diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 11467-0.txt | 9298 | ||||
| -rw-r--r-- | 11467-h/11467-h.htm | 15287 | ||||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/book.png | bin | 0 -> 364 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/card.png | bin | 0 -> 357 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 96578 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/external.png | bin | 0 -> 172 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/logo.gif | bin | 0 -> 9554 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/map.jpg | bin | 0 -> 84873 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/maph.jpg | bin | 0 -> 757806 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/ms1.gif | bin | 0 -> 33644 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/ms2.gif | bin | 0 -> 27665 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p01.gif | bin | 0 -> 62841 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p02.gif | bin | 0 -> 71253 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p03.gif | bin | 0 -> 60690 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p04.gif | bin | 0 -> 64785 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p05.gif | bin | 0 -> 66764 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p06.gif | bin | 0 -> 70287 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p07.gif | bin | 0 -> 58651 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p08.gif | bin | 0 -> 61180 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/p09.gif | bin | 0 -> 77444 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11467-h/images/publogo.gif | bin | 0 -> 2792 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/11467-8.txt | 9692 | ||||
| -rw-r--r-- | old/11467-8.zip | bin | 0 -> 205113 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h.zip | bin | 0 -> 1863265 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/11467-h.htm | 15704 | ||||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/book.png | bin | 0 -> 364 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/card.png | bin | 0 -> 357 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/cover.jpg | bin | 0 -> 96578 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/external.png | bin | 0 -> 172 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/logo.gif | bin | 0 -> 9554 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/map.jpg | bin | 0 -> 84873 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/maph.jpg | bin | 0 -> 757806 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/ms1.gif | bin | 0 -> 33644 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/ms2.gif | bin | 0 -> 27665 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p01.gif | bin | 0 -> 62841 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p02.gif | bin | 0 -> 71253 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p03.gif | bin | 0 -> 60690 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p04.gif | bin | 0 -> 64785 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p05.gif | bin | 0 -> 66764 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p06.gif | bin | 0 -> 70287 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p07.gif | bin | 0 -> 58651 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p08.gif | bin | 0 -> 61180 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/p09.gif | bin | 0 -> 77444 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/11467-h/images/publogo.gif | bin | 0 -> 2792 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/old/20040305.11467-8.txt | 9720 | ||||
| -rw-r--r-- | old/old/20040305.11467-8.zip | bin | 0 -> 205605 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/old/20040305.11467.txt | 9720 | ||||
| -rw-r--r-- | old/old/20040305.11467.zip | bin | 0 -> 205164 bytes |
51 files changed, 69437 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/11467-0.txt b/11467-0.txt new file mode 100644 index 0000000..8d9685a --- /dev/null +++ b/11467-0.txt @@ -0,0 +1,9298 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 *** + + VERHAAL + + VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT + + DE SPERWER + + EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN + HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK + + DOOR + + HENDRIK HAMEL + + UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK + + + + 'S-GRAVENHAGE + + 1920 + + + +INHOUD. + + +VOORBERICHT +Gebruikte afkortingen +INLEIDING +JOURNAAL +BIJLAGEN: + + I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen + II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen + III. Gegevens betreffende schepen: + + A. Het jacht de Sperwer + B. Het jacht Ouwerkerk + C. Het quelpaert de Brack + D. Het schip de Hond + + IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea + V. Personalia: + + A. Nicolaas Verburg + B. Cornelis Caesar + C. Iquan + D. Martinus Martini + + VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65 + +BIBLIOGRAPHIE +GERAADPLEEGDE LITERATUUR +BLADWIJZER + + +PLATEN: + + +Facsimile van de eerste bladzijde van het HS +Facsimile van een gedeelte van het HS +Kaart van de tochten van Hamel + + + + +VOORBERICHT. + +Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende +van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan +is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het +door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, +opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk +te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van +1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij +landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim +twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing +en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige +rijk en zijne bewoners. + +Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, +kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar +verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat +hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de +Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van +Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te +vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan +een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot +de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat +ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen +van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra +mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is +gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen, +ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom +de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal +uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar +oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van +het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden. + +Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen, +dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel +nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke +niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden, +noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich +zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er +vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats +is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van +de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden." + +Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben +drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op +mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne +belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger +Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie" +voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff, +heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne +zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van +het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van +Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn +geweest. + +Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel +van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt +en belangstelling vindt. + +Den Haag, 1920. B.H. + + + +GEBRUIKTE AFKORTINGEN. + + +Dagr. Bat. +Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts India. + +Dagr. Jap. +Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan, +eerst te Firando en later te Nagasaki. + +Res. +Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië. + +Gen. Miss. +Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII. + +Patr. Miss. +Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische +Regeering. + + + + + +INLEIDING. + + +Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht +der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en +gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken +zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren +van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden +nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis +van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het +waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden, +gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke +op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun +wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken, +omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van +ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en +nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre +hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang +in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea, +was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer". + +In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de +benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa +[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2], +die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook +geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit +"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie", +een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt, +discretie ende cloeckheijt" [4]. + +Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche +kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen +vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die, +onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen, +de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering +was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte +minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval +was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden +waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7]. + +Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke +ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het +ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde +te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden +dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten +de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag +te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt". + +Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone +van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou +wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China +tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, +zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en +zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft +de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet +ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's +bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In +1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed +een einde te maken. + +Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering +van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de +Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten +vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming +aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel +Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de +voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal +Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12]. + +Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren +en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar +[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als +Gouverneur sich... te vervoegen" [14]. + +Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker +een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken +staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne +familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn +transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was +dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge" +naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te +laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef +en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de +behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan +"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18]. + +Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer" +misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus +"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden +Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht +de reis ondernomen [19]. + +Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa +niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den +16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan +het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende +tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was +uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21]. + +Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te +hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte +schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis +naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen +enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de +veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in +den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie +het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het +"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen. + +Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het +hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet +te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen +voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer +omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan +dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo +veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig +hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was. + +Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de +Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden +daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25], +bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende +eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden +hadden dankbaar gestemd te wezen [26]. + +De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27], +zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis +hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht +toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin +van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat +eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op +een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich +hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September +1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van +"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven +der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders +[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze +acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren +bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot +een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch +land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan +was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren +lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het +leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het +eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van +Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan +dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt +bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord +waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden, +van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een +landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in +Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt. + +Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat +hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het +vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia +was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden +Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia +[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft +gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, +zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo +aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog +niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op +den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld +zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip +aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij +hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34]. + +Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, +was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo +werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten +[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een +vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van +den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen, +konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen +nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel +de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om +bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar +(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde +maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op +de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November +1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40]. + +Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik +Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland +ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn +zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens +het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het +schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan +"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel +en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven +monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven +schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden +noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld +dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde" +[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou +hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard +door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in +het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van +bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen. + +De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te +veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht +zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen +zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben +verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten. + +Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen +behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens +komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn +gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de +gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers +zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel +[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul +op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad +van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van +gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage +toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki +waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage +met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de +goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48]. + +In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren +XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak +maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit +commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder +hen verdeeld [49]. + +De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten +daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing +onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six, +de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen +welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio +van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus +officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien +van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te +Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche +gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven +schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te +danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53] +en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar +Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en +September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten, +den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd +dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren, +was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die +het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land +der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf +voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of +Nederlander geleek" [55]. + +De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een +paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen +dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan +het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat +de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, +werd aangehouden [56]. + +Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te +Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in +dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om +Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door +ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den +27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar +Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij +Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker +tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge +zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59], +terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou +hebben gebracht [60]. + +Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde +schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet +vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven +boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch +verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om, +gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van +hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel +als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De +uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet +te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 +was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept +[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs +minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in +het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over +Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche +bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is +geworden [62]. + +Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar +en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen +zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke +zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands +omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer +blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en +zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige +geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van +[65]. + +Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij +hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer" +nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij +mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering, +hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten. + +Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat +zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen +verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de +Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van +het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen +en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea +was bijgebleven. + +Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia +de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen +[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand +nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer +Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië +niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden +omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren +over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte +te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit +rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het +Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met +"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar +en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan +"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook +is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in +de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de +Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs, +dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam +[68]. + +Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit +geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in +het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter +inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van +uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden +ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te +lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in +het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen +als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen +in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over +Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk, +zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs +de eenige van zuiver westersche herkomst. + +De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens +hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie +"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn +werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de +Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden +te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij +evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld, +heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar +dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt. + +Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad +in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen +over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In +den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel +is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders +die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en +gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te +zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens +elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde +schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet +over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal. + +In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 +verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger +geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft +kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die +in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt +omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt +gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als +zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier +Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam, +die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester +Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd. + +Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft +gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea +in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij +begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt +hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met +de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl +hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by +d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de +inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede +de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent +Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't +eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt: +"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron +is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche +woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland +zelf daarmede was aangeduid. + +De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op +eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke +samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande +ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en +veracht" [81]. + +Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal +diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben +gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd +waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig +voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich +zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen +is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die +beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een +paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde +[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in +Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave +zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan +het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen +de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar +onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen. + +Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche +vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het +nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling +op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en +bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan +de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan +de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van +eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk +een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen +begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87], +zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn +Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld. + +Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. + +In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's +Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig +[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in +handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande +dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's +Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit +Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een +exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande; +om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten +dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het +vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven. + +Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen +Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal +bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer +Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het +"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective +quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn, +Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende +Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij +respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en +wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene +brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven +maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister +gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de +Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree, +sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666." + +Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is +samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs +verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89] +en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk +zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren +aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als +van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de +samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de +aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap +nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk, +zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden +zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de +ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het +Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan +een ander is toegeschreven. + +Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift +is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen +vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die +copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten. + +Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen +het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening +in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de +Indische Regeering heeft aangeboden? + +Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden. + +Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki, +zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het +opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in +de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666) +[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven +door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het +vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou +afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan +zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig +hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk +den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop +het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen +de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan +de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand +gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor +die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht +aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen, +welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91]. + +Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld, +door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan +naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens +de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde +hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen +echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte +verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich +niet zal hebben schuldig gemaakt. + +Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden +exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, +maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije +vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid +van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt +verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia +oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden +van een andere hand is dan de tekst van het afschrift. + +Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk +heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen +sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren +gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is +veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze +nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte +Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op +zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke +van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst +valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor +dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt +afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de +oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst +door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de +verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten +dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, +ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's +medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen. + +Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan +ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden +en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het +eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld +en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord +zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's +makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen +in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd +en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen +enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, +door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij +hunne aankomst te Nagasaki. + +Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald, +is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te +weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's +tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou +het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen +had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn +Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings +weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden +gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist +zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en +zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een +oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven +wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt; +de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt. + +Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid +en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders +heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek +dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat +hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea +gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao +1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op +de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip +toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is +aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel +dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning +aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist +hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan +een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van +de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's +avontuur te boek heeft gesteld. + +De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet +wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders +worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd +naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam +was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche +omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met +ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog +de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats +van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet +groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van +een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige +beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke +verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin +van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen +schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis +gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is +geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel +was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98], +hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden +neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen +dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer +bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij +voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp +zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo +verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien +al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren +des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99], +hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer +in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen +aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea +tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende +hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt +gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere +armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat +stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om +tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen +wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest +geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen, +maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting +is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op +te maken. + +Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben +gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden +de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, +maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze +boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel +teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en +heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals +een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel +gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over +gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel +uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven, +maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen +nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en +ondervonden aan anderen mede te deelen [102]. + +Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen +van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst +bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten +op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend +heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van +zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat +zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen +toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de +juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104] +en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij +die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren, +elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor +de overige op zijn woord te gelooven. + +Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende +gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan +te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in +de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal, +hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen +is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn +genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben +verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk +op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea +ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving +de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk +valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf +voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid, +daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke +gegevens ten dienste staan. + +De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht, +heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den +conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar +maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst +tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten +voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd +om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken +met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel +uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste +nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend +bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis +voor Hamel's geloofwaardigheid [106]. + +Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van +land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in +lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne +beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor +dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken +[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in +Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft +van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf +aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken +daar te lande [110]. + +De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, +zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot +uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had +op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de +havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners, +Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112]. + +In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of +Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en +latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog +[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag +met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd +nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn +land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen +den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden +welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een +gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad +van den Keizer van China als suzerein van Korea [115]. + +Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea +geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding +vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar +herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen +onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in +hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten +dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun +verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's +Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende +weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht +aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen. + +Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart +hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer +met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen +voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor +oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar +de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking +tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot +ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier +vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood; +schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch +in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun +geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging +van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben +eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld. + +De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van +waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners +in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van +het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie +ten goede kwamen [120]. + +Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien +handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen. + +Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten +en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners +van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de +eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij +van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche +zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in +zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste +berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland +omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen. + +Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden +Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123] +(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman +was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610) +om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het +eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen +gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126], +doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te +bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van +den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook +het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610 +[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter +verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest +om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea", +waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later +[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis +geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker +[129]. + +Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn +geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in +andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin +verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest +aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor +geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis +welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover +misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren +bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen +Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het +krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in +de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben +gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648 +niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben +afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor +het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar +Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent +de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend +dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een +avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt +van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners +en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons +bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt +aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135]. + +De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land +Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid. + +Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental +schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige +voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met +Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te +Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en +de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde +schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch +anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting +konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene +onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China +en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken +voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138]. + +Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben +ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van +het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche +land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in +Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken +dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan +zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben +geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard +gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan, +heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en +Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor +goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het +jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143], +is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het +geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar +zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht. + +Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter +sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo +[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van +Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw, +destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in +die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar +een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd +[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden, +de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146]. + +Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk +van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat +Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is +eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men +vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer", +van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148]. + +"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene +aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam +zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier +Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der +17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart +was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen, +van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en +geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt +voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip +zal hebben ontleend. + +Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de +wateren van Oost-Azië bevaren. + +Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de +Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack" +[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de +Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640 +uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het +vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia +aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype +luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs +zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee +of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII +spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot +'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t' +Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t' +Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt +door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was +als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip +was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als +het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van +deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden +en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden +("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher"). + +Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering +van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas +kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na +aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van +1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het +koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam. + +Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten +volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan +had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen +verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen +uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen +[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de +komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer +zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen +ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in +den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren +handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat +van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan +Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te +Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot +de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar +met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel +de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk +te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel +gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer" +in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar +over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen. + +Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt +om van Taijoan naar Japan te worden gezonden. + +Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de +Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit +over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog +toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek +waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet +kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden +genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao +en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking +Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar +doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158]. + +Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de +Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In +hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het +roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de +kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van +de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk +zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland +een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch +ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige +Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van +den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet +zou worden vergemakkelijkt. + +De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te +weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de +aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland +[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding +te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit +Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa +vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met +rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te +Batavia van zelf [163]. + +Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa" +was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat +de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester +gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit +zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als +adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die +taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al +was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene +maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan, +liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand +van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug. + +De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn +betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of +van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland +is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige +ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het +Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie" +op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van +Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite +waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks +betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie +tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert", +misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere +belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt +[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis +van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit +den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet +genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in +zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding +ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, +die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het +eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168] +waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders +bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart +waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, +is die van Joan Blaeu van 1687 [170]. + +Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt +aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid +dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert +de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit +"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het +geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind" +en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten +kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na +1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden +met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, +kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit +gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa. + +Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten +wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben +met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger +tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar +wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke +rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171]. + +De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht, +evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien +een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht +van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de +aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder +welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan +nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het +woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals +"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen +zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en +"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van +luipaard. [172] + +Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis +kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten. + +Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote +bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen +hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik +Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij +op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in +1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's +Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 +met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den +6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175] +en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176]. + +Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek +stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa +verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur +Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en +tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd, +oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen +op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen" +[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië +gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan +de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens +tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f + 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de +bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot +f 30 pr maand werd verhoogd. + +Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia +is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, +toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland +was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het +licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734, +waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn +opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar +Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is +door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en +aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan +en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië +en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den +12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren +uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van +Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht +Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179]. + +Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de +oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om +door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar +zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen +[180]. + +Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen +zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de +aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal +aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk +veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de +verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal +opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers +van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren +eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen +aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch +schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de +tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne +lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams. + +De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte +stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik +gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief, +eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie +in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden, +wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar +ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken +van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke +hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien +inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren. + + + + + +JOURNAAL + + +[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen +Raaden van Nederlants India.] + +Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van +'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve +Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree) +hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en +ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int +selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van +die natie ende gelegentheijt van 't land. + +Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden +van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en +Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl +gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van +Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh +van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer +een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende +op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen +ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr +ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert; +naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden, +sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen, +om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen. + +Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een +storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer +hoe meerder toenam. + +Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht +bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t +selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat +bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve +ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt +een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert +den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij +[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip +verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer +(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren +vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te +sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs +strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte +comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders +geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende, +bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden. + +Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq +verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden) +stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen, +als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende +onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen; +hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte. + +Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde, +sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen +beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte. + +Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden, +sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door. + +Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten, +gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan. + +Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met +verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen +conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh +slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen +regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het +meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op +'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen. + +Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende +malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een +hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met +pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door +de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet +anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen +den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191] +ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel +los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te +verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te +maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck +slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over +quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was, +eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende +'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een +weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge +der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te +wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]] +over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee +spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep: +mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael +soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent +niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192], +riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent +een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten +regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten +terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193], +dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen +stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick +met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh; +degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden +om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer +betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende +d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende +waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter +niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende, +hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de +donckerheijt niemand bekennen ofte helpen. + +Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog +eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog +ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor +den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de +meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int +vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt +leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te +overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij +sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in +spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier +uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant +gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam +ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft +doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen, +die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige +victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten, +doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken) +aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een +vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met +een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam; +waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte +vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; +tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo +veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met +malcanderen voorden regen te schuijlen. + +Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al +na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer +weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste +was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int +minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent +een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam +steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een +musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en +deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer +toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer +(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, +maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met +malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij +eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; +tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die +ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden. + +Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen +den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten +bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre +staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199] +ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij +'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals, +waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer +hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de +aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten, +ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck +was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden +tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen +haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien +souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden, +maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al, +dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also +malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient +bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den +overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij +malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie +hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]] +welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten +ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij +verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen; +nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand +geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om +ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae +'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij +malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te +eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden +'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202]. + +Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen +ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden; +de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland +(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede +een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de +klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, +smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren +ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap +bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven. + +Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't +yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee +stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote +als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen +wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van +neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons +tweemael daegs wat eeten. + +Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat +ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te +worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden; +de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int +bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen +hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie +gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen, +sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent +een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de +toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen +dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die +om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste +in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende +soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent +Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen +in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal +dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst. + +Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten, +aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen, +het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206] +sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland, +bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor +'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een +coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten +dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude +gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer, +oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen, +ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen +van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort +was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de +voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten; +een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een +groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck, +ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij +vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij +conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet +hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; +terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer +4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; +alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met +beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet +conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een +wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden +was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten; +liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot +onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog +de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten +daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck +water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, +soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des +Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij +na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te +doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx +'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over +zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven +aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs +mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer +konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende +cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx +bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont, +ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels +voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te +vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden +met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten +ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin +soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan +gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam; +liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens +mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude. + +Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman +ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem +comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, +vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot +antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon +te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel +praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot +nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck +ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders +van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende +naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer +Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, +zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland +vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende +waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman +ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan +Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt +'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck +naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree +vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant +gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met +de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door +gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij +'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck +Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met +den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden +hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant +gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat +hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert +gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende +hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde +malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer +Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen, +zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij +senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden +versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke +troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen +niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van +een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was +te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders +tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren +geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met +ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en +volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons +voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den +eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur +gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den +eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, +om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, +ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; +liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper +Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen +hadden hem bekent te maken. + +Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den +ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten +hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten +mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur +liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden +weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere +kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te +behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen, +gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter +daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel, +liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was, +dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste +land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden +wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter +haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle +de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte. + +Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons +terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met +een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door +contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort +dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude +den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen, +den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste +versach om vordere clachten te mijden. + +[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen +gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs, +geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat +indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb +garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses +man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven +alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de +tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven +zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven +inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende +of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende, +conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van +April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie +vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben; +een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't +getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande +honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden, +dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren. + +Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer +vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt +gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap +sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een +man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting +[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, +ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede +te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck +die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant +dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden +was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer +mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende +[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen, +door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; +die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap +niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij +met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft +gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van +de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort +gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na +de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een +ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse +bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort +te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent +ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met +malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde, +liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting +om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222], +voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs +gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur +gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; +den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten +van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande +andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende +straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet +vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde, +waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn +vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen +was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te +sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock +ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, +boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent +een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen +ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden. + +Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt +als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 +a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende +binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van +daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende +door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op +varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer +Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront +ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan +verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer +volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en +koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq +opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden, +bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh +vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen +daerse rijs planten. + +Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck +tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot +blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen +daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende +eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off +'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet +hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door +dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck +waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie +wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out +gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende, +gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren +gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder +zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts +onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten +ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden; +des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt +gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij +malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was +aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te +paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts +is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert +'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande +stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken +te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent; +des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad +genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden +dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer +hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231]; +nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen +dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten +weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233]; +naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen +savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden +Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder +vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor +een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, +alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen +savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt +vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert +vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238], +gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen +daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten +des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio +[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff +hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen +inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt; +naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende +dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243] +ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren +ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde +stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden +ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck +aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen +gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die +aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht + +zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden +'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse +Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten +geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat +'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen, +van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren, +dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]] +senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te +geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree +vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt +zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat +hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen, +singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier +ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet +om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken +ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs +worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem: +Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247] +van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 +cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op +onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat +voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters +uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap +[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot, +met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem +mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder +gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden +voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx +dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6 +maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, +ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des +maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij +den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees +(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den +veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare +wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee +stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien, +ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij +veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende +kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van +'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen +geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, +door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, +ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert +waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van +houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden +int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van +'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot +bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door +dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden +haelden en voor 't geckje hielden. + +[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt +te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans +gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te +worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op +een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, +waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier +houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt +voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen +kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den +2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven. + +Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande +stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer +volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen. + +Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude +ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem +belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van +'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende +hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255] +ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor +de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met +malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout +halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, +'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende +moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest +Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever +willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257] +gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen, +ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van +'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo +den winter daer mede door. + +[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben; +wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer +den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van +Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om +branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant +daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse +gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende +soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden +opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende, +stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants +voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie, +dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor +volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen +den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude +logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]] +offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op +den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen; +wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt; +voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer +niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten +onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om +dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen +opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport +gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door +storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren, +belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven +tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter +gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck +ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma +gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude +openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en +de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na +de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na +eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende +bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen +doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de +gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259]. + +In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij +den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen +den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland +weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom +onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck +best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip +was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een +matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder. + +In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende +quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende +op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter +2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen +eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets, +waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in +een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot +dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham +sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer +gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken +ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende +in haer lant te houden [261]. + +[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder +om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel +bewaren. + +[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael +geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden +ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om +ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet +wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste +ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste +seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een +van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo +lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck +de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq +openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede +luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was +ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende +was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens +ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer +leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer +daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij +passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer +over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, +hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van +veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen +van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij +voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer +swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262] +gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs +smaents toe leijde. + +Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken, +bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een +mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen +sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't +laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben; +wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren, +passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en +paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq +geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende +aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken, +ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt +Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is +de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van +die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx +brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste +overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't +verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons +te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent +[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs +daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie +maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck. + +In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen +hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren +om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet +boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen, +conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons +wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe +logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij +tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte +raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden. + +[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over +eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last +opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene +man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van +groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in +hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als +de inwoonders. + +In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den +voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons +vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten +'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen, +twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo +in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en +sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren. + +In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste +met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders +aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde, +dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met +'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door +'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op +handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om +wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen +schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het +selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende +rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien, +alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een +half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor +leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij +ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen, +ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer +droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij +buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel +sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door +te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom +een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen. + +[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden, +ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen +weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde +ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog +alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven +'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het +een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr +was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij +beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont, +te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan +zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel +op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of +ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't +gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen. + +[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met +consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in +des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp, +sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270] +sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den +ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig +nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet +verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben. + +Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont +een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen +ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij +ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de +vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het +navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas, +door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas +uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen; +conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert +door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden +reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen +storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen, +alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden +en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken +ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen +door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en +arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272], +bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van +de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273]. + +[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt +is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en +N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a +75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275], +heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276] +ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden +aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen, +door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck +ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de +menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast, +daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt +nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent +25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer +Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst +toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer +voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande +West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt +aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande +noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant +gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare +zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als +andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden +December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh +[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn, +ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in +ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan +nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben +aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen, +offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare +zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van +d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, +ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is; +kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over +'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons +volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien +dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw +mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om +laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer +sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet +te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met +garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de +coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke +quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man +haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende +vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise +[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese +en Japanders verhandelt wort. + +Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283], +hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen, +sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen +particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte +dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en +slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, +ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden +Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder +aanden Coninck vervallen. + +Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx +stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden +ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d' +vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden, +alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende +soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die +heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn +capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier +vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende +yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op +schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den +Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn +landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer +geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met +een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen +'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende +storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben +musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh; +elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende +soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters +onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op +'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese +worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben +mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, +sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op +schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, +'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn +dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen +zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen +wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx +dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, +hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te +brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een +vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff +een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden; +slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer +mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden +met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn +gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken +riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers; +gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken; +elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt +ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen +wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout +ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij +deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666 +aan onsen admirael gesien hebben [289]. + +Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de +rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int +hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij +vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met +raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck +in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer +leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen +alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot +hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende +vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de +meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer +tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te +dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van +alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren +dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten. + +Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den +Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt; +heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte +zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest +tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt, +voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer +eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck +haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer +de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder +naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de +oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden +die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst +daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle +cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters +en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden +ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en +soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets +te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck. + +[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet, +die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten, +worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden +tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs +weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert +te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige +sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken +wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft, +gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die +vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer +voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende, +naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock +aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen +ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet +in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was, +ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden +sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove +in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te +meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, +een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den +Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen +gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende +slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't +geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, +wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde +gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert +edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, +tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve +stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken, +worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert; +deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer +gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn +vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen +gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over +niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer +Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen +worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een +cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere, +nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij +de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den +overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele +lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel +gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden +buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe +staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens +onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde +vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot +somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht +met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden +rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders, +door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft; +die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2 +a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt, +ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het +opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt +en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de +kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien +om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene +gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter +doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse +van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een +stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand +breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer +sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter +ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken +off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3 +a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen, +totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die +worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de +knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op +d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij +een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken +een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten +soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen +sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen, +strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte +op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een +enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst +nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand +breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de +doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger +dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje +de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als +'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende +rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght; +de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer +sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294]. + +[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten +belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie, +maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele +weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen, +achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand +'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen +eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer +dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij +aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden +ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te +zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen +comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer +reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met +vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende +nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer +te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel +doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor +straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent, +ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen; +disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door +'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee +mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met +'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende +andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn, +leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie +bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn, +ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10, +20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder +huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen, +mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de +misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij +onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet, +alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als +'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden +niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij +opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper +papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt, +worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx +papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de +gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden +te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet +eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair +ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren; +diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde +billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair +wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo +dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen +moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen +[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel +te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense +voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor +hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen +sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, +twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij +haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; +daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen +der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende +mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten +ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de +papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer +vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte +tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij +seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door +'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen, +door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met +hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters, +alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen, +ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve +meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, +wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de +vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx +stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van +gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden +d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende +grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen +Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300]. + +Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel +fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien +yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs +met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest +met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een +muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op +houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven +worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en +van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit +papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, +daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm +[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer +met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, +boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen +cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder +huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, +nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten +hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn +is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen +en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand +mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben +gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te +doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq +en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten +ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]] +tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als +'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck +huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en +op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende +groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen +ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden +wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een +of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo +veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende +met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij +d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten +wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor +de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant +land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden +vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt. + +Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde +lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte +vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen +gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs, +tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen, +soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als +hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn +vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders +ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met +malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al +had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen, +maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is +geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende +den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft, +sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in +huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten +in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a +3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de +huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen +die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als +slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man +d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen, +waerover dit lant soo vol menschen is. + +D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen +dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel +onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende +dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende +d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot +grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is +te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]] +uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is +een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om +de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort +[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van +haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden +bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn +provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie +om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den +stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij +denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't +selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste +gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert +te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt +soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn, +alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert, +om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden +bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck; +dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer, +door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede +vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die +sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven +eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als +'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel +van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat +wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen, +moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde +kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh +reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt +connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over +haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren +rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening +waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende +een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen; +mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen +te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen +niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange +rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; +om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, +wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft +met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt +waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes +d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen +haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als +daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs +de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken; +sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen +bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en +comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol +nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt; +sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs +van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens +van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse +begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer +clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden +'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel +vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen, +de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden +dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende +hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, +5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer +voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van +steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende +wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo +sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer, +wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310], +dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben; +daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet +doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en +op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, +'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden. + +Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't +gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft +den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten; +de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben +noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part +int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen +tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80 +jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen +doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer +altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen +sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311] +d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden. + +Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]] +natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen, +men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn +stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen +schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een +coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden +en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste +goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende +seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde, +ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een +vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat +over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert +vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander +Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't +ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden +die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen +waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen +soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is +mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese +schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn, +deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle +broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet +sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen; +sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck +zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp +daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe +gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt, +dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen +d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge +te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken; +de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met +vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte +is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende. + +Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder +malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't +eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie +hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper, +sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen, +met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht +worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in +Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin +ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over +lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote +coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen +ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn; +de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314], +elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel +met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere +granen. + +Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was +vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle +dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter +soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen +recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen, +voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt +om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen +ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is, +ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; +dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit +ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij +Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316], +dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte +Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de +Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq, +alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende +planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst, +soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom +nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck +gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende +nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden +worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht +wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan; +Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer +oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer +maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende +rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet +en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen +noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden +en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken. + +Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van +nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en +hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de +zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; +als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende +meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer +vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct, +alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen +[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; +de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, +wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte, +aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel +om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo +den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken +ende vernielen. + +De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden +aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene +man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt, +den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te +swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs +goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen, +doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte +is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China +gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote +en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan. + +Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten; +stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte; +d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen, +den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers +sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert +worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen, +katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte, +swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels, +arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen, +fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven, +met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet. + +Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer +spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om +te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen; +spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten +ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte +principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese +wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende +de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't +loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs +gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen, +mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man +niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen +ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, +doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer +licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet +alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel +geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken +reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't +opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in +veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte +andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende +diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse +niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen, +elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met +lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet; +weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen +d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen +malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt. + +Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte +zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een +wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem +an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken +voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende +gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte +lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers +vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect +vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs +vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een +secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten +cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben, +'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen +is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer +ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer, +welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij +haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde +daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte +andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste, +'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op +voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste +uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand +ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden +aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster +open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger +sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert, +moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, +waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit +van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet +den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem +[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn +logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den +Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende +buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet; +daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte +versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen +in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de +straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a +3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters +comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met +den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle +middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn +heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325]. + +[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin +van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, +veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste +conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt +meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die +in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt +nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten +bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer +conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse +vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste +wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten. + +Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie +andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien +[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit +verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen, +huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren, +'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in +een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen +te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen +[329] tot groote blijschap verandert. + +Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende +sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten +bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken +en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, +dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende +Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een +stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in +een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij +des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die +aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]] +een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden +op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer +brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande +provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont +van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen +als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man +te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae +sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een +straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende +swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont +voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen, +door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten, +int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de +beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te +last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen +te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij +suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt, +de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden +als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden +nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig +inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden, +dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om +wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude +continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten +naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel +te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30 +dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen +deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden +bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664, +dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte +tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder +eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende +belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden +deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs +te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij +bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons +soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet +mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen +hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende +groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende +gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels +waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, +daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden +licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh +hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende +zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E: +opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons +den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een +ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij +om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels +sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden +alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen +daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige +menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent +ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx +opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, +lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, +wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft +ende voor sijn leven wegh gebannen. + +Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met +staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander +int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende +[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat +den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als +mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters +en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat +haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij +avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant +leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op, +behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven, +te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke +teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den +Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren; +d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen, +wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op +dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert +ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde +twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335] + +[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best +om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten; +hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde +ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den +Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen; +onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van +hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de +gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met +malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens +in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int +leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven. + +[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder +quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een +grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel +vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt +seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe +ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten +verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken +gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den +Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn +vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden +voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag +gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende +[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen, +quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen, +die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer +sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie +souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke +vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij +van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met +bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat +ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons +geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan +sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als +anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop +ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae +wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren, +maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer +aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel +den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't +jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam +ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te +[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer +viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn, +ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder +haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef, +den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde +scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest +omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen +sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen. + +In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d' +voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem +touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck +was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur +gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in +geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan, +indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten; +indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen +hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te +verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn +naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo +tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger +sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden +ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met +'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben, +ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde, +ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel +te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen, +alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn; +sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen, +willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt +en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx +van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen; +vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman +ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met +cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde +mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met +'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende, +wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer +t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen; +die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg +cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh +ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was, +scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert, +seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot +man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden +hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese +meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende +wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont +versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle +'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo +'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was, +onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman +wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus +Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien +ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden, +die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende +mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig, +was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen +dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven +bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder +gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al +weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder +ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen +over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van +branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het +ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer +al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder +achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg +brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met +malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water +ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg, +gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg +waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren, +ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende, +d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde, +cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en +lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een +vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt +vreese oft een wacht mochte geweest sijn. + +Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son +wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt +vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent +'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt +den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge +Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt +d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt, +waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden. + +Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse +eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren, +soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende +alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons +onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren, +seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om +in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst +seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt. + +Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de +eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen), +om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des +naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag, +maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter +agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte, +de wint van agteren, den geheelen nacht door. + +Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest +hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in +zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee +gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij +genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te +crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; +half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende +aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren +ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer +wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee +houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende +ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons +ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als +zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh +haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet +had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie +uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met +stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, +maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken +ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince +vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse +eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken +en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken +ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden; +quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer +vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp +al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde, +ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog +een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende, +dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten +leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen +malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al +gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden +dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat +trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het +niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam +daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort +alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de +derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij +Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky +waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden +souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren, +ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen, +waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen +quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op +een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen, +om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter +gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect +hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen +dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater +geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh. + +Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg +ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van +toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten +'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer +in droog te sitten. + +Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs +lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't +eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen. + +Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in +sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen +'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee +groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant +gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over, +ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde +baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker +ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; +waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder +daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs +presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen. + +Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van +'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347] +hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur +overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht, +ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons +als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer +dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel +ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, +belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen; +daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de +Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel +onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer +voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen +segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet +genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt +ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft +verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige +verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken, +waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn. + +[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende +den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de +schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt +hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den +Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden. + +Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde +gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder +voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349]; +sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht. + + +Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste +ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet +daer op geantwoort. + +Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen. + +Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen. + +2. + +Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip. + +dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm +die vijf dagen duerde, hadden verlooren. + +3. + +Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut +op hadden. + +Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt, +hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken. + +4. + +Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de +gelegentheijt van dien. + +Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer +volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen. + +5. + +Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest +waren. + +Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan +gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur +d'heer Verburgh te verlossen. + +6. + +Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie +doen alhier opperhooft was. + +Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte +vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr +Coijet als doen regeerende opperhooft was. + +7. + +Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven. + +Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat +naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh +inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten. + +8. + +Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden. + +Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles +[[42]] goets, gaven ons eten en drincken. + +9. + +Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen +ofte op de Chineese cust te rooven. + +Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door +den storm op de cust van Coree vervallen waren. + +10. + +Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons +schip hadden gehadt. + +Niet dan Compes dienaers. + +11. + +Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve +naer toegebracht sijn. + +Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door +den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in +d'stad Sior. + +12. + +Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen +waren. + +Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen +nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in +alles 90 mijlen van malcanderen. + +13. + +Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen +hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven. + +Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn +gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70 +cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen. + +14. + +Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer +nae toe. + +Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter +waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog +sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado +gebannen. + +15. + +Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn. + +Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en +wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn +alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen. + +16. + +Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is. + +Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl, +breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 +steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden. + +17. + +Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien. + +Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan +naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij +gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land +te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren, +dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam, +waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den +oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht. + +18. + +Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh +was. + +De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren +niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert +van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was. + +19. + +Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is. + +Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige +cleijne stuckjes. + +20. + +Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn. + +De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte +eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt +van victualie voor drie jaren versien zijn. + +21. + +Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben. + +Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant +met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes +daer op. + +22. + +Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten +opbrengen. + +Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen, +brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent. + +23. + +Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken +[[44]] te brengen. + +Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer +manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen +te laten. + +24. + +Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden +bedient. + +Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden +staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier. + +25. + +Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen. + +Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen +moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen. + +26. + +Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen. + +Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van +paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen +en schoenen. + +27. + +Offer veel rijs ende andere granen wast. + +Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren, +door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge +jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662 +meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen, +maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, +alsoo daer geen rijs door de coude can wassen. + +28. + +Offer veel paerden ende koebeesten zijn. + +Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren +herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog +bleef continueeren. + +29. + +Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere +plaetsen eenigen handel dreven. + +Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie +hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin. + +30. + +Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest. + +Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. + + +31. + +Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]] + +Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene +man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn +waerdije, rijst ende andere granen. + +32. + +Wat handel sij op China drijven. + +Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij +trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede +sijde stoffen. + +33. + +Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn. + +Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen +geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere +mijnnen hebbe niet gehoort. + +34. + +Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse +vervoert wort. + +De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij +haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt +opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert. + +35. + +Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is. + +Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh, +die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte +gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters +over teijs om de sekerheijt. + +36. + +Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet. + +Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne +gouverneurs alle drie jaren vernieuwt. + +37. + +Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont +ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer +overleden sijn. + +Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben +gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs +en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; +in die tijt storven elff man. + +38. + +Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve +bieten. + +[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een +stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck +'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, +Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado. + +39. + +Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is. + +Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle, +ende in lijfftochten uijtmuntende. + +40. + +Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren. + +Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu +gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever +eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven. + +41. + +Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van +'t ander volcq zijn wegh geloopen. + +Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden +opgestempt [350]. + +42. + +Waerom wij haer niet gewaerschout hadden. + +Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den +eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs +most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen. + +43. + +Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken. + +Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven, +alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet +soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven +volcq wedersent. + +44. + +Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is. + +Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op +Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet +en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden +Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht. + +45. + +Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden +ende waerom hij zulcx geweijgert heeft. + +Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben +[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde +natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere +natie niet wilde bekent hebben. + +46. + +Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn. + +Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij +hetselve hebben gecocht. + +47. + +Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt. + +Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh +te loopen naer Japan. + +48. + +Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden. + +Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden. + +49. + +Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange +onderwegen geweest waren. + +Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen; +eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen, +van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen. + +50. + +Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder +wilden wegh gaen. + +Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat +bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen. + +51. + +Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij +daer voor wat hebben geeijst ofte genooten. + +Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer +yets voor te hebben geeijst ofte genooten. + +52. + +Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den +wegh wisten. + +Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in +Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer +'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was. + +53. + +[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor +deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn. + + + Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren. + Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: - + Jan Claeszen Cock ,, 49: - + woonende inde stadt Namman. + Jacob Janse quartiermeester ,, 47: - + Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: - + Claes Arentszen Jongen ,, 27: - + In Saijsungh + Sandert Basket bosschieter ,, 41: - + Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: - + + +54. + +Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben. + + + Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren. + Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: - + Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: - + Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: - + Gerrit Janszen: do ,, 32: - + Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: - + Benedictus Clercq jongen ,, 27: - + Denijs Govertszen: do ,, 25: - + + +Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666. + +Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende +nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder +voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort. + +Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.] +nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer +op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen, +om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia +te vertrecken. + +Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende +vertrocken uijt de baij van Nangasackij. + +Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden +Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen +heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt +onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht. + +[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve +soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte +van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, +welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al +des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht +wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende +dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den +Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste +coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen, +alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt +gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door +dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, +ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men +het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende +oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, +voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande +Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is. + + + + + +BIJLAGEN + + +I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Japan. + +a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier +tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur +Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op +een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen +vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d' +eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; +gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de +omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van +te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer +verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht +van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van +alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't +Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke +ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm +den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen, +zijnde dese acht personen genaemt + +Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen +voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent. + +Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen +voor schiemansmaet. + +Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor +jongen met 5 gl. + +Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen +in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent. + +Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in +India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs. + +Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor +jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens. + +Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in +'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent. + +Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen +voor jongen a 5 gl. ter maent. + +'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't +lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren +diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren, +dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude +vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable +menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van +gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant +aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert +en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils +van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer +sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer +geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten +welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt +Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren, +uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt +van daer in huijs gelaten, sijn genaemt + + Johannes Lampen van Amsterdam assistent + + Hendrick Cornelisz van Vrelant + + Jan Claes van Dort, cock + + Jacob Jans van Vleekeren + + Sander Boesquet van Lith + + Jan Jansz Spelt van Uijtrecht + + Anthonie Uldircksz van Grieten + + Claes Arentsz van Oostvoort. + +Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij +ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen +dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck +dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te +becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden +bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock +schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit +volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor +dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer +Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken. + +Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen +vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint +tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto +door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens +haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of +se bij vrunden of vijanden quamen. + +'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck +van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en +wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen +is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck +bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt +en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben, +ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer +verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander, +geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb +hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op +'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque +door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, +en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn +geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee +andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders +dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren +wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen +was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't +leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte +Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in +Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm +Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665 +tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in +Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149). + +b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken +(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken +off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier +aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert +afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog +geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, +ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese +arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't +welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia. + +c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle +Heeren Raden van India. + +Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den +passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt +gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden +8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland +(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben +helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte +schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt +met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op +gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen +8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt +wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet +aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen. + +Nangasackij adij 18en October anno 1666. + +Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel +Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725). + + +Rapport. + +d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker +Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert +door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan +met mijn verschijning van daer op Batavia. + +... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in +meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen +van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia +gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer +13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en +schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser +arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien +den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt +Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve +plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre +van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde +of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen +de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde +van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch +geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet +daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere +joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt +'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te +moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben +van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te +bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen +doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke +conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in +'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten +mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere +aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven +1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725). + +In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt +naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is +aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan +boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18 +October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport". + +In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 +Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet +twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen +die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende +'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts +laten comen". + + +Dagregister Japan. + +e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren +comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij +aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa +hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde +moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt +Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende +gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat +vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons +met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte +Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den +boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren +gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en +wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren +van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't +lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren +etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden, +wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden +door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te +weete comen. + +f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa, +alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude +bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten +gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds +zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155). + +g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver +de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt +Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden +wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte +geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667. + +h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij +aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't +ontslaeken der Corese matrosen.... over. + + +Dagregister Japan. + +i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer +regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de +Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage +van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol +campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia +gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren. + +Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen, +zullen mogen vertrecken. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667. + +j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij +Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige +dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie +connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer +hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d' +selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over. + + +Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667. + +k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen +geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese +eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden +jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij +de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om +met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare +gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden, +Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen, +maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te +slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen +van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde +geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet +meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de +'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen. + + +Generale Missive, 25 Jan. 1667. + +l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen +vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot +Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't +Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich +aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen +seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland +nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat +aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8 +gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen +sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen +verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij +ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen +Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op +'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck +aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven +en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt +sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n +September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te +gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 +Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, +dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover +nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven +1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146). + + +Generale Missive, 23 Dec. 1667. + +m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer +goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt) +de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse +van daer den 23 October vertrocken waren.... + +De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige +gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw +alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek +(Japan). Kol. Arch. no. 1152). + + +Patriasche Missiven. [359] + +20 Nov. 1667. + +n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de +Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer +tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all +van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht +in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de +gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude +connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde +voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven, +haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen. + +22 Aug. 1668. + +o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't +jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer +aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28 +daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert +sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel +die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het +verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij +daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie +hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout, +Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren +als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat +de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van +het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off +het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext +van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een +besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot +den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende +de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de +Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste +sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens +het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op +Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie +bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert +en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet +sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten +Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te +laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't +selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle +denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te +laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden +lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent +die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen +ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken. + + + +Resoluties Heeren XVII. [360] + +10 Aug. 1668. + +p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat +seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen +geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen +uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt, +constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de +pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh +daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits +desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn +en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz., +uijt de Hooftparticipanten. + +11 Aug. 1668. + +q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende +in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en +geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock +gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben +betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van +de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren +en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van +het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all +vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve +overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte +Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert. + +13 Aug. 1668. + +r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in +voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert +het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in +Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst +van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het +lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde +gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden +sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen +dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men +daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo +den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten +hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven +in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een +somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt: + + +Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300. +Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250. +Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200. +Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180. +Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150. +Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150. +Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300. + ------ + f 1530. + + + + +II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Nagasaki. + +a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants +Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders +van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan +anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn, +van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te +comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij. + +16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven +Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert +anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des +Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert, +bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht +Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden +warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der +mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van +Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet +ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten, +drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, +mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat +ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck +door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, +die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een +merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot +nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, +nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden. + +17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de +Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van +'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de +frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse +naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening +tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer +te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor +deden bedancken. + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666 +overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den +jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der +Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de +verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge +met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362] +volgen sullen. + +c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven +Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits +het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa +gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob +Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, +schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit +van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen +Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen +[363]. + + +Generale Missive, 13 Dec. 1668. + +d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in +Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer +verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was, +dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met +Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening +om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, +dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit +hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht +dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die +luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers +den Japander ten minsten ook groot respect draegen. + + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669. + +e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September +verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen +geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is) +door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't +Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck +op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan +UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, +de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't +noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van +seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij +een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten, +maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de +Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het +zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben. + +Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen +Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen +handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de +bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van +die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten, +soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de +vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten, +sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om +gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot +van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij +wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder +seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, +sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de +rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht +te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken +quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge +van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen, +dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt +toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en +de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten. + + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +5 Oct. 1669. + +f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo] +alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven +Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ... + +Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo +seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den +jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing +van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde, +soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen +jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen +als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt +den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij +bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle +van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval +is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en +behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle +naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't +bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den +Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen +en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal +(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie +met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven +off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen +Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren. + +Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben +hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen +ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven +wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar +eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar +met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen +die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen +gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar +quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich +daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo +nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen +dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar +voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van +desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe +verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium +alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen, +die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over +dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht +ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout, +peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout +als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert, +maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van +importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast +soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft +'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven) +geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt +sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden, +waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van +'t rijck wellight op volgen mocht. + +19 Oct. 1670. + +g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen +en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie +voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten +zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de +Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden +gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen +voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant +verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668 +op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden +mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover +oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge +van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht +maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, +tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan +den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons +des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn +Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in +Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden +daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover +hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde +bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden +deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan +niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen +daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck +Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen +de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem +daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde +geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden +Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse +Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, +waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in +te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten +conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent +vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren +wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een +ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de +Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote +costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te +connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen +te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen +gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse +regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens +mochten moveren. + +.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese +gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die +dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden +als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman +Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 = +Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798). + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670. + +h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt +oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van +5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet +qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij, +hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de +600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien +wegh in Japan gevoert zijn geworden. + + +Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670. + +i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt, +Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met +het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt +verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest +sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt +van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar +daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende +lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject +genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch +eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert +volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert +(Kol. Arch. no. 256). + + +Patriasche Missiven. + +j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht +van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen +besendingh derwaerts wel te recht naegelaten. + +k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in +Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel +een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de +Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't +voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn +aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout, +voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang +wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om +daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù +die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het +bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden +gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh +van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen. + + + +III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN. + + +A. HET JACHT DE SPERWER. + +1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge +van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor +de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) +en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 +Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd; +ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649 +in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie +Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni +1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering +naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni +1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 +Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte +dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar +en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 +terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651); +vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug +te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar +de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14 +Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653 +aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het +1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart +1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, +16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 +Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt +van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland. + +In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste +lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman) +of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende +aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des +Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva +le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is +trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch +op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen. + +2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer +hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren. + +Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden +d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die +bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren +mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo +Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't +gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende +terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich +besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer +de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om +voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht +te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de +stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina +om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm +op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634 +in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366]. + +Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door +beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo +de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen, +zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets +te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634 +mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een +musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal +afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel +uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van +Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo +oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door +ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen +zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst +aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert +bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als +de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij +Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen....... + +Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen +vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem +in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre +naer Taijouan te bevorderen. + +Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij +dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren +oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van +deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt +en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick +overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer +oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge, +zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen +coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen, +ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer +insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke +plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het +selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u +de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie +over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van +Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief +waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult +hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck +een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des +Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde. + +In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans: +van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris. + +3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt +becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame +Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer +Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach, +buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff) +geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen +Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat +daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij +hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen, +ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen................. + +Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o +naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter +montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten: + + + 20007 cattijs poetsjoek + 20037 cattijs aluijn + 3000 stucx elantshuijden + 19952 stucx Taijouanse hertevellen + 3078 stx steenbocx vellekens ende + 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten. + + +.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en +Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de +fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij +VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich +sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta +gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te +Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts +te demitteren.... + +.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen +427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken +zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben, +daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder +sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan +de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653). + +4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het +schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't +welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht +was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te +[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe +dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer +mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van +de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de +Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche +arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een +combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen +dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede +de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw +op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx +'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock +onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent +Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier +ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen +want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van +Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan +contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen +presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden +dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen. + +.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des +naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis +Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert +verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt +ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de +cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte +anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den +Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en +Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653). + +5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in +VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone +jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende +'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm +sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken +daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen, +ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f + 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse +winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet +als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad +van Formosa, ddo 20 Mei 1654). + +6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra +tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na +Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer +Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer +nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen, +soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow] +een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw, +die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen, +sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan +gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't +zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa +een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten +nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck +van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw +(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende +'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: +sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet +dan al te gewis houden. + +... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e +f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen +noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except +de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag +sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt +ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt]. + +7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip +Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent +wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de +Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult +moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater +die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben; +wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude +het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck +sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons +en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer +uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654). + +17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven : +"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste +besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme +te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens +ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan +subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen +verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half +Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, +Deel 1, Cap. 21 fol. 280). + +Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met +de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden +het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent +19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van +het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653). + + +B. HET JACHT OUWERKERK. + +Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626 +te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van +daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant +Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot +50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia +aankwam (Dagr. Bat.). + +Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April +1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627 +van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten, +Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck +kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque +ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China, +soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis +hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, +aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn +volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen +daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt +te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot +op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr +Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr +Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627). + +De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 +Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche +navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar +Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten +"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de +rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan +dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht +(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en +zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan +naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn +weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft". + +Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen +te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen: + +"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra +Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; +maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder +gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck +omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt +ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck +mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen +verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop +toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat +als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor +de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den +brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn +alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten +dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met +haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een +Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om +laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter +seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen +20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de +Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff +comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch +eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt +niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; +Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389). + +Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en +3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628 +van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t +Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't +volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag +na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten +stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV, +2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, +bl. 334 en 389). + +.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op +hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders +g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt +wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374]. + +"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft +desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck +behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck +antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver +van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees +weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem +Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375]. + +Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche +gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia +werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer +Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden +van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en +"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao +hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans +dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I). + + +C. HET QUELPAERT DE BRACK + +17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 +Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij +Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar +Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 +terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca +(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); +17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 +Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór +31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); +4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April +1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia +(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar +Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 +aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel +gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden +om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug +te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 +over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde +quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); +3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 +Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 +Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken +van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar +Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes +Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan +(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa +gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug +te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche +jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in +'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.); +18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia +17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia); +10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643 +naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29 +Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644 +naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij +Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt +Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia +(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op +de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe +Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar +Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu +(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der +Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor; +uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt +dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld." + +Patriasche Missive, 8 Dec, 1639. + +Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende +het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man, +en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh +vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude +mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop +'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen. + +Generale Missive, 9 Sept. 1640. + +'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt, +zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken +noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te +meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif +liggen, te connen brengen. + +Patriasche Missive, 15 Maart 1641. + +Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats +als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie +sien te voldoen. + +Missiven Batavia naar Taijoan. + +14 Mei 1641. + +t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe +als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen.... + +In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt +den Oppercoopman Carel Hartsing.... + +Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met +12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden. + +11 Juni 1641. + +...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert +op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt... + +...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in +T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh +te wesen. + +Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641. + +...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't +Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat +stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can... + +...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt +sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over +(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten +ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van +'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat +ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen, +soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer +uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641. + +Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem +zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs +bij contrarie mousson. + +Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641. + +... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de +Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse +groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent +Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht +van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe +van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is +schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese +champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt +zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren +met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet +voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert +binnen aen't Casteel te comen. + +Missiven Batavia naar Taijouan. + +16 April 1642. + +13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier +onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende +Kelang verschenen. + +... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10 +dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de +jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae +Quinangh's bocht aff te senden. + +28 Juni 1642. + +In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij +uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith, +Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert. + +Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642. + +... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit +Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de +reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te +vernemen lieff wert sijn. + +Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642. + +Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie +gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende +wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den +Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den +handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets +anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den +11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven +dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende +verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert +sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. + + +11 Oct. 1642. + +'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen +wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien. + +Dagregister Japan. + +1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants +schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door +den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was, +dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen, +'t welck terstont achtervolcht is geworden. + +12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar +middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten +hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet +meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het +principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa +gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende +onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh +quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede +tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van +de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge +bequamen. + +13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert +voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen +gesorteerd.... + +14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op +gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na +den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven +al op stont uijtgelevert. + +27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh +was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen +en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders +zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan +boort gebracht. + +29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden +als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en +nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren, +omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons +afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde +plaetze in salvo mogen arriveeren Amen. + +29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft +over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip +de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier +naar Taijouan vertrokken. + +Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642. + +...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met +'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere +coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de +oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op +29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack +(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren +gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt +ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen +stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat +daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert, +ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke +winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese +proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge +aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert) +int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders +soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht. + +Generale Missive, 12 Dec. 1642. + +Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse +Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den +Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van +Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de +jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch +niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman +Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende +verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een +aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn..... + +Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en +deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer +gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan +van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack +uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo +in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een +retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan, +zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt +is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten +hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae +sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de +Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen +ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de +dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij. + +Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius. + +... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht +in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack +ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op +Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642). + +Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643. + +... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende +crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner +saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376] + +Missiven Taijoan naar Batavia. + +15 Oct. 1643. + +Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende +de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij +ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte +goutmijnne uijtgeset hadden.... + +De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren, +ons op den 17en Meij weder toegecomen.... + +...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt +van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende) +waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde +cruijsplaetse comende ... + +den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen +masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643). + + + +17 Oct. 1643. + +...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage +het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren +[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld]. + +19 Nov. 1643. + +Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October +aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van +'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts +te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in +32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores +gecomen sijnde, wel toegecomen. + +'t Quel de Brack: + +18 Oct. 1643 naar de Pescadores + +26 Oct. 1643 terug van de Pescadores + +10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de +Pescadores. (Dagr. Zeelandia). + +11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het +binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en +Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643). + +Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643. + +'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij +de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt, +hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier +geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen +vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer +nae behooren mach versien werden. + +Generale Missive, 4 Jan. 1644. + +Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de +Vos ende 't Quel de Brack. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644. + +Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren +de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken +sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet +informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt +cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel +de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat +hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen +vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken. + + +D. HET SCHIP DE HOND. + +"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op +de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het +fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619 +door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van +Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten +(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction +LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305). + +De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in +onze handen was geraakt: + +"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden +ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den +Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620). + +Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander, +dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11 +Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de +Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten" +(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van +Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om +verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16 +Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is +van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621). + +In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor +Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer +Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse +zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6 +Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug +... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met +de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen +enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van +de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat +van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De +schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu +Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te +passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan +gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt" +(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt +door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden, +daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in +groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando +te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op +Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den +raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer +alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan +lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn" +(Gen. Miss. 20 Juni 1623). + +Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de +Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme +[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps +cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone, +a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp +in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II, +bl. 336). + + + +IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378] + +Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront +Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene +eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl +breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do +Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel +van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde +legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan. + +In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck, +geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft +soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie +zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten + + Rijs tot Tl. 20 t'last, + Cooper + Cattoen ende cattoene lijnwaeten + wortel Nijsen + +Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect, +doch vallen seer duer. + +De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van +daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer +rijckelijck uijt ende incomen connen. + +De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer +de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer +mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens +van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde +welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden +ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te +comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan +keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van +t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff +groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden +mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken, +tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen +handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te +treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden +zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit +geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige +volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn, +ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde +met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer +boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers +ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden +bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den +oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben, +door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer +oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders +hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle +tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar +in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen +Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer +invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can. + + +Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen +adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij +binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen +zijn. [380] + +Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen +waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers +gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den +anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende +een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder +zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver +[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met +ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root +vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een +swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft. + +Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen +wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde +op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche +caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren. + +Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander +spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh +sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt, +vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen. + +Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon +van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, +gedragen wierde. + +Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters +hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen +(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant +opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de +suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende +volchde hem noch een do naer. + +Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de +guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers +als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den +anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken +root verlact ende boven met een top van witte veeren. + +Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de +gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert +de Coreers t'accompagneeren. + +Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende +op bagagie paerden. + +Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende +de schenkagie der Coreers brachten. + +Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij +was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft +buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt +te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met +schoon sant gestroijt. + + + + +V. PERSONALIA + + +A. NICOLAAS VERBURG. + +1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip +'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na +goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw +voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's +mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië +(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug; +Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van +3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); +vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan +naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia; +Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart +1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van +Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie +ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675) +en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw +den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot +(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26 +Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen" +(1665). + +Generale Missive, 24 Dec. 1652. + +2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door +veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn +lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt +de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om +tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken +'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen +weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit +gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende +vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot +vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, +daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in +'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts +tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren +zullen.... + +Resolutie, 21 Maart 1653. + +3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh, +Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht +heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen +worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken, +alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal +sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert +persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden, +soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden +vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het +selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie +te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de +middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich +staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het +gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den +Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe +mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve +Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen +Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn, +waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat +gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, +wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende +evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die +aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer +gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten +ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet +alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock +meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat +hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft +te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van +den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende +bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op +Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten +intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten +dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te +houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost +heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en +werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende +overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, +niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken +medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene +versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame +te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, +om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om +redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo +veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement +te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris +Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange +jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop +ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde +redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens +ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste +vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen +conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle +genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst +meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een +seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige +exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert +hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement +te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten +tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende +verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en +weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt +het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt +geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt +rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de +Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, +waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, +alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te +extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet +ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt +vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren +Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden. + + +B. CORNELIS CAESAR. + +1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam +6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f + 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den +Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam; +had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en +wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit +de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was +in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot +f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645 +per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie +voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend: +Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie +toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21 +Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus +(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot +Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en +Dagr. Bat., bl. 541). + +In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië +(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de +Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het +opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli +1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur +van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 +Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en +72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar +5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke, +zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni +1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335). + +2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653. + +Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat +de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen +sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij, +volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten +in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen +als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht +werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer +overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel +Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten +voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich +ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu +tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde, +den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden, +waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat +nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons +wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden +buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker, +die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee +in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris +Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet +te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn +Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn +Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte +alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over +te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve +2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van +India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te +sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander +gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te +sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade +hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse +Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar, +Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen +mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste +bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen. + +Patriasche Missive, 8 Oct. 1654. + +De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur +in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch +die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van +daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen +vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement +ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten. + +UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die +voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet +werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich +volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen +ten hoochsten gelegen te wesen. + + +C. IQUAN. + +"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in +den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert +doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese +enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat +wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij +daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de +Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382]. + +"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken +te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke +quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van +China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende +gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden +andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten" +(Gen. Miss. 3 Jan. 1624). + +Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral +bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de +Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een +Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak; +dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht +[384], klinkt veel waarschijnlijker. + +De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe +het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen: + +De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, +was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang +Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar +getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die +in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis +aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan +ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder +zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den +titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd +betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was +hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen +met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I +(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon +bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze +waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te +Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan +de Engelschen [388]. + +Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het +dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats +Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en +zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon +was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven +besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche +berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene +familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein +China en diens hoofdvrouw in China. + +Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht +bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht +naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando +betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg, +den zoo vermaard geworden Koksinga. + +Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit +Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het +eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China +(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624). + +Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om +op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken +toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro +China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan +terug waren. + +"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened +up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership +on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the +History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87). + +"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der +Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis +gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck +vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer +ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende +vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct +can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, +Actum Batavia 18 Dec. 1627). + +"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen +datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de +riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe +havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich +ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de +Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste +vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie +ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken +ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt, +sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens +van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten +tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen +raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover +Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt +ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder +onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone +van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer +Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is +voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom +en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van +Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren" +(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630 +aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114). + +"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den +vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede +omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu +weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den +rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, +weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt +ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen +Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent +was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere +grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te +beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie +bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet +alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het +Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck +in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij +hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, +alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per +ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven +ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten +niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo +hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten +van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren +Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631). + +"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior +van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen +geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende +voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende +liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote +macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken" +(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634). + +"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps +handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons +wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele +gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken +aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639). + +20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen +alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te +vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de +Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije +niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat +zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders +rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven +en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst. bl 81). + +"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave +birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not +develope the love for adventure and renown which made his elder brother +[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31). + +"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh +van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon +des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger +is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in +Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645). + +"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh +... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste +bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft +laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren +gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt +Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en +tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken +voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken +stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645). + +"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt +hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh +vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe +mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te +keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645). + +"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren +g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan +den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de +geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de +Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja +(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer +1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck +gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken +dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij +een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem +mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van +grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser +vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert, +nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice, +daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando +gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden +was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede +beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke +dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van +vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden" +(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst, bl. 97). + +Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's +geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel +min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme +herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben". + +"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu +army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga] +strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385). + + +D. MARTINUS MARTINI. + +Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China, +waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica +en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier +andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de +Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een +latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij +verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja +off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te +geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki, +ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen +ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke +attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en +Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390] + +"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to +his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed +in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige +leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld]. + +While on his journey the great traveller passed Batavia..... + +Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them +over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be +printed while he himself gave a full geographical description of +the whole empire together with historical, political and scientific +explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier, +On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II, +1888, bl. 105 en 106). + +Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg +vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de +"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in +het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652, +26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer +Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van +honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij +toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven +Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te +kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende +Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij +achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde, +seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt +Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden" +(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren +XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654). + +"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh +tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker +Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China +heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse +[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere +negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven +door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse +hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer +oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te +friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen, +dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton +daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den +oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs +stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de +libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden" +(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652). + +"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en +dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao +en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck +van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel +daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip +den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + + + +VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65. + +Dagregister Japan. + +Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij +ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't +Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen +tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht +sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige +Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, +doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde +deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben. + +20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de +voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren +in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't +Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh +in't S.W. verloren. + +21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende +kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde. + +26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken, +bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft, +onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't +Westen keert. + +29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien, +maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger +opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't +Westen naer't N.W. gekeert is. + +Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als +alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende +met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt. + +10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te +sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden +malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn. + +20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien +konnen werden. + +April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder +omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die +hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende +was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo. + + * * * * + +Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem +een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een +vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff, +1701, bl. 66). + + * * * * + +Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe +sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was +mede indt oosten. + +Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster +zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden. + +Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman +Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en +Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58). + +Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391] + +Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst +gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre +gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur, +opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen, +waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien. + +Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den +rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen +verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken +daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de +staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht: +Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't +mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen +haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien, +sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede +langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw, +nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy +grooter in ons gesicht vertoont. + +Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en +de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet +hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen +als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den +2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder +met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen, +en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy +ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na +'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems +3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen +in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan +den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat +de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen. + +Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary +1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten +Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock +over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van +de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes +daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien +tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen +en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen +en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent +heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich +ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet +en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien, +te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den +Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt +van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een +heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens, +naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren, +was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem, +ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door +de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, +en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet +langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, +en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na +met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn +roedeken gelijckende. + +Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer, +op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram +eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus, +ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt +met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries +uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30 +December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen +van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo +fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als +dese dede, niet uyt. + +Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn +Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van +'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen +vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de +Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus +de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen +Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle +Zee en Water-tekenen. + +Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een +Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft +laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in +'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn +Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den +13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende +op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte. + +Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren +te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer +nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is +gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het +toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis. + +'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden +3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont, +'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe +datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke +Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late +ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels +niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen. + +In Haerlem, desen 14 April 1665. + + +Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur + + +BIBLIOGRAPHIE. + +Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in +'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter +te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam. + +Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die +alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea; +daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving +zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het +jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in +het land teruggekomen was. + +Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen, +en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal. + +Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk +van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven +van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken, +waarin het reisverhaal is opgenomen. + + +DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/ +van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets +door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn +vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 +dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in +die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen +in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB +VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668. + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets +die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de +acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael, +dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde +bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo +verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche +letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te +'s-Gravenhage. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer / +van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door +de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert +/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in +slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // +tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in +'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van +[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.] + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die +van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die +noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael, +dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den +hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische +letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met +heel kleine Romeinsche letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den +titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de +keerzijde verlies geleden hebben. + +JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/ +van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar +op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant +is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door // +de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ +by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ +in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die +tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't +Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch +acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt +gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ +Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree: +Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: +Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de +Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met +verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] +// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: +Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668. + +16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter. + +Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en +spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van +Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove +houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening +(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij +den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje +(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na +het Journael volgt een nieuwe titel: + +Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare +Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als // +inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno +M.DC.LXVIIJ. + +Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan +het slot. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te +Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian +Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen +en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.: +Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de +prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders +in Korea, ondert. Toeridjéné. + +'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de +// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in +'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER +EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm +en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ +daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den +Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van +Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny +moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer +van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn +'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in +'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip +in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door +van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van +Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen +door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje: + + + Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen, + Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen, + En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen, + Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen, + In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft + Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft. + Hier nae een Beter. + + +Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels +wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia +(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in +de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere +reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen +met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van +Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in +het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte +inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de +dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de +olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier +te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, +dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het +journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst +in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht +van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den +tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van +de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en +de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen. + +In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad +van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis +van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden, +een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte +plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht; +op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck; +in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door +Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt, +en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en +casuarissen voorstellende. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch +te Rotterdam. + +JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer +ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders +// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe // +noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno +1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam, +Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte +Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende +spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure +geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is +veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding +van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als +zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd, +dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger +gemaakt om de ruimte te vullen. + +Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op +Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen +landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van +'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede +voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten +blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8 +persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn / +achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn +aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // +t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere +uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde +voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op +p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor +de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, +ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken +Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide +prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor +is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des +Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over +Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656", +uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan, +Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing +naar Corea overgebracht. + +Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te +Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- +en volkenk, van Ned. Indie te Delft. + + +HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS. + +Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in +'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS +MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669. + +In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436 +een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend, +beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der +geredde mannen op "Disma". + + +DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN. + +RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste +de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de +Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, +// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au +coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d' +Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +Ook met ander uitgevers-adres: + +RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE, +au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, & +au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165 +genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter. + +De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van +Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, +en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee +naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal +geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden +echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman +(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten. + +Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te +Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage. + +Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au +Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote +18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer +vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna. + +Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ // +Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/ +im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/ +und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ // +vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget // +JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise: +// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653 +glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit +Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und +JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII. + +Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene +gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het +boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich +Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: +P. TROSCHEL sculp. + +24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op +bladz. 811 de titel: + +JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/ +was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/ +// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/ +durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/ +so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/ +ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH +HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/ +Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet. + +Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche +uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het +journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder +de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus +ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel +Korea ... Verteuscht. + +Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam. + + +HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN. + +(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.) + +A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill +1704. fo. + +In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45 +(IV p. 719-742), 1752: + +An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the +Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of +Corea. Translated out of French. + +Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties, +herdrukt in: + +Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia +1884.--Second ed. ibid. 1885. + +Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the +Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door +den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel +wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit +de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene. + +Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection +of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2 +kol.). + +In de Appendix op p. 37-40: + +An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the +Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the +East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore +upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence +to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship, +who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd. + +Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar +Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop +volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de +olifanten en krokodillen. + +Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715; +nouv. éd. 1732. 8o. + +In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782): + +Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle +de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée. + +Herdruk van de vertaling van Minutoli. + +A new and general collection of voyages and travels, consisting of the +most esteemed relations which have been published in any language. By +Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o. + +In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving +van Corea, naar de collection van Churchill. + +Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes +les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par +l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris +1746-89. 40. + +De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er +bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen +een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar +Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de +Parijsche uitgaaf. + +In vol. VIII (1749) p. 412-429: + +Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du +Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert. + +Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by +Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o. + +Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750) +p. 18-48: + +Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa, +en hun Berigt van de Landstreek. + +Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig, +bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o. + +Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750) +p. 573-608: + +Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem +Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch +HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt. + +A general collection of the best and most interesting voyages and +travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o. + +In vol. VII p. 517: + +Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and +their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated +from the French. + + + +GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392] + +BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde +Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646. + +BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang, +during the years 1843-46. London, 1848. + +BESCHERELLE AÃŽNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851. + +CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North +China Branch R.A.S. XXIII, 1888). + +CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894. + +CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919. + +COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in +Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage, +1919-20. + +COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea +(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903). + +COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917. + +COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris, +1894. + +DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918. + +DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction +sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes +coréennes. Paris, 1874. + +DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische +Compagnie. (Handschrift Kol. Archief). + +DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history +etc. II. London, 1894. + +DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History, +people, resources and commercial prospects. London etc., 1903. + +DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan +1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883. + +DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama, +1880. + +DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833. + +DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique, +chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie +Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736. + +DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze +vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858. + +ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917. + +GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea +Branch R. A. S. I, 1900). + +----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912). + +GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New +Ser. XXVII, 1895). + +GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701. + +GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905. + +----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885. + +GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen +Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898). + +GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea +en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835. + +HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het +Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12. + +----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer +(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903). + +HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés +sinologiques. No. 24). Changhai, 1905. + +HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases, +by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903. + +HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik +Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II). + +HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen +enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668. + +HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens +de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879). + +HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I, +1900). + +HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). + +ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch +R.A.S. IV, 2, 1913). + +JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche +zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858. + +JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in +Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865. + +KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van +het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem, +1831. + +KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam, +1729. + +LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par +M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797. + +LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc., +edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900. + +LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op +Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859). + +LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer +Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door) +Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten +enz. Amsterdam, 1595. + +LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions +Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15). + +MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong, +1867. + +MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited +by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams +1611-1617). London, 1850. + +MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902. + +MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669. + +MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898). + +MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912. + +NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen +Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897. + +----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841). + +PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo, +(1909). + +PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second +edition. London, 1917. + +PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917. + +----Corea. (China Review. XIV, XVI). + +----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society +of Japan. XV, 1887). + +PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma +H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland, +1905-1906. + +PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der +Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900. + +REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society +of Japan. VI, 3, 1878). + +RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin, +1834. + +ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of +manners, etc. Paisley, (1880). + +----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and +progress. London, 1891. + +SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch +R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.). + +SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von +Japan. Leyden, 1852. + +----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52. + +SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie +Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908. + +TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New +Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898. + +TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der +japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909. + +TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs +néerlandais, etc. Amsterdam, 1867. + +----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam, +1884. + +VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V, +2. Dordrecht--Amsterdam, 1726. + +'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675. + +VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by +E.M. Satow, London, 1900. + +WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography, +government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899. + +WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam, +1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705. + +YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV, +2, 1913). + +IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen +Kon. Inst. dl. 73, 1917). + +ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen +van Arkel. Gorinchem, 1755. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + +[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij +de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan +d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot, +Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het +"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: +"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse +op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman +Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om +de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende +om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304 +in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten: +"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, +Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde +Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt +... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een +musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons +comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625, +bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa, +sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts +schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan +omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest +te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: +"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer +verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat]. + +[2] Zie Bijlage V_A, 1. + +[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652). + +[4] Zie Bijlage V_A, 3. + +[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan +dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle +des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla +Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te +rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam +Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven +geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf +hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers +gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het +Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn +Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan, +dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627). + +Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad +niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de +zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde, +was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier +ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15, +17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden +den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor +op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar +schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering +aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant +van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het +beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door +de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van +hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"] +"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven." + +Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan +en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen +de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie" +gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26 +Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661 +aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa"). + +Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh +in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia +10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in +de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld: +"het vlekje Provintie". + +[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter +troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't +suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle +die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven +gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen +massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12 +dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't +verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese +revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24 +Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te +komen voor 2600 gemassacreerde koppen. + +[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste +Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende +gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote +vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten +zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck +ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge +voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, +altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen +Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting +te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de +groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn +te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31 +Jan. 1653). + +Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654) +doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In +UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, +hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen +sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent +3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude +veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun +van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde +voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van +onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655). + +[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke +deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute +onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door +de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den +tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan +de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652). + +"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer +Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, +bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie +Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd, +en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt +ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan +Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T +valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten +die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de +clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien +en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie +geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20 +Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de +Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de +dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen +niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben +te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de +politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn" +(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur +... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en +Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652. + +[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en +Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, +zie Bijlage V_C. + +[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in +Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den +grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar +tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven +heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te +hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25 +Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat +de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin +[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; +mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater +Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient +heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + +[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, +weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur +Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne +benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3. + +[12] Res. 20 Mei 1653. + +[13] Zie Bijlage V_B, 1. + +[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als +Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in +Kol. Archief no. 780. + +[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die +gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement +van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre +scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer +generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden +van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier, +nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden" +(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de +publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale +gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd +bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het +"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen. + +[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van +sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij +laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer +Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3. + +[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse +besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier +overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de +Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653). + +[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den +9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest, +tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden +sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met +genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende +alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson +al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te +laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17 +deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van +de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, +te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge +van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni +1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2. + +[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia +onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van +de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman, +Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz). + +[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't +jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3. + +[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de +fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha +Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die +van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders +vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen +volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht, +oock wel beseijlt schip". + +[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende +29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert +ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een +cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van +f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3. + +[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk +door het vergaan van de Sperwer gemaakt. + +[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642. + +[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in +Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen +en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en +verongelukt 27 schepen. + +[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A. + +[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes +de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent. + +[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders, +als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder +(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken, +opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666). + +[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging +to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary). + +[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor +Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan +14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado +(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus, +Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den +onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in +Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando +opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing +duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le +Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst" +vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima +verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de +onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was +gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den +29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte +gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk +in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde +uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende +240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne +staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een +brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte +daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, +te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als +sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te +mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde +wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan). + +[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten +te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen +nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19 +Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's +dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van +Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den +Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te +gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd +Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat +hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen +ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een +ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij +de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen +grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, +bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633). + +[32] Bijlage I a. + +[33] Bijlage I b. + +[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de +groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten +omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij +hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen +door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der +tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer +beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken" +(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670). + +[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens +getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael +ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9 +Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd +Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende, +Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in +Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, +voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't +gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet +aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet +hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren +Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie +deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den +29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301). + +[36] Zie Bijlage I a en I b. + +[37] Zie Bijlage I b en I d. + +[38] Zie Bijlage I f-h. + +[39] Zie Bijlage I i-j. + +[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de +fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw". + +[41] Zie Bijlage I o. + +[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen, +ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen" +(Journaal, Uitg.-Saagman). + +[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen +de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den +13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, +Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de +Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff +oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen, +Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan +geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December, +alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668). + +Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen +als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende +Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van +Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen +van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op +Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer +waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden +gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs" +was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen. + +[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 +(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam, +1660-1668. Kol. Arch. no. 1153). + +[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en +20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de +Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, +de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge +Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1 +Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, +bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de +Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de +Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20 +deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de +Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484). + +[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten +November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart +1668. Kol. Arch. no. 301). + +[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische +Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265, +270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner +Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert, +ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen +('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne +Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen +Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden +tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen +wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van +'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven, +af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) +en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp). + +[48] Zie Bijlage I k. + +[49] Zie Bijlage I q-r. + +[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82). + +[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its +communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed +almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 86). + +[52] Zie Bijlage I n (slot). + +[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan, +op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand +overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen, +2e dr., I, bl. 53). + +[54] Zie Bijlage II a-d. + +[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53. + +[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer +afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van +omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm +beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren, +de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten +zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote +mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer +stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door, +den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent +Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto +is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670). + +"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht +dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto +zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.). + +"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia +vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van +op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een +opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch +soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt +geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest +aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T' +is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen" +(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670). + +[57] Zie Bijlage II a (slot). + +[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204. + +[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort +van Coromandel". + +[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt +Buijenskercke van Japan". + +[61] Zie Bijlage II i. + +[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile +(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was +never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely +that the Coreans would take any pains to mark the site of their +graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en +terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge +van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn +vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den +Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar +1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en +waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens +haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert, +dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in +13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven +en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn +gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt +Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op +alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en +na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn +van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven" +schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff, +Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen +geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap +werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en +te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail +from Great Britain it is of special interest to know that one of the +unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was +"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of +any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did +in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's +Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95). + +[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered +have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives +knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were +of foreign manufacture. The figures on them, however, told their +own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore +marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be +the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who, +like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile +though the honoured guest and adviser of the king and government. The +presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what +must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes +and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by +travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and +conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott, +Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S., +New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215). + +[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888] +je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout +souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu" +(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46). + +[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371. + +[66] Zie Bijlage I k. + +[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder +op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese +eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde +den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte +jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu +aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert +dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't +verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie +sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt +haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van +het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie, +politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende +het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan +ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal +wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in +Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en +by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: +wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel +onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te +vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift +aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in +de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen +en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI. + +[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26). + +[69] Zie Bijlage I o. + +[70] Zie de Bibliographie. + +[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz. + +[72] Bl. 429-436. + +[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele, +Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het +exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij +kunnen raadplegen. + +[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele, +a.v. bl. 269. + +[75] Dl. I, bl. 148. + +[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest, +verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen +op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de +vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders +Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot). + +[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens +vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene +Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-sÃ¥ +of Gouverneur. + +[78] Zie Journaal, bl. 11. + +[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de +Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in +de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese". + +[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des +satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le +1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese +is de Chineesche uitspraak van Moksa. + +[81] Witsen, 2e dr., bl. 59. + +[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668. + +[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668. + +[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31. + +[85] Zie de Bibliographie. + +[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and +Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt +in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918) +alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope, +Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt +maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial +account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which +sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that +such animals may have existed two hundred and fifty years ago and +yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen +komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten. + +[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: +The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885). + +[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de +Haan. + +[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon +een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te +teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten +vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel +73, bl. 401, waren ongeteekend. + +[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78). + +[91] Zie facsimile tegenover den titel. + +[92] Zie facsimile. + +[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit +que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup +moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275). + +[94] Zie bl. 13. + +[95] Zie Bijlage III_B. + +[96] Zie Bijlage I_A. + +[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement +scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr., +bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on +his return, recounting his adventures in a simple and straightforward +style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176). + +[98] "When this account was printed in Holland, the eight men +mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and +examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars +here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render +the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that +carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon +the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732), +Preface bl. 574). + +[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten +ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53. + +[100] Zie Bijlage Io. + +[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53. + +[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have +given a much more perfect description, and many men in that time +would have made it more ample and satisfactory; but the author gave +what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested, +having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in +that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain +his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's +Collection IV, Preface, bl. 574). + +[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance +rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui +ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté +de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau +holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement +au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the +country and people, deserves careful study. It throws some interesting +sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries +ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the +"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword +van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions +Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94). + +[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's +narrative, questioning especially his geographical statements. Before a +map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be +seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It +is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life, +people, and customs gave us so little information concerning them" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen +Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel +gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren +er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte +Entd. Japan, bl. 37). + +[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia, +the Coreans have always bowed down before the greatly superior +mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of +their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal +books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific" +(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge +the Japanese and other nations possess, they obtained from China, +while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus +(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea +(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert, +Korean Survivals (Id. bl. 25-50). + +[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in +contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked +on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch +supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth +century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and, +as read at the present time, conveys an exact picture of the people +and country. Place after place which he mentions in their captive +wanderings have been identified, and every scene and every feature can +be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native +conservatism both in language and habits that Hamel's description of +two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life" +(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch +R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was +plainly a shrewd observer, and much of his description of the country +and the people and their customs tallies well with our own experience +of the last thirty years, though one would not care to subscribe to +every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de +uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, +1918, bl. 94). + +[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première +source des détails importants concernant la Corée & ses habitants" +(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel +van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des +Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit +Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem +Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität +wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben +des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch +vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, +1834, bl. 637-638). + +[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire +de l' Eglise de Corée, 1874. + +[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée, +quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à +Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées +des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736) +bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the +hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 353). + +[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais +séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en +vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement +leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes" +(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX). + +[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor +of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with +letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of +Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of +Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268). + +[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun +Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, +she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in +the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of +Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China +Past and Present, bl. 340). + +[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21 +Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea +(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93). + +[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire +sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal +Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean +monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII, +1888, bl. 1). + +[115] "Ever since the Manchus established themselves in China, +Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful +vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no +interference on the part of China in her internal administration: all +she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal +value at fixed periods, for which she received a liberal return; and +to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place +and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340). + +[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo, +being the word "Imperator" in its original military significance" +(Parker, China, 1917, Glossary). + +[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, +301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William +Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916, +bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, +het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea +sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a +new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times" +(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, +2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de +eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit +deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere +[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na +voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware +den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke +Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince +geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn +Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere +ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken." + +[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree +met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden; +haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij +claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope +tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht +van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck +als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn +landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door +vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia +dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV). + +[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders +voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs +van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d' +Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te +laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, +caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the +castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive +next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The +intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense +with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests, +a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they +were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot). + +[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van +Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea +ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige +jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den +Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser, +op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere +in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 +April 1635). + +[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen, +Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31 +Aug. 1643). + +[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae +het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen, +aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck +van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens +ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken +gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen, +waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe, +als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die +'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght. + +Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert +aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke, +te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van +veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde. + +Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core, +ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is +ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen +cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t' +welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de +Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen +zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden +van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af, +oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer" +(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der +Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70). + +[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is +inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, +bl. 78, noot 4). + +[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, +bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, +1858, bl. 29. + +[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet +werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker +aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende +berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found +three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and +came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I +vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke +haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue" +(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd +daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten +deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3 +Febr. 1626). + +[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken +waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het +mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt +Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen +Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent +30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch +25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a +4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de +strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant' +voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck +sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te +versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck, +leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort" +(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in +vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII). + +[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en +plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo +verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea +door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met +gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan +mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk, +Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38). + +[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, +per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of +Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary +of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258). + +[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme +in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge +incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater +request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and +from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John +Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as +yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other +privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in +paine of death not to goe without the walles thereof to the landward" +(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out +of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando +9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of +Japan were attended by about 500 men and were royally entertained, +by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through +whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured +to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King +of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might +procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando +15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 222). + +[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, +20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te +Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 +en 20 Juni 1623. + +[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van +Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken +die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust +houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende +ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na +dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit +schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, +welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten +wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off +diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia +aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11 +Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in +het Kol. Arch. niet aangetroffen). + +[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot. + +[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea +door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de +reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden +wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht +is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt +verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door +UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien +correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen +admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout +ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen +deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker +seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens +een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van +bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert" +(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637). + +[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea +hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als +UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult +gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar +Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van +voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was +achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten +sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de +Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden +treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende +ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en +Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de +Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, +wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie +becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons +gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel +als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar +Firando, 26 Juni 1638). + +[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre +van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula +de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de +groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten, +Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw, +Korea hier te lande nauwelijks bekend was. + +[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien, +China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat +proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen +sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639). + +[137] Zie Bijlage I o. + +[138] Zie Bijlage II e, f en h. + +[139] Zie Bijlage I o. + +[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde +dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te +drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, +is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam, +Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324). + +[141] Zie Bijlage II j en k. + +[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote +behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie +niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en +van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen +admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten +Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam, +Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von +Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai +unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27). + +[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland +(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep +20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 +te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo +onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te +verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679). + +[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China +Review XVI, bl. 309). + +[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai +als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa +de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso +ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula +zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de +Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene +Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod, +Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft +wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der +Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der +obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel +unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten +des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones +welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung +von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie +auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen +"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée" +und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten +Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89). + +Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas +van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland +"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes +hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie +der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9), +VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten +VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van +Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734): +Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750): +I de Quelpaert. + +[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, +bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch +strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert +noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland, +Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860: +"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen +zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets +over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918) +bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van +dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders +Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese +kaarten Fungma genoemt". + +[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh +geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat +gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip +de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe; +den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27 +Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse +sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van +Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30 +mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen, +met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen, +stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen +sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef, +sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der +Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr +1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek, +9e hoofdstuk bl. 89. + +[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of +his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2: +"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert" +an old name for a galiot". + +[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde +opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856). + +[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie +Bijlage III_C. + +[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, +dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November +Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert". + +[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet +acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt +die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben +toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan, +2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh +uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer +gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia +aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643). + +[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende +Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer +gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler +ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden +ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van +Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het +"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16 +Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het +pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer +verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is". + +[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I +(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië +VI, 4 (1898), bl. 290). + +[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan +becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen +alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het +seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha +verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa +gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij, +niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, +ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen +heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent +Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken, +gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch +ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als +geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen +den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten +respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen +onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts, +soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met +een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De +gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde, +was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort +eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken +(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten +binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut +lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen +nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur] +verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs +niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij +tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor +d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli +1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson, +XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia +de Philipinas, V, 114-122. + +[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is +situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a +tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins +of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay" +(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323). + +[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe +residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel +uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, +mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen +ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan, +4 Juli 1644). + +[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel +ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten +Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, +opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht +becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the +reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa +Island, going to attack it year after year, was that they had promised +the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards +from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV, +bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643). + +[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur +Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten +proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den +Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben +ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt". + +[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij +overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten +om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien +'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich +is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke +sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als +de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, +'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een +blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642). + +[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden +tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten +van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te +doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder +voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa, +23 Juni 1643). + +[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, +maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat +reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius +bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende +wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel +voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre +te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst, +verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan, +23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen +daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare +brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden" +(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold +is the most important.... It may be said.... that of the limited area +investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460). + +[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa +de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, +hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado +g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten +te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius +zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen; +deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met +het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, +ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent +Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe, +De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, +Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands, +XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642 +te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) +en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd +daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal +der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's +nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en +Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661) +(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort +vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat +ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25 +Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de +havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang +voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668 +voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211). + +[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh +de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert +'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September +passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack +... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een +aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642). + +[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar +Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het +Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in +diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval +op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt. + +[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642). + +[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de +noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks +naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli +1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654), +wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder +de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in +loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden +quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken +als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen +hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree, +Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende +de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen." + +[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien +een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond +aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie +Journaal bl. 9. + +[170] Zie bl. XLII, noot 1. + +[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long +enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners +of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface, +bl. VIII). + +[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire +national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851). + +[173] Zie Journaal bl. 73. + +[174] Zie Bijlage I a. + +[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651. + +[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651. + +[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer, +Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423. + +[178] Zie Bijlage I a. + +[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum. + +[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft +bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten: + +1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier +(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon +de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave +Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147]. + +2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633 +Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, +Utrecht 1760). + +3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur +Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie +te Batavia. + +4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren +zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn +overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688). + +In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel, +door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens +aangetroffen. + +[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing +everything in its power to suppress Korean nationality. The Government +not only forbade the study of Korean language and history in schools, +but went so far as to make a systematic collection of all works of +Korean history and literature in public archives and private homes +and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919). + +[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII +centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William +Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I, +bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by +C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII, +part 2, 1916. + +[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden +zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan, +Priangan II, bl. 44, noot 8). + +[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste +schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen +met het limiren van den dagh onder zeijl". + +[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen +(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou +de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan: +"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht +van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.: +"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen +vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449). + +[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het +achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk +uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder. + +[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10 +November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort". + +[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China. + +[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water +uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische +hulpmiddelen doenlijk is. + +[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip. + +[191] de afsluiting van het achterschip. + +[192] d.i. één uur 's nachts. + +[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van +het roer, te hebben doen oploeven. + +[194] d.w.z.: de ankers hielden niet. + +[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond. + +[196] groote vaten. + +[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in +Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn" +(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders +hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V, +2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den +Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 +Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te +Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord +van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth +Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird +(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold, +Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot). + +[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe +van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te +dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens +de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor +de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip +gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten +doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so +Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan +te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot +'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve +dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is. + +Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten, +Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke +meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt +eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten +sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en +yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te +goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip +gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen +yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed +hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening +by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen +tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps- +en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen" +(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27). + +[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk +dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet +besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast +en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve +van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De +Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de +goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat +weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy +heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot +sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de +Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28). + +[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26). + +[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den +Chineeschen Jihpen. + +[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist +waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de +gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het +Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel +Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen +zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, +in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, +ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van +hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets +te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de +stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De +opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de +opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland" +kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest +van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651 +van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis +door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben +hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen +uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642 +was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4). + +De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de: + +I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden +'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten". + +II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte +genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de +hooghte van 33 graden 32 minuten". + +III. Uitg.-van Velsen = II. + +IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de +stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer +'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en +dartig minderlingen". + +Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven: +"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, +und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe +von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg +(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea +qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré +trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages, +VIII, bl. 416). + +Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30' +zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking +genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten. + +De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer" +gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169). + +[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en +roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat +doel werden ingekocht. + +[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons; +dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen +de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15"). + +[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs". + +[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2. + +[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges +sind ... Sitze eines Mok sÃ¥ (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs" +(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII, +noot 5. + +[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has +been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They +give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and +cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903, +bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly +furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea, +1905, bl. 267). + +[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip +"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr +maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest +(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen +gesteld. No. 54; zie bl. 73). + +"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor +uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als +tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde +chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden +kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo +1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14, +fol. 255). + +[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts +verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van +Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao +1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese +jonck daar was geraakt". + +[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive +Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637: +"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] +aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien +haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door +den Heer van Fingo soude mogen geschieden". + +[212] d.w.z. in Indië. + +[213] de hoofdstad Seoul. + +[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van +"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The +Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost +werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2, +bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen +te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten +blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe +te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de +bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen +van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701). + +[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen, +Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen". + +[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer +behoord. + +[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen. + +[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de +drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz, +beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54, +bl. 73). + +[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt. + +[220] d.i. wij geraakten. + +[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig +vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra +(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk +aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet) +met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast +(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast +zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw +overboord viel. + +[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen +als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or +cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than +a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much +bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The +frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to +rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to +prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence +of the delinquent are written upon it for the information of the +passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape" +(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509). + +[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa, +gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**). + +"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du +vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque, +sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le +21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14' +de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la +Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384). + +De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3 +en 12: "Chesu". + +In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij +haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op +de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den +Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en +III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts +Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of +ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree." + +Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher, +Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v. + +[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, +aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 47). + +[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of +convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves +of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201). + +[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois +cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'" +(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is +about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200). + +[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de +Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut +a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**). + +[228] ? + +[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124° +10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**). + +[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'" +(a.v. bl. 17**). + +[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified +stronghold in the mountains, to which, in time of war, the +neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet +de montagne" (Dict. a.v. bl. 373). + +[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'" +(a.v. bl. 18**). + +[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'" +(a.v. bl. 7**). + +[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra, +à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**). + +[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to +in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la +dynastie précédente". + +[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste" +(Dict. a.v. bl. 19**). + +[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'" +(a.v. bl. 20**). + +[238] ? + +[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et +Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**). + +[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de +Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**). + +[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de +Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou +gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**). + +[242] lees: Kyeng-keui. + +[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of +the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its +current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt +annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul, +Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**). + +[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du +royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van +"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui +et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le +fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur +de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**). + +[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden, +namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting +van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de +afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt; +recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352 +K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De +afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of +666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67). + +[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden, +werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene +dergelijke vertooning zouden vergasten. + +Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het +Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie +te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen] +... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten, +mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een +liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren, +te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn +vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse +gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen +en een stuck van een comedie te ageeren.... + +... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme +regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter +jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons +onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons +logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75). + +De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor +de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de +Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van +de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde +van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder +afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten +opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden" +was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven +naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok +houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede +soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door +de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over +de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden +[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en +geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere +verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692). + +[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door +den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17 +Aug. 1708). + +[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire, +qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement; +c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin" +(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English +Dictionary, 1911, bl. 429. + +[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop. + +[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst". + +[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert. + +[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet +gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); +de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest. + +[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away, +but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling +the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were +easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172). + +[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal +city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of +the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress, +to which the royal family are sent for safety in time of war ... During +the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it +his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang +is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest. + +[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart +1622). + +[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt +opgegeten." + +[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren. + +[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik +(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t +schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier +aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624). + +[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het +Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen +Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige +te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als +een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan +het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben +uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het +lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen. + +[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best +conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken +met eene Koreaansche woordenlijst? + +Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt +verder niet gesproken. + +[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te +gebruiken. + +[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra +(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8. + +[263] ? + +[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant +d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans +chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321) + +[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de +nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen +moesten gaan. + +[266] linnen. + +[267] de hoofdstad, Seoul. + +[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer +hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren; +want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het +Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, +volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen +is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert +te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki, +opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49). + +"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a +perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the +war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 150). + +"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu +au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200 +soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**). + +[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last +king. This Prince commenced his political career at Moukden, where +he had been sent as hostage by his father. In the second year of his +reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659. + +The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden, +whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist +nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV, +bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24) +Chang-hai, 1905, bl. 457, 462. + +[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de +armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder: +Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens, +Bosboom-Toussaint en Beets. + +[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in +anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local +rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker, +Corea, China Review XIV bl. 129). + +[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel +(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal). + +[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and +Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs. + +[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île +et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant +qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée" +(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la +dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**). + +"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and +which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four +centuries. He moved his capital to its present site, to the city of +Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning +"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed +since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name +of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269). + +"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the +throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392) +a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu, +rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and +established himself as the king of Corea. He chose for the title of +his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the +Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and +for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He +also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The +Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, +bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation" +(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het +noorden en het midden; Ko lee in het zuiden. + +[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo +vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de +Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen +stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek +met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8. + +[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea +stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10' +E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird +flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300 +miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396). + +[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but +rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy +from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed +to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2). + +[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en +japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands +situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea +... