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1041src" href="#xd0e1041">44</a>, komen de zeven schipbreukelingen
+van &ldquo;de Sperwer&rdquo; niet voor onder de 73 gegageerden noch
+onder de &ldquo;ongegageerde coppen&rdquo;. Daarentegen wordt elders
+vermeld dat &ldquo;de Spreeuw&rdquo; den 20<sup>sten</sup> Juli 1668
+&ldquo;in dese landen arriveerde&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1047src" href="#xd0e1047">45</a>, hetwelk&mdash;naar Heeren XVII
+schreven&mdash;den 15<sup>en</sup> dier maand zou hebben plaats gehad.
+Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard door aan te nemen dat
+&ldquo;de Spreeuw&rdquo; den 15<sup>en</sup> Juli in Texel of in het
+Vlie ten anker is gegaan en den 20<sup>en</sup> d.a.v. in de haven van
+bestemming&mdash;Amsterdam&mdash;zal zijn aangekomen.</p>
+
+<p>De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te
+veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht
+zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen zij
+deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben
+verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.</p>
+
+<p>Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen
+behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens
+komst te Batavia in het laatst van 1666<a class="noteref" id=
+"xd0e1083src" href="#xd0e1083">46</a>, zal vruchteloos zijn gebleven.
+Wanneer toch een Compagnie&rsquo;s schip verloren ging, hield de gage
+der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers zoodra
+zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel<a
+class="noteref" id="xd0e1091src" href="#xd0e1091">47</a>, op grond
+waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook <span class="pagenum">
+[<a id="pbxv" href="#pbxv">XV</a>]</span>nul op het rekest kregen toen
+zij bij hunne verschijning in den Raad van Indi&euml; op 2 December
+1667 het verzoek deden tot uitbetaling van gage voor den duur van hun
+verblijf in Korea. Hun werd alleen gage toegekend, gerekend van den dag
+waarop zij in de loge te Nagasaki waren aangebracht; voor een paar
+hunner werd de vroeger genoten gage met luttele guldens verhoogd voor
+de thuisreis, maar verder ging de goedgeefschheid der Bataviasche
+Regeering niet<a class="noteref" id="xd0e1098src" href=
+"#xd0e1098">48</a>.</p>
+
+<p>In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren
+XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak
+maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen
+&ldquo;uit commiseratie&rdquo; werd eene &ldquo;gratuiteyt&rdquo; ten
+bedrage van &fnof;&nbsp;1530 onder hen verdeeld<a class="noteref" id=
+"xd0e1108src" href="#xd0e1108">49</a>.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten
+daar acht kameraden van &ldquo;de Sperwer&rdquo; achter, voor wier
+verlossing onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem
+Daniel Six, de hulp inriepen van de Japansche Regeering<a class=
+"noteref" id="xd0e1120src" href="#xd0e1120">50</a>. De betrekkingen
+welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio van
+het Japansche eiland Tsusima<a class="noteref" id="xd0e1126src" href=
+"#xd0e1126">51</a>, maakten zulk een &ldquo;pieus officie&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e1134src" href="#xd0e1134">52</a> mogelijk; ook
+heeft de Japansche Regeering misschien van de verschijning van een
+Koreaansch gezantschap aan het hof te Jedo gebruik kunnen maken om op
+de vrijlating der Nederlandsche gevangenen aan te dringen&mdash;in elk
+geval hebben de achtergebleven schipbreukelingen aan de bemoeiingen van
+de Japansche Regeering te danken gehad dat <span class="pagenum">[<a
+id="pbxvi" href="#pbxvi">XVI</a>]</span>zij door de Koreanen zijn in
+vrijheid gesteld<a class="noteref" id="xd0e1144src" href=
+"#xd0e1144">53</a> en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op
+hun tocht naar Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke
+zeereis, den 16<sup>en</sup> September 1668 bij de onzen te recht
+kwamen<a class="noteref" id="xd0e1159src" href="#xd0e1159">54</a>. Van
+den achtsten, den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke
+stukken gezegd dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee
+jaren te voren, was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas
+Witsen&mdash;die het kon weten&mdash;dat hij er de voorkeur aan heeft
+gegeven in het land der vreemdelingschap te blijven: &ldquo;Hij was
+aldaer getrouwt en gaf voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na
+een Christen of Nederlander geleek&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1167src" href="#xd0e1167">55</a>.</p>
+
+<p>De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een
+paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen
+dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan het
+Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat de
+Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, werd
+aangehouden<a class="noteref" id="xd0e1180src" href="#xd0e1180">56</a>.
+<span class="pagenum">[<a id="pbxvii" href=
+"#pbxvii">XVII</a>]</span></p>
+
+<p>Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te
+Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in
+dat rijk<a class="noteref" id="xd0e1203src" href="#xd0e1203">57</a>,
+kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om Japan te
+verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door ons
+Opperhoofd geplaatst aan boord van de &ldquo;Nieuwpoort&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e1211src" href="#xd0e1211">58</a>, die den
+27<sup>en</sup> October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over
+Coromandel naar Batavia te varen. &ldquo;Door toeval&rdquo; ging het
+plan niet door om hen bij Poeloe Timon te laten overgaan op de
+&ldquo;Buijenskerke&rdquo;, die te gelijker tijd van Nagasaki
+rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge zullen zij eerst den
+8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen<a class="noteref" id=
+"xd0e1222src" href="#xd0e1222">59</a>, terwijl de
+&ldquo;Buijenskerke&rdquo; hen daar al den 30<sup>en</sup> November
+1668 zou hebben gebracht<a class="noteref" id="xd0e1228src" href=
+"#xd0e1228">60</a>.</p>
+
+<p>Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde
+schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet
+vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven
+boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch
+verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om,
+gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van
+hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel
+als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De
+uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet te
+worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 was
+vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept<a class=
+"noteref" id="xd0e1233src" href="#xd0e1233">61</a>. Hunne verlossing
+uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs minder opzien gebaard dan
+die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in het vergeetboek geraakt dat
+de schrijver van een standaardwerk over Korea, waarin een geheel
+hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche bannelingen, heeft gemeend
+dat omtrent hun lot nooit iets bekend is geworden<a class="noteref" id=
+"xd0e1241src" href="#xd0e1241">62</a>. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxviii" href="#pbxviii">XVIII</a>]</span></p>
+
+<p>Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar
+en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen
+zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke
+zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands
+omgang hebben gehad<a class="noteref" id="xd0e1263src" href=
+"#xd0e1263">63</a>. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer blondharige
+landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxix" href="#pbxix">XIX</a>]</span>en zijne makkers
+heeft geen indruk achtergelaten<a class="noteref" id="xd0e1273src"
+href="#xd0e1273">64</a>, het tegenwoordige geslacht hoorde er uit den
+mond van Westerlingen voor het eerst van<a class="noteref" id=
+"xd0e1281src" href="#xd0e1281">65</a>.</p>
+
+<p>Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden&mdash;zooals wij
+hierna zullen zien&mdash;twee van de geredde opvarenden van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie,
+aan wien zij mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens
+&eacute;&eacute;ne uitzondering, hebben de overigen geen bekend spoor
+nagelaten.</p>
+
+<p>E&eacute;n hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid
+verworven dat zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden.
+Zijn gedwongen verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de
+boekhouder van &ldquo;de Sperwer&rdquo;, Hendrik Hamel van Gorkum, zich
+ten nutte gemaakt door van het wedervaren van hem en zijne lotgenooten
+een relaas op te stellen en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land
+en volk van Korea was bijgebleven.</p>
+
+<p>Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia
+de onderscheiding te beurt gevallen &ldquo;in Rade&rdquo; te mogen
+verschijnen<a class="noteref" id="xd0e1293src" href="#xd0e1293">66</a>,
+in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11<sup>en</sup> dier
+maand nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal &ldquo;aan
+Haer Ed<sup>e</sup> overgelevert&rdquo; heeft<a class="noteref" id=
+"xd0e1307src" href="#xd0e1307">67</a>. Op dien datum heeft de Raad van
+<span class="pagenum">[<a id="pbxx" href=
+"#pbxx">XX</a>]</span>Indi&euml; niet vergaderd, maar Hamel kan
+andermaal op het Kasteel zijn ontboden omdat de Gouverneur Generaal uit
+zijn mond bijzonderheden wilde hooren over zijn verblijf in Korea of
+omdat de Directeur Generaal wenschte te vernemen hoe hij dacht over de
+kansen voor den handel met dit rijk. Hamel&rsquo;s Journaal dat,
+volgens de aangehaalde aanteekening in het Dagregister, was
+&ldquo;leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met &ldquo;de
+Spreeuw&rdquo;] ontvangen&rdquo;, was toen ter Generale Secretarije
+beschikbaar en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te
+geven het aan &ldquo;Haer Edele&rdquo;, d.i. aan Gouverneur Generaal en
+Raden, aan te bieden. Ook is het niet onwaarschijnlijk dat de
+aanbieding heeft plaats gehad in de hiervoor vermelde vergadering der
+Regeering op 2 December en dat de Dagregisterhouder, de Eerste Klerk
+ter Generale Secretarije Camphuijs, dit eerst den II<sup>en</sup> dier
+maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam<a class="noteref" id=
+"xd0e1341src" href="#xd0e1341">68</a>.</p>
+
+<p>Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit
+geweest van zijne lotgenooten die v&oacute;&oacute;r hem, den
+20<sup>en</sup> Juli 1668, in het vaderland aankwamen, en door hen kort
+daarna aan Heeren XVII ter inzage gegeven<a class="noteref" id=
+"xd0e1349src" href="#xd0e1349">69</a>, waarna de tekst in handen zal
+zijn gekomen van uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede
+Hamel&rsquo;s relaas zou worden ontvangen, niet hebben overschat,
+blijkt uit de verschijning hier te lande van zes verschillende
+uitgaven, waarvan ten minste drie al in het jaar 1668. Bovendien zijn
+in het buitenland weldra ook vertalingen als afzonderlijke werkjes in
+het licht gegeven of later opgenomen in verzamelingen van
+reisverhalen<a class="noteref" id="xd0e1357src" href=
+"#xd0e1357">70</a>, en voor hen die sedert over Korea hebben
+geschreven, bleven Hamel&rsquo;s berichten aangaande dit rijk, zijne
+bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs de eenige
+van zuiver westersche herkomst.</p>
+
+<p>De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens
+hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie
+&ldquo;aen de Kaisaren van Japan&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1365src" href="#xd0e1365">71</a>. In het laatste gedeelte van zijn
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxi" href="#pbxxi">XXI</a>]</span>werk,
+heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige
+bladzijden te wijden<a class="noteref" id="xd0e1370src" href=
+"#xd0e1370">72</a>; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt
+hij evenwel en al noemt hij Hamel&mdash;dat deze een Journaal heeft
+opgesteld, heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel
+blijkbaar dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is
+gebruikt.</p>
+
+<p>Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet
+versmaad in zijn werk &ldquo;Noord en Oost Tartarye&rdquo; partij te
+trekken van hetgeen over Korea door Hamel&rsquo;s Journaal bekend of
+bevestigd was geworden. In den eersten druk&mdash;die in 1692 is
+gereedgekomen maar niet in den handel is gebracht<a class="noteref" id=
+"xd0e1375src" href="#xd0e1375">73</a>&mdash;beroept hij zich een enkele
+maal op &ldquo;de Hollanders die op Korea gevangen zijn geweest&rdquo;
+en toont hij van hun schipbreuk en gevangenschap op Quelpaerts-eiland
+en het vasteland, op de hoogte te zijn; zelfs geeft hij een paar
+bijzonderheden ten beste welke nergens elders worden aangetroffen en
+doen vermoeden dat hij met geredde schipbreukelingen in aanraking is
+geweest. Evenwel spreekt hij niet over hen, noemt hen zelfs niet en
+rept evenmin van een Journaal.</p>
+
+<p>In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705
+verschenen<a class="noteref" id="xd0e1383src" href="#xd0e1383">74</a>,
+zijn Witsen&rsquo;s berichten over Korea veel uitvoeriger geworden. Ook
+nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft kunnen overnemen
+uit de &ldquo;Reisbeschrijvinge der Nederlanders die in Korea gevangen
+gezeten hadden&rdquo;&mdash;zooals Hamel&rsquo;s Journaal wordt
+omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt
+gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1389src" href=
+"#xd0e1389">75</a>&mdash;maar thans haalt hij ettelijke malen
+uitdrukkelijk als zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen,
+den onderbarbier Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus
+Klerk van Rotterdam, die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt.
+Vooral Meester Eibokken&rsquo;s mededeelingen heeft Witsen terecht als
+aanwinsten beschouwd.</p>
+
+<p>Dat Witsen het Journaal van Hamel&mdash;wiens naam hij nergens
+noemt&mdash;heeft gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit
+hetgeen <span class="pagenum">[<a id="pbxxii" href=
+"#pbxxii">XXII</a>]</span>over Korea in zijn werk voorkomt en bovendien
+uit eene vergissing welke hij begaat. In den eersten druk van
+&ldquo;Noord en Oost Tartarye&rdquo; verduidelijkt hij de ligging van
+het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met de marginale
+aanteekening: &ldquo;Nu Moese of Quelperts eiland&rdquo;, terwijl hij
+op een andere plaats spreekt van: &ldquo;Quelpaerts-eiland, Moese by
+d&rsquo; inwoonders genoemt.&rdquo; Ook in den tweeden druk herhaalt
+hij dat de inlanders zelf dit eiland <i>Moese</i> noemen<a class=
+"noteref" id="xd0e1399src" href="#xd0e1399">76</a>. Vergelijkt men hu
+hiermede de plaats in Hamel&rsquo;s Journaal: &ldquo;&rsquo;s middags
+gecomen in een stadt gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id=
+"xd0e1405src" href="#xd0e1405">77</a>, sijnde de residentieplaats van
+den Gouverneur van &rsquo;t eijland bij haar Mocxo genaemt<a class=
+"noteref" id="xd0e1408src" href="#xd0e1408">78</a>&rdquo;&mdash;waarvan
+uitgevers hebben gemaakt: &ldquo;bij haer genaemt Moese&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e1414src" href="#xd0e1414">79</a>&mdash;dan is het
+duidelijk dat Witsen&rsquo;s bron is geweest een gedrukt Journaal van
+Hamel en dat hij het Koreaansche woord voor den gouverneurstitel<a
+class="noteref" id="xd0e1417src" href="#xd0e1417">80</a> heeft gelezen
+alsof het eiland zelf daarmede was aangeduid.</p>
+
+<p>De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen
+op eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke
+samenvoegingen zijn ontstaan als deze: &ldquo;De dorpen zijn daer te
+lande ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en
+veracht&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1433src" href=
+"#xd0e1433">81</a>.</p>
+
+<p>Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel&rsquo;s
+Journaal diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening
+hebben gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes
+bestemd waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxiii" href="#pbxxiii">XXIII</a>]</span>hun
+doelmatig voorkwamen. Zoo heeft de een<a class="noteref" id=
+"xd0e1445src" href="#xd0e1445">82</a> den tekst gesplitst in twee op
+zich zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den
+schipbreukelingen is wedervaren en de beschrijving van Korea; een
+ander<a class="noteref" id="xd0e1448src" href="#xd0e1448">83</a> heeft
+die beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij
+een paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een
+derde<a class="noteref" id="xd0e1451src" href="#xd0e1451">84</a> eene
+uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in Korea niet
+voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave zonder plaatjes
+eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan het Mataramsche hof
+in de plaats stelde<a class="noteref" id="xd0e1454src" href=
+"#xd0e1454">85</a>. Bovendien verschillen de gedrukte teksten zoowel
+onderling als van den onzen, soms op&mdash;naar onze
+opvatting&mdash;niet onbelangrijke plaatsen.</p>
+
+<p>Van Hamel&rsquo;s gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene
+Fransche vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna
+het nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling
+op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en
+bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan
+de vaderlandsche uitgevers van Hamel&rsquo;s tekst te wijten zijn,
+waaraan de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden
+van eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk
+een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen
+begane fouten te verbreiden<a class="noteref" id="xd0e1462src" href=
+"#xd0e1462">86</a>, soms ook te vermeerderen<a class="noteref" id=
+"xd0e1471src" href="#xd0e1471">87</a>, zoodat tot nog toe aan
+Hamel&rsquo;s arbeid geen recht is gedaan, zijn Journaal niet is bekend
+gemaakt z&ograve;&ograve; als hij het heeft samengesteld.</p>
+
+<p>Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxiv" href="#pbxxiv">XXIV</a>]</span></p>
+
+<p>In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van
+Hamel&rsquo;s Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans
+niet aanwezig<a class="noteref" id="xd0e1485src" href=
+"#xd0e1485">88</a>; waar het &ldquo;verbaal&rdquo; is gebleven dat
+Heeren XVII in 1668 in handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit
+de nog bestaande dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van
+Compagnie&rsquo;s Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het
+bestaan van dit Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft
+Hamel zelf ook een exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst
+hier te lande; om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt,
+zouden gegevens ten dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert
+zijn terugkeer in het vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is
+vruchteloos gebleven.</p>
+
+<p>Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen
+Rijksarchief te &rsquo;s Gravenhage het exemplaar van Hamel&rsquo;s
+Journaal bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan
+de Kamer Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht
+in het &ldquo;Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de
+respective quartieren van Indien, overgecomen p<sup>r</sup> de schepen
+&rsquo;t Wapen van Hoorn, Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt,
+Cattenburgh, Amerongen, Wassende Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den
+18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij respective in Tessel en &rsquo;t Vlie
+gearriv<sup>t</sup>. Vierde Boek A<sup>o</sup> 1668&rdquo;, en wordt in
+het eveneens in dat deel voorkomende &ldquo;Register der ontfangene
+brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23<sup>en</sup>
+desselven maende voor de Camer Amsterdam&rdquo;, vermeld als volgt:
+&ldquo;Japan. Dagregister gehouden bij de gesalveerde personen van
+&rsquo;t verongelukt Jagt de Sperwer van &rsquo;t gepasseerde en hun
+wedervaren in &rsquo;t rijck van Coree, sedert den 18<sup>en</sup>
+Augustij 1653 tot den 14 September 1666.&rdquo;</p>
+
+<p>Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is
+samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs
+verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend<a class=
+"noteref" id="xd0e1507src" href="#xd0e1507">89</a> en soortgelijke
+relazen als Hamel&rsquo;s Journaal worden herhaaldelijk zonder
+handteekening noch dagteekening onder de Compagnie&rsquo;s papieren
+aangetroffen. <span class="pagenum">[<a id="pbxxv" href=
+"#pbxxv">XXV</a>]</span>Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal
+als van &ldquo;den bouck houder&rdquo; en nergens laat hij uitkomen dat
+hij er de samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel
+ook de aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn
+auteurschap nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het
+aannemelijk, zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne
+kameraden zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal&mdash;naar het
+voorkomt&mdash;de ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de
+samenstelling van het Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij
+weten, ook nooit aan een ander is toegeschreven.</p>
+
+<p>Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift is,
+dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen
+vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die
+copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.</p>
+
+<p>Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of
+daarentegen het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de
+aanteekening in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen
+aan de Indische Regeering heeft aangeboden?</p>
+
+<p>Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.</p>
+
+<p>Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie&rsquo;s Opperhoofd te
+Nagasaki, zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed
+aan het opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt
+gezinspeeld in de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18
+October 1666)<a class="noteref" id="xd0e1523src" href=
+"#xd0e1523">90</a> en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben
+laten afschrijven door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging
+dat v&oacute;&oacute;r het vertrek van Compagnie&rsquo;s schepen in het
+jaar 1667 de vergunning zou afkomen op grond waarvan de
+schipbreukelingen van &ldquo;de Sperwer&rdquo; Japan zouden mogen
+verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig hebben
+afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk den datum
+&ldquo;van de comste van den nieuwen gouverneur&rdquo; en dien waarop
+het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen de
+datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan de
+Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand gesteld
+aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor die Regeering
+bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht aan den
+Gouverneur Generaal en de Raden <span class="pagenum">[<a id="pbxxvi"
+href="#pbxxvi">XXVI</a>]</span>van Indi&euml; afkomstig wezen, welke
+met eene andere hand is geschreven dan de tekst<a class="noteref" id=
+"xd0e1533src" href="#xd0e1533">91</a>.</p>
+
+<p>Neemt men aan dat hetgeen onder <i>1667</i> in ons Journaal wordt
+gemeld, door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van
+Japan naar Indi&euml;, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk,
+dat&mdash;behoudens de zooeven genoemde opdracht&mdash;van het begin
+tot het einde met dezelfde hand is geschreven, een eigenhandig stuk van
+Hamel te wezen, hetgeen echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op
+de daarin aangebrachte verbeteringen van sommige verschrijvingen
+waaraan de auteur zelf zich niet zal hebben schuldig gemaakt.</p>
+
+<p>Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden
+exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, maar
+dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije vervaardigd
+<i>afschrift</i> voor de Kamer Amsterdam&mdash;waardoor de gelijkheid
+van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt
+verklaard&mdash;dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te
+Batavia oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en
+Raden van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.</p>
+
+<div id="ms2" class="figure"><img border="0" src="images/ms2.gif" alt=
+"Pagina uit het oorspronkelijke manuscript." width="720" height="380">
+</div>
+
+<p>Dat Hamel zelf&mdash;waarschijnlijk reeds te Nagasaki&mdash;ons
+archiefstuk heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd
+verloopen sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het
+leven waren gekomen, is namelijk eerst geschreven: &ldquo;19 &agrave;
+20 jaren&rdquo; hetgeen is veranderd in &ldquo;17 &agrave; 18
+jaren&rdquo;, gelijk duidelijk zichtbaar is<a class="noteref" id=
+"xd0e1556src" href="#xd0e1556">92</a>. Deze nieuwe lezing&mdash;welke
+eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte Journalen welke wij in
+handen hebben gehad&mdash;moet door Hamel zelf of op zijne aanwijzing
+zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke van zijn Journaal
+waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copi&iuml;st valt hier
+niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor dat Hamel
+in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt afschrift
+van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de oorspronkelijke
+exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst door zijne
+kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de verbeterde lezing
+zal hebben opgenomen. Waarom <span class="pagenum">[<a id="pbxxvii"
+href="#pbxxvii">XXVII</a>]</span>zou hij hebben nagelaten dan tevens
+den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, ook bij
+dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel&rsquo;s
+medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben
+gekregen.</p>
+
+<p>Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan
+ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden en
+vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het eerst
+Hamel&rsquo;s Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld en
+ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord zijn
+uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel&rsquo;s
+makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen
+in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd en
+enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen enkel
+ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, door den
+Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij hunne
+aankomst te Nagasaki.</p>
+
+<p>Ofschoon Hamel&rsquo;s Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en
+vertaald, is het&mdash;volgens Tiele&mdash;nooit recht populair
+geworden omdat er te weinig over gruweldaden in voorkwam<a class=
+"noteref" id="xd0e1568src" href="#xd0e1568">93</a>. Naar den smaak van
+Hamel&rsquo;s tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en
+misschien zou het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de
+Koreanen had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd
+en zijn Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke
+beurtelings weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer
+hadden gewekt. Wat ons in Hamel&rsquo;s Journaal bekoort, is
+daarentegen juist zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling
+welke aan hem en zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel
+gevallen van een oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij
+heeft weergegeven wat zij gedurende hunne ballingschap hebben
+ondervonden en opgemerkt; de stempel van oprechtheid welke zijn relaas
+kenmerkt.</p>
+
+<p>Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid en
+als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders heeft
+voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek dat
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxviii" href=
+"#pbxxviii">XXVIII</a>]</span>hem alleen slordigheid kan worden ten
+laste gelegd. Zoo laat hij in het verhaal van de ontmoeting met den
+lang te voren in Korea gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen
+zeggen dat hij &ldquo;a<sup>o</sup> 1627 met het jacht Ouwerkerck naer
+Japan gaende door contrarie wind op de Cust van Corea
+vervallen&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1583src" href=
+"#xd0e1583">94</a> was, terwijl vaststaat dat dit schip toen niet in
+die streken is geweest<a class="noteref" id="xd0e1589src" href=
+"#xd0e1589">95</a>. Uit hetgeen te Nagasaki is aangeteekend in het daar
+gehouden dagregister<a class="noteref" id="xd0e1597src" href=
+"#xd0e1597">96</a>, blijkt evenwel dat de schipbreukelingen van
+&ldquo;de Sperwer&rdquo; bij hunne verschijning aldaar de toedracht van
+Weltevree&rsquo;s komst in Korea volkomen juist hebben verteld, zoodat
+mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan een onnauwkeurigheid
+heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van de vragen der Japansche
+autoriteiten en toen hij later Weltevree&rsquo;s avontuur te boek heeft
+gesteld.</p>
+
+<p>De juistheid van Tiele&rsquo;s opmerking dat Hamel&rsquo;s arbeid
+niet wetenschappelijk is<a class="noteref" id="xd0e1607src" href=
+"#xd0e1607">97</a>, kan grifweg worden toegegeven. Kon anders worden
+verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd naar
+Indi&euml; ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam
+was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche
+omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met
+ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog de
+vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats van een
+scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet groot dat
+hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van een onopgesmukt
+verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige beschrijving van land
+en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke verhandeling zou hebben
+geleverd? Van den wetenschappelijken zin van vaderlandsche geleerden
+die in dien tijd over oostersche landen schreven, krijgt men echter
+geen hoogen dunk als men heeft kennis gemaakt met de werken van
+Montanus en Witsen en in de gelegenheid is geweest de toen in zwang
+zijnde naschrijverij op te merken. Hamel was ten minste <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxix" href=
+"#pbxxix">XXIX</a>]</span>oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht<a
+class="noteref" id="xd0e1623src" href="#xd0e1623">98</a>, hetgeen ons
+vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden neergeschreven
+dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen dat hij ons
+omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer bijzonderheden
+had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij voor zich heeft
+gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp zou zijn aangerekend
+of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo verzwijgt hij dat de
+schipbreukelingen&mdash;van wie sommigen misschien al in het vaderland
+waren getrouwd&mdash;hebben verkeerd met de dochteren des lands en in
+Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten<a class="noteref" id=
+"xd0e1631src" href="#xd0e1631">99</a>, hetgeen mede verklaart waarom
+het eerste zevental bij hun terugkeer in het vaderland zich dadelijk
+bereid hebben getoond om deel te nemen aan een tocht welke het
+aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea tot doel zoude hebben<a
+class="noteref" id="xd0e1643src" href="#xd0e1643">100</a>. Ook is niet
+duidelijk hoe zij gedurende hun ballingschap in hun onderhoud hebben
+voorzien. De indruk wordt gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn
+geweest aan bittere armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat
+hen in staat stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en
+later om tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de
+zijnen wisten te ontvluchten. &ldquo;Dit volk ... zeide van het
+offervlees meest geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e1651src" href="#xd0e1651">101</a> verklaart
+Witsen, maar deze&mdash;waarschijnlijk van Meester Eibokken
+afkomstige&mdash;inlichting is even weinig bevredigend als hetgeen uit
+Hamel&rsquo;s verhaal valt op te maken.</p>
+
+<p>Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben gemaakt
+van aanteekeningen? Na de stranding van &ldquo;de Sperwer&rdquo; konden
+de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, maar
+zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxx" href="#pbxxx">XXX</a>]</span>boeken,
+waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel
+teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en heeft
+hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals een
+welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel
+gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over
+gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel
+uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven,
+maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen
+nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en
+ondervonden aan anderen mede te deelen<a class="noteref" id=
+"xd0e1666src" href="#xd0e1666">102</a>.</p>
+
+<p>Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te
+stellen van de lotgevallen van de schipbreukelingen van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo;, eerst bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te
+Nagasaki moest wachten op zijne verlossing en dat hij zich bij dien
+arbeid uitsluitend heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de
+herinneringen van zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel&rsquo;s tijd
+is al erkend dat zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd
+waren met hetgeen toen daarover bekend was uit de geschriften van
+anderen<a class="noteref" id="xd0e1676src" href="#xd0e1676">103</a>; de
+juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken<a class=
+"noteref" id="xd0e1688src" href="#xd0e1688">104</a> en onze indruk van
+zijne <span class="pagenum">[<a id="pbxxxi" href=
+"#pbxxxi">XXXI</a>]</span>betrouwbaarheid is versterkt doordat wij die
+berichten in zijn Journaal, welke voor contr&ocirc;le vatbaar waren,
+elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor de
+overige op zijn woord te gelooven.</p>
+
+<p>Hetgeen hij vertelt omtrent &ldquo;den ommeganck van die natie ende
+gelegentheijt van &rsquo;t land&rdquo;, behoeven wij evenwel niet
+voetstoots aan te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn
+politieke invloed in de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe
+eilanden, Birma en Nepal, hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere
+beschaving naar die landen is afgestraald, zijne instellingen in die
+rijken tot voorbeeld zijn genomen en zijne volksgebruiken daar de
+oorspronkelijke vaak hebben verdrongen of gewijzigd<a class="noteref"
+id="xd0e1711src" href="#xd0e1711">105</a>. Die inwerking van het
+Chineesche rijk op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel
+zich in Korea ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne
+beschrijving de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea
+duidelijk valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een
+maatstaf voor de beoordeeling van Hamel&rsquo;s betrouwbaarheid en
+nauwkeurigheid, daar voor de kennis van de toestanden in China in
+vroeger tijd talrijke gegevens ten dienste staan.</p>
+
+<p>De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel&rsquo;s vlucht,
+heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den
+conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar
+maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst
+tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten voor
+vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd om
+hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken met
+wat Hamel <span class="pagenum">[<a id="pbxxxii" href=
+"#pbxxxii">XXXII</a>]</span>heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk
+voor Hamel uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd
+maar paste nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen
+later&mdash;een afdoend bewijs van Korea&rsquo;s conservatisme en
+tevens een prachtig getuigenis voor Hamel&rsquo;s geloofwaardigheid<a
+class="noteref" id="xd0e1741src" href="#xd0e1741">106</a>.</p>
+
+<p>Hamel&rsquo;s Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis
+van land en volk van Korea<a class="noteref" id="xd0e1760src" href=
+"#xd0e1760">107</a> en men mocht verwachten dat zij die in lateren tijd
+een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne beschrijving
+zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor dat twee
+schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken<a class=
+"noteref" id="xd0e1774src" href="#xd0e1774">108</a> hem zelfs niet
+noemen en &eacute;&eacute;n hunner aan de zooveel later in Korea
+gekomen<a class="noteref" id="xd0e1782src" href="#xd0e1782">109</a>
+katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft van <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxxiii" href="#pbxxxiii">XXXIII</a>]</span>de
+eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf aldaar zich
+vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken daar te
+lande<a class="noteref" id="xd0e1800src" href="#xd0e1800">110</a>.</p>
+
+<p>De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners,
+zijn voor Korea&rsquo;s zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben
+tot uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting
+had op te brengen (A<sup>o</sup> 1369)<a class="noteref" id=
+"xd0e1813src" href="#xd0e1813">111</a> en dat de Japanners zich
+nestelden in de havenplaats Poesan&mdash;door Westerlingen, in
+navolging van de Japanners, Foesan genoemd&mdash;aan de Oostkust van
+Korea (A<sup>o</sup> 1592)<a class="noteref" id="xd0e1824src" href=
+"#xd0e1824">112</a>.</p>
+
+<p>In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of
+Manchoe&rsquo;s en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in
+en latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den
+oorlog<a class="noteref" id="xd0e1834src" href="#xd0e1834">113</a>, met
+het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag met deze
+vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd nageleefd, deden
+de Manchoe&rsquo;s in 1637 een zegevierenden inval in zijn
+land&mdash;waarbij Weltevree&rsquo;s beide kameraden het leven
+lieten&mdash;en dwongen den Koning om vrede te vragen, die hem werd
+toegestaan op voorwaarden welker zachtheid de Koreanen hebben erkend
+door de oprichting van een gedenkzuil<a class="noteref" id=
+"xd0e1840src" href="#xd0e1840">114</a>, en waardoor de Manchoe
+heerscher <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiv" href=
+"#pbxxxiv">XXXIV</a>]</span>in de plaats trad van den Keizer van China
+als suzerein van Korea<a class="noteref" id="xd0e1855src" href=
+"#xd0e1855">115</a>.</p>
+
+<p>Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen<a class="noteref" id=
+"xd0e1865src" href="#xd0e1865">116</a>, zond Korea geregeld
+gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding vinden
+gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1876src" href="#xd0e1876">117</a> en
+waarover Compagnie&rsquo;s vertegenwoordigers aldaar herhaaldelijk
+hebben bericht<a class="noteref" id="xd0e1899src" href=
+"#xd0e1899">118</a>, maar welke aan Hamel en de zijnen onbekend
+schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in hun tijd nog
+niet waren afgeschaft<a class="noteref" id="xd0e1905src" href=
+"#xd0e1905">119</a>. Zij hebben wel geweten dat de Japanners <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxxv" href="#pbxxxv">XXXV</a>]</span>te
+Foesan een loge hadden, van eenige&mdash;trouwens hun
+verboden&mdash;aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in
+Hamel&rsquo;s Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die
+zoo afdoende weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen
+bericht aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen
+toekomen.</p>
+
+<p>Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart
+hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer met
+vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen voor hun
+land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor oogen hebben
+gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar de verschijning van
+Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking tot het Christendom te
+bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot ernstige troebelen.
+Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier vermomming werd ontdekt of
+verraden, werden gemarteld en gedood; schipbreukelingen daarentegen
+werden met zachtheid behandeld doch in het land gehouden. Aan vele
+katholieke zendelingen heeft hun geloofsijver het leven gekost en wat
+er op stond als eene poging van schipbreukelingen om het land te
+ontvluchten, mislukte, hebben eenigen van de bemanning van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; aan den lijve gevoeld.</p>
+
+<p>De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van
+waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners
+in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Da&iuml;mio
+van het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit
+handelsmonopolie ten goede kwamen<a class="noteref" id="xd0e1928src"
+href="#xd0e1928">120</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxvi" href=
+"#pbxxxvi">XXXVI</a>]</span></p>
+
+<p>Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien
+handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te
+krijgen.</p>
+
+<p>Lang v&oacute;&oacute;r andere Europeanen, hebben de Portugeezen met
+hunne galjotten en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en
+met de bewoners van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen
+onderhouden. Sedert de eerste helft der 16<sup>e</sup> eeuw bezochten
+zij Japan (1542)<a class="noteref" id="xd0e1939src" href=
+"#xd0e1939">121</a> waar zij van het naburige rijk Korea zullen hebben
+gehoord; de van Portugeesche zeevaarders en zendelingen afkomstige
+inlichtingen welke Linschoten in zijn Reisgeschrift (1595) heeft
+medegedeeld<a class="noteref" id="xd0e1942src" href=
+"#xd0e1942">122</a>, zullen de eerste berichten zijn geweest welke
+kooplieden en reeders in ons vaderland omtrent het bestaan van het rijk
+Korea hebben vernomen.</p>
+
+<p>Toen ingevolge het besluit van &ldquo;de Breede Raden op &rsquo;t
+schip den Rooden Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van
+Firando&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1955src" href=
+"#xd0e1955">123</a> (20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd
+en Opper-coopman was opgetreden<a class="noteref" id="xd0e1978src"
+href="#xd0e1978">124</a>, ging deze er weldra toe over (Maart 1610)
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxxvii" href=
+"#pbxxxvii">XXXVII</a>]</span>om een zijner assistenten met eene lading
+peper voor Korea naar het eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds
+peper daar misschien geen gewild artikel<a class="noteref" id=
+"xd0e1988src" href="#xd0e1988">125</a>, en zou tin eerder aftrek hebben
+gevonden<a class="noteref" id="xd0e2018src" href="#xd0e2018">126</a>,
+doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te
+bieden, zouden &ldquo;de strenge wetten des lants&rdquo; en het
+eigenbelang van den Da&iuml;mio van Tsushima den begeerden handel wel
+hebben belet. Ook het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18
+December 1610<a class="noteref" id="xd0e2027src" href=
+"#xd0e2027">127</a> gedaan op &ldquo;den groot-magtigsten Keizer en
+Koning van Japan&rdquo; ter verkrijging van den handel op Korea door
+diens faveur en hulp, moest om die redenen vruchteloos blijven; onze
+&ldquo;small entrance into Corea&rdquo;, waarvan sprake is in een
+Engelsch bericht van eenige jaren later<a class="noteref" id=
+"xd0e2033src" href="#xd0e2033">128</a>, zal onbeduidend <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxxviii" href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>]</span>zijn
+geweest en is niet van eenige beteekenis geworden. Onze Engelsche
+mededingers waren trouwens niet fortuinlijker<a class="noteref" id=
+"xd0e2043src" href="#xd0e2043">129</a>.</p>
+
+<p>Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn
+geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in
+andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin
+verandering te brengen. Het &ldquo;ontdecken van Corea&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e2071src" href="#xd0e2071">130</a> moest aanvankelijk
+echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor geschikte schepen en
+zal later zijn opgegeven op grond van de kennis welke was opgedaan
+omtrent de gezindheid der bevolking, waarover misschien meer tot ons
+zou zijn doorgedrongen als de journalen waren bewaard gebleven van de
+schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen Formosa en Japan in de
+vaart zijn geweest. De vijandige houding en het krachtige optreden der
+kustwacht toen het schip &ldquo;de Hond&rdquo; in 1622 in de wateren
+van Korea verzeild geraakte<a class="noteref" id="xd0e2074src" href=
+"#xd0e2074">131</a>, moet afschrikkend hebben gewerkt en de bemanning
+van de fluit &ldquo;de Patientie&rdquo; werd daar in 1648 niet
+vriendelijker <span class="pagenum">[<a id="pbxxxix" href=
+"#pbxxxix">XXXIX</a>]</span>bejegend<a class="noteref" id="xd0e2081src"
+href="#xd0e2081">132</a>. De Compagnie zal er van hebben afgezien hare
+schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor het najagen van
+zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar Opperhoofd te
+Firando op de hem in 1637 gedane vraag<a class="noteref" id=
+"xd0e2087src" href="#xd0e2087">133</a> omtrent de kansen van een tocht
+naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend dat bij de Bataviasche
+Regeering niet de lust kon opkomen zulk een avontuur te wagen. Wat dit
+Opperhoofd toen over &ldquo;de gelegentheijt van Corea&rdquo; schreef<a
+class="noteref" id="xd0e2090src" href="#xd0e2090">134</a>, had hij
+blijkbaar vernomen van Japanners en in Japan verblijvende Koreanen;
+zijn bericht is&mdash;voor zooveel ons bekend is&mdash;het oudste dat
+over dit <span class="pagenum">[<a id="pbxl" href=
+"#pbxl">XL</a>]</span>land in Compagnie&rsquo;s papieren wordt
+aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard<a class="noteref" id=
+"xd0e2113src" href="#xd0e2113">135</a>.</p>
+
+<p>De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook &ldquo;het
+land Corea t&rsquo; ontdecken&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e2124src"
+href="#xd0e2124">136</a> heeft evenmin tot iets geleid.</p>
+
+<p>Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental
+schipbreukelingen van &ldquo;de Sperwer&rdquo;, gaven deze zulk een
+gunstige voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen
+handel met Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de
+Regeering te Batavia hierop te moeten vestigen<a class="noteref" id=
+"xd0e2132src" href="#xd0e2132">137</a>. Op den Gouverneur Generaal en
+de Raden van Indi&euml; hadden daarentegen de inlichtingen van
+diezelfde schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een
+gansch anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge
+verwachting konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met
+eene onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in
+China en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen
+blijken voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen<a class=
+"noteref" id="xd0e2140src" href="#xd0e2140">138</a>.</p>
+
+<p>Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben
+ondervonden van <span lang="en">&ldquo;the call of the
+East&rdquo;</span>; zou de herinnering van het leed en het ongemak dat
+hun deel was geweest in het heidensche land, al zijn uitgewischt
+geweest of het verlangen naar hunne in Korea achtergelaten vrouwen en
+kinderen zoo luid hebben gesproken dat zij over de vooruitzichten van
+een tocht naar Korea&mdash;waaraan zij zich bereid verklaarden deel te
+nemen<a class="noteref" id="xd0e2161src" href=
+"#xd0e2161">139</a>&mdash;te gunstig hebben geoordeeld?<a class=
+"noteref" id="xd0e2169src" href="#xd0e2169">140</a> <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxli" href="#pbxli">XLI</a>]</span>Eene
+teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard gebleven; op grond van
+het advies harer vertegenwoordigers in Japan, heeft de Bataviasche
+Regeering den avontuurlijken tocht ontraden en Heeren XVII hebben zich
+bij haar opvatting neergelegd<a class="noteref" id="xd0e2177src" href=
+"#xd0e2177">141</a>; voor goed schijnt van den handel op Korea te zijn
+afgezien<a class="noteref" id="xd0e2189src" href="#xd0e2189">142</a>.
+Het jacht <i>Corea</i>, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd
+gebouwd<a class="noteref" id="xd0e2201src" href="#xd0e2201">143</a>, is
+misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het geredde
+zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar zij kort
+geleden met groot gevaar waren ontvlucht.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Het eiland op welks rotsige kust het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo;
+te pletter sloeg, was bij de Chineezen in de 7<sup>e</sup> eeuw bekend
+onder den naam Tan Lo<a class="noteref" id="xd0e2214src" href=
+"#xd0e2214">144</a>, sedert het begin der Ming dynastie
+(1368&ndash;1644) onder dien van Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens
+Europeesche kaarten uit de 17<sup>e</sup> eeuw, destijds onder dien van
+Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in die streken, de
+Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar een slechten indruk
+gekregen en het daarom &ldquo;Ilha de Ladrones&rdquo; genoemd<a class=
+"noteref" id="xd0e2228src" href="#xd0e2228">145</a>, in plaats waarvan,
+sedert Hamel&rsquo;s Journaal bekend <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlii" href="#pbxlii">XLII</a>]</span>is geworden, de naam
+Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen<a class="noteref" id=
+"xd0e2243src" href="#xd0e2243">146</a>.</p>
+
+<p>Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk
+van &ldquo;de Sperwer&rdquo; heeft die naamgeving niets uit te staan
+gehad. Dat Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt<a
+class="noteref" id="xd0e2279src" href="#xd0e2279">147</a>, is eene
+gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men vindt dat
+al in 1648, vijf jaren v&oacute;&oacute;r het vergaan van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo;, van &ldquo;&rsquo;t Eijland &rsquo;t Quelpaert&rdquo;
+melding wordt gemaakt<a class="noteref" id="xd0e2287src" href=
+"#xd0e2287">148</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxliii" href=
+"#pbxliii">XLIII</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd&rdquo;. Zoo
+luidt eene aanteekening in een &ldquo;Register op de resoluties van de
+Kamer Amsterdam zeedert 1603 tot 1743&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e2327src" href="#xd0e2327">149</a>, waarbij tevens twee resoluties
+dier Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft
+der 17<sup>e</sup> eeuw in Nederland een type van Compagnie&rsquo;s
+schepen in de vaart was dat &ldquo;quelpaert&rdquo; werd genoemd<a
+class="noteref" id="xd0e2341src" href="#xd0e2341">150</a>. Dit waren
+adviesvaartuigen, van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen,
+vlugge zeilers en geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De
+veronderstelling ligt voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam
+aan zulk een schip zal hebben ontleend.</p>
+
+<p>Inderdaad heeft meer dan &eacute;&eacute;n Compagnie&rsquo;s
+&ldquo;quelpaert&rdquo; v&oacute;&oacute;r 1648 de wateren van
+Oost-Azi&euml; bevaren.</p>
+
+<p>Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan
+de Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef &ldquo;het quel de
+Brack&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e2348src" href=
+"#xd0e2348">151</a> hadden afgezonden en wenschten te vernemen of
+&ldquo;soodanige quel&rdquo; de Compagnie op eenige vaarwaters dienstig
+zou zijn. Den 17<sup>en</sup> Januari 1640 uitgeloopen, kwam dit schip,
+dat nevens de groote schepen welke het vergezelde, zee had gebouwd, den
+30<sup>en</sup> Juli d.a.v. behouden te Batavia aan. Het oordeel van de
+Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype luidde gunstig; voor den
+dienst in Taijoan werd &ldquo;het quelpaert&rdquo; zelfs zoo geschikt
+geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee of drie vaartuigen
+van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII spreken van het
+&ldquo;Quel de Brack&rdquo; en de Indische Regeering van
+&ldquo;&rsquo;t Galjot &rsquo;t Quelpeert&rdquo;; elders vinden wij
+dezen zelfden bodem <span class="pagenum">[<a id="pbxliv" href=
+"#pbxliv">XLIV</a>]</span>ook genoemd: &ldquo;t&rsquo;
+Quelpaert&rdquo;, &ldquo;t&rsquo; Quel&rdquo;, &ldquo;&rsquo;t Galiot
+den Brack&rdquo; en zelfs &ldquo;t&rsquo; Galiot t&rsquo; Quelpaert de
+Brack&rdquo;, welke verschillende benaming verklaarbaar wordt door de
+omstandigheid dat &ldquo;soodanige Quel&rdquo; van ongeveer gelijk type
+was als de in Indi&euml; beter bekende galjotten en &ldquo;de
+Brack&rdquo; het eerste schip was van zijne soort dat daar werd gezien
+en daarom aanvankelijk als <i>het</i> Quelpaert of Quel zal zijn
+aangeduid. Eerst toen meer bodems van deze soort in Indi&euml;
+verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden en den eigenlijken
+naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden (&ldquo;&rsquo;t quel de
+Brack&rdquo;, &ldquo;&rsquo;t quel de Hasewindt&rdquo;, &ldquo;&rsquo;t
+quel de Visscher&rdquo;).</p>
+
+<p>Toen &ldquo;de Brack&rdquo; op de reede van Batavia ankerde, was de
+belegering van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te
+pas kwam. In plaats van naar Taijoan, werd &ldquo;het Quelpaert&rdquo;
+dadelijk na aankomst naar Malaka gezonden<a class="noteref" id=
+"xd0e2369src" href="#xd0e2369">152</a>, waarheen het in den loop van
+1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15<sup>en</sup> Mei 1641
+zette het koers naar Formosa, waar het den 21<sup>en</sup> Juni d.a.v.
+aankwam.</p>
+
+<p>Was het mogelijk geweest &ldquo;het Quelpaert&rdquo; de bestemming
+te laten volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen,
+dan had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de
+gedwongen verplaatsing van hare factorij van Firando naar
+Nagasaki&mdash;welke alleen uit een handelsoogpunt beschouwd,
+nauwelijks nadeelig was te noemen<a class="noteref" id="xd0e2386src"
+href="#xd0e2386">153</a>&mdash;ondervond de Compagnie door
+verschillende plagerijen dat op de komst van hare schepen met kostbare
+ladingen, in Japan niet langer zooveel prijs werd gesteld als zij
+gewend was. Hare winsten liepen ernstig gevaar en het scheen dat de
+Japansche machthebbers zelfs in den zin hadden de Compagnie er toe te
+brengen uit eigen beweging haren handel op hun land te staken. In de
+hoop verbetering in den staat van de negotie te verkrijgen door de
+vertooning van een <span class="pagenum">[<a id="pbxlv" href=
+"#pbxlv">XLV</a>]</span>indertijd aan Jacques Specx verleenden pas<a
+class="noteref" id="xd0e2394src" href="#xd0e2394">154</a>&mdash;die ter
+Generale Secretarije te Batavia onder de Compagnie&rsquo;s papieren was
+teruggevonden&mdash;besloot de Bataviasche Regeering dit document naar
+Taijoan en van daar met &ldquo;het Quelpaert&rdquo; naar Japan te laten
+overbrengen. Toen evenwel de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641
+met dit staatsstuk te Taijoan aankwam, had &ldquo;het Quelpaert&rdquo;
+kort te voren zijn gaffel gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat
+het fluitschip &ldquo;de Saijer&rdquo; in zijn plaats werd aangewezen
+om den oppercoopman Cornelis Caesar over te voeren, aan wien de
+bezorging van den pas werd opgedragen.</p>
+
+<p>Eerst in het volgende jaar (1642) kwam &ldquo;het Quelpaert&rdquo;
+aan de beurt om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.</p>
+
+<p>Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor
+de Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan (1624)<a class="noteref" id="xd0e2407src" href=
+"#xd0e2407">155</a> zich feitelijk de souvereiniteit over het geheele
+eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog toe slechts gezag uit
+over het zuidelijke deel daarvan, in de streek waar zij zich had
+gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet kunnen beletten dat
+de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden genesteld ter
+bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao en Japan<a
+class="noteref" id="xd0e2410src" href="#xd0e2410">156</a>, en zoolang
+de daar opgerichte Spaansche versterking <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlvi" href="#pbxlvi">XLVI</a>]</span>Kelang<a class="noteref" id=
+"xd0e2441src" href="#xd0e2441">157</a> in handen van den erfvijand
+bleef, kon de Compagnie haar doel, den alleenhandel met China, niet
+hopen te bereiken<a class="noteref" id="xd0e2452src" href=
+"#xd0e2452">158</a>.</p>
+
+<p>Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de
+Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven<a class="noteref"
+id="xd0e2460src" href="#xd0e2460">159</a>. In hun eigen land hadden de
+Japansche Regenten de aanhangers van het roomsche geloof te vuur en te
+zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de kans af te snijden dat van
+Noord-Formosa priesters en geloovigen van de gehate <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxlvii" href="#pbxlvii">XLVII</a>]</span>sekte Japan
+zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk zijn voorgekomen dat aan
+de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland een einde kwam. Werden
+dezen verjaagd door de Hollanders, die toch ook Christenen en daarom
+verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige Japansche Regeering
+hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van den kant der Compagnie
+de overbrenging van roomsche zendelingen niet zou worden
+vergemakkelijkt.</p>
+
+<p>De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te
+weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de
+aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland<a
+class="noteref" id="xd0e2473src" href="#xd0e2473">160</a>. Door die te
+bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding te vinden voor het
+gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit Japan<a class="noteref"
+id="xd0e2476src" href="#xd0e2476">161</a> en voor de hooge uitgaven
+welke het bestuur op Formosa vereischte<a class="noteref" id=
+"xd0e2479src" href="#xd0e2479">162</a>. Dat zij niet van zins was
+rekening te houden met rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak
+voor de Regeering te Batavia van zelf<a class="noteref" id=
+"xd0e2482src" href="#xd0e2482">163</a>. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlviii" href="#pbxlviii">XLVIII</a>]</span></p>
+
+<p>Toen tot de uitvoering van &ldquo;het desseijn op &rsquo;t
+noordeijnde van Formosa&rdquo; was overgegaan<a class="noteref" id=
+"xd0e2502src" href="#xd0e2502">164</a> en den 7<sup>en</sup> September
+1642 de aangename tijding dat de onzen zich den 26<sup>en</sup>
+Augustus van de sterkte Kelang hadden meester gemaakt, te Taijoan werd
+aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit zoo spoedig mogelijk aan
+de Japansche Regeering te berichten<a class="noteref" id="xd0e2532src"
+href="#xd0e2532">165</a>. Als adviesvaartuig, was het &ldquo;Quel de
+Bracq&rdquo; bijzonder geschikt voor die taak en daar het &ldquo;wel
+beseijlt ende rustich gemandt&rdquo; was kon het&mdash;al was het wat
+laat in het jaar&mdash;in den betrekkelijk korten tijd van eene maand
+Japan bereiken. Den 11<sup>en</sup> September van Taijoan onder zeil
+gegaan, liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den
+29<sup>en</sup> dier maand van daar vertrokken, kwam het 7 November
+behouden te Taijoan terug. <span class="pagenum">[<a id="pbxlix" href=
+"#pbxlix">XLIX</a>]</span></p>
+
+<p>De berichten aangaande deze reis van het &ldquo;Quelpaert de
+Brack&rdquo; zijn betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd
+dat op weg naar of van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat
+een onbekend eiland is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan
+eene vijandige ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend
+in het Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan &ldquo;de
+Patientie&rdquo; op de Kust van Korea is overkomen<a class="noteref"
+id="xd0e2547src" href="#xd0e2547">166</a> en het Opperhoofd Jan van
+Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite
+waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks
+betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie tot
+Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat &ldquo;het Quelpaert&rdquo;,
+misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere
+belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt<a
+class="noteref" id="xd0e2553src" href="#xd0e2553">167</a>. Intusschen
+is het mogelijk dat &ldquo;het Quelpaert&rdquo; op de terugreis van
+Japan naar Taijoan&mdash;toen het slecht weer heeft getroffen&mdash;uit
+den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet
+genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in
+zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding
+ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia,
+die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het
+eiland door &ldquo;het Quelpaert&rdquo; vermeld, zullen hebben
+gevestigd,<a class="noteref" id="xd0e2561src" href="#xd0e2561">168</a>
+waardoor gaandeweg de naam &ldquo;Quelpaerts-eiland&rdquo; bij onze
+zeevaarders bekend zal zijn geraakt<a class="noteref" id="xd0e2570src"
+href="#xd0e2570">169</a>; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart <span
+class="pagenum">[<a id="pbl" href="#pbl">L</a>]</span>waarop het
+Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, is die van Joan
+Blaeu van 1687<a class="noteref" id="xd0e2580src" href=
+"#xd0e2580">170</a>.</p>
+
+<p>Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven&mdash;gelijk algemeen
+wordt aangenomen&mdash;dan kan uit de ons bekende gegevens alleen
+worden afgeleid dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van
+&ldquo;het Quelpaert de Bracq&rdquo; naar Japan in 1642. Noch
+daarv&oacute;&oacute;r noch daarna is dit &ldquo;quelpaert&rdquo; in de
+wateren van Korea geweest en evenmin was dit het geval met de beide
+andere vaartuigen van deze soort, &ldquo;de Hasewind&rdquo; en
+&ldquo;de Visscher&rdquo;. Voor zooveel uit de bewaard gebleven
+berichten kan worden nagegaan, zijn deze beide
+&ldquo;quelpaerden&rdquo;, wanneer die na 1642 en v&oacute;&oacute;r
+1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden met smaldeelen
+welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, kruisten op
+Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit gebruikt noch
+verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.</p>
+
+<p>Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen
+moeten wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te
+hebben met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te
+eeniger tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch
+waarnaar wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd
+welke rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen<a class="noteref" id=
+"xd0e2590src" href="#xd0e2590">171</a>.</p>
+
+<p>De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam
+&ldquo;quelpaert&rdquo; wellicht, evenals &ldquo;galjot&rdquo;, van
+Portugeesche afkomst is en of misschien een ongeval aan een dergelijk
+Portugeesch vaartuig op zijn tocht van Macao naar Japan overkomen, voor
+Portugeesche zeevarenden de aanleiding is geweest om het Koreaansche
+Ilha de Ladrones&mdash;onder welken naam ook andere Oostersche eilanden
+bekend stonden&mdash;voortaan nauwkeuriger aan te duiden als:
+&ldquo;het Quelpaerts-eiland&rdquo;. Zou ook het woord
+&ldquo;quelpaard&rdquo; misschien van Portugeeschen oorsprong zijn?
+Evenals &ldquo;luipaard&rdquo; is ontstaan uit &ldquo;leo&rdquo; en
+&ldquo;pardus&rdquo;, zou &ldquo;quelpaard&rdquo; kunnen zijn gevormd
+naar &ldquo;quelpardus&rdquo;, eene samenstelling <span class=
+"pagenum">[<a id="pbli" href="#pbli">LI</a>]</span>van
+&ldquo;pardus&rdquo; en &ldquo;quelly&rdquo; of &ldquo;quel&rdquo;,
+eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van luipaard.<a class=
+"noteref" id="xd0e2602src" href="#xd0e2602">172</a></p>
+
+<p>Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die
+kennis kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote
+bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen hij
+zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik Hamel
+bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij op 36
+jaar oud te wezen<a class="noteref" id="xd0e2611src" href=
+"#xd0e2611">173</a>, zoodat mag worden aangenomen dat hij in 1630 is
+geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie&rsquo;s
+Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 met
+de &ldquo;Vogel Struijs&rdquo; in Indi&euml; was gekomen,<a class=
+"noteref" id="xd0e2617src" href="#xd0e2617">174</a>, welk schip den
+6<sup>en</sup> November 1650 uit het Land-diep van Texel is
+uitgevaren<a class="noteref" id="xd0e2628src" href="#xd0e2628">175</a>
+en den 4<sup>en</sup> Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker
+kwam<a class="noteref" id="xd0e2634src" href="#xd0e2634">176</a>.</p>
+
+<p>Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek
+stond, wil nog niet zeggen &ldquo;dat hij in een berooiden toestand
+Europa verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere
+Gouverneur Generaal Wiese naar Indi&euml; toog als hooplooper d. i. als
+lichtmatroos en tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den
+toenmaligen Landvoogd, oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht
+dat zijn naam alleen op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije
+passage te bezorgen&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e2639src" href=
+"#xd0e2639">177</a>. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in
+Indi&euml; gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als
+&ldquo;soldaat aan de pen&rdquo;, kort daarna eene bevordering tot
+assistent en vervolgens tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne
+aanvangsgage van &fnof;&nbsp;11 p<sup>r</sup> maand&mdash;waarop zijn
+medepassagier van de &ldquo;Vogel Struijs&rdquo;, de bosschieter Jan
+Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond<a class="noteref" id=
+"xd0e2645src" href="#xd0e2645">178</a>&mdash;tot &fnof;&nbsp;30
+p<sup>r</sup> maand werd verhoogd. <span class="pagenum">[<a id="pblii"
+href="#pblii">LII</a>]</span></p>
+
+<p>Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia
+is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, toen
+hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland was
+aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het licht
+gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van &plusmn; 1734,
+waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn
+opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: &ldquo;Hendrik Hamel is
+naar Oost-Indi&euml; gevaren en comende van daar, om naar Japan te
+rijsen, is door een orcaan schipbreuk leijdende op &rsquo;t Eijland
+Corea gesmeten en aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een
+boot naar Japan en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede
+maal naar Indi&euml; en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch
+vrijer zijnde den 12 febr. 1692&rdquo;. Te zelfder plaats staat vermeld
+dat hij is geboren uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha
+Verhaar, dochter van Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven,
+zoomede dat het geslacht Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op
+een goud veld<a class="noteref" id="xd0e2659src" href=
+"#xd0e2659">179</a>.</p>
+
+<p>Komt Hamel&rsquo;s relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten,
+onder de oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust
+ontwaken om door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans
+beschikbaar zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te
+leeren kennen<a class="noteref" id="xd0e2664src" href=
+"#xd0e2664">180</a>.</p>
+
+<p>Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen zijn
+bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de
+aanwezigheid <span class="pagenum">[<a id="pbliii" href=
+"#pbliii">LIII</a>]</span>der schipbreukelingen van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; zijn opgesteld, zal aan hetgeen thans omtrent hun
+verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk veel wetenswaardigs kunnen
+worden toegevoegd<a class="noteref" id="xd0e2697src" href=
+"#xd0e2697">181</a>. Wij wagen de verwachting uit te spreken dat deze
+uitgaaf van Hamel&rsquo;s Journaal opnieuw de aandacht zal vestigen op
+de eerste Europeesche bezoekers van Korea en dat dientengevolge in het
+Verre Oosten aan hun wedervaren eene zelfde belangstelling zal worden
+gewijd als is te beurt gevallen aan den eersten Engelschman
+die&mdash;als opvarende van een Hollandsch schip&mdash;in Japan is
+aangeland<a class="noteref" id="xd0e2708src" href="#xd0e2708">182</a>.
+Op de belangstelling van de tegenwoordige heerschers in Korea hebben
+Hendrik Hamel en zijne lotgenooten zeker even goede aanspraken als
+William Adams.</p>
+
+<p>De thans uitgegeven tekst van Hamel&rsquo;s Journaal en de
+ongedrukte stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is
+gebruik gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal
+Archief, eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te &rsquo;s
+Gravenhage. Wie in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons
+koloniaal verleden, wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom
+dien zij bevat maar ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard
+door het ontbreken van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door
+ambtelijke hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van
+dien inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.</p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e407src" id="xd0e407">1</a></span> Formosa. Zoo werd het eiland
+gedoopt door de Portugeezen; bij de Spanjaarden heette het Hermosa; de
+Chineesche naam is Tai-oan d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het
+Takasago (zie <span class="bibl" lang="en">Papinot, Dictionary of
+Japan</span>); in Compagnie&rsquo;s stukken wordt gesproken van het
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Eijlandt Paccam ofte Formosa</span>&rdquo;,
+b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: &ldquo;<span lang="nl-1600">Tot
+ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d&rsquo;onse op
+den 8<sup>en</sup> Martio laestleden, onder t&rsquo; beleijt van
+d&rsquo; opperstierman Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ...
+ende is bevonden om de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden
+10 minuijten, ende om de Zuijdt tot omtrent op de 20&frac12;
+graed</span>&rdquo;. (Verg. Kaart no. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbivn" href="#pbivn">IV</a>]</span>304 in de verzameling van het Alg.
+Rijksarchief). Eveneens op kaarten: &ldquo;Pakam of Ilha Formosa&rdquo;
+(Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, <span lang="de">Atlas
+zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln</span>
+X).&mdash;&ldquo;<span lang="nl-1600">Opde Suijdhoek vande Baeij van
+Taijoan hadden de onse een fort geleijdt ... de plaetse daer &rsquo;t
+fort op staet is een sant duijn, ontrent een musquet schoot tegen over
+t&rsquo; fort leijt een sandt plaet daer ons comptoir ofte logie op
+gestaen heeft ...</span>&rdquo; (<span class="bibl">Dagr. Bat. 9 April
+1625, bl. 144</span>). &ldquo;<span lang="nl-1600">de uijtsteeckende
+<i>plaet</i> bij het vastelandt van Formosa, sijnde
+Taijouan</span>&rdquo; (Patr. Miss. 26 April 1650).&mdash;Gouvern.
+Pieter Nuijts schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">de luijden schijnen van Taijouan omdat het een sombere, dorre
+ende drooge plaets is een disgoest te hebben</span>&rdquo;.&mdash;Den
+14<sup>en</sup> Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering:
+&ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t is wel een schoon eijlandt,
+gelijck sijne name metbrenght, maer verslint veel menschen
+vlees</span>&rdquo; [door het ongezonde klimaat].</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e448src" id="xd0e448">2</a></span> Zie <a href="#b.v.a.1">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 1</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e459src" id="xd0e459">3</a></span> Zie <a href="#b.v.a.2">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 2</a>. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e471src" id="xd0e471">4</a></span> Zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e482src" id="xd0e482">5</a></span> Bij resolutie van Gouverneur
+Sonck en den Raad van Taijoan dd. 14 Januari 1625 werd besloten
+&ldquo;<span lang="nl-1600">ons van de Sandplaet met alle des
+Comp.<sup>es</sup> middelen aen de oversijde (op t&rsquo; vastelant van
+Isla Formosa) te transporteeren</span>&rdquo; ... om &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">aldaer een volcomen stadt op te rechten.</span>&rdquo; Tevens
+werd aan &ldquo;<span lang="nl-1600">t&rsquo; alreede opgerechte
+Casteel</span>&rdquo; de naam Orangie gegeven en goedgevonden
+&ldquo;<span lang="nl-1600">de Stadt te noemen naer de seven geunieerde
+provintien de Provintien</span>&rdquo;. De Regeering te Batavia gaf
+hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers
+gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626
+&ldquo;<span lang="nl-1600">dat het Fort ende Stadt in Teijouhan
+afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn Zeelandia in plaetse van
+Provintien.</span>&rdquo; (Missive Batavia naar Taijoan, dd. 27 Juni
+1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).</p>
+
+<p class="footnote">Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de
+ontworpen stad niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog
+duin op de zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de
+oostzijde, was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van
+&ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t Quartier ofte de Stad
+Zeelandia</span>&rdquo; droeg&rdquo; (<span class="bibl">&ldquo;<span
+lang="nl-1600">&rsquo;t Verwaerloosde Formosa</span>&rdquo;, bl. 15,
+17</span>). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die
+reden den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor
+op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar
+schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering aan
+den President Overtwater om &ldquo;<span lang="nl-1600">de plaetse
+Chiaccam op &rsquo;t voorlant van Formosa welck voor desen
+geprojecteert ende ondernomen is om het beginsel van een stadt daerop
+te formeren, ende tot dien eijnde door de Heer Martinus Sonck
+sal<sup>er</sup> den <span class="pagenum">[<a id="pbvn" href=
+"#pbvn">V</a>]</span>name <i>Provintie</i> gegeven ende sulcx van hier
+geapprobeerd was</span>&rdquo; [en welke Overtwater had herdoopt in
+&ldquo;Hoorn&rdquo;] &ldquo;<span lang="nl-1600">sijn vorigen naem van
+<i>Provincie</i> weder [te] geven.</span>&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote">Na het verzet van Chineezen in 1652 werd
+&ldquo;<span lang="nl-1600">om bij revolte ... Taijouan en Provintie
+niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen de oversijde in
+&rsquo;t midden van de cruijswech binnen voorn<sup>de</sup>.
+Provintie</span>&rdquo; gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss.
+Batavia naar Taijoan dd. 26 Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654)
+welke redout in begin Mei 1661 aan Kosinga werd overgegeven. (Zie
+&ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t Verwaerloosde
+Formosa</span>&rdquo;).</p>
+
+<p class="footnote">Van &ldquo;<span lang="nl-1600">het <i>vleck</i>
+Provintie</span>&rdquo; spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh in
+zijn &ldquo;<span lang="nl-1600">Rapport aengaende de gelegentheijt van
+Formosa</span>&rdquo;, Batavia 10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op
+de kaart onder no. 305 in de verzameling van het Alg. Rijksarchief
+opgenomen, staat vermeld: &ldquo;<span lang="nl-1600">het <i>vlekje</i>
+Provintie</span>&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e562src" id="xd0e562">6</a></span> De uitgetrokken soldaten en
+hulpbenden &ldquo;<span lang="nl-1600">vonden geen grooter troupen als
+van 10 &agrave; 12 bij den anderen die haer hier en daer in &rsquo;t
+suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle
+die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om &rsquo;t leven
+gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen
+massacreerden</span>&rdquo;. ... &ldquo;<span lang="nl-1600">Soodat
+gedurende den oorloch in den tijt van 12 dagen tusschen de 3 &agrave;
+4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van &rsquo;t verghoten
+Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese revolte tot
+slissinge ende te niet doening is gebracht</span>&rdquo;. (Gen. Miss.
+24 Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te
+komen voor 2600 gemassacreerde koppen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e571src" id="xd0e571">7</a></span> Als oorzaak van de revolte werd
+aangenomen &ldquo;<span lang="nl-1600">dat de principaelste Chineese
+lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende gesagh traghtende,
+off wel door eenigh misnoegen off om al te groote vrijheeden die hun,
+om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten zijn, uijt eijgen
+movement dit verfoeijelijck ende verraders werck ondernomen hebben;
+&rsquo;t sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge voor ons ende
+onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, altijt een
+waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen Chinees in
+&rsquo;t seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting te nemen
+geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de groote
+vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn te
+genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij</span>&rdquo; (Gen.
+Miss. 31 Jan. 1653).</p>
+
+<p class="footnote">Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr.
+Miss. 30 Jan. 1654) doch kregen weldra een anderen kijk op het
+voorgevallene: &ldquo;<span lang="nl-1600">In UE voorsz. missive van
+den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, hebben wij niet sonder
+ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen sijn dat de jongste revolte
+der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent 3000 van die natie om &rsquo;t
+leven geraeckt sijn, ten principalen soude veroorsaeckt sijn door de
+<span class="pagenum">[<a id="pbvin" href=
+"#pbvin">VI</a>]</span>extorsien en gewelten die sij voorgeven hun van
+den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde
+voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van
+onse eijgen Ministers overcomen</span>&rdquo; (Patr. Miss. 16 April
+1655).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e591src" id="xd0e591">8</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de
+schriftelijcke deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien,
+stoute onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken
+door de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den
+tijt haerer residentie op Formosa gepleegt</span>&rdquo; (Gouverneur
+Verburg aan de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders
+zeer sterk over den Heer Landvoogd Verburg&rdquo; (<span class=
+"bibl">Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, bl. 89</span>).
+Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie Res.
+ult<sup>o</sup> Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd
+benoemd, en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel
+handelt ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia
+aan Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende:
+&ldquo;<span lang="nl-1600">T valt seer moeielijck en verdrietigh te
+hooren de dissentien en onlusten die der telckens voorvallen onder de
+Ecclesiasticquen mitsgaders de clachten over derselver onbehoorlijcke
+comportementen, usurpatien en geltgierigheijt en dat in alle
+residentien van de Compagnie geheel Indien door, en principalijcken op
+Formosa</span>&rdquo; (Patr. Miss. 20 Jan. 1654).&mdash;&ldquo;<span
+lang="nl-1600">Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de
+Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de
+dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen
+niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben te
+vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de
+politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen
+sijn</span>&rdquo; (Patr. Miss. 15 April 1654).&mdash;Over &ldquo;<span
+lang="nl-1600">de tusschen den Heer Gouverneur ... ende sijnen Raedt
+geresen onlusten</span>&rdquo; zie Res. 12 April 1651 en Miss. Batavia
+naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e623src" id="xd0e623">9</a></span> Voor eenige grootendeels aan
+Compagnie&rsquo;s papieren uit Japan en Taijoan ontleende
+bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, zie <a href=
+"#b.v.c">Bijlage V<sub>C</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e633src" id="xd0e633">10</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in
+Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den
+grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar
+tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven
+heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te
+hebben....</span>&rdquo; (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar
+Taijoan 25 Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling
+aannemelijk dat de in verzet gekomen Chineezen &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">daertoe opgemaeckt sijn door Cochin [Koksinga] de soone van
+Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; mitsgaders secours en
+assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater Jesuita [<span lang=
+"nl-1900">Martinus Martini, over wien zie <a href="#b.v.d">Bijlage
+V<sub>D</sub></a></span>] ons aengedient heeft dat op sijn vertreck
+uijt China soodanige geruchten daer liepen</span>&rdquo; (Patr. Miss.
+20 Jan. 1654).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e654src" id="xd0e654">11</a></span> Hij werd 1611 te Meurs
+geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, weduwe van Pieter Smidt, en
+overleed 24 Sept. 1667 als Directeur Generaal. Zie over hem: <span
+class="bibl">De Haan, Priangan, I, bl. 216</span>. Voor zijne benoeming
+tot Gouverneur van Formosa zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e669src" id="xd0e669">12</a></span> Res. 20 Mei 1653.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e677src" id="xd0e677">13</a></span> Zie <a href="#b.v.b.1">Bijlage
+V<sub>B</sub>, 1</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e689src" id="xd0e689">14</a></span> Zie <a href="#b.v.b.2">Bijlage
+V<sub>B</sub>, 2</a> (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als Gouverneur
+van Formosa dd.<sup>o</sup> 18 Junij Anno 1653, is te vinden in Kol.
+Archief no. 780.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e709src" id="xd0e709">15</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Aen d&rsquo;E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van
+India die gedestineert is <span class="pagenum">[<a id="pbviiin" href=
+"#pbviiin">VIII</a>]</span>om na Taijoan te vertrecken ende aldaer
+&rsquo;t gouvernement van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen
+mitsgaders de verdre scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse
+van d&rsquo;Ed. heer generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer
+hem de heeren Raden van India ende meest alle de gequalificeerde
+Comp<sup>s</sup>. dienaren alhier, nevens hare huijsvrouwen, als andere
+genoode gasten, mede laten vinden</span>&rdquo; (<span class=
+"bibl">Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82</span>).&mdash;In den namiddag
+had plaats &ldquo;<span lang="nl-1600">de publijcke authorisatie van
+d&rsquo;E Hr. J. van Maetsuijker in &rsquo;t generale gouverne van
+India</span>&rdquo;, welke wederom met &ldquo;een frisschen
+dronk&rdquo; werd bezegeld (<span class="bibl">a. v. bl.
+84</span>).&mdash;In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het
+&ldquo;<span lang="nl-1600">ordinaire scheijdmaal</span>&rdquo; voor de
+zeilree liggende retourschepen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e738src" id="xd0e738">16</a></span> &ldquo;Genoemde Heer Cornelis
+Caesar is tot becledinghe van sijn opgeleijde chergie met desselfs
+familie den 18 Junij laestleden p<sup>r</sup> &rsquo;t jacht de Sperwer
+uijt Batavia reede naer Taijouan genavigeert, cargasoen
+&fnof;&nbsp;64994.17.4&rdquo; (<span class="bibl">Gen. Miss. 19 Jan.
+1654</span>). Vgl. <span class="bibl">Dagr. Bat. 1653, bl. 84</span> en
+<a href="#b.iii.a">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e756src" id="xd0e756">17</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de
+Taijouanse besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier
+overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de
+Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is</span>&rdquo; (Res.
+9 Mei 1653).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e771src" id="xd0e771">18</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den
+9<sup>en</sup> Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij
+geweest, tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot
+opgehouden sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die
+wij met genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen,
+ende alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson al
+hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te
+laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17
+deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van de
+Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, te
+dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge van het
+Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren</span>&rdquo; (Res. 6 Juni
+1653). Zie ook de &ldquo;Zeijlaas ordre&rdquo;, <a href="#b.iii.a.2">
+Bijlage III<sub>A</sub>, 2</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e788src" id="xd0e788">19</a></span> Den 15<sup>en</sup> Sept. 1651
+ging de Sperwer van de reede van Batavia onder zeil en kwam <span
+class="pagenum">[<a id="pbixn" href="#pbixn">IX</a>]</span>den
+12<sup>en</sup> Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van de ambassade,
+maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie <span class="bibl">
+Speelman, Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e808src" id="xd0e808">20</a></span> &ldquo;Naer dat d&rsquo; E.
+Heer Cornelis Caesar op 16 Julij p<sup>r</sup> &rsquo;t jacht de
+Sperwer in Taijoan was gearriveert&rdquo; (Gen. Miss. 19 Jan. 1654).
+Vgl. Bijlage IIIA, 3.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e814src" id="xd0e814">21</a></span> 27 Mei 1653 &ldquo;vertrecken
+van hier directa naer Taijouan de fluijtschepen Trouw, Wittepaert,
+Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha Formosa voor d&rsquo; eerste
+besendinge&rdquo; (Notitie van de schepen soo die van andere plaetsen
+hier gearriveert sijn als die van hier elders vertrocken sijn sedert
+4<sup>en</sup> Januarij 1653 tot 31 December daer aen
+volgende).&mdash;In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd:
+&ldquo;een hecht, oock wel beseijlt schip&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e825src" id="xd0e825">22</a></span> &ldquo;Tot vervolghe van den
+Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende 29 Julij vervolgens derwaerts
+gesonden het fluijtschip het Wittepaert ende &rsquo;t jacht de Sperwer,
+te weten &rsquo;t Wittepaert geladen met een cargasoen van
+&fnof;&nbsp;33803.12.4 en de Sperwer met een d<sup>o</sup> ten bedrage
+van &fnof;&nbsp;33819.14.15&rdquo; (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. <a
+href="#b.iii.a.3">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e839src" id="xd0e839">23</a></span> Zie <a href="#b.iii.a.3">Bijl.
+III<sub>A</sub>, 3&ndash;7</a>, ook voor berichten aangaande den indruk
+door het vergaan van de Sperwer gemaakt.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e848src" id="xd0e848">24</a></span> Patr. Miss. 25 Sept. 1642.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e854src" id="xd0e854">25</a></span> Volgens de in het Koloniaal
+Archief aanwezige &ldquo;Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
+Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen en verongelukte
+schepen&rdquo;, loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en verongelukt
+27 schepen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e857src" id="xd0e857">26</a></span> <span class="bibl" lang="de">
+O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e866src" id="xd0e866">27</a></span> Wilhelm Volger, Opperhoofd,
+Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes de Roij, ondercoopman en Daniel
+van Vliet, assistent.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e869src" id="xd0e869">28</a></span> &ldquo;.... ende naer datse de
+naemen der verblijvende Nederlanders, als swarte jongens, welke met de
+seven matroosen en een boukhouder (uijt Corre hier aengecomen) een
+getal van 29 personen uijtmaecken, opgenomen hadden&rdquo; (Dagr.
+Japan, 19 Oct. 1666).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e872src" id="xd0e872">29</a></span> Vijf eilanden; <span lang=
+"en">&ldquo;a group of islands north-west of Kyushu, belonging to the
+province of Hizen&rdquo; (Papinot, Dictionary).</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e877src" id="xd0e877">30</a></span> Decima, d. i. Voor-eiland.
+&ldquo;.....comen voorm. scheepen hier voor Schisima offte &rsquo;s
+Comp<sup>s</sup>. residentieplaats ten ancker&rdquo; (Dagr. Japan 14
+Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado
+(Firando)&mdash;zie eene afbeelding van &ldquo;De Loge op
+Firando&rdquo; in: <span class="bibl">Montanus, Gedenkwaardige
+Gesantschappen, bl. 28</span>&mdash;maar 11 Mei 1641 werd den onzen
+aangezegd &ldquo;dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in
+Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando
+opbreecken ende die aldaer transporteren&rdquo; (Dagr. Japan). De
+verhuizing duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het
+Opperhoofd Le Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De
+&ldquo;Naamlijst&rdquo; vermeldt van Le Maire: &ldquo;1641,den 21 Maij
+van Firando naar Decima verhuijst&rdquo;.Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641,
+bl. 68). Hier moesten de onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor
+de Portugeezen was gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan
+Fran&ccedil;ois <span class="pagenum">[<a id="pbxin" href=
+"#pbxin">XI</a>]</span>Caron den 29<sup>en</sup> Juli 1636 deze
+beschrijving gaf: &ldquo;... gingen het logement ofte gevanckenis der
+Portugeesen besichtigen, sijnde een werck &rsquo;t welk in de baij van
+Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde uijt den water is
+opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende 240 voeten breedt,
+rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne staen twee regelen
+huijsen en een straet in &rsquo;t midden, hebbende een brugge omme van
+&rsquo;t lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte daer de
+Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, te weten eens
+wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als sij weder &rsquo;t
+scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te mogen setten.
+Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde wachtbercken ende
+wachthuijsen bewaert werden&rdquo; (Dagr. Japan).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e891src" id="xd0e891">31</a></span> &ldquo;Dat geene Hollanders
+sonder vragen van &rsquo;t Eijlandt en vermochten te gaan. Dat wel
+hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen nochte bedelaers op
+&rsquo;t Eijlandt mochten comen&rdquo;. (Dagr. Japan 19 Aug.
+1641).&mdash;Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando,
+Compagnie&rsquo;s dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de
+aanschrijving van Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): &ldquo;De
+onse moeten den Jappanders na de mondt sien en alles om den handel
+onbecommert te gauderen, verdragen&rdquo;; zoomede uit de Instructie
+aan het Opperhoofd Nicolaes Couckebacker (ult<sup>o</sup> Mei 1633,
+Kol. Arch. no. 759)&mdash;Vgl. &ldquo;Dat hij [nl. Couckebacker] sich
+in alle sijnen handel, wandel ende civilen ommeganck zoo
+lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een ijder, soowel
+groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij de Japanse
+natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen
+grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen,
+bemint ende aengenaem sijn mach&rdquo; (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e903src" id="xd0e903">32</a></span> Bijlage I <i>a</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e909src" id="xd0e909">33</a></span> Bijlage I <i>b</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e915src" id="xd0e915">34</a></span> &ldquo;Hij [het Opperhoofd
+Elseracq] apprehenderende meer en meer de groote precisiteijt van die
+natie dewelcke d&rsquo; onse involgen moeten omme daer wel te
+staen&rdquo; (Patr. Miss. 26 April 1650).&mdash;&ldquo;hoe nauw wij
+hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen door
+de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der tolcken
+timiditeijt&mdash;voortcomende van hare onbequaemheijt&mdash;nogal meer
+beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele
+gebleecken&rdquo; (Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov.
+1670).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e920src" id="xd0e920">35</a></span> Zie <a href="#pb65">Journaal,
+bl. 65</a> en <a href="#b.i.a">Bijlage I <i>a</i></a>.&mdash;Vgl.
+&ldquo;.... Vervolgens getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief
+van den Generael ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock
+die vanden 9 Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d&rsquo;antwoort daerop
+van&rsquo;t Opperhoofd Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22
+Octob<sup>r</sup>. daeraenvolgende, <i>Noch de vragen doorden
+Gouvern<sup>r</sup>. van Nangasacki de 8 persoonen in Corea soo lange
+jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, voorgehouden
+end&rsquo;antwoort door deselve daer op gegeven</i>, Item &rsquo;t gene
+inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet
+aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commiss<sup>en</sup>. daer
+op gaet hier neffens&rdquo; (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde
+van de heeren Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische
+Compagnie deser Landen.....alhier in &rsquo;s Gravenhage vergadert
+enz., Vrijdag den 29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e943src" id="xd0e943">36</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage I
+<i>a</i></a> en <a href="#b.i.b">I <i>b</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e961src" id="xd0e961">37</a></span> Zie <a href="#b.i.b">Bijlage I
+<i>b</i></a> en <a href="#b.i.d">I <i>d</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e974src" id="xd0e974">38</a></span> Zie <a href="#b.i.f">Bijlage I
+<i>f&ndash;h</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e985src" id="xd0e985">39</a></span> Zie <a href="#b.i.i">Bijlage I
+<i>i&ndash;j</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e996src" id="xd0e996">40</a></span> Dagr. Bat. 28 Nov. 1667:
+&ldquo;arriveeren hier van Japan de fluijtschepen Spreeuw ende Witte
+Leeuw&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1001src" id="xd0e1001">41</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage
+I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1009src" id="xd0e1009">42</a></span> &ldquo;Zijn wij den 28
+December Anno 1667 van Batavia &rsquo;t zeijl ghegaen, ende na weijnigh
+tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen&rdquo; (Journaal,
+Uitg.-Saagman).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1015src" id="xd0e1015">43</a></span> ... &ldquo;Sijn ons den
+18<sup>en</sup> Maij Godtloff wel en behouden toegecomen de schepen het
+Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den 13<sup>en</sup> en
+15<sup>en</sup> Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn,
+&rsquo;t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt,
+Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>, mitsgaders den 20 en 23
+daaraanvolgende de Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve
+maent, Godtloff oock behouden in &rsquo;t Vlie gearriveert de schepen
+de Wassende Maen, Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen
+zijn ons dan geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en
+31 December, alle des voorleden jaers 1667&rdquo; (Patr. Miss. 22 Aug.
+1668).</p>
+
+<p class="footnote">Mei 1668. &ldquo;Den 18 Meij arriveerden in Tessel
+3 Nederl. Retour-Schepen als &rsquo;t Wapen van Hoorn en Alphen voor de
+Kamer Amsterdam ende Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren
+den 6 October 1667 van Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer
+noch 8 Retour-Schepen van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen
+..., <i>Doe quam op Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van
+&rsquo;t Schip de Sparwer waren gebergt, en ettelijcke sich met een
+Bootje aen Japan hadden gesalveert</i>&rdquo; (Hollantse Mercurius XIX,
+1668, bl. 82&ndash;83). Dit <i>&ldquo;advijs&rdquo;</i> was al, met de
+Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1041src" id="xd0e1041">44</a></span> Monsterrol van &rsquo;t
+Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 (Brieven en papieren overgekomen
+voor de Kamer Amsterdam, 1660&ndash;1668. Kol. Arch. no. 1153).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1047src" id="xd0e1047">45</a></span> &ldquo;In dese landen daer
+en teghens arriveerden den 15, 16 en 20 Julij de navolgende
+retourschepen uijt Oost-Indi&euml;n: als de Hollantsche Thuijn,
+&rsquo;t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Tijger en
+Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge Prins en Amerongen
+den 23 December, en &rsquo;t Jacht <i>de Spreeuw</i> den 1 Januarij van
+Batavia af-geseijlt&rdquo;. (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, bl.
+113).&mdash;Den <i>19<sup>en</sup></i> Juli 1668 al berichtte de Kamer
+Amsterdam aan de Regeering te Batavia de behouden aankomst van de
+Hollantsche Tuijn, &rsquo;t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh,
+Outshoorn, de Vrijheijt, de Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>; den
+24<sup>en</sup> d.a.v. dat &ldquo;<i>Amerongen</i> op den <i>20</i>
+deses in Tessel wel gearriveert&rdquo; was. (Particuliere brieven van
+de Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1083src" id="xd0e1083">46</a></span> Zie <a href="#b.i.d">Bijlage
+I <i>d</i></a>. Dit Rapport was &ldquo;gedateert den lesten
+November&rdquo; [1666]. (Verbaal Commissarissen &rsquo;s Gravenhage van
+23 Maart 1668. Kol. Arch. no. 301).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1091src" id="xd0e1091">47</a></span> Artikelbrief van de
+Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische Compagnie, dd. 8 Maart 1658.
+(N.I. Plakaatboek II, bl. 265, 270). Art. 42: &ldquo;... sulcks dat een
+yeder &rsquo;t peryckel sijner Maent-gelden sal loopen op &rsquo;t
+Schip ende goederen daer hy op vaert, ende dienvolgende &rsquo;t selfde
+schip met alle syne ingeladen goederen (&rsquo;t welck Godt verhoede)
+<span class="pagenum">[<a id="pbxvn" href=
+"#pbxvn">XV</a>]</span>komende te verongelucken, oock alle syne
+Maentgelden ... verliesen&rdquo;. Art. 51: &ldquo;... Ende sullen de
+bedongen Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden
+vanden tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert
+sullen wesen&rdquo;.&mdash;Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653:
+&ldquo;Maentgelden. Van &rsquo;t volk van geblevene schepen te betalen
+tot den dag van &rsquo;t blijven, af 1/# part na gewoonte&rdquo;. Vgl.
+nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de
+Zijp).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1098src" id="xd0e1098">48</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage
+I <i>k</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1108src" id="xd0e1108">49</a></span> Zie <a href="#b.i.q">Bijlage
+I <i>q&ndash;r</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1120src" id="xd0e1120">50</a></span> Zie <a href="#b.i">Bijlage
+I</a> (bl. 78 en 82).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1126src" id="xd0e1126">51</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+Japanese government had always made use of Tsushima in its
+communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed
+almost exclusively of retainers of the feudal lord of this
+island&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 86</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1134src" id="xd0e1134">52</a></span> Zie <a href="#b.i.n">Bijlage
+I <i>n</i></a> (slot).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1144src" id="xd0e1144">53</a></span> &ldquo;De overgeblevenen
+zijn door toedoen van den Keizer van <i>Japan</i>, op verzoek van de
+Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand overgelevert,
+behoudens een, die aldaer wilde blijven&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr., I, bl. 53</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1159src" id="xd0e1159">54</a></span> Zie <a href="#b.ii.a">
+Bijlage II <i>a&ndash;d</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1167src" id="xd0e1167">55</a></span> <span class="bibl">Witsen,
+1<sup>e</sup> dr. II, bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 53</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1180src" id="xd0e1180">56</a></span> &ldquo;Het jacht Pouleron
+bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer afgeraect zijnde heeft den
+26 en 27 Julij op de noorderbreedte van omtrent 30 graeden bij de
+modderbancq een soo vervaerlijcke storm beloopen dat alle zijn ronthout
+except de bezaensmast heeft verlooren, de boechspriet eerst door den
+wint achterover int schip gesmeeten zijnde is de fockemast gevolcht en
+daegs daeraen oock de groote mast door het vreeselijck slingeren; aen
+het Queelp<sup>t</sup>. hebben haer stompen gerecht en zijn zoo,
+tusschen d&rsquo; Eijlanden van Gotto door, den 13<sup>en</sup>
+Aug<sup>o</sup>. goddanck hier binnen gecomen&rdquo;......
+&ldquo;Pouleron dat aent Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door
+de Eijlanden van Gotto is geboucheert&rdquo;. (Missive Nagasaki naar
+Batavia 19 Oct. 1670).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;d&rsquo; eerste joncke van Batavia dit henen
+gezeijlt, werden wij bericht dat op Corree is verongeluct en daer van
+omtrent 40 Chineesen in Gotto zijn aengecomen en dat d&rsquo; andere in
+Corree werden aengehouden&rdquo; (a. v.).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de
+joncke van Batavia vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich
+volck daer van op Gotto waren aengelant; zedert zijn d&rsquo; andere
+Chineesen met een opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen
+gekomen met noch soodanige geborgene coopmanschappen als bij &rsquo;t
+joncke boekje blijckt geschat op T<sup>s</sup> 13000 vercoops. Men
+secht ons dat dit volck is geweest aen een lant van Corre oft eijland
+dat onder Japans gebiet staet. T&rsquo; is apparent datse hier weder
+sullen equiperen en na Batavia comen&rdquo; (Missive Nagasaki naar
+Batavia primo Nov. 1670).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1203src" id="xd0e1203">57</a></span> Zie <a href="#b.ii.a">
+Bijlage II <i>a</i></a> (slot).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1211src" id="xd0e1211">58</a></span> Zie <a href="#b.ii.c">
+Bijlage II <i>c&ndash;d</i></a>, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1222src" id="xd0e1222">59</a></span> Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8
+April: &ldquo;komt de fluijt Nieuwpoort van Coromandel&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1228src" id="xd0e1228">60</a></span> Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30
+November: &ldquo;Des avonds comt de fluijt Buijenskercke van
+Japan&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1233src" id="xd0e1233">61</a></span> Zie <a href="#b.ii.i">
+Bijlage II <i>i</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1241src" id="xd0e1241">62</a></span> <span lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile (bl. 176): &ldquo;The
+fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was never known.
+Perhaps it never will be <span class="pagenum">[<a id="pbxviiin" href=
+"#pbxviiin">XVIII</a>]</span>learned, as it is not likely that the
+Coreans would take any pains to mark the site of their
+graves&rdquo;.</span>&mdash;Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne
+bevrijding en terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven
+Beschrijvinge van de Oost-Indische Compagnie: &ldquo;Agt Nederlanders
+met een kleijn vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen
+en door den Heer van &rsquo;t Land tot Nangasacki opgesonden zijnde,
+waren in &rsquo;t jaar 1653 op het Quelpaarts eijland met &rsquo;t jagt
+de Sperwer verongelukt en waar van haar 36 menschen sterk aan Corea
+hadden gesalveert. Volgens haar voorgeven zijnse van die van Corea seer
+armelijck getracteert, dan na &rsquo;t een dan weder na &rsquo;t ander
+eijland vervoert, Invoegen dat in 13 jaren dat aldaer gesworven hadden,
+20 van deselve sijn gestorven en van waar de voorsz. agt met een kleijn
+vissers schuijtje sijn gevlugt en de andere agt daer nog verbleven.....
+De voorsz. agt Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan
+seer naeuw op alles waren ondervraegt, en &rsquo;t selve pertinent was
+aangeteijckent en na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie
+hadden verkregen, sijn van daer mede na Batavia vertrocken&rdquo;. Over
+de &ldquo;daer nog verbleven&rdquo; schipbreukelingen, spreekt Van Dam
+verder niet.&mdash;Vgl.: K. G&uuml;tzlaff, Reizen langs de kusten van
+China, enz., bl. 250: &ldquo;Meer dan twee eeuwen geleden strandde aan
+deze kust een Hollandsch schip; de manschap werd verscheidene jaren
+gevangen gehouden, tot er &eacute;&eacute;n ontsnapte en te Amsterdam
+zijne lotgevallen bekend maakte&rdquo;.&mdash;<span lang="en">&ldquo;To
+those who hail from Great Britain it is of special interest to know
+that one of the unfortunate mariners who did <i>not</i> succeed in
+making his escape was &ldquo;Alexander Bosquet, a Scotchman&rdquo;. One
+wonders if his tomb or those of any of his mates will ever come to
+light, as that of Will Adams did in Japan&rdquo;.</span> (<span class=
+"bibl">Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel&rsquo;s
+Journaal in <span lang="en">Transactions Corea Branch</span> R. A. S.
+IX, 1918, bl. 94&ndash;95</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1263src" id="xd0e1263">63</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+only relics of these unfortunate captives so far discovered have been
+two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives knew nothing of
+their origin, beyond a vague belief that they were of foreign
+manufacture. The figures on them, however, told their own tale of Dutch
+farm-life, and the worn rings of the handles bore marks of the constant
+usage of years. We may well fancy them to be the last of the household
+gods of the shipwrecked Wetteree, who, like Will Adams of Japanese
+history, lived and died a captive exile though the honoured guest and
+adviser of the king and government. The presence of these captive
+Dutchmen in Corea may perhaps explain what must always seem an anomaly
+among Asiatic races, namely blue eyes and fair hair. These
+peculiarities have been frequently observed by travellers in various
+parts of the peninsula, exciting comment and conjecture without,
+hitherto, any definite explanation&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">J. Scott, Stray notes on Corean history etc., Journal China
+Branch R.A.S., New Ser. XXVIII, 1893&ndash;94, bl. 215</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1273src" id="xd0e1273">64</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Durant mon s&eacute;jour a Tchae-Tchiou [28 Sept.&ndash;3 Oct.
+1888] je demandai fr&eacute;quemment des renseignements sur Hamel. Mais
+tout souvenir de sa visite s&rsquo;est &eacute;vanoui avec la
+g&eacute;n&eacute;ration qui l&rsquo;a vu&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="fr">Chaill&eacute;-Long-Bey, La Cor&eacute;e ou Tchosen,
+bl. 46</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1281src" id="xd0e1281">65</a></span> Zie <span class="bibl">Dr.
+H.P.N. Muller, Azi&euml; gespiegeld, I, bl. 371</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1293src" id="xd0e1293">66</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage
+I <i>k</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1307src" id="xd0e1307">67</a></span> Dagr. Bat. 1667, 11
+December: &ldquo;Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder op het jagt de
+Sperwer, den 16<sup>en</sup> Augustus 1653 aan een der Corese eylanden,
+by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde den
+28<sup>en</sup> November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van
+gemelte jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft
+nu aen haer Ed<sup>e</sup> overgelevert een daghregister <i>van het
+gepasseerde sedert dien tyt tot haere aencomste alhier</i>, behelsende
+een verhael van &rsquo;t verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders
+wat ellende en miserie sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat
+wyse zy eyndelyck uyt haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte
+beschryvinge van het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders,
+haere justitie, politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie,
+<i>leggende het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van
+Japan ontfangen</i>&rdquo;.&mdash;Aan het slot van een uitg.-Saagman
+van Hamel&rsquo;s Journaal wordt gezegd: &ldquo;Na eenige dagen
+vertrocken wij met een Schip dat daer in Ladinge lagh, na Batavia, daer
+wy den 20<sup>e</sup> November wel aen quamen, en by den Generael
+ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: <i>wy hebben hem
+oock een Journael behandight</i>, en hy ons voorts wel onthaelt
+hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het <span class="pagenum">[<a
+id="pbxxn" href="#pbxxn">XX</a>]</span>Vaderlandt te vertrecken&rdquo;,
+enz.&mdash;Hamel had&mdash;gelijk wij aannemen&mdash;ons handschrift
+aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in de
+gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen en
+over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl.
+XXV&ndash;XXVI.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1341src" id="xd0e1341">68</a></span> Vgl. de Haan, Priangan II,
+bl. 38 (26).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1349src" id="xd0e1349">69</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage
+I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1357src" id="xd0e1357">70</a></span> Zie de <a href="#bibl">
+Bibliographie</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1365src" id="xd0e1365">71</a></span> A. Montanus, Gedenkwaerdige
+Gesantschappen enz.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1370src" id="xd0e1370">72</a></span> Bl. 429&ndash;436.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1375src" id="xd0e1375">73</a></span> Noord en Oost Tartarye
+(&rsquo;t Amsterdam 1692). Zie <span class="bibl">Tiele, Nederlandsche
+Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269</span>. Het exemplaar
+uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij kunnen
+raadplegen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1383src" id="xd0e1383">74</a></span> Noord en Oost Tartarye
+(&rsquo;t Amsterdam 1705). Zie <span class="bibl">Tiele, a.v. bl.
+269</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1389src" id="xd0e1389">75</a></span> Dl. I, bl. 148.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1399src" id="xd0e1399">76</a></span> &ldquo;....de Nederlanders
+die op Korea gevangen zijn geweest, verhaelen, dat zy eerst aen
+Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen op drie en dertig graden, en
+dertig minuten Noorder breette, van de vaste Koreaensche Kust, omtrent
+veertien myl, genaemt by de Inwoonders Schesure of Moese&rdquo; (dl. I,
+bl. 150 noot).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1405src" id="xd0e1405">77</a></span> Onder dezen naam is de
+hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens vermeld gevonden. Misschien is
+Moggan de transcriptie van eene Koreaansche uitdrukking voor de
+residentieplaats van een Mok-s&aring; of Gouverneur.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1408src" id="xd0e1408">78</a></span> Zie <a href="#pb11">
+Journaal, bl. 11</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1414src" id="xd0e1414">79</a></span> Uitg.-Saagman:
+&ldquo;Moggaen, zijnde de residentieplaets van de Gouverneur van
+&rsquo;t Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,&rdquo;. Daarentegen in de
+uitg.-Stichter en Van Velsen,.....&ldquo;bij haer genaemt
+Moese&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1417src" id="xd0e1417">80</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Mok-sa. Mandarin de 1<sup>er</sup> ordre dans les villes
+o&ugrave; il y a des satellites pour arr&ecirc;ter les voleurs (le 2e
+dans l&rsquo;ordre civil, le 1<sup>er</sup> au-dessous du
+gouverneur)&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict.
+Cor.-Fran&ccedil;., bl. 244</span>). Moese is de Chineesche uitspraak
+van Moksa.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1433src" id="xd0e1433">81</a></span> <span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr., bl. 59</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1445src" id="xd0e1445">82</a></span> Uitg.-Stichter, Rotterdam,
+1668.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1448src" id="xd0e1448">83</a></span> Uitg.-van Velsen, Amsterdam,
+1668.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1451src" id="xd0e1451">84</a></span> Uitg.-Saagman,
+&ldquo;&rsquo;t Oprechte Journaal&rdquo;, Amsterdam, bl.
+30&ndash;31.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1454src" id="xd0e1454">85</a></span> Zie de <a href="#bibl">
+Bibliographie</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1462src" id="xd0e1462">86</a></span> De tekst van de in
+Churchill&rsquo;s Collection of Voyages and Travels, Vol IV (1732)
+opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt in <span class="bibl" lang=
+"en">Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9
+(1918)</span> alleen met een &ldquo;Foreword&rdquo; van den President
+Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, die over Hamel&rsquo;s Journaal
+zeer gunstig oordeelt maar de opmerking maakt: <span lang="en">
+&ldquo;there are points, like his circumstantial account of the
+man-eating &ldquo;crocodils&rdquo; to be found in Chosen, which sound
+rather like a &ldquo;traveller&rsquo;s tale&rdquo;, though it is
+possible that such animals may have existed two hundred and fifty years
+ago and yet be extinct now&rdquo;.</span> Hamel gaat echter vrij uit;
+over krokodillen komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over
+olifanten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1471src" id="xd0e1471">87</a></span> O.a. <span class="bibl"
+lang="en">Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: The
+Dutchmen in exile;</span> en Idem, <span class="bibl" lang="en">Corea,
+without and within (1885)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1485src" id="xd0e1485">88</a></span> Mededeeling van den
+Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de Haan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1507src" id="xd0e1507">89</a></span> Zoo diende de oud-Gouverneur
+Generaal Hendrik Zwaardecroon een verzoekschrift in aan de Indische
+Regeering, zonder dit te teekenen. (Zie <span class="bibl">Indische
+Gids, 1917, II, bl. 1539</span>). Ook de rekesten vermeld in Bijdragen
+tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel 73, bl. 401, waren
+ongeteekend.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1523src" id="xd0e1523">90</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage
+I<i>a</i></a> (bl. 78).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1533src" id="xd0e1533">91</a></span> Zie <a href="#ms1">facsimile
+tegenover den titel</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1556src" id="xd0e1556">92</a></span> Zie <a href="#ms2">
+facsimile</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1568src" id="xd0e1568">93</a></span> <span lang="fr">&ldquo;Les
+meurtres &amp; autres exc&egrave;s sont bien plus rares dans ce
+r&eacute;cit que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu
+beaucoup moins populaire&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"fr">Tiele, M&eacute;moire bibliogr., bl. 275</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1583src" id="xd0e1583">94</a></span> Zie <a href="#pb13">bl.
+13</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1589src" id="xd0e1589">95</a></span> Zie <a href="#b.iii.b">
+Bijlage III<sub>B</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1597src" id="xd0e1597">96</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage
+I<sub>A</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1607src" id="xd0e1607">97</a></span> <span lang="fr">&ldquo;Le
+r&eacute;cit de leurs aventures quoique tr&egrave;s simple et nullement
+scientifique, ne manque pas d&rsquo;int&eacute;r&ecirc;t&rdquo;.</span>
+(<span class="bibl" lang="fr">M&eacute;moire bibliogr., bl.
+274</span>). Vgl.: <span lang="en">&ldquo;Hamel, the supercargo of the
+ship, wrote a book on his return, recounting his adventures in a simple
+and straightforward style&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 176</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1623src" id="xd0e1623">98</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;When this account was printed in Holland, the eight men
+mention&rsquo;d at the end of this Journal, were all in Holland, and
+examin&rsquo;d by several persons of reputation, concerning the
+particulars here deliver&rsquo;d, and they all agreed in them; which
+seems to render the relation sufficiently authentick... There&rsquo;s
+nothing in it that carries the face of a fable, invented by a traveller
+to impose upon the believing world&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">Churchill&rsquo;s Collection of Voyages IV (1732), Preface
+bl. 574</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1631src" id="xd0e1631">99</a></span> &ldquo;Kinderen en wijven,
+die eenige daer getrouwt hadden, verlieten ze&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, i<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr., I, bl.
+53</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1643src" id="xd0e1643">100</a></span> Zie <a href="#b.i.o">
+Bijlage I<i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1651src" id="xd0e1651">101</a></span> <span class="bibl">Witsen,
+1<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. 1, bl. 53</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1666src" id="xd0e1666">102</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Thirteen years residence in Corea, was time enough to have given
+a much more perfect description, and many men in that time would have
+made it more ample and satisfactory; but the author gave what he had,
+and I suppose his memoirs were small and ill digested, having leisure
+enough, but perhaps little inclination, to write in that miserable
+life, as not knowing whether ever he should obtain his liberty, to
+present the World with what he writ&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">Churchill&rsquo;s Collection IV, Preface, bl.
+574</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1676src" id="xd0e1676">103</a></span> &ldquo;Le
+S&eacute;cr&eacute;taire du Vaisseau qui a fait ce Journal,
+n&rsquo;avance rien dans la Description de l&rsquo;estat pr&eacute;sent
+du Royaume de Cor&eacute;e qui ne s&rsquo;accorde avec ce qu&rsquo; en
+a &eacute;crit Palafox et ceux qui ont traitt&eacute; de l&rsquo;
+invasion des Tartares&rdquo; (Relation du Naufrage d&rsquo;un vaisseau
+holandois sur la Coste de l&rsquo; Isle de Quelpaerts etc.
+Avertissement au Lecteur).&mdash;<span lang="en">&ldquo;The book, which
+contains... a racy description of the country and people, deserves
+careful study. It throws some interesting sidelights on the history of
+the &ldquo;Coresians&rdquo; two and a half centuries ago, then as
+always between the upper and nether mill-stones of the
+&ldquo;Japoneses&rdquo; and the &ldquo;Chineses&rdquo; to north and
+south of them&rdquo;</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N.
+Trollope bij de uitgave van Hamel&rsquo;s Journaal in <span lang="en">
+Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl.
+93&ndash;94</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1688src" id="xd0e1688">104</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+French translater indulges in skepticism concerning Hamel&rsquo;s
+narrative, questioning especially his geographical statements. Before a
+map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be
+seen that Hamel&rsquo;s story is a piece of downright unembroidered
+truth. It is indeed to be regretted that this actual observer of <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxxin" href="#pbxxxin">XXXI</a>]</span>Corean
+life, people, and customs gave us so little information concerning
+them&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905,
+bl. 176</span>).&mdash;<span lang="de">&ldquo;Mit H&uuml;lfe unserer
+japanischen Karte von <i>Korai</i> (Atlas No. 6) konnten wir die
+Reiseroute, der Hamel gefolgt is, nachweisen und die meisten
+verst&uuml;mmelten Ortsnamen, deren er in seinem Tagebuche
+erw&auml;hnt, entziffern&rdquo;</span> (v. <span class="bibl" lang=
+"de">Siebold, Geschichte Entd. Japan, bl. 37</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1711src" id="xd0e1711">105</a></span> <span lang="en">&ldquo;Like
+the Japanese, and all the nations of eastern Asia, the Coreans have
+always bowed down before the greatly superior mental power of the
+Chinese; and have borrowed from them some of their customs, more of
+their words, and, perhaps, all the principal books in use between the
+Yaloo and the western shores of the Pacific&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">Ross, History of Corea, bl. 300</span>).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;Whatever note-worthy knowledge the Japanese and other
+nations possess, <i>they</i> obtained from China, while <i>she</i> has
+always been self-contained&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Ross, the Manchus (1891) bl. XV</span>). Vgl. <span class="bibl"
+lang="en">J. S. Gale, The influence of China upon Korea (Transactions
+Korea Branch R. A. S. I, bl. 1&ndash;24)</span> en <span class="bibl"
+lang="en">H. B. Hulbert, Korean Survivals (Id. bl.
+25&ndash;50)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1741src" id="xd0e1741">106</a></span> <span lang="en">&ldquo;It
+was not until the seventeenth century that Europeans came in contact
+with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked on the
+coast and held captive for years. The narrative of the Dutch supercargo
+Hamel, written towards the close of the seventeenth century, gives a
+graphic account of Corean manners and customs, and, as read at the
+present time, conveys an exact picture of the people and country. Place
+after place which he mentions in their captive wanderings have been
+identified, and every scene and every feature can be recognised as if
+it were a tale told of to-day. So strong is native conservatism both in
+language and habits that Hamel&rsquo;s description of two hundred years
+ago reproduces every feature of present Corean life&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Scott, Stray notes on Corean History
+etc., Journal China Branch R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893&ndash;94, bl.
+215</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Hendrik Hamel was plainly a
+shrewd observer, and much of his description of the country and the
+people and their customs tallies well with our own experience of the
+last thirty years, though one would not care to subscribe to every one
+of his statements&rdquo;.</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N.
+Trollope bij de uitg. van Hamel&rsquo;s Journaal in <span lang="en">
+Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl. 94</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1760src" id="xd0e1760">107</a></span> <span lang="fr">&ldquo;....
+c&rsquo;est le seul ancien ouvrage connu qui donne de premi&egrave;re
+source des d&eacute;tails importants concernant la Cor&eacute;e &amp;
+ses habitants&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Tiele,
+M&eacute;moire bibliogr., bl. 275</span>).&mdash;<span lang=
+"de">&ldquo;Das Schicksal des H. Hamel van Gorcum ... ist lehrreich als
+ein Blick in das innere Leben des Koreischen Staates und Volkes, und
+seine Notizen &uuml;ber dasselbe sind mit Unrecht bisher unbeachtet
+geblieben, da sie, bei Koreas stationairem Zustande, auch heute noch
+nicht veraltet sind, und gleiche Autorit&auml;t wie jene oben
+angef&uuml;hrten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben des
+redlichen Holl&auml;nders best&auml;tigt oder selbst im wesentlichen
+noch vervollst&auml;ndigt werden&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, 1834, bl.
+637&ndash;638</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1774src" id="xd0e1774">108</a></span> <span class="bibl" lang=
+"en">Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]</span>; en <span class=
+"bibl" lang="fr">Ch. Dallet, Histoire de l&rsquo; Eglise de
+Cor&eacute;e, 1874</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1782src" id="xd0e1782">109</a></span> <span lang="fr">&ldquo;On
+n&rsquo;a jamais pr&ecirc;ch&eacute; la religion chr&eacute;tienne dans
+la Cor&eacute;e, quoique quelques Cor&eacute;ens ayent
+&eacute;t&eacute; baptisez en diff&eacute;rens tems &agrave;
+Peking&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Observations
+g&eacute;ographiques sur le royaume de Cor&eacute;e, tir&eacute;es des
+M&eacute;moires du P&egrave;re Regis, in Du Halde, Description, etc. IV
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxxiiin" href=
+"#pbxxxiiin">XXXIII</a>]</span>(1736) bl. 532</span>).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;The first attempt of a foreign missionary to enter the
+hermit kingdom from the west was made in February 1791&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+353</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1800src" id="xd0e1800">110</a></span> <span lang="fr">&ldquo;....
+les missionnaires sont les seuls Europ&eacute;ens qui aient jamais
+s&eacute;journ&eacute; dans le pays, qui en aient parl&eacute; la
+langue, qui aient pu, en vivant de longues ann&eacute;es avec les
+indig&egrave;nes, connaitre s&eacute;rieusement leurs lois, leur
+caract&egrave;re, leurs pr&eacute;jug&eacute;s et leurs
+habitudes&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dallet, Histoire,
+etc. I, bl. IX</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1813src" id="xd0e1813">111</a></span> <span lang="en">&ldquo;In
+1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor of all
+China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with letters
+of congratulation to the new emperor, to his new capital of Nanking,
+and the pleased emperor formally acknowledged him king of
+Corea&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History of
+Corea, bl. 268</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1824src" id="xd0e1824">112</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun
+Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance,
+she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in the
+port of Fusan, which has always remained, under the da&iuml;mi&ouml;s
+of Tsushima, as a port of commercial intercommunication&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Parker, China Past and Present, bl.
+340</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1834src" id="xd0e1834">113</a></span> &ldquo;Corea heeft sich de
+Tartar onderworpen&rdquo; (Gen. Miss. 21 Jan. 1622). Zie ook: <span
+class="bibl" lang="en">Parker, The Manchu relations with Corea
+(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1840src" id="xd0e1840">114</a></span> <span class="bibl" lang=
+"en">Ross, History of Corea, bl. 276&ndash;286</span>.&mdash;<span
+class="bibl" lang="fr">C. I. Huart, M&eacute;moire sur la guerre des
+Chinois contre les Cor&eacute;ens de 1618 &agrave; 1637 (Journal
+Asiatique, 7e S&eacute;rie, XIV, 1879, bl. <span class="pagenum">[<a
+id="pbxxxivn" href="#pbxxxivn">XXXIV</a>]</span>308 e.
+v.</span>).&mdash;<span class="bibl" lang="en">W. R. Carles, A Corean
+monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII,
+1888, bl. 1)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1855src" id="xd0e1855">115</a></span> <span lang="en">&ldquo;Ever
+since the Manchus established themselves in China, Corea has paid
+regular tribute to Peking, and been a most faithful vassal.There was,
+until fifteen years ago (1883), absolutely no interference on the part
+of China in her internal administration: all she had to do was to send
+as tribute a few local articles of nominal value at fixed periods, for
+which she received a liberal return; and to apply for recognition when
+a demise of the Royal crown took place and a successor
+inherited&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, China
+Past and Present, bl. 340</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1865src" id="xd0e1865">116</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Sh&#333;g&#363;n is simply the Chinese <i>tsiang-k&uuml;n</i> or
+generalissimo, being the word &ldquo;Imperator&rdquo; in its original
+military significance&rdquo;</span> (Parker, <span lang="en">China,
+1917, Glossary</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1876src" id="xd0e1876">117</a></span> <span class="bibl" lang=
+"en">Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255,
+301, 304, 311, 312, 313</span>; en <span class="bibl" lang="en">C. J.
+Purnell, The Log-Book of William Adams 1614&ndash;19 (Transactions of
+the Japan Soc. of London, XIII, 1916, bl. 178</span>.&mdash;Het eerste
+Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, het tweede in 1617.
+<span lang="en">&ldquo;From this time down to the year 1763 Korea sent
+ambassadors to Japan <i>on the occasion of the appointment of a new
+Shogun</i>. Altogether such missions arrived in Japan eleven
+times&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">I. Yamagata,
+Japanese-Korean relations after the Japanese invasion of Korea in the
+XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, 2 (1913) bl.
+8</span>).&mdash;Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de
+eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit deze
+aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: &ldquo;Gemelte Heere [van
+Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na voorgeven
+noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware den
+ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke
+Maij<sup>t</sup> [d.w. den Sjogoen] <i>over de geboorte van den jongen
+Prince geluck te wenschen</i>, door of bij de uijterste palen langs van
+zijn Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte
+Heere ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten
+maecken.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1899src" id="xd0e1899">118</a></span> &ldquo;De Coreese Ambassade
+is in April weeder ghekeert naer Coree met treffelijcke presenten, in
+gaen en commen overall vrij gehouden; haer versouck is geweest
+assistentie tegens de Chijneesen die sij claechden haer veel overlast
+te doen; het scheen haer goede hoope tot assistentie is ghegeven
+geweest. Men liet een groot gerucht van preparatie tot oorlooghe loopen
+dan is corts naer haer vertreck als roock verdweenen; &rsquo;t schijnt
+dese Kaijser meer genegen is sijn landtsheeren met bouwen van Casteelen
+arm te houden dan die door vreemde oorloghe rijck te maecken&rdquo;
+(Opperhoofd Firando naar Batavia dd. 17 Nov. 1625.&mdash;Zie ook Dagr.
+Japan 24 Maart 1637, <a href="#b.iv">Bijlage IV</a>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1905src" id="xd0e1905">119</a></span> &ldquo;In het volgende jaar
+1655, is in Japan niets bijzonders voorgevallen, alleenlijk <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxxvn" href="#pbxxxvn">XXXV</a>]</span>sijn
+daer uijt Corea drie ambassedeurs van &rsquo;t Hoff geweest met een
+gevolgh van drie hondert personen om d&rsquo; Hommagie te doen; sijnde
+die van Corea gewoon dat om de drie jaren te laten geschieden&rdquo;
+(Mr. P. van Dam&rsquo;s Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, caput 21,
+f<sup>o</sup> 289).&mdash;<span lang="en">&ldquo;In 1710 a special
+gateway was erected in the castle at Yedo to impress the embassy from
+Seoul, who were to arrive next year, with the serene glory of the
+sho-gun Iy&eacute;nobu ... The intolerable expense at last compelled
+the Yedo rulers to dispense with such costly vassalage, and to spoil
+what was, to their guests, a pleasant game. Ordering them to come only
+as far as Tsushima, they were entertained by the So family of
+daimi&#333;s&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, bl. 151</span>). Vgl. <span class="bibl" lang="en">Chinese
+Repository X, 1841, bl. 163 (noot)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1928src" id="xd0e1928">120</a></span> &ldquo;...het ophouden der
+joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van Tsussima (met licentie ofte
+passen des Keijsers de negotie op Corea ende dat onder seecker getal
+van joncquen exerceerende) nu al eenige jaeren herwaerts onderstaen
+heeft de voorn. passen, soo die van den Keijser aen de Coreesen als die
+vande Grooten in Corea aenden Keijser, op te houden ende naer sijns
+welgevallen ende meesten profijt andere in plaetse doen
+schrijven&rdquo; (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 April
+1635).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1939src" id="xd0e1939">121</a></span> &ldquo;Onsen handel is daer
+noch jonck ten aensien van de Portugesen, Japan van over de 100 jaeren
+gefrequenteerdt hebbende&rdquo; (Patr. Miss. 31 Aug. 1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1942src" id="xd0e1942">122</a></span> &ldquo;Van desen hoeck af
+voortaen, soo streckt de Custe weder nae het noorden toe, wijckende
+daer nae innewaerts noordwestwaert aen, aen welcke Custe comen die van
+Japon, traffijckeren met het Volck van die contreye, diemen noemt
+Cooray, ende men heeft daer Havens ende beschutsels, hebben een tuych
+van smalle ende ondichte stucken gheweeft werck, &rsquo;t welcke die
+Japonen aldaer comen verhandelen, waer van ic goede, breede, ende
+waerachtighe informatie hebbe, als oock vande Navigatie naer dit Landt
+toe, vande Pilooten die &rsquo;t aldaer ondersocht ende bevaren hebben,
+als volght.</p>
+
+<p class="footnote">Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20.
+mijlen zuydtoostwaert aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het
+eynde, vande welcke, te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende
+hooch Eylandt van veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te
+peerde.</p>
+
+<p class="footnote">Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As
+Ylhas de Core, ofte d&rsquo; Eylanden van Core: maer het voorschreven
+groot Eylandt is ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het
+noordtwesten eenen cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont
+ligghen, t&rsquo; welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten,
+alhier houdt de Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af,
+25. mijlen zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van
+d&rsquo;Eylanden van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van
+Nancquin af, oost ten noorden t&rsquo; Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs
+ofte weynich meer&rdquo; (<span class="bibl">Jan Huyghen van
+Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der Portugaloysers in
+Orienten enz. [1595], bl. 70</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1955src" id="xd0e1955">123</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Hirado. In W. Japan, <i>H</i> before <i>i</i> is pronounced <i>
+F</i>, and <i>n</i> is inserted before <i>d</i>.&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900,
+bl. 78, noot 4</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1978src" id="xd0e1978">124</a></span> <span class="bibl">De
+Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, bl.
+300</span>; en <span class="bibl">Van Dijk, Iets over onze vroegste
+betrekkingen met Japan, 1858, bl. 29</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1988src" id="xd0e1988">125</a></span> Peper.&mdash;&ldquo;...bij
+de Chineezen in Nangasaq ende die van <i>Corea</i> niet werdende
+getrocken&rdquo; Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker aan
+den Gouverneur van Formosa, Putmans).&mdash;Vergelijk echter de
+volgende berichten: <span lang="en-1600">&ldquo;At our returne to the
+English house</span> [te Firando], <span lang="en-1600">I found three
+or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and came
+from a place called Cushma</span> [Tsushima], <span lang="en-1600">
+within sight of Corea. I vnderstand they sold <i>Pepper</i> and other
+Commodities there, and I thinke haue some secret trade into <i>
+Corea</i>, or else are very likely to haue&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl.
+170</span>).&mdash;&ldquo;<i>Peper</i> werd daer [Japan] vercocht tegen
+15 ende 16 taijl t&rsquo; picol; dese werdt ten deele in Japan
+gesleten, pertije naer <i>Corea</i> vervoert&rdquo; (Gen. Miss. 3 Febr.
+1626).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2018src" id="xd0e2018">126</a></span> &ldquo;Langasacki 3
+November 1610. Thin is op Corea seer getrocken waeromme hijer veel
+vertijert wert, ick hebbe versocht off het mogelijck sijn soude wij
+eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt Jappan mochten doen; tot
+dijen fijne ick in Martij passado eenen Assistent met 20 picol peper
+naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent 30 mijlen van hijer gesonden
+hebbe dije met dije van Corea, dat noch 25 mijlen van daer is,
+handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a 4 maelen &rsquo;s jaers
+derrewaerts maecken, doch is d&rsquo; voirsz. door de strenge wetten
+des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouv<sup>r</sup>. vant&rsquo;
+voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck
+sijn soude, dan sullen &rsquo;t voirsz. noch nijet achterwege laten
+vorder te versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in
+sijdewerck, leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht
+wort&rdquo; (Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van
+Specx. Ook in vertaling in <span class="bibl" lang="de">Nachod, Die
+Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2027src" id="xd0e2027">127</a></span> &ldquo;Voorts alzoo mijne
+onderdanen genegen zijn, om alle landen en plaatsen met handeling in
+vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo verzoeke ook aan Uwe Keiz.
+Majesteit, dat dezelve den handel op Corea door Uwer Majesteits faveur
+en behulp mogen genieten, om alzoo met gelegener tijd de noordcust van
+Japan mede te mogen bevaren, daaraan mij zonderlinge vriendschap
+geschieden zal&rdquo; (18 Dec. 1610). (<span class="bibl">Van Dijk,
+Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2033src" id="xd0e2033">128</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea,
+per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of Corea
+and is frend to the Emperor of Japan&rdquo;</span> (30 Nov. 1613).
+(<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks (Correspondence)
+II, bl. 258</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2043src" id="xd0e2043">129</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme
+in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge
+incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater
+request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and from
+Tushina much less&rdquo;</span> (17 Oct. 1614). (<span class="bibl"
+lang="en">The voyage of Captain John Saris to Japan, bl.
+210</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;We cannot per any meanes get
+trade as yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any
+other privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and
+in paine of death not to goe without the walles thereof to the
+landward&rdquo;</span> (25 Nov. 1614). (<span class="bibl" lang=
+"en">Diary of Richard Cocks II, bl. 270</span>).&mdash;<span lang=
+"en">&ldquo;Sayer is out of hope of any good to be done there [Tushma]
+or at Corea&rdquo;</span> (Firando 9 March 1614). (<span class="bibl"
+lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl.
+130</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Ambassadors from the King of
+Corea to the Emperor of Japan were attended by about 500 men and were
+royally entertained, by the Emperor&rsquo;s command, by all the Tonos
+or Kings of Japan through whose territories they passed, and at the
+public charge... Endeavoured to gain speech with the Ambassadors, but
+was unsuccessful, the King of Tushma (Tushima) the cause, he fearing
+that the English might procure trade if Cocks got acquainted with the
+ambassadors&rdquo;</span> (Firando 15 Febr. 1618 (<span class="bibl"
+lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl.
+222</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2071src" id="xd0e2071">130</a></span> Zie Missiven Commandeur
+Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, 20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623,
+zoomede de Missive der Regeering te Batavia aan Reijersen van 2 April
+1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 en 20 Juni 1623.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2074src" id="xd0e2074">131</a></span> &ldquo;Camps aviseert ons
+dat den Hondt, keerende van de bocht van Spirito Sancto na Japan, op
+Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken die de Coreers aldaer
+gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust houden, bespronghen ende
+furieuselijck met bassen, roers, boogen ende ontallijcke hasegaijen
+bevochten is geweest, doch sonder schade, na dat mannelijck tegen de
+Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit schrijven UE. op dat
+verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, welcke die wegh
+uijtgesonden <span class="pagenum">[<a id="pbxxxixn" href=
+"#pbxxxixn">XXXIX</a>]</span>werden, te waerschouwen ende te belasten
+wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off
+diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen&rdquo;. (Missive Reg.
+Batavia aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus
+Sonck 11 Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps
+is in het Kol. Arch. niet aangetroffen).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2081src" id="xd0e2081">132</a></span> Zie bl. XLII, noot 3,
+slot.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2087src" id="xd0e2087">133</a></span> &ldquo;Wij verstaen uijt
+UE. brieven hoe den gesandt van Corea door Firando met een gevolch van
+500 dienaeren naer Jedo om de reverentie voor den Keijser te doen
+gepasseert was. Wij hadden wel gewenst ons daermede aengeschreven
+wierden wat haer verricht is ofte versouck sij. Item met wat presenten
+voor de Maijesteijt verschijnen; voorvallende occasie souden wel
+begeerich wesen door UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht
+wierden, met wien correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock
+vreemdelingen admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer
+oock gout ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier
+verstaen deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen,
+welcker seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult....
+nevens een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten
+van bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert
+wert&rdquo; (Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2090src" id="xd0e2090">134</a></span> &ldquo;...Belangende de
+gelegentheijt van &rsquo;t lant van Corea hebben voor tegenwoordich
+niet anders connen vernemen als UEd<sup>t</sup>. uijt de nevensgaende
+notitie ofte aenteeckeninge sult gelieven te beoogen ...&rdquo; (Zie <a
+href="#b.iv">Bijl. IV</a>) (Missive Firando naar Batavia, 20 Nov.
+1637).&mdash;&ldquo;Verstonden mede uijttenmonde van voorn. Daniel
+[Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was achtergebleven]....
+dat 4<sup>en</sup> Januarie passado de Coreesche gesanten sijnde twee
+principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de Keijserlijcke stadt
+Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden treffelijcke Japanschen
+adel, waren gearriveert, ende in naervolgende ordre naer haer logiement
+gereden: Eerstelijck enz.&rdquo; (zie <a href="#b.iv">Bijl. IV</a> en
+<span class="bibl">Witsen 2 dr., I, 48</span>). (Dagr. Japan, 5 Febr.
+1637).&mdash;&ldquo;In wat voegen de Gesanten van Corea in Jappan
+aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, wat schenckagie den Majt.
+gepresenteert ende eijntlijck haer demissie becomen hebben, wert largo
+int daghregister geinsereert waervan ons gedient ende <i>gesien hebben
+dat voorde Compe. in dat landt, zooveel als noch geopenbaert wert, niet
+te bejaegen is</i>&rdquo; (Missive Batavia naar Firando, 26 Juni
+1638).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2113src" id="xd0e2113">135</a></span> &ldquo;Een weynigh boven
+Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre van de Custe van China, leyt
+een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula de Core, <i>van welcke tot
+noch toe gheen seker bescheydt en is van de groote, tvolck, noch wat
+waren daer vallen</i>&rdquo; (<span class="bibl">J. H. van Linschoten,
+Itinerario enz. bl. 37</span>). Hieruit blijkt dat op het laatst der
+16e eeuw, Korea hier te lande nauwelijks bekend was.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2124src" id="xd0e2124">136</a></span> &ldquo;.... bij noorden
+Japan te keeren, de custe van Tartarien, China als <i>&rsquo;t land
+Corea t&rsquo; ontdecken</i> ende t&rsquo; onderstaen wat proffitable
+trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen
+sij....&rdquo; (Instructie Quast 7 Juli 1639).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2132src" id="xd0e2132">137</a></span> Zie <a href="#b.i.o">
+Bijlage I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2140src" id="xd0e2140">138</a></span> Zie <a href="#b.ii.e">
+Bijlage II <i>e</i></a>, <a href="#b.ii.f"><i>f</i></a> en <a href=
+"#b.ii.h"><i>h</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2161src" id="xd0e2161">139</a></span> Zie <a href="#b.i.o">
+Bijlage I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2169src" id="xd0e2169">140</a></span> &ldquo;Bij de agt
+Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde dat op Corea voor de
+Comp: een voordeeligen handel soude sijn te drijven in sodanige waaren
+als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, is naderhand ondervonden dit
+soo breet niet te segge....&rdquo; (Van Dam, Beschrijvinge, enz. Boek
+2, deel i, caput 21, f<sup>o</sup> 324).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2177src" id="xd0e2177">141</a></span> Zie <a href="#b.ii.j">
+Bijlage II <i>j</i></a> en <a href="#b.ii.k"><i>k</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2189src" id="xd0e2189">142</a></span> &ldquo;Aangaande Corea,
+daer van daen de Japanders haere grote behoeften van coopmanschappen
+mede krijgen, is daer voor de Compagnie niets te doen, vermits dat
+Eijlant onder de contributie en van China en van Japan staende; die
+vorsten aldaer geen andere Handelaers willen admitteren, behalven dat
+men volgens d&rsquo; ordre van Japan buijten Nangasackij nergens anders
+om te handelen mag te komen&rdquo; (Van Dam, Beschrijvinge, enz., Boek
+2, deel I, caput 21, fol. 428).&mdash;&ldquo;<span lang="de">Von
+Niederl&auml;ndischen Seefahrern blieben fortan die K&uuml;sten von
+Korai unbesucht&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="de">Von
+Siebold, Nippon, VII, bl. 27</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2201src" id="xd0e2201">143</a></span> &rsquo;t Jacht <i>Corea</i>
+werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland (Van Dam, Beschrijvinge,
+Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep 20 Mei 1669 naar zee (Patr.
+Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 te Batavia aan (Kol. Arch. no.
+1159); werd op Onrust in 1679 zoo onbekwaam gevonden dat werd besloten
+het aan den meestbiedende te verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec.
+1679).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2214src" id="xd0e2214">144</a></span> <span lang="en">&ldquo;the
+envoy from Quelpart.... circa A<sup>o</sup>. 650&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Parker, China Review XVI, bl. 309</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2228src" id="xd0e2228">145</a></span> <span lang="de">&ldquo;Auf
+der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai als eine
+Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa de Conray
+angegeben deren S&uuml;dspitze unter 33&deg; 22&prime; N. B. liegt.
+Ebenso ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij
+Insula zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I.
+de Ladrones tr&auml;gt; Letstere ist das einige Jahre sp&auml;ter
+bekannt gewordene Quelpaard <span class="pagenum">[<a id="pbxliin"
+href="#pbxliin">XLII</a>]</span>Eiland&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon I, bl. 89</span>).&mdash;Vgl.
+<span class="bibl" lang="de">O. Nachod, Die &auml;lteste
+abendl&auml;ndische Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz
+Dourado 1568. Roma, 1915</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2243src" id="xd0e2243">146</a></span> <span lang="de">&ldquo;Nach
+Hamel&rsquo;s Entweichung aus der Gefangenschaft wurde die
+ber&uuml;chtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der
+Niederl&auml;ndisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der
+obenerw&auml;hnten &ldquo;Paskaart&rdquo; von Eskild Juel liegt die
+Mitte der Insel unter 33&deg; 15&prime; N.B. und etwa 127&deg; O.L...
+Es blieb aber auf den Karten des 17 und der ersten H&auml;lfte des 18.
+Jahrhunderts die Ilha de Ladrones welche unstreitig dieselbe als
+Quelpaard ist, in einer Entfernung von etwa 20 geogr. Meilen im N.W.
+derselben liegen; ebenso liegt sie auch unter dem Namen Fong ma auf der
+von d&rsquo; Anville herausgegebenen &ldquo;Carte
+g&eacute;n&eacute;rale de la Tartarie Chinoise&rdquo; und vom
+&ldquo;Royaume de Cor&eacute;e&rdquo; und erhielt sich, wenn auch nur
+als ein Schattenbild, auf den neuesten Karten von dieser
+Gegend&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon
+I, bl. 89</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Op de <span class="bibl" lang="fr">&ldquo;Carte
+g&eacute;n&eacute;rale de la Tartarie Chinoise&rdquo;</span> in
+d&rsquo; Anville&rsquo;s atlas van Maart 1732
+(Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland &ldquo;Fongma&rdquo;
+noordwestelijk van &ldquo;Quelpaert Isle suivant les cartes
+hollandoises&rdquo;.&mdash;Vgl. <span class="bibl" lang="de">Teleki,
+Atlas zur Geschichte der Karthographie der Japanischen Inseln
+(1909)</span>: Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607&ndash;9), VII, I (1650)
+en VIII, 2 (Isaac de Graaf): <i>I de Ladrones</i>. Kaarten VIII, 1
+(1664) en VII, 3 (1688): <i>Fungma</i>. Kaart X, 2 (1687) van Joan
+Blaeu (Kol. Arch. no. 288): &rsquo;<i>t Quelpaert</i>. Kaart XVI, 2
+(1734): <i>Quelpaert</i>. Kaart XV, 1 (1735): <i>I de Quelpaert</i>.
+Kaart XIV, i (1750): <i>I de Quelpaert.</i></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2279src" id="xd0e2279">147</a></span> <span class="bibl">N.G. van
+Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, bl. 121</span>:
+&ldquo;Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch
+strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert
+noemden&rdquo;.&mdash;Dr. J. de Hullu, Iets over den naam
+Quelpaertseiland, Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV
+(1917) bl. 860: &ldquo;dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft
+ontvangen getuigen zij zelf in het journaal&rdquo;.&mdash;Zie ook:
+&ldquo;F. E. Mulert, Nog iets over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G.
+2e ser. dl. XXXV (1918) bl. 111).&mdash;Vergl. nog Witsen, 2e dr., I,
+bl. 46: &ldquo;Op de kust van dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een
+eiland, <i>by de Nederlanders</i> Quelpaerts Eiland en by d&rsquo;
+Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese kaarten Fungma
+genoemt&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2287src" id="xd0e2287">148</a></span> 18 September 1648:
+&ldquo;Lossen aen Campen wierd op de middagh geeijndigt, aen de Witte
+Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat gewenst voortgingh;
+terwijl daer aen boort was quam &rsquo;t Fluijtschip <i>de
+Patientie</i> oock deese baeij inseijlen en sette sich bij <i>de
+Koe</i>; den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden
+27 Augustus met een lading van &fnof;&nbsp;23172:13:11 daer en boven
+aen Tonquinse sijde uijt de <i>Witte Valck</i> overgenomen
+&fnof;&nbsp;68413:38:7 ende koehuijden van Siam uijt <i>de Witte
+Druijff</i> &fnof;&nbsp;3990:17. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxliiin" href="#pbxliiin">XLIII</a>]</span><b>Aen &rsquo;t Eijland
+&rsquo;t Quelpaert</b> 30 mijlen bewesten Firando gelegen, hadden
+getracht, om water te halen, met de boot te landen; d&rsquo;Inwoonders
+desselffs hadden hun affgewesen, stracks daer op een roer gelost, en
+een van d&rsquo;onse getroffen voor aen sijn kin, dat het schroot
+&rsquo;t been kneuste ende diep in steecken bleef, sonder dat hun
+eenigh leet van ons geschiet was&rdquo;. &ldquo;Dagh-Register der
+Comp<sup>ie</sup> in Nangasackij &rsquo;t sedert 3 Novem<sup>r</sup>.
+A<sup>o</sup> 1647 tot 8<sup>en</sup> Decemb<sup>r</sup> 1648&rdquo;.
+(Kol. Arch. no. 11678). Zie ook <span class="bibl">Valentijn V, 2e
+stuk, 9e boek, 9e hoofdstuk bl. 89</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2327src" id="xd0e2327">149</a></span> Kol. Arch. no.
+434.&mdash;Vgl. <span class="bibl" lang="en">J.E. Heeres,
+Tasman&rsquo;s Journal of his discovery of Van Diemens Land etc., 1898,
+bl. 116, noot 2</span>: <span lang="en">&ldquo;Quel is another name for
+a galiot&rdquo;</span>; en bl. 1, noot 3: <span lang="en">
+&ldquo;&ldquo;Quelpaert&rdquo; an old name for a
+galiot&rdquo;.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2341src" id="xd0e2341">150</a></span> Deze resoluties zijn
+overgenomen in het hiervoren aangehaalde opstel van Dr. J. de Hullu
+(bl. 856).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2348src" id="xd0e2348">151</a></span> Voor de op dit schip
+betrekking hebbende bijzonderheden zie <a href="#b.iii.c">Bijlage
+III<sub>C</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2369src" id="xd0e2369">152</a></span> Vgl. De Jonge, Geschiedenis
+van het Nederlandsche Zeewezen, dl. I, bl. 799; &ldquo;Lijste van
+Nederlantse navale macht op 30 November A<sup>o</sup> 1640 in India
+bevonden, omtrent Malacca: <i>&rsquo;t Quelpaert</i>&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2386src" id="xd0e2386">153</a></span> &ldquo;Op de onbequaemheijt
+van Firando&rsquo;s haven door het quaet acces dat de heete stroomen
+veroorsaecken ende d&rsquo; ongelegentheijt die de Japanse tuffons
+daer, aen verscheijde onser scheepen hebben toegebracht&rdquo; (Miss.
+Batavia aan President Couckebacker in Japan, 2 Juli
+1636).&mdash;&ldquo;Soo sijn oock met het transport van
+Comp<sup>s</sup>. ommeslagh uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede,
+met UE. verstaende het daer gelegener plaetse tot den handel sij als in
+Firando&rdquo; (Miss. Batavia aan den Regent van &rsquo;t Eijland
+Schisinia [Decima] 23 April 1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2394src" id="xd0e2394">154</a></span> &ldquo;des ouden Keijsers
+pas, grootvader van dese regerende Maijesteijt daer in Japan menichmael
+ondersoeck om gedaen ende naer gevraeght is, om redenen dat
+gesustineert wierdt denselven civieler ende tot der Nederlanders
+vrijicheijt favorabelder als den gevolghden ingestelt was.&rdquo;
+(Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).&mdash;Vgl. Van Dijk, Iets over
+onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.&mdash;In het
+&ldquo;Verbael uijt d&rsquo; advijsen van verscheijde quartieren (16
+Nov. 1641&ndash;16 Oct. 1642) wordt gezegd dat &ldquo;d<sup>o</sup>.
+pas weijnigh differeert met het pas dat gestadich ia Japan verbleven,
+aen den H<sup>re</sup> Hendrick Brouwer verleent en onlanghs [aan] de
+grooten vertoont is&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2407src" id="xd0e2407">155</a></span> W. P. Groeneveldt, De
+Nederlanders in China, I (Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en
+Volkenk. v. Ned.-Indi&euml; VI, 4 (1898), bl. 290).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2410src" id="xd0e2410">156</a></span> &ldquo;Volgens d&rsquo;
+advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan becomen, ende nae
+de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen alhier, mitsgaders
+nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het seeker ende buijten
+alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha verleden zuijder
+mousson a<sup>o</sup> 1626 aent Noordt eijnde van Formosa gecomen ende
+op seecker cleijn eijlandeken genaemt <i>Kelang-Tansuij</i>, niet verre
+van &rsquo;t groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, ende een
+drijpuntich fort op den houck van t&rsquo; Eijlandeken begrepen heeft,
+sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent Junij
+a<sup>o</sup> pas<sup>to</sup> met drij gallijen, een fregat ende seven
+joncken, gemant met ontrent <span class="pagenum">[<a id="pbxlvin"
+href="#pbxlvin">XLVI</a>]</span>tachentich zeevarende Chinesen, idem
+met noch ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in
+voughen als geseijt is op <i>Kelang Tanghsui</i> nedergeslagen met
+intentie om voor hen den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in
+Manilha, soo ten respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door
+&rsquo;t cruijsen onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te
+verdwijnen; voorts, soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons
+in Teijouwan met een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer
+te slaen. De gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant
+fortificeerde, was d&rsquo; onse noch niet ten rechte bekent, doch
+t&rsquo; was aant Noort eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve
+was met dit eylandeken (goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant
+gelegen) beslooten binnen t&rsquo;welcke t&rsquo;vaertuijch genouchsaem
+voor alle winden beschut lach, connende van twee sijden vuijt ende in.
+De diepte vant incomen nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de
+Witt, w<sup>l</sup> Gouverneur] verstaen conde, soude ontrent 40 vadem
+ende binnen de Baeij zelffs niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in
+substantie &rsquo;t gene wij tot noch toe van dese zaecke hebben connen
+verstaen&rdquo; (Memorie voor d&rsquo;E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11
+Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli 1627).&mdash;Vgl. <span lang="en">
+The Philippine Islands 1493&ndash;1898</span> ed. Blair and Robertson,
+XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde <span
+class="bibl" lang="es">Historia de Philipinas, V,
+114&ndash;122</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2441src" id="xd0e2441">157</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Kelung, in latitude 25&deg; 9&prime; N and longitude 121&deg;
+47&prime;.... is situated on the shores of a bay.... In this bay is
+Kelung Island, a tall black rock about 2 miles from the actual
+harbour.... The ruins of an old <span class="corr" id="xd0e2444" title=
+"Bron: Spanisch">Spanish</span> fort still exist on the small island in
+Mero Bay&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">W. F. Mayers, The
+Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2452src" id="xd0e2452">158</a></span> &ldquo;Overtredende tot de
+gelegentheijt van Formosa daar de Comp<sup>e</sup> residentie heeft
+genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel uijt China ende
+te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, mitsgaders de
+blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen ende onder onse
+subjectie te houden&rdquo; (Missive Batavia naar Taijoan, 4 Juli
+1644).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2460src" id="xd0e2460">159</a></span> Nagasaki 2 October 1642.
+&ldquo;.... Over 5 &agrave; 6 jaren geleden is wel ernstelijck bij de
+Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten Couckebacker ende Caron
+gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, opdat daerdoor den loff
+bij de hooge overicheijt van Japan mocht becomen&rdquo; (Missive Jan
+van Elseracq aan Paulus Traudenius).&mdash;<span lang="en">&ldquo;....
+the reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa
+Island, going to attack it year after year, was that they had promised
+the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards from
+it&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">The Philippine Islands,
+ed. Blair and Robertson, XXXV, bl. 150</span>. Bericht uit Macasar,
+Maart 1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2473src" id="xd0e2473">160</a></span> De Regeering te Batavia
+schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur Van den Burch: &ldquo;.... soo
+dan de goudtmine op Formosa sich mede ten proffijte van de Compagnie
+opende, soo waere dan niet alleen den Papegaij maer den Arent
+geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben ende werden groote
+Steeden in eenen dagh niet gebouwt&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2476src" id="xd0e2476">161</a></span> &ldquo;Op de gelegentheijt
+van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij overlang gerecommandeert
+sullen nu oock te meer moeten letten om de Compagnie daervan te
+verseeckeren en door middel van dien &rsquo;t eijlandt Formosa te
+gunstiger te besitten, &rsquo;t welck hoognoodich is. Men verlangt hier
+seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke sonderlinge in dese
+gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als de silvermijnen voor
+de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, &rsquo;t welck wij
+nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een blijde tijdinge
+soude wesen&rdquo; (Patr. Miss. 12 April 1642).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2479src" id="xd0e2479">162</a></span> &ldquo;.... de
+Compagnie&rsquo;s middelen moeten gesuppediteert worden tot maintenue
+van de groote lasten, ende dat het de participanten van deselve
+Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te doen sij, als
+dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder voordeel onder
+haer gebieth te sijn&rdquo; (Missive Batavia naar Formosa, 23 Juni
+1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2482src" id="xd0e2482">163</a></span> &ldquo;Tgene van de
+goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, maer sullen [ons] veel
+meer verblijden als door ondervindingh (dat reede volgens d&rsquo;
+advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius bij der hant moet
+genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende wel te genaecken is;
+deselve van importanse zijnde sal geheel voor de Comp<sup>e</sup>
+moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre te wachten ons
+daervan meester maken, <i>de besitters verplaetst, verdelght ofte
+verdreven</i>....&rdquo; (Missive Batavia naar Taijouan, 23 April
+1643).&mdash;&ldquo;Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen daer
+omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare brieven
+recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden&rdquo; (Patr.
+Miss. 21 Sept. 1644).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Of the
+island&rsquo;s mineral products Gold is the most important.... It may
+be said.... that of the limited area <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlviiin" href="#pbxlviiin">XLVIII</a>]</span>investigated the north
+... possesses the most valuable Gold deposits&rdquo;</span> (Davidson,
+<span lang="en">The Island of Formosa</span>, bl. 460).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2502src" id="xd0e2502">164</a></span> &ldquo;Omme dan de rechte
+vruchten van dit costelijck eijland Formosa de Comp<sup>e</sup>. te
+doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, hadden wij
+volgens resolutie van den 12<sup>en</sup> April ende 17 Junij passado
+g&rsquo;arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver
+forten te bemachtigen&rdquo; (Gen. Miss. 12 Dec.
+1642).&mdash;Gouverneur Traudenius zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht
+onder Capitein Harouse daarheen; deze arriveerde aldaar den
+21<sup>en</sup> Aug. en landde denzelfden dag, met het gevolg dat de
+bezetting &ldquo;haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, ende daeghs
+daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent Clooster&rdquo;.
+Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.&mdash;Vgl. Leupe, De
+verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642,
+Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en <span class="bibl" lang=
+"en">The Philippine Islands, XXXV, bl. 135 e.v.</span> Het bericht van
+de verovering werd 9 Nov. 1642 te Batavia aangebracht (zie schrijven
+naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) en bij particulieren brief van G.G. van
+Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog
+Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde
+Nederlanden.&mdash;Tijdens Koksinga&rsquo;s aanval op Compagnie&rsquo;s
+nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en
+Formosa (1 Febr. 1662) werd <i>Kelang</i> door de onzen verlaten (2
+Juni 1661) (zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661).
+Commandeur Bort vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te <i>Kelang</i>
+(Dagr. Bat. bl. 515) dat ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14
+Mei 1666 (Gen. Miss. 25 Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd
+gehouden, maar toen de havens van China voor de Compagnie gesloten
+bleven en daarom <i>Kelang</i> voor haren handel niet van waarde was,
+werd deze plaats op 18 Oct. 1668 voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668
+en Dagr. Bat. bl. 211).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2532src" id="xd0e2532">165</a></span> &ldquo;Omme d&rsquo;
+overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse Regenten
+te cundigen, alsoo seecker g&rsquo;opineert wert &rsquo;t selve den
+Keijser soude aengenaem wesen, is den 11<sup>en</sup> September passado
+van Taijouan nae Nangasacque affgesonden &rsquo;t Quel de Brack ...
+ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een
+aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn&rdquo; (Gen Miss. 12 Dec. 1642).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2547src" id="xd0e2547">166</a></span> De fluit Patientie vertrok
+20 Nov. 1648 over Taijoan naar Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam.
+Noch in den brief van het Opperhoofd Coijett dd<sup>o</sup> Nagasaki 19
+Nov. 1648 naar Batavia, noch in diens gelijktijdig schrijven naar
+Taijoan, wordt van eenig voorval op of bij Quelpaerts-eiland melding
+gemaakt.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2553src" id="xd0e2553">167</a></span> Zie <a href="#b.iii.c">
+Bijl. III<sub>C</sub></a>, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2561src" id="xd0e2561">168</a></span> In de
+&ldquo;Zeijlaes-Ordre&rsquo;s&rdquo;, in den tijd toen de Sperwer naar
+de noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia
+rechtstreeks naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de
+Morgenster (1 Juli 1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653),
+Calff (13 Juli 1654), wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd:
+&ldquo;.... wanneer dan weder de Cust van Aijnam aensoecken ende soo
+voort de Golff van Japan in loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff
+eenige contrarie winden quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval
+soo veel noort soecken als het doenlijck zij&mdash;in voegen dan aen uw
+reijse niet te twijfelen hebt, alwaert oock schoon dat <i>ind&rsquo;
+Eijlanden van Couree</i> [<i>Coeree, Coerre</i>] quaemt te vervallen,
+zoo zoude echter daeruijt comen, ende de gedestineerde plaetse
+bestevenen cunnen.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2570src" id="xd0e2570">169</a></span> De opper-stuurman Hendrik
+Jansz. van &ldquo;de Sperwer&rdquo; heeft misschien een kaart <span
+class="pagenum">[<a id="pbln" href="#pbln">L</a>]</span>gekend of
+bezeten waarop het &ldquo;Quelpaerts-eiland&rdquo; stond aangegeven, en
+daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie <a href="#pb9">
+Journaal bl. 9</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2580src" id="xd0e2580">170</a></span> Zie bl. XLII, noot 1.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2590src" id="xd0e2590">171</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Possibly these riddles might be solved if life were long enough
+to devote a dozen years or more to explore the hidden corners of
+knowledge&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">The voyage of
+Captain John Saris to Japan, Preface, bl. VIII</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2602src" id="xd0e2602">172</a></span> Quelly&mdash;s. m. Mamm.
+Esp&egrave;ce de l&eacute;opard de Guinee (Dictionnaire national, par
+M. Bescherelle a&icirc;n&eacute;. Paris, 1851).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2611src" id="xd0e2611">173</a></span> Zie <a href="#pb73">
+Journaal bl. 73</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2617src" id="xd0e2617">174</a></span> Zie <a href="#b.i.a">
+Bijlage I <i>a</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2628src" id="xd0e2628">175</a></span> Patr. Miss. 25 Maart
+1651.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2634src" id="xd0e2634">176</a></span> Gen. Miss. 19 Dec.
+1651.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2639src" id="xd0e2639">177</a></span> Dr. F. de Haan, Uit oude
+notarispapieren II: Andreas Cleyer, Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl.
+423.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2645src" id="xd0e2645">178</a></span> Zie <a href="#b.i.a">
+Bijlage I <i>a</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2659src" id="xd0e2659">179</a></span> Mededeelingen van den Heer
+W.F. Emck Wzn. te Gorkum.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2664src" id="xd0e2664">180</a></span> Alsdan zal tevens kunnen
+blijken of er verwantschap heeft bestaan tusschen Hendrik Hamel en de
+volgende naamgenooten:</p>
+
+<p class="footnote">1<sup>o</sup>. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie
+aan de Zuidrivier (Nieuw-Nederland). Zie <span class="bibl">Korte
+historiael, enz. door David Pieterszoon de Vries, 1618&ndash;1644, ed.
+Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave Linschoten-Vereeniging (1911), bl.
+147]</span>.</p>
+
+<p class="footnote">2<sup>o</sup>. Mr. Johan Hamel, Secretaris van
+Amersfoort 1612&ndash;1630 en in 1633 Schepen aldaar (Abraham van
+Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, Utrecht 1760).</p>
+
+<p class="footnote">3<sup>o</sup>. Joan Hamel en Adriaan Hamel,
+blijkens Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen
+klerken ter generale secretarie te Batavia.</p>
+
+<p class="footnote">4<sup>o</sup>. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus
+Blijdenbergh, met haren zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit
+Indi&euml; wissels zijn overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en
+24 Nov. 1688).</p>
+
+<p class="footnote">In &ldquo;Beschryvinge der stadt van Gorinchem en
+landen van Arkel, door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755,&rdquo; is de
+naam &ldquo;Hamel&rdquo; nergens aangetroffen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2697src" id="xd0e2697">181</a></span> <span class="abbr" title=
+"Vergelijk"><abbr title="Vergelijk">Vgl.</abbr></span> echter: <span
+lang="en">&ldquo;The present Japanese r&eacute;gime in Korea is doing
+everything in its power to suppress Korean nationality. The Government
+not only forbade the study of Korean language and history in schools,
+but went so far as to make a systematic collection of all works of
+Korean history and literature in public archives and private homes and
+burned them&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">H. Chung,
+Korean Treaties, New-York 1919</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2708src" id="xd0e2708">182</a></span> Zie: <span class="bibl"
+lang="en">Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII
+centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William
+Adams)</span>; <span class="bibl" lang="en">Letters written by the
+English Residents in Japan (Part I, bl. 1&ndash;113)</span>; <span
+class="bibl" lang="en">The Log-Book of William Adams, 1614&ndash;1619,
+edited by C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London,
+XIII, part 2, 1916</span>.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+<div class="body" lang="nl-1600"><span class="pagenum">[<a id="pb1"
+href="#pb1">1</a>]</span>
+<div id="jour" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Journaal</h2>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3">3</a>]</span><span
+class="leftnote"><i>Aend&rsquo;Ed&rsquo;<sup>e</sup> heer Joan
+Maetsuijcker, gouvern<sup>r</sup> generael en d E E: H<sup>en</sup>
+Raaden van Nederlants India</i>.</span>
+<p>Journael van &rsquo;t geene de overgebleven officieren ende
+Matroosen van &rsquo;t Jacht de Sperwer &rsquo;tzedert den
+16<sup>en</sup> Augustij A<sup>o</sup> 1653 dat tselve Jacht aan
+&rsquo;t Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree)
+hebben verlooren, tot den 14<sup>en</sup> September A<sup>o</sup> 1666
+dat met haer 8<sup>en</sup> ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan
+aangecomen zijn, int selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders
+den ommeganck van die natie ende gelegentheijt van &rsquo;t land.</p>
+
+<p>Naer dat wij bij d&rsquo;Ed<sup>e</sup> H<sup>r</sup> gouverneur
+generael en d&rsquo; E. E. H<sup>ren</sup> raden van India naer Taijoan
+waren gedestineert, soo sijn<a class="noteref" id="xd0e2769src" href=
+"#xd0e2769">1</a> op den 18<sup>en</sup> Junij 1653 met bovengenoemde
+Jacht vande rheede van Batavia &rsquo;t zeijl gegaen, op hebbende
+d&rsquo; E: H<sup>r</sup> Cornelis Caeser om &rsquo;t gouvernement van
+Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh
+van d&rsquo; E: H<sup>r</sup> Niclaes Verburgh regeerende gouverneur
+aldaar. Zijn naer een geluckige ende voorspoedige reijse den
+16<sup>en</sup> Julij daar aanvolgende op de rheede van Taijouan
+g&rsquo;arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen ende ons ingeladen
+goederen gelost sijnde, wierden van d&rsquo; H<sup>r</sup>
+gouvern<sup>r</sup> ende den raet van Taijouan voorn<sup>t</sup>
+wederom naer Japan gedestineert; naer dat onse ladinge ende afscheijt
+van haer E: becomen hadden, sijn op den 30<sup>en</sup> daer aanvolgend
+vande rheede voorn<sup>t</sup> &rsquo;t zeijl gegaen, om op &rsquo;t
+spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.</p>
+
+<p>Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een
+storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer
+hoe meerder toenam.</p>
+
+<p>Den eersten Aug<sup>o</sup> met &rsquo;t limiren<a class="noteref"
+id="xd0e2806src" href="#xd0e2806">2</a> van den dagh, bevonden ons
+dicht bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter
+t selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water
+wat bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter <span
+class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span>&rsquo;t selve
+ten ancker, costen egter wijnig bot vieren<a class="noteref" id=
+"xd0e2814src" href="#xd0e2814">3</a> doordien agter uijt een groot rif
+lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert den schipper
+eerst gewaer bij geluck uijt &rsquo;t venster vande gaelderij<a class=
+"noteref" id="xd0e2829src" href="#xd0e2829">4</a> siende, soude licht
+anders op &rsquo;t selve vervallen ende het schip verlooren hebben door
+den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer (doent eerst sagen)
+geen musquet schoot vandaen waren. Met &rsquo;t opclaeren vanden dach
+bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te sijn dat de
+Chineesen in haer volle geweer met troppen<a class="noteref" id=
+"xd0e2832src" href="#xd0e2832">5</a> langhs strant sagen passeren op
+hope soo ons dochte dat wij daer mochte comen te stranden, dog is met
+de hulpe des Alderhoogsten<span class="leftnote">[2]</span> anders
+geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende,
+bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc
+deden.</p>
+
+<p>Den 2<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens wast heel stil. De
+Chineese haer nog stercq verthoonende ende op ons als grijpende wolven
+(soo wij meijnden) stonden en wachten; als mede om alle periculen soo
+van anckers, touwen, als andersints voor te comen, resolveerde ons
+ancker te lichten, ende onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende
+vande wal te comen; hadden dien dach ende volgende nacht meest
+stilte.</p>
+
+<p>Den 3<sup>en</sup> smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl
+vervoert hadde, sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse
+cours tussen beijde<a class="noteref" id="xd0e2851src" href=
+"#xd0e2851">6</a> door, met goet weder ende slappe coelte.</p>
+
+<p>Vanden 4<sup>en</sup> tot den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> hadden
+veel stilte ende variable winden, sworven soo tusschen de cust van
+China ende Formosa door.</p>
+
+<p>Den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> cregen wederom hart weder met
+regen uijt den Z. oosten, gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.</p>
+
+<p>Den 12: 13: en 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> nam &rsquo;t weer hoe
+langer hoe meerder aan met verscheijde winden en regen, soo dat
+somtijts zeijl en somtijts geen conde voeren, de zee wiert seer
+onstuijmigh, soo dat door &rsquo;t geweldigh slingeren &rsquo;t schip
+heel leek wiert. Hadden door den continueelen regen geen hooghte connen
+nemen, waren derhalven <span class="pagenum">[<a id="pb5" href=
+"#pb5">5</a>]</span>genootsaeckt het meest sonder zeijl te laten
+drijven, om alle periculen van &rsquo;t op &rsquo;t een ofte ander lant
+te vervallen, voor te comen.</p>
+
+<p>Den 15<sup>en</sup> d<sup>o</sup> waeijdent soo hard, dat boven met
+den anderen spreekende malcanderen niet conden hooren ofte verstaen,
+van gelijcken niet een hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo
+toenemende, dat met pompen genoch te doen hadden om lens te houden<a
+class="noteref" id="xd0e2893src" href="#xd0e2893">7</a>, cregen door de
+ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet anders
+en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen den avond
+wiert door een zee het galjoen<a class="noteref" id="xd0e2896src" href=
+"#xd0e2896">8</a> ende spiegel<a class="noteref" id="xd0e2899src" href=
+"#xd0e2899">9</a> ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de
+boeghspriet mede heel los maecte, waer door groote perijckel liepen
+vande voorsteven te verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een
+weijnigh vast te maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door
+het vreeselijck slingeren, ende de groote zeen die ons d&rsquo;een voor
+d&rsquo; ander nae over quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee
+soo veel mogelijck was, eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om
+&rsquo;t lijff, schip ende &rsquo;s Comp<sup>es</sup> goederen soo veel
+doenelijck was te salveeren, de fock een weijnigh bij te maecken om
+daar door eenigsints vande sware stortinge der zee bevrijt te wesen
+(denckende naest Godt het beste middel te wesen); int bij maken vande
+fock cregen van agteren een zee<span class="leftnote">[3]</span>over,
+soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee spoelde,
+en &rsquo;t schip boren vol water stont, waerop den schipper riep:
+mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael
+soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent
+niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht<a class=
+"noteref" id="xd0e2908src" href="#xd0e2908">10</a>, riep den man die
+uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent een musquet schoot
+af, die &rsquo;t selve door de donckerheijt ende grooten regen niet eer
+had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten terstont de anckers
+los, door dien &rsquo;t roer hadden overgeleijt<a class="noteref" id=
+"xd0e2911src" href="#xd0e2911">11</a>, dog conden door de diepte,
+aendringen der zee, als harden wint geen stant grijpen<a class=
+"noteref" id="xd0e2916src" href="#xd0e2916">12</a>; stieten terstont<a
+class="noteref" id="xd0e2921src" href="#xd0e2921">13</a>, soodat in een
+ogenblick met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen
+lagh; degene die om <span class="pagenum">[<a id="pb6" href=
+"#pb6">6</a>]</span>laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt
+hadden om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste
+daer betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende
+d&rsquo;andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant
+comende waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter
+niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende,
+hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de
+donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p01.gif" alt=
+"Gestrand zeventiende-eeuws zeilschip." width="720" height="490"></div>
+
+<p>Den 16<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met &rsquo;t limieren van
+den dach gingen die nog eenigsints gaen conden langs strant soecken
+ende roepen offer nog ymand aan land gecomen was; hier en daer
+quamender nog eenige voor den dagh, bevonden &rsquo;t samen 36: man
+sterck te wesen, waer van de meeste part als vooren seer deerelijck
+gequest waren; sagen doen int vracq, ende vonden een man tusschen twee
+leggers<a class="noteref" id="xd0e2941src" href="#xd0e2941">14</a> seer
+geclemt leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is
+comen te overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot
+malcanderengeklemt; wij sagen malcanderen met droefheijt aan, siende
+soo een schoon schip in spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36:
+in min als een quartier uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc
+eenige dooden die aen lant gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier
+Egberse <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7">7</a>]</span>van
+Amsterdam ontrent 10 &agrave; 12 vadem vant water met den eenen aerm
+onder &rsquo;t hooft doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens
+nog 6 &agrave; 7 matroosen, die hier en daer doot vonden leggen; sagen
+doen mede offer eenige victualie (alsoo in de laetste 2 &agrave; 3
+dagen weijnigh hadden gegeten, doordien de cock door &rsquo;t harde
+weer niet hadde <span class="leftnote">[4]</span> connen kooken) aen
+lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een vat
+daer een weijnigh vleijs ende een d<sup>o</sup> daer wat spec in was,
+met een vaetje wijntint,<a class="noteref" id="xd0e2952src" href=
+"#xd0e2952">15</a> dat voor de gequetste wel te pas quam; waren doen
+meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte vernamen,
+dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; tegen den
+middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo veel te weegh
+dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met malcanderen
+voorden regen te schuijlen.</p>
+
+<p>Den 17<sup>en</sup> d<sup>o</sup> dus met droeffheijt bij
+malcanderen sijnde, sagen al na volcq uijt, op hoope het Japanders
+mochte sijn, om door haer weder bij onse natie te comen alsoo daer
+anders geen uijtcomste was, door dien de boot ende schuijt aen stucken
+geslagen ende int minste niet te helpen was; voorden middag vernamen
+een man ontrent een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae
+ons vernam steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op
+een musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen
+en deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer
+toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer
+(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, maer
+hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met malcanderen
+zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij eenige zee
+roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; tegen den avont
+quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die ons telde ende dien
+nacht rontom de tent de wacht hielden.</p>
+
+<p>Den l8<sup>en</sup> smorgens waren doende met een groote tent te
+maken; tegen den middagh quamen wel 1000 &agrave; 2000 man soo ruijters
+als soldaten bij ons, sloegen haer leger om de tent; &rsquo;t volcq
+altsamen in <span class="pagenum">[<a id="pb8" href=
+"#pb8">8</a>]</span>ordre staende, wiert den bouckhouder<a class=
+"noteref" id="xd0e2976src" href="#xd0e2976">16</a>, opperstuijrman,
+schieman<a class="noteref" id="xd0e2985src" href="#xd0e2985">17</a>
+ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij
+&rsquo;t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den
+hals, waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om
+haer hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de
+aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten,
+ende dat met soo een geschreeuw van &rsquo;t crijgsvolcq dat &rsquo;t
+schrickelijck was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en
+siende, seijden tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor,
+wij sullen haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij
+opde knien souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige
+woorden, maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer
+al, dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also
+malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient bij
+haer Jeenare<a class="noteref" id="xd0e2988src" href="#xd0e2988">18</a>
+ofte Jirpon<a class="noteref" id="xd0e2991src" href="#xd0e2991">19</a>
+genaemt wort; liet haer den overste elc een coppie arrack schencken,
+ende weder in de <span class="pagenum">[<a id="pb9" href=
+"#pb9">9</a>]</span>tent bij malcanderen brengen; terstont quamen sij
+sien of wij eenige victalie hadden, dog niet vindende dan &rsquo;t
+voorsz. vleijs en specq, &rsquo;t <span class="leftnote">
+[5]</span>welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae,
+brochten ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten
+dat wij verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte
+overcomen; nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de
+hand geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen
+om ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier
+nae &rsquo;t vracq toe om &rsquo;t gene nog van &rsquo;t goet bevonden
+worde op &rsquo;t droegh bij malcanderen te brengen; &rsquo;s avonts
+gaven ons yder een weijnigh rijs te eeten; &rsquo;s middaghs had den
+stuijrman de hooghte genomen ende bevonden &rsquo;t Quelpaerts Eijland
+te leggen op 33 graden 32 minuijten<a class="noteref" id="xd0e2999src"
+href="#xd0e2999">20</a>.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p02.gif" alt="" width=
+"720" height="492"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span></p>
+
+<p>Den 19<sup>en</sup> d<sup>o</sup> warense nog al doende om &rsquo;t
+goet op &rsquo;t land te halen ende te droogen, het hout daer eenig
+yser in was te verbranden; de officiers gingen bijden Overste ende den
+Admirael van &rsquo;t eijland (die daer mede gecomen was) brochten haer
+yder een kijcker, namen mede een kanne wijn thint, met &rsquo;s
+Comp<sup>es</sup> silvere schael die wij tussen de klippen gevonden
+hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, smaeckten haer wel,
+droncken soo veel dat sij heel verheught waren ende sonden de onse
+weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap bewesen hadde, ende de
+schael haer mede gaven.</p>
+
+<p>Den 2O<sup>en</sup> d<sup>o</sup> verbranden zij &rsquo;t fracq en
+al &rsquo;t overige hout om &rsquo;t yserwerc daer uijt te crijgen; int
+branden van &rsquo;t fracq, gingen twee stucken los, die met scharp
+geladen waren, daer over soo wel de groote als de clijne haer opde
+vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen wederom bij ons ende wesen
+offer meer souden losgaan. Wij wesen van neen, gingen terstont met haer
+werck weder voort ende brachten ons tweemael daegs wat eeten.</p>
+
+<p>Den 21<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens liet den overste eenige
+van ons halen, wesen dat ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude
+brengen, om versegelt te worden, t welc wij deden, ende terstont in ons
+presentie geschieden; de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht
+eenige <span class="pagenum">[<a id="pb11" href=
+"#pb11">11</a>]</span>dieven die int bergen van &rsquo;t goet eenige
+vellen<a class="noteref" id="xd0e3078src" href="#xd0e3078">21</a>, yser
+als andersints gestolen hadden, &rsquo;t welcq op haer rugh gebonden
+was; worden in ons presentie gestraft tot een teeken dat sij van
+&rsquo;t goet niet wilde verminderen, sloegen deselve onder de ballen
+vande voeten met stocken van ontrent een vadem lanck ende een gemene
+jongens arm dicq, dat sommige de toonen vande voeten vielen, ider 30
+&agrave; 40 slagen; smiddaghs wesen dat wij vertrecken soude; die
+rijden conden cregen paarden ende die om hare quetsure niet rijden
+conde, wierden door last des overste in hangematten gedragen; nade
+middagh vertrocken met ruijters ende soldaten wel bewaert, savont
+logierden in een cleijn steetje gen<sup>t</sup> Tadjang<a class=
+"noteref" id="xd0e3084src" href="#xd0e3084">22</a>; na dat wij wat
+gegeten hadden, brachten ons &rsquo;t samen in een huijs<a class=
+"noteref" id="xd0e3092src" href="#xd0e3092">23</a> om te slapen, maer
+leeck beter een paarde stal dan een herberge ofte slaapplaets; waren
+ontrent 4 : mijl gerijst.</p>
+
+<p>Den 22<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met den dagh gingen weder
+te paert sitten, aten onder wege voor een fortie, daer twee
+oorlogsjoncken lagen, het ochten mael; smiddags quamen in een stadt
+gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id="xd0e3106src" href=
+"#xd0e3106">24</a> sijnde <span class="leftnote">[6]</span>de
+residencie plaets vanden gouverneur van &rsquo;t eijland, bij haer
+mocxo<a class="noteref" id="xd0e3115src" href="#xd0e3115">25</a>
+gen<sup>t</sup>; daer comende wierden op een velt recht voor &rsquo;t
+lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een
+coppie canje water<a class="noteref" id="xd0e3133src" href=
+"#xd0e3133">26</a> te drincken; wij dachten dit onse laetsten dronck
+soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude gestorven
+hebben, alsoo &rsquo;t schrickelijck om sien was soo van &rsquo;t
+geweer, oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die
+wij sagen, ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van
+sulcken fatsoen van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off
+daer van gehoort was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn.
+persoonen op de voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende
+neer <span class="pagenum">[<a id="pb12" href=
+"#pb12">12</a>]</span>gesmeten; een weijnig gelegen hebbende riep ende
+wees dat sij boven op een groote planckiring int gem<sup>e</sup> huijs
+daer hij sat gelijck een Coninck, ende aan sijn sijde geseten sijnde,
+vraeghden ende wees waer wij vandaen quamen ende waer nae toe wilde;
+gaven en beduijden soo veel wij conden &rsquo;t oude antwoort: na
+Nangasackij in Japan, waer op hij mettet hooft knicte, ende soo
+&rsquo;t bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; terwijle worde het
+vordere volc die gaen conde vervolgens met haer 4<sup>en</sup> teffens
+op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; alles wel
+ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met beduijden
+daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet conde
+verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een wooning
+daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden was, uijt
+oorsaeke dat hij den Coninck uijt &rsquo;t Rijc socht te stooten; liet
+het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot onderhout
+&frac34; &#8468; rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog de
+toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten daerom
+ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck water daer
+toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, soo ons
+namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des Conincx stadt
+ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij na den Coninck
+soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te doen stont;
+geduijrende &rsquo;t verwachten van &rsquo;t bescheijt des Conincx
+&rsquo;t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl
+over zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten
+derhalven aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere
+toespijs mochte toegebracht worden, door dien &rsquo;t met rijs en sout
+niet langer konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden,
+&rsquo;tlichaem ende cleederen die seer weijnig waren, somtijts te
+reijnigen, dagelijcx bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden,
+twelc ons toestont, ende belaste dat van toespijs soude besorght
+worden; liet ons dickmaels voor hem comen, om &rsquo;t een en &rsquo;t
+ander soo op onse als hare spraeck te vragen en op te schrijven
+waardoor ten laetsten al crom eenige woorden met malcanderen conde
+spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten ende andere
+vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin soude setten,
+ons dagelijcx moet gevende <span class="leftnote">[7]</span>van weder
+na Japan gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck
+quam; liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een
+heijdens mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.</p>
+
+<p>Den 29<sup>en</sup> October naerden middag wiert den bouckhouder,
+opperstuijrman <span class="pagenum">[<a id="pb13" href=
+"#pb13">13</a>]</span>ende den onder barbier<a class="noteref" id=
+"xd0e3165src" href="#xd0e3165">27</a> bij den gouverneur geroepen; bij
+hem comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert,
+vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot
+antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon te
+lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel
+praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot nog
+toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck ende
+waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders van
+Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende naer toe
+wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer Japan
+meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, zijnde
+door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op &rsquo;t eijland
+vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende
+waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman
+ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan Janse
+Weltevree uijt de Rijp A<sup>o</sup> 1626 met &rsquo;t schip Hollandia
+uijt &rsquo;t vaderlant gecomen, ende dat hij A<sup>o</sup> 1627 mettet
+Jacht Ouwerkerck naer Japan gaende<a class="noteref" id="xd0e3194src"
+href="#xd0e3194">28</a>, door contrarie wint opde cust van Coree
+vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na &rsquo;t vaste
+lant gevaren, van d&rsquo;inwoonders met haer drien gehouden zijn, de
+boot met de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont
+door gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen
+hij &rsquo;t land innam)<a class="noteref" id="xd0e3210src" href=
+"#xd0e3210">29</a> inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck
+Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met
+den voornoemden Weltevree gelijck <span class="pagenum">[<a id="pb14"
+href="#pb14">14</a>]</span>int lant gecomen<a class="noteref" id=
+"xd0e3221src" href="#xd0e3221">30</a>. Vraeghden hem mede waer hij
+woonde, waervan leeffde, ende waerom op &rsquo;t eijlant gecomen was;
+seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt<a class="noteref" id=
+"xd0e3224src" href="#xd0e3224">31</a>, dat hem vande Coninck
+behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert gegeven, dat daer was
+gesonden om te sien wat voor volcq wij ende hoe aldaer gecomen waren,
+verhaelde ons mede dat hij verscheijde malen aanden Coninck ende andere
+grooten versocht hadden, om naer Japan gesonden te worden, dog haer
+sulcx altijt wiert afgeslagen, zeggende waert gij vogels soo mocht gij
+daer nae toe vliegen, wij senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen
+ul. van cost en cleeden versorgen ende moet soo u leven in dit lant
+eijndigen, met welcke troost hij ons medetroosten ende seijde indien
+bijden Coninck quamen niet anders voor ons te verwachten stont, soodat
+onse blijschap van een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt
+veranderde; het was te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58
+jaren, sijn moeders tael soo nae vergeten hadde, alsoo <span class=
+"leftnote">[8]</span>in &rsquo;t eerste als vooren geseght hem qualijck
+verstaen conde, binnen een maent ommegaens met ons al weder leerde. Alt
+voorverhaelde ende tblijven van &rsquo;t schip en volcq wiert door last
+des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons voorgelesen ende door den
+voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den eersten goeden wint naer
+&rsquo;t Hoff gesonden te worden; den gouverneur gaff ons dagelijcx al
+goede moet seggende &rsquo;t bescheijt daer op met den eersten te
+verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, om ons na
+Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, ende ons niet
+dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; liet den
+meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper
+Benjoesen<a class="noteref" id="xd0e3230src" href="#xd0e3230">32</a>
+ons dagelijcx comen besoecken om &rsquo;t geen van doen hadden hem
+bekent te maken.</p>
+
+<p>Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den
+ouden sijn tijt van drie jaren g&rsquo;expireert was, daer over wij ten
+hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten <span
+class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>mochten
+inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur liet ons
+voor sijn vertrecq (alsoo &rsquo;t kout wiert ende van cleeden weijnigh
+versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere kousen een
+d<sup>o</sup> schoenen<a class="noteref" id="xd0e3246src" href=
+"#xd0e3246">33</a> maecken, om ons voor de koude daermede te behelpen,
+liet ons de geberghde boecken<a class="noteref" id="xd0e3249src" href=
+"#xd0e3249">34</a> weder te hand stellen, gaf ons mede een groote pul
+traen om den tijt geduijrende den winter daer mede door te brengen; op
+sijn scheijmael tracteerden ons wel, liet door den voorn: Weltevree ons
+seggen dat hij zeer bedroeft was, dat ons niet naer Japan had mogen
+senden, ofte met hem naer &rsquo;t vaste land mochte nemen, dat wij
+niet bedroeft over sijn vertrecq zouden wesen, ten hove comende alle
+debvoir tot onse verlossinge ofte metter haest vant eijland naer
+&rsquo;t hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle de verhaelde
+courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.</p>
+
+<p>Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons
+terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met een
+dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door
+contrarie wint nog op &rsquo;t eijland was, claeghde; gaf ons tot
+antwoort dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde,
+dog zoude den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn
+aenwesen, den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op
+&rsquo;t soberste versach om vordere clachten te mijden.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1654.</span>Int begin van Januarij vertrock
+den ouden gouverneur, doen gingh &rsquo;t veel slimmer als te vooren,
+gaff ons in plaets van rijs, geerst, ende van taruwe, garste meel,
+sonder eenige toe spijs, soo dat indien wat toe spijs wilde hebben onse
+geerst vercochten; met &frac34; &#8468; garste meel des daeghs mosten
+te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses man daegs continueerde; dus in
+droeffheijt sijnde sochten derhalven alle middelen (alsoo den soeten
+tijt ende mousson op handen quam, de tijdingh van <span class=
+"leftnote">[9]</span>den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven
+zeer beducht ons op &rsquo;t eijland mochte gebannen hebben, om
+&rsquo;t leven inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende
+weder siende of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn
+gereetschap leggende, conde becomen ende &rsquo;t hasepat te kiesen,
+&rsquo;twelcq int laetse van April met haer sessen, waer onder den
+opperstuijrman ende nog drie vande te recht gecomen<a class="noteref"
+id="xd0e3261src" href="#xd0e3261">35</a> maets waren, onderstaen soude
+hebben; een vande maets over de muijr dimmende om naer &rsquo;t
+vaertuijg ende &rsquo;t getij van <span class="pagenum">[<a id="pb16"
+href="#pb16">16</a>]</span>&rsquo;t water te sien, wiert het de wacht
+door &rsquo;t blaffen vande honden als andersints gewaer, waer over soo
+scherpen wacht hielden, dat voor die tijt van haren aanslag versteeken
+waren.</p>
+
+<p>Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets
+(waer vander drie<a class="noteref" id="xd0e3268src" href=
+"#xd0e3268">36</a> als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt
+gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap
+sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een
+man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting<a
+class="noteref" id="xd0e3271src" href="#xd0e3271">37</a> daertoe
+gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, ider een
+dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede te nemen,
+traden int voorseijde vaertuijg, &rsquo;t selve over een banck die daar
+voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant dorpje, die
+heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden was,
+eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer mede
+hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende<a
+class="noteref" id="xd0e3274src" href="#xd0e3274">38</a> egter buijten,
+behalven een die int vaertuijg niet conde comen, door dien de touwen
+aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; die int vaertuijg
+&rsquo;tzeijl op heijsende, alsoo sij met &rsquo;t gereetschap niet wel
+conden omgaen, viel de mast met &rsquo;t zeijl overboort, die sij met
+groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft
+gebonden hebbende ende &rsquo;t seijl als vooren opheijsende, ist spoor
+van de mast gebrooken, de mast met &rsquo;t seijl voorde tweede mael
+overboort gevallen, costent doen niet weder opcrijgen<a class="noteref"
+id="xd0e3277src" href="#xd0e3277">39</a>, dreven alsoo na de wal; die
+van &rsquo;t land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een ander
+vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse bij haer
+over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort te smijten,
+ende met &rsquo;t selve vaertuijg door te gaen, maar vondent ten
+naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met
+malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde,
+liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting om
+den hals, d&rsquo;eene hant met een clamp opde planck <span class=
+"pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>gespijckert<a class=
+"noteref" id="xd0e3282src" href="#xd0e3282">40</a>, voor hem neder
+werpen; de vordere wierden mede uijt &rsquo;t gevangen huijs gehaelt,
+mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur gebracht, al
+waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; den gouverneur
+liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten van d&rsquo;
+andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande andere
+geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt <span class="leftnote">
+[10]</span> ende straffe van hare mackers voor te comen) waer op den
+gouverneur liet vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer
+Japan wilde, waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een
+cleijn vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te
+doen was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te
+sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock ontrent
+een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, boven ront,
+25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent een maent langh
+inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen ende bij nacht en
+dach scherpe wacht gehouden.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p03.gif" alt="" width=
+"720" height="499"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18">18</a>]</span></p>
+
+<p>Dit eijland bij haer Scheluo<a class="noteref" id="xd0e3303src"
+href="#xd0e3303">41</a> ende bij ons Quelpaert gen<sup>t</sup> leijt
+als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a
+13 mijlen vande suijthoeck van &rsquo;t vaste lant van Coree, heeft
+aende binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen
+ende van daer varen naer &rsquo;t vaste lant. Is seer gevaerlijck voor
+d&rsquo;onbekende door de blinde klippen om in te comen, waer door veel
+die daer op varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis
+raken, naer Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen
+ancker gront ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland
+heeft aan verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen.
+Is seer <span class="pagenum">[<a id="pb19" href=
+"#pb19">19</a>]</span>volckrijck<a class="noteref" id="xd0e3346src"
+href="#xd0e3346">42</a>, vruchtbaer van leeftocht, overvloet van
+paarden en koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den
+Conincq opbrengen; d&rsquo;Inwoonders zijn seer arme ende slechte<a
+class="noteref" id="xd0e3355src" href="#xd0e3355">43</a> luijden, bij
+die van &rsquo;t vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh
+vol boomen<a class="noteref" id="xd0e3363src" href="#xd0e3363">44</a>,
+de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen daerse rijs
+planten.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p04.gif" alt="" width=
+"720" height="487"></div>
+
+<p>Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck
+tot onser droeffenis dat wij na &rsquo;t Hoff mosten comen, ende weder
+tot blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 &agrave;
+7 dagen daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen
+ende eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen
+off &rsquo;t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte
+geschiet hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen,
+door dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee
+zieck waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie
+wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out
+gevangenhuijs gebracht; 4 &agrave; 5 dagen daer aan de wint goet
+waijende, gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als
+vooren gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen
+onder zeijl; savonts quamen dicht bij &rsquo;t vaste lant, alwaer wij
+des nachts onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken
+gesloten ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert
+wierden; des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een
+stadt gen<sup>t</sup> Heijnam<a class="noteref" id="xd0e3385src" href=
+"#xd0e3385">45</a>, alwaer wij des avonts alle 36 weder <span class=
+"leftnote">[11]</span> bij malcanderen quamen, doordien ider jonck in
+een verscheijde plaets was aangecomen; des ander daegs nadat wat
+gegeten hadde, saten weder te paert, ende quamen savonts in een stadt
+gen<sup>t</sup> Ieham<a class="noteref" id="xd0e3405src" href=
+"#xd0e3405">46</a>; des nachts is Poulus Janse Cool van Purmerend,
+bosschieter, overleden, die sedert &rsquo;t verlies van &rsquo;t schip
+noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande stadts gouverneur in
+onser presentie begraven; vant graff vertrocken te paert weder ende
+quamen savonts in een stadt Naedjoo<a class="noteref" id="xd0e3408src"
+href="#xd0e3408">47</a> <span class="pagenum">[<a id="pb20" href=
+"#pb20">20</a>]</span>gen<sup>t</sup>; des volgende morgen vertrocken
+weder ende bleven dien nacht in een stad genaemt Sansiangh van waer wij
+des morgens vertrocken, ende logierden dien nacht inde stad Tiongop<a
+class="noteref" id="xd0e3421src" href="#xd0e3421">48</a>, passeerden
+dien dagh een seer hoogen bergh waer op een groote schans lagh
+gen<sup>t</sup> Jipamsansiang<a class="noteref" id="xd0e3430src" href=
+"#xd0e3430">49</a>; nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des
+morgens, ende quamen dien selven dagh inde stad Teijn<a class="noteref"
+id="xd0e3441src" href="#xd0e3441">50</a>; den volgenden morgen saten
+weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gen<sup>t</sup>
+Kninge<a class="noteref" id="xd0e3449src" href="#xd0e3449">51</a>; naer
+dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen savonts
+in een groote stad gen<sup>t</sup> Chentio<a class="noteref" id=
+"xd0e3457src" href="#xd0e3457">52</a> alwaer in oude tijden Conincx
+hoff placht te zijn<a class="noteref" id="xd0e3462src" href=
+"#xd0e3462">53</a>, ende wort nu bij den stadthouder vande provintie
+Thiellado<a class="noteref" id="xd0e3470src" href="#xd0e3470">54</a>
+bewoont. Is door &rsquo;t geheele land voor een groote coopstad
+vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, alsoo een lantstadt is;
+des volgende morgen vertrocken ende quamen savonts in een stadt
+gen<sup>t</sup> Jehaen<a class="noteref" id="xd0e3478src" href=
+"#xd0e3478">55</a>, dit was de laetste stadt vande provintie Thiellado,
+van waer wij des morgens weder te paert vertrocken, ende logeerde dien
+nacht in een stetje gen<sup>t</sup> Gunjiu<a class="noteref" id=
+"xd0e3484src" href="#xd0e3484">56</a>, gelegen inde provintie
+Tiongsiangdo<a class="noteref" id="xd0e3487src" href=
+"#xd0e3487">57</a>; vertrocken des anderen daegs na een stad
+gen<sup>t</sup> Jensoen<a class="noteref" id="xd0e3495src" href=
+"#xd0e3495">58</a>. Aldaer vernacht hebbende saten des morgens weder te
+paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio<a class="noteref" id=
+"xd0e3500src" href="#xd0e3500">59</a> gen<sup>t</sup> alwaer de
+stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff hout; des anderen
+daeghs passeerde een groote rivier ende quamen inde provintie
+Senggado<a class="noteref" id="xd0e3511src" href="#xd0e3511">60</a>
+alwaer de Coninklijcke stadt in <span class="pagenum">[<a id="pb21"
+href="#pb21">21</a>]</span>leijt; naer dat nog verscheijde dagen
+gereijst ende in diverse steden ende dorpen vernacht hadden, passeerde
+eijndelijck een groote rivier<a class="noteref" id="xd0e3516src" href=
+"#xd0e3516">61</a> ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de
+rivier overgevaren ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer
+groote bemuerde stadt gen<sup>t</sup> Sior<a class="noteref" id=
+"xd0e3533src" href="#xd0e3533">62</a>, zijnde de residentie plaets des
+Conincx (hadden ontrent 70 a 75 mijl<a class="noteref" id="xd0e3544src"
+href="#xd0e3544">63</a> gereijst meest noorden wel soo westelijck aan).
+Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen
+gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die
+aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p05.gif" alt="" width=
+"720" height="495"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22">22</a>]</span></p>
+
+<p>zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden
+&rsquo;t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan
+Janse Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten
+geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat
+&rsquo;t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant
+vervallen, van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot
+waren, dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te
+<span class="leftnote">[12]</span>senden, om aldaer weder bij ons volcq
+te comen ende in ons vaderlant te geraken; gaf ons voor antwoort, soo
+den veelmael genoemden Weltevree vertolckten, dat sulcx haer manier
+niet en was, vremde natie uijt zijn lant te senden, maer mosten aldaer
+haer leven eijndigen, dat hij ons onderhout soude geven; liet ons op
+onse lants wijse dansen, singen ende alles doen wat geleert hadden<a
+class="noteref" id="xd0e3577src" href="#xd0e3577">64</a>; op haer
+manier ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx
+lijwaet om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te
+steeken ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen
+daegs worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem:
+Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten<a
+class="noteref" id="xd0e3593src" href="#xd0e3593">65</a> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>van sijn gemaect
+hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 cattij rijs yder,
+gaf de man een ront houte borretie<a class="noteref" id="xd0e3601src"
+href="#xd0e3601">66</a>, waer op onse namen (die se op haere spraeck
+verandert hadden) ouderdom, wat voor volcq waren, ende waer voor den
+Coninck diende, met caracters uijtgesneden, ende met des Conincx ende
+veltoverstes zegel ofte chiap<a class="noteref" id="xd0e3612src" href=
+"#xd0e3612">67</a> daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt
+en loot, met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor
+hem mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder
+gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden
+voorden Coninck moeten doen; den overste met<a class="noteref" id=
+"xd0e3615src" href="#xd0e3615">68</a> ofte in Conincx dienst uijtgaende
+met hem soude loopen; drilt zijn volcq in &rsquo;t jaer 6 maenden, drie
+int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, ende oeffenen
+haer int schieten als andere oorloghs manieren des maents drie reijse,
+in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij den swaersten vande
+werelt op den hals hadden; stelden een Chinees (door dien mede veel
+Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den veelmael gen. Weltevree
+over ons als hooffden, om van alles op hare wijse te onderrechten ende
+opsicht over ons te hebben, gaf yder twee stucx hennippe lijwaet om ons
+daermede voort van alles te voorsien, ende &rsquo;t maeckloon vande
+clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij veel groote heeren
+geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende kinderen
+nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van &rsquo;t
+eijland<a class="noteref" id="xd0e3618src" href="#xd0e3618">69</a>
+hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen geleeken,
+wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, door de
+blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, ende
+diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert
+waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van
+houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden
+int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van
+&rsquo;t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot
+bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door
+dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden
+haelden en voor &rsquo;t geckje hielden.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[13]</span>In Augustij quam den Tartar om
+sijn gewoonelijcke tribuijt te <span class="pagenum">[<a id="pb24"
+href="#pb24">24</a>]</span>halen<a class="noteref" id="xd0e3627src"
+href="#xd0e3627">70</a>; wij wierden door den Coninck in een groote
+schans gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert
+te worden<a class="noteref" id="xd0e3639src" href="#xd0e3639">71</a>;
+dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op een seer hoogen
+bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, waer na toe den
+Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier houden de grootste
+papen vant land haer residentie, daer is altijt voor drie jaren
+victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen kennen geneeren.
+Is genaemt Namman Sangsiang<a class="noteref" id="xd0e3647src" href=
+"#xd0e3647">72</a>; alwaer tot den 2 a 3<sup>en</sup> September, dat
+den Tartar vertrocken was, bleven.</p>
+
+<p>Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl
+vande stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer
+volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.</p>
+
+<p>Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude
+ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem
+belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van
+&rsquo;t schip aen &rsquo;t eijland gespoelt, bij haer geberght,
+gedrooght ende hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest
+verrot<a class="noteref" id="xd0e3662src" href="#xd0e3662">73</a> ende
+opgegeten<a class="noteref" id="xd0e3665src" href="#xd0e3665">74</a>,
+met last dat wij die souden vercoopen om voor de coude soo veel
+mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met malcanderen goet,
+alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout halen, dat soo heen
+en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, &rsquo;t welcq door
+de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende moeijelijck
+viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest Godt geen
+uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever willende wat
+koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie<a class="noteref" id=
+"xd0e3671src" href="#xd0e3671">75</a> gequelt te sijn; leijden de man 3
+a 4 taijlen silver bij malcanderen, ende alsoo huijskens van 8 a 9
+taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; <span class="pagenum">[<a id="pb25"
+href="#pb25">25</a>]</span>van &rsquo;t overschot staken ons een
+weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo den winter daer mede
+door.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1655.</span>In Maert quam den Tarter weder,
+als vooren verhaelt hebben; wij worden belast niet uijt onse huijsen te
+gaen; den dagh wanneer den Tarter vertrock geliet<a class="noteref" id=
+"xd0e3680src" href="#xd0e3680">76</a> den opperstuijrman Hendrick Janse
+van Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij
+om branthout verlegen waren; gingen naer &rsquo;t bos, alwaer sij aande
+cant daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den
+Tarterse gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters
+ende soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert
+vanden opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut
+hebbende, stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer
+Hollants voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken
+confusie, dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij
+voor volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen
+den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude
+logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde <span
+class="leftnote">[14]</span>offer geen tolcq en was die den stuijrman
+verstaen conde, waer op den meergem: Weltevree door last des Conincx
+terstont most volgen; wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int
+Conincx hoff gehaelt; voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons
+vraeghden of wij daer niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven,
+dat sulcx buijten onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een
+straffe toe, om dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout,
+yder 50 slagen opde billen; van al &rsquo;t geseijde den Coninck
+telckens wiert rapport gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren,
+seggende dat wij door storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn
+lant gecomen waren, belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende
+aldaer te blijven tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn:
+Weltevree bijden Tarter gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is
+de saeck bijden Coninck ende Raden soo besteecken dat den Tartersen
+gesant voor een somma gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden
+groote Cham niet soude openbaren, sorgende dat &rsquo;t geschut datse
+op hadden laten duijcken en de goederen souden moeten op brengen;
+sonden de twee maets weder na de stadt, die terstont inde gevanckenis
+geworpen zijn alwaer zij na eenigen tijt zijn comen te overlijden, te
+weten den stuijrman ende bosschieter; wij hebben noijt <span class=
+"pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26">26</a>]</span>seeker kunnen
+vernemen ofse haer eijgen doot gestorven dan van haer om hals gebracht
+sijn, alsoo geduijrende de gevanckenis bij haer noijt hebben mogen
+comen ende verboden was<a class="noteref" id="xd0e3693src" href=
+"#xd0e3693">77</a>.</p>
+
+<p>In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden &rsquo;t
+samen bij den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree
+van wegen den Coninck aenseijde onder schijn datter op &rsquo;t
+Quelpaerts eijland weder een schip was gebleven, den gem<sup>te</sup>
+Weltevree door sijn ouderdom onbequaem was, daer nae toe te gaen;
+datter drie van ons die de spraeck best conde, derwaerts mosten, om te
+vernemen wattet voor een schip was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een
+adsistent, den schieman ende een matroos<a class="noteref" id=
+"xd0e3706src" href="#xd0e3706">78</a> derwaerts vertrocken met een
+sergiant tot haer geleijder.</p>
+
+<p>In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden
+ende quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert
+ende op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den
+Tarter 2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter
+cregen eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets,
+waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van &rsquo;t land
+in een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot
+dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham
+sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer
+gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na &rsquo;t eijland
+vertrocken ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te
+verduijsteren ende in haer lant te houden<a class="noteref" id=
+"xd0e3714src" href="#xd0e3714">79</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[15]</span>In &rsquo;t laetse van &rsquo;t
+jaer quam den Tarter over &rsquo;t ijs weder om sijn tribuijt; den
+Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel bewaren.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1656.</span>Int begin van &rsquo;t jaer,
+alsoo den Tarter daer nu twee mael geweest ende na ons niet vernomen
+hadden, drongen eenige Rijcxraden ende andere grooten die ons sat
+waren, hart bij den Coninck aan, om ons van cant te helpen, waer over
+onder de grooten drie dagen raet wiert <span class="pagenum">[<a id=
+"pb27" href="#pb27">27</a>]</span>gehouden; alsoo den Coninck, des
+Conincx broeder, veltoverste ende andere grooten (ons toegedaen) seer
+tegen waren; den veltoverste seijde dattet beter was, eerse ons soude
+om hals brengen, datse een van ons tegen twee van haer met gelijck
+geweer soude setten, ende soo lange laten vechten tot dat wij doot
+waren, dat daermede den Coninck de naem van zijn ondersaten niet soude
+hebben dat het vreemt volcq openbaerlijck had om &rsquo;t leven laten
+brengen, twelcq ons van goede luijden wiert secretelijck geseijt;
+geduijrende de vergadering was ons belast inde huijsen te blijven; wij
+niet wetende wat ons nakende was verhaelde sulcx tegens voorn.
+Weltevree, die simpelijck tegens ons seijde: kent gijlieden nog drie
+dagen leven, gij sult wel langer leven; des Conincx broeder die als
+hooft vande vergadering was, wanneer daer nae toe ging ende weder van
+daen quam, onse buert moste voorbij passeeren, namen hem waer, vielen
+op &rsquo;t aengesicht voor hem neder, waer over ons ten hooghsten
+beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, hebben alsoo door den
+Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van veele ons leven
+behouden, wierden bij den Coninck, op &rsquo;t aendringen van onse
+wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij voor gaven
+dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer swarigheijt
+uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado<a class="noteref" id=
+"xd0e3727src" href="#xd0e3727">80</a> gebannen, alwaer ons den Coninck
+uijt sijn eijgen incomst 50 &#8468; rijs smaents toe leijde.</p>
+
+<p>Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert
+vertrocken, bijden veelmaelgen<sup>e</sup> Weltevree ende andere
+bekende tot aende rivier een mijltje buijten de stadt uijtgeleij
+gedaen. Wij in de schou gegaen sijnde, vertrock geseijde Weltevree
+wederom naede stadt, zijnde &rsquo;t laetste dat wij hem gesien ofte
+seekere tijding van gehoort hebben; wij reijsden den wech tot inde
+stadt Jeham die opgereijst waren, passerende de selve steden, worden
+van stad tot stad van eeten en paarden op slants costen versien,
+gelijck opde boven reijs oocq geschiet was; eijndelijck in de stadt
+Jeam gecomen sijnde ende aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van
+daer weder vertrocken, ende quamen smiddaghs in een groote stadt met
+een fort, genaemt Duijtsiang ofte Thella Penig<a class="noteref" id=
+"xd0e3735src" href="#xd0e3735">81</a> alwaer de peingse<a class=
+"noteref" id="xd0e3738src" href="#xd0e3738">82</a> dat is de eerste
+naest den stadthouder ende overste over de militie van die <span class=
+"pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28">28</a>]</span>provintie sijn
+residentie hout; wij wierden nevens des Conincx brieven bijden sergiant
+die ons geconvoijeert hadde aanden overste overgelevert; den sergiant
+wiert terstont belast om de drie maets &rsquo;t verleden jaer uijt des
+Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons te brengen, waren in een
+schans daer den vice admirael woont ontrent <span class="leftnote">
+[16]</span>12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs
+daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie
+maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.</p>
+
+<p>In April cregen nog eenige vellen die soo lange op &rsquo;t eijland
+gelegen hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en
+waren om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet
+boven de 18 mijl van &rsquo;t eijland ende dicht aende zeecant gelegen,
+conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons
+wederom een weijnig in de cleeden staaken ende &rsquo;t gene in ons
+nieuwe logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat
+wij tweemael smaents &rsquo;t gras vande marct ofte pleijn voort slants
+ofte raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p06.gif" alt="" width=
+"720" height="501"></div>
+
+<p><span class="leftnote">1657.</span> Int begin van &rsquo;tjaar wiert
+den gouverneur ofte overste over eenige fouten die in slants dienst
+begaen hadde uijt des Conincx last opgehaelt, stont groot perijckel van
+sijn leven, was vande gemeene man seer bemint, wiert door groote
+voorspraeck ende door dien van groote afcomste was, vanden Coninck
+gepardonneert ende daer nae <span class="pagenum">[<a id="pb29" href=
+"#pb29">29</a>]</span>in hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer
+goet man soo voor ons als de inwoonders.</p>
+
+<p>In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den
+voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons vrij
+branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af<a class="noteref" id=
+"xd0e3767src" href="#xd0e3767">83</a>, mosten &rsquo;t selver soo heen
+als weer wel drie mijl over &rsquo;t geberchte halen, twelc seer
+droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo in September
+aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en sijn eijgen
+volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.</p>
+
+<p>In November quammer van &rsquo;t hof een nieuwe gouverneur die hem
+int minste met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte
+yets anders aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander
+last hadde, dan &rsquo;t rantsoen van rijs te geven, onse vordere
+behoeftigheden met &rsquo;t een of &rsquo;t ander middel moste soecken;
+alsoo onse cleederen door &rsquo;t continueel hout halen waren
+versleten, den couden winter op handen quam, wij siende dat dese
+luijden seer nieuwschierig ende om wat vreemts te hooren seer genegen
+waren, &rsquo;t beedelen aldaer geen schande is, ons den noot daer toe
+dwingende, vonden goet met het selve ambacht ons te behelpen, om daer
+door ende &rsquo;t overschietende rantsoen ons voor de coude ende van
+andere nootwendigheden te versien, alsoo wij dickmaels om een hant vol
+sout tot de rijs te eeten, wel een half mijl souden gelopen hebben, al
+&rsquo;t welcq wij den gouverneur voor leijde; dat mede &rsquo;t hout
+halen dat aande borgers vercochten, daer wij ons soo lange mede hadden
+beholpen, door de naecktheijt der clederen, ons meeste mael met rijs en
+sout met een dronck water daertoe, seer droevig ende swaer viel, ons
+wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij buerte ons fortuijn bijde
+boeren ende inde cloosters (die daer veel sijn) bijde papen te soecken,
+ende daer mede <span class="leftnote">[17]</span> den winter door te
+brengen, &rsquo;t welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel
+wederom een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over
+quamen.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1658.</span>Int begin van &rsquo;t jaer wiert
+den gouverneur op ontboden, ende een ander in sijn plaets gestelt; dese
+nieuwe wilde &rsquo;t uijtgaen weder beletten ende ons jaerlijcx drie
+stucken linde<a class="noteref" id="xd0e3779src" href=
+"#xd0e3779">84</a> (zijnde ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor
+soude arbeijden, dog alsoo wij meer aan de clederen soude versleten
+hebben, behalven &rsquo;tgeen van toespijs, hout ende andersints van
+nooden hadden, het een slecht jaer van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb30" href="#pb30">30</a>]</span>graenen, alle dingen zeer costelijck
+ende duijr was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat
+ons bij beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons
+toestont, te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was,
+waervan zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven,
+wel op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of
+ontrent de Conincx stadt<a class="noteref" id="xd0e3784src" href=
+"#xd0e3784">85</a> en de Japanse logie<a class="noteref" id=
+"xd0e3787src" href="#xd0e3787">86</a> te comen; &rsquo;t gras
+uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1659.</span>In April is den Coninck comen te
+overlijden<a class="noteref" id="n30.3src" href="#n30.3">87</a>, ende
+met consent <span class="leftnote">1660, 1661 en 1662.</span>vanden
+Tarter sijn soon tot Coninck in des vaders plaets gecroont; wij
+continueerde met ons voorgaende behulp, sochten doen ons meeste
+fortuijn bijde papen alsoo se goet arms<a class="noteref" id=
+"xd0e3837src" href="#xd0e3837">88</a> sijn, ende ons seer toegedaen
+waren, voornamentlijck als wij haer den ommegang van onse en andere
+natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig nae om te hooren hoe het in
+andere landen toe gaet. Indient ons niet verdrooten hadde, soude wel
+heele nachten daer nae geluijstert hebben.</p>
+
+<p>Int begin van &rsquo;t eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende
+terstont een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer
+toegedaen ende seijde dickmaels soo &rsquo;t in sijn wil ofte macht
+stont, dat hij ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden,
+gaf ons de vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit
+ende het <span class="pagenum">[<a id="pb31" href=
+"#pb31">31</a>]</span>navolgende jaer, was het heel slecht van granen
+ende ander gewas, door diender geen regen quam, maer A<sup>o</sup> 1662
+tot dat het nieuwe gewas uijt quam nog slimmer, soo datter veel
+duijsenden van honger vergingen; conden de wegen qualijck gebruijcken
+vande struijckroovers; daer wiert door last vanden Coninck op alle
+wegen stercke wacht gehouden voorden reijsenden man, als mede om de
+dooden die van honger langs de wegen storven te begraven, gelijck mede
+om moorden ende rooven voor te comen, alsoo zulcx dagelijcx gedaen
+wiert; daer wierden verscheijde steden en dorpen geplondert, de Conincx
+packhuijsen<a class="noteref" id="xd0e3847src" href="#xd0e3847">89</a>
+opengebrooken ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te
+becomen door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de
+gemene en arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse
+akers<a class="noteref" id="xd0e3855src" href="#xd0e3855">90</a>, bast
+van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van de
+gelegentheijt van &rsquo;t lant ende ommegangh des volcx verhalen<a
+class="noteref" id="xd0e3861src" href="#xd0e3861">91</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[18]</span>Dit lant bij ons Coree ende bij
+haer Tiocen Cock<a class="noteref" id="xd0e3871src" href=
+"#xd0e3871">92</a> genaemt is gelegen tussen de 34&frac12; ende 44
+graden; in de lanckte, Z. en N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O.