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the +12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently +had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was +completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot, +Dict., bl. 706). + +[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to +gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the +water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and +Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de +Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui +a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**). + +"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare +1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht, +dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is, +vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te +Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan +werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van +Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden, +die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve +die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44). + +[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer +mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus +gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57). + +[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea +in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van +Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien +Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te +hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van +een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt +uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van +kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op +de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen +wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen, +en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen +vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen +moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche +Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee +was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde, +dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit +het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, +meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, +als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer +oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44). + +"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in +onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als +de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee +is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden +of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56). + +[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the +dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese +name is derived from a fancied resemblance to the human form. The +genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are +derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the +leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The +roots are covered with rings, from which the age is ascertained, +and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean +ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native +ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206). + +"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in +gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in +silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a +food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing" +qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273). + +Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende +werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck +Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven +1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV, +bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante +de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The +culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch +R. A. S. III, 1903, bl. 18-30). + +[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by +powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed +by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 228-229). + +[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont +gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts +met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het +leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt; +dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert, +is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels +schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56). + +[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen, +'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen +voor onse naackte billen hebben gekregen." + +[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken +om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman). + +[287] "There seems to be three distinct classes or grades of +bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study, +and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa +being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who +solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the +temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun) +act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use, +weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333). + +[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman). + +[289] Zie bl. 59. + +[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the +metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in +turn, and the King ascends the throne if they have any representations +to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127). + +[291] "Close communication between the palace and populace is kept +up by means of the pages employed at the court, or through officers, +who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa, +or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain +the popular feeling, or to report the conducts of certain officers +... receives sealed orders from the king, which he must not open +till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission, +a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some +cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 221-222). + +[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet, +als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten. + +[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen +gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al, +voorafgegaan door een; + +[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated +since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main, +that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated +the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235). + +[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande +een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over +een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne +mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen, +met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven +heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk +op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als +het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55). + +"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen, +en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels, +drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente +en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester +Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit +onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57). + +[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone +upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning +tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved +off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh, +leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of +holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the +torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical +discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335). + +[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik, +maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen, +ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet +beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven +mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal +II, kolom 1951). + +[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention +with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea, +bl. 355). + +[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous +visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds +of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267). + +[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2. + +[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in +north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though +we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The +floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from +the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 263). + +[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman +staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het +weggelaten. + +[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II, +bl. 769. + +[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It +would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal +with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time +... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant +place does not need to make elaborate preparations ... At night, +instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters +some house, whose exterior room is open to any comer. There he is +sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 288-289). + +[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe". + +[306] "Not the least interesting of the local or national festivals, +are those held in memory of the soldiers slain in the service +of their country on famous battle-fields. Besides holding annual +memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of +the people, there are temples erected to soothe the spirits of the +slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites +made painful to the national memory by the great Japanese invasion +of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 299). + +[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten". + +[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles. + +[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der +Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd +Paardrijden, strofe 13, regel 6). + +[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered +at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 298). + +"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om +aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor +'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken] +den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel +honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door +yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen. + +De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt, +dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk +in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele +honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn +Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin +levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur, +eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is +verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't +ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56). + +[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders". + +[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the +Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears +to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula" +(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en +Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om +katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e +dr. I, 1917, bl. 434). + +[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier +te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt, +op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 58). + +[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people +to use coin and at the same time prohibiting them from the use of +cloth as money.... Up to this time, there had always been a party +opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress +its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast +disappearing and though they once more succeeded, five years later, +in causing the rescission of the order to use coin, the people by that +time had become so accustomed to its use that they began to coin for +themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever +of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea, +Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61). + +[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 +... and in the following year, when sending home the king's son, +who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a +half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently +remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans +like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288). + +"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses +of absolute self-government; but, at the same time, it has had only +brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage +to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years' +dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe +taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly +tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants, +who bring back profits much greater than the amount of the tribute" +(Ross, a. v., bl. 365). + +[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren? + +[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien; +ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte, +'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan +de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en +van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat +zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had; +doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver, +of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e +dr. dl. I, bl. 58). + +[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded +annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town +aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29). + +[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't +Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche +Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden +(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de +Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders +schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is +een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren +aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere +lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 59). + +[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende, +geschreven. Het tweede is...." + +[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or +almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and +complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross, +Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity +and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale, +The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part +I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans +la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet, +le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles +où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne, +I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII). + +[322] lees: drukplaeten. + +[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren +Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als +Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, +Band III (1834) bl. 594). + +[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen +woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen +onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den +Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat +zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, +daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely +leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does, +it is a great occasion which is previously announced to the public. The +roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while +the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of +each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and +dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially +the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one +should look down upon his majesty. Those who think they have received +unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They +stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched +on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer +or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo +groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde +steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, +als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen +zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen +onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, +maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van +Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy +een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende +dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first +sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by +five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages +and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first +entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the +heir and other members of the royal family, heads of public offices +&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated +when the envoys take their departure). When the envoys first arrive +at their hotel, the heir advances with the various high officers, +and makes two obeisances. When they take their departure, the same +ceremony is repeated outside the ... Gate... + +The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from +the palace by the Corean court officials with great ceremony to his +hotel, and music is used even on fast days; a number of articles +of local produce are taken with him, and special other articles are +sent on the emperor's birthday and with formal state communications; +these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, +shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea, +China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is +equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on +the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting +out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands +reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his +relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are +all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de +Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet +gaat, wordt in dit bericht niet gezegd). + +[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) +is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh +genoemd. + +[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). + +[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**). + +[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan +aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16. + +[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als +voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn +tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, +als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn +de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet +'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn +van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56; +Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They +do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and +stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together +with wooden nails. They use round stems of trees in their natural +state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with +cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail +very well within three points of the wind, and the fishermen are very +skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon +[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, +en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die +de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, +werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, +alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest" +(Witsen, 2e dr. I, bl. 44). + +[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, +die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre +af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich +liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter +afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot +Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen +als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder +staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje +sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven +Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot +en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op +46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, +kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in +zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers +oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer +diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men +met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal +kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV +(1665), bl. 183). + +Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius), +die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor +in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn +"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen +der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749) +en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit, +Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator +aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie +ook Bijlage VI. + +[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne +krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander, +verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch +de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden; +na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag +'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden, +dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn +Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, +daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is +ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte +geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden +ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh +in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel +mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665). + +[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard +Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de +belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens +tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven +de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586). + +[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about +this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, +and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, +and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto +which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of +the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary +of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618). + +[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van +Velsen: "bij de Zeekant". + +[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of +ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden +zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende, +aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks +tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I, +bl. 57-58). + +[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by +hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel +van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts +van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een +tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, +na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen +zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen +zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van +een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen, +2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken). + +[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig +hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, +met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e +dr. I, bl. 58). + +[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender +handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson +weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18 +Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly +winds blow from the middle of May, and often even from April, until +the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west +monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April +... prevails until the middle or end of September.... But the +regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese +coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in +winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is +inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the +exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of +Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878, +bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke +retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te +largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen +suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar +Taijoan, 2 Mei 1644). + +[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en +achtervloed, voorvloed en achtereb. + +[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter: +"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft. + +[343] lees: praijde. + +[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den +wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan +boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een +houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt +om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven. + +[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men +veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4. + +[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht". + +[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging +door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken +eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen: +"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, +die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.". + +[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden +Dagregister. + +[349] Zie Bijlage Ie. + +[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan +valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal +dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen). + +[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki +aangekomen. Zie Bijl. Ij. + +[352] Zie Inleiding, bl. XXVI. + +[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal +niet voor. + +[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den +druk aangebracht. + +[355] Niet ingevuld. + +[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667, +Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden. + +[357] van 18 Oct. 1666. + +[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger +als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki. + +[359] Kol. Arch. no. 457. + +[360] Kol. Arch. no. 255. + +[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester +(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod, +Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan, +1729, bl. 232. + +[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan. + +[363] Oostvoort in Bijl. Ia. + +[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd +Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben +te doen. + +[365] Zie bl. 86 hiervóór. + +[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456. + +[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon. + +[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56. + +[369] twee? + +[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia" +genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15 +Sept. 1627). + +[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad +Ords. (Dagr. Bat.). + +[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18): +14 April 1627. + +[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland; +ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623). + +[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the +10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with +the view of attacking a fleet which had been prepared there for a +journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt, +thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The +guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After +the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog +C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77. + +[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter +eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff +tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten". + +[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert +de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd. + +[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het +vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 +November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende +opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13). + +Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps +toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx' +tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was +langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar +Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van +13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando, +zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie +Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan +boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 +Dec. 1621). + +[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan +aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637 +geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637. + +[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de +Japanners. + +[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato +van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de +geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer +gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door +d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: +Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone +wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het +hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer +consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne +den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando +24 Meert Ao 1637). + +[381] zijde, staat in Dagr. Japan. + +[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals, +volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden, +Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616). + +[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, +Introduction, bl. LI. + +[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers: +"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft +in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met +schoone vrouwen ende kinderen". + +[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of +all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare" +(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]). + +"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a +safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to +the scanty historical material which we have at hand, established a +rough form of government over their settlements. So admirable was the +organization that the different bands lived together without discord +and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to +look after the interests of the combined bands whenever anything arose +of common concern. The strongest of them was a powerful band under the +leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns, +and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually +attained a position so formidable that smaller bands combined with them +for their own protection, and thus nearly the whole of the China and +Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai +died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and +the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903) +bl. 8). + +[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten +seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625). + +[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625. + +[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English +Residents in Japan 1611-1623, bl. 271. + +[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat +"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens +de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der +Chineezen te Batavia (1636-1645). + +[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet +gebleken. Journaal Hamel. + +[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en +9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek. + +[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal, +de Bibliographie. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht +de Sperwer, by Hendrik Hamel + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 *** diff --git a/11467-h/11467-h.htm b/11467-h/11467-h.htm new file mode 100644 index 0000000..fb1fa13 --- /dev/null +++ b/11467-h/11467-h.htm @@ -0,0 +1,15287 @@ +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta name="generator" content="HTML Tidy, see www.w3.org"> +<meta http-equiv="Content-Type" content= +"text/html; charset=UTF-8"> +<title>Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer</title> +<link rel="schema.DC" href= +"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content= +"Hendrik Hamel (1630–1692); B. Hoetink"> +<meta name="DC.Creator" content= +"Hendrik Hamel (1630–1692); B. Hoetink"> +<meta name="DC.Title" content= +"Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer"> +<meta name="DC.Date" content="2004-03-01"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<style type="text/css"> + /* Standard CSS stylesheet */ +body +{ + font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; + margin: 1.58em 16%; + text-align: left; +} +.titlePage +{ + border: #DDDDDD 2px solid; + margin: 3em 0% 7em 0%; + padding: 5em 10% 6em 10%; +} +h1.docTitle +{ + font-size:1.6em; + line-height:2em; +} +h2.byline +{ + font-size:1.1em; + font-weight:normal; + line-height:1.44em; +} +span.docAuthor +{ + font-size:1.2em; + font-weight:bold; +} +h2.docImprint +{ + font-size:1.2em; + font-weight:normal; +} +.transcribernote +{ + background-color:#DDE; + border:black 1px dotted; + color:#000; + font-family:sans-serif; + font-size:80%; + margin:2em 5%; + padding:1em; +} +.advertisment +{ + background-color:#FFFEE0; + border:black 1px dotted; + color:#000; + margin:2em 5%; + padding:1em; +} +.div0 +{ + padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ + padding-top: 4.8em; +} +.index +{ + font-size: 80%; +} +.div2 +{ + padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ + padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ + padding: 0; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ + clear: both; + font-style: normal; + text-transform: none; +} +h3, .pseudoh3 +{ + font-size:1.2em; + line-height:1.2em; +} +h3.label +{ + font-size:1em; + line-height:1.2em; + margin-bottom:0; +} +h4, pseudoh4 +{ + font-size:1em; + line-height:1.2em; +} +h4.lghead +{ + margin-left:10%; + margin-right:10%; +} +.alignleft +{ + text-align:left; +} +.alignright +{ + text-align:right; +} +.alignblock +{ + text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ + margin-top: 1.6em; + margin-bottom: 1.6em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + text-align: center; +} +p.poetry +{ + margin:0 10% 1.58em; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ + color: white; +} +p.line +{ + margin:0 10%; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ + font-size:0.9em; + line-height:1.2em; + text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ + margin:1.58em 10%; +} +p.tocChapter +{ + margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ + margin:0.7em 5%; +} +div.epigraph +{ + font-size:0.9em; + line-height:1.2em; + width: 60%; + margin-left: auto; +} +div.epigraph span.bibl +{ + display: block; + text-align: right; +} +.epigraph .poem +{ + margin-left: 0; +} +.epigraph .line +{ + margin-left: 0; + text-indent: 0; +} +.trailer +{ + clear: both; + padding-top: 2.4em; + padding-bottom: 1.6em; +} +.floatLeft +{ + float:left; + margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ + float:right; + margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ + font-size:100%; + text-align:center; +} +.figure p +{ + font-size:80%; + margin-top:0; + text-align:center; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ + color:#666666; + font-size:80%; +} +span.parnum +{ + font-weight: bold; +} +.leftnote +{ + font-size:0.8em; + height:0; + left:1%; + line-height:1.2em; + position:absolute; + text-indent:0; + width:14%; +} +.pagenum +{ + display:inline; + font-size:70%; + font-style:normal; + margin:0; + padding:0; + position:absolute; + right:1%; + text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ + font-size: 80%; + text-decoration: none; + vertical-align: 0.25em; +} +.red +{ + color: red; +} +.displayfootnote +{ + display: none; +} +div.footnotes +{ + margin-top: 1em; + padding: 0; +} +hr.fnsep +{ + margin-left: 0; + margin-right: 0; + text-align: left; + width: 25%; +} +p.footnote +{ + font-size: 80%; + margin-bottom: 0.5em; + margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ + float: left; + text-align:left; + width:2em; +} +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ + font-size: 80%; +} +.centertable +{ + /* center the table */ + margin: 0px auto; +} +.poem +{ + margin-left:5%; + position:relative; + text-align:left; + width:90%; +} +.poem h4 +{ + font-weight:normal; + margin-left:5em; +} +.poem .linenum +{ + color:#777; + font-size:90%; + left:-2.5em; + margin:0; + position:absolute; + text-align:center; + text-indent:0; + top:auto; + width:1.75em; +} +.versenum +{ + font-weight:bold; +} +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ + position: absolute; + right: 16%; + top: auto; +} +.footnotes .line +{ + font-size:80%; + margin:0 5%; +} +.poem .i0 +{ + display:block; + margin-left:2em; +} +.poem .i1 +{ + display:block; + margin-left:3em; +} +.poem .i2 +{ + display:block; + margin-left:4em; +} +.poem .i3 +{ + display:block; + margin-left:5em; +} +.poem .i4 +{ + display:block; + margin-left:6em; +} +.poem .i5 +{ + display:block; + margin-left:7em; +} +.poem .i6 +{ + display:block; + margin-left:8em; +} +.poem .i7 +{ + display:block; + margin-left:9em; +} +.poem .i8 +{ + display:block; + margin-left:10em; +} +.poem .i9 +{ + display:block; + margin-left:11em; +} +span.corr +{ + border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ + border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ + border-bottom:1px dotted green; +} +.letterspaced +{ + letter-spacing:0.2em; +} +.smallcaps +{ + font-variant:small-caps; +} +.caps +{ + text-transform:uppercase; +} +.fraktur +{ + font-family: 'Walbaum-Fraktur'; +} +.rm +{ + font-style: normal; +} +hr +{ + clear:both; + height:1px; + margin-left:auto; + margin-right:auto; + margin-top:1em; + text-align:center; + width:45%; +} +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ + text-align:center; +} +h1,h2 +{ + font-size:1.44em; + line-height:1.5em; +} +h1.label,h2.label +{ + font-size:1.2em; + line-height:1.2em; + margin-bottom:0; +} +h5,h6 +{ + font-size:1em; + font-style:italic; + line-height:1em; +} +p,p.initial +{ + text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ + text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ + float: left; + clear: left; + margin: 0em 0.05em 0 0; + padding: 0px; + line-height: 0.8em; + font-size: 420%; + vertical-align:super; +} +.poem +{ + padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ + font-size:0.9em; + line-height:1.2em; + margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ + text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: disc; } +ol { list-style-type: decimal; } +ol.AL { list-style-type: lower-alpha; } +ol.AU { list-style-type: upper-alpha; } +ol.RU { list-style-type: upper-roman; } +ol.RL { list-style-type: lower-roman; } +.lsdisc { list-style-type: disc; } +.lsoff { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +.pglink +{ + background: url(images/book.png) center right no-repeat; + padding-right: 18px; +} +.catlink +{ + background: url(images/card.png) center right no-repeat; + padding-right: 17px; +} +.exlink +{ + background: url(images/external.png) center right no-repeat; + padding-right: 13px; +} +.pglink:hover +{ + background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover +{ + background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover +{ + background-color: #FFDCDC; +} + /* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml + " */ +body +{ + background: #FFFFFF; + font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ + color: black; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ + color: #001FA4; + font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ + font-style: italic; + margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage +{ + color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ + color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ + color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ + color: #001FA4; + font-weight: bold; +} +sub, sup +{ + line-height: 0; +} + /* Standard Aural CSS stylesheet */ +.pagenum, .linenum +{ + speak: none; +} +</style> +</head> +<body> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***</div> + +<div class="front"> +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt= +"Kaft van het oorspronkelijke boek in blauw linnen met daarop een zeventiende-eeuws zeilschip in goud-opdruk." + width="494" height="720"></div> +</div> + +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE +LINSCHOTEN-VEREENIGING</h1> + +<h1 class="docTitle">XVIII</h1> + +<h1 class="docTitle">VERHAAL VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT DE +SPERWER</h1> + +<h2 class="docTitle">(1656–1663)</h2> + +<h2 class="byline">DOOR<br> + HENDRIK HAMEL</h2> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/logo.gif" alt= +"Logo met zeilschip." width="234" height="235"></div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div id="ms1" class="figure"><img border="0" src="images/ms1.gif" alt= +"Eerste pagina van het oorspronkelijke manuscript." width="720" height= +"491"></div> +</div> + +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">VERHAAL<br> + VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT<br> + DE SPERWER</h1> + +<h2 class="docTitle">EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET +EILAND QUELPAERT EN HET VASTELAND VAN KOREA (1653–1666) MET EENE +BESCHRIJVING VAN DAT RIJK</h2> + +<h2 class="byline">DOOR<br> + <span class="docAuthor">HENDRIK HAMEL</span><br> + UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK<br> + MET 1 KAART EN 11 AFBEELDINGEN</h2> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/publogo.gif" alt= +"Uitgeverslogo Martinus Nijhoff: Alles Komt Teregt." width="124" +height="122"></div> + +<h2 class="docImprint">’S-GRAVENHAGE<br> + MARTINUS NIJHOFF<br> + 1920 <span class="pagenum">[<a id="pbxxviitoc" href= +"#pbxxviitoc">XXVII</a>]</span></h2> +</div> + +<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">INHOUD.</h2> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#voor">VOORBERICHT</a> ... <span class="tocPagenum"> +XXIX</span></li> + +<li><a href="#afk">Gebruikte afkortingen</a> ... <span class= +"tocPagenum">XXXI</span></li> + +<li><a href="#inl">INLEIDING</a> ... <span class="tocPagenum"> +1</span></li> + +<li><a href="#jour">JOURNAAL</a> ... <span class="tocPagenum"> +1</span></li> + +<li><a href="#bij">BIJLAGEN:</a> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#b.i">I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen</a> +... <span class="tocPagenum">77</span></li> + +<li><a href="#b.ii">II. Berichten over de in vrijheid gestelde +schipbreukelingen</a> ... <span class="tocPagenum">88</span></li> + +<li><a href="#b.iii">III. Gegevens betreffende schepen:</a> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#b.iii.a">A. Het jacht de Sperwer</a> ... <span class= +"tocPagenum">95</span></li> + +<li><a href="#b.iii.b">B. Het jacht Ouwerkerk</a> ... <span class= +"tocPagenum">101</span></li> + +<li><a href="#b.iii.c">C. Het quelpaert de Brack</a> ... <span class= +"tocPagenum">104</span></li> + +<li><a href="#b.iii.d">D. Het schip de Hond</a> ... <span class= +"tocPagenum">112</span></li> +</ol> +</li> + +<li><a href="#b.iv">IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt +van Corea</a> ... <span class="tocPagenum">114</span></li> + +<li><a href="#b.v">V. Personalia:</a> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#b.v.a">A. Nicolaas Verburg</a> ... <span class= +"tocPagenum">118</span></li> + +<li><a href="#b.v.b">B. Cornelis Caesar</a> ... <span class= +"tocPagenum">121</span></li> + +<li><a href="#b.v.c">C. Iquan</a> ... <span class="tocPagenum"> +123</span></li> + +<li><a href="#b.v.d">D. Martinus Martini</a> ... <span class= +"tocPagenum">129</span></li> +</ol> +</li> + +<li><a href="#b.vi">VI. Berichten over de komeet A<sup>o</sup> +1664–65</a> ... <span class="tocPagenum">131</span></li> +</ol> +</li> + +<li><a href="#bibl">BIBLIOGRAPHIE</a> ... <span class="tocPagenum"> +139</span></li> + +<li><a href="#lit">GERAADPLEEGDE LITERATUUR</a> ... <span class= +"tocPagenum">149</span></li> + +<li><a href="#index">BLADWIJZER</a> ... <span class="tocPagenum"> +157</span></li> +</ol> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">PLATEN:</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#ms1">Facsimile van de eerste bladzijde van het HS</a> ... +<span class="tocPagenum">tegenover den titel</span></li> + +<li><a href="#ms2">Facsimile van een gedeelte van het HS</a> ... <span +class="tocPagenum">XXVII</span></li> + +<li><a href="#map">Kaart van de tochten van Hamel</a> ... <span class= +"tocPagenum">achterin</span></li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pbxxixpre" href= +"#pbxxixpre">XXIX</a>]</span></div> +</div> + +<div id="voor" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">VOORBERICHT.</h2> + +<p>Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende +van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan is +geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het door +Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, +opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk te +hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van +1653–1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft +bij landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef +ruim twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen +aanschouwing en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit +geheimzinnige rijk en zijne bewoners.</p> + +<p>Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, +kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar verteller +was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat hij en zijne +lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de +Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van +Hamel’s “Journaal” de aandacht op het werk van dezen +landgenoot te vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij +daarom op aan een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden +eer hij tot de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het +toeval, dat ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de +aanrakingen van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij +weldra mogelijk was eene bewerking van Hamel’s Journaal, waarbij +gebruik is gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en +bevestigen, ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. +Waarom de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal +uit de “Inleiding” duidelijk worden; de overneming van de +blijkbaar oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen +uitgaaf van het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.</p> + +<p>Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen, +<span class="pagenum">[<a id="pbxxxpre" href= +"#pbxxxpre">XXX</a>]</span>dat de lijst te breed is uitgevallen voor de +schilderij door Hamel nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan +bijzonderheden welke niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en +zijne kameraden, noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die +bijzonderheden op zich zelf wetenswaard mogen worden +genoemd—gelijk mij toescheen—zal er vrede mede kunnen +hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats is gegeven op grond +van de uitspraak: “Men mag in werken als die van de +Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden.”</p> + +<p>Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben +drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op +mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l’Honoré Naber gaf +blijk van zijne belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. +C.P. Burger Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de +“Bibliographie” voor zijne rekening te nemen en de +Secretaris, de Heer W. Nijhoff, heeft de verschijning van dit werkje +met zorgzame hand geleid. Gaarne zeg ik mede dank aan den Heer W.C. +Muller, Adjunct-Secretaris van het Koninklijk Instituut voor de Taal-, +Land- en Volkenkunde van Ned.-Indië, wiens kunde en +hulpvaardigheid mij van groot nut zijn geweest.</p> + +<p>Moge deze uitgaaf van Hamel’s “Journaal” er toe +leiden dat het aandeel van Nederlanders in de “ontdekking” +van Korea, opnieuw bekend wordt en belangstelling vindt.</p> + +<p>Den Haag, 1920. B.H. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiafk" href= +"#pbxxxiafk">XXXI</a>]</span></p> +</div> + +<div id="afk" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">GEBRUIKTE AFKORTINGEN.</h2> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dagr. Bat.</td> +<td valign="top">Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant +passerende daer ter plaetse als over geheel Nederlandts India.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dagr. Jap.</td> +<td valign="top">Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de +Compagnie in Japan, eerst te Firando en later te Nagasaki.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Res.</td> +<td valign="top">Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van +Indië.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Gen. Miss.</td> +<td valign="top">Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering +aan Heeren XVII.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Patr. Miss.</td> +<td valign="top">Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de +Indische Regeering.</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pbiii" href= +"#pbiii">III</a>]</span></p> +</div> + +<div id="inl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">INLEIDING.</h2> + +<p>Van de schepen welke in de 17<sup>e</sup> eeuw hebben behoord tot de +navale macht der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend +geworden en gebleven als het jacht “de Sperwer”. Vaartuigen +der Compagnie bleken zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de +gevaarlijke wateren van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den +kring van belanghebbenden nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht +in 1653, op zijne reis van Formosa naar Japan, de haven van bestemming +niet bereikte. Het waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige +geredde opvarenden, gedurende een verblijf van dertien jaren in +onbekende streken, welke op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en +het verhaal van hun wedervaren mag ook thans nog op belangstelling +aanspraak maken, omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare +inlichtingen van ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen +ter tijde, en nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en +zich verre hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee +eeuwen lang in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk +Korea, was te danken aan een schipbreukeling van het jacht “de +Sperwer”.</p> + +<hr class="tb"> +<p>In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de +benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa<a +class="noteref" id="xd0e407src" href="#xd0e407">1</a>, ter vervanging +van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg<a class="noteref" id= +"xd0e448src" href="#xd0e448">2</a>, <span class="pagenum">[<a id="pbiv" +href="#pbiv">IV</a>]</span>die zijn ontslag had gevraagd en op wiens +aanblijven blijkbaar ook geen prijs werd gesteld<a class="noteref" id= +"xd0e459src" href="#xd0e459">3</a>. Er was reden om voor het Bestuur +van dit “costelijck pant”, van dit Gouvernement +“<span lang="nl-1600">van overgroote importantie”, een +Compagnie’s dienaar uit te kiezen van “bijzondere +wijsheijt, discretie ende cloeckheijt</span>”<a class="noteref" +id="xd0e471src" href="#xd0e471">4</a>.</p> + +<p>Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche +kolonisten het vlek Provintien<a class="noteref" id="xd0e482src" href= +"#xd0e482">5</a> afgeloopen en acht der onzen vermoord, <span class= +"pagenum">[<a id="pbv" href="#pbv">V</a>]</span>waarop militairen en +inboorlingen waren uitgezonden die, onder het neerleggen van eenige +duizenden Chineezen, in twaalf dagen, de rust herstelden<a class= +"noteref" id="xd0e562src" href="#xd0e562">6</a>. Naar het oordeel van +de Bataviasche Regeering was het verzet der Chineezen eene waarschuwing +dat te hunnen opzichte minder vrijgevigheid moest worden betracht dan +tot nog toe het geval was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden +in de vrijheden waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren<a +class="noteref" id="xd0e571src" href="#xd0e571">7</a>. <span class= +"pagenum">[<a id="pbvi" href="#pbvi">VI</a>]</span></p> + +<p>Geschillen tusschen “<span lang="nl-1600">Compagnie’s +principale ministers in kercke ende politie</span>”<a class= +"noteref" id="xd0e591src" href="#xd0e591">8</a> hadden aanleiding +gegeven tot verdeeldheid en het ontstaan van partijschappen. Door +overplaatsingen hieraan een einde te maken, liet de dienst der +Compagnie niet toe en om te verhoeden dat de slechte verstandhouding +tusschen bestuurders en predikanten de belangen der Compagnie zou +schaden, kwam het noodig voor het gezag te leggen in handen van iemand +van “<span lang="nl-1600">meer dan gewone +authoriteijt</span>”.</p> + +<p>Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen +“<span lang="nl-1600">de sone van den grooten mandarijn +Equan</span>”<a class="noteref" id="xd0e623src" href= +"#xd0e623">9</a>, d.i. Koksinga, die van plan zou wezen om als hij den +strijd op en om het vaste land van Zuid-China tegen de opdringende +Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, zich meester te maken +van onze nederzetting op het eiland Formosa en <span class="pagenum"> +[<a id="pbvii" href="#pbvii">VII</a>]</span>zich daar met zijn aanhang +te vestigen<a class="noteref" id="xd0e633src" href="#xd0e633">10</a>. +Na weinige jaren heeft de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen +van die zijde niet ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in +1652 Compagnie’s bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was +voorbij gedreven. In 1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag +over dat eiland voorgoed een einde te maken.</p> + +<p>Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche +Regeering van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa +gekozen de Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, “<span +lang="nl-1600">die de Taijouanse gewesten vóór desen +lange jaren bijgewoont</span>” had<a class="noteref" id= +"xd0e654src" href="#xd0e654">11</a>. Deze nam de benoeming aan en +maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel Reniersz +den 18<sup>en</sup> Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de +voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal +Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen<a class="noteref" id= +"xd0e669src" href="#xd0e669">12</a>.</p> + +<p>Alsnu werd besloten “<span lang="nl-1600">tot het Taijouanse +Gouvernement te qualificeeren en te gebruijcken</span>” den Extra +Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar<a class="noteref" id= +"xd0e677src" href="#xd0e677">13</a> wien werd “<span lang= +"nl-1600">opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als +Gouverneur sich... te vervoegen</span>”<a class="noteref" id= +"xd0e689src" href="#xd0e689">14</a>.</p> + +<p>Den 16<sup>en</sup> Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal +Maetsuijker een “<span lang="nl-1600">vrolijck +scheijdmael</span>”<a class="noteref" id="xd0e709src" href= +"#xd0e709">15</a> aan ter eere van den op vertrekken staanden +Gouverneur Caesar, die den 18<sup>en</sup> Juni, vergezeld van zijne +<span class="pagenum">[<a id="pbviii" href= +"#pbviii">VIII</a>]</span>familie, van de reede van Batavia onder zeil +ging<a class="noteref" id="xd0e738src" href="#xd0e738">16</a>. Voor +zijn transport was aangewezen het jacht “de Sperwer”<a +class="noteref" id="xd0e756src" href="#xd0e756">17</a>. Aanvankelijk +was dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van “<span lang= +"nl-1600">de eerste besendinge</span>” naar Taijoan; het was +echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te laten overgaan dat uit +het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef en “<span lang= +"nl-1600">het moeson al hoog begon te verloopen</span>”, werd +besloten om in de behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te +voorzien en aan “de Sperwer” “<span lang= +"nl-1600">zijn affscheijt te geven</span>”<a class="noteref" id= +"xd0e771src" href="#xd0e771">18</a>.</p> + +<p>Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie’s dienaar is +“de Sperwer” misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de +Ed. Heer Joan Cunaeus “Raad Ordinaris van India en expres +Ambassadeur aan den Grootmogenden Coninck van Persia” had, twee +jaren te voren, aan boord van dit jacht de reis ondernomen<a class= +"noteref" id="xd0e788src" href="#xd0e788">19</a>. <span class= +"pagenum">[<a id="pbix" href="#pbix">IX</a>]</span></p> + +<p>Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa +niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den +16<sup>en</sup> Juli 1653 te Taijoan aan<a class="noteref" id= +"xd0e808src" href="#xd0e808">20</a>, zoodat het fortuinlijker was dan +het fluitschip “de Smient”, dat kort te voren (27 Mei) als +behoorende tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar +Taijoan was uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord<a class= +"noteref" id="xd0e814src" href="#xd0e814">21</a>.</p> + +<p>Lang heeft “de Sperwer” niet te Taijoan gelegen; na +zijne lading te hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben +ingenomen, lichtte schipper Reijnier Egberts den 29<sup>en</sup> Juli +1653 het anker voor de reis naar Nagasaki<a class="noteref" id= +"xd0e825src" href="#xd0e825">22</a>. Toen het jacht daar niet kwam +opdagen en geen enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd +vernomen, lag de veronderstelling voor de hand dat het met man en muis +was vergaan in den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, +zoodat de Compagnie het verlies van dit hechte schip met zijne lading +had te boeken en het “costelijck volck”, sterk 64 koppen, +was omgekomen.</p> + +<p>Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op +het hart te drukken om “wel te letten op de moussons en de +schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt +groote onheijlen voortcomen,”<a class="noteref" id="xd0e839src" +href="#xd0e839">23</a> maar het belang van den handel, “de +Bruijdt daer omme gedanst werd”<a class="noteref" id="xd0e848src" +href="#xd0e848">24</a>, zal niet altijd hebben toegelaten zich aan dit +voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo +veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig +hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was. +<span class="pagenum">[<a id="pbx" href="#pbx">X</a>]</span></p> + +<p>Al noemden zij het verlies van “de Sperwer” een zware +slag voor de Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland +konden daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers<a +class="noteref" id="xd0e854src" href="#xd0e854">25</a>, bleven de +winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende eeuw zoo +aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden hadden +dankbaar gestemd te wezen<a class="noteref" id="xd0e857src" href= +"#xd0e857">26</a>.</p> + +<hr class="tb"> +<p>De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden<a +class="noteref" id="xd0e866src" href="#xd0e866">27</a>, zullen van het +vergaan van het jacht “de Sperwer” tenauwernood kennis +hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht toen +de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki<a class="noteref" id= +"xd0e869src" href="#xd0e869">28</a> in het begin van September 1666 in +opschudding werd gebracht door het gerucht dat eenige vreemd uitgedoste +Europeanen met een eigenaardig vaartuig op een van de Goto eilanden<a +class="noteref" id="xd0e872src" href="#xd0e872">29</a> waren +aangekomen. Hoe zullen zij zich hebben verbaasd en verblijd toen +weinige dagen later (14 September 1666) dit gerucht werd bevestigd en +een achttal schipbreukelingen van “de Sperwer” in hun +kwartier werden gebracht. In het eentonige leven der op het eilandje +Decima<a class="noteref" id="xd0e877src" href="#xd0e877">30</a> als het +ware opgesloten Nederlanders<a class="noteref" id="xd0e891src" href= +"#xd0e891">31</a> <span class="pagenum">[<a id="pbxi" href= +"#pbxi">XI</a>]</span>zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de +verhalen welke deze acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden +opdisschen, waren bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en +het luisteren tot een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen +van een Oostersch land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe +geen enkele Europeaan was doorgedrongen en met welks bevolking zij +daarentegen dertien jaren lang in nagenoeg volle vrijheid hadden +verkeerd; het verhaal van het leven dat zij en hunne kameraden daar +hadden geleid, eerst op het eiland waar zij aan wal waren gesmeten en +daarna op het vasteland van Korea, zal door hunne toehoorders met +spanning zijn gevolgd en aan dezen menige vraag in den mond hebben +gegeven welke eveneens opkomt bij het lezen van het te boek gestelde +verslag, maar het antwoord waarop ons blijft onthouden; het relaas van +hunne wederwaardigheden, van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van +hunne ontmoeting met een landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een +kwart eeuw vóór hen in Korea was gestrand, zal een diepen +indruk hebben gemaakt.</p> + +<p>Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat +hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het <span +class="pagenum">[<a id="pbxii" href="#pbxii">XII</a>]</span>vaderland +en in Indië was voorgevallen sedert “de Sperwer” van +Batavia was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki +gehouden Dagregister<a class="noteref" id="xd0e903src" href= +"#xd0e903">32</a> en het ambtelijke bericht aan de Regeering te +Batavia<a class="noteref" id="xd0e909src" href="#xd0e909">33</a> +getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft +gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, +zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo +aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog +niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op den +terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld zullen +zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip aan boord +waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij hadden +echter gerekend buiten de Japansche “precisiteyt”<a class= +"noteref" id="xd0e915src" href="#xd0e915">34</a>.</p> + +<p>Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, +was hun een verhoor afgenomen<a class="noteref" id="xd0e920src" href= +"#xd0e920">35</a> dat aan de rijksregeering te Jedo werd gezonden ter +verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten<a class="noteref" +id="xd0e943src" href="#xd0e943">36</a>; het gevolg van dezen +ambtelijken omslag was dat zij nog een vol jaar tot de bewoners van +Decima bleven behooren. In plaats van den 23<sup>en</sup> October 1666 +met de “Espérance” naar Batavia te zeilen, konden de +teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen nastaren; <span +class="pagenum">[<a id="pbxiii" href="#pbxiii">XIII</a>]</span>de +vereischte vergunning was uitgebleven<a class="noteref" id="xd0e961src" +href="#xd0e961">37</a> en hoewel de vertegenwoordiger der Compagnie +mondeling en schriftelijk daar om bleef aanhouden<a class="noteref" id= +"xd0e974src" href="#xd0e974">38</a>, kwam eerst den 22<sup>en</sup> +October van het volgende jaar (1667) de licentie af welke aan hunne +tweede gevangenschap een einde maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden +dag zich in te schepen op de zeilree liggende “Spreeuw”<a +class="noteref" id="xd0e985src" href="#xd0e985">39</a>, waarmede zij +den 28<sup>en</sup> November 1667 ten langen leste te Batavia +aankwamen<a class="noteref" id="xd0e996src" href="#xd0e996">40</a>.</p> + +<p>Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner—de boekhouder +Hendrik Hamel bleef voorloopig in Indië<a class="noteref" id= +"xd0e1001src" href="#xd0e1001">41</a>—de reis naar het vaderland +ook met “de Spreeuw” hebben voortgezet. Naar het heet<a +class="noteref" id="xd0e1009src" href="#xd0e1009">42</a>, zijn zij den +20<sup>sten</sup> Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens +het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het +schip “Amerongen”—dat 24 December 1667, alzoo een +week vroeger dan “de Spreeuw”, van Batavia was +uitgezeild—op 20 Juli 1668 “ons wel en behouden +toegecomen”<a class="noteref" id="xd0e1015src" href= +"#xd0e1015">43</a>, maar in de toevallig bewaard gebleven monsterrol +<span class="pagenum">[<a id="pbxiv" href="#pbxiv">XIV</a>]</span>voor +deze reis van “Amerongen”<a class="noteref" id= +"xd0e1041src" href="#xd0e1041">44</a>, komen de zeven schipbreukelingen +van “de Sperwer” niet voor onder de 73 gegageerden noch +onder de “ongegageerde coppen”. Daarentegen wordt elders +vermeld dat “de Spreeuw” den 20<sup>sten</sup> Juli 1668 +“in dese landen arriveerde”<a class="noteref" id= +"xd0e1047src" href="#xd0e1047">45</a>, hetwelk—naar Heeren XVII +schreven—den 15<sup>en</sup> dier maand zou hebben plaats gehad. +Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard door aan te nemen dat +“de Spreeuw” den 15<sup>en</sup> Juli in Texel of in het +Vlie ten anker is gegaan en den 20<sup>en</sup> d.a.v. in de haven van +bestemming—Amsterdam—zal zijn aangekomen.</p> + +<p>De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te +veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht +zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen zij +deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben +verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.</p> + +<p>Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen +behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens +komst te Batavia in het laatst van 1666<a class="noteref" id= +"xd0e1083src" href="#xd0e1083">46</a>, zal vruchteloos zijn gebleven. +Wanneer toch een Compagnie’s schip verloren ging, hield de gage +der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers zoodra +zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel<a +class="noteref" id="xd0e1091src" href="#xd0e1091">47</a>, op grond +waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook <span class="pagenum"> +[<a id="pbxv" href="#pbxv">XV</a>]</span>nul op het rekest kregen toen +zij bij hunne verschijning in den Raad van Indië op 2 December +1667 het verzoek deden tot uitbetaling van gage voor den duur van hun +verblijf in Korea. Hun werd alleen gage toegekend, gerekend van den dag +waarop zij in de loge te Nagasaki waren aangebracht; voor een paar +hunner werd de vroeger genoten gage met luttele guldens verhoogd voor +de thuisreis, maar verder ging de goedgeefschheid der Bataviasche +Regeering niet<a class="noteref" id="xd0e1098src" href= +"#xd0e1098">48</a>.</p> + +<p>In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren +XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak +maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen +“uit commiseratie” werd eene “gratuiteyt” ten +bedrage van ƒ 1530 onder hen verdeeld<a class="noteref" id= +"xd0e1108src" href="#xd0e1108">49</a>.</p> + +<hr class="tb"> +<p>De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten +daar acht kameraden van “de Sperwer” achter, voor wier +verlossing onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem +Daniel Six, de hulp inriepen van de Japansche Regeering<a class= +"noteref" id="xd0e1120src" href="#xd0e1120">50</a>. De betrekkingen +welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio van +het Japansche eiland Tsusima<a class="noteref" id="xd0e1126src" href= +"#xd0e1126">51</a>, maakten zulk een “pieus officie”<a +class="noteref" id="xd0e1134src" href="#xd0e1134">52</a> mogelijk; ook +heeft de Japansche Regeering misschien van de verschijning van een +Koreaansch gezantschap aan het hof te Jedo gebruik kunnen maken om op +de vrijlating der Nederlandsche gevangenen aan te dringen—in elk +geval hebben de achtergebleven schipbreukelingen aan de bemoeiingen van +de Japansche Regeering te danken gehad dat <span class="pagenum">[<a +id="pbxvi" href="#pbxvi">XVI</a>]</span>zij door de Koreanen zijn in +vrijheid gesteld<a class="noteref" id="xd0e1144src" href= +"#xd0e1144">53</a> en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op +hun tocht naar Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke +zeereis, den 16<sup>en</sup> September 1668 bij de onzen te recht +kwamen<a class="noteref" id="xd0e1159src" href="#xd0e1159">54</a>. Van +den achtsten, den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke +stukken gezegd dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee +jaren te voren, was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas +Witsen—die het kon weten—dat hij er de voorkeur aan heeft +gegeven in het land der vreemdelingschap te blijven: “Hij was +aldaer getrouwt en gaf voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na +een Christen of Nederlander geleek”<a class="noteref" id= +"xd0e1167src" href="#xd0e1167">55</a>.</p> + +<p>De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een +paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen +dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan het +Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat de +Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, werd +aangehouden<a class="noteref" id="xd0e1180src" href="#xd0e1180">56</a>. +<span class="pagenum">[<a id="pbxvii" href= +"#pbxvii">XVII</a>]</span></p> + +<p>Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te +Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in +dat rijk<a class="noteref" id="xd0e1203src" href="#xd0e1203">57</a>, +kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om Japan te +verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door ons +Opperhoofd geplaatst aan boord van de “Nieuwpoort”<a class= +"noteref" id="xd0e1211src" href="#xd0e1211">58</a>, die den +27<sup>en</sup> October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over +Coromandel naar Batavia te varen. “Door toeval” ging het +plan niet door om hen bij Poeloe Timon te laten overgaan op de +“Buijenskerke”, die te gelijker tijd van Nagasaki +rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge zullen zij eerst den +8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen<a class="noteref" id= +"xd0e1222src" href="#xd0e1222">59</a>, terwijl de +“Buijenskerke” hen daar al den 30<sup>en</sup> November +1668 zou hebben gebracht<a class="noteref" id="xd0e1228src" href= +"#xd0e1228">60</a>.</p> + +<p>Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde +schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet +vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven +boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch +verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om, +gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van +hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel +als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De +uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet te +worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 was +vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept<a class= +"noteref" id="xd0e1233src" href="#xd0e1233">61</a>. Hunne verlossing +uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs minder opzien gebaard dan +die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in het vergeetboek geraakt dat +de schrijver van een standaardwerk over Korea, waarin een geheel +hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche bannelingen, heeft gemeend +dat omtrent hun lot nooit iets bekend is geworden<a class="noteref" id= +"xd0e1241src" href="#xd0e1241">62</a>. <span class="pagenum">[<a id= +"pbxviii" href="#pbxviii">XVIII</a>]</span></p> + +<p>Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar +en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen +zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke +zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands +omgang hebben gehad<a class="noteref" id="xd0e1263src" href= +"#xd0e1263">63</a>. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer blondharige +landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel <span class= +"pagenum">[<a id="pbxix" href="#pbxix">XIX</a>]</span>en zijne makkers +heeft geen indruk achtergelaten<a class="noteref" id="xd0e1273src" +href="#xd0e1273">64</a>, het tegenwoordige geslacht hoorde er uit den +mond van Westerlingen voor het eerst van<a class="noteref" id= +"xd0e1281src" href="#xd0e1281">65</a>.</p> + +<p>Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden—zooals wij +hierna zullen zien—twee van de geredde opvarenden van “de +Sperwer” nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, +aan wien zij mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens +ééne uitzondering, hebben de overigen geen bekend spoor +nagelaten.</p> + +<p>Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid +verworven dat zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. +Zijn gedwongen verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de +boekhouder van “de Sperwer”, Hendrik Hamel van Gorkum, zich +ten nutte gemaakt door van het wedervaren van hem en zijne lotgenooten +een relaas op te stellen en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land +en volk van Korea was bijgebleven.</p> + +<p>Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia +de onderscheiding te beurt gevallen “in Rade” te mogen +verschijnen<a class="noteref" id="xd0e1293src" href="#xd0e1293">66</a>, +in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11<sup>en</sup> dier +maand nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal “aan +Haer Ed<sup>e</sup> overgelevert” heeft<a class="noteref" id= +"xd0e1307src" href="#xd0e1307">67</a>. Op dien datum heeft de Raad van +<span class="pagenum">[<a id="pbxx" href= +"#pbxx">XX</a>]</span>Indië niet vergaderd, maar Hamel kan +andermaal op het Kasteel zijn ontboden omdat de Gouverneur Generaal uit +zijn mond bijzonderheden wilde hooren over zijn verblijf in Korea of +omdat de Directeur Generaal wenschte te vernemen hoe hij dacht over de +kansen voor den handel met dit rijk. Hamel’s Journaal dat, +volgens de aangehaalde aanteekening in het Dagregister, was +“leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met “de +Spreeuw”] ontvangen”, was toen ter Generale Secretarije +beschikbaar en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te +geven het aan “Haer Edele”, d.i. aan Gouverneur Generaal en +Raden, aan te bieden. Ook is het niet onwaarschijnlijk dat de +aanbieding heeft plaats gehad in de hiervoor vermelde vergadering der +Regeering op 2 December en dat de Dagregisterhouder, de Eerste Klerk +ter Generale Secretarije Camphuijs, dit eerst den II<sup>en</sup> dier +maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam<a class="noteref" id= +"xd0e1341src" href="#xd0e1341">68</a>.</p> + +<p>Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit +geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den +20<sup>en</sup> Juli 1668, in het vaderland aankwamen, en door hen kort +daarna aan Heeren XVII ter inzage gegeven<a class="noteref" id= +"xd0e1349src" href="#xd0e1349">69</a>, waarna de tekst in handen zal +zijn gekomen van uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede +Hamel’s relaas zou worden ontvangen, niet hebben overschat, +blijkt uit de verschijning hier te lande van zes verschillende +uitgaven, waarvan ten minste drie al in het jaar 1668. Bovendien zijn +in het buitenland weldra ook vertalingen als afzonderlijke werkjes in +het licht gegeven of later opgenomen in verzamelingen van +reisverhalen<a class="noteref" id="xd0e1357src" href= +"#xd0e1357">70</a>, en voor hen die sedert over Korea hebben +geschreven, bleven Hamel’s berichten aangaande dit rijk, zijne +bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs de eenige +van zuiver westersche herkomst.</p> + +<p>De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens +hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie +“aen de Kaisaren van Japan”<a class="noteref" id= +"xd0e1365src" href="#xd0e1365">71</a>. In het laatste gedeelte van zijn +<span class="pagenum">[<a id="pbxxi" href="#pbxxi">XXI</a>]</span>werk, +heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van “de +Sperwer” en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige +bladzijden te wijden<a class="noteref" id="xd0e1370src" href= +"#xd0e1370">72</a>; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt +hij evenwel en al noemt hij Hamel—dat deze een Journaal heeft +opgesteld, heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel +blijkbaar dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is +gebruikt.</p> + +<p>Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet +versmaad in zijn werk “Noord en Oost Tartarye” partij te +trekken van hetgeen over Korea door Hamel’s Journaal bekend of +bevestigd was geworden. In den eersten druk—die in 1692 is +gereedgekomen maar niet in den handel is gebracht<a class="noteref" id= +"xd0e1375src" href="#xd0e1375">73</a>—beroept hij zich een enkele +maal op “de Hollanders die op Korea gevangen zijn geweest” +en toont hij van hun schipbreuk en gevangenschap op Quelpaerts-eiland +en het vasteland, op de hoogte te zijn; zelfs geeft hij een paar +bijzonderheden ten beste welke nergens elders worden aangetroffen en +doen vermoeden dat hij met geredde schipbreukelingen in aanraking is +geweest. Evenwel spreekt hij niet over hen, noemt hen zelfs niet en +rept evenmin van een Journaal.</p> + +<p>In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 +verschenen<a class="noteref" id="xd0e1383src" href="#xd0e1383">74</a>, +zijn Witsen’s berichten over Korea veel uitvoeriger geworden. Ook +nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft kunnen overnemen +uit de “Reisbeschrijvinge der Nederlanders die in Korea gevangen +gezeten hadden”—zooals Hamel’s Journaal wordt +omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt +gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1389src" href= +"#xd0e1389">75</a>—maar thans haalt hij ettelijke malen +uitdrukkelijk als zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, +den onderbarbier Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus +Klerk van Rotterdam, die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. +Vooral Meester Eibokken’s mededeelingen heeft Witsen terecht als +aanwinsten beschouwd.</p> + +<p>Dat Witsen het Journaal van Hamel—wiens naam hij nergens +noemt—heeft gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit +hetgeen <span class="pagenum">[<a id="pbxxii" href= +"#pbxxii">XXII</a>]</span>over Korea in zijn werk voorkomt en bovendien +uit eene vergissing welke hij begaat. In den eersten druk van +“Noord en Oost Tartarye” verduidelijkt hij de ligging van +het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met de marginale +aanteekening: “Nu Moese of Quelperts eiland”, terwijl hij +op een andere plaats spreekt van: “Quelpaerts-eiland, Moese by +d’ inwoonders genoemt.” Ook in den tweeden druk herhaalt +hij dat de inlanders zelf dit eiland <i>Moese</i> noemen<a class= +"noteref" id="xd0e1399src" href="#xd0e1399">76</a>. Vergelijkt men hu +hiermede de plaats in Hamel’s Journaal: “’s middags +gecomen in een stadt gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id= +"xd0e1405src" href="#xd0e1405">77</a>, sijnde de residentieplaats van +den Gouverneur van ’t eijland bij haar Mocxo genaemt<a class= +"noteref" id="xd0e1408src" href="#xd0e1408">78</a>”—waarvan +uitgevers hebben gemaakt: “bij haer genaemt Moese”<a class= +"noteref" id="xd0e1414src" href="#xd0e1414">79</a>—dan is het +duidelijk dat Witsen’s bron is geweest een gedrukt Journaal van +Hamel en dat hij het Koreaansche woord voor den gouverneurstitel<a +class="noteref" id="xd0e1417src" href="#xd0e1417">80</a> heeft gelezen +alsof het eiland zelf daarmede was aangeduid.</p> + +<p>De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen +op eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke +samenvoegingen zijn ontstaan als deze: “De dorpen zijn daer te +lande ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en +veracht”<a class="noteref" id="xd0e1433src" href= +"#xd0e1433">81</a>.</p> + +<p>Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel’s +Journaal diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening +hebben gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes +bestemd waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke <span +class="pagenum">[<a id="pbxxiii" href="#pbxxiii">XXIII</a>]</span>hun +doelmatig voorkwamen. Zoo heeft de een<a class="noteref" id= +"xd0e1445src" href="#xd0e1445">82</a> den tekst gesplitst in twee op +zich zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den +schipbreukelingen is wedervaren en de beschrijving van Korea; een +ander<a class="noteref" id="xd0e1448src" href="#xd0e1448">83</a> heeft +die beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij +een paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een +derde<a class="noteref" id="xd0e1451src" href="#xd0e1451">84</a> eene +uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in Korea niet +voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave zonder plaatjes +eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan het Mataramsche hof +in de plaats stelde<a class="noteref" id="xd0e1454src" href= +"#xd0e1454">85</a>. Bovendien verschillen de gedrukte teksten zoowel +onderling als van den onzen, soms op—naar onze +opvatting—niet onbelangrijke plaatsen.</p> + +<p>Van Hamel’s gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene +Fransche vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna +het nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling +op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en +bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan +de vaderlandsche uitgevers van Hamel’s tekst te wijten zijn, +waaraan de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden +van eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk +een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen +begane fouten te verbreiden<a class="noteref" id="xd0e1462src" href= +"#xd0e1462">86</a>, soms ook te vermeerderen<a class="noteref" id= +"xd0e1471src" href="#xd0e1471">87</a>, zoodat tot nog toe aan +Hamel’s arbeid geen recht is gedaan, zijn Journaal niet is bekend +gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld.</p> + +<p>Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxiv" href="#pbxxiv">XXIV</a>]</span></p> + +<p>In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van +Hamel’s Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans +niet aanwezig<a class="noteref" id="xd0e1485src" href= +"#xd0e1485">88</a>; waar het “verbaal” is gebleven dat +Heeren XVII in 1668 in handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit +de nog bestaande dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van +Compagnie’s Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het +bestaan van dit Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft +Hamel zelf ook een exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst +hier te lande; om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, +zouden gegevens ten dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert +zijn terugkeer in het vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is +vruchteloos gebleven.</p> + +<p>Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen +Rijksarchief te ’s Gravenhage het exemplaar van Hamel’s +Journaal bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan +de Kamer Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht +in het “Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de +respective quartieren van Indien, overgecomen p<sup>r</sup> de schepen +’t Wapen van Hoorn, Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, +Cattenburgh, Amerongen, Wassende Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den +18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij respective in Tessel en ’t Vlie +gearriv<sup>t</sup>. Vierde Boek A<sup>o</sup> 1668”, en wordt in +het eveneens in dat deel voorkomende “Register der ontfangene +brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23<sup>en</sup> +desselven maende voor de Camer Amsterdam”, vermeld als volgt: +“Japan. Dagregister gehouden bij de gesalveerde personen van +’t verongelukt Jagt de Sperwer van ’t gepasseerde en hun +wedervaren in ’t rijck van Coree, sedert den 18<sup>en</sup> +Augustij 1653 tot den 14 September 1666.”</p> + +<p>Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is +samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs +verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend<a class= +"noteref" id="xd0e1507src" href="#xd0e1507">89</a> en soortgelijke +relazen als Hamel’s Journaal worden herhaaldelijk zonder +handteekening noch dagteekening onder de Compagnie’s papieren +aangetroffen. <span class="pagenum">[<a id="pbxxv" href= +"#pbxxv">XXV</a>]</span>Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal +als van “den bouck houder” en nergens laat hij uitkomen dat +hij er de samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel +ook de aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn +auteurschap nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het +aannemelijk, zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne +kameraden zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal—naar het +voorkomt—de ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de +samenstelling van het Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij +weten, ook nooit aan een ander is toegeschreven.</p> + +<p>Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift is, +dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen +vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die +copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.</p> + +<p>Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of +daarentegen het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de +aanteekening in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen +aan de Indische Regeering heeft aangeboden?</p> + +<p>Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.</p> + +<p>Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie’s Opperhoofd te +Nagasaki, zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed +aan het opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt +gezinspeeld in de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 +October 1666)<a class="noteref" id="xd0e1523src" href= +"#xd0e1523">90</a> en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben +laten afschrijven door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging +dat vóór het vertrek van Compagnie’s schepen in het +jaar 1667 de vergunning zou afkomen op grond waarvan de +schipbreukelingen van “de Sperwer” Japan zouden mogen +verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig hebben +afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk den datum +“van de comste van den nieuwen gouverneur” en dien waarop +het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen de +datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan de +Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand gesteld +aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor die Regeering +bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht aan den +Gouverneur Generaal en de Raden <span class="pagenum">[<a id="pbxxvi" +href="#pbxxvi">XXVI</a>]</span>van Indië afkomstig wezen, welke +met eene andere hand is geschreven dan de tekst<a class="noteref" id= +"xd0e1533src" href="#xd0e1533">91</a>.</p> + +<p>Neemt men aan dat hetgeen onder <i>1667</i> in ons Journaal wordt +gemeld, door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van +Japan naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, +dat—behoudens de zooeven genoemde opdracht—van het begin +tot het einde met dezelfde hand is geschreven, een eigenhandig stuk van +Hamel te wezen, hetgeen echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op +de daarin aangebrachte verbeteringen van sommige verschrijvingen +waaraan de auteur zelf zich niet zal hebben schuldig gemaakt.</p> + +<p>Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden +exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, maar +dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije vervaardigd +<i>afschrift</i> voor de Kamer Amsterdam—waardoor de gelijkheid +van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt +verklaard—dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te +Batavia oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en +Raden van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.</p> + +<div id="ms2" class="figure"><img border="0" src="images/ms2.gif" alt= +"Pagina uit het oorspronkelijke manuscript." width="720" height="380"> +</div> + +<p>Dat Hamel zelf—waarschijnlijk reeds te Nagasaki—ons +archiefstuk heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd +verloopen sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het +leven waren gekomen, is namelijk eerst geschreven: “19 à +20 jaren” hetgeen is veranderd in “17 à 18 +jaren”, gelijk duidelijk zichtbaar is<a class="noteref" id= +"xd0e1556src" href="#xd0e1556">92</a>. Deze nieuwe lezing—welke +eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte Journalen welke wij in +handen hebben gehad—moet door Hamel zelf of op zijne aanwijzing +zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke van zijn Journaal +waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst valt hier +niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor dat Hamel +in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt afschrift +van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de oorspronkelijke +exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst door zijne +kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de verbeterde lezing +zal hebben opgenomen. Waarom <span class="pagenum">[<a id="pbxxvii" +href="#pbxxvii">XXVII</a>]</span>zou hij hebben nagelaten dan tevens +den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, ook bij +dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel’s +medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben +gekregen.</p> + +<p>Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan +ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden en +vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het eerst +Hamel’s Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld en +ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord zijn +uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel’s +makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen +in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd en +enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen enkel +ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, door den +Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij hunne +aankomst te Nagasaki.</p> + +<p>Ofschoon Hamel’s Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en +vertaald, is het—volgens Tiele—nooit recht populair +geworden omdat er te weinig over gruweldaden in voorkwam<a class= +"noteref" id="xd0e1568src" href="#xd0e1568">93</a>. Naar den smaak van +Hamel’s tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en +misschien zou het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de +Koreanen had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd +en zijn Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke +beurtelings weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer +hadden gewekt. Wat ons in Hamel’s Journaal bekoort, is +daarentegen juist zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling +welke aan hem en zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel +gevallen van een oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij +heeft weergegeven wat zij gedurende hunne ballingschap hebben +ondervonden en opgemerkt; de stempel van oprechtheid welke zijn relaas +kenmerkt.</p> + +<p>Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid en +als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders heeft +voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek dat +<span class="pagenum">[<a id="pbxxviii" href= +"#pbxxviii">XXVIII</a>]</span>hem alleen slordigheid kan worden ten +laste gelegd. Zoo laat hij in het verhaal van de ontmoeting met den +lang te voren in Korea gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen +zeggen dat hij “a<sup>o</sup> 1627 met het jacht Ouwerkerck naer +Japan gaende door contrarie wind op de Cust van Corea +vervallen”<a class="noteref" id="xd0e1583src" href= +"#xd0e1583">94</a> was, terwijl vaststaat dat dit schip toen niet in +die streken is geweest<a class="noteref" id="xd0e1589src" href= +"#xd0e1589">95</a>. Uit hetgeen te Nagasaki is aangeteekend in het daar +gehouden dagregister<a class="noteref" id="xd0e1597src" href= +"#xd0e1597">96</a>, blijkt evenwel dat de schipbreukelingen van +“de Sperwer” bij hunne verschijning aldaar de toedracht van +Weltevree’s komst in Korea volkomen juist hebben verteld, zoodat +mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan een onnauwkeurigheid +heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van de vragen der Japansche +autoriteiten en toen hij later Weltevree’s avontuur te boek heeft +gesteld.</p> + +<p>De juistheid van Tiele’s opmerking dat Hamel’s arbeid +niet wetenschappelijk is<a class="noteref" id="xd0e1607src" href= +"#xd0e1607">97</a>, kan grifweg worden toegegeven. Kon anders worden +verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd naar +Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam +was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche +omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met +ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog de +vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats van een +scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet groot dat +hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van een onopgesmukt +verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige beschrijving van land +en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke verhandeling zou hebben +geleverd? Van den wetenschappelijken zin van vaderlandsche geleerden +die in dien tijd over oostersche landen schreven, krijgt men echter +geen hoogen dunk als men heeft kennis gemaakt met de werken van +Montanus en Witsen en in de gelegenheid is geweest de toen in zwang +zijnde naschrijverij op te merken. Hamel was ten minste <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxix" href= +"#pbxxix">XXIX</a>]</span>oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht<a +class="noteref" id="xd0e1623src" href="#xd0e1623">98</a>, hetgeen ons +vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden neergeschreven +dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen dat hij ons +omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer bijzonderheden +had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij voor zich heeft +gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp zou zijn aangerekend +of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo verzwijgt hij dat de +schipbreukelingen—van wie sommigen misschien al in het vaderland +waren getrouwd—hebben verkeerd met de dochteren des lands en in +Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten<a class="noteref" id= +"xd0e1631src" href="#xd0e1631">99</a>, hetgeen mede verklaart waarom +het eerste zevental bij hun terugkeer in het vaderland zich dadelijk +bereid hebben getoond om deel te nemen aan een tocht welke het +aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea tot doel zoude hebben<a +class="noteref" id="xd0e1643src" href="#xd0e1643">100</a>. Ook is niet +duidelijk hoe zij gedurende hun ballingschap in hun onderhoud hebben +voorzien. De indruk wordt gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn +geweest aan bittere armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat +hen in staat stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en +later om tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de +zijnen wisten te ontvluchten. “Dit volk ... zeide van het +offervlees meest geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben”<a +class="noteref" id="xd0e1651src" href="#xd0e1651">101</a> verklaart +Witsen, maar deze—waarschijnlijk van Meester Eibokken +afkomstige—inlichting is even weinig bevredigend als hetgeen uit +Hamel’s verhaal valt op te maken.</p> + +<p>Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben gemaakt +van aanteekeningen? Na de stranding van “de Sperwer” konden +de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, maar +zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze <span +class="pagenum">[<a id="pbxxx" href="#pbxxx">XXX</a>]</span>boeken, +waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel +teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en heeft +hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals een +welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel +gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over +gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel +uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven, +maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen +nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en +ondervonden aan anderen mede te deelen<a class="noteref" id= +"xd0e1666src" href="#xd0e1666">102</a>.</p> + +<p>Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te +stellen van de lotgevallen van de schipbreukelingen van “de +Sperwer”, eerst bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te +Nagasaki moest wachten op zijne verlossing en dat hij zich bij dien +arbeid uitsluitend heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de +herinneringen van zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel’s tijd +is al erkend dat zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd +waren met hetgeen toen daarover bekend was uit de geschriften van +anderen<a class="noteref" id="xd0e1676src" href="#xd0e1676">103</a>; de +juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken<a class= +"noteref" id="xd0e1688src" href="#xd0e1688">104</a> en onze indruk van +zijne <span class="pagenum">[<a id="pbxxxi" href= +"#pbxxxi">XXXI</a>]</span>betrouwbaarheid is versterkt doordat wij die +berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren, +elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor de +overige op zijn woord te gelooven.</p> + +<p>Hetgeen hij vertelt omtrent “den ommeganck van die natie ende +gelegentheijt van ’t land”, behoeven wij evenwel niet +voetstoots aan te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn +politieke invloed in de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe +eilanden, Birma en Nepal, hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere +beschaving naar die landen is afgestraald, zijne instellingen in die +rijken tot voorbeeld zijn genomen en zijne volksgebruiken daar de +oorspronkelijke vaak hebben verdrongen of gewijzigd<a class="noteref" +id="xd0e1711src" href="#xd0e1711">105</a>. Die inwerking van het +Chineesche rijk op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel +zich in Korea ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne +beschrijving de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea +duidelijk valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een +maatstaf voor de beoordeeling van Hamel’s betrouwbaarheid en +nauwkeurigheid, daar voor de kennis van de toestanden in China in +vroeger tijd talrijke gegevens ten dienste staan.</p> + +<p>De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel’s vlucht, +heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den +conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar +maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst +tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten voor +vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd om +hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken met +wat Hamel <span class="pagenum">[<a id="pbxxxii" href= +"#pbxxxii">XXXII</a>]</span>heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk +voor Hamel uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd +maar paste nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen +later—een afdoend bewijs van Korea’s conservatisme en +tevens een prachtig getuigenis voor Hamel’s geloofwaardigheid<a +class="noteref" id="xd0e1741src" href="#xd0e1741">106</a>.</p> + +<p>Hamel’s Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis +van land en volk van Korea<a class="noteref" id="xd0e1760src" href= +"#xd0e1760">107</a> en men mocht verwachten dat zij die in lateren tijd +een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne beschrijving +zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor dat twee +schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken<a class= +"noteref" id="xd0e1774src" href="#xd0e1774">108</a> hem zelfs niet +noemen en één hunner aan de zooveel later in Korea +gekomen<a class="noteref" id="xd0e1782src" href="#xd0e1782">109</a> +katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft van <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxxiii" href="#pbxxxiii">XXXIII</a>]</span>de +eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf aldaar zich +vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken daar te +lande<a class="noteref" id="xd0e1800src" href="#xd0e1800">110</a>.</p> + +<p>De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, +zijn voor Korea’s zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben +tot uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting +had op te brengen (A<sup>o</sup> 1369)<a class="noteref" id= +"xd0e1813src" href="#xd0e1813">111</a> en dat de Japanners zich +nestelden in de havenplaats Poesan—door Westerlingen, in +navolging van de Japanners, Foesan genoemd—aan de Oostkust van +Korea (A<sup>o</sup> 1592)<a class="noteref" id="xd0e1824src" href= +"#xd0e1824">112</a>.</p> + +<p>In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of +Manchoe’s en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in +en latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den +oorlog<a class="noteref" id="xd0e1834src" href="#xd0e1834">113</a>, met +het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag met deze +vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd nageleefd, deden +de Manchoe’s in 1637 een zegevierenden inval in zijn +land—waarbij Weltevree’s beide kameraden het leven +lieten—en dwongen den Koning om vrede te vragen, die hem werd +toegestaan op voorwaarden welker zachtheid de Koreanen hebben erkend +door de oprichting van een gedenkzuil<a class="noteref" id= +"xd0e1840src" href="#xd0e1840">114</a>, en waardoor de Manchoe +heerscher <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiv" href= +"#pbxxxiv">XXXIV</a>]</span>in de plaats trad van den Keizer van China +als suzerein van Korea<a class="noteref" id="xd0e1855src" href= +"#xd0e1855">115</a>.</p> + +<p>Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen<a class="noteref" id= +"xd0e1865src" href="#xd0e1865">116</a>, zond Korea geregeld +gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding vinden +gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1876src" href="#xd0e1876">117</a> en +waarover Compagnie’s vertegenwoordigers aldaar herhaaldelijk +hebben bericht<a class="noteref" id="xd0e1899src" href= +"#xd0e1899">118</a>, maar welke aan Hamel en de zijnen onbekend +schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in hun tijd nog +niet waren afgeschaft<a class="noteref" id="xd0e1905src" href= +"#xd0e1905">119</a>. Zij hebben wel geweten dat de Japanners <span +class="pagenum">[<a id="pbxxxv" href="#pbxxxv">XXXV</a>]</span>te +Foesan een loge hadden, van eenige—trouwens hun +verboden—aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in +Hamel’s Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die +zoo afdoende weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen +bericht aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen +toekomen.</p> + +<p>Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart +hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer met +vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen voor hun +land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor oogen hebben +gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar de verschijning van +Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking tot het Christendom te +bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot ernstige troebelen. +Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier vermomming werd ontdekt of +verraden, werden gemarteld en gedood; schipbreukelingen daarentegen +werden met zachtheid behandeld doch in het land gehouden. Aan vele +katholieke zendelingen heeft hun geloofsijver het leven gekost en wat +er op stond als eene poging van schipbreukelingen om het land te +ontvluchten, mislukte, hebben eenigen van de bemanning van “de +Sperwer” aan den lijve gevoeld.</p> + +<p>De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van +waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners +in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio +van het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit +handelsmonopolie ten goede kwamen<a class="noteref" id="xd0e1928src" +href="#xd0e1928">120</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxvi" href= +"#pbxxxvi">XXXVI</a>]</span></p> + +<p>Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien +handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te +krijgen.</p> + +<p>Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met +hunne galjotten en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en +met de bewoners van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen +onderhouden. Sedert de eerste helft der 16<sup>e</sup> eeuw bezochten +zij Japan (1542)<a class="noteref" id="xd0e1939src" href= +"#xd0e1939">121</a> waar zij van het naburige rijk Korea zullen hebben +gehoord; de van Portugeesche zeevaarders en zendelingen afkomstige +inlichtingen welke Linschoten in zijn Reisgeschrift (1595) heeft +medegedeeld<a class="noteref" id="xd0e1942src" href= +"#xd0e1942">122</a>, zullen de eerste berichten zijn geweest welke +kooplieden en reeders in ons vaderland omtrent het bestaan van het rijk +Korea hebben vernomen.</p> + +<p>Toen ingevolge het besluit van “de Breede Raden op ’t +schip den Rooden Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van +Firando”<a class="noteref" id="xd0e1955src" href= +"#xd0e1955">123</a> (20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd +en Opper-coopman was opgetreden<a class="noteref" id="xd0e1978src" +href="#xd0e1978">124</a>, ging deze er weldra toe over (Maart 1610) +<span class="pagenum">[<a id="pbxxxvii" href= +"#pbxxxvii">XXXVII</a>]</span>om een zijner assistenten met eene lading +peper voor Korea naar het eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds +peper daar misschien geen gewild artikel<a class="noteref" id= +"xd0e1988src" href="#xd0e1988">125</a>, en zou tin eerder aftrek hebben +gevonden<a class="noteref" id="xd0e2018src" href="#xd0e2018">126</a>, +doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te +bieden, zouden “de strenge wetten des lants” en het +eigenbelang van den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel +hebben belet. Ook het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 +December 1610<a class="noteref" id="xd0e2027src" href= +"#xd0e2027">127</a> gedaan op “den groot-magtigsten Keizer en +Koning van Japan” ter verkrijging van den handel op Korea door +diens faveur en hulp, moest om die redenen vruchteloos blijven; onze +“small entrance into Corea”, waarvan sprake is in een +Engelsch bericht van eenige jaren later<a class="noteref" id= +"xd0e2033src" href="#xd0e2033">128</a>, zal onbeduidend <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxxviii" href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>]</span>zijn +geweest en is niet van eenige beteekenis geworden. Onze Engelsche +mededingers waren trouwens niet fortuinlijker<a class="noteref" id= +"xd0e2043src" href="#xd0e2043">129</a>.</p> + +<p>Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn +geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in +andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin +verandering te brengen. Het “ontdecken van Corea”<a class= +"noteref" id="xd0e2071src" href="#xd0e2071">130</a> moest aanvankelijk +echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor geschikte schepen en +zal later zijn opgegeven op grond van de kennis welke was opgedaan +omtrent de gezindheid der bevolking, waarover misschien meer tot ons +zou zijn doorgedrongen als de journalen waren bewaard gebleven van de +schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen Formosa en Japan in de +vaart zijn geweest. De vijandige houding en het krachtige optreden der +kustwacht toen het schip “de Hond” in 1622 in de wateren +van Korea verzeild geraakte<a class="noteref" id="xd0e2074src" href= +"#xd0e2074">131</a>, moet afschrikkend hebben gewerkt en de bemanning +van de fluit “de Patientie” werd daar in 1648 niet +vriendelijker <span class="pagenum">[<a id="pbxxxix" href= +"#pbxxxix">XXXIX</a>]</span>bejegend<a class="noteref" id="xd0e2081src" +href="#xd0e2081">132</a>. De Compagnie zal er van hebben afgezien hare +schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor het najagen van +zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar Opperhoofd te +Firando op de hem in 1637 gedane vraag<a class="noteref" id= +"xd0e2087src" href="#xd0e2087">133</a> omtrent de kansen van een tocht +naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend dat bij de Bataviasche +Regeering niet de lust kon opkomen zulk een avontuur te wagen. Wat dit +Opperhoofd toen over “de gelegentheijt van Corea” schreef<a +class="noteref" id="xd0e2090src" href="#xd0e2090">134</a>, had hij +blijkbaar vernomen van Japanners en in Japan verblijvende Koreanen; +zijn bericht is—voor zooveel ons bekend is—het oudste dat +over dit <span class="pagenum">[<a id="pbxl" href= +"#pbxl">XL</a>]</span>land in Compagnie’s papieren wordt +aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard<a class="noteref" id= +"xd0e2113src" href="#xd0e2113">135</a>.</p> + +<p>De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook “het +land Corea t’ ontdecken”<a class="noteref" id="xd0e2124src" +href="#xd0e2124">136</a> heeft evenmin tot iets geleid.</p> + +<p>Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental +schipbreukelingen van “de Sperwer”, gaven deze zulk een +gunstige voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen +handel met Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de +Regeering te Batavia hierop te moeten vestigen<a class="noteref" id= +"xd0e2132src" href="#xd0e2132">137</a>. Op den Gouverneur Generaal en +de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van +diezelfde schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een +gansch anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge +verwachting konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met +eene onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in +China en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen +blijken voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen<a class= +"noteref" id="xd0e2140src" href="#xd0e2140">138</a>.</p> + +<p>Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben +ondervonden van <span lang="en">“the call of the +East”</span>; zou de herinnering van het leed en het ongemak dat +hun deel was geweest in het heidensche land, al zijn uitgewischt +geweest of het verlangen naar hunne in Korea achtergelaten vrouwen en +kinderen zoo luid hebben gesproken dat zij over de vooruitzichten van +een tocht naar Korea—waaraan zij zich bereid verklaarden deel te +nemen<a class="noteref" id="xd0e2161src" href= +"#xd0e2161">139</a>—te gunstig hebben geoordeeld?<a class= +"noteref" id="xd0e2169src" href="#xd0e2169">140</a> <span class= +"pagenum">[<a id="pbxli" href="#pbxli">XLI</a>]</span>Eene +teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard gebleven; op grond van +het advies harer vertegenwoordigers in Japan, heeft de Bataviasche +Regeering den avontuurlijken tocht ontraden en Heeren XVII hebben zich +bij haar opvatting neergelegd<a class="noteref" id="xd0e2177src" href= +"#xd0e2177">141</a>; voor goed schijnt van den handel op Korea te zijn +afgezien<a class="noteref" id="xd0e2189src" href="#xd0e2189">142</a>. +Het jacht <i>Corea</i>, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd +gebouwd<a class="noteref" id="xd0e2201src" href="#xd0e2201">143</a>, is +misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het geredde +zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar zij kort +geleden met groot gevaar waren ontvlucht.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Het eiland op welks rotsige kust het jacht “de Sperwer” +te pletter sloeg, was bij de Chineezen in de 7<sup>e</sup> eeuw bekend +onder den naam Tan Lo<a class="noteref" id="xd0e2214src" href= +"#xd0e2214">144</a>, sedert het begin der Ming dynastie +(1368–1644) onder dien van Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens +Europeesche kaarten uit de 17<sup>e</sup> eeuw, destijds onder dien van +Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in die streken, de +Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar een slechten indruk +gekregen en het daarom “Ilha de Ladrones” genoemd<a class= +"noteref" id="xd0e2228src" href="#xd0e2228">145</a>, in plaats waarvan, +sedert Hamel’s Journaal bekend <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlii" href="#pbxlii">XLII</a>]</span>is geworden, de naam +Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen<a class="noteref" id= +"xd0e2243src" href="#xd0e2243">146</a>.</p> + +<p>Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk +van “de Sperwer” heeft die naamgeving niets uit te staan +gehad. Dat Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt<a +class="noteref" id="xd0e2279src" href="#xd0e2279">147</a>, is eene +gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men vindt dat +al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van “de +Sperwer”, van “’t Eijland ’t Quelpaert” +melding wordt gemaakt<a class="noteref" id="xd0e2287src" href= +"#xd0e2287">148</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxliii" href= +"#pbxliii">XLIII</a>]</span></p> + +<p>“Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd”. Zoo +luidt eene aanteekening in een “Register op de resoluties van de +Kamer Amsterdam zeedert 1603 tot 1743”<a class="noteref" id= +"xd0e2327src" href="#xd0e2327">149</a>, waarbij tevens twee resoluties +dier Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft +der 17<sup>e</sup> eeuw in Nederland een type van Compagnie’s +schepen in de vaart was dat “quelpaert” werd genoemd<a +class="noteref" id="xd0e2341src" href="#xd0e2341">150</a>. Dit waren +adviesvaartuigen, van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, +vlugge zeilers en geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De +veronderstelling ligt voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam +aan zulk een schip zal hebben ontleend.</p> + +<p>Inderdaad heeft meer dan één Compagnie’s +“quelpaert” vóór 1648 de wateren van +Oost-Azië bevaren.</p> + +<p>Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan +de Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef “het quel de +Brack”<a class="noteref" id="xd0e2348src" href= +"#xd0e2348">151</a> hadden afgezonden en wenschten te vernemen of +“soodanige quel” de Compagnie op eenige vaarwaters dienstig +zou zijn. Den 17<sup>en</sup> Januari 1640 uitgeloopen, kwam dit schip, +dat nevens de groote schepen welke het vergezelde, zee had gebouwd, den +30<sup>en</sup> Juli d.a.v. behouden te Batavia aan. Het oordeel van de +Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype luidde gunstig; voor den +dienst in Taijoan werd “het quelpaert” zelfs zoo geschikt +geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee of drie vaartuigen +van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII spreken van het +“Quel de Brack” en de Indische Regeering van +“’t Galjot ’t Quelpeert”; elders vinden wij +dezen zelfden bodem <span class="pagenum">[<a id="pbxliv" href= +"#pbxliv">XLIV</a>]</span>ook genoemd: “t’ +Quelpaert”, “t’ Quel”, “’t Galiot +den Brack” en zelfs “t’ Galiot t’ Quelpaert de +Brack”, welke verschillende benaming verklaarbaar wordt door de +omstandigheid dat “soodanige Quel” van ongeveer gelijk type +was als de in Indië beter bekende galjotten en “de +Brack” het eerste schip was van zijne soort dat daar werd gezien +en daarom aanvankelijk als <i>het</i> Quelpaert of Quel zal zijn +aangeduid. Eerst toen meer bodems van deze soort in Indië +verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden en den eigenlijken +naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden (“’t quel de +Brack”, “’t quel de Hasewindt”, “’t +quel de Visscher”).</p> + +<p>Toen “de Brack” op de reede van Batavia ankerde, was de +belegering van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te +pas kwam. In plaats van naar Taijoan, werd “het Quelpaert” +dadelijk na aankomst naar Malaka gezonden<a class="noteref" id= +"xd0e2369src" href="#xd0e2369">152</a>, waarheen het in den loop van +1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15<sup>en</sup> Mei 1641 +zette het koers naar Formosa, waar het den 21<sup>en</sup> Juni d.a.v. +aankwam.</p> + +<p>Was het mogelijk geweest “het Quelpaert” de bestemming +te laten volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, +dan had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de +gedwongen verplaatsing van hare factorij van Firando naar +Nagasaki—welke alleen uit een handelsoogpunt beschouwd, +nauwelijks nadeelig was te noemen<a class="noteref" id="xd0e2386src" +href="#xd0e2386">153</a>—ondervond de Compagnie door +verschillende plagerijen dat op de komst van hare schepen met kostbare +ladingen, in Japan niet langer zooveel prijs werd gesteld als zij +gewend was. Hare winsten liepen ernstig gevaar en het scheen dat de +Japansche machthebbers zelfs in den zin hadden de Compagnie er toe te +brengen uit eigen beweging haren handel op hun land te staken. In de +hoop verbetering in den staat van de negotie te verkrijgen door de +vertooning van een <span class="pagenum">[<a id="pbxlv" href= +"#pbxlv">XLV</a>]</span>indertijd aan Jacques Specx verleenden pas<a +class="noteref" id="xd0e2394src" href="#xd0e2394">154</a>—die ter +Generale Secretarije te Batavia onder de Compagnie’s papieren was +teruggevonden—besloot de Bataviasche Regeering dit document naar +Taijoan en van daar met “het Quelpaert” naar Japan te laten +overbrengen. Toen evenwel de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 +met dit staatsstuk te Taijoan aankwam, had “het Quelpaert” +kort te voren zijn gaffel gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat +het fluitschip “de Saijer” in zijn plaats werd aangewezen +om den oppercoopman Cornelis Caesar over te voeren, aan wien de +bezorging van den pas werd opgedragen.</p> + +<p>Eerst in het volgende jaar (1642) kwam “het Quelpaert” +aan de beurt om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.</p> + +<p>Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor +de Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan (1624)<a class="noteref" id="xd0e2407src" href= +"#xd0e2407">155</a> zich feitelijk de souvereiniteit over het geheele +eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog toe slechts gezag uit +over het zuidelijke deel daarvan, in de streek waar zij zich had +gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet kunnen beletten dat +de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden genesteld ter +bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao en Japan<a +class="noteref" id="xd0e2410src" href="#xd0e2410">156</a>, en zoolang +de daar opgerichte Spaansche versterking <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlvi" href="#pbxlvi">XLVI</a>]</span>Kelang<a class="noteref" id= +"xd0e2441src" href="#xd0e2441">157</a> in handen van den erfvijand +bleef, kon de Compagnie haar doel, den alleenhandel met China, niet +hopen te bereiken<a class="noteref" id="xd0e2452src" href= +"#xd0e2452">158</a>.</p> + +<p>Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de +Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven<a class="noteref" +id="xd0e2460src" href="#xd0e2460">159</a>. In hun eigen land hadden de +Japansche Regenten de aanhangers van het roomsche geloof te vuur en te +zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de kans af te snijden dat van +Noord-Formosa priesters en geloovigen van de gehate <span class= +"pagenum">[<a id="pbxlvii" href="#pbxlvii">XLVII</a>]</span>sekte Japan +zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk zijn voorgekomen dat aan +de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland een einde kwam. Werden +dezen verjaagd door de Hollanders, die toch ook Christenen en daarom +verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige Japansche Regeering +hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van den kant der Compagnie +de overbrenging van roomsche zendelingen niet zou worden +vergemakkelijkt.</p> + +<p>De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te +weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de +aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland<a +class="noteref" id="xd0e2473src" href="#xd0e2473">160</a>. Door die te +bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding te vinden voor het +gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit Japan<a class="noteref" +id="xd0e2476src" href="#xd0e2476">161</a> en voor de hooge uitgaven +welke het bestuur op Formosa vereischte<a class="noteref" id= +"xd0e2479src" href="#xd0e2479">162</a>. Dat zij niet van zins was +rekening te houden met rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak +voor de Regeering te Batavia van zelf<a class="noteref" id= +"xd0e2482src" href="#xd0e2482">163</a>. <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlviii" href="#pbxlviii">XLVIII</a>]</span></p> + +<p>Toen tot de uitvoering van “het desseijn op ’t +noordeijnde van Formosa” was overgegaan<a class="noteref" id= +"xd0e2502src" href="#xd0e2502">164</a> en den 7<sup>en</sup> September +1642 de aangename tijding dat de onzen zich den 26<sup>en</sup> +Augustus van de sterkte Kelang hadden meester gemaakt, te Taijoan werd +aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit zoo spoedig mogelijk aan +de Japansche Regeering te berichten<a class="noteref" id="xd0e2532src" +href="#xd0e2532">165</a>. Als adviesvaartuig, was het “Quel de +Bracq” bijzonder geschikt voor die taak en daar het “wel +beseijlt ende rustich gemandt” was kon het—al was het wat +laat in het jaar—in den betrekkelijk korten tijd van eene maand +Japan bereiken. Den 11<sup>en</sup> September van Taijoan onder zeil +gegaan, liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den +29<sup>en</sup> dier maand van daar vertrokken, kwam het 7 November +behouden te Taijoan terug. <span class="pagenum">[<a id="pbxlix" href= +"#pbxlix">XLIX</a>]</span></p> + +<p>De berichten aangaande deze reis van het “Quelpaert de +Brack” zijn betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd +dat op weg naar of van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat +een onbekend eiland is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan +eene vijandige ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend +in het Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan “de +Patientie” op de Kust van Korea is overkomen<a class="noteref" +id="xd0e2547src" href="#xd0e2547">166</a> en het Opperhoofd Jan van +Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite +waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks +betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie tot +Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat “het Quelpaert”, +misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere +belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt<a +class="noteref" id="xd0e2553src" href="#xd0e2553">167</a>. Intusschen +is het mogelijk dat “het Quelpaert” op de terugreis van +Japan naar Taijoan—toen het slecht weer heeft getroffen—uit +den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet +genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in +zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding +ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, +die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het +eiland door “het Quelpaert” vermeld, zullen hebben +gevestigd,<a class="noteref" id="xd0e2561src" href="#xd0e2561">168</a> +waardoor gaandeweg de naam “Quelpaerts-eiland” bij onze +zeevaarders bekend zal zijn geraakt<a class="noteref" id="xd0e2570src" +href="#xd0e2570">169</a>; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart <span +class="pagenum">[<a id="pbl" href="#pbl">L</a>]</span>waarop het +Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, is die van Joan +Blaeu van 1687<a class="noteref" id="xd0e2580src" href= +"#xd0e2580">170</a>.</p> + +<p>Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven—gelijk algemeen +wordt aangenomen—dan kan uit de ons bekende gegevens alleen +worden afgeleid dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van +“het Quelpaert de Bracq” naar Japan in 1642. Noch +daarvóór noch daarna is dit “quelpaert” in de +wateren van Korea geweest en evenmin was dit het geval met de beide +andere vaartuigen van deze soort, “de Hasewind” en +“de Visscher”. Voor zooveel uit de bewaard gebleven +berichten kan worden nagegaan, zijn deze beide +“quelpaerden”, wanneer die na 1642 en vóór +1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden met smaldeelen +welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, kruisten op +Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit gebruikt noch +verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.</p> + +<p>Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen +moeten wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te +hebben met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te +eeniger tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch +waarnaar wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd +welke rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen<a class="noteref" id= +"xd0e2590src" href="#xd0e2590">171</a>.</p> + +<p>De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam +“quelpaert” wellicht, evenals “galjot”, van +Portugeesche afkomst is en of misschien een ongeval aan een dergelijk +Portugeesch vaartuig op zijn tocht van Macao naar Japan overkomen, voor +Portugeesche zeevarenden de aanleiding is geweest om het Koreaansche +Ilha de Ladrones—onder welken naam ook andere Oostersche eilanden +bekend stonden—voortaan nauwkeuriger aan te duiden als: +“het Quelpaerts-eiland”. Zou ook het woord +“quelpaard” misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? +Evenals “luipaard” is ontstaan uit “leo” en +“pardus”, zou “quelpaard” kunnen zijn gevormd +naar “quelpardus”, eene samenstelling <span class= +"pagenum">[<a id="pbli" href="#pbli">LI</a>]</span>van +“pardus” en “quelly” of “quel”, +eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van luipaard.<a class= +"noteref" id="xd0e2602src" href="#xd0e2602">172</a></p> + +<p>Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die +kennis kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote +bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen hij +zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik Hamel +bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij op 36 +jaar oud te wezen<a class="noteref" id="xd0e2611src" href= +"#xd0e2611">173</a>, zoodat mag worden aangenomen dat hij in 1630 is +geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie’s +Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 met +de “Vogel Struijs” in Indië was gekomen,<a class= +"noteref" id="xd0e2617src" href="#xd0e2617">174</a>, welk schip den +6<sup>en</sup> November 1650 uit het Land-diep van Texel is +uitgevaren<a class="noteref" id="xd0e2628src" href="#xd0e2628">175</a> +en den 4<sup>en</sup> Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker +kwam<a class="noteref" id="xd0e2634src" href="#xd0e2634">176</a>.</p> + +<p>Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek +stond, wil nog niet zeggen “dat hij in een berooiden toestand +Europa verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere +Gouverneur Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als +lichtmatroos en tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den +toenmaligen Landvoogd, oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht +dat zijn naam alleen op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije +passage te bezorgen”<a class="noteref" id="xd0e2639src" href= +"#xd0e2639">177</a>. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in +Indië gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als +“soldaat aan de pen”, kort daarna eene bevordering tot +assistent en vervolgens tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne +aanvangsgage van ƒ 11 p<sup>r</sup> maand—waarop zijn +medepassagier van de “Vogel Struijs”, de bosschieter Jan +Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond<a class="noteref" id= +"xd0e2645src" href="#xd0e2645">178</a>—tot ƒ 30 +p<sup>r</sup> maand werd verhoogd. <span class="pagenum">[<a id="pblii" +href="#pblii">LII</a>]</span></p> + +<p>Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia +is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, toen +hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland was +aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het licht +gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734, +waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn +opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: “Hendrik Hamel is +naar Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te +rijsen, is door een orcaan schipbreuk leijdende op ’t Eijland +Corea gesmeten en aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een +boot naar Japan en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede +maal naar Indië en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch +vrijer zijnde den 12 febr. 1692”. Te zelfder plaats staat vermeld +dat hij is geboren uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha +Verhaar, dochter van Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, +zoomede dat het geslacht Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op +een goud veld<a class="noteref" id="xd0e2659src" href= +"#xd0e2659">179</a>.</p> + +<p>Komt Hamel’s relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, +onder de oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust +ontwaken om door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans +beschikbaar zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te +leeren kennen<a class="noteref" id="xd0e2664src" href= +"#xd0e2664">180</a>.</p> + +<p>Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen zijn +bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de +aanwezigheid <span class="pagenum">[<a id="pbliii" href= +"#pbliii">LIII</a>]</span>der schipbreukelingen van “de +Sperwer” zijn opgesteld, zal aan hetgeen thans omtrent hun +verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk veel wetenswaardigs kunnen +worden toegevoegd<a class="noteref" id="xd0e2697src" href= +"#xd0e2697">181</a>. Wij wagen de verwachting uit te spreken dat deze +uitgaaf van Hamel’s Journaal opnieuw de aandacht zal vestigen op +de eerste Europeesche bezoekers van Korea en dat dientengevolge in het +Verre Oosten aan hun wedervaren eene zelfde belangstelling zal worden +gewijd als is te beurt gevallen aan den eersten Engelschman +die—als opvarende van een Hollandsch schip—in Japan is +aangeland<a class="noteref" id="xd0e2708src" href="#xd0e2708">182</a>. +Op de belangstelling van de tegenwoordige heerschers in Korea hebben +Hendrik Hamel en zijne lotgenooten zeker even goede aanspraken als +William Adams.</p> + +<p>De thans uitgegeven tekst van Hamel’s Journaal en de +ongedrukte stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is +gebruik gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal +Archief, eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te ’s +Gravenhage. Wie in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons +koloniaal verleden, wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom +dien zij bevat maar ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard +door het ontbreken van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door +ambtelijke hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van +dien inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.</p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e407src" id="xd0e407">1</a></span> Formosa. Zoo werd het eiland +gedoopt door de Portugeezen; bij de Spanjaarden heette het Hermosa; de +Chineesche naam is Tai-oan d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het +Takasago (zie <span class="bibl" lang="en">Papinot, Dictionary of +Japan</span>); in Compagnie’s stukken wordt gesproken van het +“<span lang="nl-1600">Eijlandt Paccam ofte Formosa</span>”, +b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: “<span lang="nl-1600">Tot +ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d’onse op +den 8<sup>en</sup> Martio laestleden, onder t’ beleijt van +d’ opperstierman Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... +ende is bevonden om de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden +10 minuijten, ende om de Zuijdt tot omtrent op de 20½ +graed</span>”. (Verg. Kaart no. <span class="pagenum">[<a id= +"pbivn" href="#pbivn">IV</a>]</span>304 in de verzameling van het Alg. +Rijksarchief). Eveneens op kaarten: “Pakam of Ilha Formosa” +(Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, <span lang="de">Atlas +zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln</span> +X).—“<span lang="nl-1600">Opde Suijdhoek vande Baeij van +Taijoan hadden de onse een fort geleijdt ... de plaetse daer ’t +fort op staet is een sant duijn, ontrent een musquet schoot tegen over +t’ fort leijt een sandt plaet daer ons comptoir ofte logie op +gestaen heeft ...</span>” (<span class="bibl">Dagr. Bat. 9 April +1625, bl. 144</span>). “<span lang="nl-1600">de uijtsteeckende +<i>plaet</i> bij het vastelandt van Formosa, sijnde +Taijouan</span>” (Patr. Miss. 26 April 1650).—Gouvern. +Pieter Nuijts schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: “<span lang= +"nl-1600">de luijden schijnen van Taijouan omdat het een sombere, dorre +ende drooge plaets is een disgoest te hebben</span>”.—Den +14<sup>en</sup> Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: +“<span lang="nl-1600">’t is wel een schoon eijlandt, +gelijck sijne name metbrenght, maer verslint veel menschen +vlees</span>” [door het ongezonde klimaat].</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e448src" id="xd0e448">2</a></span> Zie <a href="#b.v.a.1">Bijlage +V<sub>A</sub>, 1</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e459src" id="xd0e459">3</a></span> Zie <a href="#b.v.a.2">Bijlage +V<sub>A</sub>, 2</a>. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e471src" id="xd0e471">4</a></span> Zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage +V<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e482src" id="xd0e482">5</a></span> Bij resolutie van Gouverneur +Sonck en den Raad van Taijoan dd. 14 Januari 1625 werd besloten +“<span lang="nl-1600">ons van de Sandplaet met alle des +Comp.<sup>es</sup> middelen aen de oversijde (op t’ vastelant van +Isla Formosa) te transporteeren</span>” ... om “<span lang= +"nl-1600">aldaer een volcomen stadt op te rechten.</span>” Tevens +werd aan “<span lang="nl-1600">t’ alreede opgerechte +Casteel</span>” de naam Orangie gegeven en goedgevonden +“<span lang="nl-1600">de Stadt te noemen naer de seven geunieerde +provintien de Provintien</span>”. De Regeering te Batavia gaf +hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers +gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 +“<span lang="nl-1600">dat het Fort ende Stadt in Teijouhan +afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn Zeelandia in plaetse van +Provintien.</span>” (Missive Batavia naar Taijoan, dd. 27 Juni +1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).</p> + +<p class="footnote">Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de +ontworpen stad niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog +duin op de zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de +oostzijde, was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van +“<span lang="nl-1600">’t Quartier ofte de Stad +Zeelandia</span>” droeg” (<span class="bibl">“<span +lang="nl-1600">’t Verwaerloosde Formosa</span>”, bl. 15, +17</span>). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die +reden den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor +op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar +schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering aan +den President Overtwater om “<span lang="nl-1600">de plaetse +Chiaccam op ’t voorlant van Formosa welck voor desen +geprojecteert ende ondernomen is om het beginsel van een stadt daerop +te formeren, ende tot dien eijnde door de Heer Martinus Sonck +sal<sup>er</sup> den <span class="pagenum">[<a id="pbvn" href= +"#pbvn">V</a>]</span>name <i>Provintie</i> gegeven ende sulcx van hier +geapprobeerd was</span>” [en welke Overtwater had herdoopt in +“Hoorn”] “<span lang="nl-1600">sijn vorigen naem van +<i>Provincie</i> weder [te] geven.</span>”</p> + +<p class="footnote">Na het verzet van Chineezen in 1652 werd +“<span lang="nl-1600">om bij revolte ... Taijouan en Provintie +niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen de oversijde in +’t midden van de cruijswech binnen voorn<sup>de</sup>. +Provintie</span>” gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. +Batavia naar Taijoan dd. 26 Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) +welke redout in begin Mei 1661 aan Kosinga werd overgegeven. (Zie +“<span lang="nl-1600">’t Verwaerloosde +Formosa</span>”).</p> + +<p class="footnote">Van “<span lang="nl-1600">het <i>vleck</i> +Provintie</span>” spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh in +zijn “<span lang="nl-1600">Rapport aengaende de gelegentheijt van +Formosa</span>”, Batavia 10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op +de kaart onder no. 305 in de verzameling van het Alg. Rijksarchief +opgenomen, staat vermeld: “<span lang="nl-1600">het <i>vlekje</i> +Provintie</span>”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e562src" id="xd0e562">6</a></span> De uitgetrokken soldaten en +hulpbenden “<span lang="nl-1600">vonden geen grooter troupen als +van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in ’t +suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle +die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om ’t leven +gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen +massacreerden</span>”. ... “<span lang="nl-1600">Soodat +gedurende den oorloch in den tijt van 12 dagen tusschen de 3 à +4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van ’t verghoten +Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese revolte tot +slissinge ende te niet doening is gebracht</span>”. (Gen. Miss. +24 Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te +komen voor 2600 gemassacreerde koppen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e571src" id="xd0e571">7</a></span> Als oorzaak van de revolte werd +aangenomen “<span lang="nl-1600">dat de principaelste Chineese +lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende gesagh traghtende, +off wel door eenigh misnoegen off om al te groote vrijheeden die hun, +om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten zijn, uijt eijgen +movement dit verfoeijelijck ende verraders werck ondernomen hebben; +’t sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge voor ons ende +onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, altijt een +waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen Chinees in +’t seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting te nemen +geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de groote +vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn te +genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij</span>” (Gen. +Miss. 31 Jan. 1653).</p> + +<p class="footnote">Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. +Miss. 30 Jan. 1654) doch kregen weldra een anderen kijk op het +voorgevallene: “<span lang="nl-1600">In UE voorsz. missive van +den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, hebben wij niet sonder +ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen sijn dat de jongste revolte +der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent 3000 van die natie om ’t +leven geraeckt sijn, ten principalen soude veroorsaeckt sijn door de +<span class="pagenum">[<a id="pbvin" href= +"#pbvin">VI</a>]</span>extorsien en gewelten die sij voorgeven hun van +den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde +voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van +onse eijgen Ministers overcomen</span>” (Patr. Miss. 16 April +1655).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e591src" id="xd0e591">8</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de +schriftelijcke deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, +stoute onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken +door de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den +tijt haerer residentie op Formosa gepleegt</span>” (Gouverneur +Verburg aan de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).</p> + +<p class="footnote">“In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders +zeer sterk over den Heer Landvoogd Verburg” (<span class= +"bibl">Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, bl. 89</span>). +Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie Res. +ult<sup>o</sup> Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd +benoemd, en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel +handelt ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia +aan Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: +“<span lang="nl-1600">T valt seer moeielijck en verdrietigh te +hooren de dissentien en onlusten die der telckens voorvallen onder de +Ecclesiasticquen mitsgaders de clachten over derselver onbehoorlijcke +comportementen, usurpatien en geltgierigheijt en dat in alle +residentien van de Compagnie geheel Indien door, en principalijcken op +Formosa</span>” (Patr. Miss. 20 Jan. 1654).—“<span +lang="nl-1600">Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de +Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de +dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen +niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben te +vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de +politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen +sijn</span>” (Patr. Miss. 15 April 1654).—Over “<span +lang="nl-1600">de tusschen den Heer Gouverneur ... ende sijnen Raedt +geresen onlusten</span>” zie Res. 12 April 1651 en Miss. Batavia +naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e623src" id="xd0e623">9</a></span> Voor eenige grootendeels aan +Compagnie’s papieren uit Japan en Taijoan ontleende +bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, zie <a href= +"#b.v.c">Bijlage V<sub>C</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e633src" id="xd0e633">10</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in +Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den +grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar +tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven +heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te +hebben....</span>” (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar +Taijoan 25 Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling +aannemelijk dat de in verzet gekomen Chineezen “<span lang= +"nl-1600">daertoe opgemaeckt sijn door Cochin [Koksinga] de soone van +Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; mitsgaders secours en +assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater Jesuita [<span lang= +"nl-1900">Martinus Martini, over wien zie <a href="#b.v.d">Bijlage +V<sub>D</sub></a></span>] ons aengedient heeft dat op sijn vertreck +uijt China soodanige geruchten daer liepen</span>” (Patr. Miss. +20 Jan. 1654).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e654src" id="xd0e654">11</a></span> Hij werd 1611 te Meurs +geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, weduwe van Pieter Smidt, en +overleed 24 Sept. 1667 als Directeur Generaal. Zie over hem: <span +class="bibl">De Haan, Priangan, I, bl. 216</span>. Voor zijne benoeming +tot Gouverneur van Formosa zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage +V<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e669src" id="xd0e669">12</a></span> Res. 20 Mei 1653.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e677src" id="xd0e677">13</a></span> Zie <a href="#b.v.b.1">Bijlage +V<sub>B</sub>, 1</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e689src" id="xd0e689">14</a></span> Zie <a href="#b.v.b.2">Bijlage +V<sub>B</sub>, 2</a> (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als Gouverneur +van Formosa dd.<sup>o</sup> 18 Junij Anno 1653, is te vinden in Kol. +Archief no. 780.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e709src" id="xd0e709">15</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Aen d’E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van +India die gedestineert is <span class="pagenum">[<a id="pbviiin" href= +"#pbviiin">VIII</a>]</span>om na Taijoan te vertrecken ende aldaer +’t gouvernement van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen +mitsgaders de verdre scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse +van d’Ed. heer generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer +hem de heeren Raden van India ende meest alle de gequalificeerde +Comp<sup>s</sup>. dienaren alhier, nevens hare huijsvrouwen, als andere +genoode gasten, mede laten vinden</span>” (<span class= +"bibl">Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82</span>).—In den namiddag +had plaats “<span lang="nl-1600">de publijcke authorisatie van +d’E Hr. J. van Maetsuijker in ’t generale gouverne van +India</span>”, welke wederom met “een frisschen +dronk” werd bezegeld (<span class="bibl">a. v. bl. +84</span>).—In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het +“<span lang="nl-1600">ordinaire scheijdmaal</span>” voor de +zeilree liggende retourschepen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e738src" id="xd0e738">16</a></span> “Genoemde Heer Cornelis +Caesar is tot becledinghe van sijn opgeleijde chergie met desselfs +familie den 18 Junij laestleden p<sup>r</sup> ’t jacht de Sperwer +uijt Batavia reede naer Taijouan genavigeert, cargasoen +ƒ 64994.17.4” (<span class="bibl">Gen. Miss. 19 Jan. +1654</span>). Vgl. <span class="bibl">Dagr. Bat. 1653, bl. 84</span> en +<a href="#b.iii.a">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e756src" id="xd0e756">17</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de +Taijouanse besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier +overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de +Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is</span>” (Res. +9 Mei 1653).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e771src" id="xd0e771">18</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den +9<sup>en</sup> Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij +geweest, tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot +opgehouden sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die +wij met genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, +ende alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson al +hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te +laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17 +deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van de +Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, te +dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge van het +Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren</span>” (Res. 6 Juni +1653). Zie ook de “Zeijlaas ordre”, <a href="#b.iii.a.2"> +Bijlage III<sub>A</sub>, 2</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e788src" id="xd0e788">19</a></span> Den 15<sup>en</sup> Sept. 1651 +ging de Sperwer van de reede van Batavia onder zeil en kwam <span +class="pagenum">[<a id="pbixn" href="#pbixn">IX</a>]</span>den +12<sup>en</sup> Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van de ambassade, +maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie <span class="bibl"> +Speelman, Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e808src" id="xd0e808">20</a></span> “Naer dat d’ E. +Heer Cornelis Caesar op 16 Julij p<sup>r</sup> ’t jacht de +Sperwer in Taijoan was gearriveert” (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). +Vgl. Bijlage IIIA, 3.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e814src" id="xd0e814">21</a></span> 27 Mei 1653 “vertrecken +van hier directa naer Taijouan de fluijtschepen Trouw, Wittepaert, +Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha Formosa voor d’ eerste +besendinge” (Notitie van de schepen soo die van andere plaetsen +hier gearriveert sijn als die van hier elders vertrocken sijn sedert +4<sup>en</sup> Januarij 1653 tot 31 December daer aen +volgende).—In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: +“een hecht, oock wel beseijlt schip”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e825src" id="xd0e825">22</a></span> “Tot vervolghe van den +Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende 29 Julij vervolgens derwaerts +gesonden het fluijtschip het Wittepaert ende ’t jacht de Sperwer, +te weten ’t Wittepaert geladen met een cargasoen van +ƒ 33803.12.4 en de Sperwer met een d<sup>o</sup> ten bedrage +van ƒ 33819.14.15” (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. <a +href="#b.iii.a.3">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e839src" id="xd0e839">23</a></span> Zie <a href="#b.iii.a.3">Bijl. +III<sub>A</sub>, 3–7</a>, ook voor berichten aangaande den indruk +door het vergaan van de Sperwer gemaakt.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e848src" id="xd0e848">24</a></span> Patr. Miss. 25 Sept. 1642.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e854src" id="xd0e854">25</a></span> Volgens de in het Koloniaal +Archief aanwezige “Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende +Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen en verongelukte +schepen”, loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en verongelukt +27 schepen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e857src" id="xd0e857">26</a></span> <span class="bibl" lang="de"> +O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e866src" id="xd0e866">27</a></span> Wilhelm Volger, Opperhoofd, +Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes de Roij, ondercoopman en Daniel +van Vliet, assistent.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e869src" id="xd0e869">28</a></span> “.... ende naer datse de +naemen der verblijvende Nederlanders, als swarte jongens, welke met de +seven matroosen en een boukhouder (uijt Corre hier aengecomen) een +getal van 29 personen uijtmaecken, opgenomen hadden” (Dagr. +Japan, 19 Oct. 1666).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e872src" id="xd0e872">29</a></span> Vijf eilanden; <span lang= +"en">“a group of islands north-west of Kyushu, belonging to the +province of Hizen” (Papinot, Dictionary).</span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e877src" id="xd0e877">30</a></span> Decima, d. i. Voor-eiland. +“.....comen voorm. scheepen hier voor Schisima offte ’s +Comp<sup>s</sup>. residentieplaats ten ancker” (Dagr. Japan 14 +Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado +(Firando)—zie eene afbeelding van “De Loge op +Firando” in: <span class="bibl">Montanus, Gedenkwaardige +Gesantschappen, bl. 28</span>—maar 11 Mei 1641 werd den onzen +aangezegd “dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in +Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando +opbreecken ende die aldaer transporteren” (Dagr. Japan). De +verhuizing duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het +Opperhoofd Le Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De +“Naamlijst” vermeldt van Le Maire: “1641,den 21 Maij +van Firando naar Decima verhuijst”.Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, +bl. 68). Hier moesten de onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor +de Portugeezen was gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan +François <span class="pagenum">[<a id="pbxin" href= +"#pbxin">XI</a>]</span>Caron den 29<sup>en</sup> Juli 1636 deze +beschrijving gaf: “... gingen het logement ofte gevanckenis der +Portugeesen besichtigen, sijnde een werck ’t welk in de baij van +Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde uijt den water is +opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende 240 voeten breedt, +rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne staen twee regelen +huijsen en een straet in ’t midden, hebbende een brugge omme van +’t lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte daer de +Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, te weten eens +wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als sij weder ’t +scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te mogen setten. +Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde wachtbercken ende +wachthuijsen bewaert werden” (Dagr. Japan).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e891src" id="xd0e891">31</a></span> “Dat geene Hollanders +sonder vragen van ’t Eijlandt en vermochten te gaan. Dat wel +hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen nochte bedelaers op +’t Eijlandt mochten comen”. (Dagr. Japan 19 Aug. +1641).—Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, +Compagnie’s dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de +aanschrijving van Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): “De +onse moeten den Jappanders na de mondt sien en alles om den handel +onbecommert te gauderen, verdragen”; zoomede uit de Instructie +aan het Opperhoofd Nicolaes Couckebacker (ult<sup>o</sup> Mei 1633, +Kol. Arch. no. 759)—Vgl. “Dat hij [nl. Couckebacker] sich +in alle sijnen handel, wandel ende civilen ommeganck zoo +lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een ijder, soowel +groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij de Japanse +natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen +grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, +bemint ende aengenaem sijn mach” (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e903src" id="xd0e903">32</a></span> Bijlage I <i>a</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e909src" id="xd0e909">33</a></span> Bijlage I <i>b</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e915src" id="xd0e915">34</a></span> “Hij [het Opperhoofd +Elseracq] apprehenderende meer en meer de groote precisiteijt van die +natie dewelcke d’ onse involgen moeten omme daer wel te +staen” (Patr. Miss. 26 April 1650).—“hoe nauw wij +hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen door +de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der tolcken +timiditeijt—voortcomende van hare onbequaemheijt—nogal meer +beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele +gebleecken” (Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. +1670).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e920src" id="xd0e920">35</a></span> Zie <a href="#pb65">Journaal, +bl. 65</a> en <a href="#b.i.a">Bijlage I <i>a</i></a>.—Vgl. +“.... Vervolgens getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief +van den Generael ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock +die vanden 9 Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d’antwoort daerop +van’t Opperhoofd Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 +Octob<sup>r</sup>. daeraenvolgende, <i>Noch de vragen doorden +Gouvern<sup>r</sup>. van Nangasacki de 8 persoonen in Corea soo lange +jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, voorgehouden +end’antwoort door deselve daer op gegeven</i>, Item ’t gene +inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet +aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commiss<sup>en</sup>. daer +op gaet hier neffens” (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde +van de heeren Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische +Compagnie deser Landen.....alhier in ’s Gravenhage vergadert +enz., Vrijdag den 29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e943src" id="xd0e943">36</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage I +<i>a</i></a> en <a href="#b.i.b">I <i>b</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e961src" id="xd0e961">37</a></span> Zie <a href="#b.i.b">Bijlage I +<i>b</i></a> en <a href="#b.i.d">I <i>d</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e974src" id="xd0e974">38</a></span> Zie <a href="#b.i.f">Bijlage I +<i>f–h</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e985src" id="xd0e985">39</a></span> Zie <a href="#b.i.i">Bijlage I +<i>i–j</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e996src" id="xd0e996">40</a></span> Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: +“arriveeren hier van Japan de fluijtschepen Spreeuw ende Witte +Leeuw”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1001src" id="xd0e1001">41</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage +I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1009src" id="xd0e1009">42</a></span> “Zijn wij den 28 +December Anno 1667 van Batavia ’t zeijl ghegaen, ende na weijnigh +tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen” (Journaal, +Uitg.-Saagman).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1015src" id="xd0e1015">43</a></span> ... “Sijn ons den +18<sup>en</sup> Maij Godtloff wel en behouden toegecomen de schepen het +Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den 13<sup>en</sup> en +15<sup>en</sup> Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, +’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, +Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>, mitsgaders den 20 en 23 +daaraanvolgende de Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve +maent, Godtloff oock behouden in ’t Vlie gearriveert de schepen +de Wassende Maen, Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen +zijn ons dan geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en +31 December, alle des voorleden jaers 1667” (Patr. Miss. 22 Aug. +1668).</p> + +<p class="footnote">Mei 1668. “Den 18 Meij arriveerden in Tessel +3 Nederl. Retour-Schepen als ’t Wapen van Hoorn en Alphen voor de +Kamer Amsterdam ende Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren +den 6 October 1667 van Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer +noch 8 Retour-Schepen van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen +..., <i>Doe quam op Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van +’t Schip de Sparwer waren gebergt, en ettelijcke sich met een +Bootje aen Japan hadden gesalveert</i>” (Hollantse Mercurius XIX, +1668, bl. 82–83). Dit <i>“advijs”</i> was al, met de +Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1041src" id="xd0e1041">44</a></span> Monsterrol van ’t +Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 (Brieven en papieren overgekomen +voor de Kamer Amsterdam, 1660–1668. Kol. Arch. no. 1153).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1047src" id="xd0e1047">45</a></span> “In dese landen daer +en teghens arriveerden den 15, 16 en 20 Julij de navolgende +retourschepen uijt Oost-Indiën: als de Hollantsche Thuijn, +’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Tijger en +Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge Prins en Amerongen +den 23 December, en ’t Jacht <i>de Spreeuw</i> den 1 Januarij van +Batavia af-geseijlt”. (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, bl. +113).—Den <i>19<sup>en</sup></i> Juli 1668 al berichtte de Kamer +Amsterdam aan de Regeering te Batavia de behouden aankomst van de +Hollantsche Tuijn, ’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, +Outshoorn, de Vrijheijt, de Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>; den +24<sup>en</sup> d.a.v. dat “<i>Amerongen</i> op den <i>20</i> +deses in Tessel wel gearriveert” was. (Particuliere brieven van +de Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1083src" id="xd0e1083">46</a></span> Zie <a href="#b.i.d">Bijlage +I <i>d</i></a>. Dit Rapport was “gedateert den lesten +November” [1666]. (Verbaal Commissarissen ’s Gravenhage van +23 Maart 1668. Kol. Arch. no. 301).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1091src" id="xd0e1091">47</a></span> Artikelbrief van de +Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische Compagnie, dd. 8 Maart 1658. +(N.I. Plakaatboek II, bl. 265, 270). Art. 42: “... sulcks dat een +yeder ’t peryckel sijner Maent-gelden sal loopen op ’t +Schip ende goederen daer hy op vaert, ende dienvolgende ’t selfde +schip met alle syne ingeladen goederen (’t welck Godt verhoede) +<span class="pagenum">[<a id="pbxvn" href= +"#pbxvn">XV</a>]</span>komende te verongelucken, oock alle syne +Maentgelden ... verliesen”. Art. 51: “... Ende sullen de +bedongen Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden +vanden tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert +sullen wesen”.—Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: +“Maentgelden. Van ’t volk van geblevene schepen te betalen +tot den dag van ’t blijven, af 1/# part na gewoonte”. Vgl. +nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de +Zijp).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1098src" id="xd0e1098">48</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage +I <i>k</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1108src" id="xd0e1108">49</a></span> Zie <a href="#b.i.q">Bijlage +I <i>q–r</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1120src" id="xd0e1120">50</a></span> Zie <a href="#b.i">Bijlage +I</a> (bl. 78 en 82).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1126src" id="xd0e1126">51</a></span> <span lang="en">“The +Japanese government had always made use of Tsushima in its +communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed +almost exclusively of retainers of the feudal lord of this +island”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 86</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1134src" id="xd0e1134">52</a></span> Zie <a href="#b.i.n">Bijlage +I <i>n</i></a> (slot).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1144src" id="xd0e1144">53</a></span> “De overgeblevenen +zijn door toedoen van den Keizer van <i>Japan</i>, op verzoek van de +Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand overgelevert, +behoudens een, die aldaer wilde blijven” (<span class= +"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr., I, bl. 53</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1159src" id="xd0e1159">54</a></span> Zie <a href="#b.ii.a"> +Bijlage II <i>a–d</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1167src" id="xd0e1167">55</a></span> <span class="bibl">Witsen, +1<sup>e</sup> dr. II, bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 53</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1180src" id="xd0e1180">56</a></span> “Het jacht Pouleron +bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer afgeraect zijnde heeft den +26 en 27 Julij op de noorderbreedte van omtrent 30 graeden bij de +modderbancq een soo vervaerlijcke storm beloopen dat alle zijn ronthout +except de bezaensmast heeft verlooren, de boechspriet eerst door den +wint achterover int schip gesmeeten zijnde is de fockemast gevolcht en +daegs daeraen oock de groote mast door het vreeselijck slingeren; aen +het Queelp<sup>t</sup>. hebben haer stompen gerecht en zijn zoo, +tusschen d’ Eijlanden van Gotto door, den 13<sup>en</sup> +Aug<sup>o</sup>. goddanck hier binnen gecomen”...... +“Pouleron dat aent Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door +de Eijlanden van Gotto is geboucheert”. (Missive Nagasaki naar +Batavia 19 Oct. 1670).</p> + +<p class="footnote">“d’ eerste joncke van Batavia dit henen +gezeijlt, werden wij bericht dat op Corree is verongeluct en daer van +omtrent 40 Chineesen in Gotto zijn aengecomen en dat d’ andere in +Corree werden aengehouden” (a. v.).</p> + +<p class="footnote">“Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de +joncke van Batavia vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich +volck daer van op Gotto waren aengelant; zedert zijn d’ andere +Chineesen met een opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen +gekomen met noch soodanige geborgene coopmanschappen als bij ’t +joncke boekje blijckt geschat op T<sup>s</sup> 13000 vercoops. Men +secht ons dat dit volck is geweest aen een lant van Corre oft eijland +dat onder Japans gebiet staet. T’ is apparent datse hier weder +sullen equiperen en na Batavia comen” (Missive Nagasaki naar +Batavia primo Nov. 1670).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1203src" id="xd0e1203">57</a></span> Zie <a href="#b.ii.a"> +Bijlage II <i>a</i></a> (slot).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1211src" id="xd0e1211">58</a></span> Zie <a href="#b.ii.c"> +Bijlage II <i>c–d</i></a>, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1222src" id="xd0e1222">59</a></span> Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 +April: “komt de fluijt Nieuwpoort van Coromandel”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1228src" id="xd0e1228">60</a></span> Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 +November: “Des avonds comt de fluijt Buijenskercke van +Japan”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1233src" id="xd0e1233">61</a></span> Zie <a href="#b.ii.i"> +Bijlage II <i>i</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1241src" id="xd0e1241">62</a></span> <span lang="en">Griffis, +Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile (bl. 176): “The +fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was never known. +Perhaps it never will be <span class="pagenum">[<a id="pbxviiin" href= +"#pbxviiin">XVIII</a>]</span>learned, as it is not likely that the +Coreans would take any pains to mark the site of their +graves”.</span>—Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne +bevrijding en terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven +Beschrijvinge van de Oost-Indische Compagnie: “Agt Nederlanders +met een kleijn vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen +en door den Heer van ’t Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, +waren in ’t jaar 1653 op het Quelpaarts eijland met ’t jagt +de Sperwer verongelukt en waar van haar 36 menschen sterk aan Corea +hadden gesalveert. Volgens haar voorgeven zijnse van die van Corea seer +armelijck getracteert, dan na ’t een dan weder na ’t ander +eijland vervoert, Invoegen dat in 13 jaren dat aldaer gesworven hadden, +20 van deselve sijn gestorven en van waar de voorsz. agt met een kleijn +vissers schuijtje sijn gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... +De voorsz. agt Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan +seer naeuw op alles waren ondervraegt, en ’t selve pertinent was +aangeteijckent en na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie +hadden verkregen, sijn van daer mede na Batavia vertrocken”. Over +de “daer nog verbleven” schipbreukelingen, spreekt Van Dam +verder niet.—Vgl.: K. Gützlaff, Reizen langs de kusten van +China, enz., bl. 250: “Meer dan twee eeuwen geleden strandde aan +deze kust een Hollandsch schip; de manschap werd verscheidene jaren +gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en te Amsterdam +zijne lotgevallen bekend maakte”.—<span lang="en">“To +those who hail from Great Britain it is of special interest to know +that one of the unfortunate mariners who did <i>not</i> succeed in +making his escape was “Alexander Bosquet, a Scotchman”. One +wonders if his tomb or those of any of his mates will ever come to +light, as that of Will Adams did in Japan”.</span> (<span class= +"bibl">Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel’s +Journaal in <span lang="en">Transactions Corea Branch</span> R. A. S. +IX, 1918, bl. 94–95</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1263src" id="xd0e1263">63</a></span> <span lang="en">“The +only relics of these unfortunate captives so far discovered have been +two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives knew nothing of +their origin, beyond a vague belief that they were of foreign +manufacture. The figures on them, however, told their own tale of Dutch +farm-life, and the worn rings of the handles bore marks of the constant +usage of years. We may well fancy them to be the last of the household +gods of the shipwrecked Wetteree, who, like Will Adams of Japanese +history, lived and died a captive exile though the honoured guest and +adviser of the king and government. The presence of these captive +Dutchmen in Corea may perhaps explain what must always seem an anomaly +among Asiatic races, namely blue eyes and fair hair. These +peculiarities have been frequently observed by travellers in various +parts of the peninsula, exciting comment and conjecture without, +hitherto, any definite explanation”</span> (<span class="bibl" +lang="en">J. Scott, Stray notes on Corean history etc., Journal China +Branch R.A.S., New Ser. XXVIII, 1893–94, bl. 215</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1273src" id="xd0e1273">64</a></span> <span lang="fr"> +“Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.–3 Oct. +1888] je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais +tout souvenir de sa visite s’est évanoui avec la +génération qui l’a vu”</span> (<span class= +"bibl" lang="fr">Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, +bl. 46</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1281src" id="xd0e1281">65</a></span> Zie <span class="bibl">Dr. +H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1293src" id="xd0e1293">66</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage +I <i>k</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1307src" id="xd0e1307">67</a></span> Dagr. Bat. 1667, 11 +December: “Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder op het jagt de +Sperwer, den 16<sup>en</sup> Augustus 1653 aan een der Corese eylanden, +by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde den +28<sup>en</sup> November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van +gemelte jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft +nu aen haer Ed<sup>e</sup> overgelevert een daghregister <i>van het +gepasseerde sedert dien tyt tot haere aencomste alhier</i>, behelsende +een verhael van ’t verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders +wat ellende en miserie sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat +wyse zy eyndelyck uyt haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte +beschryvinge van het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, +haere justitie, politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, +<i>leggende het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van +Japan ontfangen</i>”.—Aan het slot van een uitg.-Saagman +van Hamel’s Journaal wordt gezegd: “Na eenige dagen +vertrocken wij met een Schip dat daer in Ladinge lagh, na Batavia, daer +wy den 20<sup>e</sup> November wel aen quamen, en by den Generael +ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: <i>wy hebben hem +oock een Journael behandight</i>, en hy ons voorts wel onthaelt +hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het <span class="pagenum">[<a +id="pbxxn" href="#pbxxn">XX</a>]</span>Vaderlandt te vertrecken”, +enz.—Hamel had—gelijk wij aannemen—ons handschrift +aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in de +gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen en +over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. +XXV–XXVI.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1341src" id="xd0e1341">68</a></span> Vgl. de Haan, Priangan II, +bl. 38 (26).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1349src" id="xd0e1349">69</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage +I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1357src" id="xd0e1357">70</a></span> Zie de <a href="#bibl"> +Bibliographie</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1365src" id="xd0e1365">71</a></span> A. Montanus, Gedenkwaerdige +Gesantschappen enz.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1370src" id="xd0e1370">72</a></span> Bl. 429–436.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1375src" id="xd0e1375">73</a></span> Noord en Oost Tartarye +(’t Amsterdam 1692). Zie <span class="bibl">Tiele, Nederlandsche +Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269</span>. Het exemplaar +uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij kunnen +raadplegen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1383src" id="xd0e1383">74</a></span> Noord en Oost Tartarye +(’t Amsterdam 1705). Zie <span class="bibl">Tiele, a.v. bl. +269</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1389src" id="xd0e1389">75</a></span> Dl. I, bl. 148.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1399src" id="xd0e1399">76</a></span> “....de Nederlanders +die op Korea gevangen zijn geweest, verhaelen, dat zy eerst aen +Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen op drie en dertig graden, en +dertig minuten Noorder breette, van de vaste Koreaensche Kust, omtrent +veertien myl, genaemt by de Inwoonders Schesure of Moese” (dl. I, +bl. 150 noot).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1405src" id="xd0e1405">77</a></span> Onder dezen naam is de +hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens vermeld gevonden. Misschien is +Moggan de transcriptie van eene Koreaansche uitdrukking voor de +residentieplaats van een Mok-så of Gouverneur.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1408src" id="xd0e1408">78</a></span> Zie <a href="#pb11"> +Journaal, bl. 11</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1414src" id="xd0e1414">79</a></span> Uitg.-Saagman: +“Moggaen, zijnde de residentieplaets van de Gouverneur van +’t Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,”. Daarentegen in de +uitg.-Stichter en Van Velsen,.....“bij haer genaemt +Moese”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1417src" id="xd0e1417">80</a></span> <span lang="fr"> +“Mok-sa. Mandarin de 1<sup>er</sup> ordre dans les villes +où il y a des satellites pour arrêter les voleurs (le 2e +dans l’ordre civil, le 1<sup>er</sup> au-dessous du +gouverneur)”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. +Cor.-Franç., bl. 244</span>). Moese is de Chineesche uitspraak +van Moksa.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1433src" id="xd0e1433">81</a></span> <span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr., bl. 59</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1445src" id="xd0e1445">82</a></span> Uitg.-Stichter, Rotterdam, +1668.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1448src" id="xd0e1448">83</a></span> Uitg.-van Velsen, Amsterdam, +1668.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1451src" id="xd0e1451">84</a></span> Uitg.-Saagman, +“’t Oprechte Journaal”, Amsterdam, bl. +30–31.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1454src" id="xd0e1454">85</a></span> Zie de <a href="#bibl"> +Bibliographie</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1462src" id="xd0e1462">86</a></span> De tekst van de in +Churchill’s Collection of Voyages and Travels, Vol IV (1732) +opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt in <span class="bibl" lang= +"en">Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 +(1918)</span> alleen met een “Foreword” van den President +Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, die over Hamel’s Journaal +zeer gunstig oordeelt maar de opmerking maakt: <span lang="en"> +“there are points, like his circumstantial account of the +man-eating “crocodils” to be found in Chosen, which sound +rather like a “traveller’s tale”, though it is +possible that such animals may have existed two hundred and fifty years +ago and yet be extinct now”.</span> Hamel gaat echter vrij uit; +over krokodillen komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over +olifanten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1471src" id="xd0e1471">87</a></span> O.a. <span class="bibl" +lang="en">Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: The +Dutchmen in exile;</span> en Idem, <span class="bibl" lang="en">Corea, +without and within (1885)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1485src" id="xd0e1485">88</a></span> Mededeeling van den +Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de Haan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1507src" id="xd0e1507">89</a></span> Zoo diende de oud-Gouverneur +Generaal Hendrik Zwaardecroon een verzoekschrift in aan de Indische +Regeering, zonder dit te teekenen. (Zie <span class="bibl">Indische +Gids, 1917, II, bl. 1539</span>). Ook de rekesten vermeld in Bijdragen +tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel 73, bl. 401, waren +ongeteekend.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1523src" id="xd0e1523">90</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage +I<i>a</i></a> (bl. 78).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1533src" id="xd0e1533">91</a></span> Zie <a href="#ms1">facsimile +tegenover den titel</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1556src" id="xd0e1556">92</a></span> Zie <a href="#ms2"> +facsimile</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1568src" id="xd0e1568">93</a></span> <span lang="fr">“Les +meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce +récit que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu +beaucoup moins populaire”</span> (<span class="bibl" lang= +"fr">Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1583src" id="xd0e1583">94</a></span> Zie <a href="#pb13">bl. +13</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1589src" id="xd0e1589">95</a></span> Zie <a href="#b.iii.b"> +Bijlage III<sub>B</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1597src" id="xd0e1597">96</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage +I<sub>A</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1607src" id="xd0e1607">97</a></span> <span lang="fr">“Le +récit de leurs aventures quoique très simple et nullement +scientifique, ne manque pas d’intérêt”.</span> +(<span class="bibl" lang="fr">Mémoire bibliogr., bl. +274</span>). Vgl.: <span lang="en">“Hamel, the supercargo of the +ship, wrote a book on his return, recounting his adventures in a simple +and straightforward style”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 176</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1623src" id="xd0e1623">98</a></span> <span lang="en-1600"> +“When this account was printed in Holland, the eight men +mention’d at the end of this Journal, were all in Holland, and +examin’d by several persons of reputation, concerning the +particulars here deliver’d, and they all agreed in them; which +seems to render the relation sufficiently authentick... There’s +nothing in it that carries the face of a fable, invented by a traveller +to impose upon the believing world”</span> (<span class="bibl" +lang="en">Churchill’s Collection of Voyages IV (1732), Preface +bl. 574</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1631src" id="xd0e1631">99</a></span> “Kinderen en wijven, +die eenige daer getrouwt hadden, verlieten ze” (<span class= +"bibl">Witsen, i<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr., I, bl. +53</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1643src" id="xd0e1643">100</a></span> Zie <a href="#b.i.o"> +Bijlage I<i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1651src" id="xd0e1651">101</a></span> <span class="bibl">Witsen, +1<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. 1, bl. 53</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1666src" id="xd0e1666">102</a></span> <span lang="en"> +“Thirteen years residence in Corea, was time enough to have given +a much more perfect description, and many men in that time would have +made it more ample and satisfactory; but the author gave what he had, +and I suppose his memoirs were small and ill digested, having leisure +enough, but perhaps little inclination, to write in that miserable +life, as not knowing whether ever he should obtain his liberty, to +present the World with what he writ”</span> (<span class="bibl" +lang="en">Churchill’s Collection IV, Preface, bl. +574</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1676src" id="xd0e1676">103</a></span> “Le +Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, +n’avance rien dans la Description de l’estat présent +du Royaume de Corée qui ne s’accorde avec ce qu’ en +a écrit Palafox et ceux qui ont traitté de l’ +invasion des Tartares” (Relation du Naufrage d’un vaisseau +holandois sur la Coste de l’ Isle de Quelpaerts etc. +Avertissement au Lecteur).—<span lang="en">“The book, which +contains... a racy description of the country and people, deserves +careful study. It throws some interesting sidelights on the history of +the “Coresians” two and a half centuries ago, then as +always between the upper and nether mill-stones of the +“Japoneses” and the “Chineses” to north and +south of them”</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N. +Trollope bij de uitgave van Hamel’s Journaal in <span lang="en"> +Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl. +93–94</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1688src" id="xd0e1688">104</a></span> <span lang="en">“The +French translater indulges in skepticism concerning Hamel’s +narrative, questioning especially his geographical statements. Before a +map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be +seen that Hamel’s story is a piece of downright unembroidered +truth. It is indeed to be regretted that this actual observer of <span +class="pagenum">[<a id="pbxxxin" href="#pbxxxin">XXXI</a>]</span>Corean +life, people, and customs gave us so little information concerning +them”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, +bl. 176</span>).—<span lang="de">“Mit Hülfe unserer +japanischen Karte von <i>Korai</i> (Atlas No. 6) konnten wir die +Reiseroute, der Hamel gefolgt is, nachweisen und die meisten +verstümmelten Ortsnamen, deren er in seinem Tagebuche +erwähnt, entziffern”</span> (v. <span class="bibl" lang= +"de">Siebold, Geschichte Entd. Japan, bl. 37</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1711src" id="xd0e1711">105</a></span> <span lang="en">“Like +the Japanese, and all the nations of eastern Asia, the Coreans have +always bowed down before the greatly superior mental power of the +Chinese; and have borrowed from them some of their customs, more of +their words, and, perhaps, all the principal books in use between the +Yaloo and the western shores of the Pacific”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">Ross, History of Corea, bl. 300</span>).—<span +lang="en">“Whatever note-worthy knowledge the Japanese and other +nations possess, <i>they</i> obtained from China, while <i>she</i> has +always been self-contained”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Ross, the Manchus (1891) bl. XV</span>). Vgl. <span class="bibl" +lang="en">J. S. Gale, The influence of China upon Korea (Transactions +Korea Branch R. A. S. I, bl. 1–24)</span> en <span class="bibl" +lang="en">H. B. Hulbert, Korean Survivals (Id. bl. +25–50)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1741src" id="xd0e1741">106</a></span> <span lang="en">“It +was not until the seventeenth century that Europeans came in contact +with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked on the +coast and held captive for years. The narrative of the Dutch supercargo +Hamel, written towards the close of the seventeenth century, gives a +graphic account of Corean manners and customs, and, as read at the +present time, conveys an exact picture of the people and country. Place +after place which he mentions in their captive wanderings have been +identified, and every scene and every feature can be recognised as if +it were a tale told of to-day. So strong is native conservatism both in +language and habits that Hamel’s description of two hundred years +ago reproduces every feature of present Corean life”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Scott, Stray notes on Corean History +etc., Journal China Branch R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893–94, bl. +215</span>).—<span lang="en">“Hendrik Hamel was plainly a +shrewd observer, and much of his description of the country and the +people and their customs tallies well with our own experience of the +last thirty years, though one would not care to subscribe to every one +of his statements”.</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N. +Trollope bij de uitg. van Hamel’s Journaal in <span lang="en"> +Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl. 94</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1760src" id="xd0e1760">107</a></span> <span lang="fr">“.... +c’est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première +source des détails importants concernant la Corée & +ses habitants”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Tiele, +Mémoire bibliogr., bl. 275</span>).—<span lang= +"de">“Das Schicksal des H. Hamel van Gorcum ... ist lehrreich als +ein Blick in das innere Leben des Koreischen Staates und Volkes, und +seine Notizen über dasselbe sind mit Unrecht bisher unbeachtet +geblieben, da sie, bei Koreas stationairem Zustande, auch heute noch +nicht veraltet sind, und gleiche Autorität wie jene oben +angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben des +redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen +noch vervollständigt werden”</span> (<span class="bibl" +lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, 1834, bl. +637–638</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1774src" id="xd0e1774">108</a></span> <span class="bibl" lang= +"en">Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]</span>; en <span class= +"bibl" lang="fr">Ch. Dallet, Histoire de l’ Eglise de +Corée, 1874</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1782src" id="xd0e1782">109</a></span> <span lang="fr">“On +n’a jamais prêché la religion chrétienne dans +la Corée, quoique quelques Coréens ayent +été baptisez en différens tems à +Peking”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Observations +géographiques sur le royaume de Corée, tirées des +Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV +<span class="pagenum">[<a id="pbxxxiiin" href= +"#pbxxxiiin">XXXIII</a>]</span>(1736) bl. 532</span>).—<span +lang="en">“The first attempt of a foreign missionary to enter the +hermit kingdom from the west was made in February 1791”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +353</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1800src" id="xd0e1800">110</a></span> <span lang="fr">“.... +les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais +séjourné dans le pays, qui en aient parlé la +langue, qui aient pu, en vivant de longues années avec les +indigènes, connaitre sérieusement leurs lois, leur +caractère, leurs préjugés et leurs +habitudes”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dallet, Histoire, +etc. I, bl. IX</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1813src" id="xd0e1813">111</a></span> <span lang="en">“In +1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor of all +China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with letters +of congratulation to the new emperor, to his new capital of Nanking, +and the pleased emperor formally acknowledged him king of +Corea”</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History of +Corea, bl. 268</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1824src" id="xd0e1824">112</a></span> <span lang="en"> +“Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun +Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, +she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in the +port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös +of Tsushima, as a port of commercial intercommunication”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Parker, China Past and Present, bl. +340</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1834src" id="xd0e1834">113</a></span> “Corea heeft sich de +Tartar onderworpen” (Gen. Miss. 21 Jan. 1622). Zie ook: <span +class="bibl" lang="en">Parker, The Manchu relations with Corea +(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1840src" id="xd0e1840">114</a></span> <span class="bibl" lang= +"en">Ross, History of Corea, bl. 276–286</span>.—<span +class="bibl" lang="fr">C. I. Huart, Mémoire sur la guerre des +Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal +Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. <span class="pagenum">[<a +id="pbxxxivn" href="#pbxxxivn">XXXIV</a>]</span>308 e. +v.</span>).—<span class="bibl" lang="en">W. R. Carles, A Corean +monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII, +1888, bl. 1)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1855src" id="xd0e1855">115</a></span> <span lang="en">“Ever +since the Manchus established themselves in China, Corea has paid +regular tribute to Peking, and been a most faithful vassal.There was, +until fifteen years ago (1883), absolutely no interference on the part +of China in her internal administration: all she had to do was to send +as tribute a few local articles of nominal value at fixed periods, for +which she received a liberal return; and to apply for recognition when +a demise of the Royal crown took place and a successor +inherited”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, China +Past and Present, bl. 340</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1865src" id="xd0e1865">116</a></span> <span lang="en"> +“Shōgūn is simply the Chinese <i>tsiang-kün</i> or +generalissimo, being the word “Imperator” in its original +military significance”</span> (Parker, <span lang="en">China, +1917, Glossary</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1876src" id="xd0e1876">117</a></span> <span class="bibl" lang= +"en">Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, +301, 304, 311, 312, 313</span>; en <span class="bibl" lang="en">C. J. +Purnell, The Log-Book of William Adams 1614–19 (Transactions of +the Japan Soc. of London, XIII, 1916, bl. 178</span>.—Het eerste +Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, het tweede in 1617. +<span lang="en">“From this time down to the year 1763 Korea sent +ambassadors to Japan <i>on the occasion of the appointment of a new +Shogun</i>. Altogether such missions arrived in Japan eleven +times”</span> (<span class="bibl" lang="en">I. Yamagata, +Japanese-Korean relations after the Japanese invasion of Korea in the +XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, 2 (1913) bl. +8</span>).—Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de +eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit deze +aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: “Gemelte Heere [van +Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na voorgeven +noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware den +ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke +Maij<sup>t</sup> [d.w. den Sjogoen] <i>over de geboorte van den jongen +Prince geluck te wenschen</i>, door of bij de uijterste palen langs van +zijn Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte +Heere ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten +maecken.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1899src" id="xd0e1899">118</a></span> “De Coreese Ambassade +is in April weeder ghekeert naer Coree met treffelijcke presenten, in +gaen en commen overall vrij gehouden; haer versouck is geweest +assistentie tegens de Chijneesen die sij claechden haer veel overlast +te doen; het scheen haer goede hoope tot assistentie is ghegeven +geweest. Men liet een groot gerucht van preparatie tot oorlooghe loopen +dan is corts naer haer vertreck als roock verdweenen; ’t schijnt +dese Kaijser meer genegen is sijn landtsheeren met bouwen van Casteelen +arm te houden dan die door vreemde oorloghe rijck te maecken” +(Opperhoofd Firando naar Batavia dd. 17 Nov. 1625.—Zie ook Dagr. +Japan 24 Maart 1637, <a href="#b.iv">Bijlage IV</a>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1905src" id="xd0e1905">119</a></span> “In het volgende jaar +1655, is in Japan niets bijzonders voorgevallen, alleenlijk <span +class="pagenum">[<a id="pbxxxvn" href="#pbxxxvn">XXXV</a>]</span>sijn +daer uijt Corea drie ambassedeurs van ’t Hoff geweest met een +gevolgh van drie hondert personen om d’ Hommagie te doen; sijnde +die van Corea gewoon dat om de drie jaren te laten geschieden” +(Mr. P. van Dam’s Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, caput 21, +f<sup>o</sup> 289).—<span lang="en">“In 1710 a special +gateway was erected in the castle at Yedo to impress the embassy from +Seoul, who were to arrive next year, with the serene glory of the +sho-gun Iyénobu ... The intolerable expense at last compelled +the Yedo rulers to dispense with such costly vassalage, and to spoil +what was, to their guests, a pleasant game. Ordering them to come only +as far as Tsushima, they were entertained by the So family of +daimiōs”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea, 1905, bl. 151</span>). Vgl. <span class="bibl" lang="en">Chinese +Repository X, 1841, bl. 163 (noot)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1928src" id="xd0e1928">120</a></span> “...het ophouden der +joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van Tsussima (met licentie ofte +passen des Keijsers de negotie op Corea ende dat onder seecker getal +van joncquen exerceerende) nu al eenige jaeren herwaerts onderstaen +heeft de voorn. passen, soo die van den Keijser aen de Coreesen als die +vande Grooten in Corea aenden Keijser, op te houden ende naer sijns +welgevallen ende meesten profijt andere in plaetse doen +schrijven” (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 April +1635).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1939src" id="xd0e1939">121</a></span> “Onsen handel is daer +noch jonck ten aensien van de Portugesen, Japan van over de 100 jaeren +gefrequenteerdt hebbende” (Patr. Miss. 31 Aug. 1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1942src" id="xd0e1942">122</a></span> “Van desen hoeck af +voortaen, soo streckt de Custe weder nae het noorden toe, wijckende +daer nae innewaerts noordwestwaert aen, aen welcke Custe comen die van +Japon, traffijckeren met het Volck van die contreye, diemen noemt +Cooray, ende men heeft daer Havens ende beschutsels, hebben een tuych +van smalle ende ondichte stucken gheweeft werck, ’t welcke die +Japonen aldaer comen verhandelen, waer van ic goede, breede, ende +waerachtighe informatie hebbe, als oock vande Navigatie naer dit Landt +toe, vande Pilooten die ’t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, +als volght.</p> + +<p class="footnote">Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. +mijlen zuydtoostwaert aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het +eynde, vande welcke, te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende +hooch Eylandt van veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te +peerde.</p> + +<p class="footnote">Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As +Ylhas de Core, ofte d’ Eylanden van Core: maer het voorschreven +groot Eylandt is ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het +noordtwesten eenen cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont +ligghen, t’ welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, +alhier houdt de Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, +25. mijlen zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van +d’Eylanden van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van +Nancquin af, oost ten noorden t’ Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs +ofte weynich meer” (<span class="bibl">Jan Huyghen van +Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der Portugaloysers in +Orienten enz. [1595], bl. 70</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1955src" id="xd0e1955">123</a></span> <span lang="en"> +“Hirado. In W. Japan, <i>H</i> before <i>i</i> is pronounced <i> +F</i>, and <i>n</i> is inserted before <i>d</i>.”</span> (<span +class="bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, +bl. 78, noot 4</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1978src" id="xd0e1978">124</a></span> <span class="bibl">De +Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, bl. +300</span>; en <span class="bibl">Van Dijk, Iets over onze vroegste +betrekkingen met Japan, 1858, bl. 29</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1988src" id="xd0e1988">125</a></span> Peper.—“...bij +de Chineezen in Nangasaq ende die van <i>Corea</i> niet werdende +getrocken” Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker aan +den Gouverneur van Formosa, Putmans).—Vergelijk echter de +volgende berichten: <span lang="en-1600">“At our returne to the +English house</span> [te Firando], <span lang="en-1600">I found three +or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and came +from a place called Cushma</span> [Tsushima], <span lang="en-1600"> +within sight of Corea. I vnderstand they sold <i>Pepper</i> and other +Commodities there, and I thinke haue some secret trade into <i> +Corea</i>, or else are very likely to haue”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. +170</span>).—“<i>Peper</i> werd daer [Japan] vercocht tegen +15 ende 16 taijl t’ picol; dese werdt ten deele in Japan +gesleten, pertije naer <i>Corea</i> vervoert” (Gen. Miss. 3 Febr. +1626).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2018src" id="xd0e2018">126</a></span> “Langasacki 3 +November 1610. Thin is op Corea seer getrocken waeromme hijer veel +vertijert wert, ick hebbe versocht off het mogelijck sijn soude wij +eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt Jappan mochten doen; tot +dijen fijne ick in Martij passado eenen Assistent met 20 picol peper +naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent 30 mijlen van hijer gesonden +hebbe dije met dije van Corea, dat noch 25 mijlen van daer is, +handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a 4 maelen ’s jaers +derrewaerts maecken, doch is d’ voirsz. door de strenge wetten +des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouv<sup>r</sup>. vant’ +voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck +sijn soude, dan sullen ’t voirsz. noch nijet achterwege laten +vorder te versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in +sijdewerck, leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht +wort” (Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van +Specx. Ook in vertaling in <span class="bibl" lang="de">Nachod, Die +Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2027src" id="xd0e2027">127</a></span> “Voorts alzoo mijne +onderdanen genegen zijn, om alle landen en plaatsen met handeling in +vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo verzoeke ook aan Uwe Keiz. +Majesteit, dat dezelve den handel op Corea door Uwer Majesteits faveur +en behulp mogen genieten, om alzoo met gelegener tijd de noordcust van +Japan mede te mogen bevaren, daaraan mij zonderlinge vriendschap +geschieden zal” (18 Dec. 1610). (<span class="bibl">Van Dijk, +Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2033src" id="xd0e2033">128</a></span> <span lang="en-1600"> +“The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, +per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of Corea +and is frend to the Emperor of Japan”</span> (30 Nov. 1613). +(<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks (Correspondence) +II, bl. 258</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2043src" id="xd0e2043">129</a></span> <span lang="en-1600"> +“I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme +in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge +incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater +request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and from +Tushina much less”</span> (17 Oct. 1614). (<span class="bibl" +lang="en">The voyage of Captain John Saris to Japan, bl. +210</span>).—<span lang="en">“We cannot per any meanes get +trade as yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any +other privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and +in paine of death not to goe without the walles thereof to the +landward”</span> (25 Nov. 1614). (<span class="bibl" lang= +"en">Diary of Richard Cocks II, bl. 270</span>).—<span lang= +"en">“Sayer is out of hope of any good to be done there [Tushma] +or at Corea”</span> (Firando 9 March 1614). (<span class="bibl" +lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl. +130</span>).—<span lang="en">“Ambassadors from the King of +Corea to the Emperor of Japan were attended by about 500 men and were +royally entertained, by the Emperor’s command, by all the Tonos +or Kings of Japan through whose territories they passed, and at the +public charge... Endeavoured to gain speech with the Ambassadors, but +was unsuccessful, the King of Tushma (Tushima) the cause, he fearing +that the English might procure trade if Cocks got acquainted with the +ambassadors”</span> (Firando 15 Febr. 1618 (<span class="bibl" +lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl. +222</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2071src" id="xd0e2071">130</a></span> Zie Missiven Commandeur +Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, 20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, +zoomede de Missive der Regeering te Batavia aan Reijersen van 2 April +1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 en 20 Juni 1623.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2074src" id="xd0e2074">131</a></span> “Camps aviseert ons +dat den Hondt, keerende van de bocht van Spirito Sancto na Japan, op +Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken die de Coreers aldaer +gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust houden, bespronghen ende +furieuselijck met bassen, roers, boogen ende ontallijcke hasegaijen +bevochten is geweest, doch sonder schade, na dat mannelijck tegen de +Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit schrijven UE. op dat +verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, welcke die wegh +uijtgesonden <span class="pagenum">[<a id="pbxxxixn" href= +"#pbxxxixn">XXXIX</a>]</span>werden, te waerschouwen ende te belasten +wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off +diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen”. (Missive Reg. +Batavia aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus +Sonck 11 Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps +is in het Kol. Arch. niet aangetroffen).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2081src" id="xd0e2081">132</a></span> Zie bl. XLII, noot 3, +slot.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2087src" id="xd0e2087">133</a></span> “Wij verstaen uijt +UE. brieven hoe den gesandt van Corea door Firando met een gevolch van +500 dienaeren naer Jedo om de reverentie voor den Keijser te doen +gepasseert was. Wij hadden wel gewenst ons daermede aengeschreven +wierden wat haer verricht is ofte versouck sij. Item met wat presenten +voor de Maijesteijt verschijnen; voorvallende occasie souden wel +begeerich wesen door UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht +wierden, met wien correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock +vreemdelingen admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer +oock gout ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier +verstaen deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, +welcker seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... +nevens een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten +van bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert +wert” (Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2090src" id="xd0e2090">134</a></span> “...Belangende de +gelegentheijt van ’t lant van Corea hebben voor tegenwoordich +niet anders connen vernemen als UEd<sup>t</sup>. uijt de nevensgaende +notitie ofte aenteeckeninge sult gelieven te beoogen ...” (Zie <a +href="#b.iv">Bijl. IV</a>) (Missive Firando naar Batavia, 20 Nov. +1637).—“Verstonden mede uijttenmonde van voorn. Daniel +[Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was achtergebleven].... +dat 4<sup>en</sup> Januarie passado de Coreesche gesanten sijnde twee +principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de Keijserlijcke stadt +Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden treffelijcke Japanschen +adel, waren gearriveert, ende in naervolgende ordre naer haer logiement +gereden: Eerstelijck enz.” (zie <a href="#b.iv">Bijl. IV</a> en +<span class="bibl">Witsen 2 dr., I, 48</span>). (Dagr. Japan, 5 Febr. +1637).—“In wat voegen de Gesanten van Corea in Jappan +aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, wat schenckagie den Majt. +gepresenteert ende eijntlijck haer demissie becomen hebben, wert largo +int daghregister geinsereert waervan ons gedient ende <i>gesien hebben +dat voorde Compe. in dat landt, zooveel als noch geopenbaert wert, niet +te bejaegen is</i>” (Missive Batavia naar Firando, 26 Juni +1638).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2113src" id="xd0e2113">135</a></span> “Een weynigh boven +Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre van de Custe van China, leyt +een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula de Core, <i>van welcke tot +noch toe gheen seker bescheydt en is van de groote, tvolck, noch wat +waren daer vallen</i>” (<span class="bibl">J. H. van Linschoten, +Itinerario enz. bl. 37</span>). Hieruit blijkt dat op het laatst der +16e eeuw, Korea hier te lande nauwelijks bekend was.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2124src" id="xd0e2124">136</a></span> “.... bij noorden +Japan te keeren, de custe van Tartarien, China als <i>’t land +Corea t’ ontdecken</i> ende t’ onderstaen wat proffitable +trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen +sij....” (Instructie Quast 7 Juli 1639).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2132src" id="xd0e2132">137</a></span> Zie <a href="#b.i.o"> +Bijlage I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2140src" id="xd0e2140">138</a></span> Zie <a href="#b.ii.e"> +Bijlage II <i>e</i></a>, <a href="#b.ii.f"><i>f</i></a> en <a href= +"#b.ii.h"><i>h</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2161src" id="xd0e2161">139</a></span> Zie <a href="#b.i.o"> +Bijlage I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2169src" id="xd0e2169">140</a></span> “Bij de agt +Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde dat op Corea voor de +Comp: een voordeeligen handel soude sijn te drijven in sodanige waaren +als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, is naderhand ondervonden dit +soo breet niet te segge....” (Van Dam, Beschrijvinge, enz. Boek +2, deel i, caput 21, f<sup>o</sup> 324).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2177src" id="xd0e2177">141</a></span> Zie <a href="#b.ii.j"> +Bijlage II <i>j</i></a> en <a href="#b.ii.k"><i>k</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2189src" id="xd0e2189">142</a></span> “Aangaande Corea, +daer van daen de Japanders haere grote behoeften van coopmanschappen +mede krijgen, is daer voor de Compagnie niets te doen, vermits dat +Eijlant onder de contributie en van China en van Japan staende; die +vorsten aldaer geen andere Handelaers willen admitteren, behalven dat +men volgens d’ ordre van Japan buijten Nangasackij nergens anders +om te handelen mag te komen” (Van Dam, Beschrijvinge, enz., Boek +2, deel I, caput 21, fol. 428).—“<span lang="de">Von +Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von +Korai unbesucht”</span> (<span class="bibl" lang="de">Von +Siebold, Nippon, VII, bl. 27</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2201src" id="xd0e2201">143</a></span> ’t Jacht <i>Corea</i> +werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland (Van Dam, Beschrijvinge, +Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep 20 Mei 1669 naar zee (Patr. +Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 te Batavia aan (Kol. Arch. no. +1159); werd op Onrust in 1679 zoo onbekwaam gevonden dat werd besloten +het aan den meestbiedende te verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. +1679).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2214src" id="xd0e2214">144</a></span> <span lang="en">“the +envoy from Quelpart.... circa A<sup>o</sup>. 650”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Parker, China Review XVI, bl. 309</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2228src" id="xd0e2228">145</a></span> <span lang="de">“Auf +der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai als eine +Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa de Conray +angegeben deren Südspitze unter 33° 22′ N. B. liegt. +Ebenso ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij +Insula zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. +de Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später +bekannt gewordene Quelpaard <span class="pagenum">[<a id="pbxliin" +href="#pbxliin">XLII</a>]</span>Eiland”</span> (<span class= +"bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon I, bl. 89</span>).—Vgl. +<span class="bibl" lang="de">O. Nachod, Die älteste +abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz +Dourado 1568. Roma, 1915</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2243src" id="xd0e2243">146</a></span> <span lang="de">“Nach +Hamel’s Entweichung aus der Gefangenschaft wurde die +berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der +Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der +obenerwähnten “Paskaart” von Eskild Juel liegt die +Mitte der Insel unter 33° 15′ N.B. und etwa 127° O.L... +Es blieb aber auf den Karten des 17 und der ersten Hälfte des 18. +Jahrhunderts die Ilha de Ladrones welche unstreitig dieselbe als +Quelpaard ist, in einer Entfernung von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. +derselben liegen; ebenso liegt sie auch unter dem Namen Fong ma auf der +von d’ Anville herausgegebenen “Carte +générale de la Tartarie Chinoise” und vom +“Royaume de Corée” und erhielt sich, wenn auch nur +als ein Schattenbild, auf den neuesten Karten von dieser +Gegend”</span> (<span class="bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon +I, bl. 89</span>).</p> + +<p class="footnote">Op de <span class="bibl" lang="fr">“Carte +générale de la Tartarie Chinoise”</span> in +d’ Anville’s atlas van Maart 1732 +(Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland “Fongma” +noordwestelijk van “Quelpaert Isle suivant les cartes +hollandoises”.—Vgl. <span class="bibl" lang="de">Teleki, +Atlas zur Geschichte der Karthographie der Japanischen Inseln +(1909)</span>: Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607–9), VII, I (1650) +en VIII, 2 (Isaac de Graaf): <i>I de Ladrones</i>. Kaarten VIII, 1 +(1664) en VII, 3 (1688): <i>Fungma</i>. Kaart X, 2 (1687) van Joan +Blaeu (Kol. Arch. no. 288): ’<i>t Quelpaert</i>. Kaart XVI, 2 +(1734): <i>Quelpaert</i>. Kaart XV, 1 (1735): <i>I de Quelpaert</i>. +Kaart XIV, i (1750): <i>I de Quelpaert.</i></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2279src" id="xd0e2279">147</a></span> <span class="bibl">N.G. van +Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, bl. 121</span>: +“Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch +strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert +noemden”.—Dr. J. de Hullu, Iets over den naam +Quelpaertseiland, Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV +(1917) bl. 860: “dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft +ontvangen getuigen zij zelf in het journaal”.—Zie ook: +“F. E. Mulert, Nog iets over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. +2e ser. dl. XXXV (1918) bl. 111).—Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, +bl. 46: “Op de kust van dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een +eiland, <i>by de Nederlanders</i> Quelpaerts Eiland en by d’ +Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese kaarten Fungma +genoemt”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2287src" id="xd0e2287">148</a></span> 18 September 1648: +“Lossen aen Campen wierd op de middagh geeijndigt, aen de Witte +Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat gewenst voortgingh; +terwijl daer aen boort was quam ’t Fluijtschip <i>de +Patientie</i> oock deese baeij inseijlen en sette sich bij <i>de +Koe</i>; den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden +27 Augustus met een lading van ƒ 23172:13:11 daer en boven +aen Tonquinse sijde uijt de <i>Witte Valck</i> overgenomen +ƒ 68413:38:7 ende koehuijden van Siam uijt <i>de Witte +Druijff</i> ƒ 3990:17. <span class="pagenum">[<a id= +"pbxliiin" href="#pbxliiin">XLIII</a>]</span><b>Aen ’t Eijland +’t Quelpaert</b> 30 mijlen bewesten Firando gelegen, hadden +getracht, om water te halen, met de boot te landen; d’Inwoonders +desselffs hadden hun affgewesen, stracks daer op een roer gelost, en +een van d’onse getroffen voor aen sijn kin, dat het schroot +’t been kneuste ende diep in steecken bleef, sonder dat hun +eenigh leet van ons geschiet was”. “Dagh-Register der +Comp<sup>ie</sup> in Nangasackij ’t sedert 3 Novem<sup>r</sup>. +A<sup>o</sup> 1647 tot 8<sup>en</sup> Decemb<sup>r</sup> 1648”. +(Kol. Arch. no. 11678). Zie ook <span class="bibl">Valentijn V, 2e +stuk, 9e boek, 9e hoofdstuk bl. 89</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2327src" id="xd0e2327">149</a></span> Kol. Arch. no. +434.—Vgl. <span class="bibl" lang="en">J.E. Heeres, +Tasman’s Journal of his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, +bl. 116, noot 2</span>: <span lang="en">“Quel is another name for +a galiot”</span>; en bl. 1, noot 3: <span lang="en"> +““Quelpaert” an old name for a +galiot”.</span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2341src" id="xd0e2341">150</a></span> Deze resoluties zijn +overgenomen in het hiervoren aangehaalde opstel van Dr. J. de Hullu +(bl. 856).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2348src" id="xd0e2348">151</a></span> Voor de op dit schip +betrekking hebbende bijzonderheden zie <a href="#b.iii.c">Bijlage +III<sub>C</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2369src" id="xd0e2369">152</a></span> Vgl. De Jonge, Geschiedenis +van het Nederlandsche Zeewezen, dl. I, bl. 799; “Lijste van +Nederlantse navale macht op 30 November A<sup>o</sup> 1640 in India +bevonden, omtrent Malacca: <i>’t Quelpaert</i>”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2386src" id="xd0e2386">153</a></span> “Op de onbequaemheijt +van Firando’s haven door het quaet acces dat de heete stroomen +veroorsaecken ende d’ ongelegentheijt die de Japanse tuffons +daer, aen verscheijde onser scheepen hebben toegebracht” (Miss. +Batavia aan President Couckebacker in Japan, 2 Juli +1636).—“Soo sijn oock met het transport van +Comp<sup>s</sup>. ommeslagh uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, +met UE. verstaende het daer gelegener plaetse tot den handel sij als in +Firando” (Miss. Batavia aan den Regent van ’t Eijland +Schisinia [Decima] 23 April 1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2394src" id="xd0e2394">154</a></span> “des ouden Keijsers +pas, grootvader van dese regerende Maijesteijt daer in Japan menichmael +ondersoeck om gedaen ende naer gevraeght is, om redenen dat +gesustineert wierdt denselven civieler ende tot der Nederlanders +vrijicheijt favorabelder als den gevolghden ingestelt was.” +(Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).—Vgl. Van Dijk, Iets over +onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.—In het +“Verbael uijt d’ advijsen van verscheijde quartieren (16 +Nov. 1641–16 Oct. 1642) wordt gezegd dat “d<sup>o</sup>. +pas weijnigh differeert met het pas dat gestadich ia Japan verbleven, +aen den H<sup>re</sup> Hendrick Brouwer verleent en onlanghs [aan] de +grooten vertoont is”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2407src" id="xd0e2407">155</a></span> W. P. Groeneveldt, De +Nederlanders in China, I (Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en +Volkenk. v. Ned.-Indië VI, 4 (1898), bl. 290).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2410src" id="xd0e2410">156</a></span> “Volgens d’ +advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan becomen, ende nae +de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen alhier, mitsgaders +nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het seeker ende buijten +alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha verleden zuijder +mousson a<sup>o</sup> 1626 aent Noordt eijnde van Formosa gecomen ende +op seecker cleijn eijlandeken genaemt <i>Kelang-Tansuij</i>, niet verre +van ’t groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, ende een +drijpuntich fort op den houck van t’ Eijlandeken begrepen heeft, +sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent Junij +a<sup>o</sup> pas<sup>to</sup> met drij gallijen, een fregat ende seven +joncken, gemant met ontrent <span class="pagenum">[<a id="pbxlvin" +href="#pbxlvin">XLVI</a>]</span>tachentich zeevarende Chinesen, idem +met noch ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in +voughen als geseijt is op <i>Kelang Tanghsui</i> nedergeslagen met +intentie om voor hen den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in +Manilha, soo ten respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door +’t cruijsen onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te +verdwijnen; voorts, soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons +in Teijouwan met een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer +te slaen. De gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant +fortificeerde, was d’ onse noch niet ten rechte bekent, doch +t’ was aant Noort eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve +was met dit eylandeken (goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant +gelegen) beslooten binnen t’welcke t’vaertuijch genouchsaem +voor alle winden beschut lach, connende van twee sijden vuijt ende in. +De diepte vant incomen nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de +Witt, w<sup>l</sup> Gouverneur] verstaen conde, soude ontrent 40 vadem +ende binnen de Baeij zelffs niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in +substantie ’t gene wij tot noch toe van dese zaecke hebben connen +verstaen” (Memorie voor d’E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 +Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli 1627).—Vgl. <span lang="en"> +The Philippine Islands 1493–1898</span> ed. Blair and Robertson, +XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde <span +class="bibl" lang="es">Historia de Philipinas, V, +114–122</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2441src" id="xd0e2441">157</a></span> <span lang="en"> +“Kelung, in latitude 25° 9′ N and longitude 121° +47′.... is situated on the shores of a bay.... In this bay is +Kelung Island, a tall black rock about 2 miles from the actual +harbour.... The ruins of an old <span class="corr" id="xd0e2444" title= +"Bron: Spanisch">Spanish</span> fort still exist on the small island in +Mero Bay”</span> (<span class="bibl" lang="en">W. F. Mayers, The +Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2452src" id="xd0e2452">158</a></span> “Overtredende tot de +gelegentheijt van Formosa daar de Comp<sup>e</sup> residentie heeft +genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel uijt China ende +te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, mitsgaders de +blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen ende onder onse +subjectie te houden” (Missive Batavia naar Taijoan, 4 Juli +1644).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2460src" id="xd0e2460">159</a></span> Nagasaki 2 October 1642. +“.... Over 5 à 6 jaren geleden is wel ernstelijck bij de +Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten Couckebacker ende Caron +gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, opdat daerdoor den loff +bij de hooge overicheijt van Japan mocht becomen” (Missive Jan +van Elseracq aan Paulus Traudenius).—<span lang="en">“.... +the reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa +Island, going to attack it year after year, was that they had promised +the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards from +it”</span> (<span class="bibl" lang="en">The Philippine Islands, +ed. Blair and Robertson, XXXV, bl. 150</span>. Bericht uit Macasar, +Maart 1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2473src" id="xd0e2473">160</a></span> De Regeering te Batavia +schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur Van den Burch: “.... soo +dan de goudtmine op Formosa sich mede ten proffijte van de Compagnie +opende, soo waere dan niet alleen den Papegaij maer den Arent +geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben ende werden groote +Steeden in eenen dagh niet gebouwt”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2476src" id="xd0e2476">161</a></span> “Op de gelegentheijt +van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij overlang gerecommandeert +sullen nu oock te meer moeten letten om de Compagnie daervan te +verseeckeren en door middel van dien ’t eijlandt Formosa te +gunstiger te besitten, ’t welck hoognoodich is. Men verlangt hier +seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke sonderlinge in dese +gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als de silvermijnen voor +de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, ’t welck wij +nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een blijde tijdinge +soude wesen” (Patr. Miss. 12 April 1642).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2479src" id="xd0e2479">162</a></span> “.... de +Compagnie’s middelen moeten gesuppediteert worden tot maintenue +van de groote lasten, ende dat het de participanten van deselve +Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te doen sij, als +dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder voordeel onder +haer gebieth te sijn” (Missive Batavia naar Formosa, 23 Juni +1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2482src" id="xd0e2482">163</a></span> “Tgene van de +goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, maer sullen [ons] veel +meer verblijden als door ondervindingh (dat reede volgens d’ +advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius bij der hant moet +genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende wel te genaecken is; +deselve van importanse zijnde sal geheel voor de Comp<sup>e</sup> +moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre te wachten ons +daervan meester maken, <i>de besitters verplaetst, verdelght ofte +verdreven</i>....” (Missive Batavia naar Taijouan, 23 April +1643).—“Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen daer +omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare brieven +recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden” (Patr. +Miss. 21 Sept. 1644).—<span lang="en">“Of the +island’s mineral products Gold is the most important.... It may +be said.... that of the limited area <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlviiin" href="#pbxlviiin">XLVIII</a>]</span>investigated the north +... possesses the most valuable Gold deposits”</span> (Davidson, +<span lang="en">The Island of Formosa</span>, bl. 460).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2502src" id="xd0e2502">164</a></span> “Omme dan de rechte +vruchten van dit costelijck eijland Formosa de Comp<sup>e</sup>. te +doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, hadden wij +volgens resolutie van den 12<sup>en</sup> April ende 17 Junij passado +g’arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver +forten te bemachtigen” (Gen. Miss. 12 Dec. +1642).—Gouverneur Traudenius zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht +onder Capitein Harouse daarheen; deze arriveerde aldaar den +21<sup>en</sup> Aug. en landde denzelfden dag, met het gevolg dat de +bezetting “haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, ende daeghs +daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent Clooster”. +Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.—Vgl. Leupe, De +verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, +Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en <span class="bibl" lang= +"en">The Philippine Islands, XXXV, bl. 135 e.v.</span> Het bericht van +de verovering werd 9 Nov. 1642 te Batavia aangebracht (zie schrijven +naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) en bij particulieren brief van G.G. van +Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog +Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde +Nederlanden.—Tijdens Koksinga’s aanval op Compagnie’s +nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en +Formosa (1 Febr. 1662) werd <i>Kelang</i> door de onzen verlaten (2 +Juni 1661) (zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). +Commandeur Bort vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te <i>Kelang</i> +(Dagr. Bat. bl. 515) dat ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 +Mei 1666 (Gen. Miss. 25 Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd +gehouden, maar toen de havens van China voor de Compagnie gesloten +bleven en daarom <i>Kelang</i> voor haren handel niet van waarde was, +werd deze plaats op 18 Oct. 1668 voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 +en Dagr. Bat. bl. 211).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2532src" id="xd0e2532">165</a></span> “Omme d’ +overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse Regenten +te cundigen, alsoo seecker g’opineert wert ’t selve den +Keijser soude aengenaem wesen, is den 11<sup>en</sup> September passado +van Taijouan nae Nangasacque affgesonden ’t Quel de Brack ... +ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een +aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn” (Gen Miss. 12 Dec. 1642).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2547src" id="xd0e2547">166</a></span> De fluit Patientie vertrok +20 Nov. 1648 over Taijoan naar Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. +Noch in den brief van het Opperhoofd Coijett dd<sup>o</sup> Nagasaki 19 +Nov. 1648 naar Batavia, noch in diens gelijktijdig schrijven naar +Taijoan, wordt van eenig voorval op of bij Quelpaerts-eiland melding +gemaakt.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2553src" id="xd0e2553">167</a></span> Zie <a href="#b.iii.c"> +Bijl. III<sub>C</sub></a>, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2561src" id="xd0e2561">168</a></span> In de +“Zeijlaes-Ordre’s”, in den tijd toen de Sperwer naar +de noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia +rechtstreeks naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de +Morgenster (1 Juli 1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), +Calff (13 Juli 1654), wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: +“.... wanneer dan weder de Cust van Aijnam aensoecken ende soo +voort de Golff van Japan in loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff +eenige contrarie winden quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval +soo veel noort soecken als het doenlijck zij—in voegen dan aen uw +reijse niet te twijfelen hebt, alwaert oock schoon dat <i>ind’ +Eijlanden van Couree</i> [<i>Coeree, Coerre</i>] quaemt te vervallen, +zoo zoude echter daeruijt comen, ende de gedestineerde plaetse +bestevenen cunnen.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2570src" id="xd0e2570">169</a></span> De opper-stuurman Hendrik +Jansz. van “de Sperwer” heeft misschien een kaart <span +class="pagenum">[<a id="pbln" href="#pbln">L</a>]</span>gekend of +bezeten waarop het “Quelpaerts-eiland” stond aangegeven, en +daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie <a href="#pb9"> +Journaal bl. 9</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2580src" id="xd0e2580">170</a></span> Zie bl. XLII, noot 1.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2590src" id="xd0e2590">171</a></span> <span lang="en"> +“Possibly these riddles might be solved if life were long enough +to devote a dozen years or more to explore the hidden corners of +knowledge”</span> (<span class="bibl" lang="en">The voyage of +Captain John Saris to Japan, Preface, bl. VIII</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2602src" id="xd0e2602">172</a></span> Quelly—s. m. Mamm. +Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire national, par +M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2611src" id="xd0e2611">173</a></span> Zie <a href="#pb73"> +Journaal bl. 73</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2617src" id="xd0e2617">174</a></span> Zie <a href="#b.i.a"> +Bijlage I <i>a</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2628src" id="xd0e2628">175</a></span> Patr. Miss. 25 Maart +1651.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2634src" id="xd0e2634">176</a></span> Gen. Miss. 19 Dec. +1651.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2639src" id="xd0e2639">177</a></span> Dr. F. de Haan, Uit oude +notarispapieren II: Andreas Cleyer, Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. +423.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2645src" id="xd0e2645">178</a></span> Zie <a href="#b.i.a"> +Bijlage I <i>a</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2659src" id="xd0e2659">179</a></span> Mededeelingen van den Heer +W.F. Emck Wzn. te Gorkum.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2664src" id="xd0e2664">180</a></span> Alsdan zal tevens kunnen +blijken of er verwantschap heeft bestaan tusschen Hendrik Hamel en de +volgende naamgenooten:</p> + +<p class="footnote">1<sup>o</sup>. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie +aan de Zuidrivier (Nieuw-Nederland). Zie <span class="bibl">Korte +historiael, enz. door David Pieterszoon de Vries, 1618–1644, ed. +Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave Linschoten-Vereeniging (1911), bl. +147]</span>.</p> + +<p class="footnote">2<sup>o</sup>. Mr. Johan Hamel, Secretaris van +Amersfoort 1612–1630 en in 1633 Schepen aldaar (Abraham van +Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, Utrecht 1760).</p> + +<p class="footnote">3<sup>o</sup>. Joan Hamel en Adriaan Hamel, +blijkens Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen +klerken ter generale secretarie te Batavia.</p> + +<p class="footnote">4<sup>o</sup>. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus +Blijdenbergh, met haren zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit +Indië wissels zijn overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en +24 Nov. 1688).</p> + +<p class="footnote">In “Beschryvinge der stadt van Gorinchem en +landen van Arkel, door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755,” is de +naam “Hamel” nergens aangetroffen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2697src" id="xd0e2697">181</a></span> <span class="abbr" title= +"Vergelijk"><abbr title="Vergelijk">Vgl.</abbr></span> echter: <span +lang="en">“The present Japanese régime in Korea is doing +everything in its power to suppress Korean nationality. The Government +not only forbade the study of Korean language and history in schools, +but went so far as to make a systematic collection of all works of +Korean history and literature in public archives and private homes and +burned them”</span> (<span class="bibl" lang="en">H. Chung, +Korean Treaties, New-York 1919</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2708src" id="xd0e2708">182</a></span> Zie: <span class="bibl" +lang="en">Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII +centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William +Adams)</span>; <span class="bibl" lang="en">Letters written by the +English Residents in Japan (Part I, bl. 1–113)</span>; <span +class="bibl" lang="en">The Log-Book of William Adams, 1614–1619, +edited by C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, +XIII, part 2, 1916</span>.</p> +</div> +</div> +</div> + +<div class="body" lang="nl-1600"><span class="pagenum">[<a id="pb1" +href="#pb1">1</a>]</span> +<div id="jour" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">Journaal</h2> + +<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3">3</a>]</span><span +class="leftnote"><i>Aend’Ed’<sup>e</sup> heer Joan +Maetsuijcker, gouvern<sup>r</sup> generael en d E E: H<sup>en</sup> +Raaden van Nederlants India</i>.</span> +<p>Journael van ’t geene de overgebleven officieren ende +Matroosen van ’t Jacht de Sperwer ’tzedert den +16<sup>en</sup> Augustij A<sup>o</sup> 1653 dat tselve Jacht aan +’t Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree) +hebben verlooren, tot den 14<sup>en</sup> September A<sup>o</sup> 1666 +dat met haer 8<sup>en</sup> ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan +aangecomen zijn, int selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders +den ommeganck van die natie ende gelegentheijt van ’t land.</p> + +<p>Naer dat wij bij d’Ed<sup>e</sup> H<sup>r</sup> gouverneur +generael en d’ E. E. H<sup>ren</sup> raden van India naer Taijoan +waren gedestineert, soo sijn<a class="noteref" id="xd0e2769src" href= +"#xd0e2769">1</a> op den 18<sup>en</sup> Junij 1653 met bovengenoemde +Jacht vande rheede van Batavia ’t zeijl gegaen, op hebbende +d’ E: H<sup>r</sup> Cornelis Caeser om ’t gouvernement van +Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh +van d’ E: H<sup>r</sup> Niclaes Verburgh regeerende gouverneur +aldaar. Zijn naer een geluckige ende voorspoedige reijse den +16<sup>en</sup> Julij daar aanvolgende op de rheede van Taijouan +g’arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen ende ons ingeladen +goederen gelost sijnde, wierden van d’ H<sup>r</sup> +gouvern<sup>r</sup> ende den raet van Taijouan voorn<sup>t</sup> +wederom naer Japan gedestineert; naer dat onse ladinge ende afscheijt +van haer E: becomen hadden, sijn op den 30<sup>en</sup> daer aanvolgend +vande rheede voorn<sup>t</sup> ’t zeijl gegaen, om op ’t +spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.</p> + +<p>Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een +storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer +hoe meerder toenam.</p> + +<p>Den eersten Aug<sup>o</sup> met ’t limiren<a class="noteref" +id="xd0e2806src" href="#xd0e2806">2</a> van den dagh, bevonden ons +dicht bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter +t selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water +wat bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter <span +class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span>’t selve +ten ancker, costen egter wijnig bot vieren<a class="noteref" id= +"xd0e2814src" href="#xd0e2814">3</a> doordien agter uijt een groot rif +lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert den schipper +eerst gewaer bij geluck uijt ’t venster vande gaelderij<a class= +"noteref" id="xd0e2829src" href="#xd0e2829">4</a> siende, soude licht +anders op ’t selve vervallen ende het schip verlooren hebben door +den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer (doent eerst sagen) +geen musquet schoot vandaen waren. Met ’t opclaeren vanden dach +bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te sijn dat de +Chineesen in haer volle geweer met troppen<a class="noteref" id= +"xd0e2832src" href="#xd0e2832">5</a> langhs strant sagen passeren op +hope soo ons dochte dat wij daer mochte comen te stranden, dog is met +de hulpe des Alderhoogsten<span class="leftnote">[2]</span> anders +geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende, +bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc +deden.</p> + +<p>Den 2<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens wast heel stil. De +Chineese haer nog stercq verthoonende ende op ons als grijpende wolven +(soo wij meijnden) stonden en wachten; als mede om alle periculen soo +van anckers, touwen, als andersints voor te comen, resolveerde ons +ancker te lichten, ende onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende +vande wal te comen; hadden dien dach ende volgende nacht meest +stilte.</p> + +<p>Den 3<sup>en</sup> smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl +vervoert hadde, sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse +cours tussen beijde<a class="noteref" id="xd0e2851src" href= +"#xd0e2851">6</a> door, met goet weder ende slappe coelte.</p> + +<p>Vanden 4<sup>en</sup> tot den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> hadden +veel stilte ende variable winden, sworven soo tusschen de cust van +China ende Formosa door.</p> + +<p>Den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> cregen wederom hart weder met +regen uijt den Z. oosten, gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.</p> + +<p>Den 12: 13: en 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> nam ’t weer hoe +langer hoe meerder aan met verscheijde winden en regen, soo dat +somtijts zeijl en somtijts geen conde voeren, de zee wiert seer +onstuijmigh, soo dat door ’t geweldigh slingeren ’t schip +heel leek wiert. Hadden door den continueelen regen geen hooghte connen +nemen, waren derhalven <span class="pagenum">[<a id="pb5" href= +"#pb5">5</a>]</span>genootsaeckt het meest sonder zeijl te laten +drijven, om alle periculen van ’t op ’t een ofte ander lant +te vervallen, voor te comen.</p> + +<p>Den 15<sup>en</sup> d<sup>o</sup> waeijdent soo hard, dat boven met +den anderen spreekende malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, +van gelijcken niet een hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo +toenemende, dat met pompen genoch te doen hadden om lens te houden<a +class="noteref" id="xd0e2893src" href="#xd0e2893">7</a>, cregen door de +ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet anders +en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen den avond +wiert door een zee het galjoen<a class="noteref" id="xd0e2896src" href= +"#xd0e2896">8</a> ende spiegel<a class="noteref" id="xd0e2899src" href= +"#xd0e2899">9</a> ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de +boeghspriet mede heel los maecte, waer door groote perijckel liepen +vande voorsteven te verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een +weijnigh vast te maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door +het vreeselijck slingeren, ende de groote zeen die ons d’een voor +d’ ander nae over quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee +soo veel mogelijck was, eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om +’t lijff, schip ende ’s Comp<sup>es</sup> goederen soo veel +doenelijck was te salveeren, de fock een weijnigh bij te maecken om +daar door eenigsints vande sware stortinge der zee bevrijt te wesen +(denckende naest Godt het beste middel te wesen); int bij maken vande +fock cregen van agteren een zee<span class="leftnote">[3]</span>over, +soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee spoelde, +en ’t schip boren vol water stont, waerop den schipper riep: +mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael +soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent +niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht<a class= +"noteref" id="xd0e2908src" href="#xd0e2908">10</a>, riep den man die +uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent een musquet schoot +af, die ’t selve door de donckerheijt ende grooten regen niet eer +had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten terstont de anckers +los, door dien ’t roer hadden overgeleijt<a class="noteref" id= +"xd0e2911src" href="#xd0e2911">11</a>, dog conden door de diepte, +aendringen der zee, als harden wint geen stant grijpen<a class= +"noteref" id="xd0e2916src" href="#xd0e2916">12</a>; stieten terstont<a +class="noteref" id="xd0e2921src" href="#xd0e2921">13</a>, soodat in een +ogenblick met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen +lagh; degene die om <span class="pagenum">[<a id="pb6" href= +"#pb6">6</a>]</span>laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt +hadden om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste +daer betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende +d’andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant +comende waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter +niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende, +hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de +donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p01.gif" alt= +"Gestrand zeventiende-eeuws zeilschip." width="720" height="490"></div> + +<p>Den 16<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met ’t limieren van +den dach gingen die nog eenigsints gaen conden langs strant soecken +ende roepen offer nog ymand aan land gecomen was; hier en daer +quamender nog eenige voor den dagh, bevonden ’t samen 36: man +sterck te wesen, waer van de meeste part als vooren seer deerelijck +gequest waren; sagen doen int vracq, ende vonden een man tusschen twee +leggers<a class="noteref" id="xd0e2941src" href="#xd0e2941">14</a> seer +geclemt leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is +comen te overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot +malcanderengeklemt; wij sagen malcanderen met droefheijt aan, siende +soo een schoon schip in spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: +in min als een quartier uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc +eenige dooden die aen lant gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier +Egberse <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7">7</a>]</span>van +Amsterdam ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm +onder ’t hooft doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens +nog 6 à 7 matroosen, die hier en daer doot vonden leggen; sagen +doen mede offer eenige victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 +dagen weijnigh hadden gegeten, doordien de cock door ’t harde +weer niet hadde <span class="leftnote">[4]</span> connen kooken) aen +lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een vat +daer een weijnigh vleijs ende een d<sup>o</sup> daer wat spec in was, +met een vaetje wijntint,<a class="noteref" id="xd0e2952src" href= +"#xd0e2952">15</a> dat voor de gequetste wel te pas quam; waren doen +meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte vernamen, +dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; tegen den +middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo veel te weegh +dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met malcanderen +voorden regen te schuijlen.</p> + +<p>Den 17<sup>en</sup> d<sup>o</sup> dus met droeffheijt bij +malcanderen sijnde, sagen al na volcq uijt, op hoope het Japanders +mochte sijn, om door haer weder bij onse natie te comen alsoo daer +anders geen uijtcomste was, door dien de boot ende schuijt aen stucken +geslagen ende int minste niet te helpen was; voorden middag vernamen +een man ontrent een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae +ons vernam steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op +een musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen +en deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer +toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer +(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, maer +hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met malcanderen +zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij eenige zee +roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; tegen den avont +quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die ons telde ende dien +nacht rontom de tent de wacht hielden.</p> + +<p>Den l8<sup>en</sup> smorgens waren doende met een groote tent te +maken; tegen den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters +als soldaten bij ons, sloegen haer leger om de tent; ’t volcq +altsamen in <span class="pagenum">[<a id="pb8" href= +"#pb8">8</a>]</span>ordre staende, wiert den bouckhouder<a class= +"noteref" id="xd0e2976src" href="#xd0e2976">16</a>, opperstuijrman, +schieman<a class="noteref" id="xd0e2985src" href="#xd0e2985">17</a> +ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij +’t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den +hals, waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om +haer hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de +aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten, +ende dat met soo een geschreeuw van ’t crijgsvolcq dat ’t +schrickelijck was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en +siende, seijden tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, +wij sullen haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij +opde knien souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige +woorden, maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer +al, dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also +malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient bij +haer Jeenare<a class="noteref" id="xd0e2988src" href="#xd0e2988">18</a> +ofte Jirpon<a class="noteref" id="xd0e2991src" href="#xd0e2991">19</a> +genaemt wort; liet haer den overste elc een coppie arrack schencken, +ende weder in de <span class="pagenum">[<a id="pb9" href= +"#pb9">9</a>]</span>tent bij malcanderen brengen; terstont quamen sij +sien of wij eenige victalie hadden, dog niet vindende dan ’t +voorsz. vleijs en specq, ’t <span class="leftnote"> +[5]</span>welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, +brochten ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten +dat wij verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte +overcomen; nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de +hand geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen +om ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier +nae ’t vracq toe om ’t gene nog van ’t goet bevonden +worde op ’t droegh bij malcanderen te brengen; ’s avonts +gaven ons yder een weijnigh rijs te eeten; ’s middaghs had den +stuijrman de hooghte genomen ende bevonden ’t Quelpaerts Eijland +te leggen op 33 graden 32 minuijten<a class="noteref" id="xd0e2999src" +href="#xd0e2999">20</a>.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p02.gif" alt="" width= +"720" height="492"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span></p> + +<p>Den 19<sup>en</sup> d<sup>o</sup> warense nog al doende om ’t +goet op ’t land te halen ende te droogen, het hout daer eenig +yser in was te verbranden; de officiers gingen bijden Overste ende den +Admirael van ’t eijland (die daer mede gecomen was) brochten haer +yder een kijcker, namen mede een kanne wijn thint, met ’s +Comp<sup>es</sup> silvere schael die wij tussen de klippen gevonden +hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, smaeckten haer wel, +droncken soo veel dat sij heel verheught waren ende sonden de onse +weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap bewesen hadde, ende de +schael haer mede gaven.</p> + +<p>Den 2O<sup>en</sup> d<sup>o</sup> verbranden zij ’t fracq en +al ’t overige hout om ’t yserwerc daer uijt te crijgen; int +branden van ’t fracq, gingen twee stucken los, die met scharp +geladen waren, daer over soo wel de groote als de clijne haer opde +vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen wederom bij ons ende wesen +offer meer souden losgaan. Wij wesen van neen, gingen terstont met haer +werck weder voort ende brachten ons tweemael daegs wat eeten.</p> + +<p>Den 21<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens liet den overste eenige +van ons halen, wesen dat ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude +brengen, om versegelt te worden, t welc wij deden, ende terstont in ons +presentie geschieden; de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht +eenige <span class="pagenum">[<a id="pb11" href= +"#pb11">11</a>]</span>dieven die int bergen van ’t goet eenige +vellen<a class="noteref" id="xd0e3078src" href="#xd0e3078">21</a>, yser +als andersints gestolen hadden, ’t welcq op haer rugh gebonden +was; worden in ons presentie gestraft tot een teeken dat sij van +’t goet niet wilde verminderen, sloegen deselve onder de ballen +vande voeten met stocken van ontrent een vadem lanck ende een gemene +jongens arm dicq, dat sommige de toonen vande voeten vielen, ider 30 +à 40 slagen; smiddaghs wesen dat wij vertrecken soude; die +rijden conden cregen paarden ende die om hare quetsure niet rijden +conde, wierden door last des overste in hangematten gedragen; nade +middagh vertrocken met ruijters ende soldaten wel bewaert, savont +logierden in een cleijn steetje gen<sup>t</sup> Tadjang<a class= +"noteref" id="xd0e3084src" href="#xd0e3084">22</a>; na dat wij wat +gegeten hadden, brachten ons ’t samen in een huijs<a class= +"noteref" id="xd0e3092src" href="#xd0e3092">23</a> om te slapen, maer +leeck beter een paarde stal dan een herberge ofte slaapplaets; waren +ontrent 4 : mijl gerijst.</p> + +<p>Den 22<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met den dagh gingen weder +te paert sitten, aten onder wege voor een fortie, daer twee +oorlogsjoncken lagen, het ochten mael; smiddags quamen in een stadt +gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id="xd0e3106src" href= +"#xd0e3106">24</a> sijnde <span class="leftnote">[6]</span>de +residencie plaets vanden gouverneur van ’t eijland, bij haer +mocxo<a class="noteref" id="xd0e3115src" href="#xd0e3115">25</a> +gen<sup>t</sup>; daer comende wierden op een velt recht voor ’t +lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een +coppie canje water<a class="noteref" id="xd0e3133src" href= +"#xd0e3133">26</a> te drincken; wij dachten dit onse laetsten dronck +soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude gestorven +hebben, alsoo ’t schrickelijck om sien was soo van ’t +geweer, oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die +wij sagen, ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van +sulcken fatsoen van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off +daer van gehoort was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. +persoonen op de voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende +neer <span class="pagenum">[<a id="pb12" href= +"#pb12">12</a>]</span>gesmeten; een weijnig gelegen hebbende riep ende +wees dat sij boven op een groote planckiring int gem<sup>e</sup> huijs +daer hij sat gelijck een Coninck, ende aan sijn sijde geseten sijnde, +vraeghden ende wees waer wij vandaen quamen ende waer nae toe wilde; +gaven en beduijden soo veel wij conden ’t oude antwoort: na +Nangasackij in Japan, waer op hij mettet hooft knicte, ende soo +’t bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; terwijle worde het +vordere volc die gaen conde vervolgens met haer 4<sup>en</sup> teffens +op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; alles wel +ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met beduijden +daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet conde +verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een wooning +daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden was, uijt +oorsaeke dat hij den Coninck uijt ’t Rijc socht te stooten; liet +het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot onderhout +¾ ℔ rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog de +toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten daerom +ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck water daer +toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, soo ons +namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des Conincx stadt +ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij na den Coninck +soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te doen stont; +geduijrende ’t verwachten van ’t bescheijt des Conincx +’t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl +over zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten +derhalven aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere +toespijs mochte toegebracht worden, door dien ’t met rijs en sout +niet langer konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, +’tlichaem ende cleederen die seer weijnig waren, somtijts te +reijnigen, dagelijcx bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, +twelc ons toestont, ende belaste dat van toespijs soude besorght +worden; liet ons dickmaels voor hem comen, om ’t een en ’t +ander soo op onse als hare spraeck te vragen en op te schrijven +waardoor ten laetsten al crom eenige woorden met malcanderen conde +spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten ende andere +vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin soude setten, +ons dagelijcx moet gevende <span class="leftnote">[7]</span>van weder +na Japan gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck +quam; liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een +heijdens mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.</p> + +<p>Den 29<sup>en</sup> October naerden middag wiert den bouckhouder, +opperstuijrman <span class="pagenum">[<a id="pb13" href= +"#pb13">13</a>]</span>ende den onder barbier<a class="noteref" id= +"xd0e3165src" href="#xd0e3165">27</a> bij den gouverneur geroepen; bij +hem comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, +vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot +antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon te +lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel +praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot nog +toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck ende +waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders van +Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende naer toe +wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer Japan +meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, zijnde +door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op ’t eijland +vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende +waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman +ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan Janse +Weltevree uijt de Rijp A<sup>o</sup> 1626 met ’t schip Hollandia +uijt ’t vaderlant gecomen, ende dat hij A<sup>o</sup> 1627 mettet +Jacht Ouwerkerck naer Japan gaende<a class="noteref" id="xd0e3194src" +href="#xd0e3194">28</a>, door contrarie wint opde cust van Coree +vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na ’t vaste +lant gevaren, van d’inwoonders met haer drien gehouden zijn, de +boot met de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont +door gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen +hij ’t land innam)<a class="noteref" id="xd0e3210src" href= +"#xd0e3210">29</a> inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck +Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met +den voornoemden Weltevree gelijck <span class="pagenum">[<a id="pb14" +href="#pb14">14</a>]</span>int lant gecomen<a class="noteref" id= +"xd0e3221src" href="#xd0e3221">30</a>. Vraeghden hem mede waer hij +woonde, waervan leeffde, ende waerom op ’t eijlant gecomen was; +seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt<a class="noteref" id= +"xd0e3224src" href="#xd0e3224">31</a>, dat hem vande Coninck +behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert gegeven, dat daer was +gesonden om te sien wat voor volcq wij ende hoe aldaer gecomen waren, +verhaelde ons mede dat hij verscheijde malen aanden Coninck ende andere +grooten versocht hadden, om naer Japan gesonden te worden, dog haer +sulcx altijt wiert afgeslagen, zeggende waert gij vogels soo mocht gij +daer nae toe vliegen, wij senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen +ul. van cost en cleeden versorgen ende moet soo u leven in dit lant +eijndigen, met welcke troost hij ons medetroosten ende seijde indien +bijden Coninck quamen niet anders voor ons te verwachten stont, soodat +onse blijschap van een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt +veranderde; het was te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 +jaren, sijn moeders tael soo nae vergeten hadde, alsoo <span class= +"leftnote">[8]</span>in ’t eerste als vooren geseght hem qualijck +verstaen conde, binnen een maent ommegaens met ons al weder leerde. Alt +voorverhaelde ende tblijven van ’t schip en volcq wiert door last +des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons voorgelesen ende door den +voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den eersten goeden wint naer +’t Hoff gesonden te worden; den gouverneur gaff ons dagelijcx al +goede moet seggende ’t bescheijt daer op met den eersten te +verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, om ons na +Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, ende ons niet +dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; liet den +meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper +Benjoesen<a class="noteref" id="xd0e3230src" href="#xd0e3230">32</a> +ons dagelijcx comen besoecken om ’t geen van doen hadden hem +bekent te maken.</p> + +<p>Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den +ouden sijn tijt van drie jaren g’expireert was, daer over wij ten +hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten <span +class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>mochten +inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur liet ons +voor sijn vertrecq (alsoo ’t kout wiert ende van cleeden weijnigh +versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere kousen een +d<sup>o</sup> schoenen<a class="noteref" id="xd0e3246src" href= +"#xd0e3246">33</a> maecken, om ons voor de koude daermede te behelpen, +liet ons de geberghde boecken<a class="noteref" id="xd0e3249src" href= +"#xd0e3249">34</a> weder te hand stellen, gaf ons mede een groote pul +traen om den tijt geduijrende den winter daer mede door te brengen; op +sijn scheijmael tracteerden ons wel, liet door den voorn: Weltevree ons +seggen dat hij zeer bedroeft was, dat ons niet naer Japan had mogen +senden, ofte met hem naer ’t vaste land mochte nemen, dat wij +niet bedroeft over sijn vertrecq zouden wesen, ten hove comende alle +debvoir tot onse verlossinge ofte metter haest vant eijland naer +’t hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle de verhaelde +courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.</p> + +<p>Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons +terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met een +dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door +contrarie wint nog op ’t eijland was, claeghde; gaf ons tot +antwoort dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, +dog zoude den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn +aenwesen, den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op +’t soberste versach om vordere clachten te mijden.</p> + +<p><span class="leftnote">1654.</span>Int begin van Januarij vertrock +den ouden gouverneur, doen gingh ’t veel slimmer als te vooren, +gaff ons in plaets van rijs, geerst, ende van taruwe, garste meel, +sonder eenige toe spijs, soo dat indien wat toe spijs wilde hebben onse +geerst vercochten; met ¾ ℔ garste meel des daeghs mosten +te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses man daegs continueerde; dus in +droeffheijt sijnde sochten derhalven alle middelen (alsoo den soeten +tijt ende mousson op handen quam, de tijdingh van <span class= +"leftnote">[9]</span>den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven +zeer beducht ons op ’t eijland mochte gebannen hebben, om +’t leven inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende +weder siende of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn +gereetschap leggende, conde becomen ende ’t hasepat te kiesen, +’twelcq int laetse van April met haer sessen, waer onder den +opperstuijrman ende nog drie vande te recht gecomen<a class="noteref" +id="xd0e3261src" href="#xd0e3261">35</a> maets waren, onderstaen soude +hebben; een vande maets over de muijr dimmende om naer ’t +vaertuijg ende ’t getij van <span class="pagenum">[<a id="pb16" +href="#pb16">16</a>]</span>’t water te sien, wiert het de wacht +door ’t blaffen vande honden als andersints gewaer, waer over soo +scherpen wacht hielden, dat voor die tijt van haren aanslag versteeken +waren.</p> + +<p>Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets +(waer vander drie<a class="noteref" id="xd0e3268src" href= +"#xd0e3268">36</a> als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt +gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap +sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een +man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting<a +class="noteref" id="xd0e3271src" href="#xd0e3271">37</a> daertoe +gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, ider een +dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede te nemen, +traden int voorseijde vaertuijg, ’t selve over een banck die daar +voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant dorpje, die +heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden was, +eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer mede +hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende<a +class="noteref" id="xd0e3274src" href="#xd0e3274">38</a> egter buijten, +behalven een die int vaertuijg niet conde comen, door dien de touwen +aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; die int vaertuijg +’tzeijl op heijsende, alsoo sij met ’t gereetschap niet wel +conden omgaen, viel de mast met ’t zeijl overboort, die sij met +groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft +gebonden hebbende ende ’t seijl als vooren opheijsende, ist spoor +van de mast gebrooken, de mast met ’t seijl voorde tweede mael +overboort gevallen, costent doen niet weder opcrijgen<a class="noteref" +id="xd0e3277src" href="#xd0e3277">39</a>, dreven alsoo na de wal; die +van ’t land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een ander +vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse bij haer +over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort te smijten, +ende met ’t selve vaertuijg door te gaen, maar vondent ten +naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met +malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde, +liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting om +den hals, d’eene hant met een clamp opde planck <span class= +"pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>gespijckert<a class= +"noteref" id="xd0e3282src" href="#xd0e3282">40</a>, voor hem neder +werpen; de vordere wierden mede uijt ’t gevangen huijs gehaelt, +mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur gebracht, al +waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; den gouverneur +liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten van d’ +andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande andere +geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt <span class="leftnote"> +[10]</span> ende straffe van hare mackers voor te comen) waer op den +gouverneur liet vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer +Japan wilde, waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een +cleijn vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te +doen was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te +sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock ontrent +een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, boven ront, +25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent een maent langh +inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen ende bij nacht en +dach scherpe wacht gehouden.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p03.gif" alt="" width= +"720" height="499"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18">18</a>]</span></p> + +<p>Dit eijland bij haer Scheluo<a class="noteref" id="xd0e3303src" +href="#xd0e3303">41</a> ende bij ons Quelpaert gen<sup>t</sup> leijt +als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a +13 mijlen vande suijthoeck van ’t vaste lant van Coree, heeft +aende binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen +ende van daer varen naer ’t vaste lant. Is seer gevaerlijck voor +d’onbekende door de blinde klippen om in te comen, waer door veel +die daer op varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis +raken, naer Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen +ancker gront ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland +heeft aan verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. +Is seer <span class="pagenum">[<a id="pb19" href= +"#pb19">19</a>]</span>volckrijck<a class="noteref" id="xd0e3346src" +href="#xd0e3346">42</a>, vruchtbaer van leeftocht, overvloet van +paarden en koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den +Conincq opbrengen; d’Inwoonders zijn seer arme ende slechte<a +class="noteref" id="xd0e3355src" href="#xd0e3355">43</a> luijden, bij +die van ’t vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh +vol boomen<a class="noteref" id="xd0e3363src" href="#xd0e3363">44</a>, +de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen daerse rijs +planten.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p04.gif" alt="" width= +"720" height="487"></div> + +<p>Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck +tot onser droeffenis dat wij na ’t Hoff mosten comen, ende weder +tot blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à +7 dagen daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen +ende eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen +off ’t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte +geschiet hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, +door dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee +zieck waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie +wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out +gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet +waijende, gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als +vooren gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen +onder zeijl; savonts quamen dicht bij ’t vaste lant, alwaer wij +des nachts onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken +gesloten ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert +wierden; des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een +stadt gen<sup>t</sup> Heijnam<a class="noteref" id="xd0e3385src" href= +"#xd0e3385">45</a>, alwaer wij des avonts alle 36 weder <span class= +"leftnote">[11]</span> bij malcanderen quamen, doordien ider jonck in +een verscheijde plaets was aangecomen; des ander daegs nadat wat +gegeten hadde, saten weder te paert, ende quamen savonts in een stadt +gen<sup>t</sup> Ieham<a class="noteref" id="xd0e3405src" href= +"#xd0e3405">46</a>; des nachts is Poulus Janse Cool van Purmerend, +bosschieter, overleden, die sedert ’t verlies van ’t schip +noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande stadts gouverneur in +onser presentie begraven; vant graff vertrocken te paert weder ende +quamen savonts in een stadt Naedjoo<a class="noteref" id="xd0e3408src" +href="#xd0e3408">47</a> <span class="pagenum">[<a id="pb20" href= +"#pb20">20</a>]</span>gen<sup>t</sup>; des volgende morgen vertrocken +weder ende bleven dien nacht in een stad genaemt Sansiangh van waer wij +des morgens vertrocken, ende logierden dien nacht inde stad Tiongop<a +class="noteref" id="xd0e3421src" href="#xd0e3421">48</a>, passeerden +dien dagh een seer hoogen bergh waer op een groote schans lagh +gen<sup>t</sup> Jipamsansiang<a class="noteref" id="xd0e3430src" href= +"#xd0e3430">49</a>; nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des +morgens, ende quamen dien selven dagh inde stad Teijn<a class="noteref" +id="xd0e3441src" href="#xd0e3441">50</a>; den volgenden morgen saten +weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gen<sup>t</sup> +Kninge<a class="noteref" id="xd0e3449src" href="#xd0e3449">51</a>; naer +dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen savonts +in een groote stad gen<sup>t</sup> Chentio<a class="noteref" id= +"xd0e3457src" href="#xd0e3457">52</a> alwaer in oude tijden Conincx +hoff placht te zijn<a class="noteref" id="xd0e3462src" href= +"#xd0e3462">53</a>, ende wort nu bij den stadthouder vande provintie +Thiellado<a class="noteref" id="xd0e3470src" href="#xd0e3470">54</a> +bewoont. Is door ’t geheele land voor een groote coopstad +vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, alsoo een lantstadt is; +des volgende morgen vertrocken ende quamen savonts in een stadt +gen<sup>t</sup> Jehaen<a class="noteref" id="xd0e3478src" href= +"#xd0e3478">55</a>, dit was de laetste stadt vande provintie Thiellado, +van waer wij des morgens weder te paert vertrocken, ende logeerde dien +nacht in een stetje gen<sup>t</sup> Gunjiu<a class="noteref" id= +"xd0e3484src" href="#xd0e3484">56</a>, gelegen inde provintie +Tiongsiangdo<a class="noteref" id="xd0e3487src" href= +"#xd0e3487">57</a>; vertrocken des anderen daegs na een stad +gen<sup>t</sup> Jensoen<a class="noteref" id="xd0e3495src" href= +"#xd0e3495">58</a>. Aldaer vernacht hebbende saten des morgens weder te +paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio<a class="noteref" id= +"xd0e3500src" href="#xd0e3500">59</a> gen<sup>t</sup> alwaer de +stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff hout; des anderen +daeghs passeerde een groote rivier ende quamen inde provintie +Senggado<a class="noteref" id="xd0e3511src" href="#xd0e3511">60</a> +alwaer de Coninklijcke stadt in <span class="pagenum">[<a id="pb21" +href="#pb21">21</a>]</span>leijt; naer dat nog verscheijde dagen +gereijst ende in diverse steden ende dorpen vernacht hadden, passeerde +eijndelijck een groote rivier<a class="noteref" id="xd0e3516src" href= +"#xd0e3516">61</a> ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de +rivier overgevaren ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer +groote bemuerde stadt gen<sup>t</sup> Sior<a class="noteref" id= +"xd0e3533src" href="#xd0e3533">62</a>, zijnde de residentie plaets des +Conincx (hadden ontrent 70 a 75 mijl<a class="noteref" id="xd0e3544src" +href="#xd0e3544">63</a> gereijst meest noorden wel soo westelijck aan). +Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen +gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die +aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p05.gif" alt="" width= +"720" height="495"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22">22</a>]</span></p> + +<p>zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden +’t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan +Janse Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten +geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat +’t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant +vervallen, van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot +waren, dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te +<span class="leftnote">[12]</span>senden, om aldaer weder bij ons volcq +te comen ende in ons vaderlant te geraken; gaf ons voor antwoort, soo +den veelmael genoemden Weltevree vertolckten, dat sulcx haer manier +niet en was, vremde natie uijt zijn lant te senden, maer mosten aldaer +haer leven eijndigen, dat hij ons onderhout soude geven; liet ons op +onse lants wijse dansen, singen ende alles doen wat geleert hadden<a +class="noteref" id="xd0e3577src" href="#xd0e3577">64</a>; op haer +manier ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx +lijwaet om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te +steeken ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen +daegs worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem: +Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten<a +class="noteref" id="xd0e3593src" href="#xd0e3593">65</a> <span class= +"pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>van sijn gemaect +hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 cattij rijs yder, +gaf de man een ront houte borretie<a class="noteref" id="xd0e3601src" +href="#xd0e3601">66</a>, waer op onse namen (die se op haere spraeck +verandert hadden) ouderdom, wat voor volcq waren, ende waer voor den +Coninck diende, met caracters uijtgesneden, ende met des Conincx ende +veltoverstes zegel ofte chiap<a class="noteref" id="xd0e3612src" href= +"#xd0e3612">67</a> daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt +en loot, met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor +hem mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder +gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden +voorden Coninck moeten doen; den overste met<a class="noteref" id= +"xd0e3615src" href="#xd0e3615">68</a> ofte in Conincx dienst uijtgaende +met hem soude loopen; drilt zijn volcq in ’t jaer 6 maenden, drie +int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, ende oeffenen +haer int schieten als andere oorloghs manieren des maents drie reijse, +in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij den swaersten vande +werelt op den hals hadden; stelden een Chinees (door dien mede veel +Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den veelmael gen. Weltevree +over ons als hooffden, om van alles op hare wijse te onderrechten ende +opsicht over ons te hebben, gaf yder twee stucx hennippe lijwaet om ons +daermede voort van alles te voorsien, ende ’t maeckloon vande +clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij veel groote heeren +geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende kinderen +nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van ’t +eijland<a class="noteref" id="xd0e3618src" href="#xd0e3618">69</a> +hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen geleeken, +wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, door de +blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, ende +diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert +waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van +houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden +int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van +’t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot +bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door +dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden +haelden en voor ’t geckje hielden.</p> + +<p><span class="leftnote">[13]</span>In Augustij quam den Tartar om +sijn gewoonelijcke tribuijt te <span class="pagenum">[<a id="pb24" +href="#pb24">24</a>]</span>halen<a class="noteref" id="xd0e3627src" +href="#xd0e3627">70</a>; wij wierden door den Coninck in een groote +schans gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert +te worden<a class="noteref" id="xd0e3639src" href="#xd0e3639">71</a>; +dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op een seer hoogen +bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, waer na toe den +Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier houden de grootste +papen vant land haer residentie, daer is altijt voor drie jaren +victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen kennen geneeren. +Is genaemt Namman Sangsiang<a class="noteref" id="xd0e3647src" href= +"#xd0e3647">72</a>; alwaer tot den 2 a 3<sup>en</sup> September, dat +den Tartar vertrocken was, bleven.</p> + +<p>Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl +vande stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer +volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.</p> + +<p>Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude +ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem +belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van +’t schip aen ’t eijland gespoelt, bij haer geberght, +gedrooght ende hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest +verrot<a class="noteref" id="xd0e3662src" href="#xd0e3662">73</a> ende +opgegeten<a class="noteref" id="xd0e3665src" href="#xd0e3665">74</a>, +met last dat wij die souden vercoopen om voor de coude soo veel +mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met malcanderen goet, +alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout halen, dat soo heen +en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, ’t welcq door +de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende moeijelijck +viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest Godt geen +uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever willende wat +koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie<a class="noteref" id= +"xd0e3671src" href="#xd0e3671">75</a> gequelt te sijn; leijden de man 3 +a 4 taijlen silver bij malcanderen, ende alsoo huijskens van 8 a 9 +taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; <span class="pagenum">[<a id="pb25" +href="#pb25">25</a>]</span>van ’t overschot staken ons een +weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo den winter daer mede +door.</p> + +<p><span class="leftnote">1655.</span>In Maert quam den Tarter weder, +als vooren verhaelt hebben; wij worden belast niet uijt onse huijsen te +gaen; den dagh wanneer den Tarter vertrock geliet<a class="noteref" id= +"xd0e3680src" href="#xd0e3680">76</a> den opperstuijrman Hendrick Janse +van Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij +om branthout verlegen waren; gingen naer ’t bos, alwaer sij aande +cant daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den +Tarterse gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters +ende soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert +vanden opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut +hebbende, stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer +Hollants voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken +confusie, dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij +voor volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen +den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude +logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde <span +class="leftnote">[14]</span>offer geen tolcq en was die den stuijrman +verstaen conde, waer op den meergem: Weltevree door last des Conincx +terstont most volgen; wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int +Conincx hoff gehaelt; voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons +vraeghden of wij daer niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, +dat sulcx buijten onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een +straffe toe, om dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, +yder 50 slagen opde billen; van al ’t geseijde den Coninck +telckens wiert rapport gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, +seggende dat wij door storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn +lant gecomen waren, belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende +aldaer te blijven tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: +Weltevree bijden Tarter gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is +de saeck bijden Coninck ende Raden soo besteecken dat den Tartersen +gesant voor een somma gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden +groote Cham niet soude openbaren, sorgende dat ’t geschut datse +op hadden laten duijcken en de goederen souden moeten op brengen; +sonden de twee maets weder na de stadt, die terstont inde gevanckenis +geworpen zijn alwaer zij na eenigen tijt zijn comen te overlijden, te +weten den stuijrman ende bosschieter; wij hebben noijt <span class= +"pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26">26</a>]</span>seeker kunnen +vernemen ofse haer eijgen doot gestorven dan van haer om hals gebracht +sijn, alsoo geduijrende de gevanckenis bij haer noijt hebben mogen +comen ende verboden was<a class="noteref" id="xd0e3693src" href= +"#xd0e3693">77</a>.</p> + +<p>In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden ’t +samen bij den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree +van wegen den Coninck aenseijde onder schijn datter op ’t +Quelpaerts eijland weder een schip was gebleven, den gem<sup>te</sup> +Weltevree door sijn ouderdom onbequaem was, daer nae toe te gaen; +datter drie van ons die de spraeck best conde, derwaerts mosten, om te +vernemen wattet voor een schip was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een +adsistent, den schieman ende een matroos<a class="noteref" id= +"xd0e3706src" href="#xd0e3706">78</a> derwaerts vertrocken met een +sergiant tot haer geleijder.</p> + +<p>In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden +ende quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert +ende op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den +Tarter 2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter +cregen eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets, +waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van ’t land +in een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot +dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham +sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer +gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na ’t eijland +vertrocken ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te +verduijsteren ende in haer lant te houden<a class="noteref" id= +"xd0e3714src" href="#xd0e3714">79</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">[15]</span>In ’t laetse van ’t +jaer quam den Tarter over ’t ijs weder om sijn tribuijt; den +Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel bewaren.</p> + +<p><span class="leftnote">1656.</span>Int begin van ’t jaer, +alsoo den Tarter daer nu twee mael geweest ende na ons niet vernomen +hadden, drongen eenige Rijcxraden ende andere grooten die ons sat +waren, hart bij den Coninck aan, om ons van cant te helpen, waer over +onder de grooten drie dagen raet wiert <span class="pagenum">[<a id= +"pb27" href="#pb27">27</a>]</span>gehouden; alsoo den Coninck, des +Conincx broeder, veltoverste ende andere grooten (ons toegedaen) seer +tegen waren; den veltoverste seijde dattet beter was, eerse ons soude +om hals brengen, datse een van ons tegen twee van haer met gelijck +geweer soude setten, ende soo lange laten vechten tot dat wij doot +waren, dat daermede den Coninck de naem van zijn ondersaten niet soude +hebben dat het vreemt volcq openbaerlijck had om ’t leven laten +brengen, twelcq ons van goede luijden wiert secretelijck geseijt; +geduijrende de vergadering was ons belast inde huijsen te blijven; wij +niet wetende wat ons nakende was verhaelde sulcx tegens voorn. +Weltevree, die simpelijck tegens ons seijde: kent gijlieden nog drie +dagen leven, gij sult wel langer leven; des Conincx broeder die als +hooft vande vergadering was, wanneer daer nae toe ging ende weder van +daen quam, onse buert moste voorbij passeeren, namen hem waer, vielen +op ’t aengesicht voor hem neder, waer over ons ten hooghsten +beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, hebben alsoo door den +Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van veele ons leven +behouden, wierden bij den Coninck, op ’t aendringen van onse +wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij voor gaven +dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer swarigheijt +uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado<a class="noteref" id= +"xd0e3727src" href="#xd0e3727">80</a> gebannen, alwaer ons den Coninck +uijt sijn eijgen incomst 50 ℔ rijs smaents toe leijde.</p> + +<p>Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert +vertrocken, bijden veelmaelgen<sup>e</sup> Weltevree ende andere +bekende tot aende rivier een mijltje buijten de stadt uijtgeleij +gedaen. Wij in de schou gegaen sijnde, vertrock geseijde Weltevree +wederom naede stadt, zijnde ’t laetste dat wij hem gesien ofte +seekere tijding van gehoort hebben; wij reijsden den wech tot inde +stadt Jeham die opgereijst waren, passerende de selve steden, worden +van stad tot stad van eeten en paarden op slants costen versien, +gelijck opde boven reijs oocq geschiet was; eijndelijck in de stadt +Jeam gecomen sijnde ende aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van +daer weder vertrocken, ende quamen smiddaghs in een groote stadt met +een fort, genaemt Duijtsiang ofte Thella Penig<a class="noteref" id= +"xd0e3735src" href="#xd0e3735">81</a> alwaer de peingse<a class= +"noteref" id="xd0e3738src" href="#xd0e3738">82</a> dat is de eerste +naest den stadthouder ende overste over de militie van die <span class= +"pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28">28</a>]</span>provintie sijn +residentie hout; wij wierden nevens des Conincx brieven bijden sergiant +die ons geconvoijeert hadde aanden overste overgelevert; den sergiant +wiert terstont belast om de drie maets ’t verleden jaer uijt des +Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons te brengen, waren in een +schans daer den vice admirael woont ontrent <span class="leftnote"> +[16]</span>12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs +daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie +maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.</p> + +<p>In April cregen nog eenige vellen die soo lange op ’t eijland +gelegen hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en +waren om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet +boven de 18 mijl van ’t eijland ende dicht aende zeecant gelegen, +conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons +wederom een weijnig in de cleeden staaken ende ’t gene in ons +nieuwe logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat +wij tweemael smaents ’t gras vande marct ofte pleijn voort slants +ofte raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p06.gif" alt="" width= +"720" height="501"></div> + +<p><span class="leftnote">1657.</span> Int begin van ’tjaar wiert +den gouverneur ofte overste over eenige fouten die in slants dienst +begaen hadde uijt des Conincx last opgehaelt, stont groot perijckel van +sijn leven, was vande gemeene man seer bemint, wiert door groote +voorspraeck ende door dien van groote afcomste was, vanden Coninck +gepardonneert ende daer nae <span class="pagenum">[<a id="pb29" href= +"#pb29">29</a>]</span>in hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer +goet man soo voor ons als de inwoonders.</p> + +<p>In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den +voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons vrij +branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af<a class="noteref" id= +"xd0e3767src" href="#xd0e3767">83</a>, mosten ’t selver soo heen +als weer wel drie mijl over ’t geberchte halen, twelc seer +droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo in September +aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en sijn eijgen +volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.</p> + +<p>In November quammer van ’t hof een nieuwe gouverneur die hem +int minste met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte +yets anders aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander +last hadde, dan ’t rantsoen van rijs te geven, onse vordere +behoeftigheden met ’t een of ’t ander middel moste soecken; +alsoo onse cleederen door ’t continueel hout halen waren +versleten, den couden winter op handen quam, wij siende dat dese +luijden seer nieuwschierig ende om wat vreemts te hooren seer genegen +waren, ’t beedelen aldaer geen schande is, ons den noot daer toe +dwingende, vonden goet met het selve ambacht ons te behelpen, om daer +door ende ’t overschietende rantsoen ons voor de coude ende van +andere nootwendigheden te versien, alsoo wij dickmaels om een hant vol +sout tot de rijs te eeten, wel een half mijl souden gelopen hebben, al +’t welcq wij den gouverneur voor leijde; dat mede ’t hout +halen dat aande borgers vercochten, daer wij ons soo lange mede hadden +beholpen, door de naecktheijt der clederen, ons meeste mael met rijs en +sout met een dronck water daertoe, seer droevig ende swaer viel, ons +wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij buerte ons fortuijn bijde +boeren ende inde cloosters (die daer veel sijn) bijde papen te soecken, +ende daer mede <span class="leftnote">[17]</span> den winter door te +brengen, ’t welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel +wederom een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over +quamen.</p> + +<p><span class="leftnote">1658.</span>Int begin van ’t jaer wiert +den gouverneur op ontboden, ende een ander in sijn plaets gestelt; dese +nieuwe wilde ’t uijtgaen weder beletten ende ons jaerlijcx drie +stucken linde<a class="noteref" id="xd0e3779src" href= +"#xd0e3779">84</a> (zijnde ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor +soude arbeijden, dog alsoo wij meer aan de clederen soude versleten +hebben, behalven ’tgeen van toespijs, hout ende andersints van +nooden hadden, het een slecht jaer van <span class="pagenum">[<a id= +"pb30" href="#pb30">30</a>]</span>graenen, alle dingen zeer costelijck +ende duijr was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat +ons bij beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons +toestont, te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, +waervan zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, +wel op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of +ontrent de Conincx stadt<a class="noteref" id="xd0e3784src" href= +"#xd0e3784">85</a> en de Japanse logie<a class="noteref" id= +"xd0e3787src" href="#xd0e3787">86</a> te comen; ’t gras +uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.</p> + +<p><span class="leftnote">1659.</span>In April is den Coninck comen te +overlijden<a class="noteref" id="n30.3src" href="#n30.3">87</a>, ende +met consent <span class="leftnote">1660, 1661 en 1662.</span>vanden +Tarter sijn soon tot Coninck in des vaders plaets gecroont; wij +continueerde met ons voorgaende behulp, sochten doen ons meeste +fortuijn bijde papen alsoo se goet arms<a class="noteref" id= +"xd0e3837src" href="#xd0e3837">88</a> sijn, ende ons seer toegedaen +waren, voornamentlijck als wij haer den ommegang van onse en andere +natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig nae om te hooren hoe het in +andere landen toe gaet. Indient ons niet verdrooten hadde, soude wel +heele nachten daer nae geluijstert hebben.</p> + +<p>Int begin van ’t eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende +terstont een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer +toegedaen ende seijde dickmaels soo ’t in sijn wil ofte macht +stont, dat hij ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, +gaf ons de vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit +ende het <span class="pagenum">[<a id="pb31" href= +"#pb31">31</a>]</span>navolgende jaer, was het heel slecht van granen +ende ander gewas, door diender geen regen quam, maer A<sup>o</sup> 1662 +tot dat het nieuwe gewas uijt quam nog slimmer, soo datter veel +duijsenden van honger vergingen; conden de wegen qualijck gebruijcken +vande struijckroovers; daer wiert door last vanden Coninck op alle +wegen stercke wacht gehouden voorden reijsenden man, als mede om de +dooden die van honger langs de wegen storven te begraven, gelijck mede +om moorden ende rooven voor te comen, alsoo zulcx dagelijcx gedaen +wiert; daer wierden verscheijde steden en dorpen geplondert, de Conincx +packhuijsen<a class="noteref" id="xd0e3847src" href="#xd0e3847">89</a> +opengebrooken ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te +becomen door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de +gemene en arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse +akers<a class="noteref" id="xd0e3855src" href="#xd0e3855">90</a>, bast +van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van de +gelegentheijt van ’t lant ende ommegangh des volcx verhalen<a +class="noteref" id="xd0e3861src" href="#xd0e3861">91</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">[18]</span>Dit lant bij ons Coree ende bij +haer Tiocen Cock<a class="noteref" id="xd0e3871src" href= +"#xd0e3871">92</a> genaemt is gelegen tussen de 34½ ende 44 +graden; in de lanckte, Z. en N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. +en W. ongevaerlijck 70 a 75 mijl; wort <span class="pagenum">[<a id= +"pb32" href="#pb32">32</a>]</span>bij haer inde caert geleijt als een +caerte bladt<a class="noteref" id="xd0e3908src" href= +"#xd0e3908">93</a>, heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 +provintie<a class="noteref" id="xd0e3911src" href="#xd0e3911">94</a> +ende 360 steden, behalve de schansen op ’t geberghte ende +vastigheden aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om +aan te doen, door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer +volckrijck ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door +de menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast, +daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt +nauwste wijt,—dat is van de stadt Pousaen tot Osacca<a class= +"noteref" id="xd0e3919src" href="#xd0e3919">95</a>—ontrent 25 a +26 mijl; tussenbeijde leijt ’t eijland ’t Suissima of bij +haer Tymatte<a class="noteref" id="xd0e3927src" href="#xd0e3927">96</a> +genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst toebehoort, is +inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer voor die van +Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande West zijde +streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt aan ’t +noort eijnde met een grooten hoogen bergh<a class="noteref" id= +"xd0e3944src" href="#xd0e3944">97</a> aan een vande noordelijckste +provintien van China vast, soude anders voor een eijlant gereekent +<span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>worden, +door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare zee is, daer +jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als andere natie +int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden December, +Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh<a class= +"noteref" id="xd0e3969src" href="#xd0e3969">98</a> gevangen, die inde +twee eerste maenden d’hollantse gelijck zijn, ende inde twee +andere maenden cleijnder ofte gelijck d’pan haring in ons lant, +soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan nae ’t +Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben aande +Coreese stuijrluijden die opd’N. oostelijcke quartieren varen, +offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare zee +te zijn<a class="noteref" id="xd0e3978src" href="#xd0e3978">99</a>; die +van Coree na China reijsen nement int nauste van d’bocht te +water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, ende des +somers door ’t ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is; +kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over +’t ijs comen, alsoo ’t daer soo hart vriest ende sneeuwt, +gelijck ons volcq A<sup>o</sup> 1662 inde cloosters die in ’t +geberghte leggen, hebben gesien dat huijsen en boomen waren onder +gesneeuwt datse gaten onder d’sneeuw mosten maken om van ’t +een huijs in ’t ander te comen; om boven en om laegh te geraken, +binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer sij mede op ende +nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet te sincken; derhalven +moeten de menschen haer in dese quartieren met garst, geerst, ende +diergelijcke granen behelpen <span class="pagenum">[<a id="pb34" href= +"#pb34">34</a>]</span>alsoo daar door de coude geen rijs ende cattoen +wassen can ende meest vande zuijdelijcke quartieren moet toegebracht +worden; soo <span class="leftnote">[19]</span> is den gemeenen man haer +eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende +vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise<a +class="noteref" id="xd0e4001src" href="#xd0e4001">100</a> die aanden +Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese en Japanders +verhandelt wort.</p> + +<p>Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn<a +class="noteref" id="xd0e4033src" href="#xd0e4033">101</a>, hoe wel +onder den Tarter staet; regeert ’t land nae sijn believen, sonder +sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen particuliere +heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte dorpen, de grooten +trecken haer incomste uijt haer landerijen en slaven, alsoo wij gesien +hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, ooc mede van eenige +eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden Coninck gegeven worden, +maer soodra zij comen te overlijden, weder aanden Coninck +vervallen.</p> + +<p>Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx +stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden +ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; +d’ vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt +d’wacht houden, alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet +waernemen, ende soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt +overste, die heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts +jurisdictie sijn capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; +elcq quartier vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn +corporael ende yder 10 man <span class="pagenum">[<a id="pb35" href= +"#pb35">35</a>]</span>een hooft; yder moet de namen van zijn volcq +altijt op schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo +dat den Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in +sijn landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters +haer geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met +een vlegel gelijck als in ’t vaderlant ’t coorn mede +gedorst wort, aen ’t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten +sommige met harnas ende storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van +hoorn gemaect, hebben musquetten<a class="noteref" id="xd0e4045src" +href="#xd0e4045">102</a>, houwers en corte piecks; d’officieren +pijl en boogh; elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 +schooten cruijt ende soo veel cogels hebben<a class="noteref" id= +"xd0e4051src" href="#xd0e4051">103</a>; elcke stadt moet uijt sijn +Cloosters onder haer sorterende bij buerte<a class="noteref" id= +"xd0e4054src" href="#xd0e4054">104</a> de schansen en vastigheden op +’t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; +dese worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct<a class= +"noteref" id="xd0e4057src" href="#xd0e4057">105</a>, hebben mede +houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, sijnde +onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op schrift +heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, ’t +sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn dienst +ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen zijn, worden +van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen wederom inden +selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx dienst niet en +zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, hebben niet anders dan +des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te brengen, ’t welcq +meer als d’helft van ’t volcq is, door dien een vrijman bij +een slavin ofte een <span class="leftnote">[20]</span> vrije vrouw bij +een slaeff een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven +gehouden; slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d’ +meester<a class="noteref" id="xd0e4077src" href="#xd0e4077">106</a> +daer mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs <span class= +"pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36">36</a>]</span>joncq onder houden +met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn +gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken +riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers; +gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken; +elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt ende +visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen wort; +indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout ofte +misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken ’t sij +deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij +an<sup>o</sup> 1666 aan onsen admirael gesien hebben<a class="noteref" +id="xd0e4085src" href="#xd0e4085">107</a>.</p> + +<p>Soo veel d’rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de +rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int +hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen<a class= +"noteref" id="xd0e4093src" href="#xd0e4093">108</a>; zij vermogen den +Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met raet en daet te +adsisteeren; dit sijn d’grootste naest den Coninck in aensien, +continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer leven langh ofte +tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen alle andere officieren +aan ’t hoff dependeerende ofte tot datse tot hooger staet +geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende vordere soo hooge +als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de meeste worden, om +eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer tijt gelicht, alsoo +selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te dienen; den Coninck heeft +altijt overal sijn verspieders<a class="noteref" id="xd0e4101src" href= +"#xd0e4101">109</a> om van alles goede informatie van d’regeringh +te nemen, soodat d’officieren dickmaels met d’doot ofte een +eeuwigh bannissement besueren moeten.</p> + +<p>Wat d’incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen +belangt, den Coninck treckt sijn incomste van ’t gene de aerde +ende zee voortbrengt; heeft in alle steden ende dorpen zijn +packhuijsen, om ’t gewas ofte zijn incomste in te doen, die +jaerlijcx aande gemeene man op intrest tot 10 p<sup>r</sup> +c<sup>to</sup> wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt, +voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren <span class= +"pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span>van haer eijgen; die +in Conincx dienst zijn, van ’t rantsoen dat den Coninck haer +toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer de huijsen +soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder naer zijn +groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de oncosten +vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden die geen +soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst daertoe hij +geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle cleijnigheden +die tot onderhout van ’t lant van nooden is; de ruijters en +soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden ofte +ƒ 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters +en soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets +te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.</p> + +<p><span class="leftnote">[21]</span>Wat d’swaerste crimen ende +straffen daer toe sijn aangaet, die hem tegen den Coninck stelt ofte +uijt ’t rijck souckt te stooten, worden met hare geheel geslacht +uijtgeroeijt; hare huijsen worden tot den gront toe afgebrooken, daer +vermach niemand een bequaem huijs weder op te setten, ende alle hare +goederen ende slaven geconfisqueert te proffijte van ’t lant ofte +aan andere wegh geschoncken; eenige sententie die bijden Coninck gevelt +ende bij imand tegengesprooken wort, deselve worden mede seer +swaerlijck metter doot gestraft, gelijck bij onsen tijt is geschiet des +Conincx broeders vrouw, die vermaert was met d’naelde wel te +connen om gaen; liet den Coninck haer voor zich een rock maken, sij +eenigen haet opden Coninck hebbende, naeijde daer eenige toverije in, +soo dat wanneer den Coninck den rock aen hadde, noijt conde rusten, den +Coninck deselve latende los tornen ende visiteren, vont tselve daerin, +waerover hij de voorsz. vrouw liet in een camer setten, waer van de +vloer van copere platen gemaect was, ende vuijr daeronder stooken, +totdat sij doot was; een van hare vrunden sijnde doen ter tijt een +stadthouder van grooten afcomste en ten hove in grooten aensien, +schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te meer gelijck sij was, +wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, een vrouw meer als een +man behoorde te verschoonen; waer over hem den Coninck liet ophalen; +naer dat op eenen dagh 120 slagen op d’scheenen gecregen hadde, +’t hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende slaven +geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen ’t +geslacht<a class="noteref" id="xd0e4126src" href="#xd0e4126">110</a> +niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, wort aan een +wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde gedolven, +met een houte saeg <span class="pagenum">[<a id="pb38" href= +"#pb38">38</a>]</span>daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert +edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, tot +dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve +stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken, +worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert; +deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d’gemeene man over +haer gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die +zijn vrouw om ’t leven brengt ende weet te bewijsen daertoe +eenige redenen gehad te hebben, ’t sij door overspel ofte +andersints, wort daer over niet aengesprooken, ten sij het een slavin +is, moet dan deselve haer Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer +Meester om hals brengen worden met groote tormenten gedoot; een heer +magh sijn slaeff om een cleijne reden ’t leven benemen. Moorders +worden op d’selve maniere, nadat sij verscheide malen onder +d’voeten geslagen sijn, gelijck sij de moort gedaen hebben, +gestraft; dootslagers straffense aldus: den overleden wassen zij met +asijn, vuijl en stinckent water ’t geheele lichaem, ’t +welck sij den misdadiger door een trechter inde keel gieten, soo lange +’t lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden buijck tot dat +hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe staet, soo wort +deselve hier <span class="leftnote">[22]</span> veel gepleeght, worden +allenxkens onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een +getrouwde vrouw overspel doet of d’selve vervoert, worden beijde +tot spot somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, ’t +aengesicht met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een +trommeltje opden rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn +overspeelders, door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op +d’billen gestraft; die de incomste vanden Coninck off ’t +landt niet op en brengt worden 2 a 3 mael ’s maents voorde +scheenen geslagen, tot dat hij ’t opbrengt, ofte van cant is; +compt hij te overlijden, moeten de vrunden het opbrengen, soodat den +Coninck ofte ’t land van haer incomste noijt en mist; de gemeene +straffe geschiet op d’naecte billen ofte op de kuijten, ende wort +bij haer voor geen schande gereekent, door dien om een woort spreekens +licht daer toe connen geraaken; de gemene gouverneurs vermogen sonder +licentie van haren stadthouder niemand ter doot verwijsen ende crimen +’t landt rakende niemand sonder kennisse van den Coninck; +’t slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een stoeltje de +beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand breet boven +d’ voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer sij +tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter ront, +voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken off van +essen <span class="pagenum">[<a id="pb39" href= +"#pb39">39</a>]</span>hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 +slagen; 3 a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met +d’Justitie voortgaen, totdat se volbracht is; die zij ten eersten +willen doot hebben, die worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een +arm dick dicht onder de knien geslagen; onder de voeten te slaen +geschiet aldus; sittende op d’ aerde worden de groote thoonen bij +malcanderen gebonden ende bij een hout opgehaelt die tussen haer dijen +staet; met ronde stocken een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder +d’ballen van de voeten soo veel slagen als den rechter belieft; +op dese maniere peijnigen sij mede alle misdadigers; op d’billen +te slaen wort aldus gedaen, strijcken de broecken affende leggen se +vlacq op d’aerde neer ofte op een banckje gebonden, de vrouwen om +schaemts halven laten een enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te +treffen, makent selve eerst nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, +boven ront onder een hand breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen +teffens wort naest de doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm +ende een vinger dick die voor de kuijten geslagen worden, staen<a +class="noteref" id="xd0e4136src" href="#xd0e4136">111</a> op een +banckje de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten +lancq als ’t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van +de omstaende rackers dat ’t selve somtijts meer schrick als +’t slaen aenjaeght; de kinderen worden met cleijne [teentjes] op +de kuijten gestraft; daer sijn nog meer andere straffen, dog hier te +lange om te verhalen<a class="noteref" id="xd0e4151src" href= +"#xd0e4151">112</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">[23]</span> Wat haer godtsdienst<a class= +"noteref" id="xd0e4163src" href="#xd0e4163">113</a>, tempels, papen +ende secten belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige +superstitie, maer achten haer overheijt meerder dan d’afgoden; +d’grooten ofte edele weten daer gants niet van, om haer afgoden +eenige eer te bewijsen, <span class="pagenum">[<a id="pb40" href= +"#pb40">40</a>]</span>achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo +wanneer imand ’t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt +bij de papen eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, +alwaer dan haer vrunden ende bekenden mede comen; ’t gebeurt +somtijts bij aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare +vrunden ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om +d’offerhande bij te zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden +overleden; alle feestdagen comen sommige gemeene burgers ende boeren +voor de afgoden haer reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje +in een potje met vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant +offeren, ende nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder +yets meer te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die +wel doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor +straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent, +ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen; +disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door +’t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs +twee mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met +’t geheele cloosters volcq met cloppen op d’beckens, +trommels ende andere instrumenten. d’Cloosters ende tempels die +seer veel sijn, leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts +jurisdictie bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in +sijn, ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al +10, 20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In +yder huijs heeft de outste ’t commando. Indien eenige comen te +misdoen, mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer +soo de misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer +sij onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer +goet, alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden +als ’t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende +worden niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die +zij opbrengen ende ’t wercq dat sij voor ’t lant doen +moeten; d’opper papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer +geleertheijt comt, worden onder d’geleerde van ’t lant +gereekent; dese worden Conincx papen genaemt, voeren een lants zegel +ende doen justitie als de gemeene gouverneurs wanneer sij +d’cloosters gaen visiteren; rijden te paert, ende worden groote +eere bewesen; alle papen mogen niet eten dat leven ontfangen heeft, +ofte van comen can; sijn ’t hair ende baert cael geschooren; +mogen bij geen vrouwen converseeren; diegene die dese geboden overtreet +worden met 70 a 80 slagen opde billen gestraft <span class="pagenum"> +[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>ende uijt ’t clooster +gebannen; soodrae haer ’t hair wort afgeschooren worden se op +haer eenen arm gemerct<a class="noteref" id="xd0e4182src" href= +"#xd0e4182">114</a>, soo dat men altijt can sien dattet een paep is +geweest; de gemeene papen moeten haer costen met arbeijden, coophandel +ende bedelen bescharen<a class="noteref" id="xd0e4193src" href= +"#xd0e4193">115</a>; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om +d’selve wel te leeren lesen en schrijven; als d’selve +geschooren zijn, houdense voor haer dienaers; <span class="leftnote"> +[24]</span> al wat sij winnen ofte bescharen is voor hare Meester tot +dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen sijn deselve hare +erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, twelc de vrij gegevene +mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij haer gelijck een vader +zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; daer is nog een ander +soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen der beelden ende eeten +der spijse, dese sijn niet geschooren ende mogen trouwen<a class= +"noteref" id="xd0e4199src" href="#xd0e4199">116</a>. d’Cloosters +ende tempels worden vande grooten ende gemeene man gebout, yder geeft +daer toe nae sijn vermogen; de papen doen den arbeijt voor de cost ende +weijnigh salaris die haer vande paep, die vande gouverneur vande stadt +daer ’t clooster ofte tempel onder sorteert over ’t bewint +gestelt is, gegeven wort; sij seggen mede dat inde oude tijden de +spraeck al eens was, ende door ’t bouwen van een toorn daer mede +sij inden hemel wilden climmen, door de gantsche werelt verandert is; +den adel om haer vermaeck met hoeren en ander geselschap te nemen, gaen +dickmaels inde cloosters, alsoo d’selve seer plaisierigh int +geberghte ende ’t geboomte leggen, ende voorde beste huijsen van +’t land gerekent worden, soo dat d’selve meer voor +bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, wel te +verstaen d’gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de +vochtigheijt genegen sijn<a class="noteref" id="xd0e4208src" href= +"#xd0e4208">117</a>; daer plegen bij ons inde Conincx stadt, twee +bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van gemeene vrouwen, +waren mede ’t hair kael afgeschooren, aten ende deden +d’beelden <span class="pagenum">[<a id="pb42" href= +"#pb42">42</a>]</span>gelijcke dienst als de papen, worden vanden +Coninck ende grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den +jegenwoordigen Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen<a +class="noteref" id="xd0e4218src" href="#xd0e4218">118</a>.</p> + +<p>Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel +fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien yder +na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs met pannen +decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest met korck, riet +ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een muijr ofte pagger van +malcanderen gescheijden; d’huijsen staen op houte pilaren, +d’muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven worden +houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en van binnen +met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit papier +geplackt; d’vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, +daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm<a +class="noteref" id="xd0e4226src" href="#xd0e4226">119</a> zijn, soo +datse beter keggels als camers gelijck zijn; d’vloer met geolijt +papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, boven met een +cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen cunnen; de +edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder huijs daer sij +haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, nemen daer oocq +haer vermaeck ende doen ’t gene sij te verrichten hebben, waer +voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn is, versiert +met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen en clippen; +d’vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand mogen +gesien worden; de coopluijden ende traije<a class="noteref" id= +"xd0e4234src" href="#xd0e4234">120</a> borgers hebben gemeenlijck ter +sijden haer huijs een catel<a class="noteref" id="xd0e4237src" href= +"#xd0e4237">121</a> om haer dingen te doen en luijden van aansien te +onthalen twelc gemeenlijck met tabacq en arrack geschiet; hare vrouwen +mogen vrij bij ydereen comen praten ende op gast maelen gaen, dog +sitten altijt bijsonder ende <span class="leftnote">[25]</span>tegen de +mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als ’t +gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck +huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en +op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende +groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen +<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span>ofte +logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden wegh rijst +ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van ’t een of +’t ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo +veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende +met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij +d’huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen<a class="noteref" +id="xd0e4251src" href="#xd0e4251">122</a>; opden grooten wegh nade +Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor de groote +als gemeene man om te vernachten; d’edelluijden ende die vant +land reijsen, die d’andere wegen passeeren worden bij +d’opper-hooffden vande buerte daerse vernachten de cost ende +slaep plaets bestelt.</p> + +<p>Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int +vierde lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer +ouders ofte vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan +malcanderen gegeven; de meijsjens comen meest d’ouders vanden +jongman thuijs, tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer +soo lange woonen, soo lange sij haer selven connen behelpen; den +bruijdegom moet als hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden +met eenige van sijn vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, +wort van haer ouders ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan +de bruijloft met malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach +sijn vrouw al had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een +ander nemen, maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter +daer van is geset; een man mach soo veel wijven houden als hij +onderhouden ende den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als +’t hem belieft, sonder daer over aengesproocken te worden; hebben +een wijff altijt in huijs dat de naeste is, ende ’t huijs op +hout, de andere woonen buijten in bijsondere huijsen; den adel ofte +grooten hebben gemeenlijck 2 a 3 wijven binnen ’t huijs, dog is +altijt een als gouvernante over de huijshoudingh; ider woont +gemeenlijck appart ende gaet bij degeen die ’t hem belieft; dese +natie achten haer vrouwen niet meer als slavinnen ende om een cleijne +misdaet verstooten deselve; soo d’man d’kinderen niet wil +houden, moet d’vrouw se altemael nae haer nemen, waerover dit +lant soo vol menschen is. <span class="pagenum">[<a id="pb44" href= +"#pb44">44</a>]</span></p> + +<p>D’edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, +bestellen dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven +wel onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende dat +met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende +d’geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor +tot grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; +’t is te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo +connen <span class="leftnote">[26]</span> uijtleggen daerin meest haer +geleertheijt bestaet; in alle steden is een huijs, daer alle jaren voor +de overicheijt ende dengenen die om de regeringe<a class="noteref" id= +"xd0e4267src" href="#xd0e4267">123</a> om hals ofte van cant geraect +sijn, geoffert wort<a class="noteref" id="xd0e4270src" href= +"#xd0e4270">124</a>; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en +wort altijt van haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in +2 a 3 steden bijeencomste<a class="noteref" id="xd0e4278src" href= +"#xd0e4278">125</a> gehouden ende bij d’stadthouder yder in sijn +provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie om +haer ’t examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den +stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g’examineert, soo +hij denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft +’t selve aan ’t hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een +bij een comste gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden +g’examineert te worden; op dese vergaderinge comen alle +d’grootste van ’t landt soo wel die in eenige bedieninge +geweest ende tegenwoordig sijn, alsoo d’eene inde politie ende +d’ander inde militie is gepromoveert, om in beijde hare promotie +te crijgen, om daer sij geordonneert worden bequaem te sijn; den brief +van promotie crijgen zij van den Coninck; dit promoveeren maeckt +meenigh jong edelman tot een out bedelaer, door dien sij haer middelen +die somtijts weijnigh sijn daer mede vernielen, door d’groote +oncosten, schenckagien ende gastmalen die sij moeten doen, de ouders +voor haer kinderen geven ende haer leven eijndigen sonder in eenige +bedieninge te geraken; ’t is haer wel als ’t maer de naem +hebben datse gepromoveert sijn. D’ouders houden veel van hare +kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat wanneer +d’ouders eenige misdaet begaen hebben ende ’t selve +ontlopen, moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede +d’ouders <span class="pagenum">[<a id="pb45" href= +"#pb45">45</a>]</span>voorde kinderen moeten doen; de slaven ofte +diergelijcke nemen weijnigh reguart op hare kinderen, door dien deselve +soodrae eenigen arbeijt connen doen de Meesters naer haer nemen; alle +kinders moeten over haer vader, overleden sijnde, drie, ende over +d’moeder twee jaren rouw dragen, eeten niet anders dan +d’papen, mogen geen bediening waernemen. Imand ’t sij groot +ofte cleijn in bedieninge sijnde ende een van sijn ouders comt te +sterven, moet terstont daer uijt gaen; mogen bij geen vrouwen slapen en +indien sij in die tijt kinderen comen te procureeren worden +d’selve voor hoere kinderen geacht; vermogen niet te kijven noch +te vechten of droncken drincken; dragen dan lange rocken van hennip +linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; om ’t lijf +een gorlos<a class="noteref" id="xd0e4283src" href="#xd0e4283">126</a> +van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, wel een mans arm dicq, ende +diergelijcke touw wat dunder om ’t hooft met bamboese hoetjes op, +een dicke stock ofte bamboes inde handt waeraen sij kennen off +d’vader off moeder doot is, alsoo d’bamboes d’vader +ende d’stock d’moeder beduijt; wassen of <span class= +"leftnote">[27]</span> reijnigen haer selden, soo datse eer molicken<a +class="noteref" id="xd0e4295src" href="#xd0e4295">127</a> als mensen +gelijcken; als daar ymand comt te sterven loopen d’vrunden als +dolle menschen langs de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het +hooft te plucken; sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven +worden, aen bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen +water bij en comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van +binnen vol nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, +gestopt; sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als +d’rijs van ’t velt is; soose inde somer comen te sterven, +worden in huijskens van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, +ende worden als sijse begraven willen, dan weder ’t huijs gehaelt +ende inde kisten met haer clederen ende goet, als boven geseijt is, +geleijt; dragen den dooden ’s morgens met den dach wech, nadat +sij des snachts te vooren wel vrolijck zijn geweest; de dragers doen +niet dan dansen ende singen, de vrunden volgen ’t lijck al +huijllende ende krijtende; den derden dagh gaen de vrunden ende +bekenden weder voor ’t graft offeren ende hebben dan weder een +vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, 5 a 6 voeten met aerde +opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer voor d’groote heeren +haer graven staen veel steenen ende beelden van steen gehouwen, opde +steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende wat sij voor bedieninge +gehadt hebben; allen <span class="pagenum">[<a id="pb46" href= +"#pb46">46</a>]</span>15<sup>en</sup> vande 8<sup>e</sup> maent, alsoo +sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer, +wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert<a class= +"noteref" id="xd0e4306src" href="#xd0e4306">128</a>, dit is de grootste +feestdagh naest ’t nieuwe jaer die sij hebben; daer sijn +waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet doen, die haer +seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en op een goede +plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, ’t gebeurt +wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.</p> + +<p>Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen +’t gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo +blijft den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten; +de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben +noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part +int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende ’t +geen tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer +d’ouders 80 jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant +van haer goederen doen, achten d’selve dan onbequaem om yets te +regeeren, dog houden haer altijt in groote achtinge; den outsten soon +als vooren int besit gegaen sijnde, laet op ’teijgen erff een +besonder huijs timmeren van<a class="noteref" id="xd0e4327src" href= +"#xd0e4327">129</a> d’ouders, om daer in te woonen ende worden +van de zoons onderhouden.</p> + +<p>Wat d’trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d’couragie +deser <span class="leftnote">[28]</span> natie belangt, sijn seer +genegen tot diverije, liegen en bedriegen, men moet d’selve niet +te veel betrouwen, achtent voor een romeijn stuck als sij imand te cort +gedaen hebben, en wort bij haer voor geen schande gereekent; daerom +hebben voor een gebruijck soo imant in een coopmanschap bedroogen is, +mag daer weder uijt scheijden, van paerden en coebeesten, al wast over +3 a 4 maenden, van landen ende vaste goederen niet langer tot dat +transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende <span class="pagenum">[<a +id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>seer goet van gelooff, wij conde +haer alles wijs maken wat wij wilde, ende d’vreemde luijden +toegedaen, voornamentlijck d’papen; hebben een vrouwenhart +gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat over ettelijcke +jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert vermoort, steden +en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander Jan Jansz. +verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over ’t ijs +quam ende ’t land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden +die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen +waren, alsoo ’t selve voor geen schande gereekent wort ende +beclagen soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; +’t is mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte +portugeese schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen +zijn, deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met +vuijle broecken onverrichter saecke sijn ’thuijs gecomen; mogen +geen bloet sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op +een loopen; sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die +smettelijck zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt +ofte dorp daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo +daer toe gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer +spreeckt, dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, +sullen d’siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer +hantreijckinge te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer +comen kijcken; de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden +terstont met vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen +daer d’sieckte is vol d<sup>o</sup> tacken geleijt tot een teeken +vanden onbekende.</p> + +<p>Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als +onder malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan +d’Japanders van ’t eijland ’t Suissina die aende Z.O. +zijde inde stadt Pousan een logie hebben, die de heer van ’t +selve eijland toecomt, brengen daer peper, sappanhout<a class="noteref" +id="xd0e4342src" href="#xd0e4342">130</a>, alluijn, buffels hoorns, +harte en rochevellen, met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen +in Japan gebrocht worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die +daer vallen en in Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling +<span class="leftnote">[29]</span> op Packin ende d’noorder +quartieren van China, moetent al met <span class="pagenum">[<a id= +"pb48" href="#pb48">48</a>]</span>paerden<a class="noteref" id= +"xd0e4370src" href="#xd0e4370">131</a> over lant doen waerop groote +oncosten vallen, daerom niet dan bij groote coopluijden gedreven wort; +die van des Conincx stad op Packin reijsen ende weder comen, moeten op +’t spoedigste drie maenden onderwegen zijn; de handeling onder +malcanderen geschiet meest met stucke linde<a class="noteref" id= +"xd0e4379src" href="#xd0e4379">132</a>, elcq nae sijn waerdij, +d’groote heeren ende coopluijden handelen wel met silver, maer de +boeren en slechte luijden, met rijs en andere granen.</p> + +<p>Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was vol +weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle +dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter +soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen +recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen, +voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt om +tselve te halen<a class="noteref" id="n48.3src" href="#n48.3">133</a>; +sij en weten niet meer dan van 12 landen ofte coninckrijcken waer van, +nae haer seggen, China den keijser is, ende d’andere in vorige +tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; dat nu ider sijn eijgen +meester is, door dien den Tarter China besit ende de andere niet onder +haer can brengen; den Tarter noemen sij Tieckese ende Oranckaij; ons +lant noemen sij Nampancoeck<a class="noteref" id="xd0e4418src" href= +"#xd0e4418">134</a>, dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt +wort, van ons ofte Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck +hebben sij van de Japanders; <span class="pagenum">[<a id="pb49" href= +"#pb49">49</a>]</span>dese naem is meest onder haer bekent van wegen +den toebacq, alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het +drincken ende planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet +daervan eerst, soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen +was, daerom nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo +sterck gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren +’tgebruijcken, ende nu ter tijt soo wel onder de mans als +vrouwen, weijnigh gevonden worden diese niet en drincken; doen den +tabacq daer eerst gebrocht wiert gaven voor yder pijp een maes silver +ofte de waerdij daervan; Nampancoeck is bij haer voor een vande beste +landen vermaert; haer oude schriften vermelden datter 84000 landen +sijn, dog wordt bij haer maer voor een fabel geacht, seggen datter de +eijlanden, clippen ende rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de +son in een etmael niet en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij +haer eenige landen noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het +namen van steden en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als +Siam strecken.</p> + +<p>Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van +nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en +hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de zij +niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; als +mede silver<a class="noteref" id="xd0e4425src" href= +"#xd0e4425">135</a>, ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende meer +andere goederen; sij konnen haer selven met d’medecijn die daer +vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct, +alsoo d’doctoors bij de grooten in dienst sijn ende +d’gemeene man tegen <span class="leftnote">[30]</span> +d’oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; de +gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, wiens +raet zij doen en volgen, ’t sij met offeren op ’t +geberghte, aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den +duijvel om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, +alsoo den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken +ende vernielen.</p> + +<p>De maten, ellen ende gewichten, soo veel ’t lant ende de +coopluijden <span class="pagenum">[<a id="pb50" href= +"#pb50">50</a>]</span>aangaet, sijn door ’t geheele land eguael<a +class="noteref" id="xd0e4441src" href="#xd0e4441">136</a>, maer onder +de gemene man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt +gepleegt, den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den +ontfanger te swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij +veele gouverneurs goede opsicht op wort genomen, kennen ’t selve +egter niet afbrengen, doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht +gebruijct; eenige munte is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen +op de grensen van China gangbaer sijn; ’t silver geven sij bij +’t gewichte uijt, sijn groote en cleijne stucken, gelijck het +schuijt silver in Japan.</p> + +<p>Het vee ende ’t gevogelte datter is, sijn dese: paerden, +koebeesten; stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met +meenighte; d’lantman gebruijcken d’koebeesten en stieren om +’t landt te ploegen, den reijsende ende coopman de paerden om +haer goet te voeren; tijgers sijnder mede veel, waer van de vellen nae +China en Japan gevoert worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, +honden, vossen, katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende +fenijnigh gedierte, swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, +reijgers, kraenvogels, arenden, valcken, achsters, craeijen, +koeckoecken, duijven, snippen, fesanten, leeuwercken, vincken, +lijsters, kievitten en kuijcken dieven, met meer ander gevogelte, dog +alles in overvloet.</p> + +<p>Sooveel haer spraeck, schrijven<a class="noteref" id="xd0e4453src" +href="#xd0e4453">137</a> en reekenen belanght, haer spraeck is alle +andere spraaken different. Is seer moeijelijck om te leeren, doordien +sij een dingh op verscheijde maniere noemen; spreeken seer prompt ende +langhsaem, voornamenlijck onder d’grooten ende geleerde; +schrijven op driederlij maniere, ’t eerste ofte principaelste is +gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese wijse worden alle +hare boecken gedruct, ende gesz, ’t land ende de overheijt +rakende, gesz tweede, Is<a class="noteref" id="xd0e4473src" href= +"#xd0e4473">139</a> seer radt, gelijck ’t loopent int vaderlant; +wort veel bij d’grooten ende d’gouverneurs gebruijct om +vonnisse in, <span class="pagenum">[<a id="pb51" href= +"#pb51">51</a>]</span>ende apostille op recquesten te stellen, +mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d’gemeene +man niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen +ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, doch +connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer licht ende +beter als met ’t voorgaende schrijven<a class="noteref" id= +"xd0e4478src" href="#xd0e4478">140</a>; dit geschiet alles met +penseelen, seer vaerdigh <span class="leftnote">[31]</span> en rat. Sij +hebben veel geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij +zulcken reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants +altijt ’t opsicht daer over heeft; d’copije ende +druckplaetsen<a class="noteref" id="xd0e4501src" href= +"#xd0e4501">141</a> worden in veele steden ende vastigheden bewaert, om +bij ongeluck van brant ofte andersints daer van niet geheel ontbloot te +sijn; haer almenachen ende diergelijcke boecken worden in China +gemaect, alsoo sij de kennisse niet en hebben om sulcx te doen<a class= +"noteref" id="xd0e4504src" href="#xd0e4504">142</a>; sij drucken met +houte platen, elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij +reekenen met lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int +vaderlant doet; weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen +teijckenen d’inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, +treckent tegen malcanderen af en sien watter overschiet off te cort +comt.</p> + +<p>Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte +zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een +wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem +an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken +voor uijt, yder op ’t fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende +gespel op alderhande instrumenten, agter d’selve comt de guarde +ofte lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d’principaelste +borgers vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij +gemaect vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas +’t gedruijs vande menschen en paerden hooren can; even voorden +Coninck rijt een secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt <span +class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span>met een +beslooten cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te +doen hebben, ’t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders +ongelijck gedaen is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen +crijgen, dat haer ouders ofte vrunden ’t onrecht gestraft sijn +ende andere apellen meer, welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen +gebonden worden ende bij haer agter een muer ofte pagger leggende +worden opgesteeken ende bijde daer oppassende persoonen afgehaelt, den +voornoemden secretaris ofte andere overgelevert, bij hem aanden Coninck +tsijner thuijscomste, ’t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn +Maijesteijt daer op voor ’t laetst gedisponeert te worden, +’twelcq voorde uijtterste uijtspraeck gehouden wort, ende +terstont sonder tegenseggen van imand ter executie gestelt; alle +straten daer den Coninck passeert, worden aen wedersijde afgeslooten, +niemand vermach eenige deur ofte venster open te doen ofte te laten, +veel minder over eenige muer ofte pagger sien, soo wanneer den Coninck +voorbij den adel ofte soldaten passeert, moeten met den rugh naer hem +toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, waerom meest al de soldaten, +met een houtie inde mont gelijck ’t gebit van een paert loopen<a +class="noteref" id="xd0e4516src" href="#xd0e4516">143</a>. Soo wanneer +den Tartarsen gesant comt moet den Coninck in persoon met alle +d’groote heeren buijten de stadt hem <span class="leftnote"> +[32]</span> in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn +logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den +Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende +buijtelaers <span class="pagenum">[<a id="pb53" href= +"#pb53">53</a>]</span>voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende +doet; daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte +versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen in +des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de straten +met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a 3 man die +niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters comen +malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe ’t met +den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle +middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn +heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort<a +class="noteref" id="xd0e4542src" href="#xd0e4542">144</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">1662.<a class="noteref" id="xd0e4567src" +href="#xd0e4567">145</a></span>Int begin van ’t jaer den duijren +tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, veel menschen daar door +verslonden, den gemeenen man geen incomste conde opbrengen gelijck +vooren hebben verhaelt, dog d’ eene stadt meer als d’ander +eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die in lage landen ofte +bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt nog eenige rijs +winnen, sonder dat soude ’t geheele land ten naesten bij +uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer conde +geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse vanden +Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste wiert +gegeven, in geen ander stadt conde setten.</p> + +<p>Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in +<span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span>drie +andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh<a class="noteref" id= +"xd0e4574src" href="#xd0e4574">146</a> 12: Sunischien<a class="noteref" +id="xd0e4577src" href="#xd0e4577">147</a> 5: Namman<a class="noteref" +id="xd0e4583src" href="#xd0e4583">148</a> 5 man, sijnde doen nog 22 +sterck; over dit verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door +aldaer van huijsen, huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse +redelijck versien waren, ’t selve met groote moeijten gecregen +ende nu verlaten mosten, in een nieuwe stadt comende om d’duijre +tijt daer niet licht weder aen te comen soude sijn, dog is dese +droeffheijt voorder terecht gecomen<a class="noteref" id="xd0e4586src" +href="#xd0e4586">149</a> tot groote blijschap verandert.</p> + +<p>Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende +sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten +bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken en +ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, dog +d’gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende +Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een stadt +alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in een stadt, +den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij des ander +daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die aldaer +bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in <span class= +"leftnote">[33]</span> een lantspackhuijs vernachten; des morgens met +den dagh stonden op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden +bijden ons daer brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off +admirael vande provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die +ons terstont van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet +ons rantsoen als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet +sachtsinnig man te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; +drie dagen nae sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, +twelcq een straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete +son ende swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den +avont voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen +halen, door dien d’sulcke niet en doen als haer dienaers ende +ondersaten, int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om +dat yder de beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere +arbeijt te last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen +menschen te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; +wij suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met <span class= +"pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>groote droeffheijt, +de winter nu op handen comende, door d’quade jaren niet meer +hadden als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere +steden nu gelegentheijt hadden haer weder door ’t goet gewas, een +weijnig inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles +voorhielden, dat de helft 3 dagen soude oppassen en d’ander helft +die dagen om wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer +in soude continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog +brochten naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, +soo veel te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 +a 30 dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met +malcanderen deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur +continueerden bleven, twelcq geschiede <span class="leftnote"> +1664.</span>tot int begin van ’t jaer 1664, dat sijn tijt +geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte tweede vande selve +provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder eenen nieuwen +gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende belaste dat +wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden deden, van +tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs te passen ende +uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij bekent te maken +om indient den noot vereijste te weten waer sij ons soucken soude. Wij +danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet mensch verlost waren +ende soo een goet man weder inde plaets gecregen hadden, door dien den +nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende groote vruntschap bewees, +<span class="leftnote">[34]</span> liet ons meijnighmael roepen ende +gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels +waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, daer +op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden +licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh +hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende +zeecant geen vaertuijgen genoch en waren<a class="noteref" id= +"xd0e4602src" href="#xd0e4602">150</a>, waer op wij zijn E: opdiende, +dat ons die <span class="pagenum">[<a id="pb56" href= +"#pb56">56</a>]</span>niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons +den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een +ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij om +geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels sulcx +zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden alle +devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen daer +te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige menschen +wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent ses maenden in +sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx opgehaelt om sijn +straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, lietse om een geringe +sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, wiert daer over bij +den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft ende voor sijn leven +wegh gebannen.</p> + +<p>Int laetste van ’t jaer sagen eerst een ende daernae twee +sterren met staerten, d’eerste int Z.O. die wel twee maenden +gesien worde, de ander int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe +haer verthoonende<a class="noteref" id="xd0e4629src" href= +"#xd0e4629">151</a>, twelcq sulcken verslagentheijt aen ’t hoff +veroorsaeckten dat den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel +liet versorgen, als mede alle vastigheden van victualie en ammonitie +versien, <span class="pagenum">[<a id="pb57" href= +"#pb57">57</a>]</span>de ruijters en soldaten daghelijcx oeffenen<a +class="noteref" id="xd0e4650src" href="#xd0e4650">152</a>, niet anders +denckende, dan dat haer d’een of d’ander opden hals comen +soude<a class="noteref" id="xd0e4668src" href="#xd0e4668">153</a>, +verboot mede bij avont geen licht ’t sij inde huijsen ofte op +’t land aande zeecant leggende te branden; den gemeenen man +maeckten haer goetjen meest op, behielden meest soo veel om tot +aenstaende rijs snijden te mogen leven, te meer door dien eer dat den +Tarter het land innam, diergelijcke teekens aen den hemel hadden +gesien<a class="noteref" id="xd0e4674src" href="#xd0e4674">154</a>, +gelijck mede doen den Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog +bangh voor waren; d’grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh +waer dat wij quamen, wat men seijde in ons land, als sulcx gesien +worde, seijde daer op dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden +hemel gehouden wiert ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en +quade siecte beduijde twelcke sij met ons affi[r]meerden.<a class= +"noteref" id="xd0e4686src" href="#xd0e4686">155</a></p> + +<p><span class="leftnote">[35]</span><span class= +"leftnote">1665.</span>Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons +best om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom +gestooten; hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs +beschaerde ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken +of den Almogenden ’t eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde +verleenen; onse maets inde twee andere steden die door ’t comen +ende gaen van hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door +dien de gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten +met malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme +gevangens in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij +ons int <span class="pagenum">[<a id="pb58" href= +"#pb58">58</a>]</span>leven lieten ende sooveel gaven dat wij van +honger niet souden sterven.</p> + +<p><span class="leftnote">1666.</span>Int begin van ’t jaer +raeckten wij onsen goeden vrunt weder quijt, door dien sijn tijt +g’expireert ende vanden Coninck met een grooter bedieningh +begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel vruntschap bewesen, +was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt seer bemint, vanden +Coninck ende grooten om sijn goede regeringe ende kennisse die hij +hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten verbeeteren ende goede +ordre op d’zee lant<a class="noteref" id="xd0e4707src" href= +"#xd0e4707">156</a> en oorloghsjoncken gehouden in sijn tijt, twelcq te +hove soo hoogh wiert genomen dat den Coninck hem met soodanige offitie +begiftichden; drie dagen nae sijn vertrecq, alsoo d’zee cant niet +lang sonder opperhooft, den ouden voorde comste vande nieuwe ontrent de +stadt, daer niet uijt mag gaen, sij oocq een goeden dagh bij +d’waerseggers haer aanwijsende<a class="noteref" id="xd0e4710src" +href="#xd0e4710">157</a>, waernemen om in een stadt ofte bedieninge te +mogen comen, quam den nieuwen gouverneur die ons d’selve lesse +wilden leezen, die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert +hadde, maer sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle +dagen padie souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte +diergelijcke vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, +dat wij van ’t rantsoen even costen eeten ende genoch te doen +hadden om met bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te +crijgen, dat ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, +datse ons geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, +ende dan sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in +Japan als anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen +meer, waerop ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, +ende daernae wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te +reguleren, maer ’t was metter haest anders met hem verkeert, +alsoo cort daer aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt +vanden constapel den brant inde kruijtkist<a class="noteref" id= +"xd0e4719src" href="#xd0e4719">158</a> raeckte, ’twelcq ’t +voorste van ’t <span class="pagenum">[<a id="pb59" href= +"#pb59">59</a>]</span>jonck, door dien de kist altijt voorde mast +staet, meest wech nam ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq +ongeluck hij meijnde te <span class="leftnote">[36]</span>verbergen +ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer viel anders uijt door +dien d’verspieders die der altijt ontrent sijn, ende vanden +Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder haest +geopenbaert hebben, die ’t selve terstont aan ’t hoff +schreef, den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen +voorde scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, +meest omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te +nemen sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.</p> + +<p>In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d’ +voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem +touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck was +te doen, twelcq wij hem seijde ende als d’voorgaende gouverneur +gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in +geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan, +indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten; +indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen +hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te +verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn +naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo +tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger +sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van ’t +arbeijden ende uijtplucken van ’t gras nog wel indachtigh was, +ende soude ’t met ’t oppassen ende pijllen halen mede sijn +voortganck genomen hebben, ten ware wij soo een uijtnemende goet +gouverneur gecregen hadde, ende in sijn tijt met bedelen ons best +hadden gedaen, om soo veel te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 +dubbelt te connen betaelen, alsoo anders voor ons daeraen niet licht te +comen soude geweest sijn; sochten dan alle middelen ter werelt om aen +een vaertuijg te comen, willende liever onse cans eens wagen dan altijt +met sorge, droeffheijt en in slavernije bij dese heijdense natie te +leven, daer ons dagelijcx van een parthije wangunstige menschen alle +verdriet wiert aengedaen; vonden ten laetsten goet, om door een +Coreijer sijnde onsen buerman ende goede bekende die dagelijcx in ons +huijs quam ende dickmaels met cost ende dranck van ons gevoet wiert, +d’selve ’t een en ’t ander inde mouw te steeken, een +vaertuijg te laten coopen onder schijn van met ’t selve op +d’eijlanden wol te <span class="pagenum">[<a id="pb60" href= +"#pb60">60</a>]</span>gaen bescharen, hem voorder beloovende, wanneer +wij van ’t wol bedelen quamen, om d’selve daer door meer +t’animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te +beloonen; die terstont daer nae <span class="leftnote"> +[37]</span>vernam ende van een visser een vaertuijg cocht; wij hem +d’betalinge ter handt stelden ende ’t vaertuijgh ons +overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was, +scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert, +seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot man +soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen<a class="noteref" id= +"xd0e4742src" href="#xd0e4742">159</a>, dog stelden hem egter tevrede, +ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese meer siende op +’t gelt als op ’t ongemack dat te verwachten stont ende wij +op d’cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont +versagen ’t vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en +alle ’t gene van nooden hadden, om met d’eerste quartier +maens, alsoo ’t dan daer d’beste weer is ende ’t inde +wijffel maent<a class="noteref" id="xd0e4751src" href= +"#xd0e4751">160</a> was, onse hielen te lichten, biddende dat den +Almogende onsen Lijtsman wilde sijn; twee van onse maets te weten den +onderbarbier Matheus Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt +de stadt Sunichien ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen +dickmaels deden, die wij ’t selve voorhielden ende met ons wel +haest overeenquamen ende mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in +deselve stadt woonachtig, was in de navigatie ervaren, gingh een van +ons volcq hem waerschouwen dat alles claer ende gereet was; inde stadt +comende bevont denselven bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen +was, nog 15 mijl verder gelegen; die hem terstont daer van daen haelden +ende in vier dagen al weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt +soo heen als weder ontrent <span class="pagenum">[<a id="pb61" href= +"#pb61">61</a>]</span>50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter +degen over ende maeckten den 4<sup>en</sup> September alles claer, +versagen ons van branthout om met d’onderganck vande maen ende +een voor eb<a class="noteref" id="xd0e4774src" href="#xd0e4774">161</a> +het ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer +al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder +achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg +brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met +malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water ende +coock potten met ’t geen meer van nooden hadden int vaertuijg, +gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in ’t +vaertuijg waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant +voeren, ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien +hebbende, d’ stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, +gepasseert sijnde, cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten +’t seijl bij en lietent de baij uijt staen<a class="noteref" id= +"xd0e4789src" href="#xd0e4789">162</a>, ontrent den dagh passeerden een +vaertuijg die ons preijde<a class="noteref" id="xd0e4792src" href= +"#xd0e4792">163</a>, dog en gaven geen antwoort uijt vreese oft een +wacht mochte geweest sijn.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p07.gif" alt="" width= +"720" height="490"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span></p> + +<p>Des anderen daeghs sijnde den 5<sup>en</sup> September met ’t +opgaen van de son wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op +een vricken, uijt vreese of sij ons mogten naer volgen ende door +’t seijl niet bekent ’t <span class="leftnote"> +[38]</span>worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt den +westen, maeckten ’t seijl weder bij, onsen cours bij gissinge +Z.O. aensettende; tegen den avont begon ’t heel stijf te coelen +uijt d’selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree +agteruijt, waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.</p> + +<p>Den 6<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens waren dicht bij een van de +eerste Japanse eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, +savonts waren, soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij +Firando ende alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die +cust ons onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht +waren, seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten +leggen om in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, +dat eerst seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten +’t landt.</p> + +<p>Den 7<sup>en</sup> d<sup>o</sup> seijlden met slappe coelte ende +variable winden langs de eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde +nevens malcanderen lagen), om boven d’selve te comen; ’s +avonts vrickte na een eijlantje, om des naghts daer onder te anckeren, +door dien de lucht seer windigh sag, maer sagen soo veel blick vieren<a +class="noteref" id="xd0e4823src" href="#xd0e4823">164</a> vande +eijlantjes, dat wij beter agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo +met een labber coelte, de wint van agteren, den geheelen nacht +door.</p> + +<p>Den 8<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bevonden ons op d’selve +plaets daer wij savonts geweest hadde, dochten ’tselve door de +stroom geschiet te sijn; staken in zee om soo beter boven +d’eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee gecomen zijnde +cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij genoch te doen +hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d’wal te crijgen ende +een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; half middag +quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende aten sonder +te weten wat voor eijlanden waren; d’ Inwoonders voeren ons +somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont ’t weer +wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee +houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende +ander zijde van d’baij aen landt, wij dit siende lichten <span +class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63">63</a>]</span>terstont ons +ancker ende maeckten ’t zeijl bij ende sochten soo met vricken +als zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh +haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet had +tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie uijt de baij +sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met stocken ende +bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, maer siende naer +dat wij wel gehoort hadden ’t Japanders geleeken ende ons wesen +waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince vlaggetje—dat +daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse eijlanden <span +class="leftnote">[39]</span>quamen te vervallen, haer te +verthoonen,—opstaken en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij +’t seijl souden strijcken ende binnen vricken, gelijck wij als +verwonnen sijnde terstond deden; quamen ons aen boort ende namen den +man die aen ’t roer sat in haer vaertuijg over; cort daeraen +boucheerden<a class="noteref" id="xd0e4839src" href="#xd0e4839">165</a> +ons voor een dorp al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw +wel vertuijde, ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden +voorgaenden man nog een over die sij beijde aan lant brachten ende haer +ondervragende, dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles +in roer, ten leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; +wij sagen malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse +cost nu al gecoockt<a class="noteref" id="xd0e4848src" href= +"#xd0e4848">166</a> was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude +beduijden dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons +wat trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, +het niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d’ +nacht quam daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan +boort alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, +de derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat +wij Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in +Nangasaky waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij +tevreden souden zijn, dattet eijland van Goto, d’inwoonders +Japanders waren, ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van +daen quamen, waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer +wij vandaen quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons +schip op een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te +gaen, om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat +beter gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect +hadden, dat alle vreemde natie die op d’Japanse eijlanden <span +class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>vervallen +dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater +geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.</p> + +<p>Den 9: 10 en 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bleven ten ancker leggen +en wierden int vaertuijg ende d’aen lant sijnde als vooren wel +bewaert; versagen ons van toespijs, water, branthout, en ’t gene +meer van nooden hadden; deckten ’t vaertuijg, door dient gestadig +regende, met strooje matjes om daer in droog te sitten.</p> + +<p>Den 12<sup>en</sup> versagen ons van alles voorde reijs na +Nangasacky; smiddaghs lichten ’t ancker ende quamen tegen den +avont aende binne sij van ’t eijland voor een dorp ten ancker +alwaer wij dien nacht bleven leggen.</p> + +<p>Den 13<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met sonnen opgangh gingh den +voorsz. derde persoon in sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven +ende goederen die aen ’t Keijsers hoff mosten wezen; lichten +d’anckers, worden met twee groote en twee cleijne barcken +geconvoijeert; de twee aen lant gebrochte <span class="leftnote"> +[40]</span>maets voeren met een vande groote barcquen over, ende quamen +op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde baij ende +ontrent middernacht op d’rheede voor Nangasackij ten ancker ende +sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; waren +vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder daervan +yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs presenteerde +door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p08.gif" alt="" width= +"720" height="486"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span></p> + +<p>Den 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens worden te samen aen lant +gebracht, ende van ’s Comp<sup>es</sup> tolcken verwellecompt, +die ons van alles ondervraeght<a class="noteref" id="xd0e4892src" href= +"#xd0e4892">167</a> hebben, en ’t selve bij haer op ’t +papier gestelt sijnde den gouverneur overgelevert, tegen den middag +wierden voorden gouverneur gebracht, ende ons d’agterstaende +vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons als daernevens staet +geantwoort was; den gouverneur prees ons seer dat wij ons vrijheijt +over soo een wijt water met groot perijckel ende soo een cleijn out +onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, belastende d’tolcken +ons op ’teijland bij d’opperhooft te brengen; daer comende +worden van d’E: Willem Volger opperhooft, S<sup>r</sup> Nicolaes +de Roeij tweede persoon ende sijn E<sup>s</sup> vordere bijhebbende +suppoosten wel onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren +gesteeken, waer voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene +sijnen geluckigen segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den +goeden Godt niet genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo +veel droef heijt ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo +genadelijck heeft verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets +mede soodanige verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie +mogen geraken, waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.</p> + +<p><span class="leftnote">[41]</span> Den eersten October<a class= +"noteref" id="xd0e4905src" href="#xd0e4905">168</a> is d’ +h<sup>r</sup> Volger van ’t eijland ende den 23<sup>en</sup> +d<sup>o</sup> uijt d’baij vertrocken met seven schepen; wij sagen +de schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt +hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den +Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.</p> + +<p>Den 25<sup>en</sup> d<sup>o</sup> worden vanden tolcq van ’t +eijland gehaelt ende voort bijde gouverneur gebrocht, die +d’voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder voorhielden, ende +wiert als vooren bij ons daer op geantwoort<a class="noteref" id= +"xd0e4925src" href="#xd0e4925">169</a>; sijn door d’tolcken doen +weder op ’t eijland gebrocht.</p> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Vragen bijden gouverneur van Nangasackij ’t +onser eerste aancomste ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als +onder ider vrage staet daer op geantwoort.</h3> + +<p>Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen. +<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span> +Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.</p> + +<p>2.</p> + +<p>Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.</p> + +<p>dat wij A<sup>o</sup> 1653 den 16<sup>en</sup> Augustij ’t +jacht de Sperwer, door een storm die vijf dagen duerde, hadden +verlooren.</p> + +<p>3.</p> + +<p>Waer dat wij ’t schip hadden verlooren, hoe veel man en +geschut op hadden.</p> + +<p>Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt, +hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.</p> + +<p>4.</p> + +<p>Hoeveel ’t Quelpaerts eijlant van ’t vaste lant afleijt +ende de gelegentheijt van dien.</p> + +<p>Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van ’t vaste land. Is +seer volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.</p> + +<p>5.</p> + +<p>Waer dat wij met ’t schip van daen quamen, en of wij ergens +aangeweest waren.</p> + +<p>Dat wij den 18<sup>en</sup> Junij A<sup>o</sup> voorsz. van Batavia +naer Taijouan gedestineert waren, op hebbende d’h<sup>r</sup> +Caser om aldaer als gouverneur d’heer Verburgh te verlossen.</p> + +<p>6.</p> + +<p>Wat onse ladinge was ende waer met d’selve naer toe wilde ende +wie doen alhier opperhooft was.</p> + +<p>Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte +vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat +d’h<sup>r</sup> Coijet als doen regeerende opperhooft was.</p> + +<p>7.</p> + +<p>Waer ’t volcq, goederen en geschut was gebleven.</p> + +<p>Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat +naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh +inportantie ende den ommegangh van d’selve sij niet en +wisten.</p> + +<p>8.</p> + +<p>Naer t verlies van ’t schip wat sij ons deden.</p> + +<p>Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles +<span class="leftnote">[42]</span> goets, gaven ons eten en +drincken.</p> + +<p>9.</p> + +<p>Of wij eenige last hadden om d’Chineesen ende andere joncken +te nemen ofte op de Chineese cust te rooven. <span class="pagenum">[<a +id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span></p> + +<p>Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door +den storm op de cust van Coree vervallen waren.</p> + +<p>10.</p> + +<p>Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons +schip hadden gehadt.</p> + +<p>Niet dan Comp<sup>es</sup> dienaers.</p> + +<p>11.</p> + +<p>Hoe lange wij op ’t eijland hebben geweest ende waer van +’t selve naer toegebracht sijn.</p> + +<p>Naer dat ontrent 10 maenden op ’t eijland geweest waren, sijn +door den Coninck naer ’t hof ontboden, d’welcke ’t +selve is houdende in d’stad Sior.</p> + +<p id="vraag12">12.</p> + +<p>Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen +waren.</p> + +<p>Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van ’t vaste land, +reijsden doen nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te +lande in alles 90 mijlen van malcanderen.</p> + +<p>13.</p> + +<p>Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer +gedaen hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.</p> + +<p>Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn +gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70 +cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van +cleederen.</p> + +<p>14.</p> + +<p>Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer +nae toe.</p> + +<p>Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter +waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog sulcx +misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado +gebannen.</p> + +<p>15.</p> + +<p>Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.</p> + +<p>Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en +wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn +alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.</p> + +<p>16.</p> + +<p>Of wij niet en wisten hoe groot ’t land van Coree is.</p> + +<p>Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl, +breet <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span>O. +en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 steden met +<span class="leftnote">[43]</span> veel groote ende cleijne +eijlanden.</p> + +<p>17.</p> + +<p>Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden +gesien.</p> + +<p>Niet dan een Hollander Jan Janse die A<sup>o</sup> 1627 met een +jacht van Taijouan naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust +vervallen sijn, bij gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de +boot naer land te varen ende dat sij met haer 3 van die van ’t +land gevat waren, dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter +’t land innam, waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die +van wegen den oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.</p> + +<p>18.</p> + +<p>Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven +woonachtigh was.</p> + +<p>De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien +jaren niet hadden gesien, door dien aan ’thof woonde, ende +geseijt wiert van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij +overleden was.</p> + +<p>19.</p> + +<p>Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.</p> + +<p>Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq +eenige cleijne stuckjes.</p> + +<p>20.</p> + +<p>Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.</p> + +<p>De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op ’t hooge +geberghte eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, +die altijt van victualie voor drie jaren versien zijn.</p> + +<p>21.</p> + +<p>Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.</p> + +<p>Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant +met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes +daer op.</p> + +<p>22.</p> + +<p>Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten +opbrengen.</p> + +<p>Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt +halen, brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons +onbekent.</p> + +<p>23.</p> + +<p>Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken +<span class="leftnote">[44]</span> te brengen. <span class="pagenum"> +[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span></p> + +<p>Zij hebben naer ons gevoelen ’t selve geloof vande Chineese, +haer manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn +gevoelen te laten.</p> + +<p>24.</p> + +<p>Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden +bedient.</p> + +<p>Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel +beelden staen ende worden bedient (naer ons duncken) op +d’Chineese manier.</p> + +<p>25.</p> + +<p>Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.</p> + +<p>Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen +moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.</p> + +<p>26.</p> + +<p>Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.</p> + +<p>Gaen meest gecleet op d’Chineese maniere, dragen hoeden, +sommige van paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen +met kousen en schoenen.</p> + +<p>27.</p> + +<p>Offer veel rijs ende andere granen wast.</p> + +<p>Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren, +door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge jaren +grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck A<sup>o</sup> 1660, 1661 en +1662 meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen, +maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, alsoo +daer geen rijs door de coude can wassen.</p> + +<p>28.</p> + +<p>Offer veel paerden ende koebeesten zijn.</p> + +<p>Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren +herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog bleef +continueeren.</p> + +<p>29.</p> + +<p>Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op +andere plaetsen eenigen handel dreven.</p> + +<p>Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een +logie hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in +Packin.</p> + +<p>30.</p> + +<p>Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.</p> + +<p>Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. <span class="pagenum"> +[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span></p> + +<p>31.</p> + +<p>Waermede sij onder malcanderen handelen. <span class="leftnote"> +[45]</span></p> + +<p>Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den +gemene man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer +zijn waerdije, rijst ende andere granen.</p> + +<p>32.</p> + +<p>Wat handel sij op China drijven.</p> + +<p>Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij +trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede sijde +stoffen.</p> + +<p>33.</p> + +<p>Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.</p> + +<p>Hebben ’t sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige +silvermijnnen geopent, waervan den Coninck ’t vierde part geniet, +dog van andere mijnnen hebbe niet gehoort.</p> + +<p>34.</p> + +<p>Hoe sij d’ wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse +vervoert wort.</p> + +<p>De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij +haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt +opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.</p> + +<p>35.</p> + +<p>Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast +is.</p> + +<p>Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh, +die des winters door de coude ende des somers door ’t ongedierte +gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters +over teijs om de sekerheijt.</p> + +<p>36.</p> + +<p>Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.</p> + +<p>Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en +d’gemeijne gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.</p> + +<p>37.</p> + +<p>Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben +gewoont ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel +aldaer overleden sijn.</p> + +<p>Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben +gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs en +mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; in die +tijt storven elff man. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href= +"#pb71">71</a>]</span></p> + +<p>38.</p> + +<p>Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve +bieten.</p> + +<p><span class="leftnote">[46]</span> Antwoort: om datter A<sup>o</sup> +1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een stadt ons rantsoen niet conde +opbrengen, verdeijlden ons den Coninck ’t laetste jaer in drie +steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, Namman 5 man, alle mede +steden in Thiellado.</p> + +<p>39.</p> + +<p>Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen +is.</p> + +<p>Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle, +ende in lijfftochten uijtmuntende.</p> + +<p>40.</p> + +<p>Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen +waren.</p> + +<p>Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu +gelegentheijt siende resolveerde met ons 8<sup>en</sup> door te gaen, +alsoo liever eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met +sorge te leven.</p> + +<p>41.</p> + +<p>Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van +’t ander volcq zijn wegh geloopen.</p> + +<p>Waren nog 16 man sterck, met ons 8<sup>en</sup> sonder haer weeten +hadden opgestempt<a class="noteref" id="xd0e5236src" href= +"#xd0e5236">170</a>.</p> + +<p>42.</p> + +<p>Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.</p> + +<p>Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den +eersten ende den 15<sup>en</sup> alle maents yder voor sijn stadts +gouverneurs most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te +gaen.</p> + +<p>43.</p> + +<p>Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.</p> + +<p>Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven, +alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet soude +durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven volcq +wedersent.</p> + +<p>44.</p> + +<p>Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is. +<span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72">72</a>]</span></p> + +<p>Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op +Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet en +wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden Tarter +door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.</p> + +<p>45.</p> + +<p>Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden +ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.</p> + +<p>Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben +<span class="leftnote">[47]</span> gedaen, altijt voor antwoort cregen, +dat sij geen vreemde natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer +land bij andere natie niet wilde bekent hebben.</p> + +<p>46.</p> + +<p>Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.</p> + +<p>Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij +hetselve hebben gecocht.</p> + +<p>47.</p> + +<p>Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.</p> + +<p>Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh +te loopen naer Japan.</p> + +<p>48.</p> + +<p>Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.</p> + +<p>Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien +woonden.</p> + +<p>49.</p> + +<p>Hoe verre ’t wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange +onderwegen geweest waren.</p> + +<p>Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen; +eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen, +van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen +dagen.</p> + +<p>50.</p> + +<p>Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder +wilden wegh gaen.</p> + +<p>Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, ’t weer +wat bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.</p> + +<p>51.</p> + +<p>Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij +daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.</p> + +<p>Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer +yets voor te hebben geeijst ofte genooten. <span class="pagenum">[<a +id="pb73" href="#pb73">73</a>]</span></p> + +<p>52.</p> + +<p>Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den +wegh wisten.</p> + +<p>Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in +Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer +’tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.</p> + +<p>53.</p> + +<p><span class="leftnote">[48]</span>’Tvolcq die daer nog sitten, +haer namen, ouderdom ende waervoor deselve gevaren hebben, en +jegenwoordig woonachtig zijn.</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Johannis Lampen, adsistent</td> +<td valign="top">out</td> +<td valign="top">36:</td> +<td valign="top">jaren.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Hendrick Cornelisse, schieman</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">37:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Claeszen Cock</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">49:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">woonende inde stadt Namman.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jacob Janse quartiermeester</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">47:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Anthonij Ulderic bosschieter</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">32:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Claes Arentszen Jongen</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">27:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">In Saijsungh</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Sandert Basket bosschieter</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">41:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Janse Spelt jongh boots<sup>n</sup></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">35:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p id="vraag54">54.</p> + +<p>Onse namen, ouderdom ende waer voor op ’t schip gevaren +hebben.</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Hendrick Hamel, bouckhouder</td> +<td valign="top">out</td> +<td valign="top">36:</td> +<td valign="top">jaren.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Govert Denijszen: quartiermeester</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">47:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Mattheus Ibocken, onderbarbier</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">32:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Pieterszen: bosschieter</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">36:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Gerrit Janszen: d<sup>o</sup></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">32:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Cornelis Dirckse bootsgesel</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">31:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Benedictus Clercq jongen</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">27:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Denijs Govertszen: d<sup>o</sup></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">25:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p>Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14<sup>en</sup> September +1666.</p> + +<p>Den 25<sup>en</sup> October daer aanvolgende sijn weder voorden +ouden ende nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int +bijsonder voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.</p> + +<p>Den 22<sup>en</sup> October, ontrent den middagh met de comste +vanden<span class="leftnote">1667.</span> nieuwen gouverneur<a class= +"noteref" id="xd0e5507src" href="#xd0e5507">171</a>, cregen licentie om +te mogen vertrecken, <span class="pagenum">[<a id="pb74" href= +"#pb74">74</a>]</span>waer op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw +sijn aan boort gegaen, om met d’selve in Comp<sup>e</sup> vande +fluijt de Witte Leeuw, na Batavia te vertrecken.</p> + +<p>Den 23<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met ’t limieren vanden dagh, +lichten ons ancker ende vertrocken uijt de baij van Nangasackij.</p> + +<p>Den....<a class="noteref" id="xd0e5530src" href="#xd0e5530">172</a> +quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden Godt sij gedanckt +dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen heeft verlost, +daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt onder hebben +gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.</p> + +<p><a class="noteref" id="xd0e5537src" href="#xd0e5537">173</a> Om +’t voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet ’t selve +soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte van +ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, welcke +rivier op ½ mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al des +Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht wort, de +packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende dan met carren +inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den Coninck sijn hof, +hier onthouden haer den meesten adel ende grootste coopluijden van +’t land, die op China ende met d’Jappanders handelen, alsoo +alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door ’t landt +gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door dien +meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, ende ten +platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men het land aende +westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende oost sijde, veel +clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, voornamentlijck in +ende voorde baijen, daer naer ’t seggen vande Coreese +stuijrluijden de west sijde ’t schoonste van is.</p> +</div> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2769src" id="xd0e2769">1</a></span> “In het oud-Hollandsch +worden de persoonlijke voornaamwoorden zeer veel uitgelaten, soms ten +nadeele der duidelijkheid” (De Haan, Priangan II, bl. 44, noot +8).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2806src" id="xd0e2806">2</a></span> Men vindt: lamiren, lemiren, +limiren, lumiren; de laatste schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. +Japan 21 Maart 1665 “gingen met het <i>limiren</i> van den dagh +onder zeijl”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2814src" id="xd0e2814">3</a></span> “een touw bot +vieren”, een touw tot het einde laten afloopen (Van Dale, <span +class="abbr" title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal"><abbr +title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal">Gr. Wdb. Ned. +taal</abbr></span>). Volgens eene andere uitlegging zou de juiste +uitdrukking zijn: <i>bocht vieren</i> en zou men moeten verstaan: +“wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer <i> +bocht</i> van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te +liggen”.—Vgl.: “De gequetste visch duikt aenstonds na +de grond: waerom de matroosen <i>vaerdig bot geven</i>” +(Montanus, Gesantschappen, bl. 449).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2829src" id="xd0e2829">4</a></span> gaelderij of galerij, +destijds de uitbouwsels aan het achterschip, soms van +“kerkraampjes” voorzien welke onmiddellijk uitkwamen op de +kajuit van den gezagvoerder.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2832src" id="xd0e2832">5</a></span> troppen d. i. troepen. Vgl. +De Ruijter in zijn journaal dd. 10 November 1659: “doe sprong het +volck met troppes over boort”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2851src" id="xd0e2851">6</a></span> <span class="abbr" title="dat +wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> tusschen +de kust van Formosa en den vasten wal van China.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2893src" id="xd0e2893">7</a></span> lens houden d.i. droog +houden, zoodanig dat het laatste water uit het benedenschip is +verwijderd, voor zoover dit met mechanische hulpmiddelen doenlijk +is.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2896src" id="xd0e2896">8</a></span> de ongeveer driehoekige +betimmering voor aan het schip.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2899src" id="xd0e2899">9</a></span> de afsluiting van het +achterschip.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2908src" id="xd0e2908">10</a></span> d.i. één uur +’s nachts.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2911src" id="xd0e2911">11</a></span> <span class="abbr" title= +"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>: +lieten de ankers vallen na het schip, door middel van het roer, te +hebben doen oploeven.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2916src" id="xd0e2916">12</a></span> <span class="abbr" title= +"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>: de +ankers hielden niet.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2921src" id="xd0e2921">13</a></span> <span class="abbr" title= +"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> het +schip raakte onmiddellijk den grond.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2941src" id="xd0e2941">14</a></span> groote vaten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2952src" id="xd0e2952">15</a></span> “Wijntint of tintwijn, +tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in Zuid-Spanje ... Het is een +roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn” (Speelman, Journaal, +bl. 275, noot 2).—“Wyn-tint by de Japanders hoog geacht, +betalende voor ieder Gantang 5 Thayl” (Valentijn V, 2, bl. +93).—Onder de geschenken “aen den Keijser van Japan”, +den Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 +Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor ’t Binnen Hospitaal te +Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord van de +Sperwer ook voor de zieken bestemd.—<span lang= +"de">“Weintinte ist ein roth Getränk, und wird unter andern +für die Ruhr gebraucht.... und wird (so viel wir wissen) von +Holland nach Indien gebracht”</span> (<span class="bibl" lang= +"de">Chr. Arnold, Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2976src" id="xd0e2976">16</a></span> “De Boekhouders ... +hebben sig in ’t minste met de regeringe van ’t Schip niet +te bemoeijen, nog enige sorg omtrent ’t selve te dragen; sy +hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens de Schipper +en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor de goederen van de +Compagnie, en alles aanteikenen wat uit ’t Schip gaat, of in +’t selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten doen. +Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so Grootboek, +Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan te +teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van ’t ene Boek +tot ’t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, +of deselve dood of in ’t leven zijn, en wat yder te goed heeft of +te quaad is.</p> + +<p class="footnote">Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle +Testamenten, Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en +diergelijke meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve +mogt eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten +sy de rekeningen van al ’t volk tot op ’t sluiten gereed +maken, en yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de +Compagnie te goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van +’t Schip gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke +Rekeningen yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te +goed hebbende gagie ontfangen: dog so ’t gebeurde, dat imand sijn +Rekening by ongeluk of by verlies van’t Schip verloor, deselve +kan ten allen tijde op ’t Kasteel van Batavia, (daar alle Copy +van de Scheeps- en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening +verkrijgen” (Oost-Indische Spiegel enz. in <span class="bibl">N. +de Graaff, Reisen, bl. 26–27</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2985src" id="xd0e2985">17</a></span> “De Schiman is so veel +als een twede Bootsman: want gelijk dese de Grote en Besaans-mast, en +wat tot deselve behoord, moet besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt +hebben op de Fokke-mast en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en +alles wat deselve van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman +versoeken. De Schiman moet in ’t laden en lossen altijd in +’t ruim wesen, en de goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware +touwen in ’t kabelgat weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten +en Boelyns passen. Hy heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders +van noden heeft tot sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, +en schaft by de Hoogbootsman” (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2988src" id="xd0e2988">18</a></span> “Yei-na-ra, Royaume du +Japon” (Dict. Cor. Franç., bl. 26).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2991src" id="xd0e2991">19</a></span> Jirpon, vermoedelijk voor +den Japanschen naam Nippon of den Chineeschen Jihpĕn.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2999src" id="xd0e2999">20</a></span> Hieruit valt niet anders te +lezen dan dat de stuurman wist waar de schipbreukelingen te land waren +gekomen en dat hij nu van de gelegenheid gebruik maakte om de juiste +ligging te bepalen van het Quelpaerts-eiland. Vgl. <span class="bibl"> +Witsen, 2<sup>e</sup> dr., dl. I, bl. 150 noot</span>: “Hoewel +Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen +zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, in +’t welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, +ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij <i>dat de Stuurman van +hun gebleven Schip, hetzelve kende</i>, en dat de Japanders daer nu +niets te zeggen hebben”. Het is jammer dat Witsen niet heeft +vermeld hoe de stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland +is gekomen. De opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben +behoord tot de opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij +“Quelpaerts-eiland” kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook +kan hij aan boord zijn geweest van een der schepen Sperwer of <span +class="pagenum">[<a id="pb10n" href="#pb10n">10</a>]</span>Patientie +toen deze in September 1651 van Batavia naar Perzië zeilden, en te +Batavia of gedurende deze reis door het scheepsvolk van de Patientie +over Quelpaerts-eiland hebben hooren spreken; misschien heeft hij het +eiland Quelpaert leeren kennen uit eene voor Schippers bestemde +manuscript-kaart, waarop het na 1642 was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. +XLIX, noot 4).</p> + +<p class="footnote">De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland +luidt in de:</p> + +<p class="footnote">I. Uitg.-Saagman: “onsen Stuerman had de +hooghte genomen, ende bevonden ’t selve Eijlandt te leggen op de +hoogte van 33 graden 32 minuten”.</p> + +<p class="footnote">II. Uitg.-Stichter: “hier wesende hadde onse +stuerman de hooghte genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, +leggende op de hooghte van 33 graden 32 minuten”.</p> + +<p class="footnote">III. Uitg.-van Velsen = II.</p> + +<p class="footnote">IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: +“Ondertusschen nam de stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds +eiland te zijn, alwaer ’t schip verlooren. Dit leid op drie en +dartig graeden en twee en dartig minderlingen”.</p> + +<p class="footnote">Vertalers van Hamel’s Journaal hebben deze +passage aldus weergegeven: <span lang="de">“Als wir nun daselbst +waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, und so viel +befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe von 33. +graden und 32. Minuten gelegen”</span> (Arnold’s vertaling, +Nürnberg (1672) bl. 825).—<span lang="fr">“Le +Capitaine, ayant fait des observations, jugea qu’ils +étoient dans l’Isle de Quelpaert, au +trente-troisième degré trente-deux minutes de +latitude”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Histoire +générale des Voyages, VIII, bl. 416</span>).</p> + +<p class="footnote">Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van +33° 12′ tot 33° 30′ zoodat, de onvolkomenheid der +toenmalige instrumenten in aanmerking genomen, de aangegeven breedte +van 33° 32′ zeer nauwkeurig mag heeten.</p> + +<p class="footnote">De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von +Siebold “Cap Sperwer” gedoopt. (Zie <span class="bibl" +lang="de">“Geschichte der Entdeckungen”, bl. +169</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3078src" id="xd0e3078">21</a></span> De Compagnie dreef in Japan +grooten handel in herte- en roggevellen welke vooral op Formosa, in +Siam en in Kambodja tot dat doel werden ingekocht.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3084src" id="xd0e3084">22</a></span> <span lang="fr"> +“Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; +5 cantons; dans l’ile de Quelpaert. 33° +21′—124° 2′”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franç., bl. 16**</span>). N.b. Als eerste +meridiaan is in dit woordenboek aangenomen de meridiaan van Parijs +(O.lg. van Greenwich 2° 20′ 15”).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3092src" id="xd0e3092">23</a></span> In gedrukte uitgaven: +“packhuijs”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3106src" id="xd0e3106">24</a></span> Moggan?. Zie Inleiding, bl. +XXII, noot 2.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3115src" id="xd0e3115">25</a></span> Zoo luidde de titel van den +Gouverneur.—<span lang="de">“Die Städte 1. Ranges sind +... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. +Kreisgouverneurs”</span> (<span class="bibl">v. Siebold, +Geschichte, <span class="abbr" title="und so weiter"><abbr title="und +so weiter">u.s.w.</abbr></span>, bl. 167</span>). Zie ook Inleiding, +bl. XXII, noot 5.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3133src" id="xd0e3133">26</a></span> <span lang="en"> +“Congee. In use all over India for the water in which rice has +been boiled.... It is from the Tamil kanjī +“boilings”.... “1563. They give him to drink the +water squeezed out of rice with pepper and cummin (which they call <i> +canje</i> “Garcia”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Hobson-Jobson, New ed. 1903, bl. 245</span>).—<span lang= +"en">“The most common drink, after what the clouds directly +furnish, is the water in which rice has been boiled”</span> +(Griffis, Corea, 1905, bl. 267).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3165src" id="xd0e3165">27</a></span> Dit was Mattheus Eibocken +van Enkhuizen, in 1652 met het schip “Nieuw Enckhuijsen” in +Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. p<sup>r</sup> maand. +(Zie <a href="#b.i.a">bijl. I<i>a</i></a>). Hij moet toen c<sup>a</sup> +18 jaren oud zijn geweest (Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki +aan de schipbreukelingen gesteld. <a href="#vraag54">No. 54</a>; zie +bl. 73).</p> + +<p class="footnote">“Barbarots mogen in Indien niet aangenomen +werden, die daarvoor uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger +verbetert als tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt +een derde chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 +gulden kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 +f<sup>o</sup> 1420” (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, +deel 1, caput 14, fol. 255).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3194src" id="xd0e3194">28</a></span> lees: “met eene door +het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts verdreven”. Zie de +juiste toedracht in <a href="#b.i.a">Bijlage I<i>a</i></a> en <a href= +"#b.iii.a">III<i>a</i></a>.—Vgl. van Dam, Beschrijvinge, boek 2, +deel 1, caput 21, fol. 320: “dat hij a<sup>o</sup> 1627 op +’t jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese jonck +daar was geraakt”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3210src" id="xd0e3210">29</a></span> A<sup>o</sup> 1637. Zie +<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en +157</span>.—Vgl. Missive Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van +Diemen, Firando 20 Nov. 1637: “... bij loopende geruchten +vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] aen de Majesteijt [den Sjogoen] +souden versocht hebben bij aldien haer geliefden assistentie tegens den +Tarter te doen, t’selfde door den Heer van Fingo soude mogen +geschieden”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3221src" id="xd0e3221">30</a></span> d.w.z. in Indië.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3224src" id="xd0e3224">31</a></span> de hoofdstad Seoul.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3230src" id="xd0e3230">32</a></span> Benjoesen = Japansche +beambten, misschien eene verbastering van “bungio or bugyo = +governor or superintendent” (<span class="bibl" lang="en">C.J. +Purnell, The Log Book of William Adams, bl. +194</span>).—“Op ieder schip, dat gelost werd, zit een +Onder Geheimschrijver, of Banjoos” (Valentijn V, 2, bl. +38).—“Den 28<sup>en</sup> dito werden 4 Banjoosen belast, +om de schepen te lossen, waar van ’er 2 aan land, en de andre aan +boord moesten blijven om alles, wat ’er af, of aankomt, +malkanderen schriftelyk toe te zenden, en streng te onderzoeken” +(Valentijn, a.v., bl. 84).—“de bongioysen en de verdere +dienaren die de scheepsboots in het halen van water geleijden” +(Res. 31 Mei 1701).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3246src" id="xd0e3246">33</a></span> Uitg.-van Velsen en +Stichter: “yder een Rock, een paer Leersen, Kousen en een paer +Schoenen”; uitg.-Saagman: “een dozijn Schoenen”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3249src" id="xd0e3249">34</a></span> Hiertoe heeft misschien het +scheepsjournaal van de Sperwer behoord.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3261src" id="xd0e3261">35</a></span> d.w.z. te Nagasaki +aangekomen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3268src" id="xd0e3268">36</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en +Van Velsen geven de namen van de drie nog in leven zijnde maats, nl. +“Govert Denijs en Gerrit Jansz, beyde van Rotterdam ende Jan +Pietersz de Vries” (Vgl. “Vragen” No. 54, bl. +73).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3271src" id="xd0e3271">37</a></span> d.i. vlechtwerk van touw tot +lange, platte slierten bewerkt.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3274src" id="xd0e3274">38</a></span> d.i. wij geraakten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3277src" id="xd0e3277">39</a></span> De toedracht zal ongeveer +zoo zijn geweest: mast en zeiltuig vielen buiten boord, waarna men den +mast weer overeind kreeg en de ra (of den spriet) met het zeil door +middel van de platting tijdelijk aan den mast bevestigde; tijdens het +hijschen van deze ra (of spriet) met het daaraan hangende zeil, raakte +echter het spoor van den mast (in dit geval de houten klos waarin het +ondereinde van den mast zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge +waarvan het tuig opnieuw overboord viel.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3282src" id="xd0e3282">40</a></span> Dit was het ook in China +gebruikelijke en aldaar bij Europeanen als “cangue” bekende +schandbord. <span lang="en">“Public exposure in the <i>kia</i>, +or cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than +a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much +bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The +frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to +rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to +prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence of +the delinquent are written upon it for the information of the +passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent +escape”</span> (<span class="bibl" lang="en">S. Wells Williams, +The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3303src" id="xd0e3303">41</a></span> <span lang="fr"> +“Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence +d’un <i>mok-sa</i>, gouverneur de l’île. 33° +33′–124° 16′”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franç., bl. 19**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="fr">“Cette île, qui +n’est connue des Européens que par le naufrage du vaisseau +hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette +même époque, sous la domination du roi de Corée. +Nous en eùmes connaissance le 21 mai [1787].... Nous +déterminâmes la pointe du Sud, par 33<sup>d</sup> +14′ de latitude Nord, et 124<sup>d</sup> 15′ de longitude +orientale”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Voyage de la +Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384</span>).</p> + +<p class="footnote">De transcriptie “luo” zal een +schrijffout zijn. Verg. “Vragen” No. 3 en 12: +“<i>Chesu</i>”.</p> + +<p class="footnote">In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: +“Dit Eijlandt bij haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt +leijdt als vooren op de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a +13 mijl van den Zuijdt-hoeck van ’t vaste Landt van +Coree.”—II. Uitg.-Stichter en III. Uitg.-van Velsen: +“Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts Eylant, leyt op de +hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of ontrent 13 mijlen van de +Zuythoeck vant vaste lant van Coeree.”</p> + +<p class="footnote">Voor eene beschrijving van de hoofdstad van +Quelpaert zie <span class="bibl" lang="en">Belcher, Narrative of the +voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 <span class="abbr" title="en +verder"><abbr title="en verder">e.v.</abbr></span></span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3346src" id="xd0e3346">42</a></span> “En volgens verder +bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, aen my mondeling gedaen, +is Korea zeer bevolkt” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. dl. I, bl. 47</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3355src" id="xd0e3355">43</a></span> <span lang="en">“As +Quelpart has long been used as a place for banishment of convicts, the +islanders are rude and unpolished.... Immense droves of horses and +cattle are reared”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea (1905), bl. 201</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3363src" id="xd0e3363">44</a></span> <span lang="fr"> +“Han-Ra-San. Grande montagne dans l’île de +Quelpaërt, avec trois cratères de volcans éteints, +qui forment des lacs. 30° 25′–124° +17′”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. +Franç., bl. 4**</span>).—<span lang="en">“This peak, +called Mount Auckland,... is about 6.500 feet high”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, a.v., bl. 200</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3385src" id="xd0e3385">45</a></span> <span lang="fr"> +“Hăi-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale +... Prov. de Tjyen-Ra. 34° 27′–124° +11′”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fr., +bl. 5**</span>).—<span lang="fr">“Le ly équivaut a +1/10 de lieu environ”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. +a.v. bl. II**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3405src" id="xd0e3405">46</a></span> ?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3408src" id="xd0e3408">47</a></span> <span lang="fr"> +“Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... +35° 13′–124° 10′”</span> (<span class= +"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Franç. bl. 10**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3421src" id="xd0e3421">48</a></span> ? <span lang="fr"> +“Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° +43′–124° 32′”</span> (a.v. bl. 17**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3430src" id="xd0e3430">49</a></span> <span lang="en">“The +term “San-siang” used twice here, means a fortified +stronghold in the mountains, to which, in time of war, the neighbouring +villagers may fly for refuge”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 171</span>).—<span lang= +"fr">“San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet de +montagne”</span> (Dict. a.v. bl. 373).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3441src" id="xd0e3441">50</a></span> <span lang="fr"> +“Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° +33′–124° 29′”</span> (a.v. bl. 18**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3449src" id="xd0e3449">51</a></span> <span lang="fr"> +“Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° +38′–125° 12′”</span> (a.v. bl. 7**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3457src" id="xd0e3457">52</a></span> <span lang="fr"> +“Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de +Tjyen-Ra, à 506 lys de la capitale... 35° +37′–124° 37′”</span> (a.v. bl. 19**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3462src" id="xd0e3462">53</a></span> Volgens de <span class= +"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Franç. (bl. 16**)</span> was +daarentegen Syong-to in de provincie Kyeng-Keui <span lang="fr"> +“ancienne capitale du royaume sous la dynastie +précédente”.</span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3470src" id="xd0e3470">54</a></span> <span lang="fr"> +“Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste”</span> +(Dict. a.v. bl. 19**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3478src" id="xd0e3478">55</a></span> ? “Tchyeng-Am, Prov. +de Tjyen-Ra. 35° 22′–124° 25′” (a.v. +bl. 20**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3484src" id="xd0e3484">56</a></span> ?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3487src" id="xd0e3487">57</a></span> <span lang="fr"> +“Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et +Tjyen-Ra”</span> (a.v. bl. 21**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3495src" id="xd0e3495">58</a></span> <span lang="fr"> +“Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de +Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59′–126° +8′”</span> (a.v. bl. 2**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3500src" id="xd0e3500">59</a></span> <span lang="fr"> +“Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de +Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du +<i>kam-să</i> ou gouverneur de la province ... 36° +23′–124°55′”</span> (a.v. bl. 8**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3511src" id="xd0e3511">60</a></span> lees: Kyeng-keui.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3516src" id="xd0e3516">61</a></span> <span lang="en"> +“Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of the +largest river inside the peninsula. The tremendous force of its +current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt +annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty +feet”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, +bl. 187</span>).—<span lang="fr">“Han-Kang. Fleuve qui +arrose Sye-oul, Prov. de Kyeng-Keui”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franç. bl. 4**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3533src" id="xd0e3533">62</a></span> <span lang="fr"> +“Sye-Oul, Nom générique qui signifie: <i> +capitale</i>. Capitale du royaume de Corée”</span> (Dict. +a.v. bl. 14**).—De eigenlijke naam van “de Hoofdstad” +was: <span lang="fr">“Han-Yang, Capitale de la province de +Kyeng-Keui et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville +murée, sur le fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 +ministères. Le gouverneur de la province réside en dehors +des murs”</span> (Dict. a.v. bl. 4**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3544src" id="xd0e3544">63</a></span> Bedoeld zijn de mijlen +waarmede de zeelieden destijds rekenden, namelijk Duitsche mijlen van +15 in één graad, volgens de graadmeting van Snellius. +Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 <span class="abbr" title="kilometer"> +<abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> lang, waardoor de afstand +van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt; <i> +recht gemeten</i> bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. +352 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer"> +K.M</abbr></span>. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 +<span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer"> +K.M.</abbr></span> lang. De afstand van Quelpaert tot Seoul werd later +geschat op 90 mijlen of 666 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr +title="kilometer">K.M</abbr></span>. (Zie “Vragen” <a href= +"#vraag12">N<sup>o</sup> 12</a>, bl. 67).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3577src" id="xd0e3577">64</a></span> Van heel wat deftiger +personages dan Hamel en zijne kameraden, werd in Japan verlangd dat zij +den Sjogoen en zijn hof op eene dergelijke vertooning zouden +vergasten.</p> + +<p class="footnote">Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: +“Hiertusschen waren wij [het Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en +zijn gevolg bij de audientie te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser +[d.w.z. de Sjogoen] ... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt +op te sitten, mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te +gaan, een liedeken te singen, op ons manier den anderen te +complimenteren, te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te +verbeelden, mijn vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van +de Nangasackijse gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op ’t +papier te teijkenen en een stuck van een comedie te ageeren....</p> + +<p class="footnote">... de Mess<sup>rs</sup> bij my sijnde songen op +’t versoek van gem<sup>e</sup> regenten en tot vermaak van de +Juffers, die bij menigte agter jalousij-matten saten, een hollands +liedeken, komende met sons onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken +en kruijpen weder in ons logiement.” (Vgl. Valentijn, V, +Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).</p> + +<p class="footnote">De Bataviasche Regeering was er geenszins over +gesticht dat men “voor de hoogheden allerhande grimassen heeft +moeten bedryven en voor de Juffers helder op singen”, hetgeen +“gansch niet met het respect van de nederlantse natie compatibel +zij, immers in genen dele ten regarde van het Opperhooft”. Werden +“soodanige sotte en narre potsen weder afgevergt” zoo moest +men trachten zich te excuseeren, “immers ten opsigte van het +Opperhooft, soo het in ’t generaal niet te vermijden” was. +Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven naar +hunne “methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok +houden”. De Regeering vond ook “dat soodanige aansoekinge +mede gerede soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie +dat se door de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel +meesterschap over de kragt en bewegingh van den sterken drank maar +tragten te behouden [dat zij] buijten postuur van fatsoen en +bescheijdenheijt niet en geraken, maar door ingetogenheijt en +stilligheijt een geheel andere verwagtinge van haren aard en ommegangh +geven” (Res. 29 Mei 1692).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3593src" id="xd0e3593">65</a></span> Vgl.: “het gebruijck +van oppassers ofte <i>lijfschutten</i> soo door den gesaghebber als +andere mindere bedienden [te Bantam]”. (Res. 17 Aug. 1708).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3601src" id="xd0e3601">66</a></span> <span lang="fr"> +“Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom +d’un dignitaire, qui en a une moitié; l’autre +moitié est gardée par le gouvernement; c’est le +signe de l’autorité donnée par le roi au +mandarin”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dic. Cor. +Franç., bl. 321</span>). Zie ook: <span class="bibl" lang="en"> +J.S. Gale, A Korean-English Dictionary, 1911, bl. 429</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3612src" id="xd0e3612">67</a></span> chiap = tjap; hier een +Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3615src" id="xd0e3615">68</a></span> d.i. “met den Coninck +ofte in Conincx dienst”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3618src" id="xd0e3618">69</a></span> d.w.z.: het eiland +Quelpaert.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3627src" id="xd0e3627">70</a></span> Deze voorstelling zal +onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet gehaald (zie <a href= +"#n48.3">bl. 48, noot 3</a>; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); de +taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3639src" id="xd0e3639">71</a></span> <span lang="en">“Hamel +does not state why he and his companions were sent away, but it was +probably to conceal the fact that foreigners were drilling the royal +troops. The suspicions of the new rulers at Peking were easily +roused”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 172</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3647src" id="xd0e3647">72</a></span> <span lang="en">“Four +great fortresses guard the approaches to the royal city. These are ... +Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of the same name at the +mouth of the Han-River, is the favorite fortress, to which the royal +family are sent for safety in time of war ... During the Manchiu +invasion, the king fled here, and, for a while, made it his +capital”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 190–191</span>).—Namman Sangsiang is misschien +een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3662src" id="xd0e3662">73</a></span> “Alsoo dit een +bederffelijcke waere is” (Gen. Miss. 26 Maart 1622).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3665src" id="xd0e3665">74</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en +van Velsen hebben: “<i>van de mijt</i> opgegeten.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3671src" id="xd0e3671">75</a></span> d.w.z.: de Chineesche +slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3680src" id="xd0e3680">76</a></span> <i>zich gelaten</i> = +voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik (Woordenboek der Nederlandsche +taal, IV, kolom 1051).—Verg. “’t schijnt naer dese +gesanten <i>haer gelaten</i>” (Miss. G.G. de Carpentier aan Coen. +Batavia, 29 Jan. 1624).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3693src" id="xd0e3693">77</a></span> <span class="bibl">Witsen +(2<sup>e</sup> dr. dl, I, bl. 50</span>) zegt: “wanneer de +Stuurman, die het Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met +den Tarterschen Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men +alle de overige te dooden”, maar geeft niet aan wie hem dit heeft +verteld. Als een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een +Chineesche, kan het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet +lang hebben uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets +over het lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen +vertellen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3706src" id="xd0e3706">78</a></span> Hamel was alzoo niet een van +hen “die de spraeck best conde”. Heeft hij daarom misschien +nagelaten zijn Journaal te verrijken met eene Koreaansche +woordenlijst?</p> + +<p class="footnote">Van de voorgegeven stranding van een schip op +Quelpaerts-eiland wordt verder niet gesproken.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3714src" id="xd0e3714">79</a></span> Misschien om hen bij +voorkomende gelegenheid als tolken te gebruiken.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3727src" id="xd0e3727">80</a></span> Thiellado = Iulla Do (Ross) += Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra (Dict. Cor. Franç.).—Vgl. +ook bl. 20, noot 8.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3735src" id="xd0e3735">81</a></span> ?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3738src" id="xd0e3738">82</a></span> <span lang="fr"> +“Pyeng-să. Mandarin militaire; général de +2<sup>me</sup> ordre, commandant d’une province ou d’une +demi-province...; (il n’y en a qu’un dans chaque province; +il est au-dessous du gouverneur)”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. a.v. bl. 321</span>)</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3767src" id="xd0e3767">83</a></span> d.w.z. “den ouden +hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de nieuwe] namt ons ten eersten +af”, zoodat zij nu zelf aan het kappen moesten gaan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3779src" id="xd0e3779">84</a></span> linnen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3784src" id="xd0e3784">85</a></span> de hoofdstad, Seoul.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3787src" id="xd0e3787">86</a></span> “De Japanders hebben +op Korea eene bezitting of wooninge, daer hunne bevoorrechte vaertuigen +aenkomen, die daer ter handel vaeren; want anderzins vaeren de +Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het Opper-gezag aen de +Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, volgens verhael +van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen is geweest, aen my +gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert te worden, gelijk de +Neêrlanders in Japan op ’t Eiland Nangasakki, opgesloten +zijn” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. +49</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">“The possession of Fusan by +the Japanese was, until 1876, a perpetual witness of the humiliating +defeat of the Coreans in the war of 1592–1597, and a constant +irritation to their national pride”</span> (<span class="bibl" +lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 150</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="fr">“Pou-san. Port, à 20 +lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu au commerce du +Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200 soldats +... 34° 46′–126° 15′”</span> (<span +class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Franç., bl. 12**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#n30.3src" id="n30.3">87</a></span> <span lang="en">“The +nineteenth King was ... the second son of the last king. This Prince +commenced his political career at Moukden, where he had been sent as +hostage by his father. In the second year of his reign, 1650, he +organised the navy ... and died in the year 1659.</span></p> + +<p class="footnote"><span lang="en">The twentieth King was ... son of +the last, and born in Moukden, whence he returned a year before his +father. He destroyed the Buddhist nunneries.... He died in +1674”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China +Review XIV, bl. 63</span>).—Vgl. <span class="bibl" lang="fr"> +Synchronismes chinois (Variétés sinologiques +n<sup>o</sup>. 24) Chang-hai, 1905, bl. 457, 462</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3837src" id="xd0e3837">88</a></span> goed arms, ook wel goed +armsch, weldadig, mild jegens de armen. Woordenboek der Nederlandsche +Taal V, kolom 301, onder: Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald +uit Bredero, Huygens, Bosboom-Toussaint en Beets.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3847src" id="xd0e3847">89</a></span> <span lang="en"> +“Stores of rice are kept at certain places on the coast, in +anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local +rewards are given to relief distributors according to +merit”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China +Review XIV bl. 129</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3855src" id="xd0e3855">90</a></span> Aker (in de schrijftaal +verouderd), vrucht van den eik, eikel (<span class="bibl">Van Dale, +Groot Wdb. der Ned. Taal</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3861src" id="xd0e3861">91</a></span> Zie: <span class="bibl" +lang="en">Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and Culture +en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3871src" id="xd0e3871">92</a></span> <span lang="fr"> +“Ko-Rye. Ancien nom d’un des trois royaumes de la +presqu’île et dont le roi conquit les deux autres royaumes, +n’en formant qu’un seul sous le nom de Ko-Rye, +d’où est venu le nom de Corée”</span> (Dict. +Cor. Franc., bl. 8**).—<span lang="fr">“Tjyo-Syen. Nom de +la Corée sous la dynastie actuelle depuis 1392”</span> (a. +v. bl. 20**).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">”Li Chunggwei ... founded the +dynasty which still rules Corea, and which has, therefore, swayed the +Corean sceptre for more than four centuries. He moved his capital to +its present site, to the city of Hanchung, on the Han river,—the +name Seool or Seoul simply meaning “The Capital”. He also +changed the name Gaoli, which had prevailed since the Tang dynasty +[618–905], to <i>Chaosien</i>, the eldest known name of Corea, or +any portion of it”</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, +History of Corea, bl. 269</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">”In A. D. 1368 the Yuan or +Mongol dynasty was driven from the throne of China by the Mings, and +shortly afterwarts (A. D. 1392) a Corean, named by the Chinese Li Tau, +aided by the Emperor Hung Wu, rebelled against the Kao li dynasty, +drove it from the throne, and established himself as the king of Corea. +He chose for the title of his dynasty the words Ch’ao hsien +“morning calm”, pronounced by the Coreans <i>Chö +sen</i>. This is now the official name both for Corea and for the +reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He also moved +the capital from Song do to Söul”</span> (<span class="bibl" +lang="en">C. T. Gardner, The Coinage of Corea, Journal China Branch +R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, bl. 74</span>).—<span lang= +"fr">“Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; +nation”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. +Franç., bl. 203</span>).—In China heet Korea: Kao li in +het noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3908src" id="xd0e3908">93</a></span> Een aardig voorbeeld van het +begin van alle “Kartographie”. Zoo vergelijken de Atjehers +Groot-Atjeh met een “wan”, zoo vergeleken de Ouden den +Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen +stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek met +de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3911src" id="xd0e3911">94</a></span> <span lang="en">“Corea +is divided into eight provinces, called Do.....Corea stretches from +33° 15′ to 42° 31′ N. lat; and 122° 15′ +to 131° 10′ E. Long. Hence the greatest length of its +mainland is as the bird flies, about 600 miles, and greatest breadth, +east to west, over 300 miles”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Ross, History Corea, bl. 394, 396</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3919src" id="xd0e3919">95</a></span> <span lang="en">“By +“Osacco” Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but +rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy +from Séoul, bearing tribute to the “Tycoon” at Yedo, +was accustomed to land on its way from Fusan”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot +2</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3927src" id="xd0e3927">96</a></span> <span lang="fr"> +“Tăi-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, +appelée Tsou-shima en japonais”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franc. bl. 17**</span>).—<span lang= +"en">“Tsushima. Group of islands situated in the middle of the +strait that separates Japan from Korea ... The group comprises one +large island and 5 small ones ... Since the 12<sup>th</sup> century, +the island was the fief of the Sõ daimyō, who frequently +had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was +completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Papinot, Dict., bl. 706</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3944src" id="xd0e3944">97</a></span> <span lang="en">“The +entire northern boundary of the peninsula from sea to gulf, except +where the colossal peak Paik-tu (’White Head’) forms the +water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and +Turnen”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 6</span>).—<span lang="fr">“Păik-Tou-San. +Mont. Prov. de Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son +sommet est un grand lac qui a 6 à 7 lieues de tour. 41° +59′–126° 5′”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franc., bl. 11**</span>).</p> + +<p class="footnote">“Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der +geener die in den Jare 1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my +mondeling bericht, dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem +onbereizelijk is, vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest +... Dat ’er te Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier +uit vastelijk kan werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, +de Keizer van Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes +Paerden, die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy +zelve die hadde zien aenkomen” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. dl. 1, bl. 44</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3969src" id="xd0e3969">98</a></span> “Zout weten zy van het +Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer mede de Nederlandsche +gevangenen Haring zoutede, ’t geen by hen dus gedaen te konnen +werden, onbekent was” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. dl. I, bl. 57</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3978src" id="xd0e3978">99</a></span> “En tot bevestiging, +dat de Hollandsche Harpoenen op Korea in de Walvisch zijn gevonden, zoo +hebbe ik met Benedictus Klerk van Rotterdam, welke op Korea gevangen +geweest is den tijd van dertien Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, +die dan verzekert, wel toe te hebben gezien, wanneer in zijn +tegenwoordigheit uit het lichaem van een Walvisch op Korea, een +Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt uitdrukkelijk zulks aen het +maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van kennis, dat hy en andere +zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op de Groenlandsche Visschery +hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen wel kenden; zeide verder, +dat de Koreërs hunne byzondere schepen, en gereetschap tot deze +vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen vast stelde, dat ’er +opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen moeste zijn, ten minsten +voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche Zeeluiden zeiden, dat ten +Noord-oosten van haer een openbare Zee was. Zy oordeelden, met meer +gemak van die kant, als van deze zijde, dat naeuw, of dien weg te +verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit het Noorde van Tartarye +scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, meer zoodanige Visch wierd +gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, als Haring, enz. Dies deze +man besloot, dat Asia aen America te dezer oort niet en is +gehecht” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl, +43–44</span>).</p> + +<p class="footnote">“Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op +te schieten, als het in onzen kaerten is bekent, en wel een weinig +Noord-oostelijker, zoo als de Koreaensche menschen mede zeggen, dat +Noord-oost op, een groote Zee is; dat de baeren daer gaen als in de +Spaensche Zee, zoo dat benoorden of Noord-oosten een zwaer water wezen +moet” (<span class="bibl">Witsen, a. v. bl. 56</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4001src" id="xd0e4001">100</a></span> <span lang="en"> +“Panax ginseng; jên shên, is the medicine par +excellence, the <i lang="fr">dernier ressort</i> when all other drugs +fail ... The principal Chinese name is derived from a fancied +resemblance to the human form. The genuine ginseng of Manchuria, whence +the largest supplies are derived—in the reniote +mountains—consists of a stem from which the leaves spring, of a +central root, and of two roots branching off. The roots are covered +with rings, from which the age is ascertained, and the precious +qualities are increased by age ... In 1891 Korean ginseng was worth +Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native ginseng was Tls. +80”</span> (<span class="bibl" lang="en">Couling, Encycl. Sinica, +1917, bl. 206</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">“Wild Manchurian ginseng +(Panax) is almost worth its weight in gold. Even the semi-wild quality +from Corea is worth its weight in silver ... Though usually described +as a medicine, it is rather a food tonic, possessing, in the Chinese +opinion, marvellous “repairing” qualities”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Parker, China, Past and Present, bl. +273</span>).</p> + +<p class="footnote">Oude berichten over ginseng komen voor in +“Ontleding van de Lucht ende werckingen des wortels Ninzin, +welcken gewonnen wert int Coninckryck Corea op de noorderbreete van 43 +graden” (Kol. Arch. Overgek. brieven 1642, derde boek) en in +<span class="bibl" lang="fr">Recueil de voyages au nord (1732, IV, bl. +348–365)</span>.—<span lang="fr">“Lettre du +Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante de +Ginseng”</span>.—Nisi is de Japansche naam.—Vgl. +<span class="bibl" lang="en">C. T. Collyer: The culture and preparation +of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch R. A. S. III, 1903, bl. +18–30)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4033src" id="xd0e4033">101</a></span> <span lang="en"> +“Nominally sovereign of the country, he is held in check by +powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed by +all the reactionary influence of feudalism”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 228–229</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4045src" id="xd0e4045">102</a></span> “Vuurroers zijn by +hen onbekent, want zy geen geweer als met lont gebruiken; zy bedienen +zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts met koopere plaeten, een +halve vinger dik, is beslagen, wezende het leer, twee, vier of vyf duim +dik, van veel vellen op malkander gelegt; dit geschut word op paerden, +twee op een paerd, het leger na gevoert, is omtrent een vadem lang, en +zy konnen daer uit met vry groote kogels schieten” (<span class= +"bibl">Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4051src" id="xd0e4051">103</a></span> Uitg.-Stichter voegt +hieraan toe: “niet hebbende krijgen slagen, ’t welck ons in +des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen voor onse naackte +billen hebben gekregen.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4054src" id="xd0e4054">104</a></span> Hier is blijkbaar +uitgevallen: “een ghetal van Papen uijtmaecken om bij +beurte”. (Zie uitg.-Saagman).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4057src" id="xd0e4057">105</a></span> <span lang="en"> +“There seems to be three distinct classes or grades of bonzes. +The student monks devote themselves to learning, to study, and to the +composition of books and the Buddhist ritual, the <i>tai-sa</i> being +the abbot. The <i>jung</i> are mendicant and travelling bonzes, who +solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the +temples and monastic establishments. The military bonzes (<i>siung +kun</i>) act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to +use, weapons”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea, 1905, bl. 333</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4077src" id="xd0e4077">106</a></span> “meester van de +slavin” (Uitg.-Saagman).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4085src" id="xd0e4085">107</a></span> Zie <a href="#pb59">bl. +59</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4093src" id="xd0e4093">108</a></span> <span lang="en"> +“Every day (as in China) the chief public offices of the +metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in +turn, and the King ascends the throne if they have any representations +to make”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, +China Review XIV, bl. 127</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4101src" id="xd0e4101">109</a></span> <span lang="en"> +“Close communication between the palace and populace is kept up +by means of the pages employed at the court, or through officers, who +are sent out as the king’s spies all over the country. An <i> +E-sa</i>, or commissioner, who is to be sent to a distant province to +ascertain the popular feeling, or to report the conducts of certain +officers ... receives sealed orders from the king, which he must not +open till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission, +a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some +cases he has the power of life and death in his hands”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +221–222</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4126src" id="xd0e4126">110</a></span> d.w.z. alleen de misdadiger +zelf wordt gestraft maar niet, als bij hoogverraad, zijne +bloedverwanten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4136src" id="xd0e4136">111</a></span> De zin is moeielijk te +begrijpen; wellicht moet voor <i>staen</i> gelezen worden <i>slaen</i>, +en voor <i>als</i>, op den volgenden regel, <i>al</i>, voorafgegaan +door een;</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4151src" id="xd0e4151">112</a></span> <span lang="en"> +“Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated +since Hamel’s time.... The criminal code now in force is, in the +main, that revised and published by the king in 1785, which greatly +mitigated the one formerly used”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 235</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4163src" id="xd0e4163">113</a></span> “Mattheus Eibokken +heeft aen my bericht, dat men daer te lande een Heidensch geloof heeft, +komende ten deelen met dat van Sina over een, maer dat men niemand +dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne mag beleven; duldende dat +hy, en d’andere Hollandsche gevangenen, met de Afgoden spottende: +de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven heeft ontfangen, en bekennen +ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk op de scheenen geslagen, jae +met de dood gestraft te werden, zoo als het meermalen is +geschied” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, +bl. 55</span>).</p> + +<p class="footnote">“Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier +als hier geheele huizen, en ’t is byzonder, dat men in meest alle +hunne Afgodische tempels, drie beelden neffens malkanderen vind staen, +van eenerly gedaente en optooizel, doch de middelste altijd de +grootste, waer van Meester Eibokken oordeelde dat ’er eenige +schaduwe van de Heilige Drie-eenheit onder school” (<span class= +"bibl">Witsen, a. v., bl. 56–57</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4182src" id="xd0e4182">114</a></span> <span lang="en">“The +ceremony of <i>pul-tatta</i> or “receiving the fire” is +undergone upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of +burning tinder is laid upon the man’s arm, after the hair has +been shaved off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into +the flesh, leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark +of holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the +torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical +discipline is maintained”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 335</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4193src" id="xd0e4193">115</a></span> Bescharen. Thans in de +algemeene taal niet meer in gebruik, maar gewestelijk nog bekend. Zich +zelf iets bezorgen, verschaffen, ook wel iets +verwerven.—“Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet +beschaard” (Bilderdijk).—“Dat kan ik niet +bescharen”, dat gaat boven mijn bereik (o.a. in Gelderland). +(Woordenboek der Nederlandsche Taal II, kolom 1951).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4199src" id="xd0e4199">116</a></span> Taoistische +priesters.—<span lang="en">“Taoism, which divides Chinese +attention with Buddhism, is almost unknown in Corea”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Ross, History Corea, bl. 355</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4208src" id="xd0e4208">117</a></span> <span lang="en">“No +trait of the Coreans has more impressed their numerous visitors, from +Hamel to the Americans, than their love of all kinds of strong +drink”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, +bl. 266–267</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4218src" id="xd0e4218">118</a></span> Zie <a href="#n30.3">bl. +30, noot 3, al. 2</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4226src" id="xd0e4226">119</a></span> <span lang="en">“The +kang is characteristic of the human dwelling in north-eastern Asia. It +is a kind of tubular oven ... It is as though we should make a bedstead +of bricks, and put foot-stoves under it. The floor is bricked over, or +built of stone over flues, which run from the fireplace, at one end of +the house, to the chimney at the other”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 263</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4234src" id="xd0e4234">120</a></span> Welk woord hier wordt +bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman staat daarvoor: +“principaelste”, in de uitg.-Stichter is het +weggelaten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4237src" id="xd0e4237">121</a></span> Over dit woord zie <span +class="corr" id="xd0e4239" title="Bron: Hobson-Jobsonen">Hobson-Jobson +en</span> <span class="bibl">De Haan, Priangan, II, bl. 769</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4251src" id="xd0e4251">122</a></span> <span lang="en"> +“Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It +would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one’s +meal with any person, known or unknown, who presents himself at +eating-time ... The poor man whose duty calls him to make a journey to +a distant place does not need to make elaborate preparations ... At +night, instead of going to a hotel with its attendant expense, he +enters some house, whose exterior room is open to any comer. There he +is sure to find food and lodging for the night”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +288–289</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4267src" id="xd0e4267">123</a></span> Uitg.-Stichter heeft: +“quade Regeringe”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4270src" id="xd0e4270">124</a></span> <span lang="en">“Not +the least interesting of the local or national festivals, are those +held in memory of the soldiers slain in the service of their country on +famous battle-fields. Besides holding annual memorial celebrations at +these places, which fire the patriotism of the people, there are +temples erected to soothe the spirits of the slain. Especially +noteworthy are these monumental edifices, on sites made painful to the +national memory by the great Japanese invasion of 1592–97, which +keep fresh the scars of war”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 299</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4278src" id="xd0e4278">125</a></span> Uitg.-Saagman: +“bijeencomste van de studenten”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4283src" id="xd0e4283">126</a></span> In uitg.-Stichter: <i> +gordel</i>; uitg.-Saagman heeft: <i>gorles</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4295src" id="xd0e4295">127</a></span> molik, vogelverschrikker +(Van Dale’s Groot Wdb. der Ned. Taal).—“moliks voor +de jeugd” (E.J. Potgieter, Gedroomd Paardrijden, strofe 13, regel +6).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4306src" id="xd0e4306">128</a></span> <span lang="en">“On +the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered at the +graves of ancestors and broken tombs are repaired”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 298</span>).</p> + +<p class="footnote">“De Koning gaet jaerlijks het graf zijner +Voorzaeten bezoeken, om aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, +ter eeren, en voor ’t welwezen der zelven in ’t andere +leven, zoo als hy [Eibokken] den Koning zelve tot aen de graf-plaets +hadde begeleit, die veel honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde +berg, daer men door yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de +Hooftstad gelegen.</p> + +<p class="footnote">De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn +alzoo gebalsemt, dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden +bewaert, gelijk in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van +voor veele honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning +of zijn Gemalin, daer in werd gezet, werd ’er een schoone slaef +en slaevin levendig by gelaten, aen wien men voor ’t sluiten van +de yzere deur, eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als +dezelve is verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres +in ’t ander leven te dienen” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. 56</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4327src" id="xd0e4327">129</a></span> Uitg.-Saagman heeft: +“voor sijn Ouders”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4342src" id="xd0e4342">130</a></span> <span lang="en"> +“Sappan-wood. The wood of <i>Caesalpina sappan</i>; the <i> +bakkam</i> of the Arabs, and the <i>Brazil wood</i> of medieval +commerce ... the tree appears to be indigenous in Malabar, the Deccan +and the Malay Peninsula”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Hobson-Jobson, bl. 794</span>).—“Caesalpina sappan. +Setjang (Jav. en Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout +... dient om katoen, zijde en garens rood te verven” (<span +class="bibl">Encyclopaedie van N.I. 2<sup>e</sup> dr. I, 1917, bl. +434</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4370src" id="xd0e4370">131</a></span> “In Korea zijn +schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier te Lande, en niet nae +de wyze der Tarters: zy doen die in ’t wilt, op zommige Eilanden +ter aenqueeking loopen” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. dl. I, bl. 58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4379src" id="xd0e4379">132</a></span> Vgl. <span lang="en"> +“In 1651, ... a decree was issued ordering the people to use coin +and at the same time prohibiting them from the use of cloth as +money.... Up to this time, there had always been a party opposed to the +use of coin that took every opportunity to suppress its use and replace +it with rice and cloth. Now this party was fast disappearing and though +they once more succeeded, five years later, in causing the rescission +of the order to use coin, the people by that time had become so +accustomed to its use that they began to coin for themselves. ... In +1678 ... rice and cloth were deprived forever of their monetary +function”</span> (<span class="bibl" lang="en">M. Ichihars, +Coinage of old Korea, Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, +bl. 61</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#n48.3src" id="n48.3">133</a></span> <span lang="en">“The +Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 ... and in the +following year, when sending home the king’s son, who had gone to +Peking to have his title to the crown confirmed, a half was remitted +... <i>Kanghi</i>, <i>Yoongjung</i>, and <i>Kienloong</i>, frequently +remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans like +Chinese”</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History +Corea, bl. 288</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">“Since the Tang dynasty +overwhelmed Corea, it has had only glimpses of absolute +self-government; but, at the same time, it has had only brief intervals +when it had not virtual self-government. Its vassalage to the Manchu +government, secured at a sacrifice of a few years’ dispeace and +slaughter, and of some further years of somewhat severe taxation, has +mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly tribute is <i> +sent</i> in to Peking, accompanied by a host of merchants, who bring +back profits much greater than the amount of the tribute”</span> +(<span class="bibl">Ross, a. v., bl. 365</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4418src" id="xd0e4418">134</a></span> = Zuidland, of Land der +zuidelijke barbaren?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4425src" id="xd0e4425">135</a></span> “Hy [Eibokken] heeft +Goud en Zilver mynen aldaer gezien; ook die van Kooper, Tin en Yzer. +Zilver is daer in groote menigte, ’t geen aen byzondere luiden +werd toegestaen te delven, daer dan de Koning zijn recht van trekt, +’t Kooper is daer zeer blank, en van heldere klank. Goud aderen +had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat zelfs eenig Zandgoud van de grond +eeniger rivieren op gedoken had; doch werden de Goudmynen niet zoo veel +geopent, als die van Zilver, of ander metaal. Waer van de reden hem +onbewust was” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. +I, bl. 58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4441src" id="xd0e4441">136</a></span> <span lang="en">“All +scales are issued by the Board of Works and are branded annually, at +the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town aediles +respectively”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, +China Review XIV, bl. 29</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4453src" id="xd0e4453">137</a></span> “De spraek op Korea, +heeft in klank geen gemeenschap met ’t Sineesch, ’t geen +Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche Tael zeer wel +spreekende<a class="noteref" id="xd0e4455src" href="#xd0e4455">138</a>, +van de Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen +malkanders schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; +<i>Oonjek</i> is een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende +alle de letteren aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene +man; de andere lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei” +(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. +59</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4455src" id="xd0e4455">138</a></span> <span class="bibl"> +Witsen’s lijst van Koreaansche woorden (2<sup>e</sup> dr. dl. I, +bl. 52–53)</span> zal van Eibokken afkomstig zijn.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4473src" id="xd0e4473">139</a></span> lees: “ende +geschriften, ’t land ende de overheijt rakende, geschreven. Het +tweede is....”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4478src" id="xd0e4478">140</a></span> <span lang="en">“The +poorer women ... though never at school, they can all, or almost all, +use the Corean alphabet, which is the most beautiful and complete we +know; for one can learn it almost at a sitting”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Ross, Hist. Corea, bl. 315</span>).—<span +lang="en">“... the Corean alphabet, for simplicity and utility, +is the best known to me”</span> (bl. 377).—Vgl. <span +class="bibl" lang="en">J. S. Gale, The Korean Alphabet. (Transactions +Korea Branch R. A. S., IV, part I, 1912, bl. +13–61)</span>.—<span lang="fr">“La clarté de +l’esprit coréen apparaît dans la belle impression +des livres, dans la perfection de l’alphabet, le plus simple qui +existe, dans la conception des caractères mobiles où il a +atteint le premier ...”</span> (<span class="bibl" lang="fr">M. +Courant, Bibliographie coréenne, I, 1895, Introduction, bl. +CLXXXVIII</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4501src" id="xd0e4501">141</a></span> lees: drukplaeten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4504src" id="xd0e4504">142</a></span> <span lang="de">“Die +Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren +Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als +Anerkenntnisz der Vasallenschaft.”</span> (<span class="bibl" +lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, Band III (1834) bl. +594)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4516src" id="xd0e4516">143</a></span> “De Koning werd zoo +zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen woonen, gelooven dat hy +van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen onze luiden zulks +voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den Koning uit gaet, en +van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat zy het Jaer achten te +zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, daer hy zich +vertoont” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. +57</span>).—<span lang="en">“The king rarely leaves the +palace to go abroad in the city or country. When he does, it is a great +occasion which is previously announced to the public. The roads are +swept clean and guarded to prevent traffic or passage while the royal +cortége is moving. All doors must be shut and the owner of each +house is obliged to kneel before his threshold with a broom and +dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially +the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one +should look down upon his majesty. Those who think they have received +unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They +stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched on a +hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer or +receives the written petition held in a split bambo”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +222</span>).—“Het Hof van den Koning, is omtrent zoo groot +als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde steen en +klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, als of het +hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen zijn, zoo +groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen onthoud zich +ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, maer een echte +Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van Meester Eibokken, +was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy een boog konde +spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende dus den booge +met zijn eene hand uit” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. I, bl. 59</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4542src" id="xd0e4542">144</a></span> <span lang="en">“The +ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first sending an +envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by five others +(of 2nd rank and over) to meet them at successive stages and escort +them with all possible comfort to Sêul, where they are first +entertained at a “dismounting banquet”. The next and +following days the heir and other members of the royal family, heads of +public offices &c., each give a banquet in turn. (All these +banquets are repeated when the envoys take their departure). When the +envoys first arrive at their hotel, the heir advances with the various +high officers, and makes two obeisances. When they take their +departure, the same ceremony is repeated outside the ... +Gate...</span></p> + +<p class="footnote"><span lang="en">The annual homage envoy</span> [aan +den Keizer te Peking] <span lang="en">is conducted from the palace by +the Corean court officials with great ceremony to his hotel, and music +is used even on fast days; a number of articles of local produce are +taken with him, and special other articles are sent on the +emperor’s birthday and with formal state communications; these +usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, shells, +scents, pencils, dried fruits, candles &c.”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China Review XIV, +127</span>).—<span lang="en">“The formal reception by the +king ... is equally intricate and complicated, and comprises the +grovelling on the ground by his majesty, three knocks of the head, and +the shouting out standing up of the words: “Live for ever” +..., with his hands reverently raised to his forehead. This is done in +the presence of his relatives, a full court, and the Chinese envoys. +Music, bows &c., are all regulated with extreme +nicety”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, a. v., bl. +134</span>).—(Dat de Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot +buiten de stad te gemoet gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4567src" id="xd0e4567">145</a></span> Blijkbaar eene +verschrijving voor: 1663.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4574src" id="xd0e4574">146</a></span> Saijsing. Deze havenplaats +in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) is op geen kaart aangetroffen; +eenige regels later wordt zij Naijsingh genoemd.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4577src" id="xd0e4577">147</a></span> Sunischien = Syoun-Htyen, +34° 33′–124° 56′ (<span class="bibl" lang= +"fr">Dict. Cor. Franç., bl. 16**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4583src" id="xd0e4583">148</a></span> Namman = Nam-Ouen, 35° +18′–124° 38′ (a. v., 10**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4586src" id="xd0e4586">149</a></span> lees: voor de terecht +gecomen[e] = voor de in Japan aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4602src" id="xd0e4602">150</a></span> “Haere schepen zijn +achter plat, en hangen daer zoo wel als voor, wat over het water; +gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn tegen uitlands geschut +niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, als met byzonder verlof, +ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn de vaertuigen daer toe +onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet ’er weinig of geen +yzer aen; ’t hout is in een gevoegt, d’ankers zijn van +hout; hun meeste vaert is op Sina” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>; Bericht van Eibokken).—<span +lang="en">“The Coreans are not a seafaring people. They do not +sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and stern +of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together with +wooden nails. They use round stems of trees in their natural state, for +masts. The sails are made of straw, plaited together with cross-bars of +bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail very well +within three points of the wind, and the fishermen are very skilful in +managing them”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea, 1905, bl. 195</span>).—“Schoon [de Koreërs] op +Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, <span class= +"pagenum">[<a id="pb56n" href="#pb56n">56</a>]</span>en op wat streek +het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die de gevangenen +Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, werwaerts zy de +vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, alzoo geen kaert hadden, +en niemand van hen daer ooit hadde geweest” (<span class= +"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 44</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4629src" id="xd0e4629">151</a></span> “November 1664. Den +27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, die hoe wel over +d’Indien gaende, sich groot, maer om de verre af-wesentheyt hier +selden klaer, en meest waterachtigh dampich liet sien, hare staert is +eenmael op 180. mijlen en noch grooter afgespeculeert geweest: +Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot Nieu-jaer 1665. de staert west +behoudende, die verloor, en twee daghen als den lest en eersten dagh +van’t Jaer als een bedompte Maen sonder staert verschijnende, +eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje sich vertoonden, doch +seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven Engelant recht nae +Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot en helder tot 3 uren +’s nachts verscheen: Loopende voorts tot op 46. graden, doch was +altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, kleyn van staert, dan +grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in zijn ondergang, ten westen +over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers oordeelden dat hy omtrent de +Tropicus Capricorni moste staen, en seer diep in den Hemel, zijn staert +en lichaem was gecomposeert (als men met een Verkijcker daer op +speculeerde) van een oneyndelijck getal kleyne Sterrekens gelijck den +vloet Eridanus.” (<span class="bibl">Hollantze Mercurius XV +(1665), bl. 183</span>).</p> + +<p class="footnote">Over deze komeet is geschreven door Johannes +Höwelcke (Hevelius), die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne +waarnemingen komen voor in de Mantissa van zijn werk “Prodromus +Cometicus” (1665) en in zijn “Machina Coelestis” II, +439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen der baan gebruikt door +Halley (<span class="bibl" lang="la">Tabulae astronomicae, London +1749</span>) en opnieuw door Lindelöf (<a id="xd0e4640"></a><span +class="bibl" lang="la">De orbita cometae qui anno 1664 apparuit, +Helsingfors 1854</span>). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, +conservator aan de Sterrewacht te Leiden).—Voor gelijktijdige +berichten, zie ook <a href="#b.vi">Bijlage VI</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4650src" id="xd0e4650">152</a></span> “De Keizer [eene +verschrijving voor Koning] oefent zijne krygsluiden dikmael, en doet +die dan vechten tegen malkander, verbeeldende het eene gedeelte <i> +Koreërs</i> en het andere <i>Japanders</i>, doch de <i> +Japanders</i> schieten in’t gemeen te kort, en veinzen zich te +vlieden; na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester +Eibokken zag ’er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen +malkander zoo stryden, dienende hy te dier tijd voor lijfschut” +(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 59</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4668src" id="xd0e4668">153</a></span> Vgl. “... heden +wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn Keyserlijcke +Maij<sup>t</sup> in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, daer +van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is ontset +geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte +geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden +ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh in +’t zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel +mogelijck bevrijt mochte sijn” (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4674src" id="xd0e4674">154</a></span> In 1619 (zie <a href= +"#pbxxxiii">Inleiding, bl. XXXIII</a>).—Vgl. <span class="bibl" +lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 93–105, 7 Nov.–23 +Dec. 1618</span>; en <span class="bibl">J.W. IJzerman, Over de +belegering van het fort Jacatra</span>: “Jacatra, 7 Nov. 1618 +“’S morgens tegen den dach sach ick de commeetstarre met +een stardt recht boven de looghe vers[ch]ijnen” (Bijdr. Kon. +Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4686src" id="xd0e4686">155</a></span> Vgl. <span lang="en-1600"> +“The people in this place [Firando] did talke much about this +comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, and +many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, and +whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto which I +answerd that such many tymes have byn seene in our partes of the world, +but the meanyng therof God did know and not I etc.”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 94–98, Nov. +1618</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4707src" id="xd0e4707">156</a></span> Uitg.-Saagman heeft: +“op de zee-cant”. Uitg.-Stichter en Van Velsen: “bij +de Zeekant”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4710src" id="xd0e4710">157</a></span> “Zy zijn zeer +achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of ongeluksteekenen: hy +[Eibokken] hadde een der Konings paerden zien dooden, om dat het ter +poorte, met den Koning uit reidende, aerzelde, ’t geen voor een +ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks tot verzoeninge, en +voorkominge van alle onheil” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 57–58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4719src" id="xd0e4719">158</a></span> “Het Buskruit zoo wel +als den Druk, is van voor duizend jaer by hen, zoo zy zeggen, bekent +geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel van andere gedaente als +hier te Lande, want zy bedienen zich slechts van een klein houtje, voor +scherp en achter stomp, ’t geen in een tobbe waters werd +geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, na allen schijn zal +daer binnen in de Magnetische kracht verborgen zijn: acht streeken +winds weten zy te onderscheiden. De Compassen zijn ook van twee houtjes +kruiswys over malkander gelegt. <span class="pagenum">[<a id="pb59n" +href="#pb59n">59</a>]</span>daer van een der einden, ’t geen +Noorden wyst, wat vooruit steekt” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>. Bericht van Eibokken).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4742src" id="xd0e4742">159</a></span> “Die geene, welke aen +de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig hadden verkoft, waer +mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, met de dood zijn +gestraft; zoo streng is daer de Wet” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4751src" id="xd0e4751">160</a></span> wijffel maent = +kentering-maand. Vgl.: “opdat wij gesamender handt met een goede +vloote <i>in ’t weyffelen van ’t mousson</i> weder naer +Java mogen keeren.” (<span class="bibl">G.G. Coen naar de +Molukken dd<sup>o</sup> 18 Febr. 1619.—Coen, uitg. Colenbrander, +II, 1920, bl. 512</span>).—<span lang="en">“Southerly winds +blow from the middle of May, and often even from April, until the end +of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west monsoon) +prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April ... prevails +until the middle or end of September.... But the regularity with which +the monsoons set in and blow on the Chinese coasts is unknown in +Japan.... North and West winds prevail in winter, South and East winds +in summer” ... “North-east monsoon is inapplicable to the +coasts of Japan and their vicinity, with the exception of the southerly +islands.”</span> (<span class="bibl" lang="en">Dr. J.J. Rein, The +Climate of Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part +III, 1878, bl. 507, 509</span>).—“... goedgevonden te +recommanderen die costelijcke retourschepen uijt Japan nae Taijouan +vóór 15, 20–25 October niet te largeren als wanneer +den noordewint stant heeft gegrepen ende geen suijde stormen ... meer +te verwachten zijn” (Regeering Batavia naar Taijoan, 2 Mei +1644).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4774src" id="xd0e4774">161</a></span> vooreb—een gewone +zeemansuitdrukking. Men heeft <i>vooreb</i> en <i>achtervloed</i>, <i> +voorvloed</i> en <i>achtereb</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4789src" id="xd0e4789">162</a></span> Uitg.-van Velsen: +“lieten de ban uytstaen”. Uitg.-Stichter: “lietent +soo de ban uytstaen”, wat echter geen zin geeft.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4792src" id="xd0e4792">163</a></span> lees: praijde.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4823src" id="xd0e4823">164</a></span> Hier vermoedelijk +flambouwen van visschers onder den wal. Eigenlijke blikvuren—in +dien tijd misschien al in gebruik aan boord van schepen—bestonden +uit een sterk lichtgevende sas die in een houten huls werd bewaard, en +werden tot in den jongsten tijd gebruikt om bij nacht de aandacht op +zich te vestigen of seinen te geven.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4839src" id="xd0e4839">165</a></span> boegseerden.—In +Compagnie’s papieren der 17<sup>e</sup> eeuw vindt men veelal +“boucheren” voor “boegseeren”. Vgl. <a href= +"#pbxvi">Inleiding, bl. XVI, noot 4</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4848src" id="xd0e4848">166</a></span> In de uitg. Saagman en +Stichter: “gecocht”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4892src" id="xd0e4892">167</a></span> In de gedrukte uitgaven van +het Journaal is de ondervraging door den Gouverneur geheel weggelaten +en van de bemoeienis der tolken eene andere voorstelling gegeven. +Uitg.-Stichter en Van Velsen: “aen landt ghebracht, ende van des +Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, die ons alles ondervraeght hebbende, +prees ons seer, dat wy ... enz.”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4905src" id="xd0e4905">168</a></span> Dit wordt niet bevestigd +door het te Nagasaki aangehouden Dagregister.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4925src" id="xd0e4925">169</a></span> Zie <a href="#b.i.e"> +Bijlage I<i>e</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5236src" id="xd0e5236">170</a></span> opgestempt = vooraf +besproken, beraamd, b.v.: “De gedachte aan valschheid en +opgestemd bedrog”. Bilderdijk. Zie <span class="bibl">Wdb. der +Nederl. Taal dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5507src" id="xd0e5507">171</a></span> De nieuwe Gouverneur was al +eenige dagen vroeger te Nagasaki aangekomen. Zie <a href="#b.i.j">Bijl. +I<i>j</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5530src" id="xd0e5530">172</a></span> Zie <a href="#pbxxvi"> +Inleiding, bl. XXVI</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5537src" id="xd0e5537">173</a></span> Het volgende slot komt in +de vroegere uitgaven van het Journaal niet voor.</p> +</div> +</div> +</div> + +<div class="back"><span class="pagenum">[<a id="pb75" href= +"#pb75">75</a>]</span> +<div id="bij" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">Bijlagen</h2> + +<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span> +<div class="div2" id="b.i"> +<h3 class="normal">I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE +SCHIPBREUKELINGEN.</h3> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Japan.</h4> + +<p id="b.i.a"><i>a</i>. 1666. September. Dinsdag 14<sup>en</sup> +ditto.... Voor drij dagen begon hier tijdinge te lopen hoe de hr van +Gottho aen dese Stadts Gouverneur Zinsabrod.<sup>e</sup> bij missive +hadt laten weten datter agt Europianen op een wonderlijcke wijse +gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen vaertuijgh in sijn Eijlanden +waeren aengecomen, ende die hij met d’ eerste gelegentheijt van +weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; gemelte tijdinge worden +alle uuren met soo veel veranderinge in de omstandigheijt van dien +vertelt dat men niet en wist wat daer van te dencken weijniger te +schrijven, tot huijden vroegh als wanneer verstonden dat gemelte +vreemde vaertuijgh ende volck d’ verleden nacht van Gottho hier +was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van alles waren +ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op ’t +Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke +a<sup>o</sup> 1653 ’t Jacht de Sparwer door een vijfdaegse +schrickelicke storm den 16<sup>e</sup> Augustus op ’t Quelpaerts +Eijlant hadden helpen verliesen, zijnde dese acht personen genaemt</p> + +<p>Hendrick Hamel van Gurcum a<sup>o</sup> 1651 met de Vogel Struijs in +India gecomen voor boss<sup>r</sup> naderhant verbetert tot bouckhouder +met 30 gl. p<sup>r</sup> maent.</p> + +<p>Govert Denijs van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met N. Rotterdam int +lant gecomen voor schiemansmaet.</p> + +<p>Denijs Goverts zoon van d<sup>o</sup> Govert, als boven in ’t +lant gecomen voor jongen met 5 gl.</p> + +<p>Matthijs Bocken van Enckhuijsen a<sup>o</sup> 1652 met de schip N. +Enckhuijsen in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. p<sup>r</sup> +maent.</p> + +<p>Jan Pieters van Heerenveen, bossr<sup>r</sup> van ƒ 11 +p<sup>r</sup> maent daer voor in India gecomen a<sup>o</sup> 1651 met +d’ Vogel Struijs.</p> + +<p>Gerrit Jans van Rotterdam a<sup>o</sup> 1648 met Zeelandia in India +g’comen <span class="pagenum">[<a id="pb78" href= +"#pb78">78</a>]</span>voor jongen, naderhant verbetert voor matroos met +10 guldens.</p> + +<p>Cornelis Dirks van Amsterdam a<sup>o</sup> 1651 met ’t schip +de Walvisch in ’t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter +maent.</p> + +<p>Benedictus Clerck van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met Zeelandia in +India gecomen voor jongen a 5 gl. ter maent.</p> + +<hr class="tb"> +<p>’K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier +in ’t lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van +13 jaeren diese onder d’Eijlanders van Corre hebben gesworven, is +wedervaren, dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs +soude vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable +menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van +gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voorn<sup>de</sup> Quelpaerts +Eijlant aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op +bewaert en naderhant op d’ eijlanden van Corre gebragt sijn, +wordende dikwils van de eene plaets naer d’ander gevoert +mitsgaders doorgaans seer sober en armelijck getracteert, sulcx nu en +dan 20 personen van haer geselschap sijn komen te sterven en sij 16 +starck overgeschooten welcke overige acht die op ’t vertreck van +voorsz. acht menschen uijt Corre, nogh in’t leven en hier en daer +in’t lant verspreijt waeren, uijtgenomen drie diese om de minste +suspitie te geven op hunne vlugt van daer in huijs gelaten, sijn +genaemt</p> + +<p>Johannes Lampen van Amsterdam assistent</p> + +<p>Hendrick Cornelisz van Vrelant</p> + +<p>Jan Claes van Dort, cock</p> + +<p>Jacob Jans van Vleekeren</p> + +<p>Sander Boesquet van Lith</p> + +<p>Jan Jansz Spelt van Uijtrecht</p> + +<p>Anthonie Uldircksz van Grieten</p> + +<p>Claes Arentsz van Oostvoort.</p> + +<p>Den Gouverneur Zinsabrod<sup>e</sup> als hij de eerste genoemde acht +persoonen bij ons op ’t Eijlant sont, liet ons daernevens door de +Tolcken aenseggen dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe +wonderlijck dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer +vrijdom te becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh +hadden bestaen haer leven te wagen, SijnEd<sup>le</sup> wilde daer over +naer Jedo oock schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe +wij’t met dit volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij +lieten SijnEd<sup>le</sup> voor dese goede voorsorge <span class= +"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span>ten hoogsten +bedancken en seggen dat we ons naer Zijn beveelen gehoorsaemelijck +gedagten te schicken.</p> + +<p>Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen +vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint +tot beneffens d’Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den +10<sup>en</sup> ditto door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn +geweest (hoe wel tegens haer danck) haven te soecken, sonder te weten +waer datse waren en of se bij vrunden of vijanden quamen.</p> + +<p>’T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het +gesalveerde volck van de Sperwer op’t Eijlant Quelpaert waeren, +en in 8 maenden niet en wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre +daer bij haer gecomen is een out man gelijckende wel een Hollander +(zijnde apparentelijck bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck +van Corre versogt en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle +besien te hebben, ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt +ghij ende uijt haer verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben +oock een Hollander, geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. +Weltevreen ende heb hier al 26 jaren geweest, <i>verhaelende wijders +hoe hij a<sup>o</sup> 1627 op ’t Jacht Ouwerskerck hadde +gevaeren, Item dat hij op seecker joncque door gemelte Jagt in dit +Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, en omtrent dese Eijlanden +vervallen was</i><a class="noteref" id="xd0e5673src" href= +"#xd0e5673">1</a> met eenige van sijn geselschap aen lant gevaeren om +waeter te haelen en nevens twee andere persoonen door d’ +Chineesen gevangen geworden, mitsgaders dat voorn. twee mackers ten +tijde als dese Eijlanden van de Tartaren wierden ingenomen, waeren +dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen was op ’t afscheijt +van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in’t leven ende een +man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte Dagelijckse +aenteijckeninge van ’t gepasseerde en voorgevallene in Japan ten +Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm Volger, +Opperhooft, aldaer, beginnende den 28<sup>n</sup> October anno 1665 tot +den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in Overgek. +Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).</p> + +<hr class="tb"> +<p id="b.i.b"><i>b</i>. 1666. October. Sondagh 17<sup>o</sup> +d<sup>o</sup>... op van dage lieten door de Tolcken (gelijck wij +meenden om ’t welstaen) aan de Gouverneurs versoecken off we de +acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier aengecomen +mede naer Batavia mochten voeren, ’t welck ons wiert afgeslagen +<span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span>met +voorgeven dat dies aengaende van ’t Jedosche Hoff nog geen ordre +off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, ondertusschen +zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese arme menschen +licht hier noch een jaer dienen over te blijven ’t welck voor +haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Nagasaki naar Batavia.</h4> + +<p><i>c</i>. Aen de Ed<sup>le</sup> Heer Joan Maetsuijker Gouverneur +Generael en d’Ed<sup>le</sup> Heeren Raden van India.</p> + +<p>Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op +14<sup>den</sup> passado uijt de Correse Eijlanden op een +wonderbaerlijke wijse teregt gecomen en door den Gouvern<sup>r</sup> +Zinsabrod<sup>e</sup> bij ons op ’t Eijlant gesonden 8 personen +die a<sup>o</sup> 1653 het Jagt de Sperwer op’t Quelparts Eijland +(gelegen omtrent ...<a class="noteref" id="xd0e5720src" href= +"#xd0e5720">2</a> mijlen benoorden<a class="noteref" id="xd0e5723src" +href="#xd0e5723">3</a> Firando) hebben helpen verliesen, sijnde +d’eene van haer d’Boechouder van gemelte schip genaemt +Hendrik Hamel en d’andere 7 matroosen op haer vlugt met een kleen +vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op gemelte +Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen 8 personen +gaen nevens desen met d’Esperance meede na Batavia uijt wien en +uijt hetgeen daervan in ons Dagreg<sup>r</sup> op voorschr. datum staet +aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.</p> + +<p>Nangasackij adij 18<sup>en</sup> October anno 1666.</p> + +<p>Uwe Ed<sup>ls</sup> onderdanige dienaers en was getekent Wilhem +Volger, Daniel Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. +11725).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Rapport.</h4> + +<p id="b.i.d"><i>d</i>. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed +Heer Joan Maetsuijcker Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van +India overgelevert door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen +Opperhooft in Japan met mijn verschijning van daer op Batavia.</p> + +<p>... Wij en hadden in’t alderminste niet getwijffelt gelijck in +meergenoemde missive<a class="noteref" id="xd0e5751src" href= +"#xd0e5751">4</a> oock is geschreven off de acht persoenen van ’t +verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia gegaen ende +voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer 13 jaeren in de +<span class="pagenum">[<a id="pb81" href= +"#pb81">81</a>]</span>eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en +schriftelijck te verhaelen. Hoewel ’t tot mijn en insonderheijt +deser arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen +aengesien den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt +uijt Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken ’t +selve plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen +ordre van ’t Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij +twijffelde of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden +ontbooden en aen de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer +toegestaen wierde van hier te vertrecken; tot wat eijnde—offt al +gebuerde—dit dan noch geschieden soude, seijde hij niet; ’t +is evenwel niet apparent dattet daer toe comen sal gelijck UEd binnen +corten p<sup>r</sup> d’een of d’andere joncque van daer wel +aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt ’et voor deese +bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te moeten overblijven +eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben van haer luijden +versocht en heb aengenomen om UwEd<sup>len</sup> haerenthalven te +bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat ’et +UweEd<sup>len</sup> doch wilde believen d’oogen van +barmherticheijt over hunne armelijcke conditie te laeten gaen ende +soodanige ordre te geeven datse wederom in ’s Compes soldij +boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten mochten, wij ende +sij bidden noghmaels dat UwEd<sup>ls</sup> hierin naer Haere +aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven +1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. +11725).</p> + +<p>In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt +naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te +Batavia is aangekomen en dat is “overgeleverd door den E. Willem +Volger [die aan boord van de Espérance was medegekomen] UE. +aangename missive van 18 October a<sup>o</sup> verleden, mitsgaders +desselfs particulier rapport”.</p> + +<p>In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 Oct. t. +v. zegt de Bataviasche Regeering: “Wij willen ook niet twijffelen +of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen die van Corre soo +miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende ’t verleden jaar +daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts laten +comen”.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Japan.</h4> + +<p id="b.i.e"><i>e</i>. 1666. October. Woensdag 25<sup>e</sup> +d<sup>o</sup> ... heden morgen omtrent 9 uuren comen de gesamentlijcke +tolken uijt den naem van den Gouvern<sup>r</sup> mij <span class= +"pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82">82</a>]</span>aendienen dat de agt +Nederlanders op den 14<sup>en</sup> September uijt Correa hier +aengecomen met haer ten huijse van den Gouvern<sup>r</sup> Canama +Gonnemond<sup>e</sup> moesten gaen omme andermael in presentie van den +opreijsende Stadvoogt Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik<a class= +"noteref" id="xd0e5802src" href="#xd0e5802">5</a> liet deselve roepen +ende gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. +Wat vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet +ons met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen +gemelte Nederlanders weder op ’t Eijlant en gevolgelijck +rapporteerden den boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. +Gouvern<sup>r</sup> waren gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, +alsmede den handel en wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, +haer geweer, manieren van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen +als Chinesen in ’t lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders +daer noch gebleven waren etc<sup>a</sup>. ende naer datse haer op ijder +vraeg contentement gegeven hadden, wert haer gelast weder naer ’t +Eijlant te keeren; of dese luijden door de Keijserlijke +Majes<sup>t</sup> gelargeert zijn, connen noch niet te weete comen.</p> + +<p id="b.i.f"><i>f</i>. 1667. 17 Februari ... ’t vertreck der 8 +Nederlanders uijt Correa, alsmede de verlossinge dergeenen die daer +noch verbleven waren, soude bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van +Nagasaki] in gedagten gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn +Confrater [die destijds zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. +Arch. no. 1155).</p> + +<p><i>g</i>. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen +schrijver de versoecken tot bevorderingh van ’t vertreck der 8 +Nederlanders uijt Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt +wesende ... leverden wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van +Nagasaki] gemelte geschrifje over, onder versoeck ’t selve in +achtingh geliefde te nemen.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.</h4> + +<p><i>h</i>.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden +wij aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens +’t ontslaeken der Corese matrosen.... over.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Japan.</h4> + +<p id="b.i.i"><i>i</i>. 1667. October. Saterdagh 22<sup>en</sup>. +Niettegenstaande dat het seer regenagtigh weeder was, hebben wij op +heden de fluijtschepen de Witte Leeuw en de <span class="pagenum">[<a +id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span>Spreeuw directelijck met een +cargasoen ten bedrage van ƒ 475724.15.3 bestaende in 4 +duizend picol staefkoper, 250 picol campher, 35 Japanse zijde rocken +nevens 80 kisten zilver, naar Batavia gedepecheert. Godt [de] Heere +geve datse behouden mogen vaeren.</p> + +<p>Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier +aengecomen, zullen mogen vertrecken.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.</h4> + +<p id="b.i.j"><i>j</i>. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van +Nangasackij Sinsabrodonne om den ouden Gouvern<sup>r</sup> +Gonnemond<sup>e</sup> te vervangen, al eenige dagen afgecomen was, +hebben wij niet eerder als op dato deser licentie connen bekomen dat de +8 Nederlanders uijt Corree ’t voorleden jaer hier aengecomen, +zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d’ selve +p<sup>r</sup> de fluijt de Spreeuw tot UEd<sup>le</sup> noch bij desen +over.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.</h4> + +<p id="b.i.k"><i>k</i>. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 +persoonen te samen geweest sijnde op ’t jacht de Sperwer +a<sup>o</sup> 1653 aen een der Corese eijlanden verongeluckt en sedert +aldaer gevangen gehouden tot verleden jaer dat se met een cleijn +vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij de onse aengelandt sijn, In +Rade versocht hebbende om licentie om met de gereede schepen na +’t vaderlandt te vertrecken ende dat hare gagie van de tijt harer +detentie haer mede mochte goet gedaen worden, Soo is nae deliberatie +goet gevonden haer het eerste toe te staen, maer het tweede als +strijdigh metten Generalen articulbrief af te slaen, maer dat haer +reeckening weder aenvangh sal hebben genomen van de tijt dat weder tot +Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde geweest den 14<sup>en</sup> +September verleden jaers, doch aengesien eenige niet meer dan jongens +gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de ’t huijsreijze +op 9 gl. ter maent te stellen.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Generale Missive, 25 Jan. 1667.</h4> + +<p><i>l</i>. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een +cleen vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot +Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in’t jaer 1653 +op’t Quelpaerts eijland met ’t jacht de Sperwer +verongeluckt en sich aldaer 36 menschen gesalveert hadden—maer +waeren van de Coereesen seer armelijck getracteert en <span class= +"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84">84</a>]</span>soo nu en dan van +’t eene eijland nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt +van 13 jaeren dat aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te +sterven,—waervan 8 gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel +visschers vaertuijgjen sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch +gebleven, onder anderen verscheen daer bij haer een out man die seijde +in cromduijts dat hij ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, +genaemt Jan Janszen Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en +dat hij a<sup>o</sup> 1627 op ’t jacht Ouwerkerck had gevaeren +<i>en bij geval met een Chineese jonck aldaer was geraeckt</i>, hoe de +vordere Nederlanders die daer verbleven en d’ andere aght die tot +Nangasacki sijn comen vluchten genaemt sijn, worden met naemen en +toenaemen in ’t Japanse dagregister op 14<sup>n</sup> September +1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te gaen, +diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 +Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, +dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover +nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven +1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Generale Missive, 23 Dec. 1667.</h4> + +<p><i>m</i>. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en +met seer goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck +gedanckt) de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen +nae datse van daer den 23 October vertrocken waren....</p> + +<p>De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige +gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw alhier +behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek (Japan). Kol. +Arch. no. 1152).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Patriasche Missiven.<a class="noteref" id="xd0e5905src" href= +"#xd0e5905">6</a></h4> + +<p>20 Nov. 1667.</p> + +<p id="b.i.n"><i>n</i>. T’ is wonderlijck ’t geene UE. van +die arme menschen haer van de Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese +Eijlanden gesalveert, en daer tot noch toe als gevangen gehouden, en +daer onder van een oudt man all van den jaere 1627 off daeromtrent daer +geweest sijnde, en waervan acht in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De +voorsz. luijden sullen van de gelegentheijt van die Eijlanden, +mitsgaders off en wat aldaer soude connen te doen vallen, ongetwijffelt +eenich bericht cunnen geven. Conde <span class="pagenum">[<a id="pb85" +href="#pb85">85</a>]</span>voor de resterende gevangens inde voorsz. +Eijlanden noch verbleven, haer vrijdom mede worden geprocureert soude +een pieus officie wesen.</p> + +<p>22 Aug. 1668.</p> + +<p id="b.i.o"><i>o</i>. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van +diegeene die in’t jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck +geleden en haer daer aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van +dertien jaeren en 28 daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh +dan gedetineert sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en +van den handel die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders +gelesen <i>het verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd</i>. +En dewijle wij daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer +handel en logie hebben, en ’t selve lant onder anderen medetrect +Peper, Sappanhout, Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede +soodanige waeren als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder +gemeent wort dat de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant +sijnde, mede wel van het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in +bedencken genomen off het niet goet en dienstich soude wesen onder +anderen mede onder pretext van de resterende gevangens off gedetineerde +daer noch sijnde, dat een besendinge derwaerts gedaen wierd, om te +onderstaen off wij daer tot den handel niet mede souden kunnen werden +geadmitteert, presenterende de voorsz. luijden haer tot die reijs en +besendinge in dienst van de Comp<sup>e</sup> weder in te laeten, +gelijck als sij ons berichten, <i>dat de achtste sijnde den boeckhouder +bij haer tot Batavia soude sijn gelaten</i>. Volgens het voorsz. +verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op Pekin +drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie bij ons +daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert en +gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet +sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten +Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te +laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck +’t selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt +dewijle denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in +te laeten; Doch alsoo d’E. Pieter van Hoorn UE. van die +gelegentheden lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in +en omtrent die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen +meenen ten meesten dienste en voordeele van de Comp<sup>e</sup> te +strecken. <span class="pagenum">[<a id="pb86" href= +"#pb86">86</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Resoluties Heeren XVII.<a class="noteref" id="xd0e5937src" href= +"#xd0e5937">7</a></h4> + +<p>10 Aug. 1668.</p> + +<p><i>p</i>. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en +geresolveert dat seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in +Corea gevangen geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door +Commissarissen uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de +hoedanigheijt, constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, +mitsgaders om de pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en +de Vergaderingh daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, +werden mits desen versocht en gecommitteert d’Heeren Munter, +Fannius, Lodesteijn en den Advocaat van de Comp<sup>e</sup>. met +adjunctie van d’Heer Thijssz., uijt de Hooftparticipanten.</p> + +<p>11 Aug. 1668.</p> + +<p id="b.i.q"><i>q</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren +Commissarissen hebbende in gevolge van de resolutie van gisteren voor +haar bescheijden en geexamineert het volck in Corea gevangen geweest +sijnde, soo oock gelesen het request bij deselve gepresenteert, +tenderende om te hebben betalinge van de gagie haar volgens haar +sustenue competerende van de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, +wesende dertien jaren en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie +mitsgaders lecture van het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, +goetgevonden dat all vooren hier op te resolveren, <i>het schriftelijck +rapport door deselve overgelevert</i> sal werden gelesen en +geexamineert, waartoe de gemelte Heeren Commissarissen mits desen +worden versocht en gecommitteert.</p> + +<p>13 Aug. 1668.</p> + +<p><i>r</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen +hebbende in voldoening van de resolutie van den 11<sup>n</sup> deser +nagesien en <i>geexamineert het verbaal gehouden van het gepasseerde en +toedracht van saacken in Corea geduerende de aanhoudinge en +gevanckenisse van die daer jongst van daan gekomen sijn, vervattende +met eenen de constitutie van het lant aldaar</i>, en de handel die daar +soude cunnen vallen, waar op sijnde gedelibereert, is goetgevonden en +verstaan dat de Generaal en de Raden sal werden aangeschreven dat men +hier niet vreemt daar van soude wesen dat, door een besendinge +derwaerts te doen, onderstaan wierd off men <span class="pagenum">[<a +id="pb87" href="#pb87">87</a>]</span>daar tot den handel soude cunnen +werden geadmitteert, verstaande soo den Generaal en de Raden geen +andere consideratien daar tegen mochten hebben. Noch is geresolveert +dat men de voorsz. luijden, sijnde seven in getale, uijt commiseratie +tot een gratuiteijt sal doen hebben een somme van vijfthien hondert en +dertigh guldens, te verdeelen als volgt:</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Govert Denijs uijtgevaren voor quartier M<sup>r</sup> +à ƒ 14 p<sup>r</sup> mt.</td> +<td valign="top">ƒ 300.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot +ƒ 11</td> +<td valign="top">ƒ 250.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Gerrit Jansz tot 9 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 200.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Cornelis Dircksz tot 8 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 180.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dionijs Govertsz tot 5 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 150.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Benedictus Clercq tot 5 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 150.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 300.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">——</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">ƒ 1530.</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88">88</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.ii"> +<h3 class="normal">II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE +SCHIPBREUKELINGEN.</h3> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Nagasaki.</h4> + +<p id="b.ii.a"><i>a</i>. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den +Ottena<a class="noteref" id="xd0e6035src" href="#xd0e6035">8</a> dezes +Eijlants Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majest<sup>t</sup> de +acht Nederlanders van ’t verongeluckte jacht de Sparruwer in de +jaere 1653 ende waervan anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier +miraculeus aengelant sijn, van daer gevoirdert en apparent morgen of +overmorgen ons stinde bij te comen, dat een groote sorge van dees +Majest<sup>t</sup> voor der Hollanderen zij.</p> + +<p>16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup> +seven Nederlanderen die van ’t gebleven jacht de Sparruwer +’t zedert anno 1653 haer op ’t Eijlant Correa erneert en nu +door last des Majes<sup>ts</sup>. door den Heere van Tzussima van daer +waren gevoirdert, bij ons op ’t Eijlant Dezima, <i>zijnde +d’achtste,</i> die de gevlugte acht Nederlanderen aldaer anno +1666 gelaten hadden, <i>overleden</i>; twee maenden warense van Correa +door de continueele zuijde winden en breecken der mast van de bercq tot +hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van Correa met een rocq, +ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet ende anders beschoncken. +Item van de H.<sup>re</sup> van Tzussima van eten, drincken en ider een +rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, mitsgaders aen haer +sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat ons soo alles door +des Gouvern<sup>rs</sup> van Nangasackis last schriftelijck door twee +Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, die den +Japanse Keijser voor d’ Hollanderen gedragen heeft, ende een +merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot nader +order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, nadien voor +de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup> noch stonden verhoort te +werden.</p> + +<p>17 d<sup>o</sup> wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten +huize van de <span class="pagenum">[<a id="pb89" href= +"#pb89">89</a>]</span>Gouvern<sup>r</sup> Sinsabrod<sup>e</sup> naer de +gelegentheden van het verongelucken van ’t schip de Sparruwer in +de jare 1653, als dat van Correa, ende de frequentatie in de negotie +met de Japanners ondervraagt, daerse naer waerheit op antwoordden, ende +sonderlingh geen aantekening tot nutte van d’E.Comp<sup>e</sup> +en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer te mogen vertrecken, daer we +dan den Gouverneur hertelijcken voor deden bedancken.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4> + +<p><i>b</i>. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (<i>waer van +d’achste zedert 1666 overleden is</i>) van ’t verongelucte +jacht de Sparruwer ’t zedert den jare 1653 haer op ’t +Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der Majesteijts last van +daer gevoirdert, ende ons op den 16<sup>en</sup> van de verleden maent +September toegesonden die met de laetste besendinge met Gods hulpe om +de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen<a class="noteref" id= +"xd0e6105src" href="#xd0e6105">9</a> volgen sullen.</p> + +<p id="b.ii.c"><i>c</i>. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in +ons voorig schrijven Uwe Ed<sup>le</sup> eerbiedig van verwittigt is, +ende zedert den jare 1653 mits het verongelucken van ’t jacht de +Sparruwer op ’t lant van Correa gehouden zijn, gaen nu met +Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob Lampen van Amsterdam, +adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, schieman, Jacob Jansen van +Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit van Liet, boss<sup>r</sup>, +Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen Spelt van +Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta’pen<a +class="noteref" id="xd0e6121src" href="#xd0e6121">10</a>.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Generale Missive, 13 Dec. 1668.</h4> + +<p><i>d</i>. Op ’t versoek onser Opperhoofden om de verlossing +onser acht in Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer +1653 aldaer verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden +was, dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met +Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening om +deselve aen ’t eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, dat +door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit hier +aengehaelde, en ’t gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht dat +de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die +luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers den +Japander ten minsten ook groot respect draegen. <span class="pagenum"> +[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.</h4> + +<p id="b.ii.e"><i>e</i>. We hebben in ’t nasien der papieren +bevonden dat den 16<sup>en</sup> September verleden 7 onse lantsluijden +(die zedert 1653 in Corea hadden gevangen geseten, en waervan ons eerst +in den jare 1666 kennisse toegekomen is) door bestellinge der Japanse +Regeeringh uijt hare gevanckenis op ’t Eijlant Dezima bij UE. +verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck op Batavia bij ons +bennen aengelant, ’t welke een saeke is waervan UE. soo +vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, de Majest. te +bedancken of soo ’t niet en ware geschiet, soude ’t noch +moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van seltsame +voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij een gemeene +danksegginge door d’ Opperhoofden gedaen te berusten, maer dat +UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de Keijserlicke +Majest<sup>t</sup> soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het zeer +groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.</p> + +<p>Alsoo de H<sup>ren</sup> Meesters in ’t vaderlant met d’ +overcomste der gewesen Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of +wel aldaer eenigen handel vallen mocht tot voordeel van de +Comp<sup>e</sup>, dat wij hier na de bekomen bescheijden van diezelve +luijden en die wij wijders van die gelegentheit hebben, vermenen +weijnich te zullen beschieten, soo om de armoede des lants als d’ +afkeericheijt diese hebben van de vreemdelingen en d’ +onwilligheit om die in haer lant toe te laten, sonder noch te spreeken +van der Tartaren en Japanderen onwil om gemelten handel te gedoogen, +die alle beijde in gemelte landt groot van respect en vermogen zijn, en +ook dat aende goede havenen al vrij wat getwijffelt wort, soo sullen +UE. nochtans dienaangaande tot meerder seckerheijt en gerustheijt in +die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, sonder acht te nemen op onse +voorverhaelde aenmerckingen maer op de rechte geschapenh<sup>t</sup> +der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht te geven even als of +dat een saecke was die bij de Comp<sup>e</sup> in bedencken quam, maar +eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge van +UEd<sup>le</sup> nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij +omwegen, dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. +voorsichtigheijt toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende +ons zelfs en de H<sup>ren</sup> onse M<sup>rs</sup> daer van te dienen, +waerop ons zullen verlaten. <span class="pagenum">[<a id="pb91" href= +"#pb91">91</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4> + +<p>5 Oct. 1669.</p> + +<p id="b.ii.f"><i>f.</i>... zijnde den 16en April binnen des +Majest<sup>ts.</sup> paleijs [te Jedo] alvorens onse nedrige +danckbaarh<sup>t</sup> wegens de verlossingh der seven Nederlanders +uijt Correa bewesen hebbende ...</p> + +<p>Omme van UEd<sup>s</sup> missive van poinct tot poinct te +beantwoorden soo seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel +Six in den jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de +verlossing van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht +hadde, soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen +jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen als +voor de Rijxraden danck te seggen: ’t welk Hare Hoogheden uijt +den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij +bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien +UEd<sup>le</sup> van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van +bijsondere voorval is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden +gedaan, niet en behoorde te laten berusten, maar dat UEd<sup>le</sup> +bijsonderlick uijt UEd<sup>le</sup> naam daarvoor ordineert +danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben ’t bijsonder genoegen +welke UEd<sup>le</sup> over die weldaat zijt scheppende den +Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen en +naar ’t Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas<a class= +"noteref" id="xd0e6204src" href="#xd0e6204">11</a> sal (met Godt de +voorste in Jedo verschijnende) UEd<sup>le</sup> goede intentie met de +gerequireerde omstandigheden (’t zij voor den Keijser selven off +voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen +Gouvern<sup>r</sup> zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te +effectueren.</p> + +<p>Naar de constitutie en gelegentheijt van ’t Eijlant Correa +hebben hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet +connen ondervinden dat daar voor de Comp<sup>e</sup> eenigen handel +soude te drijven wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme +luijden die haar eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, +anderdeels datse daar met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden +volgens ons gevoelen die twee magtige potentaten Tater en Keijser van +Japan niet willen gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de +vreemdelingen daar <span class="pagenum">[<a id="pb92" href= +"#pb92">92</a>]</span>quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den +Japansen monarch sich daartegen stellen en geen Christenen, die hem +altijt suspect zijn, soo nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte +altijt bevreest soude wesen dat bij die occasie ons een voet wierde +gegeven om ’t Christendom daar voort te planten en zijn Lant soo +weder in verwarring te brengen. Van desen cant is den toegangh tot dat +Eijlandt ijdereen op dootstraffe verboden, excepto den Heer van +Sussima, die zulx als een beneficium alleen vergunt is daer met de +Tarterse Chinesen te mogen handelen, die toevoer doen van sijde en +d<sup>o</sup> stuckgoederen, zijnde desen jare over dien wegh bij de +seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht ende trect weder +zilver (als ’t uijtgevoert magh werden) voorts gout, peper, +nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout als +anders, ’t welk alles door dat Lant naar China weder vervoert +wert, maar onder d’inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen +handel van importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien +voor vast soo langh de E. Comp<sup>e</sup> den voordeligen handel in +Japan genegen blijft ’t achtervolgen datse daar (om den Japander +geen misnoegen te geven) geen handel dient te soeken, want dese +agterdogtige natie soude altijt sustineren dat wij daarmede ijets tot +nadeel van Japan voor hadden, waarmede niet alleen de wantrouw +vergroten maar den ontsegh van ’t rijck wellight op volgen +mocht.</p> + +<p>19 Oct. 1670.</p> + +<p><i>g</i>. ....D’Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] +aengevangen en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone +reverentie voor den Keijser geschiede den 20<sup>en</sup> daaraan.... +dese hoffplichten zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern +gesien dat de Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen +hadden gaen openen onsen last om uijt UEd<sup>s</sup> name +danckbaerheijt te doen voor de verlossinge van de seven Nederlanders +zedert a<sup>o</sup> 1653 vant verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa +aengehouden ende a<sup>o</sup> 1668 op Zijne Majesteijts voorderinge +gerelaxeert, opdat haer Ed.<sup>n</sup> zouden mogen ordonneren in +hoedanige wijse het moste geschieden en waerover oock op ons afscheijt +in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge van Sinsabrod<sup>e</sup> +aen voorm. Gonnemond<sup>e</sup>, zijn confrater, hadden versocht maer +geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, tselve +altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan den 28 +April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons des +avonts vanden Gouverneur Gonnemond<sup>e</sup> <span class="pagenum"> +[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>in antwoord brengen dat Zijn +E<sup>e</sup> dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons +arrivement in Nangasackij a<sup>o</sup> passado ende kennisse door Zijn +E<sup>e</sup> aende Rijcxraden daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde +oock haer genougen daerover hadden laten blijken ende dierhalven zich +daermede niet meer wilde bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het +nu voor de Rijcxraaden deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den +Tolck dat daervan niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was +de Commissarissen daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent +haer E<sup>s</sup> Tolck Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de +jalousie dieder is tusschen de Commissarissen ende Gouverneurs en +zouden wij op tlaetst met hem daerover wel hebben gediscoureert zoo +zich door positie niet hadde geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren +dit misnoech antwoord vanden Gouvern<sup>r</sup> Gonnemond<sup>e</sup> +ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse Zijn E<sup>e</sup> door +den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, waerdoor den tijt +niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in te handelen gelijck +uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten conde werden, zoo zijn +evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent vruchteloos en dit goede +werck onvolbracht gebleven waerdoor waren wechgenomen geweest alle +verdere discoursen over het zenden van een ambassadeur ons voormael +noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de Tolcken +voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote costen die +daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te connen +trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen te begeeren +ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen gedilaijeert +werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse regeerinck eenich +misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens mochten moveren.</p> + +<p>.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese +gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die dingen +afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden als onse +meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman Joannes +Camphuijs als Opperhooft naer Japan, dd<sup>o</sup> 29 Mei 1671 = +Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. +798).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.</h4> + +<p id="b.ii.h"><i>h</i>. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen +hebben hier altijt oock soo begrepen om de selfste redenen alsser +in’t schrijven van 5en October <span class="pagenum">[<a id= +"pb94" href="#pb94">94</a>]</span>lestleden wordt aangehaalt; ’t +comt ondertusschen niet qualijck datter zulken treck van verscheijde +goederen derwaerts sij, hoewel van d’ander zijde de +Comp<sup>e</sup> weder schadelijck is datter bij de 600 picols zijde +oock d<sup>o</sup> stuckgoederen, ’t verleden jaar over dien wegh +in Japan gevoert zijn geworden.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.</h4> + +<p id="b.ii.i"><i>i</i>. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar +van Vlielandt, <i>Hendrik Hamel van Gorinchem</i> en Jan Jansz. Spelt +van Utrecht, met het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan ’t +Quelpaarts Eijlandt verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea +gedetineert geweest sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, +gedurende de tijt van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de +vergaderingh haar daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is +nae voorgaende lecture van resolutie den 13 Aug<sup>o</sup> 1668<a +class="noteref" id="xd0e6312src" href="#xd0e6312">12</a> op gelijk +subject genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders +noch eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden +getracteert volgens en na proportie in de voorsz. resolutie +geexpresseert (Kol. Arch. no. 256).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Patriasche Missiven.</h4> + +<p id="b.ii.j"><i>j</i>. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. +van de gelegenth<sup>t</sup> van de Corese Eijlanden hebben becomen, +hebben UE. de voorgeslagen besendingh derwaerts wel te recht +naegelaten.</p> + +<p id="b.ii.k"><i>k</i>. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant +Opperhoofd en den Raet in Japan bij derselver missive van den 5 October +1669 soude Corea wel een arm lant wesen weijnich van sijn selver +uijtgevende maer souden de Chinesen en Japannesen daer mettenanderen +komen handelen jae dat in’t voorsz. jaer over dien wegh meer als +600 picols sijde in Japan sijn aengebracht, en dat in troucque van +peper, nagelen, noten, sandelhout, voort silver, gout en anders. Wij +kunnen wel begrijpen dat soolang wij in Japan onse residentie en handel +hebben wij onse gedachten om daer eenige negotie te stabilieren en dat +om de jalousie en wantroù die de Japannesen daer uijt souden +opvatten men laet noch staen het bedencken dat de Chinesen ons +lichtelijck daer mede niet en souden gedogen, wel mogen uijt den sin +setten, dan bij succes en veranderingh van tijden weet men niet wat +daer van noch soude cunnen vallen. <span class="pagenum">[<a id="pb95" +href="#pb95">95</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.iii"> +<h3 class="normal">III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.</h3> + +<div class="div3" id="b.iii.a"> +<h4>A. HET JACHT DE SPERWER.</h4> + +<p><b>1.</b> ’t Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in +zijne Beschrijvinge van de O.I. Compagnie een “pinas” +genoemd), zeilde 26 April 1648 voor de Kamer Amsterdam uit Texel +(Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia +aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd +de Sperwer naar Amboina bestemd; ging 28 Februari daarheen (Instructie +en Seijlaets order 27 Febr. 1649 in Kol. Arch. no. 776); na lang op +zich te hebben laten wachten (zie Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. +Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni 1649) den 29 Mei 1649 te Batavia +teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); +uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni 1649); daarheen vertrokken 13 Aug. +1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 Juni 1650 van daar te Batavia terug +(Miss. Bat. Regeering naar Suratte dd. ult<sup>o</sup> Aug. 1650); +vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar en Perzië +(Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 terug te +Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651); +vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar +terug te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd +naar de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt +14 Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653 +aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het 1 +Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart +1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, 16 +Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 Juni +1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt van +daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.</p> + +<p>In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene +onjuiste lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen +(uitg.-Saagman) of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele +tot de volgende aanteekening in zijn <span class="bibl" lang="fr"> +Mémoire bibliographique, bl. 274</span>: <span lang="fr"> +“Parti des Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer +(l’Epervier) arriva le <span class="pagenum">[<a id="pb96" href= +"#pb96">96</a>]</span>1<sup>er</sup> Juin de la même année +à Batavia.”</span> Geen Compagnie’s schip is +trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch op +laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.</p> + +<p id="b.iii.a.2">2. Seijlaas ordre voor d’Opperhoofden vant +Jacht de Sperwer, waer naer hun in’t zeijlen van hier naer +Taijouan sullen hebben te reguleeren.</p> + +<p>Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden +d’Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende +die bij oosten Lucipara in te loopen ende op’t spoedichst te +passeeren mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na +Pulo Lauwer zeijlen, makende t’selve te verkennen ende Pulo +Candor in’t gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo +Cecier de mair ende terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die +daer een weijnich besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te +seijlen, van waer de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht +sult houden, om voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo +Champello tracht te verkennen om vandaer Aijnam in’t gesicht te +loopen, vermits de stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf +van Conchinchina om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch +meer bij storm op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt +betert a<sup>o</sup> 1634 in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken<a +class="noteref" id="xd0e6366src" href="#xd0e6366">13</a>.</p> + +<p>Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door +beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo de +gem<sup>te</sup>. tuffons<a class="noteref" id="xd0e6374src" href= +"#xd0e6374">14</a> gemeenlick met uijtschietende winden comen, zulcx +dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets te +soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck a<sup>o</sup> 1634 +mede is gebleecken<a class="noteref" id="xd0e6380src" href= +"#xd0e6380">15</a>, die onder Sanchoan voor 3. anckers een +musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal +afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel +uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van Macauw +op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo oock dede +de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door +ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen zoo +int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst <span +class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97">97</a>]</span>aen te soecken +mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert bij nevensgaende +Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als de vordere +geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij +Vl.<sup>s</sup> bevelen wel te examineeren ende na vermogen +t’achtervolgen.......</p> + +<p>Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen +vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem in +zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesz<sup>e</sup>. zeijlaas +ordre naer Taijouan te bevorderen.</p> + +<p>Alsoo uijt d’advijsen onser H<sup>rn</sup> Principale ons +aengekundicht sij dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe +in openbaren oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, +om van deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet +misleijt en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo +doenlick overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.<sup>es</sup> +comptoiren daer oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; +bij overwinninge, zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen +ende ingeladen coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken +versegelen, ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen +overnemen, maer insonderheijt sult u hebben te wachten van alle +onbehoorlicke plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft +alsoo het selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts +blijft u de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede +mesnagie over de provisien te houden, bevolen, als mede de +administratie van Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen +articulbrief waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van +saecken sult hebben te handelen. Hier mede wensen ul<sup>s</sup> met +het gantse scheepsvolck een behouden varen, ende beveelen gesamentl: +inde bescherminge des Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse +geleijde.</p> + +<p>In’t Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter +ordinans: van haer Ed<sup>s</sup> ende was geteeckent Adriaen +Willeboorts Secretaris.</p> + +<p id="b.iii.a.3">3. Naer dat op den 18<sup>en</sup> Junij passado van +VE.<sup>des</sup> mijn affscheijt becomen hadde, hebben wij ons met +’t Jacht den Sperwer (inde naame Godes) omtrent de middach onder +zeijl begeven om onse reijse naer Taijouan te vervorderen, alwaer op +den 16<sup>en</sup> Julij tegen den middach, buijten op de Zuijder +rheede van Taijouans Canael (Godt loff) geluckelijck quamen te +arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen Poulo Auwer, alwaer in +der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat daer mede eenen halven +<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98">98</a>]</span>dach +’tsoeck brachten, zonder meer. Wij hebben geduijrende onse reijse +zeer bequaam weder aangetroffen, ende is niets verhaelens waerdich +comen voor te vallen.................</p> + +<p>Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den +29<sup>en</sup> d.<sup>o</sup> naer Japan affgeveerdicht ’t Jacht +de Sperwer met een cargasoen ter montuijre van ƒ 38819:14:15 +bestaende uijt naervolgende, te weten:</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">20007</td> +<td valign="top">cattijs poetsjoek</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">20037</td> +<td valign="top">cattijs aluijn</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">3000</td> +<td valign="top">stucx elantshuijden</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">19952</td> +<td valign="top">stucx Taijouanse hertevellen</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">3078</td> +<td valign="top">stx steenbocx vellekens ende</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">92000</td> +<td valign="top">cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p>.... Insgelijcx zullen VE<sup>des</sup> sien in de Resolutie van den +21<sup>en</sup> Julij wat ons gemoveert heeft ’t Jacht den +Sperwer in plaetse van de fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, +’t welcke verhoopen bij VE<sup>des</sup> niet qualijck sal werden +genomen, alsoo ’tselve seer tijdich sal connen terugge gesonden +werden, om naer Persia ofte Suratta gebruijckt te werden; derhalven +hebben den E. Coijett [Opperhoofd te Nagasaki] geordonneert ’t +selvige voorde eerste besendinge herwaerts te demitteren....</p> + +<p>.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen 427 +bossen rottangh.... Schipper <b>Reijnier Egbertsen</b> aengesproocken +zijnde, zecht mede niet meer uijt ’t Jacht Sluijs ontfangen te +hebben, daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, +naeder sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa +aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 24 Oct. 1653).</p> + +<p>4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte +het schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen +’t welck bij ons op den 29<sup>en</sup> Julij laestleden naer +Jappan affgevaerdicht was met een cargasoentie van +ƒ 38819:14:15 dat seecker voor de Comp<sup>e</sup> te<a +class="noteref" id="xd0e6489src" href="#xd0e6489">16</a> groote slaagen +zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe dienaren ende twee soo +costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer mach zijn bejegent en +connen niet bevroeden; oock en hebben daar van de minste tijdinge niet +becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de Fluijt Campen op het +noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche arack in zee hebben +gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een combaers <span class= +"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99">99</a>]</span>sien drijven, waar +door vermoeden het van d.<sup>o</sup> Jacht moet wesen dat (godt +betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede de selfde +storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw op t +noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx ’t +galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock onse +cleene lootsboot van ondert Fort ’t Canaal uijtdreeff en omtrent +Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier ons +onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen want +soo het op de Formosaansche custe ofte aan’t noordt eijnde van +Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan +contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen +presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden dat +gem.<sup>e</sup> Sperwer noch mach comen op te donderen.</p> + +<p>.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16<sup>en</sup> +courant des naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart +Cornelis Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als +Paert verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt +ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de +cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte +anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den +Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en Raad +van Formosa aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 17 Nov. 1653).</p> + +<p>5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in VE. +advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone jacht de +Sperwer, ’t eene op de reijse van hier naer Taijoan ende ’t +ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm sullen +wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken daervan +vernomen wert, daerbij de E Comp<sup>e</sup> behalven de scheepen, ende +’t verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van +ƒ 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde +Noortse winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, +niet als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan +Gouv<sup>r</sup> en Raad van Formosa, dd<sup>o</sup> 20 Mei 1654).</p> + +<p>6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra +tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na +Taijouan ende ’t jacht de Sperwer van daer op u<sup>mo</sup> +Julij lestleden naer Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der +voornoemde schepen aldaer nog niet en <span class="pagenum">[<a id= +"pb100" href="#pb100">100</a>]</span>waren verschenen. Na de Chinese +gerugten in Japan liepen, soude op ’t eijlant Lamoa [aan de kust +van Zuid-China, bij Swatow] een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan +seecker Hollandtse vrouw, die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens +eenige manspersonen, sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders +wordt uijt Japan gerelateert dat de Opperhoofden van ’t +fluijtschip Campen in ’t zeijlen uijt Toncquin naer Japan, +omtrent de noordhoek van Formosa een legger batavishen arack hebben +gevischt, ende eenige cruijshouten nevens een combaers sien drijven +’t welck twee dagen nae’t vertreck van de Sperwer is +geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw (over’t +noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende ’t +gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: sulcx +datwij (God beter’t) het sneuvelen van de voorn, schepen niet dan +al te gewis houden.</p> + +<p>... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de +Comp.<sup>e</sup> ƒ 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck +(God Beter’t) aen desen noordcant, daer ons het ongeluck meest +alle jaren treft, except de schepen ende ’t costelijcke volck al +wederom een grooten slag sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. +6 Febr. 1654 wordt ook weer van het verlies van de Sperwer gewag +gemaakt].</p> + +<p>7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het +fluijtschip Smient en t’jacht de Sperwer met haer volck en +ladinge soo gemeent wort vergaen en gebleven, t’welck wederom een +swaeren slach voor de Comp<sup>e</sup> is, evenwel als van de machtige +handt Godes comende met gedult moet opgenomen worden, t’ schijnt +dat wij in dat stormende vaerwater die periculen jaarlijcx onderworpen +zijn en te verwachten hebben; wanneer maer de winsten daer tegens naer +advenant mochten wesen, soude het buijten t’verlies van de +menschen noch eenichsints troostelijck sijn. UE. worden nogmaels +aengemaent doch wel te letten op de moussons en de schepen niet te laet +derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen +voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).</p> + +<p>17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven +: “hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de +eerste besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen +omme te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens +ult<sup>o</sup> Julio & Augustus in ’t vaerwater tusschen +Taijouan en Jappan subject sijn”. Vgl. “in het westmousson, +als het saijsoen sal weesen verloopen <span class="pagenum">[<a id= +"pb101" href="#pb101">101</a>]</span>om van Batavia na Japan te kunnen +seijlen dat is van half Augustij tot ult<sup>o</sup> Maart.” (Mr. +P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, Deel 1, Cap. 21 fol. 280).</p> + +<p>Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: +“Met de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons +wel geworden het schrijven van d’heer Gouverneur Nicolaes +Verburgh gedach-teekent 19 Julij.... Wij blijven verwondert over het +langh achterblijven van het laest verwachtte schip [de Sperwer]” +(Nagasaki Nov. A<sup>o</sup> 1653).</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.iii.b"> +<h4>B. HET JACHT OUWERKERK.</h4> + +<p>Het schip Hollandia<a class="noteref" id="xd0e6556src" href= +"#xd0e6556">17</a> kwam uit het vaderland den 14<sup>en</sup> Dec. 1626 +te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van daar +naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p> + +<p>Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van +Wijbrant Schram van Enkhuizen)<a class="noteref" id="xd0e6564src" href= +"#xd0e6564">18</a> uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot 50 lasten, +schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627<a class="noteref" id= +"xd0e6570src" href="#xd0e6570">19</a> te Batavia aankwam (Dagr. +Bat.).</p> + +<p>Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 +April 1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627 +van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten, +Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck +kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. “een joncque +ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora<a class="noteref" id= +"xd0e6578src" href="#xd0e6578">20</a> naer Cochin-China, soo de +Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis hoorende, +met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, aengehaelt, +ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn volck [onder wie +de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen daer in latende, met +intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt te stellen; <i>gemelte +joncque is door storm van haer geraeckt ende tot op dato niet +geparesseert</i>, beduchtende verongeluckt is”. (Miss. +Gouv<sup>r</sup> Nuijts aan Gouv<sup>r</sup> Generaal <span class= +"pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span>dd. 22 Juli 1627; +zie ook Miss. w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Joannes van der Hagen dd. +29 Oct. 1627).</p> + +<p>De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 +Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche +navetten, welke—naar was bericht—voornemens waren van Macao +naar Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten +“de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de +rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden”, terwijl bij Res. +Taijoan dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: “alhier geen +behoorlijke macht (door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en +Cleen Heusden) en zijn hebbende”. Den 29en Oct. 1627 berichtte de +w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> van Taijoan naar Batavia dat +“Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn weder gekeert +dat ons geen goet bedencken en geeft”.</p> + +<p>Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen +te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht +gekomen:</p> + +<p>“Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende +Pedra Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; +maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder +gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck +omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt +ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck mede +t’ geschut becomen hebben, sijnde t’ resterende volck +alt’samen verongeluckt.” (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p> + +<p>“Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, +daerop toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt +dat als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor +de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den brant +gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn alle +gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten dat sij +’t selve verovert souden hebben ende alsoo S<sup>r</sup> Ketting +met haer van’t quartier sprack dat alreede gegeven was, is van +een Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om +laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter +seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen +20–30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus +vertellen’t de Poortugijsen; naer ick kan bemercken is ’t +Jacht tegens eenich riff comen vast te sitten; sij hebben naer ’t +jacht verbrandt was noch eenige stucken geschuts met duijckers daerwt +becoomen soo dat <span class="pagenum">[<a id="pb103" href= +"#pb103">103</a>]</span>Jan gadt niet weijnigh roncqueert”. +(Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, +bl. 389).</p> + +<p>Gouv<sup>r</sup> Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan +vertrokken en 3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef +16 Juni 1628 van de Stad Zeelandia aan S<sup>r</sup> Nijenrode, +Opperhoofd te Firando: “’t Jacht Ouwerkerck met +S<sup>r</sup> Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en’t +volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den +20<sup>en</sup> dag na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, +een zeer desolaten stand en plaetze zonder eenige navale macht +vonden”. (Valentijn IV, 2<sup>e</sup> stuk, 4<sup>e</sup> boek, +4<sup>e</sup> hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, bl. +334 en 389).</p> + +<p>.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel +op hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door +branders g’abordeert worden, gelijck Ouwerkerck a<sup>o</sup> +1627 overvallen ende vernielt wierde (Miss. Regeering Batavia naar +Taijoan dd. 2 Aug. 1641)<a class="noteref" id="xd0e6645src" href= +"#xd0e6645">21</a>.</p> + +<p>“S<sup>r</sup> Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te +Nagasaki] heeft desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem +secretelijck behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer +ernstelijck antwoort van S<sup>r</sup> van Santvoort geeijst; ’t +is [n.l. de schrijver van den brief] een man van ’t jacht +Ouwerkerck, soo d<sup>o</sup> Portugees weet te seggen”. (Miss. +Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d’E Willem Jansen. Kol. Arch. no. +11722)<a class="noteref" id="xd0e6671src" href="#xd0e6671">22</a>.</p> + +<p>Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche +gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia +werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer Hoorn +van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden van de +Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en +“’t Is seecker, naer dat wij uijt d’onse verstaen die +in Maccao hebben <span class="pagenum">[<a id="pb104" href= +"#pb104">104</a>]</span>gevangen geseten”. (Instructie voor +Gouverneur Hans Putmans dd. Batavia ult<sup>o</sup> Mei 1633. Kol. +Arch. VV, I).</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.iii.c"> +<h4>C. HET QUELPAERT DE BRACK</h4> + +<p>17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 Juli +1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij Res. 30 Juli +en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar Malacca. +(Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 terug te Batavia +(Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca (D.B. bl. 55); 9 Nov. +1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); 17 Nov. 1640 terug te +Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 Dec. 1640 naar Malacca +(Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór 31 Jan. +1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); 4 April +1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April 1641 en Dagr. +Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia (Dagr. Bat. 1641, bl. +234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar Taijoan (Gen. Miss. 12 +Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 aangekomen te Taijoan (D.B. +Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel gebroken (Miss. +Gouv<sup>r</sup>. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden om +te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug te +Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 over +Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d’advijsen van verscheijde +quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); 3 Aug. +1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 Sept. 1642 +naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 Oct. 1642 +aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken van +Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar +Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes +Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan +(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa +gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug +te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche +jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in +’t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan +(Id.); 18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar +Batavia 17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia); +10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643 +naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29 +Dec. 1643 aangekomen <span class="pagenum">[<a id="pb105" href= +"#pb105">105</a>]</span>te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. +1644 naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij +Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt Banda +genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia +(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op +de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe +Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar +Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu +(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der +Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt “de Bracq” +niet meer voor; uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel +dd<sup>o</sup> 10 Aug. 1648 blijkt dat dit “gaillot” in de +rivier de Ganges is “gesneuveld.”</p> + +<p>Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.</p> + +<p>Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, ’t jacht +Ackersloot, ende het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende +twaelff man, en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off +soodanigh vaertuijgh de Comp<sup>e</sup> op eenige vaerwaters dienstich +is, en men soude mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel +te senden, waerop ’t sijner tijd UE. advijs verwachten +sullen.</p> + +<p>Generale Missive, 9 Sept. 1640.</p> + +<p>’tGaljot ’t Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee +gebouwt, zal goeden dienst op ’t Canael van Taijoan doen, +weshalven versoecken noch twee ofte drie gelijcke maar niet van +cleender charter, omme te meer goederen door ’t Canael aen de +schepen die onder ’t noorderrif liggen, te connen brengen.</p> + +<p>Patriasche Missive, 15 Maart 1641.</p> + +<p>Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats +als de Lieffde, sullen d’eerste aenstaende equippagie UE. petitie +sien te voldoen.</p> + +<p>Missiven Batavia naar Taijoan.</p> + +<p>14 Mei 1641.</p> + +<p>t’Quelpeert de Brack senden om op ’t Canael te +gebruijcken, daertoe als andere diensten ’t selve gantsch bequaem +oordeelen.... <span class="pagenum">[<a id="pb106" href= +"#pb106">106</a>]</span></p> + +<p>In Comp<sup>e</sup> van aengetogen Orangienboom, Roch ende ’t +Quelpeert vertreckt den Oppercoopman Carel Hartsing....</p> + +<p>Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende +t’Quelpeert met 12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.</p> + +<p>11 Juni 1641.</p> + +<p>...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t’ +Quelpeert op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...</p> + +<p>...Orangienboom ende t’ Quelpeert destineren tot verblijff in +T’aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen ’t selve +noodigh te wesen.</p> + +<p>Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.</p> + +<p>...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per ’t Jacht +’t Quelpaert, ’t welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, +ende tot dat stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck +geschieden can...</p> + +<p>...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan +aengelandt sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts +over (daer nae op ’t hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren +ende laten ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh +t’allen tijden van ’t jaer van ende uijt Japan nae Formosa +de reijse sal gewinnen, dat ondersocht dient, sijnde onsen staet +daeraen ten hoochsten gelegen, soo verhopen oock op ons schrijven ende +versoeck d’aenstaende jaer uijt Nederlandt met twee à drie +quellen versien te werden.</p> + +<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.</p> + +<p>Wij blijven van opinie ’t Quelpeert tot de Japanse voijagie +bequaem zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, +selffs bij contrarie mousson.</p> + +<p>Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.</p> + +<p>... Soo als voorsz. vloote bestaande in’t Jacht den Kivith, de +Fluijt Castricum, ’t galjot ’t Quelpaert, d’Jonck +Quelangh, onse groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op +24 der maent Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, +als gesecht van hier nae Tamsuij omme ons g’intendeert desseijn +met de hulpe van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen +waren, is schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de +Chinese champans daer mede wij aen boort gecomen waren <span class= +"pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107">107</a>]</span>in den grondt +geraeckt zijn, <i>het Quelpaert sijn gaffel gebroocken</i> ende wij +genootsaact waren met groot perijckel p<sup>r</sup> de groote lootsboot +wederom, sonder ons goet voornemen noch geheel verricht te hebben, +nevens voorsz. Quelpaert binnen aen’t Casteel te comen.</p> + +<p>Missiven Batavia naar Taijouan.</p> + +<p>16 April 1642.</p> + +<p>13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier +onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende Kelang +verschenen.</p> + +<p>... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10 +dagen na desen de Cap<sup>n</sup> Jan van Linga ende Coopman Liesvelt +... p<sup>r</sup> de jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de +fluijt Meerman nae Quinangh’s bocht aff te senden.</p> + +<p>28 Juni 1642.</p> + +<p>In conformité van ons pre-advijs p<sup>r</sup> de Cappelle +sijn den 7<sup>en</sup> Meij uijt dese reede...na de bocht van Quinangh +vertrocken den Kievith, Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende +t’ Quelpeert.</p> + +<p>Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.</p> + +<p>... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit +Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de +reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t’sijnder tijt +te vernemen lieff wert sijn.</p> + +<p>Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.</p> + +<p>Soo ist dat wij den Raadt...op 11<sup>en</sup> September passado in +consideratie gaven ofte men niet en behoorde <i>’t Quelpaert dat +wel beseijlt ende wederom gerepareert was</i> met voorsz. goede novos +op hoope dat den Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder +vrijheijt in den handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte +wel ijets anders goets in Comp<sup>s</sup> affairen +veroorsaecken.....Resolveerden den 11<sup>en</sup> September voornoemt +dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven dach te laten reijs voirderen, +gelijck geschiet is; Godt geve ende verleene hem behouden reijse, waer +aen niet dubiteren alsoo seedert sijn vertreck alhier veele +zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. <span class="pagenum">[<a id= +"pb108" href="#pb108">108</a>]</span></p> + +<p>11 Oct. 1642.</p> + +<p>’t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den +naesten willen wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe +tegemoet sien.</p> + +<p>Dagregister Japan.</p> + +<p>1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een +hollants schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht +wierden door den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de +baije was, dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten +laten gaen, ’t welck terstont achtervolcht is geworden.</p> + +<p>12 d<sup>o</sup>. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich +naar middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar +gelaten hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende +niet meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat +het principaelste was de fortresse Quelangh op ’t noord eijnde +van Formosa gelegen, bij d’onse door Godes zegen de Castilianen +ontweldicht ende onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op +de namiddagh quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op +de reede tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor +van de gelegentheijt van ’t overgaen van Quelangh breeder +onderrichtinge bequamen.</p> + +<p>13<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. is het Quelpaert gelost...de +coopmanschappen van ’t Quelpaert voornoempt hebben voor de hand +gebracht en in behoorlijcke partijen gesorteerd....</p> + +<p>14<sup>en</sup> d<sup>o</sup>., opheeden de goederen met ’t +Quelpaert aangecomen op gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den +middagh en terstont na den eeten tot goeden prijse vercocht en +metterhaest zonder vertoeven al op stont uijtgelevert.</p> + +<p>27<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. gelaste den Gouverneur +Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh was, dat men ’t Quel de +Brack eens souden laeten onder zeijl comen en gins ende weder laveeren, +dicht bij de wint daar de Japanders zeer in verwondert waren; +ondertusschen wert het laeste goet aan boort gebracht.</p> + +<p>29<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. des morgens naedat afscheijt van de +tolcken en huijswaerden als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn +geinbercqueert en nevens de bongcoijs aan ’t fluijtschip de +Zaijer en de Brack gevaeren, omme aldaer het volck te tellen, naar +gewoonte te visiteeren en ons afscheijt te geven; den Almogende geve +spoedigh ter gedestineerde plaetze in salvo mogen arriveeren Amen. +<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109">109</a>]</span></p> + +<p>29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft +over ’s Compagnies’s gansenen ommeslach alhier met het +fluijtschip de Zaijer bij sich hebbende het galioot ’t Quel de +Brack van hier naar Taijouan vertrokken.</p> + +<p>Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.</p> + +<p>...Soo paresseert op 6<sup>en</sup> deser alhier Godt sij gedanckt +met ’t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende +andere coopmanschappen een cargasoen ter monture van +ƒ 311016.11.14) de oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, +ons rapporteerende hoe op 29<sup>en</sup> October uijt Nangasacquij in +Comp<sup>e</sup> van ’t Quelpaert de Brack (dat aldaer den +12<sup>en</sup> October passado behouden was aengelandt) waeren +gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt ende +vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen stonde, +gelijck oock den 7<sup>en</sup> dito hier arriveerden. +T’cargasoen dat daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde +wel gerespondeert, ende was daerop noch ƒ 13919.19 +geprofiteert, ’t welck voortreffelijcke winsten sijn...De +besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese proffijten +bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh’s bemachtinge +aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voorn<sup>t</sup> +relateert) int bevoirderen van Comp<sup>s</sup> saecken veroorsaeckt, +sijnde de Japanders soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie +verheucht.</p> + +<p>Generale Missive, 12 Dec. 1642.</p> + +<p>Omme d’overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de +Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g’opineert wert, +’t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den +11<sup>en</sup> September passado van Taijouan nae Nangasacqui +affgesonden ’t Quel de Brack...; met de jonghste advijsen uijt +Japan sijnde 10 October wierd d’ Quel daer noch niet vernomen, +vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman Elseracq vertreck +dat ult<sup>o</sup> d<sup>o</sup> soude sijn, geparesseert sal wesen +ende verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen +een aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende +Portugees seer verbittert sijn.....</p> + +<p>Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den +8<sup>en</sup> deser uijt Taijouan t’ Jacht Ackerslooth 16 +passado van daer gescheijden met t’Opperhooft van +Comp<sup>s</sup> Commercie in Japan Johan van Elseracq, den +29<sup>en</sup> October met den Saijer ende t’Quel de Brack uijt +Nangasackqijs baij vertrocken, den 6<sup>en</sup> en 7<sup>en</sup> +November salvo in Taijouan aengelandt, medebrengende ten <span class= +"pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110">110</a>]</span>principalen in +silver een retour van ƒ 311016.11.14—den +12<sup>en</sup> October <i>arriveerde t’Quel in Japan, zijnde een +maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt is</i>; de +veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten hoogsten +aengenaem, sulx oock dat den Gouv<sup>r</sup> Sabroseijmondonne, nae +sich wel g’informeert hadde, twee dagen nae t’galjots +arrivement de Rijx-Raden in Jedo p<sup>r</sup> expresse de gemelte +veroveringh dede aencundigen ende wort te meer estime van ons gemaekt, +soo dat besluijten de dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten +aengenaem zij.</p> + +<p><i>Instructie</i> voor den veltoversten Johannes Lamotius.</p> + +<p> ... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht +in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t’ Quelpaert de Brack +ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op +Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).</p> + +<p>Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.</p> + +<p> ... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende +crijgsmacht op 3<sup>en</sup> stantij ... (na verrichtinge sijner +saecke...) alhier wederom geretourneert....<a class="noteref" id= +"xd0e6926src" href="#xd0e6926">23</a></p> + +<p>Missiven Taijoan naar Batavia.</p> + +<p>15 Oct. 1643.</p> + +<p>Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, ’t Quel de +Brack ende de groote lootsboot ... den 21<sup>en</sup> Meert verleden +van hier over Tamsuij ende Quelangh naer Taroboan tot ’t +opsoecken van de lange geruchte goutmijnne uijtgeset hadden....</p> + +<p>De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren, +ons op den 17<sup>en</sup> Meij weder toegecomen....</p> + +<p>...de Quel...welcken volgende den 24<sup>en</sup> Maeij...nae +’t Noorteijnt van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae +China tendeerende) waar te nemen, is vertrocken, den 3<sup>en</sup> +Junij op sijne gedestineerde cruijsplaetse comende ...</p> + +<p>den 24<sup>en</sup> Julij ’t Quel de Brack over Quelangh +geladen met smeecoolen masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. +Miss. 22 Dec. 1643). <span class="pagenum">[<a id="pb111" href= +"#pb111">111</a>]</span></p> + +<p>17 Oct. 1643.</p> + +<p>...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den +dage het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren +[waar de fluit ’t Vliegende Hart op het Roovers-eiland was +gesneuveld].</p> + +<p>19 Nov. 1643.</p> + +<p>Met t’ Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de +17<sup>en</sup> October aent schip de Salamander te brengen als +om’t gesalveerde volck van ’t verongeluckte Vliegende Hardt +van’t Roovers Eijlandt herwaerts te haelen, derwaerts gesonden, +is ons voorsz. volck, bestaende in 32 coppen, bevoorens al met een +visschersjonckje in de Pescadores gecomen sijnde, wel toegecomen.</p> + +<p>’t Quel de Brack:</p> + +<p>18 Oct. 1643 naar de Pescadores</p> + +<p>26 Oct. 1643 terug van de Pescadores</p> + +<p>10 Nov. 1643 vertreck van voorsz. Quel naer de Pescadores. (Dagr. +Zeelandia).</p> + +<p>11 October 1643 was “de quel” te Taijoan en verleende +hulp bij het binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen +Swaen en Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).</p> + +<p>Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.</p> + +<p>’t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is +ende bij de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt +werdt, hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende +alhier geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en +connen vertimmeren, met t’ jacht de Vos nae costij gelargeert +opdat aldaer nae behooren mach versien werden.</p> + +<p>Generale Missive, 4 Jan. 1644.</p> + +<p>Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen ’t +Jacht de Vos ende ’t Quel de Brack.</p> + +<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.</p> + +<p>Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren +de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken +sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet +informeren ende vertrouwen; die costij tot d’equipagie wort +gebruijckt cleen verstant heeft, <span class="pagenum">[<a id="pb112" +href="#pb112">112</a>]</span>’t blijckt daer uijt UE. ons +aenschrijfft ’t Quel de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel +uijtgevaren te sijn, dat hier geheel anders is bevonden en costij soo +wel als hier hadde connen vertimmert worden, d’Quel is tot +ontdecking van’t Suijtlant vertrocken.</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.iii.d"> +<h4>D. HET SCHIP DE HOND.</h4> + +<p>“De Hond” was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 +Jan. 1619 op de reede van Jacatra lag (<span class="bibl">J. W. +IJzerman, Over de belegering van het fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., +deel 73, bl. 605</span>) en 26 Juli 1619 door een Nederlandsch eskader +onder Hendrik Janszoon op de reede van Patani werd veroverd, waarbij +o.a. John Jourdain werd doodgeschoten (Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The +Journal of John Jourdain, Introduction LXXII en Appendix F, en Diary of +Richard Cocks, II, 305).</p> + +<p>De volgende berichten hebben betrekking op “de Hond” +nadat die in onze handen was geraakt:</p> + +<p>“Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can +houden ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den +Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).</p> + +<p>Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. +Colenbrander, dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda +(Gen. Miss. 11 Mei 1620 en 31 Juli 1620): “Het schip de Nieuwe +Maen ende de Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] +gelaeten” (G. M. 26 Oct. 1620).—“Generael Coen [is] +den 24 Junij ... van Amboijna vertrocken ... ’t jacht de Hondt in +Amboijna latende om verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te +werden” (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).—“De Hondt wert +nieuws in Amboijna verdubbelt ende is van seer cleene waerde”. +(Gen. Miss. 16 Nov. 1621).</p> + +<p>In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene “Instructie +voor Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt +naer Mindanao”.—“’t Jacht de Hondt is in +Mindanao geweest ... D’onse zijn van daer gekeert sonder iets te +verrichten” (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).—“Den +20<sup>en</sup> Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug ... Reeds den +9<sup>en</sup> Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met de Maan en +de Hond” (Van Dijk, Neerland’s vroegste betrekkingen enz. +bl. 250).— ... “de Maen ende de Hondt die d’heer +Houtman van de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met +ordre dat van daer na de Custe van China loopen” (Gen. Miss. +<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span>6 +Sept. 1622).—“De schepen de Maen ende den Hont welcke de +Heer Houtman naer Cabo Spiritu Sancto gesonden hadde om op ’t +silver schip van Nova Spaignen te passen, sijn sonder ijets verricht te +hebben op den hals in Japan gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt +daer aen de wal geleijt” (Gen. Miss. primo Febr. +1623).—“De twee schepen de Maen ende de Hondt door +d’heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden, +daeromtrent in ’t holle water comende, wierden soo leck dat +beijde in groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden +naer Firando te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat +<i>de Hondt op Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken +geslagen hadde</i>. Den raedt had voorgenomen dese twee schepen naar +Pehou te senden, maer alsoo in de haven van Coetche aen de gront +waeijden, wierd de Maan lecker en <i>borst de Hondt</i>, waerover +beijde aldaer gesleten sijn” (Gen. Miss. 20 Juni 1623).</p> + +<p>Uit Camps’<a class="noteref" id="xd0e7028src" href= +"#xd0e7028">24</a> brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de +Hond tusschen die data is gesloopt.—<span lang= +"en-1600">“As alsoe, in the same storme [tusschen 9 en 19 Sept. +1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps cast away in the roade of +Cochie at Firando, the one called the Moone, a shipp of 7 or 800 tonns, +and the other, the <i>Hownd</i>, an English shipp in tymes +past”.</span> Firando 14 Nov. 1622 (<span class="bibl">Diary of +Richard Cocks, II, bl. 336</span>). <span class="pagenum">[<a id= +"pb114" href="#pb114">114</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.iv"> +<h3 class="normal">IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT +VAN COREA.<a class="noteref" id="xd0e7050src" href= +"#xd0e7050">25</a></h3> + +<p>Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront +Eijlant grensende ende leggende tusschen d’Eijlanden met het eene +eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl +breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht +d<sup>o</sup> Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een +affscheijtsel van water is van ongevaerlijck 2½ mijlen breet; +aande Oostzijde legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.</p> + +<p>In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck, +geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft +soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie +zoude aldaer te becomen sijn, t’weeten</p> + +<p>Rijs tot Tl. 20 t’last,</p> + +<p>Cooper</p> + +<p>Cattoen ende cattoene lijnwaeten</p> + +<p>wortel Nijsen</p> + +<p>Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer +gemaect, doch vallen seer duer.</p> + +<p>De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van +daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer +rijckelijck uijt ende incomen connen.</p> + +<p>De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer de +Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij<a class="noteref" +id="xd0e7085src" href="#xd0e7085">26</a> alwaer mede een seer goede +haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens van eenige steeden; +in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde welcke de Japanders +datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden ende aldaer moeten +verblijven zonder t’eeniger tijt daer buijten te comen tot dat +haeren <span class="pagenum">[<a id="pb115" href= +"#pb115">115</a>]</span>handel verricht hebben ende weder naer Japan +keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van +t’Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff +groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden mach; +brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken, +tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen +handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te +treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden +zal de Comp<sup>e</sup> om in dat Rijck te negotieren niet tot haer +ooghwit geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende +vreesachtige volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën +verschrict zijn, ten anderen alwaere het dat de occasie ende +gelegentheijt presenteerde met die van Corea mondelinge gelijck het +voorleeden jaer op haer naer boven ende weder beneden reijse te +spreecken soo zouden de dienaers ende soldaten van d’Hr. van +Zatsuma vande welcke soo nauw werden bewaert zulcx niet toelaten, Iae +haer eijgen volck dewelcke in den oorlogh uijt Corea gevoert ende lange +tijt in Japan gewoont hebben, door versoeck nochte bidden niet hebben +connen te wege brengen haer oude kennissen ende lantsluijden eens ter +spraecke comen. De Japanders hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck +gemoort, gebrandt ende alle tijrannij die men zoude connen bedencken, +bedreven; oock komt de Tartar in harde winters wanneer door de stercke +vorst het water tusschen Tartarien ende Corea niet open houden connen +met zijne macht daer invallen mede voerende menschen, vee ende alles +wat hij crijgen can.</p> + +<p>Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van +Japanschen adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in +Januarij binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende +ontfangen zijn.<a class="noteref" id="xd0e7097src" href= +"#xd0e7097">27</a></p> + +<p>Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen +waer <span class="pagenum">[<a id="pb116" href= +"#pb116">116</a>]</span>achter dat volchden eenige met groote stocken +als rijsstampers gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee +besijden den anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert +hebbende een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen +weder zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende +zilver<a class="noteref" id="xd0e7110src" href="#xd0e7110">28</a> +doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met ontrent +30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root vaentgen +inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een swarten hoet +breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen +wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde +op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche +caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander +spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh +sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt, +vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon van +de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, gedragen +wierde.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters +hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen (bekans +op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant opperhooft +ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de suite sittende +in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende volchde hem noch +een d<sup>o</sup> naer.</p> + +<p>Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de +guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers +als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den +anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken root +verlact ende boven met een top van witte veeren.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de +gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert de +Coreers t’accompagneeren. <span class="pagenum">[<a id="pb117" +href="#pb117">117</a>]</span></p> + +<p>Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel +sittende op bagagie paerden.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende +de schenkagie der Coreers brachten.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij was +gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft buijten +de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt te laten gaen +ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met schoon sant +gestroijt. <span class="pagenum">[<a id="pb118" href= +"#pb118">118</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div2" id="b.v"> +<h3 class="normal">V. PERSONALIA</h3> + +<div class="div3" id="b.v.a"> +<h4>A. NICOLAAS VERBURG.</h4> + +<p id="b.v.a.1">1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het +schip ’s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à +ƒ 40 ’s maands; na goede diensten in Hindostan te +hebben bewezen, wordt hij op nieuw voor drie jaren aangenomen in +qualité van Coopman à ƒ 70 gl. ’s mds. +(Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië +(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia +terug; Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is +van 3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. +1650); vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. +Taijoan naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te +Batavia; Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. +31 Maart 1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie +van Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die +functie ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675) +en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne +huisvrouw den 21<sup>en</sup> Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal +van de retourvloot (Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. +XVII (Res. XVII, 26 Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: +“Oost-Indisch-praetjen” (1665).</p> + +<p>Generale Missive, 24 Dec. 1652.</p> + +<p id="b.v.a.2">2. Dewijl d. H<sup>r</sup> Gouverneur Nicolaes Verburg, +volgens allegatie door veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven +de bedieninge van zijn lastich ambt voorcomen, heeft hem doen +resolveeren om eenmaal uijt de woelinge tot een stil ende gerust leven +te comen, zijn demissie om tegens ’t aenstaende jaer 1653 naart +Patria te keeren doen versoecken ’t welck wij Zijn Ed. ten +respecte overige tijtsexpiratie niet connen weijgeren, des sullen sorge +dragen als den tijt comt dat over dit gouvernement gedisponeert wert, +datter een bequaem, wijs, ervaren ende vreedsamich persoon ten meesten +dienste van de Generale Comp<sup>e</sup>. tot vorderinge van dese +republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, daermede wij dan oock +<span class="pagenum">[<a id="pb119" href= +"#pb119">119</a>]</span>willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in +’t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt +herwaerts tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, +cesseren zullen....</p> + +<p>Resolutie, 21 Maart 1653.</p> + +<p id="b.v.a.3">3. Alsoo de Gouverneur van ’t Eijlandt Formosa +Nicolaas Verburgh, Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven +instantelijck versocht heeft desen jare van het voorsz lastige +Gouvernement verlost te mogen worden, om het aenstaende saisoen na het +vaderlandt te vertrecken, alsoo den tijt van sijn verbant als dan een +jaar over geeijndicht sal sijn, Ende dienvolgens weder een ander +bequaem ende gequalificeert persoon wort vereijscht om dat emportante +Gouvernement te becleden, soo is het zelve na de gewichticheijt van de +saecke verscheijden vergaderingen achter den ander in bedencken +gehouden ende gesien het selve Gouvernement geconsidereert wort van +overgroote importantie te wesen, hetwelck de Comp<sup>e.</sup> +mettertijt, bij aldien God den Heer de middelen daertoe aengewent +segenen wil, een Coninckrijck waerdich staet te werden, behalven de +Japanse ende Chinese negotie die om het gout ende silver mineraal dat +van daer getrocken ende waermede den Inlantsen handel ten principale +levendich gehouden wort, voor de Comp<sup>e</sup> mede van seer grooten +gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve Gouvernement eenige jaren +herwaerts seer groote onlusten tusschen Comp<sup>es.</sup> principale +ministers in kercke ende politie geresen sijn, waeruijt soodanige +partijschappen ende factien sijn ontstaan dat gevreest wort dat deselve +eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, wel tot ondienst ende nadeel +van de Comp<sup>e.</sup> mochten gedijen. Ende evenwel +Comp<sup>es.</sup> dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die +aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer +gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten ende +partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet alleen +bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock meer dan +gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat hetselve +Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft te +hangen, wordende over verscheijden wegen g’adviseert dat de sone +van den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet +connende bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het +ooge op Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige +subjecten intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens +<span class="pagenum">[<a id="pb120" href= +"#pb120">120</a>]</span>attentaten dan mede nodich is een waeckend ende +sorghvuldich oogh in’t seijl te houden, opdat ons dat costelijcke +pant hetwelck reede sooveel gecost heeft, ende van soo groten +expectatie is, niet aff handich gemaeckt en werde; Alle welcke saecken +met rijp overlech in Rade gepondereert ende overwogen sijnde +eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, niet +jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken +medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene +versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame te +vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, om +nae’t verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om +redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo veel +te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement te +nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris Raet van +India die voor desen in gen<sup>de</sup> Noorder quartieren lange jaren +geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop ende +vertrouwen dat Hooghgem<sup>de</sup> Heeren Principalen de +bovengeroerde redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van +saken nevens ons begrijpen sullen. Waerop den gem.<sup>e</sup> Heere +Hartsingh ten dienste vande Comp.<sup>e</sup> versocht sijnde sich +mette voorsz. resolutie te willen conformeren, soo heeft Sijn Ed. +verclaert verplicht ende oock ten volle genegen te sijn sich te laten +gebruijcken daer de Comp<sup>e</sup> sijnen dienst meest sij +vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een seer +dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige exempelen +God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert hebben, soo was +Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement te aenvaerden, +mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten tijt maer voor eenige +jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende verbandt aen de +Comp.<sup>e</sup> soude duren, om met sijn familie niet over en weder +te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt het +Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt geern +soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt rangh +ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de Heeren +Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, waervan +Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, alsoo doch om +de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te extirperen, +mitsgaders om alles op gem<sup>de</sup> Eijlandt op den goeden voet +ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt +vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat <span class="pagenum"> +[<a id="pb121" href="#pb121">121</a>]</span>de welgem<sup>de</sup> +Heeren Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen +houden.</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.v.b"> +<h4>B. CORNELIS CAESAR.</h4> + +<p id="b.v.b.1">1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van +Goes, kwam 6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent +à ƒ 16 ’s mds.; was in 1636 in Japan om kennis +op te doen van den Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend +Opperhoofd in Quinam; had als koopman op ƒ 60 ’s mds. +geruimen tijd goeden dienst gedaan en wordt Opperkoopman op +ƒ 75 ’s mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit de +Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was in +1644 “politicus over de Formosaense dorpen” en wordt +verhoogd tot ƒ 110 ’s mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. +1645); vertrekt 2 Sept. 1645 per Achterkercke van Taijoan naar Japan; +de hem gegeven instructie voor een kruistocht omtrent de westkust van +Luconia is gedagteekend: Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd +hem zijne demissie toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei +1647) maar 21 Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon +Martinus (Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd +benoemd tot Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. +1679 en Dagr. Bat., bl. 541).</p> + +<p>In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van +Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip +“Orangien” voor de Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar +hij wordt gesteld “tot het opperste gesach van de werken en +noodigheden” [Fabriek] (Res. 7 Juli 1651); wordt President van de +Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur van Taijoan (R. 24 Mei 1653); +krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te +Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en 72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan +15 Mei 1657) en overlijdt aldaar 5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne +begrafenis in de stadtskercke, zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. +281–282; zijne weduwe leefde in Juni 1663 nog te Batavia (D.B. +1663, bl. 335).</p> + +<p id="b.v.b.2">2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May A<sup>o</sup> +1653.</p> + +<p>Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat +de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen +sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij, +volgens <span class="pagenum">[<a id="pb122" href= +"#pb122">122</a>]</span>resolutie van dato den 21<sup>e</sup> Maert +vermits de groote onlusten in eenighen tijt herwaerts in Taijouan +ontstaen, die niet schijnen als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt +te connen neder gelecht werden, tot welck important Gouverno alsoo in +Raade van India, naer overlech van saecken goetgevonden sij te +versoecken den Heer Carel Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de +Taijouanse gewesten voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe +alsoo sijn E: sich ten dienste van d’E. Comp<sup>e</sup> heeft +willen laten gebruijcken, ende nu tot het voltrecken van Sijn E: +aengenomeen reijse veerdich sijnde, den E. Heer Gouverneur Generael +Reniersz is comen te overlijden, waerdoor dan verscheijde veranderingen +veroorsaeckt sijn, soo dat nu om de gewichticheijt van het Generael +Gounerno, Sijn E. persoons wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet +comt, de ordinare Raeden buijten den Gouverneur-Generael den +Ed<sup>e</sup> Heer Joan Maetsuijcker, die nu tot het Generael Gouverno +gekosen sij, niet meer dan twee in getale sijnde en dat oock den Hr. +Arnolt de Vlamingh ordinaris Raet van India wegens de become advijsen +uijt Amboina noch niet te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van +India aengesien Sijn Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert +hadde, het aen Sijn Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs +voltrecken ofte alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich +soode sijn over te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende +het selve 2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade +van India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier +te sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander +gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te +sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade +hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse +Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar, +Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen +mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste +bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.</p> + +<p>Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.</p> + +<p>De surrogatie bij UE. gedaen van d’E. Cornelis Caesar tot +Gouverneur in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d’E. +Nicolaes Verburch die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn +verlossinge van daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten +gevallen. Wij willen vertrouwen dat hij hem <span class="pagenum">[<a +id="pb123" href="#pb123">123</a>]</span>in dat important en +swaerwichtich Gouvernement ten dienste van de Compagnie wel en nae +behooren sal quijten.</p> + +<p>UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die +voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet werde +bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich +volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Comp<sup>e</sup> +daeraen ten hoochsten gelegen te wesen.</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.v.c"> +<h4>C. IQUAN.</h4> + +<p>“Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden +armade in den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, +geconquesteert doch p<sup>r</sup> faulte van volgende subsidien, +wederom verlaten; alsoo dese enterprinse bij een particulier Heer omme +de gunste van Sijn Ma<sup>t</sup> wederomme te becomen, ter hande +genomen was. Lange jaeren hebben zij daer met haer capitaelen door +Chineesen in Jappan woonachtig met de Chineesen van China +gehandelt” (Gen. Miss. 15 Dec. 1629)<a class="noteref" id= +"xd0e7272src" href="#xd0e7272">29</a>.</p> + +<p>“In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse +joncken te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke +quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van China +te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende +gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden +andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten” +(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).</p> + +<p>Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral +bekend geworden de zoogenaamde “Capitein China” te Firando, +dien de Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij +een Christen was<a class="noteref" id="xd0e7282src" href= +"#xd0e7282">30</a>, alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak; +dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt +bericht<a class="noteref" id="xd0e7287src" href="#xd0e7287">31</a>, +klinkt veel waarschijnlijker.</p> + +<p>De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe +het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:</p> + +<p>De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, was +afkomstig <span class="pagenum">[<a id="pb124" href= +"#pb124">124</a>]</span>uit het district Hai-ting in de prefectuur +Tsiang Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar +getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die +in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis aan +met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan +ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche +koopman en reeder zijn geweest en om die reden daar te lande zijn +aangesproken met den titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door +de Japanners werd betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; +waarschijnlijk was hij Hoofd van een geheim genootschap<a class= +"noteref" id="xd0e7296src" href="#xd0e7296">32</a>. Over zijne +aanrakingen met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders +in China I (Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de +tusschenpersoon bij de onderhandelingen welke leidden tot onze +verhuizing van de Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden +over de wijze waarop wij zijne diensten hadden beloond<a class= +"noteref" id="xd0e7316src" href="#xd0e7316">33</a>. Hij overleed te +Firando 12 Augustus 1625<a class="noteref" id="xd0e7319src" href= +"#xd0e7319">34</a>, groote schulden nalatende, o.a. aan de Engelschen<a +class="noteref" id="xd0e7322src" href="#xd0e7322">35</a>.</p> + +<p>Ietkwan—ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven—werd +geboren in het dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de +havenplaats Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie—ook Te en The +geschreven—en zijn persoonsnaam: “de eerste” duidt +aan dat hij de oudste zoon was. Niet een <span class="pagenum">[<a id= +"pb125" href="#pb125">125</a>]</span>zoon, maar een schoonzoon<a class= +"noteref" id="xd0e7332src" href="#xd0e7332">36</a> van den hierboven +besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche +berichten, behoorde Iquan’s eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot +eene familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein +China en diens hoofdvrouw in China.</p> + +<p>Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht +gezocht bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een +handelsopdracht naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft +hij te Firando betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij +een zoon kreeg, den zoo vermaard geworden Koksinga.</p> + +<p>Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit +Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het eind +van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China (Miss. +Gouv<sup>r</sup> Sonck 12 December 1624).</p> + +<p>Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om op +Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken +toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens +luitenant Pedro China) welke onder Iquan’s bevel stonden en 20 +Maart 1625 te Taijoan terug waren.</p> + +<p lang="en">“With Yen Ssŭ Ch’i [Gaan Si Tsee] and +others, he [n.l. Iquan] opened up Formosa; he was raised by his +comrades to the chief leadership on the death of the former”. [12 +Aug. 1625]. (<span class="bibl">Some episodes in the History of Amoy. +China Review, XXI, 1894–95, bl. 87</span>).</p> + +<p>“Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (<i>eertijts +tolck der Comp<sup>e</sup></i> nu hofft der Chinesen rovers) uijt +Teijouan sonder onse kennis gevlucht is, ende sich op den roof begeven, +vele joncken ende volck vergadert heeft, waermede hij de gantsche +seecusten van China seer ontstelt ende het geheele landt, steden ende +dorpen raseert ende vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe +meer gebruijct can werden” (f<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Gerrit +Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, Actum Batavia 18 Dec. 1627).</p> + +<p>“Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen +gedoogen datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in +de riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe +havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich ende +sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de Chineesche +zee ende meest alle <span class="pagenum">[<a id="pb126" href= +"#pb126">126</a>]</span>de joncquen op de gantsche Guste vernielt ende +verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie ende +rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken ende 60 +à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt, +sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens van +daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten tijdt soo +grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen raedt wisten +om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover Icquan heeft +oock langen tijdt goede correspondentie met d’onse gehadt ende +ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder +onderscheijt genomen al wat becomen conde” (Gen. Miss. 6 Jan. +1628).</p> + +<p>“... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, <i> +soone van den ouden overleden Cappiteijn China</i>, vuijt Nangasacqui +naer Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is +voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom en +sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van +Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren” +(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ult<sup>o</sup> Oct. +A<sup>o</sup> 1630 aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. +II, fol. 114).</p> + +<p>“Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders +den vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede +omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu weder +macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den rover +Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, weder als +met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt ende op zijn +stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen Iquan die onse +gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent was, met intersessien +ende verclaringen aan den Combon ende andere grooten te doen wat ons +billick versouck ende begeeren was, dies te beter tot den vrijen handel +geadmitteert te werden—maar contrarie bevinden wij, wandt in +plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet alleen aff de vergoedingh van +’t jacht Slooten in sijnen ende het Rijcke van Chinas dienst +verongeluckt maar derft wel expresselijck in zijne Missive vertoonen +enee aan d’onse laten verluijden soo wij hem meer over sulcx +aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, alsoo gemelte jacht, +zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per ongeluck om den handel te +becomen in ’s Compagnies dienst gebleven ende verongeluckt is, +door briefkens ons verbiedende met onse jachten niet meer in de rivier +Chincheo te verschijnen, <span class="pagenum">[<a id="pb127" href= +"#pb127">127</a>]</span>alsoo daar door (soo hij segt) in de hoochste +ongenade van den Combon ende andere grooten van China soude comen +vervallen” (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren Bewindhebbers +der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).</p> + +<p>“...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van +S<sup>r</sup>. Melchior van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer +met haar joncquen geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, +uijtstroijen ende voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den +handel vrij ende liber vergunt wert) naer ’t vertreck onser +schepen Taijouan met groote macht aen te tasten ende haer meester van +’t Casteel sien te maecken” (Miss. van Couckebakker aan +Gouv<sup>r</sup> Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).</p> + +<p>“Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in +Comp<sup>s</sup> handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien +totdat den tijt ons wijser maeckt off d’een off d’ander +tijt van candt raeckt; is van vele gehaedt ende plaegt de coopluijden +dapper, dat met groote geschenken aen de Grooten weet goed te +maken” (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).</p> + +<p>20 Oct. 1639. “...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende +huijsen alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te +vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de +Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije niet +naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat zijn +vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders rooverije +ter doot gebracht is” (Dagr. Firando in Overg. Brieven en +Papieren 1640. Tweede Boek.—Vgl. Valentijn V, 2<sup>e</sup> st., +9<sup>e</sup> boek, 9<sup>e</sup> hoofdst. bl 81).</p> + +<p lang="en">“Soon after his departure, his wife, who remained in +Japan, gave birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son +did not develope the love for adventure and renown which made his elder +brother [Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his +life” (<span class="bibl">Davidson, The Island of Formosa, bl. +31</span>).</p> + +<p>“...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. +oorlogh van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede +persoon des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China +machtiger is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck +in Taijouan geweest” (Gen. Miss. 11 Juli 1645).</p> + +<p>“...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen +aenhangh <span class="pagenum">[<a id="pb128" href= +"#pb128">128</a>]</span> ... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] +oock all eenige gunste bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat +eenigen tijt heefft laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe +daer bij te voren gehouden en een sone, die bij hem in China is, +gewonnen heeft, uijt Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle +van sijnen soone, en tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, +soo mij onse Tolcken voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne +joncken te vertrecken stade” (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie +ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).</p> + +<p>“Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van +verhaelt hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder +eenigh vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude +geweest hebbe mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt +wederom in Japan te keeren, weshalven niemant begerich was” +(Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).</p> + +<p>“’s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de +gisteren g’arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van +Coxinja aan den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant +zoude nae de geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt +zijn om de Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters +Coxinja (zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in +’t jaer 1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn +vaders versoeck gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te +versoecken dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch +bij een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem +mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van +grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser +vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert, +nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice, +daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando gebooren +en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden was, gelijck +hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede beholpen daardoor +nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle ’t welcke dees luijden +genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van vreemdelingen +’k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden” +(<span class="bibl">Dagr. Nagasaki 25 Juli A<sup>o</sup> 1658</span>; +vgl. <span class="bibl">Valentijn V, 2<sup>e</sup> st., 9<sup>e</sup> +boek, 9<sup>e</sup> hoofdst, bl. 97</span>).</p> + +<p>Den 8<sup>en</sup> October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat +Coxinga’s geschenken waren aangenomen en “sonder oijt uijt +zijn logiement veel min <span class="pagenum">[<a id="pb129" href= +"#pb129">129</a>]</span>omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens +zijnen last waeromme herwaerts gecomen was in’t minste +gesproocken te hebben”.</p> + +<p lang="en">“Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] +into the Manchu army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong +[d.i. Koksinga] strangled herself” (1646). (<span class="bibl">J. +Ross, The Manchus, bl. 385</span>).</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.v.d"> +<h4>D. MARTINUS MARTINI.</h4> + +<p>Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China, +waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie <span class="bibl" lang="fr"> +S.Couling, Encyclopaedia Sinica</span> en <span class="bibl" lang="fr"> +Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323–325</span>). Met +vier andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip +“de Swaen” van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van +Diemen een latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) +waarbij hij verzocht “passage te willen verleenen nae Maccassaar, +Siam, Cambodja off ’t rijcke van Tonkin, omme door dien weg in +China ende Japan te geraecken.” Deze brief werd gezonden aan het +opperhoofd te Nagasaki, ten einde dien “aen de Regenten van +Nagasacqui off de commissarissen ter hand [te] stellen opdat die laten +examineeren ende tegen sulcke attentaten ordre ramen.” (Reg. +Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van +Diemen 12 Oct.1642).<a class="noteref" id="xd0e7461src" href= +"#xd0e7461">37</a></p> + +<p><span lang="en">“Martin Martini was sent to give informations +to the Holy See; to his influence and abilities it is due that +Alexander VII decreed in a manner perfectly contrary to the former +Edict</span> [waarbij eenige leerstellingen der Jezuïeten als +ketterijen waren veroordeeld].</p> + +<p lang="en">While on his journey the great traveller passed +Batavia.....</p> + +<p lang="en">Living in Holland Martini prepared his maps of China and +gave them over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to +be printed while he himself gave a full geographical description of the +whole empire together with historical, political and scientific +explanations......In 1655, the whole work came out” (<span class= +"bibl">Dr. Schrameier, On Martin Martini, Journal of the Peking +Oriental Society, Vol. II, 1888, bl. 105 en 106</span>).</p> + +<p>Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg +vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de +“Oliphant” (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. +d.a.v. in het Vlie <span class="pagenum">[<a id="pb130" href= +"#pb130">130</a>]</span>aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 +Juli 1652, 26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der +Kamer Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene +“gratuiteijt van honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede +diensten die hij toegeseijt heeft en van hem verwacht worden”. +Hij had “aan denselven Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede +Hoop] geremonstreert ende te kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen +tusschen de genoemde Caep ende Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen +te halen souden sijn.... Wij achten de ontdeckinge van de genoemde Cust +alsmede de Cust van Melinde, seer considerabel, hetwelck van de voorsz. +Caep ende het eijlandt Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude +connen geschieden” (Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. +Jan van Riebeek aan Heeren XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van +Heeren XVII dd. 15 April 1654).</p> + +<p>“Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door +Comp<sup>s</sup> tingangh tusschen Batavia en Japara verovert is hier +opgebracht seecker Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle +gedeelten van China heeft doorwandelt.... Verders allegeert +vooraengeroerde Padre datse [n.l. de Tartaren] die van Macao haer +vrientschap mitsgaders libere negotie aengebooden hebben twelck bij +geintercipieerde brieven door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert +wort. Bovendien datse hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de +Portugeesen maer oock alle andere vreemde natien die China in +vrientschap begeren te friqquenteren den liberen ende onbecommerden +toeganck sullen vergunnen, dierhalven twijffelt ditto padre niet +ingevalle de Comp.<sup>e</sup> in Quanton daer hij oordeelt de rechte +plaetse te wesen om bij den Conincq [”den oppersten der +Tartaren” in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs stiert +datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de libere +negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden” +(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).</p> + +<p>“T’gene UE schrijven van het openstellen van den handel +in China en dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in +Maccao en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, +’t rijck van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en +haren handel daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het +schip den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh +geconfirmeert” (Patr. Miss. 20 Jan. 1654). <span class="pagenum"> +[<a id="pb131" href="#pb131">131</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.vi"> +<h3 class="normal">VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET A<sup>o</sup> +1664–65.</h3> + +<p>Dagregister Japan.</p> + +<p>A<sup>o</sup> 1644. December. 19<sup>e.</sup> ... in de nanacht +omtrent ten 3 uijren is bij ons een Commeet Starre, hebbende een +vierige roede, die sigh naer’t Westen streckte, gesien, maer +alsoo den dagh—naer dat deselve langen tijd hadde +nagesien—begoste aen te breken, wierde door het licht sijn +schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige Tolcken +op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, doch hetselve +was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde deselve al voor +ettelijcke dagen gesien te hebben.</p> + +<p>20<sup>e</sup> ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van +de voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren +in’t Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer +’t Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den +dagh in’t S.W. verloren.</p> + +<p>21<sup>e</sup> en 22<sup>e</sup> ... dese nachten bevonden +voorschreve Starre sijn voorgaende kours is houdende, dogh alle avonden +¾ uijrs sich vroeger vertoonde.</p> + +<p>26<sup>e</sup> Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre +uijtgekeken, bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde +verdooft, onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer +’t Westen keert.</p> + +<p>29<sup>e</sup> voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh +kunnen sien, maer nogh al ondervonden deselve alle avonden ¾ +uijrs vrouger opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu +voorbij’t Westen naer’t N.W. gekeert is.</p> + +<p>Januarij 1665. 3<sup>e</sup> tot den 9<sup>e</sup> ... niet +sonderlings voorgevallen, als alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 +uijren seer afneemt ende met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. +uijtstreckt.</p> + +<p>10<sup>e</sup> ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo +gekomen te sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock +verscheijden malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen +sijn.</p> + +<p>20<sup>e</sup> ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet +langer gesien konnen werden.</p> + +<p>April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11<sup>e</sup> Des smorgens +met mooij weder <span class="pagenum">[<a id="pb132" href= +"#pb132">132</a>]</span>omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een +commeet starre sagen die hem omtrent het oosten weijnigh boven den +horison opgaende vertonende was, ... quamen des namiddags in de +Keijserlijcke Stadt Jedo.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde +hem een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een +vierige staart naar ’t Noord oosten. (<span class="bibl">Reisen +van Nicolaus de Graaff, 1701, bl. 66</span>).</p> + +<hr class="tb"> +<p>Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe +sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was +mede indt oosten.</p> + +<p>Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster +zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien +konden.</p> + +<p>Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman Michiel +Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en Amoij. +Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).</p> + +<p>Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in ’t Jaer +MDCLXIV.<a class="noteref" id="xd0e7571src" href="#xd0e7571">38</a></p> + +<p>Den 27. November ’smorgens by half 5. heeft men te Saerdam +aller eerst gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root +doch heldre gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck +van coleur, opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt +14 daegen, waer door sommighe meenden datter geen Comeet was +gesien.</p> + +<p>Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den +rovenden Raeff, liep seer ras na ’t westen, daer hy ten half +sessen verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het +selfde Teken daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve +schijn, dan de staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder +morgen-lucht: Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van ’t +Schip, dan ’t mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te +schijnen: Alsmen haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida +Hydra hadde gesien, sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met +een soo breede langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al +vry flaeuw, nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: +Noyt is hy grooter in ons gesicht vertoont. <span class="pagenum">[<a +id="pb133" href="#pb133">133</a>]</span></p> + +<p>Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en de +Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet hy te +ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen als een +duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den 2. +January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder met +een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae ’t Westen, +en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy +ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na +’t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens +Gordel-riems 3. Sterren hy geduerig in ’t gesigt by bleef, so dat +hy als scheen in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast +duyster weer: Dan den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel +klarende, sag men dat de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der +Walvis verby geloopen.</p> + +<p>Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary 1665. +over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten Mogols +Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock over +Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van de +Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes +daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien +tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen en +Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen en +gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer ’t oock Bloet +gereghent heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer +bloet-verwich ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer +lang en breet en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer +verwonderlijck ghesien, te weten, na den 31. December, voor welcken +tijdt hy seer laegh aen den Orisont was, maer daer na in sijn opgangh +ten oosten met een staerdt van een elle lang, en passeerende besuyden +de Nederlanden, had met een heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, +somtijdts wat straeltjens, naer het helder was, maer in sijn +ondergangh, ’s Nachts ten twee uren, was sijn staert omtrent soo +langh als ’t gantze Stadthuys van Haerlem, ghereeckent na’t +ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door de opkomende +Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, en besuyden +d’Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet langer +als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, en een dag +als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na met een staert +die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn roedeken +gelijckende.</p> + +<p>Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende +Figuer, <span class="pagenum">[<a id="pb134" href= +"#pb134">134</a>]</span>op d’onderste Linie, in Virgo de Maegd +beginnende, en in Aries den Ram eyndigende: Wanneer haren staert op den +Crater, den Canis, Unicornus, ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, +die boven onsen Horisondt met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by +was, tot hy in Aries uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote +die hy had na den 30 December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet +ghy syn fatsoen van den 27 December, en daer by die van ’t Iaer +1618. welcke wel soo fel en scherp stont, maer streckte sich op veele +100. mijlen na als dese dede, niet uyt.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p09.gif" alt="" width= +"720" height="626"></div> + +<p>Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn +Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van +’t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen +vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de +Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus +de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen Haes: +Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle Zee en +Water-tekenen.</p> + +<p>Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een +Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft +laten sien <span class="pagenum">[<a id="pb135" href= +"#pb135">135</a>]</span>boven onsen Horisont, op-komende ’s +morgens by 2. uren in ’t Noorden, zijn cours tot 4. uren +duyrende, is vlack oost, maer zijn Staert die breed en lang doch wit +is, staet S.O. Ende bevinde hy den 13 April sig meer N.O. en lagher op +onsen Horisont uytstreckt, staende op den Equus, waer aen alle +Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.</p> + +<p>Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. +Comeet-sterren te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht +geloven, daer nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen +eygendom is gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden +wel op het toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.</p> + +<p>’t Is d’Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. +Maenden 3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons +vertoont, ’tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: ’t +Schijndt ons toe datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen +in’t wonderlijcke Iaer 1666. daer van over vele Iaren is +voorseyt: Godt de Heere late ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat +wy zyn heerlijcke Schepsels niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig +mogen aenschouwen.</p> + +<p>In Haerlem, desen 14 April 1665. <span class="pagenum">[<a id= +"pb137" href="#pb137">137</a>]</span></p> + +<p>Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur <span class="pagenum">[<a +id="pb139" href="#pb139">139</a>]</span></p> +</div> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5673src" id="xd0e5673">1</a></span> Deze en volgende +cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den druk aangebracht.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5720src" id="xd0e5720">2</a></span> Niet ingevuld.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5723src" id="xd0e5723">3</a></span> In het afschrift voorkomende +onder de Overgek. Brieven 1667, Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) +staat: <i>beneeden</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5751src" id="xd0e5751">4</a></span> van 18 Oct. 1666.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5802src" id="xd0e5802">5</a></span> Daniel Six opvolger (sedert +18 October 1666) van Willem Volger als opperhoofd van ons comptoir te +Nagasaki.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5905src" id="xd0e5905">6</a></span> Kol. Arch. no. 457.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5937src" id="xd0e5937">7</a></span> Kol. Arch. no. 255.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6035src" id="xd0e6035">8</a></span> In elke straat van Nagasaki +woont een Ottono of wijkmeester (<span class="bibl">H. Doeff, +Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25</span>). Zie ook <span class= +"bibl" lang="de">Nachod, Beziehungen, u. s. w., bl. 417</span> en <span +class="bibl">E. Kaempfer, Beschryving van Japan, 1729, bl. +232</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6105src" id="xd0e6105">9</a></span> de “Zuylen”, den +7<sup>en</sup> October van Nagasaki onder zeil gegaan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6121src" id="xd0e6121">10</a></span> Oostvoort in Bijl. +I<i>a</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6204src" id="xd0e6204">11</a></span> François de Haas, de +aangewezen opvolger van het Opperhoofd Daniel Six, zou in het voorjaar +van 1670 de hofreis naar Jedo hebben te doen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6312src" id="xd0e6312">12</a></span> Zie <a href="#pb86">bl. 86 +hiervóór</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6366src" id="xd0e6366">13</a></span> 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. +bl. 456.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6374src" id="xd0e6374">14</a></span> Taifoen, cycloon, +wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6380src" id="xd0e6380">15</a></span> 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. +bl. 435 en 455–56.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6489src" id="xd0e6489">16</a></span> twee?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6556src" id="xd0e6556">17</a></span> In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 +wordt dit schip “Groot Hollandia” genoemd, ter +onderscheiding van ’s lands schip Hollandia. (Res. 15 Sept. +1627).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6564src" id="xd0e6564">18</a></span> Hij overleed 2 Januari 1627 +te Batavia als Raad Ord<sup>s</sup>. (Dagr. Bat.).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6570src" id="xd0e6570">19</a></span> Volgens “Begin ende +Voortgangh” (II, 1646, 20<sup>e</sup> stuk, bl. 18): 14 April +1627.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6578src" id="xd0e6578">20</a></span> Havenplaats op de N.O. kust +van het Maleische Schiereiland; ons kantoor aldaar werd in 1622 +opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6645src" id="xd0e6645">21</a></span> Vgl. <span class="bibl" +lang="en">Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227</span>: <span +lang="en">“On the 10<sup>th</sup> June, 1627, four Dutch ships +appeared before that port with the view of attacking a fleet which had +been prepared there for a journey to Japan.... The Dutch +admiral’s ship was boarded and burnt, thirty-seven of the crew +being killed and fifty taken prisoners. The guns, ammunition, treasury, +and provisions were also secured. After the loss of this ship the other +three vessels retired.”</span>—Zie nog <span class="bibl"> +C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6671src" id="xd0e6671">22</a></span> Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: +“Tegenwoordich weeten niet datter eenige Nederlanders bij den +vijant in gants India van Mosambique aff tot in Manilha toe, Godt loff, +gevangen sitten”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6926src" id="xd0e6926">23</a></span> Evenals de Wakende Boeij en +de Nachtegael zal ook ’t Quelpaert de Brack vóór 8 +Jan. zijn teruggekeerd.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7028src" id="xd0e7028">24</a></span> Leonard Camps kwam in het +begin van 1615 in Japan, werd na het vertrek van Specx in 1621 +Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 November 1623 te Firando +(Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende opperhoofden enz., Kol. +Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624<span class="corr" id="xd0e7031" title= +"Niet in bron">,</span> bl. 13).</p> + +<p class="footnote">Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. +Arch.—Q. 434) werd Camps toen op voordracht van Specx tot diens +opvolger benoemd, daar Specx’ tijd in het toekomende jaar zou +eindigen en deze niet van meening was langer te blijven. (Zie Gen. +Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar Firando 28 Febr. 1620, Coen, +dl. II, bl. 655). Camps’ commissie is van 13 Juni 1620 (zie Coen +II, bl. 729). Over Specx’ vertrek van Firando, zie Diary of +Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie Specx 28 Febr. +1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip “de Swaen”, aan boord +waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 Dec. +1621).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7050src" id="xd0e7050">25</a></span> Memorie van pampieren +p<sup>r</sup> t Schip Amsterdam over Taijouan aen d’Ed. Heer +Gouverneur Generael in dato 23<sup>e</sup> Nov. A<sup>o</sup> 1637 +geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. A<sup>o</sup> +1637.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7085src" id="xd0e7085">26</a></span> Pou-san Kai = Pou-san +(Fusan), sedert 1592 in handen van de Japanners.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7097src" id="xd0e7097">27</a></span> Op van daech verstonden de +Corresche gesanten op 17<sup>en</sup> passato van het eijlandt Itschio +naer Corea vertroucken waeren. Naer de geruchten souden aende +Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer gelieffden assistentie +tegen den Tarter te doen, hetselffde door d’Hr. van Fingo soude +mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: Een groot gouden vadt +vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone wel affgevaerdichte +peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het hair een vinger lanck; +een gouden cas van faetsoen als de paepen haer consistorien, costelijck +met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne den brieff aen de +Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando 24 Meert +A<sup>o</sup> 1637).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7110src" id="xd0e7110">28</a></span> <i>zijde</i>, staat in Dagr. +Japan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7272src" id="xd0e7272">29</a></span> Zie over deze expeditie naar +Formosa of Tacca Sanga, zooals, volgens den Engelschen schrijver, de +Japanners dit eiland noemden, <span class="bibl" lang="en">Diary of +Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7282src" id="xd0e7282">30</a></span> <span class="bibl">Ernest +Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, Introduction, +bl. LI</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7287src" id="xd0e7287">31</a></span> Zie missive Firando 16 Dec. +1623 aan Commandeur Reijers: “Dese gaet per Cappiteijn China.... +Hij is een doortrapt man, heeft in Nangasackij ende oock hier [Firando] +treffelijcke huijsen met schoone vrouwen ende kinderen”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7296src" id="xd0e7296">32</a></span> <span lang="en-1600"> +“This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of +all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else +wheare”</span> (<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard +Cocks, II, bl. 309, 10<sup>th</sup> of Marche 1619 [20]</span>).</p> + +<p class="footnote">“<span lang="en">The Chinese pirates who +resorted to the island [Formosa] as a safe retreat, were as a rule +divided into bands, and, according to the scanty historical material +which we have at hand, established a rough form of government over +their settlements. So admirable was the organization that the different +bands lived together without discord and chose their leaders by vote, +while a supreme chief was appointed to look after the interests of the +combined bands whenever anything arose of common concern. The strongest +of them was a powerful band under the leadership of one Gan Shi-sai. +Their exploits brought large returns, and by combining legitimate trade +with piratical raids they eventually attained a position so formidable +that smaller bands combined with them for their own protection, and +thus nearly the whole of the China and Formosa trade was brought under +their control. In 1621 Gan Shi-sai died, and was succeeded by Ching +Chi-lung, a famous character, and the father of Koxinga.”</span> +(<span class="bibl" lang="en">J. W. Davidson, The Island of Formosa +(1903) bl. 8</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7316src" id="xd0e7316">33</a></span> “sijn genoegen van +d’onsen over sijne gepretendeerde diensten seer cleijn was” +(Miss. Firando 17 Nov. 1625).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7319src" id="xd0e7319">34</a></span> Miss. Firando 26 Oct. +1625.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7322src" id="xd0e7322">35</a></span> Miss. Firando 17 Nov. +1625.—<span class="bibl" lang="en">Letters written by the English +Residents in Japan 1611–1623, bl. 271</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7332src" id="xd0e7332">36</a></span> In berichten uit Formosa van +dien tijd, komt meer voor dat “zoon” en +“schoonzoon” worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens +de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der +Chineezen te Batavia (1636–1645).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7461src" id="xd0e7461">37</a></span> Hoe Martinus M. van Bantam +naar China is gekomen, is ons niet gebleken. Journaal Hamel.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7571src" id="xd0e7571">38</a></span> Hollantze Mercurius XV +(1665). Zie ook N<sup>os</sup> 8827, 8937 en 9200–9208 van de +Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.</p> +</div> +</div> + +<div id="bibl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">BIBLIOGRAPHIE.</h2> + +<p>Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers +in ’t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes +Stichter te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.</p> + +<p>Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, +die alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van +Corea; daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de +beschrijving zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken +hebben het jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog +niet in het land teruggekomen was.</p> + +<p>Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen, +en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.</p> + +<p>Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het +werk van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche +uitgaven van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche +verzamelwerken, waarin het reisverhaal is opgenomen.</p> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.</h3> + +<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van +’t Jacht de Sperwer/ van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in +’t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe ’t selve Jacht +door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant/ ende van 64. +personen/ maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden +zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer +het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert/ by haer genaemt +Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 dagen in slaver-//nye onder +de Wilden hebben gezworven/ zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer +gestorven/ waer van 8 Per-//sonen in ’t Jaer 1666. met een kleyn +Vaertuych // zijn ontkomen / <span class="pagenum">[<a id="pb140" href= +"#pb140">140</a>]</span>latende daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn +in ’t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. // Alles +beschreven door de Boeckhouder van ’t voornoemde // Jacht de +Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // [Schip in houtsn.] +// Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB VAN VELSEN / in de Kalverstraet / +// aen de Ossesluys / Anno 1668.</p> + +<p>8 bladen, sign. A2–A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en +Romeinsche letter.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de “Namen van de acht +Maets die van ’t Eylandt Coeree af gekomen zijn.” en de +“Namen van de acht Maets die daer noch zijn.” Daaronder +begint het Journael, dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De +eerste bladzijde bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel +Gothisch, en zoo verder afwisselend; het laatste stuk is met heel +kleine Romeinsche letter gedrukt.</p> + +<p>De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.</p> + +<p>Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te +’s-Gravenhage.</p> + +<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van +’t Jacht de Sperwer / van Batavia ghedestineert na Tayowan / in +’t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe ’t selve Jacht +door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant / ende van 64. +personen / maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden +zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer +het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert / by haer genaemt +Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in slaver- // nye onder +de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer +gestorven / waer van 8 Per- // sonen in ’t Jaer 1666. met een +kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende daer noch 8. Maets // sitten +/ ende zijn in ’t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. // +Alles beschreven door de Boeckhouder van ’t voornoemde // Jacht +de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van Gorcum. // [Schip in +houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van [Velsen / in de +Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]</p> + +<p>8 bladen, sign. A2–A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en +Romeinsche letter.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de “Namen van de acht +Maets die van ’t Eylandt Coereé af gekomen zijn.” en +“De Namen van de Maets die noch daer zijn.” Daaronder +begint—in Gothische letter—het Journael, dat ook de +volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den hiervoor +beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische letter; verder +komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met heel kleine +Romeinsche letter gedrukt.</p> + +<p>De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.</p> + +<p>Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den +titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de +keerzijde verlies geleden hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb141" +href="#pb141">141</a>]</span></p> + +<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van ’t +Jacht de Sperwer/ van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in ’t +Jaar 1653. en van daar op Japan; hoe ’t selve // Jacht door storm +op ’t Quelpaarts Eylant is ghestrant/ ende van 64. personen / +maar 36. // behouden aan ’t voornoemde Eylant by de Wilden zijn +gelant: Hoe de selve Maats door // de Wilden daar van daan naar +’t Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ by haar ghenaamt // +Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ in slavernije onder de +Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die tijt tot op 16. na aldaar +gestorven/ waer van 8. Persoonen in // ’t Jaar 1666. met een +kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch acht // Maats sitten/ +ende zijn in ’t Jaar 1668. in ’t Vaderlandt gearriveert. // +Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ Provin-//tien/ Steden +ende Forten/ leggende in ’t Coninghrijck Coeree: Hare Rechten/ +Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: Alles +beschreven door de Boeck-//houder van ’t voornoemde Jacht de +Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met +verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] // Tot +Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: Op de Hoeck +// van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.</p> + +<p>16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A–D, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en +spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van +Velsen). Het journaal vult blz. 3–20. In den tekst 7 tamelijk +grove houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), +strafoefening (blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), +gehoor bij den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een +scheepje (blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. +20). Na het Journael volgt een nieuwe titel:</p> + +<p>Beschryvinge // Van ’t Koninghrijck // Coeree, // Met alle +hare Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als // +inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno +M.DC.LXVIIJ.</p> + +<p>Op devolgende bladzijden (2–12) de tekst, met +Ornamenthoutsnede aan het slot.</p> + +<p>Exemplaren in de <span class="abbr" title="Koninklijke Bibliotheek"> +<abbr title="Koninklijke Bibliotheek">Kon. Bibl.</abbr></span> te +’s-Gravenhage, in de <span class="abbr" title= +"Universiteits-bibliotheek"><abbr title="Universiteits-bibliotheek"> +Univ.-bibl.</abbr></span> te Leiden en te Amsterdam, en in de +verzameling-Mensing te Amsterdam.</p> + +<p>Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian +Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen +en van de beschrijving van Corea in <i>Eigen Haard</i> (blz. 629, 646) +o.d.t.: <i>Dertien jaar gevangen in Korea</i>, met facs. van den titel +en 6 van de prenten, en in <i>Het Nieuws van den dag</i> (1 en 9 Oct.) +o.d.t. <i>.Hollanders in Korea</i>, ondert. <i> +Toeridjéné.</i></p> + +<p lang="nl-1600">’t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige +Reyse van ’t Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na +Tyowan en Fer-// <span class="pagenum">[<a id="pb142" href= +"#pb142">142</a>]</span>mosa/ in ’t Jaer 1653. en van daer na +Japan/ daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // +Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer op Quelpaerts +Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ daer van 36. aen Lant zijn +geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den Gouverneur van ’t +Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van Coree dede voeren/ +alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny moeten blij-//ven/ +waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer van acht persoonen in +’t Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn ’t ontkomen/ +achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in ’t +Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip in +houtsn.] // t’ Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen.</p> + +<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A–E, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter, 2 kolommen.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door +van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van +Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen +door het woord d’Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:</p> + +<div class="poem" lang="nl-1600"> +<p class="line">Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te +lesen,</p> + +<p class="line">Kond’ hier op u gemack, en in u Huys wel +wesen,</p> + +<p class="line">En sien wat perijckelen dees Maets zijn over +g’komen,</p> + +<p class="line">Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns’ +genomen,</p> + +<p class="line" style="text-indent: 2em; ">In een woest Heydens landt; +in ’t kort men u beschrijft</p> + +<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Den handel van het volck, +d’Negotie die men drijft.</p> + +<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Hier nae een Beter.</p> +</div> + +<p>Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele +regels wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor +Batavia (1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het +handschrift-journael en in de andere uitgaven, het vertrek van Batavia +(18 Juni) en de verdere reis. In de redactie zijn over’t geheel +slechts kleine verschillen met het handschrift en met de andere +drukken. De beschrijving van Corea staat hier op hare plaats midden in +het journaal, evenals in het handschrift (pag. 18–33). Op den +kant zijn jaartallen en korte inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. +30–31, in de opsomming van de dieren, is eene beschrijving +ingevoegd, met twee groote prenten van de olifanten die in Indië +zijn en van de crocodillen of kaymans die “hier te lande” +veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, dat dit is +eene “Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens”. Het +journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst in +Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht van +het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den +tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van de +behandiging van het journaal aan “den Generael”, van de +afreis en de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide +naamlijstjes volgen.</p> + +<p>In den tekst 6 prenten—5 gravures en een houtsnede—uit +den voorraad van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in +de reis van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet +gewapenden, een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een +versterkte plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst +gebracht; op pag. 22 “Straffe der Hoereerders” uit de 2e +reis van Van Neck; in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in +houtsnee, door Saagman <span class="pagenum">[<a id="pb143" href= +"#pb143">143</a>]</span>reeds in zijn uitgaaf van Linschoten’s +Itinerario gebruikt, en op p. 31 een groote gravure, een landschap met +krokodillen en casuarissen voorstellende.</p> + +<p>Exemplaren in de Kon. Bibl. te ’s-Gravenhage en in de +verzameling-Koch te Rotterdam.</p> + +<p lang="nl-1600">JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van ’t +Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / +in ’t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was +REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door +storm en onweer ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen +sijn: Mitsgaders // wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en +eyndelijck hoe // noch eenighe van haer in ’t Vaderlandt zijn +aengeko- // men Anno 1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 +schepen] // t’ Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen.</p> + +<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A–E, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter, 2 kolommen.</p> + +<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in “’t +Oprechte Journael”. Ook de tekst komt doorgaans, behoudens +onbeduidende spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een +andere gravure geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling +op p. 30/31 is veranderd. De groote krokodillenprent is door een +kleinere afbeelding van een “Krockedil” vervangen, de +kantteekening die de bladvulling als zoodanig aanwees, is weggelaten, +en ook van de olifanten wordt gezegd, dat ze “hier” zijn. +De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger gemaakt om de ruimte te +vullen.</p> + +<p>Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.</p> + +<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van ’t +Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / +in ’t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was +REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe ’t Jacht +door storm en onweer op Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 +man / daer van 36 aen landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen +van den Gouverneur van ’t Eylandt / die haer als Slaven na den +Koningh van // Coree dede voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen +hebben in slaverny moeten blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na +gestorven: daer van 8 persoonen in ’t 1666. met een kleyn // +Vaertuygh t’ ontkomen zijn / achterlatende noch 8 van haer Maets: +En hoe sy in ’t // Vaderlandt zijn aen-gekomen / Anno 1668. in de +Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // t’ Amsterdam, // By +GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van +de Zee-Journalen en Landt-Reysen.</p> + +<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A–E, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter, 2 kolommen. <span class="pagenum">[<a id="pb144" +href="#pb144">144</a>]</span></p> + +<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere +uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde voor +bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op p. 22 is de +prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor de afgoden +sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, ontleend aan +de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie <span class="bibl"> +Werken <span class="abbr" title="Linschoten-Vereeniging"><abbr title= +"Linschoten-Vereeniging">Linsch.-vereen.</abbr></span> VII, blz, +124</span>); de geheele bladvulling met de beide prenten (olifant en +krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor is op p. 30–32 (4 +kolommen) ingevoegd eene “Beschrijvinghe van des Konings +Gastmael” uit de “Javaense Reyse gedaen van Batavia over +Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare +1656”, uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den +Sousouhounan, Grootmachtighste Koninck van’t Eyland Java is +zonder eenige aanwijzing naar Corea overgebracht.</p> + +<p>Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te +Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- en +volkenk, van Ned. Indie te Delft.</p> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.</h3> + +<p lang="nl-1600">Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappy in ’t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van +Japan. Door ARNOLDUS MONTANUS. t’ Amsterdam By JACOB MEURS +1669.</p> + +<p>In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. +429–436 een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel +ontleend, beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst +der geredde mannen op “Disma”.</p> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.</h3> + +<p lang="fr">RELATION // du // naufrage // d’un vaisseau +holandois, // Sur la Coste de l’ Isle de Quel-//paerts: Avec la +Description // du Royaume de Corée: // traduite du Flamand, // +Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, // Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // +dans la Salle des Merciers, au coin // de la Gallerie des prisonniers, +a la // Palme & aux Armes d’ Holande. // M.DC.LXX. // Avec +privilege du Roy.</p> + +<p>Ook met ander uitgevers-adres:</p> + +<p lang="fr">RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS +BlLLAlNE, au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à +la Palme, & au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du +Roy.</p> + +<p>4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165 +genumm. bladzijden (sign. A–O), 12<sup>o</sup>, Rom. letter.</p> + +<p>De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van +Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, en +eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee +naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal +geplaatst (p. 101–165), evenals bij Stichter; de olifanten worden +echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman (p. +107–108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.</p> + +<p>Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te +Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te ’s-Gravenhage. <span +class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145">145</a>]</span></p> + +<p>Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages +au Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote +18<sup>e</sup>-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar +weer vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.</p> + +<p lang="de">Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen +Königreiche/ // Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch +vielen andern/ im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen +Anmerkungen/ und schönen // Kupferblättern,’ // von // +CHRISTOPH ARNOLD/ // vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch +beygefüget // JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // +Ost-Indianische Reise: // Welche er im Jahre 1644 löblich +angenommen/ und im // Jahre 1653 glücklich vollendet. // Samt +einem nothwendigen Register. // Mit Röm. Käys. Majest. +Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und JOH. FRIEDERICH +ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.</p> + +<p>Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene +gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het boek +opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich Siam. +J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: P. +TROSCHEL sculp.</p> + +<p>24 + 1148 + 36 bladzijden, 8<sup>o</sup>, Hoogduitsche letter, +kopergravures. Op bladz. 811 de titel:</p> + +<p lang="de">JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles +dasjenige/ was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von +Batavien aus/ // nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // +reisfertig/ durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk +darauf/ so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und +nach begeben/ ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // +HEINRICH HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // +Schiff/ Sperber genant. // Aus dem Niederländischen +verteutschet.</p> + +<p>Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche +uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het +journaal (p. 814–882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, +zonder de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan +Montanus ontleend. Op p. 883–900 volgt Martin Martins Bericht von +der Halbinsel Korea ... Verteuscht.</p> + +<p>Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.</p> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN +REIZEN.</h3> + +<p>(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)</p> + +<p lang="en">A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John +Churchill 1704. f<sup>o</sup>. <span class="pagenum">[<a id="pb146" +href="#pb146">146</a>]</span> In vol. IV, p. 607–632; en ook in +de latere uitgaven 1732, 1744/45 (IV p. 719–742), 1752:</p> + +<p lang="en">An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast +of the Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom +of Corea. Translated out of French.</p> + +<p>Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties, +herdrukt in:</p> + +<p lang="en">Corea, without and within. By William Elliot Griffis. +Philadelphia 1884.—Second ed. ibid. 1885.</p> + +<p>Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the +Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met “foreword” +onderteekend door den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, +waarin twijfel wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder +titelblad uit de collectie Churchill was of uit een der hierna +beschrevene.</p> + +<p lang="en"><span lang="la">Navigantium atque Itinerantium +Bibliotheca</span>: or, a compleat collection of voyages and travels. +By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 f<sup>o</sup>. (2 kol.).</p> + +<p>In de Appendix op p. 37–40:</p> + +<p lang="en">An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the +Coast of the Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of +Corea in the East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who +got ashore upon that Isle; and of the Escape of 8 of ’em to +Japan, and thence to Holland. First publish’d in that Country by +the Clerk of the Ship, who was one of them that escap’d: since +Translated and Abridg’d.</p> + +<p>Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia +naar Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. +Daarop volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder +de olifanten en krokodillen.</p> + +<p lang="fr">Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN +FRÉD. BERNARD 1715; nouv. éd. 1732. 8<sup>o</sup>.</p> + +<p>In deel IV (p. 243–347 in de uitg. van 1782):</p> + +<p lang="fr">Relation du naufrage d’un vaisseau Hollandois, sur +la côte de l’Isle de Quelpaerts: avec la description du +Royaume de Corée.</p> + +<p>Herdruk van de vertaling van Minutoli.</p> + +<p lang="en">A new and general collection of voyages and travels, +consisting of the most esteemed relations which have been published in +any language. By Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745–47. +4<sup>o</sup>.</p> + +<p>In vol. IV p. 239–347 het reisverhaal van Hamel, met de +beschrijving van Corea, naar de collection van Churchill.</p> + +<p lang="fr">Histoire génerale des voyages, ou nouvelle +collection de toutes les <span class="pagenum">[<a id="pb147" href= +"#pb147">147</a>]</span>relations de voyages qui ont été +publiées jusqu’à présent, par +l’abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de +Surgy) 20 vol. Paris 1746–89. 40.</p> + +<p>De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er +bestaat ook een uitg. in 12<sup>o</sup> in 80 deelen. Van 1747–80 +verscheen een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4<sup>o</sup>, deels +rechtstreeks naar Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, +deels naar de Parijsche uitgaaf.</p> + +<p>In vol. VIII (1749) p. 412–429:</p> + +<p lang="fr">Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec +une relation du Pays et de leur naufrage dans l’Isle de +Quelpaert.</p> + +<p>Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. ’s Gravenhage, +by Pieter de Hondt. 1747–1767. 4<sup>o</sup>.</p> + +<p>Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X +(1750) p. 18–48:</p> + +<p>Schipbreuk van eenige Hollanders, op ’t Eiland Quelpaert, in +Koréa, en hun Berigt van de Landstreek.</p> + +<p lang="de">Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 +Bde. Leipzig, bey Arkstee und Merkus 1748–1774. +4<sup>o</sup>.</p> + +<p>Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI +(1750) p. 573–608:</p> + +<p lang="de">Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer +Nachricht von dem Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel +Quelpaert. Durch HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen +übersetzt.</p> + +<p lang="en">A general collection of the best and most interesting +voyages and travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London +1808–1814. 4<sup>o</sup>.</p> + +<p>In vol. VII p. 517:</p> + +<p lang="en">Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the +country, and their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY +HAMEL. Translated from the French. <span class="pagenum">[<a id="pb149" +href="#pb149">149</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div id="lit" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">GERAADPLEEGDE LITERATUUR.<a class="noteref" id= +"xd0e7899src" href="#xd0e7899">1</a></h2> + +<p>BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde +Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.</p> + +<p lang="en">BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. +Semarang, during the years 1843–46. London, 1848.</p> + +<p lang="fr">BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. +Paris, 1851.</p> + +<p lang="en">CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney +(Journal North China Branch R.A.S. XXIII, 1888).</p> + +<p lang="fr">CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. +Paris, 1894.</p> + +<p lang="en">CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.</p> + +<p>COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in Indië. +Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I–II. ’s-Gravenhage, +1919–20.</p> + +<p lang="en">COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in +Korea (Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).</p> + +<p lang="en">COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., +1917.</p> + +<p lang="fr">COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. +Introduction. Paris, 1894.</p> + +<p>DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia—’s Hage, +1887–1918.</p> + +<p lang="fr">DALLET (Ch.). Histoire de l’Eglise de Corée +précédée d’une Introduction sur +l’histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes +coréennes. Paris, 1874.</p> + +<p>DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische Compagnie. +(Handschrift Kol. Archief).</p> + +<p lang="en">DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history +etc. II. London, 1894.</p> + +<p lang="en">DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. +History, people, resources and commercial prospects. London etc., +1903.</p> + +<p lang="en">DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English +factory in <span class="pagenum">[<a id="pb150" href= +"#pb150">150</a>]</span>Japan 1615–1622. Edited by E.M. Thompson. +London, 1883.</p> + +<p lang="fr">DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires +de Corée. Yokohama, 1880.</p> + +<p>DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.</p> + +<p lang="fr">DU HALDE (J.B.) Description géographique, +historique, chronologique ... etc. de l’ Empire de la Chine et de +la Tartarie Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736.</p> + +<p>DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over +onze vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.</p> + +<p>ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917.</p> + +<p lang="en">GALE (J.S.). The influence of China upon Korea +(Transactions Korea Branch R. A. S. I, 1900).</p> + +<p lang="en">——The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).</p> + +<p lang="en">GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China +Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895).</p> + +<p>GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d’Oost Indise Spiegel, enz. +Hoorn, 1701.</p> + +<p lang="en">GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. +London,1905.</p> + +<p lang="en">——Corea without and within. Second +édition. Philadelphia, 1885.</p> + +<p>GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen Kon. +Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).</p> + +<p>GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op +Corea en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.</p> + +<p>HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het +Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910–12.</p> + +<p>——Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer +(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).</p> + +<p lang="fr">HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés +sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.</p> + +<p lang="en">HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words +and phrases, by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, +1903.</p> + +<p>HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik +Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).</p> + +<p>HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen +enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.</p> + +<p lang="fr">HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois +contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e +Ser. XIV, 1879).</p> + +<p lang="en">HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea +Branch R.A.S. I, 1900).</p> + +<p>HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr.Kon. +Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). <span class="pagenum">[<a +id="pb151" href="#pb151">151</a>]</span></p> + +<p lang="en">ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea +Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p> + +<p>JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche +zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.</p> + +<p>JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in +<span class="corr" id="xd0e7989" title="Bron: Oost-Indie"> +Oost-Indië</span>. Dl. III. ’s-Gravenhage—Amsterdam, +1865.</p> + +<p>KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... +van het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem, +1831.</p> + +<p>KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. +’s-Gravenhage—Amsterdam, 1729.</p> + +<p lang="fr">LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, +publié par M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.</p> + +<p lang="en">LETTERS written by the English Residents in Japan +1611–1613 etc., edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, +1900.</p> + +<p>LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op +Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).</p> + +<p>LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer Oost +ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door) +Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten enz. +Amsterdam, 1595.</p> + +<p lang="en">LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell +(Transactions Japan Society of London, XIII, 2, 1914–15).</p> + +<p lang="en">MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. +(London—Hongkong, 1867.</p> + +<p lang="en">MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII +centuries. Edited by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William +Adams 1611–1617). London, 1850.</p> + +<p lang="en">MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, +1902.</p> + +<p>MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.</p> + +<p>MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr. +Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).</p> + +<p>MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.</p> + +<p lang="de">NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen +Ost-Indischen Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, +1897.</p> + +<p lang="de">——Die älteste abendländische +Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, +1915.</p> + +<p lang="en">NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, +1841).</p> + +<p lang="en">PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of +Japan. Tokyo, (1909).</p> + +<p lang="en">PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. +Second edition. London, 1917. <span class="pagenum">[<a id="pb152" +href="#pb152">152</a>]</span></p> + +<p lang="en">PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.</p> + +<p lang="en">——Corea. (China Review. XIV, XVI).</p> + +<p lang="en">——The Manchu relations with Corea. +(Transactions Asiatic Society of Japan. XV, 1887).</p> + +<p lang="en">PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493–1898. Edited and +annotated by Emma H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. +Cleveland, 1905–1906.</p> + +<p>PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602–1811, door Mr. J.A. +van der Chijs. Batavia—’s Hage, 1885–1900.</p> + +<p lang="en">REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic +Society of Japan. VI, 3, 1878).</p> + +<p lang="de">RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band +III. Berlin, 1834.</p> + +<p lang="en">ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with +description of manners, etc. Paisley, (1880).</p> + +<p lang="en">——The Manchus, or the reigning dynasty of +China: their rise and progress. London, 1891.</p> + +<p lang="en">SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal +China Branch R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893–94.).</p> + +<p lang="de">SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im +Seegebiete von Japan. Leyden, 1852.</p> + +<p lang="de">——Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. +Leiden, 1832–52.</p> + +<p>SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie +Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.</p> + +<p lang="en">TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens +Land and New Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.</p> + +<p lang="de">TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie +der japanischen Inseln. Budapest—Leipzig, 1909.</p> + +<p lang="fr">TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les +journaux des navigateurs néerlandais, etc. Amsterdam, 1867.</p> + +<p>——Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. +Amsterdam, 1884.</p> + +<p>VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. +V, 2. Dordrecht—Amsterdam, 1726.</p> + +<p>’T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. +Amsterdam, 1675.</p> + +<p lang="en">VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited +... by E.M. Satow, London, 1900.</p> + +<p lang="en">WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the +geography, government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New +York, 1899. <span class="pagenum">[<a id="pb153" href= +"#pb153">153</a>]</span></p> + +<p>WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam, +1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.</p> + +<p lang="en">YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the +Japanese invasion of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea +Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p> + +<p>IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen +Kon. Inst. dl. 73, 1917).</p> + +<p>ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen +van Arkel. Gorinchem, 1755.</p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7899src" id="xd0e7899">1</a></span> Zie voor de geraadpleegde +vertalingen van Hamel’s Journaal, de <a href="#bibl"> +Bibliographie</a>.</p> +</div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div id="map" class="figure"><a href="images/maph.jpg"><img border="0" +src="images/map.jpg" alt= +"Kaart van China, Formosa, Korea en Japan, met daarop weergegeven de tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en 1666." + width="616" height="720"></a> +<p class="figureHead">Tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en +1666.</p> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb157" href= +"#pb157">157</a>]</span></p> +</div> + +<div id="index" class="div1 index"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">BLADWIJZER</h2> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">A.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Achterkercke</span> (Schip), <a href= +"#pb121">121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ackersloot</span> (Schip), <a href= +"#pb105">105</a>, <a href="#pb109">109</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Adams</span> (William), <a href="#pbxviii"> +XVIII</a>, <a href="#pbliii">LIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Afgoden</span> der Koreanen, <a href= +"#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ai-chiu</span>, <a href="#pb53"> +53</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Akers</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Alphen</span> (Schip), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Aluin</span>, <a href="#pb47">47</a>, <a +href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Amboina</span> (Schip), <a href="#pb105"> +105</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Amerongen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Annam</span>, <a href="#pbxxxi"> +XXXI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Anville</span> (d’), <a href= +"#pbxlii">XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Arentsen</span> (Cornelis), <a href= +"#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Arentszen</span> (Claes), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Atjehers</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Auckland</span> (Mount), <a href="#pb19"> +19</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">B.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Bagijnen</span> kloosters, <a href="#pb41"> +41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bakkam</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Barbarot</span>, <a href="#pb13">13</a>, <a +href="#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Begraafplaatsen</span> Koreanen, <a href= +"#pb46">46</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Benjoesen</span>, <a href="#pb14">14</a>, +<a href="#pb88">88</a>, <a href="#pb108">108</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bescharen</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb41">41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Birma</span>, xxxi.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blaeu</span> (Johannes), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>, <a href="#pbl">L</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bleijswijck</span> (Schip), <a href= +"#pb96">96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blick Vieren</span> (Verklaring van), <a +href="#pb62">62</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Bartholomeus), <a +href="#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Hendrik), <a href= +"#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boekdrukkunst</span> bij de Koreanen, <a +href="#pb51">51</a>, <a href="#pb58">58</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boekhouder</span> (Werkkring van een), <a +href="#pb8">8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boesquet</span> (Sander), <a href= +"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, +<a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bommel</span> (Schip), <a href="#pb96"> +96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bongcoijs, Bonjosen</span>, zie +Benjoesen.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boon</span> (Capiteijn), <a href="#pb110"> +110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boor</span> (M.G.), <a href="#pb132"> +132</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bort</span> (Commandeur), <a href= +"#pbxlviii">XLVIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bos</span> (Hendrick Janse), <a href= +"#pb25">25</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bot vieren</span>, <a href="#pb4"> +4</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boucheren</span>, <a href="#pb63"> +63</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boijcko</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Brack</span> (Schip), <a href="#pbxliii"> +XLIII</a>–XLIV, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>–L, <a href= +"#pb104">104</a>–112.</li> + +<li><span class="smallcaps">Brouwer</span> (H.), <a href="#pbxlv"> +XLV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buffelhoorns</span>, <a href="#pb47"> +47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Burch</span> (Van den), <a href="#pbxlvii"> +XLVII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buren</span> (Schip), <a href="#pb96"> +96</a>, <a href="#pb103">103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buskruit</span>, <a href="#pb58"> +58</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buyenskerke</span> (Schip), <a href= +"#pbxvii">XVII</a>,89.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buytenhem</span> (H. Van), <a href="#pb22"> +22</a>.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pb158" href= +"#pb158">158</a>]</span></div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">C.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (Cornelis), <a href= +"#pbviii">VIII</a>–IX, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb3"> +3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb121">121</a>–123.</li> + +<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (M.), <a href="#pb121"> +121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Calf</span> (Schip), <a href="#pbxlix"> +XLIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Caliatourshout</span>, <a href="#pb92"> +92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Campen</span> (Schip), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>, <a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb100">100</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Camphuys</span> (J.), <a href="#pbxx"> +XX</a>, <a href="#pb93">93</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Camps</span> (L.), <a href="#pbxxxviii"> +XXXVIII</a>, <a href="#pb113">113</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Canje water</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cangue</span>, <a href="#pb17">17</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Capitein China</span>, <a href="#pb123"> +123</a>, <a href="#pb125">125</a>–126.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cappelle</span> (Schip), <a href="#pb107"> +107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Caron</span> (Fr.), <a href="#pbxi">XI</a>, +<a href="#pbxlvi">XLVI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Castricum</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Catel</span>, <a href="#pb42">42</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cattenburgh</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chausien</span>, <a href="#pbxxxvi"> +XXXVI</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chentio</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chesu</span>, <a href="#pb66"> +66</a>–67.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chi-Chou</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chiaccam</span>, <a href="#pbiv"> +IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chiap</span>, <a href="#pb23">23</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">China</span>, <a href="#pbvi">VI</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chineezen</span>, <a href="#pb124"> +124</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ching Chi-lung</span>, <a href="#pb124"> +124</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chioor</span>, <a href="#pb114"> +114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chulla Do</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chunggoong</span>, zie Koksinga.</li> + +<li><span class="smallcaps">Claesz</span> (Jan), <a href="#pbxxi"> +XXI</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cleen Heusden</span> (Schip), <a href= +"#pb101">101</a>–102.</li> + +<li><span class="smallcaps">Clercq</span>, zie Klerck.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cochin</span>, zie Koksinga.</li> + +<li><span class="smallcaps">Coen</span> (J. Psz.), <a href="#pb112"> +112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Congtio</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Constantia</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cool</span> (Poulus Janse), <a href= +"#pb19">19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Corea</span> (Schip), <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cornelisse</span> (Hendrik), <a href= +"#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Couckebacker</span>, <a href="#pbxxxv"> +XXXV</a>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>, <a href="#pbxliv">XLIV</a>, +<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Coxinga</span>, zie Koksinga.</li> + +<li><span class="smallcaps">Coijett</span>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, +<a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cunaeus</span> (J.), <a href="#pbviii"> +VIII</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">D.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Decima</span>, <a href="#pbx">X</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Denijsz</span> (Govert), <a href="#pb16"> +16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href= +"#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Diemen</span> (Gouv. Gen. Van), <a href= +"#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Dircksz</span> (Cornelis), <a href="#pb60"> +60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href= +"#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Dittis</span> (Andrea), <a href="#pb123"> +123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Do</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Doodstraf</span> op Korea, <a href="#pb37"> +37</a>–38.</li> + +<li><span class="smallcaps">Dordrecht</span> (Schip), <a href="#pbxiv"> +XIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Duijtsiang</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">E.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Egbertsen</span> (Reijnier), <a href= +"#pbix">IX</a>, <a href="#pb6">6</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Eibokken</span> (Mattheus), <a href= +"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a +href="#pb13">13</a>, <a href="#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a +href="#pb46">46</a>–50, <a href="#pb55">55</a>, <a href="#pb57"> +57</a>, <a href="#pb59">59</a>–60, <a href="#pb73">73</a>, <a +href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Elantshuijden</span>, <a href="#pb98"> +98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Elseracq</span> (J. van), <a href="#pbxii"> +XII</a>, <a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a +href="#pb104">104</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb129"> +129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Emck</span> Wzn. (W. F.), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Engelschen</span>, <a href="#pbxxxvi"> +XXXVI</a>, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a +href="#pb124">124</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Equan</span>, zie Iquan</li> + +<li><span class="smallcaps">Esperance</span> (Schip), <a href="#pbxii"> +XII</a>–XIII, <a href="#pb81">81</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">F.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Fannius</span>, <a href="#pb86"> +86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Fauna</span> van Korea, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Firando</span>, <a href="#pbx">X</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Foesan</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb30">30</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Formosa</span>, <a href="#pbiii">III</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Francx, Franszen</span> (Ch.), <a href= +"#pb112">112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Fungma</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>, +<a href="#pbxli">XLI</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pb159" href= +"#pb159">159</a>]</span></div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">G.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Gaan Si Tsee</span>, <a href="#pb123"> +123</a>–125.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gaelderij</span> van een schip, <a href= +"#pb4">4</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Galjoen</span> van een schip, <a href= +"#pb5">5</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gastvrijheid</span> der Koreanen, <a href= +"#pb43">43</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gecroonde Liefde</span> (Schip), <a href= +"#pb99">99</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ginseng</span>, <a href="#pb34"> +34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goa</span> (Schip), <a href="#pb96"> +96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Godsdienst</span> der Koreanen, <a href= +"#pb39">39</a>, <a href="#pb68">68</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goed arms</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb30">30</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gonnemonde</span>, <a href="#pb81"> +81</a>–81, <a href="#pb92">92</a>–93.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gorlos</span> (voor gordel?), <a href= +"#pb45">45</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goto-eilanden</span>, <a href="#pbx">X</a>, +<a href="#pbxvi">XVI</a>, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href= +"#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pb63">63</a>–64, <a href="#pb72"> +72</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a href= +"#pb83">83</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goud</span> (Goudmijnen), <a href= +"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>–XLVIII, <a +href="#pb49">49</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a +href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Govertsz</span> (Denijs), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Graaf</span> (I. de), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gravius</span> (D.), <a href="#pbvi"> +VI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Groot Hollandia</span> (Schip), <a href= +"#pb101">101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Grootenbroeck</span> (Schip), <a href= +"#pb96">96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gunjiu</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gijsbertsz</span> (Dirck), <a href="#pb13"> +13</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">H.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Haan</span> (Dr. F. de), <a href="#pbxxiv"> +XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Haas</span> (Fr. de), <a href="#pb91"> +91</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Haes</span> (Schip), <a href="#pbxlix"> +XLIX</a>, <a href="#pb118">118</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hagen</span> (J. van der), <a href= +"#pb102">102</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hai-Nam</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hakata</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Halley</span>, <a href="#pb56">56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ham-Kyeng</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Adriaan), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Dirck), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Hendrik), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>–XIV, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pbxix"> +XIX</a>–XXXII, <a href="#pbxxxiv">XXXIV</a>–XXXV, <a href= +"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbli">LI</a>–LIII, <a href="#pb22"> +22</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a href="#pb41">41</a>, <a +href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb80">80</a>, <a +href="#pb82">82</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Heyndrick), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (<span class= +"smallcaps">Joan</span>), <a href="#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Mr. Johan), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Maria), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-Ra-San</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-rivier</span>, <a href="#pb21">21</a>, +<a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-Yang</span>, <a href="#pb21"> +21</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hanchung</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Handel</span> der Koreanen, <a href= +"#pb47">47</a>–48, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb85"> +85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Handel</span> op Korea, <a href="#pbxvii"> +XVII</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a +href="#pbxxxix">XXXIX</a>–XLI, <a href="#pb69">69</a>, <a href= +"#pb90">90</a>–94, <a href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-Kang</span>, <a href="#pb21"> +21</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Happart</span> (G.), <a href="#pbvi"> +VI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Haring</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Harouse</span>, <a href="#pbxlviii"> +XLVIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Harpoenen</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hartsingh</span> (C.), <a href="#pbvii"> +VII</a>, <a href="#pb106">106</a>, <a href="#pb120">120</a>, <a href= +"#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hasewint</span> (Schip), <a href="#pbxliv"> +XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hertevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>, +<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb85">85</a>, +<a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb123">123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">’s-Hertogenbosch</span> (Schip), <a +href="#pb118">118</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Heusden</span> (Schip), <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Heijnam</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hevelius</span>, <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hirado</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hizen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hollandia</span> (Schip), <a href="#pb13"> +13</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hongersnood</span> op Korea, <a href= +"#pb31">31</a>, <a href="#pb53">53</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a +href="#pb71">71</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hollantsche Tuijn</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hond</span> (Schip), <a href="#pbxxxviii"> +XXXVIII</a>, <a href="#pb112">112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hoope</span> (Schip), <a href="#pb111"> +111</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (P. van), <a href="#pb85"> +85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (Vlek op Formosa), <a href= +"#pbv">V</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Houtman</span> (F. de), <a href="#pb112"> +112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Höwelcke</span> (J.), <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Htai-In</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb160" href= +"#pb160">160</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Huizen</span> der Koreanen, <a href= +"#pb42">42</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hung Wu</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Huwelijk</span> der Koreanen, <a href= +"#pb43">43</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">I.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Ilha de Ladrones</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>–XLII, <a href="#pbl">L</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ilha Formosa</span> (Schip), <a href= +"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>–100.</li> + +<li><span class="smallcaps">Iquan</span>, <a href="#pbvi"> +VI</a>–VII, <a href="#pb119">119</a>, <a href="#pb123"> +123</a>–129.</li> + +<li><span class="smallcaps">Itschio</span>, <a href="#pb115"> +115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Iulla Do</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Iyénobu</span> (Shogoen), <a href= +"#pbxxxv">XXXV</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">J.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (Jacob), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (W.), <a href="#pb103"> +103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Janssonius</span> (J.), <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Gerrit), <a href="#pb16"> +16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href= +"#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Hendrik), <a href="#pbxlix"> +XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a href="#pb25">25</a>, <a href= +"#pb112">112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Jan), <a href="#pb47"> +47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Japan</span>, <a href="#pbiii">III</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Japanners</span>, <a href="#pbxi">XI</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jartoux</span> (Père), <a href= +"#pb34">34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jedo</span>, <a href="#pbxii">XII</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jeenare</span>, <a href="#pb8">8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jehaen</span> (Jeham), <a href="#pb20"> +20</a>, <a href="#pb27">27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jensoen</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jihpĕn</span>, <a href="#pb8"> +8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jipamsansiang</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jonge Prins</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jourdain</span> (J.), <a href="#pb112"> +112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Juel</span> (E.), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">K.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Kam-să</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kang-wa</span>, <a href="#pb24"> +24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kanghi</span>, <a href="#pb48">48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kambodja</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kartographie</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kassies</span>, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Katoen</span>, <a href="#pb69">69</a>, <a +href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kelang</span>, <a href="#pbxlv"> +XLV</a>–XLVIII, <a href="#pb108">108</a>–110.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kelang</span> (Schip), <a href="#pb107"> +107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ketting</span> (N.), <a href="#pb102"> +102</a>–103.</li> + +<li><span class="smallcaps">Keum-Kou</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kienloong</span>, <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kiung-kei</span>, <a href="#pb21"> +21</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kivith</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>–107.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kleeding</span> der Koreanen, <a href= +"#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Klerk</span> (Benedictus), <a href= +"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pb19">19</a>, <a href="#pb33">33</a>, <a +href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb87"> +87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kloosters</span>, <a href="#pb33">33</a>, +<a href="#pb35">35</a>, <a href="#pb40">40</a>–41, <a href= +"#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kninge</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ko lee</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koe</span> (Schip), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koebeesten</span>, <a href="#pb50">50</a>, +<a href="#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koksinga</span>, <a href="#pbvi"> +VI</a>–57, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb124"> +124</a>–125, <a href="#pb127">127</a>–128.</li> + +<li><span class="smallcaps">Komeet</span>, <a href="#pb56"> +56</a>–57, <a href="#pb130">130</a>–135.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kompas</span>, <a href="#pb58">58</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koper</span>, <a href="#pb49">49</a>, <a +href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Korea</span>, <a href="#pbiii">III</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Krokodillen</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kyeng-Keui</span>, <a href="#pb20"> +20</a>–21.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">L.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Lamotius</span> (J.), <a href="#pb104"> +104</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Jacob), <a href="#pb89"> +89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Johannis), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Le Maire</span> X.</li> + +<li><span class="smallcaps">Legerorganisatie</span> enz. in Korea, <a +href="#pb34">34</a>, <a href="#pb37">37</a>, <a href="#pb68"> +68</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Leggers</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb6">6</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lens houden</span> (Verklaring van), <a +href="#pb5">5</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Leopardus</span>, <a href="#pbli"> +LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Li Chunggwei</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Li Tau</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Liefde</span> (Schip), <a href="#pb105"> +105</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Liesvelt</span> (Jan van), <a href= +"#pb107">107</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb161" href= +"#pb161">161</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Lillo</span> (Schip), <a href="#pb104"> +104</a>, <a href="#pb111">111</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Limlacco</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lindelöf</span>, <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lingen</span> (J. van), <a href="#pb104"> +104</a>, <a href="#pb107">107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Linschoten</span> (Jan Huygen van), <a +href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pbxli">XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lioe Kioe-eil.</span>, <a href="#pbxxxi"> +XXXI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lodesteijn</span>, <a href="#pb86"> +86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lood</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Loosduinen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lucesar</span> (Cornelis), <a href="#pb99"> +99</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Luipaard</span>, <a href="#pbli"> +LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lumiren</span>, <a href="#pb3">3</a>, <a +href="#pb6">6</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lijfschutten</span>, <a href="#pb22"> +22</a>, <a href="#pb67">67</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">M.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Maan</span> (Schip), <a href="#pb112"> +112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Maetsuyker</span> (J. van), <a href= +"#pbvii">VII</a>–VIII, <a href="#pb3">3</a>, <a href="#pb80"> +80</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Martini</span> (M.), <a href="#pbvii"> +VII</a>, <a href="#pb129">129</a>–130.</li> + +<li><span class="smallcaps">Mataramsche Hof</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Maurits</span> (Prins), <a href= +"#pbxxxvii">XXXVII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Meerman</span> (Schip), <a href="#pb107"> +107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Melinde</span> (Kust van), <a href= +"#pb130">130</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moese</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>, +<a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pb11">11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moggan</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>, +<a href="#pb11">11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Mok-så</span>, <a href="#pbxxii"> +XXII</a>, <a href="#pb11">11</a>, <a href="#pb18">18</a>, <a href= +"#pb41">41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Molenaar</span> (H. C.), <a href="#pb94"> +94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Molicken</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb45">45</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Montanus</span> (A.), <a href="#pbxx"> +XX</a>–XXI, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb4"> +4</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Morgenster</span> (Schip), <a href= +"#pbxlix">XLIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moukden</span>, <a href="#pb30"> +30</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moussons</span>, <a href="#pb60"> +60</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Munter</span>, <a href="#pb86">86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Muijser</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">N.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Na-Tjyou</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nachtegael</span> (Schip), <a href= +"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Naedjoo</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nagasaki</span>, <a href="#pbx">X</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nagelen</span>, <a href="#pb92"> +92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nam-Ouen</span>, <a href="#pb54"> +54</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Namman</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a +href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>, <a href="#pb73"> +73</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Namman Sangsiang</span>, <a href="#pb24"> +24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nampancoeck</span>, <a href="#pb48"> +48</a>–49.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nampancoij</span>, <a href="#pb49"> +49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Naysingh</span>, <a href="#pb54"> +54</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nepal</span>, <a href="#pbxxxi"> +XXXI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuw-Enckhuijsen</span> (Schip), <a href= +"#pb13">13</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuw Rotterdam</span> (Schip), <a href= +"#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuwe Maen</span> (Schip), <a href= +"#pb112">112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuwpoort</span> (Schip), <a href= +"#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ninzin</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nisi</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Niuche</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Noordeloos</span> (J.), <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Noten</span>, <a href="#pb92">92</a>, <a +href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nova Zembla</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nuijts</span> (P.), <a href="#pbiv">IV</a>, +<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a href="#pb103"> +103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nijenrode</span> (C.), <a href="#pb103"> +103</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">O.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Oenemondomme</span>, <a href="#pb126"> +126</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Olifanten</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oliphant</span> (Schip), <a href="#pb129"> +129</a>–130.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oonjek</span>, <a href="#pb50">50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Opgestempt</span> (Verklaring van), <a +href="#pb71">71</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oopvoeding</span> Koreaansche kinderen, <a +href="#pb44">44</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oranckaij</span> (Titel), <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Orangie</span> (Kasteel), <a href="#pbiv"> +IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Orangien</span> (Schip), <a href="#pb121"> +121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Orangienboom</span> (Schip), <a href= +"#pb106">106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Osaca</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ottono</span> (Wijkmeester), <a href= +"#pb88">88</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Outshoorn</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ouwerkerck</span> (Schip), <a href= +"#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb13">13</a>, <a href="#pb79">79</a>, +<a href="#pb84">84</a>, <a href="#pb101">101</a>–104.</li> + +<li><span class="smallcaps">Overlijden</span> (Gebruiken der Koreanen +bij), <a href="#pb45">45</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Overtwater</span> (P. Asz.), <a href= +"#pbiv">IV</a>–VI.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pb162" href= +"#pb162">162</a>]</span></div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">P.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Paarden</span>, <a href="#pb48">48</a>, <a +href="#pb50">50</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>, +<a href="#pb117">117</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Paccam</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Paik-tu</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Paik-Tou-San</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pakam</span>, <a href="#pbiv">IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Palanckijn</span>, <a href="#pb116"> +116</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Panax ginseng</span>, <a href="#pb34"> +34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pangsis</span> (Zijden doeken uit China), +<a href="#pb108">108</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Panharing</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Papen</span>, zie Priesters.</li> + +<li><span class="smallcaps">Parre</span> (Gouv. Gen. Van der), <a href= +"#pbli">LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Patiënte</span> (Schip), <a href= +"#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href= +"#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>–10.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pedro China</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Peingh</span>, <a href="#pb59">59</a>, <a +href="#pb70">70</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Peingse</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pelsaert</span> (Schip), <a href= +"#pbxxvii">XXVII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Peper</span>, <a href="#pbxxxvii"> +XXXVII</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>, <a href= +"#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Piers</span> (Jouke), <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pieterszen</span> (Jan), <a href="#pbli"> +LI</a>, <a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href= +"#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pith</span> (Laurens), <a href="#pbxlv"> +XLV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Platting</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb16">16</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Poetsioek</span>, <a href="#pb92">92</a>, +<a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Portugezen</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>, <a href="#pbx">X</a>–XI, <a href="#pbxxxv"> +XXXV</a>–XXXVI, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb82"> +82</a>, <a href="#pb96">96</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a href= +"#pb102">102</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb123">123</a>, +<a href="#pb130">130</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pouleron</span> (Schip), <a href="#pbxvi"> +XVI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Poesan</span>, zie Foesan.</li> + +<li><span class="smallcaps">Priesters</span> (Papen), <a href="#pb39"> +39</a>–42, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Provintien</span> (Vlek), <a href="#pbiv"> +IV</a>–V.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pul-tatta</span>, <a href="#pb41"> +41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Putmans</span> (H.), <a href="#pbxxxvii"> +XXXVII</a>, <a href="#pb104">104</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pyeng-Pou</span>, <a href="#pb23"> +23</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pyeng-så</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Q.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Quast</span> (Commandeur), <a href="#pbxl"> +XL</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Queda</span> (Schip), <a href="#pb101"> +101</a>–102.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quel</span> en <span class="smallcaps"> +Quelpaert</span> als scheepsnaam en –type, <a href="#pbxliii"> +XLIII</a>–XLV, <a href="#pbxlix">XLIX</a>–L, <a href= +"#pb104">104</a>–112.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelang</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelangh</span> veroverd, <a href="#pb108"> +108</a>–110.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelly</span>, <a href="#pbli">LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelpaerts-eiland</span>, <a href="#pbxvi"> +XVI</a> enz. (Naamsafleiding L).</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">R.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Rechtspleging</span> op Korea, <a href= +"#pb37">37</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Reniersz</span> (C.), <a href="#pbvii"> +VII</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Revolte</span> Chineezen Formosa, <a href= +"#pbv">V</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Reijersen</span> (Cornelis), <a href= +"#pbxxviii">XXVIII</a>–XXXIX, <a href="#pb123">123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Reyniers</span> (D.), <a href="#pbxxxix"> +XXXIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Riebeek</span> (J. van), <a href="#pb130"> +130</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Roch</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Roggevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>, +<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Rooden Leeuw met pijlen</span> (Schip), <a +href="#pbxxxvi">XXXVI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Roij</span> (N. de), <a href="#pbx">X</a>, +<a href="#pb65">65</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">S.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Saagman</span> (G. J.), <a href="#pbxxix"> +XXIX</a>, <a href="#pbxxii">XXII</a>–XXIII, <a href="#pb10"> +10</a>, <a href="#pb15">15</a>–16, <a href="#pb18">18</a>, <a +href="#pb24">24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sabroseijmondonne</span>, <a href="#pb108"> +108</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Salamander</span> (Schip), <a href= +"#pb111">111</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">San-Syang</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sanckaij</span>, <a href="#pb114"> +114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sandelhout</span>, <a href="#pb85">85</a>, +<a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sangora</span>, <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Santvoort</span> (M. van), <a href= +"#pb103">103</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sappanhout</span>, <a href="#pb47">47</a>, +<a href="#pb85">85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sares</span> (E.), <a href="#pbxxxviii"> +XXXVIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sayer</span>, zie Zaijer.</li> + +<li><span class="smallcaps">Saysingh</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a +href="#pb72">72</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Saysungh</span>, <a href="#pb73"> +73</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Saijsiun</span>, <a href="#pb71"> +71</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Scheluo</span>, <a href="#pb18"> +18</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schesuw</span>, <a href="#pb18"> +18</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schermer</span> (Schip), <a href="#pbxvi"> +XVI</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb163" href= +"#pb163">163</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Schesure</span>, <a href="#pbxxii"> +XXII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schieman</span> (Werkkring van een), <a +href="#pb8">8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schisima</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schouten</span> (J.), <a href="#pb104"> +104</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schram</span> (Wijbrant), <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schrijfkunst</span> der Koreanen, <a href= +"#pb50">50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Senggado</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Seoul</span>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>, +<a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb14">14</a>, <a href="#pb21"> +21</a>, <a href="#pb30">30</a>–32, <a href="#pb53">53</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sepang</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Setjang</span>, <a href="#pb47"> +47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Shichizaemon</span>, <a href="#pb127"> +127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Siam</span>, <a href="#pbxxxi">XXXI</a>, <a +href="#pb11">11</a>, <a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Siebold</span> (Fr. von), <a href="#pb10"> +10</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sinsabrodonne</span>, zie +Zinsabrodonne.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sior</span>, <a href="#pb21">21</a>, <a +href="#pb67">67</a>, <a href="#pb74">74</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Six</span> (D.), <a href="#pbx">X</a>, <a +href="#pbxii">XII</a>, <a href="#pbxv">XV</a>, <a href="#pb80">80</a>, +<a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb91">91</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Slaven</span>, <a href="#pb34"> +34</a>–35, <a href="#pb38">38</a>, <a href="#pb40">40</a>. +45</li> + +<li><span class="smallcaps">Sloten</span> (Schip), <a href="#pb101"> +101</a>–102, <a href="#pb126">126</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sluijs</span> (Schip), <a href="#pbviii"> +VIII</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Smeecoolen</span>, <a href="#pb110"> +110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Smidt</span> (P.), <a href="#pbvii"> +VII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Smient</span> (Schip), <a href="#pbix"> +IX</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb98"> +98</a>–100.</li> + +<li><span class="smallcaps">Snoucq</span> (D.), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">So daimyo</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Solemne</span> (Sara de), <a href="#pbvii"> +VII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sonck</span> (M.), <a href="#pbiii"> +III</a>–IV, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Song do</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spanjaarden</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>, <a href="#pbxlv">XLV</a>–XLVIII, <a href="#pb108"> +108</a>–110.</li> + +<li><span class="smallcaps">Specx</span> (J.), <a href="#pbxxxvi"> +XXXVI</a>–XXXVII, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb113"> +113</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Speelman</span> (C.), <a href="#pbix"> +IX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spelt</span> (Jan Janse), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a href= +"#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sperwer</span> (Schip), <a href="#pbiii"> +III</a>, enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spiegel</span> (van een schip), <a href= +"#pb5">5</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spitsbergen</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spraak</span> der Koreanen, <a href= +"#pb50">50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spreeuw</span> (Schip), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>–XIV, <a href="#pbxix">XIX</a>–XX, <a href="#pb74"> +74</a>, <a href="#pb83">83</a>–84.</li> + +<li><span class="smallcaps">Staartster</span>, zie Komeet.</li> + +<li><span class="smallcaps">Steenbocx vellen</span>, <a href="#pb98"> +98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Stichter</span> (J.), <a href="#pbxxii"> +XXII</a>–XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15"> +15</a>–16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Stieren</span>, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Suiker</span>, <a href="#pb66">66</a>, <a +href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Suissima</span>, zie Tsushima.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sunischien</span>, <a href="#pb54">54</a>, +<a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>–72.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sutphen</span> (Schip), <a href="#pb105"> +105</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Swaen</span> (Schip), <a href="#pb111"> +111</a>, <a href="#pb113">113</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Syong-to</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Syong Htyen</span>, <a href="#pb54"> +54</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">T.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Tabak</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tacca Sanga</span> (Formosa), <a href= +"#pb123">123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tadjang</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tai-Ma-To</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tai-Tjyeng</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Taifoen</span>, <a href="#pb96"> +96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Takasago</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tan Lo</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tansuij</span>, zie Kelang.</li> + +<li><span class="smallcaps">Taijoan</span>, <a href="#pbiii">III</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tchae-Tchiou</span>, <a href="#pbxix"> +XIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tchyeng-Am</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tempels</span>, <a href="#pb40"> +40</a>–41, <a href="#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Teijn</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Thella Penig</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Thiellado</span>, <a href="#pb20">20</a>, +<a href="#pb54">54</a>, <a href="#pb67">67</a>, <a href="#pb70"> +70</a>–71.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tholen</span> (Schip), <a href="#pb121"> +121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Thijssz</span>, <a href="#pb86"> +86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tieckese</span> (Titel), <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiele</span> (P. A.), <a href="#pbxxvii"> +XXVII</a>–XXVIII</li> + +<li><span class="smallcaps">Tin</span>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>, +<a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiocen Cock</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiongop</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiongsiangdo</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tjyen-Tjyou</span>, l8, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra</span>, <a href="#pb19"> +19</a>–2O, <a href="#pb27">27</a>, <a href="#pb54">54</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra-To</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tong-Pok</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Traudenius</span> (P.), <a href="#pbxlvi"> +XLVI</a>–XLVIII.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tribuut</span>, <a href="#pbxxxiv"> +XXXIV</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb34">34</a>, <a href="#pb48">48</a>, <a +href="#pb51">51</a>, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a +href="#pb85">85</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb164" href= +"#pb164">164</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Trollope</span> (M. N.), <a href= +"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxiii">XXIII</a>, <a href="#pbxxx"> +XXX</a>, <a href="#pbxxxii">XXXII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Trouw</span> (Schip), <a href="#pbix"> +IX</a>, <a href="#pb98">98</a>–100.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tschyoung-Tchyeng-To</span>, <a href= +"#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tsee-Tsioe</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tsiang-kün</span>, <a href="#pbxxxiv"> +XXXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tsushima</span>, <a href="#pbxv"> +XV</a>–XVI, <a href="#pbxxxiii">XXXIII</a>, <a href="#pbxxxv"> +XXXV</a>–XXXVII, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>. 115.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tuffon</span>, <a href="#pb96">96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tumen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tycoon</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tijger</span> (Schip), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tijgers</span>, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tijgervellen</span>, <a href="#pb49"> +49</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tymatte</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">U.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Uldriksen</span> (Anthonij), <a href= +"#pb73">73</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">V.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Vaartuigen</span> der Koreanen, <a href= +"#pb55">55</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Velsen</span> (J. van), <a href="#pbxxii"> +XXII</a>–XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15"> +15</a>–16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verbaest</span> (Jan Pieterse), <a href= +"#pb13">13</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verburgh</span> (N.), <a href="#pbiii"> +III</a>, <a href="#pbv">V</a>–VI, <a href="#pbviii">VIII</a>, <a +href="#pb3">3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a +href="#pb118">118</a>–120, <a href="#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Hendrik), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Margaretha), <a href= +"#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Visscher</span> (Schip), <a href="#pbxliv"> +XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Visser</span> (Frans), <a href="#pb97"> +97</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vlaerdingen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>, <a href="#pb132"> +132</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vlamingh</span> (A. de), <a href="#pb122"> +122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vliegende Hart</span> (Schip), <a href= +"#pbiii">III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vliet</span> (D. van), <a href="#pbx"> +X</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vogel Struijs</span> (Schip), <a href= +"#pbli">LI</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Volger</span> (W.), <a href="#pbx">X</a>, +<a href="#pbxiv">XIV</a>–XV, <a href="#pb65">65</a>, <a href= +"#pb79">79</a>–82.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vooreb</span>, <a href="#pb6">6</a>l.</li> + +<li><span class="smallcaps">Voortbrengselen</span> van Korea, <a href= +"#pb49">49</a>, <a href="#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vos</span> (Schip), <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vries</span> (J. Pietersz. de), <a href= +"#pb16">16</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vrijheijt</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxiv">XIV</a>, <a href="#pbxxiv"> +XXIV</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">W.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Waaigat</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wakende Boeij</span> (Schip), <a href= +"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Walvisch</span> (Schip), <a href="#pb78"> +78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Walvisschen</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wapen van Hoorn</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wapen van Middelburgh</span> (Schip), <a +href="#pbxiii">XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wassende Maen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Weeder</span> (J.), <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Weltevree</span> (Jan Janse), <a href= +"#pbxi">XI</a>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxvi"> +XXVI</a>, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pbxxxiii"> +XXXIII</a>, <a href="#pb13">13</a>–15,22, <a href="#pb25"> +25</a>–27, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a +href="#pb84">84</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wevelinckhoven</span> (Cunera van), <a +href="#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wierook</span>, <a href="#pb92"> +92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wiese</span> (Gouv. Gen.), <a href="#pbli"> +LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Willeboorts</span> (A), <a href="#pb97"> +97</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wiltsen</span> (N.), <a href="#pbxvi"> +XVI</a>, <a href="#pbxxi">XXI</a>–XXII, <a href="#pbxxviii"> +XXVIII</a>–XXIX, <a href="#pb9">9</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witt</span> (G. Fr. de), <a href="#pbxlvi"> +XLVI</a>, <a href="#pb125">125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Druijff</span> (Schip), <a href= +"#pbxlii">XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Leeuw</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a href="#pb82">82</a>, <a +href="#pb84">84</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Paart</span> (Schip), <a href= +"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Valck</span> (Schip), <a href= +"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Woerden</span> (Schip), <a href="#pb103"> +103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wortel nise</span>, <a href="#pb34">34</a>, +<a href="#pb49">49</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb114"> +114</a>–115.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wijffel maent</span>, <a href="#pb60"> +60</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wijntint</span>, <a href="#pb7">7</a>, <a +href="#pb10">10</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Y.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Yalu</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">IJbokken</span>, zie Eibokken.<span class= +"pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165">165</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Yeh-kwan</span>, zie Iquan.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yei-na-ra</span>, <a href="#pb8"> +8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yen Ssu Ch’i</span>, zie Gaan Si +Tsee.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yeng-Tchoun</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yoongjung</span>, <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">IJzer</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Z.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Zaijer</span> (Schip), <a href="#pb108"> +108</a>–109, <a href="#pb121">121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Fort), <a href="#pbiv"> +IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Schip), <a href="#pb77"> +77</a>–78.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zendelingen</span> (Katholieke) in Korea, +<a href="#pbxxxii">XXXII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ziekten</span> der Koreanen, <a href= +"#pb47">47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zilver</span> (Zilvermijnen), <a href= +"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>, <a href="#pb48"> +48</a>–50, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a +href="#pb83">83</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a +href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zinsabrodonne</span>, <a href="#pb77"> +77</a>–80, <a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a +href="#pb92">92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zout</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zuidland</span>, <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zuijlen</span> (Schip), <a href="#pb89"> +89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zwaardecroon</span>, <a href="#pbxxiv"> +XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zijde</span>, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>, +<a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a href="#pb108"> +108</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zijwormen</span>, <a href="#pb49"> +49</a>.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pbiiiu" href= +"#pbiiiu">III</a>]</span></div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">UITTREKSEL UIT DE STATUTEN.</h2> + +<p>ART. 2.</p> + +<p>De Linschoten-Vereeniging heeft ten doel de uitgave in het +oorspronkelijke, van zeldzame of onuitgegeven Nederlandsche zee- en +landreizen en landbeschrijvingen.</p> + +<p>Werken van anderen aard worden slechts uitgegeven, indien daartoe +bijzondere aanleiding bestaat.</p> + +<p>ART. 3.<a class="noteref" id="xd0e13090src" href= +"#xd0e13090">1</a></p> + +<p>De Vereeniging bestaat uit eereleden, donateurs en gewone leden.</p> + +<p>Over het toetreden der leden beslist het Bestuur.</p> + +<p>De gewone leden betalen een jaarlijksche bijdrage van vijftien +gulden.</p> + +<p>Donateurs zijn zij, die een bijdrage in eens van ten minste +ƒ 500.– aan de Vereeniging schenken, of jaarlijks een +contributie van minstens ƒ 40.– betalen.</p> + +<p>ART. 4.</p> + +<p>Het lidmaatschap loopt van den eersten Januari tot den laatsten +December.</p> + +<p>De leden, die niet langer als zoodanig wenschen aangemerkt te +worden, moeten daarvan aan den Secretaris vóór den +eersten December schriftelijk bericht zenden. Bij gebreke daarvan +blijven zij aansprakelijk voor de bijdrage van het volgend jaar.</p> + +<p>ART. 5.</p> + +<p>De leden ontvangen een exemplaar van de werken, die door het Bestuur +aangewezen zijn voor het jaar of de jaren, waarvoor zij hunne +contributie hebben betaald.</p> + +<p><b>Voor alle nadere inlichtingen wende men zich tot den Secretaris, +9 Lange Voorhout, ’s-Gravenhage.</b> <span class="pagenum">[<a +id="pbivu" href="#pbivu">IV</a>]</span></p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e13090src" id="xd0e13090">1</a></span> Van af 1 Jan. 1921.</p> +</div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">REGELEN VOOR DE UITGAVEN DER +LINSCHOTEN-VEREENIGING.</h2> + +<p>1. Zooveel mogelijk zal elke Zee- of Landreis, dan wel +Landbeschrijving, <i>afzonderlijk</i> worden uitgegeven. Slechts bij al +te geringen omvang van een dezer, kan een andere tekst toegevoegd +worden aan de uitgave; deze toe te voegen tekst moet evenwel aansluiten +in onderwerp, of den hoofdtekst aanvullen. Groote teksten worden in +meer dan een deel gesplitst.</p> + +<p>2. Voor elke uitgave wordt den bewerker als eisch gesteld: dat zij +bevat als Inleiding een korte <i>Biographie</i> van den schrijver van +’t reisverhaal; een uiteenzetting van de <i>Aanleiding tot de +reis</i>; en een <i>Bibliographie</i> van eventueele vroegere drukken +van het reisverhaal; voorts opheldering in den vorm van <i>Noten</i> +onder den tekst, daar waar de tekst opheldering vereischt; en een <i> +Register</i> (of <i>Registers</i>), benevens een lijst van +geraadpleegde werken met plaats en jaar van uitgave aan ’t +slot.</p> + +<p>3. De bewerker heeft vrijheid, in zijne Inleiding het resultaat +eener reis ook te beschouwen in zijn verband met later ondernomen +reizen naar dezelfde streek of streken.</p> + +<p>4. De noten onder den tekst moeten <i>sober</i> blijven, en niet +vervallen in uitweidingen. Is er echter bepaalde noodzakelijkheid om +dieper in te gaan op het een of ander gedeelte van den tekst, dan mag +dat geschieden in eene <i>Bijlage</i> achteraan. Ook hier echter blijft +soberheid plicht.</p> + +<p>5. De tekst zelve moet <i>met de grootste nauwkeurigheid +herdrukt</i> worden naar de beste oudere uitgave, c.q. nauwkeurig +gedrukt naar het handschrift dat voor de uitgave dient. De orgineele +<span class="pagenum">[<a id="pbvu" href= +"#pbvu">V</a>]</span>paginatuur van dien standaarddruk, dan wel van het +handschrift, wordt in de uitgaven der Linschoten-Vereeniging tusschen +groote haken [] doorloopend mede-opgenomen.</p> + +<p>6. Als algemeene regel geldt dat de tekst <i>onverkort</i> wordt +gedrukt. Uitlatingen zijn slechts dan veroorloofd, als het iets geheel +onbelangrijks geldt. De bewerker moet dan echter in een noot toch +rekenschap geven van wat hij wegliet.</p> + +<p>7. Indien er voor de kennis van eene bepaalde Zee- of Landreis +behalve de aan den druk ten grondslag gelegde tekst, in archieven of +bibliotheken nog andere bronnen bestaan, moeten deze bij de uitgave +gebruikt en (indien noodig) in inleiding, noten of bijlagen verwerkt +worden.</p> + +<p>8. Het opnemen van kaarten en platen wordt aan den bewerker +overgelaten, in overleg met de Commissie van voorbereiding. <span +class="pagenum">[<a id="pbviu" href="#pbviu">VI</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE +LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2> + +<p>De prijzen zijn die welke gelden van af 1 Januari 1921.</p> + +<p>I. <b>DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</b> naar de IJszee en de +Amerikaansche kust, 1611–1612. Verzameling van bescheiden, +uitgegeven door Mr. S. MULLER Fz. 1909. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p><span lang="en"><b>HENRY HUDSON IN HOLLAND</b>. An inquiry into +origin and objects of the voyage which led to the discovery of the +Hudson River by HENRY C. MURPHY. Reprinted, with notes, documents and a +bibliography, by WOUTER NIJHOFF, Secretary to the</span> +“Linschoten-Vereeniging”. 1909. gr. 8vo. In linnen band, +kop verguld ... ƒ 6.–</p> + +<p>II. <b>ITINERARIO.</b> Voyage ofte schipvaert van Jan Huygen van +Linschoten naer Oost ofte Portugaels Indiën, 1579–1592. +Uitgegeven door Prof. Dr. H. KERN. 1912. 2dln. Met portret, 3 kaarten +en 5 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verg. +ƒ 25.–</p> + +<p>III. <b>KORTE HISTORIAEL</b> ende Journaels Aenteyckeninge van +verscheyden voyagiens in de vier deelen des wereldtsronde, als Europa, +Africa, Asia ende Amerika gedaen door d. DAVID PIETERSZ. DE VRIES, +uitgegeven door Dr. H.T. COLENBRANDER 1911. Met portret, 2 kaarten en +18 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... +ƒ 12.50</p> + +<p>IV. <b>DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</b> ter ontdekking van het +Zuidland, 1721–1722. Verzameling van stukken, uitgegeven door +F.E. Baron MULERT. Met een aanhangsel over de waarnemingen der +kompasmiswijzing op Roggeveen’s tocht, verricht door Dr. W. VAN +BEMMELEN. 1911. Met 3 kaarten en 2 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop +verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>V. <b>BESCRIJVINGHE</b> ende historische verhael van het Gout +Koninckryck van Gunea anders de Gout-custe de Mina genaemt, liggende in +het deel van Afrika, door P. DE MAREES, uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. 1912. Met 1 kaart en 21 platen, gr. 8vo. +In linnen band, kop verguld ƒ 12.50</p> + +<p>VI. <b>TOORTSE DER ZEEVAART</b> door DIERICK RUITERS, 1623. SAMUEL +BRUN’S Schiffarten, 1624, uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. 1914. Met 1 kaart en 1 plaat. gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>VII. <b>DE EERSTE SCHIPVAART</b> der Nederlanders naar +Oost-Indië onder Cornelis de Houtman, 1595–1597. Journalen, +documenten en andere bescheiden, uitgegeven en toegelicht door G.P. +ROUFFAER en J.W. IJZERMAN. I. d’Eerste boeck van Willem +Lodewycksz. 1915. Met titelplaat, 2 portretten, 8 kaarten en 47 platen, +gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... ƒ 25.–</p> + +<p>VIII. <b>REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN</b> naar het Noorden, +1594–1595. Uitgegeven door S.P. L’HONORÉ NABER. +1914. Met 14 platen en 4 kaarten, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld +... ƒ 20.– <span class="pagenum">[<a id="pbviiu" href= +"#pbviiu">VII</a>]</span></p> + +<p>IX. <b>DIRCK GERRITSZ. POMP</b>, alias Dirck Gerritsz. China. De +eerste Nederlander die China en Japan bezocht, 1544–1604. Zijn +reis naar en verblijf in Zuid-Amerika. Grootendeels naar Spaansche +bescheiden bewerkt door J.W. IJZERMAN. 1915. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>X. <b>DE OPEN DEURE</b> tot het verborgen heydendom, door ABRAHAM +ROGERIUS, uitgegeven door W. CALAND. 1915. Met titelplaat, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>XI. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven +door E.C. GODÉE MOLSBERGEN. <b>Eerste deel</b>. Tochten naar het +Noorden, 1652–1686. 1916. Met 3 kaarten en 9 platen, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p> + +<p>XII. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven +door E.C. GODÉE MOLSBERGEN. <b>Tweede deel</b>. Tochten naar het +Noorden, 1686–1806. 1916. Met 1 kaart en 12 platen, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p> + +<p>XIII. <b>DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE</b> in Cambodja en Laos. +Verzameling van bescheiden van 1636–1670, uitgegeven en +toegelicht door DR. HENDRIK P.N. MULLER. 1917. Met 1 kaart en 3 +afbeeldingen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... +ƒ 20.–</p> + +<p>XIV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN +CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden 1594–1597. +Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. Eerste deel. 1917. Met 5 kaarten en 27 +platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p> + +<p>XV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN +CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden, 1594–1597. +Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. <b>Tweede deel</b>. (Inleiding en +Bijlagen). 1917. Met 2 kaarten en 12 platen en afbeeldingen en eene +bibliographie van de “Drie Seylagien” en literatuur +(1853–1917) over de Noordelijke reizen van 1594–1597, door +Dr. C.P. BURGER JR. gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i> +uitverkocht</i></p> + +<p>XVI. <b>JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA</b> (1598–1601) +door HENDRIK OTTSEN. Met inleiding en bijlagen, uitgegeven door J.W. +IJZERMAN. 1918. XXIV, CXLV, en 253 blz. Met 3 kaarten en 5 platen, gr. +8vo. In half linnen band, kop verguld ... ƒ 20.–</p> + +<p>XVII. <b>DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN</b> en <b>FRANCHOYS +JACOBSZOON VISSCHER</b>, ter nadere ontdekking van het Zuidland +(Australië) in 1642–1644. Met inleiding en aanteekeningen +uitgegeven door R. POSTHUMUS MEYJES. 1919. XXII, XCVIII en 300 blz. Met +10 gedeeltelijk gekleurde kaarten en 68 afbeeldingen, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 25.– <span class= +"pagenum">[<a id="pbviiiu" href="#pbviiiu">VIII</a>]</span></p> + +<p>Zij, die als lid toetreden tot de Linschoten-Vereeniging +(jaarlijksche contributie ƒ 15.–) kunnen +één exemplaar van onderstaande werken ontvangen als +volgt:</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1909.</td> +<td valign="top">I.</td> +<td valign="top">DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</td> +<td valign="top">voor ƒ 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">HENRY HUDSON IN HOLLAND</td> +<td valign="top">voor - 5.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1910.</td> +<td valign="top">II.</td> +<td valign="top">ITINERARIO VAN J.H. VAN LINSCHOTEN. 2dln.</td> +<td valign="top">voor - 20.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1911.</td> +<td valign="top">III.</td> +<td valign="top">KORTE HISTORIAEL ENDE JOURNAELS AENTEYCKENINGEN VAN +VERSCHEYDEN VOYAGIENS DOOR D. DAVID PIETERSZ. DE VRIES</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">IV.</td> +<td valign="top">DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1912.</td> +<td valign="top">V.</td> +<td valign="top">BESCHRYVINGHE VAN HET GOUT KONINCKRIJK VAN GUNEA DOOR +P. DE MAREES</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">VI.</td> +<td valign="top">TOORTSE DER ZEEVAART, DOOR DIERICK RUITERS, SAMUEL +BRUN’S SCHIFFARTEN</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1913.</td> +<td valign="top">VII.</td> +<td valign="top">DE EERSTE SCHIPVAART DER NEDERLANDERS NAAR +OOST-INDIË ONDER CORNELIS DE HOUTMAN, 1595–1597</td> +<td valign="top">voor - 20.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1914.</td> +<td valign="top">VIII.</td> +<td valign="top">REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN NAAR HET +NOORDEN</td> +<td valign="top">voor - 15.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">IX.</td> +<td valign="top">DIRCK GERRITSZ. POMP, ALIAS DIRCK GERRITSZ. CHINA. +ZIJN REIS NAAR EN VERBLIJF IN ZUID-AMERIKA</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1915.</td> +<td valign="top">X.</td> +<td valign="top">DE OPEN-DEURE TOT HET VERBORGEN HEYDENDOM DOOR ABRAHAM +ROGERIUS</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">XI.</td> +<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel +I</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1916.</td> +<td valign="top">XII.</td> +<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel +II</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">XIII.</td> +<td valign="top">DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE IN CAMBODJA EN LAOS</td> +<td valign="top">voor - 15.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1917.</td> +<td valign="top">XIV.</td> +<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel +I</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">XV.</td> +<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel +II</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1918.</td> +<td valign="top">XVI.</td> +<td valign="top">JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA, +1598–1601, DOOR HENDRIK OTTSEN</td> +<td valign="top">voor - 15.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1919.</td> +<td valign="top">XVII.</td> +<td valign="top">DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN en FRANCHOYS +JACOBSZOON VISSCHER, 1642–44</td> +<td valign="top">voor - 20.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">BALDAEUS, AFGODERYE DER OOST-INDISCHE HEYDENEN</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">DE VILLIERS, STORM VAN ’S-GRAVESANDE</td> +<td valign="top">voor - 12.–</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pbixu" href= +"#pbixu">IX</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">NAAMLIJST DER LEDEN VAN DE +LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2> + +<p>op 1 Januari 1920<a class="noteref" id="xd0e13475src" href= +"#xd0e13475">1</a></p> + +<p>BESCHERMVROUW:</p> + +<p><span class="abbr" title="Hare Majesteit"><abbr title="Hare +Majesteit">H.M.</abbr></span> DE KONINGIN.</p> + +<p>EERE-VOORZITTER:</p> + +<p><span class="abbr" title="Zijne Koninklijke Hoogheid"><abbr title= +"Zijne Koninklijke Hoogheid">Z.K.H.</abbr></span> PRINS HENDRIK.</p> + +<p>BESTUUR IN 1920:</p> + +<p>Prof. Dr. H.T. Colenbrander, <i>Voorzitter</i> (1923).<br> + Wouter Nijhoff, <i>Secretaris</i> (1922).<br> + Dr. D.F. Scheurleer, <i>Penningmeester</i> (1923).<br> + W.A. Engelbrecht (1924).<br> + R. Posthumus Meyjes (1922).<br> + F.E. Baron Mulert (1921).<br> + S.P. L’Honoré Naber (1921).<br> + Dr. F.C. Wieder (1924).<br> + J.W. IJzerman (1925).</p> + +<p>DONATEUR VOOR HET LEVEN:</p> + +<p>Dr. C. J. Wynaendts Francken, Leiden.</p> + +<p>DONATEURS:</p> + +<p>Bataviaasch Genootschap voor K. en W., Batavia.<br> + Mevr. de Wed. Mr. C.Th. van Deventer, Den Haag, Surinamestraat 20.<br> + August Janssen, Amsterdam, Keizersgracht 690.<br> + Kon. Nederl. Mij. tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Ned. +Indië, Den Haag, Carel van Bylandtlaan 30.<br> + Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, Delft.<br> + Nederlandsche Handel-Maatschappij, Amsterdam.<br> + Raad van Beheer der Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij, Den +Haag.<br> + H.C. Rehbock, Amsterdam, Heerengracht 470.<br> + J.A.J. de Villiers, London.<br> + J.W. IJzerman, Den Haag, Huize Oosterbeek, Haagsche Bosch. <span +class="pagenum">[<a id="pbxu" href="#pbxu">X</a>]</span></p> + +<p>LEDEN.</p> + +<p>E.J. Aalders, Rotterdam, Eendrachtsweg 16.<br> + C.J.K. van Aalst, Amsterdam, Heerengracht 502.<br> + C. Abels, Amsterdam, Prinsengracht 862.<br> + Dr. N. Adriani, Oegstgeest.<br> + F.C. Baron van Aerssen Beyeren, Hilversum, Utrechtscheweg 57.<br> + Algemeene Visscherij Maatschappij, IJmuiden.<br> + Amsterdamsche Historische Leeskring, Amsterdam, Prinsengracht 650.<br> + Archief der Gemeente, Rotterdam.<br> + F.L.G. d’Aumerie, Scheveningen, Prins Willemstraat 19.<br> + Jhr. Mr. J.F. Backer, Amsterdam, Keizersgracht 639.<br> + J.F.L. de Balbian Verster, Amsterdam, Prinsengracht 579.<br> + J. Fred. Bangert, Amsterdam, Weteringschans 227.<br> + F. Bauduin, Warnsveld, “Huize Baank”.<br> + H. Beckering Vinckers, Zalt-Bommel.<br> + Chr. Beels, Amsterdam, Van Eeghenstraat 70.<br> + H.L. Bekker, Rotterdam, Parkstraat 2 (hoek Parklaan).<br> + Mr. G.J.A. van Berckel, Den Haag, Laan van Meerdervoort 27.<br> + J.A. Berkhout, Amsterdam, Ferd. Bolstraat 42.<br> + H. Bessem, Tiel.<br> + D.G. van Beuningen, Rotterdam, Parklaan 46.<br> + Bibliotheek der Gemeente Rotterdam, van Hogendorpsplein 8.<br> + Bibliotheek v.d. Handels-Hoogeschool, Rotterdam.<br> + Bibliotheek der Landbouw-Hoogeschool, Wageningen.<br> + Bibliotheek v.d. Teyler’s Stichting, Haarlem.<br> + Mr. J. Bierens de Haan, Amsterdam.<br> + J.W. Blankert, Bilthoven, Julianalaan 41.<br> + Prof. Dr. P.J. Blok, Leiden.<br> + J.J.T. Blijdenstein, Amsterdam, Doelenhotel.<br> + Th.W. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 544.<br> + Mr. W.B. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 572.<br> + A.G. Boissevain, Amsterdam, van Baerlestraat.<br> + Charles Boissevain, Naarden, Drafna.<br> + Walraven Boissevain, Amsterdam, Keizersgracht 143.<br> + W.C. Bolle, Rotterdam, Villa Walküre, Vijverlaan.<br> + W.C. Bonebakker, Amsterdam, Keizersgracht 580.<br> + H. de Booy, Amsterdam, Heerengracht 450.<br> + W. Broese van Groenou Sr., Scheveningen, Parkweg 9<i>a</i>.<br> + N. de Brouwers, Delfzijl.<br> + W.G.L. Brunings, Amsterdam, Wouwermanstraat 34.<br> + J. de Bruyn, Amsterdam, Heerengracht 237.<span class="pagenum">[<a id= +"pbxiu" href="#pbxiu">XI</a>]</span><br> + Dr. C.P. Burger Jr., Amsterdam, Overtoom 141.<br> + A.K. Castelein, Amsterdam, Amsteldijk 75.<br> + Dr. S.A. van der Chijs, Veenhuizen 1.<br> + Mevr. A.B. van Citters Vissering, Amsterdam, Banstraat +28<sup>hs</sup>.<br> + J.H. Cohen Stuart, Delft, Oostsingel 18.<br> + W.J. Cohen Stuart, Scheveningen, Dirk Hoogenraadstraat 224.<br> + Prof. Dr. H.T. Colenbrander, Leiden, “Huis ter Lugt”.<br> + College Zeemanshoop, Amsterdam, Heerengracht 472.<br> + P.C. Coops, Amsterdam, Marinekade 9.<br> + W. Cornelis, Utrecht, Stadhouderslaan 67.<br> + H. Cox, Amersfoort, Utrechtsche Straatweg 110.<br> + C. Craandijk, Den Haag, Prins Mauritslaan 72.<br> + Patric Cramer, Overveen, “Huize Dompvloed”.<br> + J.T. Cremer, Santpoort, “Duin en Kruidberg”.<br> + J.B. Crol, Rotterdam, Westersingel 92.<br> + D.Croll, Rotterdam, Esschenlaan 44.<br> + H.A. Crommelin, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 14.<br> + Ernst Crone, Amsterdam, Hobbemastraat 12.<br> + A.F.H. Dalhuisen, Vlissingen, Torpedoboot G8.<br> + W. van Dam, Rotterdam, Heemraadsingel 319.<br> + Deli-Batavia Maatschappij, Amsterdam, Keizersgracht 173.<br> + Departement van Marine, Den Haag.<br> + H. Dirkzwager, Maassluis.<br> + W.A.L. Domis, Amsterdam, Vondelstraat 5.<br> + B. van Donselaar, Rotterdam, Heemraadsingel 148.<br> + H.E. Driessen, Haarlem, Baan 13.<br> + J. Dudok van Heel, Amsterdam, Koninginneweg 32.<br> + A.C. Dunlop, Den Haag, Deprt. van Buitenl. Zaken.<br> + H. Dunlop, Den Haag, Bezuidenhout 375.<br> + C. van Eeghen, Huizen, “de Duinen”.<br> + P. Eikenboom, Utrecht, Oude Gracht 324<sup>bis</sup>.<br> + Mevr. L. Elemans-Brouwers, Zalt-Bommel.<br> + Mr. D. Ellis van Raalte, Rotterdam, Voorschoterlaan 76.<br> + J. van Elsas, Amsterdam, Elisabeth Wolfstraat 49.<br> + W.A. Engelbrecht, Rotterdam, Rivierstraat 12.<br> + Mr. M. Enschedé, Den Haag, Daendelsstraat 33.<br> + G.L.M. van Es, Rotterdam, Westplein 11.<br> + Dr. W. van Everdingen, Bilthoven, Soestdijkerstraatweg,<br> + H.H. Evers, Scheveningen, Oude Schevingscheweg 50.<br> + Mr. Dr. G.J. Fabius, Rotterdam, Parklaan 40.<br> + P.J. Feteris, Vlissingen.<br> + L.G. Frerichs, Amsterdam, Alb. Thymstraat 15<sup>huis</sup>.<br> + Mr. Th.A. Fruin, Rotterdam, Wijnhaven 143.<br> + J.P. Funke, Schevingen, van Lennepweg 8.<span class="pagenum">[<a id= +"pbxiiu" href="#pbxiiu">XII</a>]</span><br> + Mr. J.H. Geertsema Wz., Utrecht.<br> + Joan Gelderman, Oldenzaal, “Eikendal”.<br> + Geographisch Instituut, Utrecht.<br> + Germanistisch Seminarium aan de Universiteit, Groningen.<br> + M. J.A. van Gigch, Den Haag, Obrechtstraat 81.<br> + D. Goedkoop Dzn., Amsterdam, Keizersgracht 729.<br> + A.J.M. Goudriaan, Rotterdam, Hoflaan 71.<br> + F.H.A. Greve, Den Helder, Hoofdgracht 52.<br> + H.M. de Groot, Terneuzen.<br> + H.A. Groskamp, Hilversum, Steynlaan 9.<br> + Mr. J.L. Gunning, Amsterdam, Amstel 220.<br> + S. van Gijn, Dordrecht, Nieuwe Haven 39.<br> + A. de Haan, Amsterdam, Nicolaas Witsenstraat 9.<br> + Mr. S.N.B. Halbertsma, Rotterdam, Walenburgerweg 57.<br> + Mr. F. van Hasselt, Rotterdam, Calandstraat 58.<br> + T.H. van Hattum van Ellewoutsdijk, Wassenaar, Huize +“Sonnenburgh”.<br> + N. Hazelhoff, Amsterdam, Wyttenbachstraat 93<sup>1</sup>.<br> + J.B. van Heek, Enschede, “Noorderhagen”.<br> + Prof. Mr. J.E. Heeres, Den Haag, Benoordenhoutscheweg 6.<br> + A.M. Hekking, Willemsoord, a/b Hr. Ms. “Zeeland”.<br> + F.K.J. Heringa, Den Haag, Stadhouderslaan 101.<br> + H. Hissink, Amsterdam, Jan Luykenstraat 96.<br> + Historisch Genootschap, Utrecht.<br> + G.G.W.C. Baron van Höevell tot Nijenhuis, Den Haag, Wilgstraat +71.<br> + C. van ’t Hoff, Rotterdam, Veerhaven 15.<br> + A.B. van Holkema, Amsterdam, Keizersgracht 611.<br> + G.J. Honig, Zaandijk.<br> + Jhr. M.W.H. Hooft, Den Haag, Kanaalstraat 12.<br> + J.H. Hoogendijk, Amsterdam.<br> + J.E. van Hoogenhuyze, Amsterdam, Banstraat 8.<br> + J.H. van Hoogstraten, Amersfoort.<br> + Jhr. H.T. Hora Siccama, Den Haag, Kneuterdijk.<br> + A.P.H. Hotz, Den Haag, Bezuidenhout 265e.<br> + G.B. Hoyer, Ede.<br> + I.M. Hudig, Rotterdam, Maasstraat 3.<br> + J. Hudig Dzn., Hilversum, Heuvellaan 7.<br> + W.C. Hudig, Rotterdam, Nieuwe Binnenweg 178.<br> + Prof. Dr. J. Huizinga, Leiden.<br> + Dr. J. de Hullu, Den Haag, Elandstraat 6.<br> + J.H. Hummel, Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br> + J. Jannette Walen, Rotterdam, Willemskade 6.<br> + C.W. Janssen, Amsterdam, Leidschegracht 13/15.<br> + Java-China-Japan Lijn, Amsterdam, Prins Hendrikkade 112/114.<span +class="pagenum">[<a id="pbxiiiu" href="#pbxiiiu">XIII</a>]</span><br> + G.H. Jiskoot, Amsterdam, van Eeghenstraat 100.<br> + A.B. Jochems, Rotterdam.<br> + J.C. Joekes, Den Haag, 2<sup>e</sup> Emmastraat 252.<br> + Jhr. Mr. B. de Jonge, Zutphen.<br> + Mevrouw de Wed. J.O. de Jongh-Rouffaer, Den Haag, Sweelinckstraat +72.<br> + Frans Jurgens, Nijmegen, “Heyendael”.<br> + D. Kaan, Amsterdam.<br> + L. Keers, Rotterdam, Voorschoterlaan 11.<br> + A.O. van Kerkwijk, Den Haag, Nassaulaan 22.<br> + J.B.J. Kerling, Den Haag, van Merlenstraat 89.<br> + W.J. Kermer Jr., Amsterdam, Amstel 336.<br> + H.E. Kern, Voorburg.<br> + A. Kleiweg de Zwaan, Amsterdam, van Eeghenstraat 65/75.<br> + A. Klene, Bussum, Brediusweg 25.<br> + Prof. Dr. L. Knappert, Leiden.<br> + H.J. Knottenbelt, Rotterdam, Heemraadsingel 97.<br> + Mr. F.C. Koch, Rotterdam, Westersingel 86.<br> + J. Kofman, Gouda, Krugerlaan 32.<br> + E. Kol, Amsterdam, Heerengracht 130.<br> + D.H. Kolff, Rotterdam, Westerstraat 25<i>a</i>.<br> + Kon. Instituut voor de Marine, Willemsoord.<br> + Kon. Instituut v. Taal-, Land- en Volkenkunde v. N.I., Den Haag.<br> + Kon. Nederl. Aardrijkskundig Genootschap, Amsterdam.<br> + Kon. Bibliotheek, Den Haag.<br> + Kon. Nederl. Vereeniging Onze Vloot, Den Haag, Spui +28<sup>b</sup>.<br> + Kon. Paketvaart Mij., Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br> + Kon. Roei- en Zeilvereeniging “de Maas”, Rotterdam.<br> + N.E. Kröller, Den Haag, Nassaulaan 25.<br> + Mr. G.M. Kruimel, Amsterdam, Sarphatipark 79.<br> + Dr. E.T. Kuiper, Amsterdam, Koninginneweg 2.<br> + W. Laman Trip, Hilversum, Ministerpark 6.<br> + C.L.M. Lambrechtsen van Ritthem, Hilversum, Villa “Duo +Decimo”.<br> + Allert de Lange, Amsterdam, Damrak 62.<br> + N. Laseur, Utrecht.<br> + A. van Leer, Hilversum, “Dennenoord”, +Trompenbergerweg.<br> + Jhr. L.H. van Lennep, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 22.<br> + R. van Lennep, Amsterdam, Heerengracht 580.<br> + A.C. Lensen, Wassenaar, “Dennenheuvel”, Gr. +Hasebroekscheweg 1.<br> + W.J.H. Leuring, Mook (L.), “Huize Middelaer”.<br> + Dr. W.J. Leyds, Den Haag, Frankenslag 337.<br> + B.H. van der Linden, Den Haag, Schuytstraat 143.<br> + Lindeteves-Stokvis, Amsterdam, J. W. Brouwersplein 2.<br> + C.A. Lion Cachet, Vreeland.<span class="pagenum">[<a id="pbxivu" href= +"#pbxivu">XIV</a>]</span><br> + P. Loekemeyer, Dordrecht, Reeweg 40.<br> + S.L. van Looy, Amsterdam, Keizersgracht 198.<br> + Mr. H.A. Lorentz, Den Haag.<br> + Jhr. H. Loudon, Den Haag, Prinsessegracht 22.<br> + C.W.O. Lucardi, Rotterdam, Parkstraat.<br> + P.L. Lucassen, Amsterdam, Raadhuisstraat 29.<br> + D.J. Baron van Lynden, Den Haag, Noordeinde 152.<br> + J.W. Macdonald, Amsterdam, Heerengracht 543.<br> + Z.G.Ph. Marcella, Rotterdam, Mathenesserlaan 324.<br> + W.J.J. van der Meer, Den Haag, Stadhouderslaan 118.<br> + Mr. R. Mees, Rotterdam, Parklaan 11.<br> + Mr. W.A. Mees, Rotterdam, Parklaan 9.<br> + B. Meesters, Amsterdam, Utrechtschestraat 41<i>a</i>.<br> + H. Meinesz, Haarlem, Florapark 1.<br> + Anton Mensing, Amsterdam.<br> + Mr. E.E. Menten, Den Haag, Houtweg 3.<br> + J. Merkelbach Jzn., Amsterdam, Adm. de Ruyterweg 103<sup>1</sup>.<br> + A.H. van der Mersch, Zeist, Driebergsche Weg.<br> + Dr. R. v.d. Meulen Rzn., Leiden, Maria Gondastraat 49.<br> + J.M. van der Mey, Amsterdam, Nic. Maesstraat 32.<br> + J.F. Milders, Vlissingen, a/b Hr. Ms. “Wachtschip”.<br> + Chr. Moes, Amsterdam, Keizersgracht 780.<br> + Prof. Dr. G.A.F. Molengraaff, Delft, Kanaalweg 8.<br> + H.G.J. de Monchy, Rotterdam, Leuvehaven 72.<br> + J.J. Moret, Scheveningen, Cremerweg 6.<br> + A.G. Mörzer-Bruyns, Den Haag, Heerengracht 42.<br> + M. Mouton, Den Haag, Nassauplein 16.<br> + W.A. Mouton, Den Haag, Nassau-Dillenburgstraat 40.<br> + B.M. Mulder, Amsterdam, Vrolikstraat 298<sup>1</sup>.<br> + F.E. Baron Mulert, Ommen, “Piet Hein”.<br> + Abram Muller, Amsterdam, Van Eeghenstraat 96.<br> + Gerard Muller, Amsterdam, Binnen Amstel 82.<br> + Museum voor Land-en Volkenkunde en Maritiem Museum “Prins +Hendrik”, Rotterdam.<br> + S.P. L’Honoré Naber, Amsterdam, Lomanstraat 4.<br> + Nederlandsch Indische Bestuursacademie, Den Haag, 1e Sweelinckstraat +26.<br> + Prof. J.F. Niermeijer, Utrecht.<br> + B. Nierstrasz, Amsterdam, Prins Hendriklaan 26.<br> + H.A. van Nievelt, Wassenaar, Huize “Hoog-Wolde”.<br> + H. Nijgh, Rotterdam, Westersingel 65.<br> + Paul Nijhoff, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 11.<br> + Wouter Nijhoff, Den Haag, Lange Voorhout 9.<br> + D. Obreen, Rotterdam, Avenue Concordia 76.<span class="pagenum">[<a +id="pbxvu" href="#pbxvu">XV</a>]</span><br> + W.H.J. Oderwald, Amsterdam, Vondelstraat 130.<br> + J.S.C. Olivier, Nieuwediep, a/b Hr. Ms. “Kon. Emma”.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Amsterdam.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, R. K., Delft, Oude Delft +122<i>a</i>.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Dordrecht.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Den Haag.<br> + Openbare Leeszaal, Groningen.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Leeuwarden.<br> + Openbare Leeszaal en Boekerij, Nijmegen, Oranjesingel 2<i>a</i>.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Zaandam.<br> + C.L. Oranje, Bloemendaal, Kleverlaan 151.<br> + J.R. van Osselen, Amsterdam, Jan-Luykenstraat 5.<br> + Nanne Ottema, Leeuwarden, Prins Hendrikstraat 6.<br> + Mr. C.P.D. Pape, Den Haag, Prinsessegracht 20.<br> + F.W.A.J. van Peski, Rotterdam, ’s Gravendijkwal 157.<br> + Prof. Mr. P. Pet, Amsterdam, Prinsengracht 405.<br> + J.M. Phaff, Den Haag, van Boetzelaerlaan 80.<br> + W.F. Piek, Rotterdam, Parkstraat 10.<br> + Jacq. Pierot Jr., Rotterdam, Mathenesserlaan 435.<br> + Mr. Th.B. Pleyte, Den Haag, Nassaulaan 29.<br> + N. Posthumus, Den Haag, Daendelsstraat 68.<br> + Prof. Mr. N.W. Posthumus, Rotterdam, Mathenesserlaan 464.<br> + R. Posthumus Meyjes, Soesterberg.<br> + Ary Prins, Schiedam, Nieuwe Haven 153.<br> + Provinciale Bibliotheek van Friesland, Leeuwarden.<br> + W.J. Puhringer, Apeldoorn, Daendelsweg 62.<br> + P.A. Pijnappel, “De Hoornboeg” bij Hilversum.<br> + W.J. Rahder, Den Haag, Louise de Colignyplein 12.<br> + Jhr. Mr. H. de Ranitz, Epe (Geld.).<br> + Redaktie van “Het Nederl. Zeewezen”, Den Haag, Schenkkade +233.<br> + Mr. R. van Rees, Amsterdam, Keizersgracht 69.<br> + H. Regoort, Watergraafsmeer, Middenweg 155.<br> + J.P. Remijnse, Bilthoven, Prins Hendriklaan 22.<br> + Jhr. Marten W. van Rensselaer Bowier, Amsterdam, Brouwersgr. 47.<br> + Jhr. P.J. Repelaer, Zeist, “Huize Beeklust”.<br> + G. Ribbius Peletier Jr., Utrecht, Maliebaan 15.<br> + Jhr. Mr. Dr. J.J. Rochussen, Rotterdam, Mathenesserlaan 235.<br> + Jhr. J.A. Roëll, Den Haag, 3e Van den Boschstraat 3.<br> + A.F.J. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br> + H.A. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br> + Dr. A.G. Roos, Groningen, Ebbingestraat 47<sup>24</sup><i>a</i>.<br> + G. Rooseboom, Den Haag, Riouwstraat 192.<br> + P.J. Roosegaarde Bisschop, Overveen, Terhofstedeweg 9.<br> + N.A. Rost van Tonningen, Willemsoord, a/b Hr. Ms. +“Zeehond”.<span class="pagenum">[<a id="pbxviu" href= +"#pbxviu">XVI</a>]</span><br> + Rotterdamsch Leeskabinet, Rotterdam, Geldersche kade 18.<br> + G.P. Rouffaer, Den Haag, van Bleiswijkstraat 71<sup>f</sup>.<br> + Bernhard E. Ruys, Rotterdam, Westerkade 7.<br> + J.A. Ruys, Rotterdam, Mathenesserlaan 334.<br> + W. Ruys, Rotterdam, Westersingel 75.<br> + Rijksarchief, Den Haag.<br> + Rijksarchief in Noord-Holland, Haarlem.<br> + Rijksarchief in Zeeland, Middelburg.<br> + Rijksarchief in Overijsel, Zwolle.<br> + Rijks Ethnographisch Museum, Leiden.<br> + Rijks Universiteits-Bibliotheek, Leiden.<br> + C.M. van Rijn, Baarn, Spoorweglaan 16.<br> + J. Rijpperda Wierdsma, Rotterdam, Calandstraat 23.<br> + J.H.C. Salberg, Amsterdam, Rokin 32.<br> + Samarang-Joana Stoomtram Maatschappij, Den Haag, Jan Pietersz. +Coenstraat 4.<br> + A. Scheltema Beduin, Amsterdam, Singel 256.<br> + J. Scherpbier, Rotterdam, Graaf Florisstraat 74.<br> + Dr. D.F. Scheurleer, Den Haag, Laan van Meerdervoort 53<i>f</i>.<br> + Mr. J. van Schevichaven, Amsterdam, Damrak 74.<br> + P.W. Schilthuis, Rotterdam, Heemraadsingel 180.<br> + A.J. Schreuder, Arnhem, “Klein Warnsborn”.<br> + J.H. Schröder, Bussum, Comeniuslaan 17.<br> + J. Schuurman, Hillegom, Werensteinstraat 67.<br> + J.L. Willem Seijffardt, Amsterdam, Damrak 99.<br> + H.D. Sicherer, Groenlo, (Geld.).<br> + Jhr. J.W. Six, ’s Graveland, “Huize Hilverbeek”.<br> + Mr. J. Slingenberg, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 62.<br> + Mr. G. van Slooten Az., Den Haag, Oude Scheveningscheweg 68.<br> + Hobbe Smith, Amsterdam, Overtoom 357.<br> + Prof. Dr. C. Snouck Hurgronje, Leiden.<br> + A. Solleveld, Rotterdam, Heemraadsingel 197.<br> + Stadsbibliotheek, Haarlem.<br> + Prof. Mr. S.R. Steinmetz, Amsterdam, Amstel 65.<br> + H.E. Stenfert Kroese, Noordwijk-Binnen.<br> + W.P. van Stockum Jr., Den Haag, Juliana v. Stolberglaan 43.<br> + Mr. R.W. van Stolk, Delft, Oude Delft 157.<br> + Stoomvaart-Maatschappij “Nederland”, Amsterdam. (9 +lidmaatschappen).<br> + Cd. F. Stork, Hengelo (O), “Grundel”.<br> + J.E. Stork, Baarn, Prins Hendriklaan, “Huize Sewa”.<br> + W. Stork, Hengelo (O.).<br> + Jonkvr. A. de Stuers, Den Haag, Parkstraat 32.<br> + Mr. A.G.N. Swart, Wassenaar, Leidschestraatweg, +“Backershagen”.<span class="pagenum">[<a id="pbxviiu" href= +"#pbxviiu">XVII</a>]</span><br> + Mr. A. Tak van Poortvliet, Rotterdam, Westersingel 96.<br> + Dr. R.A. Tange, Den Helder, Hotel “Den Burg”.<br> + M. Taudin Chabot, Rotterdam, Mathenesserlaan 336.<br> + G.L. Tegelberg, Amsterdam, De Ruijterkade 113.<br> + J.P. Tetterode, Lochem.<br> + K. den Tex, Bilthoven, “de Wildzang”.<br> + Mevr. de Wed. C.A. den Tex van der Waarden, Amsterdam, +Tesselschadestraat 18.<br> + W. Timmers, Amsterdam, Zaagmolenstraat 16<sup>II</sup>.<br> + Mr. P. Tjeenk Willink, Haarlem, Ged. Oudegracht.<br> + A.W. Turk, Amsterdam, Marnixstraat 381.<br> + Tj.J. Twijnstra, Leeuwarden, Spanjaardslaan.<br> + R. van Tijen, Vlissingen, Dokkade 35.<br> + Vaderlandsch Fonds tot aanmoediging van ’s Lands Zeedienst, +Amsterdam.<br> + F.T. Valck Lucassen, Brummen, “Huize Sonnevanck”.<br> + A. van der Valk, Rotterdam, Calandstraat 47.<br> + J.C. Veder, Rotterdam, Veerhaven 5<i>b</i>.<br> + Vereeniging ter bev. v.d. Bel. des Boekhandels, Amsterdam.<br> + Vereeniging de Groote Club, Amsterdam, Paleisstraat 1.<br> + Vereeniging Hou en Trouw, Amsterdam, Beursgebouw, kamer 28.<br> + Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter +Koopvaardij, Amsterdam, N.Z. Voorburgwal 130. (2 lidmaatschappen)<br> + Vereeniging Oost en West, Den Haag, Laan van Meerdervoort 195.<br> + Vereeniging Zeevaartschool, Vlissingen.<br> + F.H. Baron van Verschuer, Arnhem, Willemsplein 2.<br> + C.W. de Visser, Bloemendaal, Parkweg 1, “Huize +Denheim”.<br> + Mr. G. Vissering, Amsterdam, Keizersgracht 71.<br> + Mr. F. Vorstman, Bussum, Boschlaan 15.<br> + Dr. A.G.C. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br> + Chr. H.G. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br> + J.J. de Vries, Den Helder, Binnenhaven 48.<br> + Mr. G.L. de Vries Feyens, Maartensdijk, “Rustenhoven”.<br> + B.H. de Waal, Den Haag, Bankastraat 135.<br> + F.G. Waller, Amsterdam, Vondelstraat 73.<br> + W.K.L. van Walree, Amsterdam, Keizersgracht 511.<br> + J.C.M. Warsinck, Den Haag, Snelliusstraat 43.<br> + P. te Wechel, Zevenaar.<br> + J.A. van der Weerdt, Amsterdam, Krugerplein 10.<br> + A. Weiland, Brummen. (Geld.).<br> + J. Wentholt, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 40.<br> + Dr. F.C. Wieder, Rhenen.<br> + J. Willebeek Le Mair, Rotterdam, Eendrachtsweg 74.<span class= +"pagenum">[<a id="pbxviiiu" href="#pbxviiiu">XVIII</a>]</span><br> + D.W.P. Wisboom, Arnhem.<br> + S. Woldringh Jzn., Lisse.<br> + K.H. Wijdekop, Hilversum, Rembrandtlaan 23.<br> + M. Wijt, Den Helder, Hoofdgracht 78.<br> + J. IJzerman, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 44.<br> + J.H. Zeeman, Den Haag, v. Boetzelaarlaan 12.<br> + M. Zeldenrust Szn., Den Haag, Valkenboschlaan 163.</p> + +<p>LEDEN IN NEDERL. OOST-INDIË.</p> + +<p>T.P. Baart de la Faille, Batavia.<br> + C.M. Bakker, Weltevreden, Boulevard 28 pav.<br> + M.E.G. Bartels, Halte Tji-Saăt bij Soekaboemi, Onderneming +“Passir Datar”.<br> + K.F. van den Berg, Batavia, Javasche Bank.<br> + W.F. van Beuningen, Weltevreden, Tanah-Abang 30.<br> + J.P. Boon, Weltevreden, Oud Gondangdia 25.<br> + H.O. Bron, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.J. Bronkhorst, Weltevreden, Tanah Abang, Oost 57.<br> + B.F. Brugsma, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + C. Bruin, Makassar.<br> + M.H. Bruyn, Menado, Toegoelandang.<br> + L.J.J. Caron, Weltevreden, Rijswijk.<br> + Wouter Cool, Batavia, Pegansaan 24.<br> + Mr. D.A. Delprat, Batavia.<br> + Dr. J.M.H. van Dorssen, Bandoeng, Papandajanlaan 82.<br> + B.M. van Driel, Kaban Djahé, bij Medan (Deli).<br> + P. den Dulk, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + K. van Dijk. Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.W. Engelsman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + H. Fraenkel, Sigli (Atjeh), Kon. Paketvaart Mij.<br> + Mr. Th.A. Fruin, Pekalongan.<br> + F.A. Gastman, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + Prof. Dr. E.C. Godée Molsbergen, Weltevreden, Kramat 142.<br> + C. de Graaff, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Dr. G.A.J. Hazeu, Weltevreden, Deprt. v. Onderwijs-Eeredienst.<br> + G. van Heteren, Weltevreden, N.I. Steenkolen Mij.<br> + J. Hildernisse, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + F. Hirschmann, Meubaboh. (Atjeh).<br> + W. Hofstede, Weltevreden.<br> + K.A. Holthuis, Weltevreden, Laan Wiechert 30.<br> + J.H. Hondius van Herwerden, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + H. Huykman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Mr. H. ’s Jacob, Batavia.<br> +<span class="pagenum">[<a id="pbxixu" href="#pbxixu">XIX</a>]</span> +Java China Japan Lijn, Soerabaia.<br> + B.H. Kerkhoff, Medan. (Deli).<br> + R.A. Kern, Modjokerto. (Java).<br> + Mr. H.A. Kloppenburg, Padang.<br> + Prof. J. Klopper, Bandoeng.<br> + P. Knegtmans, Weltevreden, Tandjonglaan 2.<br> + Dr. T.B. Kolthoff, Weltevreden, Kramat 83.<br> + Kon. Magn. en Meteor. Observatorium, Batavia.<br> + C.A. Lens, Soerabaia, Koninginneweg 19.<br> + K.H.H. Leonhard, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Cornelis Los, Medan. (Deli).<br> + B.N.G.M. v.d. Maaten, Lho Seumawé. (Atjeh).<br> + J.B. de Meester, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + H. Meyer, Weltevreden.<br> + Mr. J.C. Mulock Houwer, Bandoeng.<br> + H.Th.J. Mutter, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.Chr.L. Nelissen, Weltevreden.<br> + C.M. Pleyte Mzn., Lembang (bij Bandoeng).<br> + M. van Rhijn, Lho Soekoen.<br> + P. de Roo de la Faille, Weltevreden, Koningsplein-Oost 18.<br> + L. de Roos, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + C.L.J. Rooseboom, Wonosobo, Onderneming “Bedakah”.<br> + J.C.F. Sandick, Palembang.<br> + W.H.G. van Santen, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + M. Schreuder, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Secretaris Algem. Nederl. Verbond, afdeeling Batavia, Batavia, +Vioslaan 2.<br> + Mr. J.W. Sillevis, Semarang, Laan Hoogenraad 19.<br> + J.J.A. van Staveren, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + J.J.J.M. Stooker, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + A. Tigler Wybrand, Weltevreden, Koningsplein 6.<br> + B. van Tricht, Weltevreden, Tjikini 8.<br> + Ant. P. Varekamp, Medan. (Deli).<br> + Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter +Koopvaardij, Weltevreden, Rijswijk No. 1.<br> + P.A. Vergroesen, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.Chr. Viëtor, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + S. van Vleuten, Modjokerto, sf. Perning.<br> + J.J. de Vos tot Nederveen Cappel, Soerakarta.<br> + E.G. Wesselink, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + L.G. Westenenk, Benkoelen.<br> + J. Wijnberg, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij. <span class="pagenum"> +[<a id="pbxxu" href="#pbxxu">XX</a>]</span></p> + +<p>LEDEN IN HET BUITENLAND.</p> + +<p><b>Europa.</b></p> + +<p><i>België:</i></p> + +<p>Bibliothèque du Ministère des affaires +étrangères, Bruxelles.<br> + Bibliothèque Royale de Belgique, Bruxelles.<br> + Emile Hostie, Antwerpen, Rue Vénus 35.<br> + Prof. F. van Ortroy, Gent.<br> + Universiteits-Bibliotheek, Gent.</p> + +<p><i>Denemarken:</i></p> + +<p>Kon. Bibliothek, Kopenhagen.</p> + +<p><i>Duitschland:</i></p> + +<p>Leo Bagrov, Charlottenburg (Berlin) Kantstrasse 30<sup>II</sup>.<br> + Dr. W.J. van Balen, Berlin, Unter den Linden 68<i>i</i>.<br> + Bayerische Staatsbibliothek, München.<br> + Commerz-Bibliothek, Hamburg.<br> + Landesbibliothek, Dresden N 6.<br> + Dr. O. Nachod, Grunewald-Berlin, Hagenstrasse 57.<br> + Preusische Staatsbibliothek, Berlin W.<br> + Universitäts Bibliothek, Göttingen.<br> + J.A.A.C. Ridder van Rappard, Weisenhauser Brök bei +Lütjenbürg in Holsteyn.</p> + +<p><i>Frankrijk:</i></p> + +<p>Bibliothèque Nationale, Paris.<br> + Bibliothèque Universitaire et Regionale, Strasbourg.</p> + +<p><i>Groot-Brittannië en Ierland:</i></p> + +<p>Michael C. Andrews, Belfast, 17 University Square.<br> + Bodleian Library, Oxford.<br> + British Museum, London, W. C.<br> + Francis Edwards, London, W., 83 Highstreet Marylebone (2 +subsriptions).<br> + John Kitching F.R.G.S., London, S.W., Oaklands Kingston Hill, Queens +Road.<br> + Library of the India Office, London, Westminster.<br> + Library of Trinity College, Dublin.<br> + London Library, London, S.W., St. James Square.<br> + Royal Colonial Institute, London, W.C., Northumberland Avenue.<br> + Royal Geographical Society, London, S.W., Kensington Gore.<br> + University Library, Cambridge. <span class="pagenum">[<a id="pbxxiu" +href="#pbxxiu">XXI</a>]</span> <i>Hongarije:</i></p> + +<p>Stadbibliothek, Budapest.</p> + +<p><i>Italië:</i></p> + +<p>Nederl. Historisch Instituut, Rome.</p> + +<p><i>Oostenrijk:</i></p> + +<p>K.K. Geographische Gesellschaft, Wien, Wollzeile 33.<br> + K.K. Hofbibliothek, Wien.<br> + K.K. Universitäts-Bibliothek, Wien.</p> + +<p><i>Rusland:</i></p> + +<p>Bibliothèque Impériale Publique, Petrograd.<br> + A. Lappo Danilevski, Petrograd, 1 Quai Nicolas, W.O. 118B.</p> + +<p><i>Scandinavië:</i></p> + +<p>Kong. Bibliothek, Stockholm.<br> + Kung. Universitetets Bibliotek. Uppsala.<br> + Universitats-Bibliothek; Kristiania.</p> + +<p><i>Tsjecho-Slowakije:</i></p> + +<p>K.K. Universitats-Bibliothek, Prag.</p> + +<p><b>Zuid-Afrika.</b></p> + +<p>Hollandsche Leeskamer van het Algem. Nederl. Verbond, Kaapstad.<br> + Public Library, Johannesburg.<br> + J.A. Strasheim, Stellenbosch.</p> + +<p><b>Noord-Amerika.</b></p> + +<p>American Geographical Society, New-York City, Broadway at +156<sup>th</sup> Street.<br> + Dr. A.J. Barnouw, New-York, 606 West 115<sup>th</sup> Street.<br> + Dr. E.E. Blaauw, Buffalo, 190 Ashland Ave,.<br> + John Carter Brown Library, Providence.<br> + W. van Doorn, Montclair, N. Yersey, 153 Parkstreet.<br> + Grosvenor Library, Buffalo, N.Y.<br> + Hackley Public Library, Muskegon. (Michigan).<br> + Harvard College Library, Cambridge. (Mass.).<br> + Hispanic Society of America, New-York, City, 156<sup>th</sup> Street +West of Broadway.<br> + Library of Congress, Washington, D.C.<br> + Mercantile Library, St. Louis. (Miss.).<br> + Newberry Library, Chicago, Illinois.<span class="pagenum">[<a id= +"pbxxiiu" href="#pbxxiiu">XXII</a>]</span><br> + New-York Public Library, New-York, N.Y.<br> + New-York State Library, Albany, N.Y.<br> + Provincial Library, Victoria (B.C.), Canada.<br> + F.M. Volk, Montclair, N.Y., North Fullerton Avenue 379.<br> + Yale University Library, New-Haven, Conn.</p> + +<p><b>Zuid-Amerika.</b></p> + +<p>Archivo Nacional, Rio de Janeiro.<br> + J. van Dorssen, Buenos Aires, Bmé Mitre 1265.</p> + +<p><b>Australië.</b></p> + +<p>Mitchell Library, Sydney. N.S.W.<br> + Public Library of South Australia, Adelaïde. (S. Australia).</p> + +<p><b>Azië.</b></p> + +<p>Asutosh Mukhopadhyay, Calcutta, Bhowanipem, 77 Russian Road +North.<br> + R. van Beuningen van Helsdingen, Singapore, Bukit Timah Road +484/2.<br> + J.N. Bouman, Hongkong. (China).<br> + Ecole française d’Extrême Orient, Hanoi. +(Indo-Chine française).<br> + Java-China-Japan-Lijn, Hongkong. (China).<br> + Java-China-Japan-Lijn, Kobe. (Japan).<br> + H.K. de Jonge Mulock Houwer, Singapore.<br> + Baron F. Otori, Tokio (Japan), 25 Mikawadai, Azuba.<br> + R. Pals, Hongkong, (China), York Buildings.<br> + Raden Haroen al Rasjid, Djeddah. (Arabië).</p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e13475src" id="xd0e13475">1</a></span> De secretaris houdt zich +voor opgaven van onjuistheden in namen of adressen ten zeerste +aanbevolen.</p> +</div> +</div> + +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> + +<h3>Beschikbaarheid</h3> + +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met +vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de +Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class= +"exlink" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/"> +www.gutenberg.org</a>.</p> + +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie +team op <a class="exlink" title="Externe link" href= +"https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> + +<p>Publication Date: 1920.</p> + +<p>Ruim 350 jaar geleden strandde Hendrik Hamel, met een groep andere +Nederlanders op het eiland Quelpaert (Jeju-do) bij Korea. Hij werd maar +liefst 13 jaar in Korea vastgehouden, totdat hij in 1666 met een klein +bootje naar Nagasaki in Japan wist te ontsnappen. Zijn relaas was meer +dan tweehonderd jaar het enige ooggetuigenverslag van het leven in +Korea dat in het westen beschikbaar was.</p> + +<p>Een interessante website over Hamel (in het Nederlands, Engels, en +Koreaans) is gemaakt door <a class="exlink" title="Externe link" href= +"http://www.hendrick-hamel.henny-savenije.pe.kr/">Henny Savenije</a> in +Korea.</p> + +<p>Project Gutenberg catalogus pagina: <a class="pglink" href= +"https://www.gutenberg.org/etext/11467">11467</a>.</p> + +<h3>Codering</h3> + +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan +de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel +zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn +gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het +corr-element.</p> + +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen +gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele +aanhalingstekens.</p> + +<p>Het uitreksel uit de statuten en de ledenlijst van de +Linschoten-Vereniging zijn naar het einde van het werk verplaatst.</p> + +<h3>Documentgeschiedenis</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li>2003-11-19 Added TEI Header.</li> + +<li>2009-07-26 Completed tagging and cross-referencing of index.</li> +</ol> + +<h3>Externe Referenties</h3> + +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn +dat deze links voor u niet werken.</p> + +<h3>Verbeteringen</h3> + +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> + +<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in +de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2444">XLVI</a></td> +<td width="40%">Spanisch</td> +<td width="40%">Spanish</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4239">42</a></td> +<td width="40%">Hobson-Jobsonen</td> +<td width="40%">Hobson-Jobson en</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4640">56</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7031">113</a></td> +<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7989">151</a></td> +<td width="40%">Oost-Indie</td> +<td width="40%">Oost-Indië</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + +<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 11467 ***</div> +</body> +</html> + diff --git a/11467-h/images/book.png b/11467-h/images/book.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..963d165 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/book.png diff --git a/11467-h/images/card.png b/11467-h/images/card.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..69f4fd4 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/card.png diff --git a/11467-h/images/cover.jpg b/11467-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c307d24 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/cover.jpg diff --git a/11467-h/images/external.png b/11467-h/images/external.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba4f205 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/external.png diff --git a/11467-h/images/logo.gif b/11467-h/images/logo.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..57ed24b --- /dev/null +++ b/11467-h/images/logo.gif diff --git a/11467-h/images/map.jpg b/11467-h/images/map.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e151e13 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/map.jpg diff --git a/11467-h/images/maph.jpg b/11467-h/images/maph.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ceac327 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/maph.jpg diff --git a/11467-h/images/ms1.gif b/11467-h/images/ms1.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..630a8c8 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/ms1.gif diff --git a/11467-h/images/ms2.gif b/11467-h/images/ms2.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..78e3979 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/ms2.gif diff --git a/11467-h/images/p01.gif b/11467-h/images/p01.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3cabd9e --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p01.gif diff --git a/11467-h/images/p02.gif b/11467-h/images/p02.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1dca5a7 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p02.gif diff --git a/11467-h/images/p03.gif b/11467-h/images/p03.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9c93a8e --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p03.gif diff --git a/11467-h/images/p04.gif b/11467-h/images/p04.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d13d953 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p04.gif diff --git a/11467-h/images/p05.gif b/11467-h/images/p05.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0571909 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p05.gif diff --git a/11467-h/images/p06.gif b/11467-h/images/p06.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9b7cf8b --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p06.gif diff --git a/11467-h/images/p07.gif b/11467-h/images/p07.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dd9c2be --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p07.gif diff --git a/11467-h/images/p08.gif b/11467-h/images/p08.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..660fa02 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p08.gif diff --git a/11467-h/images/p09.gif b/11467-h/images/p09.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2e499c2 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/p09.gif diff --git a/11467-h/images/publogo.gif b/11467-h/images/publogo.