+en W. ongevaerlijck 70 a 75 mijl; wort <span class="pagenum">[<a id=
+"pb32" href="#pb32">32</a>]</span>bij haer inde caert geleijt als een
+caerte bladt<a class="noteref" id="xd0e3908src" href=
+"#xd0e3908">93</a>, heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8
+provintie<a class="noteref" id="xd0e3911src" href="#xd0e3911">94</a>
+ende 360 steden, behalve de schansen op &rsquo;t geberghte ende
+vastigheden aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om
+aan te doen, door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer
+volckrijck ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door
+de menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast,
+daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt
+nauwste wijt,&mdash;dat is van de stadt Pousaen tot Osacca<a class=
+"noteref" id="xd0e3919src" href="#xd0e3919">95</a>&mdash;ontrent 25 a
+26 mijl; tussenbeijde leijt &rsquo;t eijland &rsquo;t Suissima of bij
+haer Tymatte<a class="noteref" id="xd0e3927src" href="#xd0e3927">96</a>
+genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst toebehoort, is
+inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer voor die van
+Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande West zijde
+streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt aan &rsquo;t
+noort eijnde met een grooten hoogen bergh<a class="noteref" id=
+"xd0e3944src" href="#xd0e3944">97</a> aan een vande noordelijckste
+provintien van China vast, soude anders voor een eijlant gereekent
+<span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>worden,
+door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare zee is, daer
+jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als andere natie
+int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden December,
+Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh<a class=
+"noteref" id="xd0e3969src" href="#xd0e3969">98</a> gevangen, die inde
+twee eerste maenden d&rsquo;hollantse gelijck zijn, ende inde twee
+andere maenden cleijnder ofte gelijck d&rsquo;pan haring in ons lant,
+soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan nae &rsquo;t
+Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben aande
+Coreese stuijrluijden die opd&rsquo;N. oostelijcke quartieren varen,
+offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare zee
+te zijn<a class="noteref" id="xd0e3978src" href="#xd0e3978">99</a>; die
+van Coree na China reijsen nement int nauste van d&rsquo;bocht te
+water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, ende des
+somers door &rsquo;t ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is;
+kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over
+&rsquo;t ijs comen, alsoo &rsquo;t daer soo hart vriest ende sneeuwt,
+gelijck ons volcq A<sup>o</sup> 1662 inde cloosters die in &rsquo;t
+geberghte leggen, hebben gesien dat huijsen en boomen waren onder
+gesneeuwt datse gaten onder d&rsquo;sneeuw mosten maken om van &rsquo;t
+een huijs in &rsquo;t ander te comen; om boven en om laegh te geraken,
+binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer sij mede op ende
+nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet te sincken; derhalven
+moeten de menschen haer in dese quartieren met garst, geerst, ende
+diergelijcke granen behelpen <span class="pagenum">[<a id="pb34" href=
+"#pb34">34</a>]</span>alsoo daar door de coude geen rijs ende cattoen
+wassen can ende meest vande zuijdelijcke quartieren moet toegebracht
+worden; soo <span class="leftnote">[19]</span> is den gemeenen man haer
+eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende
+vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise<a
+class="noteref" id="xd0e4001src" href="#xd0e4001">100</a> die aanden
+Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese en Japanders
+verhandelt wort.</p>
+
+<p>Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn<a
+class="noteref" id="xd0e4033src" href="#xd0e4033">101</a>, hoe wel
+onder den Tarter staet; regeert &rsquo;t land nae sijn believen, sonder
+sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen particuliere
+heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte dorpen, de grooten
+trecken haer incomste uijt haer landerijen en slaven, alsoo wij gesien
+hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, ooc mede van eenige
+eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden Coninck gegeven worden,
+maer soodra zij comen te overlijden, weder aanden Coninck
+vervallen.</p>
+
+<p>Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx
+stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden
+ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen;
+d&rsquo; vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt
+d&rsquo;wacht houden, alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet
+waernemen, ende soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt
+overste, die heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts
+jurisdictie sijn capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn;
+elcq quartier vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn
+corporael ende yder 10 man <span class="pagenum">[<a id="pb35" href=
+"#pb35">35</a>]</span>een hooft; yder moet de namen van zijn volcq
+altijt op schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo
+dat den Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in
+sijn landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters
+haer geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met
+een vlegel gelijck als in &rsquo;t vaderlant &rsquo;t coorn mede
+gedorst wort, aen &rsquo;t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten
+sommige met harnas ende storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van
+hoorn gemaect, hebben musquetten<a class="noteref" id="xd0e4045src"
+href="#xd0e4045">102</a>, houwers en corte piecks; d&rsquo;officieren
+pijl en boogh; elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50
+schooten cruijt ende soo veel cogels hebben<a class="noteref" id=
+"xd0e4051src" href="#xd0e4051">103</a>; elcke stadt moet uijt sijn
+Cloosters onder haer sorterende bij buerte<a class="noteref" id=
+"xd0e4054src" href="#xd0e4054">104</a> de schansen en vastigheden op
+&rsquo;t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden;
+dese worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct<a class=
+"noteref" id="xd0e4057src" href="#xd0e4057">105</a>, hebben mede
+houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, sijnde
+onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op schrift
+heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, &rsquo;t
+sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn dienst
+ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen zijn, worden
+van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen wederom inden
+selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx dienst niet en
+zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, hebben niet anders dan
+des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te brengen, &rsquo;t welcq
+meer als d&rsquo;helft van &rsquo;t volcq is, door dien een vrijman bij
+een slavin ofte een <span class="leftnote">[20]</span> vrije vrouw bij
+een slaeff een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven
+gehouden; slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d&rsquo;
+meester<a class="noteref" id="xd0e4077src" href="#xd0e4077">106</a>
+daer mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs <span class=
+"pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36">36</a>]</span>joncq onder houden
+met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn
+gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken
+riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers;
+gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken;
+elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt ende
+visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen wort;
+indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout ofte
+misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken &rsquo;t sij
+deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij
+an<sup>o</sup> 1666 aan onsen admirael gesien hebben<a class="noteref"
+id="xd0e4085src" href="#xd0e4085">107</a>.</p>
+
+<p>Soo veel d&rsquo;rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de
+rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int
+hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen<a class=
+"noteref" id="xd0e4093src" href="#xd0e4093">108</a>; zij vermogen den
+Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met raet en daet te
+adsisteeren; dit sijn d&rsquo;grootste naest den Coninck in aensien,
+continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer leven langh ofte
+tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen alle andere officieren
+aan &rsquo;t hoff dependeerende ofte tot datse tot hooger staet
+geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende vordere soo hooge
+als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de meeste worden, om
+eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer tijt gelicht, alsoo
+selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te dienen; den Coninck heeft
+altijt overal sijn verspieders<a class="noteref" id="xd0e4101src" href=
+"#xd0e4101">109</a> om van alles goede informatie van d&rsquo;regeringh
+te nemen, soodat d&rsquo;officieren dickmaels met d&rsquo;doot ofte een
+eeuwigh bannissement besueren moeten.</p>
+
+<p>Wat d&rsquo;incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen
+belangt, den Coninck treckt sijn incomste van &rsquo;t gene de aerde
+ende zee voortbrengt; heeft in alle steden ende dorpen zijn
+packhuijsen, om &rsquo;t gewas ofte zijn incomste in te doen, die
+jaerlijcx aande gemeene man op intrest tot 10 p<sup>r</sup>
+c<sup>to</sup> wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt,
+voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren <span class=
+"pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span>van haer eijgen; die
+in Conincx dienst zijn, van &rsquo;t rantsoen dat den Coninck haer
+toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer de huijsen
+soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder naer zijn
+groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de oncosten
+vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden die geen
+soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst daertoe hij
+geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle cleijnigheden
+die tot onderhout van &rsquo;t lant van nooden is; de ruijters en
+soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden ofte
+&fnof;&nbsp;9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters
+en soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets
+te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[21]</span>Wat d&rsquo;swaerste crimen ende
+straffen daer toe sijn aangaet, die hem tegen den Coninck stelt ofte
+uijt &rsquo;t rijck souckt te stooten, worden met hare geheel geslacht
+uijtgeroeijt; hare huijsen worden tot den gront toe afgebrooken, daer
+vermach niemand een bequaem huijs weder op te setten, ende alle hare
+goederen ende slaven geconfisqueert te proffijte van &rsquo;t lant ofte
+aan andere wegh geschoncken; eenige sententie die bijden Coninck gevelt
+ende bij imand tegengesprooken wort, deselve worden mede seer
+swaerlijck metter doot gestraft, gelijck bij onsen tijt is geschiet des
+Conincx broeders vrouw, die vermaert was met d&rsquo;naelde wel te
+connen om gaen; liet den Coninck haer voor zich een rock maken, sij
+eenigen haet opden Coninck hebbende, naeijde daer eenige toverije in,
+soo dat wanneer den Coninck den rock aen hadde, noijt conde rusten, den
+Coninck deselve latende los tornen ende visiteren, vont tselve daerin,
+waerover hij de voorsz. vrouw liet in een camer setten, waer van de
+vloer van copere platen gemaect was, ende vuijr daeronder stooken,
+totdat sij doot was; een van hare vrunden sijnde doen ter tijt een
+stadthouder van grooten afcomste en ten hove in grooten aensien,
+schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te meer gelijck sij was,
+wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, een vrouw meer als een
+man behoorde te verschoonen; waer over hem den Coninck liet ophalen;
+naer dat op eenen dagh 120 slagen op d&rsquo;scheenen gecregen hadde,
+&rsquo;t hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende slaven
+geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen &rsquo;t
+geslacht<a class="noteref" id="xd0e4126src" href="#xd0e4126">110</a>
+niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, wort aan een
+wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde gedolven,
+met een houte saeg <span class="pagenum">[<a id="pb38" href=
+"#pb38">38</a>]</span>daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert
+edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, tot
+dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve
+stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken,
+worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert;
+deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d&rsquo;gemeene man over
+haer gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die
+zijn vrouw om &rsquo;t leven brengt ende weet te bewijsen daertoe
+eenige redenen gehad te hebben, &rsquo;t sij door overspel ofte
+andersints, wort daer over niet aengesprooken, ten sij het een slavin
+is, moet dan deselve haer Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer
+Meester om hals brengen worden met groote tormenten gedoot; een heer
+magh sijn slaeff om een cleijne reden &rsquo;t leven benemen. Moorders
+worden op d&rsquo;selve maniere, nadat sij verscheide malen onder
+d&rsquo;voeten geslagen sijn, gelijck sij de moort gedaen hebben,
+gestraft; dootslagers straffense aldus: den overleden wassen zij met
+asijn, vuijl en stinckent water &rsquo;t geheele lichaem, &rsquo;t
+welck sij den misdadiger door een trechter inde keel gieten, soo lange
+&rsquo;t lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden buijck tot dat
+hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe staet, soo wort
+deselve hier <span class="leftnote">[22]</span> veel gepleeght, worden
+allenxkens onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een
+getrouwde vrouw overspel doet of d&rsquo;selve vervoert, worden beijde
+tot spot somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, &rsquo;t
+aengesicht met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een
+trommeltje opden rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn
+overspeelders, door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op
+d&rsquo;billen gestraft; die de incomste vanden Coninck off &rsquo;t
+landt niet op en brengt worden 2 a 3 mael &rsquo;s maents voorde
+scheenen geslagen, tot dat hij &rsquo;t opbrengt, ofte van cant is;
+compt hij te overlijden, moeten de vrunden het opbrengen, soodat den
+Coninck ofte &rsquo;t land van haer incomste noijt en mist; de gemeene
+straffe geschiet op d&rsquo;naecte billen ofte op de kuijten, ende wort
+bij haer voor geen schande gereekent, door dien om een woort spreekens
+licht daer toe connen geraaken; de gemene gouverneurs vermogen sonder
+licentie van haren stadthouder niemand ter doot verwijsen ende crimen
+&rsquo;t landt rakende niemand sonder kennisse van den Coninck;
+&rsquo;t slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een stoeltje de
+beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand breet boven
+d&rsquo; voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer sij
+tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter ront,
+voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken off van
+essen <span class="pagenum">[<a id="pb39" href=
+"#pb39">39</a>]</span>hout gemaect, dog teffens niet meer als 30
+slagen; 3 a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met
+d&rsquo;Justitie voortgaen, totdat se volbracht is; die zij ten eersten
+willen doot hebben, die worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een
+arm dick dicht onder de knien geslagen; onder de voeten te slaen
+geschiet aldus; sittende op d&rsquo; aerde worden de groote thoonen bij
+malcanderen gebonden ende bij een hout opgehaelt die tussen haer dijen
+staet; met ronde stocken een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder
+d&rsquo;ballen van de voeten soo veel slagen als den rechter belieft;
+op dese maniere peijnigen sij mede alle misdadigers; op d&rsquo;billen
+te slaen wort aldus gedaen, strijcken de broecken affende leggen se
+vlacq op d&rsquo;aerde neer ofte op een banckje gebonden, de vrouwen om
+schaemts halven laten een enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te
+treffen, makent selve eerst nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck,
+boven ront onder een hand breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen
+teffens wort naest de doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm
+ende een vinger dick die voor de kuijten geslagen worden, staen<a
+class="noteref" id="xd0e4136src" href="#xd0e4136">111</a> op een
+banckje de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten
+lancq als &rsquo;t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van
+de omstaende rackers dat &rsquo;t selve somtijts meer schrick als
+&rsquo;t slaen aenjaeght; de kinderen worden met cleijne [teentjes] op
+de kuijten gestraft; daer sijn nog meer andere straffen, dog hier te
+lange om te verhalen<a class="noteref" id="xd0e4151src" href=
+"#xd0e4151">112</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[23]</span> Wat haer godtsdienst<a class=
+"noteref" id="xd0e4163src" href="#xd0e4163">113</a>, tempels, papen
+ende secten belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige
+superstitie, maer achten haer overheijt meerder dan d&rsquo;afgoden;
+d&rsquo;grooten ofte edele weten daer gants niet van, om haer afgoden
+eenige eer te bewijsen, <span class="pagenum">[<a id="pb40" href=
+"#pb40">40</a>]</span>achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo
+wanneer imand &rsquo;t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt
+bij de papen eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen,
+alwaer dan haer vrunden ende bekenden mede comen; &rsquo;t gebeurt
+somtijts bij aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare
+vrunden ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om
+d&rsquo;offerhande bij te zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden
+overleden; alle feestdagen comen sommige gemeene burgers ende boeren
+voor de afgoden haer reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje
+in een potje met vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant
+offeren, ende nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder
+yets meer te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die
+wel doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor
+straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent,
+ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen;
+disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door
+&rsquo;t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs
+twee mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met
+&rsquo;t geheele cloosters volcq met cloppen op d&rsquo;beckens,
+trommels ende andere instrumenten. d&rsquo;Cloosters ende tempels die
+seer veel sijn, leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts
+jurisdictie bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in
+sijn, ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al
+10, 20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In
+yder huijs heeft de outste &rsquo;t commando. Indien eenige comen te
+misdoen, mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer
+soo de misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer
+sij onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer
+goet, alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden
+als &rsquo;t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende
+worden niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die
+zij opbrengen ende &rsquo;t wercq dat sij voor &rsquo;t lant doen
+moeten; d&rsquo;opper papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer
+geleertheijt comt, worden onder d&rsquo;geleerde van &rsquo;t lant
+gereekent; dese worden Conincx papen genaemt, voeren een lants zegel
+ende doen justitie als de gemeene gouverneurs wanneer sij
+d&rsquo;cloosters gaen visiteren; rijden te paert, ende worden groote
+eere bewesen; alle papen mogen niet eten dat leven ontfangen heeft,
+ofte van comen can; sijn &rsquo;t hair ende baert cael geschooren;
+mogen bij geen vrouwen converseeren; diegene die dese geboden overtreet
+worden met 70 a 80 slagen opde billen gestraft <span class="pagenum">
+[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>ende uijt &rsquo;t clooster
+gebannen; soodrae haer &rsquo;t hair wort afgeschooren worden se op
+haer eenen arm gemerct<a class="noteref" id="xd0e4182src" href=
+"#xd0e4182">114</a>, soo dat men altijt can sien dattet een paep is
+geweest; de gemeene papen moeten haer costen met arbeijden, coophandel
+ende bedelen bescharen<a class="noteref" id="xd0e4193src" href=
+"#xd0e4193">115</a>; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om
+d&rsquo;selve wel te leeren lesen en schrijven; als d&rsquo;selve
+geschooren zijn, houdense voor haer dienaers; <span class="leftnote">
+[24]</span> al wat sij winnen ofte bescharen is voor hare Meester tot
+dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen sijn deselve hare
+erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, twelc de vrij gegevene
+mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij haer gelijck een vader
+zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; daer is nog een ander
+soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen der beelden ende eeten
+der spijse, dese sijn niet geschooren ende mogen trouwen<a class=
+"noteref" id="xd0e4199src" href="#xd0e4199">116</a>. d&rsquo;Cloosters
+ende tempels worden vande grooten ende gemeene man gebout, yder geeft
+daer toe nae sijn vermogen; de papen doen den arbeijt voor de cost ende
+weijnigh salaris die haer vande paep, die vande gouverneur vande stadt
+daer &rsquo;t clooster ofte tempel onder sorteert over &rsquo;t bewint
+gestelt is, gegeven wort; sij seggen mede dat inde oude tijden de
+spraeck al eens was, ende door &rsquo;t bouwen van een toorn daer mede
+sij inden hemel wilden climmen, door de gantsche werelt verandert is;
+den adel om haer vermaeck met hoeren en ander geselschap te nemen, gaen
+dickmaels inde cloosters, alsoo d&rsquo;selve seer plaisierigh int
+geberghte ende &rsquo;t geboomte leggen, ende voorde beste huijsen van
+&rsquo;t land gerekent worden, soo dat d&rsquo;selve meer voor
+bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, wel te
+verstaen d&rsquo;gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de
+vochtigheijt genegen sijn<a class="noteref" id="xd0e4208src" href=
+"#xd0e4208">117</a>; daer plegen bij ons inde Conincx stadt, twee
+bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van gemeene vrouwen,
+waren mede &rsquo;t hair kael afgeschooren, aten ende deden
+d&rsquo;beelden <span class="pagenum">[<a id="pb42" href=
+"#pb42">42</a>]</span>gelijcke dienst als de papen, worden vanden
+Coninck ende grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den
+jegenwoordigen Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen<a
+class="noteref" id="xd0e4218src" href="#xd0e4218">118</a>.</p>
+
+<p>Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel
+fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien yder
+na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs met pannen
+decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest met korck, riet
+ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een muijr ofte pagger van
+malcanderen gescheijden; d&rsquo;huijsen staen op houte pilaren,
+d&rsquo;muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven worden
+houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en van binnen
+met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit papier
+geplackt; d&rsquo;vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven,
+daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm<a
+class="noteref" id="xd0e4226src" href="#xd0e4226">119</a> zijn, soo
+datse beter keggels als camers gelijck zijn; d&rsquo;vloer met geolijt
+papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, boven met een
+cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen cunnen; de
+edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder huijs daer sij
+haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, nemen daer oocq
+haer vermaeck ende doen &rsquo;t gene sij te verrichten hebben, waer
+voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn is, versiert
+met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen en clippen;
+d&rsquo;vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand mogen
+gesien worden; de coopluijden ende traije<a class="noteref" id=
+"xd0e4234src" href="#xd0e4234">120</a> borgers hebben gemeenlijck ter
+sijden haer huijs een catel<a class="noteref" id="xd0e4237src" href=
+"#xd0e4237">121</a> om haer dingen te doen en luijden van aansien te
+onthalen twelc gemeenlijck met tabacq en arrack geschiet; hare vrouwen
+mogen vrij bij ydereen comen praten ende op gast maelen gaen, dog
+sitten altijt bijsonder ende <span class="leftnote">[25]</span>tegen de
+mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als &rsquo;t
+gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck
+huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en
+op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende
+groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen
+<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span>ofte
+logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden wegh rijst
+ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van &rsquo;t een of
+&rsquo;t ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo
+veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende
+met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij
+d&rsquo;huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen<a class="noteref"
+id="xd0e4251src" href="#xd0e4251">122</a>; opden grooten wegh nade
+Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor de groote
+als gemeene man om te vernachten; d&rsquo;edelluijden ende die vant
+land reijsen, die d&rsquo;andere wegen passeeren worden bij
+d&rsquo;opper-hooffden vande buerte daerse vernachten de cost ende
+slaep plaets bestelt.</p>
+
+<p>Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int
+vierde lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer
+ouders ofte vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan
+malcanderen gegeven; de meijsjens comen meest d&rsquo;ouders vanden
+jongman thuijs, tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer
+soo lange woonen, soo lange sij haer selven connen behelpen; den
+bruijdegom moet als hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden
+met eenige van sijn vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt,
+wort van haer ouders ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan
+de bruijloft met malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach
+sijn vrouw al had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een
+ander nemen, maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter
+daer van is geset; een man mach soo veel wijven houden als hij
+onderhouden ende den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als
+&rsquo;t hem belieft, sonder daer over aengesproocken te worden; hebben
+een wijff altijt in huijs dat de naeste is, ende &rsquo;t huijs op
+hout, de andere woonen buijten in bijsondere huijsen; den adel ofte
+grooten hebben gemeenlijck 2 a 3 wijven binnen &rsquo;t huijs, dog is
+altijt een als gouvernante over de huijshoudingh; ider woont
+gemeenlijck appart ende gaet bij degeen die &rsquo;t hem belieft; dese
+natie achten haer vrouwen niet meer als slavinnen ende om een cleijne
+misdaet verstooten deselve; soo d&rsquo;man d&rsquo;kinderen niet wil
+houden, moet d&rsquo;vrouw se altemael nae haer nemen, waerover dit
+lant soo vol menschen is. <span class="pagenum">[<a id="pb44" href=
+"#pb44">44</a>]</span></p>
+
+<p>D&rsquo;edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op,
+bestellen dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven
+wel onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende dat
+met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende
+d&rsquo;geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor
+tot grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen;
+&rsquo;t is te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo
+connen <span class="leftnote">[26]</span> uijtleggen daerin meest haer
+geleertheijt bestaet; in alle steden is een huijs, daer alle jaren voor
+de overicheijt ende dengenen die om de regeringe<a class="noteref" id=
+"xd0e4267src" href="#xd0e4267">123</a> om hals ofte van cant geraect
+sijn, geoffert wort<a class="noteref" id="xd0e4270src" href=
+"#xd0e4270">124</a>; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en
+wort altijt van haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in
+2 a 3 steden bijeencomste<a class="noteref" id="xd0e4278src" href=
+"#xd0e4278">125</a> gehouden ende bij d&rsquo;stadthouder yder in sijn
+provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie om
+haer &rsquo;t examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den
+stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g&rsquo;examineert, soo
+hij denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft
+&rsquo;t selve aan &rsquo;t hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een
+bij een comste gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden
+g&rsquo;examineert te worden; op dese vergaderinge comen alle
+d&rsquo;grootste van &rsquo;t landt soo wel die in eenige bedieninge
+geweest ende tegenwoordig sijn, alsoo d&rsquo;eene inde politie ende
+d&rsquo;ander inde militie is gepromoveert, om in beijde hare promotie
+te crijgen, om daer sij geordonneert worden bequaem te sijn; den brief
+van promotie crijgen zij van den Coninck; dit promoveeren maeckt
+meenigh jong edelman tot een out bedelaer, door dien sij haer middelen
+die somtijts weijnigh sijn daer mede vernielen, door d&rsquo;groote
+oncosten, schenckagien ende gastmalen die sij moeten doen, de ouders
+voor haer kinderen geven ende haer leven eijndigen sonder in eenige
+bedieninge te geraken; &rsquo;t is haer wel als &rsquo;t maer de naem
+hebben datse gepromoveert sijn. D&rsquo;ouders houden veel van hare
+kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat wanneer
+d&rsquo;ouders eenige misdaet begaen hebben ende &rsquo;t selve
+ontlopen, moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede
+d&rsquo;ouders <span class="pagenum">[<a id="pb45" href=
+"#pb45">45</a>]</span>voorde kinderen moeten doen; de slaven ofte
+diergelijcke nemen weijnigh reguart op hare kinderen, door dien deselve
+soodrae eenigen arbeijt connen doen de Meesters naer haer nemen; alle
+kinders moeten over haer vader, overleden sijnde, drie, ende over
+d&rsquo;moeder twee jaren rouw dragen, eeten niet anders dan
+d&rsquo;papen, mogen geen bediening waernemen. Imand &rsquo;t sij groot
+ofte cleijn in bedieninge sijnde ende een van sijn ouders comt te
+sterven, moet terstont daer uijt gaen; mogen bij geen vrouwen slapen en
+indien sij in die tijt kinderen comen te procureeren worden
+d&rsquo;selve voor hoere kinderen geacht; vermogen niet te kijven noch
+te vechten of droncken drincken; dragen dan lange rocken van hennip
+linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; om &rsquo;t lijf
+een gorlos<a class="noteref" id="xd0e4283src" href="#xd0e4283">126</a>
+van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, wel een mans arm dicq, ende
+diergelijcke touw wat dunder om &rsquo;t hooft met bamboese hoetjes op,
+een dicke stock ofte bamboes inde handt waeraen sij kennen off
+d&rsquo;vader off moeder doot is, alsoo d&rsquo;bamboes d&rsquo;vader
+ende d&rsquo;stock d&rsquo;moeder beduijt; wassen of <span class=
+"leftnote">[27]</span> reijnigen haer selden, soo datse eer molicken<a
+class="noteref" id="xd0e4295src" href="#xd0e4295">127</a> als mensen
+gelijcken; als daar ymand comt te sterven loopen d&rsquo;vrunden als
+dolle menschen langs de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het
+hooft te plucken; sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven
+worden, aen bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen
+water bij en comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van
+binnen vol nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen,
+gestopt; sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als
+d&rsquo;rijs van &rsquo;t velt is; soose inde somer comen te sterven,
+worden in huijskens van stroo gemaect die op staken staen, geleijt,
+ende worden als sijse begraven willen, dan weder &rsquo;t huijs gehaelt
+ende inde kisten met haer clederen ende goet, als boven geseijt is,
+geleijt; dragen den dooden &rsquo;s morgens met den dach wech, nadat
+sij des snachts te vooren wel vrolijck zijn geweest; de dragers doen
+niet dan dansen ende singen, de vrunden volgen &rsquo;t lijck al
+huijllende ende krijtende; den derden dagh gaen de vrunden ende
+bekenden weder voor &rsquo;t graft offeren ende hebben dan weder een
+vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, 5 a 6 voeten met aerde
+opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer voor d&rsquo;groote heeren
+haer graven staen veel steenen ende beelden van steen gehouwen, opde
+steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende wat sij voor bedieninge
+gehadt hebben; allen <span class="pagenum">[<a id="pb46" href=
+"#pb46">46</a>]</span>15<sup>en</sup> vande 8<sup>e</sup> maent, alsoo
+sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer,
+wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert<a class=
+"noteref" id="xd0e4306src" href="#xd0e4306">128</a>, dit is de grootste
+feestdagh naest &rsquo;t nieuwe jaer die sij hebben; daer sijn
+waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet doen, die haer
+seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en op een goede
+plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, &rsquo;t gebeurt
+wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.</p>
+
+<p>Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen
+&rsquo;t gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo
+blijft den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten;
+de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben
+noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part
+int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende &rsquo;t
+geen tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer
+d&rsquo;ouders 80 jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant
+van haer goederen doen, achten d&rsquo;selve dan onbequaem om yets te
+regeeren, dog houden haer altijt in groote achtinge; den outsten soon
+als vooren int besit gegaen sijnde, laet op &rsquo;teijgen erff een
+besonder huijs timmeren van<a class="noteref" id="xd0e4327src" href=
+"#xd0e4327">129</a> d&rsquo;ouders, om daer in te woonen ende worden
+van de zoons onderhouden.</p>
+
+<p>Wat d&rsquo;trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d&rsquo;couragie
+deser <span class="leftnote">[28]</span> natie belangt, sijn seer
+genegen tot diverije, liegen en bedriegen, men moet d&rsquo;selve niet
+te veel betrouwen, achtent voor een romeijn stuck als sij imand te cort
+gedaen hebben, en wort bij haer voor geen schande gereekent; daerom
+hebben voor een gebruijck soo imant in een coopmanschap bedroogen is,
+mag daer weder uijt scheijden, van paerden en coebeesten, al wast over
+3 a 4 maenden, van landen ende vaste goederen niet langer tot dat
+transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende <span class="pagenum">[<a
+id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>seer goet van gelooff, wij conde
+haer alles wijs maken wat wij wilde, ende d&rsquo;vreemde luijden
+toegedaen, voornamentlijck d&rsquo;papen; hebben een vrouwenhart
+gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat over ettelijcke
+jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert vermoort, steden
+en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander Jan Jansz.
+verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over &rsquo;t ijs
+quam ende &rsquo;t land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden
+die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen
+waren, alsoo &rsquo;t selve voor geen schande gereekent wort ende
+beclagen soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben;
+&rsquo;t is mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte
+portugeese schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen
+zijn, deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met
+vuijle broecken onverrichter saecke sijn &rsquo;thuijs gecomen; mogen
+geen bloet sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op
+een loopen; sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die
+smettelijck zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt
+ofte dorp daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo
+daer toe gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer
+spreeckt, dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet,
+sullen d&rsquo;siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer
+hantreijckinge te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer
+comen kijcken; de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden
+terstont met vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen
+daer d&rsquo;sieckte is vol d<sup>o</sup> tacken geleijt tot een teeken
+vanden onbekende.</p>
+
+<p>Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als
+onder malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan
+d&rsquo;Japanders van &rsquo;t eijland &rsquo;t Suissina die aende Z.O.
+zijde inde stadt Pousan een logie hebben, die de heer van &rsquo;t
+selve eijland toecomt, brengen daer peper, sappanhout<a class="noteref"
+id="xd0e4342src" href="#xd0e4342">130</a>, alluijn, buffels hoorns,
+harte en rochevellen, met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen
+in Japan gebrocht worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die
+daer vallen en in Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling
+<span class="leftnote">[29]</span> op Packin ende d&rsquo;noorder
+quartieren van China, moetent al met <span class="pagenum">[<a id=
+"pb48" href="#pb48">48</a>]</span>paerden<a class="noteref" id=
+"xd0e4370src" href="#xd0e4370">131</a> over lant doen waerop groote
+oncosten vallen, daerom niet dan bij groote coopluijden gedreven wort;
+die van des Conincx stad op Packin reijsen ende weder comen, moeten op
+&rsquo;t spoedigste drie maenden onderwegen zijn; de handeling onder
+malcanderen geschiet meest met stucke linde<a class="noteref" id=
+"xd0e4379src" href="#xd0e4379">132</a>, elcq nae sijn waerdij,
+d&rsquo;groote heeren ende coopluijden handelen wel met silver, maer de
+boeren en slechte luijden, met rijs en andere granen.</p>
+
+<p>Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was vol
+weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle
+dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter
+soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen
+recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen,
+voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt om
+tselve te halen<a class="noteref" id="n48.3src" href="#n48.3">133</a>;
+sij en weten niet meer dan van 12 landen ofte coninckrijcken waer van,
+nae haer seggen, China den keijser is, ende d&rsquo;andere in vorige
+tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; dat nu ider sijn eijgen
+meester is, door dien den Tarter China besit ende de andere niet onder
+haer can brengen; den Tarter noemen sij Tieckese ende Oranckaij; ons
+lant noemen sij Nampancoeck<a class="noteref" id="xd0e4418src" href=
+"#xd0e4418">134</a>, dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt
+wort, van ons ofte Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck
+hebben sij van de Japanders; <span class="pagenum">[<a id="pb49" href=
+"#pb49">49</a>]</span>dese naem is meest onder haer bekent van wegen
+den toebacq, alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het
+drincken ende planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet
+daervan eerst, soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen
+was, daerom nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo
+sterck gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren
+&rsquo;tgebruijcken, ende nu ter tijt soo wel onder de mans als
+vrouwen, weijnigh gevonden worden diese niet en drincken; doen den
+tabacq daer eerst gebrocht wiert gaven voor yder pijp een maes silver
+ofte de waerdij daervan; Nampancoeck is bij haer voor een vande beste
+landen vermaert; haer oude schriften vermelden datter 84000 landen
+sijn, dog wordt bij haer maer voor een fabel geacht, seggen datter de
+eijlanden, clippen ende rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de
+son in een etmael niet en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij
+haer eenige landen noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het
+namen van steden en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als
+Siam strecken.</p>
+
+<p>Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van
+nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en
+hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de zij
+niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; als
+mede silver<a class="noteref" id="xd0e4425src" href=
+"#xd0e4425">135</a>, ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende meer
+andere goederen; sij konnen haer selven met d&rsquo;medecijn die daer
+vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct,
+alsoo d&rsquo;doctoors bij de grooten in dienst sijn ende
+d&rsquo;gemeene man tegen <span class="leftnote">[30]</span>
+d&rsquo;oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; de
+gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, wiens
+raet zij doen en volgen, &rsquo;t sij met offeren op &rsquo;t
+geberghte, aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den
+duijvel om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct,
+alsoo den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken
+ende vernielen.</p>
+
+<p>De maten, ellen ende gewichten, soo veel &rsquo;t lant ende de
+coopluijden <span class="pagenum">[<a id="pb50" href=
+"#pb50">50</a>]</span>aangaet, sijn door &rsquo;t geheele land eguael<a
+class="noteref" id="xd0e4441src" href="#xd0e4441">136</a>, maer onder
+de gemene man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt
+gepleegt, den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den
+ontfanger te swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij
+veele gouverneurs goede opsicht op wort genomen, kennen &rsquo;t selve
+egter niet afbrengen, doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht
+gebruijct; eenige munte is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen
+op de grensen van China gangbaer sijn; &rsquo;t silver geven sij bij
+&rsquo;t gewichte uijt, sijn groote en cleijne stucken, gelijck het
+schuijt silver in Japan.</p>
+
+<p>Het vee ende &rsquo;t gevogelte datter is, sijn dese: paerden,
+koebeesten; stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met
+meenighte; d&rsquo;lantman gebruijcken d&rsquo;koebeesten en stieren om
+&rsquo;t landt te ploegen, den reijsende ende coopman de paerden om
+haer goet te voeren; tijgers sijnder mede veel, waer van de vellen nae
+China en Japan gevoert worden; beere, harten, wilde en tamme verckens,
+honden, vossen, katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende
+fenijnigh gedierte, swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers,
+reijgers, kraenvogels, arenden, valcken, achsters, craeijen,
+koeckoecken, duijven, snippen, fesanten, leeuwercken, vincken,
+lijsters, kievitten en kuijcken dieven, met meer ander gevogelte, dog
+alles in overvloet.</p>
+
+<p>Sooveel haer spraeck, schrijven<a class="noteref" id="xd0e4453src"
+href="#xd0e4453">137</a> en reekenen belanght, haer spraeck is alle
+andere spraaken different. Is seer moeijelijck om te leeren, doordien
+sij een dingh op verscheijde maniere noemen; spreeken seer prompt ende
+langhsaem, voornamenlijck onder d&rsquo;grooten ende geleerde;
+schrijven op driederlij maniere, &rsquo;t eerste ofte principaelste is
+gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese wijse worden alle
+hare boecken gedruct, ende gesz, &rsquo;t land ende de overheijt
+rakende, gesz tweede, Is<a class="noteref" id="xd0e4473src" href=
+"#xd0e4473">139</a> seer radt, gelijck &rsquo;t loopent int vaderlant;
+wort veel bij d&rsquo;grooten ende d&rsquo;gouverneurs gebruijct om
+vonnisse in, <span class="pagenum">[<a id="pb51" href=
+"#pb51">51</a>]</span>ende apostille op recquesten te stellen,
+mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d&rsquo;gemeene
+man niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen
+ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, doch
+connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer licht ende
+beter als met &rsquo;t voorgaende schrijven<a class="noteref" id=
+"xd0e4478src" href="#xd0e4478">140</a>; dit geschiet alles met
+penseelen, seer vaerdigh <span class="leftnote">[31]</span> en rat. Sij
+hebben veel geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij
+zulcken reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants
+altijt &rsquo;t opsicht daer over heeft; d&rsquo;copije ende
+druckplaetsen<a class="noteref" id="xd0e4501src" href=
+"#xd0e4501">141</a> worden in veele steden ende vastigheden bewaert, om
+bij ongeluck van brant ofte andersints daer van niet geheel ontbloot te
+sijn; haer almenachen ende diergelijcke boecken worden in China
+gemaect, alsoo sij de kennisse niet en hebben om sulcx te doen<a class=
+"noteref" id="xd0e4504src" href="#xd0e4504">142</a>; sij drucken met
+houte platen, elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij
+reekenen met lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int
+vaderlant doet; weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen
+teijckenen d&rsquo;inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken,
+treckent tegen malcanderen af en sien watter overschiet off te cort
+comt.</p>
+
+<p>Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte
+zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een
+wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem
+an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken
+voor uijt, yder op &rsquo;t fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende
+gespel op alderhande instrumenten, agter d&rsquo;selve comt de guarde
+ofte lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d&rsquo;principaelste
+borgers vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij
+gemaect vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas
+&rsquo;t gedruijs vande menschen en paerden hooren can; even voorden
+Coninck rijt een secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt <span
+class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span>met een
+beslooten cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te
+doen hebben, &rsquo;t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders
+ongelijck gedaen is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen
+crijgen, dat haer ouders ofte vrunden &rsquo;t onrecht gestraft sijn
+ende andere apellen meer, welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen
+gebonden worden ende bij haer agter een muer ofte pagger leggende
+worden opgesteeken ende bijde daer oppassende persoonen afgehaelt, den
+voornoemden secretaris ofte andere overgelevert, bij hem aanden Coninck
+tsijner thuijscomste, &rsquo;t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn
+Maijesteijt daer op voor &rsquo;t laetst gedisponeert te worden,
+&rsquo;twelcq voorde uijtterste uijtspraeck gehouden wort, ende
+terstont sonder tegenseggen van imand ter executie gestelt; alle
+straten daer den Coninck passeert, worden aen wedersijde afgeslooten,
+niemand vermach eenige deur ofte venster open te doen ofte te laten,
+veel minder over eenige muer ofte pagger sien, soo wanneer den Coninck
+voorbij den adel ofte soldaten passeert, moeten met den rugh naer hem
+toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, waerom meest al de soldaten,
+met een houtie inde mont gelijck &rsquo;t gebit van een paert loopen<a
+class="noteref" id="xd0e4516src" href="#xd0e4516">143</a>. Soo wanneer
+den Tartarsen gesant comt moet den Coninck in persoon met alle
+d&rsquo;groote heeren buijten de stadt hem <span class="leftnote">
+[32]</span> in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn
+logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den
+Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende
+buijtelaers <span class="pagenum">[<a id="pb53" href=
+"#pb53">53</a>]</span>voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende
+doet; daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte
+versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen in
+des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de straten
+met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a 3 man die
+niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters comen
+malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe &rsquo;t met
+den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle
+middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn
+heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort<a
+class="noteref" id="xd0e4542src" href="#xd0e4542">144</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1662.<a class="noteref" id="xd0e4567src"
+href="#xd0e4567">145</a></span>Int begin van &rsquo;t jaer den duijren
+tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, veel menschen daar door
+verslonden, den gemeenen man geen incomste conde opbrengen gelijck
+vooren hebben verhaelt, dog d&rsquo; eene stadt meer als d&rsquo;ander
+eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die in lage landen ofte
+bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt nog eenige rijs
+winnen, sonder dat soude &rsquo;t geheele land ten naesten bij
+uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer conde
+geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse vanden
+Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste wiert
+gegeven, in geen ander stadt conde setten.</p>
+
+<p>Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in
+<span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span>drie
+andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh<a class="noteref" id=
+"xd0e4574src" href="#xd0e4574">146</a> 12: Sunischien<a class="noteref"
+id="xd0e4577src" href="#xd0e4577">147</a> 5: Namman<a class="noteref"
+id="xd0e4583src" href="#xd0e4583">148</a> 5 man, sijnde doen nog 22
+sterck; over dit verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door
+aldaer van huijsen, huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse
+redelijck versien waren, &rsquo;t selve met groote moeijten gecregen
+ende nu verlaten mosten, in een nieuwe stadt comende om d&rsquo;duijre
+tijt daer niet licht weder aen te comen soude sijn, dog is dese
+droeffheijt voorder terecht gecomen<a class="noteref" id="xd0e4586src"
+href="#xd0e4586">149</a> tot groote blijschap verandert.</p>
+
+<p>Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende
+sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten
+bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken en
+ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, dog
+d&rsquo;gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende
+Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een stadt
+alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in een stadt,
+den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij des ander
+daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die aldaer
+bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in <span class=
+"leftnote">[33]</span> een lantspackhuijs vernachten; des morgens met
+den dagh stonden op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden
+bijden ons daer brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off
+admirael vande provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die
+ons terstont van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet
+ons rantsoen als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet
+sachtsinnig man te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken;
+drie dagen nae sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets,
+twelcq een straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete
+son ende swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den
+avont voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen
+halen, door dien d&rsquo;sulcke niet en doen als haer dienaers ende
+ondersaten, int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om
+dat yder de beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere
+arbeijt te last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen
+menschen te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen;
+wij suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met <span class=
+"pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>groote droeffheijt,
+de winter nu op handen comende, door d&rsquo;quade jaren niet meer
+hadden als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere
+steden nu gelegentheijt hadden haer weder door &rsquo;t goet gewas, een
+weijnig inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles
+voorhielden, dat de helft 3 dagen soude oppassen en d&rsquo;ander helft
+die dagen om wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer
+in soude continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog
+brochten naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden,
+soo veel te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15
+a 30 dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met
+malcanderen deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur
+continueerden bleven, twelcq geschiede <span class="leftnote">
+1664.</span>tot int begin van &rsquo;t jaer 1664, dat sijn tijt
+geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte tweede vande selve
+provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder eenen nieuwen
+gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende belaste dat
+wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden deden, van
+tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs te passen ende
+uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij bekent te maken
+om indient den noot vereijste te weten waer sij ons soucken soude. Wij
+danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet mensch verlost waren
+ende soo een goet man weder inde plaets gecregen hadden, door dien den
+nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende groote vruntschap bewees,
+<span class="leftnote">[34]</span> liet ons meijnighmael roepen ende
+gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels
+waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, daer
+op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden
+licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh
+hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende
+zeecant geen vaertuijgen genoch en waren<a class="noteref" id=
+"xd0e4602src" href="#xd0e4602">150</a>, waer op wij zijn E: opdiende,
+dat ons die <span class="pagenum">[<a id="pb56" href=
+"#pb56">56</a>]</span>niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons
+den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een
+ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij om
+geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels sulcx
+zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden alle
+devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen daer
+te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige menschen
+wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent ses maenden in
+sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx opgehaelt om sijn
+straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, lietse om een geringe
+sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, wiert daer over bij
+den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft ende voor sijn leven
+wegh gebannen.</p>
+
+<p>Int laetste van &rsquo;t jaer sagen eerst een ende daernae twee
+sterren met staerten, d&rsquo;eerste int Z.O. die wel twee maenden
+gesien worde, de ander int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe
+haer verthoonende<a class="noteref" id="xd0e4629src" href=
+"#xd0e4629">151</a>, twelcq sulcken verslagentheijt aen &rsquo;t hoff
+veroorsaeckten dat den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel
+liet versorgen, als mede alle vastigheden van victualie en ammonitie
+versien, <span class="pagenum">[<a id="pb57" href=
+"#pb57">57</a>]</span>de ruijters en soldaten daghelijcx oeffenen<a
+class="noteref" id="xd0e4650src" href="#xd0e4650">152</a>, niet anders
+denckende, dan dat haer d&rsquo;een of d&rsquo;ander opden hals comen
+soude<a class="noteref" id="xd0e4668src" href="#xd0e4668">153</a>,
+verboot mede bij avont geen licht &rsquo;t sij inde huijsen ofte op
+&rsquo;t land aande zeecant leggende te branden; den gemeenen man
+maeckten haer goetjen meest op, behielden meest soo veel om tot
+aenstaende rijs snijden te mogen leven, te meer door dien eer dat den
+Tarter het land innam, diergelijcke teekens aen den hemel hadden
+gesien<a class="noteref" id="xd0e4674src" href="#xd0e4674">154</a>,
+gelijck mede doen den Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog
+bangh voor waren; d&rsquo;grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh
+waer dat wij quamen, wat men seijde in ons land, als sulcx gesien
+worde, seijde daer op dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden
+hemel gehouden wiert ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en
+quade siecte beduijde twelcke sij met ons affi[r]meerden.<a class=
+"noteref" id="xd0e4686src" href="#xd0e4686">155</a></p>
+
+<p><span class="leftnote">[35]</span><span class=
+"leftnote">1665.</span>Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons
+best om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom
+gestooten; hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs
+beschaerde ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken
+of den Almogenden &rsquo;t eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde
+verleenen; onse maets inde twee andere steden die door &rsquo;t comen
+ende gaen van hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door
+dien de gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten
+met malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme
+gevangens in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij
+ons int <span class="pagenum">[<a id="pb58" href=
+"#pb58">58</a>]</span>leven lieten ende sooveel gaven dat wij van
+honger niet souden sterven.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1666.</span>Int begin van &rsquo;t jaer
+raeckten wij onsen goeden vrunt weder quijt, door dien sijn tijt
+g&rsquo;expireert ende vanden Coninck met een grooter bedieningh
+begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel vruntschap bewesen,
+was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt seer bemint, vanden
+Coninck ende grooten om sijn goede regeringe ende kennisse die hij
+hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten verbeeteren ende goede
+ordre op d&rsquo;zee lant<a class="noteref" id="xd0e4707src" href=
+"#xd0e4707">156</a> en oorloghsjoncken gehouden in sijn tijt, twelcq te
+hove soo hoogh wiert genomen dat den Coninck hem met soodanige offitie
+begiftichden; drie dagen nae sijn vertrecq, alsoo d&rsquo;zee cant niet
+lang sonder opperhooft, den ouden voorde comste vande nieuwe ontrent de
+stadt, daer niet uijt mag gaen, sij oocq een goeden dagh bij
+d&rsquo;waerseggers haer aanwijsende<a class="noteref" id="xd0e4710src"
+href="#xd0e4710">157</a>, waernemen om in een stadt ofte bedieninge te
+mogen comen, quam den nieuwen gouverneur die ons d&rsquo;selve lesse
+wilden leezen, die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert
+hadde, maer sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle
+dagen padie souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte
+diergelijcke vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt,
+dat wij van &rsquo;t rantsoen even costen eeten ende genoch te doen
+hadden om met bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te
+crijgen, dat ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden,
+datse ons geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude,
+ende dan sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in
+Japan als anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen
+meer, waerop ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen,
+ende daernae wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te
+reguleren, maer &rsquo;t was metter haest anders met hem verkeert,
+alsoo cort daer aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt
+vanden constapel den brant inde kruijtkist<a class="noteref" id=
+"xd0e4719src" href="#xd0e4719">158</a> raeckte, &rsquo;twelcq &rsquo;t
+voorste van &rsquo;t <span class="pagenum">[<a id="pb59" href=
+"#pb59">59</a>]</span>jonck, door dien de kist altijt voorde mast
+staet, meest wech nam ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq
+ongeluck hij meijnde te <span class="leftnote">[36]</span>verbergen
+ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer viel anders uijt door
+dien d&rsquo;verspieders die der altijt ontrent sijn, ende vanden
+Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder haest
+geopenbaert hebben, die &rsquo;t selve terstont aan &rsquo;t hoff
+schreef, den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen
+voorde scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert,
+meest omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te
+nemen sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.</p>
+
+<p>In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d&rsquo;
+voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem
+touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck was
+te doen, twelcq wij hem seijde ende als d&rsquo;voorgaende gouverneur
+gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in
+geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan,
+indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten;
+indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen
+hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te
+verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn
+naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo
+tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger
+sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van &rsquo;t
+arbeijden ende uijtplucken van &rsquo;t gras nog wel indachtigh was,
+ende soude &rsquo;t met &rsquo;t oppassen ende pijllen halen mede sijn
+voortganck genomen hebben, ten ware wij soo een uijtnemende goet
+gouverneur gecregen hadde, ende in sijn tijt met bedelen ons best
+hadden gedaen, om soo veel te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3
+dubbelt te connen betaelen, alsoo anders voor ons daeraen niet licht te
+comen soude geweest sijn; sochten dan alle middelen ter werelt om aen
+een vaertuijg te comen, willende liever onse cans eens wagen dan altijt
+met sorge, droeffheijt en in slavernije bij dese heijdense natie te
+leven, daer ons dagelijcx van een parthije wangunstige menschen alle
+verdriet wiert aengedaen; vonden ten laetsten goet, om door een
+Coreijer sijnde onsen buerman ende goede bekende die dagelijcx in ons
+huijs quam ende dickmaels met cost ende dranck van ons gevoet wiert,
+d&rsquo;selve &rsquo;t een en &rsquo;t ander inde mouw te steeken, een
+vaertuijg te laten coopen onder schijn van met &rsquo;t selve op
+d&rsquo;eijlanden wol te <span class="pagenum">[<a id="pb60" href=
+"#pb60">60</a>]</span>gaen bescharen, hem voorder beloovende, wanneer
+wij van &rsquo;t wol bedelen quamen, om d&rsquo;selve daer door meer
+t&rsquo;animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te
+beloonen; die terstont daer nae <span class="leftnote">
+[37]</span>vernam ende van een visser een vaertuijg cocht; wij hem
+d&rsquo;betalinge ter handt stelden ende &rsquo;t vaertuijgh ons
+overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was,
+scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert,
+seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot man
+soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen<a class="noteref" id=
+"xd0e4742src" href="#xd0e4742">159</a>, dog stelden hem egter tevrede,
+ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese meer siende op
+&rsquo;t gelt als op &rsquo;t ongemack dat te verwachten stont ende wij
+op d&rsquo;cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont
+versagen &rsquo;t vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en
+alle &rsquo;t gene van nooden hadden, om met d&rsquo;eerste quartier
+maens, alsoo &rsquo;t dan daer d&rsquo;beste weer is ende &rsquo;t inde
+wijffel maent<a class="noteref" id="xd0e4751src" href=
+"#xd0e4751">160</a> was, onse hielen te lichten, biddende dat den
+Almogende onsen Lijtsman wilde sijn; twee van onse maets te weten den
+onderbarbier Matheus Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt
+de stadt Sunichien ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen
+dickmaels deden, die wij &rsquo;t selve voorhielden ende met ons wel
+haest overeenquamen ende mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in
+deselve stadt woonachtig, was in de navigatie ervaren, gingh een van
+ons volcq hem waerschouwen dat alles claer ende gereet was; inde stadt
+comende bevont denselven bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen
+was, nog 15 mijl verder gelegen; die hem terstont daer van daen haelden
+ende in vier dagen al weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt
+soo heen als weder ontrent <span class="pagenum">[<a id="pb61" href=
+"#pb61">61</a>]</span>50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter
+degen over ende maeckten den 4<sup>en</sup> September alles claer,
+versagen ons van branthout om met d&rsquo;onderganck vande maen ende
+een voor eb<a class="noteref" id="xd0e4774src" href="#xd0e4774">161</a>
+het ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer
+al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder
+achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg
+brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met
+malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water ende
+coock potten met &rsquo;t geen meer van nooden hadden int vaertuijg,
+gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in &rsquo;t
+vaertuijg waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant
+voeren, ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien
+hebbende, d&rsquo; stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten,
+gepasseert sijnde, cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten
+&rsquo;t seijl bij en lietent de baij uijt staen<a class="noteref" id=
+"xd0e4789src" href="#xd0e4789">162</a>, ontrent den dagh passeerden een
+vaertuijg die ons preijde<a class="noteref" id="xd0e4792src" href=
+"#xd0e4792">163</a>, dog en gaven geen antwoort uijt vreese oft een
+wacht mochte geweest sijn.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p07.gif" alt="" width=
+"720" height="490"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span></p>
+
+<p>Des anderen daeghs sijnde den 5<sup>en</sup> September met &rsquo;t
+opgaen van de son wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op
+een vricken, uijt vreese of sij ons mogten naer volgen ende door
+&rsquo;t seijl niet bekent &rsquo;t <span class="leftnote">
+[38]</span>worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt den
+westen, maeckten &rsquo;t seijl weder bij, onsen cours bij gissinge
+Z.O. aensettende; tegen den avont begon &rsquo;t heel stijf te coelen
+uijt d&rsquo;selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree
+agteruijt, waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.</p>
+
+<p>Den 6<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens waren dicht bij een van de
+eerste Japanse eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq,
+savonts waren, soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij
+Firando ende alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die
+cust ons onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht
+waren, seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten
+leggen om in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland,
+dat eerst seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten
+&rsquo;t landt.</p>
+
+<p>Den 7<sup>en</sup> d<sup>o</sup> seijlden met slappe coelte ende
+variable winden langs de eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde
+nevens malcanderen lagen), om boven d&rsquo;selve te comen; &rsquo;s
+avonts vrickte na een eijlantje, om des naghts daer onder te anckeren,
+door dien de lucht seer windigh sag, maer sagen soo veel blick vieren<a
+class="noteref" id="xd0e4823src" href="#xd0e4823">164</a> vande
+eijlantjes, dat wij beter agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo
+met een labber coelte, de wint van agteren, den geheelen nacht
+door.</p>
+
+<p>Den 8<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bevonden ons op d&rsquo;selve
+plaets daer wij savonts geweest hadde, dochten &rsquo;tselve door de
+stroom geschiet te sijn; staken in zee om soo beter boven
+d&rsquo;eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee gecomen zijnde
+cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij genoch te doen
+hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d&rsquo;wal te crijgen ende
+een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; half middag
+quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende aten sonder
+te weten wat voor eijlanden waren; d&rsquo; Inwoonders voeren ons
+somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont &rsquo;t weer
+wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee
+houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende
+ander zijde van d&rsquo;baij aen landt, wij dit siende lichten <span
+class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63">63</a>]</span>terstont ons
+ancker ende maeckten &rsquo;t zeijl bij ende sochten soo met vricken
+als zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh
+haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet had
+tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie uijt de baij
+sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met stocken ende
+bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, maer siende naer
+dat wij wel gehoort hadden &rsquo;t Japanders geleeken ende ons wesen
+waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince vlaggetje&mdash;dat
+daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse eijlanden <span
+class="leftnote">[39]</span>quamen te vervallen, haer te
+verthoonen,&mdash;opstaken en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij
+&rsquo;t seijl souden strijcken ende binnen vricken, gelijck wij als
+verwonnen sijnde terstond deden; quamen ons aen boort ende namen den
+man die aen &rsquo;t roer sat in haer vaertuijg over; cort daeraen
+boucheerden<a class="noteref" id="xd0e4839src" href="#xd0e4839">165</a>
+ons voor een dorp al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw
+wel vertuijde, ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden
+voorgaenden man nog een over die sij beijde aan lant brachten ende haer
+ondervragende, dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles
+in roer, ten leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde;
+wij sagen malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse
+cost nu al gecoockt<a class="noteref" id="xd0e4848src" href=
+"#xd0e4848">166</a> was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude
+beduijden dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons
+wat trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde,
+het niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d&rsquo;
+nacht quam daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan
+boort alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht,
+de derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat
+wij Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in
+Nangasaky waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij
+tevreden souden zijn, dattet eijland van Goto, d&rsquo;inwoonders
+Japanders waren, ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van
+daen quamen, waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer
+wij vandaen quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons
+schip op een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te
+gaen, om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat
+beter gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect
+hadden, dat alle vreemde natie die op d&rsquo;Japanse eijlanden <span
+class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>vervallen
+dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater
+geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.</p>
+
+<p>Den 9: 10 en 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bleven ten ancker leggen
+en wierden int vaertuijg ende d&rsquo;aen lant sijnde als vooren wel
+bewaert; versagen ons van toespijs, water, branthout, en &rsquo;t gene
+meer van nooden hadden; deckten &rsquo;t vaertuijg, door dient gestadig
+regende, met strooje matjes om daer in droog te sitten.</p>
+
+<p>Den 12<sup>en</sup> versagen ons van alles voorde reijs na
+Nangasacky; smiddaghs lichten &rsquo;t ancker ende quamen tegen den
+avont aende binne sij van &rsquo;t eijland voor een dorp ten ancker
+alwaer wij dien nacht bleven leggen.</p>
+
+<p>Den 13<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met sonnen opgangh gingh den
+voorsz. derde persoon in sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven
+ende goederen die aen &rsquo;t Keijsers hoff mosten wezen; lichten
+d&rsquo;anckers, worden met twee groote en twee cleijne barcken
+geconvoijeert; de twee aen lant gebrochte <span class="leftnote">
+[40]</span>maets voeren met een vande groote barcquen over, ende quamen
+op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde baij ende
+ontrent middernacht op d&rsquo;rheede voor Nangasackij ten ancker ende
+sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; waren
+vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder daervan
+yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs presenteerde
+door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p08.gif" alt="" width=
+"720" height="486"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span></p>
+
+<p>Den 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens worden te samen aen lant
+gebracht, ende van &rsquo;s Comp<sup>es</sup> tolcken verwellecompt,
+die ons van alles ondervraeght<a class="noteref" id="xd0e4892src" href=
+"#xd0e4892">167</a> hebben, en &rsquo;t selve bij haer op &rsquo;t
+papier gestelt sijnde den gouverneur overgelevert, tegen den middag
+wierden voorden gouverneur gebracht, ende ons d&rsquo;agterstaende
+vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons als daernevens staet
+geantwoort was; den gouverneur prees ons seer dat wij ons vrijheijt
+over soo een wijt water met groot perijckel ende soo een cleijn out
+onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, belastende d&rsquo;tolcken
+ons op &rsquo;teijland bij d&rsquo;opperhooft te brengen; daer comende
+worden van d&rsquo;E: Willem Volger opperhooft, S<sup>r</sup> Nicolaes
+de Roeij tweede persoon ende sijn E<sup>s</sup> vordere bijhebbende
+suppoosten wel onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren
+gesteeken, waer voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene
+sijnen geluckigen segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den
+goeden Godt niet genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo
+veel droef heijt ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo
+genadelijck heeft verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets
+mede soodanige verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie
+mogen geraken, waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[41]</span> Den eersten October<a class=
+"noteref" id="xd0e4905src" href="#xd0e4905">168</a> is d&rsquo;
+h<sup>r</sup> Volger van &rsquo;t eijland ende den 23<sup>en</sup>
+d<sup>o</sup> uijt d&rsquo;baij vertrocken met seven schepen; wij sagen
+de schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt
+hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den
+Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.</p>
+
+<p>Den 25<sup>en</sup> d<sup>o</sup> worden vanden tolcq van &rsquo;t
+eijland gehaelt ende voort bijde gouverneur gebrocht, die
+d&rsquo;voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder voorhielden, ende
+wiert als vooren bij ons daer op geantwoort<a class="noteref" id=
+"xd0e4925src" href="#xd0e4925">169</a>; sijn door d&rsquo;tolcken doen
+weder op &rsquo;t eijland gebrocht.</p>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Vragen bijden gouverneur van Nangasackij &rsquo;t
+onser eerste aancomste ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als
+onder ider vrage staet daer op geantwoort.</h3>
+
+<p>Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span>
+Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.</p>
+
+<p>2.</p>
+
+<p>Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.</p>
+
+<p>dat wij A<sup>o</sup> 1653 den 16<sup>en</sup> Augustij &rsquo;t
+jacht de Sperwer, door een storm die vijf dagen duerde, hadden
+verlooren.</p>
+
+<p>3.</p>
+
+<p>Waer dat wij &rsquo;t schip hadden verlooren, hoe veel man en
+geschut op hadden.</p>
+
+<p>Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt,
+hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.</p>
+
+<p>4.</p>
+
+<p>Hoeveel &rsquo;t Quelpaerts eijlant van &rsquo;t vaste lant afleijt
+ende de gelegentheijt van dien.</p>
+
+<p>Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van &rsquo;t vaste land. Is
+seer volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.</p>
+
+<p>5.</p>
+
+<p>Waer dat wij met &rsquo;t schip van daen quamen, en of wij ergens
+aangeweest waren.</p>
+
+<p>Dat wij den 18<sup>en</sup> Junij A<sup>o</sup> voorsz. van Batavia
+naer Taijouan gedestineert waren, op hebbende d&rsquo;h<sup>r</sup>
+Caser om aldaer als gouverneur d&rsquo;heer Verburgh te verlossen.</p>
+
+<p>6.</p>
+
+<p>Wat onse ladinge was ende waer met d&rsquo;selve naer toe wilde ende
+wie doen alhier opperhooft was.</p>
+
+<p>Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte
+vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat
+d&rsquo;h<sup>r</sup> Coijet als doen regeerende opperhooft was.</p>
+
+<p>7.</p>
+
+<p>Waer &rsquo;t volcq, goederen en geschut was gebleven.</p>
+
+<p>Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat
+naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh
+inportantie ende den ommegangh van d&rsquo;selve sij niet en
+wisten.</p>
+
+<p>8.</p>
+
+<p>Naer t verlies van &rsquo;t schip wat sij ons deden.</p>
+
+<p>Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles
+<span class="leftnote">[42]</span> goets, gaven ons eten en
+drincken.</p>
+
+<p>9.</p>
+
+<p>Of wij eenige last hadden om d&rsquo;Chineesen ende andere joncken
+te nemen ofte op de Chineese cust te rooven. <span class="pagenum">[<a
+id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span></p>
+
+<p>Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door
+den storm op de cust van Coree vervallen waren.</p>
+
+<p>10.</p>
+
+<p>Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons
+schip hadden gehadt.</p>
+
+<p>Niet dan Comp<sup>es</sup> dienaers.</p>
+
+<p>11.</p>
+
+<p>Hoe lange wij op &rsquo;t eijland hebben geweest ende waer van
+&rsquo;t selve naer toegebracht sijn.</p>
+
+<p>Naer dat ontrent 10 maenden op &rsquo;t eijland geweest waren, sijn
+door den Coninck naer &rsquo;t hof ontboden, d&rsquo;welcke &rsquo;t
+selve is houdende in d&rsquo;stad Sior.</p>
+
+<p id="vraag12">12.</p>
+
+<p>Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen
+waren.</p>
+
+<p>Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van &rsquo;t vaste land,
+reijsden doen nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te
+lande in alles 90 mijlen van malcanderen.</p>
+
+<p>13.</p>
+
+<p>Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer
+gedaen hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.</p>
+
+<p>Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn
+gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70
+cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van
+cleederen.</p>
+
+<p>14.</p>
+
+<p>Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer
+nae toe.</p>
+
+<p>Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter
+waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog sulcx
+misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado
+gebannen.</p>
+
+<p>15.</p>
+
+<p>Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.</p>
+
+<p>Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en
+wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn
+alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.</p>
+
+<p>16.</p>
+
+<p>Of wij niet en wisten hoe groot &rsquo;t land van Coree is.</p>
+
+<p>Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl,
+breet <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span>O.
+en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 steden met
+<span class="leftnote">[43]</span> veel groote ende cleijne
+eijlanden.</p>
+
+<p>17.</p>
+
+<p>Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden
+gesien.</p>
+
+<p>Niet dan een Hollander Jan Janse die A<sup>o</sup> 1627 met een
+jacht van Taijouan naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust
+vervallen sijn, bij gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de
+boot naer land te varen ende dat sij met haer 3 van die van &rsquo;t
+land gevat waren, dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter
+&rsquo;t land innam, waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die
+van wegen den oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.</p>
+
+<p>18.</p>
+
+<p>Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven
+woonachtigh was.</p>
+
+<p>De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien
+jaren niet hadden gesien, door dien aan &rsquo;thof woonde, ende
+geseijt wiert van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij
+overleden was.</p>
+
+<p>19.</p>
+
+<p>Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.</p>
+
+<p>Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq
+eenige cleijne stuckjes.</p>
+
+<p>20.</p>
+
+<p>Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.</p>
+
+<p>De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op &rsquo;t hooge
+geberghte eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten,
+die altijt van victualie voor drie jaren versien zijn.</p>
+
+<p>21.</p>
+
+<p>Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.</p>
+
+<p>Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant
+met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes
+daer op.</p>
+
+<p>22.</p>
+
+<p>Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten
+opbrengen.</p>
+
+<p>Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt
+halen, brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons
+onbekent.</p>
+
+<p>23.</p>
+
+<p>Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken
+<span class="leftnote">[44]</span> te brengen. <span class="pagenum">
+[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span></p>
+
+<p>Zij hebben naer ons gevoelen &rsquo;t selve geloof vande Chineese,
+haer manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn
+gevoelen te laten.</p>
+
+<p>24.</p>
+
+<p>Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden
+bedient.</p>
+
+<p>Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel
+beelden staen ende worden bedient (naer ons duncken) op
+d&rsquo;Chineese manier.</p>
+
+<p>25.</p>
+
+<p>Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.</p>
+
+<p>Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen
+moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.</p>
+
+<p>26.</p>
+
+<p>Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.</p>
+
+<p>Gaen meest gecleet op d&rsquo;Chineese maniere, dragen hoeden,
+sommige van paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen
+met kousen en schoenen.</p>
+
+<p>27.</p>
+
+<p>Offer veel rijs ende andere granen wast.</p>
+
+<p>Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren,
+door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge jaren
+grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck A<sup>o</sup> 1660, 1661 en
+1662 meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen,
+maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, alsoo
+daer geen rijs door de coude can wassen.</p>
+
+<p>28.</p>
+
+<p>Offer veel paerden ende koebeesten zijn.</p>
+
+<p>Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren
+herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog bleef
+continueeren.</p>
+
+<p>29.</p>
+
+<p>Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op
+andere plaetsen eenigen handel dreven.</p>
+
+<p>Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een
+logie hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in
+Packin.</p>
+
+<p>30.</p>
+
+<p>Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.</p>
+
+<p>Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. <span class="pagenum">
+[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span></p>
+
+<p>31.</p>
+
+<p>Waermede sij onder malcanderen handelen. <span class="leftnote">
+[45]</span></p>
+
+<p>Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den
+gemene man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer
+zijn waerdije, rijst ende andere granen.</p>
+
+<p>32.</p>
+
+<p>Wat handel sij op China drijven.</p>
+
+<p>Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij
+trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede sijde
+stoffen.</p>
+
+<p>33.</p>
+
+<p>Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.</p>
+
+<p>Hebben &rsquo;t sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige
+silvermijnnen geopent, waervan den Coninck &rsquo;t vierde part geniet,
+dog van andere mijnnen hebbe niet gehoort.</p>
+
+<p>34.</p>
+
+<p>Hoe sij d&rsquo; wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse
+vervoert wort.</p>
+
+<p>De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij
+haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt
+opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.</p>
+
+<p>35.</p>
+
+<p>Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast
+is.</p>
+
+<p>Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh,
+die des winters door de coude ende des somers door &rsquo;t ongedierte
+gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters
+over teijs om de sekerheijt.</p>
+
+<p>36.</p>
+
+<p>Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.</p>
+
+<p>Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en
+d&rsquo;gemeijne gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.</p>
+
+<p>37.</p>
+
+<p>Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben
+gewoont ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel
+aldaer overleden sijn.</p>
+
+<p>Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben
+gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs en
+mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; in die
+tijt storven elff man. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href=
+"#pb71">71</a>]</span></p>
+
+<p>38.</p>
+
+<p>Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve
+bieten.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[46]</span> Antwoort: om datter A<sup>o</sup>
+1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een stadt ons rantsoen niet conde
+opbrengen, verdeijlden ons den Coninck &rsquo;t laetste jaer in drie
+steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, Namman 5 man, alle mede
+steden in Thiellado.</p>
+
+<p>39.</p>
+
+<p>Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen
+is.</p>
+
+<p>Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle,
+ende in lijfftochten uijtmuntende.</p>
+
+<p>40.</p>
+
+<p>Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen
+waren.</p>
+
+<p>Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu
+gelegentheijt siende resolveerde met ons 8<sup>en</sup> door te gaen,
+alsoo liever eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met
+sorge te leven.</p>
+
+<p>41.</p>
+
+<p>Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van
+&rsquo;t ander volcq zijn wegh geloopen.</p>
+
+<p>Waren nog 16 man sterck, met ons 8<sup>en</sup> sonder haer weeten
+hadden opgestempt<a class="noteref" id="xd0e5236src" href=
+"#xd0e5236">170</a>.</p>
+
+<p>42.</p>
+
+<p>Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.</p>
+
+<p>Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den
+eersten ende den 15<sup>en</sup> alle maents yder voor sijn stadts
+gouverneurs most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te
+gaen.</p>
+
+<p>43.</p>
+
+<p>Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.</p>
+
+<p>Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven,
+alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet soude
+durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven volcq
+wedersent.</p>
+
+<p>44.</p>
+
+<p>Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is.
+<span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72">72</a>]</span></p>
+
+<p>Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op
+Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet en
+wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden Tarter
+door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.</p>
+
+<p>45.</p>
+
+<p>Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden
+ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.</p>
+
+<p>Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben
+<span class="leftnote">[47]</span> gedaen, altijt voor antwoort cregen,
+dat sij geen vreemde natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer
+land bij andere natie niet wilde bekent hebben.</p>
+
+<p>46.</p>
+
+<p>Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.</p>
+
+<p>Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij
+hetselve hebben gecocht.</p>
+
+<p>47.</p>
+
+<p>Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.</p>
+
+<p>Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh
+te loopen naer Japan.</p>
+
+<p>48.</p>
+
+<p>Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.</p>
+
+<p>Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien
+woonden.</p>
+
+<p>49.</p>
+
+<p>Hoe verre &rsquo;t wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange
+onderwegen geweest waren.</p>
+
+<p>Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen;
+eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen,
+van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen
+dagen.</p>
+
+<p>50.</p>
+
+<p>Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder
+wilden wegh gaen.</p>
+
+<p>Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, &rsquo;t weer
+wat bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.</p>
+
+<p>51.</p>
+
+<p>Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij
+daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.</p>
+
+<p>Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer
+yets voor te hebben geeijst ofte genooten. <span class="pagenum">[<a
+id="pb73" href="#pb73">73</a>]</span></p>
+
+<p>52.</p>
+
+<p>Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den
+wegh wisten.</p>
+
+<p>Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in
+Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer
+&rsquo;tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.</p>
+
+<p>53.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[48]</span>&rsquo;Tvolcq die daer nog sitten,
+haer namen, ouderdom ende waervoor deselve gevaren hebben, en
+jegenwoordig woonachtig zijn.</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Johannis Lampen, adsistent</td>
+<td valign="top">out</td>
+<td valign="top">36:</td>
+<td valign="top">jaren.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hendrick Cornelisse, schieman</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">37:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Claeszen Cock</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">49:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">woonende inde stadt Namman.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jacob Janse quartiermeester</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">47:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Anthonij Ulderic bosschieter</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">32:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Claes Arentszen Jongen</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">27:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">In Saijsungh</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Sandert Basket bosschieter</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">41:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Janse Spelt jongh boots<sup>n</sup></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">35:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p id="vraag54">54.</p>
+
+<p>Onse namen, ouderdom ende waer voor op &rsquo;t schip gevaren
+hebben.</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hendrick Hamel, bouckhouder</td>
+<td valign="top">out</td>
+<td valign="top">36:</td>
+<td valign="top">jaren.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Govert Denijszen: quartiermeester</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">47:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Mattheus Ibocken, onderbarbier</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">32:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Pieterszen: bosschieter</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">36:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gerrit Janszen: d<sup>o</sup></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">32:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Cornelis Dirckse bootsgesel</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">31:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Benedictus Clercq jongen</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">27:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Denijs Govertszen: d<sup>o</sup></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">25:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p>Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14<sup>en</sup> September
+1666.</p>
+
+<p>Den 25<sup>en</sup> October daer aanvolgende sijn weder voorden
+ouden ende nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int
+bijsonder voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.</p>
+
+<p>Den 22<sup>en</sup> October, ontrent den middagh met de comste
+vanden<span class="leftnote">1667.</span> nieuwen gouverneur<a class=
+"noteref" id="xd0e5507src" href="#xd0e5507">171</a>, cregen licentie om
+te mogen vertrecken, <span class="pagenum">[<a id="pb74" href=
+"#pb74">74</a>]</span>waer op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw
+sijn aan boort gegaen, om met d&rsquo;selve in Comp<sup>e</sup> vande
+fluijt de Witte Leeuw, na Batavia te vertrecken.</p>
+
+<p>Den 23<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met &rsquo;t limieren vanden dagh,
+lichten ons ancker ende vertrocken uijt de baij van Nangasackij.</p>
+
+<p>Den....<a class="noteref" id="xd0e5530src" href="#xd0e5530">172</a>
+quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden Godt sij gedanckt
+dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen heeft verlost,
+daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt onder hebben
+gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.</p>
+
+<p><a class="noteref" id="xd0e5537src" href="#xd0e5537">173</a> Om
+&rsquo;t voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet &rsquo;t selve
+soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte van
+ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, welcke
+rivier op &frac12; mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al des
+Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht wort, de
+packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende dan met carren
+inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den Coninck sijn hof,
+hier onthouden haer den meesten adel ende grootste coopluijden van
+&rsquo;t land, die op China ende met d&rsquo;Jappanders handelen, alsoo
+alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door &rsquo;t landt
+gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door dien
+meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, ende ten
+platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men het land aende
+westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende oost sijde, veel
+clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, voornamentlijck in
+ende voorde baijen, daer naer &rsquo;t seggen vande Coreese
+stuijrluijden de west sijde &rsquo;t schoonste van is.</p>
+</div>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2769src" id="xd0e2769">1</a></span> &ldquo;In het oud-Hollandsch
+worden de persoonlijke voornaamwoorden zeer veel uitgelaten, soms ten
+nadeele der duidelijkheid&rdquo; (De Haan, Priangan II, bl. 44, noot
+8).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2806src" id="xd0e2806">2</a></span> Men vindt: lamiren, lemiren,
+limiren, lumiren; de laatste schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr.
+Japan 21 Maart 1665 &ldquo;gingen met het <i>limiren</i> van den dagh
+onder zeijl&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2814src" id="xd0e2814">3</a></span> &ldquo;een touw bot
+vieren&rdquo;, een touw tot het einde laten afloopen (Van Dale, <span
+class="abbr" title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal"><abbr
+title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal">Gr. Wdb. Ned.
+taal</abbr></span>). Volgens eene andere uitlegging zou de juiste
+uitdrukking zijn: <i>bocht vieren</i> en zou men moeten verstaan:
+&ldquo;wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer <i>
+bocht</i> van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te
+liggen&rdquo;.&mdash;Vgl.: &ldquo;De gequetste visch duikt aenstonds na
+de grond: waerom de matroosen <i>vaerdig bot geven</i>&rdquo;
+(Montanus, Gesantschappen, bl. 449).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2829src" id="xd0e2829">4</a></span> gaelderij of galerij,
+destijds de uitbouwsels aan het achterschip, soms van
+&ldquo;kerkraampjes&rdquo; voorzien welke onmiddellijk uitkwamen op de
+kajuit van den gezagvoerder.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2832src" id="xd0e2832">5</a></span> troppen d. i. troepen. Vgl.
+De Ruijter in zijn journaal dd. 10 November 1659: &ldquo;doe sprong het
+volck met troppes over boort&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2851src" id="xd0e2851">6</a></span> <span class="abbr" title="dat
+wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> tusschen
+de kust van Formosa en den vasten wal van China.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2893src" id="xd0e2893">7</a></span> lens houden d.i. droog
+houden, zoodanig dat het laatste water uit het benedenschip is
+verwijderd, voor zoover dit met mechanische hulpmiddelen doenlijk
+is.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2896src" id="xd0e2896">8</a></span> de ongeveer driehoekige
+betimmering voor aan het schip.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2899src" id="xd0e2899">9</a></span> de afsluiting van het
+achterschip.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2908src" id="xd0e2908">10</a></span> d.i. &eacute;&eacute;n uur
+&rsquo;s nachts.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2911src" id="xd0e2911">11</a></span> <span class="abbr" title=
+"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>:
+lieten de ankers vallen na het schip, door middel van het roer, te
+hebben doen oploeven.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2916src" id="xd0e2916">12</a></span> <span class="abbr" title=
+"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>: de
+ankers hielden niet.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2921src" id="xd0e2921">13</a></span> <span class="abbr" title=
+"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> het
+schip raakte onmiddellijk den grond.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2941src" id="xd0e2941">14</a></span> groote vaten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2952src" id="xd0e2952">15</a></span> &ldquo;Wijntint of tintwijn,
+tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in Zuid-Spanje ... Het is een
+roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn&rdquo; (Speelman, Journaal,
+bl. 275, noot 2).&mdash;&ldquo;Wyn-tint by de Japanders hoog geacht,
+betalende voor ieder Gantang 5 Thayl&rdquo; (Valentijn V, 2, bl.
+93).&mdash;Onder de geschenken &ldquo;aen den Keijser van Japan&rdquo;,
+den Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5
+Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor &rsquo;t Binnen Hospitaal te
+Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord van de
+Sperwer ook voor de zieken bestemd.&mdash;<span lang=
+"de">&ldquo;Weintinte ist ein roth Getr&auml;nk, und wird unter andern
+f&uuml;r die Ruhr gebraucht.... und wird (so viel wir wissen) von
+Holland nach Indien gebracht&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"de">Chr. Arnold, Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2976src" id="xd0e2976">16</a></span> &ldquo;De Boekhouders ...
+hebben sig in &rsquo;t minste met de regeringe van &rsquo;t Schip niet
+te bemoeijen, nog enige sorg omtrent &rsquo;t selve te dragen; sy
+hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens de Schipper
+en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor de goederen van de
+Compagnie, en alles aanteikenen wat uit &rsquo;t Schip gaat, of in
+&rsquo;t selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten doen.
+Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so Grootboek,
+Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan te
+teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van &rsquo;t ene Boek
+tot &rsquo;t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven,
+of deselve dood of in &rsquo;t leven zijn, en wat yder te goed heeft of
+te quaad is.</p>
+
+<p class="footnote">Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle
+Testamenten, Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en
+diergelijke meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve
+mogt eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten
+sy de rekeningen van al &rsquo;t volk tot op &rsquo;t sluiten gereed
+maken, en yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de
+Compagnie te goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van
+&rsquo;t Schip gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke
+Rekeningen yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te
+goed hebbende gagie ontfangen: dog so &rsquo;t gebeurde, dat imand sijn
+Rekening by ongeluk of by verlies van&rsquo;t Schip verloor, deselve
+kan ten allen tijde op &rsquo;t Kasteel van Batavia, (daar alle Copy
+van de Scheeps- en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening
+verkrijgen&rdquo; (Oost-Indische Spiegel enz. in <span class="bibl">N.
+de Graaff, Reisen, bl. 26&ndash;27</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2985src" id="xd0e2985">17</a></span> &ldquo;De Schiman is so veel
+als een twede Bootsman: want gelijk dese de Grote en Besaans-mast, en
+wat tot deselve behoord, moet besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt
+hebben op de Fokke-mast en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en
+alles wat deselve van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman
+versoeken. De Schiman moet in &rsquo;t laden en lossen altijd in
+&rsquo;t ruim wesen, en de goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware
+touwen in &rsquo;t kabelgat weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten
+en Boelyns passen. Hy heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders
+van noden heeft tot sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak,
+en schaft by de Hoogbootsman&rdquo; (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2988src" id="xd0e2988">18</a></span> &ldquo;Yei-na-ra, Royaume du
+Japon&rdquo; (Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 26).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2991src" id="xd0e2991">19</a></span> Jirpon, vermoedelijk voor
+den Japanschen naam Nippon of den Chineeschen Jihp&#277;n.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2999src" id="xd0e2999">20</a></span> Hieruit valt niet anders te
+lezen dan dat de stuurman wist waar de schipbreukelingen te land waren
+gekomen en dat hij nu van de gelegenheid gebruik maakte om de juiste
+ligging te bepalen van het Quelpaerts-eiland. Vgl. <span class="bibl">
+Witsen, 2<sup>e</sup> dr., dl. I, bl. 150 noot</span>: &ldquo;Hoewel
+Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen
+zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, in
+&rsquo;t welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant,
+ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij <i>dat de Stuurman van
+hun gebleven Schip, hetzelve kende</i>, en dat de Japanders daer nu
+niets te zeggen hebben&rdquo;. Het is jammer dat Witsen niet heeft
+vermeld hoe de stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland
+is gekomen. De opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben
+behoord tot de opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij
+&ldquo;Quelpaerts-eiland&rdquo; kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook
+kan hij aan boord zijn geweest van een der schepen Sperwer of <span
+class="pagenum">[<a id="pb10n" href="#pb10n">10</a>]</span>Patientie
+toen deze in September 1651 van Batavia naar Perzi&euml; zeilden, en te
+Batavia of gedurende deze reis door het scheepsvolk van de Patientie
+over Quelpaerts-eiland hebben hooren spreken; misschien heeft hij het
+eiland Quelpaert leeren kennen uit eene voor Schippers bestemde
+manuscript-kaart, waarop het na 1642 was vermeld (Vgl. Inleiding, bl.
+XLIX, noot 4).</p>
+
+<p class="footnote">De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland
+luidt in de:</p>
+
+<p class="footnote">I. Uitg.-Saagman: &ldquo;onsen Stuerman had de
+hooghte genomen, ende bevonden &rsquo;t selve Eijlandt te leggen op de
+hoogte van 33 graden 32 minuten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">II. Uitg.-Stichter: &ldquo;hier wesende hadde onse
+stuerman de hooghte genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn,
+leggende op de hooghte van 33 graden 32 minuten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">III. Uitg.-van Velsen = II.</p>
+
+<p class="footnote">IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430:
+&ldquo;Ondertusschen nam de stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds
+eiland te zijn, alwaer &rsquo;t schip verlooren. Dit leid op drie en
+dartig graeden en twee en dartig minderlingen&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">Vertalers van Hamel&rsquo;s Journaal hebben deze
+passage aldus weergegeven: <span lang="de">&ldquo;Als wir nun daselbst
+waren, hatte unser Steuermann die H&ouml;he genommen, und so viel
+befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der H&ouml;he von 33.
+graden und 32. Minuten gelegen&rdquo;</span> (Arnold&rsquo;s vertaling,
+N&uuml;rnberg (1672) bl. 825).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Le
+Capitaine, ayant fait des observations, jugea qu&rsquo;ils
+&eacute;toient dans l&rsquo;Isle de Quelpaert, au
+trente-troisi&egrave;me degr&eacute; trente-deux minutes de
+latitude&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Histoire
+g&eacute;n&eacute;rale des Voyages, VIII, bl. 416</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van
+33&deg; 12&prime; tot 33&deg; 30&prime; zoodat, de onvolkomenheid der
+toenmalige instrumenten in aanmerking genomen, de aangegeven breedte
+van 33&deg; 32&prime; zeer nauwkeurig mag heeten.</p>
+
+<p class="footnote">De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von
+Siebold &ldquo;Cap Sperwer&rdquo; gedoopt. (Zie <span class="bibl"
+lang="de">&ldquo;Geschichte der Entdeckungen&rdquo;, bl.
+169</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3078src" id="xd0e3078">21</a></span> De Compagnie dreef in Japan
+grooten handel in herte- en roggevellen welke vooral op Formosa, in
+Siam en in Kambodja tot dat doel werden ingekocht.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3084src" id="xd0e3084">22</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tai-Tjyeng, Ville mur&eacute;e &agrave; 2076 lys de la capitale;
+5 cantons; dans l&rsquo;ile de Quelpaert. 33&deg;
+21&prime;&mdash;124&deg; 2&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 16**</span>). N.b. Als eerste
+meridiaan is in dit woordenboek aangenomen de meridiaan van Parijs
+(O.lg. van Greenwich 2&deg; 20&prime; 15&rdquo;).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3092src" id="xd0e3092">23</a></span> In gedrukte uitgaven:
+&ldquo;packhuijs&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3106src" id="xd0e3106">24</a></span> Moggan?. Zie Inleiding, bl.
+XXII, noot 2.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3115src" id="xd0e3115">25</a></span> Zoo luidde de titel van den
+Gouverneur.&mdash;<span lang="de">&ldquo;Die St&auml;dte 1. Ranges sind
+... Sitze eines Mok s&aring; (schin. M&uuml;sse) d.i.
+Kreisgouverneurs&rdquo;</span> (<span class="bibl">v. Siebold,
+Geschichte, <span class="abbr" title="und so weiter"><abbr title="und
+so weiter">u.s.w.</abbr></span>, bl. 167</span>). Zie ook Inleiding,
+bl. XXII, noot 5.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3133src" id="xd0e3133">26</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Congee. In use all over India for the water in which rice has
+been boiled.... It is from the Tamil kanj&#299;
+&ldquo;boilings&rdquo;.... &ldquo;1563. They give him to drink the
+water squeezed out of rice with pepper and cummin (which they call <i>
+canje</i> &ldquo;Garcia&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Hobson-Jobson, New ed. 1903, bl. 245</span>).&mdash;<span lang=
+"en">&ldquo;The most common drink, after what the clouds directly
+furnish, is the water in which rice has been boiled&rdquo;</span>
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 267).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3165src" id="xd0e3165">27</a></span> Dit was Mattheus Eibocken
+van Enkhuizen, in 1652 met het schip &ldquo;Nieuw Enckhuijsen&rdquo; in
+Indi&euml; gekomen voor Barbarot &agrave; 14 gld. p<sup>r</sup> maand.
+(Zie <a href="#b.i.a">bijl. I<i>a</i></a>). Hij moet toen c<sup>a</sup>
+18 jaren oud zijn geweest (Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki
+aan de schipbreukelingen gesteld. <a href="#vraag54">No. 54</a>; zie
+bl. 73).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Barbarots mogen in Indien niet aangenomen
+werden, die daarvoor uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger
+verbetert als tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt
+een derde chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16
+gulden kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36
+f<sup>o</sup> 1420&rdquo; (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3,
+deel 1, caput 14, fol. 255).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3194src" id="xd0e3194">28</a></span> lees: &ldquo;met eene door
+het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts verdreven&rdquo;. Zie de
+juiste toedracht in <a href="#b.i.a">Bijlage I<i>a</i></a> en <a href=
+"#b.iii.a">III<i>a</i></a>.&mdash;Vgl. van Dam, Beschrijvinge, boek 2,
+deel 1, caput 21, fol. 320: &ldquo;dat hij a<sup>o</sup> 1627 op
+&rsquo;t jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese jonck
+daar was geraakt&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3210src" id="xd0e3210">29</a></span> A<sup>o</sup> 1637. Zie
+<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en
+157</span>.&mdash;Vgl. Missive Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van
+Diemen, Firando 20 Nov. 1637: &ldquo;... bij loopende geruchten
+vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] aen de Majesteijt [den Sjogoen]
+souden versocht hebben bij aldien haer geliefden assistentie tegens den
+Tarter te doen, t&rsquo;selfde door den Heer van Fingo soude mogen
+geschieden&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3221src" id="xd0e3221">30</a></span> d.w.z. in Indi&euml;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3224src" id="xd0e3224">31</a></span> de hoofdstad Seoul.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3230src" id="xd0e3230">32</a></span> Benjoesen = Japansche
+beambten, misschien eene verbastering van &ldquo;bungio or bugyo =
+governor or superintendent&rdquo; (<span class="bibl" lang="en">C.J.
+Purnell, The Log Book of William Adams, bl.
+194</span>).&mdash;&ldquo;Op ieder schip, dat gelost werd, zit een
+Onder Geheimschrijver, of Banjoos&rdquo; (Valentijn V, 2, bl.
+38).&mdash;&ldquo;Den 28<sup>en</sup> dito werden 4 Banjoosen belast,
+om de schepen te lossen, waar van &rsquo;er 2 aan land, en de andre aan
+boord moesten blijven om alles, wat &rsquo;er af, of aankomt,
+malkanderen schriftelyk toe te zenden, en streng te onderzoeken&rdquo;
+(Valentijn, a.v., bl. 84).&mdash;&ldquo;de bongioysen en de verdere
+dienaren die de scheepsboots in het halen van water geleijden&rdquo;
+(Res. 31 Mei 1701).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3246src" id="xd0e3246">33</a></span> Uitg.-van Velsen en
+Stichter: &ldquo;yder een Rock, een paer Leersen, Kousen en een paer
+Schoenen&rdquo;; uitg.-Saagman: &ldquo;een dozijn Schoenen&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3249src" id="xd0e3249">34</a></span> Hiertoe heeft misschien het
+scheepsjournaal van de Sperwer behoord.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3261src" id="xd0e3261">35</a></span> d.w.z. te Nagasaki
+aangekomen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3268src" id="xd0e3268">36</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en
+Van Velsen geven de namen van de drie nog in leven zijnde maats, nl.
+&ldquo;Govert Denijs en Gerrit Jansz, beyde van Rotterdam ende Jan
+Pietersz de Vries&rdquo; (Vgl. &ldquo;Vragen&rdquo; No. 54, bl.
+73).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3271src" id="xd0e3271">37</a></span> d.i. vlechtwerk van touw tot
+lange, platte slierten bewerkt.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3274src" id="xd0e3274">38</a></span> d.i. wij geraakten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3277src" id="xd0e3277">39</a></span> De toedracht zal ongeveer
+zoo zijn geweest: mast en zeiltuig vielen buiten boord, waarna men den
+mast weer overeind kreeg en de ra (of den spriet) met het zeil door
+middel van de platting tijdelijk aan den mast bevestigde; tijdens het
+hijschen van deze ra (of spriet) met het daaraan hangende zeil, raakte
+echter het spoor van den mast (in dit geval de houten klos waarin het
+ondereinde van den mast zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge
+waarvan het tuig opnieuw overboord viel.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3282src" id="xd0e3282">40</a></span> Dit was het ook in China
+gebruikelijke en aldaar bij Europeanen als &ldquo;cangue&rdquo; bekende
+schandbord. <span lang="en">&ldquo;Public exposure in the <i>kia</i>,
+or cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
+a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
+bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
+frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
+rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
+prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence of
+the delinquent are written upon it for the information of the
+passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent
+escape&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">S. Wells Williams,
+The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3303src" id="xd0e3303">41</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpa&euml;rt ... R&eacute;sidence
+d&rsquo;un <i>mok-sa</i>, gouverneur de l&rsquo;&icirc;le. 33&deg;
+33&prime;&ndash;124&deg; 16&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 19**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="fr">&ldquo;Cette &icirc;le, qui
+n&rsquo;est connue des Europ&eacute;ens que par le naufrage du vaisseau
+hollandais Sparrow-hawk en 1653, &eacute;tait, &agrave; cette
+m&ecirc;me &eacute;poque, sous la domination du roi de Cor&eacute;e.
+Nous en e&ugrave;mes connaissance le 21 mai [1787].... Nous
+d&eacute;termin&acirc;mes la pointe du Sud, par 33<sup>d</sup>
+14&prime; de latitude Nord, et 124<sup>d</sup> 15&prime; de longitude
+orientale&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Voyage de la
+P&eacute;rouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384</span>).</p>
+
+<p class="footnote">De transcriptie &ldquo;luo&rdquo; zal een
+schrijffout zijn. Verg. &ldquo;Vragen&rdquo; No. 3 en 12:
+&ldquo;<i>Chesu</i>&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman:
+&ldquo;Dit Eijlandt bij haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt
+leijdt als vooren op de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a
+13 mijl van den Zuijdt-hoeck van &rsquo;t vaste Landt van
+Coree.&rdquo;&mdash;II. Uitg.-Stichter en III. Uitg.-van Velsen:
+&ldquo;Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts Eylant, leyt op de
+hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of ontrent 13 mijlen van de
+Zuythoeck vant vaste lant van Coeree.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote">Voor eene beschrijving van de hoofdstad van
+Quelpaert zie <span class="bibl" lang="en">Belcher, Narrative of the
+voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 <span class="abbr" title="en
+verder"><abbr title="en verder">e.v.</abbr></span></span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3346src" id="xd0e3346">42</a></span> &ldquo;En volgens verder
+bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, aen my mondeling gedaen,
+is Korea zeer bevolkt&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. dl. I, bl. 47</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3355src" id="xd0e3355">43</a></span> <span lang="en">&ldquo;As
+Quelpart has long been used as a place for banishment of convicts, the
+islanders are rude and unpolished.... Immense droves of horses and
+cattle are reared&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea (1905), bl. 201</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3363src" id="xd0e3363">44</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Han-Ra-San. Grande montagne dans l&rsquo;&icirc;le de
+Quelpa&euml;rt, avec trois crat&egrave;res de volcans &eacute;teints,
+qui forment des lacs. 30&deg; 25&prime;&ndash;124&deg;
+17&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor.
+Fran&ccedil;., bl. 4**</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;This peak,
+called Mount Auckland,... is about 6.500 feet high&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, a.v., bl. 200</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3385src" id="xd0e3385">45</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;H&#259;i-Nam. Ville mur&eacute;e &agrave; 890 lys de la capitale
+... Prov. de Tjyen-Ra. 34&deg; 27&prime;&ndash;124&deg;
+11&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fr.,
+bl. 5**</span>).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Le ly &eacute;quivaut a
+1/10 de lieu environ&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict.
+a.v. bl. II**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3405src" id="xd0e3405">46</a></span> ?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3408src" id="xd0e3408">47</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Na-Tjyou. Ville mur&eacute;e &agrave; 740 lys de la capitale ...
+35&deg; 13&prime;&ndash;124&deg; 10&prime;&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;. bl. 10**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3421src" id="xd0e3421">48</a></span> ? <span lang="fr">
+&ldquo;Tong-Pok. Ville &agrave; 726 lys de la capitale ... 34&deg;
+43&prime;&ndash;124&deg; 32&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 17**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3430src" id="xd0e3430">49</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+term &ldquo;San-siang&rdquo; used twice here, means a fortified
+stronghold in the mountains, to which, in time of war, the neighbouring
+villagers may fly for refuge&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 171</span>).&mdash;<span lang=
+"fr">&ldquo;San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet de
+montagne&rdquo;</span> (Dict. a.v. bl. 373).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3441src" id="xd0e3441">50</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Htai-In. Ville &agrave; 566 lys de la capitale ... 35&deg;
+33&prime;&ndash;124&deg; 29&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 18**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3449src" id="xd0e3449">51</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Keum-Kou. Ville &agrave; 520 lys de la capitale ... 35&deg;
+38&prime;&ndash;125&deg; 12&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 7**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3457src" id="xd0e3457">52</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tjyen-Tjyou. Ville mur&eacute;e, capitale de la province de
+Tjyen-Ra, &agrave; 506 lys de la capitale... 35&deg;
+37&prime;&ndash;124&deg; 37&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 19**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3462src" id="xd0e3462">53</a></span> Volgens de <span class=
+"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;. (bl. 16**)</span> was
+daarentegen Syong-to in de provincie Kyeng-Keui <span lang="fr">
+&ldquo;ancienne capitale du royaume sous la dynastie
+pr&eacute;c&eacute;dente&rdquo;.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3470src" id="xd0e3470">54</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste&rdquo;</span>
+(Dict. a.v. bl. 19**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3478src" id="xd0e3478">55</a></span> ? &ldquo;Tchyeng-Am, Prov.
+de Tjyen-Ra. 35&deg; 22&prime;&ndash;124&deg; 25&prime;&rdquo; (a.v.
+bl. 20**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3484src" id="xd0e3484">56</a></span> ?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3487src" id="xd0e3487">57</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
+Tjyen-Ra&rdquo;</span> (a.v. bl. 21**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3495src" id="xd0e3495">58</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Yeng-Tchoun. Ville &agrave; 390 lys de la capitale.... Prov. de
+Tchyoung-Tchyeng ... 36&deg; 59&prime;&ndash;126&deg;
+8&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 2**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3500src" id="xd0e3500">59</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Kong-Tjou. Ville mur&eacute;e, capitale de la prov. de
+Tchyoung-Tchyeng, &agrave; 326 lys de la capitale. R&eacute;sidence du
+<i>kam-s&#259;</i> ou gouverneur de la province ... 36&deg;
+23&prime;&ndash;124&deg;55&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 8**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3511src" id="xd0e3511">60</a></span> lees: Kyeng-keui.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3516src" id="xd0e3516">61</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of the
+largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
+current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
+annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty
+feet&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905,
+bl. 187</span>).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Han-Kang. Fleuve qui
+arrose Sye-oul, Prov. de Kyeng-Keui&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;. bl. 4**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3533src" id="xd0e3533">62</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Sye-Oul, Nom g&eacute;n&eacute;rique qui signifie: <i>
+capitale</i>. Capitale du royaume de Cor&eacute;e&rdquo;</span> (Dict.
+a.v. bl. 14**).&mdash;De eigenlijke naam van &ldquo;de Hoofdstad&rdquo;
+was: <span lang="fr">&ldquo;Han-Yang, Capitale de la province de
+Kyeng-Keui et de tout le royaume de Cor&eacute;e depuis 1392.... Ville
+mur&eacute;e, sur le fleuve Han. R&eacute;sidence de la cour et des 6
+minist&egrave;res. Le gouverneur de la province r&eacute;side en dehors
+des murs&rdquo;</span> (Dict. a.v. bl. 4**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3544src" id="xd0e3544">63</a></span> Bedoeld zijn de mijlen
+waarmede de zeelieden destijds rekenden, namelijk Duitsche mijlen van
+15 in &eacute;&eacute;n graad, volgens de graadmeting van Snellius.
+Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 <span class="abbr" title="kilometer">
+<abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> lang, waardoor de afstand
+van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 &agrave; 550 komt; <i>
+recht gemeten</i> bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i.
+352 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">
+K.M</abbr></span>. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45
+<span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">
+K.M.</abbr></span> lang. De afstand van Quelpaert tot Seoul werd later
+geschat op 90 mijlen of 666 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr
+title="kilometer">K.M</abbr></span>. (Zie &ldquo;Vragen&rdquo; <a href=
+"#vraag12">N<sup>o</sup> 12</a>, bl. 67).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3577src" id="xd0e3577">64</a></span> Van heel wat deftiger
+personages dan Hamel en zijne kameraden, werd in Japan verlangd dat zij
+den Sjogoen en zijn hof op eene dergelijke vertooning zouden
+vergasten.</p>
+
+<p class="footnote">Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691:
+&ldquo;Hiertusschen waren wij [het Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en
+zijn gevolg bij de audientie te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser
+[d.w.z. de Sjogoen] ... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt
+op te sitten, mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te
+gaan, een liedeken te singen, op ons manier den anderen te
+complimenteren, te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te
+verbeelden, mijn vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van
+de Nangasackijse gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op &rsquo;t
+papier te teijkenen en een stuck van een comedie te ageeren....</p>
+
+<p class="footnote">... de Mess<sup>rs</sup> bij my sijnde songen op
+&rsquo;t versoek van gem<sup>e</sup> regenten en tot vermaak van de
+Juffers, die bij menigte agter jalousij-matten saten, een hollands
+liedeken, komende met sons onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken
+en kruijpen weder in ons logiement.&rdquo; (Vgl. Valentijn, V,
+Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).</p>
+
+<p class="footnote">De Bataviasche Regeering was er geenszins over
+gesticht dat men &ldquo;voor de hoogheden allerhande grimassen heeft
+moeten bedryven en voor de Juffers helder op singen&rdquo;, hetgeen
+&ldquo;gansch niet met het respect van de nederlantse natie compatibel
+zij, immers in genen dele ten regarde van het Opperhooft&rdquo;. Werden
+&ldquo;soodanige sotte en narre potsen weder afgevergt&rdquo; zoo moest
+men trachten zich te excuseeren, &ldquo;immers ten opsigte van het
+Opperhooft, soo het in &rsquo;t generaal niet te vermijden&rdquo; was.
+Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven naar
+hunne &ldquo;methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
+houden&rdquo;. De Regeering vond ook &ldquo;dat soodanige aansoekinge
+mede gerede soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie
+dat se door de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel
+meesterschap over de kragt en bewegingh van den sterken drank maar
+tragten te behouden [dat zij] buijten postuur van fatsoen en
+bescheijdenheijt niet en geraken, maar door ingetogenheijt en
+stilligheijt een geheel andere verwagtinge van haren aard en ommegangh
+geven&rdquo; (Res. 29 Mei 1692).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3593src" id="xd0e3593">65</a></span> Vgl.: &ldquo;het gebruijck
+van oppassers ofte <i>lijfschutten</i> soo door den gesaghebber als
+andere mindere bedienden [te Bantam]&rdquo;. (Res. 17 Aug. 1708).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3601src" id="xd0e3601">66</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Pyeng-Pou. Plaque en bois o&ugrave; on &eacute;crit le nom
+d&rsquo;un dignitaire, qui en a une moiti&eacute;; l&rsquo;autre
+moiti&eacute; est gard&eacute;e par le gouvernement; c&rsquo;est le
+signe de l&rsquo;autorit&eacute; donn&eacute;e par le roi au
+mandarin&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dic. Cor.
+Fran&ccedil;., bl. 321</span>). Zie ook: <span class="bibl" lang="en">
+J.S. Gale, A Korean-English Dictionary, 1911, bl. 429</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3612src" id="xd0e3612">67</a></span> chiap = tjap; hier een
+Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3615src" id="xd0e3615">68</a></span> d.i. &ldquo;met den Coninck
+ofte in Conincx dienst&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3618src" id="xd0e3618">69</a></span> d.w.z.: het eiland
+Quelpaert.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3627src" id="xd0e3627">70</a></span> Deze voorstelling zal
+onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet gehaald (zie <a href=
+"#n48.3">bl. 48, noot 3</a>; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); de
+taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3639src" id="xd0e3639">71</a></span> <span lang="en">&ldquo;Hamel
+does not state why he and his companions were sent away, but it was
+probably to conceal the fact that foreigners were drilling the royal
+troops. The suspicions of the new rulers at Peking were easily
+roused&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 172</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3647src" id="xd0e3647">72</a></span> <span lang="en">&ldquo;Four
+great fortresses guard the approaches to the royal city. These are ...
+Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of the same name at the
+mouth of the Han-River, is the favorite fortress, to which the royal
+family are sent for safety in time of war ... During the Manchiu
+invasion, the king fled here, and, for a while, made it his
+capital&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 190&ndash;191</span>).&mdash;Namman Sangsiang is misschien
+een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3662src" id="xd0e3662">73</a></span> &ldquo;Alsoo dit een
+bederffelijcke waere is&rdquo; (Gen. Miss. 26 Maart 1622).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3665src" id="xd0e3665">74</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en
+van Velsen hebben: &ldquo;<i>van de mijt</i> opgegeten.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3671src" id="xd0e3671">75</a></span> d.w.z.: de Chineesche
+slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3680src" id="xd0e3680">76</a></span> <i>zich gelaten</i> =
+voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik (Woordenboek der Nederlandsche
+taal, IV, kolom 1051).&mdash;Verg. &ldquo;&rsquo;t schijnt naer dese
+gesanten <i>haer gelaten</i>&rdquo; (Miss. G.G. de Carpentier aan Coen.
+Batavia, 29 Jan. 1624).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3693src" id="xd0e3693">77</a></span> <span class="bibl">Witsen
+(2<sup>e</sup> dr. dl, I, bl. 50</span>) zegt: &ldquo;wanneer de
+Stuurman, die het Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met
+den Tarterschen Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men
+alle de overige te dooden&rdquo;, maar geeft niet aan wie hem dit heeft
+verteld. Als een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een
+Chineesche, kan het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet
+lang hebben uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets
+over het lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen
+vertellen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3706src" id="xd0e3706">78</a></span> Hamel was alzoo niet een van
+hen &ldquo;die de spraeck best conde&rdquo;. Heeft hij daarom misschien
+nagelaten zijn Journaal te verrijken met eene Koreaansche
+woordenlijst?</p>
+
+<p class="footnote">Van de voorgegeven stranding van een schip op
+Quelpaerts-eiland wordt verder niet gesproken.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3714src" id="xd0e3714">79</a></span> Misschien om hen bij
+voorkomende gelegenheid als tolken te gebruiken.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3727src" id="xd0e3727">80</a></span> Thiellado = Iulla Do (Ross)
+= Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra (Dict. Cor. Fran&ccedil;.).&mdash;Vgl.
+ook bl. 20, noot 8.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3735src" id="xd0e3735">81</a></span> ?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3738src" id="xd0e3738">82</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Pyeng-s&#259;. Mandarin militaire; g&eacute;n&eacute;ral de
+2<sup>me</sup> ordre, commandant d&rsquo;une province ou d&rsquo;une
+demi-province...; (il n&rsquo;y en a qu&rsquo;un dans chaque province;
+il est au-dessous du gouverneur)&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. a.v. bl. 321</span>)</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3767src" id="xd0e3767">83</a></span> d.w.z. &ldquo;den ouden
+hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de nieuwe] namt ons ten eersten
+af&rdquo;, zoodat zij nu zelf aan het kappen moesten gaan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3779src" id="xd0e3779">84</a></span> linnen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3784src" id="xd0e3784">85</a></span> de hoofdstad, Seoul.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3787src" id="xd0e3787">86</a></span> &ldquo;De Japanders hebben
+op Korea eene bezitting of wooninge, daer hunne bevoorrechte vaertuigen
+aenkomen, die daer ter handel vaeren; want anderzins vaeren de
+Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het Opper-gezag aen de
+Kore&euml;rs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, volgens verhael
+van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen is geweest, aen my
+gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert te worden, gelijk de
+Ne&ecirc;rlanders in Japan op &rsquo;t Eiland Nangasakki, opgesloten
+zijn&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl.
+49</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&ldquo;The possession of Fusan by
+the Japanese was, until 1876, a perpetual witness of the humiliating
+defeat of the Coreans in the war of 1592&ndash;1597, and a constant
+irritation to their national pride&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 150</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="fr">&ldquo;Pou-san. Port, &agrave; 20
+lys de la ville de Tong-n&acirc;i, ouvert depuis peu au commerce du
+Japon, qui y entretenait d&eacute;j&agrave; une garnison de 200 soldats
+... 34&deg; 46&prime;&ndash;126&deg; 15&prime;&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 12**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#n30.3src" id="n30.3">87</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+nineteenth King was ... the second son of the last king. This Prince
+commenced his political career at Moukden, where he had been sent as
+hostage by his father. In the second year of his reign, 1650, he
+organised the navy ... and died in the year 1659.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">The twentieth King was ... son of
+the last, and born in Moukden, whence he returned a year before his
+father. He destroyed the Buddhist nunneries.... He died in
+1674&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China
+Review XIV, bl. 63</span>).&mdash;Vgl. <span class="bibl" lang="fr">
+Synchronismes chinois (Vari&eacute;t&eacute;s sinologiques
+n<sup>o</sup>. 24) Chang-hai, 1905, bl. 457, 462</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3837src" id="xd0e3837">88</a></span> goed arms, ook wel goed
+armsch, weldadig, mild jegens de armen. Woordenboek der Nederlandsche
+Taal V, kolom 301, onder: Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald
+uit Bredero, Huygens, Bosboom-Toussaint en Beets.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3847src" id="xd0e3847">89</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
+anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
+rewards are given to relief distributors according to
+merit&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China
+Review XIV bl. 129</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3855src" id="xd0e3855">90</a></span> Aker (in de schrijftaal
+verouderd), vrucht van den eik, eikel (<span class="bibl">Van Dale,
+Groot Wdb. der Ned. Taal</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3861src" id="xd0e3861">91</a></span> Zie: <span class="bibl"
+lang="en">Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and Culture
+en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3871src" id="xd0e3871">92</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Ko-Rye. Ancien nom d&rsquo;un des trois royaumes de la
+presqu&rsquo;&icirc;le et dont le roi conquit les deux autres royaumes,
+n&rsquo;en formant qu&rsquo;un seul sous le nom de Ko-Rye,
+d&rsquo;o&ugrave; est venu le nom de Cor&eacute;e&rdquo;</span> (Dict.
+Cor. Franc., bl. 8**).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Tjyo-Syen. Nom de
+la Cor&eacute;e sous la dynastie actuelle depuis 1392&rdquo;</span> (a.
+v. bl. 20**).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&rdquo;Li Chunggwei ... founded the
+dynasty which still rules Corea, and which has, therefore, swayed the
+Corean sceptre for more than four centuries. He moved his capital to
+its present site, to the city of Hanchung, on the Han river,&mdash;the
+name Seool or Seoul simply meaning &ldquo;The Capital&rdquo;. He also
+changed the name Gaoli, which had prevailed since the Tang dynasty
+[618&ndash;905], to <i>Chaosien</i>, the eldest known name of Corea, or
+any portion of it&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross,
+History of Corea, bl. 269</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&rdquo;In A. D. 1368 the Yuan or
+Mongol dynasty was driven from the throne of China by the Mings, and
+shortly afterwarts (A. D. 1392) a Corean, named by the Chinese Li Tau,
+aided by the Emperor Hung Wu, rebelled against the Kao li dynasty,
+drove it from the throne, and established himself as the king of Corea.
+He chose for the title of his dynasty the words Ch&rsquo;ao hsien
+&ldquo;morning calm&rdquo;, pronounced by the Coreans <i>Ch&ouml;
+sen</i>. This is now the official name both for Corea and for the
+reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He also moved
+the capital from Song do to S&ouml;ul&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">C. T. Gardner, The Coinage of Corea, Journal China Branch
+R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, bl. 74</span>).&mdash;<span lang=
+"fr">&ldquo;Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; &eacute;tat;
+nation&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor.
+Fran&ccedil;., bl. 203</span>).&mdash;In China heet Korea: Kao li in
+het noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3908src" id="xd0e3908">93</a></span> Een aardig voorbeeld van het
+begin van alle &ldquo;Kartographie&rdquo;. Zoo vergelijken de Atjehers
+Groot-Atjeh met een &ldquo;wan&rdquo;, zoo vergeleken de Ouden den
+Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
+stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek met
+de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3911src" id="xd0e3911">94</a></span> <span lang="en">&ldquo;Corea
+is divided into eight provinces, called Do.....Corea stretches from
+33&deg; 15&prime; to 42&deg; 31&prime; N. lat; and 122&deg; 15&prime;
+to 131&deg; 10&prime; E. Long. Hence the greatest length of its
+mainland is as the bird flies, about 600 miles, and greatest breadth,
+east to west, over 300 miles&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Ross, History Corea, bl. 394, 396</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3919src" id="xd0e3919">95</a></span> <span lang="en">&ldquo;By
+&ldquo;Osacco&rdquo; Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
+rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
+from S&eacute;oul, bearing tribute to the &ldquo;Tycoon&rdquo; at Yedo,
+was accustomed to land on its way from Fusan&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot
+2</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3927src" id="xd0e3927">96</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;T&#259;i-Ma-To. Ile entre le Japon et la Cor&eacute;e,
+appel&eacute;e Tsou-shima en japonais&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Franc. bl. 17**</span>).&mdash;<span lang=
+"en">&ldquo;Tsushima. Group of islands situated in the middle of the
+strait that separates Japan from Korea ... The group comprises one
+large island and 5 small ones ... Since the 12<sup>th</sup> century,
+the island was the fief of the S&otilde; daimy&#333;, who frequently
+had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
+completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Papinot, Dict., bl. 706</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3944src" id="xd0e3944">97</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+entire northern boundary of the peninsula from sea to gulf, except
+where the colossal peak Paik-tu (&rsquo;White Head&rsquo;) forms the
+water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
+Turnen&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 6</span>).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;P&#259;ik-Tou-San.
+Mont. Prov. de Ham-Kyeng. Fronti&egrave;re N. de la Cor&eacute;e. A son
+sommet est un grand lac qui a 6 &agrave; 7 lieues de tour. 41&deg;
+59&prime;&ndash;126&deg; 5&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Franc., bl. 11**</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der
+geener die in den Jare 1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my
+mondeling bericht, dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem
+onbereizelijk is, vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest
+... Dat &rsquo;er te Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier
+uit vastelijk kan werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf,
+de Keizer van Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes
+Paerden, die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy
+zelve die hadde zien aenkomen&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. dl. 1, bl. 44</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3969src" id="xd0e3969">98</a></span> &ldquo;Zout weten zy van het
+Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer mede de Nederlandsche
+gevangenen Haring zoutede, &rsquo;t geen by hen dus gedaen te konnen
+werden, onbekent was&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. dl. I, bl. 57</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3978src" id="xd0e3978">99</a></span> &ldquo;En tot bevestiging,
+dat de Hollandsche Harpoenen op Korea in de Walvisch zijn gevonden, zoo
+hebbe ik met Benedictus Klerk van Rotterdam, welke op Korea gevangen
+geweest is den tijd van dertien Jaren, over deze Harpoenen gesprooken,
+die dan verzekert, wel toe te hebben gezien, wanneer in zijn
+tegenwoordigheit uit het lichaem van een Walvisch op Korea, een
+Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt uitdrukkelijk zulks aen het
+maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van kennis, dat hy en andere
+zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op de Groenlandsche Visschery
+hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen wel kenden; zeide verder,
+dat de Kore&euml;rs hunne byzondere schepen, en gereetschap tot deze
+vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen vast stelde, dat &rsquo;er
+opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen moeste zijn, ten minsten
+voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche Zeeluiden zeiden, dat ten
+Noord-oosten van haer een openbare Zee was. Zy oordeelden, met meer
+gemak van die kant, als van deze zijde, dat naeuw, of dien weg te
+verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit het Noorde van Tartarye
+scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, meer zoodanige Visch wierd
+gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, als Haring, enz. Dies deze
+man besloot, dat Asia aen America te dezer oort niet en is
+gehecht&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl,
+43&ndash;44</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op
+te schieten, als het in onzen kaerten is bekent, en wel een weinig
+Noord-oostelijker, zoo als de Koreaensche menschen mede zeggen, dat
+Noord-oost op, een groote Zee is; dat de baeren daer gaen als in de
+Spaensche Zee, zoo dat benoorden of Noord-oosten een zwaer water wezen
+moet&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, a. v. bl. 56</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4001src" id="xd0e4001">100</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Panax ginseng; j&ecirc;n sh&ecirc;n, is the medicine par
+excellence, the <i lang="fr">dernier ressort</i> when all other drugs
+fail ... The principal Chinese name is derived from a fancied
+resemblance to the human form. The genuine ginseng of Manchuria, whence
+the largest supplies are derived&mdash;in the reniote
+mountains&mdash;consists of a stem from which the leaves spring, of a
+central root, and of two roots branching off. The roots are covered
+with rings, from which the age is ascertained, and the precious
+qualities are increased by age ... In 1891 Korean ginseng was worth
+Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native ginseng was Tls.
+80&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Couling, Encycl. Sinica,
+1917, bl. 206</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&ldquo;Wild Manchurian ginseng
+(Panax) is almost worth its weight in gold. Even the semi-wild quality
+from Corea is worth its weight in silver ... Though usually described
+as a medicine, it is rather a food tonic, possessing, in the Chinese
+opinion, marvellous &ldquo;repairing&rdquo; qualities&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Parker, China, Past and Present, bl.
+273</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Oude berichten over ginseng komen voor in
+&ldquo;Ontleding van de Lucht ende werckingen des wortels Ninzin,
+welcken gewonnen wert int Coninckryck Corea op de noorderbreete van 43
+graden&rdquo; (Kol. Arch. Overgek. brieven 1642, derde boek) en in
+<span class="bibl" lang="fr">Recueil de voyages au nord (1732, IV, bl.
+348&ndash;365)</span>.&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Lettre du
+P&egrave;re Jartoux, J&eacute;suite, touchant la plante de
+Ginseng&rdquo;</span>.&mdash;Nisi is de Japansche naam.&mdash;Vgl.
+<span class="bibl" lang="en">C. T. Collyer: The culture and preparation
+of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch R. A. S. III, 1903, bl.
+18&ndash;30)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4033src" id="xd0e4033">101</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Nominally sovereign of the country, he is held in check by
+powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed by
+all the reactionary influence of feudalism&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 228&ndash;229</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4045src" id="xd0e4045">102</a></span> &ldquo;Vuurroers zijn by
+hen onbekent, want zy geen geweer als met lont gebruiken; zy bedienen
+zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts met koopere plaeten, een
+halve vinger dik, is beslagen, wezende het leer, twee, vier of vyf duim
+dik, van veel vellen op malkander gelegt; dit geschut word op paerden,
+twee op een paerd, het leger na gevoert, is omtrent een vadem lang, en
+zy konnen daer uit met vry groote kogels schieten&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4051src" id="xd0e4051">103</a></span> Uitg.-Stichter voegt
+hieraan toe: &ldquo;niet hebbende krijgen slagen, &rsquo;t welck ons in
+des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen voor onse naackte
+billen hebben gekregen.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4054src" id="xd0e4054">104</a></span> Hier is blijkbaar
+uitgevallen: &ldquo;een ghetal van Papen uijtmaecken om bij
+beurte&rdquo;. (Zie uitg.-Saagman).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4057src" id="xd0e4057">105</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;There seems to be three distinct classes or grades of bonzes.
+The student monks devote themselves to learning, to study, and to the
+composition of books and the Buddhist ritual, the <i>tai-sa</i> being
+the abbot. The <i>jung</i> are mendicant and travelling bonzes, who
+solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
+temples and monastic establishments. The military bonzes (<i>siung
+kun</i>) act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to
+use, weapons&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, bl. 333</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4077src" id="xd0e4077">106</a></span> &ldquo;meester van de
+slavin&rdquo; (Uitg.-Saagman).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4085src" id="xd0e4085">107</a></span> Zie <a href="#pb59">bl.
+59</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4093src" id="xd0e4093">108</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Every day (as in China) the chief public offices of the
+metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
+turn, and the King ascends the throne if they have any representations
+to make&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea,
+China Review XIV, bl. 127</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4101src" id="xd0e4101">109</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Close communication between the palace and populace is kept up
+by means of the pages employed at the court, or through officers, who
+are sent out as the king&rsquo;s spies all over the country. An <i>
+E-sa</i>, or commissioner, who is to be sent to a distant province to
+ascertain the popular feeling, or to report the conducts of certain
+officers ... receives sealed orders from the king, which he must not
+open till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
+a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
+cases he has the power of life and death in his hands&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+221&ndash;222</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4126src" id="xd0e4126">110</a></span> d.w.z. alleen de misdadiger
+zelf wordt gestraft maar niet, als bij hoogverraad, zijne
+bloedverwanten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4136src" id="xd0e4136">111</a></span> De zin is moeielijk te
+begrijpen; wellicht moet voor <i>staen</i> gelezen worden <i>slaen</i>,
+en voor <i>als</i>, op den volgenden regel, <i>al</i>, voorafgegaan
+door een;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4151src" id="xd0e4151">112</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
+since Hamel&rsquo;s time.... The criminal code now in force is, in the
+main, that revised and published by the king in 1785, which greatly
+mitigated the one formerly used&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 235</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4163src" id="xd0e4163">113</a></span> &ldquo;Mattheus Eibokken
+heeft aen my bericht, dat men daer te lande een Heidensch geloof heeft,
+komende ten deelen met dat van Sina over een, maer dat men niemand
+dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne mag beleven; duldende dat
+hy, en d&rsquo;andere Hollandsche gevangenen, met de Afgoden spottende:
+de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven heeft ontfangen, en bekennen
+ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk op de scheenen geslagen, jae
+met de dood gestraft te werden, zoo als het meermalen is
+geschied&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I,
+bl. 55</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier
+als hier geheele huizen, en &rsquo;t is byzonder, dat men in meest alle
+hunne Afgodische tempels, drie beelden neffens malkanderen vind staen,
+van eenerly gedaente en optooizel, doch de middelste altijd de
+grootste, waer van Meester Eibokken oordeelde dat &rsquo;er eenige
+schaduwe van de Heilige Drie-eenheit onder school&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, a. v., bl. 56&ndash;57</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4182src" id="xd0e4182">114</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+ceremony of <i>pul-tatta</i> or &ldquo;receiving the fire&rdquo; is
+undergone upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of
+burning tinder is laid upon the man&rsquo;s arm, after the hair has
+been shaved off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into
+the flesh, leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark
+of holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
+torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
+discipline is maintained&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 335</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4193src" id="xd0e4193">115</a></span> Bescharen. Thans in de
+algemeene taal niet meer in gebruik, maar gewestelijk nog bekend. Zich
+zelf iets bezorgen, verschaffen, ook wel iets
+verwerven.&mdash;&ldquo;Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
+beschaard&rdquo; (Bilderdijk).&mdash;&ldquo;Dat kan ik niet
+bescharen&rdquo;, dat gaat boven mijn bereik (o.a. in Gelderland).
+(Woordenboek der Nederlandsche Taal II, kolom 1951).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4199src" id="xd0e4199">116</a></span> Taoistische
+priesters.&mdash;<span lang="en">&ldquo;Taoism, which divides Chinese
+attention with Buddhism, is almost unknown in Corea&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Ross, History Corea, bl. 355</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4208src" id="xd0e4208">117</a></span> <span lang="en">&ldquo;No
+trait of the Coreans has more impressed their numerous visitors, from
+Hamel to the Americans, than their love of all kinds of strong
+drink&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905,
+bl. 266&ndash;267</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4218src" id="xd0e4218">118</a></span> Zie <a href="#n30.3">bl.
+30, noot 3, al. 2</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4226src" id="xd0e4226">119</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+kang is characteristic of the human dwelling in north-eastern Asia. It
+is a kind of tubular oven ... It is as though we should make a bedstead
+of bricks, and put foot-stoves under it. The floor is bricked over, or
+built of stone over flues, which run from the fireplace, at one end of
+the house, to the chimney at the other&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 263</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4234src" id="xd0e4234">120</a></span> Welk woord hier wordt
+bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman staat daarvoor:
+&ldquo;principaelste&rdquo;, in de uitg.-Stichter is het
+weggelaten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4237src" id="xd0e4237">121</a></span> Over dit woord zie <span
+class="corr" id="xd0e4239" title="Bron: Hobson-Jobsonen">Hobson-Jobson
+en</span> <span class="bibl">De Haan, Priangan, II, bl. 769</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4251src" id="xd0e4251">122</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
+would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one&rsquo;s
+meal with any person, known or unknown, who presents himself at
+eating-time ... The poor man whose duty calls him to make a journey to
+a distant place does not need to make elaborate preparations ... At
+night, instead of going to a hotel with its attendant expense, he
+enters some house, whose exterior room is open to any comer. There he
+is sure to find food and lodging for the night&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+288&ndash;289</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4267src" id="xd0e4267">123</a></span> Uitg.-Stichter heeft:
+&ldquo;quade Regeringe&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4270src" id="xd0e4270">124</a></span> <span lang="en">&ldquo;Not
+the least interesting of the local or national festivals, are those
+held in memory of the soldiers slain in the service of their country on
+famous battle-fields. Besides holding annual memorial celebrations at
+these places, which fire the patriotism of the people, there are
+temples erected to soothe the spirits of the slain. Especially
+noteworthy are these monumental edifices, on sites made painful to the
+national memory by the great Japanese invasion of 1592&ndash;97, which
+keep fresh the scars of war&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 299</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4278src" id="xd0e4278">125</a></span> Uitg.-Saagman:
+&ldquo;bijeencomste van de studenten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4283src" id="xd0e4283">126</a></span> In uitg.-Stichter: <i>
+gordel</i>; uitg.-Saagman heeft: <i>gorles</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4295src" id="xd0e4295">127</a></span> molik, vogelverschrikker
+(Van Dale&rsquo;s Groot Wdb. der Ned. Taal).&mdash;&ldquo;moliks voor
+de jeugd&rdquo; (E.J. Potgieter, Gedroomd Paardrijden, strofe 13, regel
+6).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4306src" id="xd0e4306">128</a></span> <span lang="en">&ldquo;On
+the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered at the
+graves of ancestors and broken tombs are repaired&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 298</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;De Koning gaet jaerlijks het graf zijner
+Voorzaeten bezoeken, om aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden,
+ter eeren, en voor &rsquo;t welwezen der zelven in &rsquo;t andere
+leven, zoo als hy [Eibokken] den Koning zelve tot aen de graf-plaets
+hadde begeleit, die veel honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde
+berg, daer men door yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de
+Hooftstad gelegen.</p>
+
+<p class="footnote">De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn
+alzoo gebalsemt, dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden
+bewaert, gelijk in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van
+voor veele honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning
+of zijn Gemalin, daer in werd gezet, werd &rsquo;er een schoone slaef
+en slaevin levendig by gelaten, aen wien men voor &rsquo;t sluiten van
+de yzere deur, eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als
+dezelve is verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres
+in &rsquo;t ander leven te dienen&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. 56</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4327src" id="xd0e4327">129</a></span> Uitg.-Saagman heeft:
+&ldquo;voor sijn Ouders&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4342src" id="xd0e4342">130</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Sappan-wood. The wood of <i>Caesalpina sappan</i>; the <i>
+bakkam</i> of the Arabs, and the <i>Brazil wood</i> of medieval
+commerce ... the tree appears to be indigenous in Malabar, the Deccan
+and the Malay Peninsula&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Hobson-Jobson, bl. 794</span>).&mdash;&ldquo;Caesalpina sappan.
+Setjang (Jav. en Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout
+... dient om katoen, zijde en garens rood te verven&rdquo; (<span
+class="bibl">Encyclopaedie van N.I. 2<sup>e</sup> dr. I, 1917, bl.
+434</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4370src" id="xd0e4370">131</a></span> &ldquo;In Korea zijn
+schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier te Lande, en niet nae
+de wyze der Tarters: zy doen die in &rsquo;t wilt, op zommige Eilanden
+ter aenqueeking loopen&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. dl. I, bl. 58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4379src" id="xd0e4379">132</a></span> Vgl. <span lang="en">
+&ldquo;In 1651, ... a decree was issued ordering the people to use coin
+and at the same time prohibiting them from the use of cloth as
+money.... Up to this time, there had always been a party opposed to the
+use of coin that took every opportunity to suppress its use and replace
+it with rice and cloth. Now this party was fast disappearing and though
+they once more succeeded, five years later, in causing the rescission
+of the order to use coin, the people by that time had become so
+accustomed to its use that they began to coin for themselves. ... In
+1678 ... rice and cloth were deprived forever of their monetary
+function&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">M. Ichihars,
+Coinage of old Korea, Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913,
+bl. 61</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#n48.3src" id="n48.3">133</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 ... and in the
+following year, when sending home the king&rsquo;s son, who had gone to
+Peking to have his title to the crown confirmed, a half was remitted
+... <i>Kanghi</i>, <i>Yoongjung</i>, and <i>Kienloong</i>, frequently
+remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans like
+Chinese&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History
+Corea, bl. 288</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&ldquo;Since the Tang dynasty
+overwhelmed Corea, it has had only glimpses of absolute
+self-government; but, at the same time, it has had only brief intervals
+when it had not virtual self-government. Its vassalage to the Manchu
+government, secured at a sacrifice of a few years&rsquo; dispeace and
+slaughter, and of some further years of somewhat severe taxation, has
+mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly tribute is <i>
+sent</i> in to Peking, accompanied by a host of merchants, who bring
+back profits much greater than the amount of the tribute&rdquo;</span>
+(<span class="bibl">Ross, a. v., bl. 365</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4418src" id="xd0e4418">134</a></span> = Zuidland, of Land der
+zuidelijke barbaren?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4425src" id="xd0e4425">135</a></span> &ldquo;Hy [Eibokken] heeft
+Goud en Zilver mynen aldaer gezien; ook die van Kooper, Tin en Yzer.
+Zilver is daer in groote menigte, &rsquo;t geen aen byzondere luiden
+werd toegestaen te delven, daer dan de Koning zijn recht van trekt,
+&rsquo;t Kooper is daer zeer blank, en van heldere klank. Goud aderen
+had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat zelfs eenig Zandgoud van de grond
+eeniger rivieren op gedoken had; doch werden de Goudmynen niet zoo veel
+geopent, als die van Zilver, of ander metaal. Waer van de reden hem
+onbewust was&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl.
+I, bl. 58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4441src" id="xd0e4441">136</a></span> <span lang="en">&ldquo;All
+scales are issued by the Board of Works and are branded annually, at
+the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town aediles
+respectively&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea,
+China Review XIV, bl. 29</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4453src" id="xd0e4453">137</a></span> &ldquo;De spraek op Korea,
+heeft in klank geen gemeenschap met &rsquo;t Sineesch, &rsquo;t geen
+Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche Tael zeer wel
+spreekende<a class="noteref" id="xd0e4455src" href="#xd0e4455">138</a>,
+van de Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen
+malkanders schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften;
+<i>Oonjek</i> is een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende
+alle de letteren aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene
+man; de andere lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei&rdquo;
+(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl.
+59</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4455src" id="xd0e4455">138</a></span> <span class="bibl">
+Witsen&rsquo;s lijst van Koreaansche woorden (2<sup>e</sup> dr. dl. I,
+bl. 52&ndash;53)</span> zal van Eibokken afkomstig zijn.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4473src" id="xd0e4473">139</a></span> lees: &ldquo;ende
+geschriften, &rsquo;t land ende de overheijt rakende, geschreven. Het
+tweede is....&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4478src" id="xd0e4478">140</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+poorer women ... though never at school, they can all, or almost all,
+use the Corean alphabet, which is the most beautiful and complete we
+know; for one can learn it almost at a sitting&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Ross, Hist. Corea, bl. 315</span>).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;... the Corean alphabet, for simplicity and utility,
+is the best known to me&rdquo;</span> (bl. 377).&mdash;Vgl. <span
+class="bibl" lang="en">J. S. Gale, The Korean Alphabet. (Transactions
+Korea Branch R. A. S., IV, part I, 1912, bl.
+13&ndash;61)</span>.&mdash;<span lang="fr">&ldquo;La clart&eacute; de
+l&rsquo;esprit cor&eacute;en appara&icirc;t dans la belle impression
+des livres, dans la perfection de l&rsquo;alphabet, le plus simple qui
+existe, dans la conception des caract&egrave;res mobiles o&ugrave; il a
+atteint le premier ...&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">M.
+Courant, Bibliographie cor&eacute;enne, I, 1895, Introduction, bl.
+CLXXXVIII</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4501src" id="xd0e4501">141</a></span> lees: drukplaeten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4504src" id="xd0e4504">142</a></span> <span lang="de">&ldquo;Die
+Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie j&auml;hrlich ... ihren
+Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
+Anerkenntnisz der Vasallenschaft.&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, Band III (1834) bl.
+594)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4516src" id="xd0e4516">143</a></span> &ldquo;De Koning werd zoo
+zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen woonen, gelooven dat hy
+van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen onze luiden zulks
+voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den Koning uit gaet, en
+van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat zy het Jaer achten te
+zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, daer hy zich
+vertoont&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl.
+57</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;The king rarely leaves the
+palace to go abroad in the city or country. When he does, it is a great
+occasion which is previously announced to the public. The roads are
+swept clean and guarded to prevent traffic or passage while the royal
+cort&eacute;ge is moving. All doors must be shut and the owner of each
+house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
+dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
+the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
+should look down upon his majesty. Those who think they have received
+unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
+stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched on a
+hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer or
+receives the written petition held in a split bambo&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+222</span>).&mdash;&ldquo;Het Hof van den Koning, is omtrent zoo groot
+als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde steen en
+klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, als of het
+hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen zijn, zoo
+groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen onthoud zich
+ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, maer een echte
+Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van Meester Eibokken,
+was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy een boog konde
+spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende dus den booge
+met zijn eene hand uit&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. I, bl. 59</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4542src" id="xd0e4542">144</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first sending an
+envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by five others
+(of 2nd rank and over) to meet them at successive stages and escort
+them with all possible comfort to S&ecirc;ul, where they are first
+entertained at a &ldquo;dismounting banquet&rdquo;. The next and
+following days the heir and other members of the royal family, heads of
+public offices &amp;c., each give a banquet in turn. (All these
+banquets are repeated when the envoys take their departure). When the
+envoys first arrive at their hotel, the heir advances with the various
+high officers, and makes two obeisances. When they take their
+departure, the same ceremony is repeated outside the ...
+Gate...</span></p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">The annual homage envoy</span> [aan
+den Keizer te Peking] <span lang="en">is conducted from the palace by
+the Corean court officials with great ceremony to his hotel, and music
+is used even on fast days; a number of articles of local produce are
+taken with him, and special other articles are sent on the
+emperor&rsquo;s birthday and with formal state communications; these
+usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, shells,
+scents, pencils, dried fruits, candles &amp;c.&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China Review XIV,
+127</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;The formal reception by the
+king ... is equally intricate and complicated, and comprises the
+grovelling on the ground by his majesty, three knocks of the head, and
+the shouting out standing up of the words: &ldquo;Live for ever&rdquo;
+..., with his hands reverently raised to his forehead. This is done in
+the presence of his relatives, a full court, and the Chinese envoys.
+Music, bows &amp;c., are all regulated with extreme
+nicety&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, a. v., bl.
+134</span>).&mdash;(Dat de Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot
+buiten de stad te gemoet gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4567src" id="xd0e4567">145</a></span> Blijkbaar eene
+verschrijving voor: 1663.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4574src" id="xd0e4574">146</a></span> Saijsing. Deze havenplaats
+in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) is op geen kaart aangetroffen;
+eenige regels later wordt zij Naijsingh genoemd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4577src" id="xd0e4577">147</a></span> Sunischien = Syoun-Htyen,
+34&deg; 33&prime;&ndash;124&deg; 56&prime; (<span class="bibl" lang=
+"fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 16**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4583src" id="xd0e4583">148</a></span> Namman = Nam-Ouen, 35&deg;
+18&prime;&ndash;124&deg; 38&prime; (a. v., 10**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4586src" id="xd0e4586">149</a></span> lees: voor de terecht
+gecomen[e] = voor de in Japan aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4602src" id="xd0e4602">150</a></span> &ldquo;Haere schepen zijn
+achter plat, en hangen daer zoo wel als voor, wat over het water;
+gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn tegen uitlands geschut
+niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, als met byzonder verlof,
+ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn de vaertuigen daer toe
+onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet &rsquo;er weinig of geen
+yzer aen; &rsquo;t hout is in een gevoegt, d&rsquo;ankers zijn van
+hout; hun meeste vaert is op Sina&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>; Bericht van Eibokken).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;The Coreans are not a seafaring people. They do not
+sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and stern
+of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together with
+wooden nails. They use round stems of trees in their natural state, for
+masts. The sails are made of straw, plaited together with cross-bars of
+bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail very well
+within three points of the wind, and the fishermen are very skilful in
+managing them&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, bl. 195</span>).&mdash;&ldquo;Schoon [de Kore&euml;rs] op
+Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb56n" href="#pb56n">56</a>]</span>en op wat streek
+het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die de gevangenen
+Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, werwaerts zy de
+vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, alzoo geen kaert hadden,
+en niemand van hen daer ooit hadde geweest&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 44</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4629src" id="xd0e4629">151</a></span> &ldquo;November 1664. Den
+27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, die hoe wel over
+d&rsquo;Indien gaende, sich groot, maer om de verre af-wesentheyt hier
+selden klaer, en meest waterachtigh dampich liet sien, hare staert is
+eenmael op 180. mijlen en noch grooter afgespeculeert geweest:
+Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot Nieu-jaer 1665. de staert west
+behoudende, die verloor, en twee daghen als den lest en eersten dagh
+van&rsquo;t Jaer als een bedompte Maen sonder staert verschijnende,
+eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje sich vertoonden, doch
+seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven Engelant recht nae
+Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot en helder tot 3 uren
+&rsquo;s nachts verscheen: Loopende voorts tot op 46. graden, doch was
+altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, kleyn van staert, dan
+grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in zijn ondergang, ten westen
+over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers oordeelden dat hy omtrent de
+Tropicus Capricorni moste staen, en seer diep in den Hemel, zijn staert
+en lichaem was gecomposeert (als men met een Verkijcker daer op
+speculeerde) van een oneyndelijck getal kleyne Sterrekens gelijck den
+vloet Eridanus.&rdquo; (<span class="bibl">Hollantze Mercurius XV
+(1665), bl. 183</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Over deze komeet is geschreven door Johannes
+H&ouml;welcke (Hevelius), die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne
+waarnemingen komen voor in de Mantissa van zijn werk &ldquo;Prodromus
+Cometicus&rdquo; (1665) en in zijn &ldquo;Machina Coelestis&rdquo; II,
+439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen der baan gebruikt door
+Halley (<span class="bibl" lang="la">Tabulae astronomicae, London
+1749</span>) en opnieuw door Lindel&ouml;f (<a id="xd0e4640"></a><span
+class="bibl" lang="la">De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
+Helsingfors 1854</span>). (Mededeeling van den Heer J. Weeder,
+conservator aan de Sterrewacht te Leiden).&mdash;Voor gelijktijdige
+berichten, zie ook <a href="#b.vi">Bijlage VI</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4650src" id="xd0e4650">152</a></span> &ldquo;De Keizer [eene
+verschrijving voor Koning] oefent zijne krygsluiden dikmael, en doet
+die dan vechten tegen malkander, verbeeldende het eene gedeelte <i>
+Kore&euml;rs</i> en het andere <i>Japanders</i>, doch de <i>
+Japanders</i> schieten in&rsquo;t gemeen te kort, en veinzen zich te
+vlieden; na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester
+Eibokken zag &rsquo;er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen
+malkander zoo stryden, dienende hy te dier tijd voor lijfschut&rdquo;
+(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 59</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4668src" id="xd0e4668">153</a></span> Vgl. &ldquo;... heden
+wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn Keyserlijcke
+Maij<sup>t</sup> in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, daer
+van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is ontset
+geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
+geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
+ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh in
+&rsquo;t zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
+mogelijck bevrijt mochte sijn&rdquo; (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4674src" id="xd0e4674">154</a></span> In 1619 (zie <a href=
+"#pbxxxiii">Inleiding, bl. XXXIII</a>).&mdash;Vgl. <span class="bibl"
+lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 93&ndash;105, 7 Nov.&ndash;23
+Dec. 1618</span>; en <span class="bibl">J.W. IJzerman, Over de
+belegering van het fort Jacatra</span>: &ldquo;Jacatra, 7 Nov. 1618
+&ldquo;&rsquo;S morgens tegen den dach sach ick de commeetstarre met
+een stardt recht boven de looghe vers[ch]ijnen&rdquo; (Bijdr. Kon.
+Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4686src" id="xd0e4686">155</a></span> Vgl. <span lang="en-1600">
+&ldquo;The people in this place [Firando] did talke much about this
+comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, and
+many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, and
+whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto which I
+answerd that such many tymes have byn seene in our partes of the world,
+but the meanyng therof God did know and not I etc.&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 94&ndash;98, Nov.
+1618</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4707src" id="xd0e4707">156</a></span> Uitg.-Saagman heeft:
+&ldquo;op de zee-cant&rdquo;. Uitg.-Stichter en Van Velsen: &ldquo;bij
+de Zeekant&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4710src" id="xd0e4710">157</a></span> &ldquo;Zy zijn zeer
+achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of ongeluksteekenen: hy
+[Eibokken] hadde een der Konings paerden zien dooden, om dat het ter
+poorte, met den Koning uit reidende, aerzelde, &rsquo;t geen voor een
+ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks tot verzoeninge, en
+voorkominge van alle onheil&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 57&ndash;58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4719src" id="xd0e4719">158</a></span> &ldquo;Het Buskruit zoo wel
+als den Druk, is van voor duizend jaer by hen, zoo zy zeggen, bekent
+geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel van andere gedaente als
+hier te Lande, want zy bedienen zich slechts van een klein houtje, voor
+scherp en achter stomp, &rsquo;t geen in een tobbe waters werd
+geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, na allen schijn zal
+daer binnen in de Magnetische kracht verborgen zijn: acht streeken
+winds weten zy te onderscheiden. De Compassen zijn ook van twee houtjes
+kruiswys over malkander gelegt. <span class="pagenum">[<a id="pb59n"
+href="#pb59n">59</a>]</span>daer van een der einden, &rsquo;t geen
+Noorden wyst, wat vooruit steekt&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>. Bericht van Eibokken).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4742src" id="xd0e4742">159</a></span> &ldquo;Die geene, welke aen
+de daer gevangene Ne&ecirc;rlanders, het vaertuig hadden verkoft, waer
+mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, met de dood zijn
+gestraft; zoo streng is daer de Wet&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4751src" id="xd0e4751">160</a></span> wijffel maent =
+kentering-maand. Vgl.: &ldquo;opdat wij gesamender handt met een goede
+vloote <i>in &rsquo;t weyffelen van &rsquo;t mousson</i> weder naer
+Java mogen keeren.&rdquo; (<span class="bibl">G.G. Coen naar de
+Molukken dd<sup>o</sup> 18 Febr. 1619.&mdash;Coen, uitg. Colenbrander,
+II, 1920, bl. 512</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Southerly winds
+blow from the middle of May, and often even from April, until the end
+of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west monsoon)
+prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April ... prevails
+until the middle or end of September.... But the regularity with which
+the monsoons set in and blow on the Chinese coasts is unknown in
+Japan.... North and West winds prevail in winter, South and East winds
+in summer&rdquo; ... &ldquo;North-east monsoon is inapplicable to the
+coasts of Japan and their vicinity, with the exception of the southerly
+islands.&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Dr. J.J. Rein, The
+Climate of Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part
+III, 1878, bl. 507, 509</span>).&mdash;&ldquo;... goedgevonden te
+recommanderen die costelijcke retourschepen uijt Japan nae Taijouan
+v&oacute;&oacute;r 15, 20&ndash;25 October niet te largeren als wanneer
+den noordewint stant heeft gegrepen ende geen suijde stormen ... meer
+te verwachten zijn&rdquo; (Regeering Batavia naar Taijoan, 2 Mei
+1644).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4774src" id="xd0e4774">161</a></span> vooreb&mdash;een gewone
+zeemansuitdrukking. Men heeft <i>vooreb</i> en <i>achtervloed</i>, <i>
+voorvloed</i> en <i>achtereb</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4789src" id="xd0e4789">162</a></span> Uitg.-van Velsen:
+&ldquo;lieten de ban uytstaen&rdquo;. Uitg.-Stichter: &ldquo;lietent
+soo de ban uytstaen&rdquo;, wat echter geen zin geeft.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4792src" id="xd0e4792">163</a></span> lees: praijde.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4823src" id="xd0e4823">164</a></span> Hier vermoedelijk
+flambouwen van visschers onder den wal. Eigenlijke blikvuren&mdash;in
+dien tijd misschien al in gebruik aan boord van schepen&mdash;bestonden
+uit een sterk lichtgevende sas die in een houten huls werd bewaard, en
+werden tot in den jongsten tijd gebruikt om bij nacht de aandacht op
+zich te vestigen of seinen te geven.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4839src" id="xd0e4839">165</a></span> boegseerden.&mdash;In
+Compagnie&rsquo;s papieren der 17<sup>e</sup> eeuw vindt men veelal
+&ldquo;boucheren&rdquo; voor &ldquo;boegseeren&rdquo;. Vgl. <a href=
+"#pbxvi">Inleiding, bl. XVI, noot 4</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4848src" id="xd0e4848">166</a></span> In de uitg. Saagman en
+Stichter: &ldquo;gecocht&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4892src" id="xd0e4892">167</a></span> In de gedrukte uitgaven van
+het Journaal is de ondervraging door den Gouverneur geheel weggelaten
+en van de bemoeienis der tolken eene andere voorstelling gegeven.
+Uitg.-Stichter en Van Velsen: &ldquo;aen landt ghebracht, ende van des
+Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, die ons alles ondervraeght hebbende,
+prees ons seer, dat wy ... enz.&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4905src" id="xd0e4905">168</a></span> Dit wordt niet bevestigd
+door het te Nagasaki aangehouden Dagregister.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4925src" id="xd0e4925">169</a></span> Zie <a href="#b.i.e">
+Bijlage I<i>e</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5236src" id="xd0e5236">170</a></span> opgestempt = vooraf
+besproken, beraamd, b.v.: &ldquo;De gedachte aan valschheid en
+opgestemd bedrog&rdquo;. Bilderdijk. Zie <span class="bibl">Wdb. der
+Nederl. Taal dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5507src" id="xd0e5507">171</a></span> De nieuwe Gouverneur was al
+eenige dagen vroeger te Nagasaki aangekomen. Zie <a href="#b.i.j">Bijl.
+I<i>j</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5530src" id="xd0e5530">172</a></span> Zie <a href="#pbxxvi">
+Inleiding, bl. XXVI</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5537src" id="xd0e5537">173</a></span> Het volgende slot komt in
+de vroegere uitgaven van het Journaal niet voor.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+<div class="back"><span class="pagenum">[<a id="pb75" href=
+"#pb75">75</a>]</span>
+<div id="bij" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Bijlagen</h2>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span>
+<div class="div2" id="b.i">
+<h3 class="normal">I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE
+SCHIPBREUKELINGEN.</h3>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Japan.</h4>
+
+<p id="b.i.a"><i>a</i>. 1666. September. Dinsdag 14<sup>en</sup>
+ditto.... Voor drij dagen begon hier tijdinge te lopen hoe de hr van
+Gottho aen dese Stadts Gouverneur Zinsabrod.<sup>e</sup> bij missive
+hadt laten weten datter agt Europianen op een wonderlijcke wijse
+gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen vaertuijgh in sijn Eijlanden
+waeren aengecomen, ende die hij met d&rsquo; eerste gelegentheijt van
+weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; gemelte tijdinge worden
+alle uuren met soo veel veranderinge in de omstandigheijt van dien
+vertelt dat men niet en wist wat daer van te dencken weijniger te
+schrijven, tot huijden vroegh als wanneer verstonden dat gemelte
+vreemde vaertuijgh ende volck d&rsquo; verleden nacht van Gottho hier
+was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van alles waren
+ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op &rsquo;t
+Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke
+a<sup>o</sup> 1653 &rsquo;t Jacht de Sparwer door een vijfdaegse
+schrickelicke storm den 16<sup>e</sup> Augustus op &rsquo;t Quelpaerts
+Eijlant hadden helpen verliesen, zijnde dese acht personen genaemt</p>
+
+<p>Hendrick Hamel van Gurcum a<sup>o</sup> 1651 met de Vogel Struijs in
+India gecomen voor boss<sup>r</sup> naderhant verbetert tot bouckhouder
+met 30 gl. p<sup>r</sup> maent.</p>
+
+<p>Govert Denijs van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met N. Rotterdam int
+lant gecomen voor schiemansmaet.</p>
+
+<p>Denijs Goverts zoon van d<sup>o</sup> Govert, als boven in &rsquo;t
+lant gecomen voor jongen met 5 gl.</p>
+
+<p>Matthijs Bocken van Enckhuijsen a<sup>o</sup> 1652 met de schip N.
+Enckhuijsen in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. p<sup>r</sup>
+maent.</p>
+
+<p>Jan Pieters van Heerenveen, bossr<sup>r</sup> van &fnof;&nbsp;11
+p<sup>r</sup> maent daer voor in India gecomen a<sup>o</sup> 1651 met
+d&rsquo; Vogel Struijs.</p>
+
+<p>Gerrit Jans van Rotterdam a<sup>o</sup> 1648 met Zeelandia in India
+g&rsquo;comen <span class="pagenum">[<a id="pb78" href=
+"#pb78">78</a>]</span>voor jongen, naderhant verbetert voor matroos met
+10 guldens.</p>
+
+<p>Cornelis Dirks van Amsterdam a<sup>o</sup> 1651 met &rsquo;t schip
+de Walvisch in &rsquo;t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter
+maent.</p>
+
+<p>Benedictus Clerck van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met Zeelandia in
+India gecomen voor jongen a 5 gl. ter maent.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&rsquo;K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier
+in &rsquo;t lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van
+13 jaeren diese onder d&rsquo;Eijlanders van Corre hebben gesworven, is
+wedervaren, dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs
+soude vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable
+menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van
+gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voorn<sup>de</sup> Quelpaerts
+Eijlant aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op
+bewaert en naderhant op d&rsquo; eijlanden van Corre gebragt sijn,
+wordende dikwils van de eene plaets naer d&rsquo;ander gevoert
+mitsgaders doorgaans seer sober en armelijck getracteert, sulcx nu en
+dan 20 personen van haer geselschap sijn komen te sterven en sij 16
+starck overgeschooten welcke overige acht die op &rsquo;t vertreck van
+voorsz. acht menschen uijt Corre, nogh in&rsquo;t leven en hier en daer
+in&rsquo;t lant verspreijt waeren, uijtgenomen drie diese om de minste
+suspitie te geven op hunne vlugt van daer in huijs gelaten, sijn
+genaemt</p>
+
+<p>Johannes Lampen van Amsterdam assistent</p>
+
+<p>Hendrick Cornelisz van Vrelant</p>
+
+<p>Jan Claes van Dort, cock</p>
+
+<p>Jacob Jans van Vleekeren</p>
+
+<p>Sander Boesquet van Lith</p>
+
+<p>Jan Jansz Spelt van Uijtrecht</p>
+
+<p>Anthonie Uldircksz van Grieten</p>
+
+<p>Claes Arentsz van Oostvoort.</p>
+
+<p>Den Gouverneur Zinsabrod<sup>e</sup> als hij de eerste genoemde acht
+persoonen bij ons op &rsquo;t Eijlant sont, liet ons daernevens door de
+Tolcken aenseggen dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe
+wonderlijck dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer
+vrijdom te becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh
+hadden bestaen haer leven te wagen, SijnEd<sup>le</sup> wilde daer over
+naer Jedo oock schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe
+wij&rsquo;t met dit volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij
+lieten SijnEd<sup>le</sup> voor dese goede voorsorge <span class=
+"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span>ten hoogsten
+bedancken en seggen dat we ons naer Zijn beveelen gehoorsaemelijck
+gedagten te schicken.</p>
+
+<p>Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen
+vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint
+tot beneffens d&rsquo;Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den
+10<sup>en</sup> ditto door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn
+geweest (hoe wel tegens haer danck) haven te soecken, sonder te weten
+waer datse waren en of se bij vrunden of vijanden quamen.</p>
+
+<p>&rsquo;T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het
+gesalveerde volck van de Sperwer op&rsquo;t Eijlant Quelpaert waeren,
+en in 8 maenden niet en wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre
+daer bij haer gecomen is een out man gelijckende wel een Hollander
+(zijnde apparentelijck bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck
+van Corre versogt en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle
+besien te hebben, ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt
+ghij ende uijt haer verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben
+oock een Hollander, geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz.
+Weltevreen ende heb hier al 26 jaren geweest, <i>verhaelende wijders
+hoe hij a<sup>o</sup> 1627 op &rsquo;t Jacht Ouwerskerck hadde
+gevaeren, Item dat hij op seecker joncque door gemelte Jagt in dit
+Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, en omtrent dese Eijlanden
+vervallen was</i><a class="noteref" id="xd0e5673src" href=
+"#xd0e5673">1</a> met eenige van sijn geselschap aen lant gevaeren om
+waeter te haelen en nevens twee andere persoonen door d&rsquo;
+Chineesen gevangen geworden, mitsgaders dat voorn. twee mackers ten
+tijde als dese Eijlanden van de Tartaren wierden ingenomen, waeren
+dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen was op &rsquo;t afscheijt
+van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in&rsquo;t leven ende een
+man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte Dagelijckse
+aenteijckeninge van &rsquo;t gepasseerde en voorgevallene in Japan ten
+Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm Volger,
+Opperhooft, aldaer, beginnende den 28<sup>n</sup> October anno 1665 tot
+den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in Overgek.
+Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).</p>
+
+<hr class="tb">
+<p id="b.i.b"><i>b</i>. 1666. October. Sondagh 17<sup>o</sup>
+d<sup>o</sup>... op van dage lieten door de Tolcken (gelijck wij
+meenden om &rsquo;t welstaen) aan de Gouverneurs versoecken off we de
+acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier aengecomen
+mede naer Batavia mochten voeren, &rsquo;t welck ons wiert afgeslagen
+<span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span>met
+voorgeven dat dies aengaende van &rsquo;t Jedosche Hoff nog geen ordre
+off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, ondertusschen
+zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese arme menschen
+licht hier noch een jaer dienen over te blijven &rsquo;t welck voor
+haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Nagasaki naar Batavia.</h4>
+
+<p><i>c</i>. Aen de Ed<sup>le</sup> Heer Joan Maetsuijker Gouverneur
+Generael en d&rsquo;Ed<sup>le</sup> Heeren Raden van India.</p>
+
+<p>Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op
+14<sup>den</sup> passado uijt de Correse Eijlanden op een
+wonderbaerlijke wijse teregt gecomen en door den Gouvern<sup>r</sup>
+Zinsabrod<sup>e</sup> bij ons op &rsquo;t Eijlant gesonden 8 personen
+die a<sup>o</sup> 1653 het Jagt de Sperwer op&rsquo;t Quelparts Eijland
+(gelegen omtrent ...<a class="noteref" id="xd0e5720src" href=
+"#xd0e5720">2</a> mijlen benoorden<a class="noteref" id="xd0e5723src"
+href="#xd0e5723">3</a> Firando) hebben helpen verliesen, sijnde
+d&rsquo;eene van haer d&rsquo;Boechouder van gemelte schip genaemt
+Hendrik Hamel en d&rsquo;andere 7 matroosen op haer vlugt met een kleen
+vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op gemelte
+Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen 8 personen
+gaen nevens desen met d&rsquo;Esperance meede na Batavia uijt wien en
+uijt hetgeen daervan in ons Dagreg<sup>r</sup> op voorschr. datum staet
+aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.</p>
+
+<p>Nangasackij adij 18<sup>en</sup> October anno 1666.</p>
+
+<p>Uwe Ed<sup>ls</sup> onderdanige dienaers en was getekent Wilhem
+Volger, Daniel Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no.
+11725).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Rapport.</h4>
+
+<p id="b.i.d"><i>d</i>. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed
+Heer Joan Maetsuijcker Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van
+India overgelevert door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen
+Opperhooft in Japan met mijn verschijning van daer op Batavia.</p>
+
+<p>... Wij en hadden in&rsquo;t alderminste niet getwijffelt gelijck in
+meergenoemde missive<a class="noteref" id="xd0e5751src" href=
+"#xd0e5751">4</a> oock is geschreven off de acht persoenen van &rsquo;t
+verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia gegaen ende
+voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer 13 jaeren in de
+<span class="pagenum">[<a id="pb81" href=
+"#pb81">81</a>]</span>eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en
+schriftelijck te verhaelen. Hoewel &rsquo;t tot mijn en insonderheijt
+deser arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen
+aengesien den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt
+uijt Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken &rsquo;t
+selve plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen
+ordre van &rsquo;t Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij
+twijffelde of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden
+ontbooden en aen de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer
+toegestaen wierde van hier te vertrecken; tot wat eijnde&mdash;offt al
+gebuerde&mdash;dit dan noch geschieden soude, seijde hij niet; &rsquo;t
+is evenwel niet apparent dattet daer toe comen sal gelijck UEd binnen
+corten p<sup>r</sup> d&rsquo;een of d&rsquo;andere joncque van daer wel
+aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt &rsquo;et voor deese
+bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te moeten overblijven
+eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben van haer luijden
+versocht en heb aengenomen om UwEd<sup>len</sup> haerenthalven te
+bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat &rsquo;et
+UweEd<sup>len</sup> doch wilde believen d&rsquo;oogen van
+barmherticheijt over hunne armelijcke conditie te laeten gaen ende
+soodanige ordre te geeven datse wederom in &rsquo;s Compes soldij
+boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten mochten, wij ende
+sij bidden noghmaels dat UwEd<sup>ls</sup> hierin naer Haere
+aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven
+1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no.
+11725).</p>
+
+<p>In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt
+naar Nagasaki bericht dat de Esp&eacute;rance 30 November 1666 te
+Batavia is aangekomen en dat is &ldquo;overgeleverd door den E. Willem
+Volger [die aan boord van de Esp&eacute;rance was medegekomen] UE.
+aangename missive van 18 October a<sup>o</sup> verleden, mitsgaders
+desselfs particulier rapport&rdquo;.</p>
+
+<p>In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 Oct. t.
+v. zegt de Bataviasche Regeering: &ldquo;Wij willen ook niet twijffelen
+of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen die van Corre soo
+miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende &rsquo;t verleden jaar
+daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts laten
+comen&rdquo;.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Japan.</h4>
+
+<p id="b.i.e"><i>e</i>. 1666. October. Woensdag 25<sup>e</sup>
+d<sup>o</sup> ... heden morgen omtrent 9 uuren comen de gesamentlijcke
+tolken uijt den naem van den Gouvern<sup>r</sup> mij <span class=
+"pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82">82</a>]</span>aendienen dat de agt
+Nederlanders op den 14<sup>en</sup> September uijt Correa hier
+aengecomen met haer ten huijse van den Gouvern<sup>r</sup> Canama
+Gonnemond<sup>e</sup> moesten gaen omme andermael in presentie van den
+opreijsende Stadvoogt Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik<a class=
+"noteref" id="xd0e5802src" href="#xd0e5802">5</a> liet deselve roepen
+ende gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen.
+Wat vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet
+ons met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen
+gemelte Nederlanders weder op &rsquo;t Eijlant en gevolgelijck
+rapporteerden den boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem.
+Gouvern<sup>r</sup> waren gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom,
+alsmede den handel en wandel der Correers, wat cleeding sij droegen,
+haer geweer, manieren van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen
+als Chinesen in &rsquo;t lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders
+daer noch gebleven waren etc<sup>a</sup>. ende naer datse haer op ijder
+vraeg contentement gegeven hadden, wert haer gelast weder naer &rsquo;t
+Eijlant te keeren; of dese luijden door de Keijserlijke
+Majes<sup>t</sup> gelargeert zijn, connen noch niet te weete comen.</p>
+
+<p id="b.i.f"><i>f</i>. 1667. 17 Februari ... &rsquo;t vertreck der 8
+Nederlanders uijt Correa, alsmede de verlossinge dergeenen die daer
+noch verbleven waren, soude bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van
+Nagasaki] in gedagten gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn
+Confrater [die destijds zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol.
+Arch. no. 1155).</p>
+
+<p><i>g</i>. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen
+schrijver de versoecken tot bevorderingh van &rsquo;t vertreck der 8
+Nederlanders uijt Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt
+wesende ... leverden wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van
+Nagasaki] gemelte geschrifje over, onder versoeck &rsquo;t selve in
+achtingh geliefde te nemen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.</h4>
+
+<p><i>h</i>.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden
+wij aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens
+&rsquo;t ontslaeken der Corese matrosen.... over.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Japan.</h4>
+
+<p id="b.i.i"><i>i</i>. 1667. October. Saterdagh 22<sup>en</sup>.
+Niettegenstaande dat het seer regenagtigh weeder was, hebben wij op
+heden de fluijtschepen de Witte Leeuw en de <span class="pagenum">[<a
+id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span>Spreeuw directelijck met een
+cargasoen ten bedrage van &fnof;&nbsp;475724.15.3 bestaende in 4
+duizend picol staefkoper, 250 picol campher, 35 Japanse zijde rocken
+nevens 80 kisten zilver, naar Batavia gedepecheert. Godt [de] Heere
+geve datse behouden mogen vaeren.</p>
+
+<p>Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier
+aengecomen, zullen mogen vertrecken.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.</h4>
+
+<p id="b.i.j"><i>j</i>. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van
+Nangasackij Sinsabrodonne om den ouden Gouvern<sup>r</sup>
+Gonnemond<sup>e</sup> te vervangen, al eenige dagen afgecomen was,
+hebben wij niet eerder als op dato deser licentie connen bekomen dat de
+8 Nederlanders uijt Corree &rsquo;t voorleden jaer hier aengecomen,
+zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d&rsquo; selve
+p<sup>r</sup> de fluijt de Spreeuw tot UEd<sup>le</sup> noch bij desen
+over.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.</h4>
+
+<p id="b.i.k"><i>k</i>. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7
+persoonen te samen geweest sijnde op &rsquo;t jacht de Sperwer
+a<sup>o</sup> 1653 aen een der Corese eijlanden verongeluckt en sedert
+aldaer gevangen gehouden tot verleden jaer dat se met een cleijn
+vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij de onse aengelandt sijn, In
+Rade versocht hebbende om licentie om met de gereede schepen na
+&rsquo;t vaderlandt te vertrecken ende dat hare gagie van de tijt harer
+detentie haer mede mochte goet gedaen worden, Soo is nae deliberatie
+goet gevonden haer het eerste toe te staen, maer het tweede als
+strijdigh metten Generalen articulbrief af te slaen, maer dat haer
+reeckening weder aenvangh sal hebben genomen van de tijt dat weder tot
+Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde geweest den 14<sup>en</sup>
+September verleden jaers, doch aengesien eenige niet meer dan jongens
+gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de &rsquo;t huijsreijze
+op 9 gl. ter maent te stellen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Generale Missive, 25 Jan. 1667.</h4>
+
+<p><i>l</i>. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een
+cleen vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot
+Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in&rsquo;t jaer 1653
+op&rsquo;t Quelpaerts eijland met &rsquo;t jacht de Sperwer
+verongeluckt en sich aldaer 36 menschen gesalveert hadden&mdash;maer
+waeren van de Coereesen seer armelijck getracteert en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84">84</a>]</span>soo nu en dan van
+&rsquo;t eene eijland nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt
+van 13 jaeren dat aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te
+sterven,&mdash;waervan 8 gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel
+visschers vaertuijgjen sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch
+gebleven, onder anderen verscheen daer bij haer een out man die seijde
+in cromduijts dat hij ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp,
+genaemt Jan Janszen Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en
+dat hij a<sup>o</sup> 1627 op &rsquo;t jacht Ouwerkerck had gevaeren
+<i>en bij geval met een Chineese jonck aldaer was geraeckt</i>, hoe de
+vordere Nederlanders die daer verbleven en d&rsquo; andere aght die tot
+Nangasacki sijn comen vluchten genaemt sijn, worden met naemen en
+toenaemen in &rsquo;t Japanse dagregister op 14<sup>n</sup> September
+1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te gaen,
+diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8
+Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken,
+dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover
+nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven
+1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Generale Missive, 23 Dec. 1667.</h4>
+
+<p><i>m</i>. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en
+met seer goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck
+gedanckt) de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen
+nae datse van daer den 23 October vertrocken waren....</p>
+
+<p>De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige
+gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw alhier
+behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek (Japan). Kol.
+Arch. no. 1152).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Patriasche Missiven.<a class="noteref" id="xd0e5905src" href=
+"#xd0e5905">6</a></h4>
+
+<p>20 Nov. 1667.</p>
+
+<p id="b.i.n"><i>n</i>. T&rsquo; is wonderlijck &rsquo;t geene UE. van
+die arme menschen haer van de Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese
+Eijlanden gesalveert, en daer tot noch toe als gevangen gehouden, en
+daer onder van een oudt man all van den jaere 1627 off daeromtrent daer
+geweest sijnde, en waervan acht in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De
+voorsz. luijden sullen van de gelegentheijt van die Eijlanden,
+mitsgaders off en wat aldaer soude connen te doen vallen, ongetwijffelt
+eenich bericht cunnen geven. Conde <span class="pagenum">[<a id="pb85"
+href="#pb85">85</a>]</span>voor de resterende gevangens inde voorsz.
+Eijlanden noch verbleven, haer vrijdom mede worden geprocureert soude
+een pieus officie wesen.</p>
+
+<p>22 Aug. 1668.</p>
+
+<p id="b.i.o"><i>o</i>. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van
+diegeene die in&rsquo;t jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck
+geleden en haer daer aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van
+dertien jaeren en 28 daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh
+dan gedetineert sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en
+van den handel die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders
+gelesen <i>het verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd</i>.
+En dewijle wij daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer
+handel en logie hebben, en &rsquo;t selve lant onder anderen medetrect
+Peper, Sappanhout, Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede
+soodanige waeren als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder
+gemeent wort dat de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant
+sijnde, mede wel van het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in
+bedencken genomen off het niet goet en dienstich soude wesen onder
+anderen mede onder pretext van de resterende gevangens off gedetineerde
+daer noch sijnde, dat een besendinge derwaerts gedaen wierd, om te
+onderstaen off wij daer tot den handel niet mede souden kunnen werden
+geadmitteert, presenterende de voorsz. luijden haer tot die reijs en
+besendinge in dienst van de Comp<sup>e</sup> weder in te laeten,
+gelijck als sij ons berichten, <i>dat de achtste sijnde den boeckhouder
+bij haer tot Batavia soude sijn gelaten</i>. Volgens het voorsz.
+verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op Pekin
+drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie bij ons
+daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert en
+gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet
+sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten
+Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te
+laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck
+&rsquo;t selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt
+dewijle denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in
+te laeten; Doch alsoo d&rsquo;E. Pieter van Hoorn UE. van die
+gelegentheden lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in
+en omtrent die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen
+meenen ten meesten dienste en voordeele van de Comp<sup>e</sup> te
+strecken. <span class="pagenum">[<a id="pb86" href=
+"#pb86">86</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Resoluties Heeren XVII.<a class="noteref" id="xd0e5937src" href=
+"#xd0e5937">7</a></h4>
+
+<p>10 Aug. 1668.</p>
+
+<p><i>p</i>. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en
+geresolveert dat seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in
+Corea gevangen geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door
+Commissarissen uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de
+hoedanigheijt, constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe,
+mitsgaders om de pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en
+de Vergaderingh daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis,
+werden mits desen versocht en gecommitteert d&rsquo;Heeren Munter,
+Fannius, Lodesteijn en den Advocaat van de Comp<sup>e</sup>. met
+adjunctie van d&rsquo;Heer Thijssz., uijt de Hooftparticipanten.</p>
+
+<p>11 Aug. 1668.</p>
+
+<p id="b.i.q"><i>q</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren
+Commissarissen hebbende in gevolge van de resolutie van gisteren voor
+haar bescheijden en geexamineert het volck in Corea gevangen geweest
+sijnde, soo oock gelesen het request bij deselve gepresenteert,
+tenderende om te hebben betalinge van de gagie haar volgens haar
+sustenue competerende van de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest,
+wesende dertien jaren en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie
+mitsgaders lecture van het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff,
+goetgevonden dat all vooren hier op te resolveren, <i>het schriftelijck
+rapport door deselve overgelevert</i> sal werden gelesen en
+geexamineert, waartoe de gemelte Heeren Commissarissen mits desen
+worden versocht en gecommitteert.</p>
+
+<p>13 Aug. 1668.</p>
+
+<p><i>r</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen
+hebbende in voldoening van de resolutie van den 11<sup>n</sup> deser
+nagesien en <i>geexamineert het verbaal gehouden van het gepasseerde en
+toedracht van saacken in Corea geduerende de aanhoudinge en
+gevanckenisse van die daer jongst van daan gekomen sijn, vervattende
+met eenen de constitutie van het lant aldaar</i>, en de handel die daar
+soude cunnen vallen, waar op sijnde gedelibereert, is goetgevonden en
+verstaan dat de Generaal en de Raden sal werden aangeschreven dat men
+hier niet vreemt daar van soude wesen dat, door een besendinge
+derwaerts te doen, onderstaan wierd off men <span class="pagenum">[<a
+id="pb87" href="#pb87">87</a>]</span>daar tot den handel soude cunnen
+werden geadmitteert, verstaande soo den Generaal en de Raden geen
+andere consideratien daar tegen mochten hebben. Noch is geresolveert
+dat men de voorsz. luijden, sijnde seven in getale, uijt commiseratie
+tot een gratuiteijt sal doen hebben een somme van vijfthien hondert en
+dertigh guldens, te verdeelen als volgt:</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Govert Denijs uijtgevaren voor quartier M<sup>r</sup>
+&agrave; &fnof;&nbsp;14 p<sup>r</sup> mt.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;300.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot
+&fnof;&nbsp;11</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;250.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gerrit Jansz tot 9 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;200.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Cornelis Dircksz tot 8 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;180.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dionijs Govertsz tot 5 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;150.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Benedictus Clercq tot 5 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;150.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;300.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">&mdash;&mdash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;1530.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88">88</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.ii">
+<h3 class="normal">II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE
+SCHIPBREUKELINGEN.</h3>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Nagasaki.</h4>
+
+<p id="b.ii.a"><i>a</i>. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den
+Ottena<a class="noteref" id="xd0e6035src" href="#xd0e6035">8</a> dezes
+Eijlants Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majest<sup>t</sup> de
+acht Nederlanders van &rsquo;t verongeluckte jacht de Sparruwer in de
+jaere 1653 ende waervan anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier
+miraculeus aengelant sijn, van daer gevoirdert en apparent morgen of
+overmorgen ons stinde bij te comen, dat een groote sorge van dees
+Majest<sup>t</sup> voor der Hollanderen zij.</p>
+
+<p>16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup>
+seven Nederlanderen die van &rsquo;t gebleven jacht de Sparruwer
+&rsquo;t zedert anno 1653 haer op &rsquo;t Eijlant Correa erneert en nu
+door last des Majes<sup>ts</sup>. door den Heere van Tzussima van daer
+waren gevoirdert, bij ons op &rsquo;t Eijlant Dezima, <i>zijnde
+d&rsquo;achtste,</i> die de gevlugte acht Nederlanderen aldaer anno
+1666 gelaten hadden, <i>overleden</i>; twee maenden warense van Correa
+door de continueele zuijde winden en breecken der mast van de bercq tot
+hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van Correa met een rocq,
+ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet ende anders beschoncken.
+Item van de H.<sup>re</sup> van Tzussima van eten, drincken en ider een
+rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, mitsgaders aen haer
+sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat ons soo alles door
+des Gouvern<sup>rs</sup> van Nangasackis last schriftelijck door twee
+Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, die den
+Japanse Keijser voor d&rsquo; Hollanderen gedragen heeft, ende een
+merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot nader
+order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, nadien voor
+de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup> noch stonden verhoort te
+werden.</p>
+
+<p>17 d<sup>o</sup> wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten
+huize van de <span class="pagenum">[<a id="pb89" href=
+"#pb89">89</a>]</span>Gouvern<sup>r</sup> Sinsabrod<sup>e</sup> naer de
+gelegentheden van het verongelucken van &rsquo;t schip de Sparruwer in
+de jare 1653, als dat van Correa, ende de frequentatie in de negotie
+met de Japanners ondervraagt, daerse naer waerheit op antwoordden, ende
+sonderlingh geen aantekening tot nutte van d&rsquo;E.Comp<sup>e</sup>
+en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer te mogen vertrecken, daer we
+dan den Gouverneur hertelijcken voor deden bedancken.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4>
+
+<p><i>b</i>. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (<i>waer van
+d&rsquo;achste zedert 1666 overleden is</i>) van &rsquo;t verongelucte
+jacht de Sparruwer &rsquo;t zedert den jare 1653 haer op &rsquo;t
+Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der Majesteijts last van
+daer gevoirdert, ende ons op den 16<sup>en</sup> van de verleden maent
+September toegesonden die met de laetste besendinge met Gods hulpe om
+de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen<a class="noteref" id=
+"xd0e6105src" href="#xd0e6105">9</a> volgen sullen.</p>
+
+<p id="b.ii.c"><i>c</i>. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in
+ons voorig schrijven Uwe Ed<sup>le</sup> eerbiedig van verwittigt is,
+ende zedert den jare 1653 mits het verongelucken van &rsquo;t jacht de
+Sparruwer op &rsquo;t lant van Correa gehouden zijn, gaen nu met
+Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob Lampen van Amsterdam,
+adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, schieman, Jacob Jansen van
+Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit van Liet, boss<sup>r</sup>,
+Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen Spelt van
+Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta&rsquo;pen<a
+class="noteref" id="xd0e6121src" href="#xd0e6121">10</a>.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Generale Missive, 13 Dec. 1668.</h4>
+
+<p><i>d</i>. Op &rsquo;t versoek onser Opperhoofden om de verlossing
+onser acht in Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer
+1653 aldaer verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden
+was, dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met
+Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening om
+deselve aen &rsquo;t eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, dat
+door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit hier
+aengehaelde, en &rsquo;t gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht dat
+de Core&euml;rs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die
+luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers den
+Japander ten minsten ook groot respect draegen. <span class="pagenum">
+[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.</h4>
+
+<p id="b.ii.e"><i>e</i>. We hebben in &rsquo;t nasien der papieren
+bevonden dat den 16<sup>en</sup> September verleden 7 onse lantsluijden
+(die zedert 1653 in Corea hadden gevangen geseten, en waervan ons eerst
+in den jare 1666 kennisse toegekomen is) door bestellinge der Japanse
+Regeeringh uijt hare gevanckenis op &rsquo;t Eijlant Dezima bij UE.
+verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck op Batavia bij ons
+bennen aengelant, &rsquo;t welke een saeke is waervan UE. soo
+vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, de Majest. te
+bedancken of soo &rsquo;t niet en ware geschiet, soude &rsquo;t noch
+moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van seltsame
+voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij een gemeene
+danksegginge door d&rsquo; Opperhoofden gedaen te berusten, maer dat
+UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de Keijserlicke
+Majest<sup>t</sup> soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het zeer
+groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.</p>
+
+<p>Alsoo de H<sup>ren</sup> Meesters in &rsquo;t vaderlant met d&rsquo;
+overcomste der gewesen Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of
+wel aldaer eenigen handel vallen mocht tot voordeel van de
+Comp<sup>e</sup>, dat wij hier na de bekomen bescheijden van diezelve
+luijden en die wij wijders van die gelegentheit hebben, vermenen
+weijnich te zullen beschieten, soo om de armoede des lants als d&rsquo;
+afkeericheijt diese hebben van de vreemdelingen en d&rsquo;
+onwilligheit om die in haer lant toe te laten, sonder noch te spreeken
+van der Tartaren en Japanderen onwil om gemelten handel te gedoogen,
+die alle beijde in gemelte landt groot van respect en vermogen zijn, en
+ook dat aende goede havenen al vrij wat getwijffelt wort, soo sullen
+UE. nochtans dienaangaande tot meerder seckerheijt en gerustheijt in
+die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, sonder acht te nemen op onse
+voorverhaelde aenmerckingen maer op de rechte geschapenh<sup>t</sup>
+der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht te geven even als of
+dat een saecke was die bij de Comp<sup>e</sup> in bedencken quam, maar
+eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge van
+UEd<sup>le</sup> nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij
+omwegen, dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd.
+voorsichtigheijt toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende
+ons zelfs en de H<sup>ren</sup> onse M<sup>rs</sup> daer van te dienen,
+waerop ons zullen verlaten. <span class="pagenum">[<a id="pb91" href=
+"#pb91">91</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4>
+
+<p>5 Oct. 1669.</p>
+
+<p id="b.ii.f"><i>f.</i>... zijnde den 16en April binnen des
+Majest<sup>ts.</sup> paleijs [te Jedo] alvorens onse nedrige
+danckbaarh<sup>t</sup> wegens de verlossingh der seven Nederlanders
+uijt Correa bewesen hebbende ...</p>
+
+<p>Omme van UEd<sup>s</sup> missive van poinct tot poinct te
+beantwoorden soo seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel
+Six in den jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de
+verlossing van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht
+hadde, soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen
+jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen als
+voor de Rijxraden danck te seggen: &rsquo;t welk Hare Hoogheden uijt
+den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij
+bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien
+UEd<sup>le</sup> van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van
+bijsondere voorval is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden
+gedaan, niet en behoorde te laten berusten, maar dat UEd<sup>le</sup>
+bijsonderlick uijt UEd<sup>le</sup> naam daarvoor ordineert
+danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben &rsquo;t bijsonder genoegen
+welke UEd<sup>le</sup> over die weldaat zijt scheppende den
+Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen en
+naar &rsquo;t Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas<a class=
+"noteref" id="xd0e6204src" href="#xd0e6204">11</a> sal (met Godt de
+voorste in Jedo verschijnende) UEd<sup>le</sup> goede intentie met de
+gerequireerde omstandigheden (&rsquo;t zij voor den Keijser selven off
+voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen
+Gouvern<sup>r</sup> zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te
+effectueren.</p>
+
+<p>Naar de constitutie en gelegentheijt van &rsquo;t Eijlant Correa
+hebben hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet
+connen ondervinden dat daar voor de Comp<sup>e</sup> eenigen handel
+soude te drijven wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme
+luijden die haar eenlijck met den lantbouw en visscherij generen,
+anderdeels datse daar met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden
+volgens ons gevoelen die twee magtige potentaten Tater en Keijser van
+Japan niet willen gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de
+vreemdelingen daar <span class="pagenum">[<a id="pb92" href=
+"#pb92">92</a>]</span>quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den
+Japansen monarch sich daartegen stellen en geen Christenen, die hem
+altijt suspect zijn, soo nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte
+altijt bevreest soude wesen dat bij die occasie ons een voet wierde
+gegeven om &rsquo;t Christendom daar voort te planten en zijn Lant soo
+weder in verwarring te brengen. Van desen cant is den toegangh tot dat
+Eijlandt ijdereen op dootstraffe verboden, excepto den Heer van
+Sussima, die zulx als een beneficium alleen vergunt is daer met de
+Tarterse Chinesen te mogen handelen, die toevoer doen van sijde en
+d<sup>o</sup> stuckgoederen, zijnde desen jare over dien wegh bij de
+seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht ende trect weder
+zilver (als &rsquo;t uijtgevoert magh werden) voorts gout, peper,
+nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout als
+anders, &rsquo;t welk alles door dat Lant naar China weder vervoert
+wert, maar onder d&rsquo;inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen
+handel van importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien
+voor vast soo langh de E. Comp<sup>e</sup> den voordeligen handel in
+Japan genegen blijft &rsquo;t achtervolgen datse daar (om den Japander
+geen misnoegen te geven) geen handel dient te soeken, want dese
+agterdogtige natie soude altijt sustineren dat wij daarmede ijets tot
+nadeel van Japan voor hadden, waarmede niet alleen de wantrouw
+vergroten maar den ontsegh van &rsquo;t rijck wellight op volgen
+mocht.</p>
+
+<p>19 Oct. 1670.</p>
+
+<p><i>g</i>. ....D&rsquo;Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670]
+aengevangen en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone
+reverentie voor den Keijser geschiede den 20<sup>en</sup> daaraan....
+dese hoffplichten zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern
+gesien dat de Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen
+hadden gaen openen onsen last om uijt UEd<sup>s</sup> name
+danckbaerheijt te doen voor de verlossinge van de seven Nederlanders
+zedert a<sup>o</sup> 1653 vant verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa
+aengehouden ende a<sup>o</sup> 1668 op Zijne Majesteijts voorderinge
+gerelaxeert, opdat haer Ed.<sup>n</sup> zouden mogen ordonneren in
+hoedanige wijse het moste geschieden en waerover oock op ons afscheijt
+in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge van Sinsabrod<sup>e</sup>
+aen voorm. Gonnemond<sup>e</sup>, zijn confrater, hadden versocht maer
+geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, tselve
+altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan den 28
+April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons des
+avonts vanden Gouverneur Gonnemond<sup>e</sup> <span class="pagenum">
+[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>in antwoord brengen dat Zijn
+E<sup>e</sup> dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons
+arrivement in Nangasackij a<sup>o</sup> passado ende kennisse door Zijn
+E<sup>e</sup> aende Rijcxraden daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde
+oock haer genougen daerover hadden laten blijken ende dierhalven zich
+daermede niet meer wilde bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het
+nu voor de Rijcxraaden deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den
+Tolck dat daervan niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was
+de Commissarissen daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent
+haer E<sup>s</sup> Tolck Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de
+jalousie dieder is tusschen de Commissarissen ende Gouverneurs en
+zouden wij op tlaetst met hem daerover wel hebben gediscoureert zoo
+zich door positie niet hadde geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren
+dit misnoech antwoord vanden Gouvern<sup>r</sup> Gonnemond<sup>e</sup>
+ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse Zijn E<sup>e</sup> door
+den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, waerdoor den tijt
+niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in te handelen gelijck
+uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten conde werden, zoo zijn
+evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent vruchteloos en dit goede
+werck onvolbracht gebleven waerdoor waren wechgenomen geweest alle
+verdere discoursen over het zenden van een ambassadeur ons voormael
+noijt anders als in passant 2 &agrave; 3 mael van de Tolcken
+voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote costen die
+daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te connen
+trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen te begeeren
+ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen gedilaijeert
+werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse regeerinck eenich
+misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens mochten moveren.</p>
+
+<p>.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese
+gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die dingen
+afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden als onse
+meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman Joannes
+Camphuijs als Opperhooft naer Japan, dd<sup>o</sup> 29 Mei 1671 =
+Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no.
+798).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.</h4>
+
+<p id="b.ii.h"><i>h</i>. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen
+hebben hier altijt oock soo begrepen om de selfste redenen alsser
+in&rsquo;t schrijven van 5en October <span class="pagenum">[<a id=
+"pb94" href="#pb94">94</a>]</span>lestleden wordt aangehaalt; &rsquo;t
+comt ondertusschen niet qualijck datter zulken treck van verscheijde
+goederen derwaerts sij, hoewel van d&rsquo;ander zijde de
+Comp<sup>e</sup> weder schadelijck is datter bij de 600 picols zijde
+oock d<sup>o</sup> stuckgoederen, &rsquo;t verleden jaar over dien wegh
+in Japan gevoert zijn geworden.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.</h4>
+
+<p id="b.ii.i"><i>i</i>. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar
+van Vlielandt, <i>Hendrik Hamel van Gorinchem</i> en Jan Jansz. Spelt
+van Utrecht, met het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan &rsquo;t
+Quelpaarts Eijlandt verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea
+gedetineert geweest sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie,
+gedurende de tijt van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de
+vergaderingh haar daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is
+nae voorgaende lecture van resolutie den 13 Aug<sup>o</sup> 1668<a
+class="noteref" id="xd0e6312src" href="#xd0e6312">12</a> op gelijk
+subject genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders
+noch eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden
+getracteert volgens en na proportie in de voorsz. resolutie
+geexpresseert (Kol. Arch. no. 256).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Patriasche Missiven.</h4>
+
+<p id="b.ii.j"><i>j</i>. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE.
+van de gelegenth<sup>t</sup> van de Corese Eijlanden hebben becomen,
+hebben UE. de voorgeslagen besendingh derwaerts wel te recht
+naegelaten.</p>
+
+<p id="b.ii.k"><i>k</i>. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant
+Opperhoofd en den Raet in Japan bij derselver missive van den 5 October
+1669 soude Corea wel een arm lant wesen weijnich van sijn selver
+uijtgevende maer souden de Chinesen en Japannesen daer mettenanderen
+komen handelen jae dat in&rsquo;t voorsz. jaer over dien wegh meer als
+600 picols sijde in Japan sijn aengebracht, en dat in troucque van
+peper, nagelen, noten, sandelhout, voort silver, gout en anders. Wij
+kunnen wel begrijpen dat soolang wij in Japan onse residentie en handel
+hebben wij onse gedachten om daer eenige negotie te stabilieren en dat
+om de jalousie en wantro&ugrave; die de Japannesen daer uijt souden
+opvatten men laet noch staen het bedencken dat de Chinesen ons
+lichtelijck daer mede niet en souden gedogen, wel mogen uijt den sin
+setten, dan bij succes en veranderingh van tijden weet men niet wat
+daer van noch soude cunnen vallen. <span class="pagenum">[<a id="pb95"
+href="#pb95">95</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.iii">
+<h3 class="normal">III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.</h3>
+
+<div class="div3" id="b.iii.a">
+<h4>A. HET JACHT DE SPERWER.</h4>
+
+<p><b>1.</b> &rsquo;t Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in
+zijne Beschrijvinge van de O.I. Compagnie een &ldquo;pinas&rdquo;
+genoemd), zeilde 26 April 1648 voor de Kamer Amsterdam uit Texel
+(Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia
+aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd
+de Sperwer naar Amboina bestemd; ging 28 Februari daarheen (Instructie
+en Seijlaets order 27 Febr. 1649 in Kol. Arch. no. 776); na lang op
+zich te hebben laten wachten (zie Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat.
+Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni 1649) den 29 Mei 1649 te Batavia
+teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering naar Amboina dd. 14 Febr. 1650);
+uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni 1649); daarheen vertrokken 13 Aug.
+1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 Juni 1650 van daar te Batavia terug
+(Miss. Bat. Regeering naar Suratte dd. ult<sup>o</sup> Aug. 1650);
+vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar en Perzi&euml;
+(Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 terug te
+Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzi&euml; dd. 14 Sept. 1651);
+vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzi&euml;; komt 12 Nov. 1652 van daar
+terug te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd
+naar de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt
+14 Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
+aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het 1
+Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
+1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, 16
+Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 Juni
+1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt van
+daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.</p>
+
+<p>In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene
+onjuiste lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen
+(uitg.-Saagman) of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele
+tot de volgende aanteekening in zijn <span class="bibl" lang="fr">
+M&eacute;moire bibliographique, bl. 274</span>: <span lang="fr">
+&ldquo;Parti des Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer
+(l&rsquo;Epervier) arriva le <span class="pagenum">[<a id="pb96" href=
+"#pb96">96</a>]</span>1<sup>er</sup> Juin de la m&ecirc;me ann&eacute;e
+&agrave; Batavia.&rdquo;</span> Geen Compagnie&rsquo;s schip is
+trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch op
+laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.</p>
+
+<p id="b.iii.a.2">2. Seijlaas ordre voor d&rsquo;Opperhoofden vant
+Jacht de Sperwer, waer naer hun in&rsquo;t zeijlen van hier naer
+Taijouan sullen hebben te reguleeren.</p>
+
+<p>Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
+d&rsquo;Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende
+die bij oosten Lucipara in te loopen ende op&rsquo;t spoedichst te
+passeeren mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na
+Pulo Lauwer zeijlen, makende t&rsquo;selve te verkennen ende Pulo
+Candor in&rsquo;t gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo
+Cecier de mair ende terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die
+daer een weijnich besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te
+seijlen, van waer de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht
+sult houden, om voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo
+Champello tracht te verkennen om vandaer Aijnam in&rsquo;t gesicht te
+loopen, vermits de stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf
+van Conchinchina om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch
+meer bij storm op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt
+betert a<sup>o</sup> 1634 in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken<a
+class="noteref" id="xd0e6366src" href="#xd0e6366">13</a>.</p>
+
+<p>Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
+beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo de
+gem<sup>te</sup>. tuffons<a class="noteref" id="xd0e6374src" href=
+"#xd0e6374">14</a> gemeenlick met uijtschietende winden comen, zulcx
+dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets te
+soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck a<sup>o</sup> 1634
+mede is gebleecken<a class="noteref" id="xd0e6380src" href=
+"#xd0e6380">15</a>, die onder Sanchoan voor 3. anckers een
+musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
+afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
+uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van Macauw
+op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo oock dede
+de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
+ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen zoo
+int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst <span
+class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97">97</a>]</span>aen te soecken
+mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert bij nevensgaende
+Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als de vordere
+geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
+Vl.<sup>s</sup> bevelen wel te examineeren ende na vermogen
+t&rsquo;achtervolgen.......</p>
+
+<p>Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
+vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem in
+zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesz<sup>e</sup>. zeijlaas
+ordre naer Taijouan te bevorderen.</p>
+
+<p>Alsoo uijt d&rsquo;advijsen onser H<sup>rn</sup> Principale ons
+aengekundicht sij dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe
+in openbaren oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn,
+om van deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet
+misleijt en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo
+doenlick overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.<sup>es</sup>
+comptoiren daer oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen;
+bij overwinninge, zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen
+ende ingeladen coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken
+versegelen, ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen
+overnemen, maer insonderheijt sult u hebben te wachten van alle
+onbehoorlicke plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft
+alsoo het selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts
+blijft u de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede
+mesnagie over de provisien te houden, bevolen, als mede de
+administratie van Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen
+articulbrief waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van
+saecken sult hebben te handelen. Hier mede wensen ul<sup>s</sup> met
+het gantse scheepsvolck een behouden varen, ende beveelen gesamentl:
+inde bescherminge des Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse
+geleijde.</p>
+
+<p>In&rsquo;t Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter
+ordinans: van haer Ed<sup>s</sup> ende was geteeckent Adriaen
+Willeboorts Secretaris.</p>
+
+<p id="b.iii.a.3">3. Naer dat op den 18<sup>en</sup> Junij passado van
+VE.<sup>des</sup> mijn affscheijt becomen hadde, hebben wij ons met
+&rsquo;t Jacht den Sperwer (inde naame Godes) omtrent de middach onder
+zeijl begeven om onse reijse naer Taijouan te vervorderen, alwaer op
+den 16<sup>en</sup> Julij tegen den middach, buijten op de Zuijder
+rheede van Taijouans Canael (Godt loff) geluckelijck quamen te
+arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen Poulo Auwer, alwaer in
+der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat daer mede eenen halven
+<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98">98</a>]</span>dach
+&rsquo;tsoeck brachten, zonder meer. Wij hebben geduijrende onse reijse
+zeer bequaam weder aangetroffen, ende is niets verhaelens waerdich
+comen voor te vallen.................</p>
+
+<p>Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den
+29<sup>en</sup> d.<sup>o</sup> naer Japan affgeveerdicht &rsquo;t Jacht
+de Sperwer met een cargasoen ter montuijre van &fnof;&nbsp;38819:14:15
+bestaende uijt naervolgende, te weten:</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">20007</td>
+<td valign="top">cattijs poetsjoek</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">20037</td>
+<td valign="top">cattijs aluijn</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">3000</td>
+<td valign="top">stucx elantshuijden</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">19952</td>
+<td valign="top">stucx Taijouanse hertevellen</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">3078</td>
+<td valign="top">stx steenbocx vellekens ende</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">92000</td>
+<td valign="top">cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p>.... Insgelijcx zullen VE<sup>des</sup> sien in de Resolutie van den
+21<sup>en</sup> Julij wat ons gemoveert heeft &rsquo;t Jacht den
+Sperwer in plaetse van de fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden,
+&rsquo;t welcke verhoopen bij VE<sup>des</sup> niet qualijck sal werden
+genomen, alsoo &rsquo;tselve seer tijdich sal connen terugge gesonden
+werden, om naer Persia ofte Suratta gebruijckt te werden; derhalven
+hebben den E. Coijett [Opperhoofd te Nagasaki] geordonneert &rsquo;t
+selvige voorde eerste besendinge herwaerts te demitteren....</p>
+
+<p>.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen 427
+bossen rottangh.... Schipper <b>Reijnier Egbertsen</b> aengesproocken
+zijnde, zecht mede niet meer uijt &rsquo;t Jacht Sluijs ontfangen te
+hebben, daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven,
+naeder sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa
+aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 24 Oct. 1653).</p>
+
+<p>4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte
+het schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen
+&rsquo;t welck bij ons op den 29<sup>en</sup> Julij laestleden naer
+Jappan affgevaerdicht was met een cargasoentie van
+&fnof;&nbsp;38819:14:15 dat seecker voor de Comp<sup>e</sup> te<a
+class="noteref" id="xd0e6489src" href="#xd0e6489">16</a> groote slaagen
+zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe dienaren ende twee soo
+costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer mach zijn bejegent en
+connen niet bevroeden; oock en hebben daar van de minste tijdinge niet
+becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de Fluijt Campen op het
+noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche arack in zee hebben
+gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een combaers <span class=
+"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99">99</a>]</span>sien drijven, waar
+door vermoeden het van d.<sup>o</sup> Jacht moet wesen dat (godt
+betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede de selfde
+storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw op t
+noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx &rsquo;t
+galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock onse
+cleene lootsboot van ondert Fort &rsquo;t Canaal uijtdreeff en omtrent
+Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier ons
+onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen want
+soo het op de Formosaansche custe ofte aan&rsquo;t noordt eijnde van
+Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
+contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
+presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden dat
+gem.<sup>e</sup> Sperwer noch mach comen op te donderen.</p>
+
+<p>.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16<sup>en</sup>
+courant des naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart
+Cornelis Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als
+Paert verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
+ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
+cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
+anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
+Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en Raad
+van Formosa aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 17 Nov. 1653).</p>
+
+<p>5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in VE.
+advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone jacht de
+Sperwer, &rsquo;t eene op de reijse van hier naer Taijoan ende &rsquo;t
+ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm sullen
+wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken daervan
+vernomen wert, daerbij de E Comp<sup>e</sup> behalven de scheepen, ende
+&rsquo;t verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van
+&fnof;&nbsp;110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde
+Noortse winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt,
+niet als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan
+Gouv<sup>r</sup> en Raad van Formosa, dd<sup>o</sup> 20 Mei 1654).</p>
+
+<p>6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
+tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
+Taijouan ende &rsquo;t jacht de Sperwer van daer op u<sup>mo</sup>
+Julij lestleden naer Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der
+voornoemde schepen aldaer nog niet en <span class="pagenum">[<a id=
+"pb100" href="#pb100">100</a>]</span>waren verschenen. Na de Chinese
+gerugten in Japan liepen, soude op &rsquo;t eijlant Lamoa [aan de kust
+van Zuid-China, bij Swatow] een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan
+seecker Hollandtse vrouw, die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens
+eenige manspersonen, sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders
+wordt uijt Japan gerelateert dat de Opperhoofden van &rsquo;t
+fluijtschip Campen in &rsquo;t zeijlen uijt Toncquin naer Japan,
+omtrent de noordhoek van Formosa een legger batavishen arack hebben
+gevischt, ende eenige cruijshouten nevens een combaers sien drijven
+&rsquo;t welck twee dagen nae&rsquo;t vertreck van de Sperwer is
+geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw (over&rsquo;t
+noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende &rsquo;t
+gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: sulcx
+datwij (God beter&rsquo;t) het sneuvelen van de voorn, schepen niet dan
+al te gewis houden.</p>
+
+<p>... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de
+Comp.<sup>e</sup> &fnof;&nbsp;110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck
+(God Beter&rsquo;t) aen desen noordcant, daer ons het ongeluck meest
+alle jaren treft, except de schepen ende &rsquo;t costelijcke volck al
+wederom een grooten slag sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss.
+6 Febr. 1654 wordt ook weer van het verlies van de Sperwer gewag
+gemaakt].</p>
+
+<p>7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het
+fluijtschip Smient en t&rsquo;jacht de Sperwer met haer volck en
+ladinge soo gemeent wort vergaen en gebleven, t&rsquo;welck wederom een
+swaeren slach voor de Comp<sup>e</sup> is, evenwel als van de machtige
+handt Godes comende met gedult moet opgenomen worden, t&rsquo; schijnt
+dat wij in dat stormende vaerwater die periculen jaarlijcx onderworpen
+zijn en te verwachten hebben; wanneer maer de winsten daer tegens naer
+advenant mochten wesen, soude het buijten t&rsquo;verlies van de
+menschen noch eenichsints troostelijck sijn. UE. worden nogmaels
+aengemaent doch wel te letten op de moussons en de schepen niet te laet
+derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen
+voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).</p>
+
+<p>17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven
+: &ldquo;hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de
+eerste besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen
+omme te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
+ult<sup>o</sup> Julio &amp; Augustus in &rsquo;t vaerwater tusschen
+Taijouan en Jappan subject sijn&rdquo;. Vgl. &ldquo;in het westmousson,
+als het saijsoen sal weesen verloopen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb101" href="#pb101">101</a>]</span>om van Batavia na Japan te kunnen
+seijlen dat is van half Augustij tot ult<sup>o</sup> Maart.&rdquo; (Mr.
+P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, Deel 1, Cap. 21 fol. 280).</p>
+
+<p>Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen:
+&ldquo;Met de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons
+wel geworden het schrijven van d&rsquo;heer Gouverneur Nicolaes
+Verburgh gedach-teekent 19 Julij.... Wij blijven verwondert over het
+langh achterblijven van het laest verwachtte schip [de Sperwer]&rdquo;
+(Nagasaki Nov. A<sup>o</sup> 1653).</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.iii.b">
+<h4>B. HET JACHT OUWERKERK.</h4>
+
+<p>Het schip Hollandia<a class="noteref" id="xd0e6556src" href=
+"#xd0e6556">17</a> kwam uit het vaderland den 14<sup>en</sup> Dec. 1626
+te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van daar
+naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p>
+
+<p>Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van
+Wijbrant Schram van Enkhuizen)<a class="noteref" id="xd0e6564src" href=
+"#xd0e6564">18</a> uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot 50 lasten,
+schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627<a class="noteref" id=
+"xd0e6570src" href="#xd0e6570">19</a> te Batavia aankwam (Dagr.
+Bat.).</p>
+
+<p>Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30
+April 1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627
+van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,
+Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck
+kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. &ldquo;een joncque
+ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora<a class="noteref" id=
+"xd0e6578src" href="#xd0e6578">20</a> naer Cochin-China, soo de
+Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis hoorende,
+met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, aengehaelt,
+ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn volck [onder wie
+de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen daer in latende, met
+intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt te stellen; <i>gemelte
+joncque is door storm van haer geraeckt ende tot op dato niet
+geparesseert</i>, beduchtende verongeluckt is&rdquo;. (Miss.
+Gouv<sup>r</sup> Nuijts aan Gouv<sup>r</sup> Generaal <span class=
+"pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span>dd. 22 Juli 1627;
+zie ook Miss. w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Joannes van der Hagen dd.
+29 Oct. 1627).</p>
+
+<p>De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28
+Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche
+navetten, welke&mdash;naar was bericht&mdash;voornemens waren van Macao
+naar Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten
+&ldquo;de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de
+rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden&rdquo;, terwijl bij Res.
+Taijoan dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: &ldquo;alhier geen
+behoorlijke macht (door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en
+Cleen Heusden) en zijn hebbende&rdquo;. Den 29en Oct. 1627 berichtte de
+w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> van Taijoan naar Batavia dat
+&ldquo;Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn weder gekeert
+dat ons geen goet bedencken en geeft&rdquo;.</p>
+
+<p>Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen
+te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht
+gekomen:</p>
+
+<p>&ldquo;Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende
+Pedra Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;
+maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder
+gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck
+omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt
+ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck mede
+t&rsquo; geschut becomen hebben, sijnde t&rsquo; resterende volck
+alt&rsquo;samen verongeluckt.&rdquo; (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p>
+
+<p>&ldquo;Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten,
+daerop toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt
+dat als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor
+de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den brant
+gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn alle
+gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten dat sij
+&rsquo;t selve verovert souden hebben ende alsoo S<sup>r</sup> Ketting
+met haer van&rsquo;t quartier sprack dat alreede gegeven was, is van
+een Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om
+laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter
+seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen
+20&ndash;30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus
+vertellen&rsquo;t de Poortugijsen; naer ick kan bemercken is &rsquo;t
+Jacht tegens eenich riff comen vast te sitten; sij hebben naer &rsquo;t
+jacht verbrandt was noch eenige stucken geschuts met duijckers daerwt
+becoomen soo dat <span class="pagenum">[<a id="pb103" href=
+"#pb103">103</a>]</span>Jan gadt niet weijnigh roncqueert&rdquo;.
+(Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; Vgl. ook Dagr. Bat. 1628,
+bl. 389).</p>
+
+<p>Gouv<sup>r</sup> Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan
+vertrokken en 3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef
+16 Juni 1628 van de Stad Zeelandia aan S<sup>r</sup> Nijenrode,
+Opperhoofd te Firando: &ldquo;&rsquo;t Jacht Ouwerkerck met
+S<sup>r</sup> Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en&rsquo;t
+volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den
+20<sup>en</sup> dag na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren,
+een zeer desolaten stand en plaetze zonder eenige navale macht
+vonden&rdquo;. (Valentijn IV, 2<sup>e</sup> stuk, 4<sup>e</sup> boek,
+4<sup>e</sup> hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, bl.
+334 en 389).</p>
+
+<p>.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel
+op hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door
+branders g&rsquo;abordeert worden, gelijck Ouwerkerck a<sup>o</sup>
+1627 overvallen ende vernielt wierde (Miss. Regeering Batavia naar
+Taijoan dd. 2 Aug. 1641)<a class="noteref" id="xd0e6645src" href=
+"#xd0e6645">21</a>.</p>
+
+<p>&ldquo;S<sup>r</sup> Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te
+Nagasaki] heeft desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem
+secretelijck behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer
+ernstelijck antwoort van S<sup>r</sup> van Santvoort geeijst; &rsquo;t
+is [n.l. de schrijver van den brief] een man van &rsquo;t jacht
+Ouwerkerck, soo d<sup>o</sup> Portugees weet te seggen&rdquo;. (Miss.
+Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d&rsquo;E Willem Jansen. Kol. Arch. no.
+11722)<a class="noteref" id="xd0e6671src" href="#xd0e6671">22</a>.</p>
+
+<p>Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche
+gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia
+werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer Hoorn
+van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden van de
+Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en
+&ldquo;&rsquo;t Is seecker, naer dat wij uijt d&rsquo;onse verstaen die
+in Maccao hebben <span class="pagenum">[<a id="pb104" href=
+"#pb104">104</a>]</span>gevangen geseten&rdquo;. (Instructie voor
+Gouverneur Hans Putmans dd. Batavia ult<sup>o</sup> Mei 1633. Kol.
+Arch. VV, I).</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.iii.c">
+<h4>C. HET QUELPAERT DE BRACK</h4>
+
+<p>17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 Juli
+1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij Res. 30 Juli
+en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar Malacca.
+(Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 terug te Batavia
+(Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca (D.B. bl. 55); 9 Nov.
+1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); 17 Nov. 1640 terug te
+Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 Dec. 1640 naar Malacca
+(Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); v&oacute;&oacute;r 31 Jan.
+1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); 4 April
+1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April 1641 en Dagr.
+Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia (Dagr. Bat. 1641, bl.
+234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar Taijoan (Gen. Miss. 12
+Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 aangekomen te Taijoan (D.B.
+Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel gebroken (Miss.
+Gouv<sup>r</sup>. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden om
+te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug te
+Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 over
+Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d&rsquo;advijsen van verscheijde
+quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); 3 Aug.
+1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 Sept. 1642
+naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 Oct. 1642
+aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken van
+Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar
+Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes
+Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan
+(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa
+gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug
+te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche
+jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in
+&rsquo;t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan
+(Id.); 18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar
+Batavia 17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia);
+10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643
+naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29
+Dec. 1643 aangekomen <span class="pagenum">[<a id="pb105" href=
+"#pb105">105</a>]</span>te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan.