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7c57f32 --- /dev/null +++ b/11467-h/images/publogo.gif diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..93a10d6 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #11467 (https://www.gutenberg.org/ebooks/11467) diff --git a/old/11467-8.txt b/old/11467-8.txt new file mode 100644 index 0000000..3d2e65a --- /dev/null +++ b/old/11467-8.txt @@ -0,0 +1,9692 @@ +The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de +Sperwer, by Hendrik Hamel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer + En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland + Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene + beschrijving van dat rijk + +Author: Hendrik Hamel + +Editor: B. Hoetink + +Posting Date: July 26, 2009 [EBook #11467] +First Posted: March 5, 2004 + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team. + + + + + + + + VERHAAL + + VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT + + DE SPERWER + + EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN + HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK + + DOOR + + HENDRIK HAMEL + + UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK + + + + 'S-GRAVENHAGE + + 1920 + + + +INHOUD. + + +VOORBERICHT +Gebruikte afkortingen +INLEIDING +JOURNAAL +BIJLAGEN: + + I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen + II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen + III. Gegevens betreffende schepen: + + A. Het jacht de Sperwer + B. Het jacht Ouwerkerk + C. Het quelpaert de Brack + D. Het schip de Hond + + IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea + V. Personalia: + + A. Nicolaas Verburg + B. Cornelis Caesar + C. Iquan + D. Martinus Martini + + VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65 + +BIBLIOGRAPHIE +GERAADPLEEGDE LITERATUUR +BLADWIJZER + + +PLATEN: + + +Facsimile van de eerste bladzijde van het HS +Facsimile van een gedeelte van het HS +Kaart van de tochten van Hamel + + + + +VOORBERICHT. + +Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende +van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan +is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het +door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, +opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk +te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van +1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij +landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim +twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing +en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige +rijk en zijne bewoners. + +Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, +kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar +verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat +hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de +Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van +Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te +vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan +een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot +de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat +ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen +van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra +mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is +gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen, +ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom +de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal +uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar +oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van +het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden. + +Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen, +dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel +nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke +niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden, +noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich +zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er +vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats +is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van +de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden." + +Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben +drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op +mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne +belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger +Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie" +voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff, +heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne +zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van +het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van +Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn +geweest. + +Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel +van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt +en belangstelling vindt. + +Den Haag, 1920. B.H. + + + +GEBRUIKTE AFKORTINGEN. + + +Dagr. Bat. +Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts India. + +Dagr. Jap. +Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan, +eerst te Firando en later te Nagasaki. + +Res. +Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië. + +Gen. Miss. +Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII. + +Patr. Miss. +Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische +Regeering. + + + + + +INLEIDING. + + +Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht +der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en +gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken +zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren +van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden +nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis +van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het +waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden, +gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke +op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun +wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken, +omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van +ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en +nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre +hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang +in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea, +was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer". + +In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de +benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa +[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2], +die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook +geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit +"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie", +een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt, +discretie ende cloeckheijt" [4]. + +Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche +kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen +vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die, +onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen, +de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering +was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte +minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval +was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden +waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7]. + +Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke +ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het +ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde +te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden +dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten +de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag +te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt". + +Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone +van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou +wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China +tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, +zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en +zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft +de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet +ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's +bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In +1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed +een einde te maken. + +Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering +van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de +Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten +vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming +aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel +Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de +voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal +Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12]. + +Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren +en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar +[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als +Gouverneur sich... te vervoegen" [14]. + +Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker +een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken +staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne +familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn +transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was +dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge" +naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te +laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef +en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de +behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan +"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18]. + +Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer" +misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus +"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden +Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht +de reis ondernomen [19]. + +Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa +niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den +16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan +het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende +tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was +uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21]. + +Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te +hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte +schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis +naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen +enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de +veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in +den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie +het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het +"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen. + +Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het +hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet +te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen +voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer +omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan +dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo +veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig +hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was. + +Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de +Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden +daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25], +bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende +eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden +hadden dankbaar gestemd te wezen [26]. + +De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27], +zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis +hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht +toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin +van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat +eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op +een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich +hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September +1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van +"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven +der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders +[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze +acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren +bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot +een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch +land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan +was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren +lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het +leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het +eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van +Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan +dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt +bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord +waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden, +van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een +landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in +Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt. + +Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat +hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het +vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia +was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden +Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia +[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft +gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, +zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo +aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog +niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op +den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld +zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip +aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij +hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34]. + +Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, +was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo +werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten +[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een +vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van +den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen, +konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen +nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel +de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om +bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar +(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde +maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op +de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November +1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40]. + +Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik +Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland +ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn +zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens +het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het +schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan +"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel +en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven +monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven +schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden +noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld +dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde" +[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou +hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard +door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in +het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van +bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen. + +De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te +veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht +zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen +zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben +verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten. + +Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen +behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens +komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn +gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de +gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers +zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel +[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul +op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad +van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van +gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage +toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki +waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage +met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de +goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48]. + +In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren +XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak +maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit +commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder +hen verdeeld [49]. + +De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten +daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing +onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six, +de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen +welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio +van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus +officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien +van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te +Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche +gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven +schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te +danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53] +en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar +Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en +September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten, +den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd +dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren, +was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die +het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land +der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf +voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of +Nederlander geleek" [55]. + +De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een +paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen +dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan +het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat +de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, +werd aangehouden [56]. + +Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te +Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in +dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om +Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door +ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den +27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar +Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij +Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker +tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge +zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59], +terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou +hebben gebracht [60]. + +Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde +schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet +vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven +boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch +verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om, +gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van +hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel +als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De +uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet +te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 +was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept +[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs +minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in +het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over +Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche +bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is +geworden [62]. + +Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar +en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen +zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke +zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands +omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer +blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en +zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige +geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van +[65]. + +Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij +hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer" +nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij +mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering, +hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten. + +Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat +zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen +verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de +Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van +het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen +en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea +was bijgebleven. + +Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia +de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen +[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand +nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer +Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië +niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden +omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren +over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte +te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit +rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het +Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met +"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar +en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan +"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook +is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in +de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de +Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs, +dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam +[68]. + +Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit +geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in +het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter +inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van +uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden +ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te +lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in +het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen +als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen +in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over +Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk, +zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs +de eenige van zuiver westersche herkomst. + +De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens +hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie +"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn +werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de +Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden +te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij +evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld, +heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar +dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt. + +Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad +in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen +over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In +den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel +is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders +die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en +gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te +zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens +elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde +schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet +over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal. + +In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 +verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger +geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft +kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die +in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt +omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt +gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als +zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier +Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam, +die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester +Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd. + +Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft +gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea +in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij +begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt +hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met +de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl +hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by +d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de +inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede +de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent +Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't +eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt: +"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron +is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche +woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland +zelf daarmede was aangeduid. + +De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op +eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke +samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande +ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en +veracht" [81]. + +Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal +diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben +gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd +waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig +voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich +zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen +is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die +beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een +paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde +[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in +Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave +zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan +het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen +de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar +onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen. + +Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche +vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het +nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling +op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en +bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan +de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan +de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van +eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk +een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen +begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87], +zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn +Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld. + +Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. + +In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's +Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig +[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in +handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande +dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's +Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit +Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een +exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande; +om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten +dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het +vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven. + +Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen +Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal +bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer +Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het +"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective +quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn, +Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende +Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij +respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en +wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene +brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven +maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister +gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de +Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree, +sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666." + +Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is +samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs +verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89] +en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk +zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren +aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als +van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de +samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de +aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap +nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk, +zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden +zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de +ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het +Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan +een ander is toegeschreven. + +Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift +is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen +vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die +copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten. + +Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen +het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening +in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de +Indische Regeering heeft aangeboden? + +Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden. + +Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki, +zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het +opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in +de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666) +[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven +door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het +vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou +afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan +zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig +hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk +den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop +het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen +de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan +de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand +gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor +die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht +aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen, +welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91]. + +Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld, +door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan +naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens +de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde +hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen +echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte +verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich +niet zal hebben schuldig gemaakt. + +Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden +exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, +maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije +vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid +van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt +verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia +oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden +van een andere hand is dan de tekst van het afschrift. + +Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk +heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen +sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren +gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is +veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze +nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte +Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op +zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke +van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst +valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor +dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt +afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de +oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst +door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de +verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten +dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, +ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's +medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen. + +Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan +ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden +en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het +eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld +en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord +zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's +makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen +in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd +en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen +enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, +door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij +hunne aankomst te Nagasaki. + +Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald, +is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te +weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's +tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou +het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen +had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn +Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings +weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden +gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist +zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en +zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een +oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven +wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt; +de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt. + +Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid +en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders +heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek +dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat +hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea +gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao +1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op +de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip +toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is +aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel +dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning +aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist +hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan +een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van +de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's +avontuur te boek heeft gesteld. + +De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet +wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders +worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd +naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam +was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche +omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met +ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog +de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats +van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet +groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van +een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige +beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke +verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin +van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen +schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis +gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is +geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel +was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98], +hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden +neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen +dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer +bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij +voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp +zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo +verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien +al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren +des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99], +hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer +in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen +aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea +tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende +hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt +gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere +armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat +stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om +tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen +wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest +geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen, +maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting +is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op +te maken. + +Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben +gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden +de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, +maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze +boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel +teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en +heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals +een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel +gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over +gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel +uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven, +maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen +nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en +ondervonden aan anderen mede te deelen [102]. + +Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen +van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst +bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten +op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend +heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van +zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat +zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen +toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de +juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104] +en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij +die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren, +elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor +de overige op zijn woord te gelooven. + +Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende +gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan +te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in +de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal, +hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen +is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn +genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben +verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk +op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea +ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving +de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk +valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf +voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid, +daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke +gegevens ten dienste staan. + +De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht, +heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den +conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar +maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst +tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten +voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd +om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken +met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel +uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste +nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend +bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis +voor Hamel's geloofwaardigheid [106]. + +Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van +land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in +lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne +beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor +dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken +[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in +Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft +van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf +aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken +daar te lande [110]. + +De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, +zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot +uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had +op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de +havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners, +Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112]. + +In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of +Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en +latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog +[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag +met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd +nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn +land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen +den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden +welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een +gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad +van den Keizer van China als suzerein van Korea [115]. + +Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea +geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding +vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar +herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen +onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in +hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten +dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun +verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's +Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende +weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht +aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen. + +Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart +hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer +met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen +voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor +oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar +de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking +tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot +ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier +vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood; +schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch +in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun +geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging +van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben +eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld. + +De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van +waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners +in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van +het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie +ten goede kwamen [120]. + +Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien +handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen. + +Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten +en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners +van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de +eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij +van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche +zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in +zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste +berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland +omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen. + +Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden +Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123] +(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman +was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610) +om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het +eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen +gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126], +doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te +bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van +den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook +het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610 +[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter +verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest +om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea", +waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later +[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis +geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker +[129]. + +Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn +geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in +andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin +verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest +aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor +geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis +welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover +misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren +bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen +Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het +krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in +de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben +gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648 +niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben +afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor +het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar +Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent +de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend +dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een +avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt +van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners +en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons +bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt +aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135]. + +De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land +Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid. + +Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental +schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige +voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met +Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te +Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en +de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde +schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch +anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting +konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene +onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China +en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken +voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138]. + +Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben +ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van +het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche +land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in +Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken +dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan +zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben +geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard +gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan, +heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en +Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor +goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het +jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143], +is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het +geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar +zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht. + +Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter +sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo +[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van +Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw, +destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in +die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar +een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd +[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden, +de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146]. + +Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk +van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat +Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is +eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men +vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer", +van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148]. + +"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene +aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam +zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier +Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der +17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart +was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen, +van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en +geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt +voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip +zal hebben ontleend. + +Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de +wateren van Oost-Azië bevaren. + +Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de +Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack" +[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de +Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640 +uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het +vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia +aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype +luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs +zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee +of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII +spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot +'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t' +Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t' +Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt +door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was +als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip +was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als +het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van +deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden +en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden +("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher"). + +Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering +van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas +kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na +aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van +1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het +koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam. + +Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten +volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan +had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen +verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen +uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen +[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de +komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer +zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen +ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in +den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren +handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat +van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan +Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te +Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot +de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar +met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel +de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk +te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel +gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer" +in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar +over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen. + +Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt +om van Taijoan naar Japan te worden gezonden. + +Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de +Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit +over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog +toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek +waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet +kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden +genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao +en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking +Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar +doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158]. + +Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de +Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In +hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het +roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de +kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van +de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk +zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland +een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch +ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige +Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van +den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet +zou worden vergemakkelijkt. + +De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te +weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de +aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland +[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding +te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit +Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa +vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met +rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te +Batavia van zelf [163]. + +Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa" +was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat +de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester +gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit +zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als +adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die +taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al +was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene +maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan, +liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand +van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug. + +De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn +betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of +van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland +is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige +ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het +Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie" +op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van +Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite +waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks +betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie +tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert", +misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere +belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt +[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis +van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit +den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet +genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in +zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding +ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, +die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het +eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168] +waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders +bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart +waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, +is die van Joan Blaeu van 1687 [170]. + +Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt +aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid +dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert +de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit +"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het +geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind" +en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten +kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na +1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden +met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, +kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit +gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa. + +Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten +wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben +met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger +tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar +wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke +rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171]. + +De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht, +evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien +een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht +van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de +aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder +welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan +nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het +woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals +"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen +zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en +"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van +luipaard. [172] + +Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis +kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten. + +Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote +bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen +hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik +Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij +op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in +1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's +Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 +met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den +6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175] +en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176]. + +Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek +stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa +verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur +Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en +tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd, +oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen +op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen" +[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië +gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan +de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens +tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f + 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de +bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot +f 30 pr maand werd verhoogd. + +Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia +is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, +toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland +was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het +licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734, +waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn +opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar +Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is +door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en +aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan +en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië +en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den +12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren +uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van +Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht +Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179]. + +Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de +oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om +door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar +zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen +[180]. + +Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen +zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de +aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal +aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk +veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de +verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal +opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers +van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren +eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen +aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch +schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de +tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne +lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams. + +De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte +stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik +gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief, +eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie +in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden, +wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar +ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken +van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke +hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien +inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren. + + + + + +JOURNAAL + + +[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen +Raaden van Nederlants India.] + +Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van +'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve +Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree) +hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en +ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int +selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van +die natie ende gelegentheijt van 't land. + +Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden +van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en +Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl +gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van +Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh +van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer +een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende +op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen +ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr +ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert; +naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden, +sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen, +om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen. + +Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een +storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer +hoe meerder toenam. + +Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht +bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t +selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat +bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve +ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt +een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert +den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij +[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip +verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer +(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren +vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te +sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs +strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte +comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders +geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende, +bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden. + +Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq +verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden) +stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen, +als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende +onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen; +hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte. + +Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde, +sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen +beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte. + +Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden, +sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door. + +Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten, +gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan. + +Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met +verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen +conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh +slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen +regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het +meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op +'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen. + +Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende +malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een +hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met +pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door +de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet +anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen +den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191] +ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel +los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te +verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te +maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck +slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over +quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was, +eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende +'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een +weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge +der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te +wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]] +over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee +spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep: +mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael +soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent +niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192], +riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent +een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten +regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten +terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193], +dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen +stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick +met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh; +degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden +om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer +betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende +d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende +waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter +niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende, +hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de +donckerheijt niemand bekennen ofte helpen. + +Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog +eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog +ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor +den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de +meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int +vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt +leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te +overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij +sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in +spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier +uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant +gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam +ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft +doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen, +die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige +victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten, +doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken) +aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een +vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met +een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam; +waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte +vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; +tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo +veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met +malcanderen voorden regen te schuijlen. + +Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al +na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer +weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste +was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int +minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent +een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam +steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een +musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en +deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer +toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer +(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, +maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met +malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij +eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; +tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die +ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden. + +Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen +den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten +bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre +staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199] +ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij +'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals, +waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer +hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de +aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten, +ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck +was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden +tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen +haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien +souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden, +maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al, +dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also +malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient +bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den +overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij +malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie +hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]] +welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten +ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij +verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen; +nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand +geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om +ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae +'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij +malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te +eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden +'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202]. + +Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen +ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden; +de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland +(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede +een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de +klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, +smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren +ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap +bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven. + +Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't +yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee +stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote +als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen +wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van +neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons +tweemael daegs wat eeten. + +Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat +ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te +worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden; +de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int +bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen +hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie +gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen, +sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent +een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de +toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen +dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die +om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste +in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende +soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent +Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen +in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal +dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst. + +Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten, +aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen, +het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206] +sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland, +bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor +'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een +coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten +dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude +gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer, +oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen, +ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen +van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort +was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de +voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten; +een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een +groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck, +ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij +vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij +conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet +hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; +terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer +4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; +alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met +beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet +conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een +wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden +was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten; +liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot +onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog +de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten +daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck +water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, +soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des +Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij +na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te +doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx +'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over +zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven +aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs +mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer +konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende +cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx +bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont, +ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels +voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te +vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden +met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten +ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin +soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan +gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam; +liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens +mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude. + +Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman +ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem +comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, +vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot +antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon +te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel +praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot +nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck +ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders +van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende +naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer +Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, +zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland +vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende +waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman +ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan +Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt +'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck +naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree +vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant +gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met +de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door +gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij +'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck +Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met +den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden +hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant +gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat +hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert +gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende +hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde +malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer +Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen, +zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij +senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden +versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke +troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen +niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van +een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was +te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders +tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren +geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met +ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en +volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons +voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den +eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur +gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den +eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, +om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, +ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; +liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper +Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen +hadden hem bekent te maken. + +Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den +ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten +hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten +mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur +liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden +weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere +kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te +behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen, +gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter +daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel, +liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was, +dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste +land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden +wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter +haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle +de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte. + +Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons +terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met +een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door +contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort +dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude +den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen, +den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste +versach om vordere clachten te mijden. + +[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen +gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs, +geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat +indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb +garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses +man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven +alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de +tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven +zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven +inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende +of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende, +conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van +April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie +vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben; +een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't +getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande +honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden, +dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren. + +Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer +vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt +gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap +sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een +man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting +[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, +ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede +te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck +die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant +dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden +was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer +mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende +[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen, +door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; +die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap +niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij +met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft +gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van +de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort +gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na +de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een +ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse +bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort +te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent +ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met +malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde, +liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting +om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222], +voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs +gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur +gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; +den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten +van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande +andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende +straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet +vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde, +waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn +vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen +was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te +sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock +ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, +boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent +een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen +ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden. + +Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt +als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 +a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende +binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van +daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende +door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op +varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer +Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront +ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan +verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer +volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en +koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq +opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden, +bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh +vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen +daerse rijs planten. + +Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck +tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot +blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen +daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende +eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off +'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet +hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door +dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck +waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie +wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out +gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende, +gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren +gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder +zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts +onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten +ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden; +des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt +gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij +malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was +aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te +paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts +is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert +'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande +stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken +te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent; +des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad +genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden +dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer +hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231]; +nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen +dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten +weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233]; +naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen +savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden +Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder +vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor +een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, +alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen +savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt +vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert +vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238], +gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen +daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten +des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio +[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff +hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen +inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt; +naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende +dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243] +ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren +ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde +stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden +ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck +aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen +gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die +aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht + +zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden +'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse +Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten +geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat +'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen, +van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren, +dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]] +senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te +geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree +vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt +zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat +hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen, +singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier +ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet +om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken +ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs +worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem: +Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247] +van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 +cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op +onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat +voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters +uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap +[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot, +met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem +mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder +gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden +voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx +dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6 +maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, +ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des +maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij +den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees +(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den +veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare +wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee +stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien, +ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij +veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende +kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van +'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen +geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, +door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, +ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert +waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van +houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden +int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van +'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot +bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door +dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden +haelden en voor 't geckje hielden. + +[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt +te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans +gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te +worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op +een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, +waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier +houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt +voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen +kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den +2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven. + +Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande +stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer +volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen. + +Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude +ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem +belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van +'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende +hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255] +ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor +de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met +malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout +halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, +'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende +moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest +Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever +willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257] +gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen, +ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van +'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo +den winter daer mede door. + +[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben; +wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer +den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van +Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om +branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant +daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse +gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende +soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden +opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende, +stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants +voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie, +dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor +volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen +den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude +logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]] +offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op +den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen; +wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt; +voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer +niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten +onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om +dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen +opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport +gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door +storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren, +belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven +tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter +gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck +ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma +gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude +openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en +de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na +de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na +eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende +bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen +doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de +gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259]. + +In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij +den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen +den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland +weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom +onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck +best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip +was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een +matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder. + +In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende +quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende +op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter +2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen +eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets, +waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in +een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot +dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham +sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer +gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken +ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende +in haer lant te houden [261]. + +[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder +om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel +bewaren. + +[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael +geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden +ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om +ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet +wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste +ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste +seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een +van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo +lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck +de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq +openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede +luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was +ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende +was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens +ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer +leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer +daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij +passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer +over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, +hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van +veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen +van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij +voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer +swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262] +gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs +smaents toe leijde. + +Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken, +bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een +mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen +sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't +laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben; +wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren, +passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en +paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq +geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende +aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken, +ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt +Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is +de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van +die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx +brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste +overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't +verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons +te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent +[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs +daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie +maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck. + +In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen +hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren +om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet +boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen, +conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons +wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe +logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij +tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte +raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden. + +[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over +eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last +opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene +man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van +groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in +hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als +de inwoonders. + +In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den +voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons +vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten +'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen, +twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo +in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en +sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren. + +In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste +met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders +aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde, +dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met +'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door +'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op +handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om +wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen +schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het +selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende +rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien, +alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een +half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor +leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij +ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen, +ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer +droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij +buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel +sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door +te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom +een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen. + +[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden, +ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen +weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde +ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog +alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven +'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het +een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr +was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij +beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont, +te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan +zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel +op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of +ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't +gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen. + +[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met +consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in +des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp, +sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270] +sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den +ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig +nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet +verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben. + +Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont +een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen +ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij +ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de +vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het +navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas, +door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas +uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen; +conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert +door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden +reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen +storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen, +alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden +en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken +ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen +door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en +arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272], +bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van +de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273]. + +[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt +is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en +N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a +75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275], +heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276] +ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden +aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen, +door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck +ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de +menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast, +daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt +nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent +25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer +Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst +toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer +voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande +West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt +aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande +noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant +gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare +zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als +andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden +December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh +[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn, +ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in +ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan +nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben +aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen, +offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare +zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van +d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, +ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is; +kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over +'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons +volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien +dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw +mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om +laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer +sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet +te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met +garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de +coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke +quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man +haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende +vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise +[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese +en Japanders verhandelt wort. + +Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283], +hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen, +sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen +particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte +dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en +slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, +ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden +Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder +aanden Coninck vervallen. + +Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx +stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden +ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d' +vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden, +alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende +soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die +heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn +capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier +vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende +yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op +schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den +Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn +landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer +geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met +een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen +'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende +storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben +musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh; +elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende +soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters +onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op +'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese +worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben +mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, +sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op +schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, +'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn +dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen +zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen +wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx +dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, +hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te +brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een +vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff +een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden; +slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer +mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden +met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn +gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken +riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers; +gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken; +elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt +ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen +wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout +ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij +deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666 +aan onsen admirael gesien hebben [289]. + +Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de +rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int +hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij +vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met +raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck +in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer +leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen +alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot +hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende +vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de +meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer +tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te +dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van +alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren +dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten. + +Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den +Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt; +heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte +zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest +tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt, +voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer +eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck +haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer +de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder +naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de +oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden +die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst +daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle +cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters +en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden +ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en +soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets +te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck. + +[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet, +die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten, +worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden +tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs +weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert +te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige +sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken +wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft, +gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die +vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer +voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende, +naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock +aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen +ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet +in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was, +ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden +sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove +in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te +meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, +een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den +Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen +gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende +slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't +geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, +wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde +gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert +edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, +tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve +stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken, +worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert; +deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer +gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn +vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen +gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over +niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer +Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen +worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een +cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere, +nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij +de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den +overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele +lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel +gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden +buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe +staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens +onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde +vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot +somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht +met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden +rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders, +door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft; +die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2 +a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt, +ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het +opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt +en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de +kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien +om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene +gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter +doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse +van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een +stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand +breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer +sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter +ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken +off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3 +a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen, +totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die +worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de +knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op +d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij +een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken +een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten +soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen +sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen, +strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte +op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een +enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst +nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand +breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de +doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger +dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje +de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als +'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende +rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght; +de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer +sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294]. + +[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten +belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie, +maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele +weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen, +achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand +'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen +eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer +dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij +aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden +ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te +zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen +comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer +reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met +vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende +nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer +te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel +doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor +straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent, +ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen; +disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door +'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee +mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met +'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende +andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn, +leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie +bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn, +ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10, +20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder +huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen, +mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de +misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij +onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet, +alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als +'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden +niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij +opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper +papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt, +worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx +papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de +gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden +te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet +eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair +ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren; +diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde +billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair +wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo +dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen +moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen +[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel +te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense +voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor +hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen +sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, +twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij +haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; +daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen +der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende +mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten +ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de +papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer +vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte +tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij +seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door +'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen, +door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met +hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters, +alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen, +ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve +meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, +wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de +vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx +stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van +gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden +d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende +grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen +Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300]. + +Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel +fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien +yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs +met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest +met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een +muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op +houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven +worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en +van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit +papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, +daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm +[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer +met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, +boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen +cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder +huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, +nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten +hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn +is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen +en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand +mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben +gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te +doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq +en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten +ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]] +tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als +'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck +huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en +op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende +groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen +ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden +wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een +of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo +veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende +met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij +d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten +wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor +de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant +land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden +vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt. + +Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde +lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte +vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen +gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs, +tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen, +soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als +hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn +vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders +ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met +malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al +had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen, +maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is +geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende +den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft, +sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in +huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten +in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a +3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de +huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen +die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als +slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man +d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen, +waerover dit lant soo vol menschen is. + +D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen +dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel +onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende +dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende +d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot +grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is +te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]] +uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is +een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om +de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort +[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van +haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden +bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn +provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie +om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den +stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij +denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't +selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste +gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert +te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt +soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn, +alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert, +om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden +bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck; +dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer, +door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede +vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die +sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven +eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als +'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel +van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat +wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen, +moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde +kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh +reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt +connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over +haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren +rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening +waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende +een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen; +mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen +te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen +niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange +rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; +om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, +wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft +met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt +waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes +d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen +haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als +daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs +de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken; +sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen +bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en +comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol +nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt; +sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs +van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens +van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse +begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer +clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden +'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel +vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen, +de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden +dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende +hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, +5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer +voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van +steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende +wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo +sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer, +wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310], +dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben; +daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet +doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en +op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, +'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden. + +Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't +gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft +den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten; +de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben +noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part +int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen +tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80 +jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen +doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer +altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen +sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311] +d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden. + +Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]] +natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen, +men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn +stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen +schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een +coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden +en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste +goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende +seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde, +ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een +vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat +over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert +vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander +Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't +ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden +die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen +waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen +soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is +mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese +schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn, +deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle +broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet +sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen; +sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck +zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp +daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe +gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt, +dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen +d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge +te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken; +de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met +vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte +is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende. + +Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder +malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't +eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie +hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper, +sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen, +met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht +worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in +Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin +ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over +lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote +coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen +ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn; +de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314], +elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel +met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere +granen. + +Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was +vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle +dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter +soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen +recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen, +voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt +om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen +ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is, +ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; +dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit +ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij +Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316], +dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte +Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de +Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq, +alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende +planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst, +soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom +nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck +gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende +nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden +worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht +wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan; +Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer +oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer +maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende +rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet +en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen +noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden +en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken. + +Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van +nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en +hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de +zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; +als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende +meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer +vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct, +alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen +[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; +de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, +wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte, +aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel +om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo +den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken +ende vernielen. + +De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden +aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene +man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt, +den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te +swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs +goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen, +doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte +is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China +gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote +en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan. + +Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten; +stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte; +d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen, +den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers +sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert +worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen, +katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte, +swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels, +arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen, +fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven, +met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet. + +Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer +spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om +te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen; +spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten +ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte +principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese +wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende +de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't +loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs +gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen, +mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man +niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen +ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, +doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer +licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet +alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel +geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken +reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't +opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in +veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte +andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende +diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse +niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen, +elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met +lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet; +weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen +d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen +malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt. + +Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte +zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een +wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem +an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken +voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende +gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte +lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers +vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect +vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs +vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een +secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten +cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben, +'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen +is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer +ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer, +welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij +haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde +daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte +andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste, +'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op +voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste +uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand +ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden +aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster +open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger +sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert, +moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, +waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit +van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet +den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem +[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn +logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den +Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende +buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet; +daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte +versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen +in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de +straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a +3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters +comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met +den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle +middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn +heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325]. + +[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin +van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, +veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste +conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt +meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die +in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt +nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten +bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer +conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse +vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste +wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten. + +Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie +andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien +[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit +verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen, +huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren, +'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in +een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen +te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen +[329] tot groote blijschap verandert. + +Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende +sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten +bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken +en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, +dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende +Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een +stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in +een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij +des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die +aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]] +een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden +op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer +brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande +provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont +van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen +als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man +te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae +sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een +straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende +swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont +voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen, +door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten, +int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de +beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te +last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen +te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij +suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt, +de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden +als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden +nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig +inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden, +dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om +wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude +continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten +naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel +te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30 +dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen +deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden +bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664, +dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte +tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder +eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende +belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden +deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs +te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij +bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons +soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet +mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen +hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende +groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende +gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels +waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, +daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden +licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh +hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende +zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E: +opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons +den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een +ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij +om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels +sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden +alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen +daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige +menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent +ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx +opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, +lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, +wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft +ende voor sijn leven wegh gebannen. + +Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met +staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander +int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende +[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat +den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als +mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters +en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat +haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij +avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant +leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op, +behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven, +te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke +teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den +Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren; +d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen, +wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op +dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert +ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde +twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335] + +[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best +om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten; +hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde +ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den +Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen; +onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van +hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de +gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met +malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens +in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int +leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven. + +[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder +quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een +grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel +vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt +seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe +ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten +verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken +gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den +Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn +vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden +voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag +gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende +[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen, +quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen, +die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer +sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie +souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke +vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij +van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met +bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat +ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons +geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan +sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als +anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop +ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae +wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren, +maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer +aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel +den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't +jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam +ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te +[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer +viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn, +ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder +haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef, +den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde +scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest +omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen +sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen. + +In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d' +voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem +touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck +was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur +gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in +geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan, +indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten; +indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen +hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te +verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn +naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo +tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger +sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden +ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met +'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben, +ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde, +ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel +te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen, +alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn; +sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen, +willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt +en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx +van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen; +vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman +ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met +cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde +mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met +'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende, +wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer +t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen; +die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg +cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh +ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was, +scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert, +seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot +man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden +hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese +meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende +wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont +versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle +'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo +'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was, +onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman +wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus +Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien +ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden, +die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende +mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig, +was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen +dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven +bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder +gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al +weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder +ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen +over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van +branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het +ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer +al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder +achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg +brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met +malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water +ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg, +gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg +waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren, +ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende, +d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde, +cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en +lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een +vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt +vreese oft een wacht mochte geweest sijn. + +Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son +wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt +vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent +'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt +den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge +Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt +d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt, +waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden. + +Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse +eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren, +soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende +alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons +onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren, +seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om +in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst +seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt. + +Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de +eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen), +om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des +naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag, +maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter +agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte, +de wint van agteren, den geheelen nacht door. + +Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest +hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in +zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee +gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij +genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te +crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; +half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende +aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren +ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer +wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee +houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende +ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons +ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als +zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh +haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet +had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie +uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met +stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, +maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken +ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince +vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse +eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken +en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken +ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden; +quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer +vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp +al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde, +ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog +een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende, +dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten +leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen +malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al +gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden +dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat +trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het +niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam +daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort +alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de +derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij +Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky +waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden +souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren, +ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen, +waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen +quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op +een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen, +om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter +gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect +hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen +dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater +geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh. + +Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg +ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van +toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten +'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer +in droog te sitten. + +Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs +lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't +eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen. + +Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in +sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen +'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee +groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant +gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over, +ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde +baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker +ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; +waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder +daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs +presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen. + +Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van +'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347] +hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur +overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht, +ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons +als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer +dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel +ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, +belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen; +daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de +Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel +onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer +voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen +segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet +genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt +ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft +verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige +verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken, +waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn. + +[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende +den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de +schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt +hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den +Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden. + +Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde +gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder +voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349]; +sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht. + + +Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste +ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet +daer op geantwoort. + +Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen. + +Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen. + +2. + +Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip. + +dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm +die vijf dagen duerde, hadden verlooren. + +3. + +Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut +op hadden. + +Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt, +hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken. + +4. + +Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de +gelegentheijt van dien. + +Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer +volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen. + +5. + +Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest +waren. + +Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan +gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur +d'heer Verburgh te verlossen. + +6. + +Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie +doen alhier opperhooft was. + +Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte +vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr +Coijet als doen regeerende opperhooft was. + +7. + +Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven. + +Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat +naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh +inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten. + +8. + +Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden. + +Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles +[[42]] goets, gaven ons eten en drincken. + +9. + +Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen +ofte op de Chineese cust te rooven. + +Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door +den storm op de cust van Coree vervallen waren. + +10. + +Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons +schip hadden gehadt. + +Niet dan Compes dienaers. + +11. + +Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve +naer toegebracht sijn. + +Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door +den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in +d'stad Sior. + +12. + +Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen +waren. + +Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen +nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in +alles 90 mijlen van malcanderen. + +13. + +Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen +hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven. + +Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn +gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70 +cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen. + +14. + +Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer +nae toe. + +Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter +waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog +sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado +gebannen. + +15. + +Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn. + +Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en +wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn +alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen. + +16. + +Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is. + +Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl, +breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 +steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden. + +17. + +Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien. + +Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan +naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij +gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land +te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren, +dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam, +waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den +oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht. + +18. + +Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh +was. + +De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren +niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert +van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was. + +19. + +Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is. + +Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige +cleijne stuckjes. + +20. + +Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn. + +De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte +eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt +van victualie voor drie jaren versien zijn. + +21. + +Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben. + +Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant +met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes +daer op. + +22. + +Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten +opbrengen. + +Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen, +brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent. + +23. + +Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken +[[44]] te brengen. + +Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer +manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen +te laten. + +24. + +Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden +bedient. + +Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden +staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier. + +25. + +Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen. + +Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen +moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen. + +26. + +Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen. + +Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van +paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen +en schoenen. + +27. + +Offer veel rijs ende andere granen wast. + +Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren, +door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge +jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662 +meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen, +maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, +alsoo daer geen rijs door de coude can wassen. + +28. + +Offer veel paerden ende koebeesten zijn. + +Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren +herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog +bleef continueeren. + +29. + +Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere +plaetsen eenigen handel dreven. + +Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie +hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin. + +30. + +Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest. + +Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. + + +31. + +Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]] + +Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene +man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn +waerdije, rijst ende andere granen. + +32. + +Wat handel sij op China drijven. + +Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij +trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede +sijde stoffen. + +33. + +Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn. + +Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen +geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere +mijnnen hebbe niet gehoort. + +34. + +Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse +vervoert wort. + +De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij +haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt +opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert. + +35. + +Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is. + +Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh, +die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte +gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters +over teijs om de sekerheijt. + +36. + +Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet. + +Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne +gouverneurs alle drie jaren vernieuwt. + +37. + +Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont +ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer +overleden sijn. + +Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben +gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs +en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; +in die tijt storven elff man. + +38. + +Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve +bieten. + +[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een +stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck +'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, +Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado. + +39. + +Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is. + +Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle, +ende in lijfftochten uijtmuntende. + +40. + +Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren. + +Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu +gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever +eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven. + +41. + +Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van +'t ander volcq zijn wegh geloopen. + +Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden +opgestempt [350]. + +42. + +Waerom wij haer niet gewaerschout hadden. + +Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den +eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs +most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen. + +43. + +Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken. + +Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven, +alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet +soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven +volcq wedersent. + +44. + +Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is. + +Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op +Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet +en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden +Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht. + +45. + +Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden +ende waerom hij zulcx geweijgert heeft. + +Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben +[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde +natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere +natie niet wilde bekent hebben. + +46. + +Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn. + +Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij +hetselve hebben gecocht. + +47. + +Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt. + +Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh +te loopen naer Japan. + +48. + +Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden. + +Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden. + +49. + +Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange +onderwegen geweest waren. + +Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen; +eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen, +van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen. + +50. + +Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder +wilden wegh gaen. + +Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat +bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen. + +51. + +Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij +daer voor wat hebben geeijst ofte genooten. + +Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer +yets voor te hebben geeijst ofte genooten. + +52. + +Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den +wegh wisten. + +Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in +Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer +'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was. + +53. + +[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor +deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn. + + + Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren. + Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: - + Jan Claeszen Cock ,, 49: - + woonende inde stadt Namman. + Jacob Janse quartiermeester ,, 47: - + Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: - + Claes Arentszen Jongen ,, 27: - + In Saijsungh + Sandert Basket bosschieter ,, 41: - + Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: - + + +54. + +Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben. + + + Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren. + Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: - + Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: - + Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: - + Gerrit Janszen: do ,, 32: - + Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: - + Benedictus Clercq jongen ,, 27: - + Denijs Govertszen: do ,, 25: - + + +Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666. + +Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende +nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder +voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort. + +Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.] +nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer +op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen, +om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia +te vertrecken. + +Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende +vertrocken uijt de baij van Nangasackij. + +Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden +Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen +heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt +onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht. + +[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve +soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte +van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, +welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al +des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht +wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende +dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den +Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste +coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen, +alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt +gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door +dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, +ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men +het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende +oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, +voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande +Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is. + + + + + +BIJLAGEN + + +I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Japan. + +a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier +tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur +Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op +een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen +vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d' +eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; +gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de +omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van +te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer +verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht +van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van +alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't +Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke +ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm +den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen, +zijnde dese acht personen genaemt + +Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen +voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent. + +Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen +voor schiemansmaet. + +Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor +jongen met 5 gl. + +Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen +in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent. + +Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in +India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs. + +Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor +jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens. + +Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in +'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent. + +Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen +voor jongen a 5 gl. ter maent. + +'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't +lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren +diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren, +dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude +vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable +menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van +gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant +aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert +en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils +van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer +sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer +geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten +welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt +Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren, +uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt +van daer in huijs gelaten, sijn genaemt + + Johannes Lampen van Amsterdam assistent + + Hendrick Cornelisz van Vrelant + + Jan Claes van Dort, cock + + Jacob Jans van Vleekeren + + Sander Boesquet van Lith + + Jan Jansz Spelt van Uijtrecht + + Anthonie Uldircksz van Grieten + + Claes Arentsz van Oostvoort. + +Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij +ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen +dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck +dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te +becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden +bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock +schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit +volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor +dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer +Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken. + +Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen +vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint +tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto +door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens +haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of +se bij vrunden of vijanden quamen. + +'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck +van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en +wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen +is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck +bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt +en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben, +ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer +verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander, +geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb +hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op +'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque +door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, +en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn +geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee +andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders +dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren +wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen +was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't +leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte +Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in +Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm +Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665 +tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in +Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149). + +b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken +(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken +off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier +aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert +afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog +geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, +ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese +arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't +welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia. + +c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle +Heeren Raden van India. + +Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den +passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt +gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden +8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland +(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben +helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte +schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt +met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op +gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen +8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt +wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet +aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen. + +Nangasackij adij 18en October anno 1666. + +Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel +Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725). + + +Rapport. + +d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker +Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert +door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan +met mijn verschijning van daer op Batavia. + +... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in +meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen +van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia +gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer +13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en +schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser +arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien +den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt +Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve +plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre +van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde +of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen +de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde +van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch +geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet +daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere +joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt +'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te +moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben +van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te +bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen +doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke +conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in +'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten +mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere +aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven +1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725). + +In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt +naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is +aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan +boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18 +October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport". + +In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 +Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet +twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen +die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende +'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts +laten comen". + + +Dagregister Japan. + +e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren +comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij +aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa +hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde +moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt +Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende +gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat +vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons +met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte +Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den +boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren +gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en +wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren +van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't +lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren +etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden, +wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden +door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te +weete comen. + +f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa, +alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude +bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten +gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds +zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155). + +g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver +de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt +Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden +wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte +geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667. + +h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij +aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't +ontslaeken der Corese matrosen.... over. + + +Dagregister Japan. + +i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer +regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de +Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage +van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol +campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia +gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren. + +Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen, +zullen mogen vertrecken. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667. + +j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij +Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige +dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie +connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer +hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d' +selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over. + + +Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667. + +k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen +geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese +eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden +jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij +de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om +met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare +gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden, +Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen, +maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te +slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen +van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde +geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet +meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de +'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen. + + +Generale Missive, 25 Jan. 1667. + +l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen +vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot +Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't +Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich +aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen +seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland +nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat +aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8 +gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen +sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen +verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij +ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen +Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op +'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck +aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven +en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt +sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n +September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te +gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 +Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, +dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover +nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven +1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146). + + +Generale Missive, 23 Dec. 1667. + +m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer +goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt) +de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse +van daer den 23 October vertrocken waren.... + +De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige +gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw +alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek +(Japan). Kol. Arch. no. 1152). + + +Patriasche Missiven. [359] + +20 Nov. 1667. + +n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de +Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer +tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all +van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht +in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de +gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude +connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde +voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven, +haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen. + +22 Aug. 1668. + +o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't +jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer +aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28 +daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert +sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel +die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het +verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij +daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie +hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout, +Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren +als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat +de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van +het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off +het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext +van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een +besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot +den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende +de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de +Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste +sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens +het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op +Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie +bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert +en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet +sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten +Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te +laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't +selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle +denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te +laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden +lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent +die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen +ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken. + + + +Resoluties Heeren XVII. [360] + +10 Aug. 1668. + +p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat +seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen +geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen +uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt, +constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de +pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh +daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits +desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn +en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz., +uijt de Hooftparticipanten. + +11 Aug. 1668. + +q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende +in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en +geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock +gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben +betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van +de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren +en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van +het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all +vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve +overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte +Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert. + +13 Aug. 1668. + +r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in +voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert +het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in +Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst +van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het +lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde +gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden +sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen +dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men +daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo +den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten +hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven +in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een +somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt: + + +Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300. +Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250. +Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200. +Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180. +Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150. +Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150. +Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300. + ------ + f 1530. + + + + +II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Nagasaki. + +a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants +Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders +van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan +anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn, +van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te +comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij. + +16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven +Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert +anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des +Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert, +bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht +Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden +warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der +mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van +Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet +ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten, +drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, +mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat +ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck +door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, +die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een +merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot +nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, +nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden. + +17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de +Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van +'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de +frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse +naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening +tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer +te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor +deden bedancken. + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666 +overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den +jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der +Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de +verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge +met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362] +volgen sullen. + +c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven +Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits +het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa +gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob +Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, +schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit +van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen +Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen +[363]. + + +Generale Missive, 13 Dec. 1668. + +d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in +Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer +verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was, +dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met +Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening +om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, +dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit +hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht +dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die +luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers +den Japander ten minsten ook groot respect draegen. + + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669. + +e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September +verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen +geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is) +door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't +Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck +op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan +UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, +de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't +noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van +seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij +een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten, +maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de +Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het +zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben. + +Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen +Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen +handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de +bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van +die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten, +soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de +vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten, +sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om +gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot +van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij +wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder +seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, +sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de +rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht +te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken +quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge +van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen, +dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt +toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en +de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten. + + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +5 Oct. 1669. + +f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo] +alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven +Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ... + +Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo +seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den +jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing +van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde, +soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen +jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen +als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt +den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij +bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle +van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval +is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en +behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle +naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't +bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den +Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen +en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal +(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie +met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven +off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen +Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren. + +Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben +hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen +ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven +wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar +eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar +met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen +die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen +gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar +quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich +daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo +nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen +dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar +voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van +desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe +verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium +alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen, +die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over +dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht +ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout, +peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout +als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert, +maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van +importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast +soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft +'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven) +geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt +sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden, +waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van +'t rijck wellight op volgen mocht. + +19 Oct. 1670. + +g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen +en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie +voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten +zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de +Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden +gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen +voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant +verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668 +op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden +mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover +oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge +van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht +maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, +tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan +den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons +des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn +Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in +Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden +daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover +hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde +bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden +deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan +niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen +daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck +Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen +de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem +daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde +geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden +Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse +Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, +waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in +te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten +conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent +vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren +wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een +ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de +Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote +costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te +connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen +te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen +gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse +regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens +mochten moveren. + +.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese +gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die +dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden +als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman +Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 = +Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798). + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670. + +h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt +oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van +5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet +qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij, +hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de +600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien +wegh in Japan gevoert zijn geworden. + + +Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670. + +i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt, +Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met +het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt +verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest +sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt +van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar +daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende +lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject +genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch +eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert +volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert +(Kol. Arch. no. 256). + + +Patriasche Missiven. + +j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht +van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen +besendingh derwaerts wel te recht naegelaten. + +k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in +Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel +een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de +Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't +voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn +aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout, +voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang +wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om +daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù +die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het +bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden +gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh +van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen. + + + +III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN. + + +A. HET JACHT DE SPERWER. + +1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge +van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor +de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) +en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 +Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd; +ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649 +in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie +Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni +1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering +naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni +1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 +Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte +dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar +en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 +terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651); +vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug +te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar +de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14 +Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653 +aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het +1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart +1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, +16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 +Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt +van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland. + +In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste +lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman) +of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende +aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des +Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva +le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is +trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch +op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen. + +2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer +hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren. + +Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden +d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die +bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren +mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo +Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't +gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende +terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich +besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer +de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om +voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht +te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de +stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina +om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm +op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634 +in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366]. + +Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door +beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo +de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen, +zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets +te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634 +mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een +musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal +afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel +uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van +Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo +oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door +ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen +zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst +aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert +bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als +de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij +Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen....... + +Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen +vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem +in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre +naer Taijouan te bevorderen. + +Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij +dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren +oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van +deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt +en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick +overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer +oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge, +zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen +coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen, +ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer +insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke +plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het +selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u +de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie +over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van +Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief +waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult +hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck +een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des +Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde. + +In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans: +van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris. + +3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt +becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame +Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer +Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach, +buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff) +geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen +Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat +daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij +hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen, +ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen................. + +Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o +naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter +montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten: + + + 20007 cattijs poetsjoek + 20037 cattijs aluijn + 3000 stucx elantshuijden + 19952 stucx Taijouanse hertevellen + 3078 stx steenbocx vellekens ende + 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten. + + +.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en +Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de +fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij +VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich +sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta +gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te +Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts +te demitteren.... + +.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen +427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken +zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben, +daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder +sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan +de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653). + +4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het +schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't +welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht +was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te +[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe +dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer +mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van +de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de +Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche +arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een +combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen +dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede +de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw +op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx +'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock +onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent +Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier +ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen +want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van +Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan +contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen +presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden +dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen. + +.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des +naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis +Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert +verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt +ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de +cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte +anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den +Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en +Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653). + +5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in +VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone +jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende +'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm +sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken +daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen, +ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f + 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse +winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet +als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad +van Formosa, ddo 20 Mei 1654). + +6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra +tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na +Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer +Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer +nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen, +soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow] +een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw, +die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen, +sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan +gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't +zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa +een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten +nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck +van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw +(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende +'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: +sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet +dan al te gewis houden. + +... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e +f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen +noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except +de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag +sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt +ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt]. + +7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip +Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent +wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de +Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult +moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater +die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben; +wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude +het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck +sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons +en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer +uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654). + +17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven : +"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste +besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme +te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens +ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan +subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen +verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half +Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, +Deel 1, Cap. 21 fol. 280). + +Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met +de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden +het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent +19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van +het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653). + + +B. HET JACHT OUWERKERK. + +Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626 +te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van +daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant +Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot +50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia +aankwam (Dagr. Bat.). + +Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April +1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627 +van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten, +Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck +kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque +ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China, +soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis +hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, +aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn +volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen +daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt +te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot +op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr +Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr +Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627). + +De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 +Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche +navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar +Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten +"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de +rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan +dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht +(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en +zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan +naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn +weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft". + +Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen +te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen: + +"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra +Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; +maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder +gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck +omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt +ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck +mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen +verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop +toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat +als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor +de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den +brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn +alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten +dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met +haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een +Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om +laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter +seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen +20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de +Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff +comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch +eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt +niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; +Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389). + +Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en +3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628 +van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t +Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't +volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag +na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten +stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV, +2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, +bl. 334 en 389). + +.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op +hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders +g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt +wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374]. + +"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft +desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck +behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck +antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver +van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees +weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem +Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375]. + +Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche +gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia +werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer +Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden +van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en +"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao +hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans +dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I). + + +C. HET QUELPAERT DE BRACK + +17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 +Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij +Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar +Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 +terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca +(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); +17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 +Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór +31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); +4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April +1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia +(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar +Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 +aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel +gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden +om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug +te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 +over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde +quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); +3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 +Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 +Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken +van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar +Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes +Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan +(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa +gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug +te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche +jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in +'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.); +18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia +17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia); +10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643 +naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29 +Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644 +naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij +Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt +Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia +(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op +de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe +Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar +Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu +(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der +Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor; +uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt +dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld." + +Patriasche Missive, 8 Dec, 1639. + +Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende +het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man, +en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh +vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude +mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop +'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen. + +Generale Missive, 9 Sept. 1640. + +'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt, +zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken +noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te +meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif +liggen, te connen brengen. + +Patriasche Missive, 15 Maart 1641. + +Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats +als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie +sien te voldoen. + +Missiven Batavia naar Taijoan. + +14 Mei 1641. + +t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe +als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen.... + +In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt +den Oppercoopman Carel Hartsing.... + +Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met +12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden. + +11 Juni 1641. + +...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert +op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt... + +...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in +T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh +te wesen. + +Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641. + +...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't +Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat +stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can... + +...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt +sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over +(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten +ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van +'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat +ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen, +soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer +uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641. + +Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem +zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs +bij contrarie mousson. + +Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641. + +... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de +Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse +groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent +Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht +van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe +van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is +schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese +champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt +zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren +met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet +voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert +binnen aen't Casteel te comen. + +Missiven Batavia naar Taijouan. + +16 April 1642. + +13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier +onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende +Kelang verschenen. + +... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10 +dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de +jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae +Quinangh's bocht aff te senden. + +28 Juni 1642. + +In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij +uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith, +Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert. + +Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642. + +... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit +Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de +reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te +vernemen lieff wert sijn. + +Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642. + +Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie +gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende +wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den +Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den +handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets +anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den +11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven +dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende +verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert +sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. + + +11 Oct. 1642. + +'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen +wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien. + +Dagregister Japan. + +1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants +schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door +den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was, +dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen, +'t welck terstont achtervolcht is geworden. + +12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar +middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten +hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet +meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het +principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa +gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende +onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh +quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede +tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van +de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge +bequamen. + +13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert +voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen +gesorteerd.... + +14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op +gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na +den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven +al op stont uijtgelevert. + +27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh +was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen +en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders +zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan +boort gebracht. + +29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden +als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en +nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren, +omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons +afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde +plaetze in salvo mogen arriveeren Amen. + +29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft +over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip +de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier +naar Taijouan vertrokken. + +Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642. + +...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met +'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere +coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de +oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op +29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack +(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren +gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt +ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen +stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat +daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert, +ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke +winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese +proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge +aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert) +int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders +soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht. + +Generale Missive, 12 Dec. 1642. + +Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse +Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den +Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van +Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de +jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch +niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman +Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende +verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een +aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn..... + +Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en +deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer +gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan +van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack +uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo +in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een +retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan, +zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt +is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten +hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae +sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de +Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen +ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de +dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij. + +Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius. + +... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht +in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack +ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op +Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642). + +Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643. + +... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende +crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner +saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376] + +Missiven Taijoan naar Batavia. + +15 Oct. 1643. + +Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende +de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij +ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte +goutmijnne uijtgeset hadden.... + +De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren, +ons op den 17en Meij weder toegecomen.... + +...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt +van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende) +waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde +cruijsplaetse comende ... + +den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen +masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643). + + + +17 Oct. 1643. + +...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage +het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren +[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld]. + +19 Nov. 1643. + +Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October +aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van +'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts +te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in +32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores +gecomen sijnde, wel toegecomen. + +'t Quel de Brack: + +18 Oct. 1643 naar de Pescadores + +26 Oct. 1643 terug van de Pescadores + +10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de +Pescadores. (Dagr. Zeelandia). + +11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het +binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en +Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643). + +Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643. + +'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij +de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt, +hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier +geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen +vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer +nae behooren mach versien werden. + +Generale Missive, 4 Jan. 1644. + +Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de +Vos ende 't Quel de Brack. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644. + +Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren +de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken +sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet +informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt +cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel +de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat +hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen +vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken. + + +D. HET SCHIP DE HOND. + +"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op +de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het +fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619 +door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van +Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten +(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction +LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305). + +De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in +onze handen was geraakt: + +"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden +ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den +Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620). + +Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander, +dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11 +Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de +Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten" +(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van +Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om +verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16 +Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is +van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621). + +In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor +Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer +Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse +zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6 +Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug +... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met +de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen +enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van +de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat +van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De +schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu +Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te +passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan +gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt" +(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt +door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden, +daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in +groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando +te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op +Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den +raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer +alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan +lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn" +(Gen. Miss. 20 Juni 1623). + +Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de +Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme +[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps +cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone, +a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp +in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II, +bl. 336). + + + +IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378] + +Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront +Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene +eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl +breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do +Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel +van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde +legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan. + +In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck, +geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft +soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie +zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten + + Rijs tot Tl. 20 t'last, + Cooper + Cattoen ende cattoene lijnwaeten + wortel Nijsen + +Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect, +doch vallen seer duer. + +De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van +daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer +rijckelijck uijt ende incomen connen. + +De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer +de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer +mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens +van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde +welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden +ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te +comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan +keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van +t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff +groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden +mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken, +tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen +handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te +treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden +zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit +geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige +volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn, +ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde +met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer +boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers +ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden +bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den +oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben, +door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer +oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders +hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle +tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar +in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen +Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer +invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can. + + +Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen +adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij +binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen +zijn. [380] + +Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen +waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers +gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den +anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende +een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder +zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver +[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met +ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root +vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een +swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft. + +Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen +wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde +op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche +caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren. + +Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander +spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh +sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt, +vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen. + +Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon +van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, +gedragen wierde. + +Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters +hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen +(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant +opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de +suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende +volchde hem noch een do naer. + +Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de +guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers +als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den +anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken +root verlact ende boven met een top van witte veeren. + +Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de +gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert +de Coreers t'accompagneeren. + +Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende +op bagagie paerden. + +Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende +de schenkagie der Coreers brachten. + +Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij +was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft +buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt +te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met +schoon sant gestroijt. + + + + +V. PERSONALIA + + +A. NICOLAAS VERBURG. + +1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip +'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na +goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw +voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's +mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië +(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug; +Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van +3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); +vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan +naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia; +Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart +1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van +Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie +ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675) +en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw +den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot +(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26 +Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen" +(1665). + +Generale Missive, 24 Dec. 1652. + +2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door +veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn +lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt +de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om +tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken +'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen +weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit +gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende +vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot +vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, +daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in +'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts +tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren +zullen.... + +Resolutie, 21 Maart 1653. + +3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh, +Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht +heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen +worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken, +alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal +sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert +persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden, +soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden +vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het +selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie +te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de +middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich +staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het +gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den +Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe +mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve +Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen +Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn, +waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat +gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, +wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende +evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die +aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer +gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten +ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet +alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock +meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat +hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft +te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van +den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende +bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op +Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten +intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten +dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te +houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost +heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en +werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende +overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, +niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken +medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene +versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame +te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, +om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om +redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo +veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement +te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris +Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange +jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop +ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde +redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens +ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste +vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen +conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle +genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst +meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een +seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige +exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert +hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement +te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten +tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende +verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en +weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt +het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt +geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt +rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de +Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, +waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, +alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te +extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet +ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt +vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren +Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden. + + +B. CORNELIS CAESAR. + +1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam +6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f + 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den +Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam; +had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en +wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit +de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was +in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot +f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645 +per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie +voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend: +Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie +toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21 +Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus +(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot +Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en +Dagr. Bat., bl. 541). + +In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië +(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de +Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het +opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli +1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur +van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 +Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en +72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar +5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke, +zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni +1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335). + +2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653. + +Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat +de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen +sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij, +volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten +in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen +als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht +werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer +overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel +Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten +voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich +ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu +tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde, +den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden, +waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat +nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons +wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden +buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker, +die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee +in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris +Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet +te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn +Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn +Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte +alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over +te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve +2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van +India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te +sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander +gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te +sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade +hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse +Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar, +Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen +mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste +bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen. + +Patriasche Missive, 8 Oct. 1654. + +De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur +in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch +die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van +daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen +vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement +ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten. + +UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die +voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet +werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich +volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen +ten hoochsten gelegen te wesen. + + +C. IQUAN. + +"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in +den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert +doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese +enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat +wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij +daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de +Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382]. + +"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken +te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke +quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van +China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende +gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden +andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten" +(Gen. Miss. 3 Jan. 1624). + +Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral +bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de +Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een +Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak; +dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht +[384], klinkt veel waarschijnlijker. + +De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe +het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen: + +De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, +was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang +Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar +getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die +in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis +aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan +ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder +zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den +titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd +betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was +hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen +met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I +(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon +bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze +waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te +Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan +de Engelschen [388]. + +Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het +dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats +Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en +zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon +was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven +besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche +berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene +familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein +China en diens hoofdvrouw in China. + +Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht +bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht +naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando +betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg, +den zoo vermaard geworden Koksinga. + +Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit +Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het +eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China +(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624). + +Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om +op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken +toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro +China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan +terug waren. + +"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened +up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership +on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the +History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87). + +"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der +Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis +gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck +vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer +ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende +vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct +can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, +Actum Batavia 18 Dec. 1627). + +"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen +datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de +riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe +havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich +ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de +Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste +vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie +ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken +ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt, +sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens +van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten +tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen +raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover +Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt +ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder +onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone +van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer +Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is +voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom +en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van +Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren" +(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630 +aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114). + +"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den +vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede +omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu +weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den +rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, +weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt +ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen +Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent +was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere +grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te +beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie +bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet +alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het +Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck +in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij +hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, +alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per +ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven +ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten +niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo +hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten +van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren +Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631). + +"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior +van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen +geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende +voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende +liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote +macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken" +(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634). + +"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps +handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons +wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele +gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken +aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639). + +20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen +alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te +vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de +Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije +niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat +zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders +rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven +en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst. bl 81). + +"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave +birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not +develope the love for adventure and renown which made his elder brother +[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31). + +"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh +van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon +des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger +is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in +Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645). + +"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh +... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste +bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft +laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren +gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt +Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en +tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken +voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken +stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645). + +"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt +hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh +vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe +mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te +keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645). + +"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren +g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan +den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de +geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de +Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja +(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer +1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck +gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken +dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij +een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem +mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van +grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser +vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert, +nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice, +daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando +gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden +was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede +beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke +dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van +vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden" +(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst, bl. 97). + +Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's +geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel +min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme +herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben". + +"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu +army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga] +strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385). + + +D. MARTINUS MARTINI. + +Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China, +waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica +en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier +andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de +Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een +latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij +verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja +off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te +geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki, +ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen +ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke +attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en +Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390] + +"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to +his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed +in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige +leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld]. + +While on his journey the great traveller passed Batavia..... + +Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them +over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be +printed while he himself gave a full geographical description of +the whole empire together with historical, political and scientific +explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier, +On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II, +1888, bl. 105 en 106). + +Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg +vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de +"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in +het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652, +26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer +Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van +honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij +toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven +Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te +kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende +Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij +achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde, +seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt +Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden" +(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren +XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654). + +"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh +tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker +Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China +heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse +[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere +negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven +door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse +hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer +oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te +friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen, +dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton +daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den +oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs +stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de +libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden" +(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652). + +"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en +dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao +en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck +van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel +daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip +den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + + + +VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65. + +Dagregister Japan. + +Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij +ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't +Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen +tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht +sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige +Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, +doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde +deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben. + +20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de +voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren +in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't +Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh +in't S.W. verloren. + +21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende +kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde. + +26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken, +bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft, +onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't +Westen keert. + +29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien, +maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger +opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't +Westen naer't N.W. gekeert is. + +Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als +alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende +met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt. + +10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te +sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden +malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn. + +20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien +konnen werden. + +April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder +omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die +hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende +was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo. + + * * * * + +Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem +een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een +vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff, +1701, bl. 66). + + * * * * + +Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe +sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was +mede indt oosten. + +Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster +zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden. + +Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman +Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en +Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58). + +Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391] + +Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst +gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre +gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur, +opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen, +waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien. + +Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den +rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen +verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken +daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de +staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht: +Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't +mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen +haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien, +sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede +langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw, +nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy +grooter in ons gesicht vertoont. + +Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en +de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet +hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen +als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den +2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder +met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen, +en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy +ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na +'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems +3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen +in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan +den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat +de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen. + +Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary +1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten +Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock +over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van +de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes +daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien +tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen +en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen +en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent +heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich +ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet +en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien, +te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den +Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt +van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een +heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens, +naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren, +was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem, +ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door +de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, +en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet +langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, +en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na +met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn +roedeken gelijckende. + +Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer, +op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram +eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus, +ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt +met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries +uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30 +December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen +van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo +fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als +dese dede, niet uyt. + +Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn +Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van +'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen +vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de +Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus +de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen +Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle +Zee en Water-tekenen. + +Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een +Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft +laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in +'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn +Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den +13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende +op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte. + +Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren +te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer +nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is +gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het +toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis. + +'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden +3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont, +'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe +datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke +Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late +ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels +niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen. + +In Haerlem, desen 14 April 1665. + + +Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur + + +BIBLIOGRAPHIE. + +Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in +'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter +te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam. + +Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die +alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea; +daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving +zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het +jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in +het land teruggekomen was. + +Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen, +en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal. + +Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk +van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven +van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken, +waarin het reisverhaal is opgenomen. + + +DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/ +van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets +door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn +vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 +dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in +die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen +in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB +VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668. + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets +die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de +acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael, +dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde +bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo +verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche +letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te +'s-Gravenhage. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer / +van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door +de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert +/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in +slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // +tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in +'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van +[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.] + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die +van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die +noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael, +dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den +hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische +letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met +heel kleine Romeinsche letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den +titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de +keerzijde verlies geleden hebben. + +JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/ +van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar +op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant +is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door // +de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ +by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ +in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die +tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't +Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch +acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt +gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ +Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree: +Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: +Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de +Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met +verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] +// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: +Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668. + +16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter. + +Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en +spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van +Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove +houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening +(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij +den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje +(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na +het Journael volgt een nieuwe titel: + +Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare +Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als // +inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno +M.DC.LXVIIJ. + +Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan +het slot. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te +Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian +Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen +en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.: +Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de +prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders +in Korea, ondert. Toeridjéné. + +'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de +// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in +'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER +EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm +en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ +daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den +Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van +Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny +moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer +van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn +'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in +'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip +in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door +van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van +Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen +door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje: + + + Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen, + Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen, + En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen, + Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen, + In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft + Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft. + Hier nae een Beter. + + +Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels +wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia +(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in +de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere +reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen +met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van +Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in +het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte +inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de +dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de +olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier +te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, +dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het +journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst +in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht +van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den +tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van +de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en +de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen. + +In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad +van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis +van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden, +een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte +plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht; +op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck; +in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door +Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt, +en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en +casuarissen voorstellende. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch +te Rotterdam. + +JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer +ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders +// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe // +noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno +1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam, +Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte +Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende +spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure +geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is +veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding +van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als +zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd, +dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger +gemaakt om de ruimte te vullen. + +Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op +Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen +landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van +'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede +voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten +blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8 +persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn / +achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn +aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // +t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere +uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde +voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op +p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor +de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, +ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken +Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide +prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor +is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des +Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over +Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656", +uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan, +Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing +naar Corea overgebracht. + +Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te +Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- +en volkenk, van Ned. Indie te Delft. + + +HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS. + +Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in +'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS +MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669. + +In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436 +een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend, +beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der +geredde mannen op "Disma". + + +DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN. + +RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste +de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de +Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, +// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au +coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d' +Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +Ook met ander uitgevers-adres: + +RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE, +au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, & +au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165 +genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter. + +De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van +Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, +en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee +naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal +geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden +echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman +(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten. + +Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te +Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage. + +Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au +Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote +18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer +vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna. + +Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ // +Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/ +im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/ +und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ // +vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget // +JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise: +// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653 +glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit +Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und +JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII. + +Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene +gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het +boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich +Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: +P. TROSCHEL sculp. + +24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op +bladz. 811 de titel: + +JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/ +was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/ +// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/ +durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/ +so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/ +ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH +HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/ +Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet. + +Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche +uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het +journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder +de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus +ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel +Korea ... Verteuscht. + +Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam. + + +HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN. + +(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.) + +A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill +1704. fo. + +In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45 +(IV p. 719-742), 1752: + +An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the +Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of +Corea. Translated out of French. + +Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties, +herdrukt in: + +Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia +1884.--Second ed. ibid. 1885. + +Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the +Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door +den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel +wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit +de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene. + +Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection +of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2 +kol.). + +In de Appendix op p. 37-40: + +An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the +Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the +East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore +upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence +to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship, +who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd. + +Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar +Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop +volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de +olifanten en krokodillen. + +Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715; +nouv. éd. 1732. 8o. + +In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782): + +Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle +de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée. + +Herdruk van de vertaling van Minutoli. + +A new and general collection of voyages and travels, consisting of the +most esteemed relations which have been published in any language. By +Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o. + +In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving +van Corea, naar de collection van Churchill. + +Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes +les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par +l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris +1746-89. 40. + +De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er +bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen +een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar +Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de +Parijsche uitgaaf. + +In vol. VIII (1749) p. 412-429: + +Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du +Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert. + +Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by +Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o. + +Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750) +p. 18-48: + +Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa, +en hun Berigt van de Landstreek. + +Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig, +bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o. + +Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750) +p. 573-608: + +Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem +Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch +HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt. + +A general collection of the best and most interesting voyages and +travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o. + +In vol. VII p. 517: + +Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and +their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated +from the French. + + + +GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392] + +BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde +Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646. + +BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang, +during the years 1843-46. London, 1848. + +BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851. + +CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North +China Branch R.A.S. XXIII, 1888). + +CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894. + +CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919. + +COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in +Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage, +1919-20. + +COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea +(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903). + +COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917. + +COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris, +1894. + +DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918. + +DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction +sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes +coréennes. Paris, 1874. + +DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische +Compagnie. (Handschrift Kol. Archief). + +DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history +etc. II. London, 1894. + +DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History, +people, resources and commercial prospects. London etc., 1903. + +DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan +1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883. + +DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama, +1880. + +DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833. + +DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique, +chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie +Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736. + +DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze +vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858. + +ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917. + +GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea +Branch R. A. S. I, 1900). + +----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912). + +GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New +Ser. XXVII, 1895). + +GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701. + +GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905. + +----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885. + +GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen +Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898). + +GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea +en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835. + +HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het +Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12. + +----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer +(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903). + +HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés +sinologiques. No. 24). Changhai, 1905. + +HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases, +by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903. + +HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik +Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II). + +HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen +enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668. + +HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens +de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879). + +HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I, +1900). + +HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). + +ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch +R.A.S. IV, 2, 1913). + +JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche +zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858. + +JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in +Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865. + +KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van +het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem, +1831. + +KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam, +1729. + +LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par +M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797. + +LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc., +edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900. + +LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op +Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859). + +LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer +Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door) +Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten +enz. Amsterdam, 1595. + +LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions +Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15). + +MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong, +1867. + +MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited +by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams +1611-1617). London, 1850. + +MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902. + +MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669. + +MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898). + +MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912. + +NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen +Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897. + +----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841). + +PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo, +(1909). + +PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second +edition. London, 1917. + +PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917. + +----Corea. (China Review. XIV, XVI). + +----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society +of Japan. XV, 1887). + +PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma +H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland, +1905-1906. + +PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der +Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900. + +REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society +of Japan. VI, 3, 1878). + +RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin, +1834. + +ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of +manners, etc. Paisley, (1880). + +----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and +progress. London, 1891. + +SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch +R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.). + +SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von +Japan. Leyden, 1852. + +----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52. + +SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie +Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908. + +TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New +Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898. + +TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der +japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909. + +TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs +néerlandais, etc. Amsterdam, 1867. + +----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam, +1884. + +VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V, +2. Dordrecht--Amsterdam, 1726. + +'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675. + +VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by +E.M. Satow, London, 1900. + +WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography, +government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899. + +WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam, +1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705. + +YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV, +2, 1913). + +IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen +Kon. Inst. dl. 73, 1917). + +ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen +van Arkel. Gorinchem, 1755. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + +[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij +de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan +d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot, +Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het +"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: +"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse +op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman +Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om +de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende +om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304 +in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten: +"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, +Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde +Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt +... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een +musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons +comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625, +bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa, +sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts +schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan +omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest +te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: +"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer +verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat]. + +[2] Zie Bijlage V_A, 1. + +[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652). + +[4] Zie Bijlage V_A, 3. + +[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan +dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle +des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla +Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te +rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam +Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven +geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf +hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers +gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het +Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn +Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan, +dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627). + +Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad +niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de +zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde, +was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier +ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15, +17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden +den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor +op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar +schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering +aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant +van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het +beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door +de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van +hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"] +"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven." + +Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan +en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen +de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie" +gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26 +Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661 +aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa"). + +Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh +in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia +10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in +de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld: +"het vlekje Provintie". + +[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter +troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't +suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle +die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven +gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen +massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12 +dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't +verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese +revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24 +Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te +komen voor 2600 gemassacreerde koppen. + +[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste +Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende +gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote +vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten +zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck +ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge +voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, +altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen +Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting +te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de +groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn +te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31 +Jan. 1653). + +Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654) +doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In +UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, +hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen +sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent +3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude +veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun +van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde +voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van +onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655). + +[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke +deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute +onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door +de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den +tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan +de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652). + +"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer +Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, +bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie +Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd, +en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt +ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan +Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T +valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten +die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de +clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien +en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie +geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20 +Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de +Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de +dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen +niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben +te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de +politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn" +(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur +... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en +Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652. + +[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en +Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, +zie Bijlage V_C. + +[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in +Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den +grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar +tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven +heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te +hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25 +Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat +de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin +[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; +mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater +Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient +heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + +[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, +weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur +Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne +benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3. + +[12] Res. 20 Mei 1653. + +[13] Zie Bijlage V_B, 1. + +[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als +Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in +Kol. Archief no. 780. + +[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die +gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement +van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre +scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer +generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden +van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier, +nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden" +(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de +publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale +gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd +bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het +"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen. + +[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van +sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij +laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer +Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3. + +[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse +besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier +overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de +Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653). + +[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den +9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest, +tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden +sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met +genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende +alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson +al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te +laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17 +deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van +de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, +te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge +van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni +1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2. + +[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia +onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van +de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman, +Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz). + +[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't +jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3. + +[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de +fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha +Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die +van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders +vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen +volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht, +oock wel beseijlt schip". + +[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende +29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert +ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een +cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van +f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3. + +[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk +door het vergaan van de Sperwer gemaakt. + +[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642. + +[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in +Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen +en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en +verongelukt 27 schepen. + +[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A. + +[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes +de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent. + +[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders, +als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder +(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken, +opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666). + +[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging +to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary). + +[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor +Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan +14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado +(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus, +Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den +onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in +Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando +opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing +duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le +Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst" +vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima +verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de +onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was +gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den +29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte +gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk +in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde +uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende +240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne +staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een +brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte +daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, +te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als +sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te +mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde +wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan). + +[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten +te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen +nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19 +Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's +dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van +Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den +Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te +gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd +Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat +hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen +ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een +ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij +de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen +grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, +bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633). + +[32] Bijlage I a. + +[33] Bijlage I b. + +[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de +groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten +omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij +hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen +door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der +tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer +beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken" +(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670). + +[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens +getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael +ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9 +Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd +Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende, +Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in +Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, +voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't +gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet +aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet +hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren +Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie +deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den +29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301). + +[36] Zie Bijlage I a en I b. + +[37] Zie Bijlage I b en I d. + +[38] Zie Bijlage I f-h. + +[39] Zie Bijlage I i-j. + +[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de +fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw". + +[41] Zie Bijlage I o. + +[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen, +ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen" +(Journaal, Uitg.-Saagman). + +[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen +de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den +13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, +Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de +Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff +oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen, +Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan +geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December, +alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668). + +Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen +als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende +Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van +Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen +van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op +Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer +waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden +gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs" +was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen. + +[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 +(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam, +1660-1668. Kol. Arch. no. 1153). + +[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en +20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de +Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, +de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge +Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1 +Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, +bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de +Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de +Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20 +deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de +Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484). + +[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten +November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart +1668. Kol. Arch. no. 301). + +[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische +Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265, +270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner +Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert, +ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen +('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne +Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen +Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden +tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen +wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van +'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven, +af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) +en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp). + +[48] Zie Bijlage I k. + +[49] Zie Bijlage I q-r. + +[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82). + +[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its +communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed +almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 86). + +[52] Zie Bijlage I n (slot). + +[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan, +op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand +overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen, +2e dr., I, bl. 53). + +[54] Zie Bijlage II a-d. + +[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53. + +[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer +afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van +omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm +beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren, +de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten +zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote +mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer +stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door, +den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent +Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto +is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670). + +"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht +dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto +zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.). + +"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia +vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van +op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een +opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch +soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt +geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest +aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T' +is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen" +(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670). + +[57] Zie Bijlage II a (slot). + +[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204. + +[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort +van Coromandel". + +[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt +Buijenskercke van Japan". + +[61] Zie Bijlage II i. + +[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile +(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was +never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely +that the Coreans would take any pains to mark the site of their +graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en +terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge +van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn +vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den +Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar +1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en +waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens +haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert, +dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in +13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven +en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn +gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt +Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op +alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en +na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn +van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven" +schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff, +Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen +geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap +werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en +te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail +from Great Britain it is of special interest to know that one of the +unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was +"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of +any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did +in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's +Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95). + +[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered +have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives +knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were +of foreign manufacture. The figures on them, however, told their +own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore +marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be +the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who, +like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile +though the honoured guest and adviser of the king and government. The +presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what +must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes +and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by +travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and +conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott, +Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S., +New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215). + +[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888] +je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout +souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu" +(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46). + +[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371. + +[66] Zie Bijlage I k. + +[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder +op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese +eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde +den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte +jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu +aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert +dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't +verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie +sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt +haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van +het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie, +politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende +het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan +ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal +wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in +Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en +by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: +wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel +onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te +vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift +aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in +de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen +en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI. + +[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26). + +[69] Zie Bijlage I o. + +[70] Zie de Bibliographie. + +[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz. + +[72] Bl. 429-436. + +[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele, +Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het +exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij +kunnen raadplegen. + +[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele, +a.v. bl. 269. + +[75] Dl. I, bl. 148. + +[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest, +verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen +op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de +vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders +Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot). + +[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens +vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene +Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-så +of Gouverneur. + +[78] Zie Journaal, bl. 11. + +[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de +Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in +de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese". + +[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des +satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le +1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese +is de Chineesche uitspraak van Moksa. + +[81] Witsen, 2e dr., bl. 59. + +[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668. + +[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668. + +[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31. + +[85] Zie de Bibliographie. + +[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and +Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt +in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918) +alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope, +Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt +maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial +account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which +sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that +such animals may have existed two hundred and fifty years ago and +yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen +komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten. + +[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: +The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885). + +[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de +Haan. + +[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon +een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te +teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten +vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel +73, bl. 401, waren ongeteekend. + +[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78). + +[91] Zie facsimile tegenover den titel. + +[92] Zie facsimile. + +[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit +que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup +moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275). + +[94] Zie bl. 13. + +[95] Zie Bijlage III_B. + +[96] Zie Bijlage I_A. + +[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement +scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr., +bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on +his return, recounting his adventures in a simple and straightforward +style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176). + +[98] "When this account was printed in Holland, the eight men +mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and +examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars +here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render +the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that +carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon +the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732), +Preface bl. 574). + +[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten +ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53. + +[100] Zie Bijlage Io. + +[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53. + +[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have +given a much more perfect description, and many men in that time +would have made it more ample and satisfactory; but the author gave +what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested, +having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in +that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain +his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's +Collection IV, Preface, bl. 574). + +[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance +rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui +ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté +de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau +holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement +au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the +country and people, deserves careful study. It throws some interesting +sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries +ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the +"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword +van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions +Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94). + +[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's +narrative, questioning especially his geographical statements. Before a +map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be +seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It +is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life, +people, and customs gave us so little information concerning them" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen +Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel +gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren +er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte +Entd. Japan, bl. 37). + +[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia, +the Coreans have always bowed down before the greatly superior +mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of +their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal +books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific" +(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge +the Japanese and other nations possess, they obtained from China, +while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus +(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea +(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert, +Korean Survivals (Id. bl. 25-50). + +[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in +contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked +on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch +supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth +century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and, +as read at the present time, conveys an exact picture of the people +and country. Place after place which he mentions in their captive +wanderings have been identified, and every scene and every feature can +be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native +conservatism both in language and habits that Hamel's description of +two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life" +(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch +R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was +plainly a shrewd observer, and much of his description of the country +and the people and their customs tallies well with our own experience +of the last thirty years, though one would not care to subscribe to +every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de +uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, +1918, bl. 94). + +[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première +source des détails importants concernant la Corée & ses habitants" +(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel +van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des +Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit +Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem +Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität +wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben +des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch +vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, +1834, bl. 637-638). + +[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire +de l' Eglise de Corée, 1874. + +[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée, +quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à +Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées +des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736) +bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the +hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 353). + +[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais +séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en +vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement +leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes" +(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX). + +[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor +of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with +letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of +Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of +Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268). + +[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun +Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, +she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in +the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of +Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China +Past and Present, bl. 340). + +[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21 +Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea +(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93). + +[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire +sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal +Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean +monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII, +1888, bl. 1). + +[115] "Ever since the Manchus established themselves in China, +Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful +vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no +interference on the part of China in her internal administration: all +she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal +value at fixed periods, for which she received a liberal return; and +to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place +and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340). + +[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo, +being the word "Imperator" in its original military significance" +(Parker, China, 1917, Glossary). + +[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, +301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William +Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916, +bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, +het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea +sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a +new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times" +(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, +2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de +eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit +deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere +[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na +voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware +den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke +Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince +geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn +Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere +ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken." + +[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree +met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden; +haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij +claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope +tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht +van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck +als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn +landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door +vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia +dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV). + +[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders +voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs +van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d' +Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te +laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, +caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the +castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive +next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The +intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense +with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests, +a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they +were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot). + +[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van +Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea +ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige +jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den +Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser, +op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere +in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 +April 1635). + +[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen, +Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31 +Aug. 1643). + +[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae +het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen, +aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck +van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens +ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken +gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen, +waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe, +als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die +'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght. + +Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert +aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke, +te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van +veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde. + +Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core, +ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is +ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen +cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t' +welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de +Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen +zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden +van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af, +oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer" +(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der +Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70). + +[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is +inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, +bl. 78, noot 4). + +[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, +bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, +1858, bl. 29. + +[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet +werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker +aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende +berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found +three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and +came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I +vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke +haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue" +(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd +daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten +deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3 +Febr. 1626). + +[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken +waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het +mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt +Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen +Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent +30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch +25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a +4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de +strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant' +voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck +sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te +versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck, +leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort" +(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in +vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII). + +[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en +plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo +verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea +door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met +gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan +mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk, +Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38). + +[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, +per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of +Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary +of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258). + +[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme +in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge +incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater +request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and +from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John +Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as +yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other +privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in +paine of death not to goe without the walles thereof to the landward" +(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out +of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando +9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of +Japan were attended by about 500 men and were royally entertained, +by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through +whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured +to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King +of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might +procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando +15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 222). + +[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, +20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te +Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 +en 20 Juni 1623. + +[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van +Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken +die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust +houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende +ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na +dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit +schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, +welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten +wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off +diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia +aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11 +Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in +het Kol. Arch. niet aangetroffen). + +[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot. + +[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea +door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de +reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden +wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht +is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt +verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door +UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien +correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen +admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout +ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen +deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker +seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens +een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van +bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert" +(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637). + +[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea +hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als +UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult +gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar +Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van +voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was +achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten +sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de +Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden +treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende +ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en +Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de +Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, +wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie +becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons +gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel +als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar +Firando, 26 Juni 1638). + +[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre +van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula +de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de +groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten, +Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw, +Korea hier te lande nauwelijks bekend was. + +[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien, +China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat +proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen +sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639). + +[137] Zie Bijlage I o. + +[138] Zie Bijlage II e, f en h. + +[139] Zie Bijlage I o. + +[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde +dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te +drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, +is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam, +Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324). + +[141] Zie Bijlage II j en k. + +[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote +behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie +niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en +van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen +admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten +Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam, +Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von +Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai +unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27). + +[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland +(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep +20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 +te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo +onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te +verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679). + +[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China +Review XVI, bl. 309). + +[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai +als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa +de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso +ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula +zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de +Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene +Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod, +Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft +wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der +Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der +obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel +unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten +des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones +welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung +von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie +auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen +"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée" +und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten +Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89). + +Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas +van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland +"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes +hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie +der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9), +VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten +VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van +Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734): +Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750): +I de Quelpaert. + +[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, +bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch +strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert +noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland, +Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860: +"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen +zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets +over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918) +bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van +dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders +Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese +kaarten Fungma genoemt". + +[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh +geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat +gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip +de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe; +den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27 +Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse +sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van +Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30 +mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen, +met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen, +stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen +sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef, +sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der +Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr +1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek, +9e hoofdstuk bl. 89. + +[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of +his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2: +"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert" +an old name for a galiot". + +[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde +opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856). + +[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie +Bijlage III_C. + +[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, +dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November +Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert". + +[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet +acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt +die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben +toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan, +2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh +uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer +gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia +aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643). + +[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende +Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer +gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler +ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden +ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van +Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het +"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16 +Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het +pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer +verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is". + +[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I +(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië +VI, 4 (1898), bl. 290). + +[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan +becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen +alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het +seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha +verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa +gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij, +niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, +ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen +heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent +Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken, +gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch +ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als +geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen +den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten +respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen +onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts, +soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met +een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De +gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde, +was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort +eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken +(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten +binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut +lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen +nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur] +verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs +niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij +tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor +d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli +1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson, +XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia +de Philipinas, V, 114-122. + +[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is +situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a +tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins +of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay" +(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323). + +[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe +residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel +uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, +mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen +ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan, +4 Juli 1644). + +[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel +ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten +Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, +opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht +becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the +reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa +Island, going to attack it year after year, was that they had promised +the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards +from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV, +bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643). + +[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur +Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten +proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den +Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben +ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt". + +[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij +overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten +om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien +'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich +is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke +sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als +de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, +'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een +blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642). + +[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden +tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten +van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te +doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder +voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa, +23 Juni 1643). + +[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, +maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat +reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius +bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende +wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel +voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre +te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst, +verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan, +23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen +daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare +brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden" +(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold +is the most important.... It may be said.... that of the limited area +investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460). + +[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa +de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, +hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado +g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten +te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius +zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen; +deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met +het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, +ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent +Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe, +De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, +Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands, +XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642 +te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) +en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd +daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal +der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's +nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en +Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661) +(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort +vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat +ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25 +Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de +havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang +voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668 +voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211). + +[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh +de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert +'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September +passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack +... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een +aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642). + +[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar +Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het +Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in +diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval +op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt. + +[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642). + +[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de +noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks +naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli +1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654), +wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder +de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in +loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden +quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken +als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen +hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree, +Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende +de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen." + +[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien +een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond +aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie +Journaal bl. 9. + +[170] Zie bl. XLII, noot 1. + +[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long +enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners +of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface, +bl. VIII). + +[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire +national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851). + +[173] Zie Journaal bl. 73. + +[174] Zie Bijlage I a. + +[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651. + +[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651. + +[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer, +Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423. + +[178] Zie Bijlage I a. + +[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum. + +[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft +bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten: + +1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier +(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon +de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave +Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147]. + +2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633 +Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, +Utrecht 1760). + +3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur +Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie +te Batavia. + +4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren +zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn +overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688). + +In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel, +door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens +aangetroffen. + +[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing +everything in its power to suppress Korean nationality. The Government +not only forbade the study of Korean language and history in schools, +but went so far as to make a systematic collection of all works of +Korean history and literature in public archives and private homes +and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919). + +[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII +centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William +Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I, +bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by +C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII, +part 2, 1916. + +[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden +zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan, +Priangan II, bl. 44, noot 8). + +[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste +schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen +met het limiren van den dagh onder zeijl". + +[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen +(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou +de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan: +"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht +van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.: +"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen +vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449). + +[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het +achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk +uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder. + +[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10 +November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort". + +[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China. + +[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water +uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische +hulpmiddelen doenlijk is. + +[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip. + +[191] de afsluiting van het achterschip. + +[192] d.i. één uur 's nachts. + +[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van +het roer, te hebben doen oploeven. + +[194] d.w.z.: de ankers hielden niet. + +[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond. + +[196] groote vaten. + +[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in +Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn" +(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders +hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V, +2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den +Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 +Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te +Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord +van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth +Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird +(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold, +Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot). + +[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe +van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te +dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens +de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor +de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip +gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten +doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so +Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan +te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot +'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve +dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is. + +Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten, +Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke +meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt +eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten +sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en +yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te +goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip +gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen +yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed +hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening +by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen +tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps- +en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen" +(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27). + +[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk +dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet +besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast +en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve +van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De +Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de +goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat +weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy +heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot +sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de +Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28). + +[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26). + +[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den +Chineeschen Jihpen. + +[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist +waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de +gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het +Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel +Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen +zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, +in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, +ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van +hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets +te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de +stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De +opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de +opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland" +kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest +van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651 +van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis +door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben +hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen +uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642 +was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4). + +De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de: + +I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden +'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten". + +II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte +genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de +hooghte van 33 graden 32 minuten". + +III. Uitg.-van Velsen = II. + +IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de +stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer +'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en +dartig minderlingen". + +Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven: +"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, +und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe +von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg +(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea +qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré +trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages, +VIII, bl. 416). + +Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30' +zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking +genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten. + +De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer" +gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169). + +[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en +roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat +doel werden ingekocht. + +[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons; +dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen +de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15"). + +[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs". + +[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2. + +[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges +sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs" +(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII, +noot 5. + +[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has +been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They +give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and +cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903, +bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly +furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea, +1905, bl. 267). + +[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip +"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr +maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest +(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen +gesteld. No. 54; zie bl. 73). + +"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor +uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als +tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde +chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden +kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo +1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14, +fol. 255). + +[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts +verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van +Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao +1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese +jonck daar was geraakt". + +[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive +Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637: +"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] +aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien +haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door +den Heer van Fingo soude mogen geschieden". + +[212] d.w.z. in Indië. + +[213] de hoofdstad Seoul. + +[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van +"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The +Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost +werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2, +bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen +te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten +blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe +te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de +bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen +van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701). + +[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen, +Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen". + +[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer +behoord. + +[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen. + +[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de +drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz, +beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54, +bl. 73). + +[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt. + +[220] d.i. wij geraakten. + +[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig +vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra +(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk +aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet) +met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast +(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast +zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw +overboord viel. + +[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen +als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or +cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than +a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much +bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The +frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to +rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to +prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence +of the delinquent are written upon it for the information of the +passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape" +(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509). + +[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa, +gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**). + +"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du +vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque, +sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le +21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14' +de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la +Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384). + +De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3 +en 12: "Chesu". + +In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij +haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op +de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den +Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en +III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts +Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of +ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree." + +Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher, +Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v. + +[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, +aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 47). + +[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of +convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves +of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201). + +[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois +cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'" +(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is +about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200). + +[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de +Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut +a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**). + +[228] ? + +[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124° +10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**). + +[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'" +(a.v. bl. 17**). + +[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified +stronghold in the mountains, to which, in time of war, the +neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet +de montagne" (Dict. a.v. bl. 373). + +[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'" +(a.v. bl. 18**). + +[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'" +(a.v. bl. 7**). + +[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra, +à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**). + +[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to +in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la +dynastie précédente". + +[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste" +(Dict. a.v. bl. 19**). + +[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'" +(a.v. bl. 20**). + +[238] ? + +[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et +Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**). + +[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de +Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**). + +[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de +Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou +gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**). + +[242] lees: Kyeng-keui. + +[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of +the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its +current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt +annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul, +Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**). + +[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du +royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van +"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui +et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le +fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur +de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**). + +[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden, +namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting +van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de +afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt; +recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352 +K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De +afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of +666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67). + +[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden, +werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene +dergelijke vertooning zouden vergasten. + +Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het +Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie +te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen] +... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten, +mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een +liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren, +te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn +vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse +gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen +en een stuck van een comedie te ageeren.... + +... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme +regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter +jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons +onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons +logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75). + +De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor +de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de +Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van +de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde +van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder +afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten +opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden" +was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven +naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok +houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede +soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door +de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over +de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden +[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en +geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere +verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692). + +[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door +den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17 +Aug. 1708). + +[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire, +qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement; +c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin" +(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English +Dictionary, 1911, bl. 429. + +[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop. + +[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst". + +[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert. + +[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet +gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); +de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest. + +[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away, +but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling +the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were +easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172). + +[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal +city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of +the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress, +to which the royal family are sent for safety in time of war ... During +the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it +his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang +is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest. + +[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart +1622). + +[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt +opgegeten." + +[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren. + +[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik +(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t +schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier +aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624). + +[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het +Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen +Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige +te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als +een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan +het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben +uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het +lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen. + +[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best +conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken +met eene Koreaansche woordenlijst? + +Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt +verder niet gesproken. + +[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te +gebruiken. + +[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra +(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8. + +[263] ? + +[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant +d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans +chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321) + +[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de +nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen +moesten gaan. + +[266] linnen. + +[267] de hoofdstad, Seoul. + +[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer +hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren; +want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het +Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, +volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen +is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert +te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki, +opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49). + +"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a +perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the +war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 150). + +"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu +au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200 +soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**). + +[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last +king. This Prince commenced his political career at Moukden, where +he had been sent as hostage by his father. In the second year of his +reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659. + +The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden, +whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist +nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV, +bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24) +Chang-hai, 1905, bl. 457, 462. + +[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de +armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder: +Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens, +Bosboom-Toussaint en Beets. + +[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in +anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local +rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker, +Corea, China Review XIV bl. 129). + +[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel +(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal). + +[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and +Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs. + +[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île +et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant +qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée" +(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la +dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**). + +"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and +which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four +centuries. He moved his capital to its present site, to the city of +Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning +"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed +since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name +of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269). + +"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the +throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392) +a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu, +rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and +established himself as the king of Corea. He chose for the title of +his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the +Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and +for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He +also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The +Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, +bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation" +(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het +noorden en het midden; Ko lee in het zuiden. + +[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo +vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de +Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen +stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek +met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8. + +[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea +stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10' +E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird +flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300 +miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396). + +[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but +rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy +from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed +to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2). + +[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en +japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands +situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea +... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the +12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently +had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was +completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot, +Dict., bl. 706). + +[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to +gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the +water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and +Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de +Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui +a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**). + +"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare +1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht, +dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is, +vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te +Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan +werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van +Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden, +die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve +die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44). + +[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer +mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus +gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57). + +[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea +in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van +Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien +Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te +hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van +een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt +uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van +kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op +de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen +wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen, +en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen +vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen +moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche +Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee +was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde, +dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit +het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, +meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, +als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer +oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44). + +"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in +onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als +de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee +is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden +of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56). + +[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the +dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese +name is derived from a fancied resemblance to the human form. The +genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are +derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the +leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The +roots are covered with rings, from which the age is ascertained, +and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean +ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native +ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206). + +"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in +gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in +silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a +food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing" +qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273). + +Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende +werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck +Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven +1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV, +bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante +de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The +culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch +R. A. S. III, 1903, bl. 18-30). + +[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by +powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed +by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 228-229). + +[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont +gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts +met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het +leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt; +dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert, +is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels +schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56). + +[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen, +'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen +voor onse naackte billen hebben gekregen." + +[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken +om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman). + +[287] "There seems to be three distinct classes or grades of +bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study, +and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa +being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who +solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the +temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun) +act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use, +weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333). + +[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman). + +[289] Zie bl. 59. + +[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the +metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in +turn, and the King ascends the throne if they have any representations +to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127). + +[291] "Close communication between the palace and populace is kept +up by means of the pages employed at the court, or through officers, +who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa, +or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain +the popular feeling, or to report the conducts of certain officers +... receives sealed orders from the king, which he must not open +till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission, +a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some +cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 221-222). + +[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet, +als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten. + +[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen +gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al, +voorafgegaan door een; + +[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated +since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main, +that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated +the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235). + +[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande +een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over +een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne +mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen, +met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven +heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk +op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als +het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55). + +"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen, +en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels, +drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente +en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester +Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit +onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57). + +[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone +upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning +tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved +off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh, +leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of +holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the +torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical +discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335). + +[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik, +maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen, +ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet +beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven +mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal +II, kolom 1951). + +[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention +with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea, +bl. 355). + +[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous +visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds +of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267). + +[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2. + +[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in +north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though +we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The +floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from +the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 263). + +[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman +staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het +weggelaten. + +[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II, +bl. 769. + +[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It +would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal +with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time +... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant +place does not need to make elaborate preparations ... At night, +instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters +some house, whose exterior room is open to any comer. There he is +sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 288-289). + +[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe". + +[306] "Not the least interesting of the local or national festivals, +are those held in memory of the soldiers slain in the service +of their country on famous battle-fields. Besides holding annual +memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of +the people, there are temples erected to soothe the spirits of the +slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites +made painful to the national memory by the great Japanese invasion +of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 299). + +[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten". + +[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles. + +[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der +Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd +Paardrijden, strofe 13, regel 6). + +[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered +at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 298). + +"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om +aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor +'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken] +den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel +honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door +yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen. + +De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt, +dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk +in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele +honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn +Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin +levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur, +eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is +verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't +ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56). + +[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders". + +[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the +Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears +to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula" +(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en +Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om +katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e +dr. I, 1917, bl. 434). + +[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier +te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt, +op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 58). + +[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people +to use coin and at the same time prohibiting them from the use of +cloth as money.... Up to this time, there had always been a party +opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress +its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast +disappearing and though they once more succeeded, five years later, +in causing the rescission of the order to use coin, the people by that +time had become so accustomed to its use that they began to coin for +themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever +of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea, +Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61). + +[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 +... and in the following year, when sending home the king's son, +who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a +half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently +remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans +like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288). + +"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses +of absolute self-government; but, at the same time, it has had only +brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage +to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years' +dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe +taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly +tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants, +who bring back profits much greater than the amount of the tribute" +(Ross, a. v., bl. 365). + +[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren? + +[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien; +ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte, +'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan +de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en +van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat +zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had; +doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver, +of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e +dr. dl. I, bl. 58). + +[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded +annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town +aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29). + +[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't +Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche +Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden +(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de +Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders +schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is +een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren +aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere +lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 59). + +[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende, +geschreven. Het tweede is...." + +[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or +almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and +complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross, +Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity +and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale, +The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part +I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans +la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet, +le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles +où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne, +I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII). + +[322] lees: drukplaeten. + +[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren +Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als +Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, +Band III (1834) bl. 594). + +[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen +woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen +onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den +Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat +zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, +daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely +leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does, +it is a great occasion which is previously announced to the public. The +roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while +the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of +each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and +dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially +the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one +should look down upon his majesty. Those who think they have received +unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They +stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched +on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer +or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo +groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde +steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, +als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen +zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen +onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, +maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van +Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy +een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende +dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first +sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by +five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages +and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first +entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the +heir and other members of the royal family, heads of public offices +&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated +when the envoys take their departure). When the envoys first arrive +at their hotel, the heir advances with the various high officers, +and makes two obeisances. When they take their departure, the same +ceremony is repeated outside the ... Gate... + +The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from +the palace by the Corean court officials with great ceremony to his +hotel, and music is used even on fast days; a number of articles +of local produce are taken with him, and special other articles are +sent on the emperor's birthday and with formal state communications; +these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, +shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea, +China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is +equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on +the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting +out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands +reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his +relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are +all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de +Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet +gaat, wordt in dit bericht niet gezegd). + +[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) +is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh +genoemd. + +[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). + +[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**). + +[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan +aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16. + +[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als +voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn +tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, +als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn +de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet +'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn +van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56; +Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They +do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and +stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together +with wooden nails. They use round stems of trees in their natural +state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with +cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail +very well within three points of the wind, and the fishermen are very +skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon +[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, +en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die +de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, +werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, +alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest" +(Witsen, 2e dr. I, bl. 44). + +[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, +die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre +af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich +liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter +afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot +Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen +als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder +staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje +sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven +Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot +en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op +46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, +kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in +zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers +oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer +diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men +met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal +kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV +(1665), bl. 183). + +Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius), +die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor +in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn +"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen +der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749) +en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit, +Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator +aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie +ook Bijlage VI. + +[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne +krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander, +verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch +de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden; +na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag +'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden, +dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn +Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, +daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is +ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte +geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden +ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh +in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel +mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665). + +[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard +Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de +belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens +tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven +de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586). + +[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about +this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, +and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, +and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto +which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of +the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary +of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618). + +[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van +Velsen: "bij de Zeekant". + +[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of +ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden +zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende, +aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks +tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I, +bl. 57-58). + +[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by +hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel +van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts +van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een +tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, +na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen +zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen +zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van +een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen, +2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken). + +[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig +hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, +met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e +dr. I, bl. 58). + +[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender +handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson +weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18 +Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly +winds blow from the middle of May, and often even from April, until +the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west +monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April +... prevails until the middle or end of September.... But the +regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese +coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in +winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is +inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the +exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of +Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878, +bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke +retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te +largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen +suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar +Taijoan, 2 Mei 1644). + +[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en +achtervloed, voorvloed en achtereb. + +[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter: +"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft. + +[343] lees: praijde. + +[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den +wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan +boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een +houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt +om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven. + +[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men +veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4. + +[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht". + +[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging +door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken +eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen: +"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, +die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.". + +[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden +Dagregister. + +[349] Zie Bijlage Ie. + +[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan +valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal +dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen). + +[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki +aangekomen. Zie Bijl. Ij. + +[352] Zie Inleiding, bl. XXVI. + +[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal +niet voor. + +[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den +druk aangebracht. + +[355] Niet ingevuld. + +[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667, +Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden. + +[357] van 18 Oct. 1666. + +[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger +als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki. + +[359] Kol. Arch. no. 457. + +[360] Kol. Arch. no. 255. + +[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester +(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod, +Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan, +1729, bl. 232. + +[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan. + +[363] Oostvoort in Bijl. Ia. + +[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd +Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben +te doen. + +[365] Zie bl. 86 hiervóór. + +[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456. + +[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon. + +[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56. + +[369] twee? + +[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia" +genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15 +Sept. 1627). + +[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad +Ords. (Dagr. Bat.). + +[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18): +14 April 1627. + +[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland; +ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623). + +[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the +10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with +the view of attacking a fleet which had been prepared there for a +journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt, +thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The +guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After +the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog +C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77. + +[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter +eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff +tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten". + +[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert +de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd. + +[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het +vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 +November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende +opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13). + +Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps +toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx' +tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was +langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar +Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van +13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando, +zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie +Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan +boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 +Dec. 1621). + +[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan +aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637 +geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637. + +[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de +Japanners. + +[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato +van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de +geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer +gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door +d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: +Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone +wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het +hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer +consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne +den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando +24 Meert Ao 1637). + +[381] zijde, staat in Dagr. Japan. + +[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals, +volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden, +Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616). + +[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, +Introduction, bl. LI. + +[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers: +"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft +in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met +schoone vrouwen ende kinderen". + +[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of +all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare" +(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]). + +"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a +safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to +the scanty historical material which we have at hand, established a +rough form of government over their settlements. So admirable was the +organization that the different bands lived together without discord +and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to +look after the interests of the combined bands whenever anything arose +of common concern. The strongest of them was a powerful band under the +leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns, +and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually +attained a position so formidable that smaller bands combined with them +for their own protection, and thus nearly the whole of the China and +Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai +died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and +the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903) +bl. 8). + +[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten +seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625). + +[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625. + +[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English +Residents in Japan 1611-1623, bl. 271. + +[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat +"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens +de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der +Chineezen te Batavia (1636-1645). + +[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet +gebleken. Journaal Hamel. + +[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en +9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek. + +[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal, +de Bibliographie. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht +de Sperwer, by Hendrik Hamel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN *** + +***** This file should be named 11467-8.txt or 11467-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/1/4/6/11467/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/11467-8.zip b/old/11467-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3da5734 --- /dev/null +++ b/old/11467-8.zip diff --git a/old/11467-h.zip b/old/11467-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..49690d3 --- /dev/null +++ b/old/11467-h.zip diff --git a/old/11467-h/11467-h.htm b/old/11467-h/11467-h.htm new file mode 100644 index 0000000..266b20a --- /dev/null +++ b/old/11467-h/11467-h.htm @@ -0,0 +1,15704 @@ +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta name="generator" content="HTML Tidy, see www.w3.org"> +<meta http-equiv="Content-Type" content= +"text/html; charset=ISO-8859-1"> +<title>Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer</title> +<link rel="schema.DC" href= +"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content= +"Hendrik Hamel (1630–1692); B. Hoetink"> +<meta name="DC.Creator" content= +"Hendrik Hamel (1630–1692); B. Hoetink"> +<meta name="DC.Title" content= +"Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer"> +<meta name="DC.Date" content="2004-03-01"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<style type="text/css"> + /* Standard CSS stylesheet */ +body +{ + font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; + margin: 1.58em 16%; + text-align: left; +} +.titlePage +{ + border: #DDDDDD 2px solid; + margin: 3em 0% 7em 0%; + padding: 5em 10% 6em 10%; +} +h1.docTitle +{ + font-size:1.6em; + line-height:2em; +} +h2.byline +{ + font-size:1.1em; + font-weight:normal; + line-height:1.44em; +} +span.docAuthor +{ + font-size:1.2em; + font-weight:bold; +} +h2.docImprint +{ + font-size:1.2em; + font-weight:normal; +} +.transcribernote +{ + background-color:#DDE; + border:black 1px dotted; + color:#000; + font-family:sans-serif; + font-size:80%; + margin:2em 5%; + padding:1em; +} +.advertisment +{ + background-color:#FFFEE0; + border:black 1px dotted; + color:#000; + margin:2em 5%; + padding:1em; +} +.div0 +{ + padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ + padding-top: 4.8em; +} +.index +{ + font-size: 80%; +} +.div2 +{ + padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ + padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ + padding: 0; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, pseudoh4 +{ + clear: both; + font-style: normal; + text-transform: none; +} +h3, .pseudoh3 +{ + font-size:1.2em; + line-height:1.2em; +} +h3.label +{ + font-size:1em; + line-height:1.2em; + margin-bottom:0; +} +h4, pseudoh4 +{ + font-size:1em; + line-height:1.2em; +} +h4.lghead +{ + margin-left:10%; + margin-right:10%; +} +.alignleft +{ + text-align:left; +} +.alignright +{ + text-align:right; +} +.alignblock +{ + text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ + margin-top: 1.6em; + margin-bottom: 1.6em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + text-align: center; +} +p.poetry +{ + margin:0 10% 1.58em; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ + color: white; +} +p.line +{ + margin:0 10%; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ + font-size:0.9em; + line-height:1.2em; + text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ + margin:1.58em 10%; +} +p.tocChapter +{ + margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ + margin:0.7em 5%; +} +div.epigraph +{ + font-size:0.9em; + line-height:1.2em; + width: 60%; + margin-left: auto; +} +div.epigraph span.bibl +{ + display: block; + text-align: right; +} +.epigraph .poem +{ + margin-left: 0; +} +.epigraph .line +{ + margin-left: 0; + text-indent: 0; +} +.trailer +{ + clear: both; + padding-top: 2.4em; + padding-bottom: 1.6em; +} +.floatLeft +{ + float:left; + margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ + float:right; + margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ + font-size:100%; + text-align:center; +} +.figure p +{ + font-size:80%; + margin-top:0; + text-align:center; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ + color:#666666; + font-size:80%; +} +span.parnum +{ + font-weight: bold; +} +.leftnote +{ + font-size:0.8em; + height:0; + left:1%; + line-height:1.2em; + position:absolute; + text-indent:0; + width:14%; +} +.pagenum +{ + display:inline; + font-size:70%; + font-style:normal; + margin:0; + padding:0; + position:absolute; + right:1%; + text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ + font-size: 80%; + text-decoration: none; + vertical-align: 0.25em; +} +.red +{ + color: red; +} +.displayfootnote +{ + display: none; +} +div.footnotes +{ + margin-top: 1em; + padding: 0; +} +hr.fnsep +{ + margin-left: 0; + margin-right: 0; + text-align: left; + width: 25%; +} +p.footnote +{ + font-size: 80%; + margin-bottom: 0.5em; + margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ + float: left; + text-align:left; + width:2em; +} +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ + font-size: 80%; +} +.centertable +{ + /* center the table */ + margin: 0px auto; +} +.poem +{ + margin-left:5%; + position:relative; + text-align:left; + width:90%; +} +.poem h4 +{ + font-weight:normal; + margin-left:5em; +} +.poem .linenum +{ + color:#777; + font-size:90%; + left:-2.5em; + margin:0; + position:absolute; + text-align:center; + text-indent:0; + top:auto; + width:1.75em; +} +.versenum +{ + font-weight:bold; +} +/* right aligned page number in table of contents */ +.tocPagenum, .flushright +{ + position: absolute; + right: 16%; + top: auto; +} +.footnotes .line +{ + font-size:80%; + margin:0 5%; +} +.poem .i0 +{ + display:block; + margin-left:2em; +} +.poem .i1 +{ + display:block; + margin-left:3em; +} +.poem .i2 +{ + display:block; + margin-left:4em; +} +.poem .i3 +{ + display:block; + margin-left:5em; +} +.poem .i4 +{ + display:block; + margin-left:6em; +} +.poem .i5 +{ + display:block; + margin-left:7em; +} +.poem .i6 +{ + display:block; + margin-left:8em; +} +.poem .i7 +{ + display:block; + margin-left:9em; +} +.poem .i8 +{ + display:block; + margin-left:10em; +} +.poem .i9 +{ + display:block; + margin-left:11em; +} +span.corr +{ + border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ + border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ + border-bottom:1px dotted green; +} +.letterspaced +{ + letter-spacing:0.2em; +} +.smallcaps +{ + font-variant:small-caps; +} +.caps +{ + text-transform:uppercase; +} +.fraktur +{ + font-family: 'Walbaum-Fraktur'; +} +.rm +{ + font-style: normal; +} +hr +{ + clear:both; + height:1px; + margin-left:auto; + margin-right:auto; + margin-top:1em; + text-align:center; + width:45%; +} +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ + text-align:center; +} +h1,h2 +{ + font-size:1.44em; + line-height:1.5em; +} +h1.label,h2.label +{ + font-size:1.2em; + line-height:1.2em; + margin-bottom:0; +} +h5,h6 +{ + font-size:1em; + font-style:italic; + line-height:1em; +} +p,p.initial +{ + text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ + text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ + float: left; + clear: left; + margin: 0em 0.05em 0 0; + padding: 0px; + line-height: 0.8em; + font-size: 420%; + vertical-align:super; +} +.poem +{ + padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ + font-size:0.9em; + line-height:1.2em; + margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ + text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: disc; } +ol { list-style-type: decimal; } +ol.AL { list-style-type: lower-alpha; } +ol.AU { list-style-type: upper-alpha; } +ol.RU { list-style-type: upper-roman; } +ol.RL { list-style-type: lower-roman; } +.lsdisc { list-style-type: disc; } +.lsoff { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +.pglink +{ + background: url(images/book.png) center right no-repeat; + padding-right: 18px; +} +.catlink +{ + background: url(images/card.png) center right no-repeat; + padding-right: 17px; +} +.exlink +{ + background: url(images/external.png) center right no-repeat; + padding-right: 13px; +} +.pglink:hover +{ + background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover +{ + background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover +{ + background-color: #FFDCDC; +} + /* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml + " */ +body +{ + background: #FFFFFF; + font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ + color: black; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .pseudoh1, .pseudoh2, .pseudoh3, .pseudoh4 +{ + color: #001FA4; + font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} +p.byline +{ + font-style: italic; + margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, span.leftnote, p.legend, .versenum, .stage +{ + color: #001FA4; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ + color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ + color: red; +} +p.dropcap:first-letter +{ + color: #001FA4; + font-weight: bold; +} +sub, sup +{ + line-height: 0; +} + /* Standard Aural CSS stylesheet */ +.pagenum, .linenum +{ + speak: none; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de +Sperwer, by Hendrik Hamel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer + En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland + Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene + beschrijving van dat rijk + +Author: Hendrik Hamel + +Editor: B. Hoetink + +Posting Date: July 26, 2009 [EBook #11467] +First Posted: March 5, 2004 + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team. + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/cover.jpg" alt= +"Kaft van het oorspronkelijke boek in blauw linnen met daarop een zeventiende-eeuws zeilschip in goud-opdruk." + width="494" height="720"></div> +</div> + +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE +LINSCHOTEN-VEREENIGING</h1> + +<h1 class="docTitle">XVIII</h1> + +<h1 class="docTitle">VERHAAL VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT DE +SPERWER</h1> + +<h2 class="docTitle">(1656–1663)</h2> + +<h2 class="byline">DOOR<br> + HENDRIK HAMEL</h2> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/logo.gif" alt= +"Logo met zeilschip." width="234" height="235"></div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div id="ms1" class="figure"><img border="0" src="images/ms1.gif" alt= +"Eerste pagina van het oorspronkelijke manuscript." width="720" height= +"491"></div> +</div> + +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">VERHAAL<br> + VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT<br> + DE SPERWER</h1> + +<h2 class="docTitle">EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET +EILAND QUELPAERT EN HET VASTELAND VAN KOREA (1653–1666) MET EENE +BESCHRIJVING VAN DAT RIJK</h2> + +<h2 class="byline">DOOR<br> + <span class="docAuthor">HENDRIK HAMEL</span><br> + UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK<br> + MET 1 KAART EN 11 AFBEELDINGEN</h2> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/publogo.gif" alt= +"Uitgeverslogo Martinus Nijhoff: Alles Komt Teregt." width="124" +height="122"></div> + +<h2 class="docImprint">’S-GRAVENHAGE<br> + MARTINUS NIJHOFF<br> + 1920 <span class="pagenum">[<a id="pbxxviitoc" href= +"#pbxxviitoc">XXVII</a>]</span></h2> +</div> + +<div id="toc" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">INHOUD.</h2> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#voor">VOORBERICHT</a> ... <span class="tocPagenum"> +XXIX</span></li> + +<li><a href="#afk">Gebruikte afkortingen</a> ... <span class= +"tocPagenum">XXXI</span></li> + +<li><a href="#inl">INLEIDING</a> ... <span class="tocPagenum"> +1</span></li> + +<li><a href="#jour">JOURNAAL</a> ... <span class="tocPagenum"> +1</span></li> + +<li><a href="#bij">BIJLAGEN:</a> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#b.i">I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen</a> +... <span class="tocPagenum">77</span></li> + +<li><a href="#b.ii">II. Berichten over de in vrijheid gestelde +schipbreukelingen</a> ... <span class="tocPagenum">88</span></li> + +<li><a href="#b.iii">III. Gegevens betreffende schepen:</a> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#b.iii.a">A. Het jacht de Sperwer</a> ... <span class= +"tocPagenum">95</span></li> + +<li><a href="#b.iii.b">B. Het jacht Ouwerkerk</a> ... <span class= +"tocPagenum">101</span></li> + +<li><a href="#b.iii.c">C. Het quelpaert de Brack</a> ... <span class= +"tocPagenum">104</span></li> + +<li><a href="#b.iii.d">D. Het schip de Hond</a> ... <span class= +"tocPagenum">112</span></li> +</ol> +</li> + +<li><a href="#b.iv">IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt +van Corea</a> ... <span class="tocPagenum">114</span></li> + +<li><a href="#b.v">V. Personalia:</a> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#b.v.a">A. Nicolaas Verburg</a> ... <span class= +"tocPagenum">118</span></li> + +<li><a href="#b.v.b">B. Cornelis Caesar</a> ... <span class= +"tocPagenum">121</span></li> + +<li><a href="#b.v.c">C. Iquan</a> ... <span class="tocPagenum"> +123</span></li> + +<li><a href="#b.v.d">D. Martinus Martini</a> ... <span class= +"tocPagenum">129</span></li> +</ol> +</li> + +<li><a href="#b.vi">VI. Berichten over de komeet A<sup>o</sup> +1664–65</a> ... <span class="tocPagenum">131</span></li> +</ol> +</li> + +<li><a href="#bibl">BIBLIOGRAPHIE</a> ... <span class="tocPagenum"> +139</span></li> + +<li><a href="#lit">GERAADPLEEGDE LITERATUUR</a> ... <span class= +"tocPagenum">149</span></li> + +<li><a href="#index">BLADWIJZER</a> ... <span class="tocPagenum"> +157</span></li> +</ol> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">PLATEN:</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><a href="#ms1">Facsimile van de eerste bladzijde van het HS</a> ... +<span class="tocPagenum">tegenover den titel</span></li> + +<li><a href="#ms2">Facsimile van een gedeelte van het HS</a> ... <span +class="tocPagenum">XXVII</span></li> + +<li><a href="#map">Kaart van de tochten van Hamel</a> ... <span class= +"tocPagenum">achterin</span></li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pbxxixpre" href= +"#pbxxixpre">XXIX</a>]</span></div> +</div> + +<div id="voor" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">VOORBERICHT.</h2> + +<p>Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende +van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan is +geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het door +Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, +opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk te +hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van +1653–1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft +bij landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef +ruim twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen +aanschouwing en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit +geheimzinnige rijk en zijne bewoners.</p> + +<p>Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, +kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar verteller +was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat hij en zijne +lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de +Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van +Hamel’s “Journaal” de aandacht op het werk van dezen +landgenoot te vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij +daarom op aan een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden +eer hij tot de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het +toeval, dat ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de +aanrakingen van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij +weldra mogelijk was eene bewerking van Hamel’s Journaal, waarbij +gebruik is gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en +bevestigen, ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. +Waarom de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal +uit de “Inleiding” duidelijk worden; de overneming van de +blijkbaar oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen +uitgaaf van het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden.</p> + +<p>Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen, +<span class="pagenum">[<a id="pbxxxpre" href= +"#pbxxxpre">XXX</a>]</span>dat de lijst te breed is uitgevallen voor de +schilderij door Hamel nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan +bijzonderheden welke niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en +zijne kameraden, noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die +bijzonderheden op zich zelf wetenswaard mogen worden +genoemd—gelijk mij toescheen—zal er vrede mede kunnen +hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats is gegeven op grond +van de uitspraak: “Men mag in werken als die van de +Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden.”</p> + +<p>Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben +drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op +mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l’Honoré Naber gaf +blijk van zijne belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. +C.P. Burger Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de +“Bibliographie” voor zijne rekening te nemen en de +Secretaris, de Heer W. Nijhoff, heeft de verschijning van dit werkje +met zorgzame hand geleid. Gaarne zeg ik mede dank aan den Heer W.C. +Muller, Adjunct-Secretaris van het Koninklijk Instituut voor de Taal-, +Land- en Volkenkunde van Ned.-Indië, wiens kunde en +hulpvaardigheid mij van groot nut zijn geweest.</p> + +<p>Moge deze uitgaaf van Hamel’s “Journaal” er toe +leiden dat het aandeel van Nederlanders in de “ontdekking” +van Korea, opnieuw bekend wordt en belangstelling vindt.</p> + +<p>Den Haag, 1920. B.H. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiafk" href= +"#pbxxxiafk">XXXI</a>]</span></p> +</div> + +<div id="afk" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">GEBRUIKTE AFKORTINGEN.</h2> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dagr. Bat.</td> +<td valign="top">Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant +passerende daer ter plaetse als over geheel Nederlandts India.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dagr. Jap.</td> +<td valign="top">Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de +Compagnie in Japan, eerst te Firando en later te Nagasaki.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Res.</td> +<td valign="top">Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van +Indië.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Gen. Miss.</td> +<td valign="top">Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering +aan Heeren XVII.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Patr. Miss.</td> +<td valign="top">Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de +Indische Regeering.</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pbiii" href= +"#pbiii">III</a>]</span></p> +</div> + +<div id="inl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">INLEIDING.</h2> + +<p>Van de schepen welke in de 17<sup>e</sup> eeuw hebben behoord tot de +navale macht der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend +geworden en gebleven als het jacht “de Sperwer”. Vaartuigen +der Compagnie bleken zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de +gevaarlijke wateren van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den +kring van belanghebbenden nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht +in 1653, op zijne reis van Formosa naar Japan, de haven van bestemming +niet bereikte. Het waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige +geredde opvarenden, gedurende een verblijf van dertien jaren in +onbekende streken, welke op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en +het verhaal van hun wedervaren mag ook thans nog op belangstelling +aanspraak maken, omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare +inlichtingen van ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen +ter tijde, en nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en +zich verre hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee +eeuwen lang in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk +Korea, was te danken aan een schipbreukeling van het jacht “de +Sperwer”.</p> + +<hr class="tb"> +<p>In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de +benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa<a +class="noteref" id="xd0e407src" href="#xd0e407">1</a>, ter vervanging +van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg<a class="noteref" id= +"xd0e448src" href="#xd0e448">2</a>, <span class="pagenum">[<a id="pbiv" +href="#pbiv">IV</a>]</span>die zijn ontslag had gevraagd en op wiens +aanblijven blijkbaar ook geen prijs werd gesteld<a class="noteref" id= +"xd0e459src" href="#xd0e459">3</a>. Er was reden om voor het Bestuur +van dit “costelijck pant”, van dit Gouvernement +“<span lang="nl-1600">van overgroote importantie”, een +Compagnie’s dienaar uit te kiezen van “bijzondere +wijsheijt, discretie ende cloeckheijt</span>”<a class="noteref" +id="xd0e471src" href="#xd0e471">4</a>.</p> + +<p>Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche +kolonisten het vlek Provintien<a class="noteref" id="xd0e482src" href= +"#xd0e482">5</a> afgeloopen en acht der onzen vermoord, <span class= +"pagenum">[<a id="pbv" href="#pbv">V</a>]</span>waarop militairen en +inboorlingen waren uitgezonden die, onder het neerleggen van eenige +duizenden Chineezen, in twaalf dagen, de rust herstelden<a class= +"noteref" id="xd0e562src" href="#xd0e562">6</a>. Naar het oordeel van +de Bataviasche Regeering was het verzet der Chineezen eene waarschuwing +dat te hunnen opzichte minder vrijgevigheid moest worden betracht dan +tot nog toe het geval was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden +in de vrijheden waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren<a +class="noteref" id="xd0e571src" href="#xd0e571">7</a>. <span class= +"pagenum">[<a id="pbvi" href="#pbvi">VI</a>]</span></p> + +<p>Geschillen tusschen “<span lang="nl-1600">Compagnie’s +principale ministers in kercke ende politie</span>”<a class= +"noteref" id="xd0e591src" href="#xd0e591">8</a> hadden aanleiding +gegeven tot verdeeldheid en het ontstaan van partijschappen. Door +overplaatsingen hieraan een einde te maken, liet de dienst der +Compagnie niet toe en om te verhoeden dat de slechte verstandhouding +tusschen bestuurders en predikanten de belangen der Compagnie zou +schaden, kwam het noodig voor het gezag te leggen in handen van iemand +van “<span lang="nl-1600">meer dan gewone +authoriteijt</span>”.</p> + +<p>Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen +“<span lang="nl-1600">de sone van den grooten mandarijn +Equan</span>”<a class="noteref" id="xd0e623src" href= +"#xd0e623">9</a>, d.i. Koksinga, die van plan zou wezen om als hij den +strijd op en om het vaste land van Zuid-China tegen de opdringende +Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, zich meester te maken +van onze nederzetting op het eiland Formosa en <span class="pagenum"> +[<a id="pbvii" href="#pbvii">VII</a>]</span>zich daar met zijn aanhang +te vestigen<a class="noteref" id="xd0e633src" href="#xd0e633">10</a>. +Na weinige jaren heeft de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen +van die zijde niet ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in +1652 Compagnie’s bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was +voorbij gedreven. In 1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag +over dat eiland voorgoed een einde te maken.</p> + +<p>Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche +Regeering van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa +gekozen de Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, “<span +lang="nl-1600">die de Taijouanse gewesten vóór desen +lange jaren bijgewoont</span>” had<a class="noteref" id= +"xd0e654src" href="#xd0e654">11</a>. Deze nam de benoeming aan en +maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel Reniersz +den 18<sup>en</sup> Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de +voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal +Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen<a class="noteref" id= +"xd0e669src" href="#xd0e669">12</a>.</p> + +<p>Alsnu werd besloten “<span lang="nl-1600">tot het Taijouanse +Gouvernement te qualificeeren en te gebruijcken</span>” den Extra +Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar<a class="noteref" id= +"xd0e677src" href="#xd0e677">13</a> wien werd “<span lang= +"nl-1600">opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als +Gouverneur sich... te vervoegen</span>”<a class="noteref" id= +"xd0e689src" href="#xd0e689">14</a>.</p> + +<p>Den 16<sup>en</sup> Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal +Maetsuijker een “<span lang="nl-1600">vrolijck +scheijdmael</span>”<a class="noteref" id="xd0e709src" href= +"#xd0e709">15</a> aan ter eere van den op vertrekken staanden +Gouverneur Caesar, die den 18<sup>en</sup> Juni, vergezeld van zijne +<span class="pagenum">[<a id="pbviii" href= +"#pbviii">VIII</a>]</span>familie, van de reede van Batavia onder zeil +ging<a class="noteref" id="xd0e738src" href="#xd0e738">16</a>. Voor +zijn transport was aangewezen het jacht “de Sperwer”<a +class="noteref" id="xd0e756src" href="#xd0e756">17</a>. Aanvankelijk +was dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van “<span lang= +"nl-1600">de eerste besendinge</span>” naar Taijoan; het was +echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te laten overgaan dat uit +het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef en “<span lang= +"nl-1600">het moeson al hoog begon te verloopen</span>”, werd +besloten om in de behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te +voorzien en aan “de Sperwer” “<span lang= +"nl-1600">zijn affscheijt te geven</span>”<a class="noteref" id= +"xd0e771src" href="#xd0e771">18</a>.</p> + +<p>Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie’s dienaar is +“de Sperwer” misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de +Ed. Heer Joan Cunaeus “Raad Ordinaris van India en expres +Ambassadeur aan den Grootmogenden Coninck van Persia” had, twee +jaren te voren, aan boord van dit jacht de reis ondernomen<a class= +"noteref" id="xd0e788src" href="#xd0e788">19</a>. <span class= +"pagenum">[<a id="pbix" href="#pbix">IX</a>]</span></p> + +<p>Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa +niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den +16<sup>en</sup> Juli 1653 te Taijoan aan<a class="noteref" id= +"xd0e808src" href="#xd0e808">20</a>, zoodat het fortuinlijker was dan +het fluitschip “de Smient”, dat kort te voren (27 Mei) als +behoorende tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar +Taijoan was uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord<a class= +"noteref" id="xd0e814src" href="#xd0e814">21</a>.</p> + +<p>Lang heeft “de Sperwer” niet te Taijoan gelegen; na +zijne lading te hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben +ingenomen, lichtte schipper Reijnier Egberts den 29<sup>en</sup> Juli +1653 het anker voor de reis naar Nagasaki<a class="noteref" id= +"xd0e825src" href="#xd0e825">22</a>. Toen het jacht daar niet kwam +opdagen en geen enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd +vernomen, lag de veronderstelling voor de hand dat het met man en muis +was vergaan in den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, +zoodat de Compagnie het verlies van dit hechte schip met zijne lading +had te boeken en het “costelijck volck”, sterk 64 koppen, +was omgekomen.</p> + +<p>Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op +het hart te drukken om “wel te letten op de moussons en de +schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt +groote onheijlen voortcomen,”<a class="noteref" id="xd0e839src" +href="#xd0e839">23</a> maar het belang van den handel, “de +Bruijdt daer omme gedanst werd”<a class="noteref" id="xd0e848src" +href="#xd0e848">24</a>, zal niet altijd hebben toegelaten zich aan dit +voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo +veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig +hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was. +<span class="pagenum">[<a id="pbx" href="#pbx">X</a>]</span></p> + +<p>Al noemden zij het verlies van “de Sperwer” een zware +slag voor de Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland +konden daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers<a +class="noteref" id="xd0e854src" href="#xd0e854">25</a>, bleven de +winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende eeuw zoo +aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden hadden +dankbaar gestemd te wezen<a class="noteref" id="xd0e857src" href= +"#xd0e857">26</a>.</p> + +<hr class="tb"> +<p>De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden<a +class="noteref" id="xd0e866src" href="#xd0e866">27</a>, zullen van het +vergaan van het jacht “de Sperwer” tenauwernood kennis +hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht toen +de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki<a class="noteref" id= +"xd0e869src" href="#xd0e869">28</a> in het begin van September 1666 in +opschudding werd gebracht door het gerucht dat eenige vreemd uitgedoste +Europeanen met een eigenaardig vaartuig op een van de Goto eilanden<a +class="noteref" id="xd0e872src" href="#xd0e872">29</a> waren +aangekomen. Hoe zullen zij zich hebben verbaasd en verblijd toen +weinige dagen later (14 September 1666) dit gerucht werd bevestigd en +een achttal schipbreukelingen van “de Sperwer” in hun +kwartier werden gebracht. In het eentonige leven der op het eilandje +Decima<a class="noteref" id="xd0e877src" href="#xd0e877">30</a> als het +ware opgesloten Nederlanders<a class="noteref" id="xd0e891src" href= +"#xd0e891">31</a> <span class="pagenum">[<a id="pbxi" href= +"#pbxi">XI</a>]</span>zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de +verhalen welke deze acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden +opdisschen, waren bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en +het luisteren tot een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen +van een Oostersch land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe +geen enkele Europeaan was doorgedrongen en met welks bevolking zij +daarentegen dertien jaren lang in nagenoeg volle vrijheid hadden +verkeerd; het verhaal van het leven dat zij en hunne kameraden daar +hadden geleid, eerst op het eiland waar zij aan wal waren gesmeten en +daarna op het vasteland van Korea, zal door hunne toehoorders met +spanning zijn gevolgd en aan dezen menige vraag in den mond hebben +gegeven welke eveneens opkomt bij het lezen van het te boek gestelde +verslag, maar het antwoord waarop ons blijft onthouden; het relaas van +hunne wederwaardigheden, van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van +hunne ontmoeting met een landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een +kwart eeuw vóór hen in Korea was gestrand, zal een diepen +indruk hebben gemaakt.</p> + +<p>Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat +hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het <span +class="pagenum">[<a id="pbxii" href="#pbxii">XII</a>]</span>vaderland +en in Indië was voorgevallen sedert “de Sperwer” van +Batavia was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki +gehouden Dagregister<a class="noteref" id="xd0e903src" href= +"#xd0e903">32</a> en het ambtelijke bericht aan de Regeering te +Batavia<a class="noteref" id="xd0e909src" href="#xd0e909">33</a> +getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft +gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, +zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo +aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog +niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op den +terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld zullen +zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip aan boord +waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij hadden +echter gerekend buiten de Japansche “precisiteyt”<a class= +"noteref" id="xd0e915src" href="#xd0e915">34</a>.</p> + +<p>Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, +was hun een verhoor afgenomen<a class="noteref" id="xd0e920src" href= +"#xd0e920">35</a> dat aan de rijksregeering te Jedo werd gezonden ter +verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten<a class="noteref" +id="xd0e943src" href="#xd0e943">36</a>; het gevolg van dezen +ambtelijken omslag was dat zij nog een vol jaar tot de bewoners van +Decima bleven behooren. In plaats van den 23<sup>en</sup> October 1666 +met de “Espérance” naar Batavia te zeilen, konden de +teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen nastaren; <span +class="pagenum">[<a id="pbxiii" href="#pbxiii">XIII</a>]</span>de +vereischte vergunning was uitgebleven<a class="noteref" id="xd0e961src" +href="#xd0e961">37</a> en hoewel de vertegenwoordiger der Compagnie +mondeling en schriftelijk daar om bleef aanhouden<a class="noteref" id= +"xd0e974src" href="#xd0e974">38</a>, kwam eerst den 22<sup>en</sup> +October van het volgende jaar (1667) de licentie af welke aan hunne +tweede gevangenschap een einde maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden +dag zich in te schepen op de zeilree liggende “Spreeuw”<a +class="noteref" id="xd0e985src" href="#xd0e985">39</a>, waarmede zij +den 28<sup>en</sup> November 1667 ten langen leste te Batavia +aankwamen<a class="noteref" id="xd0e996src" href="#xd0e996">40</a>.</p> + +<p>Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner—de boekhouder +Hendrik Hamel bleef voorloopig in Indië<a class="noteref" id= +"xd0e1001src" href="#xd0e1001">41</a>—de reis naar het vaderland +ook met “de Spreeuw” hebben voortgezet. Naar het heet<a +class="noteref" id="xd0e1009src" href="#xd0e1009">42</a>, zijn zij den +20<sup>sten</sup> Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens +het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het +schip “Amerongen”—dat 24 December 1667, alzoo een +week vroeger dan “de Spreeuw”, van Batavia was +uitgezeild—op 20 Juli 1668 “ons wel en behouden +toegecomen”<a class="noteref" id="xd0e1015src" href= +"#xd0e1015">43</a>, maar in de toevallig bewaard gebleven monsterrol +<span class="pagenum">[<a id="pbxiv" href="#pbxiv">XIV</a>]</span>voor +deze reis van “Amerongen”<a class="noteref" id= +"xd0e1041src" href="#xd0e1041">44</a>, komen de zeven schipbreukelingen +van “de Sperwer” niet voor onder de 73 gegageerden noch +onder de “ongegageerde coppen”. Daarentegen wordt elders +vermeld dat “de Spreeuw” den 20<sup>sten</sup> Juli 1668 +“in dese landen arriveerde”<a class="noteref" id= +"xd0e1047src" href="#xd0e1047">45</a>, hetwelk—naar Heeren XVII +schreven—den 15<sup>en</sup> dier maand zou hebben plaats gehad. +Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard door aan te nemen dat +“de Spreeuw” den 15<sup>en</sup> Juli in Texel of in het +Vlie ten anker is gegaan en den 20<sup>en</sup> d.a.v. in de haven van +bestemming—Amsterdam—zal zijn aangekomen.</p> + +<p>De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te +veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht +zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen zij +deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben +verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten.</p> + +<p>Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen +behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens +komst te Batavia in het laatst van 1666<a class="noteref" id= +"xd0e1083src" href="#xd0e1083">46</a>, zal vruchteloos zijn gebleven. +Wanneer toch een Compagnie’s schip verloren ging, hield de gage +der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers zoodra +zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel<a +class="noteref" id="xd0e1091src" href="#xd0e1091">47</a>, op grond +waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook <span class="pagenum"> +[<a id="pbxv" href="#pbxv">XV</a>]</span>nul op het rekest kregen toen +zij bij hunne verschijning in den Raad van Indië op 2 December +1667 het verzoek deden tot uitbetaling van gage voor den duur van hun +verblijf in Korea. Hun werd alleen gage toegekend, gerekend van den dag +waarop zij in de loge te Nagasaki waren aangebracht; voor een paar +hunner werd de vroeger genoten gage met luttele guldens verhoogd voor +de thuisreis, maar verder ging de goedgeefschheid der Bataviasche +Regeering niet<a class="noteref" id="xd0e1098src" href= +"#xd0e1098">48</a>.</p> + +<p>In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren +XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak +maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen +“uit commiseratie” werd eene “gratuiteyt” ten +bedrage van ƒ 1530 onder hen verdeeld<a class="noteref" id= +"xd0e1108src" href="#xd0e1108">49</a>.</p> + +<hr class="tb"> +<p>De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten +daar acht kameraden van “de Sperwer” achter, voor wier +verlossing onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem +Daniel Six, de hulp inriepen van de Japansche Regeering<a class= +"noteref" id="xd0e1120src" href="#xd0e1120">50</a>. De betrekkingen +welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio van +het Japansche eiland Tsusima<a class="noteref" id="xd0e1126src" href= +"#xd0e1126">51</a>, maakten zulk een “pieus officie”<a +class="noteref" id="xd0e1134src" href="#xd0e1134">52</a> mogelijk; ook +heeft de Japansche Regeering misschien van de verschijning van een +Koreaansch gezantschap aan het hof te Jedo gebruik kunnen maken om op +de vrijlating der Nederlandsche gevangenen aan te dringen—in elk +geval hebben de achtergebleven schipbreukelingen aan de bemoeiingen van +de Japansche Regeering te danken gehad dat <span class="pagenum">[<a +id="pbxvi" href="#pbxvi">XVI</a>]</span>zij door de Koreanen zijn in +vrijheid gesteld<a class="noteref" id="xd0e1144src" href= +"#xd0e1144">53</a> en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op +hun tocht naar Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke +zeereis, den 16<sup>en</sup> September 1668 bij de onzen te recht +kwamen<a class="noteref" id="xd0e1159src" href="#xd0e1159">54</a>. Van +den achtsten, den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke +stukken gezegd dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee +jaren te voren, was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas +Witsen—die het kon weten—dat hij er de voorkeur aan heeft +gegeven in het land der vreemdelingschap te blijven: “Hij was +aldaer getrouwt en gaf voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na +een Christen of Nederlander geleek”<a class="noteref" id= +"xd0e1167src" href="#xd0e1167">55</a>.</p> + +<p>De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een +paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen +dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan het +Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat de +Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, werd +aangehouden<a class="noteref" id="xd0e1180src" href="#xd0e1180">56</a>. +<span class="pagenum">[<a id="pbxvii" href= +"#pbxvii">XVII</a>]</span></p> + +<p>Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te +Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in +dat rijk<a class="noteref" id="xd0e1203src" href="#xd0e1203">57</a>, +kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om Japan te +verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door ons +Opperhoofd geplaatst aan boord van de “Nieuwpoort”<a class= +"noteref" id="xd0e1211src" href="#xd0e1211">58</a>, die den +27<sup>en</sup> October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over +Coromandel naar Batavia te varen. “Door toeval” ging het +plan niet door om hen bij Poeloe Timon te laten overgaan op de +“Buijenskerke”, die te gelijker tijd van Nagasaki +rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge zullen zij eerst den +8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen<a class="noteref" id= +"xd0e1222src" href="#xd0e1222">59</a>, terwijl de +“Buijenskerke” hen daar al den 30<sup>en</sup> November +1668 zou hebben gebracht<a class="noteref" id="xd0e1228src" href= +"#xd0e1228">60</a>.</p> + +<p>Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde +schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet +vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven +boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch +verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om, +gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van +hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel +als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De +uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet te +worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 was +vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept<a class= +"noteref" id="xd0e1233src" href="#xd0e1233">61</a>. Hunne verlossing +uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs minder opzien gebaard dan +die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in het vergeetboek geraakt dat +de schrijver van een standaardwerk over Korea, waarin een geheel +hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche bannelingen, heeft gemeend +dat omtrent hun lot nooit iets bekend is geworden<a class="noteref" id= +"xd0e1241src" href="#xd0e1241">62</a>. <span class="pagenum">[<a id= +"pbxviii" href="#pbxviii">XVIII</a>]</span></p> + +<p>Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar +en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen +zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke +zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands +omgang hebben gehad<a class="noteref" id="xd0e1263src" href= +"#xd0e1263">63</a>. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer blondharige +landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel <span class= +"pagenum">[<a id="pbxix" href="#pbxix">XIX</a>]</span>en zijne makkers +heeft geen indruk achtergelaten<a class="noteref" id="xd0e1273src" +href="#xd0e1273">64</a>, het tegenwoordige geslacht hoorde er uit den +mond van Westerlingen voor het eerst van<a class="noteref" id= +"xd0e1281src" href="#xd0e1281">65</a>.</p> + +<p>Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden—zooals wij +hierna zullen zien—twee van de geredde opvarenden van “de +Sperwer” nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, +aan wien zij mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens +ééne uitzondering, hebben de overigen geen bekend spoor +nagelaten.</p> + +<p>Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid +verworven dat zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. +Zijn gedwongen verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de +boekhouder van “de Sperwer”, Hendrik Hamel van Gorkum, zich +ten nutte gemaakt door van het wedervaren van hem en zijne lotgenooten +een relaas op te stellen en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land +en volk van Korea was bijgebleven.</p> + +<p>Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia +de onderscheiding te beurt gevallen “in Rade” te mogen +verschijnen<a class="noteref" id="xd0e1293src" href="#xd0e1293">66</a>, +in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11<sup>en</sup> dier +maand nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal “aan +Haer Ed<sup>e</sup> overgelevert” heeft<a class="noteref" id= +"xd0e1307src" href="#xd0e1307">67</a>. Op dien datum heeft de Raad van +<span class="pagenum">[<a id="pbxx" href= +"#pbxx">XX</a>]</span>Indië niet vergaderd, maar Hamel kan +andermaal op het Kasteel zijn ontboden omdat de Gouverneur Generaal uit +zijn mond bijzonderheden wilde hooren over zijn verblijf in Korea of +omdat de Directeur Generaal wenschte te vernemen hoe hij dacht over de +kansen voor den handel met dit rijk. Hamel’s Journaal dat, +volgens de aangehaalde aanteekening in het Dagregister, was +“leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met “de +Spreeuw”] ontvangen”, was toen ter Generale Secretarije +beschikbaar en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te +geven het aan “Haer Edele”, d.i. aan Gouverneur Generaal en +Raden, aan te bieden. Ook is het niet onwaarschijnlijk dat de +aanbieding heeft plaats gehad in de hiervoor vermelde vergadering der +Regeering op 2 December en dat de Dagregisterhouder, de Eerste Klerk +ter Generale Secretarije Camphuijs, dit eerst den II<sup>en</sup> dier +maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam<a class="noteref" id= +"xd0e1341src" href="#xd0e1341">68</a>.</p> + +<p>Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit +geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den +20<sup>en</sup> Juli 1668, in het vaderland aankwamen, en door hen kort +daarna aan Heeren XVII ter inzage gegeven<a class="noteref" id= +"xd0e1349src" href="#xd0e1349">69</a>, waarna de tekst in handen zal +zijn gekomen van uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede +Hamel’s relaas zou worden ontvangen, niet hebben overschat, +blijkt uit de verschijning hier te lande van zes verschillende +uitgaven, waarvan ten minste drie al in het jaar 1668. Bovendien zijn +in het buitenland weldra ook vertalingen als afzonderlijke werkjes in +het licht gegeven of later opgenomen in verzamelingen van +reisverhalen<a class="noteref" id="xd0e1357src" href= +"#xd0e1357">70</a>, en voor hen die sedert over Korea hebben +geschreven, bleven Hamel’s berichten aangaande dit rijk, zijne +bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs de eenige +van zuiver westersche herkomst.</p> + +<p>De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens +hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie +“aen de Kaisaren van Japan”<a class="noteref" id= +"xd0e1365src" href="#xd0e1365">71</a>. In het laatste gedeelte van zijn +<span class="pagenum">[<a id="pbxxi" href="#pbxxi">XXI</a>]</span>werk, +heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van “de +Sperwer” en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige +bladzijden te wijden<a class="noteref" id="xd0e1370src" href= +"#xd0e1370">72</a>; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt +hij evenwel en al noemt hij Hamel—dat deze een Journaal heeft +opgesteld, heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel +blijkbaar dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is +gebruikt.</p> + +<p>Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet +versmaad in zijn werk “Noord en Oost Tartarye” partij te +trekken van hetgeen over Korea door Hamel’s Journaal bekend of +bevestigd was geworden. In den eersten druk—die in 1692 is +gereedgekomen maar niet in den handel is gebracht<a class="noteref" id= +"xd0e1375src" href="#xd0e1375">73</a>—beroept hij zich een enkele +maal op “de Hollanders die op Korea gevangen zijn geweest” +en toont hij van hun schipbreuk en gevangenschap op Quelpaerts-eiland +en het vasteland, op de hoogte te zijn; zelfs geeft hij een paar +bijzonderheden ten beste welke nergens elders worden aangetroffen en +doen vermoeden dat hij met geredde schipbreukelingen in aanraking is +geweest. Evenwel spreekt hij niet over hen, noemt hen zelfs niet en +rept evenmin van een Journaal.</p> + +<p>In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 +verschenen<a class="noteref" id="xd0e1383src" href="#xd0e1383">74</a>, +zijn Witsen’s berichten over Korea veel uitvoeriger geworden. Ook +nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft kunnen overnemen +uit de “Reisbeschrijvinge der Nederlanders die in Korea gevangen +gezeten hadden”—zooals Hamel’s Journaal wordt +omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt +gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1389src" href= +"#xd0e1389">75</a>—maar thans haalt hij ettelijke malen +uitdrukkelijk als zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, +den onderbarbier Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus +Klerk van Rotterdam, die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. +Vooral Meester Eibokken’s mededeelingen heeft Witsen terecht als +aanwinsten beschouwd.</p> + +<p>Dat Witsen het Journaal van Hamel—wiens naam hij nergens +noemt—heeft gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit +hetgeen <span class="pagenum">[<a id="pbxxii" href= +"#pbxxii">XXII</a>]</span>over Korea in zijn werk voorkomt en bovendien +uit eene vergissing welke hij begaat. In den eersten druk van +“Noord en Oost Tartarye” verduidelijkt hij de ligging van +het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met de marginale +aanteekening: “Nu Moese of Quelperts eiland”, terwijl hij +op een andere plaats spreekt van: “Quelpaerts-eiland, Moese by +d’ inwoonders genoemt.” Ook in den tweeden druk herhaalt +hij dat de inlanders zelf dit eiland <i>Moese</i> noemen<a class= +"noteref" id="xd0e1399src" href="#xd0e1399">76</a>. Vergelijkt men hu +hiermede de plaats in Hamel’s Journaal: “’s middags +gecomen in een stadt gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id= +"xd0e1405src" href="#xd0e1405">77</a>, sijnde de residentieplaats van +den Gouverneur van ’t eijland bij haar Mocxo genaemt<a class= +"noteref" id="xd0e1408src" href="#xd0e1408">78</a>”—waarvan +uitgevers hebben gemaakt: “bij haer genaemt Moese”<a class= +"noteref" id="xd0e1414src" href="#xd0e1414">79</a>—dan is het +duidelijk dat Witsen’s bron is geweest een gedrukt Journaal van +Hamel en dat hij het Koreaansche woord voor den gouverneurstitel<a +class="noteref" id="xd0e1417src" href="#xd0e1417">80</a> heeft gelezen +alsof het eiland zelf daarmede was aangeduid.</p> + +<p>De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen +op eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke +samenvoegingen zijn ontstaan als deze: “De dorpen zijn daer te +lande ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en +veracht”<a class="noteref" id="xd0e1433src" href= +"#xd0e1433">81</a>.</p> + +<p>Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel’s +Journaal diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening +hebben gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes +bestemd waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke <span +class="pagenum">[<a id="pbxxiii" href="#pbxxiii">XXIII</a>]</span>hun +doelmatig voorkwamen. Zoo heeft de een<a class="noteref" id= +"xd0e1445src" href="#xd0e1445">82</a> den tekst gesplitst in twee op +zich zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den +schipbreukelingen is wedervaren en de beschrijving van Korea; een +ander<a class="noteref" id="xd0e1448src" href="#xd0e1448">83</a> heeft +die beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij +een paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een +derde<a class="noteref" id="xd0e1451src" href="#xd0e1451">84</a> eene +uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in Korea niet +voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave zonder plaatjes +eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan het Mataramsche hof +in de plaats stelde<a class="noteref" id="xd0e1454src" href= +"#xd0e1454">85</a>. Bovendien verschillen de gedrukte teksten zoowel +onderling als van den onzen, soms op—naar onze +opvatting—niet onbelangrijke plaatsen.</p> + +<p>Van Hamel’s gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene +Fransche vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna +het nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling +op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en +bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan +de vaderlandsche uitgevers van Hamel’s tekst te wijten zijn, +waaraan de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden +van eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk +een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen +begane fouten te verbreiden<a class="noteref" id="xd0e1462src" href= +"#xd0e1462">86</a>, soms ook te vermeerderen<a class="noteref" id= +"xd0e1471src" href="#xd0e1471">87</a>, zoodat tot nog toe aan +Hamel’s arbeid geen recht is gedaan, zijn Journaal niet is bekend +gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld.</p> + +<p>Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxiv" href="#pbxxiv">XXIV</a>]</span></p> + +<p>In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van +Hamel’s Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans +niet aanwezig<a class="noteref" id="xd0e1485src" href= +"#xd0e1485">88</a>; waar het “verbaal” is gebleven dat +Heeren XVII in 1668 in handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit +de nog bestaande dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van +Compagnie’s Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het +bestaan van dit Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft +Hamel zelf ook een exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst +hier te lande; om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, +zouden gegevens ten dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert +zijn terugkeer in het vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is +vruchteloos gebleven.</p> + +<p>Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen +Rijksarchief te ’s Gravenhage het exemplaar van Hamel’s +Journaal bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan +de Kamer Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht +in het “Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de +respective quartieren van Indien, overgecomen p<sup>r</sup> de schepen +’t Wapen van Hoorn, Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, +Cattenburgh, Amerongen, Wassende Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den +18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij respective in Tessel en ’t Vlie +gearriv<sup>t</sup>. Vierde Boek A<sup>o</sup> 1668”, en wordt in +het eveneens in dat deel voorkomende “Register der ontfangene +brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23<sup>en</sup> +desselven maende voor de Camer Amsterdam”, vermeld als volgt: +“Japan. Dagregister gehouden bij de gesalveerde personen van +’t verongelukt Jagt de Sperwer van ’t gepasseerde en hun +wedervaren in ’t rijck van Coree, sedert den 18<sup>en</sup> +Augustij 1653 tot den 14 September 1666.”</p> + +<p>Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is +samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs +verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend<a class= +"noteref" id="xd0e1507src" href="#xd0e1507">89</a> en soortgelijke +relazen als Hamel’s Journaal worden herhaaldelijk zonder +handteekening noch dagteekening onder de Compagnie’s papieren +aangetroffen. <span class="pagenum">[<a id="pbxxv" href= +"#pbxxv">XXV</a>]</span>Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal +als van “den bouck houder” en nergens laat hij uitkomen dat +hij er de samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel +ook de aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn +auteurschap nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het +aannemelijk, zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne +kameraden zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal—naar het +voorkomt—de ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de +samenstelling van het Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij +weten, ook nooit aan een ander is toegeschreven.</p> + +<p>Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift is, +dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen +vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die +copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten.</p> + +<p>Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of +daarentegen het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de +aanteekening in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen +aan de Indische Regeering heeft aangeboden?</p> + +<p>Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden.</p> + +<p>Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie’s Opperhoofd te +Nagasaki, zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed +aan het opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt +gezinspeeld in de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 +October 1666)<a class="noteref" id="xd0e1523src" href= +"#xd0e1523">90</a> en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben +laten afschrijven door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging +dat vóór het vertrek van Compagnie’s schepen in het +jaar 1667 de vergunning zou afkomen op grond waarvan de +schipbreukelingen van “de Sperwer” Japan zouden mogen +verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig hebben +afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk den datum +“van de comste van den nieuwen gouverneur” en dien waarop +het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen de +datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan de +Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand gesteld +aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor die Regeering +bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht aan den +Gouverneur Generaal en de Raden <span class="pagenum">[<a id="pbxxvi" +href="#pbxxvi">XXVI</a>]</span>van Indië afkomstig wezen, welke +met eene andere hand is geschreven dan de tekst<a class="noteref" id= +"xd0e1533src" href="#xd0e1533">91</a>.</p> + +<p>Neemt men aan dat hetgeen onder <i>1667</i> in ons Journaal wordt +gemeld, door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van +Japan naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, +dat—behoudens de zooeven genoemde opdracht—van het begin +tot het einde met dezelfde hand is geschreven, een eigenhandig stuk van +Hamel te wezen, hetgeen echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op +de daarin aangebrachte verbeteringen van sommige verschrijvingen +waaraan de auteur zelf zich niet zal hebben schuldig gemaakt.</p> + +<p>Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden +exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, maar +dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije vervaardigd +<i>afschrift</i> voor de Kamer Amsterdam—waardoor de gelijkheid +van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt +verklaard—dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te +Batavia oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en +Raden van een andere hand is dan de tekst van het afschrift.</p> + +<div id="ms2" class="figure"><img border="0" src="images/ms2.gif" alt= +"Pagina uit het oorspronkelijke manuscript." width="720" height="380"> +</div> + +<p>Dat Hamel zelf—waarschijnlijk reeds te Nagasaki—ons +archiefstuk heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd +verloopen sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het +leven waren gekomen, is namelijk eerst geschreven: “19 à +20 jaren” hetgeen is veranderd in “17 à 18 +jaren”, gelijk duidelijk zichtbaar is<a class="noteref" id= +"xd0e1556src" href="#xd0e1556">92</a>. Deze nieuwe lezing—welke +eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte Journalen welke wij in +handen hebben gehad—moet door Hamel zelf of op zijne aanwijzing +zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke van zijn Journaal +waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst valt hier +niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor dat Hamel +in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt afschrift +van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de oorspronkelijke +exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst door zijne +kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de verbeterde lezing +zal hebben opgenomen. Waarom <span class="pagenum">[<a id="pbxxvii" +href="#pbxxvii">XXVII</a>]</span>zou hij hebben nagelaten dan tevens +den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, ook bij +dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel’s +medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben +gekregen.</p> + +<p>Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan +ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden en +vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het eerst +Hamel’s Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld en +ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord zijn +uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel’s +makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen +in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd en +enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen enkel +ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, door den +Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij hunne +aankomst te Nagasaki.</p> + +<p>Ofschoon Hamel’s Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en +vertaald, is het—volgens Tiele—nooit recht populair +geworden omdat er te weinig over gruweldaden in voorkwam<a class= +"noteref" id="xd0e1568src" href="#xd0e1568">93</a>. Naar den smaak van +Hamel’s tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en +misschien zou het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de +Koreanen had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd +en zijn Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke +beurtelings weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer +hadden gewekt. Wat ons in Hamel’s Journaal bekoort, is +daarentegen juist zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling +welke aan hem en zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel +gevallen van een oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij +heeft weergegeven wat zij gedurende hunne ballingschap hebben +ondervonden en opgemerkt; de stempel van oprechtheid welke zijn relaas +kenmerkt.</p> + +<p>Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid en +als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders heeft +voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek dat +<span class="pagenum">[<a id="pbxxviii" href= +"#pbxxviii">XXVIII</a>]</span>hem alleen slordigheid kan worden ten +laste gelegd. Zoo laat hij in het verhaal van de ontmoeting met den +lang te voren in Korea gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen +zeggen dat hij “a<sup>o</sup> 1627 met het jacht Ouwerkerck naer +Japan gaende door contrarie wind op de Cust van Corea +vervallen”<a class="noteref" id="xd0e1583src" href= +"#xd0e1583">94</a> was, terwijl vaststaat dat dit schip toen niet in +die streken is geweest<a class="noteref" id="xd0e1589src" href= +"#xd0e1589">95</a>. Uit hetgeen te Nagasaki is aangeteekend in het daar +gehouden dagregister<a class="noteref" id="xd0e1597src" href= +"#xd0e1597">96</a>, blijkt evenwel dat de schipbreukelingen van +“de Sperwer” bij hunne verschijning aldaar de toedracht van +Weltevree’s komst in Korea volkomen juist hebben verteld, zoodat +mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan een onnauwkeurigheid +heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van de vragen der Japansche +autoriteiten en toen hij later Weltevree’s avontuur te boek heeft +gesteld.</p> + +<p>De juistheid van Tiele’s opmerking dat Hamel’s arbeid +niet wetenschappelijk is<a class="noteref" id="xd0e1607src" href= +"#xd0e1607">97</a>, kan grifweg worden toegegeven. Kon anders worden +verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd naar +Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam +was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche +omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met +ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog de +vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats van een +scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet groot dat +hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van een onopgesmukt +verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige beschrijving van land +en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke verhandeling zou hebben +geleverd? Van den wetenschappelijken zin van vaderlandsche geleerden +die in dien tijd over oostersche landen schreven, krijgt men echter +geen hoogen dunk als men heeft kennis gemaakt met de werken van +Montanus en Witsen en in de gelegenheid is geweest de toen in zwang +zijnde naschrijverij op te merken. Hamel was ten minste <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxix" href= +"#pbxxix">XXIX</a>]</span>oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht<a +class="noteref" id="xd0e1623src" href="#xd0e1623">98</a>, hetgeen ons +vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden neergeschreven +dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen dat hij ons +omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer bijzonderheden +had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij voor zich heeft +gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp zou zijn aangerekend +of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo verzwijgt hij dat de +schipbreukelingen—van wie sommigen misschien al in het vaderland +waren getrouwd—hebben verkeerd met de dochteren des lands en in +Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten<a class="noteref" id= +"xd0e1631src" href="#xd0e1631">99</a>, hetgeen mede verklaart waarom +het eerste zevental bij hun terugkeer in het vaderland zich dadelijk +bereid hebben getoond om deel te nemen aan een tocht welke het +aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea tot doel zoude hebben<a +class="noteref" id="xd0e1643src" href="#xd0e1643">100</a>. Ook is niet +duidelijk hoe zij gedurende hun ballingschap in hun onderhoud hebben +voorzien. De indruk wordt gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn +geweest aan bittere armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat +hen in staat stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en +later om tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de +zijnen wisten te ontvluchten. “Dit volk ... zeide van het +offervlees meest geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben”<a +class="noteref" id="xd0e1651src" href="#xd0e1651">101</a> verklaart +Witsen, maar deze—waarschijnlijk van Meester Eibokken +afkomstige—inlichting is even weinig bevredigend als hetgeen uit +Hamel’s verhaal valt op te maken.</p> + +<p>Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben gemaakt +van aanteekeningen? Na de stranding van “de Sperwer” konden +de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, maar +zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze <span +class="pagenum">[<a id="pbxxx" href="#pbxxx">XXX</a>]</span>boeken, +waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel +teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en heeft +hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals een +welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel +gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over +gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel +uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven, +maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen +nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en +ondervonden aan anderen mede te deelen<a class="noteref" id= +"xd0e1666src" href="#xd0e1666">102</a>.</p> + +<p>Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te +stellen van de lotgevallen van de schipbreukelingen van “de +Sperwer”, eerst bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te +Nagasaki moest wachten op zijne verlossing en dat hij zich bij dien +arbeid uitsluitend heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de +herinneringen van zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel’s tijd +is al erkend dat zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd +waren met hetgeen toen daarover bekend was uit de geschriften van +anderen<a class="noteref" id="xd0e1676src" href="#xd0e1676">103</a>; de +juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken<a class= +"noteref" id="xd0e1688src" href="#xd0e1688">104</a> en onze indruk van +zijne <span class="pagenum">[<a id="pbxxxi" href= +"#pbxxxi">XXXI</a>]</span>betrouwbaarheid is versterkt doordat wij die +berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren, +elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor de +overige op zijn woord te gelooven.</p> + +<p>Hetgeen hij vertelt omtrent “den ommeganck van die natie ende +gelegentheijt van ’t land”, behoeven wij evenwel niet +voetstoots aan te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn +politieke invloed in de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe +eilanden, Birma en Nepal, hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere +beschaving naar die landen is afgestraald, zijne instellingen in die +rijken tot voorbeeld zijn genomen en zijne volksgebruiken daar de +oorspronkelijke vaak hebben verdrongen of gewijzigd<a class="noteref" +id="xd0e1711src" href="#xd0e1711">105</a>. Die inwerking van het +Chineesche rijk op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel +zich in Korea ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne +beschrijving de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea +duidelijk valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een +maatstaf voor de beoordeeling van Hamel’s betrouwbaarheid en +nauwkeurigheid, daar voor de kennis van de toestanden in China in +vroeger tijd talrijke gegevens ten dienste staan.</p> + +<p>De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel’s vlucht, +heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den +conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar +maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst +tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten voor +vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd om +hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken met +wat Hamel <span class="pagenum">[<a id="pbxxxii" href= +"#pbxxxii">XXXII</a>]</span>heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk +voor Hamel uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd +maar paste nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen +later—een afdoend bewijs van Korea’s conservatisme en +tevens een prachtig getuigenis voor Hamel’s geloofwaardigheid<a +class="noteref" id="xd0e1741src" href="#xd0e1741">106</a>.</p> + +<p>Hamel’s Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis +van land en volk van Korea<a class="noteref" id="xd0e1760src" href= +"#xd0e1760">107</a> en men mocht verwachten dat zij die in lateren tijd +een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne beschrijving +zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor dat twee +schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken<a class= +"noteref" id="xd0e1774src" href="#xd0e1774">108</a> hem zelfs niet +noemen en één hunner aan de zooveel later in Korea +gekomen<a class="noteref" id="xd0e1782src" href="#xd0e1782">109</a> +katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft van <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxxiii" href="#pbxxxiii">XXXIII</a>]</span>de +eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf aldaar zich +vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken daar te +lande<a class="noteref" id="xd0e1800src" href="#xd0e1800">110</a>.</p> + +<p>De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, +zijn voor Korea’s zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben +tot uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting +had op te brengen (A<sup>o</sup> 1369)<a class="noteref" id= +"xd0e1813src" href="#xd0e1813">111</a> en dat de Japanners zich +nestelden in de havenplaats Poesan—door Westerlingen, in +navolging van de Japanners, Foesan genoemd—aan de Oostkust van +Korea (A<sup>o</sup> 1592)<a class="noteref" id="xd0e1824src" href= +"#xd0e1824">112</a>.</p> + +<p>In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of +Manchoe’s en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in +en latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den +oorlog<a class="noteref" id="xd0e1834src" href="#xd0e1834">113</a>, met +het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag met deze +vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd nageleefd, deden +de Manchoe’s in 1637 een zegevierenden inval in zijn +land—waarbij Weltevree’s beide kameraden het leven +lieten—en dwongen den Koning om vrede te vragen, die hem werd +toegestaan op voorwaarden welker zachtheid de Koreanen hebben erkend +door de oprichting van een gedenkzuil<a class="noteref" id= +"xd0e1840src" href="#xd0e1840">114</a>, en waardoor de Manchoe +heerscher <span class="pagenum">[<a id="pbxxxiv" href= +"#pbxxxiv">XXXIV</a>]</span>in de plaats trad van den Keizer van China +als suzerein van Korea<a class="noteref" id="xd0e1855src" href= +"#xd0e1855">115</a>.</p> + +<p>Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen<a class="noteref" id= +"xd0e1865src" href="#xd0e1865">116</a>, zond Korea geregeld +gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding vinden +gemaakt<a class="noteref" id="xd0e1876src" href="#xd0e1876">117</a> en +waarover Compagnie’s vertegenwoordigers aldaar herhaaldelijk +hebben bericht<a class="noteref" id="xd0e1899src" href= +"#xd0e1899">118</a>, maar welke aan Hamel en de zijnen onbekend +schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in hun tijd nog +niet waren afgeschaft<a class="noteref" id="xd0e1905src" href= +"#xd0e1905">119</a>. Zij hebben wel geweten dat de Japanners <span +class="pagenum">[<a id="pbxxxv" href="#pbxxxv">XXXV</a>]</span>te +Foesan een loge hadden, van eenige—trouwens hun +verboden—aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in +Hamel’s Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die +zoo afdoende weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen +bericht aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen +toekomen.</p> + +<p>Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart +hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer met +vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen voor hun +land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor oogen hebben +gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar de verschijning van +Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking tot het Christendom te +bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot ernstige troebelen. +Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier vermomming werd ontdekt of +verraden, werden gemarteld en gedood; schipbreukelingen daarentegen +werden met zachtheid behandeld doch in het land gehouden. Aan vele +katholieke zendelingen heeft hun geloofsijver het leven gekost en wat +er op stond als eene poging van schipbreukelingen om het land te +ontvluchten, mislukte, hebben eenigen van de bemanning van “de +Sperwer” aan den lijve gevoeld.</p> + +<p>De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van +waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners +in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio +van het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit +handelsmonopolie ten goede kwamen<a class="noteref" id="xd0e1928src" +href="#xd0e1928">120</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxxxvi" href= +"#pbxxxvi">XXXVI</a>]</span></p> + +<p>Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien +handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te +krijgen.</p> + +<p>Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met +hunne galjotten en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en +met de bewoners van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen +onderhouden. Sedert de eerste helft der 16<sup>e</sup> eeuw bezochten +zij Japan (1542)<a class="noteref" id="xd0e1939src" href= +"#xd0e1939">121</a> waar zij van het naburige rijk Korea zullen hebben +gehoord; de van Portugeesche zeevaarders en zendelingen afkomstige +inlichtingen welke Linschoten in zijn Reisgeschrift (1595) heeft +medegedeeld<a class="noteref" id="xd0e1942src" href= +"#xd0e1942">122</a>, zullen de eerste berichten zijn geweest welke +kooplieden en reeders in ons vaderland omtrent het bestaan van het rijk +Korea hebben vernomen.</p> + +<p>Toen ingevolge het besluit van “de Breede Raden op ’t +schip den Rooden Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van +Firando”<a class="noteref" id="xd0e1955src" href= +"#xd0e1955">123</a> (20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd +en Opper-coopman was opgetreden<a class="noteref" id="xd0e1978src" +href="#xd0e1978">124</a>, ging deze er weldra toe over (Maart 1610) +<span class="pagenum">[<a id="pbxxxvii" href= +"#pbxxxvii">XXXVII</a>]</span>om een zijner assistenten met eene lading +peper voor Korea naar het eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds +peper daar misschien geen gewild artikel<a class="noteref" id= +"xd0e1988src" href="#xd0e1988">125</a>, en zou tin eerder aftrek hebben +gevonden<a class="noteref" id="xd0e2018src" href="#xd0e2018">126</a>, +doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te +bieden, zouden “de strenge wetten des lants” en het +eigenbelang van den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel +hebben belet. Ook het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 +December 1610<a class="noteref" id="xd0e2027src" href= +"#xd0e2027">127</a> gedaan op “den groot-magtigsten Keizer en +Koning van Japan” ter verkrijging van den handel op Korea door +diens faveur en hulp, moest om die redenen vruchteloos blijven; onze +“small entrance into Corea”, waarvan sprake is in een +Engelsch bericht van eenige jaren later<a class="noteref" id= +"xd0e2033src" href="#xd0e2033">128</a>, zal onbeduidend <span class= +"pagenum">[<a id="pbxxxviii" href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>]</span>zijn +geweest en is niet van eenige beteekenis geworden. Onze Engelsche +mededingers waren trouwens niet fortuinlijker<a class="noteref" id= +"xd0e2043src" href="#xd0e2043">129</a>.</p> + +<p>Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn +geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in +andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin +verandering te brengen. Het “ontdecken van Corea”<a class= +"noteref" id="xd0e2071src" href="#xd0e2071">130</a> moest aanvankelijk +echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor geschikte schepen en +zal later zijn opgegeven op grond van de kennis welke was opgedaan +omtrent de gezindheid der bevolking, waarover misschien meer tot ons +zou zijn doorgedrongen als de journalen waren bewaard gebleven van de +schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen Formosa en Japan in de +vaart zijn geweest. De vijandige houding en het krachtige optreden der +kustwacht toen het schip “de Hond” in 1622 in de wateren +van Korea verzeild geraakte<a class="noteref" id="xd0e2074src" href= +"#xd0e2074">131</a>, moet afschrikkend hebben gewerkt en de bemanning +van de fluit “de Patientie” werd daar in 1648 niet +vriendelijker <span class="pagenum">[<a id="pbxxxix" href= +"#pbxxxix">XXXIX</a>]</span>bejegend<a class="noteref" id="xd0e2081src" +href="#xd0e2081">132</a>. De Compagnie zal er van hebben afgezien hare +schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor het najagen van +zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar Opperhoofd te +Firando op de hem in 1637 gedane vraag<a class="noteref" id= +"xd0e2087src" href="#xd0e2087">133</a> omtrent de kansen van een tocht +naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend dat bij de Bataviasche +Regeering niet de lust kon opkomen zulk een avontuur te wagen. Wat dit +Opperhoofd toen over “de gelegentheijt van Corea” schreef<a +class="noteref" id="xd0e2090src" href="#xd0e2090">134</a>, had hij +blijkbaar vernomen van Japanners en in Japan verblijvende Koreanen; +zijn bericht is—voor zooveel ons bekend is—het oudste dat +over dit <span class="pagenum">[<a id="pbxl" href= +"#pbxl">XL</a>]</span>land in Compagnie’s papieren wordt +aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard<a class="noteref" id= +"xd0e2113src" href="#xd0e2113">135</a>.</p> + +<p>De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook “het +land Corea t’ ontdecken”<a class="noteref" id="xd0e2124src" +href="#xd0e2124">136</a> heeft evenmin tot iets geleid.</p> + +<p>Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental +schipbreukelingen van “de Sperwer”, gaven deze zulk een +gunstige voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen +handel met Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de +Regeering te Batavia hierop te moeten vestigen<a class="noteref" id= +"xd0e2132src" href="#xd0e2132">137</a>. Op den Gouverneur Generaal en +de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van +diezelfde schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een +gansch anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge +verwachting konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met +eene onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in +China en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen +blijken voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen<a class= +"noteref" id="xd0e2140src" href="#xd0e2140">138</a>.</p> + +<p>Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben +ondervonden van <span lang="en">“the call of the +East”</span>; zou de herinnering van het leed en het ongemak dat +hun deel was geweest in het heidensche land, al zijn uitgewischt +geweest of het verlangen naar hunne in Korea achtergelaten vrouwen en +kinderen zoo luid hebben gesproken dat zij over de vooruitzichten van +een tocht naar Korea—waaraan zij zich bereid verklaarden deel te +nemen<a class="noteref" id="xd0e2161src" href= +"#xd0e2161">139</a>—te gunstig hebben geoordeeld?<a class= +"noteref" id="xd0e2169src" href="#xd0e2169">140</a> <span class= +"pagenum">[<a id="pbxli" href="#pbxli">XLI</a>]</span>Eene +teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard gebleven; op grond van +het advies harer vertegenwoordigers in Japan, heeft de Bataviasche +Regeering den avontuurlijken tocht ontraden en Heeren XVII hebben zich +bij haar opvatting neergelegd<a class="noteref" id="xd0e2177src" href= +"#xd0e2177">141</a>; voor goed schijnt van den handel op Korea te zijn +afgezien<a class="noteref" id="xd0e2189src" href="#xd0e2189">142</a>. +Het jacht <i>Corea</i>, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd +gebouwd<a class="noteref" id="xd0e2201src" href="#xd0e2201">143</a>, is +misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het geredde +zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar zij kort +geleden met groot gevaar waren ontvlucht.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Het eiland op welks rotsige kust het jacht “de Sperwer” +te pletter sloeg, was bij de Chineezen in de 7<sup>e</sup> eeuw bekend +onder den naam Tan Lo<a class="noteref" id="xd0e2214src" href= +"#xd0e2214">144</a>, sedert het begin der Ming dynastie +(1368–1644) onder dien van Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens +Europeesche kaarten uit de 17<sup>e</sup> eeuw, destijds onder dien van +Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in die streken, de +Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar een slechten indruk +gekregen en het daarom “Ilha de Ladrones” genoemd<a class= +"noteref" id="xd0e2228src" href="#xd0e2228">145</a>, in plaats waarvan, +sedert Hamel’s Journaal bekend <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlii" href="#pbxlii">XLII</a>]</span>is geworden, de naam +Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen<a class="noteref" id= +"xd0e2243src" href="#xd0e2243">146</a>.</p> + +<p>Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk +van “de Sperwer” heeft die naamgeving niets uit te staan +gehad. Dat Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt<a +class="noteref" id="xd0e2279src" href="#xd0e2279">147</a>, is eene +gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men vindt dat +al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van “de +Sperwer”, van “’t Eijland ’t Quelpaert” +melding wordt gemaakt<a class="noteref" id="xd0e2287src" href= +"#xd0e2287">148</a>. <span class="pagenum">[<a id="pbxliii" href= +"#pbxliii">XLIII</a>]</span></p> + +<p>“Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd”. Zoo +luidt eene aanteekening in een “Register op de resoluties van de +Kamer Amsterdam zeedert 1603 tot 1743”<a class="noteref" id= +"xd0e2327src" href="#xd0e2327">149</a>, waarbij tevens twee resoluties +dier Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft +der 17<sup>e</sup> eeuw in Nederland een type van Compagnie’s +schepen in de vaart was dat “quelpaert” werd genoemd<a +class="noteref" id="xd0e2341src" href="#xd0e2341">150</a>. Dit waren +adviesvaartuigen, van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, +vlugge zeilers en geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De +veronderstelling ligt voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam +aan zulk een schip zal hebben ontleend.</p> + +<p>Inderdaad heeft meer dan één Compagnie’s +“quelpaert” vóór 1648 de wateren van +Oost-Azië bevaren.</p> + +<p>Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan +de Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef “het quel de +Brack”<a class="noteref" id="xd0e2348src" href= +"#xd0e2348">151</a> hadden afgezonden en wenschten te vernemen of +“soodanige quel” de Compagnie op eenige vaarwaters dienstig +zou zijn. Den 17<sup>en</sup> Januari 1640 uitgeloopen, kwam dit schip, +dat nevens de groote schepen welke het vergezelde, zee had gebouwd, den +30<sup>en</sup> Juli d.a.v. behouden te Batavia aan. Het oordeel van de +Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype luidde gunstig; voor den +dienst in Taijoan werd “het quelpaert” zelfs zoo geschikt +geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee of drie vaartuigen +van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII spreken van het +“Quel de Brack” en de Indische Regeering van +“’t Galjot ’t Quelpeert”; elders vinden wij +dezen zelfden bodem <span class="pagenum">[<a id="pbxliv" href= +"#pbxliv">XLIV</a>]</span>ook genoemd: “t’ +Quelpaert”, “t’ Quel”, “’t Galiot +den Brack” en zelfs “t’ Galiot t’ Quelpaert de +Brack”, welke verschillende benaming verklaarbaar wordt door de +omstandigheid dat “soodanige Quel” van ongeveer gelijk type +was als de in Indië beter bekende galjotten en “de +Brack” het eerste schip was van zijne soort dat daar werd gezien +en daarom aanvankelijk als <i>het</i> Quelpaert of Quel zal zijn +aangeduid. Eerst toen meer bodems van deze soort in Indië +verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden en den eigenlijken +naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden (“’t quel de +Brack”, “’t quel de Hasewindt”, “’t +quel de Visscher”).</p> + +<p>Toen “de Brack” op de reede van Batavia ankerde, was de +belegering van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te +pas kwam. In plaats van naar Taijoan, werd “het Quelpaert” +dadelijk na aankomst naar Malaka gezonden<a class="noteref" id= +"xd0e2369src" href="#xd0e2369">152</a>, waarheen het in den loop van +1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15<sup>en</sup> Mei 1641 +zette het koers naar Formosa, waar het den 21<sup>en</sup> Juni d.a.v. +aankwam.</p> + +<p>Was het mogelijk geweest “het Quelpaert” de bestemming +te laten volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, +dan had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de +gedwongen verplaatsing van hare factorij van Firando naar +Nagasaki—welke alleen uit een handelsoogpunt beschouwd, +nauwelijks nadeelig was te noemen<a class="noteref" id="xd0e2386src" +href="#xd0e2386">153</a>—ondervond de Compagnie door +verschillende plagerijen dat op de komst van hare schepen met kostbare +ladingen, in Japan niet langer zooveel prijs werd gesteld als zij +gewend was. Hare winsten liepen ernstig gevaar en het scheen dat de +Japansche machthebbers zelfs in den zin hadden de Compagnie er toe te +brengen uit eigen beweging haren handel op hun land te staken. In de +hoop verbetering in den staat van de negotie te verkrijgen door de +vertooning van een <span class="pagenum">[<a id="pbxlv" href= +"#pbxlv">XLV</a>]</span>indertijd aan Jacques Specx verleenden pas<a +class="noteref" id="xd0e2394src" href="#xd0e2394">154</a>—die ter +Generale Secretarije te Batavia onder de Compagnie’s papieren was +teruggevonden—besloot de Bataviasche Regeering dit document naar +Taijoan en van daar met “het Quelpaert” naar Japan te laten +overbrengen. Toen evenwel de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 +met dit staatsstuk te Taijoan aankwam, had “het Quelpaert” +kort te voren zijn gaffel gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat +het fluitschip “de Saijer” in zijn plaats werd aangewezen +om den oppercoopman Cornelis Caesar over te voeren, aan wien de +bezorging van den pas werd opgedragen.</p> + +<p>Eerst in het volgende jaar (1642) kwam “het Quelpaert” +aan de beurt om van Taijoan naar Japan te worden gezonden.</p> + +<p>Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor +de Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan (1624)<a class="noteref" id="xd0e2407src" href= +"#xd0e2407">155</a> zich feitelijk de souvereiniteit over het geheele +eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog toe slechts gezag uit +over het zuidelijke deel daarvan, in de streek waar zij zich had +gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet kunnen beletten dat +de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden genesteld ter +bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao en Japan<a +class="noteref" id="xd0e2410src" href="#xd0e2410">156</a>, en zoolang +de daar opgerichte Spaansche versterking <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlvi" href="#pbxlvi">XLVI</a>]</span>Kelang<a class="noteref" id= +"xd0e2441src" href="#xd0e2441">157</a> in handen van den erfvijand +bleef, kon de Compagnie haar doel, den alleenhandel met China, niet +hopen te bereiken<a class="noteref" id="xd0e2452src" href= +"#xd0e2452">158</a>.</p> + +<p>Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de +Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven<a class="noteref" +id="xd0e2460src" href="#xd0e2460">159</a>. In hun eigen land hadden de +Japansche Regenten de aanhangers van het roomsche geloof te vuur en te +zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de kans af te snijden dat van +Noord-Formosa priesters en geloovigen van de gehate <span class= +"pagenum">[<a id="pbxlvii" href="#pbxlvii">XLVII</a>]</span>sekte Japan +zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk zijn voorgekomen dat aan +de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland een einde kwam. Werden +dezen verjaagd door de Hollanders, die toch ook Christenen en daarom +verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige Japansche Regeering +hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van den kant der Compagnie +de overbrenging van roomsche zendelingen niet zou worden +vergemakkelijkt.</p> + +<p>De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te +weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de +aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland<a +class="noteref" id="xd0e2473src" href="#xd0e2473">160</a>. Door die te +bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding te vinden voor het +gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit Japan<a class="noteref" +id="xd0e2476src" href="#xd0e2476">161</a> en voor de hooge uitgaven +welke het bestuur op Formosa vereischte<a class="noteref" id= +"xd0e2479src" href="#xd0e2479">162</a>. Dat zij niet van zins was +rekening te houden met rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak +voor de Regeering te Batavia van zelf<a class="noteref" id= +"xd0e2482src" href="#xd0e2482">163</a>. <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlviii" href="#pbxlviii">XLVIII</a>]</span></p> + +<p>Toen tot de uitvoering van “het desseijn op ’t +noordeijnde van Formosa” was overgegaan<a class="noteref" id= +"xd0e2502src" href="#xd0e2502">164</a> en den 7<sup>en</sup> September +1642 de aangename tijding dat de onzen zich den 26<sup>en</sup> +Augustus van de sterkte Kelang hadden meester gemaakt, te Taijoan werd +aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit zoo spoedig mogelijk aan +de Japansche Regeering te berichten<a class="noteref" id="xd0e2532src" +href="#xd0e2532">165</a>. Als adviesvaartuig, was het “Quel de +Bracq” bijzonder geschikt voor die taak en daar het “wel +beseijlt ende rustich gemandt” was kon het—al was het wat +laat in het jaar—in den betrekkelijk korten tijd van eene maand +Japan bereiken. Den 11<sup>en</sup> September van Taijoan onder zeil +gegaan, liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den +29<sup>en</sup> dier maand van daar vertrokken, kwam het 7 November +behouden te Taijoan terug. <span class="pagenum">[<a id="pbxlix" href= +"#pbxlix">XLIX</a>]</span></p> + +<p>De berichten aangaande deze reis van het “Quelpaert de +Brack” zijn betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd +dat op weg naar of van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat +een onbekend eiland is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan +eene vijandige ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend +in het Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan “de +Patientie” op de Kust van Korea is overkomen<a class="noteref" +id="xd0e2547src" href="#xd0e2547">166</a> en het Opperhoofd Jan van +Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite +waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks +betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie tot +Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat “het Quelpaert”, +misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere +belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt<a +class="noteref" id="xd0e2553src" href="#xd0e2553">167</a>. Intusschen +is het mogelijk dat “het Quelpaert” op de terugreis van +Japan naar Taijoan—toen het slecht weer heeft getroffen—uit +den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet +genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in +zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding +ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, +die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het +eiland door “het Quelpaert” vermeld, zullen hebben +gevestigd,<a class="noteref" id="xd0e2561src" href="#xd0e2561">168</a> +waardoor gaandeweg de naam “Quelpaerts-eiland” bij onze +zeevaarders bekend zal zijn geraakt<a class="noteref" id="xd0e2570src" +href="#xd0e2570">169</a>; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart <span +class="pagenum">[<a id="pbl" href="#pbl">L</a>]</span>waarop het +Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, is die van Joan +Blaeu van 1687<a class="noteref" id="xd0e2580src" href= +"#xd0e2580">170</a>.</p> + +<p>Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven—gelijk algemeen +wordt aangenomen—dan kan uit de ons bekende gegevens alleen +worden afgeleid dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van +“het Quelpaert de Bracq” naar Japan in 1642. Noch +daarvóór noch daarna is dit “quelpaert” in de +wateren van Korea geweest en evenmin was dit het geval met de beide +andere vaartuigen van deze soort, “de Hasewind” en +“de Visscher”. Voor zooveel uit de bewaard gebleven +berichten kan worden nagegaan, zijn deze beide +“quelpaerden”, wanneer die na 1642 en vóór +1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden met smaldeelen +welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, kruisten op +Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit gebruikt noch +verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa.</p> + +<p>Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen +moeten wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te +hebben met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te +eeniger tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch +waarnaar wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd +welke rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen<a class="noteref" id= +"xd0e2590src" href="#xd0e2590">171</a>.</p> + +<p>De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam +“quelpaert” wellicht, evenals “galjot”, van +Portugeesche afkomst is en of misschien een ongeval aan een dergelijk +Portugeesch vaartuig op zijn tocht van Macao naar Japan overkomen, voor +Portugeesche zeevarenden de aanleiding is geweest om het Koreaansche +Ilha de Ladrones—onder welken naam ook andere Oostersche eilanden +bekend stonden—voortaan nauwkeuriger aan te duiden als: +“het Quelpaerts-eiland”. Zou ook het woord +“quelpaard” misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? +Evenals “luipaard” is ontstaan uit “leo” en +“pardus”, zou “quelpaard” kunnen zijn gevormd +naar “quelpardus”, eene samenstelling <span class= +"pagenum">[<a id="pbli" href="#pbli">LI</a>]</span>van +“pardus” en “quelly” of “quel”, +eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van luipaard.<a class= +"noteref" id="xd0e2602src" href="#xd0e2602">172</a></p> + +<p>Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die +kennis kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote +bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen hij +zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik Hamel +bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij op 36 +jaar oud te wezen<a class="noteref" id="xd0e2611src" href= +"#xd0e2611">173</a>, zoodat mag worden aangenomen dat hij in 1630 is +geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie’s +Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 met +de “Vogel Struijs” in Indië was gekomen,<a class= +"noteref" id="xd0e2617src" href="#xd0e2617">174</a>, welk schip den +6<sup>en</sup> November 1650 uit het Land-diep van Texel is +uitgevaren<a class="noteref" id="xd0e2628src" href="#xd0e2628">175</a> +en den 4<sup>en</sup> Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker +kwam<a class="noteref" id="xd0e2634src" href="#xd0e2634">176</a>.</p> + +<p>Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek +stond, wil nog niet zeggen “dat hij in een berooiden toestand +Europa verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere +Gouverneur Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als +lichtmatroos en tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den +toenmaligen Landvoogd, oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht +dat zijn naam alleen op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije +passage te bezorgen”<a class="noteref" id="xd0e2639src" href= +"#xd0e2639">177</a>. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in +Indië gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als +“soldaat aan de pen”, kort daarna eene bevordering tot +assistent en vervolgens tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne +aanvangsgage van ƒ 11 p<sup>r</sup> maand—waarop zijn +medepassagier van de “Vogel Struijs”, de bosschieter Jan +Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond<a class="noteref" id= +"xd0e2645src" href="#xd0e2645">178</a>—tot ƒ 30 +p<sup>r</sup> maand werd verhoogd. <span class="pagenum">[<a id="pblii" +href="#pblii">LII</a>]</span></p> + +<p>Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia +is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, toen +hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland was +aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het licht +gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734, +waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn +opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: “Hendrik Hamel is +naar Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te +rijsen, is door een orcaan schipbreuk leijdende op ’t Eijland +Corea gesmeten en aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een +boot naar Japan en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede +maal naar Indië en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch +vrijer zijnde den 12 febr. 1692”. Te zelfder plaats staat vermeld +dat hij is geboren uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha +Verhaar, dochter van Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, +zoomede dat het geslacht Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op +een goud veld<a class="noteref" id="xd0e2659src" href= +"#xd0e2659">179</a>.</p> + +<p>Komt Hamel’s relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, +onder de oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust +ontwaken om door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans +beschikbaar zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te +leeren kennen<a class="noteref" id="xd0e2664src" href= +"#xd0e2664">180</a>.</p> + +<p>Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen zijn +bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de +aanwezigheid <span class="pagenum">[<a id="pbliii" href= +"#pbliii">LIII</a>]</span>der schipbreukelingen van “de +Sperwer” zijn opgesteld, zal aan hetgeen thans omtrent hun +verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk veel wetenswaardigs kunnen +worden toegevoegd<a class="noteref" id="xd0e2697src" href= +"#xd0e2697">181</a>. Wij wagen de verwachting uit te spreken dat deze +uitgaaf van Hamel’s Journaal opnieuw de aandacht zal vestigen op +de eerste Europeesche bezoekers van Korea en dat dientengevolge in het +Verre Oosten aan hun wedervaren eene zelfde belangstelling zal worden +gewijd als is te beurt gevallen aan den eersten Engelschman +die—als opvarende van een Hollandsch schip—in Japan is +aangeland<a class="noteref" id="xd0e2708src" href="#xd0e2708">182</a>. +Op de belangstelling van de tegenwoordige heerschers in Korea hebben +Hendrik Hamel en zijne lotgenooten zeker even goede aanspraken als +William Adams.</p> + +<p>De thans uitgegeven tekst van Hamel’s Journaal en de +ongedrukte stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is +gebruik gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal +Archief, eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te ’s +Gravenhage. Wie in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons +koloniaal verleden, wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom +dien zij bevat maar ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard +door het ontbreken van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door +ambtelijke hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van +dien inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren.</p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e407src" id="xd0e407">1</a></span> Formosa. Zoo werd het eiland +gedoopt door de Portugeezen; bij de Spanjaarden heette het Hermosa; de +Chineesche naam is Tai-oan d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het +Takasago (zie <span class="bibl" lang="en">Papinot, Dictionary of +Japan</span>); in Compagnie’s stukken wordt gesproken van het +“<span lang="nl-1600">Eijlandt Paccam ofte Formosa</span>”, +b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: “<span lang="nl-1600">Tot +ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d’onse op +den 8<sup>en</sup> Martio laestleden, onder t’ beleijt van +d’ opperstierman Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... +ende is bevonden om de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden +10 minuijten, ende om de Zuijdt tot omtrent op de 20½ +graed</span>”. (Verg. Kaart no. <span class="pagenum">[<a id= +"pbivn" href="#pbivn">IV</a>]</span>304 in de verzameling van het Alg. +Rijksarchief). Eveneens op kaarten: “Pakam of Ilha Formosa” +(Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, <span lang="de">Atlas +zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln</span> +X).—“<span lang="nl-1600">Opde Suijdhoek vande Baeij van +Taijoan hadden de onse een fort geleijdt ... de plaetse daer ’t +fort op staet is een sant duijn, ontrent een musquet schoot tegen over +t’ fort leijt een sandt plaet daer ons comptoir ofte logie op +gestaen heeft ...</span>” (<span class="bibl">Dagr. Bat. 9 April +1625, bl. 144</span>). “<span lang="nl-1600">de uijtsteeckende +<i>plaet</i> bij het vastelandt van Formosa, sijnde +Taijouan</span>” (Patr. Miss. 26 April 1650).—Gouvern. +Pieter Nuijts schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: “<span lang= +"nl-1600">de luijden schijnen van Taijouan omdat het een sombere, dorre +ende drooge plaets is een disgoest te hebben</span>”.—Den +14<sup>en</sup> Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: +“<span lang="nl-1600">’t is wel een schoon eijlandt, +gelijck sijne name metbrenght, maer verslint veel menschen +vlees</span>” [door het ongezonde klimaat].</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e448src" id="xd0e448">2</a></span> Zie <a href="#b.v.a.1">Bijlage +V<sub>A</sub>, 1</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e459src" id="xd0e459">3</a></span> Zie <a href="#b.v.a.2">Bijlage +V<sub>A</sub>, 2</a>. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e471src" id="xd0e471">4</a></span> Zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage +V<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e482src" id="xd0e482">5</a></span> Bij resolutie van Gouverneur +Sonck en den Raad van Taijoan dd. 14 Januari 1625 werd besloten +“<span lang="nl-1600">ons van de Sandplaet met alle des +Comp.<sup>es</sup> middelen aen de oversijde (op t’ vastelant van +Isla Formosa) te transporteeren</span>” ... om “<span lang= +"nl-1600">aldaer een volcomen stadt op te rechten.</span>” Tevens +werd aan “<span lang="nl-1600">t’ alreede opgerechte +Casteel</span>” de naam Orangie gegeven en goedgevonden +“<span lang="nl-1600">de Stadt te noemen naer de seven geunieerde +provintien de Provintien</span>”. De Regeering te Batavia gaf +hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers +gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 +“<span lang="nl-1600">dat het Fort ende Stadt in Teijouhan +afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn Zeelandia in plaetse van +Provintien.</span>” (Missive Batavia naar Taijoan, dd. 27 Juni +1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627).</p> + +<p class="footnote">Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de +ontworpen stad niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog +duin op de zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de +oostzijde, was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van +“<span lang="nl-1600">’t Quartier ofte de Stad +Zeelandia</span>” droeg” (<span class="bibl">“<span +lang="nl-1600">’t Verwaerloosde Formosa</span>”, bl. 15, +17</span>). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die +reden den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor +op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar +schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering aan +den President Overtwater om “<span lang="nl-1600">de plaetse +Chiaccam op ’t voorlant van Formosa welck voor desen +geprojecteert ende ondernomen is om het beginsel van een stadt daerop +te formeren, ende tot dien eijnde door de Heer Martinus Sonck +sal<sup>er</sup> den <span class="pagenum">[<a id="pbvn" href= +"#pbvn">V</a>]</span>name <i>Provintie</i> gegeven ende sulcx van hier +geapprobeerd was</span>” [en welke Overtwater had herdoopt in +“Hoorn”] “<span lang="nl-1600">sijn vorigen naem van +<i>Provincie</i> weder [te] geven.</span>”</p> + +<p class="footnote">Na het verzet van Chineezen in 1652 werd +“<span lang="nl-1600">om bij revolte ... Taijouan en Provintie +niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen de oversijde in +’t midden van de cruijswech binnen voorn<sup>de</sup>. +Provintie</span>” gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. +Batavia naar Taijoan dd. 26 Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) +welke redout in begin Mei 1661 aan Kosinga werd overgegeven. (Zie +“<span lang="nl-1600">’t Verwaerloosde +Formosa</span>”).</p> + +<p class="footnote">Van “<span lang="nl-1600">het <i>vleck</i> +Provintie</span>” spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh in +zijn “<span lang="nl-1600">Rapport aengaende de gelegentheijt van +Formosa</span>”, Batavia 10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op +de kaart onder no. 305 in de verzameling van het Alg. Rijksarchief +opgenomen, staat vermeld: “<span lang="nl-1600">het <i>vlekje</i> +Provintie</span>”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e562src" id="xd0e562">6</a></span> De uitgetrokken soldaten en +hulpbenden “<span lang="nl-1600">vonden geen grooter troupen als +van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in ’t +suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle +die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om ’t leven +gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen +massacreerden</span>”. ... “<span lang="nl-1600">Soodat +gedurende den oorloch in den tijt van 12 dagen tusschen de 3 à +4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van ’t verghoten +Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese revolte tot +slissinge ende te niet doening is gebracht</span>”. (Gen. Miss. +24 Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te +komen voor 2600 gemassacreerde koppen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e571src" id="xd0e571">7</a></span> Als oorzaak van de revolte werd +aangenomen “<span lang="nl-1600">dat de principaelste Chineese +lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende gesagh traghtende, +off wel door eenigh misnoegen off om al te groote vrijheeden die hun, +om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten zijn, uijt eijgen +movement dit verfoeijelijck ende verraders werck ondernomen hebben; +’t sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge voor ons ende +onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, altijt een +waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen Chinees in +’t seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting te nemen +geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de groote +vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn te +genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij</span>” (Gen. +Miss. 31 Jan. 1653).</p> + +<p class="footnote">Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. +Miss. 30 Jan. 1654) doch kregen weldra een anderen kijk op het +voorgevallene: “<span lang="nl-1600">In UE voorsz. missive van +den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, hebben wij niet sonder +ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen sijn dat de jongste revolte +der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent 3000 van die natie om ’t +leven geraeckt sijn, ten principalen soude veroorsaeckt sijn door de +<span class="pagenum">[<a id="pbvin" href= +"#pbvin">VI</a>]</span>extorsien en gewelten die sij voorgeven hun van +den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde +voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van +onse eijgen Ministers overcomen</span>” (Patr. Miss. 16 April +1655).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e591src" id="xd0e591">8</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de +schriftelijcke deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, +stoute onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken +door de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den +tijt haerer residentie op Formosa gepleegt</span>” (Gouverneur +Verburg aan de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652).</p> + +<p class="footnote">“In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders +zeer sterk over den Heer Landvoogd Verburg” (<span class= +"bibl">Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, bl. 89</span>). +Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie Res. +ult<sup>o</sup> Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd +benoemd, en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel +handelt ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia +aan Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: +“<span lang="nl-1600">T valt seer moeielijck en verdrietigh te +hooren de dissentien en onlusten die der telckens voorvallen onder de +Ecclesiasticquen mitsgaders de clachten over derselver onbehoorlijcke +comportementen, usurpatien en geltgierigheijt en dat in alle +residentien van de Compagnie geheel Indien door, en principalijcken op +Formosa</span>” (Patr. Miss. 20 Jan. 1654).—“<span +lang="nl-1600">Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de +Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de +dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen +niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben te +vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de +politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen +sijn</span>” (Patr. Miss. 15 April 1654).—Over “<span +lang="nl-1600">de tusschen den Heer Gouverneur ... ende sijnen Raedt +geresen onlusten</span>” zie Res. 12 April 1651 en Miss. Batavia +naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e623src" id="xd0e623">9</a></span> Voor eenige grootendeels aan +Compagnie’s papieren uit Japan en Taijoan ontleende +bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, zie <a href= +"#b.v.c">Bijlage V<sub>C</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e633src" id="xd0e633">10</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in +Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den +grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar +tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven +heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te +hebben....</span>” (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar +Taijoan 25 Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling +aannemelijk dat de in verzet gekomen Chineezen “<span lang= +"nl-1600">daertoe opgemaeckt sijn door Cochin [Koksinga] de soone van +Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; mitsgaders secours en +assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater Jesuita [<span lang= +"nl-1900">Martinus Martini, over wien zie <a href="#b.v.d">Bijlage +V<sub>D</sub></a></span>] ons aengedient heeft dat op sijn vertreck +uijt China soodanige geruchten daer liepen</span>” (Patr. Miss. +20 Jan. 1654).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e654src" id="xd0e654">11</a></span> Hij werd 1611 te Meurs +geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, weduwe van Pieter Smidt, en +overleed 24 Sept. 1667 als Directeur Generaal. Zie over hem: <span +class="bibl">De Haan, Priangan, I, bl. 216</span>. Voor zijne benoeming +tot Gouverneur van Formosa zie <a href="#b.v.a.3">Bijlage +V<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e669src" id="xd0e669">12</a></span> Res. 20 Mei 1653.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e677src" id="xd0e677">13</a></span> Zie <a href="#b.v.b.1">Bijlage +V<sub>B</sub>, 1</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e689src" id="xd0e689">14</a></span> Zie <a href="#b.v.b.2">Bijlage +V<sub>B</sub>, 2</a> (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als Gouverneur +van Formosa dd.<sup>o</sup> 18 Junij Anno 1653, is te vinden in Kol. +Archief no. 780.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e709src" id="xd0e709">15</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Aen d’E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van +India die gedestineert is <span class="pagenum">[<a id="pbviiin" href= +"#pbviiin">VIII</a>]</span>om na Taijoan te vertrecken ende aldaer +’t gouvernement van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen +mitsgaders de verdre scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse +van d’Ed. heer generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer +hem de heeren Raden van India ende meest alle de gequalificeerde +Comp<sup>s</sup>. dienaren alhier, nevens hare huijsvrouwen, als andere +genoode gasten, mede laten vinden</span>” (<span class= +"bibl">Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82</span>).—In den namiddag +had plaats “<span lang="nl-1600">de publijcke authorisatie van +d’E Hr. J. van Maetsuijker in ’t generale gouverne van +India</span>”, welke wederom met “een frisschen +dronk” werd bezegeld (<span class="bibl">a. v. bl. +84</span>).—In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het +“<span lang="nl-1600">ordinaire scheijdmaal</span>” voor de +zeilree liggende retourschepen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e738src" id="xd0e738">16</a></span> “Genoemde Heer Cornelis +Caesar is tot becledinghe van sijn opgeleijde chergie met desselfs +familie den 18 Junij laestleden p<sup>r</sup> ’t jacht de Sperwer +uijt Batavia reede naer Taijouan genavigeert, cargasoen +ƒ 64994.17.4” (<span class="bibl">Gen. Miss. 19 Jan. +1654</span>). Vgl. <span class="bibl">Dagr. Bat. 1653, bl. 84</span> en +<a href="#b.iii.a">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e756src" id="xd0e756">17</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de +Taijouanse besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier +overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de +Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is</span>” (Res. +9 Mei 1653).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e771src" id="xd0e771">18</a></span> “<span lang= +"nl-1600">Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den +9<sup>en</sup> Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij +geweest, tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot +opgehouden sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die +wij met genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, +ende alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson al +hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te +laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17 +deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van de +Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, te +dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge van het +Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren</span>” (Res. 6 Juni +1653). Zie ook de “Zeijlaas ordre”, <a href="#b.iii.a.2"> +Bijlage III<sub>A</sub>, 2</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e788src" id="xd0e788">19</a></span> Den 15<sup>en</sup> Sept. 1651 +ging de Sperwer van de reede van Batavia onder zeil en kwam <span +class="pagenum">[<a id="pbixn" href="#pbixn">IX</a>]</span>den +12<sup>en</sup> Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van de ambassade, +maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie <span class="bibl"> +Speelman, Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e808src" id="xd0e808">20</a></span> “Naer dat d’ E. +Heer Cornelis Caesar op 16 Julij p<sup>r</sup> ’t jacht de +Sperwer in Taijoan was gearriveert” (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). +Vgl. Bijlage IIIA, 3.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e814src" id="xd0e814">21</a></span> 27 Mei 1653 “vertrecken +van hier directa naer Taijouan de fluijtschepen Trouw, Wittepaert, +Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha Formosa voor d’ eerste +besendinge” (Notitie van de schepen soo die van andere plaetsen +hier gearriveert sijn als die van hier elders vertrocken sijn sedert +4<sup>en</sup> Januarij 1653 tot 31 December daer aen +volgende).—In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: +“een hecht, oock wel beseijlt schip”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e825src" id="xd0e825">22</a></span> “Tot vervolghe van den +Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende 29 Julij vervolgens derwaerts +gesonden het fluijtschip het Wittepaert ende ’t jacht de Sperwer, +te weten ’t Wittepaert geladen met een cargasoen van +ƒ 33803.12.4 en de Sperwer met een d<sup>o</sup> ten bedrage +van ƒ 33819.14.15” (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. <a +href="#b.iii.a.3">Bijlage III<sub>A</sub>, 3</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e839src" id="xd0e839">23</a></span> Zie <a href="#b.iii.a.3">Bijl. +III<sub>A</sub>, 3–7</a>, ook voor berichten aangaande den indruk +door het vergaan van de Sperwer gemaakt.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e848src" id="xd0e848">24</a></span> Patr. Miss. 25 Sept. 1642.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e854src" id="xd0e854">25</a></span> Volgens de in het Koloniaal +Archief aanwezige “Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende +Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen en verongelukte +schepen”, loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en verongelukt +27 schepen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e857src" id="xd0e857">26</a></span> <span class="bibl" lang="de"> +O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e866src" id="xd0e866">27</a></span> Wilhelm Volger, Opperhoofd, +Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes de Roij, ondercoopman en Daniel +van Vliet, assistent.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e869src" id="xd0e869">28</a></span> “.... ende naer datse de +naemen der verblijvende Nederlanders, als swarte jongens, welke met de +seven matroosen en een boukhouder (uijt Corre hier aengecomen) een +getal van 29 personen uijtmaecken, opgenomen hadden” (Dagr. +Japan, 19 Oct. 1666).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e872src" id="xd0e872">29</a></span> Vijf eilanden; <span lang= +"en">“a group of islands north-west of Kyushu, belonging to the +province of Hizen” (Papinot, Dictionary).</span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e877src" id="xd0e877">30</a></span> Decima, d. i. Voor-eiland. +“.....comen voorm. scheepen hier voor Schisima offte ’s +Comp<sup>s</sup>. residentieplaats ten ancker” (Dagr. Japan 14 +Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado +(Firando)—zie eene afbeelding van “De Loge op +Firando” in: <span class="bibl">Montanus, Gedenkwaardige +Gesantschappen, bl. 28</span>—maar 11 Mei 1641 werd den onzen +aangezegd “dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in +Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando +opbreecken ende die aldaer transporteren” (Dagr. Japan). De +verhuizing duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het +Opperhoofd Le Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De +“Naamlijst” vermeldt van Le Maire: “1641,den 21 Maij +van Firando naar Decima verhuijst”.Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, +bl. 68). Hier moesten de onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor +de Portugeezen was gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan +François <span class="pagenum">[<a id="pbxin" href= +"#pbxin">XI</a>]</span>Caron den 29<sup>en</sup> Juli 1636 deze +beschrijving gaf: “... gingen het logement ofte gevanckenis der +Portugeesen besichtigen, sijnde een werck ’t welk in de baij van +Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde uijt den water is +opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende 240 voeten breedt, +rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne staen twee regelen +huijsen en een straet in ’t midden, hebbende een brugge omme van +’t lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte daer de +Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, te weten eens +wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als sij weder ’t +scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te mogen setten. +Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde wachtbercken ende +wachthuijsen bewaert werden” (Dagr. Japan).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e891src" id="xd0e891">31</a></span> “Dat geene Hollanders +sonder vragen van ’t Eijlandt en vermochten te gaan. Dat wel +hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen nochte bedelaers op +’t Eijlandt mochten comen”. (Dagr. Japan 19 Aug. +1641).—Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, +Compagnie’s dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de +aanschrijving van Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): “De +onse moeten den Jappanders na de mondt sien en alles om den handel +onbecommert te gauderen, verdragen”; zoomede uit de Instructie +aan het Opperhoofd Nicolaes Couckebacker (ult<sup>o</sup> Mei 1633, +Kol. Arch. no. 759)—Vgl. “Dat hij [nl. Couckebacker] sich +in alle sijnen handel, wandel ende civilen ommeganck zoo +lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een ijder, soowel +groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij de Japanse +natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen +grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, +bemint ende aengenaem sijn mach” (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e903src" id="xd0e903">32</a></span> Bijlage I <i>a</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e909src" id="xd0e909">33</a></span> Bijlage I <i>b</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e915src" id="xd0e915">34</a></span> “Hij [het Opperhoofd +Elseracq] apprehenderende meer en meer de groote precisiteijt van die +natie dewelcke d’ onse involgen moeten omme daer wel te +staen” (Patr. Miss. 26 April 1650).—“hoe nauw wij +hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen door +de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der tolcken +timiditeijt—voortcomende van hare onbequaemheijt—nogal meer +beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele +gebleecken” (Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. +1670).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e920src" id="xd0e920">35</a></span> Zie <a href="#pb65">Journaal, +bl. 65</a> en <a href="#b.i.a">Bijlage I <i>a</i></a>.—Vgl. +“.... Vervolgens getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief +van den Generael ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock +die vanden 9 Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d’antwoort daerop +van’t Opperhoofd Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 +Octob<sup>r</sup>. daeraenvolgende, <i>Noch de vragen doorden +Gouvern<sup>r</sup>. van Nangasacki de 8 persoonen in Corea soo lange +jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, voorgehouden +end’antwoort door deselve daer op gegeven</i>, Item ’t gene +inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet +aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commiss<sup>en</sup>. daer +op gaet hier neffens” (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde +van de heeren Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische +Compagnie deser Landen.....alhier in ’s Gravenhage vergadert +enz., Vrijdag den 29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e943src" id="xd0e943">36</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage I +<i>a</i></a> en <a href="#b.i.b">I <i>b</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e961src" id="xd0e961">37</a></span> Zie <a href="#b.i.b">Bijlage I +<i>b</i></a> en <a href="#b.i.d">I <i>d</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e974src" id="xd0e974">38</a></span> Zie <a href="#b.i.f">Bijlage I +<i>f–h</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e985src" id="xd0e985">39</a></span> Zie <a href="#b.i.i">Bijlage I +<i>i–j</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e996src" id="xd0e996">40</a></span> Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: +“arriveeren hier van Japan de fluijtschepen Spreeuw ende Witte +Leeuw”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1001src" id="xd0e1001">41</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage +I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1009src" id="xd0e1009">42</a></span> “Zijn wij den 28 +December Anno 1667 van Batavia ’t zeijl ghegaen, ende na weijnigh +tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen” (Journaal, +Uitg.-Saagman).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1015src" id="xd0e1015">43</a></span> ... “Sijn ons den +18<sup>en</sup> Maij Godtloff wel en behouden toegecomen de schepen het +Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den 13<sup>en</sup> en +15<sup>en</sup> Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, +’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, +Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>, mitsgaders den 20 en 23 +daaraanvolgende de Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve +maent, Godtloff oock behouden in ’t Vlie gearriveert de schepen +de Wassende Maen, Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen +zijn ons dan geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en +31 December, alle des voorleden jaers 1667” (Patr. Miss. 22 Aug. +1668).</p> + +<p class="footnote">Mei 1668. “Den 18 Meij arriveerden in Tessel +3 Nederl. Retour-Schepen als ’t Wapen van Hoorn en Alphen voor de +Kamer Amsterdam ende Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren +den 6 October 1667 van Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer +noch 8 Retour-Schepen van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen +..., <i>Doe quam op Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van +’t Schip de Sparwer waren gebergt, en ettelijcke sich met een +Bootje aen Japan hadden gesalveert</i>” (Hollantse Mercurius XIX, +1668, bl. 82–83). Dit <i>“advijs”</i> was al, met de +Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1041src" id="xd0e1041">44</a></span> Monsterrol van ’t +Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 (Brieven en papieren overgekomen +voor de Kamer Amsterdam, 1660–1668. Kol. Arch. no. 1153).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1047src" id="xd0e1047">45</a></span> “In dese landen daer +en teghens arriveerden den 15, 16 en 20 Julij de navolgende +retourschepen uijt Oost-Indiën: als de Hollantsche Thuijn, +’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Tijger en +Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge Prins en Amerongen +den 23 December, en ’t Jacht <i>de Spreeuw</i> den 1 Januarij van +Batavia af-geseijlt”. (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, bl. +113).—Den <i>19<sup>en</sup></i> Juli 1668 al berichtte de Kamer +Amsterdam aan de Regeering te Batavia de behouden aankomst van de +Hollantsche Tuijn, ’t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, +Outshoorn, de Vrijheijt, de Jonge Prins en <i>de Spreeuw</i>; den +24<sup>en</sup> d.a.v. dat “<i>Amerongen</i> op den <i>20</i> +deses in Tessel wel gearriveert” was. (Particuliere brieven van +de Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1083src" id="xd0e1083">46</a></span> Zie <a href="#b.i.d">Bijlage +I <i>d</i></a>. Dit Rapport was “gedateert den lesten +November” [1666]. (Verbaal Commissarissen ’s Gravenhage van +23 Maart 1668. Kol. Arch. no. 301).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1091src" id="xd0e1091">47</a></span> Artikelbrief van de +Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische Compagnie, dd. 8 Maart 1658. +(N.I. Plakaatboek II, bl. 265, 270). Art. 42: “... sulcks dat een +yeder ’t peryckel sijner Maent-gelden sal loopen op ’t +Schip ende goederen daer hy op vaert, ende dienvolgende ’t selfde +schip met alle syne ingeladen goederen (’t welck Godt verhoede) +<span class="pagenum">[<a id="pbxvn" href= +"#pbxvn">XV</a>]</span>komende te verongelucken, oock alle syne +Maentgelden ... verliesen”. Art. 51: “... Ende sullen de +bedongen Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden +vanden tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert +sullen wesen”.—Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: +“Maentgelden. Van ’t volk van geblevene schepen te betalen +tot den dag van ’t blijven, af 1/# part na gewoonte”. Vgl. +nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de +Zijp).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1098src" id="xd0e1098">48</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage +I <i>k</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1108src" id="xd0e1108">49</a></span> Zie <a href="#b.i.q">Bijlage +I <i>q–r</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1120src" id="xd0e1120">50</a></span> Zie <a href="#b.i">Bijlage +I</a> (bl. 78 en 82).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1126src" id="xd0e1126">51</a></span> <span lang="en">“The +Japanese government had always made use of Tsushima in its +communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed +almost exclusively of retainers of the feudal lord of this +island”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 86</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1134src" id="xd0e1134">52</a></span> Zie <a href="#b.i.n">Bijlage +I <i>n</i></a> (slot).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1144src" id="xd0e1144">53</a></span> “De overgeblevenen +zijn door toedoen van den Keizer van <i>Japan</i>, op verzoek van de +Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand overgelevert, +behoudens een, die aldaer wilde blijven” (<span class= +"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr., I, bl. 53</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1159src" id="xd0e1159">54</a></span> Zie <a href="#b.ii.a"> +Bijlage II <i>a–d</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1167src" id="xd0e1167">55</a></span> <span class="bibl">Witsen, +1<sup>e</sup> dr. II, bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 53</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1180src" id="xd0e1180">56</a></span> “Het jacht Pouleron +bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer afgeraect zijnde heeft den +26 en 27 Julij op de noorderbreedte van omtrent 30 graeden bij de +modderbancq een soo vervaerlijcke storm beloopen dat alle zijn ronthout +except de bezaensmast heeft verlooren, de boechspriet eerst door den +wint achterover int schip gesmeeten zijnde is de fockemast gevolcht en +daegs daeraen oock de groote mast door het vreeselijck slingeren; aen +het Queelp<sup>t</sup>. hebben haer stompen gerecht en zijn zoo, +tusschen d’ Eijlanden van Gotto door, den 13<sup>en</sup> +Aug<sup>o</sup>. goddanck hier binnen gecomen”...... +“Pouleron dat aent Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door +de Eijlanden van Gotto is geboucheert”. (Missive Nagasaki naar +Batavia 19 Oct. 1670).</p> + +<p class="footnote">“d’ eerste joncke van Batavia dit henen +gezeijlt, werden wij bericht dat op Corree is verongeluct en daer van +omtrent 40 Chineesen in Gotto zijn aengecomen en dat d’ andere in +Corree werden aengehouden” (a. v.).</p> + +<p class="footnote">“Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de +joncke van Batavia vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich +volck daer van op Gotto waren aengelant; zedert zijn d’ andere +Chineesen met een opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen +gekomen met noch soodanige geborgene coopmanschappen als bij ’t +joncke boekje blijckt geschat op T<sup>s</sup> 13000 vercoops. Men +secht ons dat dit volck is geweest aen een lant van Corre oft eijland +dat onder Japans gebiet staet. T’ is apparent datse hier weder +sullen equiperen en na Batavia comen” (Missive Nagasaki naar +Batavia primo Nov. 1670).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1203src" id="xd0e1203">57</a></span> Zie <a href="#b.ii.a"> +Bijlage II <i>a</i></a> (slot).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1211src" id="xd0e1211">58</a></span> Zie <a href="#b.ii.c"> +Bijlage II <i>c–d</i></a>, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1222src" id="xd0e1222">59</a></span> Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 +April: “komt de fluijt Nieuwpoort van Coromandel”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1228src" id="xd0e1228">60</a></span> Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 +November: “Des avonds comt de fluijt Buijenskercke van +Japan”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1233src" id="xd0e1233">61</a></span> Zie <a href="#b.ii.i"> +Bijlage II <i>i</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1241src" id="xd0e1241">62</a></span> <span lang="en">Griffis, +Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile (bl. 176): “The +fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was never known. +Perhaps it never will be <span class="pagenum">[<a id="pbxviiin" href= +"#pbxviiin">XVIII</a>]</span>learned, as it is not likely that the +Coreans would take any pains to mark the site of their +graves”.</span>—Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne +bevrijding en terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven +Beschrijvinge van de Oost-Indische Compagnie: “Agt Nederlanders +met een kleijn vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen +en door den Heer van ’t Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, +waren in ’t jaar 1653 op het Quelpaarts eijland met ’t jagt +de Sperwer verongelukt en waar van haar 36 menschen sterk aan Corea +hadden gesalveert. Volgens haar voorgeven zijnse van die van Corea seer +armelijck getracteert, dan na ’t een dan weder na ’t ander +eijland vervoert, Invoegen dat in 13 jaren dat aldaer gesworven hadden, +20 van deselve sijn gestorven en van waar de voorsz. agt met een kleijn +vissers schuijtje sijn gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... +De voorsz. agt Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan +seer naeuw op alles waren ondervraegt, en ’t selve pertinent was +aangeteijckent en na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie +hadden verkregen, sijn van daer mede na Batavia vertrocken”. Over +de “daer nog verbleven” schipbreukelingen, spreekt Van Dam +verder niet.—Vgl.: K. Gützlaff, Reizen langs de kusten van +China, enz., bl. 250: “Meer dan twee eeuwen geleden strandde aan +deze kust een Hollandsch schip; de manschap werd verscheidene jaren +gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en te Amsterdam +zijne lotgevallen bekend maakte”.—<span lang="en">“To +those who hail from Great Britain it is of special interest to know +that one of the unfortunate mariners who did <i>not</i> succeed in +making his escape was “Alexander Bosquet, a Scotchman”. One +wonders if his tomb or those of any of his mates will ever come to +light, as that of Will Adams did in Japan”.</span> (<span class= +"bibl">Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel’s +Journaal in <span lang="en">Transactions Corea Branch</span> R. A. S. +IX, 1918, bl. 94–95</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1263src" id="xd0e1263">63</a></span> <span lang="en">“The +only relics of these unfortunate captives so far discovered have been +two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives knew nothing of +their origin, beyond a vague belief that they were of foreign +manufacture. The figures on them, however, told their own tale of Dutch +farm-life, and the worn rings of the handles bore marks of the constant +usage of years. We may well fancy them to be the last of the household +gods of the shipwrecked Wetteree, who, like Will Adams of Japanese +history, lived and died a captive exile though the honoured guest and +adviser of the king and government. The presence of these captive +Dutchmen in Corea may perhaps explain what must always seem an anomaly +among Asiatic races, namely blue eyes and fair hair. These +peculiarities have been frequently observed by travellers in various +parts of the peninsula, exciting comment and conjecture without, +hitherto, any definite explanation”</span> (<span class="bibl" +lang="en">J. Scott, Stray notes on Corean history etc., Journal China +Branch R.A.S., New Ser. XXVIII, 1893–94, bl. 215</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1273src" id="xd0e1273">64</a></span> <span lang="fr"> +“Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.–3 Oct. +1888] je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais +tout souvenir de sa visite s’est évanoui avec la +génération qui l’a vu”</span> (<span class= +"bibl" lang="fr">Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, +bl. 46</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1281src" id="xd0e1281">65</a></span> Zie <span class="bibl">Dr. +H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1293src" id="xd0e1293">66</a></span> Zie <a href="#b.i.k">Bijlage +I <i>k</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1307src" id="xd0e1307">67</a></span> Dagr. Bat. 1667, 11 +December: “Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder op het jagt de +Sperwer, den 16<sup>en</sup> Augustus 1653 aan een der Corese eylanden, +by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde den +28<sup>en</sup> November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van +gemelte jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft +nu aen haer Ed<sup>e</sup> overgelevert een daghregister <i>van het +gepasseerde sedert dien tyt tot haere aencomste alhier</i>, behelsende +een verhael van ’t verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders +wat ellende en miserie sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat +wyse zy eyndelyck uyt haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte +beschryvinge van het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, +haere justitie, politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, +<i>leggende het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van +Japan ontfangen</i>”.—Aan het slot van een uitg.-Saagman +van Hamel’s Journaal wordt gezegd: “Na eenige dagen +vertrocken wij met een Schip dat daer in Ladinge lagh, na Batavia, daer +wy den 20<sup>e</sup> November wel aen quamen, en by den Generael +ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: <i>wy hebben hem +oock een Journael behandight</i>, en hy ons voorts wel onthaelt +hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het <span class="pagenum">[<a +id="pbxxn" href="#pbxxn">XX</a>]</span>Vaderlandt te vertrecken”, +enz.—Hamel had—gelijk wij aannemen—ons handschrift +aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in de +gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen en +over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. +XXV–XXVI.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1341src" id="xd0e1341">68</a></span> Vgl. de Haan, Priangan II, +bl. 38 (26).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1349src" id="xd0e1349">69</a></span> Zie <a href="#b.i.o">Bijlage +I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1357src" id="xd0e1357">70</a></span> Zie de <a href="#bibl"> +Bibliographie</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1365src" id="xd0e1365">71</a></span> A. Montanus, Gedenkwaerdige +Gesantschappen enz.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1370src" id="xd0e1370">72</a></span> Bl. 429–436.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1375src" id="xd0e1375">73</a></span> Noord en Oost Tartarye +(’t Amsterdam 1692). Zie <span class="bibl">Tiele, Nederlandsche +Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269</span>. Het exemplaar +uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij kunnen +raadplegen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1383src" id="xd0e1383">74</a></span> Noord en Oost Tartarye +(’t Amsterdam 1705). Zie <span class="bibl">Tiele, a.v. bl. +269</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1389src" id="xd0e1389">75</a></span> Dl. I, bl. 148.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1399src" id="xd0e1399">76</a></span> “....de Nederlanders +die op Korea gevangen zijn geweest, verhaelen, dat zy eerst aen +Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen op drie en dertig graden, en +dertig minuten Noorder breette, van de vaste Koreaensche Kust, omtrent +veertien myl, genaemt by de Inwoonders Schesure of Moese” (dl. I, +bl. 150 noot).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1405src" id="xd0e1405">77</a></span> Onder dezen naam is de +hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens vermeld gevonden. Misschien is +Moggan de transcriptie van eene Koreaansche uitdrukking voor de +residentieplaats van een Mok-så of Gouverneur.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1408src" id="xd0e1408">78</a></span> Zie <a href="#pb11"> +Journaal, bl. 11</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1414src" id="xd0e1414">79</a></span> Uitg.-Saagman: +“Moggaen, zijnde de residentieplaets van de Gouverneur van +’t Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,”. Daarentegen in de +uitg.-Stichter en Van Velsen,.....“bij haer genaemt +Moese”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1417src" id="xd0e1417">80</a></span> <span lang="fr"> +“Mok-sa. Mandarin de 1<sup>er</sup> ordre dans les villes +où il y a des satellites pour arrêter les voleurs (le 2e +dans l’ordre civil, le 1<sup>er</sup> au-dessous du +gouverneur)”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. +Cor.-Franç., bl. 244</span>). Moese is de Chineesche uitspraak +van Moksa.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1433src" id="xd0e1433">81</a></span> <span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr., bl. 59</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1445src" id="xd0e1445">82</a></span> Uitg.-Stichter, Rotterdam, +1668.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1448src" id="xd0e1448">83</a></span> Uitg.-van Velsen, Amsterdam, +1668.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1451src" id="xd0e1451">84</a></span> Uitg.-Saagman, +“’t Oprechte Journaal”, Amsterdam, bl. +30–31.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1454src" id="xd0e1454">85</a></span> Zie de <a href="#bibl"> +Bibliographie</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1462src" id="xd0e1462">86</a></span> De tekst van de in +Churchill’s Collection of Voyages and Travels, Vol IV (1732) +opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt in <span class="bibl" lang= +"en">Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 +(1918)</span> alleen met een “Foreword” van den President +Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, die over Hamel’s Journaal +zeer gunstig oordeelt maar de opmerking maakt: <span lang="en"> +“there are points, like his circumstantial account of the +man-eating “crocodils” to be found in Chosen, which sound +rather like a “traveller’s tale”, though it is +possible that such animals may have existed two hundred and fifty years +ago and yet be extinct now”.</span> Hamel gaat echter vrij uit; +over krokodillen komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over +olifanten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1471src" id="xd0e1471">87</a></span> O.a. <span class="bibl" +lang="en">Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: The +Dutchmen in exile;</span> en Idem, <span class="bibl" lang="en">Corea, +without and within (1885)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1485src" id="xd0e1485">88</a></span> Mededeeling van den +Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de Haan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1507src" id="xd0e1507">89</a></span> Zoo diende de oud-Gouverneur +Generaal Hendrik Zwaardecroon een verzoekschrift in aan de Indische +Regeering, zonder dit te teekenen. (Zie <span class="bibl">Indische +Gids, 1917, II, bl. 1539</span>). Ook de rekesten vermeld in Bijdragen +tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel 73, bl. 401, waren +ongeteekend.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1523src" id="xd0e1523">90</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage +I<i>a</i></a> (bl. 78).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1533src" id="xd0e1533">91</a></span> Zie <a href="#ms1">facsimile +tegenover den titel</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1556src" id="xd0e1556">92</a></span> Zie <a href="#ms2"> +facsimile</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1568src" id="xd0e1568">93</a></span> <span lang="fr">“Les +meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce +récit que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu +beaucoup moins populaire”</span> (<span class="bibl" lang= +"fr">Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1583src" id="xd0e1583">94</a></span> Zie <a href="#pb13">bl. +13</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1589src" id="xd0e1589">95</a></span> Zie <a href="#b.iii.b"> +Bijlage III<sub>B</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1597src" id="xd0e1597">96</a></span> Zie <a href="#b.i.a">Bijlage +I<sub>A</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1607src" id="xd0e1607">97</a></span> <span lang="fr">“Le +récit de leurs aventures quoique très simple et nullement +scientifique, ne manque pas d’intérêt”.</span> +(<span class="bibl" lang="fr">Mémoire bibliogr., bl. +274</span>). Vgl.: <span lang="en">“Hamel, the supercargo of the +ship, wrote a book on his return, recounting his adventures in a simple +and straightforward style”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 176</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1623src" id="xd0e1623">98</a></span> <span lang="en-1600"> +“When this account was printed in Holland, the eight men +mention’d at the end of this Journal, were all in Holland, and +examin’d by several persons of reputation, concerning the +particulars here deliver’d, and they all agreed in them; which +seems to render the relation sufficiently authentick... There’s +nothing in it that carries the face of a fable, invented by a traveller +to impose upon the believing world”</span> (<span class="bibl" +lang="en">Churchill’s Collection of Voyages IV (1732), Preface +bl. 574</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1631src" id="xd0e1631">99</a></span> “Kinderen en wijven, +die eenige daer getrouwt hadden, verlieten ze” (<span class= +"bibl">Witsen, i<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr., I, bl. +53</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1643src" id="xd0e1643">100</a></span> Zie <a href="#b.i.o"> +Bijlage I<i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1651src" id="xd0e1651">101</a></span> <span class="bibl">Witsen, +1<sup>e</sup> dr., bl. 23; 2<sup>e</sup> dr. 1, bl. 53</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1666src" id="xd0e1666">102</a></span> <span lang="en"> +“Thirteen years residence in Corea, was time enough to have given +a much more perfect description, and many men in that time would have +made it more ample and satisfactory; but the author gave what he had, +and I suppose his memoirs were small and ill digested, having leisure +enough, but perhaps little inclination, to write in that miserable +life, as not knowing whether ever he should obtain his liberty, to +present the World with what he writ”</span> (<span class="bibl" +lang="en">Churchill’s Collection IV, Preface, bl. +574</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1676src" id="xd0e1676">103</a></span> “Le +Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, +n’avance rien dans la Description de l’estat présent +du Royaume de Corée qui ne s’accorde avec ce qu’ en +a écrit Palafox et ceux qui ont traitté de l’ +invasion des Tartares” (Relation du Naufrage d’un vaisseau +holandois sur la Coste de l’ Isle de Quelpaerts etc. +Avertissement au Lecteur).—<span lang="en">“The book, which +contains... a racy description of the country and people, deserves +careful study. It throws some interesting sidelights on the history of +the “Coresians” two and a half centuries ago, then as +always between the upper and nether mill-stones of the +“Japoneses” and the “Chineses” to north and +south of them”</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N. +Trollope bij de uitgave van Hamel’s Journaal in <span lang="en"> +Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl. +93–94</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1688src" id="xd0e1688">104</a></span> <span lang="en">“The +French translater indulges in skepticism concerning Hamel’s +narrative, questioning especially his geographical statements. Before a +map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be +seen that Hamel’s story is a piece of downright unembroidered +truth. It is indeed to be regretted that this actual observer of <span +class="pagenum">[<a id="pbxxxin" href="#pbxxxin">XXXI</a>]</span>Corean +life, people, and customs gave us so little information concerning +them”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, +bl. 176</span>).—<span lang="de">“Mit Hülfe unserer +japanischen Karte von <i>Korai</i> (Atlas No. 6) konnten wir die +Reiseroute, der Hamel gefolgt is, nachweisen und die meisten +verstümmelten Ortsnamen, deren er in seinem Tagebuche +erwähnt, entziffern”</span> (v. <span class="bibl" lang= +"de">Siebold, Geschichte Entd. Japan, bl. 37</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1711src" id="xd0e1711">105</a></span> <span lang="en">“Like +the Japanese, and all the nations of eastern Asia, the Coreans have +always bowed down before the greatly superior mental power of the +Chinese; and have borrowed from them some of their customs, more of +their words, and, perhaps, all the principal books in use between the +Yaloo and the western shores of the Pacific”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">Ross, History of Corea, bl. 300</span>).—<span +lang="en">“Whatever note-worthy knowledge the Japanese and other +nations possess, <i>they</i> obtained from China, while <i>she</i> has +always been self-contained”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Ross, the Manchus (1891) bl. XV</span>). Vgl. <span class="bibl" +lang="en">J. S. Gale, The influence of China upon Korea (Transactions +Korea Branch R. A. S. I, bl. 1–24)</span> en <span class="bibl" +lang="en">H. B. Hulbert, Korean Survivals (Id. bl. +25–50)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1741src" id="xd0e1741">106</a></span> <span lang="en">“It +was not until the seventeenth century that Europeans came in contact +with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked on the +coast and held captive for years. The narrative of the Dutch supercargo +Hamel, written towards the close of the seventeenth century, gives a +graphic account of Corean manners and customs, and, as read at the +present time, conveys an exact picture of the people and country. Place +after place which he mentions in their captive wanderings have been +identified, and every scene and every feature can be recognised as if +it were a tale told of to-day. So strong is native conservatism both in +language and habits that Hamel’s description of two hundred years +ago reproduces every feature of present Corean life”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Scott, Stray notes on Corean History +etc., Journal China Branch R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893–94, bl. +215</span>).—<span lang="en">“Hendrik Hamel was plainly a +shrewd observer, and much of his description of the country and the +people and their customs tallies well with our own experience of the +last thirty years, though one would not care to subscribe to every one +of his statements”.</span> (<span class="bibl">Foreword van M. N. +Trollope bij de uitg. van Hamel’s Journaal in <span lang="en"> +Transactions Corea Branch R. A. S.</span> IX, 1918, bl. 94</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1760src" id="xd0e1760">107</a></span> <span lang="fr">“.... +c’est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première +source des détails importants concernant la Corée & +ses habitants”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Tiele, +Mémoire bibliogr., bl. 275</span>).—<span lang= +"de">“Das Schicksal des H. Hamel van Gorcum ... ist lehrreich als +ein Blick in das innere Leben des Koreischen Staates und Volkes, und +seine Notizen über dasselbe sind mit Unrecht bisher unbeachtet +geblieben, da sie, bei Koreas stationairem Zustande, auch heute noch +nicht veraltet sind, und gleiche Autorität wie jene oben +angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben des +redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen +noch vervollständigt werden”</span> (<span class="bibl" +lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, 1834, bl. +637–638</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1774src" id="xd0e1774">108</a></span> <span class="bibl" lang= +"en">Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]</span>; en <span class= +"bibl" lang="fr">Ch. Dallet, Histoire de l’ Eglise de +Corée, 1874</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1782src" id="xd0e1782">109</a></span> <span lang="fr">“On +n’a jamais prêché la religion chrétienne dans +la Corée, quoique quelques Coréens ayent +été baptisez en différens tems à +Peking”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Observations +géographiques sur le royaume de Corée, tirées des +Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV +<span class="pagenum">[<a id="pbxxxiiin" href= +"#pbxxxiiin">XXXIII</a>]</span>(1736) bl. 532</span>).—<span +lang="en">“The first attempt of a foreign missionary to enter the +hermit kingdom from the west was made in February 1791”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +353</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1800src" id="xd0e1800">110</a></span> <span lang="fr">“.... +les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais +séjourné dans le pays, qui en aient parlé la +langue, qui aient pu, en vivant de longues années avec les +indigènes, connaitre sérieusement leurs lois, leur +caractère, leurs préjugés et leurs +habitudes”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dallet, Histoire, +etc. I, bl. IX</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1813src" id="xd0e1813">111</a></span> <span lang="en">“In +1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor of all +China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with letters +of congratulation to the new emperor, to his new capital of Nanking, +and the pleased emperor formally acknowledged him king of +Corea”</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History of +Corea, bl. 268</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1824src" id="xd0e1824">112</a></span> <span lang="en"> +“Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun +Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, +she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in the +port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös +of Tsushima, as a port of commercial intercommunication”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Parker, China Past and Present, bl. +340</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1834src" id="xd0e1834">113</a></span> “Corea heeft sich de +Tartar onderworpen” (Gen. Miss. 21 Jan. 1622). Zie ook: <span +class="bibl" lang="en">Parker, The Manchu relations with Corea +(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1840src" id="xd0e1840">114</a></span> <span class="bibl" lang= +"en">Ross, History of Corea, bl. 276–286</span>.—<span +class="bibl" lang="fr">C. I. Huart, Mémoire sur la guerre des +Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal +Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. <span class="pagenum">[<a +id="pbxxxivn" href="#pbxxxivn">XXXIV</a>]</span>308 e. +v.</span>).—<span class="bibl" lang="en">W. R. Carles, A Corean +monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII, +1888, bl. 1)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1855src" id="xd0e1855">115</a></span> <span lang="en">“Ever +since the Manchus established themselves in China, Corea has paid +regular tribute to Peking, and been a most faithful vassal.There was, +until fifteen years ago (1883), absolutely no interference on the part +of China in her internal administration: all she had to do was to send +as tribute a few local articles of nominal value at fixed periods, for +which she received a liberal return; and to apply for recognition when +a demise of the Royal crown took place and a successor +inherited”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, China +Past and Present, bl. 340</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1865src" id="xd0e1865">116</a></span> <span lang="en"> +“Shōgūn is simply the Chinese <i>tsiang-kün</i> or +generalissimo, being the word “Imperator” in its original +military significance”</span> (Parker, <span lang="en">China, +1917, Glossary</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1876src" id="xd0e1876">117</a></span> <span class="bibl" lang= +"en">Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, +301, 304, 311, 312, 313</span>; en <span class="bibl" lang="en">C. J. +Purnell, The Log-Book of William Adams 1614–19 (Transactions of +the Japan Soc. of London, XIII, 1916, bl. 178</span>.—Het eerste +Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, het tweede in 1617. +<span lang="en">“From this time down to the year 1763 Korea sent +ambassadors to Japan <i>on the occasion of the appointment of a new +Shogun</i>. Altogether such missions arrived in Japan eleven +times”</span> (<span class="bibl" lang="en">I. Yamagata, +Japanese-Korean relations after the Japanese invasion of Korea in the +XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, 2 (1913) bl. +8</span>).—Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de +eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit deze +aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: “Gemelte Heere [van +Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na voorgeven +noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware den +ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke +Maij<sup>t</sup> [d.w. den Sjogoen] <i>over de geboorte van den jongen +Prince geluck te wenschen</i>, door of bij de uijterste palen langs van +zijn Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte +Heere ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten +maecken.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1899src" id="xd0e1899">118</a></span> “De Coreese Ambassade +is in April weeder ghekeert naer Coree met treffelijcke presenten, in +gaen en commen overall vrij gehouden; haer versouck is geweest +assistentie tegens de Chijneesen die sij claechden haer veel overlast +te doen; het scheen haer goede hoope tot assistentie is ghegeven +geweest. Men liet een groot gerucht van preparatie tot oorlooghe loopen +dan is corts naer haer vertreck als roock verdweenen; ’t schijnt +dese Kaijser meer genegen is sijn landtsheeren met bouwen van Casteelen +arm te houden dan die door vreemde oorloghe rijck te maecken” +(Opperhoofd Firando naar Batavia dd. 17 Nov. 1625.—Zie ook Dagr. +Japan 24 Maart 1637, <a href="#b.iv">Bijlage IV</a>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1905src" id="xd0e1905">119</a></span> “In het volgende jaar +1655, is in Japan niets bijzonders voorgevallen, alleenlijk <span +class="pagenum">[<a id="pbxxxvn" href="#pbxxxvn">XXXV</a>]</span>sijn +daer uijt Corea drie ambassedeurs van ’t Hoff geweest met een +gevolgh van drie hondert personen om d’ Hommagie te doen; sijnde +die van Corea gewoon dat om de drie jaren te laten geschieden” +(Mr. P. van Dam’s Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, caput 21, +f<sup>o</sup> 289).—<span lang="en">“In 1710 a special +gateway was erected in the castle at Yedo to impress the embassy from +Seoul, who were to arrive next year, with the serene glory of the +sho-gun Iyénobu ... The intolerable expense at last compelled +the Yedo rulers to dispense with such costly vassalage, and to spoil +what was, to their guests, a pleasant game. Ordering them to come only +as far as Tsushima, they were entertained by the So family of +daimiōs”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea, 1905, bl. 151</span>). Vgl. <span class="bibl" lang="en">Chinese +Repository X, 1841, bl. 163 (noot)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1928src" id="xd0e1928">120</a></span> “...het ophouden der +joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van Tsussima (met licentie ofte +passen des Keijsers de negotie op Corea ende dat onder seecker getal +van joncquen exerceerende) nu al eenige jaeren herwaerts onderstaen +heeft de voorn. passen, soo die van den Keijser aen de Coreesen als die +vande Grooten in Corea aenden Keijser, op te houden ende naer sijns +welgevallen ende meesten profijt andere in plaetse doen +schrijven” (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 April +1635).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1939src" id="xd0e1939">121</a></span> “Onsen handel is daer +noch jonck ten aensien van de Portugesen, Japan van over de 100 jaeren +gefrequenteerdt hebbende” (Patr. Miss. 31 Aug. 1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1942src" id="xd0e1942">122</a></span> “Van desen hoeck af +voortaen, soo streckt de Custe weder nae het noorden toe, wijckende +daer nae innewaerts noordwestwaert aen, aen welcke Custe comen die van +Japon, traffijckeren met het Volck van die contreye, diemen noemt +Cooray, ende men heeft daer Havens ende beschutsels, hebben een tuych +van smalle ende ondichte stucken gheweeft werck, ’t welcke die +Japonen aldaer comen verhandelen, waer van ic goede, breede, ende +waerachtighe informatie hebbe, als oock vande Navigatie naer dit Landt +toe, vande Pilooten die ’t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, +als volght.</p> + +<p class="footnote">Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. +mijlen zuydtoostwaert aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het +eynde, vande welcke, te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende +hooch Eylandt van veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te +peerde.</p> + +<p class="footnote">Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As +Ylhas de Core, ofte d’ Eylanden van Core: maer het voorschreven +groot Eylandt is ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het +noordtwesten eenen cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont +ligghen, t’ welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, +alhier houdt de Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, +25. mijlen zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van +d’Eylanden van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van +Nancquin af, oost ten noorden t’ Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs +ofte weynich meer” (<span class="bibl">Jan Huyghen van +Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der Portugaloysers in +Orienten enz. [1595], bl. 70</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1955src" id="xd0e1955">123</a></span> <span lang="en"> +“Hirado. In W. Japan, <i>H</i> before <i>i</i> is pronounced <i> +F</i>, and <i>n</i> is inserted before <i>d</i>.”</span> (<span +class="bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, +bl. 78, noot 4</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1978src" id="xd0e1978">124</a></span> <span class="bibl">De +Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, bl. +300</span>; en <span class="bibl">Van Dijk, Iets over onze vroegste +betrekkingen met Japan, 1858, bl. 29</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e1988src" id="xd0e1988">125</a></span> Peper.—“...bij +de Chineezen in Nangasaq ende die van <i>Corea</i> niet werdende +getrocken” Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker aan +den Gouverneur van Formosa, Putmans).—Vergelijk echter de +volgende berichten: <span lang="en-1600">“At our returne to the +English house</span> [te Firando], <span lang="en-1600">I found three +or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and came +from a place called Cushma</span> [Tsushima], <span lang="en-1600"> +within sight of Corea. I vnderstand they sold <i>Pepper</i> and other +Commodities there, and I thinke haue some secret trade into <i> +Corea</i>, or else are very likely to haue”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. +170</span>).—“<i>Peper</i> werd daer [Japan] vercocht tegen +15 ende 16 taijl t’ picol; dese werdt ten deele in Japan +gesleten, pertije naer <i>Corea</i> vervoert” (Gen. Miss. 3 Febr. +1626).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2018src" id="xd0e2018">126</a></span> “Langasacki 3 +November 1610. Thin is op Corea seer getrocken waeromme hijer veel +vertijert wert, ick hebbe versocht off het mogelijck sijn soude wij +eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt Jappan mochten doen; tot +dijen fijne ick in Martij passado eenen Assistent met 20 picol peper +naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent 30 mijlen van hijer gesonden +hebbe dije met dije van Corea, dat noch 25 mijlen van daer is, +handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a 4 maelen ’s jaers +derrewaerts maecken, doch is d’ voirsz. door de strenge wetten +des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouv<sup>r</sup>. vant’ +voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck +sijn soude, dan sullen ’t voirsz. noch nijet achterwege laten +vorder te versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in +sijdewerck, leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht +wort” (Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van +Specx. Ook in vertaling in <span class="bibl" lang="de">Nachod, Die +Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2027src" id="xd0e2027">127</a></span> “Voorts alzoo mijne +onderdanen genegen zijn, om alle landen en plaatsen met handeling in +vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo verzoeke ook aan Uwe Keiz. +Majesteit, dat dezelve den handel op Corea door Uwer Majesteits faveur +en behulp mogen genieten, om alzoo met gelegener tijd de noordcust van +Japan mede te mogen bevaren, daaraan mij zonderlinge vriendschap +geschieden zal” (18 Dec. 1610). (<span class="bibl">Van Dijk, +Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2033src" id="xd0e2033">128</a></span> <span lang="en-1600"> +“The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, +per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of Corea +and is frend to the Emperor of Japan”</span> (30 Nov. 1613). +(<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks (Correspondence) +II, bl. 258</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2043src" id="xd0e2043">129</a></span> <span lang="en-1600"> +“I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme +in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge +incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater +request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and from +Tushina much less”</span> (17 Oct. 1614). (<span class="bibl" +lang="en">The voyage of Captain John Saris to Japan, bl. +210</span>).—<span lang="en">“We cannot per any meanes get +trade as yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any +other privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and +in paine of death not to goe without the walles thereof to the +landward”</span> (25 Nov. 1614). (<span class="bibl" lang= +"en">Diary of Richard Cocks II, bl. 270</span>).—<span lang= +"en">“Sayer is out of hope of any good to be done there [Tushma] +or at Corea”</span> (Firando 9 March 1614). (<span class="bibl" +lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl. +130</span>).—<span lang="en">“Ambassadors from the King of +Corea to the Emperor of Japan were attended by about 500 men and were +royally entertained, by the Emperor’s command, by all the Tonos +or Kings of Japan through whose territories they passed, and at the +public charge... Endeavoured to gain speech with the Ambassadors, but +was unsuccessful, the King of Tushma (Tushima) the cause, he fearing +that the English might procure trade if Cocks got acquainted with the +ambassadors”</span> (Firando 15 Febr. 1618 (<span class="bibl" +lang="en">Letters written by the English Residents in Japan, bl. +222</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2071src" id="xd0e2071">130</a></span> Zie Missiven Commandeur +Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, 20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, +zoomede de Missive der Regeering te Batavia aan Reijersen van 2 April +1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 en 20 Juni 1623.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2074src" id="xd0e2074">131</a></span> “Camps aviseert ons +dat den Hondt, keerende van de bocht van Spirito Sancto na Japan, op +Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken die de Coreers aldaer +gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust houden, bespronghen ende +furieuselijck met bassen, roers, boogen ende ontallijcke hasegaijen +bevochten is geweest, doch sonder schade, na dat mannelijck tegen de +Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit schrijven UE. op dat +verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, welcke die wegh +uijtgesonden <span class="pagenum">[<a id="pbxxxixn" href= +"#pbxxxixn">XXXIX</a>]</span>werden, te waerschouwen ende te belasten +wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off +diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen”. (Missive Reg. +Batavia aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus +Sonck 11 Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps +is in het Kol. Arch. niet aangetroffen).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2081src" id="xd0e2081">132</a></span> Zie bl. XLII, noot 3, +slot.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2087src" id="xd0e2087">133</a></span> “Wij verstaen uijt +UE. brieven hoe den gesandt van Corea door Firando met een gevolch van +500 dienaeren naer Jedo om de reverentie voor den Keijser te doen +gepasseert was. Wij hadden wel gewenst ons daermede aengeschreven +wierden wat haer verricht is ofte versouck sij. Item met wat presenten +voor de Maijesteijt verschijnen; voorvallende occasie souden wel +begeerich wesen door UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht +wierden, met wien correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock +vreemdelingen admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer +oock gout ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier +verstaen deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, +welcker seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... +nevens een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten +van bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert +wert” (Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2090src" id="xd0e2090">134</a></span> “...Belangende de +gelegentheijt van ’t lant van Corea hebben voor tegenwoordich +niet anders connen vernemen als UEd<sup>t</sup>. uijt de nevensgaende +notitie ofte aenteeckeninge sult gelieven te beoogen ...” (Zie <a +href="#b.iv">Bijl. IV</a>) (Missive Firando naar Batavia, 20 Nov. +1637).—“Verstonden mede uijttenmonde van voorn. Daniel +[Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was achtergebleven].... +dat 4<sup>en</sup> Januarie passado de Coreesche gesanten sijnde twee +principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de Keijserlijcke stadt +Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden treffelijcke Japanschen +adel, waren gearriveert, ende in naervolgende ordre naer haer logiement +gereden: Eerstelijck enz.” (zie <a href="#b.iv">Bijl. IV</a> en +<span class="bibl">Witsen 2 dr., I, 48</span>). (Dagr. Japan, 5 Febr. +1637).—“In wat voegen de Gesanten van Corea in Jappan +aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, wat schenckagie den Majt. +gepresenteert ende eijntlijck haer demissie becomen hebben, wert largo +int daghregister geinsereert waervan ons gedient ende <i>gesien hebben +dat voorde Compe. in dat landt, zooveel als noch geopenbaert wert, niet +te bejaegen is</i>” (Missive Batavia naar Firando, 26 Juni +1638).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2113src" id="xd0e2113">135</a></span> “Een weynigh boven +Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre van de Custe van China, leyt +een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula de Core, <i>van welcke tot +noch toe gheen seker bescheydt en is van de groote, tvolck, noch wat +waren daer vallen</i>” (<span class="bibl">J. H. van Linschoten, +Itinerario enz. bl. 37</span>). Hieruit blijkt dat op het laatst der +16e eeuw, Korea hier te lande nauwelijks bekend was.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2124src" id="xd0e2124">136</a></span> “.... bij noorden +Japan te keeren, de custe van Tartarien, China als <i>’t land +Corea t’ ontdecken</i> ende t’ onderstaen wat proffitable +trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen +sij....” (Instructie Quast 7 Juli 1639).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2132src" id="xd0e2132">137</a></span> Zie <a href="#b.i.o"> +Bijlage I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2140src" id="xd0e2140">138</a></span> Zie <a href="#b.ii.e"> +Bijlage II <i>e</i></a>, <a href="#b.ii.f"><i>f</i></a> en <a href= +"#b.ii.h"><i>h</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2161src" id="xd0e2161">139</a></span> Zie <a href="#b.i.o"> +Bijlage I <i>o</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2169src" id="xd0e2169">140</a></span> “Bij de agt +Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde dat op Corea voor de +Comp: een voordeeligen handel soude sijn te drijven in sodanige waaren +als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, is naderhand ondervonden dit +soo breet niet te segge....” (Van Dam, Beschrijvinge, enz. Boek +2, deel i, caput 21, f<sup>o</sup> 324).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2177src" id="xd0e2177">141</a></span> Zie <a href="#b.ii.j"> +Bijlage II <i>j</i></a> en <a href="#b.ii.k"><i>k</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2189src" id="xd0e2189">142</a></span> “Aangaande Corea, +daer van daen de Japanders haere grote behoeften van coopmanschappen +mede krijgen, is daer voor de Compagnie niets te doen, vermits dat +Eijlant onder de contributie en van China en van Japan staende; die +vorsten aldaer geen andere Handelaers willen admitteren, behalven dat +men volgens d’ ordre van Japan buijten Nangasackij nergens anders +om te handelen mag te komen” (Van Dam, Beschrijvinge, enz., Boek +2, deel I, caput 21, fol. 428).—“<span lang="de">Von +Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von +Korai unbesucht”</span> (<span class="bibl" lang="de">Von +Siebold, Nippon, VII, bl. 27</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2201src" id="xd0e2201">143</a></span> ’t Jacht <i>Corea</i> +werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland (Van Dam, Beschrijvinge, +Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep 20 Mei 1669 naar zee (Patr. +Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 te Batavia aan (Kol. Arch. no. +1159); werd op Onrust in 1679 zoo onbekwaam gevonden dat werd besloten +het aan den meestbiedende te verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. +1679).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2214src" id="xd0e2214">144</a></span> <span lang="en">“the +envoy from Quelpart.... circa A<sup>o</sup>. 650”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Parker, China Review XVI, bl. 309</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2228src" id="xd0e2228">145</a></span> <span lang="de">“Auf +der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai als eine +Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa de Conray +angegeben deren Südspitze unter 33° 22′ N. B. liegt. +Ebenso ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij +Insula zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. +de Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später +bekannt gewordene Quelpaard <span class="pagenum">[<a id="pbxliin" +href="#pbxliin">XLII</a>]</span>Eiland”</span> (<span class= +"bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon I, bl. 89</span>).—Vgl. +<span class="bibl" lang="de">O. Nachod, Die älteste +abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz +Dourado 1568. Roma, 1915</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2243src" id="xd0e2243">146</a></span> <span lang="de">“Nach +Hamel’s Entweichung aus der Gefangenschaft wurde die +berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der +Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der +obenerwähnten “Paskaart” von Eskild Juel liegt die +Mitte der Insel unter 33° 15′ N.B. und etwa 127° O.L... +Es blieb aber auf den Karten des 17 und der ersten Hälfte des 18. +Jahrhunderts die Ilha de Ladrones welche unstreitig dieselbe als +Quelpaard ist, in einer Entfernung von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. +derselben liegen; ebenso liegt sie auch unter dem Namen Fong ma auf der +von d’ Anville herausgegebenen “Carte +générale de la Tartarie Chinoise” und vom +“Royaume de Corée” und erhielt sich, wenn auch nur +als ein Schattenbild, auf den neuesten Karten von dieser +Gegend”</span> (<span class="bibl" lang="de">Von Siebold, Nippon +I, bl. 89</span>).</p> + +<p class="footnote">Op de <span class="bibl" lang="fr">“Carte +générale de la Tartarie Chinoise”</span> in +d’ Anville’s atlas van Maart 1732 +(Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland “Fongma” +noordwestelijk van “Quelpaert Isle suivant les cartes +hollandoises”.—Vgl. <span class="bibl" lang="de">Teleki, +Atlas zur Geschichte der Karthographie der Japanischen Inseln +(1909)</span>: Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607–9), VII, I (1650) +en VIII, 2 (Isaac de Graaf): <i>I de Ladrones</i>. Kaarten VIII, 1 +(1664) en VII, 3 (1688): <i>Fungma</i>. Kaart X, 2 (1687) van Joan +Blaeu (Kol. Arch. no. 288): ’<i>t Quelpaert</i>. Kaart XVI, 2 +(1734): <i>Quelpaert</i>. Kaart XV, 1 (1735): <i>I de Quelpaert</i>. +Kaart XIV, i (1750): <i>I de Quelpaert.</i></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2279src" id="xd0e2279">147</a></span> <span class="bibl">N.G. van +Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, bl. 121</span>: +“Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch +strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert +noemden”.—Dr. J. de Hullu, Iets over den naam +Quelpaertseiland, Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV +(1917) bl. 860: “dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft +ontvangen getuigen zij zelf in het journaal”.—Zie ook: +“F. E. Mulert, Nog iets over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. +2e ser. dl. XXXV (1918) bl. 111).—Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, +bl. 46: “Op de kust van dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een +eiland, <i>by de Nederlanders</i> Quelpaerts Eiland en by d’ +Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese kaarten Fungma +genoemt”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2287src" id="xd0e2287">148</a></span> 18 September 1648: +“Lossen aen Campen wierd op de middagh geeijndigt, aen de Witte +Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat gewenst voortgingh; +terwijl daer aen boort was quam ’t Fluijtschip <i>de +Patientie</i> oock deese baeij inseijlen en sette sich bij <i>de +Koe</i>; den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden +27 Augustus met een lading van ƒ 23172:13:11 daer en boven +aen Tonquinse sijde uijt de <i>Witte Valck</i> overgenomen +ƒ 68413:38:7 ende koehuijden van Siam uijt <i>de Witte +Druijff</i> ƒ 3990:17. <span class="pagenum">[<a id= +"pbxliiin" href="#pbxliiin">XLIII</a>]</span><b>Aen ’t Eijland +’t Quelpaert</b> 30 mijlen bewesten Firando gelegen, hadden +getracht, om water te halen, met de boot te landen; d’Inwoonders +desselffs hadden hun affgewesen, stracks daer op een roer gelost, en +een van d’onse getroffen voor aen sijn kin, dat het schroot +’t been kneuste ende diep in steecken bleef, sonder dat hun +eenigh leet van ons geschiet was”. “Dagh-Register der +Comp<sup>ie</sup> in Nangasackij ’t sedert 3 Novem<sup>r</sup>. +A<sup>o</sup> 1647 tot 8<sup>en</sup> Decemb<sup>r</sup> 1648”. +(Kol. Arch. no. 11678). Zie ook <span class="bibl">Valentijn V, 2e +stuk, 9e boek, 9e hoofdstuk bl. 89</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2327src" id="xd0e2327">149</a></span> Kol. Arch. no. +434.—Vgl. <span class="bibl" lang="en">J.E. Heeres, +Tasman’s Journal of his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, +bl. 116, noot 2</span>: <span lang="en">“Quel is another name for +a galiot”</span>; en bl. 1, noot 3: <span lang="en"> +““Quelpaert” an old name for a +galiot”.</span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2341src" id="xd0e2341">150</a></span> Deze resoluties zijn +overgenomen in het hiervoren aangehaalde opstel van Dr. J. de Hullu +(bl. 856).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2348src" id="xd0e2348">151</a></span> Voor de op dit schip +betrekking hebbende bijzonderheden zie <a href="#b.iii.c">Bijlage +III<sub>C</sub></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2369src" id="xd0e2369">152</a></span> Vgl. De Jonge, Geschiedenis +van het Nederlandsche Zeewezen, dl. I, bl. 799; “Lijste van +Nederlantse navale macht op 30 November A<sup>o</sup> 1640 in India +bevonden, omtrent Malacca: <i>’t Quelpaert</i>”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2386src" id="xd0e2386">153</a></span> “Op de onbequaemheijt +van Firando’s haven door het quaet acces dat de heete stroomen +veroorsaecken ende d’ ongelegentheijt die de Japanse tuffons +daer, aen verscheijde onser scheepen hebben toegebracht” (Miss. +Batavia aan President Couckebacker in Japan, 2 Juli +1636).—“Soo sijn oock met het transport van +Comp<sup>s</sup>. ommeslagh uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, +met UE. verstaende het daer gelegener plaetse tot den handel sij als in +Firando” (Miss. Batavia aan den Regent van ’t Eijland +Schisinia [Decima] 23 April 1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2394src" id="xd0e2394">154</a></span> “des ouden Keijsers +pas, grootvader van dese regerende Maijesteijt daer in Japan menichmael +ondersoeck om gedaen ende naer gevraeght is, om redenen dat +gesustineert wierdt denselven civieler ende tot der Nederlanders +vrijicheijt favorabelder als den gevolghden ingestelt was.” +(Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).—Vgl. Van Dijk, Iets over +onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.—In het +“Verbael uijt d’ advijsen van verscheijde quartieren (16 +Nov. 1641–16 Oct. 1642) wordt gezegd dat “d<sup>o</sup>. +pas weijnigh differeert met het pas dat gestadich ia Japan verbleven, +aen den H<sup>re</sup> Hendrick Brouwer verleent en onlanghs [aan] de +grooten vertoont is”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2407src" id="xd0e2407">155</a></span> W. P. Groeneveldt, De +Nederlanders in China, I (Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en +Volkenk. v. Ned.-Indië VI, 4 (1898), bl. 290).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2410src" id="xd0e2410">156</a></span> “Volgens d’ +advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan becomen, ende nae +de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen alhier, mitsgaders +nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het seeker ende buijten +alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha verleden zuijder +mousson a<sup>o</sup> 1626 aent Noordt eijnde van Formosa gecomen ende +op seecker cleijn eijlandeken genaemt <i>Kelang-Tansuij</i>, niet verre +van ’t groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, ende een +drijpuntich fort op den houck van t’ Eijlandeken begrepen heeft, +sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent Junij +a<sup>o</sup> pas<sup>to</sup> met drij gallijen, een fregat ende seven +joncken, gemant met ontrent <span class="pagenum">[<a id="pbxlvin" +href="#pbxlvin">XLVI</a>]</span>tachentich zeevarende Chinesen, idem +met noch ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in +voughen als geseijt is op <i>Kelang Tanghsui</i> nedergeslagen met +intentie om voor hen den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in +Manilha, soo ten respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door +’t cruijsen onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te +verdwijnen; voorts, soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons +in Teijouwan met een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer +te slaen. De gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant +fortificeerde, was d’ onse noch niet ten rechte bekent, doch +t’ was aant Noort eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve +was met dit eylandeken (goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant +gelegen) beslooten binnen t’welcke t’vaertuijch genouchsaem +voor alle winden beschut lach, connende van twee sijden vuijt ende in. +De diepte vant incomen nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de +Witt, w<sup>l</sup> Gouverneur] verstaen conde, soude ontrent 40 vadem +ende binnen de Baeij zelffs niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in +substantie ’t gene wij tot noch toe van dese zaecke hebben connen +verstaen” (Memorie voor d’E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 +Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli 1627).—Vgl. <span lang="en"> +The Philippine Islands 1493–1898</span> ed. Blair and Robertson, +XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde <span +class="bibl" lang="es">Historia de Philipinas, V, +114–122</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2441src" id="xd0e2441">157</a></span> <span lang="en"> +“Kelung, in latitude 25° 9′ N and longitude 121° +47′.... is situated on the shores of a bay.... In this bay is +Kelung Island, a tall black rock about 2 miles from the actual +harbour.... The ruins of an old <span class="corr" id="xd0e2444" title= +"Bron: Spanisch">Spanish</span> fort still exist on the small island in +Mero Bay”</span> (<span class="bibl" lang="en">W. F. Mayers, The +Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2452src" id="xd0e2452">158</a></span> “Overtredende tot de +gelegentheijt van Formosa daar de Comp<sup>e</sup> residentie heeft +genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel uijt China ende +te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, mitsgaders de +blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen ende onder onse +subjectie te houden” (Missive Batavia naar Taijoan, 4 Juli +1644).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2460src" id="xd0e2460">159</a></span> Nagasaki 2 October 1642. +“.... Over 5 à 6 jaren geleden is wel ernstelijck bij de +Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten Couckebacker ende Caron +gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, opdat daerdoor den loff +bij de hooge overicheijt van Japan mocht becomen” (Missive Jan +van Elseracq aan Paulus Traudenius).—<span lang="en">“.... +the reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa +Island, going to attack it year after year, was that they had promised +the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards from +it”</span> (<span class="bibl" lang="en">The Philippine Islands, +ed. Blair and Robertson, XXXV, bl. 150</span>. Bericht uit Macasar, +Maart 1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2473src" id="xd0e2473">160</a></span> De Regeering te Batavia +schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur Van den Burch: “.... soo +dan de goudtmine op Formosa sich mede ten proffijte van de Compagnie +opende, soo waere dan niet alleen den Papegaij maer den Arent +geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben ende werden groote +Steeden in eenen dagh niet gebouwt”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2476src" id="xd0e2476">161</a></span> “Op de gelegentheijt +van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij overlang gerecommandeert +sullen nu oock te meer moeten letten om de Compagnie daervan te +verseeckeren en door middel van dien ’t eijlandt Formosa te +gunstiger te besitten, ’t welck hoognoodich is. Men verlangt hier +seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke sonderlinge in dese +gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als de silvermijnen voor +de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, ’t welck wij +nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een blijde tijdinge +soude wesen” (Patr. Miss. 12 April 1642).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2479src" id="xd0e2479">162</a></span> “.... de +Compagnie’s middelen moeten gesuppediteert worden tot maintenue +van de groote lasten, ende dat het de participanten van deselve +Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te doen sij, als +dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder voordeel onder +haer gebieth te sijn” (Missive Batavia naar Formosa, 23 Juni +1643).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2482src" id="xd0e2482">163</a></span> “Tgene van de +goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, maer sullen [ons] veel +meer verblijden als door ondervindingh (dat reede volgens d’ +advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius bij der hant moet +genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende wel te genaecken is; +deselve van importanse zijnde sal geheel voor de Comp<sup>e</sup> +moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre te wachten ons +daervan meester maken, <i>de besitters verplaetst, verdelght ofte +verdreven</i>....” (Missive Batavia naar Taijouan, 23 April +1643).—“Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen daer +omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare brieven +recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden” (Patr. +Miss. 21 Sept. 1644).—<span lang="en">“Of the +island’s mineral products Gold is the most important.... It may +be said.... that of the limited area <span class="pagenum">[<a id= +"pbxlviiin" href="#pbxlviiin">XLVIII</a>]</span>investigated the north +... possesses the most valuable Gold deposits”</span> (Davidson, +<span lang="en">The Island of Formosa</span>, bl. 460).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2502src" id="xd0e2502">164</a></span> “Omme dan de rechte +vruchten van dit costelijck eijland Formosa de Comp<sup>e</sup>. te +doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, hadden wij +volgens resolutie van den 12<sup>en</sup> April ende 17 Junij passado +g’arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver +forten te bemachtigen” (Gen. Miss. 12 Dec. +1642).—Gouverneur Traudenius zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht +onder Capitein Harouse daarheen; deze arriveerde aldaar den +21<sup>en</sup> Aug. en landde denzelfden dag, met het gevolg dat de +bezetting “haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, ende daeghs +daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent Clooster”. +Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.—Vgl. Leupe, De +verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, +Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en <span class="bibl" lang= +"en">The Philippine Islands, XXXV, bl. 135 e.v.</span> Het bericht van +de verovering werd 9 Nov. 1642 te Batavia aangebracht (zie schrijven +naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) en bij particulieren brief van G.G. van +Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog +Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde +Nederlanden.—Tijdens Koksinga’s aanval op Compagnie’s +nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en +Formosa (1 Febr. 1662) werd <i>Kelang</i> door de onzen verlaten (2 +Juni 1661) (zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). +Commandeur Bort vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te <i>Kelang</i> +(Dagr. Bat. bl. 515) dat ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 +Mei 1666 (Gen. Miss. 25 Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd +gehouden, maar toen de havens van China voor de Compagnie gesloten +bleven en daarom <i>Kelang</i> voor haren handel niet van waarde was, +werd deze plaats op 18 Oct. 1668 voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 +en Dagr. Bat. bl. 211).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2532src" id="xd0e2532">165</a></span> “Omme d’ +overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse Regenten +te cundigen, alsoo seecker g’opineert wert ’t selve den +Keijser soude aengenaem wesen, is den 11<sup>en</sup> September passado +van Taijouan nae Nangasacque affgesonden ’t Quel de Brack ... +ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een +aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn” (Gen Miss. 12 Dec. 1642).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2547src" id="xd0e2547">166</a></span> De fluit Patientie vertrok +20 Nov. 1648 over Taijoan naar Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. +Noch in den brief van het Opperhoofd Coijett dd<sup>o</sup> Nagasaki 19 +Nov. 1648 naar Batavia, noch in diens gelijktijdig schrijven naar +Taijoan, wordt van eenig voorval op of bij Quelpaerts-eiland melding +gemaakt.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2553src" id="xd0e2553">167</a></span> Zie <a href="#b.iii.c"> +Bijl. III<sub>C</sub></a>, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2561src" id="xd0e2561">168</a></span> In de +“Zeijlaes-Ordre’s”, in den tijd toen de Sperwer naar +de noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia +rechtstreeks naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de +Morgenster (1 Juli 1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), +Calff (13 Juli 1654), wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: +“.... wanneer dan weder de Cust van Aijnam aensoecken ende soo +voort de Golff van Japan in loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff +eenige contrarie winden quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval +soo veel noort soecken als het doenlijck zij—in voegen dan aen uw +reijse niet te twijfelen hebt, alwaert oock schoon dat <i>ind’ +Eijlanden van Couree</i> [<i>Coeree, Coerre</i>] quaemt te vervallen, +zoo zoude echter daeruijt comen, ende de gedestineerde plaetse +bestevenen cunnen.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2570src" id="xd0e2570">169</a></span> De opper-stuurman Hendrik +Jansz. van “de Sperwer” heeft misschien een kaart <span +class="pagenum">[<a id="pbln" href="#pbln">L</a>]</span>gekend of +bezeten waarop het “Quelpaerts-eiland” stond aangegeven, en +daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie <a href="#pb9"> +Journaal bl. 9</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2580src" id="xd0e2580">170</a></span> Zie bl. XLII, noot 1.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2590src" id="xd0e2590">171</a></span> <span lang="en"> +“Possibly these riddles might be solved if life were long enough +to devote a dozen years or more to explore the hidden corners of +knowledge”</span> (<span class="bibl" lang="en">The voyage of +Captain John Saris to Japan, Preface, bl. VIII</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2602src" id="xd0e2602">172</a></span> Quelly—s. m. Mamm. +Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire national, par +M. Bescherelle aîné. Paris, 1851).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2611src" id="xd0e2611">173</a></span> Zie <a href="#pb73"> +Journaal bl. 73</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2617src" id="xd0e2617">174</a></span> Zie <a href="#b.i.a"> +Bijlage I <i>a</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2628src" id="xd0e2628">175</a></span> Patr. Miss. 25 Maart +1651.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2634src" id="xd0e2634">176</a></span> Gen. Miss. 19 Dec. +1651.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2639src" id="xd0e2639">177</a></span> Dr. F. de Haan, Uit oude +notarispapieren II: Andreas Cleyer, Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. +423.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2645src" id="xd0e2645">178</a></span> Zie <a href="#b.i.a"> +Bijlage I <i>a</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2659src" id="xd0e2659">179</a></span> Mededeelingen van den Heer +W.F. Emck Wzn. te Gorkum.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2664src" id="xd0e2664">180</a></span> Alsdan zal tevens kunnen +blijken of er verwantschap heeft bestaan tusschen Hendrik Hamel en de +volgende naamgenooten:</p> + +<p class="footnote">1<sup>o</sup>. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie +aan de Zuidrivier (Nieuw-Nederland). Zie <span class="bibl">Korte +historiael, enz. door David Pieterszoon de Vries, 1618–1644, ed. +Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave Linschoten-Vereeniging (1911), bl. +147]</span>.</p> + +<p class="footnote">2<sup>o</sup>. Mr. Johan Hamel, Secretaris van +Amersfoort 1612–1630 en in 1633 Schepen aldaar (Abraham van +Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, Utrecht 1760).</p> + +<p class="footnote">3<sup>o</sup>. Joan Hamel en Adriaan Hamel, +blijkens Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen +klerken ter generale secretarie te Batavia.</p> + +<p class="footnote">4<sup>o</sup>. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus +Blijdenbergh, met haren zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit +Indië wissels zijn overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en +24 Nov. 1688).</p> + +<p class="footnote">In “Beschryvinge der stadt van Gorinchem en +landen van Arkel, door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755,” is de +naam “Hamel” nergens aangetroffen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2697src" id="xd0e2697">181</a></span> <span class="abbr" title= +"Vergelijk"><abbr title="Vergelijk">Vgl.</abbr></span> echter: <span +lang="en">“The present Japanese régime in Korea is doing +everything in its power to suppress Korean nationality. The Government +not only forbade the study of Korean language and history in schools, +but went so far as to make a systematic collection of all works of +Korean history and literature in public archives and private homes and +burned them”</span> (<span class="bibl" lang="en">H. Chung, +Korean Treaties, New-York 1919</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2708src" id="xd0e2708">182</a></span> Zie: <span class="bibl" +lang="en">Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII +centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William +Adams)</span>; <span class="bibl" lang="en">Letters written by the +English Residents in Japan (Part I, bl. 1–113)</span>; <span +class="bibl" lang="en">The Log-Book of William Adams, 1614–1619, +edited by C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, +XIII, part 2, 1916</span>.</p> +</div> +</div> +</div> + +<div class="body" lang="nl-1600"><span class="pagenum">[<a id="pb1" +href="#pb1">1</a>]</span> +<div id="jour" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">Journaal</h2> + +<span class="pagenum">[<a id="pb3" href="#pb3">3</a>]</span><span +class="leftnote"><i>Aend’Ed’<sup>e</sup> heer Joan +Maetsuijcker, gouvern<sup>r</sup> generael en d E E: H<sup>en</sup> +Raaden van Nederlants India</i>.</span> +<p>Journael van ’t geene de overgebleven officieren ende +Matroosen van ’t Jacht de Sperwer ’tzedert den +16<sup>en</sup> Augustij A<sup>o</sup> 1653 dat tselve Jacht aan +’t Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree) +hebben verlooren, tot den 14<sup>en</sup> September A<sup>o</sup> 1666 +dat met haer 8<sup>en</sup> ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan +aangecomen zijn, int selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders +den ommeganck van die natie ende gelegentheijt van ’t land.</p> + +<p>Naer dat wij bij d’Ed<sup>e</sup> H<sup>r</sup> gouverneur +generael en d’ E. E. H<sup>ren</sup> raden van India naer Taijoan +waren gedestineert, soo sijn<a class="noteref" id="xd0e2769src" href= +"#xd0e2769">1</a> op den 18<sup>en</sup> Junij 1653 met bovengenoemde +Jacht vande rheede van Batavia ’t zeijl gegaen, op hebbende +d’ E: H<sup>r</sup> Cornelis Caeser om ’t gouvernement van +Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh +van d’ E: H<sup>r</sup> Niclaes Verburgh regeerende gouverneur +aldaar. Zijn naer een geluckige ende voorspoedige reijse den +16<sup>en</sup> Julij daar aanvolgende op de rheede van Taijouan +g’arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen ende ons ingeladen +goederen gelost sijnde, wierden van d’ H<sup>r</sup> +gouvern<sup>r</sup> ende den raet van Taijouan voorn<sup>t</sup> +wederom naer Japan gedestineert; naer dat onse ladinge ende afscheijt +van haer E: becomen hadden, sijn op den 30<sup>en</sup> daer aanvolgend +vande rheede voorn<sup>t</sup> ’t zeijl gegaen, om op ’t +spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen.</p> + +<p>Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een +storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer +hoe meerder toenam.</p> + +<p>Den eersten Aug<sup>o</sup> met ’t limiren<a class="noteref" +id="xd0e2806src" href="#xd0e2806">2</a> van den dagh, bevonden ons +dicht bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter +t selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water +wat bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter <span +class="pagenum">[<a id="pb4" href="#pb4">4</a>]</span>’t selve +ten ancker, costen egter wijnig bot vieren<a class="noteref" id= +"xd0e2814src" href="#xd0e2814">3</a> doordien agter uijt een groot rif +lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert den schipper +eerst gewaer bij geluck uijt ’t venster vande gaelderij<a class= +"noteref" id="xd0e2829src" href="#xd0e2829">4</a> siende, soude licht +anders op ’t selve vervallen ende het schip verlooren hebben door +den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer (doent eerst sagen) +geen musquet schoot vandaen waren. Met ’t opclaeren vanden dach +bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te sijn dat de +Chineesen in haer volle geweer met troppen<a class="noteref" id= +"xd0e2832src" href="#xd0e2832">5</a> langhs strant sagen passeren op +hope soo ons dochte dat wij daer mochte comen te stranden, dog is met +de hulpe des Alderhoogsten<span class="leftnote">[2]</span> anders +geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende, +bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc +deden.</p> + +<p>Den 2<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens wast heel stil. De +Chineese haer nog stercq verthoonende ende op ons als grijpende wolven +(soo wij meijnden) stonden en wachten; als mede om alle periculen soo +van anckers, touwen, als andersints voor te comen, resolveerde ons +ancker te lichten, ende onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende +vande wal te comen; hadden dien dach ende volgende nacht meest +stilte.</p> + +<p>Den 3<sup>en</sup> smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl +vervoert hadde, sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse +cours tussen beijde<a class="noteref" id="xd0e2851src" href= +"#xd0e2851">6</a> door, met goet weder ende slappe coelte.</p> + +<p>Vanden 4<sup>en</sup> tot den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> hadden +veel stilte ende variable winden, sworven soo tusschen de cust van +China ende Formosa door.</p> + +<p>Den 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> cregen wederom hart weder met +regen uijt den Z. oosten, gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan.</p> + +<p>Den 12: 13: en 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> nam ’t weer hoe +langer hoe meerder aan met verscheijde winden en regen, soo dat +somtijts zeijl en somtijts geen conde voeren, de zee wiert seer +onstuijmigh, soo dat door ’t geweldigh slingeren ’t schip +heel leek wiert. Hadden door den continueelen regen geen hooghte connen +nemen, waren derhalven <span class="pagenum">[<a id="pb5" href= +"#pb5">5</a>]</span>genootsaeckt het meest sonder zeijl te laten +drijven, om alle periculen van ’t op ’t een ofte ander lant +te vervallen, voor te comen.</p> + +<p>Den 15<sup>en</sup> d<sup>o</sup> waeijdent soo hard, dat boven met +den anderen spreekende malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, +van gelijcken niet een hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo +toenemende, dat met pompen genoch te doen hadden om lens te houden<a +class="noteref" id="xd0e2893src" href="#xd0e2893">7</a>, cregen door de +ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet anders +en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen den avond +wiert door een zee het galjoen<a class="noteref" id="xd0e2896src" href= +"#xd0e2896">8</a> ende spiegel<a class="noteref" id="xd0e2899src" href= +"#xd0e2899">9</a> ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de +boeghspriet mede heel los maecte, waer door groote perijckel liepen +vande voorsteven te verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een +weijnigh vast te maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door +het vreeselijck slingeren, ende de groote zeen die ons d’een voor +d’ ander nae over quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee +soo veel mogelijck was, eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om +’t lijff, schip ende ’s Comp<sup>es</sup> goederen soo veel +doenelijck was te salveeren, de fock een weijnigh bij te maecken om +daar door eenigsints vande sware stortinge der zee bevrijt te wesen +(denckende naest Godt het beste middel te wesen); int bij maken vande +fock cregen van agteren een zee<span class="leftnote">[3]</span>over, +soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee spoelde, +en ’t schip boren vol water stont, waerop den schipper riep: +mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael +soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent +niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht<a class= +"noteref" id="xd0e2908src" href="#xd0e2908">10</a>, riep den man die +uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent een musquet schoot +af, die ’t selve door de donckerheijt ende grooten regen niet eer +had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten terstont de anckers +los, door dien ’t roer hadden overgeleijt<a class="noteref" id= +"xd0e2911src" href="#xd0e2911">11</a>, dog conden door de diepte, +aendringen der zee, als harden wint geen stant grijpen<a class= +"noteref" id="xd0e2916src" href="#xd0e2916">12</a>; stieten terstont<a +class="noteref" id="xd0e2921src" href="#xd0e2921">13</a>, soodat in een +ogenblick met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen +lagh; degene die om <span class="pagenum">[<a id="pb6" href= +"#pb6">6</a>]</span>laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt +hadden om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste +daer betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende +d’andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant +comende waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter +niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende, +hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de +donckerheijt niemand bekennen ofte helpen.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p01.gif" alt= +"Gestrand zeventiende-eeuws zeilschip." width="720" height="490"></div> + +<p>Den 16<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met ’t limieren van +den dach gingen die nog eenigsints gaen conden langs strant soecken +ende roepen offer nog ymand aan land gecomen was; hier en daer +quamender nog eenige voor den dagh, bevonden ’t samen 36: man +sterck te wesen, waer van de meeste part als vooren seer deerelijck +gequest waren; sagen doen int vracq, ende vonden een man tusschen twee +leggers<a class="noteref" id="xd0e2941src" href="#xd0e2941">14</a> seer +geclemt leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is +comen te overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot +malcanderengeklemt; wij sagen malcanderen met droefheijt aan, siende +soo een schoon schip in spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: +in min als een quartier uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc +eenige dooden die aen lant gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier +Egberse <span class="pagenum">[<a id="pb7" href="#pb7">7</a>]</span>van +Amsterdam ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm +onder ’t hooft doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens +nog 6 à 7 matroosen, die hier en daer doot vonden leggen; sagen +doen mede offer eenige victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 +dagen weijnigh hadden gegeten, doordien de cock door ’t harde +weer niet hadde <span class="leftnote">[4]</span> connen kooken) aen +lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een vat +daer een weijnigh vleijs ende een d<sup>o</sup> daer wat spec in was, +met een vaetje wijntint,<a class="noteref" id="xd0e2952src" href= +"#xd0e2952">15</a> dat voor de gequetste wel te pas quam; waren doen +meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte vernamen, +dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; tegen den +middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo veel te weegh +dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met malcanderen +voorden regen te schuijlen.</p> + +<p>Den 17<sup>en</sup> d<sup>o</sup> dus met droeffheijt bij +malcanderen sijnde, sagen al na volcq uijt, op hoope het Japanders +mochte sijn, om door haer weder bij onse natie te comen alsoo daer +anders geen uijtcomste was, door dien de boot ende schuijt aen stucken +geslagen ende int minste niet te helpen was; voorden middag vernamen +een man ontrent een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae +ons vernam steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op +een musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen +en deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer +toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer +(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, maer +hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met malcanderen +zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij eenige zee +roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; tegen den avont +quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die ons telde ende dien +nacht rontom de tent de wacht hielden.</p> + +<p>Den l8<sup>en</sup> smorgens waren doende met een groote tent te +maken; tegen den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters +als soldaten bij ons, sloegen haer leger om de tent; ’t volcq +altsamen in <span class="pagenum">[<a id="pb8" href= +"#pb8">8</a>]</span>ordre staende, wiert den bouckhouder<a class= +"noteref" id="xd0e2976src" href="#xd0e2976">16</a>, opperstuijrman, +schieman<a class="noteref" id="xd0e2985src" href="#xd0e2985">17</a> +ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij +’t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den +hals, waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om +haer hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de +aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten, +ende dat met soo een geschreeuw van ’t crijgsvolcq dat ’t +schrickelijck was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en +siende, seijden tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, +wij sullen haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij +opde knien souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige +woorden, maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer +al, dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also +malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient bij +haer Jeenare<a class="noteref" id="xd0e2988src" href="#xd0e2988">18</a> +ofte Jirpon<a class="noteref" id="xd0e2991src" href="#xd0e2991">19</a> +genaemt wort; liet haer den overste elc een coppie arrack schencken, +ende weder in de <span class="pagenum">[<a id="pb9" href= +"#pb9">9</a>]</span>tent bij malcanderen brengen; terstont quamen sij +sien of wij eenige victalie hadden, dog niet vindende dan ’t +voorsz. vleijs en specq, ’t <span class="leftnote"> +[5]</span>welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, +brochten ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten +dat wij verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte +overcomen; nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de +hand geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen +om ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier +nae ’t vracq toe om ’t gene nog van ’t goet bevonden +worde op ’t droegh bij malcanderen te brengen; ’s avonts +gaven ons yder een weijnigh rijs te eeten; ’s middaghs had den +stuijrman de hooghte genomen ende bevonden ’t Quelpaerts Eijland +te leggen op 33 graden 32 minuijten<a class="noteref" id="xd0e2999src" +href="#xd0e2999">20</a>.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p02.gif" alt="" width= +"720" height="492"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb10" href="#pb10">10</a>]</span></p> + +<p>Den 19<sup>en</sup> d<sup>o</sup> warense nog al doende om ’t +goet op ’t land te halen ende te droogen, het hout daer eenig +yser in was te verbranden; de officiers gingen bijden Overste ende den +Admirael van ’t eijland (die daer mede gecomen was) brochten haer +yder een kijcker, namen mede een kanne wijn thint, met ’s +Comp<sup>es</sup> silvere schael die wij tussen de klippen gevonden +hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, smaeckten haer wel, +droncken soo veel dat sij heel verheught waren ende sonden de onse +weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap bewesen hadde, ende de +schael haer mede gaven.</p> + +<p>Den 2O<sup>en</sup> d<sup>o</sup> verbranden zij ’t fracq en +al ’t overige hout om ’t yserwerc daer uijt te crijgen; int +branden van ’t fracq, gingen twee stucken los, die met scharp +geladen waren, daer over soo wel de groote als de clijne haer opde +vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen wederom bij ons ende wesen +offer meer souden losgaan. Wij wesen van neen, gingen terstont met haer +werck weder voort ende brachten ons tweemael daegs wat eeten.</p> + +<p>Den 21<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens liet den overste eenige +van ons halen, wesen dat ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude +brengen, om versegelt te worden, t welc wij deden, ende terstont in ons +presentie geschieden; de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht +eenige <span class="pagenum">[<a id="pb11" href= +"#pb11">11</a>]</span>dieven die int bergen van ’t goet eenige +vellen<a class="noteref" id="xd0e3078src" href="#xd0e3078">21</a>, yser +als andersints gestolen hadden, ’t welcq op haer rugh gebonden +was; worden in ons presentie gestraft tot een teeken dat sij van +’t goet niet wilde verminderen, sloegen deselve onder de ballen +vande voeten met stocken van ontrent een vadem lanck ende een gemene +jongens arm dicq, dat sommige de toonen vande voeten vielen, ider 30 +à 40 slagen; smiddaghs wesen dat wij vertrecken soude; die +rijden conden cregen paarden ende die om hare quetsure niet rijden +conde, wierden door last des overste in hangematten gedragen; nade +middagh vertrocken met ruijters ende soldaten wel bewaert, savont +logierden in een cleijn steetje gen<sup>t</sup> Tadjang<a class= +"noteref" id="xd0e3084src" href="#xd0e3084">22</a>; na dat wij wat +gegeten hadden, brachten ons ’t samen in een huijs<a class= +"noteref" id="xd0e3092src" href="#xd0e3092">23</a> om te slapen, maer +leeck beter een paarde stal dan een herberge ofte slaapplaets; waren +ontrent 4 : mijl gerijst.</p> + +<p>Den 22<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens met den dagh gingen weder +te paert sitten, aten onder wege voor een fortie, daer twee +oorlogsjoncken lagen, het ochten mael; smiddags quamen in een stadt +gen<sup>t</sup> Moggan<a class="noteref" id="xd0e3106src" href= +"#xd0e3106">24</a> sijnde <span class="leftnote">[6]</span>de +residencie plaets vanden gouverneur van ’t eijland, bij haer +mocxo<a class="noteref" id="xd0e3115src" href="#xd0e3115">25</a> +gen<sup>t</sup>; daer comende wierden op een velt recht voor ’t +lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een +coppie canje water<a class="noteref" id="xd0e3133src" href= +"#xd0e3133">26</a> te drincken; wij dachten dit onse laetsten dronck +soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude gestorven +hebben, alsoo ’t schrickelijck om sien was soo van ’t +geweer, oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die +wij sagen, ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van +sulcken fatsoen van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off +daer van gehoort was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. +persoonen op de voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende +neer <span class="pagenum">[<a id="pb12" href= +"#pb12">12</a>]</span>gesmeten; een weijnig gelegen hebbende riep ende +wees dat sij boven op een groote planckiring int gem<sup>e</sup> huijs +daer hij sat gelijck een Coninck, ende aan sijn sijde geseten sijnde, +vraeghden ende wees waer wij vandaen quamen ende waer nae toe wilde; +gaven en beduijden soo veel wij conden ’t oude antwoort: na +Nangasackij in Japan, waer op hij mettet hooft knicte, ende soo +’t bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; terwijle worde het +vordere volc die gaen conde vervolgens met haer 4<sup>en</sup> teffens +op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; alles wel +ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met beduijden +daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet conde +verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een wooning +daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden was, uijt +oorsaeke dat hij den Coninck uijt ’t Rijc socht te stooten; liet +het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot onderhout +¾ ℔ rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog de +toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten daerom +ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck water daer +toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, soo ons +namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des Conincx stadt +ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij na den Coninck +soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te doen stont; +geduijrende ’t verwachten van ’t bescheijt des Conincx +’t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl +over zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten +derhalven aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere +toespijs mochte toegebracht worden, door dien ’t met rijs en sout +niet langer konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, +’tlichaem ende cleederen die seer weijnig waren, somtijts te +reijnigen, dagelijcx bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, +twelc ons toestont, ende belaste dat van toespijs soude besorght +worden; liet ons dickmaels voor hem comen, om ’t een en ’t +ander soo op onse als hare spraeck te vragen en op te schrijven +waardoor ten laetsten al crom eenige woorden met malcanderen conde +spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten ende andere +vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin soude setten, +ons dagelijcx moet gevende <span class="leftnote">[7]</span>van weder +na Japan gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck +quam; liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een +heijdens mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude.</p> + +<p>Den 29<sup>en</sup> October naerden middag wiert den bouckhouder, +opperstuijrman <span class="pagenum">[<a id="pb13" href= +"#pb13">13</a>]</span>ende den onder barbier<a class="noteref" id= +"xd0e3165src" href="#xd0e3165">27</a> bij den gouverneur geroepen; bij +hem comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, +vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot +antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon te +lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel +praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot nog +toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck ende +waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders van +Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende naer toe +wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer Japan +meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, zijnde +door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op ’t eijland +vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende +waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman +ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan Janse +Weltevree uijt de Rijp A<sup>o</sup> 1626 met ’t schip Hollandia +uijt ’t vaderlant gecomen, ende dat hij A<sup>o</sup> 1627 mettet +Jacht Ouwerkerck naer Japan gaende<a class="noteref" id="xd0e3194src" +href="#xd0e3194">28</a>, door contrarie wint opde cust van Coree +vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na ’t vaste +lant gevaren, van d’inwoonders met haer drien gehouden zijn, de +boot met de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont +door gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen +hij ’t land innam)<a class="noteref" id="xd0e3210src" href= +"#xd0e3210">29</a> inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck +Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met +den voornoemden Weltevree gelijck <span class="pagenum">[<a id="pb14" +href="#pb14">14</a>]</span>int lant gecomen<a class="noteref" id= +"xd0e3221src" href="#xd0e3221">30</a>. Vraeghden hem mede waer hij +woonde, waervan leeffde, ende waerom op ’t eijlant gecomen was; +seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt<a class="noteref" id= +"xd0e3224src" href="#xd0e3224">31</a>, dat hem vande Coninck +behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert gegeven, dat daer was +gesonden om te sien wat voor volcq wij ende hoe aldaer gecomen waren, +verhaelde ons mede dat hij verscheijde malen aanden Coninck ende andere +grooten versocht hadden, om naer Japan gesonden te worden, dog haer +sulcx altijt wiert afgeslagen, zeggende waert gij vogels soo mocht gij +daer nae toe vliegen, wij senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen +ul. van cost en cleeden versorgen ende moet soo u leven in dit lant +eijndigen, met welcke troost hij ons medetroosten ende seijde indien +bijden Coninck quamen niet anders voor ons te verwachten stont, soodat +onse blijschap van een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt +veranderde; het was te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 +jaren, sijn moeders tael soo nae vergeten hadde, alsoo <span class= +"leftnote">[8]</span>in ’t eerste als vooren geseght hem qualijck +verstaen conde, binnen een maent ommegaens met ons al weder leerde. Alt +voorverhaelde ende tblijven van ’t schip en volcq wiert door last +des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons voorgelesen ende door den +voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den eersten goeden wint naer +’t Hoff gesonden te worden; den gouverneur gaff ons dagelijcx al +goede moet seggende ’t bescheijt daer op met den eersten te +verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, om ons na +Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, ende ons niet +dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; liet den +meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper +Benjoesen<a class="noteref" id="xd0e3230src" href="#xd0e3230">32</a> +ons dagelijcx comen besoecken om ’t geen van doen hadden hem +bekent te maken.</p> + +<p>Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den +ouden sijn tijt van drie jaren g’expireert was, daer over wij ten +hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten <span +class="pagenum">[<a id="pb15" href="#pb15">15</a>]</span>mochten +inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur liet ons +voor sijn vertrecq (alsoo ’t kout wiert ende van cleeden weijnigh +versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere kousen een +d<sup>o</sup> schoenen<a class="noteref" id="xd0e3246src" href= +"#xd0e3246">33</a> maecken, om ons voor de koude daermede te behelpen, +liet ons de geberghde boecken<a class="noteref" id="xd0e3249src" href= +"#xd0e3249">34</a> weder te hand stellen, gaf ons mede een groote pul +traen om den tijt geduijrende den winter daer mede door te brengen; op +sijn scheijmael tracteerden ons wel, liet door den voorn: Weltevree ons +seggen dat hij zeer bedroeft was, dat ons niet naer Japan had mogen +senden, ofte met hem naer ’t vaste land mochte nemen, dat wij +niet bedroeft over sijn vertrecq zouden wesen, ten hove comende alle +debvoir tot onse verlossinge ofte metter haest vant eijland naer +’t hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle de verhaelde +courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte.</p> + +<p>Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons +terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met een +dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door +contrarie wint nog op ’t eijland was, claeghde; gaf ons tot +antwoort dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, +dog zoude den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn +aenwesen, den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op +’t soberste versach om vordere clachten te mijden.</p> + +<p><span class="leftnote">1654.</span>Int begin van Januarij vertrock +den ouden gouverneur, doen gingh ’t veel slimmer als te vooren, +gaff ons in plaets van rijs, geerst, ende van taruwe, garste meel, +sonder eenige toe spijs, soo dat indien wat toe spijs wilde hebben onse +geerst vercochten; met ¾ ℔ garste meel des daeghs mosten +te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses man daegs continueerde; dus in +droeffheijt sijnde sochten derhalven alle middelen (alsoo den soeten +tijt ende mousson op handen quam, de tijdingh van <span class= +"leftnote">[9]</span>den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven +zeer beducht ons op ’t eijland mochte gebannen hebben, om +’t leven inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende +weder siende of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn +gereetschap leggende, conde becomen ende ’t hasepat te kiesen, +’twelcq int laetse van April met haer sessen, waer onder den +opperstuijrman ende nog drie vande te recht gecomen<a class="noteref" +id="xd0e3261src" href="#xd0e3261">35</a> maets waren, onderstaen soude +hebben; een vande maets over de muijr dimmende om naer ’t +vaertuijg ende ’t getij van <span class="pagenum">[<a id="pb16" +href="#pb16">16</a>]</span>’t water te sien, wiert het de wacht +door ’t blaffen vande honden als andersints gewaer, waer over soo +scherpen wacht hielden, dat voor die tijt van haren aanslag versteeken +waren.</p> + +<p>Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets +(waer vander drie<a class="noteref" id="xd0e3268src" href= +"#xd0e3268">36</a> als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt +gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap +sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een +man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting<a +class="noteref" id="xd0e3271src" href="#xd0e3271">37</a> daertoe +gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, ider een +dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede te nemen, +traden int voorseijde vaertuijg, ’t selve over een banck die daar +voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant dorpje, die +heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden was, +eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer mede +hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende<a +class="noteref" id="xd0e3274src" href="#xd0e3274">38</a> egter buijten, +behalven een die int vaertuijg niet conde comen, door dien de touwen +aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; die int vaertuijg +’tzeijl op heijsende, alsoo sij met ’t gereetschap niet wel +conden omgaen, viel de mast met ’t zeijl overboort, die sij met +groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft +gebonden hebbende ende ’t seijl als vooren opheijsende, ist spoor +van de mast gebrooken, de mast met ’t seijl voorde tweede mael +overboort gevallen, costent doen niet weder opcrijgen<a class="noteref" +id="xd0e3277src" href="#xd0e3277">39</a>, dreven alsoo na de wal; die +van ’t land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een ander +vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse bij haer +over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort te smijten, +ende met ’t selve vaertuijg door te gaen, maar vondent ten +naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met +malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde, +liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting om +den hals, d’eene hant met een clamp opde planck <span class= +"pagenum">[<a id="pb17" href="#pb17">17</a>]</span>gespijckert<a class= +"noteref" id="xd0e3282src" href="#xd0e3282">40</a>, voor hem neder +werpen; de vordere wierden mede uijt ’t gevangen huijs gehaelt, +mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur gebracht, al +waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; den gouverneur +liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten van d’ +andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande andere +geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt <span class="leftnote"> +[10]</span> ende straffe van hare mackers voor te comen) waer op den +gouverneur liet vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer +Japan wilde, waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een +cleijn vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te +doen was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te +sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock ontrent +een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, boven ront, +25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent een maent langh +inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen ende bij nacht en +dach scherpe wacht gehouden.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p03.gif" alt="" width= +"720" height="499"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb18" href="#pb18">18</a>]</span></p> + +<p>Dit eijland bij haer Scheluo<a class="noteref" id="xd0e3303src" +href="#xd0e3303">41</a> ende bij ons Quelpaert gen<sup>t</sup> leijt +als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a +13 mijlen vande suijthoeck van ’t vaste lant van Coree, heeft +aende binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen +ende van daer varen naer ’t vaste lant. Is seer gevaerlijck voor +d’onbekende door de blinde klippen om in te comen, waer door veel +die daer op varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis +raken, naer Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen +ancker gront ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland +heeft aan verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. +Is seer <span class="pagenum">[<a id="pb19" href= +"#pb19">19</a>]</span>volckrijck<a class="noteref" id="xd0e3346src" +href="#xd0e3346">42</a>, vruchtbaer van leeftocht, overvloet van +paarden en koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den +Conincq opbrengen; d’Inwoonders zijn seer arme ende slechte<a +class="noteref" id="xd0e3355src" href="#xd0e3355">43</a> luijden, bij +die van ’t vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh +vol boomen<a class="noteref" id="xd0e3363src" href="#xd0e3363">44</a>, +de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen daerse rijs +planten.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p04.gif" alt="" width= +"720" height="487"></div> + +<p>Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck +tot onser droeffenis dat wij na ’t Hoff mosten comen, ende weder +tot blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à +7 dagen daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen +ende eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen +off ’t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte +geschiet hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, +door dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee +zieck waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie +wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out +gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet +waijende, gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als +vooren gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen +onder zeijl; savonts quamen dicht bij ’t vaste lant, alwaer wij +des nachts onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken +gesloten ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert +wierden; des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een +stadt gen<sup>t</sup> Heijnam<a class="noteref" id="xd0e3385src" href= +"#xd0e3385">45</a>, alwaer wij des avonts alle 36 weder <span class= +"leftnote">[11]</span> bij malcanderen quamen, doordien ider jonck in +een verscheijde plaets was aangecomen; des ander daegs nadat wat +gegeten hadde, saten weder te paert, ende quamen savonts in een stadt +gen<sup>t</sup> Ieham<a class="noteref" id="xd0e3405src" href= +"#xd0e3405">46</a>; des nachts is Poulus Janse Cool van Purmerend, +bosschieter, overleden, die sedert ’t verlies van ’t schip +noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande stadts gouverneur in +onser presentie begraven; vant graff vertrocken te paert weder ende +quamen savonts in een stadt Naedjoo<a class="noteref" id="xd0e3408src" +href="#xd0e3408">47</a> <span class="pagenum">[<a id="pb20" href= +"#pb20">20</a>]</span>gen<sup>t</sup>; des volgende morgen vertrocken +weder ende bleven dien nacht in een stad genaemt Sansiangh van waer wij +des morgens vertrocken, ende logierden dien nacht inde stad Tiongop<a +class="noteref" id="xd0e3421src" href="#xd0e3421">48</a>, passeerden +dien dagh een seer hoogen bergh waer op een groote schans lagh +gen<sup>t</sup> Jipamsansiang<a class="noteref" id="xd0e3430src" href= +"#xd0e3430">49</a>; nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des +morgens, ende quamen dien selven dagh inde stad Teijn<a class="noteref" +id="xd0e3441src" href="#xd0e3441">50</a>; den volgenden morgen saten +weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gen<sup>t</sup> +Kninge<a class="noteref" id="xd0e3449src" href="#xd0e3449">51</a>; naer +dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen savonts +in een groote stad gen<sup>t</sup> Chentio<a class="noteref" id= +"xd0e3457src" href="#xd0e3457">52</a> alwaer in oude tijden Conincx +hoff placht te zijn<a class="noteref" id="xd0e3462src" href= +"#xd0e3462">53</a>, ende wort nu bij den stadthouder vande provintie +Thiellado<a class="noteref" id="xd0e3470src" href="#xd0e3470">54</a> +bewoont. Is door ’t geheele land voor een groote coopstad +vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, alsoo een lantstadt is; +des volgende morgen vertrocken ende quamen savonts in een stadt +gen<sup>t</sup> Jehaen<a class="noteref" id="xd0e3478src" href= +"#xd0e3478">55</a>, dit was de laetste stadt vande provintie Thiellado, +van waer wij des morgens weder te paert vertrocken, ende logeerde dien +nacht in een stetje gen<sup>t</sup> Gunjiu<a class="noteref" id= +"xd0e3484src" href="#xd0e3484">56</a>, gelegen inde provintie +Tiongsiangdo<a class="noteref" id="xd0e3487src" href= +"#xd0e3487">57</a>; vertrocken des anderen daegs na een stad +gen<sup>t</sup> Jensoen<a class="noteref" id="xd0e3495src" href= +"#xd0e3495">58</a>. Aldaer vernacht hebbende saten des morgens weder te +paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio<a class="noteref" id= +"xd0e3500src" href="#xd0e3500">59</a> gen<sup>t</sup> alwaer de +stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff hout; des anderen +daeghs passeerde een groote rivier ende quamen inde provintie +Senggado<a class="noteref" id="xd0e3511src" href="#xd0e3511">60</a> +alwaer de Coninklijcke stadt in <span class="pagenum">[<a id="pb21" +href="#pb21">21</a>]</span>leijt; naer dat nog verscheijde dagen +gereijst ende in diverse steden ende dorpen vernacht hadden, passeerde +eijndelijck een groote rivier<a class="noteref" id="xd0e3516src" href= +"#xd0e3516">61</a> ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de +rivier overgevaren ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer +groote bemuerde stadt gen<sup>t</sup> Sior<a class="noteref" id= +"xd0e3533src" href="#xd0e3533">62</a>, zijnde de residentie plaets des +Conincx (hadden ontrent 70 a 75 mijl<a class="noteref" id="xd0e3544src" +href="#xd0e3544">63</a> gereijst meest noorden wel soo westelijck aan). +Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen +gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die +aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p05.gif" alt="" width= +"720" height="495"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb22" href="#pb22">22</a>]</span></p> + +<p>zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden +’t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan +Janse Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten +geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat +’t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant +vervallen, van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot +waren, dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te +<span class="leftnote">[12]</span>senden, om aldaer weder bij ons volcq +te comen ende in ons vaderlant te geraken; gaf ons voor antwoort, soo +den veelmael genoemden Weltevree vertolckten, dat sulcx haer manier +niet en was, vremde natie uijt zijn lant te senden, maer mosten aldaer +haer leven eijndigen, dat hij ons onderhout soude geven; liet ons op +onse lants wijse dansen, singen ende alles doen wat geleert hadden<a +class="noteref" id="xd0e3577src" href="#xd0e3577">64</a>; op haer +manier ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx +lijwaet om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te +steeken ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen +daegs worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem: +Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten<a +class="noteref" id="xd0e3593src" href="#xd0e3593">65</a> <span class= +"pagenum">[<a id="pb23" href="#pb23">23</a>]</span>van sijn gemaect +hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 cattij rijs yder, +gaf de man een ront houte borretie<a class="noteref" id="xd0e3601src" +href="#xd0e3601">66</a>, waer op onse namen (die se op haere spraeck +verandert hadden) ouderdom, wat voor volcq waren, ende waer voor den +Coninck diende, met caracters uijtgesneden, ende met des Conincx ende +veltoverstes zegel ofte chiap<a class="noteref" id="xd0e3612src" href= +"#xd0e3612">67</a> daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt +en loot, met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor +hem mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder +gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden +voorden Coninck moeten doen; den overste met<a class="noteref" id= +"xd0e3615src" href="#xd0e3615">68</a> ofte in Conincx dienst uijtgaende +met hem soude loopen; drilt zijn volcq in ’t jaer 6 maenden, drie +int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, ende oeffenen +haer int schieten als andere oorloghs manieren des maents drie reijse, +in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij den swaersten vande +werelt op den hals hadden; stelden een Chinees (door dien mede veel +Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den veelmael gen. Weltevree +over ons als hooffden, om van alles op hare wijse te onderrechten ende +opsicht over ons te hebben, gaf yder twee stucx hennippe lijwaet om ons +daermede voort van alles te voorsien, ende ’t maeckloon vande +clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij veel groote heeren +geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende kinderen +nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van ’t +eijland<a class="noteref" id="xd0e3618src" href="#xd0e3618">69</a> +hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen geleeken, +wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, door de +blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, ende +diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert +waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van +houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden +int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van +’t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot +bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door +dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden +haelden en voor ’t geckje hielden.</p> + +<p><span class="leftnote">[13]</span>In Augustij quam den Tartar om +sijn gewoonelijcke tribuijt te <span class="pagenum">[<a id="pb24" +href="#pb24">24</a>]</span>halen<a class="noteref" id="xd0e3627src" +href="#xd0e3627">70</a>; wij wierden door den Coninck in een groote +schans gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert +te worden<a class="noteref" id="xd0e3639src" href="#xd0e3639">71</a>; +dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op een seer hoogen +bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, waer na toe den +Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier houden de grootste +papen vant land haer residentie, daer is altijt voor drie jaren +victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen kennen geneeren. +Is genaemt Namman Sangsiang<a class="noteref" id="xd0e3647src" href= +"#xd0e3647">72</a>; alwaer tot den 2 a 3<sup>en</sup> September, dat +den Tartar vertrocken was, bleven.</p> + +<p>Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl +vande stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer +volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen.</p> + +<p>Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude +ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem +belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van +’t schip aen ’t eijland gespoelt, bij haer geberght, +gedrooght ende hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest +verrot<a class="noteref" id="xd0e3662src" href="#xd0e3662">73</a> ende +opgegeten<a class="noteref" id="xd0e3665src" href="#xd0e3665">74</a>, +met last dat wij die souden vercoopen om voor de coude soo veel +mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met malcanderen goet, +alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout halen, dat soo heen +en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, ’t welcq door +de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende moeijelijck +viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest Godt geen +uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever willende wat +koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie<a class="noteref" id= +"xd0e3671src" href="#xd0e3671">75</a> gequelt te sijn; leijden de man 3 +a 4 taijlen silver bij malcanderen, ende alsoo huijskens van 8 a 9 +taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; <span class="pagenum">[<a id="pb25" +href="#pb25">25</a>]</span>van ’t overschot staken ons een +weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo den winter daer mede +door.</p> + +<p><span class="leftnote">1655.</span>In Maert quam den Tarter weder, +als vooren verhaelt hebben; wij worden belast niet uijt onse huijsen te +gaen; den dagh wanneer den Tarter vertrock geliet<a class="noteref" id= +"xd0e3680src" href="#xd0e3680">76</a> den opperstuijrman Hendrick Janse +van Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij +om branthout verlegen waren; gingen naer ’t bos, alwaer sij aande +cant daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den +Tarterse gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters +ende soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert +vanden opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut +hebbende, stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer +Hollants voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken +confusie, dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij +voor volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen +den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude +logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde <span +class="leftnote">[14]</span>offer geen tolcq en was die den stuijrman +verstaen conde, waer op den meergem: Weltevree door last des Conincx +terstont most volgen; wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int +Conincx hoff gehaelt; voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons +vraeghden of wij daer niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, +dat sulcx buijten onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een +straffe toe, om dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, +yder 50 slagen opde billen; van al ’t geseijde den Coninck +telckens wiert rapport gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, +seggende dat wij door storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn +lant gecomen waren, belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende +aldaer te blijven tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: +Weltevree bijden Tarter gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is +de saeck bijden Coninck ende Raden soo besteecken dat den Tartersen +gesant voor een somma gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden +groote Cham niet soude openbaren, sorgende dat ’t geschut datse +op hadden laten duijcken en de goederen souden moeten op brengen; +sonden de twee maets weder na de stadt, die terstont inde gevanckenis +geworpen zijn alwaer zij na eenigen tijt zijn comen te overlijden, te +weten den stuijrman ende bosschieter; wij hebben noijt <span class= +"pagenum">[<a id="pb26" href="#pb26">26</a>]</span>seeker kunnen +vernemen ofse haer eijgen doot gestorven dan van haer om hals gebracht +sijn, alsoo geduijrende de gevanckenis bij haer noijt hebben mogen +comen ende verboden was<a class="noteref" id="xd0e3693src" href= +"#xd0e3693">77</a>.</p> + +<p>In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden ’t +samen bij den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree +van wegen den Coninck aenseijde onder schijn datter op ’t +Quelpaerts eijland weder een schip was gebleven, den gem<sup>te</sup> +Weltevree door sijn ouderdom onbequaem was, daer nae toe te gaen; +datter drie van ons die de spraeck best conde, derwaerts mosten, om te +vernemen wattet voor een schip was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een +adsistent, den schieman ende een matroos<a class="noteref" id= +"xd0e3706src" href="#xd0e3706">78</a> derwaerts vertrocken met een +sergiant tot haer geleijder.</p> + +<p>In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden +ende quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert +ende op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den +Tarter 2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter +cregen eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets, +waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van ’t land +in een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot +dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham +sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer +gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na ’t eijland +vertrocken ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te +verduijsteren ende in haer lant te houden<a class="noteref" id= +"xd0e3714src" href="#xd0e3714">79</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">[15]</span>In ’t laetse van ’t +jaer quam den Tarter over ’t ijs weder om sijn tribuijt; den +Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel bewaren.</p> + +<p><span class="leftnote">1656.</span>Int begin van ’t jaer, +alsoo den Tarter daer nu twee mael geweest ende na ons niet vernomen +hadden, drongen eenige Rijcxraden ende andere grooten die ons sat +waren, hart bij den Coninck aan, om ons van cant te helpen, waer over +onder de grooten drie dagen raet wiert <span class="pagenum">[<a id= +"pb27" href="#pb27">27</a>]</span>gehouden; alsoo den Coninck, des +Conincx broeder, veltoverste ende andere grooten (ons toegedaen) seer +tegen waren; den veltoverste seijde dattet beter was, eerse ons soude +om hals brengen, datse een van ons tegen twee van haer met gelijck +geweer soude setten, ende soo lange laten vechten tot dat wij doot +waren, dat daermede den Coninck de naem van zijn ondersaten niet soude +hebben dat het vreemt volcq openbaerlijck had om ’t leven laten +brengen, twelcq ons van goede luijden wiert secretelijck geseijt; +geduijrende de vergadering was ons belast inde huijsen te blijven; wij +niet wetende wat ons nakende was verhaelde sulcx tegens voorn. +Weltevree, die simpelijck tegens ons seijde: kent gijlieden nog drie +dagen leven, gij sult wel langer leven; des Conincx broeder die als +hooft vande vergadering was, wanneer daer nae toe ging ende weder van +daen quam, onse buert moste voorbij passeeren, namen hem waer, vielen +op ’t aengesicht voor hem neder, waer over ons ten hooghsten +beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, hebben alsoo door den +Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van veele ons leven +behouden, wierden bij den Coninck, op ’t aendringen van onse +wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij voor gaven +dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer swarigheijt +uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado<a class="noteref" id= +"xd0e3727src" href="#xd0e3727">80</a> gebannen, alwaer ons den Coninck +uijt sijn eijgen incomst 50 ℔ rijs smaents toe leijde.</p> + +<p>Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert +vertrocken, bijden veelmaelgen<sup>e</sup> Weltevree ende andere +bekende tot aende rivier een mijltje buijten de stadt uijtgeleij +gedaen. Wij in de schou gegaen sijnde, vertrock geseijde Weltevree +wederom naede stadt, zijnde ’t laetste dat wij hem gesien ofte +seekere tijding van gehoort hebben; wij reijsden den wech tot inde +stadt Jeham die opgereijst waren, passerende de selve steden, worden +van stad tot stad van eeten en paarden op slants costen versien, +gelijck opde boven reijs oocq geschiet was; eijndelijck in de stadt +Jeam gecomen sijnde ende aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van +daer weder vertrocken, ende quamen smiddaghs in een groote stadt met +een fort, genaemt Duijtsiang ofte Thella Penig<a class="noteref" id= +"xd0e3735src" href="#xd0e3735">81</a> alwaer de peingse<a class= +"noteref" id="xd0e3738src" href="#xd0e3738">82</a> dat is de eerste +naest den stadthouder ende overste over de militie van die <span class= +"pagenum">[<a id="pb28" href="#pb28">28</a>]</span>provintie sijn +residentie hout; wij wierden nevens des Conincx brieven bijden sergiant +die ons geconvoijeert hadde aanden overste overgelevert; den sergiant +wiert terstont belast om de drie maets ’t verleden jaer uijt des +Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons te brengen, waren in een +schans daer den vice admirael woont ontrent <span class="leftnote"> +[16]</span>12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs +daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie +maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck.</p> + +<p>In April cregen nog eenige vellen die soo lange op ’t eijland +gelegen hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en +waren om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet +boven de 18 mijl van ’t eijland ende dicht aende zeecant gelegen, +conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons +wederom een weijnig in de cleeden staaken ende ’t gene in ons +nieuwe logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat +wij tweemael smaents ’t gras vande marct ofte pleijn voort slants +ofte raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p06.gif" alt="" width= +"720" height="501"></div> + +<p><span class="leftnote">1657.</span> Int begin van ’tjaar wiert +den gouverneur ofte overste over eenige fouten die in slants dienst +begaen hadde uijt des Conincx last opgehaelt, stont groot perijckel van +sijn leven, was vande gemeene man seer bemint, wiert door groote +voorspraeck ende door dien van groote afcomste was, vanden Coninck +gepardonneert ende daer nae <span class="pagenum">[<a id="pb29" href= +"#pb29">29</a>]</span>in hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer +goet man soo voor ons als de inwoonders.</p> + +<p>In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den +voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons vrij +branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af<a class="noteref" id= +"xd0e3767src" href="#xd0e3767">83</a>, mosten ’t selver soo heen +als weer wel drie mijl over ’t geberchte halen, twelc seer +droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo in September +aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en sijn eijgen +volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren.</p> + +<p>In November quammer van ’t hof een nieuwe gouverneur die hem +int minste met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte +yets anders aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander +last hadde, dan ’t rantsoen van rijs te geven, onse vordere +behoeftigheden met ’t een of ’t ander middel moste soecken; +alsoo onse cleederen door ’t continueel hout halen waren +versleten, den couden winter op handen quam, wij siende dat dese +luijden seer nieuwschierig ende om wat vreemts te hooren seer genegen +waren, ’t beedelen aldaer geen schande is, ons den noot daer toe +dwingende, vonden goet met het selve ambacht ons te behelpen, om daer +door ende ’t overschietende rantsoen ons voor de coude ende van +andere nootwendigheden te versien, alsoo wij dickmaels om een hant vol +sout tot de rijs te eeten, wel een half mijl souden gelopen hebben, al +’t welcq wij den gouverneur voor leijde; dat mede ’t hout +halen dat aande borgers vercochten, daer wij ons soo lange mede hadden +beholpen, door de naecktheijt der clederen, ons meeste mael met rijs en +sout met een dronck water daertoe, seer droevig ende swaer viel, ons +wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij buerte ons fortuijn bijde +boeren ende inde cloosters (die daer veel sijn) bijde papen te soecken, +ende daer mede <span class="leftnote">[17]</span> den winter door te +brengen, ’t welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel +wederom een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over +quamen.</p> + +<p><span class="leftnote">1658.</span>Int begin van ’t jaer wiert +den gouverneur op ontboden, ende een ander in sijn plaets gestelt; dese +nieuwe wilde ’t uijtgaen weder beletten ende ons jaerlijcx drie +stucken linde<a class="noteref" id="xd0e3779src" href= +"#xd0e3779">84</a> (zijnde ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor +soude arbeijden, dog alsoo wij meer aan de clederen soude versleten +hebben, behalven ’tgeen van toespijs, hout ende andersints van +nooden hadden, het een slecht jaer van <span class="pagenum">[<a id= +"pb30" href="#pb30">30</a>]</span>graenen, alle dingen zeer costelijck +ende duijr was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat +ons bij beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons +toestont, te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, +waervan zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, +wel op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of +ontrent de Conincx stadt<a class="noteref" id="xd0e3784src" href= +"#xd0e3784">85</a> en de Japanse logie<a class="noteref" id= +"xd0e3787src" href="#xd0e3787">86</a> te comen; ’t gras +uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen.</p> + +<p><span class="leftnote">1659.</span>In April is den Coninck comen te +overlijden<a class="noteref" id="n30.3src" href="#n30.3">87</a>, ende +met consent <span class="leftnote">1660, 1661 en 1662.</span>vanden +Tarter sijn soon tot Coninck in des vaders plaets gecroont; wij +continueerde met ons voorgaende behulp, sochten doen ons meeste +fortuijn bijde papen alsoo se goet arms<a class="noteref" id= +"xd0e3837src" href="#xd0e3837">88</a> sijn, ende ons seer toegedaen +waren, voornamentlijck als wij haer den ommegang van onse en andere +natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig nae om te hooren hoe het in +andere landen toe gaet. Indient ons niet verdrooten hadde, soude wel +heele nachten daer nae geluijstert hebben.</p> + +<p>Int begin van ’t eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende +terstont een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer +toegedaen ende seijde dickmaels soo ’t in sijn wil ofte macht +stont, dat hij ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, +gaf ons de vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit +ende het <span class="pagenum">[<a id="pb31" href= +"#pb31">31</a>]</span>navolgende jaer, was het heel slecht van granen +ende ander gewas, door diender geen regen quam, maer A<sup>o</sup> 1662 +tot dat het nieuwe gewas uijt quam nog slimmer, soo datter veel +duijsenden van honger vergingen; conden de wegen qualijck gebruijcken +vande struijckroovers; daer wiert door last vanden Coninck op alle +wegen stercke wacht gehouden voorden reijsenden man, als mede om de +dooden die van honger langs de wegen storven te begraven, gelijck mede +om moorden ende rooven voor te comen, alsoo zulcx dagelijcx gedaen +wiert; daer wierden verscheijde steden en dorpen geplondert, de Conincx +packhuijsen<a class="noteref" id="xd0e3847src" href="#xd0e3847">89</a> +opengebrooken ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te +becomen door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de +gemene en arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse +akers<a class="noteref" id="xd0e3855src" href="#xd0e3855">90</a>, bast +van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van de +gelegentheijt van ’t lant ende ommegangh des volcx verhalen<a +class="noteref" id="xd0e3861src" href="#xd0e3861">91</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">[18]</span>Dit lant bij ons Coree ende bij +haer Tiocen Cock<a class="noteref" id="xd0e3871src" href= +"#xd0e3871">92</a> genaemt is gelegen tussen de 34½ ende 44 +graden; in de lanckte, Z. en N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. +en W. ongevaerlijck 70 a 75 mijl; wort <span class="pagenum">[<a id= +"pb32" href="#pb32">32</a>]</span>bij haer inde caert geleijt als een +caerte bladt<a class="noteref" id="xd0e3908src" href= +"#xd0e3908">93</a>, heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 +provintie<a class="noteref" id="xd0e3911src" href="#xd0e3911">94</a> +ende 360 steden, behalve de schansen op ’t geberghte ende +vastigheden aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om +aan te doen, door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer +volckrijck ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door +de menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast, +daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt +nauwste wijt,—dat is van de stadt Pousaen tot Osacca<a class= +"noteref" id="xd0e3919src" href="#xd0e3919">95</a>—ontrent 25 a +26 mijl; tussenbeijde leijt ’t eijland ’t Suissima of bij +haer Tymatte<a class="noteref" id="xd0e3927src" href="#xd0e3927">96</a> +genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst toebehoort, is +inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer voor die van +Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande West zijde +streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt aan ’t +noort eijnde met een grooten hoogen bergh<a class="noteref" id= +"xd0e3944src" href="#xd0e3944">97</a> aan een vande noordelijckste +provintien van China vast, soude anders voor een eijlant gereekent +<span class="pagenum">[<a id="pb33" href="#pb33">33</a>]</span>worden, +door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare zee is, daer +jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als andere natie +int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden December, +Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh<a class= +"noteref" id="xd0e3969src" href="#xd0e3969">98</a> gevangen, die inde +twee eerste maenden d’hollantse gelijck zijn, ende inde twee +andere maenden cleijnder ofte gelijck d’pan haring in ons lant, +soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan nae ’t +Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben aande +Coreese stuijrluijden die opd’N. oostelijcke quartieren varen, +offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare zee +te zijn<a class="noteref" id="xd0e3978src" href="#xd0e3978">99</a>; die +van Coree na China reijsen nement int nauste van d’bocht te +water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, ende des +somers door ’t ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is; +kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over +’t ijs comen, alsoo ’t daer soo hart vriest ende sneeuwt, +gelijck ons volcq A<sup>o</sup> 1662 inde cloosters die in ’t +geberghte leggen, hebben gesien dat huijsen en boomen waren onder +gesneeuwt datse gaten onder d’sneeuw mosten maken om van ’t +een huijs in ’t ander te comen; om boven en om laegh te geraken, +binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer sij mede op ende +nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet te sincken; derhalven +moeten de menschen haer in dese quartieren met garst, geerst, ende +diergelijcke granen behelpen <span class="pagenum">[<a id="pb34" href= +"#pb34">34</a>]</span>alsoo daar door de coude geen rijs ende cattoen +wassen can ende meest vande zuijdelijcke quartieren moet toegebracht +worden; soo <span class="leftnote">[19]</span> is den gemeenen man haer +eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende +vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise<a +class="noteref" id="xd0e4001src" href="#xd0e4001">100</a> die aanden +Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese en Japanders +verhandelt wort.</p> + +<p>Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn<a +class="noteref" id="xd0e4033src" href="#xd0e4033">101</a>, hoe wel +onder den Tarter staet; regeert ’t land nae sijn believen, sonder +sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen particuliere +heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte dorpen, de grooten +trecken haer incomste uijt haer landerijen en slaven, alsoo wij gesien +hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, ooc mede van eenige +eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden Coninck gegeven worden, +maer soodra zij comen te overlijden, weder aanden Coninck +vervallen.</p> + +<p>Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx +stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden +ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; +d’ vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt +d’wacht houden, alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet +waernemen, ende soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt +overste, die heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts +jurisdictie sijn capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; +elcq quartier vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn +corporael ende yder 10 man <span class="pagenum">[<a id="pb35" href= +"#pb35">35</a>]</span>een hooft; yder moet de namen van zijn volcq +altijt op schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo +dat den Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in +sijn landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters +haer geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met +een vlegel gelijck als in ’t vaderlant ’t coorn mede +gedorst wort, aen ’t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten +sommige met harnas ende storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van +hoorn gemaect, hebben musquetten<a class="noteref" id="xd0e4045src" +href="#xd0e4045">102</a>, houwers en corte piecks; d’officieren +pijl en boogh; elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 +schooten cruijt ende soo veel cogels hebben<a class="noteref" id= +"xd0e4051src" href="#xd0e4051">103</a>; elcke stadt moet uijt sijn +Cloosters onder haer sorterende bij buerte<a class="noteref" id= +"xd0e4054src" href="#xd0e4054">104</a> de schansen en vastigheden op +’t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; +dese worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct<a class= +"noteref" id="xd0e4057src" href="#xd0e4057">105</a>, hebben mede +houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, sijnde +onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op schrift +heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, ’t +sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn dienst +ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen zijn, worden +van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen wederom inden +selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx dienst niet en +zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, hebben niet anders dan +des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te brengen, ’t welcq +meer als d’helft van ’t volcq is, door dien een vrijman bij +een slavin ofte een <span class="leftnote">[20]</span> vrije vrouw bij +een slaeff een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven +gehouden; slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d’ +meester<a class="noteref" id="xd0e4077src" href="#xd0e4077">106</a> +daer mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs <span class= +"pagenum">[<a id="pb36" href="#pb36">36</a>]</span>joncq onder houden +met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn +gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken +riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers; +gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken; +elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt ende +visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen wort; +indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout ofte +misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken ’t sij +deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij +an<sup>o</sup> 1666 aan onsen admirael gesien hebben<a class="noteref" +id="xd0e4085src" href="#xd0e4085">107</a>.</p> + +<p>Soo veel d’rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de +rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int +hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen<a class= +"noteref" id="xd0e4093src" href="#xd0e4093">108</a>; zij vermogen den +Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met raet en daet te +adsisteeren; dit sijn d’grootste naest den Coninck in aensien, +continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer leven langh ofte +tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen alle andere officieren +aan ’t hoff dependeerende ofte tot datse tot hooger staet +geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende vordere soo hooge +als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de meeste worden, om +eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer tijt gelicht, alsoo +selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te dienen; den Coninck heeft +altijt overal sijn verspieders<a class="noteref" id="xd0e4101src" href= +"#xd0e4101">109</a> om van alles goede informatie van d’regeringh +te nemen, soodat d’officieren dickmaels met d’doot ofte een +eeuwigh bannissement besueren moeten.</p> + +<p>Wat d’incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen +belangt, den Coninck treckt sijn incomste van ’t gene de aerde +ende zee voortbrengt; heeft in alle steden ende dorpen zijn +packhuijsen, om ’t gewas ofte zijn incomste in te doen, die +jaerlijcx aande gemeene man op intrest tot 10 p<sup>r</sup> +c<sup>to</sup> wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt, +voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren <span class= +"pagenum">[<a id="pb37" href="#pb37">37</a>]</span>van haer eijgen; die +in Conincx dienst zijn, van ’t rantsoen dat den Coninck haer +toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer de huijsen +soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder naer zijn +groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de oncosten +vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden die geen +soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst daertoe hij +geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle cleijnigheden +die tot onderhout van ’t lant van nooden is; de ruijters en +soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden ofte +ƒ 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters +en soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets +te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck.</p> + +<p><span class="leftnote">[21]</span>Wat d’swaerste crimen ende +straffen daer toe sijn aangaet, die hem tegen den Coninck stelt ofte +uijt ’t rijck souckt te stooten, worden met hare geheel geslacht +uijtgeroeijt; hare huijsen worden tot den gront toe afgebrooken, daer +vermach niemand een bequaem huijs weder op te setten, ende alle hare +goederen ende slaven geconfisqueert te proffijte van ’t lant ofte +aan andere wegh geschoncken; eenige sententie die bijden Coninck gevelt +ende bij imand tegengesprooken wort, deselve worden mede seer +swaerlijck metter doot gestraft, gelijck bij onsen tijt is geschiet des +Conincx broeders vrouw, die vermaert was met d’naelde wel te +connen om gaen; liet den Coninck haer voor zich een rock maken, sij +eenigen haet opden Coninck hebbende, naeijde daer eenige toverije in, +soo dat wanneer den Coninck den rock aen hadde, noijt conde rusten, den +Coninck deselve latende los tornen ende visiteren, vont tselve daerin, +waerover hij de voorsz. vrouw liet in een camer setten, waer van de +vloer van copere platen gemaect was, ende vuijr daeronder stooken, +totdat sij doot was; een van hare vrunden sijnde doen ter tijt een +stadthouder van grooten afcomste en ten hove in grooten aensien, +schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te meer gelijck sij was, +wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, een vrouw meer als een +man behoorde te verschoonen; waer over hem den Coninck liet ophalen; +naer dat op eenen dagh 120 slagen op d’scheenen gecregen hadde, +’t hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende slaven +geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen ’t +geslacht<a class="noteref" id="xd0e4126src" href="#xd0e4126">110</a> +niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, wort aan een +wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde gedolven, +met een houte saeg <span class="pagenum">[<a id="pb38" href= +"#pb38">38</a>]</span>daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert +edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, tot +dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve +stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken, +worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert; +deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d’gemeene man over +haer gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die +zijn vrouw om ’t leven brengt ende weet te bewijsen daertoe +eenige redenen gehad te hebben, ’t sij door overspel ofte +andersints, wort daer over niet aengesprooken, ten sij het een slavin +is, moet dan deselve haer Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer +Meester om hals brengen worden met groote tormenten gedoot; een heer +magh sijn slaeff om een cleijne reden ’t leven benemen. Moorders +worden op d’selve maniere, nadat sij verscheide malen onder +d’voeten geslagen sijn, gelijck sij de moort gedaen hebben, +gestraft; dootslagers straffense aldus: den overleden wassen zij met +asijn, vuijl en stinckent water ’t geheele lichaem, ’t +welck sij den misdadiger door een trechter inde keel gieten, soo lange +’t lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden buijck tot dat +hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe staet, soo wort +deselve hier <span class="leftnote">[22]</span> veel gepleeght, worden +allenxkens onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een +getrouwde vrouw overspel doet of d’selve vervoert, worden beijde +tot spot somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, ’t +aengesicht met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een +trommeltje opden rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn +overspeelders, door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op +d’billen gestraft; die de incomste vanden Coninck off ’t +landt niet op en brengt worden 2 a 3 mael ’s maents voorde +scheenen geslagen, tot dat hij ’t opbrengt, ofte van cant is; +compt hij te overlijden, moeten de vrunden het opbrengen, soodat den +Coninck ofte ’t land van haer incomste noijt en mist; de gemeene +straffe geschiet op d’naecte billen ofte op de kuijten, ende wort +bij haer voor geen schande gereekent, door dien om een woort spreekens +licht daer toe connen geraaken; de gemene gouverneurs vermogen sonder +licentie van haren stadthouder niemand ter doot verwijsen ende crimen +’t landt rakende niemand sonder kennisse van den Coninck; +’t slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een stoeltje de +beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand breet boven +d’ voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer sij +tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter ront, +voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken off van +essen <span class="pagenum">[<a id="pb39" href= +"#pb39">39</a>]</span>hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 +slagen; 3 a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met +d’Justitie voortgaen, totdat se volbracht is; die zij ten eersten +willen doot hebben, die worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een +arm dick dicht onder de knien geslagen; onder de voeten te slaen +geschiet aldus; sittende op d’ aerde worden de groote thoonen bij +malcanderen gebonden ende bij een hout opgehaelt die tussen haer dijen +staet; met ronde stocken een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder +d’ballen van de voeten soo veel slagen als den rechter belieft; +op dese maniere peijnigen sij mede alle misdadigers; op d’billen +te slaen wort aldus gedaen, strijcken de broecken affende leggen se +vlacq op d’aerde neer ofte op een banckje gebonden, de vrouwen om +schaemts halven laten een enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te +treffen, makent selve eerst nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, +boven ront onder een hand breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen +teffens wort naest de doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm +ende een vinger dick die voor de kuijten geslagen worden, staen<a +class="noteref" id="xd0e4136src" href="#xd0e4136">111</a> op een +banckje de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten +lancq als ’t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van +de omstaende rackers dat ’t selve somtijts meer schrick als +’t slaen aenjaeght; de kinderen worden met cleijne [teentjes] op +de kuijten gestraft; daer sijn nog meer andere straffen, dog hier te +lange om te verhalen<a class="noteref" id="xd0e4151src" href= +"#xd0e4151">112</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">[23]</span> Wat haer godtsdienst<a class= +"noteref" id="xd0e4163src" href="#xd0e4163">113</a>, tempels, papen +ende secten belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige +superstitie, maer achten haer overheijt meerder dan d’afgoden; +d’grooten ofte edele weten daer gants niet van, om haer afgoden +eenige eer te bewijsen, <span class="pagenum">[<a id="pb40" href= +"#pb40">40</a>]</span>achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo +wanneer imand ’t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt +bij de papen eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, +alwaer dan haer vrunden ende bekenden mede comen; ’t gebeurt +somtijts bij aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare +vrunden ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om +d’offerhande bij te zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden +overleden; alle feestdagen comen sommige gemeene burgers ende boeren +voor de afgoden haer reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje +in een potje met vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant +offeren, ende nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder +yets meer te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die +wel doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor +straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent, +ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen; +disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door +’t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs +twee mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met +’t geheele cloosters volcq met cloppen op d’beckens, +trommels ende andere instrumenten. d’Cloosters ende tempels die +seer veel sijn, leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts +jurisdictie bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in +sijn, ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al +10, 20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In +yder huijs heeft de outste ’t commando. Indien eenige comen te +misdoen, mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer +soo de misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer +sij onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer +goet, alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden +als ’t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende +worden niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die +zij opbrengen ende ’t wercq dat sij voor ’t lant doen +moeten; d’opper papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer +geleertheijt comt, worden onder d’geleerde van ’t lant +gereekent; dese worden Conincx papen genaemt, voeren een lants zegel +ende doen justitie als de gemeene gouverneurs wanneer sij +d’cloosters gaen visiteren; rijden te paert, ende worden groote +eere bewesen; alle papen mogen niet eten dat leven ontfangen heeft, +ofte van comen can; sijn ’t hair ende baert cael geschooren; +mogen bij geen vrouwen converseeren; diegene die dese geboden overtreet +worden met 70 a 80 slagen opde billen gestraft <span class="pagenum"> +[<a id="pb41" href="#pb41">41</a>]</span>ende uijt ’t clooster +gebannen; soodrae haer ’t hair wort afgeschooren worden se op +haer eenen arm gemerct<a class="noteref" id="xd0e4182src" href= +"#xd0e4182">114</a>, soo dat men altijt can sien dattet een paep is +geweest; de gemeene papen moeten haer costen met arbeijden, coophandel +ende bedelen bescharen<a class="noteref" id="xd0e4193src" href= +"#xd0e4193">115</a>; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om +d’selve wel te leeren lesen en schrijven; als d’selve +geschooren zijn, houdense voor haer dienaers; <span class="leftnote"> +[24]</span> al wat sij winnen ofte bescharen is voor hare Meester tot +dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen sijn deselve hare +erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, twelc de vrij gegevene +mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij haer gelijck een vader +zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; daer is nog een ander +soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen der beelden ende eeten +der spijse, dese sijn niet geschooren ende mogen trouwen<a class= +"noteref" id="xd0e4199src" href="#xd0e4199">116</a>. d’Cloosters +ende tempels worden vande grooten ende gemeene man gebout, yder geeft +daer toe nae sijn vermogen; de papen doen den arbeijt voor de cost ende +weijnigh salaris die haer vande paep, die vande gouverneur vande stadt +daer ’t clooster ofte tempel onder sorteert over ’t bewint +gestelt is, gegeven wort; sij seggen mede dat inde oude tijden de +spraeck al eens was, ende door ’t bouwen van een toorn daer mede +sij inden hemel wilden climmen, door de gantsche werelt verandert is; +den adel om haer vermaeck met hoeren en ander geselschap te nemen, gaen +dickmaels inde cloosters, alsoo d’selve seer plaisierigh int +geberghte ende ’t geboomte leggen, ende voorde beste huijsen van +’t land gerekent worden, soo dat d’selve meer voor +bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, wel te +verstaen d’gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de +vochtigheijt genegen sijn<a class="noteref" id="xd0e4208src" href= +"#xd0e4208">117</a>; daer plegen bij ons inde Conincx stadt, twee +bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van gemeene vrouwen, +waren mede ’t hair kael afgeschooren, aten ende deden +d’beelden <span class="pagenum">[<a id="pb42" href= +"#pb42">42</a>]</span>gelijcke dienst als de papen, worden vanden +Coninck ende grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den +jegenwoordigen Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen<a +class="noteref" id="xd0e4218src" href="#xd0e4218">118</a>.</p> + +<p>Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel +fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien yder +na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs met pannen +decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest met korck, riet +ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een muijr ofte pagger van +malcanderen gescheijden; d’huijsen staen op houte pilaren, +d’muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven worden +houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en van binnen +met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit papier +geplackt; d’vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, +daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm<a +class="noteref" id="xd0e4226src" href="#xd0e4226">119</a> zijn, soo +datse beter keggels als camers gelijck zijn; d’vloer met geolijt +papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, boven met een +cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen cunnen; de +edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder huijs daer sij +haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, nemen daer oocq +haer vermaeck ende doen ’t gene sij te verrichten hebben, waer +voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn is, versiert +met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen en clippen; +d’vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand mogen +gesien worden; de coopluijden ende traije<a class="noteref" id= +"xd0e4234src" href="#xd0e4234">120</a> borgers hebben gemeenlijck ter +sijden haer huijs een catel<a class="noteref" id="xd0e4237src" href= +"#xd0e4237">121</a> om haer dingen te doen en luijden van aansien te +onthalen twelc gemeenlijck met tabacq en arrack geschiet; hare vrouwen +mogen vrij bij ydereen comen praten ende op gast maelen gaen, dog +sitten altijt bijsonder ende <span class="leftnote">[25]</span>tegen de +mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als ’t +gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck +huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en +op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende +groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen +<span class="pagenum">[<a id="pb43" href="#pb43">43</a>]</span>ofte +logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden wegh rijst +ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van ’t een of +’t ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo +veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende +met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij +d’huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen<a class="noteref" +id="xd0e4251src" href="#xd0e4251">122</a>; opden grooten wegh nade +Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor de groote +als gemeene man om te vernachten; d’edelluijden ende die vant +land reijsen, die d’andere wegen passeeren worden bij +d’opper-hooffden vande buerte daerse vernachten de cost ende +slaep plaets bestelt.</p> + +<p>Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int +vierde lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer +ouders ofte vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan +malcanderen gegeven; de meijsjens comen meest d’ouders vanden +jongman thuijs, tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer +soo lange woonen, soo lange sij haer selven connen behelpen; den +bruijdegom moet als hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden +met eenige van sijn vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, +wort van haer ouders ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan +de bruijloft met malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach +sijn vrouw al had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een +ander nemen, maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter +daer van is geset; een man mach soo veel wijven houden als hij +onderhouden ende den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als +’t hem belieft, sonder daer over aengesproocken te worden; hebben +een wijff altijt in huijs dat de naeste is, ende ’t huijs op +hout, de andere woonen buijten in bijsondere huijsen; den adel ofte +grooten hebben gemeenlijck 2 a 3 wijven binnen ’t huijs, dog is +altijt een als gouvernante over de huijshoudingh; ider woont +gemeenlijck appart ende gaet bij degeen die ’t hem belieft; dese +natie achten haer vrouwen niet meer als slavinnen ende om een cleijne +misdaet verstooten deselve; soo d’man d’kinderen niet wil +houden, moet d’vrouw se altemael nae haer nemen, waerover dit +lant soo vol menschen is. <span class="pagenum">[<a id="pb44" href= +"#pb44">44</a>]</span></p> + +<p>D’edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, +bestellen dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven +wel onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende dat +met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende +d’geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor +tot grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; +’t is te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo +connen <span class="leftnote">[26]</span> uijtleggen daerin meest haer +geleertheijt bestaet; in alle steden is een huijs, daer alle jaren voor +de overicheijt ende dengenen die om de regeringe<a class="noteref" id= +"xd0e4267src" href="#xd0e4267">123</a> om hals ofte van cant geraect +sijn, geoffert wort<a class="noteref" id="xd0e4270src" href= +"#xd0e4270">124</a>; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en +wort altijt van haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in +2 a 3 steden bijeencomste<a class="noteref" id="xd0e4278src" href= +"#xd0e4278">125</a> gehouden ende bij d’stadthouder yder in sijn +provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie om +haer ’t examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den +stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g’examineert, soo +hij denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft +’t selve aan ’t hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een +bij een comste gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden +g’examineert te worden; op dese vergaderinge comen alle +d’grootste van ’t landt soo wel die in eenige bedieninge +geweest ende tegenwoordig sijn, alsoo d’eene inde politie ende +d’ander inde militie is gepromoveert, om in beijde hare promotie +te crijgen, om daer sij geordonneert worden bequaem te sijn; den brief +van promotie crijgen zij van den Coninck; dit promoveeren maeckt +meenigh jong edelman tot een out bedelaer, door dien sij haer middelen +die somtijts weijnigh sijn daer mede vernielen, door d’groote +oncosten, schenckagien ende gastmalen die sij moeten doen, de ouders +voor haer kinderen geven ende haer leven eijndigen sonder in eenige +bedieninge te geraken; ’t is haer wel als ’t maer de naem +hebben datse gepromoveert sijn. D’ouders houden veel van hare +kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat wanneer +d’ouders eenige misdaet begaen hebben ende ’t selve +ontlopen, moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede +d’ouders <span class="pagenum">[<a id="pb45" href= +"#pb45">45</a>]</span>voorde kinderen moeten doen; de slaven ofte +diergelijcke nemen weijnigh reguart op hare kinderen, door dien deselve +soodrae eenigen arbeijt connen doen de Meesters naer haer nemen; alle +kinders moeten over haer vader, overleden sijnde, drie, ende over +d’moeder twee jaren rouw dragen, eeten niet anders dan +d’papen, mogen geen bediening waernemen. Imand ’t sij groot +ofte cleijn in bedieninge sijnde ende een van sijn ouders comt te +sterven, moet terstont daer uijt gaen; mogen bij geen vrouwen slapen en +indien sij in die tijt kinderen comen te procureeren worden +d’selve voor hoere kinderen geacht; vermogen niet te kijven noch +te vechten of droncken drincken; dragen dan lange rocken van hennip +linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; om ’t lijf +een gorlos<a class="noteref" id="xd0e4283src" href="#xd0e4283">126</a> +van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, wel een mans arm dicq, ende +diergelijcke touw wat dunder om ’t hooft met bamboese hoetjes op, +een dicke stock ofte bamboes inde handt waeraen sij kennen off +d’vader off moeder doot is, alsoo d’bamboes d’vader +ende d’stock d’moeder beduijt; wassen of <span class= +"leftnote">[27]</span> reijnigen haer selden, soo datse eer molicken<a +class="noteref" id="xd0e4295src" href="#xd0e4295">127</a> als mensen +gelijcken; als daar ymand comt te sterven loopen d’vrunden als +dolle menschen langs de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het +hooft te plucken; sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven +worden, aen bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen +water bij en comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van +binnen vol nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, +gestopt; sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als +d’rijs van ’t velt is; soose inde somer comen te sterven, +worden in huijskens van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, +ende worden als sijse begraven willen, dan weder ’t huijs gehaelt +ende inde kisten met haer clederen ende goet, als boven geseijt is, +geleijt; dragen den dooden ’s morgens met den dach wech, nadat +sij des snachts te vooren wel vrolijck zijn geweest; de dragers doen +niet dan dansen ende singen, de vrunden volgen ’t lijck al +huijllende ende krijtende; den derden dagh gaen de vrunden ende +bekenden weder voor ’t graft offeren ende hebben dan weder een +vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, 5 a 6 voeten met aerde +opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer voor d’groote heeren +haer graven staen veel steenen ende beelden van steen gehouwen, opde +steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende wat sij voor bedieninge +gehadt hebben; allen <span class="pagenum">[<a id="pb46" href= +"#pb46">46</a>]</span>15<sup>en</sup> vande 8<sup>e</sup> maent, alsoo +sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer, +wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert<a class= +"noteref" id="xd0e4306src" href="#xd0e4306">128</a>, dit is de grootste +feestdagh naest ’t nieuwe jaer die sij hebben; daer sijn +waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet doen, die haer +seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en op een goede +plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, ’t gebeurt +wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden.</p> + +<p>Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen +’t gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo +blijft den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten; +de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben +noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part +int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende ’t +geen tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer +d’ouders 80 jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant +van haer goederen doen, achten d’selve dan onbequaem om yets te +regeeren, dog houden haer altijt in groote achtinge; den outsten soon +als vooren int besit gegaen sijnde, laet op ’teijgen erff een +besonder huijs timmeren van<a class="noteref" id="xd0e4327src" href= +"#xd0e4327">129</a> d’ouders, om daer in te woonen ende worden +van de zoons onderhouden.</p> + +<p>Wat d’trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d’couragie +deser <span class="leftnote">[28]</span> natie belangt, sijn seer +genegen tot diverije, liegen en bedriegen, men moet d’selve niet +te veel betrouwen, achtent voor een romeijn stuck als sij imand te cort +gedaen hebben, en wort bij haer voor geen schande gereekent; daerom +hebben voor een gebruijck soo imant in een coopmanschap bedroogen is, +mag daer weder uijt scheijden, van paerden en coebeesten, al wast over +3 a 4 maenden, van landen ende vaste goederen niet langer tot dat +transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende <span class="pagenum">[<a +id="pb47" href="#pb47">47</a>]</span>seer goet van gelooff, wij conde +haer alles wijs maken wat wij wilde, ende d’vreemde luijden +toegedaen, voornamentlijck d’papen; hebben een vrouwenhart +gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat over ettelijcke +jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert vermoort, steden +en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander Jan Jansz. +verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over ’t ijs +quam ende ’t land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden +die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen +waren, alsoo ’t selve voor geen schande gereekent wort ende +beclagen soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; +’t is mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte +portugeese schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen +zijn, deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met +vuijle broecken onverrichter saecke sijn ’thuijs gecomen; mogen +geen bloet sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op +een loopen; sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die +smettelijck zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt +ofte dorp daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo +daer toe gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer +spreeckt, dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, +sullen d’siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer +hantreijckinge te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer +comen kijcken; de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden +terstont met vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen +daer d’sieckte is vol d<sup>o</sup> tacken geleijt tot een teeken +vanden onbekende.</p> + +<p>Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als +onder malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan +d’Japanders van ’t eijland ’t Suissina die aende Z.O. +zijde inde stadt Pousan een logie hebben, die de heer van ’t +selve eijland toecomt, brengen daer peper, sappanhout<a class="noteref" +id="xd0e4342src" href="#xd0e4342">130</a>, alluijn, buffels hoorns, +harte en rochevellen, met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen +in Japan gebrocht worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die +daer vallen en in Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling +<span class="leftnote">[29]</span> op Packin ende d’noorder +quartieren van China, moetent al met <span class="pagenum">[<a id= +"pb48" href="#pb48">48</a>]</span>paerden<a class="noteref" id= +"xd0e4370src" href="#xd0e4370">131</a> over lant doen waerop groote +oncosten vallen, daerom niet dan bij groote coopluijden gedreven wort; +die van des Conincx stad op Packin reijsen ende weder comen, moeten op +’t spoedigste drie maenden onderwegen zijn; de handeling onder +malcanderen geschiet meest met stucke linde<a class="noteref" id= +"xd0e4379src" href="#xd0e4379">132</a>, elcq nae sijn waerdij, +d’groote heeren ende coopluijden handelen wel met silver, maer de +boeren en slechte luijden, met rijs en andere granen.</p> + +<p>Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was vol +weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle +dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter +soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen +recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen, +voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt om +tselve te halen<a class="noteref" id="n48.3src" href="#n48.3">133</a>; +sij en weten niet meer dan van 12 landen ofte coninckrijcken waer van, +nae haer seggen, China den keijser is, ende d’andere in vorige +tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; dat nu ider sijn eijgen +meester is, door dien den Tarter China besit ende de andere niet onder +haer can brengen; den Tarter noemen sij Tieckese ende Oranckaij; ons +lant noemen sij Nampancoeck<a class="noteref" id="xd0e4418src" href= +"#xd0e4418">134</a>, dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt +wort, van ons ofte Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck +hebben sij van de Japanders; <span class="pagenum">[<a id="pb49" href= +"#pb49">49</a>]</span>dese naem is meest onder haer bekent van wegen +den toebacq, alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het +drincken ende planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet +daervan eerst, soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen +was, daerom nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo +sterck gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren +’tgebruijcken, ende nu ter tijt soo wel onder de mans als +vrouwen, weijnigh gevonden worden diese niet en drincken; doen den +tabacq daer eerst gebrocht wiert gaven voor yder pijp een maes silver +ofte de waerdij daervan; Nampancoeck is bij haer voor een vande beste +landen vermaert; haer oude schriften vermelden datter 84000 landen +sijn, dog wordt bij haer maer voor een fabel geacht, seggen datter de +eijlanden, clippen ende rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de +son in een etmael niet en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij +haer eenige landen noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het +namen van steden en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als +Siam strecken.</p> + +<p>Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van +nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en +hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de zij +niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; als +mede silver<a class="noteref" id="xd0e4425src" href= +"#xd0e4425">135</a>, ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende meer +andere goederen; sij konnen haer selven met d’medecijn die daer +vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct, +alsoo d’doctoors bij de grooten in dienst sijn ende +d’gemeene man tegen <span class="leftnote">[30]</span> +d’oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; de +gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, wiens +raet zij doen en volgen, ’t sij met offeren op ’t +geberghte, aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den +duijvel om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, +alsoo den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken +ende vernielen.</p> + +<p>De maten, ellen ende gewichten, soo veel ’t lant ende de +coopluijden <span class="pagenum">[<a id="pb50" href= +"#pb50">50</a>]</span>aangaet, sijn door ’t geheele land eguael<a +class="noteref" id="xd0e4441src" href="#xd0e4441">136</a>, maer onder +de gemene man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt +gepleegt, den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den +ontfanger te swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij +veele gouverneurs goede opsicht op wort genomen, kennen ’t selve +egter niet afbrengen, doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht +gebruijct; eenige munte is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen +op de grensen van China gangbaer sijn; ’t silver geven sij bij +’t gewichte uijt, sijn groote en cleijne stucken, gelijck het +schuijt silver in Japan.</p> + +<p>Het vee ende ’t gevogelte datter is, sijn dese: paerden, +koebeesten; stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met +meenighte; d’lantman gebruijcken d’koebeesten en stieren om +’t landt te ploegen, den reijsende ende coopman de paerden om +haer goet te voeren; tijgers sijnder mede veel, waer van de vellen nae +China en Japan gevoert worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, +honden, vossen, katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende +fenijnigh gedierte, swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, +reijgers, kraenvogels, arenden, valcken, achsters, craeijen, +koeckoecken, duijven, snippen, fesanten, leeuwercken, vincken, +lijsters, kievitten en kuijcken dieven, met meer ander gevogelte, dog +alles in overvloet.</p> + +<p>Sooveel haer spraeck, schrijven<a class="noteref" id="xd0e4453src" +href="#xd0e4453">137</a> en reekenen belanght, haer spraeck is alle +andere spraaken different. Is seer moeijelijck om te leeren, doordien +sij een dingh op verscheijde maniere noemen; spreeken seer prompt ende +langhsaem, voornamenlijck onder d’grooten ende geleerde; +schrijven op driederlij maniere, ’t eerste ofte principaelste is +gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese wijse worden alle +hare boecken gedruct, ende gesz, ’t land ende de overheijt +rakende, gesz tweede, Is<a class="noteref" id="xd0e4473src" href= +"#xd0e4473">139</a> seer radt, gelijck ’t loopent int vaderlant; +wort veel bij d’grooten ende d’gouverneurs gebruijct om +vonnisse in, <span class="pagenum">[<a id="pb51" href= +"#pb51">51</a>]</span>ende apostille op recquesten te stellen, +mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d’gemeene +man niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen +ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, doch +connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer licht ende +beter als met ’t voorgaende schrijven<a class="noteref" id= +"xd0e4478src" href="#xd0e4478">140</a>; dit geschiet alles met +penseelen, seer vaerdigh <span class="leftnote">[31]</span> en rat. Sij +hebben veel geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij +zulcken reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants +altijt ’t opsicht daer over heeft; d’copije ende +druckplaetsen<a class="noteref" id="xd0e4501src" href= +"#xd0e4501">141</a> worden in veele steden ende vastigheden bewaert, om +bij ongeluck van brant ofte andersints daer van niet geheel ontbloot te +sijn; haer almenachen ende diergelijcke boecken worden in China +gemaect, alsoo sij de kennisse niet en hebben om sulcx te doen<a class= +"noteref" id="xd0e4504src" href="#xd0e4504">142</a>; sij drucken met +houte platen, elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij +reekenen met lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int +vaderlant doet; weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen +teijckenen d’inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, +treckent tegen malcanderen af en sien watter overschiet off te cort +comt.</p> + +<p>Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte +zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een +wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem +an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken +voor uijt, yder op ’t fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende +gespel op alderhande instrumenten, agter d’selve comt de guarde +ofte lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d’principaelste +borgers vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij +gemaect vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas +’t gedruijs vande menschen en paerden hooren can; even voorden +Coninck rijt een secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt <span +class="pagenum">[<a id="pb52" href="#pb52">52</a>]</span>met een +beslooten cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te +doen hebben, ’t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders +ongelijck gedaen is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen +crijgen, dat haer ouders ofte vrunden ’t onrecht gestraft sijn +ende andere apellen meer, welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen +gebonden worden ende bij haer agter een muer ofte pagger leggende +worden opgesteeken ende bijde daer oppassende persoonen afgehaelt, den +voornoemden secretaris ofte andere overgelevert, bij hem aanden Coninck +tsijner thuijscomste, ’t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn +Maijesteijt daer op voor ’t laetst gedisponeert te worden, +’twelcq voorde uijtterste uijtspraeck gehouden wort, ende +terstont sonder tegenseggen van imand ter executie gestelt; alle +straten daer den Coninck passeert, worden aen wedersijde afgeslooten, +niemand vermach eenige deur ofte venster open te doen ofte te laten, +veel minder over eenige muer ofte pagger sien, soo wanneer den Coninck +voorbij den adel ofte soldaten passeert, moeten met den rugh naer hem +toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, waerom meest al de soldaten, +met een houtie inde mont gelijck ’t gebit van een paert loopen<a +class="noteref" id="xd0e4516src" href="#xd0e4516">143</a>. Soo wanneer +den Tartarsen gesant comt moet den Coninck in persoon met alle +d’groote heeren buijten de stadt hem <span class="leftnote"> +[32]</span> in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn +logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den +Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende +buijtelaers <span class="pagenum">[<a id="pb53" href= +"#pb53">53</a>]</span>voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende +doet; daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte +versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen in +des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de straten +met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a 3 man die +niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters comen +malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe ’t met +den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle +middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn +heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort<a +class="noteref" id="xd0e4542src" href="#xd0e4542">144</a>.</p> + +<p><span class="leftnote">1662.<a class="noteref" id="xd0e4567src" +href="#xd0e4567">145</a></span>Int begin van ’t jaer den duijren +tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, veel menschen daar door +verslonden, den gemeenen man geen incomste conde opbrengen gelijck +vooren hebben verhaelt, dog d’ eene stadt meer als d’ander +eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die in lage landen ofte +bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt nog eenige rijs +winnen, sonder dat soude ’t geheele land ten naesten bij +uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer conde +geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse vanden +Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste wiert +gegeven, in geen ander stadt conde setten.</p> + +<p>Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in +<span class="pagenum">[<a id="pb54" href="#pb54">54</a>]</span>drie +andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh<a class="noteref" id= +"xd0e4574src" href="#xd0e4574">146</a> 12: Sunischien<a class="noteref" +id="xd0e4577src" href="#xd0e4577">147</a> 5: Namman<a class="noteref" +id="xd0e4583src" href="#xd0e4583">148</a> 5 man, sijnde doen nog 22 +sterck; over dit verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door +aldaer van huijsen, huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse +redelijck versien waren, ’t selve met groote moeijten gecregen +ende nu verlaten mosten, in een nieuwe stadt comende om d’duijre +tijt daer niet licht weder aen te comen soude sijn, dog is dese +droeffheijt voorder terecht gecomen<a class="noteref" id="xd0e4586src" +href="#xd0e4586">149</a> tot groote blijschap verandert.</p> + +<p>Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende +sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten +bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken en +ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, dog +d’gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende +Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een stadt +alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in een stadt, +den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij des ander +daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die aldaer +bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in <span class= +"leftnote">[33]</span> een lantspackhuijs vernachten; des morgens met +den dagh stonden op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden +bijden ons daer brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off +admirael vande provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die +ons terstont van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet +ons rantsoen als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet +sachtsinnig man te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; +drie dagen nae sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, +twelcq een straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete +son ende swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den +avont voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen +halen, door dien d’sulcke niet en doen als haer dienaers ende +ondersaten, int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om +dat yder de beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere +arbeijt te last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen +menschen te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; +wij suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met <span class= +"pagenum">[<a id="pb55" href="#pb55">55</a>]</span>groote droeffheijt, +de winter nu op handen comende, door d’quade jaren niet meer +hadden als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere +steden nu gelegentheijt hadden haer weder door ’t goet gewas, een +weijnig inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles +voorhielden, dat de helft 3 dagen soude oppassen en d’ander helft +die dagen om wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer +in soude continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog +brochten naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, +soo veel te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 +a 30 dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met +malcanderen deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur +continueerden bleven, twelcq geschiede <span class="leftnote"> +1664.</span>tot int begin van ’t jaer 1664, dat sijn tijt +geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte tweede vande selve +provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder eenen nieuwen +gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende belaste dat +wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden deden, van +tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs te passen ende +uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij bekent te maken +om indient den noot vereijste te weten waer sij ons soucken soude. Wij +danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet mensch verlost waren +ende soo een goet man weder inde plaets gecregen hadden, door dien den +nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende groote vruntschap bewees, +<span class="leftnote">[34]</span> liet ons meijnighmael roepen ende +gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels +waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, daer +op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden +licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh +hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende +zeecant geen vaertuijgen genoch en waren<a class="noteref" id= +"xd0e4602src" href="#xd0e4602">150</a>, waer op wij zijn E: opdiende, +dat ons die <span class="pagenum">[<a id="pb56" href= +"#pb56">56</a>]</span>niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons +den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een +ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij om +geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels sulcx +zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden alle +devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen daer +te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige menschen +wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent ses maenden in +sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx opgehaelt om sijn +straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, lietse om een geringe +sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, wiert daer over bij +den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft ende voor sijn leven +wegh gebannen.</p> + +<p>Int laetste van ’t jaer sagen eerst een ende daernae twee +sterren met staerten, d’eerste int Z.O. die wel twee maenden +gesien worde, de ander int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe +haer verthoonende<a class="noteref" id="xd0e4629src" href= +"#xd0e4629">151</a>, twelcq sulcken verslagentheijt aen ’t hoff +veroorsaeckten dat den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel +liet versorgen, als mede alle vastigheden van victualie en ammonitie +versien, <span class="pagenum">[<a id="pb57" href= +"#pb57">57</a>]</span>de ruijters en soldaten daghelijcx oeffenen<a +class="noteref" id="xd0e4650src" href="#xd0e4650">152</a>, niet anders +denckende, dan dat haer d’een of d’ander opden hals comen +soude<a class="noteref" id="xd0e4668src" href="#xd0e4668">153</a>, +verboot mede bij avont geen licht ’t sij inde huijsen ofte op +’t land aande zeecant leggende te branden; den gemeenen man +maeckten haer goetjen meest op, behielden meest soo veel om tot +aenstaende rijs snijden te mogen leven, te meer door dien eer dat den +Tarter het land innam, diergelijcke teekens aen den hemel hadden +gesien<a class="noteref" id="xd0e4674src" href="#xd0e4674">154</a>, +gelijck mede doen den Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog +bangh voor waren; d’grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh +waer dat wij quamen, wat men seijde in ons land, als sulcx gesien +worde, seijde daer op dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden +hemel gehouden wiert ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en +quade siecte beduijde twelcke sij met ons affi[r]meerden.<a class= +"noteref" id="xd0e4686src" href="#xd0e4686">155</a></p> + +<p><span class="leftnote">[35]</span><span class= +"leftnote">1665.</span>Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons +best om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom +gestooten; hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs +beschaerde ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken +of den Almogenden ’t eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde +verleenen; onse maets inde twee andere steden die door ’t comen +ende gaen van hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door +dien de gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten +met malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme +gevangens in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij +ons int <span class="pagenum">[<a id="pb58" href= +"#pb58">58</a>]</span>leven lieten ende sooveel gaven dat wij van +honger niet souden sterven.</p> + +<p><span class="leftnote">1666.</span>Int begin van ’t jaer +raeckten wij onsen goeden vrunt weder quijt, door dien sijn tijt +g’expireert ende vanden Coninck met een grooter bedieningh +begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel vruntschap bewesen, +was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt seer bemint, vanden +Coninck ende grooten om sijn goede regeringe ende kennisse die hij +hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten verbeeteren ende goede +ordre op d’zee lant<a class="noteref" id="xd0e4707src" href= +"#xd0e4707">156</a> en oorloghsjoncken gehouden in sijn tijt, twelcq te +hove soo hoogh wiert genomen dat den Coninck hem met soodanige offitie +begiftichden; drie dagen nae sijn vertrecq, alsoo d’zee cant niet +lang sonder opperhooft, den ouden voorde comste vande nieuwe ontrent de +stadt, daer niet uijt mag gaen, sij oocq een goeden dagh bij +d’waerseggers haer aanwijsende<a class="noteref" id="xd0e4710src" +href="#xd0e4710">157</a>, waernemen om in een stadt ofte bedieninge te +mogen comen, quam den nieuwen gouverneur die ons d’selve lesse +wilden leezen, die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert +hadde, maer sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle +dagen padie souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte +diergelijcke vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, +dat wij van ’t rantsoen even costen eeten ende genoch te doen +hadden om met bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te +crijgen, dat ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, +datse ons geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, +ende dan sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in +Japan als anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen +meer, waerop ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, +ende daernae wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te +reguleren, maer ’t was metter haest anders met hem verkeert, +alsoo cort daer aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt +vanden constapel den brant inde kruijtkist<a class="noteref" id= +"xd0e4719src" href="#xd0e4719">158</a> raeckte, ’twelcq ’t +voorste van ’t <span class="pagenum">[<a id="pb59" href= +"#pb59">59</a>]</span>jonck, door dien de kist altijt voorde mast +staet, meest wech nam ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq +ongeluck hij meijnde te <span class="leftnote">[36]</span>verbergen +ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer viel anders uijt door +dien d’verspieders die der altijt ontrent sijn, ende vanden +Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder haest +geopenbaert hebben, die ’t selve terstont aan ’t hoff +schreef, den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen +voorde scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, +meest omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te +nemen sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen.</p> + +<p>In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d’ +voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem +touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck was +te doen, twelcq wij hem seijde ende als d’voorgaende gouverneur +gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in +geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan, +indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten; +indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen +hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te +verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn +naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo +tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger +sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van ’t +arbeijden ende uijtplucken van ’t gras nog wel indachtigh was, +ende soude ’t met ’t oppassen ende pijllen halen mede sijn +voortganck genomen hebben, ten ware wij soo een uijtnemende goet +gouverneur gecregen hadde, ende in sijn tijt met bedelen ons best +hadden gedaen, om soo veel te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 +dubbelt te connen betaelen, alsoo anders voor ons daeraen niet licht te +comen soude geweest sijn; sochten dan alle middelen ter werelt om aen +een vaertuijg te comen, willende liever onse cans eens wagen dan altijt +met sorge, droeffheijt en in slavernije bij dese heijdense natie te +leven, daer ons dagelijcx van een parthije wangunstige menschen alle +verdriet wiert aengedaen; vonden ten laetsten goet, om door een +Coreijer sijnde onsen buerman ende goede bekende die dagelijcx in ons +huijs quam ende dickmaels met cost ende dranck van ons gevoet wiert, +d’selve ’t een en ’t ander inde mouw te steeken, een +vaertuijg te laten coopen onder schijn van met ’t selve op +d’eijlanden wol te <span class="pagenum">[<a id="pb60" href= +"#pb60">60</a>]</span>gaen bescharen, hem voorder beloovende, wanneer +wij van ’t wol bedelen quamen, om d’selve daer door meer +t’animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te +beloonen; die terstont daer nae <span class="leftnote"> +[37]</span>vernam ende van een visser een vaertuijg cocht; wij hem +d’betalinge ter handt stelden ende ’t vaertuijgh ons +overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was, +scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert, +seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot man +soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen<a class="noteref" id= +"xd0e4742src" href="#xd0e4742">159</a>, dog stelden hem egter tevrede, +ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese meer siende op +’t gelt als op ’t ongemack dat te verwachten stont ende wij +op d’cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont +versagen ’t vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en +alle ’t gene van nooden hadden, om met d’eerste quartier +maens, alsoo ’t dan daer d’beste weer is ende ’t inde +wijffel maent<a class="noteref" id="xd0e4751src" href= +"#xd0e4751">160</a> was, onse hielen te lichten, biddende dat den +Almogende onsen Lijtsman wilde sijn; twee van onse maets te weten den +onderbarbier Matheus Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt +de stadt Sunichien ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen +dickmaels deden, die wij ’t selve voorhielden ende met ons wel +haest overeenquamen ende mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in +deselve stadt woonachtig, was in de navigatie ervaren, gingh een van +ons volcq hem waerschouwen dat alles claer ende gereet was; inde stadt +comende bevont denselven bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen +was, nog 15 mijl verder gelegen; die hem terstont daer van daen haelden +ende in vier dagen al weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt +soo heen als weder ontrent <span class="pagenum">[<a id="pb61" href= +"#pb61">61</a>]</span>50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter +degen over ende maeckten den 4<sup>en</sup> September alles claer, +versagen ons van branthout om met d’onderganck vande maen ende +een voor eb<a class="noteref" id="xd0e4774src" href="#xd0e4774">161</a> +het ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer +al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder +achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg +brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met +malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water ende +coock potten met ’t geen meer van nooden hadden int vaertuijg, +gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in ’t +vaertuijg waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant +voeren, ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien +hebbende, d’ stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, +gepasseert sijnde, cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten +’t seijl bij en lietent de baij uijt staen<a class="noteref" id= +"xd0e4789src" href="#xd0e4789">162</a>, ontrent den dagh passeerden een +vaertuijg die ons preijde<a class="noteref" id="xd0e4792src" href= +"#xd0e4792">163</a>, dog en gaven geen antwoort uijt vreese oft een +wacht mochte geweest sijn.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p07.gif" alt="" width= +"720" height="490"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb62" href="#pb62">62</a>]</span></p> + +<p>Des anderen daeghs sijnde den 5<sup>en</sup> September met ’t +opgaen van de son wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op +een vricken, uijt vreese of sij ons mogten naer volgen ende door +’t seijl niet bekent ’t <span class="leftnote"> +[38]</span>worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt den +westen, maeckten ’t seijl weder bij, onsen cours bij gissinge +Z.O. aensettende; tegen den avont begon ’t heel stijf te coelen +uijt d’selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree +agteruijt, waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden.</p> + +<p>Den 6<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens waren dicht bij een van de +eerste Japanse eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, +savonts waren, soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij +Firando ende alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die +cust ons onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht +waren, seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten +leggen om in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, +dat eerst seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten +’t landt.</p> + +<p>Den 7<sup>en</sup> d<sup>o</sup> seijlden met slappe coelte ende +variable winden langs de eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde +nevens malcanderen lagen), om boven d’selve te comen; ’s +avonts vrickte na een eijlantje, om des naghts daer onder te anckeren, +door dien de lucht seer windigh sag, maer sagen soo veel blick vieren<a +class="noteref" id="xd0e4823src" href="#xd0e4823">164</a> vande +eijlantjes, dat wij beter agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo +met een labber coelte, de wint van agteren, den geheelen nacht +door.</p> + +<p>Den 8<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bevonden ons op d’selve +plaets daer wij savonts geweest hadde, dochten ’tselve door de +stroom geschiet te sijn; staken in zee om soo beter boven +d’eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee gecomen zijnde +cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij genoch te doen +hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d’wal te crijgen ende +een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; half middag +quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende aten sonder +te weten wat voor eijlanden waren; d’ Inwoonders voeren ons +somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont ’t weer +wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee +houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende +ander zijde van d’baij aen landt, wij dit siende lichten <span +class="pagenum">[<a id="pb63" href="#pb63">63</a>]</span>terstont ons +ancker ende maeckten ’t zeijl bij ende sochten soo met vricken +als zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh +haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet had +tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie uijt de baij +sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met stocken ende +bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, maer siende naer +dat wij wel gehoort hadden ’t Japanders geleeken ende ons wesen +waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince vlaggetje—dat +daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse eijlanden <span +class="leftnote">[39]</span>quamen te vervallen, haer te +verthoonen,—opstaken en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij +’t seijl souden strijcken ende binnen vricken, gelijck wij als +verwonnen sijnde terstond deden; quamen ons aen boort ende namen den +man die aen ’t roer sat in haer vaertuijg over; cort daeraen +boucheerden<a class="noteref" id="xd0e4839src" href="#xd0e4839">165</a> +ons voor een dorp al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw +wel vertuijde, ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden +voorgaenden man nog een over die sij beijde aan lant brachten ende haer +ondervragende, dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles +in roer, ten leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; +wij sagen malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse +cost nu al gecoockt<a class="noteref" id="xd0e4848src" href= +"#xd0e4848">166</a> was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude +beduijden dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons +wat trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, +het niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d’ +nacht quam daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan +boort alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, +de derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat +wij Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in +Nangasaky waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij +tevreden souden zijn, dattet eijland van Goto, d’inwoonders +Japanders waren, ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van +daen quamen, waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer +wij vandaen quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons +schip op een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te +gaen, om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat +beter gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect +hadden, dat alle vreemde natie die op d’Japanse eijlanden <span +class="pagenum">[<a id="pb64" href="#pb64">64</a>]</span>vervallen +dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater +geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh.</p> + +<p>Den 9: 10 en 11<sup>en</sup> d<sup>o</sup> bleven ten ancker leggen +en wierden int vaertuijg ende d’aen lant sijnde als vooren wel +bewaert; versagen ons van toespijs, water, branthout, en ’t gene +meer van nooden hadden; deckten ’t vaertuijg, door dient gestadig +regende, met strooje matjes om daer in droog te sitten.</p> + +<p>Den 12<sup>en</sup> versagen ons van alles voorde reijs na +Nangasacky; smiddaghs lichten ’t ancker ende quamen tegen den +avont aende binne sij van ’t eijland voor een dorp ten ancker +alwaer wij dien nacht bleven leggen.</p> + +<p>Den 13<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met sonnen opgangh gingh den +voorsz. derde persoon in sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven +ende goederen die aen ’t Keijsers hoff mosten wezen; lichten +d’anckers, worden met twee groote en twee cleijne barcken +geconvoijeert; de twee aen lant gebrochte <span class="leftnote"> +[40]</span>maets voeren met een vande groote barcquen over, ende quamen +op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde baij ende +ontrent middernacht op d’rheede voor Nangasackij ten ancker ende +sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; waren +vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder daervan +yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs presenteerde +door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p08.gif" alt="" width= +"720" height="486"></div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb65" href="#pb65">65</a>]</span></p> + +<p>Den 14<sup>en</sup> d<sup>o</sup> smorgens worden te samen aen lant +gebracht, ende van ’s Comp<sup>es</sup> tolcken verwellecompt, +die ons van alles ondervraeght<a class="noteref" id="xd0e4892src" href= +"#xd0e4892">167</a> hebben, en ’t selve bij haer op ’t +papier gestelt sijnde den gouverneur overgelevert, tegen den middag +wierden voorden gouverneur gebracht, ende ons d’agterstaende +vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons als daernevens staet +geantwoort was; den gouverneur prees ons seer dat wij ons vrijheijt +over soo een wijt water met groot perijckel ende soo een cleijn out +onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, belastende d’tolcken +ons op ’teijland bij d’opperhooft te brengen; daer comende +worden van d’E: Willem Volger opperhooft, S<sup>r</sup> Nicolaes +de Roeij tweede persoon ende sijn E<sup>s</sup> vordere bijhebbende +suppoosten wel onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren +gesteeken, waer voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene +sijnen geluckigen segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den +goeden Godt niet genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo +veel droef heijt ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo +genadelijck heeft verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets +mede soodanige verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie +mogen geraken, waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn.</p> + +<p><span class="leftnote">[41]</span> Den eersten October<a class= +"noteref" id="xd0e4905src" href="#xd0e4905">168</a> is d’ +h<sup>r</sup> Volger van ’t eijland ende den 23<sup>en</sup> +d<sup>o</sup> uijt d’baij vertrocken met seven schepen; wij sagen +de schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt +hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den +Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden.</p> + +<p>Den 25<sup>en</sup> d<sup>o</sup> worden vanden tolcq van ’t +eijland gehaelt ende voort bijde gouverneur gebrocht, die +d’voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder voorhielden, ende +wiert als vooren bij ons daer op geantwoort<a class="noteref" id= +"xd0e4925src" href="#xd0e4925">169</a>; sijn door d’tolcken doen +weder op ’t eijland gebrocht.</p> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Vragen bijden gouverneur van Nangasackij ’t +onser eerste aancomste ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als +onder ider vrage staet daer op geantwoort.</h3> + +<p>Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen. +<span class="pagenum">[<a id="pb66" href="#pb66">66</a>]</span> +Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen.</p> + +<p>2.</p> + +<p>Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip.</p> + +<p>dat wij A<sup>o</sup> 1653 den 16<sup>en</sup> Augustij ’t +jacht de Sperwer, door een storm die vijf dagen duerde, hadden +verlooren.</p> + +<p>3.</p> + +<p>Waer dat wij ’t schip hadden verlooren, hoe veel man en +geschut op hadden.</p> + +<p>Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt, +hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken.</p> + +<p>4.</p> + +<p>Hoeveel ’t Quelpaerts eijlant van ’t vaste lant afleijt +ende de gelegentheijt van dien.</p> + +<p>Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van ’t vaste land. Is +seer volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen.</p> + +<p>5.</p> + +<p>Waer dat wij met ’t schip van daen quamen, en of wij ergens +aangeweest waren.</p> + +<p>Dat wij den 18<sup>en</sup> Junij A<sup>o</sup> voorsz. van Batavia +naer Taijouan gedestineert waren, op hebbende d’h<sup>r</sup> +Caser om aldaer als gouverneur d’heer Verburgh te verlossen.</p> + +<p>6.</p> + +<p>Wat onse ladinge was ende waer met d’selve naer toe wilde ende +wie doen alhier opperhooft was.</p> + +<p>Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte +vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat +d’h<sup>r</sup> Coijet als doen regeerende opperhooft was.</p> + +<p>7.</p> + +<p>Waer ’t volcq, goederen en geschut was gebleven.</p> + +<p>Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat +naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh +inportantie ende den ommegangh van d’selve sij niet en +wisten.</p> + +<p>8.</p> + +<p>Naer t verlies van ’t schip wat sij ons deden.</p> + +<p>Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles +<span class="leftnote">[42]</span> goets, gaven ons eten en +drincken.</p> + +<p>9.</p> + +<p>Of wij eenige last hadden om d’Chineesen ende andere joncken +te nemen ofte op de Chineese cust te rooven. <span class="pagenum">[<a +id="pb67" href="#pb67">67</a>]</span></p> + +<p>Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door +den storm op de cust van Coree vervallen waren.</p> + +<p>10.</p> + +<p>Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons +schip hadden gehadt.</p> + +<p>Niet dan Comp<sup>es</sup> dienaers.</p> + +<p>11.</p> + +<p>Hoe lange wij op ’t eijland hebben geweest ende waer van +’t selve naer toegebracht sijn.</p> + +<p>Naer dat ontrent 10 maenden op ’t eijland geweest waren, sijn +door den Coninck naer ’t hof ontboden, d’welcke ’t +selve is houdende in d’stad Sior.</p> + +<p id="vraag12">12.</p> + +<p>Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen +waren.</p> + +<p>Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van ’t vaste land, +reijsden doen nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te +lande in alles 90 mijlen van malcanderen.</p> + +<p>13.</p> + +<p>Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer +gedaen hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven.</p> + +<p>Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn +gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70 +cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van +cleederen.</p> + +<p>14.</p> + +<p>Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer +nae toe.</p> + +<p>Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter +waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog sulcx +misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado +gebannen.</p> + +<p>15.</p> + +<p>Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn.</p> + +<p>Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en +wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn +alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen.</p> + +<p>16.</p> + +<p>Of wij niet en wisten hoe groot ’t land van Coree is.</p> + +<p>Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl, +breet <span class="pagenum">[<a id="pb68" href="#pb68">68</a>]</span>O. +en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 steden met +<span class="leftnote">[43]</span> veel groote ende cleijne +eijlanden.</p> + +<p>17.</p> + +<p>Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden +gesien.</p> + +<p>Niet dan een Hollander Jan Janse die A<sup>o</sup> 1627 met een +jacht van Taijouan naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust +vervallen sijn, bij gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de +boot naer land te varen ende dat sij met haer 3 van die van ’t +land gevat waren, dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter +’t land innam, waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die +van wegen den oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht.</p> + +<p>18.</p> + +<p>Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven +woonachtigh was.</p> + +<p>De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien +jaren niet hadden gesien, door dien aan ’thof woonde, ende +geseijt wiert van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij +overleden was.</p> + +<p>19.</p> + +<p>Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is.</p> + +<p>Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq +eenige cleijne stuckjes.</p> + +<p>20.</p> + +<p>Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn.</p> + +<p>De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op ’t hooge +geberghte eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, +die altijt van victualie voor drie jaren versien zijn.</p> + +<p>21.</p> + +<p>Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben.</p> + +<p>Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant +met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes +daer op.</p> + +<p>22.</p> + +<p>Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten +opbrengen.</p> + +<p>Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt +halen, brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons +onbekent.</p> + +<p>23.</p> + +<p>Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken +<span class="leftnote">[44]</span> te brengen. <span class="pagenum"> +[<a id="pb69" href="#pb69">69</a>]</span></p> + +<p>Zij hebben naer ons gevoelen ’t selve geloof vande Chineese, +haer manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn +gevoelen te laten.</p> + +<p>24.</p> + +<p>Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden +bedient.</p> + +<p>Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel +beelden staen ende worden bedient (naer ons duncken) op +d’Chineese manier.</p> + +<p>25.</p> + +<p>Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen.</p> + +<p>Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen +moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen.</p> + +<p>26.</p> + +<p>Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen.</p> + +<p>Gaen meest gecleet op d’Chineese maniere, dragen hoeden, +sommige van paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen +met kousen en schoenen.</p> + +<p>27.</p> + +<p>Offer veel rijs ende andere granen wast.</p> + +<p>Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren, +door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge jaren +grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck A<sup>o</sup> 1660, 1661 en +1662 meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen, +maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, alsoo +daer geen rijs door de coude can wassen.</p> + +<p>28.</p> + +<p>Offer veel paerden ende koebeesten zijn.</p> + +<p>Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren +herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog bleef +continueeren.</p> + +<p>29.</p> + +<p>Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op +andere plaetsen eenigen handel dreven.</p> + +<p>Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een +logie hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in +Packin.</p> + +<p>30.</p> + +<p>Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest.</p> + +<p>Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. <span class="pagenum"> +[<a id="pb70" href="#pb70">70</a>]</span></p> + +<p>31.</p> + +<p>Waermede sij onder malcanderen handelen. <span class="leftnote"> +[45]</span></p> + +<p>Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den +gemene man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer +zijn waerdije, rijst ende andere granen.</p> + +<p>32.</p> + +<p>Wat handel sij op China drijven.</p> + +<p>Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij +trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede sijde +stoffen.</p> + +<p>33.</p> + +<p>Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn.</p> + +<p>Hebben ’t sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige +silvermijnnen geopent, waervan den Coninck ’t vierde part geniet, +dog van andere mijnnen hebbe niet gehoort.</p> + +<p>34.</p> + +<p>Hoe sij d’ wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse +vervoert wort.</p> + +<p>De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij +haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt +opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert.</p> + +<p>35.</p> + +<p>Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast +is.</p> + +<p>Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh, +die des winters door de coude ende des somers door ’t ongedierte +gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters +over teijs om de sekerheijt.</p> + +<p>36.</p> + +<p>Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet.</p> + +<p>Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en +d’gemeijne gouverneurs alle drie jaren vernieuwt.</p> + +<p>37.</p> + +<p>Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben +gewoont ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel +aldaer overleden sijn.</p> + +<p>Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben +gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs en +mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; in die +tijt storven elff man. <span class="pagenum">[<a id="pb71" href= +"#pb71">71</a>]</span></p> + +<p>38.</p> + +<p>Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve +bieten.</p> + +<p><span class="leftnote">[46]</span> Antwoort: om datter A<sup>o</sup> +1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een stadt ons rantsoen niet conde +opbrengen, verdeijlden ons den Coninck ’t laetste jaer in drie +steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, Namman 5 man, alle mede +steden in Thiellado.</p> + +<p>39.</p> + +<p>Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen +is.</p> + +<p>Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle, +ende in lijfftochten uijtmuntende.</p> + +<p>40.</p> + +<p>Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen +waren.</p> + +<p>Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu +gelegentheijt siende resolveerde met ons 8<sup>en</sup> door te gaen, +alsoo liever eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met +sorge te leven.</p> + +<p>41.</p> + +<p>Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van +’t ander volcq zijn wegh geloopen.</p> + +<p>Waren nog 16 man sterck, met ons 8<sup>en</sup> sonder haer weeten +hadden opgestempt<a class="noteref" id="xd0e5236src" href= +"#xd0e5236">170</a>.</p> + +<p>42.</p> + +<p>Waerom wij haer niet gewaerschout hadden.</p> + +<p>Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den +eersten ende den 15<sup>en</sup> alle maents yder voor sijn stadts +gouverneurs most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te +gaen.</p> + +<p>43.</p> + +<p>Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken.</p> + +<p>Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven, +alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet soude +durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven volcq +wedersent.</p> + +<p>44.</p> + +<p>Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is. +<span class="pagenum">[<a id="pb72" href="#pb72">72</a>]</span></p> + +<p>Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op +Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet en +wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden Tarter +door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht.</p> + +<p>45.</p> + +<p>Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden +ende waerom hij zulcx geweijgert heeft.</p> + +<p>Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben +<span class="leftnote">[47]</span> gedaen, altijt voor antwoort cregen, +dat sij geen vreemde natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer +land bij andere natie niet wilde bekent hebben.</p> + +<p>46.</p> + +<p>Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn.</p> + +<p>Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij +hetselve hebben gecocht.</p> + +<p>47.</p> + +<p>Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt.</p> + +<p>Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh +te loopen naer Japan.</p> + +<p>48.</p> + +<p>Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden.</p> + +<p>Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien +woonden.</p> + +<p>49.</p> + +<p>Hoe verre ’t wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange +onderwegen geweest waren.</p> + +<p>Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen; +eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen, +van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen +dagen.</p> + +<p>50.</p> + +<p>Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder +wilden wegh gaen.</p> + +<p>Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, ’t weer +wat bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen.</p> + +<p>51.</p> + +<p>Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij +daer voor wat hebben geeijst ofte genooten.</p> + +<p>Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer +yets voor te hebben geeijst ofte genooten. <span class="pagenum">[<a +id="pb73" href="#pb73">73</a>]</span></p> + +<p>52.</p> + +<p>Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den +wegh wisten.</p> + +<p>Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in +Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer +’tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was.</p> + +<p>53.</p> + +<p><span class="leftnote">[48]</span>’Tvolcq die daer nog sitten, +haer namen, ouderdom ende waervoor deselve gevaren hebben, en +jegenwoordig woonachtig zijn.</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Johannis Lampen, adsistent</td> +<td valign="top">out</td> +<td valign="top">36:</td> +<td valign="top">jaren.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Hendrick Cornelisse, schieman</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">37:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Claeszen Cock</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">49:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">woonende inde stadt Namman.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jacob Janse quartiermeester</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">47:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Anthonij Ulderic bosschieter</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">32:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Claes Arentszen Jongen</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">27:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">In Saijsungh</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Sandert Basket bosschieter</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">41:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Janse Spelt jongh boots<sup>n</sup></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">35:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p id="vraag54">54.</p> + +<p>Onse namen, ouderdom ende waer voor op ’t schip gevaren +hebben.</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Hendrick Hamel, bouckhouder</td> +<td valign="top">out</td> +<td valign="top">36:</td> +<td valign="top">jaren.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Govert Denijszen: quartiermeester</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">47:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Mattheus Ibocken, onderbarbier</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">32:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Pieterszen: bosschieter</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">36:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Gerrit Janszen: d<sup>o</sup></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">32:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Cornelis Dirckse bootsgesel</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">31:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Benedictus Clercq jongen</td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">27:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Denijs Govertszen: d<sup>o</sup></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">,,</td> +<td valign="top">25:</td> +<td valign="top">-</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p>Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14<sup>en</sup> September +1666.</p> + +<p>Den 25<sup>en</sup> October daer aanvolgende sijn weder voorden +ouden ende nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int +bijsonder voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort.</p> + +<p>Den 22<sup>en</sup> October, ontrent den middagh met de comste +vanden<span class="leftnote">1667.</span> nieuwen gouverneur<a class= +"noteref" id="xd0e5507src" href="#xd0e5507">171</a>, cregen licentie om +te mogen vertrecken, <span class="pagenum">[<a id="pb74" href= +"#pb74">74</a>]</span>waer op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw +sijn aan boort gegaen, om met d’selve in Comp<sup>e</sup> vande +fluijt de Witte Leeuw, na Batavia te vertrecken.</p> + +<p>Den 23<sup>en</sup> d<sup>o</sup> met ’t limieren vanden dagh, +lichten ons ancker ende vertrocken uijt de baij van Nangasackij.</p> + +<p>Den....<a class="noteref" id="xd0e5530src" href="#xd0e5530">172</a> +quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden Godt sij gedanckt +dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen heeft verlost, +daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt onder hebben +gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht.</p> + +<p><a class="noteref" id="xd0e5537src" href="#xd0e5537">173</a> Om +’t voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet ’t selve +soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte van +ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, welcke +rivier op ½ mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al des +Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht wort, de +packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende dan met carren +inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den Coninck sijn hof, +hier onthouden haer den meesten adel ende grootste coopluijden van +’t land, die op China ende met d’Jappanders handelen, alsoo +alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door ’t landt +gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door dien +meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, ende ten +platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men het land aende +westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende oost sijde, veel +clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, voornamentlijck in +ende voorde baijen, daer naer ’t seggen vande Coreese +stuijrluijden de west sijde ’t schoonste van is.</p> +</div> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2769src" id="xd0e2769">1</a></span> “In het oud-Hollandsch +worden de persoonlijke voornaamwoorden zeer veel uitgelaten, soms ten +nadeele der duidelijkheid” (De Haan, Priangan II, bl. 44, noot +8).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2806src" id="xd0e2806">2</a></span> Men vindt: lamiren, lemiren, +limiren, lumiren; de laatste schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. +Japan 21 Maart 1665 “gingen met het <i>limiren</i> van den dagh +onder zeijl”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2814src" id="xd0e2814">3</a></span> “een touw bot +vieren”, een touw tot het einde laten afloopen (Van Dale, <span +class="abbr" title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal"><abbr +title="Groot Woordenboek der Nederlandsche Taal">Gr. Wdb. Ned. +taal</abbr></span>). Volgens eene andere uitlegging zou de juiste +uitdrukking zijn: <i>bocht vieren</i> en zou men moeten verstaan: +“wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer <i> +bocht</i> van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te +liggen”.—Vgl.: “De gequetste visch duikt aenstonds na +de grond: waerom de matroosen <i>vaerdig bot geven</i>” +(Montanus, Gesantschappen, bl. 449).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2829src" id="xd0e2829">4</a></span> gaelderij of galerij, +destijds de uitbouwsels aan het achterschip, soms van +“kerkraampjes” voorzien welke onmiddellijk uitkwamen op de +kajuit van den gezagvoerder.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2832src" id="xd0e2832">5</a></span> troppen d. i. troepen. Vgl. +De Ruijter in zijn journaal dd. 10 November 1659: “doe sprong het +volck met troppes over boort”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2851src" id="xd0e2851">6</a></span> <span class="abbr" title="dat +wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> tusschen +de kust van Formosa en den vasten wal van China.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2893src" id="xd0e2893">7</a></span> lens houden d.i. droog +houden, zoodanig dat het laatste water uit het benedenschip is +verwijderd, voor zoover dit met mechanische hulpmiddelen doenlijk +is.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2896src" id="xd0e2896">8</a></span> de ongeveer driehoekige +betimmering voor aan het schip.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2899src" id="xd0e2899">9</a></span> de afsluiting van het +achterschip.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2908src" id="xd0e2908">10</a></span> d.i. één uur +’s nachts.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2911src" id="xd0e2911">11</a></span> <span class="abbr" title= +"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>: +lieten de ankers vallen na het schip, door middel van het roer, te +hebben doen oploeven.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2916src" id="xd0e2916">12</a></span> <span class="abbr" title= +"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span>: de +ankers hielden niet.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2921src" id="xd0e2921">13</a></span> <span class="abbr" title= +"dat wil zeggen"><abbr title="dat wil zeggen">d.w.z.</abbr></span> het +schip raakte onmiddellijk den grond.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2941src" id="xd0e2941">14</a></span> groote vaten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2952src" id="xd0e2952">15</a></span> “Wijntint of tintwijn, +tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in Zuid-Spanje ... Het is een +roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn” (Speelman, Journaal, +bl. 275, noot 2).—“Wyn-tint by de Japanders hoog geacht, +betalende voor ieder Gantang 5 Thayl” (Valentijn V, 2, bl. +93).—Onder de geschenken “aen den Keijser van Japan”, +den Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 +Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor ’t Binnen Hospitaal te +Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord van de +Sperwer ook voor de zieken bestemd.—<span lang= +"de">“Weintinte ist ein roth Getränk, und wird unter andern +für die Ruhr gebraucht.... und wird (so viel wir wissen) von +Holland nach Indien gebracht”</span> (<span class="bibl" lang= +"de">Chr. Arnold, Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2976src" id="xd0e2976">16</a></span> “De Boekhouders ... +hebben sig in ’t minste met de regeringe van ’t Schip niet +te bemoeijen, nog enige sorg omtrent ’t selve te dragen; sy +hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens de Schipper +en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor de goederen van de +Compagnie, en alles aanteikenen wat uit ’t Schip gaat, of in +’t selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten doen. +Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so Grootboek, +Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan te +teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van ’t ene Boek +tot ’t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, +of deselve dood of in ’t leven zijn, en wat yder te goed heeft of +te quaad is.</p> + +<p class="footnote">Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle +Testamenten, Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en +diergelijke meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve +mogt eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten +sy de rekeningen van al ’t volk tot op ’t sluiten gereed +maken, en yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de +Compagnie te goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van +’t Schip gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke +Rekeningen yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te +goed hebbende gagie ontfangen: dog so ’t gebeurde, dat imand sijn +Rekening by ongeluk of by verlies van’t Schip verloor, deselve +kan ten allen tijde op ’t Kasteel van Batavia, (daar alle Copy +van de Scheeps- en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening +verkrijgen” (Oost-Indische Spiegel enz. in <span class="bibl">N. +de Graaff, Reisen, bl. 26–27</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2985src" id="xd0e2985">17</a></span> “De Schiman is so veel +als een twede Bootsman: want gelijk dese de Grote en Besaans-mast, en +wat tot deselve behoord, moet besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt +hebben op de Fokke-mast en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en +alles wat deselve van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman +versoeken. De Schiman moet in ’t laden en lossen altijd in +’t ruim wesen, en de goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware +touwen in ’t kabelgat weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten +en Boelyns passen. Hy heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders +van noden heeft tot sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, +en schaft by de Hoogbootsman” (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2988src" id="xd0e2988">18</a></span> “Yei-na-ra, Royaume du +Japon” (Dict. Cor. Franç., bl. 26).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2991src" id="xd0e2991">19</a></span> Jirpon, vermoedelijk voor +den Japanschen naam Nippon of den Chineeschen Jihpĕn.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e2999src" id="xd0e2999">20</a></span> Hieruit valt niet anders te +lezen dan dat de stuurman wist waar de schipbreukelingen te land waren +gekomen en dat hij nu van de gelegenheid gebruik maakte om de juiste +ligging te bepalen van het Quelpaerts-eiland. Vgl. <span class="bibl"> +Witsen, 2<sup>e</sup> dr., dl. I, bl. 150 noot</span>: “Hoewel +Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen +zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, in +’t welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, +ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij <i>dat de Stuurman van +hun gebleven Schip, hetzelve kende</i>, en dat de Japanders daer nu +niets te zeggen hebben”. Het is jammer dat Witsen niet heeft +vermeld hoe de stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland +is gekomen. De opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben +behoord tot de opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij +“Quelpaerts-eiland” kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook +kan hij aan boord zijn geweest van een der schepen Sperwer of <span +class="pagenum">[<a id="pb10n" href="#pb10n">10</a>]</span>Patientie +toen deze in September 1651 van Batavia naar Perzië zeilden, en te +Batavia of gedurende deze reis door het scheepsvolk van de Patientie +over Quelpaerts-eiland hebben hooren spreken; misschien heeft hij het +eiland Quelpaert leeren kennen uit eene voor Schippers bestemde +manuscript-kaart, waarop het na 1642 was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. +XLIX, noot 4).</p> + +<p class="footnote">De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland +luidt in de:</p> + +<p class="footnote">I. Uitg.-Saagman: “onsen Stuerman had de +hooghte genomen, ende bevonden ’t selve Eijlandt te leggen op de +hoogte van 33 graden 32 minuten”.</p> + +<p class="footnote">II. Uitg.-Stichter: “hier wesende hadde onse +stuerman de hooghte genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, +leggende op de hooghte van 33 graden 32 minuten”.</p> + +<p class="footnote">III. Uitg.-van Velsen = II.</p> + +<p class="footnote">IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: +“Ondertusschen nam de stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds +eiland te zijn, alwaer ’t schip verlooren. Dit leid op drie en +dartig graeden en twee en dartig minderlingen”.</p> + +<p class="footnote">Vertalers van Hamel’s Journaal hebben deze +passage aldus weergegeven: <span lang="de">“Als wir nun daselbst +waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, und so viel +befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe von 33. +graden und 32. Minuten gelegen”</span> (Arnold’s vertaling, +Nürnberg (1672) bl. 825).—<span lang="fr">“Le +Capitaine, ayant fait des observations, jugea qu’ils +étoient dans l’Isle de Quelpaert, au +trente-troisième degré trente-deux minutes de +latitude”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Histoire +générale des Voyages, VIII, bl. 416</span>).</p> + +<p class="footnote">Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van +33° 12′ tot 33° 30′ zoodat, de onvolkomenheid der +toenmalige instrumenten in aanmerking genomen, de aangegeven breedte +van 33° 32′ zeer nauwkeurig mag heeten.</p> + +<p class="footnote">De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von +Siebold “Cap Sperwer” gedoopt. (Zie <span class="bibl" +lang="de">“Geschichte der Entdeckungen”, bl. +169</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3078src" id="xd0e3078">21</a></span> De Compagnie dreef in Japan +grooten handel in herte- en roggevellen welke vooral op Formosa, in +Siam en in Kambodja tot dat doel werden ingekocht.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3084src" id="xd0e3084">22</a></span> <span lang="fr"> +“Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; +5 cantons; dans l’ile de Quelpaert. 33° +21′—124° 2′”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franç., bl. 16**</span>). N.b. Als eerste +meridiaan is in dit woordenboek aangenomen de meridiaan van Parijs +(O.lg. van Greenwich 2° 20′ 15”).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3092src" id="xd0e3092">23</a></span> In gedrukte uitgaven: +“packhuijs”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3106src" id="xd0e3106">24</a></span> Moggan?. Zie Inleiding, bl. +XXII, noot 2.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3115src" id="xd0e3115">25</a></span> Zoo luidde de titel van den +Gouverneur.—<span lang="de">“Die Städte 1. Ranges sind +... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. +Kreisgouverneurs”</span> (<span class="bibl">v. Siebold, +Geschichte, <span class="abbr" title="und so weiter"><abbr title="und +so weiter">u.s.w.</abbr></span>, bl. 167</span>). Zie ook Inleiding, +bl. XXII, noot 5.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3133src" id="xd0e3133">26</a></span> <span lang="en"> +“Congee. In use all over India for the water in which rice has +been boiled.... It is from the Tamil kanjī +“boilings”.... “1563. They give him to drink the +water squeezed out of rice with pepper and cummin (which they call <i> +canje</i> “Garcia”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Hobson-Jobson, New ed. 1903, bl. 245</span>).—<span lang= +"en">“The most common drink, after what the clouds directly +furnish, is the water in which rice has been boiled”</span> +(Griffis, Corea, 1905, bl. 267).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3165src" id="xd0e3165">27</a></span> Dit was Mattheus Eibocken +van Enkhuizen, in 1652 met het schip “Nieuw Enckhuijsen” in +Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. p<sup>r</sup> maand. +(Zie <a href="#b.i.a">bijl. I<i>a</i></a>). Hij moet toen c<sup>a</sup> +18 jaren oud zijn geweest (Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki +aan de schipbreukelingen gesteld. <a href="#vraag54">No. 54</a>; zie +bl. 73).</p> + +<p class="footnote">“Barbarots mogen in Indien niet aangenomen +werden, die daarvoor uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger +verbetert als tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt +een derde chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 +gulden kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 +f<sup>o</sup> 1420” (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, +deel 1, caput 14, fol. 255).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3194src" id="xd0e3194">28</a></span> lees: “met eene door +het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts verdreven”. Zie de +juiste toedracht in <a href="#b.i.a">Bijlage I<i>a</i></a> en <a href= +"#b.iii.a">III<i>a</i></a>.—Vgl. van Dam, Beschrijvinge, boek 2, +deel 1, caput 21, fol. 320: “dat hij a<sup>o</sup> 1627 op +’t jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese jonck +daar was geraakt”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3210src" id="xd0e3210">29</a></span> A<sup>o</sup> 1637. Zie +<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en +157</span>.—Vgl. Missive Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van +Diemen, Firando 20 Nov. 1637: “... bij loopende geruchten +vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] aen de Majesteijt [den Sjogoen] +souden versocht hebben bij aldien haer geliefden assistentie tegens den +Tarter te doen, t’selfde door den Heer van Fingo soude mogen +geschieden”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3221src" id="xd0e3221">30</a></span> d.w.z. in Indië.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3224src" id="xd0e3224">31</a></span> de hoofdstad Seoul.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3230src" id="xd0e3230">32</a></span> Benjoesen = Japansche +beambten, misschien eene verbastering van “bungio or bugyo = +governor or superintendent” (<span class="bibl" lang="en">C.J. +Purnell, The Log Book of William Adams, bl. +194</span>).—“Op ieder schip, dat gelost werd, zit een +Onder Geheimschrijver, of Banjoos” (Valentijn V, 2, bl. +38).—“Den 28<sup>en</sup> dito werden 4 Banjoosen belast, +om de schepen te lossen, waar van ’er 2 aan land, en de andre aan +boord moesten blijven om alles, wat ’er af, of aankomt, +malkanderen schriftelyk toe te zenden, en streng te onderzoeken” +(Valentijn, a.v., bl. 84).—“de bongioysen en de verdere +dienaren die de scheepsboots in het halen van water geleijden” +(Res. 31 Mei 1701).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3246src" id="xd0e3246">33</a></span> Uitg.-van Velsen en +Stichter: “yder een Rock, een paer Leersen, Kousen en een paer +Schoenen”; uitg.-Saagman: “een dozijn Schoenen”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3249src" id="xd0e3249">34</a></span> Hiertoe heeft misschien het +scheepsjournaal van de Sperwer behoord.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3261src" id="xd0e3261">35</a></span> d.w.z. te Nagasaki +aangekomen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3268src" id="xd0e3268">36</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en +Van Velsen geven de namen van de drie nog in leven zijnde maats, nl. +“Govert Denijs en Gerrit Jansz, beyde van Rotterdam ende Jan +Pietersz de Vries” (Vgl. “Vragen” No. 54, bl. +73).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3271src" id="xd0e3271">37</a></span> d.i. vlechtwerk van touw tot +lange, platte slierten bewerkt.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3274src" id="xd0e3274">38</a></span> d.i. wij geraakten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3277src" id="xd0e3277">39</a></span> De toedracht zal ongeveer +zoo zijn geweest: mast en zeiltuig vielen buiten boord, waarna men den +mast weer overeind kreeg en de ra (of den spriet) met het zeil door +middel van de platting tijdelijk aan den mast bevestigde; tijdens het +hijschen van deze ra (of spriet) met het daaraan hangende zeil, raakte +echter het spoor van den mast (in dit geval de houten klos waarin het +ondereinde van den mast zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge +waarvan het tuig opnieuw overboord viel.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3282src" id="xd0e3282">40</a></span> Dit was het ook in China +gebruikelijke en aldaar bij Europeanen als “cangue” bekende +schandbord. <span lang="en">“Public exposure in the <i>kia</i>, +or cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than +a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much +bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The +frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to +rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to +prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence of +the delinquent are written upon it for the information of the +passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent +escape”</span> (<span class="bibl" lang="en">S. Wells Williams, +The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3303src" id="xd0e3303">41</a></span> <span lang="fr"> +“Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence +d’un <i>mok-sa</i>, gouverneur de l’île. 33° +33′–124° 16′”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franç., bl. 19**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="fr">“Cette île, qui +n’est connue des Européens que par le naufrage du vaisseau +hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette +même époque, sous la domination du roi de Corée. +Nous en eùmes connaissance le 21 mai [1787].... Nous +déterminâmes la pointe du Sud, par 33<sup>d</sup> +14′ de latitude Nord, et 124<sup>d</sup> 15′ de longitude +orientale”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Voyage de la +Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384</span>).</p> + +<p class="footnote">De transcriptie “luo” zal een +schrijffout zijn. Verg. “Vragen” No. 3 en 12: +“<i>Chesu</i>”.</p> + +<p class="footnote">In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: +“Dit Eijlandt bij haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt +leijdt als vooren op de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a +13 mijl van den Zuijdt-hoeck van ’t vaste Landt van +Coree.”—II. Uitg.-Stichter en III. Uitg.-van Velsen: +“Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts Eylant, leyt op de +hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of ontrent 13 mijlen van de +Zuythoeck vant vaste lant van Coeree.”</p> + +<p class="footnote">Voor eene beschrijving van de hoofdstad van +Quelpaert zie <span class="bibl" lang="en">Belcher, Narrative of the +voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 <span class="abbr" title="en +verder"><abbr title="en verder">e.v.</abbr></span></span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3346src" id="xd0e3346">42</a></span> “En volgens verder +bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, aen my mondeling gedaen, +is Korea zeer bevolkt” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. dl. I, bl. 47</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3355src" id="xd0e3355">43</a></span> <span lang="en">“As +Quelpart has long been used as a place for banishment of convicts, the +islanders are rude and unpolished.... Immense droves of horses and +cattle are reared”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea (1905), bl. 201</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3363src" id="xd0e3363">44</a></span> <span lang="fr"> +“Han-Ra-San. Grande montagne dans l’île de +Quelpaërt, avec trois cratères de volcans éteints, +qui forment des lacs. 30° 25′–124° +17′”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. +Franç., bl. 4**</span>).—<span lang="en">“This peak, +called Mount Auckland,... is about 6.500 feet high”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, a.v., bl. 200</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3385src" id="xd0e3385">45</a></span> <span lang="fr"> +“Hăi-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale +... Prov. de Tjyen-Ra. 34° 27′–124° +11′”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Fr., +bl. 5**</span>).—<span lang="fr">“Le ly équivaut a +1/10 de lieu environ”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. +a.v. bl. II**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3405src" id="xd0e3405">46</a></span> ?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3408src" id="xd0e3408">47</a></span> <span lang="fr"> +“Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... +35° 13′–124° 10′”</span> (<span class= +"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Franç. bl. 10**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3421src" id="xd0e3421">48</a></span> ? <span lang="fr"> +“Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° +43′–124° 32′”</span> (a.v. bl. 17**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3430src" id="xd0e3430">49</a></span> <span lang="en">“The +term “San-siang” used twice here, means a fortified +stronghold in the mountains, to which, in time of war, the neighbouring +villagers may fly for refuge”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 171</span>).—<span lang= +"fr">“San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet de +montagne”</span> (Dict. a.v. bl. 373).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3441src" id="xd0e3441">50</a></span> <span lang="fr"> +“Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° +33′–124° 29′”</span> (a.v. bl. 18**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3449src" id="xd0e3449">51</a></span> <span lang="fr"> +“Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° +38′–125° 12′”</span> (a.v. bl. 7**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3457src" id="xd0e3457">52</a></span> <span lang="fr"> +“Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de +Tjyen-Ra, à 506 lys de la capitale... 35° +37′–124° 37′”</span> (a.v. bl. 19**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3462src" id="xd0e3462">53</a></span> Volgens de <span class= +"bibl" lang="fr">Dict. Cor. Franç. (bl. 16**)</span> was +daarentegen Syong-to in de provincie Kyeng-Keui <span lang="fr"> +“ancienne capitale du royaume sous la dynastie +précédente”.</span></p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3470src" id="xd0e3470">54</a></span> <span lang="fr"> +“Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste”</span> +(Dict. a.v. bl. 19**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3478src" id="xd0e3478">55</a></span> ? “Tchyeng-Am, Prov. +de Tjyen-Ra. 35° 22′–124° 25′” (a.v. +bl. 20**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3484src" id="xd0e3484">56</a></span> ?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3487src" id="xd0e3487">57</a></span> <span lang="fr"> +“Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et +Tjyen-Ra”</span> (a.v. bl. 21**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3495src" id="xd0e3495">58</a></span> <span lang="fr"> +“Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de +Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59′–126° +8′”</span> (a.v. bl. 2**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3500src" id="xd0e3500">59</a></span> <span lang="fr"> +“Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de +Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du +<i>kam-să</i> ou gouverneur de la province ... 36° +23′–124°55′”</span> (a.v. bl. 8**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3511src" id="xd0e3511">60</a></span> lees: Kyeng-keui.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3516src" id="xd0e3516">61</a></span> <span lang="en"> +“Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of the +largest river inside the peninsula. The tremendous force of its +current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt +annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty +feet”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, +bl. 187</span>).—<span lang="fr">“Han-Kang. Fleuve qui +arrose Sye-oul, Prov. de Kyeng-Keui”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franç. bl. 4**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3533src" id="xd0e3533">62</a></span> <span lang="fr"> +“Sye-Oul, Nom générique qui signifie: <i> +capitale</i>. Capitale du royaume de Corée”</span> (Dict. +a.v. bl. 14**).—De eigenlijke naam van “de Hoofdstad” +was: <span lang="fr">“Han-Yang, Capitale de la province de +Kyeng-Keui et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville +murée, sur le fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 +ministères. Le gouverneur de la province réside en dehors +des murs”</span> (Dict. a.v. bl. 4**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3544src" id="xd0e3544">63</a></span> Bedoeld zijn de mijlen +waarmede de zeelieden destijds rekenden, namelijk Duitsche mijlen van +15 in één graad, volgens de graadmeting van Snellius. +Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 <span class="abbr" title="kilometer"> +<abbr title="kilometer">K.M.</abbr></span> lang, waardoor de afstand +van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt; <i> +recht gemeten</i> bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. +352 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer"> +K.M</abbr></span>. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 +<span class="abbr" title="kilometer"><abbr title="kilometer"> +K.M.</abbr></span> lang. De afstand van Quelpaert tot Seoul werd later +geschat op 90 mijlen of 666 <span class="abbr" title="kilometer"><abbr +title="kilometer">K.M</abbr></span>. (Zie “Vragen” <a href= +"#vraag12">N<sup>o</sup> 12</a>, bl. 67).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3577src" id="xd0e3577">64</a></span> Van heel wat deftiger +personages dan Hamel en zijne kameraden, werd in Japan verlangd dat zij +den Sjogoen en zijn hof op eene dergelijke vertooning zouden +vergasten.</p> + +<p class="footnote">Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: +“Hiertusschen waren wij [het Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en +zijn gevolg bij de audientie te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser +[d.w.z. de Sjogoen] ... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt +op te sitten, mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te +gaan, een liedeken te singen, op ons manier den anderen te +complimenteren, te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te +verbeelden, mijn vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van +de Nangasackijse gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op ’t +papier te teijkenen en een stuck van een comedie te ageeren....</p> + +<p class="footnote">... de Mess<sup>rs</sup> bij my sijnde songen op +’t versoek van gem<sup>e</sup> regenten en tot vermaak van de +Juffers, die bij menigte agter jalousij-matten saten, een hollands +liedeken, komende met sons onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken +en kruijpen weder in ons logiement.” (Vgl. Valentijn, V, +Bijzondere zaken van Japan, bl. 75).</p> + +<p class="footnote">De Bataviasche Regeering was er geenszins over +gesticht dat men “voor de hoogheden allerhande grimassen heeft +moeten bedryven en voor de Juffers helder op singen”, hetgeen +“gansch niet met het respect van de nederlantse natie compatibel +zij, immers in genen dele ten regarde van het Opperhooft”. Werden +“soodanige sotte en narre potsen weder afgevergt” zoo moest +men trachten zich te excuseeren, “immers ten opsigte van het +Opperhooft, soo het in ’t generaal niet te vermijden” was. +Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven naar +hunne “methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok +houden”. De Regeering vond ook “dat soodanige aansoekinge +mede gerede soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie +dat se door de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel +meesterschap over de kragt en bewegingh van den sterken drank maar +tragten te behouden [dat zij] buijten postuur van fatsoen en +bescheijdenheijt niet en geraken, maar door ingetogenheijt en +stilligheijt een geheel andere verwagtinge van haren aard en ommegangh +geven” (Res. 29 Mei 1692).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3593src" id="xd0e3593">65</a></span> Vgl.: “het gebruijck +van oppassers ofte <i>lijfschutten</i> soo door den gesaghebber als +andere mindere bedienden [te Bantam]”. (Res. 17 Aug. 1708).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3601src" id="xd0e3601">66</a></span> <span lang="fr"> +“Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom +d’un dignitaire, qui en a une moitié; l’autre +moitié est gardée par le gouvernement; c’est le +signe de l’autorité donnée par le roi au +mandarin”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dic. Cor. +Franç., bl. 321</span>). Zie ook: <span class="bibl" lang="en"> +J.S. Gale, A Korean-English Dictionary, 1911, bl. 429</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3612src" id="xd0e3612">67</a></span> chiap = tjap; hier een +Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3615src" id="xd0e3615">68</a></span> d.i. “met den Coninck +ofte in Conincx dienst”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3618src" id="xd0e3618">69</a></span> d.w.z.: het eiland +Quelpaert.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3627src" id="xd0e3627">70</a></span> Deze voorstelling zal +onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet gehaald (zie <a href= +"#n48.3">bl. 48, noot 3</a>; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); de +taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3639src" id="xd0e3639">71</a></span> <span lang="en">“Hamel +does not state why he and his companions were sent away, but it was +probably to conceal the fact that foreigners were drilling the royal +troops. The suspicions of the new rulers at Peking were easily +roused”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 172</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3647src" id="xd0e3647">72</a></span> <span lang="en">“Four +great fortresses guard the approaches to the royal city. These are ... +Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of the same name at the +mouth of the Han-River, is the favorite fortress, to which the royal +family are sent for safety in time of war ... During the Manchiu +invasion, the king fled here, and, for a while, made it his +capital”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 190–191</span>).—Namman Sangsiang is misschien +een hoog gelegen punt van deze versterking geweest.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3662src" id="xd0e3662">73</a></span> “Alsoo dit een +bederffelijcke waere is” (Gen. Miss. 26 Maart 1622).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3665src" id="xd0e3665">74</a></span> Uitg.-Saagman, Stichter en +van Velsen hebben: “<i>van de mijt</i> opgegeten.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3671src" id="xd0e3671">75</a></span> d.w.z.: de Chineesche +slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3680src" id="xd0e3680">76</a></span> <i>zich gelaten</i> = +voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik (Woordenboek der Nederlandsche +taal, IV, kolom 1051).—Verg. “’t schijnt naer dese +gesanten <i>haer gelaten</i>” (Miss. G.G. de Carpentier aan Coen. +Batavia, 29 Jan. 1624).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3693src" id="xd0e3693">77</a></span> <span class="bibl">Witsen +(2<sup>e</sup> dr. dl, I, bl. 50</span>) zegt: “wanneer de +Stuurman, die het Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met +den Tarterschen Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men +alle de overige te dooden”, maar geeft niet aan wie hem dit heeft +verteld. Als een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een +Chineesche, kan het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet +lang hebben uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets +over het lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen +vertellen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3706src" id="xd0e3706">78</a></span> Hamel was alzoo niet een van +hen “die de spraeck best conde”. Heeft hij daarom misschien +nagelaten zijn Journaal te verrijken met eene Koreaansche +woordenlijst?</p> + +<p class="footnote">Van de voorgegeven stranding van een schip op +Quelpaerts-eiland wordt verder niet gesproken.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3714src" id="xd0e3714">79</a></span> Misschien om hen bij +voorkomende gelegenheid als tolken te gebruiken.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3727src" id="xd0e3727">80</a></span> Thiellado = Iulla Do (Ross) += Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra (Dict. Cor. Franç.).—Vgl. +ook bl. 20, noot 8.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3735src" id="xd0e3735">81</a></span> ?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3738src" id="xd0e3738">82</a></span> <span lang="fr"> +“Pyeng-să. Mandarin militaire; général de +2<sup>me</sup> ordre, commandant d’une province ou d’une +demi-province...; (il n’y en a qu’un dans chaque province; +il est au-dessous du gouverneur)”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. a.v. bl. 321</span>)</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3767src" id="xd0e3767">83</a></span> d.w.z. “den ouden +hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de nieuwe] namt ons ten eersten +af”, zoodat zij nu zelf aan het kappen moesten gaan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3779src" id="xd0e3779">84</a></span> linnen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3784src" id="xd0e3784">85</a></span> de hoofdstad, Seoul.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3787src" id="xd0e3787">86</a></span> “De Japanders hebben +op Korea eene bezitting of wooninge, daer hunne bevoorrechte vaertuigen +aenkomen, die daer ter handel vaeren; want anderzins vaeren de +Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het Opper-gezag aen de +Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, volgens verhael +van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen is geweest, aen my +gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert te worden, gelijk de +Neêrlanders in Japan op ’t Eiland Nangasakki, opgesloten +zijn” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. +49</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">“The possession of Fusan by +the Japanese was, until 1876, a perpetual witness of the humiliating +defeat of the Coreans in the war of 1592–1597, and a constant +irritation to their national pride”</span> (<span class="bibl" +lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 150</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="fr">“Pou-san. Port, à 20 +lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu au commerce du +Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200 soldats +... 34° 46′–126° 15′”</span> (<span +class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. Franç., bl. 12**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#n30.3src" id="n30.3">87</a></span> <span lang="en">“The +nineteenth King was ... the second son of the last king. This Prince +commenced his political career at Moukden, where he had been sent as +hostage by his father. In the second year of his reign, 1650, he +organised the navy ... and died in the year 1659.</span></p> + +<p class="footnote"><span lang="en">The twentieth King was ... son of +the last, and born in Moukden, whence he returned a year before his +father. He destroyed the Buddhist nunneries.... He died in +1674”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China +Review XIV, bl. 63</span>).—Vgl. <span class="bibl" lang="fr"> +Synchronismes chinois (Variétés sinologiques +n<sup>o</sup>. 24) Chang-hai, 1905, bl. 457, 462</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3837src" id="xd0e3837">88</a></span> goed arms, ook wel goed +armsch, weldadig, mild jegens de armen. Woordenboek der Nederlandsche +Taal V, kolom 301, onder: Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald +uit Bredero, Huygens, Bosboom-Toussaint en Beets.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3847src" id="xd0e3847">89</a></span> <span lang="en"> +“Stores of rice are kept at certain places on the coast, in +anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local +rewards are given to relief distributors according to +merit”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China +Review XIV bl. 129</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3855src" id="xd0e3855">90</a></span> Aker (in de schrijftaal +verouderd), vrucht van den eik, eikel (<span class="bibl">Van Dale, +Groot Wdb. der Ned. Taal</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3861src" id="xd0e3861">91</a></span> Zie: <span class="bibl" +lang="en">Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and Culture +en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3871src" id="xd0e3871">92</a></span> <span lang="fr"> +“Ko-Rye. Ancien nom d’un des trois royaumes de la +presqu’île et dont le roi conquit les deux autres royaumes, +n’en formant qu’un seul sous le nom de Ko-Rye, +d’où est venu le nom de Corée”</span> (Dict. +Cor. Franc., bl. 8**).—<span lang="fr">“Tjyo-Syen. Nom de +la Corée sous la dynastie actuelle depuis 1392”</span> (a. +v. bl. 20**).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">”Li Chunggwei ... founded the +dynasty which still rules Corea, and which has, therefore, swayed the +Corean sceptre for more than four centuries. He moved his capital to +its present site, to the city of Hanchung, on the Han river,—the +name Seool or Seoul simply meaning “The Capital”. He also +changed the name Gaoli, which had prevailed since the Tang dynasty +[618–905], to <i>Chaosien</i>, the eldest known name of Corea, or +any portion of it”</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, +History of Corea, bl. 269</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">”In A. D. 1368 the Yuan or +Mongol dynasty was driven from the throne of China by the Mings, and +shortly afterwarts (A. D. 1392) a Corean, named by the Chinese Li Tau, +aided by the Emperor Hung Wu, rebelled against the Kao li dynasty, +drove it from the throne, and established himself as the king of Corea. +He chose for the title of his dynasty the words Ch’ao hsien +“morning calm”, pronounced by the Coreans <i>Chö +sen</i>. This is now the official name both for Corea and for the +reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He also moved +the capital from Song do to Söul”</span> (<span class="bibl" +lang="en">C. T. Gardner, The Coinage of Corea, Journal China Branch +R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, bl. 74</span>).—<span lang= +"fr">“Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; +nation”</span> (<span class="bibl" lang="fr">Dict. Cor. +Franç., bl. 203</span>).—In China heet Korea: Kao li in +het noorden en het midden; Ko lee in het zuiden.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3908src" id="xd0e3908">93</a></span> Een aardig voorbeeld van het +begin van alle “Kartographie”. Zoo vergelijken de Atjehers +Groot-Atjeh met een “wan”, zoo vergeleken de Ouden den +Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen +stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek met +de verhoudingen van ongeveer 3 op 8.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3911src" id="xd0e3911">94</a></span> <span lang="en">“Corea +is divided into eight provinces, called Do.....Corea stretches from +33° 15′ to 42° 31′ N. lat; and 122° 15′ +to 131° 10′ E. Long. Hence the greatest length of its +mainland is as the bird flies, about 600 miles, and greatest breadth, +east to west, over 300 miles”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Ross, History Corea, bl. 394, 396</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3919src" id="xd0e3919">95</a></span> <span lang="en">“By +“Osacco” Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but +rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy +from Séoul, bearing tribute to the “Tycoon” at Yedo, +was accustomed to land on its way from Fusan”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot +2</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3927src" id="xd0e3927">96</a></span> <span lang="fr"> +“Tăi-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, +appelée Tsou-shima en japonais”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franc. bl. 17**</span>).—<span lang= +"en">“Tsushima. Group of islands situated in the middle of the +strait that separates Japan from Korea ... The group comprises one +large island and 5 small ones ... Since the 12<sup>th</sup> century, +the island was the fief of the Sõ daimyō, who frequently +had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was +completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Papinot, Dict., bl. 706</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3944src" id="xd0e3944">97</a></span> <span lang="en">“The +entire northern boundary of the peninsula from sea to gulf, except +where the colossal peak Paik-tu (’White Head’) forms the +water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and +Turnen”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, +1905, bl. 6</span>).—<span lang="fr">“Păik-Tou-San. +Mont. Prov. de Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son +sommet est un grand lac qui a 6 à 7 lieues de tour. 41° +59′–126° 5′”</span> (<span class="bibl" +lang="fr">Dict. Cor. Franc., bl. 11**</span>).</p> + +<p class="footnote">“Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der +geener die in den Jare 1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my +mondeling bericht, dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem +onbereizelijk is, vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest +... Dat ’er te Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier +uit vastelijk kan werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, +de Keizer van Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes +Paerden, die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy +zelve die hadde zien aenkomen” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. dl. 1, bl. 44</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3969src" id="xd0e3969">98</a></span> “Zout weten zy van het +Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer mede de Nederlandsche +gevangenen Haring zoutede, ’t geen by hen dus gedaen te konnen +werden, onbekent was” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. dl. I, bl. 57</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e3978src" id="xd0e3978">99</a></span> “En tot bevestiging, +dat de Hollandsche Harpoenen op Korea in de Walvisch zijn gevonden, zoo +hebbe ik met Benedictus Klerk van Rotterdam, welke op Korea gevangen +geweest is den tijd van dertien Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, +die dan verzekert, wel toe te hebben gezien, wanneer in zijn +tegenwoordigheit uit het lichaem van een Walvisch op Korea, een +Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt uitdrukkelijk zulks aen het +maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van kennis, dat hy en andere +zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op de Groenlandsche Visschery +hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen wel kenden; zeide verder, +dat de Koreërs hunne byzondere schepen, en gereetschap tot deze +vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen vast stelde, dat ’er +opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen moeste zijn, ten minsten +voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche Zeeluiden zeiden, dat ten +Noord-oosten van haer een openbare Zee was. Zy oordeelden, met meer +gemak van die kant, als van deze zijde, dat naeuw, of dien weg te +verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit het Noorde van Tartarye +scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, meer zoodanige Visch wierd +gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, als Haring, enz. Dies deze +man besloot, dat Asia aen America te dezer oort niet en is +gehecht” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl, +43–44</span>).</p> + +<p class="footnote">“Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op +te schieten, als het in onzen kaerten is bekent, en wel een weinig +Noord-oostelijker, zoo als de Koreaensche menschen mede zeggen, dat +Noord-oost op, een groote Zee is; dat de baeren daer gaen als in de +Spaensche Zee, zoo dat benoorden of Noord-oosten een zwaer water wezen +moet” (<span class="bibl">Witsen, a. v. bl. 56</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4001src" id="xd0e4001">100</a></span> <span lang="en"> +“Panax ginseng; jên shên, is the medicine par +excellence, the <i lang="fr">dernier ressort</i> when all other drugs +fail ... The principal Chinese name is derived from a fancied +resemblance to the human form. The genuine ginseng of Manchuria, whence +the largest supplies are derived—in the reniote +mountains—consists of a stem from which the leaves spring, of a +central root, and of two roots branching off. The roots are covered +with rings, from which the age is ascertained, and the precious +qualities are increased by age ... In 1891 Korean ginseng was worth +Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native ginseng was Tls. +80”</span> (<span class="bibl" lang="en">Couling, Encycl. Sinica, +1917, bl. 206</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">“Wild Manchurian ginseng +(Panax) is almost worth its weight in gold. Even the semi-wild quality +from Corea is worth its weight in silver ... Though usually described +as a medicine, it is rather a food tonic, possessing, in the Chinese +opinion, marvellous “repairing” qualities”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Parker, China, Past and Present, bl. +273</span>).</p> + +<p class="footnote">Oude berichten over ginseng komen voor in +“Ontleding van de Lucht ende werckingen des wortels Ninzin, +welcken gewonnen wert int Coninckryck Corea op de noorderbreete van 43 +graden” (Kol. Arch. Overgek. brieven 1642, derde boek) en in +<span class="bibl" lang="fr">Recueil de voyages au nord (1732, IV, bl. +348–365)</span>.—<span lang="fr">“Lettre du +Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante de +Ginseng”</span>.—Nisi is de Japansche naam.—Vgl. +<span class="bibl" lang="en">C. T. Collyer: The culture and preparation +of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch R. A. S. III, 1903, bl. +18–30)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4033src" id="xd0e4033">101</a></span> <span lang="en"> +“Nominally sovereign of the country, he is held in check by +powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed by +all the reactionary influence of feudalism”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 228–229</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4045src" id="xd0e4045">102</a></span> “Vuurroers zijn by +hen onbekent, want zy geen geweer als met lont gebruiken; zy bedienen +zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts met koopere plaeten, een +halve vinger dik, is beslagen, wezende het leer, twee, vier of vyf duim +dik, van veel vellen op malkander gelegt; dit geschut word op paerden, +twee op een paerd, het leger na gevoert, is omtrent een vadem lang, en +zy konnen daer uit met vry groote kogels schieten” (<span class= +"bibl">Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4051src" id="xd0e4051">103</a></span> Uitg.-Stichter voegt +hieraan toe: “niet hebbende krijgen slagen, ’t welck ons in +des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen voor onse naackte +billen hebben gekregen.”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4054src" id="xd0e4054">104</a></span> Hier is blijkbaar +uitgevallen: “een ghetal van Papen uijtmaecken om bij +beurte”. (Zie uitg.-Saagman).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4057src" id="xd0e4057">105</a></span> <span lang="en"> +“There seems to be three distinct classes or grades of bonzes. +The student monks devote themselves to learning, to study, and to the +composition of books and the Buddhist ritual, the <i>tai-sa</i> being +the abbot. The <i>jung</i> are mendicant and travelling bonzes, who +solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the +temples and monastic establishments. The military bonzes (<i>siung +kun</i>) act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to +use, weapons”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea, 1905, bl. 333</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4077src" id="xd0e4077">106</a></span> “meester van de +slavin” (Uitg.-Saagman).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4085src" id="xd0e4085">107</a></span> Zie <a href="#pb59">bl. +59</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4093src" id="xd0e4093">108</a></span> <span lang="en"> +“Every day (as in China) the chief public offices of the +metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in +turn, and the King ascends the throne if they have any representations +to make”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, +China Review XIV, bl. 127</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4101src" id="xd0e4101">109</a></span> <span lang="en"> +“Close communication between the palace and populace is kept up +by means of the pages employed at the court, or through officers, who +are sent out as the king’s spies all over the country. An <i> +E-sa</i>, or commissioner, who is to be sent to a distant province to +ascertain the popular feeling, or to report the conducts of certain +officers ... receives sealed orders from the king, which he must not +open till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission, +a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some +cases he has the power of life and death in his hands”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +221–222</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4126src" id="xd0e4126">110</a></span> d.w.z. alleen de misdadiger +zelf wordt gestraft maar niet, als bij hoogverraad, zijne +bloedverwanten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4136src" id="xd0e4136">111</a></span> De zin is moeielijk te +begrijpen; wellicht moet voor <i>staen</i> gelezen worden <i>slaen</i>, +en voor <i>als</i>, op den volgenden regel, <i>al</i>, voorafgegaan +door een;</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4151src" id="xd0e4151">112</a></span> <span lang="en"> +“Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated +since Hamel’s time.... The criminal code now in force is, in the +main, that revised and published by the king in 1785, which greatly +mitigated the one formerly used”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 235</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4163src" id="xd0e4163">113</a></span> “Mattheus Eibokken +heeft aen my bericht, dat men daer te lande een Heidensch geloof heeft, +komende ten deelen met dat van Sina over een, maer dat men niemand +dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne mag beleven; duldende dat +hy, en d’andere Hollandsche gevangenen, met de Afgoden spottende: +de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven heeft ontfangen, en bekennen +ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk op de scheenen geslagen, jae +met de dood gestraft te werden, zoo als het meermalen is +geschied” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, +bl. 55</span>).</p> + +<p class="footnote">“Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier +als hier geheele huizen, en ’t is byzonder, dat men in meest alle +hunne Afgodische tempels, drie beelden neffens malkanderen vind staen, +van eenerly gedaente en optooizel, doch de middelste altijd de +grootste, waer van Meester Eibokken oordeelde dat ’er eenige +schaduwe van de Heilige Drie-eenheit onder school” (<span class= +"bibl">Witsen, a. v., bl. 56–57</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4182src" id="xd0e4182">114</a></span> <span lang="en">“The +ceremony of <i>pul-tatta</i> or “receiving the fire” is +undergone upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of +burning tinder is laid upon the man’s arm, after the hair has +been shaved off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into +the flesh, leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark +of holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the +torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical +discipline is maintained”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 335</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4193src" id="xd0e4193">115</a></span> Bescharen. Thans in de +algemeene taal niet meer in gebruik, maar gewestelijk nog bekend. Zich +zelf iets bezorgen, verschaffen, ook wel iets +verwerven.—“Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet +beschaard” (Bilderdijk).—“Dat kan ik niet +bescharen”, dat gaat boven mijn bereik (o.a. in Gelderland). +(Woordenboek der Nederlandsche Taal II, kolom 1951).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4199src" id="xd0e4199">116</a></span> Taoistische +priesters.—<span lang="en">“Taoism, which divides Chinese +attention with Buddhism, is almost unknown in Corea”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Ross, History Corea, bl. 355</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4208src" id="xd0e4208">117</a></span> <span lang="en">“No +trait of the Coreans has more impressed their numerous visitors, from +Hamel to the Americans, than their love of all kinds of strong +drink”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, +bl. 266–267</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4218src" id="xd0e4218">118</a></span> Zie <a href="#n30.3">bl. +30, noot 3, al. 2</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4226src" id="xd0e4226">119</a></span> <span lang="en">“The +kang is characteristic of the human dwelling in north-eastern Asia. It +is a kind of tubular oven ... It is as though we should make a bedstead +of bricks, and put foot-stoves under it. The floor is bricked over, or +built of stone over flues, which run from the fireplace, at one end of +the house, to the chimney at the other”</span> (<span class= +"bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 263</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4234src" id="xd0e4234">120</a></span> Welk woord hier wordt +bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman staat daarvoor: +“principaelste”, in de uitg.-Stichter is het +weggelaten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4237src" id="xd0e4237">121</a></span> Over dit woord zie <span +class="corr" id="xd0e4239" title="Bron: Hobson-Jobsonen">Hobson-Jobson +en</span> <span class="bibl">De Haan, Priangan, II, bl. 769</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4251src" id="xd0e4251">122</a></span> <span lang="en"> +“Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It +would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one’s +meal with any person, known or unknown, who presents himself at +eating-time ... The poor man whose duty calls him to make a journey to +a distant place does not need to make elaborate preparations ... At +night, instead of going to a hotel with its attendant expense, he +enters some house, whose exterior room is open to any comer. There he +is sure to find food and lodging for the night”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +288–289</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4267src" id="xd0e4267">123</a></span> Uitg.-Stichter heeft: +“quade Regeringe”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4270src" id="xd0e4270">124</a></span> <span lang="en">“Not +the least interesting of the local or national festivals, are those +held in memory of the soldiers slain in the service of their country on +famous battle-fields. Besides holding annual memorial celebrations at +these places, which fire the patriotism of the people, there are +temples erected to soothe the spirits of the slain. Especially +noteworthy are these monumental edifices, on sites made painful to the +national memory by the great Japanese invasion of 1592–97, which +keep fresh the scars of war”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Griffis, Corea, 1905, bl. 299</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4278src" id="xd0e4278">125</a></span> Uitg.-Saagman: +“bijeencomste van de studenten”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4283src" id="xd0e4283">126</a></span> In uitg.-Stichter: <i> +gordel</i>; uitg.-Saagman heeft: <i>gorles</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4295src" id="xd0e4295">127</a></span> molik, vogelverschrikker +(Van Dale’s Groot Wdb. der Ned. Taal).—“moliks voor +de jeugd” (E.J. Potgieter, Gedroomd Paardrijden, strofe 13, regel +6).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4306src" id="xd0e4306">128</a></span> <span lang="en">“On +the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered at the +graves of ancestors and broken tombs are repaired”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. 298</span>).</p> + +<p class="footnote">“De Koning gaet jaerlijks het graf zijner +Voorzaeten bezoeken, om aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, +ter eeren, en voor ’t welwezen der zelven in ’t andere +leven, zoo als hy [Eibokken] den Koning zelve tot aen de graf-plaets +hadde begeleit, die veel honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde +berg, daer men door yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de +Hooftstad gelegen.</p> + +<p class="footnote">De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn +alzoo gebalsemt, dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden +bewaert, gelijk in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van +voor veele honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning +of zijn Gemalin, daer in werd gezet, werd ’er een schoone slaef +en slaevin levendig by gelaten, aen wien men voor ’t sluiten van +de yzere deur, eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als +dezelve is verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres +in ’t ander leven te dienen” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. 56</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4327src" id="xd0e4327">129</a></span> Uitg.-Saagman heeft: +“voor sijn Ouders”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4342src" id="xd0e4342">130</a></span> <span lang="en"> +“Sappan-wood. The wood of <i>Caesalpina sappan</i>; the <i> +bakkam</i> of the Arabs, and the <i>Brazil wood</i> of medieval +commerce ... the tree appears to be indigenous in Malabar, the Deccan +and the Malay Peninsula”</span> (<span class="bibl" lang= +"en">Hobson-Jobson, bl. 794</span>).—“Caesalpina sappan. +Setjang (Jav. en Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout +... dient om katoen, zijde en garens rood te verven” (<span +class="bibl">Encyclopaedie van N.I. 2<sup>e</sup> dr. I, 1917, bl. +434</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4370src" id="xd0e4370">131</a></span> “In Korea zijn +schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier te Lande, en niet nae +de wyze der Tarters: zy doen die in ’t wilt, op zommige Eilanden +ter aenqueeking loopen” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. dl. I, bl. 58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4379src" id="xd0e4379">132</a></span> Vgl. <span lang="en"> +“In 1651, ... a decree was issued ordering the people to use coin +and at the same time prohibiting them from the use of cloth as +money.... Up to this time, there had always been a party opposed to the +use of coin that took every opportunity to suppress its use and replace +it with rice and cloth. Now this party was fast disappearing and though +they once more succeeded, five years later, in causing the rescission +of the order to use coin, the people by that time had become so +accustomed to its use that they began to coin for themselves. ... In +1678 ... rice and cloth were deprived forever of their monetary +function”</span> (<span class="bibl" lang="en">M. Ichihars, +Coinage of old Korea, Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, +bl. 61</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#n48.3src" id="n48.3">133</a></span> <span lang="en">“The +Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 ... and in the +following year, when sending home the king’s son, who had gone to +Peking to have his title to the crown confirmed, a half was remitted +... <i>Kanghi</i>, <i>Yoongjung</i>, and <i>Kienloong</i>, frequently +remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans like +Chinese”</span> (<span class="bibl" lang="en">Ross, History +Corea, bl. 288</span>).</p> + +<p class="footnote"><span lang="en">“Since the Tang dynasty +overwhelmed Corea, it has had only glimpses of absolute +self-government; but, at the same time, it has had only brief intervals +when it had not virtual self-government. Its vassalage to the Manchu +government, secured at a sacrifice of a few years’ dispeace and +slaughter, and of some further years of somewhat severe taxation, has +mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly tribute is <i> +sent</i> in to Peking, accompanied by a host of merchants, who bring +back profits much greater than the amount of the tribute”</span> +(<span class="bibl">Ross, a. v., bl. 365</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4418src" id="xd0e4418">134</a></span> = Zuidland, of Land der +zuidelijke barbaren?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4425src" id="xd0e4425">135</a></span> “Hy [Eibokken] heeft +Goud en Zilver mynen aldaer gezien; ook die van Kooper, Tin en Yzer. +Zilver is daer in groote menigte, ’t geen aen byzondere luiden +werd toegestaen te delven, daer dan de Koning zijn recht van trekt, +’t Kooper is daer zeer blank, en van heldere klank. Goud aderen +had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat zelfs eenig Zandgoud van de grond +eeniger rivieren op gedoken had; doch werden de Goudmynen niet zoo veel +geopent, als die van Zilver, of ander metaal. Waer van de reden hem +onbewust was” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. +I, bl. 58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4441src" id="xd0e4441">136</a></span> <span lang="en">“All +scales are issued by the Board of Works and are branded annually, at +the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town aediles +respectively”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, Corea, +China Review XIV, bl. 29</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4453src" id="xd0e4453">137</a></span> “De spraek op Korea, +heeft in klank geen gemeenschap met ’t Sineesch, ’t geen +Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche Tael zeer wel +spreekende<a class="noteref" id="xd0e4455src" href="#xd0e4455">138</a>, +van de Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen +malkanders schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; +<i>Oonjek</i> is een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende +alle de letteren aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene +man; de andere lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei” +(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. dl. I, bl. +59</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4455src" id="xd0e4455">138</a></span> <span class="bibl"> +Witsen’s lijst van Koreaansche woorden (2<sup>e</sup> dr. dl. I, +bl. 52–53)</span> zal van Eibokken afkomstig zijn.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4473src" id="xd0e4473">139</a></span> lees: “ende +geschriften, ’t land ende de overheijt rakende, geschreven. Het +tweede is....”</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4478src" id="xd0e4478">140</a></span> <span lang="en">“The +poorer women ... though never at school, they can all, or almost all, +use the Corean alphabet, which is the most beautiful and complete we +know; for one can learn it almost at a sitting”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Ross, Hist. Corea, bl. 315</span>).—<span +lang="en">“... the Corean alphabet, for simplicity and utility, +is the best known to me”</span> (bl. 377).—Vgl. <span +class="bibl" lang="en">J. S. Gale, The Korean Alphabet. (Transactions +Korea Branch R. A. S., IV, part I, 1912, bl. +13–61)</span>.—<span lang="fr">“La clarté de +l’esprit coréen apparaît dans la belle impression +des livres, dans la perfection de l’alphabet, le plus simple qui +existe, dans la conception des caractères mobiles où il a +atteint le premier ...”</span> (<span class="bibl" lang="fr">M. +Courant, Bibliographie coréenne, I, 1895, Introduction, bl. +CLXXXVIII</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4501src" id="xd0e4501">141</a></span> lees: drukplaeten.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4504src" id="xd0e4504">142</a></span> <span lang="de">“Die +Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren +Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als +Anerkenntnisz der Vasallenschaft.”</span> (<span class="bibl" +lang="de">C. Ritter, die Erdkunde von Asien, Band III (1834) bl. +594)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4516src" id="xd0e4516">143</a></span> “De Koning werd zoo +zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen woonen, gelooven dat hy +van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen onze luiden zulks +voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den Koning uit gaet, en +van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat zy het Jaer achten te +zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, daer hy zich +vertoont” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. +57</span>).—<span lang="en">“The king rarely leaves the +palace to go abroad in the city or country. When he does, it is a great +occasion which is previously announced to the public. The roads are +swept clean and guarded to prevent traffic or passage while the royal +cortége is moving. All doors must be shut and the owner of each +house is obliged to kneel before his threshold with a broom and +dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially +the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one +should look down upon his majesty. Those who think they have received +unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They +stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched on a +hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer or +receives the written petition held in a split bambo”</span> +(<span class="bibl" lang="en">Griffis, Corea, 1905, bl. +222</span>).—“Het Hof van den Koning, is omtrent zoo groot +als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde steen en +klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, als of het +hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen zijn, zoo +groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen onthoud zich +ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, maer een echte +Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van Meester Eibokken, +was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy een boog konde +spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende dus den booge +met zijn eene hand uit” (<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> +dr. I, bl. 59</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4542src" id="xd0e4542">144</a></span> <span lang="en">“The +ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first sending an +envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by five others +(of 2nd rank and over) to meet them at successive stages and escort +them with all possible comfort to Sêul, where they are first +entertained at a “dismounting banquet”. The next and +following days the heir and other members of the royal family, heads of +public offices &c., each give a banquet in turn. (All these +banquets are repeated when the envoys take their departure). When the +envoys first arrive at their hotel, the heir advances with the various +high officers, and makes two obeisances. When they take their +departure, the same ceremony is repeated outside the ... +Gate...</span></p> + +<p class="footnote"><span lang="en">The annual homage envoy</span> [aan +den Keizer te Peking] <span lang="en">is conducted from the palace by +the Corean court officials with great ceremony to his hotel, and music +is used even on fast days; a number of articles of local produce are +taken with him, and special other articles are sent on the +emperor’s birthday and with formal state communications; these +usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, shells, +scents, pencils, dried fruits, candles &c.”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Parker, Corea, China Review XIV, +127</span>).—<span lang="en">“The formal reception by the +king ... is equally intricate and complicated, and comprises the +grovelling on the ground by his majesty, three knocks of the head, and +the shouting out standing up of the words: “Live for ever” +..., with his hands reverently raised to his forehead. This is done in +the presence of his relatives, a full court, and the Chinese envoys. +Music, bows &c., are all regulated with extreme +nicety”</span> (<span class="bibl" lang="en">Parker, a. v., bl. +134</span>).—(Dat de Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot +buiten de stad te gemoet gaat, wordt in dit bericht niet gezegd).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4567src" id="xd0e4567">145</a></span> Blijkbaar eene +verschrijving voor: 1663.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4574src" id="xd0e4574">146</a></span> Saijsing. Deze havenplaats +in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) is op geen kaart aangetroffen; +eenige regels later wordt zij Naijsingh genoemd.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4577src" id="xd0e4577">147</a></span> Sunischien = Syoun-Htyen, +34° 33′–124° 56′ (<span class="bibl" lang= +"fr">Dict. Cor. Franç., bl. 16**</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4583src" id="xd0e4583">148</a></span> Namman = Nam-Ouen, 35° +18′–124° 38′ (a. v., 10**).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4586src" id="xd0e4586">149</a></span> lees: voor de terecht +gecomen[e] = voor de in Japan aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4602src" id="xd0e4602">150</a></span> “Haere schepen zijn +achter plat, en hangen daer zoo wel als voor, wat over het water; +gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn tegen uitlands geschut +niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, als met byzonder verlof, +ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn de vaertuigen daer toe +onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet ’er weinig of geen +yzer aen; ’t hout is in een gevoegt, d’ankers zijn van +hout; hun meeste vaert is op Sina” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>; Bericht van Eibokken).—<span +lang="en">“The Coreans are not a seafaring people. They do not +sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and stern +of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together with +wooden nails. They use round stems of trees in their natural state, for +masts. The sails are made of straw, plaited together with cross-bars of +bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail very well +within three points of the wind, and the fishermen are very skilful in +managing them”</span> (<span class="bibl" lang="en">Griffis, +Corea, 1905, bl. 195</span>).—“Schoon [de Koreërs] op +Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, <span class= +"pagenum">[<a id="pb56n" href="#pb56n">56</a>]</span>en op wat streek +het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die de gevangenen +Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, werwaerts zy de +vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, alzoo geen kaert hadden, +en niemand van hen daer ooit hadde geweest” (<span class= +"bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 44</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4629src" id="xd0e4629">151</a></span> “November 1664. Den +27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, die hoe wel over +d’Indien gaende, sich groot, maer om de verre af-wesentheyt hier +selden klaer, en meest waterachtigh dampich liet sien, hare staert is +eenmael op 180. mijlen en noch grooter afgespeculeert geweest: +Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot Nieu-jaer 1665. de staert west +behoudende, die verloor, en twee daghen als den lest en eersten dagh +van’t Jaer als een bedompte Maen sonder staert verschijnende, +eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje sich vertoonden, doch +seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven Engelant recht nae +Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot en helder tot 3 uren +’s nachts verscheen: Loopende voorts tot op 46. graden, doch was +altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, kleyn van staert, dan +grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in zijn ondergang, ten westen +over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers oordeelden dat hy omtrent de +Tropicus Capricorni moste staen, en seer diep in den Hemel, zijn staert +en lichaem was gecomposeert (als men met een Verkijcker daer op +speculeerde) van een oneyndelijck getal kleyne Sterrekens gelijck den +vloet Eridanus.” (<span class="bibl">Hollantze Mercurius XV +(1665), bl. 183</span>).</p> + +<p class="footnote">Over deze komeet is geschreven door Johannes +Höwelcke (Hevelius), die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne +waarnemingen komen voor in de Mantissa van zijn werk “Prodromus +Cometicus” (1665) en in zijn “Machina Coelestis” II, +439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen der baan gebruikt door +Halley (<span class="bibl" lang="la">Tabulae astronomicae, London +1749</span>) en opnieuw door Lindelöf (<a id="xd0e4640"></a><span +class="bibl" lang="la">De orbita cometae qui anno 1664 apparuit, +Helsingfors 1854</span>). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, +conservator aan de Sterrewacht te Leiden).—Voor gelijktijdige +berichten, zie ook <a href="#b.vi">Bijlage VI</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4650src" id="xd0e4650">152</a></span> “De Keizer [eene +verschrijving voor Koning] oefent zijne krygsluiden dikmael, en doet +die dan vechten tegen malkander, verbeeldende het eene gedeelte <i> +Koreërs</i> en het andere <i>Japanders</i>, doch de <i> +Japanders</i> schieten in’t gemeen te kort, en veinzen zich te +vlieden; na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester +Eibokken zag ’er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen +malkander zoo stryden, dienende hy te dier tijd voor lijfschut” +(<span class="bibl">Witsen, 2<sup>e</sup> dr. I, bl. 59</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4668src" id="xd0e4668">153</a></span> Vgl. “... heden +wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn Keyserlijcke +Maij<sup>t</sup> in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, daer +van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is ontset +geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte +geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden +ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh in +’t zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel +mogelijck bevrijt mochte sijn” (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4674src" id="xd0e4674">154</a></span> In 1619 (zie <a href= +"#pbxxxiii">Inleiding, bl. XXXIII</a>).—Vgl. <span class="bibl" +lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 93–105, 7 Nov.–23 +Dec. 1618</span>; en <span class="bibl">J.W. IJzerman, Over de +belegering van het fort Jacatra</span>: “Jacatra, 7 Nov. 1618 +“’S morgens tegen den dach sach ick de commeetstarre met +een stardt recht boven de looghe vers[ch]ijnen” (Bijdr. Kon. +Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4686src" id="xd0e4686">155</a></span> Vgl. <span lang="en-1600"> +“The people in this place [Firando] did talke much about this +comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, and +many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, and +whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto which I +answerd that such many tymes have byn seene in our partes of the world, +but the meanyng therof God did know and not I etc.”</span> (<span +class="bibl" lang="en">Diary of Richard Cocks II, bl. 94–98, Nov. +1618</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4707src" id="xd0e4707">156</a></span> Uitg.-Saagman heeft: +“op de zee-cant”. Uitg.-Stichter en Van Velsen: “bij +de Zeekant”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4710src" id="xd0e4710">157</a></span> “Zy zijn zeer +achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of ongeluksteekenen: hy +[Eibokken] hadde een der Konings paerden zien dooden, om dat het ter +poorte, met den Koning uit reidende, aerzelde, ’t geen voor een +ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks tot verzoeninge, en +voorkominge van alle onheil” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 57–58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4719src" id="xd0e4719">158</a></span> “Het Buskruit zoo wel +als den Druk, is van voor duizend jaer by hen, zoo zy zeggen, bekent +geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel van andere gedaente als +hier te Lande, want zy bedienen zich slechts van een klein houtje, voor +scherp en achter stomp, ’t geen in een tobbe waters werd +geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, na allen schijn zal +daer binnen in de Magnetische kracht verborgen zijn: acht streeken +winds weten zy te onderscheiden. De Compassen zijn ook van twee houtjes +kruiswys over malkander gelegt. <span class="pagenum">[<a id="pb59n" +href="#pb59n">59</a>]</span>daer van een der einden, ’t geen +Noorden wyst, wat vooruit steekt” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 56</span>. Bericht van Eibokken).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4742src" id="xd0e4742">159</a></span> “Die geene, welke aen +de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig hadden verkoft, waer +mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, met de dood zijn +gestraft; zoo streng is daer de Wet” (<span class="bibl">Witsen, +2<sup>e</sup> dr. I, bl. 58</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4751src" id="xd0e4751">160</a></span> wijffel maent = +kentering-maand. Vgl.: “opdat wij gesamender handt met een goede +vloote <i>in ’t weyffelen van ’t mousson</i> weder naer +Java mogen keeren.” (<span class="bibl">G.G. Coen naar de +Molukken dd<sup>o</sup> 18 Febr. 1619.—Coen, uitg. Colenbrander, +II, 1920, bl. 512</span>).—<span lang="en">“Southerly winds +blow from the middle of May, and often even from April, until the end +of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west monsoon) +prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April ... prevails +until the middle or end of September.... But the regularity with which +the monsoons set in and blow on the Chinese coasts is unknown in +Japan.... North and West winds prevail in winter, South and East winds +in summer” ... “North-east monsoon is inapplicable to the +coasts of Japan and their vicinity, with the exception of the southerly +islands.”</span> (<span class="bibl" lang="en">Dr. J.J. Rein, The +Climate of Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part +III, 1878, bl. 507, 509</span>).—“... goedgevonden te +recommanderen die costelijcke retourschepen uijt Japan nae Taijouan +vóór 15, 20–25 October niet te largeren als wanneer +den noordewint stant heeft gegrepen ende geen suijde stormen ... meer +te verwachten zijn” (Regeering Batavia naar Taijoan, 2 Mei +1644).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4774src" id="xd0e4774">161</a></span> vooreb—een gewone +zeemansuitdrukking. Men heeft <i>vooreb</i> en <i>achtervloed</i>, <i> +voorvloed</i> en <i>achtereb</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4789src" id="xd0e4789">162</a></span> Uitg.-van Velsen: +“lieten de ban uytstaen”. Uitg.-Stichter: “lietent +soo de ban uytstaen”, wat echter geen zin geeft.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4792src" id="xd0e4792">163</a></span> lees: praijde.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4823src" id="xd0e4823">164</a></span> Hier vermoedelijk +flambouwen van visschers onder den wal. Eigenlijke blikvuren—in +dien tijd misschien al in gebruik aan boord van schepen—bestonden +uit een sterk lichtgevende sas die in een houten huls werd bewaard, en +werden tot in den jongsten tijd gebruikt om bij nacht de aandacht op +zich te vestigen of seinen te geven.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4839src" id="xd0e4839">165</a></span> boegseerden.—In +Compagnie’s papieren der 17<sup>e</sup> eeuw vindt men veelal +“boucheren” voor “boegseeren”. Vgl. <a href= +"#pbxvi">Inleiding, bl. XVI, noot 4</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4848src" id="xd0e4848">166</a></span> In de uitg. Saagman en +Stichter: “gecocht”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4892src" id="xd0e4892">167</a></span> In de gedrukte uitgaven van +het Journaal is de ondervraging door den Gouverneur geheel weggelaten +en van de bemoeienis der tolken eene andere voorstelling gegeven. +Uitg.-Stichter en Van Velsen: “aen landt ghebracht, ende van des +Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, die ons alles ondervraeght hebbende, +prees ons seer, dat wy ... enz.”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4905src" id="xd0e4905">168</a></span> Dit wordt niet bevestigd +door het te Nagasaki aangehouden Dagregister.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e4925src" id="xd0e4925">169</a></span> Zie <a href="#b.i.e"> +Bijlage I<i>e</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5236src" id="xd0e5236">170</a></span> opgestempt = vooraf +besproken, beraamd, b.v.: “De gedachte aan valschheid en +opgestemd bedrog”. Bilderdijk. Zie <span class="bibl">Wdb. der +Nederl. Taal dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5507src" id="xd0e5507">171</a></span> De nieuwe Gouverneur was al +eenige dagen vroeger te Nagasaki aangekomen. Zie <a href="#b.i.j">Bijl. +I<i>j</i></a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5530src" id="xd0e5530">172</a></span> Zie <a href="#pbxxvi"> +Inleiding, bl. XXVI</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5537src" id="xd0e5537">173</a></span> Het volgende slot komt in +de vroegere uitgaven van het Journaal niet voor.</p> +</div> +</div> +</div> + +<div class="back"><span class="pagenum">[<a id="pb75" href= +"#pb75">75</a>]</span> +<div id="bij" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">Bijlagen</h2> + +<span class="pagenum">[<a id="pb77" href="#pb77">77</a>]</span> +<div class="div2" id="b.i"> +<h3 class="normal">I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE +SCHIPBREUKELINGEN.</h3> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Japan.</h4> + +<p id="b.i.a"><i>a</i>. 1666. September. Dinsdag 14<sup>en</sup> +ditto.... Voor drij dagen begon hier tijdinge te lopen hoe de hr van +Gottho aen dese Stadts Gouverneur Zinsabrod.<sup>e</sup> bij missive +hadt laten weten datter agt Europianen op een wonderlijcke wijse +gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen vaertuijgh in sijn Eijlanden +waeren aengecomen, ende die hij met d’ eerste gelegentheijt van +weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; gemelte tijdinge worden +alle uuren met soo veel veranderinge in de omstandigheijt van dien +vertelt dat men niet en wist wat daer van te dencken weijniger te +schrijven, tot huijden vroegh als wanneer verstonden dat gemelte +vreemde vaertuijgh ende volck d’ verleden nacht van Gottho hier +was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van alles waren +ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op ’t +Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke +a<sup>o</sup> 1653 ’t Jacht de Sparwer door een vijfdaegse +schrickelicke storm den 16<sup>e</sup> Augustus op ’t Quelpaerts +Eijlant hadden helpen verliesen, zijnde dese acht personen genaemt</p> + +<p>Hendrick Hamel van Gurcum a<sup>o</sup> 1651 met de Vogel Struijs in +India gecomen voor boss<sup>r</sup> naderhant verbetert tot bouckhouder +met 30 gl. p<sup>r</sup> maent.</p> + +<p>Govert Denijs van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met N. Rotterdam int +lant gecomen voor schiemansmaet.</p> + +<p>Denijs Goverts zoon van d<sup>o</sup> Govert, als boven in ’t +lant gecomen voor jongen met 5 gl.</p> + +<p>Matthijs Bocken van Enckhuijsen a<sup>o</sup> 1652 met de schip N. +Enckhuijsen in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. p<sup>r</sup> +maent.</p> + +<p>Jan Pieters van Heerenveen, bossr<sup>r</sup> van ƒ 11 +p<sup>r</sup> maent daer voor in India gecomen a<sup>o</sup> 1651 met +d’ Vogel Struijs.</p> + +<p>Gerrit Jans van Rotterdam a<sup>o</sup> 1648 met Zeelandia in India +g’comen <span class="pagenum">[<a id="pb78" href= +"#pb78">78</a>]</span>voor jongen, naderhant verbetert voor matroos met +10 guldens.</p> + +<p>Cornelis Dirks van Amsterdam a<sup>o</sup> 1651 met ’t schip +de Walvisch in ’t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter +maent.</p> + +<p>Benedictus Clerck van Rotterdam a<sup>o</sup> 1651 met Zeelandia in +India gecomen voor jongen a 5 gl. ter maent.</p> + +<hr class="tb"> +<p>’K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier +in ’t lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van +13 jaeren diese onder d’Eijlanders van Corre hebben gesworven, is +wedervaren, dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs +soude vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable +menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van +gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voorn<sup>de</sup> Quelpaerts +Eijlant aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op +bewaert en naderhant op d’ eijlanden van Corre gebragt sijn, +wordende dikwils van de eene plaets naer d’ander gevoert +mitsgaders doorgaans seer sober en armelijck getracteert, sulcx nu en +dan 20 personen van haer geselschap sijn komen te sterven en sij 16 +starck overgeschooten welcke overige acht die op ’t vertreck van +voorsz. acht menschen uijt Corre, nogh in’t leven en hier en daer +in’t lant verspreijt waeren, uijtgenomen drie diese om de minste +suspitie te geven op hunne vlugt van daer in huijs gelaten, sijn +genaemt</p> + +<p>Johannes Lampen van Amsterdam assistent</p> + +<p>Hendrick Cornelisz van Vrelant</p> + +<p>Jan Claes van Dort, cock</p> + +<p>Jacob Jans van Vleekeren</p> + +<p>Sander Boesquet van Lith</p> + +<p>Jan Jansz Spelt van Uijtrecht</p> + +<p>Anthonie Uldircksz van Grieten</p> + +<p>Claes Arentsz van Oostvoort.</p> + +<p>Den Gouverneur Zinsabrod<sup>e</sup> als hij de eerste genoemde acht +persoonen bij ons op ’t Eijlant sont, liet ons daernevens door de +Tolcken aenseggen dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe +wonderlijck dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer +vrijdom te becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh +hadden bestaen haer leven te wagen, SijnEd<sup>le</sup> wilde daer over +naer Jedo oock schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe +wij’t met dit volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij +lieten SijnEd<sup>le</sup> voor dese goede voorsorge <span class= +"pagenum">[<a id="pb79" href="#pb79">79</a>]</span>ten hoogsten +bedancken en seggen dat we ons naer Zijn beveelen gehoorsaemelijck +gedagten te schicken.</p> + +<p>Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen +vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint +tot beneffens d’Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den +10<sup>en</sup> ditto door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn +geweest (hoe wel tegens haer danck) haven te soecken, sonder te weten +waer datse waren en of se bij vrunden of vijanden quamen.</p> + +<p>’T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het +gesalveerde volck van de Sperwer op’t Eijlant Quelpaert waeren, +en in 8 maenden niet en wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre +daer bij haer gecomen is een out man gelijckende wel een Hollander +(zijnde apparentelijck bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck +van Corre versogt en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle +besien te hebben, ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt +ghij ende uijt haer verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben +oock een Hollander, geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. +Weltevreen ende heb hier al 26 jaren geweest, <i>verhaelende wijders +hoe hij a<sup>o</sup> 1627 op ’t Jacht Ouwerskerck hadde +gevaeren, Item dat hij op seecker joncque door gemelte Jagt in dit +Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, en omtrent dese Eijlanden +vervallen was</i><a class="noteref" id="xd0e5673src" href= +"#xd0e5673">1</a> met eenige van sijn geselschap aen lant gevaeren om +waeter te haelen en nevens twee andere persoonen door d’ +Chineesen gevangen geworden, mitsgaders dat voorn. twee mackers ten +tijde als dese Eijlanden van de Tartaren wierden ingenomen, waeren +dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen was op ’t afscheijt +van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in’t leven ende een +man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte Dagelijckse +aenteijckeninge van ’t gepasseerde en voorgevallene in Japan ten +Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm Volger, +Opperhooft, aldaer, beginnende den 28<sup>n</sup> October anno 1665 tot +den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in Overgek. +Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149).</p> + +<hr class="tb"> +<p id="b.i.b"><i>b</i>. 1666. October. Sondagh 17<sup>o</sup> +d<sup>o</sup>... op van dage lieten door de Tolcken (gelijck wij +meenden om ’t welstaen) aan de Gouverneurs versoecken off we de +acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier aengecomen +mede naer Batavia mochten voeren, ’t welck ons wiert afgeslagen +<span class="pagenum">[<a id="pb80" href="#pb80">80</a>]</span>met +voorgeven dat dies aengaende van ’t Jedosche Hoff nog geen ordre +off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, ondertusschen +zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese arme menschen +licht hier noch een jaer dienen over te blijven ’t welck voor +haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Nagasaki naar Batavia.</h4> + +<p><i>c</i>. Aen de Ed<sup>le</sup> Heer Joan Maetsuijker Gouverneur +Generael en d’Ed<sup>le</sup> Heeren Raden van India.</p> + +<p>Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op +14<sup>den</sup> passado uijt de Correse Eijlanden op een +wonderbaerlijke wijse teregt gecomen en door den Gouvern<sup>r</sup> +Zinsabrod<sup>e</sup> bij ons op ’t Eijlant gesonden 8 personen +die a<sup>o</sup> 1653 het Jagt de Sperwer op’t Quelparts Eijland +(gelegen omtrent ...<a class="noteref" id="xd0e5720src" href= +"#xd0e5720">2</a> mijlen benoorden<a class="noteref" id="xd0e5723src" +href="#xd0e5723">3</a> Firando) hebben helpen verliesen, sijnde +d’eene van haer d’Boechouder van gemelte schip genaemt +Hendrik Hamel en d’andere 7 matroosen op haer vlugt met een kleen +vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op gemelte +Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen 8 personen +gaen nevens desen met d’Esperance meede na Batavia uijt wien en +uijt hetgeen daervan in ons Dagreg<sup>r</sup> op voorschr. datum staet +aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen.</p> + +<p>Nangasackij adij 18<sup>en</sup> October anno 1666.</p> + +<p>Uwe Ed<sup>ls</sup> onderdanige dienaers en was getekent Wilhem +Volger, Daniel Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. +11725).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Rapport.</h4> + +<p id="b.i.d"><i>d</i>. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed +Heer Joan Maetsuijcker Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van +India overgelevert door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen +Opperhooft in Japan met mijn verschijning van daer op Batavia.</p> + +<p>... Wij en hadden in’t alderminste niet getwijffelt gelijck in +meergenoemde missive<a class="noteref" id="xd0e5751src" href= +"#xd0e5751">4</a> oock is geschreven off de acht persoenen van ’t +verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia gegaen ende +voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer 13 jaeren in de +<span class="pagenum">[<a id="pb81" href= +"#pb81">81</a>]</span>eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en +schriftelijck te verhaelen. Hoewel ’t tot mijn en insonderheijt +deser arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen +aengesien den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt +uijt Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken ’t +selve plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen +ordre van ’t Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij +twijffelde of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden +ontbooden en aen de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer +toegestaen wierde van hier te vertrecken; tot wat eijnde—offt al +gebuerde—dit dan noch geschieden soude, seijde hij niet; ’t +is evenwel niet apparent dattet daer toe comen sal gelijck UEd binnen +corten p<sup>r</sup> d’een of d’andere joncque van daer wel +aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt ’et voor deese +bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te moeten overblijven +eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben van haer luijden +versocht en heb aengenomen om UwEd<sup>len</sup> haerenthalven te +bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat ’et +UweEd<sup>len</sup> doch wilde believen d’oogen van +barmherticheijt over hunne armelijcke conditie te laeten gaen ende +soodanige ordre te geeven datse wederom in ’s Compes soldij +boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten mochten, wij ende +sij bidden noghmaels dat UwEd<sup>ls</sup> hierin naer Haere +aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven +1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. +11725).</p> + +<p>In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt +naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te +Batavia is aangekomen en dat is “overgeleverd door den E. Willem +Volger [die aan boord van de Espérance was medegekomen] UE. +aangename missive van 18 October a<sup>o</sup> verleden, mitsgaders +desselfs particulier rapport”.</p> + +<p>In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 Oct. t. +v. zegt de Bataviasche Regeering: “Wij willen ook niet twijffelen +of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen die van Corre soo +miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende ’t verleden jaar +daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts laten +comen”.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Japan.</h4> + +<p id="b.i.e"><i>e</i>. 1666. October. Woensdag 25<sup>e</sup> +d<sup>o</sup> ... heden morgen omtrent 9 uuren comen de gesamentlijcke +tolken uijt den naem van den Gouvern<sup>r</sup> mij <span class= +"pagenum">[<a id="pb82" href="#pb82">82</a>]</span>aendienen dat de agt +Nederlanders op den 14<sup>en</sup> September uijt Correa hier +aengecomen met haer ten huijse van den Gouvern<sup>r</sup> Canama +Gonnemond<sup>e</sup> moesten gaen omme andermael in presentie van den +opreijsende Stadvoogt Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik<a class= +"noteref" id="xd0e5802src" href="#xd0e5802">5</a> liet deselve roepen +ende gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. +Wat vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet +ons met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen +gemelte Nederlanders weder op ’t Eijlant en gevolgelijck +rapporteerden den boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. +Gouvern<sup>r</sup> waren gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, +alsmede den handel en wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, +haer geweer, manieren van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen +als Chinesen in ’t lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders +daer noch gebleven waren etc<sup>a</sup>. ende naer datse haer op ijder +vraeg contentement gegeven hadden, wert haer gelast weder naer ’t +Eijlant te keeren; of dese luijden door de Keijserlijke +Majes<sup>t</sup> gelargeert zijn, connen noch niet te weete comen.</p> + +<p id="b.i.f"><i>f</i>. 1667. 17 Februari ... ’t vertreck der 8 +Nederlanders uijt Correa, alsmede de verlossinge dergeenen die daer +noch verbleven waren, soude bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van +Nagasaki] in gedagten gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn +Confrater [die destijds zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. +Arch. no. 1155).</p> + +<p><i>g</i>. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen +schrijver de versoecken tot bevorderingh van ’t vertreck der 8 +Nederlanders uijt Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt +wesende ... leverden wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van +Nagasaki] gemelte geschrifje over, onder versoeck ’t selve in +achtingh geliefde te nemen.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667.</h4> + +<p><i>h</i>.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden +wij aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens +’t ontslaeken der Corese matrosen.... over.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Japan.</h4> + +<p id="b.i.i"><i>i</i>. 1667. October. Saterdagh 22<sup>en</sup>. +Niettegenstaande dat het seer regenagtigh weeder was, hebben wij op +heden de fluijtschepen de Witte Leeuw en de <span class="pagenum">[<a +id="pb83" href="#pb83">83</a>]</span>Spreeuw directelijck met een +cargasoen ten bedrage van ƒ 475724.15.3 bestaende in 4 +duizend picol staefkoper, 250 picol campher, 35 Japanse zijde rocken +nevens 80 kisten zilver, naar Batavia gedepecheert. Godt [de] Heere +geve datse behouden mogen vaeren.</p> + +<p>Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier +aengecomen, zullen mogen vertrecken.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667.</h4> + +<p id="b.i.j"><i>j</i>. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van +Nangasackij Sinsabrodonne om den ouden Gouvern<sup>r</sup> +Gonnemond<sup>e</sup> te vervangen, al eenige dagen afgecomen was, +hebben wij niet eerder als op dato deser licentie connen bekomen dat de +8 Nederlanders uijt Corree ’t voorleden jaer hier aengecomen, +zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d’ selve +p<sup>r</sup> de fluijt de Spreeuw tot UEd<sup>le</sup> noch bij desen +over.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667.</h4> + +<p id="b.i.k"><i>k</i>. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 +persoonen te samen geweest sijnde op ’t jacht de Sperwer +a<sup>o</sup> 1653 aen een der Corese eijlanden verongeluckt en sedert +aldaer gevangen gehouden tot verleden jaer dat se met een cleijn +vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij de onse aengelandt sijn, In +Rade versocht hebbende om licentie om met de gereede schepen na +’t vaderlandt te vertrecken ende dat hare gagie van de tijt harer +detentie haer mede mochte goet gedaen worden, Soo is nae deliberatie +goet gevonden haer het eerste toe te staen, maer het tweede als +strijdigh metten Generalen articulbrief af te slaen, maer dat haer +reeckening weder aenvangh sal hebben genomen van de tijt dat weder tot +Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde geweest den 14<sup>en</sup> +September verleden jaers, doch aengesien eenige niet meer dan jongens +gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de ’t huijsreijze +op 9 gl. ter maent te stellen.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Generale Missive, 25 Jan. 1667.</h4> + +<p><i>l</i>. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een +cleen vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot +Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in’t jaer 1653 +op’t Quelpaerts eijland met ’t jacht de Sperwer +verongeluckt en sich aldaer 36 menschen gesalveert hadden—maer +waeren van de Coereesen seer armelijck getracteert en <span class= +"pagenum">[<a id="pb84" href="#pb84">84</a>]</span>soo nu en dan van +’t eene eijland nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt +van 13 jaeren dat aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te +sterven,—waervan 8 gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel +visschers vaertuijgjen sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch +gebleven, onder anderen verscheen daer bij haer een out man die seijde +in cromduijts dat hij ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, +genaemt Jan Janszen Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en +dat hij a<sup>o</sup> 1627 op ’t jacht Ouwerkerck had gevaeren +<i>en bij geval met een Chineese jonck aldaer was geraeckt</i>, hoe de +vordere Nederlanders die daer verbleven en d’ andere aght die tot +Nangasacki sijn comen vluchten genaemt sijn, worden met naemen en +toenaemen in ’t Japanse dagregister op 14<sup>n</sup> September +1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te gaen, +diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 +Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, +dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover +nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven +1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Generale Missive, 23 Dec. 1667.</h4> + +<p><i>m</i>. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en +met seer goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck +gedanckt) de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen +nae datse van daer den 23 October vertrocken waren....</p> + +<p>De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige +gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw alhier +behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek (Japan). Kol. +Arch. no. 1152).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Patriasche Missiven.<a class="noteref" id="xd0e5905src" href= +"#xd0e5905">6</a></h4> + +<p>20 Nov. 1667.</p> + +<p id="b.i.n"><i>n</i>. T’ is wonderlijck ’t geene UE. van +die arme menschen haer van de Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese +Eijlanden gesalveert, en daer tot noch toe als gevangen gehouden, en +daer onder van een oudt man all van den jaere 1627 off daeromtrent daer +geweest sijnde, en waervan acht in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De +voorsz. luijden sullen van de gelegentheijt van die Eijlanden, +mitsgaders off en wat aldaer soude connen te doen vallen, ongetwijffelt +eenich bericht cunnen geven. Conde <span class="pagenum">[<a id="pb85" +href="#pb85">85</a>]</span>voor de resterende gevangens inde voorsz. +Eijlanden noch verbleven, haer vrijdom mede worden geprocureert soude +een pieus officie wesen.</p> + +<p>22 Aug. 1668.</p> + +<p id="b.i.o"><i>o</i>. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van +diegeene die in’t jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck +geleden en haer daer aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van +dertien jaeren en 28 daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh +dan gedetineert sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en +van den handel die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders +gelesen <i>het verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd</i>. +En dewijle wij daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer +handel en logie hebben, en ’t selve lant onder anderen medetrect +Peper, Sappanhout, Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede +soodanige waeren als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder +gemeent wort dat de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant +sijnde, mede wel van het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in +bedencken genomen off het niet goet en dienstich soude wesen onder +anderen mede onder pretext van de resterende gevangens off gedetineerde +daer noch sijnde, dat een besendinge derwaerts gedaen wierd, om te +onderstaen off wij daer tot den handel niet mede souden kunnen werden +geadmitteert, presenterende de voorsz. luijden haer tot die reijs en +besendinge in dienst van de Comp<sup>e</sup> weder in te laeten, +gelijck als sij ons berichten, <i>dat de achtste sijnde den boeckhouder +bij haer tot Batavia soude sijn gelaten</i>. Volgens het voorsz. +verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op Pekin +drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie bij ons +daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert en +gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet +sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten +Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te +laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck +’t selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt +dewijle denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in +te laeten; Doch alsoo d’E. Pieter van Hoorn UE. van die +gelegentheden lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in +en omtrent die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen +meenen ten meesten dienste en voordeele van de Comp<sup>e</sup> te +strecken. <span class="pagenum">[<a id="pb86" href= +"#pb86">86</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Resoluties Heeren XVII.<a class="noteref" id="xd0e5937src" href= +"#xd0e5937">7</a></h4> + +<p>10 Aug. 1668.</p> + +<p><i>p</i>. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en +geresolveert dat seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in +Corea gevangen geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door +Commissarissen uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de +hoedanigheijt, constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, +mitsgaders om de pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en +de Vergaderingh daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, +werden mits desen versocht en gecommitteert d’Heeren Munter, +Fannius, Lodesteijn en den Advocaat van de Comp<sup>e</sup>. met +adjunctie van d’Heer Thijssz., uijt de Hooftparticipanten.</p> + +<p>11 Aug. 1668.</p> + +<p id="b.i.q"><i>q</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren +Commissarissen hebbende in gevolge van de resolutie van gisteren voor +haar bescheijden en geexamineert het volck in Corea gevangen geweest +sijnde, soo oock gelesen het request bij deselve gepresenteert, +tenderende om te hebben betalinge van de gagie haar volgens haar +sustenue competerende van de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, +wesende dertien jaren en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie +mitsgaders lecture van het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, +goetgevonden dat all vooren hier op te resolveren, <i>het schriftelijck +rapport door deselve overgelevert</i> sal werden gelesen en +geexamineert, waartoe de gemelte Heeren Commissarissen mits desen +worden versocht en gecommitteert.</p> + +<p>13 Aug. 1668.</p> + +<p><i>r</i>. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen +hebbende in voldoening van de resolutie van den 11<sup>n</sup> deser +nagesien en <i>geexamineert het verbaal gehouden van het gepasseerde en +toedracht van saacken in Corea geduerende de aanhoudinge en +gevanckenisse van die daer jongst van daan gekomen sijn, vervattende +met eenen de constitutie van het lant aldaar</i>, en de handel die daar +soude cunnen vallen, waar op sijnde gedelibereert, is goetgevonden en +verstaan dat de Generaal en de Raden sal werden aangeschreven dat men +hier niet vreemt daar van soude wesen dat, door een besendinge +derwaerts te doen, onderstaan wierd off men <span class="pagenum">[<a +id="pb87" href="#pb87">87</a>]</span>daar tot den handel soude cunnen +werden geadmitteert, verstaande soo den Generaal en de Raden geen +andere consideratien daar tegen mochten hebben. Noch is geresolveert +dat men de voorsz. luijden, sijnde seven in getale, uijt commiseratie +tot een gratuiteijt sal doen hebben een somme van vijfthien hondert en +dertigh guldens, te verdeelen als volgt:</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top">Govert Denijs uijtgevaren voor quartier M<sup>r</sup> +à ƒ 14 p<sup>r</sup> mt.</td> +<td valign="top">ƒ 300.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot +ƒ 11</td> +<td valign="top">ƒ 250.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Gerrit Jansz tot 9 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 200.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Cornelis Dircksz tot 8 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 180.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Dionijs Govertsz tot 5 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 150.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Benedictus Clercq tot 5 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 150.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top">Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl.</td> +<td valign="top">ƒ 300.</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + ">——</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">ƒ 1530.</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb88" href="#pb88">88</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.ii"> +<h3 class="normal">II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE +SCHIPBREUKELINGEN.</h3> + +<div class="div3"> +<h4>Dagregister Nagasaki.</h4> + +<p id="b.ii.a"><i>a</i>. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den +Ottena<a class="noteref" id="xd0e6035src" href="#xd0e6035">8</a> dezes +Eijlants Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majest<sup>t</sup> de +acht Nederlanders van ’t verongeluckte jacht de Sparruwer in de +jaere 1653 ende waervan anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier +miraculeus aengelant sijn, van daer gevoirdert en apparent morgen of +overmorgen ons stinde bij te comen, dat een groote sorge van dees +Majest<sup>t</sup> voor der Hollanderen zij.</p> + +<p>16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup> +seven Nederlanderen die van ’t gebleven jacht de Sparruwer +’t zedert anno 1653 haer op ’t Eijlant Correa erneert en nu +door last des Majes<sup>ts</sup>. door den Heere van Tzussima van daer +waren gevoirdert, bij ons op ’t Eijlant Dezima, <i>zijnde +d’achtste,</i> die de gevlugte acht Nederlanderen aldaer anno +1666 gelaten hadden, <i>overleden</i>; twee maenden warense van Correa +door de continueele zuijde winden en breecken der mast van de bercq tot +hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van Correa met een rocq, +ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet ende anders beschoncken. +Item van de H.<sup>re</sup> van Tzussima van eten, drincken en ider een +rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, mitsgaders aen haer +sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat ons soo alles door +des Gouvern<sup>rs</sup> van Nangasackis last schriftelijck door twee +Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, die den +Japanse Keijser voor d’ Hollanderen gedragen heeft, ende een +merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot nader +order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, nadien voor +de Nangasackijse Gouvern<sup>r</sup> noch stonden verhoort te +werden.</p> + +<p>17 d<sup>o</sup> wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten +huize van de <span class="pagenum">[<a id="pb89" href= +"#pb89">89</a>]</span>Gouvern<sup>r</sup> Sinsabrod<sup>e</sup> naer de +gelegentheden van het verongelucken van ’t schip de Sparruwer in +de jare 1653, als dat van Correa, ende de frequentatie in de negotie +met de Japanners ondervraagt, daerse naer waerheit op antwoordden, ende +sonderlingh geen aantekening tot nutte van d’E.Comp<sup>e</sup> +en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer te mogen vertrecken, daer we +dan den Gouverneur hertelijcken voor deden bedancken.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4> + +<p><i>b</i>. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (<i>waer van +d’achste zedert 1666 overleden is</i>) van ’t verongelucte +jacht de Sparruwer ’t zedert den jare 1653 haer op ’t +Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der Majesteijts last van +daer gevoirdert, ende ons op den 16<sup>en</sup> van de verleden maent +September toegesonden die met de laetste besendinge met Gods hulpe om +de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen<a class="noteref" id= +"xd0e6105src" href="#xd0e6105">9</a> volgen sullen.</p> + +<p id="b.ii.c"><i>c</i>. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in +ons voorig schrijven Uwe Ed<sup>le</sup> eerbiedig van verwittigt is, +ende zedert den jare 1653 mits het verongelucken van ’t jacht de +Sparruwer op ’t lant van Correa gehouden zijn, gaen nu met +Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob Lampen van Amsterdam, +adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, schieman, Jacob Jansen van +Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit van Liet, boss<sup>r</sup>, +Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen Spelt van +Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta’pen<a +class="noteref" id="xd0e6121src" href="#xd0e6121">10</a>.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Generale Missive, 13 Dec. 1668.</h4> + +<p><i>d</i>. Op ’t versoek onser Opperhoofden om de verlossing +onser acht in Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer +1653 aldaer verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden +was, dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met +Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening om +deselve aen ’t eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, dat +door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit hier +aengehaelde, en ’t gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht dat +de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die +luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers den +Japander ten minsten ook groot respect draegen. <span class="pagenum"> +[<a id="pb90" href="#pb90">90</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669.</h4> + +<p id="b.ii.e"><i>e</i>. We hebben in ’t nasien der papieren +bevonden dat den 16<sup>en</sup> September verleden 7 onse lantsluijden +(die zedert 1653 in Corea hadden gevangen geseten, en waervan ons eerst +in den jare 1666 kennisse toegekomen is) door bestellinge der Japanse +Regeeringh uijt hare gevanckenis op ’t Eijlant Dezima bij UE. +verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck op Batavia bij ons +bennen aengelant, ’t welke een saeke is waervan UE. soo +vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, de Majest. te +bedancken of soo ’t niet en ware geschiet, soude ’t noch +moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van seltsame +voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij een gemeene +danksegginge door d’ Opperhoofden gedaen te berusten, maer dat +UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de Keijserlicke +Majest<sup>t</sup> soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het zeer +groot genoegen dat we daerinne geschept hebben.</p> + +<p>Alsoo de H<sup>ren</sup> Meesters in ’t vaderlant met d’ +overcomste der gewesen Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of +wel aldaer eenigen handel vallen mocht tot voordeel van de +Comp<sup>e</sup>, dat wij hier na de bekomen bescheijden van diezelve +luijden en die wij wijders van die gelegentheit hebben, vermenen +weijnich te zullen beschieten, soo om de armoede des lants als d’ +afkeericheijt diese hebben van de vreemdelingen en d’ +onwilligheit om die in haer lant toe te laten, sonder noch te spreeken +van der Tartaren en Japanderen onwil om gemelten handel te gedoogen, +die alle beijde in gemelte landt groot van respect en vermogen zijn, en +ook dat aende goede havenen al vrij wat getwijffelt wort, soo sullen +UE. nochtans dienaangaande tot meerder seckerheijt en gerustheijt in +die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, sonder acht te nemen op onse +voorverhaelde aenmerckingen maer op de rechte geschapenh<sup>t</sup> +der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht te geven even als of +dat een saecke was die bij de Comp<sup>e</sup> in bedencken quam, maar +eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge van +UEd<sup>le</sup> nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij +omwegen, dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. +voorsichtigheijt toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende +ons zelfs en de H<sup>ren</sup> onse M<sup>rs</sup> daer van te dienen, +waerop ons zullen verlaten. <span class="pagenum">[<a id="pb91" href= +"#pb91">91</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missiven Nagasaki naar Batavia.</h4> + +<p>5 Oct. 1669.</p> + +<p id="b.ii.f"><i>f.</i>... zijnde den 16en April binnen des +Majest<sup>ts.</sup> paleijs [te Jedo] alvorens onse nedrige +danckbaarh<sup>t</sup> wegens de verlossingh der seven Nederlanders +uijt Correa bewesen hebbende ...</p> + +<p>Omme van UEd<sup>s</sup> missive van poinct tot poinct te +beantwoorden soo seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel +Six in den jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de +verlossing van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht +hadde, soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen +jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen als +voor de Rijxraden danck te seggen: ’t welk Hare Hoogheden uijt +den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij +bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien +UEd<sup>le</sup> van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van +bijsondere voorval is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden +gedaan, niet en behoorde te laten berusten, maar dat UEd<sup>le</sup> +bijsonderlick uijt UEd<sup>le</sup> naam daarvoor ordineert +danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben ’t bijsonder genoegen +welke UEd<sup>le</sup> over die weldaat zijt scheppende den +Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen en +naar ’t Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas<a class= +"noteref" id="xd0e6204src" href="#xd0e6204">11</a> sal (met Godt de +voorste in Jedo verschijnende) UEd<sup>le</sup> goede intentie met de +gerequireerde omstandigheden (’t zij voor den Keijser selven off +voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen +Gouvern<sup>r</sup> zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te +effectueren.</p> + +<p>Naar de constitutie en gelegentheijt van ’t Eijlant Correa +hebben hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet +connen ondervinden dat daar voor de Comp<sup>e</sup> eenigen handel +soude te drijven wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme +luijden die haar eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, +anderdeels datse daar met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden +volgens ons gevoelen die twee magtige potentaten Tater en Keijser van +Japan niet willen gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de +vreemdelingen daar <span class="pagenum">[<a id="pb92" href= +"#pb92">92</a>]</span>quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den +Japansen monarch sich daartegen stellen en geen Christenen, die hem +altijt suspect zijn, soo nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte +altijt bevreest soude wesen dat bij die occasie ons een voet wierde +gegeven om ’t Christendom daar voort te planten en zijn Lant soo +weder in verwarring te brengen. Van desen cant is den toegangh tot dat +Eijlandt ijdereen op dootstraffe verboden, excepto den Heer van +Sussima, die zulx als een beneficium alleen vergunt is daer met de +Tarterse Chinesen te mogen handelen, die toevoer doen van sijde en +d<sup>o</sup> stuckgoederen, zijnde desen jare over dien wegh bij de +seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht ende trect weder +zilver (als ’t uijtgevoert magh werden) voorts gout, peper, +nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout als +anders, ’t welk alles door dat Lant naar China weder vervoert +wert, maar onder d’inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen +handel van importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien +voor vast soo langh de E. Comp<sup>e</sup> den voordeligen handel in +Japan genegen blijft ’t achtervolgen datse daar (om den Japander +geen misnoegen te geven) geen handel dient te soeken, want dese +agterdogtige natie soude altijt sustineren dat wij daarmede ijets tot +nadeel van Japan voor hadden, waarmede niet alleen de wantrouw +vergroten maar den ontsegh van ’t rijck wellight op volgen +mocht.</p> + +<p>19 Oct. 1670.</p> + +<p><i>g</i>. ....D’Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] +aengevangen en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone +reverentie voor den Keijser geschiede den 20<sup>en</sup> daaraan.... +dese hoffplichten zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern +gesien dat de Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen +hadden gaen openen onsen last om uijt UEd<sup>s</sup> name +danckbaerheijt te doen voor de verlossinge van de seven Nederlanders +zedert a<sup>o</sup> 1653 vant verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa +aengehouden ende a<sup>o</sup> 1668 op Zijne Majesteijts voorderinge +gerelaxeert, opdat haer Ed.<sup>n</sup> zouden mogen ordonneren in +hoedanige wijse het moste geschieden en waerover oock op ons afscheijt +in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge van Sinsabrod<sup>e</sup> +aen voorm. Gonnemond<sup>e</sup>, zijn confrater, hadden versocht maer +geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, tselve +altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan den 28 +April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons des +avonts vanden Gouverneur Gonnemond<sup>e</sup> <span class="pagenum"> +[<a id="pb93" href="#pb93">93</a>]</span>in antwoord brengen dat Zijn +E<sup>e</sup> dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons +arrivement in Nangasackij a<sup>o</sup> passado ende kennisse door Zijn +E<sup>e</sup> aende Rijcxraden daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde +oock haer genougen daerover hadden laten blijken ende dierhalven zich +daermede niet meer wilde bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het +nu voor de Rijcxraaden deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den +Tolck dat daervan niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was +de Commissarissen daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent +haer E<sup>s</sup> Tolck Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de +jalousie dieder is tusschen de Commissarissen ende Gouverneurs en +zouden wij op tlaetst met hem daerover wel hebben gediscoureert zoo +zich door positie niet hadde geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren +dit misnoech antwoord vanden Gouvern<sup>r</sup> Gonnemond<sup>e</sup> +ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse Zijn E<sup>e</sup> door +den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, waerdoor den tijt +niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in te handelen gelijck +uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten conde werden, zoo zijn +evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent vruchteloos en dit goede +werck onvolbracht gebleven waerdoor waren wechgenomen geweest alle +verdere discoursen over het zenden van een ambassadeur ons voormael +noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de Tolcken +voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote costen die +daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te connen +trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen te begeeren +ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen gedilaijeert +werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse regeerinck eenich +misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens mochten moveren.</p> + +<p>.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese +gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die dingen +afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden als onse +meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman Joannes +Camphuijs als Opperhooft naer Japan, dd<sup>o</sup> 29 Mei 1671 = +Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. +798).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670.</h4> + +<p id="b.ii.h"><i>h</i>. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen +hebben hier altijt oock soo begrepen om de selfste redenen alsser +in’t schrijven van 5en October <span class="pagenum">[<a id= +"pb94" href="#pb94">94</a>]</span>lestleden wordt aangehaalt; ’t +comt ondertusschen niet qualijck datter zulken treck van verscheijde +goederen derwaerts sij, hoewel van d’ander zijde de +Comp<sup>e</sup> weder schadelijck is datter bij de 600 picols zijde +oock d<sup>o</sup> stuckgoederen, ’t verleden jaar over dien wegh +in Japan gevoert zijn geworden.</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670.</h4> + +<p id="b.ii.i"><i>i</i>. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar +van Vlielandt, <i>Hendrik Hamel van Gorinchem</i> en Jan Jansz. Spelt +van Utrecht, met het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan ’t +Quelpaarts Eijlandt verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea +gedetineert geweest sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, +gedurende de tijt van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de +vergaderingh haar daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is +nae voorgaende lecture van resolutie den 13 Aug<sup>o</sup> 1668<a +class="noteref" id="xd0e6312src" href="#xd0e6312">12</a> op gelijk +subject genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders +noch eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden +getracteert volgens en na proportie in de voorsz. resolutie +geexpresseert (Kol. Arch. no. 256).</p> +</div> + +<div class="div3"> +<h4>Patriasche Missiven.</h4> + +<p id="b.ii.j"><i>j</i>. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. +van de gelegenth<sup>t</sup> van de Corese Eijlanden hebben becomen, +hebben UE. de voorgeslagen besendingh derwaerts wel te recht +naegelaten.</p> + +<p id="b.ii.k"><i>k</i>. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant +Opperhoofd en den Raet in Japan bij derselver missive van den 5 October +1669 soude Corea wel een arm lant wesen weijnich van sijn selver +uijtgevende maer souden de Chinesen en Japannesen daer mettenanderen +komen handelen jae dat in’t voorsz. jaer over dien wegh meer als +600 picols sijde in Japan sijn aengebracht, en dat in troucque van +peper, nagelen, noten, sandelhout, voort silver, gout en anders. Wij +kunnen wel begrijpen dat soolang wij in Japan onse residentie en handel +hebben wij onse gedachten om daer eenige negotie te stabilieren en dat +om de jalousie en wantroù die de Japannesen daer uijt souden +opvatten men laet noch staen het bedencken dat de Chinesen ons +lichtelijck daer mede niet en souden gedogen, wel mogen uijt den sin +setten, dan bij succes en veranderingh van tijden weet men niet wat +daer van noch soude cunnen vallen. <span class="pagenum">[<a id="pb95" +href="#pb95">95</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.iii"> +<h3 class="normal">III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN.</h3> + +<div class="div3" id="b.iii.a"> +<h4>A. HET JACHT DE SPERWER.</h4> + +<p><b>1.</b> ’t Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in +zijne Beschrijvinge van de O.I. Compagnie een “pinas” +genoemd), zeilde 26 April 1648 voor de Kamer Amsterdam uit Texel +(Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia +aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd +de Sperwer naar Amboina bestemd; ging 28 Februari daarheen (Instructie +en Seijlaets order 27 Febr. 1649 in Kol. Arch. no. 776); na lang op +zich te hebben laten wachten (zie Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. +Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni 1649) den 29 Mei 1649 te Batavia +teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); +uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni 1649); daarheen vertrokken 13 Aug. +1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 Juni 1650 van daar te Batavia terug +(Miss. Bat. Regeering naar Suratte dd. ult<sup>o</sup> Aug. 1650); +vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar en Perzië +(Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 terug te +Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651); +vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar +terug te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd +naar de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt +14 Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653 +aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het 1 +Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart +1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, 16 +Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 Juni +1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt van +daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.</p> + +<p>In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene +onjuiste lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen +(uitg.-Saagman) of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele +tot de volgende aanteekening in zijn <span class="bibl" lang="fr"> +Mémoire bibliographique, bl. 274</span>: <span lang="fr"> +“Parti des Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer +(l’Epervier) arriva le <span class="pagenum">[<a id="pb96" href= +"#pb96">96</a>]</span>1<sup>er</sup> Juin de la même année +à Batavia.”</span> Geen Compagnie’s schip is +trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch op +laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.</p> + +<p id="b.iii.a.2">2. Seijlaas ordre voor d’Opperhoofden vant +Jacht de Sperwer, waer naer hun in’t zeijlen van hier naer +Taijouan sullen hebben te reguleeren.</p> + +<p>Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden +d’Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende +die bij oosten Lucipara in te loopen ende op’t spoedichst te +passeeren mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na +Pulo Lauwer zeijlen, makende t’selve te verkennen ende Pulo +Candor in’t gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo +Cecier de mair ende terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die +daer een weijnich besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te +seijlen, van waer de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht +sult houden, om voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo +Champello tracht te verkennen om vandaer Aijnam in’t gesicht te +loopen, vermits de stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf +van Conchinchina om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch +meer bij storm op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt +betert a<sup>o</sup> 1634 in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken<a +class="noteref" id="xd0e6366src" href="#xd0e6366">13</a>.</p> + +<p>Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door +beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo de +gem<sup>te</sup>. tuffons<a class="noteref" id="xd0e6374src" href= +"#xd0e6374">14</a> gemeenlick met uijtschietende winden comen, zulcx +dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets te +soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck a<sup>o</sup> 1634 +mede is gebleecken<a class="noteref" id="xd0e6380src" href= +"#xd0e6380">15</a>, die onder Sanchoan voor 3. anckers een +musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal +afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel +uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van Macauw +op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo oock dede +de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door +ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen zoo +int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst <span +class="pagenum">[<a id="pb97" href="#pb97">97</a>]</span>aen te soecken +mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert bij nevensgaende +Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als de vordere +geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij +Vl.<sup>s</sup> bevelen wel te examineeren ende na vermogen +t’achtervolgen.......</p> + +<p>Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen +vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem in +zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesz<sup>e</sup>. zeijlaas +ordre naer Taijouan te bevorderen.</p> + +<p>Alsoo uijt d’advijsen onser H<sup>rn</sup> Principale ons +aengekundicht sij dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe +in openbaren oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, +om van deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet +misleijt en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo +doenlick overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.<sup>es</sup> +comptoiren daer oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; +bij overwinninge, zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen +ende ingeladen coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken +versegelen, ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen +overnemen, maer insonderheijt sult u hebben te wachten van alle +onbehoorlicke plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft +alsoo het selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts +blijft u de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede +mesnagie over de provisien te houden, bevolen, als mede de +administratie van Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen +articulbrief waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van +saecken sult hebben te handelen. Hier mede wensen ul<sup>s</sup> met +het gantse scheepsvolck een behouden varen, ende beveelen gesamentl: +inde bescherminge des Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse +geleijde.</p> + +<p>In’t Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter +ordinans: van haer Ed<sup>s</sup> ende was geteeckent Adriaen +Willeboorts Secretaris.</p> + +<p id="b.iii.a.3">3. Naer dat op den 18<sup>en</sup> Junij passado van +VE.<sup>des</sup> mijn affscheijt becomen hadde, hebben wij ons met +’t Jacht den Sperwer (inde naame Godes) omtrent de middach onder +zeijl begeven om onse reijse naer Taijouan te vervorderen, alwaer op +den 16<sup>en</sup> Julij tegen den middach, buijten op de Zuijder +rheede van Taijouans Canael (Godt loff) geluckelijck quamen te +arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen Poulo Auwer, alwaer in +der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat daer mede eenen halven +<span class="pagenum">[<a id="pb98" href="#pb98">98</a>]</span>dach +’tsoeck brachten, zonder meer. Wij hebben geduijrende onse reijse +zeer bequaam weder aangetroffen, ende is niets verhaelens waerdich +comen voor te vallen.................</p> + +<p>Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den +29<sup>en</sup> d.<sup>o</sup> naer Japan affgeveerdicht ’t Jacht +de Sperwer met een cargasoen ter montuijre van ƒ 38819:14:15 +bestaende uijt naervolgende, te weten:</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">20007</td> +<td valign="top">cattijs poetsjoek</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">20037</td> +<td valign="top">cattijs aluijn</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">3000</td> +<td valign="top">stucx elantshuijden</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">19952</td> +<td valign="top">stucx Taijouanse hertevellen</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">3078</td> +<td valign="top">stx steenbocx vellekens ende</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">92000</td> +<td valign="top">cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p>.... Insgelijcx zullen VE<sup>des</sup> sien in de Resolutie van den +21<sup>en</sup> Julij wat ons gemoveert heeft ’t Jacht den +Sperwer in plaetse van de fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, +’t welcke verhoopen bij VE<sup>des</sup> niet qualijck sal werden +genomen, alsoo ’tselve seer tijdich sal connen terugge gesonden +werden, om naer Persia ofte Suratta gebruijckt te werden; derhalven +hebben den E. Coijett [Opperhoofd te Nagasaki] geordonneert ’t +selvige voorde eerste besendinge herwaerts te demitteren....</p> + +<p>.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen 427 +bossen rottangh.... Schipper <b>Reijnier Egbertsen</b> aengesproocken +zijnde, zecht mede niet meer uijt ’t Jacht Sluijs ontfangen te +hebben, daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, +naeder sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa +aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 24 Oct. 1653).</p> + +<p>4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte +het schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen +’t welck bij ons op den 29<sup>en</sup> Julij laestleden naer +Jappan affgevaerdicht was met een cargasoentie van +ƒ 38819:14:15 dat seecker voor de Comp<sup>e</sup> te<a +class="noteref" id="xd0e6489src" href="#xd0e6489">16</a> groote slaagen +zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe dienaren ende twee soo +costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer mach zijn bejegent en +connen niet bevroeden; oock en hebben daar van de minste tijdinge niet +becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de Fluijt Campen op het +noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche arack in zee hebben +gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een combaers <span class= +"pagenum">[<a id="pb99" href="#pb99">99</a>]</span>sien drijven, waar +door vermoeden het van d.<sup>o</sup> Jacht moet wesen dat (godt +betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede de selfde +storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw op t +noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx ’t +galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock onse +cleene lootsboot van ondert Fort ’t Canaal uijtdreeff en omtrent +Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier ons +onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen want +soo het op de Formosaansche custe ofte aan’t noordt eijnde van +Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan +contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen +presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden dat +gem.<sup>e</sup> Sperwer noch mach comen op te donderen.</p> + +<p>.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16<sup>en</sup> +courant des naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart +Cornelis Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als +Paert verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt +ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de +cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte +anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den +Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en Raad +van Formosa aan de Bat. Reg. dd<sup>o</sup> 17 Nov. 1653).</p> + +<p>5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in VE. +advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone jacht de +Sperwer, ’t eene op de reijse van hier naer Taijoan ende ’t +ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm sullen +wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken daervan +vernomen wert, daerbij de E Comp<sup>e</sup> behalven de scheepen, ende +’t verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van +ƒ 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde +Noortse winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, +niet als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan +Gouv<sup>r</sup> en Raad van Formosa, dd<sup>o</sup> 20 Mei 1654).</p> + +<p>6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra +tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na +Taijouan ende ’t jacht de Sperwer van daer op u<sup>mo</sup> +Julij lestleden naer Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der +voornoemde schepen aldaer nog niet en <span class="pagenum">[<a id= +"pb100" href="#pb100">100</a>]</span>waren verschenen. Na de Chinese +gerugten in Japan liepen, soude op ’t eijlant Lamoa [aan de kust +van Zuid-China, bij Swatow] een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan +seecker Hollandtse vrouw, die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens +eenige manspersonen, sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders +wordt uijt Japan gerelateert dat de Opperhoofden van ’t +fluijtschip Campen in ’t zeijlen uijt Toncquin naer Japan, +omtrent de noordhoek van Formosa een legger batavishen arack hebben +gevischt, ende eenige cruijshouten nevens een combaers sien drijven +’t welck twee dagen nae’t vertreck van de Sperwer is +geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw (over’t +noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende ’t +gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: sulcx +datwij (God beter’t) het sneuvelen van de voorn, schepen niet dan +al te gewis houden.</p> + +<p>... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de +Comp.<sup>e</sup> ƒ 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck +(God Beter’t) aen desen noordcant, daer ons het ongeluck meest +alle jaren treft, except de schepen ende ’t costelijcke volck al +wederom een grooten slag sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. +6 Febr. 1654 wordt ook weer van het verlies van de Sperwer gewag +gemaakt].</p> + +<p>7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het +fluijtschip Smient en t’jacht de Sperwer met haer volck en +ladinge soo gemeent wort vergaen en gebleven, t’welck wederom een +swaeren slach voor de Comp<sup>e</sup> is, evenwel als van de machtige +handt Godes comende met gedult moet opgenomen worden, t’ schijnt +dat wij in dat stormende vaerwater die periculen jaarlijcx onderworpen +zijn en te verwachten hebben; wanneer maer de winsten daer tegens naer +advenant mochten wesen, soude het buijten t’verlies van de +menschen noch eenichsints troostelijck sijn. UE. worden nogmaels +aengemaent doch wel te letten op de moussons en de schepen niet te laet +derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen +voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).</p> + +<p>17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven +: “hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de +eerste besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen +omme te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens +ult<sup>o</sup> Julio & Augustus in ’t vaerwater tusschen +Taijouan en Jappan subject sijn”. Vgl. “in het westmousson, +als het saijsoen sal weesen verloopen <span class="pagenum">[<a id= +"pb101" href="#pb101">101</a>]</span>om van Batavia na Japan te kunnen +seijlen dat is van half Augustij tot ult<sup>o</sup> Maart.” (Mr. +P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, Deel 1, Cap. 21 fol. 280).</p> + +<p>Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: +“Met de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons +wel geworden het schrijven van d’heer Gouverneur Nicolaes +Verburgh gedach-teekent 19 Julij.... Wij blijven verwondert over het +langh achterblijven van het laest verwachtte schip [de Sperwer]” +(Nagasaki Nov. A<sup>o</sup> 1653).</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.iii.b"> +<h4>B. HET JACHT OUWERKERK.</h4> + +<p>Het schip Hollandia<a class="noteref" id="xd0e6556src" href= +"#xd0e6556">17</a> kwam uit het vaderland den 14<sup>en</sup> Dec. 1626 +te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van daar +naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p> + +<p>Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van +Wijbrant Schram van Enkhuizen)<a class="noteref" id="xd0e6564src" href= +"#xd0e6564">18</a> uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot 50 lasten, +schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627<a class="noteref" id= +"xd0e6570src" href="#xd0e6570">19</a> te Batavia aankwam (Dagr. +Bat.).</p> + +<p>Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 +April 1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627 +van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten, +Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck +kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. “een joncque +ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora<a class="noteref" id= +"xd0e6578src" href="#xd0e6578">20</a> naer Cochin-China, soo de +Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis hoorende, +met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, aengehaelt, +ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn volck [onder wie +de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen daer in latende, met +intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt te stellen; <i>gemelte +joncque is door storm van haer geraeckt ende tot op dato niet +geparesseert</i>, beduchtende verongeluckt is”. (Miss. +Gouv<sup>r</sup> Nuijts aan Gouv<sup>r</sup> Generaal <span class= +"pagenum">[<a id="pb102" href="#pb102">102</a>]</span>dd. 22 Juli 1627; +zie ook Miss. w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Joannes van der Hagen dd. +29 Oct. 1627).</p> + +<p>De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 +Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche +navetten, welke—naar was bericht—voornemens waren van Macao +naar Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten +“de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de +rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden”, terwijl bij Res. +Taijoan dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: “alhier geen +behoorlijke macht (door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en +Cleen Heusden) en zijn hebbende”. Den 29en Oct. 1627 berichtte de +w<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> van Taijoan naar Batavia dat +“Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn weder gekeert +dat ons geen goet bedencken en geeft”.</p> + +<p>Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen +te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht +gekomen:</p> + +<p>“Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende +Pedra Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; +maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder +gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck +omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt +ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck mede +t’ geschut becomen hebben, sijnde t’ resterende volck +alt’samen verongeluckt.” (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).</p> + +<p>“Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, +daerop toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt +dat als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor +de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den brant +gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn alle +gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten dat sij +’t selve verovert souden hebben ende alsoo S<sup>r</sup> Ketting +met haer van’t quartier sprack dat alreede gegeven was, is van +een Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om +laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter +seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen +20–30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus +vertellen’t de Poortugijsen; naer ick kan bemercken is ’t +Jacht tegens eenich riff comen vast te sitten; sij hebben naer ’t +jacht verbrandt was noch eenige stucken geschuts met duijckers daerwt +becoomen soo dat <span class="pagenum">[<a id="pb103" href= +"#pb103">103</a>]</span>Jan gadt niet weijnigh roncqueert”. +(Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, +bl. 389).</p> + +<p>Gouv<sup>r</sup> Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan +vertrokken en 3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef +16 Juni 1628 van de Stad Zeelandia aan S<sup>r</sup> Nijenrode, +Opperhoofd te Firando: “’t Jacht Ouwerkerck met +S<sup>r</sup> Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en’t +volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den +20<sup>en</sup> dag na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, +een zeer desolaten stand en plaetze zonder eenige navale macht +vonden”. (Valentijn IV, 2<sup>e</sup> stuk, 4<sup>e</sup> boek, +4<sup>e</sup> hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, bl. +334 en 389).</p> + +<p>.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel +op hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door +branders g’abordeert worden, gelijck Ouwerkerck a<sup>o</sup> +1627 overvallen ende vernielt wierde (Miss. Regeering Batavia naar +Taijoan dd. 2 Aug. 1641)<a class="noteref" id="xd0e6645src" href= +"#xd0e6645">21</a>.</p> + +<p>“S<sup>r</sup> Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te +Nagasaki] heeft desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem +secretelijck behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer +ernstelijck antwoort van S<sup>r</sup> van Santvoort geeijst; ’t +is [n.l. de schrijver van den brief] een man van ’t jacht +Ouwerkerck, soo d<sup>o</sup> Portugees weet te seggen”. (Miss. +Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d’E Willem Jansen. Kol. Arch. no. +11722)<a class="noteref" id="xd0e6671src" href="#xd0e6671">22</a>.</p> + +<p>Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche +gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia +werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer Hoorn +van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden van de +Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en +“’t Is seecker, naer dat wij uijt d’onse verstaen die +in Maccao hebben <span class="pagenum">[<a id="pb104" href= +"#pb104">104</a>]</span>gevangen geseten”. (Instructie voor +Gouverneur Hans Putmans dd. Batavia ult<sup>o</sup> Mei 1633. Kol. +Arch. VV, I).</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.iii.c"> +<h4>C. HET QUELPAERT DE BRACK</h4> + +<p>17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 Juli +1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij Res. 30 Juli +en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar Malacca. +(Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 terug te Batavia +(Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca (D.B. bl. 55); 9 Nov. +1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); 17 Nov. 1640 terug te +Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 Dec. 1640 naar Malacca +(Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór 31 Jan. +1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); 4 April +1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April 1641 en Dagr. +Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia (Dagr. Bat. 1641, bl. +234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar Taijoan (Gen. Miss. 12 +Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 aangekomen te Taijoan (D.B. +Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel gebroken (Miss. +Gouv<sup>r</sup>. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden om +te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug te +Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 over +Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d’advijsen van verscheijde +quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); 3 Aug. +1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 Sept. 1642 +naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 Oct. 1642 +aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken van +Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar +Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes +Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan +(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa +gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug +te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche +jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in +’t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan +(Id.); 18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar +Batavia 17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia); +10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643 +naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29 +Dec. 1643 aangekomen <span class="pagenum">[<a id="pb105" href= +"#pb105">105</a>]</span>te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. +1644 naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij +Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt Banda +genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia +(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op +de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe +Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar +Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu +(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der +Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt “de Bracq” +niet meer voor; uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel +dd<sup>o</sup> 10 Aug. 1648 blijkt dat dit “gaillot” in de +rivier de Ganges is “gesneuveld.”</p> + +<p>Patriasche Missive, 8 Dec, 1639.</p> + +<p>Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, ’t jacht +Ackersloot, ende het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende +twaelff man, en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off +soodanigh vaertuijgh de Comp<sup>e</sup> op eenige vaerwaters dienstich +is, en men soude mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel +te senden, waerop ’t sijner tijd UE. advijs verwachten +sullen.</p> + +<p>Generale Missive, 9 Sept. 1640.</p> + +<p>’tGaljot ’t Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee +gebouwt, zal goeden dienst op ’t Canael van Taijoan doen, +weshalven versoecken noch twee ofte drie gelijcke maar niet van +cleender charter, omme te meer goederen door ’t Canael aen de +schepen die onder ’t noorderrif liggen, te connen brengen.</p> + +<p>Patriasche Missive, 15 Maart 1641.</p> + +<p>Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats +als de Lieffde, sullen d’eerste aenstaende equippagie UE. petitie +sien te voldoen.</p> + +<p>Missiven Batavia naar Taijoan.</p> + +<p>14 Mei 1641.</p> + +<p>t’Quelpeert de Brack senden om op ’t Canael te +gebruijcken, daertoe als andere diensten ’t selve gantsch bequaem +oordeelen.... <span class="pagenum">[<a id="pb106" href= +"#pb106">106</a>]</span></p> + +<p>In Comp<sup>e</sup> van aengetogen Orangienboom, Roch ende ’t +Quelpeert vertreckt den Oppercoopman Carel Hartsing....</p> + +<p>Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende +t’Quelpeert met 12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden.</p> + +<p>11 Juni 1641.</p> + +<p>...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t’ +Quelpeert op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt...</p> + +<p>...Orangienboom ende t’ Quelpeert destineren tot verblijff in +T’aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen ’t selve +noodigh te wesen.</p> + +<p>Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641.</p> + +<p>...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per ’t Jacht +’t Quelpaert, ’t welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, +ende tot dat stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck +geschieden can...</p> + +<p>...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan +aengelandt sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts +over (daer nae op ’t hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren +ende laten ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh +t’allen tijden van ’t jaer van ende uijt Japan nae Formosa +de reijse sal gewinnen, dat ondersocht dient, sijnde onsen staet +daeraen ten hoochsten gelegen, soo verhopen oock op ons schrijven ende +versoeck d’aenstaende jaer uijt Nederlandt met twee à drie +quellen versien te werden.</p> + +<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641.</p> + +<p>Wij blijven van opinie ’t Quelpeert tot de Japanse voijagie +bequaem zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, +selffs bij contrarie mousson.</p> + +<p>Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641.</p> + +<p>... Soo als voorsz. vloote bestaande in’t Jacht den Kivith, de +Fluijt Castricum, ’t galjot ’t Quelpaert, d’Jonck +Quelangh, onse groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op +24 der maent Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, +als gesecht van hier nae Tamsuij omme ons g’intendeert desseijn +met de hulpe van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen +waren, is schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de +Chinese champans daer mede wij aen boort gecomen waren <span class= +"pagenum">[<a id="pb107" href="#pb107">107</a>]</span>in den grondt +geraeckt zijn, <i>het Quelpaert sijn gaffel gebroocken</i> ende wij +genootsaact waren met groot perijckel p<sup>r</sup> de groote lootsboot +wederom, sonder ons goet voornemen noch geheel verricht te hebben, +nevens voorsz. Quelpaert binnen aen’t Casteel te comen.</p> + +<p>Missiven Batavia naar Taijouan.</p> + +<p>16 April 1642.</p> + +<p>13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier +onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende Kelang +verschenen.</p> + +<p>... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10 +dagen na desen de Cap<sup>n</sup> Jan van Linga ende Coopman Liesvelt +... p<sup>r</sup> de jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de +fluijt Meerman nae Quinangh’s bocht aff te senden.</p> + +<p>28 Juni 1642.</p> + +<p>In conformité van ons pre-advijs p<sup>r</sup> de Cappelle +sijn den 7<sup>en</sup> Meij uijt dese reede...na de bocht van Quinangh +vertrocken den Kievith, Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende +t’ Quelpeert.</p> + +<p>Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642.</p> + +<p>... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit +Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de +reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t’sijnder tijt +te vernemen lieff wert sijn.</p> + +<p>Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642.</p> + +<p>Soo ist dat wij den Raadt...op 11<sup>en</sup> September passado in +consideratie gaven ofte men niet en behoorde <i>’t Quelpaert dat +wel beseijlt ende wederom gerepareert was</i> met voorsz. goede novos +op hoope dat den Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder +vrijheijt in den handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte +wel ijets anders goets in Comp<sup>s</sup> affairen +veroorsaecken.....Resolveerden den 11<sup>en</sup> September voornoemt +dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven dach te laten reijs voirderen, +gelijck geschiet is; Godt geve ende verleene hem behouden reijse, waer +aen niet dubiteren alsoo seedert sijn vertreck alhier veele +zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. <span class="pagenum">[<a id= +"pb108" href="#pb108">108</a>]</span></p> + +<p>11 Oct. 1642.</p> + +<p>’t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den +naesten willen wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe +tegemoet sien.</p> + +<p>Dagregister Japan.</p> + +<p>1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een +hollants schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht +wierden door den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de +baije was, dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten +laten gaen, ’t welck terstont achtervolcht is geworden.</p> + +<p>12 d<sup>o</sup>. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich +naar middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar +gelaten hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende +niet meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat +het principaelste was de fortresse Quelangh op ’t noord eijnde +van Formosa gelegen, bij d’onse door Godes zegen de Castilianen +ontweldicht ende onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op +de namiddagh quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op +de reede tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor +van de gelegentheijt van ’t overgaen van Quelangh breeder +onderrichtinge bequamen.</p> + +<p>13<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. is het Quelpaert gelost...de +coopmanschappen van ’t Quelpaert voornoempt hebben voor de hand +gebracht en in behoorlijcke partijen gesorteerd....</p> + +<p>14<sup>en</sup> d<sup>o</sup>., opheeden de goederen met ’t +Quelpaert aangecomen op gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den +middagh en terstont na den eeten tot goeden prijse vercocht en +metterhaest zonder vertoeven al op stont uijtgelevert.</p> + +<p>27<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. gelaste den Gouverneur +Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh was, dat men ’t Quel de +Brack eens souden laeten onder zeijl comen en gins ende weder laveeren, +dicht bij de wint daar de Japanders zeer in verwondert waren; +ondertusschen wert het laeste goet aan boort gebracht.</p> + +<p>29<sup>en</sup> d<sup>o</sup>. des morgens naedat afscheijt van de +tolcken en huijswaerden als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn +geinbercqueert en nevens de bongcoijs aan ’t fluijtschip de +Zaijer en de Brack gevaeren, omme aldaer het volck te tellen, naar +gewoonte te visiteeren en ons afscheijt te geven; den Almogende geve +spoedigh ter gedestineerde plaetze in salvo mogen arriveeren Amen. +<span class="pagenum">[<a id="pb109" href="#pb109">109</a>]</span></p> + +<p>29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft +over ’s Compagnies’s gansenen ommeslach alhier met het +fluijtschip de Zaijer bij sich hebbende het galioot ’t Quel de +Brack van hier naar Taijouan vertrokken.</p> + +<p>Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642.</p> + +<p>...Soo paresseert op 6<sup>en</sup> deser alhier Godt sij gedanckt +met ’t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende +andere coopmanschappen een cargasoen ter monture van +ƒ 311016.11.14) de oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, +ons rapporteerende hoe op 29<sup>en</sup> October uijt Nangasacquij in +Comp<sup>e</sup> van ’t Quelpaert de Brack (dat aldaer den +12<sup>en</sup> October passado behouden was aengelandt) waeren +gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt ende +vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen stonde, +gelijck oock den 7<sup>en</sup> dito hier arriveerden. +T’cargasoen dat daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde +wel gerespondeert, ende was daerop noch ƒ 13919.19 +geprofiteert, ’t welck voortreffelijcke winsten sijn...De +besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese proffijten +bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh’s bemachtinge +aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voorn<sup>t</sup> +relateert) int bevoirderen van Comp<sup>s</sup> saecken veroorsaeckt, +sijnde de Japanders soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie +verheucht.</p> + +<p>Generale Missive, 12 Dec. 1642.</p> + +<p>Omme d’overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de +Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g’opineert wert, +’t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den +11<sup>en</sup> September passado van Taijouan nae Nangasacqui +affgesonden ’t Quel de Brack...; met de jonghste advijsen uijt +Japan sijnde 10 October wierd d’ Quel daer noch niet vernomen, +vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman Elseracq vertreck +dat ult<sup>o</sup> d<sup>o</sup> soude sijn, geparesseert sal wesen +ende verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen +een aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende +Portugees seer verbittert sijn.....</p> + +<p>Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den +8<sup>en</sup> deser uijt Taijouan t’ Jacht Ackerslooth 16 +passado van daer gescheijden met t’Opperhooft van +Comp<sup>s</sup> Commercie in Japan Johan van Elseracq, den +29<sup>en</sup> October met den Saijer ende t’Quel de Brack uijt +Nangasackqijs baij vertrocken, den 6<sup>en</sup> en 7<sup>en</sup> +November salvo in Taijouan aengelandt, medebrengende ten <span class= +"pagenum">[<a id="pb110" href="#pb110">110</a>]</span>principalen in +silver een retour van ƒ 311016.11.14—den +12<sup>en</sup> October <i>arriveerde t’Quel in Japan, zijnde een +maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt is</i>; de +veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten hoogsten +aengenaem, sulx oock dat den Gouv<sup>r</sup> Sabroseijmondonne, nae +sich wel g’informeert hadde, twee dagen nae t’galjots +arrivement de Rijx-Raden in Jedo p<sup>r</sup> expresse de gemelte +veroveringh dede aencundigen ende wort te meer estime van ons gemaekt, +soo dat besluijten de dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten +aengenaem zij.</p> + +<p><i>Instructie</i> voor den veltoversten Johannes Lamotius.</p> + +<p> ... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht +in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t’ Quelpaert de Brack +ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op +Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642).</p> + +<p>Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643.</p> + +<p> ... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende +crijgsmacht op 3<sup>en</sup> stantij ... (na verrichtinge sijner +saecke...) alhier wederom geretourneert....<a class="noteref" id= +"xd0e6926src" href="#xd0e6926">23</a></p> + +<p>Missiven Taijoan naar Batavia.</p> + +<p>15 Oct. 1643.</p> + +<p>Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, ’t Quel de +Brack ende de groote lootsboot ... den 21<sup>en</sup> Meert verleden +van hier over Tamsuij ende Quelangh naer Taroboan tot ’t +opsoecken van de lange geruchte goutmijnne uijtgeset hadden....</p> + +<p>De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren, +ons op den 17<sup>en</sup> Meij weder toegecomen....</p> + +<p>...de Quel...welcken volgende den 24<sup>en</sup> Maeij...nae +’t Noorteijnt van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae +China tendeerende) waar te nemen, is vertrocken, den 3<sup>en</sup> +Junij op sijne gedestineerde cruijsplaetse comende ...</p> + +<p>den 24<sup>en</sup> Julij ’t Quel de Brack over Quelangh +geladen met smeecoolen masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. +Miss. 22 Dec. 1643). <span class="pagenum">[<a id="pb111" href= +"#pb111">111</a>]</span></p> + +<p>17 Oct. 1643.</p> + +<p>...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den +dage het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren +[waar de fluit ’t Vliegende Hart op het Roovers-eiland was +gesneuveld].</p> + +<p>19 Nov. 1643.</p> + +<p>Met t’ Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de +17<sup>en</sup> October aent schip de Salamander te brengen als +om’t gesalveerde volck van ’t verongeluckte Vliegende Hardt +van’t Roovers Eijlandt herwaerts te haelen, derwaerts gesonden, +is ons voorsz. volck, bestaende in 32 coppen, bevoorens al met een +visschersjonckje in de Pescadores gecomen sijnde, wel toegecomen.</p> + +<p>’t Quel de Brack:</p> + +<p>18 Oct. 1643 naar de Pescadores</p> + +<p>26 Oct. 1643 terug van de Pescadores</p> + +<p>10 Nov. 1643 vertreck van voorsz. Quel naer de Pescadores. (Dagr. +Zeelandia).</p> + +<p>11 October 1643 was “de quel” te Taijoan en verleende +hulp bij het binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen +Swaen en Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643).</p> + +<p>Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643.</p> + +<p>’t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is +ende bij de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt +werdt, hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende +alhier geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en +connen vertimmeren, met t’ jacht de Vos nae costij gelargeert +opdat aldaer nae behooren mach versien werden.</p> + +<p>Generale Missive, 4 Jan. 1644.</p> + +<p>Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen ’t +Jacht de Vos ende ’t Quel de Brack.</p> + +<p>Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.</p> + +<p>Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren +de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken +sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet +informeren ende vertrouwen; die costij tot d’equipagie wort +gebruijckt cleen verstant heeft, <span class="pagenum">[<a id="pb112" +href="#pb112">112</a>]</span>’t blijckt daer uijt UE. ons +aenschrijfft ’t Quel de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel +uijtgevaren te sijn, dat hier geheel anders is bevonden en costij soo +wel als hier hadde connen vertimmert worden, d’Quel is tot +ontdecking van’t Suijtlant vertrocken.</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.iii.d"> +<h4>D. HET SCHIP DE HOND.</h4> + +<p>“De Hond” was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 +Jan. 1619 op de reede van Jacatra lag (<span class="bibl">J. W. +IJzerman, Over de belegering van het fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., +deel 73, bl. 605</span>) en 26 Juli 1619 door een Nederlandsch eskader +onder Hendrik Janszoon op de reede van Patani werd veroverd, waarbij +o.a. John Jourdain werd doodgeschoten (Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The +Journal of John Jourdain, Introduction LXXII en Appendix F, en Diary of +Richard Cocks, II, 305).</p> + +<p>De volgende berichten hebben betrekking op “de Hond” +nadat die in onze handen was geraakt:</p> + +<p>“Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can +houden ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den +Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).</p> + +<p>Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. +Colenbrander, dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda +(Gen. Miss. 11 Mei 1620 en 31 Juli 1620): “Het schip de Nieuwe +Maen ende de Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] +gelaeten” (G. M. 26 Oct. 1620).—“Generael Coen [is] +den 24 Junij ... van Amboijna vertrocken ... ’t jacht de Hondt in +Amboijna latende om verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te +werden” (Gen. Miss. 16 Nov. 1621).—“De Hondt wert +nieuws in Amboijna verdubbelt ende is van seer cleene waerde”. +(Gen. Miss. 16 Nov. 1621).</p> + +<p>In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene “Instructie +voor Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt +naer Mindanao”.—“’t Jacht de Hondt is in +Mindanao geweest ... D’onse zijn van daer gekeert sonder iets te +verrichten” (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).—“Den +20<sup>en</sup> Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug ... Reeds den +9<sup>en</sup> Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met de Maan en +de Hond” (Van Dijk, Neerland’s vroegste betrekkingen enz. +bl. 250).— ... “de Maen ende de Hondt die d’heer +Houtman van de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met +ordre dat van daer na de Custe van China loopen” (Gen. Miss. +<span class="pagenum">[<a id="pb113" href="#pb113">113</a>]</span>6 +Sept. 1622).—“De schepen de Maen ende den Hont welcke de +Heer Houtman naer Cabo Spiritu Sancto gesonden hadde om op ’t +silver schip van Nova Spaignen te passen, sijn sonder ijets verricht te +hebben op den hals in Japan gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt +daer aen de wal geleijt” (Gen. Miss. primo Febr. +1623).—“De twee schepen de Maen ende de Hondt door +d’heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden, +daeromtrent in ’t holle water comende, wierden soo leck dat +beijde in groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden +naer Firando te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat +<i>de Hondt op Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken +geslagen hadde</i>. Den raedt had voorgenomen dese twee schepen naar +Pehou te senden, maer alsoo in de haven van Coetche aen de gront +waeijden, wierd de Maan lecker en <i>borst de Hondt</i>, waerover +beijde aldaer gesleten sijn” (Gen. Miss. 20 Juni 1623).</p> + +<p>Uit Camps’<a class="noteref" id="xd0e7028src" href= +"#xd0e7028">24</a> brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de +Hond tusschen die data is gesloopt.—<span lang= +"en-1600">“As alsoe, in the same storme [tusschen 9 en 19 Sept. +1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps cast away in the roade of +Cochie at Firando, the one called the Moone, a shipp of 7 or 800 tonns, +and the other, the <i>Hownd</i>, an English shipp in tymes +past”.</span> Firando 14 Nov. 1622 (<span class="bibl">Diary of +Richard Cocks, II, bl. 336</span>). <span class="pagenum">[<a id= +"pb114" href="#pb114">114</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.iv"> +<h3 class="normal">IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT +VAN COREA.<a class="noteref" id="xd0e7050src" href= +"#xd0e7050">25</a></h3> + +<p>Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront +Eijlant grensende ende leggende tusschen d’Eijlanden met het eene +eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl +breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht +d<sup>o</sup> Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een +affscheijtsel van water is van ongevaerlijck 2½ mijlen breet; +aande Oostzijde legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan.</p> + +<p>In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck, +geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft +soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie +zoude aldaer te becomen sijn, t’weeten</p> + +<p>Rijs tot Tl. 20 t’last,</p> + +<p>Cooper</p> + +<p>Cattoen ende cattoene lijnwaeten</p> + +<p>wortel Nijsen</p> + +<p>Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer +gemaect, doch vallen seer duer.</p> + +<p>De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van +daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer +rijckelijck uijt ende incomen connen.</p> + +<p>De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer de +Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij<a class="noteref" +id="xd0e7085src" href="#xd0e7085">26</a> alwaer mede een seer goede +haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens van eenige steeden; +in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde welcke de Japanders +datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden ende aldaer moeten +verblijven zonder t’eeniger tijt daer buijten te comen tot dat +haeren <span class="pagenum">[<a id="pb115" href= +"#pb115">115</a>]</span>handel verricht hebben ende weder naer Japan +keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van +t’Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff +groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden mach; +brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken, +tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen +handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te +treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden +zal de Comp<sup>e</sup> om in dat Rijck te negotieren niet tot haer +ooghwit geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende +vreesachtige volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën +verschrict zijn, ten anderen alwaere het dat de occasie ende +gelegentheijt presenteerde met die van Corea mondelinge gelijck het +voorleeden jaer op haer naer boven ende weder beneden reijse te +spreecken soo zouden de dienaers ende soldaten van d’Hr. van +Zatsuma vande welcke soo nauw werden bewaert zulcx niet toelaten, Iae +haer eijgen volck dewelcke in den oorlogh uijt Corea gevoert ende lange +tijt in Japan gewoont hebben, door versoeck nochte bidden niet hebben +connen te wege brengen haer oude kennissen ende lantsluijden eens ter +spraecke comen. De Japanders hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck +gemoort, gebrandt ende alle tijrannij die men zoude connen bedencken, +bedreven; oock komt de Tartar in harde winters wanneer door de stercke +vorst het water tusschen Tartarien ende Corea niet open houden connen +met zijne macht daer invallen mede voerende menschen, vee ende alles +wat hij crijgen can.</p> + +<p>Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van +Japanschen adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in +Januarij binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende +ontfangen zijn.<a class="noteref" id="xd0e7097src" href= +"#xd0e7097">27</a></p> + +<p>Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen +waer <span class="pagenum">[<a id="pb116" href= +"#pb116">116</a>]</span>achter dat volchden eenige met groote stocken +als rijsstampers gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee +besijden den anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert +hebbende een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen +weder zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende +zilver<a class="noteref" id="xd0e7110src" href="#xd0e7110">28</a> +doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met ontrent +30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root vaentgen +inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een swarten hoet +breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen +wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde +op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche +caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander +spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh +sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt, +vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon van +de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, gedragen +wierde.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters +hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen (bekans +op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant opperhooft +ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de suite sittende +in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende volchde hem noch +een d<sup>o</sup> naer.</p> + +<p>Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de +guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers +als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den +anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken root +verlact ende boven met een top van witte veeren.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de +gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert de +Coreers t’accompagneeren. <span class="pagenum">[<a id="pb117" +href="#pb117">117</a>]</span></p> + +<p>Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel +sittende op bagagie paerden.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende +de schenkagie der Coreers brachten.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij was +gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft buijten +de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt te laten gaen +ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met schoon sant +gestroijt. <span class="pagenum">[<a id="pb118" href= +"#pb118">118</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div2" id="b.v"> +<h3 class="normal">V. PERSONALIA</h3> + +<div class="div3" id="b.v.a"> +<h4>A. NICOLAAS VERBURG.</h4> + +<p id="b.v.a.1">1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het +schip ’s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à +ƒ 40 ’s maands; na goede diensten in Hindostan te +hebben bewezen, wordt hij op nieuw voor drie jaren aangenomen in +qualité van Coopman à ƒ 70 gl. ’s mds. +(Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië +(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia +terug; Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is +van 3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. +1650); vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. +Taijoan naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te +Batavia; Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. +31 Maart 1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie +van Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die +functie ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675) +en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne +huisvrouw den 21<sup>en</sup> Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal +van de retourvloot (Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. +XVII (Res. XVII, 26 Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: +“Oost-Indisch-praetjen” (1665).</p> + +<p>Generale Missive, 24 Dec. 1652.</p> + +<p id="b.v.a.2">2. Dewijl d. H<sup>r</sup> Gouverneur Nicolaes Verburg, +volgens allegatie door veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven +de bedieninge van zijn lastich ambt voorcomen, heeft hem doen +resolveeren om eenmaal uijt de woelinge tot een stil ende gerust leven +te comen, zijn demissie om tegens ’t aenstaende jaer 1653 naart +Patria te keeren doen versoecken ’t welck wij Zijn Ed. ten +respecte overige tijtsexpiratie niet connen weijgeren, des sullen sorge +dragen als den tijt comt dat over dit gouvernement gedisponeert wert, +datter een bequaem, wijs, ervaren ende vreedsamich persoon ten meesten +dienste van de Generale Comp<sup>e</sup>. tot vorderinge van dese +republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, daermede wij dan oock +<span class="pagenum">[<a id="pb119" href= +"#pb119">119</a>]</span>willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in +’t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt +herwaerts tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, +cesseren zullen....</p> + +<p>Resolutie, 21 Maart 1653.</p> + +<p id="b.v.a.3">3. Alsoo de Gouverneur van ’t Eijlandt Formosa +Nicolaas Verburgh, Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven +instantelijck versocht heeft desen jare van het voorsz lastige +Gouvernement verlost te mogen worden, om het aenstaende saisoen na het +vaderlandt te vertrecken, alsoo den tijt van sijn verbant als dan een +jaar over geeijndicht sal sijn, Ende dienvolgens weder een ander +bequaem ende gequalificeert persoon wort vereijscht om dat emportante +Gouvernement te becleden, soo is het zelve na de gewichticheijt van de +saecke verscheijden vergaderingen achter den ander in bedencken +gehouden ende gesien het selve Gouvernement geconsidereert wort van +overgroote importantie te wesen, hetwelck de Comp<sup>e.</sup> +mettertijt, bij aldien God den Heer de middelen daertoe aengewent +segenen wil, een Coninckrijck waerdich staet te werden, behalven de +Japanse ende Chinese negotie die om het gout ende silver mineraal dat +van daer getrocken ende waermede den Inlantsen handel ten principale +levendich gehouden wort, voor de Comp<sup>e</sup> mede van seer grooten +gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve Gouvernement eenige jaren +herwaerts seer groote onlusten tusschen Comp<sup>es.</sup> principale +ministers in kercke ende politie geresen sijn, waeruijt soodanige +partijschappen ende factien sijn ontstaan dat gevreest wort dat deselve +eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, wel tot ondienst ende nadeel +van de Comp<sup>e.</sup> mochten gedijen. Ende evenwel +Comp<sup>es.</sup> dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die +aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer +gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten ende +partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet alleen +bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock meer dan +gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat hetselve +Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft te +hangen, wordende over verscheijden wegen g’adviseert dat de sone +van den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet +connende bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het +ooge op Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige +subjecten intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens +<span class="pagenum">[<a id="pb120" href= +"#pb120">120</a>]</span>attentaten dan mede nodich is een waeckend ende +sorghvuldich oogh in’t seijl te houden, opdat ons dat costelijcke +pant hetwelck reede sooveel gecost heeft, ende van soo groten +expectatie is, niet aff handich gemaeckt en werde; Alle welcke saecken +met rijp overlech in Rade gepondereert ende overwogen sijnde +eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, niet +jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken +medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene +versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame te +vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, om +nae’t verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om +redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo veel +te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement te +nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris Raet van +India die voor desen in gen<sup>de</sup> Noorder quartieren lange jaren +geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop ende +vertrouwen dat Hooghgem<sup>de</sup> Heeren Principalen de +bovengeroerde redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van +saken nevens ons begrijpen sullen. Waerop den gem.<sup>e</sup> Heere +Hartsingh ten dienste vande Comp.<sup>e</sup> versocht sijnde sich +mette voorsz. resolutie te willen conformeren, soo heeft Sijn Ed. +verclaert verplicht ende oock ten volle genegen te sijn sich te laten +gebruijcken daer de Comp<sup>e</sup> sijnen dienst meest sij +vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een seer +dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige exempelen +God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert hebben, soo was +Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement te aenvaerden, +mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten tijt maer voor eenige +jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende verbandt aen de +Comp.<sup>e</sup> soude duren, om met sijn familie niet over en weder +te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt het +Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt geern +soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt rangh +ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de Heeren +Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, waervan +Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, alsoo doch om +de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te extirperen, +mitsgaders om alles op gem<sup>de</sup> Eijlandt op den goeden voet +ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt +vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat <span class="pagenum"> +[<a id="pb121" href="#pb121">121</a>]</span>de welgem<sup>de</sup> +Heeren Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen +houden.</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.v.b"> +<h4>B. CORNELIS CAESAR.</h4> + +<p id="b.v.b.1">1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van +Goes, kwam 6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent +à ƒ 16 ’s mds.; was in 1636 in Japan om kennis +op te doen van den Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend +Opperhoofd in Quinam; had als koopman op ƒ 60 ’s mds. +geruimen tijd goeden dienst gedaan en wordt Opperkoopman op +ƒ 75 ’s mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit de +Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was in +1644 “politicus over de Formosaense dorpen” en wordt +verhoogd tot ƒ 110 ’s mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. +1645); vertrekt 2 Sept. 1645 per Achterkercke van Taijoan naar Japan; +de hem gegeven instructie voor een kruistocht omtrent de westkust van +Luconia is gedagteekend: Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd +hem zijne demissie toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei +1647) maar 21 Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon +Martinus (Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd +benoemd tot Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. +1679 en Dagr. Bat., bl. 541).</p> + +<p>In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van +Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip +“Orangien” voor de Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar +hij wordt gesteld “tot het opperste gesach van de werken en +noodigheden” [Fabriek] (Res. 7 Juli 1651); wordt President van de +Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur van Taijoan (R. 24 Mei 1653); +krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te +Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en 72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan +15 Mei 1657) en overlijdt aldaar 5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne +begrafenis in de stadtskercke, zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. +281–282; zijne weduwe leefde in Juni 1663 nog te Batavia (D.B. +1663, bl. 335).</p> + +<p id="b.v.b.2">2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May A<sup>o</sup> +1653.</p> + +<p>Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat +de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen +sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij, +volgens <span class="pagenum">[<a id="pb122" href= +"#pb122">122</a>]</span>resolutie van dato den 21<sup>e</sup> Maert +vermits de groote onlusten in eenighen tijt herwaerts in Taijouan +ontstaen, die niet schijnen als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt +te connen neder gelecht werden, tot welck important Gouverno alsoo in +Raade van India, naer overlech van saecken goetgevonden sij te +versoecken den Heer Carel Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de +Taijouanse gewesten voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe +alsoo sijn E: sich ten dienste van d’E. Comp<sup>e</sup> heeft +willen laten gebruijcken, ende nu tot het voltrecken van Sijn E: +aengenomeen reijse veerdich sijnde, den E. Heer Gouverneur Generael +Reniersz is comen te overlijden, waerdoor dan verscheijde veranderingen +veroorsaeckt sijn, soo dat nu om de gewichticheijt van het Generael +Gounerno, Sijn E. persoons wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet +comt, de ordinare Raeden buijten den Gouverneur-Generael den +Ed<sup>e</sup> Heer Joan Maetsuijcker, die nu tot het Generael Gouverno +gekosen sij, niet meer dan twee in getale sijnde en dat oock den Hr. +Arnolt de Vlamingh ordinaris Raet van India wegens de become advijsen +uijt Amboina noch niet te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van +India aengesien Sijn Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert +hadde, het aen Sijn Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs +voltrecken ofte alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich +soode sijn over te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende +het selve 2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade +van India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier +te sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander +gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te +sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade +hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse +Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar, +Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen +mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste +bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen.</p> + +<p>Patriasche Missive, 8 Oct. 1654.</p> + +<p>De surrogatie bij UE. gedaen van d’E. Cornelis Caesar tot +Gouverneur in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d’E. +Nicolaes Verburch die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn +verlossinge van daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten +gevallen. Wij willen vertrouwen dat hij hem <span class="pagenum">[<a +id="pb123" href="#pb123">123</a>]</span>in dat important en +swaerwichtich Gouvernement ten dienste van de Compagnie wel en nae +behooren sal quijten.</p> + +<p>UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die +voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet werde +bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich +volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Comp<sup>e</sup> +daeraen ten hoochsten gelegen te wesen.</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.v.c"> +<h4>C. IQUAN.</h4> + +<p>“Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden +armade in den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, +geconquesteert doch p<sup>r</sup> faulte van volgende subsidien, +wederom verlaten; alsoo dese enterprinse bij een particulier Heer omme +de gunste van Sijn Ma<sup>t</sup> wederomme te becomen, ter hande +genomen was. Lange jaeren hebben zij daer met haer capitaelen door +Chineesen in Jappan woonachtig met de Chineesen van China +gehandelt” (Gen. Miss. 15 Dec. 1629)<a class="noteref" id= +"xd0e7272src" href="#xd0e7272">29</a>.</p> + +<p>“In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse +joncken te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke +quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van China +te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende +gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden +andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten” +(Gen. Miss. 3 Jan. 1624).</p> + +<p>Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral +bekend geworden de zoogenaamde “Capitein China” te Firando, +dien de Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij +een Christen was<a class="noteref" id="xd0e7282src" href= +"#xd0e7282">30</a>, alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak; +dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt +bericht<a class="noteref" id="xd0e7287src" href="#xd0e7287">31</a>, +klinkt veel waarschijnlijker.</p> + +<p>De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe +het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen:</p> + +<p>De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, was +afkomstig <span class="pagenum">[<a id="pb124" href= +"#pb124">124</a>]</span>uit het district Hai-ting in de prefectuur +Tsiang Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar +getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die +in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis aan +met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan +ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche +koopman en reeder zijn geweest en om die reden daar te lande zijn +aangesproken met den titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door +de Japanners werd betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; +waarschijnlijk was hij Hoofd van een geheim genootschap<a class= +"noteref" id="xd0e7296src" href="#xd0e7296">32</a>. Over zijne +aanrakingen met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders +in China I (Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de +tusschenpersoon bij de onderhandelingen welke leidden tot onze +verhuizing van de Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden +over de wijze waarop wij zijne diensten hadden beloond<a class= +"noteref" id="xd0e7316src" href="#xd0e7316">33</a>. Hij overleed te +Firando 12 Augustus 1625<a class="noteref" id="xd0e7319src" href= +"#xd0e7319">34</a>, groote schulden nalatende, o.a. aan de Engelschen<a +class="noteref" id="xd0e7322src" href="#xd0e7322">35</a>.</p> + +<p>Ietkwan—ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven—werd +geboren in het dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de +havenplaats Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie—ook Te en The +geschreven—en zijn persoonsnaam: “de eerste” duidt +aan dat hij de oudste zoon was. Niet een <span class="pagenum">[<a id= +"pb125" href="#pb125">125</a>]</span>zoon, maar een schoonzoon<a class= +"noteref" id="xd0e7332src" href="#xd0e7332">36</a> van den hierboven +besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche +berichten, behoorde Iquan’s eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot +eene familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein +China en diens hoofdvrouw in China.</p> + +<p>Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht +gezocht bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een +handelsopdracht naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft +hij te Firando betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij +een zoon kreeg, den zoo vermaard geworden Koksinga.</p> + +<p>Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit +Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het eind +van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China (Miss. +Gouv<sup>r</sup> Sonck 12 December 1624).</p> + +<p>Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om op +Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken +toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens +luitenant Pedro China) welke onder Iquan’s bevel stonden en 20 +Maart 1625 te Taijoan terug waren.</p> + +<p lang="en">“With Yen Ssŭ Ch’i [Gaan Si Tsee] and +others, he [n.l. Iquan] opened up Formosa; he was raised by his +comrades to the chief leadership on the death of the former”. [12 +Aug. 1625]. (<span class="bibl">Some episodes in the History of Amoy. +China Review, XXI, 1894–95, bl. 87</span>).</p> + +<p>“Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (<i>eertijts +tolck der Comp<sup>e</sup></i> nu hofft der Chinesen rovers) uijt +Teijouan sonder onse kennis gevlucht is, ende sich op den roof begeven, +vele joncken ende volck vergadert heeft, waermede hij de gantsche +seecusten van China seer ontstelt ende het geheele landt, steden ende +dorpen raseert ende vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe +meer gebruijct can werden” (f<sup>d</sup> Gouv<sup>r</sup> Gerrit +Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, Actum Batavia 18 Dec. 1627).</p> + +<p>“Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen +gedoogen datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in +de riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe +havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich ende +sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de Chineesche +zee ende meest alle <span class="pagenum">[<a id="pb126" href= +"#pb126">126</a>]</span>de joncquen op de gantsche Guste vernielt ende +verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie ende +rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken ende 60 +à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt, +sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens van +daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten tijdt soo +grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen raedt wisten +om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover Icquan heeft +oock langen tijdt goede correspondentie met d’onse gehadt ende +ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder +onderscheijt genomen al wat becomen conde” (Gen. Miss. 6 Jan. +1628).</p> + +<p>“... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, <i> +soone van den ouden overleden Cappiteijn China</i>, vuijt Nangasacqui +naer Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is +voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom en +sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van +Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren” +(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ult<sup>o</sup> Oct. +A<sup>o</sup> 1630 aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. +II, fol. 114).</p> + +<p>“Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders +den vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede +omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu weder +macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den rover +Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, weder als +met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt ende op zijn +stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen Iquan die onse +gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent was, met intersessien +ende verclaringen aan den Combon ende andere grooten te doen wat ons +billick versouck ende begeeren was, dies te beter tot den vrijen handel +geadmitteert te werden—maar contrarie bevinden wij, wandt in +plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet alleen aff de vergoedingh van +’t jacht Slooten in sijnen ende het Rijcke van Chinas dienst +verongeluckt maar derft wel expresselijck in zijne Missive vertoonen +enee aan d’onse laten verluijden soo wij hem meer over sulcx +aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, alsoo gemelte jacht, +zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per ongeluck om den handel te +becomen in ’s Compagnies dienst gebleven ende verongeluckt is, +door briefkens ons verbiedende met onse jachten niet meer in de rivier +Chincheo te verschijnen, <span class="pagenum">[<a id="pb127" href= +"#pb127">127</a>]</span>alsoo daar door (soo hij segt) in de hoochste +ongenade van den Combon ende andere grooten van China soude comen +vervallen” (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren Bewindhebbers +der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631).</p> + +<p>“...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van +S<sup>r</sup>. Melchior van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer +met haar joncquen geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, +uijtstroijen ende voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den +handel vrij ende liber vergunt wert) naer ’t vertreck onser +schepen Taijouan met groote macht aen te tasten ende haer meester van +’t Casteel sien te maecken” (Miss. van Couckebakker aan +Gouv<sup>r</sup> Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634).</p> + +<p>“Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in +Comp<sup>s</sup> handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien +totdat den tijt ons wijser maeckt off d’een off d’ander +tijt van candt raeckt; is van vele gehaedt ende plaegt de coopluijden +dapper, dat met groote geschenken aen de Grooten weet goed te +maken” (Gen. Miss. 18 Dec. 1639).</p> + +<p>20 Oct. 1639. “...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende +huijsen alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te +vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de +Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije niet +naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat zijn +vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders rooverije +ter doot gebracht is” (Dagr. Firando in Overg. Brieven en +Papieren 1640. Tweede Boek.—Vgl. Valentijn V, 2<sup>e</sup> st., +9<sup>e</sup> boek, 9<sup>e</sup> hoofdst. bl 81).</p> + +<p lang="en">“Soon after his departure, his wife, who remained in +Japan, gave birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son +did not develope the love for adventure and renown which made his elder +brother [Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his +life” (<span class="bibl">Davidson, The Island of Formosa, bl. +31</span>).</p> + +<p>“...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. +oorlogh van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede +persoon des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China +machtiger is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck +in Taijouan geweest” (Gen. Miss. 11 Juli 1645).</p> + +<p>“...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen +aenhangh <span class="pagenum">[<a id="pb128" href= +"#pb128">128</a>]</span> ... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] +oock all eenige gunste bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat +eenigen tijt heefft laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe +daer bij te voren gehouden en een sone, die bij hem in China is, +gewonnen heeft, uijt Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle +van sijnen soone, en tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, +soo mij onse Tolcken voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne +joncken te vertrecken stade” (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie +ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645).</p> + +<p>“Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van +verhaelt hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder +eenigh vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude +geweest hebbe mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt +wederom in Japan te keeren, weshalven niemant begerich was” +(Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645).</p> + +<p>“’s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de +gisteren g’arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van +Coxinja aan den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant +zoude nae de geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt +zijn om de Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters +Coxinja (zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in +’t jaer 1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn +vaders versoeck gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te +versoecken dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch +bij een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem +mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van +grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser +vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert, +nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice, +daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando gebooren +en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden was, gelijck +hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede beholpen daardoor +nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle ’t welcke dees luijden +genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van vreemdelingen +’k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden” +(<span class="bibl">Dagr. Nagasaki 25 Juli A<sup>o</sup> 1658</span>; +vgl. <span class="bibl">Valentijn V, 2<sup>e</sup> st., 9<sup>e</sup> +boek, 9<sup>e</sup> hoofdst, bl. 97</span>).</p> + +<p>Den 8<sup>en</sup> October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat +Coxinga’s geschenken waren aangenomen en “sonder oijt uijt +zijn logiement veel min <span class="pagenum">[<a id="pb129" href= +"#pb129">129</a>]</span>omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens +zijnen last waeromme herwaerts gecomen was in’t minste +gesproocken te hebben”.</p> + +<p lang="en">“Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] +into the Manchu army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong +[d.i. Koksinga] strangled herself” (1646). (<span class="bibl">J. +Ross, The Manchus, bl. 385</span>).</p> +</div> + +<div class="div3" id="b.v.d"> +<h4>D. MARTINUS MARTINI.</h4> + +<p>Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China, +waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie <span class="bibl" lang="fr"> +S.Couling, Encyclopaedia Sinica</span> en <span class="bibl" lang="fr"> +Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323–325</span>). Met +vier andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip +“de Swaen” van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van +Diemen een latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) +waarbij hij verzocht “passage te willen verleenen nae Maccassaar, +Siam, Cambodja off ’t rijcke van Tonkin, omme door dien weg in +China ende Japan te geraecken.” Deze brief werd gezonden aan het +opperhoofd te Nagasaki, ten einde dien “aen de Regenten van +Nagasacqui off de commissarissen ter hand [te] stellen opdat die laten +examineeren ende tegen sulcke attentaten ordre ramen.” (Reg. +Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van +Diemen 12 Oct.1642).<a class="noteref" id="xd0e7461src" href= +"#xd0e7461">37</a></p> + +<p><span lang="en">“Martin Martini was sent to give informations +to the Holy See; to his influence and abilities it is due that +Alexander VII decreed in a manner perfectly contrary to the former +Edict</span> [waarbij eenige leerstellingen der Jezuïeten als +ketterijen waren veroordeeld].</p> + +<p lang="en">While on his journey the great traveller passed +Batavia.....</p> + +<p lang="en">Living in Holland Martini prepared his maps of China and +gave them over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to +be printed while he himself gave a full geographical description of the +whole empire together with historical, political and scientific +explanations......In 1655, the whole work came out” (<span class= +"bibl">Dr. Schrameier, On Martin Martini, Journal of the Peking +Oriental Society, Vol. II, 1888, bl. 105 en 106</span>).</p> + +<p>Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg +vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de +“Oliphant” (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. +d.a.v. in het Vlie <span class="pagenum">[<a id="pb130" href= +"#pb130">130</a>]</span>aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 +Juli 1652, 26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der +Kamer Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene +“gratuiteijt van honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede +diensten die hij toegeseijt heeft en van hem verwacht worden”. +Hij had “aan denselven Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede +Hoop] geremonstreert ende te kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen +tusschen de genoemde Caep ende Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen +te halen souden sijn.... Wij achten de ontdeckinge van de genoemde Cust +alsmede de Cust van Melinde, seer considerabel, hetwelck van de voorsz. +Caep ende het eijlandt Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude +connen geschieden” (Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. +Jan van Riebeek aan Heeren XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van +Heeren XVII dd. 15 April 1654).</p> + +<p>“Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door +Comp<sup>s</sup> tingangh tusschen Batavia en Japara verovert is hier +opgebracht seecker Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle +gedeelten van China heeft doorwandelt.... Verders allegeert +vooraengeroerde Padre datse [n.l. de Tartaren] die van Macao haer +vrientschap mitsgaders libere negotie aengebooden hebben twelck bij +geintercipieerde brieven door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert +wort. Bovendien datse hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de +Portugeesen maer oock alle andere vreemde natien die China in +vrientschap begeren te friqquenteren den liberen ende onbecommerden +toeganck sullen vergunnen, dierhalven twijffelt ditto padre niet +ingevalle de Comp.<sup>e</sup> in Quanton daer hij oordeelt de rechte +plaetse te wesen om bij den Conincq [”den oppersten der +Tartaren” in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs stiert +datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de libere +negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden” +(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652).</p> + +<p>“T’gene UE schrijven van het openstellen van den handel +in China en dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in +Maccao en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, +’t rijck van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en +haren handel daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het +schip den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh +geconfirmeert” (Patr. Miss. 20 Jan. 1654). <span class="pagenum"> +[<a id="pb131" href="#pb131">131</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div class="div2" id="b.vi"> +<h3 class="normal">VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET A<sup>o</sup> +1664–65.</h3> + +<p>Dagregister Japan.</p> + +<p>A<sup>o</sup> 1644. December. 19<sup>e.</sup> ... in de nanacht +omtrent ten 3 uijren is bij ons een Commeet Starre, hebbende een +vierige roede, die sigh naer’t Westen streckte, gesien, maer +alsoo den dagh—naer dat deselve langen tijd hadde +nagesien—begoste aen te breken, wierde door het licht sijn +schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige Tolcken +op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, doch hetselve +was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde deselve al voor +ettelijcke dagen gesien te hebben.</p> + +<p>20<sup>e</sup> ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van +de voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren +in’t Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer +’t Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den +dagh in’t S.W. verloren.</p> + +<p>21<sup>e</sup> en 22<sup>e</sup> ... dese nachten bevonden +voorschreve Starre sijn voorgaende kours is houdende, dogh alle avonden +¾ uijrs sich vroeger vertoonde.</p> + +<p>26<sup>e</sup> Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre +uijtgekeken, bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde +verdooft, onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer +’t Westen keert.</p> + +<p>29<sup>e</sup> voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh +kunnen sien, maer nogh al ondervonden deselve alle avonden ¾ +uijrs vrouger opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu +voorbij’t Westen naer’t N.W. gekeert is.</p> + +<p>Januarij 1665. 3<sup>e</sup> tot den 9<sup>e</sup> ... niet +sonderlings voorgevallen, als alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 +uijren seer afneemt ende met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. +uijtstreckt.</p> + +<p>10<sup>e</sup> ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo +gekomen te sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock +verscheijden malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen +sijn.</p> + +<p>20<sup>e</sup> ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet +langer gesien konnen werden.</p> + +<p>April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11<sup>e</sup> Des smorgens +met mooij weder <span class="pagenum">[<a id="pb132" href= +"#pb132">132</a>]</span>omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een +commeet starre sagen die hem omtrent het oosten weijnigh boven den +horison opgaende vertonende was, ... quamen des namiddags in de +Keijserlijcke Stadt Jedo.</p> + +<hr class="tb"> +<p>Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde +hem een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een +vierige staart naar ’t Noord oosten. (<span class="bibl">Reisen +van Nicolaus de Graaff, 1701, bl. 66</span>).</p> + +<hr class="tb"> +<p>Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe +sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was +mede indt oosten.</p> + +<p>Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster +zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien +konden.</p> + +<p>Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman Michiel +Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en Amoij. +Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).</p> + +<p>Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in ’t Jaer +MDCLXIV.<a class="noteref" id="xd0e7571src" href="#xd0e7571">38</a></p> + +<p>Den 27. November ’smorgens by half 5. heeft men te Saerdam +aller eerst gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root +doch heldre gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck +van coleur, opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt +14 daegen, waer door sommighe meenden datter geen Comeet was +gesien.</p> + +<p>Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den +rovenden Raeff, liep seer ras na ’t westen, daer hy ten half +sessen verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het +selfde Teken daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve +schijn, dan de staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder +morgen-lucht: Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van ’t +Schip, dan ’t mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te +schijnen: Alsmen haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida +Hydra hadde gesien, sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met +een soo breede langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al +vry flaeuw, nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: +Noyt is hy grooter in ons gesicht vertoont. <span class="pagenum">[<a +id="pb133" href="#pb133">133</a>]</span></p> + +<p>Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en de +Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet hy te +ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen als een +duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den 2. +January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder met +een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae ’t Westen, +en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy +ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na +’t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens +Gordel-riems 3. Sterren hy geduerig in ’t gesigt by bleef, so dat +hy als scheen in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast +duyster weer: Dan den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel +klarende, sag men dat de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der +Walvis verby geloopen.</p> + +<p>Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary 1665. +over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten Mogols +Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock over +Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van de +Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes +daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien +tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen en +Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen en +gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer ’t oock Bloet +gereghent heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer +bloet-verwich ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer +lang en breet en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer +verwonderlijck ghesien, te weten, na den 31. December, voor welcken +tijdt hy seer laegh aen den Orisont was, maer daer na in sijn opgangh +ten oosten met een staerdt van een elle lang, en passeerende besuyden +de Nederlanden, had met een heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, +somtijdts wat straeltjens, naer het helder was, maer in sijn +ondergangh, ’s Nachts ten twee uren, was sijn staert omtrent soo +langh als ’t gantze Stadthuys van Haerlem, ghereeckent na’t +ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door de opkomende +Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, en besuyden +d’Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet langer +als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, en een dag +als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na met een staert +die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn roedeken +gelijckende.</p> + +<p>Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende +Figuer, <span class="pagenum">[<a id="pb134" href= +"#pb134">134</a>]</span>op d’onderste Linie, in Virgo de Maegd +beginnende, en in Aries den Ram eyndigende: Wanneer haren staert op den +Crater, den Canis, Unicornus, ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, +die boven onsen Horisondt met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by +was, tot hy in Aries uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote +die hy had na den 30 December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet +ghy syn fatsoen van den 27 December, en daer by die van ’t Iaer +1618. welcke wel soo fel en scherp stont, maer streckte sich op veele +100. mijlen na als dese dede, niet uyt.</p> + +<div class="figure"><img border="0" src="images/p09.gif" alt="" width= +"720" height="626"></div> + +<p>Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn +Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van +’t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen +vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de +Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus +de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen Haes: +Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle Zee en +Water-tekenen.</p> + +<p>Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een +Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft +laten sien <span class="pagenum">[<a id="pb135" href= +"#pb135">135</a>]</span>boven onsen Horisont, op-komende ’s +morgens by 2. uren in ’t Noorden, zijn cours tot 4. uren +duyrende, is vlack oost, maer zijn Staert die breed en lang doch wit +is, staet S.O. Ende bevinde hy den 13 April sig meer N.O. en lagher op +onsen Horisont uytstreckt, staende op den Equus, waer aen alle +Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte.</p> + +<p>Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. +Comeet-sterren te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht +geloven, daer nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen +eygendom is gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden +wel op het toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis.</p> + +<p>’t Is d’Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. +Maenden 3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons +vertoont, ’tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: ’t +Schijndt ons toe datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen +in’t wonderlijcke Iaer 1666. daer van over vele Iaren is +voorseyt: Godt de Heere late ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat +wy zyn heerlijcke Schepsels niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig +mogen aenschouwen.</p> + +<p>In Haerlem, desen 14 April 1665. <span class="pagenum">[<a id= +"pb137" href="#pb137">137</a>]</span></p> + +<p>Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur <span class="pagenum">[<a +id="pb139" href="#pb139">139</a>]</span></p> +</div> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5673src" id="xd0e5673">1</a></span> Deze en volgende +cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den druk aangebracht.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5720src" id="xd0e5720">2</a></span> Niet ingevuld.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5723src" id="xd0e5723">3</a></span> In het afschrift voorkomende +onder de Overgek. Brieven 1667, Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) +staat: <i>beneeden</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5751src" id="xd0e5751">4</a></span> van 18 Oct. 1666.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5802src" id="xd0e5802">5</a></span> Daniel Six opvolger (sedert +18 October 1666) van Willem Volger als opperhoofd van ons comptoir te +Nagasaki.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5905src" id="xd0e5905">6</a></span> Kol. Arch. no. 457.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e5937src" id="xd0e5937">7</a></span> Kol. Arch. no. 255.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6035src" id="xd0e6035">8</a></span> In elke straat van Nagasaki +woont een Ottono of wijkmeester (<span class="bibl">H. Doeff, +Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25</span>). Zie ook <span class= +"bibl" lang="de">Nachod, Beziehungen, u. s. w., bl. 417</span> en <span +class="bibl">E. Kaempfer, Beschryving van Japan, 1729, bl. +232</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6105src" id="xd0e6105">9</a></span> de “Zuylen”, den +7<sup>en</sup> October van Nagasaki onder zeil gegaan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6121src" id="xd0e6121">10</a></span> Oostvoort in Bijl. +I<i>a</i>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6204src" id="xd0e6204">11</a></span> François de Haas, de +aangewezen opvolger van het Opperhoofd Daniel Six, zou in het voorjaar +van 1670 de hofreis naar Jedo hebben te doen.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6312src" id="xd0e6312">12</a></span> Zie <a href="#pb86">bl. 86 +hiervóór</a>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6366src" id="xd0e6366">13</a></span> 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. +bl. 456.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6374src" id="xd0e6374">14</a></span> Taifoen, cycloon, +wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6380src" id="xd0e6380">15</a></span> 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. +bl. 435 en 455–56.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6489src" id="xd0e6489">16</a></span> twee?</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6556src" id="xd0e6556">17</a></span> In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 +wordt dit schip “Groot Hollandia” genoemd, ter +onderscheiding van ’s lands schip Hollandia. (Res. 15 Sept. +1627).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6564src" id="xd0e6564">18</a></span> Hij overleed 2 Januari 1627 +te Batavia als Raad Ord<sup>s</sup>. (Dagr. Bat.).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6570src" id="xd0e6570">19</a></span> Volgens “Begin ende +Voortgangh” (II, 1646, 20<sup>e</sup> stuk, bl. 18): 14 April +1627.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6578src" id="xd0e6578">20</a></span> Havenplaats op de N.O. kust +van het Maleische Schiereiland; ons kantoor aldaar werd in 1622 +opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6645src" id="xd0e6645">21</a></span> Vgl. <span class="bibl" +lang="en">Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227</span>: <span +lang="en">“On the 10<sup>th</sup> June, 1627, four Dutch ships +appeared before that port with the view of attacking a fleet which had +been prepared there for a journey to Japan.... The Dutch +admiral’s ship was boarded and burnt, thirty-seven of the crew +being killed and fifty taken prisoners. The guns, ammunition, treasury, +and provisions were also secured. After the loss of this ship the other +three vessels retired.”</span>—Zie nog <span class="bibl"> +C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6671src" id="xd0e6671">22</a></span> Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: +“Tegenwoordich weeten niet datter eenige Nederlanders bij den +vijant in gants India van Mosambique aff tot in Manilha toe, Godt loff, +gevangen sitten”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e6926src" id="xd0e6926">23</a></span> Evenals de Wakende Boeij en +de Nachtegael zal ook ’t Quelpaert de Brack vóór 8 +Jan. zijn teruggekeerd.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7028src" id="xd0e7028">24</a></span> Leonard Camps kwam in het +begin van 1615 in Japan, werd na het vertrek van Specx in 1621 +Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 November 1623 te Firando +(Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende opperhoofden enz., Kol. +Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624<span class="corr" id="xd0e7031" title= +"Niet in bron">,</span> bl. 13).</p> + +<p class="footnote">Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. +Arch.—Q. 434) werd Camps toen op voordracht van Specx tot diens +opvolger benoemd, daar Specx’ tijd in het toekomende jaar zou +eindigen en deze niet van meening was langer te blijven. (Zie Gen. +Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar Firando 28 Febr. 1620, Coen, +dl. II, bl. 655). Camps’ commissie is van 13 Juni 1620 (zie Coen +II, bl. 729). Over Specx’ vertrek van Firando, zie Diary of +Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie Specx 28 Febr. +1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip “de Swaen”, aan boord +waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 Dec. +1621).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7050src" id="xd0e7050">25</a></span> Memorie van pampieren +p<sup>r</sup> t Schip Amsterdam over Taijouan aen d’Ed. Heer +Gouverneur Generael in dato 23<sup>e</sup> Nov. A<sup>o</sup> 1637 +geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. A<sup>o</sup> +1637.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7085src" id="xd0e7085">26</a></span> Pou-san Kai = Pou-san +(Fusan), sedert 1592 in handen van de Japanners.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7097src" id="xd0e7097">27</a></span> Op van daech verstonden de +Corresche gesanten op 17<sup>en</sup> passato van het eijlandt Itschio +naer Corea vertroucken waeren. Naer de geruchten souden aende +Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer gelieffden assistentie +tegen den Tarter te doen, hetselffde door d’Hr. van Fingo soude +mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: Een groot gouden vadt +vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone wel affgevaerdichte +peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het hair een vinger lanck; +een gouden cas van faetsoen als de paepen haer consistorien, costelijck +met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne den brieff aen de +Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando 24 Meert +A<sup>o</sup> 1637).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7110src" id="xd0e7110">28</a></span> <i>zijde</i>, staat in Dagr. +Japan.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7272src" id="xd0e7272">29</a></span> Zie over deze expeditie naar +Formosa of Tacca Sanga, zooals, volgens den Engelschen schrijver, de +Japanners dit eiland noemden, <span class="bibl" lang="en">Diary of +Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616)</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7282src" id="xd0e7282">30</a></span> <span class="bibl">Ernest +Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, Introduction, +bl. LI</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7287src" id="xd0e7287">31</a></span> Zie missive Firando 16 Dec. +1623 aan Commandeur Reijers: “Dese gaet per Cappiteijn China.... +Hij is een doortrapt man, heeft in Nangasackij ende oock hier [Firando] +treffelijcke huijsen met schoone vrouwen ende kinderen”.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7296src" id="xd0e7296">32</a></span> <span lang="en-1600"> +“This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of +all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else +wheare”</span> (<span class="bibl" lang="en">Diary of Richard +Cocks, II, bl. 309, 10<sup>th</sup> of Marche 1619 [20]</span>).</p> + +<p class="footnote">“<span lang="en">The Chinese pirates who +resorted to the island [Formosa] as a safe retreat, were as a rule +divided into bands, and, according to the scanty historical material +which we have at hand, established a rough form of government over +their settlements. So admirable was the organization that the different +bands lived together without discord and chose their leaders by vote, +while a supreme chief was appointed to look after the interests of the +combined bands whenever anything arose of common concern. The strongest +of them was a powerful band under the leadership of one Gan Shi-sai. +Their exploits brought large returns, and by combining legitimate trade +with piratical raids they eventually attained a position so formidable +that smaller bands combined with them for their own protection, and +thus nearly the whole of the China and Formosa trade was brought under +their control. In 1621 Gan Shi-sai died, and was succeeded by Ching +Chi-lung, a famous character, and the father of Koxinga.”</span> +(<span class="bibl" lang="en">J. W. Davidson, The Island of Formosa +(1903) bl. 8</span>).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7316src" id="xd0e7316">33</a></span> “sijn genoegen van +d’onsen over sijne gepretendeerde diensten seer cleijn was” +(Miss. Firando 17 Nov. 1625).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7319src" id="xd0e7319">34</a></span> Miss. Firando 26 Oct. +1625.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7322src" id="xd0e7322">35</a></span> Miss. Firando 17 Nov. +1625.—<span class="bibl" lang="en">Letters written by the English +Residents in Japan 1611–1623, bl. 271</span>.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7332src" id="xd0e7332">36</a></span> In berichten uit Formosa van +dien tijd, komt meer voor dat “zoon” en +“schoonzoon” worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens +de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der +Chineezen te Batavia (1636–1645).</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7461src" id="xd0e7461">37</a></span> Hoe Martinus M. van Bantam +naar China is gekomen, is ons niet gebleken. Journaal Hamel.</p> + +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7571src" id="xd0e7571">38</a></span> Hollantze Mercurius XV +(1665). Zie ook N<sup>os</sup> 8827, 8937 en 9200–9208 van de +Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek.</p> +</div> +</div> + +<div id="bibl" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">BIBLIOGRAPHIE.</h2> + +<p>Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers +in ’t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes +Stichter te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam.</p> + +<p>Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, +die alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van +Corea; daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de +beschrijving zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken +hebben het jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog +niet in het land teruggekomen was.</p> + +<p>Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen, +en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal.</p> + +<p>Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het +werk van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche +uitgaven van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche +verzamelwerken, waarin het reisverhaal is opgenomen.</p> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN.</h3> + +<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van +’t Jacht de Sperwer/ van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in +’t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe ’t selve Jacht +door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant/ ende van 64. +personen/ maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden +zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer +het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert/ by haer genaemt +Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 dagen in slaver-//nye onder +de Wilden hebben gezworven/ zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer +gestorven/ waer van 8 Per-//sonen in ’t Jaer 1666. met een kleyn +Vaertuych // zijn ontkomen / <span class="pagenum">[<a id="pb140" href= +"#pb140">140</a>]</span>latende daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn +in ’t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. // Alles +beschreven door de Boeckhouder van ’t voornoemde // Jacht de +Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // [Schip in houtsn.] +// Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB VAN VELSEN / in de Kalverstraet / +// aen de Ossesluys / Anno 1668.</p> + +<p>8 bladen, sign. A2–A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en +Romeinsche letter.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de “Namen van de acht +Maets die van ’t Eylandt Coeree af gekomen zijn.” en de +“Namen van de acht Maets die daer noch zijn.” Daaronder +begint het Journael, dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De +eerste bladzijde bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel +Gothisch, en zoo verder afwisselend; het laatste stuk is met heel +kleine Romeinsche letter gedrukt.</p> + +<p>De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf.</p> + +<p>Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te +’s-Gravenhage.</p> + +<p lang="nl-1600">Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van +’t Jacht de Sperwer / van Batavia ghedestineert na Tayowan / in +’t // Jaer 1653. en van daer op Japan; hoe ’t selve Jacht +door storm op het // Quelpaerts Eylandt is gestrant / ende van 64. +personen / maer 36. // behouden aen het voornoemde Eylant by de Wilden +zijn gelant: // Hoe de selve Maets door de Wilden daer van daen naer +het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert / by haer genaemt +Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in slaver- // nye onder +de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // tijt tot op 16. na aldaer +gestorven / waer van 8 Per- // sonen in ’t Jaer 1666. met een +kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende daer noch 8. Maets // sitten +/ ende zijn in ’t Jaer 1668. in het // Vaderlandt gearriveert. // +Alles beschreven door de Boeckhouder van ’t voornoemde // Jacht +de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van Gorcum. // [Schip in +houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van [Velsen / in de +Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.]</p> + +<p>8 bladen, sign. A2–A5, 4<sup>o</sup>, afwisselend Gothische en +Romeinsche letter.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel bovenaan de “Namen van de acht +Maets die van ’t Eylandt Coereé af gekomen zijn.” en +“De Namen van de Maets die noch daer zijn.” Daaronder +begint—in Gothische letter—het Journael, dat ook de +volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den hiervoor +beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische letter; verder +komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met heel kleine +Romeinsche letter gedrukt.</p> + +<p>De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf.</p> + +<p>Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den +titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de +keerzijde verlies geleden hebben. <span class="pagenum">[<a id="pb141" +href="#pb141">141</a>]</span></p> + +<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van ’t +Jacht de Sperwer/ van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in ’t +Jaar 1653. en van daar op Japan; hoe ’t selve // Jacht door storm +op ’t Quelpaarts Eylant is ghestrant/ ende van 64. personen / +maar 36. // behouden aan ’t voornoemde Eylant by de Wilden zijn +gelant: Hoe de selve Maats door // de Wilden daar van daan naar +’t Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ by haar ghenaamt // +Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ in slavernije onder de +Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die tijt tot op 16. na aldaar +gestorven/ waer van 8. Persoonen in // ’t Jaar 1666. met een +kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch acht // Maats sitten/ +ende zijn in ’t Jaar 1668. in ’t Vaderlandt gearriveert. // +Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ Provin-//tien/ Steden +ende Forten/ leggende in ’t Coninghrijck Coeree: Hare Rechten/ +Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: Alles +beschreven door de Boeck-//houder van ’t voornoemde Jacht de +Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met +verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] // Tot +Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: Op de Hoeck +// van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668.</p> + +<p>16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A–D, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en +spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van +Velsen). Het journaal vult blz. 3–20. In den tekst 7 tamelijk +grove houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), +strafoefening (blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), +gehoor bij den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een +scheepje (blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. +20). Na het Journael volgt een nieuwe titel:</p> + +<p>Beschryvinge // Van ’t Koninghrijck // Coeree, // Met alle +hare Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als // +inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno +M.DC.LXVIIJ.</p> + +<p>Op devolgende bladzijden (2–12) de tekst, met +Ornamenthoutsnede aan het slot.</p> + +<p>Exemplaren in de <span class="abbr" title="Koninklijke Bibliotheek"> +<abbr title="Koninklijke Bibliotheek">Kon. Bibl.</abbr></span> te +’s-Gravenhage, in de <span class="abbr" title= +"Universiteits-bibliotheek"><abbr title="Universiteits-bibliotheek"> +Univ.-bibl.</abbr></span> te Leiden en te Amsterdam, en in de +verzameling-Mensing te Amsterdam.</p> + +<p>Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian +Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen +en van de beschrijving van Corea in <i>Eigen Haard</i> (blz. 629, 646) +o.d.t.: <i>Dertien jaar gevangen in Korea</i>, met facs. van den titel +en 6 van de prenten, en in <i>Het Nieuws van den dag</i> (1 en 9 Oct.) +o.d.t. <i>.Hollanders in Korea</i>, ondert. <i> +Toeridjéné.</i></p> + +<p lang="nl-1600">’t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige +Reyse van ’t Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na +Tyowan en Fer-// <span class="pagenum">[<a id="pb142" href= +"#pb142">142</a>]</span>mosa/ in ’t Jaer 1653. en van daer na +Japan/ daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // +Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer op Quelpaerts +Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ daer van 36. aen Lant zijn +geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den Gouverneur van ’t +Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van Coree dede voeren/ +alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny moeten blij-//ven/ +waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer van acht persoonen in +’t Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn ’t ontkomen/ +achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in ’t +Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip in +houtsn.] // t’ Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen.</p> + +<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A–E, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter, 2 kolommen.</p> + +<p>Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door +van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van +Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen +door het woord d’Atlas. Onder de prent een zesregelig versje:</p> + +<div class="poem" lang="nl-1600"> +<p class="line">Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te +lesen,</p> + +<p class="line">Kond’ hier op u gemack, en in u Huys wel +wesen,</p> + +<p class="line">En sien wat perijckelen dees Maets zijn over +g’komen,</p> + +<p class="line">Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns’ +genomen,</p> + +<p class="line" style="text-indent: 2em; ">In een woest Heydens landt; +in ’t kort men u beschrijft</p> + +<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Den handel van het volck, +d’Negotie die men drijft.</p> + +<p class="line" style="text-indent: 2em; ">Hier nae een Beter.</p> +</div> + +<p>Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele +regels wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor +Batavia (1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het +handschrift-journael en in de andere uitgaven, het vertrek van Batavia +(18 Juni) en de verdere reis. In de redactie zijn over’t geheel +slechts kleine verschillen met het handschrift en met de andere +drukken. De beschrijving van Corea staat hier op hare plaats midden in +het journaal, evenals in het handschrift (pag. 18–33). Op den +kant zijn jaartallen en korte inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. +30–31, in de opsomming van de dieren, is eene beschrijving +ingevoegd, met twee groote prenten van de olifanten die in Indië +zijn en van de crocodillen of kaymans die “hier te lande” +veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, dat dit is +eene “Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens”. Het +journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst in +Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht van +het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den +tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van de +behandiging van het journaal aan “den Generael”, van de +afreis en de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide +naamlijstjes volgen.</p> + +<p>In den tekst 6 prenten—5 gravures en een houtsnede—uit +den voorraad van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in +de reis van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet +gewapenden, een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een +versterkte plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst +gebracht; op pag. 22 “Straffe der Hoereerders” uit de 2e +reis van Van Neck; in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in +houtsnee, door Saagman <span class="pagenum">[<a id="pb143" href= +"#pb143">143</a>]</span>reeds in zijn uitgaaf van Linschoten’s +Itinerario gebruikt, en op p. 31 een groote gravure, een landschap met +krokodillen en casuarissen voorstellende.</p> + +<p>Exemplaren in de Kon. Bibl. te ’s-Gravenhage en in de +verzameling-Koch te Rotterdam.</p> + +<p lang="nl-1600">JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van ’t +Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / +in ’t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was +REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door +storm en onweer ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen +sijn: Mitsgaders // wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en +eyndelijck hoe // noch eenighe van haer in ’t Vaderlandt zijn +aengeko- // men Anno 1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 +schepen] // t’ Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen.</p> + +<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A–E, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter, 2 kolommen.</p> + +<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in “’t +Oprechte Journael”. Ook de tekst komt doorgaans, behoudens +onbeduidende spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een +andere gravure geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling +op p. 30/31 is veranderd. De groote krokodillenprent is door een +kleinere afbeelding van een “Krockedil” vervangen, de +kantteekening die de bladvulling als zoodanig aanwees, is weggelaten, +en ook van de olifanten wordt gezegd, dat ze “hier” zijn. +De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger gemaakt om de ruimte te +vullen.</p> + +<p>Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam.</p> + +<p lang="nl-1600">JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van ’t +Jacht de // Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / +in ’t Jaer 1653. en van daer na Japan / daer // Schipper op was +REYNIER EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe ’t Jacht +door storm en onweer op Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 +man / daer van 36 aen landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen +van den Gouverneur van ’t Eylandt / die haer als Slaven na den +Koningh van // Coree dede voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen +hebben in slaverny moeten blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na +gestorven: daer van 8 persoonen in ’t 1666. met een kleyn // +Vaertuygh t’ ontkomen zijn / achterlatende noch 8 van haer Maets: +En hoe sy in ’t // Vaderlandt zijn aen-gekomen / Anno 1668. in de +Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // t’ Amsterdam, // By +GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // Ordinaris Drucker van +de Zee-Journalen en Landt-Reysen.</p> + +<p>20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A–E, 4<sup>o</sup>, +Gothische letter, 2 kolommen. <span class="pagenum">[<a id="pb144" +href="#pb144">144</a>]</span></p> + +<p>Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere +uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde voor +bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op p. 22 is de +prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor de afgoden +sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, ontleend aan +de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie <span class="bibl"> +Werken <span class="abbr" title="Linschoten-Vereeniging"><abbr title= +"Linschoten-Vereeniging">Linsch.-vereen.</abbr></span> VII, blz, +124</span>); de geheele bladvulling met de beide prenten (olifant en +krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor is op p. 30–32 (4 +kolommen) ingevoegd eene “Beschrijvinghe van des Konings +Gastmael” uit de “Javaense Reyse gedaen van Batavia over +Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare +1656”, uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den +Sousouhounan, Grootmachtighste Koninck van’t Eyland Java is +zonder eenige aanwijzing naar Corea overgebracht.</p> + +<p>Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te +Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- en +volkenk, van Ned. Indie te Delft.</p> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS.</h3> + +<p lang="nl-1600">Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappy in ’t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van +Japan. Door ARNOLDUS MONTANUS. t’ Amsterdam By JACOB MEURS +1669.</p> + +<p>In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. +429–436 een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel +ontleend, beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst +der geredde mannen op “Disma”.</p> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN.</h3> + +<p lang="fr">RELATION // du // naufrage // d’un vaisseau +holandois, // Sur la Coste de l’ Isle de Quel-//paerts: Avec la +Description // du Royaume de Corée: // traduite du Flamand, // +Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, // Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // +dans la Salle des Merciers, au coin // de la Gallerie des prisonniers, +a la // Palme & aux Armes d’ Holande. // M.DC.LXX. // Avec +privilege du Roy.</p> + +<p>Ook met ander uitgevers-adres:</p> + +<p lang="fr">RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS +BlLLAlNE, au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à +la Palme, & au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du +Roy.</p> + +<p>4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165 +genumm. bladzijden (sign. A–O), 12<sup>o</sup>, Rom. letter.</p> + +<p>De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van +Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, en +eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee +naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal +geplaatst (p. 101–165), evenals bij Stichter; de olifanten worden +echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman (p. +107–108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten.</p> + +<p>Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te +Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te ’s-Gravenhage. <span +class="pagenum">[<a id="pb145" href="#pb145">145</a>]</span></p> + +<p>Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages +au Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote +18<sup>e</sup>-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar +weer vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna.</p> + +<p lang="de">Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen +Königreiche/ // Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch +vielen andern/ im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen +Anmerkungen/ und schönen // Kupferblättern,’ // von // +CHRISTOPH ARNOLD/ // vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch +beygefüget // JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // +Ost-Indianische Reise: // Welche er im Jahre 1644 löblich +angenommen/ und im // Jahre 1653 glücklich vollendet. // Samt +einem nothwendigen Register. // Mit Röm. Käys. Majest. +Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und JOH. FRIEDERICH +ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII.</p> + +<p>Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene +gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het boek +opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich Siam. +J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: P. +TROSCHEL sculp.</p> + +<p>24 + 1148 + 36 bladzijden, 8<sup>o</sup>, Hoogduitsche letter, +kopergravures. Op bladz. 811 de titel:</p> + +<p lang="de">JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles +dasjenige/ was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von +Batavien aus/ // nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // +reisfertig/ durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk +darauf/ so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und +nach begeben/ ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // +HEINRICH HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // +Schiff/ Sperber genant. // Aus dem Niederländischen +verteutschet.</p> + +<p>Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche +uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het +journaal (p. 814–882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, +zonder de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan +Montanus ontleend. Op p. 883–900 volgt Martin Martins Bericht von +der Halbinsel Korea ... Verteuscht.</p> + +<p>Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam.</p> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN +REIZEN.</h3> + +<p>(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.)</p> + +<p lang="en">A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John +Churchill 1704. f<sup>o</sup>. <span class="pagenum">[<a id="pb146" +href="#pb146">146</a>]</span> In vol. IV, p. 607–632; en ook in +de latere uitgaven 1732, 1744/45 (IV p. 719–742), 1752:</p> + +<p lang="en">An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast +of the Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom +of Corea. Translated out of French.</p> + +<p>Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties, +herdrukt in:</p> + +<p lang="en">Corea, without and within. By William Elliot Griffis. +Philadelphia 1884.—Second ed. ibid. 1885.</p> + +<p>Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the +Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met “foreword” +onderteekend door den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, +waarin twijfel wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder +titelblad uit de collectie Churchill was of uit een der hierna +beschrevene.</p> + +<p lang="en"><span lang="la">Navigantium atque Itinerantium +Bibliotheca</span>: or, a compleat collection of voyages and travels. +By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 f<sup>o</sup>. (2 kol.).</p> + +<p>In de Appendix op p. 37–40:</p> + +<p lang="en">An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the +Coast of the Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of +Corea in the East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who +got ashore upon that Isle; and of the Escape of 8 of ’em to +Japan, and thence to Holland. First publish’d in that Country by +the Clerk of the Ship, who was one of them that escap’d: since +Translated and Abridg’d.</p> + +<p>Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia +naar Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. +Daarop volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder +de olifanten en krokodillen.</p> + +<p lang="fr">Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN +FRÉD. BERNARD 1715; nouv. éd. 1732. 8<sup>o</sup>.</p> + +<p>In deel IV (p. 243–347 in de uitg. van 1782):</p> + +<p lang="fr">Relation du naufrage d’un vaisseau Hollandois, sur +la côte de l’Isle de Quelpaerts: avec la description du +Royaume de Corée.</p> + +<p>Herdruk van de vertaling van Minutoli.</p> + +<p lang="en">A new and general collection of voyages and travels, +consisting of the most esteemed relations which have been published in +any language. By Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745–47. +4<sup>o</sup>.</p> + +<p>In vol. IV p. 239–347 het reisverhaal van Hamel, met de +beschrijving van Corea, naar de collection van Churchill.</p> + +<p lang="fr">Histoire génerale des voyages, ou nouvelle +collection de toutes les <span class="pagenum">[<a id="pb147" href= +"#pb147">147</a>]</span>relations de voyages qui ont été +publiées jusqu’à présent, par +l’abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de +Surgy) 20 vol. Paris 1746–89. 40.</p> + +<p>De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er +bestaat ook een uitg. in 12<sup>o</sup> in 80 deelen. Van 1747–80 +verscheen een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4<sup>o</sup>, deels +rechtstreeks naar Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, +deels naar de Parijsche uitgaaf.</p> + +<p>In vol. VIII (1749) p. 412–429:</p> + +<p lang="fr">Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec +une relation du Pays et de leur naufrage dans l’Isle de +Quelpaert.</p> + +<p>Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. ’s Gravenhage, +by Pieter de Hondt. 1747–1767. 4<sup>o</sup>.</p> + +<p>Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X +(1750) p. 18–48:</p> + +<p>Schipbreuk van eenige Hollanders, op ’t Eiland Quelpaert, in +Koréa, en hun Berigt van de Landstreek.</p> + +<p lang="de">Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 +Bde. Leipzig, bey Arkstee und Merkus 1748–1774. +4<sup>o</sup>.</p> + +<p>Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI +(1750) p. 573–608:</p> + +<p lang="de">Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer +Nachricht von dem Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel +Quelpaert. Durch HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen +übersetzt.</p> + +<p lang="en">A general collection of the best and most interesting +voyages and travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London +1808–1814. 4<sup>o</sup>.</p> + +<p>In vol. VII p. 517:</p> + +<p lang="en">Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the +country, and their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY +HAMEL. Translated from the French. <span class="pagenum">[<a id="pb149" +href="#pb149">149</a>]</span></p> +</div> +</div> + +<div id="lit" class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">GERAADPLEEGDE LITERATUUR.<a class="noteref" id= +"xd0e7899src" href="#xd0e7899">1</a></h2> + +<p>BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde +Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646.</p> + +<p lang="en">BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. +Semarang, during the years 1843–46. London, 1848.</p> + +<p lang="fr">BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. +Paris, 1851.</p> + +<p lang="en">CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney +(Journal North China Branch R.A.S. XXIII, 1888).</p> + +<p lang="fr">CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. +Paris, 1894.</p> + +<p lang="en">CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919.</p> + +<p>COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in Indië. +Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I–II. ’s-Gravenhage, +1919–20.</p> + +<p lang="en">COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in +Korea (Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903).</p> + +<p lang="en">COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., +1917.</p> + +<p lang="fr">COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. +Introduction. Paris, 1894.</p> + +<p>DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia—’s Hage, +1887–1918.</p> + +<p lang="fr">DALLET (Ch.). Histoire de l’Eglise de Corée +précédée d’une Introduction sur +l’histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes +coréennes. Paris, 1874.</p> + +<p>DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische Compagnie. +(Handschrift Kol. Archief).</p> + +<p lang="en">DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history +etc. II. London, 1894.</p> + +<p lang="en">DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. +History, people, resources and commercial prospects. London etc., +1903.</p> + +<p lang="en">DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English +factory in <span class="pagenum">[<a id="pb150" href= +"#pb150">150</a>]</span>Japan 1615–1622. Edited by E.M. Thompson. +London, 1883.</p> + +<p lang="fr">DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires +de Corée. Yokohama, 1880.</p> + +<p>DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833.</p> + +<p lang="fr">DU HALDE (J.B.) Description géographique, +historique, chronologique ... etc. de l’ Empire de la Chine et de +la Tartarie Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736.</p> + +<p>DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over +onze vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858.</p> + +<p>ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917.</p> + +<p lang="en">GALE (J.S.). The influence of China upon Korea +(Transactions Korea Branch R. A. S. I, 1900).</p> + +<p lang="en">——The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912).</p> + +<p lang="en">GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China +Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895).</p> + +<p>GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d’Oost Indise Spiegel, enz. +Hoorn, 1701.</p> + +<p lang="en">GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. +London,1905.</p> + +<p lang="en">——Corea without and within. Second +édition. Philadelphia, 1885.</p> + +<p>GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen Kon. +Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898).</p> + +<p>GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op +Corea en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835.</p> + +<p>HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het +Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910–12.</p> + +<p>——Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer +(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903).</p> + +<p lang="fr">HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés +sinologiques. No. 24). Changhai, 1905.</p> + +<p lang="en">HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words +and phrases, by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, +1903.</p> + +<p>HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik +Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II).</p> + +<p>HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen +enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668.</p> + +<p lang="fr">HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois +contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e +Ser. XIV, 1879).</p> + +<p lang="en">HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea +Branch R.A.S. I, 1900).</p> + +<p>HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr.Kon. +Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). <span class="pagenum">[<a +id="pb151" href="#pb151">151</a>]</span></p> + +<p lang="en">ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea +Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p> + +<p>JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche +zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858.</p> + +<p>JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in +<span class="corr" id="xd0e7989" title="Bron: Oost-Indie"> +Oost-Indië</span>. Dl. III. ’s-Gravenhage—Amsterdam, +1865.</p> + +<p>KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... +van het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem, +1831.</p> + +<p>KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. +’s-Gravenhage—Amsterdam, 1729.</p> + +<p lang="fr">LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, +publié par M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797.</p> + +<p lang="en">LETTERS written by the English Residents in Japan +1611–1613 etc., edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, +1900.</p> + +<p>LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op +Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859).</p> + +<p>LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer Oost +ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door) +Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten enz. +Amsterdam, 1595.</p> + +<p lang="en">LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell +(Transactions Japan Society of London, XIII, 2, 1914–15).</p> + +<p lang="en">MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. +(London—Hongkong, 1867.</p> + +<p lang="en">MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII +centuries. Edited by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William +Adams 1611–1617). London, 1850.</p> + +<p lang="en">MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, +1902.</p> + +<p>MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669.</p> + +<p>MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland (Tijdschr. +Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898).</p> + +<p>MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912.</p> + +<p lang="de">NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen +Ost-Indischen Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, +1897.</p> + +<p lang="de">——Die älteste abendländische +Manuscript-Spezialkarte von Japan von Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, +1915.</p> + +<p lang="en">NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, +1841).</p> + +<p lang="en">PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of +Japan. Tokyo, (1909).</p> + +<p lang="en">PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. +Second edition. London, 1917. <span class="pagenum">[<a id="pb152" +href="#pb152">152</a>]</span></p> + +<p lang="en">PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917.</p> + +<p lang="en">——Corea. (China Review. XIV, XVI).</p> + +<p lang="en">——The Manchu relations with Corea. +(Transactions Asiatic Society of Japan. XV, 1887).</p> + +<p lang="en">PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493–1898. Edited and +annotated by Emma H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. +Cleveland, 1905–1906.</p> + +<p>PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602–1811, door Mr. J.A. +van der Chijs. Batavia—’s Hage, 1885–1900.</p> + +<p lang="en">REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic +Society of Japan. VI, 3, 1878).</p> + +<p lang="de">RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band +III. Berlin, 1834.</p> + +<p lang="en">ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with +description of manners, etc. Paisley, (1880).</p> + +<p lang="en">——The Manchus, or the reigning dynasty of +China: their rise and progress. London, 1891.</p> + +<p lang="en">SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal +China Branch R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893–94.).</p> + +<p lang="de">SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im +Seegebiete von Japan. Leyden, 1852.</p> + +<p lang="de">——Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. +Leiden, 1832–52.</p> + +<p>SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie +Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908.</p> + +<p lang="en">TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens +Land and New Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898.</p> + +<p lang="de">TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie +der japanischen Inseln. Budapest—Leipzig, 1909.</p> + +<p lang="fr">TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les +journaux des navigateurs néerlandais, etc. Amsterdam, 1867.</p> + +<p>——Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. +Amsterdam, 1884.</p> + +<p>VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. +V, 2. Dordrecht—Amsterdam, 1726.</p> + +<p>’T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. +Amsterdam, 1675.</p> + +<p lang="en">VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited +... by E.M. Satow, London, 1900.</p> + +<p lang="en">WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the +geography, government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New +York, 1899. <span class="pagenum">[<a id="pb153" href= +"#pb153">153</a>]</span></p> + +<p>WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam, +1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705.</p> + +<p lang="en">YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the +Japanese invasion of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea +Branch R.A.S. IV, 2, 1913).</p> + +<p>IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen +Kon. Inst. dl. 73, 1917).</p> + +<p>ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen +van Arkel. Gorinchem, 1755.</p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e7899src" id="xd0e7899">1</a></span> Zie voor de geraadpleegde +vertalingen van Hamel’s Journaal, de <a href="#bibl"> +Bibliographie</a>.</p> +</div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<div id="map" class="figure"><a href="images/maph.jpg"><img border="0" +src="images/map.jpg" alt= +"Kaart van China, Formosa, Korea en Japan, met daarop weergegeven de tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en 1666." + width="616" height="720"></a> +<p class="figureHead">Tochten van Hendrik Hamel in 1653, 1654 en +1666.</p> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pb157" href= +"#pb157">157</a>]</span></p> +</div> + +<div id="index" class="div1 index"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">BLADWIJZER</h2> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">A.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Achterkercke</span> (Schip), <a href= +"#pb121">121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ackersloot</span> (Schip), <a href= +"#pb105">105</a>, <a href="#pb109">109</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Adams</span> (William), <a href="#pbxviii"> +XVIII</a>, <a href="#pbliii">LIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Afgoden</span> der Koreanen, <a href= +"#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ai-chiu</span>, <a href="#pb53"> +53</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Akers</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Alphen</span> (Schip), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Aluin</span>, <a href="#pb47">47</a>, <a +href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Amboina</span> (Schip), <a href="#pb105"> +105</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Amerongen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Annam</span>, <a href="#pbxxxi"> +XXXI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Anville</span> (d’), <a href= +"#pbxlii">XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Arentsen</span> (Cornelis), <a href= +"#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Arentszen</span> (Claes), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Atjehers</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Auckland</span> (Mount), <a href="#pb19"> +19</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">B.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Bagijnen</span> kloosters, <a href="#pb41"> +41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bakkam</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Barbarot</span>, <a href="#pb13">13</a>, <a +href="#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Begraafplaatsen</span> Koreanen, <a href= +"#pb46">46</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Benjoesen</span>, <a href="#pb14">14</a>, +<a href="#pb88">88</a>, <a href="#pb108">108</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bescharen</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb41">41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Birma</span>, xxxi.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blaeu</span> (Johannes), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>, <a href="#pbl">L</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bleijswijck</span> (Schip), <a href= +"#pb96">96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blick Vieren</span> (Verklaring van), <a +href="#pb62">62</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Bartholomeus), <a +href="#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Blijdenbergh</span> (Hendrik), <a href= +"#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boekdrukkunst</span> bij de Koreanen, <a +href="#pb51">51</a>, <a href="#pb58">58</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boekhouder</span> (Werkkring van een), <a +href="#pb8">8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boesquet</span> (Sander), <a href= +"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, +<a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bommel</span> (Schip), <a href="#pb96"> +96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bongcoijs, Bonjosen</span>, zie +Benjoesen.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boon</span> (Capiteijn), <a href="#pb110"> +110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boor</span> (M.G.), <a href="#pb132"> +132</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bort</span> (Commandeur), <a href= +"#pbxlviii">XLVIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bos</span> (Hendrick Janse), <a href= +"#pb25">25</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Bot vieren</span>, <a href="#pb4"> +4</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boucheren</span>, <a href="#pb63"> +63</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Boijcko</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Brack</span> (Schip), <a href="#pbxliii"> +XLIII</a>–XLIV, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>–L, <a href= +"#pb104">104</a>–112.</li> + +<li><span class="smallcaps">Brouwer</span> (H.), <a href="#pbxlv"> +XLV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buffelhoorns</span>, <a href="#pb47"> +47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Burch</span> (Van den), <a href="#pbxlvii"> +XLVII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buren</span> (Schip), <a href="#pb96"> +96</a>, <a href="#pb103">103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buskruit</span>, <a href="#pb58"> +58</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buyenskerke</span> (Schip), <a href= +"#pbxvii">XVII</a>,89.</li> + +<li><span class="smallcaps">Buytenhem</span> (H. Van), <a href="#pb22"> +22</a>.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pb158" href= +"#pb158">158</a>]</span></div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">C.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (Cornelis), <a href= +"#pbviii">VIII</a>–IX, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb3"> +3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb121">121</a>–123.</li> + +<li><span class="smallcaps">Caesar</span> (M.), <a href="#pb121"> +121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Calf</span> (Schip), <a href="#pbxlix"> +XLIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Caliatourshout</span>, <a href="#pb92"> +92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Campen</span> (Schip), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>, <a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb100">100</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Camphuys</span> (J.), <a href="#pbxx"> +XX</a>, <a href="#pb93">93</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Camps</span> (L.), <a href="#pbxxxviii"> +XXXVIII</a>, <a href="#pb113">113</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Canje water</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cangue</span>, <a href="#pb17">17</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Capitein China</span>, <a href="#pb123"> +123</a>, <a href="#pb125">125</a>–126.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cappelle</span> (Schip), <a href="#pb107"> +107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Caron</span> (Fr.), <a href="#pbxi">XI</a>, +<a href="#pbxlvi">XLVI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Castricum</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Catel</span>, <a href="#pb42">42</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cattenburgh</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chausien</span>, <a href="#pbxxxvi"> +XXXVI</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chentio</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chesu</span>, <a href="#pb66"> +66</a>–67.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chi-Chou</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chiaccam</span>, <a href="#pbiv"> +IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chiap</span>, <a href="#pb23">23</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">China</span>, <a href="#pbvi">VI</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chineezen</span>, <a href="#pb124"> +124</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ching Chi-lung</span>, <a href="#pb124"> +124</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chioor</span>, <a href="#pb114"> +114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chulla Do</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Chunggoong</span>, zie Koksinga.</li> + +<li><span class="smallcaps">Claesz</span> (Jan), <a href="#pbxxi"> +XXI</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cleen Heusden</span> (Schip), <a href= +"#pb101">101</a>–102.</li> + +<li><span class="smallcaps">Clercq</span>, zie Klerck.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cochin</span>, zie Koksinga.</li> + +<li><span class="smallcaps">Coen</span> (J. Psz.), <a href="#pb112"> +112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Congtio</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Constantia</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cool</span> (Poulus Janse), <a href= +"#pb19">19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Corea</span> (Schip), <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cornelisse</span> (Hendrik), <a href= +"#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Couckebacker</span>, <a href="#pbxxxv"> +XXXV</a>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>, <a href="#pbxliv">XLIV</a>, +<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Coxinga</span>, zie Koksinga.</li> + +<li><span class="smallcaps">Coijett</span>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, +<a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Cunaeus</span> (J.), <a href="#pbviii"> +VIII</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">D.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Decima</span>, <a href="#pbx">X</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Denijsz</span> (Govert), <a href="#pb16"> +16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href= +"#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Diemen</span> (Gouv. Gen. Van), <a href= +"#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Dircksz</span> (Cornelis), <a href="#pb60"> +60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href= +"#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Dittis</span> (Andrea), <a href="#pb123"> +123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Do</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Doodstraf</span> op Korea, <a href="#pb37"> +37</a>–38.</li> + +<li><span class="smallcaps">Dordrecht</span> (Schip), <a href="#pbxiv"> +XIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Duijtsiang</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">E.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Egbertsen</span> (Reijnier), <a href= +"#pbix">IX</a>, <a href="#pb6">6</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Eibokken</span> (Mattheus), <a href= +"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a +href="#pb13">13</a>, <a href="#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a +href="#pb46">46</a>–50, <a href="#pb55">55</a>, <a href="#pb57"> +57</a>, <a href="#pb59">59</a>–60, <a href="#pb73">73</a>, <a +href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Elantshuijden</span>, <a href="#pb98"> +98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Elseracq</span> (J. van), <a href="#pbxii"> +XII</a>, <a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a +href="#pb104">104</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb129"> +129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Emck</span> Wzn. (W. F.), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Engelschen</span>, <a href="#pbxxxvi"> +XXXVI</a>, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a +href="#pb124">124</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Equan</span>, zie Iquan</li> + +<li><span class="smallcaps">Esperance</span> (Schip), <a href="#pbxii"> +XII</a>–XIII, <a href="#pb81">81</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">F.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Fannius</span>, <a href="#pb86"> +86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Fauna</span> van Korea, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Firando</span>, <a href="#pbx">X</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Foesan</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb30">30</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Formosa</span>, <a href="#pbiii">III</a>, +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Francx, Franszen</span> (Ch.), <a href= +"#pb112">112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Fungma</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>, +<a href="#pbxli">XLI</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pb159" href= +"#pb159">159</a>]</span></div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">G.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Gaan Si Tsee</span>, <a href="#pb123"> +123</a>–125.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gaelderij</span> van een schip, <a href= +"#pb4">4</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Galjoen</span> van een schip, <a href= +"#pb5">5</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gastvrijheid</span> der Koreanen, <a href= +"#pb43">43</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gecroonde Liefde</span> (Schip), <a href= +"#pb99">99</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ginseng</span>, <a href="#pb34"> +34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goa</span> (Schip), <a href="#pb96"> +96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Godsdienst</span> der Koreanen, <a href= +"#pb39">39</a>, <a href="#pb68">68</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goed arms</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb30">30</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gonnemonde</span>, <a href="#pb81"> +81</a>–81, <a href="#pb92">92</a>–93.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gorlos</span> (voor gordel?), <a href= +"#pb45">45</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goto-eilanden</span>, <a href="#pbx">X</a>, +<a href="#pbxvi">XVI</a>, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href= +"#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pb63">63</a>–64, <a href="#pb72"> +72</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a href= +"#pb83">83</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Goud</span> (Goudmijnen), <a href= +"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>–XLVIII, <a +href="#pb49">49</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a +href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Govertsz</span> (Denijs), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Graaf</span> (I. de), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gravius</span> (D.), <a href="#pbvi"> +VI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Groot Hollandia</span> (Schip), <a href= +"#pb101">101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Grootenbroeck</span> (Schip), <a href= +"#pb96">96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gunjiu</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Gijsbertsz</span> (Dirck), <a href="#pb13"> +13</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">H.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Haan</span> (Dr. F. de), <a href="#pbxxiv"> +XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Haas</span> (Fr. de), <a href="#pb91"> +91</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Haes</span> (Schip), <a href="#pbxlix"> +XLIX</a>, <a href="#pb118">118</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hagen</span> (J. van der), <a href= +"#pb102">102</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hai-Nam</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hakata</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Halley</span>, <a href="#pb56">56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ham-Kyeng</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Adriaan), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Dirck), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Hendrik), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>–XIV, <a href="#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pbxix"> +XIX</a>–XXXII, <a href="#pbxxxiv">XXXIV</a>–XXXV, <a href= +"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbli">LI</a>–LIII, <a href="#pb22"> +22</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb39">39</a>, <a href="#pb41">41</a>, <a +href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href="#pb80">80</a>, <a +href="#pb82">82</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Heyndrick), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (<span class= +"smallcaps">Joan</span>), <a href="#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Mr. Johan), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hamel</span> (Maria), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-Ra-San</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-rivier</span>, <a href="#pb21">21</a>, +<a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-Yang</span>, <a href="#pb21"> +21</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hanchung</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Handel</span> der Koreanen, <a href= +"#pb47">47</a>–48, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb85"> +85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Handel</span> op Korea, <a href="#pbxvii"> +XVII</a>, <a href="#pbxxix">XXIX</a>, <a href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a +href="#pbxxxix">XXXIX</a>–XLI, <a href="#pb69">69</a>, <a href= +"#pb90">90</a>–94, <a href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Han-Kang</span>, <a href="#pb21"> +21</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Happart</span> (G.), <a href="#pbvi"> +VI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Haring</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Harouse</span>, <a href="#pbxlviii"> +XLVIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Harpoenen</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hartsingh</span> (C.), <a href="#pbvii"> +VII</a>, <a href="#pb106">106</a>, <a href="#pb120">120</a>, <a href= +"#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hasewint</span> (Schip), <a href="#pbxliv"> +XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hertevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>, +<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb85">85</a>, +<a href="#pb98">98</a>, <a href="#pb123">123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">’s-Hertogenbosch</span> (Schip), <a +href="#pb118">118</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Heusden</span> (Schip), <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Heijnam</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hevelius</span>, <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hirado</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hizen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hollandia</span> (Schip), <a href="#pb13"> +13</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hongersnood</span> op Korea, <a href= +"#pb31">31</a>, <a href="#pb53">53</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a +href="#pb71">71</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hollantsche Tuijn</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hond</span> (Schip), <a href="#pbxxxviii"> +XXXVIII</a>, <a href="#pb112">112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hoope</span> (Schip), <a href="#pb111"> +111</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (P. van), <a href="#pb85"> +85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hoorn</span> (Vlek op Formosa), <a href= +"#pbv">V</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Houtman</span> (F. de), <a href="#pb112"> +112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Höwelcke</span> (J.), <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Htai-In</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb160" href= +"#pb160">160</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Huizen</span> der Koreanen, <a href= +"#pb42">42</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Hung Wu</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Huwelijk</span> der Koreanen, <a href= +"#pb43">43</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">I.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Ilha de Ladrones</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>–XLII, <a href="#pbl">L</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ilha Formosa</span> (Schip), <a href= +"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>–100.</li> + +<li><span class="smallcaps">Iquan</span>, <a href="#pbvi"> +VI</a>–VII, <a href="#pb119">119</a>, <a href="#pb123"> +123</a>–129.</li> + +<li><span class="smallcaps">Itschio</span>, <a href="#pb115"> +115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Iulla Do</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Iyénobu</span> (Shogoen), <a href= +"#pbxxxv">XXXV</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">J.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (Jacob), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansen</span> (W.), <a href="#pb103"> +103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Janssonius</span> (J.), <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Gerrit), <a href="#pb16"> +16</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href="#pb77">77</a>, <a href= +"#pb87">87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Hendrik), <a href="#pbxlix"> +XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>, <a href="#pb25">25</a>, <a href= +"#pb112">112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jansz</span> (Jan), <a href="#pb47"> +47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Japan</span>, <a href="#pbiii">III</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Japanners</span>, <a href="#pbxi">XI</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jartoux</span> (Père), <a href= +"#pb34">34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jedo</span>, <a href="#pbxii">XII</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jeenare</span>, <a href="#pb8">8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jehaen</span> (Jeham), <a href="#pb20"> +20</a>, <a href="#pb27">27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jensoen</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jihpĕn</span>, <a href="#pb8"> +8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jipamsansiang</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jonge Prins</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Jourdain</span> (J.), <a href="#pb112"> +112</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Juel</span> (E.), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">K.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Kam-să</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kang-wa</span>, <a href="#pb24"> +24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kanghi</span>, <a href="#pb48">48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kambodja</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kaoli</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kartographie</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kassies</span>, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Katoen</span>, <a href="#pb69">69</a>, <a +href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kelang</span>, <a href="#pbxlv"> +XLV</a>–XLVIII, <a href="#pb108">108</a>–110.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kelang</span> (Schip), <a href="#pb107"> +107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ketting</span> (N.), <a href="#pb102"> +102</a>–103.</li> + +<li><span class="smallcaps">Keum-Kou</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kienloong</span>, <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kiung-kei</span>, <a href="#pb21"> +21</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kivith</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>–107.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kleeding</span> der Koreanen, <a href= +"#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Klerk</span> (Benedictus), <a href= +"#pbxxi">XXI</a>, <a href="#pb19">19</a>, <a href="#pb33">33</a>, <a +href="#pb73">73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb87"> +87</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kloosters</span>, <a href="#pb33">33</a>, +<a href="#pb35">35</a>, <a href="#pb40">40</a>–41, <a href= +"#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kninge</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ko lee</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koe</span> (Schip), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koebeesten</span>, <a href="#pb50">50</a>, +<a href="#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koksinga</span>, <a href="#pbvi"> +VI</a>–57, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb124"> +124</a>–125, <a href="#pb127">127</a>–128.</li> + +<li><span class="smallcaps">Komeet</span>, <a href="#pb56"> +56</a>–57, <a href="#pb130">130</a>–135.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kompas</span>, <a href="#pb58">58</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Koper</span>, <a href="#pb49">49</a>, <a +href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Korea</span>, <a href="#pbiii">III</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Krokodillen</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Kyeng-Keui</span>, <a href="#pb20"> +20</a>–21.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">L.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Lamotius</span> (J.), <a href="#pb104"> +104</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Jacob), <a href="#pb89"> +89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lampen</span> (Johannis), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Le Maire</span> X.</li> + +<li><span class="smallcaps">Legerorganisatie</span> enz. in Korea, <a +href="#pb34">34</a>, <a href="#pb37">37</a>, <a href="#pb68"> +68</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Leggers</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb6">6</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lens houden</span> (Verklaring van), <a +href="#pb5">5</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Leopardus</span>, <a href="#pbli"> +LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Li Chunggwei</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Li Tau</span>, <a href="#pb31">31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Liefde</span> (Schip), <a href="#pb105"> +105</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Liesvelt</span> (Jan van), <a href= +"#pb107">107</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb161" href= +"#pb161">161</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Lillo</span> (Schip), <a href="#pb104"> +104</a>, <a href="#pb111">111</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Limlacco</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lindelöf</span>, <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lingen</span> (J. van), <a href="#pb104"> +104</a>, <a href="#pb107">107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Linschoten</span> (Jan Huygen van), <a +href="#pbxxxvi">XXXVI</a>, <a href="#pbxli">XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lioe Kioe-eil.</span>, <a href="#pbxxxi"> +XXXI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lodesteijn</span>, <a href="#pb86"> +86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lood</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Loosduinen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lucesar</span> (Cornelis), <a href="#pb99"> +99</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Luipaard</span>, <a href="#pbli"> +LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lumiren</span>, <a href="#pb3">3</a>, <a +href="#pb6">6</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Lijfschutten</span>, <a href="#pb22"> +22</a>, <a href="#pb67">67</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">M.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Maan</span> (Schip), <a href="#pb112"> +112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Maetsuyker</span> (J. van), <a href= +"#pbvii">VII</a>–VIII, <a href="#pb3">3</a>, <a href="#pb80"> +80</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Martini</span> (M.), <a href="#pbvii"> +VII</a>, <a href="#pb129">129</a>–130.</li> + +<li><span class="smallcaps">Mataramsche Hof</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Maurits</span> (Prins), <a href= +"#pbxxxvii">XXXVII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Meerman</span> (Schip), <a href="#pb107"> +107</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Melinde</span> (Kust van), <a href= +"#pb130">130</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moese</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>, +<a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pb11">11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moggan</span>, <a href="#pbxxii">XXII</a>, +<a href="#pb11">11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Mok-så</span>, <a href="#pbxxii"> +XXII</a>, <a href="#pb11">11</a>, <a href="#pb18">18</a>, <a href= +"#pb41">41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Molenaar</span> (H. C.), <a href="#pb94"> +94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Molicken</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb45">45</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Montanus</span> (A.), <a href="#pbxx"> +XX</a>–XXI, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb4"> +4</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Morgenster</span> (Schip), <a href= +"#pbxlix">XLIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moukden</span>, <a href="#pb30"> +30</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Moussons</span>, <a href="#pb60"> +60</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Munter</span>, <a href="#pb86">86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Muijser</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">N.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Na-Tjyou</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nachtegael</span> (Schip), <a href= +"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Naedjoo</span>, <a href="#pb19"> +19</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nagasaki</span>, <a href="#pbx">X</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nagelen</span>, <a href="#pb92"> +92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nam-Ouen</span>, <a href="#pb54"> +54</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Namman</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a +href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>, <a href="#pb73"> +73</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Namman Sangsiang</span>, <a href="#pb24"> +24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nampancoeck</span>, <a href="#pb48"> +48</a>–49.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nampancoij</span>, <a href="#pb49"> +49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Naysingh</span>, <a href="#pb54"> +54</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nepal</span>, <a href="#pbxxxi"> +XXXI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuw-Enckhuijsen</span> (Schip), <a href= +"#pb13">13</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuw Rotterdam</span> (Schip), <a href= +"#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuwe Maen</span> (Schip), <a href= +"#pb112">112</a>–113.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nieuwpoort</span> (Schip), <a href= +"#pbxvii">XVII</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ninzin</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nisi</span>, <a href="#pb34">34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Niuche</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Noordeloos</span> (J.), <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Noten</span>, <a href="#pb92">92</a>, <a +href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nova Zembla</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nuijts</span> (P.), <a href="#pbiv">IV</a>, +<a href="#pbxlvi">XLVI</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a href="#pb103"> +103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Nijenrode</span> (C.), <a href="#pb103"> +103</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">O.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Oenemondomme</span>, <a href="#pb126"> +126</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Olifanten</span>, <a href="#pbxxiii"> +XXIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oliphant</span> (Schip), <a href="#pb129"> +129</a>–130.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oonjek</span>, <a href="#pb50">50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Opgestempt</span> (Verklaring van), <a +href="#pb71">71</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oopvoeding</span> Koreaansche kinderen, <a +href="#pb44">44</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Oranckaij</span> (Titel), <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Orangie</span> (Kasteel), <a href="#pbiv"> +IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Orangien</span> (Schip), <a href="#pb121"> +121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Orangienboom</span> (Schip), <a href= +"#pb106">106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Osaca</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ottono</span> (Wijkmeester), <a href= +"#pb88">88</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Outshoorn</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ouwerkerck</span> (Schip), <a href= +"#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pb13">13</a>, <a href="#pb79">79</a>, +<a href="#pb84">84</a>, <a href="#pb101">101</a>–104.</li> + +<li><span class="smallcaps">Overlijden</span> (Gebruiken der Koreanen +bij), <a href="#pb45">45</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Overtwater</span> (P. Asz.), <a href= +"#pbiv">IV</a>–VI.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pb162" href= +"#pb162">162</a>]</span></div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">P.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Paarden</span>, <a href="#pb48">48</a>, <a +href="#pb50">50</a>, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>, +<a href="#pb117">117</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Paccam</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Paik-tu</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Paik-Tou-San</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pakam</span>, <a href="#pbiv">IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Palanckijn</span>, <a href="#pb116"> +116</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Panax ginseng</span>, <a href="#pb34"> +34</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pangsis</span> (Zijden doeken uit China), +<a href="#pb108">108</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Panharing</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Papen</span>, zie Priesters.</li> + +<li><span class="smallcaps">Parre</span> (Gouv. Gen. Van der), <a href= +"#pbli">LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Patiënte</span> (Schip), <a href= +"#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href="#pbxlii">XLII</a>, <a href= +"#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb9">9</a>–10.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pedro China</span>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Peingh</span>, <a href="#pb59">59</a>, <a +href="#pb70">70</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Peingse</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pelsaert</span> (Schip), <a href= +"#pbxxvii">XXVII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Peper</span>, <a href="#pbxxxvii"> +XXXVII</a>, <a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>, <a href= +"#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Piers</span> (Jouke), <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pieterszen</span> (Jan), <a href="#pbli"> +LI</a>, <a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb73">73</a>, <a href= +"#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pith</span> (Laurens), <a href="#pbxlv"> +XLV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Platting</span> (Verklaring van), <a href= +"#pb16">16</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Poetsioek</span>, <a href="#pb92">92</a>, +<a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Portugezen</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>, <a href="#pbx">X</a>–XI, <a href="#pbxxxv"> +XXXV</a>–XXXVI, <a href="#pbxlviii">XLVIII</a>, <a href="#pb82"> +82</a>, <a href="#pb96">96</a>, <a href="#pb97">97</a>, <a href= +"#pb102">102</a>, <a href="#pb109">109</a>, <a href="#pb123">123</a>, +<a href="#pb130">130</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pouleron</span> (Schip), <a href="#pbxvi"> +XVI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Poesan</span>, zie Foesan.</li> + +<li><span class="smallcaps">Priesters</span> (Papen), <a href="#pb39"> +39</a>–42, <a href="#pb69">69</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Provintien</span> (Vlek), <a href="#pbiv"> +IV</a>–V.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pul-tatta</span>, <a href="#pb41"> +41</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Putmans</span> (H.), <a href="#pbxxxvii"> +XXXVII</a>, <a href="#pb104">104</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pyeng-Pou</span>, <a href="#pb23"> +23</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Pyeng-så</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Q.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Quast</span> (Commandeur), <a href="#pbxl"> +XL</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Queda</span> (Schip), <a href="#pb101"> +101</a>–102.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quel</span> en <span class="smallcaps"> +Quelpaert</span> als scheepsnaam en –type, <a href="#pbxliii"> +XLIII</a>–XLV, <a href="#pbxlix">XLIX</a>–L, <a href= +"#pb104">104</a>–112.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelang</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelangh</span> veroverd, <a href="#pb108"> +108</a>–110.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelly</span>, <a href="#pbli">LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Quelpaerts-eiland</span>, <a href="#pbxvi"> +XVI</a> enz. (Naamsafleiding L).</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">R.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Rechtspleging</span> op Korea, <a href= +"#pb37">37</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Reniersz</span> (C.), <a href="#pbvii"> +VII</a>, <a href="#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Revolte</span> Chineezen Formosa, <a href= +"#pbv">V</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Reijersen</span> (Cornelis), <a href= +"#pbxxviii">XXVIII</a>–XXXIX, <a href="#pb123">123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Reyniers</span> (D.), <a href="#pbxxxix"> +XXXIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Riebeek</span> (J. van), <a href="#pb130"> +130</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Roch</span> (Schip), <a href="#pb106"> +106</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Roggevellen</span>, <a href="#pb11">11</a>, +<a href="#pb47">47</a>, <a href="#pb85">85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Rooden Leeuw met pijlen</span> (Schip), <a +href="#pbxxxvi">XXXVI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Roij</span> (N. de), <a href="#pbx">X</a>, +<a href="#pb65">65</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">S.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Saagman</span> (G. J.), <a href="#pbxxix"> +XXIX</a>, <a href="#pbxxii">XXII</a>–XXIII, <a href="#pb10"> +10</a>, <a href="#pb15">15</a>–16, <a href="#pb18">18</a>, <a +href="#pb24">24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sabroseijmondonne</span>, <a href="#pb108"> +108</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Salamander</span> (Schip), <a href= +"#pb111">111</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">San-Syang</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sanckaij</span>, <a href="#pb114"> +114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sandelhout</span>, <a href="#pb85">85</a>, +<a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sangora</span>, <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Santvoort</span> (M. van), <a href= +"#pb103">103</a>, <a href="#pb127">127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sappanhout</span>, <a href="#pb47">47</a>, +<a href="#pb85">85</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sares</span> (E.), <a href="#pbxxxviii"> +XXXVIII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sayer</span>, zie Zaijer.</li> + +<li><span class="smallcaps">Saysingh</span>, <a href="#pb54">54</a>, <a +href="#pb72">72</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Saysungh</span>, <a href="#pb73"> +73</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Saijsiun</span>, <a href="#pb71"> +71</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Scheluo</span>, <a href="#pb18"> +18</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schesuw</span>, <a href="#pb18"> +18</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schermer</span> (Schip), <a href="#pbxvi"> +XVI</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb163" href= +"#pb163">163</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Schesure</span>, <a href="#pbxxii"> +XXII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schieman</span> (Werkkring van een), <a +href="#pb8">8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schisima</span>, <a href="#pbx">X</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schouten</span> (J.), <a href="#pb104"> +104</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schram</span> (Wijbrant), <a href="#pb101"> +101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Schrijfkunst</span> der Koreanen, <a href= +"#pb50">50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Senggado</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Seoul</span>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>, +<a href="#pbxxxv">XXXV</a>, <a href="#pb14">14</a>, <a href="#pb21"> +21</a>, <a href="#pb30">30</a>–32, <a href="#pb53">53</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sepang</span>, <a href="#pb47">47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Setjang</span>, <a href="#pb47"> +47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Shichizaemon</span>, <a href="#pb127"> +127</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Siam</span>, <a href="#pbxxxi">XXXI</a>, <a +href="#pb11">11</a>, <a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Siebold</span> (Fr. von), <a href="#pb10"> +10</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sinsabrodonne</span>, zie +Zinsabrodonne.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sior</span>, <a href="#pb21">21</a>, <a +href="#pb67">67</a>, <a href="#pb74">74</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Six</span> (D.), <a href="#pbx">X</a>, <a +href="#pbxii">XII</a>, <a href="#pbxv">XV</a>, <a href="#pb80">80</a>, +<a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb91">91</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Slaven</span>, <a href="#pb34"> +34</a>–35, <a href="#pb38">38</a>, <a href="#pb40">40</a>. +45</li> + +<li><span class="smallcaps">Sloten</span> (Schip), <a href="#pb101"> +101</a>–102, <a href="#pb126">126</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sluijs</span> (Schip), <a href="#pbviii"> +VIII</a>, <a href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Smeecoolen</span>, <a href="#pb110"> +110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Smidt</span> (P.), <a href="#pbvii"> +VII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Smient</span> (Schip), <a href="#pbix"> +IX</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>, <a href="#pb98"> +98</a>–100.</li> + +<li><span class="smallcaps">Snoucq</span> (D.), <a href="#pbxlii"> +XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">So daimyo</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Solemne</span> (Sara de), <a href="#pbvii"> +VII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sonck</span> (M.), <a href="#pbiii"> +III</a>–IV, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pb125"> +125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Song do</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spanjaarden</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>, <a href="#pbxlv">XLV</a>–XLVIII, <a href="#pb108"> +108</a>–110.</li> + +<li><span class="smallcaps">Specx</span> (J.), <a href="#pbxxxvi"> +XXXVI</a>–XXXVII, <a href="#pbxlv">XLV</a>, <a href="#pb113"> +113</a>, <a href="#pb126">126</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Speelman</span> (C.), <a href="#pbix"> +IX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spelt</span> (Jan Janse), <a href="#pb73"> +73</a>, <a href="#pb78">78</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a href= +"#pb94">94</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sperwer</span> (Schip), <a href="#pbiii"> +III</a>, enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spiegel</span> (van een schip), <a href= +"#pb5">5</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spitsbergen</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spraak</span> der Koreanen, <a href= +"#pb50">50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Spreeuw</span> (Schip), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>–XIV, <a href="#pbxix">XIX</a>–XX, <a href="#pb74"> +74</a>, <a href="#pb83">83</a>–84.</li> + +<li><span class="smallcaps">Staartster</span>, zie Komeet.</li> + +<li><span class="smallcaps">Steenbocx vellen</span>, <a href="#pb98"> +98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Stichter</span> (J.), <a href="#pbxxii"> +XXII</a>–XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15"> +15</a>–16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Stieren</span>, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Suiker</span>, <a href="#pb66">66</a>, <a +href="#pb98">98</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Suissima</span>, zie Tsushima.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sunischien</span>, <a href="#pb54">54</a>, +<a href="#pb60">60</a>, <a href="#pb71">71</a>–72.</li> + +<li><span class="smallcaps">Sutphen</span> (Schip), <a href="#pb105"> +105</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Swaen</span> (Schip), <a href="#pb111"> +111</a>, <a href="#pb113">113</a>, <a href="#pb129">129</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Syong-to</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Syong Htyen</span>, <a href="#pb54"> +54</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">T.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Tabak</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tacca Sanga</span> (Formosa), <a href= +"#pb123">123</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tadjang</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tai-Ma-To</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tai-Tjyeng</span>, <a href="#pb11"> +11</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Taifoen</span>, <a href="#pb96"> +96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Takasago</span>, <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tan Lo</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tansuij</span>, zie Kelang.</li> + +<li><span class="smallcaps">Taijoan</span>, <a href="#pbiii">III</a> +enz.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tchae-Tchiou</span>, <a href="#pbxix"> +XIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tchyeng-Am</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tempels</span>, <a href="#pb40"> +40</a>–41, <a href="#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Teijn</span>, <a href="#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Thella Penig</span>, <a href="#pb27"> +27</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Thiellado</span>, <a href="#pb20">20</a>, +<a href="#pb54">54</a>, <a href="#pb67">67</a>, <a href="#pb70"> +70</a>–71.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tholen</span> (Schip), <a href="#pb121"> +121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Thijssz</span>, <a href="#pb86"> +86</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tieckese</span> (Titel), <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiele</span> (P. A.), <a href="#pbxxvii"> +XXVII</a>–XXVIII</li> + +<li><span class="smallcaps">Tin</span>, <a href="#pbxxxvii">XXXVII</a>, +<a href="#pb49">49</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiocen Cock</span>, <a href="#pb31"> +31</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiongop</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tiongsiangdo</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tjyen-Tjyou</span>, l8, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra</span>, <a href="#pb19"> +19</a>–2O, <a href="#pb27">27</a>, <a href="#pb54">54</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tjyen-Ra-To</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tong-Pok</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Traudenius</span> (P.), <a href="#pbxlvi"> +XLVI</a>–XLVIII.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tribuut</span>, <a href="#pbxxxiv"> +XXXIV</a>, <a href="#pb24">24</a>, <a href="#pb26">26</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb34">34</a>, <a href="#pb48">48</a>, <a +href="#pb51">51</a>, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a +href="#pb85">85</a>.<span class="pagenum">[<a id="pb164" href= +"#pb164">164</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Trollope</span> (M. N.), <a href= +"#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxiii">XXIII</a>, <a href="#pbxxx"> +XXX</a>, <a href="#pbxxxii">XXXII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Trouw</span> (Schip), <a href="#pbix"> +IX</a>, <a href="#pb98">98</a>–100.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tschyoung-Tchyeng-To</span>, <a href= +"#pb20">20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tsee-Tsioe</span>, <a href="#pbxli"> +XLI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tsiang-kün</span>, <a href="#pbxxxiv"> +XXXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tsushima</span>, <a href="#pbxv"> +XV</a>–XVI, <a href="#pbxxxiii">XXXIII</a>, <a href="#pbxxxv"> +XXXV</a>–XXXVII, <a href="#pbxxxviii">XXXVIII</a>, <a href= +"#pb32">32</a>, <a href="#pb47">47</a>. 115.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tuffon</span>, <a href="#pb96">96</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tumen</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tycoon</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tijger</span> (Schip), <a href="#pbxiii"> +XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tijgers</span>, <a href="#pb50"> +50</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tijgervellen</span>, <a href="#pb49"> +49</a>, <a href="#pb115">115</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Tymatte</span>, <a href="#pb32"> +32</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">U.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Uldriksen</span> (Anthonij), <a href= +"#pb73">73</a>, <a href="#pb89">89</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">V.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Vaartuigen</span> der Koreanen, <a href= +"#pb55">55</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Velsen</span> (J. van), <a href="#pbxxii"> +XXII</a>–XXIII, <a href="#pb10">10</a>, <a href="#pb15"> +15</a>–16, <a href="#pb18">18</a>, <a href="#pb24">24</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verbaest</span> (Jan Pieterse), <a href= +"#pb13">13</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verburgh</span> (N.), <a href="#pbiii"> +III</a>, <a href="#pbv">V</a>–VI, <a href="#pbviii">VIII</a>, <a +href="#pb3">3</a>, <a href="#pb66">66</a>, <a href="#pb101">101</a>, <a +href="#pb118">118</a>–120, <a href="#pb122">122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Hendrik), <a href="#pblii"> +LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Verhaar</span> (Margaretha), <a href= +"#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Visscher</span> (Schip), <a href="#pbxliv"> +XLIV</a>, <a href="#pbl">L</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Visser</span> (Frans), <a href="#pb97"> +97</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vlaerdingen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>, <a href="#pb132"> +132</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vlamingh</span> (A. de), <a href="#pb122"> +122</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vliegende Hart</span> (Schip), <a href= +"#pbiii">III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vliet</span> (D. van), <a href="#pbx"> +X</a>, <a href="#pb80">80</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vogel Struijs</span> (Schip), <a href= +"#pbli">LI</a>, <a href="#pb77">77</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Volger</span> (W.), <a href="#pbx">X</a>, +<a href="#pbxiv">XIV</a>–XV, <a href="#pb65">65</a>, <a href= +"#pb79">79</a>–82.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vooreb</span>, <a href="#pb6">6</a>l.</li> + +<li><span class="smallcaps">Voortbrengselen</span> van Korea, <a href= +"#pb49">49</a>, <a href="#pb69">69</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vos</span> (Schip), <a href="#pbiii"> +III</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vries</span> (J. Pietersz. de), <a href= +"#pb16">16</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Vrijheijt</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxiv">XIV</a>, <a href="#pbxxiv"> +XXIV</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">W.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Waaigat</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wakende Boeij</span> (Schip), <a href= +"#pb107">107</a>, <a href="#pb110">110</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Walvisch</span> (Schip), <a href="#pb78"> +78</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Walvisschen</span>, <a href="#pb33"> +33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wapen van Hoorn</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wapen van Middelburgh</span> (Schip), <a +href="#pbxiii">XIII</a>–XIV.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wassende Maen</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pbxxiv">XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Weeder</span> (J.), <a href="#pb56"> +56</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Weltevree</span> (Jan Janse), <a href= +"#pbxi">XI</a>, <a href="#pbxviii">XVIII</a>, <a href="#pbxxvi"> +XXVI</a>, <a href="#pbxxviii">XXVIII</a>, <a href="#pbxxxiii"> +XXXIII</a>, <a href="#pb13">13</a>–15,22, <a href="#pb25"> +25</a>–27, <a href="#pb68">68</a>, <a href="#pb79">79</a>, <a +href="#pb84">84</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wevelinckhoven</span> (Cunera van), <a +href="#pblii">LII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wierook</span>, <a href="#pb92"> +92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wiese</span> (Gouv. Gen.), <a href="#pbli"> +LI</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Willeboorts</span> (A), <a href="#pb97"> +97</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wiltsen</span> (N.), <a href="#pbxvi"> +XVI</a>, <a href="#pbxxi">XXI</a>–XXII, <a href="#pbxxviii"> +XXVIII</a>–XXIX, <a href="#pb9">9</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witt</span> (G. Fr. de), <a href="#pbxlvi"> +XLVI</a>, <a href="#pb125">125</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Druijff</span> (Schip), <a href= +"#pbxlii">XLII</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Leeuw</span> (Schip), <a href= +"#pbxiii">XIII</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a href="#pb82">82</a>, <a +href="#pb84">84</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Paart</span> (Schip), <a href= +"#pbix">IX</a>, <a href="#pb99">99</a>, <a href="#pb101">101</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Witte Valck</span> (Schip), <a href= +"#pbxlii">XLII</a>, <a href="#pbxlix">XLIX</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Woerden</span> (Schip), <a href="#pb103"> +103</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wortel nise</span>, <a href="#pb34">34</a>, +<a href="#pb49">49</a>, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb114"> +114</a>–115.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wijffel maent</span>, <a href="#pb60"> +60</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Wijntint</span>, <a href="#pb7">7</a>, <a +href="#pb10">10</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Y.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Yalu</span>, <a href="#pb32">32</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">IJbokken</span>, zie Eibokken.<span class= +"pagenum">[<a id="pb165" href="#pb165">165</a>]</span></li> + +<li><span class="smallcaps">Yeh-kwan</span>, zie Iquan.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yei-na-ra</span>, <a href="#pb8"> +8</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yen Ssu Ch’i</span>, zie Gaan Si +Tsee.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yeng-Tchoun</span>, <a href="#pb20"> +20</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Yoongjung</span>, <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">IJzer</span>, <a href="#pb49">49</a>.</li> +</ol> +</div> + +<div class="div2"> +<h3 class="normal">Z.</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li><span class="smallcaps">Zaijer</span> (Schip), <a href="#pb108"> +108</a>–109, <a href="#pb121">121</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Fort), <a href="#pbiv"> +IV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zeelandia</span> (Schip), <a href="#pb77"> +77</a>–78.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zendelingen</span> (Katholieke) in Korea, +<a href="#pbxxxii">XXXII</a>, <a href="#pbxxxv">XXXV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Ziekten</span> der Koreanen, <a href= +"#pb47">47</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zilver</span> (Zilvermijnen), <a href= +"#pbxxxix">XXXIX</a>, <a href="#pbxlvii">XLVII</a>, <a href="#pb48"> +48</a>–50, <a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb74">74</a>, <a +href="#pb83">83</a>, <a href="#pb92">92</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a +href="#pb110">110</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zinsabrodonne</span>, <a href="#pb77"> +77</a>–80, <a href="#pb82">82</a>, <a href="#pb89">89</a>, <a +href="#pb92">92</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zout</span>, <a href="#pb33">33</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zuidland</span>, <a href="#pb48"> +48</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zuijlen</span> (Schip), <a href="#pb89"> +89</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zwaardecroon</span>, <a href="#pbxxiv"> +XXIV</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zijde</span>, <a href="#pbxxxix">XXXIX</a>, +<a href="#pb70">70</a>, <a href="#pb94">94</a>, <a href="#pb108"> +108</a>, <a href="#pb114">114</a>.</li> + +<li><span class="smallcaps">Zijwormen</span>, <a href="#pb49"> +49</a>.</li> +</ol> + +<span class="pagenum">[<a id="pbiiiu" href= +"#pbiiiu">III</a>]</span></div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">UITTREKSEL UIT DE STATUTEN.</h2> + +<p>ART. 2.</p> + +<p>De Linschoten-Vereeniging heeft ten doel de uitgave in het +oorspronkelijke, van zeldzame of onuitgegeven Nederlandsche zee- en +landreizen en landbeschrijvingen.</p> + +<p>Werken van anderen aard worden slechts uitgegeven, indien daartoe +bijzondere aanleiding bestaat.</p> + +<p>ART. 3.<a class="noteref" id="xd0e13090src" href= +"#xd0e13090">1</a></p> + +<p>De Vereeniging bestaat uit eereleden, donateurs en gewone leden.</p> + +<p>Over het toetreden der leden beslist het Bestuur.</p> + +<p>De gewone leden betalen een jaarlijksche bijdrage van vijftien +gulden.</p> + +<p>Donateurs zijn zij, die een bijdrage in eens van ten minste +ƒ 500.– aan de Vereeniging schenken, of jaarlijks een +contributie van minstens ƒ 40.– betalen.</p> + +<p>ART. 4.</p> + +<p>Het lidmaatschap loopt van den eersten Januari tot den laatsten +December.</p> + +<p>De leden, die niet langer als zoodanig wenschen aangemerkt te +worden, moeten daarvan aan den Secretaris vóór den +eersten December schriftelijk bericht zenden. Bij gebreke daarvan +blijven zij aansprakelijk voor de bijdrage van het volgend jaar.</p> + +<p>ART. 5.</p> + +<p>De leden ontvangen een exemplaar van de werken, die door het Bestuur +aangewezen zijn voor het jaar of de jaren, waarvoor zij hunne +contributie hebben betaald.</p> + +<p><b>Voor alle nadere inlichtingen wende men zich tot den Secretaris, +9 Lange Voorhout, ’s-Gravenhage.</b> <span class="pagenum">[<a +id="pbivu" href="#pbivu">IV</a>]</span></p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e13090src" id="xd0e13090">1</a></span> Van af 1 Jan. 1921.</p> +</div> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">REGELEN VOOR DE UITGAVEN DER +LINSCHOTEN-VEREENIGING.</h2> + +<p>1. Zooveel mogelijk zal elke Zee- of Landreis, dan wel +Landbeschrijving, <i>afzonderlijk</i> worden uitgegeven. Slechts bij al +te geringen omvang van een dezer, kan een andere tekst toegevoegd +worden aan de uitgave; deze toe te voegen tekst moet evenwel aansluiten +in onderwerp, of den hoofdtekst aanvullen. Groote teksten worden in +meer dan een deel gesplitst.</p> + +<p>2. Voor elke uitgave wordt den bewerker als eisch gesteld: dat zij +bevat als Inleiding een korte <i>Biographie</i> van den schrijver van +’t reisverhaal; een uiteenzetting van de <i>Aanleiding tot de +reis</i>; en een <i>Bibliographie</i> van eventueele vroegere drukken +van het reisverhaal; voorts opheldering in den vorm van <i>Noten</i> +onder den tekst, daar waar de tekst opheldering vereischt; en een <i> +Register</i> (of <i>Registers</i>), benevens een lijst van +geraadpleegde werken met plaats en jaar van uitgave aan ’t +slot.</p> + +<p>3. De bewerker heeft vrijheid, in zijne Inleiding het resultaat +eener reis ook te beschouwen in zijn verband met later ondernomen +reizen naar dezelfde streek of streken.</p> + +<p>4. De noten onder den tekst moeten <i>sober</i> blijven, en niet +vervallen in uitweidingen. Is er echter bepaalde noodzakelijkheid om +dieper in te gaan op het een of ander gedeelte van den tekst, dan mag +dat geschieden in eene <i>Bijlage</i> achteraan. Ook hier echter blijft +soberheid plicht.</p> + +<p>5. De tekst zelve moet <i>met de grootste nauwkeurigheid +herdrukt</i> worden naar de beste oudere uitgave, c.q. nauwkeurig +gedrukt naar het handschrift dat voor de uitgave dient. De orgineele +<span class="pagenum">[<a id="pbvu" href= +"#pbvu">V</a>]</span>paginatuur van dien standaarddruk, dan wel van het +handschrift, wordt in de uitgaven der Linschoten-Vereeniging tusschen +groote haken [] doorloopend mede-opgenomen.</p> + +<p>6. Als algemeene regel geldt dat de tekst <i>onverkort</i> wordt +gedrukt. Uitlatingen zijn slechts dan veroorloofd, als het iets geheel +onbelangrijks geldt. De bewerker moet dan echter in een noot toch +rekenschap geven van wat hij wegliet.</p> + +<p>7. Indien er voor de kennis van eene bepaalde Zee- of Landreis +behalve de aan den druk ten grondslag gelegde tekst, in archieven of +bibliotheken nog andere bronnen bestaan, moeten deze bij de uitgave +gebruikt en (indien noodig) in inleiding, noten of bijlagen verwerkt +worden.</p> + +<p>8. Het opnemen van kaarten en platen wordt aan den bewerker +overgelaten, in overleg met de Commissie van voorbereiding. <span +class="pagenum">[<a id="pbviu" href="#pbviu">VI</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">WERKEN UITGEGEVEN DOOR DE +LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2> + +<p>De prijzen zijn die welke gelden van af 1 Januari 1921.</p> + +<p>I. <b>DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</b> naar de IJszee en de +Amerikaansche kust, 1611–1612. Verzameling van bescheiden, +uitgegeven door Mr. S. MULLER Fz. 1909. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p><span lang="en"><b>HENRY HUDSON IN HOLLAND</b>. An inquiry into +origin and objects of the voyage which led to the discovery of the +Hudson River by HENRY C. MURPHY. Reprinted, with notes, documents and a +bibliography, by WOUTER NIJHOFF, Secretary to the</span> +“Linschoten-Vereeniging”. 1909. gr. 8vo. In linnen band, +kop verguld ... ƒ 6.–</p> + +<p>II. <b>ITINERARIO.</b> Voyage ofte schipvaert van Jan Huygen van +Linschoten naer Oost ofte Portugaels Indiën, 1579–1592. +Uitgegeven door Prof. Dr. H. KERN. 1912. 2dln. Met portret, 3 kaarten +en 5 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verg. +ƒ 25.–</p> + +<p>III. <b>KORTE HISTORIAEL</b> ende Journaels Aenteyckeninge van +verscheyden voyagiens in de vier deelen des wereldtsronde, als Europa, +Africa, Asia ende Amerika gedaen door d. DAVID PIETERSZ. DE VRIES, +uitgegeven door Dr. H.T. COLENBRANDER 1911. Met portret, 2 kaarten en +18 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... +ƒ 12.50</p> + +<p>IV. <b>DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</b> ter ontdekking van het +Zuidland, 1721–1722. Verzameling van stukken, uitgegeven door +F.E. Baron MULERT. Met een aanhangsel over de waarnemingen der +kompasmiswijzing op Roggeveen’s tocht, verricht door Dr. W. VAN +BEMMELEN. 1911. Met 3 kaarten en 2 platen, gr. 8vo. In linnen band, kop +verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>V. <b>BESCRIJVINGHE</b> ende historische verhael van het Gout +Koninckryck van Gunea anders de Gout-custe de Mina genaemt, liggende in +het deel van Afrika, door P. DE MAREES, uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. 1912. Met 1 kaart en 21 platen, gr. 8vo. +In linnen band, kop verguld ƒ 12.50</p> + +<p>VI. <b>TOORTSE DER ZEEVAART</b> door DIERICK RUITERS, 1623. SAMUEL +BRUN’S Schiffarten, 1624, uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. 1914. Met 1 kaart en 1 plaat. gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>VII. <b>DE EERSTE SCHIPVAART</b> der Nederlanders naar +Oost-Indië onder Cornelis de Houtman, 1595–1597. Journalen, +documenten en andere bescheiden, uitgegeven en toegelicht door G.P. +ROUFFAER en J.W. IJZERMAN. I. d’Eerste boeck van Willem +Lodewycksz. 1915. Met titelplaat, 2 portretten, 8 kaarten en 47 platen, +gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... ƒ 25.–</p> + +<p>VIII. <b>REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN</b> naar het Noorden, +1594–1595. Uitgegeven door S.P. L’HONORÉ NABER. +1914. Met 14 platen en 4 kaarten, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld +... ƒ 20.– <span class="pagenum">[<a id="pbviiu" href= +"#pbviiu">VII</a>]</span></p> + +<p>IX. <b>DIRCK GERRITSZ. POMP</b>, alias Dirck Gerritsz. China. De +eerste Nederlander die China en Japan bezocht, 1544–1604. Zijn +reis naar en verblijf in Zuid-Amerika. Grootendeels naar Spaansche +bescheiden bewerkt door J.W. IJZERMAN. 1915. Met 2 kaarten, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>X. <b>DE OPEN DEURE</b> tot het verborgen heydendom, door ABRAHAM +ROGERIUS, uitgegeven door W. CALAND. 1915. Met titelplaat, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 12.50</p> + +<p>XI. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven +door E.C. GODÉE MOLSBERGEN. <b>Eerste deel</b>. Tochten naar het +Noorden, 1652–1686. 1916. Met 3 kaarten en 9 platen, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p> + +<p>XII. <b>REIZEN IN ZUID-AFRIKA</b> in de Hollandse tijd, uitgegeven +door E.C. GODÉE MOLSBERGEN. <b>Tweede deel</b>. Tochten naar het +Noorden, 1686–1806. 1916. Met 1 kaart en 12 platen, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p> + +<p>XIII. <b>DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE</b> in Cambodja en Laos. +Verzameling van bescheiden van 1636–1670, uitgegeven en +toegelicht door DR. HENDRIK P.N. MULLER. 1917. Met 1 kaart en 3 +afbeeldingen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... +ƒ 20.–</p> + +<p>XIV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN +CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden 1594–1597. +Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. Eerste deel. 1917. Met 5 kaarten en 27 +platen, gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i>uitverkocht</i></p> + +<p>XV. <b>REIZEN VAN WILLEM BARENTS, JACOB VAN HEEMSKERCK, JAN +CORNELISZ. RIJP</b> en anderen naar het Noorden, 1594–1597. +Verhaald door GERRIT DE VEER. Uitgegeven door S.P. +L’HONORÉ NABER. <b>Tweede deel</b>. (Inleiding en +Bijlagen). 1917. Met 2 kaarten en 12 platen en afbeeldingen en eene +bibliographie van de “Drie Seylagien” en literatuur +(1853–1917) over de Noordelijke reizen van 1594–1597, door +Dr. C.P. BURGER JR. gr. 8vo. In linnen band, kop verguld ... <i> +uitverkocht</i></p> + +<p>XVI. <b>JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA</b> (1598–1601) +door HENDRIK OTTSEN. Met inleiding en bijlagen, uitgegeven door J.W. +IJZERMAN. 1918. XXIV, CXLV, en 253 blz. Met 3 kaarten en 5 platen, gr. +8vo. In half linnen band, kop verguld ... ƒ 20.–</p> + +<p>XVII. <b>DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN</b> en <b>FRANCHOYS +JACOBSZOON VISSCHER</b>, ter nadere ontdekking van het Zuidland +(Australië) in 1642–1644. Met inleiding en aanteekeningen +uitgegeven door R. POSTHUMUS MEYJES. 1919. XXII, XCVIII en 300 blz. Met +10 gedeeltelijk gekleurde kaarten en 68 afbeeldingen, gr. 8vo. In +linnen band, kop verguld ... ƒ 25.– <span class= +"pagenum">[<a id="pbviiiu" href="#pbviiiu">VIII</a>]</span></p> + +<p>Zij, die als lid toetreden tot de Linschoten-Vereeniging +(jaarlijksche contributie ƒ 15.–) kunnen +één exemplaar van onderstaande werken ontvangen als +volgt:</p> + +<div class="table"> +<table> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1909.</td> +<td valign="top">I.</td> +<td valign="top">DE REIS VAN JAN CORNELISZ. MAY</td> +<td valign="top">voor ƒ 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">HENRY HUDSON IN HOLLAND</td> +<td valign="top">voor - 5.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1910.</td> +<td valign="top">II.</td> +<td valign="top">ITINERARIO VAN J.H. VAN LINSCHOTEN. 2dln.</td> +<td valign="top">voor - 20.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1911.</td> +<td valign="top">III.</td> +<td valign="top">KORTE HISTORIAEL ENDE JOURNAELS AENTEYCKENINGEN VAN +VERSCHEYDEN VOYAGIENS DOOR D. DAVID PIETERSZ. DE VRIES</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">IV.</td> +<td valign="top">DE REIS VAN MR. JACOB ROGGEVEEN</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1912.</td> +<td valign="top">V.</td> +<td valign="top">BESCHRYVINGHE VAN HET GOUT KONINCKRIJK VAN GUNEA DOOR +P. DE MAREES</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">VI.</td> +<td valign="top">TOORTSE DER ZEEVAART, DOOR DIERICK RUITERS, SAMUEL +BRUN’S SCHIFFARTEN</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1913.</td> +<td valign="top">VII.</td> +<td valign="top">DE EERSTE SCHIPVAART DER NEDERLANDERS NAAR +OOST-INDIË ONDER CORNELIS DE HOUTMAN, 1595–1597</td> +<td valign="top">voor - 20.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1914.</td> +<td valign="top">VIII.</td> +<td valign="top">REIZEN VAN JAN HUYGHEN VAN LINSCHOTEN NAAR HET +NOORDEN</td> +<td valign="top">voor - 15.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">IX.</td> +<td valign="top">DIRCK GERRITSZ. POMP, ALIAS DIRCK GERRITSZ. CHINA. +ZIJN REIS NAAR EN VERBLIJF IN ZUID-AMERIKA</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1915.</td> +<td valign="top">X.</td> +<td valign="top">DE OPEN-DEURE TOT HET VERBORGEN HEYDENDOM DOOR ABRAHAM +ROGERIUS</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">XI.</td> +<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel +I</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1916.</td> +<td valign="top">XII.</td> +<td valign="top">REIZEN IN ZUID-AFRIKA IN DE HOLLANDSE TIJD. Deel +II</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">XIII.</td> +<td valign="top">DE OOST-INDISCHE COMPAGNIE IN CAMBODJA EN LAOS</td> +<td valign="top">voor - 15.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1917.</td> +<td valign="top">XIV.</td> +<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel +I</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">XV.</td> +<td valign="top">REIZEN VAN WILLEM BARENTS, E.A. NAAR HET NOORDEN. Deel +II</td> +<td valign="top"><i>uitverkocht</i></td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1918.</td> +<td valign="top">XVI.</td> +<td valign="top">JOURNAEL VAN DE REIS NAAR ZUID-AMERIKA, +1598–1601, DOOR HENDRIK OTTSEN</td> +<td valign="top">voor - 15.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + ">1919.</td> +<td valign="top">XVII.</td> +<td valign="top">DE REIZEN VAN ABEL JANSZOON TASMAN en FRANCHOYS +JACOBSZOON VISSCHER, 1642–44</td> +<td valign="top">voor - 20.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">BALDAEUS, AFGODERYE DER OOST-INDISCHE HEYDENEN</td> +<td valign="top">voor - 10.–</td> +</tr> + +<tr valign="top"> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top" class=" + alignright + "></td> +<td valign="top">DE VILLIERS, STORM VAN ’S-GRAVESANDE</td> +<td valign="top">voor - 12.–</td> +</tr> +</table> +</div> + +<p> <span class="pagenum">[<a id="pbixu" href= +"#pbixu">IX</a>]</span></p> +</div> + +<div class="div1"><span class="pagenum"> [<a href= +"#toc">Inhoud</a>]</span> + +<h2 class="normal">NAAMLIJST DER LEDEN VAN DE +LINSCHOTEN-VEREENIGING</h2> + +<p>op 1 Januari 1920<a class="noteref" id="xd0e13475src" href= +"#xd0e13475">1</a></p> + +<p>BESCHERMVROUW:</p> + +<p><span class="abbr" title="Hare Majesteit"><abbr title="Hare +Majesteit">H.M.</abbr></span> DE KONINGIN.</p> + +<p>EERE-VOORZITTER:</p> + +<p><span class="abbr" title="Zijne Koninklijke Hoogheid"><abbr title= +"Zijne Koninklijke Hoogheid">Z.K.H.</abbr></span> PRINS HENDRIK.</p> + +<p>BESTUUR IN 1920:</p> + +<p>Prof. Dr. H.T. Colenbrander, <i>Voorzitter</i> (1923).<br> + Wouter Nijhoff, <i>Secretaris</i> (1922).<br> + Dr. D.F. Scheurleer, <i>Penningmeester</i> (1923).<br> + W.A. Engelbrecht (1924).<br> + R. Posthumus Meyjes (1922).<br> + F.E. Baron Mulert (1921).<br> + S.P. L’Honoré Naber (1921).<br> + Dr. F.C. Wieder (1924).<br> + J.W. IJzerman (1925).</p> + +<p>DONATEUR VOOR HET LEVEN:</p> + +<p>Dr. C. J. Wynaendts Francken, Leiden.</p> + +<p>DONATEURS:</p> + +<p>Bataviaasch Genootschap voor K. en W., Batavia.<br> + Mevr. de Wed. Mr. C.Th. van Deventer, Den Haag, Surinamestraat 20.<br> + August Janssen, Amsterdam, Keizersgracht 690.<br> + Kon. Nederl. Mij. tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Ned. +Indië, Den Haag, Carel van Bylandtlaan 30.<br> + Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, Delft.<br> + Nederlandsche Handel-Maatschappij, Amsterdam.<br> + Raad van Beheer der Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij, Den +Haag.<br> + H.C. Rehbock, Amsterdam, Heerengracht 470.<br> + J.A.J. de Villiers, London.<br> + J.W. IJzerman, Den Haag, Huize Oosterbeek, Haagsche Bosch. <span +class="pagenum">[<a id="pbxu" href="#pbxu">X</a>]</span></p> + +<p>LEDEN.</p> + +<p>E.J. Aalders, Rotterdam, Eendrachtsweg 16.<br> + C.J.K. van Aalst, Amsterdam, Heerengracht 502.<br> + C. Abels, Amsterdam, Prinsengracht 862.<br> + Dr. N. Adriani, Oegstgeest.<br> + F.C. Baron van Aerssen Beyeren, Hilversum, Utrechtscheweg 57.<br> + Algemeene Visscherij Maatschappij, IJmuiden.<br> + Amsterdamsche Historische Leeskring, Amsterdam, Prinsengracht 650.<br> + Archief der Gemeente, Rotterdam.<br> + F.L.G. d’Aumerie, Scheveningen, Prins Willemstraat 19.<br> + Jhr. Mr. J.F. Backer, Amsterdam, Keizersgracht 639.<br> + J.F.L. de Balbian Verster, Amsterdam, Prinsengracht 579.<br> + J. Fred. Bangert, Amsterdam, Weteringschans 227.<br> + F. Bauduin, Warnsveld, “Huize Baank”.<br> + H. Beckering Vinckers, Zalt-Bommel.<br> + Chr. Beels, Amsterdam, Van Eeghenstraat 70.<br> + H.L. Bekker, Rotterdam, Parkstraat 2 (hoek Parklaan).<br> + Mr. G.J.A. van Berckel, Den Haag, Laan van Meerdervoort 27.<br> + J.A. Berkhout, Amsterdam, Ferd. Bolstraat 42.<br> + H. Bessem, Tiel.<br> + D.G. van Beuningen, Rotterdam, Parklaan 46.<br> + Bibliotheek der Gemeente Rotterdam, van Hogendorpsplein 8.<br> + Bibliotheek v.d. Handels-Hoogeschool, Rotterdam.<br> + Bibliotheek der Landbouw-Hoogeschool, Wageningen.<br> + Bibliotheek v.d. Teyler’s Stichting, Haarlem.<br> + Mr. J. Bierens de Haan, Amsterdam.<br> + J.W. Blankert, Bilthoven, Julianalaan 41.<br> + Prof. Dr. P.J. Blok, Leiden.<br> + J.J.T. Blijdenstein, Amsterdam, Doelenhotel.<br> + Th.W. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 544.<br> + Mr. W.B. Blijdenstein, Amsterdam, Heerengracht 572.<br> + A.G. Boissevain, Amsterdam, van Baerlestraat.<br> + Charles Boissevain, Naarden, Drafna.<br> + Walraven Boissevain, Amsterdam, Keizersgracht 143.<br> + W.C. Bolle, Rotterdam, Villa Walküre, Vijverlaan.<br> + W.C. Bonebakker, Amsterdam, Keizersgracht 580.<br> + H. de Booy, Amsterdam, Heerengracht 450.<br> + W. Broese van Groenou Sr., Scheveningen, Parkweg 9<i>a</i>.<br> + N. de Brouwers, Delfzijl.<br> + W.G.L. Brunings, Amsterdam, Wouwermanstraat 34.<br> + J. de Bruyn, Amsterdam, Heerengracht 237.<span class="pagenum">[<a id= +"pbxiu" href="#pbxiu">XI</a>]</span><br> + Dr. C.P. Burger Jr., Amsterdam, Overtoom 141.<br> + A.K. Castelein, Amsterdam, Amsteldijk 75.<br> + Dr. S.A. van der Chijs, Veenhuizen 1.<br> + Mevr. A.B. van Citters Vissering, Amsterdam, Banstraat +28<sup>hs</sup>.<br> + J.H. Cohen Stuart, Delft, Oostsingel 18.<br> + W.J. Cohen Stuart, Scheveningen, Dirk Hoogenraadstraat 224.<br> + Prof. Dr. H.T. Colenbrander, Leiden, “Huis ter Lugt”.<br> + College Zeemanshoop, Amsterdam, Heerengracht 472.<br> + P.C. Coops, Amsterdam, Marinekade 9.<br> + W. Cornelis, Utrecht, Stadhouderslaan 67.<br> + H. Cox, Amersfoort, Utrechtsche Straatweg 110.<br> + C. Craandijk, Den Haag, Prins Mauritslaan 72.<br> + Patric Cramer, Overveen, “Huize Dompvloed”.<br> + J.T. Cremer, Santpoort, “Duin en Kruidberg”.<br> + J.B. Crol, Rotterdam, Westersingel 92.<br> + D.Croll, Rotterdam, Esschenlaan 44.<br> + H.A. Crommelin, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 14.<br> + Ernst Crone, Amsterdam, Hobbemastraat 12.<br> + A.F.H. Dalhuisen, Vlissingen, Torpedoboot G8.<br> + W. van Dam, Rotterdam, Heemraadsingel 319.<br> + Deli-Batavia Maatschappij, Amsterdam, Keizersgracht 173.<br> + Departement van Marine, Den Haag.<br> + H. Dirkzwager, Maassluis.<br> + W.A.L. Domis, Amsterdam, Vondelstraat 5.<br> + B. van Donselaar, Rotterdam, Heemraadsingel 148.<br> + H.E. Driessen, Haarlem, Baan 13.<br> + J. Dudok van Heel, Amsterdam, Koninginneweg 32.<br> + A.C. Dunlop, Den Haag, Deprt. van Buitenl. Zaken.<br> + H. Dunlop, Den Haag, Bezuidenhout 375.<br> + C. van Eeghen, Huizen, “de Duinen”.<br> + P. Eikenboom, Utrecht, Oude Gracht 324<sup>bis</sup>.<br> + Mevr. L. Elemans-Brouwers, Zalt-Bommel.<br> + Mr. D. Ellis van Raalte, Rotterdam, Voorschoterlaan 76.<br> + J. van Elsas, Amsterdam, Elisabeth Wolfstraat 49.<br> + W.A. Engelbrecht, Rotterdam, Rivierstraat 12.<br> + Mr. M. Enschedé, Den Haag, Daendelsstraat 33.<br> + G.L.M. van Es, Rotterdam, Westplein 11.<br> + Dr. W. van Everdingen, Bilthoven, Soestdijkerstraatweg,<br> + H.H. Evers, Scheveningen, Oude Schevingscheweg 50.<br> + Mr. Dr. G.J. Fabius, Rotterdam, Parklaan 40.<br> + P.J. Feteris, Vlissingen.<br> + L.G. Frerichs, Amsterdam, Alb. Thymstraat 15<sup>huis</sup>.<br> + Mr. Th.A. Fruin, Rotterdam, Wijnhaven 143.<br> + J.P. Funke, Schevingen, van Lennepweg 8.<span class="pagenum">[<a id= +"pbxiiu" href="#pbxiiu">XII</a>]</span><br> + Mr. J.H. Geertsema Wz., Utrecht.<br> + Joan Gelderman, Oldenzaal, “Eikendal”.<br> + Geographisch Instituut, Utrecht.<br> + Germanistisch Seminarium aan de Universiteit, Groningen.<br> + M. J.A. van Gigch, Den Haag, Obrechtstraat 81.<br> + D. Goedkoop Dzn., Amsterdam, Keizersgracht 729.<br> + A.J.M. Goudriaan, Rotterdam, Hoflaan 71.<br> + F.H.A. Greve, Den Helder, Hoofdgracht 52.<br> + H.M. de Groot, Terneuzen.<br> + H.A. Groskamp, Hilversum, Steynlaan 9.<br> + Mr. J.L. Gunning, Amsterdam, Amstel 220.<br> + S. van Gijn, Dordrecht, Nieuwe Haven 39.<br> + A. de Haan, Amsterdam, Nicolaas Witsenstraat 9.<br> + Mr. S.N.B. Halbertsma, Rotterdam, Walenburgerweg 57.<br> + Mr. F. van Hasselt, Rotterdam, Calandstraat 58.<br> + T.H. van Hattum van Ellewoutsdijk, Wassenaar, Huize +“Sonnenburgh”.<br> + N. Hazelhoff, Amsterdam, Wyttenbachstraat 93<sup>1</sup>.<br> + J.B. van Heek, Enschede, “Noorderhagen”.<br> + Prof. Mr. J.E. Heeres, Den Haag, Benoordenhoutscheweg 6.<br> + A.M. Hekking, Willemsoord, a/b Hr. Ms. “Zeeland”.<br> + F.K.J. Heringa, Den Haag, Stadhouderslaan 101.<br> + H. Hissink, Amsterdam, Jan Luykenstraat 96.<br> + Historisch Genootschap, Utrecht.<br> + G.G.W.C. Baron van Höevell tot Nijenhuis, Den Haag, Wilgstraat +71.<br> + C. van ’t Hoff, Rotterdam, Veerhaven 15.<br> + A.B. van Holkema, Amsterdam, Keizersgracht 611.<br> + G.J. Honig, Zaandijk.<br> + Jhr. M.W.H. Hooft, Den Haag, Kanaalstraat 12.<br> + J.H. Hoogendijk, Amsterdam.<br> + J.E. van Hoogenhuyze, Amsterdam, Banstraat 8.<br> + J.H. van Hoogstraten, Amersfoort.<br> + Jhr. H.T. Hora Siccama, Den Haag, Kneuterdijk.<br> + A.P.H. Hotz, Den Haag, Bezuidenhout 265e.<br> + G.B. Hoyer, Ede.<br> + I.M. Hudig, Rotterdam, Maasstraat 3.<br> + J. Hudig Dzn., Hilversum, Heuvellaan 7.<br> + W.C. Hudig, Rotterdam, Nieuwe Binnenweg 178.<br> + Prof. Dr. J. Huizinga, Leiden.<br> + Dr. J. de Hullu, Den Haag, Elandstraat 6.<br> + J.H. Hummel, Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br> + J. Jannette Walen, Rotterdam, Willemskade 6.<br> + C.W. Janssen, Amsterdam, Leidschegracht 13/15.<br> + Java-China-Japan Lijn, Amsterdam, Prins Hendrikkade 112/114.<span +class="pagenum">[<a id="pbxiiiu" href="#pbxiiiu">XIII</a>]</span><br> + G.H. Jiskoot, Amsterdam, van Eeghenstraat 100.<br> + A.B. Jochems, Rotterdam.<br> + J.C. Joekes, Den Haag, 2<sup>e</sup> Emmastraat 252.<br> + Jhr. Mr. B. de Jonge, Zutphen.<br> + Mevrouw de Wed. J.O. de Jongh-Rouffaer, Den Haag, Sweelinckstraat +72.<br> + Frans Jurgens, Nijmegen, “Heyendael”.<br> + D. Kaan, Amsterdam.<br> + L. Keers, Rotterdam, Voorschoterlaan 11.<br> + A.O. van Kerkwijk, Den Haag, Nassaulaan 22.<br> + J.B.J. Kerling, Den Haag, van Merlenstraat 89.<br> + W.J. Kermer Jr., Amsterdam, Amstel 336.<br> + H.E. Kern, Voorburg.<br> + A. Kleiweg de Zwaan, Amsterdam, van Eeghenstraat 65/75.<br> + A. Klene, Bussum, Brediusweg 25.<br> + Prof. Dr. L. Knappert, Leiden.<br> + H.J. Knottenbelt, Rotterdam, Heemraadsingel 97.<br> + Mr. F.C. Koch, Rotterdam, Westersingel 86.<br> + J. Kofman, Gouda, Krugerlaan 32.<br> + E. Kol, Amsterdam, Heerengracht 130.<br> + D.H. Kolff, Rotterdam, Westerstraat 25<i>a</i>.<br> + Kon. Instituut voor de Marine, Willemsoord.<br> + Kon. Instituut v. Taal-, Land- en Volkenkunde v. N.I., Den Haag.<br> + Kon. Nederl. Aardrijkskundig Genootschap, Amsterdam.<br> + Kon. Bibliotheek, Den Haag.<br> + Kon. Nederl. Vereeniging Onze Vloot, Den Haag, Spui +28<sup>b</sup>.<br> + Kon. Paketvaart Mij., Amsterdam, Prins Hendrikkade 159.<br> + Kon. Roei- en Zeilvereeniging “de Maas”, Rotterdam.<br> + N.E. Kröller, Den Haag, Nassaulaan 25.<br> + Mr. G.M. Kruimel, Amsterdam, Sarphatipark 79.<br> + Dr. E.T. Kuiper, Amsterdam, Koninginneweg 2.<br> + W. Laman Trip, Hilversum, Ministerpark 6.<br> + C.L.M. Lambrechtsen van Ritthem, Hilversum, Villa “Duo +Decimo”.<br> + Allert de Lange, Amsterdam, Damrak 62.<br> + N. Laseur, Utrecht.<br> + A. van Leer, Hilversum, “Dennenoord”, +Trompenbergerweg.<br> + Jhr. L.H. van Lennep, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 22.<br> + R. van Lennep, Amsterdam, Heerengracht 580.<br> + A.C. Lensen, Wassenaar, “Dennenheuvel”, Gr. +Hasebroekscheweg 1.<br> + W.J.H. Leuring, Mook (L.), “Huize Middelaer”.<br> + Dr. W.J. Leyds, Den Haag, Frankenslag 337.<br> + B.H. van der Linden, Den Haag, Schuytstraat 143.<br> + Lindeteves-Stokvis, Amsterdam, J. W. Brouwersplein 2.<br> + C.A. Lion Cachet, Vreeland.<span class="pagenum">[<a id="pbxivu" href= +"#pbxivu">XIV</a>]</span><br> + P. Loekemeyer, Dordrecht, Reeweg 40.<br> + S.L. van Looy, Amsterdam, Keizersgracht 198.<br> + Mr. H.A. Lorentz, Den Haag.<br> + Jhr. H. Loudon, Den Haag, Prinsessegracht 22.<br> + C.W.O. Lucardi, Rotterdam, Parkstraat.<br> + P.L. Lucassen, Amsterdam, Raadhuisstraat 29.<br> + D.J. Baron van Lynden, Den Haag, Noordeinde 152.<br> + J.W. Macdonald, Amsterdam, Heerengracht 543.<br> + Z.G.Ph. Marcella, Rotterdam, Mathenesserlaan 324.<br> + W.J.J. van der Meer, Den Haag, Stadhouderslaan 118.<br> + Mr. R. Mees, Rotterdam, Parklaan 11.<br> + Mr. W.A. Mees, Rotterdam, Parklaan 9.<br> + B. Meesters, Amsterdam, Utrechtschestraat 41<i>a</i>.<br> + H. Meinesz, Haarlem, Florapark 1.<br> + Anton Mensing, Amsterdam.<br> + Mr. E.E. Menten, Den Haag, Houtweg 3.<br> + J. Merkelbach Jzn., Amsterdam, Adm. de Ruyterweg 103<sup>1</sup>.<br> + A.H. van der Mersch, Zeist, Driebergsche Weg.<br> + Dr. R. v.d. Meulen Rzn., Leiden, Maria Gondastraat 49.<br> + J.M. van der Mey, Amsterdam, Nic. Maesstraat 32.<br> + J.F. Milders, Vlissingen, a/b Hr. Ms. “Wachtschip”.<br> + Chr. Moes, Amsterdam, Keizersgracht 780.<br> + Prof. Dr. G.A.F. Molengraaff, Delft, Kanaalweg 8.<br> + H.G.J. de Monchy, Rotterdam, Leuvehaven 72.<br> + J.J. Moret, Scheveningen, Cremerweg 6.<br> + A.G. Mörzer-Bruyns, Den Haag, Heerengracht 42.<br> + M. Mouton, Den Haag, Nassauplein 16.<br> + W.A. Mouton, Den Haag, Nassau-Dillenburgstraat 40.<br> + B.M. Mulder, Amsterdam, Vrolikstraat 298<sup>1</sup>.<br> + F.E. Baron Mulert, Ommen, “Piet Hein”.<br> + Abram Muller, Amsterdam, Van Eeghenstraat 96.<br> + Gerard Muller, Amsterdam, Binnen Amstel 82.<br> + Museum voor Land-en Volkenkunde en Maritiem Museum “Prins +Hendrik”, Rotterdam.<br> + S.P. L’Honoré Naber, Amsterdam, Lomanstraat 4.<br> + Nederlandsch Indische Bestuursacademie, Den Haag, 1e Sweelinckstraat +26.<br> + Prof. J.F. Niermeijer, Utrecht.<br> + B. Nierstrasz, Amsterdam, Prins Hendriklaan 26.<br> + H.A. van Nievelt, Wassenaar, Huize “Hoog-Wolde”.<br> + H. Nijgh, Rotterdam, Westersingel 65.<br> + Paul Nijhoff, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 11.<br> + Wouter Nijhoff, Den Haag, Lange Voorhout 9.<br> + D. Obreen, Rotterdam, Avenue Concordia 76.<span class="pagenum">[<a +id="pbxvu" href="#pbxvu">XV</a>]</span><br> + W.H.J. Oderwald, Amsterdam, Vondelstraat 130.<br> + J.S.C. Olivier, Nieuwediep, a/b Hr. Ms. “Kon. Emma”.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Amsterdam.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, R. K., Delft, Oude Delft +122<i>a</i>.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Dordrecht.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Den Haag.<br> + Openbare Leeszaal, Groningen.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Leeuwarden.<br> + Openbare Leeszaal en Boekerij, Nijmegen, Oranjesingel 2<i>a</i>.<br> + Openbare Leeszaal en Bibliotheek, Zaandam.<br> + C.L. Oranje, Bloemendaal, Kleverlaan 151.<br> + J.R. van Osselen, Amsterdam, Jan-Luykenstraat 5.<br> + Nanne Ottema, Leeuwarden, Prins Hendrikstraat 6.<br> + Mr. C.P.D. Pape, Den Haag, Prinsessegracht 20.<br> + F.W.A.J. van Peski, Rotterdam, ’s Gravendijkwal 157.<br> + Prof. Mr. P. Pet, Amsterdam, Prinsengracht 405.<br> + J.M. Phaff, Den Haag, van Boetzelaerlaan 80.<br> + W.F. Piek, Rotterdam, Parkstraat 10.<br> + Jacq. Pierot Jr., Rotterdam, Mathenesserlaan 435.<br> + Mr. Th.B. Pleyte, Den Haag, Nassaulaan 29.<br> + N. Posthumus, Den Haag, Daendelsstraat 68.<br> + Prof. Mr. N.W. Posthumus, Rotterdam, Mathenesserlaan 464.<br> + R. Posthumus Meyjes, Soesterberg.<br> + Ary Prins, Schiedam, Nieuwe Haven 153.<br> + Provinciale Bibliotheek van Friesland, Leeuwarden.<br> + W.J. Puhringer, Apeldoorn, Daendelsweg 62.<br> + P.A. Pijnappel, “De Hoornboeg” bij Hilversum.<br> + W.J. Rahder, Den Haag, Louise de Colignyplein 12.<br> + Jhr. Mr. H. de Ranitz, Epe (Geld.).<br> + Redaktie van “Het Nederl. Zeewezen”, Den Haag, Schenkkade +233.<br> + Mr. R. van Rees, Amsterdam, Keizersgracht 69.<br> + H. Regoort, Watergraafsmeer, Middenweg 155.<br> + J.P. Remijnse, Bilthoven, Prins Hendriklaan 22.<br> + Jhr. Marten W. van Rensselaer Bowier, Amsterdam, Brouwersgr. 47.<br> + Jhr. P.J. Repelaer, Zeist, “Huize Beeklust”.<br> + G. Ribbius Peletier Jr., Utrecht, Maliebaan 15.<br> + Jhr. Mr. Dr. J.J. Rochussen, Rotterdam, Mathenesserlaan 235.<br> + Jhr. J.A. Roëll, Den Haag, 3e Van den Boschstraat 3.<br> + A.F.J. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br> + H.A. Romswinckel, Den Haag, Delistraat 1.<br> + Dr. A.G. Roos, Groningen, Ebbingestraat 47<sup>24</sup><i>a</i>.<br> + G. Rooseboom, Den Haag, Riouwstraat 192.<br> + P.J. Roosegaarde Bisschop, Overveen, Terhofstedeweg 9.<br> + N.A. Rost van Tonningen, Willemsoord, a/b Hr. Ms. +“Zeehond”.<span class="pagenum">[<a id="pbxviu" href= +"#pbxviu">XVI</a>]</span><br> + Rotterdamsch Leeskabinet, Rotterdam, Geldersche kade 18.<br> + G.P. Rouffaer, Den Haag, van Bleiswijkstraat 71<sup>f</sup>.<br> + Bernhard E. Ruys, Rotterdam, Westerkade 7.<br> + J.A. Ruys, Rotterdam, Mathenesserlaan 334.<br> + W. Ruys, Rotterdam, Westersingel 75.<br> + Rijksarchief, Den Haag.<br> + Rijksarchief in Noord-Holland, Haarlem.<br> + Rijksarchief in Zeeland, Middelburg.<br> + Rijksarchief in Overijsel, Zwolle.<br> + Rijks Ethnographisch Museum, Leiden.<br> + Rijks Universiteits-Bibliotheek, Leiden.<br> + C.M. van Rijn, Baarn, Spoorweglaan 16.<br> + J. Rijpperda Wierdsma, Rotterdam, Calandstraat 23.<br> + J.H.C. Salberg, Amsterdam, Rokin 32.<br> + Samarang-Joana Stoomtram Maatschappij, Den Haag, Jan Pietersz. +Coenstraat 4.<br> + A. Scheltema Beduin, Amsterdam, Singel 256.<br> + J. Scherpbier, Rotterdam, Graaf Florisstraat 74.<br> + Dr. D.F. Scheurleer, Den Haag, Laan van Meerdervoort 53<i>f</i>.<br> + Mr. J. van Schevichaven, Amsterdam, Damrak 74.<br> + P.W. Schilthuis, Rotterdam, Heemraadsingel 180.<br> + A.J. Schreuder, Arnhem, “Klein Warnsborn”.<br> + J.H. Schröder, Bussum, Comeniuslaan 17.<br> + J. Schuurman, Hillegom, Werensteinstraat 67.<br> + J.L. Willem Seijffardt, Amsterdam, Damrak 99.<br> + H.D. Sicherer, Groenlo, (Geld.).<br> + Jhr. J.W. Six, ’s Graveland, “Huize Hilverbeek”.<br> + Mr. J. Slingenberg, Amsterdam, Oranje Nassaulaan 62.<br> + Mr. G. van Slooten Az., Den Haag, Oude Scheveningscheweg 68.<br> + Hobbe Smith, Amsterdam, Overtoom 357.<br> + Prof. Dr. C. Snouck Hurgronje, Leiden.<br> + A. Solleveld, Rotterdam, Heemraadsingel 197.<br> + Stadsbibliotheek, Haarlem.<br> + Prof. Mr. S.R. Steinmetz, Amsterdam, Amstel 65.<br> + H.E. Stenfert Kroese, Noordwijk-Binnen.<br> + W.P. van Stockum Jr., Den Haag, Juliana v. Stolberglaan 43.<br> + Mr. R.W. van Stolk, Delft, Oude Delft 157.<br> + Stoomvaart-Maatschappij “Nederland”, Amsterdam. (9 +lidmaatschappen).<br> + Cd. F. Stork, Hengelo (O), “Grundel”.<br> + J.E. Stork, Baarn, Prins Hendriklaan, “Huize Sewa”.<br> + W. Stork, Hengelo (O.).<br> + Jonkvr. A. de Stuers, Den Haag, Parkstraat 32.<br> + Mr. A.G.N. Swart, Wassenaar, Leidschestraatweg, +“Backershagen”.<span class="pagenum">[<a id="pbxviiu" href= +"#pbxviiu">XVII</a>]</span><br> + Mr. A. Tak van Poortvliet, Rotterdam, Westersingel 96.<br> + Dr. R.A. Tange, Den Helder, Hotel “Den Burg”.<br> + M. Taudin Chabot, Rotterdam, Mathenesserlaan 336.<br> + G.L. Tegelberg, Amsterdam, De Ruijterkade 113.<br> + J.P. Tetterode, Lochem.<br> + K. den Tex, Bilthoven, “de Wildzang”.<br> + Mevr. de Wed. C.A. den Tex van der Waarden, Amsterdam, +Tesselschadestraat 18.<br> + W. Timmers, Amsterdam, Zaagmolenstraat 16<sup>II</sup>.<br> + Mr. P. Tjeenk Willink, Haarlem, Ged. Oudegracht.<br> + A.W. Turk, Amsterdam, Marnixstraat 381.<br> + Tj.J. Twijnstra, Leeuwarden, Spanjaardslaan.<br> + R. van Tijen, Vlissingen, Dokkade 35.<br> + Vaderlandsch Fonds tot aanmoediging van ’s Lands Zeedienst, +Amsterdam.<br> + F.T. Valck Lucassen, Brummen, “Huize Sonnevanck”.<br> + A. van der Valk, Rotterdam, Calandstraat 47.<br> + J.C. Veder, Rotterdam, Veerhaven 5<i>b</i>.<br> + Vereeniging ter bev. v.d. Bel. des Boekhandels, Amsterdam.<br> + Vereeniging de Groote Club, Amsterdam, Paleisstraat 1.<br> + Vereeniging Hou en Trouw, Amsterdam, Beursgebouw, kamer 28.<br> + Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter +Koopvaardij, Amsterdam, N.Z. Voorburgwal 130. (2 lidmaatschappen)<br> + Vereeniging Oost en West, Den Haag, Laan van Meerdervoort 195.<br> + Vereeniging Zeevaartschool, Vlissingen.<br> + F.H. Baron van Verschuer, Arnhem, Willemsplein 2.<br> + C.W. de Visser, Bloemendaal, Parkweg 1, “Huize +Denheim”.<br> + Mr. G. Vissering, Amsterdam, Keizersgracht 71.<br> + Mr. F. Vorstman, Bussum, Boschlaan 15.<br> + Dr. A.G.C. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br> + Chr. H.G. de Vries, Amsterdam, Singel 146.<br> + J.J. de Vries, Den Helder, Binnenhaven 48.<br> + Mr. G.L. de Vries Feyens, Maartensdijk, “Rustenhoven”.<br> + B.H. de Waal, Den Haag, Bankastraat 135.<br> + F.G. Waller, Amsterdam, Vondelstraat 73.<br> + W.K.L. van Walree, Amsterdam, Keizersgracht 511.<br> + J.C.M. Warsinck, Den Haag, Snelliusstraat 43.<br> + P. te Wechel, Zevenaar.<br> + J.A. van der Weerdt, Amsterdam, Krugerplein 10.<br> + A. Weiland, Brummen. (Geld.).<br> + J. Wentholt, Den Haag, Juliana van Stolberglaan 40.<br> + Dr. F.C. Wieder, Rhenen.<br> + J. Willebeek Le Mair, Rotterdam, Eendrachtsweg 74.<span class= +"pagenum">[<a id="pbxviiiu" href="#pbxviiiu">XVIII</a>]</span><br> + D.W.P. Wisboom, Arnhem.<br> + S. Woldringh Jzn., Lisse.<br> + K.H. Wijdekop, Hilversum, Rembrandtlaan 23.<br> + M. Wijt, Den Helder, Hoofdgracht 78.<br> + J. IJzerman, Amsterdam, Joh. Vermeerstraat 44.<br> + J.H. Zeeman, Den Haag, v. Boetzelaarlaan 12.<br> + M. Zeldenrust Szn., Den Haag, Valkenboschlaan 163.</p> + +<p>LEDEN IN NEDERL. OOST-INDIË.</p> + +<p>T.P. Baart de la Faille, Batavia.<br> + C.M. Bakker, Weltevreden, Boulevard 28 pav.<br> + M.E.G. Bartels, Halte Tji-Saăt bij Soekaboemi, Onderneming +“Passir Datar”.<br> + K.F. van den Berg, Batavia, Javasche Bank.<br> + W.F. van Beuningen, Weltevreden, Tanah-Abang 30.<br> + J.P. Boon, Weltevreden, Oud Gondangdia 25.<br> + H.O. Bron, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.J. Bronkhorst, Weltevreden, Tanah Abang, Oost 57.<br> + B.F. Brugsma, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + C. Bruin, Makassar.<br> + M.H. Bruyn, Menado, Toegoelandang.<br> + L.J.J. Caron, Weltevreden, Rijswijk.<br> + Wouter Cool, Batavia, Pegansaan 24.<br> + Mr. D.A. Delprat, Batavia.<br> + Dr. J.M.H. van Dorssen, Bandoeng, Papandajanlaan 82.<br> + B.M. van Driel, Kaban Djahé, bij Medan (Deli).<br> + P. den Dulk, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + K. van Dijk. Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.W. Engelsman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + H. Fraenkel, Sigli (Atjeh), Kon. Paketvaart Mij.<br> + Mr. Th.A. Fruin, Pekalongan.<br> + F.A. Gastman, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + Prof. Dr. E.C. Godée Molsbergen, Weltevreden, Kramat 142.<br> + C. de Graaff, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Dr. G.A.J. Hazeu, Weltevreden, Deprt. v. Onderwijs-Eeredienst.<br> + G. van Heteren, Weltevreden, N.I. Steenkolen Mij.<br> + J. Hildernisse, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + F. Hirschmann, Meubaboh. (Atjeh).<br> + W. Hofstede, Weltevreden.<br> + K.A. Holthuis, Weltevreden, Laan Wiechert 30.<br> + J.H. Hondius van Herwerden, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + H. Huykman, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Mr. H. ’s Jacob, Batavia.<br> +<span class="pagenum">[<a id="pbxixu" href="#pbxixu">XIX</a>]</span> +Java China Japan Lijn, Soerabaia.<br> + B.H. Kerkhoff, Medan. (Deli).<br> + R.A. Kern, Modjokerto. (Java).<br> + Mr. H.A. Kloppenburg, Padang.<br> + Prof. J. Klopper, Bandoeng.<br> + P. Knegtmans, Weltevreden, Tandjonglaan 2.<br> + Dr. T.B. Kolthoff, Weltevreden, Kramat 83.<br> + Kon. Magn. en Meteor. Observatorium, Batavia.<br> + C.A. Lens, Soerabaia, Koninginneweg 19.<br> + K.H.H. Leonhard, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Cornelis Los, Medan. (Deli).<br> + B.N.G.M. v.d. Maaten, Lho Seumawé. (Atjeh).<br> + J.B. de Meester, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + H. Meyer, Weltevreden.<br> + Mr. J.C. Mulock Houwer, Bandoeng.<br> + H.Th.J. Mutter, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.Chr.L. Nelissen, Weltevreden.<br> + C.M. Pleyte Mzn., Lembang (bij Bandoeng).<br> + M. van Rhijn, Lho Soekoen.<br> + P. de Roo de la Faille, Weltevreden, Koningsplein-Oost 18.<br> + L. de Roos, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + C.L.J. Rooseboom, Wonosobo, Onderneming “Bedakah”.<br> + J.C.F. Sandick, Palembang.<br> + W.H.G. van Santen, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + M. Schreuder, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + Secretaris Algem. Nederl. Verbond, afdeeling Batavia, Batavia, +Vioslaan 2.<br> + Mr. J.W. Sillevis, Semarang, Laan Hoogenraad 19.<br> + J.J.A. van Staveren, Batavia, Deprt. van Marine.<br> + J.J.J.M. Stooker, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + A. Tigler Wybrand, Weltevreden, Koningsplein 6.<br> + B. van Tricht, Weltevreden, Tjikini 8.<br> + Ant. P. Varekamp, Medan. (Deli).<br> + Vereeniging van Nederlandsche Gezagvoerders en Stuurlieden ter +Koopvaardij, Weltevreden, Rijswijk No. 1.<br> + P.A. Vergroesen, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + J.Chr. Viëtor, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + S. van Vleuten, Modjokerto, sf. Perning.<br> + J.J. de Vos tot Nederveen Cappel, Soerakarta.<br> + E.G. Wesselink, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij.<br> + L.G. Westenenk, Benkoelen.<br> + J. Wijnberg, Weltevreden, Kon. Paketvaart Mij. <span class="pagenum"> +[<a id="pbxxu" href="#pbxxu">XX</a>]</span></p> + +<p>LEDEN IN HET BUITENLAND.</p> + +<p><b>Europa.</b></p> + +<p><i>België:</i></p> + +<p>Bibliothèque du Ministère des affaires +étrangères, Bruxelles.<br> + Bibliothèque Royale de Belgique, Bruxelles.<br> + Emile Hostie, Antwerpen, Rue Vénus 35.<br> + Prof. F. van Ortroy, Gent.<br> + Universiteits-Bibliotheek, Gent.</p> + +<p><i>Denemarken:</i></p> + +<p>Kon. Bibliothek, Kopenhagen.</p> + +<p><i>Duitschland:</i></p> + +<p>Leo Bagrov, Charlottenburg (Berlin) Kantstrasse 30<sup>II</sup>.<br> + Dr. W.J. van Balen, Berlin, Unter den Linden 68<i>i</i>.<br> + Bayerische Staatsbibliothek, München.<br> + Commerz-Bibliothek, Hamburg.<br> + Landesbibliothek, Dresden N 6.<br> + Dr. O. Nachod, Grunewald-Berlin, Hagenstrasse 57.<br> + Preusische Staatsbibliothek, Berlin W.<br> + Universitäts Bibliothek, Göttingen.<br> + J.A.A.C. Ridder van Rappard, Weisenhauser Brök bei +Lütjenbürg in Holsteyn.</p> + +<p><i>Frankrijk:</i></p> + +<p>Bibliothèque Nationale, Paris.<br> + Bibliothèque Universitaire et Regionale, Strasbourg.</p> + +<p><i>Groot-Brittannië en Ierland:</i></p> + +<p>Michael C. Andrews, Belfast, 17 University Square.<br> + Bodleian Library, Oxford.<br> + British Museum, London, W. C.<br> + Francis Edwards, London, W., 83 Highstreet Marylebone (2 +subsriptions).<br> + John Kitching F.R.G.S., London, S.W., Oaklands Kingston Hill, Queens +Road.<br> + Library of the India Office, London, Westminster.<br> + Library of Trinity College, Dublin.<br> + London Library, London, S.W., St. James Square.<br> + Royal Colonial Institute, London, W.C., Northumberland Avenue.<br> + Royal Geographical Society, London, S.W., Kensington Gore.<br> + University Library, Cambridge. <span class="pagenum">[<a id="pbxxiu" +href="#pbxxiu">XXI</a>]</span> <i>Hongarije:</i></p> + +<p>Stadbibliothek, Budapest.</p> + +<p><i>Italië:</i></p> + +<p>Nederl. Historisch Instituut, Rome.</p> + +<p><i>Oostenrijk:</i></p> + +<p>K.K. Geographische Gesellschaft, Wien, Wollzeile 33.<br> + K.K. Hofbibliothek, Wien.<br> + K.K. Universitäts-Bibliothek, Wien.</p> + +<p><i>Rusland:</i></p> + +<p>Bibliothèque Impériale Publique, Petrograd.<br> + A. Lappo Danilevski, Petrograd, 1 Quai Nicolas, W.O. 118B.</p> + +<p><i>Scandinavië:</i></p> + +<p>Kong. Bibliothek, Stockholm.<br> + Kung. Universitetets Bibliotek. Uppsala.<br> + Universitats-Bibliothek; Kristiania.</p> + +<p><i>Tsjecho-Slowakije:</i></p> + +<p>K.K. Universitats-Bibliothek, Prag.</p> + +<p><b>Zuid-Afrika.</b></p> + +<p>Hollandsche Leeskamer van het Algem. Nederl. Verbond, Kaapstad.<br> + Public Library, Johannesburg.<br> + J.A. Strasheim, Stellenbosch.</p> + +<p><b>Noord-Amerika.</b></p> + +<p>American Geographical Society, New-York City, Broadway at +156<sup>th</sup> Street.<br> + Dr. A.J. Barnouw, New-York, 606 West 115<sup>th</sup> Street.<br> + Dr. E.E. Blaauw, Buffalo, 190 Ashland Ave,.<br> + John Carter Brown Library, Providence.<br> + W. van Doorn, Montclair, N. Yersey, 153 Parkstreet.<br> + Grosvenor Library, Buffalo, N.Y.<br> + Hackley Public Library, Muskegon. (Michigan).<br> + Harvard College Library, Cambridge. (Mass.).<br> + Hispanic Society of America, New-York, City, 156<sup>th</sup> Street +West of Broadway.<br> + Library of Congress, Washington, D.C.<br> + Mercantile Library, St. Louis. (Miss.).<br> + Newberry Library, Chicago, Illinois.<span class="pagenum">[<a id= +"pbxxiiu" href="#pbxxiiu">XXII</a>]</span><br> + New-York Public Library, New-York, N.Y.<br> + New-York State Library, Albany, N.Y.<br> + Provincial Library, Victoria (B.C.), Canada.<br> + F.M. Volk, Montclair, N.Y., North Fullerton Avenue 379.<br> + Yale University Library, New-Haven, Conn.</p> + +<p><b>Zuid-Amerika.</b></p> + +<p>Archivo Nacional, Rio de Janeiro.<br> + J. van Dorssen, Buenos Aires, Bmé Mitre 1265.</p> + +<p><b>Australië.</b></p> + +<p>Mitchell Library, Sydney. N.S.W.<br> + Public Library of South Australia, Adelaïde. (S. Australia).</p> + +<p><b>Azië.</b></p> + +<p>Asutosh Mukhopadhyay, Calcutta, Bhowanipem, 77 Russian Road +North.<br> + R. van Beuningen van Helsdingen, Singapore, Bukit Timah Road +484/2.<br> + J.N. Bouman, Hongkong. (China).<br> + Ecole française d’Extrême Orient, Hanoi. +(Indo-Chine française).<br> + Java-China-Japan-Lijn, Hongkong. (China).<br> + Java-China-Japan-Lijn, Kobe. (Japan).<br> + H.K. de Jonge Mulock Houwer, Singapore.<br> + Baron F. Otori, Tokio (Japan), 25 Mikawadai, Azuba.<br> + R. Pals, Hongkong, (China), York Buildings.<br> + Raden Haroen al Rasjid, Djeddah. (Arabië).</p> + +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a class="noteref" href= +"#xd0e13475src" id="xd0e13475">1</a></span> De secretaris houdt zich +voor opgaven van onjuistheden in namen of adressen ten zeerste +aanbevolen.</p> +</div> +</div> + +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> + +<h3>Beschikbaarheid</h3> + +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met +vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de +Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a class= +"exlink" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/"> +www.gutenberg.org</a>.</p> + +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie +team op <a class="exlink" title="Externe link" href= +"https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> + +<p>Publication Date: 1920.</p> + +<p>Ruim 350 jaar geleden strandde Hendrik Hamel, met een groep andere +Nederlanders op het eiland Quelpaert (Jeju-do) bij Korea. Hij werd maar +liefst 13 jaar in Korea vastgehouden, totdat hij in 1666 met een klein +bootje naar Nagasaki in Japan wist te ontsnappen. Zijn relaas was meer +dan tweehonderd jaar het enige ooggetuigenverslag van het leven in +Korea dat in het westen beschikbaar was.</p> + +<p>Een interessante website over Hamel (in het Nederlands, Engels, en +Koreaans) is gemaakt door <a class="exlink" title="Externe link" href= +"http://www.hendrick-hamel.henny-savenije.pe.kr/">Henny Savenije</a> in +Korea.</p> + +<p>Project Gutenberg catalogus pagina: <a class="pglink" href= +"https://www.gutenberg.org/etext/11467">11467</a>.</p> + +<h3>Codering</h3> + +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan +de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel +zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn +gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het +corr-element.</p> + +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen +gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele +aanhalingstekens.</p> + +<p>Het uitreksel uit de statuten en de ledenlijst van de +Linschoten-Vereniging zijn naar het einde van het werk verplaatst.</p> + +<h3>Documentgeschiedenis</h3> + +<ol class="lsoff"> +<li>2003-11-19 Added TEI Header.</li> + +<li>2009-07-26 Completed tagging and cross-referencing of index.</li> +</ol> + +<h3>Externe Referenties</h3> + +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn +dat deze links voor u niet werken.</p> + +<h3>Verbeteringen</h3> + +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> + +<table width="75%" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in +de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e2444">XLVI</a></td> +<td width="40%">Spanisch</td> +<td width="40%">Spanish</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4239">42</a></td> +<td width="40%">Hobson-Jobsonen</td> +<td width="40%">Hobson-Jobson en</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e4640">56</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7031">113</a></td> +<td width="40%">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> + +<tr> +<td width="20%"><a class="pageref" href="#xd0e7989">151</a></td> +<td width="40%">Oost-Indie</td> +<td width="40%">Oost-Indië</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht +de Sperwer, by Hendrik Hamel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHAAL VAN HET VERGAAN *** + +***** This file should be named 11467-h.htm or 11467-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/1/4/6/11467/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team. + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> + diff --git a/old/11467-h/images/book.png b/old/11467-h/images/book.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..963d165 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/book.png diff --git a/old/11467-h/images/card.png b/old/11467-h/images/card.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..69f4fd4 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/card.png diff --git a/old/11467-h/images/cover.jpg b/old/11467-h/images/cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c307d24 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/cover.jpg diff --git a/old/11467-h/images/external.png b/old/11467-h/images/external.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba4f205 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/external.png diff --git a/old/11467-h/images/logo.gif b/old/11467-h/images/logo.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..57ed24b --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/logo.gif diff --git a/old/11467-h/images/map.jpg b/old/11467-h/images/map.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e151e13 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/map.jpg diff --git a/old/11467-h/images/maph.jpg b/old/11467-h/images/maph.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ceac327 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/maph.jpg diff --git a/old/11467-h/images/ms1.gif b/old/11467-h/images/ms1.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..630a8c8 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/ms1.gif diff --git a/old/11467-h/images/ms2.gif b/old/11467-h/images/ms2.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..78e3979 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/ms2.gif diff --git a/old/11467-h/images/p01.gif b/old/11467-h/images/p01.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3cabd9e --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p01.gif diff --git a/old/11467-h/images/p02.gif b/old/11467-h/images/p02.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1dca5a7 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p02.gif diff --git a/old/11467-h/images/p03.gif b/old/11467-h/images/p03.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9c93a8e --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p03.gif diff --git a/old/11467-h/images/p04.gif b/old/11467-h/images/p04.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d13d953 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p04.gif diff --git a/old/11467-h/images/p05.gif b/old/11467-h/images/p05.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..0571909 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p05.gif diff --git a/old/11467-h/images/p06.gif b/old/11467-h/images/p06.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9b7cf8b --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p06.gif diff --git a/old/11467-h/images/p07.gif b/old/11467-h/images/p07.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..dd9c2be --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p07.gif diff --git a/old/11467-h/images/p08.gif b/old/11467-h/images/p08.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..660fa02 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p08.gif diff --git a/old/11467-h/images/p09.gif b/old/11467-h/images/p09.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2e499c2 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/p09.gif diff --git a/old/11467-h/images/publogo.gif b/old/11467-h/images/publogo.gif Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7c57f32 --- /dev/null +++ b/old/11467-h/images/publogo.gif diff --git a/old/old/20040305.11467-8.txt b/old/old/20040305.11467-8.txt new file mode 100644 index 0000000..da09ad3 --- /dev/null +++ b/old/old/20040305.11467-8.txt @@ -0,0 +1,9720 @@ +The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de +Sperwer, by Hendrik Hamel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.net + + +Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer + En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland + Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene + beschrijving van dat rijk + +Author: Hendrik Hamel + +Release Date: March 5, 2004 [EBook #11467] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + + + + + VERHAAL + + VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT + + DE SPERWER + + EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN + HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK + + DOOR + + HENDRIK HAMEL + + UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK + + + + 'S-GRAVENHAGE + + 1920 + + + +INHOUD. + + +VOORBERICHT +Gebruikte afkortingen +INLEIDING +JOURNAAL +BIJLAGEN: + + I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen + II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen + III. Gegevens betreffende schepen: + + A. Het jacht de Sperwer + B. Het jacht Ouwerkerk + C. Het quelpaert de Brack + D. Het schip de Hond + + IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea + V. Personalia: + + A. Nicolaas Verburg + B. Cornelis Caesar + C. Iquan + D. Martinus Martini + + VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65 + +BIBLIOGRAPHIE +GERAADPLEEGDE LITERATUUR +BLADWIJZER + + +PLATEN: + + +Facsimile van de eerste bladzijde van het HS +Facsimile van een gedeelte van het HS +Kaart van de tochten van Hamel + + + + +VOORBERICHT. + +Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende +van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan +is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het +door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, +opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk +te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van +1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij +landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim +twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing +en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige +rijk en zijne bewoners. + +Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, +kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar +verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat +hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de +Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van +Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te +vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan +een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot +de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat +ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen +van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra +mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is +gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen, +ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom +de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal +uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar +oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van +het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden. + +Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen, +dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel +nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke +niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden, +noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich +zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er +vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats +is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van +de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden." + +Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben +drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op +mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honoré Naber gaf blijk van zijne +belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger +Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie" +voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff, +heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne +zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van +het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van +Ned.-Indië, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn +geweest. + +Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel +van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt +en belangstelling vindt. + +Den Haag, 1920. B.H. + + + +GEBRUIKTE AFKORTINGEN. + + +Dagr. Bat. +Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts India. + +Dagr. Jap. +Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan, +eerst te Firando en later te Nagasaki. + +Res. +Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indië. + +Gen. Miss. +Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII. + +Patr. Miss. +Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische +Regeering. + + + + + +INLEIDING. + + +Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht +der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en +gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken +zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren +van Oost-Azië voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden +nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis +van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het +waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden, +gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke +op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun +wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken, +omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van +ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en +nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre +hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang +in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea, +was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer". + +In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de +benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa +[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2], +die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook +geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit +"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie", +een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt, +discretie ende cloeckheijt" [4]. + +Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche +kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen +vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die, +onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen, +de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering +was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte +minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval +was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden +waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7]. + +Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke +ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het +ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde +te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden +dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten +de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag +te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt". + +Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone +van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou +wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China +tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, +zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en +zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft +de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet +ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's +bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In +1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed +een einde te maken. + +Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering +van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de +Ordinaris Raad van Indië Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten +vóór desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming +aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel +Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de +voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal +Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12]. + +Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren +en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indië Cornelis Caesar +[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als +Gouverneur sich... te vervoegen" [14]. + +Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker +een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken +staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne +familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn +transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was +dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge" +naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te +laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef +en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de +behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan +"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18]. + +Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer" +misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus +"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden +Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht +de reis ondernomen [19]. + +Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa +niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den +16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan +het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende +tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was +uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21]. + +Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te +hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte +schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis +naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen +enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de +veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in +den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie +het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het +"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen. + +Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het +hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet +te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen +voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer +omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan +dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo +veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig +hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was. + +Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de +Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden +daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25], +bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende +eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden +hadden dankbaar gestemd te wezen [26]. + +De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27], +zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis +hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht +toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin +van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat +eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op +een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich +hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September +1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van +"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven +der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders +[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze +acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren +bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot +een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch +land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan +was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren +lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het +leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het +eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van +Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan +dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt +bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord +waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden, +van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een +landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw vóór hen in +Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt. + +Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat +hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het +vaderland en in Indië was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia +was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden +Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia +[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft +gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, +zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo +aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog +niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op +den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld +zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip +aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij +hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34]. + +Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, +was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo +werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten +[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een +vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van +den 23en October 1666 met de "Espérance" naar Batavia te zeilen, +konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen +nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel +de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om +bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar +(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde +maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op +de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November +1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40]. + +Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik +Hamel bleef voorloopig in Indië [41]--de reis naar het vaderland +ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn +zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens +het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het +schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan +"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel +en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven +monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven +schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden +noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld +dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde" +[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou +hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard +door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in +het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van +bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen. + +De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te +veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht +zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen +zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben +verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten. + +Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen +behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens +komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn +gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de +gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers +zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel +[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul +op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad +van Indië op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van +gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage +toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki +waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage +met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de +goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48]. + +In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren +XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak +maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit +commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder +hen verdeeld [49]. + +De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten +daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing +onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six, +de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen +welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio +van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus +officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien +van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te +Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche +gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven +schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te +danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53] +en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar +Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en +September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten, +den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd +dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren, +was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die +het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land +der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf +voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of +Nederlander geleek" [55]. + +De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een +paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen +dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan +het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat +de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, +werd aangehouden [56]. + +Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te +Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in +dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om +Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door +ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den +27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar +Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij +Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker +tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge +zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59], +terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou +hebben gebracht [60]. + +Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde +schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet +vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven +boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch +verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om, +gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van +hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel +als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De +uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet +te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 +was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept +[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs +minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in +het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over +Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche +bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is +geworden [62]. + +Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar +en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen +zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke +zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands +omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer +blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en +zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige +geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van +[65]. + +Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij +hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer" +nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij +mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens ééne uitzondering, +hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten. + +Eén hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat +zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen +verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de +Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van +het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen +en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea +was bijgebleven. + +Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia +de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen +[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand +nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer +Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indië +niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden +omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren +over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte +te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit +rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het +Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met +"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar +en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan +"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook +is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in +de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de +Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs, +dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam +[68]. + +Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit +geweest van zijne lotgenooten die vóór hem, den 20en Juli 1668, in +het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter +inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van +uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden +ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te +lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in +het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen +als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen +in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over +Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk, +zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs +de eenige van zuiver westersche herkomst. + +De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens +hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie +"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn +werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de +Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden +te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij +evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld, +heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar +dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt. + +Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad +in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen +over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In +den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel +is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders +die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en +gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te +zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens +elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde +schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet +over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal. + +In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 +verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger +geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft +kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die +in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt +omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt +gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als +zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier +Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam, +die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester +Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd. + +Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft +gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea +in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij +begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt +hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met +de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl +hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by +d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de +inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede +de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent +Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't +eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt: +"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron +is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche +woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland +zelf daarmede was aangeduid. + +De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op +eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke +samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande +ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en +veracht" [81]. + +Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal +diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben +gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd +waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig +voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich +zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen +is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die +beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een +paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde +[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in +Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave +zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan +het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen +de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar +onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen. + +Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche +vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het +nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling +op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en +bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan +de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan +de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van +eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk +een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen +begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87], +zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn +Journaal niet is bekend gemaakt zòò als hij het heeft samengesteld. + +Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. + +In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's +Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig +[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in +handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande +dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's +Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit +Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een +exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande; +om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten +dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het +vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven. + +Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen +Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal +bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer +Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het +"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective +quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn, +Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende +Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij +respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en +wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene +brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven +maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister +gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de +Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree, +sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666." + +Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is +samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs +verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89] +en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk +zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren +aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als +van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de +samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de +aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap +nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk, +zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden +zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de +ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het +Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan +een ander is toegeschreven. + +Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift +is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen +vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die +copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten. + +Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen +het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening +in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de +Indische Regeering heeft aangeboden? + +Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden. + +Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki, +zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het +opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in +de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666) +[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven +door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat vóór het +vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou +afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan +zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig +hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk +den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop +het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen +de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan +de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand +gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor +die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht +aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië afkomstig wezen, +welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91]. + +Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld, +door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan +naar Indië, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens +de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde +hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen +echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte +verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich +niet zal hebben schuldig gemaakt. + +Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden +exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, +maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije +vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid +van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt +verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia +oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden +van een andere hand is dan de tekst van het afschrift. + +Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk +heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen +sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren +gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 à 20 jaren" hetgeen is +veranderd in "17 à 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze +nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte +Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op +zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke +van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiïst +valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor +dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt +afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de +oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst +door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de +verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten +dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, +ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's +medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen. + +Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan +ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden +en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het +eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld +en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord +zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's +makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen +in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd +en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen +enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, +door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij +hunne aankomst te Nagasaki. + +Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald, +is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te +weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's +tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou +het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen +had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn +Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings +weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden +gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist +zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en +zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een +oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven +wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt; +de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt. + +Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid +en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders +heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek +dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat +hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea +gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao +1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op +de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip +toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is +aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel +dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning +aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist +hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan +een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van +de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's +avontuur te boek heeft gesteld. + +De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet +wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders +worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd +naar Indië ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam +was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche +omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met +ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog +de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats +van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet +groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van +een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige +beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke +verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin +van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen +schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis +gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is +geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel +was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98], +hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden +neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen +dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer +bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij +voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp +zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo +verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien +al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren +des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99], +hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer +in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen +aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea +tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende +hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt +gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere +armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat +stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om +tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen +wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest +geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen, +maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting +is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op +te maken. + +Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben +gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden +de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, +maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze +boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel +teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en +heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals +een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel +gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over +gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel +uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven, +maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen +nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en +ondervonden aan anderen mede te deelen [102]. + +Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen +van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst +bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten +op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend +heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van +zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat +zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen +toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de +juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104] +en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij +die berichten in zijn Journaal, welke voor contrôle vatbaar waren, +elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor +de overige op zijn woord te gelooven. + +Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende +gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan +te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in +de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal, +hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen +is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn +genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben +verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk +op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea +ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving +de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk +valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf +voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid, +daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke +gegevens ten dienste staan. + +De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht, +heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den +conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar +maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst +tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten +voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd +om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken +met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel +uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste +nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend +bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis +voor Hamel's geloofwaardigheid [106]. + +Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van +land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in +lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne +beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor +dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken +[108] hem zelfs niet noemen en één hunner aan de zooveel later in +Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft +van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf +aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken +daar te lande [110]. + +De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, +zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot +uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had +op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de +havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners, +Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112]. + +In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of +Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en +latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog +[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag +met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd +nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn +land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen +den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden +welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een +gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad +van den Keizer van China als suzerein van Korea [115]. + +Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea +geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding +vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar +herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen +onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in +hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten +dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun +verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's +Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende +weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht +aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen. + +Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart +hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer +met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen +voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor +oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar +de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking +tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot +ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier +vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood; +schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch +in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun +geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging +van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben +eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld. + +De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van +waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners +in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daïmio van +het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie +ten goede kwamen [120]. + +Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien +handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen. + +Lang vóór andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten +en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners +van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de +eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij +van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche +zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in +zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste +berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland +omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen. + +Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden +Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123] +(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman +was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610) +om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het +eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen +gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126], +doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te +bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van +den Daïmio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook +het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610 +[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter +verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest +om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea", +waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later +[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis +geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker +[129]. + +Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn +geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in +andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin +verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest +aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor +geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis +welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover +misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren +bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen +Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het +krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in +de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben +gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648 +niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben +afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor +het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar +Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent +de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend +dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een +avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt +van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners +en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons +bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt +aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135]. + +De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land +Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid. + +Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental +schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige +voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met +Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te +Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en +de Raden van Indië hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde +schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch +anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting +konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene +onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China +en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken +voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138]. + +Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben +ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van +het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche +land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in +Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken +dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan +zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben +geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard +gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan, +heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en +Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor +goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het +jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143], +is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het +geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar +zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht. + +Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter +sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo +[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van +Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw, +destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in +die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar +een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd +[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden, +de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146]. + +Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk +van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat +Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is +eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men +vindt dat al in 1648, vijf jaren vóór het vergaan van "de Sperwer", +van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148]. + +"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene +aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam +zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier +Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der +17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart +was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen, +van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en +geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt +voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip +zal hebben ontleend. + +Inderdaad heeft meer dan één Compagnie's "quelpaert" vóór 1648 de +wateren van Oost-Azië bevaren. + +Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de +Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack" +[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de +Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640 +uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het +vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia +aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype +luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs +zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee +of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII +spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot +'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t' +Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t' +Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt +door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was +als de in Indië beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip +was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als +het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van +deze soort in Indië verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden +en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden +("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher"). + +Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering +van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas +kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na +aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van +1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het +koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam. + +Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten +volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan +had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen +verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen +uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen +[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de +komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer +zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen +ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in +den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren +handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat +van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan +Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te +Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot +de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar +met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel +de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk +te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel +gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer" +in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar +over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen. + +Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt +om van Taijoan naar Japan te worden gezonden. + +Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de +Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit +over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog +toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek +waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet +kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden +genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao +en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking +Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar +doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158]. + +Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de +Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In +hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het +roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de +kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van +de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk +zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland +een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch +ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige +Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van +den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet +zou worden vergemakkelijkt. + +De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te +weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de +aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland +[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding +te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit +Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa +vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met +rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te +Batavia van zelf [163]. + +Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa" +was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat +de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester +gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit +zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als +adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die +taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al +was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene +maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan, +liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand +van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug. + +De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn +betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of +van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland +is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige +ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het +Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie" +op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van +Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite +waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks +betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie +tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert", +misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere +belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt +[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis +van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit +den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet +genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in +zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding +ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, +die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het +eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168] +waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders +bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart +waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, +is die van Joan Blaeu van 1687 [170]. + +Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt +aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid +dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert +de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvóór noch daarna is dit +"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het +geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind" +en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten +kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na +1642 en vóór 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden +met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, +kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit +gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa. + +Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten +wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben +met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger +tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar +wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke +rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171]. + +De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht, +evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien +een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht +van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de +aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder +welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan +nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het +woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals +"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen +zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en +"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van +luipaard. [172] + +Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis +kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten. + +Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote +bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen +hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik +Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij +op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in +1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's +Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 +met de "Vogel Struijs" in Indië was gekomen, [174], welk schip den +6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175] +en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176]. + +Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek +stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa +verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur +Generaal Wiese naar Indië toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en +tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd, +oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen +op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen" +[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indië +gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan +de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens +tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f + 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de +bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot +f 30 pr maand werd verhoogd. + +Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia +is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, +toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland +was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het +licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van ± 1734, +waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn +opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar +Oost-Indië gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is +door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en +aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan +en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indië +en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den +12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren +uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van +Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht +Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179]. + +Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de +oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om +door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar +zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen +[180]. + +Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen +zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de +aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal +aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk +veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de +verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal +opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers +van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren +eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen +aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch +schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de +tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne +lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams. + +De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte +stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik +gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief, +eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie +in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden, +wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar +ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken +van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke +hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien +inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren. + + + + + +JOURNAAL + + +[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen +Raaden van Nederlants India.] + +Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van +'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve +Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree) +hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en +ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int +selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van +die natie ende gelegentheijt van 't land. + +Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden +van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en +Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl +gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van +Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh +van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer +een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende +op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen +ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr +ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert; +naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden, +sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen, +om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen. + +Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een +storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer +hoe meerder toenam. + +Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht +bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t +selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat +bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve +ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt +een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert +den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij +[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip +verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer +(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren +vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te +sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs +strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte +comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders +geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende, +bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden. + +Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq +verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden) +stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen, +als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende +onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen; +hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte. + +Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde, +sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen +beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte. + +Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden, +sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door. + +Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten, +gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan. + +Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met +verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen +conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh +slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen +regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het +meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op +'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen. + +Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende +malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een +hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met +pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door +de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet +anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen +den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191] +ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel +los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te +verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te +maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck +slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over +quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was, +eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende +'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een +weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge +der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te +wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]] +over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee +spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep: +mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael +soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent +niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192], +riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent +een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten +regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten +terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193], +dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen +stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick +met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh; +degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden +om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer +betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende +d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende +waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter +niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende, +hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de +donckerheijt niemand bekennen ofte helpen. + +Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog +eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog +ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor +den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de +meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int +vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt +leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te +overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij +sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in +spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier +uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant +gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam +ontrent 10 à 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft +doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 à 7 matroosen, +die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige +victualie (alsoo in de laetste 2 à 3 dagen weijnigh hadden gegeten, +doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken) +aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een +vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met +een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam; +waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte +vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; +tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo +veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met +malcanderen voorden regen te schuijlen. + +Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al +na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer +weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste +was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int +minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent +een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam +steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een +musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en +deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer +toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer +(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, +maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met +malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij +eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; +tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die +ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden. + +Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen +den middagh quamen wel 1000 à 2000 man soo ruijters als soldaten +bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre +staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199] +ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij +'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals, +waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer +hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de +aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten, +ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck +was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden +tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen +haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien +souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden, +maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al, +dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also +malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient +bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den +overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij +malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie +hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]] +welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten +ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij +verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen; +nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand +geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om +ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae +'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij +malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te +eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden +'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202]. + +Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen +ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden; +de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland +(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede +een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de +klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, +smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren +ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap +bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven. + +Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't +yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee +stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote +als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen +wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van +neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons +tweemael daegs wat eeten. + +Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat +ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te +worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden; +de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int +bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen +hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie +gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen, +sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent +een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de +toonen vande voeten vielen, ider 30 à 40 slagen; smiddaghs wesen +dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die +om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste +in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende +soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent +Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen +in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal +dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst. + +Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten, +aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen, +het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206] +sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland, +bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor +'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een +coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten +dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude +gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer, +oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen, +ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen +van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort +was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de +voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten; +een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een +groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck, +ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij +vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij +conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet +hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; +terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer +4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; +alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met +beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet +conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een +wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden +was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten; +liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot +onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog +de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten +daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck +water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, +soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des +Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij +na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te +doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx +'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over +zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven +aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs +mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer +konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende +cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx +bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont, +ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels +voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te +vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden +met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten +ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin +soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan +gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam; +liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens +mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude. + +Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman +ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem +comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, +vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot +antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon +te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel +praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot +nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck +ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders +van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende +naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer +Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, +zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland +vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende +waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman +ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan +Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt +'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck +naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree +vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant +gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met +de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door +gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij +'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck +Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met +den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden +hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant +gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat +hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert +gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende +hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde +malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer +Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen, +zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij +senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden +versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke +troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen +niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van +een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was +te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders +tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren +geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met +ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en +volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons +voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den +eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur +gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den +eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, +om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, +ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; +liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper +Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen +hadden hem bekent te maken. + +Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den +ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten +hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten +mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur +liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden +weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere +kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te +behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen, +gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter +daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel, +liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was, +dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste +land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden +wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter +haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle +de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte. + +Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons +terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met +een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door +contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort +dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude +den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen, +den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste +versach om vordere clachten te mijden. + +[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen +gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs, +geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat +indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb +garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses +man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven +alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de +tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven +zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven +inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende +of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende, +conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van +April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie +vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben; +een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't +getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande +honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden, +dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren. + +Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer +vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt +gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap +sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een +man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting +[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, +ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede +te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck +die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant +dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden +was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer +mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende +[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen, +door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; +die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap +niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij +met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft +gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van +de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort +gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na +de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een +ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse +bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort +te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent +ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met +malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde, +liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting +om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222], +voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs +gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur +gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; +den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten +van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande +andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende +straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet +vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde, +waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn +vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen +was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te +sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock +ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, +boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent +een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen +ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden. + +Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt +als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 +a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende +binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van +daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende +door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op +varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer +Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront +ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan +verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer +volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en +koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq +opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden, +bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh +vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen +daerse rijs planten. + +Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck +tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot +blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 à 7 dagen +daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende +eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off +'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet +hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door +dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck +waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie +wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out +gevangenhuijs gebracht; 4 à 5 dagen daer aan de wint goet waijende, +gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren +gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder +zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts +onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten +ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden; +des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt +gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij +malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was +aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te +paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts +is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert +'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande +stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken +te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent; +des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad +genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden +dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer +hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231]; +nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen +dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten +weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233]; +naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen +savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden +Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder +vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor +een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, +alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen +savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt +vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert +vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238], +gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen +daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten +des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio +[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff +hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen +inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt; +naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende +dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243] +ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren +ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde +stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden +ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck +aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen +gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die +aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht + +zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden +'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse +Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten +geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat +'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen, +van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren, +dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]] +senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te +geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree +vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt +zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat +hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen, +singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier +ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet +om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken +ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs +worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem: +Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247] +van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 +cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op +onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat +voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters +uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap +[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot, +met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem +mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder +gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden +voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx +dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6 +maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, +ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des +maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij +den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees +(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den +veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare +wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee +stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien, +ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij +veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende +kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van +'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen +geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, +door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, +ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert +waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van +houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden +int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van +'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot +bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door +dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden +haelden en voor 't geckje hielden. + +[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt +te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans +gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te +worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op +een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, +waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier +houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt +voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen +kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den +2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven. + +Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande +stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer +volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen. + +Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude +ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem +belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van +'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende +hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255] +ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor +de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met +malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout +halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, +'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende +moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest +Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever +willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257] +gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen, +ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van +'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo +den winter daer mede door. + +[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben; +wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer +den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van +Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om +branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant +daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse +gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende +soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden +opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende, +stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants +voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie, +dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor +volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen +den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude +logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]] +offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op +den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen; +wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt; +voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer +niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten +onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om +dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen +opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport +gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door +storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren, +belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven +tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter +gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck +ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma +gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude +openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en +de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na +de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na +eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende +bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen +doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de +gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259]. + +In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij +den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen +den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland +weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom +onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck +best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip +was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een +matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder. + +In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende +quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende +op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter +2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen +eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets, +waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in +een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot +dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham +sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer +gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken +ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende +in haer lant te houden [261]. + +[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder +om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel +bewaren. + +[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael +geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden +ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om +ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet +wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste +ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste +seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een +van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo +lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck +de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq +openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede +luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was +ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende +was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens +ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer +leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer +daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij +passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer +over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, +hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van +veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen +van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij +voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer +swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262] +gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs +smaents toe leijde. + +Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken, +bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een +mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen +sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't +laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben; +wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren, +passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en +paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq +geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende +aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken, +ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt +Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is +de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van +die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx +brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste +overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't +verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons +te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent +[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs +daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie +maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck. + +In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen +hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren +om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet +boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen, +conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons +wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe +logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij +tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte +raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden. + +[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over +eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last +opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene +man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van +groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in +hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als +de inwoonders. + +In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den +voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons +vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten +'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen, +twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo +in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en +sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren. + +In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste +met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders +aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde, +dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met +'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door +'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op +handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om +wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen +schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het +selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende +rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien, +alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een +half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor +leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij +ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen, +ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer +droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij +buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel +sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door +te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom +een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen. + +[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden, +ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen +weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde +ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog +alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven +'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het +een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr +was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij +beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont, +te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan +zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel +op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of +ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't +gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen. + +[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met +consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in +des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp, +sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270] +sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den +ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig +nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet +verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben. + +Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont +een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen +ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij +ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de +vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het +navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas, +door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas +uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen; +conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert +door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden +reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen +storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen, +alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden +en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken +ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen +door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en +arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272], +bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van +de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273]. + +[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt +is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en +N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a +75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275], +heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276] +ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden +aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen, +door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck +ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de +menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast, +daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt +nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent +25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer +Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst +toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer +voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande +West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt +aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande +noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant +gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare +zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als +andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden +December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh +[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn, +ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in +ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan +nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben +aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen, +offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare +zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van +d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, +ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is; +kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over +'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons +volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien +dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw +mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om +laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer +sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet +te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met +garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de +coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke +quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man +haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende +vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise +[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese +en Japanders verhandelt wort. + +Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283], +hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen, +sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen +particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte +dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en +slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, +ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden +Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder +aanden Coninck vervallen. + +Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx +stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden +ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d' +vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden, +alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende +soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die +heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn +capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier +vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende +yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op +schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den +Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn +landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer +geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met +een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen +'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende +storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben +musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh; +elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende +soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters +onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op +'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese +worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben +mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, +sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op +schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, +'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn +dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen +zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen +wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx +dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, +hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te +brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een +vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff +een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden; +slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer +mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden +met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn +gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken +riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers; +gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken; +elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt +ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen +wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout +ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij +deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666 +aan onsen admirael gesien hebben [289]. + +Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de +rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int +hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij +vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met +raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck +in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer +leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen +alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot +hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende +vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de +meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer +tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te +dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van +alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren +dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten. + +Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den +Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt; +heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte +zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest +tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt, +voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer +eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck +haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer +de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder +naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de +oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden +die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst +daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle +cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters +en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden +ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en +soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets +te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck. + +[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet, +die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten, +worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden +tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs +weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert +te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige +sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken +wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft, +gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die +vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer +voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende, +naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock +aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen +ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet +in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was, +ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden +sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove +in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te +meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, +een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den +Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen +gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende +slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't +geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, +wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde +gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert +edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, +tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve +stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken, +worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert; +deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer +gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn +vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen +gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over +niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer +Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen +worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een +cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere, +nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij +de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den +overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele +lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel +gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden +buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe +staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens +onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde +vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot +somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht +met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden +rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders, +door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft; +die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2 +a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt, +ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het +opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt +en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de +kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien +om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene +gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter +doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse +van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een +stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand +breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer +sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter +ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken +off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3 +a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen, +totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die +worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de +knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op +d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij +een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken +een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten +soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen +sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen, +strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte +op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een +enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst +nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand +breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de +doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger +dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje +de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als +'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende +rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght; +de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer +sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294]. + +[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten +belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie, +maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele +weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen, +achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand +'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen +eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer +dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij +aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden +ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te +zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen +comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer +reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met +vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende +nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer +te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel +doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor +straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent, +ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen; +disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door +'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee +mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met +'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende +andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn, +leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie +bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn, +ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10, +20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder +huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen, +mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de +misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij +onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet, +alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als +'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden +niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij +opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper +papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt, +worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx +papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de +gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden +te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet +eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair +ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren; +diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde +billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair +wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo +dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen +moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen +[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel +te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense +voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor +hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen +sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, +twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij +haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; +daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen +der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende +mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten +ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de +papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer +vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte +tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij +seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door +'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen, +door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met +hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters, +alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen, +ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve +meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, +wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de +vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx +stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van +gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden +d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende +grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen +Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300]. + +Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel +fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien +yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs +met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest +met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een +muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op +houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven +worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en +van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit +papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, +daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm +[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer +met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, +boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen +cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder +huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, +nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten +hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn +is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen +en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand +mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben +gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te +doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq +en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten +ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]] +tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als +'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck +huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en +op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende +groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen +ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden +wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een +of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo +veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende +met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij +d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten +wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor +de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant +land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden +vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt. + +Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde +lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte +vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen +gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs, +tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen, +soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als +hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn +vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders +ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met +malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al +had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen, +maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is +geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende +den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft, +sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in +huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten +in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a +3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de +huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen +die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als +slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man +d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen, +waerover dit lant soo vol menschen is. + +D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen +dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel +onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende +dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende +d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot +grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is +te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]] +uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is +een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om +de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort +[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van +haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden +bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn +provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie +om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den +stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij +denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't +selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste +gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert +te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt +soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn, +alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert, +om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden +bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck; +dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer, +door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede +vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die +sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven +eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als +'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel +van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat +wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen, +moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde +kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh +reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt +connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over +haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren +rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening +waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende +een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen; +mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen +te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen +niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange +rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; +om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, +wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft +met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt +waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes +d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen +haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als +daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs +de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken; +sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen +bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en +comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol +nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt; +sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs +van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens +van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse +begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer +clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden +'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel +vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen, +de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden +dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende +hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, +5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer +voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van +steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende +wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo +sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer, +wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310], +dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben; +daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet +doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en +op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, +'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden. + +Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't +gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft +den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten; +de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben +noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part +int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen +tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80 +jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen +doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer +altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen +sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311] +d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden. + +Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]] +natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen, +men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn +stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen +schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een +coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden +en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste +goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende +seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde, +ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een +vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat +over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert +vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander +Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't +ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden +die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen +waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen +soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is +mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese +schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn, +deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle +broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet +sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen; +sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck +zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp +daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe +gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt, +dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen +d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge +te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken; +de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met +vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte +is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende. + +Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder +malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't +eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie +hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper, +sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen, +met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht +worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in +Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin +ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over +lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote +coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen +ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn; +de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314], +elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel +met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere +granen. + +Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was +vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle +dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter +soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen +recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen, +voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt +om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen +ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is, +ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; +dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit +ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij +Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316], +dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte +Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de +Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq, +alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende +planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst, +soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom +nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck +gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende +nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden +worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht +wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan; +Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer +oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer +maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende +rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet +en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen +noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden +en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken. + +Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van +nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en +hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de +zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; +als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende +meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer +vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct, +alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen +[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; +de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, +wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte, +aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel +om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo +den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken +ende vernielen. + +De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden +aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene +man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt, +den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te +swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs +goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen, +doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte +is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China +gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote +en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan. + +Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten; +stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte; +d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen, +den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers +sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert +worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen, +katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte, +swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels, +arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen, +fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven, +met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet. + +Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer +spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om +te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen; +spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten +ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte +principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese +wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende +de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't +loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs +gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen, +mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man +niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen +ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, +doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer +licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet +alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel +geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken +reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't +opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in +veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte +andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende +diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse +niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen, +elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met +lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet; +weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen +d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen +malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt. + +Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte +zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een +wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem +an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken +voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende +gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte +lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers +vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect +vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs +vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een +secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten +cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben, +'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen +is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer +ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer, +welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij +haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde +daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte +andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste, +'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op +voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste +uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand +ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden +aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster +open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger +sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert, +moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, +waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit +van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet +den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem +[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn +logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den +Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende +buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet; +daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte +versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen +in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de +straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a +3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters +comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met +den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle +middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn +heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325]. + +[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin +van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, +veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste +conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt +meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die +in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt +nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten +bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer +conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse +vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste +wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten. + +Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie +andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien +[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit +verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen, +huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren, +'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in +een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen +te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen +[329] tot groote blijschap verandert. + +Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende +sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten +bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken +en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, +dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende +Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een +stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in +een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij +des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die +aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]] +een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden +op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer +brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande +provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont +van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen +als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man +te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae +sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een +straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende +swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont +voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen, +door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten, +int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de +beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te +last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen +te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij +suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt, +de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden +als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden +nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig +inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden, +dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om +wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude +continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten +naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel +te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30 +dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen +deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden +bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664, +dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte +tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder +eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende +belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden +deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs +te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij +bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons +soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet +mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen +hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende +groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende +gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels +waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, +daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden +licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh +hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende +zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E: +opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons +den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een +ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij +om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels +sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden +alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen +daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige +menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent +ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx +opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, +lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, +wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft +ende voor sijn leven wegh gebannen. + +Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met +staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander +int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende +[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat +den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als +mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters +en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat +haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij +avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant +leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op, +behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven, +te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke +teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den +Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren; +d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen, +wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op +dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert +ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde +twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335] + +[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best +om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten; +hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde +ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den +Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen; +onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van +hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de +gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met +malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens +in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int +leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven. + +[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder +quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een +grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel +vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt +seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe +ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten +verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken +gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den +Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn +vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden +voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag +gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende +[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen, +quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen, +die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer +sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie +souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke +vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij +van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met +bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat +ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons +geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan +sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als +anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop +ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae +wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren, +maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer +aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel +den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't +jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam +ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te +[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer +viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn, +ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder +haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef, +den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde +scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest +omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen +sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen. + +In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d' +voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem +touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck +was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur +gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in +geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan, +indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten; +indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen +hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te +verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn +naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo +tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger +sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden +ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met +'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben, +ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde, +ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel +te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen, +alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn; +sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen, +willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt +en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx +van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen; +vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman +ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met +cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde +mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met +'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende, +wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer +t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen; +die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg +cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh +ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was, +scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert, +seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot +man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden +hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese +meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende +wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont +versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle +'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo +'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was, +onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman +wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus +Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien +ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden, +die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende +mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig, +was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen +dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven +bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder +gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al +weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder +ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen +over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van +branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het +ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer +al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder +achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg +brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met +malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water +ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg, +gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg +waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren, +ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende, +d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde, +cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en +lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een +vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt +vreese oft een wacht mochte geweest sijn. + +Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son +wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt +vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent +'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt +den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge +Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt +d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt, +waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden. + +Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse +eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren, +soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende +alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons +onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren, +seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om +in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst +seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt. + +Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de +eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen), +om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des +naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag, +maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter +agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte, +de wint van agteren, den geheelen nacht door. + +Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest +hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in +zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee +gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij +genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te +crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; +half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende +aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren +ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer +wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee +houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende +ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons +ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als +zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh +haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet +had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie +uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met +stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, +maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken +ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince +vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse +eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken +en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken +ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden; +quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer +vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp +al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde, +ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog +een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende, +dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten +leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen +malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al +gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden +dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat +trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het +niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam +daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort +alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de +derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij +Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky +waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden +souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren, +ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen, +waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen +quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op +een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen, +om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter +gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect +hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen +dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater +geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh. + +Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg +ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van +toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten +'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer +in droog te sitten. + +Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs +lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't +eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen. + +Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in +sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen +'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee +groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant +gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over, +ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde +baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker +ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; +waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder +daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs +presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen. + +Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van +'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347] +hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur +overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht, +ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons +als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer +dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel +ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, +belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen; +daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de +Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel +onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer +voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen +segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet +genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt +ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft +verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige +verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken, +waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn. + +[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende +den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de +schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt +hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den +Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden. + +Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde +gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder +voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349]; +sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht. + + +Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste +ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet +daer op geantwoort. + +Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen. + +Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen. + +2. + +Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip. + +dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm +die vijf dagen duerde, hadden verlooren. + +3. + +Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut +op hadden. + +Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt, +hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken. + +4. + +Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de +gelegentheijt van dien. + +Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer +volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen. + +5. + +Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest +waren. + +Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan +gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur +d'heer Verburgh te verlossen. + +6. + +Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie +doen alhier opperhooft was. + +Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte +vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr +Coijet als doen regeerende opperhooft was. + +7. + +Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven. + +Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat +naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh +inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten. + +8. + +Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden. + +Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles +[[42]] goets, gaven ons eten en drincken. + +9. + +Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen +ofte op de Chineese cust te rooven. + +Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door +den storm op de cust van Coree vervallen waren. + +10. + +Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons +schip hadden gehadt. + +Niet dan Compes dienaers. + +11. + +Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve +naer toegebracht sijn. + +Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door +den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in +d'stad Sior. + +12. + +Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen +waren. + +Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen +nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in +alles 90 mijlen van malcanderen. + +13. + +Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen +hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven. + +Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn +gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70 +cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen. + +14. + +Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer +nae toe. + +Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter +waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog +sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado +gebannen. + +15. + +Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn. + +Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en +wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn +alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen. + +16. + +Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is. + +Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl, +breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 +steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden. + +17. + +Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien. + +Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan +naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij +gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land +te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren, +dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam, +waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den +oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht. + +18. + +Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh +was. + +De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren +niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert +van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was. + +19. + +Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is. + +Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige +cleijne stuckjes. + +20. + +Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn. + +De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte +eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt +van victualie voor drie jaren versien zijn. + +21. + +Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben. + +Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant +met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes +daer op. + +22. + +Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten +opbrengen. + +Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen, +brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent. + +23. + +Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken +[[44]] te brengen. + +Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer +manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen +te laten. + +24. + +Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden +bedient. + +Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden +staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier. + +25. + +Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen. + +Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen +moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen. + +26. + +Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen. + +Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van +paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen +en schoenen. + +27. + +Offer veel rijs ende andere granen wast. + +Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren, +door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge +jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662 +meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen, +maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, +alsoo daer geen rijs door de coude can wassen. + +28. + +Offer veel paerden ende koebeesten zijn. + +Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren +herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog +bleef continueeren. + +29. + +Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere +plaetsen eenigen handel dreven. + +Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie +hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin. + +30. + +Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest. + +Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. + + +31. + +Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]] + +Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene +man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn +waerdije, rijst ende andere granen. + +32. + +Wat handel sij op China drijven. + +Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij +trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede +sijde stoffen. + +33. + +Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn. + +Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen +geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere +mijnnen hebbe niet gehoort. + +34. + +Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse +vervoert wort. + +De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij +haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt +opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert. + +35. + +Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is. + +Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh, +die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte +gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters +over teijs om de sekerheijt. + +36. + +Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet. + +Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne +gouverneurs alle drie jaren vernieuwt. + +37. + +Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont +ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer +overleden sijn. + +Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben +gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs +en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; +in die tijt storven elff man. + +38. + +Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve +bieten. + +[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een +stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck +'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, +Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado. + +39. + +Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is. + +Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle, +ende in lijfftochten uijtmuntende. + +40. + +Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren. + +Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu +gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever +eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven. + +41. + +Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van +'t ander volcq zijn wegh geloopen. + +Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden +opgestempt [350]. + +42. + +Waerom wij haer niet gewaerschout hadden. + +Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den +eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs +most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen. + +43. + +Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken. + +Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven, +alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet +soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven +volcq wedersent. + +44. + +Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is. + +Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op +Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet +en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden +Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht. + +45. + +Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden +ende waerom hij zulcx geweijgert heeft. + +Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben +[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde +natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere +natie niet wilde bekent hebben. + +46. + +Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn. + +Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij +hetselve hebben gecocht. + +47. + +Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt. + +Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh +te loopen naer Japan. + +48. + +Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden. + +Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden. + +49. + +Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange +onderwegen geweest waren. + +Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen; +eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen, +van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen. + +50. + +Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder +wilden wegh gaen. + +Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat +bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen. + +51. + +Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij +daer voor wat hebben geeijst ofte genooten. + +Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer +yets voor te hebben geeijst ofte genooten. + +52. + +Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den +wegh wisten. + +Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in +Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer +'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was. + +53. + +[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor +deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn. + + + Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren. + Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: - + Jan Claeszen Cock ,, 49: - + woonende inde stadt Namman. + Jacob Janse quartiermeester ,, 47: - + Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: - + Claes Arentszen Jongen ,, 27: - + In Saijsungh + Sandert Basket bosschieter ,, 41: - + Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: - + + +54. + +Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben. + + + Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren. + Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: - + Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: - + Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: - + Gerrit Janszen: do ,, 32: - + Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: - + Benedictus Clercq jongen ,, 27: - + Denijs Govertszen: do ,, 25: - + + +Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666. + +Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende +nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder +voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort. + +Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.] +nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer +op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen, +om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia +te vertrecken. + +Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende +vertrocken uijt de baij van Nangasackij. + +Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden +Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen +heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt +onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht. + +[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve +soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte +van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, +welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al +des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht +wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende +dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den +Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste +coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen, +alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt +gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door +dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, +ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men +het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende +oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, +voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande +Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is. + + + + + +BIJLAGEN + + +I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Japan. + +a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier +tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur +Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op +een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen +vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d' +eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; +gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de +omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van +te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer +verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht +van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van +alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't +Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke +ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm +den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen, +zijnde dese acht personen genaemt + +Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen +voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent. + +Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen +voor schiemansmaet. + +Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor +jongen met 5 gl. + +Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen +in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent. + +Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in +India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs. + +Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor +jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens. + +Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in +'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent. + +Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen +voor jongen a 5 gl. ter maent. + +'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't +lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren +diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren, +dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude +vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable +menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van +gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant +aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert +en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils +van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer +sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer +geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten +welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt +Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren, +uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt +van daer in huijs gelaten, sijn genaemt + + Johannes Lampen van Amsterdam assistent + + Hendrick Cornelisz van Vrelant + + Jan Claes van Dort, cock + + Jacob Jans van Vleekeren + + Sander Boesquet van Lith + + Jan Jansz Spelt van Uijtrecht + + Anthonie Uldircksz van Grieten + + Claes Arentsz van Oostvoort. + +Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij +ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen +dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck +dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te +becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden +bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock +schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit +volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor +dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer +Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken. + +Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen +vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint +tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto +door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens +haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of +se bij vrunden of vijanden quamen. + +'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck +van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en +wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen +is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck +bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt +en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben, +ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer +verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander, +geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb +hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op +'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque +door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, +en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn +geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee +andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders +dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren +wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen +was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't +leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte +Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in +Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm +Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665 +tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in +Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149). + +b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken +(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken +off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier +aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert +afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog +geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, +ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese +arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't +welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia. + +c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle +Heeren Raden van India. + +Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den +passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt +gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden +8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland +(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben +helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte +schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt +met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op +gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen +8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt +wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet +aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen. + +Nangasackij adij 18en October anno 1666. + +Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel +Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725). + + +Rapport. + +d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker +Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert +door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan +met mijn verschijning van daer op Batavia. + +... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in +meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen +van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia +gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer +13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en +schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser +arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien +den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt +Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve +plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre +van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde +of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen +de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde +van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch +geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet +daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere +joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt +'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te +moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben +van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te +bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen +doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke +conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in +'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten +mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere +aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven +1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725). + +In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt +naar Nagasaki bericht dat de Espérance 30 November 1666 te Batavia is +aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan +boord van de Espérance was medegekomen] UE. aangename missive van 18 +October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport". + +In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 +Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet +twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen +die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende +'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts +laten comen". + + +Dagregister Japan. + +e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren +comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij +aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa +hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde +moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt +Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende +gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat +vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons +met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte +Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den +boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren +gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en +wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren +van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't +lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren +etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden, +wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden +door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te +weete comen. + +f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa, +alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude +bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten +gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds +zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155). + +g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver +de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt +Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden +wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte +geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667. + +h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij +aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't +ontslaeken der Corese matrosen.... over. + + +Dagregister Japan. + +i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer +regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de +Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage +van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol +campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia +gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren. + +Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen, +zullen mogen vertrecken. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667. + +j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij +Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige +dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie +connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer +hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d' +selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over. + + +Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667. + +k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen +geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese +eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden +jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij +de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om +met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare +gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden, +Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen, +maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te +slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen +van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde +geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet +meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de +'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen. + + +Generale Missive, 25 Jan. 1667. + +l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen +vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot +Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't +Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich +aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen +seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland +nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat +aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8 +gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen +sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen +verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij +ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen +Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op +'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck +aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven +en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt +sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n +September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te +gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 +Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, +dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover +nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven +1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146). + + +Generale Missive, 23 Dec. 1667. + +m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer +goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt) +de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse +van daer den 23 October vertrocken waren.... + +De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige +gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw +alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek +(Japan). Kol. Arch. no. 1152). + + +Patriasche Missiven. [359] + +20 Nov. 1667. + +n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de +Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer +tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all +van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht +in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de +gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude +connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde +voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven, +haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen. + +22 Aug. 1668. + +o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't +jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer +aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28 +daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert +sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel +die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het +verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij +daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie +hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout, +Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren +als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat +de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van +het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off +het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext +van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een +besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot +den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende +de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de +Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste +sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens +het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op +Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie +bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert +en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet +sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten +Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te +laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't +selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle +denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te +laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden +lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent +die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen +ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken. + + + +Resoluties Heeren XVII. [360] + +10 Aug. 1668. + +p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat +seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen +geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen +uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt, +constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de +pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh +daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits +desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn +en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz., +uijt de Hooftparticipanten. + +11 Aug. 1668. + +q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende +in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en +geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock +gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben +betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van +de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren +en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van +het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all +vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve +overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte +Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert. + +13 Aug. 1668. + +r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in +voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert +het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in +Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst +van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het +lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde +gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden +sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen +dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men +daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo +den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten +hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven +in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een +somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt: + + +Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr à f 14 pr mt. f 300. +Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250. +Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200. +Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180. +Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150. +Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150. +Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300. + ------ + f 1530. + + + + +II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Nagasaki. + +a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants +Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders +van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan +anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn, +van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te +comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij. + +16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven +Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert +anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des +Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert, +bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht +Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden +warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der +mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van +Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet +ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten, +drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, +mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat +ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck +door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, +die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een +merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot +nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, +nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden. + +17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de +Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van +'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de +frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse +naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening +tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer +te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor +deden bedancken. + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666 +overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den +jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der +Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de +verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge +met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362] +volgen sullen. + +c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven +Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits +het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa +gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob +Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, +schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit +van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen +Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen +[363]. + + +Generale Missive, 13 Dec. 1668. + +d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in +Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer +verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was, +dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met +Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening +om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, +dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit +hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht +dat de Coreërs aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die +luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers +den Japander ten minsten ook groot respect draegen. + + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669. + +e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September +verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen +geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is) +door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't +Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck +op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan +UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, +de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't +noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van +seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij +een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten, +maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de +Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het +zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben. + +Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen +Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen +handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de +bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van +die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten, +soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de +vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten, +sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om +gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot +van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij +wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder +seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, +sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de +rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht +te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken +quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge +van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen, +dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt +toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en +de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten. + + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +5 Oct. 1669. + +f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo] +alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven +Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ... + +Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo +seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den +jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing +van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde, +soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen +jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen +als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt +den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij +bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle +van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval +is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en +behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle +naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't +bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den +Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen +en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal +(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie +met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven +off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen +Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren. + +Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben +hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen +ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven +wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar +eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar +met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen +die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen +gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar +quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich +daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo +nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen +dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar +voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van +desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe +verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium +alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen, +die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over +dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht +ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout, +peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout +als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert, +maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van +importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast +soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft +'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven) +geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt +sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden, +waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van +'t rijck wellight op volgen mocht. + +19 Oct. 1670. + +g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen +en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie +voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten +zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de +Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden +gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen +voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant +verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668 +op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden +mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover +oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge +van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht +maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, +tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan +den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons +des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn +Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in +Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden +daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover +hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde +bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden +deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan +niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen +daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck +Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen +de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem +daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde +geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden +Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse +Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, +waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in +te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten +conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent +vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren +wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een +ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 à 3 mael van de +Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote +costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te +connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen +te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen +gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse +regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens +mochten moveren. + +.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese +gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die +dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden +als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman +Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 = +Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798). + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670. + +h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt +oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van +5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet +qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij, +hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de +600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien +wegh in Japan gevoert zijn geworden. + + +Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670. + +i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt, +Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met +het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt +verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest +sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt +van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar +daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende +lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject +genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch +eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert +volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert +(Kol. Arch. no. 256). + + +Patriasche Missiven. + +j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht +van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen +besendingh derwaerts wel te recht naegelaten. + +k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in +Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel +een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de +Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't +voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn +aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout, +voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang +wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om +daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantroù +die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het +bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden +gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh +van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen. + + + +III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN. + + +A. HET JACHT DE SPERWER. + +1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge +van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor +de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) +en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 +Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd; +ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649 +in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie +Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni +1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering +naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni +1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 +Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte +dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar +en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 +terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651); +vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug +te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar +de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14 +Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653 +aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het +1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart +1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, +16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 +Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt +van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland. + +In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste +lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman) +of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende +aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des +Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva +le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is +trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch +op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen. + +2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer +hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren. + +Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden +d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die +bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren +mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo +Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't +gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende +terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich +besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer +de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om +voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht +te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de +stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina +om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm +op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634 +in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366]. + +Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door +beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo +de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen, +zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets +te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634 +mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een +musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal +afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel +uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van +Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo +oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door +ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen +zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst +aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert +bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als +de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij +Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen....... + +Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen +vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem +in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre +naer Taijouan te bevorderen. + +Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij +dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren +oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van +deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt +en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick +overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer +oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge, +zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen +coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen, +ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer +insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke +plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het +selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u +de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie +over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van +Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief +waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult +hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck +een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des +Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde. + +In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans: +van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris. + +3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt +becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame +Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer +Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach, +buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff) +geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen +Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat +daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij +hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen, +ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen................. + +Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o +naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter +montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten: + + + 20007 cattijs poetsjoek + 20037 cattijs aluijn + 3000 stucx elantshuijden + 19952 stucx Taijouanse hertevellen + 3078 stx steenbocx vellekens ende + 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten. + + +.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en +Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de +fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij +VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich +sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta +gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te +Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts +te demitteren.... + +.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen +427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken +zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben, +daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder +sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan +de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653). + +4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het +schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't +welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht +was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te +[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe +dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer +mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van +de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de +Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche +arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een +combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen +dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede +de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw +op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx +'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock +onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent +Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier +ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen +want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van +Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan +contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen +presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden +dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen. + +.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des +naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis +Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert +verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt +ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de +cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte +anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den +Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en +Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653). + +5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in +VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone +jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende +'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm +sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken +daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen, +ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f + 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse +winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet +als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad +van Formosa, ddo 20 Mei 1654). + +6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra +tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na +Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer +Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer +nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen, +soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow] +een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw, +die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen, +sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan +gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't +zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa +een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten +nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck +van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw +(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende +'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: +sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet +dan al te gewis houden. + +... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e +f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen +noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except +de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag +sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt +ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt]. + +7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip +Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent +wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de +Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult +moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater +die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben; +wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude +het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck +sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons +en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer +uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654). + +17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven : +"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste +besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme +te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens +ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan +subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen +verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half +Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, +Deel 1, Cap. 21 fol. 280). + +Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met +de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden +het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent +19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van +het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653). + + +B. HET JACHT OUWERKERK. + +Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626 +te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van +daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant +Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot +50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia +aankwam (Dagr. Bat.). + +Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April +1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627 +van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten, +Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck +kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque +ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China, +soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis +hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, +aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn +volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen +daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt +te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot +op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr +Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr +Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627). + +De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 +Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche +navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar +Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten +"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de +rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan +dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht +(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en +zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan +naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn +weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft". + +Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen +te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen: + +"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra +Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; +maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder +gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck +omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt +ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck +mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen +verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop +toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat +als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor +de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den +brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn +alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten +dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met +haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een +Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om +laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter +seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen +20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de +Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff +comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch +eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt +niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; +Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389). + +Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en +3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628 +van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t +Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't +volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag +na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten +stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV, +2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, +bl. 334 en 389). + +.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op +hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders +g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt +wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374]. + +"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft +desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck +behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck +antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver +van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees +weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem +Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375]. + +Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche +gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia +werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer +Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden +van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en +"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao +hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans +dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I). + + +C. HET QUELPAERT DE BRACK + +17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 +Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij +Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar +Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 +terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca +(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); +17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 +Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); vóór +31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); +4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April +1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia +(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar +Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 +aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel +gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden +om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug +te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 +over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde +quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); +3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 +Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 +Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken +van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar +Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes +Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan +(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa +gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug +te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche +jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in +'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.); +18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia +17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia); +10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643 +naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29 +Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644 +naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij +Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt +Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia +(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op +de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe +Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar +Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu +(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der +Compagnie in Indië van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor; +uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt +dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld." + +Patriasche Missive, 8 Dec, 1639. + +Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende +het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man, +en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh +vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude +mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop +'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen. + +Generale Missive, 9 Sept. 1640. + +'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt, +zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken +noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te +meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif +liggen, te connen brengen. + +Patriasche Missive, 15 Maart 1641. + +Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats +als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie +sien te voldoen. + +Missiven Batavia naar Taijoan. + +14 Mei 1641. + +t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe +als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen.... + +In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt +den Oppercoopman Carel Hartsing.... + +Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met +12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden. + +11 Juni 1641. + +...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert +op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt... + +...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in +T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh +te wesen. + +Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641. + +...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't +Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat +stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can... + +...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt +sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over +(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten +ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van +'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat +ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen, +soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer +uijt Nederlandt met twee à drie quellen versien te werden. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641. + +Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem +zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs +bij contrarie mousson. + +Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641. + +... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de +Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse +groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent +Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht +van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe +van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is +schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese +champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt +zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren +met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet +voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert +binnen aen't Casteel te comen. + +Missiven Batavia naar Taijouan. + +16 April 1642. + +13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier +onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende +Kelang verschenen. + +... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10 +dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de +jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae +Quinangh's bocht aff te senden. + +28 Juni 1642. + +In conformité van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij +uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith, +Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert. + +Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642. + +... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit +Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de +reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te +vernemen lieff wert sijn. + +Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642. + +Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie +gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende +wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den +Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den +handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets +anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den +11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven +dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende +verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert +sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. + + +11 Oct. 1642. + +'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen +wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien. + +Dagregister Japan. + +1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants +schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door +den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was, +dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen, +'t welck terstont achtervolcht is geworden. + +12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar +middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten +hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet +meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het +principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa +gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende +onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh +quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede +tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van +de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge +bequamen. + +13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert +voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen +gesorteerd.... + +14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op +gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na +den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven +al op stont uijtgelevert. + +27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh +was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen +en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders +zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan +boort gebracht. + +29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden +als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en +nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren, +omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons +afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde +plaetze in salvo mogen arriveeren Amen. + +29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft +over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip +de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier +naar Taijouan vertrokken. + +Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642. + +...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met +'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere +coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de +oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op +29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack +(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren +gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt +ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen +stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat +daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert, +ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke +winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese +proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge +aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert) +int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders +soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht. + +Generale Missive, 12 Dec. 1642. + +Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse +Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den +Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van +Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de +jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch +niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman +Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende +verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een +aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn..... + +Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en +deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer +gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan +van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack +uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo +in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een +retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan, +zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt +is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten +hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae +sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de +Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen +ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de +dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij. + +Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius. + +... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht +in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack +ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op +Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642). + +Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643. + +... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende +crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner +saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376] + +Missiven Taijoan naar Batavia. + +15 Oct. 1643. + +Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende +de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij +ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte +goutmijnne uijtgeset hadden.... + +De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren, +ons op den 17en Meij weder toegecomen.... + +...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt +van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende) +waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde +cruijsplaetse comende ... + +den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen +masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643). + + + +17 Oct. 1643. + +...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage +het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren +[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld]. + +19 Nov. 1643. + +Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October +aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van +'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts +te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in +32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores +gecomen sijnde, wel toegecomen. + +'t Quel de Brack: + +18 Oct. 1643 naar de Pescadores + +26 Oct. 1643 terug van de Pescadores + +10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de +Pescadores. (Dagr. Zeelandia). + +11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het +binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en +Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643). + +Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643. + +'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij +de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt, +hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier +geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen +vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer +nae behooren mach versien werden. + +Generale Missive, 4 Jan. 1644. + +Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de +Vos ende 't Quel de Brack. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644. + +Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren +de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken +sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet +informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt +cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel +de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat +hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen +vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken. + + +D. HET SCHIP DE HOND. + +"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op +de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het +fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619 +door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van +Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten +(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction +LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305). + +De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in +onze handen was geraakt: + +"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden +ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den +Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620). + +Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander, +dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11 +Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de +Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten" +(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van +Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om +verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16 +Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is +van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621). + +In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor +Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer +Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse +zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6 +Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug +... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met +de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen +enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van +de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat +van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De +schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu +Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te +passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan +gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt" +(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt +door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden, +daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in +groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando +te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op +Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den +raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer +alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan +lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn" +(Gen. Miss. 20 Juni 1623). + +Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de +Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme +[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps +cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone, +a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp +in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II, +bl. 336). + + + +IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378] + +Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront +Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene +eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl +breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do +Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel +van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde +legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan. + +In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck, +geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft +soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie +zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten + + Rijs tot Tl. 20 t'last, + Cooper + Cattoen ende cattoene lijnwaeten + wortel Nijsen + +Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect, +doch vallen seer duer. + +De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van +daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer +rijckelijck uijt ende incomen connen. + +De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer +de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer +mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens +van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde +welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden +ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te +comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan +keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van +t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff +groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden +mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken, +tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen +handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te +treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden +zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit +geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige +volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natiën verschrict zijn, +ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde +met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer +boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers +ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden +bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den +oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben, +door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer +oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders +hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle +tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar +in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen +Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer +invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can. + + +Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen +adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij +binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen +zijn. [380] + +Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen +waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers +gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den +anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende +een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder +zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver +[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met +ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root +vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een +swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft. + +Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen +wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde +op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche +caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren. + +Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander +spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh +sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt, +vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen. + +Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon +van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, +gedragen wierde. + +Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters +hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen +(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant +opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de +suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende +volchde hem noch een do naer. + +Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de +guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers +als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den +anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken +root verlact ende boven met een top van witte veeren. + +Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de +gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert +de Coreers t'accompagneeren. + +Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende +op bagagie paerden. + +Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende +de schenkagie der Coreers brachten. + +Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij +was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft +buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt +te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met +schoon sant gestroijt. + + + + +V. PERSONALIA + + +A. NICOLAAS VERBURG. + +1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip +'s Hertogenbosch in Indië als ondercoopman à f 40 's maands; na +goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw +voor drie jaren aangenomen in qualité van Coopman à f 70 gl. 's +mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzië +(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzië te Batavia terug; +Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van +3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indië (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); +vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan +naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia; +Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indië (Res. 31 Maart +1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van +Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie +ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675) +en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indië, met zijne huisvrouw +den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot +(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26 +Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen" +(1665). + +Generale Missive, 24 Dec. 1652. + +2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door +veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn +lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt +de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om +tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken +'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen +weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit +gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende +vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot +vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, +daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in +'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts +tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren +zullen.... + +Resolutie, 21 Maart 1653. + +3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh, +Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht +heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen +worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken, +alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal +sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert +persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden, +soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden +vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het +selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie +te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de +middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich +staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het +gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den +Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe +mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve +Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen +Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn, +waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat +gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, +wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende +evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die +aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer +gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten +ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet +alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock +meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat +hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft +te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van +den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende +bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op +Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten +intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten +dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te +houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost +heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en +werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende +overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, +niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken +medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene +versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame +te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, +om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om +redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo +veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement +te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris +Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange +jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop +ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde +redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens +ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste +vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen +conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle +genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst +meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een +seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige +exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert +hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement +te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten +tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende +verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en +weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt +het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt +geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt +rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de +Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, +waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, +alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te +extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet +ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt +vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren +Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden. + + +B. CORNELIS CAESAR. + +1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam +6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent à f + 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den +Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam; +had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en +wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit +de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was +in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot +f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645 +per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie +voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend: +Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie +toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21 +Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus +(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot +Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en +Dagr. Bat., bl. 541). + +In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indië +(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de +Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het +opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli +1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur +van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 +Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en +72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar +5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke, +zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni +1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335). + +2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653. + +Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat +de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen +sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij, +volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten +in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen +als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht +werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer +overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel +Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten +voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich +ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu +tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde, +den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden, +waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat +nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons +wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden +buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker, +die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee +in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris +Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet +te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn +Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn +Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte +alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over +te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve +2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van +India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te +sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander +gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te +sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade +hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse +Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar, +Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen +mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste +bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen. + +Patriasche Missive, 8 Oct. 1654. + +De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur +in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch +die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van +daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen +vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement +ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten. + +UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die +voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet +werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich +volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen +ten hoochsten gelegen te wesen. + + +C. IQUAN. + +"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in +den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert +doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese +enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat +wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij +daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de +Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382]. + +"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken +te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke +quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van +China te gaan handelen welcke daer groote quantité rouwe zijde ende +gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden +andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten" +(Gen. Miss. 3 Jan. 1624). + +Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral +bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de +Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een +Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak; +dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht +[384], klinkt veel waarschijnlijker. + +De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe +het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen: + +De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, +was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang +Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar +getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die +in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis +aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan +ééne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder +zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den +titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd +betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was +hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen +met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I +(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon +bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze +waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te +Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan +de Engelschen [388]. + +Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het +dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats +Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en +zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon +was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven +besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche +berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene +familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein +China en diens hoofdvrouw in China. + +Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht +bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht +naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando +betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg, +den zoo vermaard geworden Koksinga. + +Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit +Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het +eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China +(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624). + +Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om +op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken +toegevoegd (twee van Capitein China en één van diens luitenant Pedro +China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan +terug waren. + +"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened +up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership +on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the +History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87). + +"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der +Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis +gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck +vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer +ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende +vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct +can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, +Actum Batavia 18 Dec. 1627). + +"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen +datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de +riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe +havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich +ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de +Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste +vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie +ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken +ende 60 à 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt, +sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens +van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten +tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen +raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover +Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt +ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder +onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone +van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer +Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is +voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom +en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van +Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren" +(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630 +aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114). + +"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den +vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede +omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu +weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den +rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, +weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt +ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen +Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent +was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere +grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te +beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie +bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet +alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het +Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck +in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij +hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, +alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per +ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven +ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten +niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo +hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten +van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren +Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631). + +"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior +van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen +geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende +voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende +liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote +macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken" +(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634). + +"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps +handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons +wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele +gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken +aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639). + +20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen +alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te +vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de +Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije +niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat +zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders +rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven +en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst. bl 81). + +"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave +birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not +develope the love for adventure and renown which made his elder brother +[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31). + +"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh +van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon +des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger +is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in +Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645). + +"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh +... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste +bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft +laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren +gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt +Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en +tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken +voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken +stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645). + +"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt +hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh +vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe +mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te +keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645). + +"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren +g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan +den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de +geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de +Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja +(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer +1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck +gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken +dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij +een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem +mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van +grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser +vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert, +nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice, +daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando +gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden +was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede +beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke +dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van +vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden" +(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst, bl. 97). + +Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's +geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel +min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme +herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben". + +"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu +army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga] +strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385). + + +D. MARTINUS MARTINI. + +Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China, +waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica +en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier +andere Jezuïten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de +Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een +latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij +verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja +off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te +geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki, +ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen +ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke +attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en +Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390] + +"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to +his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed +in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige +leerstellingen der Jezuïeten als ketterijen waren veroordeeld]. + +While on his journey the great traveller passed Batavia..... + +Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them +over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be +printed while he himself gave a full geographical description of +the whole empire together with historical, political and scientific +explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier, +On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II, +1888, bl. 105 en 106). + +Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg +vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de +"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in +het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652, +26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer +Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van +honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij +toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven +Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te +kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende +Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij +achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde, +seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt +Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden" +(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren +XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654). + +"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh +tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker +Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China +heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse +[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere +negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven +door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse +hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer +oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te +friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen, +dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton +daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den +oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs +stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de +libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden" +(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652). + +"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en +dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao +en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck +van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel +daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip +den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + + + +VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65. + +Dagregister Japan. + +Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij +ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't +Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen +tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht +sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige +Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, +doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde +deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben. + +20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de +voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren +in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't +Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh +in't S.W. verloren. + +21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende +kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde. + +26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken, +bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft, +onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't +Westen keert. + +29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien, +maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger +opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't +Westen naer't N.W. gekeert is. + +Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als +alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende +met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt. + +10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te +sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden +malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn. + +20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien +konnen werden. + +April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder +omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die +hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende +was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo. + + * * * * + +Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem +een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een +vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff, +1701, bl. 66). + + * * * * + +Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe +sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was +mede indt oosten. + +Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster +zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden. + +Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman +Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en +Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58). + +Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391] + +Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst +gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre +gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur, +opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen, +waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien. + +Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den +rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen +verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken +daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de +staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht: +Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't +mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen +haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien, +sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede +langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw, +nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy +grooter in ons gesicht vertoont. + +Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en +de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet +hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen +als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den +2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder +met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen, +en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy +ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na +'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems +3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen +in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan +den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat +de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen. + +Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary +1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten +Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock +over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van +de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes +daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien +tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen +en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen +en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent +heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich +ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet +en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien, +te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den +Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt +van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een +heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens, +naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren, +was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem, +ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door +de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, +en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet +langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, +en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na +met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn +roedeken gelijckende. + +Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer, +op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram +eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus, +ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt +met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries +uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30 +December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen +van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo +fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als +dese dede, niet uyt. + +Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn +Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van +'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen +vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de +Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus +de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen +Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle +Zee en Water-tekenen. + +Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een +Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft +laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in +'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn +Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den +13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende +op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte. + +Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren +te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer +nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is +gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het +toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis. + +'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden +3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont, +'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe +datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke +Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late +ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels +niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen. + +In Haerlem, desen 14 April 1665. + + +Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur + + +BIBLIOGRAPHIE. + +Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in +'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter +te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam. + +Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die +alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea; +daarna de geïllustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving +zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het +jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in +het land teruggekomen was. + +Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen, +en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal. + +Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk +van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven +van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken, +waarin het reisverhaal is opgenomen. + + +DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/ +van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets +door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn +vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 +dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in +die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen +in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB +VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668. + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets +die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de +acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael, +dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde +bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo +verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche +letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te +'s-Gravenhage. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer / +van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door +de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert +/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in +slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // +tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in +'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van +[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.] + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die +van 't Eylandt Coereé af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die +noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael, +dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den +hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische +letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met +heel kleine Romeinsche letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den +titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de +keerzijde verlies geleden hebben. + +JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/ +van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar +op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant +is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door // +de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ +by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ +in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die +tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't +Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch +acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt +gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ +Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree: +Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: +Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de +Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met +verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] +// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: +Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668. + +16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter. + +Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en +spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van +Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove +houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening +(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij +den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje +(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na +het Journael volgt een nieuwe titel: + +Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare +Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als // +inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno +M.DC.LXVIIJ. + +Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan +het slot. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te +Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian +Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen +en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.: +Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de +prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders +in Korea, ondert. Toeridjéné. + +'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de +// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in +'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER +EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm +en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ +daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den +Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van +Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny +moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer +van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn +'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in +'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip +in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door +van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van +Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen +door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje: + + + Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen, + Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen, + En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen, + Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen, + In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft + Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft. + Hier nae een Beter. + + +Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels +wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia +(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in +de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere +reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen +met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van +Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in +het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte +inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de +dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de +olifanten die in Indië zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier +te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, +dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het +journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst +in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht +van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den +tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van +de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en +de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen. + +In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad +van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis +van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden, +een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte +plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht; +op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck; +in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door +Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt, +en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en +casuarissen voorstellende. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch +te Rotterdam. + +JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer +ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders +// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe // +noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno +1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam, +Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte +Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende +spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure +geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is +veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding +van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als +zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd, +dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger +gemaakt om de ruimte te vullen. + +Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op +Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen +landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van +'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede +voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten +blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8 +persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn / +achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn +aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // +t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere +uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde +voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op +p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor +de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, +ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken +Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide +prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor +is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des +Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over +Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656", +uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan, +Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing +naar Corea overgebracht. + +Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te +Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- +en volkenk, van Ned. Indie te Delft. + + +HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS. + +Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in +'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS +MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669. + +In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436 +een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend, +beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der +geredde mannen op "Disma". + + +DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN. + +RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste +de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de +Corée: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, +// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au +coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d' +Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +Ook met ander uitgevers-adres: + +RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE, +au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // à la Palme, & +au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165 +genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter. + +De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van +Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, +en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee +naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal +geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden +echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman +(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten. + +Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te +Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage. + +Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au +Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote +18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer +vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna. + +Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer mächtigen Königreiche/ // +Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/ +im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/ +und schönen // Kupferblättern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ // +vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefüget // +JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise: +// Welche er im Jahre 1644 löblich angenommen/ und im // Jahre 1653 +glücklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit +Röm. Käys. Majest. Freyheit. // Nümberg/ // In Verlegung MICHAEL und +JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII. + +Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene +gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het +boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Königreich +Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: +P. TROSCHEL sculp. + +24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op +bladz. 811 de titel: + +JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/ +was sich mit einem // Holländischen Schiff/ das von Batavien aus/ +// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/ +durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/ +so in das Königreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/ +ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH +HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/ +Sperber genant. // Aus dem Niederländischen verteutschet. + +Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche +uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het +journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder +de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus +ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel +Korea ... Verteuscht. + +Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam. + + +HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN. + +(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.) + +A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill +1704. fo. + +In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45 +(IV p. 719-742), 1752: + +An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the +Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of +Corea. Translated out of French. + +Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties, +herdrukt in: + +Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia +1884.--Second ed. ibid. 1885. + +Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the +Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door +den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel +wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit +de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene. + +Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection +of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2 +kol.). + +In de Appendix op p. 37-40: + +An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the +Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the +East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore +upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence +to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship, +who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd. + +Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar +Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop +volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de +olifanten en krokodillen. + +Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRÉD. BERNARD 1715; +nouv. éd. 1732. 8o. + +In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782): + +Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la côte de l'Isle +de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Corée. + +Herdruk van de vertaling van Minutoli. + +A new and general collection of voyages and travels, consisting of the +most esteemed relations which have been published in any language. By +Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o. + +In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving +van Corea, naar de collection van Churchill. + +Histoire génerale des voyages, ou nouvelle collection de toutes +les relations de voyages qui ont été publiées jusqu'à présent, par +l'abbé PRÉVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris +1746-89. 40. + +De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er +bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen +een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar +Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de +Parijsche uitgaaf. + +In vol. VIII (1749) p. 412-429: + +Voyage de quelques Hollandois dans la Corée, avec une relation du +Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert. + +Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by +Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o. + +Nederlandsche uitg. van de Hist. gén. des voyages. In dl. X (1750) +p. 18-48: + +Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Koréa, +en hun Berigt van de Landstreek. + +Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig, +bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o. + +Duitsche bewerking van de Hist. gén. des voyages. In Bd. VI (1750) +p. 573-608: + +Reisen einiger Holländer nach Korea, nebst einer Nachricht von dem +Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch +HEINRICH HAMEL. Aus dem Französischen übersetzt. + +A general collection of the best and most interesting voyages and +travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o. + +In vol. VII p. 517: + +Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and +their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated +from the French. + + + +GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392] + +BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde +Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646. + +BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang, +during the years 1843-46. London, 1848. + +BESCHERELLE AÎNÉ. Dictionnaire national. Paris, 1851. + +CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North +China Branch R.A.S. XXIII, 1888). + +CHAILLÉ-LONG-BEY. La Corée ou Tchösen. Paris, 1894. + +CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919. + +COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in +Indië. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage, +1919-20. + +COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea +(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903). + +COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917. + +COURANT (M.). Bibliographie coréenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris, +1894. + +DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918. + +DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Corée précédée d'une Introduction +sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes +coréennes. Paris, 1874. + +DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische +Compagnie. (Handschrift Kol. Archief). + +DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history +etc. II. London, 1894. + +DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History, +people, resources and commercial prospects. London etc., 1903. + +DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan +1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883. + +DICTIONNAIRE Coréen-Francais, par les missionnaires de Corée. Yokohama, +1880. + +DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833. + +DU HALDE (J.B.) Description géographique, historique, +chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie +Chinoise. Nouv. édition. IV. La Haye, 1736. + +DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze +vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858. + +ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indië. Tweede druk, dl. I. 1917. + +GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea +Branch R. A. S. I, 1900). + +----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912). + +GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New +Ser. XXVII, 1895). + +GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701. + +GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905. + +----Corea without and within. Second édition. Philadelphia, 1885. + +GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen +Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898). + +GÜTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea +en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835. + +HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het +Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12. + +----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer +(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903). + +HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Variétés +sinologiques. No. 24). Changhai, 1905. + +HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases, +by H.Yule and A.C.Burnell. New édition. London, 1903. + +HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik +Zwaardecroon in Indië na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II). + +HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen +enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668. + +HUART (C.I.). Mémoire sur la guerre des Chinois contre les Coréens +de 1618 à 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879). + +HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I, +1900). + +HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). + +ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch +R.A.S. IV, 2, 1913). + +JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche +zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858. + +JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in +Oost-Indië. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865. + +KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van +het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem, +1831. + +KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam, +1729. + +LA PÉROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publié par +M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797. + +LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc., +edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900. + +LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op +Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859). + +LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer +Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door) +Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten +enz. Amsterdam, 1595. + +LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions +Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15). + +MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong, +1867. + +MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited +by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams +1611-1617). London, 1850. + +MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902. + +MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669. + +MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898). + +MULLER (Dr. H.P.N.). Azië gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912. + +NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederländischen Ost-Indischen +Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897. + +----Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841). + +PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo, +(1909). + +PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second +edition. London, 1917. + +PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917. + +----Corea. (China Review. XIV, XVI). + +----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society +of Japan. XV, 1887). + +PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma +H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland, +1905-1906. + +PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der +Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900. + +REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society +of Japan. VI, 3, 1878). + +RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin, +1834. + +ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of +manners, etc. Paisley, (1880). + +----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and +progress. London, 1891. + +SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch +R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.). + +SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von +Japan. Leyden, 1852. + +----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52. + +SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie +Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908. + +TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New +Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898. + +TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der +japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909. + +TIELE (P.A.). Mémoire bibliographique sur les journaux des navigateurs +néerlandais, etc. Amsterdam, 1867. + +----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam, +1884. + +VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende, enz. Dl. V, +2. Dordrecht--Amsterdam, 1726. + +'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675. + +VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by +E.M. Satow, London, 1900. + +WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography, +government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899. + +WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam, +1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705. + +YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV, +2, 1913). + +IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen +Kon. Inst. dl. 73, 1917). + +ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen +van Arkel. Gorinchem, 1755. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + +[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij +de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan +d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot, +Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het +"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: +"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse +op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman +Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om +de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende +om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304 +in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten: +"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, +Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde +Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt +... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een +musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons +comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625, +bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa, +sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts +schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan +omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest +te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: +"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer +verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat]. + +[2] Zie Bijlage V_A, 1. + +[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652). + +[4] Zie Bijlage V_A, 3. + +[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan +dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle +des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla +Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te +rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam +Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven +geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf +hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers +gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het +Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn +Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan, +dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627). + +Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad +niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de +zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde, +was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier +ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15, +17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden +den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor +op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar +schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering +aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant +van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het +beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door +de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van +hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"] +"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven." + +Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan +en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen +de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie" +gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26 +Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661 +aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa"). + +Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh +in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia +10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in +de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld: +"het vlekje Provintie". + +[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter +troupen als van 10 à 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't +suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle +die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven +gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen +massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12 +dagen tusschen de 3 à 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't +verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese +revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24 +Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te +komen voor 2600 gemassacreerde koppen. + +[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste +Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende +gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote +vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten +zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck +ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge +voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, +altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen +Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting +te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de +groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn +te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31 +Jan. 1653). + +Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654) +doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In +UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, +hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen +sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent +3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude +veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun +van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde +voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van +onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655). + +[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke +deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute +onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door +de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den +tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan +de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652). + +"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer +Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, +bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie +Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd, +en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt +ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan +Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T +valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten +die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de +clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien +en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie +geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20 +Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de +Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de +dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen +niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben +te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de +politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn" +(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur +... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en +Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652. + +[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en +Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, +zie Bijlage V_C. + +[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in +Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den +grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar +tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven +heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te +hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25 +Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat +de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin +[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; +mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater +Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient +heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + +[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, +weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur +Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne +benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3. + +[12] Res. 20 Mei 1653. + +[13] Zie Bijlage V_B, 1. + +[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als +Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in +Kol. Archief no. 780. + +[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die +gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement +van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre +scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer +generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden +van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier, +nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden" +(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de +publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale +gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd +bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het +"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen. + +[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van +sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij +laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer +Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3. + +[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse +besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier +overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de +Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653). + +[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den +9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest, +tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden +sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met +genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende +alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson +al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te +laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17 +deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van +de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, +te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge +van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni +1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2. + +[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia +onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van +de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman, +Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz). + +[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't +jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3. + +[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de +fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha +Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die +van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders +vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen +volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht, +oock wel beseijlt schip". + +[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende +29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert +ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een +cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van +f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3. + +[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk +door het vergaan van de Sperwer gemaakt. + +[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642. + +[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in +Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen +en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en +verongelukt 27 schepen. + +[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A. + +[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes +de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent. + +[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders, +als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder +(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken, +opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666). + +[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging +to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary). + +[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor +Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan +14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado +(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus, +Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den +onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in +Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando +opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing +duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le +Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst" +vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima +verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de +onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was +gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan François Caron den +29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte +gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk +in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde +uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende +240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne +staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een +brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte +daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, +te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als +sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te +mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde +wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan). + +[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten +te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen +nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19 +Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's +dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van +Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den +Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te +gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd +Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat +hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen +ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een +ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij +de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen +grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, +bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633). + +[32] Bijlage I a. + +[33] Bijlage I b. + +[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de +groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten +omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij +hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen +door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der +tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer +beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken" +(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670). + +[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens +getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael +ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9 +Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd +Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende, +Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in +Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, +voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't +gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet +aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet +hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren +Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie +deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den +29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301). + +[36] Zie Bijlage I a en I b. + +[37] Zie Bijlage I b en I d. + +[38] Zie Bijlage I f-h. + +[39] Zie Bijlage I i-j. + +[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de +fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw". + +[41] Zie Bijlage I o. + +[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen, +ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen" +(Journaal, Uitg.-Saagman). + +[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen +de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den +13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, +Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de +Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff +oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen, +Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan +geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December, +alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668). + +Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen +als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende +Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van +Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen +van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op +Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer +waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden +gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs" +was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen. + +[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 +(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam, +1660-1668. Kol. Arch. no. 1153). + +[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en +20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indiën: als de +Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, +de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge +Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1 +Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, +bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de +Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de +Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20 +deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de +Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484). + +[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten +November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart +1668. Kol. Arch. no. 301). + +[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische +Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265, +270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner +Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert, +ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen +('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne +Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen +Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden +tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen +wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van +'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven, +af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) +en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp). + +[48] Zie Bijlage I k. + +[49] Zie Bijlage I q-r. + +[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82). + +[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its +communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed +almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 86). + +[52] Zie Bijlage I n (slot). + +[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan, +op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand +overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen, +2e dr., I, bl. 53). + +[54] Zie Bijlage II a-d. + +[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53. + +[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer +afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van +omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm +beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren, +de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten +zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote +mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer +stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door, +den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent +Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto +is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670). + +"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht +dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto +zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.). + +"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia +vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van +op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een +opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch +soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt +geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest +aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T' +is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen" +(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670). + +[57] Zie Bijlage II a (slot). + +[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204. + +[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort +van Coromandel". + +[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt +Buijenskercke van Japan". + +[61] Zie Bijlage II i. + +[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile +(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was +never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely +that the Coreans would take any pains to mark the site of their +graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en +terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge +van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn +vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den +Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar +1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en +waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens +haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert, +dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in +13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven +en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn +gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt +Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op +alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en +na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn +van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven" +schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Gützlaff, +Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen +geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap +werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er één ontsnapte en +te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail +from Great Britain it is of special interest to know that one of the +unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was +"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of +any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did +in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's +Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95). + +[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered +have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives +knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were +of foreign manufacture. The figures on them, however, told their +own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore +marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be +the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who, +like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile +though the honoured guest and adviser of the king and government. The +presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what +must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes +and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by +travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and +conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott, +Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S., +New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215). + +[64] "Durant mon séjour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888] +je demandai fréquemment des renseignements sur Hamel. Mais tout +souvenir de sa visite s'est évanoui avec la génération qui l'a vu" +(Chaillé-Long-Bey, La Corée ou Tchosen, bl. 46). + +[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azië gespiegeld, I, bl. 371. + +[66] Zie Bijlage I k. + +[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder +op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese +eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde +den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte +jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu +aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert +dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't +verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie +sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt +haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van +het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie, +politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende +het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan +ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal +wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in +Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en +by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: +wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel +onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te +vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift +aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in +de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen +en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI. + +[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26). + +[69] Zie Bijlage I o. + +[70] Zie de Bibliographie. + +[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz. + +[72] Bl. 429-436. + +[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele, +Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het +exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij +kunnen raadplegen. + +[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele, +a.v. bl. 269. + +[75] Dl. I, bl. 148. + +[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest, +verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen +op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de +vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders +Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot). + +[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens +vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene +Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-så +of Gouverneur. + +[78] Zie Journaal, bl. 11. + +[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de +Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in +de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese". + +[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes où il y a des +satellites pour arrêter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le +1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franç., bl. 244). Moese +is de Chineesche uitspraak van Moksa. + +[81] Witsen, 2e dr., bl. 59. + +[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668. + +[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668. + +[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31. + +[85] Zie de Bibliographie. + +[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and +Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt +in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918) +alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope, +Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt +maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial +account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which +sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that +such animals may have existed two hundred and fifty years ago and +yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen +komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten. + +[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: +The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885). + +[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de +Haan. + +[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon +een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te +teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten +vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel +73, bl. 401, waren ongeteekend. + +[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78). + +[91] Zie facsimile tegenover den titel. + +[92] Zie facsimile. + +[93] "Les meurtres & autres excès sont bien plus rares dans ce récit +que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup +moins populaire" (Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275). + +[94] Zie bl. 13. + +[95] Zie Bijlage III_B. + +[96] Zie Bijlage I_A. + +[97] "Le récit de leurs aventures quoique très simple et nullement +scientifique, ne manque pas d'intérêt". (Mémoire bibliogr., +bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on +his return, recounting his adventures in a simple and straightforward +style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176). + +[98] "When this account was printed in Holland, the eight men +mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and +examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars +here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render +the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that +carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon +the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732), +Preface bl. 574). + +[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten +ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53. + +[100] Zie Bijlage Io. + +[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53. + +[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have +given a much more perfect description, and many men in that time +would have made it more ample and satisfactory; but the author gave +what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested, +having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in +that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain +his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's +Collection IV, Preface, bl. 574). + +[103] "Le Sécrétaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance +rien dans la Description de l'estat présent du Royaume de Corée qui +ne s'accorde avec ce qu' en a écrit Palafox et ceux qui ont traitté +de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau +holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement +au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the +country and people, deserves careful study. It throws some interesting +sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries +ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the +"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword +van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions +Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94). + +[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's +narrative, questioning especially his geographical statements. Before a +map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be +seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It +is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life, +people, and customs gave us so little information concerning them" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Hülfe unserer japanischen +Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel +gefolgt is, nachweisen und die meisten verstümmelten Ortsnamen, deren +er in seinem Tagebuche erwähnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte +Entd. Japan, bl. 37). + +[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia, +the Coreans have always bowed down before the greatly superior +mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of +their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal +books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific" +(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge +the Japanese and other nations possess, they obtained from China, +while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus +(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea +(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert, +Korean Survivals (Id. bl. 25-50). + +[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in +contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked +on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch +supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth +century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and, +as read at the present time, conveys an exact picture of the people +and country. Place after place which he mentions in their captive +wanderings have been identified, and every scene and every feature can +be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native +conservatism both in language and habits that Hamel's description of +two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life" +(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch +R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was +plainly a shrewd observer, and much of his description of the country +and the people and their customs tallies well with our own experience +of the last thirty years, though one would not care to subscribe to +every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de +uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, +1918, bl. 94). + +[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de première +source des détails importants concernant la Corée & ses habitants" +(Tiele, Mémoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel +van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des +Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen über dasselbe sind mit +Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem +Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autorität +wie jene oben angeführten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben +des redlichen Holländers bestätigt oder selbst im wesentlichen noch +vervollständigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, +1834, bl. 637-638). + +[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire +de l' Eglise de Corée, 1874. + +[109] "On n'a jamais prêché la religion chrétienne dans la Corée, +quoique quelques Coréens ayent été baptisez en différens tems à +Peking" (Observations géographiques sur le royaume de Corée, tirées +des Mémoires du Père Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736) +bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the +hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 353). + +[110] ".... les missionnaires sont les seuls Européens qui aient jamais +séjourné dans le pays, qui en aient parlé la langue, qui aient pu, en +vivant de longues années avec les indigènes, connaitre sérieusement +leurs lois, leur caractère, leurs préjugés et leurs habitudes" +(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX). + +[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor +of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with +letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of +Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of +Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268). + +[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun +Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, +she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in +the port of Fusan, which has always remained, under the daïmiös of +Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China +Past and Present, bl. 340). + +[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21 +Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea +(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93). + +[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Mémoire +sur la guerre des Chinois contre les Coréens de 1618 à 1637 (Journal +Asiatique, 7e Série, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean +monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII, +1888, bl. 1). + +[115] "Ever since the Manchus established themselves in China, +Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful +vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no +interference on the part of China in her internal administration: all +she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal +value at fixed periods, for which she received a liberal return; and +to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place +and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340). + +[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kün or generalissimo, +being the word "Imperator" in its original military significance" +(Parker, China, 1917, Glossary). + +[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, +301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William +Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916, +bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, +het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea +sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a +new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times" +(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, +2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de +eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit +deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere +[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na +voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware +den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke +Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince +geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn +Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere +ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken." + +[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree +met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden; +haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij +claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope +tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht +van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck +als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn +landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door +vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia +dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV). + +[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders +voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs +van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d' +Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te +laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, +caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the +castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive +next year, with the serene glory of the sho-gun Iyénobu ... The +intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense +with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests, +a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they +were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot). + +[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van +Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea +ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige +jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den +Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser, +op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere +in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 +April 1635). + +[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen, +Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31 +Aug. 1643). + +[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae +het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen, +aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck +van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens +ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken +gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen, +waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe, +als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die +'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght. + +Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert +aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke, +te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van +veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde. + +Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core, +ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is +ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen +cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t' +welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de +Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen +zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden +van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af, +oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer" +(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der +Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70). + +[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is +inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, +bl. 78, noot 4). + +[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, +bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, +1858, bl. 29. + +[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet +werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker +aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende +berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found +three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and +came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I +vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke +haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue" +(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd +daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten +deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3 +Febr. 1626). + +[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken +waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het +mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt +Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen +Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent +30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch +25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a +4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de +strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant' +voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck +sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te +versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck, +leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort" +(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in +vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII). + +[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en +plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo +verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea +door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met +gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan +mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk, +Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38). + +[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, +per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of +Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary +of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258). + +[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme +in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge +incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater +request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and +from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John +Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as +yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other +privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in +paine of death not to goe without the walles thereof to the landward" +(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out +of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando +9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of +Japan were attended by about 500 men and were royally entertained, +by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through +whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured +to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King +of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might +procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando +15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 222). + +[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, +20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te +Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 +en 20 Juni 1623. + +[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van +Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken +die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust +houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende +ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na +dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit +schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, +welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten +wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off +diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia +aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11 +Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in +het Kol. Arch. niet aangetroffen). + +[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot. + +[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea +door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de +reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden +wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht +is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt +verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door +UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien +correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen +admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout +ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen +deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker +seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens +een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van +bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert" +(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637). + +[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea +hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als +UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult +gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar +Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van +voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was +achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten +sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de +Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden +treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende +ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en +Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de +Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, +wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie +becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons +gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel +als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar +Firando, 26 Juni 1638). + +[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre +van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula +de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de +groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten, +Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw, +Korea hier te lande nauwelijks bekend was. + +[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien, +China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat +proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen +sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639). + +[137] Zie Bijlage I o. + +[138] Zie Bijlage II e, f en h. + +[139] Zie Bijlage I o. + +[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde +dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te +drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, +is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam, +Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324). + +[141] Zie Bijlage II j en k. + +[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote +behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie +niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en +van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen +admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten +Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam, +Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von +Niederländischen Seefahrern blieben fortan die Küsten von Korai +unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27). + +[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland +(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep +20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 +te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo +onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te +verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679). + +[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China +Review XVI, bl. 309). + +[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai +als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa +de Conray angegeben deren Südspitze unter 33° 22' N. B. liegt. Ebenso +ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula +zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de +Ladrones trägt; Letstere ist das einige Jahre später bekannt gewordene +Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod, +Die älteste abendländische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft +wurde die berüchtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der +Niederländisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der +obenerwähnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel +unter 33° 15' N.B. und etwa 127° O.L... Es blieb aber auf den Karten +des 17 und der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones +welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung +von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie +auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen +"Carte générale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Corée" +und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten +Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89). + +Op de "Carte générale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas +van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland +"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes +hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie +der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9), +VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten +VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van +Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734): +Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750): +I de Quelpaert. + +[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, +bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch +strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert +noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland, +Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860: +"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen +zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets +over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918) +bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van +dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders +Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese +kaarten Fungma genoemt". + +[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh +geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat +gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip +de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe; +den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27 +Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse +sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van +Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30 +mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen, +met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen, +stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen +sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef, +sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der +Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr +1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek, +9e hoofdstuk bl. 89. + +[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of +his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2: +"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert" +an old name for a galiot". + +[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde +opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856). + +[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie +Bijlage III_C. + +[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, +dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November +Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert". + +[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet +acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt +die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben +toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan, +2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh +uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer +gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia +aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643). + +[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende +Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer +gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler +ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden +ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van +Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het +"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16 +Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het +pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer +verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is". + +[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I +(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indië +VI, 4 (1898), bl. 290). + +[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan +becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen +alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het +seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha +verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa +gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij, +niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, +ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen +heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent +Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken, +gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch +ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als +geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen +den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten +respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen +onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts, +soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met +een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De +gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde, +was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort +eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken +(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten +binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut +lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen +nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur] +verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs +niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij +tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor +d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli +1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson, +XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia +de Philipinas, V, 114-122. + +[157] "Kelung, in latitude 25° 9' N and longitude 121° 47'.... is +situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a +tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins +of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay" +(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323). + +[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe +residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel +uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, +mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen +ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan, +4 Juli 1644). + +[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 à 6 jaren geleden is wel +ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten +Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, +opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht +becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the +reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa +Island, going to attack it year after year, was that they had promised +the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards +from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV, +bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643). + +[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur +Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten +proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den +Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben +ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt". + +[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij +overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten +om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien +'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich +is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke +sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als +de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, +'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een +blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642). + +[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden +tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten +van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te +doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder +voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa, +23 Juni 1643). + +[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, +maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat +reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius +bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende +wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel +voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre +te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst, +verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan, +23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen +daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare +brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden" +(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold +is the most important.... It may be said.... that of the limited area +investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460). + +[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa +de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, +hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado +g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten +te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius +zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen; +deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met +het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, +ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent +Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe, +De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, +Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands, +XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642 +te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) +en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd +daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal +der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's +nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en +Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661) +(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort +vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat +ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25 +Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de +havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang +voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668 +voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211). + +[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh +de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert +'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September +passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack +... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een +aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642). + +[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar +Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het +Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in +diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval +op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt. + +[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642). + +[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de +noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks +naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli +1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654), +wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder +de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in +loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden +quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken +als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen +hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree, +Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende +de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen." + +[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien +een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond +aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie +Journaal bl. 9. + +[170] Zie bl. XLII, noot 1. + +[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long +enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners +of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface, +bl. VIII). + +[172] Quelly--s. m. Mamm. Espèce de léopard de Guinee (Dictionnaire +national, par M. Bescherelle aîné. Paris, 1851). + +[173] Zie Journaal bl. 73. + +[174] Zie Bijlage I a. + +[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651. + +[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651. + +[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer, +Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423. + +[178] Zie Bijlage I a. + +[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum. + +[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft +bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten: + +1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier +(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon +de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave +Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147]. + +2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633 +Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, +Utrecht 1760). + +3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur +Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie +te Batavia. + +4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren +zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indië wissels zijn +overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688). + +In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel, +door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens +aangetroffen. + +[181] Vgl. echter: "The present Japanese régime in Korea is doing +everything in its power to suppress Korean nationality. The Government +not only forbade the study of Korean language and history in schools, +but went so far as to make a systematic collection of all works of +Korean history and literature in public archives and private homes +and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919). + +[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII +centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William +Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I, +bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by +C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII, +part 2, 1916. + +[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden +zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan, +Priangan II, bl. 44, noot 8). + +[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste +schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen +met het limiren van den dagh onder zeijl". + +[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen +(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou +de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan: +"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht +van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.: +"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen +vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449). + +[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het +achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk +uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder. + +[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10 +November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort". + +[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China. + +[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water +uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische +hulpmiddelen doenlijk is. + +[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip. + +[191] de afsluiting van het achterschip. + +[192] d.i. één uur 's nachts. + +[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van +het roer, te hebben doen oploeven. + +[194] d.w.z.: de ankers hielden niet. + +[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond. + +[196] groote vaten. + +[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in +Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn" +(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders +hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V, +2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den +Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 +Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te +Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord +van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth +Getränk, und wird unter andern für die Ruhr gebraucht.... und wird +(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold, +Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot). + +[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe +van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te +dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens +de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor +de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip +gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten +doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so +Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan +te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot +'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve +dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is. + +Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten, +Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke +meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt +eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten +sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en +yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te +goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip +gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen +yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed +hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening +by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen +tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps- +en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen" +(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27). + +[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk +dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet +besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast +en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve +van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De +Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de +goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat +weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy +heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot +sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de +Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28). + +[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franç., bl. 26). + +[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den +Chineeschen Jihpen. + +[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist +waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de +gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het +Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel +Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen +zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, +in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, +ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van +hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets +te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de +stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De +opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de +opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland" +kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest +van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651 +van Batavia naar Perzië zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis +door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben +hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen +uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642 +was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4). + +De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de: + +I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden +'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten". + +II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte +genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de +hooghte van 33 graden 32 minuten". + +III. Uitg.-van Velsen = II. + +IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de +stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer +'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en +dartig minderlingen". + +Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven: +"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Höhe genommen, +und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Höhe +von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nürnberg +(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea +qu'ils étoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisième degré +trente-deux minutes de latitude" (Histoire générale des Voyages, +VIII, bl. 416). + +Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33° 12' tot 33° 30' +zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking +genomen, de aangegeven breedte van 33° 32' zeer nauwkeurig mag heeten. + +De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer" +gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169). + +[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en +roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat +doel werden ingekocht. + +[204] "Tai-Tjyeng, Ville murée à 2076 lys de la capitale; 5 cantons; +dans l'ile de Quelpaert. 33° 21'--124° 2'" (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen +de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2° 20' 15"). + +[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs". + +[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2. + +[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Städte 1. Ranges +sind ... Sitze eines Mok så (schin. Müsse) d.i. Kreisgouverneurs" +(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII, +noot 5. + +[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has +been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They +give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and +cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903, +bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly +furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea, +1905, bl. 267). + +[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip +"Nieuw Enckhuijsen" in Indië gekomen voor Barbarot à 14 gld. pr +maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest +(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen +gesteld. No. 54; zie bl. 73). + +"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor +uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als +tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde +chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden +kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo +1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14, +fol. 255). + +[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts +verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van +Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao +1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese +jonck daar was geraakt". + +[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive +Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637: +"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] +aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien +haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door +den Heer van Fingo soude mogen geschieden". + +[212] d.w.z. in Indië. + +[213] de hoofdstad Seoul. + +[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van +"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The +Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost +werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2, +bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen +te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten +blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe +te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de +bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen +van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701). + +[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen, +Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen". + +[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer +behoord. + +[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen. + +[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de +drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz, +beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54, +bl. 73). + +[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt. + +[220] d.i. wij geraakten. + +[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig +vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra +(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk +aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet) +met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast +(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast +zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw +overboord viel. + +[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen +als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or +cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than +a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much +bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The +frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to +rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to +prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence +of the delinquent are written upon it for the information of the +passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape" +(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509). + +[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaërt ... Résidence d'un mok-sa, +gouverneur de l'île. 33° 33'-124° 16'" (Dict. Cor. Franç., bl. 19**). + +"Cette île, qui n'est connue des Européens que par le naufrage du +vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, était, à cette même époque, +sous la domination du roi de Corée. Nous en eùmes connaissance le +21 mai [1787].... Nous déterminâmes la pointe du Sud, par 33d 14' +de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la +Pérouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384). + +De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3 +en 12: "Chesu". + +In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij +haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op +de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den +Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en +III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts +Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of +ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree." + +Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher, +Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v. + +[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, +aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 47). + +[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of +convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves +of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201). + +[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'île de Quelpaërt, avec trois +cratères de volcans éteints, qui forment des lacs. 30° 25'-124° 17'" +(Dict. Cor. Franç., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is +about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200). + +[227] "Hai-Nam. Ville murée à 890 lys de la capitale ... Prov. de +Tjyen-Ra. 34° 27'-124° 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly équivaut +a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**). + +[228] ? + +[229] "Na-Tjyou. Ville murée à 740 lys de la capitale ... 35° 13'-124° +10'" (Dict. Cor. Franç. bl. 10**). + +[230] ? "Tong-Pok. Ville à 726 lys de la capitale ... 34° 43'-124° 32'" +(a.v. bl. 17**). + +[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified +stronghold in the mountains, to which, in time of war, the +neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet +de montagne" (Dict. a.v. bl. 373). + +[232] "Htai-In. Ville à 566 lys de la capitale ... 35° 33'-124° 29'" +(a.v. bl. 18**). + +[233] "Keum-Kou. Ville à 520 lys de la capitale ... 35° 38'-125° 12'" +(a.v. bl. 7**). + +[234] "Tjyen-Tjyou. Ville murée, capitale de la province de Tjyen-Ra, +à 506 lys de la capitale... 35° 37'-124° 37'" (a.v. bl. 19**). + +[235] Volgens de Dict. Cor. Franç. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to +in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la +dynastie précédente". + +[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste" +(Dict. a.v. bl. 19**). + +[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35° 22'-124° 25'" +(a.v. bl. 20**). + +[238] ? + +[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et +Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**). + +[240] "Yeng-Tchoun. Ville à 390 lys de la capitale.... Prov. de +Tchyoung-Tchyeng ... 36° 59'-126° 8'" (a.v. bl. 2**). + +[241] "Kong-Tjou. Ville murée, capitale de la prov. de +Tchyoung-Tchyeng, à 326 lys de la capitale. Résidence du kam-sa ou +gouverneur de la province ... 36° 23'-124°55'" (a.v. bl. 8**). + +[242] lees: Kyeng-keui. + +[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of +the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its +current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt +annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul, +Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**). + +[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du +royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van +"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui +et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le +fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur +de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**). + +[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden, +namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting +van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de +afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt; +recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352 +K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De +afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of +666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67). + +[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden, +werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene +dergelijke vertooning zouden vergasten. + +Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het +Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie +te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen] +... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten, +mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een +liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren, +te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn +vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse +gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen +en een stuck van een comedie te ageeren.... + +... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme +regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter +jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons +onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons +logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75). + +De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor +de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de +Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van +de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde +van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder +afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten +opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden" +was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven +naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok +houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede +soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door +de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over +de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden +[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en +geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere +verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692). + +[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door +den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17 +Aug. 1708). + +[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois où on écrit le nom d'un dignitaire, +qui en a une moitié; l'autre moitié est gardée par le gouvernement; +c'est le signe de l'autorité donnée par le roi au mandarin" +(Dic. Cor. Franç., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English +Dictionary, 1911, bl. 429. + +[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop. + +[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst". + +[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert. + +[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet +gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); +de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest. + +[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away, +but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling +the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were +easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172). + +[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal +city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of +the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress, +to which the royal family are sent for safety in time of war ... During +the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it +his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang +is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest. + +[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart +1622). + +[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt +opgegeten." + +[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren. + +[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik +(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t +schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier +aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624). + +[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het +Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen +Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige +te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als +een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan +het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben +uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het +lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen. + +[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best +conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken +met eene Koreaansche woordenlijst? + +Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt +verder niet gesproken. + +[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te +gebruiken. + +[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra +(Dict. Cor. Franç.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8. + +[263] ? + +[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; général de 2me ordre, commandant +d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans +chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321) + +[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de +nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen +moesten gaan. + +[266] linnen. + +[267] de hoofdstad, Seoul. + +[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer +hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren; +want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het +Opper-gezag aen de Koreërs; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, +volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen +is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert +te worden, gelijk de Neêrlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki, +opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49). + +"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a +perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the +war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 150). + +"Pou-san. Port, à 20 lys de la ville de Tong-nâi, ouvert depuis peu +au commerce du Japon, qui y entretenait déjà une garnison de 200 +soldats ... 34° 46'-126° 15'" (Dict. Cor. Franç., bl. 12**). + +[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last +king. This Prince commenced his political career at Moukden, where +he had been sent as hostage by his father. In the second year of his +reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659. + +The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden, +whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist +nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV, +bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Variétés sinologiques no. 24) +Chang-hai, 1905, bl. 457, 462. + +[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de +armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder: +Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens, +Bosboom-Toussaint en Beets. + +[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in +anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local +rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker, +Corea, China Review XIV bl. 129). + +[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel +(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal). + +[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and +Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs. + +[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'île +et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant +qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'où est venu le nom de Corée" +(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Corée sous la +dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**). + +"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and +which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four +centuries. He moved his capital to its present site, to the city of +Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning +"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed +since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name +of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269). + +"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the +throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392) +a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu, +rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and +established himself as the king of Corea. He chose for the title of +his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the +Coreans Chö sen. This is now the official name both for Corea and +for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He +also moved the capital from Song do to Söul" (C. T. Gardner, The +Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, +bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; état; nation" +(Dict. Cor. Franç., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het +noorden en het midden; Ko lee in het zuiden. + +[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo +vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de +Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen +stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek +met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8. + +[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea +stretches from 33° 15' to 42° 31' N. lat; and 122° 15' to 131° 10' +E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird +flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300 +miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396). + +[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but +rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy +from Séoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed +to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2). + +[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Corée, appelée Tsou-shima en +japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands +situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea +... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the +12th century, the island was the fief of the Sõ daimyo, who frequently +had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was +completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot, +Dict., bl. 706). + +[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to +gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the +water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and +Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de +Ham-Kyeng. Frontière N. de la Corée. A son sommet est un grand lac qui +a 6 à 7 lieues de tour. 41° 59'-126° 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**). + +"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare +1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht, +dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is, +vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te +Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan +werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van +Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden, +die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve +die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44). + +[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer +mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus +gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57). + +[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea +in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van +Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien +Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te +hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van +een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt +uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van +kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op +de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen +wel kenden; zeide verder, dat de Koreërs hunne byzondere schepen, +en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen +vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen +moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche +Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee +was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde, +dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit +het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, +meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, +als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer +oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44). + +"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in +onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als +de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee +is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden +of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56). + +[282] "Panax ginseng; jên shên, is the medicine par excellence, the +dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese +name is derived from a fancied resemblance to the human form. The +genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are +derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the +leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The +roots are covered with rings, from which the age is ascertained, +and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean +ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native +ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206). + +"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in +gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in +silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a +food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing" +qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273). + +Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende +werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck +Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven +1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV, +bl. 348-365).--"Lettre du Père Jartoux, Jésuite, touchant la plante +de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The +culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch +R. A. S. III, 1903, bl. 18-30). + +[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by +powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed +by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 228-229). + +[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont +gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts +met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het +leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt; +dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert, +is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels +schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56). + +[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen, +'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen +voor onse naackte billen hebben gekregen." + +[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken +om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman). + +[287] "There seems to be three distinct classes or grades of +bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study, +and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa +being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who +solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the +temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun) +act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use, +weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333). + +[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman). + +[289] Zie bl. 59. + +[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the +metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in +turn, and the King ascends the throne if they have any representations +to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127). + +[291] "Close communication between the palace and populace is kept +up by means of the pages employed at the court, or through officers, +who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa, +or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain +the popular feeling, or to report the conducts of certain officers +... receives sealed orders from the king, which he must not open +till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission, +a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some +cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 221-222). + +[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet, +als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten. + +[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen +gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al, +voorafgegaan door een; + +[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated +since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main, +that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated +the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235). + +[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande +een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over +een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne +mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen, +met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven +heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk +op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als +het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55). + +"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen, +en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels, +drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente +en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester +Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit +onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57). + +[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone +upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning +tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved +off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh, +leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of +holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the +torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical +discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335). + +[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik, +maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen, +ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet +beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven +mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal +II, kolom 1951). + +[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention +with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea, +bl. 355). + +[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous +visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds +of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267). + +[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2. + +[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in +north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though +we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The +floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from +the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 263). + +[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman +staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het +weggelaten. + +[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II, +bl. 769. + +[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It +would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal +with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time +... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant +place does not need to make elaborate preparations ... At night, +instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters +some house, whose exterior room is open to any comer. There he is +sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 288-289). + +[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe". + +[306] "Not the least interesting of the local or national festivals, +are those held in memory of the soldiers slain in the service +of their country on famous battle-fields. Besides holding annual +memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of +the people, there are temples erected to soothe the spirits of the +slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites +made painful to the national memory by the great Japanese invasion +of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 299). + +[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten". + +[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles. + +[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der +Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd +Paardrijden, strofe 13, regel 6). + +[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered +at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 298). + +"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om +aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor +'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken] +den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel +honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door +yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen. + +De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt, +dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk +in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele +honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn +Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin +levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur, +eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is +verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't +ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56). + +[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders". + +[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the +Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears +to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula" +(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en +Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om +katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e +dr. I, 1917, bl. 434). + +[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier +te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt, +op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 58). + +[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people +to use coin and at the same time prohibiting them from the use of +cloth as money.... Up to this time, there had always been a party +opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress +its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast +disappearing and though they once more succeeded, five years later, +in causing the rescission of the order to use coin, the people by that +time had become so accustomed to its use that they began to coin for +themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever +of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea, +Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61). + +[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 +... and in the following year, when sending home the king's son, +who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a +half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently +remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans +like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288). + +"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses +of absolute self-government; but, at the same time, it has had only +brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage +to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years' +dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe +taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly +tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants, +who bring back profits much greater than the amount of the tribute" +(Ross, a. v., bl. 365). + +[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren? + +[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien; +ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte, +'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan +de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en +van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat +zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had; +doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver, +of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e +dr. dl. I, bl. 58). + +[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded +annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town +aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29). + +[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't +Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche +Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden +(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de +Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders +schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is +een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren +aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere +lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 59). + +[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende, +geschreven. Het tweede is...." + +[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or +almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and +complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross, +Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity +and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale, +The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part +I, 1912, bl. 13-61).--"La clarté de l'esprit coréen apparaît dans +la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet, +le plus simple qui existe, dans la conception des caractères mobiles +où il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coréenne, +I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII). + +[322] lees: drukplaeten. + +[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jährlich ... ihren +Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als +Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, +Band III (1834) bl. 594). + +[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen +woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen +onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den +Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat +zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, +daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely +leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does, +it is a great occasion which is previously announced to the public. The +roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while +the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of +each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and +dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially +the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one +should look down upon his majesty. Those who think they have received +unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They +stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched +on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer +or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo +groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde +steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, +als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen +zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen +onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, +maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van +Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy +een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende +dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first +sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by +five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages +and escort them with all possible comfort to Sêul, where they are first +entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the +heir and other members of the royal family, heads of public offices +&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated +when the envoys take their departure). When the envoys first arrive +at their hotel, the heir advances with the various high officers, +and makes two obeisances. When they take their departure, the same +ceremony is repeated outside the ... Gate... + +The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from +the palace by the Corean court officials with great ceremony to his +hotel, and music is used even on fast days; a number of articles +of local produce are taken with him, and special other articles are +sent on the emperor's birthday and with formal state communications; +these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, +shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea, +China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is +equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on +the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting +out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands +reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his +relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are +all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de +Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet +gaat, wordt in dit bericht niet gezegd). + +[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) +is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh +genoemd. + +[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34° 33'-124° 56' (Dict. Cor. Franç., +bl. 16**). + +[328] Namman = Nam-Ouen, 35° 18'-124° 38' (a. v., 10**). + +[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan +aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16. + +[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als +voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn +tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, +als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn +de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet +'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn +van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56; +Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They +do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and +stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together +with wooden nails. They use round stems of trees in their natural +state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with +cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail +very well within three points of the wind, and the fishermen are very +skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon +[de Koreërs] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, +en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die +de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, +werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, +alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest" +(Witsen, 2e dr. I, bl. 44). + +[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, +die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre +af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich +liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter +afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot +Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen +als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder +staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje +sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven +Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot +en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op +46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, +kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in +zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers +oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer +diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men +met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal +kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV +(1665), bl. 183). + +Over deze komeet is geschreven door Johannes Höwelcke (Hevelius), +die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor +in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn +"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen +der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749) +en opnieuw door Lindelöf (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit, +Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator +aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie +ook Bijlage VI. + +[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne +krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander, +verbeeldende het eene gedeelte Koreërs en het andere Japanders, doch +de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden; +na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag +'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden, +dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn +Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, +daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is +ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte +geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden +ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh +in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel +mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665). + +[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard +Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de +belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens +tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven +de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586). + +[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about +this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, +and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, +and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto +which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of +the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary +of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618). + +[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van +Velsen: "bij de Zeekant". + +[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of +ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden +zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende, +aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks +tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I, +bl. 57-58). + +[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by +hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel +van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts +van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een +tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, +na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen +zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen +zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van +een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen, +2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken). + +[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neêrlanders, het vaertuig +hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, +met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e +dr. I, bl. 58). + +[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender +handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson +weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18 +Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly +winds blow from the middle of May, and often even from April, until +the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west +monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April +... prevails until the middle or end of September.... But the +regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese +coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in +winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is +inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the +exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of +Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878, +bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke +retourschepen uijt Japan nae Taijouan vóór 15, 20-25 October niet te +largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen +suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar +Taijoan, 2 Mei 1644). + +[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en +achtervloed, voorvloed en achtereb. + +[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter: +"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft. + +[343] lees: praijde. + +[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den +wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan +boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een +houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt +om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven. + +[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men +veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4. + +[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht". + +[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging +door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken +eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen: +"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, +die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.". + +[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden +Dagregister. + +[349] Zie Bijlage Ie. + +[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan +valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal +dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen). + +[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki +aangekomen. Zie Bijl. Ij. + +[352] Zie Inleiding, bl. XXVI. + +[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal +niet voor. + +[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den +druk aangebracht. + +[355] Niet ingevuld. + +[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667, +Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden. + +[357] van 18 Oct. 1666. + +[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger +als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki. + +[359] Kol. Arch. no. 457. + +[360] Kol. Arch. no. 255. + +[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester +(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod, +Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan, +1729, bl. 232. + +[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan. + +[363] Oostvoort in Bijl. Ia. + +[364] François de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd +Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben +te doen. + +[365] Zie bl. 86 hiervóór. + +[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456. + +[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon. + +[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56. + +[369] twee? + +[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia" +genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15 +Sept. 1627). + +[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad +Ords. (Dagr. Bat.). + +[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18): +14 April 1627. + +[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland; +ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623). + +[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the +10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with +the view of attacking a fleet which had been prepared there for a +journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt, +thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The +guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After +the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog +C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77. + +[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter +eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff +tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten". + +[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert +de Brack vóór 8 Jan. zijn teruggekeerd. + +[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het +vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 +November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende +opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13). + +Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps +toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx' +tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was +langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar +Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van +13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando, +zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie +Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan +boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 +Dec. 1621). + +[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan +aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637 +geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637. + +[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de +Japanners. + +[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato +van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de +geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer +gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door +d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: +Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone +wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het +hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer +consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne +den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando +24 Meert Ao 1637). + +[381] zijde, staat in Dagr. Japan. + +[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals, +volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden, +Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616). + +[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, +Introduction, bl. LI. + +[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers: +"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft +in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met +schoone vrouwen ende kinderen". + +[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of +all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare" +(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]). + +"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a +safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to +the scanty historical material which we have at hand, established a +rough form of government over their settlements. So admirable was the +organization that the different bands lived together without discord +and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to +look after the interests of the combined bands whenever anything arose +of common concern. The strongest of them was a powerful band under the +leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns, +and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually +attained a position so formidable that smaller bands combined with them +for their own protection, and thus nearly the whole of the China and +Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai +died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and +the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903) +bl. 8). + +[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten +seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625). + +[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625. + +[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English +Residents in Japan 1611-1623, bl. 271. + +[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat +"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens +de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der +Chineezen te Batavia (1636-1645). + +[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet +gebleken. Journaal Hamel. + +[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en +9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek. + +[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal, +de Bibliographie. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht +de Sperwer, by Hendrik Hamel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN *** + +***** This file should be named 11467-8.txt or 11467-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.net/1/1/4/6/11467/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.net/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.net + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.net), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.net + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. + + http://www.gutenberg.net/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + http://www.gutenberg.net/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + http://www.gutenberg.net/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + http://www.gutenberg.net/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/old/old/20040305.11467-8.zip b/old/old/20040305.11467-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e1da01f --- /dev/null +++ b/old/old/20040305.11467-8.zip diff --git a/old/old/20040305.11467.txt b/old/old/20040305.11467.txt new file mode 100644 index 0000000..9199fb5 --- /dev/null +++ b/old/old/20040305.11467.txt @@ -0,0 +1,9720 @@ +The Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht de +Sperwer, by Hendrik Hamel + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.net + + +Title: Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer + En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland + Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene + beschrijving van dat rijk + +Author: Hendrik Hamel + +Release Date: March 5, 2004 [EBook #11467] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + + + + + VERHAAL + + VAN HET VERGAAN VAN HET JACHT + + DE SPERWER + + EN VAN HET WEDERVAREN DER SCHIPBREUKELINGEN OP HET EILAND QUELPAERT EN + HET VASTELAND VAN KOREA (1653-1666) MET EENE BESCHRIJVING VAN DAT RIJK + + DOOR + + HENDRIK HAMEL + + UITGEGEVEN DOOR B. HOETINK + + + + 'S-GRAVENHAGE + + 1920 + + + +INHOUD. + + +VOORBERICHT +Gebruikte afkortingen +INLEIDING +JOURNAAL +BIJLAGEN: + + I. Berichten over de gevluchte schipbreukelingen + II. Berichten over de in vrijheid gestelde schipbreukelingen + III. Gegevens betreffende schepen: + + A. Het jacht de Sperwer + B. Het jacht Ouwerkerk + C. Het quelpaert de Brack + D. Het schip de Hond + + IV. Aanteeckeninge ofte memorie vande gelegentheijt van Corea + V. Personalia: + + A. Nicolaas Verburg + B. Cornelis Caesar + C. Iquan + D. Martinus Martini + + VI. Berichten over de komeet Ao 1664-65 + +BIBLIOGRAPHIE +GERAADPLEEGDE LITERATUUR +BLADWIJZER + + +PLATEN: + + +Facsimile van de eerste bladzijde van het HS +Facsimile van een gedeelte van het HS +Kaart van de tochten van Hamel + + + + +VOORBERICHT. + +Talrijk zullen de Nederlanders niet zijn die weten dat een opvarende +van een schip van de Oost-Indische Compagnie de eerste Europeaan +is geweest die uitvoerige berichten heeft gegeven over Korea. Het +door Hendrik Hamel van Gorkum, boekhouder van het jacht de Sperwer, +opgestelde relaas van hetgeen hij en zijne kameraden, na schipbreuk +te hebben geleden op een eiland van Korea, gedurende hun verblijf van +1653-1666 in dat land hebben ondervonden en waargenomen, heeft bij +landgenoot en vreemdeling een gunstig onthaal gevonden en bleef ruim +twee eeuwen lang het eenige werkje waarin eene op eigen aanschouwing +en ondervinding gegronde beschrijving voorkwam van dit geheimzinnige +rijk en zijne bewoners. + +Toen Korea in 1876 voor vreemdelingen toegankelijk was geworden, +kregen nieuwe bezoekers den indruk dat Hamel een betrouwbaar +verteller was geweest en eenvoudigweg had neergeschreven wat +hij en zijne lotgenooten hadden medegemaakt en opgemerkt. Voor de +Linschoten-Vereeniging bestond alzoo reden om door het uitgeven van +Hamel's "Journaal" de aandacht op het werk van dezen landgenoot te +vestigen. De verzorging van een nieuwen druk droeg zij daarom op aan +een harer bestuursleden, die evenwel kwam te overlijden eer hij tot +de uitvoering van die taak was overgegaan. Nu wilde het toeval, dat +ik mij had bezig gehouden met nasporingen aangaande de aanrakingen +van de Oost-Indische Compagnie met Korea, zoodat het mij weldra +mogelijk was eene bewerking van Hamel's Journaal, waarbij gebruik is +gemaakt van gegevens welke diens verhaal aanvullen en bevestigen, +ter beschikking van de Linschoten-Vereeniging te stellen. Waarom +de voorkeur is gegeven aan een tot nog toe onbekenden tekst, zal +uit de "Inleiding" duidelijk worden; de overneming van de blijkbaar +oorspronkelijke houtsneden uit eene in 1668 verschenen uitgaaf van +het Journaal zal, naar het voorkomt, instemming vinden. + +Bij den lezer dezer bewerking zal misschien de bedenking opkomen, +dat de lijst te breed is uitgevallen voor de schilderij door Hamel +nagelaten, dat te veel aandacht is gewijd aan bijzonderheden welke +niets leeren aangaande de lotgevallen van hem en zijne kameraden, +noch omtrent Korea. Wie echter toegeeft dat die bijzonderheden op zich +zelf wetenswaard mogen worden genoemd--gelijk mij toescheen--zal er +vrede mede kunnen hebben dat daaraan in noten en bijlagen eene plaats +is gegeven op grond van de uitspraak: "Men mag in werken als die van +de Linschoten-Vereeniging wel een weinig buiten de orde treden." + +Behalve zij, wier mededeelingen uitdrukkelijk zijn vermeld, hebben +drie leden van het Bestuur der Linschoten-Vereeniging aanspraak op +mijne erkentelijkheid: de Heer S.P. l'Honore Naber gaf blijk van zijne +belangstelling door zijne zaakrijke voorlichting; Dr. C.P. Burger +Jr. had de welwillendheid de samenstelling van de "Bibliographie" +voor zijne rekening te nemen en de Secretaris, de Heer W. Nijhoff, +heeft de verschijning van dit werkje met zorgzame hand geleid. Gaarne +zeg ik mede dank aan den Heer W.C. Muller, Adjunct-Secretaris van +het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van +Ned.