+1644 naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij
+Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt Banda
+genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia
+(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op
+de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe
+Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar
+Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu
+(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der
+Compagnie in Indi&euml; van 31 Dec. 1647, komt &ldquo;de Bracq&rdquo;
+niet meer voor; uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel
+dd<sup>o</sup> 10 Aug. 1648 blijkt dat dit &ldquo;gaillot&rdquo; in de
+rivier de Ganges is &ldquo;gesneuveld.&rdquo;</p>
+
+<p>Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.</p>
+
+<p>Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, &rsquo;t jacht
+Ackersloot, ende het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende
+twaelff man, en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off
+soodanigh vaertuijgh de Comp<sup>e</sup> op eenige vaerwaters dienstich
+is, en men soude mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel
+te senden, waerop &rsquo;t sijner tijd UE. advijs verwachten
+sullen.</p>
+
+<p>Generale Missive, 9 Sept. 1640.</p>
+
+<p>&rsquo;tGaljot &rsquo;t Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee
+gebouwt, zal goeden dienst op &rsquo;t Canael van Taijoan doen,
+weshalven versoecken noch twee ofte drie gelijcke maar niet van
+cleender charter, omme te meer goederen door &rsquo;t Canael aen de
+schepen die onder &rsquo;t noorderrif liggen, te connen brengen.</p>
+
+<p>Patriasche Missive, 15 Maart 1641.</p>
+
+<p>Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats
+als de Lieffde, sullen d&rsquo;eerste aenstaende equippagie UE. petitie
+sien te voldoen.</p>
+
+<p>Missiven Batavia naar Taijoan.</p>
+
+<p>14 Mei 1641.</p>
+
+<p>t&rsquo;Quelpeert de Brack senden om op &rsquo;t Canael te
+gebruijcken, daertoe als andere diensten &rsquo;t selve gantsch bequaem
+oordeelen.... <span class="pagenum">[<a id="pb106" href=
+"#pb106">106</a>]</span></p>
+
+<p>In Comp<sup>e</sup> van aengetogen Orangienboom, Roch ende &rsquo;t
+Quelpeert vertreckt den Oppercoopman Carel Hartsing....</p>
+
+<p>Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende
+t&rsquo;Quelpeert met 12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.</p>
+
+<p>11 Juni 1641.</p>
+
+<p>...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t&rsquo;
+Quelpeert op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...</p>
+
+<p>...Orangienboom ende t&rsquo; Quelpeert destineren tot verblijff in
+T&rsquo;aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen &rsquo;t selve
+noodigh te wesen.</p>
+
+<p>Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.</p>
+
+<p>...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per &rsquo;t Jacht
+&rsquo;t Quelpaert, &rsquo;t welck jongst uijt Nederlandt geseijlt,
+ende tot dat stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck
+geschieden can...</p>
+
+<p>...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan
+aengelandt sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts
+over (daer nae op &rsquo;t hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren
+ende laten ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh
+t&rsquo;allen tijden van &rsquo;t jaer van ende uijt Japan nae Formosa
+de reijse sal gewinnen, dat ondersocht dient, sijnde onsen staet
+daeraen ten hoochsten gelegen, soo verhopen oock op ons schrijven ende
+versoeck d&rsquo;aenstaende jaer uijt Nederlandt met twee &agrave; drie
+quellen versien te werden.</p>
+
+<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.</p>
+
+<p>Wij blijven van opinie &rsquo;t Quelpeert tot de Japanse voijagie
+bequaem zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet,
+selffs bij contrarie mousson.</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.</p>
+
+<p>... Soo als voorsz. vloote bestaande in&rsquo;t Jacht den Kivith, de
+Fluijt Castricum, &rsquo;t galjot &rsquo;t Quelpaert, d&rsquo;Jonck
+Quelangh, onse groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op
+24 der maent Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder,
+als gesecht van hier nae Tamsuij omme ons g&rsquo;intendeert desseijn
+met de hulpe van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen
+waren, is schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de
+Chinese champans daer mede wij aen boort gecomen waren <span class=
+"pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107">107</a>]</span>in den grondt
+geraeckt zijn, <i>het Quelpaert sijn gaffel gebroocken</i> ende wij
+genootsaact waren met groot perijckel p<sup>r</sup> de groote lootsboot
+wederom, sonder ons goet voornemen noch geheel verricht te hebben,
+nevens voorsz. Quelpaert binnen aen&rsquo;t Casteel te comen.</p>
+
+<p>Missiven Batavia naar Taijouan.</p>
+
+<p>16 April 1642.</p>
+
+<p>13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier
+onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende Kelang
+verschenen.</p>
+
+<p>... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10
+dagen na desen de Cap<sup>n</sup> Jan van Linga ende Coopman Liesvelt
+... p<sup>r</sup> de jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de
+fluijt Meerman nae Quinangh&rsquo;s bocht aff te senden.</p>
+
+<p>28 Juni 1642.</p>
+
+<p>In conformit&eacute; van ons pre-advijs p<sup>r</sup> de Cappelle
+sijn den 7<sup>en</sup> Meij uijt dese reede...na de bocht van Quinangh
+vertrocken den Kievith, Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende
+t&rsquo; Quelpeert.</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.</p>
+
+<p>... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit
+Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de
+reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t&rsquo;sijnder tijt
+te vernemen lieff wert sijn.</p>
+
+<p>Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.</p>
+
+<p>Soo ist dat wij den Raadt...op 11<sup>en</sup> September passado in
+consideratie gaven ofte men niet en behoorde <i>&rsquo;t Quelpaert dat
+wel beseijlt ende wederom gerepareert was</i> met voorsz. goede novos
+op hoope dat den Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder
+vrijheijt in den handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte
+wel ijets anders goets in Comp<sup>s</sup> affairen
+veroorsaecken.....Resolveerden den 11<sup>en</sup> September voornoemt
+dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven dach te laten reijs voirderen,
+gelijck geschiet is; Godt geve ende verleene hem behouden reijse, waer
+aen niet dubiteren alsoo seedert sijn vertreck alhier veele
+zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb108" href="#pb108">108</a>]</span></p>
+
+<p>11 Oct. 1642.</p>
+
+<p>&rsquo;t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den
+naesten willen wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe
+tegemoet sien.</p>
+
+<p>Dagregister Japan.</p>
+
+<p>1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een
+hollants schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht
+wierden door den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de
+baije was, dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten
+laten gaen, &rsquo;t welck terstont achtervolcht is geworden.</p>
+
+<p>12 d<sup>o</sup>. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich
+naar middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar
+gelaten hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende
+niet meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat
+het principaelste was de fortresse Quelangh op &rsquo;t noord eijnde
+van Formosa gelegen, bij d&rsquo;onse door Godes zegen de Castilianen
+ontweldicht ende onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op
+de namiddagh quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op
+de reede tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor
+van de gelegentheijt van &rsquo;t overgaen van Quelangh breeder
+onderrichtinge bequamen.</p>
+
+<p>13<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. is het Quelpaert gelost...de
+coopmanschappen van &rsquo;t Quelpaert voornoempt hebben voor de hand
+gebracht en in behoorlijcke partijen gesorteerd....</p>
+
+<p>14<sup>en</sup> d<sup>o</sup>., opheeden de goederen met &rsquo;t
+Quelpaert aangecomen op gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den
+middagh en terstont na den eeten tot goeden prijse vercocht en
+metterhaest zonder vertoeven al op stont uijtgelevert.</p>
+
+<p>27<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. gelaste den Gouverneur
+Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh was, dat men &rsquo;t Quel de
+Brack eens souden laeten onder zeijl comen en gins ende weder laveeren,
+dicht bij de wint daar de Japanders zeer in verwondert waren;
+ondertusschen wert het laeste goet aan boort gebracht.</p>
+
+<p>29<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. des morgens naedat afscheijt van de
+tolcken en huijswaerden als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn
+geinbercqueert en nevens de bongcoijs aan &rsquo;t fluijtschip de
+Zaijer en de Brack gevaeren, omme aldaer het volck te tellen, naar
+gewoonte te visiteeren en ons afscheijt te geven; den Almogende geve
+spoedigh ter gedestineerde plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109">109</a>]</span></p>
+
+<p>29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft
+over &rsquo;s Compagnies&rsquo;s gansenen ommeslach alhier met het
+fluijtschip de Zaijer bij sich hebbende het galioot &rsquo;t Quel de
+Brack van hier naar Taijouan vertrokken.</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.</p>
+
+<p>...Soo paresseert op 6<sup>en</sup> deser alhier Godt sij gedanckt
+met &rsquo;t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende
+andere coopmanschappen een cargasoen ter monture van
+&fnof;&nbsp;311016.11.14) de oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan,
+ons rapporteerende hoe op 29<sup>en</sup> October uijt Nangasacquij in
+Comp<sup>e</sup> van &rsquo;t Quelpaert de Brack (dat aldaer den
+12<sup>en</sup> October passado behouden was aengelandt) waeren
+gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt ende
+vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen stonde,
+gelijck oock den 7<sup>en</sup> dito hier arriveerden.
+T&rsquo;cargasoen dat daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde
+wel gerespondeert, ende was daerop noch &fnof;&nbsp;13919.19
+geprofiteert, &rsquo;t welck voortreffelijcke winsten sijn...De
+besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese proffijten
+bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh&rsquo;s bemachtinge
+aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voorn<sup>t</sup>
+relateert) int bevoirderen van Comp<sup>s</sup> saecken veroorsaeckt,
+sijnde de Japanders soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie
+verheucht.</p>
+
+<p>Generale Missive, 12 Dec. 1642.</p>
+
+<p>Omme d&rsquo;overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de
+Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g&rsquo;opineert wert,
+&rsquo;t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den
+11<sup>en</sup> September passado van Taijouan nae Nangasacqui
+affgesonden &rsquo;t Quel de Brack...; met de jonghste advijsen uijt
+Japan sijnde 10 October wierd d&rsquo; Quel daer noch niet vernomen,
+vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman Elseracq vertreck
+dat ult<sup>o</sup> d<sup>o</sup> soude sijn, geparesseert sal wesen
+ende verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen
+een aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende
+Portugees seer verbittert sijn.....</p>
+
+<p>Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den
+8<sup>en</sup> deser uijt Taijouan t&rsquo; Jacht Ackerslooth 16
+passado van daer gescheijden met t&rsquo;Opperhooft van
+Comp<sup>s</sup> Commercie in Japan Johan van Elseracq, den
+29<sup>en</sup> October met den Saijer ende t&rsquo;Quel de Brack uijt
+Nangasackqijs baij vertrocken, den 6<sup>en</sup> en 7<sup>en</sup>
+November salvo in Taijouan aengelandt, medebrengende ten <span class=
+"pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110">110</a>]</span>principalen in
+silver een retour van &fnof;&nbsp;311016.11.14&mdash;den
+12<sup>en</sup> October <i>arriveerde t&rsquo;Quel in Japan, zijnde een
+maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt is</i>; de
+veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten hoogsten
+aengenaem, sulx oock dat den Gouv<sup>r</sup> Sabroseijmondonne, nae
+sich wel g&rsquo;informeert hadde, twee dagen nae t&rsquo;galjots
+arrivement de Rijx-Raden in Jedo p<sup>r</sup> expresse de gemelte
+veroveringh dede aencundigen ende wort te meer estime van ons gemaekt,
+soo dat besluijten de dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten
+aengenaem zij.</p>
+
+<p><i>Instructie</i> voor den veltoversten Johannes Lamotius.</p>
+
+<p> ... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht
+in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t&rsquo; Quelpaert de Brack
+ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op
+Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).</p>
+
+<p>Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.</p>
+
+<p> ... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende
+crijgsmacht op 3<sup>en</sup> stantij ... (na verrichtinge sijner
+saecke...) alhier wederom geretourneert....<a class="noteref" id=
+"xd0e6926src" href="#xd0e6926">23</a></p>
+
+<p>Missiven Taijoan naar Batavia.</p>
+
+<p>15 Oct. 1643.</p>
+
+<p>Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, &rsquo;t Quel de
+Brack ende de groote lootsboot ... den 21<sup>en</sup> Meert verleden
+van hier over Tamsuij ende Quelangh naer Taroboan tot &rsquo;t
+opsoecken van de lange geruchte goutmijnne uijtgeset hadden....</p>
+
+<p>De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren,
+ons op den 17<sup>en</sup> Meij weder toegecomen....</p>
+
+<p>...de Quel...welcken volgende den 24<sup>en</sup> Maeij...nae
+&rsquo;t Noorteijnt van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae
+China tendeerende) waar te nemen, is vertrocken, den 3<sup>en</sup>
+Junij op sijne gedestineerde cruijsplaetse comende ...</p>
+
+<p>den 24<sup>en</sup> Julij &rsquo;t Quel de Brack over Quelangh
+geladen met smeecoolen masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen.
+Miss. 22 Dec. 1643). <span class="pagenum">[<a id="pb111" href=
+"#pb111">111</a>]</span></p>
+
+<p>17 Oct. 1643.</p>
+
+<p>...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den
+dage het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren
+[waar de fluit &rsquo;t Vliegende Hart op het Roovers-eiland was
+gesneuveld].</p>
+
+<p>19 Nov. 1643.</p>
+
+<p>Met t&rsquo; Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de
+17<sup>en</sup> October aent schip de Salamander te brengen als
+om&rsquo;t gesalveerde volck van &rsquo;t verongeluckte Vliegende Hardt
+van&rsquo;t Roovers Eijlandt herwaerts te haelen, derwaerts gesonden,
+is ons voorsz. volck, bestaende in 32 coppen, bevoorens al met een
+visschersjonckje in de Pescadores gecomen sijnde, wel toegecomen.</p>
+
+<p>&rsquo;t Quel de Brack:</p>
+
+<p>18 Oct. 1643 naar de Pescadores</p>
+
+<p>26 Oct. 1643 terug van de Pescadores</p>
+
+<p>10 Nov. 1643 vertreck van voorsz. Quel naer de Pescadores. (Dagr.
+Zeelandia).</p>
+
+<p>11 October 1643 was &ldquo;de quel&rdquo; te Taijoan en verleende
+hulp bij het binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen
+Swaen en Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.</p>
+
+<p>&rsquo;t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is
+ende bij de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt
+werdt, hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende
+alhier geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en
+connen vertimmeren, met t&rsquo; jacht de Vos nae costij gelargeert
+opdat aldaer nae behooren mach versien werden.</p>
+
+<p>Generale Missive, 4 Jan. 1644.</p>
+
+<p>Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen &rsquo;t
+Jacht de Vos ende &rsquo;t Quel de Brack.</p>
+
+<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.</p>
+
+<p>Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren
+de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken
+sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet
+informeren ende vertrouwen; die costij tot d&rsquo;equipagie wort
+gebruijckt cleen verstant heeft, <span class="pagenum">[<a id="pb112"
+href="#pb112">112</a>]</span>&rsquo;t blijckt daer uijt UE. ons
+aenschrijfft &rsquo;t Quel de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel
+uijtgevaren te sijn, dat hier geheel anders is bevonden en costij soo
+wel als hier hadde connen vertimmert worden, d&rsquo;Quel is tot
+ontdecking van&rsquo;t Suijtlant vertrocken.</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.iii.d">
+<h4>D. HET SCHIP DE HOND.</h4>
+
+<p>&ldquo;De Hond&rdquo; was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3
+Jan. 1619 op de reede van Jacatra lag (<span class="bibl">J. W.
+IJzerman, Over de belegering van het fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst.,
+deel 73, bl. 605</span>) en 26 Juli 1619 door een Nederlandsch eskader
+onder Hendrik Janszoon op de reede van Patani werd veroverd, waarbij
+o.a. John Jourdain werd doodgeschoten (Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The
+Journal of John Jourdain, Introduction LXXII en Appendix F, en Diary of
+Richard Cocks, II, 305).</p>
+
+<p>De volgende berichten hebben betrekking op &ldquo;de Hond&rdquo;
+nadat die in onze handen was geraakt:</p>
+
+<p>&ldquo;Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can
+houden ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den
+Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).</p>
+
+<p>Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T.
+Colenbrander, dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda
+(Gen. Miss. 11 Mei 1620 en 31 Juli 1620): &ldquo;Het schip de Nieuwe
+Maen ende de Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques]
+gelaeten&rdquo; (G. M. 26 Oct. 1620).&mdash;&ldquo;Generael Coen [is]
+den 24 Junij ... van Amboijna vertrocken ... &rsquo;t jacht de Hondt in
+Amboijna latende om verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te
+werden&rdquo; (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).&mdash;&ldquo;De Hondt wert
+nieuws in Amboijna verdubbelt ende is van seer cleene waerde&rdquo;.
+(Gen. Miss. 16 Nov. 1621).</p>
+
+<p>In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene &ldquo;Instructie
+voor Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt
+naer Mindanao&rdquo;.&mdash;&ldquo;&rsquo;t Jacht de Hondt is in
+Mindanao geweest ... D&rsquo;onse zijn van daer gekeert sonder iets te
+verrichten&rdquo; (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).&mdash;&ldquo;Den
+20<sup>en</sup> Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug ... Reeds den
+9<sup>en</sup> Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met de Maan en
+de Hond&rdquo; (Van Dijk, Neerland&rsquo;s vroegste betrekkingen enz.
+bl. 250).&mdash; ... &ldquo;de Maen ende de Hondt die d&rsquo;heer
+Houtman van de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met
+ordre dat van daer na de Custe van China loopen&rdquo; (Gen. Miss.
+<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span>6
+Sept. 1622).&mdash;&ldquo;De schepen de Maen ende den Hont welcke de
+Heer Houtman naer Cabo Spiritu Sancto gesonden hadde om op &rsquo;t
+silver schip van Nova Spaignen te passen, sijn sonder ijets verricht te
+hebben op den hals in Japan gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt
+daer aen de wal geleijt&rdquo; (Gen. Miss. primo Febr.
+1623).&mdash;&ldquo;De twee schepen de Maen ende de Hondt door
+d&rsquo;heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden,
+daeromtrent in &rsquo;t holle water comende, wierden soo leck dat
+beijde in groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden
+naer Firando te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat
+<i>de Hondt op Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken
+geslagen hadde</i>. Den raedt had voorgenomen dese twee schepen naar
+Pehou te senden, maer alsoo in de haven van Coetche aen de gront
+waeijden, wierd de Maan lecker en <i>borst de Hondt</i>, waerover
+beijde aldaer gesleten sijn&rdquo; (Gen. Miss. 20 Juni 1623).</p>
+
+<p>Uit Camps&rsquo;<a class="noteref" id="xd0e7028src" href=
+"#xd0e7028">24</a> brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de
+Hond tusschen die data is gesloopt.&mdash;<span lang=
+"en-1600">&ldquo;As alsoe, in the same storme [tusschen 9 en 19 Sept.
+1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps cast away in the roade of
+Cochie at Firando, the one called the Moone, a shipp of 7 or 800 tonns,
+and the other, the <i>Hownd</i>, an English shipp in tymes
+past&rdquo;.</span> Firando 14 Nov. 1622 (<span class="bibl">Diary of
+Richard Cocks, II, bl. 336</span>). <span class="pagenum">[<a id=
+"pb114" href="#pb114">114</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.iv">
+<h3 class="normal">IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT
+VAN COREA.<a class="noteref" id="xd0e7050src" href=
+"#xd0e7050">25</a></h3>
+
+<p>Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront
+Eijlant grensende ende leggende tusschen d&rsquo;Eijlanden met het eene
+eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl
+breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht
+d<sup>o</sup> Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een
+affscheijtsel van water is van ongevaerlijck 2&frac12; mijlen breet;
+aande Oostzijde legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.</p>
+
+<p>In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck,
+geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft
+soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie
+zoude aldaer te becomen sijn, t&rsquo;weeten</p>
+
+<p>Rijs tot Tl. 20 t&rsquo;last,</p>
+
+<p>Cooper</p>
+
+<p>Cattoen ende cattoene lijnwaeten</p>
+
+<p>wortel Nijsen</p>
+
+<p>Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer
+gemaect, doch vallen seer duer.</p>
+
+<p>De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van
+daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer
+rijckelijck uijt ende incomen connen.</p>
+
+<p>De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer de
+Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij<a class="noteref"
+id="xd0e7085src" href="#xd0e7085">26</a> alwaer mede een seer goede
+haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens van eenige steeden;
+in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde welcke de Japanders
+datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden ende aldaer moeten
+verblijven zonder t&rsquo;eeniger tijt daer buijten te comen tot dat
+haeren <span class="pagenum">[<a id="pb115" href=
+"#pb115">115</a>]</span>handel verricht hebben ende weder naer Japan
+keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van
+t&rsquo;Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff
+groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden mach;
+brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken,
+tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen
+handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te
+treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden
+zal de Comp<sup>e</sup> om in dat Rijck te negotieren niet tot haer
+ooghwit geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende
+vreesachtige volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde nati&euml;n
+verschrict zijn, ten anderen alwaere het dat de occasie ende
+gelegentheijt presenteerde met die van Corea mondelinge gelijck het
+voorleeden jaer op haer naer boven ende weder beneden reijse te
+spreecken soo zouden de dienaers ende soldaten van d&rsquo;Hr. van
+Zatsuma vande welcke soo nauw werden bewaert zulcx niet toelaten, Iae
+haer eijgen volck dewelcke in den oorlogh uijt Corea gevoert ende lange
+tijt in Japan gewoont hebben, door versoeck nochte bidden niet hebben
+connen te wege brengen haer oude kennissen ende lantsluijden eens ter
+spraecke comen. De Japanders hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck
+gemoort, gebrandt ende alle tijrannij die men zoude connen bedencken,
+bedreven; oock komt de Tartar in harde winters wanneer door de stercke
+vorst het water tusschen Tartarien ende Corea niet open houden connen
+met zijne macht daer invallen mede voerende menschen, vee ende alles
+wat hij crijgen can.</p>
+
+<p>Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van
+Japanschen adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in
+Januarij binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende
+ontfangen zijn.<a class="noteref" id="xd0e7097src" href=
+"#xd0e7097">27</a></p>
+
+<p>Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen
+waer <span class="pagenum">[<a id="pb116" href=
+"#pb116">116</a>]</span>achter dat volchden eenige met groote stocken
+als rijsstampers gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee
+besijden den anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert
+hebbende een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen
+weder zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende
+zilver<a class="noteref" id="xd0e7110src" href="#xd0e7110">28</a>
+doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met ontrent
+30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root vaentgen
+inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een swarten hoet
+breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen
+wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde
+op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche
+caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander
+spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh
+sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt,
+vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon van
+de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, gedragen
+wierde.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters
+hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen (bekans
+op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant opperhooft
+ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de suite sittende
+in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende volchde hem noch
+een d<sup>o</sup> naer.</p>
+
+<p>Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de
+guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers
+als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den
+anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken root
+verlact ende boven met een top van witte veeren.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de
+gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert de
+Coreers t&rsquo;accompagneeren. <span class="pagenum">[<a id="pb117"
+href="#pb117">117</a>]</span></p>
+
+<p>Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel
+sittende op bagagie paerden.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende
+de schenkagie der Coreers brachten.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij was
+gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft buijten
+de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt te laten gaen
+ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met schoon sant
+gestroijt. <span class="pagenum">[<a id="pb118" href=
+"#pb118">118</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.v">
+<h3 class="normal">V. PERSONALIA</h3>
+
+<div class="div3" id="b.v.a">
+<h4>A. NICOLAAS VERBURG.</h4>
+
+<p id="b.v.a.1">1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het
+schip &rsquo;s Hertogenbosch in Indi&euml; als ondercoopman &agrave;
+&fnof;&nbsp;40 &rsquo;s maands; na goede diensten in Hindostan te
+hebben bewezen, wordt hij op nieuw voor drie jaren aangenomen in
+qualit&eacute; van Coopman &agrave; &fnof;&nbsp;70 gl. &rsquo;s mds.
+(Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzi&euml;
+(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzi&euml; te Batavia
+terug; Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is
+van 3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indi&euml; (Patr. Miss. 10 Sept.
+1650); vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss.
+Taijoan naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te
+Batavia; Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indi&euml; (Res.
+31 Maart 1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie
+van Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die
+functie ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675)
+en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indi&euml;, met zijne
+huisvrouw den 21<sup>en</sup> Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal
+van de retourvloot (Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H.
+XVII (Res. XVII, 26 Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie:
+&ldquo;Oost-Indisch-praetjen&rdquo; (1665).</p>
+
+<p>Generale Missive, 24 Dec. 1652.</p>
+
+<p id="b.v.a.2">2. Dewijl d. H<sup>r</sup> Gouverneur Nicolaes Verburg,
+volgens allegatie door veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven
+de bedieninge van zijn lastich ambt voorcomen, heeft hem doen
+resolveeren om eenmaal uijt de woelinge tot een stil ende gerust leven
+te comen, zijn demissie om tegens &rsquo;t aenstaende jaer 1653 naart
+Patria te keeren doen versoecken &rsquo;t welck wij Zijn Ed. ten
+respecte overige tijtsexpiratie niet connen weijgeren, des sullen sorge
+dragen als den tijt comt dat over dit gouvernement gedisponeert wert,
+datter een bequaem, wijs, ervaren ende vreedsamich persoon ten meesten
+dienste van de Generale Comp<sup>e</sup>. tot vorderinge van dese
+republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, daermede wij dan oock
+<span class="pagenum">[<a id="pb119" href=
+"#pb119">119</a>]</span>willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in
+&rsquo;t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt
+herwaerts tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn,
+cesseren zullen....</p>
+
+<p>Resolutie, 21 Maart 1653.</p>
+
+<p id="b.v.a.3">3. Alsoo de Gouverneur van &rsquo;t Eijlandt Formosa
+Nicolaas Verburgh, Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven
+instantelijck versocht heeft desen jare van het voorsz lastige
+Gouvernement verlost te mogen worden, om het aenstaende saisoen na het
+vaderlandt te vertrecken, alsoo den tijt van sijn verbant als dan een
+jaar over geeijndicht sal sijn, Ende dienvolgens weder een ander
+bequaem ende gequalificeert persoon wort vereijscht om dat emportante
+Gouvernement te becleden, soo is het zelve na de gewichticheijt van de
+saecke verscheijden vergaderingen achter den ander in bedencken
+gehouden ende gesien het selve Gouvernement geconsidereert wort van
+overgroote importantie te wesen, hetwelck de Comp<sup>e.</sup>
+mettertijt, bij aldien God den Heer de middelen daertoe aengewent
+segenen wil, een Coninckrijck waerdich staet te werden, behalven de
+Japanse ende Chinese negotie die om het gout ende silver mineraal dat
+van daer getrocken ende waermede den Inlantsen handel ten principale
+levendich gehouden wort, voor de Comp<sup>e</sup> mede van seer grooten
+gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve Gouvernement eenige jaren
+herwaerts seer groote onlusten tusschen Comp<sup>es.</sup> principale
+ministers in kercke ende politie geresen sijn, waeruijt soodanige
+partijschappen ende factien sijn ontstaan dat gevreest wort dat deselve
+eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, wel tot ondienst ende nadeel
+van de Comp<sup>e.</sup> mochten gedijen. Ende evenwel
+Comp<sup>es.</sup> dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die
+aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer
+gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten ende
+partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet alleen
+bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock meer dan
+gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat hetselve
+Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft te
+hangen, wordende over verscheijden wegen g&rsquo;adviseert dat de sone
+van den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet
+connende bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het
+ooge op Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige
+subjecten intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens
+<span class="pagenum">[<a id="pb120" href=
+"#pb120">120</a>]</span>attentaten dan mede nodich is een waeckend ende
+sorghvuldich oogh in&rsquo;t seijl te houden, opdat ons dat costelijcke
+pant hetwelck reede sooveel gecost heeft, ende van soo groten
+expectatie is, niet aff handich gemaeckt en werde; Alle welcke saecken
+met rijp overlech in Rade gepondereert ende overwogen sijnde
+eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, niet
+jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken
+medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene
+versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame te
+vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, om
+nae&rsquo;t verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om
+redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo veel
+te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement te
+nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris Raet van
+India die voor desen in gen<sup>de</sup> Noorder quartieren lange jaren
+geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop ende
+vertrouwen dat Hooghgem<sup>de</sup> Heeren Principalen de
+bovengeroerde redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van
+saken nevens ons begrijpen sullen. Waerop den gem.<sup>e</sup> Heere
+Hartsingh ten dienste vande Comp.<sup>e</sup> versocht sijnde sich
+mette voorsz. resolutie te willen conformeren, soo heeft Sijn Ed.
+verclaert verplicht ende oock ten volle genegen te sijn sich te laten
+gebruijcken daer de Comp<sup>e</sup> sijnen dienst meest sij
+vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een seer
+dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige exempelen
+God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert hebben, soo was
+Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement te aenvaerden,
+mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten tijt maer voor eenige
+jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende verbandt aen de
+Comp.<sup>e</sup> soude duren, om met sijn familie niet over en weder
+te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt het
+Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt geern
+soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt rangh
+ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de Heeren
+Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, waervan
+Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, alsoo doch om
+de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te extirperen,
+mitsgaders om alles op gem<sup>de</sup> Eijlandt op den goeden voet
+ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt
+vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat <span class="pagenum">
+[<a id="pb121" href="#pb121">121</a>]</span>de welgem<sup>de</sup>
+Heeren Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen
+houden.</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.v.b">
+<h4>B. CORNELIS CAESAR.</h4>
+
+<p id="b.v.b.1">1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van
+Goes, kwam 6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent
+&agrave; &fnof;&nbsp;16 &rsquo;s mds.; was in 1636 in Japan om kennis
+op te doen van den Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend
+Opperhoofd in Quinam; had als koopman op &fnof;&nbsp;60 &rsquo;s mds.
+geruimen tijd goeden dienst gedaan en wordt Opperkoopman op
+&fnof;&nbsp;75 &rsquo;s mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit de
+Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was in
+1644 &ldquo;politicus over de Formosaense dorpen&rdquo; en wordt
+verhoogd tot &fnof;&nbsp;110 &rsquo;s mds. (Res. Zeelandia 28 Aug.
+1645); vertrekt 2 Sept. 1645 per Achterkercke van Taijoan naar Japan;
+de hem gegeven instructie voor een kruistocht omtrent de westkust van
+Luconia is gedagteekend: Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd
+hem zijne demissie toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei
+1647) maar 21 Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon
+Martinus (Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd
+benoemd tot Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec.
+1679 en Dagr. Bat., bl. 541).</p>
+
+<p>In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van
+Indi&euml; (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip
+&ldquo;Orangien&rdquo; voor de Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar
+hij wordt gesteld &ldquo;tot het opperste gesach van de werken en
+noodigheden&rdquo; [Fabriek] (Res. 7 Juli 1651); wordt President van de
+Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur van Taijoan (R. 24 Mei 1653);
+krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te
+Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en 72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan
+15 Mei 1657) en overlijdt aldaar 5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne
+begrafenis in de stadtskercke, zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl.
+281&ndash;282; zijne weduwe leefde in Juni 1663 nog te Batavia (D.B.
+1663, bl. 335).</p>
+
+<p id="b.v.b.2">2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May A<sup>o</sup>
+1653.</p>
+
+<p>Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat
+de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen
+sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij,
+volgens <span class="pagenum">[<a id="pb122" href=
+"#pb122">122</a>]</span>resolutie van dato den 21<sup>e</sup> Maert
+vermits de groote onlusten in eenighen tijt herwaerts in Taijouan
+ontstaen, die niet schijnen als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt
+te connen neder gelecht werden, tot welck important Gouverno alsoo in
+Raade van India, naer overlech van saecken goetgevonden sij te
+versoecken den Heer Carel Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de
+Taijouanse gewesten voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe
+alsoo sijn E: sich ten dienste van d&rsquo;E. Comp<sup>e</sup> heeft
+willen laten gebruijcken, ende nu tot het voltrecken van Sijn E:
+aengenomeen reijse veerdich sijnde, den E. Heer Gouverneur Generael
+Reniersz is comen te overlijden, waerdoor dan verscheijde veranderingen
+veroorsaeckt sijn, soo dat nu om de gewichticheijt van het Generael
+Gounerno, Sijn E. persoons wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet
+comt, de ordinare Raeden buijten den Gouverneur-Generael den
+Ed<sup>e</sup> Heer Joan Maetsuijcker, die nu tot het Generael Gouverno
+gekosen sij, niet meer dan twee in getale sijnde en dat oock den Hr.
+Arnolt de Vlamingh ordinaris Raet van India wegens de become advijsen
+uijt Amboina noch niet te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van
+India aengesien Sijn Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert
+hadde, het aen Sijn Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs
+voltrecken ofte alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich
+soode sijn over te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende
+het selve 2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade
+van India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier
+te sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander
+gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te
+sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade
+hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse
+Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar,
+Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen
+mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste
+bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.</p>
+
+<p>Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.</p>
+
+<p>De surrogatie bij UE. gedaen van d&rsquo;E. Cornelis Caesar tot
+Gouverneur in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d&rsquo;E.
+Nicolaes Verburch die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn
+verlossinge van daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten
+gevallen. Wij willen vertrouwen dat hij hem <span class="pagenum">[<a
+id="pb123" href="#pb123">123</a>]</span>in dat important en
+swaerwichtich Gouvernement ten dienste van de Compagnie wel en nae
+behooren sal quijten.</p>
+
+<p>UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die
+voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet werde
+bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich
+volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Comp<sup>e</sup>
+daeraen ten hoochsten gelegen te wesen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.v.c">
+<h4>C. IQUAN.</h4>
+
+<p>&ldquo;Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden
+armade in den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck,
+geconquesteert doch p<sup>r</sup> faulte van volgende subsidien,
+wederom verlaten; alsoo dese enterprinse bij een particulier Heer omme
+de gunste van Sijn Ma<sup>t</sup> wederomme te becomen, ter hande
+genomen was. Lange jaeren hebben zij daer met haer capitaelen door
+Chineesen in Jappan woonachtig met de Chineesen van China
+gehandelt&rdquo; (Gen. Miss. 15 Dec. 1629)<a class="noteref" id=
+"xd0e7272src" href="#xd0e7272">29</a>.</p>
+
+<p>&ldquo;In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse
+joncken te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke
+quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van China
+te gaan handelen welcke daer groote quantit&eacute; rouwe zijde ende
+gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden
+andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten&rdquo;
+(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).</p>
+
+<p>Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral
+bekend geworden de zoogenaamde &ldquo;Capitein China&rdquo; te Firando,
+dien de Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij
+een Christen was<a class="noteref" id="xd0e7282src" href=
+"#xd0e7282">30</a>, alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak;
+dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt
+bericht<a class="noteref" id="xd0e7287src" href="#xd0e7287">31</a>,
+klinkt veel waarschijnlijker.</p>
+
+<p>De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe
+het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:</p>
+
+<p>De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, was
+afkomstig <span class="pagenum">[<a id="pb124" href=
+"#pb124">124</a>]</span>uit het district Hai-ting in de prefectuur
+Tsiang Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar
+getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die
+in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis aan
+met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan
+&eacute;&eacute;ne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche
+koopman en reeder zijn geweest en om die reden daar te lande zijn
+aangesproken met den titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door
+de Japanners werd betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had;
+waarschijnlijk was hij Hoofd van een geheim genootschap<a class=
+"noteref" id="xd0e7296src" href="#xd0e7296">32</a>. Over zijne
+aanrakingen met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders
+in China I (Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de
+tusschenpersoon bij de onderhandelingen welke leidden tot onze
+verhuizing van de Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden
+over de wijze waarop wij zijne diensten hadden beloond<a class=
+"noteref" id="xd0e7316src" href="#xd0e7316">33</a>. Hij overleed te
+Firando 12 Augustus 1625<a class="noteref" id="xd0e7319src" href=
+"#xd0e7319">34</a>, groote schulden nalatende, o.a. aan de Engelschen<a
+class="noteref" id="xd0e7322src" href="#xd0e7322">35</a>.</p>
+
+<p>Ietkwan&mdash;ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven&mdash;werd
+geboren in het dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de
+havenplaats Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie&mdash;ook Te en The
+geschreven&mdash;en zijn persoonsnaam: &ldquo;de eerste&rdquo; duidt
+aan dat hij de oudste zoon was. Niet een <span class="pagenum">[<a id=
+"pb125" href="#pb125">125</a>]</span>zoon, maar een schoonzoon<a class=
+"noteref" id="xd0e7332src" href="#xd0e7332">36</a> van den hierboven
+besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche
+berichten, behoorde Iquan&rsquo;s eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot
+eene familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein
+China en diens hoofdvrouw in China.</p>
+
+<p>Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht
+gezocht bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een
+handelsopdracht naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft
+hij te Firando betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij
+een zoon kreeg, den zoo vermaard geworden Koksinga.</p>
+
+<p>Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit
+Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het eind
+van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China (Miss.
+Gouv<sup>r</sup> Sonck 12 December 1624).</p>
+
+<p>Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om op
+Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken
+toegevoegd (twee van Capitein China en &eacute;&eacute;n van diens
+luitenant Pedro China) welke onder Iquan&rsquo;s bevel stonden en 20
+Maart 1625 te Taijoan terug waren.</p>
+
+<p lang="en">&ldquo;With Yen Ss&#365; Ch&rsquo;i [Gaan Si Tsee] and
+others, he [n.l. Iquan] opened up Formosa; he was raised by his
+comrades to the chief leadership on the death of the former&rdquo;. [12
+Aug. 1625]. (<span class="bibl">Some episodes in the History of Amoy.
+China Review, XXI, 1894&ndash;95, bl. 87</span>).</p>
+
+<p>&ldquo;Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (<i>eertijts
+tolck der Comp<sup>e</sup></i> nu hofft der Chinesen rovers) uijt
+Teijouan sonder onse kennis gevlucht is, ende sich op den roof begeven,
+vele joncken ende volck vergadert heeft, waermede hij de gantsche
+seecusten van China seer ontstelt ende het geheele landt, steden ende
+dorpen raseert ende vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe
+meer gebruijct can werden&rdquo; (f<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Gerrit
+Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, Actum Batavia 18 Dec. 1627).</p>
+
+<p>&ldquo;Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen
+gedoogen datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in
+de riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe
+havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich ende
+sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de Chineesche
+zee ende meest alle <span class="pagenum">[<a id="pb126" href=
+"#pb126">126</a>]</span>de joncquen op de gantsche Guste vernielt ende
+verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie ende
+rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken ende 60
+&agrave; 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt,
+sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens van
+daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten tijdt soo
+grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen raedt wisten
+om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover Icquan heeft
+oock langen tijdt goede correspondentie met d&rsquo;onse gehadt ende
+ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder
+onderscheijt genomen al wat becomen conde&rdquo; (Gen. Miss. 6 Jan.
+1628).</p>
+
+<p>&ldquo;... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, <i>
+soone van den ouden overleden Cappiteijn China</i>, vuijt Nangasacqui
+naer Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is
+voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom en
+sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van
+Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren&rdquo;
+(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ult<sup>o</sup> Oct.
+A<sup>o</sup> 1630 aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S.
+II, fol. 114).</p>
+
+<p>&ldquo;Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders
+den vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede
+omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu weder
+macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den rover
+Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, weder als
+met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt ende op zijn
+stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen Iquan die onse
+gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent was, met intersessien
+ende verclaringen aan den Combon ende andere grooten te doen wat ons
+billick versouck ende begeeren was, dies te beter tot den vrijen handel
+geadmitteert te werden&mdash;maar contrarie bevinden wij, wandt in
+plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet alleen aff de vergoedingh van
+&rsquo;t jacht Slooten in sijnen ende het Rijcke van Chinas dienst
+verongeluckt maar derft wel expresselijck in zijne Missive vertoonen
+enee aan d&rsquo;onse laten verluijden soo wij hem meer over sulcx
+aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, alsoo gemelte jacht,
+zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per ongeluck om den handel te
+becomen in &rsquo;s Compagnies dienst gebleven ende verongeluckt is,
+door briefkens ons verbiedende met onse jachten niet meer in de rivier
+Chincheo te verschijnen, <span class="pagenum">[<a id="pb127" href=
+"#pb127">127</a>]</span>alsoo daar door (soo hij segt) in de hoochste
+ongenade van den Combon ende andere grooten van China soude comen
+vervallen&rdquo; (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren Bewindhebbers
+der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).</p>
+
+<p>&ldquo;...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van
+S<sup>r</sup>. Melchior van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer
+met haar joncquen geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen,
+uijtstroijen ende voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den
+handel vrij ende liber vergunt wert) naer &rsquo;t vertreck onser
+schepen Taijouan met groote macht aen te tasten ende haer meester van
+&rsquo;t Casteel sien te maecken&rdquo; (Miss. van Couckebakker aan
+Gouv<sup>r</sup> Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).</p>
+
+<p>&ldquo;Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in
+Comp<sup>s</sup> handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien
+totdat den tijt ons wijser maeckt off d&rsquo;een off d&rsquo;ander
+tijt van candt raeckt; is van vele gehaedt ende plaegt de coopluijden
+dapper, dat met groote geschenken aen de Grooten weet goed te
+maken&rdquo; (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).</p>
+
+<p>20 Oct. 1639. &ldquo;...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende
+huijsen alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te
+vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de
+Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije niet
+naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat zijn
+vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders rooverije
+ter doot gebracht is&rdquo; (Dagr. Firando in Overg. Brieven en
+Papieren 1640. Tweede Boek.&mdash;Vgl. Valentijn V, 2<sup>e</sup> st.,
+9<sup>e</sup> boek, 9<sup>e</sup> hoofdst. bl 81).</p>
+
+<p lang="en">&ldquo;Soon after his departure, his wife, who remained in
+Japan, gave birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son
+did not develope the love for adventure and renown which made his elder
+brother [Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his
+life&rdquo; (<span class="bibl">Davidson, The Island of Formosa, bl.
+31</span>).</p>
+
+<p>&ldquo;...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz.
+oorlogh van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede
+persoon des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China
+machtiger is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck
+in Taijouan geweest&rdquo; (Gen. Miss. 11 Juli 1645).</p>
+
+<p>&ldquo;...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen
+aenhangh <span class="pagenum">[<a id="pb128" href=
+"#pb128">128</a>]</span> ... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan]
+oock all eenige gunste bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat
+eenigen tijt heefft laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe
+daer bij te voren gehouden en een sone, die bij hem in China is,
+gewonnen heeft, uijt Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle
+van sijnen soone, en tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft,
+soo mij onse Tolcken voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne
+joncken te vertrecken stade&rdquo; (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie
+ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).</p>
+
+<p>&ldquo;Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van
+verhaelt hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder
+eenigh vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude
+geweest hebbe mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt
+wederom in Japan te keeren, weshalven niemant begerich was&rdquo;
+(Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de
+gisteren g&rsquo;arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van
+Coxinja aan den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant
+zoude nae de geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt
+zijn om de Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters
+Coxinja (zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in
+&rsquo;t jaer 1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn
+vaders versoeck gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te
+versoecken dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch
+bij een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem
+mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van
+grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser
+vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert,
+nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice,
+daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando gebooren
+en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden was, gelijck
+hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede beholpen daardoor
+nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle &rsquo;t welcke dees luijden
+genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van vreemdelingen
+&rsquo;k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden&rdquo;
+(<span class="bibl">Dagr. Nagasaki 25 Juli A<sup>o</sup> 1658</span>;
+vgl. <span class="bibl">Valentijn V, 2<sup>e</sup> st., 9<sup>e</sup>
+boek, 9<sup>e</sup> hoofdst, bl. 97</span>).</p>
+
+<p>Den 8<sup>en</sup> October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat
+Coxinga&rsquo;s geschenken waren aangenomen en &ldquo;sonder oijt uijt
+zijn logiement veel min <span class="pagenum">[<a id="pb129" href=
+"#pb129">129</a>]</span>omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens
+zijnen last waeromme herwaerts gecomen was in&rsquo;t minste
+gesproocken te hebben&rdquo;.</p>
+
+<p lang="en">&ldquo;Only five hundred men followed him [n.l. Iquan]
+into the Manchu army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong
+[d.i. Koksinga] strangled herself&rdquo; (1646). (<span class="bibl">J.
+Ross, The Manchus, bl. 385</span>).</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.v.d">
+<h4>D. MARTINUS MARTINI.</h4>
+
+<p>Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China,
+waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie <span class="bibl" lang="fr">
+S.Couling, Encyclopaedia Sinica</span> en <span class="bibl" lang="fr">
+Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323&ndash;325</span>). Met
+vier andere Jezu&iuml;ten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip
+&ldquo;de Swaen&rdquo; van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van
+Diemen een latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht)
+waarbij hij verzocht &ldquo;passage te willen verleenen nae Maccassaar,
+Siam, Cambodja off &rsquo;t rijcke van Tonkin, omme door dien weg in
+China ende Japan te geraecken.&rdquo; Deze brief werd gezonden aan het
+opperhoofd te Nagasaki, ten einde dien &ldquo;aen de Regenten van
+Nagasacqui off de commissarissen ter hand [te] stellen opdat die laten
+examineeren ende tegen sulcke attentaten ordre ramen.&rdquo; (Reg.
+Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van
+Diemen 12 Oct.1642).<a class="noteref" id="xd0e7461src" href=
+"#xd0e7461">37</a></p>
+
+<p><span lang="en">&ldquo;Martin Martini was sent to give informations
+to the Holy See; to his influence and abilities it is due that
+Alexander VII decreed in a manner perfectly contrary to the former
+Edict</span> [waarbij eenige leerstellingen der Jezu&iuml;eten als
+ketterijen waren veroordeeld].</p>
+
+<p lang="en">While on his journey the great traveller passed
+Batavia.....</p>
+
+<p lang="en">Living in Holland Martini prepared his maps of China and
+gave them over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to
+be printed while he himself gave a full geographical description of the
+whole empire together with historical, political and scientific
+explanations......In 1655, the whole work came out&rdquo; (<span class=
+"bibl">Dr. Schrameier, On Martin Martini, Journal of the Peking
+Oriental Society, Vol. II, 1888, bl. 105 en 106</span>).</p>
+
+<p>Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg
+vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de
+&ldquo;Oliphant&rdquo; (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov.
+d.a.v. in het Vlie <span class="pagenum">[<a id="pb130" href=
+"#pb130">130</a>]</span>aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16
+Juli 1652, 26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der
+Kamer Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene
+&ldquo;gratuiteijt van honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede
+diensten die hij toegeseijt heeft en van hem verwacht worden&rdquo;.
+Hij had &ldquo;aan denselven Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede
+Hoop] geremonstreert ende te kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen
+tusschen de genoemde Caep ende Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen
+te halen souden sijn.... Wij achten de ontdeckinge van de genoemde Cust
+alsmede de Cust van Melinde, seer considerabel, hetwelck van de voorsz.
+Caep ende het eijlandt Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude
+connen geschieden&rdquo; (Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss.
+Jan van Riebeek aan Heeren XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van
+Heeren XVII dd. 15 April 1654).</p>
+
+<p>&ldquo;Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door
+Comp<sup>s</sup> tingangh tusschen Batavia en Japara verovert is hier
+opgebracht seecker Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle
+gedeelten van China heeft doorwandelt.... Verders allegeert
+vooraengeroerde Padre datse [n.l. de Tartaren] die van Macao haer
+vrientschap mitsgaders libere negotie aengebooden hebben twelck bij
+geintercipieerde brieven door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert
+wort. Bovendien datse hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de
+Portugeesen maer oock alle andere vreemde natien die China in
+vrientschap begeren te friqquenteren den liberen ende onbecommerden
+toeganck sullen vergunnen, dierhalven twijffelt ditto padre niet
+ingevalle de Comp.<sup>e</sup> in Quanton daer hij oordeelt de rechte
+plaetse te wesen om bij den Conincq [&rdquo;den oppersten der
+Tartaren&rdquo; in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs stiert
+datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de libere
+negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden&rdquo;
+(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).</p>
+
+<p>&ldquo;T&rsquo;gene UE schrijven van het openstellen van den handel
+in China en dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in
+Maccao en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft,
+&rsquo;t rijck van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en
+haren handel daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het
+schip den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh
+geconfirmeert&rdquo; (Patr. Miss. 20 Jan. 1654). <span class="pagenum">
+[<a id="pb131" href="#pb131">131</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.vi">
+<h3 class="normal">VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET A<sup>o</sup>
+1664&ndash;65.</h3>
+
+<p>Dagregister Japan.</p>
+
+<p>A<sup>o</sup> 1644. December. 19<sup>e.</sup> ... in de nanacht
+omtrent ten 3 uijren is bij ons een Commeet Starre, hebbende een
+vierige roede, die sigh naer&rsquo;t Westen streckte, gesien, maer
+alsoo den dagh&mdash;naer dat deselve langen tijd hadde
+nagesien&mdash;begoste aen te breken, wierde door het licht sijn
+schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige Tolcken
+op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, doch hetselve
+was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde deselve al voor
+ettelijcke dagen gesien te hebben.</p>
+
+<p>20<sup>e</sup> ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van
+de voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren
+in&rsquo;t Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer
+&rsquo;t Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den
+dagh in&rsquo;t S.W. verloren.</p>
+
+<p>21<sup>e</sup> en 22<sup>e</sup> ... dese nachten bevonden
+voorschreve Starre sijn voorgaende kours is houdende, dogh alle avonden
+&frac34; uijrs sich vroeger vertoonde.</p>
+
+<p>26<sup>e</sup> Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre
+uijtgekeken, bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde
+verdooft, onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer
+&rsquo;t Westen keert.</p>
+
+<p>29<sup>e</sup> voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh
+kunnen sien, maer nogh al ondervonden deselve alle avonden &frac34;
+uijrs vrouger opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu
+voorbij&rsquo;t Westen naer&rsquo;t N.W. gekeert is.</p>
+
+<p>Januarij 1665. 3<sup>e</sup> tot den 9<sup>e</sup> ... niet
+sonderlings voorgevallen, als alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24
+uijren seer afneemt ende met sijn staerdt nu al omtrent het N.O.
+uijtstreckt.</p>
+
+<p>10<sup>e</sup> ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo
+gekomen te sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock
+verscheijden malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen
+sijn.</p>
+
+<p>20<sup>e</sup> ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet
+langer gesien konnen werden.</p>
+
+<p>April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11<sup>e</sup> Des smorgens
+met mooij weder <span class="pagenum">[<a id="pb132" href=
+"#pb132">132</a>]</span>omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een
+commeet starre sagen die hem omtrent het oosten weijnigh boven den
+horison opgaende vertonende was, ... quamen des namiddags in de
+Keijserlijcke Stadt Jedo.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde
+hem een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een
+vierige staart naar &rsquo;t Noord oosten. (<span class="bibl">Reisen
+van Nicolaus de Graaff, 1701, bl. 66</span>).</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe
+sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was
+mede indt oosten.</p>
+
+<p>Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster
+zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien
+konden.</p>
+
+<p>Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman Michiel
+Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en Amoij.
+Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).</p>
+
+<p>Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in &rsquo;t Jaer
+MDCLXIV.<a class="noteref" id="xd0e7571src" href="#xd0e7571">38</a></p>
+
+<p>Den 27. November &rsquo;smorgens by half 5. heeft men te Saerdam
+aller eerst gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root
+doch heldre gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck
+van coleur, opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt
+14 daegen, waer door sommighe meenden datter geen Comeet was
+gesien.</p>
+
+<p>Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den
+rovenden Raeff, liep seer ras na &rsquo;t westen, daer hy ten half
+sessen verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het
+selfde Teken daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve
+schijn, dan de staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder
+morgen-lucht: Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van &rsquo;t
+Schip, dan &rsquo;t mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te
+schijnen: Alsmen haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida
+Hydra hadde gesien, sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met
+een soo breede langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al
+vry flaeuw, nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande:
+Noyt is hy grooter in ons gesicht vertoont. <span class="pagenum">[<a
+id="pb133" href="#pb133">133</a>]</span></p>
+
+<p>Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en de
+Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet hy te
+ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen als een
+duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den 2.
+January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder met
+een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae &rsquo;t Westen,
+en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy
+ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na
+&rsquo;t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens
+Gordel-riems 3. Sterren hy geduerig in &rsquo;t gesigt by bleef, so dat
+hy als scheen in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast
+duyster weer: Dan den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel
+klarende, sag men dat de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der
+Walvis verby geloopen.</p>
+
+<p>Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary 1665.
+over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten Mogols
+Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock over
+Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van de
+Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes
+daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien
+tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen en
+Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen en
+gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer &rsquo;t oock Bloet
+gereghent heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer
+bloet-verwich ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer
+lang en breet en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer
+verwonderlijck ghesien, te weten, na den 31. December, voor welcken
+tijdt hy seer laegh aen den Orisont was, maer daer na in sijn opgangh
+ten oosten met een staerdt van een elle lang, en passeerende besuyden
+de Nederlanden, had met een heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen,
+somtijdts wat straeltjens, naer het helder was, maer in sijn
+ondergangh, &rsquo;s Nachts ten twee uren, was sijn staert omtrent soo
+langh als &rsquo;t gantze Stadthuys van Haerlem, ghereeckent na&rsquo;t
+ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door de opkomende
+Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, en besuyden
+d&rsquo;Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet langer
+als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, en een dag
+als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na met een staert
+die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn roedeken
+gelijckende.</p>
+
+<p>Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende
+Figuer, <span class="pagenum">[<a id="pb134" href=
+"#pb134">134</a>]</span>op d&rsquo;onderste Linie, in Virgo de Maegd
+beginnende, en in Aries den Ram eyndigende: Wanneer haren staert op den
+Crater, den Canis, Unicornus, ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion,
+die boven onsen Horisondt met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by
+was, tot hy in Aries uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote
+die hy had na den 30 December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet
+ghy syn fatsoen van den 27 December, en daer by die van &rsquo;t Iaer
+1618. welcke wel soo fel en scherp stont, maer streckte sich op veele
+100. mijlen na als dese dede, niet uyt.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p09.gif" alt="" width=
+"720" height="626"></div>
+
+<p>Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn
+Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van
+&rsquo;t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen
+vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de
+Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus
+de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen Haes:
+Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle Zee en
+Water-tekenen.</p>
+
+<p>Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een
+Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft
+laten sien <span class="pagenum">[<a id="pb135" href=
+"#pb135">135</a>]</span>boven onsen Horisont, op-komende &rsquo;s
+morgens by 2. uren in &rsquo;t Noorden, zijn cours tot 4. uren
+duyrende, is vlack oost, maer zijn Staert die breed en lang doch wit
+is, staet S.O. Ende bevinde hy den 13 April sig meer N.O. en lagher op
+onsen Horisont uytstreckt, staende op den Equus, waer aen alle
+Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.</p>
+
+<p>Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3.
+Comeet-sterren te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht
+geloven, daer nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen
+eygendom is gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden
+wel op het toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.</p>
+
+<p>&rsquo;t Is d&rsquo;Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5.
+Maenden 3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons
+vertoont, &rsquo;tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: &rsquo;t
+Schijndt ons toe datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen
+in&rsquo;t wonderlijcke Iaer 1666. daer van over vele Iaren is
+voorseyt: Godt de Heere late ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat
+wy zyn heerlijcke Schepsels niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig
+mogen aenschouwen.</p>
+
+<p>In Haerlem, desen 14 April 1665. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb137" href="#pb137">137</a>]</span></p>
+
+<p>Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur <span class="pagenum">[<a
+id="pb139" href="#pb139">139</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5673src" id="xd0e5673">1</a></span> Deze en volgende
+cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den druk aangebracht.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5720src" id="xd0e5720">2</a></span> Niet ingevuld.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5723src" id="xd0e5723">3</a></span> In het afschrift voorkomende
+onder de Overgek. Brieven 1667, Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149)
+staat: <i>beneeden</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5751src" id="xd0e5751">4</a></span> van 18 Oct. 1666.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5802src" id="xd0e5802">5</a></span> Daniel Six opvolger (sedert
+18 October 1666) van Willem Volger als opperhoofd van ons comptoir te
+Nagasaki.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5905src" id="xd0e5905">6</a></span> Kol. Arch. no. 457.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5937src" id="xd0e5937">7</a></span> Kol. Arch. no. 255.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6035src" id="xd0e6035">8</a></span> In elke straat van Nagasaki
+woont een Ottono of wijkmeester (<span class="bibl">H. Doeff,
+Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25</span>). Zie ook <span class=
+"bibl" lang="de">Nachod, Beziehungen, u. s. w., bl. 417</span> en <span
+class="bibl">E. Kaempfer, Beschryving van Japan, 1729, bl.
+232</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6105src" id="xd0e6105">9</a></span> de &ldquo;Zuylen&rdquo;, den
+7<sup>en</sup> October van Nagasaki onder zeil gegaan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6121src" id="xd0e6121">10</a></span> Oostvoort in Bijl.
+I<i>a</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6204src" id="xd0e6204">11</a></span> Fran&ccedil;ois de Haas, de
+aangewezen opvolger van het Opperhoofd Daniel Six, zou in het voorjaar
+van 1670 de hofreis naar Jedo hebben te doen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6312src" id="xd0e6312">12</a></span> Zie <a href="#pb86">bl. 86
+hierv&oacute;&oacute;r</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6366src" id="xd0e6366">13</a></span> 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat.
+bl. 456.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6374src" id="xd0e6374">14</a></span> Taifoen, cycloon,
+wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6380src" id="xd0e6380">15</a></span> 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat.
+bl. 435 en 455&ndash;56.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6489src" id="xd0e6489">16</a></span> twee?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6556src" id="xd0e6556">17</a></span> In Gen. Miss. 9 Nov. 1627
+wordt dit schip &ldquo;Groot Hollandia&rdquo; genoemd, ter
+onderscheiding van &rsquo;s lands schip Hollandia. (Res. 15 Sept.
+1627).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6564src" id="xd0e6564">18</a></span> Hij overleed 2 Januari 1627
+te Batavia als Raad Ord<sup>s</sup>. (Dagr. Bat.).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6570src" id="xd0e6570">19</a></span> Volgens &ldquo;Begin ende
+Voortgangh&rdquo; (II, 1646, 20<sup>e</sup> stuk, bl. 18): 14 April
+1627.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6578src" id="xd0e6578">20</a></span> Havenplaats op de N.O. kust
+van het Maleische Schiereiland; ons kantoor aldaar werd in 1622
+opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6645src" id="xd0e6645">21</a></span> Vgl. <span class="bibl"
+lang="en">Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227</span>: <span
+lang="en">&ldquo;On the 10<sup>th</sup> June, 1627, four Dutch ships
+appeared before that port with the view of attacking a fleet which had
+been prepared there for a journey to Japan.... The Dutch
+admiral&rsquo;s ship was boarded and burnt, thirty-seven of the crew
+being killed and fifty taken prisoners. The guns, ammunition, treasury,
+and provisions were also secured. After the loss of this ship the other
+three vessels retired.&rdquo;</span>&mdash;Zie nog <span class="bibl">
+C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6671src" id="xd0e6671">22</a></span> Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627:
+&ldquo;Tegenwoordich weeten niet datter eenige Nederlanders bij den
+vijant in gants India van Mosambique aff tot in Manilha toe, Godt loff,
+gevangen sitten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6926src" id="xd0e6926">23</a></span> Evenals de Wakende Boeij en
+de Nachtegael zal ook &rsquo;t Quelpaert de Brack v&oacute;&oacute;r 8
+Jan. zijn teruggekeerd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7028src" id="xd0e7028">24</a></span> Leonard Camps kwam in het
+begin van 1615 in Japan, werd na het vertrek van Specx in 1621
+Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 November 1623 te Firando
+(Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende opperhoofden enz., Kol.
+Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624<span class="corr" id="xd0e7031" title=
+"Niet in bron">,</span> bl. 13).</p>
+
+<p class="footnote">Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol.
+Arch.&mdash;Q. 434) werd Camps toen op voordracht van Specx tot diens
+opvolger benoemd, daar Specx&rsquo; tijd in het toekomende jaar zou
+eindigen en deze niet van meening was langer te blijven. (Zie Gen.
+Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar Firando 28 Febr. 1620, Coen,
+dl. II, bl. 655). Camps&rsquo; commissie is van 13 Juni 1620 (zie Coen
+II, bl. 729). Over Specx&rsquo; vertrek van Firando, zie Diary of
+Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie Specx 28 Febr.
+1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip &ldquo;de Swaen&rdquo;, aan boord
+waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 Dec.
+1621).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7050src" id="xd0e7050">25</a></span> Memorie van pampieren
+p<sup>r</sup> t Schip Amsterdam over Taijouan aen d&rsquo;Ed. Heer
+Gouverneur Generael in dato 23<sup>e</sup> Nov. A<sup>o</sup> 1637
+geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. A<sup>o</sup>
+1637.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7085src" id="xd0e7085">26</a></span> Pou-san Kai = Pou-san
+(Fusan), sedert 1592 in handen van de Japanners.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7097src" id="xd0e7097">27</a></span> Op van daech verstonden de
+Corresche gesanten op 17<sup>en</sup> passato van het eijlandt Itschio
+naer Corea vertroucken waeren. Naer de geruchten souden aende
+Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer gelieffden assistentie
+tegen den Tarter te doen, hetselffde door d&rsquo;Hr. van Fingo soude
+mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: Een groot gouden vadt
+vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone wel affgevaerdichte
+peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het hair een vinger lanck;
+een gouden cas van faetsoen als de paepen haer consistorien, costelijck
+met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne den brieff aen de
+Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando 24 Meert
+A<sup>o</sup> 1637).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7110src" id="xd0e7110">28</a></span> <i>zijde</i>, staat in Dagr.
+Japan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7272src" id="xd0e7272">29</a></span> Zie over deze expeditie naar
+Formosa of Tacca Sanga, zooals, volgens den Engelschen schrijver, de
+Japanners dit eiland noemden, <span class="bibl" lang="en">Diary of
+Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7282src" id="xd0e7282">30</a></span> <span class="bibl">Ernest
+Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, Introduction,
+bl. LI</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7287src" id="xd0e7287">31</a></span> Zie missive Firando 16 Dec.
+1623 aan Commandeur Reijers: &ldquo;Dese gaet per Cappiteijn China....
+Hij is een doortrapt man, heeft in Nangasackij ende oock hier [Firando]
+treffelijcke huijsen met schoone vrouwen ende kinderen&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7296src" id="xd0e7296">32</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
+all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else
+wheare&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard
+Cocks, II, bl. 309, 10<sup>th</sup> of Marche 1619 [20]</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;<span lang="en">The Chinese pirates who
+resorted to the island [Formosa] as a safe retreat, were as a rule
+divided into bands, and, according to the scanty historical material
+which we have at hand, established a rough form of government over
+their settlements. So admirable was the organization that the different
+bands lived together without discord and chose their leaders by vote,
+while a supreme chief was appointed to look after the interests of the
+combined bands whenever anything arose of common concern. The strongest
+of them was a powerful band under the leadership of one Gan Shi-sai.
+Their exploits brought large returns, and by combining legitimate trade
+with piratical raids they eventually attained a position so formidable
+that smaller bands combined with them for their own protection, and
+thus nearly the whole of the China and Formosa trade was brought under
+their control. In 1621 Gan Shi-sai died, and was succeeded by Ching
+Chi-lung, a famous character, and the father of Koxinga.&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">J. W. Davidson, The Island of Formosa
+(1903) bl. 8</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7316src" id="xd0e7316">33</a></span> &ldquo;sijn genoegen van
+d&rsquo;onsen over sijne gepretendeerde diensten seer cleijn was&rdquo;
+(Miss. Firando 17 Nov. 1625).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7319src" id="xd0e7319">34</a></span> Miss. Firando 26 Oct.
+1625.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7322src" id="xd0e7322">35</a></span> Miss. Firando 17 Nov.
+1625.&mdash;<span class="bibl" lang="en">Letters written by the English
+Residents in Japan 1611&ndash;1623, bl. 271</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7332src" id="xd0e7332">36</a></span> In berichten uit Formosa van
+dien tijd, komt meer voor dat &ldquo;zoon&rdquo; en
+&ldquo;schoonzoon&rdquo; worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
+de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
+Chineezen te Batavia (1636&ndash;1645).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7461src" id="xd0e7461">37</a></span> Hoe Martinus M. van Bantam
+naar China is gekomen, is ons niet gebleken. Journaal Hamel.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7571src" id="xd0e7571">38</a></span> Hollantze Mercurius XV
+(1665). Zie ook N<sup>os</sup> 8827, 8937 en 9200&ndash;9208 van de
+Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="bibl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">BIBLIOGRAPHIE.</h2>
+
+<p>Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers
+in &rsquo;t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes
+Stichter te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.</p>
+
+<p>Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven,
+die alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van
+Corea; daarna de ge&iuml;llustreerde uitgaaf van Stichter, die de
+beschrijving zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken
+hebben het jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog
+niet in het land teruggekomen was.</p>
+
+<p>Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen,
+en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.</p>
+
+<p>Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het
+werk van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche
+uitgaven van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche
+verzamelwerken, waarin het reisverhaal is opgenomen.</p>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.</h3>
+
+<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van
+&rsquo;t Jacht de Sperwer/ van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in
+&rsquo;t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe &rsquo;t selve Jacht
+door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant/ ende van 64.
+personen/ maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden
+zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer
+het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert/ by haer genaemt
+Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 dagen in slaver-//nye onder
+de Wilden hebben gezworven/ zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer
+gestorven/ waer van 8 Per-//sonen in &rsquo;t Jaer 1666. met een kleyn
+Vaertuych // zijn ontkomen / <span class="pagenum">[<a id="pb140" href=
+"#pb140">140</a>]</span>latende daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn
+in &rsquo;t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. // Alles
+beschreven door de Boeckhouder van &rsquo;t voornoemde // Jacht de
+Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // [Schip in houtsn.]
+// Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB VAN VELSEN / in de Kalverstraet /
+// aen de Ossesluys / Anno 1668.</p>
+
+<p>8 bladen, sign. A2&ndash;A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en
+Romeinsche letter.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de &ldquo;Namen van de acht
+Maets die van &rsquo;t Eylandt Coeree af gekomen zijn.&rdquo; en de
+&ldquo;Namen van de acht Maets die daer noch zijn.&rdquo; Daaronder
+begint het Journael, dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De
+eerste bladzijde bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel
+Gothisch, en zoo verder afwisselend; het laatste stuk is met heel
+kleine Romeinsche letter gedrukt.</p>
+
+<p>De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.</p>
+
+<p>Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te
+&rsquo;s-Gravenhage.</p>
+
+<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van
+&rsquo;t Jacht de Sperwer / van Batavia ghedestineert na Tayowan / in
+&rsquo;t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe &rsquo;t selve Jacht
+door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant / ende van 64.
+personen / maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden
+zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer
+het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert / by haer genaemt
+Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in slaver- // nye onder
+de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer
+gestorven / waer van 8 Per- // sonen in &rsquo;t Jaer 1666. met een
+kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende daer noch 8. Maets // sitten
+/ ende zijn in &rsquo;t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. //
+Alles beschreven door de Boeckhouder van &rsquo;t voornoemde // Jacht
+de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van Gorcum. // [Schip in
+houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van [Velsen / in de
+Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]</p>
+
+<p>8 bladen, sign. A2&ndash;A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en
+Romeinsche letter.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de &ldquo;Namen van de acht
+Maets die van &rsquo;t Eylandt Coere&eacute; af gekomen zijn.&rdquo; en
+&ldquo;De Namen van de Maets die noch daer zijn.&rdquo; Daaronder
+begint&mdash;in Gothische letter&mdash;het Journael, dat ook de
+volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den hiervoor
+beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische letter; verder
+komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met heel kleine
+Romeinsche letter gedrukt.</p>
+
+<p>De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.</p>
+
+<p>Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den
+titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de
+keerzijde verlies geleden hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb141"
+href="#pb141">141</a>]</span></p>
+
+<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van &rsquo;t
+Jacht de Sperwer/ van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in &rsquo;t
+Jaar 1653. en van daar op Japan; hoe &rsquo;t selve // Jacht door storm
+op &rsquo;t Quelpaarts Eylant is ghestrant/ ende van 64. personen /
+maar 36. // behouden aan &rsquo;t voornoemde Eylant by de Wilden zijn
+gelant: Hoe de selve Maats door // de Wilden daar van daan naar
+&rsquo;t Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ by haar ghenaamt //
+Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ in slavernije onder de
+Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die tijt tot op 16. na aldaar
+gestorven/ waer van 8. Persoonen in // &rsquo;t Jaar 1666. met een
+kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch acht // Maats sitten/
+ende zijn in &rsquo;t Jaar 1668. in &rsquo;t Vaderlandt gearriveert. //
+Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ Provin-//tien/ Steden
+ende Forten/ leggende in &rsquo;t Coninghrijck Coeree: Hare Rechten/
+Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: Alles
+beschreven door de Boeck-//houder van &rsquo;t voornoemde Jacht de
+Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met
+verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] // Tot
+Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: Op de Hoeck
+// van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.</p>
+
+<p>16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A&ndash;D, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
+spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
+Velsen). Het journaal vult blz. 3&ndash;20. In den tekst 7 tamelijk
+grove houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5),
+strafoefening (blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9),
+gehoor bij den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een
+scheepje (blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz.
+20). Na het Journael volgt een nieuwe titel:</p>
+
+<p>Beschryvinge // Van &rsquo;t Koninghrijck // Coeree, // Met alle
+hare Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
+inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
+M.DC.LXVIIJ.</p>
+
+<p>Op devolgende bladzijden (2&ndash;12) de tekst, met
+Ornamenthoutsnede aan het slot.</p>
+
+<p>Exemplaren in de <span class="abbr" title="Koninklijke Bibliotheek">
+<abbr title="Koninklijke Bibliotheek">Kon. Bibl.</abbr></span> te
+&rsquo;s-Gravenhage, in de <span class="abbr" title=
+"Universiteits-bibliotheek"><abbr title="Universiteits-bibliotheek">
+Univ.-bibl.</abbr></span> te Leiden en te Amsterdam, en in de
+verzameling-Mensing te Amsterdam.</p>
+
+<p>Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
+Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
+en van de beschrijving van Corea in <i>Eigen Haard</i> (blz. 629, 646)
+o.d.t.: <i>Dertien jaar gevangen in Korea</i>, met facs. van den titel
+en 6 van de prenten, en in <i>Het Nieuws van den dag</i> (1 en 9 Oct.)
+o.d.t. <i>.Hollanders in Korea</i>, ondert. <i>
+Toeridj&eacute;n&eacute;.</i></p>
+
+<p lang="nl-1600">&rsquo;t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige
+Reyse van &rsquo;t Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na
+Tyowan en Fer-// <span class="pagenum">[<a id="pb142" href=
+"#pb142">142</a>]</span>mosa/ in &rsquo;t Jaer 1653. en van daer na
+Japan/ daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. //
+Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer op Quelpaerts
+Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ daer van 36. aen Lant zijn
+geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den Gouverneur van &rsquo;t
+Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van Coree dede voeren/
+alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny moeten blij-//ven/
+waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer van acht persoonen in
+&rsquo;t Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn &rsquo;t ontkomen/
+achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in &rsquo;t
+Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip in
+houtsn.] // t&rsquo; Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.</p>
+
+<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A&ndash;E, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter, 2 kolommen.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
+van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
+Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
+door het woord d&rsquo;Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:</p>
+
+<div class="poem" lang="nl-1600">
+<p class="line">Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te
+lesen,</p>
+
+<p class="line">Kond&rsquo; hier op u gemack, en in u Huys wel
+wesen,</p>
+
+<p class="line">En sien wat perijckelen dees Maets zijn over
+g&rsquo;komen,</p>
+
+<p class="line">Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns&rsquo;
+genomen,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">In een woest Heydens landt;
+in &rsquo;t kort men u beschrijft</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Den handel van het volck,
+d&rsquo;Negotie die men drijft.</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Hier nae een Beter.</p>
+</div>
+
+<p>Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele
+regels wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor
+Batavia (1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het
+handschrift-journael en in de andere uitgaven, het vertrek van Batavia
+(18 Juni) en de verdere reis. In de redactie zijn over&rsquo;t geheel
+slechts kleine verschillen met het handschrift en met de andere
+drukken. De beschrijving van Corea staat hier op hare plaats midden in
+het journaal, evenals in het handschrift (pag. 18&ndash;33). Op den
+kant zijn jaartallen en korte inhoudsopgaven geplaatst, en op pag.
+30&ndash;31, in de opsomming van de dieren, is eene beschrijving
+ingevoegd, met twee groote prenten van de olifanten die in Indi&euml;
+zijn en van de crocodillen of kaymans die &ldquo;hier te lande&rdquo;
+veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, dat dit is
+eene &ldquo;Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens&rdquo;. Het
+journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst in
+Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht van
+het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
+tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van de
+behandiging van het journaal aan &ldquo;den Generael&rdquo;, van de
+afreis en de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide
+naamlijstjes volgen.</p>
+
+<p>In den tekst 6 prenten&mdash;5 gravures en een houtsnede&mdash;uit
+den voorraad van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in
+de reis van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet
+gewapenden, een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een
+versterkte plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst
+gebracht; op pag. 22 &ldquo;Straffe der Hoereerders&rdquo; uit de 2e
+reis van Van Neck; in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in
+houtsnee, door Saagman <span class="pagenum">[<a id="pb143" href=
+"#pb143">143</a>]</span>reeds in zijn uitgaaf van Linschoten&rsquo;s
+Itinerario gebruikt, en op p. 31 een groote gravure, een landschap met
+krokodillen en casuarissen voorstellende.</p>
+
+<p>Exemplaren in de Kon. Bibl. te &rsquo;s-Gravenhage en in de
+verzameling-Koch te Rotterdam.</p>
+
+<p lang="nl-1600">JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van &rsquo;t
+Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa /
+in &rsquo;t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was
+REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door
+storm en onweer ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen
+sijn: Mitsgaders // wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en
+eyndelijck hoe // noch eenighe van haer in &rsquo;t Vaderlandt zijn
+aengeko- // men Anno 1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2
+schepen] // t&rsquo; Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.</p>
+
+<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A&ndash;E, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter, 2 kolommen.</p>
+
+<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in &ldquo;&rsquo;t
+Oprechte Journael&rdquo;. Ook de tekst komt doorgaans, behoudens
+onbeduidende spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een
+andere gravure geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling
+op p. 30/31 is veranderd. De groote krokodillenprent is door een
+kleinere afbeelding van een &ldquo;Krockedil&rdquo; vervangen, de
+kantteekening die de bladvulling als zoodanig aanwees, is weggelaten,
+en ook van de olifanten wordt gezegd, dat ze &ldquo;hier&rdquo; zijn.
+De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger gemaakt om de ruimte te
+vullen.</p>
+
+<p>Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.</p>
+
+<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van &rsquo;t
+Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa /
+in &rsquo;t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was
+REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe &rsquo;t Jacht
+door storm en onweer op Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64
+man / daer van 36 aen landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen
+van den Gouverneur van &rsquo;t Eylandt / die haer als Slaven na den
+Koningh van // Coree dede voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen
+hebben in slaverny moeten blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na
+gestorven: daer van 8 persoonen in &rsquo;t 1666. met een kleyn //
+Vaertuygh t&rsquo; ontkomen zijn / achterlatende noch 8 van haer Maets:
+En hoe sy in &rsquo;t // Vaderlandt zijn aen-gekomen / Anno 1668. in de
+Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // t&rsquo; Amsterdam, // By
+GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van
+de Zee-Journalen en Landt-Reysen.</p>
+
+<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A&ndash;E, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter, 2 kolommen. <span class="pagenum">[<a id="pb144"
+href="#pb144">144</a>]</span></p>
+
+<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
+uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde voor
+bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op p. 22 is de
+prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor de afgoden
+sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, ontleend aan
+de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie <span class="bibl">
+Werken <span class="abbr" title="Linschoten-Vereeniging"><abbr title=
+"Linschoten-Vereeniging">Linsch.-vereen.</abbr></span> VII, blz,
+124</span>); de geheele bladvulling met de beide prenten (olifant en
+krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor is op p. 30&ndash;32 (4
+kolommen) ingevoegd eene &ldquo;Beschrijvinghe van des Konings
+Gastmael&rdquo; uit de &ldquo;Javaense Reyse gedaen van Batavia over
+Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare
+1656&rdquo;, uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den
+Sousouhounan, Grootmachtighste Koninck van&rsquo;t Eyland Java is
+zonder eenige aanwijzing naar Corea overgebracht.</p>
+
+<p>Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
+Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- en
+volkenk, van Ned. Indie te Delft.</p>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.</h3>
+
+<p lang="nl-1600">Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappy in &rsquo;t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van
+Japan. Door ARNOLDUS MONTANUS. t&rsquo; Amsterdam By JACOB MEURS
+1669.</p>
+
+<p>In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p.
+429&ndash;436 een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel
+ontleend, beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst
+der geredde mannen op &ldquo;Disma&rdquo;.</p>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.</h3>
+
+<p lang="fr">RELATION // du // naufrage // d&rsquo;un vaisseau
+holandois, // Sur la Coste de l&rsquo; Isle de Quel-//paerts: Avec la
+Description // du Royaume de Cor&eacute;e: // traduite du Flamand, //
+Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, // Chez THOMAS JOLLY, au Palais, //
+dans la Salle des Merciers, au coin // de la Gallerie des prisonniers,
+a la // Palme &amp; aux Armes d&rsquo; Holande. // M.DC.LXX. // Avec
+privilege du Roy.</p>
+
+<p>Ook met ander uitgevers-adres:</p>
+
+<p lang="fr">RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS
+BlLLAlNE, au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // &agrave;
+la Palme, &amp; au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du
+Roy.</p>
+
+<p>4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165
+genumm. bladzijden (sign. A&ndash;O), 12<sup>o</sup>, Rom. letter.</p>
+
+<p>De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van
+Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, en
+eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee
+naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal
+geplaatst (p. 101&ndash;165), evenals bij Stichter; de olifanten worden
+echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman (p.
+107&ndash;108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.</p>
+
+<p>Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te
+Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te &rsquo;s-Gravenhage. <span
+class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145">145</a>]</span></p>
+
+<p>Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages
+au Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote
+18<sup>e</sup>-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar
+weer vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.</p>
+
+<p lang="de">Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer m&auml;chtigen
+K&ouml;nigreiche/ // Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch
+vielen andern/ im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen
+Anmerkungen/ und sch&ouml;nen // Kupferbl&auml;ttern,&rsquo; // von //
+CHRISTOPH ARNOLD/ // vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch
+beygef&uuml;get // JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ //
+Ost-Indianische Reise: // Welche er im Jahre 1644 l&ouml;blich
+angenommen/ und im // Jahre 1653 gl&uuml;cklich vollendet. // Samt
+einem nothwendigen Register. // Mit R&ouml;m. K&auml;ys. Majest.
+Freyheit. // N&uuml;mberg/ // In Verlegung MICHAEL und JOH. FRIEDERICH
+ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.</p>
+
+<p>Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene
+gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het boek
+opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN K&ouml;nigreich Siam.
+J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: P.
+TROSCHEL sculp.</p>
+
+<p>24 + 1148 + 36 bladzijden, 8<sup>o</sup>, Hoogduitsche letter,
+kopergravures. Op bladz. 811 de titel:</p>
+
+<p lang="de">JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles
+dasjenige/ was sich mit einem // Holl&auml;ndischen Schiff/ das von
+Batavien aus/ // nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, //
+reisfertig/ durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk
+darauf/ so in das K&ouml;nigreich Corea, // gebracht worden/ nach und
+nach begeben/ ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von //
+HEINRICH HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen //
+Schiff/ Sperber genant. // Aus dem Niederl&auml;ndischen
+verteutschet.</p>
+
+<p>Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche
+uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het
+journaal (p. 814&ndash;882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen,
+zonder de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan
+Montanus ontleend. Op p. 883&ndash;900 volgt Martin Martins Bericht von
+der Halbinsel Korea ... Verteuscht.</p>
+
+<p>Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.</p>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN
+REIZEN.</h3>
+
+<p>(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)</p>
+
+<p lang="en">A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John
+Churchill 1704. f<sup>o</sup>. <span class="pagenum">[<a id="pb146"
+href="#pb146">146</a>]</span> In vol. IV, p. 607&ndash;632; en ook in
+de latere uitgaven 1732, 1744/45 (IV p. 719&ndash;742), 1752:</p>
+
+<p lang="en">An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast
+of the Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom
+of Corea. Translated out of French.</p>
+
+<p>Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties,
+herdrukt in:</p>
+
+<p lang="en">Corea, without and within. By William Elliot Griffis.
+Philadelphia 1884.&mdash;Second ed. ibid. 1885.</p>
+
+<p>Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the
+Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met &ldquo;foreword&rdquo;
+onderteekend door den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea,
+waarin twijfel wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder
+titelblad uit de collectie Churchill was of uit een der hierna
+beschrevene.</p>
+
+<p lang="en"><span lang="la">Navigantium atque Itinerantium
+Bibliotheca</span>: or, a compleat collection of voyages and travels.
+By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 f<sup>o</sup>. (2 kol.).</p>
+
+<p>In de Appendix op p. 37&ndash;40:</p>
+
+<p lang="en">An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the
+Coast of the Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of
+Corea in the East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who
+got ashore upon that Isle; and of the Escape of 8 of &rsquo;em to
+Japan, and thence to Holland. First publish&rsquo;d in that Country by
+the Clerk of the Ship, who was one of them that escap&rsquo;d: since
+Translated and Abridg&rsquo;d.</p>
+
+<p>Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia
+naar Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668.
+Daarop volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder
+de olifanten en krokodillen.</p>
+
+<p lang="fr">Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN
+FR&Eacute;D. BERNARD 1715; nouv. &eacute;d. 1732. 8<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>In deel IV (p. 243&ndash;347 in de uitg. van 1782):</p>
+
+<p lang="fr">Relation du naufrage d&rsquo;un vaisseau Hollandois, sur
+la c&ocirc;te de l&rsquo;Isle de Quelpaerts: avec la description du
+Royaume de Cor&eacute;e.</p>
+
+<p>Herdruk van de vertaling van Minutoli.</p>
+
+<p lang="en">A new and general collection of voyages and travels,
+consisting of the most esteemed relations which have been published in
+any language. By Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745&ndash;47.
+4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>In vol. IV p. 239&ndash;347 het reisverhaal van Hamel, met de
+beschrijving van Corea, naar de collection van Churchill.</p>
+
+<p lang="fr">Histoire g&eacute;nerale des voyages, ou nouvelle
+collection de toutes les <span class="pagenum">[<a id="pb147" href=
+"#pb147">147</a>]</span>relations de voyages qui ont &eacute;t&eacute;
+publi&eacute;es jusqu&rsquo;&agrave; pr&eacute;sent, par
+l&rsquo;abb&eacute; PR&Eacute;VOST. (voortgez. door de Querlon en de
+Surgy) 20 vol. Paris 1746&ndash;89. 40.</p>
+
+<p>De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er
+bestaat ook een uitg. in 12<sup>o</sup> in 80 deelen. Van 1747&ndash;80
+verscheen een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4<sup>o</sup>, deels
+rechtstreeks naar Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld,
+deels naar de Parijsche uitgaaf.</p>
+
+<p>In vol. VIII (1749) p. 412&ndash;429:</p>
+
+<p lang="fr">Voyage de quelques Hollandois dans la Cor&eacute;e, avec
+une relation du Pays et de leur naufrage dans l&rsquo;Isle de
+Quelpaert.</p>
+
+<p>Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. &rsquo;s Gravenhage,
+by Pieter de Hondt. 1747&ndash;1767. 4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>Nederlandsche uitg. van de Hist. g&eacute;n. des voyages. In dl. X
+(1750) p. 18&ndash;48:</p>
+
+<p>Schipbreuk van eenige Hollanders, op &rsquo;t Eiland Quelpaert, in
+Kor&eacute;a, en hun Berigt van de Landstreek.</p>
+
+<p lang="de">Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21
+Bde. Leipzig, bey Arkstee und Merkus 1748&ndash;1774.
+4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>Duitsche bewerking van de Hist. g&eacute;n. des voyages. In Bd. VI
+(1750) p. 573&ndash;608:</p>
+
+<p lang="de">Reisen einiger Holl&auml;nder nach Korea, nebst einer
+Nachricht von dem Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel
+Quelpaert. Durch HEINRICH HAMEL. Aus dem Franz&ouml;sischen
+&uuml;bersetzt.</p>
+
+<p lang="en">A general collection of the best and most interesting
+voyages and travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London
+1808&ndash;1814. 4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>In vol. VII p. 517:</p>
+
+<p lang="en">Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the
+country, and their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY
+HAMEL. Translated from the French. <span class="pagenum">[<a id="pb149"
+href="#pb149">149</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="lit" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">GERAADPLEEGDE LITERATUUR.<a class="noteref" id=
+"xd0e7899src" href="#xd0e7899">1</a></h2>
+
+<p>BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde
+Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.</p>
+
+<p lang="en">BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M.
+Semarang, during the years 1843&ndash;46. London, 1848.</p>
+
+<p lang="fr">BESCHERELLE A&Icirc;N&Eacute;. Dictionnaire national.
+Paris, 1851.</p>
+
+<p lang="en">CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney
+(Journal North China Branch R.A.S. XXIII, 1888).</p>
+
+<p lang="fr">CHAILL&Eacute;-LONG-BEY. La Cor&eacute;e ou Tch&ouml;sen.
+Paris, 1894.</p>
+
+<p lang="en">CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.</p>
+
+<p>COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in Indi&euml;.
+Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I&ndash;II. &rsquo;s-Gravenhage,
+1919&ndash;20.</p>
+
+<p lang="en">COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in
+Korea (Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).</p>
+
+<p lang="en">COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc.,
+1917.</p>
+
+<p lang="fr">COURANT (M.). Bibliographie cor&eacute;enne, etc. Dl. I.
+Introduction. Paris, 1894.</p>
+
+<p>DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia&mdash;&rsquo;s Hage,
+1887&ndash;1918.</p>
+
+<p lang="fr">DALLET (Ch.). Histoire de l&rsquo;Eglise de Cor&eacute;e
+pr&eacute;c&eacute;d&eacute;e d&rsquo;une Introduction sur
+l&rsquo;histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes
+cor&eacute;ennes. Paris, 1874.</p>
+
+<p>DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische Compagnie.
+(Handschrift Kol. Archief).</p>
+
+<p lang="en">DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history
+etc. II. London, 1894.</p>
+
+<p lang="en">DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present.
+History, people, resources and commercial prospects. London etc.,
+1903.</p>
+
+<p lang="en">DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English
+factory in <span class="pagenum">[<a id="pb150" href=
+"#pb150">150</a>]</span>Japan 1615&ndash;1622. Edited by E.M. Thompson.
+London, 1883.</p>
+
+<p lang="fr">DICTIONNAIRE Cor&eacute;en-Francais, par les missionnaires
+de Cor&eacute;e. Yokohama, 1880.</p>
+
+<p>DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.</p>
+
+<p lang="fr">DU HALDE (J.B.) Description g&eacute;ographique,
+historique, chronologique ... etc. de l&rsquo; Empire de la Chine et de
+la Tartarie Chinoise. Nouv. &eacute;dition. IV. La Haye, 1736.</p>
+
+<p>DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over
+onze vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.</p>
+
+<p>ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indi&euml;. Tweede druk, dl. I. 1917.</p>
+
+<p lang="en">GALE (J.S.). The influence of China upon Korea
+(Transactions Korea Branch R. A. S. I, 1900).</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).</p>
+
+<p lang="en">GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China
+Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895).</p>
+
+<p>GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d&rsquo;Oost Indise Spiegel, enz.
+Hoorn, 1701.</p>
+
+<p lang="en">GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition.
+London,1905.</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;Corea without and within. Second
+&eacute;dition. Philadelphia, 1885.</p>
+
+<p>GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen Kon.
+Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).</p>
+
+<p>G&Uuml;TZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op
+Corea en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.</p>
+
+<p>HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het
+Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910&ndash;12.</p>
+
+<p>&mdash;&mdash;Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer
+(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).</p>
+
+<p lang="fr">HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Vari&eacute;t&eacute;s
+sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.</p>
+
+<p lang="en">HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words
+and phrases, by H.Yule and A.C.Burnell. New &eacute;dition. London,
+1903.</p>
+
+<p>HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik
+Zwaardecroon in Indi&euml; na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).</p>
+
+<p>HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen
+enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.</p>
+
+<p lang="fr">HUART (C.I.). M&eacute;moire sur la guerre des Chinois
+contre les Cor&eacute;ens de 1618 &agrave; 1637 (Journal Asiatique, 7e
+Ser. XIV, 1879).</p>
+
+<p lang="en">HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea
+Branch R.A.S. I, 1900).</p>
+
+<p>HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr.Kon.
+Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). <span class="pagenum">[<a
+id="pb151" href="#pb151">151</a>]</span></p>
+
+<p lang="en">ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea
+Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p>
+
+<p>JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche
+zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.</p>
+
+<p>JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in
+<span class="corr" id="xd0e7989" title="Bron: Oost-Indie">
+Oost-Indi&euml;</span>. Dl. III. &rsquo;s-Gravenhage&mdash;Amsterdam,
+1865.</p>
+
+<p>KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ...
+van het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem,
+1831.</p>
+
+<p>KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz.
+&rsquo;s-Gravenhage&mdash;Amsterdam, 1729.</p>
+
+<p lang="fr">LA P&Eacute;ROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde,
+publi&eacute; par M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.</p>
+
+<p lang="en">LETTERS written by the English Residents in Japan
+1611&ndash;1613 etc., edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo,
+1900.</p>
+
+<p>LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op
+Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).</p>
+
+<p>LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer Oost
+ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door)
+Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten enz.
+Amsterdam, 1595.</p>
+
+<p lang="en">LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell
+(Transactions Japan Society of London, XIII, 2, 1914&ndash;15).</p>
+
+<p lang="en">MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan.
+(London&mdash;Hongkong, 1867.</p>
+
+<p lang="en">MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII
+centuries. Edited by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William
+Adams 1611&ndash;1617). London, 1850.</p>
+
+<p lang="en">MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong,
+1902.</p>
+
+<p>MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.</p>
+
+<p>MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr.
+Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).</p>
+
+<p>MULLER (Dr. H.P.N.). Azi&euml; gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.</p>
+
+<p lang="de">NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederl&auml;ndischen
+Ost-Indischen Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig,
+1897.</p>
+
+<p lang="de">&mdash;&mdash;Die &auml;lteste abendl&auml;ndische
+Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz Dourado 1568. Roma,
+1915.</p>
+
+<p lang="en">NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X,
+1841).</p>
+
+<p lang="en">PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of
+Japan. Tokyo, (1909).</p>
+
+<p lang="en">PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce.
+Second edition. London, 1917. <span class="pagenum">[<a id="pb152"
+href="#pb152">152</a>]</span></p>
+
+<p lang="en">PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;Corea. (China Review. XIV, XVI).</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;The Manchu relations with Corea.
+(Transactions Asiatic Society of Japan. XV, 1887).</p>
+
+<p lang="en">PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493&ndash;1898. Edited and
+annotated by Emma H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV.
+Cleveland, 1905&ndash;1906.</p>
+
+<p>PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602&ndash;1811, door Mr. J.A.
+van der Chijs. Batavia&mdash;&rsquo;s Hage, 1885&ndash;1900.</p>
+
+<p lang="en">REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic
+Society of Japan. VI, 3, 1878).</p>
+
+<p lang="de">RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band
+III. Berlin, 1834.</p>
+
+<p lang="en">ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with
+description of manners, etc. Paisley, (1880).</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;The Manchus, or the reigning dynasty of
+China: their rise and progress. London, 1891.</p>
+
+<p lang="en">SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal
+China Branch R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893&ndash;94.).</p>
+
+<p lang="de">SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im
+Seegebiete von Japan. Leyden, 1852.</p>
+
+<p lang="de">&mdash;&mdash;Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan.
+Leiden, 1832&ndash;52.</p>
+
+<p>SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie
+Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.</p>
+
+<p lang="en">TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens
+Land and New Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.</p>
+
+<p lang="de">TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie
+der japanischen Inseln. Budapest&mdash;Leipzig, 1909.</p>
+
+<p lang="fr">TIELE (P.A.). M&eacute;moire bibliographique sur les
+journaux des navigateurs n&eacute;erlandais, etc. Amsterdam, 1867.</p>
+
+<p>&mdash;&mdash;Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde.
+Amsterdam, 1884.</p>
+
+<p>VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indi&euml;n, vervattende, enz. Dl.
+V, 2. Dordrecht&mdash;Amsterdam, 1726.</p>
+
+<p>&rsquo;T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz.
+Amsterdam, 1675.</p>
+
+<p lang="en">VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited
+... by E.M. Satow, London, 1900.</p>
+
+<p lang="en">WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the
+geography, government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New
+York, 1899. <span class="pagenum">[<a id="pb153" href=
+"#pb153">153</a>]</span></p>
+
+<p>WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam,
+1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.</p>
+
+<p lang="en">YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the
+Japanese invasion of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea
+Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p>
+
+<p>IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen
+Kon. Inst. dl. 73, 1917).</p>
+
+<p>ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen
+van Arkel. Gorinchem, 1755.</p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7899src" id="xd0e7899">1</a></span> Zie voor de geraadpleegde
+vertalingen van Hamel&rsquo;s Journaal, de <a href="#bibl">
+Bibliographie</a>.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div id="map" class="figure"><a href="images/maph.jpg"><img border="0"
+src="images/map.jpg" alt=
+"Kaart van China, Formosa, Korea en Japan, met daarop weergegeven de tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en 1666."
+ width="616" height="720"></a>
+<p class="figureHead">Tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en
+1666.</p>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb157" href=
+"#pb157">157</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="index" class="div1 index"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">BLADWIJZER</h2>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">A.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Achterkercke</span> (Schip), <a href=
+"#pb121">121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ackersloot</span> (Schip), <a href=
+"#pb105">105</a>, <a href="#pb109">109</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Adams</span> (William), <a href="#pbxviii">
+XVIII</a>, <a href="#pbliii">LIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Afgoden</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ai-chiu</span>, <a href="#pb53">
+53</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Akers</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Alphen</span> (Schip), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Aluin</span>, <a href="#pb47">47</a>, <a
+href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Amboina</span> (Schip), <a href="#pb105">
+105</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Amerongen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Annam</span>, <a href="#pbxxxi">
+XXXI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Anville</span> (d&rsquo;), <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Arentsen</span> (Cornelis), <a href=
+"#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Arentszen</span> (Claes), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Atjehers</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Auckland</span> (Mount), <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">B.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Bagijnen</span> kloosters, <a href="#pb41">
+41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bakkam</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Barbarot</span>, <a href="#pb13">13</a>, <a
+href="#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Begraafplaatsen</span> Koreanen, <a href=
+"#pb46">46</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Benjoesen</span>, <a href="#pb14">14</a>,
+<a href="#pb88">88</a>, <a href="#pb108">108</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bescharen</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb41">41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Birma</span>, xxxi.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blaeu</span> (Johannes), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>, <a href="#pbl">L</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bleijswijck</span> (Schip), <a href=
+"#pb96">96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blick Vieren</span> (Verklaring van), <a
+href="#pb62">62</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Bartholomeus), <a
+href="#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Hendrik), <a href=
+"#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boekdrukkunst</span> bij de Koreanen, <a
+href="#pb51">51</a>, <a href="#pb58">58</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boekhouder</span> (Werkkring van een), <a
+href="#pb8">8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boesquet</span> (Sander), <a href=
+"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>,
+<a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bommel</span> (Schip), <a href="#pb96">
+96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bongcoijs, Bonjosen</span>, zie
+Benjoesen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boon</span> (Capiteijn), <a href="#pb110">
+110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boor</span> (M.G.), <a href="#pb132">
+132</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bort</span> (Commandeur), <a href=
+"#pbxlviii">XLVIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bos</span> (Hendrick Janse), <a href=
+"#pb25">25</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bot vieren</span>, <a href="#pb4">
+4</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boucheren</span>, <a href="#pb63">
+63</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boijcko</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brack</span> (Schip), <a href="#pbxliii">
+XLIII</a>&ndash;XLIV, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>&ndash;L, <a href=
+"#pb104">104</a>&ndash;112.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brouwer</span> (H.), <a href="#pbxlv">
+XLV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buffelhoorns</span>, <a href="#pb47">
+47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Burch</span> (Van den), <a href="#pbxlvii">
+XLVII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buren</span> (Schip), <a href="#pb96">
+96</a>, <a href="#pb103">103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buskruit</span>, <a href="#pb58">
+58</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buyenskerke</span> (Schip), <a href=
+"#pbxvii">XVII</a>,89.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buytenhem</span> (H. Van), <a href="#pb22">
+22</a>.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb158" href=
+"#pb158">158</a>]</span></div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">C.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (Cornelis), <a href=
+"#pbviii">VIII</a>&ndash;IX, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb3">
+3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb121">121</a>&ndash;123.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (M.), <a href="#pb121">
+121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Calf</span> (Schip), <a href="#pbxlix">
+XLIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Caliatourshout</span>, <a href="#pb92">
+92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Campen</span> (Schip), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>, <a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb100">100</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Camphuys</span> (J.), <a href="#pbxx">
+XX</a>, <a href="#pb93">93</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Camps</span> (L.), <a href="#pbxxxviii">
+XXXVIII</a>, <a href="#pb113">113</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Canje water</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cangue</span>, <a href="#pb17">17</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Capitein China</span>, <a href="#pb123">
+123</a>, <a href="#pb125">125</a>&ndash;126.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cappelle</span> (Schip), <a href="#pb107">
+107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Caron</span> (Fr.), <a href="#pbxi">XI</a>,
+<a href="#pbxlvi">XLVI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Castricum</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Catel</span>, <a href="#pb42">42</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cattenburgh</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chausien</span>, <a href="#pbxxxvi">
+XXXVI</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chentio</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chesu</span>, <a href="#pb66">
+66</a>&ndash;67.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chi-Chou</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chiaccam</span>, <a href="#pbiv">
+IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chiap</span>, <a href="#pb23">23</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">China</span>, <a href="#pbvi">VI</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chineezen</span>, <a href="#pb124">
+124</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ching Chi-lung</span>, <a href="#pb124">
+124</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chioor</span>, <a href="#pb114">
+114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chulla Do</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chunggoong</span>, zie Koksinga.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Claesz</span> (Jan), <a href="#pbxxi">
+XXI</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cleen Heusden</span> (Schip), <a href=
+"#pb101">101</a>&ndash;102.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Clercq</span>, zie Klerck.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cochin</span>, zie Koksinga.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Coen</span> (J. Psz.), <a href="#pb112">
+112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Congtio</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Constantia</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cool</span> (Poulus Janse), <a href=
+"#pb19">19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Corea</span> (Schip), <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cornelisse</span> (Hendrik), <a href=
+"#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Couckebacker</span>, <a href="#pbxxxv">
+XXXV</a>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>, <a href="#pbxliv">XLIV</a>,
+<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Coxinga</span>, zie Koksinga.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Coijett</span>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>,
+<a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cunaeus</span> (J.), <a href="#pbviii">
+VIII</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">D.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Decima</span>, <a href="#pbx">X</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Denijsz</span> (Govert), <a href="#pb16">
+16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href=
+"#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Diemen</span> (Gouv. Gen. Van), <a href=
+"#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dircksz</span> (Cornelis), <a href="#pb60">
+60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href=
+"#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dittis</span> (Andrea), <a href="#pb123">
+123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Do</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Doodstraf</span> op Korea, <a href="#pb37">
+37</a>&ndash;38.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dordrecht</span> (Schip), <a href="#pbxiv">
+XIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Duijtsiang</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">E.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Egbertsen</span> (Reijnier), <a href=
+"#pbix">IX</a>, <a href="#pb6">6</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Eibokken</span> (Mattheus), <a href=
+"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a
+href="#pb13">13</a>, <a href="#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a
+href="#pb46">46</a>&ndash;50, <a href="#pb55">55</a>, <a href="#pb57">
+57</a>, <a href="#pb59">59</a>&ndash;60, <a href="#pb73">73</a>, <a
+href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Elantshuijden</span>, <a href="#pb98">
+98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Elseracq</span> (J. van), <a href="#pbxii">
+XII</a>, <a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a
+href="#pb104">104</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb129">
+129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Emck</span> Wzn. (W. F.), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Engelschen</span>, <a href="#pbxxxvi">
+XXXVI</a>, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a
+href="#pb124">124</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Equan</span>, zie Iquan</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Esperance</span> (Schip), <a href="#pbxii">
+XII</a>&ndash;XIII, <a href="#pb81">81</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">F.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Fannius</span>, <a href="#pb86">
+86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fauna</span> van Korea, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Firando</span>, <a href="#pbx">X</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Foesan</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb30">30</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Formosa</span>, <a href="#pbiii">III</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Francx, Franszen</span> (Ch.), <a href=
+"#pb112">112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fungma</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>,
+<a href="#pbxli">XLI</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb159" href=
+"#pb159">159</a>]</span></div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">G.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Gaan Si Tsee</span>, <a href="#pb123">
+123</a>&ndash;125.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gaelderij</span> van een schip, <a href=
+"#pb4">4</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Galjoen</span> van een schip, <a href=
+"#pb5">5</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gastvrijheid</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb43">43</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gecroonde Liefde</span> (Schip), <a href=
+"#pb99">99</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ginseng</span>, <a href="#pb34">
+34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goa</span> (Schip), <a href="#pb96">
+96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Godsdienst</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb39">39</a>, <a href="#pb68">68</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goed arms</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb30">30</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gonnemonde</span>, <a href="#pb81">
+81</a>&ndash;81, <a href="#pb92">92</a>&ndash;93.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gorlos</span> (voor gordel?), <a href=
+"#pb45">45</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goto-eilanden</span>, <a href="#pbx">X</a>,
+<a href="#pbxvi">XVI</a>, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href=
+"#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pb63">63</a>&ndash;64, <a href="#pb72">
+72</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a href=
+"#pb83">83</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goud</span> (Goudmijnen), <a href=
+"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>&ndash;XLVIII, <a
+href="#pb49">49</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a
+href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Govertsz</span> (Denijs), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Graaf</span> (I. de), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gravius</span> (D.), <a href="#pbvi">
+VI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Groot Hollandia</span> (Schip), <a href=
+"#pb101">101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Grootenbroeck</span> (Schip), <a href=
+"#pb96">96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gunjiu</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gijsbertsz</span> (Dirck), <a href="#pb13">
+13</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">H.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Haan</span> (Dr. F. de), <a href="#pbxxiv">
+XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Haas</span> (Fr. de), <a href="#pb91">
+91</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Haes</span> (Schip), <a href="#pbxlix">
+XLIX</a>, <a href="#pb118">118</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hagen</span> (J. van der), <a href=
+"#pb102">102</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hai-Nam</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hakata</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Halley</span>, <a href="#pb56">56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ham-Kyeng</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Adriaan), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Dirck), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Hendrik), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pbxix">
+XIX</a>&ndash;XXXII, <a href="#pbxxxiv">XXXIV</a>&ndash;XXXV, <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbli">LI</a>&ndash;LIII, <a href="#pb22">
+22</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a href="#pb41">41</a>, <a
+href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb80">80</a>, <a
+href="#pb82">82</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Heyndrick), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (<span class=
+"smallcaps">Joan</span>), <a href="#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Mr. Johan), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Maria), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-Ra-San</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-rivier</span>, <a href="#pb21">21</a>,
+<a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-Yang</span>, <a href="#pb21">
+21</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hanchung</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Handel</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb47">47</a>&ndash;48, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb85">
+85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Handel</span> op Korea, <a href="#pbxvii">
+XVII</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a
+href="#pbxxxix">XXXIX</a>&ndash;XLI, <a href="#pb69">69</a>, <a href=
+"#pb90">90</a>&ndash;94, <a href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-Kang</span>, <a href="#pb21">
+21</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Happart</span> (G.), <a href="#pbvi">
+VI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Haring</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Harouse</span>, <a href="#pbxlviii">
+XLVIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Harpoenen</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hartsingh</span> (C.), <a href="#pbvii">
+VII</a>, <a href="#pb106">106</a>, <a href="#pb120">120</a>, <a href=
+"#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hasewint</span> (Schip), <a href="#pbxliv">
+XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hertevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>,
+<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb85">85</a>,
+<a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb123">123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">&rsquo;s-Hertogenbosch</span> (Schip), <a
+href="#pb118">118</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heusden</span> (Schip), <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heijnam</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hevelius</span>, <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hirado</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hizen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hollandia</span> (Schip), <a href="#pb13">
+13</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hongersnood</span> op Korea, <a href=
+"#pb31">31</a>, <a href="#pb53">53</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a
+href="#pb71">71</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hollantsche Tuijn</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hond</span> (Schip), <a href="#pbxxxviii">
+XXXVIII</a>, <a href="#pb112">112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoope</span> (Schip), <a href="#pb111">
+111</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (P. van), <a href="#pb85">
+85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (Vlek op Formosa), <a href=
+"#pbv">V</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Houtman</span> (F. de), <a href="#pb112">
+112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">H&ouml;welcke</span> (J.), <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Htai-In</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb160" href=
+"#pb160">160</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Huizen</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb42">42</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hung Wu</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Huwelijk</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb43">43</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">I.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Ilha de Ladrones</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>&ndash;XLII, <a href="#pbl">L</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ilha Formosa</span> (Schip), <a href=
+"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>&ndash;100.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Iquan</span>, <a href="#pbvi">
+VI</a>&ndash;VII, <a href="#pb119">119</a>, <a href="#pb123">
+123</a>&ndash;129.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Itschio</span>, <a href="#pb115">
+115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Iulla Do</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Iy&eacute;nobu</span> (Shogoen), <a href=
+"#pbxxxv">XXXV</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">J.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (Jacob), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (W.), <a href="#pb103">
+103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Janssonius</span> (J.), <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Gerrit), <a href="#pb16">
+16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href=
+"#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Hendrik), <a href="#pbxlix">
+XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a href="#pb25">25</a>, <a href=
+"#pb112">112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Jan), <a href="#pb47">
+47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Japan</span>, <a href="#pbiii">III</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Japanners</span>, <a href="#pbxi">XI</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jartoux</span> (P&egrave;re), <a href=
+"#pb34">34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jedo</span>, <a href="#pbxii">XII</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jeenare</span>, <a href="#pb8">8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jehaen</span> (Jeham), <a href="#pb20">
+20</a>, <a href="#pb27">27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jensoen</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jihp&#277;n</span>, <a href="#pb8">
+8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jipamsansiang</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jonge Prins</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jourdain</span> (J.), <a href="#pb112">
+112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Juel</span> (E.), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">K.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Kam-s&#259;</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kang-wa</span>, <a href="#pb24">
+24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kanghi</span>, <a href="#pb48">48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kambodja</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kartographie</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kassies</span>, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Katoen</span>, <a href="#pb69">69</a>, <a
+href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kelang</span>, <a href="#pbxlv">
+XLV</a>&ndash;XLVIII, <a href="#pb108">108</a>&ndash;110.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kelang</span> (Schip), <a href="#pb107">
+107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ketting</span> (N.), <a href="#pb102">
+102</a>&ndash;103.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Keum-Kou</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kienloong</span>, <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kiung-kei</span>, <a href="#pb21">
+21</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kivith</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>&ndash;107.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kleeding</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Klerk</span> (Benedictus), <a href=
+"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pb19">19</a>, <a href="#pb33">33</a>, <a
+href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb87">
+87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kloosters</span>, <a href="#pb33">33</a>,
+<a href="#pb35">35</a>, <a href="#pb40">40</a>&ndash;41, <a href=
+"#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kninge</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ko lee</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koe</span> (Schip), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koebeesten</span>, <a href="#pb50">50</a>,
+<a href="#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koksinga</span>, <a href="#pbvi">
+VI</a>&ndash;57, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb124">
+124</a>&ndash;125, <a href="#pb127">127</a>&ndash;128.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Komeet</span>, <a href="#pb56">
+56</a>&ndash;57, <a href="#pb130">130</a>&ndash;135.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kompas</span>, <a href="#pb58">58</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koper</span>, <a href="#pb49">49</a>, <a
+href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Korea</span>, <a href="#pbiii">III</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Krokodillen</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kyeng-Keui</span>, <a href="#pb20">
+20</a>&ndash;21.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">L.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Lamotius</span> (J.), <a href="#pb104">
+104</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Jacob), <a href="#pb89">
+89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Johannis), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Le Maire</span> X.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Legerorganisatie</span> enz. in Korea, <a
+href="#pb34">34</a>, <a href="#pb37">37</a>, <a href="#pb68">
+68</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Leggers</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb6">6</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lens houden</span> (Verklaring van), <a
+href="#pb5">5</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Leopardus</span>, <a href="#pbli">
+LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Li Chunggwei</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Li Tau</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Liefde</span> (Schip), <a href="#pb105">
+105</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Liesvelt</span> (Jan van), <a href=
+"#pb107">107</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb161" href=
+"#pb161">161</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lillo</span> (Schip), <a href="#pb104">
+104</a>, <a href="#pb111">111</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Limlacco</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lindel&ouml;f</span>, <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lingen</span> (J. van), <a href="#pb104">
+104</a>, <a href="#pb107">107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Linschoten</span> (Jan Huygen van), <a
+href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pbxli">XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lioe Kioe-eil.</span>, <a href="#pbxxxi">
+XXXI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lodesteijn</span>, <a href="#pb86">
+86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lood</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Loosduinen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lucesar</span> (Cornelis), <a href="#pb99">
+99</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Luipaard</span>, <a href="#pbli">
+LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lumiren</span>, <a href="#pb3">3</a>, <a
+href="#pb6">6</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lijfschutten</span>, <a href="#pb22">
+22</a>, <a href="#pb67">67</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">M.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Maan</span> (Schip), <a href="#pb112">
+112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Maetsuyker</span> (J. van), <a href=
+"#pbvii">VII</a>&ndash;VIII, <a href="#pb3">3</a>, <a href="#pb80">
+80</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Martini</span> (M.), <a href="#pbvii">
+VII</a>, <a href="#pb129">129</a>&ndash;130.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mataramsche Hof</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Maurits</span> (Prins), <a href=
+"#pbxxxvii">XXXVII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Meerman</span> (Schip), <a href="#pb107">
+107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Melinde</span> (Kust van), <a href=
+"#pb130">130</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moese</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>,
+<a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pb11">11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moggan</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>,
+<a href="#pb11">11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mok-s&aring;</span>, <a href="#pbxxii">
+XXII</a>, <a href="#pb11">11</a>, <a href="#pb18">18</a>, <a href=
+"#pb41">41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Molenaar</span> (H. C.), <a href="#pb94">
+94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Molicken</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb45">45</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Montanus</span> (A.), <a href="#pbxx">
+XX</a>&ndash;XXI, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb4">
+4</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Morgenster</span> (Schip), <a href=
+"#pbxlix">XLIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moukden</span>, <a href="#pb30">
+30</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moussons</span>, <a href="#pb60">
+60</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Munter</span>, <a href="#pb86">86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Muijser</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">N.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Na-Tjyou</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nachtegael</span> (Schip), <a href=
+"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Naedjoo</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nagasaki</span>, <a href="#pbx">X</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nagelen</span>, <a href="#pb92">
+92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nam-Ouen</span>, <a href="#pb54">
+54</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Namman</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a
+href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>, <a href="#pb73">
+73</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Namman Sangsiang</span>, <a href="#pb24">
+24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nampancoeck</span>, <a href="#pb48">
+48</a>&ndash;49.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nampancoij</span>, <a href="#pb49">
+49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Naysingh</span>, <a href="#pb54">
+54</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nepal</span>, <a href="#pbxxxi">
+XXXI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuw-Enckhuijsen</span> (Schip), <a href=
+"#pb13">13</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuw Rotterdam</span> (Schip), <a href=
+"#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuwe Maen</span> (Schip), <a href=
+"#pb112">112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuwpoort</span> (Schip), <a href=
+"#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ninzin</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nisi</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Niuche</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Noordeloos</span> (J.), <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Noten</span>, <a href="#pb92">92</a>, <a
+href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nova Zembla</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nuijts</span> (P.), <a href="#pbiv">IV</a>,
+<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a href="#pb103">
+103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nijenrode</span> (C.), <a href="#pb103">
+103</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">O.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Oenemondomme</span>, <a href="#pb126">
+126</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Olifanten</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oliphant</span> (Schip), <a href="#pb129">
+129</a>&ndash;130.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oonjek</span>, <a href="#pb50">50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Opgestempt</span> (Verklaring van), <a
+href="#pb71">71</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oopvoeding</span> Koreaansche kinderen, <a
+href="#pb44">44</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oranckaij</span> (Titel), <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Orangie</span> (Kasteel), <a href="#pbiv">
+IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Orangien</span> (Schip), <a href="#pb121">
+121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Orangienboom</span> (Schip), <a href=
+"#pb106">106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Osaca</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ottono</span> (Wijkmeester), <a href=
+"#pb88">88</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Outshoorn</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ouwerkerck</span> (Schip), <a href=
+"#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb13">13</a>, <a href="#pb79">79</a>,
+<a href="#pb84">84</a>, <a href="#pb101">101</a>&ndash;104.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Overlijden</span> (Gebruiken der Koreanen
+bij), <a href="#pb45">45</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Overtwater</span> (P. Asz.), <a href=
+"#pbiv">IV</a>&ndash;VI.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb162" href=
+"#pb162">162</a>]</span></div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">P.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Paarden</span>, <a href="#pb48">48</a>, <a
+href="#pb50">50</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>,
+<a href="#pb117">117</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Paccam</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Paik-tu</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Paik-Tou-San</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pakam</span>, <a href="#pbiv">IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Palanckijn</span>, <a href="#pb116">
+116</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Panax ginseng</span>, <a href="#pb34">
+34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pangsis</span> (Zijden doeken uit China),
+<a href="#pb108">108</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Panharing</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Papen</span>, zie Priesters.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Parre</span> (Gouv. Gen. Van der), <a href=
+"#pbli">LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pati&euml;nte</span> (Schip), <a href=
+"#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href=
+"#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>&ndash;10.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pedro China</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Peingh</span>, <a href="#pb59">59</a>, <a
+href="#pb70">70</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Peingse</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pelsaert</span> (Schip), <a href=
+"#pbxxvii">XXVII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Peper</span>, <a href="#pbxxxvii">
+XXXVII</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>, <a href=
+"#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Piers</span> (Jouke), <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pieterszen</span> (Jan), <a href="#pbli">
+LI</a>, <a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href=
+"#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pith</span> (Laurens), <a href="#pbxlv">
+XLV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Platting</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb16">16</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Poetsioek</span>, <a href="#pb92">92</a>,
+<a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Portugezen</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>, <a href="#pbx">X</a>&ndash;XI, <a href="#pbxxxv">
+XXXV</a>&ndash;XXXVI, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb82">
+82</a>, <a href="#pb96">96</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a href=
+"#pb102">102</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb123">123</a>,
+<a href="#pb130">130</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pouleron</span> (Schip), <a href="#pbxvi">
+XVI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Poesan</span>, zie Foesan.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Priesters</span> (Papen), <a href="#pb39">
+39</a>&ndash;42, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Provintien</span> (Vlek), <a href="#pbiv">
+IV</a>&ndash;V.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pul-tatta</span>, <a href="#pb41">
+41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Putmans</span> (H.), <a href="#pbxxxvii">
+XXXVII</a>, <a href="#pb104">104</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pyeng-Pou</span>, <a href="#pb23">
+23</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pyeng-s&aring;</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Q.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Quast</span> (Commandeur), <a href="#pbxl">
+XL</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Queda</span> (Schip), <a href="#pb101">
+101</a>&ndash;102.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quel</span> en <span class="smallcaps">
+Quelpaert</span> als scheepsnaam en &ndash;type, <a href="#pbxliii">
+XLIII</a>&ndash;XLV, <a href="#pbxlix">XLIX</a>&ndash;L, <a href=
+"#pb104">104</a>&ndash;112.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelang</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelangh</span> veroverd, <a href="#pb108">
+108</a>&ndash;110.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelly</span>, <a href="#pbli">LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelpaerts-eiland</span>, <a href="#pbxvi">
+XVI</a> enz. (Naamsafleiding L).</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">R.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Rechtspleging</span> op Korea, <a href=
+"#pb37">37</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Reniersz</span> (C.), <a href="#pbvii">
+VII</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Revolte</span> Chineezen Formosa, <a href=
+"#pbv">V</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Reijersen</span> (Cornelis), <a href=
+"#pbxxviii">XXVIII</a>&ndash;XXXIX, <a href="#pb123">123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Reyniers</span> (D.), <a href="#pbxxxix">
+XXXIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Riebeek</span> (J. van), <a href="#pb130">
+130</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Roch</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Roggevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>,
+<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rooden Leeuw met pijlen</span> (Schip), <a
+href="#pbxxxvi">XXXVI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Roij</span> (N. de), <a href="#pbx">X</a>,
+<a href="#pb65">65</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">S.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Saagman</span> (G. J.), <a href="#pbxxix">
+XXIX</a>, <a href="#pbxxii">XXII</a>&ndash;XXIII, <a href="#pb10">
+10</a>, <a href="#pb15">15</a>&ndash;16, <a href="#pb18">18</a>, <a
+href="#pb24">24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sabroseijmondonne</span>, <a href="#pb108">
+108</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Salamander</span> (Schip), <a href=
+"#pb111">111</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">San-Syang</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sanckaij</span>, <a href="#pb114">
+114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sandelhout</span>, <a href="#pb85">85</a>,
+<a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sangora</span>, <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Santvoort</span> (M. van), <a href=
+"#pb103">103</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sappanhout</span>, <a href="#pb47">47</a>,
+<a href="#pb85">85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sares</span> (E.), <a href="#pbxxxviii">
+XXXVIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sayer</span>, zie Zaijer.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Saysingh</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a
+href="#pb72">72</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Saysungh</span>, <a href="#pb73">
+73</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Saijsiun</span>, <a href="#pb71">
+71</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Scheluo</span>, <a href="#pb18">
+18</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schesuw</span>, <a href="#pb18">
+18</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schermer</span> (Schip), <a href="#pbxvi">
+XVI</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb163" href=
+"#pb163">163</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schesure</span>, <a href="#pbxxii">
+XXII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schieman</span> (Werkkring van een), <a
+href="#pb8">8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schisima</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schouten</span> (J.), <a href="#pb104">
+104</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schram</span> (Wijbrant), <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schrijfkunst</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb50">50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Senggado</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Seoul</span>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>,
+<a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb14">14</a>, <a href="#pb21">
+21</a>, <a href="#pb30">30</a>&ndash;32, <a href="#pb53">53</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sepang</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Setjang</span>, <a href="#pb47">
+47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Shichizaemon</span>, <a href="#pb127">
+127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Siam</span>, <a href="#pbxxxi">XXXI</a>, <a
+href="#pb11">11</a>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Siebold</span> (Fr. von), <a href="#pb10">
+10</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sinsabrodonne</span>, zie
+Zinsabrodonne.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sior</span>, <a href="#pb21">21</a>, <a
+href="#pb67">67</a>, <a href="#pb74">74</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Six</span> (D.), <a href="#pbx">X</a>, <a
+href="#pbxii">XII</a>, <a href="#pbxv">XV</a>, <a href="#pb80">80</a>,
+<a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb91">91</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Slaven</span>, <a href="#pb34">
+34</a>&ndash;35, <a href="#pb38">38</a>, <a href="#pb40">40</a>.
+45</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sloten</span> (Schip), <a href="#pb101">
+101</a>&ndash;102, <a href="#pb126">126</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sluijs</span> (Schip), <a href="#pbviii">
+VIII</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Smeecoolen</span>, <a href="#pb110">
+110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Smidt</span> (P.), <a href="#pbvii">
+VII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Smient</span> (Schip), <a href="#pbix">
+IX</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb98">
+98</a>&ndash;100.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Snoucq</span> (D.), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">So daimyo</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Solemne</span> (Sara de), <a href="#pbvii">
+VII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sonck</span> (M.), <a href="#pbiii">
+III</a>&ndash;IV, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Song do</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spanjaarden</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>, <a href="#pbxlv">XLV</a>&ndash;XLVIII, <a href="#pb108">
+108</a>&ndash;110.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Specx</span> (J.), <a href="#pbxxxvi">
+XXXVI</a>&ndash;XXXVII, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb113">
+113</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Speelman</span> (C.), <a href="#pbix">
+IX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spelt</span> (Jan Janse), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a href=
+"#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sperwer</span> (Schip), <a href="#pbiii">
+III</a>, enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spiegel</span> (van een schip), <a href=
+"#pb5">5</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spitsbergen</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spraak</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb50">50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spreeuw</span> (Schip), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxix">XIX</a>&ndash;XX, <a href="#pb74">
+74</a>, <a href="#pb83">83</a>&ndash;84.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Staartster</span>, zie Komeet.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Steenbocx vellen</span>, <a href="#pb98">
+98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stichter</span> (J.), <a href="#pbxxii">
+XXII</a>&ndash;XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15">
+15</a>&ndash;16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stieren</span>, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Suiker</span>, <a href="#pb66">66</a>, <a
+href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Suissima</span>, zie Tsushima.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sunischien</span>, <a href="#pb54">54</a>,
+<a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>&ndash;72.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sutphen</span> (Schip), <a href="#pb105">
+105</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Swaen</span> (Schip), <a href="#pb111">
+111</a>, <a href="#pb113">113</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Syong-to</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Syong Htyen</span>, <a href="#pb54">
+54</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">T.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Tabak</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tacca Sanga</span> (Formosa), <a href=
+"#pb123">123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tadjang</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tai-Ma-To</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tai-Tjyeng</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Taifoen</span>, <a href="#pb96">
+96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Takasago</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tan Lo</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tansuij</span>, zie Kelang.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Taijoan</span>, <a href="#pbiii">III</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tchae-Tchiou</span>, <a href="#pbxix">
+XIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tchyeng-Am</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tempels</span>, <a href="#pb40">
+40</a>&ndash;41, <a href="#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Teijn</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Thella Penig</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Thiellado</span>, <a href="#pb20">20</a>,
+<a href="#pb54">54</a>, <a href="#pb67">67</a>, <a href="#pb70">
+70</a>&ndash;71.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tholen</span> (Schip), <a href="#pb121">
+121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Thijssz</span>, <a href="#pb86">
+86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tieckese</span> (Titel), <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiele</span> (P. A.), <a href="#pbxxvii">
+XXVII</a>&ndash;XXVIII</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tin</span>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>,
+<a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiocen Cock</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiongop</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiongsiangdo</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tjyen-Tjyou</span>, l8, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra</span>, <a href="#pb19">
+19</a>&ndash;2O, <a href="#pb27">27</a>, <a href="#pb54">54</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra-To</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tong-Pok</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Traudenius</span> (P.), <a href="#pbxlvi">
+XLVI</a>&ndash;XLVIII.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tribuut</span>, <a href="#pbxxxiv">
+XXXIV</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb34">34</a>, <a href="#pb48">48</a>, <a
+href="#pb51">51</a>, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a
+href="#pb85">85</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb164" href=
+"#pb164">164</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Trollope</span> (M. N.), <a href=
+"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxiii">XXIII</a>, <a href="#pbxxx">
+XXX</a>, <a href="#pbxxxii">XXXII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Trouw</span> (Schip), <a href="#pbix">
+IX</a>, <a href="#pb98">98</a>&ndash;100.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tschyoung-Tchyeng-To</span>, <a href=
+"#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tsee-Tsioe</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tsiang-k&uuml;n</span>, <a href="#pbxxxiv">
+XXXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tsushima</span>, <a href="#pbxv">
+XV</a>&ndash;XVI, <a href="#pbxxxiii">XXXIII</a>, <a href="#pbxxxv">
+XXXV</a>&ndash;XXXVII, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>. 115.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tuffon</span>, <a href="#pb96">96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tumen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tycoon</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tijger</span> (Schip), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tijgers</span>, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tijgervellen</span>, <a href="#pb49">
+49</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tymatte</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">U.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Uldriksen</span> (Anthonij), <a href=
+"#pb73">73</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">V.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Vaartuigen</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb55">55</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Velsen</span> (J. van), <a href="#pbxxii">
+XXII</a>&ndash;XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15">
+15</a>&ndash;16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verbaest</span> (Jan Pieterse), <a href=
+"#pb13">13</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verburgh</span> (N.), <a href="#pbiii">
+III</a>, <a href="#pbv">V</a>&ndash;VI, <a href="#pbviii">VIII</a>, <a
+href="#pb3">3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a
+href="#pb118">118</a>&ndash;120, <a href="#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Hendrik), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Margaretha), <a href=
+"#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Visscher</span> (Schip), <a href="#pbxliv">
+XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Visser</span> (Frans), <a href="#pb97">
+97</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vlaerdingen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>, <a href="#pb132">
+132</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vlamingh</span> (A. de), <a href="#pb122">
+122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vliegende Hart</span> (Schip), <a href=
+"#pbiii">III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vliet</span> (D. van), <a href="#pbx">
+X</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vogel Struijs</span> (Schip), <a href=
+"#pbli">LI</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Volger</span> (W.), <a href="#pbx">X</a>,
+<a href="#pbxiv">XIV</a>&ndash;XV, <a href="#pb65">65</a>, <a href=
+"#pb79">79</a>&ndash;82.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vooreb</span>, <a href="#pb6">6</a>l.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Voortbrengselen</span> van Korea, <a href=
+"#pb49">49</a>, <a href="#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vos</span> (Schip), <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vries</span> (J. Pietersz. de), <a href=
+"#pb16">16</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vrijheijt</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxiv">XIV</a>, <a href="#pbxxiv">
+XXIV</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">W.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Waaigat</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wakende Boeij</span> (Schip), <a href=
+"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Walvisch</span> (Schip), <a href="#pb78">
+78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Walvisschen</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wapen van Hoorn</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wapen van Middelburgh</span> (Schip), <a
+href="#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wassende Maen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Weeder</span> (J.), <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Weltevree</span> (Jan Janse), <a href=
+"#pbxi">XI</a>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxvi">
+XXVI</a>, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pbxxxiii">
+XXXIII</a>, <a href="#pb13">13</a>&ndash;15,22, <a href="#pb25">
+25</a>&ndash;27, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a
+href="#pb84">84</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wevelinckhoven</span> (Cunera van), <a
+href="#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wierook</span>, <a href="#pb92">
+92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wiese</span> (Gouv. Gen.), <a href="#pbli">
+LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Willeboorts</span> (A), <a href="#pb97">
+97</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wiltsen</span> (N.), <a href="#pbxvi">
+XVI</a>, <a href="#pbxxi">XXI</a>&ndash;XXII, <a href="#pbxxviii">
+XXVIII</a>&ndash;XXIX, <a href="#pb9">9</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witt</span> (G. Fr. de), <a href="#pbxlvi">
+XLVI</a>, <a href="#pb125">125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Druijff</span> (Schip), <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Leeuw</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a href="#pb82">82</a>, <a
+href="#pb84">84</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Paart</span> (Schip), <a href=
+"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Valck</span> (Schip), <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Woerden</span> (Schip), <a href="#pb103">
+103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wortel nise</span>, <a href="#pb34">34</a>,
+<a href="#pb49">49</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb114">
+114</a>&ndash;115.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wijffel maent</span>, <a href="#pb60">
+60</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wijntint</span>, <a href="#pb7">7</a>, <a
+href="#pb10">10</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Y.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Yalu</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">IJbokken</span>, zie Eibokken.<span class=
+"pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165">165</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yeh-kwan</span>, zie Iquan.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yei-na-ra</span>, <a href="#pb8">
+8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yen Ssu Ch&rsquo;i</span>, zie Gaan Si
+Tsee.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yeng-Tchoun</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yoongjung</span>, <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">IJzer</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Z.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Zaijer</span> (Schip), <a href="#pb108">
+108</a>&ndash;109, <a href="#pb121">121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Fort), <a href="#pbiv">
+IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Schip), <a href="#pb77">
+77</a>&ndash;78.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zendelingen</span> (Katholieke) in Korea,
+<a href="#pbxxxii">XXXII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ziekten</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb47">47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zilver</span> (Zilvermijnen), <a href=
+"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>, <a href="#pb48">
+48</a>&ndash;50, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a
+href="#pb83">83</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a
+href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zinsabrodonne</span>, <a href="#pb77">
+77</a>&ndash;80, <a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a
+href="#pb92">92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zout</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zuidland</span>, <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zuijlen</span> (Schip), <a href="#pb89">
+89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zwaardecroon</span>, <a href="#pbxxiv">
+XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zijde</span>, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>,
+<a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a href="#pb108">
+108</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zijwormen</span>, <a href="#pb49">
+49</a>.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pbiiiu" href=
+"#pbiiiu">III</a>]</span></div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">UITTREKSEL UIT DE STATUTEN.</h2>
+
+<p>ART. 2.</p>
+
+<p>De Linschoten-Vereeniging heeft ten doel de uitgave in het
+oorspronkelijke, van zeldzame of onuitgegeven Nederlandsche zee- en
+landreizen en landbeschrijvingen.</p>
+
+<p>Werken van anderen aard worden slechts uitgegeven, indien daartoe
+bijzondere aanleiding bestaat.</p>
+
+<p>ART. 3.<a class="noteref" id="xd0e13090src" href=
+"#xd0e13090">1</a></p>
+
+<p>De Vereeniging bestaat uit eereleden, donateurs en gewone leden.</p>
+
+<p>Over het toetreden der leden beslist het Bestuur.</p>
+
+<p>De gewone leden betalen een jaarlijksche bijdrage van vijftien
+gulden.</p>
+
+<p>Donateurs zijn zij, die een bijdrage in eens van ten minste
+&fnof;&nbsp;500.&ndash; aan de Vereeniging schenken, of jaarlijks een
+contributie van minstens &fnof;&nbsp;40.&ndash; betalen.</p>
+
+<p>ART. 4.</p>
+
+<p>Het lidmaatschap loopt van den eersten Januari tot den laatsten
+December.</p>
+
+<p>De leden, die niet langer als zoodanig wenschen aangemerkt te
+worden, moeten daarvan aan den Secretaris v&oacute;&oacute;r den
+eersten December schriftelijk bericht zenden. Bij gebreke daarvan
+blijven zij aansprakelijk voor de bijdrage van het volgend jaar.</p>
+
+<p>ART. 5.</p>
+
+<p>De leden ontvangen een exemplaar van de werken, die door het Bestuur
+aangewezen zijn voor het jaar of de jaren, waarvoor zij hunne
+contributie hebben betaald.</p>
+
+<p><b>Voor alle nadere inlichtingen wende men zich tot den Secretaris,
+9 Lange Voorhout, &rsquo;s-Gravenhage.</b> <span class="pagenum">[<a
+id="pbivu" href="#pbivu">IV</a>]</span></p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e13090src" id="xd0e13090">1</a></span> Van af 1 Jan. 1921.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">REGELEN VOOR DE UITGAVEN DER
+LINSCHOTEN-VEREENIGING.</h2>
+
+<p>1. Zooveel mogelijk zal elke Zee- of Landreis, dan wel
+Landbeschrijving, <i>afzonderlijk</i> worden uitgegeven. Slechts bij al
+te geringen omvang van een dezer, kan een andere tekst toegevoegd
+worden aan de uitgave; deze toe te voegen tekst moet evenwel aansluiten
+in onderwerp, of den hoofdtekst aanvullen. Groote teksten worden in
+meer dan een deel gesplitst.</p>
+
+<p>2. Voor elke uitgave wordt den bewerker als eisch gesteld: dat zij
+bevat als Inleiding een korte <i>Biographie</i> van den schrijver van
+&rsquo;t reisverhaal; een uiteenzetting van de <i>Aanleiding tot de
+reis</i>; en een <i>Bibliographie</i> van eventueele vroegere drukken
+van het reisverhaal; voorts opheldering in den vorm van <i>Noten</i>
+onder den tekst, daar waar de tekst opheldering vereischt; en een <i>
+Register</i> (of <i>Registers</i>), benevens een lijst van
+geraadpleegde werken met plaats en jaar van uitgave aan &rsquo;t
+slot.</p>
+
+<p>3. De bewerker heeft vrijheid, in zijne Inleiding het resultaat
+eener reis ook te beschouwen in zijn verband met later ondernomen
+reizen naar dezelfde streek of streken.</p>
+
+<p>4. De noten onder den tekst moeten <i>sober</i> blijven, en niet
+vervallen in uitweidingen. Is er echter bepaalde noodzakelijkheid om
+dieper in te gaan op het een of ander gedeelte van den tekst, dan mag
+dat geschieden in eene <i>Bijlage</i> achteraan. Ook hier echter blijft
+soberheid plicht.</p>
+
+<p>5. De tekst zelve moet <i>met de grootste nauwkeurigheid
+herdrukt</i> worden naar de beste oudere uitgave, c.q. nauwkeurig
+gedrukt naar het handschrift dat voor de uitgave dient. De orgineele
+<span class="pagenum">[<a id="pbvu" href=
+"#pbvu">V</a>]</span>paginatuur van dien standaarddruk, dan wel van het
+handschrift, wordt in de uitgaven der Linschoten-Vereeniging tusschen
+groote haken [] doorloopend mede-opgenomen.</p>
+
+<p>6. Als algemeene regel geldt dat de tekst <i>onverkort</i> wordt
+gedrukt. Uitlatingen zijn slechts dan veroorloofd, als het iets geheel
+onbelangrijks geldt. De bewerker moet dan echter in een noot toch
+rekenschap geven van wat hij wegliet.</p>
+
+<p>7. Indien er voor de kennis van eene bepaalde Zee- of Landreis
+behalve de aan den druk ten grondslag gelegde tekst, in archieven of
+bibliotheken nog andere bronnen bestaan, moeten deze bij de uitgave
+gebruikt en (indien noodig) in inleiding, noten of bijlagen verwerkt
+worden.</p>
+
+<p>8. Het opnemen van kaarten en platen wordt aan den bewerker
+overgelaten, in overleg met de Commissie van voorbereiding. <span
+class="pagenum">[<a id="pbviu" href="#pbviu">VI</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE
+LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2>
+
+<p>De prijzen zijn die welke gelden van af 1 Januari 1921.</p>
+
+<p>I. <b>DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</b> naar de IJszee en de
+Amerikaansche kust, 1611&ndash;1612. Verzameling van bescheiden,
+uitgegeven door Mr. S. MULLER Fz. 1909. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p><span lang="en"><b>HENRY HUDSON IN HOLLAND</b>. An inquiry into
+origin and objects of the voyage which led to the discovery of the
+Hudson River by HENRY C. MURPHY. Reprinted, with notes, documents and a
+bibliography, by WOUTER NIJHOFF, Secretary to the</span>
+&ldquo;Linschoten-Vereeniging&rdquo;. 1909. gr. 8vo. In linnen band,
+kop verguld ... &fnof;&nbsp;6.&ndash;</p>
+
+<p>II. <b>ITINERARIO.</b> Voyage ofte schipvaert van Jan Huygen van
+Linschoten naer Oost ofte Portugaels Indi&euml;n, 1579&ndash;1592.
+Uitgegeven door Prof. Dr. H. KERN. 1912. 2dln. Met portret, 3 kaarten
+en 5 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verg.
+&fnof;&nbsp;25.&ndash;</p>
+
+<p>III. <b>KORTE HISTORIAEL</b> ende Journaels Aenteyckeninge van
+verscheyden voyagiens in de vier deelen des wereldtsronde, als Europa,
+Africa, Asia ende Amerika gedaen door d. DAVID PIETERSZ. DE VRIES,
+uitgegeven door Dr. H.T. COLENBRANDER 1911. Met portret, 2 kaarten en
+18 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ...
+&fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>IV. <b>DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</b> ter ontdekking van het
+Zuidland, 1721&ndash;1722. Verzameling van stukken, uitgegeven door
+F.E. Baron MULERT. Met een aanhangsel over de waarnemingen der
+kompasmiswijzing op Roggeveen&rsquo;s tocht, verricht door Dr. W. VAN
+BEMMELEN. 1911. Met 3 kaarten en 2 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop
+verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>V. <b>BESCRIJVINGHE</b> ende historische verhael van het Gout
+Koninckryck van Gunea anders de Gout-custe de Mina genaemt, liggende in
+het deel van Afrika, door P. DE MAREES, uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. 1912. Met 1 kaart en 21 platen, gr. 8vo.
+In linnen band, kop verguld &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>VI. <b>TOORTSE DER ZEEVAART</b> door DIERICK RUITERS, 1623. SAMUEL
+BRUN&rsquo;S Schiffarten, 1624, uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. 1914. Met 1 kaart en 1 plaat. gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>VII. <b>DE EERSTE SCHIPVAART</b> der Nederlanders naar
+Oost-Indi&euml; onder Cornelis de Houtman, 1595&ndash;1597. Journalen,
+documenten en andere bescheiden, uitgegeven en toegelicht door G.P.
+ROUFFAER en J.W. IJZERMAN. I. d&rsquo;Eerste boeck van Willem
+Lodewycksz. 1915. Met titelplaat, 2 portretten, 8 kaarten en 47 platen,
+gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;25.&ndash;</p>
+
+<p>VIII. <b>REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN</b> naar het Noorden,
+1594&ndash;1595. Uitgegeven door S.P. L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER.
+1914. Met 14 platen en 4 kaarten, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld
+... &fnof;&nbsp;20.&ndash; <span class="pagenum">[<a id="pbviiu" href=
+"#pbviiu">VII</a>]</span></p>
+
+<p>IX. <b>DIRCK GERRITSZ. POMP</b>, alias Dirck Gerritsz. China. De
+eerste Nederlander die China en Japan bezocht, 1544&ndash;1604. Zijn
+reis naar en verblijf in Zuid-Amerika. Grootendeels naar Spaansche
+bescheiden bewerkt door J.W. IJZERMAN. 1915. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>X. <b>DE OPEN DEURE</b> tot het verborgen heydendom, door ABRAHAM
+ROGERIUS, uitgegeven door W. CALAND. 1915. Met titelplaat, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>XI. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven
+door E.C. GOD&Eacute;E MOLSBERGEN. <b>Eerste deel</b>. Tochten naar het
+Noorden, 1652&ndash;1686. 1916. Met 3 kaarten en 9 platen, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p>
+
+<p>XII. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven
+door E.C. GOD&Eacute;E MOLSBERGEN. <b>Tweede deel</b>. Tochten naar het
+Noorden, 1686&ndash;1806. 1916. Met 1 kaart en 12 platen, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p>
+
+<p>XIII. <b>DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE</b> in Cambodja en Laos.
+Verzameling van bescheiden van 1636&ndash;1670, uitgegeven en
+toegelicht door DR. HENDRIK P.N. MULLER. 1917. Met 1 kaart en 3
+afbeeldingen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ...
+&fnof;&nbsp;20.&ndash;</p>
+
+<p>XIV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN
+CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden 1594&ndash;1597.
+Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. Eerste deel. 1917. Met 5 kaarten en 27
+platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p>
+
+<p>XV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN
+CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden, 1594&ndash;1597.
+Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. <b>Tweede deel</b>. (Inleiding en
+Bijlagen). 1917. Met 2 kaarten en 12 platen en afbeeldingen en eene
+bibliographie van de &ldquo;Drie Seylagien&rdquo; en literatuur
+(1853&ndash;1917) over de Noordelijke reizen van 1594&ndash;1597, door
+Dr. C.P. BURGER JR. gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i>
+uitverkocht</i></p>
+
+<p>XVI. <b>JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA</b> (1598&ndash;1601)
+door HENDRIK OTTSEN. Met inleiding en bijlagen, uitgegeven door J.W.
+IJZERMAN. 1918. XXIV, CXLV, en 253 blz. Met 3 kaarten en 5 platen, gr.
+8vo. In half linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;20.&ndash;</p>
+
+<p>XVII. <b>DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN</b> en <b>FRANCHOYS
+JACOBSZOON VISSCHER</b>, ter nadere ontdekking van het Zuidland
+(Australi&euml;) in 1642&ndash;1644. Met inleiding en aanteekeningen
+uitgegeven door R. POSTHUMUS MEYJES. 1919. XXII, XCVIII en 300 blz. Met
+10 gedeeltelijk gekleurde kaarten en 68 afbeeldingen, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;25.&ndash; <span class=
+"pagenum">[<a id="pbviiiu" href="#pbviiiu">VIII</a>]</span></p>
+
+<p>Zij, die als lid toetreden tot de Linschoten-Vereeniging
+(jaarlijksche contributie &fnof;&nbsp;15.&ndash;) kunnen
+&eacute;&eacute;n exemplaar van onderstaande werken ontvangen als
+volgt:</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1909.</td>
+<td valign="top">I.</td>
+<td valign="top">DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</td>
+<td valign="top">voor &fnof;&nbsp;10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">HENRY HUDSON IN HOLLAND</td>
+<td valign="top">voor - 5.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1910.</td>
+<td valign="top">II.</td>
+<td valign="top">ITINERARIO VAN J.H. VAN LINSCHOTEN. 2dln.</td>
+<td valign="top">voor - 20.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1911.</td>
+<td valign="top">III.</td>
+<td valign="top">KORTE HISTORIAEL ENDE JOURNAELS AENTEYCKENINGEN VAN
+VERSCHEYDEN VOYAGIENS DOOR D. DAVID PIETERSZ. DE VRIES</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">IV.</td>
+<td valign="top">DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1912.</td>
+<td valign="top">V.</td>
+<td valign="top">BESCHRYVINGHE VAN HET GOUT KONINCKRIJK VAN GUNEA DOOR
+P. DE MAREES</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">VI.</td>
+<td valign="top">TOORTSE DER ZEEVAART, DOOR DIERICK RUITERS, SAMUEL
+BRUN&rsquo;S SCHIFFARTEN</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1913.</td>
+<td valign="top">VII.</td>
+<td valign="top">DE EERSTE SCHIPVAART DER NEDERLANDERS NAAR
+OOST-INDI&Euml; ONDER CORNELIS DE HOUTMAN, 1595&ndash;1597</td>
+<td valign="top">voor - 20.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1914.</td>
+<td valign="top">VIII.</td>
+<td valign="top">REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN NAAR HET
+NOORDEN</td>
+<td valign="top">voor - 15.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">IX.</td>
+<td valign="top">DIRCK GERRITSZ. POMP, ALIAS DIRCK GERRITSZ. CHINA.
+ZIJN REIS NAAR EN VERBLIJF IN ZUID-AMERIKA</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1915.</td>
+<td valign="top">X.</td>
+<td valign="top">DE OPEN-DEURE TOT HET VERBORGEN HEYDENDOM DOOR ABRAHAM
+ROGERIUS</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">XI.</td>
+<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel
+I</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1916.</td>
+<td valign="top">XII.</td>
+<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel
+II</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">XIII.</td>
+<td valign="top">DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE IN CAMBODJA EN LAOS</td>
+<td valign="top">voor - 15.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1917.</td>
+<td valign="top">XIV.</td>
+<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel
+I</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">XV.</td>
+<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel
+II</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1918.</td>
+<td valign="top">XVI.</td>
+<td valign="top">JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA,
+1598&ndash;1601, DOOR HENDRIK OTTSEN</td>
+<td valign="top">voor - 15.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1919.</td>
+<td valign="top">XVII.</td>
+<td valign="top">DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN en FRANCHOYS
+JACOBSZOON VISSCHER, 1642&ndash;44</td>
+<td valign="top">voor - 20.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">BALDAEUS, AFGODERYE DER OOST-INDISCHE HEYDENEN</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">DE VILLIERS, STORM VAN &rsquo;S-GRAVESANDE</td>
+<td valign="top">voor - 12.&ndash;</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pbixu" href=
+"#pbixu">IX</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">NAAMLIJST DER LEDEN VAN DE
+LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2>
+
+<p>op 1 Januari 1920<a class="noteref" id="xd0e13475src" href=
+"#xd0e13475">1</a></p>
+
+<p>BESCHERMVROUW:</p>
+
+<p><span class="abbr" title="Hare Majesteit"><abbr title="Hare
+Majesteit">H.M.</abbr></span> DE KONINGIN.</p>
+
+<p>EERE-VOORZITTER:</p>
+
+<p><span class="abbr" title="Zijne Koninklijke Hoogheid"><abbr title=
+"Zijne Koninklijke Hoogheid">Z.K.H.</abbr></span> PRINS HENDRIK.</p>
+
+<p>BESTUUR IN 1920:</p>
+
+<p>Prof. Dr. H.T. Colenbrander, <i>Voorzitter</i> (1923).<br>
+ Wouter Nijhoff, <i>Secretaris</i> (1922).<br>
+ Dr. D.F. Scheurleer, <i>Penningmeester</i> (1923).<br>
+ W.A. Engelbrecht (1924).<br>
+ R. Posthumus Meyjes (1922).<br>
+ F.E. Baron Mulert (1921).<br>
+ S.P. L&rsquo;Honor&eacute; Naber (1921).<br>
+ Dr. F.C. Wieder (1924).<br>
+ J.W. IJzerman (1925).</p>
+
+<p>DONATEUR VOOR HET LEVEN:</p>
+
+<p>Dr. C. J. Wynaendts Francken, Leiden.</p>
+
+<p>DONATEURS:</p>
+
+<p>Bataviaasch Genootschap voor K. en W., Batavia.<br>
+ Mevr. de Wed. Mr. C.Th. van Deventer, Den Haag, Surinamestraat 20.<br>
+ August Janssen, Amsterdam, Keizersgracht 690.<br>
+ Kon. Nederl. Mij. tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Ned.
+Indi&euml;, Den Haag, Carel van Bylandtlaan 30.<br>
+ Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, Delft.<br>
+ Nederlandsche Handel-Maatschappij, Amsterdam.<br>
+ Raad van Beheer der Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij, Den
+Haag.<br>
+ H.C. Rehbock, Amsterdam, Heerengracht 470.<br>
+ J.A.J. de Villiers, London.<br>
+ J.W. IJzerman, Den Haag, Huize Oosterbeek, Haagsche Bosch. <span
+class="pagenum">[<a id="pbxu" href="#pbxu">X</a>]</span></p>
+
+<p>LEDEN.</p>
+
+<p>E.J. Aalders, Rotterdam, Eendrachtsweg 16.<br>
+ C.J.K. van Aalst, Amsterdam, Heerengracht 502.<br>
+ C. Abels, Amsterdam, Prinsengracht 862.<br>
+ Dr. N. Adriani, Oegstgeest.<br>
+ F.C. Baron van Aerssen Beyeren, Hilversum, Utrechtscheweg 57.<br>
+ Algemeene Visscherij Maatschappij, IJmuiden.<br>
+ Amsterdamsche Historische Leeskring, Amsterdam, Prinsengracht 650.<br>
+ Archief der Gemeente, Rotterdam.<br>
+ F.L.G. d&rsquo;Aumerie, Scheveningen, Prins Willemstraat 19.<br>
+ Jhr. Mr. J.F. Backer, Amsterdam, Keizersgracht 639.<br>
+ J.F.L. de Balbian Verster, Amsterdam, Prinsengracht 579.<br>
+ J. Fred. Bangert, Amsterdam, Weteringschans 227.<br>
+ F. Bauduin, Warnsveld, &ldquo;Huize Baank&rdquo;.<br>
+ H. Beckering Vinckers, Zalt-Bommel.<br>
+ Chr. Beels, Amsterdam, Van Eeghenstraat 70.<br>
+ H.L. Bekker, Rotterdam, Parkstraat 2 (hoek Parklaan).<br>
+ Mr. G.J.A. van Berckel, Den Haag, Laan van Meerdervoort 27.<br>
+ J.A. Berkhout, Amsterdam, Ferd. Bolstraat 42.<br>
+ H. Bessem, Tiel.<br>
+ D.G. van Beuningen, Rotterdam, Parklaan 46.<br>
+ Bibliotheek der Gemeente Rotterdam, van Hogendorpsplein 8.<br>
+ Bibliotheek v.d. Handels-Hoogeschool, Rotterdam.<br>
+ Bibliotheek der Landbouw-Hoogeschool, Wageningen.<br>
+ Bibliotheek v.d. Teyler&rsquo;s Stichting, Haarlem.<br>
+ Mr. J. Bierens de Haan, Amsterdam.<br>
+ J.W. Blankert, Bilthoven, Julianalaan 41.<br>
+ Prof. Dr. P.J. Blok, Leiden.<br>
+ J.J.T. Blijdenstein, Amsterdam, Doelenhotel.<br>
+ Th.W. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 544.<br>
+ Mr. W.B. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 572.<br>
+ A.G. Boissevain, Amsterdam, van Baerlestraat.<br>
+ Charles Boissevain, Naarden, Drafna.<br>
+ Walraven Boissevain, Amsterdam, Keizersgracht 143.<br>
+ W.C. Bolle, Rotterdam, Villa Walk&uuml;re, Vijverlaan.<br>
+ W.C. Bonebakker, Amsterdam, Keizersgracht 580.<br>
+ H. de Booy, Amsterdam, Heerengracht 450.<br>
+ W. Broese van Groenou Sr., Scheveningen, Parkweg 9<i>a</i>.<br>
+ N. de Brouwers, Delfzijl.<br>
+ W.G.L. Brunings, Amsterdam, Wouwermanstraat 34.<br>
+ J. de Bruyn, Amsterdam, Heerengracht 237.<span class="pagenum">[<a id=
+"pbxiu" href="#pbxiu">XI</a>]</span><br>
+ Dr. C.P. Burger Jr., Amsterdam, Overtoom 141.<br>
+ A.K. Castelein, Amsterdam, Amsteldijk 75.<br>
+ Dr. S.A. van der Chijs, Veenhuizen 1.<br>
+ Mevr. A.B. van Citters Vissering, Amsterdam, Banstraat
+28<sup>hs</sup>.<br>
+ J.H. Cohen Stuart, Delft, Oostsingel 18.<br>
+ W.J. Cohen Stuart, Scheveningen, Dirk Hoogenraadstraat 224.<br>
+ Prof. Dr. H.T. Colenbrander, Leiden, &ldquo;Huis ter Lugt&rdquo;.<br>
+ College Zeemanshoop, Amsterdam, Heerengracht 472.<br>
+ P.C. Coops, Amsterdam, Marinekade 9.<br>
+ W. Cornelis, Utrecht, Stadhouderslaan 67.<br>
+ H. Cox, Amersfoort, Utrechtsche Straatweg 110.<br>
+ C. Craandijk, Den Haag, Prins Mauritslaan 72.<br>
+ Patric Cramer, Overveen, &ldquo;Huize Dompvloed&rdquo;.<br>
+ J.T. Cremer, Santpoort, &ldquo;Duin en Kruidberg&rdquo;.<br>
+ J.B. Crol, Rotterdam, Westersingel 92.<br>
+ D.Croll, Rotterdam, Esschenlaan 44.<br>
+ H.A. Crommelin, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 14.<br>
+ Ernst Crone, Amsterdam, Hobbemastraat 12.<br>
+ A.F.H. Dalhuisen, Vlissingen, Torpedoboot G8.<br>
+ W. van Dam, Rotterdam, Heemraadsingel 319.<br>
+ Deli-Batavia Maatschappij, Amsterdam, Keizersgracht 173.<br>
+ Departement van Marine, Den Haag.<br>
+ H. Dirkzwager, Maassluis.<br>
+ W.A.L. Domis, Amsterdam, Vondelstraat 5.<br>
+ B. van Donselaar, Rotterdam, Heemraadsingel 148.<br>
+ H.E. Driessen, Haarlem, Baan 13.<br>
+ J. Dudok van Heel, Amsterdam, Koninginneweg 32.<br>
+ A.C. Dunlop, Den Haag, Deprt. van Buitenl. Zaken.<br>
+ H. Dunlop, Den Haag, Bezuidenhout 375.<br>
+ C. van Eeghen, Huizen, &ldquo;de Duinen&rdquo;.<br>
+ P. Eikenboom, Utrecht, Oude Gracht 324<sup>bis</sup>.<br>
+ Mevr. L. Elemans-Brouwers, Zalt-Bommel.<br>
+ Mr. D. Ellis van Raalte, Rotterdam, Voorschoterlaan 76.<br>
+ J. van Elsas, Amsterdam, Elisabeth Wolfstraat 49.<br>
+ W.A. Engelbrecht, Rotterdam, Rivierstraat 12.<br>
+ Mr. M. Ensched&eacute;, Den Haag, Daendelsstraat 33.<br>
+ G.L.M. van Es, Rotterdam, Westplein 11.<br>
+ Dr. W. van Everdingen, Bilthoven, Soestdijkerstraatweg,<br>
+ H.H. Evers, Scheveningen, Oude Schevingscheweg 50.<br>
+ Mr. Dr. G.J. Fabius, Rotterdam, Parklaan 40.<br>
+ P.J. Feteris, Vlissingen.<br>
+ L.G. Frerichs, Amsterdam, Alb. Thymstraat 15<sup>huis</sup>.<br>
+ Mr. Th.A. Fruin, Rotterdam, Wijnhaven 143.<br>
+ J.P. Funke, Schevingen, van Lennepweg 8.<span class="pagenum">[<a id=
+"pbxiiu" href="#pbxiiu">XII</a>]</span><br>
+ Mr. J.H. Geertsema Wz., Utrecht.<br>
+ Joan Gelderman, Oldenzaal, &ldquo;Eikendal&rdquo;.<br>
+ Geographisch Instituut, Utrecht.<br>
+ Germanistisch Seminarium aan de Universiteit, Groningen.<br>
+ M. J.A. van Gigch, Den Haag, Obrechtstraat 81.<br>
+ D. Goedkoop Dzn., Amsterdam, Keizersgracht 729.<br>
+ A.J.M. Goudriaan, Rotterdam, Hoflaan 71.<br>
+ F.H.A. Greve, Den Helder, Hoofdgracht 52.<br>
+ H.M. de Groot, Terneuzen.<br>
+ H.A. Groskamp, Hilversum, Steynlaan 9.<br>
+ Mr. J.L. Gunning, Amsterdam, Amstel 220.<br>
+ S. van Gijn, Dordrecht, Nieuwe Haven 39.<br>
+ A. de Haan, Amsterdam, Nicolaas Witsenstraat 9.<br>
+ Mr. S.N.B. Halbertsma, Rotterdam, Walenburgerweg 57.<br>
+ Mr. F. van Hasselt, Rotterdam, Calandstraat 58.<br>
+ T.H. van Hattum van Ellewoutsdijk, Wassenaar, Huize
+&ldquo;Sonnenburgh&rdquo;.<br>
+ N. Hazelhoff, Amsterdam, Wyttenbachstraat 93<sup>1</sup>.<br>
+ J.B. van Heek, Enschede, &ldquo;Noorderhagen&rdquo;.<br>
+ Prof. Mr. J.E. Heeres, Den Haag, Benoordenhoutscheweg 6.<br>
+ A.M. Hekking, Willemsoord, a/b Hr. Ms. &ldquo;Zeeland&rdquo;.<br>
+ F.K.J. Heringa, Den Haag, Stadhouderslaan 101.<br>
+ H. Hissink, Amsterdam, Jan Luykenstraat 96.<br>
+ Historisch Genootschap, Utrecht.<br>
+ G.G.W.C. Baron van H&ouml;evell tot Nijenhuis, Den Haag, Wilgstraat
+71.<br>
+ C. van &rsquo;t Hoff, Rotterdam, Veerhaven 15.<br>
+ A.B. van Holkema, Amsterdam, Keizersgracht 611.<br>
+ G.J. Honig, Zaandijk.<br>
+ Jhr. M.W.H. Hooft, Den Haag, Kanaalstraat 12.<br>
+ J.H. Hoogendijk, Amsterdam.<br>
+ J.E. van Hoogenhuyze, Amsterdam, Banstraat 8.<br>
+ J.H. van Hoogstraten, Amersfoort.<br>
+ Jhr. H.T. Hora Siccama, Den Haag, Kneuterdijk.<br>
+ A.P.H. Hotz, Den Haag, Bezuidenhout 265e.<br>
+ G.B. Hoyer, Ede.<br>
+ I.M. Hudig, Rotterdam, Maasstraat 3.<br>
+ J. Hudig Dzn., Hilversum, Heuvellaan 7.<br>
+ W.C. Hudig, Rotterdam, Nieuwe Binnenweg 178.<br>
+ Prof. Dr. J. Huizinga, Leiden.<br>
+ Dr. J. de Hullu, Den Haag, Elandstraat 6.<br>
+ J.H. Hummel, Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br>
+ J. Jannette Walen, Rotterdam, Willemskade 6.<br>
+ C.W. Janssen, Amsterdam, Leidschegracht 13/15.<br>
+ Java-China-Japan Lijn, Amsterdam, Prins Hendrikkade 112/114.<span
+class="pagenum">[<a id="pbxiiiu" href="#pbxiiiu">XIII</a>]</span><br>
+ G.H. Jiskoot, Amsterdam, van Eeghenstraat 100.<br>
+ A.B. Jochems, Rotterdam.<br>
+ J.C. Joekes, Den Haag, 2<sup>e</sup> Emmastraat 252.<br>
+ Jhr. Mr. B. de Jonge, Zutphen.<br>
+ Mevrouw de Wed. J.O. de Jongh-Rouffaer, Den Haag, Sweelinckstraat
+72.<br>
+ Frans Jurgens, Nijmegen, &ldquo;Heyendael&rdquo;.<br>
+ D. Kaan, Amsterdam.<br>
+ L. Keers, Rotterdam, Voorschoterlaan 11.<br>
+ A.O. van Kerkwijk, Den Haag, Nassaulaan 22.<br>
+ J.B.J. Kerling, Den Haag, van Merlenstraat 89.<br>
+ W.J. Kermer Jr., Amsterdam, Amstel 336.<br>
+ H.E. Kern, Voorburg.<br>
+ A. Kleiweg de Zwaan, Amsterdam, van Eeghenstraat 65/75.<br>
+ A. Klene, Bussum, Brediusweg 25.<br>
+ Prof. Dr. L. Knappert, Leiden.<br>
+ H.J. Knottenbelt, Rotterdam, Heemraadsingel 97.<br>
+ Mr. F.C. Koch, Rotterdam, Westersingel 86.<br>
+ J. Kofman, Gouda, Krugerlaan 32.<br>
+ E. Kol, Amsterdam, Heerengracht 130.<br>
+ D.H. Kolff, Rotterdam, Westerstraat 25<i>a</i>.<br>
+ Kon. Instituut voor de Marine, Willemsoord.<br>
+ Kon. Instituut v. Taal-, Land- en Volkenkunde v. N.I., Den Haag.<br>
+ Kon. Nederl. Aardrijkskundig Genootschap, Amsterdam.<br>
+ Kon. Bibliotheek, Den Haag.<br>
+ Kon. Nederl. Vereeniging Onze Vloot, Den Haag, Spui
+28<sup>b</sup>.<br>
+ Kon. Paketvaart Mij., Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br>
+ Kon. Roei- en Zeilvereeniging &ldquo;de Maas&rdquo;, Rotterdam.<br>
+ N.E. Kr&ouml;ller, Den Haag, Nassaulaan 25.<br>
+ Mr. G.M. Kruimel, Amsterdam, Sarphatipark 79.<br>
+ Dr. E.T. Kuiper, Amsterdam, Koninginneweg 2.<br>
+ W. Laman Trip, Hilversum, Ministerpark 6.<br>
+ C.L.M. Lambrechtsen van Ritthem, Hilversum, Villa &ldquo;Duo
+Decimo&rdquo;.<br>
+ Allert de Lange, Amsterdam, Damrak 62.<br>
+ N. Laseur, Utrecht.<br>
+ A. van Leer, Hilversum, &ldquo;Dennenoord&rdquo;,
+Trompenbergerweg.<br>
+ Jhr. L.H. van Lennep, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 22.<br>
+ R. van Lennep, Amsterdam, Heerengracht 580.<br>
+ A.C. Lensen, Wassenaar, &ldquo;Dennenheuvel&rdquo;, Gr.
+Hasebroekscheweg 1.<br>
+ W.J.H. Leuring, Mook (L.), &ldquo;Huize Middelaer&rdquo;.<br>
+ Dr. W.J. Leyds, Den Haag, Frankenslag 337.<br>
+ B.H. van der Linden, Den Haag, Schuytstraat 143.<br>
+ Lindeteves-Stokvis, Amsterdam, J. W. Brouwersplein 2.<br>
+ C.A. Lion Cachet, Vreeland.<span class="pagenum">[<a id="pbxivu" href=
+"#pbxivu">XIV</a>]</span><br>
+ P. Loekemeyer, Dordrecht, Reeweg 40.<br>
+ S.L. van Looy, Amsterdam, Keizersgracht 198.<br>
+ Mr. H.A. Lorentz, Den Haag.<br>
+ Jhr. H. Loudon, Den Haag, Prinsessegracht 22.<br>
+ C.W.O. Lucardi, Rotterdam, Parkstraat.<br>
+ P.L. Lucassen, Amsterdam, Raadhuisstraat 29.<br>
+ D.J. Baron van Lynden, Den Haag, Noordeinde 152.<br>
+ J.W. Macdonald, Amsterdam, Heerengracht 543.<br>
+ Z.G.Ph. Marcella, Rotterdam, Mathenesserlaan 324.<br>
+ W.J.J. van der Meer, Den Haag, Stadhouderslaan 118.<br>
+ Mr. R. Mees, Rotterdam, Parklaan 11.<br>
+ Mr. W.A. Mees, Rotterdam, Parklaan 9.<br>
+ B. Meesters, Amsterdam, Utrechtschestraat 41<i>a</i>.<br>
+ H. Meinesz, Haarlem, Florapark 1.<br>
+ Anton Mensing, Amsterdam.<br>
+ Mr. E.E. Menten, Den Haag, Houtweg 3.<br>
+ J. Merkelbach Jzn., Amsterdam, Adm. de Ruyterweg 103<sup>1</sup>.<br>
+ A.H. van der Mersch, Zeist, Driebergsche Weg.<br>
+ Dr. R. v.d. Meulen Rzn., Leiden, Maria Gondastraat 49.<br>
+ J.M. van der Mey, Amsterdam, Nic. Maesstraat 32.<br>
+ J.F. Milders, Vlissingen, a/b Hr. Ms. &ldquo;Wachtschip&rdquo;.<br>
+ Chr. Moes, Amsterdam, Keizersgracht 780.<br>
+ Prof. Dr. G.A.F. Molengraaff, Delft, Kanaalweg 8.<br>
+ H.G.J. de Monchy, Rotterdam, Leuvehaven 72.<br>
+ J.J. Moret, Scheveningen, Cremerweg 6.<br>
+ A.G. M&ouml;rzer-Bruyns, Den Haag, Heerengracht 42.<br>
+ M. Mouton, Den Haag, Nassauplein 16.<br>
+ W.A. Mouton, Den Haag, Nassau-Dillenburgstraat 40.<br>
+ B.M. Mulder, Amsterdam, Vrolikstraat 298<sup>1</sup>.<br>
+ F.E. Baron Mulert, Ommen, &ldquo;Piet Hein&rdquo;.<br>
+ Abram Muller, Amsterdam, Van Eeghenstraat 96.<br>
+ Gerard Muller, Amsterdam, Binnen Amstel 82.<br>
+ Museum voor Land-en Volkenkunde en Maritiem Museum &ldquo;Prins
+Hendrik&rdquo;, Rotterdam.<br>
+ S.P. L&rsquo;Honor&eacute; Naber, Amsterdam, Lomanstraat 4.<br>
+ Nederlandsch Indische Bestuursacademie, Den Haag, 1e Sweelinckstraat
+26.<br>
+ Prof. J.F. Niermeijer, Utrecht.<br>
+ B. Nierstrasz, Amsterdam, Prins Hendriklaan 26.<br>
+ H.A. van Nievelt, Wassenaar, Huize &ldquo;Hoog-Wolde&rdquo;.<br>
+ H. Nijgh, Rotterdam, Westersingel 65.<br>
+ Paul Nijhoff, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 11.<br>
+ Wouter Nijhoff, Den Haag, Lange Voorhout 9.<br>
+ D. Obreen, Rotterdam, Avenue Concordia 76.<span class="pagenum">[<a
+id="pbxvu" href="#pbxvu">XV</a>]</span><br>
+ W.H.J. Oderwald, Amsterdam, Vondelstraat 130.<br>
+ J.S.C. Olivier, Nieuwediep, a/b Hr. Ms. &ldquo;Kon. Emma&rdquo;.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Amsterdam.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, R. K., Delft, Oude Delft
+122<i>a</i>.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Dordrecht.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Den Haag.<br>
+ Openbare Leeszaal, Groningen.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Leeuwarden.<br>
+ Openbare Leeszaal en Boekerij, Nijmegen, Oranjesingel 2<i>a</i>.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Zaandam.<br>
+ C.L. Oranje, Bloemendaal, Kleverlaan 151.<br>
+ J.R. van Osselen, Amsterdam, Jan-Luykenstraat 5.<br>
+ Nanne Ottema, Leeuwarden, Prins Hendrikstraat 6.<br>
+ Mr. C.P.D. Pape, Den Haag, Prinsessegracht 20.<br>
+ F.W.A.J. van Peski, Rotterdam, &rsquo;s Gravendijkwal 157.<br>
+ Prof. Mr. P. Pet, Amsterdam, Prinsengracht 405.<br>
+ J.M. Phaff, Den Haag, van Boetzelaerlaan 80.<br>
+ W.F. Piek, Rotterdam, Parkstraat 10.<br>
+ Jacq. Pierot Jr., Rotterdam, Mathenesserlaan 435.<br>
+ Mr. Th.B. Pleyte, Den Haag, Nassaulaan 29.<br>
+ N. Posthumus, Den Haag, Daendelsstraat 68.<br>
+ Prof. Mr. N.W. Posthumus, Rotterdam, Mathenesserlaan 464.<br>
+ R. Posthumus Meyjes, Soesterberg.<br>
+ Ary Prins, Schiedam, Nieuwe Haven 153.<br>
+ Provinciale Bibliotheek van Friesland, Leeuwarden.<br>
+ W.J. Puhringer, Apeldoorn, Daendelsweg 62.<br>
+ P.A. Pijnappel, &ldquo;De Hoornboeg&rdquo; bij Hilversum.<br>
+ W.J. Rahder, Den Haag, Louise de Colignyplein 12.<br>
+ Jhr. Mr. H. de Ranitz, Epe (Geld.).<br>
+ Redaktie van &ldquo;Het Nederl. Zeewezen&rdquo;, Den Haag, Schenkkade
+233.<br>
+ Mr. R. van Rees, Amsterdam, Keizersgracht 69.<br>
+ H. Regoort, Watergraafsmeer, Middenweg 155.<br>
+ J.P. Remijnse, Bilthoven, Prins Hendriklaan 22.<br>
+ Jhr. Marten W. van Rensselaer Bowier, Amsterdam, Brouwersgr. 47.<br>
+ Jhr. P.J. Repelaer, Zeist, &ldquo;Huize Beeklust&rdquo;.<br>
+ G. Ribbius Peletier Jr., Utrecht, Maliebaan 15.<br>
+ Jhr. Mr. Dr. J.J. Rochussen, Rotterdam, Mathenesserlaan 235.<br>
+ Jhr. J.A. Ro&euml;ll, Den Haag, 3e Van den Boschstraat 3.<br>
+ A.F.J. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br>
+ H.A. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br>
+ Dr. A.G. Roos, Groningen, Ebbingestraat 47<sup>24</sup><i>a</i>.<br>
+ G. Rooseboom, Den Haag, Riouwstraat 192.<br>
+ P.J. Roosegaarde Bisschop, Overveen, Terhofstedeweg 9.<br>
+ N.A. Rost van Tonningen, Willemsoord, a/b Hr. Ms.
+&ldquo;Zeehond&rdquo;.<span class="pagenum">[<a id="pbxviu" href=
+"#pbxviu">XVI</a>]</span><br>
+ Rotterdamsch Leeskabinet, Rotterdam, Geldersche kade 18.<br>
+ G.P. Rouffaer, Den Haag, van Bleiswijkstraat 71<sup>f</sup>.<br>
+ Bernhard E. Ruys, Rotterdam, Westerkade 7.<br>
+ J.A. Ruys, Rotterdam, Mathenesserlaan 334.<br>
+ W. Ruys, Rotterdam, Westersingel 75.<br>
+ Rijksarchief, Den Haag.<br>
+ Rijksarchief in Noord-Holland, Haarlem.<br>
+ Rijksarchief in Zeeland, Middelburg.<br>
+ Rijksarchief in Overijsel, Zwolle.<br>
+ Rijks Ethnographisch Museum, Leiden.<br>
+ Rijks Universiteits-Bibliotheek, Leiden.<br>
+ C.M. van Rijn, Baarn, Spoorweglaan 16.<br>
+ J. Rijpperda Wierdsma, Rotterdam, Calandstraat 23.<br>
+ J.H.C. Salberg, Amsterdam, Rokin 32.<br>
+ Samarang-Joana Stoomtram Maatschappij, Den Haag, Jan Pietersz.
+Coenstraat 4.<br>
+ A. Scheltema Beduin, Amsterdam, Singel 256.<br>
+ J. Scherpbier, Rotterdam, Graaf Florisstraat 74.<br>
+ Dr. D.F. Scheurleer, Den Haag, Laan van Meerdervoort 53<i>f</i>.<br>
+ Mr. J. van Schevichaven, Amsterdam, Damrak 74.<br>
+ P.W. Schilthuis, Rotterdam, Heemraadsingel 180.<br>
+ A.J. Schreuder, Arnhem, &ldquo;Klein Warnsborn&rdquo;.<br>
+ J.H. Schr&ouml;der, Bussum, Comeniuslaan 17.<br>
+ J. Schuurman, Hillegom, Werensteinstraat 67.<br>
+ J.L. Willem Seijffardt, Amsterdam, Damrak 99.<br>
+ H.D. Sicherer, Groenlo, (Geld.).<br>
+ Jhr. J.W. Six, &rsquo;s Graveland, &ldquo;Huize Hilverbeek&rdquo;.<br>
+ Mr. J. Slingenberg, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 62.<br>
+ Mr. G. van Slooten Az., Den Haag, Oude Scheveningscheweg 68.<br>
+ Hobbe Smith, Amsterdam, Overtoom 357.<br>
+ Prof. Dr. C. Snouck Hurgronje, Leiden.<br>
+ A. Solleveld, Rotterdam, Heemraadsingel 197.<br>
+ Stadsbibliotheek, Haarlem.<br>
+ Prof. Mr. S.R. Steinmetz, Amsterdam, Amstel 65.<br>
+ H.E. Stenfert Kroese, Noordwijk-Binnen.<br>
+ W.P. van Stockum Jr., Den Haag, Juliana v. Stolberglaan 43.<br>
+ Mr. R.W. van Stolk, Delft, Oude Delft 157.<br>
+ Stoomvaart-Maatschappij &ldquo;Nederland&rdquo;, Amsterdam. (9
+lidmaatschappen).<br>
+ Cd. F. Stork, Hengelo (O), &ldquo;Grundel&rdquo;.<br>
+ J.E. Stork, Baarn, Prins Hendriklaan, &ldquo;Huize Sewa&rdquo;.<br>
+ W. Stork, Hengelo (O.).<br>
+ Jonkvr. A. de Stuers, Den Haag, Parkstraat 32.<br>
+ Mr. A.G.N. Swart, Wassenaar, Leidschestraatweg,
+&ldquo;Backershagen&rdquo;.<span class="pagenum">[<a id="pbxviiu" href=
+"#pbxviiu">XVII</a>]</span><br>
+ Mr. A. Tak van Poortvliet, Rotterdam, Westersingel 96.<br>
+ Dr. R.A. Tange, Den Helder, Hotel &ldquo;Den Burg&rdquo;.<br>
+ M. Taudin Chabot, Rotterdam, Mathenesserlaan 336.<br>
+ G.L. Tegelberg, Amsterdam, De Ruijterkade 113.<br>
+ J.P. Tetterode, Lochem.<br>
+ K. den Tex, Bilthoven, &ldquo;de Wildzang&rdquo;.<br>
+ Mevr. de Wed. C.A. den Tex van der Waarden, Amsterdam,
+Tesselschadestraat 18.<br>
+ W. Timmers, Amsterdam, Zaagmolenstraat 16<sup>II</sup>.<br>
+ Mr. P. Tjeenk Willink, Haarlem, Ged. Oudegracht.<br>
+ A.W. Turk, Amsterdam, Marnixstraat 381.<br>
+ Tj.J. Twijnstra, Leeuwarden, Spanjaardslaan.<br>
+ R. van Tijen, Vlissingen, Dokkade 35.<br>
+ Vaderlandsch Fonds tot aanmoediging van &rsquo;s Lands Zeedienst,
+Amsterdam.<br>
+ F.T. Valck Lucassen, Brummen, &ldquo;Huize Sonnevanck&rdquo;.<br>
+ A. van der Valk, Rotterdam, Calandstraat 47.<br>
+ J.C. Veder, Rotterdam, Veerhaven 5<i>b</i>.<br>
+ Vereeniging ter bev. v.d. Bel. des Boekhandels, Amsterdam.<br>
+ Vereeniging de Groote Club, Amsterdam, Paleisstraat 1.<br>
+ Vereeniging Hou en Trouw, Amsterdam, Beursgebouw, kamer 28.<br>
+ Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter
+Koopvaardij, Amsterdam, N.Z. Voorburgwal 130. (2 lidmaatschappen)<br>
+ Vereeniging Oost en West, Den Haag, Laan van Meerdervoort 195.<br>
+ Vereeniging Zeevaartschool, Vlissingen.<br>
+ F.H. Baron van Verschuer, Arnhem, Willemsplein 2.<br>
+ C.W. de Visser, Bloemendaal, Parkweg 1, &ldquo;Huize
+Denheim&rdquo;.<br>
+ Mr. G. Vissering, Amsterdam, Keizersgracht 71.<br>
+ Mr. F. Vorstman, Bussum, Boschlaan 15.<br>
+ Dr. A.G.C. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br>
+ Chr. H.G. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br>
+ J.J. de Vries, Den Helder, Binnenhaven 48.<br>
+ Mr. G.L. de Vries Feyens, Maartensdijk, &ldquo;Rustenhoven&rdquo;.<br>
+ B.H. de Waal, Den Haag, Bankastraat 135.<br>
+ F.G. Waller, Amsterdam, Vondelstraat 73.<br>
+ W.K.L. van Walree, Amsterdam, Keizersgracht 511.<br>
+ J.C.M. Warsinck, Den Haag, Snelliusstraat 43.<br>
+ P. te Wechel, Zevenaar.<br>
+ J.A. van der Weerdt, Amsterdam, Krugerplein 10.<br>
+ A. Weiland, Brummen. (Geld.).<br>
+ J. Wentholt, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 40.<br>
+ Dr. F.C. Wieder, Rhenen.<br>
+ J. Willebeek Le Mair, Rotterdam, Eendrachtsweg 74.<span class=
+"pagenum">[<a id="pbxviiiu" href="#pbxviiiu">XVIII</a>]</span><br>
+ D.W.P. Wisboom, Arnhem.<br>
+ S. Woldringh Jzn., Lisse.<br>
+ K.H. Wijdekop, Hilversum, Rembrandtlaan 23.<br>
+ M. Wijt, Den Helder, Hoofdgracht 78.<br>
+ J. IJzerman, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 44.<br>
+ J.H. Zeeman, Den Haag, v. Boetzelaarlaan 12.<br>
+ M. Zeldenrust Szn., Den Haag, Valkenboschlaan 163.</p>
+
+<p>LEDEN IN NEDERL. OOST-INDI&Euml;.</p>
+
+<p>T.P. Baart de la Faille, Batavia.<br>
+ C.M. Bakker, Weltevreden, Boulevard 28 pav.<br>
+ M.E.G. Bartels, Halte Tji-Sa&#259;t bij Soekaboemi, Onderneming
+&ldquo;Passir Datar&rdquo;.<br>
+ K.F. van den Berg, Batavia, Javasche Bank.<br>
+ W.F. van Beuningen, Weltevreden, Tanah-Abang 30.<br>
+ J.P. Boon, Weltevreden, Oud Gondangdia 25.<br>
+ H.O. Bron, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.J. Bronkhorst, Weltevreden, Tanah Abang, Oost 57.<br>
+ B.F. Brugsma, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ C. Bruin, Makassar.<br>
+ M.H. Bruyn, Menado, Toegoelandang.<br>
+ L.J.J. Caron, Weltevreden, Rijswijk.<br>
+ Wouter Cool, Batavia, Pegansaan 24.<br>
+ Mr. D.A. Delprat, Batavia.<br>
+ Dr. J.M.H. van Dorssen, Bandoeng, Papandajanlaan 82.<br>
+ B.M. van Driel, Kaban Djah&eacute;, bij Medan (Deli).<br>
+ P. den Dulk, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ K. van Dijk. Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.W. Engelsman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ H. Fraenkel, Sigli (Atjeh), Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Mr. Th.A. Fruin, Pekalongan.<br>
+ F.A. Gastman, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ Prof. Dr. E.C. God&eacute;e Molsbergen, Weltevreden, Kramat 142.<br>
+ C. de Graaff, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Dr. G.A.J. Hazeu, Weltevreden, Deprt. v. Onderwijs-Eeredienst.<br>
+ G. van Heteren, Weltevreden, N.I. Steenkolen Mij.<br>
+ J. Hildernisse, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ F. Hirschmann, Meubaboh. (Atjeh).<br>
+ W. Hofstede, Weltevreden.<br>
+ K.A. Holthuis, Weltevreden, Laan Wiechert 30.<br>
+ J.H. Hondius van Herwerden, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ H. Huykman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Mr. H. &rsquo;s Jacob, Batavia.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pbxixu" href="#pbxixu">XIX</a>]</span>
+Java China Japan Lijn, Soerabaia.<br>
+ B.H. Kerkhoff, Medan. (Deli).<br>
+ R.A. Kern, Modjokerto. (Java).<br>
+ Mr. H.A. Kloppenburg, Padang.<br>
+ Prof. J. Klopper, Bandoeng.<br>
+ P. Knegtmans, Weltevreden, Tandjonglaan 2.<br>
+ Dr. T.B. Kolthoff, Weltevreden, Kramat 83.<br>
+ Kon. Magn. en Meteor. Observatorium, Batavia.<br>
+ C.A. Lens, Soerabaia, Koninginneweg 19.<br>
+ K.H.H. Leonhard, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Cornelis Los, Medan. (Deli).<br>
+ B.N.G.M. v.d. Maaten, Lho Seumaw&eacute;. (Atjeh).<br>
+ J.B. de Meester, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ H. Meyer, Weltevreden.<br>
+ Mr. J.C. Mulock Houwer, Bandoeng.<br>
+ H.Th.J. Mutter, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.Chr.L. Nelissen, Weltevreden.<br>
+ C.M. Pleyte Mzn., Lembang (bij Bandoeng).<br>
+ M. van Rhijn, Lho Soekoen.<br>
+ P. de Roo de la Faille, Weltevreden, Koningsplein-Oost 18.<br>
+ L. de Roos, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ C.L.J. Rooseboom, Wonosobo, Onderneming &ldquo;Bedakah&rdquo;.<br>
+ J.C.F. Sandick, Palembang.<br>
+ W.H.G. van Santen, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ M. Schreuder, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Secretaris Algem. Nederl. Verbond, afdeeling Batavia, Batavia,
+Vioslaan 2.<br>
+ Mr. J.W. Sillevis, Semarang, Laan Hoogenraad 19.<br>
+ J.J.A. van Staveren, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ J.J.J.M. Stooker, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ A. Tigler Wybrand, Weltevreden, Koningsplein 6.<br>
+ B. van Tricht, Weltevreden, Tjikini 8.<br>
+ Ant. P. Varekamp, Medan. (Deli).<br>
+ Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter
+Koopvaardij, Weltevreden, Rijswijk No. 1.<br>
+ P.A. Vergroesen, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.Chr. Vi&euml;tor, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ S. van Vleuten, Modjokerto, sf. Perning.<br>
+ J.J. de Vos tot Nederveen Cappel, Soerakarta.<br>
+ E.G. Wesselink, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ L.G. Westenenk, Benkoelen.<br>
+ J. Wijnberg, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij. <span class="pagenum">
+[<a id="pbxxu" href="#pbxxu">XX</a>]</span></p>
+
+<p>LEDEN IN HET BUITENLAND.</p>
+
+<p><b>Europa.</b></p>
+
+<p><i>Belgi&euml;:</i></p>
+
+<p>Biblioth&egrave;que du Minist&egrave;re des affaires
+&eacute;trang&egrave;res, Bruxelles.<br>
+ Biblioth&egrave;que Royale de Belgique, Bruxelles.<br>
+ Emile Hostie, Antwerpen, Rue V&eacute;nus 35.<br>
+ Prof. F. van Ortroy, Gent.<br>
+ Universiteits-Bibliotheek, Gent.</p>
+
+<p><i>Denemarken:</i></p>
+
+<p>Kon. Bibliothek, Kopenhagen.</p>
+
+<p><i>Duitschland:</i></p>
+
+<p>Leo Bagrov, Charlottenburg (Berlin) Kantstrasse 30<sup>II</sup>.<br>
+ Dr. W.J. van Balen, Berlin, Unter den Linden 68<i>i</i>.<br>
+ Bayerische Staatsbibliothek, M&uuml;nchen.<br>
+ Commerz-Bibliothek, Hamburg.<br>
+ Landesbibliothek, Dresden N 6.<br>
+ Dr. O. Nachod, Grunewald-Berlin, Hagenstrasse 57.<br>
+ Preusische Staatsbibliothek, Berlin W.<br>
+ Universit&auml;ts Bibliothek, G&ouml;ttingen.<br>
+ J.A.A.C. Ridder van Rappard, Weisenhauser Br&ouml;k bei
+L&uuml;tjenb&uuml;rg in Holsteyn.</p>
+
+<p><i>Frankrijk:</i></p>
+
+<p>Biblioth&egrave;que Nationale, Paris.<br>
+ Biblioth&egrave;que Universitaire et Regionale, Strasbourg.</p>
+
+<p><i>Groot-Brittanni&euml; en Ierland:</i></p>
+
+<p>Michael C. Andrews, Belfast, 17 University Square.<br>
+ Bodleian Library, Oxford.<br>
+ British Museum, London, W. C.<br>
+ Francis Edwards, London, W., 83 Highstreet Marylebone (2
+subsriptions).<br>
+ John Kitching F.R.G.S., London, S.W., Oaklands Kingston Hill, Queens
+Road.<br>
+ Library of the India Office, London, Westminster.<br>
+ Library of Trinity College, Dublin.<br>
+ London Library, London, S.W., St. James Square.<br>
+ Royal Colonial Institute, London, W.C., Northumberland Avenue.<br>
+ Royal Geographical Society, London, S.W., Kensington Gore.<br>
+ University Library, Cambridge. <span class="pagenum">[<a id="pbxxiu"
+href="#pbxxiu">XXI</a>]</span> <i>Hongarije:</i></p>
+
+<p>Stadbibliothek, Budapest.</p>
+
+<p><i>Itali&euml;:</i></p>
+
+<p>Nederl. Historisch Instituut, Rome.</p>
+
+<p><i>Oostenrijk:</i></p>
+
+<p>K.K. Geographische Gesellschaft, Wien, Wollzeile 33.<br>
+ K.K. Hofbibliothek, Wien.<br>
+ K.K. Universit&auml;ts-Bibliothek, Wien.</p>
+
+<p><i>Rusland:</i></p>
+
+<p>Biblioth&egrave;que Imp&eacute;riale Publique, Petrograd.<br>
+ A. Lappo Danilevski, Petrograd, 1 Quai Nicolas, W.O. 118B.</p>
+
+<p><i>Scandinavi&euml;:</i></p>
+
+<p>Kong. Bibliothek, Stockholm.<br>
+ Kung. Universitetets Bibliotek. Uppsala.<br>
+ Universitats-Bibliothek; Kristiania.</p>
+
+<p><i>Tsjecho-Slowakije:</i></p>
+
+<p>K.K. Universitats-Bibliothek, Prag.</p>
+
+<p><b>Zuid-Afrika.</b></p>
+
+<p>Hollandsche Leeskamer van het Algem. Nederl. Verbond, Kaapstad.<br>
+ Public Library, Johannesburg.<br>
+ J.A. Strasheim, Stellenbosch.</p>
+
+<p><b>Noord-Amerika.</b></p>
+
+<p>American Geographical Society, New-York City, Broadway at
+156<sup>th</sup> Street.<br>
+ Dr. A.J. Barnouw, New-York, 606 West 115<sup>th</sup> Street.<br>
+ Dr. E.E. Blaauw, Buffalo, 190 Ashland Ave,.<br>
+ John Carter Brown Library, Providence.<br>
+ W. van Doorn, Montclair, N. Yersey, 153 Parkstreet.<br>
+ Grosvenor Library, Buffalo, N.Y.<br>
+ Hackley Public Library, Muskegon. (Michigan).<br>
+ Harvard College Library, Cambridge. (Mass.).<br>
+ Hispanic Society of America, New-York, City, 156<sup>th</sup> Street
+West of Broadway.<br>
+ Library of Congress, Washington, D.C.<br>
+ Mercantile Library, St. Louis. (Miss.).<br>
+ Newberry Library, Chicago, Illinois.<span class="pagenum">[<a id=
+"pbxxiiu" href="#pbxxiiu">XXII</a>]</span><br>
+ New-York Public Library, New-York, N.Y.<br>
+ New-York State Library, Albany, N.Y.<br>
+ Provincial Library, Victoria (B.C.), Canada.<br>
+ F.M. Volk, Montclair, N.Y., North Fullerton Avenue 379.<br>
+ Yale University Library, New-Haven, Conn.</p>
+
+<p><b>Zuid-Amerika.</b></p>
+
+<p>Archivo Nacional, Rio de Janeiro.<br>
+ J. van Dorssen, Buenos Aires, Bm&eacute; Mitre 1265.</p>
+
+<p><b>Australi&euml;.</b></p>
+
+<p>Mitchell Library, Sydney. N.S.W.<br>
+ Public Library of South Australia, Adela&iuml;de. (S. Australia).</p>
+
+<p><b>Azi&euml;.</b></p>
+
+<p>Asutosh Mukhopadhyay, Calcutta, Bhowanipem, 77 Russian Road
+North.<br>
+ R. van Beuningen van Helsdingen, Singapore, Bukit Timah Road
+484/2.<br>
+ J.N. Bouman, Hongkong. (China).<br>
+ Ecole fran&ccedil;aise d&rsquo;Extr&ecirc;me Orient, Hanoi.
+(Indo-Chine fran&ccedil;aise).<br>
+ Java-China-Japan-Lijn, Hongkong. (China).<br>
+ Java-China-Japan-Lijn, Kobe. (Japan).<br>
+ H.K. de Jonge Mulock Houwer, Singapore.<br>
+ Baron F. Otori, Tokio (Japan), 25 Mikawadai, Azuba.<br>
+ R. Pals, Hongkong, (China), York Buildings.<br>
+ Raden Haroen al Rasjid, Djeddah. (Arabi&euml;).</p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e13475src" id="xd0e13475">1</a></span> De secretaris houdt zich
+voor opgaven van onjuistheden in namen of adressen ten zeerste
+aanbevolen.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met
+vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class=
+"exlink" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">
+www.gutenberg.org</a>.</p>
+
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink" title="Externe link" href=
+"https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+
+<p>Publication Date: 1920.</p>
+
+<p>Ruim 350 jaar geleden strandde Hendrik Hamel, met een groep andere
+Nederlanders op het eiland Quelpaert (Jeju-do) bij Korea. Hij werd maar
+liefst 13 jaar in Korea vastgehouden, totdat hij in 1666 met een klein
+bootje naar Nagasaki in Japan wist te ontsnappen. Zijn relaas was meer
+dan tweehonderd jaar het enige ooggetuigenverslag van het leven in
+Korea dat in het westen beschikbaar was.</p>
+
+<p>Een interessante website over Hamel (in het Nederlands, Engels, en
+Koreaans) is gemaakt door <a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.hendrick-hamel.henny-savenije.pe.kr/">Henny Savenije</a> in
+Korea.</p>
+
+<p>Project Gutenberg catalogus pagina: <a class="pglink" href=
+"https://www.gutenberg.org/etext/11467">11467</a>.</p>
+
+<h3>Codering</h3>
+
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan
+de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel
+zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
+gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het
+corr-element.</p>
+
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen
+gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &ldquo;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele
+aanhalingstekens.</p>
+
+<p>Het uitreksel uit de statuten en de ledenlijst van de
+Linschoten-Vereniging zijn naar het einde van het werk verplaatst.</p>
+
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li>2003-11-19 Added TEI Header.</li>
+
+<li>2009-07-26 Completed tagging and cross-referencing of index.</li>
+</ol>
+
+<h3>Externe Referenties</h3>
+
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+<h3>Verbeteringen</h3>
+
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in
+de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2444">XLVI</a></td>
+<td width="40%">Spanisch</td>
+<td width="40%">Spanish</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4239">42</a></td>
+<td width="40%">Hobson-Jobsonen</td>
+<td width="40%">Hobson-Jobson en</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4640">56</a></td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7031">113</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7989">151</a></td>
+<td width="40%">Oost-Indie</td>
+<td width="40%">Oost-Indi&euml;</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***</div>
+</body>
+</html>
+
diff --git a/11467-h/images/book.png b/11467-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/card.png b/11467-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..69f4fd4
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/cover.jpg b/11467-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c307d24
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/external.png b/11467-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/logo.gif b/11467-h/images/logo.gif
new file mode 100644
index 0000000..57ed24b
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/logo.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/map.jpg b/11467-h/images/map.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e151e13
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/map.jpg
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/maph.jpg b/11467-h/images/maph.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ceac327
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/maph.jpg
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/ms1.gif b/11467-h/images/ms1.gif
new file mode 100644
index 0000000..630a8c8
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/ms1.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/ms2.gif b/11467-h/images/ms2.gif
new file mode 100644
index 0000000..78e3979
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/ms2.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p01.gif b/11467-h/images/p01.gif
new file mode 100644
index 0000000..3cabd9e
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p01.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p02.gif b/11467-h/images/p02.gif
new file mode 100644
index 0000000..1dca5a7
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p02.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p03.gif b/11467-h/images/p03.gif
new file mode 100644
index 0000000..9c93a8e
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p03.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p04.gif b/11467-h/images/p04.gif
new file mode 100644
index 0000000..d13d953
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p04.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p05.gif b/11467-h/images/p05.gif
new file mode 100644
index 0000000..0571909
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p05.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p06.gif b/11467-h/images/p06.gif
new file mode 100644
index 0000000..9b7cf8b
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p06.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p07.gif b/11467-h/images/p07.gif
new file mode 100644
index 0000000..dd9c2be
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p07.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p08.gif b/11467-h/images/p08.gif
new file mode 100644
index 0000000..660fa02
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p08.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/p09.gif b/11467-h/images/p09.gif
new file mode 100644
index 0000000..2e499c2
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/p09.gif
Binary files differ
diff --git a/11467-h/images/publogo.gif b/11467-h/images/publogo.gif
new file mode 100644
index 0000000..7c57f32
--- /dev/null
+++ b/11467-h/images/publogo.gif
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..93a10d6
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #11467 (https://www.gutenberg.org/ebooks/11467)
diff --git a/old/11467-8.txt b/old/11467-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..3d2e65a
--- /dev/null
+++ b/old/11467-8.txt
@@ -0,0 +1,9692 @@
+The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de
+Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer
+ En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland
+ Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene
+ beschrijving van dat rijk
+
+Author: Hendrik Hamel
+
+Editor: B. Hoetink
+
+Posting Date: July 26, 2009 [EBook #11467]
+First Posted: March 5, 2004
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team.
+
+
+
+
+
+
+
+ VERHAAL
+
+ VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT
+
+ DE SPERWER
+
+ EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN
+ HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK
+
+ DOOR
+
+ HENDRIK HAMEL
+
+ UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK
+
+
+
+ 'S-GRAVENHAGE
+
+ 1920
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+VOORBERICHT
+Gebruikte afkortingen
+INLEIDING
+JOURNAAL
+BIJLAGEN:
+
+ I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen
+ II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen
+ III. Gegevens betreffende schepen:
+
+ A. Het jacht de Sperwer
+ B. Het jacht Ouwerkerk
+ C. Het quelpaert de Brack
+ D. Het schip de Hond
+
+ IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea
+ V. Personalia:
+
+ A. Nicolaas Verburg
+ B. Cornelis Caesar
+ C. Iquan
+ D. Martinus Martini
+
+ VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65
+
+BIBLIOGRAPHIE
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR
+BLADWIJZER
+
+
+PLATEN:
+
+
+Facsimile van de eerste bladzijde van het HS
+Facsimile van een gedeelte van het HS
+Kaart van de tochten van Hamel
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende
+van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan
+is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het
+door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer,
+opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk
+te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van
+1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij
+landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim
+twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing
+en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige
+rijk en zijne bewoners.
+
+Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden,
+kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar
+verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat
+hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de
+Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van
+Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te
+vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan
+een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot
+de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat
+ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen
+van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra
+mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is
+gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen,
+ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom
+de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal
+uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar
+oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van
+het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.
+
+Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen,
+dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel
+nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke
+niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden,
+noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich
+zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er
+vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats
+is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van
+de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden."
+
+Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben
+drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op
+mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne
+belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger
+Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie"
+voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff,
+heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne
+zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van
+het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van
+Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn
+geweest.
+
+Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel
+van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt
+en belangstelling vindt.
+
+Den Haag, 1920. B.H.
+
+
+
+GEBRUIKTE AFKORTINGEN.
+
+
+Dagr. Bat.
+Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts India.
+
+Dagr. Jap.
+Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan,
+eerst te Firando en later te Nagasaki.
+
+Res.
+Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië.
+
+Gen. Miss.
+Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII.
+
+Patr. Miss.
+Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische
+Regeering.
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht
+der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en
+gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken
+zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren
+van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden
+nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis
+van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het
+waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden,
+gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke
+op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun
+wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken,
+omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van
+ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en
+nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre
+hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang
+in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea,
+was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer".
+
+In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de
+benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa
+[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2],
+die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook
+geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit
+"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie",
+een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt,
+discretie ende cloeckheijt" [4].
+
+Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche
+kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen
+vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die,
+onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen,
+de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering
+was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte
+minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval
+was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden
+waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7].
+
+Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke
+ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het
+ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde
+te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden
+dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten
+de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag
+te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt".
+
+Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone
+van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou
+wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China
+tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven,
+zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en
+zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft
+de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet
+ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's
+bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In
+1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed
+een einde te maken.
+
+Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering
+van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de
+Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten
+vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming
+aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel
+Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de
+voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal
+Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12].
+
+Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren
+en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar
+[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als
+Gouverneur sich... te vervoegen" [14].
+
+Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker
+een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken
+staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne
+familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn
+transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was
+dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge"
+naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te
+laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef
+en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de
+behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan
+"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18].
+
+Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer"
+misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus
+"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden
+Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht
+de reis ondernomen [19].
+
+Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa
+niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den
+16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan
+het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende
+tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was
+uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21].
+
+Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te
+hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte
+schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis
+naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen
+enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de
+veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in
+den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie
+het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het
+"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen.
+
+Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het
+hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet
+te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen
+voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer
+omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan
+dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo
+veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig
+hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.
+
+Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de
+Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden
+daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25],
+bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende
+eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden
+hadden dankbaar gestemd te wezen [26].
+
+De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27],
+zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis
+hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht
+toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin
+van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat
+eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op
+een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich
+hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September
+1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van
+"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven
+der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders
+[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze
+acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren
+bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot
+een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch
+land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan
+was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren
+lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het
+leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het
+eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van
+Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan
+dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt
+bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord
+waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden,
+van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een
+landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in
+Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt.
+
+Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat
+hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het
+vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia
+was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden
+Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia
+[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft
+gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid,
+zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo
+aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog
+niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op
+den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld
+zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip
+aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij
+hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34].
+
+Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht,
+was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo
+werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten
+[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een
+vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van
+den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen,
+konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen
+nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel
+de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om
+bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar
+(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde
+maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op
+de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November
+1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40].
+
+Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik
+Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland
+ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn
+zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens
+het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het
+schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan
+"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel
+en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven
+monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven
+schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden
+noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld
+dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde"
+[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou
+hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard
+door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in
+het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van
+bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen.
+
+De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te
+veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht
+zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen
+zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben
+verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.
+
+Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen
+behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens
+komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn
+gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de
+gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers
+zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel
+[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul
+op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad
+van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van
+gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage
+toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki
+waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage
+met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de
+goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48].
+
+In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren
+XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak
+maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit
+commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder
+hen verdeeld [49].
+
+De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten
+daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing
+onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six,
+de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen
+welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio
+van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus
+officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien
+van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te
+Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche
+gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven
+schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te
+danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53]
+en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar
+Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en
+September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten,
+den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd
+dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren,
+was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die
+het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land
+der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf
+voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of
+Nederlander geleek" [55].
+
+De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een
+paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen
+dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan
+het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat
+de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia,
+werd aangehouden [56].
+
+Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te
+Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in
+dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om
+Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door
+ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den
+27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar
+Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij
+Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker
+tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge
+zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59],
+terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou
+hebben gebracht [60].
+
+Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde
+schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet
+vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven
+boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch
+verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om,
+gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van
+hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel
+als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De
+uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet
+te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669
+was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept
+[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs
+minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in
+het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over
+Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche
+bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is
+geworden [62].
+
+Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar
+en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen
+zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke
+zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands
+omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer
+blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en
+zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige
+geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van
+[65].
+
+Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij
+hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer"
+nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij
+mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering,
+hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten.
+
+Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat
+zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen
+verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de
+Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van
+het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen
+en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea
+was bijgebleven.
+
+Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia
+de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen
+[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand
+nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer
+Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië
+niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden
+omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren
+over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte
+te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit
+rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het
+Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met
+"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar
+en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan
+"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook
+is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in
+de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de
+Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs,
+dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam
+[68].
+
+Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit
+geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in
+het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter
+inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van
+uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden
+ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te
+lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in
+het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen
+als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen
+in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over
+Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk,
+zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs
+de eenige van zuiver westersche herkomst.
+
+De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens
+hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie
+"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn
+werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de
+Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden
+te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij
+evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld,
+heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar
+dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt.
+
+Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad
+in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen
+over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In
+den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel
+is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders
+die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en
+gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te
+zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens
+elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde
+schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet
+over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal.
+
+In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705
+verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger
+geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft
+kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die
+in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt
+omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt
+gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als
+zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier
+Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam,
+die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester
+Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd.
+
+Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft
+gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea
+in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij
+begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt
+hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met
+de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl
+hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by
+d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de
+inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede
+de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent
+Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't
+eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt:
+"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron
+is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche
+woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland
+zelf daarmede was aangeduid.
+
+De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op
+eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke
+samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande
+ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en
+veracht" [81].
+
+Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal
+diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben
+gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd
+waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig
+voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich
+zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen
+is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die
+beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een
+paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde
+[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in
+Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave
+zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan
+het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen
+de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar
+onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen.
+
+Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche
+vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het
+nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling
+op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en
+bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan
+de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan
+de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van
+eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk
+een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen
+begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87],
+zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn
+Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld.
+
+Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor.
+
+In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's
+Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig
+[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in
+handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande
+dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's
+Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit
+Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een
+exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande;
+om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten
+dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het
+vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven.
+
+Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen
+Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal
+bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer
+Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het
+"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective
+quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn,
+Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende
+Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij
+respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en
+wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene
+brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven
+maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister
+gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de
+Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree,
+sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666."
+
+Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is
+samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs
+verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89]
+en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk
+zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren
+aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als
+van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de
+samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de
+aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap
+nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk,
+zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden
+zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de
+ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het
+Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan
+een ander is toegeschreven.
+
+Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift
+is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen
+vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die
+copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.
+
+Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen
+het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening
+in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de
+Indische Regeering heeft aangeboden?
+
+Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.
+
+Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki,
+zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het
+opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in
+de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666)
+[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven
+door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het
+vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou
+afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan
+zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig
+hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk
+den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop
+het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen
+de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan
+de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand
+gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor
+die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht
+aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen,
+welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91].
+
+Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld,
+door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan
+naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens
+de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde
+hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen
+echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte
+verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich
+niet zal hebben schuldig gemaakt.
+
+Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden
+exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan,
+maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije
+vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid
+van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt
+verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia
+oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden
+van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.
+
+Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk
+heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen
+sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren
+gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is
+veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze
+nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte
+Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op
+zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke
+van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst
+valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor
+dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt
+afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de
+oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst
+door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de
+verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten
+dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens,
+ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's
+medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen.
+
+Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan
+ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden
+en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het
+eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld
+en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord
+zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's
+makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen
+in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd
+en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen
+enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor,
+door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij
+hunne aankomst te Nagasaki.
+
+Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald,
+is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te
+weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's
+tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou
+het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen
+had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn
+Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings
+weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden
+gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist
+zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en
+zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een
+oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven
+wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt;
+de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt.
+
+Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid
+en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders
+heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek
+dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat
+hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea
+gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao
+1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op
+de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip
+toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is
+aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel
+dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning
+aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist
+hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan
+een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van
+de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's
+avontuur te boek heeft gesteld.
+
+De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet
+wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders
+worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd
+naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam
+was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche
+omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met
+ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog
+de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats
+van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet
+groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van
+een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige
+beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke
+verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin
+van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen
+schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis
+gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is
+geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel
+was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98],
+hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden
+neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen
+dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer
+bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij
+voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp
+zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo
+verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien
+al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren
+des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99],
+hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer
+in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen
+aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea
+tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende
+hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt
+gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere
+armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat
+stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om
+tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen
+wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest
+geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen,
+maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting
+is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op
+te maken.
+
+Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben
+gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden
+de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden,
+maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze
+boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel
+teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en
+heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals
+een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel
+gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over
+gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel
+uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven,
+maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen
+nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en
+ondervonden aan anderen mede te deelen [102].
+
+Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen
+van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst
+bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten
+op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend
+heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van
+zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat
+zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen
+toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de
+juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104]
+en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij
+die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren,
+elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor
+de overige op zijn woord te gelooven.
+
+Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende
+gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan
+te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in
+de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal,
+hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen
+is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn
+genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben
+verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk
+op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea
+ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving
+de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk
+valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf
+voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid,
+daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke
+gegevens ten dienste staan.
+
+De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht,
+heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den
+conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar
+maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst
+tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten
+voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd
+om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken
+met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel
+uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste
+nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend
+bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis
+voor Hamel's geloofwaardigheid [106].
+
+Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van
+land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in
+lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne
+beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor
+dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken
+[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in
+Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft
+van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf
+aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken
+daar te lande [110].
+
+De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners,
+zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot
+uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had
+op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de
+havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners,
+Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112].
+
+In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of
+Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en
+latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog
+[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag
+met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd
+nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn
+land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen
+den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden
+welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een
+gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad
+van den Keizer van China als suzerein van Korea [115].
+
+Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea
+geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding
+vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar
+herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen
+onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in
+hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten
+dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun
+verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's
+Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende
+weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht
+aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen.
+
+Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart
+hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer
+met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen
+voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor
+oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar
+de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking
+tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot
+ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier
+vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood;
+schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch
+in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun
+geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging
+van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben
+eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld.
+
+De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van
+waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners
+in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van
+het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie
+ten goede kwamen [120].
+
+Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien
+handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen.
+
+Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten
+en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners
+van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de
+eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij
+van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche
+zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in
+zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste
+berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland
+omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen.
+
+Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden
+Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123]
+(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman
+was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610)
+om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het
+eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen
+gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126],
+doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te
+bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van
+den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook
+het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610
+[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter
+verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest
+om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea",
+waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later
+[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis
+geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker
+[129].
+
+Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn
+geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in
+andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin
+verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest
+aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor
+geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis
+welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover
+misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren
+bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen
+Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het
+krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in
+de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben
+gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648
+niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben
+afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor
+het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar
+Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent
+de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend
+dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een
+avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt
+van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners
+en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons
+bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt
+aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135].
+
+De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land
+Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid.
+
+Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental
+schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige
+voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met
+Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te
+Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en
+de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde
+schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch
+anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting
+konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene
+onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China
+en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken
+voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138].
+
+Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben
+ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van
+het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche
+land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in
+Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken
+dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan
+zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben
+geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard
+gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan,
+heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en
+Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor
+goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het
+jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143],
+is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het
+geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar
+zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht.
+
+Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter
+sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo
+[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van
+Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw,
+destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in
+die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar
+een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd
+[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden,
+de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146].
+
+Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk
+van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat
+Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is
+eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men
+vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer",
+van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148].
+
+"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene
+aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam
+zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier
+Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der
+17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart
+was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen,
+van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en
+geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt
+voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip
+zal hebben ontleend.
+
+Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de
+wateren van Oost-Azië bevaren.
+
+Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de
+Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack"
+[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de
+Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640
+uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het
+vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia
+aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype
+luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs
+zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee
+of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII
+spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot
+'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t'
+Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t'
+Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt
+door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was
+als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip
+was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als
+het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van
+deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden
+en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden
+("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher").
+
+Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering
+van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas
+kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na
+aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van
+1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het
+koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam.
+
+Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten
+volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan
+had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen
+verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen
+uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen
+[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de
+komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer
+zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen
+ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in
+den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren
+handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat
+van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan
+Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te
+Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot
+de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar
+met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel
+de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk
+te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel
+gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer"
+in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar
+over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen.
+
+Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt
+om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.
+
+Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de
+Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit
+over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog
+toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek
+waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet
+kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden
+genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao
+en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking
+Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar
+doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158].
+
+Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de
+Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In
+hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het
+roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de
+kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van
+de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk
+zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland
+een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch
+ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige
+Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van
+den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet
+zou worden vergemakkelijkt.
+
+De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te
+weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de
+aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland
+[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding
+te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit
+Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa
+vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met
+rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te
+Batavia van zelf [163].
+
+Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa"
+was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat
+de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester
+gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit
+zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als
+adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die
+taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al
+was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene
+maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan,
+liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand
+van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug.
+
+De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn
+betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of
+van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland
+is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige
+ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het
+Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie"
+op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van
+Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite
+waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks
+betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie
+tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert",
+misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere
+belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt
+[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis
+van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit
+den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet
+genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in
+zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding
+ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia,
+die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het
+eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168]
+waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders
+bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart
+waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden,
+is die van Joan Blaeu van 1687 [170].
+
+Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt
+aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid
+dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert
+de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit
+"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het
+geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind"
+en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten
+kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na
+1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden
+met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila,
+kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit
+gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.
+
+Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten
+wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben
+met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger
+tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar
+wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke
+rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171].
+
+De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht,
+evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien
+een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht
+van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de
+aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder
+welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan
+nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het
+woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals
+"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen
+zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en
+"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van
+luipaard. [172]
+
+Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis
+kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.
+
+Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote
+bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen
+hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik
+Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij
+op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in
+1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's
+Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651
+met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den
+6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175]
+en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176].
+
+Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek
+stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa
+verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur
+Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en
+tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd,
+oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen
+op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen"
+[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië
+gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan
+de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens
+tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f
+ 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de
+bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot
+f 30 pr maand werd verhoogd.
+
+Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia
+is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670,
+toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland
+was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het
+licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734,
+waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn
+opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar
+Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is
+door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en
+aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan
+en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië
+en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den
+12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren
+uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van
+Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht
+Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179].
+
+Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de
+oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om
+door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar
+zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen
+[180].
+
+Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen
+zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de
+aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal
+aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk
+veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de
+verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal
+opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers
+van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren
+eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen
+aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch
+schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de
+tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne
+lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams.
+
+De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte
+stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik
+gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief,
+eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie
+in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden,
+wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar
+ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken
+van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke
+hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien
+inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.
+
+
+
+
+
+JOURNAAL
+
+
+[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen
+Raaden van Nederlants India.]
+
+Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van
+'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve
+Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree)
+hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en
+ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int
+selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van
+die natie ende gelegentheijt van 't land.
+
+Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden
+van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en
+Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl
+gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van
+Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh
+van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer
+een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende
+op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen
+ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr
+ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert;
+naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden,
+sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen,
+om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.
+
+Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een
+storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer
+hoe meerder toenam.
+
+Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht
+bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t
+selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat
+bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve
+ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt
+een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert
+den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij
+[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip
+verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer
+(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren
+vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te
+sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs
+strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte
+comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders
+geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende,
+bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden.
+
+Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq
+verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden)
+stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen,
+als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende
+onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen;
+hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte.
+
+Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde,
+sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen
+beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte.
+
+Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden,
+sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door.
+
+Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten,
+gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.
+
+Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met
+verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen
+conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh
+slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen
+regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het
+meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op
+'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen.
+
+Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende
+malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een
+hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met
+pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door
+de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet
+anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen
+den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191]
+ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel
+los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te
+verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te
+maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck
+slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over
+quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was,
+eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende
+'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een
+weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge
+der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te
+wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]]
+over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee
+spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep:
+mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael
+soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent
+niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192],
+riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent
+een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten
+regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten
+terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193],
+dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen
+stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick
+met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh;
+degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden
+om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer
+betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende
+d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende
+waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter
+niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende,
+hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de
+donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.
+
+Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog
+eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog
+ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor
+den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de
+meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int
+vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt
+leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te
+overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij
+sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in
+spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier
+uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant
+gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam
+ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft
+doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen,
+die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige
+victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten,
+doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken)
+aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een
+vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met
+een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam;
+waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte
+vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was;
+tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo
+veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met
+malcanderen voorden regen te schuijlen.
+
+Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al
+na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer
+weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste
+was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int
+minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent
+een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam
+steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een
+musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en
+deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer
+toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer
+(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet,
+maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met
+malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij
+eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn;
+tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die
+ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden.
+
+Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen
+den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten
+bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre
+staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199]
+ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij
+'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals,
+waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer
+hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de
+aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten,
+ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck
+was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden
+tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen
+haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien
+souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden,
+maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al,
+dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also
+malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient
+bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den
+overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij
+malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie
+hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]]
+welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten
+ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij
+verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen;
+nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand
+geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om
+ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae
+'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij
+malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te
+eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden
+'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202].
+
+Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen
+ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden;
+de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland
+(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede
+een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de
+klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende,
+smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren
+ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap
+bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven.
+
+Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't
+yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee
+stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote
+als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen
+wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van
+neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons
+tweemael daegs wat eeten.
+
+Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat
+ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te
+worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden;
+de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int
+bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen
+hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie
+gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen,
+sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent
+een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de
+toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen
+dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die
+om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste
+in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende
+soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent
+Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen
+in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal
+dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst.
+
+Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten,
+aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen,
+het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206]
+sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland,
+bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor
+'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een
+coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten
+dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude
+gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer,
+oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen,
+ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen
+van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort
+was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de
+voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten;
+een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een
+groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck,
+ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij
+vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij
+conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet
+hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde;
+terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer
+4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht;
+alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met
+beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet
+conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een
+wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden
+was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten;
+liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot
+onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog
+de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten
+daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck
+water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man,
+soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des
+Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij
+na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te
+doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx
+'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over
+zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven
+aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs
+mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer
+konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende
+cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx
+bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont,
+ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels
+voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te
+vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden
+met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten
+ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin
+soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan
+gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam;
+liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens
+mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.
+
+Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman
+ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem
+comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert,
+vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot
+antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon
+te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel
+praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot
+nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck
+ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders
+van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende
+naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer
+Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was,
+zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland
+vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende
+waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman
+ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan
+Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt
+'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck
+naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree
+vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant
+gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met
+de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door
+gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij
+'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck
+Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met
+den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden
+hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant
+gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat
+hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert
+gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende
+hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde
+malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer
+Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen,
+zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij
+senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden
+versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke
+troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen
+niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van
+een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was
+te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders
+tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren
+geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met
+ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en
+volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons
+voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den
+eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur
+gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den
+eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen,
+om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten,
+ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende;
+liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper
+Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen
+hadden hem bekent te maken.
+
+Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den
+ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten
+hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten
+mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur
+liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden
+weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere
+kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te
+behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen,
+gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter
+daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel,
+liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was,
+dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste
+land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden
+wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter
+haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle
+de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.
+
+Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons
+terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met
+een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door
+contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort
+dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude
+den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen,
+den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste
+versach om vordere clachten te mijden.
+
+[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen
+gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs,
+geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat
+indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb
+garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses
+man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven
+alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de
+tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven
+zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven
+inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende
+of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende,
+conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van
+April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie
+vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben;
+een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't
+getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande
+honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden,
+dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren.
+
+Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer
+vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt
+gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap
+sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een
+man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting
+[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde,
+ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede
+te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck
+die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant
+dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden
+was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer
+mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende
+[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen,
+door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos;
+die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap
+niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij
+met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft
+gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van
+de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort
+gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na
+de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een
+ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse
+bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort
+te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent
+ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met
+malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde,
+liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting
+om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222],
+voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs
+gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur
+gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen;
+den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten
+van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande
+andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende
+straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet
+vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde,
+waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn
+vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen
+was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te
+sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock
+ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick,
+boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent
+een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen
+ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden.
+
+Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt
+als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12
+a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende
+binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van
+daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende
+door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op
+varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer
+Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront
+ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan
+verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer
+volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en
+koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq
+opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden,
+bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh
+vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen
+daerse rijs planten.
+
+Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck
+tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot
+blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen
+daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende
+eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off
+'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet
+hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door
+dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck
+waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie
+wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out
+gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende,
+gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren
+gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder
+zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts
+onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten
+ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden;
+des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt
+gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij
+malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was
+aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te
+paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts
+is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert
+'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande
+stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken
+te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent;
+des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad
+genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden
+dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer
+hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231];
+nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen
+dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten
+weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233];
+naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen
+savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden
+Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder
+vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor
+een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen,
+alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen
+savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt
+vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert
+vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238],
+gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen
+daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten
+des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio
+[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff
+hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen
+inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt;
+naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende
+dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243]
+ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren
+ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde
+stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden
+ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck
+aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen
+gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die
+aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht
+
+zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden
+'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse
+Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten
+geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat
+'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen,
+van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren,
+dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]]
+senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te
+geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree
+vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt
+zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat
+hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen,
+singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier
+ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet
+om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken
+ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs
+worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem:
+Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247]
+van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70
+cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op
+onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat
+voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters
+uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap
+[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot,
+met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem
+mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder
+gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden
+voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx
+dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6
+maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen,
+ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des
+maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij
+den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees
+(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den
+veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare
+wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee
+stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien,
+ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij
+veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende
+kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van
+'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen
+geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen,
+door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken,
+ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert
+waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van
+houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden
+int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van
+'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot
+bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door
+dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden
+haelden en voor 't geckje hielden.
+
+[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt
+te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans
+gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te
+worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op
+een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq,
+waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier
+houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt
+voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen
+kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den
+2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven.
+
+Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande
+stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer
+volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.
+
+Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude
+ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem
+belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van
+'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende
+hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255]
+ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor
+de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met
+malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout
+halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was,
+'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende
+moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest
+Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever
+willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257]
+gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen,
+ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van
+'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo
+den winter daer mede door.
+
+[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben;
+wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer
+den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van
+Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om
+branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant
+daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse
+gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende
+soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden
+opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende,
+stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants
+voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie,
+dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor
+volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen
+den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude
+logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]]
+offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op
+den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen;
+wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt;
+voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer
+niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten
+onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om
+dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen
+opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport
+gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door
+storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren,
+belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven
+tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter
+gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck
+ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma
+gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude
+openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en
+de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na
+de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na
+eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende
+bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen
+doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de
+gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259].
+
+In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij
+den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen
+den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland
+weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom
+onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck
+best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip
+was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een
+matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder.
+
+In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende
+quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende
+op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter
+2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen
+eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets,
+waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in
+een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot
+dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham
+sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer
+gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken
+ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende
+in haer lant te houden [261].
+
+[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder
+om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel
+bewaren.
+
+[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael
+geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden
+ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om
+ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet
+wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste
+ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste
+seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een
+van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo
+lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck
+de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq
+openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede
+luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was
+ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende
+was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens
+ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer
+leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer
+daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij
+passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer
+over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende,
+hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van
+veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen
+van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij
+voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer
+swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262]
+gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs
+smaents toe leijde.
+
+Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken,
+bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een
+mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen
+sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't
+laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben;
+wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren,
+passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en
+paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq
+geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende
+aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken,
+ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt
+Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is
+de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van
+die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx
+brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste
+overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't
+verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons
+te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent
+[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs
+daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie
+maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.
+
+In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen
+hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren
+om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet
+boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen,
+conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons
+wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe
+logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij
+tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte
+raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.
+
+[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over
+eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last
+opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene
+man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van
+groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in
+hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als
+de inwoonders.
+
+In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den
+voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons
+vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten
+'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen,
+twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo
+in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en
+sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.
+
+In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste
+met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders
+aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde,
+dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met
+'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door
+'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op
+handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om
+wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen
+schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het
+selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende
+rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien,
+alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een
+half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor
+leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij
+ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen,
+ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer
+droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij
+buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel
+sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door
+te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom
+een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen.
+
+[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden,
+ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen
+weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde
+ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog
+alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven
+'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het
+een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr
+was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij
+beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont,
+te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan
+zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel
+op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of
+ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't
+gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.
+
+[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met
+consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in
+des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp,
+sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270]
+sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den
+ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig
+nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet
+verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben.
+
+Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont
+een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen
+ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij
+ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de
+vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het
+navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas,
+door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas
+uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen;
+conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert
+door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden
+reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen
+storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen,
+alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden
+en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken
+ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen
+door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en
+arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272],
+bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van
+de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273].
+
+[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt
+is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en
+N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a
+75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275],
+heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276]
+ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden
+aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen,
+door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck
+ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de
+menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast,
+daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt
+nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent
+25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer
+Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst
+toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer
+voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande
+West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt
+aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande
+noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant
+gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare
+zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als
+andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden
+December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh
+[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn,
+ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in
+ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan
+nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben
+aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen,
+offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare
+zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van
+d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude,
+ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is;
+kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over
+'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons
+volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien
+dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw
+mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om
+laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer
+sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet
+te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met
+garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de
+coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke
+quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man
+haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende
+vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise
+[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese
+en Japanders verhandelt wort.
+
+Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283],
+hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen,
+sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen
+particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte
+dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en
+slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben,
+ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden
+Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder
+aanden Coninck vervallen.
+
+Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx
+stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden
+ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d'
+vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden,
+alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende
+soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die
+heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn
+capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier
+vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende
+yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op
+schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den
+Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn
+landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer
+geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met
+een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen
+'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende
+storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben
+musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh;
+elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende
+soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters
+onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op
+'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese
+worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben
+mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten,
+sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op
+schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden,
+'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn
+dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen
+zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen
+wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx
+dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven,
+hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te
+brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een
+vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff
+een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden;
+slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer
+mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden
+met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn
+gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken
+riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers;
+gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken;
+elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt
+ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen
+wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout
+ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij
+deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666
+aan onsen admirael gesien hebben [289].
+
+Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de
+rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int
+hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij
+vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met
+raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck
+in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer
+leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen
+alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot
+hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende
+vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de
+meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer
+tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te
+dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van
+alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren
+dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten.
+
+Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den
+Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt;
+heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte
+zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest
+tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt,
+voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer
+eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck
+haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer
+de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder
+naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de
+oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden
+die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst
+daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle
+cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters
+en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden
+ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en
+soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets
+te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.
+
+[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet,
+die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten,
+worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden
+tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs
+weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert
+te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige
+sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken
+wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft,
+gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die
+vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer
+voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende,
+naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock
+aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen
+ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet
+in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was,
+ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden
+sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove
+in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te
+meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben,
+een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den
+Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen
+gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende
+slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't
+geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght,
+wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde
+gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert
+edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen,
+tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve
+stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken,
+worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert;
+deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer
+gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn
+vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen
+gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over
+niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer
+Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen
+worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een
+cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere,
+nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij
+de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den
+overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele
+lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel
+gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden
+buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe
+staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens
+onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde
+vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot
+somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht
+met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden
+rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders,
+door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft;
+die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2
+a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt,
+ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het
+opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt
+en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de
+kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien
+om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene
+gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter
+doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse
+van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een
+stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand
+breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer
+sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter
+ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken
+off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3
+a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen,
+totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die
+worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de
+knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op
+d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij
+een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken
+een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten
+soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen
+sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen,
+strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte
+op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een
+enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst
+nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand
+breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de
+doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger
+dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje
+de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als
+'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende
+rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght;
+de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer
+sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294].
+
+[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten
+belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie,
+maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele
+weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen,
+achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand
+'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen
+eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer
+dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij
+aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden
+ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te
+zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen
+comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer
+reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met
+vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende
+nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer
+te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel
+doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor
+straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent,
+ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen;
+disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door
+'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee
+mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met
+'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende
+andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn,
+leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie
+bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn,
+ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10,
+20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder
+huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen,
+mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de
+misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij
+onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet,
+alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als
+'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden
+niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij
+opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper
+papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt,
+worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx
+papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de
+gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden
+te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet
+eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair
+ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren;
+diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde
+billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair
+wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo
+dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen
+moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen
+[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel
+te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense
+voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor
+hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen
+sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen,
+twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij
+haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen;
+daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen
+der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende
+mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten
+ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de
+papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer
+vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte
+tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij
+seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door
+'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen,
+door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met
+hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters,
+alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen,
+ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve
+meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden,
+wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de
+vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx
+stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van
+gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden
+d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende
+grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen
+Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300].
+
+Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel
+fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien
+yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs
+met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest
+met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een
+muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op
+houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven
+worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en
+van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit
+papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven,
+daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm
+[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer
+met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh,
+boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen
+cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder
+huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren,
+nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten
+hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn
+is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen
+en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand
+mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben
+gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te
+doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq
+en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten
+ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]]
+tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als
+'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck
+huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en
+op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende
+groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen
+ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden
+wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een
+of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo
+veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende
+met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij
+d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten
+wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor
+de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant
+land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden
+vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt.
+
+Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde
+lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte
+vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen
+gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs,
+tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen,
+soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als
+hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn
+vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders
+ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met
+malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al
+had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen,
+maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is
+geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende
+den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft,
+sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in
+huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten
+in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a
+3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de
+huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen
+die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als
+slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man
+d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen,
+waerover dit lant soo vol menschen is.
+
+D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen
+dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel
+onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende
+dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende
+d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot
+grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is
+te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]]
+uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is
+een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om
+de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort
+[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van
+haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden
+bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn
+provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie
+om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den
+stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij
+denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't
+selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste
+gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert
+te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt
+soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn,
+alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert,
+om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden
+bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck;
+dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer,
+door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede
+vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die
+sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven
+eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als
+'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel
+van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat
+wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen,
+moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde
+kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh
+reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt
+connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over
+haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren
+rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening
+waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende
+een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen;
+mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen
+te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen
+niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange
+rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op;
+om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw,
+wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft
+met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt
+waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes
+d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen
+haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als
+daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs
+de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken;
+sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen
+bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en
+comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol
+nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt;
+sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs
+van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens
+van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse
+begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer
+clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden
+'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel
+vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen,
+de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden
+dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende
+hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4,
+5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer
+voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van
+steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende
+wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo
+sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer,
+wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310],
+dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben;
+daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet
+doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en
+op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren,
+'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.
+
+Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't
+gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft
+den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten;
+de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben
+noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part
+int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen
+tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80
+jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen
+doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer
+altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen
+sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311]
+d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden.
+
+Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]]
+natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen,
+men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn
+stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen
+schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een
+coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden
+en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste
+goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende
+seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde,
+ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een
+vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat
+over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert
+vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander
+Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't
+ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden
+die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen
+waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen
+soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is
+mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese
+schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn,
+deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle
+broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet
+sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen;
+sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck
+zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp
+daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe
+gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt,
+dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen
+d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge
+te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken;
+de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met
+vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte
+is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende.
+
+Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder
+malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't
+eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie
+hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper,
+sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen,
+met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht
+worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in
+Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin
+ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over
+lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote
+coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen
+ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn;
+de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314],
+elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel
+met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere
+granen.
+
+Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was
+vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle
+dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter
+soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen
+recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen,
+voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt
+om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen
+ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is,
+ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen;
+dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit
+ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij
+Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316],
+dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte
+Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de
+Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq,
+alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende
+planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst,
+soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom
+nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck
+gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende
+nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden
+worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht
+wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan;
+Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer
+oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer
+maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende
+rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet
+en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen
+noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden
+en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken.
+
+Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van
+nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en
+hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de
+zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken;
+als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende
+meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer
+vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct,
+alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen
+[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant;
+de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors,
+wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte,
+aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel
+om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo
+den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken
+ende vernielen.
+
+De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden
+aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene
+man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt,
+den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te
+swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs
+goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen,
+doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte
+is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China
+gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote
+en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan.
+
+Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten;
+stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte;
+d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen,
+den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers
+sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert
+worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen,
+katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte,
+swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels,
+arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen,
+fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven,
+met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet.
+
+Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer
+spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om
+te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen;
+spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten
+ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte
+principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese
+wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende
+de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't
+loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs
+gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen,
+mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man
+niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen
+ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren,
+doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer
+licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet
+alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel
+geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken
+reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't
+opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in
+veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte
+andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende
+diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse
+niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen,
+elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met
+lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet;
+weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen
+d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen
+malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt.
+
+Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte
+zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een
+wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem
+an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken
+voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende
+gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte
+lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers
+vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect
+vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs
+vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een
+secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten
+cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben,
+'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen
+is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer
+ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer,
+welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij
+haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde
+daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte
+andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste,
+'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op
+voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste
+uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand
+ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden
+aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster
+open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger
+sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert,
+moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten,
+waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit
+van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet
+den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem
+[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn
+logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den
+Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende
+buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet;
+daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte
+versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen
+in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de
+straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a
+3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters
+comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met
+den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle
+middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn
+heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325].
+
+[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin
+van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende,
+veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste
+conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt
+meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die
+in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt
+nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten
+bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer
+conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse
+vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste
+wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten.
+
+Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie
+andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien
+[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit
+verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen,
+huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren,
+'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in
+een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen
+te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen
+[329] tot groote blijschap verandert.
+
+Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende
+sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten
+bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken
+en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren,
+dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende
+Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een
+stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in
+een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij
+des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die
+aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]]
+een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden
+op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer
+brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande
+provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont
+van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen
+als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man
+te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae
+sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een
+straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende
+swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont
+voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen,
+door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten,
+int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de
+beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te
+last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen
+te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij
+suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt,
+de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden
+als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden
+nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig
+inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden,
+dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om
+wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude
+continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten
+naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel
+te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30
+dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen
+deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden
+bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664,
+dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte
+tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder
+eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende
+belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden
+deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs
+te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij
+bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons
+soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet
+mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen
+hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende
+groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende
+gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels
+waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen,
+daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden
+licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh
+hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende
+zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E:
+opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons
+den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een
+ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij
+om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels
+sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden
+alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen
+daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige
+menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent
+ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx
+opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel,
+lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen,
+wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft
+ende voor sijn leven wegh gebannen.
+
+Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met
+staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander
+int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende
+[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat
+den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als
+mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters
+en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat
+haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij
+avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant
+leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op,
+behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven,
+te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke
+teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den
+Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren;
+d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen,
+wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op
+dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert
+ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde
+twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335]
+
+[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best
+om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten;
+hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde
+ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den
+Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen;
+onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van
+hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de
+gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met
+malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens
+in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int
+leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven.
+
+[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder
+quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een
+grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel
+vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt
+seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe
+ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten
+verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken
+gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den
+Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn
+vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden
+voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag
+gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende
+[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen,
+quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen,
+die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer
+sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie
+souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke
+vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij
+van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met
+bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat
+ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons
+geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan
+sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als
+anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop
+ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae
+wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren,
+maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer
+aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel
+den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't
+jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam
+ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te
+[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer
+viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn,
+ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder
+haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef,
+den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde
+scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest
+omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen
+sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.
+
+In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d'
+voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem
+touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck
+was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur
+gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in
+geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan,
+indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten;
+indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen
+hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te
+verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn
+naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo
+tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger
+sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden
+ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met
+'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben,
+ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde,
+ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel
+te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen,
+alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn;
+sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen,
+willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt
+en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx
+van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen;
+vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman
+ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met
+cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde
+mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met
+'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende,
+wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer
+t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen;
+die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg
+cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh
+ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was,
+scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert,
+seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot
+man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden
+hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese
+meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende
+wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont
+versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle
+'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo
+'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was,
+onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman
+wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus
+Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien
+ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden,
+die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende
+mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig,
+was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen
+dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven
+bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder
+gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al
+weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder
+ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen
+over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van
+branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het
+ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer
+al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder
+achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg
+brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met
+malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water
+ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg,
+gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg
+waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren,
+ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende,
+d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde,
+cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en
+lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een
+vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt
+vreese oft een wacht mochte geweest sijn.
+
+Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son
+wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt
+vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent
+'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt
+den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge
+Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt
+d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt,
+waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.
+
+Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse
+eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren,
+soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende
+alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons
+onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren,
+seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om
+in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst
+seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt.
+
+Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de
+eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen),
+om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des
+naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag,
+maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter
+agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte,
+de wint van agteren, den geheelen nacht door.
+
+Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest
+hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in
+zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee
+gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij
+genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te
+crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam;
+half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende
+aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren
+ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer
+wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee
+houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende
+ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons
+ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als
+zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh
+haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet
+had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie
+uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met
+stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden,
+maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken
+ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince
+vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse
+eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken
+en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken
+ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden;
+quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer
+vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp
+al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde,
+ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog
+een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende,
+dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten
+leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen
+malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al
+gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden
+dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat
+trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het
+niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam
+daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort
+alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de
+derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij
+Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky
+waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden
+souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren,
+ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen,
+waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen
+quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op
+een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen,
+om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter
+gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect
+hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen
+dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater
+geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.
+
+Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg
+ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van
+toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten
+'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer
+in droog te sitten.
+
+Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs
+lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't
+eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen.
+
+Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in
+sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen
+'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee
+groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant
+gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over,
+ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde
+baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker
+ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen;
+waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder
+daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs
+presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.
+
+Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van
+'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347]
+hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur
+overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht,
+ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons
+als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer
+dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel
+ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde,
+belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen;
+daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de
+Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel
+onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer
+voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen
+segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet
+genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt
+ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft
+verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige
+verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken,
+waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.
+
+[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende
+den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de
+schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt
+hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den
+Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.
+
+Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde
+gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder
+voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349];
+sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht.
+
+
+Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste
+ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet
+daer op geantwoort.
+
+Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen.
+
+Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.
+
+2.
+
+Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.
+
+dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm
+die vijf dagen duerde, hadden verlooren.
+
+3.
+
+Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut
+op hadden.
+
+Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt,
+hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.
+
+4.
+
+Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de
+gelegentheijt van dien.
+
+Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer
+volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.
+
+5.
+
+Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest
+waren.
+
+Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan
+gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur
+d'heer Verburgh te verlossen.
+
+6.
+
+Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie
+doen alhier opperhooft was.
+
+Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte
+vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr
+Coijet als doen regeerende opperhooft was.
+
+7.
+
+Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven.
+
+Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat
+naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh
+inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten.
+
+8.
+
+Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden.
+
+Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles
+[[42]] goets, gaven ons eten en drincken.
+
+9.
+
+Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen
+ofte op de Chineese cust te rooven.
+
+Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door
+den storm op de cust van Coree vervallen waren.
+
+10.
+
+Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons
+schip hadden gehadt.
+
+Niet dan Compes dienaers.
+
+11.
+
+Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve
+naer toegebracht sijn.
+
+Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door
+den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in
+d'stad Sior.
+
+12.
+
+Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen
+waren.
+
+Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen
+nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in
+alles 90 mijlen van malcanderen.
+
+13.
+
+Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen
+hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.
+
+Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn
+gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70
+cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen.
+
+14.
+
+Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer
+nae toe.
+
+Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter
+waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog
+sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado
+gebannen.
+
+15.
+
+Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.
+
+Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en
+wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn
+alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.
+
+16.
+
+Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is.
+
+Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl,
+breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360
+steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden.
+
+17.
+
+Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien.
+
+Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan
+naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij
+gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land
+te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren,
+dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam,
+waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den
+oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.
+
+18.
+
+Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh
+was.
+
+De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren
+niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert
+van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was.
+
+19.
+
+Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.
+
+Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige
+cleijne stuckjes.
+
+20.
+
+Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.
+
+De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte
+eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt
+van victualie voor drie jaren versien zijn.
+
+21.
+
+Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.
+
+Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant
+met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes
+daer op.
+
+22.
+
+Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten
+opbrengen.
+
+Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen,
+brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent.
+
+23.
+
+Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken
+[[44]] te brengen.
+
+Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer
+manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen
+te laten.
+
+24.
+
+Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden
+bedient.
+
+Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden
+staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier.
+
+25.
+
+Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.
+
+Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen
+moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.
+
+26.
+
+Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.
+
+Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van
+paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen
+en schoenen.
+
+27.
+
+Offer veel rijs ende andere granen wast.
+
+Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren,
+door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge
+jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662
+meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen,
+maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen,
+alsoo daer geen rijs door de coude can wassen.
+
+28.
+
+Offer veel paerden ende koebeesten zijn.
+
+Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren
+herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog
+bleef continueeren.
+
+29.
+
+Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere
+plaetsen eenigen handel dreven.
+
+Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie
+hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin.
+
+30.
+
+Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.
+
+Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden.
+
+
+31.
+
+Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]]
+
+Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene
+man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn
+waerdije, rijst ende andere granen.
+
+32.
+
+Wat handel sij op China drijven.
+
+Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij
+trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede
+sijde stoffen.
+
+33.
+
+Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.
+
+Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen
+geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere
+mijnnen hebbe niet gehoort.
+
+34.
+
+Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse
+vervoert wort.
+
+De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij
+haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt
+opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.
+
+35.
+
+Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is.
+
+Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh,
+die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte
+gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters
+over teijs om de sekerheijt.
+
+36.
+
+Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.
+
+Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne
+gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.
+
+37.
+
+Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont
+ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer
+overleden sijn.
+
+Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben
+gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs
+en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen;
+in die tijt storven elff man.
+
+38.
+
+Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve
+bieten.
+
+[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een
+stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck
+'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5,
+Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado.
+
+39.
+
+Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is.
+
+Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle,
+ende in lijfftochten uijtmuntende.
+
+40.
+
+Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren.
+
+Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu
+gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever
+eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven.
+
+41.
+
+Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van
+'t ander volcq zijn wegh geloopen.
+
+Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden
+opgestempt [350].
+
+42.
+
+Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.
+
+Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den
+eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs
+most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen.
+
+43.
+
+Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.
+
+Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven,
+alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet
+soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven
+volcq wedersent.
+
+44.
+
+Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is.
+
+Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op
+Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet
+en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden
+Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.
+
+45.
+
+Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden
+ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.
+
+Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben
+[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde
+natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere
+natie niet wilde bekent hebben.
+
+46.
+
+Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.
+
+Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij
+hetselve hebben gecocht.
+
+47.
+
+Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.
+
+Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh
+te loopen naer Japan.
+
+48.
+
+Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.
+
+Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden.
+
+49.
+
+Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange
+onderwegen geweest waren.
+
+Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen;
+eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen,
+van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen.
+
+50.
+
+Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder
+wilden wegh gaen.
+
+Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat
+bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.
+
+51.
+
+Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij
+daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.
+
+Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer
+yets voor te hebben geeijst ofte genooten.
+
+52.
+
+Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den
+wegh wisten.
+
+Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in
+Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer
+'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.
+
+53.
+
+[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor
+deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn.
+
+
+ Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren.
+ Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: -
+ Jan Claeszen Cock ,, 49: -
+ woonende inde stadt Namman.
+ Jacob Janse quartiermeester ,, 47: -
+ Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: -
+ Claes Arentszen Jongen ,, 27: -
+ In Saijsungh
+ Sandert Basket bosschieter ,, 41: -
+ Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: -
+
+
+54.
+
+Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben.
+
+
+ Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren.
+ Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: -
+ Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: -
+ Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: -
+ Gerrit Janszen: do ,, 32: -
+ Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: -
+ Benedictus Clercq jongen ,, 27: -
+ Denijs Govertszen: do ,, 25: -
+
+
+Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666.
+
+Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende
+nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder
+voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.
+
+Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.]
+nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer
+op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen,
+om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia
+te vertrecken.
+
+Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende
+vertrocken uijt de baij van Nangasackij.
+
+Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden
+Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen
+heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt
+onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.
+
+[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve
+soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte
+van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen,
+welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al
+des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht
+wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende
+dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den
+Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste
+coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen,
+alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt
+gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door
+dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden,
+ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men
+het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende
+oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen,
+voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande
+Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is.
+
+
+
+
+
+BIJLAGEN
+
+
+I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier
+tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur
+Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op
+een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen
+vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d'
+eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden;
+gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de
+omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van
+te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer
+verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht
+van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van
+alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't
+Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke
+ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm
+den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen,
+zijnde dese acht personen genaemt
+
+Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen
+voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent.
+
+Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen
+voor schiemansmaet.
+
+Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor
+jongen met 5 gl.
+
+Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen
+in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent.
+
+Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in
+India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs.
+
+Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor
+jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens.
+
+Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in
+'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent.
+
+Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen
+voor jongen a 5 gl. ter maent.
+
+'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't
+lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren
+diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren,
+dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude
+vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable
+menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van
+gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant
+aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert
+en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils
+van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer
+sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer
+geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten
+welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt
+Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren,
+uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt
+van daer in huijs gelaten, sijn genaemt
+
+ Johannes Lampen van Amsterdam assistent
+
+ Hendrick Cornelisz van Vrelant
+
+ Jan Claes van Dort, cock
+
+ Jacob Jans van Vleekeren
+
+ Sander Boesquet van Lith
+
+ Jan Jansz Spelt van Uijtrecht
+
+ Anthonie Uldircksz van Grieten
+
+ Claes Arentsz van Oostvoort.
+
+Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij
+ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen
+dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck
+dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te
+becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden
+bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock
+schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit
+volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor
+dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer
+Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken.
+
+Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen
+vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint
+tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto
+door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens
+haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of
+se bij vrunden of vijanden quamen.
+
+'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck
+van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en
+wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen
+is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck
+bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt
+en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben,
+ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer
+verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander,
+geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb
+hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op
+'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque
+door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde,
+en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn
+geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee
+andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders
+dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren
+wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen
+was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't
+leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte
+Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in
+Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm
+Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665
+tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in
+Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).
+
+b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken
+(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken
+off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier
+aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert
+afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog
+geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht,
+ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese
+arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't
+welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia.
+
+c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle
+Heeren Raden van India.
+
+Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den
+passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt
+gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden
+8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland
+(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben
+helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte
+schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt
+met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op
+gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen
+8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt
+wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet
+aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.
+
+Nangasackij adij 18en October anno 1666.
+
+Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel
+Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725).
+
+
+Rapport.
+
+d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker
+Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert
+door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan
+met mijn verschijning van daer op Batavia.
+
+... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in
+meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen
+van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia
+gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer
+13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en
+schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser
+arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien
+den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt
+Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve
+plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre
+van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde
+of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen
+de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde
+van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch
+geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet
+daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere
+joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt
+'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te
+moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben
+van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te
+bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen
+doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke
+conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in
+'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten
+mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere
+aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven
+1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725).
+
+In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt
+naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is
+aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan
+boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18
+October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport".
+
+In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18
+Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet
+twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen
+die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende
+'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts
+laten comen".
+
+
+Dagregister Japan.
+
+e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren
+comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij
+aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa
+hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde
+moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt
+Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende
+gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat
+vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons
+met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte
+Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den
+boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren
+gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en
+wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren
+van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't
+lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren
+etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden,
+wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden
+door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te
+weete comen.
+
+f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa,
+alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude
+bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten
+gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds
+zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155).
+
+g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver
+de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt
+Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden
+wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte
+geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.
+
+h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij
+aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't
+ontslaeken der Corese matrosen.... over.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer
+regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de
+Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage
+van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol
+campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia
+gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren.
+
+Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen,
+zullen mogen vertrecken.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.
+
+j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij
+Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige
+dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie
+connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer
+hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d'
+selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over.
+
+
+Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.
+
+k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen
+geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese
+eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden
+jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij
+de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om
+met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare
+gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden,
+Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen,
+maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te
+slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen
+van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde
+geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet
+meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de
+'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen.
+
+
+Generale Missive, 25 Jan. 1667.
+
+l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen
+vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot
+Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't
+Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich
+aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen
+seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland
+nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat
+aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8
+gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen
+sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen
+verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij
+ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen
+Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op
+'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck
+aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven
+en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt
+sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n
+September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te
+gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8
+Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken,
+dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover
+nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven
+1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).
+
+
+Generale Missive, 23 Dec. 1667.
+
+m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer
+goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt)
+de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse
+van daer den 23 October vertrocken waren....
+
+De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige
+gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw
+alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek
+(Japan). Kol. Arch. no. 1152).
+
+
+Patriasche Missiven. [359]
+
+20 Nov. 1667.
+
+n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de
+Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer
+tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all
+van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht
+in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de
+gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude
+connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde
+voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven,
+haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen.
+
+22 Aug. 1668.
+
+o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't
+jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer
+aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28
+daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert
+sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel
+die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het
+verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij
+daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie
+hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout,
+Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren
+als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat
+de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van
+het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off
+het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext
+van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een
+besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot
+den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende
+de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de
+Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste
+sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens
+het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op
+Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie
+bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert
+en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet
+sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten
+Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te
+laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't
+selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle
+denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te
+laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden
+lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent
+die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen
+ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken.
+
+
+
+Resoluties Heeren XVII. [360]
+
+10 Aug. 1668.
+
+p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat
+seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen
+geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen
+uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt,
+constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de
+pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh
+daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits
+desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn
+en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz.,
+uijt de Hooftparticipanten.
+
+11 Aug. 1668.
+
+q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende
+in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en
+geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock
+gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben
+betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van
+de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren
+en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van
+het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all
+vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve
+overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte
+Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert.
+
+13 Aug. 1668.
+
+r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in
+voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert
+het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in
+Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst
+van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het
+lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde
+gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden
+sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen
+dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men
+daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo
+den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten
+hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven
+in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een
+somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt:
+
+
+Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300.
+Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250.
+Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200.
+Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180.
+Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150.
+Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150.
+Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300.
+ ------
+ f 1530.
+
+
+
+
+II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Nagasaki.
+
+a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants
+Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders
+van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan
+anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn,
+van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te
+comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij.
+
+16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven
+Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert
+anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des
+Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert,
+bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht
+Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden
+warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der
+mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van
+Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet
+ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten,
+drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien,
+mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat
+ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck
+door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde,
+die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een
+merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot
+nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven,
+nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden.
+
+17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de
+Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van
+'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de
+frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse
+naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening
+tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer
+te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor
+deden bedancken.
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666
+overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den
+jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der
+Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de
+verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge
+met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362]
+volgen sullen.
+
+c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven
+Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits
+het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa
+gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob
+Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant,
+schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit
+van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen
+Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen
+[363].
+
+
+Generale Missive, 13 Dec. 1668.
+
+d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in
+Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer
+verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was,
+dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met
+Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening
+om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen,
+dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit
+hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht
+dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die
+luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers
+den Japander ten minsten ook groot respect draegen.
+
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.
+
+e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September
+verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen
+geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is)
+door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't
+Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck
+op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan
+UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende,
+de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't
+noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van
+seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij
+een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten,
+maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de
+Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het
+zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.
+
+Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen
+Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen
+handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de
+bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van
+die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten,
+soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de
+vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten,
+sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om
+gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot
+van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij
+wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder
+seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen,
+sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de
+rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht
+te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken
+quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge
+van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen,
+dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt
+toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en
+de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten.
+
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+5 Oct. 1669.
+
+f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo]
+alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven
+Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ...
+
+Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo
+seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den
+jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing
+van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde,
+soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen
+jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen
+als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt
+den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij
+bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle
+van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval
+is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en
+behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle
+naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't
+bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den
+Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen
+en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal
+(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie
+met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven
+off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen
+Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren.
+
+Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben
+hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen
+ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven
+wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar
+eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar
+met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen
+die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen
+gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar
+quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich
+daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo
+nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen
+dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar
+voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van
+desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe
+verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium
+alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen,
+die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over
+dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht
+ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout,
+peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout
+als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert,
+maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van
+importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast
+soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft
+'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven)
+geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt
+sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden,
+waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van
+'t rijck wellight op volgen mocht.
+
+19 Oct. 1670.
+
+g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen
+en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie
+voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten
+zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de
+Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden
+gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen
+voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant
+verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668
+op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden
+mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover
+oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge
+van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht
+maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden,
+tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan
+den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons
+des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn
+Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in
+Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden
+daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover
+hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde
+bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden
+deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan
+niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen
+daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck
+Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen
+de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem
+daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde
+geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden
+Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse
+Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen,
+waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in
+te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten
+conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent
+vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren
+wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een
+ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de
+Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote
+costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te
+connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen
+te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen
+gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse
+regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens
+mochten moveren.
+
+.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese
+gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die
+dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden
+als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman
+Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 =
+Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798).
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.
+
+h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt
+oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van
+5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet
+qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij,
+hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de
+600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien
+wegh in Japan gevoert zijn geworden.
+
+
+Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.
+
+i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt,
+Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met
+het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt
+verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest
+sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt
+van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar
+daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende
+lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject
+genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch
+eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert
+volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert
+(Kol. Arch. no. 256).
+
+
+Patriasche Missiven.
+
+j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht
+van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen
+besendingh derwaerts wel te recht naegelaten.
+
+k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in
+Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel
+een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de
+Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't
+voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn
+aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout,
+voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang
+wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om
+daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù
+die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het
+bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden
+gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh
+van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen.
+
+
+
+III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.
+
+
+A. HET JACHT DE SPERWER.
+
+1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge
+van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor
+de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389)
+en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18
+Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd;
+ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649
+in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie
+Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni
+1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering
+naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni
+1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14
+Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte
+dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar
+en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651
+terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651);
+vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug
+te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar
+de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14
+Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
+aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het
+1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
+1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna,
+16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18
+Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt
+van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.
+
+In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste
+lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman)
+of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende
+aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des
+Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva
+le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is
+trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch
+op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.
+
+2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer
+hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren.
+
+Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
+d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die
+bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren
+mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo
+Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't
+gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende
+terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich
+besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer
+de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om
+voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht
+te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de
+stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina
+om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm
+op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634
+in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366].
+
+Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
+beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo
+de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen,
+zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets
+te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634
+mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een
+musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
+afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
+uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van
+Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo
+oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
+ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen
+zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst
+aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert
+bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als
+de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
+Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen.......
+
+Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
+vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem
+in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre
+naer Taijouan te bevorderen.
+
+Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij
+dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren
+oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van
+deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt
+en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick
+overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer
+oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge,
+zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen
+coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen,
+ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer
+insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke
+plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het
+selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u
+de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie
+over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van
+Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief
+waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult
+hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck
+een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des
+Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde.
+
+In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans:
+van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris.
+
+3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt
+becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame
+Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer
+Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach,
+buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff)
+geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen
+Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat
+daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij
+hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen,
+ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen.................
+
+Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o
+naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter
+montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten:
+
+
+ 20007 cattijs poetsjoek
+ 20037 cattijs aluijn
+ 3000 stucx elantshuijden
+ 19952 stucx Taijouanse hertevellen
+ 3078 stx steenbocx vellekens ende
+ 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.
+
+
+.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en
+Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de
+fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij
+VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich
+sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta
+gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te
+Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts
+te demitteren....
+
+.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen
+427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken
+zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben,
+daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder
+sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan
+de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653).
+
+4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het
+schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't
+welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht
+was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te
+[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe
+dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer
+mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van
+de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de
+Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche
+arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een
+combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen
+dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede
+de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw
+op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx
+'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock
+onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent
+Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier
+ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen
+want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van
+Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
+contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
+presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden
+dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen.
+
+.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des
+naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis
+Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert
+verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
+ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
+cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
+anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
+Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en
+Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653).
+
+5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in
+VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone
+jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende
+'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm
+sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken
+daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen,
+ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f
+ 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse
+winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet
+als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad
+van Formosa, ddo 20 Mei 1654).
+
+6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
+tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
+Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer
+Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer
+nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen,
+soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow]
+een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw,
+die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen,
+sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan
+gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't
+zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa
+een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten
+nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck
+van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw
+(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende
+'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen:
+sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet
+dan al te gewis houden.
+
+... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e
+f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen
+noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except
+de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag
+sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt
+ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt].
+
+7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip
+Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent
+wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de
+Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult
+moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater
+die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben;
+wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude
+het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck
+sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons
+en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer
+uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).
+
+17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven :
+"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste
+besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme
+te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
+ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan
+subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen
+verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half
+Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek,
+Deel 1, Cap. 21 fol. 280).
+
+Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met
+de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden
+het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent
+19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van
+het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653).
+
+
+B. HET JACHT OUWERKERK.
+
+Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626
+te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van
+daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant
+Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot
+50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia
+aankwam (Dagr. Bat.).
+
+Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April
+1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627
+van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,
+Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck
+kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque
+ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China,
+soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis
+hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen,
+aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn
+volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen
+daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt
+te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot
+op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr
+Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr
+Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627).
+
+De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28
+Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche
+navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar
+Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten
+"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de
+rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan
+dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht
+(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en
+zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan
+naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn
+weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft".
+
+Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen
+te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen:
+
+"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra
+Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;
+maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder
+gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck
+omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt
+ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck
+mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen
+verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop
+toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat
+als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor
+de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den
+brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn
+alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten
+dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met
+haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een
+Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om
+laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter
+seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen
+20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de
+Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff
+comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch
+eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt
+niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628;
+Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389).
+
+Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en
+3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628
+van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t
+Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't
+volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag
+na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten
+stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV,
+2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628,
+bl. 334 en 389).
+
+.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op
+hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders
+g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt
+wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374].
+
+"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft
+desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck
+behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck
+antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver
+van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees
+weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem
+Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375].
+
+Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche
+gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia
+werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer
+Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden
+van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en
+"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao
+hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans
+dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I).
+
+
+C. HET QUELPAERT DE BRACK
+
+17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30
+Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij
+Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar
+Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640
+terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca
+(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121);
+17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1
+Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór
+31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165);
+4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April
+1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia
+(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar
+Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641
+aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel
+gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden
+om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug
+te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642
+over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde
+quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146);
+3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11
+Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12
+Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken
+van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar
+Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes
+Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan
+(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa
+gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug
+te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche
+jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in
+'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.);
+18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia
+17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia);
+10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643
+naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29
+Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644
+naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij
+Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt
+Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia
+(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op
+de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe
+Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar
+Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu
+(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der
+Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor;
+uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt
+dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld."
+
+Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.
+
+Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende
+het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man,
+en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh
+vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude
+mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop
+'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen.
+
+Generale Missive, 9 Sept. 1640.
+
+'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt,
+zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken
+noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te
+meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif
+liggen, te connen brengen.
+
+Patriasche Missive, 15 Maart 1641.
+
+Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats
+als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie
+sien te voldoen.
+
+Missiven Batavia naar Taijoan.
+
+14 Mei 1641.
+
+t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe
+als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen....
+
+In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt
+den Oppercoopman Carel Hartsing....
+
+Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met
+12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.
+
+11 Juni 1641.
+
+...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert
+op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...
+
+...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in
+T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh
+te wesen.
+
+Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.
+
+...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't
+Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat
+stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can...
+
+...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt
+sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over
+(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten
+ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van
+'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat
+ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen,
+soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer
+uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.
+
+Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem
+zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs
+bij contrarie mousson.
+
+Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.
+
+... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de
+Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse
+groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent
+Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht
+van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe
+van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is
+schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese
+champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt
+zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren
+met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet
+voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert
+binnen aen't Casteel te comen.
+
+Missiven Batavia naar Taijouan.
+
+16 April 1642.
+
+13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier
+onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende
+Kelang verschenen.
+
+... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10
+dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de
+jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae
+Quinangh's bocht aff te senden.
+
+28 Juni 1642.
+
+In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij
+uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith,
+Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert.
+
+Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.
+
+... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit
+Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de
+reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te
+vernemen lieff wert sijn.
+
+Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.
+
+Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie
+gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende
+wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den
+Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den
+handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets
+anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den
+11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven
+dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende
+verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert
+sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt.
+
+
+11 Oct. 1642.
+
+'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen
+wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien.
+
+Dagregister Japan.
+
+1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants
+schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door
+den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was,
+dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen,
+'t welck terstont achtervolcht is geworden.
+
+12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar
+middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten
+hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet
+meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het
+principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa
+gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende
+onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh
+quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede
+tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van
+de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge
+bequamen.
+
+13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert
+voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen
+gesorteerd....
+
+14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op
+gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na
+den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven
+al op stont uijtgelevert.
+
+27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh
+was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen
+en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders
+zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan
+boort gebracht.
+
+29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden
+als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en
+nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren,
+omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons
+afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde
+plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.
+
+29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft
+over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip
+de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier
+naar Taijouan vertrokken.
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.
+
+...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met
+'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere
+coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de
+oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op
+29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack
+(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren
+gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt
+ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen
+stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat
+daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert,
+ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke
+winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese
+proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge
+aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert)
+int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders
+soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht.
+
+Generale Missive, 12 Dec. 1642.
+
+Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse
+Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den
+Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van
+Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de
+jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch
+niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman
+Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende
+verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een
+aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn.....
+
+Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en
+deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer
+gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan
+van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack
+uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo
+in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een
+retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan,
+zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt
+is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten
+hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae
+sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de
+Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen
+ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de
+dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij.
+
+Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius.
+
+... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht
+in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack
+ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op
+Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).
+
+Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.
+
+... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende
+crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner
+saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376]
+
+Missiven Taijoan naar Batavia.
+
+15 Oct. 1643.
+
+Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende
+de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij
+ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte
+goutmijnne uijtgeset hadden....
+
+De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren,
+ons op den 17en Meij weder toegecomen....
+
+...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt
+van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende)
+waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde
+cruijsplaetse comende ...
+
+den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen
+masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643).
+
+
+
+17 Oct. 1643.
+
+...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage
+het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren
+[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld].
+
+19 Nov. 1643.
+
+Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October
+aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van
+'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts
+te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in
+32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores
+gecomen sijnde, wel toegecomen.
+
+'t Quel de Brack:
+
+18 Oct. 1643 naar de Pescadores
+
+26 Oct. 1643 terug van de Pescadores
+
+10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de
+Pescadores. (Dagr. Zeelandia).
+
+11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het
+binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en
+Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.
+
+'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij
+de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt,
+hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier
+geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen
+vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer
+nae behooren mach versien werden.
+
+Generale Missive, 4 Jan. 1644.
+
+Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de
+Vos ende 't Quel de Brack.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.
+
+Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren
+de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken
+sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet
+informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt
+cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel
+de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat
+hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen
+vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken.
+
+
+D. HET SCHIP DE HOND.
+
+"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op
+de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het
+fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619
+door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van
+Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten
+(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction
+LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305).
+
+De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in
+onze handen was geraakt:
+
+"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden
+ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den
+Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).
+
+Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander,
+dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11
+Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de
+Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten"
+(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van
+Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om
+verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16
+Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is
+van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).
+
+In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor
+Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer
+Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse
+zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6
+Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug
+... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met
+de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen
+enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van
+de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat
+van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De
+schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu
+Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te
+passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan
+gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt"
+(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt
+door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden,
+daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in
+groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando
+te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op
+Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den
+raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer
+alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan
+lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn"
+(Gen. Miss. 20 Juni 1623).
+
+Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de
+Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme
+[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps
+cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone,
+a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp
+in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II,
+bl. 336).
+
+
+
+IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378]
+
+Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront
+Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene
+eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl
+breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do
+Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel
+van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde
+legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.
+
+In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck,
+geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft
+soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie
+zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten
+
+ Rijs tot Tl. 20 t'last,
+ Cooper
+ Cattoen ende cattoene lijnwaeten
+ wortel Nijsen
+
+Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect,
+doch vallen seer duer.
+
+De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van
+daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer
+rijckelijck uijt ende incomen connen.
+
+De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer
+de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer
+mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens
+van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde
+welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden
+ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te
+comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan
+keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van
+t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff
+groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden
+mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken,
+tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen
+handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te
+treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden
+zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit
+geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige
+volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn,
+ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde
+met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer
+boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers
+ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden
+bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den
+oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben,
+door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer
+oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders
+hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle
+tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar
+in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen
+Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer
+invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can.
+
+
+Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen
+adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij
+binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen
+zijn. [380]
+
+Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen
+waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers
+gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den
+anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende
+een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder
+zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver
+[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met
+ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root
+vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een
+swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.
+
+Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen
+wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde
+op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche
+caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.
+
+Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander
+spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh
+sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt,
+vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.
+
+Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon
+van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock,
+gedragen wierde.
+
+Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters
+hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen
+(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant
+opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de
+suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende
+volchde hem noch een do naer.
+
+Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de
+guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers
+als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den
+anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken
+root verlact ende boven met een top van witte veeren.
+
+Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de
+gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert
+de Coreers t'accompagneeren.
+
+Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende
+op bagagie paerden.
+
+Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende
+de schenkagie der Coreers brachten.
+
+Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij
+was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft
+buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt
+te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met
+schoon sant gestroijt.
+
+
+
+
+V. PERSONALIA
+
+
+A. NICOLAAS VERBURG.
+
+1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip
+'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na
+goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw
+voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's
+mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië
+(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug;
+Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van
+3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650);
+vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan
+naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia;
+Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart
+1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van
+Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie
+ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675)
+en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw
+den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot
+(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26
+Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen"
+(1665).
+
+Generale Missive, 24 Dec. 1652.
+
+2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door
+veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn
+lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt
+de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om
+tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken
+'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen
+weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit
+gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende
+vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot
+vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort,
+daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in
+'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts
+tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren
+zullen....
+
+Resolutie, 21 Maart 1653.
+
+3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh,
+Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht
+heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen
+worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken,
+alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal
+sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert
+persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden,
+soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden
+vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het
+selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie
+te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de
+middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich
+staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het
+gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den
+Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe
+mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve
+Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen
+Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn,
+waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat
+gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien,
+wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende
+evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die
+aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer
+gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten
+ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet
+alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock
+meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat
+hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft
+te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van
+den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende
+bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op
+Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten
+intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten
+dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te
+houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost
+heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en
+werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende
+overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is,
+niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken
+medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene
+versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame
+te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien,
+om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om
+redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo
+veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement
+te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris
+Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange
+jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop
+ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde
+redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens
+ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste
+vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen
+conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle
+genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst
+meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een
+seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige
+exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert
+hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement
+te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten
+tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende
+verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en
+weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt
+het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt
+geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt
+rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de
+Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden,
+waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is,
+alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te
+extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet
+ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt
+vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren
+Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden.
+
+
+B. CORNELIS CAESAR.
+
+1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam
+6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f
+ 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den
+Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam;
+had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en
+wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit
+de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was
+in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot
+f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645
+per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie
+voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend:
+Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie
+toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21
+Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus
+(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot
+Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en
+Dagr. Bat., bl. 541).
+
+In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië
+(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de
+Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het
+opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli
+1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur
+van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30
+Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en
+72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar
+5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke,
+zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni
+1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335).
+
+2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653.
+
+Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat
+de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen
+sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij,
+volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten
+in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen
+als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht
+werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer
+overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel
+Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten
+voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich
+ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu
+tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde,
+den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden,
+waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat
+nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons
+wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden
+buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker,
+die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee
+in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris
+Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet
+te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn
+Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn
+Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte
+alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over
+te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve
+2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van
+India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te
+sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander
+gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te
+sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade
+hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse
+Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar,
+Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen
+mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste
+bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.
+
+Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.
+
+De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur
+in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch
+die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van
+daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen
+vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement
+ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten.
+
+UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die
+voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet
+werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich
+volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen
+ten hoochsten gelegen te wesen.
+
+
+C. IQUAN.
+
+"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in
+den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert
+doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese
+enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat
+wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij
+daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de
+Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382].
+
+"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken
+te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke
+quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van
+China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende
+gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden
+andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten"
+(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).
+
+Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral
+bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de
+Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een
+Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak;
+dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht
+[384], klinkt veel waarschijnlijker.
+
+De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe
+het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:
+
+De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee,
+was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang
+Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar
+getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die
+in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis
+aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan
+ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder
+zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den
+titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd
+betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was
+hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen
+met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I
+(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon
+bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze
+waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te
+Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan
+de Engelschen [388].
+
+Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het
+dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats
+Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en
+zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon
+was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven
+besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche
+berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene
+familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein
+China en diens hoofdvrouw in China.
+
+Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht
+bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht
+naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando
+betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg,
+den zoo vermaard geworden Koksinga.
+
+Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit
+Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het
+eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China
+(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624).
+
+Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om
+op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken
+toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro
+China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan
+terug waren.
+
+"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened
+up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership
+on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the
+History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87).
+
+"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der
+Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis
+gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck
+vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer
+ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende
+vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct
+can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal,
+Actum Batavia 18 Dec. 1627).
+
+"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen
+datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de
+riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe
+havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich
+ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de
+Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste
+vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie
+ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken
+ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt,
+sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens
+van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten
+tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen
+raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover
+Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt
+ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder
+onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone
+van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer
+Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is
+voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom
+en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van
+Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren"
+(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630
+aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114).
+
+"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den
+vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede
+omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu
+weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den
+rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was,
+weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt
+ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen
+Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent
+was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere
+grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te
+beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie
+bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet
+alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het
+Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck
+in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij
+hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven,
+alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per
+ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven
+ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten
+niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo
+hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten
+van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren
+Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).
+
+"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior
+van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen
+geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende
+voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende
+liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote
+macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken"
+(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).
+
+"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps
+handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons
+wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele
+gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken
+aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).
+
+20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen
+alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te
+vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de
+Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije
+niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat
+zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders
+rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven
+en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst. bl 81).
+
+"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave
+birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not
+develope the love for adventure and renown which made his elder brother
+[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31).
+
+"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh
+van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon
+des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger
+is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in
+Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645).
+
+"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh
+... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste
+bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft
+laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren
+gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt
+Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en
+tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken
+voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken
+stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).
+
+"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt
+hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh
+vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe
+mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te
+keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).
+
+"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren
+g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan
+den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de
+geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de
+Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja
+(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer
+1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck
+gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken
+dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij
+een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem
+mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van
+grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser
+vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert,
+nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice,
+daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando
+gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden
+was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede
+beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke
+dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van
+vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden"
+(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst, bl. 97).
+
+Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's
+geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel
+min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme
+herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben".
+
+"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu
+army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga]
+strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385).
+
+
+D. MARTINUS MARTINI.
+
+Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China,
+waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica
+en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier
+andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de
+Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een
+latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij
+verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja
+off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te
+geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki,
+ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen
+ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke
+attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en
+Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390]
+
+"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to
+his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed
+in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige
+leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld].
+
+While on his journey the great traveller passed Batavia.....
+
+Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them
+over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be
+printed while he himself gave a full geographical description of
+the whole empire together with historical, political and scientific
+explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier,
+On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II,
+1888, bl. 105 en 106).
+
+Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg
+vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de
+"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in
+het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652,
+26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer
+Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van
+honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij
+toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven
+Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te
+kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende
+Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij
+achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde,
+seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt
+Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden"
+(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren
+XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654).
+
+"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh
+tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker
+Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China
+heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse
+[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere
+negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven
+door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse
+hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer
+oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te
+friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen,
+dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton
+daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den
+oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs
+stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de
+libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden"
+(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).
+
+"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en
+dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao
+en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck
+van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel
+daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip
+den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+
+
+VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65.
+
+Dagregister Japan.
+
+Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij
+ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't
+Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen
+tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht
+sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige
+Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende,
+doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde
+deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben.
+
+20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de
+voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren
+in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't
+Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh
+in't S.W. verloren.
+
+21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende
+kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde.
+
+26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken,
+bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft,
+onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't
+Westen keert.
+
+29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien,
+maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger
+opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't
+Westen naer't N.W. gekeert is.
+
+Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als
+alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende
+met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt.
+
+10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te
+sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden
+malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn.
+
+20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien
+konnen werden.
+
+April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder
+omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die
+hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende
+was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo.
+
+ * * * *
+
+Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem
+een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een
+vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff,
+1701, bl. 66).
+
+ * * * *
+
+Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe
+sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was
+mede indt oosten.
+
+Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster
+zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden.
+
+Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman
+Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en
+Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).
+
+Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391]
+
+Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst
+gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre
+gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur,
+opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen,
+waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien.
+
+Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den
+rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen
+verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken
+daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de
+staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht:
+Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't
+mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen
+haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien,
+sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede
+langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw,
+nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy
+grooter in ons gesicht vertoont.
+
+Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en
+de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet
+hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen
+als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den
+2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder
+met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen,
+en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy
+ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na
+'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems
+3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen
+in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan
+den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat
+de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen.
+
+Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary
+1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten
+Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock
+over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van
+de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes
+daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien
+tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen
+en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen
+en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent
+heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich
+ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet
+en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien,
+te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den
+Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt
+van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een
+heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens,
+naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren,
+was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem,
+ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door
+de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden,
+en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet
+langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor,
+en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na
+met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn
+roedeken gelijckende.
+
+Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer,
+op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram
+eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus,
+ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt
+met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries
+uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30
+December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen
+van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo
+fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als
+dese dede, niet uyt.
+
+Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn
+Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van
+'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen
+vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de
+Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus
+de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen
+Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle
+Zee en Water-tekenen.
+
+Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een
+Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft
+laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in
+'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn
+Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den
+13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende
+op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.
+
+Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren
+te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer
+nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is
+gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het
+toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.
+
+'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden
+3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont,
+'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe
+datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke
+Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late
+ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels
+niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen.
+
+In Haerlem, desen 14 April 1665.
+
+
+Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur
+
+
+BIBLIOGRAPHIE.
+
+Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in
+'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter
+te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.
+
+Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die
+alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea;
+daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving
+zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het
+jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in
+het land teruggekomen was.
+
+Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen,
+en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.
+
+Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk
+van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven
+van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken,
+waarin het reisverhaal is opgenomen.
+
+
+DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/
+van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets
+door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn
+vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28
+dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in
+die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen
+in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB
+VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668.
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets
+die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de
+acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael,
+dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde
+bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo
+verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche
+letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te
+'s-Gravenhage.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer /
+van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door
+de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert
+/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in
+slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die //
+tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in
+'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van
+[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die
+van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die
+noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael,
+dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den
+hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische
+letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met
+heel kleine Romeinsche letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den
+titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de
+keerzijde verlies geleden hebben.
+
+JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/
+van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar
+op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant
+is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door //
+de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/
+by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/
+in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die
+tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't
+Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch
+acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt
+gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/
+Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree:
+Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe:
+Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de
+Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met
+verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer]
+// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker:
+Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.
+
+16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter.
+
+Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
+spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
+Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove
+houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening
+(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij
+den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje
+(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na
+het Journael volgt een nieuwe titel:
+
+Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare
+Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
+inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
+M.DC.LXVIIJ.
+
+Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan
+het slot.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te
+Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
+Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
+en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.:
+Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de
+prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders
+in Korea, ondert. Toeridjéné.
+
+'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de
+// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in
+'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER
+EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm
+en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/
+daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den
+Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van
+Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny
+moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer
+van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn
+'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in
+'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip
+in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
+van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
+Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
+door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:
+
+
+ Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen,
+ Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen,
+ En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen,
+ Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen,
+ In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft
+ Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft.
+ Hier nae een Beter.
+
+
+Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels
+wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia
+(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in
+de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere
+reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen
+met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van
+Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in
+het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte
+inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de
+dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de
+olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier
+te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan,
+dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het
+journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst
+in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht
+van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
+tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van
+de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en
+de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen.
+
+In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad
+van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis
+van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden,
+een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte
+plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht;
+op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck;
+in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door
+Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt,
+en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en
+casuarissen voorstellende.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch
+te Rotterdam.
+
+JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer
+ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders
+// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe //
+noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno
+1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam,
+Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte
+Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende
+spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure
+geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is
+veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding
+van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als
+zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd,
+dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger
+gemaakt om de ruimte te vullen.
+
+Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op
+Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen
+landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van
+'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede
+voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten
+blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8
+persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn /
+achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn
+aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] //
+t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
+uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde
+voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op
+p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor
+de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd,
+ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken
+Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide
+prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor
+is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des
+Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over
+Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656",
+uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan,
+Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing
+naar Corea overgebracht.
+
+Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
+Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land-
+en volkenk, van Ned. Indie te Delft.
+
+
+HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.
+
+Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in
+'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS
+MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669.
+
+In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436
+een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend,
+beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der
+geredde mannen op "Disma".
+
+
+DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.
+
+RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste
+de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de
+Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris,
+// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au
+coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d'
+Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+Ook met ander uitgevers-adres:
+
+RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE,
+au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, &
+au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165
+genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter.
+
+De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van
+Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel,
+en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee
+naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal
+geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden
+echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman
+(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.
+
+Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te
+Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage.
+
+Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au
+Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote
+18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer
+vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.
+
+Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ //
+Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/
+im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/
+und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ //
+vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget //
+JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise:
+// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653
+glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit
+Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und
+JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.
+
+Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene
+gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het
+boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich
+Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan:
+P. TROSCHEL sculp.
+
+24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op
+bladz. 811 de titel:
+
+JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/
+was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/
+// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/
+durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/
+so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/
+ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH
+HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/
+Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet.
+
+Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche
+uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het
+journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder
+de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus
+ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel
+Korea ... Verteuscht.
+
+Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.
+
+
+HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN.
+
+(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)
+
+A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill
+1704. fo.
+
+In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45
+(IV p. 719-742), 1752:
+
+An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the
+Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of
+Corea. Translated out of French.
+
+Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties,
+herdrukt in:
+
+Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia
+1884.--Second ed. ibid. 1885.
+
+Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the
+Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door
+den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel
+wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit
+de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene.
+
+Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection
+of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2
+kol.).
+
+In de Appendix op p. 37-40:
+
+An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the
+Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the
+East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore
+upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence
+to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship,
+who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd.
+
+Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar
+Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop
+volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de
+olifanten en krokodillen.
+
+Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715;
+nouv. éd. 1732. 8o.
+
+In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782):
+
+Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle
+de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée.
+
+Herdruk van de vertaling van Minutoli.
+
+A new and general collection of voyages and travels, consisting of the
+most esteemed relations which have been published in any language. By
+Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o.
+
+In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving
+van Corea, naar de collection van Churchill.
+
+Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes
+les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par
+l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris
+1746-89. 40.
+
+De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er
+bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen
+een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar
+Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de
+Parijsche uitgaaf.
+
+In vol. VIII (1749) p. 412-429:
+
+Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du
+Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert.
+
+Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by
+Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o.
+
+Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750)
+p. 18-48:
+
+Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa,
+en hun Berigt van de Landstreek.
+
+Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig,
+bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o.
+
+Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750)
+p. 573-608:
+
+Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem
+Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch
+HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt.
+
+A general collection of the best and most interesting voyages and
+travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o.
+
+In vol. VII p. 517:
+
+Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and
+their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated
+from the French.
+
+
+
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392]
+
+BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde
+Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.
+
+BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang,
+during the years 1843-46. London, 1848.
+
+BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851.
+
+CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North
+China Branch R.A.S. XXIII, 1888).
+
+CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894.
+
+CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.
+
+COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in
+Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage,
+1919-20.
+
+COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea
+(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).
+
+COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917.
+
+COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris,
+1894.
+
+DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918.
+
+DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction
+sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes
+coréennes. Paris, 1874.
+
+DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische
+Compagnie. (Handschrift Kol. Archief).
+
+DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history
+etc. II. London, 1894.
+
+DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History,
+people, resources and commercial prospects. London etc., 1903.
+
+DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan
+1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883.
+
+DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama,
+1880.
+
+DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.
+
+DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique,
+chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie
+Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736.
+
+DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze
+vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.
+
+ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917.
+
+GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea
+Branch R. A. S. I, 1900).
+
+----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).
+
+GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New
+Ser. XXVII, 1895).
+
+GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701.
+
+GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905.
+
+----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885.
+
+GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen
+Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).
+
+GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea
+en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.
+
+HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het
+Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12.
+
+----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer
+(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).
+
+HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés
+sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.
+
+HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases,
+by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903.
+
+HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik
+Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).
+
+HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen
+enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.
+
+HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens
+de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879).
+
+HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I,
+1900).
+
+HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917).
+
+ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch
+R.A.S. IV, 2, 1913).
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche
+zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in
+Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865.
+
+KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van
+het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem,
+1831.
+
+KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam,
+1729.
+
+LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par
+M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.
+
+LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc.,
+edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900.
+
+LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op
+Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).
+
+LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer
+Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door)
+Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten
+enz. Amsterdam, 1595.
+
+LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions
+Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15).
+
+MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong,
+1867.
+
+MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited
+by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams
+1611-1617). London, 1850.
+
+MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902.
+
+MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.
+
+MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).
+
+MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.
+
+NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen
+Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897.
+
+----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841).
+
+PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo,
+(1909).
+
+PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second
+edition. London, 1917.
+
+PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.
+
+----Corea. (China Review. XIV, XVI).
+
+----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society
+of Japan. XV, 1887).
+
+PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma
+H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland,
+1905-1906.
+
+PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der
+Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900.
+
+REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society
+of Japan. VI, 3, 1878).
+
+RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin,
+1834.
+
+ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of
+manners, etc. Paisley, (1880).
+
+----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and
+progress. London, 1891.
+
+SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch
+R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.).
+
+SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von
+Japan. Leyden, 1852.
+
+----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52.
+
+SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie
+Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.
+
+TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New
+Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.
+
+TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der
+japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909.
+
+TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs
+néerlandais, etc. Amsterdam, 1867.
+
+----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam,
+1884.
+
+VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V,
+2. Dordrecht--Amsterdam, 1726.
+
+'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675.
+
+VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by
+E.M. Satow, London, 1900.
+
+WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography,
+government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899.
+
+WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam,
+1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.
+
+YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV,
+2, 1913).
+
+IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen
+Kon. Inst. dl. 73, 1917).
+
+ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen
+van Arkel. Gorinchem, 1755.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij
+de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan
+d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot,
+Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het
+"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626:
+"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse
+op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman
+Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om
+de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende
+om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304
+in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten:
+"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki,
+Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde
+Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt
+... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een
+musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons
+comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625,
+bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa,
+sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts
+schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan
+omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest
+te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering:
+"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer
+verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat].
+
+[2] Zie Bijlage V_A, 1.
+
+[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).
+
+[4] Zie Bijlage V_A, 3.
+
+[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan
+dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle
+des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla
+Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te
+rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam
+Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven
+geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf
+hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers
+gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het
+Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn
+Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan,
+dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).
+
+Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad
+niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de
+zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde,
+was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier
+ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15,
+17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden
+den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor
+op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar
+schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering
+aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant
+van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het
+beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door
+de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van
+hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"]
+"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven."
+
+Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan
+en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen
+de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie"
+gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26
+Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661
+aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa").
+
+Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh
+in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia
+10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in
+de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld:
+"het vlekje Provintie".
+
+[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter
+troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't
+suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle
+die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven
+gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen
+massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12
+dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't
+verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese
+revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24
+Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te
+komen voor 2600 gemassacreerde koppen.
+
+[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste
+Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende
+gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote
+vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten
+zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck
+ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge
+voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa,
+altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen
+Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting
+te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de
+groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn
+te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31
+Jan. 1653).
+
+Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654)
+doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In
+UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven,
+hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen
+sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent
+3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude
+veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun
+van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde
+voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van
+onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655).
+
+[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke
+deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute
+onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door
+de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den
+tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan
+de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).
+
+"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer
+Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk,
+bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie
+Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd,
+en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt
+ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan
+Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T
+valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten
+die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de
+clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien
+en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie
+geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20
+Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de
+Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de
+dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen
+niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben
+te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de
+politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn"
+(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur
+... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en
+Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.
+
+[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en
+Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees,
+zie Bijlage V_C.
+
+[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in
+Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den
+grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar
+tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven
+heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te
+hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25
+Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat
+de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin
+[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert;
+mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater
+Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient
+heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne,
+weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur
+Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne
+benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3.
+
+[12] Res. 20 Mei 1653.
+
+[13] Zie Bijlage V_B, 1.
+
+[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als
+Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in
+Kol. Archief no. 780.
+
+[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die
+gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement
+van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre
+scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer
+generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden
+van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier,
+nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden"
+(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de
+publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale
+gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd
+bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het
+"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen.
+
+[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van
+sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij
+laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer
+Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3.
+
+[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse
+besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier
+overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de
+Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653).
+
+[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den
+9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest,
+tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden
+sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met
+genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende
+alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson
+al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te
+laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17
+deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van
+de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken,
+te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge
+van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni
+1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2.
+
+[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia
+onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van
+de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman,
+Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz).
+
+[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't
+jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3.
+
+[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de
+fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha
+Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die
+van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders
+vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen
+volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht,
+oock wel beseijlt schip".
+
+[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende
+29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert
+ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een
+cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van
+f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3.
+
+[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk
+door het vergaan van de Sperwer gemaakt.
+
+[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642.
+
+[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in
+Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen
+en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en
+verongelukt 27 schepen.
+
+[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A.
+
+[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes
+de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent.
+
+[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders,
+als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder
+(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken,
+opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666).
+
+[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging
+to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary).
+
+[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor
+Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan
+14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado
+(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus,
+Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den
+onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in
+Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando
+opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing
+duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le
+Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst"
+vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima
+verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de
+onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was
+gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den
+29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte
+gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk
+in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde
+uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende
+240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne
+staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een
+brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte
+daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen,
+te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als
+sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te
+mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde
+wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan).
+
+[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten
+te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen
+nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19
+Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's
+dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van
+Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den
+Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te
+gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd
+Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat
+hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen
+ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een
+ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij
+de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen
+grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen,
+bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).
+
+[32] Bijlage I a.
+
+[33] Bijlage I b.
+
+[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de
+groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten
+omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij
+hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen
+door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der
+tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer
+beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken"
+(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670).
+
+[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens
+getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael
+ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9
+Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd
+Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende,
+Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in
+Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde,
+voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't
+gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet
+aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet
+hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren
+Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie
+deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den
+29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).
+
+[36] Zie Bijlage I a en I b.
+
+[37] Zie Bijlage I b en I d.
+
+[38] Zie Bijlage I f-h.
+
+[39] Zie Bijlage I i-j.
+
+[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de
+fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw".
+
+[41] Zie Bijlage I o.
+
+[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen,
+ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen"
+(Journaal, Uitg.-Saagman).
+
+[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen
+de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den
+13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt,
+Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de
+Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff
+oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen,
+Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan
+geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December,
+alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668).
+
+Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen
+als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende
+Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van
+Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen
+van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op
+Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer
+waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden
+gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs"
+was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.
+
+[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667
+(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam,
+1660-1668. Kol. Arch. no. 1153).
+
+[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en
+20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de
+Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn,
+de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge
+Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1
+Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668,
+bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de
+Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de
+Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20
+deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de
+Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).
+
+[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten
+November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart
+1668. Kol. Arch. no. 301).
+
+[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische
+Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265,
+270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner
+Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert,
+ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen
+('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne
+Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen
+Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden
+tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen
+wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van
+'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven,
+af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker)
+en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp).
+
+[48] Zie Bijlage I k.
+
+[49] Zie Bijlage I q-r.
+
+[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82).
+
+[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its
+communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed
+almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 86).
+
+[52] Zie Bijlage I n (slot).
+
+[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan,
+op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand
+overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen,
+2e dr., I, bl. 53).
+
+[54] Zie Bijlage II a-d.
+
+[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53.
+
+[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer
+afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van
+omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm
+beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren,
+de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten
+zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote
+mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer
+stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door,
+den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent
+Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto
+is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670).
+
+"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht
+dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto
+zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.).
+
+"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia
+vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van
+op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een
+opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch
+soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt
+geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest
+aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T'
+is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen"
+(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670).
+
+[57] Zie Bijlage II a (slot).
+
+[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.
+
+[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort
+van Coromandel".
+
+[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt
+Buijenskercke van Japan".
+
+[61] Zie Bijlage II i.
+
+[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile
+(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was
+never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely
+that the Coreans would take any pains to mark the site of their
+graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en
+terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge
+van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn
+vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den
+Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar
+1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en
+waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens
+haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert,
+dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in
+13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven
+en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn
+gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt
+Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op
+alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en
+na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn
+van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven"
+schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff,
+Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen
+geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap
+werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en
+te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail
+from Great Britain it is of special interest to know that one of the
+unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was
+"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of
+any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did
+in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's
+Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95).
+
+[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered
+have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives
+knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were
+of foreign manufacture. The figures on them, however, told their
+own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore
+marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be
+the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who,
+like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile
+though the honoured guest and adviser of the king and government. The
+presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what
+must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes
+and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by
+travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and
+conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott,
+Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S.,
+New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).
+
+[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888]
+je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout
+souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu"
+(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46).
+
+[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371.
+
+[66] Zie Bijlage I k.
+
+[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder
+op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese
+eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde
+den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte
+jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu
+aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert
+dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't
+verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie
+sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt
+haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van
+het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie,
+politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende
+het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan
+ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal
+wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in
+Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en
+by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde:
+wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel
+onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te
+vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift
+aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in
+de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen
+en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI.
+
+[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26).
+
+[69] Zie Bijlage I o.
+
+[70] Zie de Bibliographie.
+
+[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz.
+
+[72] Bl. 429-436.
+
+[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele,
+Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het
+exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij
+kunnen raadplegen.
+
+[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele,
+a.v. bl. 269.
+
+[75] Dl. I, bl. 148.
+
+[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest,
+verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen
+op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de
+vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders
+Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot).
+
+[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens
+vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene
+Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-så
+of Gouverneur.
+
+[78] Zie Journaal, bl. 11.
+
+[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de
+Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in
+de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese".
+
+[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des
+satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le
+1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese
+is de Chineesche uitspraak van Moksa.
+
+[81] Witsen, 2e dr., bl. 59.
+
+[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668.
+
+[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668.
+
+[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31.
+
+[85] Zie de Bibliographie.
+
+[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and
+Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt
+in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918)
+alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope,
+Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt
+maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial
+account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which
+sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that
+such animals may have existed two hundred and fifty years ago and
+yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen
+komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten.
+
+[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII:
+The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885).
+
+[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de
+Haan.
+
+[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon
+een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te
+teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten
+vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel
+73, bl. 401, waren ongeteekend.
+
+[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78).
+
+[91] Zie facsimile tegenover den titel.
+
+[92] Zie facsimile.
+
+[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit
+que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup
+moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).
+
+[94] Zie bl. 13.
+
+[95] Zie Bijlage III_B.
+
+[96] Zie Bijlage I_A.
+
+[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement
+scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr.,
+bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on
+his return, recounting his adventures in a simple and straightforward
+style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176).
+
+[98] "When this account was printed in Holland, the eight men
+mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and
+examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars
+here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render
+the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that
+carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon
+the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732),
+Preface bl. 574).
+
+[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten
+ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53.
+
+[100] Zie Bijlage Io.
+
+[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53.
+
+[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have
+given a much more perfect description, and many men in that time
+would have made it more ample and satisfactory; but the author gave
+what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested,
+having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in
+that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain
+his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's
+Collection IV, Preface, bl. 574).
+
+[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance
+rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui
+ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté
+de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau
+holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement
+au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the
+country and people, deserves careful study. It throws some interesting
+sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries
+ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the
+"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword
+van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions
+Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94).
+
+[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's
+narrative, questioning especially his geographical statements. Before a
+map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be
+seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It
+is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life,
+people, and customs gave us so little information concerning them"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen
+Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel
+gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren
+er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte
+Entd. Japan, bl. 37).
+
+[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia,
+the Coreans have always bowed down before the greatly superior
+mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of
+their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal
+books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific"
+(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge
+the Japanese and other nations possess, they obtained from China,
+while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus
+(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea
+(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert,
+Korean Survivals (Id. bl. 25-50).
+
+[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in
+contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked
+on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch
+supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth
+century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and,
+as read at the present time, conveys an exact picture of the people
+and country. Place after place which he mentions in their captive
+wanderings have been identified, and every scene and every feature can
+be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native
+conservatism both in language and habits that Hamel's description of
+two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life"
+(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch
+R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was
+plainly a shrewd observer, and much of his description of the country
+and the people and their customs tallies well with our own experience
+of the last thirty years, though one would not care to subscribe to
+every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de
+uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX,
+1918, bl. 94).
+
+[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première
+source des détails importants concernant la Corée & ses habitants"
+(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel
+van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des
+Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit
+Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem
+Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität
+wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben
+des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch
+vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III,
+1834, bl. 637-638).
+
+[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire
+de l' Eglise de Corée, 1874.
+
+[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée,
+quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à
+Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées
+des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736)
+bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the
+hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 353).
+
+[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais
+séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en
+vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement
+leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes"
+(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX).
+
+[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor
+of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with
+letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of
+Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of
+Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268).
+
+[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun
+Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance,
+she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in
+the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of
+Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China
+Past and Present, bl. 340).
+
+[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21
+Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea
+(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93).
+
+[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire
+sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal
+Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean
+monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII,
+1888, bl. 1).
+
+[115] "Ever since the Manchus established themselves in China,
+Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful
+vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no
+interference on the part of China in her internal administration: all
+she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal
+value at fixed periods, for which she received a liberal return; and
+to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place
+and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340).
+
+[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo,
+being the word "Imperator" in its original military significance"
+(Parker, China, 1917, Glossary).
+
+[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255,
+301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William
+Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916,
+bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608,
+het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea
+sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a
+new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times"
+(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV,
+2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de
+eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit
+deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere
+[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na
+voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware
+den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke
+Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince
+geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn
+Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere
+ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken."
+
+[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree
+met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden;
+haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij
+claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope
+tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht
+van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck
+als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn
+landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door
+vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia
+dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV).
+
+[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders
+voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs
+van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d'
+Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te
+laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1,
+caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the
+castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive
+next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The
+intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense
+with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests,
+a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they
+were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot).
+
+[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van
+Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea
+ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige
+jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den
+Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser,
+op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere
+in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23
+April 1635).
+
+[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen,
+Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31
+Aug. 1643).
+
+[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae
+het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen,
+aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck
+van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens
+ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken
+gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen,
+waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe,
+als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die
+'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght.
+
+Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert
+aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke,
+te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van
+veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde.
+
+Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core,
+ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is
+ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen
+cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t'
+welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de
+Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen
+zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden
+van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af,
+oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer"
+(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der
+Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70).
+
+[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is
+inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900,
+bl. 78, noot 4).
+
+[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III,
+bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan,
+1858, bl. 29.
+
+[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet
+werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker
+aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende
+berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found
+three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and
+came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I
+vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke
+haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue"
+(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd
+daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten
+deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3
+Febr. 1626).
+
+[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken
+waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het
+mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt
+Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen
+Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent
+30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch
+25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a
+4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de
+strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant'
+voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck
+sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te
+versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck,
+leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort"
+(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in
+vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII).
+
+[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en
+plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo
+verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea
+door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met
+gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan
+mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk,
+Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38).
+
+[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea,
+per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of
+Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary
+of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258).
+
+[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme
+in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge
+incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater
+request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and
+from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John
+Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as
+yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other
+privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in
+paine of death not to goe without the walles thereof to the landward"
+(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out
+of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando
+9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of
+Japan were attended by about 500 men and were royally entertained,
+by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through
+whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured
+to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King
+of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might
+procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando
+15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 222).
+
+[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622,
+20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te
+Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622
+en 20 Juni 1623.
+
+[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van
+Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken
+die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust
+houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende
+ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na
+dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit
+schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten,
+welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten
+wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off
+diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia
+aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11
+Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in
+het Kol. Arch. niet aangetroffen).
+
+[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot.
+
+[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea
+door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de
+reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden
+wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht
+is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt
+verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door
+UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien
+correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen
+admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout
+ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen
+deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker
+seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens
+een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van
+bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert"
+(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).
+
+[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea
+hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als
+UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult
+gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar
+Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van
+voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was
+achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten
+sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de
+Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden
+treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende
+ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en
+Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de
+Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien,
+wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie
+becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons
+gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel
+als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar
+Firando, 26 Juni 1638).
+
+[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre
+van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula
+de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de
+groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten,
+Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw,
+Korea hier te lande nauwelijks bekend was.
+
+[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien,
+China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat
+proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen
+sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639).
+
+[137] Zie Bijlage I o.
+
+[138] Zie Bijlage II e, f en h.
+
+[139] Zie Bijlage I o.
+
+[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde
+dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te
+drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen,
+is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324).
+
+[141] Zie Bijlage II j en k.
+
+[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote
+behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie
+niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en
+van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen
+admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten
+Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von
+Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai
+unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27).
+
+[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland
+(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep
+20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669
+te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo
+onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te
+verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679).
+
+[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China
+Review XVI, bl. 309).
+
+[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai
+als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa
+de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso
+ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula
+zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de
+Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene
+Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod,
+Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft
+wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der
+Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der
+obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel
+unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten
+des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones
+welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung
+von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie
+auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen
+"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée"
+und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten
+Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).
+
+Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas
+van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland
+"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes
+hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie
+der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9),
+VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten
+VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van
+Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734):
+Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750):
+I de Quelpaert.
+
+[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II,
+bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch
+strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert
+noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland,
+Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860:
+"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen
+zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets
+over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918)
+bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van
+dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders
+Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese
+kaarten Fungma genoemt".
+
+[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh
+geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat
+gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip
+de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe;
+den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27
+Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse
+sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van
+Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30
+mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen,
+met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen,
+stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen
+sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef,
+sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der
+Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr
+1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek,
+9e hoofdstuk bl. 89.
+
+[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of
+his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2:
+"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert"
+an old name for a galiot".
+
+[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde
+opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856).
+
+[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie
+Bijlage III_C.
+
+[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen,
+dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November
+Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert".
+
+[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet
+acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt
+die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben
+toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan,
+2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh
+uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer
+gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia
+aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643).
+
+[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende
+Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer
+gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler
+ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden
+ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van
+Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het
+"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16
+Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het
+pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer
+verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is".
+
+[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I
+(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië
+VI, 4 (1898), bl. 290).
+
+[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan
+becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen
+alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het
+seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha
+verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa
+gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij,
+niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert,
+ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen
+heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent
+Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken,
+gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch
+ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als
+geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen
+den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten
+respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen
+onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts,
+soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met
+een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De
+gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde,
+was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort
+eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken
+(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten
+binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut
+lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen
+nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur]
+verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs
+niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij
+tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor
+d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli
+1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson,
+XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia
+de Philipinas, V, 114-122.
+
+[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is
+situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a
+tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins
+of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay"
+(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323).
+
+[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe
+residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel
+uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant,
+mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen
+ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan,
+4 Juli 1644).
+
+[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel
+ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten
+Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen,
+opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht
+becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the
+reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa
+Island, going to attack it year after year, was that they had promised
+the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards
+from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV,
+bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643).
+
+[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur
+Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten
+proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den
+Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben
+ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt".
+
+[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij
+overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten
+om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien
+'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich
+is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke
+sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als
+de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden,
+'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een
+blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642).
+
+[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden
+tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten
+van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te
+doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder
+voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa,
+23 Juni 1643).
+
+[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt,
+maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat
+reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius
+bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende
+wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel
+voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre
+te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst,
+verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan,
+23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen
+daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare
+brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden"
+(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold
+is the most important.... It may be said.... that of the limited area
+investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460).
+
+[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa
+de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken,
+hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado
+g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten
+te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius
+zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen;
+deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met
+het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden,
+ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent
+Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe,
+De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642,
+Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands,
+XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642
+te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642)
+en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd
+daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal
+der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's
+nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en
+Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661)
+(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort
+vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat
+ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25
+Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de
+havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang
+voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668
+voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211).
+
+[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh
+de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert
+'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September
+passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack
+... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een
+aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642).
+
+[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar
+Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het
+Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in
+diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval
+op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt.
+
+[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).
+
+[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de
+noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks
+naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli
+1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654),
+wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder
+de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in
+loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden
+quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken
+als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen
+hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree,
+Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende
+de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen."
+
+[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien
+een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond
+aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie
+Journaal bl. 9.
+
+[170] Zie bl. XLII, noot 1.
+
+[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long
+enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners
+of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface,
+bl. VIII).
+
+[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire
+national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).
+
+[173] Zie Journaal bl. 73.
+
+[174] Zie Bijlage I a.
+
+[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651.
+
+[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651.
+
+[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer,
+Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423.
+
+[178] Zie Bijlage I a.
+
+[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum.
+
+[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft
+bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten:
+
+1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier
+(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon
+de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave
+Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147].
+
+2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633
+Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort,
+Utrecht 1760).
+
+3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur
+Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie
+te Batavia.
+
+4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren
+zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn
+overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688).
+
+In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel,
+door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens
+aangetroffen.
+
+[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing
+everything in its power to suppress Korean nationality. The Government
+not only forbade the study of Korean language and history in schools,
+but went so far as to make a systematic collection of all works of
+Korean history and literature in public archives and private homes
+and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919).
+
+[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII
+centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William
+Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I,
+bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by
+C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII,
+part 2, 1916.
+
+[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden
+zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan,
+Priangan II, bl. 44, noot 8).
+
+[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste
+schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen
+met het limiren van den dagh onder zeijl".
+
+[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen
+(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou
+de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan:
+"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht
+van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.:
+"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen
+vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449).
+
+[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het
+achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk
+uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder.
+
+[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10
+November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort".
+
+[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China.
+
+[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water
+uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische
+hulpmiddelen doenlijk is.
+
+[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip.
+
+[191] de afsluiting van het achterschip.
+
+[192] d.i. één uur 's nachts.
+
+[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van
+het roer, te hebben doen oploeven.
+
+[194] d.w.z.: de ankers hielden niet.
+
+[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond.
+
+[196] groote vaten.
+
+[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in
+Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn"
+(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders
+hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V,
+2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den
+Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5
+Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te
+Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord
+van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth
+Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird
+(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold,
+Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot).
+
+[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe
+van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te
+dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens
+de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor
+de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip
+gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten
+doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so
+Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan
+te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot
+'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve
+dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is.
+
+Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten,
+Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke
+meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt
+eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten
+sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en
+yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te
+goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip
+gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen
+yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed
+hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening
+by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen
+tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps-
+en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen"
+(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27).
+
+[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk
+dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet
+besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast
+en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve
+van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De
+Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de
+goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat
+weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy
+heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot
+sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de
+Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).
+
+[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26).
+
+[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den
+Chineeschen Jihpen.
+
+[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist
+waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de
+gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het
+Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel
+Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen
+zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is,
+in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant,
+ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van
+hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets
+te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de
+stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De
+opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de
+opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland"
+kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest
+van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651
+van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis
+door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben
+hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen
+uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642
+was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4).
+
+De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de:
+
+I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden
+'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten".
+
+II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte
+genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de
+hooghte van 33 graden 32 minuten".
+
+III. Uitg.-van Velsen = II.
+
+IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de
+stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer
+'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en
+dartig minderlingen".
+
+Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven:
+"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen,
+und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe
+von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg
+(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea
+qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré
+trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages,
+VIII, bl. 416).
+
+Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30'
+zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking
+genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten.
+
+De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer"
+gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169).
+
+[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en
+roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat
+doel werden ingekocht.
+
+[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons;
+dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen
+de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15").
+
+[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs".
+
+[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2.
+
+[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges
+sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs"
+(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII,
+noot 5.
+
+[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has
+been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They
+give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and
+cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903,
+bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly
+furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea,
+1905, bl. 267).
+
+[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip
+"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr
+maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest
+(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen
+gesteld. No. 54; zie bl. 73).
+
+"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor
+uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als
+tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde
+chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden
+kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo
+1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14,
+fol. 255).
+
+[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts
+verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van
+Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao
+1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese
+jonck daar was geraakt".
+
+[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive
+Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637:
+"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten]
+aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien
+haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door
+den Heer van Fingo soude mogen geschieden".
+
+[212] d.w.z. in Indië.
+
+[213] de hoofdstad Seoul.
+
+[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van
+"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The
+Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost
+werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2,
+bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen
+te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten
+blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe
+te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de
+bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen
+van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701).
+
+[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen,
+Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen".
+
+[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer
+behoord.
+
+[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen.
+
+[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de
+drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz,
+beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54,
+bl. 73).
+
+[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt.
+
+[220] d.i. wij geraakten.
+
+[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig
+vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra
+(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk
+aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet)
+met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast
+(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast
+zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw
+overboord viel.
+
+[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen
+als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or
+cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
+a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
+bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
+frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
+rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
+prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence
+of the delinquent are written upon it for the information of the
+passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape"
+(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509).
+
+[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa,
+gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**).
+
+"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du
+vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque,
+sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le
+21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14'
+de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la
+Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384).
+
+De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3
+en 12: "Chesu".
+
+In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij
+haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op
+de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den
+Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en
+III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts
+Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of
+ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree."
+
+Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher,
+Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v.
+
+[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk,
+aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 47).
+
+[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of
+convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves
+of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201).
+
+[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois
+cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is
+about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200).
+
+[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de
+Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut
+a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**).
+
+[228] ?
+
+[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124°
+10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**).
+
+[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'"
+(a.v. bl. 17**).
+
+[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified
+stronghold in the mountains, to which, in time of war, the
+neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet
+de montagne" (Dict. a.v. bl. 373).
+
+[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'"
+(a.v. bl. 18**).
+
+[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'"
+(a.v. bl. 7**).
+
+[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra,
+à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**).
+
+[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to
+in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la
+dynastie précédente".
+
+[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste"
+(Dict. a.v. bl. 19**).
+
+[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'"
+(a.v. bl. 20**).
+
+[238] ?
+
+[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
+Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**).
+
+[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de
+Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**).
+
+[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de
+Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou
+gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**).
+
+[242] lees: Kyeng-keui.
+
+[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of
+the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
+current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
+annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul,
+Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**).
+
+[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du
+royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van
+"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui
+et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le
+fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur
+de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**).
+
+[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden,
+namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting
+van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de
+afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt;
+recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352
+K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De
+afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of
+666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67).
+
+[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden,
+werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene
+dergelijke vertooning zouden vergasten.
+
+Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het
+Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie
+te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen]
+... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten,
+mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een
+liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren,
+te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn
+vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse
+gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen
+en een stuck van een comedie te ageeren....
+
+... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme
+regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter
+jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons
+onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons
+logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).
+
+De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor
+de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de
+Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van
+de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde
+van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder
+afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten
+opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden"
+was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven
+naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
+houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede
+soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door
+de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over
+de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden
+[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en
+geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere
+verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692).
+
+[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door
+den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17
+Aug. 1708).
+
+[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire,
+qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement;
+c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin"
+(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English
+Dictionary, 1911, bl. 429.
+
+[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.
+
+[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst".
+
+[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert.
+
+[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet
+gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3);
+de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.
+
+[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away,
+but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling
+the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were
+easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172).
+
+[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal
+city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of
+the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress,
+to which the royal family are sent for safety in time of war ... During
+the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it
+his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang
+is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.
+
+[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart
+1622).
+
+[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt
+opgegeten."
+
+[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.
+
+[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik
+(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t
+schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier
+aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624).
+
+[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het
+Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen
+Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige
+te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als
+een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan
+het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben
+uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het
+lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen.
+
+[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best
+conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken
+met eene Koreaansche woordenlijst?
+
+Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt
+verder niet gesproken.
+
+[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te
+gebruiken.
+
+[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra
+(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8.
+
+[263] ?
+
+[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant
+d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans
+chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321)
+
+[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de
+nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen
+moesten gaan.
+
+[266] linnen.
+
+[267] de hoofdstad, Seoul.
+
+[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer
+hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren;
+want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het
+Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn,
+volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen
+is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert
+te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki,
+opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49).
+
+"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a
+perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the
+war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 150).
+
+"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu
+au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200
+soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**).
+
+[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last
+king. This Prince commenced his political career at Moukden, where
+he had been sent as hostage by his father. In the second year of his
+reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659.
+
+The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden,
+whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist
+nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV,
+bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24)
+Chang-hai, 1905, bl. 457, 462.
+
+[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de
+armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder:
+Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens,
+Bosboom-Toussaint en Beets.
+
+[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
+anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
+rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker,
+Corea, China Review XIV bl. 129).
+
+[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel
+(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal).
+
+[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and
+Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs.
+
+[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île
+et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant
+qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée"
+(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la
+dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**).
+
+"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and
+which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four
+centuries. He moved his capital to its present site, to the city of
+Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning
+"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed
+since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name
+of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269).
+
+"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the
+throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392)
+a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu,
+rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and
+established himself as the king of Corea. He chose for the title of
+his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the
+Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and
+for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He
+also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The
+Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895,
+bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het
+noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.
+
+[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo
+vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de
+Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
+stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek
+met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.
+
+[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea
+stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10'
+E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird
+flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300
+miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396).
+
+[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
+rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
+from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed
+to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2).
+
+[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en
+japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands
+situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea
+... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the
+12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently
+had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
+completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot,
+Dict., bl. 706).
+
+[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to
+gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the
+water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
+Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de
+Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui
+a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**).
+
+"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare
+1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht,
+dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is,
+vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te
+Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan
+werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van
+Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden,
+die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve
+die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44).
+
+[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer
+mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus
+gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57).
+
+[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea
+in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van
+Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien
+Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te
+hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van
+een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt
+uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van
+kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op
+de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen
+wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen,
+en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen
+vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen
+moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche
+Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee
+was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde,
+dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit
+het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea,
+meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind,
+als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer
+oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44).
+
+"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in
+onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als
+de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee
+is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden
+of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56).
+
+[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the
+dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese
+name is derived from a fancied resemblance to the human form. The
+genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are
+derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the
+leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The
+roots are covered with rings, from which the age is ascertained,
+and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean
+ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native
+ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206).
+
+"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in
+gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in
+silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a
+food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing"
+qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273).
+
+Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende
+werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck
+Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven
+1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV,
+bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante
+de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The
+culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch
+R. A. S. III, 1903, bl. 18-30).
+
+[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by
+powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed
+by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 228-229).
+
+[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont
+gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts
+met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het
+leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt;
+dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert,
+is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels
+schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56).
+
+[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen,
+'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen
+voor onse naackte billen hebben gekregen."
+
+[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken
+om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman).
+
+[287] "There seems to be three distinct classes or grades of
+bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study,
+and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa
+being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who
+solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
+temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun)
+act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use,
+weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333).
+
+[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman).
+
+[289] Zie bl. 59.
+
+[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the
+metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
+turn, and the King ascends the throne if they have any representations
+to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127).
+
+[291] "Close communication between the palace and populace is kept
+up by means of the pages employed at the court, or through officers,
+who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa,
+or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain
+the popular feeling, or to report the conducts of certain officers
+... receives sealed orders from the king, which he must not open
+till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
+a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
+cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 221-222).
+
+[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet,
+als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten.
+
+[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen
+gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al,
+voorafgegaan door een;
+
+[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
+since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main,
+that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated
+the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235).
+
+[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande
+een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over
+een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne
+mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen,
+met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven
+heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk
+op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als
+het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55).
+
+"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen,
+en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels,
+drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente
+en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester
+Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit
+onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57).
+
+[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone
+upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning
+tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved
+off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh,
+leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of
+holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
+torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
+discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335).
+
+[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik,
+maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen,
+ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
+beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven
+mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal
+II, kolom 1951).
+
+[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention
+with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea,
+bl. 355).
+
+[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous
+visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds
+of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267).
+
+[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2.
+
+[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in
+north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though
+we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The
+floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from
+the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 263).
+
+[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman
+staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het
+weggelaten.
+
+[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II,
+bl. 769.
+
+[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
+would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal
+with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time
+... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant
+place does not need to make elaborate preparations ... At night,
+instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters
+some house, whose exterior room is open to any comer. There he is
+sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 288-289).
+
+[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe".
+
+[306] "Not the least interesting of the local or national festivals,
+are those held in memory of the soldiers slain in the service
+of their country on famous battle-fields. Besides holding annual
+memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of
+the people, there are temples erected to soothe the spirits of the
+slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites
+made painful to the national memory by the great Japanese invasion
+of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 299).
+
+[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten".
+
+[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles.
+
+[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der
+Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd
+Paardrijden, strofe 13, regel 6).
+
+[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered
+at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 298).
+
+"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om
+aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor
+'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken]
+den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel
+honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door
+yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen.
+
+De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt,
+dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk
+in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele
+honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn
+Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin
+levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur,
+eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is
+verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't
+ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56).
+
+[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders".
+
+[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the
+Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears
+to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula"
+(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en
+Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om
+katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e
+dr. I, 1917, bl. 434).
+
+[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier
+te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt,
+op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 58).
+
+[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people
+to use coin and at the same time prohibiting them from the use of
+cloth as money.... Up to this time, there had always been a party
+opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress
+its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast
+disappearing and though they once more succeeded, five years later,
+in causing the rescission of the order to use coin, the people by that
+time had become so accustomed to its use that they began to coin for
+themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever
+of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea,
+Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61).
+
+[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643
+... and in the following year, when sending home the king's son,
+who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a
+half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently
+remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans
+like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288).
+
+"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses
+of absolute self-government; but, at the same time, it has had only
+brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage
+to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years'
+dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe
+taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly
+tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants,
+who bring back profits much greater than the amount of the tribute"
+(Ross, a. v., bl. 365).
+
+[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren?
+
+[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien;
+ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte,
+'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan
+de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en
+van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat
+zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had;
+doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver,
+of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e
+dr. dl. I, bl. 58).
+
+[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded
+annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town
+aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29).
+
+[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't
+Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche
+Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden
+(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de
+Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders
+schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is
+een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren
+aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere
+lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 59).
+
+[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende,
+geschreven. Het tweede is...."
+
+[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or
+almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and
+complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross,
+Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity
+and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale,
+The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part
+I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans
+la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet,
+le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles
+où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne,
+I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII).
+
+[322] lees: drukplaeten.
+
+[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren
+Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
+Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien,
+Band III (1834) bl. 594).
+
+[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen
+woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen
+onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den
+Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat
+zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen,
+daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely
+leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does,
+it is a great occasion which is previously announced to the public. The
+roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while
+the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of
+each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
+dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
+the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
+should look down upon his majesty. Those who think they have received
+unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
+stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched
+on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer
+or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo
+groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde
+steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen,
+als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen
+zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen
+onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk,
+maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van
+Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy
+een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende
+dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first
+sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by
+five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages
+and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first
+entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the
+heir and other members of the royal family, heads of public offices
+&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated
+when the envoys take their departure). When the envoys first arrive
+at their hotel, the heir advances with the various high officers,
+and makes two obeisances. When they take their departure, the same
+ceremony is repeated outside the ... Gate...
+
+The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from
+the palace by the Corean court officials with great ceremony to his
+hotel, and music is used even on fast days; a number of articles
+of local produce are taken with him, and special other articles are
+sent on the emperor's birthday and with formal state communications;
+these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs,
+shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea,
+China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is
+equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on
+the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting
+out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands
+reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his
+relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are
+all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de
+Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet
+gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).
+
+[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra)
+is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh
+genoemd.
+
+[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**).
+
+[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**).
+
+[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan
+aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.
+
+[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als
+voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn
+tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet,
+als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn
+de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet
+'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn
+van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56;
+Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They
+do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and
+stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together
+with wooden nails. They use round stems of trees in their natural
+state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with
+cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail
+very well within three points of the wind, and the fishermen are very
+skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon
+[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts,
+en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die
+de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan,
+werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen,
+alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest"
+(Witsen, 2e dr. I, bl. 44).
+
+[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster,
+die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre
+af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich
+liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter
+afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot
+Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen
+als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder
+staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje
+sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven
+Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot
+en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op
+46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden,
+kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in
+zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers
+oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer
+diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men
+met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal
+kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV
+(1665), bl. 183).
+
+Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius),
+die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor
+in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn
+"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen
+der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749)
+en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
+Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator
+aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie
+ook Bijlage VI.
+
+[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne
+krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander,
+verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch
+de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden;
+na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag
+'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden,
+dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn
+Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre,
+daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is
+ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
+geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
+ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh
+in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
+mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).
+
+[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard
+Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de
+belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens
+tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven
+de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).
+
+[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about
+this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr,
+and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey,
+and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto
+which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of
+the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary
+of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618).
+
+[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van
+Velsen: "bij de Zeekant".
+
+[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of
+ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden
+zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende,
+aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks
+tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I,
+bl. 57-58).
+
+[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by
+hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel
+van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts
+van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een
+tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst,
+na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen
+zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen
+zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van
+een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen,
+2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken).
+
+[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig
+hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren,
+met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e
+dr. I, bl. 58).
+
+[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender
+handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson
+weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18
+Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly
+winds blow from the middle of May, and often even from April, until
+the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west
+monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April
+... prevails until the middle or end of September.... But the
+regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese
+coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in
+winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is
+inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the
+exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of
+Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878,
+bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke
+retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te
+largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen
+suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar
+Taijoan, 2 Mei 1644).
+
+[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en
+achtervloed, voorvloed en achtereb.
+
+[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter:
+"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft.
+
+[343] lees: praijde.
+
+[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den
+wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan
+boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een
+houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt
+om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven.
+
+[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men
+veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4.
+
+[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht".
+
+[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging
+door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken
+eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen:
+"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt,
+die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.".
+
+[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden
+Dagregister.
+
+[349] Zie Bijlage Ie.
+
+[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan
+valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal
+dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen).
+
+[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki
+aangekomen. Zie Bijl. Ij.
+
+[352] Zie Inleiding, bl. XXVI.
+
+[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal
+niet voor.
+
+[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den
+druk aangebracht.
+
+[355] Niet ingevuld.
+
+[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667,
+Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden.
+
+[357] van 18 Oct. 1666.
+
+[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger
+als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki.
+
+[359] Kol. Arch. no. 457.
+
+[360] Kol. Arch. no. 255.
+
+[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester
+(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod,
+Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan,
+1729, bl. 232.
+
+[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan.
+
+[363] Oostvoort in Bijl. Ia.
+
+[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd
+Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben
+te doen.
+
+[365] Zie bl. 86 hiervóór.
+
+[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456.
+
+[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.
+
+[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56.
+
+[369] twee?
+
+[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia"
+genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15
+Sept. 1627).
+
+[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad
+Ords. (Dagr. Bat.).
+
+[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18):
+14 April 1627.
+
+[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland;
+ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).
+
+[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the
+10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with
+the view of attacking a fleet which had been prepared there for a
+journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt,
+thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The
+guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After
+the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog
+C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77.
+
+[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter
+eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff
+tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten".
+
+[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert
+de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd.
+
+[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het
+vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21
+November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
+opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13).
+
+Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps
+toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx'
+tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was
+langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar
+Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van
+13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando,
+zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie
+Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan
+boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20
+Dec. 1621).
+
+[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan
+aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637
+geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637.
+
+[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de
+Japanners.
+
+[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato
+van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de
+geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer
+gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door
+d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest:
+Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone
+wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het
+hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer
+consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne
+den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando
+24 Meert Ao 1637).
+
+[381] zijde, staat in Dagr. Japan.
+
+[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals,
+volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden,
+Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616).
+
+[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613,
+Introduction, bl. LI.
+
+[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers:
+"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft
+in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met
+schoone vrouwen ende kinderen".
+
+[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
+all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare"
+(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]).
+
+"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a
+safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to
+the scanty historical material which we have at hand, established a
+rough form of government over their settlements. So admirable was the
+organization that the different bands lived together without discord
+and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to
+look after the interests of the combined bands whenever anything arose
+of common concern. The strongest of them was a powerful band under the
+leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns,
+and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually
+attained a position so formidable that smaller bands combined with them
+for their own protection, and thus nearly the whole of the China and
+Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai
+died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and
+the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903)
+bl. 8).
+
+[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten
+seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625).
+
+[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625.
+
+[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English
+Residents in Japan 1611-1623, bl. 271.
+
+[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat
+"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
+de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
+Chineezen te Batavia (1636-1645).
+
+[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet
+gebleken. Journaal Hamel.
+
+[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en
+9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.
+
+[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal,
+de Bibliographie.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht
+de Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN ***
+
+***** This file should be named 11467-8.txt or 11467-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/1/4/6/11467/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/11467-8.zip b/old/11467-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..3da5734
--- /dev/null
+++ b/old/11467-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h.zip b/old/11467-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..49690d3
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h.zip
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/11467-h.htm b/old/11467-h/11467-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..266b20a
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/11467-h.htm
@@ -0,0 +1,15704 @@
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content="HTML Tidy, see www.w3.org">
+<meta http-equiv="Content-Type" content=
+"text/html; charset=ISO-8859-1">
+<title>Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer</title>
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content=
+"Hendrik Hamel (1630&ndash;1692); B. Hoetink">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Hendrik Hamel (1630&ndash;1692); B. Hoetink">
+<meta name="DC.Title" content=
+"Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer">
+<meta name="DC.Date" content="2004-03-01">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<style type="text/css">
+ /* Standard CSS stylesheet */
+body
+{
+ font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+ margin: 1.58em 16%;
+ text-align: left;
+}
+.titlePage
+{
+ border: #DDDDDD 2px solid;
+ margin: 3em 0% 7em 0%;
+ padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+h1.docTitle
+{
+ font-size:1.6em;
+ line-height:2em;
+}
+h2.byline
+{
+ font-size:1.1em;
+ font-weight:normal;
+ line-height:1.44em;
+}
+span.docAuthor
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:bold;
+}
+h2.docImprint
+{
+ font-size:1.2em;
+ font-weight:normal;
+}
+.transcribernote
+{
+ background-color:#DDE;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ font-family:sans-serif;
+ font-size:80%;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+ background-color:#FFFEE0;
+ border:black 1px dotted;
+ color:#000;
+ margin:2em 5%;
+ padding:1em;
+}
+.div0
+{
+ padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+ padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+ padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+ padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+ padding: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4
+{
+ clear: both;
+ font-style: normal;
+ text-transform: none;
+}
+h3, .pseudoh3
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h4, pseudoh4
+{
+ font-size:1em;
+ line-height:1.2em;
+}
+h4.lghead
+{
+ margin-left:10%;
+ margin-right:10%;
+}
+.alignleft
+{
+ text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+ text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+ text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+ margin-top: 1.6em;
+ margin-bottom: 1.6em;
+ margin-left: auto;
+ margin-right: auto;
+ text-align: center;
+}
+p.poetry
+{
+ margin:0 10% 1.58em;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+ color: white;
+}
+p.line
+{
+ margin:0 10%;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+ margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocChapter
+{
+ margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+ margin:0.7em 5%;
+}
+div.epigraph
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ width: 60%;
+ margin-left: auto;
+}
+div.epigraph span.bibl
+{
+ display: block;
+ text-align: right;
+}
+.epigraph .poem
+{
+ margin-left: 0;
+}
+.epigraph .line
+{
+ margin-left: 0;
+ text-indent: 0;
+}
+.trailer
+{
+ clear: both;
+ padding-top: 2.4em;
+ padding-bottom: 1.6em;
+}
+.floatLeft
+{
+ float:left;
+ margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+ float:right;
+ margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+ font-size:100%;
+ text-align:center;
+}
+.figure p
+{
+ font-size:80%;
+ margin-top:0;
+ text-align:center;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+ color:#666666;
+ font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+ font-weight: bold;
+}
+.leftnote
+{
+ font-size:0.8em;
+ height:0;
+ left:1%;
+ line-height:1.2em;
+ position:absolute;
+ text-indent:0;
+ width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+ display:inline;
+ font-size:70%;
+ font-style:normal;
+ margin:0;
+ padding:0;
+ position:absolute;
+ right:1%;
+ text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+ font-size: 80%;
+ text-decoration: none;
+ vertical-align: 0.25em;
+}
+.red
+{
+ color: red;
+}
+.displayfootnote
+{
+ display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+ margin-top: 1em;
+ padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+ margin-left: 0;
+ margin-right: 0;
+ text-align: left;
+ width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+ font-size: 80%;
+ margin-bottom: 0.5em;
+ margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+ float: left;
+ text-align:left;
+ width:2em;
+}
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+ font-size: 80%;
+}
+.centertable
+{
+ /* center the table */
+ margin: 0px auto;
+}
+.poem
+{
+ margin-left:5%;
+ position:relative;
+ text-align:left;
+ width:90%;
+}
+.poem h4
+{
+ font-weight:normal;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .linenum
+{
+ color:#777;
+ font-size:90%;
+ left:-2.5em;
+ margin:0;
+ position:absolute;
+ text-align:center;
+ text-indent:0;
+ top:auto;
+ width:1.75em;
+}
+.versenum
+{
+ font-weight:bold;
+}
+/* right aligned page number in table of contents */
+.tocPagenum, .flushright
+{
+ position: absolute;
+ right: 16%;
+ top: auto;
+}
+.footnotes .line
+{
+ font-size:80%;
+ margin:0 5%;
+}
+.poem .i0
+{
+ display:block;
+ margin-left:2em;
+}
+.poem .i1
+{
+ display:block;
+ margin-left:3em;
+}
+.poem .i2
+{
+ display:block;
+ margin-left:4em;
+}
+.poem .i3
+{
+ display:block;
+ margin-left:5em;
+}
+.poem .i4
+{
+ display:block;
+ margin-left:6em;
+}
+.poem .i5
+{
+ display:block;
+ margin-left:7em;
+}
+.poem .i6
+{
+ display:block;
+ margin-left:8em;
+}
+.poem .i7
+{
+ display:block;
+ margin-left:9em;
+}
+.poem .i8
+{
+ display:block;
+ margin-left:10em;
+}
+.poem .i9
+{
+ display:block;
+ margin-left:11em;
+}
+span.corr
+{
+ border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+ border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+ border-bottom:1px dotted green;
+}
+.letterspaced
+{
+ letter-spacing:0.2em;
+}
+.smallcaps
+{
+ font-variant:small-caps;
+}
+.caps
+{
+ text-transform:uppercase;
+}
+.fraktur
+{
+ font-family: 'Walbaum-Fraktur';
+}
+.rm
+{
+ font-style: normal;
+}
+hr
+{
+ clear:both;
+ height:1px;
+ margin-left:auto;
+ margin-right:auto;
+ margin-top:1em;
+ text-align:center;
+ width:45%;
+}
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+ text-align:center;
+}
+h1,h2
+{
+ font-size:1.44em;
+ line-height:1.5em;
+}
+h1.label,h2.label
+{
+ font-size:1.2em;
+ line-height:1.2em;
+ margin-bottom:0;
+}
+h5,h6
+{
+ font-size:1em;
+ font-style:italic;
+ line-height:1em;
+}
+p,p.initial
+{
+ text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+ text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ float: left;
+ clear: left;
+ margin: 0em 0.05em 0 0;
+ padding: 0px;
+ line-height: 0.8em;
+ font-size: 420%;
+ vertical-align:super;
+}
+.poem
+{
+ padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+ font-size:0.9em;
+ line-height:1.2em;
+ margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+ text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: disc; }
+ol { list-style-type: decimal; }
+ol.AL { list-style-type: lower-alpha; }
+ol.AU { list-style-type: upper-alpha; }
+ol.RU { list-style-type: upper-roman; }
+ol.RL { list-style-type: lower-roman; }
+.lsdisc { list-style-type: disc; }
+.lsoff { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+.pglink
+{
+ background: url(images/book.png) center right no-repeat;
+ padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+ background: url(images/card.png) center right no-repeat;
+ padding-right: 17px;
+}
+.exlink
+{
+ background: url(images/external.png) center right no-repeat;
+ padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+ background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+ background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover
+{
+ background-color: #FFDCDC;
+}
+ /* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+ " */
+body
+{
+ background: #FFFFFF;
+ font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+ color: black;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4
+{
+ color: #001FA4;
+ font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+p.byline
+{
+ font-style: italic;
+ margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage
+{
+ color: #001FA4;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+ color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+ color: red;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+ color: #001FA4;
+ font-weight: bold;
+}
+sub, sup
+{
+ line-height: 0;
+}
+ /* Standard Aural CSS stylesheet */
+.pagenum, .linenum
+{
+ speak: none;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de
+Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer
+ En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland
+ Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene
+ beschrijving van dat rijk
+
+Author: Hendrik Hamel
+
+Editor: B. Hoetink
+
+Posting Date: July 26, 2009 [EBook #11467]
+First Posted: March 5, 2004
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team.
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt=
+"Kaft van het oorspronkelijke boek in blauw linnen met daarop een zeventiende-eeuws zeilschip in goud-opdruk."
+ width="494" height="720"></div>
+</div>
+
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE
+LINSCHOTEN-VEREENIGING</h1>
+
+<h1 class="docTitle">XVIII</h1>
+
+<h1 class="docTitle">VERHAAL VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT DE
+SPERWER</h1>
+
+<h2 class="docTitle">(1656&ndash;1663)</h2>
+
+<h2 class="byline">DOOR<br>
+ HENDRIK HAMEL</h2>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/logo.gif" alt=
+"Logo met zeilschip." width="234" height="235"></div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div id="ms1" class="figure"><img border="0" src="images/ms1.gif" alt=
+"Eerste pagina van het oorspronkelijke manuscript." width="720" height=
+"491"></div>
+</div>
+
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">VERHAAL<br>
+ VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT<br>
+ DE SPERWER</h1>
+
+<h2 class="docTitle">EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET
+EILAND QUELPAERT EN HET VASTELAND VAN KOREA (1653&ndash;1666) MET EENE
+BESCHRIJVING VAN DAT RIJK</h2>
+
+<h2 class="byline">DOOR<br>
+ <span class="docAuthor">HENDRIK HAMEL</span><br>
+ UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK<br>
+ MET 1 KAART EN 11 AFBEELDINGEN</h2>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/publogo.gif" alt=
+"Uitgeverslogo Martinus Nijhoff: Alles Komt Teregt." width="124"
+height="122"></div>
+
+<h2 class="docImprint">&rsquo;S-GRAVENHAGE<br>
+ MARTINUS NIJHOFF<br>
+ 1920 <span class="pagenum">[<a id="pbxxviitoc" href=
+"#pbxxviitoc">XXVII</a>]</span></h2>
+</div>
+
+<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">INHOUD.</h2>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#voor">VOORBERICHT</a> ... <span class="tocPagenum">
+XXIX</span></li>
+
+<li><a href="#afk">Gebruikte afkortingen</a> ... <span class=
+"tocPagenum">XXXI</span></li>
+
+<li><a href="#inl">INLEIDING</a> ... <span class="tocPagenum">
+1</span></li>
+
+<li><a href="#jour">JOURNAAL</a> ... <span class="tocPagenum">
+1</span></li>
+
+<li><a href="#bij">BIJLAGEN:</a>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#b.i">I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen</a>
+... <span class="tocPagenum">77</span></li>
+
+<li><a href="#b.ii">II. Berichten over de in vrijheid gestelde
+schipbreukelingen</a> ... <span class="tocPagenum">88</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii">III. Gegevens betreffende schepen:</a>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#b.iii.a">A. Het jacht de Sperwer</a> ... <span class=
+"tocPagenum">95</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii.b">B. Het jacht Ouwerkerk</a> ... <span class=
+"tocPagenum">101</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii.c">C. Het quelpaert de Brack</a> ... <span class=
+"tocPagenum">104</span></li>
+
+<li><a href="#b.iii.d">D. Het schip de Hond</a> ... <span class=
+"tocPagenum">112</span></li>
+</ol>
+</li>
+
+<li><a href="#b.iv">IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt
+van Corea</a> ... <span class="tocPagenum">114</span></li>
+
+<li><a href="#b.v">V. Personalia:</a>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#b.v.a">A. Nicolaas Verburg</a> ... <span class=
+"tocPagenum">118</span></li>
+
+<li><a href="#b.v.b">B. Cornelis Caesar</a> ... <span class=
+"tocPagenum">121</span></li>
+
+<li><a href="#b.v.c">C. Iquan</a> ... <span class="tocPagenum">
+123</span></li>
+
+<li><a href="#b.v.d">D. Martinus Martini</a> ... <span class=
+"tocPagenum">129</span></li>
+</ol>
+</li>
+
+<li><a href="#b.vi">VI. Berichten over de komeet A<sup>o</sup>
+1664&ndash;65</a> ... <span class="tocPagenum">131</span></li>
+</ol>
+</li>
+
+<li><a href="#bibl">BIBLIOGRAPHIE</a> ... <span class="tocPagenum">
+139</span></li>
+
+<li><a href="#lit">GERAADPLEEGDE LITERATUUR</a> ... <span class=
+"tocPagenum">149</span></li>
+
+<li><a href="#index">BLADWIJZER</a> ... <span class="tocPagenum">
+157</span></li>
+</ol>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">PLATEN:</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><a href="#ms1">Facsimile van de eerste bladzijde van het HS</a> ...
+<span class="tocPagenum">tegenover den titel</span></li>
+
+<li><a href="#ms2">Facsimile van een gedeelte van het HS</a> ... <span
+class="tocPagenum">XXVII</span></li>
+
+<li><a href="#map">Kaart van de tochten van Hamel</a> ... <span class=
+"tocPagenum">achterin</span></li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxixpre" href=
+"#pbxxixpre">XXIX</a>]</span></div>
+</div>
+
+<div id="voor" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">VOORBERICHT.</h2>
+
+<p>Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende
+van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan is
+geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het door
+Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer,
+opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk te
+hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van
+1653&ndash;1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft
+bij landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef
+ruim twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen
+aanschouwing en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit
+geheimzinnige rijk en zijne bewoners.</p>
+
+<p>Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden,
+kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar verteller
+was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat hij en zijne
+lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de
+Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van
+Hamel&rsquo;s &ldquo;Journaal&rdquo; de aandacht op het werk van dezen
+landgenoot te vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij
+daarom op aan een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden
+eer hij tot de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het
+toeval, dat ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de
+aanrakingen van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij
+weldra mogelijk was eene bewerking van Hamel&rsquo;s Journaal, waarbij
+gebruik is gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en
+bevestigen, ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen.
+Waarom de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal
+uit de &ldquo;Inleiding&rdquo; duidelijk worden; de overneming van de
+blijkbaar oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen
+uitgaaf van het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.</p>
+
+<p>Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen,
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxxpre" href=
+"#pbxxxpre">XXX</a>]</span>dat de lijst te breed is uitgevallen voor de
+schilderij door Hamel nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan
+bijzonderheden welke niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en
+zijne kameraden, noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die
+bijzonderheden op zich zelf wetenswaard mogen worden
+genoemd&mdash;gelijk mij toescheen&mdash;zal er vrede mede kunnen
+hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats is gegeven op grond
+van de uitspraak: &ldquo;Men mag in werken als die van de
+Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden.&rdquo;</p>
+
+<p>Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben
+drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op
+mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l&rsquo;Honor&eacute; Naber gaf
+blijk van zijne belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr.
+C.P. Burger Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de
+&ldquo;Bibliographie&rdquo; voor zijne rekening te nemen en de
+Secretaris, de Heer W. Nijhoff, heeft de verschijning van dit werkje
+met zorgzame hand geleid. Gaarne zeg ik mede dank aan den Heer W.C.
+Muller, Adjunct-Secretaris van het Koninklijk Instituut voor de Taal-,
+Land- en Volkenkunde van Ned.-Indi&euml;, wiens kunde en
+hulpvaardigheid mij van groot nut zijn geweest.</p>
+
+<p>Moge deze uitgaaf van Hamel&rsquo;s &ldquo;Journaal&rdquo; er toe
+leiden dat het aandeel van Nederlanders in de &ldquo;ontdekking&rdquo;
+van Korea, opnieuw bekend wordt en belangstelling vindt.</p>
+
+<p>Den Haag, 1920. B.H. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiafk" href=
+"#pbxxxiafk">XXXI</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="afk" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">GEBRUIKTE AFKORTINGEN.</h2>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dagr. Bat.</td>
+<td valign="top">Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant
+passerende daer ter plaetse als over geheel Nederlandts India.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dagr. Jap.</td>
+<td valign="top">Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de
+Compagnie in Japan, eerst te Firando en later te Nagasaki.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Res.</td>
+<td valign="top">Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van
+Indi&euml;.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gen. Miss.</td>
+<td valign="top">Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering
+aan Heeren XVII.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Patr. Miss.</td>
+<td valign="top">Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de
+Indische Regeering.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pbiii" href=
+"#pbiii">III</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="inl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">INLEIDING.</h2>
+
+<p>Van de schepen welke in de 17<sup>e</sup> eeuw hebben behoord tot de
+navale macht der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend
+geworden en gebleven als het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo;. Vaartuigen
+der Compagnie bleken zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de
+gevaarlijke wateren van Oost-Azi&euml; voorkwamen, dat het buiten den
+kring van belanghebbenden nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht
+in 1653, op zijne reis van Formosa naar Japan, de haven van bestemming
+niet bereikte. Het waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige
+geredde opvarenden, gedurende een verblijf van dertien jaren in
+onbekende streken, welke op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en
+het verhaal van hun wedervaren mag ook thans nog op belangstelling
+aanspraak maken, omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare
+inlichtingen van ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen
+ter tijde, en nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en
+zich verre hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee
+eeuwen lang in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk
+Korea, was te danken aan een schipbreukeling van het jacht &ldquo;de
+Sperwer&rdquo;.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de
+benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa<a
+class="noteref" id="xd0e407src" href="#xd0e407">1</a>, ter vervanging
+van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg<a class="noteref" id=
+"xd0e448src" href="#xd0e448">2</a>, <span class="pagenum">[<a id="pbiv"
+href="#pbiv">IV</a>]</span>die zijn ontslag had gevraagd en op wiens
+aanblijven blijkbaar ook geen prijs werd gesteld<a class="noteref" id=
+"xd0e459src" href="#xd0e459">3</a>. Er was reden om voor het Bestuur
+van dit &ldquo;costelijck pant&rdquo;, van dit Gouvernement
+&ldquo;<span lang="nl-1600">van overgroote importantie&rdquo;, een
+Compagnie&rsquo;s dienaar uit te kiezen van &ldquo;bijzondere
+wijsheijt, discretie ende cloeckheijt</span>&rdquo;<a class="noteref"
+id="xd0e471src" href="#xd0e471">4</a>.</p>
+
+<p>Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche
+kolonisten het vlek Provintien<a class="noteref" id="xd0e482src" href=
+"#xd0e482">5</a> afgeloopen en acht der onzen vermoord, <span class=
+"pagenum">[<a id="pbv" href="#pbv">V</a>]</span>waarop militairen en
+inboorlingen waren uitgezonden die, onder het neerleggen van eenige
+duizenden Chineezen, in twaalf dagen, de rust herstelden<a class=
+"noteref" id="xd0e562src" href="#xd0e562">6</a>. Naar het oordeel van
+de Bataviasche Regeering was het verzet der Chineezen eene waarschuwing
+dat te hunnen opzichte minder vrijgevigheid moest worden betracht dan
+tot nog toe het geval was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden
+in de vrijheden waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren<a
+class="noteref" id="xd0e571src" href="#xd0e571">7</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pbvi" href="#pbvi">VI</a>]</span></p>
+
+<p>Geschillen tusschen &ldquo;<span lang="nl-1600">Compagnie&rsquo;s
+principale ministers in kercke ende politie</span>&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e591src" href="#xd0e591">8</a> hadden aanleiding
+gegeven tot verdeeldheid en het ontstaan van partijschappen. Door
+overplaatsingen hieraan een einde te maken, liet de dienst der
+Compagnie niet toe en om te verhoeden dat de slechte verstandhouding
+tusschen bestuurders en predikanten de belangen der Compagnie zou
+schaden, kwam het noodig voor het gezag te leggen in handen van iemand
+van &ldquo;<span lang="nl-1600">meer dan gewone
+authoriteijt</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen
+&ldquo;<span lang="nl-1600">de sone van den grooten mandarijn
+Equan</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e623src" href=
+"#xd0e623">9</a>, d.i. Koksinga, die van plan zou wezen om als hij den
+strijd op en om het vaste land van Zuid-China tegen de opdringende
+Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, zich meester te maken
+van onze nederzetting op het eiland Formosa en <span class="pagenum">
+[<a id="pbvii" href="#pbvii">VII</a>]</span>zich daar met zijn aanhang
+te vestigen<a class="noteref" id="xd0e633src" href="#xd0e633">10</a>.
+Na weinige jaren heeft de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen
+van die zijde niet ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in
+1652 Compagnie&rsquo;s bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was
+voorbij gedreven. In 1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag
+over dat eiland voorgoed een einde te maken.</p>
+
+<p>Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche
+Regeering van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa
+gekozen de Ordinaris Raad van Indi&euml; Carel Hartsingh, &ldquo;<span
+lang="nl-1600">die de Taijouanse gewesten v&oacute;&oacute;r desen
+lange jaren bijgewoont</span>&rdquo; had<a class="noteref" id=
+"xd0e654src" href="#xd0e654">11</a>. Deze nam de benoeming aan en
+maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel Reniersz
+den 18<sup>en</sup> Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de
+voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal
+Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen<a class="noteref" id=
+"xd0e669src" href="#xd0e669">12</a>.</p>
+
+<p>Alsnu werd besloten &ldquo;<span lang="nl-1600">tot het Taijouanse
+Gouvernement te qualificeeren en te gebruijcken</span>&rdquo; den Extra
+Ordinaris Raad van Indi&euml; Cornelis Caesar<a class="noteref" id=
+"xd0e677src" href="#xd0e677">13</a> wien werd &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als
+Gouverneur sich... te vervoegen</span>&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e689src" href="#xd0e689">14</a>.</p>
+
+<p>Den 16<sup>en</sup> Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal
+Maetsuijker een &ldquo;<span lang="nl-1600">vrolijck
+scheijdmael</span>&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e709src" href=
+"#xd0e709">15</a> aan ter eere van den op vertrekken staanden
+Gouverneur Caesar, die den 18<sup>en</sup> Juni, vergezeld van zijne
+<span class="pagenum">[<a id="pbviii" href=
+"#pbviii">VIII</a>]</span>familie, van de reede van Batavia onder zeil
+ging<a class="noteref" id="xd0e738src" href="#xd0e738">16</a>. Voor
+zijn transport was aangewezen het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e756src" href="#xd0e756">17</a>. Aanvankelijk
+was dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">de eerste besendinge</span>&rdquo; naar Taijoan; het was
+echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te laten overgaan dat uit
+het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef en &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">het moeson al hoog begon te verloopen</span>&rdquo;, werd
+besloten om in de behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te
+voorzien en aan &ldquo;de Sperwer&rdquo; &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">zijn affscheijt te geven</span>&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e771src" href="#xd0e771">18</a>.</p>
+
+<p>Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie&rsquo;s dienaar is
+&ldquo;de Sperwer&rdquo; misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de
+Ed. Heer Joan Cunaeus &ldquo;Raad Ordinaris van India en expres
+Ambassadeur aan den Grootmogenden Coninck van Persia&rdquo; had, twee
+jaren te voren, aan boord van dit jacht de reis ondernomen<a class=
+"noteref" id="xd0e788src" href="#xd0e788">19</a>. <span class=
+"pagenum">[<a id="pbix" href="#pbix">IX</a>]</span></p>
+
+<p>Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa
+niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den
+16<sup>en</sup> Juli 1653 te Taijoan aan<a class="noteref" id=
+"xd0e808src" href="#xd0e808">20</a>, zoodat het fortuinlijker was dan
+het fluitschip &ldquo;de Smient&rdquo;, dat kort te voren (27 Mei) als
+behoorende tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar
+Taijoan was uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord<a class=
+"noteref" id="xd0e814src" href="#xd0e814">21</a>.</p>
+
+<p>Lang heeft &ldquo;de Sperwer&rdquo; niet te Taijoan gelegen; na
+zijne lading te hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben
+ingenomen, lichtte schipper Reijnier Egberts den 29<sup>en</sup> Juli
+1653 het anker voor de reis naar Nagasaki<a class="noteref" id=
+"xd0e825src" href="#xd0e825">22</a>. Toen het jacht daar niet kwam
+opdagen en geen enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd
+vernomen, lag de veronderstelling voor de hand dat het met man en muis
+was vergaan in den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken,
+zoodat de Compagnie het verlies van dit hechte schip met zijne lading
+had te boeken en het &ldquo;costelijck volck&rdquo;, sterk 64 koppen,
+was omgekomen.</p>
+
+<p>Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op
+het hart te drukken om &ldquo;wel te letten op de moussons en de
+schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt
+groote onheijlen voortcomen,&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e839src"
+href="#xd0e839">23</a> maar het belang van den handel, &ldquo;de
+Bruijdt daer omme gedanst werd&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e848src"
+href="#xd0e848">24</a>, zal niet altijd hebben toegelaten zich aan dit
+voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo
+veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig
+hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.
+<span class="pagenum">[<a id="pbx" href="#pbx">X</a>]</span></p>
+
+<p>Al noemden zij het verlies van &ldquo;de Sperwer&rdquo; een zware
+slag voor de Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland
+konden daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers<a
+class="noteref" id="xd0e854src" href="#xd0e854">25</a>, bleven de
+winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende eeuw zoo
+aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden hadden
+dankbaar gestemd te wezen<a class="noteref" id="xd0e857src" href=
+"#xd0e857">26</a>.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden<a
+class="noteref" id="xd0e866src" href="#xd0e866">27</a>, zullen van het
+vergaan van het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo; tenauwernood kennis
+hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht toen
+de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki<a class="noteref" id=
+"xd0e869src" href="#xd0e869">28</a> in het begin van September 1666 in
+opschudding werd gebracht door het gerucht dat eenige vreemd uitgedoste
+Europeanen met een eigenaardig vaartuig op een van de Goto eilanden<a
+class="noteref" id="xd0e872src" href="#xd0e872">29</a> waren
+aangekomen. Hoe zullen zij zich hebben verbaasd en verblijd toen
+weinige dagen later (14 September 1666) dit gerucht werd bevestigd en
+een achttal schipbreukelingen van &ldquo;de Sperwer&rdquo; in hun
+kwartier werden gebracht. In het eentonige leven der op het eilandje
+Decima<a class="noteref" id="xd0e877src" href="#xd0e877">30</a> als het
+ware opgesloten Nederlanders<a class="noteref" id="xd0e891src" href=
+"#xd0e891">31</a> <span class="pagenum">[<a id="pbxi" href=
+"#pbxi">XI</a>]</span>zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de
+verhalen welke deze acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden
+opdisschen, waren bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en
+het luisteren tot een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen
+van een Oostersch land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe
+geen enkele Europeaan was doorgedrongen en met welks bevolking zij
+daarentegen dertien jaren lang in nagenoeg volle vrijheid hadden
+verkeerd; het verhaal van het leven dat zij en hunne kameraden daar
+hadden geleid, eerst op het eiland waar zij aan wal waren gesmeten en
+daarna op het vasteland van Korea, zal door hunne toehoorders met
+spanning zijn gevolgd en aan dezen menige vraag in den mond hebben
+gegeven welke eveneens opkomt bij het lezen van het te boek gestelde
+verslag, maar het antwoord waarop ons blijft onthouden; het relaas van
+hunne wederwaardigheden, van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van
+hunne ontmoeting met een landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een
+kwart eeuw v&oacute;&oacute;r hen in Korea was gestrand, zal een diepen
+indruk hebben gemaakt.</p>
+
+<p>Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat
+hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het <span
+class="pagenum">[<a id="pbxii" href="#pbxii">XII</a>]</span>vaderland
+en in Indi&euml; was voorgevallen sedert &ldquo;de Sperwer&rdquo; van
+Batavia was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki
+gehouden Dagregister<a class="noteref" id="xd0e903src" href=
+"#xd0e903">32</a> en het ambtelijke bericht aan de Regeering te
+Batavia<a class="noteref" id="xd0e909src" href="#xd0e909">33</a>
+getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft
+gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid,
+zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo
+aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog
+niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op den
+terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld zullen
+zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip aan boord
+waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij hadden
+echter gerekend buiten de Japansche &ldquo;precisiteyt&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e915src" href="#xd0e915">34</a>.</p>
+
+<p>Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht,
+was hun een verhoor afgenomen<a class="noteref" id="xd0e920src" href=
+"#xd0e920">35</a> dat aan de rijksregeering te Jedo werd gezonden ter
+verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten<a class="noteref"
+id="xd0e943src" href="#xd0e943">36</a>; het gevolg van dezen
+ambtelijken omslag was dat zij nog een vol jaar tot de bewoners van
+Decima bleven behooren. In plaats van den 23<sup>en</sup> October 1666
+met de &ldquo;Esp&eacute;rance&rdquo; naar Batavia te zeilen, konden de
+teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen nastaren; <span
+class="pagenum">[<a id="pbxiii" href="#pbxiii">XIII</a>]</span>de
+vereischte vergunning was uitgebleven<a class="noteref" id="xd0e961src"
+href="#xd0e961">37</a> en hoewel de vertegenwoordiger der Compagnie
+mondeling en schriftelijk daar om bleef aanhouden<a class="noteref" id=
+"xd0e974src" href="#xd0e974">38</a>, kwam eerst den 22<sup>en</sup>
+October van het volgende jaar (1667) de licentie af welke aan hunne
+tweede gevangenschap een einde maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden
+dag zich in te schepen op de zeilree liggende &ldquo;Spreeuw&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e985src" href="#xd0e985">39</a>, waarmede zij
+den 28<sup>en</sup> November 1667 ten langen leste te Batavia
+aankwamen<a class="noteref" id="xd0e996src" href="#xd0e996">40</a>.</p>
+
+<p>Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner&mdash;de boekhouder
+Hendrik Hamel bleef voorloopig in Indi&euml;<a class="noteref" id=
+"xd0e1001src" href="#xd0e1001">41</a>&mdash;de reis naar het vaderland
+ook met &ldquo;de Spreeuw&rdquo; hebben voortgezet. Naar het heet<a
+class="noteref" id="xd0e1009src" href="#xd0e1009">42</a>, zijn zij den
+20<sup>sten</sup> Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens
+het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het
+schip &ldquo;Amerongen&rdquo;&mdash;dat 24 December 1667, alzoo een
+week vroeger dan &ldquo;de Spreeuw&rdquo;, van Batavia was
+uitgezeild&mdash;op 20 Juli 1668 &ldquo;ons wel en behouden
+toegecomen&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1015src" href=
+"#xd0e1015">43</a>, maar in de toevallig bewaard gebleven monsterrol
+<span class="pagenum">[<a id="pbxiv" href="#pbxiv">XIV</a>]</span>voor
+deze reis van &ldquo;Amerongen&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1041src" href="#xd0e1041">44</a>, komen de zeven schipbreukelingen
+van &ldquo;de Sperwer&rdquo; niet voor onder de 73 gegageerden noch
+onder de &ldquo;ongegageerde coppen&rdquo;. Daarentegen wordt elders
+vermeld dat &ldquo;de Spreeuw&rdquo; den 20<sup>sten</sup> Juli 1668
+&ldquo;in dese landen arriveerde&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1047src" href="#xd0e1047">45</a>, hetwelk&mdash;naar Heeren XVII
+schreven&mdash;den 15<sup>en</sup> dier maand zou hebben plaats gehad.
+Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard door aan te nemen dat
+&ldquo;de Spreeuw&rdquo; den 15<sup>en</sup> Juli in Texel of in het
+Vlie ten anker is gegaan en den 20<sup>en</sup> d.a.v. in de haven van
+bestemming&mdash;Amsterdam&mdash;zal zijn aangekomen.</p>
+
+<p>De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te
+veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht
+zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen zij
+deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben
+verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.</p>
+
+<p>Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen
+behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens
+komst te Batavia in het laatst van 1666<a class="noteref" id=
+"xd0e1083src" href="#xd0e1083">46</a>, zal vruchteloos zijn gebleven.
+Wanneer toch een Compagnie&rsquo;s schip verloren ging, hield de gage
+der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers zoodra
+zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel<a
+class="noteref" id="xd0e1091src" href="#xd0e1091">47</a>, op grond
+waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook <span class="pagenum">
+[<a id="pbxv" href="#pbxv">XV</a>]</span>nul op het rekest kregen toen
+zij bij hunne verschijning in den Raad van Indi&euml; op 2 December
+1667 het verzoek deden tot uitbetaling van gage voor den duur van hun
+verblijf in Korea. Hun werd alleen gage toegekend, gerekend van den dag
+waarop zij in de loge te Nagasaki waren aangebracht; voor een paar
+hunner werd de vroeger genoten gage met luttele guldens verhoogd voor
+de thuisreis, maar verder ging de goedgeefschheid der Bataviasche
+Regeering niet<a class="noteref" id="xd0e1098src" href=
+"#xd0e1098">48</a>.</p>
+
+<p>In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren
+XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak
+maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen
+&ldquo;uit commiseratie&rdquo; werd eene &ldquo;gratuiteyt&rdquo; ten
+bedrage van &fnof;&nbsp;1530 onder hen verdeeld<a class="noteref" id=
+"xd0e1108src" href="#xd0e1108">49</a>.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten
+daar acht kameraden van &ldquo;de Sperwer&rdquo; achter, voor wier
+verlossing onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem
+Daniel Six, de hulp inriepen van de Japansche Regeering<a class=
+"noteref" id="xd0e1120src" href="#xd0e1120">50</a>. De betrekkingen
+welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio van
+het Japansche eiland Tsusima<a class="noteref" id="xd0e1126src" href=
+"#xd0e1126">51</a>, maakten zulk een &ldquo;pieus officie&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e1134src" href="#xd0e1134">52</a> mogelijk; ook
+heeft de Japansche Regeering misschien van de verschijning van een
+Koreaansch gezantschap aan het hof te Jedo gebruik kunnen maken om op
+de vrijlating der Nederlandsche gevangenen aan te dringen&mdash;in elk
+geval hebben de achtergebleven schipbreukelingen aan de bemoeiingen van
+de Japansche Regeering te danken gehad dat <span class="pagenum">[<a
+id="pbxvi" href="#pbxvi">XVI</a>]</span>zij door de Koreanen zijn in
+vrijheid gesteld<a class="noteref" id="xd0e1144src" href=
+"#xd0e1144">53</a> en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op
+hun tocht naar Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke
+zeereis, den 16<sup>en</sup> September 1668 bij de onzen te recht
+kwamen<a class="noteref" id="xd0e1159src" href="#xd0e1159">54</a>. Van
+den achtsten, den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke
+stukken gezegd dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee
+jaren te voren, was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas
+Witsen&mdash;die het kon weten&mdash;dat hij er de voorkeur aan heeft
+gegeven in het land der vreemdelingschap te blijven: &ldquo;Hij was
+aldaer getrouwt en gaf voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na
+een Christen of Nederlander geleek&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1167src" href="#xd0e1167">55</a>.</p>
+
+<p>De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een
+paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen
+dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan het
+Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat de
+Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, werd
+aangehouden<a class="noteref" id="xd0e1180src" href="#xd0e1180">56</a>.
+<span class="pagenum">[<a id="pbxvii" href=
+"#pbxvii">XVII</a>]</span></p>
+
+<p>Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te
+Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in
+dat rijk<a class="noteref" id="xd0e1203src" href="#xd0e1203">57</a>,
+kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om Japan te
+verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door ons
+Opperhoofd geplaatst aan boord van de &ldquo;Nieuwpoort&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e1211src" href="#xd0e1211">58</a>, die den
+27<sup>en</sup> October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over
+Coromandel naar Batavia te varen. &ldquo;Door toeval&rdquo; ging het
+plan niet door om hen bij Poeloe Timon te laten overgaan op de
+&ldquo;Buijenskerke&rdquo;, die te gelijker tijd van Nagasaki
+rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge zullen zij eerst den
+8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen<a class="noteref" id=
+"xd0e1222src" href="#xd0e1222">59</a>, terwijl de
+&ldquo;Buijenskerke&rdquo; hen daar al den 30<sup>en</sup> November
+1668 zou hebben gebracht<a class="noteref" id="xd0e1228src" href=
+"#xd0e1228">60</a>.</p>
+
+<p>Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde
+schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet
+vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven
+boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch
+verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om,
+gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van
+hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel
+als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De
+uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet te
+worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 was
+vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept<a class=
+"noteref" id="xd0e1233src" href="#xd0e1233">61</a>. Hunne verlossing
+uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs minder opzien gebaard dan
+die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in het vergeetboek geraakt dat
+de schrijver van een standaardwerk over Korea, waarin een geheel
+hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche bannelingen, heeft gemeend
+dat omtrent hun lot nooit iets bekend is geworden<a class="noteref" id=
+"xd0e1241src" href="#xd0e1241">62</a>. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxviii" href="#pbxviii">XVIII</a>]</span></p>
+
+<p>Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar
+en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen
+zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke
+zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands
+omgang hebben gehad<a class="noteref" id="xd0e1263src" href=
+"#xd0e1263">63</a>. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer blondharige
+landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxix" href="#pbxix">XIX</a>]</span>en zijne makkers
+heeft geen indruk achtergelaten<a class="noteref" id="xd0e1273src"
+href="#xd0e1273">64</a>, het tegenwoordige geslacht hoorde er uit den
+mond van Westerlingen voor het eerst van<a class="noteref" id=
+"xd0e1281src" href="#xd0e1281">65</a>.</p>
+
+<p>Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden&mdash;zooals wij
+hierna zullen zien&mdash;twee van de geredde opvarenden van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie,
+aan wien zij mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens
+&eacute;&eacute;ne uitzondering, hebben de overigen geen bekend spoor
+nagelaten.</p>
+
+<p>E&eacute;n hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid
+verworven dat zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden.
+Zijn gedwongen verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de
+boekhouder van &ldquo;de Sperwer&rdquo;, Hendrik Hamel van Gorkum, zich
+ten nutte gemaakt door van het wedervaren van hem en zijne lotgenooten
+een relaas op te stellen en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land
+en volk van Korea was bijgebleven.</p>
+
+<p>Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia
+de onderscheiding te beurt gevallen &ldquo;in Rade&rdquo; te mogen
+verschijnen<a class="noteref" id="xd0e1293src" href="#xd0e1293">66</a>,
+in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11<sup>en</sup> dier
+maand nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal &ldquo;aan
+Haer Ed<sup>e</sup> overgelevert&rdquo; heeft<a class="noteref" id=
+"xd0e1307src" href="#xd0e1307">67</a>. Op dien datum heeft de Raad van
+<span class="pagenum">[<a id="pbxx" href=
+"#pbxx">XX</a>]</span>Indi&euml; niet vergaderd, maar Hamel kan
+andermaal op het Kasteel zijn ontboden omdat de Gouverneur Generaal uit
+zijn mond bijzonderheden wilde hooren over zijn verblijf in Korea of
+omdat de Directeur Generaal wenschte te vernemen hoe hij dacht over de
+kansen voor den handel met dit rijk. Hamel&rsquo;s Journaal dat,
+volgens de aangehaalde aanteekening in het Dagregister, was
+&ldquo;leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met &ldquo;de
+Spreeuw&rdquo;] ontvangen&rdquo;, was toen ter Generale Secretarije
+beschikbaar en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te
+geven het aan &ldquo;Haer Edele&rdquo;, d.i. aan Gouverneur Generaal en
+Raden, aan te bieden. Ook is het niet onwaarschijnlijk dat de
+aanbieding heeft plaats gehad in de hiervoor vermelde vergadering der
+Regeering op 2 December en dat de Dagregisterhouder, de Eerste Klerk
+ter Generale Secretarije Camphuijs, dit eerst den II<sup>en</sup> dier
+maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam<a class="noteref" id=
+"xd0e1341src" href="#xd0e1341">68</a>.</p>
+
+<p>Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit
+geweest van zijne lotgenooten die v&oacute;&oacute;r hem, den
+20<sup>en</sup> Juli 1668, in het vaderland aankwamen, en door hen kort
+daarna aan Heeren XVII ter inzage gegeven<a class="noteref" id=
+"xd0e1349src" href="#xd0e1349">69</a>, waarna de tekst in handen zal
+zijn gekomen van uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede
+Hamel&rsquo;s relaas zou worden ontvangen, niet hebben overschat,
+blijkt uit de verschijning hier te lande van zes verschillende
+uitgaven, waarvan ten minste drie al in het jaar 1668. Bovendien zijn
+in het buitenland weldra ook vertalingen als afzonderlijke werkjes in
+het licht gegeven of later opgenomen in verzamelingen van
+reisverhalen<a class="noteref" id="xd0e1357src" href=
+"#xd0e1357">70</a>, en voor hen die sedert over Korea hebben
+geschreven, bleven Hamel&rsquo;s berichten aangaande dit rijk, zijne
+bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs de eenige
+van zuiver westersche herkomst.</p>
+
+<p>De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens
+hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie
+&ldquo;aen de Kaisaren van Japan&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e1365src" href="#xd0e1365">71</a>. In het laatste gedeelte van zijn
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxi" href="#pbxxi">XXI</a>]</span>werk,
+heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige
+bladzijden te wijden<a class="noteref" id="xd0e1370src" href=
+"#xd0e1370">72</a>; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt
+hij evenwel en al noemt hij Hamel&mdash;dat deze een Journaal heeft
+opgesteld, heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel
+blijkbaar dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is
+gebruikt.</p>
+
+<p>Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet
+versmaad in zijn werk &ldquo;Noord en Oost Tartarye&rdquo; partij te
+trekken van hetgeen over Korea door Hamel&rsquo;s Journaal bekend of
+bevestigd was geworden. In den eersten druk&mdash;die in 1692 is
+gereedgekomen maar niet in den handel is gebracht<a class="noteref" id=
+"xd0e1375src" href="#xd0e1375">73</a>&mdash;beroept hij zich een enkele
+maal op &ldquo;de Hollanders die op Korea gevangen zijn geweest&rdquo;
+en toont hij van hun schipbreuk en gevangenschap op Quelpaerts-eiland
+en het vasteland, op de hoogte te zijn; zelfs geeft hij een paar
+bijzonderheden ten beste welke nergens elders worden aangetroffen en
+doen vermoeden dat hij met geredde schipbreukelingen in aanraking is
+geweest. Evenwel spreekt hij niet over hen, noemt hen zelfs niet en
+rept evenmin van een Journaal.</p>
+
+<p>In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705
+verschenen<a class="noteref" id="xd0e1383src" href="#xd0e1383">74</a>,
+zijn Witsen&rsquo;s berichten over Korea veel uitvoeriger geworden. Ook
+nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft kunnen overnemen
+uit de &ldquo;Reisbeschrijvinge der Nederlanders die in Korea gevangen
+gezeten hadden&rdquo;&mdash;zooals Hamel&rsquo;s Journaal wordt
+omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt
+gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1389src" href=
+"#xd0e1389">75</a>&mdash;maar thans haalt hij ettelijke malen
+uitdrukkelijk als zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen,
+den onderbarbier Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus
+Klerk van Rotterdam, die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt.
+Vooral Meester Eibokken&rsquo;s mededeelingen heeft Witsen terecht als
+aanwinsten beschouwd.</p>
+
+<p>Dat Witsen het Journaal van Hamel&mdash;wiens naam hij nergens
+noemt&mdash;heeft gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit
+hetgeen <span class="pagenum">[<a id="pbxxii" href=
+"#pbxxii">XXII</a>]</span>over Korea in zijn werk voorkomt en bovendien
+uit eene vergissing welke hij begaat. In den eersten druk van
+&ldquo;Noord en Oost Tartarye&rdquo; verduidelijkt hij de ligging van
+het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met de marginale
+aanteekening: &ldquo;Nu Moese of Quelperts eiland&rdquo;, terwijl hij
+op een andere plaats spreekt van: &ldquo;Quelpaerts-eiland, Moese by
+d&rsquo; inwoonders genoemt.&rdquo; Ook in den tweeden druk herhaalt
+hij dat de inlanders zelf dit eiland <i>Moese</i> noemen<a class=
+"noteref" id="xd0e1399src" href="#xd0e1399">76</a>. Vergelijkt men hu
+hiermede de plaats in Hamel&rsquo;s Journaal: &ldquo;&rsquo;s middags
+gecomen in een stadt gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id=
+"xd0e1405src" href="#xd0e1405">77</a>, sijnde de residentieplaats van
+den Gouverneur van &rsquo;t eijland bij haar Mocxo genaemt<a class=
+"noteref" id="xd0e1408src" href="#xd0e1408">78</a>&rdquo;&mdash;waarvan
+uitgevers hebben gemaakt: &ldquo;bij haer genaemt Moese&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e1414src" href="#xd0e1414">79</a>&mdash;dan is het
+duidelijk dat Witsen&rsquo;s bron is geweest een gedrukt Journaal van
+Hamel en dat hij het Koreaansche woord voor den gouverneurstitel<a
+class="noteref" id="xd0e1417src" href="#xd0e1417">80</a> heeft gelezen
+alsof het eiland zelf daarmede was aangeduid.</p>
+
+<p>De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen
+op eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke
+samenvoegingen zijn ontstaan als deze: &ldquo;De dorpen zijn daer te
+lande ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en
+veracht&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1433src" href=
+"#xd0e1433">81</a>.</p>
+
+<p>Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel&rsquo;s
+Journaal diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening
+hebben gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes
+bestemd waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxiii" href="#pbxxiii">XXIII</a>]</span>hun
+doelmatig voorkwamen. Zoo heeft de een<a class="noteref" id=
+"xd0e1445src" href="#xd0e1445">82</a> den tekst gesplitst in twee op
+zich zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den
+schipbreukelingen is wedervaren en de beschrijving van Korea; een
+ander<a class="noteref" id="xd0e1448src" href="#xd0e1448">83</a> heeft
+die beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij
+een paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een
+derde<a class="noteref" id="xd0e1451src" href="#xd0e1451">84</a> eene
+uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in Korea niet
+voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave zonder plaatjes
+eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan het Mataramsche hof
+in de plaats stelde<a class="noteref" id="xd0e1454src" href=
+"#xd0e1454">85</a>. Bovendien verschillen de gedrukte teksten zoowel
+onderling als van den onzen, soms op&mdash;naar onze
+opvatting&mdash;niet onbelangrijke plaatsen.</p>
+
+<p>Van Hamel&rsquo;s gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene
+Fransche vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna
+het nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling
+op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en
+bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan
+de vaderlandsche uitgevers van Hamel&rsquo;s tekst te wijten zijn,
+waaraan de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden
+van eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk
+een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen
+begane fouten te verbreiden<a class="noteref" id="xd0e1462src" href=
+"#xd0e1462">86</a>, soms ook te vermeerderen<a class="noteref" id=
+"xd0e1471src" href="#xd0e1471">87</a>, zoodat tot nog toe aan
+Hamel&rsquo;s arbeid geen recht is gedaan, zijn Journaal niet is bekend
+gemaakt z&ograve;&ograve; als hij het heeft samengesteld.</p>
+
+<p>Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxiv" href="#pbxxiv">XXIV</a>]</span></p>
+
+<p>In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van
+Hamel&rsquo;s Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans
+niet aanwezig<a class="noteref" id="xd0e1485src" href=
+"#xd0e1485">88</a>; waar het &ldquo;verbaal&rdquo; is gebleven dat
+Heeren XVII in 1668 in handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit
+de nog bestaande dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van
+Compagnie&rsquo;s Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het
+bestaan van dit Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft
+Hamel zelf ook een exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst
+hier te lande; om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt,
+zouden gegevens ten dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert
+zijn terugkeer in het vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is
+vruchteloos gebleven.</p>
+
+<p>Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen
+Rijksarchief te &rsquo;s Gravenhage het exemplaar van Hamel&rsquo;s
+Journaal bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan
+de Kamer Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht
+in het &ldquo;Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de
+respective quartieren van Indien, overgecomen p<sup>r</sup> de schepen
+&rsquo;t Wapen van Hoorn, Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt,
+Cattenburgh, Amerongen, Wassende Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den
+18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij respective in Tessel en &rsquo;t Vlie
+gearriv<sup>t</sup>. Vierde Boek A<sup>o</sup> 1668&rdquo;, en wordt in
+het eveneens in dat deel voorkomende &ldquo;Register der ontfangene
+brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23<sup>en</sup>
+desselven maende voor de Camer Amsterdam&rdquo;, vermeld als volgt:
+&ldquo;Japan. Dagregister gehouden bij de gesalveerde personen van
+&rsquo;t verongelukt Jagt de Sperwer van &rsquo;t gepasseerde en hun
+wedervaren in &rsquo;t rijck van Coree, sedert den 18<sup>en</sup>
+Augustij 1653 tot den 14 September 1666.&rdquo;</p>
+
+<p>Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is
+samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs
+verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend<a class=
+"noteref" id="xd0e1507src" href="#xd0e1507">89</a> en soortgelijke
+relazen als Hamel&rsquo;s Journaal worden herhaaldelijk zonder
+handteekening noch dagteekening onder de Compagnie&rsquo;s papieren
+aangetroffen. <span class="pagenum">[<a id="pbxxv" href=
+"#pbxxv">XXV</a>]</span>Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal
+als van &ldquo;den bouck houder&rdquo; en nergens laat hij uitkomen dat
+hij er de samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel
+ook de aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn
+auteurschap nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het
+aannemelijk, zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne
+kameraden zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal&mdash;naar het
+voorkomt&mdash;de ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de
+samenstelling van het Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij
+weten, ook nooit aan een ander is toegeschreven.</p>
+
+<p>Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift is,
+dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen
+vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die
+copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.</p>
+
+<p>Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of
+daarentegen het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de
+aanteekening in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen
+aan de Indische Regeering heeft aangeboden?</p>
+
+<p>Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.</p>
+
+<p>Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie&rsquo;s Opperhoofd te
+Nagasaki, zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed
+aan het opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt
+gezinspeeld in de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18
+October 1666)<a class="noteref" id="xd0e1523src" href=
+"#xd0e1523">90</a> en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben
+laten afschrijven door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging
+dat v&oacute;&oacute;r het vertrek van Compagnie&rsquo;s schepen in het
+jaar 1667 de vergunning zou afkomen op grond waarvan de
+schipbreukelingen van &ldquo;de Sperwer&rdquo; Japan zouden mogen
+verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig hebben
+afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk den datum
+&ldquo;van de comste van den nieuwen gouverneur&rdquo; en dien waarop
+het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen de
+datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan de
+Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand gesteld
+aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor die Regeering
+bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht aan den
+Gouverneur Generaal en de Raden <span class="pagenum">[<a id="pbxxvi"
+href="#pbxxvi">XXVI</a>]</span>van Indi&euml; afkomstig wezen, welke
+met eene andere hand is geschreven dan de tekst<a class="noteref" id=
+"xd0e1533src" href="#xd0e1533">91</a>.</p>
+
+<p>Neemt men aan dat hetgeen onder <i>1667</i> in ons Journaal wordt
+gemeld, door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van
+Japan naar Indi&euml;, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk,
+dat&mdash;behoudens de zooeven genoemde opdracht&mdash;van het begin
+tot het einde met dezelfde hand is geschreven, een eigenhandig stuk van
+Hamel te wezen, hetgeen echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op
+de daarin aangebrachte verbeteringen van sommige verschrijvingen
+waaraan de auteur zelf zich niet zal hebben schuldig gemaakt.</p>
+
+<p>Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden
+exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, maar
+dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije vervaardigd
+<i>afschrift</i> voor de Kamer Amsterdam&mdash;waardoor de gelijkheid
+van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt
+verklaard&mdash;dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te
+Batavia oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en
+Raden van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.</p>
+
+<div id="ms2" class="figure"><img border="0" src="images/ms2.gif" alt=
+"Pagina uit het oorspronkelijke manuscript." width="720" height="380">
+</div>
+
+<p>Dat Hamel zelf&mdash;waarschijnlijk reeds te Nagasaki&mdash;ons
+archiefstuk heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd
+verloopen sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het
+leven waren gekomen, is namelijk eerst geschreven: &ldquo;19 &agrave;
+20 jaren&rdquo; hetgeen is veranderd in &ldquo;17 &agrave; 18
+jaren&rdquo;, gelijk duidelijk zichtbaar is<a class="noteref" id=
+"xd0e1556src" href="#xd0e1556">92</a>. Deze nieuwe lezing&mdash;welke
+eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte Journalen welke wij in
+handen hebben gehad&mdash;moet door Hamel zelf of op zijne aanwijzing
+zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke van zijn Journaal
+waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copi&iuml;st valt hier
+niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor dat Hamel
+in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt afschrift
+van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de oorspronkelijke
+exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst door zijne
+kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de verbeterde lezing
+zal hebben opgenomen. Waarom <span class="pagenum">[<a id="pbxxvii"
+href="#pbxxvii">XXVII</a>]</span>zou hij hebben nagelaten dan tevens
+den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, ook bij
+dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel&rsquo;s
+medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben
+gekregen.</p>
+
+<p>Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan
+ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden en
+vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het eerst
+Hamel&rsquo;s Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld en
+ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord zijn
+uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel&rsquo;s
+makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen
+in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd en
+enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen enkel
+ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, door den
+Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij hunne
+aankomst te Nagasaki.</p>
+
+<p>Ofschoon Hamel&rsquo;s Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en
+vertaald, is het&mdash;volgens Tiele&mdash;nooit recht populair
+geworden omdat er te weinig over gruweldaden in voorkwam<a class=
+"noteref" id="xd0e1568src" href="#xd0e1568">93</a>. Naar den smaak van
+Hamel&rsquo;s tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en
+misschien zou het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de
+Koreanen had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd
+en zijn Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke
+beurtelings weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer
+hadden gewekt. Wat ons in Hamel&rsquo;s Journaal bekoort, is
+daarentegen juist zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling
+welke aan hem en zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel
+gevallen van een oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij
+heeft weergegeven wat zij gedurende hunne ballingschap hebben
+ondervonden en opgemerkt; de stempel van oprechtheid welke zijn relaas
+kenmerkt.</p>
+
+<p>Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid en
+als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders heeft
+voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek dat
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxviii" href=
+"#pbxxviii">XXVIII</a>]</span>hem alleen slordigheid kan worden ten
+laste gelegd. Zoo laat hij in het verhaal van de ontmoeting met den
+lang te voren in Korea gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen
+zeggen dat hij &ldquo;a<sup>o</sup> 1627 met het jacht Ouwerkerck naer
+Japan gaende door contrarie wind op de Cust van Corea
+vervallen&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1583src" href=
+"#xd0e1583">94</a> was, terwijl vaststaat dat dit schip toen niet in
+die streken is geweest<a class="noteref" id="xd0e1589src" href=
+"#xd0e1589">95</a>. Uit hetgeen te Nagasaki is aangeteekend in het daar
+gehouden dagregister<a class="noteref" id="xd0e1597src" href=
+"#xd0e1597">96</a>, blijkt evenwel dat de schipbreukelingen van
+&ldquo;de Sperwer&rdquo; bij hunne verschijning aldaar de toedracht van
+Weltevree&rsquo;s komst in Korea volkomen juist hebben verteld, zoodat
+mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan een onnauwkeurigheid
+heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van de vragen der Japansche
+autoriteiten en toen hij later Weltevree&rsquo;s avontuur te boek heeft
+gesteld.</p>
+
+<p>De juistheid van Tiele&rsquo;s opmerking dat Hamel&rsquo;s arbeid
+niet wetenschappelijk is<a class="noteref" id="xd0e1607src" href=
+"#xd0e1607">97</a>, kan grifweg worden toegegeven. Kon anders worden
+verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd naar
+Indi&euml; ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam
+was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche
+omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met
+ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog de
+vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats van een
+scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet groot dat
+hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van een onopgesmukt
+verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige beschrijving van land
+en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke verhandeling zou hebben
+geleverd? Van den wetenschappelijken zin van vaderlandsche geleerden
+die in dien tijd over oostersche landen schreven, krijgt men echter
+geen hoogen dunk als men heeft kennis gemaakt met de werken van
+Montanus en Witsen en in de gelegenheid is geweest de toen in zwang
+zijnde naschrijverij op te merken. Hamel was ten minste <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxix" href=
+"#pbxxix">XXIX</a>]</span>oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht<a
+class="noteref" id="xd0e1623src" href="#xd0e1623">98</a>, hetgeen ons
+vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden neergeschreven
+dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen dat hij ons
+omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer bijzonderheden
+had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij voor zich heeft
+gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp zou zijn aangerekend
+of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo verzwijgt hij dat de
+schipbreukelingen&mdash;van wie sommigen misschien al in het vaderland
+waren getrouwd&mdash;hebben verkeerd met de dochteren des lands en in
+Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten<a class="noteref" id=
+"xd0e1631src" href="#xd0e1631">99</a>, hetgeen mede verklaart waarom
+het eerste zevental bij hun terugkeer in het vaderland zich dadelijk
+bereid hebben getoond om deel te nemen aan een tocht welke het
+aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea tot doel zoude hebben<a
+class="noteref" id="xd0e1643src" href="#xd0e1643">100</a>. Ook is niet
+duidelijk hoe zij gedurende hun ballingschap in hun onderhoud hebben
+voorzien. De indruk wordt gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn
+geweest aan bittere armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat
+hen in staat stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en
+later om tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de
+zijnen wisten te ontvluchten. &ldquo;Dit volk ... zeide van het
+offervlees meest geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben&rdquo;<a
+class="noteref" id="xd0e1651src" href="#xd0e1651">101</a> verklaart
+Witsen, maar deze&mdash;waarschijnlijk van Meester Eibokken
+afkomstige&mdash;inlichting is even weinig bevredigend als hetgeen uit
+Hamel&rsquo;s verhaal valt op te maken.</p>
+
+<p>Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben gemaakt
+van aanteekeningen? Na de stranding van &ldquo;de Sperwer&rdquo; konden
+de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, maar
+zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxx" href="#pbxxx">XXX</a>]</span>boeken,
+waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel
+teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en heeft
+hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals een
+welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel
+gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over
+gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel
+uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven,
+maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen
+nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en
+ondervonden aan anderen mede te deelen<a class="noteref" id=
+"xd0e1666src" href="#xd0e1666">102</a>.</p>
+
+<p>Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te
+stellen van de lotgevallen van de schipbreukelingen van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo;, eerst bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te
+Nagasaki moest wachten op zijne verlossing en dat hij zich bij dien
+arbeid uitsluitend heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de
+herinneringen van zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel&rsquo;s tijd
+is al erkend dat zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd
+waren met hetgeen toen daarover bekend was uit de geschriften van
+anderen<a class="noteref" id="xd0e1676src" href="#xd0e1676">103</a>; de
+juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken<a class=
+"noteref" id="xd0e1688src" href="#xd0e1688">104</a> en onze indruk van
+zijne <span class="pagenum">[<a id="pbxxxi" href=
+"#pbxxxi">XXXI</a>]</span>betrouwbaarheid is versterkt doordat wij die
+berichten in zijn Journaal, welke voor contr&ocirc;le vatbaar waren,
+elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor de
+overige op zijn woord te gelooven.</p>
+
+<p>Hetgeen hij vertelt omtrent &ldquo;den ommeganck van die natie ende
+gelegentheijt van &rsquo;t land&rdquo;, behoeven wij evenwel niet
+voetstoots aan te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn
+politieke invloed in de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe
+eilanden, Birma en Nepal, hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere
+beschaving naar die landen is afgestraald, zijne instellingen in die
+rijken tot voorbeeld zijn genomen en zijne volksgebruiken daar de
+oorspronkelijke vaak hebben verdrongen of gewijzigd<a class="noteref"
+id="xd0e1711src" href="#xd0e1711">105</a>. Die inwerking van het
+Chineesche rijk op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel
+zich in Korea ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne
+beschrijving de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea
+duidelijk valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een
+maatstaf voor de beoordeeling van Hamel&rsquo;s betrouwbaarheid en
+nauwkeurigheid, daar voor de kennis van de toestanden in China in
+vroeger tijd talrijke gegevens ten dienste staan.</p>
+
+<p>De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel&rsquo;s vlucht,
+heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den
+conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar
+maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst
+tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten voor
+vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd om
+hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken met
+wat Hamel <span class="pagenum">[<a id="pbxxxii" href=
+"#pbxxxii">XXXII</a>]</span>heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk
+voor Hamel uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd
+maar paste nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen
+later&mdash;een afdoend bewijs van Korea&rsquo;s conservatisme en
+tevens een prachtig getuigenis voor Hamel&rsquo;s geloofwaardigheid<a
+class="noteref" id="xd0e1741src" href="#xd0e1741">106</a>.</p>
+
+<p>Hamel&rsquo;s Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis
+van land en volk van Korea<a class="noteref" id="xd0e1760src" href=
+"#xd0e1760">107</a> en men mocht verwachten dat zij die in lateren tijd
+een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne beschrijving
+zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor dat twee
+schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken<a class=
+"noteref" id="xd0e1774src" href="#xd0e1774">108</a> hem zelfs niet
+noemen en &eacute;&eacute;n hunner aan de zooveel later in Korea
+gekomen<a class="noteref" id="xd0e1782src" href="#xd0e1782">109</a>
+katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft van <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxxiii" href="#pbxxxiii">XXXIII</a>]</span>de
+eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf aldaar zich
+vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken daar te
+lande<a class="noteref" id="xd0e1800src" href="#xd0e1800">110</a>.</p>
+
+<p>De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners,
+zijn voor Korea&rsquo;s zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben
+tot uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting
+had op te brengen (A<sup>o</sup> 1369)<a class="noteref" id=
+"xd0e1813src" href="#xd0e1813">111</a> en dat de Japanners zich
+nestelden in de havenplaats Poesan&mdash;door Westerlingen, in
+navolging van de Japanners, Foesan genoemd&mdash;aan de Oostkust van
+Korea (A<sup>o</sup> 1592)<a class="noteref" id="xd0e1824src" href=
+"#xd0e1824">112</a>.</p>
+
+<p>In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of
+Manchoe&rsquo;s en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in
+en latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den
+oorlog<a class="noteref" id="xd0e1834src" href="#xd0e1834">113</a>, met
+het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag met deze
+vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd nageleefd, deden
+de Manchoe&rsquo;s in 1637 een zegevierenden inval in zijn
+land&mdash;waarbij Weltevree&rsquo;s beide kameraden het leven
+lieten&mdash;en dwongen den Koning om vrede te vragen, die hem werd
+toegestaan op voorwaarden welker zachtheid de Koreanen hebben erkend
+door de oprichting van een gedenkzuil<a class="noteref" id=
+"xd0e1840src" href="#xd0e1840">114</a>, en waardoor de Manchoe
+heerscher <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiv" href=
+"#pbxxxiv">XXXIV</a>]</span>in de plaats trad van den Keizer van China
+als suzerein van Korea<a class="noteref" id="xd0e1855src" href=
+"#xd0e1855">115</a>.</p>
+
+<p>Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen<a class="noteref" id=
+"xd0e1865src" href="#xd0e1865">116</a>, zond Korea geregeld
+gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding vinden
+gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1876src" href="#xd0e1876">117</a> en
+waarover Compagnie&rsquo;s vertegenwoordigers aldaar herhaaldelijk
+hebben bericht<a class="noteref" id="xd0e1899src" href=
+"#xd0e1899">118</a>, maar welke aan Hamel en de zijnen onbekend
+schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in hun tijd nog
+niet waren afgeschaft<a class="noteref" id="xd0e1905src" href=
+"#xd0e1905">119</a>. Zij hebben wel geweten dat de Japanners <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxxv" href="#pbxxxv">XXXV</a>]</span>te
+Foesan een loge hadden, van eenige&mdash;trouwens hun
+verboden&mdash;aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in
+Hamel&rsquo;s Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die
+zoo afdoende weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen
+bericht aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen
+toekomen.</p>
+
+<p>Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart
+hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer met
+vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen voor hun
+land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor oogen hebben
+gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar de verschijning van
+Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking tot het Christendom te
+bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot ernstige troebelen.
+Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier vermomming werd ontdekt of
+verraden, werden gemarteld en gedood; schipbreukelingen daarentegen
+werden met zachtheid behandeld doch in het land gehouden. Aan vele
+katholieke zendelingen heeft hun geloofsijver het leven gekost en wat
+er op stond als eene poging van schipbreukelingen om het land te
+ontvluchten, mislukte, hebben eenigen van de bemanning van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; aan den lijve gevoeld.</p>
+
+<p>De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van
+waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners
+in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Da&iuml;mio
+van het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit
+handelsmonopolie ten goede kwamen<a class="noteref" id="xd0e1928src"
+href="#xd0e1928">120</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxvi" href=
+"#pbxxxvi">XXXVI</a>]</span></p>
+
+<p>Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien
+handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te
+krijgen.</p>
+
+<p>Lang v&oacute;&oacute;r andere Europeanen, hebben de Portugeezen met
+hunne galjotten en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en
+met de bewoners van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen
+onderhouden. Sedert de eerste helft der 16<sup>e</sup> eeuw bezochten
+zij Japan (1542)<a class="noteref" id="xd0e1939src" href=
+"#xd0e1939">121</a> waar zij van het naburige rijk Korea zullen hebben
+gehoord; de van Portugeesche zeevaarders en zendelingen afkomstige
+inlichtingen welke Linschoten in zijn Reisgeschrift (1595) heeft
+medegedeeld<a class="noteref" id="xd0e1942src" href=
+"#xd0e1942">122</a>, zullen de eerste berichten zijn geweest welke
+kooplieden en reeders in ons vaderland omtrent het bestaan van het rijk
+Korea hebben vernomen.</p>
+
+<p>Toen ingevolge het besluit van &ldquo;de Breede Raden op &rsquo;t
+schip den Rooden Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van
+Firando&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e1955src" href=
+"#xd0e1955">123</a> (20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd
+en Opper-coopman was opgetreden<a class="noteref" id="xd0e1978src"
+href="#xd0e1978">124</a>, ging deze er weldra toe over (Maart 1610)
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxxvii" href=
+"#pbxxxvii">XXXVII</a>]</span>om een zijner assistenten met eene lading
+peper voor Korea naar het eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds
+peper daar misschien geen gewild artikel<a class="noteref" id=
+"xd0e1988src" href="#xd0e1988">125</a>, en zou tin eerder aftrek hebben
+gevonden<a class="noteref" id="xd0e2018src" href="#xd0e2018">126</a>,
+doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te
+bieden, zouden &ldquo;de strenge wetten des lants&rdquo; en het
+eigenbelang van den Da&iuml;mio van Tsushima den begeerden handel wel
+hebben belet. Ook het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18
+December 1610<a class="noteref" id="xd0e2027src" href=
+"#xd0e2027">127</a> gedaan op &ldquo;den groot-magtigsten Keizer en
+Koning van Japan&rdquo; ter verkrijging van den handel op Korea door
+diens faveur en hulp, moest om die redenen vruchteloos blijven; onze
+&ldquo;small entrance into Corea&rdquo;, waarvan sprake is in een
+Engelsch bericht van eenige jaren later<a class="noteref" id=
+"xd0e2033src" href="#xd0e2033">128</a>, zal onbeduidend <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxxxviii" href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>]</span>zijn
+geweest en is niet van eenige beteekenis geworden. Onze Engelsche
+mededingers waren trouwens niet fortuinlijker<a class="noteref" id=
+"xd0e2043src" href="#xd0e2043">129</a>.</p>
+
+<p>Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn
+geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in
+andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin
+verandering te brengen. Het &ldquo;ontdecken van Corea&rdquo;<a class=
+"noteref" id="xd0e2071src" href="#xd0e2071">130</a> moest aanvankelijk
+echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor geschikte schepen en
+zal later zijn opgegeven op grond van de kennis welke was opgedaan
+omtrent de gezindheid der bevolking, waarover misschien meer tot ons
+zou zijn doorgedrongen als de journalen waren bewaard gebleven van de
+schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen Formosa en Japan in de
+vaart zijn geweest. De vijandige houding en het krachtige optreden der
+kustwacht toen het schip &ldquo;de Hond&rdquo; in 1622 in de wateren
+van Korea verzeild geraakte<a class="noteref" id="xd0e2074src" href=
+"#xd0e2074">131</a>, moet afschrikkend hebben gewerkt en de bemanning
+van de fluit &ldquo;de Patientie&rdquo; werd daar in 1648 niet
+vriendelijker <span class="pagenum">[<a id="pbxxxix" href=
+"#pbxxxix">XXXIX</a>]</span>bejegend<a class="noteref" id="xd0e2081src"
+href="#xd0e2081">132</a>. De Compagnie zal er van hebben afgezien hare
+schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor het najagen van
+zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar Opperhoofd te
+Firando op de hem in 1637 gedane vraag<a class="noteref" id=
+"xd0e2087src" href="#xd0e2087">133</a> omtrent de kansen van een tocht
+naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend dat bij de Bataviasche
+Regeering niet de lust kon opkomen zulk een avontuur te wagen. Wat dit
+Opperhoofd toen over &ldquo;de gelegentheijt van Corea&rdquo; schreef<a
+class="noteref" id="xd0e2090src" href="#xd0e2090">134</a>, had hij
+blijkbaar vernomen van Japanners en in Japan verblijvende Koreanen;
+zijn bericht is&mdash;voor zooveel ons bekend is&mdash;het oudste dat
+over dit <span class="pagenum">[<a id="pbxl" href=
+"#pbxl">XL</a>]</span>land in Compagnie&rsquo;s papieren wordt
+aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard<a class="noteref" id=
+"xd0e2113src" href="#xd0e2113">135</a>.</p>
+
+<p>De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook &ldquo;het
+land Corea t&rsquo; ontdecken&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e2124src"
+href="#xd0e2124">136</a> heeft evenmin tot iets geleid.</p>
+
+<p>Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental
+schipbreukelingen van &ldquo;de Sperwer&rdquo;, gaven deze zulk een
+gunstige voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen
+handel met Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de
+Regeering te Batavia hierop te moeten vestigen<a class="noteref" id=
+"xd0e2132src" href="#xd0e2132">137</a>. Op den Gouverneur Generaal en
+de Raden van Indi&euml; hadden daarentegen de inlichtingen van
+diezelfde schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een
+gansch anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge
+verwachting konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met
+eene onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in
+China en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen
+blijken voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen<a class=
+"noteref" id="xd0e2140src" href="#xd0e2140">138</a>.</p>
+
+<p>Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben
+ondervonden van <span lang="en">&ldquo;the call of the
+East&rdquo;</span>; zou de herinnering van het leed en het ongemak dat
+hun deel was geweest in het heidensche land, al zijn uitgewischt
+geweest of het verlangen naar hunne in Korea achtergelaten vrouwen en
+kinderen zoo luid hebben gesproken dat zij over de vooruitzichten van
+een tocht naar Korea&mdash;waaraan zij zich bereid verklaarden deel te
+nemen<a class="noteref" id="xd0e2161src" href=
+"#xd0e2161">139</a>&mdash;te gunstig hebben geoordeeld?<a class=
+"noteref" id="xd0e2169src" href="#xd0e2169">140</a> <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxli" href="#pbxli">XLI</a>]</span>Eene
+teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard gebleven; op grond van
+het advies harer vertegenwoordigers in Japan, heeft de Bataviasche
+Regeering den avontuurlijken tocht ontraden en Heeren XVII hebben zich
+bij haar opvatting neergelegd<a class="noteref" id="xd0e2177src" href=
+"#xd0e2177">141</a>; voor goed schijnt van den handel op Korea te zijn
+afgezien<a class="noteref" id="xd0e2189src" href="#xd0e2189">142</a>.
+Het jacht <i>Corea</i>, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd
+gebouwd<a class="noteref" id="xd0e2201src" href="#xd0e2201">143</a>, is
+misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het geredde
+zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar zij kort
+geleden met groot gevaar waren ontvlucht.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Het eiland op welks rotsige kust het jacht &ldquo;de Sperwer&rdquo;
+te pletter sloeg, was bij de Chineezen in de 7<sup>e</sup> eeuw bekend
+onder den naam Tan Lo<a class="noteref" id="xd0e2214src" href=
+"#xd0e2214">144</a>, sedert het begin der Ming dynastie
+(1368&ndash;1644) onder dien van Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens
+Europeesche kaarten uit de 17<sup>e</sup> eeuw, destijds onder dien van
+Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in die streken, de
+Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar een slechten indruk
+gekregen en het daarom &ldquo;Ilha de Ladrones&rdquo; genoemd<a class=
+"noteref" id="xd0e2228src" href="#xd0e2228">145</a>, in plaats waarvan,
+sedert Hamel&rsquo;s Journaal bekend <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlii" href="#pbxlii">XLII</a>]</span>is geworden, de naam
+Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen<a class="noteref" id=
+"xd0e2243src" href="#xd0e2243">146</a>.</p>
+
+<p>Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk
+van &ldquo;de Sperwer&rdquo; heeft die naamgeving niets uit te staan
+gehad. Dat Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt<a
+class="noteref" id="xd0e2279src" href="#xd0e2279">147</a>, is eene
+gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men vindt dat
+al in 1648, vijf jaren v&oacute;&oacute;r het vergaan van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo;, van &ldquo;&rsquo;t Eijland &rsquo;t Quelpaert&rdquo;
+melding wordt gemaakt<a class="noteref" id="xd0e2287src" href=
+"#xd0e2287">148</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxliii" href=
+"#pbxliii">XLIII</a>]</span></p>
+
+<p>&ldquo;Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd&rdquo;. Zoo
+luidt eene aanteekening in een &ldquo;Register op de resoluties van de
+Kamer Amsterdam zeedert 1603 tot 1743&rdquo;<a class="noteref" id=
+"xd0e2327src" href="#xd0e2327">149</a>, waarbij tevens twee resoluties
+dier Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft
+der 17<sup>e</sup> eeuw in Nederland een type van Compagnie&rsquo;s
+schepen in de vaart was dat &ldquo;quelpaert&rdquo; werd genoemd<a
+class="noteref" id="xd0e2341src" href="#xd0e2341">150</a>. Dit waren
+adviesvaartuigen, van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen,
+vlugge zeilers en geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De
+veronderstelling ligt voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam
+aan zulk een schip zal hebben ontleend.</p>
+
+<p>Inderdaad heeft meer dan &eacute;&eacute;n Compagnie&rsquo;s
+&ldquo;quelpaert&rdquo; v&oacute;&oacute;r 1648 de wateren van
+Oost-Azi&euml; bevaren.</p>
+
+<p>Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan
+de Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef &ldquo;het quel de
+Brack&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e2348src" href=
+"#xd0e2348">151</a> hadden afgezonden en wenschten te vernemen of
+&ldquo;soodanige quel&rdquo; de Compagnie op eenige vaarwaters dienstig
+zou zijn. Den 17<sup>en</sup> Januari 1640 uitgeloopen, kwam dit schip,
+dat nevens de groote schepen welke het vergezelde, zee had gebouwd, den
+30<sup>en</sup> Juli d.a.v. behouden te Batavia aan. Het oordeel van de
+Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype luidde gunstig; voor den
+dienst in Taijoan werd &ldquo;het quelpaert&rdquo; zelfs zoo geschikt
+geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee of drie vaartuigen
+van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII spreken van het
+&ldquo;Quel de Brack&rdquo; en de Indische Regeering van
+&ldquo;&rsquo;t Galjot &rsquo;t Quelpeert&rdquo;; elders vinden wij
+dezen zelfden bodem <span class="pagenum">[<a id="pbxliv" href=
+"#pbxliv">XLIV</a>]</span>ook genoemd: &ldquo;t&rsquo;
+Quelpaert&rdquo;, &ldquo;t&rsquo; Quel&rdquo;, &ldquo;&rsquo;t Galiot
+den Brack&rdquo; en zelfs &ldquo;t&rsquo; Galiot t&rsquo; Quelpaert de
+Brack&rdquo;, welke verschillende benaming verklaarbaar wordt door de
+omstandigheid dat &ldquo;soodanige Quel&rdquo; van ongeveer gelijk type
+was als de in Indi&euml; beter bekende galjotten en &ldquo;de
+Brack&rdquo; het eerste schip was van zijne soort dat daar werd gezien
+en daarom aanvankelijk als <i>het</i> Quelpaert of Quel zal zijn
+aangeduid. Eerst toen meer bodems van deze soort in Indi&euml;
+verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden en den eigenlijken
+naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden (&ldquo;&rsquo;t quel de
+Brack&rdquo;, &ldquo;&rsquo;t quel de Hasewindt&rdquo;, &ldquo;&rsquo;t
+quel de Visscher&rdquo;).</p>
+
+<p>Toen &ldquo;de Brack&rdquo; op de reede van Batavia ankerde, was de
+belegering van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te
+pas kwam. In plaats van naar Taijoan, werd &ldquo;het Quelpaert&rdquo;
+dadelijk na aankomst naar Malaka gezonden<a class="noteref" id=
+"xd0e2369src" href="#xd0e2369">152</a>, waarheen het in den loop van
+1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15<sup>en</sup> Mei 1641
+zette het koers naar Formosa, waar het den 21<sup>en</sup> Juni d.a.v.
+aankwam.</p>
+
+<p>Was het mogelijk geweest &ldquo;het Quelpaert&rdquo; de bestemming
+te laten volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen,
+dan had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de
+gedwongen verplaatsing van hare factorij van Firando naar
+Nagasaki&mdash;welke alleen uit een handelsoogpunt beschouwd,
+nauwelijks nadeelig was te noemen<a class="noteref" id="xd0e2386src"
+href="#xd0e2386">153</a>&mdash;ondervond de Compagnie door
+verschillende plagerijen dat op de komst van hare schepen met kostbare
+ladingen, in Japan niet langer zooveel prijs werd gesteld als zij
+gewend was. Hare winsten liepen ernstig gevaar en het scheen dat de
+Japansche machthebbers zelfs in den zin hadden de Compagnie er toe te
+brengen uit eigen beweging haren handel op hun land te staken. In de
+hoop verbetering in den staat van de negotie te verkrijgen door de
+vertooning van een <span class="pagenum">[<a id="pbxlv" href=
+"#pbxlv">XLV</a>]</span>indertijd aan Jacques Specx verleenden pas<a
+class="noteref" id="xd0e2394src" href="#xd0e2394">154</a>&mdash;die ter
+Generale Secretarije te Batavia onder de Compagnie&rsquo;s papieren was
+teruggevonden&mdash;besloot de Bataviasche Regeering dit document naar
+Taijoan en van daar met &ldquo;het Quelpaert&rdquo; naar Japan te laten
+overbrengen. Toen evenwel de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641
+met dit staatsstuk te Taijoan aankwam, had &ldquo;het Quelpaert&rdquo;
+kort te voren zijn gaffel gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat
+het fluitschip &ldquo;de Saijer&rdquo; in zijn plaats werd aangewezen
+om den oppercoopman Cornelis Caesar over te voeren, aan wien de
+bezorging van den pas werd opgedragen.</p>
+
+<p>Eerst in het volgende jaar (1642) kwam &ldquo;het Quelpaert&rdquo;
+aan de beurt om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.</p>
+
+<p>Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor
+de Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan (1624)<a class="noteref" id="xd0e2407src" href=
+"#xd0e2407">155</a> zich feitelijk de souvereiniteit over het geheele
+eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog toe slechts gezag uit
+over het zuidelijke deel daarvan, in de streek waar zij zich had
+gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet kunnen beletten dat
+de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden genesteld ter
+bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao en Japan<a
+class="noteref" id="xd0e2410src" href="#xd0e2410">156</a>, en zoolang
+de daar opgerichte Spaansche versterking <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlvi" href="#pbxlvi">XLVI</a>]</span>Kelang<a class="noteref" id=
+"xd0e2441src" href="#xd0e2441">157</a> in handen van den erfvijand
+bleef, kon de Compagnie haar doel, den alleenhandel met China, niet
+hopen te bereiken<a class="noteref" id="xd0e2452src" href=
+"#xd0e2452">158</a>.</p>
+
+<p>Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de
+Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven<a class="noteref"
+id="xd0e2460src" href="#xd0e2460">159</a>. In hun eigen land hadden de
+Japansche Regenten de aanhangers van het roomsche geloof te vuur en te
+zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de kans af te snijden dat van
+Noord-Formosa priesters en geloovigen van de gehate <span class=
+"pagenum">[<a id="pbxlvii" href="#pbxlvii">XLVII</a>]</span>sekte Japan
+zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk zijn voorgekomen dat aan
+de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland een einde kwam. Werden
+dezen verjaagd door de Hollanders, die toch ook Christenen en daarom
+verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige Japansche Regeering
+hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van den kant der Compagnie
+de overbrenging van roomsche zendelingen niet zou worden
+vergemakkelijkt.</p>
+
+<p>De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te
+weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de
+aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland<a
+class="noteref" id="xd0e2473src" href="#xd0e2473">160</a>. Door die te
+bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding te vinden voor het
+gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit Japan<a class="noteref"
+id="xd0e2476src" href="#xd0e2476">161</a> en voor de hooge uitgaven
+welke het bestuur op Formosa vereischte<a class="noteref" id=
+"xd0e2479src" href="#xd0e2479">162</a>. Dat zij niet van zins was
+rekening te houden met rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak
+voor de Regeering te Batavia van zelf<a class="noteref" id=
+"xd0e2482src" href="#xd0e2482">163</a>. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlviii" href="#pbxlviii">XLVIII</a>]</span></p>
+
+<p>Toen tot de uitvoering van &ldquo;het desseijn op &rsquo;t
+noordeijnde van Formosa&rdquo; was overgegaan<a class="noteref" id=
+"xd0e2502src" href="#xd0e2502">164</a> en den 7<sup>en</sup> September
+1642 de aangename tijding dat de onzen zich den 26<sup>en</sup>
+Augustus van de sterkte Kelang hadden meester gemaakt, te Taijoan werd
+aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit zoo spoedig mogelijk aan
+de Japansche Regeering te berichten<a class="noteref" id="xd0e2532src"
+href="#xd0e2532">165</a>. Als adviesvaartuig, was het &ldquo;Quel de
+Bracq&rdquo; bijzonder geschikt voor die taak en daar het &ldquo;wel
+beseijlt ende rustich gemandt&rdquo; was kon het&mdash;al was het wat
+laat in het jaar&mdash;in den betrekkelijk korten tijd van eene maand
+Japan bereiken. Den 11<sup>en</sup> September van Taijoan onder zeil
+gegaan, liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den
+29<sup>en</sup> dier maand van daar vertrokken, kwam het 7 November
+behouden te Taijoan terug. <span class="pagenum">[<a id="pbxlix" href=
+"#pbxlix">XLIX</a>]</span></p>
+
+<p>De berichten aangaande deze reis van het &ldquo;Quelpaert de
+Brack&rdquo; zijn betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd
+dat op weg naar of van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat
+een onbekend eiland is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan
+eene vijandige ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend
+in het Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan &ldquo;de
+Patientie&rdquo; op de Kust van Korea is overkomen<a class="noteref"
+id="xd0e2547src" href="#xd0e2547">166</a> en het Opperhoofd Jan van
+Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite
+waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks
+betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie tot
+Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat &ldquo;het Quelpaert&rdquo;,
+misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere
+belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt<a
+class="noteref" id="xd0e2553src" href="#xd0e2553">167</a>. Intusschen
+is het mogelijk dat &ldquo;het Quelpaert&rdquo; op de terugreis van
+Japan naar Taijoan&mdash;toen het slecht weer heeft getroffen&mdash;uit
+den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet
+genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in
+zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding
+ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia,
+die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het
+eiland door &ldquo;het Quelpaert&rdquo; vermeld, zullen hebben
+gevestigd,<a class="noteref" id="xd0e2561src" href="#xd0e2561">168</a>
+waardoor gaandeweg de naam &ldquo;Quelpaerts-eiland&rdquo; bij onze
+zeevaarders bekend zal zijn geraakt<a class="noteref" id="xd0e2570src"
+href="#xd0e2570">169</a>; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart <span
+class="pagenum">[<a id="pbl" href="#pbl">L</a>]</span>waarop het
+Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, is die van Joan
+Blaeu van 1687<a class="noteref" id="xd0e2580src" href=
+"#xd0e2580">170</a>.</p>
+
+<p>Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven&mdash;gelijk algemeen
+wordt aangenomen&mdash;dan kan uit de ons bekende gegevens alleen
+worden afgeleid dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van
+&ldquo;het Quelpaert de Bracq&rdquo; naar Japan in 1642. Noch
+daarv&oacute;&oacute;r noch daarna is dit &ldquo;quelpaert&rdquo; in de
+wateren van Korea geweest en evenmin was dit het geval met de beide
+andere vaartuigen van deze soort, &ldquo;de Hasewind&rdquo; en
+&ldquo;de Visscher&rdquo;. Voor zooveel uit de bewaard gebleven
+berichten kan worden nagegaan, zijn deze beide
+&ldquo;quelpaerden&rdquo;, wanneer die na 1642 en v&oacute;&oacute;r
+1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden met smaldeelen
+welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, kruisten op
+Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit gebruikt noch
+verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.</p>
+
+<p>Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen
+moeten wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te
+hebben met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te
+eeniger tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch
+waarnaar wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd
+welke rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen<a class="noteref" id=
+"xd0e2590src" href="#xd0e2590">171</a>.</p>
+
+<p>De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam
+&ldquo;quelpaert&rdquo; wellicht, evenals &ldquo;galjot&rdquo;, van
+Portugeesche afkomst is en of misschien een ongeval aan een dergelijk
+Portugeesch vaartuig op zijn tocht van Macao naar Japan overkomen, voor
+Portugeesche zeevarenden de aanleiding is geweest om het Koreaansche
+Ilha de Ladrones&mdash;onder welken naam ook andere Oostersche eilanden
+bekend stonden&mdash;voortaan nauwkeuriger aan te duiden als:
+&ldquo;het Quelpaerts-eiland&rdquo;. Zou ook het woord
+&ldquo;quelpaard&rdquo; misschien van Portugeeschen oorsprong zijn?
+Evenals &ldquo;luipaard&rdquo; is ontstaan uit &ldquo;leo&rdquo; en
+&ldquo;pardus&rdquo;, zou &ldquo;quelpaard&rdquo; kunnen zijn gevormd
+naar &ldquo;quelpardus&rdquo;, eene samenstelling <span class=
+"pagenum">[<a id="pbli" href="#pbli">LI</a>]</span>van
+&ldquo;pardus&rdquo; en &ldquo;quelly&rdquo; of &ldquo;quel&rdquo;,
+eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van luipaard.<a class=
+"noteref" id="xd0e2602src" href="#xd0e2602">172</a></p>
+
+<p>Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die
+kennis kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote
+bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen hij
+zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik Hamel
+bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij op 36
+jaar oud te wezen<a class="noteref" id="xd0e2611src" href=
+"#xd0e2611">173</a>, zoodat mag worden aangenomen dat hij in 1630 is
+geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie&rsquo;s
+Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 met
+de &ldquo;Vogel Struijs&rdquo; in Indi&euml; was gekomen,<a class=
+"noteref" id="xd0e2617src" href="#xd0e2617">174</a>, welk schip den
+6<sup>en</sup> November 1650 uit het Land-diep van Texel is
+uitgevaren<a class="noteref" id="xd0e2628src" href="#xd0e2628">175</a>
+en den 4<sup>en</sup> Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker
+kwam<a class="noteref" id="xd0e2634src" href="#xd0e2634">176</a>.</p>
+
+<p>Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek
+stond, wil nog niet zeggen &ldquo;dat hij in een berooiden toestand
+Europa verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere
+Gouverneur Generaal Wiese naar Indi&euml; toog als hooplooper d. i. als
+lichtmatroos en tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den
+toenmaligen Landvoogd, oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht
+dat zijn naam alleen op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije
+passage te bezorgen&rdquo;<a class="noteref" id="xd0e2639src" href=
+"#xd0e2639">177</a>. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in
+Indi&euml; gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als
+&ldquo;soldaat aan de pen&rdquo;, kort daarna eene bevordering tot
+assistent en vervolgens tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne
+aanvangsgage van &fnof;&nbsp;11 p<sup>r</sup> maand&mdash;waarop zijn
+medepassagier van de &ldquo;Vogel Struijs&rdquo;, de bosschieter Jan
+Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond<a class="noteref" id=
+"xd0e2645src" href="#xd0e2645">178</a>&mdash;tot &fnof;&nbsp;30
+p<sup>r</sup> maand werd verhoogd. <span class="pagenum">[<a id="pblii"
+href="#pblii">LII</a>]</span></p>
+
+<p>Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia
+is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, toen
+hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland was
+aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het licht
+gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van &plusmn; 1734,
+waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn
+opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: &ldquo;Hendrik Hamel is
+naar Oost-Indi&euml; gevaren en comende van daar, om naar Japan te
+rijsen, is door een orcaan schipbreuk leijdende op &rsquo;t Eijland
+Corea gesmeten en aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een
+boot naar Japan en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede
+maal naar Indi&euml; en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch
+vrijer zijnde den 12 febr. 1692&rdquo;. Te zelfder plaats staat vermeld
+dat hij is geboren uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha
+Verhaar, dochter van Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven,
+zoomede dat het geslacht Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op
+een goud veld<a class="noteref" id="xd0e2659src" href=
+"#xd0e2659">179</a>.</p>
+
+<p>Komt Hamel&rsquo;s relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten,
+onder de oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust
+ontwaken om door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans
+beschikbaar zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te
+leeren kennen<a class="noteref" id="xd0e2664src" href=
+"#xd0e2664">180</a>.</p>
+
+<p>Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen zijn
+bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de
+aanwezigheid <span class="pagenum">[<a id="pbliii" href=
+"#pbliii">LIII</a>]</span>der schipbreukelingen van &ldquo;de
+Sperwer&rdquo; zijn opgesteld, zal aan hetgeen thans omtrent hun
+verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk veel wetenswaardigs kunnen
+worden toegevoegd<a class="noteref" id="xd0e2697src" href=
+"#xd0e2697">181</a>. Wij wagen de verwachting uit te spreken dat deze
+uitgaaf van Hamel&rsquo;s Journaal opnieuw de aandacht zal vestigen op
+de eerste Europeesche bezoekers van Korea en dat dientengevolge in het
+Verre Oosten aan hun wedervaren eene zelfde belangstelling zal worden
+gewijd als is te beurt gevallen aan den eersten Engelschman
+die&mdash;als opvarende van een Hollandsch schip&mdash;in Japan is
+aangeland<a class="noteref" id="xd0e2708src" href="#xd0e2708">182</a>.
+Op de belangstelling van de tegenwoordige heerschers in Korea hebben
+Hendrik Hamel en zijne lotgenooten zeker even goede aanspraken als
+William Adams.</p>
+
+<p>De thans uitgegeven tekst van Hamel&rsquo;s Journaal en de
+ongedrukte stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is
+gebruik gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal
+Archief, eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te &rsquo;s
+Gravenhage. Wie in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons
+koloniaal verleden, wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom
+dien zij bevat maar ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard
+door het ontbreken van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door
+ambtelijke hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van
+dien inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.</p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e407src" id="xd0e407">1</a></span> Formosa. Zoo werd het eiland
+gedoopt door de Portugeezen; bij de Spanjaarden heette het Hermosa; de
+Chineesche naam is Tai-oan d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het
+Takasago (zie <span class="bibl" lang="en">Papinot, Dictionary of
+Japan</span>); in Compagnie&rsquo;s stukken wordt gesproken van het
+&ldquo;<span lang="nl-1600">Eijlandt Paccam ofte Formosa</span>&rdquo;,
+b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: &ldquo;<span lang="nl-1600">Tot
+ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d&rsquo;onse op
+den 8<sup>en</sup> Martio laestleden, onder t&rsquo; beleijt van
+d&rsquo; opperstierman Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ...
+ende is bevonden om de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden
+10 minuijten, ende om de Zuijdt tot omtrent op de 20&frac12;
+graed</span>&rdquo;. (Verg. Kaart no. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbivn" href="#pbivn">IV</a>]</span>304 in de verzameling van het Alg.
+Rijksarchief). Eveneens op kaarten: &ldquo;Pakam of Ilha Formosa&rdquo;
+(Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, <span lang="de">Atlas
+zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln</span>
+X).&mdash;&ldquo;<span lang="nl-1600">Opde Suijdhoek vande Baeij van
+Taijoan hadden de onse een fort geleijdt ... de plaetse daer &rsquo;t
+fort op staet is een sant duijn, ontrent een musquet schoot tegen over
+t&rsquo; fort leijt een sandt plaet daer ons comptoir ofte logie op
+gestaen heeft ...</span>&rdquo; (<span class="bibl">Dagr. Bat. 9 April
+1625, bl. 144</span>). &ldquo;<span lang="nl-1600">de uijtsteeckende
+<i>plaet</i> bij het vastelandt van Formosa, sijnde
+Taijouan</span>&rdquo; (Patr. Miss. 26 April 1650).&mdash;Gouvern.
+Pieter Nuijts schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">de luijden schijnen van Taijouan omdat het een sombere, dorre
+ende drooge plaets is een disgoest te hebben</span>&rdquo;.&mdash;Den
+14<sup>en</sup> Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering:
+&ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t is wel een schoon eijlandt,
+gelijck sijne name metbrenght, maer verslint veel menschen
+vlees</span>&rdquo; [door het ongezonde klimaat].</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e448src" id="xd0e448">2</a></span> Zie <a href="#b.v.a.1">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 1</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e459src" id="xd0e459">3</a></span> Zie <a href="#b.v.a.2">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 2</a>. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e471src" id="xd0e471">4</a></span> Zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e482src" id="xd0e482">5</a></span> Bij resolutie van Gouverneur
+Sonck en den Raad van Taijoan dd. 14 Januari 1625 werd besloten
+&ldquo;<span lang="nl-1600">ons van de Sandplaet met alle des
+Comp.<sup>es</sup> middelen aen de oversijde (op t&rsquo; vastelant van
+Isla Formosa) te transporteeren</span>&rdquo; ... om &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">aldaer een volcomen stadt op te rechten.</span>&rdquo; Tevens
+werd aan &ldquo;<span lang="nl-1600">t&rsquo; alreede opgerechte
+Casteel</span>&rdquo; de naam Orangie gegeven en goedgevonden
+&ldquo;<span lang="nl-1600">de Stadt te noemen naer de seven geunieerde
+provintien de Provintien</span>&rdquo;. De Regeering te Batavia gaf
+hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers
+gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626
+&ldquo;<span lang="nl-1600">dat het Fort ende Stadt in Teijouhan
+afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn Zeelandia in plaetse van
+Provintien.</span>&rdquo; (Missive Batavia naar Taijoan, dd. 27 Juni
+1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).</p>
+
+<p class="footnote">Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de
+ontworpen stad niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog
+duin op de zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de
+oostzijde, was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van
+&ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t Quartier ofte de Stad
+Zeelandia</span>&rdquo; droeg&rdquo; (<span class="bibl">&ldquo;<span
+lang="nl-1600">&rsquo;t Verwaerloosde Formosa</span>&rdquo;, bl. 15,
+17</span>). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die
+reden den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor
+op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar
+schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering aan
+den President Overtwater om &ldquo;<span lang="nl-1600">de plaetse
+Chiaccam op &rsquo;t voorlant van Formosa welck voor desen
+geprojecteert ende ondernomen is om het beginsel van een stadt daerop
+te formeren, ende tot dien eijnde door de Heer Martinus Sonck
+sal<sup>er</sup> den <span class="pagenum">[<a id="pbvn" href=
+"#pbvn">V</a>]</span>name <i>Provintie</i> gegeven ende sulcx van hier
+geapprobeerd was</span>&rdquo; [en welke Overtwater had herdoopt in
+&ldquo;Hoorn&rdquo;] &ldquo;<span lang="nl-1600">sijn vorigen naem van
+<i>Provincie</i> weder [te] geven.</span>&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote">Na het verzet van Chineezen in 1652 werd
+&ldquo;<span lang="nl-1600">om bij revolte ... Taijouan en Provintie
+niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen de oversijde in
+&rsquo;t midden van de cruijswech binnen voorn<sup>de</sup>.
+Provintie</span>&rdquo; gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss.
+Batavia naar Taijoan dd. 26 Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654)
+welke redout in begin Mei 1661 aan Kosinga werd overgegeven. (Zie
+&ldquo;<span lang="nl-1600">&rsquo;t Verwaerloosde
+Formosa</span>&rdquo;).</p>
+
+<p class="footnote">Van &ldquo;<span lang="nl-1600">het <i>vleck</i>
+Provintie</span>&rdquo; spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh in
+zijn &ldquo;<span lang="nl-1600">Rapport aengaende de gelegentheijt van
+Formosa</span>&rdquo;, Batavia 10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op
+de kaart onder no. 305 in de verzameling van het Alg. Rijksarchief
+opgenomen, staat vermeld: &ldquo;<span lang="nl-1600">het <i>vlekje</i>
+Provintie</span>&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e562src" id="xd0e562">6</a></span> De uitgetrokken soldaten en
+hulpbenden &ldquo;<span lang="nl-1600">vonden geen grooter troupen als
+van 10 &agrave; 12 bij den anderen die haer hier en daer in &rsquo;t
+suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle
+die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om &rsquo;t leven
+gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen
+massacreerden</span>&rdquo;. ... &ldquo;<span lang="nl-1600">Soodat
+gedurende den oorloch in den tijt van 12 dagen tusschen de 3 &agrave;
+4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van &rsquo;t verghoten
+Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese revolte tot
+slissinge ende te niet doening is gebracht</span>&rdquo;. (Gen. Miss.
+24 Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te
+komen voor 2600 gemassacreerde koppen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e571src" id="xd0e571">7</a></span> Als oorzaak van de revolte werd
+aangenomen &ldquo;<span lang="nl-1600">dat de principaelste Chineese
+lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende gesagh traghtende,
+off wel door eenigh misnoegen off om al te groote vrijheeden die hun,
+om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten zijn, uijt eijgen
+movement dit verfoeijelijck ende verraders werck ondernomen hebben;
+&rsquo;t sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge voor ons ende
+onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, altijt een
+waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen Chinees in
+&rsquo;t seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting te nemen
+geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de groote
+vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn te
+genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij</span>&rdquo; (Gen.
+Miss. 31 Jan. 1653).</p>
+
+<p class="footnote">Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr.
+Miss. 30 Jan. 1654) doch kregen weldra een anderen kijk op het
+voorgevallene: &ldquo;<span lang="nl-1600">In UE voorsz. missive van
+den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, hebben wij niet sonder
+ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen sijn dat de jongste revolte
+der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent 3000 van die natie om &rsquo;t
+leven geraeckt sijn, ten principalen soude veroorsaeckt sijn door de
+<span class="pagenum">[<a id="pbvin" href=
+"#pbvin">VI</a>]</span>extorsien en gewelten die sij voorgeven hun van
+den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde
+voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van
+onse eijgen Ministers overcomen</span>&rdquo; (Patr. Miss. 16 April
+1655).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e591src" id="xd0e591">8</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de
+schriftelijcke deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien,
+stoute onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken
+door de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den
+tijt haerer residentie op Formosa gepleegt</span>&rdquo; (Gouverneur
+Verburg aan de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders
+zeer sterk over den Heer Landvoogd Verburg&rdquo; (<span class=
+"bibl">Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, bl. 89</span>).
+Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie Res.
+ult<sup>o</sup> Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd
+benoemd, en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel
+handelt ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia
+aan Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende:
+&ldquo;<span lang="nl-1600">T valt seer moeielijck en verdrietigh te
+hooren de dissentien en onlusten die der telckens voorvallen onder de
+Ecclesiasticquen mitsgaders de clachten over derselver onbehoorlijcke
+comportementen, usurpatien en geltgierigheijt en dat in alle
+residentien van de Compagnie geheel Indien door, en principalijcken op
+Formosa</span>&rdquo; (Patr. Miss. 20 Jan. 1654).&mdash;&ldquo;<span
+lang="nl-1600">Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de
+Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de
+dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen
+niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben te
+vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de
+politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen
+sijn</span>&rdquo; (Patr. Miss. 15 April 1654).&mdash;Over &ldquo;<span
+lang="nl-1600">de tusschen den Heer Gouverneur ... ende sijnen Raedt
+geresen onlusten</span>&rdquo; zie Res. 12 April 1651 en Miss. Batavia
+naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e623src" id="xd0e623">9</a></span> Voor eenige grootendeels aan
+Compagnie&rsquo;s papieren uit Japan en Taijoan ontleende
+bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, zie <a href=
+"#b.v.c">Bijlage V<sub>C</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e633src" id="xd0e633">10</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in
+Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den
+grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar
+tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven
+heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te
+hebben....</span>&rdquo; (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar
+Taijoan 25 Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling
+aannemelijk dat de in verzet gekomen Chineezen &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">daertoe opgemaeckt sijn door Cochin [Koksinga] de soone van
+Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; mitsgaders secours en
+assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater Jesuita [<span lang=
+"nl-1900">Martinus Martini, over wien zie <a href="#b.v.d">Bijlage
+V<sub>D</sub></a></span>] ons aengedient heeft dat op sijn vertreck
+uijt China soodanige geruchten daer liepen</span>&rdquo; (Patr. Miss.
+20 Jan. 1654).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e654src" id="xd0e654">11</a></span> Hij werd 1611 te Meurs
+geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, weduwe van Pieter Smidt, en
+overleed 24 Sept. 1667 als Directeur Generaal. Zie over hem: <span
+class="bibl">De Haan, Priangan, I, bl. 216</span>. Voor zijne benoeming
+tot Gouverneur van Formosa zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage
+V<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e669src" id="xd0e669">12</a></span> Res. 20 Mei 1653.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e677src" id="xd0e677">13</a></span> Zie <a href="#b.v.b.1">Bijlage
+V<sub>B</sub>, 1</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e689src" id="xd0e689">14</a></span> Zie <a href="#b.v.b.2">Bijlage
+V<sub>B</sub>, 2</a> (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als Gouverneur
+van Formosa dd.<sup>o</sup> 18 Junij Anno 1653, is te vinden in Kol.
+Archief no. 780.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e709src" id="xd0e709">15</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Aen d&rsquo;E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van
+India die gedestineert is <span class="pagenum">[<a id="pbviiin" href=
+"#pbviiin">VIII</a>]</span>om na Taijoan te vertrecken ende aldaer
+&rsquo;t gouvernement van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen
+mitsgaders de verdre scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse
+van d&rsquo;Ed. heer generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer
+hem de heeren Raden van India ende meest alle de gequalificeerde
+Comp<sup>s</sup>. dienaren alhier, nevens hare huijsvrouwen, als andere
+genoode gasten, mede laten vinden</span>&rdquo; (<span class=
+"bibl">Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82</span>).&mdash;In den namiddag
+had plaats &ldquo;<span lang="nl-1600">de publijcke authorisatie van
+d&rsquo;E Hr. J. van Maetsuijker in &rsquo;t generale gouverne van
+India</span>&rdquo;, welke wederom met &ldquo;een frisschen
+dronk&rdquo; werd bezegeld (<span class="bibl">a. v. bl.
+84</span>).&mdash;In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het
+&ldquo;<span lang="nl-1600">ordinaire scheijdmaal</span>&rdquo; voor de
+zeilree liggende retourschepen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e738src" id="xd0e738">16</a></span> &ldquo;Genoemde Heer Cornelis
+Caesar is tot becledinghe van sijn opgeleijde chergie met desselfs
+familie den 18 Junij laestleden p<sup>r</sup> &rsquo;t jacht de Sperwer
+uijt Batavia reede naer Taijouan genavigeert, cargasoen
+&fnof;&nbsp;64994.17.4&rdquo; (<span class="bibl">Gen. Miss. 19 Jan.
+1654</span>). Vgl. <span class="bibl">Dagr. Bat. 1653, bl. 84</span> en
+<a href="#b.iii.a">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e756src" id="xd0e756">17</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de
+Taijouanse besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier
+overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de
+Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is</span>&rdquo; (Res.
+9 Mei 1653).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e771src" id="xd0e771">18</a></span> &ldquo;<span lang=
+"nl-1600">Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den
+9<sup>en</sup> Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij
+geweest, tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot
+opgehouden sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die
+wij met genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen,
+ende alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson al
+hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te
+laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17
+deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van de
+Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, te
+dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge van het
+Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren</span>&rdquo; (Res. 6 Juni
+1653). Zie ook de &ldquo;Zeijlaas ordre&rdquo;, <a href="#b.iii.a.2">
+Bijlage III<sub>A</sub>, 2</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e788src" id="xd0e788">19</a></span> Den 15<sup>en</sup> Sept. 1651
+ging de Sperwer van de reede van Batavia onder zeil en kwam <span
+class="pagenum">[<a id="pbixn" href="#pbixn">IX</a>]</span>den
+12<sup>en</sup> Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van de ambassade,
+maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie <span class="bibl">
+Speelman, Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e808src" id="xd0e808">20</a></span> &ldquo;Naer dat d&rsquo; E.
+Heer Cornelis Caesar op 16 Julij p<sup>r</sup> &rsquo;t jacht de
+Sperwer in Taijoan was gearriveert&rdquo; (Gen. Miss. 19 Jan. 1654).
+Vgl. Bijlage IIIA, 3.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e814src" id="xd0e814">21</a></span> 27 Mei 1653 &ldquo;vertrecken
+van hier directa naer Taijouan de fluijtschepen Trouw, Wittepaert,
+Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha Formosa voor d&rsquo; eerste
+besendinge&rdquo; (Notitie van de schepen soo die van andere plaetsen
+hier gearriveert sijn als die van hier elders vertrocken sijn sedert
+4<sup>en</sup> Januarij 1653 tot 31 December daer aen
+volgende).&mdash;In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd:
+&ldquo;een hecht, oock wel beseijlt schip&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e825src" id="xd0e825">22</a></span> &ldquo;Tot vervolghe van den
+Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende 29 Julij vervolgens derwaerts
+gesonden het fluijtschip het Wittepaert ende &rsquo;t jacht de Sperwer,
+te weten &rsquo;t Wittepaert geladen met een cargasoen van
+&fnof;&nbsp;33803.12.4 en de Sperwer met een d<sup>o</sup> ten bedrage
+van &fnof;&nbsp;33819.14.15&rdquo; (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. <a
+href="#b.iii.a.3">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e839src" id="xd0e839">23</a></span> Zie <a href="#b.iii.a.3">Bijl.
+III<sub>A</sub>, 3&ndash;7</a>, ook voor berichten aangaande den indruk
+door het vergaan van de Sperwer gemaakt.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e848src" id="xd0e848">24</a></span> Patr. Miss. 25 Sept. 1642.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e854src" id="xd0e854">25</a></span> Volgens de in het Koloniaal
+Archief aanwezige &ldquo;Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
+Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen en verongelukte
+schepen&rdquo;, loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en verongelukt
+27 schepen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e857src" id="xd0e857">26</a></span> <span class="bibl" lang="de">
+O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e866src" id="xd0e866">27</a></span> Wilhelm Volger, Opperhoofd,
+Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes de Roij, ondercoopman en Daniel
+van Vliet, assistent.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e869src" id="xd0e869">28</a></span> &ldquo;.... ende naer datse de
+naemen der verblijvende Nederlanders, als swarte jongens, welke met de
+seven matroosen en een boukhouder (uijt Corre hier aengecomen) een
+getal van 29 personen uijtmaecken, opgenomen hadden&rdquo; (Dagr.
+Japan, 19 Oct. 1666).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e872src" id="xd0e872">29</a></span> Vijf eilanden; <span lang=
+"en">&ldquo;a group of islands north-west of Kyushu, belonging to the
+province of Hizen&rdquo; (Papinot, Dictionary).</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e877src" id="xd0e877">30</a></span> Decima, d. i. Voor-eiland.
+&ldquo;.....comen voorm. scheepen hier voor Schisima offte &rsquo;s
+Comp<sup>s</sup>. residentieplaats ten ancker&rdquo; (Dagr. Japan 14
+Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado
+(Firando)&mdash;zie eene afbeelding van &ldquo;De Loge op
+Firando&rdquo; in: <span class="bibl">Montanus, Gedenkwaardige
+Gesantschappen, bl. 28</span>&mdash;maar 11 Mei 1641 werd den onzen
+aangezegd &ldquo;dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in
+Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando
+opbreecken ende die aldaer transporteren&rdquo; (Dagr. Japan). De
+verhuizing duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het
+Opperhoofd Le Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De
+&ldquo;Naamlijst&rdquo; vermeldt van Le Maire: &ldquo;1641,den 21 Maij
+van Firando naar Decima verhuijst&rdquo;.Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641,
+bl. 68). Hier moesten de onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor
+de Portugeezen was gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan
+Fran&ccedil;ois <span class="pagenum">[<a id="pbxin" href=
+"#pbxin">XI</a>]</span>Caron den 29<sup>en</sup> Juli 1636 deze
+beschrijving gaf: &ldquo;... gingen het logement ofte gevanckenis der
+Portugeesen besichtigen, sijnde een werck &rsquo;t welk in de baij van
+Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde uijt den water is
+opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende 240 voeten breedt,
+rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne staen twee regelen
+huijsen en een straet in &rsquo;t midden, hebbende een brugge omme van
+&rsquo;t lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte daer de
+Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, te weten eens
+wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als sij weder &rsquo;t
+scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te mogen setten.
+Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde wachtbercken ende
+wachthuijsen bewaert werden&rdquo; (Dagr. Japan).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e891src" id="xd0e891">31</a></span> &ldquo;Dat geene Hollanders
+sonder vragen van &rsquo;t Eijlandt en vermochten te gaan. Dat wel
+hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen nochte bedelaers op
+&rsquo;t Eijlandt mochten comen&rdquo;. (Dagr. Japan 19 Aug.
+1641).&mdash;Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando,
+Compagnie&rsquo;s dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de
+aanschrijving van Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): &ldquo;De
+onse moeten den Jappanders na de mondt sien en alles om den handel
+onbecommert te gauderen, verdragen&rdquo;; zoomede uit de Instructie
+aan het Opperhoofd Nicolaes Couckebacker (ult<sup>o</sup> Mei 1633,
+Kol. Arch. no. 759)&mdash;Vgl. &ldquo;Dat hij [nl. Couckebacker] sich
+in alle sijnen handel, wandel ende civilen ommeganck zoo
+lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een ijder, soowel
+groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij de Japanse
+natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen
+grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen,
+bemint ende aengenaem sijn mach&rdquo; (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e903src" id="xd0e903">32</a></span> Bijlage I <i>a</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e909src" id="xd0e909">33</a></span> Bijlage I <i>b</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e915src" id="xd0e915">34</a></span> &ldquo;Hij [het Opperhoofd
+Elseracq] apprehenderende meer en meer de groote precisiteijt van die
+natie dewelcke d&rsquo; onse involgen moeten omme daer wel te
+staen&rdquo; (Patr. Miss. 26 April 1650).&mdash;&ldquo;hoe nauw wij
+hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen door
+de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der tolcken
+timiditeijt&mdash;voortcomende van hare onbequaemheijt&mdash;nogal meer
+beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele
+gebleecken&rdquo; (Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov.
+1670).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e920src" id="xd0e920">35</a></span> Zie <a href="#pb65">Journaal,
+bl. 65</a> en <a href="#b.i.a">Bijlage I <i>a</i></a>.&mdash;Vgl.
+&ldquo;.... Vervolgens getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief
+van den Generael ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock
+die vanden 9 Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d&rsquo;antwoort daerop
+van&rsquo;t Opperhoofd Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22
+Octob<sup>r</sup>. daeraenvolgende, <i>Noch de vragen doorden
+Gouvern<sup>r</sup>. van Nangasacki de 8 persoonen in Corea soo lange
+jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, voorgehouden
+end&rsquo;antwoort door deselve daer op gegeven</i>, Item &rsquo;t gene
+inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet
+aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commiss<sup>en</sup>. daer
+op gaet hier neffens&rdquo; (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde
+van de heeren Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische
+Compagnie deser Landen.....alhier in &rsquo;s Gravenhage vergadert
+enz., Vrijdag den 29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e943src" id="xd0e943">36</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage I
+<i>a</i></a> en <a href="#b.i.b">I <i>b</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e961src" id="xd0e961">37</a></span> Zie <a href="#b.i.b">Bijlage I
+<i>b</i></a> en <a href="#b.i.d">I <i>d</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e974src" id="xd0e974">38</a></span> Zie <a href="#b.i.f">Bijlage I
+<i>f&ndash;h</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e985src" id="xd0e985">39</a></span> Zie <a href="#b.i.i">Bijlage I
+<i>i&ndash;j</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e996src" id="xd0e996">40</a></span> Dagr. Bat. 28 Nov. 1667:
+&ldquo;arriveeren hier van Japan de fluijtschepen Spreeuw ende Witte
+Leeuw&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1001src" id="xd0e1001">41</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage
+I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1009src" id="xd0e1009">42</a></span> &ldquo;Zijn wij den 28
+December Anno 1667 van Batavia &rsquo;t zeijl ghegaen, ende na weijnigh
+tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen&rdquo; (Journaal,
+Uitg.-Saagman).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1015src" id="xd0e1015">43</a></span> ... &ldquo;Sijn ons den
+18<sup>en</sup> Maij Godtloff wel en behouden toegecomen de schepen het
+Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den 13<sup>en</sup> en
+15<sup>en</sup> Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn,
+&rsquo;t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt,
+Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>, mitsgaders den 20 en 23
+daaraanvolgende de Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve
+maent, Godtloff oock behouden in &rsquo;t Vlie gearriveert de schepen
+de Wassende Maen, Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen
+zijn ons dan geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en
+31 December, alle des voorleden jaers 1667&rdquo; (Patr. Miss. 22 Aug.
+1668).</p>
+
+<p class="footnote">Mei 1668. &ldquo;Den 18 Meij arriveerden in Tessel
+3 Nederl. Retour-Schepen als &rsquo;t Wapen van Hoorn en Alphen voor de
+Kamer Amsterdam ende Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren
+den 6 October 1667 van Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer
+noch 8 Retour-Schepen van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen
+..., <i>Doe quam op Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van
+&rsquo;t Schip de Sparwer waren gebergt, en ettelijcke sich met een
+Bootje aen Japan hadden gesalveert</i>&rdquo; (Hollantse Mercurius XIX,
+1668, bl. 82&ndash;83). Dit <i>&ldquo;advijs&rdquo;</i> was al, met de
+Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1041src" id="xd0e1041">44</a></span> Monsterrol van &rsquo;t
+Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 (Brieven en papieren overgekomen
+voor de Kamer Amsterdam, 1660&ndash;1668. Kol. Arch. no. 1153).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1047src" id="xd0e1047">45</a></span> &ldquo;In dese landen daer
+en teghens arriveerden den 15, 16 en 20 Julij de navolgende
+retourschepen uijt Oost-Indi&euml;n: als de Hollantsche Thuijn,
+&rsquo;t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Tijger en
+Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge Prins en Amerongen
+den 23 December, en &rsquo;t Jacht <i>de Spreeuw</i> den 1 Januarij van
+Batavia af-geseijlt&rdquo;. (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, bl.
+113).&mdash;Den <i>19<sup>en</sup></i> Juli 1668 al berichtte de Kamer
+Amsterdam aan de Regeering te Batavia de behouden aankomst van de
+Hollantsche Tuijn, &rsquo;t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh,
+Outshoorn, de Vrijheijt, de Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>; den
+24<sup>en</sup> d.a.v. dat &ldquo;<i>Amerongen</i> op den <i>20</i>
+deses in Tessel wel gearriveert&rdquo; was. (Particuliere brieven van
+de Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1083src" id="xd0e1083">46</a></span> Zie <a href="#b.i.d">Bijlage
+I <i>d</i></a>. Dit Rapport was &ldquo;gedateert den lesten
+November&rdquo; [1666]. (Verbaal Commissarissen &rsquo;s Gravenhage van
+23 Maart 1668. Kol. Arch. no. 301).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1091src" id="xd0e1091">47</a></span> Artikelbrief van de
+Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische Compagnie, dd. 8 Maart 1658.
+(N.I. Plakaatboek II, bl. 265, 270). Art. 42: &ldquo;... sulcks dat een
+yeder &rsquo;t peryckel sijner Maent-gelden sal loopen op &rsquo;t
+Schip ende goederen daer hy op vaert, ende dienvolgende &rsquo;t selfde
+schip met alle syne ingeladen goederen (&rsquo;t welck Godt verhoede)
+<span class="pagenum">[<a id="pbxvn" href=
+"#pbxvn">XV</a>]</span>komende te verongelucken, oock alle syne
+Maentgelden ... verliesen&rdquo;. Art. 51: &ldquo;... Ende sullen de
+bedongen Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden
+vanden tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert
+sullen wesen&rdquo;.&mdash;Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653:
+&ldquo;Maentgelden. Van &rsquo;t volk van geblevene schepen te betalen
+tot den dag van &rsquo;t blijven, af 1/# part na gewoonte&rdquo;. Vgl.
+nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de
+Zijp).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1098src" id="xd0e1098">48</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage
+I <i>k</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1108src" id="xd0e1108">49</a></span> Zie <a href="#b.i.q">Bijlage
+I <i>q&ndash;r</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1120src" id="xd0e1120">50</a></span> Zie <a href="#b.i">Bijlage
+I</a> (bl. 78 en 82).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1126src" id="xd0e1126">51</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+Japanese government had always made use of Tsushima in its
+communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed
+almost exclusively of retainers of the feudal lord of this
+island&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 86</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1134src" id="xd0e1134">52</a></span> Zie <a href="#b.i.n">Bijlage
+I <i>n</i></a> (slot).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1144src" id="xd0e1144">53</a></span> &ldquo;De overgeblevenen
+zijn door toedoen van den Keizer van <i>Japan</i>, op verzoek van de
+Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand overgelevert,
+behoudens een, die aldaer wilde blijven&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr., I, bl. 53</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1159src" id="xd0e1159">54</a></span> Zie <a href="#b.ii.a">
+Bijlage II <i>a&ndash;d</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1167src" id="xd0e1167">55</a></span> <span class="bibl">Witsen,
+1<sup>e</sup> dr. II, bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 53</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1180src" id="xd0e1180">56</a></span> &ldquo;Het jacht Pouleron
+bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer afgeraect zijnde heeft den
+26 en 27 Julij op de noorderbreedte van omtrent 30 graeden bij de
+modderbancq een soo vervaerlijcke storm beloopen dat alle zijn ronthout
+except de bezaensmast heeft verlooren, de boechspriet eerst door den
+wint achterover int schip gesmeeten zijnde is de fockemast gevolcht en
+daegs daeraen oock de groote mast door het vreeselijck slingeren; aen
+het Queelp<sup>t</sup>. hebben haer stompen gerecht en zijn zoo,
+tusschen d&rsquo; Eijlanden van Gotto door, den 13<sup>en</sup>
+Aug<sup>o</sup>. goddanck hier binnen gecomen&rdquo;......
+&ldquo;Pouleron dat aent Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door
+de Eijlanden van Gotto is geboucheert&rdquo;. (Missive Nagasaki naar
+Batavia 19 Oct. 1670).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;d&rsquo; eerste joncke van Batavia dit henen
+gezeijlt, werden wij bericht dat op Corree is verongeluct en daer van
+omtrent 40 Chineesen in Gotto zijn aengecomen en dat d&rsquo; andere in
+Corree werden aengehouden&rdquo; (a. v.).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de
+joncke van Batavia vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich
+volck daer van op Gotto waren aengelant; zedert zijn d&rsquo; andere
+Chineesen met een opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen
+gekomen met noch soodanige geborgene coopmanschappen als bij &rsquo;t
+joncke boekje blijckt geschat op T<sup>s</sup> 13000 vercoops. Men
+secht ons dat dit volck is geweest aen een lant van Corre oft eijland
+dat onder Japans gebiet staet. T&rsquo; is apparent datse hier weder
+sullen equiperen en na Batavia comen&rdquo; (Missive Nagasaki naar
+Batavia primo Nov. 1670).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1203src" id="xd0e1203">57</a></span> Zie <a href="#b.ii.a">
+Bijlage II <i>a</i></a> (slot).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1211src" id="xd0e1211">58</a></span> Zie <a href="#b.ii.c">
+Bijlage II <i>c&ndash;d</i></a>, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1222src" id="xd0e1222">59</a></span> Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8
+April: &ldquo;komt de fluijt Nieuwpoort van Coromandel&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1228src" id="xd0e1228">60</a></span> Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30
+November: &ldquo;Des avonds comt de fluijt Buijenskercke van
+Japan&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1233src" id="xd0e1233">61</a></span> Zie <a href="#b.ii.i">
+Bijlage II <i>i</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1241src" id="xd0e1241">62</a></span> <span lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile (bl. 176): &ldquo;The
+fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was never known.
+Perhaps it never will be <span class="pagenum">[<a id="pbxviiin" href=
+"#pbxviiin">XVIII</a>]</span>learned, as it is not likely that the
+Coreans would take any pains to mark the site of their
+graves&rdquo;.</span>&mdash;Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne
+bevrijding en terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven
+Beschrijvinge van de Oost-Indische Compagnie: &ldquo;Agt Nederlanders
+met een kleijn vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen
+en door den Heer van &rsquo;t Land tot Nangasacki opgesonden zijnde,
+waren in &rsquo;t jaar 1653 op het Quelpaarts eijland met &rsquo;t jagt
+de Sperwer verongelukt en waar van haar 36 menschen sterk aan Corea
+hadden gesalveert. Volgens haar voorgeven zijnse van die van Corea seer
+armelijck getracteert, dan na &rsquo;t een dan weder na &rsquo;t ander
+eijland vervoert, Invoegen dat in 13 jaren dat aldaer gesworven hadden,
+20 van deselve sijn gestorven en van waar de voorsz. agt met een kleijn
+vissers schuijtje sijn gevlugt en de andere agt daer nog verbleven.....
+De voorsz. agt Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan
+seer naeuw op alles waren ondervraegt, en &rsquo;t selve pertinent was
+aangeteijckent en na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie
+hadden verkregen, sijn van daer mede na Batavia vertrocken&rdquo;. Over
+de &ldquo;daer nog verbleven&rdquo; schipbreukelingen, spreekt Van Dam
+verder niet.&mdash;Vgl.: K. G&uuml;tzlaff, Reizen langs de kusten van
+China, enz., bl. 250: &ldquo;Meer dan twee eeuwen geleden strandde aan
+deze kust een Hollandsch schip; de manschap werd verscheidene jaren
+gevangen gehouden, tot er &eacute;&eacute;n ontsnapte en te Amsterdam
+zijne lotgevallen bekend maakte&rdquo;.&mdash;<span lang="en">&ldquo;To
+those who hail from Great Britain it is of special interest to know
+that one of the unfortunate mariners who did <i>not</i> succeed in
+making his escape was &ldquo;Alexander Bosquet, a Scotchman&rdquo;. One
+wonders if his tomb or those of any of his mates will ever come to
+light, as that of Will Adams did in Japan&rdquo;.</span> (<span class=
+"bibl">Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel&rsquo;s
+Journaal in <span lang="en">Transactions Corea Branch</span> R. A. S.
+IX, 1918, bl. 94&ndash;95</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1263src" id="xd0e1263">63</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+only relics of these unfortunate captives so far discovered have been
+two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives knew nothing of
+their origin, beyond a vague belief that they were of foreign
+manufacture. The figures on them, however, told their own tale of Dutch
+farm-life, and the worn rings of the handles bore marks of the constant
+usage of years. We may well fancy them to be the last of the household
+gods of the shipwrecked Wetteree, who, like Will Adams of Japanese
+history, lived and died a captive exile though the honoured guest and
+adviser of the king and government. The presence of these captive
+Dutchmen in Corea may perhaps explain what must always seem an anomaly
+among Asiatic races, namely blue eyes and fair hair. These
+peculiarities have been frequently observed by travellers in various
+parts of the peninsula, exciting comment and conjecture without,
+hitherto, any definite explanation&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">J. Scott, Stray notes on Corean history etc., Journal China
+Branch R.A.S., New Ser. XXVIII, 1893&ndash;94, bl. 215</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1273src" id="xd0e1273">64</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Durant mon s&eacute;jour a Tchae-Tchiou [28 Sept.&ndash;3 Oct.
+1888] je demandai fr&eacute;quemment des renseignements sur Hamel. Mais
+tout souvenir de sa visite s&rsquo;est &eacute;vanoui avec la
+g&eacute;n&eacute;ration qui l&rsquo;a vu&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="fr">Chaill&eacute;-Long-Bey, La Cor&eacute;e ou Tchosen,
+bl. 46</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1281src" id="xd0e1281">65</a></span> Zie <span class="bibl">Dr.
+H.P.N. Muller, Azi&euml; gespiegeld, I, bl. 371</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1293src" id="xd0e1293">66</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage
+I <i>k</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1307src" id="xd0e1307">67</a></span> Dagr. Bat. 1667, 11
+December: &ldquo;Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder op het jagt de
+Sperwer, den 16<sup>en</sup> Augustus 1653 aan een der Corese eylanden,
+by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde den
+28<sup>en</sup> November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van
+gemelte jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft
+nu aen haer Ed<sup>e</sup> overgelevert een daghregister <i>van het
+gepasseerde sedert dien tyt tot haere aencomste alhier</i>, behelsende
+een verhael van &rsquo;t verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders
+wat ellende en miserie sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat
+wyse zy eyndelyck uyt haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte
+beschryvinge van het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders,
+haere justitie, politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie,
+<i>leggende het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van
+Japan ontfangen</i>&rdquo;.&mdash;Aan het slot van een uitg.-Saagman
+van Hamel&rsquo;s Journaal wordt gezegd: &ldquo;Na eenige dagen
+vertrocken wij met een Schip dat daer in Ladinge lagh, na Batavia, daer
+wy den 20<sup>e</sup> November wel aen quamen, en by den Generael
+ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: <i>wy hebben hem
+oock een Journael behandight</i>, en hy ons voorts wel onthaelt
+hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het <span class="pagenum">[<a
+id="pbxxn" href="#pbxxn">XX</a>]</span>Vaderlandt te vertrecken&rdquo;,
+enz.&mdash;Hamel had&mdash;gelijk wij aannemen&mdash;ons handschrift
+aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in de
+gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen en
+over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl.
+XXV&ndash;XXVI.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1341src" id="xd0e1341">68</a></span> Vgl. de Haan, Priangan II,
+bl. 38 (26).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1349src" id="xd0e1349">69</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage
+I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1357src" id="xd0e1357">70</a></span> Zie de <a href="#bibl">
+Bibliographie</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1365src" id="xd0e1365">71</a></span> A. Montanus, Gedenkwaerdige
+Gesantschappen enz.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1370src" id="xd0e1370">72</a></span> Bl. 429&ndash;436.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1375src" id="xd0e1375">73</a></span> Noord en Oost Tartarye
+(&rsquo;t Amsterdam 1692). Zie <span class="bibl">Tiele, Nederlandsche
+Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269</span>. Het exemplaar
+uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij kunnen
+raadplegen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1383src" id="xd0e1383">74</a></span> Noord en Oost Tartarye
+(&rsquo;t Amsterdam 1705). Zie <span class="bibl">Tiele, a.v. bl.
+269</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1389src" id="xd0e1389">75</a></span> Dl. I, bl. 148.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1399src" id="xd0e1399">76</a></span> &ldquo;....de Nederlanders
+die op Korea gevangen zijn geweest, verhaelen, dat zy eerst aen
+Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen op drie en dertig graden, en
+dertig minuten Noorder breette, van de vaste Koreaensche Kust, omtrent
+veertien myl, genaemt by de Inwoonders Schesure of Moese&rdquo; (dl. I,
+bl. 150 noot).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1405src" id="xd0e1405">77</a></span> Onder dezen naam is de
+hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens vermeld gevonden. Misschien is
+Moggan de transcriptie van eene Koreaansche uitdrukking voor de
+residentieplaats van een Mok-s&aring; of Gouverneur.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1408src" id="xd0e1408">78</a></span> Zie <a href="#pb11">
+Journaal, bl. 11</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1414src" id="xd0e1414">79</a></span> Uitg.-Saagman:
+&ldquo;Moggaen, zijnde de residentieplaets van de Gouverneur van
+&rsquo;t Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,&rdquo;. Daarentegen in de
+uitg.-Stichter en Van Velsen,.....&ldquo;bij haer genaemt
+Moese&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1417src" id="xd0e1417">80</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Mok-sa. Mandarin de 1<sup>er</sup> ordre dans les villes
+o&ugrave; il y a des satellites pour arr&ecirc;ter les voleurs (le 2e
+dans l&rsquo;ordre civil, le 1<sup>er</sup> au-dessous du
+gouverneur)&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict.
+Cor.-Fran&ccedil;., bl. 244</span>). Moese is de Chineesche uitspraak
+van Moksa.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1433src" id="xd0e1433">81</a></span> <span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr., bl. 59</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1445src" id="xd0e1445">82</a></span> Uitg.-Stichter, Rotterdam,
+1668.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1448src" id="xd0e1448">83</a></span> Uitg.-van Velsen, Amsterdam,
+1668.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1451src" id="xd0e1451">84</a></span> Uitg.-Saagman,
+&ldquo;&rsquo;t Oprechte Journaal&rdquo;, Amsterdam, bl.
+30&ndash;31.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1454src" id="xd0e1454">85</a></span> Zie de <a href="#bibl">
+Bibliographie</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1462src" id="xd0e1462">86</a></span> De tekst van de in
+Churchill&rsquo;s Collection of Voyages and Travels, Vol IV (1732)
+opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt in <span class="bibl" lang=
+"en">Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9
+(1918)</span> alleen met een &ldquo;Foreword&rdquo; van den President
+Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, die over Hamel&rsquo;s Journaal
+zeer gunstig oordeelt maar de opmerking maakt: <span lang="en">
+&ldquo;there are points, like his circumstantial account of the
+man-eating &ldquo;crocodils&rdquo; to be found in Chosen, which sound
+rather like a &ldquo;traveller&rsquo;s tale&rdquo;, though it is
+possible that such animals may have existed two hundred and fifty years
+ago and yet be extinct now&rdquo;.</span> Hamel gaat echter vrij uit;
+over krokodillen komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over
+olifanten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1471src" id="xd0e1471">87</a></span> O.a. <span class="bibl"
+lang="en">Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: The
+Dutchmen in exile;</span> en Idem, <span class="bibl" lang="en">Corea,
+without and within (1885)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1485src" id="xd0e1485">88</a></span> Mededeeling van den
+Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de Haan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1507src" id="xd0e1507">89</a></span> Zoo diende de oud-Gouverneur
+Generaal Hendrik Zwaardecroon een verzoekschrift in aan de Indische
+Regeering, zonder dit te teekenen. (Zie <span class="bibl">Indische
+Gids, 1917, II, bl. 1539</span>). Ook de rekesten vermeld in Bijdragen
+tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel 73, bl. 401, waren
+ongeteekend.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1523src" id="xd0e1523">90</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage
+I<i>a</i></a> (bl. 78).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1533src" id="xd0e1533">91</a></span> Zie <a href="#ms1">facsimile
+tegenover den titel</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1556src" id="xd0e1556">92</a></span> Zie <a href="#ms2">
+facsimile</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1568src" id="xd0e1568">93</a></span> <span lang="fr">&ldquo;Les
+meurtres &amp; autres exc&egrave;s sont bien plus rares dans ce
+r&eacute;cit que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu
+beaucoup moins populaire&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"fr">Tiele, M&eacute;moire bibliogr., bl. 275</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1583src" id="xd0e1583">94</a></span> Zie <a href="#pb13">bl.
+13</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1589src" id="xd0e1589">95</a></span> Zie <a href="#b.iii.b">
+Bijlage III<sub>B</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1597src" id="xd0e1597">96</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage
+I<sub>A</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1607src" id="xd0e1607">97</a></span> <span lang="fr">&ldquo;Le
+r&eacute;cit de leurs aventures quoique tr&egrave;s simple et nullement
+scientifique, ne manque pas d&rsquo;int&eacute;r&ecirc;t&rdquo;.</span>
+(<span class="bibl" lang="fr">M&eacute;moire bibliogr., bl.
+274</span>). Vgl.: <span lang="en">&ldquo;Hamel, the supercargo of the
+ship, wrote a book on his return, recounting his adventures in a simple
+and straightforward style&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 176</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1623src" id="xd0e1623">98</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;When this account was printed in Holland, the eight men
+mention&rsquo;d at the end of this Journal, were all in Holland, and
+examin&rsquo;d by several persons of reputation, concerning the
+particulars here deliver&rsquo;d, and they all agreed in them; which
+seems to render the relation sufficiently authentick... There&rsquo;s
+nothing in it that carries the face of a fable, invented by a traveller
+to impose upon the believing world&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">Churchill&rsquo;s Collection of Voyages IV (1732), Preface
+bl. 574</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1631src" id="xd0e1631">99</a></span> &ldquo;Kinderen en wijven,
+die eenige daer getrouwt hadden, verlieten ze&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, i<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr., I, bl.
+53</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1643src" id="xd0e1643">100</a></span> Zie <a href="#b.i.o">
+Bijlage I<i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1651src" id="xd0e1651">101</a></span> <span class="bibl">Witsen,
+1<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. 1, bl. 53</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1666src" id="xd0e1666">102</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Thirteen years residence in Corea, was time enough to have given
+a much more perfect description, and many men in that time would have
+made it more ample and satisfactory; but the author gave what he had,
+and I suppose his memoirs were small and ill digested, having leisure
+enough, but perhaps little inclination, to write in that miserable
+life, as not knowing whether ever he should obtain his liberty, to
+present the World with what he writ&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">Churchill&rsquo;s Collection IV, Preface, bl.
+574</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1676src" id="xd0e1676">103</a></span> &ldquo;Le
+S&eacute;cr&eacute;taire du Vaisseau qui a fait ce Journal,
+n&rsquo;avance rien dans la Description de l&rsquo;estat pr&eacute;sent
+du Royaume de Cor&eacute;e qui ne s&rsquo;accorde avec ce qu&rsquo; en
+a &eacute;crit Palafox et ceux qui ont traitt&eacute; de l&rsquo;
+invasion des Tartares&rdquo; (Relation du Naufrage d&rsquo;un vaisseau
+holandois sur la Coste de l&rsquo; Isle de Quelpaerts etc.
+Avertissement au Lecteur).&mdash;<span lang="en">&ldquo;The book, which
+contains... a racy description of the country and people, deserves
+careful study. It throws some interesting sidelights on the history of
+the &ldquo;Coresians&rdquo; two and a half centuries ago, then as
+always between the upper and nether mill-stones of the
+&ldquo;Japoneses&rdquo; and the &ldquo;Chineses&rdquo; to north and
+south of them&rdquo;</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N.
+Trollope bij de uitgave van Hamel&rsquo;s Journaal in <span lang="en">
+Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl.
+93&ndash;94</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1688src" id="xd0e1688">104</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+French translater indulges in skepticism concerning Hamel&rsquo;s
+narrative, questioning especially his geographical statements. Before a
+map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be
+seen that Hamel&rsquo;s story is a piece of downright unembroidered
+truth. It is indeed to be regretted that this actual observer of <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxxin" href="#pbxxxin">XXXI</a>]</span>Corean
+life, people, and customs gave us so little information concerning
+them&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905,
+bl. 176</span>).&mdash;<span lang="de">&ldquo;Mit H&uuml;lfe unserer
+japanischen Karte von <i>Korai</i> (Atlas No. 6) konnten wir die
+Reiseroute, der Hamel gefolgt is, nachweisen und die meisten
+verst&uuml;mmelten Ortsnamen, deren er in seinem Tagebuche
+erw&auml;hnt, entziffern&rdquo;</span> (v. <span class="bibl" lang=
+"de">Siebold, Geschichte Entd. Japan, bl. 37</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1711src" id="xd0e1711">105</a></span> <span lang="en">&ldquo;Like
+the Japanese, and all the nations of eastern Asia, the Coreans have
+always bowed down before the greatly superior mental power of the
+Chinese; and have borrowed from them some of their customs, more of
+their words, and, perhaps, all the principal books in use between the
+Yaloo and the western shores of the Pacific&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">Ross, History of Corea, bl. 300</span>).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;Whatever note-worthy knowledge the Japanese and other
+nations possess, <i>they</i> obtained from China, while <i>she</i> has
+always been self-contained&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Ross, the Manchus (1891) bl. XV</span>). Vgl. <span class="bibl"
+lang="en">J. S. Gale, The influence of China upon Korea (Transactions
+Korea Branch R. A. S. I, bl. 1&ndash;24)</span> en <span class="bibl"
+lang="en">H. B. Hulbert, Korean Survivals (Id. bl.
+25&ndash;50)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1741src" id="xd0e1741">106</a></span> <span lang="en">&ldquo;It
+was not until the seventeenth century that Europeans came in contact
+with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked on the
+coast and held captive for years. The narrative of the Dutch supercargo
+Hamel, written towards the close of the seventeenth century, gives a
+graphic account of Corean manners and customs, and, as read at the
+present time, conveys an exact picture of the people and country. Place
+after place which he mentions in their captive wanderings have been
+identified, and every scene and every feature can be recognised as if
+it were a tale told of to-day. So strong is native conservatism both in
+language and habits that Hamel&rsquo;s description of two hundred years
+ago reproduces every feature of present Corean life&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Scott, Stray notes on Corean History
+etc., Journal China Branch R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893&ndash;94, bl.
+215</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Hendrik Hamel was plainly a
+shrewd observer, and much of his description of the country and the
+people and their customs tallies well with our own experience of the
+last thirty years, though one would not care to subscribe to every one
+of his statements&rdquo;.</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N.
+Trollope bij de uitg. van Hamel&rsquo;s Journaal in <span lang="en">
+Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl. 94</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1760src" id="xd0e1760">107</a></span> <span lang="fr">&ldquo;....
+c&rsquo;est le seul ancien ouvrage connu qui donne de premi&egrave;re
+source des d&eacute;tails importants concernant la Cor&eacute;e &amp;
+ses habitants&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Tiele,
+M&eacute;moire bibliogr., bl. 275</span>).&mdash;<span lang=
+"de">&ldquo;Das Schicksal des H. Hamel van Gorcum ... ist lehrreich als
+ein Blick in das innere Leben des Koreischen Staates und Volkes, und
+seine Notizen &uuml;ber dasselbe sind mit Unrecht bisher unbeachtet
+geblieben, da sie, bei Koreas stationairem Zustande, auch heute noch
+nicht veraltet sind, und gleiche Autorit&auml;t wie jene oben
+angef&uuml;hrten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben des
+redlichen Holl&auml;nders best&auml;tigt oder selbst im wesentlichen
+noch vervollst&auml;ndigt werden&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, 1834, bl.
+637&ndash;638</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1774src" id="xd0e1774">108</a></span> <span class="bibl" lang=
+"en">Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]</span>; en <span class=
+"bibl" lang="fr">Ch. Dallet, Histoire de l&rsquo; Eglise de
+Cor&eacute;e, 1874</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1782src" id="xd0e1782">109</a></span> <span lang="fr">&ldquo;On
+n&rsquo;a jamais pr&ecirc;ch&eacute; la religion chr&eacute;tienne dans
+la Cor&eacute;e, quoique quelques Cor&eacute;ens ayent
+&eacute;t&eacute; baptisez en diff&eacute;rens tems &agrave;
+Peking&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Observations
+g&eacute;ographiques sur le royaume de Cor&eacute;e, tir&eacute;es des
+M&eacute;moires du P&egrave;re Regis, in Du Halde, Description, etc. IV
+<span class="pagenum">[<a id="pbxxxiiin" href=
+"#pbxxxiiin">XXXIII</a>]</span>(1736) bl. 532</span>).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;The first attempt of a foreign missionary to enter the
+hermit kingdom from the west was made in February 1791&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+353</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1800src" id="xd0e1800">110</a></span> <span lang="fr">&ldquo;....
+les missionnaires sont les seuls Europ&eacute;ens qui aient jamais
+s&eacute;journ&eacute; dans le pays, qui en aient parl&eacute; la
+langue, qui aient pu, en vivant de longues ann&eacute;es avec les
+indig&egrave;nes, connaitre s&eacute;rieusement leurs lois, leur
+caract&egrave;re, leurs pr&eacute;jug&eacute;s et leurs
+habitudes&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dallet, Histoire,
+etc. I, bl. IX</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1813src" id="xd0e1813">111</a></span> <span lang="en">&ldquo;In
+1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor of all
+China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with letters
+of congratulation to the new emperor, to his new capital of Nanking,
+and the pleased emperor formally acknowledged him king of
+Corea&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History of
+Corea, bl. 268</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1824src" id="xd0e1824">112</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun
+Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance,
+she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in the
+port of Fusan, which has always remained, under the da&iuml;mi&ouml;s
+of Tsushima, as a port of commercial intercommunication&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Parker, China Past and Present, bl.
+340</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1834src" id="xd0e1834">113</a></span> &ldquo;Corea heeft sich de
+Tartar onderworpen&rdquo; (Gen. Miss. 21 Jan. 1622). Zie ook: <span
+class="bibl" lang="en">Parker, The Manchu relations with Corea
+(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1840src" id="xd0e1840">114</a></span> <span class="bibl" lang=
+"en">Ross, History of Corea, bl. 276&ndash;286</span>.&mdash;<span
+class="bibl" lang="fr">C. I. Huart, M&eacute;moire sur la guerre des
+Chinois contre les Cor&eacute;ens de 1618 &agrave; 1637 (Journal
+Asiatique, 7e S&eacute;rie, XIV, 1879, bl. <span class="pagenum">[<a
+id="pbxxxivn" href="#pbxxxivn">XXXIV</a>]</span>308 e.
+v.</span>).&mdash;<span class="bibl" lang="en">W. R. Carles, A Corean
+monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII,
+1888, bl. 1)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1855src" id="xd0e1855">115</a></span> <span lang="en">&ldquo;Ever
+since the Manchus established themselves in China, Corea has paid
+regular tribute to Peking, and been a most faithful vassal.There was,
+until fifteen years ago (1883), absolutely no interference on the part
+of China in her internal administration: all she had to do was to send
+as tribute a few local articles of nominal value at fixed periods, for
+which she received a liberal return; and to apply for recognition when
+a demise of the Royal crown took place and a successor
+inherited&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, China
+Past and Present, bl. 340</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1865src" id="xd0e1865">116</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Sh&#333;g&#363;n is simply the Chinese <i>tsiang-k&uuml;n</i> or
+generalissimo, being the word &ldquo;Imperator&rdquo; in its original
+military significance&rdquo;</span> (Parker, <span lang="en">China,
+1917, Glossary</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1876src" id="xd0e1876">117</a></span> <span class="bibl" lang=
+"en">Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255,
+301, 304, 311, 312, 313</span>; en <span class="bibl" lang="en">C. J.
+Purnell, The Log-Book of William Adams 1614&ndash;19 (Transactions of
+the Japan Soc. of London, XIII, 1916, bl. 178</span>.&mdash;Het eerste
+Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, het tweede in 1617.
+<span lang="en">&ldquo;From this time down to the year 1763 Korea sent
+ambassadors to Japan <i>on the occasion of the appointment of a new
+Shogun</i>. Altogether such missions arrived in Japan eleven
+times&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">I. Yamagata,
+Japanese-Korean relations after the Japanese invasion of Korea in the
+XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, 2 (1913) bl.
+8</span>).&mdash;Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de
+eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit deze
+aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: &ldquo;Gemelte Heere [van
+Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na voorgeven
+noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware den
+ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke
+Maij<sup>t</sup> [d.w. den Sjogoen] <i>over de geboorte van den jongen
+Prince geluck te wenschen</i>, door of bij de uijterste palen langs van
+zijn Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte
+Heere ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten
+maecken.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1899src" id="xd0e1899">118</a></span> &ldquo;De Coreese Ambassade
+is in April weeder ghekeert naer Coree met treffelijcke presenten, in
+gaen en commen overall vrij gehouden; haer versouck is geweest
+assistentie tegens de Chijneesen die sij claechden haer veel overlast
+te doen; het scheen haer goede hoope tot assistentie is ghegeven
+geweest. Men liet een groot gerucht van preparatie tot oorlooghe loopen
+dan is corts naer haer vertreck als roock verdweenen; &rsquo;t schijnt
+dese Kaijser meer genegen is sijn landtsheeren met bouwen van Casteelen
+arm te houden dan die door vreemde oorloghe rijck te maecken&rdquo;
+(Opperhoofd Firando naar Batavia dd. 17 Nov. 1625.&mdash;Zie ook Dagr.
+Japan 24 Maart 1637, <a href="#b.iv">Bijlage IV</a>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1905src" id="xd0e1905">119</a></span> &ldquo;In het volgende jaar
+1655, is in Japan niets bijzonders voorgevallen, alleenlijk <span
+class="pagenum">[<a id="pbxxxvn" href="#pbxxxvn">XXXV</a>]</span>sijn
+daer uijt Corea drie ambassedeurs van &rsquo;t Hoff geweest met een
+gevolgh van drie hondert personen om d&rsquo; Hommagie te doen; sijnde
+die van Corea gewoon dat om de drie jaren te laten geschieden&rdquo;
+(Mr. P. van Dam&rsquo;s Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, caput 21,
+f<sup>o</sup> 289).&mdash;<span lang="en">&ldquo;In 1710 a special
+gateway was erected in the castle at Yedo to impress the embassy from
+Seoul, who were to arrive next year, with the serene glory of the
+sho-gun Iy&eacute;nobu ... The intolerable expense at last compelled
+the Yedo rulers to dispense with such costly vassalage, and to spoil
+what was, to their guests, a pleasant game. Ordering them to come only
+as far as Tsushima, they were entertained by the So family of
+daimi&#333;s&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, bl. 151</span>). Vgl. <span class="bibl" lang="en">Chinese
+Repository X, 1841, bl. 163 (noot)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1928src" id="xd0e1928">120</a></span> &ldquo;...het ophouden der
+joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van Tsussima (met licentie ofte
+passen des Keijsers de negotie op Corea ende dat onder seecker getal
+van joncquen exerceerende) nu al eenige jaeren herwaerts onderstaen
+heeft de voorn. passen, soo die van den Keijser aen de Coreesen als die
+vande Grooten in Corea aenden Keijser, op te houden ende naer sijns
+welgevallen ende meesten profijt andere in plaetse doen
+schrijven&rdquo; (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 April
+1635).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1939src" id="xd0e1939">121</a></span> &ldquo;Onsen handel is daer
+noch jonck ten aensien van de Portugesen, Japan van over de 100 jaeren
+gefrequenteerdt hebbende&rdquo; (Patr. Miss. 31 Aug. 1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1942src" id="xd0e1942">122</a></span> &ldquo;Van desen hoeck af
+voortaen, soo streckt de Custe weder nae het noorden toe, wijckende
+daer nae innewaerts noordwestwaert aen, aen welcke Custe comen die van
+Japon, traffijckeren met het Volck van die contreye, diemen noemt
+Cooray, ende men heeft daer Havens ende beschutsels, hebben een tuych
+van smalle ende ondichte stucken gheweeft werck, &rsquo;t welcke die
+Japonen aldaer comen verhandelen, waer van ic goede, breede, ende
+waerachtighe informatie hebbe, als oock vande Navigatie naer dit Landt
+toe, vande Pilooten die &rsquo;t aldaer ondersocht ende bevaren hebben,
+als volght.</p>
+
+<p class="footnote">Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20.
+mijlen zuydtoostwaert aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het
+eynde, vande welcke, te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende
+hooch Eylandt van veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te
+peerde.</p>
+
+<p class="footnote">Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As
+Ylhas de Core, ofte d&rsquo; Eylanden van Core: maer het voorschreven
+groot Eylandt is ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het
+noordtwesten eenen cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont
+ligghen, t&rsquo; welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten,
+alhier houdt de Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af,
+25. mijlen zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van
+d&rsquo;Eylanden van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van
+Nancquin af, oost ten noorden t&rsquo; Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs
+ofte weynich meer&rdquo; (<span class="bibl">Jan Huyghen van
+Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der Portugaloysers in
+Orienten enz. [1595], bl. 70</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1955src" id="xd0e1955">123</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Hirado. In W. Japan, <i>H</i> before <i>i</i> is pronounced <i>
+F</i>, and <i>n</i> is inserted before <i>d</i>.&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900,
+bl. 78, noot 4</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1978src" id="xd0e1978">124</a></span> <span class="bibl">De
+Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, bl.
+300</span>; en <span class="bibl">Van Dijk, Iets over onze vroegste
+betrekkingen met Japan, 1858, bl. 29</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e1988src" id="xd0e1988">125</a></span> Peper.&mdash;&ldquo;...bij
+de Chineezen in Nangasaq ende die van <i>Corea</i> niet werdende
+getrocken&rdquo; Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker aan
+den Gouverneur van Formosa, Putmans).&mdash;Vergelijk echter de
+volgende berichten: <span lang="en-1600">&ldquo;At our returne to the
+English house</span> [te Firando], <span lang="en-1600">I found three
+or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and came
+from a place called Cushma</span> [Tsushima], <span lang="en-1600">
+within sight of Corea. I vnderstand they sold <i>Pepper</i> and other
+Commodities there, and I thinke haue some secret trade into <i>
+Corea</i>, or else are very likely to haue&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl.
+170</span>).&mdash;&ldquo;<i>Peper</i> werd daer [Japan] vercocht tegen
+15 ende 16 taijl t&rsquo; picol; dese werdt ten deele in Japan
+gesleten, pertije naer <i>Corea</i> vervoert&rdquo; (Gen. Miss. 3 Febr.
+1626).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2018src" id="xd0e2018">126</a></span> &ldquo;Langasacki 3
+November 1610. Thin is op Corea seer getrocken waeromme hijer veel
+vertijert wert, ick hebbe versocht off het mogelijck sijn soude wij
+eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt Jappan mochten doen; tot
+dijen fijne ick in Martij passado eenen Assistent met 20 picol peper
+naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent 30 mijlen van hijer gesonden
+hebbe dije met dije van Corea, dat noch 25 mijlen van daer is,
+handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a 4 maelen &rsquo;s jaers
+derrewaerts maecken, doch is d&rsquo; voirsz. door de strenge wetten
+des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouv<sup>r</sup>. vant&rsquo;
+voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck
+sijn soude, dan sullen &rsquo;t voirsz. noch nijet achterwege laten
+vorder te versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in
+sijdewerck, leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht
+wort&rdquo; (Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van
+Specx. Ook in vertaling in <span class="bibl" lang="de">Nachod, Die
+Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2027src" id="xd0e2027">127</a></span> &ldquo;Voorts alzoo mijne
+onderdanen genegen zijn, om alle landen en plaatsen met handeling in
+vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo verzoeke ook aan Uwe Keiz.
+Majesteit, dat dezelve den handel op Corea door Uwer Majesteits faveur
+en behulp mogen genieten, om alzoo met gelegener tijd de noordcust van
+Japan mede te mogen bevaren, daaraan mij zonderlinge vriendschap
+geschieden zal&rdquo; (18 Dec. 1610). (<span class="bibl">Van Dijk,
+Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2033src" id="xd0e2033">128</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea,
+per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of Corea
+and is frend to the Emperor of Japan&rdquo;</span> (30 Nov. 1613).
+(<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks (Correspondence)
+II, bl. 258</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2043src" id="xd0e2043">129</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme
+in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge
+incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater
+request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and from
+Tushina much less&rdquo;</span> (17 Oct. 1614). (<span class="bibl"
+lang="en">The voyage of Captain John Saris to Japan, bl.
+210</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;We cannot per any meanes get
+trade as yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any
+other privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and
+in paine of death not to goe without the walles thereof to the
+landward&rdquo;</span> (25 Nov. 1614). (<span class="bibl" lang=
+"en">Diary of Richard Cocks II, bl. 270</span>).&mdash;<span lang=
+"en">&ldquo;Sayer is out of hope of any good to be done there [Tushma]
+or at Corea&rdquo;</span> (Firando 9 March 1614). (<span class="bibl"
+lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl.
+130</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Ambassadors from the King of
+Corea to the Emperor of Japan were attended by about 500 men and were
+royally entertained, by the Emperor&rsquo;s command, by all the Tonos
+or Kings of Japan through whose territories they passed, and at the
+public charge... Endeavoured to gain speech with the Ambassadors, but
+was unsuccessful, the King of Tushma (Tushima) the cause, he fearing
+that the English might procure trade if Cocks got acquainted with the
+ambassadors&rdquo;</span> (Firando 15 Febr. 1618 (<span class="bibl"
+lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl.
+222</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2071src" id="xd0e2071">130</a></span> Zie Missiven Commandeur
+Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, 20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623,
+zoomede de Missive der Regeering te Batavia aan Reijersen van 2 April
+1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 en 20 Juni 1623.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2074src" id="xd0e2074">131</a></span> &ldquo;Camps aviseert ons
+dat den Hondt, keerende van de bocht van Spirito Sancto na Japan, op
+Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken die de Coreers aldaer
+gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust houden, bespronghen ende
+furieuselijck met bassen, roers, boogen ende ontallijcke hasegaijen
+bevochten is geweest, doch sonder schade, na dat mannelijck tegen de
+Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit schrijven UE. op dat
+verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, welcke die wegh
+uijtgesonden <span class="pagenum">[<a id="pbxxxixn" href=
+"#pbxxxixn">XXXIX</a>]</span>werden, te waerschouwen ende te belasten
+wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off
+diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen&rdquo;. (Missive Reg.
+Batavia aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus
+Sonck 11 Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps
+is in het Kol. Arch. niet aangetroffen).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2081src" id="xd0e2081">132</a></span> Zie bl. XLII, noot 3,
+slot.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2087src" id="xd0e2087">133</a></span> &ldquo;Wij verstaen uijt
+UE. brieven hoe den gesandt van Corea door Firando met een gevolch van
+500 dienaeren naer Jedo om de reverentie voor den Keijser te doen
+gepasseert was. Wij hadden wel gewenst ons daermede aengeschreven
+wierden wat haer verricht is ofte versouck sij. Item met wat presenten
+voor de Maijesteijt verschijnen; voorvallende occasie souden wel
+begeerich wesen door UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht
+wierden, met wien correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock
+vreemdelingen admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer
+oock gout ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier
+verstaen deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen,
+welcker seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult....
+nevens een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten
+van bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert
+wert&rdquo; (Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2090src" id="xd0e2090">134</a></span> &ldquo;...Belangende de
+gelegentheijt van &rsquo;t lant van Corea hebben voor tegenwoordich
+niet anders connen vernemen als UEd<sup>t</sup>. uijt de nevensgaende
+notitie ofte aenteeckeninge sult gelieven te beoogen ...&rdquo; (Zie <a
+href="#b.iv">Bijl. IV</a>) (Missive Firando naar Batavia, 20 Nov.
+1637).&mdash;&ldquo;Verstonden mede uijttenmonde van voorn. Daniel
+[Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was achtergebleven]....
+dat 4<sup>en</sup> Januarie passado de Coreesche gesanten sijnde twee
+principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de Keijserlijcke stadt
+Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden treffelijcke Japanschen
+adel, waren gearriveert, ende in naervolgende ordre naer haer logiement
+gereden: Eerstelijck enz.&rdquo; (zie <a href="#b.iv">Bijl. IV</a> en
+<span class="bibl">Witsen 2 dr., I, 48</span>). (Dagr. Japan, 5 Febr.
+1637).&mdash;&ldquo;In wat voegen de Gesanten van Corea in Jappan
+aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, wat schenckagie den Majt.
+gepresenteert ende eijntlijck haer demissie becomen hebben, wert largo
+int daghregister geinsereert waervan ons gedient ende <i>gesien hebben
+dat voorde Compe. in dat landt, zooveel als noch geopenbaert wert, niet
+te bejaegen is</i>&rdquo; (Missive Batavia naar Firando, 26 Juni
+1638).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2113src" id="xd0e2113">135</a></span> &ldquo;Een weynigh boven
+Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre van de Custe van China, leyt
+een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula de Core, <i>van welcke tot
+noch toe gheen seker bescheydt en is van de groote, tvolck, noch wat
+waren daer vallen</i>&rdquo; (<span class="bibl">J. H. van Linschoten,
+Itinerario enz. bl. 37</span>). Hieruit blijkt dat op het laatst der
+16e eeuw, Korea hier te lande nauwelijks bekend was.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2124src" id="xd0e2124">136</a></span> &ldquo;.... bij noorden
+Japan te keeren, de custe van Tartarien, China als <i>&rsquo;t land
+Corea t&rsquo; ontdecken</i> ende t&rsquo; onderstaen wat proffitable
+trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen
+sij....&rdquo; (Instructie Quast 7 Juli 1639).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2132src" id="xd0e2132">137</a></span> Zie <a href="#b.i.o">
+Bijlage I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2140src" id="xd0e2140">138</a></span> Zie <a href="#b.ii.e">
+Bijlage II <i>e</i></a>, <a href="#b.ii.f"><i>f</i></a> en <a href=
+"#b.ii.h"><i>h</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2161src" id="xd0e2161">139</a></span> Zie <a href="#b.i.o">
+Bijlage I <i>o</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2169src" id="xd0e2169">140</a></span> &ldquo;Bij de agt
+Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde dat op Corea voor de
+Comp: een voordeeligen handel soude sijn te drijven in sodanige waaren
+als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, is naderhand ondervonden dit
+soo breet niet te segge....&rdquo; (Van Dam, Beschrijvinge, enz. Boek
+2, deel i, caput 21, f<sup>o</sup> 324).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2177src" id="xd0e2177">141</a></span> Zie <a href="#b.ii.j">
+Bijlage II <i>j</i></a> en <a href="#b.ii.k"><i>k</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2189src" id="xd0e2189">142</a></span> &ldquo;Aangaande Corea,
+daer van daen de Japanders haere grote behoeften van coopmanschappen
+mede krijgen, is daer voor de Compagnie niets te doen, vermits dat
+Eijlant onder de contributie en van China en van Japan staende; die
+vorsten aldaer geen andere Handelaers willen admitteren, behalven dat
+men volgens d&rsquo; ordre van Japan buijten Nangasackij nergens anders
+om te handelen mag te komen&rdquo; (Van Dam, Beschrijvinge, enz., Boek
+2, deel I, caput 21, fol. 428).&mdash;&ldquo;<span lang="de">Von
+Niederl&auml;ndischen Seefahrern blieben fortan die K&uuml;sten von
+Korai unbesucht&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="de">Von
+Siebold, Nippon, VII, bl. 27</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2201src" id="xd0e2201">143</a></span> &rsquo;t Jacht <i>Corea</i>
+werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland (Van Dam, Beschrijvinge,
+Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep 20 Mei 1669 naar zee (Patr.
+Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 te Batavia aan (Kol. Arch. no.
+1159); werd op Onrust in 1679 zoo onbekwaam gevonden dat werd besloten
+het aan den meestbiedende te verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec.
+1679).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2214src" id="xd0e2214">144</a></span> <span lang="en">&ldquo;the
+envoy from Quelpart.... circa A<sup>o</sup>. 650&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Parker, China Review XVI, bl. 309</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2228src" id="xd0e2228">145</a></span> <span lang="de">&ldquo;Auf
+der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai als eine
+Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa de Conray
+angegeben deren S&uuml;dspitze unter 33&deg; 22&prime; N. B. liegt.
+Ebenso ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij
+Insula zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I.
+de Ladrones tr&auml;gt; Letstere ist das einige Jahre sp&auml;ter
+bekannt gewordene Quelpaard <span class="pagenum">[<a id="pbxliin"
+href="#pbxliin">XLII</a>]</span>Eiland&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon I, bl. 89</span>).&mdash;Vgl.
+<span class="bibl" lang="de">O. Nachod, Die &auml;lteste
+abendl&auml;ndische Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz
+Dourado 1568. Roma, 1915</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2243src" id="xd0e2243">146</a></span> <span lang="de">&ldquo;Nach
+Hamel&rsquo;s Entweichung aus der Gefangenschaft wurde die
+ber&uuml;chtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der
+Niederl&auml;ndisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der
+obenerw&auml;hnten &ldquo;Paskaart&rdquo; von Eskild Juel liegt die
+Mitte der Insel unter 33&deg; 15&prime; N.B. und etwa 127&deg; O.L...
+Es blieb aber auf den Karten des 17 und der ersten H&auml;lfte des 18.
+Jahrhunderts die Ilha de Ladrones welche unstreitig dieselbe als
+Quelpaard ist, in einer Entfernung von etwa 20 geogr. Meilen im N.W.
+derselben liegen; ebenso liegt sie auch unter dem Namen Fong ma auf der
+von d&rsquo; Anville herausgegebenen &ldquo;Carte
+g&eacute;n&eacute;rale de la Tartarie Chinoise&rdquo; und vom
+&ldquo;Royaume de Cor&eacute;e&rdquo; und erhielt sich, wenn auch nur
+als ein Schattenbild, auf den neuesten Karten von dieser
+Gegend&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon
+I, bl. 89</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Op de <span class="bibl" lang="fr">&ldquo;Carte
+g&eacute;n&eacute;rale de la Tartarie Chinoise&rdquo;</span> in
+d&rsquo; Anville&rsquo;s atlas van Maart 1732
+(Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland &ldquo;Fongma&rdquo;
+noordwestelijk van &ldquo;Quelpaert Isle suivant les cartes
+hollandoises&rdquo;.&mdash;Vgl. <span class="bibl" lang="de">Teleki,
+Atlas zur Geschichte der Karthographie der Japanischen Inseln
+(1909)</span>: Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607&ndash;9), VII, I (1650)
+en VIII, 2 (Isaac de Graaf): <i>I de Ladrones</i>. Kaarten VIII, 1
+(1664) en VII, 3 (1688): <i>Fungma</i>. Kaart X, 2 (1687) van Joan
+Blaeu (Kol. Arch. no. 288): &rsquo;<i>t Quelpaert</i>. Kaart XVI, 2
+(1734): <i>Quelpaert</i>. Kaart XV, 1 (1735): <i>I de Quelpaert</i>.
+Kaart XIV, i (1750): <i>I de Quelpaert.</i></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2279src" id="xd0e2279">147</a></span> <span class="bibl">N.G. van
+Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, bl. 121</span>:
+&ldquo;Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch
+strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert
+noemden&rdquo;.&mdash;Dr. J. de Hullu, Iets over den naam
+Quelpaertseiland, Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV
+(1917) bl. 860: &ldquo;dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft
+ontvangen getuigen zij zelf in het journaal&rdquo;.&mdash;Zie ook:
+&ldquo;F. E. Mulert, Nog iets over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G.
+2e ser. dl. XXXV (1918) bl. 111).&mdash;Vergl. nog Witsen, 2e dr., I,
+bl. 46: &ldquo;Op de kust van dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een
+eiland, <i>by de Nederlanders</i> Quelpaerts Eiland en by d&rsquo;
+Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese kaarten Fungma
+genoemt&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2287src" id="xd0e2287">148</a></span> 18 September 1648:
+&ldquo;Lossen aen Campen wierd op de middagh geeijndigt, aen de Witte
+Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat gewenst voortgingh;
+terwijl daer aen boort was quam &rsquo;t Fluijtschip <i>de
+Patientie</i> oock deese baeij inseijlen en sette sich bij <i>de
+Koe</i>; den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden
+27 Augustus met een lading van &fnof;&nbsp;23172:13:11 daer en boven
+aen Tonquinse sijde uijt de <i>Witte Valck</i> overgenomen
+&fnof;&nbsp;68413:38:7 ende koehuijden van Siam uijt <i>de Witte
+Druijff</i> &fnof;&nbsp;3990:17. <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxliiin" href="#pbxliiin">XLIII</a>]</span><b>Aen &rsquo;t Eijland
+&rsquo;t Quelpaert</b> 30 mijlen bewesten Firando gelegen, hadden
+getracht, om water te halen, met de boot te landen; d&rsquo;Inwoonders
+desselffs hadden hun affgewesen, stracks daer op een roer gelost, en
+een van d&rsquo;onse getroffen voor aen sijn kin, dat het schroot
+&rsquo;t been kneuste ende diep in steecken bleef, sonder dat hun
+eenigh leet van ons geschiet was&rdquo;. &ldquo;Dagh-Register der
+Comp<sup>ie</sup> in Nangasackij &rsquo;t sedert 3 Novem<sup>r</sup>.
+A<sup>o</sup> 1647 tot 8<sup>en</sup> Decemb<sup>r</sup> 1648&rdquo;.
+(Kol. Arch. no. 11678). Zie ook <span class="bibl">Valentijn V, 2e
+stuk, 9e boek, 9e hoofdstuk bl. 89</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2327src" id="xd0e2327">149</a></span> Kol. Arch. no.
+434.&mdash;Vgl. <span class="bibl" lang="en">J.E. Heeres,
+Tasman&rsquo;s Journal of his discovery of Van Diemens Land etc., 1898,
+bl. 116, noot 2</span>: <span lang="en">&ldquo;Quel is another name for
+a galiot&rdquo;</span>; en bl. 1, noot 3: <span lang="en">
+&ldquo;&ldquo;Quelpaert&rdquo; an old name for a
+galiot&rdquo;.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2341src" id="xd0e2341">150</a></span> Deze resoluties zijn
+overgenomen in het hiervoren aangehaalde opstel van Dr. J. de Hullu
+(bl. 856).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2348src" id="xd0e2348">151</a></span> Voor de op dit schip
+betrekking hebbende bijzonderheden zie <a href="#b.iii.c">Bijlage
+III<sub>C</sub></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2369src" id="xd0e2369">152</a></span> Vgl. De Jonge, Geschiedenis
+van het Nederlandsche Zeewezen, dl. I, bl. 799; &ldquo;Lijste van
+Nederlantse navale macht op 30 November A<sup>o</sup> 1640 in India
+bevonden, omtrent Malacca: <i>&rsquo;t Quelpaert</i>&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2386src" id="xd0e2386">153</a></span> &ldquo;Op de onbequaemheijt
+van Firando&rsquo;s haven door het quaet acces dat de heete stroomen
+veroorsaecken ende d&rsquo; ongelegentheijt die de Japanse tuffons
+daer, aen verscheijde onser scheepen hebben toegebracht&rdquo; (Miss.
+Batavia aan President Couckebacker in Japan, 2 Juli
+1636).&mdash;&ldquo;Soo sijn oock met het transport van
+Comp<sup>s</sup>. ommeslagh uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede,
+met UE. verstaende het daer gelegener plaetse tot den handel sij als in
+Firando&rdquo; (Miss. Batavia aan den Regent van &rsquo;t Eijland
+Schisinia [Decima] 23 April 1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2394src" id="xd0e2394">154</a></span> &ldquo;des ouden Keijsers
+pas, grootvader van dese regerende Maijesteijt daer in Japan menichmael
+ondersoeck om gedaen ende naer gevraeght is, om redenen dat
+gesustineert wierdt denselven civieler ende tot der Nederlanders
+vrijicheijt favorabelder als den gevolghden ingestelt was.&rdquo;
+(Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).&mdash;Vgl. Van Dijk, Iets over
+onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.&mdash;In het
+&ldquo;Verbael uijt d&rsquo; advijsen van verscheijde quartieren (16
+Nov. 1641&ndash;16 Oct. 1642) wordt gezegd dat &ldquo;d<sup>o</sup>.
+pas weijnigh differeert met het pas dat gestadich ia Japan verbleven,
+aen den H<sup>re</sup> Hendrick Brouwer verleent en onlanghs [aan] de
+grooten vertoont is&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2407src" id="xd0e2407">155</a></span> W. P. Groeneveldt, De
+Nederlanders in China, I (Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en
+Volkenk. v. Ned.-Indi&euml; VI, 4 (1898), bl. 290).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2410src" id="xd0e2410">156</a></span> &ldquo;Volgens d&rsquo;
+advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan becomen, ende nae
+de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen alhier, mitsgaders
+nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het seeker ende buijten
+alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha verleden zuijder
+mousson a<sup>o</sup> 1626 aent Noordt eijnde van Formosa gecomen ende
+op seecker cleijn eijlandeken genaemt <i>Kelang-Tansuij</i>, niet verre
+van &rsquo;t groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, ende een
+drijpuntich fort op den houck van t&rsquo; Eijlandeken begrepen heeft,
+sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent Junij
+a<sup>o</sup> pas<sup>to</sup> met drij gallijen, een fregat ende seven
+joncken, gemant met ontrent <span class="pagenum">[<a id="pbxlvin"
+href="#pbxlvin">XLVI</a>]</span>tachentich zeevarende Chinesen, idem
+met noch ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in
+voughen als geseijt is op <i>Kelang Tanghsui</i> nedergeslagen met
+intentie om voor hen den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in
+Manilha, soo ten respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door
+&rsquo;t cruijsen onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te
+verdwijnen; voorts, soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons
+in Teijouwan met een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer
+te slaen. De gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant
+fortificeerde, was d&rsquo; onse noch niet ten rechte bekent, doch
+t&rsquo; was aant Noort eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve
+was met dit eylandeken (goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant
+gelegen) beslooten binnen t&rsquo;welcke t&rsquo;vaertuijch genouchsaem
+voor alle winden beschut lach, connende van twee sijden vuijt ende in.
+De diepte vant incomen nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de
+Witt, w<sup>l</sup> Gouverneur] verstaen conde, soude ontrent 40 vadem
+ende binnen de Baeij zelffs niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in
+substantie &rsquo;t gene wij tot noch toe van dese zaecke hebben connen
+verstaen&rdquo; (Memorie voor d&rsquo;E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11
+Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli 1627).&mdash;Vgl. <span lang="en">
+The Philippine Islands 1493&ndash;1898</span> ed. Blair and Robertson,
+XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde <span
+class="bibl" lang="es">Historia de Philipinas, V,
+114&ndash;122</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2441src" id="xd0e2441">157</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Kelung, in latitude 25&deg; 9&prime; N and longitude 121&deg;
+47&prime;.... is situated on the shores of a bay.... In this bay is
+Kelung Island, a tall black rock about 2 miles from the actual
+harbour.... The ruins of an old <span class="corr" id="xd0e2444" title=
+"Bron: Spanisch">Spanish</span> fort still exist on the small island in
+Mero Bay&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">W. F. Mayers, The
+Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2452src" id="xd0e2452">158</a></span> &ldquo;Overtredende tot de
+gelegentheijt van Formosa daar de Comp<sup>e</sup> residentie heeft
+genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel uijt China ende
+te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, mitsgaders de
+blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen ende onder onse
+subjectie te houden&rdquo; (Missive Batavia naar Taijoan, 4 Juli
+1644).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2460src" id="xd0e2460">159</a></span> Nagasaki 2 October 1642.
+&ldquo;.... Over 5 &agrave; 6 jaren geleden is wel ernstelijck bij de
+Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten Couckebacker ende Caron
+gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, opdat daerdoor den loff
+bij de hooge overicheijt van Japan mocht becomen&rdquo; (Missive Jan
+van Elseracq aan Paulus Traudenius).&mdash;<span lang="en">&ldquo;....
+the reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa
+Island, going to attack it year after year, was that they had promised
+the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards from
+it&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">The Philippine Islands,
+ed. Blair and Robertson, XXXV, bl. 150</span>. Bericht uit Macasar,
+Maart 1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2473src" id="xd0e2473">160</a></span> De Regeering te Batavia
+schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur Van den Burch: &ldquo;.... soo
+dan de goudtmine op Formosa sich mede ten proffijte van de Compagnie
+opende, soo waere dan niet alleen den Papegaij maer den Arent
+geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben ende werden groote
+Steeden in eenen dagh niet gebouwt&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2476src" id="xd0e2476">161</a></span> &ldquo;Op de gelegentheijt
+van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij overlang gerecommandeert
+sullen nu oock te meer moeten letten om de Compagnie daervan te
+verseeckeren en door middel van dien &rsquo;t eijlandt Formosa te
+gunstiger te besitten, &rsquo;t welck hoognoodich is. Men verlangt hier
+seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke sonderlinge in dese
+gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als de silvermijnen voor
+de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, &rsquo;t welck wij
+nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een blijde tijdinge
+soude wesen&rdquo; (Patr. Miss. 12 April 1642).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2479src" id="xd0e2479">162</a></span> &ldquo;.... de
+Compagnie&rsquo;s middelen moeten gesuppediteert worden tot maintenue
+van de groote lasten, ende dat het de participanten van deselve
+Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te doen sij, als
+dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder voordeel onder
+haer gebieth te sijn&rdquo; (Missive Batavia naar Formosa, 23 Juni
+1643).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2482src" id="xd0e2482">163</a></span> &ldquo;Tgene van de
+goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, maer sullen [ons] veel
+meer verblijden als door ondervindingh (dat reede volgens d&rsquo;
+advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius bij der hant moet
+genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende wel te genaecken is;
+deselve van importanse zijnde sal geheel voor de Comp<sup>e</sup>
+moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre te wachten ons
+daervan meester maken, <i>de besitters verplaetst, verdelght ofte
+verdreven</i>....&rdquo; (Missive Batavia naar Taijouan, 23 April
+1643).&mdash;&ldquo;Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen daer
+omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare brieven
+recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden&rdquo; (Patr.
+Miss. 21 Sept. 1644).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Of the
+island&rsquo;s mineral products Gold is the most important.... It may
+be said.... that of the limited area <span class="pagenum">[<a id=
+"pbxlviiin" href="#pbxlviiin">XLVIII</a>]</span>investigated the north
+... possesses the most valuable Gold deposits&rdquo;</span> (Davidson,
+<span lang="en">The Island of Formosa</span>, bl. 460).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2502src" id="xd0e2502">164</a></span> &ldquo;Omme dan de rechte
+vruchten van dit costelijck eijland Formosa de Comp<sup>e</sup>. te
+doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, hadden wij
+volgens resolutie van den 12<sup>en</sup> April ende 17 Junij passado
+g&rsquo;arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver
+forten te bemachtigen&rdquo; (Gen. Miss. 12 Dec.
+1642).&mdash;Gouverneur Traudenius zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht
+onder Capitein Harouse daarheen; deze arriveerde aldaar den
+21<sup>en</sup> Aug. en landde denzelfden dag, met het gevolg dat de
+bezetting &ldquo;haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, ende daeghs
+daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent Clooster&rdquo;.
+Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.&mdash;Vgl. Leupe, De
+verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642,
+Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en <span class="bibl" lang=
+"en">The Philippine Islands, XXXV, bl. 135 e.v.</span> Het bericht van
+de verovering werd 9 Nov. 1642 te Batavia aangebracht (zie schrijven
+naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) en bij particulieren brief van G.G. van
+Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog
+Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde
+Nederlanden.&mdash;Tijdens Koksinga&rsquo;s aanval op Compagnie&rsquo;s
+nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en
+Formosa (1 Febr. 1662) werd <i>Kelang</i> door de onzen verlaten (2
+Juni 1661) (zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661).
+Commandeur Bort vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te <i>Kelang</i>
+(Dagr. Bat. bl. 515) dat ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14
+Mei 1666 (Gen. Miss. 25 Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd
+gehouden, maar toen de havens van China voor de Compagnie gesloten
+bleven en daarom <i>Kelang</i> voor haren handel niet van waarde was,
+werd deze plaats op 18 Oct. 1668 voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668
+en Dagr. Bat. bl. 211).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2532src" id="xd0e2532">165</a></span> &ldquo;Omme d&rsquo;
+overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse Regenten
+te cundigen, alsoo seecker g&rsquo;opineert wert &rsquo;t selve den
+Keijser soude aengenaem wesen, is den 11<sup>en</sup> September passado
+van Taijouan nae Nangasacque affgesonden &rsquo;t Quel de Brack ...
+ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een
+aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn&rdquo; (Gen Miss. 12 Dec. 1642).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2547src" id="xd0e2547">166</a></span> De fluit Patientie vertrok
+20 Nov. 1648 over Taijoan naar Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam.
+Noch in den brief van het Opperhoofd Coijett dd<sup>o</sup> Nagasaki 19
+Nov. 1648 naar Batavia, noch in diens gelijktijdig schrijven naar
+Taijoan, wordt van eenig voorval op of bij Quelpaerts-eiland melding
+gemaakt.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2553src" id="xd0e2553">167</a></span> Zie <a href="#b.iii.c">
+Bijl. III<sub>C</sub></a>, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2561src" id="xd0e2561">168</a></span> In de
+&ldquo;Zeijlaes-Ordre&rsquo;s&rdquo;, in den tijd toen de Sperwer naar
+de noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia
+rechtstreeks naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de
+Morgenster (1 Juli 1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653),
+Calff (13 Juli 1654), wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd:
+&ldquo;.... wanneer dan weder de Cust van Aijnam aensoecken ende soo
+voort de Golff van Japan in loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff
+eenige contrarie winden quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval
+soo veel noort soecken als het doenlijck zij&mdash;in voegen dan aen uw
+reijse niet te twijfelen hebt, alwaert oock schoon dat <i>ind&rsquo;
+Eijlanden van Couree</i> [<i>Coeree, Coerre</i>] quaemt te vervallen,
+zoo zoude echter daeruijt comen, ende de gedestineerde plaetse
+bestevenen cunnen.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2570src" id="xd0e2570">169</a></span> De opper-stuurman Hendrik
+Jansz. van &ldquo;de Sperwer&rdquo; heeft misschien een kaart <span
+class="pagenum">[<a id="pbln" href="#pbln">L</a>]</span>gekend of
+bezeten waarop het &ldquo;Quelpaerts-eiland&rdquo; stond aangegeven, en
+daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie <a href="#pb9">
+Journaal bl. 9</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2580src" id="xd0e2580">170</a></span> Zie bl. XLII, noot 1.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2590src" id="xd0e2590">171</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Possibly these riddles might be solved if life were long enough
+to devote a dozen years or more to explore the hidden corners of
+knowledge&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">The voyage of
+Captain John Saris to Japan, Preface, bl. VIII</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2602src" id="xd0e2602">172</a></span> Quelly&mdash;s. m. Mamm.
+Esp&egrave;ce de l&eacute;opard de Guinee (Dictionnaire national, par
+M. Bescherelle a&icirc;n&eacute;. Paris, 1851).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2611src" id="xd0e2611">173</a></span> Zie <a href="#pb73">
+Journaal bl. 73</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2617src" id="xd0e2617">174</a></span> Zie <a href="#b.i.a">
+Bijlage I <i>a</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2628src" id="xd0e2628">175</a></span> Patr. Miss. 25 Maart
+1651.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2634src" id="xd0e2634">176</a></span> Gen. Miss. 19 Dec.
+1651.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2639src" id="xd0e2639">177</a></span> Dr. F. de Haan, Uit oude
+notarispapieren II: Andreas Cleyer, Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl.
+423.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2645src" id="xd0e2645">178</a></span> Zie <a href="#b.i.a">
+Bijlage I <i>a</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2659src" id="xd0e2659">179</a></span> Mededeelingen van den Heer
+W.F. Emck Wzn. te Gorkum.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2664src" id="xd0e2664">180</a></span> Alsdan zal tevens kunnen
+blijken of er verwantschap heeft bestaan tusschen Hendrik Hamel en de
+volgende naamgenooten:</p>
+
+<p class="footnote">1<sup>o</sup>. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie
+aan de Zuidrivier (Nieuw-Nederland). Zie <span class="bibl">Korte
+historiael, enz. door David Pieterszoon de Vries, 1618&ndash;1644, ed.
+Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave Linschoten-Vereeniging (1911), bl.
+147]</span>.</p>
+
+<p class="footnote">2<sup>o</sup>. Mr. Johan Hamel, Secretaris van
+Amersfoort 1612&ndash;1630 en in 1633 Schepen aldaar (Abraham van
+Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, Utrecht 1760).</p>
+
+<p class="footnote">3<sup>o</sup>. Joan Hamel en Adriaan Hamel,
+blijkens Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen
+klerken ter generale secretarie te Batavia.</p>
+
+<p class="footnote">4<sup>o</sup>. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus
+Blijdenbergh, met haren zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit
+Indi&euml; wissels zijn overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en
+24 Nov. 1688).</p>
+
+<p class="footnote">In &ldquo;Beschryvinge der stadt van Gorinchem en
+landen van Arkel, door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755,&rdquo; is de
+naam &ldquo;Hamel&rdquo; nergens aangetroffen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2697src" id="xd0e2697">181</a></span> <span class="abbr" title=
+"Vergelijk"><abbr title="Vergelijk">Vgl.</abbr></span> echter: <span
+lang="en">&ldquo;The present Japanese r&eacute;gime in Korea is doing
+everything in its power to suppress Korean nationality. The Government
+not only forbade the study of Korean language and history in schools,
+but went so far as to make a systematic collection of all works of
+Korean history and literature in public archives and private homes and
+burned them&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">H. Chung,
+Korean Treaties, New-York 1919</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2708src" id="xd0e2708">182</a></span> Zie: <span class="bibl"
+lang="en">Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII
+centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William
+Adams)</span>; <span class="bibl" lang="en">Letters written by the
+English Residents in Japan (Part I, bl. 1&ndash;113)</span>; <span
+class="bibl" lang="en">The Log-Book of William Adams, 1614&ndash;1619,
+edited by C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London,
+XIII, part 2, 1916</span>.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+<div class="body" lang="nl-1600"><span class="pagenum">[<a id="pb1"
+href="#pb1">1</a>]</span>
+<div id="jour" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Journaal</h2>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3">3</a>]</span><span
+class="leftnote"><i>Aend&rsquo;Ed&rsquo;<sup>e</sup> heer Joan
+Maetsuijcker, gouvern<sup>r</sup> generael en d E E: H<sup>en</sup>
+Raaden van Nederlants India</i>.</span>
+<p>Journael van &rsquo;t geene de overgebleven officieren ende
+Matroosen van &rsquo;t Jacht de Sperwer &rsquo;tzedert den
+16<sup>en</sup> Augustij A<sup>o</sup> 1653 dat tselve Jacht aan
+&rsquo;t Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree)
+hebben verlooren, tot den 14<sup>en</sup> September A<sup>o</sup> 1666
+dat met haer 8<sup>en</sup> ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan
+aangecomen zijn, int selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders
+den ommeganck van die natie ende gelegentheijt van &rsquo;t land.</p>
+
+<p>Naer dat wij bij d&rsquo;Ed<sup>e</sup> H<sup>r</sup> gouverneur
+generael en d&rsquo; E. E. H<sup>ren</sup> raden van India naer Taijoan
+waren gedestineert, soo sijn<a class="noteref" id="xd0e2769src" href=
+"#xd0e2769">1</a> op den 18<sup>en</sup> Junij 1653 met bovengenoemde
+Jacht vande rheede van Batavia &rsquo;t zeijl gegaen, op hebbende
+d&rsquo; E: H<sup>r</sup> Cornelis Caeser om &rsquo;t gouvernement van
+Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh
+van d&rsquo; E: H<sup>r</sup> Niclaes Verburgh regeerende gouverneur
+aldaar. Zijn naer een geluckige ende voorspoedige reijse den
+16<sup>en</sup> Julij daar aanvolgende op de rheede van Taijouan
+g&rsquo;arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen ende ons ingeladen
+goederen gelost sijnde, wierden van d&rsquo; H<sup>r</sup>
+gouvern<sup>r</sup> ende den raet van Taijouan voorn<sup>t</sup>
+wederom naer Japan gedestineert; naer dat onse ladinge ende afscheijt
+van haer E: becomen hadden, sijn op den 30<sup>en</sup> daer aanvolgend
+vande rheede voorn<sup>t</sup> &rsquo;t zeijl gegaen, om op &rsquo;t
+spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.</p>
+
+<p>Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een
+storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer
+hoe meerder toenam.</p>
+
+<p>Den eersten Aug<sup>o</sup> met &rsquo;t limiren<a class="noteref"
+id="xd0e2806src" href="#xd0e2806">2</a> van den dagh, bevonden ons
+dicht bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter
+t selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water
+wat bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter <span
+class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span>&rsquo;t selve
+ten ancker, costen egter wijnig bot vieren<a class="noteref" id=
+"xd0e2814src" href="#xd0e2814">3</a> doordien agter uijt een groot rif
+lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert den schipper
+eerst gewaer bij geluck uijt &rsquo;t venster vande gaelderij<a class=
+"noteref" id="xd0e2829src" href="#xd0e2829">4</a> siende, soude licht
+anders op &rsquo;t selve vervallen ende het schip verlooren hebben door
+den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer (doent eerst sagen)
+geen musquet schoot vandaen waren. Met &rsquo;t opclaeren vanden dach
+bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te sijn dat de
+Chineesen in haer volle geweer met troppen<a class="noteref" id=
+"xd0e2832src" href="#xd0e2832">5</a> langhs strant sagen passeren op
+hope soo ons dochte dat wij daer mochte comen te stranden, dog is met
+de hulpe des Alderhoogsten<span class="leftnote">[2]</span> anders
+geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende,
+bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc
+deden.</p>
+
+<p>Den 2<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens wast heel stil. De
+Chineese haer nog stercq verthoonende ende op ons als grijpende wolven
+(soo wij meijnden) stonden en wachten; als mede om alle periculen soo
+van anckers, touwen, als andersints voor te comen, resolveerde ons
+ancker te lichten, ende onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende
+vande wal te comen; hadden dien dach ende volgende nacht meest
+stilte.</p>
+
+<p>Den 3<sup>en</sup> smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl
+vervoert hadde, sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse
+cours tussen beijde<a class="noteref" id="xd0e2851src" href=
+"#xd0e2851">6</a> door, met goet weder ende slappe coelte.</p>
+
+<p>Vanden 4<sup>en</sup> tot den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> hadden
+veel stilte ende variable winden, sworven soo tusschen de cust van
+China ende Formosa door.</p>
+
+<p>Den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> cregen wederom hart weder met
+regen uijt den Z. oosten, gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.</p>
+
+<p>Den 12: 13: en 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> nam &rsquo;t weer hoe
+langer hoe meerder aan met verscheijde winden en regen, soo dat
+somtijts zeijl en somtijts geen conde voeren, de zee wiert seer
+onstuijmigh, soo dat door &rsquo;t geweldigh slingeren &rsquo;t schip
+heel leek wiert. Hadden door den continueelen regen geen hooghte connen
+nemen, waren derhalven <span class="pagenum">[<a id="pb5" href=
+"#pb5">5</a>]</span>genootsaeckt het meest sonder zeijl te laten
+drijven, om alle periculen van &rsquo;t op &rsquo;t een ofte ander lant
+te vervallen, voor te comen.</p>
+
+<p>Den 15<sup>en</sup> d<sup>o</sup> waeijdent soo hard, dat boven met
+den anderen spreekende malcanderen niet conden hooren ofte verstaen,
+van gelijcken niet een hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo
+toenemende, dat met pompen genoch te doen hadden om lens te houden<a
+class="noteref" id="xd0e2893src" href="#xd0e2893">7</a>, cregen door de
+ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet anders
+en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen den avond
+wiert door een zee het galjoen<a class="noteref" id="xd0e2896src" href=
+"#xd0e2896">8</a> ende spiegel<a class="noteref" id="xd0e2899src" href=
+"#xd0e2899">9</a> ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de
+boeghspriet mede heel los maecte, waer door groote perijckel liepen
+vande voorsteven te verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een
+weijnigh vast te maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door
+het vreeselijck slingeren, ende de groote zeen die ons d&rsquo;een voor
+d&rsquo; ander nae over quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee
+soo veel mogelijck was, eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om
+&rsquo;t lijff, schip ende &rsquo;s Comp<sup>es</sup> goederen soo veel
+doenelijck was te salveeren, de fock een weijnigh bij te maecken om
+daar door eenigsints vande sware stortinge der zee bevrijt te wesen
+(denckende naest Godt het beste middel te wesen); int bij maken vande
+fock cregen van agteren een zee<span class="leftnote">[3]</span>over,
+soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee spoelde,
+en &rsquo;t schip boren vol water stont, waerop den schipper riep:
+mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael
+soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent
+niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht<a class=
+"noteref" id="xd0e2908src" href="#xd0e2908">10</a>, riep den man die
+uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent een musquet schoot
+af, die &rsquo;t selve door de donckerheijt ende grooten regen niet eer
+had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten terstont de anckers
+los, door dien &rsquo;t roer hadden overgeleijt<a class="noteref" id=
+"xd0e2911src" href="#xd0e2911">11</a>, dog conden door de diepte,
+aendringen der zee, als harden wint geen stant grijpen<a class=
+"noteref" id="xd0e2916src" href="#xd0e2916">12</a>; stieten terstont<a
+class="noteref" id="xd0e2921src" href="#xd0e2921">13</a>, soodat in een
+ogenblick met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen
+lagh; degene die om <span class="pagenum">[<a id="pb6" href=
+"#pb6">6</a>]</span>laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt
+hadden om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste
+daer betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende
+d&rsquo;andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant
+comende waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter
+niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende,
+hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de
+donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p01.gif" alt=
+"Gestrand zeventiende-eeuws zeilschip." width="720" height="490"></div>
+
+<p>Den 16<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met &rsquo;t limieren van
+den dach gingen die nog eenigsints gaen conden langs strant soecken
+ende roepen offer nog ymand aan land gecomen was; hier en daer
+quamender nog eenige voor den dagh, bevonden &rsquo;t samen 36: man
+sterck te wesen, waer van de meeste part als vooren seer deerelijck
+gequest waren; sagen doen int vracq, ende vonden een man tusschen twee
+leggers<a class="noteref" id="xd0e2941src" href="#xd0e2941">14</a> seer
+geclemt leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is
+comen te overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot
+malcanderengeklemt; wij sagen malcanderen met droefheijt aan, siende
+soo een schoon schip in spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36:
+in min als een quartier uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc
+eenige dooden die aen lant gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier
+Egberse <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7">7</a>]</span>van
+Amsterdam ontrent 10 &agrave; 12 vadem vant water met den eenen aerm
+onder &rsquo;t hooft doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens
+nog 6 &agrave; 7 matroosen, die hier en daer doot vonden leggen; sagen
+doen mede offer eenige victualie (alsoo in de laetste 2 &agrave; 3
+dagen weijnigh hadden gegeten, doordien de cock door &rsquo;t harde
+weer niet hadde <span class="leftnote">[4]</span> connen kooken) aen
+lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een vat
+daer een weijnigh vleijs ende een d<sup>o</sup> daer wat spec in was,
+met een vaetje wijntint,<a class="noteref" id="xd0e2952src" href=
+"#xd0e2952">15</a> dat voor de gequetste wel te pas quam; waren doen
+meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte vernamen,
+dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; tegen den
+middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo veel te weegh
+dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met malcanderen
+voorden regen te schuijlen.</p>
+
+<p>Den 17<sup>en</sup> d<sup>o</sup> dus met droeffheijt bij
+malcanderen sijnde, sagen al na volcq uijt, op hoope het Japanders
+mochte sijn, om door haer weder bij onse natie te comen alsoo daer
+anders geen uijtcomste was, door dien de boot ende schuijt aen stucken
+geslagen ende int minste niet te helpen was; voorden middag vernamen
+een man ontrent een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae
+ons vernam steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op
+een musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen
+en deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer
+toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer
+(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, maer
+hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met malcanderen
+zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij eenige zee
+roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; tegen den avont
+quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die ons telde ende dien
+nacht rontom de tent de wacht hielden.</p>
+
+<p>Den l8<sup>en</sup> smorgens waren doende met een groote tent te
+maken; tegen den middagh quamen wel 1000 &agrave; 2000 man soo ruijters
+als soldaten bij ons, sloegen haer leger om de tent; &rsquo;t volcq
+altsamen in <span class="pagenum">[<a id="pb8" href=
+"#pb8">8</a>]</span>ordre staende, wiert den bouckhouder<a class=
+"noteref" id="xd0e2976src" href="#xd0e2976">16</a>, opperstuijrman,
+schieman<a class="noteref" id="xd0e2985src" href="#xd0e2985">17</a>
+ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij
+&rsquo;t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den
+hals, waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om
+haer hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de
+aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten,
+ende dat met soo een geschreeuw van &rsquo;t crijgsvolcq dat &rsquo;t
+schrickelijck was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en
+siende, seijden tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor,
+wij sullen haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij
+opde knien souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige
+woorden, maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer
+al, dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also
+malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient bij
+haer Jeenare<a class="noteref" id="xd0e2988src" href="#xd0e2988">18</a>
+ofte Jirpon<a class="noteref" id="xd0e2991src" href="#xd0e2991">19</a>
+genaemt wort; liet haer den overste elc een coppie arrack schencken,
+ende weder in de <span class="pagenum">[<a id="pb9" href=
+"#pb9">9</a>]</span>tent bij malcanderen brengen; terstont quamen sij
+sien of wij eenige victalie hadden, dog niet vindende dan &rsquo;t
+voorsz. vleijs en specq, &rsquo;t <span class="leftnote">
+[5]</span>welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae,
+brochten ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten
+dat wij verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte
+overcomen; nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de
+hand geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen
+om ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier
+nae &rsquo;t vracq toe om &rsquo;t gene nog van &rsquo;t goet bevonden
+worde op &rsquo;t droegh bij malcanderen te brengen; &rsquo;s avonts
+gaven ons yder een weijnigh rijs te eeten; &rsquo;s middaghs had den
+stuijrman de hooghte genomen ende bevonden &rsquo;t Quelpaerts Eijland
+te leggen op 33 graden 32 minuijten<a class="noteref" id="xd0e2999src"
+href="#xd0e2999">20</a>.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p02.gif" alt="" width=
+"720" height="492"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span></p>
+
+<p>Den 19<sup>en</sup> d<sup>o</sup> warense nog al doende om &rsquo;t
+goet op &rsquo;t land te halen ende te droogen, het hout daer eenig
+yser in was te verbranden; de officiers gingen bijden Overste ende den
+Admirael van &rsquo;t eijland (die daer mede gecomen was) brochten haer
+yder een kijcker, namen mede een kanne wijn thint, met &rsquo;s
+Comp<sup>es</sup> silvere schael die wij tussen de klippen gevonden
+hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, smaeckten haer wel,
+droncken soo veel dat sij heel verheught waren ende sonden de onse
+weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap bewesen hadde, ende de
+schael haer mede gaven.</p>
+
+<p>Den 2O<sup>en</sup> d<sup>o</sup> verbranden zij &rsquo;t fracq en
+al &rsquo;t overige hout om &rsquo;t yserwerc daer uijt te crijgen; int
+branden van &rsquo;t fracq, gingen twee stucken los, die met scharp
+geladen waren, daer over soo wel de groote als de clijne haer opde
+vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen wederom bij ons ende wesen
+offer meer souden losgaan. Wij wesen van neen, gingen terstont met haer
+werck weder voort ende brachten ons tweemael daegs wat eeten.</p>
+
+<p>Den 21<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens liet den overste eenige
+van ons halen, wesen dat ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude
+brengen, om versegelt te worden, t welc wij deden, ende terstont in ons
+presentie geschieden; de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht
+eenige <span class="pagenum">[<a id="pb11" href=
+"#pb11">11</a>]</span>dieven die int bergen van &rsquo;t goet eenige
+vellen<a class="noteref" id="xd0e3078src" href="#xd0e3078">21</a>, yser
+als andersints gestolen hadden, &rsquo;t welcq op haer rugh gebonden
+was; worden in ons presentie gestraft tot een teeken dat sij van
+&rsquo;t goet niet wilde verminderen, sloegen deselve onder de ballen
+vande voeten met stocken van ontrent een vadem lanck ende een gemene
+jongens arm dicq, dat sommige de toonen vande voeten vielen, ider 30
+&agrave; 40 slagen; smiddaghs wesen dat wij vertrecken soude; die
+rijden conden cregen paarden ende die om hare quetsure niet rijden
+conde, wierden door last des overste in hangematten gedragen; nade
+middagh vertrocken met ruijters ende soldaten wel bewaert, savont
+logierden in een cleijn steetje gen<sup>t</sup> Tadjang<a class=
+"noteref" id="xd0e3084src" href="#xd0e3084">22</a>; na dat wij wat
+gegeten hadden, brachten ons &rsquo;t samen in een huijs<a class=
+"noteref" id="xd0e3092src" href="#xd0e3092">23</a> om te slapen, maer
+leeck beter een paarde stal dan een herberge ofte slaapplaets; waren
+ontrent 4 : mijl gerijst.</p>
+
+<p>Den 22<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met den dagh gingen weder
+te paert sitten, aten onder wege voor een fortie, daer twee
+oorlogsjoncken lagen, het ochten mael; smiddags quamen in een stadt
+gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id="xd0e3106src" href=
+"#xd0e3106">24</a> sijnde <span class="leftnote">[6]</span>de
+residencie plaets vanden gouverneur van &rsquo;t eijland, bij haer
+mocxo<a class="noteref" id="xd0e3115src" href="#xd0e3115">25</a>
+gen<sup>t</sup>; daer comende wierden op een velt recht voor &rsquo;t
+lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een
+coppie canje water<a class="noteref" id="xd0e3133src" href=
+"#xd0e3133">26</a> te drincken; wij dachten dit onse laetsten dronck
+soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude gestorven
+hebben, alsoo &rsquo;t schrickelijck om sien was soo van &rsquo;t
+geweer, oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die
+wij sagen, ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van
+sulcken fatsoen van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off
+daer van gehoort was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn.
+persoonen op de voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende
+neer <span class="pagenum">[<a id="pb12" href=
+"#pb12">12</a>]</span>gesmeten; een weijnig gelegen hebbende riep ende
+wees dat sij boven op een groote planckiring int gem<sup>e</sup> huijs
+daer hij sat gelijck een Coninck, ende aan sijn sijde geseten sijnde,
+vraeghden ende wees waer wij vandaen quamen ende waer nae toe wilde;
+gaven en beduijden soo veel wij conden &rsquo;t oude antwoort: na
+Nangasackij in Japan, waer op hij mettet hooft knicte, ende soo
+&rsquo;t bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; terwijle worde het
+vordere volc die gaen conde vervolgens met haer 4<sup>en</sup> teffens
+op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; alles wel
+ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met beduijden
+daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet conde
+verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een wooning
+daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden was, uijt
+oorsaeke dat hij den Coninck uijt &rsquo;t Rijc socht te stooten; liet
+het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot onderhout
+&frac34; &#8468; rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog de
+toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten daerom
+ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck water daer
+toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, soo ons
+namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des Conincx stadt
+ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij na den Coninck
+soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te doen stont;
+geduijrende &rsquo;t verwachten van &rsquo;t bescheijt des Conincx
+&rsquo;t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl
+over zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten
+derhalven aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere
+toespijs mochte toegebracht worden, door dien &rsquo;t met rijs en sout
+niet langer konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden,
+&rsquo;tlichaem ende cleederen die seer weijnig waren, somtijts te
+reijnigen, dagelijcx bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden,
+twelc ons toestont, ende belaste dat van toespijs soude besorght
+worden; liet ons dickmaels voor hem comen, om &rsquo;t een en &rsquo;t
+ander soo op onse als hare spraeck te vragen en op te schrijven
+waardoor ten laetsten al crom eenige woorden met malcanderen conde
+spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten ende andere
+vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin soude setten,
+ons dagelijcx moet gevende <span class="leftnote">[7]</span>van weder
+na Japan gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck
+quam; liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een
+heijdens mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.</p>
+
+<p>Den 29<sup>en</sup> October naerden middag wiert den bouckhouder,
+opperstuijrman <span class="pagenum">[<a id="pb13" href=
+"#pb13">13</a>]</span>ende den onder barbier<a class="noteref" id=
+"xd0e3165src" href="#xd0e3165">27</a> bij den gouverneur geroepen; bij
+hem comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert,
+vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot
+antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon te
+lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel
+praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot nog
+toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck ende
+waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders van
+Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende naer toe
+wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer Japan
+meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, zijnde
+door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op &rsquo;t eijland
+vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende
+waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman
+ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan Janse
+Weltevree uijt de Rijp A<sup>o</sup> 1626 met &rsquo;t schip Hollandia
+uijt &rsquo;t vaderlant gecomen, ende dat hij A<sup>o</sup> 1627 mettet
+Jacht Ouwerkerck naer Japan gaende<a class="noteref" id="xd0e3194src"
+href="#xd0e3194">28</a>, door contrarie wint opde cust van Coree
+vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na &rsquo;t vaste
+lant gevaren, van d&rsquo;inwoonders met haer drien gehouden zijn, de
+boot met de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont
+door gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen
+hij &rsquo;t land innam)<a class="noteref" id="xd0e3210src" href=
+"#xd0e3210">29</a> inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck
+Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met
+den voornoemden Weltevree gelijck <span class="pagenum">[<a id="pb14"
+href="#pb14">14</a>]</span>int lant gecomen<a class="noteref" id=
+"xd0e3221src" href="#xd0e3221">30</a>. Vraeghden hem mede waer hij
+woonde, waervan leeffde, ende waerom op &rsquo;t eijlant gecomen was;
+seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt<a class="noteref" id=
+"xd0e3224src" href="#xd0e3224">31</a>, dat hem vande Coninck
+behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert gegeven, dat daer was
+gesonden om te sien wat voor volcq wij ende hoe aldaer gecomen waren,
+verhaelde ons mede dat hij verscheijde malen aanden Coninck ende andere
+grooten versocht hadden, om naer Japan gesonden te worden, dog haer
+sulcx altijt wiert afgeslagen, zeggende waert gij vogels soo mocht gij
+daer nae toe vliegen, wij senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen
+ul. van cost en cleeden versorgen ende moet soo u leven in dit lant
+eijndigen, met welcke troost hij ons medetroosten ende seijde indien
+bijden Coninck quamen niet anders voor ons te verwachten stont, soodat
+onse blijschap van een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt
+veranderde; het was te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58
+jaren, sijn moeders tael soo nae vergeten hadde, alsoo <span class=
+"leftnote">[8]</span>in &rsquo;t eerste als vooren geseght hem qualijck
+verstaen conde, binnen een maent ommegaens met ons al weder leerde. Alt
+voorverhaelde ende tblijven van &rsquo;t schip en volcq wiert door last
+des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons voorgelesen ende door den
+voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den eersten goeden wint naer
+&rsquo;t Hoff gesonden te worden; den gouverneur gaff ons dagelijcx al
+goede moet seggende &rsquo;t bescheijt daer op met den eersten te
+verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, om ons na
+Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, ende ons niet
+dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; liet den
+meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper
+Benjoesen<a class="noteref" id="xd0e3230src" href="#xd0e3230">32</a>
+ons dagelijcx comen besoecken om &rsquo;t geen van doen hadden hem
+bekent te maken.</p>
+
+<p>Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den
+ouden sijn tijt van drie jaren g&rsquo;expireert was, daer over wij ten
+hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten <span
+class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>mochten
+inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur liet ons
+voor sijn vertrecq (alsoo &rsquo;t kout wiert ende van cleeden weijnigh
+versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere kousen een
+d<sup>o</sup> schoenen<a class="noteref" id="xd0e3246src" href=
+"#xd0e3246">33</a> maecken, om ons voor de koude daermede te behelpen,
+liet ons de geberghde boecken<a class="noteref" id="xd0e3249src" href=
+"#xd0e3249">34</a> weder te hand stellen, gaf ons mede een groote pul
+traen om den tijt geduijrende den winter daer mede door te brengen; op
+sijn scheijmael tracteerden ons wel, liet door den voorn: Weltevree ons
+seggen dat hij zeer bedroeft was, dat ons niet naer Japan had mogen
+senden, ofte met hem naer &rsquo;t vaste land mochte nemen, dat wij
+niet bedroeft over sijn vertrecq zouden wesen, ten hove comende alle
+debvoir tot onse verlossinge ofte metter haest vant eijland naer
+&rsquo;t hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle de verhaelde
+courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.</p>
+
+<p>Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons
+terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met een
+dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door
+contrarie wint nog op &rsquo;t eijland was, claeghde; gaf ons tot
+antwoort dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde,
+dog zoude den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn
+aenwesen, den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op
+&rsquo;t soberste versach om vordere clachten te mijden.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1654.</span>Int begin van Januarij vertrock
+den ouden gouverneur, doen gingh &rsquo;t veel slimmer als te vooren,
+gaff ons in plaets van rijs, geerst, ende van taruwe, garste meel,
+sonder eenige toe spijs, soo dat indien wat toe spijs wilde hebben onse
+geerst vercochten; met &frac34; &#8468; garste meel des daeghs mosten
+te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses man daegs continueerde; dus in
+droeffheijt sijnde sochten derhalven alle middelen (alsoo den soeten
+tijt ende mousson op handen quam, de tijdingh van <span class=
+"leftnote">[9]</span>den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven
+zeer beducht ons op &rsquo;t eijland mochte gebannen hebben, om
+&rsquo;t leven inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende
+weder siende of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn
+gereetschap leggende, conde becomen ende &rsquo;t hasepat te kiesen,
+&rsquo;twelcq int laetse van April met haer sessen, waer onder den
+opperstuijrman ende nog drie vande te recht gecomen<a class="noteref"
+id="xd0e3261src" href="#xd0e3261">35</a> maets waren, onderstaen soude
+hebben; een vande maets over de muijr dimmende om naer &rsquo;t
+vaertuijg ende &rsquo;t getij van <span class="pagenum">[<a id="pb16"
+href="#pb16">16</a>]</span>&rsquo;t water te sien, wiert het de wacht
+door &rsquo;t blaffen vande honden als andersints gewaer, waer over soo
+scherpen wacht hielden, dat voor die tijt van haren aanslag versteeken
+waren.</p>
+
+<p>Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets
+(waer vander drie<a class="noteref" id="xd0e3268src" href=
+"#xd0e3268">36</a> als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt
+gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap
+sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een
+man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting<a
+class="noteref" id="xd0e3271src" href="#xd0e3271">37</a> daertoe
+gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, ider een
+dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede te nemen,
+traden int voorseijde vaertuijg, &rsquo;t selve over een banck die daar
+voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant dorpje, die
+heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden was,
+eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer mede
+hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende<a
+class="noteref" id="xd0e3274src" href="#xd0e3274">38</a> egter buijten,
+behalven een die int vaertuijg niet conde comen, door dien de touwen
+aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; die int vaertuijg
+&rsquo;tzeijl op heijsende, alsoo sij met &rsquo;t gereetschap niet wel
+conden omgaen, viel de mast met &rsquo;t zeijl overboort, die sij met
+groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft
+gebonden hebbende ende &rsquo;t seijl als vooren opheijsende, ist spoor
+van de mast gebrooken, de mast met &rsquo;t seijl voorde tweede mael
+overboort gevallen, costent doen niet weder opcrijgen<a class="noteref"
+id="xd0e3277src" href="#xd0e3277">39</a>, dreven alsoo na de wal; die
+van &rsquo;t land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een ander
+vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse bij haer
+over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort te smijten,
+ende met &rsquo;t selve vaertuijg door te gaen, maar vondent ten
+naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met
+malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde,
+liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting om
+den hals, d&rsquo;eene hant met een clamp opde planck <span class=
+"pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>gespijckert<a class=
+"noteref" id="xd0e3282src" href="#xd0e3282">40</a>, voor hem neder
+werpen; de vordere wierden mede uijt &rsquo;t gevangen huijs gehaelt,
+mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur gebracht, al
+waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; den gouverneur
+liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten van d&rsquo;
+andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande andere
+geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt <span class="leftnote">
+[10]</span> ende straffe van hare mackers voor te comen) waer op den
+gouverneur liet vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer
+Japan wilde, waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een
+cleijn vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te
+doen was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te
+sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock ontrent
+een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, boven ront,
+25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent een maent langh
+inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen ende bij nacht en
+dach scherpe wacht gehouden.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p03.gif" alt="" width=
+"720" height="499"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18">18</a>]</span></p>
+
+<p>Dit eijland bij haer Scheluo<a class="noteref" id="xd0e3303src"
+href="#xd0e3303">41</a> ende bij ons Quelpaert gen<sup>t</sup> leijt
+als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a
+13 mijlen vande suijthoeck van &rsquo;t vaste lant van Coree, heeft
+aende binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen
+ende van daer varen naer &rsquo;t vaste lant. Is seer gevaerlijck voor
+d&rsquo;onbekende door de blinde klippen om in te comen, waer door veel
+die daer op varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis
+raken, naer Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen
+ancker gront ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland
+heeft aan verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen.
+Is seer <span class="pagenum">[<a id="pb19" href=
+"#pb19">19</a>]</span>volckrijck<a class="noteref" id="xd0e3346src"
+href="#xd0e3346">42</a>, vruchtbaer van leeftocht, overvloet van
+paarden en koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den
+Conincq opbrengen; d&rsquo;Inwoonders zijn seer arme ende slechte<a
+class="noteref" id="xd0e3355src" href="#xd0e3355">43</a> luijden, bij
+die van &rsquo;t vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh
+vol boomen<a class="noteref" id="xd0e3363src" href="#xd0e3363">44</a>,
+de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen daerse rijs
+planten.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p04.gif" alt="" width=
+"720" height="487"></div>
+
+<p>Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck
+tot onser droeffenis dat wij na &rsquo;t Hoff mosten comen, ende weder
+tot blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 &agrave;
+7 dagen daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen
+ende eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen
+off &rsquo;t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte
+geschiet hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen,
+door dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee
+zieck waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie
+wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out
+gevangenhuijs gebracht; 4 &agrave; 5 dagen daer aan de wint goet
+waijende, gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als
+vooren gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen
+onder zeijl; savonts quamen dicht bij &rsquo;t vaste lant, alwaer wij
+des nachts onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken
+gesloten ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert
+wierden; des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een
+stadt gen<sup>t</sup> Heijnam<a class="noteref" id="xd0e3385src" href=
+"#xd0e3385">45</a>, alwaer wij des avonts alle 36 weder <span class=
+"leftnote">[11]</span> bij malcanderen quamen, doordien ider jonck in
+een verscheijde plaets was aangecomen; des ander daegs nadat wat
+gegeten hadde, saten weder te paert, ende quamen savonts in een stadt
+gen<sup>t</sup> Ieham<a class="noteref" id="xd0e3405src" href=
+"#xd0e3405">46</a>; des nachts is Poulus Janse Cool van Purmerend,
+bosschieter, overleden, die sedert &rsquo;t verlies van &rsquo;t schip
+noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande stadts gouverneur in
+onser presentie begraven; vant graff vertrocken te paert weder ende
+quamen savonts in een stadt Naedjoo<a class="noteref" id="xd0e3408src"
+href="#xd0e3408">47</a> <span class="pagenum">[<a id="pb20" href=
+"#pb20">20</a>]</span>gen<sup>t</sup>; des volgende morgen vertrocken
+weder ende bleven dien nacht in een stad genaemt Sansiangh van waer wij
+des morgens vertrocken, ende logierden dien nacht inde stad Tiongop<a
+class="noteref" id="xd0e3421src" href="#xd0e3421">48</a>, passeerden
+dien dagh een seer hoogen bergh waer op een groote schans lagh
+gen<sup>t</sup> Jipamsansiang<a class="noteref" id="xd0e3430src" href=
+"#xd0e3430">49</a>; nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des
+morgens, ende quamen dien selven dagh inde stad Teijn<a class="noteref"
+id="xd0e3441src" href="#xd0e3441">50</a>; den volgenden morgen saten
+weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gen<sup>t</sup>
+Kninge<a class="noteref" id="xd0e3449src" href="#xd0e3449">51</a>; naer
+dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen savonts
+in een groote stad gen<sup>t</sup> Chentio<a class="noteref" id=
+"xd0e3457src" href="#xd0e3457">52</a> alwaer in oude tijden Conincx
+hoff placht te zijn<a class="noteref" id="xd0e3462src" href=
+"#xd0e3462">53</a>, ende wort nu bij den stadthouder vande provintie
+Thiellado<a class="noteref" id="xd0e3470src" href="#xd0e3470">54</a>
+bewoont. Is door &rsquo;t geheele land voor een groote coopstad
+vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, alsoo een lantstadt is;
+des volgende morgen vertrocken ende quamen savonts in een stadt
+gen<sup>t</sup> Jehaen<a class="noteref" id="xd0e3478src" href=
+"#xd0e3478">55</a>, dit was de laetste stadt vande provintie Thiellado,
+van waer wij des morgens weder te paert vertrocken, ende logeerde dien
+nacht in een stetje gen<sup>t</sup> Gunjiu<a class="noteref" id=
+"xd0e3484src" href="#xd0e3484">56</a>, gelegen inde provintie
+Tiongsiangdo<a class="noteref" id="xd0e3487src" href=
+"#xd0e3487">57</a>; vertrocken des anderen daegs na een stad
+gen<sup>t</sup> Jensoen<a class="noteref" id="xd0e3495src" href=
+"#xd0e3495">58</a>. Aldaer vernacht hebbende saten des morgens weder te
+paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio<a class="noteref" id=
+"xd0e3500src" href="#xd0e3500">59</a> gen<sup>t</sup> alwaer de
+stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff hout; des anderen
+daeghs passeerde een groote rivier ende quamen inde provintie
+Senggado<a class="noteref" id="xd0e3511src" href="#xd0e3511">60</a>
+alwaer de Coninklijcke stadt in <span class="pagenum">[<a id="pb21"
+href="#pb21">21</a>]</span>leijt; naer dat nog verscheijde dagen
+gereijst ende in diverse steden ende dorpen vernacht hadden, passeerde
+eijndelijck een groote rivier<a class="noteref" id="xd0e3516src" href=
+"#xd0e3516">61</a> ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de
+rivier overgevaren ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer
+groote bemuerde stadt gen<sup>t</sup> Sior<a class="noteref" id=
+"xd0e3533src" href="#xd0e3533">62</a>, zijnde de residentie plaets des
+Conincx (hadden ontrent 70 a 75 mijl<a class="noteref" id="xd0e3544src"
+href="#xd0e3544">63</a> gereijst meest noorden wel soo westelijck aan).
+Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen
+gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die
+aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p05.gif" alt="" width=
+"720" height="495"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22">22</a>]</span></p>
+
+<p>zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden
+&rsquo;t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan
+Janse Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten
+geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat
+&rsquo;t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant
+vervallen, van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot
+waren, dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te
+<span class="leftnote">[12]</span>senden, om aldaer weder bij ons volcq
+te comen ende in ons vaderlant te geraken; gaf ons voor antwoort, soo
+den veelmael genoemden Weltevree vertolckten, dat sulcx haer manier
+niet en was, vremde natie uijt zijn lant te senden, maer mosten aldaer
+haer leven eijndigen, dat hij ons onderhout soude geven; liet ons op
+onse lants wijse dansen, singen ende alles doen wat geleert hadden<a
+class="noteref" id="xd0e3577src" href="#xd0e3577">64</a>; op haer
+manier ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx
+lijwaet om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te
+steeken ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen
+daegs worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem:
+Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten<a
+class="noteref" id="xd0e3593src" href="#xd0e3593">65</a> <span class=
+"pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>van sijn gemaect
+hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 cattij rijs yder,
+gaf de man een ront houte borretie<a class="noteref" id="xd0e3601src"
+href="#xd0e3601">66</a>, waer op onse namen (die se op haere spraeck
+verandert hadden) ouderdom, wat voor volcq waren, ende waer voor den
+Coninck diende, met caracters uijtgesneden, ende met des Conincx ende
+veltoverstes zegel ofte chiap<a class="noteref" id="xd0e3612src" href=
+"#xd0e3612">67</a> daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt
+en loot, met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor
+hem mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder
+gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden
+voorden Coninck moeten doen; den overste met<a class="noteref" id=
+"xd0e3615src" href="#xd0e3615">68</a> ofte in Conincx dienst uijtgaende
+met hem soude loopen; drilt zijn volcq in &rsquo;t jaer 6 maenden, drie
+int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, ende oeffenen
+haer int schieten als andere oorloghs manieren des maents drie reijse,
+in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij den swaersten vande
+werelt op den hals hadden; stelden een Chinees (door dien mede veel
+Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den veelmael gen. Weltevree
+over ons als hooffden, om van alles op hare wijse te onderrechten ende
+opsicht over ons te hebben, gaf yder twee stucx hennippe lijwaet om ons
+daermede voort van alles te voorsien, ende &rsquo;t maeckloon vande
+clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij veel groote heeren
+geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende kinderen
+nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van &rsquo;t
+eijland<a class="noteref" id="xd0e3618src" href="#xd0e3618">69</a>
+hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen geleeken,
+wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, door de
+blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, ende
+diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert
+waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van
+houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden
+int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van
+&rsquo;t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot
+bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door
+dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden
+haelden en voor &rsquo;t geckje hielden.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[13]</span>In Augustij quam den Tartar om
+sijn gewoonelijcke tribuijt te <span class="pagenum">[<a id="pb24"
+href="#pb24">24</a>]</span>halen<a class="noteref" id="xd0e3627src"
+href="#xd0e3627">70</a>; wij wierden door den Coninck in een groote
+schans gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert
+te worden<a class="noteref" id="xd0e3639src" href="#xd0e3639">71</a>;
+dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op een seer hoogen
+bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, waer na toe den
+Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier houden de grootste
+papen vant land haer residentie, daer is altijt voor drie jaren
+victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen kennen geneeren.
+Is genaemt Namman Sangsiang<a class="noteref" id="xd0e3647src" href=
+"#xd0e3647">72</a>; alwaer tot den 2 a 3<sup>en</sup> September, dat
+den Tartar vertrocken was, bleven.</p>
+
+<p>Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl
+vande stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer
+volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.</p>
+
+<p>Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude
+ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem
+belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van
+&rsquo;t schip aen &rsquo;t eijland gespoelt, bij haer geberght,
+gedrooght ende hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest
+verrot<a class="noteref" id="xd0e3662src" href="#xd0e3662">73</a> ende
+opgegeten<a class="noteref" id="xd0e3665src" href="#xd0e3665">74</a>,
+met last dat wij die souden vercoopen om voor de coude soo veel
+mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met malcanderen goet,
+alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout halen, dat soo heen
+en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, &rsquo;t welcq door
+de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende moeijelijck
+viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest Godt geen
+uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever willende wat
+koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie<a class="noteref" id=
+"xd0e3671src" href="#xd0e3671">75</a> gequelt te sijn; leijden de man 3
+a 4 taijlen silver bij malcanderen, ende alsoo huijskens van 8 a 9
+taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; <span class="pagenum">[<a id="pb25"
+href="#pb25">25</a>]</span>van &rsquo;t overschot staken ons een
+weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo den winter daer mede
+door.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1655.</span>In Maert quam den Tarter weder,
+als vooren verhaelt hebben; wij worden belast niet uijt onse huijsen te
+gaen; den dagh wanneer den Tarter vertrock geliet<a class="noteref" id=
+"xd0e3680src" href="#xd0e3680">76</a> den opperstuijrman Hendrick Janse
+van Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij
+om branthout verlegen waren; gingen naer &rsquo;t bos, alwaer sij aande
+cant daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den
+Tarterse gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters
+ende soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert
+vanden opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut
+hebbende, stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer
+Hollants voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken
+confusie, dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij
+voor volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen
+den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude
+logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde <span
+class="leftnote">[14]</span>offer geen tolcq en was die den stuijrman
+verstaen conde, waer op den meergem: Weltevree door last des Conincx
+terstont most volgen; wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int
+Conincx hoff gehaelt; voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons
+vraeghden of wij daer niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven,
+dat sulcx buijten onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een
+straffe toe, om dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout,
+yder 50 slagen opde billen; van al &rsquo;t geseijde den Coninck
+telckens wiert rapport gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren,
+seggende dat wij door storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn
+lant gecomen waren, belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende
+aldaer te blijven tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn:
+Weltevree bijden Tarter gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is
+de saeck bijden Coninck ende Raden soo besteecken dat den Tartersen
+gesant voor een somma gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden
+groote Cham niet soude openbaren, sorgende dat &rsquo;t geschut datse
+op hadden laten duijcken en de goederen souden moeten op brengen;
+sonden de twee maets weder na de stadt, die terstont inde gevanckenis
+geworpen zijn alwaer zij na eenigen tijt zijn comen te overlijden, te
+weten den stuijrman ende bosschieter; wij hebben noijt <span class=
+"pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26">26</a>]</span>seeker kunnen
+vernemen ofse haer eijgen doot gestorven dan van haer om hals gebracht
+sijn, alsoo geduijrende de gevanckenis bij haer noijt hebben mogen
+comen ende verboden was<a class="noteref" id="xd0e3693src" href=
+"#xd0e3693">77</a>.</p>
+
+<p>In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden &rsquo;t
+samen bij den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree
+van wegen den Coninck aenseijde onder schijn datter op &rsquo;t
+Quelpaerts eijland weder een schip was gebleven, den gem<sup>te</sup>
+Weltevree door sijn ouderdom onbequaem was, daer nae toe te gaen;
+datter drie van ons die de spraeck best conde, derwaerts mosten, om te
+vernemen wattet voor een schip was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een
+adsistent, den schieman ende een matroos<a class="noteref" id=
+"xd0e3706src" href="#xd0e3706">78</a> derwaerts vertrocken met een
+sergiant tot haer geleijder.</p>
+
+<p>In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden
+ende quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert
+ende op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den
+Tarter 2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter
+cregen eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets,
+waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van &rsquo;t land
+in een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot
+dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham
+sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer
+gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na &rsquo;t eijland
+vertrocken ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te
+verduijsteren ende in haer lant te houden<a class="noteref" id=
+"xd0e3714src" href="#xd0e3714">79</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[15]</span>In &rsquo;t laetse van &rsquo;t
+jaer quam den Tarter over &rsquo;t ijs weder om sijn tribuijt; den
+Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel bewaren.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1656.</span>Int begin van &rsquo;t jaer,
+alsoo den Tarter daer nu twee mael geweest ende na ons niet vernomen
+hadden, drongen eenige Rijcxraden ende andere grooten die ons sat
+waren, hart bij den Coninck aan, om ons van cant te helpen, waer over
+onder de grooten drie dagen raet wiert <span class="pagenum">[<a id=
+"pb27" href="#pb27">27</a>]</span>gehouden; alsoo den Coninck, des
+Conincx broeder, veltoverste ende andere grooten (ons toegedaen) seer
+tegen waren; den veltoverste seijde dattet beter was, eerse ons soude
+om hals brengen, datse een van ons tegen twee van haer met gelijck
+geweer soude setten, ende soo lange laten vechten tot dat wij doot
+waren, dat daermede den Coninck de naem van zijn ondersaten niet soude
+hebben dat het vreemt volcq openbaerlijck had om &rsquo;t leven laten
+brengen, twelcq ons van goede luijden wiert secretelijck geseijt;
+geduijrende de vergadering was ons belast inde huijsen te blijven; wij
+niet wetende wat ons nakende was verhaelde sulcx tegens voorn.
+Weltevree, die simpelijck tegens ons seijde: kent gijlieden nog drie
+dagen leven, gij sult wel langer leven; des Conincx broeder die als
+hooft vande vergadering was, wanneer daer nae toe ging ende weder van
+daen quam, onse buert moste voorbij passeeren, namen hem waer, vielen
+op &rsquo;t aengesicht voor hem neder, waer over ons ten hooghsten
+beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, hebben alsoo door den
+Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van veele ons leven
+behouden, wierden bij den Coninck, op &rsquo;t aendringen van onse
+wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij voor gaven
+dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer swarigheijt
+uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado<a class="noteref" id=
+"xd0e3727src" href="#xd0e3727">80</a> gebannen, alwaer ons den Coninck
+uijt sijn eijgen incomst 50 &#8468; rijs smaents toe leijde.</p>
+
+<p>Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert
+vertrocken, bijden veelmaelgen<sup>e</sup> Weltevree ende andere
+bekende tot aende rivier een mijltje buijten de stadt uijtgeleij
+gedaen. Wij in de schou gegaen sijnde, vertrock geseijde Weltevree
+wederom naede stadt, zijnde &rsquo;t laetste dat wij hem gesien ofte
+seekere tijding van gehoort hebben; wij reijsden den wech tot inde
+stadt Jeham die opgereijst waren, passerende de selve steden, worden
+van stad tot stad van eeten en paarden op slants costen versien,
+gelijck opde boven reijs oocq geschiet was; eijndelijck in de stadt
+Jeam gecomen sijnde ende aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van
+daer weder vertrocken, ende quamen smiddaghs in een groote stadt met
+een fort, genaemt Duijtsiang ofte Thella Penig<a class="noteref" id=
+"xd0e3735src" href="#xd0e3735">81</a> alwaer de peingse<a class=
+"noteref" id="xd0e3738src" href="#xd0e3738">82</a> dat is de eerste
+naest den stadthouder ende overste over de militie van die <span class=
+"pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28">28</a>]</span>provintie sijn
+residentie hout; wij wierden nevens des Conincx brieven bijden sergiant
+die ons geconvoijeert hadde aanden overste overgelevert; den sergiant
+wiert terstont belast om de drie maets &rsquo;t verleden jaer uijt des
+Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons te brengen, waren in een
+schans daer den vice admirael woont ontrent <span class="leftnote">
+[16]</span>12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs
+daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie
+maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.</p>
+
+<p>In April cregen nog eenige vellen die soo lange op &rsquo;t eijland
+gelegen hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en
+waren om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet
+boven de 18 mijl van &rsquo;t eijland ende dicht aende zeecant gelegen,
+conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons
+wederom een weijnig in de cleeden staaken ende &rsquo;t gene in ons
+nieuwe logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat
+wij tweemael smaents &rsquo;t gras vande marct ofte pleijn voort slants
+ofte raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p06.gif" alt="" width=
+"720" height="501"></div>
+
+<p><span class="leftnote">1657.</span> Int begin van &rsquo;tjaar wiert
+den gouverneur ofte overste over eenige fouten die in slants dienst
+begaen hadde uijt des Conincx last opgehaelt, stont groot perijckel van
+sijn leven, was vande gemeene man seer bemint, wiert door groote
+voorspraeck ende door dien van groote afcomste was, vanden Coninck
+gepardonneert ende daer nae <span class="pagenum">[<a id="pb29" href=
+"#pb29">29</a>]</span>in hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer
+goet man soo voor ons als de inwoonders.</p>
+
+<p>In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den
+voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons vrij
+branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af<a class="noteref" id=
+"xd0e3767src" href="#xd0e3767">83</a>, mosten &rsquo;t selver soo heen
+als weer wel drie mijl over &rsquo;t geberchte halen, twelc seer
+droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo in September
+aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en sijn eijgen
+volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.</p>
+
+<p>In November quammer van &rsquo;t hof een nieuwe gouverneur die hem
+int minste met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte
+yets anders aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander
+last hadde, dan &rsquo;t rantsoen van rijs te geven, onse vordere
+behoeftigheden met &rsquo;t een of &rsquo;t ander middel moste soecken;
+alsoo onse cleederen door &rsquo;t continueel hout halen waren
+versleten, den couden winter op handen quam, wij siende dat dese
+luijden seer nieuwschierig ende om wat vreemts te hooren seer genegen
+waren, &rsquo;t beedelen aldaer geen schande is, ons den noot daer toe
+dwingende, vonden goet met het selve ambacht ons te behelpen, om daer
+door ende &rsquo;t overschietende rantsoen ons voor de coude ende van
+andere nootwendigheden te versien, alsoo wij dickmaels om een hant vol
+sout tot de rijs te eeten, wel een half mijl souden gelopen hebben, al
+&rsquo;t welcq wij den gouverneur voor leijde; dat mede &rsquo;t hout
+halen dat aande borgers vercochten, daer wij ons soo lange mede hadden
+beholpen, door de naecktheijt der clederen, ons meeste mael met rijs en
+sout met een dronck water daertoe, seer droevig ende swaer viel, ons
+wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij buerte ons fortuijn bijde
+boeren ende inde cloosters (die daer veel sijn) bijde papen te soecken,
+ende daer mede <span class="leftnote">[17]</span> den winter door te
+brengen, &rsquo;t welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel
+wederom een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over
+quamen.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1658.</span>Int begin van &rsquo;t jaer wiert
+den gouverneur op ontboden, ende een ander in sijn plaets gestelt; dese
+nieuwe wilde &rsquo;t uijtgaen weder beletten ende ons jaerlijcx drie
+stucken linde<a class="noteref" id="xd0e3779src" href=
+"#xd0e3779">84</a> (zijnde ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor
+soude arbeijden, dog alsoo wij meer aan de clederen soude versleten
+hebben, behalven &rsquo;tgeen van toespijs, hout ende andersints van
+nooden hadden, het een slecht jaer van <span class="pagenum">[<a id=
+"pb30" href="#pb30">30</a>]</span>graenen, alle dingen zeer costelijck
+ende duijr was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat
+ons bij beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons
+toestont, te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was,
+waervan zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven,
+wel op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of
+ontrent de Conincx stadt<a class="noteref" id="xd0e3784src" href=
+"#xd0e3784">85</a> en de Japanse logie<a class="noteref" id=
+"xd0e3787src" href="#xd0e3787">86</a> te comen; &rsquo;t gras
+uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1659.</span>In April is den Coninck comen te
+overlijden<a class="noteref" id="n30.3src" href="#n30.3">87</a>, ende
+met consent <span class="leftnote">1660, 1661 en 1662.</span>vanden
+Tarter sijn soon tot Coninck in des vaders plaets gecroont; wij
+continueerde met ons voorgaende behulp, sochten doen ons meeste
+fortuijn bijde papen alsoo se goet arms<a class="noteref" id=
+"xd0e3837src" href="#xd0e3837">88</a> sijn, ende ons seer toegedaen
+waren, voornamentlijck als wij haer den ommegang van onse en andere
+natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig nae om te hooren hoe het in
+andere landen toe gaet. Indient ons niet verdrooten hadde, soude wel
+heele nachten daer nae geluijstert hebben.</p>
+
+<p>Int begin van &rsquo;t eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende
+terstont een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer
+toegedaen ende seijde dickmaels soo &rsquo;t in sijn wil ofte macht
+stont, dat hij ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden,
+gaf ons de vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit
+ende het <span class="pagenum">[<a id="pb31" href=
+"#pb31">31</a>]</span>navolgende jaer, was het heel slecht van granen
+ende ander gewas, door diender geen regen quam, maer A<sup>o</sup> 1662
+tot dat het nieuwe gewas uijt quam nog slimmer, soo datter veel
+duijsenden van honger vergingen; conden de wegen qualijck gebruijcken
+vande struijckroovers; daer wiert door last vanden Coninck op alle
+wegen stercke wacht gehouden voorden reijsenden man, als mede om de
+dooden die van honger langs de wegen storven te begraven, gelijck mede
+om moorden ende rooven voor te comen, alsoo zulcx dagelijcx gedaen
+wiert; daer wierden verscheijde steden en dorpen geplondert, de Conincx
+packhuijsen<a class="noteref" id="xd0e3847src" href="#xd0e3847">89</a>
+opengebrooken ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te
+becomen door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de
+gemene en arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse
+akers<a class="noteref" id="xd0e3855src" href="#xd0e3855">90</a>, bast
+van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van de
+gelegentheijt van &rsquo;t lant ende ommegangh des volcx verhalen<a
+class="noteref" id="xd0e3861src" href="#xd0e3861">91</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[18]</span>Dit lant bij ons Coree ende bij
+haer Tiocen Cock<a class="noteref" id="xd0e3871src" href=
+"#xd0e3871">92</a> genaemt is gelegen tussen de 34&frac12; ende 44
+graden; in de lanckte, Z. en N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O.
+en W. ongevaerlijck 70 a 75 mijl; wort <span class="pagenum">[<a id=
+"pb32" href="#pb32">32</a>]</span>bij haer inde caert geleijt als een
+caerte bladt<a class="noteref" id="xd0e3908src" href=
+"#xd0e3908">93</a>, heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8
+provintie<a class="noteref" id="xd0e3911src" href="#xd0e3911">94</a>
+ende 360 steden, behalve de schansen op &rsquo;t geberghte ende
+vastigheden aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om
+aan te doen, door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer
+volckrijck ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door
+de menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast,
+daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt
+nauwste wijt,&mdash;dat is van de stadt Pousaen tot Osacca<a class=
+"noteref" id="xd0e3919src" href="#xd0e3919">95</a>&mdash;ontrent 25 a
+26 mijl; tussenbeijde leijt &rsquo;t eijland &rsquo;t Suissima of bij
+haer Tymatte<a class="noteref" id="xd0e3927src" href="#xd0e3927">96</a>
+genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst toebehoort, is
+inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer voor die van
+Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande West zijde
+streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt aan &rsquo;t
+noort eijnde met een grooten hoogen bergh<a class="noteref" id=
+"xd0e3944src" href="#xd0e3944">97</a> aan een vande noordelijckste
+provintien van China vast, soude anders voor een eijlant gereekent
+<span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>worden,
+door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare zee is, daer
+jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als andere natie
+int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden December,
+Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh<a class=
+"noteref" id="xd0e3969src" href="#xd0e3969">98</a> gevangen, die inde
+twee eerste maenden d&rsquo;hollantse gelijck zijn, ende inde twee
+andere maenden cleijnder ofte gelijck d&rsquo;pan haring in ons lant,
+soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan nae &rsquo;t
+Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben aande
+Coreese stuijrluijden die opd&rsquo;N. oostelijcke quartieren varen,
+offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare zee
+te zijn<a class="noteref" id="xd0e3978src" href="#xd0e3978">99</a>; die
+van Coree na China reijsen nement int nauste van d&rsquo;bocht te
+water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, ende des
+somers door &rsquo;t ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is;
+kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over
+&rsquo;t ijs comen, alsoo &rsquo;t daer soo hart vriest ende sneeuwt,
+gelijck ons volcq A<sup>o</sup> 1662 inde cloosters die in &rsquo;t
+geberghte leggen, hebben gesien dat huijsen en boomen waren onder
+gesneeuwt datse gaten onder d&rsquo;sneeuw mosten maken om van &rsquo;t
+een huijs in &rsquo;t ander te comen; om boven en om laegh te geraken,
+binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer sij mede op ende
+nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet te sincken; derhalven
+moeten de menschen haer in dese quartieren met garst, geerst, ende
+diergelijcke granen behelpen <span class="pagenum">[<a id="pb34" href=
+"#pb34">34</a>]</span>alsoo daar door de coude geen rijs ende cattoen
+wassen can ende meest vande zuijdelijcke quartieren moet toegebracht
+worden; soo <span class="leftnote">[19]</span> is den gemeenen man haer
+eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende
+vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise<a
+class="noteref" id="xd0e4001src" href="#xd0e4001">100</a> die aanden
+Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese en Japanders
+verhandelt wort.</p>
+
+<p>Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn<a
+class="noteref" id="xd0e4033src" href="#xd0e4033">101</a>, hoe wel
+onder den Tarter staet; regeert &rsquo;t land nae sijn believen, sonder
+sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen particuliere
+heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte dorpen, de grooten
+trecken haer incomste uijt haer landerijen en slaven, alsoo wij gesien
+hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, ooc mede van eenige
+eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden Coninck gegeven worden,
+maer soodra zij comen te overlijden, weder aanden Coninck
+vervallen.</p>
+
+<p>Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx
+stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden
+ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen;
+d&rsquo; vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt
+d&rsquo;wacht houden, alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet
+waernemen, ende soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt
+overste, die heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts
+jurisdictie sijn capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn;
+elcq quartier vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn
+corporael ende yder 10 man <span class="pagenum">[<a id="pb35" href=
+"#pb35">35</a>]</span>een hooft; yder moet de namen van zijn volcq
+altijt op schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo
+dat den Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in
+sijn landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters
+haer geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met
+een vlegel gelijck als in &rsquo;t vaderlant &rsquo;t coorn mede
+gedorst wort, aen &rsquo;t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten
+sommige met harnas ende storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van
+hoorn gemaect, hebben musquetten<a class="noteref" id="xd0e4045src"
+href="#xd0e4045">102</a>, houwers en corte piecks; d&rsquo;officieren
+pijl en boogh; elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50
+schooten cruijt ende soo veel cogels hebben<a class="noteref" id=
+"xd0e4051src" href="#xd0e4051">103</a>; elcke stadt moet uijt sijn
+Cloosters onder haer sorterende bij buerte<a class="noteref" id=
+"xd0e4054src" href="#xd0e4054">104</a> de schansen en vastigheden op
+&rsquo;t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden;
+dese worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct<a class=
+"noteref" id="xd0e4057src" href="#xd0e4057">105</a>, hebben mede
+houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, sijnde
+onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op schrift
+heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, &rsquo;t
+sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn dienst
+ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen zijn, worden
+van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen wederom inden
+selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx dienst niet en
+zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, hebben niet anders dan
+des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te brengen, &rsquo;t welcq
+meer als d&rsquo;helft van &rsquo;t volcq is, door dien een vrijman bij
+een slavin ofte een <span class="leftnote">[20]</span> vrije vrouw bij
+een slaeff een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven
+gehouden; slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d&rsquo;
+meester<a class="noteref" id="xd0e4077src" href="#xd0e4077">106</a>
+daer mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs <span class=
+"pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36">36</a>]</span>joncq onder houden
+met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn
+gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken
+riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers;
+gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken;
+elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt ende
+visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen wort;
+indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout ofte
+misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken &rsquo;t sij
+deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij
+an<sup>o</sup> 1666 aan onsen admirael gesien hebben<a class="noteref"
+id="xd0e4085src" href="#xd0e4085">107</a>.</p>
+
+<p>Soo veel d&rsquo;rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de
+rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int
+hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen<a class=
+"noteref" id="xd0e4093src" href="#xd0e4093">108</a>; zij vermogen den
+Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met raet en daet te
+adsisteeren; dit sijn d&rsquo;grootste naest den Coninck in aensien,
+continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer leven langh ofte
+tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen alle andere officieren
+aan &rsquo;t hoff dependeerende ofte tot datse tot hooger staet
+geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende vordere soo hooge
+als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de meeste worden, om
+eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer tijt gelicht, alsoo
+selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te dienen; den Coninck heeft
+altijt overal sijn verspieders<a class="noteref" id="xd0e4101src" href=
+"#xd0e4101">109</a> om van alles goede informatie van d&rsquo;regeringh
+te nemen, soodat d&rsquo;officieren dickmaels met d&rsquo;doot ofte een
+eeuwigh bannissement besueren moeten.</p>
+
+<p>Wat d&rsquo;incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen
+belangt, den Coninck treckt sijn incomste van &rsquo;t gene de aerde
+ende zee voortbrengt; heeft in alle steden ende dorpen zijn
+packhuijsen, om &rsquo;t gewas ofte zijn incomste in te doen, die
+jaerlijcx aande gemeene man op intrest tot 10 p<sup>r</sup>
+c<sup>to</sup> wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt,
+voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren <span class=
+"pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span>van haer eijgen; die
+in Conincx dienst zijn, van &rsquo;t rantsoen dat den Coninck haer
+toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer de huijsen
+soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder naer zijn
+groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de oncosten
+vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden die geen
+soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst daertoe hij
+geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle cleijnigheden
+die tot onderhout van &rsquo;t lant van nooden is; de ruijters en
+soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden ofte
+&fnof;&nbsp;9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters
+en soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets
+te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[21]</span>Wat d&rsquo;swaerste crimen ende
+straffen daer toe sijn aangaet, die hem tegen den Coninck stelt ofte
+uijt &rsquo;t rijck souckt te stooten, worden met hare geheel geslacht
+uijtgeroeijt; hare huijsen worden tot den gront toe afgebrooken, daer
+vermach niemand een bequaem huijs weder op te setten, ende alle hare
+goederen ende slaven geconfisqueert te proffijte van &rsquo;t lant ofte
+aan andere wegh geschoncken; eenige sententie die bijden Coninck gevelt
+ende bij imand tegengesprooken wort, deselve worden mede seer
+swaerlijck metter doot gestraft, gelijck bij onsen tijt is geschiet des
+Conincx broeders vrouw, die vermaert was met d&rsquo;naelde wel te
+connen om gaen; liet den Coninck haer voor zich een rock maken, sij
+eenigen haet opden Coninck hebbende, naeijde daer eenige toverije in,
+soo dat wanneer den Coninck den rock aen hadde, noijt conde rusten, den
+Coninck deselve latende los tornen ende visiteren, vont tselve daerin,
+waerover hij de voorsz. vrouw liet in een camer setten, waer van de
+vloer van copere platen gemaect was, ende vuijr daeronder stooken,
+totdat sij doot was; een van hare vrunden sijnde doen ter tijt een
+stadthouder van grooten afcomste en ten hove in grooten aensien,
+schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te meer gelijck sij was,
+wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, een vrouw meer als een
+man behoorde te verschoonen; waer over hem den Coninck liet ophalen;
+naer dat op eenen dagh 120 slagen op d&rsquo;scheenen gecregen hadde,
+&rsquo;t hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende slaven
+geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen &rsquo;t
+geslacht<a class="noteref" id="xd0e4126src" href="#xd0e4126">110</a>
+niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, wort aan een
+wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde gedolven,
+met een houte saeg <span class="pagenum">[<a id="pb38" href=
+"#pb38">38</a>]</span>daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert
+edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, tot
+dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve
+stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken,
+worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert;
+deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d&rsquo;gemeene man over
+haer gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die
+zijn vrouw om &rsquo;t leven brengt ende weet te bewijsen daertoe
+eenige redenen gehad te hebben, &rsquo;t sij door overspel ofte
+andersints, wort daer over niet aengesprooken, ten sij het een slavin
+is, moet dan deselve haer Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer
+Meester om hals brengen worden met groote tormenten gedoot; een heer
+magh sijn slaeff om een cleijne reden &rsquo;t leven benemen. Moorders
+worden op d&rsquo;selve maniere, nadat sij verscheide malen onder
+d&rsquo;voeten geslagen sijn, gelijck sij de moort gedaen hebben,
+gestraft; dootslagers straffense aldus: den overleden wassen zij met
+asijn, vuijl en stinckent water &rsquo;t geheele lichaem, &rsquo;t
+welck sij den misdadiger door een trechter inde keel gieten, soo lange
+&rsquo;t lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden buijck tot dat
+hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe staet, soo wort
+deselve hier <span class="leftnote">[22]</span> veel gepleeght, worden
+allenxkens onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een
+getrouwde vrouw overspel doet of d&rsquo;selve vervoert, worden beijde
+tot spot somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, &rsquo;t
+aengesicht met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een
+trommeltje opden rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn
+overspeelders, door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op
+d&rsquo;billen gestraft; die de incomste vanden Coninck off &rsquo;t
+landt niet op en brengt worden 2 a 3 mael &rsquo;s maents voorde
+scheenen geslagen, tot dat hij &rsquo;t opbrengt, ofte van cant is;
+compt hij te overlijden, moeten de vrunden het opbrengen, soodat den
+Coninck ofte &rsquo;t land van haer incomste noijt en mist; de gemeene
+straffe geschiet op d&rsquo;naecte billen ofte op de kuijten, ende wort
+bij haer voor geen schande gereekent, door dien om een woort spreekens
+licht daer toe connen geraaken; de gemene gouverneurs vermogen sonder
+licentie van haren stadthouder niemand ter doot verwijsen ende crimen
+&rsquo;t landt rakende niemand sonder kennisse van den Coninck;
+&rsquo;t slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een stoeltje de
+beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand breet boven
+d&rsquo; voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer sij
+tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter ront,
+voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken off van
+essen <span class="pagenum">[<a id="pb39" href=
+"#pb39">39</a>]</span>hout gemaect, dog teffens niet meer als 30
+slagen; 3 a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met
+d&rsquo;Justitie voortgaen, totdat se volbracht is; die zij ten eersten
+willen doot hebben, die worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een
+arm dick dicht onder de knien geslagen; onder de voeten te slaen
+geschiet aldus; sittende op d&rsquo; aerde worden de groote thoonen bij
+malcanderen gebonden ende bij een hout opgehaelt die tussen haer dijen
+staet; met ronde stocken een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder
+d&rsquo;ballen van de voeten soo veel slagen als den rechter belieft;
+op dese maniere peijnigen sij mede alle misdadigers; op d&rsquo;billen
+te slaen wort aldus gedaen, strijcken de broecken affende leggen se
+vlacq op d&rsquo;aerde neer ofte op een banckje gebonden, de vrouwen om
+schaemts halven laten een enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te
+treffen, makent selve eerst nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck,
+boven ront onder een hand breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen
+teffens wort naest de doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm
+ende een vinger dick die voor de kuijten geslagen worden, staen<a
+class="noteref" id="xd0e4136src" href="#xd0e4136">111</a> op een
+banckje de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten
+lancq als &rsquo;t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van
+de omstaende rackers dat &rsquo;t selve somtijts meer schrick als
+&rsquo;t slaen aenjaeght; de kinderen worden met cleijne [teentjes] op
+de kuijten gestraft; daer sijn nog meer andere straffen, dog hier te
+lange om te verhalen<a class="noteref" id="xd0e4151src" href=
+"#xd0e4151">112</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[23]</span> Wat haer godtsdienst<a class=
+"noteref" id="xd0e4163src" href="#xd0e4163">113</a>, tempels, papen
+ende secten belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige
+superstitie, maer achten haer overheijt meerder dan d&rsquo;afgoden;
+d&rsquo;grooten ofte edele weten daer gants niet van, om haer afgoden
+eenige eer te bewijsen, <span class="pagenum">[<a id="pb40" href=
+"#pb40">40</a>]</span>achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo
+wanneer imand &rsquo;t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt
+bij de papen eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen,
+alwaer dan haer vrunden ende bekenden mede comen; &rsquo;t gebeurt
+somtijts bij aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare
+vrunden ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om
+d&rsquo;offerhande bij te zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden
+overleden; alle feestdagen comen sommige gemeene burgers ende boeren
+voor de afgoden haer reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje
+in een potje met vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant
+offeren, ende nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder
+yets meer te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die
+wel doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor
+straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent,
+ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen;
+disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door
+&rsquo;t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs
+twee mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met
+&rsquo;t geheele cloosters volcq met cloppen op d&rsquo;beckens,
+trommels ende andere instrumenten. d&rsquo;Cloosters ende tempels die
+seer veel sijn, leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts
+jurisdictie bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in
+sijn, ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al
+10, 20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In
+yder huijs heeft de outste &rsquo;t commando. Indien eenige comen te
+misdoen, mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer
+soo de misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer
+sij onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer
+goet, alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden
+als &rsquo;t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende
+worden niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die
+zij opbrengen ende &rsquo;t wercq dat sij voor &rsquo;t lant doen
+moeten; d&rsquo;opper papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer
+geleertheijt comt, worden onder d&rsquo;geleerde van &rsquo;t lant
+gereekent; dese worden Conincx papen genaemt, voeren een lants zegel
+ende doen justitie als de gemeene gouverneurs wanneer sij
+d&rsquo;cloosters gaen visiteren; rijden te paert, ende worden groote
+eere bewesen; alle papen mogen niet eten dat leven ontfangen heeft,
+ofte van comen can; sijn &rsquo;t hair ende baert cael geschooren;
+mogen bij geen vrouwen converseeren; diegene die dese geboden overtreet
+worden met 70 a 80 slagen opde billen gestraft <span class="pagenum">
+[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>ende uijt &rsquo;t clooster
+gebannen; soodrae haer &rsquo;t hair wort afgeschooren worden se op
+haer eenen arm gemerct<a class="noteref" id="xd0e4182src" href=
+"#xd0e4182">114</a>, soo dat men altijt can sien dattet een paep is
+geweest; de gemeene papen moeten haer costen met arbeijden, coophandel
+ende bedelen bescharen<a class="noteref" id="xd0e4193src" href=
+"#xd0e4193">115</a>; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om
+d&rsquo;selve wel te leeren lesen en schrijven; als d&rsquo;selve
+geschooren zijn, houdense voor haer dienaers; <span class="leftnote">
+[24]</span> al wat sij winnen ofte bescharen is voor hare Meester tot
+dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen sijn deselve hare
+erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, twelc de vrij gegevene
+mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij haer gelijck een vader
+zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; daer is nog een ander
+soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen der beelden ende eeten
+der spijse, dese sijn niet geschooren ende mogen trouwen<a class=
+"noteref" id="xd0e4199src" href="#xd0e4199">116</a>. d&rsquo;Cloosters
+ende tempels worden vande grooten ende gemeene man gebout, yder geeft
+daer toe nae sijn vermogen; de papen doen den arbeijt voor de cost ende
+weijnigh salaris die haer vande paep, die vande gouverneur vande stadt
+daer &rsquo;t clooster ofte tempel onder sorteert over &rsquo;t bewint
+gestelt is, gegeven wort; sij seggen mede dat inde oude tijden de
+spraeck al eens was, ende door &rsquo;t bouwen van een toorn daer mede
+sij inden hemel wilden climmen, door de gantsche werelt verandert is;
+den adel om haer vermaeck met hoeren en ander geselschap te nemen, gaen
+dickmaels inde cloosters, alsoo d&rsquo;selve seer plaisierigh int
+geberghte ende &rsquo;t geboomte leggen, ende voorde beste huijsen van
+&rsquo;t land gerekent worden, soo dat d&rsquo;selve meer voor
+bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, wel te
+verstaen d&rsquo;gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de
+vochtigheijt genegen sijn<a class="noteref" id="xd0e4208src" href=
+"#xd0e4208">117</a>; daer plegen bij ons inde Conincx stadt, twee
+bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van gemeene vrouwen,
+waren mede &rsquo;t hair kael afgeschooren, aten ende deden
+d&rsquo;beelden <span class="pagenum">[<a id="pb42" href=
+"#pb42">42</a>]</span>gelijcke dienst als de papen, worden vanden
+Coninck ende grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den
+jegenwoordigen Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen<a
+class="noteref" id="xd0e4218src" href="#xd0e4218">118</a>.</p>
+
+<p>Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel
+fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien yder
+na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs met pannen
+decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest met korck, riet
+ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een muijr ofte pagger van
+malcanderen gescheijden; d&rsquo;huijsen staen op houte pilaren,
+d&rsquo;muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven worden
+houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en van binnen
+met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit papier
+geplackt; d&rsquo;vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven,
+daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm<a
+class="noteref" id="xd0e4226src" href="#xd0e4226">119</a> zijn, soo
+datse beter keggels als camers gelijck zijn; d&rsquo;vloer met geolijt
+papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, boven met een
+cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen cunnen; de
+edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder huijs daer sij
+haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, nemen daer oocq
+haer vermaeck ende doen &rsquo;t gene sij te verrichten hebben, waer
+voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn is, versiert
+met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen en clippen;
+d&rsquo;vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand mogen
+gesien worden; de coopluijden ende traije<a class="noteref" id=
+"xd0e4234src" href="#xd0e4234">120</a> borgers hebben gemeenlijck ter
+sijden haer huijs een catel<a class="noteref" id="xd0e4237src" href=
+"#xd0e4237">121</a> om haer dingen te doen en luijden van aansien te
+onthalen twelc gemeenlijck met tabacq en arrack geschiet; hare vrouwen
+mogen vrij bij ydereen comen praten ende op gast maelen gaen, dog
+sitten altijt bijsonder ende <span class="leftnote">[25]</span>tegen de
+mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als &rsquo;t
+gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck
+huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en
+op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende
+groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen
+<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span>ofte
+logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden wegh rijst
+ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van &rsquo;t een of
+&rsquo;t ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo
+veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende
+met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij
+d&rsquo;huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen<a class="noteref"
+id="xd0e4251src" href="#xd0e4251">122</a>; opden grooten wegh nade
+Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor de groote
+als gemeene man om te vernachten; d&rsquo;edelluijden ende die vant
+land reijsen, die d&rsquo;andere wegen passeeren worden bij
+d&rsquo;opper-hooffden vande buerte daerse vernachten de cost ende
+slaep plaets bestelt.</p>
+
+<p>Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int
+vierde lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer
+ouders ofte vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan
+malcanderen gegeven; de meijsjens comen meest d&rsquo;ouders vanden
+jongman thuijs, tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer
+soo lange woonen, soo lange sij haer selven connen behelpen; den
+bruijdegom moet als hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden
+met eenige van sijn vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt,
+wort van haer ouders ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan
+de bruijloft met malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach
+sijn vrouw al had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een
+ander nemen, maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter
+daer van is geset; een man mach soo veel wijven houden als hij
+onderhouden ende den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als
+&rsquo;t hem belieft, sonder daer over aengesproocken te worden; hebben
+een wijff altijt in huijs dat de naeste is, ende &rsquo;t huijs op
+hout, de andere woonen buijten in bijsondere huijsen; den adel ofte
+grooten hebben gemeenlijck 2 a 3 wijven binnen &rsquo;t huijs, dog is
+altijt een als gouvernante over de huijshoudingh; ider woont
+gemeenlijck appart ende gaet bij degeen die &rsquo;t hem belieft; dese
+natie achten haer vrouwen niet meer als slavinnen ende om een cleijne
+misdaet verstooten deselve; soo d&rsquo;man d&rsquo;kinderen niet wil
+houden, moet d&rsquo;vrouw se altemael nae haer nemen, waerover dit
+lant soo vol menschen is. <span class="pagenum">[<a id="pb44" href=
+"#pb44">44</a>]</span></p>
+
+<p>D&rsquo;edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op,
+bestellen dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven
+wel onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende dat
+met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende
+d&rsquo;geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor
+tot grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen;
+&rsquo;t is te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo
+connen <span class="leftnote">[26]</span> uijtleggen daerin meest haer
+geleertheijt bestaet; in alle steden is een huijs, daer alle jaren voor
+de overicheijt ende dengenen die om de regeringe<a class="noteref" id=
+"xd0e4267src" href="#xd0e4267">123</a> om hals ofte van cant geraect
+sijn, geoffert wort<a class="noteref" id="xd0e4270src" href=
+"#xd0e4270">124</a>; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en
+wort altijt van haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in
+2 a 3 steden bijeencomste<a class="noteref" id="xd0e4278src" href=
+"#xd0e4278">125</a> gehouden ende bij d&rsquo;stadthouder yder in sijn
+provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie om
+haer &rsquo;t examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den
+stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g&rsquo;examineert, soo
+hij denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft
+&rsquo;t selve aan &rsquo;t hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een
+bij een comste gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden
+g&rsquo;examineert te worden; op dese vergaderinge comen alle
+d&rsquo;grootste van &rsquo;t landt soo wel die in eenige bedieninge
+geweest ende tegenwoordig sijn, alsoo d&rsquo;eene inde politie ende
+d&rsquo;ander inde militie is gepromoveert, om in beijde hare promotie
+te crijgen, om daer sij geordonneert worden bequaem te sijn; den brief
+van promotie crijgen zij van den Coninck; dit promoveeren maeckt
+meenigh jong edelman tot een out bedelaer, door dien sij haer middelen
+die somtijts weijnigh sijn daer mede vernielen, door d&rsquo;groote
+oncosten, schenckagien ende gastmalen die sij moeten doen, de ouders
+voor haer kinderen geven ende haer leven eijndigen sonder in eenige
+bedieninge te geraken; &rsquo;t is haer wel als &rsquo;t maer de naem
+hebben datse gepromoveert sijn. D&rsquo;ouders houden veel van hare
+kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat wanneer
+d&rsquo;ouders eenige misdaet begaen hebben ende &rsquo;t selve
+ontlopen, moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede
+d&rsquo;ouders <span class="pagenum">[<a id="pb45" href=
+"#pb45">45</a>]</span>voorde kinderen moeten doen; de slaven ofte
+diergelijcke nemen weijnigh reguart op hare kinderen, door dien deselve
+soodrae eenigen arbeijt connen doen de Meesters naer haer nemen; alle
+kinders moeten over haer vader, overleden sijnde, drie, ende over
+d&rsquo;moeder twee jaren rouw dragen, eeten niet anders dan
+d&rsquo;papen, mogen geen bediening waernemen. Imand &rsquo;t sij groot
+ofte cleijn in bedieninge sijnde ende een van sijn ouders comt te
+sterven, moet terstont daer uijt gaen; mogen bij geen vrouwen slapen en
+indien sij in die tijt kinderen comen te procureeren worden
+d&rsquo;selve voor hoere kinderen geacht; vermogen niet te kijven noch
+te vechten of droncken drincken; dragen dan lange rocken van hennip
+linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; om &rsquo;t lijf
+een gorlos<a class="noteref" id="xd0e4283src" href="#xd0e4283">126</a>
+van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, wel een mans arm dicq, ende
+diergelijcke touw wat dunder om &rsquo;t hooft met bamboese hoetjes op,
+een dicke stock ofte bamboes inde handt waeraen sij kennen off
+d&rsquo;vader off moeder doot is, alsoo d&rsquo;bamboes d&rsquo;vader
+ende d&rsquo;stock d&rsquo;moeder beduijt; wassen of <span class=
+"leftnote">[27]</span> reijnigen haer selden, soo datse eer molicken<a
+class="noteref" id="xd0e4295src" href="#xd0e4295">127</a> als mensen
+gelijcken; als daar ymand comt te sterven loopen d&rsquo;vrunden als
+dolle menschen langs de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het
+hooft te plucken; sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven
+worden, aen bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen
+water bij en comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van
+binnen vol nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen,
+gestopt; sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als
+d&rsquo;rijs van &rsquo;t velt is; soose inde somer comen te sterven,
+worden in huijskens van stroo gemaect die op staken staen, geleijt,
+ende worden als sijse begraven willen, dan weder &rsquo;t huijs gehaelt
+ende inde kisten met haer clederen ende goet, als boven geseijt is,
+geleijt; dragen den dooden &rsquo;s morgens met den dach wech, nadat
+sij des snachts te vooren wel vrolijck zijn geweest; de dragers doen
+niet dan dansen ende singen, de vrunden volgen &rsquo;t lijck al
+huijllende ende krijtende; den derden dagh gaen de vrunden ende
+bekenden weder voor &rsquo;t graft offeren ende hebben dan weder een
+vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, 5 a 6 voeten met aerde
+opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer voor d&rsquo;groote heeren
+haer graven staen veel steenen ende beelden van steen gehouwen, opde
+steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende wat sij voor bedieninge
+gehadt hebben; allen <span class="pagenum">[<a id="pb46" href=
+"#pb46">46</a>]</span>15<sup>en</sup> vande 8<sup>e</sup> maent, alsoo
+sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer,
+wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert<a class=
+"noteref" id="xd0e4306src" href="#xd0e4306">128</a>, dit is de grootste
+feestdagh naest &rsquo;t nieuwe jaer die sij hebben; daer sijn
+waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet doen, die haer
+seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en op een goede
+plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, &rsquo;t gebeurt
+wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.</p>
+
+<p>Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen
+&rsquo;t gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo
+blijft den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten;
+de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben
+noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part
+int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende &rsquo;t
+geen tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer
+d&rsquo;ouders 80 jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant
+van haer goederen doen, achten d&rsquo;selve dan onbequaem om yets te
+regeeren, dog houden haer altijt in groote achtinge; den outsten soon
+als vooren int besit gegaen sijnde, laet op &rsquo;teijgen erff een
+besonder huijs timmeren van<a class="noteref" id="xd0e4327src" href=
+"#xd0e4327">129</a> d&rsquo;ouders, om daer in te woonen ende worden
+van de zoons onderhouden.</p>
+
+<p>Wat d&rsquo;trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d&rsquo;couragie
+deser <span class="leftnote">[28]</span> natie belangt, sijn seer
+genegen tot diverije, liegen en bedriegen, men moet d&rsquo;selve niet
+te veel betrouwen, achtent voor een romeijn stuck als sij imand te cort
+gedaen hebben, en wort bij haer voor geen schande gereekent; daerom
+hebben voor een gebruijck soo imant in een coopmanschap bedroogen is,
+mag daer weder uijt scheijden, van paerden en coebeesten, al wast over
+3 a 4 maenden, van landen ende vaste goederen niet langer tot dat
+transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende <span class="pagenum">[<a
+id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>seer goet van gelooff, wij conde
+haer alles wijs maken wat wij wilde, ende d&rsquo;vreemde luijden
+toegedaen, voornamentlijck d&rsquo;papen; hebben een vrouwenhart
+gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat over ettelijcke
+jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert vermoort, steden
+en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander Jan Jansz.
+verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over &rsquo;t ijs
+quam ende &rsquo;t land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden
+die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen
+waren, alsoo &rsquo;t selve voor geen schande gereekent wort ende
+beclagen soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben;
+&rsquo;t is mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte
+portugeese schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen
+zijn, deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met
+vuijle broecken onverrichter saecke sijn &rsquo;thuijs gecomen; mogen
+geen bloet sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op
+een loopen; sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die
+smettelijck zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt
+ofte dorp daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo
+daer toe gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer
+spreeckt, dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet,
+sullen d&rsquo;siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer
+hantreijckinge te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer
+comen kijcken; de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden
+terstont met vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen
+daer d&rsquo;sieckte is vol d<sup>o</sup> tacken geleijt tot een teeken
+vanden onbekende.</p>
+
+<p>Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als
+onder malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan
+d&rsquo;Japanders van &rsquo;t eijland &rsquo;t Suissina die aende Z.O.
+zijde inde stadt Pousan een logie hebben, die de heer van &rsquo;t
+selve eijland toecomt, brengen daer peper, sappanhout<a class="noteref"
+id="xd0e4342src" href="#xd0e4342">130</a>, alluijn, buffels hoorns,
+harte en rochevellen, met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen
+in Japan gebrocht worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die
+daer vallen en in Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling
+<span class="leftnote">[29]</span> op Packin ende d&rsquo;noorder
+quartieren van China, moetent al met <span class="pagenum">[<a id=
+"pb48" href="#pb48">48</a>]</span>paerden<a class="noteref" id=
+"xd0e4370src" href="#xd0e4370">131</a> over lant doen waerop groote
+oncosten vallen, daerom niet dan bij groote coopluijden gedreven wort;
+die van des Conincx stad op Packin reijsen ende weder comen, moeten op
+&rsquo;t spoedigste drie maenden onderwegen zijn; de handeling onder
+malcanderen geschiet meest met stucke linde<a class="noteref" id=
+"xd0e4379src" href="#xd0e4379">132</a>, elcq nae sijn waerdij,
+d&rsquo;groote heeren ende coopluijden handelen wel met silver, maer de
+boeren en slechte luijden, met rijs en andere granen.</p>
+
+<p>Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was vol
+weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle
+dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter
+soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen
+recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen,
+voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt om
+tselve te halen<a class="noteref" id="n48.3src" href="#n48.3">133</a>;
+sij en weten niet meer dan van 12 landen ofte coninckrijcken waer van,
+nae haer seggen, China den keijser is, ende d&rsquo;andere in vorige
+tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; dat nu ider sijn eijgen
+meester is, door dien den Tarter China besit ende de andere niet onder
+haer can brengen; den Tarter noemen sij Tieckese ende Oranckaij; ons
+lant noemen sij Nampancoeck<a class="noteref" id="xd0e4418src" href=
+"#xd0e4418">134</a>, dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt
+wort, van ons ofte Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck
+hebben sij van de Japanders; <span class="pagenum">[<a id="pb49" href=
+"#pb49">49</a>]</span>dese naem is meest onder haer bekent van wegen
+den toebacq, alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het
+drincken ende planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet
+daervan eerst, soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen
+was, daerom nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo
+sterck gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren
+&rsquo;tgebruijcken, ende nu ter tijt soo wel onder de mans als
+vrouwen, weijnigh gevonden worden diese niet en drincken; doen den
+tabacq daer eerst gebrocht wiert gaven voor yder pijp een maes silver
+ofte de waerdij daervan; Nampancoeck is bij haer voor een vande beste
+landen vermaert; haer oude schriften vermelden datter 84000 landen
+sijn, dog wordt bij haer maer voor een fabel geacht, seggen datter de
+eijlanden, clippen ende rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de
+son in een etmael niet en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij
+haer eenige landen noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het
+namen van steden en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als
+Siam strecken.</p>
+
+<p>Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van
+nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en
+hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de zij
+niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; als
+mede silver<a class="noteref" id="xd0e4425src" href=
+"#xd0e4425">135</a>, ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende meer
+andere goederen; sij konnen haer selven met d&rsquo;medecijn die daer
+vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct,
+alsoo d&rsquo;doctoors bij de grooten in dienst sijn ende
+d&rsquo;gemeene man tegen <span class="leftnote">[30]</span>
+d&rsquo;oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; de
+gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, wiens
+raet zij doen en volgen, &rsquo;t sij met offeren op &rsquo;t
+geberghte, aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den
+duijvel om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct,
+alsoo den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken
+ende vernielen.</p>
+
+<p>De maten, ellen ende gewichten, soo veel &rsquo;t lant ende de
+coopluijden <span class="pagenum">[<a id="pb50" href=
+"#pb50">50</a>]</span>aangaet, sijn door &rsquo;t geheele land eguael<a
+class="noteref" id="xd0e4441src" href="#xd0e4441">136</a>, maer onder
+de gemene man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt
+gepleegt, den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den
+ontfanger te swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij
+veele gouverneurs goede opsicht op wort genomen, kennen &rsquo;t selve
+egter niet afbrengen, doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht
+gebruijct; eenige munte is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen
+op de grensen van China gangbaer sijn; &rsquo;t silver geven sij bij
+&rsquo;t gewichte uijt, sijn groote en cleijne stucken, gelijck het
+schuijt silver in Japan.</p>
+
+<p>Het vee ende &rsquo;t gevogelte datter is, sijn dese: paerden,
+koebeesten; stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met
+meenighte; d&rsquo;lantman gebruijcken d&rsquo;koebeesten en stieren om
+&rsquo;t landt te ploegen, den reijsende ende coopman de paerden om
+haer goet te voeren; tijgers sijnder mede veel, waer van de vellen nae
+China en Japan gevoert worden; beere, harten, wilde en tamme verckens,
+honden, vossen, katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende
+fenijnigh gedierte, swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers,
+reijgers, kraenvogels, arenden, valcken, achsters, craeijen,
+koeckoecken, duijven, snippen, fesanten, leeuwercken, vincken,
+lijsters, kievitten en kuijcken dieven, met meer ander gevogelte, dog
+alles in overvloet.</p>
+
+<p>Sooveel haer spraeck, schrijven<a class="noteref" id="xd0e4453src"
+href="#xd0e4453">137</a> en reekenen belanght, haer spraeck is alle
+andere spraaken different. Is seer moeijelijck om te leeren, doordien
+sij een dingh op verscheijde maniere noemen; spreeken seer prompt ende
+langhsaem, voornamenlijck onder d&rsquo;grooten ende geleerde;
+schrijven op driederlij maniere, &rsquo;t eerste ofte principaelste is
+gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese wijse worden alle
+hare boecken gedruct, ende gesz, &rsquo;t land ende de overheijt
+rakende, gesz tweede, Is<a class="noteref" id="xd0e4473src" href=
+"#xd0e4473">139</a> seer radt, gelijck &rsquo;t loopent int vaderlant;
+wort veel bij d&rsquo;grooten ende d&rsquo;gouverneurs gebruijct om
+vonnisse in, <span class="pagenum">[<a id="pb51" href=
+"#pb51">51</a>]</span>ende apostille op recquesten te stellen,
+mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d&rsquo;gemeene
+man niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen
+ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, doch
+connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer licht ende
+beter als met &rsquo;t voorgaende schrijven<a class="noteref" id=
+"xd0e4478src" href="#xd0e4478">140</a>; dit geschiet alles met
+penseelen, seer vaerdigh <span class="leftnote">[31]</span> en rat. Sij
+hebben veel geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij
+zulcken reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants
+altijt &rsquo;t opsicht daer over heeft; d&rsquo;copije ende
+druckplaetsen<a class="noteref" id="xd0e4501src" href=
+"#xd0e4501">141</a> worden in veele steden ende vastigheden bewaert, om
+bij ongeluck van brant ofte andersints daer van niet geheel ontbloot te
+sijn; haer almenachen ende diergelijcke boecken worden in China
+gemaect, alsoo sij de kennisse niet en hebben om sulcx te doen<a class=
+"noteref" id="xd0e4504src" href="#xd0e4504">142</a>; sij drucken met
+houte platen, elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij
+reekenen met lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int
+vaderlant doet; weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen
+teijckenen d&rsquo;inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken,
+treckent tegen malcanderen af en sien watter overschiet off te cort
+comt.</p>
+
+<p>Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte
+zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een
+wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem
+an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken
+voor uijt, yder op &rsquo;t fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende
+gespel op alderhande instrumenten, agter d&rsquo;selve comt de guarde
+ofte lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d&rsquo;principaelste
+borgers vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij
+gemaect vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas
+&rsquo;t gedruijs vande menschen en paerden hooren can; even voorden
+Coninck rijt een secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt <span
+class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span>met een
+beslooten cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te
+doen hebben, &rsquo;t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders
+ongelijck gedaen is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen
+crijgen, dat haer ouders ofte vrunden &rsquo;t onrecht gestraft sijn
+ende andere apellen meer, welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen
+gebonden worden ende bij haer agter een muer ofte pagger leggende
+worden opgesteeken ende bijde daer oppassende persoonen afgehaelt, den
+voornoemden secretaris ofte andere overgelevert, bij hem aanden Coninck
+tsijner thuijscomste, &rsquo;t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn
+Maijesteijt daer op voor &rsquo;t laetst gedisponeert te worden,
+&rsquo;twelcq voorde uijtterste uijtspraeck gehouden wort, ende
+terstont sonder tegenseggen van imand ter executie gestelt; alle
+straten daer den Coninck passeert, worden aen wedersijde afgeslooten,
+niemand vermach eenige deur ofte venster open te doen ofte te laten,
+veel minder over eenige muer ofte pagger sien, soo wanneer den Coninck
+voorbij den adel ofte soldaten passeert, moeten met den rugh naer hem
+toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, waerom meest al de soldaten,
+met een houtie inde mont gelijck &rsquo;t gebit van een paert loopen<a
+class="noteref" id="xd0e4516src" href="#xd0e4516">143</a>. Soo wanneer
+den Tartarsen gesant comt moet den Coninck in persoon met alle
+d&rsquo;groote heeren buijten de stadt hem <span class="leftnote">
+[32]</span> in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn
+logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den
+Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende
+buijtelaers <span class="pagenum">[<a id="pb53" href=
+"#pb53">53</a>]</span>voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende
+doet; daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte
+versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen in
+des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de straten
+met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a 3 man die
+niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters comen
+malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe &rsquo;t met
+den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle
+middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn
+heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort<a
+class="noteref" id="xd0e4542src" href="#xd0e4542">144</a>.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1662.<a class="noteref" id="xd0e4567src"
+href="#xd0e4567">145</a></span>Int begin van &rsquo;t jaer den duijren
+tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, veel menschen daar door
+verslonden, den gemeenen man geen incomste conde opbrengen gelijck
+vooren hebben verhaelt, dog d&rsquo; eene stadt meer als d&rsquo;ander
+eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die in lage landen ofte
+bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt nog eenige rijs
+winnen, sonder dat soude &rsquo;t geheele land ten naesten bij
+uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer conde
+geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse vanden
+Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste wiert
+gegeven, in geen ander stadt conde setten.</p>
+
+<p>Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in
+<span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span>drie
+andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh<a class="noteref" id=
+"xd0e4574src" href="#xd0e4574">146</a> 12: Sunischien<a class="noteref"
+id="xd0e4577src" href="#xd0e4577">147</a> 5: Namman<a class="noteref"
+id="xd0e4583src" href="#xd0e4583">148</a> 5 man, sijnde doen nog 22
+sterck; over dit verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door
+aldaer van huijsen, huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse
+redelijck versien waren, &rsquo;t selve met groote moeijten gecregen
+ende nu verlaten mosten, in een nieuwe stadt comende om d&rsquo;duijre
+tijt daer niet licht weder aen te comen soude sijn, dog is dese
+droeffheijt voorder terecht gecomen<a class="noteref" id="xd0e4586src"
+href="#xd0e4586">149</a> tot groote blijschap verandert.</p>
+
+<p>Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende
+sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten
+bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken en
+ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, dog
+d&rsquo;gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende
+Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een stadt
+alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in een stadt,
+den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij des ander
+daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die aldaer
+bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in <span class=
+"leftnote">[33]</span> een lantspackhuijs vernachten; des morgens met
+den dagh stonden op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden
+bijden ons daer brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off
+admirael vande provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die
+ons terstont van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet
+ons rantsoen als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet
+sachtsinnig man te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken;
+drie dagen nae sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets,
+twelcq een straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete
+son ende swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den
+avont voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen
+halen, door dien d&rsquo;sulcke niet en doen als haer dienaers ende
+ondersaten, int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om
+dat yder de beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere
+arbeijt te last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen
+menschen te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen;
+wij suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met <span class=
+"pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>groote droeffheijt,
+de winter nu op handen comende, door d&rsquo;quade jaren niet meer
+hadden als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere
+steden nu gelegentheijt hadden haer weder door &rsquo;t goet gewas, een
+weijnig inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles
+voorhielden, dat de helft 3 dagen soude oppassen en d&rsquo;ander helft
+die dagen om wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer
+in soude continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog
+brochten naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden,
+soo veel te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15
+a 30 dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met
+malcanderen deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur
+continueerden bleven, twelcq geschiede <span class="leftnote">
+1664.</span>tot int begin van &rsquo;t jaer 1664, dat sijn tijt
+geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte tweede vande selve
+provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder eenen nieuwen
+gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende belaste dat
+wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden deden, van
+tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs te passen ende
+uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij bekent te maken
+om indient den noot vereijste te weten waer sij ons soucken soude. Wij
+danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet mensch verlost waren
+ende soo een goet man weder inde plaets gecregen hadden, door dien den
+nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende groote vruntschap bewees,
+<span class="leftnote">[34]</span> liet ons meijnighmael roepen ende
+gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels
+waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, daer
+op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden
+licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh
+hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende
+zeecant geen vaertuijgen genoch en waren<a class="noteref" id=
+"xd0e4602src" href="#xd0e4602">150</a>, waer op wij zijn E: opdiende,
+dat ons die <span class="pagenum">[<a id="pb56" href=
+"#pb56">56</a>]</span>niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons
+den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een
+ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij om
+geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels sulcx
+zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden alle
+devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen daer
+te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige menschen
+wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent ses maenden in
+sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx opgehaelt om sijn
+straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, lietse om een geringe
+sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, wiert daer over bij
+den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft ende voor sijn leven
+wegh gebannen.</p>
+
+<p>Int laetste van &rsquo;t jaer sagen eerst een ende daernae twee
+sterren met staerten, d&rsquo;eerste int Z.O. die wel twee maenden
+gesien worde, de ander int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe
+haer verthoonende<a class="noteref" id="xd0e4629src" href=
+"#xd0e4629">151</a>, twelcq sulcken verslagentheijt aen &rsquo;t hoff
+veroorsaeckten dat den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel
+liet versorgen, als mede alle vastigheden van victualie en ammonitie
+versien, <span class="pagenum">[<a id="pb57" href=
+"#pb57">57</a>]</span>de ruijters en soldaten daghelijcx oeffenen<a
+class="noteref" id="xd0e4650src" href="#xd0e4650">152</a>, niet anders
+denckende, dan dat haer d&rsquo;een of d&rsquo;ander opden hals comen
+soude<a class="noteref" id="xd0e4668src" href="#xd0e4668">153</a>,
+verboot mede bij avont geen licht &rsquo;t sij inde huijsen ofte op
+&rsquo;t land aande zeecant leggende te branden; den gemeenen man
+maeckten haer goetjen meest op, behielden meest soo veel om tot
+aenstaende rijs snijden te mogen leven, te meer door dien eer dat den
+Tarter het land innam, diergelijcke teekens aen den hemel hadden
+gesien<a class="noteref" id="xd0e4674src" href="#xd0e4674">154</a>,
+gelijck mede doen den Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog
+bangh voor waren; d&rsquo;grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh
+waer dat wij quamen, wat men seijde in ons land, als sulcx gesien
+worde, seijde daer op dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden
+hemel gehouden wiert ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en
+quade siecte beduijde twelcke sij met ons affi[r]meerden.<a class=
+"noteref" id="xd0e4686src" href="#xd0e4686">155</a></p>
+
+<p><span class="leftnote">[35]</span><span class=
+"leftnote">1665.</span>Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons
+best om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom
+gestooten; hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs
+beschaerde ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken
+of den Almogenden &rsquo;t eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde
+verleenen; onse maets inde twee andere steden die door &rsquo;t comen
+ende gaen van hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door
+dien de gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten
+met malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme
+gevangens in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij
+ons int <span class="pagenum">[<a id="pb58" href=
+"#pb58">58</a>]</span>leven lieten ende sooveel gaven dat wij van
+honger niet souden sterven.</p>
+
+<p><span class="leftnote">1666.</span>Int begin van &rsquo;t jaer
+raeckten wij onsen goeden vrunt weder quijt, door dien sijn tijt
+g&rsquo;expireert ende vanden Coninck met een grooter bedieningh
+begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel vruntschap bewesen,
+was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt seer bemint, vanden
+Coninck ende grooten om sijn goede regeringe ende kennisse die hij
+hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten verbeeteren ende goede
+ordre op d&rsquo;zee lant<a class="noteref" id="xd0e4707src" href=
+"#xd0e4707">156</a> en oorloghsjoncken gehouden in sijn tijt, twelcq te
+hove soo hoogh wiert genomen dat den Coninck hem met soodanige offitie
+begiftichden; drie dagen nae sijn vertrecq, alsoo d&rsquo;zee cant niet
+lang sonder opperhooft, den ouden voorde comste vande nieuwe ontrent de
+stadt, daer niet uijt mag gaen, sij oocq een goeden dagh bij
+d&rsquo;waerseggers haer aanwijsende<a class="noteref" id="xd0e4710src"
+href="#xd0e4710">157</a>, waernemen om in een stadt ofte bedieninge te
+mogen comen, quam den nieuwen gouverneur die ons d&rsquo;selve lesse
+wilden leezen, die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert
+hadde, maer sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle
+dagen padie souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte
+diergelijcke vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt,
+dat wij van &rsquo;t rantsoen even costen eeten ende genoch te doen
+hadden om met bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te
+crijgen, dat ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden,
+datse ons geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude,
+ende dan sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in
+Japan als anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen
+meer, waerop ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen,
+ende daernae wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te
+reguleren, maer &rsquo;t was metter haest anders met hem verkeert,
+alsoo cort daer aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt
+vanden constapel den brant inde kruijtkist<a class="noteref" id=
+"xd0e4719src" href="#xd0e4719">158</a> raeckte, &rsquo;twelcq &rsquo;t
+voorste van &rsquo;t <span class="pagenum">[<a id="pb59" href=
+"#pb59">59</a>]</span>jonck, door dien de kist altijt voorde mast
+staet, meest wech nam ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq
+ongeluck hij meijnde te <span class="leftnote">[36]</span>verbergen
+ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer viel anders uijt door
+dien d&rsquo;verspieders die der altijt ontrent sijn, ende vanden
+Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder haest
+geopenbaert hebben, die &rsquo;t selve terstont aan &rsquo;t hoff
+schreef, den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen
+voorde scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert,
+meest omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te
+nemen sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.</p>
+
+<p>In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d&rsquo;
+voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem
+touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck was
+te doen, twelcq wij hem seijde ende als d&rsquo;voorgaende gouverneur
+gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in
+geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan,
+indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten;
+indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen
+hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te
+verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn
+naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo
+tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger
+sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van &rsquo;t
+arbeijden ende uijtplucken van &rsquo;t gras nog wel indachtigh was,
+ende soude &rsquo;t met &rsquo;t oppassen ende pijllen halen mede sijn
+voortganck genomen hebben, ten ware wij soo een uijtnemende goet
+gouverneur gecregen hadde, ende in sijn tijt met bedelen ons best
+hadden gedaen, om soo veel te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3
+dubbelt te connen betaelen, alsoo anders voor ons daeraen niet licht te
+comen soude geweest sijn; sochten dan alle middelen ter werelt om aen
+een vaertuijg te comen, willende liever onse cans eens wagen dan altijt
+met sorge, droeffheijt en in slavernije bij dese heijdense natie te
+leven, daer ons dagelijcx van een parthije wangunstige menschen alle
+verdriet wiert aengedaen; vonden ten laetsten goet, om door een
+Coreijer sijnde onsen buerman ende goede bekende die dagelijcx in ons
+huijs quam ende dickmaels met cost ende dranck van ons gevoet wiert,
+d&rsquo;selve &rsquo;t een en &rsquo;t ander inde mouw te steeken, een
+vaertuijg te laten coopen onder schijn van met &rsquo;t selve op
+d&rsquo;eijlanden wol te <span class="pagenum">[<a id="pb60" href=
+"#pb60">60</a>]</span>gaen bescharen, hem voorder beloovende, wanneer
+wij van &rsquo;t wol bedelen quamen, om d&rsquo;selve daer door meer
+t&rsquo;animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te
+beloonen; die terstont daer nae <span class="leftnote">
+[37]</span>vernam ende van een visser een vaertuijg cocht; wij hem
+d&rsquo;betalinge ter handt stelden ende &rsquo;t vaertuijgh ons
+overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was,
+scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert,
+seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot man
+soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen<a class="noteref" id=
+"xd0e4742src" href="#xd0e4742">159</a>, dog stelden hem egter tevrede,
+ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese meer siende op
+&rsquo;t gelt als op &rsquo;t ongemack dat te verwachten stont ende wij
+op d&rsquo;cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont
+versagen &rsquo;t vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en
+alle &rsquo;t gene van nooden hadden, om met d&rsquo;eerste quartier
+maens, alsoo &rsquo;t dan daer d&rsquo;beste weer is ende &rsquo;t inde
+wijffel maent<a class="noteref" id="xd0e4751src" href=
+"#xd0e4751">160</a> was, onse hielen te lichten, biddende dat den
+Almogende onsen Lijtsman wilde sijn; twee van onse maets te weten den
+onderbarbier Matheus Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt
+de stadt Sunichien ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen
+dickmaels deden, die wij &rsquo;t selve voorhielden ende met ons wel
+haest overeenquamen ende mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in
+deselve stadt woonachtig, was in de navigatie ervaren, gingh een van
+ons volcq hem waerschouwen dat alles claer ende gereet was; inde stadt
+comende bevont denselven bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen
+was, nog 15 mijl verder gelegen; die hem terstont daer van daen haelden
+ende in vier dagen al weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt
+soo heen als weder ontrent <span class="pagenum">[<a id="pb61" href=
+"#pb61">61</a>]</span>50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter
+degen over ende maeckten den 4<sup>en</sup> September alles claer,
+versagen ons van branthout om met d&rsquo;onderganck vande maen ende
+een voor eb<a class="noteref" id="xd0e4774src" href="#xd0e4774">161</a>
+het ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer
+al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder
+achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg
+brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met
+malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water ende
+coock potten met &rsquo;t geen meer van nooden hadden int vaertuijg,
+gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in &rsquo;t
+vaertuijg waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant
+voeren, ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien
+hebbende, d&rsquo; stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten,
+gepasseert sijnde, cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten
+&rsquo;t seijl bij en lietent de baij uijt staen<a class="noteref" id=
+"xd0e4789src" href="#xd0e4789">162</a>, ontrent den dagh passeerden een
+vaertuijg die ons preijde<a class="noteref" id="xd0e4792src" href=
+"#xd0e4792">163</a>, dog en gaven geen antwoort uijt vreese oft een
+wacht mochte geweest sijn.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p07.gif" alt="" width=
+"720" height="490"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span></p>
+
+<p>Des anderen daeghs sijnde den 5<sup>en</sup> September met &rsquo;t
+opgaen van de son wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op
+een vricken, uijt vreese of sij ons mogten naer volgen ende door
+&rsquo;t seijl niet bekent &rsquo;t <span class="leftnote">
+[38]</span>worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt den
+westen, maeckten &rsquo;t seijl weder bij, onsen cours bij gissinge
+Z.O. aensettende; tegen den avont begon &rsquo;t heel stijf te coelen
+uijt d&rsquo;selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree
+agteruijt, waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.</p>
+
+<p>Den 6<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens waren dicht bij een van de
+eerste Japanse eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq,
+savonts waren, soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij
+Firando ende alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die
+cust ons onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht
+waren, seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten
+leggen om in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland,
+dat eerst seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten
+&rsquo;t landt.</p>
+
+<p>Den 7<sup>en</sup> d<sup>o</sup> seijlden met slappe coelte ende
+variable winden langs de eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde
+nevens malcanderen lagen), om boven d&rsquo;selve te comen; &rsquo;s
+avonts vrickte na een eijlantje, om des naghts daer onder te anckeren,
+door dien de lucht seer windigh sag, maer sagen soo veel blick vieren<a
+class="noteref" id="xd0e4823src" href="#xd0e4823">164</a> vande
+eijlantjes, dat wij beter agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo
+met een labber coelte, de wint van agteren, den geheelen nacht
+door.</p>
+
+<p>Den 8<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bevonden ons op d&rsquo;selve
+plaets daer wij savonts geweest hadde, dochten &rsquo;tselve door de
+stroom geschiet te sijn; staken in zee om soo beter boven
+d&rsquo;eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee gecomen zijnde
+cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij genoch te doen
+hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d&rsquo;wal te crijgen ende
+een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; half middag
+quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende aten sonder
+te weten wat voor eijlanden waren; d&rsquo; Inwoonders voeren ons
+somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont &rsquo;t weer
+wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee
+houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende
+ander zijde van d&rsquo;baij aen landt, wij dit siende lichten <span
+class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63">63</a>]</span>terstont ons
+ancker ende maeckten &rsquo;t zeijl bij ende sochten soo met vricken
+als zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh
+haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet had
+tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie uijt de baij
+sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met stocken ende
+bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, maer siende naer
+dat wij wel gehoort hadden &rsquo;t Japanders geleeken ende ons wesen
+waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince vlaggetje&mdash;dat
+daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse eijlanden <span
+class="leftnote">[39]</span>quamen te vervallen, haer te
+verthoonen,&mdash;opstaken en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij
+&rsquo;t seijl souden strijcken ende binnen vricken, gelijck wij als
+verwonnen sijnde terstond deden; quamen ons aen boort ende namen den
+man die aen &rsquo;t roer sat in haer vaertuijg over; cort daeraen
+boucheerden<a class="noteref" id="xd0e4839src" href="#xd0e4839">165</a>
+ons voor een dorp al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw
+wel vertuijde, ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden
+voorgaenden man nog een over die sij beijde aan lant brachten ende haer
+ondervragende, dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles
+in roer, ten leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde;
+wij sagen malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse
+cost nu al gecoockt<a class="noteref" id="xd0e4848src" href=
+"#xd0e4848">166</a> was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude
+beduijden dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons
+wat trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde,
+het niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d&rsquo;
+nacht quam daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan
+boort alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht,
+de derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat
+wij Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in
+Nangasaky waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij
+tevreden souden zijn, dattet eijland van Goto, d&rsquo;inwoonders
+Japanders waren, ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van
+daen quamen, waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer
+wij vandaen quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons
+schip op een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te
+gaen, om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat
+beter gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect
+hadden, dat alle vreemde natie die op d&rsquo;Japanse eijlanden <span
+class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>vervallen
+dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater
+geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.</p>
+
+<p>Den 9: 10 en 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bleven ten ancker leggen
+en wierden int vaertuijg ende d&rsquo;aen lant sijnde als vooren wel
+bewaert; versagen ons van toespijs, water, branthout, en &rsquo;t gene
+meer van nooden hadden; deckten &rsquo;t vaertuijg, door dient gestadig
+regende, met strooje matjes om daer in droog te sitten.</p>
+
+<p>Den 12<sup>en</sup> versagen ons van alles voorde reijs na
+Nangasacky; smiddaghs lichten &rsquo;t ancker ende quamen tegen den
+avont aende binne sij van &rsquo;t eijland voor een dorp ten ancker
+alwaer wij dien nacht bleven leggen.</p>
+
+<p>Den 13<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met sonnen opgangh gingh den
+voorsz. derde persoon in sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven
+ende goederen die aen &rsquo;t Keijsers hoff mosten wezen; lichten
+d&rsquo;anckers, worden met twee groote en twee cleijne barcken
+geconvoijeert; de twee aen lant gebrochte <span class="leftnote">
+[40]</span>maets voeren met een vande groote barcquen over, ende quamen
+op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde baij ende
+ontrent middernacht op d&rsquo;rheede voor Nangasackij ten ancker ende
+sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; waren
+vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder daervan
+yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs presenteerde
+door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p08.gif" alt="" width=
+"720" height="486"></div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span></p>
+
+<p>Den 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens worden te samen aen lant
+gebracht, ende van &rsquo;s Comp<sup>es</sup> tolcken verwellecompt,
+die ons van alles ondervraeght<a class="noteref" id="xd0e4892src" href=
+"#xd0e4892">167</a> hebben, en &rsquo;t selve bij haer op &rsquo;t
+papier gestelt sijnde den gouverneur overgelevert, tegen den middag
+wierden voorden gouverneur gebracht, ende ons d&rsquo;agterstaende
+vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons als daernevens staet
+geantwoort was; den gouverneur prees ons seer dat wij ons vrijheijt
+over soo een wijt water met groot perijckel ende soo een cleijn out
+onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, belastende d&rsquo;tolcken
+ons op &rsquo;teijland bij d&rsquo;opperhooft te brengen; daer comende
+worden van d&rsquo;E: Willem Volger opperhooft, S<sup>r</sup> Nicolaes
+de Roeij tweede persoon ende sijn E<sup>s</sup> vordere bijhebbende
+suppoosten wel onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren
+gesteeken, waer voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene
+sijnen geluckigen segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den
+goeden Godt niet genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo
+veel droef heijt ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo
+genadelijck heeft verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets
+mede soodanige verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie
+mogen geraken, waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[41]</span> Den eersten October<a class=
+"noteref" id="xd0e4905src" href="#xd0e4905">168</a> is d&rsquo;
+h<sup>r</sup> Volger van &rsquo;t eijland ende den 23<sup>en</sup>
+d<sup>o</sup> uijt d&rsquo;baij vertrocken met seven schepen; wij sagen
+de schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt
+hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den
+Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.</p>
+
+<p>Den 25<sup>en</sup> d<sup>o</sup> worden vanden tolcq van &rsquo;t
+eijland gehaelt ende voort bijde gouverneur gebrocht, die
+d&rsquo;voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder voorhielden, ende
+wiert als vooren bij ons daer op geantwoort<a class="noteref" id=
+"xd0e4925src" href="#xd0e4925">169</a>; sijn door d&rsquo;tolcken doen
+weder op &rsquo;t eijland gebrocht.</p>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Vragen bijden gouverneur van Nangasackij &rsquo;t
+onser eerste aancomste ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als
+onder ider vrage staet daer op geantwoort.</h3>
+
+<p>Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span>
+Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.</p>
+
+<p>2.</p>
+
+<p>Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.</p>
+
+<p>dat wij A<sup>o</sup> 1653 den 16<sup>en</sup> Augustij &rsquo;t
+jacht de Sperwer, door een storm die vijf dagen duerde, hadden
+verlooren.</p>
+
+<p>3.</p>
+
+<p>Waer dat wij &rsquo;t schip hadden verlooren, hoe veel man en
+geschut op hadden.</p>
+
+<p>Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt,
+hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.</p>
+
+<p>4.</p>
+
+<p>Hoeveel &rsquo;t Quelpaerts eijlant van &rsquo;t vaste lant afleijt
+ende de gelegentheijt van dien.</p>
+
+<p>Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van &rsquo;t vaste land. Is
+seer volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.</p>
+
+<p>5.</p>
+
+<p>Waer dat wij met &rsquo;t schip van daen quamen, en of wij ergens
+aangeweest waren.</p>
+
+<p>Dat wij den 18<sup>en</sup> Junij A<sup>o</sup> voorsz. van Batavia
+naer Taijouan gedestineert waren, op hebbende d&rsquo;h<sup>r</sup>
+Caser om aldaer als gouverneur d&rsquo;heer Verburgh te verlossen.</p>
+
+<p>6.</p>
+
+<p>Wat onse ladinge was ende waer met d&rsquo;selve naer toe wilde ende
+wie doen alhier opperhooft was.</p>
+
+<p>Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte
+vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat
+d&rsquo;h<sup>r</sup> Coijet als doen regeerende opperhooft was.</p>
+
+<p>7.</p>
+
+<p>Waer &rsquo;t volcq, goederen en geschut was gebleven.</p>
+
+<p>Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat
+naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh
+inportantie ende den ommegangh van d&rsquo;selve sij niet en
+wisten.</p>
+
+<p>8.</p>
+
+<p>Naer t verlies van &rsquo;t schip wat sij ons deden.</p>
+
+<p>Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles
+<span class="leftnote">[42]</span> goets, gaven ons eten en
+drincken.</p>
+
+<p>9.</p>
+
+<p>Of wij eenige last hadden om d&rsquo;Chineesen ende andere joncken
+te nemen ofte op de Chineese cust te rooven. <span class="pagenum">[<a
+id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span></p>
+
+<p>Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door
+den storm op de cust van Coree vervallen waren.</p>
+
+<p>10.</p>
+
+<p>Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons
+schip hadden gehadt.</p>
+
+<p>Niet dan Comp<sup>es</sup> dienaers.</p>
+
+<p>11.</p>
+
+<p>Hoe lange wij op &rsquo;t eijland hebben geweest ende waer van
+&rsquo;t selve naer toegebracht sijn.</p>
+
+<p>Naer dat ontrent 10 maenden op &rsquo;t eijland geweest waren, sijn
+door den Coninck naer &rsquo;t hof ontboden, d&rsquo;welcke &rsquo;t
+selve is houdende in d&rsquo;stad Sior.</p>
+
+<p id="vraag12">12.</p>
+
+<p>Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen
+waren.</p>
+
+<p>Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van &rsquo;t vaste land,
+reijsden doen nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te
+lande in alles 90 mijlen van malcanderen.</p>
+
+<p>13.</p>
+
+<p>Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer
+gedaen hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.</p>
+
+<p>Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn
+gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70
+cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van
+cleederen.</p>
+
+<p>14.</p>
+
+<p>Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer
+nae toe.</p>
+
+<p>Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter
+waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog sulcx
+misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado
+gebannen.</p>
+
+<p>15.</p>
+
+<p>Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.</p>
+
+<p>Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en
+wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn
+alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.</p>
+
+<p>16.</p>
+
+<p>Of wij niet en wisten hoe groot &rsquo;t land van Coree is.</p>
+
+<p>Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl,
+breet <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span>O.
+en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 steden met
+<span class="leftnote">[43]</span> veel groote ende cleijne
+eijlanden.</p>
+
+<p>17.</p>
+
+<p>Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden
+gesien.</p>
+
+<p>Niet dan een Hollander Jan Janse die A<sup>o</sup> 1627 met een
+jacht van Taijouan naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust
+vervallen sijn, bij gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de
+boot naer land te varen ende dat sij met haer 3 van die van &rsquo;t
+land gevat waren, dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter
+&rsquo;t land innam, waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die
+van wegen den oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.</p>
+
+<p>18.</p>
+
+<p>Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven
+woonachtigh was.</p>
+
+<p>De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien
+jaren niet hadden gesien, door dien aan &rsquo;thof woonde, ende
+geseijt wiert van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij
+overleden was.</p>
+
+<p>19.</p>
+
+<p>Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.</p>
+
+<p>Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq
+eenige cleijne stuckjes.</p>
+
+<p>20.</p>
+
+<p>Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.</p>
+
+<p>De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op &rsquo;t hooge
+geberghte eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten,
+die altijt van victualie voor drie jaren versien zijn.</p>
+
+<p>21.</p>
+
+<p>Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.</p>
+
+<p>Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant
+met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes
+daer op.</p>
+
+<p>22.</p>
+
+<p>Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten
+opbrengen.</p>
+
+<p>Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt
+halen, brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons
+onbekent.</p>
+
+<p>23.</p>
+
+<p>Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken
+<span class="leftnote">[44]</span> te brengen. <span class="pagenum">
+[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span></p>
+
+<p>Zij hebben naer ons gevoelen &rsquo;t selve geloof vande Chineese,
+haer manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn
+gevoelen te laten.</p>
+
+<p>24.</p>
+
+<p>Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden
+bedient.</p>
+
+<p>Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel
+beelden staen ende worden bedient (naer ons duncken) op
+d&rsquo;Chineese manier.</p>
+
+<p>25.</p>
+
+<p>Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.</p>
+
+<p>Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen
+moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.</p>
+
+<p>26.</p>
+
+<p>Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.</p>
+
+<p>Gaen meest gecleet op d&rsquo;Chineese maniere, dragen hoeden,
+sommige van paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen
+met kousen en schoenen.</p>
+
+<p>27.</p>
+
+<p>Offer veel rijs ende andere granen wast.</p>
+
+<p>Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren,
+door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge jaren
+grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck A<sup>o</sup> 1660, 1661 en
+1662 meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen,
+maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, alsoo
+daer geen rijs door de coude can wassen.</p>
+
+<p>28.</p>
+
+<p>Offer veel paerden ende koebeesten zijn.</p>
+
+<p>Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren
+herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog bleef
+continueeren.</p>
+
+<p>29.</p>
+
+<p>Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op
+andere plaetsen eenigen handel dreven.</p>
+
+<p>Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een
+logie hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in
+Packin.</p>
+
+<p>30.</p>
+
+<p>Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.</p>
+
+<p>Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. <span class="pagenum">
+[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span></p>
+
+<p>31.</p>
+
+<p>Waermede sij onder malcanderen handelen. <span class="leftnote">
+[45]</span></p>
+
+<p>Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den
+gemene man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer
+zijn waerdije, rijst ende andere granen.</p>
+
+<p>32.</p>
+
+<p>Wat handel sij op China drijven.</p>
+
+<p>Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij
+trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede sijde
+stoffen.</p>
+
+<p>33.</p>
+
+<p>Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.</p>
+
+<p>Hebben &rsquo;t sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige
+silvermijnnen geopent, waervan den Coninck &rsquo;t vierde part geniet,
+dog van andere mijnnen hebbe niet gehoort.</p>
+
+<p>34.</p>
+
+<p>Hoe sij d&rsquo; wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse
+vervoert wort.</p>
+
+<p>De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij
+haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt
+opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.</p>
+
+<p>35.</p>
+
+<p>Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast
+is.</p>
+
+<p>Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh,
+die des winters door de coude ende des somers door &rsquo;t ongedierte
+gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters
+over teijs om de sekerheijt.</p>
+
+<p>36.</p>
+
+<p>Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.</p>
+
+<p>Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en
+d&rsquo;gemeijne gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.</p>
+
+<p>37.</p>
+
+<p>Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben
+gewoont ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel
+aldaer overleden sijn.</p>
+
+<p>Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben
+gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs en
+mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; in die
+tijt storven elff man. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href=
+"#pb71">71</a>]</span></p>
+
+<p>38.</p>
+
+<p>Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve
+bieten.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[46]</span> Antwoort: om datter A<sup>o</sup>
+1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een stadt ons rantsoen niet conde
+opbrengen, verdeijlden ons den Coninck &rsquo;t laetste jaer in drie
+steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, Namman 5 man, alle mede
+steden in Thiellado.</p>
+
+<p>39.</p>
+
+<p>Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen
+is.</p>
+
+<p>Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle,
+ende in lijfftochten uijtmuntende.</p>
+
+<p>40.</p>
+
+<p>Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen
+waren.</p>
+
+<p>Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu
+gelegentheijt siende resolveerde met ons 8<sup>en</sup> door te gaen,
+alsoo liever eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met
+sorge te leven.</p>
+
+<p>41.</p>
+
+<p>Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van
+&rsquo;t ander volcq zijn wegh geloopen.</p>
+
+<p>Waren nog 16 man sterck, met ons 8<sup>en</sup> sonder haer weeten
+hadden opgestempt<a class="noteref" id="xd0e5236src" href=
+"#xd0e5236">170</a>.</p>
+
+<p>42.</p>
+
+<p>Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.</p>
+
+<p>Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den
+eersten ende den 15<sup>en</sup> alle maents yder voor sijn stadts
+gouverneurs most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te
+gaen.</p>
+
+<p>43.</p>
+
+<p>Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.</p>
+
+<p>Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven,
+alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet soude
+durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven volcq
+wedersent.</p>
+
+<p>44.</p>
+
+<p>Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is.
+<span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72">72</a>]</span></p>
+
+<p>Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op
+Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet en
+wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden Tarter
+door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.</p>
+
+<p>45.</p>
+
+<p>Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden
+ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.</p>
+
+<p>Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben
+<span class="leftnote">[47]</span> gedaen, altijt voor antwoort cregen,
+dat sij geen vreemde natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer
+land bij andere natie niet wilde bekent hebben.</p>
+
+<p>46.</p>
+
+<p>Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.</p>
+
+<p>Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij
+hetselve hebben gecocht.</p>
+
+<p>47.</p>
+
+<p>Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.</p>
+
+<p>Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh
+te loopen naer Japan.</p>
+
+<p>48.</p>
+
+<p>Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.</p>
+
+<p>Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien
+woonden.</p>
+
+<p>49.</p>
+
+<p>Hoe verre &rsquo;t wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange
+onderwegen geweest waren.</p>
+
+<p>Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen;
+eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen,
+van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen
+dagen.</p>
+
+<p>50.</p>
+
+<p>Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder
+wilden wegh gaen.</p>
+
+<p>Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, &rsquo;t weer
+wat bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.</p>
+
+<p>51.</p>
+
+<p>Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij
+daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.</p>
+
+<p>Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer
+yets voor te hebben geeijst ofte genooten. <span class="pagenum">[<a
+id="pb73" href="#pb73">73</a>]</span></p>
+
+<p>52.</p>
+
+<p>Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den
+wegh wisten.</p>
+
+<p>Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in
+Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer
+&rsquo;tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.</p>
+
+<p>53.</p>
+
+<p><span class="leftnote">[48]</span>&rsquo;Tvolcq die daer nog sitten,
+haer namen, ouderdom ende waervoor deselve gevaren hebben, en
+jegenwoordig woonachtig zijn.</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Johannis Lampen, adsistent</td>
+<td valign="top">out</td>
+<td valign="top">36:</td>
+<td valign="top">jaren.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hendrick Cornelisse, schieman</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">37:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Claeszen Cock</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">49:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">woonende inde stadt Namman.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jacob Janse quartiermeester</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">47:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Anthonij Ulderic bosschieter</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">32:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Claes Arentszen Jongen</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">27:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">In Saijsungh</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Sandert Basket bosschieter</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">41:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Janse Spelt jongh boots<sup>n</sup></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">35:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p id="vraag54">54.</p>
+
+<p>Onse namen, ouderdom ende waer voor op &rsquo;t schip gevaren
+hebben.</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hendrick Hamel, bouckhouder</td>
+<td valign="top">out</td>
+<td valign="top">36:</td>
+<td valign="top">jaren.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Govert Denijszen: quartiermeester</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">47:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Mattheus Ibocken, onderbarbier</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">32:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Pieterszen: bosschieter</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">36:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gerrit Janszen: d<sup>o</sup></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">32:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Cornelis Dirckse bootsgesel</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">31:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Benedictus Clercq jongen</td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">27:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Denijs Govertszen: d<sup>o</sup></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">,,</td>
+<td valign="top">25:</td>
+<td valign="top">-</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p>Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14<sup>en</sup> September
+1666.</p>
+
+<p>Den 25<sup>en</sup> October daer aanvolgende sijn weder voorden
+ouden ende nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int
+bijsonder voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.</p>
+
+<p>Den 22<sup>en</sup> October, ontrent den middagh met de comste
+vanden<span class="leftnote">1667.</span> nieuwen gouverneur<a class=
+"noteref" id="xd0e5507src" href="#xd0e5507">171</a>, cregen licentie om
+te mogen vertrecken, <span class="pagenum">[<a id="pb74" href=
+"#pb74">74</a>]</span>waer op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw
+sijn aan boort gegaen, om met d&rsquo;selve in Comp<sup>e</sup> vande
+fluijt de Witte Leeuw, na Batavia te vertrecken.</p>
+
+<p>Den 23<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met &rsquo;t limieren vanden dagh,
+lichten ons ancker ende vertrocken uijt de baij van Nangasackij.</p>
+
+<p>Den....<a class="noteref" id="xd0e5530src" href="#xd0e5530">172</a>
+quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden Godt sij gedanckt
+dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen heeft verlost,
+daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt onder hebben
+gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.</p>
+
+<p><a class="noteref" id="xd0e5537src" href="#xd0e5537">173</a> Om
+&rsquo;t voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet &rsquo;t selve
+soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte van
+ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, welcke
+rivier op &frac12; mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al des
+Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht wort, de
+packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende dan met carren
+inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den Coninck sijn hof,
+hier onthouden haer den meesten adel ende grootste coopluijden van
+&rsquo;t land, die op China ende met d&rsquo;Jappanders handelen, alsoo
+alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door &rsquo;t landt
+gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door dien
+meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, ende ten
+platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men het land aende
+westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende oost sijde, veel
+clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, voornamentlijck in
+ende voorde baijen, daer naer &rsquo;t seggen vande Coreese
+stuijrluijden de west sijde &rsquo;t schoonste van is.</p>
+</div>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2769src" id="xd0e2769">1</a></span> &ldquo;In het oud-Hollandsch
+worden de persoonlijke voornaamwoorden zeer veel uitgelaten, soms ten
+nadeele der duidelijkheid&rdquo; (De Haan, Priangan II, bl. 44, noot
+8).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2806src" id="xd0e2806">2</a></span> Men vindt: lamiren, lemiren,
+limiren, lumiren; de laatste schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr.
+Japan 21 Maart 1665 &ldquo;gingen met het <i>limiren</i> van den dagh
+onder zeijl&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2814src" id="xd0e2814">3</a></span> &ldquo;een touw bot
+vieren&rdquo;, een touw tot het einde laten afloopen (Van Dale, <span
+class="abbr" title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal"><abbr
+title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal">Gr. Wdb. Ned.
+taal</abbr></span>). Volgens eene andere uitlegging zou de juiste
+uitdrukking zijn: <i>bocht vieren</i> en zou men moeten verstaan:
+&ldquo;wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer <i>
+bocht</i> van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te
+liggen&rdquo;.&mdash;Vgl.: &ldquo;De gequetste visch duikt aenstonds na
+de grond: waerom de matroosen <i>vaerdig bot geven</i>&rdquo;
+(Montanus, Gesantschappen, bl. 449).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2829src" id="xd0e2829">4</a></span> gaelderij of galerij,
+destijds de uitbouwsels aan het achterschip, soms van
+&ldquo;kerkraampjes&rdquo; voorzien welke onmiddellijk uitkwamen op de
+kajuit van den gezagvoerder.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2832src" id="xd0e2832">5</a></span> troppen d. i. troepen. Vgl.
+De Ruijter in zijn journaal dd. 10 November 1659: &ldquo;doe sprong het
+volck met troppes over boort&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2851src" id="xd0e2851">6</a></span> <span class="abbr" title="dat
+wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> tusschen
+de kust van Formosa en den vasten wal van China.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2893src" id="xd0e2893">7</a></span> lens houden d.i. droog
+houden, zoodanig dat het laatste water uit het benedenschip is
+verwijderd, voor zoover dit met mechanische hulpmiddelen doenlijk
+is.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2896src" id="xd0e2896">8</a></span> de ongeveer driehoekige
+betimmering voor aan het schip.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2899src" id="xd0e2899">9</a></span> de afsluiting van het
+achterschip.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2908src" id="xd0e2908">10</a></span> d.i. &eacute;&eacute;n uur
+&rsquo;s nachts.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2911src" id="xd0e2911">11</a></span> <span class="abbr" title=
+"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>:
+lieten de ankers vallen na het schip, door middel van het roer, te
+hebben doen oploeven.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2916src" id="xd0e2916">12</a></span> <span class="abbr" title=
+"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>: de
+ankers hielden niet.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2921src" id="xd0e2921">13</a></span> <span class="abbr" title=
+"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> het
+schip raakte onmiddellijk den grond.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2941src" id="xd0e2941">14</a></span> groote vaten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2952src" id="xd0e2952">15</a></span> &ldquo;Wijntint of tintwijn,
+tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in Zuid-Spanje ... Het is een
+roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn&rdquo; (Speelman, Journaal,
+bl. 275, noot 2).&mdash;&ldquo;Wyn-tint by de Japanders hoog geacht,
+betalende voor ieder Gantang 5 Thayl&rdquo; (Valentijn V, 2, bl.
+93).&mdash;Onder de geschenken &ldquo;aen den Keijser van Japan&rdquo;,
+den Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5
+Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor &rsquo;t Binnen Hospitaal te
+Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord van de
+Sperwer ook voor de zieken bestemd.&mdash;<span lang=
+"de">&ldquo;Weintinte ist ein roth Getr&auml;nk, und wird unter andern
+f&uuml;r die Ruhr gebraucht.... und wird (so viel wir wissen) von
+Holland nach Indien gebracht&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"de">Chr. Arnold, Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2976src" id="xd0e2976">16</a></span> &ldquo;De Boekhouders ...
+hebben sig in &rsquo;t minste met de regeringe van &rsquo;t Schip niet
+te bemoeijen, nog enige sorg omtrent &rsquo;t selve te dragen; sy
+hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens de Schipper
+en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor de goederen van de
+Compagnie, en alles aanteikenen wat uit &rsquo;t Schip gaat, of in
+&rsquo;t selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten doen.
+Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so Grootboek,
+Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan te
+teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van &rsquo;t ene Boek
+tot &rsquo;t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven,
+of deselve dood of in &rsquo;t leven zijn, en wat yder te goed heeft of
+te quaad is.</p>
+
+<p class="footnote">Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle
+Testamenten, Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en
+diergelijke meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve
+mogt eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten
+sy de rekeningen van al &rsquo;t volk tot op &rsquo;t sluiten gereed
+maken, en yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de
+Compagnie te goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van
+&rsquo;t Schip gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke
+Rekeningen yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te
+goed hebbende gagie ontfangen: dog so &rsquo;t gebeurde, dat imand sijn
+Rekening by ongeluk of by verlies van&rsquo;t Schip verloor, deselve
+kan ten allen tijde op &rsquo;t Kasteel van Batavia, (daar alle Copy
+van de Scheeps- en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening
+verkrijgen&rdquo; (Oost-Indische Spiegel enz. in <span class="bibl">N.
+de Graaff, Reisen, bl. 26&ndash;27</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2985src" id="xd0e2985">17</a></span> &ldquo;De Schiman is so veel
+als een twede Bootsman: want gelijk dese de Grote en Besaans-mast, en
+wat tot deselve behoord, moet besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt
+hebben op de Fokke-mast en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en
+alles wat deselve van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman
+versoeken. De Schiman moet in &rsquo;t laden en lossen altijd in
+&rsquo;t ruim wesen, en de goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware
+touwen in &rsquo;t kabelgat weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten
+en Boelyns passen. Hy heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders
+van noden heeft tot sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak,
+en schaft by de Hoogbootsman&rdquo; (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2988src" id="xd0e2988">18</a></span> &ldquo;Yei-na-ra, Royaume du
+Japon&rdquo; (Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 26).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2991src" id="xd0e2991">19</a></span> Jirpon, vermoedelijk voor
+den Japanschen naam Nippon of den Chineeschen Jihp&#277;n.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e2999src" id="xd0e2999">20</a></span> Hieruit valt niet anders te
+lezen dan dat de stuurman wist waar de schipbreukelingen te land waren
+gekomen en dat hij nu van de gelegenheid gebruik maakte om de juiste
+ligging te bepalen van het Quelpaerts-eiland. Vgl. <span class="bibl">
+Witsen, 2<sup>e</sup> dr., dl. I, bl. 150 noot</span>: &ldquo;Hoewel
+Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen
+zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, in
+&rsquo;t welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant,
+ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij <i>dat de Stuurman van
+hun gebleven Schip, hetzelve kende</i>, en dat de Japanders daer nu
+niets te zeggen hebben&rdquo;. Het is jammer dat Witsen niet heeft
+vermeld hoe de stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland
+is gekomen. De opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben
+behoord tot de opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij
+&ldquo;Quelpaerts-eiland&rdquo; kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook
+kan hij aan boord zijn geweest van een der schepen Sperwer of <span
+class="pagenum">[<a id="pb10n" href="#pb10n">10</a>]</span>Patientie
+toen deze in September 1651 van Batavia naar Perzi&euml; zeilden, en te
+Batavia of gedurende deze reis door het scheepsvolk van de Patientie
+over Quelpaerts-eiland hebben hooren spreken; misschien heeft hij het
+eiland Quelpaert leeren kennen uit eene voor Schippers bestemde
+manuscript-kaart, waarop het na 1642 was vermeld (Vgl. Inleiding, bl.
+XLIX, noot 4).</p>
+
+<p class="footnote">De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland
+luidt in de:</p>
+
+<p class="footnote">I. Uitg.-Saagman: &ldquo;onsen Stuerman had de
+hooghte genomen, ende bevonden &rsquo;t selve Eijlandt te leggen op de
+hoogte van 33 graden 32 minuten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">II. Uitg.-Stichter: &ldquo;hier wesende hadde onse
+stuerman de hooghte genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn,
+leggende op de hooghte van 33 graden 32 minuten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">III. Uitg.-van Velsen = II.</p>
+
+<p class="footnote">IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430:
+&ldquo;Ondertusschen nam de stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds
+eiland te zijn, alwaer &rsquo;t schip verlooren. Dit leid op drie en
+dartig graeden en twee en dartig minderlingen&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">Vertalers van Hamel&rsquo;s Journaal hebben deze
+passage aldus weergegeven: <span lang="de">&ldquo;Als wir nun daselbst
+waren, hatte unser Steuermann die H&ouml;he genommen, und so viel
+befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der H&ouml;he von 33.
+graden und 32. Minuten gelegen&rdquo;</span> (Arnold&rsquo;s vertaling,
+N&uuml;rnberg (1672) bl. 825).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Le
+Capitaine, ayant fait des observations, jugea qu&rsquo;ils
+&eacute;toient dans l&rsquo;Isle de Quelpaert, au
+trente-troisi&egrave;me degr&eacute; trente-deux minutes de
+latitude&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Histoire
+g&eacute;n&eacute;rale des Voyages, VIII, bl. 416</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van
+33&deg; 12&prime; tot 33&deg; 30&prime; zoodat, de onvolkomenheid der
+toenmalige instrumenten in aanmerking genomen, de aangegeven breedte
+van 33&deg; 32&prime; zeer nauwkeurig mag heeten.</p>
+
+<p class="footnote">De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von
+Siebold &ldquo;Cap Sperwer&rdquo; gedoopt. (Zie <span class="bibl"
+lang="de">&ldquo;Geschichte der Entdeckungen&rdquo;, bl.
+169</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3078src" id="xd0e3078">21</a></span> De Compagnie dreef in Japan
+grooten handel in herte- en roggevellen welke vooral op Formosa, in
+Siam en in Kambodja tot dat doel werden ingekocht.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3084src" id="xd0e3084">22</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tai-Tjyeng, Ville mur&eacute;e &agrave; 2076 lys de la capitale;
+5 cantons; dans l&rsquo;ile de Quelpaert. 33&deg;
+21&prime;&mdash;124&deg; 2&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 16**</span>). N.b. Als eerste
+meridiaan is in dit woordenboek aangenomen de meridiaan van Parijs
+(O.lg. van Greenwich 2&deg; 20&prime; 15&rdquo;).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3092src" id="xd0e3092">23</a></span> In gedrukte uitgaven:
+&ldquo;packhuijs&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3106src" id="xd0e3106">24</a></span> Moggan?. Zie Inleiding, bl.
+XXII, noot 2.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3115src" id="xd0e3115">25</a></span> Zoo luidde de titel van den
+Gouverneur.&mdash;<span lang="de">&ldquo;Die St&auml;dte 1. Ranges sind
+... Sitze eines Mok s&aring; (schin. M&uuml;sse) d.i.
+Kreisgouverneurs&rdquo;</span> (<span class="bibl">v. Siebold,
+Geschichte, <span class="abbr" title="und so weiter"><abbr title="und
+so weiter">u.s.w.</abbr></span>, bl. 167</span>). Zie ook Inleiding,
+bl. XXII, noot 5.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3133src" id="xd0e3133">26</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Congee. In use all over India for the water in which rice has
+been boiled.... It is from the Tamil kanj&#299;
+&ldquo;boilings&rdquo;.... &ldquo;1563. They give him to drink the
+water squeezed out of rice with pepper and cummin (which they call <i>
+canje</i> &ldquo;Garcia&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Hobson-Jobson, New ed. 1903, bl. 245</span>).&mdash;<span lang=
+"en">&ldquo;The most common drink, after what the clouds directly
+furnish, is the water in which rice has been boiled&rdquo;</span>
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 267).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3165src" id="xd0e3165">27</a></span> Dit was Mattheus Eibocken
+van Enkhuizen, in 1652 met het schip &ldquo;Nieuw Enckhuijsen&rdquo; in
+Indi&euml; gekomen voor Barbarot &agrave; 14 gld. p<sup>r</sup> maand.
+(Zie <a href="#b.i.a">bijl. I<i>a</i></a>). Hij moet toen c<sup>a</sup>
+18 jaren oud zijn geweest (Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki
+aan de schipbreukelingen gesteld. <a href="#vraag54">No. 54</a>; zie
+bl. 73).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Barbarots mogen in Indien niet aangenomen
+werden, die daarvoor uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger
+verbetert als tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt
+een derde chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16
+gulden kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36
+f<sup>o</sup> 1420&rdquo; (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3,
+deel 1, caput 14, fol. 255).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3194src" id="xd0e3194">28</a></span> lees: &ldquo;met eene door
+het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts verdreven&rdquo;. Zie de
+juiste toedracht in <a href="#b.i.a">Bijlage I<i>a</i></a> en <a href=
+"#b.iii.a">III<i>a</i></a>.&mdash;Vgl. van Dam, Beschrijvinge, boek 2,
+deel 1, caput 21, fol. 320: &ldquo;dat hij a<sup>o</sup> 1627 op
+&rsquo;t jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese jonck
+daar was geraakt&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3210src" id="xd0e3210">29</a></span> A<sup>o</sup> 1637. Zie
+<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en
+157</span>.&mdash;Vgl. Missive Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van
+Diemen, Firando 20 Nov. 1637: &ldquo;... bij loopende geruchten
+vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] aen de Majesteijt [den Sjogoen]
+souden versocht hebben bij aldien haer geliefden assistentie tegens den
+Tarter te doen, t&rsquo;selfde door den Heer van Fingo soude mogen
+geschieden&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3221src" id="xd0e3221">30</a></span> d.w.z. in Indi&euml;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3224src" id="xd0e3224">31</a></span> de hoofdstad Seoul.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3230src" id="xd0e3230">32</a></span> Benjoesen = Japansche
+beambten, misschien eene verbastering van &ldquo;bungio or bugyo =
+governor or superintendent&rdquo; (<span class="bibl" lang="en">C.J.
+Purnell, The Log Book of William Adams, bl.
+194</span>).&mdash;&ldquo;Op ieder schip, dat gelost werd, zit een
+Onder Geheimschrijver, of Banjoos&rdquo; (Valentijn V, 2, bl.
+38).&mdash;&ldquo;Den 28<sup>en</sup> dito werden 4 Banjoosen belast,
+om de schepen te lossen, waar van &rsquo;er 2 aan land, en de andre aan
+boord moesten blijven om alles, wat &rsquo;er af, of aankomt,
+malkanderen schriftelyk toe te zenden, en streng te onderzoeken&rdquo;
+(Valentijn, a.v., bl. 84).&mdash;&ldquo;de bongioysen en de verdere
+dienaren die de scheepsboots in het halen van water geleijden&rdquo;
+(Res. 31 Mei 1701).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3246src" id="xd0e3246">33</a></span> Uitg.-van Velsen en
+Stichter: &ldquo;yder een Rock, een paer Leersen, Kousen en een paer
+Schoenen&rdquo;; uitg.-Saagman: &ldquo;een dozijn Schoenen&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3249src" id="xd0e3249">34</a></span> Hiertoe heeft misschien het
+scheepsjournaal van de Sperwer behoord.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3261src" id="xd0e3261">35</a></span> d.w.z. te Nagasaki
+aangekomen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3268src" id="xd0e3268">36</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en
+Van Velsen geven de namen van de drie nog in leven zijnde maats, nl.
+&ldquo;Govert Denijs en Gerrit Jansz, beyde van Rotterdam ende Jan
+Pietersz de Vries&rdquo; (Vgl. &ldquo;Vragen&rdquo; No. 54, bl.
+73).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3271src" id="xd0e3271">37</a></span> d.i. vlechtwerk van touw tot
+lange, platte slierten bewerkt.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3274src" id="xd0e3274">38</a></span> d.i. wij geraakten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3277src" id="xd0e3277">39</a></span> De toedracht zal ongeveer
+zoo zijn geweest: mast en zeiltuig vielen buiten boord, waarna men den
+mast weer overeind kreeg en de ra (of den spriet) met het zeil door
+middel van de platting tijdelijk aan den mast bevestigde; tijdens het
+hijschen van deze ra (of spriet) met het daaraan hangende zeil, raakte
+echter het spoor van den mast (in dit geval de houten klos waarin het
+ondereinde van den mast zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge
+waarvan het tuig opnieuw overboord viel.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3282src" id="xd0e3282">40</a></span> Dit was het ook in China
+gebruikelijke en aldaar bij Europeanen als &ldquo;cangue&rdquo; bekende
+schandbord. <span lang="en">&ldquo;Public exposure in the <i>kia</i>,
+or cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
+a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
+bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
+frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
+rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
+prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence of
+the delinquent are written upon it for the information of the
+passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent
+escape&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">S. Wells Williams,
+The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3303src" id="xd0e3303">41</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpa&euml;rt ... R&eacute;sidence
+d&rsquo;un <i>mok-sa</i>, gouverneur de l&rsquo;&icirc;le. 33&deg;
+33&prime;&ndash;124&deg; 16&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 19**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="fr">&ldquo;Cette &icirc;le, qui
+n&rsquo;est connue des Europ&eacute;ens que par le naufrage du vaisseau
+hollandais Sparrow-hawk en 1653, &eacute;tait, &agrave; cette
+m&ecirc;me &eacute;poque, sous la domination du roi de Cor&eacute;e.
+Nous en e&ugrave;mes connaissance le 21 mai [1787].... Nous
+d&eacute;termin&acirc;mes la pointe du Sud, par 33<sup>d</sup>
+14&prime; de latitude Nord, et 124<sup>d</sup> 15&prime; de longitude
+orientale&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Voyage de la
+P&eacute;rouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384</span>).</p>
+
+<p class="footnote">De transcriptie &ldquo;luo&rdquo; zal een
+schrijffout zijn. Verg. &ldquo;Vragen&rdquo; No. 3 en 12:
+&ldquo;<i>Chesu</i>&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote">In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman:
+&ldquo;Dit Eijlandt bij haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt
+leijdt als vooren op de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a
+13 mijl van den Zuijdt-hoeck van &rsquo;t vaste Landt van
+Coree.&rdquo;&mdash;II. Uitg.-Stichter en III. Uitg.-van Velsen:
+&ldquo;Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts Eylant, leyt op de
+hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of ontrent 13 mijlen van de
+Zuythoeck vant vaste lant van Coeree.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote">Voor eene beschrijving van de hoofdstad van
+Quelpaert zie <span class="bibl" lang="en">Belcher, Narrative of the
+voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 <span class="abbr" title="en
+verder"><abbr title="en verder">e.v.</abbr></span></span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3346src" id="xd0e3346">42</a></span> &ldquo;En volgens verder
+bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, aen my mondeling gedaen,
+is Korea zeer bevolkt&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. dl. I, bl. 47</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3355src" id="xd0e3355">43</a></span> <span lang="en">&ldquo;As
+Quelpart has long been used as a place for banishment of convicts, the
+islanders are rude and unpolished.... Immense droves of horses and
+cattle are reared&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea (1905), bl. 201</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3363src" id="xd0e3363">44</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Han-Ra-San. Grande montagne dans l&rsquo;&icirc;le de
+Quelpa&euml;rt, avec trois crat&egrave;res de volcans &eacute;teints,
+qui forment des lacs. 30&deg; 25&prime;&ndash;124&deg;
+17&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor.
+Fran&ccedil;., bl. 4**</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;This peak,
+called Mount Auckland,... is about 6.500 feet high&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, a.v., bl. 200</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3385src" id="xd0e3385">45</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;H&#259;i-Nam. Ville mur&eacute;e &agrave; 890 lys de la capitale
+... Prov. de Tjyen-Ra. 34&deg; 27&prime;&ndash;124&deg;
+11&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fr.,
+bl. 5**</span>).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Le ly &eacute;quivaut a
+1/10 de lieu environ&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict.
+a.v. bl. II**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3405src" id="xd0e3405">46</a></span> ?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3408src" id="xd0e3408">47</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Na-Tjyou. Ville mur&eacute;e &agrave; 740 lys de la capitale ...
+35&deg; 13&prime;&ndash;124&deg; 10&prime;&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;. bl. 10**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3421src" id="xd0e3421">48</a></span> ? <span lang="fr">
+&ldquo;Tong-Pok. Ville &agrave; 726 lys de la capitale ... 34&deg;
+43&prime;&ndash;124&deg; 32&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 17**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3430src" id="xd0e3430">49</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+term &ldquo;San-siang&rdquo; used twice here, means a fortified
+stronghold in the mountains, to which, in time of war, the neighbouring
+villagers may fly for refuge&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 171</span>).&mdash;<span lang=
+"fr">&ldquo;San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet de
+montagne&rdquo;</span> (Dict. a.v. bl. 373).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3441src" id="xd0e3441">50</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Htai-In. Ville &agrave; 566 lys de la capitale ... 35&deg;
+33&prime;&ndash;124&deg; 29&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 18**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3449src" id="xd0e3449">51</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Keum-Kou. Ville &agrave; 520 lys de la capitale ... 35&deg;
+38&prime;&ndash;125&deg; 12&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 7**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3457src" id="xd0e3457">52</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tjyen-Tjyou. Ville mur&eacute;e, capitale de la province de
+Tjyen-Ra, &agrave; 506 lys de la capitale... 35&deg;
+37&prime;&ndash;124&deg; 37&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 19**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3462src" id="xd0e3462">53</a></span> Volgens de <span class=
+"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;. (bl. 16**)</span> was
+daarentegen Syong-to in de provincie Kyeng-Keui <span lang="fr">
+&ldquo;ancienne capitale du royaume sous la dynastie
+pr&eacute;c&eacute;dente&rdquo;.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3470src" id="xd0e3470">54</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste&rdquo;</span>
+(Dict. a.v. bl. 19**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3478src" id="xd0e3478">55</a></span> ? &ldquo;Tchyeng-Am, Prov.
+de Tjyen-Ra. 35&deg; 22&prime;&ndash;124&deg; 25&prime;&rdquo; (a.v.
+bl. 20**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3484src" id="xd0e3484">56</a></span> ?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3487src" id="xd0e3487">57</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
+Tjyen-Ra&rdquo;</span> (a.v. bl. 21**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3495src" id="xd0e3495">58</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Yeng-Tchoun. Ville &agrave; 390 lys de la capitale.... Prov. de
+Tchyoung-Tchyeng ... 36&deg; 59&prime;&ndash;126&deg;
+8&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 2**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3500src" id="xd0e3500">59</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Kong-Tjou. Ville mur&eacute;e, capitale de la prov. de
+Tchyoung-Tchyeng, &agrave; 326 lys de la capitale. R&eacute;sidence du
+<i>kam-s&#259;</i> ou gouverneur de la province ... 36&deg;
+23&prime;&ndash;124&deg;55&prime;&rdquo;</span> (a.v. bl. 8**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3511src" id="xd0e3511">60</a></span> lees: Kyeng-keui.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3516src" id="xd0e3516">61</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of the
+largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
+current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
+annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty
+feet&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905,
+bl. 187</span>).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Han-Kang. Fleuve qui
+arrose Sye-oul, Prov. de Kyeng-Keui&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;. bl. 4**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3533src" id="xd0e3533">62</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Sye-Oul, Nom g&eacute;n&eacute;rique qui signifie: <i>
+capitale</i>. Capitale du royaume de Cor&eacute;e&rdquo;</span> (Dict.
+a.v. bl. 14**).&mdash;De eigenlijke naam van &ldquo;de Hoofdstad&rdquo;
+was: <span lang="fr">&ldquo;Han-Yang, Capitale de la province de
+Kyeng-Keui et de tout le royaume de Cor&eacute;e depuis 1392.... Ville
+mur&eacute;e, sur le fleuve Han. R&eacute;sidence de la cour et des 6
+minist&egrave;res. Le gouverneur de la province r&eacute;side en dehors
+des murs&rdquo;</span> (Dict. a.v. bl. 4**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3544src" id="xd0e3544">63</a></span> Bedoeld zijn de mijlen
+waarmede de zeelieden destijds rekenden, namelijk Duitsche mijlen van
+15 in &eacute;&eacute;n graad, volgens de graadmeting van Snellius.
+Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 <span class="abbr" title="kilometer">
+<abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> lang, waardoor de afstand
+van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 &agrave; 550 komt; <i>
+recht gemeten</i> bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i.
+352 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">
+K.M</abbr></span>. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45
+<span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer">
+K.M.</abbr></span> lang. De afstand van Quelpaert tot Seoul werd later
+geschat op 90 mijlen of 666 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr
+title="kilometer">K.M</abbr></span>. (Zie &ldquo;Vragen&rdquo; <a href=
+"#vraag12">N<sup>o</sup> 12</a>, bl. 67).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3577src" id="xd0e3577">64</a></span> Van heel wat deftiger
+personages dan Hamel en zijne kameraden, werd in Japan verlangd dat zij
+den Sjogoen en zijn hof op eene dergelijke vertooning zouden
+vergasten.</p>
+
+<p class="footnote">Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691:
+&ldquo;Hiertusschen waren wij [het Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en
+zijn gevolg bij de audientie te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser
+[d.w.z. de Sjogoen] ... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt
+op te sitten, mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te
+gaan, een liedeken te singen, op ons manier den anderen te
+complimenteren, te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te
+verbeelden, mijn vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van
+de Nangasackijse gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op &rsquo;t
+papier te teijkenen en een stuck van een comedie te ageeren....</p>
+
+<p class="footnote">... de Mess<sup>rs</sup> bij my sijnde songen op
+&rsquo;t versoek van gem<sup>e</sup> regenten en tot vermaak van de
+Juffers, die bij menigte agter jalousij-matten saten, een hollands
+liedeken, komende met sons onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken
+en kruijpen weder in ons logiement.&rdquo; (Vgl. Valentijn, V,
+Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).</p>
+
+<p class="footnote">De Bataviasche Regeering was er geenszins over
+gesticht dat men &ldquo;voor de hoogheden allerhande grimassen heeft
+moeten bedryven en voor de Juffers helder op singen&rdquo;, hetgeen
+&ldquo;gansch niet met het respect van de nederlantse natie compatibel
+zij, immers in genen dele ten regarde van het Opperhooft&rdquo;. Werden
+&ldquo;soodanige sotte en narre potsen weder afgevergt&rdquo; zoo moest
+men trachten zich te excuseeren, &ldquo;immers ten opsigte van het
+Opperhooft, soo het in &rsquo;t generaal niet te vermijden&rdquo; was.
+Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven naar
+hunne &ldquo;methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
+houden&rdquo;. De Regeering vond ook &ldquo;dat soodanige aansoekinge
+mede gerede soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie
+dat se door de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel
+meesterschap over de kragt en bewegingh van den sterken drank maar
+tragten te behouden [dat zij] buijten postuur van fatsoen en
+bescheijdenheijt niet en geraken, maar door ingetogenheijt en
+stilligheijt een geheel andere verwagtinge van haren aard en ommegangh
+geven&rdquo; (Res. 29 Mei 1692).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3593src" id="xd0e3593">65</a></span> Vgl.: &ldquo;het gebruijck
+van oppassers ofte <i>lijfschutten</i> soo door den gesaghebber als
+andere mindere bedienden [te Bantam]&rdquo;. (Res. 17 Aug. 1708).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3601src" id="xd0e3601">66</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Pyeng-Pou. Plaque en bois o&ugrave; on &eacute;crit le nom
+d&rsquo;un dignitaire, qui en a une moiti&eacute;; l&rsquo;autre
+moiti&eacute; est gard&eacute;e par le gouvernement; c&rsquo;est le
+signe de l&rsquo;autorit&eacute; donn&eacute;e par le roi au
+mandarin&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dic. Cor.
+Fran&ccedil;., bl. 321</span>). Zie ook: <span class="bibl" lang="en">
+J.S. Gale, A Korean-English Dictionary, 1911, bl. 429</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3612src" id="xd0e3612">67</a></span> chiap = tjap; hier een
+Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3615src" id="xd0e3615">68</a></span> d.i. &ldquo;met den Coninck
+ofte in Conincx dienst&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3618src" id="xd0e3618">69</a></span> d.w.z.: het eiland
+Quelpaert.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3627src" id="xd0e3627">70</a></span> Deze voorstelling zal
+onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet gehaald (zie <a href=
+"#n48.3">bl. 48, noot 3</a>; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); de
+taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3639src" id="xd0e3639">71</a></span> <span lang="en">&ldquo;Hamel
+does not state why he and his companions were sent away, but it was
+probably to conceal the fact that foreigners were drilling the royal
+troops. The suspicions of the new rulers at Peking were easily
+roused&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 172</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3647src" id="xd0e3647">72</a></span> <span lang="en">&ldquo;Four
+great fortresses guard the approaches to the royal city. These are ...
+Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of the same name at the
+mouth of the Han-River, is the favorite fortress, to which the royal
+family are sent for safety in time of war ... During the Manchiu
+invasion, the king fled here, and, for a while, made it his
+capital&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 190&ndash;191</span>).&mdash;Namman Sangsiang is misschien
+een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3662src" id="xd0e3662">73</a></span> &ldquo;Alsoo dit een
+bederffelijcke waere is&rdquo; (Gen. Miss. 26 Maart 1622).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3665src" id="xd0e3665">74</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en
+van Velsen hebben: &ldquo;<i>van de mijt</i> opgegeten.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3671src" id="xd0e3671">75</a></span> d.w.z.: de Chineesche
+slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3680src" id="xd0e3680">76</a></span> <i>zich gelaten</i> =
+voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik (Woordenboek der Nederlandsche
+taal, IV, kolom 1051).&mdash;Verg. &ldquo;&rsquo;t schijnt naer dese
+gesanten <i>haer gelaten</i>&rdquo; (Miss. G.G. de Carpentier aan Coen.
+Batavia, 29 Jan. 1624).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3693src" id="xd0e3693">77</a></span> <span class="bibl">Witsen
+(2<sup>e</sup> dr. dl, I, bl. 50</span>) zegt: &ldquo;wanneer de
+Stuurman, die het Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met
+den Tarterschen Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men
+alle de overige te dooden&rdquo;, maar geeft niet aan wie hem dit heeft
+verteld. Als een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een
+Chineesche, kan het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet
+lang hebben uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets
+over het lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen
+vertellen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3706src" id="xd0e3706">78</a></span> Hamel was alzoo niet een van
+hen &ldquo;die de spraeck best conde&rdquo;. Heeft hij daarom misschien
+nagelaten zijn Journaal te verrijken met eene Koreaansche
+woordenlijst?</p>
+
+<p class="footnote">Van de voorgegeven stranding van een schip op
+Quelpaerts-eiland wordt verder niet gesproken.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3714src" id="xd0e3714">79</a></span> Misschien om hen bij
+voorkomende gelegenheid als tolken te gebruiken.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3727src" id="xd0e3727">80</a></span> Thiellado = Iulla Do (Ross)
+= Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra (Dict. Cor. Fran&ccedil;.).&mdash;Vgl.
+ook bl. 20, noot 8.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3735src" id="xd0e3735">81</a></span> ?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3738src" id="xd0e3738">82</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Pyeng-s&#259;. Mandarin militaire; g&eacute;n&eacute;ral de
+2<sup>me</sup> ordre, commandant d&rsquo;une province ou d&rsquo;une
+demi-province...; (il n&rsquo;y en a qu&rsquo;un dans chaque province;
+il est au-dessous du gouverneur)&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. a.v. bl. 321</span>)</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3767src" id="xd0e3767">83</a></span> d.w.z. &ldquo;den ouden
+hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de nieuwe] namt ons ten eersten
+af&rdquo;, zoodat zij nu zelf aan het kappen moesten gaan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3779src" id="xd0e3779">84</a></span> linnen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3784src" id="xd0e3784">85</a></span> de hoofdstad, Seoul.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3787src" id="xd0e3787">86</a></span> &ldquo;De Japanders hebben
+op Korea eene bezitting of wooninge, daer hunne bevoorrechte vaertuigen
+aenkomen, die daer ter handel vaeren; want anderzins vaeren de
+Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het Opper-gezag aen de
+Kore&euml;rs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, volgens verhael
+van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen is geweest, aen my
+gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert te worden, gelijk de
+Ne&ecirc;rlanders in Japan op &rsquo;t Eiland Nangasakki, opgesloten
+zijn&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl.
+49</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&ldquo;The possession of Fusan by
+the Japanese was, until 1876, a perpetual witness of the humiliating
+defeat of the Coreans in the war of 1592&ndash;1597, and a constant
+irritation to their national pride&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 150</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="fr">&ldquo;Pou-san. Port, &agrave; 20
+lys de la ville de Tong-n&acirc;i, ouvert depuis peu au commerce du
+Japon, qui y entretenait d&eacute;j&agrave; une garnison de 200 soldats
+... 34&deg; 46&prime;&ndash;126&deg; 15&prime;&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 12**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#n30.3src" id="n30.3">87</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+nineteenth King was ... the second son of the last king. This Prince
+commenced his political career at Moukden, where he had been sent as
+hostage by his father. In the second year of his reign, 1650, he
+organised the navy ... and died in the year 1659.</span></p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">The twentieth King was ... son of
+the last, and born in Moukden, whence he returned a year before his
+father. He destroyed the Buddhist nunneries.... He died in
+1674&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China
+Review XIV, bl. 63</span>).&mdash;Vgl. <span class="bibl" lang="fr">
+Synchronismes chinois (Vari&eacute;t&eacute;s sinologiques
+n<sup>o</sup>. 24) Chang-hai, 1905, bl. 457, 462</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3837src" id="xd0e3837">88</a></span> goed arms, ook wel goed
+armsch, weldadig, mild jegens de armen. Woordenboek der Nederlandsche
+Taal V, kolom 301, onder: Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald
+uit Bredero, Huygens, Bosboom-Toussaint en Beets.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3847src" id="xd0e3847">89</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
+anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
+rewards are given to relief distributors according to
+merit&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China
+Review XIV bl. 129</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3855src" id="xd0e3855">90</a></span> Aker (in de schrijftaal
+verouderd), vrucht van den eik, eikel (<span class="bibl">Van Dale,
+Groot Wdb. der Ned. Taal</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3861src" id="xd0e3861">91</a></span> Zie: <span class="bibl"
+lang="en">Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and Culture
+en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3871src" id="xd0e3871">92</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;Ko-Rye. Ancien nom d&rsquo;un des trois royaumes de la
+presqu&rsquo;&icirc;le et dont le roi conquit les deux autres royaumes,
+n&rsquo;en formant qu&rsquo;un seul sous le nom de Ko-Rye,
+d&rsquo;o&ugrave; est venu le nom de Cor&eacute;e&rdquo;</span> (Dict.
+Cor. Franc., bl. 8**).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Tjyo-Syen. Nom de
+la Cor&eacute;e sous la dynastie actuelle depuis 1392&rdquo;</span> (a.
+v. bl. 20**).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&rdquo;Li Chunggwei ... founded the
+dynasty which still rules Corea, and which has, therefore, swayed the
+Corean sceptre for more than four centuries. He moved his capital to
+its present site, to the city of Hanchung, on the Han river,&mdash;the
+name Seool or Seoul simply meaning &ldquo;The Capital&rdquo;. He also
+changed the name Gaoli, which had prevailed since the Tang dynasty
+[618&ndash;905], to <i>Chaosien</i>, the eldest known name of Corea, or
+any portion of it&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross,
+History of Corea, bl. 269</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&rdquo;In A. D. 1368 the Yuan or
+Mongol dynasty was driven from the throne of China by the Mings, and
+shortly afterwarts (A. D. 1392) a Corean, named by the Chinese Li Tau,
+aided by the Emperor Hung Wu, rebelled against the Kao li dynasty,
+drove it from the throne, and established himself as the king of Corea.
+He chose for the title of his dynasty the words Ch&rsquo;ao hsien
+&ldquo;morning calm&rdquo;, pronounced by the Coreans <i>Ch&ouml;
+sen</i>. This is now the official name both for Corea and for the
+reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He also moved
+the capital from Song do to S&ouml;ul&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="en">C. T. Gardner, The Coinage of Corea, Journal China Branch
+R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, bl. 74</span>).&mdash;<span lang=
+"fr">&ldquo;Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; &eacute;tat;
+nation&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor.
+Fran&ccedil;., bl. 203</span>).&mdash;In China heet Korea: Kao li in
+het noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3908src" id="xd0e3908">93</a></span> Een aardig voorbeeld van het
+begin van alle &ldquo;Kartographie&rdquo;. Zoo vergelijken de Atjehers
+Groot-Atjeh met een &ldquo;wan&rdquo;, zoo vergeleken de Ouden den
+Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
+stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek met
+de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3911src" id="xd0e3911">94</a></span> <span lang="en">&ldquo;Corea
+is divided into eight provinces, called Do.....Corea stretches from
+33&deg; 15&prime; to 42&deg; 31&prime; N. lat; and 122&deg; 15&prime;
+to 131&deg; 10&prime; E. Long. Hence the greatest length of its
+mainland is as the bird flies, about 600 miles, and greatest breadth,
+east to west, over 300 miles&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Ross, History Corea, bl. 394, 396</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3919src" id="xd0e3919">95</a></span> <span lang="en">&ldquo;By
+&ldquo;Osacco&rdquo; Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
+rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
+from S&eacute;oul, bearing tribute to the &ldquo;Tycoon&rdquo; at Yedo,
+was accustomed to land on its way from Fusan&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot
+2</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3927src" id="xd0e3927">96</a></span> <span lang="fr">
+&ldquo;T&#259;i-Ma-To. Ile entre le Japon et la Cor&eacute;e,
+appel&eacute;e Tsou-shima en japonais&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Franc. bl. 17**</span>).&mdash;<span lang=
+"en">&ldquo;Tsushima. Group of islands situated in the middle of the
+strait that separates Japan from Korea ... The group comprises one
+large island and 5 small ones ... Since the 12<sup>th</sup> century,
+the island was the fief of the S&otilde; daimy&#333;, who frequently
+had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
+completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Papinot, Dict., bl. 706</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3944src" id="xd0e3944">97</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+entire northern boundary of the peninsula from sea to gulf, except
+where the colossal peak Paik-tu (&rsquo;White Head&rsquo;) forms the
+water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
+Turnen&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea,
+1905, bl. 6</span>).&mdash;<span lang="fr">&ldquo;P&#259;ik-Tou-San.
+Mont. Prov. de Ham-Kyeng. Fronti&egrave;re N. de la Cor&eacute;e. A son
+sommet est un grand lac qui a 6 &agrave; 7 lieues de tour. 41&deg;
+59&prime;&ndash;126&deg; 5&prime;&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="fr">Dict. Cor. Franc., bl. 11**</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der
+geener die in den Jare 1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my
+mondeling bericht, dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem
+onbereizelijk is, vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest
+... Dat &rsquo;er te Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier
+uit vastelijk kan werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf,
+de Keizer van Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes
+Paerden, die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy
+zelve die hadde zien aenkomen&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. dl. 1, bl. 44</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3969src" id="xd0e3969">98</a></span> &ldquo;Zout weten zy van het
+Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer mede de Nederlandsche
+gevangenen Haring zoutede, &rsquo;t geen by hen dus gedaen te konnen
+werden, onbekent was&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. dl. I, bl. 57</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e3978src" id="xd0e3978">99</a></span> &ldquo;En tot bevestiging,
+dat de Hollandsche Harpoenen op Korea in de Walvisch zijn gevonden, zoo
+hebbe ik met Benedictus Klerk van Rotterdam, welke op Korea gevangen
+geweest is den tijd van dertien Jaren, over deze Harpoenen gesprooken,
+die dan verzekert, wel toe te hebben gezien, wanneer in zijn
+tegenwoordigheit uit het lichaem van een Walvisch op Korea, een
+Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt uitdrukkelijk zulks aen het
+maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van kennis, dat hy en andere
+zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op de Groenlandsche Visschery
+hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen wel kenden; zeide verder,
+dat de Kore&euml;rs hunne byzondere schepen, en gereetschap tot deze
+vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen vast stelde, dat &rsquo;er
+opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen moeste zijn, ten minsten
+voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche Zeeluiden zeiden, dat ten
+Noord-oosten van haer een openbare Zee was. Zy oordeelden, met meer
+gemak van die kant, als van deze zijde, dat naeuw, of dien weg te
+verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit het Noorde van Tartarye
+scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, meer zoodanige Visch wierd
+gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, als Haring, enz. Dies deze
+man besloot, dat Asia aen America te dezer oort niet en is
+gehecht&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl,
+43&ndash;44</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op
+te schieten, als het in onzen kaerten is bekent, en wel een weinig
+Noord-oostelijker, zoo als de Koreaensche menschen mede zeggen, dat
+Noord-oost op, een groote Zee is; dat de baeren daer gaen als in de
+Spaensche Zee, zoo dat benoorden of Noord-oosten een zwaer water wezen
+moet&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, a. v. bl. 56</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4001src" id="xd0e4001">100</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Panax ginseng; j&ecirc;n sh&ecirc;n, is the medicine par
+excellence, the <i lang="fr">dernier ressort</i> when all other drugs
+fail ... The principal Chinese name is derived from a fancied
+resemblance to the human form. The genuine ginseng of Manchuria, whence
+the largest supplies are derived&mdash;in the reniote
+mountains&mdash;consists of a stem from which the leaves spring, of a
+central root, and of two roots branching off. The roots are covered
+with rings, from which the age is ascertained, and the precious
+qualities are increased by age ... In 1891 Korean ginseng was worth
+Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native ginseng was Tls.
+80&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Couling, Encycl. Sinica,
+1917, bl. 206</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&ldquo;Wild Manchurian ginseng
+(Panax) is almost worth its weight in gold. Even the semi-wild quality
+from Corea is worth its weight in silver ... Though usually described
+as a medicine, it is rather a food tonic, possessing, in the Chinese
+opinion, marvellous &ldquo;repairing&rdquo; qualities&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Parker, China, Past and Present, bl.
+273</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Oude berichten over ginseng komen voor in
+&ldquo;Ontleding van de Lucht ende werckingen des wortels Ninzin,
+welcken gewonnen wert int Coninckryck Corea op de noorderbreete van 43
+graden&rdquo; (Kol. Arch. Overgek. brieven 1642, derde boek) en in
+<span class="bibl" lang="fr">Recueil de voyages au nord (1732, IV, bl.
+348&ndash;365)</span>.&mdash;<span lang="fr">&ldquo;Lettre du
+P&egrave;re Jartoux, J&eacute;suite, touchant la plante de
+Ginseng&rdquo;</span>.&mdash;Nisi is de Japansche naam.&mdash;Vgl.
+<span class="bibl" lang="en">C. T. Collyer: The culture and preparation
+of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch R. A. S. III, 1903, bl.
+18&ndash;30)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4033src" id="xd0e4033">101</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Nominally sovereign of the country, he is held in check by
+powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed by
+all the reactionary influence of feudalism&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 228&ndash;229</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4045src" id="xd0e4045">102</a></span> &ldquo;Vuurroers zijn by
+hen onbekent, want zy geen geweer als met lont gebruiken; zy bedienen
+zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts met koopere plaeten, een
+halve vinger dik, is beslagen, wezende het leer, twee, vier of vyf duim
+dik, van veel vellen op malkander gelegt; dit geschut word op paerden,
+twee op een paerd, het leger na gevoert, is omtrent een vadem lang, en
+zy konnen daer uit met vry groote kogels schieten&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4051src" id="xd0e4051">103</a></span> Uitg.-Stichter voegt
+hieraan toe: &ldquo;niet hebbende krijgen slagen, &rsquo;t welck ons in
+des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen voor onse naackte
+billen hebben gekregen.&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4054src" id="xd0e4054">104</a></span> Hier is blijkbaar
+uitgevallen: &ldquo;een ghetal van Papen uijtmaecken om bij
+beurte&rdquo;. (Zie uitg.-Saagman).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4057src" id="xd0e4057">105</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;There seems to be three distinct classes or grades of bonzes.
+The student monks devote themselves to learning, to study, and to the
+composition of books and the Buddhist ritual, the <i>tai-sa</i> being
+the abbot. The <i>jung</i> are mendicant and travelling bonzes, who
+solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
+temples and monastic establishments. The military bonzes (<i>siung
+kun</i>) act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to
+use, weapons&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, bl. 333</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4077src" id="xd0e4077">106</a></span> &ldquo;meester van de
+slavin&rdquo; (Uitg.-Saagman).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4085src" id="xd0e4085">107</a></span> Zie <a href="#pb59">bl.
+59</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4093src" id="xd0e4093">108</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Every day (as in China) the chief public offices of the
+metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
+turn, and the King ascends the throne if they have any representations
+to make&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea,
+China Review XIV, bl. 127</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4101src" id="xd0e4101">109</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Close communication between the palace and populace is kept up
+by means of the pages employed at the court, or through officers, who
+are sent out as the king&rsquo;s spies all over the country. An <i>
+E-sa</i>, or commissioner, who is to be sent to a distant province to
+ascertain the popular feeling, or to report the conducts of certain
+officers ... receives sealed orders from the king, which he must not
+open till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
+a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
+cases he has the power of life and death in his hands&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+221&ndash;222</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4126src" id="xd0e4126">110</a></span> d.w.z. alleen de misdadiger
+zelf wordt gestraft maar niet, als bij hoogverraad, zijne
+bloedverwanten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4136src" id="xd0e4136">111</a></span> De zin is moeielijk te
+begrijpen; wellicht moet voor <i>staen</i> gelezen worden <i>slaen</i>,
+en voor <i>als</i>, op den volgenden regel, <i>al</i>, voorafgegaan
+door een;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4151src" id="xd0e4151">112</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
+since Hamel&rsquo;s time.... The criminal code now in force is, in the
+main, that revised and published by the king in 1785, which greatly
+mitigated the one formerly used&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 235</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4163src" id="xd0e4163">113</a></span> &ldquo;Mattheus Eibokken
+heeft aen my bericht, dat men daer te lande een Heidensch geloof heeft,
+komende ten deelen met dat van Sina over een, maer dat men niemand
+dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne mag beleven; duldende dat
+hy, en d&rsquo;andere Hollandsche gevangenen, met de Afgoden spottende:
+de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven heeft ontfangen, en bekennen
+ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk op de scheenen geslagen, jae
+met de dood gestraft te werden, zoo als het meermalen is
+geschied&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I,
+bl. 55</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier
+als hier geheele huizen, en &rsquo;t is byzonder, dat men in meest alle
+hunne Afgodische tempels, drie beelden neffens malkanderen vind staen,
+van eenerly gedaente en optooizel, doch de middelste altijd de
+grootste, waer van Meester Eibokken oordeelde dat &rsquo;er eenige
+schaduwe van de Heilige Drie-eenheit onder school&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, a. v., bl. 56&ndash;57</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4182src" id="xd0e4182">114</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+ceremony of <i>pul-tatta</i> or &ldquo;receiving the fire&rdquo; is
+undergone upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of
+burning tinder is laid upon the man&rsquo;s arm, after the hair has
+been shaved off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into
+the flesh, leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark
+of holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
+torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
+discipline is maintained&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 335</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4193src" id="xd0e4193">115</a></span> Bescharen. Thans in de
+algemeene taal niet meer in gebruik, maar gewestelijk nog bekend. Zich
+zelf iets bezorgen, verschaffen, ook wel iets
+verwerven.&mdash;&ldquo;Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
+beschaard&rdquo; (Bilderdijk).&mdash;&ldquo;Dat kan ik niet
+bescharen&rdquo;, dat gaat boven mijn bereik (o.a. in Gelderland).
+(Woordenboek der Nederlandsche Taal II, kolom 1951).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4199src" id="xd0e4199">116</a></span> Taoistische
+priesters.&mdash;<span lang="en">&ldquo;Taoism, which divides Chinese
+attention with Buddhism, is almost unknown in Corea&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Ross, History Corea, bl. 355</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4208src" id="xd0e4208">117</a></span> <span lang="en">&ldquo;No
+trait of the Coreans has more impressed their numerous visitors, from
+Hamel to the Americans, than their love of all kinds of strong
+drink&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905,
+bl. 266&ndash;267</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4218src" id="xd0e4218">118</a></span> Zie <a href="#n30.3">bl.
+30, noot 3, al. 2</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4226src" id="xd0e4226">119</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+kang is characteristic of the human dwelling in north-eastern Asia. It
+is a kind of tubular oven ... It is as though we should make a bedstead
+of bricks, and put foot-stoves under it. The floor is bricked over, or
+built of stone over flues, which run from the fireplace, at one end of
+the house, to the chimney at the other&rdquo;</span> (<span class=
+"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 263</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4234src" id="xd0e4234">120</a></span> Welk woord hier wordt
+bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman staat daarvoor:
+&ldquo;principaelste&rdquo;, in de uitg.-Stichter is het
+weggelaten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4237src" id="xd0e4237">121</a></span> Over dit woord zie <span
+class="corr" id="xd0e4239" title="Bron: Hobson-Jobsonen">Hobson-Jobson
+en</span> <span class="bibl">De Haan, Priangan, II, bl. 769</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4251src" id="xd0e4251">122</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
+would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one&rsquo;s
+meal with any person, known or unknown, who presents himself at
+eating-time ... The poor man whose duty calls him to make a journey to
+a distant place does not need to make elaborate preparations ... At
+night, instead of going to a hotel with its attendant expense, he
+enters some house, whose exterior room is open to any comer. There he
+is sure to find food and lodging for the night&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+288&ndash;289</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4267src" id="xd0e4267">123</a></span> Uitg.-Stichter heeft:
+&ldquo;quade Regeringe&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4270src" id="xd0e4270">124</a></span> <span lang="en">&ldquo;Not
+the least interesting of the local or national festivals, are those
+held in memory of the soldiers slain in the service of their country on
+famous battle-fields. Besides holding annual memorial celebrations at
+these places, which fire the patriotism of the people, there are
+temples erected to soothe the spirits of the slain. Especially
+noteworthy are these monumental edifices, on sites made painful to the
+national memory by the great Japanese invasion of 1592&ndash;97, which
+keep fresh the scars of war&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 299</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4278src" id="xd0e4278">125</a></span> Uitg.-Saagman:
+&ldquo;bijeencomste van de studenten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4283src" id="xd0e4283">126</a></span> In uitg.-Stichter: <i>
+gordel</i>; uitg.-Saagman heeft: <i>gorles</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4295src" id="xd0e4295">127</a></span> molik, vogelverschrikker
+(Van Dale&rsquo;s Groot Wdb. der Ned. Taal).&mdash;&ldquo;moliks voor
+de jeugd&rdquo; (E.J. Potgieter, Gedroomd Paardrijden, strofe 13, regel
+6).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4306src" id="xd0e4306">128</a></span> <span lang="en">&ldquo;On
+the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered at the
+graves of ancestors and broken tombs are repaired&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 298</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;De Koning gaet jaerlijks het graf zijner
+Voorzaeten bezoeken, om aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden,
+ter eeren, en voor &rsquo;t welwezen der zelven in &rsquo;t andere
+leven, zoo als hy [Eibokken] den Koning zelve tot aen de graf-plaets
+hadde begeleit, die veel honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde
+berg, daer men door yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de
+Hooftstad gelegen.</p>
+
+<p class="footnote">De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn
+alzoo gebalsemt, dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden
+bewaert, gelijk in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van
+voor veele honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning
+of zijn Gemalin, daer in werd gezet, werd &rsquo;er een schoone slaef
+en slaevin levendig by gelaten, aen wien men voor &rsquo;t sluiten van
+de yzere deur, eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als
+dezelve is verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres
+in &rsquo;t ander leven te dienen&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. 56</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4327src" id="xd0e4327">129</a></span> Uitg.-Saagman heeft:
+&ldquo;voor sijn Ouders&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4342src" id="xd0e4342">130</a></span> <span lang="en">
+&ldquo;Sappan-wood. The wood of <i>Caesalpina sappan</i>; the <i>
+bakkam</i> of the Arabs, and the <i>Brazil wood</i> of medieval
+commerce ... the tree appears to be indigenous in Malabar, the Deccan
+and the Malay Peninsula&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang=
+"en">Hobson-Jobson, bl. 794</span>).&mdash;&ldquo;Caesalpina sappan.
+Setjang (Jav. en Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout
+... dient om katoen, zijde en garens rood te verven&rdquo; (<span
+class="bibl">Encyclopaedie van N.I. 2<sup>e</sup> dr. I, 1917, bl.
+434</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4370src" id="xd0e4370">131</a></span> &ldquo;In Korea zijn
+schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier te Lande, en niet nae
+de wyze der Tarters: zy doen die in &rsquo;t wilt, op zommige Eilanden
+ter aenqueeking loopen&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. dl. I, bl. 58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4379src" id="xd0e4379">132</a></span> Vgl. <span lang="en">
+&ldquo;In 1651, ... a decree was issued ordering the people to use coin
+and at the same time prohibiting them from the use of cloth as
+money.... Up to this time, there had always been a party opposed to the
+use of coin that took every opportunity to suppress its use and replace
+it with rice and cloth. Now this party was fast disappearing and though
+they once more succeeded, five years later, in causing the rescission
+of the order to use coin, the people by that time had become so
+accustomed to its use that they began to coin for themselves. ... In
+1678 ... rice and cloth were deprived forever of their monetary
+function&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">M. Ichihars,
+Coinage of old Korea, Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913,
+bl. 61</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#n48.3src" id="n48.3">133</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 ... and in the
+following year, when sending home the king&rsquo;s son, who had gone to
+Peking to have his title to the crown confirmed, a half was remitted
+... <i>Kanghi</i>, <i>Yoongjung</i>, and <i>Kienloong</i>, frequently
+remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans like
+Chinese&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History
+Corea, bl. 288</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">&ldquo;Since the Tang dynasty
+overwhelmed Corea, it has had only glimpses of absolute
+self-government; but, at the same time, it has had only brief intervals
+when it had not virtual self-government. Its vassalage to the Manchu
+government, secured at a sacrifice of a few years&rsquo; dispeace and
+slaughter, and of some further years of somewhat severe taxation, has
+mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly tribute is <i>
+sent</i> in to Peking, accompanied by a host of merchants, who bring
+back profits much greater than the amount of the tribute&rdquo;</span>
+(<span class="bibl">Ross, a. v., bl. 365</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4418src" id="xd0e4418">134</a></span> = Zuidland, of Land der
+zuidelijke barbaren?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4425src" id="xd0e4425">135</a></span> &ldquo;Hy [Eibokken] heeft
+Goud en Zilver mynen aldaer gezien; ook die van Kooper, Tin en Yzer.
+Zilver is daer in groote menigte, &rsquo;t geen aen byzondere luiden
+werd toegestaen te delven, daer dan de Koning zijn recht van trekt,
+&rsquo;t Kooper is daer zeer blank, en van heldere klank. Goud aderen
+had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat zelfs eenig Zandgoud van de grond
+eeniger rivieren op gedoken had; doch werden de Goudmynen niet zoo veel
+geopent, als die van Zilver, of ander metaal. Waer van de reden hem
+onbewust was&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl.
+I, bl. 58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4441src" id="xd0e4441">136</a></span> <span lang="en">&ldquo;All
+scales are issued by the Board of Works and are branded annually, at
+the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town aediles
+respectively&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea,
+China Review XIV, bl. 29</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4453src" id="xd0e4453">137</a></span> &ldquo;De spraek op Korea,
+heeft in klank geen gemeenschap met &rsquo;t Sineesch, &rsquo;t geen
+Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche Tael zeer wel
+spreekende<a class="noteref" id="xd0e4455src" href="#xd0e4455">138</a>,
+van de Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen
+malkanders schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften;
+<i>Oonjek</i> is een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende
+alle de letteren aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene
+man; de andere lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei&rdquo;
+(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl.
+59</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4455src" id="xd0e4455">138</a></span> <span class="bibl">
+Witsen&rsquo;s lijst van Koreaansche woorden (2<sup>e</sup> dr. dl. I,
+bl. 52&ndash;53)</span> zal van Eibokken afkomstig zijn.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4473src" id="xd0e4473">139</a></span> lees: &ldquo;ende
+geschriften, &rsquo;t land ende de overheijt rakende, geschreven. Het
+tweede is....&rdquo;</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4478src" id="xd0e4478">140</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+poorer women ... though never at school, they can all, or almost all,
+use the Corean alphabet, which is the most beautiful and complete we
+know; for one can learn it almost at a sitting&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Ross, Hist. Corea, bl. 315</span>).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;... the Corean alphabet, for simplicity and utility,
+is the best known to me&rdquo;</span> (bl. 377).&mdash;Vgl. <span
+class="bibl" lang="en">J. S. Gale, The Korean Alphabet. (Transactions
+Korea Branch R. A. S., IV, part I, 1912, bl.
+13&ndash;61)</span>.&mdash;<span lang="fr">&ldquo;La clart&eacute; de
+l&rsquo;esprit cor&eacute;en appara&icirc;t dans la belle impression
+des livres, dans la perfection de l&rsquo;alphabet, le plus simple qui
+existe, dans la conception des caract&egrave;res mobiles o&ugrave; il a
+atteint le premier ...&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="fr">M.
+Courant, Bibliographie cor&eacute;enne, I, 1895, Introduction, bl.
+CLXXXVIII</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4501src" id="xd0e4501">141</a></span> lees: drukplaeten.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4504src" id="xd0e4504">142</a></span> <span lang="de">&ldquo;Die
+Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie j&auml;hrlich ... ihren
+Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
+Anerkenntnisz der Vasallenschaft.&rdquo;</span> (<span class="bibl"
+lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, Band III (1834) bl.
+594)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4516src" id="xd0e4516">143</a></span> &ldquo;De Koning werd zoo
+zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen woonen, gelooven dat hy
+van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen onze luiden zulks
+voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den Koning uit gaet, en
+van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat zy het Jaer achten te
+zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, daer hy zich
+vertoont&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl.
+57</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;The king rarely leaves the
+palace to go abroad in the city or country. When he does, it is a great
+occasion which is previously announced to the public. The roads are
+swept clean and guarded to prevent traffic or passage while the royal
+cort&eacute;ge is moving. All doors must be shut and the owner of each
+house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
+dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
+the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
+should look down upon his majesty. Those who think they have received
+unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
+stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched on a
+hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer or
+receives the written petition held in a split bambo&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl.
+222</span>).&mdash;&ldquo;Het Hof van den Koning, is omtrent zoo groot
+als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde steen en
+klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, als of het
+hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen zijn, zoo
+groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen onthoud zich
+ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, maer een echte
+Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van Meester Eibokken,
+was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy een boog konde
+spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende dus den booge
+met zijn eene hand uit&rdquo; (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup>
+dr. I, bl. 59</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4542src" id="xd0e4542">144</a></span> <span lang="en">&ldquo;The
+ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first sending an
+envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by five others
+(of 2nd rank and over) to meet them at successive stages and escort
+them with all possible comfort to S&ecirc;ul, where they are first
+entertained at a &ldquo;dismounting banquet&rdquo;. The next and
+following days the heir and other members of the royal family, heads of
+public offices &amp;c., each give a banquet in turn. (All these
+banquets are repeated when the envoys take their departure). When the
+envoys first arrive at their hotel, the heir advances with the various
+high officers, and makes two obeisances. When they take their
+departure, the same ceremony is repeated outside the ...
+Gate...</span></p>
+
+<p class="footnote"><span lang="en">The annual homage envoy</span> [aan
+den Keizer te Peking] <span lang="en">is conducted from the palace by
+the Corean court officials with great ceremony to his hotel, and music
+is used even on fast days; a number of articles of local produce are
+taken with him, and special other articles are sent on the
+emperor&rsquo;s birthday and with formal state communications; these
+usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, shells,
+scents, pencils, dried fruits, candles &amp;c.&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China Review XIV,
+127</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;The formal reception by the
+king ... is equally intricate and complicated, and comprises the
+grovelling on the ground by his majesty, three knocks of the head, and
+the shouting out standing up of the words: &ldquo;Live for ever&rdquo;
+..., with his hands reverently raised to his forehead. This is done in
+the presence of his relatives, a full court, and the Chinese envoys.
+Music, bows &amp;c., are all regulated with extreme
+nicety&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, a. v., bl.
+134</span>).&mdash;(Dat de Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot
+buiten de stad te gemoet gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4567src" id="xd0e4567">145</a></span> Blijkbaar eene
+verschrijving voor: 1663.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4574src" id="xd0e4574">146</a></span> Saijsing. Deze havenplaats
+in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) is op geen kaart aangetroffen;
+eenige regels later wordt zij Naijsingh genoemd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4577src" id="xd0e4577">147</a></span> Sunischien = Syoun-Htyen,
+34&deg; 33&prime;&ndash;124&deg; 56&prime; (<span class="bibl" lang=
+"fr">Dict. Cor. Fran&ccedil;., bl. 16**</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4583src" id="xd0e4583">148</a></span> Namman = Nam-Ouen, 35&deg;
+18&prime;&ndash;124&deg; 38&prime; (a. v., 10**).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4586src" id="xd0e4586">149</a></span> lees: voor de terecht
+gecomen[e] = voor de in Japan aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4602src" id="xd0e4602">150</a></span> &ldquo;Haere schepen zijn
+achter plat, en hangen daer zoo wel als voor, wat over het water;
+gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn tegen uitlands geschut
+niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, als met byzonder verlof,
+ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn de vaertuigen daer toe
+onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet &rsquo;er weinig of geen
+yzer aen; &rsquo;t hout is in een gevoegt, d&rsquo;ankers zijn van
+hout; hun meeste vaert is op Sina&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>; Bericht van Eibokken).&mdash;<span
+lang="en">&ldquo;The Coreans are not a seafaring people. They do not
+sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and stern
+of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together with
+wooden nails. They use round stems of trees in their natural state, for
+masts. The sails are made of straw, plaited together with cross-bars of
+bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail very well
+within three points of the wind, and the fishermen are very skilful in
+managing them&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis,
+Corea, 1905, bl. 195</span>).&mdash;&ldquo;Schoon [de Kore&euml;rs] op
+Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, <span class=
+"pagenum">[<a id="pb56n" href="#pb56n">56</a>]</span>en op wat streek
+het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die de gevangenen
+Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, werwaerts zy de
+vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, alzoo geen kaert hadden,
+en niemand van hen daer ooit hadde geweest&rdquo; (<span class=
+"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 44</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4629src" id="xd0e4629">151</a></span> &ldquo;November 1664. Den
+27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, die hoe wel over
+d&rsquo;Indien gaende, sich groot, maer om de verre af-wesentheyt hier
+selden klaer, en meest waterachtigh dampich liet sien, hare staert is
+eenmael op 180. mijlen en noch grooter afgespeculeert geweest:
+Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot Nieu-jaer 1665. de staert west
+behoudende, die verloor, en twee daghen als den lest en eersten dagh
+van&rsquo;t Jaer als een bedompte Maen sonder staert verschijnende,
+eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje sich vertoonden, doch
+seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven Engelant recht nae
+Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot en helder tot 3 uren
+&rsquo;s nachts verscheen: Loopende voorts tot op 46. graden, doch was
+altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, kleyn van staert, dan
+grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in zijn ondergang, ten westen
+over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers oordeelden dat hy omtrent de
+Tropicus Capricorni moste staen, en seer diep in den Hemel, zijn staert
+en lichaem was gecomposeert (als men met een Verkijcker daer op
+speculeerde) van een oneyndelijck getal kleyne Sterrekens gelijck den
+vloet Eridanus.&rdquo; (<span class="bibl">Hollantze Mercurius XV
+(1665), bl. 183</span>).</p>
+
+<p class="footnote">Over deze komeet is geschreven door Johannes
+H&ouml;welcke (Hevelius), die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne
+waarnemingen komen voor in de Mantissa van zijn werk &ldquo;Prodromus
+Cometicus&rdquo; (1665) en in zijn &ldquo;Machina Coelestis&rdquo; II,
+439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen der baan gebruikt door
+Halley (<span class="bibl" lang="la">Tabulae astronomicae, London
+1749</span>) en opnieuw door Lindel&ouml;f (<a id="xd0e4640"></a><span
+class="bibl" lang="la">De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
+Helsingfors 1854</span>). (Mededeeling van den Heer J. Weeder,
+conservator aan de Sterrewacht te Leiden).&mdash;Voor gelijktijdige
+berichten, zie ook <a href="#b.vi">Bijlage VI</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4650src" id="xd0e4650">152</a></span> &ldquo;De Keizer [eene
+verschrijving voor Koning] oefent zijne krygsluiden dikmael, en doet
+die dan vechten tegen malkander, verbeeldende het eene gedeelte <i>
+Kore&euml;rs</i> en het andere <i>Japanders</i>, doch de <i>
+Japanders</i> schieten in&rsquo;t gemeen te kort, en veinzen zich te
+vlieden; na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester
+Eibokken zag &rsquo;er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen
+malkander zoo stryden, dienende hy te dier tijd voor lijfschut&rdquo;
+(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 59</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4668src" id="xd0e4668">153</a></span> Vgl. &ldquo;... heden
+wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn Keyserlijcke
+Maij<sup>t</sup> in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, daer
+van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is ontset
+geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
+geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
+ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh in
+&rsquo;t zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
+mogelijck bevrijt mochte sijn&rdquo; (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4674src" id="xd0e4674">154</a></span> In 1619 (zie <a href=
+"#pbxxxiii">Inleiding, bl. XXXIII</a>).&mdash;Vgl. <span class="bibl"
+lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 93&ndash;105, 7 Nov.&ndash;23
+Dec. 1618</span>; en <span class="bibl">J.W. IJzerman, Over de
+belegering van het fort Jacatra</span>: &ldquo;Jacatra, 7 Nov. 1618
+&ldquo;&rsquo;S morgens tegen den dach sach ick de commeetstarre met
+een stardt recht boven de looghe vers[ch]ijnen&rdquo; (Bijdr. Kon.
+Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4686src" id="xd0e4686">155</a></span> Vgl. <span lang="en-1600">
+&ldquo;The people in this place [Firando] did talke much about this
+comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, and
+many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, and
+whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto which I
+answerd that such many tymes have byn seene in our partes of the world,
+but the meanyng therof God did know and not I etc.&rdquo;</span> (<span
+class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 94&ndash;98, Nov.
+1618</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4707src" id="xd0e4707">156</a></span> Uitg.-Saagman heeft:
+&ldquo;op de zee-cant&rdquo;. Uitg.-Stichter en Van Velsen: &ldquo;bij
+de Zeekant&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4710src" id="xd0e4710">157</a></span> &ldquo;Zy zijn zeer
+achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of ongeluksteekenen: hy
+[Eibokken] hadde een der Konings paerden zien dooden, om dat het ter
+poorte, met den Koning uit reidende, aerzelde, &rsquo;t geen voor een
+ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks tot verzoeninge, en
+voorkominge van alle onheil&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 57&ndash;58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4719src" id="xd0e4719">158</a></span> &ldquo;Het Buskruit zoo wel
+als den Druk, is van voor duizend jaer by hen, zoo zy zeggen, bekent
+geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel van andere gedaente als
+hier te Lande, want zy bedienen zich slechts van een klein houtje, voor
+scherp en achter stomp, &rsquo;t geen in een tobbe waters werd
+geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, na allen schijn zal
+daer binnen in de Magnetische kracht verborgen zijn: acht streeken
+winds weten zy te onderscheiden. De Compassen zijn ook van twee houtjes
+kruiswys over malkander gelegt. <span class="pagenum">[<a id="pb59n"
+href="#pb59n">59</a>]</span>daer van een der einden, &rsquo;t geen
+Noorden wyst, wat vooruit steekt&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>. Bericht van Eibokken).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4742src" id="xd0e4742">159</a></span> &ldquo;Die geene, welke aen
+de daer gevangene Ne&ecirc;rlanders, het vaertuig hadden verkoft, waer
+mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, met de dood zijn
+gestraft; zoo streng is daer de Wet&rdquo; (<span class="bibl">Witsen,
+2<sup>e</sup> dr. I, bl. 58</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4751src" id="xd0e4751">160</a></span> wijffel maent =
+kentering-maand. Vgl.: &ldquo;opdat wij gesamender handt met een goede
+vloote <i>in &rsquo;t weyffelen van &rsquo;t mousson</i> weder naer
+Java mogen keeren.&rdquo; (<span class="bibl">G.G. Coen naar de
+Molukken dd<sup>o</sup> 18 Febr. 1619.&mdash;Coen, uitg. Colenbrander,
+II, 1920, bl. 512</span>).&mdash;<span lang="en">&ldquo;Southerly winds
+blow from the middle of May, and often even from April, until the end
+of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west monsoon)
+prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April ... prevails
+until the middle or end of September.... But the regularity with which
+the monsoons set in and blow on the Chinese coasts is unknown in
+Japan.... North and West winds prevail in winter, South and East winds
+in summer&rdquo; ... &ldquo;North-east monsoon is inapplicable to the
+coasts of Japan and their vicinity, with the exception of the southerly
+islands.&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Dr. J.J. Rein, The
+Climate of Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part
+III, 1878, bl. 507, 509</span>).&mdash;&ldquo;... goedgevonden te
+recommanderen die costelijcke retourschepen uijt Japan nae Taijouan
+v&oacute;&oacute;r 15, 20&ndash;25 October niet te largeren als wanneer
+den noordewint stant heeft gegrepen ende geen suijde stormen ... meer
+te verwachten zijn&rdquo; (Regeering Batavia naar Taijoan, 2 Mei
+1644).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4774src" id="xd0e4774">161</a></span> vooreb&mdash;een gewone
+zeemansuitdrukking. Men heeft <i>vooreb</i> en <i>achtervloed</i>, <i>
+voorvloed</i> en <i>achtereb</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4789src" id="xd0e4789">162</a></span> Uitg.-van Velsen:
+&ldquo;lieten de ban uytstaen&rdquo;. Uitg.-Stichter: &ldquo;lietent
+soo de ban uytstaen&rdquo;, wat echter geen zin geeft.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4792src" id="xd0e4792">163</a></span> lees: praijde.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4823src" id="xd0e4823">164</a></span> Hier vermoedelijk
+flambouwen van visschers onder den wal. Eigenlijke blikvuren&mdash;in
+dien tijd misschien al in gebruik aan boord van schepen&mdash;bestonden
+uit een sterk lichtgevende sas die in een houten huls werd bewaard, en
+werden tot in den jongsten tijd gebruikt om bij nacht de aandacht op
+zich te vestigen of seinen te geven.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4839src" id="xd0e4839">165</a></span> boegseerden.&mdash;In
+Compagnie&rsquo;s papieren der 17<sup>e</sup> eeuw vindt men veelal
+&ldquo;boucheren&rdquo; voor &ldquo;boegseeren&rdquo;. Vgl. <a href=
+"#pbxvi">Inleiding, bl. XVI, noot 4</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4848src" id="xd0e4848">166</a></span> In de uitg. Saagman en
+Stichter: &ldquo;gecocht&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4892src" id="xd0e4892">167</a></span> In de gedrukte uitgaven van
+het Journaal is de ondervraging door den Gouverneur geheel weggelaten
+en van de bemoeienis der tolken eene andere voorstelling gegeven.
+Uitg.-Stichter en Van Velsen: &ldquo;aen landt ghebracht, ende van des
+Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, die ons alles ondervraeght hebbende,
+prees ons seer, dat wy ... enz.&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4905src" id="xd0e4905">168</a></span> Dit wordt niet bevestigd
+door het te Nagasaki aangehouden Dagregister.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e4925src" id="xd0e4925">169</a></span> Zie <a href="#b.i.e">
+Bijlage I<i>e</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5236src" id="xd0e5236">170</a></span> opgestempt = vooraf
+besproken, beraamd, b.v.: &ldquo;De gedachte aan valschheid en
+opgestemd bedrog&rdquo;. Bilderdijk. Zie <span class="bibl">Wdb. der
+Nederl. Taal dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5507src" id="xd0e5507">171</a></span> De nieuwe Gouverneur was al
+eenige dagen vroeger te Nagasaki aangekomen. Zie <a href="#b.i.j">Bijl.
+I<i>j</i></a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5530src" id="xd0e5530">172</a></span> Zie <a href="#pbxxvi">
+Inleiding, bl. XXVI</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5537src" id="xd0e5537">173</a></span> Het volgende slot komt in
+de vroegere uitgaven van het Journaal niet voor.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+<div class="back"><span class="pagenum">[<a id="pb75" href=
+"#pb75">75</a>]</span>
+<div id="bij" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">Bijlagen</h2>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span>
+<div class="div2" id="b.i">
+<h3 class="normal">I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE
+SCHIPBREUKELINGEN.</h3>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Japan.</h4>
+
+<p id="b.i.a"><i>a</i>. 1666. September. Dinsdag 14<sup>en</sup>
+ditto.... Voor drij dagen begon hier tijdinge te lopen hoe de hr van
+Gottho aen dese Stadts Gouverneur Zinsabrod.<sup>e</sup> bij missive
+hadt laten weten datter agt Europianen op een wonderlijcke wijse
+gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen vaertuijgh in sijn Eijlanden
+waeren aengecomen, ende die hij met d&rsquo; eerste gelegentheijt van
+weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; gemelte tijdinge worden
+alle uuren met soo veel veranderinge in de omstandigheijt van dien
+vertelt dat men niet en wist wat daer van te dencken weijniger te
+schrijven, tot huijden vroegh als wanneer verstonden dat gemelte
+vreemde vaertuijgh ende volck d&rsquo; verleden nacht van Gottho hier
+was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van alles waren
+ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op &rsquo;t
+Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke
+a<sup>o</sup> 1653 &rsquo;t Jacht de Sparwer door een vijfdaegse
+schrickelicke storm den 16<sup>e</sup> Augustus op &rsquo;t Quelpaerts
+Eijlant hadden helpen verliesen, zijnde dese acht personen genaemt</p>
+
+<p>Hendrick Hamel van Gurcum a<sup>o</sup> 1651 met de Vogel Struijs in
+India gecomen voor boss<sup>r</sup> naderhant verbetert tot bouckhouder
+met 30 gl. p<sup>r</sup> maent.</p>
+
+<p>Govert Denijs van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met N. Rotterdam int
+lant gecomen voor schiemansmaet.</p>
+
+<p>Denijs Goverts zoon van d<sup>o</sup> Govert, als boven in &rsquo;t
+lant gecomen voor jongen met 5 gl.</p>
+
+<p>Matthijs Bocken van Enckhuijsen a<sup>o</sup> 1652 met de schip N.
+Enckhuijsen in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. p<sup>r</sup>
+maent.</p>
+
+<p>Jan Pieters van Heerenveen, bossr<sup>r</sup> van &fnof;&nbsp;11
+p<sup>r</sup> maent daer voor in India gecomen a<sup>o</sup> 1651 met
+d&rsquo; Vogel Struijs.</p>
+
+<p>Gerrit Jans van Rotterdam a<sup>o</sup> 1648 met Zeelandia in India
+g&rsquo;comen <span class="pagenum">[<a id="pb78" href=
+"#pb78">78</a>]</span>voor jongen, naderhant verbetert voor matroos met
+10 guldens.</p>
+
+<p>Cornelis Dirks van Amsterdam a<sup>o</sup> 1651 met &rsquo;t schip
+de Walvisch in &rsquo;t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter
+maent.</p>
+
+<p>Benedictus Clerck van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met Zeelandia in
+India gecomen voor jongen a 5 gl. ter maent.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>&rsquo;K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier
+in &rsquo;t lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van
+13 jaeren diese onder d&rsquo;Eijlanders van Corre hebben gesworven, is
+wedervaren, dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs
+soude vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable
+menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van
+gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voorn<sup>de</sup> Quelpaerts
+Eijlant aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op
+bewaert en naderhant op d&rsquo; eijlanden van Corre gebragt sijn,
+wordende dikwils van de eene plaets naer d&rsquo;ander gevoert
+mitsgaders doorgaans seer sober en armelijck getracteert, sulcx nu en
+dan 20 personen van haer geselschap sijn komen te sterven en sij 16
+starck overgeschooten welcke overige acht die op &rsquo;t vertreck van
+voorsz. acht menschen uijt Corre, nogh in&rsquo;t leven en hier en daer
+in&rsquo;t lant verspreijt waeren, uijtgenomen drie diese om de minste
+suspitie te geven op hunne vlugt van daer in huijs gelaten, sijn
+genaemt</p>
+
+<p>Johannes Lampen van Amsterdam assistent</p>
+
+<p>Hendrick Cornelisz van Vrelant</p>
+
+<p>Jan Claes van Dort, cock</p>
+
+<p>Jacob Jans van Vleekeren</p>
+
+<p>Sander Boesquet van Lith</p>
+
+<p>Jan Jansz Spelt van Uijtrecht</p>
+
+<p>Anthonie Uldircksz van Grieten</p>
+
+<p>Claes Arentsz van Oostvoort.</p>
+
+<p>Den Gouverneur Zinsabrod<sup>e</sup> als hij de eerste genoemde acht
+persoonen bij ons op &rsquo;t Eijlant sont, liet ons daernevens door de
+Tolcken aenseggen dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe
+wonderlijck dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer
+vrijdom te becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh
+hadden bestaen haer leven te wagen, SijnEd<sup>le</sup> wilde daer over
+naer Jedo oock schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe
+wij&rsquo;t met dit volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij
+lieten SijnEd<sup>le</sup> voor dese goede voorsorge <span class=
+"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span>ten hoogsten
+bedancken en seggen dat we ons naer Zijn beveelen gehoorsaemelijck
+gedagten te schicken.</p>
+
+<p>Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen
+vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint
+tot beneffens d&rsquo;Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den
+10<sup>en</sup> ditto door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn
+geweest (hoe wel tegens haer danck) haven te soecken, sonder te weten
+waer datse waren en of se bij vrunden of vijanden quamen.</p>
+
+<p>&rsquo;T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het
+gesalveerde volck van de Sperwer op&rsquo;t Eijlant Quelpaert waeren,
+en in 8 maenden niet en wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre
+daer bij haer gecomen is een out man gelijckende wel een Hollander
+(zijnde apparentelijck bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck
+van Corre versogt en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle
+besien te hebben, ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt
+ghij ende uijt haer verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben
+oock een Hollander, geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz.
+Weltevreen ende heb hier al 26 jaren geweest, <i>verhaelende wijders
+hoe hij a<sup>o</sup> 1627 op &rsquo;t Jacht Ouwerskerck hadde
+gevaeren, Item dat hij op seecker joncque door gemelte Jagt in dit
+Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, en omtrent dese Eijlanden
+vervallen was</i><a class="noteref" id="xd0e5673src" href=
+"#xd0e5673">1</a> met eenige van sijn geselschap aen lant gevaeren om
+waeter te haelen en nevens twee andere persoonen door d&rsquo;
+Chineesen gevangen geworden, mitsgaders dat voorn. twee mackers ten
+tijde als dese Eijlanden van de Tartaren wierden ingenomen, waeren
+dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen was op &rsquo;t afscheijt
+van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in&rsquo;t leven ende een
+man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte Dagelijckse
+aenteijckeninge van &rsquo;t gepasseerde en voorgevallene in Japan ten
+Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm Volger,
+Opperhooft, aldaer, beginnende den 28<sup>n</sup> October anno 1665 tot
+den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in Overgek.
+Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).</p>
+
+<hr class="tb">
+<p id="b.i.b"><i>b</i>. 1666. October. Sondagh 17<sup>o</sup>
+d<sup>o</sup>... op van dage lieten door de Tolcken (gelijck wij
+meenden om &rsquo;t welstaen) aan de Gouverneurs versoecken off we de
+acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier aengecomen
+mede naer Batavia mochten voeren, &rsquo;t welck ons wiert afgeslagen
+<span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span>met
+voorgeven dat dies aengaende van &rsquo;t Jedosche Hoff nog geen ordre
+off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, ondertusschen
+zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese arme menschen
+licht hier noch een jaer dienen over te blijven &rsquo;t welck voor
+haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Nagasaki naar Batavia.</h4>
+
+<p><i>c</i>. Aen de Ed<sup>le</sup> Heer Joan Maetsuijker Gouverneur
+Generael en d&rsquo;Ed<sup>le</sup> Heeren Raden van India.</p>
+
+<p>Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op
+14<sup>den</sup> passado uijt de Correse Eijlanden op een
+wonderbaerlijke wijse teregt gecomen en door den Gouvern<sup>r</sup>
+Zinsabrod<sup>e</sup> bij ons op &rsquo;t Eijlant gesonden 8 personen
+die a<sup>o</sup> 1653 het Jagt de Sperwer op&rsquo;t Quelparts Eijland
+(gelegen omtrent ...<a class="noteref" id="xd0e5720src" href=
+"#xd0e5720">2</a> mijlen benoorden<a class="noteref" id="xd0e5723src"
+href="#xd0e5723">3</a> Firando) hebben helpen verliesen, sijnde
+d&rsquo;eene van haer d&rsquo;Boechouder van gemelte schip genaemt
+Hendrik Hamel en d&rsquo;andere 7 matroosen op haer vlugt met een kleen
+vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op gemelte
+Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen 8 personen
+gaen nevens desen met d&rsquo;Esperance meede na Batavia uijt wien en
+uijt hetgeen daervan in ons Dagreg<sup>r</sup> op voorschr. datum staet
+aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.</p>
+
+<p>Nangasackij adij 18<sup>en</sup> October anno 1666.</p>
+
+<p>Uwe Ed<sup>ls</sup> onderdanige dienaers en was getekent Wilhem
+Volger, Daniel Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no.
+11725).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Rapport.</h4>
+
+<p id="b.i.d"><i>d</i>. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed
+Heer Joan Maetsuijcker Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van
+India overgelevert door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen
+Opperhooft in Japan met mijn verschijning van daer op Batavia.</p>
+
+<p>... Wij en hadden in&rsquo;t alderminste niet getwijffelt gelijck in
+meergenoemde missive<a class="noteref" id="xd0e5751src" href=
+"#xd0e5751">4</a> oock is geschreven off de acht persoenen van &rsquo;t
+verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia gegaen ende
+voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer 13 jaeren in de
+<span class="pagenum">[<a id="pb81" href=
+"#pb81">81</a>]</span>eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en
+schriftelijck te verhaelen. Hoewel &rsquo;t tot mijn en insonderheijt
+deser arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen
+aengesien den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt
+uijt Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken &rsquo;t
+selve plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen
+ordre van &rsquo;t Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij
+twijffelde of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden
+ontbooden en aen de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer
+toegestaen wierde van hier te vertrecken; tot wat eijnde&mdash;offt al
+gebuerde&mdash;dit dan noch geschieden soude, seijde hij niet; &rsquo;t
+is evenwel niet apparent dattet daer toe comen sal gelijck UEd binnen
+corten p<sup>r</sup> d&rsquo;een of d&rsquo;andere joncque van daer wel
+aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt &rsquo;et voor deese
+bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te moeten overblijven
+eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben van haer luijden
+versocht en heb aengenomen om UwEd<sup>len</sup> haerenthalven te
+bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat &rsquo;et
+UweEd<sup>len</sup> doch wilde believen d&rsquo;oogen van
+barmherticheijt over hunne armelijcke conditie te laeten gaen ende
+soodanige ordre te geeven datse wederom in &rsquo;s Compes soldij
+boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten mochten, wij ende
+sij bidden noghmaels dat UwEd<sup>ls</sup> hierin naer Haere
+aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven
+1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no.
+11725).</p>
+
+<p>In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt
+naar Nagasaki bericht dat de Esp&eacute;rance 30 November 1666 te
+Batavia is aangekomen en dat is &ldquo;overgeleverd door den E. Willem
+Volger [die aan boord van de Esp&eacute;rance was medegekomen] UE.
+aangename missive van 18 October a<sup>o</sup> verleden, mitsgaders
+desselfs particulier rapport&rdquo;.</p>
+
+<p>In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 Oct. t.
+v. zegt de Bataviasche Regeering: &ldquo;Wij willen ook niet twijffelen
+of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen die van Corre soo
+miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende &rsquo;t verleden jaar
+daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts laten
+comen&rdquo;.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Japan.</h4>
+
+<p id="b.i.e"><i>e</i>. 1666. October. Woensdag 25<sup>e</sup>
+d<sup>o</sup> ... heden morgen omtrent 9 uuren comen de gesamentlijcke
+tolken uijt den naem van den Gouvern<sup>r</sup> mij <span class=
+"pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82">82</a>]</span>aendienen dat de agt
+Nederlanders op den 14<sup>en</sup> September uijt Correa hier
+aengecomen met haer ten huijse van den Gouvern<sup>r</sup> Canama
+Gonnemond<sup>e</sup> moesten gaen omme andermael in presentie van den
+opreijsende Stadvoogt Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik<a class=
+"noteref" id="xd0e5802src" href="#xd0e5802">5</a> liet deselve roepen
+ende gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen.
+Wat vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet
+ons met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen
+gemelte Nederlanders weder op &rsquo;t Eijlant en gevolgelijck
+rapporteerden den boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem.
+Gouvern<sup>r</sup> waren gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom,
+alsmede den handel en wandel der Correers, wat cleeding sij droegen,
+haer geweer, manieren van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen
+als Chinesen in &rsquo;t lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders
+daer noch gebleven waren etc<sup>a</sup>. ende naer datse haer op ijder
+vraeg contentement gegeven hadden, wert haer gelast weder naer &rsquo;t
+Eijlant te keeren; of dese luijden door de Keijserlijke
+Majes<sup>t</sup> gelargeert zijn, connen noch niet te weete comen.</p>
+
+<p id="b.i.f"><i>f</i>. 1667. 17 Februari ... &rsquo;t vertreck der 8
+Nederlanders uijt Correa, alsmede de verlossinge dergeenen die daer
+noch verbleven waren, soude bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van
+Nagasaki] in gedagten gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn
+Confrater [die destijds zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol.
+Arch. no. 1155).</p>
+
+<p><i>g</i>. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen
+schrijver de versoecken tot bevorderingh van &rsquo;t vertreck der 8
+Nederlanders uijt Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt
+wesende ... leverden wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van
+Nagasaki] gemelte geschrifje over, onder versoeck &rsquo;t selve in
+achtingh geliefde te nemen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.</h4>
+
+<p><i>h</i>.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden
+wij aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens
+&rsquo;t ontslaeken der Corese matrosen.... over.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Japan.</h4>
+
+<p id="b.i.i"><i>i</i>. 1667. October. Saterdagh 22<sup>en</sup>.
+Niettegenstaande dat het seer regenagtigh weeder was, hebben wij op
+heden de fluijtschepen de Witte Leeuw en de <span class="pagenum">[<a
+id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span>Spreeuw directelijck met een
+cargasoen ten bedrage van &fnof;&nbsp;475724.15.3 bestaende in 4
+duizend picol staefkoper, 250 picol campher, 35 Japanse zijde rocken
+nevens 80 kisten zilver, naar Batavia gedepecheert. Godt [de] Heere
+geve datse behouden mogen vaeren.</p>
+
+<p>Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier
+aengecomen, zullen mogen vertrecken.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.</h4>
+
+<p id="b.i.j"><i>j</i>. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van
+Nangasackij Sinsabrodonne om den ouden Gouvern<sup>r</sup>
+Gonnemond<sup>e</sup> te vervangen, al eenige dagen afgecomen was,
+hebben wij niet eerder als op dato deser licentie connen bekomen dat de
+8 Nederlanders uijt Corree &rsquo;t voorleden jaer hier aengecomen,
+zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d&rsquo; selve
+p<sup>r</sup> de fluijt de Spreeuw tot UEd<sup>le</sup> noch bij desen
+over.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.</h4>
+
+<p id="b.i.k"><i>k</i>. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7
+persoonen te samen geweest sijnde op &rsquo;t jacht de Sperwer
+a<sup>o</sup> 1653 aen een der Corese eijlanden verongeluckt en sedert
+aldaer gevangen gehouden tot verleden jaer dat se met een cleijn
+vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij de onse aengelandt sijn, In
+Rade versocht hebbende om licentie om met de gereede schepen na
+&rsquo;t vaderlandt te vertrecken ende dat hare gagie van de tijt harer
+detentie haer mede mochte goet gedaen worden, Soo is nae deliberatie
+goet gevonden haer het eerste toe te staen, maer het tweede als
+strijdigh metten Generalen articulbrief af te slaen, maer dat haer
+reeckening weder aenvangh sal hebben genomen van de tijt dat weder tot
+Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde geweest den 14<sup>en</sup>
+September verleden jaers, doch aengesien eenige niet meer dan jongens
+gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de &rsquo;t huijsreijze
+op 9 gl. ter maent te stellen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Generale Missive, 25 Jan. 1667.</h4>
+
+<p><i>l</i>. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een
+cleen vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot
+Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in&rsquo;t jaer 1653
+op&rsquo;t Quelpaerts eijland met &rsquo;t jacht de Sperwer
+verongeluckt en sich aldaer 36 menschen gesalveert hadden&mdash;maer
+waeren van de Coereesen seer armelijck getracteert en <span class=
+"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84">84</a>]</span>soo nu en dan van
+&rsquo;t eene eijland nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt
+van 13 jaeren dat aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te
+sterven,&mdash;waervan 8 gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel
+visschers vaertuijgjen sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch
+gebleven, onder anderen verscheen daer bij haer een out man die seijde
+in cromduijts dat hij ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp,
+genaemt Jan Janszen Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en
+dat hij a<sup>o</sup> 1627 op &rsquo;t jacht Ouwerkerck had gevaeren
+<i>en bij geval met een Chineese jonck aldaer was geraeckt</i>, hoe de
+vordere Nederlanders die daer verbleven en d&rsquo; andere aght die tot
+Nangasacki sijn comen vluchten genaemt sijn, worden met naemen en
+toenaemen in &rsquo;t Japanse dagregister op 14<sup>n</sup> September
+1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te gaen,
+diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8
+Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken,
+dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover
+nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven
+1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Generale Missive, 23 Dec. 1667.</h4>
+
+<p><i>m</i>. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en
+met seer goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck
+gedanckt) de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen
+nae datse van daer den 23 October vertrocken waren....</p>
+
+<p>De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige
+gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw alhier
+behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek (Japan). Kol.
+Arch. no. 1152).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Patriasche Missiven.<a class="noteref" id="xd0e5905src" href=
+"#xd0e5905">6</a></h4>
+
+<p>20 Nov. 1667.</p>
+
+<p id="b.i.n"><i>n</i>. T&rsquo; is wonderlijck &rsquo;t geene UE. van
+die arme menschen haer van de Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese
+Eijlanden gesalveert, en daer tot noch toe als gevangen gehouden, en
+daer onder van een oudt man all van den jaere 1627 off daeromtrent daer
+geweest sijnde, en waervan acht in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De
+voorsz. luijden sullen van de gelegentheijt van die Eijlanden,
+mitsgaders off en wat aldaer soude connen te doen vallen, ongetwijffelt
+eenich bericht cunnen geven. Conde <span class="pagenum">[<a id="pb85"
+href="#pb85">85</a>]</span>voor de resterende gevangens inde voorsz.
+Eijlanden noch verbleven, haer vrijdom mede worden geprocureert soude
+een pieus officie wesen.</p>
+
+<p>22 Aug. 1668.</p>
+
+<p id="b.i.o"><i>o</i>. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van
+diegeene die in&rsquo;t jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck
+geleden en haer daer aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van
+dertien jaeren en 28 daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh
+dan gedetineert sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en
+van den handel die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders
+gelesen <i>het verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd</i>.
+En dewijle wij daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer
+handel en logie hebben, en &rsquo;t selve lant onder anderen medetrect
+Peper, Sappanhout, Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede
+soodanige waeren als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder
+gemeent wort dat de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant
+sijnde, mede wel van het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in
+bedencken genomen off het niet goet en dienstich soude wesen onder
+anderen mede onder pretext van de resterende gevangens off gedetineerde
+daer noch sijnde, dat een besendinge derwaerts gedaen wierd, om te
+onderstaen off wij daer tot den handel niet mede souden kunnen werden
+geadmitteert, presenterende de voorsz. luijden haer tot die reijs en
+besendinge in dienst van de Comp<sup>e</sup> weder in te laeten,
+gelijck als sij ons berichten, <i>dat de achtste sijnde den boeckhouder
+bij haer tot Batavia soude sijn gelaten</i>. Volgens het voorsz.
+verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op Pekin
+drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie bij ons
+daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert en
+gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet
+sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten
+Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te
+laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck
+&rsquo;t selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt
+dewijle denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in
+te laeten; Doch alsoo d&rsquo;E. Pieter van Hoorn UE. van die
+gelegentheden lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in
+en omtrent die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen
+meenen ten meesten dienste en voordeele van de Comp<sup>e</sup> te
+strecken. <span class="pagenum">[<a id="pb86" href=
+"#pb86">86</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Resoluties Heeren XVII.<a class="noteref" id="xd0e5937src" href=
+"#xd0e5937">7</a></h4>
+
+<p>10 Aug. 1668.</p>
+
+<p><i>p</i>. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en
+geresolveert dat seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in
+Corea gevangen geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door
+Commissarissen uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de
+hoedanigheijt, constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe,
+mitsgaders om de pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en
+de Vergaderingh daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis,
+werden mits desen versocht en gecommitteert d&rsquo;Heeren Munter,
+Fannius, Lodesteijn en den Advocaat van de Comp<sup>e</sup>. met
+adjunctie van d&rsquo;Heer Thijssz., uijt de Hooftparticipanten.</p>
+
+<p>11 Aug. 1668.</p>
+
+<p id="b.i.q"><i>q</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren
+Commissarissen hebbende in gevolge van de resolutie van gisteren voor
+haar bescheijden en geexamineert het volck in Corea gevangen geweest
+sijnde, soo oock gelesen het request bij deselve gepresenteert,
+tenderende om te hebben betalinge van de gagie haar volgens haar
+sustenue competerende van de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest,
+wesende dertien jaren en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie
+mitsgaders lecture van het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff,
+goetgevonden dat all vooren hier op te resolveren, <i>het schriftelijck
+rapport door deselve overgelevert</i> sal werden gelesen en
+geexamineert, waartoe de gemelte Heeren Commissarissen mits desen
+worden versocht en gecommitteert.</p>
+
+<p>13 Aug. 1668.</p>
+
+<p><i>r</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen
+hebbende in voldoening van de resolutie van den 11<sup>n</sup> deser
+nagesien en <i>geexamineert het verbaal gehouden van het gepasseerde en
+toedracht van saacken in Corea geduerende de aanhoudinge en
+gevanckenisse van die daer jongst van daan gekomen sijn, vervattende
+met eenen de constitutie van het lant aldaar</i>, en de handel die daar
+soude cunnen vallen, waar op sijnde gedelibereert, is goetgevonden en
+verstaan dat de Generaal en de Raden sal werden aangeschreven dat men
+hier niet vreemt daar van soude wesen dat, door een besendinge
+derwaerts te doen, onderstaan wierd off men <span class="pagenum">[<a
+id="pb87" href="#pb87">87</a>]</span>daar tot den handel soude cunnen
+werden geadmitteert, verstaande soo den Generaal en de Raden geen
+andere consideratien daar tegen mochten hebben. Noch is geresolveert
+dat men de voorsz. luijden, sijnde seven in getale, uijt commiseratie
+tot een gratuiteijt sal doen hebben een somme van vijfthien hondert en
+dertigh guldens, te verdeelen als volgt:</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Govert Denijs uijtgevaren voor quartier M<sup>r</sup>
+&agrave; &fnof;&nbsp;14 p<sup>r</sup> mt.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;300.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot
+&fnof;&nbsp;11</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;250.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gerrit Jansz tot 9 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;200.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Cornelis Dircksz tot 8 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;180.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dionijs Govertsz tot 5 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;150.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Benedictus Clercq tot 5 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;150.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl.</td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;300.</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">&mdash;&mdash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">&fnof;&nbsp;1530.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88">88</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.ii">
+<h3 class="normal">II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE
+SCHIPBREUKELINGEN.</h3>
+
+<div class="div3">
+<h4>Dagregister Nagasaki.</h4>
+
+<p id="b.ii.a"><i>a</i>. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den
+Ottena<a class="noteref" id="xd0e6035src" href="#xd0e6035">8</a> dezes
+Eijlants Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majest<sup>t</sup> de
+acht Nederlanders van &rsquo;t verongeluckte jacht de Sparruwer in de
+jaere 1653 ende waervan anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier
+miraculeus aengelant sijn, van daer gevoirdert en apparent morgen of
+overmorgen ons stinde bij te comen, dat een groote sorge van dees
+Majest<sup>t</sup> voor der Hollanderen zij.</p>
+
+<p>16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup>
+seven Nederlanderen die van &rsquo;t gebleven jacht de Sparruwer
+&rsquo;t zedert anno 1653 haer op &rsquo;t Eijlant Correa erneert en nu
+door last des Majes<sup>ts</sup>. door den Heere van Tzussima van daer
+waren gevoirdert, bij ons op &rsquo;t Eijlant Dezima, <i>zijnde
+d&rsquo;achtste,</i> die de gevlugte acht Nederlanderen aldaer anno
+1666 gelaten hadden, <i>overleden</i>; twee maenden warense van Correa
+door de continueele zuijde winden en breecken der mast van de bercq tot
+hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van Correa met een rocq,
+ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet ende anders beschoncken.
+Item van de H.<sup>re</sup> van Tzussima van eten, drincken en ider een
+rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, mitsgaders aen haer
+sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat ons soo alles door
+des Gouvern<sup>rs</sup> van Nangasackis last schriftelijck door twee
+Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, die den
+Japanse Keijser voor d&rsquo; Hollanderen gedragen heeft, ende een
+merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot nader
+order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, nadien voor
+de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup> noch stonden verhoort te
+werden.</p>
+
+<p>17 d<sup>o</sup> wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten
+huize van de <span class="pagenum">[<a id="pb89" href=
+"#pb89">89</a>]</span>Gouvern<sup>r</sup> Sinsabrod<sup>e</sup> naer de
+gelegentheden van het verongelucken van &rsquo;t schip de Sparruwer in
+de jare 1653, als dat van Correa, ende de frequentatie in de negotie
+met de Japanners ondervraagt, daerse naer waerheit op antwoordden, ende
+sonderlingh geen aantekening tot nutte van d&rsquo;E.Comp<sup>e</sup>
+en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer te mogen vertrecken, daer we
+dan den Gouverneur hertelijcken voor deden bedancken.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4>
+
+<p><i>b</i>. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (<i>waer van
+d&rsquo;achste zedert 1666 overleden is</i>) van &rsquo;t verongelucte
+jacht de Sparruwer &rsquo;t zedert den jare 1653 haer op &rsquo;t
+Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der Majesteijts last van
+daer gevoirdert, ende ons op den 16<sup>en</sup> van de verleden maent
+September toegesonden die met de laetste besendinge met Gods hulpe om
+de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen<a class="noteref" id=
+"xd0e6105src" href="#xd0e6105">9</a> volgen sullen.</p>
+
+<p id="b.ii.c"><i>c</i>. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in
+ons voorig schrijven Uwe Ed<sup>le</sup> eerbiedig van verwittigt is,
+ende zedert den jare 1653 mits het verongelucken van &rsquo;t jacht de
+Sparruwer op &rsquo;t lant van Correa gehouden zijn, gaen nu met
+Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob Lampen van Amsterdam,
+adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, schieman, Jacob Jansen van
+Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit van Liet, boss<sup>r</sup>,
+Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen Spelt van
+Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta&rsquo;pen<a
+class="noteref" id="xd0e6121src" href="#xd0e6121">10</a>.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Generale Missive, 13 Dec. 1668.</h4>
+
+<p><i>d</i>. Op &rsquo;t versoek onser Opperhoofden om de verlossing
+onser acht in Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer
+1653 aldaer verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden
+was, dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met
+Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening om
+deselve aen &rsquo;t eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, dat
+door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit hier
+aengehaelde, en &rsquo;t gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht dat
+de Core&euml;rs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die
+luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers den
+Japander ten minsten ook groot respect draegen. <span class="pagenum">
+[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.</h4>
+
+<p id="b.ii.e"><i>e</i>. We hebben in &rsquo;t nasien der papieren
+bevonden dat den 16<sup>en</sup> September verleden 7 onse lantsluijden
+(die zedert 1653 in Corea hadden gevangen geseten, en waervan ons eerst
+in den jare 1666 kennisse toegekomen is) door bestellinge der Japanse
+Regeeringh uijt hare gevanckenis op &rsquo;t Eijlant Dezima bij UE.
+verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck op Batavia bij ons
+bennen aengelant, &rsquo;t welke een saeke is waervan UE. soo
+vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, de Majest. te
+bedancken of soo &rsquo;t niet en ware geschiet, soude &rsquo;t noch
+moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van seltsame
+voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij een gemeene
+danksegginge door d&rsquo; Opperhoofden gedaen te berusten, maer dat
+UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de Keijserlicke
+Majest<sup>t</sup> soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het zeer
+groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.</p>
+
+<p>Alsoo de H<sup>ren</sup> Meesters in &rsquo;t vaderlant met d&rsquo;
+overcomste der gewesen Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of
+wel aldaer eenigen handel vallen mocht tot voordeel van de
+Comp<sup>e</sup>, dat wij hier na de bekomen bescheijden van diezelve
+luijden en die wij wijders van die gelegentheit hebben, vermenen
+weijnich te zullen beschieten, soo om de armoede des lants als d&rsquo;
+afkeericheijt diese hebben van de vreemdelingen en d&rsquo;
+onwilligheit om die in haer lant toe te laten, sonder noch te spreeken
+van der Tartaren en Japanderen onwil om gemelten handel te gedoogen,
+die alle beijde in gemelte landt groot van respect en vermogen zijn, en
+ook dat aende goede havenen al vrij wat getwijffelt wort, soo sullen
+UE. nochtans dienaangaande tot meerder seckerheijt en gerustheijt in
+die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, sonder acht te nemen op onse
+voorverhaelde aenmerckingen maer op de rechte geschapenh<sup>t</sup>
+der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht te geven even als of
+dat een saecke was die bij de Comp<sup>e</sup> in bedencken quam, maar
+eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge van
+UEd<sup>le</sup> nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij
+omwegen, dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd.
+voorsichtigheijt toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende
+ons zelfs en de H<sup>ren</sup> onse M<sup>rs</sup> daer van te dienen,
+waerop ons zullen verlaten. <span class="pagenum">[<a id="pb91" href=
+"#pb91">91</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4>
+
+<p>5 Oct. 1669.</p>
+
+<p id="b.ii.f"><i>f.</i>... zijnde den 16en April binnen des
+Majest<sup>ts.</sup> paleijs [te Jedo] alvorens onse nedrige
+danckbaarh<sup>t</sup> wegens de verlossingh der seven Nederlanders
+uijt Correa bewesen hebbende ...</p>
+
+<p>Omme van UEd<sup>s</sup> missive van poinct tot poinct te
+beantwoorden soo seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel
+Six in den jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de
+verlossing van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht
+hadde, soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen
+jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen als
+voor de Rijxraden danck te seggen: &rsquo;t welk Hare Hoogheden uijt
+den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij
+bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien
+UEd<sup>le</sup> van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van
+bijsondere voorval is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden
+gedaan, niet en behoorde te laten berusten, maar dat UEd<sup>le</sup>
+bijsonderlick uijt UEd<sup>le</sup> naam daarvoor ordineert
+danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben &rsquo;t bijsonder genoegen
+welke UEd<sup>le</sup> over die weldaat zijt scheppende den
+Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen en
+naar &rsquo;t Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas<a class=
+"noteref" id="xd0e6204src" href="#xd0e6204">11</a> sal (met Godt de
+voorste in Jedo verschijnende) UEd<sup>le</sup> goede intentie met de
+gerequireerde omstandigheden (&rsquo;t zij voor den Keijser selven off
+voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen
+Gouvern<sup>r</sup> zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te
+effectueren.</p>
+
+<p>Naar de constitutie en gelegentheijt van &rsquo;t Eijlant Correa
+hebben hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet
+connen ondervinden dat daar voor de Comp<sup>e</sup> eenigen handel
+soude te drijven wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme
+luijden die haar eenlijck met den lantbouw en visscherij generen,
+anderdeels datse daar met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden
+volgens ons gevoelen die twee magtige potentaten Tater en Keijser van
+Japan niet willen gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de
+vreemdelingen daar <span class="pagenum">[<a id="pb92" href=
+"#pb92">92</a>]</span>quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den
+Japansen monarch sich daartegen stellen en geen Christenen, die hem
+altijt suspect zijn, soo nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte
+altijt bevreest soude wesen dat bij die occasie ons een voet wierde
+gegeven om &rsquo;t Christendom daar voort te planten en zijn Lant soo
+weder in verwarring te brengen. Van desen cant is den toegangh tot dat
+Eijlandt ijdereen op dootstraffe verboden, excepto den Heer van
+Sussima, die zulx als een beneficium alleen vergunt is daer met de
+Tarterse Chinesen te mogen handelen, die toevoer doen van sijde en
+d<sup>o</sup> stuckgoederen, zijnde desen jare over dien wegh bij de
+seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht ende trect weder
+zilver (als &rsquo;t uijtgevoert magh werden) voorts gout, peper,
+nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout als
+anders, &rsquo;t welk alles door dat Lant naar China weder vervoert
+wert, maar onder d&rsquo;inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen
+handel van importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien
+voor vast soo langh de E. Comp<sup>e</sup> den voordeligen handel in
+Japan genegen blijft &rsquo;t achtervolgen datse daar (om den Japander
+geen misnoegen te geven) geen handel dient te soeken, want dese
+agterdogtige natie soude altijt sustineren dat wij daarmede ijets tot
+nadeel van Japan voor hadden, waarmede niet alleen de wantrouw
+vergroten maar den ontsegh van &rsquo;t rijck wellight op volgen
+mocht.</p>
+
+<p>19 Oct. 1670.</p>
+
+<p><i>g</i>. ....D&rsquo;Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670]
+aengevangen en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone
+reverentie voor den Keijser geschiede den 20<sup>en</sup> daaraan....
+dese hoffplichten zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern
+gesien dat de Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen
+hadden gaen openen onsen last om uijt UEd<sup>s</sup> name
+danckbaerheijt te doen voor de verlossinge van de seven Nederlanders
+zedert a<sup>o</sup> 1653 vant verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa
+aengehouden ende a<sup>o</sup> 1668 op Zijne Majesteijts voorderinge
+gerelaxeert, opdat haer Ed.<sup>n</sup> zouden mogen ordonneren in
+hoedanige wijse het moste geschieden en waerover oock op ons afscheijt
+in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge van Sinsabrod<sup>e</sup>
+aen voorm. Gonnemond<sup>e</sup>, zijn confrater, hadden versocht maer
+geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, tselve
+altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan den 28
+April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons des
+avonts vanden Gouverneur Gonnemond<sup>e</sup> <span class="pagenum">
+[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>in antwoord brengen dat Zijn
+E<sup>e</sup> dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons
+arrivement in Nangasackij a<sup>o</sup> passado ende kennisse door Zijn
+E<sup>e</sup> aende Rijcxraden daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde
+oock haer genougen daerover hadden laten blijken ende dierhalven zich
+daermede niet meer wilde bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het
+nu voor de Rijcxraaden deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den
+Tolck dat daervan niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was
+de Commissarissen daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent
+haer E<sup>s</sup> Tolck Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de
+jalousie dieder is tusschen de Commissarissen ende Gouverneurs en
+zouden wij op tlaetst met hem daerover wel hebben gediscoureert zoo
+zich door positie niet hadde geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren
+dit misnoech antwoord vanden Gouvern<sup>r</sup> Gonnemond<sup>e</sup>
+ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse Zijn E<sup>e</sup> door
+den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, waerdoor den tijt
+niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in te handelen gelijck
+uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten conde werden, zoo zijn
+evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent vruchteloos en dit goede
+werck onvolbracht gebleven waerdoor waren wechgenomen geweest alle
+verdere discoursen over het zenden van een ambassadeur ons voormael
+noijt anders als in passant 2 &agrave; 3 mael van de Tolcken
+voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote costen die
+daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te connen
+trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen te begeeren
+ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen gedilaijeert
+werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse regeerinck eenich
+misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens mochten moveren.</p>
+
+<p>.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese
+gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die dingen
+afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden als onse
+meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman Joannes
+Camphuijs als Opperhooft naer Japan, dd<sup>o</sup> 29 Mei 1671 =
+Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no.
+798).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.</h4>
+
+<p id="b.ii.h"><i>h</i>. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen
+hebben hier altijt oock soo begrepen om de selfste redenen alsser
+in&rsquo;t schrijven van 5en October <span class="pagenum">[<a id=
+"pb94" href="#pb94">94</a>]</span>lestleden wordt aangehaalt; &rsquo;t
+comt ondertusschen niet qualijck datter zulken treck van verscheijde
+goederen derwaerts sij, hoewel van d&rsquo;ander zijde de
+Comp<sup>e</sup> weder schadelijck is datter bij de 600 picols zijde
+oock d<sup>o</sup> stuckgoederen, &rsquo;t verleden jaar over dien wegh
+in Japan gevoert zijn geworden.</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.</h4>
+
+<p id="b.ii.i"><i>i</i>. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar
+van Vlielandt, <i>Hendrik Hamel van Gorinchem</i> en Jan Jansz. Spelt
+van Utrecht, met het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan &rsquo;t
+Quelpaarts Eijlandt verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea
+gedetineert geweest sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie,
+gedurende de tijt van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de
+vergaderingh haar daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is
+nae voorgaende lecture van resolutie den 13 Aug<sup>o</sup> 1668<a
+class="noteref" id="xd0e6312src" href="#xd0e6312">12</a> op gelijk
+subject genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders
+noch eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden
+getracteert volgens en na proportie in de voorsz. resolutie
+geexpresseert (Kol. Arch. no. 256).</p>
+</div>
+
+<div class="div3">
+<h4>Patriasche Missiven.</h4>
+
+<p id="b.ii.j"><i>j</i>. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE.
+van de gelegenth<sup>t</sup> van de Corese Eijlanden hebben becomen,
+hebben UE. de voorgeslagen besendingh derwaerts wel te recht
+naegelaten.</p>
+
+<p id="b.ii.k"><i>k</i>. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant
+Opperhoofd en den Raet in Japan bij derselver missive van den 5 October
+1669 soude Corea wel een arm lant wesen weijnich van sijn selver
+uijtgevende maer souden de Chinesen en Japannesen daer mettenanderen
+komen handelen jae dat in&rsquo;t voorsz. jaer over dien wegh meer als
+600 picols sijde in Japan sijn aengebracht, en dat in troucque van
+peper, nagelen, noten, sandelhout, voort silver, gout en anders. Wij
+kunnen wel begrijpen dat soolang wij in Japan onse residentie en handel
+hebben wij onse gedachten om daer eenige negotie te stabilieren en dat
+om de jalousie en wantro&ugrave; die de Japannesen daer uijt souden
+opvatten men laet noch staen het bedencken dat de Chinesen ons
+lichtelijck daer mede niet en souden gedogen, wel mogen uijt den sin
+setten, dan bij succes en veranderingh van tijden weet men niet wat
+daer van noch soude cunnen vallen. <span class="pagenum">[<a id="pb95"
+href="#pb95">95</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.iii">
+<h3 class="normal">III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.</h3>
+
+<div class="div3" id="b.iii.a">
+<h4>A. HET JACHT DE SPERWER.</h4>
+
+<p><b>1.</b> &rsquo;t Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in
+zijne Beschrijvinge van de O.I. Compagnie een &ldquo;pinas&rdquo;
+genoemd), zeilde 26 April 1648 voor de Kamer Amsterdam uit Texel
+(Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia
+aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd
+de Sperwer naar Amboina bestemd; ging 28 Februari daarheen (Instructie
+en Seijlaets order 27 Febr. 1649 in Kol. Arch. no. 776); na lang op
+zich te hebben laten wachten (zie Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat.
+Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni 1649) den 29 Mei 1649 te Batavia
+teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering naar Amboina dd. 14 Febr. 1650);
+uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni 1649); daarheen vertrokken 13 Aug.
+1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 Juni 1650 van daar te Batavia terug
+(Miss. Bat. Regeering naar Suratte dd. ult<sup>o</sup> Aug. 1650);
+vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar en Perzi&euml;
+(Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 terug te
+Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzi&euml; dd. 14 Sept. 1651);
+vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzi&euml;; komt 12 Nov. 1652 van daar
+terug te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd
+naar de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt
+14 Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
+aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het 1
+Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
+1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, 16
+Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 Juni
+1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt van
+daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.</p>
+
+<p>In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene
+onjuiste lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen
+(uitg.-Saagman) of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele
+tot de volgende aanteekening in zijn <span class="bibl" lang="fr">
+M&eacute;moire bibliographique, bl. 274</span>: <span lang="fr">
+&ldquo;Parti des Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer
+(l&rsquo;Epervier) arriva le <span class="pagenum">[<a id="pb96" href=
+"#pb96">96</a>]</span>1<sup>er</sup> Juin de la m&ecirc;me ann&eacute;e
+&agrave; Batavia.&rdquo;</span> Geen Compagnie&rsquo;s schip is
+trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch op
+laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.</p>
+
+<p id="b.iii.a.2">2. Seijlaas ordre voor d&rsquo;Opperhoofden vant
+Jacht de Sperwer, waer naer hun in&rsquo;t zeijlen van hier naer
+Taijouan sullen hebben te reguleeren.</p>
+
+<p>Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
+d&rsquo;Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende
+die bij oosten Lucipara in te loopen ende op&rsquo;t spoedichst te
+passeeren mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na
+Pulo Lauwer zeijlen, makende t&rsquo;selve te verkennen ende Pulo
+Candor in&rsquo;t gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo
+Cecier de mair ende terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die
+daer een weijnich besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te
+seijlen, van waer de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht
+sult houden, om voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo
+Champello tracht te verkennen om vandaer Aijnam in&rsquo;t gesicht te
+loopen, vermits de stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf
+van Conchinchina om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch
+meer bij storm op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt
+betert a<sup>o</sup> 1634 in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken<a
+class="noteref" id="xd0e6366src" href="#xd0e6366">13</a>.</p>
+
+<p>Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
+beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo de
+gem<sup>te</sup>. tuffons<a class="noteref" id="xd0e6374src" href=
+"#xd0e6374">14</a> gemeenlick met uijtschietende winden comen, zulcx
+dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets te
+soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck a<sup>o</sup> 1634
+mede is gebleecken<a class="noteref" id="xd0e6380src" href=
+"#xd0e6380">15</a>, die onder Sanchoan voor 3. anckers een
+musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
+afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
+uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van Macauw
+op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo oock dede
+de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
+ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen zoo
+int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst <span
+class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97">97</a>]</span>aen te soecken
+mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert bij nevensgaende
+Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als de vordere
+geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
+Vl.<sup>s</sup> bevelen wel te examineeren ende na vermogen
+t&rsquo;achtervolgen.......</p>
+
+<p>Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
+vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem in
+zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesz<sup>e</sup>. zeijlaas
+ordre naer Taijouan te bevorderen.</p>
+
+<p>Alsoo uijt d&rsquo;advijsen onser H<sup>rn</sup> Principale ons
+aengekundicht sij dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe
+in openbaren oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn,
+om van deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet
+misleijt en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo
+doenlick overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.<sup>es</sup>
+comptoiren daer oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen;
+bij overwinninge, zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen
+ende ingeladen coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken
+versegelen, ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen
+overnemen, maer insonderheijt sult u hebben te wachten van alle
+onbehoorlicke plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft
+alsoo het selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts
+blijft u de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede
+mesnagie over de provisien te houden, bevolen, als mede de
+administratie van Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen
+articulbrief waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van
+saecken sult hebben te handelen. Hier mede wensen ul<sup>s</sup> met
+het gantse scheepsvolck een behouden varen, ende beveelen gesamentl:
+inde bescherminge des Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse
+geleijde.</p>
+
+<p>In&rsquo;t Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter
+ordinans: van haer Ed<sup>s</sup> ende was geteeckent Adriaen
+Willeboorts Secretaris.</p>
+
+<p id="b.iii.a.3">3. Naer dat op den 18<sup>en</sup> Junij passado van
+VE.<sup>des</sup> mijn affscheijt becomen hadde, hebben wij ons met
+&rsquo;t Jacht den Sperwer (inde naame Godes) omtrent de middach onder
+zeijl begeven om onse reijse naer Taijouan te vervorderen, alwaer op
+den 16<sup>en</sup> Julij tegen den middach, buijten op de Zuijder
+rheede van Taijouans Canael (Godt loff) geluckelijck quamen te
+arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen Poulo Auwer, alwaer in
+der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat daer mede eenen halven
+<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98">98</a>]</span>dach
+&rsquo;tsoeck brachten, zonder meer. Wij hebben geduijrende onse reijse
+zeer bequaam weder aangetroffen, ende is niets verhaelens waerdich
+comen voor te vallen.................</p>
+
+<p>Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den
+29<sup>en</sup> d.<sup>o</sup> naer Japan affgeveerdicht &rsquo;t Jacht
+de Sperwer met een cargasoen ter montuijre van &fnof;&nbsp;38819:14:15
+bestaende uijt naervolgende, te weten:</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">20007</td>
+<td valign="top">cattijs poetsjoek</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">20037</td>
+<td valign="top">cattijs aluijn</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">3000</td>
+<td valign="top">stucx elantshuijden</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">19952</td>
+<td valign="top">stucx Taijouanse hertevellen</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">3078</td>
+<td valign="top">stx steenbocx vellekens ende</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">92000</td>
+<td valign="top">cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p>.... Insgelijcx zullen VE<sup>des</sup> sien in de Resolutie van den
+21<sup>en</sup> Julij wat ons gemoveert heeft &rsquo;t Jacht den
+Sperwer in plaetse van de fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden,
+&rsquo;t welcke verhoopen bij VE<sup>des</sup> niet qualijck sal werden
+genomen, alsoo &rsquo;tselve seer tijdich sal connen terugge gesonden
+werden, om naer Persia ofte Suratta gebruijckt te werden; derhalven
+hebben den E. Coijett [Opperhoofd te Nagasaki] geordonneert &rsquo;t
+selvige voorde eerste besendinge herwaerts te demitteren....</p>
+
+<p>.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen 427
+bossen rottangh.... Schipper <b>Reijnier Egbertsen</b> aengesproocken
+zijnde, zecht mede niet meer uijt &rsquo;t Jacht Sluijs ontfangen te
+hebben, daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven,
+naeder sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa
+aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 24 Oct. 1653).</p>
+
+<p>4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte
+het schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen
+&rsquo;t welck bij ons op den 29<sup>en</sup> Julij laestleden naer
+Jappan affgevaerdicht was met een cargasoentie van
+&fnof;&nbsp;38819:14:15 dat seecker voor de Comp<sup>e</sup> te<a
+class="noteref" id="xd0e6489src" href="#xd0e6489">16</a> groote slaagen
+zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe dienaren ende twee soo
+costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer mach zijn bejegent en
+connen niet bevroeden; oock en hebben daar van de minste tijdinge niet
+becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de Fluijt Campen op het
+noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche arack in zee hebben
+gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een combaers <span class=
+"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99">99</a>]</span>sien drijven, waar
+door vermoeden het van d.<sup>o</sup> Jacht moet wesen dat (godt
+betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede de selfde
+storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw op t
+noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx &rsquo;t
+galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock onse
+cleene lootsboot van ondert Fort &rsquo;t Canaal uijtdreeff en omtrent
+Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier ons
+onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen want
+soo het op de Formosaansche custe ofte aan&rsquo;t noordt eijnde van
+Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
+contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
+presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden dat
+gem.<sup>e</sup> Sperwer noch mach comen op te donderen.</p>
+
+<p>.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16<sup>en</sup>
+courant des naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart
+Cornelis Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als
+Paert verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
+ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
+cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
+anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
+Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en Raad
+van Formosa aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 17 Nov. 1653).</p>
+
+<p>5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in VE.
+advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone jacht de
+Sperwer, &rsquo;t eene op de reijse van hier naer Taijoan ende &rsquo;t
+ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm sullen
+wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken daervan
+vernomen wert, daerbij de E Comp<sup>e</sup> behalven de scheepen, ende
+&rsquo;t verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van
+&fnof;&nbsp;110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde
+Noortse winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt,
+niet als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan
+Gouv<sup>r</sup> en Raad van Formosa, dd<sup>o</sup> 20 Mei 1654).</p>
+
+<p>6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
+tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
+Taijouan ende &rsquo;t jacht de Sperwer van daer op u<sup>mo</sup>
+Julij lestleden naer Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der
+voornoemde schepen aldaer nog niet en <span class="pagenum">[<a id=
+"pb100" href="#pb100">100</a>]</span>waren verschenen. Na de Chinese
+gerugten in Japan liepen, soude op &rsquo;t eijlant Lamoa [aan de kust
+van Zuid-China, bij Swatow] een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan
+seecker Hollandtse vrouw, die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens
+eenige manspersonen, sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders
+wordt uijt Japan gerelateert dat de Opperhoofden van &rsquo;t
+fluijtschip Campen in &rsquo;t zeijlen uijt Toncquin naer Japan,
+omtrent de noordhoek van Formosa een legger batavishen arack hebben
+gevischt, ende eenige cruijshouten nevens een combaers sien drijven
+&rsquo;t welck twee dagen nae&rsquo;t vertreck van de Sperwer is
+geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw (over&rsquo;t
+noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende &rsquo;t
+gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: sulcx
+datwij (God beter&rsquo;t) het sneuvelen van de voorn, schepen niet dan
+al te gewis houden.</p>
+
+<p>... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de
+Comp.<sup>e</sup> &fnof;&nbsp;110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck
+(God Beter&rsquo;t) aen desen noordcant, daer ons het ongeluck meest
+alle jaren treft, except de schepen ende &rsquo;t costelijcke volck al
+wederom een grooten slag sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss.
+6 Febr. 1654 wordt ook weer van het verlies van de Sperwer gewag
+gemaakt].</p>
+
+<p>7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het
+fluijtschip Smient en t&rsquo;jacht de Sperwer met haer volck en
+ladinge soo gemeent wort vergaen en gebleven, t&rsquo;welck wederom een
+swaeren slach voor de Comp<sup>e</sup> is, evenwel als van de machtige
+handt Godes comende met gedult moet opgenomen worden, t&rsquo; schijnt
+dat wij in dat stormende vaerwater die periculen jaarlijcx onderworpen
+zijn en te verwachten hebben; wanneer maer de winsten daer tegens naer
+advenant mochten wesen, soude het buijten t&rsquo;verlies van de
+menschen noch eenichsints troostelijck sijn. UE. worden nogmaels
+aengemaent doch wel te letten op de moussons en de schepen niet te laet
+derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen
+voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).</p>
+
+<p>17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven
+: &ldquo;hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de
+eerste besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen
+omme te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
+ult<sup>o</sup> Julio &amp; Augustus in &rsquo;t vaerwater tusschen
+Taijouan en Jappan subject sijn&rdquo;. Vgl. &ldquo;in het westmousson,
+als het saijsoen sal weesen verloopen <span class="pagenum">[<a id=
+"pb101" href="#pb101">101</a>]</span>om van Batavia na Japan te kunnen
+seijlen dat is van half Augustij tot ult<sup>o</sup> Maart.&rdquo; (Mr.
+P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, Deel 1, Cap. 21 fol. 280).</p>
+
+<p>Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen:
+&ldquo;Met de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons
+wel geworden het schrijven van d&rsquo;heer Gouverneur Nicolaes
+Verburgh gedach-teekent 19 Julij.... Wij blijven verwondert over het
+langh achterblijven van het laest verwachtte schip [de Sperwer]&rdquo;
+(Nagasaki Nov. A<sup>o</sup> 1653).</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.iii.b">
+<h4>B. HET JACHT OUWERKERK.</h4>
+
+<p>Het schip Hollandia<a class="noteref" id="xd0e6556src" href=
+"#xd0e6556">17</a> kwam uit het vaderland den 14<sup>en</sup> Dec. 1626
+te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van daar
+naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p>
+
+<p>Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van
+Wijbrant Schram van Enkhuizen)<a class="noteref" id="xd0e6564src" href=
+"#xd0e6564">18</a> uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot 50 lasten,
+schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627<a class="noteref" id=
+"xd0e6570src" href="#xd0e6570">19</a> te Batavia aankwam (Dagr.
+Bat.).</p>
+
+<p>Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30
+April 1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627
+van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,
+Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck
+kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. &ldquo;een joncque
+ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora<a class="noteref" id=
+"xd0e6578src" href="#xd0e6578">20</a> naer Cochin-China, soo de
+Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis hoorende,
+met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, aengehaelt,
+ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn volck [onder wie
+de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen daer in latende, met
+intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt te stellen; <i>gemelte
+joncque is door storm van haer geraeckt ende tot op dato niet
+geparesseert</i>, beduchtende verongeluckt is&rdquo;. (Miss.
+Gouv<sup>r</sup> Nuijts aan Gouv<sup>r</sup> Generaal <span class=
+"pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span>dd. 22 Juli 1627;
+zie ook Miss. w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Joannes van der Hagen dd.
+29 Oct. 1627).</p>
+
+<p>De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28
+Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche
+navetten, welke&mdash;naar was bericht&mdash;voornemens waren van Macao
+naar Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten
+&ldquo;de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de
+rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden&rdquo;, terwijl bij Res.
+Taijoan dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: &ldquo;alhier geen
+behoorlijke macht (door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en
+Cleen Heusden) en zijn hebbende&rdquo;. Den 29en Oct. 1627 berichtte de
+w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> van Taijoan naar Batavia dat
+&ldquo;Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn weder gekeert
+dat ons geen goet bedencken en geeft&rdquo;.</p>
+
+<p>Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen
+te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht
+gekomen:</p>
+
+<p>&ldquo;Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende
+Pedra Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;
+maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder
+gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck
+omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt
+ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck mede
+t&rsquo; geschut becomen hebben, sijnde t&rsquo; resterende volck
+alt&rsquo;samen verongeluckt.&rdquo; (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p>
+
+<p>&ldquo;Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten,
+daerop toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt
+dat als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor
+de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den brant
+gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn alle
+gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten dat sij
+&rsquo;t selve verovert souden hebben ende alsoo S<sup>r</sup> Ketting
+met haer van&rsquo;t quartier sprack dat alreede gegeven was, is van
+een Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om
+laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter
+seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen
+20&ndash;30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus
+vertellen&rsquo;t de Poortugijsen; naer ick kan bemercken is &rsquo;t
+Jacht tegens eenich riff comen vast te sitten; sij hebben naer &rsquo;t
+jacht verbrandt was noch eenige stucken geschuts met duijckers daerwt
+becoomen soo dat <span class="pagenum">[<a id="pb103" href=
+"#pb103">103</a>]</span>Jan gadt niet weijnigh roncqueert&rdquo;.
+(Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; Vgl. ook Dagr. Bat. 1628,
+bl. 389).</p>
+
+<p>Gouv<sup>r</sup> Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan
+vertrokken en 3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef
+16 Juni 1628 van de Stad Zeelandia aan S<sup>r</sup> Nijenrode,
+Opperhoofd te Firando: &ldquo;&rsquo;t Jacht Ouwerkerck met
+S<sup>r</sup> Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en&rsquo;t
+volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den
+20<sup>en</sup> dag na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren,
+een zeer desolaten stand en plaetze zonder eenige navale macht
+vonden&rdquo;. (Valentijn IV, 2<sup>e</sup> stuk, 4<sup>e</sup> boek,
+4<sup>e</sup> hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, bl.
+334 en 389).</p>
+
+<p>.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel
+op hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door
+branders g&rsquo;abordeert worden, gelijck Ouwerkerck a<sup>o</sup>
+1627 overvallen ende vernielt wierde (Miss. Regeering Batavia naar
+Taijoan dd. 2 Aug. 1641)<a class="noteref" id="xd0e6645src" href=
+"#xd0e6645">21</a>.</p>
+
+<p>&ldquo;S<sup>r</sup> Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te
+Nagasaki] heeft desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem
+secretelijck behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer
+ernstelijck antwoort van S<sup>r</sup> van Santvoort geeijst; &rsquo;t
+is [n.l. de schrijver van den brief] een man van &rsquo;t jacht
+Ouwerkerck, soo d<sup>o</sup> Portugees weet te seggen&rdquo;. (Miss.
+Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d&rsquo;E Willem Jansen. Kol. Arch. no.
+11722)<a class="noteref" id="xd0e6671src" href="#xd0e6671">22</a>.</p>
+
+<p>Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche
+gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia
+werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer Hoorn
+van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden van de
+Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en
+&ldquo;&rsquo;t Is seecker, naer dat wij uijt d&rsquo;onse verstaen die
+in Maccao hebben <span class="pagenum">[<a id="pb104" href=
+"#pb104">104</a>]</span>gevangen geseten&rdquo;. (Instructie voor
+Gouverneur Hans Putmans dd. Batavia ult<sup>o</sup> Mei 1633. Kol.
+Arch. VV, I).</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.iii.c">
+<h4>C. HET QUELPAERT DE BRACK</h4>
+
+<p>17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 Juli
+1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij Res. 30 Juli
+en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar Malacca.
+(Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 terug te Batavia
+(Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca (D.B. bl. 55); 9 Nov.
+1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); 17 Nov. 1640 terug te
+Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 Dec. 1640 naar Malacca
+(Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); v&oacute;&oacute;r 31 Jan.
+1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); 4 April
+1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April 1641 en Dagr.
+Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia (Dagr. Bat. 1641, bl.
+234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar Taijoan (Gen. Miss. 12
+Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 aangekomen te Taijoan (D.B.
+Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel gebroken (Miss.
+Gouv<sup>r</sup>. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden om
+te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug te
+Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 over
+Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d&rsquo;advijsen van verscheijde
+quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); 3 Aug.
+1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 Sept. 1642
+naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 Oct. 1642
+aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken van
+Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar
+Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes
+Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan
+(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa
+gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug
+te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche
+jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in
+&rsquo;t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan
+(Id.); 18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar
+Batavia 17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia);
+10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643
+naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29
+Dec. 1643 aangekomen <span class="pagenum">[<a id="pb105" href=
+"#pb105">105</a>]</span>te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan.
+1644 naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij
+Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt Banda
+genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia
+(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op
+de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe
+Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar
+Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu
+(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der
+Compagnie in Indi&euml; van 31 Dec. 1647, komt &ldquo;de Bracq&rdquo;
+niet meer voor; uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel
+dd<sup>o</sup> 10 Aug. 1648 blijkt dat dit &ldquo;gaillot&rdquo; in de
+rivier de Ganges is &ldquo;gesneuveld.&rdquo;</p>
+
+<p>Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.</p>
+
+<p>Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, &rsquo;t jacht
+Ackersloot, ende het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende
+twaelff man, en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off
+soodanigh vaertuijgh de Comp<sup>e</sup> op eenige vaerwaters dienstich
+is, en men soude mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel
+te senden, waerop &rsquo;t sijner tijd UE. advijs verwachten
+sullen.</p>
+
+<p>Generale Missive, 9 Sept. 1640.</p>
+
+<p>&rsquo;tGaljot &rsquo;t Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee
+gebouwt, zal goeden dienst op &rsquo;t Canael van Taijoan doen,
+weshalven versoecken noch twee ofte drie gelijcke maar niet van
+cleender charter, omme te meer goederen door &rsquo;t Canael aen de
+schepen die onder &rsquo;t noorderrif liggen, te connen brengen.</p>
+
+<p>Patriasche Missive, 15 Maart 1641.</p>
+
+<p>Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats
+als de Lieffde, sullen d&rsquo;eerste aenstaende equippagie UE. petitie
+sien te voldoen.</p>
+
+<p>Missiven Batavia naar Taijoan.</p>
+
+<p>14 Mei 1641.</p>
+
+<p>t&rsquo;Quelpeert de Brack senden om op &rsquo;t Canael te
+gebruijcken, daertoe als andere diensten &rsquo;t selve gantsch bequaem
+oordeelen.... <span class="pagenum">[<a id="pb106" href=
+"#pb106">106</a>]</span></p>
+
+<p>In Comp<sup>e</sup> van aengetogen Orangienboom, Roch ende &rsquo;t
+Quelpeert vertreckt den Oppercoopman Carel Hartsing....</p>
+
+<p>Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende
+t&rsquo;Quelpeert met 12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.</p>
+
+<p>11 Juni 1641.</p>
+
+<p>...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t&rsquo;
+Quelpeert op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...</p>
+
+<p>...Orangienboom ende t&rsquo; Quelpeert destineren tot verblijff in
+T&rsquo;aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen &rsquo;t selve
+noodigh te wesen.</p>
+
+<p>Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.</p>
+
+<p>...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per &rsquo;t Jacht
+&rsquo;t Quelpaert, &rsquo;t welck jongst uijt Nederlandt geseijlt,
+ende tot dat stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck
+geschieden can...</p>
+
+<p>...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan
+aengelandt sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts
+over (daer nae op &rsquo;t hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren
+ende laten ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh
+t&rsquo;allen tijden van &rsquo;t jaer van ende uijt Japan nae Formosa
+de reijse sal gewinnen, dat ondersocht dient, sijnde onsen staet
+daeraen ten hoochsten gelegen, soo verhopen oock op ons schrijven ende
+versoeck d&rsquo;aenstaende jaer uijt Nederlandt met twee &agrave; drie
+quellen versien te werden.</p>
+
+<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.</p>
+
+<p>Wij blijven van opinie &rsquo;t Quelpeert tot de Japanse voijagie
+bequaem zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet,
+selffs bij contrarie mousson.</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.</p>
+
+<p>... Soo als voorsz. vloote bestaande in&rsquo;t Jacht den Kivith, de
+Fluijt Castricum, &rsquo;t galjot &rsquo;t Quelpaert, d&rsquo;Jonck
+Quelangh, onse groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op
+24 der maent Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder,
+als gesecht van hier nae Tamsuij omme ons g&rsquo;intendeert desseijn
+met de hulpe van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen
+waren, is schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de
+Chinese champans daer mede wij aen boort gecomen waren <span class=
+"pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107">107</a>]</span>in den grondt
+geraeckt zijn, <i>het Quelpaert sijn gaffel gebroocken</i> ende wij
+genootsaact waren met groot perijckel p<sup>r</sup> de groote lootsboot
+wederom, sonder ons goet voornemen noch geheel verricht te hebben,
+nevens voorsz. Quelpaert binnen aen&rsquo;t Casteel te comen.</p>
+
+<p>Missiven Batavia naar Taijouan.</p>
+
+<p>16 April 1642.</p>
+
+<p>13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier
+onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende Kelang
+verschenen.</p>
+
+<p>... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10
+dagen na desen de Cap<sup>n</sup> Jan van Linga ende Coopman Liesvelt
+... p<sup>r</sup> de jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de
+fluijt Meerman nae Quinangh&rsquo;s bocht aff te senden.</p>
+
+<p>28 Juni 1642.</p>
+
+<p>In conformit&eacute; van ons pre-advijs p<sup>r</sup> de Cappelle
+sijn den 7<sup>en</sup> Meij uijt dese reede...na de bocht van Quinangh
+vertrocken den Kievith, Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende
+t&rsquo; Quelpeert.</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.</p>
+
+<p>... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit
+Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de
+reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t&rsquo;sijnder tijt
+te vernemen lieff wert sijn.</p>
+
+<p>Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.</p>
+
+<p>Soo ist dat wij den Raadt...op 11<sup>en</sup> September passado in
+consideratie gaven ofte men niet en behoorde <i>&rsquo;t Quelpaert dat
+wel beseijlt ende wederom gerepareert was</i> met voorsz. goede novos
+op hoope dat den Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder
+vrijheijt in den handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte
+wel ijets anders goets in Comp<sup>s</sup> affairen
+veroorsaecken.....Resolveerden den 11<sup>en</sup> September voornoemt
+dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven dach te laten reijs voirderen,
+gelijck geschiet is; Godt geve ende verleene hem behouden reijse, waer
+aen niet dubiteren alsoo seedert sijn vertreck alhier veele
+zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb108" href="#pb108">108</a>]</span></p>
+
+<p>11 Oct. 1642.</p>
+
+<p>&rsquo;t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den
+naesten willen wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe
+tegemoet sien.</p>
+
+<p>Dagregister Japan.</p>
+
+<p>1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een
+hollants schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht
+wierden door den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de
+baije was, dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten
+laten gaen, &rsquo;t welck terstont achtervolcht is geworden.</p>
+
+<p>12 d<sup>o</sup>. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich
+naar middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar
+gelaten hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende
+niet meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat
+het principaelste was de fortresse Quelangh op &rsquo;t noord eijnde
+van Formosa gelegen, bij d&rsquo;onse door Godes zegen de Castilianen
+ontweldicht ende onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op
+de namiddagh quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op
+de reede tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor
+van de gelegentheijt van &rsquo;t overgaen van Quelangh breeder
+onderrichtinge bequamen.</p>
+
+<p>13<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. is het Quelpaert gelost...de
+coopmanschappen van &rsquo;t Quelpaert voornoempt hebben voor de hand
+gebracht en in behoorlijcke partijen gesorteerd....</p>
+
+<p>14<sup>en</sup> d<sup>o</sup>., opheeden de goederen met &rsquo;t
+Quelpaert aangecomen op gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den
+middagh en terstont na den eeten tot goeden prijse vercocht en
+metterhaest zonder vertoeven al op stont uijtgelevert.</p>
+
+<p>27<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. gelaste den Gouverneur
+Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh was, dat men &rsquo;t Quel de
+Brack eens souden laeten onder zeijl comen en gins ende weder laveeren,
+dicht bij de wint daar de Japanders zeer in verwondert waren;
+ondertusschen wert het laeste goet aan boort gebracht.</p>
+
+<p>29<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. des morgens naedat afscheijt van de
+tolcken en huijswaerden als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn
+geinbercqueert en nevens de bongcoijs aan &rsquo;t fluijtschip de
+Zaijer en de Brack gevaeren, omme aldaer het volck te tellen, naar
+gewoonte te visiteeren en ons afscheijt te geven; den Almogende geve
+spoedigh ter gedestineerde plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.
+<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109">109</a>]</span></p>
+
+<p>29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft
+over &rsquo;s Compagnies&rsquo;s gansenen ommeslach alhier met het
+fluijtschip de Zaijer bij sich hebbende het galioot &rsquo;t Quel de
+Brack van hier naar Taijouan vertrokken.</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.</p>
+
+<p>...Soo paresseert op 6<sup>en</sup> deser alhier Godt sij gedanckt
+met &rsquo;t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende
+andere coopmanschappen een cargasoen ter monture van
+&fnof;&nbsp;311016.11.14) de oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan,
+ons rapporteerende hoe op 29<sup>en</sup> October uijt Nangasacquij in
+Comp<sup>e</sup> van &rsquo;t Quelpaert de Brack (dat aldaer den
+12<sup>en</sup> October passado behouden was aengelandt) waeren
+gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt ende
+vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen stonde,
+gelijck oock den 7<sup>en</sup> dito hier arriveerden.
+T&rsquo;cargasoen dat daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde
+wel gerespondeert, ende was daerop noch &fnof;&nbsp;13919.19
+geprofiteert, &rsquo;t welck voortreffelijcke winsten sijn...De
+besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese proffijten
+bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh&rsquo;s bemachtinge
+aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voorn<sup>t</sup>
+relateert) int bevoirderen van Comp<sup>s</sup> saecken veroorsaeckt,
+sijnde de Japanders soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie
+verheucht.</p>
+
+<p>Generale Missive, 12 Dec. 1642.</p>
+
+<p>Omme d&rsquo;overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de
+Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g&rsquo;opineert wert,
+&rsquo;t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den
+11<sup>en</sup> September passado van Taijouan nae Nangasacqui
+affgesonden &rsquo;t Quel de Brack...; met de jonghste advijsen uijt
+Japan sijnde 10 October wierd d&rsquo; Quel daer noch niet vernomen,
+vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman Elseracq vertreck
+dat ult<sup>o</sup> d<sup>o</sup> soude sijn, geparesseert sal wesen
+ende verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen
+een aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende
+Portugees seer verbittert sijn.....</p>
+
+<p>Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den
+8<sup>en</sup> deser uijt Taijouan t&rsquo; Jacht Ackerslooth 16
+passado van daer gescheijden met t&rsquo;Opperhooft van
+Comp<sup>s</sup> Commercie in Japan Johan van Elseracq, den
+29<sup>en</sup> October met den Saijer ende t&rsquo;Quel de Brack uijt
+Nangasackqijs baij vertrocken, den 6<sup>en</sup> en 7<sup>en</sup>
+November salvo in Taijouan aengelandt, medebrengende ten <span class=
+"pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110">110</a>]</span>principalen in
+silver een retour van &fnof;&nbsp;311016.11.14&mdash;den
+12<sup>en</sup> October <i>arriveerde t&rsquo;Quel in Japan, zijnde een
+maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt is</i>; de
+veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten hoogsten
+aengenaem, sulx oock dat den Gouv<sup>r</sup> Sabroseijmondonne, nae
+sich wel g&rsquo;informeert hadde, twee dagen nae t&rsquo;galjots
+arrivement de Rijx-Raden in Jedo p<sup>r</sup> expresse de gemelte
+veroveringh dede aencundigen ende wort te meer estime van ons gemaekt,
+soo dat besluijten de dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten
+aengenaem zij.</p>
+
+<p><i>Instructie</i> voor den veltoversten Johannes Lamotius.</p>
+
+<p> ... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht
+in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t&rsquo; Quelpaert de Brack
+ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op
+Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).</p>
+
+<p>Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.</p>
+
+<p> ... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende
+crijgsmacht op 3<sup>en</sup> stantij ... (na verrichtinge sijner
+saecke...) alhier wederom geretourneert....<a class="noteref" id=
+"xd0e6926src" href="#xd0e6926">23</a></p>
+
+<p>Missiven Taijoan naar Batavia.</p>
+
+<p>15 Oct. 1643.</p>
+
+<p>Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, &rsquo;t Quel de
+Brack ende de groote lootsboot ... den 21<sup>en</sup> Meert verleden
+van hier over Tamsuij ende Quelangh naer Taroboan tot &rsquo;t
+opsoecken van de lange geruchte goutmijnne uijtgeset hadden....</p>
+
+<p>De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren,
+ons op den 17<sup>en</sup> Meij weder toegecomen....</p>
+
+<p>...de Quel...welcken volgende den 24<sup>en</sup> Maeij...nae
+&rsquo;t Noorteijnt van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae
+China tendeerende) waar te nemen, is vertrocken, den 3<sup>en</sup>
+Junij op sijne gedestineerde cruijsplaetse comende ...</p>
+
+<p>den 24<sup>en</sup> Julij &rsquo;t Quel de Brack over Quelangh
+geladen met smeecoolen masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen.
+Miss. 22 Dec. 1643). <span class="pagenum">[<a id="pb111" href=
+"#pb111">111</a>]</span></p>
+
+<p>17 Oct. 1643.</p>
+
+<p>...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den
+dage het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren
+[waar de fluit &rsquo;t Vliegende Hart op het Roovers-eiland was
+gesneuveld].</p>
+
+<p>19 Nov. 1643.</p>
+
+<p>Met t&rsquo; Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de
+17<sup>en</sup> October aent schip de Salamander te brengen als
+om&rsquo;t gesalveerde volck van &rsquo;t verongeluckte Vliegende Hardt
+van&rsquo;t Roovers Eijlandt herwaerts te haelen, derwaerts gesonden,
+is ons voorsz. volck, bestaende in 32 coppen, bevoorens al met een
+visschersjonckje in de Pescadores gecomen sijnde, wel toegecomen.</p>
+
+<p>&rsquo;t Quel de Brack:</p>
+
+<p>18 Oct. 1643 naar de Pescadores</p>
+
+<p>26 Oct. 1643 terug van de Pescadores</p>
+
+<p>10 Nov. 1643 vertreck van voorsz. Quel naer de Pescadores. (Dagr.
+Zeelandia).</p>
+
+<p>11 October 1643 was &ldquo;de quel&rdquo; te Taijoan en verleende
+hulp bij het binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen
+Swaen en Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).</p>
+
+<p>Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.</p>
+
+<p>&rsquo;t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is
+ende bij de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt
+werdt, hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende
+alhier geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en
+connen vertimmeren, met t&rsquo; jacht de Vos nae costij gelargeert
+opdat aldaer nae behooren mach versien werden.</p>
+
+<p>Generale Missive, 4 Jan. 1644.</p>
+
+<p>Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen &rsquo;t
+Jacht de Vos ende &rsquo;t Quel de Brack.</p>
+
+<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.</p>
+
+<p>Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren
+de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken
+sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet
+informeren ende vertrouwen; die costij tot d&rsquo;equipagie wort
+gebruijckt cleen verstant heeft, <span class="pagenum">[<a id="pb112"
+href="#pb112">112</a>]</span>&rsquo;t blijckt daer uijt UE. ons
+aenschrijfft &rsquo;t Quel de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel
+uijtgevaren te sijn, dat hier geheel anders is bevonden en costij soo
+wel als hier hadde connen vertimmert worden, d&rsquo;Quel is tot
+ontdecking van&rsquo;t Suijtlant vertrocken.</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.iii.d">
+<h4>D. HET SCHIP DE HOND.</h4>
+
+<p>&ldquo;De Hond&rdquo; was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3
+Jan. 1619 op de reede van Jacatra lag (<span class="bibl">J. W.
+IJzerman, Over de belegering van het fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst.,
+deel 73, bl. 605</span>) en 26 Juli 1619 door een Nederlandsch eskader
+onder Hendrik Janszoon op de reede van Patani werd veroverd, waarbij
+o.a. John Jourdain werd doodgeschoten (Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The
+Journal of John Jourdain, Introduction LXXII en Appendix F, en Diary of
+Richard Cocks, II, 305).</p>
+
+<p>De volgende berichten hebben betrekking op &ldquo;de Hond&rdquo;
+nadat die in onze handen was geraakt:</p>
+
+<p>&ldquo;Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can
+houden ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den
+Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).</p>
+
+<p>Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T.
+Colenbrander, dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda
+(Gen. Miss. 11 Mei 1620 en 31 Juli 1620): &ldquo;Het schip de Nieuwe
+Maen ende de Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques]
+gelaeten&rdquo; (G. M. 26 Oct. 1620).&mdash;&ldquo;Generael Coen [is]
+den 24 Junij ... van Amboijna vertrocken ... &rsquo;t jacht de Hondt in
+Amboijna latende om verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te
+werden&rdquo; (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).&mdash;&ldquo;De Hondt wert
+nieuws in Amboijna verdubbelt ende is van seer cleene waerde&rdquo;.
+(Gen. Miss. 16 Nov. 1621).</p>
+
+<p>In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene &ldquo;Instructie
+voor Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt
+naer Mindanao&rdquo;.&mdash;&ldquo;&rsquo;t Jacht de Hondt is in
+Mindanao geweest ... D&rsquo;onse zijn van daer gekeert sonder iets te
+verrichten&rdquo; (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).&mdash;&ldquo;Den
+20<sup>en</sup> Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug ... Reeds den
+9<sup>en</sup> Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met de Maan en
+de Hond&rdquo; (Van Dijk, Neerland&rsquo;s vroegste betrekkingen enz.
+bl. 250).&mdash; ... &ldquo;de Maen ende de Hondt die d&rsquo;heer
+Houtman van de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met
+ordre dat van daer na de Custe van China loopen&rdquo; (Gen. Miss.
+<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span>6
+Sept. 1622).&mdash;&ldquo;De schepen de Maen ende den Hont welcke de
+Heer Houtman naer Cabo Spiritu Sancto gesonden hadde om op &rsquo;t
+silver schip van Nova Spaignen te passen, sijn sonder ijets verricht te
+hebben op den hals in Japan gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt
+daer aen de wal geleijt&rdquo; (Gen. Miss. primo Febr.
+1623).&mdash;&ldquo;De twee schepen de Maen ende de Hondt door
+d&rsquo;heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden,
+daeromtrent in &rsquo;t holle water comende, wierden soo leck dat
+beijde in groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden
+naer Firando te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat
+<i>de Hondt op Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken
+geslagen hadde</i>. Den raedt had voorgenomen dese twee schepen naar
+Pehou te senden, maer alsoo in de haven van Coetche aen de gront
+waeijden, wierd de Maan lecker en <i>borst de Hondt</i>, waerover
+beijde aldaer gesleten sijn&rdquo; (Gen. Miss. 20 Juni 1623).</p>
+
+<p>Uit Camps&rsquo;<a class="noteref" id="xd0e7028src" href=
+"#xd0e7028">24</a> brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de
+Hond tusschen die data is gesloopt.&mdash;<span lang=
+"en-1600">&ldquo;As alsoe, in the same storme [tusschen 9 en 19 Sept.
+1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps cast away in the roade of
+Cochie at Firando, the one called the Moone, a shipp of 7 or 800 tonns,
+and the other, the <i>Hownd</i>, an English shipp in tymes
+past&rdquo;.</span> Firando 14 Nov. 1622 (<span class="bibl">Diary of
+Richard Cocks, II, bl. 336</span>). <span class="pagenum">[<a id=
+"pb114" href="#pb114">114</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.iv">
+<h3 class="normal">IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT
+VAN COREA.<a class="noteref" id="xd0e7050src" href=
+"#xd0e7050">25</a></h3>
+
+<p>Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront
+Eijlant grensende ende leggende tusschen d&rsquo;Eijlanden met het eene
+eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl
+breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht
+d<sup>o</sup> Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een
+affscheijtsel van water is van ongevaerlijck 2&frac12; mijlen breet;
+aande Oostzijde legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.</p>
+
+<p>In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck,
+geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft
+soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie
+zoude aldaer te becomen sijn, t&rsquo;weeten</p>
+
+<p>Rijs tot Tl. 20 t&rsquo;last,</p>
+
+<p>Cooper</p>
+
+<p>Cattoen ende cattoene lijnwaeten</p>
+
+<p>wortel Nijsen</p>
+
+<p>Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer
+gemaect, doch vallen seer duer.</p>
+
+<p>De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van
+daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer
+rijckelijck uijt ende incomen connen.</p>
+
+<p>De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer de
+Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij<a class="noteref"
+id="xd0e7085src" href="#xd0e7085">26</a> alwaer mede een seer goede
+haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens van eenige steeden;
+in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde welcke de Japanders
+datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden ende aldaer moeten
+verblijven zonder t&rsquo;eeniger tijt daer buijten te comen tot dat
+haeren <span class="pagenum">[<a id="pb115" href=
+"#pb115">115</a>]</span>handel verricht hebben ende weder naer Japan
+keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van
+t&rsquo;Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff
+groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden mach;
+brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken,
+tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen
+handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te
+treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden
+zal de Comp<sup>e</sup> om in dat Rijck te negotieren niet tot haer
+ooghwit geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende
+vreesachtige volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde nati&euml;n
+verschrict zijn, ten anderen alwaere het dat de occasie ende
+gelegentheijt presenteerde met die van Corea mondelinge gelijck het
+voorleeden jaer op haer naer boven ende weder beneden reijse te
+spreecken soo zouden de dienaers ende soldaten van d&rsquo;Hr. van
+Zatsuma vande welcke soo nauw werden bewaert zulcx niet toelaten, Iae
+haer eijgen volck dewelcke in den oorlogh uijt Corea gevoert ende lange
+tijt in Japan gewoont hebben, door versoeck nochte bidden niet hebben
+connen te wege brengen haer oude kennissen ende lantsluijden eens ter
+spraecke comen. De Japanders hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck
+gemoort, gebrandt ende alle tijrannij die men zoude connen bedencken,
+bedreven; oock komt de Tartar in harde winters wanneer door de stercke
+vorst het water tusschen Tartarien ende Corea niet open houden connen
+met zijne macht daer invallen mede voerende menschen, vee ende alles
+wat hij crijgen can.</p>
+
+<p>Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van
+Japanschen adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in
+Januarij binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende
+ontfangen zijn.<a class="noteref" id="xd0e7097src" href=
+"#xd0e7097">27</a></p>
+
+<p>Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen
+waer <span class="pagenum">[<a id="pb116" href=
+"#pb116">116</a>]</span>achter dat volchden eenige met groote stocken
+als rijsstampers gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee
+besijden den anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert
+hebbende een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen
+weder zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende
+zilver<a class="noteref" id="xd0e7110src" href="#xd0e7110">28</a>
+doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met ontrent
+30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root vaentgen
+inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een swarten hoet
+breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen
+wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde
+op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche
+caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander
+spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh
+sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt,
+vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon van
+de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, gedragen
+wierde.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters
+hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen (bekans
+op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant opperhooft
+ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de suite sittende
+in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende volchde hem noch
+een d<sup>o</sup> naer.</p>
+
+<p>Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de
+guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers
+als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den
+anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken root
+verlact ende boven met een top van witte veeren.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de
+gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert de
+Coreers t&rsquo;accompagneeren. <span class="pagenum">[<a id="pb117"
+href="#pb117">117</a>]</span></p>
+
+<p>Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel
+sittende op bagagie paerden.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende
+de schenkagie der Coreers brachten.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij was
+gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft buijten
+de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt te laten gaen
+ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met schoon sant
+gestroijt. <span class="pagenum">[<a id="pb118" href=
+"#pb118">118</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.v">
+<h3 class="normal">V. PERSONALIA</h3>
+
+<div class="div3" id="b.v.a">
+<h4>A. NICOLAAS VERBURG.</h4>
+
+<p id="b.v.a.1">1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het
+schip &rsquo;s Hertogenbosch in Indi&euml; als ondercoopman &agrave;
+&fnof;&nbsp;40 &rsquo;s maands; na goede diensten in Hindostan te
+hebben bewezen, wordt hij op nieuw voor drie jaren aangenomen in
+qualit&eacute; van Coopman &agrave; &fnof;&nbsp;70 gl. &rsquo;s mds.
+(Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzi&euml;
+(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzi&euml; te Batavia
+terug; Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is
+van 3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indi&euml; (Patr. Miss. 10 Sept.
+1650); vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss.
+Taijoan naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te
+Batavia; Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indi&euml; (Res.
+31 Maart 1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie
+van Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die
+functie ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675)
+en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indi&euml;, met zijne
+huisvrouw den 21<sup>en</sup> Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal
+van de retourvloot (Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H.
+XVII (Res. XVII, 26 Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie:
+&ldquo;Oost-Indisch-praetjen&rdquo; (1665).</p>
+
+<p>Generale Missive, 24 Dec. 1652.</p>
+
+<p id="b.v.a.2">2. Dewijl d. H<sup>r</sup> Gouverneur Nicolaes Verburg,
+volgens allegatie door veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven
+de bedieninge van zijn lastich ambt voorcomen, heeft hem doen
+resolveeren om eenmaal uijt de woelinge tot een stil ende gerust leven
+te comen, zijn demissie om tegens &rsquo;t aenstaende jaer 1653 naart
+Patria te keeren doen versoecken &rsquo;t welck wij Zijn Ed. ten
+respecte overige tijtsexpiratie niet connen weijgeren, des sullen sorge
+dragen als den tijt comt dat over dit gouvernement gedisponeert wert,
+datter een bequaem, wijs, ervaren ende vreedsamich persoon ten meesten
+dienste van de Generale Comp<sup>e</sup>. tot vorderinge van dese
+republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, daermede wij dan oock
+<span class="pagenum">[<a id="pb119" href=
+"#pb119">119</a>]</span>willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in
+&rsquo;t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt
+herwaerts tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn,
+cesseren zullen....</p>
+
+<p>Resolutie, 21 Maart 1653.</p>
+
+<p id="b.v.a.3">3. Alsoo de Gouverneur van &rsquo;t Eijlandt Formosa
+Nicolaas Verburgh, Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven
+instantelijck versocht heeft desen jare van het voorsz lastige
+Gouvernement verlost te mogen worden, om het aenstaende saisoen na het
+vaderlandt te vertrecken, alsoo den tijt van sijn verbant als dan een
+jaar over geeijndicht sal sijn, Ende dienvolgens weder een ander
+bequaem ende gequalificeert persoon wort vereijscht om dat emportante
+Gouvernement te becleden, soo is het zelve na de gewichticheijt van de
+saecke verscheijden vergaderingen achter den ander in bedencken
+gehouden ende gesien het selve Gouvernement geconsidereert wort van
+overgroote importantie te wesen, hetwelck de Comp<sup>e.</sup>
+mettertijt, bij aldien God den Heer de middelen daertoe aengewent
+segenen wil, een Coninckrijck waerdich staet te werden, behalven de
+Japanse ende Chinese negotie die om het gout ende silver mineraal dat
+van daer getrocken ende waermede den Inlantsen handel ten principale
+levendich gehouden wort, voor de Comp<sup>e</sup> mede van seer grooten
+gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve Gouvernement eenige jaren
+herwaerts seer groote onlusten tusschen Comp<sup>es.</sup> principale
+ministers in kercke ende politie geresen sijn, waeruijt soodanige
+partijschappen ende factien sijn ontstaan dat gevreest wort dat deselve
+eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, wel tot ondienst ende nadeel
+van de Comp<sup>e.</sup> mochten gedijen. Ende evenwel
+Comp<sup>es.</sup> dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die
+aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer
+gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten ende
+partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet alleen
+bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock meer dan
+gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat hetselve
+Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft te
+hangen, wordende over verscheijden wegen g&rsquo;adviseert dat de sone
+van den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet
+connende bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het
+ooge op Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige
+subjecten intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens
+<span class="pagenum">[<a id="pb120" href=
+"#pb120">120</a>]</span>attentaten dan mede nodich is een waeckend ende
+sorghvuldich oogh in&rsquo;t seijl te houden, opdat ons dat costelijcke
+pant hetwelck reede sooveel gecost heeft, ende van soo groten
+expectatie is, niet aff handich gemaeckt en werde; Alle welcke saecken
+met rijp overlech in Rade gepondereert ende overwogen sijnde
+eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, niet
+jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken
+medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene
+versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame te
+vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, om
+nae&rsquo;t verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om
+redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo veel
+te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement te
+nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris Raet van
+India die voor desen in gen<sup>de</sup> Noorder quartieren lange jaren
+geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop ende
+vertrouwen dat Hooghgem<sup>de</sup> Heeren Principalen de
+bovengeroerde redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van
+saken nevens ons begrijpen sullen. Waerop den gem.<sup>e</sup> Heere
+Hartsingh ten dienste vande Comp.<sup>e</sup> versocht sijnde sich
+mette voorsz. resolutie te willen conformeren, soo heeft Sijn Ed.
+verclaert verplicht ende oock ten volle genegen te sijn sich te laten
+gebruijcken daer de Comp<sup>e</sup> sijnen dienst meest sij
+vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een seer
+dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige exempelen
+God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert hebben, soo was
+Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement te aenvaerden,
+mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten tijt maer voor eenige
+jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende verbandt aen de
+Comp.<sup>e</sup> soude duren, om met sijn familie niet over en weder
+te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt het
+Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt geern
+soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt rangh
+ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de Heeren
+Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, waervan
+Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, alsoo doch om
+de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te extirperen,
+mitsgaders om alles op gem<sup>de</sup> Eijlandt op den goeden voet
+ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt
+vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat <span class="pagenum">
+[<a id="pb121" href="#pb121">121</a>]</span>de welgem<sup>de</sup>
+Heeren Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen
+houden.</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.v.b">
+<h4>B. CORNELIS CAESAR.</h4>
+
+<p id="b.v.b.1">1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van
+Goes, kwam 6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent
+&agrave; &fnof;&nbsp;16 &rsquo;s mds.; was in 1636 in Japan om kennis
+op te doen van den Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend
+Opperhoofd in Quinam; had als koopman op &fnof;&nbsp;60 &rsquo;s mds.
+geruimen tijd goeden dienst gedaan en wordt Opperkoopman op
+&fnof;&nbsp;75 &rsquo;s mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit de
+Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was in
+1644 &ldquo;politicus over de Formosaense dorpen&rdquo; en wordt
+verhoogd tot &fnof;&nbsp;110 &rsquo;s mds. (Res. Zeelandia 28 Aug.
+1645); vertrekt 2 Sept. 1645 per Achterkercke van Taijoan naar Japan;
+de hem gegeven instructie voor een kruistocht omtrent de westkust van
+Luconia is gedagteekend: Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd
+hem zijne demissie toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei
+1647) maar 21 Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon
+Martinus (Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd
+benoemd tot Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec.
+1679 en Dagr. Bat., bl. 541).</p>
+
+<p>In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van
+Indi&euml; (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip
+&ldquo;Orangien&rdquo; voor de Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar
+hij wordt gesteld &ldquo;tot het opperste gesach van de werken en
+noodigheden&rdquo; [Fabriek] (Res. 7 Juli 1651); wordt President van de
+Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur van Taijoan (R. 24 Mei 1653);
+krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te
+Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en 72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan
+15 Mei 1657) en overlijdt aldaar 5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne
+begrafenis in de stadtskercke, zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl.
+281&ndash;282; zijne weduwe leefde in Juni 1663 nog te Batavia (D.B.
+1663, bl. 335).</p>
+
+<p id="b.v.b.2">2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May A<sup>o</sup>
+1653.</p>
+
+<p>Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat
+de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen
+sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij,
+volgens <span class="pagenum">[<a id="pb122" href=
+"#pb122">122</a>]</span>resolutie van dato den 21<sup>e</sup> Maert
+vermits de groote onlusten in eenighen tijt herwaerts in Taijouan
+ontstaen, die niet schijnen als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt
+te connen neder gelecht werden, tot welck important Gouverno alsoo in
+Raade van India, naer overlech van saecken goetgevonden sij te
+versoecken den Heer Carel Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de
+Taijouanse gewesten voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe
+alsoo sijn E: sich ten dienste van d&rsquo;E. Comp<sup>e</sup> heeft
+willen laten gebruijcken, ende nu tot het voltrecken van Sijn E:
+aengenomeen reijse veerdich sijnde, den E. Heer Gouverneur Generael
+Reniersz is comen te overlijden, waerdoor dan verscheijde veranderingen
+veroorsaeckt sijn, soo dat nu om de gewichticheijt van het Generael
+Gounerno, Sijn E. persoons wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet
+comt, de ordinare Raeden buijten den Gouverneur-Generael den
+Ed<sup>e</sup> Heer Joan Maetsuijcker, die nu tot het Generael Gouverno
+gekosen sij, niet meer dan twee in getale sijnde en dat oock den Hr.
+Arnolt de Vlamingh ordinaris Raet van India wegens de become advijsen
+uijt Amboina noch niet te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van
+India aengesien Sijn Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert
+hadde, het aen Sijn Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs
+voltrecken ofte alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich
+soode sijn over te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende
+het selve 2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade
+van India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier
+te sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander
+gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te
+sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade
+hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse
+Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar,
+Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen
+mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste
+bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.</p>
+
+<p>Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.</p>
+
+<p>De surrogatie bij UE. gedaen van d&rsquo;E. Cornelis Caesar tot
+Gouverneur in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d&rsquo;E.
+Nicolaes Verburch die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn
+verlossinge van daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten
+gevallen. Wij willen vertrouwen dat hij hem <span class="pagenum">[<a
+id="pb123" href="#pb123">123</a>]</span>in dat important en
+swaerwichtich Gouvernement ten dienste van de Compagnie wel en nae
+behooren sal quijten.</p>
+
+<p>UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die
+voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet werde
+bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich
+volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Comp<sup>e</sup>
+daeraen ten hoochsten gelegen te wesen.</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.v.c">
+<h4>C. IQUAN.</h4>
+
+<p>&ldquo;Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden
+armade in den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck,
+geconquesteert doch p<sup>r</sup> faulte van volgende subsidien,
+wederom verlaten; alsoo dese enterprinse bij een particulier Heer omme
+de gunste van Sijn Ma<sup>t</sup> wederomme te becomen, ter hande
+genomen was. Lange jaeren hebben zij daer met haer capitaelen door
+Chineesen in Jappan woonachtig met de Chineesen van China
+gehandelt&rdquo; (Gen. Miss. 15 Dec. 1629)<a class="noteref" id=
+"xd0e7272src" href="#xd0e7272">29</a>.</p>
+
+<p>&ldquo;In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse
+joncken te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke
+quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van China
+te gaan handelen welcke daer groote quantit&eacute; rouwe zijde ende
+gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden
+andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten&rdquo;
+(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).</p>
+
+<p>Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral
+bekend geworden de zoogenaamde &ldquo;Capitein China&rdquo; te Firando,
+dien de Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij
+een Christen was<a class="noteref" id="xd0e7282src" href=
+"#xd0e7282">30</a>, alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak;
+dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt
+bericht<a class="noteref" id="xd0e7287src" href="#xd0e7287">31</a>,
+klinkt veel waarschijnlijker.</p>
+
+<p>De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe
+het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:</p>
+
+<p>De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, was
+afkomstig <span class="pagenum">[<a id="pb124" href=
+"#pb124">124</a>]</span>uit het district Hai-ting in de prefectuur
+Tsiang Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar
+getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die
+in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis aan
+met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan
+&eacute;&eacute;ne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche
+koopman en reeder zijn geweest en om die reden daar te lande zijn
+aangesproken met den titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door
+de Japanners werd betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had;
+waarschijnlijk was hij Hoofd van een geheim genootschap<a class=
+"noteref" id="xd0e7296src" href="#xd0e7296">32</a>. Over zijne
+aanrakingen met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders
+in China I (Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de
+tusschenpersoon bij de onderhandelingen welke leidden tot onze
+verhuizing van de Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden
+over de wijze waarop wij zijne diensten hadden beloond<a class=
+"noteref" id="xd0e7316src" href="#xd0e7316">33</a>. Hij overleed te
+Firando 12 Augustus 1625<a class="noteref" id="xd0e7319src" href=
+"#xd0e7319">34</a>, groote schulden nalatende, o.a. aan de Engelschen<a
+class="noteref" id="xd0e7322src" href="#xd0e7322">35</a>.</p>
+
+<p>Ietkwan&mdash;ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven&mdash;werd
+geboren in het dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de
+havenplaats Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie&mdash;ook Te en The
+geschreven&mdash;en zijn persoonsnaam: &ldquo;de eerste&rdquo; duidt
+aan dat hij de oudste zoon was. Niet een <span class="pagenum">[<a id=
+"pb125" href="#pb125">125</a>]</span>zoon, maar een schoonzoon<a class=
+"noteref" id="xd0e7332src" href="#xd0e7332">36</a> van den hierboven
+besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche
+berichten, behoorde Iquan&rsquo;s eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot
+eene familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein
+China en diens hoofdvrouw in China.</p>
+
+<p>Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht
+gezocht bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een
+handelsopdracht naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft
+hij te Firando betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij
+een zoon kreeg, den zoo vermaard geworden Koksinga.</p>
+
+<p>Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit
+Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het eind
+van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China (Miss.
+Gouv<sup>r</sup> Sonck 12 December 1624).</p>
+
+<p>Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om op
+Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken
+toegevoegd (twee van Capitein China en &eacute;&eacute;n van diens
+luitenant Pedro China) welke onder Iquan&rsquo;s bevel stonden en 20
+Maart 1625 te Taijoan terug waren.</p>
+
+<p lang="en">&ldquo;With Yen Ss&#365; Ch&rsquo;i [Gaan Si Tsee] and
+others, he [n.l. Iquan] opened up Formosa; he was raised by his
+comrades to the chief leadership on the death of the former&rdquo;. [12
+Aug. 1625]. (<span class="bibl">Some episodes in the History of Amoy.
+China Review, XXI, 1894&ndash;95, bl. 87</span>).</p>
+
+<p>&ldquo;Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (<i>eertijts
+tolck der Comp<sup>e</sup></i> nu hofft der Chinesen rovers) uijt
+Teijouan sonder onse kennis gevlucht is, ende sich op den roof begeven,
+vele joncken ende volck vergadert heeft, waermede hij de gantsche
+seecusten van China seer ontstelt ende het geheele landt, steden ende
+dorpen raseert ende vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe
+meer gebruijct can werden&rdquo; (f<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Gerrit
+Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, Actum Batavia 18 Dec. 1627).</p>
+
+<p>&ldquo;Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen
+gedoogen datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in
+de riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe
+havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich ende
+sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de Chineesche
+zee ende meest alle <span class="pagenum">[<a id="pb126" href=
+"#pb126">126</a>]</span>de joncquen op de gantsche Guste vernielt ende
+verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie ende
+rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken ende 60
+&agrave; 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt,
+sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens van
+daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten tijdt soo
+grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen raedt wisten
+om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover Icquan heeft
+oock langen tijdt goede correspondentie met d&rsquo;onse gehadt ende
+ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder
+onderscheijt genomen al wat becomen conde&rdquo; (Gen. Miss. 6 Jan.
+1628).</p>
+
+<p>&ldquo;... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, <i>
+soone van den ouden overleden Cappiteijn China</i>, vuijt Nangasacqui
+naer Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is
+voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom en
+sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van
+Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren&rdquo;
+(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ult<sup>o</sup> Oct.
+A<sup>o</sup> 1630 aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S.
+II, fol. 114).</p>
+
+<p>&ldquo;Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders
+den vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede
+omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu weder
+macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den rover
+Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, weder als
+met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt ende op zijn
+stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen Iquan die onse
+gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent was, met intersessien
+ende verclaringen aan den Combon ende andere grooten te doen wat ons
+billick versouck ende begeeren was, dies te beter tot den vrijen handel
+geadmitteert te werden&mdash;maar contrarie bevinden wij, wandt in
+plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet alleen aff de vergoedingh van
+&rsquo;t jacht Slooten in sijnen ende het Rijcke van Chinas dienst
+verongeluckt maar derft wel expresselijck in zijne Missive vertoonen
+enee aan d&rsquo;onse laten verluijden soo wij hem meer over sulcx
+aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, alsoo gemelte jacht,
+zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per ongeluck om den handel te
+becomen in &rsquo;s Compagnies dienst gebleven ende verongeluckt is,
+door briefkens ons verbiedende met onse jachten niet meer in de rivier
+Chincheo te verschijnen, <span class="pagenum">[<a id="pb127" href=
+"#pb127">127</a>]</span>alsoo daar door (soo hij segt) in de hoochste
+ongenade van den Combon ende andere grooten van China soude comen
+vervallen&rdquo; (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren Bewindhebbers
+der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).</p>
+
+<p>&ldquo;...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van
+S<sup>r</sup>. Melchior van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer
+met haar joncquen geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen,
+uijtstroijen ende voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den
+handel vrij ende liber vergunt wert) naer &rsquo;t vertreck onser
+schepen Taijouan met groote macht aen te tasten ende haer meester van
+&rsquo;t Casteel sien te maecken&rdquo; (Miss. van Couckebakker aan
+Gouv<sup>r</sup> Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).</p>
+
+<p>&ldquo;Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in
+Comp<sup>s</sup> handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien
+totdat den tijt ons wijser maeckt off d&rsquo;een off d&rsquo;ander
+tijt van candt raeckt; is van vele gehaedt ende plaegt de coopluijden
+dapper, dat met groote geschenken aen de Grooten weet goed te
+maken&rdquo; (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).</p>
+
+<p>20 Oct. 1639. &ldquo;...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende
+huijsen alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te
+vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de
+Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije niet
+naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat zijn
+vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders rooverije
+ter doot gebracht is&rdquo; (Dagr. Firando in Overg. Brieven en
+Papieren 1640. Tweede Boek.&mdash;Vgl. Valentijn V, 2<sup>e</sup> st.,
+9<sup>e</sup> boek, 9<sup>e</sup> hoofdst. bl 81).</p>
+
+<p lang="en">&ldquo;Soon after his departure, his wife, who remained in
+Japan, gave birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son
+did not develope the love for adventure and renown which made his elder
+brother [Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his
+life&rdquo; (<span class="bibl">Davidson, The Island of Formosa, bl.
+31</span>).</p>
+
+<p>&ldquo;...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz.
+oorlogh van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede
+persoon des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China
+machtiger is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck
+in Taijouan geweest&rdquo; (Gen. Miss. 11 Juli 1645).</p>
+
+<p>&ldquo;...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen
+aenhangh <span class="pagenum">[<a id="pb128" href=
+"#pb128">128</a>]</span> ... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan]
+oock all eenige gunste bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat
+eenigen tijt heefft laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe
+daer bij te voren gehouden en een sone, die bij hem in China is,
+gewonnen heeft, uijt Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle
+van sijnen soone, en tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft,
+soo mij onse Tolcken voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne
+joncken te vertrecken stade&rdquo; (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie
+ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).</p>
+
+<p>&ldquo;Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van
+verhaelt hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder
+eenigh vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude
+geweest hebbe mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt
+wederom in Japan te keeren, weshalven niemant begerich was&rdquo;
+(Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).</p>
+
+<p>&ldquo;&rsquo;s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de
+gisteren g&rsquo;arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van
+Coxinja aan den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant
+zoude nae de geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt
+zijn om de Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters
+Coxinja (zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in
+&rsquo;t jaer 1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn
+vaders versoeck gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te
+versoecken dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch
+bij een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem
+mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van
+grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser
+vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert,
+nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice,
+daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando gebooren
+en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden was, gelijck
+hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede beholpen daardoor
+nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle &rsquo;t welcke dees luijden
+genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van vreemdelingen
+&rsquo;k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden&rdquo;
+(<span class="bibl">Dagr. Nagasaki 25 Juli A<sup>o</sup> 1658</span>;
+vgl. <span class="bibl">Valentijn V, 2<sup>e</sup> st., 9<sup>e</sup>
+boek, 9<sup>e</sup> hoofdst, bl. 97</span>).</p>
+
+<p>Den 8<sup>en</sup> October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat
+Coxinga&rsquo;s geschenken waren aangenomen en &ldquo;sonder oijt uijt
+zijn logiement veel min <span class="pagenum">[<a id="pb129" href=
+"#pb129">129</a>]</span>omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens
+zijnen last waeromme herwaerts gecomen was in&rsquo;t minste
+gesproocken te hebben&rdquo;.</p>
+
+<p lang="en">&ldquo;Only five hundred men followed him [n.l. Iquan]
+into the Manchu army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong
+[d.i. Koksinga] strangled herself&rdquo; (1646). (<span class="bibl">J.
+Ross, The Manchus, bl. 385</span>).</p>
+</div>
+
+<div class="div3" id="b.v.d">
+<h4>D. MARTINUS MARTINI.</h4>
+
+<p>Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China,
+waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie <span class="bibl" lang="fr">
+S.Couling, Encyclopaedia Sinica</span> en <span class="bibl" lang="fr">
+Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323&ndash;325</span>). Met
+vier andere Jezu&iuml;ten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip
+&ldquo;de Swaen&rdquo; van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van
+Diemen een latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht)
+waarbij hij verzocht &ldquo;passage te willen verleenen nae Maccassaar,
+Siam, Cambodja off &rsquo;t rijcke van Tonkin, omme door dien weg in
+China ende Japan te geraecken.&rdquo; Deze brief werd gezonden aan het
+opperhoofd te Nagasaki, ten einde dien &ldquo;aen de Regenten van
+Nagasacqui off de commissarissen ter hand [te] stellen opdat die laten
+examineeren ende tegen sulcke attentaten ordre ramen.&rdquo; (Reg.
+Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van
+Diemen 12 Oct.1642).<a class="noteref" id="xd0e7461src" href=
+"#xd0e7461">37</a></p>
+
+<p><span lang="en">&ldquo;Martin Martini was sent to give informations
+to the Holy See; to his influence and abilities it is due that
+Alexander VII decreed in a manner perfectly contrary to the former
+Edict</span> [waarbij eenige leerstellingen der Jezu&iuml;eten als
+ketterijen waren veroordeeld].</p>
+
+<p lang="en">While on his journey the great traveller passed
+Batavia.....</p>
+
+<p lang="en">Living in Holland Martini prepared his maps of China and
+gave them over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to
+be printed while he himself gave a full geographical description of the
+whole empire together with historical, political and scientific
+explanations......In 1655, the whole work came out&rdquo; (<span class=
+"bibl">Dr. Schrameier, On Martin Martini, Journal of the Peking
+Oriental Society, Vol. II, 1888, bl. 105 en 106</span>).</p>
+
+<p>Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg
+vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de
+&ldquo;Oliphant&rdquo; (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov.
+d.a.v. in het Vlie <span class="pagenum">[<a id="pb130" href=
+"#pb130">130</a>]</span>aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16
+Juli 1652, 26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der
+Kamer Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene
+&ldquo;gratuiteijt van honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede
+diensten die hij toegeseijt heeft en van hem verwacht worden&rdquo;.
+Hij had &ldquo;aan denselven Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede
+Hoop] geremonstreert ende te kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen
+tusschen de genoemde Caep ende Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen
+te halen souden sijn.... Wij achten de ontdeckinge van de genoemde Cust
+alsmede de Cust van Melinde, seer considerabel, hetwelck van de voorsz.
+Caep ende het eijlandt Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude
+connen geschieden&rdquo; (Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss.
+Jan van Riebeek aan Heeren XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van
+Heeren XVII dd. 15 April 1654).</p>
+
+<p>&ldquo;Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door
+Comp<sup>s</sup> tingangh tusschen Batavia en Japara verovert is hier
+opgebracht seecker Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle
+gedeelten van China heeft doorwandelt.... Verders allegeert
+vooraengeroerde Padre datse [n.l. de Tartaren] die van Macao haer
+vrientschap mitsgaders libere negotie aengebooden hebben twelck bij
+geintercipieerde brieven door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert
+wort. Bovendien datse hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de
+Portugeesen maer oock alle andere vreemde natien die China in
+vrientschap begeren te friqquenteren den liberen ende onbecommerden
+toeganck sullen vergunnen, dierhalven twijffelt ditto padre niet
+ingevalle de Comp.<sup>e</sup> in Quanton daer hij oordeelt de rechte
+plaetse te wesen om bij den Conincq [&rdquo;den oppersten der
+Tartaren&rdquo; in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs stiert
+datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de libere
+negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden&rdquo;
+(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).</p>
+
+<p>&ldquo;T&rsquo;gene UE schrijven van het openstellen van den handel
+in China en dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in
+Maccao en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft,
+&rsquo;t rijck van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en
+haren handel daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het
+schip den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh
+geconfirmeert&rdquo; (Patr. Miss. 20 Jan. 1654). <span class="pagenum">
+[<a id="pb131" href="#pb131">131</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div2" id="b.vi">
+<h3 class="normal">VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET A<sup>o</sup>
+1664&ndash;65.</h3>
+
+<p>Dagregister Japan.</p>
+
+<p>A<sup>o</sup> 1644. December. 19<sup>e.</sup> ... in de nanacht
+omtrent ten 3 uijren is bij ons een Commeet Starre, hebbende een
+vierige roede, die sigh naer&rsquo;t Westen streckte, gesien, maer
+alsoo den dagh&mdash;naer dat deselve langen tijd hadde
+nagesien&mdash;begoste aen te breken, wierde door het licht sijn
+schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige Tolcken
+op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, doch hetselve
+was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde deselve al voor
+ettelijcke dagen gesien te hebben.</p>
+
+<p>20<sup>e</sup> ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van
+de voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren
+in&rsquo;t Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer
+&rsquo;t Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den
+dagh in&rsquo;t S.W. verloren.</p>
+
+<p>21<sup>e</sup> en 22<sup>e</sup> ... dese nachten bevonden
+voorschreve Starre sijn voorgaende kours is houdende, dogh alle avonden
+&frac34; uijrs sich vroeger vertoonde.</p>
+
+<p>26<sup>e</sup> Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre
+uijtgekeken, bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde
+verdooft, onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer
+&rsquo;t Westen keert.</p>
+
+<p>29<sup>e</sup> voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh
+kunnen sien, maer nogh al ondervonden deselve alle avonden &frac34;
+uijrs vrouger opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu
+voorbij&rsquo;t Westen naer&rsquo;t N.W. gekeert is.</p>
+
+<p>Januarij 1665. 3<sup>e</sup> tot den 9<sup>e</sup> ... niet
+sonderlings voorgevallen, als alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24
+uijren seer afneemt ende met sijn staerdt nu al omtrent het N.O.
+uijtstreckt.</p>
+
+<p>10<sup>e</sup> ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo
+gekomen te sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock
+verscheijden malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen
+sijn.</p>
+
+<p>20<sup>e</sup> ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet
+langer gesien konnen werden.</p>
+
+<p>April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11<sup>e</sup> Des smorgens
+met mooij weder <span class="pagenum">[<a id="pb132" href=
+"#pb132">132</a>]</span>omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een
+commeet starre sagen die hem omtrent het oosten weijnigh boven den
+horison opgaende vertonende was, ... quamen des namiddags in de
+Keijserlijcke Stadt Jedo.</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde
+hem een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een
+vierige staart naar &rsquo;t Noord oosten. (<span class="bibl">Reisen
+van Nicolaus de Graaff, 1701, bl. 66</span>).</p>
+
+<hr class="tb">
+<p>Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe
+sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was
+mede indt oosten.</p>
+
+<p>Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster
+zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien
+konden.</p>
+
+<p>Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman Michiel
+Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en Amoij.
+Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).</p>
+
+<p>Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in &rsquo;t Jaer
+MDCLXIV.<a class="noteref" id="xd0e7571src" href="#xd0e7571">38</a></p>
+
+<p>Den 27. November &rsquo;smorgens by half 5. heeft men te Saerdam
+aller eerst gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root
+doch heldre gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck
+van coleur, opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt
+14 daegen, waer door sommighe meenden datter geen Comeet was
+gesien.</p>
+
+<p>Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den
+rovenden Raeff, liep seer ras na &rsquo;t westen, daer hy ten half
+sessen verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het
+selfde Teken daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve
+schijn, dan de staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder
+morgen-lucht: Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van &rsquo;t
+Schip, dan &rsquo;t mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te
+schijnen: Alsmen haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida
+Hydra hadde gesien, sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met
+een soo breede langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al
+vry flaeuw, nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande:
+Noyt is hy grooter in ons gesicht vertoont. <span class="pagenum">[<a
+id="pb133" href="#pb133">133</a>]</span></p>
+
+<p>Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en de
+Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet hy te
+ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen als een
+duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den 2.
+January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder met
+een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae &rsquo;t Westen,
+en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy
+ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na
+&rsquo;t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens
+Gordel-riems 3. Sterren hy geduerig in &rsquo;t gesigt by bleef, so dat
+hy als scheen in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast
+duyster weer: Dan den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel
+klarende, sag men dat de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der
+Walvis verby geloopen.</p>
+
+<p>Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary 1665.
+over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten Mogols
+Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock over
+Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van de
+Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes
+daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien
+tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen en
+Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen en
+gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer &rsquo;t oock Bloet
+gereghent heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer
+bloet-verwich ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer
+lang en breet en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer
+verwonderlijck ghesien, te weten, na den 31. December, voor welcken
+tijdt hy seer laegh aen den Orisont was, maer daer na in sijn opgangh
+ten oosten met een staerdt van een elle lang, en passeerende besuyden
+de Nederlanden, had met een heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen,
+somtijdts wat straeltjens, naer het helder was, maer in sijn
+ondergangh, &rsquo;s Nachts ten twee uren, was sijn staert omtrent soo
+langh als &rsquo;t gantze Stadthuys van Haerlem, ghereeckent na&rsquo;t
+ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door de opkomende
+Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, en besuyden
+d&rsquo;Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet langer
+als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, en een dag
+als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na met een staert
+die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn roedeken
+gelijckende.</p>
+
+<p>Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende
+Figuer, <span class="pagenum">[<a id="pb134" href=
+"#pb134">134</a>]</span>op d&rsquo;onderste Linie, in Virgo de Maegd
+beginnende, en in Aries den Ram eyndigende: Wanneer haren staert op den
+Crater, den Canis, Unicornus, ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion,
+die boven onsen Horisondt met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by
+was, tot hy in Aries uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote
+die hy had na den 30 December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet
+ghy syn fatsoen van den 27 December, en daer by die van &rsquo;t Iaer
+1618. welcke wel soo fel en scherp stont, maer streckte sich op veele
+100. mijlen na als dese dede, niet uyt.</p>
+
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p09.gif" alt="" width=
+"720" height="626"></div>
+
+<p>Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn
+Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van
+&rsquo;t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen
+vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de
+Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus
+de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen Haes:
+Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle Zee en
+Water-tekenen.</p>
+
+<p>Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een
+Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft
+laten sien <span class="pagenum">[<a id="pb135" href=
+"#pb135">135</a>]</span>boven onsen Horisont, op-komende &rsquo;s
+morgens by 2. uren in &rsquo;t Noorden, zijn cours tot 4. uren
+duyrende, is vlack oost, maer zijn Staert die breed en lang doch wit
+is, staet S.O. Ende bevinde hy den 13 April sig meer N.O. en lagher op
+onsen Horisont uytstreckt, staende op den Equus, waer aen alle
+Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.</p>
+
+<p>Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3.
+Comeet-sterren te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht
+geloven, daer nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen
+eygendom is gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden
+wel op het toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.</p>
+
+<p>&rsquo;t Is d&rsquo;Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5.
+Maenden 3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons
+vertoont, &rsquo;tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: &rsquo;t
+Schijndt ons toe datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen
+in&rsquo;t wonderlijcke Iaer 1666. daer van over vele Iaren is
+voorseyt: Godt de Heere late ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat
+wy zyn heerlijcke Schepsels niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig
+mogen aenschouwen.</p>
+
+<p>In Haerlem, desen 14 April 1665. <span class="pagenum">[<a id=
+"pb137" href="#pb137">137</a>]</span></p>
+
+<p>Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur <span class="pagenum">[<a
+id="pb139" href="#pb139">139</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5673src" id="xd0e5673">1</a></span> Deze en volgende
+cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den druk aangebracht.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5720src" id="xd0e5720">2</a></span> Niet ingevuld.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5723src" id="xd0e5723">3</a></span> In het afschrift voorkomende
+onder de Overgek. Brieven 1667, Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149)
+staat: <i>beneeden</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5751src" id="xd0e5751">4</a></span> van 18 Oct. 1666.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5802src" id="xd0e5802">5</a></span> Daniel Six opvolger (sedert
+18 October 1666) van Willem Volger als opperhoofd van ons comptoir te
+Nagasaki.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5905src" id="xd0e5905">6</a></span> Kol. Arch. no. 457.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e5937src" id="xd0e5937">7</a></span> Kol. Arch. no. 255.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6035src" id="xd0e6035">8</a></span> In elke straat van Nagasaki
+woont een Ottono of wijkmeester (<span class="bibl">H. Doeff,
+Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25</span>). Zie ook <span class=
+"bibl" lang="de">Nachod, Beziehungen, u. s. w., bl. 417</span> en <span
+class="bibl">E. Kaempfer, Beschryving van Japan, 1729, bl.
+232</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6105src" id="xd0e6105">9</a></span> de &ldquo;Zuylen&rdquo;, den
+7<sup>en</sup> October van Nagasaki onder zeil gegaan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6121src" id="xd0e6121">10</a></span> Oostvoort in Bijl.
+I<i>a</i>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6204src" id="xd0e6204">11</a></span> Fran&ccedil;ois de Haas, de
+aangewezen opvolger van het Opperhoofd Daniel Six, zou in het voorjaar
+van 1670 de hofreis naar Jedo hebben te doen.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6312src" id="xd0e6312">12</a></span> Zie <a href="#pb86">bl. 86
+hierv&oacute;&oacute;r</a>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6366src" id="xd0e6366">13</a></span> 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat.
+bl. 456.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6374src" id="xd0e6374">14</a></span> Taifoen, cycloon,
+wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6380src" id="xd0e6380">15</a></span> 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat.
+bl. 435 en 455&ndash;56.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6489src" id="xd0e6489">16</a></span> twee?</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6556src" id="xd0e6556">17</a></span> In Gen. Miss. 9 Nov. 1627
+wordt dit schip &ldquo;Groot Hollandia&rdquo; genoemd, ter
+onderscheiding van &rsquo;s lands schip Hollandia. (Res. 15 Sept.
+1627).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6564src" id="xd0e6564">18</a></span> Hij overleed 2 Januari 1627
+te Batavia als Raad Ord<sup>s</sup>. (Dagr. Bat.).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6570src" id="xd0e6570">19</a></span> Volgens &ldquo;Begin ende
+Voortgangh&rdquo; (II, 1646, 20<sup>e</sup> stuk, bl. 18): 14 April
+1627.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6578src" id="xd0e6578">20</a></span> Havenplaats op de N.O. kust
+van het Maleische Schiereiland; ons kantoor aldaar werd in 1622
+opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6645src" id="xd0e6645">21</a></span> Vgl. <span class="bibl"
+lang="en">Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227</span>: <span
+lang="en">&ldquo;On the 10<sup>th</sup> June, 1627, four Dutch ships
+appeared before that port with the view of attacking a fleet which had
+been prepared there for a journey to Japan.... The Dutch
+admiral&rsquo;s ship was boarded and burnt, thirty-seven of the crew
+being killed and fifty taken prisoners. The guns, ammunition, treasury,
+and provisions were also secured. After the loss of this ship the other
+three vessels retired.&rdquo;</span>&mdash;Zie nog <span class="bibl">
+C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6671src" id="xd0e6671">22</a></span> Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627:
+&ldquo;Tegenwoordich weeten niet datter eenige Nederlanders bij den
+vijant in gants India van Mosambique aff tot in Manilha toe, Godt loff,
+gevangen sitten&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e6926src" id="xd0e6926">23</a></span> Evenals de Wakende Boeij en
+de Nachtegael zal ook &rsquo;t Quelpaert de Brack v&oacute;&oacute;r 8
+Jan. zijn teruggekeerd.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7028src" id="xd0e7028">24</a></span> Leonard Camps kwam in het
+begin van 1615 in Japan, werd na het vertrek van Specx in 1621
+Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 November 1623 te Firando
+(Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende opperhoofden enz., Kol.
+Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624<span class="corr" id="xd0e7031" title=
+"Niet in bron">,</span> bl. 13).</p>
+
+<p class="footnote">Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol.
+Arch.&mdash;Q. 434) werd Camps toen op voordracht van Specx tot diens
+opvolger benoemd, daar Specx&rsquo; tijd in het toekomende jaar zou
+eindigen en deze niet van meening was langer te blijven. (Zie Gen.
+Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar Firando 28 Febr. 1620, Coen,
+dl. II, bl. 655). Camps&rsquo; commissie is van 13 Juni 1620 (zie Coen
+II, bl. 729). Over Specx&rsquo; vertrek van Firando, zie Diary of
+Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie Specx 28 Febr.
+1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip &ldquo;de Swaen&rdquo;, aan boord
+waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 Dec.
+1621).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7050src" id="xd0e7050">25</a></span> Memorie van pampieren
+p<sup>r</sup> t Schip Amsterdam over Taijouan aen d&rsquo;Ed. Heer
+Gouverneur Generael in dato 23<sup>e</sup> Nov. A<sup>o</sup> 1637
+geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. A<sup>o</sup>
+1637.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7085src" id="xd0e7085">26</a></span> Pou-san Kai = Pou-san
+(Fusan), sedert 1592 in handen van de Japanners.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7097src" id="xd0e7097">27</a></span> Op van daech verstonden de
+Corresche gesanten op 17<sup>en</sup> passato van het eijlandt Itschio
+naer Corea vertroucken waeren. Naer de geruchten souden aende
+Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer gelieffden assistentie
+tegen den Tarter te doen, hetselffde door d&rsquo;Hr. van Fingo soude
+mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: Een groot gouden vadt
+vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone wel affgevaerdichte
+peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het hair een vinger lanck;
+een gouden cas van faetsoen als de paepen haer consistorien, costelijck
+met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne den brieff aen de
+Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando 24 Meert
+A<sup>o</sup> 1637).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7110src" id="xd0e7110">28</a></span> <i>zijde</i>, staat in Dagr.
+Japan.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7272src" id="xd0e7272">29</a></span> Zie over deze expeditie naar
+Formosa of Tacca Sanga, zooals, volgens den Engelschen schrijver, de
+Japanners dit eiland noemden, <span class="bibl" lang="en">Diary of
+Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616)</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7282src" id="xd0e7282">30</a></span> <span class="bibl">Ernest
+Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, Introduction,
+bl. LI</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7287src" id="xd0e7287">31</a></span> Zie missive Firando 16 Dec.
+1623 aan Commandeur Reijers: &ldquo;Dese gaet per Cappiteijn China....
+Hij is een doortrapt man, heeft in Nangasackij ende oock hier [Firando]
+treffelijcke huijsen met schoone vrouwen ende kinderen&rdquo;.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7296src" id="xd0e7296">32</a></span> <span lang="en-1600">
+&ldquo;This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
+all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else
+wheare&rdquo;</span> (<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard
+Cocks, II, bl. 309, 10<sup>th</sup> of Marche 1619 [20]</span>).</p>
+
+<p class="footnote">&ldquo;<span lang="en">The Chinese pirates who
+resorted to the island [Formosa] as a safe retreat, were as a rule
+divided into bands, and, according to the scanty historical material
+which we have at hand, established a rough form of government over
+their settlements. So admirable was the organization that the different
+bands lived together without discord and chose their leaders by vote,
+while a supreme chief was appointed to look after the interests of the
+combined bands whenever anything arose of common concern. The strongest
+of them was a powerful band under the leadership of one Gan Shi-sai.
+Their exploits brought large returns, and by combining legitimate trade
+with piratical raids they eventually attained a position so formidable
+that smaller bands combined with them for their own protection, and
+thus nearly the whole of the China and Formosa trade was brought under
+their control. In 1621 Gan Shi-sai died, and was succeeded by Ching
+Chi-lung, a famous character, and the father of Koxinga.&rdquo;</span>
+(<span class="bibl" lang="en">J. W. Davidson, The Island of Formosa
+(1903) bl. 8</span>).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7316src" id="xd0e7316">33</a></span> &ldquo;sijn genoegen van
+d&rsquo;onsen over sijne gepretendeerde diensten seer cleijn was&rdquo;
+(Miss. Firando 17 Nov. 1625).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7319src" id="xd0e7319">34</a></span> Miss. Firando 26 Oct.
+1625.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7322src" id="xd0e7322">35</a></span> Miss. Firando 17 Nov.
+1625.&mdash;<span class="bibl" lang="en">Letters written by the English
+Residents in Japan 1611&ndash;1623, bl. 271</span>.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7332src" id="xd0e7332">36</a></span> In berichten uit Formosa van
+dien tijd, komt meer voor dat &ldquo;zoon&rdquo; en
+&ldquo;schoonzoon&rdquo; worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
+de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
+Chineezen te Batavia (1636&ndash;1645).</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7461src" id="xd0e7461">37</a></span> Hoe Martinus M. van Bantam
+naar China is gekomen, is ons niet gebleken. Journaal Hamel.</p>
+
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7571src" id="xd0e7571">38</a></span> Hollantze Mercurius XV
+(1665). Zie ook N<sup>os</sup> 8827, 8937 en 9200&ndash;9208 van de
+Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="bibl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">BIBLIOGRAPHIE.</h2>
+
+<p>Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers
+in &rsquo;t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes
+Stichter te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.</p>
+
+<p>Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven,
+die alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van
+Corea; daarna de ge&iuml;llustreerde uitgaaf van Stichter, die de
+beschrijving zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken
+hebben het jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog
+niet in het land teruggekomen was.</p>
+
+<p>Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen,
+en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.</p>
+
+<p>Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het
+werk van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche
+uitgaven van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche
+verzamelwerken, waarin het reisverhaal is opgenomen.</p>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.</h3>
+
+<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van
+&rsquo;t Jacht de Sperwer/ van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in
+&rsquo;t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe &rsquo;t selve Jacht
+door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant/ ende van 64.
+personen/ maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden
+zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer
+het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert/ by haer genaemt
+Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 dagen in slaver-//nye onder
+de Wilden hebben gezworven/ zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer
+gestorven/ waer van 8 Per-//sonen in &rsquo;t Jaer 1666. met een kleyn
+Vaertuych // zijn ontkomen / <span class="pagenum">[<a id="pb140" href=
+"#pb140">140</a>]</span>latende daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn
+in &rsquo;t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. // Alles
+beschreven door de Boeckhouder van &rsquo;t voornoemde // Jacht de
+Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // [Schip in houtsn.]
+// Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB VAN VELSEN / in de Kalverstraet /
+// aen de Ossesluys / Anno 1668.</p>
+
+<p>8 bladen, sign. A2&ndash;A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en
+Romeinsche letter.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de &ldquo;Namen van de acht
+Maets die van &rsquo;t Eylandt Coeree af gekomen zijn.&rdquo; en de
+&ldquo;Namen van de acht Maets die daer noch zijn.&rdquo; Daaronder
+begint het Journael, dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De
+eerste bladzijde bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel
+Gothisch, en zoo verder afwisselend; het laatste stuk is met heel
+kleine Romeinsche letter gedrukt.</p>
+
+<p>De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.</p>
+
+<p>Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te
+&rsquo;s-Gravenhage.</p>
+
+<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van
+&rsquo;t Jacht de Sperwer / van Batavia ghedestineert na Tayowan / in
+&rsquo;t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe &rsquo;t selve Jacht
+door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant / ende van 64.
+personen / maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden
+zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer
+het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert / by haer genaemt
+Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in slaver- // nye onder
+de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer
+gestorven / waer van 8 Per- // sonen in &rsquo;t Jaer 1666. met een
+kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende daer noch 8. Maets // sitten
+/ ende zijn in &rsquo;t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. //
+Alles beschreven door de Boeckhouder van &rsquo;t voornoemde // Jacht
+de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van Gorcum. // [Schip in
+houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van [Velsen / in de
+Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]</p>
+
+<p>8 bladen, sign. A2&ndash;A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en
+Romeinsche letter.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de &ldquo;Namen van de acht
+Maets die van &rsquo;t Eylandt Coere&eacute; af gekomen zijn.&rdquo; en
+&ldquo;De Namen van de Maets die noch daer zijn.&rdquo; Daaronder
+begint&mdash;in Gothische letter&mdash;het Journael, dat ook de
+volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den hiervoor
+beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische letter; verder
+komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met heel kleine
+Romeinsche letter gedrukt.</p>
+
+<p>De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.</p>
+
+<p>Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den
+titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de
+keerzijde verlies geleden hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb141"
+href="#pb141">141</a>]</span></p>
+
+<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van &rsquo;t
+Jacht de Sperwer/ van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in &rsquo;t
+Jaar 1653. en van daar op Japan; hoe &rsquo;t selve // Jacht door storm
+op &rsquo;t Quelpaarts Eylant is ghestrant/ ende van 64. personen /
+maar 36. // behouden aan &rsquo;t voornoemde Eylant by de Wilden zijn
+gelant: Hoe de selve Maats door // de Wilden daar van daan naar
+&rsquo;t Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ by haar ghenaamt //
+Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ in slavernije onder de
+Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die tijt tot op 16. na aldaar
+gestorven/ waer van 8. Persoonen in // &rsquo;t Jaar 1666. met een
+kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch acht // Maats sitten/
+ende zijn in &rsquo;t Jaar 1668. in &rsquo;t Vaderlandt gearriveert. //
+Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ Provin-//tien/ Steden
+ende Forten/ leggende in &rsquo;t Coninghrijck Coeree: Hare Rechten/
+Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: Alles
+beschreven door de Boeck-//houder van &rsquo;t voornoemde Jacht de
+Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met
+verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] // Tot
+Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: Op de Hoeck
+// van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.</p>
+
+<p>16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A&ndash;D, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
+spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
+Velsen). Het journaal vult blz. 3&ndash;20. In den tekst 7 tamelijk
+grove houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5),
+strafoefening (blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9),
+gehoor bij den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een
+scheepje (blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz.
+20). Na het Journael volgt een nieuwe titel:</p>
+
+<p>Beschryvinge // Van &rsquo;t Koninghrijck // Coeree, // Met alle
+hare Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
+inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
+M.DC.LXVIIJ.</p>
+
+<p>Op devolgende bladzijden (2&ndash;12) de tekst, met
+Ornamenthoutsnede aan het slot.</p>
+
+<p>Exemplaren in de <span class="abbr" title="Koninklijke Bibliotheek">
+<abbr title="Koninklijke Bibliotheek">Kon. Bibl.</abbr></span> te
+&rsquo;s-Gravenhage, in de <span class="abbr" title=
+"Universiteits-bibliotheek"><abbr title="Universiteits-bibliotheek">
+Univ.-bibl.</abbr></span> te Leiden en te Amsterdam, en in de
+verzameling-Mensing te Amsterdam.</p>
+
+<p>Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
+Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
+en van de beschrijving van Corea in <i>Eigen Haard</i> (blz. 629, 646)
+o.d.t.: <i>Dertien jaar gevangen in Korea</i>, met facs. van den titel
+en 6 van de prenten, en in <i>Het Nieuws van den dag</i> (1 en 9 Oct.)
+o.d.t. <i>.Hollanders in Korea</i>, ondert. <i>
+Toeridj&eacute;n&eacute;.</i></p>
+
+<p lang="nl-1600">&rsquo;t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige
+Reyse van &rsquo;t Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na
+Tyowan en Fer-// <span class="pagenum">[<a id="pb142" href=
+"#pb142">142</a>]</span>mosa/ in &rsquo;t Jaer 1653. en van daer na
+Japan/ daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. //
+Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer op Quelpaerts
+Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ daer van 36. aen Lant zijn
+geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den Gouverneur van &rsquo;t
+Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van Coree dede voeren/
+alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny moeten blij-//ven/
+waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer van acht persoonen in
+&rsquo;t Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn &rsquo;t ontkomen/
+achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in &rsquo;t
+Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip in
+houtsn.] // t&rsquo; Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.</p>
+
+<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A&ndash;E, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter, 2 kolommen.</p>
+
+<p>Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
+van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
+Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
+door het woord d&rsquo;Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:</p>
+
+<div class="poem" lang="nl-1600">
+<p class="line">Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te
+lesen,</p>
+
+<p class="line">Kond&rsquo; hier op u gemack, en in u Huys wel
+wesen,</p>
+
+<p class="line">En sien wat perijckelen dees Maets zijn over
+g&rsquo;komen,</p>
+
+<p class="line">Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns&rsquo;
+genomen,</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">In een woest Heydens landt;
+in &rsquo;t kort men u beschrijft</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Den handel van het volck,
+d&rsquo;Negotie die men drijft.</p>
+
+<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Hier nae een Beter.</p>
+</div>
+
+<p>Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele
+regels wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor
+Batavia (1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het
+handschrift-journael en in de andere uitgaven, het vertrek van Batavia
+(18 Juni) en de verdere reis. In de redactie zijn over&rsquo;t geheel
+slechts kleine verschillen met het handschrift en met de andere
+drukken. De beschrijving van Corea staat hier op hare plaats midden in
+het journaal, evenals in het handschrift (pag. 18&ndash;33). Op den
+kant zijn jaartallen en korte inhoudsopgaven geplaatst, en op pag.
+30&ndash;31, in de opsomming van de dieren, is eene beschrijving
+ingevoegd, met twee groote prenten van de olifanten die in Indi&euml;
+zijn en van de crocodillen of kaymans die &ldquo;hier te lande&rdquo;
+veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, dat dit is
+eene &ldquo;Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens&rdquo;. Het
+journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst in
+Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht van
+het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
+tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van de
+behandiging van het journaal aan &ldquo;den Generael&rdquo;, van de
+afreis en de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide
+naamlijstjes volgen.</p>
+
+<p>In den tekst 6 prenten&mdash;5 gravures en een houtsnede&mdash;uit
+den voorraad van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in
+de reis van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet
+gewapenden, een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een
+versterkte plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst
+gebracht; op pag. 22 &ldquo;Straffe der Hoereerders&rdquo; uit de 2e
+reis van Van Neck; in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in
+houtsnee, door Saagman <span class="pagenum">[<a id="pb143" href=
+"#pb143">143</a>]</span>reeds in zijn uitgaaf van Linschoten&rsquo;s
+Itinerario gebruikt, en op p. 31 een groote gravure, een landschap met
+krokodillen en casuarissen voorstellende.</p>
+
+<p>Exemplaren in de Kon. Bibl. te &rsquo;s-Gravenhage en in de
+verzameling-Koch te Rotterdam.</p>
+
+<p lang="nl-1600">JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van &rsquo;t
+Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa /
+in &rsquo;t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was
+REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door
+storm en onweer ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen
+sijn: Mitsgaders // wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en
+eyndelijck hoe // noch eenighe van haer in &rsquo;t Vaderlandt zijn
+aengeko- // men Anno 1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2
+schepen] // t&rsquo; Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.</p>
+
+<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A&ndash;E, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter, 2 kolommen.</p>
+
+<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in &ldquo;&rsquo;t
+Oprechte Journael&rdquo;. Ook de tekst komt doorgaans, behoudens
+onbeduidende spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een
+andere gravure geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling
+op p. 30/31 is veranderd. De groote krokodillenprent is door een
+kleinere afbeelding van een &ldquo;Krockedil&rdquo; vervangen, de
+kantteekening die de bladvulling als zoodanig aanwees, is weggelaten,
+en ook van de olifanten wordt gezegd, dat ze &ldquo;hier&rdquo; zijn.
+De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger gemaakt om de ruimte te
+vullen.</p>
+
+<p>Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.</p>
+
+<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van &rsquo;t
+Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa /
+in &rsquo;t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was
+REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe &rsquo;t Jacht
+door storm en onweer op Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64
+man / daer van 36 aen landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen
+van den Gouverneur van &rsquo;t Eylandt / die haer als Slaven na den
+Koningh van // Coree dede voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen
+hebben in slaverny moeten blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na
+gestorven: daer van 8 persoonen in &rsquo;t 1666. met een kleyn //
+Vaertuygh t&rsquo; ontkomen zijn / achterlatende noch 8 van haer Maets:
+En hoe sy in &rsquo;t // Vaderlandt zijn aen-gekomen / Anno 1668. in de
+Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // t&rsquo; Amsterdam, // By
+GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van
+de Zee-Journalen en Landt-Reysen.</p>
+
+<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A&ndash;E, 4<sup>o</sup>,
+Gothische letter, 2 kolommen. <span class="pagenum">[<a id="pb144"
+href="#pb144">144</a>]</span></p>
+
+<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
+uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde voor
+bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op p. 22 is de
+prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor de afgoden
+sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, ontleend aan
+de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie <span class="bibl">
+Werken <span class="abbr" title="Linschoten-Vereeniging"><abbr title=
+"Linschoten-Vereeniging">Linsch.-vereen.</abbr></span> VII, blz,
+124</span>); de geheele bladvulling met de beide prenten (olifant en
+krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor is op p. 30&ndash;32 (4
+kolommen) ingevoegd eene &ldquo;Beschrijvinghe van des Konings
+Gastmael&rdquo; uit de &ldquo;Javaense Reyse gedaen van Batavia over
+Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare
+1656&rdquo;, uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den
+Sousouhounan, Grootmachtighste Koninck van&rsquo;t Eyland Java is
+zonder eenige aanwijzing naar Corea overgebracht.</p>
+
+<p>Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
+Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- en
+volkenk, van Ned. Indie te Delft.</p>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.</h3>
+
+<p lang="nl-1600">Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappy in &rsquo;t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van
+Japan. Door ARNOLDUS MONTANUS. t&rsquo; Amsterdam By JACOB MEURS
+1669.</p>
+
+<p>In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p.
+429&ndash;436 een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel
+ontleend, beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst
+der geredde mannen op &ldquo;Disma&rdquo;.</p>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.</h3>
+
+<p lang="fr">RELATION // du // naufrage // d&rsquo;un vaisseau
+holandois, // Sur la Coste de l&rsquo; Isle de Quel-//paerts: Avec la
+Description // du Royaume de Cor&eacute;e: // traduite du Flamand, //
+Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, // Chez THOMAS JOLLY, au Palais, //
+dans la Salle des Merciers, au coin // de la Gallerie des prisonniers,
+a la // Palme &amp; aux Armes d&rsquo; Holande. // M.DC.LXX. // Avec
+privilege du Roy.</p>
+
+<p>Ook met ander uitgevers-adres:</p>
+
+<p lang="fr">RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS
+BlLLAlNE, au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // &agrave;
+la Palme, &amp; au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du
+Roy.</p>
+
+<p>4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165
+genumm. bladzijden (sign. A&ndash;O), 12<sup>o</sup>, Rom. letter.</p>
+
+<p>De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van
+Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, en
+eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee
+naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal
+geplaatst (p. 101&ndash;165), evenals bij Stichter; de olifanten worden
+echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman (p.
+107&ndash;108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.</p>
+
+<p>Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te
+Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te &rsquo;s-Gravenhage. <span
+class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145">145</a>]</span></p>
+
+<p>Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages
+au Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote
+18<sup>e</sup>-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar
+weer vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.</p>
+
+<p lang="de">Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer m&auml;chtigen
+K&ouml;nigreiche/ // Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch
+vielen andern/ im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen
+Anmerkungen/ und sch&ouml;nen // Kupferbl&auml;ttern,&rsquo; // von //
+CHRISTOPH ARNOLD/ // vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch
+beygef&uuml;get // JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ //
+Ost-Indianische Reise: // Welche er im Jahre 1644 l&ouml;blich
+angenommen/ und im // Jahre 1653 gl&uuml;cklich vollendet. // Samt
+einem nothwendigen Register. // Mit R&ouml;m. K&auml;ys. Majest.
+Freyheit. // N&uuml;mberg/ // In Verlegung MICHAEL und JOH. FRIEDERICH
+ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.</p>
+
+<p>Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene
+gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het boek
+opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN K&ouml;nigreich Siam.
+J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: P.
+TROSCHEL sculp.</p>
+
+<p>24 + 1148 + 36 bladzijden, 8<sup>o</sup>, Hoogduitsche letter,
+kopergravures. Op bladz. 811 de titel:</p>
+
+<p lang="de">JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles
+dasjenige/ was sich mit einem // Holl&auml;ndischen Schiff/ das von
+Batavien aus/ // nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, //
+reisfertig/ durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk
+darauf/ so in das K&ouml;nigreich Corea, // gebracht worden/ nach und
+nach begeben/ ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von //
+HEINRICH HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen //
+Schiff/ Sperber genant. // Aus dem Niederl&auml;ndischen
+verteutschet.</p>
+
+<p>Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche
+uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het
+journaal (p. 814&ndash;882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen,
+zonder de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan
+Montanus ontleend. Op p. 883&ndash;900 volgt Martin Martins Bericht von
+der Halbinsel Korea ... Verteuscht.</p>
+
+<p>Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.</p>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN
+REIZEN.</h3>
+
+<p>(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)</p>
+
+<p lang="en">A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John
+Churchill 1704. f<sup>o</sup>. <span class="pagenum">[<a id="pb146"
+href="#pb146">146</a>]</span> In vol. IV, p. 607&ndash;632; en ook in
+de latere uitgaven 1732, 1744/45 (IV p. 719&ndash;742), 1752:</p>
+
+<p lang="en">An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast
+of the Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom
+of Corea. Translated out of French.</p>
+
+<p>Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties,
+herdrukt in:</p>
+
+<p lang="en">Corea, without and within. By William Elliot Griffis.
+Philadelphia 1884.&mdash;Second ed. ibid. 1885.</p>
+
+<p>Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the
+Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met &ldquo;foreword&rdquo;
+onderteekend door den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea,
+waarin twijfel wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder
+titelblad uit de collectie Churchill was of uit een der hierna
+beschrevene.</p>
+
+<p lang="en"><span lang="la">Navigantium atque Itinerantium
+Bibliotheca</span>: or, a compleat collection of voyages and travels.
+By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 f<sup>o</sup>. (2 kol.).</p>
+
+<p>In de Appendix op p. 37&ndash;40:</p>
+
+<p lang="en">An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the
+Coast of the Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of
+Corea in the East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who
+got ashore upon that Isle; and of the Escape of 8 of &rsquo;em to
+Japan, and thence to Holland. First publish&rsquo;d in that Country by
+the Clerk of the Ship, who was one of them that escap&rsquo;d: since
+Translated and Abridg&rsquo;d.</p>
+
+<p>Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia
+naar Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668.
+Daarop volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder
+de olifanten en krokodillen.</p>
+
+<p lang="fr">Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN
+FR&Eacute;D. BERNARD 1715; nouv. &eacute;d. 1732. 8<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>In deel IV (p. 243&ndash;347 in de uitg. van 1782):</p>
+
+<p lang="fr">Relation du naufrage d&rsquo;un vaisseau Hollandois, sur
+la c&ocirc;te de l&rsquo;Isle de Quelpaerts: avec la description du
+Royaume de Cor&eacute;e.</p>
+
+<p>Herdruk van de vertaling van Minutoli.</p>
+
+<p lang="en">A new and general collection of voyages and travels,
+consisting of the most esteemed relations which have been published in
+any language. By Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745&ndash;47.
+4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>In vol. IV p. 239&ndash;347 het reisverhaal van Hamel, met de
+beschrijving van Corea, naar de collection van Churchill.</p>
+
+<p lang="fr">Histoire g&eacute;nerale des voyages, ou nouvelle
+collection de toutes les <span class="pagenum">[<a id="pb147" href=
+"#pb147">147</a>]</span>relations de voyages qui ont &eacute;t&eacute;
+publi&eacute;es jusqu&rsquo;&agrave; pr&eacute;sent, par
+l&rsquo;abb&eacute; PR&Eacute;VOST. (voortgez. door de Querlon en de
+Surgy) 20 vol. Paris 1746&ndash;89. 40.</p>
+
+<p>De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er
+bestaat ook een uitg. in 12<sup>o</sup> in 80 deelen. Van 1747&ndash;80
+verscheen een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4<sup>o</sup>, deels
+rechtstreeks naar Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld,
+deels naar de Parijsche uitgaaf.</p>
+
+<p>In vol. VIII (1749) p. 412&ndash;429:</p>
+
+<p lang="fr">Voyage de quelques Hollandois dans la Cor&eacute;e, avec
+une relation du Pays et de leur naufrage dans l&rsquo;Isle de
+Quelpaert.</p>
+
+<p>Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. &rsquo;s Gravenhage,
+by Pieter de Hondt. 1747&ndash;1767. 4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>Nederlandsche uitg. van de Hist. g&eacute;n. des voyages. In dl. X
+(1750) p. 18&ndash;48:</p>
+
+<p>Schipbreuk van eenige Hollanders, op &rsquo;t Eiland Quelpaert, in
+Kor&eacute;a, en hun Berigt van de Landstreek.</p>
+
+<p lang="de">Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21
+Bde. Leipzig, bey Arkstee und Merkus 1748&ndash;1774.
+4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>Duitsche bewerking van de Hist. g&eacute;n. des voyages. In Bd. VI
+(1750) p. 573&ndash;608:</p>
+
+<p lang="de">Reisen einiger Holl&auml;nder nach Korea, nebst einer
+Nachricht von dem Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel
+Quelpaert. Durch HEINRICH HAMEL. Aus dem Franz&ouml;sischen
+&uuml;bersetzt.</p>
+
+<p lang="en">A general collection of the best and most interesting
+voyages and travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London
+1808&ndash;1814. 4<sup>o</sup>.</p>
+
+<p>In vol. VII p. 517:</p>
+
+<p lang="en">Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the
+country, and their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY
+HAMEL. Translated from the French. <span class="pagenum">[<a id="pb149"
+href="#pb149">149</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+
+<div id="lit" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">GERAADPLEEGDE LITERATUUR.<a class="noteref" id=
+"xd0e7899src" href="#xd0e7899">1</a></h2>
+
+<p>BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde
+Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.</p>
+
+<p lang="en">BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M.
+Semarang, during the years 1843&ndash;46. London, 1848.</p>
+
+<p lang="fr">BESCHERELLE A&Icirc;N&Eacute;. Dictionnaire national.
+Paris, 1851.</p>
+
+<p lang="en">CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney
+(Journal North China Branch R.A.S. XXIII, 1888).</p>
+
+<p lang="fr">CHAILL&Eacute;-LONG-BEY. La Cor&eacute;e ou Tch&ouml;sen.
+Paris, 1894.</p>
+
+<p lang="en">CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.</p>
+
+<p>COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in Indi&euml;.
+Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I&ndash;II. &rsquo;s-Gravenhage,
+1919&ndash;20.</p>
+
+<p lang="en">COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in
+Korea (Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).</p>
+
+<p lang="en">COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc.,
+1917.</p>
+
+<p lang="fr">COURANT (M.). Bibliographie cor&eacute;enne, etc. Dl. I.
+Introduction. Paris, 1894.</p>
+
+<p>DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia&mdash;&rsquo;s Hage,
+1887&ndash;1918.</p>
+
+<p lang="fr">DALLET (Ch.). Histoire de l&rsquo;Eglise de Cor&eacute;e
+pr&eacute;c&eacute;d&eacute;e d&rsquo;une Introduction sur
+l&rsquo;histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes
+cor&eacute;ennes. Paris, 1874.</p>
+
+<p>DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische Compagnie.
+(Handschrift Kol. Archief).</p>
+
+<p lang="en">DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history
+etc. II. London, 1894.</p>
+
+<p lang="en">DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present.
+History, people, resources and commercial prospects. London etc.,
+1903.</p>
+
+<p lang="en">DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English
+factory in <span class="pagenum">[<a id="pb150" href=
+"#pb150">150</a>]</span>Japan 1615&ndash;1622. Edited by E.M. Thompson.
+London, 1883.</p>
+
+<p lang="fr">DICTIONNAIRE Cor&eacute;en-Francais, par les missionnaires
+de Cor&eacute;e. Yokohama, 1880.</p>
+
+<p>DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.</p>
+
+<p lang="fr">DU HALDE (J.B.) Description g&eacute;ographique,
+historique, chronologique ... etc. de l&rsquo; Empire de la Chine et de
+la Tartarie Chinoise. Nouv. &eacute;dition. IV. La Haye, 1736.</p>
+
+<p>DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over
+onze vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.</p>
+
+<p>ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indi&euml;. Tweede druk, dl. I. 1917.</p>
+
+<p lang="en">GALE (J.S.). The influence of China upon Korea
+(Transactions Korea Branch R. A. S. I, 1900).</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).</p>
+
+<p lang="en">GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China
+Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895).</p>
+
+<p>GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d&rsquo;Oost Indise Spiegel, enz.
+Hoorn, 1701.</p>
+
+<p lang="en">GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition.
+London,1905.</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;Corea without and within. Second
+&eacute;dition. Philadelphia, 1885.</p>
+
+<p>GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen Kon.
+Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).</p>
+
+<p>G&Uuml;TZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op
+Corea en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.</p>
+
+<p>HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het
+Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910&ndash;12.</p>
+
+<p>&mdash;&mdash;Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer
+(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).</p>
+
+<p lang="fr">HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Vari&eacute;t&eacute;s
+sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.</p>
+
+<p lang="en">HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words
+and phrases, by H.Yule and A.C.Burnell. New &eacute;dition. London,
+1903.</p>
+
+<p>HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik
+Zwaardecroon in Indi&euml; na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).</p>
+
+<p>HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen
+enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.</p>
+
+<p lang="fr">HUART (C.I.). M&eacute;moire sur la guerre des Chinois
+contre les Cor&eacute;ens de 1618 &agrave; 1637 (Journal Asiatique, 7e
+Ser. XIV, 1879).</p>
+
+<p lang="en">HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea
+Branch R.A.S. I, 1900).</p>
+
+<p>HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr.Kon.
+Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). <span class="pagenum">[<a
+id="pb151" href="#pb151">151</a>]</span></p>
+
+<p lang="en">ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea
+Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p>
+
+<p>JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche
+zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.</p>
+
+<p>JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in
+<span class="corr" id="xd0e7989" title="Bron: Oost-Indie">
+Oost-Indi&euml;</span>. Dl. III. &rsquo;s-Gravenhage&mdash;Amsterdam,
+1865.</p>
+
+<p>KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ...
+van het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem,
+1831.</p>
+
+<p>KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz.
+&rsquo;s-Gravenhage&mdash;Amsterdam, 1729.</p>
+
+<p lang="fr">LA P&Eacute;ROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde,
+publi&eacute; par M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.</p>
+
+<p lang="en">LETTERS written by the English Residents in Japan
+1611&ndash;1613 etc., edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo,
+1900.</p>
+
+<p>LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op
+Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).</p>
+
+<p>LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer Oost
+ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door)
+Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten enz.
+Amsterdam, 1595.</p>
+
+<p lang="en">LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell
+(Transactions Japan Society of London, XIII, 2, 1914&ndash;15).</p>
+
+<p lang="en">MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan.
+(London&mdash;Hongkong, 1867.</p>
+
+<p lang="en">MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII
+centuries. Edited by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William
+Adams 1611&ndash;1617). London, 1850.</p>
+
+<p lang="en">MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong,
+1902.</p>
+
+<p>MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.</p>
+
+<p>MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr.
+Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).</p>
+
+<p>MULLER (Dr. H.P.N.). Azi&euml; gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.</p>
+
+<p lang="de">NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederl&auml;ndischen
+Ost-Indischen Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig,
+1897.</p>
+
+<p lang="de">&mdash;&mdash;Die &auml;lteste abendl&auml;ndische
+Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz Dourado 1568. Roma,
+1915.</p>
+
+<p lang="en">NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X,
+1841).</p>
+
+<p lang="en">PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of
+Japan. Tokyo, (1909).</p>
+
+<p lang="en">PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce.
+Second edition. London, 1917. <span class="pagenum">[<a id="pb152"
+href="#pb152">152</a>]</span></p>
+
+<p lang="en">PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;Corea. (China Review. XIV, XVI).</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;The Manchu relations with Corea.
+(Transactions Asiatic Society of Japan. XV, 1887).</p>
+
+<p lang="en">PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493&ndash;1898. Edited and
+annotated by Emma H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV.
+Cleveland, 1905&ndash;1906.</p>
+
+<p>PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602&ndash;1811, door Mr. J.A.
+van der Chijs. Batavia&mdash;&rsquo;s Hage, 1885&ndash;1900.</p>
+
+<p lang="en">REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic
+Society of Japan. VI, 3, 1878).</p>
+
+<p lang="de">RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band
+III. Berlin, 1834.</p>
+
+<p lang="en">ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with
+description of manners, etc. Paisley, (1880).</p>
+
+<p lang="en">&mdash;&mdash;The Manchus, or the reigning dynasty of
+China: their rise and progress. London, 1891.</p>
+
+<p lang="en">SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal
+China Branch R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893&ndash;94.).</p>
+
+<p lang="de">SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im
+Seegebiete von Japan. Leyden, 1852.</p>
+
+<p lang="de">&mdash;&mdash;Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan.
+Leiden, 1832&ndash;52.</p>
+
+<p>SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie
+Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.</p>
+
+<p lang="en">TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens
+Land and New Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.</p>
+
+<p lang="de">TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie
+der japanischen Inseln. Budapest&mdash;Leipzig, 1909.</p>
+
+<p lang="fr">TIELE (P.A.). M&eacute;moire bibliographique sur les
+journaux des navigateurs n&eacute;erlandais, etc. Amsterdam, 1867.</p>
+
+<p>&mdash;&mdash;Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde.
+Amsterdam, 1884.</p>
+
+<p>VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indi&euml;n, vervattende, enz. Dl.
+V, 2. Dordrecht&mdash;Amsterdam, 1726.</p>
+
+<p>&rsquo;T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz.
+Amsterdam, 1675.</p>
+
+<p lang="en">VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited
+... by E.M. Satow, London, 1900.</p>
+
+<p lang="en">WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the
+geography, government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New
+York, 1899. <span class="pagenum">[<a id="pb153" href=
+"#pb153">153</a>]</span></p>
+
+<p>WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam,
+1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.</p>
+
+<p lang="en">YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the
+Japanese invasion of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea
+Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p>
+
+<p>IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen
+Kon. Inst. dl. 73, 1917).</p>
+
+<p>ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen
+van Arkel. Gorinchem, 1755.</p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e7899src" id="xd0e7899">1</a></span> Zie voor de geraadpleegde
+vertalingen van Hamel&rsquo;s Journaal, de <a href="#bibl">
+Bibliographie</a>.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<div id="map" class="figure"><a href="images/maph.jpg"><img border="0"
+src="images/map.jpg" alt=
+"Kaart van China, Formosa, Korea en Japan, met daarop weergegeven de tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en 1666."
+ width="616" height="720"></a>
+<p class="figureHead">Tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en
+1666.</p>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pb157" href=
+"#pb157">157</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div id="index" class="div1 index"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">BLADWIJZER</h2>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">A.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Achterkercke</span> (Schip), <a href=
+"#pb121">121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ackersloot</span> (Schip), <a href=
+"#pb105">105</a>, <a href="#pb109">109</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Adams</span> (William), <a href="#pbxviii">
+XVIII</a>, <a href="#pbliii">LIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Afgoden</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ai-chiu</span>, <a href="#pb53">
+53</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Akers</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Alphen</span> (Schip), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Aluin</span>, <a href="#pb47">47</a>, <a
+href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Amboina</span> (Schip), <a href="#pb105">
+105</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Amerongen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Annam</span>, <a href="#pbxxxi">
+XXXI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Anville</span> (d&rsquo;), <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Arentsen</span> (Cornelis), <a href=
+"#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Arentszen</span> (Claes), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Atjehers</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Auckland</span> (Mount), <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">B.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Bagijnen</span> kloosters, <a href="#pb41">
+41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bakkam</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Barbarot</span>, <a href="#pb13">13</a>, <a
+href="#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Begraafplaatsen</span> Koreanen, <a href=
+"#pb46">46</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Benjoesen</span>, <a href="#pb14">14</a>,
+<a href="#pb88">88</a>, <a href="#pb108">108</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bescharen</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb41">41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Birma</span>, xxxi.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blaeu</span> (Johannes), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>, <a href="#pbl">L</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bleijswijck</span> (Schip), <a href=
+"#pb96">96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blick Vieren</span> (Verklaring van), <a
+href="#pb62">62</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Bartholomeus), <a
+href="#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Hendrik), <a href=
+"#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boekdrukkunst</span> bij de Koreanen, <a
+href="#pb51">51</a>, <a href="#pb58">58</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boekhouder</span> (Werkkring van een), <a
+href="#pb8">8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boesquet</span> (Sander), <a href=
+"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>,
+<a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bommel</span> (Schip), <a href="#pb96">
+96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bongcoijs, Bonjosen</span>, zie
+Benjoesen.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boon</span> (Capiteijn), <a href="#pb110">
+110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boor</span> (M.G.), <a href="#pb132">
+132</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bort</span> (Commandeur), <a href=
+"#pbxlviii">XLVIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bos</span> (Hendrick Janse), <a href=
+"#pb25">25</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Bot vieren</span>, <a href="#pb4">
+4</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boucheren</span>, <a href="#pb63">
+63</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Boijcko</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brack</span> (Schip), <a href="#pbxliii">
+XLIII</a>&ndash;XLIV, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>&ndash;L, <a href=
+"#pb104">104</a>&ndash;112.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Brouwer</span> (H.), <a href="#pbxlv">
+XLV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buffelhoorns</span>, <a href="#pb47">
+47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Burch</span> (Van den), <a href="#pbxlvii">
+XLVII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buren</span> (Schip), <a href="#pb96">
+96</a>, <a href="#pb103">103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buskruit</span>, <a href="#pb58">
+58</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buyenskerke</span> (Schip), <a href=
+"#pbxvii">XVII</a>,89.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Buytenhem</span> (H. Van), <a href="#pb22">
+22</a>.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb158" href=
+"#pb158">158</a>]</span></div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">C.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (Cornelis), <a href=
+"#pbviii">VIII</a>&ndash;IX, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb3">
+3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb121">121</a>&ndash;123.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (M.), <a href="#pb121">
+121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Calf</span> (Schip), <a href="#pbxlix">
+XLIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Caliatourshout</span>, <a href="#pb92">
+92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Campen</span> (Schip), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>, <a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb100">100</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Camphuys</span> (J.), <a href="#pbxx">
+XX</a>, <a href="#pb93">93</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Camps</span> (L.), <a href="#pbxxxviii">
+XXXVIII</a>, <a href="#pb113">113</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Canje water</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cangue</span>, <a href="#pb17">17</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Capitein China</span>, <a href="#pb123">
+123</a>, <a href="#pb125">125</a>&ndash;126.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cappelle</span> (Schip), <a href="#pb107">
+107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Caron</span> (Fr.), <a href="#pbxi">XI</a>,
+<a href="#pbxlvi">XLVI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Castricum</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Catel</span>, <a href="#pb42">42</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cattenburgh</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chausien</span>, <a href="#pbxxxvi">
+XXXVI</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chentio</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chesu</span>, <a href="#pb66">
+66</a>&ndash;67.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chi-Chou</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chiaccam</span>, <a href="#pbiv">
+IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chiap</span>, <a href="#pb23">23</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">China</span>, <a href="#pbvi">VI</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chineezen</span>, <a href="#pb124">
+124</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ching Chi-lung</span>, <a href="#pb124">
+124</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chioor</span>, <a href="#pb114">
+114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chulla Do</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Chunggoong</span>, zie Koksinga.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Claesz</span> (Jan), <a href="#pbxxi">
+XXI</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cleen Heusden</span> (Schip), <a href=
+"#pb101">101</a>&ndash;102.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Clercq</span>, zie Klerck.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cochin</span>, zie Koksinga.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Coen</span> (J. Psz.), <a href="#pb112">
+112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Congtio</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Constantia</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cool</span> (Poulus Janse), <a href=
+"#pb19">19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Corea</span> (Schip), <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cornelisse</span> (Hendrik), <a href=
+"#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Couckebacker</span>, <a href="#pbxxxv">
+XXXV</a>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>, <a href="#pbxliv">XLIV</a>,
+<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Coxinga</span>, zie Koksinga.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Coijett</span>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>,
+<a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Cunaeus</span> (J.), <a href="#pbviii">
+VIII</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">D.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Decima</span>, <a href="#pbx">X</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Denijsz</span> (Govert), <a href="#pb16">
+16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href=
+"#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Diemen</span> (Gouv. Gen. Van), <a href=
+"#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dircksz</span> (Cornelis), <a href="#pb60">
+60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href=
+"#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dittis</span> (Andrea), <a href="#pb123">
+123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Do</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Doodstraf</span> op Korea, <a href="#pb37">
+37</a>&ndash;38.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Dordrecht</span> (Schip), <a href="#pbxiv">
+XIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Duijtsiang</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">E.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Egbertsen</span> (Reijnier), <a href=
+"#pbix">IX</a>, <a href="#pb6">6</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Eibokken</span> (Mattheus), <a href=
+"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a
+href="#pb13">13</a>, <a href="#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a
+href="#pb46">46</a>&ndash;50, <a href="#pb55">55</a>, <a href="#pb57">
+57</a>, <a href="#pb59">59</a>&ndash;60, <a href="#pb73">73</a>, <a
+href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Elantshuijden</span>, <a href="#pb98">
+98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Elseracq</span> (J. van), <a href="#pbxii">
+XII</a>, <a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a
+href="#pb104">104</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb129">
+129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Emck</span> Wzn. (W. F.), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Engelschen</span>, <a href="#pbxxxvi">
+XXXVI</a>, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a
+href="#pb124">124</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Equan</span>, zie Iquan</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Esperance</span> (Schip), <a href="#pbxii">
+XII</a>&ndash;XIII, <a href="#pb81">81</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">F.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Fannius</span>, <a href="#pb86">
+86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fauna</span> van Korea, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Firando</span>, <a href="#pbx">X</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Foesan</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb30">30</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Formosa</span>, <a href="#pbiii">III</a>,
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Francx, Franszen</span> (Ch.), <a href=
+"#pb112">112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Fungma</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>,
+<a href="#pbxli">XLI</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb159" href=
+"#pb159">159</a>]</span></div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">G.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Gaan Si Tsee</span>, <a href="#pb123">
+123</a>&ndash;125.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gaelderij</span> van een schip, <a href=
+"#pb4">4</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Galjoen</span> van een schip, <a href=
+"#pb5">5</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gastvrijheid</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb43">43</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gecroonde Liefde</span> (Schip), <a href=
+"#pb99">99</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ginseng</span>, <a href="#pb34">
+34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goa</span> (Schip), <a href="#pb96">
+96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Godsdienst</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb39">39</a>, <a href="#pb68">68</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goed arms</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb30">30</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gonnemonde</span>, <a href="#pb81">
+81</a>&ndash;81, <a href="#pb92">92</a>&ndash;93.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gorlos</span> (voor gordel?), <a href=
+"#pb45">45</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goto-eilanden</span>, <a href="#pbx">X</a>,
+<a href="#pbxvi">XVI</a>, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href=
+"#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pb63">63</a>&ndash;64, <a href="#pb72">
+72</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a href=
+"#pb83">83</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Goud</span> (Goudmijnen), <a href=
+"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>&ndash;XLVIII, <a
+href="#pb49">49</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a
+href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Govertsz</span> (Denijs), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Graaf</span> (I. de), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gravius</span> (D.), <a href="#pbvi">
+VI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Groot Hollandia</span> (Schip), <a href=
+"#pb101">101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Grootenbroeck</span> (Schip), <a href=
+"#pb96">96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gunjiu</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Gijsbertsz</span> (Dirck), <a href="#pb13">
+13</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">H.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Haan</span> (Dr. F. de), <a href="#pbxxiv">
+XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Haas</span> (Fr. de), <a href="#pb91">
+91</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Haes</span> (Schip), <a href="#pbxlix">
+XLIX</a>, <a href="#pb118">118</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hagen</span> (J. van der), <a href=
+"#pb102">102</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hai-Nam</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hakata</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Halley</span>, <a href="#pb56">56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ham-Kyeng</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Adriaan), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Dirck), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Hendrik), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pbxix">
+XIX</a>&ndash;XXXII, <a href="#pbxxxiv">XXXIV</a>&ndash;XXXV, <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbli">LI</a>&ndash;LIII, <a href="#pb22">
+22</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a href="#pb41">41</a>, <a
+href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb80">80</a>, <a
+href="#pb82">82</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Heyndrick), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (<span class=
+"smallcaps">Joan</span>), <a href="#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Mr. Johan), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Maria), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-Ra-San</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-rivier</span>, <a href="#pb21">21</a>,
+<a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-Yang</span>, <a href="#pb21">
+21</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hanchung</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Handel</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb47">47</a>&ndash;48, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb85">
+85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Handel</span> op Korea, <a href="#pbxvii">
+XVII</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a
+href="#pbxxxix">XXXIX</a>&ndash;XLI, <a href="#pb69">69</a>, <a href=
+"#pb90">90</a>&ndash;94, <a href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Han-Kang</span>, <a href="#pb21">
+21</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Happart</span> (G.), <a href="#pbvi">
+VI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Haring</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Harouse</span>, <a href="#pbxlviii">
+XLVIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Harpoenen</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hartsingh</span> (C.), <a href="#pbvii">
+VII</a>, <a href="#pb106">106</a>, <a href="#pb120">120</a>, <a href=
+"#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hasewint</span> (Schip), <a href="#pbxliv">
+XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hertevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>,
+<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb85">85</a>,
+<a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb123">123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">&rsquo;s-Hertogenbosch</span> (Schip), <a
+href="#pb118">118</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heusden</span> (Schip), <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Heijnam</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hevelius</span>, <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hirado</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hizen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hollandia</span> (Schip), <a href="#pb13">
+13</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hongersnood</span> op Korea, <a href=
+"#pb31">31</a>, <a href="#pb53">53</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a
+href="#pb71">71</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hollantsche Tuijn</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hond</span> (Schip), <a href="#pbxxxviii">
+XXXVIII</a>, <a href="#pb112">112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoope</span> (Schip), <a href="#pb111">
+111</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (P. van), <a href="#pb85">
+85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (Vlek op Formosa), <a href=
+"#pbv">V</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Houtman</span> (F. de), <a href="#pb112">
+112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">H&ouml;welcke</span> (J.), <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Htai-In</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb160" href=
+"#pb160">160</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Huizen</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb42">42</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Hung Wu</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Huwelijk</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb43">43</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">I.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Ilha de Ladrones</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>&ndash;XLII, <a href="#pbl">L</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ilha Formosa</span> (Schip), <a href=
+"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>&ndash;100.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Iquan</span>, <a href="#pbvi">
+VI</a>&ndash;VII, <a href="#pb119">119</a>, <a href="#pb123">
+123</a>&ndash;129.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Itschio</span>, <a href="#pb115">
+115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Iulla Do</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Iy&eacute;nobu</span> (Shogoen), <a href=
+"#pbxxxv">XXXV</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">J.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (Jacob), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (W.), <a href="#pb103">
+103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Janssonius</span> (J.), <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Gerrit), <a href="#pb16">
+16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href=
+"#pb87">87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Hendrik), <a href="#pbxlix">
+XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a href="#pb25">25</a>, <a href=
+"#pb112">112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Jan), <a href="#pb47">
+47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Japan</span>, <a href="#pbiii">III</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Japanners</span>, <a href="#pbxi">XI</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jartoux</span> (P&egrave;re), <a href=
+"#pb34">34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jedo</span>, <a href="#pbxii">XII</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jeenare</span>, <a href="#pb8">8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jehaen</span> (Jeham), <a href="#pb20">
+20</a>, <a href="#pb27">27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jensoen</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jihp&#277;n</span>, <a href="#pb8">
+8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jipamsansiang</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jonge Prins</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Jourdain</span> (J.), <a href="#pb112">
+112</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Juel</span> (E.), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">K.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Kam-s&#259;</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kang-wa</span>, <a href="#pb24">
+24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kanghi</span>, <a href="#pb48">48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kambodja</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kartographie</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kassies</span>, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Katoen</span>, <a href="#pb69">69</a>, <a
+href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kelang</span>, <a href="#pbxlv">
+XLV</a>&ndash;XLVIII, <a href="#pb108">108</a>&ndash;110.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kelang</span> (Schip), <a href="#pb107">
+107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ketting</span> (N.), <a href="#pb102">
+102</a>&ndash;103.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Keum-Kou</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kienloong</span>, <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kiung-kei</span>, <a href="#pb21">
+21</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kivith</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>&ndash;107.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kleeding</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Klerk</span> (Benedictus), <a href=
+"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pb19">19</a>, <a href="#pb33">33</a>, <a
+href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb87">
+87</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kloosters</span>, <a href="#pb33">33</a>,
+<a href="#pb35">35</a>, <a href="#pb40">40</a>&ndash;41, <a href=
+"#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kninge</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ko lee</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koe</span> (Schip), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koebeesten</span>, <a href="#pb50">50</a>,
+<a href="#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koksinga</span>, <a href="#pbvi">
+VI</a>&ndash;57, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb124">
+124</a>&ndash;125, <a href="#pb127">127</a>&ndash;128.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Komeet</span>, <a href="#pb56">
+56</a>&ndash;57, <a href="#pb130">130</a>&ndash;135.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kompas</span>, <a href="#pb58">58</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Koper</span>, <a href="#pb49">49</a>, <a
+href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Korea</span>, <a href="#pbiii">III</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Krokodillen</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Kyeng-Keui</span>, <a href="#pb20">
+20</a>&ndash;21.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">L.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Lamotius</span> (J.), <a href="#pb104">
+104</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Jacob), <a href="#pb89">
+89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Johannis), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Le Maire</span> X.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Legerorganisatie</span> enz. in Korea, <a
+href="#pb34">34</a>, <a href="#pb37">37</a>, <a href="#pb68">
+68</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Leggers</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb6">6</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lens houden</span> (Verklaring van), <a
+href="#pb5">5</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Leopardus</span>, <a href="#pbli">
+LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Li Chunggwei</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Li Tau</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Liefde</span> (Schip), <a href="#pb105">
+105</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Liesvelt</span> (Jan van), <a href=
+"#pb107">107</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb161" href=
+"#pb161">161</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lillo</span> (Schip), <a href="#pb104">
+104</a>, <a href="#pb111">111</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Limlacco</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lindel&ouml;f</span>, <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lingen</span> (J. van), <a href="#pb104">
+104</a>, <a href="#pb107">107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Linschoten</span> (Jan Huygen van), <a
+href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pbxli">XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lioe Kioe-eil.</span>, <a href="#pbxxxi">
+XXXI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lodesteijn</span>, <a href="#pb86">
+86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lood</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Loosduinen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lucesar</span> (Cornelis), <a href="#pb99">
+99</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Luipaard</span>, <a href="#pbli">
+LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lumiren</span>, <a href="#pb3">3</a>, <a
+href="#pb6">6</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Lijfschutten</span>, <a href="#pb22">
+22</a>, <a href="#pb67">67</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">M.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Maan</span> (Schip), <a href="#pb112">
+112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Maetsuyker</span> (J. van), <a href=
+"#pbvii">VII</a>&ndash;VIII, <a href="#pb3">3</a>, <a href="#pb80">
+80</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Martini</span> (M.), <a href="#pbvii">
+VII</a>, <a href="#pb129">129</a>&ndash;130.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mataramsche Hof</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Maurits</span> (Prins), <a href=
+"#pbxxxvii">XXXVII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Meerman</span> (Schip), <a href="#pb107">
+107</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Melinde</span> (Kust van), <a href=
+"#pb130">130</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moese</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>,
+<a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pb11">11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moggan</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>,
+<a href="#pb11">11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Mok-s&aring;</span>, <a href="#pbxxii">
+XXII</a>, <a href="#pb11">11</a>, <a href="#pb18">18</a>, <a href=
+"#pb41">41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Molenaar</span> (H. C.), <a href="#pb94">
+94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Molicken</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb45">45</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Montanus</span> (A.), <a href="#pbxx">
+XX</a>&ndash;XXI, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb4">
+4</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Morgenster</span> (Schip), <a href=
+"#pbxlix">XLIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moukden</span>, <a href="#pb30">
+30</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Moussons</span>, <a href="#pb60">
+60</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Munter</span>, <a href="#pb86">86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Muijser</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">N.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Na-Tjyou</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nachtegael</span> (Schip), <a href=
+"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Naedjoo</span>, <a href="#pb19">
+19</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nagasaki</span>, <a href="#pbx">X</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nagelen</span>, <a href="#pb92">
+92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nam-Ouen</span>, <a href="#pb54">
+54</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Namman</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a
+href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>, <a href="#pb73">
+73</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Namman Sangsiang</span>, <a href="#pb24">
+24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nampancoeck</span>, <a href="#pb48">
+48</a>&ndash;49.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nampancoij</span>, <a href="#pb49">
+49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Naysingh</span>, <a href="#pb54">
+54</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nepal</span>, <a href="#pbxxxi">
+XXXI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuw-Enckhuijsen</span> (Schip), <a href=
+"#pb13">13</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuw Rotterdam</span> (Schip), <a href=
+"#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuwe Maen</span> (Schip), <a href=
+"#pb112">112</a>&ndash;113.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nieuwpoort</span> (Schip), <a href=
+"#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ninzin</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nisi</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Niuche</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Noordeloos</span> (J.), <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Noten</span>, <a href="#pb92">92</a>, <a
+href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nova Zembla</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nuijts</span> (P.), <a href="#pbiv">IV</a>,
+<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a href="#pb103">
+103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Nijenrode</span> (C.), <a href="#pb103">
+103</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">O.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Oenemondomme</span>, <a href="#pb126">
+126</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Olifanten</span>, <a href="#pbxxiii">
+XXIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oliphant</span> (Schip), <a href="#pb129">
+129</a>&ndash;130.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oonjek</span>, <a href="#pb50">50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Opgestempt</span> (Verklaring van), <a
+href="#pb71">71</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oopvoeding</span> Koreaansche kinderen, <a
+href="#pb44">44</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Oranckaij</span> (Titel), <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Orangie</span> (Kasteel), <a href="#pbiv">
+IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Orangien</span> (Schip), <a href="#pb121">
+121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Orangienboom</span> (Schip), <a href=
+"#pb106">106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Osaca</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ottono</span> (Wijkmeester), <a href=
+"#pb88">88</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Outshoorn</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ouwerkerck</span> (Schip), <a href=
+"#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb13">13</a>, <a href="#pb79">79</a>,
+<a href="#pb84">84</a>, <a href="#pb101">101</a>&ndash;104.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Overlijden</span> (Gebruiken der Koreanen
+bij), <a href="#pb45">45</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Overtwater</span> (P. Asz.), <a href=
+"#pbiv">IV</a>&ndash;VI.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pb162" href=
+"#pb162">162</a>]</span></div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">P.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Paarden</span>, <a href="#pb48">48</a>, <a
+href="#pb50">50</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>,
+<a href="#pb117">117</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Paccam</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Paik-tu</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Paik-Tou-San</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pakam</span>, <a href="#pbiv">IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Palanckijn</span>, <a href="#pb116">
+116</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Panax ginseng</span>, <a href="#pb34">
+34</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pangsis</span> (Zijden doeken uit China),
+<a href="#pb108">108</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Panharing</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Papen</span>, zie Priesters.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Parre</span> (Gouv. Gen. Van der), <a href=
+"#pbli">LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pati&euml;nte</span> (Schip), <a href=
+"#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href=
+"#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>&ndash;10.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pedro China</span>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Peingh</span>, <a href="#pb59">59</a>, <a
+href="#pb70">70</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Peingse</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pelsaert</span> (Schip), <a href=
+"#pbxxvii">XXVII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Peper</span>, <a href="#pbxxxvii">
+XXXVII</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>, <a href=
+"#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Piers</span> (Jouke), <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pieterszen</span> (Jan), <a href="#pbli">
+LI</a>, <a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href=
+"#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pith</span> (Laurens), <a href="#pbxlv">
+XLV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Platting</span> (Verklaring van), <a href=
+"#pb16">16</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Poetsioek</span>, <a href="#pb92">92</a>,
+<a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Portugezen</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>, <a href="#pbx">X</a>&ndash;XI, <a href="#pbxxxv">
+XXXV</a>&ndash;XXXVI, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb82">
+82</a>, <a href="#pb96">96</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a href=
+"#pb102">102</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb123">123</a>,
+<a href="#pb130">130</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pouleron</span> (Schip), <a href="#pbxvi">
+XVI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Poesan</span>, zie Foesan.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Priesters</span> (Papen), <a href="#pb39">
+39</a>&ndash;42, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Provintien</span> (Vlek), <a href="#pbiv">
+IV</a>&ndash;V.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pul-tatta</span>, <a href="#pb41">
+41</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Putmans</span> (H.), <a href="#pbxxxvii">
+XXXVII</a>, <a href="#pb104">104</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pyeng-Pou</span>, <a href="#pb23">
+23</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Pyeng-s&aring;</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Q.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Quast</span> (Commandeur), <a href="#pbxl">
+XL</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Queda</span> (Schip), <a href="#pb101">
+101</a>&ndash;102.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quel</span> en <span class="smallcaps">
+Quelpaert</span> als scheepsnaam en &ndash;type, <a href="#pbxliii">
+XLIII</a>&ndash;XLV, <a href="#pbxlix">XLIX</a>&ndash;L, <a href=
+"#pb104">104</a>&ndash;112.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelang</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelangh</span> veroverd, <a href="#pb108">
+108</a>&ndash;110.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelly</span>, <a href="#pbli">LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Quelpaerts-eiland</span>, <a href="#pbxvi">
+XVI</a> enz. (Naamsafleiding L).</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">R.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Rechtspleging</span> op Korea, <a href=
+"#pb37">37</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Reniersz</span> (C.), <a href="#pbvii">
+VII</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Revolte</span> Chineezen Formosa, <a href=
+"#pbv">V</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Reijersen</span> (Cornelis), <a href=
+"#pbxxviii">XXVIII</a>&ndash;XXXIX, <a href="#pb123">123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Reyniers</span> (D.), <a href="#pbxxxix">
+XXXIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Riebeek</span> (J. van), <a href="#pb130">
+130</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Roch</span> (Schip), <a href="#pb106">
+106</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Roggevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>,
+<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Rooden Leeuw met pijlen</span> (Schip), <a
+href="#pbxxxvi">XXXVI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Roij</span> (N. de), <a href="#pbx">X</a>,
+<a href="#pb65">65</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">S.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Saagman</span> (G. J.), <a href="#pbxxix">
+XXIX</a>, <a href="#pbxxii">XXII</a>&ndash;XXIII, <a href="#pb10">
+10</a>, <a href="#pb15">15</a>&ndash;16, <a href="#pb18">18</a>, <a
+href="#pb24">24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sabroseijmondonne</span>, <a href="#pb108">
+108</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Salamander</span> (Schip), <a href=
+"#pb111">111</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">San-Syang</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sanckaij</span>, <a href="#pb114">
+114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sandelhout</span>, <a href="#pb85">85</a>,
+<a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sangora</span>, <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Santvoort</span> (M. van), <a href=
+"#pb103">103</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sappanhout</span>, <a href="#pb47">47</a>,
+<a href="#pb85">85</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sares</span> (E.), <a href="#pbxxxviii">
+XXXVIII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sayer</span>, zie Zaijer.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Saysingh</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a
+href="#pb72">72</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Saysungh</span>, <a href="#pb73">
+73</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Saijsiun</span>, <a href="#pb71">
+71</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Scheluo</span>, <a href="#pb18">
+18</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schesuw</span>, <a href="#pb18">
+18</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schermer</span> (Schip), <a href="#pbxvi">
+XVI</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb163" href=
+"#pb163">163</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schesure</span>, <a href="#pbxxii">
+XXII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schieman</span> (Werkkring van een), <a
+href="#pb8">8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schisima</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schouten</span> (J.), <a href="#pb104">
+104</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schram</span> (Wijbrant), <a href="#pb101">
+101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Schrijfkunst</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb50">50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Senggado</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Seoul</span>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>,
+<a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb14">14</a>, <a href="#pb21">
+21</a>, <a href="#pb30">30</a>&ndash;32, <a href="#pb53">53</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sepang</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Setjang</span>, <a href="#pb47">
+47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Shichizaemon</span>, <a href="#pb127">
+127</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Siam</span>, <a href="#pbxxxi">XXXI</a>, <a
+href="#pb11">11</a>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Siebold</span> (Fr. von), <a href="#pb10">
+10</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sinsabrodonne</span>, zie
+Zinsabrodonne.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sior</span>, <a href="#pb21">21</a>, <a
+href="#pb67">67</a>, <a href="#pb74">74</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Six</span> (D.), <a href="#pbx">X</a>, <a
+href="#pbxii">XII</a>, <a href="#pbxv">XV</a>, <a href="#pb80">80</a>,
+<a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb91">91</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Slaven</span>, <a href="#pb34">
+34</a>&ndash;35, <a href="#pb38">38</a>, <a href="#pb40">40</a>.
+45</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sloten</span> (Schip), <a href="#pb101">
+101</a>&ndash;102, <a href="#pb126">126</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sluijs</span> (Schip), <a href="#pbviii">
+VIII</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Smeecoolen</span>, <a href="#pb110">
+110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Smidt</span> (P.), <a href="#pbvii">
+VII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Smient</span> (Schip), <a href="#pbix">
+IX</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb98">
+98</a>&ndash;100.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Snoucq</span> (D.), <a href="#pbxlii">
+XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">So daimyo</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Solemne</span> (Sara de), <a href="#pbvii">
+VII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sonck</span> (M.), <a href="#pbiii">
+III</a>&ndash;IV, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pb125">
+125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Song do</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spanjaarden</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>, <a href="#pbxlv">XLV</a>&ndash;XLVIII, <a href="#pb108">
+108</a>&ndash;110.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Specx</span> (J.), <a href="#pbxxxvi">
+XXXVI</a>&ndash;XXXVII, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb113">
+113</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Speelman</span> (C.), <a href="#pbix">
+IX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spelt</span> (Jan Janse), <a href="#pb73">
+73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a href=
+"#pb94">94</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sperwer</span> (Schip), <a href="#pbiii">
+III</a>, enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spiegel</span> (van een schip), <a href=
+"#pb5">5</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spitsbergen</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spraak</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb50">50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Spreeuw</span> (Schip), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>&ndash;XIV, <a href="#pbxix">XIX</a>&ndash;XX, <a href="#pb74">
+74</a>, <a href="#pb83">83</a>&ndash;84.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Staartster</span>, zie Komeet.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Steenbocx vellen</span>, <a href="#pb98">
+98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stichter</span> (J.), <a href="#pbxxii">
+XXII</a>&ndash;XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15">
+15</a>&ndash;16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Stieren</span>, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Suiker</span>, <a href="#pb66">66</a>, <a
+href="#pb98">98</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Suissima</span>, zie Tsushima.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sunischien</span>, <a href="#pb54">54</a>,
+<a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>&ndash;72.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Sutphen</span> (Schip), <a href="#pb105">
+105</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Swaen</span> (Schip), <a href="#pb111">
+111</a>, <a href="#pb113">113</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Syong-to</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Syong Htyen</span>, <a href="#pb54">
+54</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">T.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Tabak</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tacca Sanga</span> (Formosa), <a href=
+"#pb123">123</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tadjang</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tai-Ma-To</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tai-Tjyeng</span>, <a href="#pb11">
+11</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Taifoen</span>, <a href="#pb96">
+96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Takasago</span>, <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tan Lo</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tansuij</span>, zie Kelang.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Taijoan</span>, <a href="#pbiii">III</a>
+enz.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tchae-Tchiou</span>, <a href="#pbxix">
+XIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tchyeng-Am</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tempels</span>, <a href="#pb40">
+40</a>&ndash;41, <a href="#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Teijn</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Thella Penig</span>, <a href="#pb27">
+27</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Thiellado</span>, <a href="#pb20">20</a>,
+<a href="#pb54">54</a>, <a href="#pb67">67</a>, <a href="#pb70">
+70</a>&ndash;71.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tholen</span> (Schip), <a href="#pb121">
+121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Thijssz</span>, <a href="#pb86">
+86</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tieckese</span> (Titel), <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiele</span> (P. A.), <a href="#pbxxvii">
+XXVII</a>&ndash;XXVIII</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tin</span>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>,
+<a href="#pb49">49</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiocen Cock</span>, <a href="#pb31">
+31</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiongop</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tiongsiangdo</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tjyen-Tjyou</span>, l8, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra</span>, <a href="#pb19">
+19</a>&ndash;2O, <a href="#pb27">27</a>, <a href="#pb54">54</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra-To</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tong-Pok</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Traudenius</span> (P.), <a href="#pbxlvi">
+XLVI</a>&ndash;XLVIII.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tribuut</span>, <a href="#pbxxxiv">
+XXXIV</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb34">34</a>, <a href="#pb48">48</a>, <a
+href="#pb51">51</a>, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a
+href="#pb85">85</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb164" href=
+"#pb164">164</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Trollope</span> (M. N.), <a href=
+"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxiii">XXIII</a>, <a href="#pbxxx">
+XXX</a>, <a href="#pbxxxii">XXXII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Trouw</span> (Schip), <a href="#pbix">
+IX</a>, <a href="#pb98">98</a>&ndash;100.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tschyoung-Tchyeng-To</span>, <a href=
+"#pb20">20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tsee-Tsioe</span>, <a href="#pbxli">
+XLI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tsiang-k&uuml;n</span>, <a href="#pbxxxiv">
+XXXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tsushima</span>, <a href="#pbxv">
+XV</a>&ndash;XVI, <a href="#pbxxxiii">XXXIII</a>, <a href="#pbxxxv">
+XXXV</a>&ndash;XXXVII, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href=
+"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>. 115.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tuffon</span>, <a href="#pb96">96</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tumen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tycoon</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tijger</span> (Schip), <a href="#pbxiii">
+XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tijgers</span>, <a href="#pb50">
+50</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tijgervellen</span>, <a href="#pb49">
+49</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Tymatte</span>, <a href="#pb32">
+32</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">U.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Uldriksen</span> (Anthonij), <a href=
+"#pb73">73</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">V.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Vaartuigen</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb55">55</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Velsen</span> (J. van), <a href="#pbxxii">
+XXII</a>&ndash;XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15">
+15</a>&ndash;16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verbaest</span> (Jan Pieterse), <a href=
+"#pb13">13</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verburgh</span> (N.), <a href="#pbiii">
+III</a>, <a href="#pbv">V</a>&ndash;VI, <a href="#pbviii">VIII</a>, <a
+href="#pb3">3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a
+href="#pb118">118</a>&ndash;120, <a href="#pb122">122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Hendrik), <a href="#pblii">
+LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Margaretha), <a href=
+"#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Visscher</span> (Schip), <a href="#pbxliv">
+XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Visser</span> (Frans), <a href="#pb97">
+97</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vlaerdingen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>, <a href="#pb132">
+132</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vlamingh</span> (A. de), <a href="#pb122">
+122</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vliegende Hart</span> (Schip), <a href=
+"#pbiii">III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vliet</span> (D. van), <a href="#pbx">
+X</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vogel Struijs</span> (Schip), <a href=
+"#pbli">LI</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Volger</span> (W.), <a href="#pbx">X</a>,
+<a href="#pbxiv">XIV</a>&ndash;XV, <a href="#pb65">65</a>, <a href=
+"#pb79">79</a>&ndash;82.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vooreb</span>, <a href="#pb6">6</a>l.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Voortbrengselen</span> van Korea, <a href=
+"#pb49">49</a>, <a href="#pb69">69</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vos</span> (Schip), <a href="#pbiii">
+III</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vries</span> (J. Pietersz. de), <a href=
+"#pb16">16</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Vrijheijt</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxiv">XIV</a>, <a href="#pbxxiv">
+XXIV</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">W.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Waaigat</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wakende Boeij</span> (Schip), <a href=
+"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Walvisch</span> (Schip), <a href="#pb78">
+78</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Walvisschen</span>, <a href="#pb33">
+33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wapen van Hoorn</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wapen van Middelburgh</span> (Schip), <a
+href="#pbxiii">XIII</a>&ndash;XIV.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wassende Maen</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Weeder</span> (J.), <a href="#pb56">
+56</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Weltevree</span> (Jan Janse), <a href=
+"#pbxi">XI</a>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxvi">
+XXVI</a>, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pbxxxiii">
+XXXIII</a>, <a href="#pb13">13</a>&ndash;15,22, <a href="#pb25">
+25</a>&ndash;27, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a
+href="#pb84">84</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wevelinckhoven</span> (Cunera van), <a
+href="#pblii">LII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wierook</span>, <a href="#pb92">
+92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wiese</span> (Gouv. Gen.), <a href="#pbli">
+LI</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Willeboorts</span> (A), <a href="#pb97">
+97</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wiltsen</span> (N.), <a href="#pbxvi">
+XVI</a>, <a href="#pbxxi">XXI</a>&ndash;XXII, <a href="#pbxxviii">
+XXVIII</a>&ndash;XXIX, <a href="#pb9">9</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witt</span> (G. Fr. de), <a href="#pbxlvi">
+XLVI</a>, <a href="#pb125">125</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Druijff</span> (Schip), <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Leeuw</span> (Schip), <a href=
+"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a href="#pb82">82</a>, <a
+href="#pb84">84</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Paart</span> (Schip), <a href=
+"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Witte Valck</span> (Schip), <a href=
+"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Woerden</span> (Schip), <a href="#pb103">
+103</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wortel nise</span>, <a href="#pb34">34</a>,
+<a href="#pb49">49</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb114">
+114</a>&ndash;115.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wijffel maent</span>, <a href="#pb60">
+60</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Wijntint</span>, <a href="#pb7">7</a>, <a
+href="#pb10">10</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Y.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Yalu</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">IJbokken</span>, zie Eibokken.<span class=
+"pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165">165</a>]</span></li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yeh-kwan</span>, zie Iquan.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yei-na-ra</span>, <a href="#pb8">
+8</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yen Ssu Ch&rsquo;i</span>, zie Gaan Si
+Tsee.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yeng-Tchoun</span>, <a href="#pb20">
+20</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Yoongjung</span>, <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">IJzer</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li>
+</ol>
+</div>
+
+<div class="div2">
+<h3 class="normal">Z.</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li><span class="smallcaps">Zaijer</span> (Schip), <a href="#pb108">
+108</a>&ndash;109, <a href="#pb121">121</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Fort), <a href="#pbiv">
+IV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Schip), <a href="#pb77">
+77</a>&ndash;78.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zendelingen</span> (Katholieke) in Korea,
+<a href="#pbxxxii">XXXII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Ziekten</span> der Koreanen, <a href=
+"#pb47">47</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zilver</span> (Zilvermijnen), <a href=
+"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>, <a href="#pb48">
+48</a>&ndash;50, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a
+href="#pb83">83</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a
+href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zinsabrodonne</span>, <a href="#pb77">
+77</a>&ndash;80, <a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a
+href="#pb92">92</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zout</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zuidland</span>, <a href="#pb48">
+48</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zuijlen</span> (Schip), <a href="#pb89">
+89</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zwaardecroon</span>, <a href="#pbxxiv">
+XXIV</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zijde</span>, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>,
+<a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a href="#pb108">
+108</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li>
+
+<li><span class="smallcaps">Zijwormen</span>, <a href="#pb49">
+49</a>.</li>
+</ol>
+
+<span class="pagenum">[<a id="pbiiiu" href=
+"#pbiiiu">III</a>]</span></div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">UITTREKSEL UIT DE STATUTEN.</h2>
+
+<p>ART. 2.</p>
+
+<p>De Linschoten-Vereeniging heeft ten doel de uitgave in het
+oorspronkelijke, van zeldzame of onuitgegeven Nederlandsche zee- en
+landreizen en landbeschrijvingen.</p>
+
+<p>Werken van anderen aard worden slechts uitgegeven, indien daartoe
+bijzondere aanleiding bestaat.</p>
+
+<p>ART. 3.<a class="noteref" id="xd0e13090src" href=
+"#xd0e13090">1</a></p>
+
+<p>De Vereeniging bestaat uit eereleden, donateurs en gewone leden.</p>
+
+<p>Over het toetreden der leden beslist het Bestuur.</p>
+
+<p>De gewone leden betalen een jaarlijksche bijdrage van vijftien
+gulden.</p>
+
+<p>Donateurs zijn zij, die een bijdrage in eens van ten minste
+&fnof;&nbsp;500.&ndash; aan de Vereeniging schenken, of jaarlijks een
+contributie van minstens &fnof;&nbsp;40.&ndash; betalen.</p>
+
+<p>ART. 4.</p>
+
+<p>Het lidmaatschap loopt van den eersten Januari tot den laatsten
+December.</p>
+
+<p>De leden, die niet langer als zoodanig wenschen aangemerkt te
+worden, moeten daarvan aan den Secretaris v&oacute;&oacute;r den
+eersten December schriftelijk bericht zenden. Bij gebreke daarvan
+blijven zij aansprakelijk voor de bijdrage van het volgend jaar.</p>
+
+<p>ART. 5.</p>
+
+<p>De leden ontvangen een exemplaar van de werken, die door het Bestuur
+aangewezen zijn voor het jaar of de jaren, waarvoor zij hunne
+contributie hebben betaald.</p>
+
+<p><b>Voor alle nadere inlichtingen wende men zich tot den Secretaris,
+9 Lange Voorhout, &rsquo;s-Gravenhage.</b> <span class="pagenum">[<a
+id="pbivu" href="#pbivu">IV</a>]</span></p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e13090src" id="xd0e13090">1</a></span> Van af 1 Jan. 1921.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">REGELEN VOOR DE UITGAVEN DER
+LINSCHOTEN-VEREENIGING.</h2>
+
+<p>1. Zooveel mogelijk zal elke Zee- of Landreis, dan wel
+Landbeschrijving, <i>afzonderlijk</i> worden uitgegeven. Slechts bij al
+te geringen omvang van een dezer, kan een andere tekst toegevoegd
+worden aan de uitgave; deze toe te voegen tekst moet evenwel aansluiten
+in onderwerp, of den hoofdtekst aanvullen. Groote teksten worden in
+meer dan een deel gesplitst.</p>
+
+<p>2. Voor elke uitgave wordt den bewerker als eisch gesteld: dat zij
+bevat als Inleiding een korte <i>Biographie</i> van den schrijver van
+&rsquo;t reisverhaal; een uiteenzetting van de <i>Aanleiding tot de
+reis</i>; en een <i>Bibliographie</i> van eventueele vroegere drukken
+van het reisverhaal; voorts opheldering in den vorm van <i>Noten</i>
+onder den tekst, daar waar de tekst opheldering vereischt; en een <i>
+Register</i> (of <i>Registers</i>), benevens een lijst van
+geraadpleegde werken met plaats en jaar van uitgave aan &rsquo;t
+slot.</p>
+
+<p>3. De bewerker heeft vrijheid, in zijne Inleiding het resultaat
+eener reis ook te beschouwen in zijn verband met later ondernomen
+reizen naar dezelfde streek of streken.</p>
+
+<p>4. De noten onder den tekst moeten <i>sober</i> blijven, en niet
+vervallen in uitweidingen. Is er echter bepaalde noodzakelijkheid om
+dieper in te gaan op het een of ander gedeelte van den tekst, dan mag
+dat geschieden in eene <i>Bijlage</i> achteraan. Ook hier echter blijft
+soberheid plicht.</p>
+
+<p>5. De tekst zelve moet <i>met de grootste nauwkeurigheid
+herdrukt</i> worden naar de beste oudere uitgave, c.q. nauwkeurig
+gedrukt naar het handschrift dat voor de uitgave dient. De orgineele
+<span class="pagenum">[<a id="pbvu" href=
+"#pbvu">V</a>]</span>paginatuur van dien standaarddruk, dan wel van het
+handschrift, wordt in de uitgaven der Linschoten-Vereeniging tusschen
+groote haken [] doorloopend mede-opgenomen.</p>
+
+<p>6. Als algemeene regel geldt dat de tekst <i>onverkort</i> wordt
+gedrukt. Uitlatingen zijn slechts dan veroorloofd, als het iets geheel
+onbelangrijks geldt. De bewerker moet dan echter in een noot toch
+rekenschap geven van wat hij wegliet.</p>
+
+<p>7. Indien er voor de kennis van eene bepaalde Zee- of Landreis
+behalve de aan den druk ten grondslag gelegde tekst, in archieven of
+bibliotheken nog andere bronnen bestaan, moeten deze bij de uitgave
+gebruikt en (indien noodig) in inleiding, noten of bijlagen verwerkt
+worden.</p>
+
+<p>8. Het opnemen van kaarten en platen wordt aan den bewerker
+overgelaten, in overleg met de Commissie van voorbereiding. <span
+class="pagenum">[<a id="pbviu" href="#pbviu">VI</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE
+LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2>
+
+<p>De prijzen zijn die welke gelden van af 1 Januari 1921.</p>
+
+<p>I. <b>DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</b> naar de IJszee en de
+Amerikaansche kust, 1611&ndash;1612. Verzameling van bescheiden,
+uitgegeven door Mr. S. MULLER Fz. 1909. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p><span lang="en"><b>HENRY HUDSON IN HOLLAND</b>. An inquiry into
+origin and objects of the voyage which led to the discovery of the
+Hudson River by HENRY C. MURPHY. Reprinted, with notes, documents and a
+bibliography, by WOUTER NIJHOFF, Secretary to the</span>
+&ldquo;Linschoten-Vereeniging&rdquo;. 1909. gr. 8vo. In linnen band,
+kop verguld ... &fnof;&nbsp;6.&ndash;</p>
+
+<p>II. <b>ITINERARIO.</b> Voyage ofte schipvaert van Jan Huygen van
+Linschoten naer Oost ofte Portugaels Indi&euml;n, 1579&ndash;1592.
+Uitgegeven door Prof. Dr. H. KERN. 1912. 2dln. Met portret, 3 kaarten
+en 5 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verg.
+&fnof;&nbsp;25.&ndash;</p>
+
+<p>III. <b>KORTE HISTORIAEL</b> ende Journaels Aenteyckeninge van
+verscheyden voyagiens in de vier deelen des wereldtsronde, als Europa,
+Africa, Asia ende Amerika gedaen door d. DAVID PIETERSZ. DE VRIES,
+uitgegeven door Dr. H.T. COLENBRANDER 1911. Met portret, 2 kaarten en
+18 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ...
+&fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>IV. <b>DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</b> ter ontdekking van het
+Zuidland, 1721&ndash;1722. Verzameling van stukken, uitgegeven door
+F.E. Baron MULERT. Met een aanhangsel over de waarnemingen der
+kompasmiswijzing op Roggeveen&rsquo;s tocht, verricht door Dr. W. VAN
+BEMMELEN. 1911. Met 3 kaarten en 2 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop
+verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>V. <b>BESCRIJVINGHE</b> ende historische verhael van het Gout
+Koninckryck van Gunea anders de Gout-custe de Mina genaemt, liggende in
+het deel van Afrika, door P. DE MAREES, uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. 1912. Met 1 kaart en 21 platen, gr. 8vo.
+In linnen band, kop verguld &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>VI. <b>TOORTSE DER ZEEVAART</b> door DIERICK RUITERS, 1623. SAMUEL
+BRUN&rsquo;S Schiffarten, 1624, uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. 1914. Met 1 kaart en 1 plaat. gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>VII. <b>DE EERSTE SCHIPVAART</b> der Nederlanders naar
+Oost-Indi&euml; onder Cornelis de Houtman, 1595&ndash;1597. Journalen,
+documenten en andere bescheiden, uitgegeven en toegelicht door G.P.
+ROUFFAER en J.W. IJZERMAN. I. d&rsquo;Eerste boeck van Willem
+Lodewycksz. 1915. Met titelplaat, 2 portretten, 8 kaarten en 47 platen,
+gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;25.&ndash;</p>
+
+<p>VIII. <b>REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN</b> naar het Noorden,
+1594&ndash;1595. Uitgegeven door S.P. L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER.
+1914. Met 14 platen en 4 kaarten, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld
+... &fnof;&nbsp;20.&ndash; <span class="pagenum">[<a id="pbviiu" href=
+"#pbviiu">VII</a>]</span></p>
+
+<p>IX. <b>DIRCK GERRITSZ. POMP</b>, alias Dirck Gerritsz. China. De
+eerste Nederlander die China en Japan bezocht, 1544&ndash;1604. Zijn
+reis naar en verblijf in Zuid-Amerika. Grootendeels naar Spaansche
+bescheiden bewerkt door J.W. IJZERMAN. 1915. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>X. <b>DE OPEN DEURE</b> tot het verborgen heydendom, door ABRAHAM
+ROGERIUS, uitgegeven door W. CALAND. 1915. Met titelplaat, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;12.50</p>
+
+<p>XI. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven
+door E.C. GOD&Eacute;E MOLSBERGEN. <b>Eerste deel</b>. Tochten naar het
+Noorden, 1652&ndash;1686. 1916. Met 3 kaarten en 9 platen, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p>
+
+<p>XII. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven
+door E.C. GOD&Eacute;E MOLSBERGEN. <b>Tweede deel</b>. Tochten naar het
+Noorden, 1686&ndash;1806. 1916. Met 1 kaart en 12 platen, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p>
+
+<p>XIII. <b>DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE</b> in Cambodja en Laos.
+Verzameling van bescheiden van 1636&ndash;1670, uitgegeven en
+toegelicht door DR. HENDRIK P.N. MULLER. 1917. Met 1 kaart en 3
+afbeeldingen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ...
+&fnof;&nbsp;20.&ndash;</p>
+
+<p>XIV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN
+CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden 1594&ndash;1597.
+Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. Eerste deel. 1917. Met 5 kaarten en 27
+platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p>
+
+<p>XV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN
+CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden, 1594&ndash;1597.
+Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P.
+L&rsquo;HONOR&Eacute; NABER. <b>Tweede deel</b>. (Inleiding en
+Bijlagen). 1917. Met 2 kaarten en 12 platen en afbeeldingen en eene
+bibliographie van de &ldquo;Drie Seylagien&rdquo; en literatuur
+(1853&ndash;1917) over de Noordelijke reizen van 1594&ndash;1597, door
+Dr. C.P. BURGER JR. gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i>
+uitverkocht</i></p>
+
+<p>XVI. <b>JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA</b> (1598&ndash;1601)
+door HENDRIK OTTSEN. Met inleiding en bijlagen, uitgegeven door J.W.
+IJZERMAN. 1918. XXIV, CXLV, en 253 blz. Met 3 kaarten en 5 platen, gr.
+8vo. In half linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;20.&ndash;</p>
+
+<p>XVII. <b>DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN</b> en <b>FRANCHOYS
+JACOBSZOON VISSCHER</b>, ter nadere ontdekking van het Zuidland
+(Australi&euml;) in 1642&ndash;1644. Met inleiding en aanteekeningen
+uitgegeven door R. POSTHUMUS MEYJES. 1919. XXII, XCVIII en 300 blz. Met
+10 gedeeltelijk gekleurde kaarten en 68 afbeeldingen, gr. 8vo. In
+linnen band, kop verguld ... &fnof;&nbsp;25.&ndash; <span class=
+"pagenum">[<a id="pbviiiu" href="#pbviiiu">VIII</a>]</span></p>
+
+<p>Zij, die als lid toetreden tot de Linschoten-Vereeniging
+(jaarlijksche contributie &fnof;&nbsp;15.&ndash;) kunnen
+&eacute;&eacute;n exemplaar van onderstaande werken ontvangen als
+volgt:</p>
+
+<div class="table">
+<table>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1909.</td>
+<td valign="top">I.</td>
+<td valign="top">DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</td>
+<td valign="top">voor &fnof;&nbsp;10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">HENRY HUDSON IN HOLLAND</td>
+<td valign="top">voor - 5.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1910.</td>
+<td valign="top">II.</td>
+<td valign="top">ITINERARIO VAN J.H. VAN LINSCHOTEN. 2dln.</td>
+<td valign="top">voor - 20.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1911.</td>
+<td valign="top">III.</td>
+<td valign="top">KORTE HISTORIAEL ENDE JOURNAELS AENTEYCKENINGEN VAN
+VERSCHEYDEN VOYAGIENS DOOR D. DAVID PIETERSZ. DE VRIES</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">IV.</td>
+<td valign="top">DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1912.</td>
+<td valign="top">V.</td>
+<td valign="top">BESCHRYVINGHE VAN HET GOUT KONINCKRIJK VAN GUNEA DOOR
+P. DE MAREES</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">VI.</td>
+<td valign="top">TOORTSE DER ZEEVAART, DOOR DIERICK RUITERS, SAMUEL
+BRUN&rsquo;S SCHIFFARTEN</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1913.</td>
+<td valign="top">VII.</td>
+<td valign="top">DE EERSTE SCHIPVAART DER NEDERLANDERS NAAR
+OOST-INDI&Euml; ONDER CORNELIS DE HOUTMAN, 1595&ndash;1597</td>
+<td valign="top">voor - 20.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1914.</td>
+<td valign="top">VIII.</td>
+<td valign="top">REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN NAAR HET
+NOORDEN</td>
+<td valign="top">voor - 15.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">IX.</td>
+<td valign="top">DIRCK GERRITSZ. POMP, ALIAS DIRCK GERRITSZ. CHINA.
+ZIJN REIS NAAR EN VERBLIJF IN ZUID-AMERIKA</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1915.</td>
+<td valign="top">X.</td>
+<td valign="top">DE OPEN-DEURE TOT HET VERBORGEN HEYDENDOM DOOR ABRAHAM
+ROGERIUS</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">XI.</td>
+<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel
+I</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1916.</td>
+<td valign="top">XII.</td>
+<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel
+II</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">XIII.</td>
+<td valign="top">DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE IN CAMBODJA EN LAOS</td>
+<td valign="top">voor - 15.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1917.</td>
+<td valign="top">XIV.</td>
+<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel
+I</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">XV.</td>
+<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel
+II</td>
+<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1918.</td>
+<td valign="top">XVI.</td>
+<td valign="top">JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA,
+1598&ndash;1601, DOOR HENDRIK OTTSEN</td>
+<td valign="top">voor - 15.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ ">1919.</td>
+<td valign="top">XVII.</td>
+<td valign="top">DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN en FRANCHOYS
+JACOBSZOON VISSCHER, 1642&ndash;44</td>
+<td valign="top">voor - 20.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">BALDAEUS, AFGODERYE DER OOST-INDISCHE HEYDENEN</td>
+<td valign="top">voor - 10.&ndash;</td>
+</tr>
+
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top" class="
+ alignright
+ "></td>
+<td valign="top">DE VILLIERS, STORM VAN &rsquo;S-GRAVESANDE</td>
+<td valign="top">voor - 12.&ndash;</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+
+<p> <span class="pagenum">[<a id="pbixu" href=
+"#pbixu">IX</a>]</span></p>
+</div>
+
+<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href=
+"#toc">Inhoud</a>]</span>
+
+<h2 class="normal">NAAMLIJST DER LEDEN VAN DE
+LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2>
+
+<p>op 1 Januari 1920<a class="noteref" id="xd0e13475src" href=
+"#xd0e13475">1</a></p>
+
+<p>BESCHERMVROUW:</p>
+
+<p><span class="abbr" title="Hare Majesteit"><abbr title="Hare
+Majesteit">H.M.</abbr></span> DE KONINGIN.</p>
+
+<p>EERE-VOORZITTER:</p>
+
+<p><span class="abbr" title="Zijne Koninklijke Hoogheid"><abbr title=
+"Zijne Koninklijke Hoogheid">Z.K.H.</abbr></span> PRINS HENDRIK.</p>
+
+<p>BESTUUR IN 1920:</p>
+
+<p>Prof. Dr. H.T. Colenbrander, <i>Voorzitter</i> (1923).<br>
+ Wouter Nijhoff, <i>Secretaris</i> (1922).<br>
+ Dr. D.F. Scheurleer, <i>Penningmeester</i> (1923).<br>
+ W.A. Engelbrecht (1924).<br>
+ R. Posthumus Meyjes (1922).<br>
+ F.E. Baron Mulert (1921).<br>
+ S.P. L&rsquo;Honor&eacute; Naber (1921).<br>
+ Dr. F.C. Wieder (1924).<br>
+ J.W. IJzerman (1925).</p>
+
+<p>DONATEUR VOOR HET LEVEN:</p>
+
+<p>Dr. C. J. Wynaendts Francken, Leiden.</p>
+
+<p>DONATEURS:</p>
+
+<p>Bataviaasch Genootschap voor K. en W., Batavia.<br>
+ Mevr. de Wed. Mr. C.Th. van Deventer, Den Haag, Surinamestraat 20.<br>
+ August Janssen, Amsterdam, Keizersgracht 690.<br>
+ Kon. Nederl. Mij. tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Ned.
+Indi&euml;, Den Haag, Carel van Bylandtlaan 30.<br>
+ Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, Delft.<br>
+ Nederlandsche Handel-Maatschappij, Amsterdam.<br>
+ Raad van Beheer der Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij, Den
+Haag.<br>
+ H.C. Rehbock, Amsterdam, Heerengracht 470.<br>
+ J.A.J. de Villiers, London.<br>
+ J.W. IJzerman, Den Haag, Huize Oosterbeek, Haagsche Bosch. <span
+class="pagenum">[<a id="pbxu" href="#pbxu">X</a>]</span></p>
+
+<p>LEDEN.</p>
+
+<p>E.J. Aalders, Rotterdam, Eendrachtsweg 16.<br>
+ C.J.K. van Aalst, Amsterdam, Heerengracht 502.<br>
+ C. Abels, Amsterdam, Prinsengracht 862.<br>
+ Dr. N. Adriani, Oegstgeest.<br>
+ F.C. Baron van Aerssen Beyeren, Hilversum, Utrechtscheweg 57.<br>
+ Algemeene Visscherij Maatschappij, IJmuiden.<br>
+ Amsterdamsche Historische Leeskring, Amsterdam, Prinsengracht 650.<br>
+ Archief der Gemeente, Rotterdam.<br>
+ F.L.G. d&rsquo;Aumerie, Scheveningen, Prins Willemstraat 19.<br>
+ Jhr. Mr. J.F. Backer, Amsterdam, Keizersgracht 639.<br>
+ J.F.L. de Balbian Verster, Amsterdam, Prinsengracht 579.<br>
+ J. Fred. Bangert, Amsterdam, Weteringschans 227.<br>
+ F. Bauduin, Warnsveld, &ldquo;Huize Baank&rdquo;.<br>
+ H. Beckering Vinckers, Zalt-Bommel.<br>
+ Chr. Beels, Amsterdam, Van Eeghenstraat 70.<br>
+ H.L. Bekker, Rotterdam, Parkstraat 2 (hoek Parklaan).<br>
+ Mr. G.J.A. van Berckel, Den Haag, Laan van Meerdervoort 27.<br>
+ J.A. Berkhout, Amsterdam, Ferd. Bolstraat 42.<br>
+ H. Bessem, Tiel.<br>
+ D.G. van Beuningen, Rotterdam, Parklaan 46.<br>
+ Bibliotheek der Gemeente Rotterdam, van Hogendorpsplein 8.<br>
+ Bibliotheek v.d. Handels-Hoogeschool, Rotterdam.<br>
+ Bibliotheek der Landbouw-Hoogeschool, Wageningen.<br>
+ Bibliotheek v.d. Teyler&rsquo;s Stichting, Haarlem.<br>
+ Mr. J. Bierens de Haan, Amsterdam.<br>
+ J.W. Blankert, Bilthoven, Julianalaan 41.<br>
+ Prof. Dr. P.J. Blok, Leiden.<br>
+ J.J.T. Blijdenstein, Amsterdam, Doelenhotel.<br>
+ Th.W. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 544.<br>
+ Mr. W.B. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 572.<br>
+ A.G. Boissevain, Amsterdam, van Baerlestraat.<br>
+ Charles Boissevain, Naarden, Drafna.<br>
+ Walraven Boissevain, Amsterdam, Keizersgracht 143.<br>
+ W.C. Bolle, Rotterdam, Villa Walk&uuml;re, Vijverlaan.<br>
+ W.C. Bonebakker, Amsterdam, Keizersgracht 580.<br>
+ H. de Booy, Amsterdam, Heerengracht 450.<br>
+ W. Broese van Groenou Sr., Scheveningen, Parkweg 9<i>a</i>.<br>
+ N. de Brouwers, Delfzijl.<br>
+ W.G.L. Brunings, Amsterdam, Wouwermanstraat 34.<br>
+ J. de Bruyn, Amsterdam, Heerengracht 237.<span class="pagenum">[<a id=
+"pbxiu" href="#pbxiu">XI</a>]</span><br>
+ Dr. C.P. Burger Jr., Amsterdam, Overtoom 141.<br>
+ A.K. Castelein, Amsterdam, Amsteldijk 75.<br>
+ Dr. S.A. van der Chijs, Veenhuizen 1.<br>
+ Mevr. A.B. van Citters Vissering, Amsterdam, Banstraat
+28<sup>hs</sup>.<br>
+ J.H. Cohen Stuart, Delft, Oostsingel 18.<br>
+ W.J. Cohen Stuart, Scheveningen, Dirk Hoogenraadstraat 224.<br>
+ Prof. Dr. H.T. Colenbrander, Leiden, &ldquo;Huis ter Lugt&rdquo;.<br>
+ College Zeemanshoop, Amsterdam, Heerengracht 472.<br>
+ P.C. Coops, Amsterdam, Marinekade 9.<br>
+ W. Cornelis, Utrecht, Stadhouderslaan 67.<br>
+ H. Cox, Amersfoort, Utrechtsche Straatweg 110.<br>
+ C. Craandijk, Den Haag, Prins Mauritslaan 72.<br>
+ Patric Cramer, Overveen, &ldquo;Huize Dompvloed&rdquo;.<br>
+ J.T. Cremer, Santpoort, &ldquo;Duin en Kruidberg&rdquo;.<br>
+ J.B. Crol, Rotterdam, Westersingel 92.<br>
+ D.Croll, Rotterdam, Esschenlaan 44.<br>
+ H.A. Crommelin, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 14.<br>
+ Ernst Crone, Amsterdam, Hobbemastraat 12.<br>
+ A.F.H. Dalhuisen, Vlissingen, Torpedoboot G8.<br>
+ W. van Dam, Rotterdam, Heemraadsingel 319.<br>
+ Deli-Batavia Maatschappij, Amsterdam, Keizersgracht 173.<br>
+ Departement van Marine, Den Haag.<br>
+ H. Dirkzwager, Maassluis.<br>
+ W.A.L. Domis, Amsterdam, Vondelstraat 5.<br>
+ B. van Donselaar, Rotterdam, Heemraadsingel 148.<br>
+ H.E. Driessen, Haarlem, Baan 13.<br>
+ J. Dudok van Heel, Amsterdam, Koninginneweg 32.<br>
+ A.C. Dunlop, Den Haag, Deprt. van Buitenl. Zaken.<br>
+ H. Dunlop, Den Haag, Bezuidenhout 375.<br>
+ C. van Eeghen, Huizen, &ldquo;de Duinen&rdquo;.<br>
+ P. Eikenboom, Utrecht, Oude Gracht 324<sup>bis</sup>.<br>
+ Mevr. L. Elemans-Brouwers, Zalt-Bommel.<br>
+ Mr. D. Ellis van Raalte, Rotterdam, Voorschoterlaan 76.<br>
+ J. van Elsas, Amsterdam, Elisabeth Wolfstraat 49.<br>
+ W.A. Engelbrecht, Rotterdam, Rivierstraat 12.<br>
+ Mr. M. Ensched&eacute;, Den Haag, Daendelsstraat 33.<br>
+ G.L.M. van Es, Rotterdam, Westplein 11.<br>
+ Dr. W. van Everdingen, Bilthoven, Soestdijkerstraatweg,<br>
+ H.H. Evers, Scheveningen, Oude Schevingscheweg 50.<br>
+ Mr. Dr. G.J. Fabius, Rotterdam, Parklaan 40.<br>
+ P.J. Feteris, Vlissingen.<br>
+ L.G. Frerichs, Amsterdam, Alb. Thymstraat 15<sup>huis</sup>.<br>
+ Mr. Th.A. Fruin, Rotterdam, Wijnhaven 143.<br>
+ J.P. Funke, Schevingen, van Lennepweg 8.<span class="pagenum">[<a id=
+"pbxiiu" href="#pbxiiu">XII</a>]</span><br>
+ Mr. J.H. Geertsema Wz., Utrecht.<br>
+ Joan Gelderman, Oldenzaal, &ldquo;Eikendal&rdquo;.<br>
+ Geographisch Instituut, Utrecht.<br>
+ Germanistisch Seminarium aan de Universiteit, Groningen.<br>
+ M. J.A. van Gigch, Den Haag, Obrechtstraat 81.<br>
+ D. Goedkoop Dzn., Amsterdam, Keizersgracht 729.<br>
+ A.J.M. Goudriaan, Rotterdam, Hoflaan 71.<br>
+ F.H.A. Greve, Den Helder, Hoofdgracht 52.<br>
+ H.M. de Groot, Terneuzen.<br>
+ H.A. Groskamp, Hilversum, Steynlaan 9.<br>
+ Mr. J.L. Gunning, Amsterdam, Amstel 220.<br>
+ S. van Gijn, Dordrecht, Nieuwe Haven 39.<br>
+ A. de Haan, Amsterdam, Nicolaas Witsenstraat 9.<br>
+ Mr. S.N.B. Halbertsma, Rotterdam, Walenburgerweg 57.<br>
+ Mr. F. van Hasselt, Rotterdam, Calandstraat 58.<br>
+ T.H. van Hattum van Ellewoutsdijk, Wassenaar, Huize
+&ldquo;Sonnenburgh&rdquo;.<br>
+ N. Hazelhoff, Amsterdam, Wyttenbachstraat 93<sup>1</sup>.<br>
+ J.B. van Heek, Enschede, &ldquo;Noorderhagen&rdquo;.<br>
+ Prof. Mr. J.E. Heeres, Den Haag, Benoordenhoutscheweg 6.<br>
+ A.M. Hekking, Willemsoord, a/b Hr. Ms. &ldquo;Zeeland&rdquo;.<br>
+ F.K.J. Heringa, Den Haag, Stadhouderslaan 101.<br>
+ H. Hissink, Amsterdam, Jan Luykenstraat 96.<br>
+ Historisch Genootschap, Utrecht.<br>
+ G.G.W.C. Baron van H&ouml;evell tot Nijenhuis, Den Haag, Wilgstraat
+71.<br>
+ C. van &rsquo;t Hoff, Rotterdam, Veerhaven 15.<br>
+ A.B. van Holkema, Amsterdam, Keizersgracht 611.<br>
+ G.J. Honig, Zaandijk.<br>
+ Jhr. M.W.H. Hooft, Den Haag, Kanaalstraat 12.<br>
+ J.H. Hoogendijk, Amsterdam.<br>
+ J.E. van Hoogenhuyze, Amsterdam, Banstraat 8.<br>
+ J.H. van Hoogstraten, Amersfoort.<br>
+ Jhr. H.T. Hora Siccama, Den Haag, Kneuterdijk.<br>
+ A.P.H. Hotz, Den Haag, Bezuidenhout 265e.<br>
+ G.B. Hoyer, Ede.<br>
+ I.M. Hudig, Rotterdam, Maasstraat 3.<br>
+ J. Hudig Dzn., Hilversum, Heuvellaan 7.<br>
+ W.C. Hudig, Rotterdam, Nieuwe Binnenweg 178.<br>
+ Prof. Dr. J. Huizinga, Leiden.<br>
+ Dr. J. de Hullu, Den Haag, Elandstraat 6.<br>
+ J.H. Hummel, Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br>
+ J. Jannette Walen, Rotterdam, Willemskade 6.<br>
+ C.W. Janssen, Amsterdam, Leidschegracht 13/15.<br>
+ Java-China-Japan Lijn, Amsterdam, Prins Hendrikkade 112/114.<span
+class="pagenum">[<a id="pbxiiiu" href="#pbxiiiu">XIII</a>]</span><br>
+ G.H. Jiskoot, Amsterdam, van Eeghenstraat 100.<br>
+ A.B. Jochems, Rotterdam.<br>
+ J.C. Joekes, Den Haag, 2<sup>e</sup> Emmastraat 252.<br>
+ Jhr. Mr. B. de Jonge, Zutphen.<br>
+ Mevrouw de Wed. J.O. de Jongh-Rouffaer, Den Haag, Sweelinckstraat
+72.<br>
+ Frans Jurgens, Nijmegen, &ldquo;Heyendael&rdquo;.<br>
+ D. Kaan, Amsterdam.<br>
+ L. Keers, Rotterdam, Voorschoterlaan 11.<br>
+ A.O. van Kerkwijk, Den Haag, Nassaulaan 22.<br>
+ J.B.J. Kerling, Den Haag, van Merlenstraat 89.<br>
+ W.J. Kermer Jr., Amsterdam, Amstel 336.<br>
+ H.E. Kern, Voorburg.<br>
+ A. Kleiweg de Zwaan, Amsterdam, van Eeghenstraat 65/75.<br>
+ A. Klene, Bussum, Brediusweg 25.<br>
+ Prof. Dr. L. Knappert, Leiden.<br>
+ H.J. Knottenbelt, Rotterdam, Heemraadsingel 97.<br>
+ Mr. F.C. Koch, Rotterdam, Westersingel 86.<br>
+ J. Kofman, Gouda, Krugerlaan 32.<br>
+ E. Kol, Amsterdam, Heerengracht 130.<br>
+ D.H. Kolff, Rotterdam, Westerstraat 25<i>a</i>.<br>
+ Kon. Instituut voor de Marine, Willemsoord.<br>
+ Kon. Instituut v. Taal-, Land- en Volkenkunde v. N.I., Den Haag.<br>
+ Kon. Nederl. Aardrijkskundig Genootschap, Amsterdam.<br>
+ Kon. Bibliotheek, Den Haag.<br>
+ Kon. Nederl. Vereeniging Onze Vloot, Den Haag, Spui
+28<sup>b</sup>.<br>
+ Kon. Paketvaart Mij., Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br>
+ Kon. Roei- en Zeilvereeniging &ldquo;de Maas&rdquo;, Rotterdam.<br>
+ N.E. Kr&ouml;ller, Den Haag, Nassaulaan 25.<br>
+ Mr. G.M. Kruimel, Amsterdam, Sarphatipark 79.<br>
+ Dr. E.T. Kuiper, Amsterdam, Koninginneweg 2.<br>
+ W. Laman Trip, Hilversum, Ministerpark 6.<br>
+ C.L.M. Lambrechtsen van Ritthem, Hilversum, Villa &ldquo;Duo
+Decimo&rdquo;.<br>
+ Allert de Lange, Amsterdam, Damrak 62.<br>
+ N. Laseur, Utrecht.<br>
+ A. van Leer, Hilversum, &ldquo;Dennenoord&rdquo;,
+Trompenbergerweg.<br>
+ Jhr. L.H. van Lennep, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 22.<br>
+ R. van Lennep, Amsterdam, Heerengracht 580.<br>
+ A.C. Lensen, Wassenaar, &ldquo;Dennenheuvel&rdquo;, Gr.
+Hasebroekscheweg 1.<br>
+ W.J.H. Leuring, Mook (L.), &ldquo;Huize Middelaer&rdquo;.<br>
+ Dr. W.J. Leyds, Den Haag, Frankenslag 337.<br>
+ B.H. van der Linden, Den Haag, Schuytstraat 143.<br>
+ Lindeteves-Stokvis, Amsterdam, J. W. Brouwersplein 2.<br>
+ C.A. Lion Cachet, Vreeland.<span class="pagenum">[<a id="pbxivu" href=
+"#pbxivu">XIV</a>]</span><br>
+ P. Loekemeyer, Dordrecht, Reeweg 40.<br>
+ S.L. van Looy, Amsterdam, Keizersgracht 198.<br>
+ Mr. H.A. Lorentz, Den Haag.<br>
+ Jhr. H. Loudon, Den Haag, Prinsessegracht 22.<br>
+ C.W.O. Lucardi, Rotterdam, Parkstraat.<br>
+ P.L. Lucassen, Amsterdam, Raadhuisstraat 29.<br>
+ D.J. Baron van Lynden, Den Haag, Noordeinde 152.<br>
+ J.W. Macdonald, Amsterdam, Heerengracht 543.<br>
+ Z.G.Ph. Marcella, Rotterdam, Mathenesserlaan 324.<br>
+ W.J.J. van der Meer, Den Haag, Stadhouderslaan 118.<br>
+ Mr. R. Mees, Rotterdam, Parklaan 11.<br>
+ Mr. W.A. Mees, Rotterdam, Parklaan 9.<br>
+ B. Meesters, Amsterdam, Utrechtschestraat 41<i>a</i>.<br>
+ H. Meinesz, Haarlem, Florapark 1.<br>
+ Anton Mensing, Amsterdam.<br>
+ Mr. E.E. Menten, Den Haag, Houtweg 3.<br>
+ J. Merkelbach Jzn., Amsterdam, Adm. de Ruyterweg 103<sup>1</sup>.<br>
+ A.H. van der Mersch, Zeist, Driebergsche Weg.<br>
+ Dr. R. v.d. Meulen Rzn., Leiden, Maria Gondastraat 49.<br>
+ J.M. van der Mey, Amsterdam, Nic. Maesstraat 32.<br>
+ J.F. Milders, Vlissingen, a/b Hr. Ms. &ldquo;Wachtschip&rdquo;.<br>
+ Chr. Moes, Amsterdam, Keizersgracht 780.<br>
+ Prof. Dr. G.A.F. Molengraaff, Delft, Kanaalweg 8.<br>
+ H.G.J. de Monchy, Rotterdam, Leuvehaven 72.<br>
+ J.J. Moret, Scheveningen, Cremerweg 6.<br>
+ A.G. M&ouml;rzer-Bruyns, Den Haag, Heerengracht 42.<br>
+ M. Mouton, Den Haag, Nassauplein 16.<br>
+ W.A. Mouton, Den Haag, Nassau-Dillenburgstraat 40.<br>
+ B.M. Mulder, Amsterdam, Vrolikstraat 298<sup>1</sup>.<br>
+ F.E. Baron Mulert, Ommen, &ldquo;Piet Hein&rdquo;.<br>
+ Abram Muller, Amsterdam, Van Eeghenstraat 96.<br>
+ Gerard Muller, Amsterdam, Binnen Amstel 82.<br>
+ Museum voor Land-en Volkenkunde en Maritiem Museum &ldquo;Prins
+Hendrik&rdquo;, Rotterdam.<br>
+ S.P. L&rsquo;Honor&eacute; Naber, Amsterdam, Lomanstraat 4.<br>
+ Nederlandsch Indische Bestuursacademie, Den Haag, 1e Sweelinckstraat
+26.<br>
+ Prof. J.F. Niermeijer, Utrecht.<br>
+ B. Nierstrasz, Amsterdam, Prins Hendriklaan 26.<br>
+ H.A. van Nievelt, Wassenaar, Huize &ldquo;Hoog-Wolde&rdquo;.<br>
+ H. Nijgh, Rotterdam, Westersingel 65.<br>
+ Paul Nijhoff, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 11.<br>
+ Wouter Nijhoff, Den Haag, Lange Voorhout 9.<br>
+ D. Obreen, Rotterdam, Avenue Concordia 76.<span class="pagenum">[<a
+id="pbxvu" href="#pbxvu">XV</a>]</span><br>
+ W.H.J. Oderwald, Amsterdam, Vondelstraat 130.<br>
+ J.S.C. Olivier, Nieuwediep, a/b Hr. Ms. &ldquo;Kon. Emma&rdquo;.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Amsterdam.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, R. K., Delft, Oude Delft
+122<i>a</i>.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Dordrecht.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Den Haag.<br>
+ Openbare Leeszaal, Groningen.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Leeuwarden.<br>
+ Openbare Leeszaal en Boekerij, Nijmegen, Oranjesingel 2<i>a</i>.<br>
+ Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Zaandam.<br>
+ C.L. Oranje, Bloemendaal, Kleverlaan 151.<br>
+ J.R. van Osselen, Amsterdam, Jan-Luykenstraat 5.<br>
+ Nanne Ottema, Leeuwarden, Prins Hendrikstraat 6.<br>
+ Mr. C.P.D. Pape, Den Haag, Prinsessegracht 20.<br>
+ F.W.A.J. van Peski, Rotterdam, &rsquo;s Gravendijkwal 157.<br>
+ Prof. Mr. P. Pet, Amsterdam, Prinsengracht 405.<br>
+ J.M. Phaff, Den Haag, van Boetzelaerlaan 80.<br>
+ W.F. Piek, Rotterdam, Parkstraat 10.<br>
+ Jacq. Pierot Jr., Rotterdam, Mathenesserlaan 435.<br>
+ Mr. Th.B. Pleyte, Den Haag, Nassaulaan 29.<br>
+ N. Posthumus, Den Haag, Daendelsstraat 68.<br>
+ Prof. Mr. N.W. Posthumus, Rotterdam, Mathenesserlaan 464.<br>
+ R. Posthumus Meyjes, Soesterberg.<br>
+ Ary Prins, Schiedam, Nieuwe Haven 153.<br>
+ Provinciale Bibliotheek van Friesland, Leeuwarden.<br>
+ W.J. Puhringer, Apeldoorn, Daendelsweg 62.<br>
+ P.A. Pijnappel, &ldquo;De Hoornboeg&rdquo; bij Hilversum.<br>
+ W.J. Rahder, Den Haag, Louise de Colignyplein 12.<br>
+ Jhr. Mr. H. de Ranitz, Epe (Geld.).<br>
+ Redaktie van &ldquo;Het Nederl. Zeewezen&rdquo;, Den Haag, Schenkkade
+233.<br>
+ Mr. R. van Rees, Amsterdam, Keizersgracht 69.<br>
+ H. Regoort, Watergraafsmeer, Middenweg 155.<br>
+ J.P. Remijnse, Bilthoven, Prins Hendriklaan 22.<br>
+ Jhr. Marten W. van Rensselaer Bowier, Amsterdam, Brouwersgr. 47.<br>
+ Jhr. P.J. Repelaer, Zeist, &ldquo;Huize Beeklust&rdquo;.<br>
+ G. Ribbius Peletier Jr., Utrecht, Maliebaan 15.<br>
+ Jhr. Mr. Dr. J.J. Rochussen, Rotterdam, Mathenesserlaan 235.<br>
+ Jhr. J.A. Ro&euml;ll, Den Haag, 3e Van den Boschstraat 3.<br>
+ A.F.J. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br>
+ H.A. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br>
+ Dr. A.G. Roos, Groningen, Ebbingestraat 47<sup>24</sup><i>a</i>.<br>
+ G. Rooseboom, Den Haag, Riouwstraat 192.<br>
+ P.J. Roosegaarde Bisschop, Overveen, Terhofstedeweg 9.<br>
+ N.A. Rost van Tonningen, Willemsoord, a/b Hr. Ms.
+&ldquo;Zeehond&rdquo;.<span class="pagenum">[<a id="pbxviu" href=
+"#pbxviu">XVI</a>]</span><br>
+ Rotterdamsch Leeskabinet, Rotterdam, Geldersche kade 18.<br>
+ G.P. Rouffaer, Den Haag, van Bleiswijkstraat 71<sup>f</sup>.<br>
+ Bernhard E. Ruys, Rotterdam, Westerkade 7.<br>
+ J.A. Ruys, Rotterdam, Mathenesserlaan 334.<br>
+ W. Ruys, Rotterdam, Westersingel 75.<br>
+ Rijksarchief, Den Haag.<br>
+ Rijksarchief in Noord-Holland, Haarlem.<br>
+ Rijksarchief in Zeeland, Middelburg.<br>
+ Rijksarchief in Overijsel, Zwolle.<br>
+ Rijks Ethnographisch Museum, Leiden.<br>
+ Rijks Universiteits-Bibliotheek, Leiden.<br>
+ C.M. van Rijn, Baarn, Spoorweglaan 16.<br>
+ J. Rijpperda Wierdsma, Rotterdam, Calandstraat 23.<br>
+ J.H.C. Salberg, Amsterdam, Rokin 32.<br>
+ Samarang-Joana Stoomtram Maatschappij, Den Haag, Jan Pietersz.
+Coenstraat 4.<br>
+ A. Scheltema Beduin, Amsterdam, Singel 256.<br>
+ J. Scherpbier, Rotterdam, Graaf Florisstraat 74.<br>
+ Dr. D.F. Scheurleer, Den Haag, Laan van Meerdervoort 53<i>f</i>.<br>
+ Mr. J. van Schevichaven, Amsterdam, Damrak 74.<br>
+ P.W. Schilthuis, Rotterdam, Heemraadsingel 180.<br>
+ A.J. Schreuder, Arnhem, &ldquo;Klein Warnsborn&rdquo;.<br>
+ J.H. Schr&ouml;der, Bussum, Comeniuslaan 17.<br>
+ J. Schuurman, Hillegom, Werensteinstraat 67.<br>
+ J.L. Willem Seijffardt, Amsterdam, Damrak 99.<br>
+ H.D. Sicherer, Groenlo, (Geld.).<br>
+ Jhr. J.W. Six, &rsquo;s Graveland, &ldquo;Huize Hilverbeek&rdquo;.<br>
+ Mr. J. Slingenberg, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 62.<br>
+ Mr. G. van Slooten Az., Den Haag, Oude Scheveningscheweg 68.<br>
+ Hobbe Smith, Amsterdam, Overtoom 357.<br>
+ Prof. Dr. C. Snouck Hurgronje, Leiden.<br>
+ A. Solleveld, Rotterdam, Heemraadsingel 197.<br>
+ Stadsbibliotheek, Haarlem.<br>
+ Prof. Mr. S.R. Steinmetz, Amsterdam, Amstel 65.<br>
+ H.E. Stenfert Kroese, Noordwijk-Binnen.<br>
+ W.P. van Stockum Jr., Den Haag, Juliana v. Stolberglaan 43.<br>
+ Mr. R.W. van Stolk, Delft, Oude Delft 157.<br>
+ Stoomvaart-Maatschappij &ldquo;Nederland&rdquo;, Amsterdam. (9
+lidmaatschappen).<br>
+ Cd. F. Stork, Hengelo (O), &ldquo;Grundel&rdquo;.<br>
+ J.E. Stork, Baarn, Prins Hendriklaan, &ldquo;Huize Sewa&rdquo;.<br>
+ W. Stork, Hengelo (O.).<br>
+ Jonkvr. A. de Stuers, Den Haag, Parkstraat 32.<br>
+ Mr. A.G.N. Swart, Wassenaar, Leidschestraatweg,
+&ldquo;Backershagen&rdquo;.<span class="pagenum">[<a id="pbxviiu" href=
+"#pbxviiu">XVII</a>]</span><br>
+ Mr. A. Tak van Poortvliet, Rotterdam, Westersingel 96.<br>
+ Dr. R.A. Tange, Den Helder, Hotel &ldquo;Den Burg&rdquo;.<br>
+ M. Taudin Chabot, Rotterdam, Mathenesserlaan 336.<br>
+ G.L. Tegelberg, Amsterdam, De Ruijterkade 113.<br>
+ J.P. Tetterode, Lochem.<br>
+ K. den Tex, Bilthoven, &ldquo;de Wildzang&rdquo;.<br>
+ Mevr. de Wed. C.A. den Tex van der Waarden, Amsterdam,
+Tesselschadestraat 18.<br>
+ W. Timmers, Amsterdam, Zaagmolenstraat 16<sup>II</sup>.<br>
+ Mr. P. Tjeenk Willink, Haarlem, Ged. Oudegracht.<br>
+ A.W. Turk, Amsterdam, Marnixstraat 381.<br>
+ Tj.J. Twijnstra, Leeuwarden, Spanjaardslaan.<br>
+ R. van Tijen, Vlissingen, Dokkade 35.<br>
+ Vaderlandsch Fonds tot aanmoediging van &rsquo;s Lands Zeedienst,
+Amsterdam.<br>
+ F.T. Valck Lucassen, Brummen, &ldquo;Huize Sonnevanck&rdquo;.<br>
+ A. van der Valk, Rotterdam, Calandstraat 47.<br>
+ J.C. Veder, Rotterdam, Veerhaven 5<i>b</i>.<br>
+ Vereeniging ter bev. v.d. Bel. des Boekhandels, Amsterdam.<br>
+ Vereeniging de Groote Club, Amsterdam, Paleisstraat 1.<br>
+ Vereeniging Hou en Trouw, Amsterdam, Beursgebouw, kamer 28.<br>
+ Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter
+Koopvaardij, Amsterdam, N.Z. Voorburgwal 130. (2 lidmaatschappen)<br>
+ Vereeniging Oost en West, Den Haag, Laan van Meerdervoort 195.<br>
+ Vereeniging Zeevaartschool, Vlissingen.<br>
+ F.H. Baron van Verschuer, Arnhem, Willemsplein 2.<br>
+ C.W. de Visser, Bloemendaal, Parkweg 1, &ldquo;Huize
+Denheim&rdquo;.<br>
+ Mr. G. Vissering, Amsterdam, Keizersgracht 71.<br>
+ Mr. F. Vorstman, Bussum, Boschlaan 15.<br>
+ Dr. A.G.C. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br>
+ Chr. H.G. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br>
+ J.J. de Vries, Den Helder, Binnenhaven 48.<br>
+ Mr. G.L. de Vries Feyens, Maartensdijk, &ldquo;Rustenhoven&rdquo;.<br>
+ B.H. de Waal, Den Haag, Bankastraat 135.<br>
+ F.G. Waller, Amsterdam, Vondelstraat 73.<br>
+ W.K.L. van Walree, Amsterdam, Keizersgracht 511.<br>
+ J.C.M. Warsinck, Den Haag, Snelliusstraat 43.<br>
+ P. te Wechel, Zevenaar.<br>
+ J.A. van der Weerdt, Amsterdam, Krugerplein 10.<br>
+ A. Weiland, Brummen. (Geld.).<br>
+ J. Wentholt, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 40.<br>
+ Dr. F.C. Wieder, Rhenen.<br>
+ J. Willebeek Le Mair, Rotterdam, Eendrachtsweg 74.<span class=
+"pagenum">[<a id="pbxviiiu" href="#pbxviiiu">XVIII</a>]</span><br>
+ D.W.P. Wisboom, Arnhem.<br>
+ S. Woldringh Jzn., Lisse.<br>
+ K.H. Wijdekop, Hilversum, Rembrandtlaan 23.<br>
+ M. Wijt, Den Helder, Hoofdgracht 78.<br>
+ J. IJzerman, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 44.<br>
+ J.H. Zeeman, Den Haag, v. Boetzelaarlaan 12.<br>
+ M. Zeldenrust Szn., Den Haag, Valkenboschlaan 163.</p>
+
+<p>LEDEN IN NEDERL. OOST-INDI&Euml;.</p>
+
+<p>T.P. Baart de la Faille, Batavia.<br>
+ C.M. Bakker, Weltevreden, Boulevard 28 pav.<br>
+ M.E.G. Bartels, Halte Tji-Sa&#259;t bij Soekaboemi, Onderneming
+&ldquo;Passir Datar&rdquo;.<br>
+ K.F. van den Berg, Batavia, Javasche Bank.<br>
+ W.F. van Beuningen, Weltevreden, Tanah-Abang 30.<br>
+ J.P. Boon, Weltevreden, Oud Gondangdia 25.<br>
+ H.O. Bron, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.J. Bronkhorst, Weltevreden, Tanah Abang, Oost 57.<br>
+ B.F. Brugsma, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ C. Bruin, Makassar.<br>
+ M.H. Bruyn, Menado, Toegoelandang.<br>
+ L.J.J. Caron, Weltevreden, Rijswijk.<br>
+ Wouter Cool, Batavia, Pegansaan 24.<br>
+ Mr. D.A. Delprat, Batavia.<br>
+ Dr. J.M.H. van Dorssen, Bandoeng, Papandajanlaan 82.<br>
+ B.M. van Driel, Kaban Djah&eacute;, bij Medan (Deli).<br>
+ P. den Dulk, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ K. van Dijk. Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.W. Engelsman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ H. Fraenkel, Sigli (Atjeh), Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Mr. Th.A. Fruin, Pekalongan.<br>
+ F.A. Gastman, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ Prof. Dr. E.C. God&eacute;e Molsbergen, Weltevreden, Kramat 142.<br>
+ C. de Graaff, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Dr. G.A.J. Hazeu, Weltevreden, Deprt. v. Onderwijs-Eeredienst.<br>
+ G. van Heteren, Weltevreden, N.I. Steenkolen Mij.<br>
+ J. Hildernisse, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ F. Hirschmann, Meubaboh. (Atjeh).<br>
+ W. Hofstede, Weltevreden.<br>
+ K.A. Holthuis, Weltevreden, Laan Wiechert 30.<br>
+ J.H. Hondius van Herwerden, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ H. Huykman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Mr. H. &rsquo;s Jacob, Batavia.<br>
+<span class="pagenum">[<a id="pbxixu" href="#pbxixu">XIX</a>]</span>
+Java China Japan Lijn, Soerabaia.<br>
+ B.H. Kerkhoff, Medan. (Deli).<br>
+ R.A. Kern, Modjokerto. (Java).<br>
+ Mr. H.A. Kloppenburg, Padang.<br>
+ Prof. J. Klopper, Bandoeng.<br>
+ P. Knegtmans, Weltevreden, Tandjonglaan 2.<br>
+ Dr. T.B. Kolthoff, Weltevreden, Kramat 83.<br>
+ Kon. Magn. en Meteor. Observatorium, Batavia.<br>
+ C.A. Lens, Soerabaia, Koninginneweg 19.<br>
+ K.H.H. Leonhard, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Cornelis Los, Medan. (Deli).<br>
+ B.N.G.M. v.d. Maaten, Lho Seumaw&eacute;. (Atjeh).<br>
+ J.B. de Meester, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ H. Meyer, Weltevreden.<br>
+ Mr. J.C. Mulock Houwer, Bandoeng.<br>
+ H.Th.J. Mutter, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.Chr.L. Nelissen, Weltevreden.<br>
+ C.M. Pleyte Mzn., Lembang (bij Bandoeng).<br>
+ M. van Rhijn, Lho Soekoen.<br>
+ P. de Roo de la Faille, Weltevreden, Koningsplein-Oost 18.<br>
+ L. de Roos, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ C.L.J. Rooseboom, Wonosobo, Onderneming &ldquo;Bedakah&rdquo;.<br>
+ J.C.F. Sandick, Palembang.<br>
+ W.H.G. van Santen, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ M. Schreuder, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ Secretaris Algem. Nederl. Verbond, afdeeling Batavia, Batavia,
+Vioslaan 2.<br>
+ Mr. J.W. Sillevis, Semarang, Laan Hoogenraad 19.<br>
+ J.J.A. van Staveren, Batavia, Deprt. van Marine.<br>
+ J.J.J.M. Stooker, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ A. Tigler Wybrand, Weltevreden, Koningsplein 6.<br>
+ B. van Tricht, Weltevreden, Tjikini 8.<br>
+ Ant. P. Varekamp, Medan. (Deli).<br>
+ Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter
+Koopvaardij, Weltevreden, Rijswijk No. 1.<br>
+ P.A. Vergroesen, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ J.Chr. Vi&euml;tor, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ S. van Vleuten, Modjokerto, sf. Perning.<br>
+ J.J. de Vos tot Nederveen Cappel, Soerakarta.<br>
+ E.G. Wesselink, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br>
+ L.G. Westenenk, Benkoelen.<br>
+ J. Wijnberg, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij. <span class="pagenum">
+[<a id="pbxxu" href="#pbxxu">XX</a>]</span></p>
+
+<p>LEDEN IN HET BUITENLAND.</p>
+
+<p><b>Europa.</b></p>
+
+<p><i>Belgi&euml;:</i></p>
+
+<p>Biblioth&egrave;que du Minist&egrave;re des affaires
+&eacute;trang&egrave;res, Bruxelles.<br>
+ Biblioth&egrave;que Royale de Belgique, Bruxelles.<br>
+ Emile Hostie, Antwerpen, Rue V&eacute;nus 35.<br>
+ Prof. F. van Ortroy, Gent.<br>
+ Universiteits-Bibliotheek, Gent.</p>
+
+<p><i>Denemarken:</i></p>
+
+<p>Kon. Bibliothek, Kopenhagen.</p>
+
+<p><i>Duitschland:</i></p>
+
+<p>Leo Bagrov, Charlottenburg (Berlin) Kantstrasse 30<sup>II</sup>.<br>
+ Dr. W.J. van Balen, Berlin, Unter den Linden 68<i>i</i>.<br>
+ Bayerische Staatsbibliothek, M&uuml;nchen.<br>
+ Commerz-Bibliothek, Hamburg.<br>
+ Landesbibliothek, Dresden N 6.<br>
+ Dr. O. Nachod, Grunewald-Berlin, Hagenstrasse 57.<br>
+ Preusische Staatsbibliothek, Berlin W.<br>
+ Universit&auml;ts Bibliothek, G&ouml;ttingen.<br>
+ J.A.A.C. Ridder van Rappard, Weisenhauser Br&ouml;k bei
+L&uuml;tjenb&uuml;rg in Holsteyn.</p>
+
+<p><i>Frankrijk:</i></p>
+
+<p>Biblioth&egrave;que Nationale, Paris.<br>
+ Biblioth&egrave;que Universitaire et Regionale, Strasbourg.</p>
+
+<p><i>Groot-Brittanni&euml; en Ierland:</i></p>
+
+<p>Michael C. Andrews, Belfast, 17 University Square.<br>
+ Bodleian Library, Oxford.<br>
+ British Museum, London, W. C.<br>
+ Francis Edwards, London, W., 83 Highstreet Marylebone (2
+subsriptions).<br>
+ John Kitching F.R.G.S., London, S.W., Oaklands Kingston Hill, Queens
+Road.<br>
+ Library of the India Office, London, Westminster.<br>
+ Library of Trinity College, Dublin.<br>
+ London Library, London, S.W., St. James Square.<br>
+ Royal Colonial Institute, London, W.C., Northumberland Avenue.<br>
+ Royal Geographical Society, London, S.W., Kensington Gore.<br>
+ University Library, Cambridge. <span class="pagenum">[<a id="pbxxiu"
+href="#pbxxiu">XXI</a>]</span> <i>Hongarije:</i></p>
+
+<p>Stadbibliothek, Budapest.</p>
+
+<p><i>Itali&euml;:</i></p>
+
+<p>Nederl. Historisch Instituut, Rome.</p>
+
+<p><i>Oostenrijk:</i></p>
+
+<p>K.K. Geographische Gesellschaft, Wien, Wollzeile 33.<br>
+ K.K. Hofbibliothek, Wien.<br>
+ K.K. Universit&auml;ts-Bibliothek, Wien.</p>
+
+<p><i>Rusland:</i></p>
+
+<p>Biblioth&egrave;que Imp&eacute;riale Publique, Petrograd.<br>
+ A. Lappo Danilevski, Petrograd, 1 Quai Nicolas, W.O. 118B.</p>
+
+<p><i>Scandinavi&euml;:</i></p>
+
+<p>Kong. Bibliothek, Stockholm.<br>
+ Kung. Universitetets Bibliotek. Uppsala.<br>
+ Universitats-Bibliothek; Kristiania.</p>
+
+<p><i>Tsjecho-Slowakije:</i></p>
+
+<p>K.K. Universitats-Bibliothek, Prag.</p>
+
+<p><b>Zuid-Afrika.</b></p>
+
+<p>Hollandsche Leeskamer van het Algem. Nederl. Verbond, Kaapstad.<br>
+ Public Library, Johannesburg.<br>
+ J.A. Strasheim, Stellenbosch.</p>
+
+<p><b>Noord-Amerika.</b></p>
+
+<p>American Geographical Society, New-York City, Broadway at
+156<sup>th</sup> Street.<br>
+ Dr. A.J. Barnouw, New-York, 606 West 115<sup>th</sup> Street.<br>
+ Dr. E.E. Blaauw, Buffalo, 190 Ashland Ave,.<br>
+ John Carter Brown Library, Providence.<br>
+ W. van Doorn, Montclair, N. Yersey, 153 Parkstreet.<br>
+ Grosvenor Library, Buffalo, N.Y.<br>
+ Hackley Public Library, Muskegon. (Michigan).<br>
+ Harvard College Library, Cambridge. (Mass.).<br>
+ Hispanic Society of America, New-York, City, 156<sup>th</sup> Street
+West of Broadway.<br>
+ Library of Congress, Washington, D.C.<br>
+ Mercantile Library, St. Louis. (Miss.).<br>
+ Newberry Library, Chicago, Illinois.<span class="pagenum">[<a id=
+"pbxxiiu" href="#pbxxiiu">XXII</a>]</span><br>
+ New-York Public Library, New-York, N.Y.<br>
+ New-York State Library, Albany, N.Y.<br>
+ Provincial Library, Victoria (B.C.), Canada.<br>
+ F.M. Volk, Montclair, N.Y., North Fullerton Avenue 379.<br>
+ Yale University Library, New-Haven, Conn.</p>
+
+<p><b>Zuid-Amerika.</b></p>
+
+<p>Archivo Nacional, Rio de Janeiro.<br>
+ J. van Dorssen, Buenos Aires, Bm&eacute; Mitre 1265.</p>
+
+<p><b>Australi&euml;.</b></p>
+
+<p>Mitchell Library, Sydney. N.S.W.<br>
+ Public Library of South Australia, Adela&iuml;de. (S. Australia).</p>
+
+<p><b>Azi&euml;.</b></p>
+
+<p>Asutosh Mukhopadhyay, Calcutta, Bhowanipem, 77 Russian Road
+North.<br>
+ R. van Beuningen van Helsdingen, Singapore, Bukit Timah Road
+484/2.<br>
+ J.N. Bouman, Hongkong. (China).<br>
+ Ecole fran&ccedil;aise d&rsquo;Extr&ecirc;me Orient, Hanoi.
+(Indo-Chine fran&ccedil;aise).<br>
+ Java-China-Japan-Lijn, Hongkong. (China).<br>
+ Java-China-Japan-Lijn, Kobe. (Japan).<br>
+ H.K. de Jonge Mulock Houwer, Singapore.<br>
+ Baron F. Otori, Tokio (Japan), 25 Mikawadai, Azuba.<br>
+ R. Pals, Hongkong, (China), York Buildings.<br>
+ Raden Haroen al Rasjid, Djeddah. (Arabi&euml;).</p>
+
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href=
+"#xd0e13475src" id="xd0e13475">1</a></span> De secretaris houdt zich
+voor opgaven van onjuistheden in namen of adressen ten zeerste
+aanbevolen.</p>
+</div>
+</div>
+
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met
+vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class=
+"exlink" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">
+www.gutenberg.org</a>.</p>
+
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink" title="Externe link" href=
+"https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+
+<p>Publication Date: 1920.</p>
+
+<p>Ruim 350 jaar geleden strandde Hendrik Hamel, met een groep andere
+Nederlanders op het eiland Quelpaert (Jeju-do) bij Korea. Hij werd maar
+liefst 13 jaar in Korea vastgehouden, totdat hij in 1666 met een klein
+bootje naar Nagasaki in Japan wist te ontsnappen. Zijn relaas was meer
+dan tweehonderd jaar het enige ooggetuigenverslag van het leven in
+Korea dat in het westen beschikbaar was.</p>
+
+<p>Een interessante website over Hamel (in het Nederlands, Engels, en
+Koreaans) is gemaakt door <a class="exlink" title="Externe link" href=
+"http://www.hendrick-hamel.henny-savenije.pe.kr/">Henny Savenije</a> in
+Korea.</p>
+
+<p>Project Gutenberg catalogus pagina: <a class="pglink" href=
+"https://www.gutenberg.org/etext/11467">11467</a>.</p>
+
+<h3>Codering</h3>
+
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan
+de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel
+zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
+gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het
+corr-element.</p>
+
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen
+gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &ldquo;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele
+aanhalingstekens.</p>
+
+<p>Het uitreksel uit de statuten en de ledenlijst van de
+Linschoten-Vereniging zijn naar het einde van het werk verplaatst.</p>
+
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+
+<ol class="lsoff">
+<li>2003-11-19 Added TEI Header.</li>
+
+<li>2009-07-26 Completed tagging and cross-referencing of index.</li>
+</ol>
+
+<h3>Externe Referenties</h3>
+
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+<h3>Verbeteringen</h3>
+
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in
+de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2444">XLVI</a></td>
+<td width="40%">Spanisch</td>
+<td width="40%">Spanish</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4239">42</a></td>
+<td width="40%">Hobson-Jobsonen</td>
+<td width="40%">Hobson-Jobson en</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4640">56</a></td>
+<td width="40%">&ldquo;</td>
+<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7031">113</a></td>
+<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7989">151</a></td>
+<td width="40%">Oost-Indie</td>
+<td width="40%">Oost-Indi&euml;</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht
+de Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN ***
+
+***** This file should be named 11467-h.htm or 11467-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/1/4/6/11467/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
+
diff --git a/old/11467-h/images/book.png b/old/11467-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/card.png b/old/11467-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..69f4fd4
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/cover.jpg b/old/11467-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c307d24
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/external.png b/old/11467-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/logo.gif b/old/11467-h/images/logo.gif
new file mode 100644
index 0000000..57ed24b
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/logo.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/map.jpg b/old/11467-h/images/map.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e151e13
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/map.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/maph.jpg b/old/11467-h/images/maph.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ceac327
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/maph.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/ms1.gif b/old/11467-h/images/ms1.gif
new file mode 100644
index 0000000..630a8c8
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/ms1.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/ms2.gif b/old/11467-h/images/ms2.gif
new file mode 100644
index 0000000..78e3979
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/ms2.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p01.gif b/old/11467-h/images/p01.gif
new file mode 100644
index 0000000..3cabd9e
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p01.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p02.gif b/old/11467-h/images/p02.gif
new file mode 100644
index 0000000..1dca5a7
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p02.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p03.gif b/old/11467-h/images/p03.gif
new file mode 100644
index 0000000..9c93a8e
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p03.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p04.gif b/old/11467-h/images/p04.gif
new file mode 100644
index 0000000..d13d953
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p04.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p05.gif b/old/11467-h/images/p05.gif
new file mode 100644
index 0000000..0571909
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p05.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p06.gif b/old/11467-h/images/p06.gif
new file mode 100644
index 0000000..9b7cf8b
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p06.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p07.gif b/old/11467-h/images/p07.gif
new file mode 100644
index 0000000..dd9c2be
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p07.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p08.gif b/old/11467-h/images/p08.gif
new file mode 100644
index 0000000..660fa02
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p08.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/p09.gif b/old/11467-h/images/p09.gif
new file mode 100644
index 0000000..2e499c2
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/p09.gif
Binary files differ
diff --git a/old/11467-h/images/publogo.gif b/old/11467-h/images/publogo.gif
new file mode 100644
index 0000000..7c57f32
--- /dev/null
+++ b/old/11467-h/images/publogo.gif
Binary files differ
diff --git a/old/old/20040305.11467-8.txt b/old/old/20040305.11467-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..da09ad3
--- /dev/null
+++ b/old/old/20040305.11467-8.txt
@@ -0,0 +1,9720 @@
+The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de
+Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.net
+
+
+Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer
+ En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland
+ Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene
+ beschrijving van dat rijk
+
+Author: Hendrik Hamel
+
+Release Date: March 5, 2004 [EBook #11467]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+ VERHAAL
+
+ VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT
+
+ DE SPERWER
+
+ EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN
+ HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK
+
+ DOOR
+
+ HENDRIK HAMEL
+
+ UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK
+
+
+
+ 'S-GRAVENHAGE
+
+ 1920
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+VOORBERICHT
+Gebruikte afkortingen
+INLEIDING
+JOURNAAL
+BIJLAGEN:
+
+ I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen
+ II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen
+ III. Gegevens betreffende schepen:
+
+ A. Het jacht de Sperwer
+ B. Het jacht Ouwerkerk
+ C. Het quelpaert de Brack
+ D. Het schip de Hond
+
+ IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea
+ V. Personalia:
+
+ A. Nicolaas Verburg
+ B. Cornelis Caesar
+ C. Iquan
+ D. Martinus Martini
+
+ VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65
+
+BIBLIOGRAPHIE
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR
+BLADWIJZER
+
+
+PLATEN:
+
+
+Facsimile van de eerste bladzijde van het HS
+Facsimile van een gedeelte van het HS
+Kaart van de tochten van Hamel
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende
+van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan
+is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het
+door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer,
+opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk
+te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van
+1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij
+landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim
+twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing
+en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige
+rijk en zijne bewoners.
+
+Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden,
+kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar
+verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat
+hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de
+Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van
+Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te
+vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan
+een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot
+de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat
+ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen
+van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra
+mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is
+gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen,
+ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom
+de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal
+uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar
+oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van
+het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.
+
+Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen,
+dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel
+nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke
+niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden,
+noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich
+zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er
+vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats
+is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van
+de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden."
+
+Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben
+drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op
+mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne
+belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger
+Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie"
+voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff,
+heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne
+zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van
+het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van
+Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn
+geweest.
+
+Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel
+van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt
+en belangstelling vindt.
+
+Den Haag, 1920. B.H.
+
+
+
+GEBRUIKTE AFKORTINGEN.
+
+
+Dagr. Bat.
+Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts India.
+
+Dagr. Jap.
+Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan,
+eerst te Firando en later te Nagasaki.
+
+Res.
+Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië.
+
+Gen. Miss.
+Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII.
+
+Patr. Miss.
+Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische
+Regeering.
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht
+der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en
+gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken
+zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren
+van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden
+nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis
+van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het
+waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden,
+gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke
+op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun
+wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken,
+omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van
+ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en
+nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre
+hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang
+in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea,
+was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer".
+
+In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de
+benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa
+[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2],
+die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook
+geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit
+"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie",
+een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt,
+discretie ende cloeckheijt" [4].
+
+Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche
+kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen
+vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die,
+onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen,
+de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering
+was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte
+minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval
+was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden
+waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7].
+
+Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke
+ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het
+ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde
+te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden
+dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten
+de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag
+te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt".
+
+Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone
+van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou
+wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China
+tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven,
+zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en
+zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft
+de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet
+ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's
+bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In
+1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed
+een einde te maken.
+
+Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering
+van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de
+Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten
+vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming
+aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel
+Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de
+voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal
+Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12].
+
+Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren
+en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar
+[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als
+Gouverneur sich... te vervoegen" [14].
+
+Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker
+een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken
+staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne
+familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn
+transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was
+dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge"
+naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te
+laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef
+en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de
+behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan
+"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18].
+
+Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer"
+misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus
+"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden
+Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht
+de reis ondernomen [19].
+
+Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa
+niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den
+16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan
+het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende
+tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was
+uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21].
+
+Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te
+hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte
+schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis
+naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen
+enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de
+veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in
+den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie
+het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het
+"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen.
+
+Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het
+hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet
+te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen
+voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer
+omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan
+dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo
+veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig
+hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.
+
+Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de
+Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden
+daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25],
+bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende
+eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden
+hadden dankbaar gestemd te wezen [26].
+
+De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27],
+zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis
+hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht
+toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin
+van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat
+eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op
+een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich
+hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September
+1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van
+"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven
+der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders
+[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze
+acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren
+bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot
+een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch
+land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan
+was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren
+lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het
+leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het
+eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van
+Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan
+dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt
+bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord
+waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden,
+van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een
+landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in
+Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt.
+
+Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat
+hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het
+vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia
+was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden
+Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia
+[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft
+gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid,
+zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo
+aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog
+niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op
+den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld
+zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip
+aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij
+hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34].
+
+Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht,
+was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo
+werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten
+[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een
+vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van
+den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen,
+konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen
+nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel
+de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om
+bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar
+(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde
+maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op
+de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November
+1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40].
+
+Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik
+Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland
+ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn
+zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens
+het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het
+schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan
+"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel
+en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven
+monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven
+schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden
+noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld
+dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde"
+[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou
+hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard
+door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in
+het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van
+bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen.
+
+De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te
+veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht
+zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen
+zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben
+verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.
+
+Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen
+behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens
+komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn
+gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de
+gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers
+zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel
+[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul
+op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad
+van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van
+gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage
+toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki
+waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage
+met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de
+goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48].
+
+In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren
+XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak
+maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit
+commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder
+hen verdeeld [49].
+
+De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten
+daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing
+onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six,
+de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen
+welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio
+van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus
+officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien
+van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te
+Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche
+gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven
+schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te
+danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53]
+en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar
+Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en
+September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten,
+den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd
+dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren,
+was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die
+het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land
+der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf
+voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of
+Nederlander geleek" [55].
+
+De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een
+paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen
+dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan
+het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat
+de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia,
+werd aangehouden [56].
+
+Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te
+Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in
+dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om
+Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door
+ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den
+27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar
+Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij
+Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker
+tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge
+zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59],
+terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou
+hebben gebracht [60].
+
+Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde
+schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet
+vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven
+boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch
+verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om,
+gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van
+hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel
+als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De
+uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet
+te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669
+was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept
+[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs
+minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in
+het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over
+Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche
+bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is
+geworden [62].
+
+Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar
+en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen
+zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke
+zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands
+omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer
+blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en
+zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige
+geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van
+[65].
+
+Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij
+hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer"
+nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij
+mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering,
+hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten.
+
+Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat
+zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen
+verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de
+Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van
+het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen
+en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea
+was bijgebleven.
+
+Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia
+de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen
+[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand
+nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer
+Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië
+niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden
+omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren
+over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte
+te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit
+rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het
+Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met
+"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar
+en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan
+"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook
+is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in
+de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de
+Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs,
+dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam
+[68].
+
+Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit
+geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in
+het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter
+inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van
+uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden
+ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te
+lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in
+het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen
+als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen
+in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over
+Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk,
+zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs
+de eenige van zuiver westersche herkomst.
+
+De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens
+hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie
+"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn
+werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de
+Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden
+te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij
+evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld,
+heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar
+dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt.
+
+Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad
+in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen
+over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In
+den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel
+is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders
+die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en
+gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te
+zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens
+elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde
+schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet
+over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal.
+
+In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705
+verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger
+geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft
+kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die
+in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt
+omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt
+gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als
+zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier
+Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam,
+die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester
+Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd.
+
+Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft
+gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea
+in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij
+begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt
+hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met
+de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl
+hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by
+d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de
+inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede
+de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent
+Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't
+eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt:
+"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron
+is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche
+woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland
+zelf daarmede was aangeduid.
+
+De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op
+eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke
+samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande
+ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en
+veracht" [81].
+
+Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal
+diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben
+gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd
+waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig
+voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich
+zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen
+is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die
+beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een
+paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde
+[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in
+Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave
+zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan
+het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen
+de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar
+onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen.
+
+Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche
+vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het
+nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling
+op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en
+bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan
+de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan
+de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van
+eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk
+een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen
+begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87],
+zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn
+Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld.
+
+Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor.
+
+In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's
+Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig
+[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in
+handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande
+dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's
+Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit
+Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een
+exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande;
+om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten
+dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het
+vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven.
+
+Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen
+Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal
+bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer
+Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het
+"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective
+quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn,
+Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende
+Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij
+respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en
+wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene
+brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven
+maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister
+gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de
+Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree,
+sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666."
+
+Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is
+samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs
+verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89]
+en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk
+zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren
+aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als
+van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de
+samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de
+aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap
+nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk,
+zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden
+zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de
+ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het
+Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan
+een ander is toegeschreven.
+
+Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift
+is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen
+vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die
+copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.
+
+Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen
+het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening
+in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de
+Indische Regeering heeft aangeboden?
+
+Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.
+
+Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki,
+zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het
+opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in
+de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666)
+[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven
+door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het
+vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou
+afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan
+zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig
+hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk
+den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop
+het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen
+de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan
+de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand
+gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor
+die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht
+aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen,
+welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91].
+
+Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld,
+door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan
+naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens
+de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde
+hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen
+echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte
+verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich
+niet zal hebben schuldig gemaakt.
+
+Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden
+exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan,
+maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije
+vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid
+van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt
+verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia
+oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden
+van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.
+
+Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk
+heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen
+sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren
+gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is
+veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze
+nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte
+Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op
+zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke
+van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst
+valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor
+dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt
+afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de
+oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst
+door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de
+verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten
+dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens,
+ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's
+medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen.
+
+Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan
+ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden
+en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het
+eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld
+en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord
+zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's
+makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen
+in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd
+en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen
+enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor,
+door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij
+hunne aankomst te Nagasaki.
+
+Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald,
+is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te
+weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's
+tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou
+het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen
+had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn
+Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings
+weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden
+gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist
+zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en
+zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een
+oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven
+wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt;
+de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt.
+
+Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid
+en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders
+heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek
+dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat
+hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea
+gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao
+1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op
+de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip
+toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is
+aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel
+dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning
+aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist
+hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan
+een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van
+de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's
+avontuur te boek heeft gesteld.
+
+De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet
+wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders
+worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd
+naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam
+was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche
+omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met
+ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog
+de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats
+van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet
+groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van
+een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige
+beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke
+verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin
+van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen
+schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis
+gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is
+geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel
+was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98],
+hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden
+neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen
+dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer
+bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij
+voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp
+zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo
+verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien
+al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren
+des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99],
+hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer
+in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen
+aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea
+tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende
+hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt
+gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere
+armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat
+stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om
+tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen
+wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest
+geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen,
+maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting
+is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op
+te maken.
+
+Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben
+gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden
+de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden,
+maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze
+boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel
+teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en
+heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals
+een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel
+gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over
+gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel
+uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven,
+maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen
+nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en
+ondervonden aan anderen mede te deelen [102].
+
+Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen
+van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst
+bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten
+op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend
+heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van
+zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat
+zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen
+toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de
+juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104]
+en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij
+die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren,
+elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor
+de overige op zijn woord te gelooven.
+
+Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende
+gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan
+te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in
+de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal,
+hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen
+is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn
+genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben
+verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk
+op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea
+ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving
+de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk
+valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf
+voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid,
+daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke
+gegevens ten dienste staan.
+
+De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht,
+heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den
+conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar
+maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst
+tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten
+voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd
+om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken
+met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel
+uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste
+nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend
+bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis
+voor Hamel's geloofwaardigheid [106].
+
+Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van
+land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in
+lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne
+beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor
+dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken
+[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in
+Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft
+van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf
+aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken
+daar te lande [110].
+
+De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners,
+zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot
+uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had
+op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de
+havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners,
+Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112].
+
+In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of
+Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en
+latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog
+[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag
+met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd
+nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn
+land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen
+den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden
+welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een
+gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad
+van den Keizer van China als suzerein van Korea [115].
+
+Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea
+geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding
+vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar
+herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen
+onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in
+hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten
+dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun
+verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's
+Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende
+weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht
+aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen.
+
+Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart
+hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer
+met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen
+voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor
+oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar
+de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking
+tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot
+ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier
+vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood;
+schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch
+in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun
+geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging
+van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben
+eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld.
+
+De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van
+waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners
+in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van
+het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie
+ten goede kwamen [120].
+
+Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien
+handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen.
+
+Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten
+en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners
+van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de
+eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij
+van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche
+zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in
+zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste
+berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland
+omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen.
+
+Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden
+Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123]
+(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman
+was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610)
+om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het
+eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen
+gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126],
+doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te
+bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van
+den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook
+het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610
+[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter
+verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest
+om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea",
+waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later
+[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis
+geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker
+[129].
+
+Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn
+geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in
+andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin
+verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest
+aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor
+geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis
+welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover
+misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren
+bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen
+Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het
+krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in
+de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben
+gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648
+niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben
+afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor
+het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar
+Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent
+de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend
+dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een
+avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt
+van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners
+en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons
+bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt
+aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135].
+
+De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land
+Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid.
+
+Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental
+schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige
+voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met
+Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te
+Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en
+de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde
+schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch
+anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting
+konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene
+onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China
+en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken
+voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138].
+
+Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben
+ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van
+het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche
+land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in
+Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken
+dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan
+zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben
+geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard
+gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan,
+heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en
+Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor
+goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het
+jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143],
+is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het
+geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar
+zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht.
+
+Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter
+sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo
+[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van
+Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw,
+destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in
+die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar
+een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd
+[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden,
+de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146].
+
+Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk
+van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat
+Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is
+eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men
+vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer",
+van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148].
+
+"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene
+aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam
+zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier
+Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der
+17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart
+was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen,
+van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en
+geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt
+voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip
+zal hebben ontleend.
+
+Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de
+wateren van Oost-Azië bevaren.
+
+Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de
+Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack"
+[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de
+Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640
+uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het
+vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia
+aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype
+luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs
+zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee
+of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII
+spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot
+'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t'
+Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t'
+Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt
+door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was
+als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip
+was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als
+het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van
+deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden
+en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden
+("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher").
+
+Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering
+van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas
+kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na
+aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van
+1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het
+koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam.
+
+Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten
+volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan
+had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen
+verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen
+uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen
+[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de
+komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer
+zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen
+ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in
+den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren
+handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat
+van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan
+Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te
+Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot
+de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar
+met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel
+de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk
+te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel
+gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer"
+in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar
+over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen.
+
+Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt
+om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.
+
+Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de
+Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit
+over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog
+toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek
+waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet
+kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden
+genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao
+en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking
+Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar
+doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158].
+
+Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de
+Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In
+hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het
+roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de
+kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van
+de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk
+zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland
+een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch
+ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige
+Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van
+den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet
+zou worden vergemakkelijkt.
+
+De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te
+weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de
+aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland
+[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding
+te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit
+Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa
+vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met
+rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te
+Batavia van zelf [163].
+
+Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa"
+was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat
+de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester
+gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit
+zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als
+adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die
+taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al
+was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene
+maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan,
+liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand
+van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug.
+
+De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn
+betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of
+van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland
+is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige
+ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het
+Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie"
+op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van
+Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite
+waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks
+betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie
+tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert",
+misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere
+belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt
+[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis
+van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit
+den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet
+genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in
+zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding
+ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia,
+die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het
+eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168]
+waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders
+bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart
+waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden,
+is die van Joan Blaeu van 1687 [170].
+
+Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt
+aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid
+dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert
+de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit
+"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het
+geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind"
+en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten
+kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na
+1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden
+met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila,
+kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit
+gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.
+
+Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten
+wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben
+met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger
+tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar
+wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke
+rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171].
+
+De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht,
+evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien
+een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht
+van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de
+aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder
+welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan
+nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het
+woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals
+"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen
+zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en
+"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van
+luipaard. [172]
+
+Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis
+kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.
+
+Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote
+bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen
+hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik
+Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij
+op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in
+1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's
+Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651
+met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den
+6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175]
+en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176].
+
+Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek
+stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa
+verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur
+Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en
+tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd,
+oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen
+op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen"
+[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië
+gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan
+de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens
+tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f
+ 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de
+bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot
+f 30 pr maand werd verhoogd.
+
+Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia
+is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670,
+toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland
+was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het
+licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734,
+waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn
+opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar
+Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is
+door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en
+aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan
+en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië
+en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den
+12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren
+uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van
+Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht
+Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179].
+
+Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de
+oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om
+door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar
+zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen
+[180].
+
+Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen
+zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de
+aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal
+aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk
+veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de
+verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal
+opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers
+van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren
+eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen
+aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch
+schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de
+tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne
+lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams.
+
+De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte
+stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik
+gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief,
+eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie
+in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden,
+wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar
+ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken
+van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke
+hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien
+inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.
+
+
+
+
+
+JOURNAAL
+
+
+[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen
+Raaden van Nederlants India.]
+
+Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van
+'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve
+Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree)
+hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en
+ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int
+selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van
+die natie ende gelegentheijt van 't land.
+
+Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden
+van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en
+Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl
+gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van
+Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh
+van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer
+een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende
+op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen
+ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr
+ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert;
+naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden,
+sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen,
+om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.
+
+Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een
+storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer
+hoe meerder toenam.
+
+Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht
+bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t
+selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat
+bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve
+ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt
+een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert
+den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij
+[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip
+verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer
+(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren
+vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te
+sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs
+strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte
+comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders
+geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende,
+bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden.
+
+Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq
+verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden)
+stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen,
+als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende
+onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen;
+hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte.
+
+Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde,
+sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen
+beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte.
+
+Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden,
+sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door.
+
+Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten,
+gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.
+
+Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met
+verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen
+conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh
+slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen
+regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het
+meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op
+'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen.
+
+Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende
+malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een
+hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met
+pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door
+de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet
+anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen
+den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191]
+ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel
+los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te
+verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te
+maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck
+slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over
+quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was,
+eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende
+'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een
+weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge
+der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te
+wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]]
+over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee
+spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep:
+mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael
+soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent
+niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192],
+riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent
+een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten
+regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten
+terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193],
+dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen
+stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick
+met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh;
+degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden
+om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer
+betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende
+d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende
+waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter
+niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende,
+hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de
+donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.
+
+Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog
+eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog
+ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor
+den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de
+meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int
+vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt
+leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te
+overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij
+sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in
+spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier
+uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant
+gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam
+ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft
+doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen,
+die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige
+victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten,
+doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken)
+aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een
+vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met
+een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam;
+waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte
+vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was;
+tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo
+veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met
+malcanderen voorden regen te schuijlen.
+
+Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al
+na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer
+weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste
+was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int
+minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent
+een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam
+steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een
+musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en
+deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer
+toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer
+(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet,
+maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met
+malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij
+eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn;
+tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die
+ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden.
+
+Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen
+den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten
+bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre
+staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199]
+ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij
+'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals,
+waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer
+hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de
+aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten,
+ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck
+was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden
+tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen
+haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien
+souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden,
+maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al,
+dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also
+malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient
+bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den
+overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij
+malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie
+hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]]
+welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten
+ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij
+verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen;
+nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand
+geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om
+ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae
+'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij
+malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te
+eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden
+'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202].
+
+Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen
+ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden;
+de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland
+(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede
+een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de
+klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende,
+smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren
+ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap
+bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven.
+
+Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't
+yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee
+stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote
+als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen
+wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van
+neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons
+tweemael daegs wat eeten.
+
+Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat
+ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te
+worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden;
+de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int
+bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen
+hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie
+gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen,
+sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent
+een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de
+toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen
+dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die
+om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste
+in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende
+soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent
+Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen
+in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal
+dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst.
+
+Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten,
+aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen,
+het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206]
+sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland,
+bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor
+'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een
+coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten
+dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude
+gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer,
+oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen,
+ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen
+van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort
+was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de
+voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten;
+een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een
+groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck,
+ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij
+vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij
+conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet
+hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde;
+terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer
+4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht;
+alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met
+beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet
+conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een
+wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden
+was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten;
+liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot
+onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog
+de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten
+daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck
+water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man,
+soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des
+Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij
+na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te
+doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx
+'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over
+zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven
+aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs
+mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer
+konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende
+cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx
+bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont,
+ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels
+voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te
+vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden
+met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten
+ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin
+soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan
+gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam;
+liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens
+mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.
+
+Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman
+ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem
+comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert,
+vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot
+antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon
+te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel
+praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot
+nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck
+ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders
+van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende
+naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer
+Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was,
+zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland
+vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende
+waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman
+ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan
+Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt
+'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck
+naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree
+vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant
+gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met
+de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door
+gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij
+'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck
+Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met
+den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden
+hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant
+gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat
+hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert
+gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende
+hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde
+malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer
+Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen,
+zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij
+senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden
+versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke
+troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen
+niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van
+een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was
+te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders
+tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren
+geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met
+ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en
+volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons
+voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den
+eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur
+gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den
+eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen,
+om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten,
+ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende;
+liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper
+Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen
+hadden hem bekent te maken.
+
+Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den
+ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten
+hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten
+mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur
+liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden
+weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere
+kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te
+behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen,
+gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter
+daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel,
+liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was,
+dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste
+land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden
+wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter
+haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle
+de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.
+
+Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons
+terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met
+een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door
+contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort
+dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude
+den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen,
+den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste
+versach om vordere clachten te mijden.
+
+[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen
+gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs,
+geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat
+indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb
+garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses
+man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven
+alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de
+tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven
+zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven
+inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende
+of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende,
+conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van
+April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie
+vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben;
+een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't
+getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande
+honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden,
+dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren.
+
+Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer
+vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt
+gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap
+sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een
+man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting
+[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde,
+ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede
+te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck
+die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant
+dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden
+was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer
+mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende
+[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen,
+door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos;
+die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap
+niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij
+met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft
+gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van
+de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort
+gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na
+de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een
+ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse
+bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort
+te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent
+ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met
+malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde,
+liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting
+om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222],
+voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs
+gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur
+gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen;
+den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten
+van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande
+andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende
+straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet
+vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde,
+waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn
+vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen
+was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te
+sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock
+ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick,
+boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent
+een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen
+ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden.
+
+Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt
+als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12
+a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende
+binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van
+daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende
+door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op
+varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer
+Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront
+ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan
+verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer
+volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en
+koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq
+opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden,
+bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh
+vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen
+daerse rijs planten.
+
+Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck
+tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot
+blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen
+daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende
+eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off
+'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet
+hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door
+dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck
+waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie
+wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out
+gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende,
+gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren
+gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder
+zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts
+onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten
+ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden;
+des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt
+gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij
+malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was
+aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te
+paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts
+is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert
+'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande
+stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken
+te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent;
+des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad
+genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden
+dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer
+hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231];
+nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen
+dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten
+weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233];
+naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen
+savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden
+Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder
+vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor
+een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen,
+alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen
+savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt
+vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert
+vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238],
+gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen
+daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten
+des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio
+[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff
+hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen
+inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt;
+naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende
+dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243]
+ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren
+ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde
+stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden
+ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck
+aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen
+gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die
+aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht
+
+zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden
+'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse
+Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten
+geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat
+'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen,
+van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren,
+dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]]
+senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te
+geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree
+vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt
+zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat
+hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen,
+singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier
+ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet
+om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken
+ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs
+worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem:
+Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247]
+van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70
+cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op
+onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat
+voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters
+uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap
+[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot,
+met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem
+mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder
+gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden
+voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx
+dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6
+maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen,
+ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des
+maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij
+den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees
+(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den
+veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare
+wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee
+stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien,
+ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij
+veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende
+kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van
+'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen
+geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen,
+door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken,
+ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert
+waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van
+houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden
+int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van
+'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot
+bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door
+dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden
+haelden en voor 't geckje hielden.
+
+[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt
+te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans
+gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te
+worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op
+een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq,
+waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier
+houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt
+voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen
+kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den
+2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven.
+
+Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande
+stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer
+volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.
+
+Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude
+ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem
+belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van
+'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende
+hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255]
+ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor
+de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met
+malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout
+halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was,
+'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende
+moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest
+Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever
+willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257]
+gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen,
+ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van
+'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo
+den winter daer mede door.
+
+[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben;
+wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer
+den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van
+Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om
+branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant
+daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse
+gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende
+soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden
+opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende,
+stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants
+voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie,
+dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor
+volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen
+den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude
+logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]]
+offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op
+den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen;
+wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt;
+voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer
+niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten
+onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om
+dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen
+opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport
+gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door
+storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren,
+belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven
+tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter
+gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck
+ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma
+gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude
+openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en
+de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na
+de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na
+eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende
+bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen
+doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de
+gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259].
+
+In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij
+den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen
+den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland
+weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom
+onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck
+best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip
+was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een
+matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder.
+
+In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende
+quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende
+op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter
+2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen
+eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets,
+waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in
+een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot
+dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham
+sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer
+gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken
+ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende
+in haer lant te houden [261].
+
+[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder
+om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel
+bewaren.
+
+[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael
+geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden
+ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om
+ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet
+wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste
+ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste
+seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een
+van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo
+lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck
+de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq
+openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede
+luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was
+ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende
+was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens
+ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer
+leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer
+daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij
+passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer
+over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende,
+hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van
+veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen
+van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij
+voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer
+swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262]
+gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs
+smaents toe leijde.
+
+Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken,
+bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een
+mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen
+sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't
+laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben;
+wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren,
+passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en
+paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq
+geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende
+aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken,
+ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt
+Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is
+de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van
+die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx
+brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste
+overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't
+verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons
+te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent
+[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs
+daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie
+maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.
+
+In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen
+hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren
+om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet
+boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen,
+conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons
+wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe
+logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij
+tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte
+raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.
+
+[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over
+eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last
+opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene
+man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van
+groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in
+hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als
+de inwoonders.
+
+In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den
+voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons
+vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten
+'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen,
+twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo
+in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en
+sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.
+
+In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste
+met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders
+aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde,
+dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met
+'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door
+'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op
+handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om
+wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen
+schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het
+selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende
+rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien,
+alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een
+half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor
+leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij
+ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen,
+ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer
+droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij
+buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel
+sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door
+te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom
+een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen.
+
+[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden,
+ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen
+weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde
+ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog
+alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven
+'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het
+een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr
+was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij
+beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont,
+te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan
+zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel
+op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of
+ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't
+gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.
+
+[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met
+consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in
+des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp,
+sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270]
+sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den
+ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig
+nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet
+verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben.
+
+Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont
+een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen
+ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij
+ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de
+vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het
+navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas,
+door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas
+uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen;
+conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert
+door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden
+reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen
+storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen,
+alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden
+en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken
+ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen
+door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en
+arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272],
+bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van
+de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273].
+
+[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt
+is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en
+N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a
+75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275],
+heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276]
+ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden
+aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen,
+door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck
+ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de
+menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast,
+daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt
+nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent
+25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer
+Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst
+toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer
+voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande
+West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt
+aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande
+noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant
+gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare
+zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als
+andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden
+December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh
+[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn,
+ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in
+ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan
+nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben
+aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen,
+offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare
+zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van
+d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude,
+ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is;
+kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over
+'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons
+volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien
+dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw
+mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om
+laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer
+sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet
+te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met
+garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de
+coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke
+quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man
+haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende
+vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise
+[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese
+en Japanders verhandelt wort.
+
+Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283],
+hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen,
+sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen
+particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte
+dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en
+slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben,
+ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden
+Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder
+aanden Coninck vervallen.
+
+Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx
+stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden
+ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d'
+vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden,
+alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende
+soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die
+heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn
+capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier
+vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende
+yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op
+schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den
+Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn
+landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer
+geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met
+een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen
+'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende
+storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben
+musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh;
+elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende
+soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters
+onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op
+'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese
+worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben
+mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten,
+sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op
+schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden,
+'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn
+dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen
+zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen
+wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx
+dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven,
+hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te
+brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een
+vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff
+een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden;
+slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer
+mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden
+met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn
+gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken
+riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers;
+gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken;
+elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt
+ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen
+wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout
+ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij
+deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666
+aan onsen admirael gesien hebben [289].
+
+Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de
+rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int
+hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij
+vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met
+raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck
+in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer
+leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen
+alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot
+hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende
+vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de
+meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer
+tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te
+dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van
+alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren
+dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten.
+
+Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den
+Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt;
+heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte
+zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest
+tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt,
+voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer
+eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck
+haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer
+de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder
+naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de
+oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden
+die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst
+daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle
+cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters
+en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden
+ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en
+soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets
+te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.
+
+[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet,
+die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten,
+worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden
+tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs
+weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert
+te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige
+sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken
+wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft,
+gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die
+vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer
+voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende,
+naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock
+aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen
+ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet
+in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was,
+ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden
+sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove
+in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te
+meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben,
+een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den
+Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen
+gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende
+slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't
+geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght,
+wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde
+gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert
+edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen,
+tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve
+stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken,
+worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert;
+deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer
+gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn
+vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen
+gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over
+niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer
+Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen
+worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een
+cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere,
+nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij
+de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den
+overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele
+lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel
+gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden
+buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe
+staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens
+onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde
+vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot
+somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht
+met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden
+rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders,
+door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft;
+die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2
+a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt,
+ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het
+opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt
+en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de
+kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien
+om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene
+gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter
+doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse
+van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een
+stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand
+breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer
+sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter
+ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken
+off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3
+a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen,
+totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die
+worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de
+knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op
+d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij
+een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken
+een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten
+soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen
+sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen,
+strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte
+op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een
+enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst
+nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand
+breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de
+doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger
+dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje
+de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als
+'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende
+rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght;
+de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer
+sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294].
+
+[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten
+belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie,
+maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele
+weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen,
+achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand
+'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen
+eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer
+dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij
+aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden
+ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te
+zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen
+comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer
+reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met
+vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende
+nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer
+te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel
+doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor
+straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent,
+ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen;
+disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door
+'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee
+mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met
+'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende
+andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn,
+leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie
+bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn,
+ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10,
+20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder
+huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen,
+mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de
+misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij
+onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet,
+alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als
+'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden
+niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij
+opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper
+papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt,
+worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx
+papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de
+gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden
+te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet
+eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair
+ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren;
+diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde
+billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair
+wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo
+dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen
+moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen
+[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel
+te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense
+voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor
+hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen
+sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen,
+twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij
+haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen;
+daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen
+der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende
+mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten
+ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de
+papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer
+vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte
+tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij
+seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door
+'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen,
+door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met
+hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters,
+alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen,
+ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve
+meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden,
+wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de
+vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx
+stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van
+gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden
+d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende
+grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen
+Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300].
+
+Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel
+fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien
+yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs
+met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest
+met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een
+muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op
+houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven
+worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en
+van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit
+papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven,
+daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm
+[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer
+met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh,
+boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen
+cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder
+huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren,
+nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten
+hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn
+is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen
+en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand
+mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben
+gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te
+doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq
+en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten
+ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]]
+tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als
+'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck
+huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en
+op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende
+groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen
+ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden
+wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een
+of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo
+veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende
+met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij
+d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten
+wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor
+de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant
+land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden
+vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt.
+
+Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde
+lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte
+vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen
+gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs,
+tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen,
+soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als
+hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn
+vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders
+ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met
+malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al
+had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen,
+maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is
+geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende
+den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft,
+sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in
+huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten
+in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a
+3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de
+huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen
+die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als
+slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man
+d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen,
+waerover dit lant soo vol menschen is.
+
+D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen
+dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel
+onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende
+dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende
+d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot
+grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is
+te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]]
+uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is
+een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om
+de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort
+[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van
+haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden
+bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn
+provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie
+om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den
+stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij
+denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't
+selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste
+gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert
+te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt
+soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn,
+alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert,
+om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden
+bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck;
+dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer,
+door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede
+vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die
+sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven
+eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als
+'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel
+van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat
+wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen,
+moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde
+kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh
+reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt
+connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over
+haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren
+rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening
+waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende
+een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen;
+mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen
+te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen
+niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange
+rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op;
+om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw,
+wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft
+met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt
+waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes
+d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen
+haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als
+daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs
+de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken;
+sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen
+bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en
+comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol
+nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt;
+sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs
+van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens
+van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse
+begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer
+clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden
+'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel
+vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen,
+de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden
+dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende
+hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4,
+5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer
+voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van
+steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende
+wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo
+sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer,
+wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310],
+dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben;
+daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet
+doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en
+op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren,
+'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.
+
+Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't
+gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft
+den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten;
+de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben
+noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part
+int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen
+tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80
+jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen
+doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer
+altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen
+sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311]
+d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden.
+
+Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]]
+natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen,
+men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn
+stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen
+schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een
+coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden
+en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste
+goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende
+seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde,
+ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een
+vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat
+over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert
+vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander
+Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't
+ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden
+die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen
+waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen
+soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is
+mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese
+schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn,
+deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle
+broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet
+sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen;
+sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck
+zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp
+daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe
+gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt,
+dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen
+d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge
+te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken;
+de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met
+vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte
+is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende.
+
+Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder
+malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't
+eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie
+hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper,
+sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen,
+met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht
+worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in
+Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin
+ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over
+lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote
+coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen
+ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn;
+de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314],
+elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel
+met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere
+granen.
+
+Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was
+vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle
+dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter
+soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen
+recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen,
+voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt
+om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen
+ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is,
+ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen;
+dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit
+ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij
+Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316],
+dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte
+Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de
+Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq,
+alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende
+planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst,
+soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom
+nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck
+gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende
+nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden
+worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht
+wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan;
+Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer
+oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer
+maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende
+rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet
+en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen
+noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden
+en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken.
+
+Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van
+nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en
+hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de
+zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken;
+als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende
+meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer
+vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct,
+alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen
+[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant;
+de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors,
+wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte,
+aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel
+om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo
+den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken
+ende vernielen.
+
+De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden
+aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene
+man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt,
+den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te
+swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs
+goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen,
+doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte
+is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China
+gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote
+en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan.
+
+Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten;
+stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte;
+d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen,
+den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers
+sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert
+worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen,
+katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte,
+swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels,
+arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen,
+fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven,
+met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet.
+
+Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer
+spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om
+te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen;
+spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten
+ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte
+principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese
+wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende
+de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't
+loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs
+gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen,
+mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man
+niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen
+ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren,
+doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer
+licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet
+alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel
+geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken
+reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't
+opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in
+veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte
+andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende
+diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse
+niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen,
+elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met
+lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet;
+weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen
+d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen
+malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt.
+
+Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte
+zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een
+wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem
+an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken
+voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende
+gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte
+lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers
+vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect
+vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs
+vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een
+secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten
+cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben,
+'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen
+is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer
+ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer,
+welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij
+haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde
+daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte
+andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste,
+'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op
+voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste
+uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand
+ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden
+aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster
+open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger
+sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert,
+moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten,
+waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit
+van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet
+den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem
+[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn
+logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den
+Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende
+buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet;
+daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte
+versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen
+in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de
+straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a
+3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters
+comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met
+den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle
+middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn
+heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325].
+
+[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin
+van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende,
+veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste
+conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt
+meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die
+in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt
+nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten
+bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer
+conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse
+vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste
+wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten.
+
+Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie
+andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien
+[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit
+verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen,
+huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren,
+'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in
+een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen
+te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen
+[329] tot groote blijschap verandert.
+
+Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende
+sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten
+bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken
+en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren,
+dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende
+Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een
+stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in
+een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij
+des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die
+aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]]
+een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden
+op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer
+brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande
+provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont
+van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen
+als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man
+te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae
+sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een
+straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende
+swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont
+voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen,
+door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten,
+int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de
+beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te
+last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen
+te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij
+suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt,
+de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden
+als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden
+nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig
+inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden,
+dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om
+wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude
+continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten
+naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel
+te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30
+dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen
+deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden
+bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664,
+dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte
+tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder
+eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende
+belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden
+deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs
+te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij
+bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons
+soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet
+mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen
+hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende
+groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende
+gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels
+waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen,
+daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden
+licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh
+hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende
+zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E:
+opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons
+den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een
+ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij
+om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels
+sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden
+alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen
+daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige
+menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent
+ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx
+opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel,
+lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen,
+wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft
+ende voor sijn leven wegh gebannen.
+
+Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met
+staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander
+int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende
+[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat
+den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als
+mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters
+en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat
+haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij
+avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant
+leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op,
+behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven,
+te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke
+teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den
+Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren;
+d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen,
+wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op
+dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert
+ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde
+twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335]
+
+[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best
+om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten;
+hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde
+ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den
+Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen;
+onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van
+hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de
+gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met
+malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens
+in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int
+leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven.
+
+[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder
+quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een
+grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel
+vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt
+seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe
+ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten
+verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken
+gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den
+Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn
+vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden
+voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag
+gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende
+[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen,
+quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen,
+die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer
+sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie
+souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke
+vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij
+van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met
+bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat
+ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons
+geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan
+sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als
+anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop
+ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae
+wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren,
+maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer
+aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel
+den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't
+jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam
+ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te
+[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer
+viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn,
+ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder
+haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef,
+den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde
+scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest
+omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen
+sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.
+
+In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d'
+voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem
+touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck
+was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur
+gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in
+geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan,
+indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten;
+indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen
+hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te
+verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn
+naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo
+tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger
+sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden
+ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met
+'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben,
+ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde,
+ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel
+te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen,
+alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn;
+sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen,
+willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt
+en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx
+van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen;
+vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman
+ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met
+cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde
+mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met
+'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende,
+wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer
+t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen;
+die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg
+cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh
+ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was,
+scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert,
+seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot
+man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden
+hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese
+meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende
+wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont
+versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle
+'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo
+'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was,
+onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman
+wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus
+Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien
+ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden,
+die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende
+mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig,
+was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen
+dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven
+bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder
+gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al
+weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder
+ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen
+over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van
+branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het
+ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer
+al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder
+achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg
+brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met
+malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water
+ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg,
+gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg
+waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren,
+ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende,
+d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde,
+cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en
+lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een
+vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt
+vreese oft een wacht mochte geweest sijn.
+
+Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son
+wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt
+vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent
+'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt
+den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge
+Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt
+d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt,
+waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.
+
+Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse
+eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren,
+soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende
+alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons
+onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren,
+seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om
+in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst
+seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt.
+
+Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de
+eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen),
+om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des
+naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag,
+maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter
+agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte,
+de wint van agteren, den geheelen nacht door.
+
+Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest
+hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in
+zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee
+gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij
+genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te
+crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam;
+half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende
+aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren
+ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer
+wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee
+houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende
+ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons
+ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als
+zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh
+haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet
+had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie
+uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met
+stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden,
+maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken
+ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince
+vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse
+eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken
+en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken
+ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden;
+quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer
+vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp
+al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde,
+ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog
+een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende,
+dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten
+leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen
+malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al
+gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden
+dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat
+trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het
+niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam
+daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort
+alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de
+derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij
+Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky
+waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden
+souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren,
+ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen,
+waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen
+quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op
+een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen,
+om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter
+gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect
+hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen
+dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater
+geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.
+
+Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg
+ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van
+toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten
+'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer
+in droog te sitten.
+
+Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs
+lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't
+eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen.
+
+Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in
+sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen
+'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee
+groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant
+gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over,
+ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde
+baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker
+ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen;
+waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder
+daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs
+presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.
+
+Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van
+'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347]
+hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur
+overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht,
+ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons
+als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer
+dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel
+ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde,
+belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen;
+daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de
+Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel
+onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer
+voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen
+segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet
+genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt
+ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft
+verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige
+verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken,
+waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.
+
+[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende
+den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de
+schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt
+hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den
+Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.
+
+Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde
+gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder
+voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349];
+sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht.
+
+
+Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste
+ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet
+daer op geantwoort.
+
+Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen.
+
+Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.
+
+2.
+
+Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.
+
+dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm
+die vijf dagen duerde, hadden verlooren.
+
+3.
+
+Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut
+op hadden.
+
+Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt,
+hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.
+
+4.
+
+Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de
+gelegentheijt van dien.
+
+Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer
+volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.
+
+5.
+
+Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest
+waren.
+
+Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan
+gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur
+d'heer Verburgh te verlossen.
+
+6.
+
+Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie
+doen alhier opperhooft was.
+
+Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte
+vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr
+Coijet als doen regeerende opperhooft was.
+
+7.
+
+Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven.
+
+Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat
+naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh
+inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten.
+
+8.
+
+Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden.
+
+Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles
+[[42]] goets, gaven ons eten en drincken.
+
+9.
+
+Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen
+ofte op de Chineese cust te rooven.
+
+Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door
+den storm op de cust van Coree vervallen waren.
+
+10.
+
+Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons
+schip hadden gehadt.
+
+Niet dan Compes dienaers.
+
+11.
+
+Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve
+naer toegebracht sijn.
+
+Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door
+den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in
+d'stad Sior.
+
+12.
+
+Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen
+waren.
+
+Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen
+nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in
+alles 90 mijlen van malcanderen.
+
+13.
+
+Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen
+hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.
+
+Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn
+gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70
+cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen.
+
+14.
+
+Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer
+nae toe.
+
+Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter
+waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog
+sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado
+gebannen.
+
+15.
+
+Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.
+
+Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en
+wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn
+alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.
+
+16.
+
+Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is.
+
+Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl,
+breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360
+steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden.
+
+17.
+
+Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien.
+
+Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan
+naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij
+gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land
+te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren,
+dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam,
+waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den
+oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.
+
+18.
+
+Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh
+was.
+
+De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren
+niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert
+van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was.
+
+19.
+
+Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.
+
+Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige
+cleijne stuckjes.
+
+20.
+
+Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.
+
+De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte
+eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt
+van victualie voor drie jaren versien zijn.
+
+21.
+
+Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.
+
+Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant
+met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes
+daer op.
+
+22.
+
+Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten
+opbrengen.
+
+Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen,
+brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent.
+
+23.
+
+Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken
+[[44]] te brengen.
+
+Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer
+manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen
+te laten.
+
+24.
+
+Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden
+bedient.
+
+Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden
+staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier.
+
+25.
+
+Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.
+
+Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen
+moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.
+
+26.
+
+Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.
+
+Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van
+paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen
+en schoenen.
+
+27.
+
+Offer veel rijs ende andere granen wast.
+
+Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren,
+door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge
+jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662
+meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen,
+maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen,
+alsoo daer geen rijs door de coude can wassen.
+
+28.
+
+Offer veel paerden ende koebeesten zijn.
+
+Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren
+herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog
+bleef continueeren.
+
+29.
+
+Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere
+plaetsen eenigen handel dreven.
+
+Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie
+hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin.
+
+30.
+
+Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.
+
+Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden.
+
+
+31.
+
+Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]]
+
+Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene
+man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn
+waerdije, rijst ende andere granen.
+
+32.
+
+Wat handel sij op China drijven.
+
+Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij
+trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede
+sijde stoffen.
+
+33.
+
+Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.
+
+Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen
+geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere
+mijnnen hebbe niet gehoort.
+
+34.
+
+Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse
+vervoert wort.
+
+De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij
+haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt
+opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.
+
+35.
+
+Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is.
+
+Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh,
+die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte
+gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters
+over teijs om de sekerheijt.
+
+36.
+
+Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.
+
+Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne
+gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.
+
+37.
+
+Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont
+ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer
+overleden sijn.
+
+Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben
+gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs
+en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen;
+in die tijt storven elff man.
+
+38.
+
+Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve
+bieten.
+
+[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een
+stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck
+'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5,
+Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado.
+
+39.
+
+Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is.
+
+Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle,
+ende in lijfftochten uijtmuntende.
+
+40.
+
+Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren.
+
+Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu
+gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever
+eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven.
+
+41.
+
+Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van
+'t ander volcq zijn wegh geloopen.
+
+Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden
+opgestempt [350].
+
+42.
+
+Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.
+
+Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den
+eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs
+most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen.
+
+43.
+
+Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.
+
+Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven,
+alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet
+soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven
+volcq wedersent.
+
+44.
+
+Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is.
+
+Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op
+Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet
+en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden
+Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.
+
+45.
+
+Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden
+ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.
+
+Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben
+[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde
+natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere
+natie niet wilde bekent hebben.
+
+46.
+
+Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.
+
+Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij
+hetselve hebben gecocht.
+
+47.
+
+Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.
+
+Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh
+te loopen naer Japan.
+
+48.
+
+Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.
+
+Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden.
+
+49.
+
+Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange
+onderwegen geweest waren.
+
+Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen;
+eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen,
+van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen.
+
+50.
+
+Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder
+wilden wegh gaen.
+
+Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat
+bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.
+
+51.
+
+Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij
+daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.
+
+Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer
+yets voor te hebben geeijst ofte genooten.
+
+52.
+
+Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den
+wegh wisten.
+
+Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in
+Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer
+'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.
+
+53.
+
+[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor
+deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn.
+
+
+ Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren.
+ Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: -
+ Jan Claeszen Cock ,, 49: -
+ woonende inde stadt Namman.
+ Jacob Janse quartiermeester ,, 47: -
+ Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: -
+ Claes Arentszen Jongen ,, 27: -
+ In Saijsungh
+ Sandert Basket bosschieter ,, 41: -
+ Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: -
+
+
+54.
+
+Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben.
+
+
+ Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren.
+ Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: -
+ Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: -
+ Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: -
+ Gerrit Janszen: do ,, 32: -
+ Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: -
+ Benedictus Clercq jongen ,, 27: -
+ Denijs Govertszen: do ,, 25: -
+
+
+Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666.
+
+Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende
+nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder
+voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.
+
+Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.]
+nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer
+op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen,
+om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia
+te vertrecken.
+
+Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende
+vertrocken uijt de baij van Nangasackij.
+
+Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden
+Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen
+heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt
+onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.
+
+[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve
+soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte
+van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen,
+welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al
+des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht
+wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende
+dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den
+Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste
+coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen,
+alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt
+gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door
+dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden,
+ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men
+het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende
+oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen,
+voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande
+Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is.
+
+
+
+
+
+BIJLAGEN
+
+
+I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier
+tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur
+Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op
+een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen
+vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d'
+eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden;
+gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de
+omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van
+te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer
+verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht
+van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van
+alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't
+Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke
+ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm
+den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen,
+zijnde dese acht personen genaemt
+
+Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen
+voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent.
+
+Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen
+voor schiemansmaet.
+
+Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor
+jongen met 5 gl.
+
+Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen
+in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent.
+
+Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in
+India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs.
+
+Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor
+jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens.
+
+Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in
+'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent.
+
+Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen
+voor jongen a 5 gl. ter maent.
+
+'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't
+lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren
+diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren,
+dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude
+vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable
+menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van
+gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant
+aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert
+en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils
+van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer
+sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer
+geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten
+welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt
+Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren,
+uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt
+van daer in huijs gelaten, sijn genaemt
+
+ Johannes Lampen van Amsterdam assistent
+
+ Hendrick Cornelisz van Vrelant
+
+ Jan Claes van Dort, cock
+
+ Jacob Jans van Vleekeren
+
+ Sander Boesquet van Lith
+
+ Jan Jansz Spelt van Uijtrecht
+
+ Anthonie Uldircksz van Grieten
+
+ Claes Arentsz van Oostvoort.
+
+Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij
+ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen
+dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck
+dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te
+becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden
+bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock
+schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit
+volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor
+dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer
+Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken.
+
+Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen
+vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint
+tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto
+door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens
+haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of
+se bij vrunden of vijanden quamen.
+
+'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck
+van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en
+wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen
+is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck
+bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt
+en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben,
+ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer
+verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander,
+geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb
+hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op
+'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque
+door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde,
+en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn
+geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee
+andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders
+dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren
+wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen
+was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't
+leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte
+Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in
+Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm
+Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665
+tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in
+Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).
+
+b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken
+(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken
+off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier
+aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert
+afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog
+geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht,
+ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese
+arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't
+welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia.
+
+c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle
+Heeren Raden van India.
+
+Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den
+passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt
+gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden
+8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland
+(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben
+helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte
+schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt
+met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op
+gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen
+8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt
+wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet
+aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.
+
+Nangasackij adij 18en October anno 1666.
+
+Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel
+Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725).
+
+
+Rapport.
+
+d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker
+Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert
+door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan
+met mijn verschijning van daer op Batavia.
+
+... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in
+meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen
+van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia
+gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer
+13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en
+schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser
+arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien
+den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt
+Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve
+plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre
+van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde
+of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen
+de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde
+van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch
+geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet
+daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere
+joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt
+'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te
+moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben
+van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te
+bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen
+doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke
+conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in
+'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten
+mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere
+aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven
+1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725).
+
+In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt
+naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is
+aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan
+boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18
+October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport".
+
+In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18
+Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet
+twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen
+die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende
+'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts
+laten comen".
+
+
+Dagregister Japan.
+
+e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren
+comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij
+aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa
+hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde
+moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt
+Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende
+gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat
+vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons
+met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte
+Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den
+boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren
+gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en
+wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren
+van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't
+lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren
+etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden,
+wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden
+door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te
+weete comen.
+
+f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa,
+alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude
+bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten
+gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds
+zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155).
+
+g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver
+de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt
+Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden
+wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte
+geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.
+
+h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij
+aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't
+ontslaeken der Corese matrosen.... over.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer
+regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de
+Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage
+van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol
+campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia
+gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren.
+
+Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen,
+zullen mogen vertrecken.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.
+
+j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij
+Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige
+dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie
+connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer
+hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d'
+selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over.
+
+
+Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.
+
+k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen
+geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese
+eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden
+jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij
+de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om
+met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare
+gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden,
+Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen,
+maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te
+slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen
+van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde
+geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet
+meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de
+'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen.
+
+
+Generale Missive, 25 Jan. 1667.
+
+l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen
+vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot
+Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't
+Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich
+aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen
+seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland
+nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat
+aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8
+gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen
+sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen
+verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij
+ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen
+Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op
+'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck
+aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven
+en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt
+sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n
+September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te
+gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8
+Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken,
+dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover
+nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven
+1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).
+
+
+Generale Missive, 23 Dec. 1667.
+
+m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer
+goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt)
+de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse
+van daer den 23 October vertrocken waren....
+
+De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige
+gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw
+alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek
+(Japan). Kol. Arch. no. 1152).
+
+
+Patriasche Missiven. [359]
+
+20 Nov. 1667.
+
+n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de
+Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer
+tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all
+van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht
+in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de
+gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude
+connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde
+voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven,
+haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen.
+
+22 Aug. 1668.
+
+o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't
+jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer
+aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28
+daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert
+sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel
+die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het
+verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij
+daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie
+hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout,
+Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren
+als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat
+de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van
+het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off
+het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext
+van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een
+besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot
+den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende
+de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de
+Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste
+sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens
+het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op
+Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie
+bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert
+en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet
+sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten
+Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te
+laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't
+selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle
+denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te
+laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden
+lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent
+die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen
+ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken.
+
+
+
+Resoluties Heeren XVII. [360]
+
+10 Aug. 1668.
+
+p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat
+seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen
+geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen
+uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt,
+constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de
+pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh
+daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits
+desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn
+en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz.,
+uijt de Hooftparticipanten.
+
+11 Aug. 1668.
+
+q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende
+in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en
+geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock
+gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben
+betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van
+de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren
+en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van
+het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all
+vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve
+overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte
+Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert.
+
+13 Aug. 1668.
+
+r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in
+voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert
+het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in
+Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst
+van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het
+lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde
+gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden
+sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen
+dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men
+daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo
+den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten
+hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven
+in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een
+somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt:
+
+
+Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300.
+Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250.
+Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200.
+Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180.
+Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150.
+Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150.
+Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300.
+ ------
+ f 1530.
+
+
+
+
+II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Nagasaki.
+
+a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants
+Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders
+van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan
+anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn,
+van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te
+comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij.
+
+16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven
+Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert
+anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des
+Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert,
+bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht
+Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden
+warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der
+mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van
+Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet
+ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten,
+drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien,
+mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat
+ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck
+door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde,
+die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een
+merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot
+nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven,
+nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden.
+
+17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de
+Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van
+'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de
+frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse
+naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening
+tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer
+te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor
+deden bedancken.
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666
+overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den
+jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der
+Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de
+verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge
+met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362]
+volgen sullen.
+
+c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven
+Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits
+het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa
+gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob
+Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant,
+schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit
+van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen
+Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen
+[363].
+
+
+Generale Missive, 13 Dec. 1668.
+
+d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in
+Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer
+verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was,
+dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met
+Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening
+om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen,
+dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit
+hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht
+dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die
+luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers
+den Japander ten minsten ook groot respect draegen.
+
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.
+
+e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September
+verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen
+geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is)
+door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't
+Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck
+op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan
+UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende,
+de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't
+noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van
+seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij
+een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten,
+maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de
+Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het
+zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.
+
+Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen
+Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen
+handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de
+bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van
+die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten,
+soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de
+vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten,
+sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om
+gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot
+van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij
+wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder
+seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen,
+sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de
+rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht
+te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken
+quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge
+van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen,
+dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt
+toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en
+de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten.
+
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+5 Oct. 1669.
+
+f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo]
+alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven
+Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ...
+
+Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo
+seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den
+jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing
+van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde,
+soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen
+jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen
+als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt
+den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij
+bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle
+van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval
+is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en
+behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle
+naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't
+bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den
+Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen
+en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal
+(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie
+met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven
+off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen
+Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren.
+
+Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben
+hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen
+ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven
+wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar
+eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar
+met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen
+die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen
+gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar
+quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich
+daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo
+nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen
+dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar
+voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van
+desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe
+verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium
+alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen,
+die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over
+dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht
+ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout,
+peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout
+als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert,
+maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van
+importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast
+soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft
+'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven)
+geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt
+sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden,
+waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van
+'t rijck wellight op volgen mocht.
+
+19 Oct. 1670.
+
+g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen
+en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie
+voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten
+zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de
+Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden
+gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen
+voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant
+verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668
+op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden
+mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover
+oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge
+van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht
+maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden,
+tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan
+den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons
+des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn
+Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in
+Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden
+daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover
+hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde
+bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden
+deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan
+niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen
+daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck
+Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen
+de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem
+daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde
+geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden
+Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse
+Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen,
+waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in
+te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten
+conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent
+vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren
+wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een
+ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de
+Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote
+costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te
+connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen
+te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen
+gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse
+regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens
+mochten moveren.
+
+.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese
+gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die
+dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden
+als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman
+Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 =
+Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798).
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.
+
+h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt
+oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van
+5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet
+qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij,
+hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de
+600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien
+wegh in Japan gevoert zijn geworden.
+
+
+Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.
+
+i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt,
+Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met
+het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt
+verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest
+sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt
+van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar
+daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende
+lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject
+genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch
+eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert
+volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert
+(Kol. Arch. no. 256).
+
+
+Patriasche Missiven.
+
+j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht
+van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen
+besendingh derwaerts wel te recht naegelaten.
+
+k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in
+Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel
+een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de
+Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't
+voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn
+aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout,
+voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang
+wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om
+daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù
+die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het
+bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden
+gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh
+van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen.
+
+
+
+III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.
+
+
+A. HET JACHT DE SPERWER.
+
+1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge
+van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor
+de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389)
+en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18
+Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd;
+ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649
+in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie
+Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni
+1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering
+naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni
+1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14
+Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte
+dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar
+en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651
+terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651);
+vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug
+te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar
+de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14
+Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
+aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het
+1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
+1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna,
+16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18
+Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt
+van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.
+
+In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste
+lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman)
+of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende
+aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des
+Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva
+le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is
+trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch
+op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.
+
+2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer
+hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren.
+
+Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
+d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die
+bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren
+mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo
+Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't
+gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende
+terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich
+besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer
+de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om
+voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht
+te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de
+stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina
+om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm
+op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634
+in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366].
+
+Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
+beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo
+de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen,
+zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets
+te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634
+mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een
+musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
+afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
+uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van
+Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo
+oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
+ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen
+zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst
+aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert
+bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als
+de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
+Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen.......
+
+Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
+vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem
+in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre
+naer Taijouan te bevorderen.
+
+Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij
+dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren
+oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van
+deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt
+en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick
+overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer
+oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge,
+zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen
+coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen,
+ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer
+insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke
+plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het
+selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u
+de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie
+over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van
+Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief
+waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult
+hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck
+een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des
+Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde.
+
+In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans:
+van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris.
+
+3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt
+becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame
+Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer
+Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach,
+buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff)
+geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen
+Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat
+daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij
+hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen,
+ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen.................
+
+Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o
+naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter
+montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten:
+
+
+ 20007 cattijs poetsjoek
+ 20037 cattijs aluijn
+ 3000 stucx elantshuijden
+ 19952 stucx Taijouanse hertevellen
+ 3078 stx steenbocx vellekens ende
+ 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.
+
+
+.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en
+Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de
+fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij
+VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich
+sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta
+gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te
+Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts
+te demitteren....
+
+.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen
+427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken
+zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben,
+daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder
+sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan
+de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653).
+
+4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het
+schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't
+welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht
+was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te
+[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe
+dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer
+mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van
+de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de
+Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche
+arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een
+combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen
+dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede
+de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw
+op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx
+'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock
+onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent
+Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier
+ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen
+want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van
+Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
+contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
+presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden
+dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen.
+
+.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des
+naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis
+Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert
+verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
+ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
+cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
+anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
+Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en
+Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653).
+
+5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in
+VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone
+jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende
+'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm
+sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken
+daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen,
+ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f
+ 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse
+winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet
+als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad
+van Formosa, ddo 20 Mei 1654).
+
+6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
+tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
+Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer
+Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer
+nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen,
+soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow]
+een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw,
+die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen,
+sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan
+gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't
+zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa
+een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten
+nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck
+van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw
+(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende
+'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen:
+sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet
+dan al te gewis houden.
+
+... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e
+f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen
+noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except
+de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag
+sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt
+ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt].
+
+7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip
+Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent
+wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de
+Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult
+moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater
+die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben;
+wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude
+het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck
+sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons
+en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer
+uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).
+
+17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven :
+"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste
+besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme
+te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
+ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan
+subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen
+verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half
+Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek,
+Deel 1, Cap. 21 fol. 280).
+
+Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met
+de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden
+het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent
+19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van
+het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653).
+
+
+B. HET JACHT OUWERKERK.
+
+Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626
+te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van
+daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant
+Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot
+50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia
+aankwam (Dagr. Bat.).
+
+Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April
+1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627
+van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,
+Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck
+kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque
+ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China,
+soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis
+hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen,
+aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn
+volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen
+daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt
+te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot
+op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr
+Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr
+Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627).
+
+De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28
+Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche
+navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar
+Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten
+"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de
+rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan
+dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht
+(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en
+zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan
+naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn
+weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft".
+
+Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen
+te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen:
+
+"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra
+Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;
+maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder
+gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck
+omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt
+ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck
+mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen
+verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop
+toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat
+als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor
+de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den
+brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn
+alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten
+dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met
+haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een
+Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om
+laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter
+seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen
+20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de
+Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff
+comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch
+eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt
+niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628;
+Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389).
+
+Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en
+3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628
+van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t
+Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't
+volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag
+na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten
+stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV,
+2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628,
+bl. 334 en 389).
+
+.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op
+hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders
+g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt
+wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374].
+
+"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft
+desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck
+behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck
+antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver
+van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees
+weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem
+Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375].
+
+Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche
+gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia
+werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer
+Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden
+van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en
+"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao
+hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans
+dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I).
+
+
+C. HET QUELPAERT DE BRACK
+
+17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30
+Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij
+Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar
+Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640
+terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca
+(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121);
+17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1
+Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór
+31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165);
+4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April
+1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia
+(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar
+Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641
+aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel
+gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden
+om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug
+te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642
+over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde
+quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146);
+3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11
+Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12
+Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken
+van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar
+Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes
+Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan
+(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa
+gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug
+te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche
+jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in
+'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.);
+18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia
+17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia);
+10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643
+naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29
+Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644
+naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij
+Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt
+Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia
+(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op
+de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe
+Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar
+Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu
+(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der
+Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor;
+uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt
+dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld."
+
+Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.
+
+Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende
+het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man,
+en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh
+vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude
+mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop
+'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen.
+
+Generale Missive, 9 Sept. 1640.
+
+'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt,
+zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken
+noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te
+meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif
+liggen, te connen brengen.
+
+Patriasche Missive, 15 Maart 1641.
+
+Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats
+als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie
+sien te voldoen.
+
+Missiven Batavia naar Taijoan.
+
+14 Mei 1641.
+
+t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe
+als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen....
+
+In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt
+den Oppercoopman Carel Hartsing....
+
+Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met
+12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.
+
+11 Juni 1641.
+
+...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert
+op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...
+
+...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in
+T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh
+te wesen.
+
+Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.
+
+...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't
+Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat
+stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can...
+
+...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt
+sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over
+(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten
+ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van
+'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat
+ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen,
+soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer
+uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.
+
+Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem
+zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs
+bij contrarie mousson.
+
+Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.
+
+... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de
+Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse
+groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent
+Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht
+van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe
+van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is
+schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese
+champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt
+zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren
+met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet
+voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert
+binnen aen't Casteel te comen.
+
+Missiven Batavia naar Taijouan.
+
+16 April 1642.
+
+13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier
+onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende
+Kelang verschenen.
+
+... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10
+dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de
+jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae
+Quinangh's bocht aff te senden.
+
+28 Juni 1642.
+
+In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij
+uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith,
+Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert.
+
+Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.
+
+... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit
+Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de
+reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te
+vernemen lieff wert sijn.
+
+Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.
+
+Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie
+gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende
+wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den
+Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den
+handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets
+anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den
+11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven
+dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende
+verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert
+sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt.
+
+
+11 Oct. 1642.
+
+'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen
+wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien.
+
+Dagregister Japan.
+
+1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants
+schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door
+den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was,
+dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen,
+'t welck terstont achtervolcht is geworden.
+
+12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar
+middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten
+hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet
+meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het
+principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa
+gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende
+onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh
+quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede
+tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van
+de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge
+bequamen.
+
+13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert
+voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen
+gesorteerd....
+
+14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op
+gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na
+den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven
+al op stont uijtgelevert.
+
+27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh
+was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen
+en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders
+zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan
+boort gebracht.
+
+29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden
+als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en
+nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren,
+omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons
+afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde
+plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.
+
+29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft
+over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip
+de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier
+naar Taijouan vertrokken.
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.
+
+...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met
+'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere
+coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de
+oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op
+29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack
+(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren
+gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt
+ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen
+stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat
+daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert,
+ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke
+winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese
+proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge
+aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert)
+int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders
+soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht.
+
+Generale Missive, 12 Dec. 1642.
+
+Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse
+Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den
+Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van
+Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de
+jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch
+niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman
+Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende
+verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een
+aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn.....
+
+Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en
+deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer
+gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan
+van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack
+uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo
+in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een
+retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan,
+zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt
+is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten
+hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae
+sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de
+Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen
+ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de
+dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij.
+
+Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius.
+
+... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht
+in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack
+ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op
+Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).
+
+Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.
+
+... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende
+crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner
+saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376]
+
+Missiven Taijoan naar Batavia.
+
+15 Oct. 1643.
+
+Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende
+de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij
+ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte
+goutmijnne uijtgeset hadden....
+
+De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren,
+ons op den 17en Meij weder toegecomen....
+
+...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt
+van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende)
+waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde
+cruijsplaetse comende ...
+
+den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen
+masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643).
+
+
+
+17 Oct. 1643.
+
+...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage
+het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren
+[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld].
+
+19 Nov. 1643.
+
+Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October
+aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van
+'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts
+te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in
+32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores
+gecomen sijnde, wel toegecomen.
+
+'t Quel de Brack:
+
+18 Oct. 1643 naar de Pescadores
+
+26 Oct. 1643 terug van de Pescadores
+
+10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de
+Pescadores. (Dagr. Zeelandia).
+
+11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het
+binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en
+Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.
+
+'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij
+de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt,
+hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier
+geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen
+vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer
+nae behooren mach versien werden.
+
+Generale Missive, 4 Jan. 1644.
+
+Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de
+Vos ende 't Quel de Brack.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.
+
+Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren
+de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken
+sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet
+informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt
+cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel
+de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat
+hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen
+vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken.
+
+
+D. HET SCHIP DE HOND.
+
+"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op
+de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het
+fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619
+door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van
+Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten
+(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction
+LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305).
+
+De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in
+onze handen was geraakt:
+
+"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden
+ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den
+Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).
+
+Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander,
+dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11
+Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de
+Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten"
+(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van
+Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om
+verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16
+Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is
+van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).
+
+In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor
+Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer
+Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse
+zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6
+Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug
+... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met
+de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen
+enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van
+de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat
+van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De
+schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu
+Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te
+passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan
+gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt"
+(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt
+door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden,
+daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in
+groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando
+te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op
+Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den
+raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer
+alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan
+lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn"
+(Gen. Miss. 20 Juni 1623).
+
+Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de
+Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme
+[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps
+cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone,
+a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp
+in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II,
+bl. 336).
+
+
+
+IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378]
+
+Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront
+Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene
+eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl
+breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do
+Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel
+van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde
+legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.
+
+In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck,
+geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft
+soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie
+zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten
+
+ Rijs tot Tl. 20 t'last,
+ Cooper
+ Cattoen ende cattoene lijnwaeten
+ wortel Nijsen
+
+Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect,
+doch vallen seer duer.
+
+De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van
+daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer
+rijckelijck uijt ende incomen connen.
+
+De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer
+de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer
+mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens
+van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde
+welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden
+ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te
+comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan
+keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van
+t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff
+groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden
+mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken,
+tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen
+handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te
+treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden
+zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit
+geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige
+volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn,
+ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde
+met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer
+boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers
+ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden
+bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den
+oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben,
+door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer
+oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders
+hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle
+tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar
+in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen
+Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer
+invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can.
+
+
+Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen
+adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij
+binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen
+zijn. [380]
+
+Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen
+waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers
+gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den
+anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende
+een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder
+zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver
+[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met
+ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root
+vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een
+swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.
+
+Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen
+wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde
+op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche
+caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.
+
+Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander
+spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh
+sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt,
+vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.
+
+Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon
+van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock,
+gedragen wierde.
+
+Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters
+hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen
+(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant
+opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de
+suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende
+volchde hem noch een do naer.
+
+Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de
+guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers
+als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den
+anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken
+root verlact ende boven met een top van witte veeren.
+
+Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de
+gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert
+de Coreers t'accompagneeren.
+
+Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende
+op bagagie paerden.
+
+Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende
+de schenkagie der Coreers brachten.
+
+Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij
+was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft
+buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt
+te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met
+schoon sant gestroijt.
+
+
+
+
+V. PERSONALIA
+
+
+A. NICOLAAS VERBURG.
+
+1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip
+'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na
+goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw
+voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's
+mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië
+(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug;
+Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van
+3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650);
+vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan
+naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia;
+Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart
+1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van
+Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie
+ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675)
+en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw
+den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot
+(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26
+Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen"
+(1665).
+
+Generale Missive, 24 Dec. 1652.
+
+2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door
+veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn
+lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt
+de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om
+tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken
+'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen
+weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit
+gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende
+vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot
+vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort,
+daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in
+'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts
+tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren
+zullen....
+
+Resolutie, 21 Maart 1653.
+
+3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh,
+Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht
+heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen
+worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken,
+alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal
+sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert
+persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden,
+soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden
+vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het
+selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie
+te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de
+middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich
+staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het
+gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den
+Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe
+mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve
+Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen
+Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn,
+waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat
+gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien,
+wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende
+evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die
+aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer
+gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten
+ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet
+alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock
+meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat
+hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft
+te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van
+den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende
+bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op
+Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten
+intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten
+dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te
+houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost
+heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en
+werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende
+overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is,
+niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken
+medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene
+versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame
+te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien,
+om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om
+redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo
+veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement
+te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris
+Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange
+jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop
+ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde
+redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens
+ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste
+vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen
+conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle
+genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst
+meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een
+seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige
+exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert
+hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement
+te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten
+tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende
+verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en
+weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt
+het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt
+geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt
+rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de
+Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden,
+waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is,
+alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te
+extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet
+ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt
+vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren
+Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden.
+
+
+B. CORNELIS CAESAR.
+
+1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam
+6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f
+ 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den
+Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam;
+had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en
+wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit
+de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was
+in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot
+f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645
+per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie
+voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend:
+Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie
+toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21
+Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus
+(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot
+Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en
+Dagr. Bat., bl. 541).
+
+In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië
+(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de
+Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het
+opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli
+1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur
+van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30
+Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en
+72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar
+5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke,
+zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni
+1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335).
+
+2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653.
+
+Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat
+de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen
+sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij,
+volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten
+in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen
+als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht
+werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer
+overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel
+Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten
+voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich
+ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu
+tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde,
+den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden,
+waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat
+nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons
+wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden
+buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker,
+die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee
+in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris
+Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet
+te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn
+Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn
+Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte
+alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over
+te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve
+2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van
+India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te
+sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander
+gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te
+sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade
+hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse
+Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar,
+Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen
+mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste
+bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.
+
+Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.
+
+De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur
+in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch
+die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van
+daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen
+vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement
+ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten.
+
+UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die
+voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet
+werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich
+volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen
+ten hoochsten gelegen te wesen.
+
+
+C. IQUAN.
+
+"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in
+den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert
+doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese
+enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat
+wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij
+daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de
+Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382].
+
+"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken
+te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke
+quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van
+China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende
+gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden
+andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten"
+(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).
+
+Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral
+bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de
+Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een
+Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak;
+dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht
+[384], klinkt veel waarschijnlijker.
+
+De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe
+het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:
+
+De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee,
+was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang
+Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar
+getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die
+in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis
+aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan
+ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder
+zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den
+titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd
+betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was
+hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen
+met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I
+(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon
+bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze
+waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te
+Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan
+de Engelschen [388].
+
+Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het
+dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats
+Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en
+zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon
+was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven
+besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche
+berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene
+familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein
+China en diens hoofdvrouw in China.
+
+Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht
+bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht
+naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando
+betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg,
+den zoo vermaard geworden Koksinga.
+
+Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit
+Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het
+eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China
+(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624).
+
+Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om
+op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken
+toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro
+China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan
+terug waren.
+
+"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened
+up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership
+on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the
+History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87).
+
+"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der
+Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis
+gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck
+vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer
+ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende
+vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct
+can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal,
+Actum Batavia 18 Dec. 1627).
+
+"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen
+datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de
+riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe
+havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich
+ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de
+Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste
+vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie
+ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken
+ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt,
+sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens
+van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten
+tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen
+raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover
+Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt
+ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder
+onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone
+van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer
+Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is
+voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom
+en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van
+Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren"
+(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630
+aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114).
+
+"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den
+vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede
+omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu
+weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den
+rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was,
+weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt
+ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen
+Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent
+was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere
+grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te
+beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie
+bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet
+alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het
+Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck
+in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij
+hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven,
+alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per
+ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven
+ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten
+niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo
+hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten
+van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren
+Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).
+
+"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior
+van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen
+geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende
+voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende
+liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote
+macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken"
+(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).
+
+"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps
+handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons
+wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele
+gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken
+aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).
+
+20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen
+alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te
+vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de
+Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije
+niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat
+zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders
+rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven
+en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst. bl 81).
+
+"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave
+birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not
+develope the love for adventure and renown which made his elder brother
+[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31).
+
+"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh
+van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon
+des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger
+is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in
+Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645).
+
+"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh
+... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste
+bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft
+laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren
+gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt
+Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en
+tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken
+voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken
+stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).
+
+"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt
+hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh
+vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe
+mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te
+keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).
+
+"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren
+g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan
+den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de
+geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de
+Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja
+(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer
+1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck
+gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken
+dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij
+een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem
+mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van
+grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser
+vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert,
+nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice,
+daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando
+gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden
+was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede
+beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke
+dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van
+vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden"
+(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst, bl. 97).
+
+Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's
+geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel
+min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme
+herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben".
+
+"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu
+army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga]
+strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385).
+
+
+D. MARTINUS MARTINI.
+
+Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China,
+waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica
+en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier
+andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de
+Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een
+latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij
+verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja
+off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te
+geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki,
+ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen
+ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke
+attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en
+Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390]
+
+"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to
+his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed
+in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige
+leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld].
+
+While on his journey the great traveller passed Batavia.....
+
+Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them
+over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be
+printed while he himself gave a full geographical description of
+the whole empire together with historical, political and scientific
+explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier,
+On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II,
+1888, bl. 105 en 106).
+
+Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg
+vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de
+"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in
+het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652,
+26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer
+Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van
+honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij
+toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven
+Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te
+kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende
+Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij
+achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde,
+seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt
+Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden"
+(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren
+XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654).
+
+"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh
+tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker
+Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China
+heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse
+[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere
+negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven
+door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse
+hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer
+oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te
+friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen,
+dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton
+daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den
+oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs
+stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de
+libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden"
+(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).
+
+"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en
+dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao
+en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck
+van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel
+daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip
+den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+
+
+VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65.
+
+Dagregister Japan.
+
+Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij
+ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't
+Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen
+tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht
+sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige
+Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende,
+doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde
+deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben.
+
+20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de
+voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren
+in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't
+Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh
+in't S.W. verloren.
+
+21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende
+kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde.
+
+26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken,
+bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft,
+onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't
+Westen keert.
+
+29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien,
+maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger
+opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't
+Westen naer't N.W. gekeert is.
+
+Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als
+alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende
+met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt.
+
+10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te
+sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden
+malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn.
+
+20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien
+konnen werden.
+
+April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder
+omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die
+hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende
+was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo.
+
+ * * * *
+
+Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem
+een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een
+vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff,
+1701, bl. 66).
+
+ * * * *
+
+Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe
+sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was
+mede indt oosten.
+
+Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster
+zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden.
+
+Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman
+Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en
+Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).
+
+Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391]
+
+Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst
+gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre
+gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur,
+opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen,
+waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien.
+
+Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den
+rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen
+verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken
+daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de
+staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht:
+Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't
+mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen
+haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien,
+sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede
+langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw,
+nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy
+grooter in ons gesicht vertoont.
+
+Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en
+de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet
+hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen
+als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den
+2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder
+met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen,
+en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy
+ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na
+'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems
+3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen
+in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan
+den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat
+de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen.
+
+Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary
+1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten
+Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock
+over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van
+de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes
+daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien
+tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen
+en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen
+en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent
+heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich
+ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet
+en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien,
+te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den
+Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt
+van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een
+heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens,
+naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren,
+was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem,
+ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door
+de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden,
+en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet
+langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor,
+en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na
+met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn
+roedeken gelijckende.
+
+Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer,
+op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram
+eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus,
+ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt
+met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries
+uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30
+December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen
+van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo
+fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als
+dese dede, niet uyt.
+
+Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn
+Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van
+'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen
+vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de
+Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus
+de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen
+Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle
+Zee en Water-tekenen.
+
+Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een
+Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft
+laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in
+'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn
+Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den
+13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende
+op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.
+
+Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren
+te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer
+nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is
+gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het
+toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.
+
+'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden
+3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont,
+'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe
+datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke
+Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late
+ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels
+niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen.
+
+In Haerlem, desen 14 April 1665.
+
+
+Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur
+
+
+BIBLIOGRAPHIE.
+
+Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in
+'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter
+te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.
+
+Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die
+alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea;
+daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving
+zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het
+jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in
+het land teruggekomen was.
+
+Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen,
+en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.
+
+Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk
+van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven
+van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken,
+waarin het reisverhaal is opgenomen.
+
+
+DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/
+van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets
+door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn
+vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28
+dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in
+die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen
+in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB
+VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668.
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets
+die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de
+acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael,
+dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde
+bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo
+verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche
+letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te
+'s-Gravenhage.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer /
+van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door
+de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert
+/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in
+slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die //
+tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in
+'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van
+[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die
+van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die
+noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael,
+dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den
+hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische
+letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met
+heel kleine Romeinsche letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den
+titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de
+keerzijde verlies geleden hebben.
+
+JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/
+van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar
+op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant
+is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door //
+de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/
+by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/
+in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die
+tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't
+Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch
+acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt
+gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/
+Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree:
+Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe:
+Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de
+Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met
+verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer]
+// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker:
+Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.
+
+16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter.
+
+Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
+spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
+Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove
+houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening
+(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij
+den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje
+(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na
+het Journael volgt een nieuwe titel:
+
+Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare
+Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
+inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
+M.DC.LXVIIJ.
+
+Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan
+het slot.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te
+Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
+Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
+en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.:
+Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de
+prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders
+in Korea, ondert. Toeridjéné.
+
+'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de
+// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in
+'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER
+EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm
+en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/
+daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den
+Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van
+Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny
+moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer
+van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn
+'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in
+'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip
+in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
+van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
+Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
+door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:
+
+
+ Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen,
+ Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen,
+ En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen,
+ Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen,
+ In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft
+ Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft.
+ Hier nae een Beter.
+
+
+Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels
+wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia
+(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in
+de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere
+reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen
+met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van
+Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in
+het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte
+inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de
+dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de
+olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier
+te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan,
+dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het
+journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst
+in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht
+van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
+tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van
+de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en
+de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen.
+
+In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad
+van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis
+van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden,
+een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte
+plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht;
+op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck;
+in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door
+Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt,
+en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en
+casuarissen voorstellende.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch
+te Rotterdam.
+
+JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer
+ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders
+// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe //
+noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno
+1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam,
+Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte
+Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende
+spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure
+geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is
+veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding
+van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als
+zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd,
+dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger
+gemaakt om de ruimte te vullen.
+
+Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op
+Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen
+landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van
+'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede
+voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten
+blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8
+persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn /
+achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn
+aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] //
+t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
+uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde
+voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op
+p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor
+de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd,
+ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken
+Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide
+prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor
+is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des
+Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over
+Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656",
+uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan,
+Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing
+naar Corea overgebracht.
+
+Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
+Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land-
+en volkenk, van Ned. Indie te Delft.
+
+
+HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.
+
+Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in
+'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS
+MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669.
+
+In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436
+een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend,
+beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der
+geredde mannen op "Disma".
+
+
+DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.
+
+RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste
+de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de
+Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris,
+// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au
+coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d'
+Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+Ook met ander uitgevers-adres:
+
+RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE,
+au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, &
+au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165
+genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter.
+
+De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van
+Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel,
+en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee
+naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal
+geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden
+echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman
+(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.
+
+Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te
+Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage.
+
+Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au
+Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote
+18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer
+vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.
+
+Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ //
+Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/
+im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/
+und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ //
+vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget //
+JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise:
+// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653
+glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit
+Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und
+JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.
+
+Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene
+gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het
+boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich
+Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan:
+P. TROSCHEL sculp.
+
+24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op
+bladz. 811 de titel:
+
+JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/
+was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/
+// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/
+durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/
+so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/
+ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH
+HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/
+Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet.
+
+Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche
+uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het
+journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder
+de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus
+ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel
+Korea ... Verteuscht.
+
+Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.
+
+
+HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN.
+
+(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)
+
+A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill
+1704. fo.
+
+In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45
+(IV p. 719-742), 1752:
+
+An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the
+Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of
+Corea. Translated out of French.
+
+Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties,
+herdrukt in:
+
+Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia
+1884.--Second ed. ibid. 1885.
+
+Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the
+Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door
+den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel
+wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit
+de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene.
+
+Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection
+of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2
+kol.).
+
+In de Appendix op p. 37-40:
+
+An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the
+Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the
+East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore
+upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence
+to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship,
+who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd.
+
+Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar
+Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop
+volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de
+olifanten en krokodillen.
+
+Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715;
+nouv. éd. 1732. 8o.
+
+In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782):
+
+Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle
+de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée.
+
+Herdruk van de vertaling van Minutoli.
+
+A new and general collection of voyages and travels, consisting of the
+most esteemed relations which have been published in any language. By
+Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o.
+
+In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving
+van Corea, naar de collection van Churchill.
+
+Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes
+les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par
+l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris
+1746-89. 40.
+
+De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er
+bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen
+een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar
+Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de
+Parijsche uitgaaf.
+
+In vol. VIII (1749) p. 412-429:
+
+Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du
+Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert.
+
+Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by
+Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o.
+
+Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750)
+p. 18-48:
+
+Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa,
+en hun Berigt van de Landstreek.
+
+Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig,
+bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o.
+
+Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750)
+p. 573-608:
+
+Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem
+Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch
+HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt.
+
+A general collection of the best and most interesting voyages and
+travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o.
+
+In vol. VII p. 517:
+
+Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and
+their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated
+from the French.
+
+
+
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392]
+
+BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde
+Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.
+
+BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang,
+during the years 1843-46. London, 1848.
+
+BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851.
+
+CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North
+China Branch R.A.S. XXIII, 1888).
+
+CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894.
+
+CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.
+
+COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in
+Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage,
+1919-20.
+
+COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea
+(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).
+
+COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917.
+
+COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris,
+1894.
+
+DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918.
+
+DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction
+sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes
+coréennes. Paris, 1874.
+
+DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische
+Compagnie. (Handschrift Kol. Archief).
+
+DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history
+etc. II. London, 1894.
+
+DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History,
+people, resources and commercial prospects. London etc., 1903.
+
+DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan
+1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883.
+
+DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama,
+1880.
+
+DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.
+
+DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique,
+chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie
+Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736.
+
+DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze
+vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.
+
+ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917.
+
+GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea
+Branch R. A. S. I, 1900).
+
+----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).
+
+GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New
+Ser. XXVII, 1895).
+
+GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701.
+
+GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905.
+
+----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885.
+
+GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen
+Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).
+
+GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea
+en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.
+
+HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het
+Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12.
+
+----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer
+(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).
+
+HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés
+sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.
+
+HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases,
+by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903.
+
+HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik
+Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).
+
+HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen
+enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.
+
+HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens
+de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879).
+
+HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I,
+1900).
+
+HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917).
+
+ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch
+R.A.S. IV, 2, 1913).
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche
+zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in
+Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865.
+
+KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van
+het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem,
+1831.
+
+KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam,
+1729.
+
+LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par
+M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.
+
+LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc.,
+edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900.
+
+LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op
+Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).
+
+LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer
+Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door)
+Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten
+enz. Amsterdam, 1595.
+
+LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions
+Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15).
+
+MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong,
+1867.
+
+MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited
+by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams
+1611-1617). London, 1850.
+
+MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902.
+
+MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.
+
+MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).
+
+MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.
+
+NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen
+Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897.
+
+----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841).
+
+PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo,
+(1909).
+
+PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second
+edition. London, 1917.
+
+PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.
+
+----Corea. (China Review. XIV, XVI).
+
+----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society
+of Japan. XV, 1887).
+
+PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma
+H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland,
+1905-1906.
+
+PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der
+Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900.
+
+REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society
+of Japan. VI, 3, 1878).
+
+RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin,
+1834.
+
+ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of
+manners, etc. Paisley, (1880).
+
+----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and
+progress. London, 1891.
+
+SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch
+R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.).
+
+SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von
+Japan. Leyden, 1852.
+
+----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52.
+
+SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie
+Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.
+
+TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New
+Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.
+
+TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der
+japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909.
+
+TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs
+néerlandais, etc. Amsterdam, 1867.
+
+----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam,
+1884.
+
+VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V,
+2. Dordrecht--Amsterdam, 1726.
+
+'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675.
+
+VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by
+E.M. Satow, London, 1900.
+
+WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography,
+government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899.
+
+WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam,
+1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.
+
+YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV,
+2, 1913).
+
+IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen
+Kon. Inst. dl. 73, 1917).
+
+ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen
+van Arkel. Gorinchem, 1755.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij
+de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan
+d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot,
+Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het
+"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626:
+"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse
+op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman
+Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om
+de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende
+om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304
+in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten:
+"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki,
+Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde
+Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt
+... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een
+musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons
+comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625,
+bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa,
+sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts
+schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan
+omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest
+te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering:
+"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer
+verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat].
+
+[2] Zie Bijlage V_A, 1.
+
+[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).
+
+[4] Zie Bijlage V_A, 3.
+
+[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan
+dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle
+des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla
+Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te
+rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam
+Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven
+geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf
+hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers
+gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het
+Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn
+Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan,
+dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).
+
+Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad
+niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de
+zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde,
+was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier
+ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15,
+17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden
+den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor
+op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar
+schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering
+aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant
+van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het
+beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door
+de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van
+hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"]
+"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven."
+
+Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan
+en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen
+de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie"
+gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26
+Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661
+aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa").
+
+Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh
+in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia
+10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in
+de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld:
+"het vlekje Provintie".
+
+[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter
+troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't
+suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle
+die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven
+gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen
+massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12
+dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't
+verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese
+revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24
+Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te
+komen voor 2600 gemassacreerde koppen.
+
+[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste
+Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende
+gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote
+vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten
+zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck
+ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge
+voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa,
+altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen
+Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting
+te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de
+groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn
+te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31
+Jan. 1653).
+
+Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654)
+doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In
+UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven,
+hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen
+sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent
+3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude
+veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun
+van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde
+voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van
+onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655).
+
+[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke
+deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute
+onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door
+de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den
+tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan
+de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).
+
+"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer
+Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk,
+bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie
+Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd,
+en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt
+ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan
+Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T
+valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten
+die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de
+clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien
+en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie
+geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20
+Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de
+Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de
+dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen
+niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben
+te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de
+politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn"
+(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur
+... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en
+Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.
+
+[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en
+Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees,
+zie Bijlage V_C.
+
+[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in
+Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den
+grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar
+tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven
+heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te
+hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25
+Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat
+de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin
+[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert;
+mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater
+Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient
+heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne,
+weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur
+Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne
+benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3.
+
+[12] Res. 20 Mei 1653.
+
+[13] Zie Bijlage V_B, 1.
+
+[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als
+Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in
+Kol. Archief no. 780.
+
+[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die
+gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement
+van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre
+scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer
+generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden
+van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier,
+nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden"
+(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de
+publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale
+gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd
+bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het
+"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen.
+
+[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van
+sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij
+laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer
+Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3.
+
+[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse
+besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier
+overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de
+Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653).
+
+[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den
+9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest,
+tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden
+sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met
+genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende
+alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson
+al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te
+laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17
+deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van
+de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken,
+te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge
+van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni
+1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2.
+
+[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia
+onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van
+de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman,
+Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz).
+
+[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't
+jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3.
+
+[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de
+fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha
+Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die
+van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders
+vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen
+volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht,
+oock wel beseijlt schip".
+
+[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende
+29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert
+ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een
+cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van
+f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3.
+
+[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk
+door het vergaan van de Sperwer gemaakt.
+
+[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642.
+
+[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in
+Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen
+en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en
+verongelukt 27 schepen.
+
+[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A.
+
+[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes
+de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent.
+
+[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders,
+als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder
+(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken,
+opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666).
+
+[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging
+to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary).
+
+[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor
+Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan
+14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado
+(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus,
+Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den
+onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in
+Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando
+opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing
+duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le
+Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst"
+vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima
+verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de
+onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was
+gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den
+29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte
+gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk
+in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde
+uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende
+240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne
+staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een
+brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte
+daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen,
+te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als
+sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te
+mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde
+wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan).
+
+[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten
+te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen
+nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19
+Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's
+dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van
+Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den
+Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te
+gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd
+Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat
+hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen
+ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een
+ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij
+de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen
+grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen,
+bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).
+
+[32] Bijlage I a.
+
+[33] Bijlage I b.
+
+[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de
+groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten
+omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij
+hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen
+door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der
+tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer
+beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken"
+(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670).
+
+[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens
+getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael
+ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9
+Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd
+Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende,
+Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in
+Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde,
+voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't
+gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet
+aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet
+hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren
+Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie
+deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den
+29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).
+
+[36] Zie Bijlage I a en I b.
+
+[37] Zie Bijlage I b en I d.
+
+[38] Zie Bijlage I f-h.
+
+[39] Zie Bijlage I i-j.
+
+[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de
+fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw".
+
+[41] Zie Bijlage I o.
+
+[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen,
+ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen"
+(Journaal, Uitg.-Saagman).
+
+[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen
+de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den
+13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt,
+Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de
+Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff
+oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen,
+Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan
+geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December,
+alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668).
+
+Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen
+als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende
+Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van
+Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen
+van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op
+Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer
+waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden
+gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs"
+was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.
+
+[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667
+(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam,
+1660-1668. Kol. Arch. no. 1153).
+
+[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en
+20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de
+Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn,
+de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge
+Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1
+Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668,
+bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de
+Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de
+Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20
+deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de
+Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).
+
+[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten
+November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart
+1668. Kol. Arch. no. 301).
+
+[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische
+Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265,
+270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner
+Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert,
+ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen
+('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne
+Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen
+Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden
+tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen
+wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van
+'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven,
+af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker)
+en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp).
+
+[48] Zie Bijlage I k.
+
+[49] Zie Bijlage I q-r.
+
+[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82).
+
+[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its
+communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed
+almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 86).
+
+[52] Zie Bijlage I n (slot).
+
+[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan,
+op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand
+overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen,
+2e dr., I, bl. 53).
+
+[54] Zie Bijlage II a-d.
+
+[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53.
+
+[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer
+afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van
+omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm
+beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren,
+de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten
+zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote
+mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer
+stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door,
+den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent
+Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto
+is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670).
+
+"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht
+dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto
+zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.).
+
+"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia
+vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van
+op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een
+opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch
+soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt
+geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest
+aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T'
+is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen"
+(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670).
+
+[57] Zie Bijlage II a (slot).
+
+[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.
+
+[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort
+van Coromandel".
+
+[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt
+Buijenskercke van Japan".
+
+[61] Zie Bijlage II i.
+
+[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile
+(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was
+never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely
+that the Coreans would take any pains to mark the site of their
+graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en
+terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge
+van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn
+vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den
+Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar
+1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en
+waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens
+haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert,
+dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in
+13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven
+en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn
+gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt
+Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op
+alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en
+na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn
+van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven"
+schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff,
+Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen
+geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap
+werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en
+te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail
+from Great Britain it is of special interest to know that one of the
+unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was
+"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of
+any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did
+in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's
+Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95).
+
+[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered
+have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives
+knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were
+of foreign manufacture. The figures on them, however, told their
+own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore
+marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be
+the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who,
+like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile
+though the honoured guest and adviser of the king and government. The
+presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what
+must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes
+and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by
+travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and
+conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott,
+Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S.,
+New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).
+
+[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888]
+je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout
+souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu"
+(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46).
+
+[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371.
+
+[66] Zie Bijlage I k.
+
+[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder
+op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese
+eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde
+den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte
+jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu
+aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert
+dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't
+verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie
+sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt
+haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van
+het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie,
+politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende
+het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan
+ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal
+wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in
+Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en
+by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde:
+wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel
+onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te
+vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift
+aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in
+de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen
+en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI.
+
+[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26).
+
+[69] Zie Bijlage I o.
+
+[70] Zie de Bibliographie.
+
+[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz.
+
+[72] Bl. 429-436.
+
+[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele,
+Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het
+exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij
+kunnen raadplegen.
+
+[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele,
+a.v. bl. 269.
+
+[75] Dl. I, bl. 148.
+
+[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest,
+verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen
+op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de
+vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders
+Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot).
+
+[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens
+vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene
+Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-så
+of Gouverneur.
+
+[78] Zie Journaal, bl. 11.
+
+[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de
+Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in
+de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese".
+
+[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des
+satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le
+1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese
+is de Chineesche uitspraak van Moksa.
+
+[81] Witsen, 2e dr., bl. 59.
+
+[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668.
+
+[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668.
+
+[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31.
+
+[85] Zie de Bibliographie.
+
+[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and
+Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt
+in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918)
+alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope,
+Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt
+maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial
+account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which
+sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that
+such animals may have existed two hundred and fifty years ago and
+yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen
+komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten.
+
+[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII:
+The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885).
+
+[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de
+Haan.
+
+[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon
+een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te
+teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten
+vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel
+73, bl. 401, waren ongeteekend.
+
+[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78).
+
+[91] Zie facsimile tegenover den titel.
+
+[92] Zie facsimile.
+
+[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit
+que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup
+moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).
+
+[94] Zie bl. 13.
+
+[95] Zie Bijlage III_B.
+
+[96] Zie Bijlage I_A.
+
+[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement
+scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr.,
+bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on
+his return, recounting his adventures in a simple and straightforward
+style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176).
+
+[98] "When this account was printed in Holland, the eight men
+mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and
+examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars
+here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render
+the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that
+carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon
+the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732),
+Preface bl. 574).
+
+[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten
+ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53.
+
+[100] Zie Bijlage Io.
+
+[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53.
+
+[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have
+given a much more perfect description, and many men in that time
+would have made it more ample and satisfactory; but the author gave
+what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested,
+having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in
+that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain
+his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's
+Collection IV, Preface, bl. 574).
+
+[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance
+rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui
+ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté
+de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau
+holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement
+au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the
+country and people, deserves careful study. It throws some interesting
+sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries
+ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the
+"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword
+van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions
+Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94).
+
+[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's
+narrative, questioning especially his geographical statements. Before a
+map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be
+seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It
+is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life,
+people, and customs gave us so little information concerning them"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen
+Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel
+gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren
+er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte
+Entd. Japan, bl. 37).
+
+[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia,
+the Coreans have always bowed down before the greatly superior
+mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of
+their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal
+books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific"
+(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge
+the Japanese and other nations possess, they obtained from China,
+while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus
+(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea
+(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert,
+Korean Survivals (Id. bl. 25-50).
+
+[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in
+contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked
+on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch
+supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth
+century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and,
+as read at the present time, conveys an exact picture of the people
+and country. Place after place which he mentions in their captive
+wanderings have been identified, and every scene and every feature can
+be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native
+conservatism both in language and habits that Hamel's description of
+two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life"
+(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch
+R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was
+plainly a shrewd observer, and much of his description of the country
+and the people and their customs tallies well with our own experience
+of the last thirty years, though one would not care to subscribe to
+every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de
+uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX,
+1918, bl. 94).
+
+[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première
+source des détails importants concernant la Corée & ses habitants"
+(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel
+van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des
+Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit
+Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem
+Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität
+wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben
+des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch
+vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III,
+1834, bl. 637-638).
+
+[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire
+de l' Eglise de Corée, 1874.
+
+[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée,
+quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à
+Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées
+des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736)
+bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the
+hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 353).
+
+[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais
+séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en
+vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement
+leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes"
+(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX).
+
+[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor
+of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with
+letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of
+Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of
+Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268).
+
+[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun
+Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance,
+she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in
+the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of
+Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China
+Past and Present, bl. 340).
+
+[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21
+Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea
+(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93).
+
+[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire
+sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal
+Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean
+monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII,
+1888, bl. 1).
+
+[115] "Ever since the Manchus established themselves in China,
+Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful
+vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no
+interference on the part of China in her internal administration: all
+she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal
+value at fixed periods, for which she received a liberal return; and
+to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place
+and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340).
+
+[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo,
+being the word "Imperator" in its original military significance"
+(Parker, China, 1917, Glossary).
+
+[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255,
+301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William
+Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916,
+bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608,
+het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea
+sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a
+new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times"
+(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV,
+2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de
+eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit
+deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere
+[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na
+voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware
+den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke
+Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince
+geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn
+Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere
+ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken."
+
+[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree
+met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden;
+haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij
+claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope
+tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht
+van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck
+als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn
+landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door
+vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia
+dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV).
+
+[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders
+voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs
+van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d'
+Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te
+laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1,
+caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the
+castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive
+next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The
+intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense
+with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests,
+a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they
+were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot).
+
+[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van
+Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea
+ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige
+jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den
+Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser,
+op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere
+in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23
+April 1635).
+
+[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen,
+Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31
+Aug. 1643).
+
+[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae
+het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen,
+aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck
+van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens
+ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken
+gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen,
+waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe,
+als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die
+'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght.
+
+Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert
+aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke,
+te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van
+veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde.
+
+Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core,
+ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is
+ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen
+cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t'
+welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de
+Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen
+zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden
+van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af,
+oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer"
+(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der
+Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70).
+
+[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is
+inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900,
+bl. 78, noot 4).
+
+[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III,
+bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan,
+1858, bl. 29.
+
+[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet
+werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker
+aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende
+berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found
+three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and
+came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I
+vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke
+haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue"
+(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd
+daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten
+deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3
+Febr. 1626).
+
+[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken
+waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het
+mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt
+Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen
+Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent
+30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch
+25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a
+4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de
+strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant'
+voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck
+sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te
+versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck,
+leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort"
+(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in
+vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII).
+
+[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en
+plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo
+verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea
+door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met
+gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan
+mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk,
+Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38).
+
+[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea,
+per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of
+Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary
+of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258).
+
+[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme
+in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge
+incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater
+request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and
+from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John
+Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as
+yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other
+privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in
+paine of death not to goe without the walles thereof to the landward"
+(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out
+of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando
+9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of
+Japan were attended by about 500 men and were royally entertained,
+by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through
+whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured
+to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King
+of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might
+procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando
+15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 222).
+
+[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622,
+20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te
+Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622
+en 20 Juni 1623.
+
+[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van
+Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken
+die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust
+houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende
+ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na
+dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit
+schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten,
+welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten
+wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off
+diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia
+aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11
+Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in
+het Kol. Arch. niet aangetroffen).
+
+[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot.
+
+[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea
+door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de
+reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden
+wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht
+is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt
+verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door
+UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien
+correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen
+admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout
+ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen
+deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker
+seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens
+een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van
+bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert"
+(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).
+
+[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea
+hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als
+UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult
+gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar
+Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van
+voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was
+achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten
+sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de
+Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden
+treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende
+ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en
+Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de
+Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien,
+wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie
+becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons
+gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel
+als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar
+Firando, 26 Juni 1638).
+
+[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre
+van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula
+de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de
+groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten,
+Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw,
+Korea hier te lande nauwelijks bekend was.
+
+[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien,
+China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat
+proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen
+sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639).
+
+[137] Zie Bijlage I o.
+
+[138] Zie Bijlage II e, f en h.
+
+[139] Zie Bijlage I o.
+
+[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde
+dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te
+drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen,
+is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324).
+
+[141] Zie Bijlage II j en k.
+
+[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote
+behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie
+niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en
+van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen
+admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten
+Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von
+Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai
+unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27).
+
+[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland
+(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep
+20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669
+te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo
+onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te
+verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679).
+
+[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China
+Review XVI, bl. 309).
+
+[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai
+als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa
+de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso
+ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula
+zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de
+Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene
+Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod,
+Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft
+wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der
+Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der
+obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel
+unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten
+des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones
+welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung
+von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie
+auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen
+"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée"
+und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten
+Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).
+
+Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas
+van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland
+"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes
+hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie
+der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9),
+VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten
+VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van
+Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734):
+Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750):
+I de Quelpaert.
+
+[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II,
+bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch
+strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert
+noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland,
+Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860:
+"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen
+zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets
+over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918)
+bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van
+dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders
+Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese
+kaarten Fungma genoemt".
+
+[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh
+geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat
+gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip
+de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe;
+den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27
+Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse
+sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van
+Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30
+mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen,
+met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen,
+stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen
+sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef,
+sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der
+Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr
+1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek,
+9e hoofdstuk bl. 89.
+
+[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of
+his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2:
+"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert"
+an old name for a galiot".
+
+[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde
+opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856).
+
+[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie
+Bijlage III_C.
+
+[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen,
+dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November
+Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert".
+
+[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet
+acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt
+die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben
+toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan,
+2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh
+uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer
+gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia
+aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643).
+
+[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende
+Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer
+gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler
+ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden
+ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van
+Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het
+"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16
+Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het
+pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer
+verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is".
+
+[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I
+(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië
+VI, 4 (1898), bl. 290).
+
+[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan
+becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen
+alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het
+seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha
+verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa
+gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij,
+niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert,
+ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen
+heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent
+Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken,
+gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch
+ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als
+geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen
+den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten
+respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen
+onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts,
+soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met
+een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De
+gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde,
+was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort
+eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken
+(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten
+binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut
+lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen
+nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur]
+verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs
+niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij
+tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor
+d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli
+1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson,
+XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia
+de Philipinas, V, 114-122.
+
+[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is
+situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a
+tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins
+of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay"
+(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323).
+
+[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe
+residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel
+uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant,
+mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen
+ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan,
+4 Juli 1644).
+
+[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel
+ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten
+Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen,
+opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht
+becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the
+reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa
+Island, going to attack it year after year, was that they had promised
+the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards
+from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV,
+bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643).
+
+[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur
+Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten
+proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den
+Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben
+ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt".
+
+[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij
+overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten
+om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien
+'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich
+is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke
+sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als
+de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden,
+'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een
+blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642).
+
+[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden
+tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten
+van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te
+doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder
+voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa,
+23 Juni 1643).
+
+[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt,
+maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat
+reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius
+bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende
+wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel
+voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre
+te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst,
+verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan,
+23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen
+daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare
+brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden"
+(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold
+is the most important.... It may be said.... that of the limited area
+investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460).
+
+[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa
+de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken,
+hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado
+g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten
+te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius
+zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen;
+deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met
+het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden,
+ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent
+Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe,
+De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642,
+Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands,
+XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642
+te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642)
+en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd
+daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal
+der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's
+nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en
+Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661)
+(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort
+vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat
+ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25
+Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de
+havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang
+voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668
+voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211).
+
+[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh
+de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert
+'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September
+passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack
+... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een
+aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642).
+
+[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar
+Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het
+Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in
+diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval
+op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt.
+
+[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).
+
+[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de
+noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks
+naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli
+1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654),
+wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder
+de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in
+loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden
+quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken
+als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen
+hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree,
+Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende
+de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen."
+
+[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien
+een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond
+aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie
+Journaal bl. 9.
+
+[170] Zie bl. XLII, noot 1.
+
+[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long
+enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners
+of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface,
+bl. VIII).
+
+[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire
+national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).
+
+[173] Zie Journaal bl. 73.
+
+[174] Zie Bijlage I a.
+
+[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651.
+
+[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651.
+
+[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer,
+Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423.
+
+[178] Zie Bijlage I a.
+
+[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum.
+
+[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft
+bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten:
+
+1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier
+(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon
+de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave
+Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147].
+
+2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633
+Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort,
+Utrecht 1760).
+
+3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur
+Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie
+te Batavia.
+
+4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren
+zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn
+overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688).
+
+In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel,
+door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens
+aangetroffen.
+
+[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing
+everything in its power to suppress Korean nationality. The Government
+not only forbade the study of Korean language and history in schools,
+but went so far as to make a systematic collection of all works of
+Korean history and literature in public archives and private homes
+and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919).
+
+[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII
+centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William
+Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I,
+bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by
+C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII,
+part 2, 1916.
+
+[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden
+zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan,
+Priangan II, bl. 44, noot 8).
+
+[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste
+schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen
+met het limiren van den dagh onder zeijl".
+
+[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen
+(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou
+de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan:
+"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht
+van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.:
+"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen
+vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449).
+
+[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het
+achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk
+uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder.
+
+[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10
+November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort".
+
+[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China.
+
+[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water
+uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische
+hulpmiddelen doenlijk is.
+
+[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip.
+
+[191] de afsluiting van het achterschip.
+
+[192] d.i. één uur 's nachts.
+
+[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van
+het roer, te hebben doen oploeven.
+
+[194] d.w.z.: de ankers hielden niet.
+
+[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond.
+
+[196] groote vaten.
+
+[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in
+Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn"
+(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders
+hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V,
+2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den
+Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5
+Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te
+Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord
+van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth
+Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird
+(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold,
+Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot).
+
+[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe
+van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te
+dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens
+de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor
+de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip
+gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten
+doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so
+Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan
+te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot
+'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve
+dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is.
+
+Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten,
+Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke
+meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt
+eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten
+sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en
+yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te
+goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip
+gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen
+yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed
+hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening
+by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen
+tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps-
+en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen"
+(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27).
+
+[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk
+dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet
+besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast
+en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve
+van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De
+Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de
+goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat
+weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy
+heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot
+sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de
+Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).
+
+[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26).
+
+[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den
+Chineeschen Jihpen.
+
+[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist
+waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de
+gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het
+Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel
+Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen
+zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is,
+in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant,
+ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van
+hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets
+te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de
+stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De
+opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de
+opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland"
+kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest
+van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651
+van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis
+door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben
+hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen
+uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642
+was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4).
+
+De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de:
+
+I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden
+'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten".
+
+II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte
+genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de
+hooghte van 33 graden 32 minuten".
+
+III. Uitg.-van Velsen = II.
+
+IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de
+stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer
+'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en
+dartig minderlingen".
+
+Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven:
+"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen,
+und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe
+von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg
+(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea
+qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré
+trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages,
+VIII, bl. 416).
+
+Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30'
+zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking
+genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten.
+
+De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer"
+gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169).
+
+[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en
+roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat
+doel werden ingekocht.
+
+[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons;
+dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen
+de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15").
+
+[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs".
+
+[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2.
+
+[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges
+sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs"
+(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII,
+noot 5.
+
+[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has
+been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They
+give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and
+cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903,
+bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly
+furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea,
+1905, bl. 267).
+
+[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip
+"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr
+maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest
+(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen
+gesteld. No. 54; zie bl. 73).
+
+"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor
+uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als
+tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde
+chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden
+kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo
+1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14,
+fol. 255).
+
+[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts
+verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van
+Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao
+1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese
+jonck daar was geraakt".
+
+[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive
+Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637:
+"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten]
+aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien
+haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door
+den Heer van Fingo soude mogen geschieden".
+
+[212] d.w.z. in Indië.
+
+[213] de hoofdstad Seoul.
+
+[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van
+"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The
+Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost
+werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2,
+bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen
+te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten
+blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe
+te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de
+bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen
+van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701).
+
+[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen,
+Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen".
+
+[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer
+behoord.
+
+[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen.
+
+[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de
+drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz,
+beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54,
+bl. 73).
+
+[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt.
+
+[220] d.i. wij geraakten.
+
+[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig
+vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra
+(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk
+aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet)
+met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast
+(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast
+zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw
+overboord viel.
+
+[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen
+als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or
+cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
+a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
+bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
+frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
+rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
+prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence
+of the delinquent are written upon it for the information of the
+passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape"
+(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509).
+
+[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa,
+gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**).
+
+"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du
+vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque,
+sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le
+21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14'
+de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la
+Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384).
+
+De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3
+en 12: "Chesu".
+
+In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij
+haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op
+de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den
+Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en
+III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts
+Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of
+ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree."
+
+Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher,
+Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v.
+
+[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk,
+aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 47).
+
+[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of
+convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves
+of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201).
+
+[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois
+cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is
+about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200).
+
+[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de
+Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut
+a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**).
+
+[228] ?
+
+[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124°
+10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**).
+
+[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'"
+(a.v. bl. 17**).
+
+[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified
+stronghold in the mountains, to which, in time of war, the
+neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet
+de montagne" (Dict. a.v. bl. 373).
+
+[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'"
+(a.v. bl. 18**).
+
+[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'"
+(a.v. bl. 7**).
+
+[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra,
+à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**).
+
+[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to
+in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la
+dynastie précédente".
+
+[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste"
+(Dict. a.v. bl. 19**).
+
+[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'"
+(a.v. bl. 20**).
+
+[238] ?
+
+[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
+Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**).
+
+[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de
+Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**).
+
+[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de
+Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou
+gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**).
+
+[242] lees: Kyeng-keui.
+
+[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of
+the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
+current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
+annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul,
+Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**).
+
+[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du
+royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van
+"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui
+et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le
+fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur
+de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**).
+
+[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden,
+namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting
+van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de
+afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt;
+recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352
+K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De
+afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of
+666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67).
+
+[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden,
+werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene
+dergelijke vertooning zouden vergasten.
+
+Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het
+Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie
+te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen]
+... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten,
+mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een
+liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren,
+te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn
+vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse
+gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen
+en een stuck van een comedie te ageeren....
+
+... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme
+regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter
+jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons
+onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons
+logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).
+
+De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor
+de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de
+Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van
+de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde
+van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder
+afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten
+opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden"
+was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven
+naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
+houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede
+soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door
+de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over
+de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden
+[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en
+geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere
+verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692).
+
+[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door
+den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17
+Aug. 1708).
+
+[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire,
+qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement;
+c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin"
+(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English
+Dictionary, 1911, bl. 429.
+
+[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.
+
+[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst".
+
+[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert.
+
+[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet
+gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3);
+de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.
+
+[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away,
+but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling
+the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were
+easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172).
+
+[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal
+city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of
+the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress,
+to which the royal family are sent for safety in time of war ... During
+the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it
+his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang
+is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.
+
+[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart
+1622).
+
+[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt
+opgegeten."
+
+[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.
+
+[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik
+(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t
+schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier
+aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624).
+
+[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het
+Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen
+Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige
+te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als
+een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan
+het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben
+uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het
+lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen.
+
+[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best
+conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken
+met eene Koreaansche woordenlijst?
+
+Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt
+verder niet gesproken.
+
+[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te
+gebruiken.
+
+[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra
+(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8.
+
+[263] ?
+
+[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant
+d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans
+chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321)
+
+[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de
+nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen
+moesten gaan.
+
+[266] linnen.
+
+[267] de hoofdstad, Seoul.
+
+[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer
+hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren;
+want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het
+Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn,
+volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen
+is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert
+te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki,
+opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49).
+
+"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a
+perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the
+war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 150).
+
+"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu
+au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200
+soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**).
+
+[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last
+king. This Prince commenced his political career at Moukden, where
+he had been sent as hostage by his father. In the second year of his
+reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659.
+
+The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden,
+whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist
+nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV,
+bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24)
+Chang-hai, 1905, bl. 457, 462.
+
+[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de
+armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder:
+Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens,
+Bosboom-Toussaint en Beets.
+
+[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
+anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
+rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker,
+Corea, China Review XIV bl. 129).
+
+[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel
+(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal).
+
+[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and
+Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs.
+
+[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île
+et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant
+qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée"
+(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la
+dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**).
+
+"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and
+which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four
+centuries. He moved his capital to its present site, to the city of
+Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning
+"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed
+since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name
+of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269).
+
+"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the
+throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392)
+a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu,
+rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and
+established himself as the king of Corea. He chose for the title of
+his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the
+Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and
+for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He
+also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The
+Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895,
+bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation"
+(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het
+noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.
+
+[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo
+vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de
+Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
+stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek
+met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.
+
+[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea
+stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10'
+E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird
+flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300
+miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396).
+
+[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
+rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
+from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed
+to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2).
+
+[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en
+japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands
+situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea
+... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the
+12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently
+had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
+completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot,
+Dict., bl. 706).
+
+[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to
+gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the
+water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
+Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de
+Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui
+a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**).
+
+"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare
+1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht,
+dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is,
+vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te
+Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan
+werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van
+Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden,
+die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve
+die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44).
+
+[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer
+mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus
+gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57).
+
+[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea
+in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van
+Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien
+Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te
+hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van
+een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt
+uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van
+kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op
+de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen
+wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen,
+en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen
+vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen
+moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche
+Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee
+was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde,
+dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit
+het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea,
+meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind,
+als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer
+oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44).
+
+"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in
+onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als
+de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee
+is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden
+of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56).
+
+[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the
+dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese
+name is derived from a fancied resemblance to the human form. The
+genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are
+derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the
+leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The
+roots are covered with rings, from which the age is ascertained,
+and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean
+ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native
+ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206).
+
+"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in
+gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in
+silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a
+food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing"
+qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273).
+
+Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende
+werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck
+Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven
+1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV,
+bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante
+de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The
+culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch
+R. A. S. III, 1903, bl. 18-30).
+
+[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by
+powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed
+by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 228-229).
+
+[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont
+gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts
+met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het
+leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt;
+dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert,
+is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels
+schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56).
+
+[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen,
+'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen
+voor onse naackte billen hebben gekregen."
+
+[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken
+om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman).
+
+[287] "There seems to be three distinct classes or grades of
+bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study,
+and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa
+being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who
+solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
+temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun)
+act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use,
+weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333).
+
+[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman).
+
+[289] Zie bl. 59.
+
+[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the
+metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
+turn, and the King ascends the throne if they have any representations
+to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127).
+
+[291] "Close communication between the palace and populace is kept
+up by means of the pages employed at the court, or through officers,
+who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa,
+or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain
+the popular feeling, or to report the conducts of certain officers
+... receives sealed orders from the king, which he must not open
+till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
+a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
+cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 221-222).
+
+[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet,
+als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten.
+
+[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen
+gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al,
+voorafgegaan door een;
+
+[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
+since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main,
+that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated
+the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235).
+
+[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande
+een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over
+een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne
+mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen,
+met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven
+heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk
+op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als
+het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55).
+
+"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen,
+en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels,
+drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente
+en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester
+Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit
+onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57).
+
+[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone
+upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning
+tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved
+off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh,
+leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of
+holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
+torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
+discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335).
+
+[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik,
+maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen,
+ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
+beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven
+mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal
+II, kolom 1951).
+
+[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention
+with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea,
+bl. 355).
+
+[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous
+visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds
+of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267).
+
+[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2.
+
+[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in
+north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though
+we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The
+floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from
+the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 263).
+
+[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman
+staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het
+weggelaten.
+
+[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II,
+bl. 769.
+
+[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
+would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal
+with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time
+... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant
+place does not need to make elaborate preparations ... At night,
+instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters
+some house, whose exterior room is open to any comer. There he is
+sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 288-289).
+
+[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe".
+
+[306] "Not the least interesting of the local or national festivals,
+are those held in memory of the soldiers slain in the service
+of their country on famous battle-fields. Besides holding annual
+memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of
+the people, there are temples erected to soothe the spirits of the
+slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites
+made painful to the national memory by the great Japanese invasion
+of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 299).
+
+[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten".
+
+[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles.
+
+[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der
+Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd
+Paardrijden, strofe 13, regel 6).
+
+[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered
+at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 298).
+
+"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om
+aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor
+'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken]
+den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel
+honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door
+yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen.
+
+De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt,
+dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk
+in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele
+honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn
+Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin
+levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur,
+eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is
+verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't
+ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56).
+
+[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders".
+
+[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the
+Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears
+to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula"
+(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en
+Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om
+katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e
+dr. I, 1917, bl. 434).
+
+[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier
+te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt,
+op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 58).
+
+[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people
+to use coin and at the same time prohibiting them from the use of
+cloth as money.... Up to this time, there had always been a party
+opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress
+its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast
+disappearing and though they once more succeeded, five years later,
+in causing the rescission of the order to use coin, the people by that
+time had become so accustomed to its use that they began to coin for
+themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever
+of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea,
+Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61).
+
+[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643
+... and in the following year, when sending home the king's son,
+who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a
+half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently
+remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans
+like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288).
+
+"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses
+of absolute self-government; but, at the same time, it has had only
+brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage
+to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years'
+dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe
+taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly
+tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants,
+who bring back profits much greater than the amount of the tribute"
+(Ross, a. v., bl. 365).
+
+[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren?
+
+[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien;
+ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte,
+'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan
+de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en
+van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat
+zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had;
+doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver,
+of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e
+dr. dl. I, bl. 58).
+
+[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded
+annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town
+aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29).
+
+[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't
+Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche
+Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden
+(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de
+Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders
+schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is
+een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren
+aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere
+lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 59).
+
+[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende,
+geschreven. Het tweede is...."
+
+[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or
+almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and
+complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross,
+Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity
+and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale,
+The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part
+I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans
+la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet,
+le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles
+où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne,
+I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII).
+
+[322] lees: drukplaeten.
+
+[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren
+Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
+Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien,
+Band III (1834) bl. 594).
+
+[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen
+woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen
+onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den
+Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat
+zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen,
+daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely
+leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does,
+it is a great occasion which is previously announced to the public. The
+roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while
+the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of
+each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
+dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
+the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
+should look down upon his majesty. Those who think they have received
+unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
+stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched
+on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer
+or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo
+groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde
+steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen,
+als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen
+zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen
+onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk,
+maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van
+Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy
+een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende
+dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first
+sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by
+five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages
+and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first
+entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the
+heir and other members of the royal family, heads of public offices
+&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated
+when the envoys take their departure). When the envoys first arrive
+at their hotel, the heir advances with the various high officers,
+and makes two obeisances. When they take their departure, the same
+ceremony is repeated outside the ... Gate...
+
+The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from
+the palace by the Corean court officials with great ceremony to his
+hotel, and music is used even on fast days; a number of articles
+of local produce are taken with him, and special other articles are
+sent on the emperor's birthday and with formal state communications;
+these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs,
+shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea,
+China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is
+equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on
+the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting
+out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands
+reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his
+relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are
+all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de
+Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet
+gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).
+
+[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra)
+is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh
+genoemd.
+
+[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç.,
+bl. 16**).
+
+[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**).
+
+[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan
+aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.
+
+[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als
+voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn
+tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet,
+als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn
+de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet
+'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn
+van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56;
+Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They
+do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and
+stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together
+with wooden nails. They use round stems of trees in their natural
+state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with
+cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail
+very well within three points of the wind, and the fishermen are very
+skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon
+[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts,
+en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die
+de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan,
+werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen,
+alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest"
+(Witsen, 2e dr. I, bl. 44).
+
+[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster,
+die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre
+af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich
+liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter
+afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot
+Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen
+als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder
+staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje
+sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven
+Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot
+en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op
+46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden,
+kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in
+zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers
+oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer
+diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men
+met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal
+kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV
+(1665), bl. 183).
+
+Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius),
+die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor
+in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn
+"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen
+der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749)
+en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
+Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator
+aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie
+ook Bijlage VI.
+
+[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne
+krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander,
+verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch
+de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden;
+na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag
+'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden,
+dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn
+Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre,
+daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is
+ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
+geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
+ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh
+in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
+mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).
+
+[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard
+Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de
+belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens
+tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven
+de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).
+
+[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about
+this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr,
+and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey,
+and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto
+which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of
+the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary
+of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618).
+
+[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van
+Velsen: "bij de Zeekant".
+
+[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of
+ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden
+zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende,
+aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks
+tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I,
+bl. 57-58).
+
+[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by
+hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel
+van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts
+van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een
+tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst,
+na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen
+zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen
+zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van
+een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen,
+2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken).
+
+[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig
+hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren,
+met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e
+dr. I, bl. 58).
+
+[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender
+handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson
+weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18
+Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly
+winds blow from the middle of May, and often even from April, until
+the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west
+monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April
+... prevails until the middle or end of September.... But the
+regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese
+coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in
+winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is
+inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the
+exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of
+Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878,
+bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke
+retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te
+largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen
+suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar
+Taijoan, 2 Mei 1644).
+
+[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en
+achtervloed, voorvloed en achtereb.
+
+[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter:
+"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft.
+
+[343] lees: praijde.
+
+[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den
+wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan
+boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een
+houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt
+om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven.
+
+[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men
+veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4.
+
+[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht".
+
+[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging
+door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken
+eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen:
+"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt,
+die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.".
+
+[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden
+Dagregister.
+
+[349] Zie Bijlage Ie.
+
+[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan
+valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal
+dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen).
+
+[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki
+aangekomen. Zie Bijl. Ij.
+
+[352] Zie Inleiding, bl. XXVI.
+
+[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal
+niet voor.
+
+[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den
+druk aangebracht.
+
+[355] Niet ingevuld.
+
+[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667,
+Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden.
+
+[357] van 18 Oct. 1666.
+
+[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger
+als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki.
+
+[359] Kol. Arch. no. 457.
+
+[360] Kol. Arch. no. 255.
+
+[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester
+(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod,
+Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan,
+1729, bl. 232.
+
+[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan.
+
+[363] Oostvoort in Bijl. Ia.
+
+[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd
+Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben
+te doen.
+
+[365] Zie bl. 86 hiervóór.
+
+[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456.
+
+[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.
+
+[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56.
+
+[369] twee?
+
+[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia"
+genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15
+Sept. 1627).
+
+[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad
+Ords. (Dagr. Bat.).
+
+[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18):
+14 April 1627.
+
+[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland;
+ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).
+
+[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the
+10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with
+the view of attacking a fleet which had been prepared there for a
+journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt,
+thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The
+guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After
+the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog
+C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77.
+
+[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter
+eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff
+tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten".
+
+[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert
+de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd.
+
+[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het
+vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21
+November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
+opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13).
+
+Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps
+toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx'
+tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was
+langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar
+Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van
+13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando,
+zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie
+Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan
+boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20
+Dec. 1621).
+
+[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan
+aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637
+geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637.
+
+[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de
+Japanners.
+
+[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato
+van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de
+geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer
+gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door
+d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest:
+Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone
+wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het
+hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer
+consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne
+den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando
+24 Meert Ao 1637).
+
+[381] zijde, staat in Dagr. Japan.
+
+[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals,
+volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden,
+Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616).
+
+[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613,
+Introduction, bl. LI.
+
+[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers:
+"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft
+in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met
+schoone vrouwen ende kinderen".
+
+[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
+all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare"
+(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]).
+
+"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a
+safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to
+the scanty historical material which we have at hand, established a
+rough form of government over their settlements. So admirable was the
+organization that the different bands lived together without discord
+and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to
+look after the interests of the combined bands whenever anything arose
+of common concern. The strongest of them was a powerful band under the
+leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns,
+and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually
+attained a position so formidable that smaller bands combined with them
+for their own protection, and thus nearly the whole of the China and
+Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai
+died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and
+the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903)
+bl. 8).
+
+[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten
+seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625).
+
+[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625.
+
+[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English
+Residents in Japan 1611-1623, bl. 271.
+
+[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat
+"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
+de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
+Chineezen te Batavia (1636-1645).
+
+[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet
+gebleken. Journaal Hamel.
+
+[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en
+9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.
+
+[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal,
+de Bibliographie.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht
+de Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN ***
+
+***** This file should be named 11467-8.txt or 11467-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.net/1/1/4/6/11467/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.net/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.net
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.net),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.net
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ http://www.gutenberg.net/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ http://www.gutenberg.net/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ http://www.gutenberg.net/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ http://www.gutenberg.net/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/old/old/20040305.11467-8.zip b/old/old/20040305.11467-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..e1da01f
--- /dev/null
+++ b/old/old/20040305.11467-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/old/20040305.11467.txt b/old/old/20040305.11467.txt
new file mode 100644
index 0000000..9199fb5
--- /dev/null
+++ b/old/old/20040305.11467.txt
@@ -0,0 +1,9720 @@
+The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de
+Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.net
+
+
+Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer
+ En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland
+ Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene
+ beschrijving van dat rijk
+
+Author: Hendrik Hamel
+
+Release Date: March 5, 2004 [EBook #11467]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+
+
+
+ VERHAAL
+
+ VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT
+
+ DE SPERWER
+
+ EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN
+ HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK
+
+ DOOR
+
+ HENDRIK HAMEL
+
+ UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK
+
+
+
+ 'S-GRAVENHAGE
+
+ 1920
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+VOORBERICHT
+Gebruikte afkortingen
+INLEIDING
+JOURNAAL
+BIJLAGEN:
+
+ I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen
+ II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen
+ III. Gegevens betreffende schepen:
+
+ A. Het jacht de Sperwer
+ B. Het jacht Ouwerkerk
+ C. Het quelpaert de Brack
+ D. Het schip de Hond
+
+ IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea
+ V. Personalia:
+
+ A. Nicolaas Verburg
+ B. Cornelis Caesar
+ C. Iquan
+ D. Martinus Martini
+
+ VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65
+
+BIBLIOGRAPHIE
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR
+BLADWIJZER
+
+
+PLATEN:
+
+
+Facsimile van de eerste bladzijde van het HS
+Facsimile van een gedeelte van het HS
+Kaart van de tochten van Hamel
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende
+van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan
+is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het
+door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer,
+opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk
+te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van
+1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij
+landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim
+twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing
+en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige
+rijk en zijne bewoners.
+
+Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden,
+kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar
+verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat
+hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de
+Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van
+Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te
+vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan
+een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot
+de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat
+ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen
+van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra
+mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is
+gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen,
+ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom
+de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal
+uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar
+oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van
+het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.
+
+Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen,
+dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel
+nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke
+niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden,
+noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich
+zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er
+vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats
+is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van
+de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden."
+
+Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben
+drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op
+mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honore Naber gaf blijk van zijne
+belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger
+Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie"
+voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff,
+heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne
+zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van
+het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van
+Ned.-Indie, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn
+geweest.
+
+Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel
+van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt
+en belangstelling vindt.
+
+Den Haag, 1920. B.H.
+
+
+
+GEBRUIKTE AFKORTINGEN.
+
+
+Dagr. Bat.
+Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts India.
+
+Dagr. Jap.
+Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan,
+eerst te Firando en later te Nagasaki.
+
+Res.
+Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indie.
+
+Gen. Miss.
+Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII.
+
+Patr. Miss.
+Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische
+Regeering.
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht
+der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en
+gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken
+zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren
+van Oost-Azie voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden
+nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis
+van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het
+waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden,
+gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke
+op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun
+wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken,
+omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van
+ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en
+nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre
+hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang
+in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea,
+was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer".
+
+In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de
+benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa
+[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2],
+die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook
+geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit
+"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie",
+een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt,
+discretie ende cloeckheijt" [4].
+
+Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche
+kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen
+vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die,
+onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen,
+de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering
+was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte
+minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval
+was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden
+waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7].
+
+Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke
+ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het
+ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde
+te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden
+dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten
+de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag
+te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt".
+
+Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone
+van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou
+wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China
+tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven,
+zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en
+zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft
+de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet
+ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's
+bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In
+1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed
+een einde te maken.
+
+Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering
+van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de
+Ordinaris Raad van Indie Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten
+voor desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming
+aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel
+Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de
+voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal
+Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12].
+
+Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren
+en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indie Cornelis Caesar
+[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als
+Gouverneur sich... te vervoegen" [14].
+
+Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker
+een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken
+staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne
+familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn
+transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was
+dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge"
+naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te
+laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef
+en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de
+behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan
+"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18].
+
+Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer"
+misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus
+"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden
+Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht
+de reis ondernomen [19].
+
+Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa
+niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den
+16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan
+het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende
+tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was
+uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21].
+
+Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te
+hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte
+schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis
+naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen
+enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de
+veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in
+den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie
+het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het
+"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen.
+
+Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het
+hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet
+te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen
+voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer
+omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan
+dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo
+veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig
+hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was.
+
+Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de
+Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden
+daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25],
+bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende
+eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden
+hadden dankbaar gestemd te wezen [26].
+
+De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27],
+zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis
+hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht
+toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin
+van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat
+eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op
+een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich
+hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September
+1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van
+"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven
+der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders
+[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze
+acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren
+bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot
+een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch
+land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan
+was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren
+lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het
+leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het
+eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van
+Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan
+dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt
+bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord
+waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden,
+van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een
+landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw voor hen in
+Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt.
+
+Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat
+hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het
+vaderland en in Indie was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia
+was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden
+Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia
+[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft
+gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid,
+zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo
+aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog
+niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op
+den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld
+zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip
+aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij
+hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34].
+
+Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht,
+was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo
+werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten
+[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een
+vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van
+den 23en October 1666 met de "Esperance" naar Batavia te zeilen,
+konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen
+nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel
+de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om
+bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar
+(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde
+maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op
+de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November
+1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40].
+
+Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik
+Hamel bleef voorloopig in Indie [41]--de reis naar het vaderland
+ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn
+zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens
+het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het
+schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan
+"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel
+en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven
+monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven
+schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden
+noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld
+dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde"
+[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou
+hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard
+door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in
+het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van
+bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen.
+
+De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te
+veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht
+zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen
+zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben
+verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.
+
+Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen
+behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens
+komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn
+gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de
+gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers
+zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel
+[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul
+op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad
+van Indie op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van
+gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage
+toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki
+waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage
+met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de
+goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48].
+
+In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren
+XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak
+maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit
+commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder
+hen verdeeld [49].
+
+De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten
+daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing
+onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six,
+de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen
+welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio
+van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus
+officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien
+van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te
+Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche
+gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven
+schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te
+danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53]
+en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar
+Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en
+September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten,
+den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd
+dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren,
+was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die
+het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land
+der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf
+voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of
+Nederlander geleek" [55].
+
+De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een
+paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen
+dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan
+het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat
+de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia,
+werd aangehouden [56].
+
+Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te
+Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in
+dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om
+Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door
+ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den
+27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar
+Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij
+Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker
+tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge
+zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59],
+terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou
+hebben gebracht [60].
+
+Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde
+schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet
+vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven
+boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch
+verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om,
+gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van
+hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel
+als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De
+uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet
+te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669
+was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept
+[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs
+minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in
+het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over
+Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche
+bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is
+geworden [62].
+
+Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar
+en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen
+zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke
+zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands
+omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer
+blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en
+zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige
+geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van
+[65].
+
+Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij
+hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer"
+nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij
+mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens eene uitzondering,
+hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten.
+
+Een hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat
+zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen
+verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de
+Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van
+het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen
+en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea
+was bijgebleven.
+
+Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia
+de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen
+[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand
+nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer
+Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indie
+niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden
+omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren
+over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte
+te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit
+rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het
+Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met
+"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar
+en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan
+"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook
+is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in
+de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de
+Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs,
+dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam
+[68].
+
+Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit
+geweest van zijne lotgenooten die voor hem, den 20en Juli 1668, in
+het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter
+inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van
+uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden
+ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te
+lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in
+het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen
+als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen
+in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over
+Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk,
+zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs
+de eenige van zuiver westersche herkomst.
+
+De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens
+hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie
+"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn
+werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de
+Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden
+te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij
+evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld,
+heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar
+dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt.
+
+Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad
+in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen
+over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In
+den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel
+is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders
+die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en
+gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te
+zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens
+elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde
+schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet
+over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal.
+
+In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705
+verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger
+geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft
+kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die
+in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt
+omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt
+gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als
+zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier
+Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam,
+die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester
+Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd.
+
+Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft
+gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea
+in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij
+begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt
+hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met
+de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl
+hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by
+d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de
+inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede
+de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent
+Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't
+eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt:
+"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron
+is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche
+woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland
+zelf daarmede was aangeduid.
+
+De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op
+eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke
+samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande
+ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en
+veracht" [81].
+
+Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal
+diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben
+gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd
+waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig
+voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich
+zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen
+is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die
+beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een
+paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde
+[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in
+Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave
+zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan
+het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen
+de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar
+onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen.
+
+Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche
+vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het
+nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling
+op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en
+bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan
+de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan
+de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van
+eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk
+een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen
+begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87],
+zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn
+Journaal niet is bekend gemaakt zoo als hij het heeft samengesteld.
+
+Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor.
+
+In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's
+Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig
+[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in
+handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande
+dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's
+Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit
+Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een
+exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande;
+om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten
+dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het
+vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven.
+
+Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen
+Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal
+bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer
+Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het
+"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective
+quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn,
+Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende
+Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij
+respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en
+wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene
+brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven
+maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister
+gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de
+Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree,
+sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666."
+
+Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is
+samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs
+verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89]
+en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk
+zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren
+aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als
+van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de
+samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de
+aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap
+nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk,
+zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden
+zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de
+ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het
+Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan
+een ander is toegeschreven.
+
+Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift
+is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen
+vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die
+copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.
+
+Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen
+het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening
+in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de
+Indische Regeering heeft aangeboden?
+
+Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.
+
+Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki,
+zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het
+opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in
+de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666)
+[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven
+door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat voor het
+vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou
+afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan
+zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig
+hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk
+den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop
+het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen
+de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan
+de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand
+gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor
+die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht
+aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indie afkomstig wezen,
+welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91].
+
+Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld,
+door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan
+naar Indie, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens
+de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde
+hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen
+echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte
+verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich
+niet zal hebben schuldig gemaakt.
+
+Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden
+exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan,
+maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije
+vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid
+van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt
+verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia
+oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden
+van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.
+
+Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk
+heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen
+sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren
+gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 a 20 jaren" hetgeen is
+veranderd in "17 a 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze
+nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte
+Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op
+zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke
+van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiist
+valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor
+dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt
+afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de
+oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst
+door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de
+verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten
+dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens,
+ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's
+medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen.
+
+Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan
+ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden
+en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het
+eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld
+en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord
+zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's
+makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen
+in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd
+en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen
+enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor,
+door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij
+hunne aankomst te Nagasaki.
+
+Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald,
+is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te
+weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's
+tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou
+het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen
+had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn
+Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings
+weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden
+gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist
+zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en
+zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een
+oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven
+wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt;
+de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt.
+
+Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid
+en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders
+heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek
+dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat
+hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea
+gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao
+1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op
+de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip
+toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is
+aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel
+dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning
+aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist
+hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan
+een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van
+de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's
+avontuur te boek heeft gesteld.
+
+De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet
+wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders
+worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd
+naar Indie ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam
+was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche
+omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met
+ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog
+de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats
+van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet
+groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van
+een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige
+beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke
+verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin
+van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen
+schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis
+gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is
+geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel
+was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98],
+hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden
+neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen
+dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer
+bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij
+voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp
+zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo
+verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien
+al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren
+des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99],
+hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer
+in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen
+aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea
+tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende
+hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt
+gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere
+armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat
+stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om
+tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen
+wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest
+geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen,
+maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting
+is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op
+te maken.
+
+Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben
+gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden
+de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden,
+maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze
+boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel
+teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en
+heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals
+een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel
+gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over
+gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel
+uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven,
+maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen
+nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en
+ondervonden aan anderen mede te deelen [102].
+
+Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen
+van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst
+bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten
+op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend
+heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van
+zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat
+zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen
+toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de
+juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104]
+en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij
+die berichten in zijn Journaal, welke voor controle vatbaar waren,
+elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor
+de overige op zijn woord te gelooven.
+
+Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende
+gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan
+te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in
+de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal,
+hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen
+is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn
+genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben
+verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk
+op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea
+ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving
+de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk
+valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf
+voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid,
+daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke
+gegevens ten dienste staan.
+
+De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht,
+heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den
+conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar
+maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst
+tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten
+voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd
+om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken
+met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel
+uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste
+nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend
+bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis
+voor Hamel's geloofwaardigheid [106].
+
+Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van
+land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in
+lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne
+beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor
+dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken
+[108] hem zelfs niet noemen en een hunner aan de zooveel later in
+Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft
+van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf
+aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken
+daar te lande [110].
+
+De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners,
+zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot
+uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had
+op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de
+havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners,
+Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112].
+
+In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of
+Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en
+latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog
+[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag
+met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd
+nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn
+land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen
+den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden
+welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een
+gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad
+van den Keizer van China als suzerein van Korea [115].
+
+Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea
+geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding
+vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar
+herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen
+onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in
+hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten
+dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun
+verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's
+Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende
+weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht
+aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen.
+
+Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart
+hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer
+met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen
+voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor
+oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar
+de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking
+tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot
+ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier
+vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood;
+schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch
+in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun
+geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging
+van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben
+eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld.
+
+De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van
+waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners
+in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daimio van
+het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie
+ten goede kwamen [120].
+
+Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien
+handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen.
+
+Lang voor andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten
+en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners
+van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de
+eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij
+van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche
+zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in
+zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste
+berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland
+omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen.
+
+Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden
+Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123]
+(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman
+was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610)
+om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het
+eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen
+gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126],
+doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te
+bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van
+den Daimio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook
+het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610
+[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter
+verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest
+om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea",
+waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later
+[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis
+geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker
+[129].
+
+Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn
+geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in
+andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin
+verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest
+aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor
+geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis
+welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover
+misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren
+bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen
+Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het
+krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in
+de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben
+gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648
+niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben
+afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor
+het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar
+Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent
+de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend
+dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een
+avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt
+van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners
+en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons
+bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt
+aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135].
+
+De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land
+Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid.
+
+Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental
+schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige
+voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met
+Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te
+Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en
+de Raden van Indie hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde
+schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch
+anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting
+konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene
+onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China
+en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken
+voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138].
+
+Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben
+ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van
+het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche
+land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in
+Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken
+dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan
+zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben
+geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard
+gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan,
+heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en
+Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor
+goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het
+jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143],
+is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het
+geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar
+zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht.
+
+Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter
+sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo
+[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van
+Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw,
+destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in
+die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar
+een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd
+[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden,
+de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146].
+
+Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk
+van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat
+Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is
+eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men
+vindt dat al in 1648, vijf jaren voor het vergaan van "de Sperwer",
+van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148].
+
+"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene
+aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam
+zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier
+Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der
+17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart
+was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen,
+van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en
+geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt
+voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip
+zal hebben ontleend.
+
+Inderdaad heeft meer dan een Compagnie's "quelpaert" voor 1648 de
+wateren van Oost-Azie bevaren.
+
+Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de
+Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack"
+[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de
+Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640
+uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het
+vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia
+aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype
+luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs
+zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee
+of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII
+spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot
+'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t'
+Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t'
+Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt
+door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was
+als de in Indie beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip
+was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als
+het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van
+deze soort in Indie verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden
+en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden
+("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher").
+
+Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering
+van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas
+kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na
+aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van
+1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het
+koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam.
+
+Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten
+volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan
+had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen
+verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen
+uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen
+[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de
+komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer
+zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen
+ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in
+den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren
+handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat
+van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan
+Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te
+Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot
+de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar
+met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel
+de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk
+te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel
+gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer"
+in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar
+over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen.
+
+Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt
+om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.
+
+Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de
+Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit
+over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog
+toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek
+waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet
+kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden
+genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao
+en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking
+Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar
+doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158].
+
+Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de
+Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In
+hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het
+roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de
+kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van
+de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk
+zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland
+een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch
+ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige
+Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van
+den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet
+zou worden vergemakkelijkt.
+
+De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te
+weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de
+aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland
+[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding
+te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit
+Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa
+vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met
+rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te
+Batavia van zelf [163].
+
+Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa"
+was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat
+de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester
+gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit
+zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als
+adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die
+taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al
+was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene
+maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan,
+liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand
+van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug.
+
+De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn
+betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of
+van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland
+is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige
+ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het
+Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie"
+op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van
+Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite
+waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks
+betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie
+tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert",
+misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere
+belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt
+[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis
+van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit
+den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet
+genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in
+zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding
+ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia,
+die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het
+eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168]
+waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders
+bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart
+waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden,
+is die van Joan Blaeu van 1687 [170].
+
+Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt
+aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid
+dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert
+de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvoor noch daarna is dit
+"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het
+geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind"
+en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten
+kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na
+1642 en voor 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden
+met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila,
+kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit
+gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.
+
+Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten
+wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben
+met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger
+tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar
+wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke
+rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171].
+
+De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht,
+evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien
+een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht
+van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de
+aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder
+welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan
+nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het
+woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals
+"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen
+zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en
+"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van
+luipaard. [172]
+
+Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis
+kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.
+
+Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote
+bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen
+hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik
+Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij
+op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in
+1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's
+Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651
+met de "Vogel Struijs" in Indie was gekomen, [174], welk schip den
+6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175]
+en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176].
+
+Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek
+stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa
+verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur
+Generaal Wiese naar Indie toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en
+tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd,
+oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen
+op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen"
+[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indie
+gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan
+de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens
+tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f
+ 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de
+bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot
+f 30 pr maand werd verhoogd.
+
+Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia
+is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670,
+toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland
+was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het
+licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van +- 1734,
+waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn
+opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar
+Oost-Indie gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is
+door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en
+aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan
+en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indie
+en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den
+12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren
+uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van
+Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht
+Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179].
+
+Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de
+oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om
+door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar
+zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen
+[180].
+
+Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen
+zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de
+aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal
+aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk
+veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de
+verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal
+opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers
+van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren
+eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen
+aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch
+schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de
+tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne
+lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams.
+
+De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte
+stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik
+gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief,
+eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie
+in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden,
+wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar
+ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken
+van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke
+hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien
+inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.
+
+
+
+
+
+JOURNAAL
+
+
+[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen
+Raaden van Nederlants India.]
+
+Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van
+'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve
+Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree)
+hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en
+ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int
+selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van
+die natie ende gelegentheijt van 't land.
+
+Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden
+van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en
+Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl
+gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van
+Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh
+van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer
+een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende
+op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen
+ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr
+ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert;
+naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden,
+sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen,
+om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.
+
+Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een
+storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer
+hoe meerder toenam.
+
+Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht
+bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t
+selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat
+bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve
+ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt
+een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert
+den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij
+[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip
+verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer
+(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren
+vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te
+sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs
+strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte
+comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders
+geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende,
+bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden.
+
+Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq
+verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden)
+stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen,
+als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende
+onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen;
+hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte.
+
+Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde,
+sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen
+beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte.
+
+Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden,
+sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door.
+
+Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten,
+gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.
+
+Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met
+verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen
+conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh
+slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen
+regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het
+meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op
+'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen.
+
+Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende
+malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een
+hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met
+pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door
+de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet
+anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen
+den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191]
+ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel
+los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te
+verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te
+maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck
+slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over
+quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was,
+eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende
+'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een
+weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge
+der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te
+wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]]
+over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee
+spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep:
+mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael
+soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent
+niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192],
+riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent
+een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten
+regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten
+terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193],
+dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen
+stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick
+met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh;
+degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden
+om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer
+betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende
+d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende
+waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter
+niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende,
+hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de
+donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.
+
+Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog
+eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog
+ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor
+den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de
+meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int
+vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt
+leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te
+overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij
+sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in
+spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier
+uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant
+gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam
+ontrent 10 a 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft
+doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 a 7 matroosen,
+die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige
+victualie (alsoo in de laetste 2 a 3 dagen weijnigh hadden gegeten,
+doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken)
+aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een
+vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met
+een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam;
+waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte
+vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was;
+tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo
+veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met
+malcanderen voorden regen te schuijlen.
+
+Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al
+na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer
+weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste
+was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int
+minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent
+een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam
+steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een
+musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en
+deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer
+toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer
+(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet,
+maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met
+malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij
+eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn;
+tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die
+ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden.
+
+Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen
+den middagh quamen wel 1000 a 2000 man soo ruijters als soldaten
+bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre
+staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199]
+ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij
+'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals,
+waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer
+hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de
+aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten,
+ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck
+was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden
+tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen
+haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien
+souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden,
+maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al,
+dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also
+malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient
+bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den
+overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij
+malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie
+hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]]
+welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten
+ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij
+verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen;
+nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand
+geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om
+ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae
+'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij
+malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te
+eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden
+'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202].
+
+Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen
+ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden;
+de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland
+(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede
+een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de
+klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende,
+smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren
+ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap
+bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven.
+
+Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't
+yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee
+stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote
+als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen
+wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van
+neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons
+tweemael daegs wat eeten.
+
+Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat
+ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te
+worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden;
+de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int
+bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen
+hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie
+gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen,
+sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent
+een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de
+toonen vande voeten vielen, ider 30 a 40 slagen; smiddaghs wesen
+dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die
+om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste
+in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende
+soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent
+Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen
+in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal
+dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst.
+
+Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten,
+aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen,
+het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206]
+sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland,
+bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor
+'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een
+coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten
+dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude
+gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer,
+oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen,
+ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen
+van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort
+was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de
+voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten;
+een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een
+groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck,
+ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij
+vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij
+conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet
+hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde;
+terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer
+4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht;
+alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met
+beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet
+conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een
+wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden
+was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten;
+liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot
+onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog
+de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten
+daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck
+water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man,
+soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des
+Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij
+na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te
+doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx
+'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over
+zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven
+aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs
+mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer
+konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende
+cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx
+bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont,
+ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels
+voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te
+vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden
+met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten
+ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin
+soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan
+gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam;
+liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens
+mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.
+
+Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman
+ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem
+comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert,
+vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot
+antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon
+te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel
+praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot
+nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck
+ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders
+van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende
+naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer
+Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was,
+zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland
+vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende
+waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman
+ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan
+Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt
+'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck
+naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree
+vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant
+gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met
+de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door
+gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij
+'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck
+Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met
+den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden
+hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant
+gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat
+hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert
+gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende
+hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde
+malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer
+Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen,
+zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij
+senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden
+versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke
+troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen
+niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van
+een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was
+te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders
+tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren
+geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met
+ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en
+volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons
+voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den
+eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur
+gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den
+eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen,
+om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten,
+ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende;
+liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper
+Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen
+hadden hem bekent te maken.
+
+Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den
+ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten
+hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten
+mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur
+liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden
+weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere
+kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te
+behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen,
+gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter
+daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel,
+liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was,
+dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste
+land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden
+wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter
+haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle
+de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.
+
+Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons
+terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met
+een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door
+contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort
+dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude
+den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen,
+den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste
+versach om vordere clachten te mijden.
+
+[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen
+gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs,
+geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat
+indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb
+garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses
+man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven
+alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de
+tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven
+zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven
+inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende
+of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende,
+conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van
+April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie
+vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben;
+een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't
+getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande
+honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden,
+dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren.
+
+Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer
+vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt
+gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap
+sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een
+man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting
+[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde,
+ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede
+te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck
+die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant
+dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden
+was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer
+mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende
+[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen,
+door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos;
+die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap
+niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij
+met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft
+gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van
+de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort
+gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na
+de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een
+ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse
+bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort
+te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent
+ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met
+malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde,
+liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting
+om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222],
+voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs
+gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur
+gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen;
+den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten
+van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande
+andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende
+straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet
+vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde,
+waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn
+vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen
+was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te
+sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock
+ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick,
+boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent
+een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen
+ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden.
+
+Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt
+als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12
+a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende
+binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van
+daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende
+door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op
+varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer
+Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront
+ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan
+verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer
+volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en
+koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq
+opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden,
+bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh
+vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen
+daerse rijs planten.
+
+Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck
+tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot
+blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 a 7 dagen
+daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende
+eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off
+'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet
+hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door
+dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck
+waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie
+wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out
+gevangenhuijs gebracht; 4 a 5 dagen daer aan de wint goet waijende,
+gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren
+gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder
+zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts
+onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten
+ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden;
+des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt
+gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij
+malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was
+aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te
+paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts
+is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert
+'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande
+stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken
+te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent;
+des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad
+genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden
+dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer
+hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231];
+nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen
+dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten
+weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233];
+naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen
+savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden
+Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder
+vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor
+een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen,
+alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen
+savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt
+vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert
+vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238],
+gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen
+daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten
+des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio
+[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff
+hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen
+inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt;
+naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende
+dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243]
+ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren
+ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde
+stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden
+ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck
+aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen
+gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die
+aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht
+
+zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden
+'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse
+Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten
+geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat
+'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen,
+van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren,
+dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]]
+senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te
+geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree
+vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt
+zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat
+hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen,
+singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier
+ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet
+om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken
+ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs
+worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem:
+Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247]
+van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70
+cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op
+onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat
+voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters
+uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap
+[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot,
+met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem
+mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder
+gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden
+voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx
+dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6
+maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen,
+ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des
+maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij
+den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees
+(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den
+veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare
+wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee
+stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien,
+ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij
+veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende
+kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van
+'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen
+geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen,
+door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken,
+ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert
+waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van
+houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden
+int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van
+'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot
+bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door
+dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden
+haelden en voor 't geckje hielden.
+
+[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt
+te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans
+gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te
+worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op
+een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq,
+waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier
+houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt
+voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen
+kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den
+2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven.
+
+Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande
+stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer
+volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.
+
+Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude
+ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem
+belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van
+'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende
+hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255]
+ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor
+de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met
+malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout
+halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was,
+'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende
+moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest
+Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever
+willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257]
+gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen,
+ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van
+'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo
+den winter daer mede door.
+
+[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben;
+wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer
+den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van
+Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om
+branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant
+daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse
+gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende
+soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden
+opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende,
+stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants
+voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie,
+dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor
+volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen
+den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude
+logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]]
+offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op
+den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen;
+wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt;
+voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer
+niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten
+onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om
+dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen
+opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport
+gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door
+storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren,
+belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven
+tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter
+gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck
+ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma
+gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude
+openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en
+de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na
+de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na
+eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende
+bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen
+doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de
+gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259].
+
+In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij
+den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen
+den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland
+weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom
+onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck
+best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip
+was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een
+matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder.
+
+In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende
+quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende
+op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter
+2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen
+eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets,
+waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in
+een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot
+dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham
+sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer
+gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken
+ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende
+in haer lant te houden [261].
+
+[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder
+om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel
+bewaren.
+
+[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael
+geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden
+ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om
+ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet
+wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste
+ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste
+seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een
+van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo
+lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck
+de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq
+openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede
+luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was
+ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende
+was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens
+ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer
+leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer
+daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij
+passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer
+over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende,
+hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van
+veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen
+van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij
+voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer
+swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262]
+gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs
+smaents toe leijde.
+
+Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken,
+bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een
+mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen
+sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't
+laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben;
+wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren,
+passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en
+paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq
+geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende
+aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken,
+ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt
+Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is
+de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van
+die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx
+brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste
+overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't
+verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons
+te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent
+[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs
+daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie
+maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.
+
+In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen
+hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren
+om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet
+boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen,
+conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons
+wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe
+logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij
+tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte
+raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.
+
+[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over
+eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last
+opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene
+man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van
+groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in
+hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als
+de inwoonders.
+
+In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den
+voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons
+vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten
+'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen,
+twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo
+in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en
+sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.
+
+In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste
+met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders
+aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde,
+dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met
+'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door
+'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op
+handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om
+wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen
+schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het
+selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende
+rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien,
+alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een
+half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor
+leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij
+ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen,
+ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer
+droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij
+buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel
+sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door
+te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom
+een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen.
+
+[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden,
+ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen
+weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde
+ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog
+alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven
+'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het
+een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr
+was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij
+beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont,
+te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan
+zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel
+op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of
+ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't
+gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.
+
+[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met
+consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in
+des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp,
+sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270]
+sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den
+ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig
+nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet
+verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben.
+
+Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont
+een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen
+ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij
+ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de
+vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het
+navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas,
+door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas
+uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen;
+conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert
+door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden
+reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen
+storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen,
+alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden
+en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken
+ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen
+door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en
+arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272],
+bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van
+de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273].
+
+[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt
+is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en
+N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a
+75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275],
+heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276]
+ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden
+aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen,
+door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck
+ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de
+menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast,
+daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt
+nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent
+25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer
+Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst
+toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer
+voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande
+West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt
+aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande
+noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant
+gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare
+zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als
+andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden
+December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh
+[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn,
+ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in
+ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan
+nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben
+aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen,
+offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare
+zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van
+d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude,
+ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is;
+kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over
+'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons
+volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien
+dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw
+mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om
+laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer
+sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet
+te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met
+garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de
+coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke
+quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man
+haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende
+vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise
+[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese
+en Japanders verhandelt wort.
+
+Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283],
+hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen,
+sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen
+particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte
+dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en
+slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben,
+ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden
+Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder
+aanden Coninck vervallen.
+
+Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx
+stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden
+ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d'
+vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden,
+alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende
+soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die
+heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn
+capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier
+vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende
+yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op
+schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den
+Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn
+landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer
+geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met
+een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen
+'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende
+storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben
+musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh;
+elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende
+soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters
+onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op
+'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese
+worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben
+mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten,
+sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op
+schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden,
+'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn
+dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen
+zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen
+wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx
+dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven,
+hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te
+brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een
+vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff
+een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden;
+slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer
+mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden
+met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn
+gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken
+riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers;
+gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken;
+elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt
+ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen
+wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout
+ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij
+deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666
+aan onsen admirael gesien hebben [289].
+
+Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de
+rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int
+hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij
+vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met
+raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck
+in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer
+leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen
+alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot
+hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende
+vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de
+meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer
+tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te
+dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van
+alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren
+dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten.
+
+Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den
+Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt;
+heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte
+zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest
+tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt,
+voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer
+eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck
+haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer
+de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder
+naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de
+oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden
+die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst
+daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle
+cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters
+en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden
+ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en
+soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets
+te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.
+
+[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet,
+die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten,
+worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden
+tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs
+weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert
+te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige
+sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken
+wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft,
+gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die
+vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer
+voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende,
+naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock
+aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen
+ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet
+in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was,
+ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden
+sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove
+in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te
+meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben,
+een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den
+Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen
+gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende
+slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't
+geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght,
+wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde
+gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert
+edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen,
+tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve
+stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken,
+worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert;
+deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer
+gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn
+vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen
+gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over
+niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer
+Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen
+worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een
+cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere,
+nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij
+de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den
+overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele
+lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel
+gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden
+buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe
+staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens
+onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde
+vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot
+somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht
+met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden
+rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders,
+door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft;
+die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2
+a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt,
+ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het
+opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt
+en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de
+kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien
+om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene
+gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter
+doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse
+van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een
+stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand
+breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer
+sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter
+ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken
+off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3
+a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen,
+totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die
+worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de
+knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op
+d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij
+een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken
+een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten
+soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen
+sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen,
+strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte
+op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een
+enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst
+nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand
+breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de
+doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger
+dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje
+de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als
+'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende
+rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght;
+de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer
+sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294].
+
+[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten
+belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie,
+maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele
+weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen,
+achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand
+'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen
+eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer
+dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij
+aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden
+ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te
+zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen
+comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer
+reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met
+vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende
+nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer
+te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel
+doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor
+straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent,
+ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen;
+disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door
+'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee
+mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met
+'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende
+andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn,
+leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie
+bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn,
+ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10,
+20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder
+huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen,
+mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de
+misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij
+onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet,
+alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als
+'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden
+niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij
+opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper
+papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt,
+worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx
+papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de
+gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden
+te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet
+eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair
+ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren;
+diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde
+billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair
+wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo
+dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen
+moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen
+[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel
+te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense
+voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor
+hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen
+sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen,
+twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij
+haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen;
+daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen
+der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende
+mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten
+ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de
+papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer
+vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte
+tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij
+seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door
+'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen,
+door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met
+hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters,
+alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen,
+ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve
+meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden,
+wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de
+vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx
+stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van
+gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden
+d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende
+grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen
+Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300].
+
+Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel
+fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien
+yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs
+met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest
+met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een
+muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op
+houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven
+worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en
+van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit
+papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven,
+daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm
+[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer
+met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh,
+boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen
+cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder
+huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren,
+nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten
+hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn
+is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen
+en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand
+mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben
+gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te
+doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq
+en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten
+ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]]
+tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als
+'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck
+huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en
+op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende
+groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen
+ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden
+wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een
+of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo
+veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende
+met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij
+d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten
+wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor
+de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant
+land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden
+vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt.
+
+Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde
+lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte
+vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen
+gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs,
+tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen,
+soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als
+hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn
+vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders
+ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met
+malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al
+had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen,
+maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is
+geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende
+den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft,
+sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in
+huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten
+in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a
+3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de
+huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen
+die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als
+slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man
+d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen,
+waerover dit lant soo vol menschen is.
+
+D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen
+dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel
+onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende
+dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende
+d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot
+grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is
+te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]]
+uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is
+een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om
+de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort
+[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van
+haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden
+bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn
+provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie
+om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den
+stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij
+denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't
+selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste
+gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert
+te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt
+soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn,
+alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert,
+om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden
+bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck;
+dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer,
+door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede
+vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die
+sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven
+eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als
+'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel
+van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat
+wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen,
+moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde
+kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh
+reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt
+connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over
+haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren
+rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening
+waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende
+een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen;
+mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen
+te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen
+niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange
+rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op;
+om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw,
+wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft
+met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt
+waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes
+d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen
+haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als
+daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs
+de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken;
+sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen
+bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en
+comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol
+nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt;
+sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs
+van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens
+van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse
+begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer
+clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden
+'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel
+vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen,
+de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden
+dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende
+hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4,
+5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer
+voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van
+steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende
+wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo
+sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer,
+wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310],
+dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben;
+daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet
+doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en
+op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren,
+'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.
+
+Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't
+gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft
+den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten;
+de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben
+noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part
+int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen
+tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80
+jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen
+doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer
+altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen
+sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311]
+d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden.
+
+Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]]
+natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen,
+men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn
+stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen
+schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een
+coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden
+en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste
+goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende
+seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde,
+ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een
+vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat
+over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert
+vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander
+Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't
+ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden
+die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen
+waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen
+soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is
+mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese
+schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn,
+deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle
+broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet
+sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen;
+sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck
+zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp
+daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe
+gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt,
+dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen
+d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge
+te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken;
+de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met
+vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte
+is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende.
+
+Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder
+malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't
+eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie
+hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper,
+sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen,
+met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht
+worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in
+Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin
+ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over
+lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote
+coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen
+ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn;
+de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314],
+elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel
+met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere
+granen.
+
+Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was
+vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle
+dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter
+soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen
+recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen,
+voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt
+om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen
+ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is,
+ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen;
+dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit
+ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij
+Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316],
+dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte
+Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de
+Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq,
+alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende
+planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst,
+soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom
+nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck
+gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende
+nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden
+worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht
+wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan;
+Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer
+oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer
+maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende
+rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet
+en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen
+noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden
+en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken.
+
+Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van
+nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en
+hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de
+zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken;
+als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende
+meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer
+vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct,
+alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen
+[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant;
+de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors,
+wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte,
+aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel
+om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo
+den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken
+ende vernielen.
+
+De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden
+aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene
+man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt,
+den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te
+swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs
+goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen,
+doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte
+is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China
+gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote
+en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan.
+
+Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten;
+stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte;
+d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen,
+den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers
+sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert
+worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen,
+katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte,
+swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels,
+arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen,
+fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven,
+met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet.
+
+Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer
+spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om
+te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen;
+spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten
+ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte
+principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese
+wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende
+de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't
+loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs
+gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen,
+mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man
+niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen
+ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren,
+doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer
+licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet
+alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel
+geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken
+reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't
+opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in
+veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte
+andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende
+diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse
+niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen,
+elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met
+lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet;
+weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen
+d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen
+malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt.
+
+Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte
+zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een
+wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem
+an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken
+voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende
+gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte
+lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers
+vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect
+vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs
+vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een
+secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten
+cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben,
+'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen
+is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer
+ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer,
+welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij
+haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde
+daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte
+andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste,
+'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op
+voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste
+uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand
+ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden
+aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster
+open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger
+sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert,
+moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten,
+waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit
+van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet
+den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem
+[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn
+logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den
+Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende
+buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet;
+daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte
+versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen
+in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de
+straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a
+3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters
+comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met
+den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle
+middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn
+heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325].
+
+[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin
+van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende,
+veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste
+conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt
+meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die
+in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt
+nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten
+bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer
+conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse
+vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste
+wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten.
+
+Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie
+andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien
+[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit
+verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen,
+huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren,
+'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in
+een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen
+te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen
+[329] tot groote blijschap verandert.
+
+Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende
+sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten
+bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken
+en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren,
+dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende
+Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een
+stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in
+een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij
+des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die
+aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]]
+een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden
+op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer
+brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande
+provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont
+van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen
+als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man
+te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae
+sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een
+straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende
+swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont
+voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen,
+door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten,
+int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de
+beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te
+last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen
+te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij
+suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt,
+de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden
+als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden
+nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig
+inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden,
+dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om
+wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude
+continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten
+naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel
+te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30
+dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen
+deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden
+bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664,
+dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte
+tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder
+eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende
+belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden
+deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs
+te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij
+bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons
+soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet
+mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen
+hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende
+groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende
+gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels
+waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen,
+daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden
+licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh
+hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende
+zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E:
+opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons
+den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een
+ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij
+om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels
+sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden
+alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen
+daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige
+menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent
+ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx
+opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel,
+lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen,
+wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft
+ende voor sijn leven wegh gebannen.
+
+Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met
+staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander
+int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende
+[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat
+den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als
+mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters
+en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat
+haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij
+avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant
+leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op,
+behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven,
+te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke
+teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den
+Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren;
+d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen,
+wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op
+dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert
+ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde
+twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335]
+
+[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best
+om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten;
+hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde
+ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den
+Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen;
+onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van
+hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de
+gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met
+malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens
+in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int
+leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven.
+
+[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder
+quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een
+grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel
+vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt
+seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe
+ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten
+verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken
+gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den
+Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn
+vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden
+voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag
+gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende
+[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen,
+quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen,
+die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer
+sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie
+souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke
+vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij
+van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met
+bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat
+ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons
+geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan
+sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als
+anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop
+ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae
+wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren,
+maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer
+aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel
+den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't
+jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam
+ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te
+[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer
+viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn,
+ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder
+haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef,
+den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde
+scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest
+omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen
+sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.
+
+In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d'
+voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem
+touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck
+was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur
+gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in
+geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan,
+indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten;
+indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen
+hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te
+verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn
+naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo
+tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger
+sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden
+ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met
+'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben,
+ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde,
+ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel
+te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen,
+alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn;
+sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen,
+willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt
+en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx
+van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen;
+vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman
+ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met
+cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde
+mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met
+'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende,
+wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer
+t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen;
+die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg
+cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh
+ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was,
+scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert,
+seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot
+man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden
+hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese
+meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende
+wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont
+versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle
+'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo
+'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was,
+onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman
+wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus
+Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien
+ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden,
+die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende
+mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig,
+was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen
+dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven
+bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder
+gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al
+weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder
+ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen
+over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van
+branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het
+ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer
+al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder
+achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg
+brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met
+malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water
+ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg,
+gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg
+waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren,
+ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende,
+d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde,
+cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en
+lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een
+vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt
+vreese oft een wacht mochte geweest sijn.
+
+Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son
+wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt
+vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent
+'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt
+den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge
+Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt
+d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt,
+waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.
+
+Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse
+eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren,
+soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende
+alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons
+onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren,
+seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om
+in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst
+seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt.
+
+Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de
+eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen),
+om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des
+naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag,
+maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter
+agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte,
+de wint van agteren, den geheelen nacht door.
+
+Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest
+hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in
+zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee
+gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij
+genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te
+crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam;
+half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende
+aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren
+ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer
+wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee
+houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende
+ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons
+ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als
+zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh
+haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet
+had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie
+uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met
+stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden,
+maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken
+ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince
+vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse
+eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken
+en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken
+ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden;
+quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer
+vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp
+al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde,
+ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog
+een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende,
+dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten
+leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen
+malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al
+gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden
+dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat
+trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het
+niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam
+daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort
+alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de
+derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij
+Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky
+waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden
+souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren,
+ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen,
+waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen
+quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op
+een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen,
+om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter
+gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect
+hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen
+dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater
+geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.
+
+Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg
+ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van
+toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten
+'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer
+in droog te sitten.
+
+Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs
+lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't
+eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen.
+
+Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in
+sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen
+'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee
+groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant
+gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over,
+ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde
+baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker
+ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen;
+waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder
+daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs
+presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.
+
+Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van
+'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347]
+hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur
+overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht,
+ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons
+als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer
+dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel
+ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde,
+belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen;
+daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de
+Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel
+onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer
+voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen
+segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet
+genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt
+ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft
+verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige
+verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken,
+waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.
+
+[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende
+den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de
+schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt
+hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den
+Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.
+
+Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde
+gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder
+voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349];
+sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht.
+
+
+Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste
+ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet
+daer op geantwoort.
+
+Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen.
+
+Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.
+
+2.
+
+Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.
+
+dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm
+die vijf dagen duerde, hadden verlooren.
+
+3.
+
+Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut
+op hadden.
+
+Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt,
+hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.
+
+4.
+
+Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de
+gelegentheijt van dien.
+
+Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer
+volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.
+
+5.
+
+Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest
+waren.
+
+Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan
+gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur
+d'heer Verburgh te verlossen.
+
+6.
+
+Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie
+doen alhier opperhooft was.
+
+Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte
+vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr
+Coijet als doen regeerende opperhooft was.
+
+7.
+
+Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven.
+
+Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat
+naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh
+inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten.
+
+8.
+
+Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden.
+
+Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles
+[[42]] goets, gaven ons eten en drincken.
+
+9.
+
+Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen
+ofte op de Chineese cust te rooven.
+
+Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door
+den storm op de cust van Coree vervallen waren.
+
+10.
+
+Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons
+schip hadden gehadt.
+
+Niet dan Compes dienaers.
+
+11.
+
+Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve
+naer toegebracht sijn.
+
+Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door
+den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in
+d'stad Sior.
+
+12.
+
+Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen
+waren.
+
+Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen
+nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in
+alles 90 mijlen van malcanderen.
+
+13.
+
+Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen
+hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.
+
+Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn
+gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70
+cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen.
+
+14.
+
+Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer
+nae toe.
+
+Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter
+waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog
+sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado
+gebannen.
+
+15.
+
+Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.
+
+Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en
+wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn
+alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.
+
+16.
+
+Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is.
+
+Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl,
+breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360
+steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden.
+
+17.
+
+Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien.
+
+Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan
+naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij
+gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land
+te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren,
+dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam,
+waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den
+oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.
+
+18.
+
+Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh
+was.
+
+De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren
+niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert
+van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was.
+
+19.
+
+Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.
+
+Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige
+cleijne stuckjes.
+
+20.
+
+Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.
+
+De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte
+eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt
+van victualie voor drie jaren versien zijn.
+
+21.
+
+Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.
+
+Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant
+met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes
+daer op.
+
+22.
+
+Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten
+opbrengen.
+
+Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen,
+brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent.
+
+23.
+
+Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken
+[[44]] te brengen.
+
+Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer
+manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen
+te laten.
+
+24.
+
+Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden
+bedient.
+
+Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden
+staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier.
+
+25.
+
+Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.
+
+Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen
+moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.
+
+26.
+
+Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.
+
+Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van
+paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen
+en schoenen.
+
+27.
+
+Offer veel rijs ende andere granen wast.
+
+Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren,
+door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge
+jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662
+meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen,
+maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen,
+alsoo daer geen rijs door de coude can wassen.
+
+28.
+
+Offer veel paerden ende koebeesten zijn.
+
+Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren
+herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog
+bleef continueeren.
+
+29.
+
+Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere
+plaetsen eenigen handel dreven.
+
+Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie
+hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin.
+
+30.
+
+Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.
+
+Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden.
+
+
+31.
+
+Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]]
+
+Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene
+man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn
+waerdije, rijst ende andere granen.
+
+32.
+
+Wat handel sij op China drijven.
+
+Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij
+trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede
+sijde stoffen.
+
+33.
+
+Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.
+
+Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen
+geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere
+mijnnen hebbe niet gehoort.
+
+34.
+
+Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse
+vervoert wort.
+
+De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij
+haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt
+opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.
+
+35.
+
+Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is.
+
+Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh,
+die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte
+gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters
+over teijs om de sekerheijt.
+
+36.
+
+Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.
+
+Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne
+gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.
+
+37.
+
+Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont
+ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer
+overleden sijn.
+
+Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben
+gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs
+en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen;
+in die tijt storven elff man.
+
+38.
+
+Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve
+bieten.
+
+[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een
+stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck
+'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5,
+Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado.
+
+39.
+
+Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is.
+
+Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle,
+ende in lijfftochten uijtmuntende.
+
+40.
+
+Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren.
+
+Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu
+gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever
+eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven.
+
+41.
+
+Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van
+'t ander volcq zijn wegh geloopen.
+
+Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden
+opgestempt [350].
+
+42.
+
+Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.
+
+Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den
+eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs
+most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen.
+
+43.
+
+Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.
+
+Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven,
+alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet
+soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven
+volcq wedersent.
+
+44.
+
+Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is.
+
+Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op
+Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet
+en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden
+Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.
+
+45.
+
+Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden
+ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.
+
+Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben
+[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde
+natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere
+natie niet wilde bekent hebben.
+
+46.
+
+Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.
+
+Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij
+hetselve hebben gecocht.
+
+47.
+
+Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.
+
+Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh
+te loopen naer Japan.
+
+48.
+
+Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.
+
+Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden.
+
+49.
+
+Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange
+onderwegen geweest waren.
+
+Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen;
+eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen,
+van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen.
+
+50.
+
+Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder
+wilden wegh gaen.
+
+Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat
+bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.
+
+51.
+
+Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij
+daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.
+
+Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer
+yets voor te hebben geeijst ofte genooten.
+
+52.
+
+Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den
+wegh wisten.
+
+Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in
+Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer
+'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.
+
+53.
+
+[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor
+deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn.
+
+
+ Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren.
+ Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: -
+ Jan Claeszen Cock ,, 49: -
+ woonende inde stadt Namman.
+ Jacob Janse quartiermeester ,, 47: -
+ Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: -
+ Claes Arentszen Jongen ,, 27: -
+ In Saijsungh
+ Sandert Basket bosschieter ,, 41: -
+ Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: -
+
+
+54.
+
+Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben.
+
+
+ Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren.
+ Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: -
+ Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: -
+ Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: -
+ Gerrit Janszen: do ,, 32: -
+ Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: -
+ Benedictus Clercq jongen ,, 27: -
+ Denijs Govertszen: do ,, 25: -
+
+
+Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666.
+
+Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende
+nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder
+voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.
+
+Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.]
+nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer
+op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen,
+om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia
+te vertrecken.
+
+Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende
+vertrocken uijt de baij van Nangasackij.
+
+Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden
+Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen
+heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt
+onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.
+
+[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve
+soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte
+van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen,
+welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al
+des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht
+wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende
+dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den
+Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste
+coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen,
+alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt
+gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door
+dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden,
+ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men
+het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende
+oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen,
+voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande
+Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is.
+
+
+
+
+
+BIJLAGEN
+
+
+I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier
+tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur
+Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op
+een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen
+vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d'
+eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden;
+gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de
+omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van
+te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer
+verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht
+van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van
+alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't
+Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke
+ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm
+den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen,
+zijnde dese acht personen genaemt
+
+Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen
+voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent.
+
+Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen
+voor schiemansmaet.
+
+Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor
+jongen met 5 gl.
+
+Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen
+in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent.
+
+Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in
+India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs.
+
+Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor
+jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens.
+
+Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in
+'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent.
+
+Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen
+voor jongen a 5 gl. ter maent.
+
+'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't
+lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren
+diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren,
+dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude
+vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable
+menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van
+gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant
+aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert
+en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils
+van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer
+sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer
+geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten
+welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt
+Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren,
+uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt
+van daer in huijs gelaten, sijn genaemt
+
+ Johannes Lampen van Amsterdam assistent
+
+ Hendrick Cornelisz van Vrelant
+
+ Jan Claes van Dort, cock
+
+ Jacob Jans van Vleekeren
+
+ Sander Boesquet van Lith
+
+ Jan Jansz Spelt van Uijtrecht
+
+ Anthonie Uldircksz van Grieten
+
+ Claes Arentsz van Oostvoort.
+
+Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij
+ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen
+dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck
+dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te
+becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden
+bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock
+schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit
+volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor
+dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer
+Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken.
+
+Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen
+vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint
+tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto
+door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens
+haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of
+se bij vrunden of vijanden quamen.
+
+'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck
+van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en
+wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen
+is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck
+bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt
+en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben,
+ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer
+verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander,
+geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb
+hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op
+'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque
+door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde,
+en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn
+geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee
+andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders
+dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren
+wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen
+was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't
+leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte
+Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in
+Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm
+Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665
+tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in
+Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).
+
+b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken
+(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken
+off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier
+aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert
+afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog
+geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht,
+ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese
+arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't
+welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia.
+
+c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle
+Heeren Raden van India.
+
+Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den
+passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt
+gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden
+8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland
+(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben
+helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte
+schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt
+met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op
+gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen
+8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt
+wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet
+aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.
+
+Nangasackij adij 18en October anno 1666.
+
+Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel
+Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725).
+
+
+Rapport.
+
+d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker
+Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert
+door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan
+met mijn verschijning van daer op Batavia.
+
+... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in
+meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen
+van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia
+gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer
+13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en
+schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser
+arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien
+den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt
+Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve
+plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre
+van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde
+of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen
+de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde
+van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch
+geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet
+daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere
+joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt
+'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te
+moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben
+van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te
+bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen
+doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke
+conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in
+'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten
+mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere
+aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven
+1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725).
+
+In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt
+naar Nagasaki bericht dat de Esperance 30 November 1666 te Batavia is
+aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan
+boord van de Esperance was medegekomen] UE. aangename missive van 18
+October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport".
+
+In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18
+Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet
+twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen
+die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende
+'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts
+laten comen".
+
+
+Dagregister Japan.
+
+e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren
+comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij
+aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa
+hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde
+moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt
+Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende
+gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat
+vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons
+met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte
+Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den
+boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren
+gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en
+wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren
+van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't
+lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren
+etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden,
+wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden
+door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te
+weete comen.
+
+f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa,
+alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude
+bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten
+gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds
+zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155).
+
+g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver
+de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt
+Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden
+wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte
+geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.
+
+h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij
+aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't
+ontslaeken der Corese matrosen.... over.
+
+
+Dagregister Japan.
+
+i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer
+regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de
+Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage
+van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol
+campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia
+gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren.
+
+Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen,
+zullen mogen vertrecken.
+
+
+Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.
+
+j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij
+Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige
+dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie
+connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer
+hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d'
+selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over.
+
+
+Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.
+
+k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen
+geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese
+eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden
+jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij
+de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om
+met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare
+gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden,
+Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen,
+maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te
+slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen
+van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde
+geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet
+meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de
+'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen.
+
+
+Generale Missive, 25 Jan. 1667.
+
+l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen
+vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot
+Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't
+Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich
+aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen
+seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland
+nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat
+aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8
+gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen
+sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen
+verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij
+ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen
+Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op
+'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck
+aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven
+en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt
+sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n
+September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te
+gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8
+Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken,
+dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover
+nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven
+1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).
+
+
+Generale Missive, 23 Dec. 1667.
+
+m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer
+goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt)
+de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse
+van daer den 23 October vertrocken waren....
+
+De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige
+gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw
+alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek
+(Japan). Kol. Arch. no. 1152).
+
+
+Patriasche Missiven. [359]
+
+20 Nov. 1667.
+
+n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de
+Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer
+tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all
+van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht
+in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de
+gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude
+connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde
+voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven,
+haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen.
+
+22 Aug. 1668.
+
+o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't
+jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer
+aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28
+daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert
+sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel
+die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het
+verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij
+daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie
+hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout,
+Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren
+als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat
+de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van
+het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off
+het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext
+van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een
+besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot
+den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende
+de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de
+Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste
+sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens
+het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op
+Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie
+bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert
+en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet
+sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten
+Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te
+laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't
+selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle
+denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te
+laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden
+lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent
+die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen
+ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken.
+
+
+
+Resoluties Heeren XVII. [360]
+
+10 Aug. 1668.
+
+p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat
+seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen
+geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen
+uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt,
+constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de
+pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh
+daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits
+desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn
+en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz.,
+uijt de Hooftparticipanten.
+
+11 Aug. 1668.
+
+q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende
+in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en
+geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock
+gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben
+betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van
+de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren
+en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van
+het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all
+vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve
+overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte
+Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert.
+
+13 Aug. 1668.
+
+r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in
+voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert
+het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in
+Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst
+van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het
+lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde
+gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden
+sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen
+dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men
+daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo
+den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten
+hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven
+in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een
+somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt:
+
+
+Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr a f 14 pr mt. f 300.
+Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250.
+Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200.
+Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180.
+Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150.
+Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150.
+Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300.
+ ------
+ f 1530.
+
+
+
+
+II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN.
+
+
+Dagregister Nagasaki.
+
+a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants
+Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders
+van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan
+anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn,
+van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te
+comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij.
+
+16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven
+Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert
+anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des
+Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert,
+bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht
+Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden
+warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der
+mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van
+Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet
+ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten,
+drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien,
+mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat
+ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck
+door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde,
+die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een
+merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot
+nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven,
+nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden.
+
+17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de
+Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van
+'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de
+frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse
+naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening
+tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer
+te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor
+deden bedancken.
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666
+overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den
+jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der
+Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de
+verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge
+met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362]
+volgen sullen.
+
+c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven
+Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits
+het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa
+gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob
+Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant,
+schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit
+van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen
+Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen
+[363].
+
+
+Generale Missive, 13 Dec. 1668.
+
+d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in
+Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer
+verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was,
+dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met
+Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening
+om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen,
+dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit
+hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht
+dat de Coreers aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die
+luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers
+den Japander ten minsten ook groot respect draegen.
+
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.
+
+e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September
+verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen
+geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is)
+door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't
+Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck
+op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan
+UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende,
+de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't
+noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van
+seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij
+een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten,
+maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de
+Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het
+zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.
+
+Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen
+Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen
+handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de
+bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van
+die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten,
+soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de
+vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten,
+sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om
+gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot
+van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij
+wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder
+seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen,
+sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de
+rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht
+te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken
+quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge
+van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen,
+dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt
+toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en
+de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten.
+
+
+
+Missiven Nagasaki naar Batavia.
+
+5 Oct. 1669.
+
+f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo]
+alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven
+Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ...
+
+Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo
+seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den
+jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing
+van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde,
+soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen
+jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen
+als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt
+den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij
+bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle
+van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval
+is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en
+behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle
+naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't
+bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den
+Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen
+en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal
+(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie
+met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven
+off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen
+Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren.
+
+Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben
+hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen
+ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven
+wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar
+eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar
+met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen
+die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen
+gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar
+quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich
+daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo
+nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen
+dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar
+voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van
+desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe
+verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium
+alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen,
+die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over
+dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht
+ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout,
+peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout
+als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert,
+maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van
+importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast
+soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft
+'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven)
+geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt
+sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden,
+waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van
+'t rijck wellight op volgen mocht.
+
+19 Oct. 1670.
+
+g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen
+en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie
+voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten
+zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de
+Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden
+gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen
+voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant
+verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668
+op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden
+mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover
+oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge
+van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht
+maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden,
+tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan
+den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons
+des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn
+Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in
+Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden
+daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover
+hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde
+bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden
+deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan
+niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen
+daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck
+Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen
+de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem
+daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde
+geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden
+Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse
+Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen,
+waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in
+te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten
+conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent
+vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren
+wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een
+ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 a 3 mael van de
+Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote
+costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te
+connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen
+te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen
+gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse
+regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens
+mochten moveren.
+
+.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese
+gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die
+dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden
+als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman
+Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 =
+Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798).
+
+
+Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.
+
+h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt
+oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van
+5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet
+qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij,
+hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de
+600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien
+wegh in Japan gevoert zijn geworden.
+
+
+Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.
+
+i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt,
+Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met
+het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt
+verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest
+sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt
+van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar
+daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende
+lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject
+genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch
+eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert
+volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert
+(Kol. Arch. no. 256).
+
+
+Patriasche Missiven.
+
+j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht
+van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen
+besendingh derwaerts wel te recht naegelaten.
+
+k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in
+Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel
+een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de
+Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't
+voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn
+aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout,
+voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang
+wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om
+daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantrou
+die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het
+bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden
+gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh
+van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen.
+
+
+
+III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.
+
+
+A. HET JACHT DE SPERWER.
+
+1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge
+van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor
+de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389)
+en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18
+Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd;
+ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649
+in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie
+Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni
+1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering
+naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni
+1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14
+Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte
+dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar
+en Perzie (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651
+terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzie dd. 14 Sept. 1651);
+vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzie; komt 12 Nov. 1652 van daar terug
+te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar
+de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14
+Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
+aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het
+1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
+1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna,
+16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18
+Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt
+van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.
+
+In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste
+lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman)
+of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende
+aanteekening in zijn Memoire bibliographique, bl. 274: "Parti des
+Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva
+le 1er Juin de la meme annee a Batavia." Geen Compagnie's schip is
+trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch
+op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.
+
+2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer
+hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren.
+
+Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
+d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die
+bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren
+mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo
+Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't
+gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende
+terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich
+besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer
+de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om
+voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht
+te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de
+stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina
+om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm
+op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634
+in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366].
+
+Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
+beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo
+de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen,
+zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets
+te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634
+mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een
+musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
+afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
+uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van
+Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo
+oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
+ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen
+zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst
+aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert
+bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als
+de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
+Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen.......
+
+Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
+vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem
+in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre
+naer Taijouan te bevorderen.
+
+Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij
+dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren
+oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van
+deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt
+en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick
+overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer
+oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge,
+zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen
+coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen,
+ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer
+insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke
+plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het
+selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u
+de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie
+over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van
+Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief
+waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult
+hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck
+een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des
+Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde.
+
+In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans:
+van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris.
+
+3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt
+becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame
+Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer
+Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach,
+buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff)
+geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen
+Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat
+daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij
+hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen,
+ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen.................
+
+Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o
+naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter
+montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten:
+
+
+ 20007 cattijs poetsjoek
+ 20037 cattijs aluijn
+ 3000 stucx elantshuijden
+ 19952 stucx Taijouanse hertevellen
+ 3078 stx steenbocx vellekens ende
+ 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.
+
+
+.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en
+Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de
+fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij
+VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich
+sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta
+gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te
+Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts
+te demitteren....
+
+.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen
+427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken
+zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben,
+daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder
+sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan
+de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653).
+
+4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het
+schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't
+welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht
+was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te
+[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe
+dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer
+mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van
+de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de
+Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche
+arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een
+combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen
+dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede
+de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw
+op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx
+'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock
+onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent
+Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier
+ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen
+want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van
+Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
+contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
+presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden
+dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen.
+
+.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des
+naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis
+Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert
+verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
+ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
+cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
+anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
+Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en
+Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653).
+
+5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in
+VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone
+jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende
+'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm
+sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken
+daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen,
+ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f
+ 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse
+winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet
+als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad
+van Formosa, ddo 20 Mei 1654).
+
+6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
+tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
+Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer
+Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer
+nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen,
+soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow]
+een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw,
+die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen,
+sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan
+gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't
+zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa
+een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten
+nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck
+van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw
+(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende
+'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen:
+sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet
+dan al te gewis houden.
+
+... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e
+f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen
+noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except
+de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag
+sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt
+ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt].
+
+7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip
+Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent
+wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de
+Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult
+moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater
+die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben;
+wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude
+het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck
+sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons
+en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer
+uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).
+
+17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven :
+"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste
+besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme
+te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
+ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan
+subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen
+verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half
+Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek,
+Deel 1, Cap. 21 fol. 280).
+
+Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met
+de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden
+het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent
+19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van
+het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653).
+
+
+B. HET JACHT OUWERKERK.
+
+Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626
+te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van
+daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant
+Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot
+50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia
+aankwam (Dagr. Bat.).
+
+Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April
+1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627
+van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,
+Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck
+kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque
+ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China,
+soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis
+hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen,
+aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn
+volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen
+daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt
+te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot
+op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr
+Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr
+Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627).
+
+De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28
+Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche
+navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar
+Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten
+"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de
+rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan
+dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht
+(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en
+zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan
+naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn
+weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft".
+
+Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen
+te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen:
+
+"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra
+Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;
+maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder
+gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck
+omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt
+ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck
+mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen
+verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop
+toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat
+als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor
+de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den
+brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn
+alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten
+dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met
+haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een
+Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om
+laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter
+seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen
+20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de
+Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff
+comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch
+eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt
+niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628;
+Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389).
+
+Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en
+3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628
+van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t
+Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't
+volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag
+na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten
+stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV,
+2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628,
+bl. 334 en 389).
+
+.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op
+hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders
+g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt
+wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374].
+
+"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft
+desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck
+behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck
+antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver
+van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees
+weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem
+Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375].
+
+Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche
+gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia
+werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer
+Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden
+van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en
+"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao
+hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans
+dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I).
+
+
+C. HET QUELPAERT DE BRACK
+
+17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30
+Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij
+Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar
+Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640
+terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca
+(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121);
+17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1
+Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); voor
+31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165);
+4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April
+1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia
+(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar
+Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641
+aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel
+gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden
+om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug
+te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642
+over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde
+quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146);
+3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11
+Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12
+Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken
+van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar
+Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes
+Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan
+(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa
+gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug
+te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche
+jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in
+'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.);
+18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia
+17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia);
+10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643
+naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29
+Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644
+naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij
+Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt
+Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia
+(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op
+de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe
+Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar
+Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu
+(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der
+Compagnie in Indie van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor;
+uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt
+dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld."
+
+Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.
+
+Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende
+het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man,
+en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh
+vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude
+mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop
+'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen.
+
+Generale Missive, 9 Sept. 1640.
+
+'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt,
+zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken
+noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te
+meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif
+liggen, te connen brengen.
+
+Patriasche Missive, 15 Maart 1641.
+
+Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats
+als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie
+sien te voldoen.
+
+Missiven Batavia naar Taijoan.
+
+14 Mei 1641.
+
+t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe
+als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen....
+
+In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt
+den Oppercoopman Carel Hartsing....
+
+Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met
+12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.
+
+11 Juni 1641.
+
+...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert
+op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...
+
+...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in
+T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh
+te wesen.
+
+Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.
+
+...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't
+Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat
+stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can...
+
+...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt
+sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over
+(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten
+ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van
+'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat
+ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen,
+soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer
+uijt Nederlandt met twee a drie quellen versien te werden.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.
+
+Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem
+zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs
+bij contrarie mousson.
+
+Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.
+
+... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de
+Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse
+groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent
+Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht
+van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe
+van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is
+schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese
+champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt
+zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren
+met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet
+voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert
+binnen aen't Casteel te comen.
+
+Missiven Batavia naar Taijouan.
+
+16 April 1642.
+
+13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier
+onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende
+Kelang verschenen.
+
+... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10
+dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de
+jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae
+Quinangh's bocht aff te senden.
+
+28 Juni 1642.
+
+In conformite van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij
+uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith,
+Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert.
+
+Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.
+
+... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit
+Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de
+reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te
+vernemen lieff wert sijn.
+
+Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.
+
+Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie
+gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende
+wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den
+Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den
+handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets
+anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den
+11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven
+dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende
+verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert
+sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt.
+
+
+11 Oct. 1642.
+
+'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen
+wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien.
+
+Dagregister Japan.
+
+1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants
+schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door
+den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was,
+dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen,
+'t welck terstont achtervolcht is geworden.
+
+12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar
+middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten
+hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet
+meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het
+principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa
+gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende
+onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh
+quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede
+tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van
+de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge
+bequamen.
+
+13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert
+voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen
+gesorteerd....
+
+14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op
+gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na
+den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven
+al op stont uijtgelevert.
+
+27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh
+was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen
+en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders
+zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan
+boort gebracht.
+
+29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden
+als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en
+nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren,
+omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons
+afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde
+plaetze in salvo mogen arriveeren Amen.
+
+29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft
+over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip
+de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier
+naar Taijouan vertrokken.
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.
+
+...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met
+'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere
+coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de
+oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op
+29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack
+(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren
+gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt
+ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen
+stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat
+daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert,
+ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke
+winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese
+proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge
+aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert)
+int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders
+soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht.
+
+Generale Missive, 12 Dec. 1642.
+
+Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse
+Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den
+Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van
+Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de
+jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch
+niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman
+Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende
+verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een
+aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn.....
+
+Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en
+deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer
+gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan
+van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack
+uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo
+in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een
+retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan,
+zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt
+is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten
+hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae
+sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de
+Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen
+ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de
+dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij.
+
+Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius.
+
+... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht
+in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack
+ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op
+Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).
+
+Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.
+
+... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende
+crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner
+saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376]
+
+Missiven Taijoan naar Batavia.
+
+15 Oct. 1643.
+
+Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende
+de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij
+ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte
+goutmijnne uijtgeset hadden....
+
+De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren,
+ons op den 17en Meij weder toegecomen....
+
+...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt
+van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende)
+waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde
+cruijsplaetse comende ...
+
+den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen
+masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643).
+
+
+
+17 Oct. 1643.
+
+...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage
+het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren
+[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld].
+
+19 Nov. 1643.
+
+Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October
+aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van
+'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts
+te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in
+32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores
+gecomen sijnde, wel toegecomen.
+
+'t Quel de Brack:
+
+18 Oct. 1643 naar de Pescadores
+
+26 Oct. 1643 terug van de Pescadores
+
+10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de
+Pescadores. (Dagr. Zeelandia).
+
+11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het
+binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en
+Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).
+
+Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.
+
+'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij
+de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt,
+hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier
+geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen
+vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer
+nae behooren mach versien werden.
+
+Generale Missive, 4 Jan. 1644.
+
+Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de
+Vos ende 't Quel de Brack.
+
+Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.
+
+Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren
+de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken
+sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet
+informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt
+cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel
+de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat
+hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen
+vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken.
+
+
+D. HET SCHIP DE HOND.
+
+"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op
+de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het
+fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619
+door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van
+Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten
+(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction
+LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305).
+
+De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in
+onze handen was geraakt:
+
+"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden
+ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den
+Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).
+
+Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander,
+dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11
+Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de
+Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten"
+(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van
+Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om
+verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16
+Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is
+van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).
+
+In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor
+Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer
+Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse
+zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6
+Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug
+... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met
+de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen
+enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van
+de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat
+van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De
+schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu
+Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te
+passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan
+gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt"
+(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt
+door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden,
+daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in
+groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando
+te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op
+Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den
+raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer
+alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan
+lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn"
+(Gen. Miss. 20 Juni 1623).
+
+Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de
+Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme
+[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps
+cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone,
+a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp
+in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II,
+bl. 336).
+
+
+
+IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378]
+
+Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront
+Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene
+eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl
+breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do
+Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel
+van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde
+legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.
+
+In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck,
+geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft
+soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie
+zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten
+
+ Rijs tot Tl. 20 t'last,
+ Cooper
+ Cattoen ende cattoene lijnwaeten
+ wortel Nijsen
+
+Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect,
+doch vallen seer duer.
+
+De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van
+daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer
+rijckelijck uijt ende incomen connen.
+
+De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer
+de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer
+mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens
+van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde
+welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden
+ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te
+comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan
+keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van
+t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff
+groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden
+mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken,
+tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen
+handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te
+treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden
+zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit
+geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige
+volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natien verschrict zijn,
+ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde
+met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer
+boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers
+ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden
+bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den
+oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben,
+door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer
+oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders
+hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle
+tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar
+in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen
+Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer
+invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can.
+
+
+Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen
+adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij
+binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen
+zijn. [380]
+
+Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen
+waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers
+gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den
+anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende
+een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder
+zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver
+[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met
+ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root
+vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een
+swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.
+
+Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen
+wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde
+op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche
+caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.
+
+Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander
+spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh
+sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt,
+vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.
+
+Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon
+van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock,
+gedragen wierde.
+
+Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters
+hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen
+(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant
+opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de
+suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende
+volchde hem noch een do naer.
+
+Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de
+guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers
+als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den
+anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken
+root verlact ende boven met een top van witte veeren.
+
+Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de
+gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert
+de Coreers t'accompagneeren.
+
+Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende
+op bagagie paerden.
+
+Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende
+de schenkagie der Coreers brachten.
+
+Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij
+was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft
+buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt
+te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met
+schoon sant gestroijt.
+
+
+
+
+V. PERSONALIA
+
+
+A. NICOLAAS VERBURG.
+
+1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip
+'s Hertogenbosch in Indie als ondercoopman a f 40 's maands; na
+goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw
+voor drie jaren aangenomen in qualite van Coopman a f 70 gl. 's
+mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzie
+(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzie te Batavia terug;
+Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van
+3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indie (Patr. Miss. 10 Sept. 1650);
+vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan
+naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia;
+Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indie (Res. 31 Maart
+1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van
+Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie
+ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675)
+en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indie, met zijne huisvrouw
+den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot
+(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26
+Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen"
+(1665).
+
+Generale Missive, 24 Dec. 1652.
+
+2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door
+veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn
+lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt
+de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om
+tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken
+'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen
+weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit
+gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende
+vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot
+vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort,
+daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in
+'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts
+tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren
+zullen....
+
+Resolutie, 21 Maart 1653.
+
+3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh,
+Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht
+heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen
+worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken,
+alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal
+sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert
+persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden,
+soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden
+vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het
+selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie
+te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de
+middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich
+staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het
+gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den
+Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe
+mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve
+Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen
+Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn,
+waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat
+gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien,
+wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende
+evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die
+aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer
+gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten
+ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet
+alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock
+meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat
+hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft
+te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van
+den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende
+bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op
+Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten
+intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten
+dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te
+houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost
+heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en
+werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende
+overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is,
+niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken
+medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene
+versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame
+te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien,
+om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om
+redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo
+veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement
+te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris
+Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange
+jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop
+ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde
+redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens
+ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste
+vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen
+conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle
+genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst
+meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een
+seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige
+exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert
+hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement
+te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten
+tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende
+verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en
+weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt
+het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt
+geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt
+rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de
+Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden,
+waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is,
+alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te
+extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet
+ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt
+vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren
+Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden.
+
+
+B. CORNELIS CAESAR.
+
+1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam
+6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent a f
+ 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den
+Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam;
+had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en
+wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit
+de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was
+in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot
+f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645
+per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie
+voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend:
+Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie
+toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21
+Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus
+(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot
+Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en
+Dagr. Bat., bl. 541).
+
+In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indie
+(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de
+Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het
+opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli
+1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur
+van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30
+Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en
+72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar
+5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke,
+zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni
+1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335).
+
+2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653.
+
+Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat
+de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen
+sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij,
+volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten
+in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen
+als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht
+werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer
+overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel
+Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten
+voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich
+ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu
+tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde,
+den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden,
+waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat
+nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons
+wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden
+buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker,
+die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee
+in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris
+Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet
+te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn
+Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn
+Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte
+alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over
+te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve
+2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van
+India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te
+sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander
+gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te
+sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade
+hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse
+Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar,
+Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen
+mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste
+bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.
+
+Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.
+
+De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur
+in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch
+die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van
+daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen
+vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement
+ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten.
+
+UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die
+voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet
+werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich
+volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen
+ten hoochsten gelegen te wesen.
+
+
+C. IQUAN.
+
+"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in
+den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert
+doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese
+enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat
+wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij
+daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de
+Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382].
+
+"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken
+te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke
+quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van
+China te gaan handelen welcke daer groote quantite rouwe zijde ende
+gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden
+andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten"
+(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).
+
+Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral
+bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de
+Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een
+Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak;
+dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht
+[384], klinkt veel waarschijnlijker.
+
+De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe
+het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:
+
+De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee,
+was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang
+Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar
+getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die
+in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis
+aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan
+eene. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder
+zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den
+titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd
+betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was
+hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen
+met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I
+(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon
+bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de
+Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze
+waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te
+Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan
+de Engelschen [388].
+
+Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het
+dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats
+Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en
+zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon
+was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven
+besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche
+berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene
+familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein
+China en diens hoofdvrouw in China.
+
+Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht
+bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht
+naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando
+betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg,
+den zoo vermaard geworden Koksinga.
+
+Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit
+Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het
+eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China
+(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624).
+
+Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om
+op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken
+toegevoegd (twee van Capitein China en een van diens luitenant Pedro
+China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan
+terug waren.
+
+"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened
+up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership
+on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the
+History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87).
+
+"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der
+Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis
+gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck
+vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer
+ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende
+vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct
+can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal,
+Actum Batavia 18 Dec. 1627).
+
+"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen
+datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de
+riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe
+havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich
+ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de
+Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste
+vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie
+ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken
+ende 60 a 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt,
+sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens
+van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten
+tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen
+raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover
+Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt
+ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder
+onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).
+
+"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone
+van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer
+Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is
+voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom
+en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van
+Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren"
+(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630
+aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114).
+
+"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den
+vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede
+omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu
+weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den
+rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was,
+weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt
+ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen
+Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent
+was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere
+grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te
+beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie
+bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet
+alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het
+Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck
+in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij
+hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven,
+alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per
+ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven
+ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten
+niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo
+hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten
+van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren
+Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).
+
+"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior
+van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen
+geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende
+voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende
+liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote
+macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken"
+(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).
+
+"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps
+handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons
+wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele
+gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken
+aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).
+
+20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen
+alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te
+vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de
+Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije
+niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat
+zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders
+rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven
+en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst. bl 81).
+
+"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave
+birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not
+develope the love for adventure and renown which made his elder brother
+[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31).
+
+"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh
+van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon
+des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger
+is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in
+Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645).
+
+"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh
+... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste
+bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft
+laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren
+gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt
+Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en
+tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken
+voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken
+stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).
+
+"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt
+hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh
+vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe
+mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te
+keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).
+
+"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren
+g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan
+den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de
+geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de
+Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja
+(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer
+1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck
+gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken
+dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij
+een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem
+mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van
+grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser
+vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert,
+nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice,
+daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando
+gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden
+was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede
+beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke
+dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van
+vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden"
+(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek,
+9e hoofdst, bl. 97).
+
+Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's
+geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel
+min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme
+herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben".
+
+"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu
+army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga]
+strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385).
+
+
+D. MARTINUS MARTINI.
+
+Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China,
+waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica
+en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier
+andere Jezuiten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de
+Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een
+latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij
+verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja
+off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te
+geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki,
+ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen
+ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke
+attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en
+Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390]
+
+"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to
+his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed
+in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige
+leerstellingen der Jezuieten als ketterijen waren veroordeeld].
+
+While on his journey the great traveller passed Batavia.....
+
+Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them
+over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be
+printed while he himself gave a full geographical description of
+the whole empire together with historical, political and scientific
+explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier,
+On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II,
+1888, bl. 105 en 106).
+
+Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg
+vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de
+"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in
+het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652,
+26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer
+Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van
+honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij
+toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven
+Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te
+kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende
+Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij
+achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde,
+seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt
+Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden"
+(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren
+XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654).
+
+"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh
+tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker
+Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China
+heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse
+[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere
+negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven
+door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse
+hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer
+oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te
+friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen,
+dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton
+daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den
+oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs
+stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de
+libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden"
+(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).
+
+"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en
+dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao
+en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck
+van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel
+daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip
+den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+
+
+VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65.
+
+Dagregister Japan.
+
+Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij
+ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't
+Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen
+tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht
+sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige
+Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende,
+doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde
+deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben.
+
+20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de
+voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren
+in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't
+Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh
+in't S.W. verloren.
+
+21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende
+kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde.
+
+26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken,
+bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft,
+onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't
+Westen keert.
+
+29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien,
+maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger
+opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't
+Westen naer't N.W. gekeert is.
+
+Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als
+alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende
+met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt.
+
+10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te
+sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden
+malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn.
+
+20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien
+konnen werden.
+
+April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder
+omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die
+hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende
+was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo.
+
+ * * * *
+
+Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem
+een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een
+vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff,
+1701, bl. 66).
+
+ * * * *
+
+Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe
+sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was
+mede indt oosten.
+
+Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster
+zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden.
+
+Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman
+Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en
+Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).
+
+Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391]
+
+Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst
+gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre
+gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur,
+opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen,
+waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien.
+
+Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den
+rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen
+verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken
+daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de
+staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht:
+Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't
+mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen
+haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien,
+sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede
+langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw,
+nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy
+grooter in ons gesicht vertoont.
+
+Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en
+de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet
+hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen
+als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den
+2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder
+met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen,
+en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy
+ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na
+'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems
+3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen
+in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan
+den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat
+de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen.
+
+Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary
+1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten
+Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock
+over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van
+de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes
+daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien
+tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen
+en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen
+en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent
+heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich
+ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet
+en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien,
+te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den
+Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt
+van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een
+heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens,
+naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren,
+was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem,
+ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door
+de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden,
+en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet
+langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor,
+en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na
+met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn
+roedeken gelijckende.
+
+Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer,
+op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram
+eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus,
+ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt
+met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries
+uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30
+December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen
+van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo
+fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als
+dese dede, niet uyt.
+
+Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn
+Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van
+'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen
+vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de
+Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus
+de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen
+Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle
+Zee en Water-tekenen.
+
+Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een
+Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft
+laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in
+'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn
+Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den
+13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende
+op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.
+
+Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren
+te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer
+nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is
+gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het
+toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.
+
+'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden
+3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont,
+'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe
+datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke
+Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late
+ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels
+niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen.
+
+In Haerlem, desen 14 April 1665.
+
+
+Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur
+
+
+BIBLIOGRAPHIE.
+
+Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in
+'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter
+te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.
+
+Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die
+alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea;
+daarna de geillustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving
+zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het
+jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in
+het land teruggekomen was.
+
+Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen,
+en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.
+
+Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk
+van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven
+van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken,
+waarin het reisverhaal is opgenomen.
+
+
+DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/
+van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets
+door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn
+vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28
+dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in
+die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen
+in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB
+VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668.
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets
+die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de
+acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael,
+dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde
+bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo
+verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche
+letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te
+'s-Gravenhage.
+
+Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer /
+van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer
+op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt
+is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door
+de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert
+/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in
+slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die //
+tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in
+'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende
+daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het //
+Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van
+'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van
+Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van
+[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]
+
+8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter.
+
+Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die
+van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die
+noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael,
+dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den
+hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische
+letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met
+heel kleine Romeinsche letter gedrukt.
+
+De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.
+
+Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den
+titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de
+keerzijde verlies geleden hebben.
+
+JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/
+van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar
+op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant
+is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't
+voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door //
+de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/
+by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/
+in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die
+tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't
+Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch
+acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt
+gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/
+Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree:
+Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe:
+Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de
+Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met
+verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer]
+// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker:
+Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.
+
+16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter.
+
+Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en
+spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van
+Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove
+houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening
+(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij
+den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje
+(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na
+het Journael volgt een nieuwe titel:
+
+Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare
+Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als //
+inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno
+M.DC.LXVIIJ.
+
+Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan
+het slot.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te
+Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian
+Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen
+en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.:
+Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de
+prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders
+in Korea, ondert. Toeridjene.
+
+'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de
+// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in
+'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER
+EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm
+en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/
+daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den
+Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van
+Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny
+moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer
+van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn
+'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in
+'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip
+in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN,
+in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en
+Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door
+van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van
+Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen
+door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:
+
+
+ Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen,
+ Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen,
+ En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen,
+ Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen,
+ In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft
+ Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft.
+ Hier nae een Beter.
+
+
+Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels
+wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia
+(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in
+de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere
+reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen
+met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van
+Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in
+het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte
+inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de
+dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de
+olifanten die in Indie zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier
+te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan,
+dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het
+journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst
+in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht
+van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den
+tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van
+de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en
+de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen.
+
+In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad
+van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis
+van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden,
+een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte
+plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht;
+op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck;
+in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door
+Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt,
+en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en
+casuarissen voorstellende.
+
+Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch
+te Rotterdam.
+
+JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer
+ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders
+// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe //
+noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno
+1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam,
+Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte
+Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende
+spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure
+geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is
+veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding
+van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als
+zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd,
+dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger
+gemaakt om de ruimte te vullen.
+
+Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.
+
+JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, //
+Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en
+van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van
+Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op
+Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen
+landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van
+'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede
+voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten
+blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8
+persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn /
+achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn
+aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] //
+t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / //
+Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen.
+
+20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter,
+2 kolommen.
+
+Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere
+uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde
+voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op
+p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor
+de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd,
+ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken
+Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide
+prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor
+is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des
+Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over
+Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656",
+uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan,
+Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing
+naar Corea overgebracht.
+
+Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te
+Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land-
+en volkenk, van Ned. Indie te Delft.
+
+
+HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.
+
+Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in
+'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS
+MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669.
+
+In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436
+een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend,
+beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der
+geredde mannen op "Disma".
+
+
+DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.
+
+RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste
+de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de
+Coree: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris,
+// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au
+coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d'
+Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+Ook met ander uitgevers-adres:
+
+RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE,
+au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // a la Palme, &
+au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy.
+
+4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165
+genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter.
+
+De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van
+Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel,
+en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee
+naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal
+geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden
+echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman
+(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.
+
+Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te
+Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage.
+
+Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au
+Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote
+18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer
+vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.
+
+Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer maechtigen Koenigreiche/ //
+Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/
+im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/
+und schoenen // Kupferblaettern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ //
+vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefueget //
+JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise:
+// Welche er im Jahre 1644 loeblich angenommen/ und im // Jahre 1653
+gluecklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit
+Roem. Kaeys. Majest. Freyheit. // Nuemberg/ // In Verlegung MICHAEL und
+JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.
+
+Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene
+gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het
+boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Koenigreich
+Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan:
+P. TROSCHEL sculp.
+
+24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op
+bladz. 811 de titel:
+
+JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/
+was sich mit einem // Hollaendischen Schiff/ das von Batavien aus/
+// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/
+durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/
+so in das Koenigreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/
+ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH
+HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/
+Sperber genant. // Aus dem Niederlaendischen verteutschet.
+
+Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche
+uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het
+journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder
+de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus
+ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel
+Korea ... Verteuscht.
+
+Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.
+
+
+HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN.
+
+(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)
+
+A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill
+1704. fo.
+
+In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45
+(IV p. 719-742), 1752:
+
+An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the
+Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of
+Corea. Translated out of French.
+
+Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties,
+herdrukt in:
+
+Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia
+1884.--Second ed. ibid. 1885.
+
+Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the
+Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door
+den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel
+wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit
+de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene.
+
+Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection
+of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2
+kol.).
+
+In de Appendix op p. 37-40:
+
+An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the
+Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the
+East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore
+upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence
+to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship,
+who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd.
+
+Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar
+Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop
+volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de
+olifanten en krokodillen.
+
+Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRED. BERNARD 1715;
+nouv. ed. 1732. 8o.
+
+In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782):
+
+Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la cote de l'Isle
+de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Coree.
+
+Herdruk van de vertaling van Minutoli.
+
+A new and general collection of voyages and travels, consisting of the
+most esteemed relations which have been published in any language. By
+Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o.
+
+In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving
+van Corea, naar de collection van Churchill.
+
+Histoire generale des voyages, ou nouvelle collection de toutes
+les relations de voyages qui ont ete publiees jusqu'a present, par
+l'abbe PREVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris
+1746-89. 40.
+
+De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er
+bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen
+een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar
+Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de
+Parijsche uitgaaf.
+
+In vol. VIII (1749) p. 412-429:
+
+Voyage de quelques Hollandois dans la Coree, avec une relation du
+Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert.
+
+Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by
+Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o.
+
+Nederlandsche uitg. van de Hist. gen. des voyages. In dl. X (1750)
+p. 18-48:
+
+Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Korea,
+en hun Berigt van de Landstreek.
+
+Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig,
+bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o.
+
+Duitsche bewerking van de Hist. gen. des voyages. In Bd. VI (1750)
+p. 573-608:
+
+Reisen einiger Hollaender nach Korea, nebst einer Nachricht von dem
+Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch
+HEINRICH HAMEL. Aus dem Franzoesischen uebersetzt.
+
+A general collection of the best and most interesting voyages and
+travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o.
+
+In vol. VII p. 517:
+
+Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and
+their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated
+from the French.
+
+
+
+GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392]
+
+BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde
+Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.
+
+BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang,
+during the years 1843-46. London, 1848.
+
+BESCHERELLE AINE. Dictionnaire national. Paris, 1851.
+
+CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North
+China Branch R.A.S. XXIII, 1888).
+
+CHAILLE-LONG-BEY. La Coree ou Tchoesen. Paris, 1894.
+
+CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.
+
+COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in
+Indie. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage,
+1919-20.
+
+COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea
+(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).
+
+COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917.
+
+COURANT (M.). Bibliographie coreenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris,
+1894.
+
+DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter
+plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918.
+
+DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Coree precedee d'une Introduction
+sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes
+coreennes. Paris, 1874.
+
+DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische
+Compagnie. (Handschrift Kol. Archief).
+
+DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history
+etc. II. London, 1894.
+
+DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History,
+people, resources and commercial prospects. London etc., 1903.
+
+DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan
+1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883.
+
+DICTIONNAIRE Coreen-Francais, par les missionnaires de Coree. Yokohama,
+1880.
+
+DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.
+
+DU HALDE (J.B.) Description geographique, historique,
+chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie
+Chinoise. Nouv. edition. IV. La Haye, 1736.
+
+DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze
+vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.
+
+ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indie. Tweede druk, dl. I. 1917.
+
+GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea
+Branch R. A. S. I, 1900).
+
+----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).
+
+GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New
+Ser. XXVII, 1895).
+
+GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701.
+
+GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905.
+
+----Corea without and within. Second edition. Philadelphia, 1885.
+
+GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen
+Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).
+
+GUeTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea
+en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.
+
+HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het
+Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12.
+
+----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer
+(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).
+
+HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Varietes
+sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.
+
+HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases,
+by H.Yule and A.C.Burnell. New edition. London, 1903.
+
+HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik
+Zwaardecroon in Indie na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).
+
+HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen
+enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.
+
+HUART (C.I.). Memoire sur la guerre des Chinois contre les Coreens
+de 1618 a 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879).
+
+HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I,
+1900).
+
+HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917).
+
+ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch
+R.A.S. IV, 2, 1913).
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche
+zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.
+
+JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in
+Oost-Indie. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865.
+
+KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van
+het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem,
+1831.
+
+KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam,
+1729.
+
+LA PEROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publie par
+M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.
+
+LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc.,
+edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900.
+
+LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op
+Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).
+
+LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer
+Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door)
+Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten
+enz. Amsterdam, 1595.
+
+LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions
+Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15).
+
+MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong,
+1867.
+
+MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited
+by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams
+1611-1617). London, 1850.
+
+MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902.
+
+MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische
+Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.
+
+MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland
+(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).
+
+MULLER (Dr. H.P.N.). Azie gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.
+
+NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederlaendischen Ost-Indischen
+Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897.
+
+----Die aelteste abendlaendische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841).
+
+PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo,
+(1909).
+
+PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second
+edition. London, 1917.
+
+PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.
+
+----Corea. (China Review. XIV, XVI).
+
+----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society
+of Japan. XV, 1887).
+
+PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma
+H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland,
+1905-1906.
+
+PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der
+Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900.
+
+REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society
+of Japan. VI, 3, 1878).
+
+RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin,
+1834.
+
+ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of
+manners, etc. Paisley, (1880).
+
+----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and
+progress. London, 1891.
+
+SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch
+R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.).
+
+SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von
+Japan. Leyden, 1852.
+
+----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52.
+
+SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie
+Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.
+
+TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New
+Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.
+
+TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der
+japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909.
+
+TIELE (P.A.). Memoire bibliographique sur les journaux des navigateurs
+neerlandais, etc. Amsterdam, 1867.
+
+----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam,
+1884.
+
+VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indien, vervattende, enz. Dl. V,
+2. Dordrecht--Amsterdam, 1726.
+
+'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675.
+
+VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by
+E.M. Satow, London, 1900.
+
+WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography,
+government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899.
+
+WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam,
+1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.
+
+YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV,
+2, 1913).
+
+IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen
+Kon. Inst. dl. 73, 1917).
+
+ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen
+van Arkel. Gorinchem, 1755.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij
+de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan
+d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot,
+Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het
+"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626:
+"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse
+op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman
+Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om
+de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende
+om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304
+in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten:
+"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki,
+Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde
+Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt
+... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een
+musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons
+comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625,
+bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa,
+sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts
+schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan
+omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest
+te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering:
+"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer
+verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat].
+
+[2] Zie Bijlage V_A, 1.
+
+[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).
+
+[4] Zie Bijlage V_A, 3.
+
+[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan
+dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle
+des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla
+Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te
+rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam
+Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven
+geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf
+hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers
+gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het
+Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn
+Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan,
+dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).
+
+Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad
+niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de
+zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde,
+was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier
+ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15,
+17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden
+den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor
+op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar
+schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering
+aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant
+van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het
+beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door
+de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van
+hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"]
+"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven."
+
+Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan
+en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen
+de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie"
+gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26
+Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661
+aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa").
+
+Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh
+in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia
+10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in
+de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld:
+"het vlekje Provintie".
+
+[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter
+troupen als van 10 a 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't
+suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle
+die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven
+gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen
+massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12
+dagen tusschen de 3 a 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't
+verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese
+revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24
+Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te
+komen voor 2600 gemassacreerde koppen.
+
+[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste
+Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende
+gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote
+vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten
+zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck
+ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge
+voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa,
+altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen
+Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting
+te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de
+groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn
+te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31
+Jan. 1653).
+
+Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654)
+doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In
+UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven,
+hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen
+sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent
+3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude
+veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun
+van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde
+voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van
+onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655).
+
+[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke
+deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute
+onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door
+de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den
+tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan
+de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).
+
+"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer
+Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk,
+bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie
+Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd,
+en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt
+ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan
+Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T
+valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten
+die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de
+clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien
+en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie
+geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20
+Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de
+Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de
+dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen
+niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben
+te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de
+politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn"
+(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur
+... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en
+Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.
+
+[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en
+Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees,
+zie Bijlage V_C.
+
+[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in
+Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den
+grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar
+tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven
+heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te
+hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25
+Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat
+de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin
+[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert;
+mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater
+Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient
+heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen"
+(Patr. Miss. 20 Jan. 1654).
+
+[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne,
+weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur
+Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne
+benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3.
+
+[12] Res. 20 Mei 1653.
+
+[13] Zie Bijlage V_B, 1.
+
+[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als
+Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in
+Kol. Archief no. 780.
+
+[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die
+gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement
+van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre
+scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer
+generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden
+van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier,
+nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden"
+(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de
+publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale
+gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd
+bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het
+"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen.
+
+[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van
+sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij
+laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer
+Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3.
+
+[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse
+besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier
+overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de
+Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653).
+
+[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den
+9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest,
+tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden
+sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met
+genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende
+alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson
+al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te
+laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17
+deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van
+de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken,
+te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge
+van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni
+1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2.
+
+[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia
+onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van
+de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman,
+Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz).
+
+[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't
+jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19
+Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3.
+
+[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de
+fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha
+Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die
+van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders
+vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen
+volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht,
+oock wel beseijlt schip".
+
+[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende
+29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert
+ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een
+cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van
+f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3.
+
+[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk
+door het vergaan van de Sperwer gemaakt.
+
+[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642.
+
+[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in
+Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen
+en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en
+verongelukt 27 schepen.
+
+[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A.
+
+[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes
+de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent.
+
+[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders,
+als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder
+(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken,
+opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666).
+
+[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging
+to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary).
+
+[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor
+Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan
+14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado
+(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus,
+Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den
+onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in
+Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando
+opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing
+duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le
+Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst"
+vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima
+verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de
+onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was
+gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan Francois Caron den
+29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte
+gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk
+in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde
+uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende
+240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne
+staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een
+brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte
+daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen,
+te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als
+sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te
+mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde
+wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan).
+
+[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten
+te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen
+nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19
+Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's
+dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van
+Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den
+Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te
+gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd
+Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat
+hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen
+ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een
+ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij
+de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen
+grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen,
+bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).
+
+[32] Bijlage I a.
+
+[33] Bijlage I b.
+
+[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de
+groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten
+omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij
+hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen
+door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der
+tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer
+beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken"
+(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670).
+
+[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens
+getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael
+ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9
+Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd
+Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende,
+Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in
+Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde,
+voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't
+gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet
+aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet
+hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren
+Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie
+deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den
+29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).
+
+[36] Zie Bijlage I a en I b.
+
+[37] Zie Bijlage I b en I d.
+
+[38] Zie Bijlage I f-h.
+
+[39] Zie Bijlage I i-j.
+
+[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de
+fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw".
+
+[41] Zie Bijlage I o.
+
+[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen,
+ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen"
+(Journaal, Uitg.-Saagman).
+
+[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen
+de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den
+13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt,
+Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de
+Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff
+oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen,
+Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan
+geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December,
+alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668).
+
+Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen
+als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende
+Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van
+Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen
+van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op
+Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer
+waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden
+gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs"
+was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.
+
+[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667
+(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam,
+1660-1668. Kol. Arch. no. 1153).
+
+[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en
+20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indien: als de
+Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn,
+de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge
+Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1
+Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668,
+bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de
+Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn,
+'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de
+Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20
+deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de
+Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).
+
+[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten
+November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart
+1668. Kol. Arch. no. 301).
+
+[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische
+Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265,
+270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner
+Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert,
+ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen
+('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne
+Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen
+Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden
+tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen
+wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van
+'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven,
+af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker)
+en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp).
+
+[48] Zie Bijlage I k.
+
+[49] Zie Bijlage I q-r.
+
+[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82).
+
+[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its
+communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed
+almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 86).
+
+[52] Zie Bijlage I n (slot).
+
+[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan,
+op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand
+overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen,
+2e dr., I, bl. 53).
+
+[54] Zie Bijlage II a-d.
+
+[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53.
+
+[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer
+afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van
+omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm
+beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren,
+de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten
+zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote
+mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer
+stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door,
+den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent
+Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto
+is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670).
+
+"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht
+dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto
+zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.).
+
+"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia
+vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van
+op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een
+opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch
+soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt
+geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest
+aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T'
+is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen"
+(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670).
+
+[57] Zie Bijlage II a (slot).
+
+[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.
+
+[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort
+van Coromandel".
+
+[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt
+Buijenskercke van Japan".
+
+[61] Zie Bijlage II i.
+
+[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile
+(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was
+never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely
+that the Coreans would take any pains to mark the site of their
+graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en
+terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge
+van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn
+vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den
+Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar
+1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en
+waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens
+haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert,
+dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in
+13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven
+en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn
+gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt
+Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op
+alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en
+na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn
+van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven"
+schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Guetzlaff,
+Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen
+geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap
+werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er een ontsnapte en
+te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail
+from Great Britain it is of special interest to know that one of the
+unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was
+"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of
+any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did
+in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's
+Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95).
+
+[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered
+have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives
+knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were
+of foreign manufacture. The figures on them, however, told their
+own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore
+marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be
+the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who,
+like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile
+though the honoured guest and adviser of the king and government. The
+presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what
+must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes
+and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by
+travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and
+conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott,
+Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S.,
+New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).
+
+[64] "Durant mon sejour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888]
+je demandai frequemment des renseignements sur Hamel. Mais tout
+souvenir de sa visite s'est evanoui avec la generation qui l'a vu"
+(Chaille-Long-Bey, La Coree ou Tchosen, bl. 46).
+
+[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azie gespiegeld, I, bl. 371.
+
+[66] Zie Bijlage I k.
+
+[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder
+op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese
+eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde
+den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte
+jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu
+aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert
+dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't
+verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie
+sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt
+haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van
+het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie,
+politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende
+het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan
+ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal
+wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in
+Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en
+by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde:
+wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel
+onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te
+vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift
+aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in
+de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen
+en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI.
+
+[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26).
+
+[69] Zie Bijlage I o.
+
+[70] Zie de Bibliographie.
+
+[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz.
+
+[72] Bl. 429-436.
+
+[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele,
+Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het
+exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij
+kunnen raadplegen.
+
+[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele,
+a.v. bl. 269.
+
+[75] Dl. I, bl. 148.
+
+[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest,
+verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen
+op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de
+vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders
+Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot).
+
+[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens
+vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene
+Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-sa
+of Gouverneur.
+
+[78] Zie Journaal, bl. 11.
+
+[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de
+Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in
+de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese".
+
+[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes ou il y a des
+satellites pour arreter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le
+1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franc., bl. 244). Moese
+is de Chineesche uitspraak van Moksa.
+
+[81] Witsen, 2e dr., bl. 59.
+
+[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668.
+
+[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668.
+
+[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31.
+
+[85] Zie de Bibliographie.
+
+[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and
+Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt
+in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918)
+alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope,
+Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt
+maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial
+account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which
+sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that
+such animals may have existed two hundred and fifty years ago and
+yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen
+komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten.
+
+[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII:
+The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885).
+
+[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de
+Haan.
+
+[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon
+een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te
+teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten
+vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel
+73, bl. 401, waren ongeteekend.
+
+[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78).
+
+[91] Zie facsimile tegenover den titel.
+
+[92] Zie facsimile.
+
+[93] "Les meurtres & autres exces sont bien plus rares dans ce recit
+que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup
+moins populaire" (Tiele, Memoire bibliogr., bl. 275).
+
+[94] Zie bl. 13.
+
+[95] Zie Bijlage III_B.
+
+[96] Zie Bijlage I_A.
+
+[97] "Le recit de leurs aventures quoique tres simple et nullement
+scientifique, ne manque pas d'interet". (Memoire bibliogr.,
+bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on
+his return, recounting his adventures in a simple and straightforward
+style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176).
+
+[98] "When this account was printed in Holland, the eight men
+mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and
+examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars
+here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render
+the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that
+carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon
+the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732),
+Preface bl. 574).
+
+[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten
+ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53.
+
+[100] Zie Bijlage Io.
+
+[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53.
+
+[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have
+given a much more perfect description, and many men in that time
+would have made it more ample and satisfactory; but the author gave
+what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested,
+having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in
+that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain
+his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's
+Collection IV, Preface, bl. 574).
+
+[103] "Le Secretaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance
+rien dans la Description de l'estat present du Royaume de Coree qui
+ne s'accorde avec ce qu' en a ecrit Palafox et ceux qui ont traitte
+de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau
+holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement
+au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the
+country and people, deserves careful study. It throws some interesting
+sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries
+ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the
+"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword
+van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions
+Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94).
+
+[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's
+narrative, questioning especially his geographical statements. Before a
+map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be
+seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It
+is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life,
+people, and customs gave us so little information concerning them"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Huelfe unserer japanischen
+Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel
+gefolgt is, nachweisen und die meisten verstuemmelten Ortsnamen, deren
+er in seinem Tagebuche erwaehnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte
+Entd. Japan, bl. 37).
+
+[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia,
+the Coreans have always bowed down before the greatly superior
+mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of
+their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal
+books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific"
+(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge
+the Japanese and other nations possess, they obtained from China,
+while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus
+(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea
+(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert,
+Korean Survivals (Id. bl. 25-50).
+
+[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in
+contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked
+on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch
+supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth
+century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and,
+as read at the present time, conveys an exact picture of the people
+and country. Place after place which he mentions in their captive
+wanderings have been identified, and every scene and every feature can
+be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native
+conservatism both in language and habits that Hamel's description of
+two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life"
+(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch
+R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was
+plainly a shrewd observer, and much of his description of the country
+and the people and their customs tallies well with our own experience
+of the last thirty years, though one would not care to subscribe to
+every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de
+uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX,
+1918, bl. 94).
+
+[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de premiere
+source des details importants concernant la Coree & ses habitants"
+(Tiele, Memoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel
+van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des
+Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen ueber dasselbe sind mit
+Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem
+Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autoritaet
+wie jene oben angefuehrten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben
+des redlichen Hollaenders bestaetigt oder selbst im wesentlichen noch
+vervollstaendigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III,
+1834, bl. 637-638).
+
+[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire
+de l' Eglise de Coree, 1874.
+
+[109] "On n'a jamais preche la religion chretienne dans la Coree,
+quoique quelques Coreens ayent ete baptisez en differens tems a
+Peking" (Observations geographiques sur le royaume de Coree, tirees
+des Memoires du Pere Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736)
+bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the
+hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 353).
+
+[110] ".... les missionnaires sont les seuls Europeens qui aient jamais
+sejourne dans le pays, qui en aient parle la langue, qui aient pu, en
+vivant de longues annees avec les indigenes, connaitre serieusement
+leurs lois, leur caractere, leurs prejuges et leurs habitudes"
+(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX).
+
+[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor
+of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with
+letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of
+Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of
+Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268).
+
+[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun
+Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance,
+she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in
+the port of Fusan, which has always remained, under the daimioes of
+Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China
+Past and Present, bl. 340).
+
+[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21
+Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea
+(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93).
+
+[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Memoire
+sur la guerre des Chinois contre les Coreens de 1618 a 1637 (Journal
+Asiatique, 7e Serie, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean
+monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII,
+1888, bl. 1).
+
+[115] "Ever since the Manchus established themselves in China,
+Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful
+vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no
+interference on the part of China in her internal administration: all
+she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal
+value at fixed periods, for which she received a liberal return; and
+to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place
+and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340).
+
+[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kuen or generalissimo,
+being the word "Imperator" in its original military significance"
+(Parker, China, 1917, Glossary).
+
+[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255,
+301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William
+Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916,
+bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608,
+het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea
+sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a
+new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times"
+(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion
+of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV,
+2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de
+eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit
+deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere
+[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na
+voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware
+den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke
+Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince
+geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn
+Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere
+ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken."
+
+[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree
+met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden;
+haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij
+claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope
+tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht
+van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck
+als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn
+landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door
+vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia
+dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV).
+
+[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders
+voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs
+van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d'
+Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te
+laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1,
+caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the
+castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive
+next year, with the serene glory of the sho-gun Iyenobu ... The
+intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense
+with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests,
+a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they
+were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot).
+
+[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van
+Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea
+ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige
+jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den
+Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser,
+op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere
+in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23
+April 1635).
+
+[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen,
+Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31
+Aug. 1643).
+
+[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae
+het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen,
+aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck
+van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens
+ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken
+gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen,
+waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe,
+als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die
+'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght.
+
+Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert
+aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke,
+te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van
+veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde.
+
+Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core,
+ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is
+ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen
+cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t'
+welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de
+Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen
+zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden
+van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af,
+oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer"
+(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der
+Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70).
+
+[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is
+inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900,
+bl. 78, noot 4).
+
+[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III,
+bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan,
+1858, bl. 29.
+
+[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet
+werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker
+aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende
+berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found
+three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and
+came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I
+vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke
+haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue"
+(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd
+daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten
+deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3
+Febr. 1626).
+
+[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken
+waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het
+mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt
+Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen
+Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent
+30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch
+25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a
+4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de
+strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant'
+voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck
+sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te
+versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck,
+leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort"
+(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in
+vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII).
+
+[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en
+plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo
+verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea
+door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met
+gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan
+mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk,
+Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38).
+
+[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea,
+per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of
+Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary
+of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258).
+
+[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme
+in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge
+incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater
+request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and
+from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John
+Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as
+yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other
+privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in
+paine of death not to goe without the walles thereof to the landward"
+(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out
+of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando
+9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of
+Japan were attended by about 500 men and were royally entertained,
+by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through
+whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured
+to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King
+of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might
+procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando
+15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan,
+bl. 222).
+
+[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622,
+20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te
+Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622
+en 20 Juni 1623.
+
+[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van
+Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken
+die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust
+houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende
+ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na
+dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit
+schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten,
+welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten
+wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off
+diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia
+aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11
+Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in
+het Kol. Arch. niet aangetroffen).
+
+[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot.
+
+[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea
+door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de
+reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden
+wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht
+is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt
+verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door
+UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien
+correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen
+admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout
+ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen
+deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker
+seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens
+een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van
+bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert"
+(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).
+
+[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea
+hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als
+UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult
+gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar
+Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van
+voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was
+achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten
+sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de
+Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden
+treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende
+ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en
+Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de
+Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien,
+wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie
+becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons
+gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel
+als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar
+Firando, 26 Juni 1638).
+
+[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre
+van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula
+de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de
+groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten,
+Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw,
+Korea hier te lande nauwelijks bekend was.
+
+[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien,
+China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat
+proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen
+sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639).
+
+[137] Zie Bijlage I o.
+
+[138] Zie Bijlage II e, f en h.
+
+[139] Zie Bijlage I o.
+
+[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde
+dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te
+drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen,
+is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324).
+
+[141] Zie Bijlage II j en k.
+
+[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote
+behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie
+niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en
+van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen
+admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten
+Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam,
+Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von
+Niederlaendischen Seefahrern blieben fortan die Kuesten von Korai
+unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27).
+
+[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland
+(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep
+20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669
+te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo
+onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te
+verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679).
+
+[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China
+Review XVI, bl. 309).
+
+[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai
+als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa
+de Conray angegeben deren Suedspitze unter 33 deg. 22' N. B. liegt. Ebenso
+ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula
+zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de
+Ladrones traegt; Letstere ist das einige Jahre spaeter bekannt gewordene
+Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod,
+Die aelteste abendlaendische Manuscript-Spezialkarte von Japan von
+Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915.
+
+[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft
+wurde die beruechtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der
+Niederlaendisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der
+obenerwaehnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel
+unter 33 deg. 15' N.B. und etwa 127 deg. O.L... Es blieb aber auf den Karten
+des 17 und der ersten Haelfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones
+welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung
+von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie
+auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen
+"Carte generale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Coree"
+und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten
+Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).
+
+Op de "Carte generale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas
+van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland
+"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes
+hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie
+der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9),
+VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten
+VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van
+Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734):
+Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750):
+I de Quelpaert.
+
+[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II,
+bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch
+strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert
+noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland,
+Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860:
+"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen
+zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets
+over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918)
+bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van
+dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders
+Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese
+kaarten Fungma genoemt".
+
+[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh
+geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat
+gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip
+de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe;
+den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27
+Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse
+sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van
+Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30
+mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen,
+met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen,
+stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen
+sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef,
+sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der
+Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr
+1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek,
+9e hoofdstuk bl. 89.
+
+[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of
+his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2:
+"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert"
+an old name for a galiot".
+
+[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde
+opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856).
+
+[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie
+Bijlage III_C.
+
+[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen,
+dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November
+Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert".
+
+[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet
+acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt
+die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben
+toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan,
+2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh
+uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer
+gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia
+aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643).
+
+[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende
+Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer
+gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler
+ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden
+ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van
+Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het
+"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16
+Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het
+pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer
+verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is".
+
+[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I
+(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indie
+VI, 4 (1898), bl. 290).
+
+[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan
+becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen
+alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het
+seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha
+verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa
+gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij,
+niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert,
+ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen
+heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent
+Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken,
+gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch
+ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als
+geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen
+den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten
+respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen
+onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts,
+soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met
+een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De
+gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde,
+was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort
+eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken
+(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten
+binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut
+lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen
+nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur]
+verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs
+niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij
+tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor
+d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli
+1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson,
+XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia
+de Philipinas, V, 114-122.
+
+[157] "Kelung, in latitude 25 deg. 9' N and longitude 121 deg. 47'.... is
+situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a
+tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins
+of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay"
+(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323).
+
+[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe
+residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel
+uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant,
+mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen
+ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan,
+4 Juli 1644).
+
+[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 a 6 jaren geleden is wel
+ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten
+Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen,
+opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht
+becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the
+reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa
+Island, going to attack it year after year, was that they had promised
+the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards
+from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV,
+bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643).
+
+[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur
+Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten
+proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den
+Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben
+ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt".
+
+[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij
+overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten
+om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien
+'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich
+is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke
+sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als
+de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden,
+'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een
+blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642).
+
+[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden
+tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten
+van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te
+doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder
+voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa,
+23 Juni 1643).
+
+[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt,
+maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat
+reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius
+bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende
+wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel
+voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre
+te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst,
+verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan,
+23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen
+daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare
+brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden"
+(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold
+is the most important.... It may be said.... that of the limited area
+investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits"
+(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460).
+
+[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa
+de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken,
+hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado
+g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten
+te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius
+zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen;
+deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met
+het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden,
+ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent
+Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe,
+De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642,
+Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands,
+XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642
+te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642)
+en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd
+daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal
+der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's
+nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en
+Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661)
+(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort
+vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat
+ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25
+Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de
+havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang
+voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668
+voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211).
+
+[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh
+de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert
+'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September
+passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack
+... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een
+aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees
+seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642).
+
+[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar
+Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het
+Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in
+diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval
+op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt.
+
+[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).
+
+[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de
+noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks
+naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli
+1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654),
+wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder
+de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in
+loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden
+quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken
+als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen
+hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree,
+Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende
+de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen."
+
+[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien
+een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond
+aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie
+Journaal bl. 9.
+
+[170] Zie bl. XLII, noot 1.
+
+[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long
+enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners
+of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface,
+bl. VIII).
+
+[172] Quelly--s. m. Mamm. Espece de leopard de Guinee (Dictionnaire
+national, par M. Bescherelle aine. Paris, 1851).
+
+[173] Zie Journaal bl. 73.
+
+[174] Zie Bijlage I a.
+
+[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651.
+
+[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651.
+
+[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer,
+Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423.
+
+[178] Zie Bijlage I a.
+
+[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum.
+
+[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft
+bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten:
+
+1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier
+(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon
+de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave
+Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147].
+
+2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633
+Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort,
+Utrecht 1760).
+
+3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur
+Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie
+te Batavia.
+
+4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren
+zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indie wissels zijn
+overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688).
+
+In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel,
+door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens
+aangetroffen.
+
+[181] Vgl. echter: "The present Japanese regime in Korea is doing
+everything in its power to suppress Korean nationality. The Government
+not only forbade the study of Korean language and history in schools,
+but went so far as to make a systematic collection of all works of
+Korean history and literature in public archives and private homes
+and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919).
+
+[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII
+centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William
+Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I,
+bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by
+C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII,
+part 2, 1916.
+
+[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden
+zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan,
+Priangan II, bl. 44, noot 8).
+
+[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste
+schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen
+met het limiren van den dagh onder zeijl".
+
+[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen
+(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou
+de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan:
+"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht
+van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.:
+"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen
+vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449).
+
+[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het
+achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk
+uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder.
+
+[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10
+November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort".
+
+[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China.
+
+[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water
+uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische
+hulpmiddelen doenlijk is.
+
+[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip.
+
+[191] de afsluiting van het achterschip.
+
+[192] d.i. een uur 's nachts.
+
+[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van
+het roer, te hebben doen oploeven.
+
+[194] d.w.z.: de ankers hielden niet.
+
+[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond.
+
+[196] groote vaten.
+
+[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in
+Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn"
+(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders
+hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V,
+2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den
+Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5
+Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te
+Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord
+van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth
+Getraenk, und wird unter andern fuer die Ruhr gebraucht.... und wird
+(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold,
+Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot).
+
+[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe
+van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te
+dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens
+de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor
+de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip
+gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten
+doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so
+Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan
+te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot
+'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve
+dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is.
+
+Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten,
+Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke
+meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt
+eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten
+sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en
+yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te
+goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip
+gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen
+yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed
+hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening
+by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen
+tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps-
+en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen"
+(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27).
+
+[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk
+dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet
+besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast
+en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve
+van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De
+Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de
+goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat
+weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy
+heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot
+sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de
+Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).
+
+[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franc., bl. 26).
+
+[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den
+Chineeschen Jihpen.
+
+[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist
+waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de
+gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het
+Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel
+Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen
+zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is,
+in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant,
+ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van
+hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets
+te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de
+stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De
+opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de
+opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland"
+kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest
+van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651
+van Batavia naar Perzie zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis
+door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben
+hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen
+uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642
+was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4).
+
+De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de:
+
+I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden
+'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten".
+
+II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte
+genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de
+hooghte van 33 graden 32 minuten".
+
+III. Uitg.-van Velsen = II.
+
+IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de
+stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer
+'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en
+dartig minderlingen".
+
+Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven:
+"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Hoehe genommen,
+und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Hoehe
+von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nuernberg
+(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea
+qu'ils etoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisieme degre
+trente-deux minutes de latitude" (Histoire generale des Voyages,
+VIII, bl. 416).
+
+Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33 deg. 12' tot 33 deg. 30'
+zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking
+genomen, de aangegeven breedte van 33 deg. 32' zeer nauwkeurig mag heeten.
+
+De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer"
+gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169).
+
+[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en
+roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat
+doel werden ingekocht.
+
+[204] "Tai-Tjyeng, Ville muree a 2076 lys de la capitale; 5 cantons;
+dans l'ile de Quelpaert. 33 deg. 21'--124 deg. 2'" (Dict. Cor. Franc.,
+bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen
+de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2 deg. 20' 15").
+
+[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs".
+
+[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2.
+
+[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Staedte 1. Ranges
+sind ... Sitze eines Mok sa (schin. Muesse) d.i. Kreisgouverneurs"
+(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII,
+noot 5.
+
+[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has
+been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They
+give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and
+cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903,
+bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly
+furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea,
+1905, bl. 267).
+
+[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip
+"Nieuw Enckhuijsen" in Indie gekomen voor Barbarot a 14 gld. pr
+maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest
+(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen
+gesteld. No. 54; zie bl. 73).
+
+"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor
+uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als
+tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde
+chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden
+kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo
+1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14,
+fol. 255).
+
+[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts
+verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van
+Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao
+1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese
+jonck daar was geraakt".
+
+[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive
+Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637:
+"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten]
+aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien
+haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door
+den Heer van Fingo soude mogen geschieden".
+
+[212] d.w.z. in Indie.
+
+[213] de hoofdstad Seoul.
+
+[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van
+"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The
+Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost
+werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2,
+bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen
+te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten
+blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe
+te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de
+bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen
+van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701).
+
+[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen,
+Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen".
+
+[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer
+behoord.
+
+[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen.
+
+[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de
+drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz,
+beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54,
+bl. 73).
+
+[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt.
+
+[220] d.i. wij geraakten.
+
+[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig
+vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra
+(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk
+aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet)
+met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast
+(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast
+zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw
+overboord viel.
+
+[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen
+als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or
+cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than
+a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much
+bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The
+frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to
+rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to
+prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence
+of the delinquent are written upon it for the information of the
+passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape"
+(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509).
+
+[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaert ... Residence d'un mok-sa,
+gouverneur de l'ile. 33 deg. 33'-124 deg. 16'" (Dict. Cor. Franc., bl. 19**).
+
+"Cette ile, qui n'est connue des Europeens que par le naufrage du
+vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, etait, a cette meme epoque,
+sous la domination du roi de Coree. Nous en eumes connaissance le
+21 mai [1787].... Nous determinames la pointe du Sud, par 33d 14'
+de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la
+Perouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384).
+
+De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3
+en 12: "Chesu".
+
+In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij
+haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op
+de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den
+Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en
+III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts
+Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of
+ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree."
+
+Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher,
+Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v.
+
+[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk,
+aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 47).
+
+[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of
+convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves
+of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201).
+
+[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'ile de Quelpaert, avec trois
+crateres de volcans eteints, qui forment des lacs. 30 deg. 25'-124 deg. 17'"
+(Dict. Cor. Franc., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is
+about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200).
+
+[227] "Hai-Nam. Ville muree a 890 lys de la capitale ... Prov. de
+Tjyen-Ra. 34 deg. 27'-124 deg. 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly equivaut
+a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**).
+
+[228] ?
+
+[229] "Na-Tjyou. Ville muree a 740 lys de la capitale ... 35 deg. 13'-124 deg.
+10'" (Dict. Cor. Franc. bl. 10**).
+
+[230] ? "Tong-Pok. Ville a 726 lys de la capitale ... 34 deg. 43'-124 deg. 32'"
+(a.v. bl. 17**).
+
+[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified
+stronghold in the mountains, to which, in time of war, the
+neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet
+de montagne" (Dict. a.v. bl. 373).
+
+[232] "Htai-In. Ville a 566 lys de la capitale ... 35 deg. 33'-124 deg. 29'"
+(a.v. bl. 18**).
+
+[233] "Keum-Kou. Ville a 520 lys de la capitale ... 35 deg. 38'-125 deg. 12'"
+(a.v. bl. 7**).
+
+[234] "Tjyen-Tjyou. Ville muree, capitale de la province de Tjyen-Ra,
+a 506 lys de la capitale... 35 deg. 37'-124 deg. 37'" (a.v. bl. 19**).
+
+[235] Volgens de Dict. Cor. Franc. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to
+in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la
+dynastie precedente".
+
+[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste"
+(Dict. a.v. bl. 19**).
+
+[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35 deg. 22'-124 deg. 25'"
+(a.v. bl. 20**).
+
+[238] ?
+
+[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et
+Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**).
+
+[240] "Yeng-Tchoun. Ville a 390 lys de la capitale.... Prov. de
+Tchyoung-Tchyeng ... 36 deg. 59'-126 deg. 8'" (a.v. bl. 2**).
+
+[241] "Kong-Tjou. Ville muree, capitale de la prov. de
+Tchyoung-Tchyeng, a 326 lys de la capitale. Residence du kam-sa ou
+gouverneur de la province ... 36 deg. 23'-124 deg.55'" (a.v. bl. 8**).
+
+[242] lees: Kyeng-keui.
+
+[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of
+the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its
+current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt
+annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul,
+Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franc. bl. 4**).
+
+[244] "Sye-Oul, Nom generique qui signifie: capitale. Capitale du
+royaume de Coree" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van
+"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui
+et de tout le royaume de Coree depuis 1392.... Ville muree, sur le
+fleuve Han. Residence de la cour et des 6 ministeres. Le gouverneur
+de la province reside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**).
+
+[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden,
+namelijk Duitsche mijlen van 15 in een graad, volgens de graadmeting
+van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de
+afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 a 550 komt;
+recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352
+K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De
+afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of
+666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67).
+
+[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden,
+werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene
+dergelijke vertooning zouden vergasten.
+
+Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het
+Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie
+te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen]
+... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten,
+mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een
+liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren,
+te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn
+vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse
+gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen
+en een stuck van een comedie te ageeren....
+
+... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme
+regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter
+jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons
+onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons
+logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).
+
+De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor
+de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de
+Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van
+de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde
+van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder
+afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten
+opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden"
+was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven
+naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok
+houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede
+soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door
+de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over
+de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden
+[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en
+geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere
+verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692).
+
+[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door
+den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17
+Aug. 1708).
+
+[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois ou on ecrit le nom d'un dignitaire,
+qui en a une moitie; l'autre moitie est gardee par le gouvernement;
+c'est le signe de l'autorite donnee par le roi au mandarin"
+(Dic. Cor. Franc., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English
+Dictionary, 1911, bl. 429.
+
+[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.
+
+[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst".
+
+[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert.
+
+[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet
+gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3);
+de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.
+
+[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away,
+but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling
+the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were
+easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172).
+
+[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal
+city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of
+the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress,
+to which the royal family are sent for safety in time of war ... During
+the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it
+his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang
+is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.
+
+[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart
+1622).
+
+[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt
+opgegeten."
+
+[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.
+
+[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik
+(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t
+schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier
+aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624).
+
+[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het
+Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen
+Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige
+te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als
+een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan
+het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben
+uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het
+lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen.
+
+[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best
+conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken
+met eene Koreaansche woordenlijst?
+
+Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt
+verder niet gesproken.
+
+[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te
+gebruiken.
+
+[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra
+(Dict. Cor. Franc.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8.
+
+[263] ?
+
+[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; general de 2me ordre, commandant
+d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans
+chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321)
+
+[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de
+nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen
+moesten gaan.
+
+[266] linnen.
+
+[267] de hoofdstad, Seoul.
+
+[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer
+hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren;
+want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het
+Opper-gezag aen de Koreers; zoo als de Japanders mede gehouden zijn,
+volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen
+is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert
+te worden, gelijk de Neerlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki,
+opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49).
+
+"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a
+perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the
+war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 150).
+
+"Pou-san. Port, a 20 lys de la ville de Tong-nai, ouvert depuis peu
+au commerce du Japon, qui y entretenait deja une garnison de 200
+soldats ... 34 deg. 46'-126 deg. 15'" (Dict. Cor. Franc., bl. 12**).
+
+[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last
+king. This Prince commenced his political career at Moukden, where
+he had been sent as hostage by his father. In the second year of his
+reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659.
+
+The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden,
+whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist
+nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV,
+bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Varietes sinologiques no. 24)
+Chang-hai, 1905, bl. 457, 462.
+
+[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de
+armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder:
+Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens,
+Bosboom-Toussaint en Beets.
+
+[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in
+anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local
+rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker,
+Corea, China Review XIV bl. 129).
+
+[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel
+(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal).
+
+[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and
+Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs.
+
+[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'ile
+et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant
+qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'ou est venu le nom de Coree"
+(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Coree sous la
+dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**).
+
+"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and
+which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four
+centuries. He moved his capital to its present site, to the city of
+Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning
+"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed
+since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name
+of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269).
+
+"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the
+throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392)
+a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu,
+rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and
+established himself as the king of Corea. He chose for the title of
+his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the
+Coreans Choe sen. This is now the official name both for Corea and
+for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He
+also moved the capital from Song do to Soeul" (C. T. Gardner, The
+Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895,
+bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; etat; nation"
+(Dict. Cor. Franc., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het
+noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.
+
+[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo
+vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de
+Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen
+stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek
+met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.
+
+[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea
+stretches from 33 deg. 15' to 42 deg. 31' N. lat; and 122 deg. 15' to 131 deg. 10'
+E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird
+flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300
+miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396).
+
+[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but
+rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy
+from Seoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed
+to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2).
+
+[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Coree, appelee Tsou-shima en
+japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands
+situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea
+... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the
+12th century, the island was the fief of the So daimyo, who frequently
+had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was
+completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot,
+Dict., bl. 706).
+
+[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to
+gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the
+water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and
+Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de
+Ham-Kyeng. Frontiere N. de la Coree. A son sommet est un grand lac qui
+a 6 a 7 lieues de tour. 41 deg. 59'-126 deg. 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**).
+
+"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare
+1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht,
+dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is,
+vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te
+Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan
+werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van
+Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden,
+die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve
+die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44).
+
+[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer
+mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus
+gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57).
+
+[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea
+in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van
+Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien
+Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te
+hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van
+een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt
+uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van
+kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op
+de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen
+wel kenden; zeide verder, dat de Koreers hunne byzondere schepen,
+en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen
+vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen
+moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche
+Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee
+was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde,
+dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit
+het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea,
+meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind,
+als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer
+oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44).
+
+"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in
+onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als
+de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee
+is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden
+of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56).
+
+[282] "Panax ginseng; jen shen, is the medicine par excellence, the
+dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese
+name is derived from a fancied resemblance to the human form. The
+genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are
+derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the
+leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The
+roots are covered with rings, from which the age is ascertained,
+and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean
+ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native
+ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206).
+
+"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in
+gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in
+silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a
+food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing"
+qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273).
+
+Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende
+werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck
+Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven
+1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV,
+bl. 348-365).--"Lettre du Pere Jartoux, Jesuite, touchant la plante
+de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The
+culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch
+R. A. S. III, 1903, bl. 18-30).
+
+[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by
+powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed
+by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 228-229).
+
+[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont
+gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts
+met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het
+leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt;
+dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert,
+is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels
+schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56).
+
+[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen,
+'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen
+voor onse naackte billen hebben gekregen."
+
+[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken
+om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman).
+
+[287] "There seems to be three distinct classes or grades of
+bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study,
+and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa
+being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who
+solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the
+temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun)
+act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use,
+weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333).
+
+[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman).
+
+[289] Zie bl. 59.
+
+[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the
+metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in
+turn, and the King ascends the throne if they have any representations
+to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127).
+
+[291] "Close communication between the palace and populace is kept
+up by means of the pages employed at the court, or through officers,
+who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa,
+or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain
+the popular feeling, or to report the conducts of certain officers
+... receives sealed orders from the king, which he must not open
+till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission,
+a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some
+cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 221-222).
+
+[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet,
+als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten.
+
+[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen
+gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al,
+voorafgegaan door een;
+
+[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated
+since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main,
+that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated
+the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235).
+
+[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande
+een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over
+een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne
+mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen,
+met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven
+heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk
+op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als
+het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55).
+
+"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen,
+en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels,
+drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente
+en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester
+Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit
+onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57).
+
+[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone
+upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning
+tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved
+off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh,
+leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of
+holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the
+torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical
+discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335).
+
+[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik,
+maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen,
+ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet
+beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven
+mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal
+II, kolom 1951).
+
+[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention
+with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea,
+bl. 355).
+
+[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous
+visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds
+of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267).
+
+[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2.
+
+[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in
+north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though
+we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The
+floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from
+the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other"
+(Griffis, Corea, 1905, bl. 263).
+
+[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman
+staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het
+weggelaten.
+
+[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II,
+bl. 769.
+
+[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It
+would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal
+with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time
+... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant
+place does not need to make elaborate preparations ... At night,
+instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters
+some house, whose exterior room is open to any comer. There he is
+sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 288-289).
+
+[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe".
+
+[306] "Not the least interesting of the local or national festivals,
+are those held in memory of the soldiers slain in the service
+of their country on famous battle-fields. Besides holding annual
+memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of
+the people, there are temples erected to soothe the spirits of the
+slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites
+made painful to the national memory by the great Japanese invasion
+of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905,
+bl. 299).
+
+[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten".
+
+[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles.
+
+[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der
+Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd
+Paardrijden, strofe 13, regel 6).
+
+[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered
+at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 298).
+
+"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om
+aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor
+'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken]
+den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel
+honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door
+yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen.
+
+De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt,
+dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk
+in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele
+honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn
+Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin
+levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur,
+eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is
+verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't
+ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56).
+
+[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders".
+
+[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the
+Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears
+to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula"
+(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en
+Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om
+katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e
+dr. I, 1917, bl. 434).
+
+[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier
+te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt,
+op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 58).
+
+[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people
+to use coin and at the same time prohibiting them from the use of
+cloth as money.... Up to this time, there had always been a party
+opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress
+its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast
+disappearing and though they once more succeeded, five years later,
+in causing the rescission of the order to use coin, the people by that
+time had become so accustomed to its use that they began to coin for
+themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever
+of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea,
+Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61).
+
+[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643
+... and in the following year, when sending home the king's son,
+who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a
+half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently
+remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans
+like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288).
+
+"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses
+of absolute self-government; but, at the same time, it has had only
+brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage
+to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years'
+dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe
+taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly
+tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants,
+who bring back profits much greater than the amount of the tribute"
+(Ross, a. v., bl. 365).
+
+[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren?
+
+[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien;
+ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte,
+'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan
+de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en
+van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat
+zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had;
+doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver,
+of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e
+dr. dl. I, bl. 58).
+
+[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded
+annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town
+aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29).
+
+[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't
+Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche
+Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden
+(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de
+Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders
+schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is
+een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren
+aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere
+lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I,
+bl. 59).
+
+[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende,
+geschreven. Het tweede is...."
+
+[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or
+almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and
+complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross,
+Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity
+and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale,
+The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part
+I, 1912, bl. 13-61).--"La clarte de l'esprit coreen apparait dans
+la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet,
+le plus simple qui existe, dans la conception des caracteres mobiles
+ou il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coreenne,
+I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII).
+
+[322] lees: drukplaeten.
+
+[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jaehrlich ... ihren
+Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als
+Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien,
+Band III (1834) bl. 594).
+
+[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen
+woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen
+onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den
+Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat
+zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen,
+daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely
+leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does,
+it is a great occasion which is previously announced to the public. The
+roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while
+the royal cortege is moving. All doors must be shut and the owner of
+each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and
+dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially
+the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one
+should look down upon his majesty. Those who think they have received
+unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They
+stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched
+on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer
+or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis,
+Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo
+groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde
+steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen,
+als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen
+zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen
+onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk,
+maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van
+Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy
+een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende
+dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first
+sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by
+five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages
+and escort them with all possible comfort to Seul, where they are first
+entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the
+heir and other members of the royal family, heads of public offices
+&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated
+when the envoys take their departure). When the envoys first arrive
+at their hotel, the heir advances with the various high officers,
+and makes two obeisances. When they take their departure, the same
+ceremony is repeated outside the ... Gate...
+
+The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from
+the palace by the Corean court officials with great ceremony to his
+hotel, and music is used even on fast days; a number of articles
+of local produce are taken with him, and special other articles are
+sent on the emperor's birthday and with formal state communications;
+these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs,
+shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea,
+China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is
+equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on
+the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting
+out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands
+reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his
+relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are
+all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de
+Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet
+gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).
+
+[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra)
+is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh
+genoemd.
+
+[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34 deg. 33'-124 deg. 56' (Dict. Cor. Franc.,
+bl. 16**).
+
+[328] Namman = Nam-Ouen, 35 deg. 18'-124 deg. 38' (a. v., 10**).
+
+[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan
+aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.
+
+[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als
+voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn
+tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet,
+als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn
+de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet
+'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn
+van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56;
+Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They
+do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and
+stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together
+with wooden nails. They use round stems of trees in their natural
+state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with
+cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail
+very well within three points of the wind, and the fishermen are very
+skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon
+[de Koreers] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts,
+en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die
+de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan,
+werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen,
+alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest"
+(Witsen, 2e dr. I, bl. 44).
+
+[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster,
+die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre
+af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich
+liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter
+afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot
+Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen
+als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder
+staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje
+sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven
+Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot
+en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op
+46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden,
+kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in
+zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers
+oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer
+diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men
+met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal
+kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV
+(1665), bl. 183).
+
+Over deze komeet is geschreven door Johannes Hoewelcke (Hevelius),
+die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor
+in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn
+"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen
+der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749)
+en opnieuw door Lindeloef (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit,
+Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator
+aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie
+ook Bijlage VI.
+
+[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne
+krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander,
+verbeeldende het eene gedeelte Koreers en het andere Japanders, doch
+de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden;
+na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag
+'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden,
+dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
+
+[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn
+Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre,
+daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is
+ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte
+geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden
+ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh
+in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel
+mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).
+
+[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard
+Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de
+belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens
+tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven
+de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).
+
+[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about
+this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr,
+and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey,
+and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto
+which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of
+the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary
+of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618).
+
+[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van
+Velsen: "bij de Zeekant".
+
+[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of
+ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden
+zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende,
+aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks
+tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I,
+bl. 57-58).
+
+[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by
+hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel
+van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts
+van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een
+tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst,
+na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen
+zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen
+zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van
+een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen,
+2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken).
+
+[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neerlanders, het vaertuig
+hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren,
+met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e
+dr. I, bl. 58).
+
+[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender
+handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson
+weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18
+Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly
+winds blow from the middle of May, and often even from April, until
+the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west
+monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April
+... prevails until the middle or end of September.... But the
+regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese
+coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in
+winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is
+inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the
+exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of
+Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878,
+bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke
+retourschepen uijt Japan nae Taijouan voor 15, 20-25 October niet te
+largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen
+suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar
+Taijoan, 2 Mei 1644).
+
+[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en
+achtervloed, voorvloed en achtereb.
+
+[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter:
+"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft.
+
+[343] lees: praijde.
+
+[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den
+wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan
+boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een
+houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt
+om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven.
+
+[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men
+veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4.
+
+[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht".
+
+[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging
+door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken
+eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen:
+"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt,
+die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.".
+
+[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden
+Dagregister.
+
+[349] Zie Bijlage Ie.
+
+[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan
+valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal
+dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen).
+
+[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki
+aangekomen. Zie Bijl. Ij.
+
+[352] Zie Inleiding, bl. XXVI.
+
+[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal
+niet voor.
+
+[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den
+druk aangebracht.
+
+[355] Niet ingevuld.
+
+[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667,
+Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden.
+
+[357] van 18 Oct. 1666.
+
+[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger
+als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki.
+
+[359] Kol. Arch. no. 457.
+
+[360] Kol. Arch. no. 255.
+
+[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester
+(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod,
+Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan,
+1729, bl. 232.
+
+[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan.
+
+[363] Oostvoort in Bijl. Ia.
+
+[364] Francois de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd
+Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben
+te doen.
+
+[365] Zie bl. 86 hiervoor.
+
+[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456.
+
+[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.
+
+[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56.
+
+[369] twee?
+
+[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia"
+genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15
+Sept. 1627).
+
+[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad
+Ords. (Dagr. Bat.).
+
+[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18):
+14 April 1627.
+
+[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland;
+ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).
+
+[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the
+10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with
+the view of attacking a fleet which had been prepared there for a
+journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt,
+thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The
+guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After
+the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog
+C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77.
+
+[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter
+eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff
+tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten".
+
+[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert
+de Brack voor 8 Jan. zijn teruggekeerd.
+
+[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het
+vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21
+November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende
+opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13).
+
+Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps
+toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx'
+tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was
+langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar
+Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van
+13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando,
+zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie
+Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan
+boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20
+Dec. 1621).
+
+[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan
+aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637
+geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637.
+
+[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de
+Japanners.
+
+[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato
+van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de
+geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer
+gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door
+d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest:
+Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone
+wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het
+hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer
+consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne
+den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando
+24 Meert Ao 1637).
+
+[381] zijde, staat in Dagr. Japan.
+
+[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals,
+volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden,
+Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616).
+
+[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613,
+Introduction, bl. LI.
+
+[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers:
+"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft
+in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met
+schoone vrouwen ende kinderen".
+
+[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of
+all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare"
+(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]).
+
+"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a
+safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to
+the scanty historical material which we have at hand, established a
+rough form of government over their settlements. So admirable was the
+organization that the different bands lived together without discord
+and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to
+look after the interests of the combined bands whenever anything arose
+of common concern. The strongest of them was a powerful band under the
+leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns,
+and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually
+attained a position so formidable that smaller bands combined with them
+for their own protection, and thus nearly the whole of the China and
+Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai
+died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and
+the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903)
+bl. 8).
+
+[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten
+seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625).
+
+[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625.
+
+[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English
+Residents in Japan 1611-1623, bl. 271.
+
+[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat
+"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens
+de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der
+Chineezen te Batavia (1636-1645).
+
+[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet
+gebleken. Journaal Hamel.
+
+[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en
+9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.
+
+[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal,
+de Bibliographie.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht
+de Sperwer, by Hendrik Hamel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN ***
+
+***** This file should be named 11467.txt or 11467.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.net/1/1/4/6/11467/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.net/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.net
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.net),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.net
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ http://www.gutenberg.net/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ http://www.gutenberg.net/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ http://www.gutenberg.net/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ http://www.gutenberg.net/GUTINDEX.ALL
+
+
diff --git a/old/old/20040305.11467.zip b/old/old/20040305.11467.zip
new file mode 100644
index 0000000..f3d43ae
--- /dev/null
+++ b/old/old/20040305.11467.zip
Binary files differ