-Indie, wiens kunde en hulpvaardigheid mij van groot nut zijn +geweest. + +Moge deze uitgaaf van Hamel's "Journaal" er toe leiden dat het aandeel +van Nederlanders in de "ontdekking" van Korea, opnieuw bekend wordt +en belangstelling vindt. + +Den Haag, 1920. B.H. + + + +GEBRUIKTE AFKORTINGEN. + + +Dagr. Bat. +Dagh-Register gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts India. + +Dagr. Jap. +Dagregister gehouden door het Opperhoofd van de Compagnie in Japan, +eerst te Firando en later te Nagasaki. + +Res. +Resolutie van Gouverneur Generaal en Raden van Indie. + +Gen. Miss. +Generale Missive, d.i. brief van de Indische Regeering aan Heeren XVII. + +Patr. Miss. +Patriasche Missive, d.i. brief van Heeren XVII aan de Indische +Regeering. + + + + + +INLEIDING. + + +Van de schepen welke in de 17e eeuw hebben behoord tot de navale macht +der Oost-Indische Compagnie, is geen ander zoo bekend geworden en +gebleven als het jacht "de Sperwer". Vaartuigen der Compagnie bleken +zoo vaak niet bestand tegen de stormen welke in de gevaarlijke wateren +van Oost-Azie voorkwamen, dat het buiten den kring van belanghebbenden +nauwelijks zal zijn opgemerkt toen dit jacht in 1653, op zijne reis +van Formosa naar Japan, de haven van bestemming niet bereikte. Het +waren de avontuurlijke lotgevallen van eenige geredde opvarenden, +gedurende een verblijf van dertien jaren in onbekende streken, welke +op hunne tijdgenooten indruk hebben gemaakt en het verhaal van hun +wedervaren mag ook thans nog op belangstelling aanspraak maken, +omdat daarin de eerste uitvoerige en betrouwbare inlichtingen van +ooggetuigen worden gegeven aangaande een land dat toen ter tijde, en +nog lang daarna, ontoegankelijk was voor vreemdelingen en zich verre +hield van handelsbetrekkingen met Westerlingen. Wat twee eeuwen lang +in Europa is bekend geweest omtrent het geheimzinnige rijk Korea, +was te danken aan een schipbreukeling van het jacht "de Sperwer". + +In het voorjaar van 1653 moest de Indische Regeering overgaan tot de +benoeming van een Gouverneur van onze vestiging op het eiland Formosa +[1], ter vervanging van den in 1649 opgetreden Nicolaas Verburg [2], +die zijn ontslag had gevraagd en op wiens aanblijven blijkbaar ook +geen prijs werd gesteld [3]. Er was reden om voor het Bestuur van dit +"costelijck pant", van dit Gouvernement "van overgroote importantie", +een Compagnie's dienaar uit te kiezen van "bijzondere wijsheijt, +discretie ende cloeckheijt" [4]. + +Op 7 September van het jaar te voren (1652) hadden Chineesche +kolonisten het vlek Provintien [5] afgeloopen en acht der onzen +vermoord, waarop militairen en inboorlingen waren uitgezonden die, +onder het neerleggen van eenige duizenden Chineezen, in twaalf dagen, +de rust herstelden [6]. Naar het oordeel van de Bataviasche Regeering +was het verzet der Chineezen eene waarschuwing dat te hunnen opzichte +minder vrijgevigheid moest worden betracht dan tot nog toe het geval +was geweest en dat zij dienden besnoeid te worden in de vrijheden +waaraan zij in hun eigen land niet gewoon waren [7]. + +Geschillen tusschen "Compagnie's principale ministers in kercke +ende politie" [8] hadden aanleiding gegeven tot verdeeldheid en het +ontstaan van partijschappen. Door overplaatsingen hieraan een einde +te maken, liet de dienst der Compagnie niet toe en om te verhoeden +dat de slechte verstandhouding tusschen bestuurders en predikanten +de belangen der Compagnie zou schaden, kwam het noodig voor het gezag +te leggen in handen van iemand van "meer dan gewone authoriteijt". + +Van verschillende kanten was de Regeering gewaarschuwd tegen "de sone +van den grooten mandarijn Equan" [9], d.i. Koksinga, die van plan zou +wezen om als hij den strijd op en om het vaste land van Zuid-China +tegen de opdringende Tartaarsche overheerschers zou moeten opgeven, +zich meester te maken van onze nederzetting op het eiland Formosa en +zich daar met zijn aanhang te vestigen [10]. Na weinige jaren heeft +de uitkomst bewezen dat de vrees voor aanslagen van die zijde niet +ongegrond is geweest, dat de donkere wolk welke in 1652 Compagnie's +bezit op Formosa boven het hoofd hing, niet was voorbij gedreven. In +1662 toch slaagde Koksinga er in aan ons gezag over dat eiland voorgoed +een einde te maken. + +Met eenparige stemmen werd in de vergadering der Bataviasche Regeering +van 21 Maart 1653 voor den gewichtigen post op Formosa gekozen de +Ordinaris Raad van Indie Carel Hartsingh, "die de Taijouanse gewesten +voor desen lange jaren bijgewoont" had [11]. Deze nam de benoeming +aan en maakte zich reisvaardig, maar toen Gouverneur Generaal Carel +Reniersz den 18en Mei 1653 kwam te overlijden, gaf Hartsingh er de +voorkeur aan te Batavia te blijven en den nieuwen Gouverneur Generaal +Maetsuijker als Directeur Generaal op te volgen [12]. + +Alsnu werd besloten "tot het Taijouanse Gouvernement te qualificeeren +en te gebruijcken" den Extra Ordinaris Raad van Indie Cornelis Caesar +[13] wien werd "opgedragen met de laetste besendinge daerna toe als +Gouverneur sich... te vervoegen" [14]. + +Den 16en Juni 1653 richtte de nieuwe Gouverneur Generaal Maetsuijker +een "vrolijck scheijdmael" [15] aan ter eere van den op vertrekken +staanden Gouverneur Caesar, die den 18en Juni, vergezeld van zijne +familie, van de reede van Batavia onder zeil ging [16]. Voor zijn +transport was aangewezen het jacht "de Sperwer" [17]. Aanvankelijk was +dit vaartuig bestemd om deel uit te maken van "de eerste besendinge" +naar Taijoan; het was echter aangehouden om daarop eenig krijgsvolk te +laten overgaan dat uit het vaderland werd verwacht. Toen dit uitbleef +en "het moeson al hoog begon te verloopen", werd besloten om in de +behoefte aan soldaten voor Formosa op andere wijze te voorzien en aan +"de Sperwer" "zijn affscheijt te geven" [18]. + +Voor het overbrengen van een hoogen Compagnie's dienaar is "de Sperwer" +misschien bij uitstek geschikt geweest; ook de Ed. Heer Joan Cunaeus +"Raad Ordinaris van India en expres Ambassadeur aan den Grootmogenden +Coninck van Persia" had, twee jaren te voren, aan boord van dit jacht +de reis ondernomen [19]. + +Dat het wat laat in zee stak, heeft het op zijne reis naar Formosa +niet geschaad; zonder tegenspoed te hebben ondervonden kwam het den +16en Juli 1653 te Taijoan aan [20], zoodat het fortuinlijker was dan +het fluitschip "de Smient", dat kort te voren (27 Mei) als behoorende +tot de eerste bezending, van Batavia rechtstreeks naar Taijoan was +uitgezeild en waarvan nooit meer is gehoord [21]. + +Lang heeft "de Sperwer" niet te Taijoan gelegen; na zijne lading te +hebben gelost en een nieuwe voor Japan te hebben ingenomen, lichtte +schipper Reijnier Egberts den 29en Juli 1653 het anker voor de reis +naar Nagasaki [22]. Toen het jacht daar niet kwam opdagen en geen +enkel bericht of gerucht over zijn wedervaren werd vernomen, lag de +veronderstelling voor de hand dat het met man en muis was vergaan in +den storm die kort na zijn vertrek was opgestoken, zoodat de Compagnie +het verlies van dit hechte schip met zijne lading had te boeken en het +"costelijck volck", sterk 64 koppen, was omgekomen. + +Aan Heeren XVII gaf deze ramp aanleiding de Indische Regeering op het +hart te drukken om "wel te letten op de moussons en de schepen niet +te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer uijt groote onheijlen +voortcomen," [23] maar het belang van den handel, "de Bruijdt daer +omme gedanst werd" [24], zal niet altijd hebben toegelaten zich aan +dit voorschrift te houden en de zeelui uit dien tijd, die aan zoo +veelvuldige gevaren gewend waren, zullen zich evenmin angstvallig +hebben afgevraagd of het voor het uitvaren wel de gunstige tijd was. + +Al noemden zij het verlies van "de Sperwer" een zware slag voor de +Compagnie, de machthebbers te Batavia en in het vaderland konden +daarin zonder veel beklags berusten; ondanks de tegenvallers [25], +bleven de winsten welke de handel op Japan afwierp, in de zeventiende +eeuw zoo aanzienlijk dat de deelhebbers in de Compagnie volop reden +hadden dankbaar gestemd te wezen [26]. + +De dienaren der Compagnie die hare belangen in Japan behartigden [27], +zullen van het vergaan van het jacht "de Sperwer" tenauwernood kennis +hebben gedragen en aan die scheepsramp stellig niet hebben gedacht +toen de kleine Nederlandsche gemeente te Nagasaki [28] in het begin +van September 1666 in opschudding werd gebracht door het gerucht dat +eenige vreemd uitgedoste Europeanen met een eigenaardig vaartuig op +een van de Goto eilanden [29] waren aangekomen. Hoe zullen zij zich +hebben verbaasd en verblijd toen weinige dagen later (14 September +1666) dit gerucht werd bevestigd en een achttal schipbreukelingen van +"de Sperwer" in hun kwartier werden gebracht. In het eentonige leven +der op het eilandje Decima [30] als het ware opgesloten Nederlanders +[31] zal elke afwisseling welkom zijn geweest en de verhalen welke deze +acht als uit de lucht gevallen landgenooten konden opdisschen, waren +bij uitstek geschikt om de verbeelding te treffen en het luisteren tot +een genot te maken. Immers wisten zij te vertellen van een Oostersch +land waarin, voor zooveel bekend was, tot nog toe geen enkele Europeaan +was doorgedrongen en met welks bevolking zij daarentegen dertien jaren +lang in nagenoeg volle vrijheid hadden verkeerd; het verhaal van het +leven dat zij en hunne kameraden daar hadden geleid, eerst op het +eiland waar zij aan wal waren gesmeten en daarna op het vasteland van +Korea, zal door hunne toehoorders met spanning zijn gevolgd en aan +dezen menige vraag in den mond hebben gegeven welke eveneens opkomt +bij het lezen van het te boek gestelde verslag, maar het antwoord +waarop ons blijft onthouden; het relaas van hunne wederwaardigheden, +van hunne avontuurlijke vlucht en vooral van hunne ontmoeting met een +landgenoot, Jan Janse Weltevree, die ruim een kwart eeuw voor hen in +Korea was gestrand, zal een diepen indruk hebben gemaakt. + +Eveneens zullen de schipbreukelingen gretig hebben aangehoord wat +hunne landgenooten te Decima konden vertellen van hetgeen in het +vaderland en in Indie was voorgevallen sedert "de Sperwer" van Batavia +was uitgezeild. De uitvoerige aanteekening in het te Nagasaki gehouden +Dagregister [32] en het ambtelijke bericht aan de Regeering te Batavia +[33] getuigen ervan dat het lot der vluchtelingen het medelijden heeft +gewekt zoowel van hunne landgenooten als van de Japansche overheid, +zoodat mag worden aangenomen dat het verblijf op Decima hun zoo +aangenaam mogelijk zal zijn gemaakt. Toch kan dit eiland in hun oog +niet anders zijn geweest dan de eerste en welkome pleisterplaats op +den terugweg naar Batavia en het vaderland; met klimmend ongeduld +zullen zij hebben gewacht op het aanstaande vertrek van het schip +aan boord waarvan zij de reis naar Batavia hoopten te ondernemen. Zij +hadden echter gerekend buiten de Japansche "precisiteyt" [34]. + +Eer zij op het Nederlandsche Comptoir te Nagasaki waren gebracht, +was hun een verhoor afgenomen [35] dat aan de rijksregeering te Jedo +werd gezonden ter verkrijging van de toestemming om Japan te verlaten +[36]; het gevolg van dezen ambtelijken omslag was dat zij nog een +vol jaar tot de bewoners van Decima bleven behooren. In plaats van +den 23en October 1666 met de "Esperance" naar Batavia te zeilen, +konden de teleurgestelde zwervers dezen bodem met bedroefde oogen +nastaren; de vereischte vergunning was uitgebleven [37] en hoewel +de vertegenwoordiger der Compagnie mondeling en schriftelijk daar om +bleef aanhouden [38], kwam eerst den 22en October van het volgende jaar +(1667) de licentie af welke aan hunne tweede gevangenschap een einde +maakte en hun gelegenheid gaf denzelfden dag zich in te schepen op +de zeilree liggende "Spreeuw" [39], waarmede zij den 28en November +1667 ten langen leste te Batavia aankwamen [40]. + +Het is zoo goed als zeker dat zeven hunner--de boekhouder Hendrik +Hamel bleef voorloopig in Indie [41]--de reis naar het vaderland +ook met "de Spreeuw" hebben voortgezet. Naar het heet [42], zijn +zij den 20sten Juli 1668 hier te lande teruggekomen. Nu is, volgens +het bericht van Heeren XVII aan de Bataviasche Regeering alleen het +schip "Amerongen"--dat 24 December 1667, alzoo een week vroeger dan +"de Spreeuw", van Batavia was uitgezeild--op 20 Juli 1668 "ons wel +en behouden toegecomen" [43], maar in de toevallig bewaard gebleven +monsterrol voor deze reis van "Amerongen" [44], komen de zeven +schipbreukelingen van "de Sperwer" niet voor onder de 73 gegageerden +noch onder de "ongegageerde coppen". Daarentegen wordt elders vermeld +dat "de Spreeuw" den 20sten Juli 1668 "in dese landen arriveerde" +[45], hetwelk--naar Heeren XVII schreven--den 15en dier maand zou +hebben plaats gehad. Deze tegenstrijdigheid kan worden verklaard +door aan te nemen dat "de Spreeuw" den 15en Juli in Texel of in +het Vlie ten anker is gegaan en den 20en d.a.v. in de haven van +bestemming--Amsterdam--zal zijn aangekomen. + +De vrijgevigheid van de Compagnie zou men te hoog aanslaan door te +veronderstellen dat de gewezen schipbreukelingen ditmaal den overtocht +zullen hebben gedaan als passagiers; van Japan tot Amsterdam zullen +zij deel hebben uitgemaakt van de bemanning en scheepsdienst hebben +verricht, waarvoor zij trouwens ook gage hebben genoten. + +Het beroep op het medelijden van de Bataviasche Regeering, te hunnen +behoeve gedaan door het Opperhoofd in Japan, Willem Volger, bij diens +komst te Batavia in het laatst van 1666 [46], zal vruchteloos zijn +gebleven. Wanneer toch een Compagnie's schip verloren ging, hield de +gage der bemanning van dat oogenblik op en nam eerst opnieuw koers +zoodra zij weder dienst deed. Zoo was nu eenmaal de vastgestelde regel +[47], op grond waarvan Hendrik Hamel en zijne zeven makkers ook nul +op het rekest kregen toen zij bij hunne verschijning in den Raad +van Indie op 2 December 1667 het verzoek deden tot uitbetaling van +gage voor den duur van hun verblijf in Korea. Hun werd alleen gage +toegekend, gerekend van den dag waarop zij in de loge te Nagasaki +waren aangebracht; voor een paar hunner werd de vroeger genoten gage +met luttele guldens verhoogd voor de thuisreis, maar verder ging de +goedgeefschheid der Bataviasche Regeering niet [48]. + +In het vaderland aangeland, slaagden zij er evenmin in van Heeren +XVII betaling te erlangen van hun gage, waarop zij opnieuw aanspraak +maakten voor den vollen duur van hun verblijf in Korea; alleen "uit +commiseratie" werd eene "gratuiteyt" ten bedrage van f 1530 onder +hen verdeeld [49]. + +De schipbreukelingen die uit Korea wisten te ontvluchten, lieten +daar acht kameraden van "de Sperwer" achter, voor wier verlossing +onze Opperhoofden te Nagasaki, Wilhelm Volger en na hem Daniel Six, +de hulp inriepen van de Japansche Regeering [50]. De betrekkingen +welke Japan met Korea onderhield door tusschenkomst van den Daimio +van het Japansche eiland Tsusima [51], maakten zulk een "pieus +officie" [52] mogelijk; ook heeft de Japansche Regeering misschien +van de verschijning van een Koreaansch gezantschap aan het hof te +Jedo gebruik kunnen maken om op de vrijlating der Nederlandsche +gevangenen aan te dringen--in elk geval hebben de achtergebleven +schipbreukelingen aan de bemoeiingen van de Japansche Regeering te +danken gehad dat zij door de Koreanen zijn in vrijheid gesteld [53] +en door den Daimio van Tsusima zijn voortgeholpen op hun tocht naar +Nagasaki, waar zij, zeven in getal, na eene moeilijke zeereis, den 16en +September 1668 bij de onzen te recht kwamen [54]. Van den achtsten, +den kok Jan Claesz. van Dort, wordt in de ambtelijke stukken gezegd +dat hij sedert de ontvluchting van zijne makkers twee jaren te voren, +was komen te overlijden. Daarentegen verhaalt Nicolaas Witsen--die +het kon weten--dat hij er de voorkeur aan heeft gegeven in het land +der vreemdelingschap te blijven: "Hij was aldaer getrouwt en gaf +voor geen hair aen zyn lyf meer te hebben dat na een Christen of +Nederlander geleek" [55]. + +De nawerking van de vertoogen der Japansche Regeering schijnt een +paar jaren later nog krachtig genoeg te zijn geweest om te voorkomen +dat het jacht Pouleron, toen het zich door storm gedwongen zag aan +het Quelpaerts-eiland te ankeren, daar werd lastig gevallen en dat +de Chineesche bemanning van eene verongelukte jonk van Batavia, +werd aangehouden [56]. + +Na, evenals hunne voorgangers, door de Japansche autoriteiten te +Nagasaki te zijn ondervraagd over Korea en den handel van Japanners in +dat rijk [57], kregen deze zeven bevrijde Nederlanders vergunning om +Japan te verlaten. Ter versterking van de bemanning, werden zij door +ons Opperhoofd geplaatst aan boord van de "Nieuwpoort" [58], die den +27en October 1668 van Nagasaki onder zeil ging om over Coromandel naar +Batavia te varen. "Door toeval" ging het plan niet door om hen bij +Poeloe Timon te laten overgaan op de "Buijenskerke", die te gelijker +tijd van Nagasaki rechtstreeks naar Batavia vertrok; dientengevolge +zullen zij eerst den 8en April 1669 te Batavia zijn aangekomen [59], +terwijl de "Buijenskerke" hen daar al den 30en November 1668 zou +hebben gebracht [60]. + +Wanneer en met welken bodem de tweede groep van geredde +schipbreukelingen de reis naar het vaderland heeft ondernomen, is niet +vermeld gevonden. Vermoedelijk heeft de te Batavia achtergebleven +boekhouder zich daar bij hen aangesloten; in Augustus 1670 toch +verschenen twee hunner, benevens Hendrik Hamel, voor Heeren XVII om, +gelijk de in 1668 teruggekeerde kameraden, betaling te verzoeken van +hun gage gedurende hunne gevangenschap in Korea verdiend of van zooveel +als Heeren Meesters hun in redelijkheid wenschten toe te leggen. De +uitkomst was dat zij er genoegen mede moesten nemen op gelijken voet +te worden behandeld als ten aanzien van hunne lotgenooten in 1669 +was vastgesteld: met een geschenk in geld werden zij afgescheept +[61]. Hunne verlossing uit de gevangenschap heeft begrijpelijkerwijs +minder opzien gebaard dan die hunner voorgangers; zij is zelfs zoo in +het vergeetboek geraakt dat de schrijver van een standaardwerk over +Korea, waarin een geheel hoofdstuk wordt gewijd aan de Hollandsche +bannelingen, heeft gemeend dat omtrent hun lot nooit iets bekend is +geworden [62]. + +Hier en daar in Korea zijn inboorlingen aangetroffen met blond haar +en blauwe oogen, welke voor afstammelingen van onze schipbreukelingen +zouden kunnen doorgaan, als vaststond dat niet ook andere blanke +zeevaarders daar zijn aangeland, die eveneens met de vrouwen des lands +omgang hebben gehad [63]. Voor de Koreanen ligt de herkomst dezer +blondharige landgenooten in het duister; het verblijf van Hamel en +zijne makkers heeft geen indruk achtergelaten [64], het tegenwoordige +geslacht hoorde er uit den mond van Westerlingen voor het eerst van +[65]. + +Vele jaren na hunne terugkomst hier te lande worden--zooals wij +hierna zullen zien--twee van de geredde opvarenden van "de Sperwer" +nog genoemd door een geleerd Bewindhebber der Compagnie, aan wien zij +mondelinge inlichtingen hebben verstrekt; behoudens eene uitzondering, +hebben de overigen geen bekend spoor nagelaten. + +Een hunner heeft daarentegen zoo groote vermaardheid verworven dat +zijn naam in binnen- en buitenland is bekend geworden. Zijn gedwongen +verblijf op het eiland Decima, heeft namelijk de boekhouder van "de +Sperwer", Hendrik Hamel van Gorkum, zich ten nutte gemaakt door van +het wedervaren van hem en zijne lotgenooten een relaas op te stellen +en daarin op te nemen hetgeen hem omtrent land en volk van Korea +was bijgebleven. + +Was aan Hamel en zijne zeven kameraden op 2 December 1667 te Batavia +de onderscheiding te beurt gevallen "in Rade" te mogen verschijnen +[66], in het Bataviasche Dagregister staat onder den 11en dier maand +nog aangeteekend dat Hendrik Hamel toen zijn Journaal "aan Haer +Ede overgelevert" heeft [67]. Op dien datum heeft de Raad van Indie +niet vergaderd, maar Hamel kan andermaal op het Kasteel zijn ontboden +omdat de Gouverneur Generaal uit zijn mond bijzonderheden wilde hooren +over zijn verblijf in Korea of omdat de Directeur Generaal wenschte +te vernemen hoe hij dacht over de kansen voor den handel met dit +rijk. Hamel's Journaal dat, volgens de aangehaalde aanteekening in het +Dagregister, was "leggende onder de papieren desen jaere van Japan [met +"de Spreeuw"] ontvangen", was toen ter Generale Secretarije beschikbaar +en kon van daar worden opgevraagd om hem gelegenheid te geven het aan +"Haer Edele", d.i. aan Gouverneur Generaal en Raden, aan te bieden. Ook +is het niet onwaarschijnlijk dat de aanbieding heeft plaats gehad in +de hiervoor vermelde vergadering der Regeering op 2 December en dat de +Dagregisterhouder, de Eerste Klerk ter Generale Secretarije Camphuijs, +dit eerst den IIen dier maand heeft aangeteekend, zooals meer voorkwam +[68]. + +Een tweede exemplaar van dit Journaal is blijkbaar in het bezit +geweest van zijne lotgenooten die voor hem, den 20en Juli 1668, in +het vaderland aankwamen, en door hen kort daarna aan Heeren XVII ter +inzage gegeven [69], waarna de tekst in handen zal zijn gekomen van +uitgevers. Dat dezen de gretigheid waarmede Hamel's relaas zou worden +ontvangen, niet hebben overschat, blijkt uit de verschijning hier te +lande van zes verschillende uitgaven, waarvan ten minste drie al in +het jaar 1668. Bovendien zijn in het buitenland weldra ook vertalingen +als afzonderlijke werkjes in het licht gegeven of later opgenomen +in verzamelingen van reisverhalen [70], en voor hen die sedert over +Korea hebben geschreven, bleven Hamel's berichten aangaande dit rijk, +zijne bewoners en zijne instellingen, eene welkome bron, lang zelfs +de eenige van zuiver westersche herkomst. + +De eerste schrijver die daaruit heeft geput was Montanus, van wiens +hand in 1669 een foliant verscheen over de gezantschappen der Compagnie +"aen de Kaisaren van Japan" [71]. In het laatste gedeelte van zijn +werk, heeft hij de gelegenheid waargenomen om aan het vergaan van "de +Sperwer" en de lotgevallen van de schipbreukelingen eenige bladzijden +te wijden [72]; waar hij zijne berichten vandaan heeft, verzwijgt hij +evenwel en al noemt hij Hamel--dat deze een Journaal heeft opgesteld, +heeft Montanus niet noodig gevonden te vermelden, hoewel blijkbaar +dit Journaal, in den een of anderen vorm, door hem is gebruikt. + +Ook de Bewindhebber der Compagnie Nicolaas Witsen heeft niet versmaad +in zijn werk "Noord en Oost Tartarye" partij te trekken van hetgeen +over Korea door Hamel's Journaal bekend of bevestigd was geworden. In +den eersten druk--die in 1692 is gereedgekomen maar niet in den handel +is gebracht [73]--beroept hij zich een enkele maal op "de Hollanders +die op Korea gevangen zijn geweest" en toont hij van hun schipbreuk en +gevangenschap op Quelpaerts-eiland en het vasteland, op de hoogte te +zijn; zelfs geeft hij een paar bijzonderheden ten beste welke nergens +elders worden aangetroffen en doen vermoeden dat hij met geredde +schipbreukelingen in aanraking is geweest. Evenwel spreekt hij niet +over hen, noemt hen zelfs niet en rept evenmin van een Journaal. + +In den tweeden en vermeerderden druk van zijn werk, in 1705 +verschenen [74], zijn Witsen's berichten over Korea veel uitvoeriger +geworden. Ook nu heeft hij zich niet bepaald tot hetgeen hij heeft +kunnen overnemen uit de "Reisbeschrijvinge der Nederlanders die +in Korea gevangen gezeten hadden"--zooals Hamel's Journaal wordt +omschreven op de eenige plaats waar er in zijn boek melding van wordt +gemaakt [75]--maar thans haalt hij ettelijke malen uitdrukkelijk als +zijne zegslieden aan twee van de schipbreukelingen, den onderbarbier +Mattheus Eibokken en den scheepsjongen Benedictus Klerk van Rotterdam, +die hem mondelinge inlichtingen hebben verstrekt. Vooral Meester +Eibokken's mededeelingen heeft Witsen terecht als aanwinsten beschouwd. + +Dat Witsen het Journaal van Hamel--wiens naam hij nergens noemt--heeft +gekend en geraadpleegd, blijkt overtuigend uit hetgeen over Korea +in zijn werk voorkomt en bovendien uit eene vergissing welke hij +begaat. In den eersten druk van "Noord en Oost Tartarye" verduidelijkt +hij de ligging van het door de Chineezen Fungma genoemde eiland met +de marginale aanteekening: "Nu Moese of Quelperts eiland", terwijl +hij op een andere plaats spreekt van: "Quelpaerts-eiland, Moese by +d' inwoonders genoemt." Ook in den tweeden druk herhaalt hij dat de +inlanders zelf dit eiland Moese noemen [76]. Vergelijkt men hu hiermede +de plaats in Hamel's Journaal: "'s middags gecomen in een stadt gent +Moggan [77], sijnde de residentieplaats van den Gouverneur van 't +eijland bij haar Mocxo genaemt [78]"--waarvan uitgevers hebben gemaakt: +"bij haer genaemt Moese" [79]--dan is het duidelijk dat Witsen's bron +is geweest een gedrukt Journaal van Hamel en dat hij het Koreaansche +woord voor den gouverneurstitel [80] heeft gelezen alsof het eiland +zelf daarmede was aangeduid. + +De gegevens hem door Hamel en zijne zegslieden bezorgd, heeft Witsen op +eigenaardige wijze verwerkt en dooreen gemengd, waardoor wonderlijke +samenvoegingen zijn ontstaan als deze: "De dorpen zijn daer te lande +ontelbaer, iemant by het haer te vatten is daer zeer oneerlijk en +veracht" [81]. + +Minder kan het bevreemden dat de uitgevers van Hamel's Journaal +diens tekst niet getrouw hebben gevolgd. Zij zullen rekening hebben +gehouden met den smaak van het publiek waarvoor hunne boekjes bestemd +waren en daarom die wijzigingen hebben aangebracht welke hun doelmatig +voorkwamen. Zoo heeft de een [82] den tekst gesplitst in twee op zich +zelf staande stukken: het verhaal van hetgeen den schipbreukelingen +is wedervaren en de beschrijving van Korea; een ander [83] heeft die +beschrijving zelfs geheel weggelaten; misschien omdat hij daarbij een +paar in zijn bezit zijnde plaatjes te pas kon brengen, heeft een derde +[84] eene uitweiding ingelascht over olifanten en krokodillen die in +Korea niet voorkwamen, voor welke inlassching hij in zijne uitgave +zonder plaatjes eene elders gegeven beschrijving van gastmalen aan +het Mataramsche hof in de plaats stelde [85]. Bovendien verschillen +de gedrukte teksten zoowel onderling als van den onzen, soms op--naar +onze opvatting--niet onbelangrijke plaatsen. + +Van Hamel's gedrukte Journaal verscheen in 1670 al eene Fransche +vertaling, twee jaren later gevolgd door een Duitsche, waarna het +nog eenige tientallen jaren heeft geduurd eer de Fransche vertaling +op haar beurt in het Engelsch is overgezet; in die vertalingen en +bewerkingen vindt men natuurlijk de onnauwkeurigheden terug welke aan +de vaderlandsche uitgevers van Hamel's tekst te wijten zijn, waaraan +de overzetters bovendien sommige vergissingen of onjuistheden van +eigen vinding hebben toegevoegd. Buitenlandsche schrijvers die zulk +een vertaling moesten gebruiken, droegen er toe bij de door anderen +begane fouten te verbreiden [86], soms ook te vermeerderen [87], +zoodat tot nog toe aan Hamel's arbeid geen recht is gedaan, zijn +Journaal niet is bekend gemaakt zoo als hij het heeft samengesteld. + +Die leemte aan te vullen kwam wenschelijk voor. + +In het Landsarchief te Weltevreden is een exemplaar van Hamel's +Journaal misschien nooit opgenomen, in elk geval thans niet aanwezig +[88]; waar het "verbaal" is gebleven dat Heeren XVII in 1668 in +handen hebben gehad, valt niet te zeggen en uit de nog bestaande +dagregisters en brieven uit dien tijd, afkomstig van Compagnie's +Comptoir te Nagasaki, blijkt zelfs niet dat het bestaan van dit +Journaal aldaar is bekend geweest. Misschien heeft Hamel zelf ook een +exemplaar daarvan medegebracht bij zijne terugkomst hier te lande; +om te kunnen nagaan of dit ergens verscholen ligt, zouden gegevens ten +dienste moeten staan aangaande zijn leven sedert zijn terugkeer in het +vaderland in 1670 en een onderzoek daarnaar is vruchteloos gebleven. + +Gelukkig is in de afdeeling Koloniaal Archief van het Algemeen +Rijksarchief te 's Gravenhage het exemplaar van Hamel's Journaal +bewaard gebleven dat de Indische Regeering heeft gezonden aan de Kamer +Amsterdam. Het maakt deel uit van de papieren bijeengebracht in het +"Tweede deel van de ingecomen brieven tot Batavia uijt de respective +quartieren van Indien, overgecomen pr de schepen 't Wapen van Hoorn, +Alphen, Hollants Tuijn, Vrijheijdt, Cattenburgh, Amerongen, Wassende +Maan, Loosduijnen en Vlaardingen, den 18 Mei, 13, 20, 23 en 25 Julij +respective in Tessel en 't Vlie gearrivt. Vierde Boek Ao 1668", en +wordt in het eveneens in dat deel voorkomende "Register der ontfangene +brieven etc. sedert 6 December deses jaers 1667 tot 23en desselven +maende voor de Camer Amsterdam", vermeld als volgt: "Japan. Dagregister +gehouden bij de gesalveerde personen van 't verongelukt Jagt de +Sperwer van 't gepasseerde en hun wedervaren in 't rijck van Coree, +sedert den 18en Augustij 1653 tot den 14 September 1666." + +Dat uit dit archiefstuk niet blijkt door wien het Journaal is +samengesteld en aangeboden, behoeft niet te verwonderen. Zelfs +verzoekschriften werden eertijds vaak ongeteekend ingediend [89] +en soortgelijke relazen als Hamel's Journaal worden herhaaldelijk +zonder handteekening noch dagteekening onder de Compagnie's papieren +aangetroffen. Van zich zelf spreekt Hamel in zijn Journaal als +van "den bouck houder" en nergens laat hij uitkomen dat hij er de +samensteller van is; door die onpersoonlijke redactie verviel ook de +aanleiding om het te onderteekenen. Het is waar dat zijn auteurschap +nu ook niet onomstootelijk vaststaat, maar al is het aannemelijk, +zelfs waarschijnlijk, dat hij de herinneringen van zijne kameraden +zal hebben te hulp geroepen, alleen hij zal--naar het voorkomt--de +ontwikkeling hebben bezeten, welke voor de samenstelling van het +Journaal werd vereischt, dat, voor zooveel wij weten, ook nooit aan +een ander is toegeschreven. + +Zelfs als het bewaard gebleven archiefstuk slechts een afschrift +is, dat de Regeering te Batavia voor de Kamer Amsterdam heeft doen +vervaardigen, staan herkomst en bestemming ons borg dat wij in die +copie een alleszins betrouwbaren tekst bezitten. + +Is echter het aangetroffen document zulk een afschrift of daarentegen +het exemplaar van zijn Journaal dat Hamel, volgens de aanteekening +in het Bataviasche Dagregister van 11 December 1667, toen aan de +Indische Regeering heeft aangeboden? + +Wij zijn geneigd het voor het laatste te houden. + +Gehoor gevende aan den aandrang van Compagnie's Opperhoofd te Nagasaki, +zal Hamel den tijd van zijn verblijf aldaar hebben besteed aan het +opstellen van een uitgebreid relaas (waarop al wordt gezinspeeld in +de missive uit Nagasaki aan de Indische Regeering van 18 October 1666) +[90] en op zijn minst twee exemplaren daarvan hebben laten afschrijven +door een klerk van de loge aldaar. In de overtuiging dat voor het +vertrek van Compagnie's schepen in het jaar 1667 de vergunning zou +afkomen op grond waarvan de schipbreukelingen van "de Sperwer" Japan +zouden mogen verlaten, zal Hamel den tekst van zijn Journaal volledig +hebben afgemaakt en op het laatste oogenblik door denzelfden klerk +den datum "van de comste van den nieuwen gouverneur" en dien waarop +het anker zou worden gelicht, hebben laten invullen (zoodat alleen +de datum van aankomst te Batavia nog openbleef) waarna hij het aan +de Regeering te Batavia toegedachte exemplaar zal hebben ter hand +gesteld aan het Opperhoofd, om het te voegen bij de overige voor +die Regeering bestemde papieren. Van dit Opperhoofd zal de opdracht +aan den Gouverneur Generaal en de Raden van Indie afkomstig wezen, +welke met eene andere hand is geschreven dan de tekst [91]. + +Neemt men aan dat hetgeen onder 1667 in ons Journaal wordt gemeld, +door Hamel daaraan zal zijn toegevoegd gedurende zijne reis van Japan +naar Indie, dan verklaart men daarmede ons archiefstuk, dat--behoudens +de zooeven genoemde opdracht--van het begin tot het einde met dezelfde +hand is geschreven, een eigenhandig stuk van Hamel te wezen, hetgeen +echter onwaarschijnlijk voorkomt met het oog op de daarin aangebrachte +verbeteringen van sommige verschrijvingen waaraan de auteur zelf zich +niet zal hebben schuldig gemaakt. + +Houdt men het er voor dat het door Hamel te Batavia aangeboden +exemplaar, aldaar zal zijn verbleven en later verloren is gegaan, +maar dat wij thans in handen hebben een ter Generale Secretarije +vervaardigd afschrift voor de Kamer Amsterdam--waardoor de gelijkheid +van het schrift van den tekst van begin tot slot, afdoende wordt +verklaard--dan rijst de vraag waarom de datum van aankomst te Batavia +oningevuld is gebleven en waarom de opdracht aan Gouverneur en Raden +van een andere hand is dan de tekst van het afschrift. + +Dat Hamel zelf--waarschijnlijk reeds te Nagasaki--ons archiefstuk +heeft nagezien, staat bovendien voor ons vast. Als de tijd verloopen +sedert de beide lotgenooten van Jan Janse Weltevree om het leven waren +gekomen, is namelijk eerst geschreven: "19 a 20 jaren" hetgeen is +veranderd in "17 a 18 jaren", gelijk duidelijk zichtbaar is [92]. Deze +nieuwe lezing--welke eveneens wordt aangetroffen in de gedrukte +Journalen welke wij in handen hebben gehad--moet door Hamel zelf of op +zijne aanwijzing zijn aangebracht in de verschillende exemplaren welke +van zijn Journaal waren gemaakt; aan eene verschrijving van een copiist +valt hier niet te denken. Eveneens komt het weinig waarschijnlijk voor +dat Hamel in de gelegenheid zal zijn geweest om een te Batavia gemaakt +afschrift van zijn Journaal na te gaan en zoowel daarin als in de +oorspronkelijke exemplaren (alzoo ook in het kort na hunne aankomst +door zijne kameraden naar het vaderland medegenomen Journaal) de +verbeterde lezing zal hebben opgenomen. Waarom zou hij hebben nagelaten +dan tevens den datum zijner aankomst te Batavia in te vullen? Trouwens, +ook bij dezen loop van zaken zou ons archiefstuk, dank zij Hamel's +medewerking, de waarde van een oorspronkelijk document hebben gekregen. + +Wij houden het er voor dat de Bataviasche Regeering het uit Japan +ontvangen stuk zelf, aan de Kamer Amsterdam zal hebben overgezonden +en vermeenen daarom te mogen zeggen dat thans hierachter voor het +eerst Hamel's Journaal is afgedrukt gelijk hij het heeft opgesteld +en ingediend. Intusschen kan in onzen tekst hier en daar een woord +zijn uitgevallen dat is blijven staan in het exemplaar door Hamel's +makkers medegenomen naar het vaderland en daar uitgegeven; ook zullen +in de vroegere uitgaven sommige verschrijvingen reeds zijn verbeterd +en enkele uitdrukkingen zijn verduidelijkt; daarentegen komt in geen +enkel ons bekend gedrukt Journaal het verbaal voor van het verhoor, +door den Japanschen Gouverneur aan Hamel en de zijnen afgenomen bij +hunne aankomst te Nagasaki. + +Ofschoon Hamel's Journaal herhaaldelijk is uitgegeven en vertaald, +is het--volgens Tiele--nooit recht populair geworden omdat er te +weinig over gruweldaden in voorkwam [93]. Naar den smaak van Hamel's +tijdgenooten kan diens verhaal te sober zijn geweest en misschien zou +het bij hen grooteren opgang hebben gemaakt als hij op de Koreanen +had afgegeven, hen als bloeddorstige wilden had afgeschilderd en zijn +Journaal had opgesmukt door verhalen te verzinnen welke beurtelings +weerzin en deernis, afgrijzen en medelijden bij den lezer hadden +gewekt. Wat ons in Hamel's Journaal bekoort, is daarentegen juist +zijne rondborstige erkenning van de goede behandeling welke aan hem en +zijne kameraden over het geheel genomen is ten deel gevallen van een +oostersch en heidensch volk; de eenvoud waarmede hij heeft weergegeven +wat zij gedurende hunne ballingschap hebben ondervonden en opgemerkt; +de stempel van oprechtheid welke zijn relaas kenmerkt. + +Nergens betrapt men hem op eene tastbaar opzettelijke onjuistheid +en als een enkele maal kan worden aangetoond dat hij een feit anders +heeft voorgesteld dan het zich heeft toegedragen, blijkt bij onderzoek +dat hem alleen slordigheid kan worden ten laste gelegd. Zoo laat +hij in het verhaal van de ontmoeting met den lang te voren in Korea +gestranden landgenoot Jan Janse Weltevree, dezen zeggen dat hij "ao +1627 met het jacht Ouwerkerck naer Japan gaende door contrarie wind op +de Cust van Corea vervallen" [94] was, terwijl vaststaat dat dit schip +toen niet in die streken is geweest [95]. Uit hetgeen te Nagasaki is +aangeteekend in het daar gehouden dagregister [96], blijkt evenwel +dat de schipbreukelingen van "de Sperwer" bij hunne verschijning +aldaar de toedracht van Weltevree's komst in Korea volkomen juist +hebben verteld, zoodat mag worden aangenomen dat Hamel zich enkel aan +een onnauwkeurigheid heeft schuldig gemaakt bij de beantwoording van +de vragen der Japansche autoriteiten en toen hij later Weltevree's +avontuur te boek heeft gesteld. + +De juistheid van Tiele's opmerking dat Hamel's arbeid niet +wetenschappelijk is [97], kan grifweg worden toegegeven. Kon anders +worden verwacht van een jongmensch dat op twintigjarigen leeftijd +naar Indie ging, daar een paar jaar in dienst der Compagnie werkzaam +was en vervolgens dertien jaren lang had geleefd in eene oostersche +omgeving, in volslagen geestelijke afzondering, buiten aanraking met +ontwikkelde landgenooten of andere Westerlingen? Het is trouwens nog +de vraag of wij er bij zouden hebben gewonnen als Hamel in plaats +van een scheepsboekhouder een geleerde was geweest. Was de kans niet +groot dat hij zich dan niet zou hebben beperkt tot het geven van +een onopgesmukt verhaal zijner lotgevallen en van eene eenvoudige +beschrijving van land en volk maar eene zoogenaamd wetenschappelijke +verhandeling zou hebben geleverd? Van den wetenschappelijken zin +van vaderlandsche geleerden die in dien tijd over oostersche landen +schreven, krijgt men echter geen hoogen dunk als men heeft kennis +gemaakt met de werken van Montanus en Witsen en in de gelegenheid is +geweest de toen in zwang zijnde naschrijverij op te merken. Hamel +was ten minste oorspronkelijk, wars van ophef en oprecht [98], +hetgeen ons vrede doet hebben met zijn stijl; heeft hij onjuistheden +neergeschreven dan is dit te goeder trouw geschied. Wij kunnen wenschen +dat hij ons omtrent het leven van de schipbreukelingen in Korea meer +bijzonderheden had gegeven maar kunnen hem niet euvel duiden dat hij +voor zich heeft gehouden wat hem en zijne makkers als een vergrijp +zou zijn aangerekend of tenminste ongunstig zou zijn opgenomen. Zoo +verzwijgt hij dat de schipbreukelingen--van wie sommigen misschien +al in het vaderland waren getrouwd--hebben verkeerd met de dochteren +des lands en in Korea vrouwen en kinderen hebben achtergelaten [99], +hetgeen mede verklaart waarom het eerste zevental bij hun terugkeer +in het vaderland zich dadelijk bereid hebben getoond om deel te nemen +aan een tocht welke het aanknoopen van handelsbetrekkingen met Korea +tot doel zoude hebben [100]. Ook is niet duidelijk hoe zij gedurende +hun ballingschap in hun onderhoud hebben voorzien. De indruk wordt +gevestigd, dat zij voortdurend ten prooi zijn geweest aan bittere +armoede; hoe kwamen zij dan echter aan het geld dat hen in staat +stelde eerst om zich huizen en kleeren aan te schaffen en later om +tegen hoogen prijs het vaartuig te koopen waarmede Hamel en de zijnen +wisten te ontvluchten. "Dit volk ... zeide van het offervlees meest +geleeft, en geen quade dagen gehad te hebben" [101] verklaart Witsen, +maar deze--waarschijnlijk van Meester Eibokken afkomstige--inlichting +is even weinig bevredigend als hetgeen uit Hamel's verhaal valt op +te maken. + +Zou Hamel bij het schrijven van zijn Journaal gebruik hebben +gemaakt van aanteekeningen? Na de stranding van "de Sperwer" konden +de schipbreukelingen niet alleen eenige levensmiddelen redden, +maar zoowel een paar kijkers als enkele boeken bleven behouden; deze +boeken, waartoe het scheepsjournaal zal hebben behoord, zijn aan Hamel +teruggegeven; wellicht heeft hij daarin aanteekeningen gemaakt en +heeft hij die op zijne vlucht naar Nagasaki kunnen medenemen. Zooals +een welwillend beoordeelaar van zijn Journaal vermeent, heeft Hamel +gedurende zijn veeljarig verblijf in Korea wel is waar tijd te over +gehad om gegevens te verzamelen en op te teekenen voor eene veel +uitvoeriger beschrijving van land en volk dan hij ons heeft gegeven, +maar zal de lust daartoe hem hebben ontbroken nu hij moest vreezen +nooit gelegenheid te zullen krijgen om wat hij had opgemerkt en +ondervonden aan anderen mede te deelen [102]. + +Het is evenzeer mogelijk dat het denkbeeld om een verhaal op te stellen +van de lotgevallen van de schipbreukelingen van "de Sperwer", eerst +bij Hamel is opgekomen toen hij werkeloos te Nagasaki moest wachten +op zijne verlossing en dat hij zich bij dien arbeid uitsluitend +heeft moeten verlaten op zijn geheugen en de herinneringen van +zijne kameraden. Hoe dit zij, in Hamel's tijd is al erkend dat +zijne mededeelingen aangaande Korea niet in strijd waren met hetgeen +toen daarover bekend was uit de geschriften van anderen [103]; de +juistheid van zijne geografische gegevens is later gebleken [104] +en onze indruk van zijne betrouwbaarheid is versterkt doordat wij +die berichten in zijn Journaal, welke voor controle vatbaar waren, +elders bevestigd hebben gevonden; wij zijn daarom geneigd hem voor +de overige op zijn woord te gelooven. + +Hetgeen hij vertelt omtrent "den ommeganck van die natie ende +gelegentheijt van 't land", behoeven wij evenwel niet voetstoots aan +te nemen. Het aanzien waarin China stond en zijn politieke invloed in +de vazalstaten Korea, Siam, Annam, Lioe Kioe eilanden, Birma en Nepal, +hebben te weeg gebracht dat zijne hoogere beschaving naar die landen +is afgestraald, zijne instellingen in die rijken tot voorbeeld zijn +genomen en zijne volksgebruiken daar de oorspronkelijke vaak hebben +verdrongen of gewijzigd [105]. Die inwerking van het Chineesche rijk +op aangrenzende landen had al eeuwen geduurd toen Hamel zich in Korea +ophield en het kan alzoo niet verwonderen dat in zijne beschrijving +de overeenkomst in zeden en instellingen in China en Korea duidelijk +valt waar te nemen. In deze overeenkomst bezitten wij een maatstaf +voor de beoordeeling van Hamel's betrouwbaarheid en nauwkeurigheid, +daar voor de kennis van de toestanden in China in vroeger tijd talrijke +gegevens ten dienste staan. + +De afzondering waarin Korea heeft volhard na Hamel's vlucht, +heeft voorkomen dat aan den eerbied voor het bestaande, aan den +conservatieven aard van zijne bevolking geweld is aangedaan en in haar +maatschappelijk leven belangrijke wijzigingen zijn gebracht. Eerst +tegen het laatst der vorige eeuw is Korea gedwongen zijne poorten +voor vreemdelingen te ontsluiten (1876), waardoor het mogelijk werd +om hetgeen op dat oogenblik aldaar werd aangetroffen, te vergelijken +met wat Hamel heeft opgeteekend. Die toets is glansrijk voor Hamel +uitgevallen; zijne beschrijving bleek geenszins verouderd maar paste +nog volkomen op de toestanden van twee eeuwen later--een afdoend +bewijs van Korea's conservatisme en tevens een prachtig getuigenis +voor Hamel's geloofwaardigheid [106]. + +Hamel's Journaal was de eerste degelijke bron voor de kennis van +land en volk van Korea [107] en men mocht verwachten dat zij die in +lateren tijd een studie hebben gemaakt van dezelfde onderwerpen, zijne +beschrijving zullen hebben geraadpleegd. Het komt daarom vreemd voor +dat twee schrijvers van naam in hunne over Korea handelende werken +[108] hem zelfs niet noemen en een hunner aan de zooveel later in +Korea gekomen [109] katholieke zendelingen de verdienste toeschrijft +van de eerste Europeanen te zijn geweest die tijdens hun verblijf +aldaar zich vertrouwd hebben gemaakt met de instellingen en gebruiken +daar te lande [110]. + +De aanrakingen met zijne buren: Chineezen, Tartaren en Japanners, +zijn voor Korea's zelfstandigheid noodlottig geweest en hebben tot +uitkomst gehad dat China zijn suzerein werd, aan wien het schatting had +op te brengen (Ao 1369) [111] en dat de Japanners zich nestelden in de +havenplaats Poesan--door Westerlingen, in navolging van de Japanners, +Foesan genoemd--aan de Oostkust van Korea (Ao 1592) [112]. + +In 1619 kwam Korea als vazal van China in strijd met de Tartaren of +Manchoe's en deed toen de ondervinding op dat deze indringers in en +latere veroveraars van China, ook zijne meerderen waren in den oorlog +[113], met het gevolg dat de Koning in 1627 genoopt werd een verdrag +met deze vijanden aan te gaan. Toen dit van zijn kant niet werd +nageleefd, deden de Manchoe's in 1637 een zegevierenden inval in zijn +land--waarbij Weltevree's beide kameraden het leven lieten--en dwongen +den Koning om vrede te vragen, die hem werd toegestaan op voorwaarden +welker zachtheid de Koreanen hebben erkend door de oprichting van een +gedenkzuil [114], en waardoor de Manchoe heerscher in de plaats trad +van den Keizer van China als suzerein van Korea [115]. + +Gehoor gevende aan de eischen van den Sjogoen [116], zond Korea +geregeld gezantschappen naar Japan, waarvan wij al in 1617 melding +vinden gemaakt [117] en waarover Compagnie's vertegenwoordigers aldaar +herhaaldelijk hebben bericht [118], maar welke aan Hamel en de zijnen +onbekend schijnen te zijn gebleven, hoewel die huldebetuigingen in +hun tijd nog niet waren afgeschaft [119]. Zij hebben wel geweten +dat de Japanners te Foesan een loge hadden, van eenige--trouwens hun +verboden--aanraking met die vreemdelingen wordt evenwel in Hamel's +Journaal niet gesproken; blijkbaar hebben de Koreanen die zoo afdoende +weten te verhinderen, dat de schipbreukelingen zelfs geen bericht +aan hunne landgenooten te Nagasaki hebben kunnen doen toekomen. + +Hetgeen de Koreanen van hunne naburen hadden ondervonden, verklaart +hun streven om zich zooveel mogelijk te onthouden van elk verkeer +met vreemdelingen. De gevolgen welke de toelating van Westerlingen +voor hun land kon medebrengen, zal hun bovendien duidelijk voor +oogen hebben gestaan na hetgeen in Japan had plaats gehad, waar +de verschijning van Portugeezen en hunne pogingen om de bevolking +tot het Christendom te bekeeren, aanleiding hadden gegeven tot +ernstige troebelen. Vreemdelingen die Korea binnenslopen en wier +vermomming werd ontdekt of verraden, werden gemarteld en gedood; +schipbreukelingen daarentegen werden met zachtheid behandeld doch +in het land gehouden. Aan vele katholieke zendelingen heeft hun +geloofsijver het leven gekost en wat er op stond als eene poging +van schipbreukelingen om het land te ontvluchten, mislukte, hebben +eenigen van de bemanning van "de Sperwer" aan den lijve gevoeld. + +De buitenlandsche handel van Korea bleef beperkt tot de ruiling van +waren met China langs een grenspost in het noorden en met de Japanners +in hunne loge te Foesan, waar eene bezetting lag van den Daimio van +het eiland Tsushima, aan wien de voordeelen van dit handelsmonopolie +ten goede kwamen [120]. + +Te vergeefs hebben zoowel Hollanders als Engelschen beproefd dien +handel aan zich te trekken, ten minste een aandeel daarin te krijgen. + +Lang voor andere Europeanen, hebben de Portugeezen met hunne galjotten +en navetten de wateren van het Verre Oosten bevaren en met de bewoners +van de daar gelegen landen handelsbetrekkingen onderhouden. Sedert de +eerste helft der 16e eeuw bezochten zij Japan (1542) [121] waar zij +van het naburige rijk Korea zullen hebben gehoord; de van Portugeesche +zeevaarders en zendelingen afkomstige inlichtingen welke Linschoten in +zijn Reisgeschrift (1595) heeft medegedeeld [122], zullen de eerste +berichten zijn geweest welke kooplieden en reeders in ons vaderland +omtrent het bestaan van het rijk Korea hebben vernomen. + +Toen ingevolge het besluit van "de Breede Raden op 't schip den Rooden +Leeuw met pijlen vergadert, leggende in de haven van Firando" [123] +(20 September 1609) Jacques Specx aldaar als Hoofd en Opper-coopman +was opgetreden [124], ging deze er weldra toe over (Maart 1610) +om een zijner assistenten met eene lading peper voor Korea naar het +eiland Tsushima te zenden. Nu was destijds peper daar misschien geen +gewild artikel [125], en zou tin eerder aftrek hebben gevonden [126], +doch ook als Specx in staat was geweest dit metaal te koop aan te +bieden, zouden "de strenge wetten des lants" en het eigenbelang van +den Daimio van Tsushima den begeerden handel wel hebben belet. Ook +het beroep van Prins Maurits in zijn brief van 18 December 1610 +[127] gedaan op "den groot-magtigsten Keizer en Koning van Japan" ter +verkrijging van den handel op Korea door diens faveur en hulp, moest +om die redenen vruchteloos blijven; onze "small entrance into Corea", +waarvan sprake is in een Engelsch bericht van eenige jaren later +[128], zal onbeduidend zijn geweest en is niet van eenige beteekenis +geworden. Onze Engelsche mededingers waren trouwens niet fortuinlijker +[129]. + +Voor de Oost-Indische Compagnie moet het moeilijk te verduren zijn +geweest dat het monopolie van den handel met een land als Korea in +andere handen was dan de hare en zij bleef er op bedacht hierin +verandering te brengen. Het "ontdecken van Corea" [130] moest +aanvankelijk echter achterwege blijven door gebrek aan daarvoor +geschikte schepen en zal later zijn opgegeven op grond van de kennis +welke was opgedaan omtrent de gezindheid der bevolking, waarover +misschien meer tot ons zou zijn doorgedrongen als de journalen waren +bewaard gebleven van de schepen welke in de zeventiende eeuw tusschen +Formosa en Japan in de vaart zijn geweest. De vijandige houding en het +krachtige optreden der kustwacht toen het schip "de Hond" in 1622 in +de wateren van Korea verzeild geraakte [131], moet afschrikkend hebben +gewerkt en de bemanning van de fluit "de Patientie" werd daar in 1648 +niet vriendelijker bejegend [132]. De Compagnie zal er van hebben +afgezien hare schepen aan zulke ontmoetingen bloot te stellen voor +het najagen van zeer twijfelachtige voordeelen; het antwoord van haar +Opperhoofd te Firando op de hem in 1637 gedane vraag [133] omtrent +de kansen van een tocht naar Korea, luidde zoo weinig bemoedigend +dat bij de Bataviasche Regeering niet de lust kon opkomen zulk een +avontuur te wagen. Wat dit Opperhoofd toen over "de gelegentheijt +van Corea" schreef [134], had hij blijkbaar vernomen van Japanners +en in Japan verblijvende Koreanen; zijn bericht is--voor zooveel ons +bekend is--het oudste dat over dit land in Compagnie's papieren wordt +aangetroffen en daarom zeker de aandacht waard [135]. + +De in 1639 aan Commandeur Quast gegeven opdracht om ook "het land +Corea t' ontdecken" [136] heeft evenmin tot iets geleid. + +Bij de terugkomst in het vaderland van het eerste zevental +schipbreukelingen van "de Sperwer", gaven deze zulk een gunstige +voorstelling van de vooruitzichten van een rechtstreekschen handel met +Korea, dat Heeren XVII hebben gemeend de aandacht van de Regeering te +Batavia hierop te moeten vestigen [137]. Op den Gouverneur Generaal en +de Raden van Indie hadden daarentegen de inlichtingen van diezelfde +schipbreukelingen, een jaar te voren te Batavia gegeven, een gansch +anderen indruk gemaakt, zoodat zij allerminst een hooge verwachting +konden hebben van de winsten die zouden te behalen zijn met eene +onderneming als de voorgestelde, welke ook aan de heerschers in China +en aan de Japanners onwelkom zou wezen en daarom zou kunnen blijken +voor de Compagnie een gevaarlijk waagstuk te wezen [138]. + +Zouden de schipbreukelingen in het vaderland den invloed hebben +ondervonden van "the call of the East"; zou de herinnering van +het leed en het ongemak dat hun deel was geweest in het heidensche +land, al zijn uitgewischt geweest of het verlangen naar hunne in +Korea achtergelaten vrouwen en kinderen zoo luid hebben gesproken +dat zij over de vooruitzichten van een tocht naar Korea--waaraan +zij zich bereid verklaarden deel te nemen [139]--te gunstig hebben +geoordeeld? [140] Eene teleurstelling is hun en de Compagnie bespaard +gebleven; op grond van het advies harer vertegenwoordigers in Japan, +heeft de Bataviasche Regeering den avontuurlij ken tocht ontraden en +Heeren XVII hebben zich bij haar opvatting neergelegd [141]; voor +goed schijnt van den handel op Korea te zijn afgezien [142]. Het +jacht Corea, dat in 1669 voor de Kamer Zeeland werd gebouwd [143], +is misschien bestemd geweest om, als het plan was doorgegaan, het +geredde zevental vrijwillig terug te brengen naar het land van waar +zij kort geleden met groot gevaar waren ontvlucht. + +Het eiland op welks rotsige kust het jacht "de Sperwer" te pletter +sloeg, was bij de Chineezen in de 7e eeuw bekend onder den naam Tan Lo +[144], sedert het begin der Ming dynastie (1368-1644) onder dien van +Chi-Chou of Tsee-Tsioe en volgens Europeesche kaarten uit de 17e eeuw, +destijds onder dien van Fungma. De oudste Westersche zeevaarders in +die streken, de Portugeezen, hebben van zijne bevolking blijkbaar +een slechten indruk gekregen en het daarom "Ilha de Ladrones" genoemd +[145], in plaats waarvan, sedert Hamel's Journaal bekend is geworden, +de naam Quelpaerts-eiland in zwang is gekomen [146]. + +Waarom en wanneer heeft het dien naam gekregen? Met de schipbreuk +van "de Sperwer" heeft die naamgeving niets uit te staan gehad. Dat +Hamel en de zijnen het eiland zoo zouden hebben gedoopt [147], is +eene gevolgtrekking welker onjuistheid in het oog springt als men +vindt dat al in 1648, vijf jaren voor het vergaan van "de Sperwer", +van "'t Eijland 't Quelpaert" melding wordt gemaakt [148]. + +"Galjodt is te voren ook genaemt een quelpaerd". Zoo luidt eene +aanteekening in een "Register op de resoluties van de Kamer Amsterdam +zeedert 1603 tot 1743" [149], waarbij tevens twee resoluties dier +Kamer worden aangehaald, uit welke blijkt dat in de eerste helft der +17e eeuw in Nederland een type van Compagnie's schepen in de vaart +was dat "quelpaert" werd genoemd [150]. Dit waren adviesvaartuigen, +van een klein charter, bekwaam om zee te bouwen, vlugge zeilers en +geschikt voor de vaart in ondiepe wateren. De veronderstelling ligt +voor de hand dat het Quelpaerts-eiland zijn naam aan zulk een schip +zal hebben ontleend. + +Inderdaad heeft meer dan een Compagnie's "quelpaert" voor 1648 de +wateren van Oost-Azie bevaren. + +Bij hun schrijven van 8 December 1639 gaven Heeren XVII bericht aan de +Regeering te Batavia dat zij bij wijze van proef "het quel de Brack" +[151] hadden afgezonden en wenschten te vernemen of "soodanige quel" de +Compagnie op eenige vaarwaters dienstig zou zijn. Den 17en Januari 1640 +uitgeloopen, kwam dit schip, dat nevens de groote schepen welke het +vergezelde, zee had gebouwd, den 30en Juli d.a.v. behouden te Batavia +aan. Het oordeel van de Indische Regeering over dit nieuwe scheepstype +luidde gunstig; voor den dienst in Taijoan werd "het quelpaert" zelfs +zoo geschikt geacht dat de toezending werd verzocht van nog twee +of drie vaartuigen van dit slag. Al dadelijk valt op dat Heeren XVII +spreken van het "Quel de Brack" en de Indische Regeering van "'t Galjot +'t Quelpeert"; elders vinden wij dezen zelfden bodem ook genoemd: "t' +Quelpaert", "t' Quel", "'t Galiot den Brack" en zelfs "t' Galiot t' +Quelpaert de Brack", welke verschillende benaming verklaarbaar wordt +door de omstandigheid dat "soodanige Quel" van ongeveer gelijk type was +als de in Indie beter bekende galjotten en "de Brack" het eerste schip +was van zijne soort dat daar werd gezien en daarom aanvankelijk als +het Quelpaert of Quel zal zijn aangeduid. Eerst toen meer bodems van +deze soort in Indie verschenen, was er aanleiding om te onderscheiden +en den eigenlijken naam van het schip uitdrukkelijk te vermelden +("'t quel de Brack", "'t quel de Hasewindt", "'t quel de Visscher"). + +Toen "de Brack" op de reede van Batavia ankerde, was de belegering +van Malaka in vollen gang, zoodat een adviesvaartuig goed te pas +kwam. In plaats van naar Taijoan, werd "het Quelpaert" dadelijk na +aankomst naar Malaka gezonden [152], waarheen het in den loop van +1640 nog twee reizen heeft gedaan. Eerst den 15en Mei 1641 zette het +koers naar Formosa, waar het den 21en Juni d.a.v. aankwam. + +Was het mogelijk geweest "het Quelpaert" de bestemming te laten +volgen welke de Bataviasche Regeering daarvoor had aangewezen, dan +had het weldra een reis naar Japan gemaakt. Behalve door de gedwongen +verplaatsing van hare factorij van Firando naar Nagasaki--welke alleen +uit een handelsoogpunt beschouwd, nauwelijks nadeelig was te noemen +[153]--ondervond de Compagnie door verschillende plagerijen dat op de +komst van hare schepen met kostbare ladingen, in Japan niet langer +zooveel prijs werd gesteld als zij gewend was. Hare winsten liepen +ernstig gevaar en het scheen dat de Japansche machthebbers zelfs in +den zin hadden de Compagnie er toe te brengen uit eigen beweging haren +handel op hun land te staken. In de hoop verbetering in den staat +van de negotie te verkrijgen door de vertooning van een indertijd aan +Jacques Specx verleenden pas [154]--die ter Generale Secretarije te +Batavia onder de Compagnie's papieren was teruggevonden--besloot +de Bataviasche Regeering dit document naar Taijoan en van daar +met "het Quelpaert" naar Japan te laten overbrengen. Toen evenwel +de opperkoopman Laurens Pith 5 September 1641 met dit staatsstuk +te Taijoan aankwam, had "het Quelpaert" kort te voren zijn gaffel +gebroken, wat de reden zal zijn geweest dat het fluitschip "de Saijer" +in zijn plaats werd aangewezen om den oppercoopman Cornelis Caesar +over te voeren, aan wien de bezorging van den pas werd opgedragen. + +Eerst in het volgende jaar (1642) kwam "het Quelpaert" aan de beurt +om van Taijoan naar Japan te worden gezonden. + +Ook het doel van deze reis was, de Japansche Regenten gunstig voor de +Compagnie te stemmen. Hoewel de Compagnie na hare verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan (1624) [155] zich feitelijk de souvereiniteit +over het geheele eiland Formosa had toegekend, oefende zij tot nog +toe slechts gezag uit over het zuidelijke deel daarvan, in de streek +waar zij zich had gevestigd en de naaste omgeving. Ook had zij niet +kunnen beletten dat de Spanjaarden zich in 1626 op Noord-Formosa hadden +genesteld ter bescherming van hunnen handel van Manila met China, Macao +en Japan [156], en zoolang de daar opgerichte Spaansche versterking +Kelang [157] in handen van den erfvijand bleef, kon de Compagnie haar +doel, den alleenhandel met China, niet hopen te bereiken [158]. + +Van Japansche zijde was herhaaldelijk er op aangedrongen dat de +Compagnie de Spanjaarden uit Formosa zou verdrijven [159]. In +hun eigen land hadden de Japansche Regenten de aanhangers van het +roomsche geloof te vuur en te zwaard vervolgd en uitgeroeid; om de +kans af te snijden dat van Noord-Formosa priesters en geloovigen van +de gehate sekte Japan zouden binnensluipen, zal het hun wenschelijk +zijn voorgekomen dat aan de aanwezigheid van Spanjaarden op dit eiland +een einde kwam. Werden dezen verjaagd door de Hollanders, die toch +ook Christenen en daarom verdacht waren, zoo kreeg de achterdochtige +Japansche Regeering hierdoor tevens een geruststellend blijk dat van +den kant der Compagnie de overbrenging van roomsche zendelingen niet +zou worden vergemakkelijkt. + +De sterkste prikkel om de Spanjaarden van Formosa te verjagen en te +weren, zal evenwel voor de Compagnie vermoedelijk zijn geweest de +aanwezigheid van goudmijnen in het noordelijke deel van dat eiland +[160]. Door die te bemachtigen, mocht zij verwachten eene vergoeding +te vinden voor het gevreesde verbod van den uitvoer van zilver uit +Japan [161] en voor de hooge uitgaven welke het bestuur op Formosa +vereischte [162]. Dat zij niet van zins was rekening te houden met +rechten van inboorlingen op die mijnen, sprak voor de Regeering te +Batavia van zelf [163]. + +Toen tot de uitvoering van "het desseijn op 't noordeijnde van Formosa" +was overgegaan [164] en den 7en September 1642 de aangename tijding dat +de onzen zich den 26en Augustus van de sterkte Kelang hadden meester +gemaakt, te Taijoan werd aangebracht, werd besloten dit heuglijk feit +zoo spoedig mogelijk aan de Japansche Regeering te berichten [165]. Als +adviesvaartuig, was het "Quel de Bracq" bijzonder geschikt voor die +taak en daar het "wel beseijlt ende rustich gemandt" was kon het--al +was het wat laat in het jaar--in den betrekkelijk korten tijd van eene +maand Japan bereiken. Den 11en September van Taijoan onder zeil gegaan, +liep het 12 October de baai van Nagasaki binnen, en den 29en dier maand +van daar vertrokken, kwam het 7 November behouden te Taijoan terug. + +De berichten aangaande deze reis van het "Quelpaert de Brack" zijn +betrekkelijk overvloedig doch nergens wordt gezegd dat op weg naar of +van Japan iets buitengewoons is voorgevallen, dat een onbekend eiland +is aangedaan of gezien, of dat in de buurt daarvan eene vijandige +ontmoeting heeft plaats gehad. Trouwens, ook uitsluitend in het +Japansche Dagregister staat vermeld wat in 1648 aan "de Patientie" +op de Kust van Korea is overkomen [166] en het Opperhoofd Jan van +Elseracq, die in 1642 dit Dagregister aanhield, kan het niet de moeite +waard hebben geacht daarin iets op te nemen wat niet rechtstreeks +betrekking had op de negotie of op de verhouding van de Compagnie +tot Japan, zoodat alleen werd aangeteekend dat "het Quelpaert", +misschien om zijn ranken bouw of geringe afmetingen, de bijzondere +belangstelling van den Gouverneur van Nagasaki had gaande gemaakt +[167]. Intusschen is het mogelijk dat "het Quelpaert" op de terugreis +van Japan naar Taijoan--toen het slecht weer heeft getroffen--uit +den gewonen koers is geraakt en een in de zeilorders tot nog toe niet +genoemd eiland is gepeild of gepasseerd. De schipper zal daarvan dan in +zijn journaal aanteekening hebben gehouden, waardoor zijne ondervinding +ter kennis zal zijn gekomen van de autoriteiten te Taijoan en Batavia, +die in het vervolg de aandacht van naar Japan varende schippers op het +eiland door "het Quelpaert" vermeld, zullen hebben gevestigd, [168] +waardoor gaandeweg de naam "Quelpaerts-eiland" bij onze zeevaarders +bekend zal zijn geraakt [169]; de oudste gedrukte en uitgegeven kaart +waarop het Quelpaerts-eiland onder dien naam is vermeld gevonden, +is die van Joan Blaeu van 1687 [170]. + +Is die naam werkelijk door Hollanders gegeven--gelijk algemeen wordt +aangenomen--dan kan uit de ons bekende gegevens alleen worden afgeleid +dat die naamgeving moet samenhangen met de reis van "het Quelpaert +de Bracq" naar Japan in 1642. Noch daarvoor noch daarna is dit +"quelpaert" in de wateren van Korea geweest en evenmin was dit het +geval met de beide andere vaartuigen van deze soort, "de Hasewind" +en "de Visscher". Voor zooveel uit de bewaard gebleven berichten +kan worden nagegaan, zijn deze beide "quelpaerden", wanneer die na +1642 en voor 1648 te Taijoan in station waren, alleen uitgezonden +met smaldeelen welke in zuidelijker wateren, in de buurt van Manila, +kruisten op Chineesche jonken en Spaansche zilverschepen maar nooit +gebruikt noch verdreven naar plaatsen ten noorden van Formosa. + +Op de vraag hoe het Quelpaerts-eiland aan zijn naam is gekomen moeten +wij het antwoord schuldig blijven; wij schijnen hier te doen te hebben +met een van die raadselen waarvan de oplossing misschien te eeniger +tijd door het toeval aan de hand zal worden gedaan, doch waarnaar +wij te vergeefs zullen zoeken in de bescheiden uit dien tijd welke +rechtstreeks daarvoor in aanmerking komen [171]. + +De vraag is bij ons opgekomen of de soortnaam "quelpaert" wellicht, +evenals "galjot", van Portugeesche afkomst is en of misschien +een ongeval aan een dergelijk Portugeesch vaartuig op zijn tocht +van Macao naar Japan overkomen, voor Portugeesche zeevarenden de +aanleiding is geweest om het Koreaansche Ilha de Ladrones--onder +welken naam ook andere Oostersche eilanden bekend stonden--voortaan +nauwkeuriger aan te duiden als: "het Quelpaerts-eiland". Zou ook het +woord "quelpaard" misschien van Portugeeschen oorsprong zijn? Evenals +"luipaard" is ontstaan uit "leo" en "pardus", zou "quelpaard" kunnen +zijn gevormd naar "quelpardus", eene samenstelling van "pardus" en +"quelly" of "quel", eene op de Kust van Guinee voorkomende soort van +luipaard. [172] + +Een onderzoek in die richting moeten wij overlaten aan hen die kennis +kunnen nemen van Portugeesche berichten en kaarten. + +Aangaande hem door wiens Journaal het eiland Quelpaert zoo groote +bekendheid heeft gekregen, kunnen wij weinig toevoegen aan hetgeen +hij zelf heeft medegedeeld. Toen de Japansche autoriteiten Hendrik +Hamel bij zijne aankomst te Nagasaki in 1666 ondervraagden, gaf hij +op 36 jaar oud te wezen [173], zoodat mag worden aangenomen dat hij in +1630 is geboren en van Gorkum afkomstig was. Daarna heeft Compagnie's +Opperhoofd aldaar in het Dagregister opgeteekend dat Hamel in 1651 +met de "Vogel Struijs" in Indie was gekomen, [174], welk schip den +6en November 1650 uit het Land-diep van Texel is uitgevaren [175] +en den 4en Juli 1651 op de reede van Batavia ten anker kwam [176]. + +Dat Hamel bij zijne uitreis, als soldaat, voor bosschieter, te boek +stond, wil nog niet zeggen "dat hij in een berooiden toestand Europa +verliet. Wanneer wij bij voorbeeld vernemen dat de latere Gouverneur +Generaal Wiese naar Indie toog als hooplooper d. i. als lichtmatroos en +tevens weten dat deze tegen Van der Parre, den toenmaligen Landvoogd, +oud-oom moest zeggen, dan begrijpen wij licht dat zijn naam alleen +op de scheepsrol was gezet om hem aldus vrije passage te bezorgen" +[177]. Misschien is ook Hamel met goede aanbevelingen in Indie +gekomen en heeft hij daaraan eerst eene plaatsing als "soldaat aan +de pen", kort daarna eene bevordering tot assistent en vervolgens +tot boekhouder te danken gehad, waardoor zijne aanvangsgage van f + 11 pr maand--waarop zijn medepassagier van de "Vogel Struijs", de +bosschieter Jan Pieters van Hoogeveen, in 1653 nog stond [178]--tot +f 30 pr maand werd verhoogd. + +Met welk doel hij na zijne terugkomst uit Japan in 1667 te Batavia +is achtergebleven, valt niet te zeggen en zijn wedervaren na 1670, +toen hij na eene afwezigheid van twintig jaren in het vaderland +was aangeland, is ons eveneens onbekend gebleven. Alleen is aan het +licht gebracht dat in een te Gorkum bewaard handschrift van +- 1734, +waarin genealogische tafelen van voorname Gorkumsche geslachten zijn +opgenomen, omtrent hem het volgende voorkomt: "Hendrik Hamel is naar +Oost-Indie gevaren en comende van daar, om naar Japan te rijsen, is +door een orcaan schipbreuk leijdende op 't Eijland Corea gesmeten en +aldaar in slavernij 13 jaar gehouden, vlucht met een boot naar Japan +en komt alzoo weder tot Gorcum, reist voor de tweede maal naar Indie +en komt weder tot Gorcum en sterft aldaar noch vrijer zijnde den +12 febr. 1692". Te zelfder plaats staat vermeld dat hij is geboren +uit het huwelijk van Dirck Hamel en Margaretha Verhaar, dochter van +Hendrik Verhaar en Cunera van Wevelinckhoven, zoomede dat het geslacht +Hamel tot wapen voerde een zilveren hamel op een goud veld [179]. + +Komt Hamel's relaas van zijne lotgevallen in het Verre Oosten, onder de +oogen van ingezetenen van Gorkum, zoo zal misschien de lust ontwaken om +door het bijeenbrengen van meer stellige gegevens dan thans beschikbaar +zijn, het leven en bedrijf van dezen voorzaat beter te leeren kennen +[180]. + +Als in de Koreaansche en Japansche archieven de schrifturen +zijn bewaard gebleven welke daar te lande naar aanleiding van de +aanwezigheid der schipbreukelingen van "de Sperwer" zijn opgesteld, zal +aan hetgeen thans omtrent hun verblijf aldaar bekend is, vermoedelijk +veel wetenswaardigs kunnen worden toegevoegd [181]. Wij wagen de +verwachting uit te spreken dat deze uitgaaf van Hamel's Journaal +opnieuw de aandacht zal vestigen op de eerste Europeesche bezoekers +van Korea en dat dientengevolge in het Verre Oosten aan hun wedervaren +eene zelfde belangstelling zal worden gewijd als is te beurt gevallen +aan den eersten Engelschman die--als opvarende van een Hollandsch +schip--in Japan is aangeland [182]. Op de belangstelling van de +tegenwoordige heerschers in Korea hebben Hendrik Hamel en zijne +lotgenooten zeker even goede aanspraken als William Adams. + +De thans uitgegeven tekst van Hamel's Journaal en de ongedrukte +stukken waarvan bij deze bewerking van dat Journaal is gebruik +gemaakt, maken deel uit van de schatten van het Koloniaal Archief, +eene afdeeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage. Wie +in deze verzameling zoekt naar berichten uit ons koloniaal verleden, +wordt tot dankbaarheid gestemd door den rijkdom dien zij bevat maar +ondervindt tevens dat zijn arbeid wordt verzwaard door het ontbreken +van een gedrukten inventaris, welk gemis niet door ambtelijke +hulpvaardigheid kan worden vergoed. Moge de verschijning van dien +inventaris niet lang meer tot de vrome wenschen behooren. + + + + + +JOURNAAL + + +[Aend'Ed'e heer Joan Maetsuijcker, gouvernr generael en d E E: Hen +Raaden van Nederlants India.] + +Journael van 't geene de overgebleven officieren ende Matroosen van +'t Jacht de Sperwer 'tzedert den 16en Augustij Ao 1653 dat tselve +Jacht aan 't Quelpaerts eijland (staende onder den Coninck van Coree) +hebben verlooren, tot den 14en September Ao 1666 dat met haer 8en +ontvlughtende ende tot Nangasackij in Japan aangecomen zijn, int +selve Rijck van Coree is wedervaren, mitsgaders den ommeganck van +die natie ende gelegentheijt van 't land. + +Naer dat wij bij d'Ede Hr gouverneur generael en d' E. E. Hren raden +van India naer Taijoan waren gedestineert, soo sijn [183] op den 18en +Junij 1653 met bovengenoemde Jacht vande rheede van Batavia 't zeijl +gegaen, op hebbende d' E: Hr Cornelis Caeser om 't gouvernement van +Taijoan, Formosa, met den aencleven van dien te becleden, tot vervangh +van d' E: Hr Niclaes Verburgh regeerende gouverneur aldaar. Zijn naer +een geluckige ende voorspoedige reijse den 16en Julij daar aanvolgende +op de rheede van Taijouan g'arriveert. Sijn E: aldaar aan lant gegaen +ende ons ingeladen goederen gelost sijnde, wierden van d' Hr gouvernr +ende den raet van Taijouan voornt wederom naer Japan gedestineert; +naer dat onse ladinge ende afscheijt van haer E: becomen hadden, +sijn op den 30en daer aanvolgend vande rheede voornt 't zeijl gegaen, +om op 't spoedichste onse reijse inde name Godes te bevorderen. + +Den laetsten Julij zijnde schoon weder, tegen den avont cregen een +storm uijt de wal van Formosa, die den aenvolgenden nacht, hoe langer +hoe meerder toenam. + +Den eersten Augo met 't limiren [184] van den dagh, bevonden ons dicht +bij een cleijn eijlantie te wesen, sochten ons best te doen agter t +selve ten ancker te comen om vanden harden wint ende het hol water wat +bevrijt te zijn, quamen eijdelijck met groot gevaer, agter 't selve +ten ancker, costen egter wijnig bot vieren [185] doordien agter uijt +een groot rif lagh daer het seer hard op brande. Dit eijlantie wiert +den schipper eerst gewaer bij geluck uijt 't venster vande gaelderij +[186] siende, soude licht anders op 't selve vervallen ende het schip +verlooren hebben door den regen ende donckerheijt vant weer, alsoo daer +(doent eerst sagen) geen musquet schoot vandaen waren. Met 't opclaeren +vanden dach bevonden ons soo dicht opde cust van China vervallen te +sijn dat de Chineesen in haer volle geweer met troppen [187] langhs +strant sagen passeren op hope soo ons dochte dat wij daer mochte +comen te stranden, dog is met de hulpe des Alderhoogsten[[2]] anders +geluckt. Desen dagh den storm niet verminderende maer toenemende, +bleven voor ons ancker leggen, gelijck den volgende nacht ooc deden. + +Den 2en do smorgens wast heel stil. De Chineese haer nog stercq +verthoonende ende op ons als grijpende wolven (soo wij meijnden) +stonden en wachten; als mede om alle periculen soo van anckers, touwen, +als andersints voor te comen, resolveerde ons ancker te lichten, ende +onder zeijl te gaen, om uijt haer gesicht ende vande wal te comen; +hadden dien dach ende volgende nacht meest stilte. + +Den 3en smorgens bevonden dat de stroom ons wel 20 mijl vervoert hadde, +sagen doen weder de cust van Formosa, setten doen onse cours tussen +beijde [188] door, met goet weder ende slappe coelte. + +Vanden 4en tot den 11en do hadden veel stilte ende variable winden, +sworven soo tusschen de cust van China ende Formosa door. + +Den 11en do cregen wederom hart weder met regen uijt den Z. oosten, +gingen N.O. ende N.O. ten oosten aan. + +Den 12: 13: en 14en do nam 't weer hoe langer hoe meerder aan met +verscheijde winden en regen, soo dat somtijts zeijl en somtijts geen +conde voeren, de zee wiert seer onstuijmigh, soo dat door 't geweldigh +slingeren 't schip heel leek wiert. Hadden door den continueelen +regen geen hooghte connen nemen, waren derhalven genootsaeckt het +meest sonder zeijl te laten drijven, om alle periculen van 't op +'t een ofte ander lant te vervallen, voor te comen. + +Den 15en do waeijdent soo hard, dat boven met den anderen spreekende +malcanderen niet conden hooren ofte verstaen, van gelijcken niet een +hant vol seijls voeren, t lecq vant schip soo toenemende, dat met +pompen genoch te doen hadden om lens te houden [189], cregen door +de ontstuijmigheijt vande zee somtijts zulcken water over, dat niet +anders en dochten dan daer bij neder soude gesoncken hebben. Tegen +den avond wiert door een zee het galjoen [190] ende spiegel [191] +ten naesten bij wech geslagen, welcke zee de boeghspriet mede heel +los maecte, waer door groote perijckel liepen vande voorsteven te +verliesen, wende alle debvoir aan om deselve een weijnigh vast te +maecken, dog conde sulcx niet te weegh brengen door het vreeselijck +slingeren, ende de groote zeen die ons d'een voor d' ander nae over +quamen. Wij geen beter middel siende, om de zee soo veel mogelijck was, +eenigsints te ontloopen, vonden geraetsaem om 't lijff, schip ende +'s Compes goederen soo veel doenelijck was te salveeren, de fock een +weijnigh bij te maecken om daar door eenigsints vande sware stortinge +der zee bevrijt te wesen (denckende naest Godt het beste middel te +wesen); int bij maken vande fock cregen van agteren een zee[[3]] +over, soodanig dat de maets die deselve bij maecte bijnae vande rhee +spoelde, en 't schip boren vol water stont, waerop den schipper riep: +mannen hebt godt voor oogen, treft ons de zee nog eens of tweemael +soodanich, soo moeten wij altesamen eenen doot sterven, wij kennent +niet langer wederstaen. Ontrent twee glasen inde tweede wacht [192], +riep den man die uijtkijck hadde: lant lant, warender maer omtrent +een musquet schoot af, die 't selve door de donckerheijt ende grooten +regen niet eer had kennen sien ofte gewaer geworden was; hackten +terstont de anckers los, door dien 't roer hadden overgeleijt [193], +dog conden door de diepte, aendringen der zee, als harden wint geen +stant grijpen [194]; stieten terstont [195], soodat in een ogenblick +met drie stooten t schip geheel in spaenderen van malcanderen lagh; +degene die om laegh in haer koijen lagen, verscheijde geen tijt hadden +om boven te comen, ende haer leven te salveeren, t uijterste daer +betaelen mosten; de boven sijnde, sommige sprongen overhoort ende +d'andere wierden vande zee hier ende daer gesmeten; aan lant comende +waeren 15 sterck meest naeckt ende zeer gequest, dochten datter +niet meer haer leven gesalveert hadden. Dus opde klippen sittende, +hoorden nog eenig gekerm van menschen int vracq, maer costen door de +donckerheijt niemand bekennen ofte helpen. + +Den 16en do smorgens met 't limieren van den dach gingen die nog +eenigsints gaen conden langs strant soecken ende roepen offer nog +ymand aan land gecomen was; hier en daer quamender nog eenige voor +den dagh, bevonden 't samen 36: man sterck te wesen, waer van de +meeste part als vooren seer deerelijck gequest waren; sagen doen int +vracq, ende vonden een man tusschen twee leggers [196] seer geclemt +leggen, maeckte hem terstont los, die drie uijren daer nae is comen te +overlijden, doordien sijn lichaem heel plat tot malcanderengeklemt; wij +sagen malcanderen met droefheijt aan, siende soo een schoon schip in +spaenderen gestooten ende van 64 sielen op 36: in min als een quartier +uijrs gecomen te sijn; sochten terstont ooc eenige dooden die aen lant +gespoelt waren, vonden den schipper Reijnier Egberse van Amsterdam +ontrent 10 a 12 vadem vant water met den eenen aerm onder 't hooft +doot leggen, die wij terstont begroeven, nevens nog 6 a 7 matroosen, +die hier en daer doot vonden leggen; sagen doen mede offer eenige +victualie (alsoo in de laetste 2 a 3 dagen weijnigh hadden gegeten, +doordien de cock door 't harde weer niet hadde [[4]] connen kooken) +aen lant gecomen mochte sijn, vonden niet dan een bael meel met een +vat daer een weijnigh vleijs ende een do daer wat spec in was, met +een vaetje wijntint, [197] dat voor de gequetste wel te pas quam; +waren doen meest verlegen om vuijr; door dien geen volcq sagen ofte +vernamen, dochten derhalven dat het een eijlant sonder volcq was; +tegen den middagh den regen ende wint wat bedarende, brachten soo +veel te weegh dat vande stucken der seijlen een tente maeckte om met +malcanderen voorden regen te schuijlen. + +Den 17en do dus met droeffheijt bij malcanderen sijnde, sagen al +na volcq uijt, op hoope het Japanders mochte sijn, om door haer +weder bij onse natie te comen alsoo daer anders geen uijtcomste +was, door dien de boot ende schuijt aen stucken geslagen ende int +minste niet te helpen was; voorden middag vernamen een man ontrent +een canonschoot vande tent, wenckten hem, maer soo drae ons vernam +steldent op een loopen. Cort na de middag quamen drie man op een +musquetschoot na bij de tent, dog wilde niet staen, wat wij wesen en +deden; ten laetsten een van ons volcq hem verstoutende, hij na haer +toecomende presenteerde haer geweer, kreegh eijndelijck vuir van haer +(waerom wij zeer verlegen waren); waren op sijn Chinees gecleet, +maer hadden hoeden op van paartshair gemaeckt, daer over wij met +malcanderen zeer bevreest waren, niet anders denckende dan dat bij +eenige zee roovers ofte gebannen Chineesen vervallen mochte zijn; +tegen den avont quamen ontrent 100 gewapende man bij de tent, die +ons telde ende dien nacht rontom de tent de wacht hielden. + +Den l8en smorgens waren doende met een groote tent te maken; tegen +den middagh quamen wel 1000 a 2000 man soo ruijters als soldaten +bij ons, sloegen haer leger om de tent; 't volcq altsamen in ordre +staende, wiert den bouckhouder [198], opperstuijrman, schieman [199] +ende een jongen uijt de tent gehaelt; op een musquetschoot na bij +'t opperhooft comende, deden haer elcq een ysere ketting om den hals, +waer onder aan een groote bel (gelijck de schapen in Hollant om haer +hals hebben hangen) vast hing, wierden soo al cruijpende langs de +aerde voorden veltoverste met het aengesicht opde aerde neergesmeten, +ende dat met soo een geschreeuw van 't crijgsvolcq dat 't schrickelijck +was om hooren; onse maets vande tent sulcx hoorende en siende, seijden +tegen malcanderen, onse officieren gaen ons vast voor, wij sullen +haest volgen; een weijnigh gelegen hebbende, wesen dat sij opde knien +souden gaen leggen, vraeghden haer den overste haer eenige woorden, +maer conde hem niet verstaen; de onse wesen en beduijden haer al, +dat wij naer Nangasackij in Japan wilde, maer al te vergeefs, also +malcanderen niet verstonden ende van Japan niet wisten, door dient +bij haer Jeenare [200] ofte Jirpon [201] genaemt wort; liet haer den +overste elc een coppie arrack schencken, ende weder in de tent bij +malcanderen brengen; terstont quamen sij sien of wij eenige victalie +hadden, dog niet vindende dan 't voorsz. vleijs en specq, 't [[5]] +welcq zij den overste aendiende; omtrent een uijr daer nae, brochten +ons elc een weijnig rijs met water gekookt omdat sij dochten dat wij +verhongert waren, ende van alte veel eeten ons yets mochte overcomen; +nade middag quamense met alle man elc met een toutie in de hand +geloopen, waer over wij zeer verschrickten, dochten dat sij quamen om +ons te binden ende om hals te brengen, maer liepen met groot getier nae +'t vracq toe om 't gene nog van 't goet bevonden worde op 't droegh bij +malcanderen te brengen; 's avonts gaven ons yder een weijnigh rijs te +eeten; 's middaghs had den stuijrman de hooghte genomen ende bevonden +'t Quelpaerts Eijland te leggen op 33 graden 32 minuijten [202]. + +Den 19en do warense nog al doende om 't goet op 't land te halen +ende te droogen, het hout daer eenig yser in was te verbranden; +de officiers gingen bijden Overste ende den Admirael van 't eijland +(die daer mede gecomen was) brochten haer yder een kijcker, namen mede +een kanne wijn thint, met 's Compes silvere schael die wij tussen de +klippen gevonden hadde, om in te schencken; sij de wijn proevende, +smaeckten haer wel, droncken soo veel dat sij heel verheught waren +ende sonden de onse weder na de tent, nadat sij haer alle vruntschap +bewesen hadde, ende de schael haer mede gaven. + +Den 2Oen do verbranden zij 't fracq en al 't overige hout om 't +yserwerc daer uijt te crijgen; int branden van 't fracq, gingen twee +stucken los, die met scharp geladen waren, daer over soo wel de groote +als de clijne haer opde vlucht begaven; weijnig tijt daar aan quamen +wederom bij ons ende wesen offer meer souden losgaan. Wij wesen van +neen, gingen terstont met haer werck weder voort ende brachten ons +tweemael daegs wat eeten. + +Den 21en do smorgens liet den overste eenige van ons halen, wesen dat +ons goet dat inde tent hadden, voor hem soude brengen, om versegelt te +worden, t welc wij deden, ende terstont in ons presentie geschieden; +de onse daer sittende, wierden voor hem gebracht eenige dieven die int +bergen van 't goet eenige vellen [203], yser als andersints gestolen +hadden, 't welcq op haer rugh gebonden was; worden in ons presentie +gestraft tot een teeken dat sij van 't goet niet wilde verminderen, +sloegen deselve onder de ballen vande voeten met stocken van ontrent +een vadem lanck ende een gemene jongens arm dicq, dat sommige de +toonen vande voeten vielen, ider 30 a 40 slagen; smiddaghs wesen +dat wij vertrecken soude; die rijden conden cregen paarden ende die +om hare quetsure niet rijden conde, wierden door last des overste +in hangematten gedragen; nade middagh vertrocken met ruijters ende +soldaten wel bewaert, savont logierden in een cleijn steetje gent +Tadjang [204]; na dat wij wat gegeten hadden, brachten ons 't samen +in een huijs [205] om te slapen, maer leeck beter een paarde stal +dan een herberge ofte slaapplaets; waren ontrent 4 : mijl gerijst. + +Den 22en do smorgens met den dagh gingen weder te paert sitten, +aten onder wege voor een fortie, daer twee oorlogsjoncken lagen, +het ochten mael; smiddags quamen in een stadt gent Moggan [206] +sijnde [[6]] de residencie plaets vanden gouverneur van 't eijland, +bij haer mocxo [207] gent; daer comende wierden op een velt recht voor +'t lants ofte stadt huijs bij malcanderen gebrocht, gaven ons yder een +coppie canje water [208] te drincken; wij dachten dit onse laetsten +dronck soude geweest sijn ende met malcanderen eenen doot daar soude +gestorven hebben, alsoo 't schrickelijck om sien was soo van 't geweer, +oorlogs gereetschap als fatsoen van alderhande cleederen die wij sagen, +ende wel 3000 gewapende mannen daer stonden, alsoo van sulcken fatsoen +van Chineesen ofte Japanders bij ons noijt gesien off daer van gehoort +was. Terstont wiert den bouckhouder met de drie voorn. persoonen op de +voorverhaelde wijse voorden gouverneur gebracht ende neer gesmeten; +een weijnig gelegen hebbende riep ende wees dat sij boven op een +groote planckiring int geme huijs daer hij sat gelijck een Coninck, +ende aan sijn sijde geseten sijnde, vraeghden ende wees waer wij +vandaen quamen ende waer nae toe wilde; gaven en beduijden soo veel wij +conden 't oude antwoort: na Nangasackij in Japan, waer op hij mettet +hooft knicte, ende soo 't bleec wel yets daer uijt begrijpen conde; +terwijle worde het vordere volc die gaen conde vervolgens met haer +4en teffens op deselve wijse voor zijn E. gebracht ende gevraecht; +alles wel ondervraeght ofte gewesen hebbende ende wij ons beste met +beduijden daerop geantwoort hadden, als malcanderen als vooren niet +conde verstaen, liet ons te samen in een huijs brengen, sijnde een +wooning daer den Conincx oom zijn leven lanc in gebannen en overleden +was, uijt oorsaeke dat hij den Coninck uijt 't Rijc socht te stooten; +liet het huijs met stercke wacht rontom besetten, gaf ons yder tot +onderhout 3/4 lb rijs ende zoo veel taruwe meel des daeghs, dog +de toespijs was seer weijnig, ende oocq niet eeten conde, mosten +daerom ons mael met sout (in plaets van toespijs) ende een dronck +water daer toe doen. Desen gouverneur was een goet verstandigh man, +soo ons namaels wel gebleeken is, out ontrent 70 jaren, uijt des +Conincx stadt ende van grooten aansien int hoff, wees ons dat hij +na den Coninck soude schrijven ende ordre verwachten, wat hem te +doen stont; geduijrende 't verwachten van 't bescheijt des Conincx +'t welcq niet radt stont te comen, door dient wel 12 a 13 mijl over +zee en dan nog wel 70 mijl over land most gaen, versochten derhalven +aanden gouverneur dat ons somwijlen wat vleijs ende andere toespijs +mochte toegebracht worden, door dien 't met rijs en sout niet langer +konde gaende houden, als mede om ons wat te vertreeden, 'tlichaem ende +cleederen die seer weijnig waren, somtijts te reijnigen, dagelijcx +bij buerte ses man mochte uijt gelaten worden, twelc ons toestont, +ende belaste dat van toespijs soude besorght worden; liet ons dickmaels +voor hem comen, om 't een en 't ander soo op onse als hare spraeck te +vragen en op te schrijven waardoor ten laetsten al crom eenige woorden +met malcanderen conde spreeken; liet ooc somtijts feesten aanrechten +ende andere vermaeckelijckheden opdat wij de droeffheijt uijt den sin +soude setten, ons dagelijcx moet gevende [[7]] van weder na Japan +gesonden te sullen worden, alsser bescheijt van den Coninck quam; +liet mede de gequetste wederom genesen, soo dat ons van een heijdens +mensch wiert gedaen dat meijnigh Christen beschamen soude. + +Den 29en October naerden middag wiert den bouckhouder, opperstuijrman +ende den onder barbier [209] bij den gouverneur geroepen; bij hem +comende vonden daer sitten een man met een langen rooden baert, +vraegden haer den gouverneur wat het voor een man was, waerop sij tot +antwoort gaven een Hollander als wij; daar op den gouverneur begon +te lachen ende wees ofte sijde dat het een Corees man was; na veel +praetens ende wijsens aan wedersijde, vraeghden desen man die tot +nog toe stil geswegen hadde, seer crom op onse spraeck wat voor volck +ende waer wij van daen waren; sij gaven hem tot antwoort: Hollanders +van Amsterdam; hij vorder vragende, waer wij van daen quamen ende +naer toe wilde, antwoorde daer op dat van Taijouan quamen ende naer +Japan meijnde te gaen, dat ons sulcx door den almogende belet was, +zijnde door een storm die vijff dagen geduijrt hadde op 't eijland +vervallen, nu een genadige verlossinge [en] uijtcomste verwachtende +waren; de onse vraeghden hem na sijn naem, wat hij voor een lantsman +ende hoe aldaer gecomen was; gaff tot antwoort: mijn naem is Jan +Janse Weltevree uijt de Rijp Ao 1626 met 't schip Hollandia uijt +'t vaderlant gecomen, ende dat hij Ao 1627 mettet Jacht Ouwerkerck +naer Japan gaende [210], door contrarie wint opde cust van Coree +vervallen waren, om water verlegen sijnde met de boot na 't vaste lant +gevaren, van d'inwoonders met haer drien gehouden zijn, de boot met +de resterende maets het ontcomen was, ende het schip terstont door +gingh; dat sijn twee maets over 17 a 18 jaren vanden Tarter (doen hij +'t land innam) [211] inden oorlogh waren doot geslagen, te weten Dirck +Gijsbertsz. uijt de Rijp ende Jan Pieterse Verbaest van Amsterdam, met +den voornoemden Weltevree gelijck int lant gecomen [212]. Vraeghden +hem mede waer hij woonde, waervan leeffde, ende waerom op 't eijlant +gecomen was; seijde dat hem onthielt inde Conincx stadt [213], dat +hem vande Coninck behoorlijck onderhout van cost ende cleeden wiert +gegeven, dat daer was gesonden om te sien wat voor volcq wij ende +hoe aldaer gecomen waren, verhaelde ons mede dat hij verscheijde +malen aanden Coninck ende andere grooten versocht hadden, om naer +Japan gesonden te worden, dog haer sulcx altijt wiert afgeslagen, +zeggende waert gij vogels soo mocht gij daer nae toe vliegen, wij +senden geen vremt volcq uijt ons land, zullen ul. van cost en cleeden +versorgen ende moet soo u leven in dit lant eijndigen, met welcke +troost hij ons medetroosten ende seijde indien bijden Coninck quamen +niet anders voor ons te verwachten stont, soodat onse blijschap van +een tolcq gecregen te hebben haest in droeffheijt veranderde; het was +te verwonderen, desen man out omtrent de 57 a 58 jaren, sijn moeders +tael soo nae vergeten hadde, alsoo [[8]] in 't eerste als vooren +geseght hem qualijck verstaen conde, binnen een maent ommegaens met +ons al weder leerde. Alt voorverhaelde ende tblijven van 't schip en +volcq wiert door last des gouverneurs pertinent opgeschreven, ons +voorgelesen ende door den voorn: Jan Janszen vertolckt, om met den +eersten goeden wint naer 't Hoff gesonden te worden; den gouverneur +gaff ons dagelijcx al goede moet seggende 't bescheijt daer op met den +eersten te verwachten stont, verhoopende datter tijdinge soude comen, +om ons na Japan te mogen senden, daer mede wij ons mosten troosten, +ende ons niet dan alle vruntschap bewijsende sijn tijt geduijrende; +liet den meergemelten Weltevree met een van sijn officiers ofte opper +Benjoesen [214] ons dagelijcx comen besoecken om 't geen van doen +hadden hem bekent te maken. + +Int begin van December quammer een nieuwen gouverneur alsoo den +ouden sijn tijt van drie jaren g'expireert was, daer over wij ten +hoogsten bedroeft waren, sorgende dat nieuwe heeren nieuwe wetten +mochten inbrengen, gelijck zulcx ooc geschied; den ouden gouverneur +liet ons voor sijn vertrecq (alsoo 't kout wiert ende van cleeden +weijnigh versien waren) ider een lange gevoerde rock een paer leere +kousen een do schoenen [215] maecken, om ons voor de koude daermede te +behelpen, liet ons de geberghde boecken [216] weder te hand stellen, +gaf ons mede een groote pul traen om den tijt geduijrende den winter +daer mede door te brengen; op sijn scheijmael tracteerden ons wel, +liet door den voorn: Weltevree ons seggen dat hij zeer bedroeft was, +dat ons niet naer Japan had mogen senden, ofte met hem naer 't vaste +land mochte nemen, dat wij niet bedroeft over sijn vertrecq zouden +wesen, ten hove comende alle debvoir tot onse verlossinge ofte metter +haest vant eijland naer 't hoff te gaen, soude aanwenden; voor alle +de verhaelde courtoisije, wij sijn E: ten hooghste bedanckte. + +Den nieuwen gouverneur in zijnen dienst getreden zijnde, benam ons +terstont alle toe spijs, soo dat ons meeste mael rijs en sout, met +een dronck water daer toe was, waer over wij aenden ouden die door +contrarie wint nog op 't eijland was, claeghde; gaf ons tot antwoort +dat sijn tijt gexpireert was, ende daer in niet doen conde, dog zoude +den gouverneur daer over schrijven, soo dat geduijrende zijn aenwesen, +den nieuwen gouverneur nog altemet ons met toe spijs op 't soberste +versach om vordere clachten te mijden. + +[1654.] Int begin van Januarij vertrock den ouden gouverneur, doen +gingh 't veel slimmer als te vooren, gaff ons in plaets van rijs, +geerst, ende van taruwe, garste meel, sonder eenige toe spijs, soo dat +indien wat toe spijs wilde hebben onse geerst vercochten; met 3/4 lb +garste meel des daeghs mosten te vrede sijn, dog ons uijtgaen van ses +man daegs continueerde; dus in droeffheijt sijnde sochten derhalven +alle middelen (alsoo den soeten tijt ende mousson op handen quam, de +tijdingh van [[9]] den Coninck seer langhsaem comende waren derhalven +zeer beducht ons op 't eijland mochte gebannen hebben, om 't leven +inde gevanckenis te eijndigen) van ontvluchten, om ende weder siende +of bij nacht eenig vaertuijg aande wal met sijn gereetschap leggende, +conde becomen ende 't hasepat te kiesen, 'twelcq int laetse van +April met haer sessen, waer onder den opperstuijrman ende nog drie +vande te recht gecomen [217] maets waren, onderstaen soude hebben; +een vande maets over de muijr dimmende om naer 't vaertuijg ende 't +getij van 't water te sien, wiert het de wacht door 't blaffen vande +honden als andersints gewaer, waer over soo scherpen wacht hielden, +dat voor die tijt van haren aanslag versteeken waren. + +Int begin van Meij ging den stuijrman met nog vijff andere maets (waer +vander drie [218] als vooren te recht gecomen zijn) op haer beurt uijt +gaende, vonden dicht bijde stadt een vaertuijgh met sijn gereetschap +sonder volcq daer in, bij een cleijn dorpje leggen; sonden terstont een +man nae huijs om voor yder twee cleijne brootjes ende eenige platting +[219] daertoe gemaect, te halen; weder bij malcanderen gecomen zijnde, +ider een dronck water gedroncken hebbende, sonder yets meer mede +te nemen, traden int voorseijde vaertuijg, 't selve over een banck +die daar voor lagh treckende, int bijstaende van eenige van die vant +dorpje, die heel verbaest staende, niet wetende wat het te beduijden +was, eijndelijck een int huijs loopende ende haelden een musquet, waer +mede hij die int vaertuijg waren tot int water toe nae liep; raeckende +[220] egter buijten, behalven een die int vaertuijg niet conde comen, +door dien de touwen aen land los maeckten, daerom de wal weder koos; +die int vaertuijg 'tzeijl op heijsende, alsoo sij met 't gereetschap +niet wel conden omgaen, viel de mast met 't zeijl overboort, die sij +met groote moeijten weder opkregen, mette platting aen de mast doft +gebonden hebbende ende 't seijl als vooren opheijsende, ist spoor van +de mast gebrooken, de mast met 't seijl voorde tweede mael overboort +gevallen, costent doen niet weder opcrijgen [221], dreven alsoo na +de wal; die van 't land zulcx ziende, sijn haer datelijck met een +ander vaertuijgh gevolght, bij malcanderen comende sprongen de onse +bij haer over, hoe wel sij geweer hadden, in meeninge haer overboort +te smijten, ende met 't selve vaertuijg door te gaen, maar vondent +ten naesten bij vol water, en onbequaem te zijn, voeren derhalven met +malcanderen naer lant; van daar voorden gouverneur gebracht sijnde, +liet haer wel strengelijck binden, een sware planck met een ketting +om den hals, d'eene hant met een clamp opde planck gespijckert [222], +voor hem neder werpen; de vordere wierden mede uijt 't gevangen huijs +gehaelt, mede wel strengelijck gebonden sijnde voor den gouverneur +gebracht, al waer wij onse maets in zulcken droefheijt sagen leggen; +den gouverneur liet haer vragen off sij zulcx sonder ofte met weten +van d' andere hadden gedaen, gaven tot antwoort sonder weten vande +andere geschiet te zijn (dat om de vordere swarigheijt [[10]] ende +straffe van hare mackers voor te comen) waer op den gouverneur liet +vragen wat sij voor hadden; seijde daar op datse naer Japan wilde, +waer op den gouverneur voorts liet vragen of met soo een cleijn +vaertuijgh, sonder water ende soo weijnigh broot, sulcx wel te doen +was; antwoorden zij daer op dattet beter was eens als altijts te +sterven; lietse wederom van alles los maken, yder met een stock +ontrent een vadem lanck, onder een hand breet en een vinger dick, +boven ront, 25 slagen op de naeckte billen geven, waer van ontrent +een maent langh inde koeij lagen; wiert voorts ons uijtgaen benomen +ende bij nacht en dach scherpe wacht gehouden. + +Dit eijland bij haer Scheluo [223] ende bij ons Quelpaert gent leijt +als vooren geseijt opde hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 +a 13 mijlen vande suijthoeck van 't vaste lant van Coree, heeft aende +binne ofte noort cant een baij daer hare vaertuijgen in comen ende van +daer varen naer 't vaste lant. Is seer gevaerlijck voor d'onbekende +door de blinde klippen om in te comen, waer door veel die daer op +varen, soo se eenig hard weder beloopen ende de baij mis raken, naer +Japan comen te verdrijven, alsoo buijten die baij geen ancker gront +ofte berghplaets voor haer vaertuijgen is. Het eijland heeft aan +verscheijde zijde veel blinde en sighbare klippen en riffen. Is seer +volckrijck [224], vruchtbaer van leeftocht, overvloet van paarden en +koe-beesten, daer van zij jaerlijcx groote incomen aen den Conincq +opbrengen; d'Inwoonders zijn seer arme ende slechte [225] luijden, +bij die van 't vaste lant weijnig geacht; heeft eenen hoogen bergh +vol boomen [226], de andere meest lage cale bergen, met veel valeijen +daerse rijs planten. + +Int laetse van Maij quam de lang verwachte tijding vanden Coninck +tot onser droeffenis dat wij na 't Hoff mosten comen, ende weder tot +blijschap dat uijt de sware gevanckenis verlost worden; 6 a 7 dagen +daer nae worden in vier joncken verdeelt, met beijde de beenen ende +eene hand in een block geslooten op dat sij sorge hadden wij teen off +'t ander jonck soude mogen afflopen gelijck zulcx wel mochte geschiet +hebben, indien wij vrij ende los hadden komen over te varen, door +dien de soldaten die tot geleijders met ons gingen, meest zee zieck +waren; nadat wij twee dagen alsoo geseten hadden, door contrarie +wint niet conde voort comen, zijn weder ontsloten ende naer ons out +gevangenhuijs gebracht; 4 a 5 dagen daer aan de wint goet waijende, +gingen des morgens met den dagh weder inde joncq ende als vooren +gesloten ende bewaert zijnde, lichten de anckers ende gingen onder +zeijl; savonts quamen dicht bij 't vaste lant, alwaer wij des nachts +onder ten ancker quamen, smorgens worden uijt de joncken gesloten +ende aen lant gebracht, alwaer vande zoldaten wel bewaert wierden; +des ander daegs smorgens cregen paerden ende reden naer een stadt +gent Heijnam [227], alwaer wij des avonts alle 36 weder [[11]] bij +malcanderen quamen, doordien ider jonck in een verscheijde plaets was +aangecomen; des ander daegs nadat wat gegeten hadde, saten weder te +paert, ende quamen savonts in een stadt gent Ieham [228]; des nachts +is Poulus Janse Cool van Purmerend, bosschieter, overleden, die sedert +'t verlies van 't schip noijt gesont hadde geweest. Is door ordre vande +stadts gouverneur in onser presentie begraven; vant graff vertrocken +te paert weder ende quamen savonts in een stadt Naedjoo [229] gent; +des volgende morgen vertrocken weder ende bleven dien nacht in een stad +genaemt Sansiangh van waer wij des morgens vertrocken, ende logierden +dien nacht inde stad Tiongop [230], passeerden dien dagh een seer +hoogen bergh waer op een groote schans lagh gent Jipamsansiang [231]; +nadat inde stadt vernacht hadde, vertrocken des morgens, ende quamen +dien selven dagh inde stad Teijn [232]; den volgenden morgen saten +weder te paerde, quamen smiddaghs in een stetje gent Kninge [233]; +naer dattet middaghmael hadden gegeten, vertrocken weder ende quamen +savonts in een groote stad gent Chentio [234] alwaer in oude tijden +Conincx hoff placht te zijn [235], ende wort nu bij den stadthouder +vande provintie Thiellado [236] bewoont. Is door 't geheele land voor +een groote coopstad vermaert, cunnen te water daer niet bij comen, +alsoo een lantstadt is; des volgende morgen vertrocken ende quamen +savonts in een stadt gent Jehaen [237], dit was de laetste stadt +vande provintie Thiellado, van waer wij des morgens weder te paert +vertrocken, ende logeerde dien nacht in een stetje gent Gunjiu [238], +gelegen inde provintie Tiongsiangdo [239]; vertrocken des anderen +daegs na een stad gent Jensoen [240]. Aldaer vernacht hebbende saten +des morgens weder te paert, ende quamen savonts in een stadt Congtio +[241] gent alwaer de stadthouder vande verhaelde provintie sijn hoff +hout; des anderen daeghs passeerde een groote rivier ende quamen +inde provintie Senggado [242] alwaer de Coninklijcke stadt in leijt; +naer dat nog verscheijde dagen gereijst ende in diverse steden ende +dorpen vernacht hadden, passeerde eijndelijck een groote rivier [243] +ontrent vande groote gelijck de Maes voor Dort; de rivier overgevaren +ende een mijltie gereeden zijnde, quamen in een seer groote bemuerde +stadt gent Sior [244], zijnde de residentie plaets des Conincx (hadden +ontrent 70 a 75 mijl [245] gereijst meest noorden wel soo westelijck +aan). Inde stadt gecomen sijnde, wierden in een huijs bij malcanderen +gebracht, alwaer 2 a 3 dagen saten, wierden doen bijde Chinesen die +aldaer woonachtich ende uijt haer lant gevlucht + +zijn, verdeelt, 2, 3 a 4 tot yder; soo drae verdeelt waren wierden +'t samen voorden Coninck gebracht, die ons door den voorn. Jan Janse +Weltevree van alles liet onder vragen, waer op bij ons ten besten +geantwoort zijnde, versochten, ende Zijn Majesteijt voorhoudende, dat +'t schip door storm hadden verlooren, op een vreemt lant vervallen, +van ouders, vrouwen, kinderen, vrunden en maeghen ontbloot waren, +dat den Coninck ons de genade wilde bewijsen om naer Japan te [[12]] +senden, om aldaer weder bij ons volcq te comen ende in ons vaderlant te +geraken; gaf ons voor antwoort, soo den veelmael genoemden Weltevree +vertolckten, dat sulcx haer manier niet en was, vremde natie uijt +zijn lant te senden, maer mosten aldaer haer leven eijndigen, dat +hij ons onderhout soude geven; liet ons op onse lants wijse dansen, +singen ende alles doen wat geleert hadden [246]; op haer manier +ons wel getracteert hebbende, schonck yder man twee stucx lijwaet +om voor eerst ons daer naer de lants wijse inde cleeden te steeken +ende wierden weder bij onse slaepbasen gebracht; des anderen daegs +worden te samen bijden veltoverste geroepen, die ons den meergem: +Weltevree dede aanseggen dat den Coninck ons tot lijff schutten [247] +van sijn gemaect hadde, maendelijcx met een rantsoen van ontrent 70 +cattij rijs yder, gaf de man een ront houte borretie [248], waer op +onse namen (die se op haere spraeck verandert hadden) ouderdom, wat +voor volcq waren, ende waer voor den Coninck diende, met caracters +uijtgesneden, ende met des Conincx ende veltoverstes zegel ofte chiap +[249] daer op gebrant was, nevens yder een musquet, cruijt en loot, +met ordre dat alle nieuwe ende volle mane onse reverentie voor hem +mosten comen doen, alsoo zulcx bij haer de manier is, dat de minder +gerantsoeneerde Conincx dienaers voor haer meerdere ende de rijcxraden +voorden Coninck moeten doen; den overste met [250] ofte in Conincx +dienst uijtgaende met hem soude loopen; drilt zijn volcq in 't jaer 6 +maenden, drie int voor ende drie int nae jaer, des maent drie reijsen, +ende oeffenen haer int schieten als andere oorloghs manieren des +maents drie reijse, in somma oeffenen haer in den oorlogh off sij +den swaersten vande werelt op den hals hadden; stelden een Chinees +(door dien mede veel Chineesen tot lijffschutten heeft) nevens den +veelmael gen. Weltevree over ons als hooffden, om van alles op hare +wijse te onderrechten ende opsicht over ons te hebben, gaf yder twee +stucx hennippe lijwaet om ons daermede voort van alles te voorsien, +ende 't maeckloon vande clederen te betalen. Wij wierden dagelijcx bij +veel groote heeren geroepen, door dien zij als mede hare vrouwen ende +kinderen nieuwsgierigh waren om ons te sien, om dat de gemene man van +'t eijland [251] hadden uijtgestroeijt, dat beter monsters als menschen +geleeken, wanneer yets droncken de neus agter het oor mosten leggen, +door de blontheijt vant hair beter zeeduijckers als menschen geleeken, +ende diergelijcke meer, waer over veel grooten ten hoogsten verwondert +waren, ons voor beter fatsoen (door de blanckheijt daer sij veel van +houden) van volcq dan haer eijgen natie hielden. In somma wij conden +int eerste de straeten qualijck gebruicken ende inde slaepsteden van +'t gepeupel weijnigh rust hadden, tot dat den veltoverste verboot +bij niemant te gaen, dan die van hem last ofte licentie hadden, door +dien ons de slaven sonder haer Meesters weeten uijt onse slaepsteden +haelden en voor 't geckje hielden. + +[[13]] In Augustij quam den Tartar om sijn gewoonelijcke tribuijt +te halen [252]; wij wierden door den Coninck in een groote schans +gesonden, om aldaer soo lange den Tartar inde stadt was, bewaert te +worden [253]; dese schans leijt ontrent 6 a 7 mijlen vande stadt op +een seer hoogen bergh, wel 2 mijl op te gaen, sijnde seer stercq, +waer na toe den Coninck in tijt van oorlogh de vlucht neemt. Hier +houden de grootste papen vant land haer residentie, daer is altijt +voor drie jaren victalie in, daer mede haer ettelijcke duijsent mannen +kennen geneeren. Is genaemt Namman Sangsiang [254]; alwaer tot den +2 a 3en September, dat den Tartar vertrocken was, bleven. + +Int laetste van November vroort soo hard dat de rivier een mijl vande +stadt gelegen, soo hart toegevrooren was, dat de paerden met haer +volle last tot 2 a 300 agter malcanderen daer over conden gaen. + +Int begin van December den veltoverste aansiende de groote koude +ende armoede die wij leeden, diende het den Coninck aan, waer op hem +belastte dat hij eenige vellen aan ons soude geven, die int blijven van +'t schip aen 't eijland gespoelt, bij haer geberght, gedrooght ende +hier met haer vaertuijgen gebracht waren, doch meest verrot [255] +ende opgegeten [256], met last dat wij die souden vercoopen om voor +de coude soo veel mogelijck was, daermede te versien; vonden doen met +malcanderen goet, alsoo de slaepbasen ons dagelijcx quelden met hout +halen, dat soo heen en weer wel drie mijlen over t geberghte ver was, +'t welcq door de bittere koude ende ongewoonte ons seer droeffrigh ende +moeijelijck viel, met 2 a 3 samen huiskens te coopen, siende naest +Godt geen uijtcomst te verwachten ende soo te beter te leven, liever +willende wat koude lijden, dan altijt van dese heijdense natie [257] +gequelt te sijn; leijden de man 3 a 4 taijlen silver bij malcanderen, +ende alsoo huijskens van 8 a 9 taijl ofte 28 a 30 gl. cochten; van +'t overschot staken ons een weijnigh inde cleeren ende brachten alsoo +den winter daer mede door. + +[1655.] In Maert quam den Tarter weder, als vooren verhaelt hebben; +wij worden belast niet uijt onse huijsen te gaen; den dagh wanneer +den Tarter vertrock geliet [258] den opperstuijrman Hendrick Janse van +Amsterdam ende Hendrick Janse Bos van Haerlem, bosschieter, dat sij om +branthout verlegen waren; gingen naer 't bos, alwaer sij aande cant +daer den Tarter voorbij most passeeren, gingen leggen; den Tarterse +gesant verbij comende, die met ettelijcke hondert ruijters ende +soldaten geleijt wort, braken door de selve ende vattent paert vanden +opperste gesant bijde kop; de Coreese clederen uijtgeschut hebbende, +stonden (vermits deselve daer onder aen hadden) op haer Hollants +voorden Tarter gecleet; veroorsaeckte terstont sulcken confusie, +dattet alles in roere was; den Tarter vraeghden haer wat sij voor +volcq waren, dog conden malcanderen niet verstaen; belasten datmen +den stuijrman mede soude nemen ter plaetse daer hij dien nacht soude +logieren; vraeghden aan den geene die hem uijt convoijeerde [[14]] +offer geen tolcq en was die den stuijrman verstaen conde, waer op +den meergem: Weltevree door last des Conincx terstont most volgen; +wij worden oocq alt samen uijt onse buijrt int Conincx hoff gehaelt; +voor de rijcx raden gecomen zijnde, die ons vraeghden of wij daer +niet van wisten; daer op wij tot antwoort gaven, dat sulcx buijten +onse kennisse was geschiet; evenwel leijde ons een straffe toe, om +dat wij van haer uijtgaen niet hadden gewaerschout, yder 50 slagen +opde billen; van al 't geseijde den Coninck telckens wiert rapport +gedaen, wilde inde 50 slagen niet consenteeren, seggende dat wij door +storm ende niet om te rooven ofte stelen op sijn lant gecomen waren, +belasten dat sij ons naer huijs souden senden ende aldaer te blijven +tot nader ordre. Den stuijrman met den voorn: Weltevree bijden Tarter +gecomen ende van alles ondervraecht sijnde, is de saeck bijden Coninck +ende Raden soo besteecken dat den Tartersen gesant voor een somma +gelts hem liet om coopen, dat de sake aanden groote Cham niet soude +openbaren, sorgende dat 't geschut datse op hadden laten duijcken en +de goederen souden moeten op brengen; sonden de twee maets weder na +de stadt, die terstont inde gevanckenis geworpen zijn alwaer zij na +eenigen tijt zijn comen te overlijden, te weten den stuijrman ende +bosschieter; wij hebben noijt seeker kunnen vernemen ofse haer eijgen +doot gestorven dan van haer om hals gebracht sijn, alsoo geduijrende de +gevanckenis bij haer noijt hebben mogen comen ende verboden was [259]. + +In Junij stont den Tarter weder op zijn comste, worden 't samen bij +den veltoverste geroepen, die ons door den voorn: Weltevree van wegen +den Coninck aenseijde onder schijn datter op 't Quelpaerts eijland +weder een schip was gebleven, den gemte Weltevree door sijn ouderdom +onbequaem was, daer nae toe te gaen; datter drie van ons die de spraeck +best conde, derwaerts mosten, om te vernemen wattet voor een schip +was, soo dat 2 a 3 dagen daer nae een adsistent, den schieman ende een +matroos [260] derwaerts vertrocken met een sergiant tot haer geleijder. + +In Augustij cregen tijdinge van de twee gevangens haer overlijden ende +quam den Tarter wederom; wij worden in onse huijsen wel bewaert ende +op lijffstraffe verboden daer uijt te gaen voor en aleer den Tarter +2 a 3 dagen vertrocken was; daegs voorde comste vanden Tarter cregen +eenen brief behendicht met een post vande voorseijde drie maets, +waer uijt verstonden datse op den uijterste Z: houck van 't land in +een vastigheijt waren, ende aldaer seer scherp bewaert worden; tot +dien eijnde daer gesonden waren, dat bij aldien den Tartaersen Cham +sulcx was ontdect geworden ende ons had comen op te eijsschen dat haer +gouverneur alsdan soude schrijven dat sij na 't eijland vertrocken +ende onderwegen gebleven waren, om haer alsoo te verduijsteren ende +in haer lant te houden [261]. + +[[15]] In 't laetse van 't jaer quam den Tarter over 't ijs weder +om sijn tribuijt; den Coninck liet ons als vooren inde huijsen wel +bewaren. + +[1656.] Int begin van 't jaer, alsoo den Tarter daer nu twee mael +geweest ende na ons niet vernomen hadden, drongen eenige Rijcxraden +ende andere grooten die ons sat waren, hart bij den Coninck aan, om +ons van cant te helpen, waer over onder de grooten drie dagen raet +wiert gehouden; alsoo den Coninck, des Conincx broeder, veltoverste +ende andere grooten (ons toegedaen) seer tegen waren; den veltoverste +seijde dattet beter was, eerse ons soude om hals brengen, datse een +van ons tegen twee van haer met gelijck geweer soude setten, ende soo +lange laten vechten tot dat wij doot waren, dat daermede den Coninck +de naem van zijn ondersaten niet soude hebben dat het vreemt volcq +openbaerlijck had om 't leven laten brengen, twelcq ons van goede +luijden wiert secretelijck geseijt; geduijrende de vergadering was +ons belast inde huijsen te blijven; wij niet wetende wat ons nakende +was verhaelde sulcx tegens voorn. Weltevree, die simpelijck tegens +ons seijde: kent gijlieden nog drie dagen leven, gij sult wel langer +leven; des Conincx broeder die als hooft vande vergadering was, wanneer +daer nae toe ging ende weder van daen quam, onse buert moste voorbij +passeeren, namen hem waer, vielen op 't aengesicht voor hem neder, waer +over ons ten hooghsten beclaeghde ende den Coninck zulxs aendienende, +hebben alsoo door den Coninck ende sijn broeder tegen het woelen van +veele ons leven behouden, wierden bij den Coninck, op 't aendringen +van onse wangunstige, dog tot geluck der te recht gecomene, soo sij +voor gaven dat wij weder bijden Tarter mochten loopen ende daer meer +swarigheijt uijt conden ontstaen, in de provintie Thiellado [262] +gebannen, alwaer ons den Coninck uijt sijn eijgen incomst 50 lb rijs +smaents toe leijde. + +Int begin van Maert zijn wij uijt des Conincx stad te paert vertrocken, +bijden veelmaelgene Weltevree ende andere bekende tot aende rivier een +mijltje buijten de stadt uijtgeleij gedaen. Wij in de schou gegaen +sijnde, vertrock geseijde Weltevree wederom naede stadt, zijnde 't +laetste dat wij hem gesien ofte seekere tijding van gehoort hebben; +wij reijsden den wech tot inde stadt Jeham die opgereijst waren, +passerende de selve steden, worden van stad tot stad van eeten en +paarden op slants costen versien, gelijck opde boven reijs oocq +geschiet was; eijndelijck in de stadt Jeam gecomen sijnde ende +aldaer vernacht hebbende, sijn smorgens van daer weder vertrocken, +ende quamen smiddaghs in een groote stadt met een fort, genaemt +Duijtsiang ofte Thella Penig [263] alwaer de peingse [264] dat is +de eerste naest den stadthouder ende overste over de militie van +die provintie sijn residentie hout; wij wierden nevens des Conincx +brieven bijden sergiant die ons geconvoijeert hadde aanden overste +overgelevert; den sergiant wiert terstont belast om de drie maets 't +verleden jaer uijt des Conincx stadt gesonden te halen ende bij ons +te brengen, waren in een schans daer den vice admirael woont ontrent +[[16]] 12 mijl van daer gelegen; gaven ons terstont een lants huijs +daer wij met malcanderen woonde, drie dagen daer nae quamen de drie +maets mede bij ons, waren doen nog 33 man sterck. + +In April cregen nog eenige vellen die soo lange op 't eijland gelegen +hadde, sijnde van weijnig importantie alsoose niet waerdig en waren +om na des Conincx stadt gevoert te worden, maer dese plaets niet +boven de 18 mijl van 't eijland ende dicht aende zeecant gelegen, +conde gevoegelijck daer gebrocht worden, met welcke vellen wij ons +wederom een weijnig in de cleeden staaken ende 't gene in ons nieuwe +logiement van nooden hadden versagen; den gouverneur belaste dat wij +tweemael smaents 't gras vande marct ofte pleijn voort slants ofte +raethuijs mosten uijt plucken ende schoon houden. + +[1657.] Int begin van 'tjaar wiert den gouverneur ofte overste over +eenige fouten die in slants dienst begaen hadde uijt des Conincx last +opgehaelt, stont groot perijckel van sijn leven, was vande gemeene +man seer bemint, wiert door groote voorspraeck ende door dien van +groote afcomste was, vanden Coninck gepardonneert ende daer nae in +hooger bedieninge gestelt, zijnde een seer goet man soo voor ons als +de inwoonders. + +In Februarij cregen eenen nieuwen gouverneur, maer niet als den +voorgaende, stelde ons dickwils aanden arbeijt; den ouden die ons +vrij branthout gegeven hadde, namt ons ten eersten af [265], mosten +'t selver soo heen als weer wel drie mijl over 't geberchte halen, +twelc seer droevigh viel, dog wierden daer haest van verlost alsoo +in September aan een hartvancq quam te overlijden, waer over wij en +sijn eijgen volcq om sijn straffe regeringe seer blijde waren. + +In November quammer van 't hof een nieuwe gouverneur die hem int minste +met ons niet en bemoeijde; als wij hem om cleederen ofte yets anders +aanspracken gaf tot antwoort dat vanden Coninck geen ander last hadde, +dan 't rantsoen van rijs te geven, onse vordere behoeftigheden met +'t een of 't ander middel moste soecken; alsoo onse cleederen door +'t continueel hout halen waren versleten, den couden winter op +handen quam, wij siende dat dese luijden seer nieuwschierig ende om +wat vreemts te hooren seer genegen waren, 't beedelen aldaer geen +schande is, ons den noot daer toe dwingende, vonden goet met het +selve ambacht ons te behelpen, om daer door ende 't overschietende +rantsoen ons voor de coude ende van andere nootwendigheden te versien, +alsoo wij dickmaels om een hant vol sout tot de rijs te eeten, wel een +half mijl souden gelopen hebben, al 't welcq wij den gouverneur voor +leijde; dat mede 't hout halen dat aande borgers vercochten, daer wij +ons soo lange mede hadden beholpen, door de naecktheijt der clederen, +ons meeste mael met rijs en sout met een dronck water daertoe, seer +droevig ende swaer viel, ons wilde verloff geven voor 3 a 4 dagen bij +buerte ons fortuijn bijde boeren ende inde cloosters (die daer veel +sijn) bijde papen te soecken, ende daer mede [[17]] den winter door +te brengen, 't welcq hij ons toestont, soo dat door dat middel wederom +een weijnigh inde clederen geraeckte, ende de winter over quamen. + +[1658.] Int begin van 't jaer wiert den gouverneur op ontboden, +ende een ander in sijn plaets gestelt; dese nieuwe wilde 't uijtgaen +weder beletten ende ons jaerlijcx drie stucken linde [266] (zijnde +ontrent 9 gl) geven, daer wij dagelijcx voor soude arbeijden, dog +alsoo wij meer aan de clederen soude versleten hebben, behalven +'tgeen van toespijs, hout ende andersints van nooden hadden, het +een slecht jaer van graenen, alle dingen zeer costelijck ende duijr +was, sloegen zulcx zeer beleefdelijck af, versouckende dat ons bij +beurte voor 15 a 20 dagen wilde verloff geven, twelcq ons toestont, +te meer om dat een heete zieckte onder ons ontsteeken was, waervan +zij een groote afkeer hebben, belastende dat die thuijs bleven, wel +op de siecken soude passen ende dat wij ons wel soude wachten in of +ontrent de Conincx stadt [267] en de Japanse logie [268] te comen; 't +gras uijtplucken ende somtijts wat te arbeijden, wel moste waernemen. + +[1659.] In April is den Coninck comen te overlijden [269], ende met +consent [1660, 1661 en 1662.] vanden Tarter sijn soon tot Coninck in +des vaders plaets gecroont; wij continueerde met ons voorgaende behulp, +sochten doen ons meeste fortuijn bijde papen alsoo se goet arms [270] +sijn, ende ons seer toegedaen waren, voornamentlijck als wij haer den +ommegang van onse en andere natie verhaelde, sijnde daer seer begeerig +nae om te hooren hoe het in andere landen toe gaet. Indient ons niet +verdrooten hadde, soude wel heele nachten daer nae geluijstert hebben. + +Int begin van 't eerste jaer wiert den gouverneur verlost ende terstont +een ander in zijn plaets gestelt; den nieuwen was ons seer toegedaen +ende seijde dickmaels soo 't in sijn wil ofte macht stont, dat hij +ons weder na ons lant, ouders en vrunden soude senden, gaf ons de +vrijheijt ende last, die bijden afgaende gehadt hadde; dit ende het +navolgende jaer, was het heel slecht van granen ende ander gewas, +door diender geen regen quam, maer Ao 1662 tot dat het nieuwe gewas +uijt quam nog slimmer, soo datter veel duijsenden van honger vergingen; +conden de wegen qualijck gebruijcken vande struijckroovers; daer wiert +door last vanden Coninck op alle wegen stercke wacht gehouden voorden +reijsenden man, als mede om de dooden die van honger langs de wegen +storven te begraven, gelijck mede om moorden ende rooven voor te comen, +alsoo zulcx dagelijcx gedaen wiert; daer wierden verscheijde steden +en dorpen geplondert, de Conincx packhuijsen [271] opengebrooken +ende de granen daer uijt gehaelt sonder de misdadigers te becomen +door dien meest vande grooten haer slaven gedaen wiert; de gemene en +arme luijden die int leven bleven was haer meeste spijse akers [272], +bast van vuijre boomen ende wilde groente. Sullen nu een weijnigh van +de gelegentheijt van 't lant ende ommegangh des volcx verhalen [273]. + +[[18]] Dit lant bij ons Coree ende bij haer Tiocen Cock [274] genaemt +is gelegen tussen de 34 1/2 ende 44 graden; in de lanckte, Z. en +N. ontrent 140 a 150 mijl; in de breete O. en W. ongevaerlijck 70 a +75 mijl; wort bij haer inde caert geleijt als een caerte bladt [275], +heeft veel uijt stekende hoecken. Is verdeelt in 8 provintie [276] +ende 360 steden, behalve de schansen op 't geberghte ende vastigheden +aanden zee cant; Is seer periculeus voor de onbekende, om aan te doen, +door de meenighte van clippen ende droogten. Is mede seer volckrijck +ende can bij goede jaren sijn selffs van alles versien, door de +menighte van rijs, granen ende kattoen, datter om de Zuijt wast, +daermede sij haer connen behelpen. Heeft aande Z. O. zijde Japan; opt +nauwste wijt,--dat is van de stadt Pousaen tot Osacca [277]--ontrent +25 a 26 mijl; tussenbeijde leijt 't eijland 't Suissima of bij haer +Tymatte [278] genaemt; dit heeft nae haer seggen die van Coree eerst +toebehoort, is inden oorlogh bij accoort aande Japanders gecomen, daer +voor die van Coree t Quelpaerts Eijland weder hebben gecregen. Aande +West zijde streckt de cust van China ofte bocht van Nanckin; comt +aan 't noort eijnde met een grooten hoogen bergh [279] aan een vande +noordelijckste provintien van China vast, soude anders voor een eijlant +gereekent worden, door dien aande N. O. zijde niet dan een openbare +zee is, daer jaerlijcx verscheijde walvissen met harpoens van ons als +andere natie int lijff gevonden werden; daer wort mede in de maenden +December, Januarij, Februarij ende Maert groote quantitijt van haringh +[280] gevangen, die inde twee eerste maenden d'hollantse gelijck zijn, +ende inde twee andere maenden cleijnder ofte gelijck d'pan haring in +ons lant, soodat nootsaeckelijck een doortocht tussen Coree en Japan +nae 't Waeijgat moet zijn, gelijck wij dickmaels gevraecht hebben +aande Coreese stuijrluijden die opd'N. oostelijcke quartieren varen, +offer om de N. O. nog eenige land was; seijde niet dan een openbare +zee te zijn [281]; die van Coree na China reijsen nement int nauste van +d'bocht te water, alsoo te lande den bergh des winters door de coude, +ende des somers door 't ongedierte seer gevaerlijck te passeeren is; +kennen swinters door dien de riviers dan toe vriesen gemackelijck over +'t ijs comen, alsoo 't daer soo hart vriest ende sneeuwt, gelijck ons +volcq Ao 1662 inde cloosters die in 't geberghte leggen, hebben gesien +dat huijsen en boomen waren onder gesneeuwt datse gaten onder d'sneeuw +mosten maken om van 't een huijs in 't ander te comen; om boven en om +laegh te geraken, binden cleijne planckjes onder haer voeten, daer +sij mede op ende nederwaarts weten te rijden, om in de sneeuw niet +te sincken; derhalven moeten de menschen haer in dese quartieren met +garst, geerst, ende diergelijcke granen behelpen alsoo daar door de +coude geen rijs ende cattoen wassen can ende meest vande zuijdelijcke +quartieren moet toegebracht worden; soo [[19]] is den gemeenen man +haer eeten ende cledinge zeer slecht ende meest in hennippe, linde ende +vellen gecleet gaen; in dese quartieren valt den meesten wortel nise +[282] die aanden Tarter voor tribuijt opgebracht ende aande Chineese +en Japanders verhandelt wort. + +Wat belangt de authoriteijt vanden Coninck, is daer souveraijn [283], +hoe wel onder den Tarter staet; regeert 't land nae sijn believen, +sonder sijn Rijcxraden ergens in te gehoorsamen; men heefter geen +particuliere heeren ofte eijgenaers van steden, eijlanden ofte +dorpen, de grooten trecken haer incomste uijt haer landerijen en +slaven, alsoo wij gesien hebben grooten die 2 a 3000 slaven hebben, +ooc mede van eenige eijlanden ofte heerlijckheden die haer vanden +Coninck gegeven worden, maer soodra zij comen te overlijden, weder +aanden Coninck vervallen. + +Wat de melitie vande ruijters ende soldaten belanght: Inde Conincx +stadt sijn ettelijcke duijsenden die vanden Coninck gegagieert worden +ende int hoff de wacht houden, als den Coninck uijtrijt medegaen; d' +vrijluijden moeten alle 7 jaren inde Conincx stadt d'wacht houden, +alsoo elcke provintie sijn soldaten een jaer moet waernemen, ende +soo bij buerte omgaet; elcke provintie heeft sijn velt overste, die +heeft weder 3 a 4 cornels onder hem, elcke stadts jurisdictie sijn +capiteijn die onder de voorsz. cornels verdeelt sijn; elcq quartier +vande stadts jurisdictie sijn sergiant, elck dorp sijn corporael ende +yder 10 man een hooft; yder moet de namen van zijn volcq altijt op +schrift hebben ende jaerlijcx aan zijn meerder opgeven, zoo dat den +Coninck altijt can weten hoe veel ruijters en soldaten heeft in sijn +landt, die in tijt van noot int geweer moeten comen; de ruijters haer +geweer is een harnas met een storm hoet, houwer, pijl en boogh met +een vlegel gelijck als in 't vaderlant 't coorn mede gedorst wort, aen +'t eijnde met corte ijser pennen; de soldaten sommige met harnas ende +storm hoeden van ysere plaetjes ende oocq van hoorn gemaect, hebben +musquetten [284], houwers en corte piecks; d'officieren pijl en boogh; +elck soldaet moet altijt op zijn eijgen costen 50 schooten cruijt ende +soo veel cogels hebben [285]; elcke stadt moet uijt sijn Cloosters +onder haer sorterende bij buerte [286] de schansen en vastigheden op +'t geberghte op haer eijgen costen te bewaren ende onderhouden; dese +worden in tijt van noot mede voor soldaten gebruijct [287], hebben +mede houwers, pijl en boogh, houdense mede voorde beste soldaten, +sijnde onder opperhooffden vande papen bescheijden, diese mede op +schrift heeft, soo dat den Coninck altijt weet hoe veel vrijluijden, +'t sij soldaten, oppassers ofte arbeijtsluijden, ende papen in sijn +dienst ofte lant sijn. Die tot sijn ouderdom van 60 jaren gecomen +zijn, worden van haren dienst ontslagen ende moeten haere kinderen +wederom inden selven dienst treden; alle edeluijden die in Conincx +dienst niet en zijn of geweest hebben, gelijck ooc alle slaven, +hebben niet anders dan des Conincx ofte slants gerechtigheijt op te +brengen, 't welcq meer als d'helft van 't volcq is, door dien een +vrijman bij een slavin ofte een [[20]] vrije vrouw bij een slaeff +een ofte meer kinderen crijgende, worden al voor slaven gehouden; +slaven met malcanderen kinderen krijgende gaet d' meester [288] daer +mede door. Ider stad moet ter zee een oorloghs joncq onder houden +met zijn volcq, ammonitie ende vordere toebehooren; dese joncken sijn +gemaect met twee overloopen, op hebbende 20 a 24 riemen, aen elcken +riem 5 a 6 man; gemant met 2 a 300 man, soo soldaten als roeijers; +gemonteert met ettelijcke stuckjes ende meenighte van vuijrwercken; +elcke provintie heeft sijn admirael die deselve alle jaer drilt +ende visiteeren; ooc bij den Admirael generael van gelijcken gedaen +wort; indien bij de admiraels ofte capitains eenige de minste fout +ofte misslagh begaen is, worden naer gelegentheijt van saken 't sij +deportement, bannissement ofte de doot gestraft, gelijck wij ano 1666 +aan onsen admirael gesien hebben [289]. + +Soo veel d'rijcxraden, hooge ende lage officieren aangaet, de +rijcxraden sijn soo veel als raden des Conincx, comen dagelijcx int +hoff ende alle voorvallende saken den Coninck aendienen [290]; zij +vermogen den Coninck in gene saken te constringeren, maer alleen met +raet en daet te adsisteeren; dit sijn d'grootste naest den Coninck +in aensien, continueeren, indien daer niet op te seggen valt, haer +leven langh ofte tot den ouderdom van 80 jaren, gelijck oocq doen +alle andere officieren aan 't hoff dependeerende ofte tot datse tot +hooger staet geraken; alle stadt houders worden alle jaren, ende +vordere soo hooge als lage officieren, alle drie jaer verwisselt; de +meeste worden, om eenige fout die sij comen te begaen, binnen haer +tijt gelicht, alsoo selden haer tijt volcomentlijck comen uijt te +dienen; den Coninck heeft altijt overal sijn verspieders [291] om van +alles goede informatie van d'regeringh te nemen, soodat d'officieren +dickmaels met d'doot ofte een eeuwigh bannissement besueren moeten. + +Wat d'incomsten des Conincx, heeren, steden ende dorpen belangt, den +Coninck treckt sijn incomste van 't gene de aerde ende zee voortbrengt; +heeft in alle steden ende dorpen zijn packhuijsen, om 't gewas ofte +zijn incomste in te doen, die jaerlijcx aande gemeene man op intrest +tot 10 pr cto wort uijtgegeven ende soo drae het gewas vant velt comt, +voor alles moet betaelt worden; de heeren leven als vooren van haer +eijgen; die in Conincx dienst zijn, van 't rantsoen dat den Coninck +haer toeleijt; de steden ontfangen haer incomste vande erven daer +de huijsen soo inde steden als ten platte landen opgebout zijn, yder +naer zijn groote, waer voor de gouverneurs, Conincx dienaers ende de +oncosten vande stadt onderhouden ende betaelt wort; de vrijluijden +die geen soldaten en zijn moeten int jaer 3 maenden int lants dienst +daertoe hij geordonneert wort oppassen ende arbeijden, behalven alle +cleijnigheden die tot onderhout van 't lant van nooden is; de ruijters +en soldaten inde steden en dorpen moeten jaerlijcx 3 stucken linden +ofte f 9:10:7 opbrengen tot onderhout van de gegageerde ruijters en +soldaten in des Conincx stadt; van schattinge ofte accijsen op yets +te stellen, is bij haer niet gebruijckelijck. + +[[21]] Wat d'swaerste crimen ende straffen daer toe sijn aangaet, +die hem tegen den Coninck stelt ofte uijt 't rijck souckt te stooten, +worden met hare geheel geslacht uijtgeroeijt; hare huijsen worden +tot den gront toe afgebrooken, daer vermach niemand een bequaem huijs +weder op te setten, ende alle hare goederen ende slaven geconfisqueert +te proffijte van 't lant ofte aan andere wegh geschoncken; eenige +sententie die bijden Coninck gevelt ende bij imand tegengesprooken +wort, deselve worden mede seer swaerlijck metter doot gestraft, +gelijck bij onsen tijt is geschiet des Conincx broeders vrouw, die +vermaert was met d'naelde wel te connen om gaen; liet den Coninck haer +voor zich een rock maken, sij eenigen haet opden Coninck hebbende, +naeijde daer eenige toverije in, soo dat wanneer den Coninck den rock +aen hadde, noijt conde rusten, den Coninck deselve latende los tornen +ende visiteren, vont tselve daerin, waerover hij de voorsz. vrouw liet +in een camer setten, waer van de vloer van copere platen gemaect was, +ende vuijr daeronder stooken, totdat sij doot was; een van hare vrunden +sijnde doen ter tijt een stadthouder van grooten afcomste en ten hove +in grooten aensien, schreeff aanden Coninck datmen een vrouw ende te +meer gelijck sij was, wel een andere straffe conde opgeleijt hebben, +een vrouw meer als een man behoorde te verschoonen; waer over hem den +Coninck liet ophalen; naer dat op eenen dagh 120 slagen op d'scheenen +gecregen hadde, 't hooft liet afslaen ende alle sijne goederen ende +slaven geconfisqueert. Dese en naervolgende crimen worden aen 't +geslacht [292] niet gestraft. Een vrouw die haer man om hals brenght, +wort aan een wegh daar veel volcx passeert, tot de schouders inde aerde +gedolven, met een houte saeg daerbij, ende moeten alle, uijtgesondert +edelluijden, die daar voorbij passeeren een treck int hooft haalen, +tot dat sij doot is; in ofte onder wat stadt sulcx geschiet is, deselve +stadt eenige jaren van zijn recht en eijgen gouverneur versteeken, +worden van een ander stadts gouverneur ofte slecht edelman geregeert; +deselve straffe sijn mede onderworpen wanneer d'gemeene man over haer +gouverneur clagen ende ten hooff ongelijck crijgen; een man die zijn +vrouw om 't leven brengt ende weet te bewijsen daertoe eenige redenen +gehad te hebben, 't sij door overspel ofte andersints, wort daer over +niet aengesprooken, ten sij het een slavin is, moet dan deselve haer +Meester drie dubbelt betalen; slaven die haer Meester om hals brengen +worden met groote tormenten gedoot; een heer magh sijn slaeff om een +cleijne reden 't leven benemen. Moorders worden op d'selve maniere, +nadat sij verscheide malen onder d'voeten geslagen sijn, gelijck sij +de moort gedaen hebben, gestraft; dootslagers straffense aldus: den +overleden wassen zij met asijn, vuijl en stinckent water 't geheele +lichaem, 't welck sij den misdadiger door een trechter inde keel +gieten, soo lange 't lijff vol is, ende slaen dan met stocken opden +buijck tot dat hij barst; ende hoewel opde diverije groote straffe +staet, soo wort deselve hier [[22]] veel gepleeght, worden allenxkens +onder de voeten geslagen tot dat sij doot sijn; die met een getrouwde +vrouw overspel doet of d'selve vervoert, worden beijde tot spot +somtijts heel naect ofte een dun enckel broeckje aan, 't aengesicht +met calck gesmeert, door yder oor een pijl, met een trommeltje opden +rugh gebonden, daer op slaende ende roepende dit sijn overspeelders, +door de stadt geleijt en yder met 50 a 60 slagen op d'billen gestraft; +die de incomste vanden Coninck off 't landt niet op en brengt worden 2 +a 3 mael 's maents voorde scheenen geslagen, tot dat hij 't opbrengt, +ofte van cant is; compt hij te overlijden, moeten de vrunden het +opbrengen, soodat den Coninck ofte 't land van haer incomste noijt +en mist; de gemeene straffe geschiet op d'naecte billen ofte op de +kuijten, ende wort bij haer voor geen schande gereekent, door dien +om een woort spreekens licht daer toe connen geraaken; de gemene +gouverneurs vermogen sonder licentie van haren stadthouder niemand ter +doot verwijsen ende crimen 't landt rakende niemand sonder kennisse +van den Coninck; 't slaen opde scheenen geschiet aldus, sitten op een +stoeltje de beenen bij malcanderen gebonden, daer wort ontrent een hand +breet boven d' voeten ende onder de knien 2 streepies gehaelt, alwaer +sij tussen beijden worden geslagen, met houtjes een arm lanck achter +ront, voor twee vinger breet, ende een Rijxdaalder dick van eijcken +off van essen hout gemaect, dog teffens niet meer als 30 slagen; 3 +a 4 uijren geleden mogen als dan wel weder met d'Justitie voortgaen, +totdat se volbracht is; die zij ten eersten willen doot hebben, die +worden met stocken 3 a 4 voeten lanck ende een arm dick dicht onder de +knien geslagen; onder de voeten te slaen geschiet aldus; sittende op +d' aerde worden de groote thoonen bij malcanderen gebonden ende bij +een hout opgehaelt die tussen haer dijen staet; met ronde stocken +een arm dicq ende 3 a 4 voeten lanc onder d'ballen van de voeten +soo veel slagen als den rechter belieft; op dese maniere peijnigen +sij mede alle misdadigers; op d'billen te slaen wort aldus gedaen, +strijcken de broecken affende leggen se vlacq op d'aerde neer ofte +op een banckje gebonden, de vrouwen om schaemts halven laten een +enckelbroeckje aanhouden, dog om wel te treffen, makent selve eerst +nat, met stocken van 4 a 5 voeten lanck, boven ront onder een hand +breet ende een pinck dick, 100 sulcke slagen teffens wort naest de +doot gereekent; slaen ooc met teentjens een duijm ende een vinger +dick die voor de kuijten geslagen worden, staen [293] op een banckje +de mans ende vrouwen met diergelijcke teentjes 2 a 3 voeten lancq als +'t verhaelde slaen geschiet met sulcken geschreeuw van de omstaende +rackers dat 't selve somtijts meer schrick als 't slaen aenjaeght; +de kinderen worden met cleijne [teentjes] op de kuijten gestraft; daer +sijn nog meer andere straffen, dog hier te lange om te verhalen [294]. + +[[23]] Wat haer godtsdienst [295], tempels, papen ende secten +belanght, de gemene man doen voor haer afgoden wel eenige superstitie, +maer achten haer overheijt meerder dan d'afgoden; d'grooten ofte edele +weten daer gants niet van, om haer afgoden eenige eer te bewijsen, +achten haer selven meer dan deselve te wesen; soo wanneer imand +'t sij groot ofte cleijn comt te overlijden, wordt bij de papen +eenige gebeden ende offerhanden voorden overleden gedaen, alwaer +dan haer vrunden ende bekenden mede comen; 't gebeurt somtijts bij +aflijffigheijt van een heer ofte geleerde paep, dat hare vrunden +ende bekenden wel 30 a 40 mijl comen rijsen, om d'offerhande bij te +zijn, tot eer ende gedachtenisse vanden overleden; alle feestdagen +comen sommige gemeene burgers ende boeren voor de afgoden haer +reverentie doen ende steeken een ruijckent houtje in een potje met +vuir dat voorde beelden staet tot teeken van brant offeren, ende +nadat haer reverentie weder gedaen hebben, gaen sonder yets meer +te doen wech; houden dat voor haren afgodt dienst, seggen die wel +doet hier naemaels wel geschieden sal, en die quaet doet, daervoor +straffe sal ontfangen; van predicken ofte leeringe is haer onbekent, +ofte maelcanderen eenige onderrichtinge in haer gelooff te doen; +disputeeren daer noijt over, door dien sij al een gelooff hebben, door +'t heele land, ende de afgoden al eene eer bewijsen; des daeghs twee +mael offert ende bidt een paep voorde beelden; alle feestdagen met +'t geheele cloosters volcq met cloppen op d'beckens, trommels ende +andere instrumenten. d'Cloosters ende tempels die seer veel sijn, +leggen al int beste geberghte, yder onder zijn stadts jurisdictie +bescheijden; daer sijn cloosters daer wel 5 a 600 papen in sijn, +ende steden daer wel 3 a 4000 onder bescheijden sijn; woonen al 10, +20 a 30 bij malcanderen in een huijs, somtijts min en meerder. In yder +huijs heeft de outste 't commando. Indien eenige comen te misdoen, +mogen deselve met 20 a 30 slagen opde billen straffen, maer soo de +misdaet groot is, leveren hem aanden gouverneur vande stad daer sij +onder staen over; papen sijnder geen gebreck, was de leer maer goet, +alsoo yder die wil een paep can worden ende weder uijtscheijden als +'t hem belieft; de papen sijn bij haer weijnigh geacht ende worden +niet meer als lants slaven gereekent door de groote tribuijt die zij +opbrengen ende 't wercq dat sij voor 't lant doen moeten; d'opper +papen sijn wel in achtinge, dat meest om haer geleertheijt comt, +worden onder d'geleerde van 't lant gereekent; dese worden Conincx +papen genaemt, voeren een lants zegel ende doen justitie als de +gemeene gouverneurs wanneer sij d'cloosters gaen visiteren; rijden +te paert, ende worden groote eere bewesen; alle papen mogen niet +eten dat leven ontfangen heeft, ofte van comen can; sijn 't hair +ende baert cael geschooren; mogen bij geen vrouwen converseeren; +diegene die dese geboden overtreet worden met 70 a 80 slagen opde +billen gestraft ende uijt 't clooster gebannen; soodrae haer 't hair +wort afgeschooren worden se op haer eenen arm gemerct [296], soo +dat men altijt can sien dattet een paep is geweest; de gemeene papen +moeten haer costen met arbeijden, coophandel ende bedelen bescharen +[297]; houden altijt jongens, doen alle neerstigheijt om d'selve wel +te leeren lesen en schrijven; als d'selve geschooren zijn, houdense +voor haer dienaers; [[24]] al wat sij winnen ofte bescharen is voor +hare Meester tot dat hijse vrij geeft; bij overlijden vande papen +sijn deselve hare erffgenamen ende moeten rouw over haer dragen, +twelc de vrij gegevene mede moeten doen, tot danckbaerheijt dat hij +haer gelijck een vader zijn kint opgebracht heeft ende onderwesen; +daer is nog een ander soorte die de papen gelijck zijn, soo int dienen +der beelden ende eeten der spijse, dese sijn niet geschooren ende +mogen trouwen [298]. d'Cloosters ende tempels worden vande grooten +ende gemeene man gebout, yder geeft daer toe nae sijn vermogen; de +papen doen den arbeijt voor de cost ende weijnigh salaris die haer +vande paep, die vande gouverneur vande stadt daer 't clooster ofte +tempel onder sorteert over 't bewint gestelt is, gegeven wort; sij +seggen mede dat inde oude tijden de spraeck al eens was, ende door +'t bouwen van een toorn daer mede sij inden hemel wilden climmen, +door de gantsche werelt verandert is; den adel om haer vermaeck met +hoeren en ander geselschap te nemen, gaen dickmaels inde cloosters, +alsoo d'selve seer plaisierigh int geberghte ende 't geboomte leggen, +ende voorde beste huijsen van 't land gerekent worden, soo dat d'selve +meer voor bordeelen en brashuijsen als tempels mogen gerekent worden, +wel te verstaen d'gemeene Cloosters, alsoo de papen mede seer tot de +vochtigheijt genegen sijn [299]; daer plegen bij ons inde Conincx +stadt, twee bagijnen cloosters te wesen, een van adele en een van +gemeene vrouwen, waren mede 't hair kael afgeschooren, aten ende deden +d'beelden gelijcke dienst als de papen, worden vanden Coninck ende +grooten onderhouden, zijn over 4 a 5 jaren bij den jegenwoordigen +Coninck afgeschaft ende verloff gegeven om te trouwen [300]. + +Wat haer huijsen ende huijsraet aangaet, onder de grooten sijn veel +fatsoenlijcke maer onder den gemene man slechte huijsen, door dien +yder na sijn sin niet magh timmeren; niemand vermagh sijn huijs +met pannen decken sonder consent vanden gouverneur soo datse meest +met korck, riet ofte stroo gedeckt sijn, staen al tsamen met een +muijr ofte pagger van malcanderen gescheijden; d'huijsen staen op +houte pilaren, d'muijren worden onder van steen gemaeckt ende boven +worden houtjes cruijs wijs over malcanderen gebonden van buijten en +van binnen met cleij en sant effen gestreeken en van binnen met wit +papier geplackt; d'vloeren vande camers zijn onder gelijck een oven, +daer sij inde winter dagelijcx onder stooken ende geduijrigh warm +[301] zijn, soo datse beter keggels als camers gelijck zijn; d'vloer +met geolijt papier beplackt; de huijsen hebben maer een verdiepingh, +boven met een cleijne soldering, daer sij eenige cleijnigheden bergen +cunnen; de edelluijden hebben voor haer huijsen altijt een besonder +huijs daer sij haer vrunden ende bekenden onthaelen ende logieren, +nemen daer oocq haer vermaeck ende doen 't gene sij te verrichten +hebben, waer voor gemeenelijck een groote plaets, vijver ende thuijn +is, versiert met veele bloemen ende andere rarigheden, van boomen +en clippen; d'vrouwen woonen inde agterhuijsen alsoo se van niemand +mogen gesien worden; de coopluijden ende traije [302] borgers hebben +gemeenlijck ter sijden haer huijs een catel [303] om haer dingen te +doen en luijden van aansien te onthalen twelc gemeenlijck met tabacq +en arrack geschiet; hare vrouwen mogen vrij bij ydereen comen praten +ende op gast maelen gaen, dog sitten altijt bijsonder ende [[25]] +tegen de mans over; veel huijsraet wort bij haer niet gevonden, als +'t gene sij dagelijcx gebruijcken; daer sijn veele tap ende vermaeck +huijsen, alwaerse gaen om de hoeren te hooren en sien dansen, singen en +op instrumenten spelen; des somers gebruijcken sij de bosschagie ende +groene boomen daer toe, om den tijt door te brengen; van herbergen +ofte logijs plaetse voorden reijsenden man weten niet, die bijden +wegh rijst ende het avont wort, gaet maer binnen de muir van 't een +of 't ander huijs sitten (als het geen edelman is), ende geeft soo +veel rijs als hij eten wil, die den hospus terstont laet kooken ende +met toespijs opschaffen moet; in veel dorpen gaet het met beurte bij +d'huijsen om, sonder daer yets tegen te seggen [304]; opden grooten +wegh nade Conincx stadt leggen post ende pleijster huijsen, soo voor +de groote als gemeene man om te vernachten; d'edelluijden ende die vant +land reijsen, die d'andere wegen passeeren worden bij d'opper-hooffden +vande buerte daerse vernachten de cost ende slaep plaets bestelt. + +Wat haer trouwen belangt sij en mogen met haer vrunden tot int vierde +lit niet trouwen en [zij] vrijen ooc niet, worden bij haer ouders ofte +vrunden als sij 8, 10 a 12 ofte meer jaren out sijn aan malcanderen +gegeven; de meijsjens comen meest d'ouders vanden jongman thuijs, +tensij haer ouders geen soonen hebben, blijvende daer soo lange woonen, +soo lange sij haer selven connen behelpen; den bruijdegom moet als +hij bijde bruijt gaet eerst de stadt rondom rijden met eenige van sijn +vrunden; soo de bruijt den bruijdegom thuijs comt, wort van haer ouders +ende vrunden daer gebrocht, de vrunden houden dan de bruijloft met +malcanderen sonder eenige sermonien meer; een man mach sijn vrouw al +had hij daer verscheijde kinderen bij wegh jagen ende een ander nemen, +maer de vrouw geen ander man, tensij sij bij den rechter daer van is +geset; een man mach soo veel wijven houden als hij onderhouden ende +den cost geven can ende in de hoerehuijsen gaen als 't hem belieft, +sonder daer over aengesproocken te worden; hebben een wijff altijt in +huijs dat de naeste is, ende 't huijs op hout, de andere woonen buijten +in bijsondere huijsen; den adel ofte grooten hebben gemeenlijck 2 a +3 wijven binnen 't huijs, dog is altijt een als gouvernante over de +huijshoudingh; ider woont gemeenlijck appart ende gaet bij degeen +die 't hem belieft; dese natie achten haer vrouwen niet meer als +slavinnen ende om een cleijne misdaet verstooten deselve; soo d'man +d'kinderen niet wil houden, moet d'vrouw se altemael nae haer nemen, +waerover dit lant soo vol menschen is. + +D'edele ende vrijluijden voeden hare kinderen wel op, bestellen +dselve onder opsicht van Meesters om int lesen ende schrijven wel +onderwesen te worden, daertoe dese natie seer genegen is, ende +dat met sachticheijt ende goede maniere, haer altijt voorhoudende +d'geleertheijt van voorgaende mannen ende dengene die daardoor tot +grooten staet gecomen zijn; sitten meest dach en nacht en lesen; 't is +te verwonderen dat sulcke jonge maets hare schriften soo connen [[26]] +uijtleggen daerin meest haer geleertheijt bestaet; in alle steden is +een huijs, daer alle jaren voor de overicheijt ende dengenen die om +de regeringe [305] om hals ofte van cant geraect sijn, geoffert wort +[306]; in dit huijs oeffent den adel haer int lesen en wort altijt van +haer bewaert; daer wort alle jaer in yder provintie in 2 a 3 steden +bijeencomste [307] gehouden ende bij d'stadthouder yder in sijn +provintie gecommitteerde gesonden soowel inde militie als politie +om haer 't examineren; die in zijn studie voltrocken is, wort den +stadthouder bekent gemaect ende nader voor hem g'examineert, soo hij +denselven bequaem vint om eenige regeringe waer te nemen, schrijft 't +selve aan 't hoff, daer jaerlijcx vant geheele lant een bij een comste +gehouden wort, om nader door des Conincx gecommitteerden g'examineert +te worden; op dese vergaderinge comen alle d'grootste van 't landt +soo wel die in eenige bedieninge geweest ende tegenwoordig sijn, +alsoo d'eene inde politie ende d'ander inde militie is gepromoveert, +om in beijde hare promotie te crijgen, om daer sij geordonneert worden +bequaem te sijn; den brief van promotie crijgen zij van den Coninck; +dit promoveeren maeckt meenigh jong edelman tot een out bedelaer, +door dien sij haer middelen die somtijts weijnigh sijn daer mede +vernielen, door d'groote oncosten, schenckagien ende gastmalen die +sij moeten doen, de ouders voor haer kinderen geven ende haer leven +eijndigen sonder in eenige bedieninge te geraken; 't is haer wel als +'t maer de naem hebben datse gepromoveert sijn. D'ouders houden veel +van hare kinderen gelijck mede de kinderen van hare ouders doen, om dat +wanneer d'ouders eenige misdaet begaen hebben ende 't selve ontlopen, +moeten de kinderen daer voor instaen, gelijck mede d'ouders voorde +kinderen moeten doen; de slaven ofte diergelijcke nemen weijnigh +reguart op hare kinderen, door dien deselve soodrae eenigen arbeijt +connen doen de Meesters naer haer nemen; alle kinders moeten over +haer vader, overleden sijnde, drie, ende over d'moeder twee jaren +rouw dragen, eeten niet anders dan d'papen, mogen geen bediening +waernemen. Imand 't sij groot ofte cleijn in bedieninge sijnde ende +een van sijn ouders comt te sterven, moet terstont daer uijt gaen; +mogen bij geen vrouwen slapen en indien sij in die tijt kinderen comen +te procureeren worden d'selve voor hoere kinderen geacht; vermogen +niet te kijven noch te vechten of droncken drincken; dragen dan lange +rocken van hennip linden gemaect, onder sonder soom; sonder nettjes op; +om 't lijf een gorlos [308] van hennip gedraeijt, als een cabeltouw, +wel een mans arm dicq, ende diergelijcke touw wat dunder om 't hooft +met bamboese hoetjes op, een dicke stock ofte bamboes inde handt +waeraen sij kennen off d'vader off moeder doot is, alsoo d'bamboes +d'vader ende d'stock d'moeder beduijt; wassen of [[27]] reijnigen +haer selden, soo datse eer molicken [309] als mensen gelijcken; als +daar ymand comt te sterven loopen d'vrunden als dolle menschen langs +de straten, huijlen en krijten, het hair uijt het hooft te plucken; +sij dragen altijt sorge dat haer dooden wel begraven worden, aen +bergen bij de waerseggers haer aengewesen ende daer geen water bij en +comt, in dubbelde kisten ider 2 a 3 duijm dick ende van binnen vol +nieuwe clederen en andere goederen, elc na zijn vermogen, gestopt; +sij begraven de dooden gemeenlijck int voor ende naejaer, als d'rijs +van 't velt is; soose inde somer comen te sterven, worden in huijskens +van stroo gemaect die op staken staen, geleijt, ende worden als sijse +begraven willen, dan weder 't huijs gehaelt ende inde kisten met haer +clederen ende goet, als boven geseijt is, geleijt; dragen den dooden +'s morgens met den dach wech, nadat sij des snachts te vooren wel +vrolijck zijn geweest; de dragers doen niet dan dansen ende singen, +de vrunden volgen 't lijck al huijllende ende krijtende; den derden +dagh gaen de vrunden ende bekenden weder voor 't graft offeren ende +hebben dan weder een vrolijcken dach; de graven sijn gemeenlijck 4, +5 a 6 voeten met aerde opgehooght seer fraeij ende net gemaect maer +voor d'groote heeren haer graven staen veel steenen ende beelden van +steen gehouwen, opde steenen staet gehouwen haer naem, afcomste ende +wat sij voor bedieninge gehadt hebben; allen 15en vande 8e maent, alsoo +sij na de maen reekenen omde drie jaer 13 maenden hebben vant jaer, +wort tgras vande graven gesneden ende nieuwe rijs geoffert [310], +dit is de grootste feestdagh naest 't nieuwe jaer die sij hebben; +daer sijn waerseggers ofte toveresse, dog en connen niemand leet +doen, die haer seggen of de dooden gerust of ongerust gestorven en +op een goede plaetse begraven zijn, waer naer sij haer reguleren, +'t gebeurt wel, datse wel 2 a 3 mael verleijt worden. + +Nae dat sij haer ouders wel hebben begraven ende alles gedaen 't +gene haer toestaet te doen, soo daer dan wat overschiet, soo blijft +den outsten soon int huijs ende wat daer toe behoort, besitten; +de landen en vordere goederen worden onder de soonen gedeelt, hebben +noijt hooren seggen dat de dochteren (soo daer soonen sijn) eenig part +int goet hebben, alsoo de vrouwen niet dan haer clederen ende 't geen +tot haer lijf behoort ten houwelijck brengen; soo wanneer d'ouders 80 +jaren out geworden sijn, moeten aande soonen afstant van haer goederen +doen, achten d'selve dan onbequaem om yets te regeeren, dog houden haer +altijt in groote achtinge; den outsten soon als vooren int besit gegaen +sijnde, laet op 'teijgen erff een besonder huijs timmeren van [311] +d'ouders, om daer in te woonen ende worden van de zoons onderhouden. + +Wat d'trouwigheijt en ontrouwigheijt als mede d'couragie deser [[28]] +natie belangt, sijn seer genegen tot diverije, liegen en bedriegen, +men moet d'selve niet te veel betrouwen, achtent voor een romeijn +stuck als sij imand te cort gedaen hebben, en wort bij haer voor geen +schande gereekent; daerom hebben voor een gebruijck soo imant in een +coopmanschap bedroogen is, mag daer weder uijt scheijden, van paerden +en coebeesten, al wast over 3 a 4 maenden, van landen ende vaste +goederen niet langer tot dat transport gedaen is; sijn goetaerdigh ende +seer goet van gelooff, wij conde haer alles wijs maken wat wij wilde, +ende d'vreemde luijden toegedaen, voornamentlijck d'papen; hebben een +vrouwenhart gelijck ons van gelooffwaerdige luijden vertelt is, dat +over ettelijcke jaren wanneer door den Jappander haren Coninck wiert +vermoort, steden en dorpen verbrant ende gedestrueert; den Hollander +Jan Jansz. verhaelde ons dat bij sijn tijt wanneer den Tarter over 't +ijs quam ende 't land in nam, datter meer inde bossen gevonden worden +die haer selven opgehangen hadden, dan van haer vijand doot geslagen +waren, alsoo 't selve voor geen schande gereekent wort ende beclagen +soodanige persoonen, seggen sulcx uijt noot gedaen te hebben; 't is +mede wel geschiet datter eenige hollantse, engelse ofte portugeese +schepen, die na Japan gaende op de cust van Coree vervallen zijn, +deselve met haer oorloghs joncken trachten te nemen, altijt met vuijle +broecken onverrichter saecke sijn 'thuijs gecomen; mogen geen bloet +sien, soodra alser eenige onder de voet vallen, stellent op een loopen; +sijn seer afkeerigh van siecken ende voornamentlijck die smettelijck +zijn, worden terstont uijt hare huijsen buijten de stadt ofte dorp +daer sij woonen int velt in een cleijn huijsken van stroo daer toe +gemaect gebracht, alwaer niemand bij haer comt ofte met haer spreeckt, +dan diegene die op haer passen; dengene die daer voorbijgaet, sullen +d'siecken aenspouwen; die geen vrunden hebben om haer hantreijckinge +te doen, sullense liever laten vergaen, dan naer haer comen kijcken; +de huijsen ofte dorpen daer eenige sieckte is, worden terstont met +vuire staaken afgepaggert, ende [het] dack vande huijsen daer d'sieckte +is vol do tacken geleijt tot een teeken vanden onbekende. + +Wat voor handelinge daer gedreven wort, soo van vreemde natie als onder +malcanderen, daer comt niemand om te handelen dan d'Japanders van 't +eijland 't Suissina die aende Z.O. zijde inde stadt Pousan een logie +hebben, die de heer van 't selve eijland toecomt, brengen daer peper, +sappanhout [312], alluijn, buffels hoorns, harte en rochevellen, +met meer andere waren, die bij ons ende Chineesen in Japan gebrocht +worden, waer voor sij andere goederen ruijlen, die daer vallen en in +Japan getrocken sijn; sij hebben eenige handeling [[29]] op Packin +ende d'noorder quartieren van China, moetent al met paerden [313] over +lant doen waerop groote oncosten vallen, daerom niet dan bij groote +coopluijden gedreven wort; die van des Conincx stad op Packin reijsen +ende weder comen, moeten op 't spoedigste drie maenden onderwegen zijn; +de handeling onder malcanderen geschiet meest met stucke linde [314], +elcq nae sijn waerdij, d'groote heeren ende coopluijden handelen wel +met silver, maer de boeren en slechte luijden, met rijs en andere +granen. + +Dit lant voor dat den Tarter hem meester daer van maeckte was +vol weelde en dartelheijt, deden niet dan eeten, drincken en alle +dartelheijt aen te rechten, maer wort nu vanden Japander ende Tarter +soo besnoeijt, dat bij quade jaren genoch te doen hebben den wagen +recht te houden, door de sware tribuijten die sij moeten opbrengen, +voornamentlijck aenden Tarter die gemeenlijck driemael sjaers comt +om tselve te halen [315]; sij en weten niet meer dan van 12 landen +ofte coninckrijcken waer van, nae haer seggen, China den keijser is, +ende d'andere in vorige tijden aan hem tribuijt mosten opbrengen; +dat nu ider sijn eijgen meester is, door dien den Tarter China besit +ende de andere niet onder haer can brengen; den Tarter noemen sij +Tieckese ende Oranckaij; ons lant noemen sij Nampancoeck [316], +dat is gelijck Portugael bijde Japanders genaemt wort, van ons ofte +Hollant en weten sij niet; die naem van Nampancoeck hebben sij van de +Japanders; dese naem is meest onder haer bekent van wegen den toebacq, +alsoo over 50 a 60 jaren, daervan niet en wisten; het drincken ende +planten is haer vande Japanders geleert, ende het saet daervan eerst, +soo de Japanders haer seijde, uijt Nampancoeck gecomen was, daerom +nog veel bij haer Nampancoij genaemt wort, die daer nu soo sterck +gedroncken wort, dat kinderen van 4 a 5 jaren 'tgebruijcken, ende +nu ter tijt soo wel onder de mans als vrouwen, weijnigh gevonden +worden diese niet en drincken; doen den tabacq daer eerst gebrocht +wiert gaven voor yder pijp een maes silver ofte de waerdij daervan; +Nampancoeck is bij haer voor een vande beste landen vermaert; haer +oude schriften vermelden datter 84000 landen sijn, dog wordt bij haer +maer voor een fabel geacht, seggen datter de eijlanden, clippen ende +rutsen daeronder gereekent moeten sijn, dat de son in een etmael niet +en can bescheijnen soo veel landen; wanneer wij haer eenige landen +noemden, staken de spot met ons ende seijden dat het namen van steden +en dorpen waren, doordien haer caerten niet vorder als Siam strecken. + +Dit lant can sijn selven voeden, dat tot menschen nootdruft van +nooden is, heeft overvloet van rijs en andere granen, cattoene en +hennipe lijwaten; daer sijn mede veel zijwormen, dog en weten de +zij niet wel te bereijden, om daervan eenige goede stoffe te maken; +als mede silver [317], ijser, loot, tijgersvellen, wortel nise ende +meer andere goederen; sij konnen haer selven met d'medecijn die daer +vallen mede behelpen, maer wort onder de gemene man weijnigh gebruijct, +alsoo d'doctoors bij de grooten in dienst sijn ende d'gemeene man tegen +[[30]] d'oncosten niet wel mogen. Is van nature een seer gesont lant; +de gemene man gebruijct de blinde ende waerseggers voor doctoors, +wiens raet zij doen en volgen, 't sij met offeren op 't geberghte, +aen rivieren, clippen en rutsen, ofte in afgoden huijsen den duijvel +om raet te vragen; dit laetste wort nu soo niet meer gebruijct, alsoo +den Coninck int jaer 1662 deselve altemael heeft laten afbreeken +ende vernielen. + +De maten, ellen ende gewichten, soo veel 't lant ende de coopluijden +aangaet, sijn door 't geheele land eguael [318], maer onder de gemene +man en slechte schachers wort met deselve veel valsheijt gepleegt, +den uijtgever gemeenelijck te licht ende te cleijn, den ontfanger te +swaer, en te groot bevonden, ende hoewel dat daer bij veele gouverneurs +goede opsicht op wort genomen, kennen 't selve egter niet afbrengen, +doordien yder sijn eijgen maet ende gewicht gebruijct; eenige munte +is bij haer onbekent, dan kassies, die alleen op de grensen van China +gangbaer sijn; 't silver geven sij bij 't gewichte uijt, sijn groote +en cleijne stucken, gelijck het schuijt silver in Japan. + +Het vee ende 't gevogelte datter is, sijn dese: paerden, koebeesten; +stieren, die daer weijnig gesneden worden, sijnder met meenighte; +d'lantman gebruijcken d'koebeesten en stieren om 't landt te ploegen, +den reijsende ende coopman de paerden om haer goet te voeren; tijgers +sijnder mede veel, waer van de vellen nae China en Japan gevoert +worden; beere, harten, wilde en tamme verckens, honden, vossen, +katten ende meer ander gedierte, veel slangen ende fenijnigh gedierte, +swanen, gansen, entvogels, hoenders, oijevaers, reijgers, kraenvogels, +arenden, valcken, achsters, craeijen, koeckoecken, duijven, snippen, +fesanten, leeuwercken, vincken, lijsters, kievitten en kuijcken dieven, +met meer ander gevogelte, dog alles in overvloet. + +Sooveel haer spraeck, schrijven [319] en reekenen belanght, haer +spraeck is alle andere spraaken different. Is seer moeijelijck om +te leeren, doordien sij een dingh op verscheijde maniere noemen; +spreeken seer prompt ende langhsaem, voornamenlijck onder d'grooten +ende geleerde; schrijven op driederlij maniere, 't eerste ofte +principaelste is gelijck dat vande Chineese ende Japanders, op dese +wijse worden alle hare boecken gedruct, ende gesz, 't land ende +de overheijt rakende, gesz tweede, Is [320] seer radt, gelijck 't +loopent int vaderlant; wort veel bij d'grooten ende d'gouverneurs +gebruijct om vonnisse in, ende apostille op recquesten te stellen, +mitsgaders brieven aan malcandere te schrijven, alsoo d'gemeene man +niet wel lesen can; het derde ofte slechtste wort vande vrouwen +ende gemeene man geschreven. Is seer licht voor haer te leeren, +doch connen daardoor alle dingen ende noijt gehoorde namen seer +licht ende beter als met 't voorgaende schrijven [321]; dit geschiet +alles met penseelen, seer vaerdigh [[31]] en rat. Sij hebben veel +geschreven en gedructe boucken van oude tijden, daer op zij zulcken +reguart nemen dat des Conincx broeder ofte prins des lants altijt 't +opsicht daer over heeft; d'copije ende druckplaetsen [322] worden in +veele steden ende vastigheden bewaert, om bij ongeluck van brant ofte +andersints daer van niet geheel ontbloot te sijn; haer almenachen ende +diergelijcke boecken worden in China gemaect, alsoo sij de kennisse +niet en hebben om sulcx te doen [323]; sij drucken met houte platen, +elcke sij vant papier is een bijsondere plaet; sij reekenen met +lange houtjes gelijckmen met de rekenpen[ningen] int vaderlant doet; +weten van geen coopmans bouckhouden, als sij yets copen teijckenen +d'inkoop op en dan weder hoe veel sij daer van maken, treckent tegen +malcanderen af en sien watter overschiet off te cort comt. + +Wanneer den Coninck uijtgaet, wort van al den adel (in swarte +zijderocken gecleet, hebben op haer bor[s]ten ende op den rugh een +wapen ofte een ander geborduert figuer, met een grooten breeden riem +an) gevolght; de ruijters ende soldaten die rantsoen genieten, trecken +voor uijt, yder op 't fraeijste toegemaect, met veel vlaggen ende +gespel op alderhande instrumenten, agter d'selve comt de guarde ofte +lijff schutten vanden Coninck bestaende uijt d'principaelste borgers +vande stadt, alwaer den Coninck tusschen sittende in een fraeij gemaect +vergult huijsje gedragen wort ende dat soo stil dat men pas 't gedruijs +vande menschen en paerden hooren can; even voorden Coninck rijt een +secretaris of ander dienaer van sijn majesteijt met een beslooten +cassje voor dengene die eenige versoeck aanden Coninck te doen hebben, +'t sij dat haer van haer overheijt ofte imand anders ongelijck gedaen +is, geen uijtspraeck van eenige rechters kennen crijgen, dat haer +ouders ofte vrunden 't onrecht gestraft sijn ende andere apellen meer, +welcke recqueste bijde luijden aen bamboesen gebonden worden ende bij +haer agter een muer ofte pagger leggende worden opgesteeken ende bijde +daer oppassende persoonen afgehaelt, den voornoemden secretaris ofte +andere overgelevert, bij hem aanden Coninck tsijner thuijscomste, +'t gemelte kassje overgelevert, om bij sijn Maijesteijt daer op +voor 't laetst gedisponeert te worden, 'twelcq voorde uijtterste +uijtspraeck gehouden wort, ende terstont sonder tegenseggen van imand +ter executie gestelt; alle straten daer den Coninck passeert, worden +aen wedersijde afgeslooten, niemand vermach eenige deur ofte venster +open te doen ofte te laten, veel minder over eenige muer ofte pagger +sien, soo wanneer den Coninck voorbij den adel ofte soldaten passeert, +moeten met den rugh naer hem toestaen, sonder omkijcken ofte hoesten, +waerom meest al de soldaten, met een houtie inde mont gelijck 't gebit +van een paert loopen [324]. Soo wanneer den Tartarsen gesant comt moet +den Coninck in persoon met alle d'groote heeren buijten de stadt hem +[[32]] in halen en reverentie doen, hem convoijeerende tot in sijn +logiement, wort meerder eere int inhalen ende uijtrijden dan den +Coninck aangedaen, heeft alle gespel op instrumenten, springers ende +buijtelaers voor hem loopen ende ijder sijn kunst al gaende doet; +daer worden mede veel anticquiteijten die bij haer gemaeckt ofte +versonnen connen werden vooruijt gedragen. Geduijrende sijn aenwesen +in des Conincx stadt, is van sijn logement tot des Conincx hoff de +straten met soldaten beset, ontrent 10 a 12 vadem van malcanderen 2 a +3 man die niet en doen dan briefkens die uijt het logement des Tarters +comen malcanderen toe mannen, opdat den Coninck mag weten hoe 't met +den gesant van stont tot stont gelegen is, in somma soucken maer alle +middelen om hem te eeren ende wel te onthalen, ten respecte van sijn +heer ende dat bij den gesant over haer geen dachten gedaen wort [325]. + +[1662. [[Blijkbaar eene verschrijving voor: 1663.]] ] Int begin +van 't jaer den duijren tijt, nu al drie jaren geduijrt hebbende, +veel menschen daar door verslonden, den gemeenen man geen incomste +conde opbrengen gelijck vooren hebben verhaelt, dog d' eene stadt +meer als d'ander eenig gewas heeft, voornamentlijck de steden die +in lage landen ofte bij rivieren ende morassen leggen, connen altijt +nog eenige rijs winnen, sonder dat soude 't geheele land ten naesten +bij uijtgestorven hebben; onse gouverneur die ons geen rantsoen meer +conde geven, schreeff sulcx aenden stadthouder die ons sonder kennisse +vanden Coninck door dien ons rantsoen uijt des Conincx eijgen incomste +wiert gegeven, in geen ander stadt conde setten. + +Int laetste van Februarij bequam den gouverneur ordre om ons in drie +andere steden te verdeelen, te weten in Saijsingh [326] 12: Sunischien +[327] 5: Namman [328] 5 man, sijnde doen nog 22 sterck; over dit +verdeelen waren wij ten hooghsten bedroeft, door aldaer van huijsen, +huijsraet ende thuijntjes op die lants wijse redelijck versien waren, +'t selve met groote moeijten gecregen ende nu verlaten mosten, in +een nieuwe stadt comende om d'duijre tijt daer niet licht weder aen +te comen soude sijn, dog is dese droeffheijt voorder terecht gecomen +[329] tot groote blijschap verandert. + +Int begin van Maert na dat afscheijt vanden gouverneur genomen ende +sijn E: voor sijn goet tractement ende vruntschap van hem genooten +bedanct hadden, is yder naer sijn stadt vertrocken; tot de siecken +en ons weijnigh goetjen gaff den gouverneur paerden om te voeren, +dog d'gesonden moesten te voet afleggen; die van Sunischien ende +Naijsingh reijsden eenen wegh, den eersten avont quamen in een +stadt alwaer vernachten, des anderen nachts vernachten wederom in +een stadt, den vierden dagh quamen in de stadt Sunischien, daer wij +des ander daechs wederom van daen vertrocken, latende daer 5 man die +aldaer bescheijden waren te blijven; des nachts mosten in [[33]] +een lantspackhuijs vernachten; des morgens met den dagh stonden +op en quamen ontrent 9 uiren in Sijsingh, wierden bijden ons daer +brengende gouverneurs dienaer aenden gouverneur off admirael vande +provintie Thiellado die daer resideert overgelevert, die ons terstont +van een huijs met weijnigh huijsraet versagh, ende liet ons rantsoen +als vooren gehad hadden geven; dit scheen een goet sachtsinnig man +te wesen, is twee dagen naer onse comste vertrocken; drie dagen nae +sijn vertrecq quamer een nieuwen gouverneur inde plaets, twelcq een +straff voor ons was; liet ons alle dagen somers inde heete son ende +swinters inden regen, hagel en sneeuw vanden morgen tot den avont +voor hem staen ende dagelijcx bij moeij weder niet dan pijlen halen, +door dien d'sulcke niet en doen als haer dienaers ende ondersaten, +int schieten met pijl en boogh dagelijcx te oeffenen, om dat yder de +beste schieter soude hebben; ende leijde ons meer andere arbeijt te +last, waervoor den Almogende hem betalinge van Christenen menschen +te plagen heeft gegeven, gelijck wij hier nae sullen verhalen; wij +suckkelden met malcanderen daer soo al deur, met groote droeffheijt, +de winter nu op handen comende, door d'quade jaren niet meer hadden +als wij gingen ende stonden, dat onse maets inde twee andere steden +nu gelegentheijt hadden haer weder door 't goet gewas, een weijnig +inde cleeren te steeken, twelcq wij den gouverneur alles voorhielden, +dat de helft 3 dagen soude oppassen en d'ander helft die dagen om +wat te bescharen soude uijtgaen ende alsoo bij beurte daer in soude +continueeren, waer mede wij ons mosten te vreden stellen, dog brochten +naderhand doordien van andere grooten seer beclaeght worden, soo veel +te weegh, ons met oogluijcking toestont dat bij beurte voor 15 a 30 +dagen moghten uijtgaen, ende [wat] beschaerden eguael met malcanderen +deijlden, waer in wij tot vertrecq vande selve gouverneur continueerden +bleven, twelcq geschiede [1664.] tot int begin van 't jaer 1664, +dat sijn tijt geexpireert was, bijden Coninck tot veltoverste ofte +tweede vande selve provintie gestelt wiert, ende cregen doen weder +eenen nieuwen gouverneur, die ons terstont van alle last ontsloegh ende +belaste dat wij niet meer doen soude, als ons volcq inde andere steden +deden, van tweemael smaents te monsteren, bij beurte op ons huijs +te passen ende uijtgaende hem om verloff vragen, ofte ten secretarij +bekent te maken om indient den noot vereijste te weten waer sij ons +soucken soude. Wij danckten den goeden Godt, dat van soo een vreet +mensch verlost waren ende soo een goet man weder inde plaets gecregen +hadden, door dien den nieuwen ons niet dan alles goets dede, ende +groote vruntschap bewees, [[34]] liet ons meijnighmael roepen ende +gaf ons eeten en drincken, beclagende ons altijt; zeijde dickmaels +waerom wij nu aande zeecant woonde, niet na Japan sochten te gaen, +daer op altijt tot antwoord gaven, dat den Coninck ons niet wilden +licentieren, dat wij den wegh niet en wisten en ooc geen vaertuijgh +hadden, om wech te loopen; gaf ons daer op tot antwoort, offer aende +zeecant geen vaertuijgen genoch en waren [330], waer op wij zijn E: +opdiende, dat ons die niet toebehoorde; indien ons misluckte, dat ons +den Coninck niet alleen om ons weghloopen, maer mede omdat wij een +ander mans vaertuijg genomen hadden, soude straffen; dit seijde wij +om geen agterdocht bij haer soude sijn, waer zijn E: (soo dickmaels +sulcx zeijde) altijt seer lachte; wij nu eenige kans siende, deden +alle devoir om een vaertuijg te becomen, dog costen noijt een becomen +daer te crijgen, door dien den coop altijt van eenige wangunstige +menschen wiert omgestooten; den vertrocken gouverneur had omtrent +ses maenden in sijn bedieninge geweest, worde door last des Conincx +opgehaelt om sijn straffe regeeringe, verschoonde edele nog onedel, +lietse om een geringe sake soo slaen daer van sij aan haer doot quamen, +wiert daer over bij den Coninck met 90 slagen opde scheenen gestraft +ende voor sijn leven wegh gebannen. + +Int laetste van 't jaer sagen eerst een ende daernae twee sterren met +staerten, d'eerste int Z.O. die wel twee maenden gesien worde, de ander +int Z: Weste, met de staerten na malcanderen toe haer verthoonende +[331], twelcq sulcken verslagentheijt aen 't hoff veroorsaeckten dat +den Coninck alle zeehavens en oorloghs joncken wel liet versorgen, als +mede alle vastigheden van victualie en ammonitie versien, de ruijters +en soldaten daghelijcx oeffenen [332], niet anders denckende, dan dat +haer d'een of d'ander opden hals comen soude [333], verboot mede bij +avont geen licht 't sij inde huijsen ofte op 't land aande zeecant +leggende te branden; den gemeenen man maeckten haer goetjen meest op, +behielden meest soo veel om tot aenstaende rijs snijden te mogen leven, +te meer door dien eer dat den Tarter het land innam, diergelijcke +teekens aen den hemel hadden gesien [334], gelijck mede doen den +Japander met haer in oorlogh quam, ende daer nog bangh voor waren; +d'grooten ende cleijne vraeghden ons gestadigh waer dat wij quamen, +wat men seijde in ons land, als sulcx gesien worde, seijde daer op +dat sulcx bij ons een teeken tot straffe vanden hemel gehouden wiert +ende gemeenelijck wel oorlogh, dieren tijt en quade siecte beduijde +twelcke sij met ons affi[r]meerden. [335] + +[[35]] [1665.] Dit jaer suckelde daar soo al door; deden ons best +om aen een vaertuijgh te comen, maer wiert altijt wederom gestooten; +hadden een cleijn vaertuijgh daer mede wij onse toespijs beschaerde +ende aende eijlanden voeren om de gelegentheijt te ontdecken of den +Almogenden 't eeniger tijt nog eenige uijtcomste wilde verleenen; +onse maets inde twee andere steden die door 't comen ende gaen van +hare gouverneurs het somtijts soet ende suer hadden door dien de +gouverneurs gelijck ons, gunstige en nijdighe waren, dog mosten met +malcanderen al voor suijcker opeeten, denckende dat wij arme gevangens +in een vreemt heijdens lant waren ende danckten Godt dat sij ons int +leven lieten ende sooveel gaven dat wij van honger niet souden sterven. + +[1666.] Int begin van 't jaer raeckten wij onsen goeden vrunt weder +quijt, door dien sijn tijt g'expireert ende vanden Coninck met een +grooter bedieningh begifticht was; hadde ons in sijn twee jaren veel +vruntschap bewesen, was vande borgers ende boeren om sijn goetheijt +seer bemint, vanden Coninck ende grooten om sijn goede regeringe +ende kennisse die hij hadde; de stadts ende lant huijsen seer laten +verbeeteren ende goede ordre op d'zee lant [336] en oorloghsjoncken +gehouden in sijn tijt, twelcq te hove soo hoogh wiert genomen dat den +Coninck hem met soodanige offitie begiftichden; drie dagen nae sijn +vertrecq, alsoo d'zee cant niet lang sonder opperhooft, den ouden +voorde comste vande nieuwe ontrent de stadt, daer niet uijt mag +gaen, sij oocq een goeden dagh bij d'waerseggers haer aanwijsende +[337], waernemen om in een stadt ofte bedieninge te mogen comen, +quam den nieuwen gouverneur die ons d'selve lesse wilden leezen, +die ons den voorverhaelden gebannen gouverneur geleert hadde, maer +sijn rijck en duerde niet langh; wilde hebben dat wij alle dagen padie +souden stampen, waerop wij antwoorden dat ons zulcx ofte diergelijcke +vanden voorgaenden gouverneur niet en was te last geleijt, dat wij +van 't rantsoen even costen eeten ende genoch te doen hadden om met +bedelen onse clederen ende andere nootwendigheden te crijgen, dat +ons den Coninck daer niet gesonden hadden om te arbeijden, datse ons +geen rantsoen souden geven, maer vrij laten loopen soude, ende dan +sien mochten om ons cost ende clederen te bescharen, of in Japan als +anders bij onse natie te comen ende diergelijcke redenen meer, waerop +ons geen antwoort gaf, belasten dat wij souden wegh gaen, ende daernae +wel ordre stellen souden, waernae wij ons souden hebben te reguleren, +maer 't was metter haest anders met hem verkeert, alsoo cort daer +aan de joncken souden drillen, door onaghsaemheijt vanden constapel +den brant inde kruijtkist [338] raeckte, 'twelcq 't voorste van 't +jonck, door dien de kist altijt voorde mast staet, meest wech nam +ende vijff man aen haer doot raeckte, welcq ongeluck hij meijnde te +[[36]] verbergen ende den stadthouder niet bekent te maecken, maer +viel anders uijt door dien d'verspieders die der altijt ontrent sijn, +ende vanden Coninck het geheele lant door gesonden, het den stadthouder +haest geopenbaert hebben, die 't selve terstont aan 't hoff schreef, +den gouverneur uijt last des Conincx opgehaelt, met 90 slagen voorde +scheenen gestraft ende voor al sijn leven wegh gebannen wiert, meest +omdat hij sulcx had willen verswijgen en het ongeluck op hem te nemen +sonder sijn overigheijt kennisse daervan te willen doen. + +In Julij quammer weder een ander gouverneur, die tselve als d' +voorgaende ons wilde te last leggen, begeerden dat wij yder 100 vadem +touw van stroo des daeghs souden draeijen, dat voor ons onmogelijck +was te doen, twelcq wij hem seijde ende als d'voorgaende gouverneur +gedaen hadde, onse gelegentheijt hem voorsloegen, dog en was in +geenderhande maniere te wederspreeken, maer seijde dat hij ons dan, +indien wij sulcx niet conde doen aen een ander arbeijt soude setten; +indien hij niet inpotent geworden hadde, sijn voortganck soude genomen +hebben; wij nu siende, datter niet dan een slavernije voor ons te +verwachten stont, indien hij ons aenden arbeijt setten ende bij sijn +naevolgers voorseeker wij daerin souden blijven continueeren, alsoo +tgeen bij een gouverneur ingevoert wort niet licht bij sijn vervanger +sal afgeschaft worden, gelijck ons inde Peingse stadt van 't arbeijden +ende uijtplucken van 't gras nog wel indachtigh was, ende soude 't met +'t oppassen ende pijllen halen mede sijn voortganck genomen hebben, +ten ware wij soo een uijtnemende goet gouverneur gecregen hadde, +ende in sijn tijt met bedelen ons best hadden gedaen, om soo veel +te bescharen, om een vaertuijgh 2 a 3 dubbelt te connen betaelen, +alsoo anders voor ons daeraen niet licht te comen soude geweest sijn; +sochten dan alle middelen ter werelt om aen een vaertuijg te comen, +willende liever onse cans eens wagen dan altijt met sorge, droeffheijt +en in slavernije bij dese heijdense natie te leven, daer ons dagelijcx +van een parthije wangunstige menschen alle verdriet wiert aengedaen; +vonden ten laetsten goet, om door een Coreijer sijnde onsen buerman +ende goede bekende die dagelijcx in ons huijs quam ende dickmaels met +cost ende dranck van ons gevoet wiert, d'selve 't een en 't ander inde +mouw te steeken, een vaertuijg te laten coopen onder schijn van met +'t selve op d'eijlanden wol te gaen bescharen, hem voorder beloovende, +wanneer wij van 't wol bedelen quamen, om d'selve daer door meer +t'animeeren tot het coopen van een vaertuijgh, nog beter te beloonen; +die terstont daer nae [[37]] vernam ende van een visser een vaertuijg +cocht; wij hem d'betalinge ter handt stelden ende 't vaertuijgh +ons overleverende, den vercoper sulcx vernemende dat voor ons was, +scheijden uijt den coop door dien van andere daertoe opgemaect wiert, +seggende dat wij daer mede wilde wegh loopcn ende hij dan een doot +man soude sijn, gelijck voorseker waer sal wesen [339], dog stelden +hem egter tevrede, ende betaelden hem wel twee mael de waerdij. Dese +meer siende op 't gelt als op 't ongemack dat te verwachten stont ende +wij op d'cans die nu hadden, lietent beijde soo deur gaen; terstont +versagen 't vaertuijgh van seijl, ancker en touwen, riemen en alle +'t gene van nooden hadden, om met d'eerste quartier maens, alsoo +'t dan daer d'beste weer is ende 't inde wijffel maent [340] was, +onse hielen te lichten, biddende dat den Almogende onsen Lijtsman +wilde sijn; twee van onse maets te weten den onderbarbier Matheus +Ibocken ende Cornelis Dircksz. die bijgevalle uijt de stadt Sunichien +ons waren comen besoecken, gelijck wij malcanderen dickmaels deden, +die wij 't selve voorhielden ende met ons wel haest overeenquamen ende +mede instapte, eenen Jan Pieterse mede in deselve stadt woonachtig, +was in de navigatie ervaren, gingh een van ons volcq hem waerschouwen +dat alles claer ende gereet was; inde stadt comende bevont denselven +bij ons ander volcq inde stadt Namman gegaen was, nog 15 mijl verder +gelegen; die hem terstont daer van daen haelden ende in vier dagen al +weder met hem bij ons was, hebbende in die tijt soo heen als weder +ontrent 50 mijl gegaen; leijdent doen met malcanderen ter degen +over ende maeckten den 4en September alles claer, versagen ons van +branthout om met d'onderganck vande maen ende een voor eb [341] het +ancker te lichten, ende in de name Godes door te gaen, alsoo daer +al eenige mompelingh onder de bueren was; omdat de bueren te minder +achterdocht soude hebben, te meer alsoo al tgene wij int vaertuijg +brogten daer mede de stadtsmueren mosten overclimmen, waeren met +malcanderen savonts vrolijck, brochten ondertussen de rijs, water +ende coock potten met 't geen meer van nooden hadden int vaertuijg, +gingen mettet ondergaen vande maen de muer over ende in 't vaertuijg +waermede wij nog om wat water te crijgen aan een eijlant voeren, +ontrent een canonschoot vande stadt; ons van water versien hebbende, +d' stadt en oorloghsjoncken daer verbij mosten, gepasseert sijnde, +cregen voorde wint, en hadden voor stroom, maeckten 't seijl bij en +lietent de baij uijt staen [342], ontrent den dagh passeerden een +vaertuijg die ons preijde [343], dog en gaven geen antwoort uijt +vreese oft een wacht mochte geweest sijn. + +Des anderen daeghs sijnde den 5en September met 't opgaen van de son +wiert stil, leijden ons zeijl neer ende settent op een vricken, uijt +vreese of sij ons mogten naer volgen ende door 't seijl niet bekent +'t [[38]] worden; tegen den middagh begont weer wat te coelen uijt +den westen, maeckten 't seijl weder bij, onsen cours bij gissinge +Z.O. aensettende; tegen den avont begon 't heel stijf te coelen uijt +d'selve hand, hadden doen den uijttersten houck van Coree agteruijt, +waren doen buijten vrees van weder gecregen te worden. + +Den 6en do smorgens waren dicht bij een van de eerste Japanse +eijlanden, behielden denselven wint ende voortgancq, savonts waren, +soo ons daer nae vande Japanders gewesen is, dicht bij Firando ende +alsoo niemant van ons meer in Japan hadde geweest, die cust ons +onbekent was, ende vande Cooreejers niet te degen onderrecht waren, +seggende dat wij geen eijlanden aen stuerboort mosten laten leggen om +in Nangasackij te comen, leijdent over om boven een eijland, dat eerst +seer cleijn geleeck, te comen; raeckten dien nacht bewesten 't landt. + +Den 7en do seijlden met slappe coelte ende variable winden langs de +eijlanden, (bevonden doen datter verscheijde nevens malcanderen lagen), +om boven d'selve te comen; 's avonts vrickte na een eijlantje, om des +naghts daer onder te anckeren, door dien de lucht seer windigh sag, +maer sagen soo veel blick vieren [344] vande eijlantjes, dat wij beter +agten onder zeijl te blijven; seijlden alsoo met een labber coelte, +de wint van agteren, den geheelen nacht door. + +Den 8en do bevonden ons op d'selve plaets daer wij savonts geweest +hadde, dochten 'tselve door de stroom geschiet te sijn; staken in +zee om soo beter boven d'eijlanden te comen; ontrent twee mijl in zee +gecomen zijnde cregen de wint met een harde coelte tegen, soo dat wij +genoch te doen hadde met ons cleijn out onnosel vaertuijg d'wal te +crijgen ende een baij te soecken, alsoo de wint hant over hant toenam; +half middag quamen in een baeij ten ancker, daer wij wat koockten ende +aten sonder te weten wat voor eijlanden waren; d' Inwoonders voeren +ons somtijts voorbij sonder ons te moeijen; tegen den avont 't weer +wat bedaert sijnde, quaem een vaertuijgh met ses man yder met twee +houwers op zij dicht voorbij ons heen vricken, setten een man aende +ander zijde van d'baij aen landt, wij dit siende lichten terstont ons +ancker ende maeckten 't zeijl bij ende sochten soo met vricken als +zeijlen weder in zee te comen, maer worden van voorsz. vaertuijgh +haest gevolght ende ingehaelt, die wij indien den wint ons niet +had tegengecomen ende verscheijde vaertuijgen tot adsistentie +uijt de baij sagen comen, wel van ons souden gehouden hebben, met +stocken ende bamboesen die wij als piecken daer toe gemaect hadden, +maer siende naer dat wij wel gehoort hadden 't Japanders geleeken +ende ons wesen waer dat naer toe wilden, waer op wij een prince +vlaggetje--dat daer toe gemaect hadden bij aldien op eenige Japanse +eijlanden [[39]] quamen te vervallen, haer te verthoonen,--opstaken +en riepen Hollando Nangasakij, wesen dat wij 't seijl souden strijcken +ende binnen vricken, gelijck wij als verwonnen sijnde terstond deden; +quamen ons aen boort ende namen den man die aen 't roer sat in haer +vaertuijg over; cort daeraen boucheerden [345] ons voor een dorp +al waer sij ons met een groot ancker ende dick touw wel vertuijde, +ende met wacht barcken wel bewaerde; namen bijden voorgaenden man nog +een over die sij beijde aan lant brachten ende haer ondervragende, +dog conden malcanderen niet verstaen; aen lant was alles in roer, ten +leeck geen man die geen een of twee houwers op sij hadde; wij sagen +malcanderen met bedroeffden oogen aen, denckende dat onse cost nu al +gecoockt [346] was; sij wesen wel na Nangasakij ende woude beduijden +dat daer onse schepen en lantsluijden waren, daermede sij ons wat +trooste, dog niet sonder agterdocht, alsoo als inden val zijnde, het +niet en conde ontcomen, ende tevreden wilde stellen. In d' nacht quam +daer een groote barcq de baij in vricken ende leijde ons aan boort +alwaer (soo in Nangasacky verstonden) en selfs ons daer bracht, de +derde persoon vande eijlanden was, die ons kende, ende seijde dat wij +Hollanders waren; wees ofte beduijde, datter vijff schepen in Nangasaky +waren, dat over 4 a 5 dagen ons daer brengen soude, dat wij tevreden +souden zijn, dattet eijland van Goto, d'inwoonders Japanders waren, +ende onder den Keijser stonden; sij wesen waer wij van daen quamen, +waer op wij haer wesen en beduijden soo veel conden waer wij vandaen +quamen, te weten van Coree ende dat wij over 13 jaren ons schip op +een eijland verlooren hadden ende nu sochten na Nangasackij te gaen, +om weder bij ons volcq te comen; waeren doen met malcanderen wat beter +gemoet, dog al met vrees, door dien de Coreejers ons wijs gemaect +hadden, dat alle vreemde natie die op d'Japanse eijlanden vervallen +dootgeslagen worden, hadden doen wel 40 mijl op een onbekent vaerwater +geseijlt, met ons onnosel cleijn out vaertuijgh. + +Den 9: 10 en 11en do bleven ten ancker leggen en wierden int vaertuijg +ende d'aen lant sijnde als vooren wel bewaert; versagen ons van +toespijs, water, branthout, en 't gene meer van nooden hadden; deckten +'t vaertuijg, door dient gestadig regende, met strooje matjes om daer +in droog te sitten. + +Den 12en versagen ons van alles voorde reijs na Nangasacky; smiddaghs +lichten 't ancker ende quamen tegen den avont aende binne sij van 't +eijland voor een dorp ten ancker alwaer wij dien nacht bleven leggen. + +Den 13en do met sonnen opgangh gingh den voorsz. derde persoon in +sijn barck, bij hem hebbende eenige brieven ende goederen die aen +'t Keijsers hoff mosten wezen; lichten d'anckers, worden met twee +groote en twee cleijne barcken geconvoijeert; de twee aen lant +gebrochte [[40]] maets voeren met een vande groote barcquen over, +ende quamen op Nangasackij eerst bij ons. Inden avont quamen voorde +baij ende ontrent middernacht op d'rheede voor Nangasackij ten ancker +ende sagen daer 5 schepen leggen, gelijck ons te vooren was gewesen; +waren vande inwoners ende grooten van Gotte alles goetgedaen, sonder +daervan yets van ons te eijschen, hoewel wij haer wel eenige rijs +presenteerde door dien niet anders hadden, maer weijgerden te nemen. + +Den 14en do smorgens worden te samen aen lant gebracht, ende van +'s Compes tolcken verwellecompt, die ons van alles ondervraeght [347] +hebben, en 't selve bij haer op 't papier gestelt sijnde den gouverneur +overgelevert, tegen den middag wierden voorden gouverneur gebracht, +ende ons d'agterstaende vragen voorgehouden heeft, naer dat bij ons +als daernevens staet geantwoort was; den gouverneur prees ons seer +dat wij ons vrijheijt over soo een wijt water met groot perijckel +ende soo een cleijn out onnosel vaertuig gesocht en gecregen hadde, +belastende d'tolcken ons op 'teijland bij d'opperhooft te brengen; +daer comende worden van d'E: Willem Volger opperhooft, Sr Nicolaes de +Roeij tweede persoon ende sijn Es vordere bijhebbende suppoosten wel +onthaelt ende op onse maniere wederom inde cleeren gesteeken, waer +voor haer den Almogende tot danckbaerheijt verleene sijnen geluckigen +segen ende langhduirige gesontheijt. Wij konnen den goeden Godt niet +genoch dancken dat ons uijt een gevanghenisse, soo veel droef heijt +ende perijckulen van 13 jaren en 28 dagen soo genadelijck heeft +verlost, hoopende dat de acht daer geblevene maets mede soodanige +verlossinge mogen erlangen, ende weder bij onse natie mogen geraken, +waertoe haer den Almogenden wil behulpsaem zijn. + +[[41]] Den eersten October [348] is d' hr Volger van 't eijland ende +den 23en do uijt d'baij vertrocken met seven schepen; wij sagen de +schepen met droefheijt nae, door dien anders geen gissinge gemaeckt +hadden dan met sijn E: na Batavia te navigeren, maer worden door den +Nangasackijsen gouverneur een jaer overgehouden. + +Den 25en do worden vanden tolcq van 't eijland gehaelt ende voort bijde +gouverneur gebrocht, die d'voorgeseijde vragen ons yder int bijsonder +voorhielden, ende wiert als vooren bij ons daer op geantwoort [349]; +sijn door d'tolcken doen weder op 't eijland gebrocht. + + +Vragen bijden gouverneur van Nangasackij 't onser eerste aancomste +ons afgevraeght ende bij ons ondergenoemt als onder ider vrage staet +daer op geantwoort. + +Eerstelijck wat voor volcq wij waren ende waer wij van daen quamen. + +Antwoort: dat wij Hollanders waren en van Coree quamen. + +2. + +Hoe wij daer gecomen waren, en met wat schip. + +dat wij Ao 1653 den 16en Augustij 't jacht de Sperwer, door een storm +die vijf dagen duerde, hadden verlooren. + +3. + +Waer dat wij 't schip hadden verlooren, hoe veel man en geschut +op hadden. + +Op t eijland bij ons Quelpaert en bij die van Coree Chesu genaemt, +hadden op gehadt 64 man, met 30 stucken. + +4. + +Hoeveel 't Quelpaerts eijlant van 't vaste lant afleijt ende de +gelegentheijt van dien. + +Leijt omtrent 10 a 12 mijl om de Zuijd van 't vaste land. Is seer +volcqrijck ende vruchtbaer, groot int rond 15 mijlen. + +5. + +Waer dat wij met 't schip van daen quamen, en of wij ergens aangeweest +waren. + +Dat wij den 18en Junij Ao voorsz. van Batavia naer Taijouan +gedestineert waren, op hebbende d'hr Caser om aldaer als gouverneur +d'heer Verburgh te verlossen. + +6. + +Wat onse ladinge was ende waer met d'selve naer toe wilde ende wie +doen alhier opperhooft was. + +Dat wij van Taijouan quamen ende na Japan wilde, dat wij met harte +vellen, suijcker, aluijn en andere goederen geladen waren, dat d'hr +Coijet als doen regeerende opperhooft was. + +7. + +Waer 't volcq, goederen en geschut was gebleven. + +Datter 28 man was gebleven, de goederen en geschut verlooren, dat +naderhant van haer nog eenige stucken waren opgevist van weijnigh +inportantie ende den ommegangh van d'selve sij niet en wisten. + +8. + +Naer t verlies van 't schip wat sij ons deden. + +Antwoort, setten ons in een gevangen huijs, deden ons niet dan alles +[[42]] goets, gaven ons eten en drincken. + +9. + +Of wij eenige last hadden om d'Chineesen ende andere joncken te nemen +ofte op de Chineese cust te rooven. + +Anders geen last hadden dan recht door naer Japan te gaen, maer door +den storm op de cust van Coree vervallen waren. + +10. + +Of wij ooc eenige Christenen of andere natie als Hollanders op ons +schip hadden gehadt. + +Niet dan Compes dienaers. + +11. + +Hoe lange wij op 't eijland hebben geweest ende waer van 't selve +naer toegebracht sijn. + +Naer dat ontrent 10 maenden op 't eijland geweest waren, sijn door +den Coninck naer 't hof ontboden, d'welcke 't selve is houdende in +d'stad Sior. + +12. + +Hoeverre de stad Sior van Chesu leijt ende hoe lange wij onderwegen +waren. + +Chesu leijt als vooren 10 a 12 mijl van 't vaste land, reijsden doen +nog 14 dagen te paert, leijt ontrent soo te water als te lande in +alles 90 mijlen van malcanderen. + +13. + +Hoe lange wij inde Conincx stadt hebben gewoont ende wat aldaer gedaen +hebben, wat ons den Coninck voor onderhout heeft gegeven. + +Dat wij op haer manier daer drie jaren hebben gewoont, ende zijn +gebruijckt voor lijffschutten vanden veltoverste, cregen yder man 70 +cattij rijs ter maent tot rantsoen, met eenig onderhout van cleederen. + +14. + +Om wat oorsaeck ons den Coninck van daer heeft gesonden ende waer +nae toe. + +Door dien dat onsen opperstierman met nog een ander bijden Tarter +waren gelopen, om over China weder bij onse natie te geraken, dog +sulcx misluckt sijnde, heeft den Coninck ons inde provintie Thiellado +gebannen. + +15. + +Waer de maets die bijden Tarter gelopen, vervaren zijn. + +Wierden terstont inde gevanckenisse geset, dat wij niet seeker en +wisten of deselve om hals gebracht of haer eijgen doot gestorven sijn +alsoo de sekerheijt niet hebben connen vernemen. + +16. + +Of wij niet en wisten hoe groot 't land van Coree is. + +Coree is ontrent Z. en N. naer onse gissinge lanck 140 a 150 mijl, +breet O. en W. 70 a 80 mijl. Is verdeelt in 8 provintie ende 360 +steden met [[43]] veel groote ende cleijne eijlanden. + +17. + +Off wij daer eenige Christenen of andere vreemde natie hadden gesien. + +Niet dan een Hollander Jan Janse die Ao 1627 met een jacht van Taijouan +naer Japan wilde gaen, en door storm op die cust vervallen sijn, bij +gebreck van water sijn genootsaeckt geweest, met de boot naer land +te varen ende dat sij met haer 3 van die van 't land gevat waren, +dog dat sijn twee maets inden oorlogh doen den Tarter 't land innam, +waren gebleven; daer waren nog eenige Chinesen die van wegen den +oorlogh uijt haer land daer waren gevlucht. + +18. + +Of den voorsz. Jan Jansen nog int leven ende waer denselven woonachtigh +was. + +De seekerheijt van sijn leven niet te weten, alsoo hem in thien jaren +niet hadden gesien, door dien aan 'thof woonde, ende geseijt wiert +van sommige dat hij nog leeffde ende van andere dat hij overleden was. + +19. + +Hoe haer geweer ende oorlogs gereetschap is. + +Haer geweer is musquetten, houwers, pijl en boogh, hebben oocq eenige +cleijne stuckjes. + +20. + +Off op Coree eenige casteelen ofte vastigheden zijn. + +De steden sijn van cleijne tegenstandt, hebben op 't hooge geberghte +eenige schansen, daer sij in tijt van oorlogh in vluchten, die altijt +van victualie voor drie jaren versien zijn. + +21. + +Wat oorloghs joncken sij ter zee hebben. + +Elcke stadt moet een oorloghs joncq ter zee onderhouden, yder gemant +met 2 a 300 man, soo roeijers als soldaten, met eenige cleijne stuckjes +daer op. + +22. + +Off zij eenige oorlog voeren of aen eenige Coningen trijbuijt moeten +opbrengen. + +Voeren geen oorlogh, den Tarter comt 2 a 3 mael sjaers trijbuijt halen, +brengen mede aen Japan trijbuijt op, hoe veel is ons onbekent. + +23. + +Wat voor geloof zij hebben en of sij ons daertoe oijt hebben soecken +[[44]] te brengen. + +Zij hebben naer ons gevoelen 't selve geloof vande Chineese, haer +manier is niemand daer toe te trecken maer een yder bij sijn gevoelen +te laten. + +24. + +Of sij daer veel tempels ende beelden hebben ende hoe deselve worden +bedient. + +Int geberghte leggen veel tempels ende cloosters, waerin veel beelden +staen ende worden bedient (naer ons duncken) op d'Chineese manier. + +25. + +Offer veel papen zijn en hoe deselve geschooren en gecleet gaen. + +Papen zijnder in overvloet, die haer cost met arbeijden en bedelen +moeten winnen, sijn gecleet en geschooren als de Japanderse papen. + +26. + +Hoe de grooten ende gemenen man gecleet gaen. + +Gaen meest gecleet op d'Chineese maniere, dragen hoeden, sommige van +paerden ende koe hair en oocq van bamboesen gemaect, gaen met kousen +en schoenen. + +27. + +Offer veel rijs ende andere granen wast. + +Om de Z. wast rijs ende andere granen in overvloet bij natte jaren, +door dien haer gewas meest aanden regen hanght, ende met drooge +jaren grooten hongersnoot veroorsaect, gelijck Ao 1660, 1661 en 1662 +meenigh 1000 van honger sijn vergaen; daer valt mede veel catoen, +maer omde noort moeten haer meest met garst ende geerst generen, +alsoo daer geen rijs door de coude can wassen. + +28. + +Offer veel paerden ende koebeesten zijn. + +Paerden sijnder in overvloet, de beesten zijn tsedert 2 a 3 jaren +herwaerts door een pestilentiale sieckte veel vermindert, die nog +bleef continueeren. + +29. + +Of op Coree eenige vreemde natie quamen handelen, dan of sij op andere +plaetsen eenigen handel dreven. + +Daer comt niemand om te handelen dan dese natie, die aldaer een logie +hebben, zij handelen maer op N. quartieren van China ende in Packin. + +30. + +Of wij noijt in de Japanse logie hadden geweest. + +Dat ons zulcx wel expresselijck was verboden. + + +31. + +Waermede sij onder malcanderen handelen. [[45]] + +Inde hooftstadt drijven de grooten veel negotie met zilver, den gemene +man, soo daer als andere steden met stucken linden, yder naer zijn +waerdije, rijst ende andere granen. + +32. + +Wat handel sij op China drijven. + +Brengen daer wortel nise, silver ende andere waren, daervoor sij +trecken waren gelijck bij ons in Japan gebracht werden, als mede +sijde stoffen. + +33. + +Offer eenige silver ofte andere mijnnen zijn. + +Hebben 't sedert ettelijcke jaren herwaerts eenige silvermijnnen +geopent, waervan den Coninck 't vierde part geniet, dog van andere +mijnnen hebbe niet gehoort. + +34. + +Hoe sij d' wortel nise vinden, wat se daermede doen, en waerse +vervoert wort. + +De wortel nise wort in de noordelijcke quartieren gevonden, ende bij +haer tot medecijn gebruijct, jaerlijcx aan den Tarter tot tribuijt +opgebracht ende bij de coopluijden nae China en Japan gevoert. + +35. + +Of wij noijt hebben gehoort of China en Coree aan malcanderen vast is. + +Leijt naer haer seggen aan malcanderen vast, met een grooten bergh, +die des winters door de coude ende des somers door 't ongedierte +gevaerlijck te reijsen is, daerom nement meest te water en des swinters +over teijs om de sekerheijt. + +36. + +Hoe het stellen vanden gouverneur in Coree geschiet. + +Alle stadthouders vande provintie worden alle jaren en d'gemeijne +gouverneurs alle drie jaren vernieuwt. + +37. + +Hoe lange wij inde provintie Thiellado bij malcanderen hebben gewoont +ende waer onse cost ende clederen van daen haelden, hoe veel aldaer +overleden sijn. + +Dat wij in de stadt Peingh ontrent 7 jaren bij malcanderen hebben +gewoont, gaven ons doen maendelijcx voor rantsoen 50 cattij rijs +en mosten onse clederen ende toespijs van goede luijden bescharen; +in die tijt storven elff man. + +38. + +Waerom wij weder in andere plaetsen sijn gesonden en hoe deselve +bieten. + +[[46]] Antwoort: om datter Ao 1660, 1661 en 1662 geen regen quam, een +stadt ons rantsoen niet conde opbrengen, verdeijlden ons den Coninck +'t laetste jaer in drie steden te weten Saijsiun 12, Sunischien 5, +Namman 5 man, alle mede steden in Thiellado. + +39. + +Hoe groot de provintie van Thiellado ende waer deselve gelegen is. + +Is de Zuijt provintie, heeft 52 steden, de volckrijckste van alle, +ende in lijfftochten uijtmuntende. + +40. + +Of ons den Coninck wegh hadde gesonden, dan of wij wegh geloopen waren. + +Dat wij wel wisten dat ons den Coninck niet wegh soude senden, nu +gelegentheijt siende resolveerde met ons 8en door te gaen, alsoo liever +eens wilde sterven, dan altijt in dat heijdens land met sorge te leven. + +41. + +Hoe sterck wij nog waren en hoe wij met off sonder kennisse van +'t ander volcq zijn wegh geloopen. + +Waren nog 16 man sterck, met ons 8en sonder haer weeten hadden +opgestempt [350]. + +42. + +Waerom wij haer niet gewaerschout hadden. + +Omdat wij met malcanderen niet conden gelijck gaen, door dien den +eersten ende den 15en alle maents yder voor sijn stadts gouverneurs +most monsteren ende bij buerte verlof cregen om uijt te gaen. + +43. + +Of dat volcq daer mede wel van daen souden geraaken. + +Niet anders of den Keijser moest aanden Coninck om haer schrijven, +alsdan wel bij ons souden geraaken, alsoo den Coninck sulcx niet +soude durven weijgeren, door dien den Keijser jaerlijcx sijn verdreven +volcq wedersent. + +44. + +Of wij wel meer weggeloopen waren en waerom ons 2 mael misluckt is. + +Dattet de derde reijs was, telckens is misluckt, ten eerste op +Quelpaertseijland, door dien den ommegangh van haer vaertuijgen niet +en wisten, den mast tweemael brak ende inde Conincx stadt bijden +Tarter door dien de gesanten vanden Coninck wierden omgecocht. + +45. + +Of wij den Coninck noijt hadden versocht, dat ons soude wegh senden +ende waerom hij zulcx geweijgert heeft. + +Dat wij zulcx dickmaels soo aenden Coninck als rijcxraden hebben +[[47]] gedaen, altijt voor antwoort cregen, dat sij geen vreemde +natie uijt haer lant sonden door oorsaeck dat haer land bij andere +natie niet wilde bekent hebben. + +46. + +Hoe wij aan ons vaertuijg gecomen zijn. + +Dat wij met bescharen soo veel hadden overgegaert, daervoor wij +hetselve hebben gecocht. + +47. + +Of wij wel meer als dit vaertuijg hebben gehadt. + +Dattet derde was, dog de andere al te cleijn waren om daermede wegh +te loopen naer Japan. + +48. + +Waer van daen wij wegh geloopen sijn, ende of aldaer woonden. + +Van Saijsingh daer wij met ons vijffen en drie in Sunischien woonden. + +49. + +Hoe verre 't wel was daer wij van daen quamen, ende hoe lange +onderwegen geweest waren. + +Saijsingh is naer onse gissinge van Nangasackij ontrent 50 mijlen; +eer wij op Gotto quamen, hebben 3 dagen, op Gotto 4 dagen stil gelegen, +van Gotto tot hier 2 dagen onderwegen geweest, is tsamen negen dagen. + +50. + +Waerom wij op Gotto waren gecomen ende doen sij bij ons quamen weder +wilden wegh gaen. + +Dat door storm genootsaeckt waren, daer in te loopen, 't weer wat +bedaert sijnde onse reijse na Nangasackij sochten te vorderen. + +51. + +Hoe die van Gotto met ons handelde ende getracteert hebben, of sij +daer voor wat hebben geeijst ofte genooten. + +Namen der twee aen land, deden ons niet dan alles goets, sonder daer +yets voor te hebben geeijst ofte genooten. + +52. + +Offer ymand van ons meer in Japan hadden geweest, ende hoe wij den +wegh wisten. + +Niemand niet, dat den wegh ons van eenige Corees volcq die in +Nangasackij geweest hadden, was beduijt, ende ons den cours naer +'tseggen vanden stuijrman nog eenigsints in gedachten was. + +53. + +[[48]] 'Tvolcq die daer nog sitten, haer namen, ouderdom ende waervoor +deselve gevaren hebben, en jegenwoordig woonachtig zijn. + + + Johannis Lampen, adsistent out 36: jaren. + Hendrick Cornelisse, schieman ,, 37: - + Jan Claeszen Cock ,, 49: - + woonende inde stadt Namman. + Jacob Janse quartiermeester ,, 47: - + Anthonij Ulderic bosschieter ,, 32: - + Claes Arentszen Jongen ,, 27: - + In Saijsungh + Sandert Basket bosschieter ,, 41: - + Jan Janse Spelt jongh bootsn ,, 35: - + + +54. + +Onse namen, ouderdom ende waer voor op 't schip gevaren hebben. + + + Hendrick Hamel, bouckhouder out 36: jaren. + Govert Denijszen: quartiermeester ,, 47: - + Mattheus Ibocken, onderbarbier ,, 32: - + Jan Pieterszen: bosschieter ,, 36: - + Gerrit Janszen: do ,, 32: - + Cornelis Dirckse bootsgesel ,, 31: - + Benedictus Clercq jongen ,, 27: - + Denijs Govertszen: do ,, 25: - + + +Aldus gevraeght ende beantwoort desen 14en September 1666. + +Den 25en October daer aanvolgende sijn weder voorden ouden ende +nieuwen gouverneur geroepen, de voorsz: vragen ons yder int bijsonder +voorgehouden, hebben als vooren daerop geantwoort. + +Den 22en October, ontrent den middagh met de comste vanden[1667.] +nieuwen gouverneur [351], cregen licentie om te mogen vertrecken, waer +op tegen den avont op de fluijt de Spreeuw sijn aan boort gegaen, +om met d'selve in Compe vande fluijt de Witte Leeuw, na Batavia +te vertrecken. + +Den 23en do met 't limieren vanden dagh, lichten ons ancker ende +vertrocken uijt de baij van Nangasackij. + +Den.... [352] quamen opde rheede van Batavia ten ancker, den goeden +Godt sij gedanckt dat ons soo genadelijck uijt de handen der heijdenen +heeft verlost, daer over de 14 jaren met groote commer ende droefheijt +onder hebben gesworven en nu weder bij onse overigheijt heeft gebracht. + +[353] Om 't voorsz. rijck van Coree aan te doen, moet 't selve +soecken aende westzijde ofte inde bocht van Nanckin opde hooghte +van ontrent 40 graden, alwaer een groote rivier in zee compt loopen, +welcke rivier op 1/2 mijl voorbij vande stadt Sior loopt, alwaer al +des Conincx rijs ende andere incomsten met groote joncken gebracht +wort, de packhuijsen leggende ontrent 8 mijlen de rivier op ende +dan met carren inde stadt gebrocht wort. Inde stadt Sior hout den +Coninck sijn hof, hier onthouden haer den meesten adel ende grootste +coopluijden van 't land, die op China ende met d'Jappanders handelen, +alsoo alle coopmanschappen hier eerst gebracht ende dan door 't landt +gesleten wort, hier wort ooc veel handel met silver gedreven, door +dien meest onder de grooten is berustende, daer inde andere steden, +ende ten platte lande met linde ende granen gedaen wort; dat men +het land aende westsijde soude aendoen, is omdat aende Zuijt ende +oost sijde, veel clippen en riffen soo sighbare als blinde leggen, +voornamentlijck in ende voorde baijen, daer naer 't seggen vande +Coreese stuijrluijden de west sijde 't schoonste van is. + + + + + +BIJLAGEN + + +I. BERICHTEN OVER DE GEVLUCHTE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Japan. + +a. 1666. September. Dinsdag 14en ditto.... Voor drij dagen begon hier +tijdinge te lopen hoe de hr van Gottho aen dese Stadts Gouverneur +Zinsabrod.e bij missive hadt laten weten datter agt Europianen op +een wonderlijcke wijse gecleet en met een vreempt fatsoen vaneen +vaertuijgh in sijn Eijlanden waeren aengecomen, ende die hij met d' +eerste gelegentheijt van weer en wint naer Nangasackij dagt te senden; +gemelte tijdinge worden alle uuren met soo veel veranderinge in de +omstandigheijt van dien vertelt dat men niet en wist wat daer van +te dencken weijniger te schrijven, tot huijden vroegh als wanneer +verstonden dat gemelte vreemde vaertuijgh ende volck d' verleden nacht +van Gottho hier was verschenen en die nadatse door den Gouverneur van +alles waren ondervraegt geworden, een uure nae de middagh bij ons op 't +Eijlant wierden gesonden ende bevonden te wesen agt Nederlanders welcke +ao 1653 't Jacht de Sparwer door een vijfdaegse schrickelicke storm +den 16e Augustus op 't Quelpaerts Eijlant hadden helpen verliesen, +zijnde dese acht personen genaemt + +Hendrick Hamel van Gurcum ao 1651 met de Vogel Struijs in India gecomen +voor bossr naderhant verbetert tot bouckhouder met 30 gl. pr maent. + +Govert Denijs van Rotterdam ao 1651 met N. Rotterdam int lant gecomen +voor schiemansmaet. + +Denijs Goverts zoon van do Govert, als boven in 't lant gecomen voor +jongen met 5 gl. + +Matthijs Bocken van Enckhuijsen ao 1652 met de schip N. Enckhuijsen +in India gecomen voor Barbarot a 14 gl. pr maent. + +Jan Pieters van Heerenveen, bossrr van f 11 pr maent daer voor in +India gecomen ao 1651 met d' Vogel Struijs. + +Gerrit Jans van Rotterdam ao 1648 met Zeelandia in India g'comen voor +jongen, naderhant verbetert voor matroos met 10 guldens. + +Cornelis Dirks van Amsterdam ao 1651 met 't schip de Walvisch in +'t landt gecomen voor matroos met 8 gl. ter maent. + +Benedictus Clerck van Rotterdam ao 1651 met Zeelandia in India gecomen +voor jongen a 5 gl. ter maent. + +'K en wil mijn selfs niet inlaeten nochte onderwinden om hier in 't +lange te verhalen wat voornoemde personen in dien tijt van 13 jaeren +diese onder d'Eijlanders van Corre hebben gesworven, is wedervaren, +dewijle sulcx wel een breeder beschrijvinge op sigh selfs soude +vereijschen maer sal slegts cortelijk seggen, hoe datte miserable +menschen en nogh 28 persoonen die nevens haer tsamen 36 zielen van +gemelte Jagt de Sparwer gesalveert en op voornde Quelpaerts Eijlant +aen lant gecomen waeren, eerst den tijt van 8 maenden daer op bewaert +en naderhant op d' eijlanden van Corre gebragt sijn, wordende dikwils +van de eene plaets naer d'ander gevoert mitsgaders doorgaans seer +sober en armelijck getracteert, sulcx nu en dan 20 personen van haer +geselschap sijn komen te sterven en sij 16 starck overgeschooten +welcke overige acht die op 't vertreck van voorsz. acht menschen uijt +Corre, nogh in't leven en hier en daer in't lant verspreijt waeren, +uijtgenomen drie diese om de minste suspitie te geven op hunne vlugt +van daer in huijs gelaten, sijn genaemt + + Johannes Lampen van Amsterdam assistent + + Hendrick Cornelisz van Vrelant + + Jan Claes van Dort, cock + + Jacob Jans van Vleekeren + + Sander Boesquet van Lith + + Jan Jansz Spelt van Uijtrecht + + Anthonie Uldircksz van Grieten + + Claes Arentsz van Oostvoort. + +Den Gouverneur Zinsabrode als hij de eerste genoemde acht persoonen bij +ons op 't Eijlant sont, liet ons daernevens door de Tolcken aenseggen +dat we dezelve wel mogten tracteren en gedencken hoe wonderlijck +dat se uijt haer elenden waeren verlost, ende om haer vrijdom te +becomen met sulck een slechten vaertuijgh, soo verren wegh hadden +bestaen haer leven te wagen, SijnEdle wilde daer over naer Jedo oock +schrijven en ons naer becomen bescheijt ordre geven hoe wij't met dit +volck dan wijders souden hebben te maecken. Wij lieten SijnEdle voor +dese goede voorsorge ten hoogsten bedancken en seggen dat we ons naer +Zijn beveelen gehoorsaemelijck gedagten te schicken. + +Voorsz. parsoonen waren den 4 deser des avonts met een cleen +vaertuijgjen van Corre vertrocken en door een continueele noordewint +tot beneffens d'Eijlanden van Gottho geleijt, alwaerse den 10en ditto +door een stercke zuijdewint genootdruckt sijn geweest (hoe wel tegens +haer danck) haven te soecken, sonder te weten waer datse waren en of +se bij vrunden of vijanden quamen. + +'T is mijns oordeels aenmerckenswaerdigh dat als het gesalveerde volck +van de Sperwer op't Eijlant Quelpaert waeren, en in 8 maenden niet en +wisten wat men met haer voor hadde, uijt Corre daer bij haer gecomen +is een out man gelijckende wel een Hollander (zijnde apparentelijck +bij den Heer van gemelte Eijlant van den Coninck van Corre versogt +en ontboden) die naer hun luijden een lange wijle besien te hebben, +ten laetsten in cromduijts vraegde wat volck sijt ghij ende uijt haer +verstaende dat se Hollanders waeren, seijde ik ben oock een Hollander, +geboortich uijt de Rijp, en hiete Jan Jansz. Weltevreen ende heb +hier al 26 jaren geweest, verhaelende wijders hoe hij ao 1627 op +'t Jacht Ouwerskerck hadde gevaeren, Item dat hij op seecker joncque +door gemelte Jagt in dit Noorse vaerwater genomen, over gezet zijnde, +en omtrent dese Eijlanden vervallen was [354] met eenige van sijn +geselschap aen lant gevaeren om waeter te haelen en nevens twee +andere persoonen door d' Chineesen gevangen geworden, mitsgaders +dat voorn. twee mackers ten tijde als dese Eijlanden van de Tartaren +wierden ingenomen, waeren dootgebleven; gemelte Jan Jansz. Weltevreen +was op 't afscheijt van dikgenoemde 8 persoonen uijt Corre nogh in't +leven ende een man van ruijm 70 jaren oudt. (Dagh. register ofte +Dagelijckse aenteijckeninge van 't gepasseerde en voorgevallene in +Japan ten Comptoire Nangasakij gehouden bij den oppercoopman Wilhelm +Volger, Opperhooft, aldaer, beginnende den 28n October anno 1665 +tot den 18 October 1666. Kol. Arch. no. 11689. In afschrift ook in +Overgek. Brieven 1667 Tweede boek. K.A. no. 1149). + +b. 1666. October. Sondagh 17o do... op van dage lieten door de Tolcken +(gelijck wij meenden om 't welstaen) aan de Gouverneurs versoecken +off we de acht Nederlanders voor een maent verleden uijt Corre hier +aengecomen mede naer Batavia mochten voeren, 't welck ons wiert +afgeslagen met voorgeven dat dies aengaende van 't Jedosche Hoff nog +geen ordre off bescheijt was gecomen, maer alle uure worde verwacht, +ondertusschen zullen de schepen morgen moeten vertrecken ende dese +arme menschen licht hier noch een jaer dienen over te blijven 't +welck voor haer luijden hertelijck te beclagen soude wesen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia. + +c. Aen de Edle Heer Joan Maetsuijker Gouverneur Generael en d'Edle +Heeren Raden van India. + +Door de onwederhoudelijke en onbepaelde hand Gods sijn hier op 14den +passado uijt de Correse Eijlanden op een wonderbaerlijke wijse teregt +gecomen en door den Gouvernr Zinsabrode bij ons op 't Eijlant gesonden +8 personen die ao 1653 het Jagt de Sperwer op't Quelparts Eijland +(gelegen omtrent ... [355] mijlen benoorden [356] Firando) hebben +helpen verliesen, sijnde d'eene van haer d'Boechouder van gemelte +schip genaemt Hendrik Hamel en d'andere 7 matroosen op haer vlugt +met een kleen vaertuijgje; van haer sijn nog andere agt persoonen op +gemelte Eijlanden van Corre gebleven; voorschreven hier aengecomen +8 personen gaen nevens desen met d'Esperance meede na Batavia uijt +wien en uijt hetgeen daervan in ons Dagregr op voorschr. datum staet +aengeteijkent UEdle alle omstandigheden nader gelieven te vernemen. + +Nangasackij adij 18en October anno 1666. + +Uwe Edls onderdanige dienaers en was getekent Wilhem Volger, Daniel +Six, Nicolaes de Roij, Daniel van Vliet (Kol. Arch. no. 11725). + + +Rapport. + +d. Rapport schriftelijck gestelt en aen den Ed Heer Joan Maetsuijcker +Gouverneur Generael ende de E. Heeren Raden van India overgelevert +door mij Wilhem Volger Coopman en jongst gewesen Opperhooft in Japan +met mijn verschijning van daer op Batavia. + +... Wij en hadden in't alderminste niet getwijffelt gelijck in +meergenoemde missive [357] oock is geschreven off de acht persoenen +van 't verongeluckte Jacht de Sperwer souden benevens naer Batavia +gegaen ende voor UEd verschenen hebben om de ellenden die haer +13 jaeren in de eijlanden van Corre sijn bejegent mondelingh en +schriftelijck te verhaelen. Hoewel 't tot mijn en insonderheijt deser +arme luijden groote droefheijt heel anders is uijtgevallen aengesien +den Gouverneur Gonnemond dien ick daegs voor mijn afscheijt uijt +Nangasackij om licentie tot haer vertreck liet versoecken 't selve +plat af heeft geslaegen met voorgeven dat hij daertoe nogh geen ordre +van 't Jedose Hof had becoomen seggende wijders dat hij twijffelde +of gemelte persoenen niet noch eerst in Jedo souden ontbooden en aen +de Rijcxraden moeten vertoont worden bevoorens haer toegestaen wierde +van hier te vertrecken; tot wat eijnde--offt al gebuerde--dit dan noch +geschieden soude, seijde hij niet; 't is evenwel niet apparent dattet +daer toe comen sal gelijck UEd binnen corten pr d'een of d'andere +joncque van daer wel aengeschreven staet te werden. Ondertusschen valt +'et voor deese bedroefde zielen moeijelijck noch een ront jaar te +moeten overblijven eerse haer volle vrijheijt mogen genieten. Ick ben +van haer luijden versocht en heb aengenomen om UwEdlen haerenthalven te +bidden, gelijck ick mits desen in alle nedericheyt doe dat 'et UweEdlen +doch wilde believen d'oogen van barmherticheijt over hunne armelijcke +conditie te laeten gaen ende soodanige ordre te geeven datse wederom in +'s Compes soldij boucken ingetrocken ende tot onderhout ijets genieten +mochten, wij ende sij bidden noghmaels dat UwEdls hierin naer Haere +aengeborene goedertierentheijt gelieven te handelen. (Overgek. Brieven +1667, Tweede boek. Kol. Arch. no. 1149; ook in Kol. Arch. no. 11725). + +In de missive van de Bataviasche Regeering d.d. 20 April 1667 wordt +naar Nagasaki bericht dat de Esperance 30 November 1666 te Batavia is +aangekomen en dat is "overgeleverd door den E. Willem Volger [die aan +boord van de Esperance was medegekomen] UE. aangename missive van 18 +October ao verleden, mitsgaders desselfs particulier rapport". + +In hare beantwoording (d.d. 9 Mei 1667) van den brief van 18 +Oct. t. v. zegt de Bataviasche Regeering: "Wij willen ook niet +twijffelen of de Gouverneurs [van Nagasaki] zullen de 8 personen +die van Corre soo miserabelijcken tot Nangasacki overgecomen ende +'t verleden jaar daer overgehouden sijn, nu largeren en herwaerts +laten comen". + + +Dagregister Japan. + +e. 1666. October. Woensdag 25e do ... heden morgen omtrent 9 uuren +comen de gesamentlijcke tolken uijt den naem van den Gouvernr mij +aendienen dat de agt Nederlanders op den 14en September uijt Correa +hier aengecomen met haer ten huijse van den Gouvernr Canama Gonnemonde +moesten gaen omme andermael in presentie van den opreijsende Stadvoogt +Zinsabrodonne ondervraegt te werden. Ik [358] liet deselve roepen ende +gelaste dat met den anderen op stont daer naer toe souden gaen. Wat +vragen dese wijshoofdige Japanse Regenten voorstellen sullen staet ons +met haer retourneeren te vernemen. Cort naer den middag quamen gemelte +Nederlanders weder op 't Eijlant en gevolgelijck rapporteerden den +boekhouder Hendrik Hamel, dat in presentie van gem. Gouvernr waren +gevraegt, eerst naer haere namen en ouderdom, alsmede den handel en +wandel der Correers, wat cleeding sij droegen, haer geweer, manieren +van leven, en godsdienst, of er oock Portugeesen als Chinesen in 't +lant woonden, mitsgaders hoeveel Hollanders daer noch gebleven waren +etca. ende naer datse haer op ijder vraeg contentement gegeven hadden, +wert haer gelast weder naer 't Eijlant te keeren; of dese luijden +door de Keijserlijke Majest gelargeert zijn, connen noch niet te +weete comen. + +f. 1667. 17 Februari ... 't vertreck der 8 Nederlanders uijt Correa, +alsmede de verlossinge dergeenen die daer noch verbleven waren, soude +bij Sijn Ed [een der beide Gouverneurs van Nagasaki] in gedagten +gehouden worden ende gevolgelijck aen zijn Confrater [die destijds +zich te Jedo ophield] daerover schrijven (Kol. Arch. no. 1155). + +g. 1667. 14 April [te Jedo].... alvoorens door onsen Japansen schrijver +de versoecken tot bevorderingh van 't vertreck der 8 Nederlanders uijt +Corea hier comen vlugten.... in scriptis gestelt wesende ... leverden +wij hem [den hierboven bedoelden Gouverneur van Nagasaki] gemelte +geschrifje over, onder versoeck 't selve in achtingh geliefde te nemen. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 13 Oct. 1667. + +h.....Bij dese gelegentheijt [14 April 1667 te Jedo] leverden wij +aan de twee Commissarissen een cleijn versoekschrifjen wegens 't +ontslaeken der Corese matrosen.... over. + + +Dagregister Japan. + +i. 1667. October. Saterdagh 22en. Niettegenstaande dat het seer +regenagtigh weeder was, hebben wij op heden de fluijtschepen de +Witte Leeuw en de Spreeuw directelijck met een cargasoen ten bedrage +van f 475724.15.3 bestaende in 4 duizend picol staefkoper, 250 picol +campher, 35 Japanse zijde rocken nevens 80 kisten zilver, naar Batavia +gedepecheert. Godt [de] Heere geve datse behouden mogen vaeren. + +Heden bequamen licentie dat de 8 personen uijt Corea hier aengecomen, +zullen mogen vertrecken. + + +Missive Nagasaki naar Batavia, 22 Oct. 1667. + +j. ... Niettegenstaande den nieuwen Gouverneur van Nangasackij +Sinsabrodonne om den ouden Gouvernr Gonnemonde te vervangen, al eenige +dagen afgecomen was, hebben wij niet eerder als op dato deser licentie +connen bekomen dat de 8 Nederlanders uijt Corree 't voorleden jaer +hier aengecomen, zullen vermogen te vertrecken en dienvolgens comen d' +selve pr de fluijt de Spreeuw tot UEdle noch bij desen over. + + +Resolutie Gouverneur Generaal en Raden, 2 Dec. 1667. + +k. Jan [lees: Hendrik] Hamel adsistent met noch 7 persoonen te samen +geweest sijnde op 't jacht de Sperwer ao 1653 aen een der Corese +eijlanden verongeluckt en sedert aldaer gevangen gehouden tot verleden +jaer dat se met een cleijn vaertuijgh ontcomen en tot Nangasacki bij +de onse aengelandt sijn, In Rade versocht hebbende om licentie om +met de gereede schepen na 't vaderlandt te vertrecken ende dat hare +gagie van de tijt harer detentie haer mede mochte goet gedaen worden, +Soo is nae deliberatie goet gevonden haer het eerste toe te staen, +maer het tweede als strijdigh metten Generalen articulbrief af te +slaen, maer dat haer reeckening weder aenvangh sal hebben genomen +van de tijt dat weder tot Nangasacki sijn in de logie gecomen, sijnde +geweest den 14en September verleden jaers, doch aengesien eenige niet +meer dan jongens gagie sijn winnende, is verstaen desulcke voor de +'t huijsreijze op 9 gl. ter maent te stellen. + + +Generale Missive, 25 Jan. 1667. + +l. Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen +vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot +Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in't jaer 1653 op't +Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich +aldaer 36 menschen gesalveert hadden--maer waeren van de Coereesen +seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland +nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat +aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven,--waervan 8 +gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen +sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen +verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij +ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen +Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op +'t jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck +aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven +en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt +sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14n +September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te +gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 +Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, +dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover +nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven +1667, Eerste boek. Kol. Arch. no. 1146). + + +Generale Missive, 23 Dec. 1667. + +m. Uijt Japan zijn hier den 28 November verleden behouden en met seer +goede tijdinge van daer alhier (Godt sij daer voor hertelijck gedanckt) +de twee fluijten Spreeuw en Witte Leeuw komen aen te landen nae datse +van daer den 23 October vertrocken waren.... + +De acht Nederlanders verleden jaer uijt haer dertienjarige +gevanckenis in Corea verlost, sijn nu met de fluijt de Spreeuw +alhier behouden aengelandt. (Overgek. Brieven 1668, Eerste Boek +(Japan). Kol. Arch. no. 1152). + + +Patriasche Missiven. [359] + +20 Nov. 1667. + +n. T' is wonderlijck 't geene UE. van die arme menschen haer van de +Sparwer in den jaere 1653 in de Cooreese Eijlanden gesalveert, en daer +tot noch toe als gevangen gehouden, en daer onder van een oudt man all +van den jaere 1627 off daeromtrent daer geweest sijnde, en waervan acht +in Japan sijn aengekomen, verhaelen. De voorsz. luijden sullen van de +gelegentheijt van die Eijlanden, mitsgaders off en wat aldaer soude +connen te doen vallen, ongetwijffelt eenich bericht cunnen geven. Conde +voor de resterende gevangens inde voorsz. Eijlanden noch verbleven, +haer vrijdom mede worden geprocureert soude een pieus officie wesen. + +22 Aug. 1668. + +o. Wij hebben voor ons gehadt seven personen van diegeene die in't +jaer 1653 met de Sperwer aen Corea schipbreuck geleden en haer daer +aen lant gesalveert, mitsgaeders den tijt van dertien jaeren en 28 +daegen als gevangen geseten hebben, off soo langh dan gedetineert +sijn geweest, oock haer van de gelegentheden aldaer en van den handel +die daer soude kunnen vallen, ondervraecht, en wijders gelesen het +verbael dat sij daer op aen ons hebben overgeleverd. En dewijle wij +daerin hebben geremarqueert dat de Japanders daer haer handel en logie +hebben, en 't selve lant onder anderen medetrect Peper, Sappanhout, +Sandelhout, Harte-en Roggevellen, mitsgaders mede soodanige waeren +als wij in Japan aen de merckt brengen en waeronder gemeent wort dat +de hierlantsche Laeckenen, als een seer kout lant sijnde, mede wel van +het voornaemste soude kunnen wesen, hebben wij in bedencken genomen off +het niet goet en dienstich soude wesen onder anderen mede onder pretext +van de resterende gevangens off gedetineerde daer noch sijnde, dat een +besendinge derwaerts gedaen wierd, om te onderstaen off wij daer tot +den handel niet mede souden kunnen werden geadmitteert, presenterende +de voorsz. luijden haer tot die reijs en besendinge in dienst van de +Compe weder in te laeten, gelijck als sij ons berichten, dat de achtste +sijnde den boeckhouder bij haer tot Batavia soude sijn gelaten. Volgens +het voorsz. verbael souden die van Corea haeren handel mede te lande op +Pekin drijven, werwaerts vele van de goederen die in cas van admissie +bij ons daer souden werden aengebracht, souden cunnen werden vervoert +en gedebiteert, dan het voornaemste obstakel dat wij daerin te gemoet +sien, soude wesen dat die van Corea sijnde tributarissen van den Groten +Tartar, die daar jaerlijx sijn Commissarissen send om haer op alles te +laten informeren, van ons aenwesen aldaer verstaende, lichtelijck 't +selve soude soeken te weeren en tegen te gaen, insonderheijt dewijle +denselven ons tot den handel in sijn rijck niet en verstaet in te +laeten; Doch alsoo d'E. Pieter van Hoorn UE. van die gelegentheden +lichtelijck naerder sal kunnen berichten, sullen UE. in en omtrent +die besendinge kunnen doen en disponeren soo als UE. sullen meenen +ten meesten dienste en voordeele van de Compe te strecken. + + + +Resoluties Heeren XVII. [360] + +10 Aug. 1668. + +p. In deliberatie geleijt sijnde, is goetgevonden en geresolveert dat +seeckere acht personen die den tijt van 13 jaren in Corea gevangen +geweest en nu van daar herwaarts overgekomen sijn, door Commissarissen +uijt dese Vergaderingh sullen werden gehoort, wegen de hoedanigheijt, +constitutie en gelegentheijt dier landen, waartoe, mitsgaders om de +pretensien bij die luijden gemoveert te examineren en de Vergaderingh +daar omtrent te dienen van hare consideratien en advis, werden mits +desen versocht en gecommitteert d'Heeren Munter, Fannius, Lodesteijn +en den Advocaat van de Compe. met adjunctie van d'Heer Thijssz., +uijt de Hooftparticipanten. + +11 Aug. 1668. + +q. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende +in gevolge van de resolutie van gisteren voor haar bescheijden en +geexamineert het volck in Corea gevangen geweest sijnde, soo oock +gelesen het request bij deselve gepresenteert, tenderende om te hebben +betalinge van de gagie haar volgens haar sustenue competerende van +de tijt dat in Corea gevangen sijn geweest, wesende dertien jaren +en 28 dagen, is na voorgaende deliberatie mitsgaders lecture van +het 42 en 51 articul van den artijckelbrieff, goetgevonden dat all +vooren hier op te resolveren, het schriftelijck rapport door deselve +overgelevert sal werden gelesen en geexamineert, waartoe de gemelte +Heeren Commissarissen mits desen worden versocht en gecommitteert. + +13 Aug. 1668. + +r. Gehoort sijnde het rapport van de Heeren Commissarissen hebbende in +voldoening van de resolutie van den 11n deser nagesien en geexamineert +het verbaal gehouden van het gepasseerde en toedracht van saacken in +Corea geduerende de aanhoudinge en gevanckenisse van die daer jongst +van daan gekomen sijn, vervattende met eenen de constitutie van het +lant aldaar, en de handel die daar soude cunnen vallen, waar op sijnde +gedelibereert, is goetgevonden en verstaan dat de Generaal en de Raden +sal werden aangeschreven dat men hier niet vreemt daar van soude wesen +dat, door een besendinge derwaerts te doen, onderstaan wierd off men +daar tot den handel soude cunnen werden geadmitteert, verstaande soo +den Generaal en de Raden geen andere consideratien daar tegen mochten +hebben. Noch is geresolveert dat men de voorsz. luijden, sijnde seven +in getale, uijt commiseratie tot een gratuiteijt sal doen hebben een +somme van vijfthien hondert en dertigh guldens, te verdeelen als volgt: + + +Govert Denijs uijtgevaren voor quartier Mr a f 14 pr mt. f 300. +Jan Pietersz uijt voor bootsgesel tot f 11 f 250. +Gerrit Jansz tot 9 gl. f 200. +Cornelis Dircksz tot 8 gl. f 180. +Dionijs Govertsz tot 5 gl. f 150. +Benedictus Clercq tot 5 gl. f 150. +Mattheus Ybocken voor derde barbier tot 14 gl. f 300. + ------ + f 1530. + + + + +II. BERICHTEN OVER DE IN VRIJHEID GESTELDE SCHIPBREUKELINGEN. + + +Dagregister Nagasaki. + +a. 1668. 14 Augustus. In den avont comt den Ottena [361] dezes Eijlants +Dezima ons aencundigen de Keijserlijcke Majestt de acht Nederlanders +van 't verongeluckte jacht de Sparruwer in de jaere 1653 ende waervan +anno 1666 acht persoonen van Correa tot hier miraculeus aengelant sijn, +van daer gevoirdert en apparent morgen of overmorgen ons stinde bij te +comen, dat een groote sorge van dees Majestt voor der Hollanderen zij. + +16 Sept. Naer de middag sendt de Nangasackijse Gouvernr seven +Nederlanderen die van 't gebleven jacht de Sparruwer 't zedert +anno 1653 haer op 't Eijlant Correa erneert en nu door last des +Majests. door den Heere van Tzussima van daer waren gevoirdert, +bij ons op 't Eijlant Dezima, zijnde d'achtste, die de gevlugte acht +Nederlanderen aldaer anno 1666 gelaten hadden, overleden; twee maenden +warense van Correa door de continueele zuijde winden en breecken der +mast van de bercq tot hier onderweegh geweest, van den Gouverneur van +Correa met een rocq, ider thien cattij rijs, twee stuckjes lijwaet +ende anders beschoncken. Item van de H.re van Tzussima van eten, +drincken en ider een rocq op de reis van daer nae herwaerts versien, +mitsgaders aen haer sevenen twintig duijsent caskens geschoncken, dat +ons soo alles door des Gouvernrs van Nangasackis last schriftelijck +door twee Opperbonjosen wiert vertoont, seker een groote sorge zijnde, +die den Japanse Keijser voor d' Hollanderen gedragen heeft, ende een +merckelijcke bestieringe des Alderhoogsten. Moste dese lieden tot +nader order bij den andere woonen en in hun habiet laten blijven, +nadien voor de Nangasackijse Gouvernr noch stonden verhoort te werden. + +17 do wierden de seven bovengemelde Nederlanderen ten huize van de +Gouvernr Sinsabrode naer de gelegentheden van het verongelucken van +'t schip de Sparruwer in de jare 1653, als dat van Correa, ende de +frequentatie in de negotie met de Japanners ondervraagt, daerse +naer waerheit op antwoordden, ende sonderlingh geen aantekening +tot nutte van d'E.Compe en meriteert, dan wierden vergunt dit jaer +te mogen vertrecken, daer we dan den Gouverneur hertelijcken voor +deden bedancken. + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +b. 4 Oct. 1668. Seven Nederlanders (waer van d'achste zedert 1666 +overleden is) van 't verongelucte jacht de Sparruwer 't zedert den +jare 1653 haer op 't Eijlant Correa onthouden hebbende, zijn door der +Majesteijts last van daer gevoirdert, ende ons op den 16en van de +verleden maent September toegesonden die met de laetste besendinge +met Gods hulpe om de cleente van dit vooruijtgaende fluijtjen [362] +volgen sullen. + +c. 25 Oct. 1668. De seven Nederlanderen daer in ons voorig schrijven +Uwe Edle eerbiedig van verwittigt is, ende zedert den jare 1653 mits +het verongelucken van 't jacht de Sparruwer op 't lant van Correa +gehouden zijn, gaen nu met Buijenskercke over en zijn genaemt Jacob +Lampen van Amsterdam, adsistent, Hendrik Cornelissen van Vreelant, +schieman, Jacob Jansen van Flekeren, quartiermeester, Zandert Baskit +van Liet, bossr, Anthony Uldriksen van Grieten, matroos, Jan Jansen +Spelt van Uijttrecht, hooplooper en Cornelis Arentsen van Oosta'pen +[363]. + + +Generale Missive, 13 Dec. 1668. + +d. Op 't versoek onser Opperhoofden om de verlossing onser acht in +Corea overgebleven Nederlantse gevangenen met den Sperwer 1653 aldaer +verseijlt, sijn seven derselve, alsoo een tsedert overleden was, +dit jaer in Nangasackij aen onse Residenten overhandigt, ende met +Nieuwpoort uijt Japan verseijlt als wat swack gemant, met meening +om deselve aen 't eijland Timon op Buijenskerck over te nemen, +dat door toeval soo niet en heeft kunnen bestelt worden. Uijt dit +hier aengehaelde, en 't gene verleden jaer sekerlijck sijn bericht +dat de Coreers aen de Chinesen contributie betalen, blijckt dat die +luijden beijde China namentlijck en Japan onderdanig sijn of immers +den Japander ten minsten ook groot respect draegen. + + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 20 Mei 1669. + +e. We hebben in 't nasien der papieren bevonden dat den 16en September +verleden 7 onse lantsluijden (die zedert 1653 in Corea hadden gevangen +geseten, en waervan ons eerst in den jare 1666 kennisse toegekomen is) +door bestellinge der Japanse Regeeringh uijt hare gevanckenis op 't +Eijlant Dezima bij UE. verschenen zijn, die daer nae ook geluckelijck +op Batavia bij ons bennen aengelant, 't welke een saeke is waervan +UE. soo vertrouwen niet versuijmt zullen hebben te hoof wesende, +de Majest. te bedancken of soo 't niet en ware geschiet, soude 't +noch moeten gedaen worden, doch alsoo gemelte saeke ongemeen en van +seltsame voorval is, hebben hier verstaen dat die niet behoorde bij +een gemeene danksegginge door d' Opperhoofden gedaen te berusten, +maer dat UE. bijsonderlijk uijt onse name en van onsentwegen de +Keijserlicke Majestt soudet bedancken, om daer mede te betuijgen het +zeer groot genoegen dat we daerinne geschept hebben. + +Alsoo de Hren Meesters in 't vaderlant met d' overcomste der gewesen +Corese gevangenen in bedencken zijn gebracht of wel aldaer eenigen +handel vallen mocht tot voordeel van de Compe, dat wij hier na de +bekomen bescheijden van diezelve luijden en die wij wijders van +die gelegentheit hebben, vermenen weijnich te zullen beschieten, +soo om de armoede des lants als d' afkeericheijt diese hebben van de +vreemdelingen en d' onwilligheit om die in haer lant toe te laten, +sonder noch te spreeken van der Tartaren en Japanderen onwil om +gemelten handel te gedoogen, die alle beijde in gemelte landt groot +van respect en vermogen zijn, en ook dat aende goede havenen al vrij +wat getwijffelt wort, soo sullen UE. nochtans dienaangaande tot meerder +seckerheijt en gerustheijt in die sake ons laten toekomen UE. gevoelen, +sonder acht te nemen op onse voorverhaelde aenmerckingen maer op de +rechte geschapenht der saeke zelfs, sonder den Japanderen achterdocht +te geven even als of dat een saecke was die bij de Compe in bedencken +quam, maar eenelijck daer van discoureerende als tot voldoeninge +van UEdle nieuwgierigheit, en ook niet directelijk maar bij omwegen, +dan wel bequamelijck sal connen geschieden en UEd. voorsichtigheijt +toevertrouwt wort om dan sulk bericht bekomen hebbende ons zelfs en +de Hren onse Mrs daer van te dienen, waerop ons zullen verlaten. + + + +Missiven Nagasaki naar Batavia. + +5 Oct. 1669. + +f.... zijnde den 16en April binnen des Majestts. paleijs [te Jedo] +alvorens onse nedrige danckbaarht wegens de verlossingh der seven +Nederlanders uijt Correa bewesen hebbende ... + +Omme van UEds missive van poinct tot poinct te beantwoorden soo +seggen aanvanckelick dat nademaal den Coopman Daniel Six in den +jare 1667 binnen Jedo zijnde (voor de Rijxraden) de verlossing +van de noch verblevene Nederlanders in Correa versocht hadde, +soo heeft het hem zijnen schuldigen plicht geacht te wesen desen +jare 1669 daar weder verschijnende, dierwegen bij de Commissarissen +als voor de Rijxraden danck te seggen: 't welk Hare Hoogheden uijt +den naam van de Keijserlicke Maijesteijt aangenomen en sooveel wij +bemercken conden, vergenoegingh gegeven heeft maar aangesien UEdle +van gevoelen zijn dat men dese saeck (alsoo van bijsondere voorval +is) bij een gemeene danckseggingh der Opperhoofden gedaan, niet en +behoorde te laten berusten, maar dat UEdle bijsonderlick uijt UEdle +naam daarvoor ordineert danckbaarlick gedaan te werden, soo hebben 't +bijsonder genoegen welke UEdle over die weldaat zijt scheppende den +Nangasackisen Gouverneur laten bekent maken, die zulx wel bevallen +en naar 't Jedose Hoff overgebrieft heeft. Den E. de Haas [364] sal +(met Godt de voorste in Jedo verschijnende) UEdle goede intentie +met de gerequireerde omstandigheden ('t zij voor den Keijser selven +off voor de Rijcxraden, naer dat de Commissarissen en Nangasackisen +Gouvernr zulx raatsaam achten zullen) verder trachten te effectueren. + +Naar de constitutie en gelegentheijt van 't Eijlant Correa hebben +hier bedecktelick ten nauwsten doenlick vernomen, maar niet connen +ondervinden dat daar voor de Compe eenigen handel soude te drijven +wesen, eensdeels omdat het lant bewoont wort van arme luijden die haar +eenlijck met den lantbouw en visscherij generen, anderdeels datse daar +met geen vreemdelingen willen omgaan, oock souden volgens ons gevoelen +die twee magtige potentaten Tater en Keijser van Japan niet willen +gedogen (onder wiens contributie zij staan) dat de vreemdelingen daar +quamen negotieeren, voornamentlijck zoude den Japansen monarch sich +daartegen stellen en geen Christenen, die hem altijt suspect zijn, soo +nabij zijn lant mogen lijden, ten insichte altijt bevreest soude wesen +dat bij die occasie ons een voet wierde gegeven om 't Christendom daar +voort te planten en zijn Lant soo weder in verwarring te brengen. Van +desen cant is den toegangh tot dat Eijlandt ijdereen op dootstraffe +verboden, excepto den Heer van Sussima, die zulx als een beneficium +alleen vergunt is daer met de Tarterse Chinesen te mogen handelen, +die toevoer doen van sijde en do stuckgoederen, zijnde desen jare over +dien wegh bij de seshondert picol van dat gespin in Japan gebracht +ende trect weder zilver (als 't uijtgevoert magh werden) voorts gout, +peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout +als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert, +maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van +importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast +soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft +'t achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven) +geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt +sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden, +waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van +'t rijck wellight op volgen mocht. + +19 Oct. 1670. + +g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen +en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie +voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten +zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de +Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden +gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen +voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant +verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668 +op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden +mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover +oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge +van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht +maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, +tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan +den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons +des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn +Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in +Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden +daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover +hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede niet meer wilde +bemoeijen maer hem evenveel was ofte wij het nu voor de Rijcxraaden +deeden ofte niet. Uijt dat bescheijt besloot den Tolck dat daervan +niet meer conde werden gesprooken ende onnodich was de Commissarissen +daerover te moeijen, gelijck wij oock tselve ontrent haer Es Tolck +Sinoosie int eerst hebben versweegen, om de jalousie dieder is tusschen +de Commissarissen ende Gouverneurs en zouden wij op tlaetst met hem +daerover wel hebben gediscoureert zoo zich door positie niet hadde +geabsenteert, ende hoewel wij sustineeren dit misnoech antwoord vanden +Gouvernr Gonnemonde ten principalen ontstaet uijt de laete kennisse +Zijn Ee door den Tolck gedaen van desen onsen last en voornemen, +waerdoor den tijt niet heeft connen toelaten na vereijsch daer in +te handelen gelijck uijt dien schrobbers ontsteltenisse beslooten +conde werden, zoo zijn evenwel alle onse debvoiren daer toe aengewent +vruchteloos en dit goede werck onvolbracht gebleven waerdoor waren +wechgenomen geweest alle verdere discoursen over het zenden van een +ambassadeur ons voormael noijt anders als in passant 2 a 3 mael van de +Tolcken voorgecomen, dat wij telkens hebben gedeclineert omde groote +costen die daeraen vast zouden weesen, zonder daer uijt eenich nut te +connen trecken, zoo lange zij het niet als expres van ons schijnen +te begeeren ende wanneer het na onse opinie oock niet zoude moogen +gedilaijeert werden, zijnde nu noch al te duchten dat de Japanse +regeerinck eenich misnoegen nemende, dese danckbaerheijt wel eens +mochten moveren. + +.... Vande danckbaerheijt voorde verlossingh der gewesene Corese +gevangenen, behoeft voortaen geen meer gewach gemaekt, alsoo die +dingen afgedaen sijn, en door de tolcken verder getrocken wierden +als onse meijninge oijt geweest is.... (Commissie voor den Coopman +Joannes Camphuijs als Opperhooft naer Japan, ddo 29 Mei 1671 = +Secrete Memorie voor de Opperhoofden van Japan. Kol. Arch. no. 798). + + +Missive Batavia naar Nagasaki, 16 Juni 1670. + +h. Datter op Corea voor ons niet valt te handelen hebben hier altijt +oock soo begrepen om de selfste redenen alsser in't schrijven van +5en October lestleden wordt aangehaalt; 't comt ondertusschen niet +qualijck datter zulken treck van verscheijde goederen derwaerts sij, +hoewel van d'ander zijde de Compe weder schadelijck is datter bij de +600 picols zijde oock do stuckgoederen, 't verleden jaar over dien +wegh in Japan gevoert zijn geworden. + + +Resolutie Heeren XVII, 29 Aug. 1670. + +i. Op de requeste van Hendrick Cornelis Molenaar van Vlielandt, +Hendrik Hamel van Gorinchem en Jan Jansz. Spelt van Utrecht, met +het jacht de Sperwer in den jare 1653 aan 't Quelpaarts Eijlandt +verongeluckt, en den tijt van 15 jaren op Corea gedetineert geweest +sijnde, versoecken de betalinge van haare gagie, gedurende de tijt +van voorsz. detentie verdient, off sooveel als de vergaderingh haar +daarvoor in redelijkheijdt sal staan toeteleggen, is nae voorgaende +lecture van resolutie den 13 Augo 1668 [365] op gelijk subject +genomen, goet gevonden dat de voorsz. drie personen, mitsgaders noch +eenige andere van gelijke nature wesende, sullen werden getracteert +volgens en na proportie in de voorsz. resolutie geexpresseert +(Kol. Arch. no. 256). + + +Patriasche Missiven. + +j. 5 Sept. 1670. Op de naerder informatie die UE. van de gelegentht +van de Corese Eijlanden hebben becomen, hebben UE. de voorgeslagen +besendingh derwaerts wel te recht naegelaten. + +k. 15 Mei 1671. Volgens het bericht vant Opperhoofd en den Raet in +Japan bij derselver missive van den 5 October 1669 soude Corea wel +een arm lant wesen weijnich van sijn selver uijtgevende maer souden de +Chinesen en Japannesen daer mettenanderen komen handelen jae dat in't +voorsz. jaer over dien wegh meer als 600 picols sijde in Japan sijn +aengebracht, en dat in troucque van peper, nagelen, noten, sandelhout, +voort silver, gout en anders. Wij kunnen wel begrijpen dat soolang +wij in Japan onse residentie en handel hebben wij onse gedachten om +daer eenige negotie te stabilieren en dat om de jalousie en wantrou +die de Japannesen daer uijt souden opvatten men laet noch staen het +bedencken dat de Chinesen ons lichtelijck daer mede niet en souden +gedogen, wel mogen uijt den sin setten, dan bij succes en veranderingh +van tijden weet men niet wat daer van noch soude cunnen vallen. + + + +III. GEGEVENS BETREFFENDE SCHEPEN. + + +A. HET JACHT DE SPERWER. + +1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge +van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor +de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389) +en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18 +Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd; +ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649 +in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie +Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni +1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering +naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni +1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14 +Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte +dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar +en Perzie (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651 +terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzie dd. 14 Sept. 1651); +vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzie; komt 12 Nov. 1652 van daar terug +te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar +de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14 +Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653 +aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het +1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart +1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna, +16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18 +Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt +van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland. + +In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste +lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman) +of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende +aanteekening in zijn Memoire bibliographique, bl. 274: "Parti des +Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva +le 1er Juin de la meme annee a Batavia." Geen Compagnie's schip is +trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch +op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen. + +2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer +hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren. + +Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden +d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die +bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren +mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo +Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't +gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende +terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich +besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer +de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om +voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht +te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de +stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina +om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm +op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634 +in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366]. + +Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door +beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo +de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen, +zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets +te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634 +mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een +musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal +afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel +uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van +Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo +oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door +ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen +zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst +aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert +bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als +de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij +Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen....... + +Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen +vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem +in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre +naer Taijouan te bevorderen. + +Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij +dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren +oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van +deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt +en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick +overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer +oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge, +zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen +coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen, +ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer +insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke +plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het +selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u +de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie +over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van +Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief +waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult +hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck +een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des +Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde. + +In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans: +van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris. + +3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt +becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame +Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer +Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach, +buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff) +geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen +Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat +daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij +hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen, +ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen................. + +Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o +naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter +montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten: + + + 20007 cattijs poetsjoek + 20037 cattijs aluijn + 3000 stucx elantshuijden + 19952 stucx Taijouanse hertevellen + 3078 stx steenbocx vellekens ende + 92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten. + + +.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en +Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de +fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij +VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich +sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta +gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te +Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts +te demitteren.... + +.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen +427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken +zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben, +daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder +sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan +de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653). + +4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het +schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't +welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht +was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te +[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe +dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer +mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van +de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de +Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche +arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een +combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen +dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede +de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw +op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx +'t galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock +onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent +Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier +ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen +want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van +Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan +contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen +presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden +dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen. + +.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des +naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis +Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert +verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt +ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de +cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte +anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den +Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en +Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653). + +5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in +VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone +jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende +'t ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm +sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken +daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen, +ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f + 110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse +winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet +als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad +van Formosa, ddo 20 Mei 1654). + +6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra +tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na +Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer +Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer +nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen, +soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow] +een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw, +die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen, +sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan +gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't +zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa +een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten +nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck +van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw +(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende +'t gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen: +sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet +dan al te gewis houden. + +... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e +f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen +noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except +de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag +sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt +ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt]. + +7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip +Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent +wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de +Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult +moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater +die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben; +wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude +het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck +sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons +en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer +uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654). + +17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven : +"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste +besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme +te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens +ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan +subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen +verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half +Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek, +Deel 1, Cap. 21 fol. 280). + +Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met +de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden +het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent +19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van +het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653). + + +B. HET JACHT OUWERKERK. + +Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626 +te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van +daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant +Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot +50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia +aankwam (Dagr. Bat.). + +Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April +1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627 +van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten, +Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck +kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque +ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China, +soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis +hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen, +aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn +volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen +daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt +te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot +op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr +Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr +Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627). + +De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28 +Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche +navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar +Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten +"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de +rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan +dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht +(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en +zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan +naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn +weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft". + +Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen +te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen: + +"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra +Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda; +maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder +gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck +omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt +ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck +mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen +verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop +toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat +als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor +de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den +brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn +alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten +dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met +haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een +Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om +laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter +seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen +20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de +Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff +comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch +eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt +niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628; +Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389). + +Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en +3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628 +van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t +Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't +volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag +na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten +stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV, +2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628, +bl. 334 en 389). + +.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op +hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders +g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt +wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374]. + +"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft +desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck +behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck +antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver +van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees +weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem +Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375]. + +Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche +gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia +werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer +Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden +van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en +"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao +hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans +dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I). + + +C. HET QUELPAERT DE BRACK + +17 Jan. 1640 uitgevaren (Uitloopboekje Kol. Arch. no. 4389); 30 +Juli 1640 te Batavia aangekomen (Gen. Miss. 9 Sept. 1640); bij +Res. 30 Juli en 1 Aug. 1640 bestemd voor Malacca; 5 Aug. 1640 naar +Malacca. (Berigten Hist. Gen. VII (1859) bl. 29); 28 Sept. 1640 +terug te Batavia (Dagr. Bat. bl. 36); 12 Oct. 1640 naar Malacca +(D.B. bl. 55); 9 Nov. 1640 van daar naar Batavia (D.B. bl. 121); +17 Nov. 1640 terug te Batavia (Res. 19 Nov. 1640 en D.B. bl. 68); 1 +Dec. 1640 naar Malacca (Gen. Miss. 8 Jan. 1641 en D.B. bl. 106); voor +31 Jan. 1641 terug te Batavia (G.M. 31 Jan. 1641, vgl. D.B. bl. 165); +4 April 1641 naar Bantam (Miss. Batavia naar Bantam dd. 3 April +1641 en Dagr. Bat. 1641 bl. 233); 8 April 1641 terug te Batavia +(Dagr. Bat. 1641, bl. 234 en Kol. Arch. no. 768); 15 Mei 1641 naar +Taijoan (Gen. Miss. 12 Dec. 1641 en D.B. bl. 304); 21 Juni 1641 +aangekomen te Taijoan (D.B. Dec. 1641 bl. 57); 24 Aug. 1641 zijn gaffel +gebroken (Miss. Gouvr. Formosa 10 Sept. 1641); 11 Nov. 1641 uitgezonden +om te kruisen omtrent Tonkin (D.B. 1642 bl. 124); 13 Maart 1642 terug +te Batavia (D.B. bl. 124 en Gen. Miss. 12 Dec. 1642); 7 Mei 1642 +over Quinam naar Taijoan (Verbael uijt d'advijsen van verscheijde +quartieren gehouden bij den E. Justus Schouten en D.B. bl. 146); +3 Aug. 1642 te Taijoan aangekomen (Rapport Johan van Lingen); 11 +Sept. 1642 naar Japan (Miss. Taijoan naar Batavia 5 Oct. 1642); 12 +Oct. 1642 aangekomen te Nagasaki (Dagr. Jap.); 29 Oct. 1642 vertrokken +van Nagasaki (D.J.); 7 Nov. 1642 terug te Taijoan; 19 Dec. 1642 naar +Pangsoija op Formosa gesonden (Instructie voor den veltoverste Johannes +Lamotius en Res. Zeelandia 18 Dec. 1642); 8 Jan. 1643 terug te Taijoan +(Res. Zeelandia van dien datum); 21 Maart 1643 naar Toroboan op Formosa +gezonden (Miss. Taijoan naar Batavia 15 Oct. 1643); 17 Mei 1643 terug +te Taijoan (Id.); 24 Mei 1643 gezonden om te kruisen op Chineesche +jonken (Id.); 28 Juni 1643 bezuiden Formosa (Dagr. Jan van Elseracq in +'t jacht Lillo 29 Juni 1643); 24 Juli 1643 terug te Taijoan (Id.); +18 Oct. 1643 gezonden naar de Pescadores (Miss. Taijoan naar Batavia +17 Oct. 1643); 26 Oct. 1643 terug te Taijoan (Dagr. Zeelandia); +10 Nov. 1643 gezonden naar de Pescadores (D. Zeelandia); 9 Dec. 1643 +naar Batavia gelargeert (Miss. Taijoan naar Batavia van dien datum); 29 +Dec. 1643 aangekomen te Batavia (Gen. Miss. 4 Jan. 1644); 30 Jan. 1644 +naar het Zuidland (Heeres, Appendix L. bl. 149); 22 Febr. 1644 bij +Amboina (Id. bl. 117, Dagr. Bat. 1644 bl. 84); 27 Febr. 1644 uijt +Banda genavigeert (Gen. Miss. 23 Dec. 1644); Aug. 1644 terug te Batavia +(Heeres, a. v. bl. 117); 11 Oct. 1644 naar Coromandel; 22 Dec. 1644 op +de Coromandelse Cust (Lijst navale macht); 12 Juli 1645 op de Custe +Coromandel (Id.); 17 Dec. 1645 in Bengalen (Id.); 15 Jan. 1647 naar +Bengalen (Id.); 18 Maart 1647 op de Custe Coromandel, Bengale en Pegu +(Id.); 14 April 1647 a.v. (Id.). Op de lijst van de navale macht der +Compagnie in Indie van 31 Dec. 1647, komt "de Bracq" niet meer voor; +uit den brief van de Bat. Reg. naar Coromandel ddo 10 Aug. 1648 blijkt +dat dit "gaillot" in de rivier de Ganges is "gesneuveld." + +Patriasche Missive, 8 Dec, 1639. + +Dese gaet met de schepen Sutphen, Amboina, 't jacht Ackersloot, ende +het Quel de Brack van Enckhuysen gaende, op hebbende twaelff man, +en gesonden wert omme een proeve daer van te nemen off soodanigh +vaertuijgh de Compe op eenige vaerwaters dienstich is, en men soude +mogen continueren jaarlijcx van hier soodanigen Quel te senden, waerop +'t sijner tijd UE. advijs verwachten sullen. + +Generale Missive, 9 Sept. 1640. + +'tGaljot 't Quelpeert heeft nevens de groote schepen zee gebouwt, +zal goeden dienst op 't Canael van Taijoan doen, weshalven versoecken +noch twee ofte drie gelijcke maar niet van cleender charter, omme te +meer goederen door 't Canael aen de schepen die onder 't noorderrif +liggen, te connen brengen. + +Patriasche Missive, 15 Maart 1641. + +Aangaende het senden van noch 2 of 3 Quelpaerden en 3 off 4 Fregats +als de Lieffde, sullen d'eerste aenstaende equippagie UE. petitie +sien te voldoen. + +Missiven Batavia naar Taijoan. + +14 Mei 1641. + +t'Quelpeert de Brack senden om op 't Canael te gebruijcken, daertoe +als andere diensten 't selve gantsch bequaem oordeelen.... + +In Compe van aengetogen Orangienboom, Roch ende 't Quelpeert vertreckt +den Oppercoopman Carel Hartsing.... + +Dese meer aengetogen twee fluijtschepen met 40 ende t'Quelpeert met +12 coppen, gaen geprovideert voor 12 maenden. + +11 Juni 1641. + +...de fluijten Rogh ende Orangienboom nevens het galjot t' Quelpeert +op 15 der voorleden maent uijt dese reede geseijlt... + +...Orangienboom ende t' Quelpeert destineren tot verblijff in +T'aijouan, bij aldien den Raedt aldaer oordeelen 't selve noodigh +te wesen. + +Missive Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641. + +...met hope (hoewel laet in den tijt is) sulcx per 't Jacht 't +Quelpaert, 't welck jongst uijt Nederlandt geseijlt, ende tot dat +stormich vaerwater bequaem oordeelen, gevoechlijck geschieden can... + +...Ondertusschen sal UE. meer aengetogen Quelpaert in Japan aengelandt +sijnde, op stondt met Uwe advijsen van den standt derwaerts over +(daer nae op 't hoochste verlangen) nae Taijouan largeeren ende laten +ons verstaen, als hebben geseijt, dit vaertuijgh t'allen tijden van +'t jaer van ende uijt Japan nae Formosa de reijse sal gewinnen, dat +ondersocht dient, sijnde onsen staet daeraen ten hoochsten gelegen, +soo verhopen oock op ons schrijven ende versoeck d'aenstaende jaer +uijt Nederlandt met twee a drie quellen versien te werden. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Aug. 1641. + +Wij blijven van opinie 't Quelpeert tot de Japanse voijagie bequaem +zij ende de reijse wel sal gewinnen, alwaert oock vrij laet, selffs +bij contrarie mousson. + +Missive Taijoan naar Japan. Zeelandia, 10 Sept. 1641. + +... Soo als voorsz. vloote bestaande in't Jacht den Kivith, de +Fluijt Castricum, 't galjot 't Quelpaert, d'Jonck Quelangh, onse +groote lootsboot ende twaelff Chinese handelsjoncken op 24 der maent +Augustij des morgens sijnde moij ende lieffelijck weder, als gesecht +van hier nae Tamsuij omme ons g'intendeert desseijn met de hulpe +van Godt almachtigh uijt te wercken ... aen boort gecomen waren, is +schielijck soodanigen onweer met harde regen ontstaan dat de Chinese +champans daer mede wij aen boort gecomen waren in den grondt geraeckt +zijn, het Quelpaert sijn gaffel gebroocken ende wij genootsaact waren +met groot perijckel pr de groote lootsboot wederom, sonder ons goet +voornemen noch geheel verricht te hebben, nevens voorsz. Quelpaert +binnen aen't Casteel te comen. + +Missiven Batavia naar Taijouan. + +16 April 1642. + +13 Meert...ons geworden door den Coopman Jacob van Liesvelt, alhier +onverrichter saecke off sonder buijt met den Kievith, Quel ende +Kelang verschenen. + +... onderwijle sijn geresolveert vooraff ende uijtterlijck 8 ofte 10 +dagen na desen de Capn Jan van Linga ende Coopman Liesvelt ... pr de +jachten Kievith, Wakende boeij, Quelpeert ende de fluijt Meerman nae +Quinangh's bocht aff te senden. + +28 Juni 1642. + +In conformite van ons pre-advijs pr de Cappelle sijn den 7en Meij +uijt dese reede...na de bocht van Quinangh vertrocken den Kievith, +Meerman, Wakende boeij, Nachtegael ende t' Quelpeert. + +Missive Taijoan naar Japan, 11 Sept. 1642. + +... vertrouwende niet jegenstaende het laet int mousson is, dit +Quelpaert Brack dat wel beseijlt is ende rustich gemant hebben, de +reijse met Godes hulpe wel sal gewinnen, dat ons t'sijnder tijt te +vernemen lieff wert sijn. + +Missiven Taijoan naar Batavia. 5 Oct. 1642. + +Soo ist dat wij den Raadt...op 11en September passado in consideratie +gaven ofte men niet en behoorde 't Quelpaert dat wel beseijlt ende +wederom gerepareert was met voorsz. goede novos op hoope dat den +Japander ons daardoor wellichtelijck met meerder vrijheijt in den +handel als andersints mochten comen te verleenen, ofte wel ijets +anders goets in Comps affairen veroorsaecken.....Resolveerden den +11en September voornoemt dito Quelpaerdt wel gemandt dienselven +dach te laten reijs voirderen, gelijck geschiet is; Godt geve ende +verleene hem behouden reijse, waer aen niet dubiteren alsoo seedert +sijn vertreck alhier veele zuijdelijcke winden hebben gewaeijt. + + +11 Oct. 1642. + +'t Quelpaert was in Japan noch niet aengelandt, met den naesten willen +wij het behouden vaeren desselffs door Godes hulpe tegemoet sien. + +Dagregister Japan. + +1642. 11 October....tegen den avont bequamen tijdinge dat een hollants +schip buijtengaats gesien wierde, ontrent de middernacht wierden door +den Gouverneur verwitticht dat een schip voort gadt van de baije was, +dat twee Hollanders met twee tolcken wel derwaerts mochten laten gaen, +'t welck terstont achtervolcht is geworden. + +12 do. bequamen tijdinge van de tolcken die een weijnich naar +middernacht weder van boort quamen en onse nederlanders daar gelaten +hadden, dat een vaertuijgh van advijs alleen was, inhebbende niet +meer als 34 canassers bogij zijde en 4 kassen met pangsis, en dat het +principaelste was de fortresse Quelangh op 't noord eijnde van Formosa +gelegen, bij d'onse door Godes zegen de Castilianen ontweldicht ende +onder onsen staet en gehoorsaemheijt was gebracht. Op de namiddagh +quam voorn, vaertuijgh wesende het Quelpaert de Brack op de reede +tot voor de stadt en bequamen de Hollantsche brieven, daardoor van +de gelegentheijt van 't overgaen van Quelangh breeder onderrichtinge +bequamen. + +13en do. is het Quelpaert gelost...de coopmanschappen van 't Quelpaert +voornoempt hebben voor de hand gebracht en in behoorlijcke partijen +gesorteerd.... + +14en do., opheeden de goederen met 't Quelpaert aangecomen op +gewoonelijcke wijse laten besichtigen voor den middagh en terstont na +den eeten tot goeden prijse vercocht en metterhaest zonder vertoeven +al op stont uijtgelevert. + +27en do. gelaste den Gouverneur Sabroseijmondonne, alsoo nieusgierigh +was, dat men 't Quel de Brack eens souden laeten onder zeijl comen +en gins ende weder laveeren, dicht bij de wint daar de Japanders +zeer in verwondert waren; ondertusschen wert het laeste goet aan +boort gebracht. + +29en do. des morgens naedat afscheijt van de tolcken en huijswaerden +als andere bekende vrunden genomen hadde, zijn geinbercqueert en +nevens de bongcoijs aan 't fluijtschip de Zaijer en de Brack gevaeren, +omme aldaer het volck te tellen, naar gewoonte te visiteeren en ons +afscheijt te geven; den Almogende geve spoedigh ter gedestineerde +plaetze in salvo mogen arriveeren Amen. + +29 October. Op heden is den E. Jan van Elseracq gewesen Opperhooft +over 's Compagnies's gansenen ommeslach alhier met het fluijtschip +de Zaijer bij sich hebbende het galioot 't Quel de Brack van hier +naar Taijouan vertrokken. + +Missive Taijoan naar Batavia, 16 Nov. 1642. + +...Soo paresseert op 6en deser alhier Godt sij gedanckt met +'t fluijtschip den Zaijer (inhebbende in comptanten ende andere +coopmanschappen een cargasoen ter monture van f 311016.11.14) de +oppercoopman Jan van Elseracq uijt Japan, ons rapporteerende hoe op +29en October uijt Nangasacquij in Compe van 't Quelpaert de Brack +(dat aldaer den 12en October passado behouden was aengelandt) waeren +gescheijden, doch dat in zee daer van door hardt weer was geraeckt +ende vertrouwende een dach ofte twee daer aen hier te verschijnen +stonde, gelijck oock den 7en dito hier arriveerden. T'cargasoen dat +daer mede van hier derwaerts geschickt was, hadde wel gerespondeert, +ende was daerop noch f 13919.19 geprofiteert, 't welck voortreffelijcke +winsten sijn...De besendinge van voorsz. galjot heeft niet alleen dese +proffijten bevaeren maer heeft oock de novos van Quelangh's bemachtinge +aldaer gebracht, veel goets (soo ons den E. Elseracq voornt relateert) +int bevoirderen van Comps saecken veroorsaeckt, sijnde de Japanders +soo hun thoonden, ten hoochsten over dese victorie verheucht. + +Generale Missive, 12 Dec. 1642. + +Omme d'overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh de Japanse +Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert, 't selve den +Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September passado van +Taijouan nae Nangasacqui affgesonden 't Quel de Brack...; met de +jonghste advijsen uijt Japan sijnde 10 October wierd d' Quel daer noch +niet vernomen, vertrouwen cort daer aen, ende voor den Oppercoopman +Elseracq vertreck dat ulto do soude sijn, geparesseert sal wesen ende +verhoopen met die van Taijouan, als geseijt, het den Japanderen een +aengename tijdingh wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn..... + +Soo desen voornamen aff te brecken, verschijnt alhier den 8en +deser uijt Taijouan t' Jacht Ackerslooth 16 passado van daer +gescheijden met t'Opperhooft van Comps Commercie in Japan Johan +van Elseracq, den 29en October met den Saijer ende t'Quel de Brack +uijt Nangasackqijs baij vertrocken, den 6en en 7en November salvo +in Taijouan aengelandt, medebrengende ten principalen in silver een +retour van f 311016.11.14--den 12en October arriveerde t'Quel in Japan, +zijnde een maent op den wegen geweest dat in die tijt cort geseijlt +is; de veroveringh van Kelangh scheen de Regenten van Nangasacqui ten +hoogsten aengenaem, sulx oock dat den Gouvr Sabroseijmondonne, nae +sich wel g'informeert hadde, twee dagen nae t'galjots arrivement de +Rijx-Raden in Jedo pr expresse de gemelte veroveringh dede aencundigen +ende wort te meer estime van ons gemaekt, soo dat besluijten de +dempingh der Spangeaarden hun ten hoogsten aengenaem zij. + +Instructie voor den veltoversten Johannes Lamotius. + +... Op morgen vrough sal VE. sich met de voorgementioneerte macht +in de jachten Wakende Boeij, Nachtegael, t' Quelpaert de Brack +ende groote lootsboot onder seijl begeven ... naar Panghsoija [op +Formosa]. (Zeelandia, 18 Dec. 1642). + +Resolutie Zeelandia, 8 Jan. 1643. + +... den E. veltoverste Johannes Lamotius met de bijhebbende +crijgsmacht op 3en stantij ... (na verrichtinge sijner +saecke...) alhier wederom geretourneert.... [376] + +Missiven Taijoan naar Batavia. + +15 Oct. 1643. + +Naer dat den Capiteijn Boon met drie joncquen, 't Quel de Brack ende +de groote lootsboot ... den 21en Meert verleden van hier over Tamsuij +ende Quelangh naer Taroboan tot 't opsoecken van de lange geruchte +goutmijnne uijtgeset hadden.... + +De gemelte vaertuijgen die op de togt nae Taroboan gebruijckt waren, +ons op den 17en Meij weder toegecomen.... + +...de Quel...welcken volgende den 24en Maeij...nae 't Noorteijnt +van Formosa om geseijde joncken (van Manilha nae China tendeerende) +waar te nemen, is vertrocken, den 3en Junij op sijne gedestineerde +cruijsplaetse comende ... + +den 24en Julij 't Quel de Brack over Quelangh geladen met smeecoolen +masteloos ons weder ... toegecomen. (Ook in Gen. Miss. 22 Dec. 1643). + + + +17 Oct. 1643. + +...waarover te rade wierden ende resolveerden noch morgen met den dage +het Quel de Brack ende de joncke de Hoope naar Pehouw te largeeren +[waar de fluit 't Vliegende Hart op het Roovers-eiland was gesneuveld]. + +19 Nov. 1643. + +Met t' Quel de Brack datsoo om voorsz. onse missive van de 17en October +aent schip de Salamander te brengen als om't gesalveerde volck van +'t verongeluckte Vliegende Hardt van't Roovers Eijlandt herwaerts +te haelen, derwaerts gesonden, is ons voorsz. volck, bestaende in +32 coppen, bevoorens al met een visschersjonckje in de Pescadores +gecomen sijnde, wel toegecomen. + +'t Quel de Brack: + +18 Oct. 1643 naar de Pescadores + +26 Oct. 1643 terug van de Pescadores + +10 Nov. ,, vertreck van voorsz. Quel naer de +Pescadores. (Dagr. Zeelandia). + +11 October 1643 was "de quel" te Taijoan en verleende hulp bij het +binnenkomen in het Kanaal aan de uit Japan gekomen schepen Swaen en +Lillo (Dagr. Zeelandia en Miss. 19 Nov. 1643). + +Missive Taijoan naar Batavia, 9 Dec. 1643. + +'t Quel de Brack dat vermits seer swaer ende diepgaende is ende bij +de zeevaerende luijden dierhalven alhier ondienstig geoordeelt werdt, +hebben soo ten aensien van sulcx als omdat seer swack is, ende alhier +geenen nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen +vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer +nae behooren mach versien werden. + +Generale Missive, 4 Jan. 1644. + +Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de +Vos ende 't Quel de Brack. + +Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644. + +Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren +de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken +sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet +informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt +cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel +de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat +hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen +vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken. + + +D. HET SCHIP DE HOND. + +"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op +de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het +fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619 +door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van +Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten +(Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction +LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305). + +De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in +onze handen was geraakt: + +"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden +ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den +Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620). + +Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander, +dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11 +Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de +Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten" +(G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van +Amboijna vertrocken ... 't jacht de Hondt in Amboijna latende om +verdubbelt ende na Taliabo om sagu gesonden te werden" (Gen. Miss. 16 +Nov. 1621).--"De Hondt wert nieuws in Amboijna verdubbelt ende is +van seer cleene waerde". (Gen. Miss. 16 Nov. 1621). + +In Malaijo werd 22 Sept. 1621 vastgesteld eene "Instructie voor +Christiaen Franszen, Opper-Coopman gaende met het schip de Hondt naer +Mindanao".--"'t Jacht de Hondt is in Mindanao geweest ... D'onse +zijn van daer gekeert sonder iets te verrichten" (Gen. Miss. 6 +Sept. 1622).--"Den 20en Dec. 1621 kwam Francx te Ternate terug +... Reeds den 9en Febr. 1622 vertrok Christian Francx weder met +de Maan en de Hond" (Van Dijk, Neerland's vroegste betrekkingen +enz. bl. 250).-- ... "de Maen ende de Hondt die d'heer Houtman van +de Molluques na Cabo de Spirito Sancto gesonden heeft, met ordre dat +van daer na de Custe van China loopen" (Gen. Miss. 6 Sept. 1622).--"De +schepen de Maen ende den Hont welcke de Heer Houtman naer Cabo Spiritu +Sancto gesonden hadde om op 't silver schip van Nova Spaignen te +passen, sijn sonder ijets verricht te hebben op den hals in Japan +gecomen door ouderdom ende onbequaemheijt daer aen de wal geleijt" +(Gen. Miss. primo Febr. 1623).--"De twee schepen de Maen ende de Hondt +door d'heer Houtman van de Moluques naer Cabo Spirito Sancto gesonden, +daeromtrent in 't holle water comende, wierden soo leck dat beijde in +groten noodt van sincken geraeckten ende gedwongen werden naer Firando +te lopen, alwaer op de pomp wel aengecomen sijn, naerdat de Hondt op +Corea gedoolt ende daer tegen 36 oorloghsjoncken geslagen hadde. Den +raedt had voorgenomen dese twee schepen naar Pehou te senden, maer +alsoo in de haven van Coetche aen de gront waeijden, wierd de Maan +lecker en borst de Hondt, waerover beijde aldaer gesleten sijn" +(Gen. Miss. 20 Juni 1623). + +Uit Camps' [377] brieven van 18 Sept. en 27 Oct. 1622 blijkt dat de +Hond tusschen die data is gesloopt.--"As alsoe, in the same storme +[tusschen 9 en 19 Sept. 1622 O. S.] the Hollanders had other 2 shipps +cast away in the roade of Cochie at Firando, the one called the Moone, +a shipp of 7 or 800 tonns, and the other, the Hownd, an English shipp +in tymes past". Firando 14 Nov. 1622 (Diary of Richard Cocks, II, +bl. 336). + + + +IV. AENTEECKENINGE OFTE MEMORIE VANDE GELEGENTHEIJT VAN COREA. [378] + +Het landt is wel eens soo groot als Japan zijnde een groot ront +Eijlant grensende ende leggende tusschen d'Eijlanden met het eene +eijnde tegens China, welcke landen met een rivier ontrent een mijl +breet van den andere werden gescheijden, met het ander eijnde lecht do +Corea tegens Tartarien tusschen welcke landen mede een affscheijtsel +van water is van ongevaerlijck 2 1/2 mijlen breet; aande Oostzijde +legt het ontrent 28 a 30 mijlen van Japan. + +In gemelte Corea zijn silver ende goudt mijnen doch sooberlijck, +geeft mede zijde doch soo veel niet als in zich zelven noodich heeft +soo dat ut China daer zijde ingevoert wert. Insonderheijt abondantie +zoude aldaer te becomen sijn, t'weeten + + Rijs tot Tl. 20 t'last, + Cooper + Cattoen ende cattoene lijnwaeten + wortel Nijsen + +Vuijtnemende schoone stoffen ende goude laeckenen werden daer gemaect, +doch vallen seer duer. + +De Coninclijke Stadt genaemt Chioor heeft een revier dewelcke van +daer in zee loopt, zijnde zoo diep dat de aldergrootste scheepen daer +rijckelijck uijt ende incomen connen. + +De plaetse ofte hoeck van Corea naest aen Japan gelegen ende daer +de Japanders haeren handel drijven is genaemt Sanckaij [379] alwaer +mede een seer goede haven is, doch leggende wel 23 a 24 dagen reijsens +van eenige steeden; in Sanckaij is gemaect een bemuirde wooningh inde +welcke de Japanders datelijck gebracht, geslooten ende bewaert werden +ende aldaer moeten verblijven zonder t'eeniger tijt daer buijten te +comen tot dat haeren handel verricht hebben ende weder naer Japan +keeren; desen handel van Japan op Corea is de heerlijckheijt van +t'Siussima alleen ende niemant anders toegestaen denwelcken vijff +groote bercken ende geen meerder in een jaer derwaerts senden +mach; brengen van daer cattoen, lijwaeten, wortel nisen, valcken, +tijgersvellen ende rijs, maeckende van een 3 a 4, soo dat met desen +handel schoone proffijten doen ende dienvolgende in desen handel te +treeden niemant gedoogen ende toelaten. Naer wij geinformeert werden +zal de Compe om in dat Rijck te negotieren niet tot haer ooghwit +geraecken, oorsaeck die natie een zeer cleijnhertige ende vreesachtige +volck is, dewelcke sonderlingh voor vreemde natien verschrict zijn, +ten anderen alwaere het dat de occasie ende gelegentheijt presenteerde +met die van Corea mondelinge gelijck het voorleeden jaer op haer naer +boven ende weder beneden reijse te spreecken soo zouden de dienaers +ende soldaten van d'Hr. van Zatsuma vande welcke soo nauw werden +bewaert zulcx niet toelaten, Iae haer eijgen volck dewelcke in den +oorlogh uijt Corea gevoert ende lange tijt in Japan gewoont hebben, +door versoeck nochte bidden niet hebben connen te wege brengen haer +oude kennissen ende lantsluijden eens ter spraecke comen. De Japanders +hebben daer 7 jaeren lancq ongelooflijck gemoort, gebrandt ende alle +tijrannij die men zoude connen bedencken, bedreven; oock komt de Tartar +in harde winters wanneer door de stercke vorst het water tusschen +Tartarien ende Corea niet open houden connen met zijne macht daer +invallen mede voerende menschen, vee ende alles wat hij crijgen can. + + +Volcht hoe ende in wat maniere met wat pompe ende suite van Japanschen +adel geaccompagneert wesende, de twee gesanten van Corea in Januarij +binnen de Keijserlijcke Stadt Jedo gecomen, gereeden ende ontfangen +zijn. [380] + +Eerstelijck het spel van schermeijen, trommels, gommen ende pijpen +waer achter dat volchden eenige met groote stocken als rijsstampers +gaende aen weder zijde van de straeten twee ende twee besijden den +anderen. Achter deselve volchde een Jongelingh te paert hebbende +een groote lancije met een roode vaen in zijn handt, die aen weder +zijde van 3 persoonen, ider hebbende een snoer van gout ende zilver +[381] doorvlochten, vastgehouden wierde, geaccompagneert zijnde met +ontrent 30 jongelingen te paert, hebbende mede ider een cleijn root +vaentgen inde handt, wesende gehabiteert als de Chineesen, met een +swarten hoet breet van randt ende paerts hair gemaect, op t hooft. + +Daer aen volchden een palanckijn die van 50 a 60 mannen gedraegen +wierde, zijnde van binnen met root fluweel gevoert, in dewelcke stonde +op een taeffel een verlact doosken daerin de brieven in Coreesche +caracters geschreven aenden Keijser van Japan geslooten waeren. + +Dese een weijnich voorbij gepasseert zijnde quam weder een ander +spel van alderleij instrumenten waer aen dat weeder een Jongelingh +sittende te paert volchde, hebbende een blaeuwe vaen in zijn handt, +vergezelschapt zijnde als de vorige, ider met een blaeuw vaentgen. + +Waer naer volchden weder een palakijn daerin de tweede persoon +van de voorsz. gesanten gehabiteert met een swartesattijnen rock, +gedragen wierde. + +Een wijle tijts dese voorbij zijnde, quamen ontrent 400 ruijters +hebbende inde handt ider een hamer met een scherpe pen vooraen +(bekans op de wijse als de Suratse hamers) twelck was de guarde vant +opperhooft ofte den principaelsten der gesanten die midden onder de +suite sittende in een swart verlacte palancquin gedraegen worde ende +volchde hem noch een do naer. + +Naerdat de treijn omtrent een quartier uijrs voorbij waeren quam de +guarde vande Maijesteijt van Japan omtrent 200 mannen soo musquetiers +als pieckeniers gaende op zijn Japans al een ende een achter den +anderen, sijnde de musqueets met root laecken becleet, de piecken +root verlact ende boven met een top van witte veeren. + +Waer achter dat volchden 8 a 10 norimons waerinne saeten de +gecommitteerde Japansche Heeren door Zijnne Maijesteijt geordonneert +de Coreers t'accompagneeren. + +Ende achter haer volchde een groote suijte van Japanschen adel sittende +op bagagie paerden. + +Ten laetsten volchden ontrent 1000 Lastpaerden die de bagagie ende +de schenkagie der Coreers brachten. + +Dit duerde ontrent 5 uijren alleer dat alle desen treijn voorbij +was gepasseert ende vermocht niemant vande toesienders zijn hooft +buijten de vensters te steecken noch eenige tabacxroock daer uijt +te laten gaen ende waren alle de passagien wel gesuijvert ende met +schoon sant gestroijt. + + + + +V. PERSONALIA + + +A. NICOLAAS VERBURG. + +1. Nicolaas Verburg van Delft komt 20 Juli 1637 met het schip +'s Hertogenbosch in Indie als ondercoopman a f 40 's maands; na +goede diensten in Hindostan te hebben bewezen, wordt hij op nieuw +voor drie jaren aangenomen in qualite van Coopman a f 70 gl. 's +mds. (Res. 13 Sept. 1642); Ambassadeur naer en Directeur in Perzie +(Res. 13 Aug. 1646); komt 29 Juli 1649 van Perzie te Batavia terug; +Gouverneur van Taijoan (Res. 31 Juli 1649; zijne Commissie is van +3 Aug. 1649); Extraord. Raad van Indie (Patr. Miss. 10 Sept. 1650); +vertrekt 8 Dec. 1653 met het jacht de Haas naar Batavia (Miss. Taijoan +naar Batavia 26 Febr. 1654); komt 11 Jan. 1654 terug te Batavia; +Fabriek (Res. 17 Febr. 1654); Ord. Raad van Indie (Res. 31 Maart +1654); Directeur Generaal (Res. 26 Sept. 1667 en bij Resolutie van +Heeren XVII van 11 Aug. 1668 in dat ambt bevestigd); van die functie +ontheven (Res. Heeren XVII, 31 Oct. 1674 en Res. 11 Sept. 1675) +en vertrekt, na 38 jarige continuatie in Indie, met zijne huisvrouw +den 21en Nov. 1675 naar het vaderland als Admiraal van de retourvloot +(Dagr. Bat. 1675). Verschijnt in Vergadering H.H. XVII (Res. XVII, 26 +Sept. 1676). Over zijn bestuur op Formosa, zie: "Oost-Indisch-praetjen" +(1665). + +Generale Missive, 24 Dec. 1652. + +2. Dewijl d. Hr Gouverneur Nicolaes Verburg, volgens allegatie door +veele onlustigheeden die Zijn Ed dagelicx boven de bedieninge van zijn +lastich ambt voorcomen, heeft hem doen resolveeren om eenmaal uijt +de woelinge tot een stil ende gerust leven te comen, zijn demissie om +tegens 't aenstaende jaer 1653 naart Patria te keeren doen versoecken +'t welck wij Zijn Ed. ten respecte overige tijtsexpiratie niet connen +weijgeren, des sullen sorge dragen als den tijt comt dat over dit +gouvernement gedisponeert wert, datter een bequaem, wijs, ervaren ende +vreedsamich persoon ten meesten dienste van de Generale Compe. tot +vorderinge van dese republijck ende dat groote werck gebruijckt wort, +daermede wij dan oock willen hoopen dat veel onlusten die zoowel in +'t reguart van geestelicke als politique zedert eenige tijt herwaerts +tot ons groot misnoegen in dat Gouverno voorgevallen zijn, cesseren +zullen.... + +Resolutie, 21 Maart 1653. + +3. Alsoo de Gouverneur van 't Eijlandt Formosa Nicolaas Verburgh, +Extra-ordinair Raet van India, bij sijne brieven instantelijck versocht +heeft desen jare van het voorsz lastige Gouvernement verlost te mogen +worden, om het aenstaende saisoen na het vaderlandt te vertrecken, +alsoo den tijt van sijn verbant als dan een jaar over geeijndicht sal +sijn, Ende dienvolgens weder een ander bequaem ende gequalificeert +persoon wort vereijscht om dat emportante Gouvernement te becleden, +soo is het zelve na de gewichticheijt van de saecke verscheijden +vergaderingen achter den ander in bedencken gehouden ende gesien het +selve Gouvernement geconsidereert wort van overgroote importantie +te wesen, hetwelck de Compe. mettertijt, bij aldien God den Heer de +middelen daertoe aengewent segenen wil, een Coninckrijck waerdich +staet te werden, behalven de Japanse ende Chinese negotie die om het +gout ende silver mineraal dat van daer getrocken ende waermede den +Inlantsen handel ten principale levendich gehouden wort, voor de Compe +mede van seer grooten gewichte sijn. Ende dat bovendien in hetselve +Gouvernement eenige jaren herwaerts seer groote onlusten tusschen +Compes. principale ministers in kercke ende politie geresen sijn, +waeruijt soodanige partijschappen ende factien sijn ontstaan dat +gevreest wort dat deselve eijndelijck ten sij daerin werde voorsien, +wel tot ondienst ende nadeel van de Compe. mochten gedijen. Ende +evenwel Compes. dienst niet en gedoocht dat alle de persoonen die +aen de voorsz. questien geraeckt ofte vast sijn, daerom van daer +gelicht ende elders geplaetst souden worden, omme welcke onlusten +ende partijschappen dan ter neder te leggen ende uijt te roeijen niet +alleen bijsondere wijsheijt, discretie ende cloeckheijt maer oock +meer dan gemeene authoriteijt wort vereijscht. Waer bij noch comt dat +hetselve Eijlandt een donckere wolck uijt China schijnt over het hooft +te hangen, wordende over verscheijden wegen g'adviseert dat de sone van +den grooten Mandorijn Equan jegens de macht der Tartaren niet connende +bestaen, ende genootsaeckt wordende het Rijck te ruijmen, het ooge op +Formosa geslagen soude hebben om hetzelve met sijn overige subjecten +intenemen ende hem aldaer ter neder te slaen, jegens wiens attentaten +dan mede nodich is een waeckend ende sorghvuldich oogh in't seijl te +houden, opdat ons dat costelijcke pant hetwelck reede sooveel gecost +heeft, ende van soo groten expectatie is, niet aff handich gemaeckt en +werde; Alle welcke saecken met rijp overlech in Rade gepondereert ende +overwogen sijnde eijndelijck verstaen ende eenstemmich geresolveert is, +niet jegenstaende de ordre van de Heeren Principalen expresselijcken +medebrencht ende dicteert dat van de ordonnarie permanente Raden geene +versonden sullen worden off ten waere de hooge noodt hetselve quame +te vereijschen, ende dan noch niet anders dan op corte expeditien, +om nae't verrichten van deselve wederom te comen, deselve ordre om +redenen boven verhaelt ende de gewichticheijt van saken, voor soo +veel te buijten te gaen ende tot het voorsz. emportante Gouvernement +te nomineeren ende versoecken den Heere Carel Hartsingh ordinaris +Raet van India die voor desen in gende Noorder quartieren lange +jaren geremoreert ende grondige kennisse van saecken heeft, met hoop +ende vertrouwen dat Hooghgemde Heeren Principalen de bovengeroerde +redenen ende motiven insien ende de nootwendicheijt van saken nevens +ons begrijpen sullen. Waerop den gem.e Heere Hartsingh ten dienste +vande Comp.e versocht sijnde sich mette voorsz. resolutie te willen +conformeren, soo heeft Sijn Ed. verclaert verplicht ende oock ten volle +genegen te sijn sich te laten gebruijcken daer de Compe sijnen dienst +meest sij vereijschende, doch aengesien het noordelijcke vaerwater een +seer dangereus ende gevaerlijck vaerwater sij, gelijck de droevige +exempelen God betert van tijt tot tijt niet dan te veel geleert +hebben, soo was Sijn Ed. overbodich ende berijt hetselve Gouvernement +te aenvaerden, mits dat sulcx niet en soude sijn voor een corten +tijt maer voor eenige jaren, ten minste voor soo langh sijn lopende +verbandt aen de Comp.e soude duren, om met sijn familie niet over en +weder te swerven, off ten ware daertoe expresse last ende ordre uijt +het Vaderlandt quame van de Heeren Bewindhebbers die hij sich altijt +geern soude onderwerpen ende onvermindert sijn jegenwoordige qualiteijt +rangh ende ordre in Raade van India ofte die hem na desen noch van de +Heeren Principalen soude mogen gedefereert ende toegevoecht worden, +waervan Sijn Ed. bij den Raet eenstemmich toesegginge gedaen is, +alsoo doch om de voorsz. geresene ende ingewortelde ongenuchten te +extirperen, mitsgaders om alles op gemde Eijlandt op den goeden voet +ende in behoorlijcke ordre te brengen, wel soo veel ende langer tijt +vereijscht sal worden, willende vertrouwen dat de welgemde Heeren +Principalen hetselve voor goet ende Wel gedaen sullen houden. + + +B. CORNELIS CAESAR. + +1. Cornelis Caesar van der Goes, d.w.z. afkomstig van Goes, kwam +6 Febr. 1629 met het schip Tholen te Batavia voor adsistent a f + 16 's mds.; was in 1636 in Japan om kennis op te doen van den +Taijoanschen handel; was in 1637 waarnemend Opperhoofd in Quinam; +had als koopman op f 60 's mds. geruimen tijd goeden dienst gedaan en +wordt Opperkoopman op f 75 's mds. (Res. 7 Mei 1641); gaat per fluit +de Zaijer van Taijoan naar Japan (Miss. Zeelandia 10 Sept. 1641); was +in 1644 "politicus over de Formosaense dorpen" en wordt verhoogd tot +f 110 's mds. (Res. Zeelandia 28 Aug. 1645); vertrekt 2 Sept. 1645 +per Achterkercke van Taijoan naar Japan; de hem gegeven instructie +voor een kruistocht omtrent de westkust van Luconia is gedagteekend: +Zeelandia, 31 Jan. 1646; op zijn verzoek werd hem zijne demissie +toegestaan (Miss. van Batavia naar Taijoan 9 Mei 1647) maar 21 +Oct. 1647 was hij nog te Taijoan. Hij had toen een zoon Martinus +(Gen. Miss. 31 Dec. 1647) die bij Res. 7 Juni 1670 werd benoemd tot +Opperhoofd in Japan en 27 Nov. 1679 overleed (Res. 16 Dec. 1679 en +Dagr. Bat., bl. 541). + +In het vaderland zijnde, wordt hij Extra-ordinaris Raad van Indie +(Patr. Miss. 10 Sept. 1650); gaat met het schip "Orangien" voor de +Kamer Zeeland terug naar Batavia, waar hij wordt gesteld "tot het +opperste gesach van de werken en noodigheden" [Fabriek] (Res. 7 Juli +1651); wordt President van de Weeskamer (R. 24 April 1653); Gouverneur +van Taijoan (R. 24 Mei 1653); krijgt als zoodanig ontslag (R. 30 +Juni 1656); komt 17 Jan. 1657 te Batavia terug (Dagr. Bat. bl. 71 en +72 en miss. Reg. Bat. naar Taijoan 15 Mei 1657) en overlijdt aldaar +5 Oct. 1657 (Dagr. Bat). Over zijne begrafenis in de stadtskercke, +zie Dagr. Bat. 6 Oct. 1657 bl. 281-282; zijne weduwe leefde in Juni +1663 nog te Batavia (D.B. 1663, bl. 335). + +2. Resolutie Saterdagh den xxiiij May Ao 1653. + +Aengesien de ordre onser Heeren Principalen is mede brengende, dat +de ordinaris Leden van desen Raade, hier geduerich permanent sullen +sijn, en dat niettegenstaende in Raade van India goetgevonden sij, +volgens resolutie van dato den 21e Maert vermits de groote onlusten +in eenighen tijt herwaerts in Taijouan ontstaen, die niet schijnen +als met authoriteijt ende kloeckmoedicheijt te connen neder gelecht +werden, tot welck important Gouverno alsoo in Raade van India, naer +overlech van saecken goetgevonden sij te versoecken den Heer Carel +Hartsingh, ordinaris Raet van India, die de Taijouanse gewesten +voor desen lange jaren bijgewoont heeft waertoe alsoo sijn E: sich +ten dienste van d'E. Compe heeft willen laten gebruijcken, ende nu +tot het voltrecken van Sijn E: aengenomeen reijse veerdich sijnde, +den E. Heer Gouverneur Generael Reniersz is comen te overlijden, +waerdoor dan verscheijde veranderingen veroorsaeckt sijn, soo dat +nu om de gewichticheijt van het Generael Gounerno, Sijn E. persoons +wijsheijt ende kennisse alhier wel te staet comt, de ordinare Raeden +buijten den Gouverneur-Generael den Ede Heer Joan Maetsuijcker, +die nu tot het Generael Gouverno gekosen sij, niet meer dan twee +in getale sijnde en dat oock den Hr. Arnolt de Vlamingh ordinaris +Raet van India wegens de become advijsen uijt Amboina noch niet +te paresseeren staet, Soo hebben in Raade van India aengesien Sijn +Ed. alles tot sijn aangenome reijs geprepareert hadde, het aen Sijn +Ed. in eijge optie gegeven ofte dat Sijn Ed. reijs voltrecken ofte +alhier noch in dese conjuncture van tijt, begeerich soode sijn over +te blijven, op welcke voorstel bij Sijn Ed. geleth ende het selve +2 off drie dagen in bedencken houdende, rapporteert in Raade van +India om de importantie van het Generael Gouverno Sijn Ed: alhier te +sullen overblijven, waerop in Raade goetgevonden is naer een ander +gequalificeert ende ervaren persoon tot het genoemde Gouverno om te +sien ende naerdat de presente Extra-ordinaris Leden uijt desen Raade +hun daertoe hebben gepresenteert, soo is verstaen tot het Taijouanse +Gouverno te qualificeeren en te gebruijcken den Hr Cornelis Caesar, +Extraordinaris Raet van India, die in de genoemde gewesten voor desen +mede lange jaren bijgewoont heeft, en dat Sijn Ed. met de laetste +bezendinge daerna toe als Gouverneur sich sal hebben te vervoegen. + +Patriasche Missive, 8 Oct. 1654. + +De surrogatie bij UE. gedaen van d'E. Cornelis Caesar tot Gouverneur +in Taijouan en Ilha Formosa in plaetse van d'E. Nicolaes Verburch +die vermits expiratie van sijn verbonden tijdt sijn verlossinge van +daer versocht heeft, sullen wij ons wel laeten gevallen. Wij willen +vertrouwen dat hij hem in dat important en swaerwichtich Gouvernement +ten dienste van de Compagnie wel en nae behooren sal quijten. + +UE. wijders recommanderende en oock bevelende wel te letten en die +voorsorge te draegen dat het gemelte Gouvernement altijdt bekleet +werde bij luijden van verstandt en discretie en daerop men sich +volcomentlijck can gerust stellen, alsoo UE. weten de Compe daeraen +ten hoochsten gelegen te wesen. + + +C. IQUAN. + +"Teijouhan is door de Jappanders door hare expresse gesonden armade in +den jare 1615 ende 16, tusschen 3 a 4000 man sterck, geconquesteert +doch pr faulte van volgende subsidien, wederom verlaten; alsoo dese +enterprinse bij een particulier Heer omme de gunste van Sijn Mat +wederomme te becomen, ter hande genomen was. Lange jaeren hebben zij +daer met haer capitaelen door Chineesen in Jappan woonachtig met de +Chineesen van China gehandelt" (Gen. Miss. 15 Dec. 1629) [382]. + +"In de Baij van Taijouan plachten jaerlijcx eenige Japanse joncken +te comen soo om hertevellen te coopen welcke daer in tamelijcke +quantiteijt vallen; maer insonderheijt om met de Avonturiers van +China te gaan handelen welcke daer groote quantite rouwe zijde ende +gemaeckte sijde stoffen soo van Chincheo, Nanquin als verscheijden +andere plaetsen van de Noord Custe van China te coop brachten" +(Gen. Miss. 3 Jan. 1624). + +Van die in Japan gevestigde Chineezen is bij Europeanen vooral +bekend geworden de zoogenaamde "Capitein China" te Firando, dien de +Portugeezen Andrea Dittis heetten. Als de verzekering dat hij een +Christen was [383], alleen steunt op dien naam, staat zij zeer zwak; +dat zijne leefwijze is geweest gelijk door de Hollanders wordt bericht +[384], klinkt veel waarschijnlijker. + +De verschillende berichten over hem samenvattende, komt men er toe +het volgende aan te nemen als de waarheid nabij te komen: + +De zoogenaamde Capitein China te Firando heette Gaan Si Tsee, +was afkomstig uit het district Hai-ting in de prefectuur Tsiang +Tsioe (in de nabijheid van de havenplaats Amoij) en was aldaar +getrouwd. Overeenkomstig het gebruik onder Chineesche immigranten die +in eenigszins goeden doen zijn, ging hij in Japan eene verbintenis +aan met eene dochter des lands, vermoedelijk zelfs met meer dan +eene. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder +zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den +titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd +betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was +hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen +met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I +(Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon +bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de +Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze +waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te +Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan +de Engelschen [388]. + +Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het +dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats +Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en +zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon +was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven +besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche +berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene +familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein +China en diens hoofdvrouw in China. + +Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht +bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht +naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando +betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg, +den zoo vermaard geworden Koksinga. + +Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit +Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het +eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China +(Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624). + +Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om +op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden drie jonken +toegevoegd (twee van Capitein China en een van diens luitenant Pedro +China) welke onder Iquan's bevel stonden en 20 Maart 1625 te Taijoan +terug waren. + +"With Yen Ssu Ch'i [Gaan Si Tsee] and others, he [n.l. Iquan] opened +up Formosa; he was raised by his comrades to the chief leadership +on the death of the former". [12 Aug. 1625]. (Some episodes in the +History of Amoy. China Review, XXI, 1894-95, bl.87). + +"Het is nu wat meer als een jaer dat eenen Itquan (eertijts tolck der +Compe nu hofft der Chinesen rovers) uijt Teijouan sonder onse kennis +gevlucht is, ende sich op den roof begeven, vele joncken ende volck +vergadert heeft, waermede hij de gantsche seecusten van China seer +ontstelt ende het geheele landt, steden ende dorpen raseert ende +vernielt waer over oock geen seevaert op de Custe meer gebruijct +can werden" (fd Gouvr Gerrit Fredericqs de Witt aan Gouv.-Generaal, +Actum Batavia 18 Dec. 1627). + +"Tot in de maent Junij 162[7] hebben de Chinesen niet willen gedoogen +datter eenige van onse schepen ofte joncquen van Taijouhan in de +riviere van Chincheo [Amoij] ofte andere plaetsen op haer Custe +havenden; doch alsoo naderhandt de Chineesche roovers soo machtich +ende sterck geworden sijn dat genouchtsaem meester sijn van de +Chineesche zee ende meest alle de joncquen op de gantsche Guste +vernielt ende verbrandt hebben, doende mede te lande groote destructie +ende rooverije, wordende geschat sterck te wesen omtrent 400 joncken +ende 60 a 70 duijsent mannen. Den Oversten daervan, Icquan genaempt, +sijnde des Compagnies Tolck in Teijouhan geweest ende stilswijgens +van daer vertrocken, heeft hem tot rooven begeven ende in corten +tijdt soo grooten aenhanck gecregen dat de Regenten van China geen +raedt wisten om de roovers van haere Cust te crijgen.... Den roover +Icquan heeft oock langen tijdt goede correspondentie met d'onse gehadt +ende ons vrijwat respect toegedragen, maer heeft eijndelijck sonder +onderscheijt genomen al wat becomen conde" (Gen. Miss. 6 Jan. 1628). + +"... Ons comt inproviste voor dat een joncqken van Iquan, soone +van den ouden overleden Cappiteijn China, vuijt Nangasacqui naer +Teijouan ende de custe van China sal vertrecken; dese persoon is +voor desen vuijt Taijouan ghebannen, soo dat daer niet zeer wellecom +en sal wesen. Evenwell door instantelijck versoucken van den Hr van +Firando ende Oenemondonne hebben hem geen passe durven weijgeren" +(Origineele Missive Cornelis Nijenrode, Firando Ulto Oct. Ao 1630 +aan de Edele Heer Generaal Specx; Kol. Arch. S.S. II, fol. 114). + +"Dit is den goeden Chinees die van meest alle de Hollanders den +vader genoempt werdt ende hun soo lange gefrequenteert ende mede +omgegaan ende voor Tolck gedient heeft, niet eens gedenckende, nu +weder macht becomen heeft, hoe over twee jaren, als wanneer door den +rover Quitsiok uijt sijn digniteijt ende plaetse verstooten was, +weder als met de handt van UE-hedens macht ende dienaren geleijdt +ende op zijn stoel gestelt is, alles op goede hoope dat door desen +Iquan die onse gelegentheijt, conditie ende macht soo wel bekent +was, met intersessien ende verclaringen aan den Combon ende andere +grooten te doen wat ons billick versouck ende begeeren was, dies te +beter tot den vrijen handel geadmitteert te werden--maar contrarie +bevinden wij, wandt in plaatse van zulcx en slaat hij Iquan niet +alleen aff de vergoedingh van 't jacht Slooten in sijnen ende het +Rijcke van Chinas dienst verongeluckt maar derft wel expresselijck +in zijne Missive vertoonen enee aan d'onse laten verluijden soo wij +hem meer over sulcx aanschrijven geen goede vrinden connen blijven, +alsoo gemelte jacht, zoo hij susteneert, niet in zijnen maar per +ongeluck om den handel te becomen in 's Compagnies dienst gebleven +ende verongeluckt is, door briefkens ons verbiedende met onse jachten +niet meer in de rivier Chincheo te verschijnen, alsoo daar door (soo +hij segt) in de hoochste ongenade van den Combon ende andere grooten +van China soude comen vervallen" (Gouverneur Putmans aan de Ed. Heeren +Bewindhebbers der Camer tot Amsterdam, Taijoan 10 Oct. 1631). + +"...In Nangasackij sijnde is mij onder anderen van Sr. Melchior +van Santvoort verhaelt hoe de Chinesen die daer met haar joncquen +geweest sijn, als wijff van Iquan ende anderen, uijtstroijen ende +voorgeven bij het Rijcke van China (hoewel ons den handel vrij ende +liber vergunt wert) naer 't vertreck onser schepen Taijouan met groote +macht aen te tasten ende haer meester van 't Casteel sien te maecken" +(Miss. van Couckebakker aan Gouvr Putmans, dd. Firando 24 Nov. 1634). + +"Den Chinesen Mandorin Equan is een schadelijck instrument in Comps +handel, ende dient voor eerst noch soo aengesien totdat den tijt ons +wijser maeckt off d'een off d'ander tijt van candt raeckt; is van vele +gehaedt ende plaegt de coopluijden dapper, dat met groote geschenken +aen de Grooten weet goed te maken" (Gen. Miss. 18 Dec. 1639). + +20 Oct. 1639. "...dat de Chineesen die wijven, kinderen ende huijsen +alhier hebben ende als ingesetenen gehouden zijn, uijt landt te +vaaren niet toegestaen wert ende dat alles om reden dat wij [n.l. de +Japanners] vreesen, sij naer den Chijneesen aert haare rooverije +niet naerlaten connen, gelijck ook den tweeden Icquans zoone omdat +zijn vader een roover geworden was, hier in Japan om sijns vaders +rooverije ter doot gebracht is" (Dagr. Firando in Overg. Brieven +en Papieren 1640. Tweede Boek.--Vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst. bl 81). + +"Soon after his departure, his wife, who remained in Japan, gave +birth to a second son, who was named Shichizaemon. This son did not +develope the love for adventure and renown which made his elder brother +[Koxinga] so famous, but remained quietly in Japan all his life" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 31). + +"...zijnde om de subsidie die den jongen Keijser in voorsz. oorlogh +van volck ende middelen gedaen heeft, van denselven tot tweede persoon +des Rijx gevordert, soo dat jegenwoordigh niemant in China machtiger +is als die man, zijnde voor desen cleermaker ende Comps Tolck in +Taijouan geweest" (Gen. Miss. 11 Juli 1645). + +"...de voornaemste joncken waren gecomen van Iquan en zijnen aenhangh +... tot teecken en bewijs dat alhier [Japan] oock all eenige gunste +bij de Overicheijt heefft is dit genoech dat eenigen tijt heefft +laten versoecken oorloff om seeckere Japanse vrouwe daer bij te voren +gehouden en een sone, die bij hem in China is, gewonnen heeft, uijt +Japan te voeren en tot hem te halen ten gevalle van sijnen soone, en +tot hetselve een vrijgeleijde vercregen heefft, soo mij onse Tolcken +voor vast ende seecker verclaren en dat met sijne joncken te vertrecken +stade" (Dagr. Nagasaki 9 Maart 1645; Zie ook Gen. Miss. 17 Dec. 1645). + +"Heden is de bijsit van den Mandorin Iquan daer boven van verhaelt +hebben, van Nangasacquij vertrocken na Esinia [China?] sonder eenigh +vrouwspersoon bij hun, die nochtans wel veroorlofft zoude geweest hebbe +mede uijt te trecken doch onder conditie van noijt wederom in Japan te +keeren, weshalven niemant begerich was" (Dagr. Nagasaki 11 Mei 1645). + +"'s Morgens vernamen uijt de tolcken hoe dat op de gisteren +g'arriveerde jonck een seer aensienlijck ambassadeur van Coxinja aan +den Japansen Keijser gecommitteert was.... Desen gesant zoude nae de +geruchten eenelijck often principalen herwaerts geschickt zijn om de +Majesteijt te bedancken voor dat de moeder zijns meesters Coxinja +(zijnde een slechte [d.i. eenvoudige] Japanse vrouw en in 't jaer +1645 van hier derwaerts [China] vertrocken) op zijn vaders versoeck +gelicentieert was naer China te comen, Item wijders te versoecken +dat zijn halve broeder (een zoon van voorschreve vrouwe doch bij +een Japander geteelt) nu mede gelargeert en naar Aijmuij bij hem +mocht comen etc; mede werd gesecht dat desen ambassadeur een man van +grooten qualiteijt en de Chinesen hem in aensien bij desen Keijser +vergelijckende zijn, daer mede alhier gereets seer gespot wert, +nademael zijn meester van wien gesonden compt, een Japanse mistice, +daer en boven noch van vielen en geringen afcompste in Firando +gebooren en zijn vader Iquan hier naer een groot roover geworden +was, gelijck hij Coxinja zelffs sigh oock een tijt lanck daarmede +beholpen daardoor nu tot zoodanigen aansien geraeckt; alle 't welcke +dees luijden genoechsaem bekent is, die immers geen grootsheijt van +vreemdelingen 'k laet staen van zoodanige, willen of connen lijden" +(Dagr. Nagasaki 25 Juli Ao 1658; vgl. Valentijn V, 2e st., 9e boek, +9e hoofdst, bl. 97). + +Den 8en October 1658 vertrok de ambassadeur zonder dat Coxinga's +geschenken waren aangenomen en "sonder oijt uijt zijn logiement veel +min omtrent de gouverneurs geweest, ofte wegens zijnen last waeromme +herwaerts gecomen was in't minste gesproocken te hebben". + +"Only five hundred men followed him [n.l. Iquan] into the Manchu +army; and his Japanese wife, the mother of Chunggoong [d.i. Koksinga] +strangled herself" (1646). (J. Ross, The Manchus, bl. 385). + + +D. MARTINUS MARTINI. + +Martinus Martini, geboren in 1614 te Trente en sedert 1643 in China, +waar hij 6 Juni 1661 overleed (zie S.Couling, Encyclopaedia Sinica +en Biographie Universelle, XXVII (1820), bl. 323-325). Met vier +andere Jezuiten kwam hij in Juni 1642 per het Engelsche schip "de +Swaen" van Goa te Bantam en zond van daar aan G.G. van Diemen een +latijnschen brief (18 Juni 1642 te Batavia aangebracht) waarbij hij +verzocht "passage te willen verleenen nae Maccassaar, Siam, Cambodja +off 't rijcke van Tonkin, omme door dien weg in China ende Japan te +geraecken." Deze brief werd gezonden aan het opperhoofd te Nagasaki, +ten einde dien "aen de Regenten van Nagasacqui off de commissarissen +ter hand [te] stellen opdat die laten examineeren ende tegen sulcke +attentaten ordre ramen." (Reg. Batavia naar Japan 28 Juni 1642 en +Opperhoofd van Elseracq aan G.G. van Diemen 12 Oct.1642). [390] + +"Martin Martini was sent to give informations to the Holy See; to +his influence and abilities it is due that Alexander VII decreed +in a manner perfectly contrary to the former Edict [waarbij eenige +leerstellingen der Jezuieten als ketterijen waren veroordeeld]. + +While on his journey the great traveller passed Batavia..... + +Living in Holland Martini prepared his maps of China and gave them +over to the great cartographer Johannes Black [lees: Blau] to be +printed while he himself gave a full geographical description of +the whole empire together with historical, political and scientific +explanations......In 1655, the whole work came out" (Dr. Schrameier, +On Martin Martini, Journal of the Peking Oriental Society, Vol. II, +1888, bl. 105 en 106). + +Martinus Martini kwam 15 Juli 1652 van Macassar te Batavia en kreeg +vergunning met de retourschepen naar Nederland te reizen; met de +"Oliphant" (2 Febr. 1653 van Batavia uitgezeild en 16 Nov. d.a.v. in +het Vlie aangekomen) vertrok hij naar Amsterdam (Res. 16 Juli 1652, +26 Juli 1652, 15 Oct. 1652 en 28 Jan. 1653). Bij Res. der Kamer +Amsterdam dd. 12 Dec. 1653 werd hem toegelegd eene "gratuiteijt van +honderd rijksdaalders, ten aanzien van de goede diensten die hij +toegeseijt heeft en van hem verwacht worden". Hij had "aan denselven +Riebeeck [Commandeur aan de Kaap de Goede Hoop] geremonstreert ende te +kennen gegeven wege eenige Goudplaatsen tusschen de genoemde Caep ende +Mosambiqe gelegen, daer groote voordelen te halen souden sijn.... Wij +achten de ontdeckinge van de genoemde Cust alsmede de Cust van Melinde, +seer considerabel, hetwelck van de voorsz. Caep ende het eijlandt +Mauritius ofte ook van Suratte bequaem soude connen geschieden" +(Gen.Miss. 6 Febr. 1654; vlg. hierover Miss. Jan van Riebeek aan Heeren +XVII dd. 4 Mei 1653 en het antwoord van Heeren XVII dd. 15 April 1654). + +"Met een Portugees joncxken comende van Maccassar, door Comps tingangh +tusschen Batavia en Japara verovert is hier opgebracht seecker +Jesuwijts padre die omtrent 10 Jaren meest alle gedeelten van China +heeft doorwandelt.... Verders allegeert vooraengeroerde Padre datse +[n.l. de Tartaren] die van Macao haer vrientschap mitsgaders libere +negotie aengebooden hebben twelck bij geintercipieerde brieven +door den Gouverneur van Maccao geaffirmeert wort. Bovendien datse +hun hebben laten verluijden niet alleenlijcken de Portugeesen maer +oock alle andere vreemde natien die China in vrientschap begeren te +friqquenteren den liberen ende onbecommerden toeganck sullen vergunnen, +dierhalven twijffelt ditto padre niet ingevalle de Comp.e in Quanton +daer hij oordeelt de rechte plaetse te wesen om bij den Conincq ["den +oppersten der Tartaren" in Canton] versoeck te doen, hare ambassadeurs +stiert datse niet alleenlijck sullen geadmitteert maer daerenboven de +libere negotie ende onbecommerden toeganck in China sal vergunt worden" +(Miss. Reg. Bat. naar Taijoan 25 Juli 1652). + +"T'gene UE schrijven van het openstellen van den handel in China en +dat den Tartarischen vice-roij in Quanton de Portugesen in Maccao +en alle andere vreemde negotianten aengepresenteert heeft, 't rijck +van China vrij en liberlijck te mogen frequenteren en haren handel +daer onbecommert drijven, heeft den Pater Jesuita met het schip +den Oliphant overgecomen, ons naerder mondelingh geconfirmeert" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + + + +VI. BERICHTEN OVER DE KOMEET Ao 1664-65. + +Dagregister Japan. + +Ao 1644. December. 19e. ... in de nanacht omtrent ten 3 uijren is bij +ons een Commeet Starre, hebbende een vierige roede, die sigh naer't +Westen streckte, gesien, maer alsoo den dagh--naer dat deselve langen +tijd hadde nagesien--begoste aen te breken, wierde door het licht +sijn schijnsel ende gesicht benomen; voor de middagh quamen eenige +Tolcken op het Eijlandt; het voorverhaelde haer bekendt makende, +doch hetselve was voor henlieden gantsch niet vremts ende seijde +deselve al voor ettelijcke dagen gesien te hebben. + +20e ... hebben den voorleden nacht naer het opkomen van de +voorschreve starre sitten wachten, die sich tusschen 1 a 2 uijren +in't Z.O. t. O. vertoonde, hebbende de staert voor uijt naer 't +Westen ende eijndelijck denselven tegen het aankomen van den dagh +in't S.W. verloren. + +21e en 22e ... dese nachten bevonden voorschreve Starre sijn voorgaende +kours is houdende, dogh alle avonden 3/4 uijrs sich vroeger vertoonde. + +26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken, +bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft, +onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't +Westen keert. + +29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien, +maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger +opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't +Westen naer't N.W. gekeert is. + +Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als +alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende +met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt. + +10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te +sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden +malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn. + +20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien +konnen werden. + +April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder +omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die +hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende +was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo. + + * * * * + +Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem +een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een +vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff, +1701, bl. 66). + + * * * * + +Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe +sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was +mede indt oosten. + +Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster +zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden. + +Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman +Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en +Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58). + +Verklaeringhe op de Comeet-sterre, Gesien in 't Jaer MDCLXIV. [391] + +Den 27. November 'smorgens by half 5. heeft men te Saerdam aller eerst +gesien S.O. ten S. een Comeet Sterre van een weynig root doch heldre +gedaente, de staert lang S.W. streckende, was wit bleeck van coleur, +opkomende in Virgo, bleef mits de nevelige nachten bedeckt 14 daegen, +waer door sommighe meenden datter geen Comeet was gesien. + +Den 13 Decemb. is hy seer laeg langs den Orisont verscheenen, op den +rovenden Raeff, liep seer ras na 't westen, daer hy ten half sessen +verdween, zijn opkomst ten 3 uren onder de Waeg zijnde het selfde Teken +daer de Comeet Anno 1618. in stondt, had een droeve schijn, dan de +staert oost en west was lang, van coleur als de Noorder morgen-lucht: +Quam so over de Hydra op de Mast en de Vlag van 't Schip, dan 't +mistig en regenachtigh weder beletten haer lang te schijnen: Alsmen +haer dus twee uchtenden in Hollandt op den Lucida Hydra hadde gesien, +sag men hem den 21, Decemb. snachts by 3 uren met een soo breede +langen staert, dat hy hoewel om sijn verre af-stant al vry flaeuw, +nochtans den Hemel van S. tot S.W. absoluyt overspande: Noyt is hy +grooter in ons gesicht vertoont. + +Den 30. December sach men hem by den Lepus of Haes, vry kleyn, en +de Maen benam oock sijn staert den schijn. Den 31. Decemb. verliet +hy te ghelijck den Haes, het Iaer en sijn staert, want hy verscheen +als een duyster droevig licht, en quam op den Eridanus, so dat hy den +2. January 1665. savonts ten 9. uren, also de Maen afnam, sich weder +met een straeltje liet sien, doch nu met sijn staert nae 't Westen, +en dat tot uyt de tonge van den grooten Walvis. Den 3. January had hy +ten half 9. op den tongh des Walvis een seer lange scherpe staert na +'t Westen, recht over den schouder van den Orion, wiens Gordel-riems +3. Sterren hy geduerig in 't gesigt by bleef, so dat hy als scheen +in den Walvis te willen kruypen. Den 4. Ianu. wast duyster weer: Dan +den 5. Ianuary ten 10 uren savonts den Hemel klarende, sag men dat +de Comeet seer was verkleynt en ook de kaken der Walvis verby geloopen. + +Dus verre heeft deze Comeet sijn loop gehad tot den 7. Ianuary +1665. over Africa, Oost en West-Indien, speciael over den Grooten +Mogols Rijck, de Kape Buone Esperance, Goa Suratte en Madagascar, oock +over Borneo, en Japan, China, ende men heeft die konnen sien byna van +de Noorder Poolen tot Suyden, also die van Batavia en van de Magellanes +daer van getuygen sullen: Die van Portugael hebben hebben hem gesien +tot den 4. February 1665, bloet-root over haer gaen: Die van Spangen +en Romen, Venetien en gants Italien insghelijckx: Constantinopolen +en gants Turckyen, Smyrna en de Pouille, daer 't oock Bloet gereghent +heeft, hebben hem mede, doch niet bleeck als hier, maer bloet-verwich +ghesien: Engelant, Yrlant, Schotlant, hebben hem seer lang en breet +en rootverwich gesien: In Hollandt is hy seer verwonderlijck ghesien, +te weten, na den 31. December, voor welcken tijdt hy seer laegh aen den +Orisont was, maer daer na in sijn opgangh ten oosten met een staerdt +van een elle lang, en passeerende besuyden de Nederlanden, had met een +heldere Lucht niet als eenighe sprenckelen, somtijdts wat straeltjens, +naer het helder was, maer in sijn ondergangh, 's Nachts ten twee uren, +was sijn staert omtrent soo langh als 't gantze Stadthuys van Haerlem, +ghereeckent na't ooghe: En daer na verdween hy gelijck dagelijcx door +de opkomende Wolcken: Die van nieu Nederlant in de Caribise Eylanden, +en besuyden d'Amasones, hebben hem alle seer groot gesien, maer niet +langer als tot den 30. December, toen hy sijn staert hier verloor, +en een dag als een droeve Ster sonder staert verscheen, en daer na +met een staert die sich ten oosten verspreyde, doch seer na een kleyn +roedeken gelijckende. + +Zijn Loop kond ghy bequaemelijck sien in de hier nevens staende Figuer, +op d'onderste Linie, in Virgo de Maegd beginnende, en in Aries den Ram +eyndigende: Wanneer haren staert op den Crater, den Canis, Unicornus, +ghestaen heeft, doch nooyt op den Orion, die boven onsen Horisondt +met syn 3. Sterren de Comeet geduyrich na by was, tot hy in Aries +uijtden Walvis quam: Hooger siet ghy syn Groote die hy had na den 30 +December, oost en N. Oost den staert: Beneden siet ghy syn fatsoen +van den 27 December, en daer by die van 't Iaer 1618. welcke wel soo +fel en scherp stont, maer streckte sich op veele 100. mijlen na als +dese dede, niet uyt. + +Seer aenmerckelyck in desen sijnde, dat de jegenwoordige Comeet syn +Loop heeft ghenomen over den roofachtighen Raef, over de Vlag van +'t Schip, (daer Cromwel Ao. 1652. den Oorlog met Hollant om aen +vong,ende Engeland nu weder in dit Iaer 1665. om het voeren van de +Vlagh ter Zee, Hollandt beoorlogt en berooft,) daer na over den Gallus +de Haen, daer Vranckrijck by verstaen wort: Op den vreesachtighen +Haes: Op de Water-Slangh, den Vloet Eridanus, en den Walvis: Alle +Zee en Water-tekenen. + +Terwijl wy met dit Verhael dus besig zijn, komt den derdenmael een +Comeet ten voorschijn, die sich den 6. April 1665. aller-eerst heeft +laten sien boven onsen Horisont, op-komende 's morgens by 2. uren in +'t Noorden, zijn cours tot 4. uren duyrende, is vlack oost, maer zijn +Staert die breed en lang doch wit is, staet S.O. Ende bevinde hy den +13 April sig meer N.O. en lagher op onsen Horisont uytstreckt, staende +op den Equus, waer aen alle Liefhebbers konnen berekenen zijne hoogte. + +Veele sullen sich lichtelijck in laeten om van dese 3. Comeet-sterren +te propheteren, en onverstandige Lien sullent licht geloven, daer +nochtans de Mensch om toekomende Dingen te weten, geen eygendom is +gegeven, dan alleen dat hy uyt de voorby gegleden Tijden wel op het +toekomende yets besluyten kan, dan geheel onwis. + +'t Is d'Almachtige, de Alwetende Heere, die soo in 5. Maenden +3. Cometen, behalvens soo veele andere Hemels tekenen ons vertoont, +'tgeen men niet bevindt oyt meer is gebeurdt: 't Schijndt ons toe +datte selve hare uytwerckingen wel mochten doen in't wonderlijcke +Iaer 1666. daer van over vele Iaren is voorseyt: Godt de Heere late +ons alles tot zalicheyt ervaeren, op dat wy zyn heerlijcke Schepsels +niet aende Lucht, maer inden Hemel eeuwig mogen aenschouwen. + +In Haerlem, desen 14 April 1665. + + +Bibliographie en Geraadpleegde Literatuur + + +BIBLIOGRAPHIE. + +Het journaal van Hendrick Hamel is door drie Hollandsche uitgevers in +'t licht gegeven: Jacob van Velsen te Amsterdam, Johannes Stichter +te Rotterdam, en Gillis Joosten Saagman te Amsterdam. + +Hier worden eerst de beide drukken van Jacob van Velsen beschreven, die +alleen het eigenlijke journaal geven zonder de beschrijving van Corea; +daarna de geillustreerde uitgaaf van Stichter, die de beschrijving +zelfstandig op het journaal laat volgen. Deze drie drukken hebben het +jaartal 1668; zij zijn dus verschenen, toen de schrijver nog niet in +het land teruggekomen was. + +Daarop volgen de drie drukken van Saagman, die geen jaartal dragen, +en waarin de landbeschrijving deel uitmaakt van het reisverhaal. + +Na deze zes uitgaven volgt het korte overzicht van de reis in het werk +van Montanus, in 1669 verschenen, en de Fransche en Duitsche uitgaven +van 1670 en 1672, en ten slotte de 18e-eeuwsche verzamelwerken, +waarin het reisverhaal is opgenomen. + + +DE NEDERLANDSCHE UITGAVEN. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer/ +van Batavia ghedestineert na Tayowan/ in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant/ ende van 64. personen/ maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets +door de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn +vervoert/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer sy 13 Jaren en 28 +dagen in slaver-//nye onder de Wilden hebben gezworven/ zijnde in +die // tijt tot op 16. na aldaer gestorven/ waer van 8 Per-//sonen +in 't Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8.Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // HENDRICK HAMEL van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / gedruckt by JACOB +VAN VELSEN / in de Kalverstraet / // aen de Ossesluys / Anno 1668. + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets +die van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en de "Namen van de +acht Maets die daer noch zijn." Daaronder begint het Journael, +dat ook de 14 volgende bladzijden geheel vult. De eerste bladzijde +bijna geheel in Romeinsche letter, de tweede geheel Gothisch, en zoo +verder afwisselend; het laatste stuk is met heel kleine Romeinsche +letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de bibliotheek van het Indisch genootschap te +'s-Gravenhage. + +Journael, // Van de ongeluckighe Voyagie // van 't Jacht de Sperwer / +van Batavia ghedestineert na Tayowan / in 't // Jaer 1653. en van daer +op Japan; hoe 't selve Jacht door storm op het // Quelpaerts Eylandt +is gestrant / ende van 64. personen / maer 36. // behouden aen het +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: // Hoe de selve Maets door +de Wilden daer van daen naer het // Coninckrijck Coeree zijn vervoert +/ by haer genaemt Tyo-//cen-koeck; Alwaer zy 13 Jaren en 28 dagen in +slaver- // nye onder de Wilden hebben gezworven / zijnde in die // +tijt tot op 16. na aldaer gestorven / waer van 8 Per- // sonen in +'t Jaer 1666. met een kleyn Vaertuych // zijn ontkomen / latende +daer noch 8. Maets // sitten / ende zijn in 't Jaer 1668. in het // +Vaderlandt gearriveert. // Alles beschreven door de Boeckhouder van +'t voornoemde // Jacht de Sperwer / genaemt // Hendrick Hamel van +Gorcum. // [Schip in houtsn.] // Tot Amsterdam / Gedruckt by Jacob van +[Velsen / in de Kalverstraet /] // aende Ossesluys / An[no 1668.] + +8 bladen, sign. A2-A5, 4o, afwisselend Gothische en Romeinsche letter. + +Op de keerzijde van den titel bovenaan de "Namen van de acht Maets die +van 't Eylandt Coeree af gekomen zijn." en "De Namen van de Maets die +noch daer zijn." Daaronder begint--in Gothische letter--het Journael, +dat ook de volgende 14 bladzijden geheel vult. In afwijking van den +hiervoor beschreven druk is de eerste tekstbladzijde in Gothische +letter; verder komen beide overeen. Ook hier is het laatste stuk met +heel kleine Romeinsche letter gedrukt. + +De beschrijving van Corea ontbreekt ook in deze uitgaaf. + +Exemplaar in de Bibliotheek der Universiteit van Amsterdam. Van den +titel ontbreekt een stuk, waardoor ook enkele tekstregels aan de +keerzijde verlies geleden hebben. + +JOURNAEL, // Van de Ongeluckige Voyagie van 't Jacht de Sperwer/ +van // Batavia gedestineert na Tayowan/ in 't Jaar 1653. en van daar +op Japan; hoe 't selve // Jacht door storm op 't Quelpaarts Eylant +is ghestrant/ ende van 64. personen / maar 36. // behouden aan 't +voornoemde Eylant by de Wilden zijn gelant: Hoe de selve Maats door // +de Wilden daar van daan naar 't Coninckrijck Coeree sijn vervoert/ +by haar ghenaamt // Tyocen-koeck; Alwaar zy 13. Jaar en 28. daghen/ +in slavernije onder de Wilden hebben // gesworven/ zijnde in die +tijt tot op 16. na aldaar gestorven/ waer van 8. Persoonen in // 't +Jaar 1666. met een kleen Vaartuych zijn ontkomen/ latende daar noch +acht // Maats sitten/ ende zijn in 't Jaar 1668. in 't Vaderlandt +gearriveert. // Als mede een pertinente Beschrijvinge der Landen/ +Provin-//tien/ Steden ende Forten/ leggende in 't Coninghrijck Coeree: +Hare Rechten/ Justitien // Ordonnantien/ ende Koninglijcke Regeeringe: +Alles beschreven door de Boeck-//houder van 't voornoemde Jacht de +Sperwer/ Ghenaamt // HENDRICK HAMEL van Gorcum. // Verciert met +verscheyde figueren. // [houtsnee: de schipbreuk van de Sperwer] +// Tot Rotterdam, // Gedruckt by JOHANNES STICHTER/ Boeck-drucker: +Op de Hoeck // van de Voghele-sangh/ inde Druckery/ 1668. + +16 bladen, 20 + 12 bladzijden, sign. A-D, 4o, Gothische letter. + +Op de keerzijde van den titel de beide naamlijstjes (opschriften en +spelling-eigenaardigheden als in de laatst beschreven uitgaaf-van +Velsen). Het journaal vult blz. 3-20. In den tekst 7 tamelijk grove +houtsneden, voorstellende de gevangenneming (blz. 5), strafoefening +(blz. 8), overvaart in vier Coreaansche schepen (blz. 9), gehoor bij +den Koning (blz. 11), dwangarbeid (blz. 13), vlucht in een scheepje +(blz. 18), aankomst bij de Hollandsche vloot in Japan (blz. 20). Na +het Journael volgt een nieuwe titel: + +Beschryvinge // Van 't Koninghrijck // Coeree, // Met alle hare +Rechten, Ordon-//nantien, ende Maximen, soo inde Politie, als // +inde Melitie, als vooren verhaelt. // [Ornamenthoutsnede] // Anno +M.DC.LXVIIJ. + +Op devolgende bladzijden (2-12) de tekst, met Ornamenthoutsnede aan +het slot. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage, in de Univ.-bibl. te +Leiden en te Amsterdam, en in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +Naar een exemplaar van deze uitgaaf gaf de heer J.F.L. de Balbian +Verster in 1894 een overzicht van de lotgevallen der schipbreukelingen +en van de beschrijving van Corea in Eigen Haard (blz. 629, 646) o.d.t.: +Dertien jaar gevangen in Korea, met facs. van den titel en 6 van de +prenten, en in Het Nieuws van den dag (1 en 9 Oct.) o.d.t. .Hollanders +in Korea, ondert. Toeridjene. + +'t Oprechte JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de +// Sperwer, // Varende van Batavia na Tyowan en Fer-// mosa/ in +'t Jaer 1653. en van daer na Japan/ daer // Schipper op was REYNIER +EGBERTSZ. van Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm +en onweer op Quelpaerts Ey-//lant vergaen is/ op hebbende 64. Man/ +daer van 36. aen Lant zijn geraeckt/ en gevan-//gen genomen van den +Gouverneur van 't Eylant/ die haer als Slaven na den Coninck // van +Coree dede voeren/ alwaer sy 13. Jaren en 28. dagen hebben in Slaverny +moeten blij-//ven/ waren in die tijdt tot op 16. nae gestorven: Daer +van acht persoonen in 't Jaer 1666. // met een kleyn Vaertuygh zijn +'t ontkomen/ achterlatende noch acht van haer Maets: // En hoe sy in +'t Vaderlandt zijn aen gekomen Anno 1668. in de Maent July. // [Schip +in houtsn.] // t' Amsterdam, Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, +in de Nieuwe-straet/ // Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en +Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde van den titel een groote houtsnede, de Faam, door +van Sichem, die reeds voor verscheiden oudere Journael-uitgaven van +Saagman is geplaatst. De graveursnaam op den aardbol is nu vervangen +door het woord d'Atlas. Onder de prent een zesregelig versje: + + + Ghy die begeerigh zijt yets Nieuws en vreemts te lesen, + Kond' hier op u gemack, en in u Huys wel wesen, + En sien wat perijckelen dees Maets zijn over g'komen, + Haer Schip dat blijft door storm, gevangen zijns' genomen, + In een woest Heydens landt; in 't kort men u beschrijft + Den handel van het volck, d'Negotie die men drijft. + Hier nae een Beter. + + +Op Pag. 3 begint de Korte Beschrijvinghe van de Reyse. In enkele regels +wordt de afvaart van Texel (10 Jan. 1653) en de aankomst voor Batavia +(1 Juni) verhaald, en daarna evenals in het handschrift-journael en in +de andere uitgaven, het vertrek van Batavia (18 Juni) en de verdere +reis. In de redactie zijn over't geheel slechts kleine verschillen +met het handschrift en met de andere drukken. De beschrijving van +Corea staat hier op hare plaats midden in het journaal, evenals in +het handschrift (pag. 18-33). Op den kant zijn jaartallen en korte +inhoudsopgaven geplaatst, en op pag. 30-31, in de opsomming van de +dieren, is eene beschrijving ingevoegd, met twee groote prenten van de +olifanten die in Indie zijn en van de crocodillen of kaymans die "hier +te lande" veel zouden gevonden worden. Een kantteekening geeft aan, +dat dit is eene "Nota tot vervullinghe van dese twee pagiens". Het +journaal eindigt niet, zooals in de andere drukken, met de aankomst +in Japan, maar geeft evenals het handschrift, in enkele regels bericht +van het verblijf aldaar, het verhoor voor het vertrek (maar zonder den +tekst van het verhoor), van de reis naar Batavia, met toevoeging van +de behandiging van het journaal aan "den Generael", van de afreis en +de aankomst te Amsterdam op 20 Juli 1668. De beide naamlijstjes volgen. + +In den tekst 6 prenten--5 gravures en een houtsnede--uit den voorraad +van Saagman: Op p. 4: een schipbreuk, vroeger gebruikt in de reis +van Bontekoe; op pag. 7: het optrekken van een stoet gewapenden, +een wagen met twee paarden, en twee kameelen, naar een versterkte +plaats; op pag. 13: gevangenen voor een Oostersch vorst gebracht; +op pag. 22 "Straffe der Hoereerders" uit de 2e reis van Van Neck; +in de bladvulling op p. 30 een groote olifant in houtsnee, door +Saagman reeds in zijn uitgaaf van Linschoten's Itinerario gebruikt, +en op p. 31 een groote gravure, een landschap met krokodillen en +casuarissen voorstellende. + +Exemplaren in de Kon. Bibl. te 's-Gravenhage en in de verzameling-Koch +te Rotterdam. + +JOURNAEL // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- // mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe het Jacht door storm en onweer +ver-//gaen is / veele Menschen verdroncken en gevangen sijn: Mitsgaders +// wat haer in 16. Jaren tijdt wedervaren is / en eyndelijck hoe // +noch eenighe van haer in 't Vaderlandt zijn aengeko- // men Anno +1668. in de Maendt July. // [Houtsnee met 2 schepen] // t' Amsterdam, +Gedruckt // By GILLIS JOOSTEN SAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in "'t Oprechte +Journael". Ook de tekst komt doorgaans, behoudens onbeduidende +spellingverschillen, letterlijk overeen. Op p. 7 is een andere gravure +geplaatst: een fort aan den waterkant, en de bladvulling op p. 30/31 is +veranderd. De groote krokodillenprent is door een kleinere afbeelding +van een "Krockedil" vervangen, de kantteekening die de bladvulling als +zoodanig aanwees, is weggelaten, en ook van de olifanten wordt gezegd, +dat ze "hier" zijn. De beide beschrijvingen zijn iets uitvoeriger +gemaakt om de ruimte te vullen. + +Exemplaar in de verzameling-Mensing te Amsterdam. + +JOURNAEL, // Van de ongeluckige Reyse van 't Jacht de // Sperwer, // +Varende van Batavia na Tyowan en Fer- //mosa / in 't Jaer 1653. en +van daer na Japan / daer // Schipper op was REYNIER EGBERTSZ. van +Amsterdam. // Beschrijvende hoe 't Jacht door storm en onweer op +Quelpaerts Eylant // vergaen is/ op hebbende 64 man / daer van 36 aen +landt zijn geraeckt / en gevangen ghe- // nomen van den Gouverneur van +'t Eylandt / die haer als Slaven na den Koningh van // Coree dede +voeren / alwaer sy 13 Jaren en 28 daghen hebben in slaverny moeten +blijven; // waren in die tijdt tot op 16 na gestorven: daer van 8 +persoonen in 't 1666. met een kleyn // Vaertuygh t' ontkomen zijn / +achterlatende noch 8 van haer Maets: En hoe sy in 't // Vaderlandt zijn +aen-gekomen / Anno 1668. in de Maent Julij. // [Schip in houtsnee.] // +t' Amsterdam, // By GILLIS JOOSTEN ZAAGMAN, in de Nieuwe-straet / // +Ordinaris Drucker van de Zee-Journalen en Landt-Reysen. + +20 bladen, 40 genumm. bladzijden, sign. A-E, 4o, Gothische letter, +2 kolommen. + +Op de keerzijde de Faam met het gedichtje als in de beide andere +uitgaven van Zaagman. Ook de tekst komt over het geheel bladzijde +voor bladzijde overeen. Op pag. 7 het fort aan den waterkant; op +p. 22 is de prent weggelaten; op p. 23, waar van de reverentie voor +de afgoden sprake is, is een groote gegraveerde afbeelding ingevoegd, +ontleend aan de reisverhalen van Linschoten en Houtman (zie Werken +Linsch.-vereen. VII, blz, 124); de geheele bladvulling met de beide +prenten (olifant en krokodil) op p. 30/31 is weggelaten; daarvoor +is op p. 30-32 (4 kolommen) ingevoegd eene "Beschrijvinghe van des +Konings Gastmael" uit de "Javaense Reyse gedaen van Batavia over +Samarangh na de Konincklijcke Hoofd-plaets Mataram, in den jare 1656", +uitgegeven te Dordrecht in 1666. Het gastmaal van den Sousouhounan, +Grootmachtighste Koninck van't Eyland Java is zonder eenige aanwijzing +naar Corea overgebracht. + +Exemplaar in de Pruisische Staatsbibliotheek (Kgl. Bibliothek) te +Berlijn, afkomstig van de Instelling voor ond. in de taal-, land- +en volkenk, van Ned. Indie te Delft. + + +HET OVERZICHT VAN DE REIS BIJ MONTANUS. + +Gedenkwaardige gesantschappen der Oost-Indische Maatschappy in +'t Vereenigde Nederland, aan de Kaisaren van Japan. Door ARNOLDUS +MONTANUS. t' Amsterdam By JACOB MEURS 1669. + +In dit werk, in folio, in twee kolommen gedrukt, wordt op p. 429-436 +een kort verhaal gegeven, aan het journaal van Hamel ontleend, +beginnende met de schipbreuk, en eindigende met de aankomst der +geredde mannen op "Disma". + + +DE FRANSCHE EN DUITSCHE UITGAVEN. + +RELATION // du // naufrage // d'un vaisseau holandois, // Sur la Coste +de l' Isle de Quel-//paerts: Avec la Description // du Royaume de +Coree: // traduite du Flamand, // Par Monsieur MINUTOLl. // A Paris, +// Chez THOMAS JOLLY, au Palais, // dans la Salle des Merciers, au +coin // de la Gallerie des prisonniers, a la // Palme & aux Armes d' +Holande. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +Ook met ander uitgevers-adres: + +RELATION // du // naufrage //.....//A Paris, // Chez LOUYS BlLLAlNE, +au second // Pilier de la grande Salle du Palais, // a la Palme, & +au grand Cesar. // M.DC.LXX. // Avec privilege du Roy. + +4 ongenummerde bladen (titel, avertissement en privilege); 165 +genumm. bladzijden (sign. A-O), 12o, Rom. letter. + +De tekst komt deels met de uitg. van Stichter, deels met die van +Saagman overeen. Het journaal begint met de afvaart van Texel, +en eindigt op pag. 100 met de terugkomst te Amsterdam en de twee +naamlijstjes. De beschrijving van Corea is afzonderlijk na het journaal +geplaatst (p. 101-165), evenals bij Stichter; de olifanten worden +echter vermeld, en de crocodillen uitvoerig beschreven naar Saagman +(p. 107-108). Op de laatste blz. (166) opgaaf van drukfouten. + +Exemplaren in de Univ.-bibl. te Amsterdam (de beide varianten) en te +Leiden, en bij de firma Mart. Nijhoff te 's-Gravenhage. + +Deze redactie van het werkje is herdrukt in den Recueil de voyages au +Nord, Amst. 1715, en in Engelsche vertaling opgenomen in de groote +18e-eeuwsche Engelsche verzamelingen van reizen, en daarnaar weer +vertaald in het Fransch, Nederlandsch en Duitsch. Zie hierna. + +Wahrhaftige // Beschreibungen // dreyer maechtigen Koenigreiche/ // +Japan, // Siam, // und // Corea. // Benebenst noch vielen andern/ +im Vorbe-//richt vermeldten Sachen: // So mit neuen Anmerkungen/ +und schoenen // Kupferblaettern,' // von // CHRISTOPH ARNOLD/ // +vermehrt/ verbessert/ und geziert. // Denen noch beygefueget // +JOHANN JACOB MERKLEINS/ // von Winsheim,/ // Ost-Indianische Reise: +// Welche er im Jahre 1644 loeblich angenommen/ und im // Jahre 1653 +gluecklich vollendet. // Samt einem nothwendigen Register. // Mit +Roem. Kaeys. Majest. Freyheit. // Nuemberg/ // In Verlegung MICHAEL und +JOH. FRIEDERICH ENDTERS. //Im Jahre M.DC.LXXII. + +Deze algemeene titel staat op het tweede blad. Het eerste geeft eene +gegraveerde voorstelling, waarop de titels der voornaamste in het +boek opgenomen werken: FR. CARONS Japan. IOD. SCHOUTEN Koenigreich +Siam. J.J. MERKLEINS Ost-Ind: Reisbuch. HENDR. HAMELS Corea. Onderaan: +P. TROSCHEL sculp. + +24 + 1148 + 36 bladzijden, 8o, Hoogduitsche letter, kopergravures. Op +bladz. 811 de titel: + +JOURNAL, // oder // Tagregister/ // Darinnen // Alles dasjenige/ +was sich mit einem // Hollaendischen Schiff/ das von Batavien aus/ +// nach Tayowan, und von dannen ferner nach Japan, // reisfertig/ +durch Sturm/ im 1653. Jahre gestrandet, // und mit dem Volk darauf/ +so in das Koenigreich Corea, // gebracht worden/ nach und nach begeben/ +ordent-//lich beschrieben/ und erzehlet wird: // von // HEINRICH +HAMEL/von Gorkum/ // damaligem Buchhalter/ auf demjenigen // Schiff/ +Sperber genant. // Aus dem Niederlaendischen verteutschet. + +Op de keerzijde de korte inhoud, aan den titel van de Hollandsche +uitg. ontleend, met de beide naamlijstjes (p. 812/813). Voorts het +journaal (p. 814-882), overeenkomende met de uitg. Van Velzen, zonder +de landbeschrijving en zonder prenten; met noten, deels aan Montanus +ontleend. Op p. 883-900 volgt Martin Martins Bericht von der Halbinsel +Korea ... Verteuscht. + +Exemplaar in de Universiteits-bibliotheek te Amsterdam. + + +HET JOURNAAL IN DE GROOTE VERZAMELINGEN VAN REIZEN. + +(gedeeltelijk naar Cordier, Bibliotheca Sinica.) + +A collection of voyages and travels. 4 vol. London, John Churchill +1704. fo. + +In vol. IV, p. 607-632; en ook in de latere uitgaven 1732, 1744/45 +(IV p. 719-742), 1752: + +An account of the shipwreck of a Dutch vessel on the coast of the +Isle of Quelpaert, together with the Description of the Kingdom of +Corea. Translated out of French. + +Naar de uitgaaf van 1732 is de tekst, met kleine correcties, +herdrukt in: + +Corea, without and within. By William Elliot Griffis. Philadelphia +1884.--Second ed. ibid. 1885. + +Een onveranderde herdruk in: Transactions of the Korea Branch of the +Royal Asiatic Society Vol. IX, 1918, met "foreword" onderteekend door +den president Mark Napier Trollope, Bishop in Corea, waarin twijfel +wordt uitgesproken, of het herdrukte exemplaar zonder titelblad uit +de collectie Churchill was of uit een der hierna beschrevene. + +Navigantium atque Itinerantium Bibliotheca: or, a compleat collection +of voyages and travels. By JOHN HARRIS. 2 vol. London 1705 fo. (2 +kol.). + +In de Appendix op p. 37-40: + +An Account of the Shipwreck of a Dutch Vessel upon the Coast of the +Isle of Quelpaert; with a Description of the Kingdom of Corea in the +East Indies. Also of the tedious Captivity of 36 Men, who got ashore +upon that Isle; and of the Escape of 8 of 'em to Japan, and thence +to Holland. First publish'd in that Country by the Clerk of the Ship, +who was one of them that escap'd: since Translated and Abridg'd. + +Het verkorte verhaal vermeldt de schipbreuk, op reis van Batavia naar +Japan, en eindigt met den terugkeer in Holland op 20 Juli 1668. Daarop +volgt de beschrijving van Corea, eveneens zeer verkort, zonder de +olifanten en krokodillen. + +Recueil de voyages au Nord. A Amsterdam, chez JEAN FRED. BERNARD 1715; +nouv. ed. 1732. 8o. + +In deel IV (p. 243-347 in de uitg. van 1782): + +Relation du naufrage d'un vaisseau Hollandois, sur la cote de l'Isle +de Quelpaerts: avec la description du Royaume de Coree. + +Herdruk van de vertaling van Minutoli. + +A new and general collection of voyages and travels, consisting of the +most esteemed relations which have been published in any language. By +Mr. JOHN GREEN. 4 vol. London, Astley 1745-47. 4o. + +In vol. IV p. 239-347 het reisverhaal van Hamel, met de beschrijving +van Corea, naar de collection van Churchill. + +Histoire generale des voyages, ou nouvelle collection de toutes +les relations de voyages qui ont ete publiees jusqu'a present, par +l'abbe PREVOST. (voortgez. door de Querlon en de Surgy) 20 vol. Paris +1746-89. 40. + +De eerste deelen zijn vertaald naar de Engelsche coll. van Green. Er +bestaat ook een uitg. in 12o in 80 deelen. Van 1747-80 verscheen +een uitg. in Den Haag in 25 deelen in 4o, deels rechtstreeks naar +Green vertaald, deels uit andere bronnen aangevuld, deels naar de +Parijsche uitgaaf. + +In vol. VIII (1749) p. 412-429: + +Voyage de quelques Hollandois dans la Coree, avec une relation du +Pays et de leur naufrage dans l'Isle de Quelpaert. + +Historische Beschryving der reizen. 21 deelen. 's Gravenhage, by +Pieter de Hondt. 1747-1767. 4o. + +Nederlandsche uitg. van de Hist. gen. des voyages. In dl. X (1750) +p. 18-48: + +Schipbreuk van eenige Hollanders, op 't Eiland Quelpaert, in Korea, +en hun Berigt van de Landstreek. + +Allgemeine Historie der Reisen zu Wasser und Lande. 21 Bde. Leipzig, +bey Arkstee und Merkus 1748-1774. 4o. + +Duitsche bewerking van de Hist. gen. des voyages. In Bd. VI (1750) +p. 573-608: + +Reisen einiger Hollaender nach Korea, nebst einer Nachricht von dem +Lande, und von ihrem Schiffbruche an der Insel Quelpaert. Durch +HEINRICH HAMEL. Aus dem Franzoesischen uebersetzt. + +A general collection of the best and most interesting voyages and +travels of the world. By JOHN PINKERTON. 17 vol. London 1808-1814. 4o. + +In vol. VII p. 517: + +Travels of some Dutchmen in Korea; with an account of the country, and +their shipwreck on the Island of Quelpaert. By HENRY HAMEL. Translated +from the French. + + + +GERAADPLEEGDE LITERATUUR. [392] + +BEGIN ENDE VOORTGANGH van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde +Oost-Indische Compagnie. II. [Amsterdam], 1646. + +BELCHER (Capt. Sir E.). Narrative of the voyage of H.M. Semarang, +during the years 1843-46. London, 1848. + +BESCHERELLE AINE. Dictionnaire national. Paris, 1851. + +CARLES (W. R.). A Corean monument to Manchu clemeney (Journal North +China Branch R.A.S. XXIII, 1888). + +CHAILLE-LONG-BEY. La Coree ou Tchoesen. Paris, 1894. + +CHUNG (H.). Korean treaties. New York, 1919. + +COEN (Jan Pietersz.). Bescheiden omtrent zijn bedrijf in +Indie. Verzameld door Dr. H.T. Colenbrander. I-II. 's-Gravenhage, +1919-20. + +COLLYER (C.T.). The culture and preparation of Ginseng in Korea +(Transactions Korea Branch R.A.S. III, 1903). + +COULING (S.). The Encyclopaedia Sinica. London etc., 1917. + +COURANT (M.). Bibliographie coreenne, etc. Dl. I. Introduction. Paris, +1894. + +DAGH-REGISTER gehouden int Casteel Batavia vant passerende daer ter +plaetse als over geheel Nederlandts-India. Batavia--'s Hage, 1887-1918. + +DALLET (Ch.). Histoire de l'Eglise de Coree precedee d'une Introduction +sur l'histoire, les institutions, la langue, les moeurs et coutumes +coreennes. Paris, 1874. + +DAM (Mr. P. van). Beschrijvinge van de Oost Indische +Compagnie. (Handschrift Kol. Archief). + +DANVERS (Fr. Ch.). The Portuguese in India being a history +etc. II. London, 1894. + +DAVIDSON (J. W.). The island of Formosa past and present. History, +people, resources and commercial prospects. London etc., 1903. + +DIARY of Richard Cocks, cape-merchant in the English factory in Japan +1615-1622. Edited by E.M. Thompson. London, 1883. + +DICTIONNAIRE Coreen-Francais, par les missionnaires de Coree. Yokohama, +1880. + +DOEFF (H.). Herinneringen uit Japan. Haarlem, 1833. + +DU HALDE (J.B.) Description geographique, historique, +chronologique ... etc. de l' Empire de la Chine et de la Tartarie +Chinoise. Nouv. edition. IV. La Haye, 1736. + +DIJK (Mr.L.C.D. van). Zes jaren ... enz., gevolgd door Iets over onze +vroegste betrekkingen met Japan. Amsterdam, 1858. + +ENCYCLOPAEDIE van Ned.-Indie. Tweede druk, dl. I. 1917. + +GALE (J.S.). The influence of China upon Korea (Transactions Korea +Branch R. A. S. I, 1900). + +----The Korean Alphabet (a. b. IV, I, 1912). + +GARDNER (C. T.). The coinage of Corea (Journal China Branch R.A.S. New +Ser. XXVII, 1895). + +GRAAFF (N. de) Reisen ... [en] d'Oost Indise Spiegel, enz. Hoorn, 1701. + +GRIFFIS (W.E.). Corea, the Hermit nation. Seventh edition. London,1905. + +----Corea without and within. Second edition. Philadelphia, 1885. + +GROENEVELDT (W.P.). De Nederlanders in China. I. (Bijdragen +Kon. Inst. VIe Volgr. dl. 4, 1898). + +GUeTZLAFF (K.). Reizen langs de kusten van China, en bezoek op Corea +en de Loo Choo eilanden in 1832 en 1833. Rotterdam, 1835. + +HAAN (Dr. F. de). Priangan. De Preanger-Regentschappen onder het +Nederlandsch Bestuur tot 1811. Batavia, 1910-12. + +----Uit oude notarispapieren. II: Andreas Cleyer +(Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903). + +HOANG (P.) Synchronismes chinois. (Varietes +sinologiques. No. 24). Changhai, 1905. + +HOBSON-JOBSON. A glossary of colloquial Anglo-Indian words and phrases, +by H.Yule and A.C.Burnell. New edition. London, 1903. + +HODENPIJL (A.K.A. Gijsberti). De wederwaardigheden van Hendrik +Zwaardecroon in Indie na zijn aftreden (Ind. Gids. 1917, II). + +HOLLANTSCHE MERCURIUS vervattende de voornaemste geschiedenissen +enz. Dl. XV en XIX. Haarlem, 1665, 1668. + +HUART (C.I.). Memoire sur la guerre des Chinois contre les Coreens +de 1618 a 1637 (Journal Asiatique, 7e Ser. XIV, 1879). + +HULBERT (H.B.). Korean survivals (Transactions Korea Branch R.A.S. I, +1900). + +HULLU (Dr. J.de). Iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr.Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXIV, 1917). + +ICHIHARS (M.). Coinage of old Korea (Transactions Korea Branch +R.A.S. IV, 2, 1913). + +JONGE (Jhr. Mr. J.C. de). Geschiedenis van het Nederlandsche +zeewezen. Tweede druk, dl. I. Haarlem, 1858. + +JONGE (Jhr. Mr. J.K.J. de). De opkomst van het Nederlandsch gezag in +Oost-Indie. Dl. III. 's-Gravenhage--Amsterdam, 1865. + +KAMPEN (N.G. van). Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa ... van +het laatste der zestiende eeuw tot op dezen tijd. Dl. II. Haarlem, +1831. + +KAEMPFER (E.). De beschryving van Japan enz. 's-Gravenhage--Amsterdam, +1729. + +LA PEROUSE (J.F.G. de). Voyage autour du monde, publie par +M.L.A. Milet-Mureau. Paris, 1797. + +LETTERS written by the English Residents in Japan 1611-1613 etc., +edited by N. Murakami and K. Murakawa. Tokyo, 1900. + +LEUPE (P.A.). De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op +Formosa (Bijdragen Kon. Inst. 2e Volgr. dl. 2, 1859). + +LINSCHOTEN (J.H. van). Itinerario. Voyage ofte Schipvaert naer +Oost ofte Portugaels Indien, inhoudende ... enz. (Gevolgd door) +Reysgeschrift van de Navigatien der Portugaloyers in Orienten +enz. Amsterdam, 1595. + +LOG-BOOK (The) of William Adams, edited by C.J. Purnell (Transactions +Japan Society of London, XIII, 2, 1914-15). + +MAYERS (W.F.). The treaty ports of China and Japan. (London--Hongkong, +1867. + +MEMORIALS of the Empire of Japan: in the XVI aud XVII centuries. Edited +by Th. Rundall. (Part. II: The letters of William Adams +1611-1617). London, 1850. + +MONTALTO DE JESUS (C.A.). Historic Macao. Hongkong, 1902. + +MONTANUS (A.). Gedenkwaerdige Gesantschappen der Oost-Indische +Maatschappij ... aen de Kaisaren van Japan, enz. Amsterdam, 1669. + +MULERT (F.E.). Nog iets over den naam Quelpaertseiland +(Tijdschr. Kon. Ned. Aardr. Gen. 2e Ser. dl. XXXV, 1898). + +MULLER (Dr. H.P.N.). Azie gespiegeld. Dl. I. Utrecht, 1912. + +NACHOD (O.). Die Beziehungen der Niederlaendischen Ost-Indischen +Kompagnie in Japan im siebzehnten Jahrhundert. Leipzig, 1897. + +----Die aelteste abendlaendische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +NOTICES of Japan. No. VII. (Chinese Repository. X, 1841). + +PAPINOT (E.). Historical and geographical Dictionary of Japan. Tokyo, +(1909). + +PARKER (E.H.). China. Her history, diplomacy and commerce. Second +edition. London, 1917. + +PARKER (E.H.). China, past and present. London, 1917. + +----Corea. (China Review. XIV, XVI). + +----The Manchu relations with Corea. (Transactions Asiatic Society +of Japan. XV, 1887). + +PHILIPPINE ISLANDS (The) 1493-1898. Edited and annotated by Emma +H. Blair and J. Robertson. Dl. XXII, XXIV en XXXV. Cleveland, +1905-1906. + +PLAKAATBOEK (Nederlandsch Indisch) 1602-1811, door Mr. J.A. van der +Chijs. Batavia--'s Hage, 1885-1900. + +REIN (Dr. J.J.) The climate of Japan (Transactions Asiatic Society +of Japan. VI, 3, 1878). + +RITTER (C.). Die Erdkunde von Asien. Zweite Ausgabe. Band III. Berlin, +1834. + +ROSS (J.). History of Corea, ancient and modern, with description of +manners, etc. Paisley, (1880). + +----The Manchus, or the reigning dynasty of China: their rise and +progress. London, 1891. + +SCOTT (J.). Stray notes on Corean history, etc. (Journal China Branch +R.A.S. New Ser. XXVIII, 1893-94.). + +SIEBOLD (Ph. von). Geschichte der Entdeckungen im Seegebiete von +Japan. Leyden, 1852. + +----Nippon. Archif zur Beschreibung von Japan. Leiden, 1832-52. + +SPEELMAN (C.). Journaal der reis van den gezant der O.I. Compagnie +Joan Cunaeus enz. Uitgegeven door A. Hotz. Amsterdam, 1908. + +TASMAN (A.J.). Journal of his discovery of Van Diemens Land and New +Zeeland in 1642 etc., by J.E. Heeres. Amsterdam, 1898. + +TELEKI (Graf. P.). Atlas zur Geschichte der Kartographie der +japanischen Inseln. Budapest--Leipzig, 1909. + +TIELE (P.A.). Memoire bibliographique sur les journaux des navigateurs +neerlandais, etc. Amsterdam, 1867. + +----Nederlandsche bibliographie van land- en volkenkunde. Amsterdam, +1884. + +VALENTYN (Fr.). Oud en Nieuw Oost-Indien, vervattende, enz. Dl. V, +2. Dordrecht--Amsterdam, 1726. + +'T VERWAERLOOSDE FORMOSA, of waerachtig verhael enz. Amsterdam, 1675. + +VOYAGE (The) of Captain John Saris to Japan, 1613. Edited ... by +E.M. Satow, London, 1900. + +WILLIAMS (S. Wells). The Middle Kingdom, a survey of the geography, +government etc. of the Chinese Empire. Revised edition. New York, 1899. + +WITSEN (N.). Noord en Oost Tartarye, enz. Eerste druk. Amsterdam, +1692; Tweede druk. Amsterdam, 1705. + +YAMAGATA (J.). Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century. (Transactions Korea Branch R.A.S. IV, +2, 1913). + +IJZERMAN (J.W.). Over de belegering van het fort Jacatra (Bijdragen +Kon. Inst. dl. 73, 1917). + +ZOMEREN (Mr. C. van). Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen +van Arkel. Gorinchem, 1755. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + +[1] Formosa. Zoo werd het eiland gedoopt door de Portugeezen; bij +de Spanjaarden heette het Hermosa; de Chineesche naam is Tai-oan +d.i. Terrasbaai; de Japanners noemden het Takasago (zie Papinot, +Dictionary of Japan); in Compagnie's stukken wordt gesproken van het +"Eijlandt Paccam ofte Formosa", b.v. in Gen. Miss. 3 Febr. 1626: +"Tot ontdeckingh vant Eijlandt Paccam ofte Formosa hebben d'onse +op den 8en Martio laestleden, onder t' beleijt van d' opperstierman +Jacob Noordeloos, uijtgesonden twee joncken ... ende is bevonden om +de Noort streckent tot op de hoogte van 25 graden 10 minuijten, ende +om de Zuijdt tot omtrent op de 20 1/2 graed". (Verg. Kaart no. 304 +in de verzameling van het Alg. Rijksarchief). Eveneens op kaarten: +"Pakam of Ilha Formosa" (Alg. Rijksarchief nos. 271 en 288, en Teleki, +Atlas zur Geschichte der Kartographie der Japanischen Inseln X).--"Opde +Suijdhoek vande Baeij van Taijoan hadden de onse een fort geleijdt +... de plaetse daer 't fort op staet is een sant duijn, ontrent een +musquet schoot tegen over t' fort leijt een sandt plaet daer ons +comptoir ofte logie op gestaen heeft ..." (Dagr. Bat. 9 April 1625, +bl. 144). "de uijtsteeckende plaet bij het vastelandt van Formosa, +sijnde Taijouan" (Patr. Miss. 26 April 1650).--Gouvern. Pieter Nuijts +schrijft 28 Febr. 1628 naar Batavia: "de luijden schijnen van Taijouan +omdat het een sombere, dorre ende drooge plaets is een disgoest +te hebben".--Den 14en Juli 1650 schreef de Bataviasche Regeering: +"'t is wel een schoon eijlandt, gelijck sijne name metbrenght, maer +verslint veel menschen vlees" [door het ongezonde klimaat]. + +[2] Zie Bijlage V_A, 1. + +[3] Zie Bijlage V_A, 2. (Gen. Miss. 24 Dec. 1652). + +[4] Zie Bijlage V_A, 3. + +[5] Bij resolutie van Gouverneur Sonck en den Raad van Taijoan +dd. 14 Januari 1625 werd besloten "ons van de Sandplaet met alle +des Comp.es middelen aen de oversijde (op t' vastelant van Isla +Formosa) te transporteeren" ... om "aldaer een volcomen stadt op te +rechten." Tevens werd aan "t' alreede opgerechte Casteel" de naam +Orangie gegeven en goedgevonden "de Stadt te noemen naer de seven +geunieerde provintien de Provintien". De Regeering te Batavia gaf +hare goedkeuring bij schrijven van 13 Mei 1625, maar de Bewindhebbers +gelastten bij Missive van de Kamer Amsterdam dd. 17 Oct. 1626 "dat het +Fort ende Stadt in Teijouhan afgesteeken ende begrepen zal genoemt sijn +Zeelandia in plaetse van Provintien." (Missive Batavia naar Taijoan, +dd. 27 Juni 1627 en Gen. Miss. 9 Nov. 1627). + +Nu lagen echter het Casteel of Fort Zeelandia en de ontworpen stad +niet op dezelfde plaats; het Casteel lag op een hoog duin op de +zandplaat, en aan het einde van het Casteelsplein, aan de oostzijde, +was eene nederzetting van Chineezen welke den naam van "'t Quartier +ofte de Stad Zeelandia" droeg" ("'t Verwaerloosde Formosa", bl. 15, +17). De ontworpen stad op het vasteland van Formosa zal om die reden +den naam Provintie hebben gehouden. Onder dien naam komt zij voor +op eene kaart van Formosa van 1629 (Kol. Arch. no. 140) en bij haar +schrijven van 10 Mei 1649 gelastte zelfs de Bataviasche Regeering +aan den President Overtwater om "de plaetse Chiaccam op 't voorlant +van Formosa welck voor desen geprojecteert ende ondernomen is om het +beginsel van een stadt daerop te formeren, ende tot dien eijnde door +de Heer Martinus Sonck saler den name Provintie gegeven ende sulcx van +hier geapprobeerd was" [en welke Overtwater had herdoopt in "Hoorn"] +"sijn vorigen naem van Provincie weder [te] geven." + +Na het verzet van Chineezen in 1652 werd "om bij revolte ... Taijouan +en Provintie niet te cunnen separeeren ... een suffisant redout aen +de oversijde in 't midden van de cruijswech binnen voornde. Provintie" +gemaakt (Gen. Miss. 24 Dec. 1652 en Miss. Batavia naar Taijoan dd. 26 +Mei 1653, 18 Juni 1653 en 20 Mei 1654) welke redout in begin Mei 1661 +aan Kosinga werd overgegeven. (Zie "'t Verwaerloosde Formosa"). + +Van "het vleck Provintie" spreekt ook de gewezen Gouverneur Verburgh +in zijn "Rapport aengaende de gelegentheijt van Formosa", Batavia +10 Maart 1654 (Kol. Arch. no. 1097). Op de kaart onder no. 305 in +de verzameling van het Alg. Rijksarchief opgenomen, staat vermeld: +"het vlekje Provintie". + +[6] De uitgetrokken soldaten en hulpbenden "vonden geen grooter +troupen als van 10 a 12 bij den anderen die haer hier en daer in 't +suijckerriet ende andere veltgewassen hadden verborgen. Werdende alle +die attrapeerden door onse ende der inwoonders handen om 't leven +gebracht, zulcx in voorsz. 2 dagen tijts, omtrent de 500 Chinesen +massacreerden". ... "Soodat gedurende den oorloch in den tijt van 12 +dagen tusschen de 3 a 4000 rebellige Chineesen in wederwraeck van 't +verghoten Nederlants Christenbloet verslagen zijn, daermede oock dese +revolte tot slissinge ende te niet doening is gebracht". (Gen. Miss. 24 +Dec. 1652). De belooning aan inboorlingen, werd gerekend hun toe te +komen voor 2600 gemassacreerde koppen. + +[7] Als oorzaak van de revolte werd aangenomen "dat de principaelste +Chineese lantbouwers wat geprospereert zijnde, nae staet ende +gesagh traghtende, off wel door eenigh misnoegen off om al te groote +vrijheeden die hun, om haer in dese Republicq aen te locken, toegelaten +zijn, uijt eijgen movement dit verfoeijelijck ende verraders werck +ondernomen hebben; 't sij soo het wil, dit is een goede waerschouwinge +voor ons ende onse nacomelingen zoo wel hier op Batavia als Formosa, +altijt een waeckend oogh jegens den arghlistigen ende trouweloosen +Chinees in 't seijl te houden en besonder op Formosa wel in agting +te nemen geen meester van eenigh geweer en werden. Bovendien hun de +groote vrijheeden die se dogh in haer eijgen landt niet gewoon sijn +te genieten, soo veel te besnoeijen als doenlijck sij" (Gen. Miss. 31 +Jan. 1653). + +Heeren XVII waren van hetzelfde gevoelen (Patr. Miss. 30 Jan. 1654) +doch kregen weldra een anderen kijk op het voorgevallene: "In +UE voorsz. missive van den 26 Maij 1653 nae Taijouan geschreven, +hebben wij niet sonder ontsteltenis gelesen dat veele van gevoelen +sijn dat de jongste revolte der Chinesen op Formosa waerdoor omtrent +3000 van die natie om 't leven geraeckt sijn, ten principalen soude +veroorsaeckt sijn door de extorsien en gewelten die sij voorgeven hun +van den Fiscael en andere over hen te seggen hebbende aengedaen. Sijnde +voorwaer beclaeghelijck dat ons soodanige onheijlen door toedoen van +onse eijgen Ministers overcomen" (Patr. Miss. 16 April 1655). + +[8] "Hier nevens werden UEd. andermael overgesonden de schriftelijcke +deductien ofte verthoogen der schraperijen, usurpatien, stoute +onderneminghen ende vordere quaede handelingen ende practijcken door +de predicanten Daniel Gravius ende Gilbert Happart geduerende den +tijt haerer residentie op Formosa gepleegt" (Gouverneur Verburg aan +de Indische Regeering dd. 26 Febr. 1652). + +"In dezen tijd [1649] klaagden de Broeders zeer sterk over den Heer +Landvoogd Verburg" (Valentijn, IV, 2e stuk, 4e boek, 1e hoofdstuk, +bl. 89). Bedoeld zal zijn Gouverneur Pieter Anthonijsz Overtwater (Zie +Res. ulto Juli 1649 waarbij Verburg tot zijn opvolger werd benoemd, +en Missive Batavia naar Taijoan 5 Aug. 1649). Over dit krakeel handelt +ook eene missive van 19 Jan. 1654 van den Kerkeraad te Batavia aan +Heeren XVII. Hoe dezen hierover dachten, blijkt uit het volgende: "T +valt seer moeielijck en verdrietigh te hooren de dissentien en onlusten +die der telckens voorvallen onder de Ecclesiasticquen mitsgaders de +clachten over derselver onbehoorlijcke comportementen, usurpatien +en geltgierigheijt en dat in alle residentien van de Compagnie +geheel Indien door, en principalijcken op Formosa" (Patr. Miss. 20 +Jan. 1654).--"Wij hebben gesien dat volgens onse gegeven ordre, de +Ecclesiasticquen nu ontlast sijn van de politijcke regieringe op de +dorpen, maer UE sullen daer op hebben te letten dat sulcx niet alleen +niet weder compt in te cruijpen, maer datse oock haer sullen hebben +te vougen onder diegeene die door den Gouverneur en Raet aldaer de +politijcke regieringe en gesach over de dorpen sal aenbevolen sijn" +(Patr. Miss. 15 April 1654).--Over "de tusschen den Heer Gouverneur +... ende sijnen Raedt geresen onlusten" zie Res. 12 April 1651 en +Miss. Batavia naar Taijoan, dd. 21 Mei 1652. + +[9] Voor eenige grootendeels aan Compagnie's papieren uit Japan en +Taijoan ontleende bijzonderheden aangaande dezen vermaarden Chinees, +zie Bijlage V_C. + +[10] "Alsoo nu eenigen tijt herwaerts verscheijdene onlusten in +Taijouan onder de Chinesen geresen sijn, ende dat den soon van den +grooten Mandarijn Equan niet langer machtich sijnde om den Tartar +tegenstand te doen, met sijn bijhebbende macht sich te water begeven +heeft, die dan gepresumeert wert het oogh op Formosa geslagen te +hebben...." (Res. 10 April 1653; vgl. Miss. Batavia naar Taijoan 25 +Juli 1652). Ook Heeren XVII vonden de onderstelling aannemelijk dat +de in verzet gekomen Chineezen "daertoe opgemaeckt sijn door Cochin +[Koksinga] de soone van Equan, en met hem daerover gecorrespondeert; +mitsgaders secours en assistentie verwacht hebben, gelijck den Pater +Jesuita [Martinus Martini, over wien zie Bijlage V_D] ons aengedient +heeft dat op sijn vertreck uijt China soodanige geruchten daer liepen" +(Patr. Miss. 20 Jan. 1654). + +[11] Hij werd 1611 te Meurs geboren, was gehuwd met Sara de Solemne, +weduwe van Pieter Smidt, en overleed 24 Sept. 1667 als Directeur +Generaal. Zie over hem: De Haan, Priangan, I, bl. 216. Voor zijne +benoeming tot Gouverneur van Formosa zie Bijlage V_A, 3. + +[12] Res. 20 Mei 1653. + +[13] Zie Bijlage V_B, 1. + +[14] Zie Bijlage V_B, 2 (Res. 24 Mei 1653). Zijne Commissie als +Gouverneur van Formosa dd.o 18 Junij Anno 1653, is te vinden in +Kol. Archief no. 780. + +[15] "Aen d'E. heer Cornelis Cesar, Raadt extraordinaris van India die +gedestineert is om na Taijoan te vertrecken ende aldaer 't gouvernement +van den E. Nicolaes Verburgh over te nemen mitsgaders de verdre +scheepsopperhoofden, wert des middaghs ten huijse van d'Ed. heer +generael een vrolijck scheijdmael gegeven, daer hem de heeren Raden +van India ende meest alle de gequalificeerde Comps. dienaren alhier, +nevens hare huijsvrouwen, als andere genoode gasten, mede laten vinden" +(Dagr. Bat. 16 Juni 1653, bl. 82).--In den namiddag had plaats "de +publijcke authorisatie van d'E Hr. J. van Maetsuijker in 't generale +gouverne van India", welke wederom met "een frisschen dronk" werd +bezegeld (a. v. bl. 84).--In Res. 16 Dec. 1681 wordt gesproken van het +"ordinaire scheijdmaal" voor de zeilree liggende retourschepen. + +[16] "Genoemde Heer Cornelis Caesar is tot becledinghe van +sijn opgeleijde chergie met desselfs familie den 18 Junij +laestleden pr 't jacht de Sperwer uijt Batavia reede naer +Taijouan genavigeert, cargasoen f 64994.17.4" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Dagr. Bat. 1653, bl. 84 en Bijlage III_A, 3. + +[17] "Soo is dan mede verstaen het Jacht Sluijs dat tot de Taijouanse +besendinge mede al eenige tijt aengeleght sij geweest alhier +overtehouden, ende in desselfs plaets naer Taijouan de Fluijt de +Sperwer te gebruijcken die wat grooter van last is" (Res. 9 Mei 1653). + +[18] "Alsoo het Jacht de Sperwer dat volgens resolutie van dato den +9en Maij tot de eerste Taijouanse besendinge aengelecht sij geweest, +tot noch tot de komst van de vaderlantse retourvloot opgehouden +sij geworden om tot transport van eenige krijgsmacht, die wij met +genoemde vloot met verlangen te gemoet sien, te konne dienen, ende +alsoo deselve buijten gissingh nu komt te tardeeren, het mouson +al hooch begint te verloopen om dese besendinge haer voortganck te +laten.... is dierhalve in Raaden goetgevonden ende verstaen den 17 +deser genoemde Jacht sijn affscheijt te geven en tot transport van +de Heer Caesar die als Gouverneur naer Taijouan staet te vertrecken, +te dienen ende met deselve 50 militaire coppen tot versterckinge +van het Taijouanse garnisoen te laten inbarcqeeren" (Res. 6 Juni +1653). Zie ook de "Zeijlaas ordre", Bijlage III_A, 2. + +[19] Den 15en Sept. 1651 ging de Sperwer van de reede van Batavia +onder zeil en kwam den 12en Nov. 1652 daar terug. Als Secretaris van +de ambassade, maakte Cornelis Speelman de reis mede. (Zie Speelman, +Journaal van Cunaeus, uitg. A. Hotz). + +[20] "Naer dat d' E. Heer Cornelis Caesar op 16 Julij pr 't +jacht de Sperwer in Taijoan was gearriveert" (Gen. Miss. 19 +Jan. 1654). Vgl. Bijlage IIIA, 3. + +[21] 27 Mei 1653 "vertrecken van hier directa naer Taijouan de +fluijtschepen Trouw, Wittepaert, Smient, mitsgaders de lootsboot Ilha +Formosa voor d' eerste besendinge" (Notitie van de schepen soo die +van andere plaetsen hier gearriveert sijn als die van hier elders +vertrocken sijn sedert 4en Januarij 1653 tot 31 December daer aen +volgende).--In Res. 7 Juni 1652 wordt de Smient genoemd: "een hecht, +oock wel beseijlt schip". + +[22] "Tot vervolghe van den Japansen handel sijn uijt Taijoan 20 ende +29 Julij vervolgens derwaerts gesonden het fluijtschip het Wittepaert +ende 't jacht de Sperwer, te weten 't Wittepaert geladen met een +cargasoen van f 33803.12.4 en de Sperwer met een do ten bedrage van +f 33819.14.15" (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). Vgl. Bijlage III_A, 3. + +[23] Zie Bijl. III_A, 3-7, ook voor berichten aangaande den indruk +door het vergaan van de Sperwer gemaakt. + +[24] Patr. Miss. 25 Sept. 1642. + +[25] Volgens de in het Koloniaal Archief aanwezige "Naamlijst der in +Japan geregeerd hebbende Opperhoofden zoomede het getal der aangekomen +en verongelukte schepen", loopende tot 1850, zijn aangekomen 716 en +verongelukt 27 schepen. + +[26] O. Nachod, Die Beziehungen, enz., bl.330 en Beilage 63 A. + +[27] Wilhelm Volger, Opperhoofd, Daniel Six, tweede persoon, Nicolaes +de Roij, ondercoopman en Daniel van Vliet, assistent. + +[28] ".... ende naer datse de naemen der verblijvende Nederlanders, +als swarte jongens, welke met de seven matroosen en een boukhouder +(uijt Corre hier aengecomen) een getal van 29 personen uijtmaecken, +opgenomen hadden" (Dagr. Japan, 19 Oct. 1666). + +[29] Vijf eilanden; "a group of islands north-west of Kyushu, belonging +to the province of Hizen" (Papinot, Dictionary). + +[30] Decima, d. i. Voor-eiland. ".....comen voorm. scheepen hier voor +Schisima offte 's Comps. residentieplaats ten ancker" (Dagr. Japan +14 Aug. 1646). Onze loge was van den beginne (1609) af te Hirado +(Firando)--zie eene afbeelding van "De Loge op Firando" in: Montanus, +Gedenkwaardige Gesantschappen, bl. 28--maar 11 Mei 1641 werd den +onzen aangezegd "dat gehouden sullen sijn haer schepen voortaen in +Nangasacque te doen havenen, met hunne gantsche ommeslach uijt Firando +opbreecken ende die aldaer transporteren" (Dagr. Japan). De verhuizing +duurde van 12 tot 24 Juni 1641 en 25 Juni kwam het Opperhoofd Le +Maire van Firando voor goed naar Nagasaki (a. v.). (De "Naamlijst" +vermeldt van Le Maire: "1641,den 21 Maij van Firando naar Decima +verhuijst".Zie ook: Dagr. Bat. Dec. 1641, bl. 68). Hier moesten de +onzen het kwartier betrekken dat in 1635 voor de Portugeezen was +gebouwd (Dagr. Japan 3/4 Febr. 1635) en waarvan Francois Caron den +29en Juli 1636 deze beschrijving gaf: "... gingen het logement ofte +gevanckenis der Portugeesen besichtigen, sijnde een werck 't welk +in de baij van Nangasackij aen de Zuijtsijde van steen ende aerde +uijt den water is opgehaelt,lanck een stadije ofte 600 voeten ende +240 voeten breedt, rondt omme met een dicht gependen pagger waerinne +staen twee regelen huijsen en een straet in 't midden, hebbende een +brugge omme van 't lant op dit eijlandt te gaen ende een waeterpoorte +daer de Portugeesen twee mael in een voijagie passeeren sullen, +te weten eens wanneer sij uijt haer galliotten gaen en eens als +sij weder 't scheep gaen, sonder verder haeren voet daer buijten te +mogen setten. Voorsz. woninge sal nacht ende dach met verscheijde +wachtbercken ende wachthuijsen bewaert werden" (Dagr. Japan). + +[31] "Dat geene Hollanders sonder vragen van 't Eijlandt en vermochten +te gaan. Dat wel hoeren maar geene andere vrouwen, Japanse Papen +nochte bedelaers op 't Eijlandt mochten comen". (Dagr. Japan 19 +Aug. 1641).--Hoe ten tijde van hun verblijf in Firando, Compagnie's +dienaren zich hadden te gedragen, blijkt uit de aanschrijving van +Heeren Meesters (Patr. Miss. 3 Oct. 1637): "De onse moeten den +Jappanders na de mondt sien en alles om den handel onbecommert te +gauderen, verdragen"; zoomede uit de Instructie aan het Opperhoofd +Nicolaes Couckebacker (ulto Mei 1633, Kol. Arch. no. 759)--Vgl. "Dat +hij [nl. Couckebacker] sich in alle sijnen handel, wandel ende civilen +ommeganck zoo lieftallig,vrundelijck ende nederig tegen alle en een +ijder, soowel groot als clijn, sal hebben te comporteren dat hij bij +de Japanse natie, die selfs van conditie wonder glorieus is, oock geen +grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, +bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633). + +[32] Bijlage I a. + +[33] Bijlage I b. + +[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de +groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten +omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij +hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen +door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der +tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer +beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken" +(Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670). + +[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens +getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael +ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9 +Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd +Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende, +Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in +Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, +voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't +gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet +aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet +hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren +Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie +deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den +29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301). + +[36] Zie Bijlage I a en I b. + +[37] Zie Bijlage I b en I d. + +[38] Zie Bijlage I f-h. + +[39] Zie Bijlage I i-j. + +[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de +fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw". + +[41] Zie Bijlage I o. + +[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen, +ende na weijnigh tegenspoet den 20 Julij 1668 tot Amsterdam aengekomen" +(Journaal, Uitg.-Saagman). + +[43] ... "Sijn ons den 18en Maij Godtloff wel en behouden toegecomen +de schepen het Wapen van Hoorn, Alphen en Constantia ... voort den +13en en 15en Julij respectievelijck de schepen de Hollantsche tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, +Jonge Prins en de Spreeuw, mitsgaders den 20 en 23 daaraanvolgende de +Amerongen, de Tijger ... en den 23 en 25 van deselve maent, Godtloff +oock behouden in 't Vlie gearriveert de schepen de Wassende Maen, +Vlaerdingen en Loosduijnen. Met de voorsz. schepen zijn ons dan +geworden UE. generale brieven van den 5 October, 6, 23 en 31 December, +alle des voorleden jaers 1667" (Patr. Miss. 22 Aug. 1668). + +Mei 1668. "Den 18 Meij arriveerden in Tessel 3 Nederl. Retour-Schepen +als 't Wapen van Hoorn en Alphen voor de Kamer Amsterdam ende +Constantia voor de Kamer van Enckhuijsen. Waren den 6 October 1667 van +Batavia vertrocken ... Brachten mede dat jaer noch 8 Retour-Schepen +van Batavia en 3 van Ceylon stonden te volgen ..., Doe quam op +Batavia advijs, dat eenige Maets op Coeree van 't Schip de Sparwer +waren gebergt, en ettelijcke sich met een Bootje aen Japan hadden +gesalveert" (Hollantse Mercurius XIX, 1668, bl. 82-83). Dit "advijs" +was al, met de Esperance, den 30 Nov. 1666 te Batavia gekomen. + +[44] Monsterrol van 't Jacht Amerongen in dato 24 Dec. 1667 +(Brieven en papieren overgekomen voor de Kamer Amsterdam, +1660-1668. Kol. Arch. no. 1153). + +[45] "In dese landen daer en teghens arriveerden den 15, 16 en +20 Julij de navolgende retourschepen uijt Oost-Indien: als de +Hollantsche Thuijn, 't Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, +de Tijger en Dordrecht den 7 December 1667, de Vrijheijt, Jonge +Prins en Amerongen den 23 December, en 't Jacht de Spreeuw den 1 +Januarij van Batavia af-geseijlt". (Hollantsche Mercurius, XIX, 1668, +bl. 113).--Den 19en Juli 1668 al berichtte de Kamer Amsterdam aan de +Regeering te Batavia de behouden aankomst van de Hollantsche Tuijn, +'t Wapen van Middelburgh, Cattenburgh, Outshoorn, de Vrijheijt, de +Jonge Prins en de Spreeuw; den 24en d.a.v. dat "Amerongen op den 20 +deses in Tessel wel gearriveert" was. (Particuliere brieven van de +Camer Amsterdam. Kol. Arch. no. 484). + +[46] Zie Bijlage I d. Dit Rapport was "gedateert den lesten +November" [1666]. (Verbaal Commissarissen 's Gravenhage van 23 Maart +1668. Kol. Arch. no. 301). + +[47] Artikelbrief van de Geoctroijeerde Nederlandsche Oost-Indische +Compagnie, dd. 8 Maart 1658. (N.I. Plakaatboek II, bl. 265, +270). Art. 42: "... sulcks dat een yeder 't peryckel sijner +Maent-gelden sal loopen op 't Schip ende goederen daer hy op vaert, +ende dienvolgende 't selfde schip met alle syne ingeladen goederen +('t welck Godt verhoede) komende te verongelucken, oock alle syne +Maentgelden ... verliesen". Art. 51: "... Ende sullen de bedongen +Maentgelden van alle sodanige Gevangens cesseren ende ophouden vanden +tydt haerder gevanckenisse, tot dat sy wederom gerelaxeert sullen +wesen".--Resolutie Kamer Amsterdam dd. 20 Nov. 1653: "Maentgelden. Van +'t volk van geblevene schepen te betalen tot den dag van 't blijven, +af 1/# part na gewoonte". Vgl. nog Res. 9 April 1669 (jacht de Jonker) +en Res. 23 Jan. 1690 (jacht de Zijp). + +[48] Zie Bijlage I k. + +[49] Zie Bijlage I q-r. + +[50] Zie Bijlage I (bl. 78 en 82). + +[51] "The Japanese government had always made use of Tsushima in its +communications with the Coreans, and the agency at Fusan was composed +almost exclusively of retainers of the feudal lord of this island" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 86). + +[52] Zie Bijlage I n (slot). + +[53] "De overgeblevenen zijn door toedoen van den Keizer van Japan, +op verzoek van de Nederlandsche Oost-Indische Maetschappye, naderhand +overgelevert, behoudens een, die aldaer wilde blijven" (Witsen, +2e dr., I, bl. 53). + +[54] Zie Bijlage II a-d. + +[55] Witsen, 1e dr. II, bl. 23; 2e dr. I, bl. 53. + +[56] "Het jacht Pouleron bij de Eijlanden van Maccauw van de Schermer +afgeraect zijnde heeft den 26 en 27 Julij op de noorderbreedte van +omtrent 30 graeden bij de modderbancq een soo vervaerlijcke storm +beloopen dat alle zijn ronthout except de bezaensmast heeft verlooren, +de boechspriet eerst door den wint achterover int schip gesmeeten +zijnde is de fockemast gevolcht en daegs daeraen oock de groote +mast door het vreeselijck slingeren; aen het Queelpt. hebben haer +stompen gerecht en zijn zoo, tusschen d' Eijlanden van Gotto door, +den 13en Augo. goddanck hier binnen gecomen"...... "Pouleron dat aent +Queelpaert heeft geanckert gelegen ende door de Eijlanden van Gotto +is geboucheert". (Missive Nagasaki naar Batavia 19 Oct. 1670). + +"d' eerste joncke van Batavia dit henen gezeijlt, werden wij bericht +dat op Corree is verongeluct en daer van omtrent 40 Chineesen in Gotto +zijn aengecomen en dat d' andere in Corree werden aengehouden" (a. v.). + +"Wij hebben UEd. jongst geschreven dat de joncke van Batavia +vertrocken, op Corree was verongeluckt en eenich volck daer van +op Gotto waren aengelant; zedert zijn d' andere Chineesen met een +opgemaeckt vaertuijgh meede van Corree hier binnen gekomen met noch +soodanige geborgene coopmanschappen als bij 't joncke boekje blijckt +geschat op Ts 13000 vercoops. Men secht ons dat dit volck is geweest +aen een lant van Corre oft eijland dat onder Japans gebiet staet. T' +is apparent datse hier weder sullen equiperen en na Batavia comen" +(Missive Nagasaki naar Batavia primo Nov. 1670). + +[57] Zie Bijlage II a (slot). + +[58] Zie Bijlage II c-d, en Dagr. Bat. 1668 bl. 204. + +[59] Dagr.Bat. 1669 (bl. 301). 8 April: "komt de fluijt Nieuwpoort +van Coromandel". + +[60] Dagr.Bat. 1668 (bl. 203). 30 November: "Des avonds comt de fluijt +Buijenskercke van Japan". + +[61] Zie Bijlage II i. + +[62] Griffis, Corea, 1905, Chapter XXII, The Dutchmen in exile +(bl. 176): "The fate of the other survivors of the Sparrowhawk crew was +never known. Perhaps it never will be learned, as it is not likely +that the Coreans would take any pains to mark the site of their +graves".--Zelfs Mr. Pieter van Dam schijnt van hunne bevrijding en +terugkomst niet te hebben geweten. Zie zijne onuitgegeven Beschrijvinge +van de Oost-Indische Compagnie: "Agt Nederlanders met een kleijn +vaartuijg van de Coreese eijlanden tot Gotto aangekomen en door den +Heer van 't Land tot Nangasacki opgesonden zijnde, waren in 't jaar +1653 op het Quelpaarts eijland met 't jagt de Sperwer verongelukt en +waar van haar 36 menschen sterk aan Corea hadden gesalveert. Volgens +haar voorgeven zijnse van die van Corea seer armelijck getracteert, +dan na 't een dan weder na 't ander eijland vervoert, Invoegen dat in +13 jaren dat aldaer gesworven hadden, 20 van deselve sijn gestorven +en van waar de voorsz. agt met een kleijn vissers schuijtje sijn +gevlugt en de andere agt daer nog verbleven..... De voorsz. agt +Nederlanders uijt Corea verlost, na dat sij in Japan seer naeuw op +alles waren ondervraegt, en 't selve pertinent was aangeteijckent en +na het Hoff gesonden, en daer op haere demissie hadden verkregen, sijn +van daer mede na Batavia vertrocken". Over de "daer nog verbleven" +schipbreukelingen, spreekt Van Dam verder niet.--Vgl.: K. Guetzlaff, +Reizen langs de kusten van China, enz., bl. 250: "Meer dan twee eeuwen +geleden strandde aan deze kust een Hollandsch schip; de manschap +werd verscheidene jaren gevangen gehouden, tot er een ontsnapte en +te Amsterdam zijne lotgevallen bekend maakte".--"To those who hail +from Great Britain it is of special interest to know that one of the +unfortunate mariners who did not succeed in making his escape was +"Alexander Bosquet, a Scotchman". One wonders if his tomb or those of +any of his mates will ever come to light, as that of Will Adams did +in Japan". (Foreword van M. N. Trollope, bij de uitgave van Hamel's +Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 94-95). + +[63] "The only relics of these unfortunate captives so far discovered +have been two Dutch vases unearthed in Seoul in 1886. The natives +knew nothing of their origin, beyond a vague belief that they were +of foreign manufacture. The figures on them, however, told their +own tale of Dutch farm-life, and the worn rings of the handles bore +marks of the constant usage of years. We may well fancy them to be +the last of the household gods of the shipwrecked Wetteree, who, +like Will Adams of Japanese history, lived and died a captive exile +though the honoured guest and adviser of the king and government. The +presence of these captive Dutchmen in Corea may perhaps explain what +must always seem an anomaly among Asiatic races, namely blue eyes +and fair hair. These peculiarities have been frequently observed by +travellers in various parts of the peninsula, exciting comment and +conjecture without, hitherto, any definite explanation" (J. Scott, +Stray notes on Corean history etc., Journal China Branch R.A.S., +New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215). + +[64] "Durant mon sejour a Tchae-Tchiou [28 Sept.-3 Oct. 1888] +je demandai frequemment des renseignements sur Hamel. Mais tout +souvenir de sa visite s'est evanoui avec la generation qui l'a vu" +(Chaille-Long-Bey, La Coree ou Tchosen, bl. 46). + +[65] Zie Dr. H.P.N. Muller, Azie gespiegeld, I, bl. 371. + +[66] Zie Bijlage I k. + +[67] Dagr. Bat. 1667, 11 December: "Hendrick Hamel, gewesen boeckhouder +op het jagt de Sperwer, den 16en Augustus 1653 aan een der Corese +eylanden, by ons het Quelvaerts eylandt genaemt, verongeluckt, zynde +den 28en November jongstleden, nevens nogh 7 persoonen van gemelte +jagt, met de fluyt de Spreeuw, uyt Japan hier aengecomen, heeft nu +aen haer Ede overgelevert een daghregister van het gepasseerde sedert +dien tyt tot haere aencomste alhier, behelsende een verhael van 't +verongelucken des gemelten jagts, mitsgaders wat ellende en miserie +sy aldaer hebben uyt gestaen, hoe ende op wat wyse zy eyndelyck uyt +haere gevangenisse syn gevlugt; voorts een corte beschryvinge van +het coninckryck Coree, den ommegangh der inwoonders, haere justitie, +politie, Godsdienst en andere saecken van speculatie, leggende +het gemelte daghregister onder de papieren, desen jaere van Japan +ontfangen".--Aan het slot van een uitg.-Saagman van Hamel's Journaal +wordt gezegd: "Na eenige dagen vertrocken wij met een Schip dat daer in +Ladinge lagh, na Batavia, daer wy den 20e November wel aen quamen, en +by den Generael ontboden wierden, die wy al ons wedervaren verhaelde: +wy hebben hem oock een Journael behandight, en hy ons voorts wel +onthaelt hebbende, heeft ons verlof gegeven om na het Vaderlandt te +vertrecken", enz.--Hamel had--gelijk wij aannemen--ons handschrift +aan het Opperhoofd te Nagasaki afgegeven, daardoor was hij niet in +de gelegenheid daarin den datum van aankomst te Batavia in te vullen +en over de ontvangst aldaar iets te zeggen. Zie verder bl. XXV-XXVI. + +[68] Vgl. de Haan, Priangan II, bl. 38 (26). + +[69] Zie Bijlage I o. + +[70] Zie de Bibliographie. + +[71] A. Montanus, Gedenkwaerdige Gesantschappen enz. + +[72] Bl. 429-436. + +[73] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1692). Zie Tiele, +Nederlandsche Bibliographie van Land- en Volkenkunde, bl. 269. Het +exemplaar uit de Utrechtsche Universiteitsbibliotheek hebben wij +kunnen raadplegen. + +[74] Noord en Oost Tartarye ('t Amsterdam 1705). Zie Tiele, +a.v. bl. 269. + +[75] Dl. I, bl. 148. + +[76] "....de Nederlanders die op Korea gevangen zijn geweest, +verhaelen, dat zy eerst aen Quelpaerts Eiland aen quamen, gelegen +op drie en dertig graden, en dertig minuten Noorder breette, van de +vaste Koreaensche Kust, omtrent veertien myl, genaemt by de Inwoonders +Schesure of Moese" (dl. I, bl. 150 noot). + +[77] Onder dezen naam is de hoofdstad van Quelpaerts-eiland nergens +vermeld gevonden. Misschien is Moggan de transcriptie van eene +Koreaansche uitdrukking voor de residentieplaats van een Mok-sa +of Gouverneur. + +[78] Zie Journaal, bl. 11. + +[79] Uitg.-Saagman: "Moggaen, zijnde de residentieplaets van de +Gouverneur van 't Eijlandt, bij haer Mocxa genaemt,". Daarentegen in +de uitg.-Stichter en Van Velsen,....."bij haer genaemt Moese". + +[80] "Mok-sa. Mandarin de 1er ordre dans les villes ou il y a des +satellites pour arreter les voleurs (le 2e dans l'ordre civil, le +1er au-dessous du gouverneur)" (Dict. Cor.-Franc., bl. 244). Moese +is de Chineesche uitspraak van Moksa. + +[81] Witsen, 2e dr., bl. 59. + +[82] Uitg.-Stichter, Rotterdam, 1668. + +[83] Uitg.-van Velsen, Amsterdam, 1668. + +[84] Uitg.-Saagman, "'t Oprechte Journaal", Amsterdam, bl. 30-31. + +[85] Zie de Bibliographie. + +[86] De tekst van de in Churchill's Collection of Voyages and +Travels, Vol IV (1732) opgenomen Engelsche vertaling is herdrukt +in Transactions of the Korea Branch of the R.A.S. Vol. 9 (1918) +alleen met een "Foreword" van den President Mark Napier Trollope, +Bishop in Corea, die over Hamel's Journaal zeer gunstig oordeelt +maar de opmerking maakt: "there are points, like his circumstantial +account of the man-eating "crocodils" to be found in Chosen, which +sound rather like a "traveller's tale", though it is possible that +such animals may have existed two hundred and fifty years ago and +yet be extinct now". Hamel gaat echter vrij uit; over krokodillen +komt in zijn Journaal evenmin iets voor als over olifanten. + +[87] O.a. Griffis, Corea, the Hermit Nation (1905), Chapter XXII: +The Dutchmen in exile; en Idem, Corea, without and within (1885). + +[88] Mededeeling van den Landsarchivaris te Weltevreden, Dr. F. de +Haan. + +[89] Zoo diende de oud-Gouverneur Generaal Hendrik Zwaardecroon +een verzoekschrift in aan de Indische Regeering, zonder dit te +teekenen. (Zie Indische Gids, 1917, II, bl. 1539). Ook de rekesten +vermeld in Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van N.I. deel +73, bl. 401, waren ongeteekend. + +[90] Zie Bijlage Ia (bl. 78). + +[91] Zie facsimile tegenover den titel. + +[92] Zie facsimile. + +[93] "Les meurtres & autres exces sont bien plus rares dans ce recit +que dans celui du voyage de Pelsaert. Aussi est-il devenu beaucoup +moins populaire" (Tiele, Memoire bibliogr., bl. 275). + +[94] Zie bl. 13. + +[95] Zie Bijlage III_B. + +[96] Zie Bijlage I_A. + +[97] "Le recit de leurs aventures quoique tres simple et nullement +scientifique, ne manque pas d'interet". (Memoire bibliogr., +bl. 274). Vgl.: "Hamel, the supercargo of the ship, wrote a book on +his return, recounting his adventures in a simple and straightforward +style" (Griffis, Corea, 1905, bl. 176). + +[98] "When this account was printed in Holland, the eight men +mention'd at the end of this Journal, were all in Holland, and +examin'd by several persons of reputation, concerning the particulars +here deliver'd, and they all agreed in them; which seems to render +the relation sufficiently authentick... There's nothing in it that +carries the face of a fable, invented by a traveller to impose upon +the believing world" (Churchill's Collection of Voyages IV (1732), +Preface bl. 574). + +[99] "Kinderen en wijven, die eenige daer getrouwt hadden, verlieten +ze" (Witsen, ie dr., bl. 23; 2e dr., I, bl. 53. + +[100] Zie Bijlage Io. + +[101] Witsen, 1e dr., bl. 23; 2e dr. 1, bl. 53. + +[102] "Thirteen years residence in Corea, was time enough to have +given a much more perfect description, and many men in that time +would have made it more ample and satisfactory; but the author gave +what he had, and I suppose his memoirs were small and ill digested, +having leisure enough, but perhaps little inclination, to write in +that miserable life, as not knowing whether ever he should obtain +his liberty, to present the World with what he writ" (Churchill's +Collection IV, Preface, bl. 574). + +[103] "Le Secretaire du Vaisseau qui a fait ce Journal, n'avance +rien dans la Description de l'estat present du Royaume de Coree qui +ne s'accorde avec ce qu' en a ecrit Palafox et ceux qui ont traitte +de l' invasion des Tartares" (Relation du Naufrage d'un vaisseau +holandois sur la Coste de l' Isle de Quelpaerts etc. Avertissement +au Lecteur).--"The book, which contains... a racy description of the +country and people, deserves careful study. It throws some interesting +sidelights on the history of the "Coresians" two and a half centuries +ago, then as always between the upper and nether mill-stones of the +"Japoneses" and the "Chineses" to north and south of them" (Foreword +van M. N. Trollope bij de uitgave van Hamel's Journaal in Transactions +Corea Branch R. A. S. IX, 1918, bl. 93-94). + +[104] "The French translater indulges in skepticism concerning Hamel's +narrative, questioning especially his geographical statements. Before a +map of Corea, with the native sounds even but approximated, it will be +seen that Hamel's story is a piece of downright unembroidered truth. It +is indeed to be regretted that this actual observer of Corean life, +people, and customs gave us so little information concerning them" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 176).--"Mit Huelfe unserer japanischen +Karte von Korai (Atlas No. 6) konnten wir die Reiseroute, der Hamel +gefolgt is, nachweisen und die meisten verstuemmelten Ortsnamen, deren +er in seinem Tagebuche erwaehnt, entziffern" (v. Siebold, Geschichte +Entd. Japan, bl. 37). + +[105] "Like the Japanese, and all the nations of eastern Asia, +the Coreans have always bowed down before the greatly superior +mental power of the Chinese; and have borrowed from them some of +their customs, more of their words, and, perhaps, all the principal +books in use between the Yaloo and the western shores of the Pacific" +(Ross, History of Corea, bl. 300).--"Whatever note-worthy knowledge +the Japanese and other nations possess, they obtained from China, +while she has always been self-contained" (Ross, the Manchus +(1891) bl. XV). Vgl. J. S. Gale, The influence of China upon Korea +(Transactions Korea Branch R. A. S. I, bl. 1-24) en H. B. Hulbert, +Korean Survivals (Id. bl. 25-50). + +[106] "It was not until the seventeenth century that Europeans came in +contact with Coreans, when some unfortunate Dutchmen were shipwrecked +on the coast and held captive for years. The narrative of the Dutch +supercargo Hamel, written towards the close of the seventeenth +century, gives a graphic account of Corean manners and customs, and, +as read at the present time, conveys an exact picture of the people +and country. Place after place which he mentions in their captive +wanderings have been identified, and every scene and every feature can +be recognised as if it were a tale told of to-day. So strong is native +conservatism both in language and habits that Hamel's description of +two hundred years ago reproduces every feature of present Corean life" +(Scott, Stray notes on Corean History etc., Journal China Branch +R. A. S. New Ser. XXVIII, 1893-94, bl. 215).--"Hendrik Hamel was +plainly a shrewd observer, and much of his description of the country +and the people and their customs tallies well with our own experience +of the last thirty years, though one would not care to subscribe to +every one of his statements". (Foreword van M. N. Trollope bij de +uitg. van Hamel's Journaal in Transactions Corea Branch R. A. S. IX, +1918, bl. 94). + +[107] ".... c'est le seul ancien ouvrage connu qui donne de premiere +source des details importants concernant la Coree & ses habitants" +(Tiele, Memoire bibliogr., bl. 275).--"Das Schicksal des H. Hamel +van Gorcum ... ist lehrreich als ein Blick in das innere Leben des +Koreischen Staates und Volkes, und seine Notizen ueber dasselbe sind mit +Unrecht bisher unbeachtet geblieben, da sie, bei Koreas stationairem +Zustande, auch heute noch nicht veraltet sind, und gleiche Autoritaet +wie jene oben angefuehrten haben, welche durch die anspruchlosen Angaben +des redlichen Hollaenders bestaetigt oder selbst im wesentlichen noch +vervollstaendigt werden" (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, III, +1834, bl. 637-638). + +[108] Rev. J. Ross, History of Corea, [1880]; en Ch. Dallet, Histoire +de l' Eglise de Coree, 1874. + +[109] "On n'a jamais preche la religion chretienne dans la Coree, +quoique quelques Coreens ayent ete baptisez en differens tems a +Peking" (Observations geographiques sur le royaume de Coree, tirees +des Memoires du Pere Regis, in Du Halde, Description, etc. IV (1736) +bl. 532).--"The first attempt of a foreign missionary to enter the +hermit kingdom from the west was made in February 1791" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 353). + +[110] ".... les missionnaires sont les seuls Europeens qui aient jamais +sejourne dans le pays, qui en aient parle la langue, qui aient pu, en +vivant de longues annees avec les indigenes, connaitre serieusement +leurs lois, leur caractere, leurs prejuges et leurs habitudes" +(Dallet, Histoire, etc. I, bl. IX). + +[111] "In 1368.... the warrior monk was enthroned in Peking, emperor +of all China. Next year... the king of Corea, sent an ambassador with +letters of congratulation to the new emperor, to his new capital of +Nanking, and the pleased emperor formally acknowledged him king of +Corea" (Ross, History of Corea, bl. 268). + +[112] "Fifty years previous to the Manchu conquests, Japan had overrun +Corea in a war of pure conquest; and though, with Chinese assistance, +she was ultimately driven out, she never abandoned her foothold in +the port of Fusan, which has always remained, under the daimioes of +Tsushima, as a port of commercial intercommunication" (Parker, China +Past and Present, bl. 340). + +[113] "Corea heeft sich de Tartar onderworpen" (Gen. Miss. 21 +Jan. 1622). Zie ook: Parker, The Manchu relations with Corea +(Transactions Asiatic Society of Japan XV, 1887, bl. 93). + +[114] Ross, History of Corea, bl. 276-286.--C. I. Huart, Memoire +sur la guerre des Chinois contre les Coreens de 1618 a 1637 (Journal +Asiatique, 7e Serie, XIV, 1879, bl. 308 e. v.).--W. R. Carles, A Corean +monument to Manchu clemency (Journal North-China Branch R. A. S. XXIII, +1888, bl. 1). + +[115] "Ever since the Manchus established themselves in China, +Corea has paid regular tribute to Peking, and been a most faithful +vassal.There was, until fifteen years ago (1883), absolutely no +interference on the part of China in her internal administration: all +she had to do was to send as tribute a few local articles of nominal +value at fixed periods, for which she received a liberal return; and +to apply for recognition when a demise of the Royal crown took place +and a successor inherited" (Parker, China Past and Present, bl. 340). + +[116] "Shogun is simply the Chinese tsiang-kuen or generalissimo, +being the word "Imperator" in its original military significance" +(Parker, China, 1917, Glossary). + +[117] Diary of Richard Cocks (Uitgave Hakluyt Society 1883) I, bl. 255, +301, 304, 311, 312, 313; en C. J. Purnell, The Log-Book of William +Adams 1614-19 (Transactions of the Japan Soc. of London, XIII, 1916, +bl. 178.--Het eerste Koreaansche gezantschap kwam in Japan in 1608, +het tweede in 1617. "From this time down to the year 1763 Korea +sent ambassadors to Japan on the occasion of the appointment of a +new Shogun. Altogether such missions arrived in Japan eleven times" +(I. Yamagata, Japanese-Korean relations after the Japanese invasion +of Korea in the XVIth century, Transactions Korea Branch R. A. S. IV, +2 (1913) bl. 8).--Dat het optreden van een nieuwen Sjogoen niet de +eenige aanleiding was voor het sturen van een gezant, blijkt uit +deze aanteekening in Dagr. Japan 1643 onder 6 Mei: "Gemelte Heere +[van Firando, die aan de Compagnie geld schuldig was] soude na +voorgeven noch wel 4 a 5 kisten gelt betaelt gehadt hebben, ten ware +den ambassadeur van Korea, die naer Jedo verreijsde om Keijserlijcke +Maijt [d.w. den Sjogoen] over de geboorte van den jongen Prince +geluck te wenschen, door of bij de uijterste palen langs van zijn +Heerlijckheijt gecomen ware, bij welcke gelegentheijt gemelte Heere +ettelijcke kisten gelts hadde moeten aen oncosten maecken." + +[118] "De Coreese Ambassade is in April weeder ghekeert naer Coree +met treffelijcke presenten, in gaen en commen overall vrij gehouden; +haer versouck is geweest assistentie tegens de Chijneesen die sij +claechden haer veel overlast te doen; het scheen haer goede hoope +tot assistentie is ghegeven geweest. Men liet een groot gerucht +van preparatie tot oorlooghe loopen dan is corts naer haer vertreck +als roock verdweenen; 't schijnt dese Kaijser meer genegen is sijn +landtsheeren met bouwen van Casteelen arm te houden dan die door +vreemde oorloghe rijck te maecken" (Opperhoofd Firando naar Batavia +dd. 17 Nov. 1625.--Zie ook Dagr. Japan 24 Maart 1637, Bijlage IV). + +[119] "In het volgende jaar 1655, is in Japan niets bijzonders +voorgevallen, alleenlijk sijn daer uijt Corea drie ambassedeurs +van 't Hoff geweest met een gevolgh van drie hondert personen om d' +Hommagie te doen; sijnde die van Corea gewoon dat om de drie jaren te +laten geschieden" (Mr. P. van Dam's Beschrijvinge, Boek 2, deel 1, +caput 21, fo 289).--"In 1710 a special gateway was erected in the +castle at Yedo to impress the embassy from Seoul, who were to arrive +next year, with the serene glory of the sho-gun Iyenobu ... The +intolerable expense at last compelled the Yedo rulers to dispense +with such costly vassalage, and to spoil what was, to their guests, +a pleasant game. Ordering them to come only as far as Tsushima, they +were entertained by the So family of daimios" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 151). Vgl. Chinese Repository X, 1841, bl. 163 (noot). + +[120] "...het ophouden der joncquen .. ontstaet ... door den Hr. van +Tsussima (met licentie ofte passen des Keijsers de negotie op Corea +ende dat onder seecker getal van joncquen exerceerende) nu al eenige +jaeren herwaerts onderstaen heeft de voorn. passen, soo die van den +Keijser aen de Coreesen als die vande Grooten in Corea aenden Keijser, +op te houden ende naer sijns welgevallen ende meesten profijt andere +in plaetse doen schrijven" (Missive Opperhoofd Couckebacker, Jedo 23 +April 1635). + +[121] "Onsen handel is daer noch jonck ten aensien van de Portugesen, +Japan van over de 100 jaeren gefrequenteerdt hebbende" (Patr. Miss. 31 +Aug. 1643). + +[122] "Van desen hoeck af voortaen, soo streckt de Custe weder nae +het noorden toe, wijckende daer nae innewaerts noordwestwaert aen, +aen welcke Custe comen die van Japon, traffijckeren met het Volck +van die contreye, diemen noemt Cooray, ende men heeft daer Havens +ende beschutsels, hebben een tuych van smalle ende ondichte stucken +gheweeft werck, 't welcke die Japonen aldaer comen verhandelen, +waer van ic goede, breede, ende waerachtighe informatie hebbe, +als oock vande Navigatie naer dit Landt toe, vande Pilooten die +'t aldaer ondersocht ende bevaren hebben, als volght. + +Van desen hoeck van den Inham van Nanquin af, 20. mijlen zuydtoostwaert +aen, zijn gheleghen etlijcke Eylanden aen het eynde, vande welcke, +te weten, aende oostzijde leyt een seer groot ende hooch Eylandt van +veel Volcks bewoont, soo te voet als oock te peerde. + +Dese Eylanden worden vande Portugesen gheheeten As Ylhas de Core, +ofte d' Eylanden van Core: maer het voorschreven groot Eylandt is +ghenaemt Chausien, heeft vande zijde van het noordtwesten eenen +cleynen Inwijck, hebbende een Eylandeken in de mont ligghen, t' +welcke de Haven is: maer heeft weynich diepten, alhier houdt de +Heer van het landt sijn residentie: Van dit Eylandt af, 25. mijlen +zuydtoost aen, is gheleghen het Eylandt van Goto, een van d'Eylanden +van Iapon, twelcke leyt vanden hoeck vanden Inham van Nancquin af, +oost ten noorden t' Zeewaert aen, 60. mijlen weeghs ofte weynich meer" +(Jan Huyghen van Linschoten, Reys-Gheschrift van de Navigatien der +Portugaloysers in Orienten enz. [1595], bl. 70). + +[123] "Hirado. In W. Japan, H before i is pronounced F, and n is +inserted before d." (The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1900, +bl. 78, noot 4). + +[124] De Jonge, De opkomst van het Nederlandsch gezag in O.I. dl. III, +bl. 300; en Van Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, +1858, bl. 29. + +[125] Peper.--"...bij de Chineezen in Nangasaq ende die van Corea niet +werdende getrocken" Firando 3 December 1634. (Opperhoofd Couckebacker +aan den Gouverneur van Formosa, Putmans).--Vergelijk echter de volgende +berichten: "At our returne to the English house [te Firando], I found +three or foure Flemmings there; one of them was in a Iapan habit, and +came from a place called Cushma [Tsushima], within sight of Corea. I +vnderstand they sold Pepper and other Commodities there, and I thinke +haue some secret trade into Corea, or else are very likely to haue" +(The Voyage of Captain John Saris to Japan, bl. 170).--"Peper werd +daer [Japan] vercocht tegen 15 ende 16 taijl t' picol; dese werdt ten +deele in Japan gesleten, pertije naer Corea vervoert" (Gen. Miss. 3 +Febr. 1626). + +[126] "Langasacki 3 November 1610. Thin is op Corea seer getrocken +waeromme hijer veel vertijert wert, ick hebbe versocht off het +mogelijck sijn soude wij eenighe handelijngge op Corea hijer vuijt +Jappan mochten doen; tot dijen fijne ick in Martij passado eenen +Assistent met 20 picol peper naer het eijlandt Tuxcijma sijnde ontrent +30 mijlen van hijer gesonden hebbe dije met dije van Corea, dat noch +25 mijlen van daer is, handelijng [te] drijven ende hun vaert 3 a +4 maelen 's jaers derrewaerts maecken, doch is d' voirsz. door de +strenge wetten des landts onmogelijck bevonden, dat den Gouvr. vant' +voirsz. eijlandt oock nijet consenteeren will, want hem schadelijck +sijn soude, dan sullen 't voirsz. noch nijet achterwege laten vorder te +versoucken want groot profijt can gedaen worden, soo in sijdewerck, +leeren, medecijnen ende andersijnts dat van daer gebracht wort" +(Aan Heeren XVII; ongeteekend maar waarschijnlijk van Specx. Ook in +vertaling in Nachod, Die Beziehungen enz. Beil. 8, bl. XXIII). + +[127] "Voorts alzoo mijne onderdanen genegen zijn, om alle landen en +plaatsen met handeling in vriendschap en sincerelijk te bezoeken; zoo +verzoeke ook aan Uwe Keiz. Majesteit, dat dezelve den handel op Corea +door Uwer Majesteits faveur en behulp mogen genieten, om alzoo met +gelegener tijd de noordcust van Japan mede te mogen bevaren, daaraan +mij zonderlinge vriendschap geschieden zal" (18 Dec. 1610). (Van Dijk, +Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 38). + +[128] "The Flemynges ... have som small entrance allready into Corea, +per way of an iland called Tushma, which standeth within sight of +Corea and is frend to the Emperor of Japan" (30 Nov. 1613). (Diary +of Richard Cocks (Correspondence) II, bl. 258). + +[129] "I make noe doubt but your seruant Edward Sares is by this tyme +in Corea, for from Tushina I appoynted him to goe thither, beinge +incouradged by the Chineses that our broad cloath was in greater +request ther than hear. It is but 50 leagues ouer from Iapann and +from Tushina much less" (17 Oct. 1614). (The voyage of Captain John +Saris to Japan, bl. 210).--"We cannot per any meanes get trade as +yet from Tushma into Corea, nether have them of Tushma any other +privelege but to enter into one little towne (or fortresse), and in +paine of death not to goe without the walles thereof to the landward" +(25 Nov. 1614). (Diary of Richard Cocks II, bl. 270).--"Sayer is out +of hope of any good to be done there [Tushma] or at Corea" (Firando +9 March 1614). (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 130).--"Ambassadors from the King of Corea to the Emperor of +Japan were attended by about 500 men and were royally entertained, +by the Emperor's command, by all the Tonos or Kings of Japan through +whose territories they passed, and at the public charge... Endeavoured +to gain speech with the Ambassadors, but was unsuccessful, the King +of Tushma (Tushima) the cause, he fearing that the English might +procure trade if Cocks got acquainted with the ambassadors" (Firando +15 Febr. 1618 (Letters written by the English Residents in Japan, +bl. 222). + +[130] Zie Missiven Commandeur Cornelis Reijersen van 10 Sept. 1622, +20 Nov. 1622 en 5 Maart 1623, zoomede de Missive der Regeering te +Batavia aan Reijersen van 2 April 1624; en Gen. Miss. van 6 Sept. 1622 +en 20 Juni 1623. + +[131] "Camps aviseert ons dat den Hondt, keerende van de bocht van +Spirito Sancto na Japan, op Corea vervallen ende van 36 oorloghsjoncken +die de Coreers aldaer gestadigh tot bevrijdinghe van haere cust +houden, bespronghen ende furieuselijck met bassen, roers, boogen ende +ontallijcke hasegaijen bevochten is geweest, doch sonder schade, na +dat mannelijck tegen de Coreers gevochten hadden, daer affgecomen; dit +schrijven UE. op dat verdacht mooght weesen de scheepen oft jachten, +welcke die wegh uijtgesonden werden, te waerschouwen ende te belasten +wel op haer hoede voor soodanighe resconter te wesen ende dit off +diergelijcke volck niet veel goets te betrouwen". (Missive Reg. Batavia +aan Reijersen 3 April 1623. Verg. ook: Instructie Martinus Sonck 11 +Juni 1624 en Gen. Miss. 20 Juni 1623). (Het advies van Camps is in +het Kol. Arch. niet aangetroffen). + +[132] Zie bl. XLII, noot 3, slot. + +[133] "Wij verstaen uijt UE. brieven hoe den gesandt van Corea +door Firando met een gevolch van 500 dienaeren naer Jedo om de +reverentie voor den Keijser te doen gepasseert was. Wij hadden +wel gewenst ons daermede aengeschreven wierden wat haer verricht +is ofte versouck sij. Item met wat presenten voor de Maijesteijt +verschijnen; voorvallende occasie souden wel begeerich wesen door +UEd. de gelegentheijt van dat lant ondersocht wierden, met wien +correspondeert, wat handel aldaer gedreven ofte oock vreemdelingen +admitteeren ende wat commoditeijten uijt geeft, ofte daer oock gout +ofte silvermijnen sijn ende diergelijcken. Wij hebben alhier verstaen +deselve opulente eijlanden insonderheijt van sijde te wesen, welcker +seeckerheijt achten wij UEd. aldaer best vernemen sult.... nevens +een descriptie van de gelegentheijt ende de particulariteijten van +bovengeroerde Corea waermede des Compagnies dienst gevoirdert wert" +(Missive Batavia naar Firando, 25 Juni 1637). + +[134] "...Belangende de gelegentheijt van 't lant van Corea +hebben voor tegenwoordich niet anders connen vernemen als +UEdt. uijt de nevensgaende notitie ofte aenteeckeninge sult +gelieven te beoogen ..." (Zie Bijl. IV) (Missive Firando naar +Batavia, 20 Nov. 1637).--"Verstonden mede uijttenmonde van +voorn. Daniel [Reijniers, die met drie trompetters te Jedo was +achtergebleven].... dat 4en Januarie passado de Coreesche gesanten +sijnde twee principaele Heeren met haerluijder suijte binnen de +Keijserlijcke stadt Jedo geaccornpagneert wesende van verscheijden +treffelijcke Japanschen adel, waren gearriveert, ende in naervolgende +ordre naer haer logiement gereden: Eerstelijck enz." (zie Bijl. IV en +Witsen 2 dr., I, 48). (Dagr. Japan, 5 Febr. 1637).--"In wat voegen de +Gesanten van Corea in Jappan aengelanght; bij de Rijcxraeden aengesien, +wat schenckagie den Majt. gepresenteert ende eijntlijck haer demissie +becomen hebben, wert largo int daghregister geinsereert waervan ons +gedient ende gesien hebben dat voorde Compe. in dat landt, zooveel +als noch geopenbaert wert, niet te bejaegen is" (Missive Batavia naar +Firando, 26 Juni 1638). + +[135] "Een weynigh boven Iapon op 34. ende 35. graden, niet verre +van de Custe van China, leyt een ander groot Eylandt, ghenaemt Insula +de Core, van welcke tot noch toe gheen seker bescheydt en is van de +groote, tvolck, noch wat waren daer vallen" (J. H. van Linschoten, +Itinerario enz. bl. 37). Hieruit blijkt dat op het laatst der 16e eeuw, +Korea hier te lande nauwelijks bekend was. + +[136] ".... bij noorden Japan te keeren, de custe van Tartarien, +China als 't land Corea t' ontdecken ende t' onderstaen wat +proffitable trafficque daeromtrent voor de Generale Compe. te behalen +sij...." (Instructie Quast 7 Juli 1639). + +[137] Zie Bijlage I o. + +[138] Zie Bijlage II e, f en h. + +[139] Zie Bijlage I o. + +[140] "Bij de agt Nederlanders hiervoor vermelt voorgegeven sijnde +dat op Corea voor de Comp: een voordeeligen handel soude sijn te +drijven in sodanige waaren als wij gemeenlijck in Japan aanbrengen, +is naderhand ondervonden dit soo breet niet te segge...." (Van Dam, +Beschrijvinge, enz. Boek 2, deel i, caput 21, fo 324). + +[141] Zie Bijlage II j en k. + +[142] "Aangaande Corea, daer van daen de Japanders haere grote +behoeften van coopmanschappen mede krijgen, is daer voor de Compagnie +niets te doen, vermits dat Eijlant onder de contributie en van China en +van Japan staende; die vorsten aldaer geen andere Handelaers willen +admitteren, behalven dat men volgens d' ordre van Japan buijten +Nangasackij nergens anders om te handelen mag te komen" (Van Dam, +Beschrijvinge, enz., Boek 2, deel I, caput 21, fol. 428).--"Von +Niederlaendischen Seefahrern blieben fortan die Kuesten von Korai +unbesucht" (Von Siebold, Nippon, VII, bl. 27). + +[143] 't Jacht Corea werd in 1669 aangebouwd voor de Kamer Zeeland +(Van Dam, Beschrijvinge, Boek 1, deel 1, caput 17, fol. 343), liep +20 Mei 1669 naar zee (Patr. Miss. 25 Aug. 1669), kwam 10 Dec. 1669 +te Batavia aan (Kol. Arch. no. 1159); werd op Onrust in 1679 zoo +onbekwaam gevonden dat werd besloten het aan den meestbiedende te +verkoopen (Res. 11 Nov. en 2 Dec. 1679). + +[144] "the envoy from Quelpart.... circa Ao. 650" (Parker, China +Review XVI, bl. 309). + +[145] "Auf der Karte von Jan Huijgen van Linschoten (1595) ist Korai +als eine Insel mit der Aufschrift Ilha de Corea, I dos Ladrones, Costa +de Conray angegeben deren Suedspitze unter 33 deg. 22' N. B. liegt. Ebenso +ist noch auf Joannes Janssonius Karte von Japan (1650) Coraij Insula +zu sehen und im S. derselbe eine kleine Insel die den Namen I. de +Ladrones traegt; Letstere ist das einige Jahre spaeter bekannt gewordene +Quelpaard Eiland" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89).--Vgl. O. Nachod, +Die aelteste abendlaendische Manuscript-Spezialkarte von Japan von +Fernao Vaz Dourado 1568. Roma, 1915. + +[146] "Nach Hamel's Entweichung aus der Gefangenschaft +wurde die beruechtigte Insel Quelpaard in den Seekarten der +Niederlaendisch-Ostindischen Compagnie eingetragen. Auf der +obenerwaehnten "Paskaart" von Eskild Juel liegt die Mitte der Insel +unter 33 deg. 15' N.B. und etwa 127 deg. O.L... Es blieb aber auf den Karten +des 17 und der ersten Haelfte des 18. Jahrhunderts die Ilha de Ladrones +welche unstreitig dieselbe als Quelpaard ist, in einer Entfernung +von etwa 20 geogr. Meilen im N.W. derselben liegen; ebenso liegt sie +auch unter dem Namen Fong ma auf der von d' Anville herausgegebenen +"Carte generale de la Tartarie Chinoise" und vom "Royaume de Coree" +und erhielt sich, wenn auch nur als ein Schattenbild, auf den neuesten +Karten von dieser Gegend" (Von Siebold, Nippon I, bl. 89). + +Op de "Carte generale de la Tartarie Chinoise" in d' Anville's atlas +van Maart 1732 (Universiteits-bibliotheek Leiden) ligt het eiland +"Fongma" noordwestelijk van "Quelpaert Isle suivant les cartes +hollandoises".--Vgl. Teleki, Atlas zur Geschichte der Karthographie +der Japanischen Inseln (1909): Kaarten V, 3 (1599), V, 2 (1607-9), +VII, I (1650) en VIII, 2 (Isaac de Graaf): I de Ladrones. Kaarten +VIII, 1 (1664) en VII, 3 (1688): Fungma. Kaart X, 2 (1687) van +Joan Blaeu (Kol. Arch. no. 288): 't Quelpaert. Kaart XVI, 2 (1734): +Quelpaert. Kaart XV, 1 (1735): I de Quelpaert. Kaart XIV, i (1750): +I de Quelpaert. + +[147] N.G. van Kampen, Geschiedenis der Nederlanders buiten Europa II, +bl. 121: "Zij zetteden vervolgens hunnen togt naar Japan voort doch +strandden ten zuiden van Corea op een eiland hetwelk zij Quelpaert +noemden".--Dr. J. de Hullu, Iets over den naam Quelpaertseiland, +Tijdschrift Kon. Ned. Aardr. Gen., 2e ser., dl. XXXIV (1917) bl. 860: +"dat het van hen zijn Europeeschen naam heeft ontvangen getuigen +zij zelf in het journaal".--Zie ook: "F. E. Mulert, Nog iets +over den naam Quelpaertseiland, T.K.A.G. 2e ser. dl. XXXV (1918) +bl. 111).--Vergl. nog Witsen, 2e dr., I, bl. 46: "Op de kust van +dit Korea, 13 mijl uit de wal, leit een eiland, by de Nederlanders +Quelpaerts Eiland en by d' Eilanders zelfs Moese, en in de Sineese +kaarten Fungma genoemt". + +[148] 18 September 1648: "Lossen aen Campen wierd op de middagh +geeijndigt, aen de Witte Valck naer gewoone monsteringh begonnen, dat +gewenst voortgingh; terwijl daer aen boort was quam 't Fluijtschip +de Patientie oock deese baeij inseijlen en sette sich bij de Koe; +den E. Dircq Snoucq was op denselven van Taijouan gescheijden 27 +Augustus met een lading van f 23172:13:11 daer en boven aen Tonquinse +sijde uijt de Witte Valck overgenomen f 68413:38:7 ende koehuijden van +Siam uijt de Witte Druijff f 3990:17. Aen 't Eijland 't Quelpaert 30 +mijlen bewesten Firando gelegen, hadden getracht, om water te halen, +met de boot te landen; d'Inwoonders desselffs hadden hun affgewesen, +stracks daer op een roer gelost, en een van d'onse getroffen voor aen +sijn kin, dat het schroot 't been kneuste ende diep in steecken bleef, +sonder dat hun eenigh leet van ons geschiet was". "Dagh-Register der +Compie in Nangasackij 't sedert 3 Novemr. Ao 1647 tot 8en Decembr +1648". (Kol. Arch. no. 11678). Zie ook Valentijn V, 2e stuk, 9e boek, +9e hoofdstuk bl. 89. + +[149] Kol. Arch. no. 434.--Vgl. J.E. Heeres, Tasman's Journal of +his discovery of Van Diemens Land etc., 1898, bl. 116, noot 2: +"Quel is another name for a galiot"; en bl. 1, noot 3: ""Quelpaert" +an old name for a galiot". + +[150] Deze resoluties zijn overgenomen in het hiervoren aangehaalde +opstel van Dr. J. de Hullu (bl. 856). + +[151] Voor de op dit schip betrekking hebbende bijzonderheden zie +Bijlage III_C. + +[152] Vgl. De Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, +dl. I, bl. 799; "Lijste van Nederlantse navale macht op 30 November +Ao 1640 in India bevonden, omtrent Malacca: 't Quelpaert". + +[153] "Op de onbequaemheijt van Firando's haven door het quaet +acces dat de heete stroomen veroorsaecken ende d' ongelegentheijt +die de Japanse tuffons daer, aen verscheijde onser scheepen hebben +toegebracht" (Miss. Batavia aan President Couckebacker in Japan, +2 Juli 1636).--"Soo sijn oock met het transport van Comps. ommeslagh +uijt Firando in Nangasacqui wel te vrede, met UE. verstaende het daer +gelegener plaetse tot den handel sij als in Firando" (Miss. Batavia +aan den Regent van 't Eijland Schisinia [Decima] 23 April 1643). + +[154] "des ouden Keijsers pas, grootvader van dese regerende +Maijesteijt daer in Japan menichmael ondersoeck om gedaen ende naer +gevraeght is, om redenen dat gesustineert wierdt denselven civieler +ende tot der Nederlanders vrijicheijt favorabelder als den gevolghden +ingestelt was." (Miss. Batavia naar Japan, 2 Aug. 1641).--Vgl. Van +Dijk, Iets over onze vroegste betrekkingen met Japan, bl. 40.--In het +"Verbael uijt d' advijsen van verscheijde quartieren (16 Nov. 1641-16 +Oct. 1642) wordt gezegd dat "do. pas weijnigh differeert met het +pas dat gestadich ia Japan verbleven, aen den Hre Hendrick Brouwer +verleent en onlanghs [aan] de grooten vertoont is". + +[155] W. P. Groeneveldt, De Nederlanders in China, I +(Bijdr. Kon. Instituut voor de Taal-, Land-en Volkenk. v. Ned.-Indie +VI, 4 (1898), bl. 290). + +[156] "Volgens d' advijsen dit voorleden noorder mousson van Teijouhan +becomen, ende nae de rapporten van verscheijden overgecomen Chinesen +alhier, mitsgaders nae de loopende geruchten in Japan, schijnt het +seeker ende buijten alle twijffel te gaen dat den vijant van Manilha +verleden zuijder mousson ao 1626 aent Noordt eijnde van Formosa +gecomen ende op seecker cleijn eijlandeken genaemt Kelang-Tansuij, +niet verre van 't groot Eijlant gelegen, plaetse geincorporeert, +ende een drijpuntich fort op den houck van t' Eijlandeken begrepen +heeft, sijnde nae rapport van seecker Chinesen tolck inde maent +Junij ao pasto met drij gallijen, een fregat ende seven joncken, +gemant met ontrent tachentich zeevarende Chinesen, idem met noch +ontrent 180 Castilianen van Luconia gescheijden, ende in voughen als +geseijt is op Kelang Tanghsui nedergeslagen met intentie om voor hen +den Chinesen handel aldaer te funderen, welcke in Manilha, soo ten +respecte onser vestinge in Teijouan gelijck mede door 't cruijsen +onser scheepen daerontrent genouchsaem begon te verdwijnen; voorts, +soo als de geruchten in Japan sterck liepen, om ons in Teijouwan met +een goede macht zelfs te comen besoucken ende van daer te slaen. De +gelegenheijt vande plaetse waer ontrent den vijant fortificeerde, +was d' onse noch niet ten rechte bekent, doch t' was aant Noort +eijnde te doen. Wat de Baeij belanght, dezelve was met dit eylandeken +(goelijck een quartier mijle vant Groot Eijlant gelegen) beslooten +binnen t'welcke t'vaertuijch genouchsaem voor alle winden beschut +lach, connende van twee sijden vuijt ende in. De diepte vant incomen +nae de Witt [Commandeur Gerrit Frederickszn de Witt, wl Gouverneur] +verstaen conde, soude ontrent 40 vadem ende binnen de Baeij zelffs +niet meer als 5 a 6 vadem houden. Dit is in substantie 't gene wij +tot noch toe van dese zaecke hebben connen verstaen" (Memorie voor +d'E. Pieter Nuijts dd. Batavia 11 Mei 1627. Zie ook Gen. Miss. 29 Juli +1627).--Vgl. The Philippine Islands 1493-1898 ed. Blair and Robertson, +XXII, bl. 98, 168 en XXIV, bl. 153; en de aldaar aangehaalde Historia +de Philipinas, V, 114-122. + +[157] "Kelung, in latitude 25 deg. 9' N and longitude 121 deg. 47'.... is +situated on the shores of a bay.... In this bay is Kelung Island, a +tall black rock about 2 miles from the actual harbour.... The ruins +of an old Spanish fort still exist on the small island in Mero Bay" +(W. F. Mayers, The Treaty Ports of China and Japan, 1867, bl. 323). + +[158] "Overtredende tot de gelegentheijt van Formosa daar de Compe +residentie heeft genomen op insichten omme aldaer te trecken den handel +uijt China ende te gauderen de commoditeijten van dat waerdich Eijlant, +mitsgaders de blinde heijdenen tot het Christengelove te brengen +ende onder onse subjectie te houden" (Missive Batavia naar Taijoan, +4 Juli 1644). + +[159] Nagasaki 2 October 1642. ".... Over 5 a 6 jaren geleden is wel +ernstelijck bij de Gouverneurs van Nangasacqij aen de Presidenten +Couckebacker ende Caron gerecommaudeert sulcx bij der handt te nemen, +opdat daerdoor den loff bij de hooge overicheijt van Japan mocht +becomen" (Missive Jan van Elseracq aan Paulus Traudenius).--".... the +reason why the Dutch have made so great efforts to capture Hermosa +Island, going to attack it year after year, was that they had promised +the Japanese that they would do so, and would expel the Spaniards +from it" (The Philippine Islands, ed. Blair and Robertson, XXXV, +bl. 150. Bericht uit Macasar, Maart 1643). + +[160] De Regeering te Batavia schreef 23 Mei 1637 al aan Gouverneur +Van den Burch: ".... soo dan de goudtmine op Formosa sich mede ten +proffijte van de Compagnie opende, soo waere dan niet alleen den +Papegaij maer den Arent geschooten, doch alles moet zijn tijdt hebben +ende werden groote Steeden in eenen dagh niet gebouwt". + +[161] "Op de gelegentheijt van de Spagnarts vestinge Kelang Tamsuij +overlang gerecommandeert sullen nu oock te meer moeten letten +om de Compagnie daervan te verseeckeren en door middel van dien +'t eijlandt Formosa te gunstiger te besitten, 't welck hoognoodich +is. Men verlangt hier seer nae de successen van de goutmijnen dewelcke +sonderlinge in dese gelegentheijt van tijdt te passe souden comen, als +de silvermijnen voor de Compagnie in Japan geslooten blijven souden, +'t welck wij nochtans verhopen dat anders uijtvallen sal, ende een +blijde tijdinge soude wesen" (Patr. Miss. 12 April 1642). + +[162] ".... de Compagnie's middelen moeten gesuppediteert worden +tot maintenue van de groote lasten, ende dat het de participanten +van deselve Compagnie vrij meer om winsten uijt India te trecken te +doen sij, als dat blooten renommee hebben van veel volckeren sonder +voordeel onder haer gebieth te sijn" (Missive Batavia naar Formosa, +23 Juni 1643). + +[163] "Tgene van de goutmine geschreven werd, heeft ons verheugt, +maer sullen [ons] veel meer verblijden als door ondervindingh (dat +reede volgens d' advijsen ende rapporten des Gouverneurs Traudenius +bij der hant moet genomen sijn) comen te vernemen gout-rijck ende +wel te genaecken is; deselve van importanse zijnde sal geheel +voor de Compe moeten versekert werden, ende sonder op nader ordre +te wachten ons daervan meester maken, de besitters verplaetst, +verdelght ofte verdreven...." (Missive Batavia naar Taijouan, +23 April 1643).--"Het verdelgen ende uijtroijen vande menschen +daer omtrent de mine residerende (dat VE. soo ernstigh bij hare +brieven recommanderen te doen) connen wij hier niet goed vinden" +(Patr. Miss. 21 Sept. 1644).--"Of the island's mineral products Gold +is the most important.... It may be said.... that of the limited area +investigated the north ... possesses the most valuable Gold deposits" +(Davidson, The Island of Formosa, bl. 460). + +[164] "Omme dan de rechte vruchten van dit costelijck eijland Formosa +de Compe. te doen gevoelen, ende ons daervan geheel meester te maecken, +hadden wij volgens resolutie van den 12en April ende 17 Junij passado +g'arresteert den Castiliaen uijt Kelangh te slaen ende derzelver forten +te bemachtigen" (Gen. Miss. 12 Dec. 1642).--Gouverneur Traudenius +zond 17 Aug. 1642 eene krijgsmacht onder Capitein Harouse daarheen; +deze arriveerde aldaar den 21en Aug. en landde denzelfden dag, met +het gevolg dat de bezetting "haer den 25 daeraenvolgende rendeerden, +ende daeghs daeraen met vliegende vaendels uijttrocken tot aent +Clooster". Onze verliezen waren 5 dooden en 15 gekwetsten.--Vgl. Leupe, +De verovering van het fort La Sanctissima Trinidad op Formosa in 1642, +Bijdr. Kon. Inst. II, 2 (1859), bl. 73; en The Philippine Islands, +XXXV, bl. 135 e.v. Het bericht van de verovering werd 9 Nov. 1642 +te Batavia aangebracht (zie schrijven naar Bantam dd. 22 Nov. 1642) +en bij particulieren brief van G.G. van Diemen dd. 12 Dec. 1642 werd +daarvan mededeeling gedaan aan de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal +der Vereenigde Nederlanden.--Tijdens Koksinga's aanval op Compagnie's +nederzetting op Formosa, welke eindigde met de overgaaf van Taijoan en +Formosa (1 Febr. 1662) werd Kelang door de onzen verlaten (2 Juni 1661) +(zie Dagr. Bat. bl. 430 en Dagr. Japan 5 Juli 1661). Commandeur Bort +vestigde zich in Aug. 1664 opnieuw te Kelang (Dagr. Bat. bl. 515) dat +ook tegen eene bestorming der Coxingers op 14 Mei 1666 (Gen. Miss. 25 +Jan. 1667 en vgl. Dagr. Bat. bl. 193) werd gehouden, maar toen de +havens van China voor de Compagnie gesloten bleven en daarom Kelang +voor haren handel niet van waarde was, werd deze plaats op 18 Oct. 1668 +voor goed verlaten (Res. 20 Juni 1668 en Dagr. Bat. bl. 211). + +[165] "Omme d' overwinningh der Castiliaense vestingh op Kelangh +de Japanse Regenten te cundigen, alsoo seecker g'opineert wert +'t selve den Keijser soude aengenaem wesen, is den 11en September +passado van Taijouan nae Nangasacque affgesonden 't Quel de Brack +... ende verhoopen met die van Taijouan ... het den Japanderen een +aengename tijding wesen sal, alsoo op den Castiliaen ende Portugees +seer verbittert sijn" (Gen Miss. 12 Dec. 1642). + +[166] De fluit Patientie vertrok 20 Nov. 1648 over Taijoan naar +Batavia, waar zij 11 Jan. 1649 aankwam. Noch in den brief van het +Opperhoofd Coijett ddo Nagasaki 19 Nov. 1648 naar Batavia, noch in +diens gelijktijdig schrijven naar Taijoan, wordt van eenig voorval +op of bij Quelpaerts-eiland melding gemaakt. + +[167] Zie Bijl. III_C, bl. 108 (Dagr. Japan, 27 Oct. 1642). + +[168] In de "Zeijlaes-Ordre's", in den tijd toen de Sperwer naar de +noorderkwartieren stevende, medegegeven aan de van Batavia rechtstreeks +naar Japan varende schepen, b.v. de Smient en de Morgenster (1 Juli +1652), de Haes en de Witte Valck (21 Juli 1653), Calff (13 Juli 1654), +wordt Quelpaerts-eiland evenwel niet genoemd: ".... wanneer dan weder +de Cust van Aijnam aensoecken ende soo voort de Golff van Japan in +loopen cunt; doch sootgeviel dat inde Golff eenige contrarie winden +quam te ontmoeten, soo sult in sulcken geval soo veel noort soecken +als het doenlijck zij--in voegen dan aen uw reijse niet te twijfelen +hebt, alwaert oock schoon dat ind' Eijlanden van Couree [Coeree, +Coerre] quaemt te vervallen, zoo zoude echter daeruijt comen, ende +de gedestineerde plaetse bestevenen cunnen." + +[169] De opper-stuurman Hendrik Jansz. van "de Sperwer" heeft misschien +een kaart gekend of bezeten waarop het "Quelpaerts-eiland" stond +aangegeven, en daarom kunnen vaststellen waar zijn schip strandde. Zie +Journaal bl. 9. + +[170] Zie bl. XLII, noot 1. + +[171] "Possibly these riddles might be solved if life were long +enough to devote a dozen years or more to explore the hidden corners +of knowledge" (The voyage of Captain John Saris to Japan, Preface, +bl. VIII). + +[172] Quelly--s. m. Mamm. Espece de leopard de Guinee (Dictionnaire +national, par M. Bescherelle aine. Paris, 1851). + +[173] Zie Journaal bl. 73. + +[174] Zie Bijlage I a. + +[175] Patr. Miss. 25 Maart 1651. + +[176] Gen. Miss. 19 Dec. 1651. + +[177] Dr. F. de Haan, Uit oude notarispapieren II: Andreas Cleyer, +Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, 1903, bl. 423. + +[178] Zie Bijlage I a. + +[179] Mededeelingen van den Heer W.F. Emck Wzn. te Gorkum. + +[180] Alsdan zal tevens kunnen blijken of er verwantschap heeft +bestaan tusschen Hendrik Hamel en de volgende naamgenooten: + +1o. Heyndrick Hamel, patroon der kolonie aan de Zuidrivier +(Nieuw-Nederland). Zie Korte historiael, enz. door David Pieterszoon +de Vries, 1618-1644, ed. Dr. H. T. Colenbrander. [Uitgave +Linschoten-Vereeniging (1911), bl. 147]. + +2o. Mr. Johan Hamel, Secretaris van Amersfoort 1612-1630 en in 1633 +Schepen aldaar (Abraham van Bemmel, Beschrijving der stad Amersfoort, +Utrecht 1760). + +3o. Joan Hamel en Adriaan Hamel, blijkens Resolutie van Gouverneur +Generaal en Raden, 7 Febr. 1653, toen klerken ter generale secretarie +te Batavia. + +4o. Maria Hamel, weduwe van Bartholomeus Blijdenbergh, met haren +zoon Hendrik wonende te Amsterdam, aan wie uit Indie wissels zijn +overgemaakt (Res. Heeren XVII 25 Nov. 1683 en 24 Nov. 1688). + +In "Beschryvinge der stadt van Gorinchem en landen van Arkel, +door Mr. Cornelis van Zomeren, 1755," is de naam "Hamel" nergens +aangetroffen. + +[181] Vgl. echter: "The present Japanese regime in Korea is doing +everything in its power to suppress Korean nationality. The Government +not only forbade the study of Korean language and history in schools, +but went so far as to make a systematic collection of all works of +Korean history and literature in public archives and private homes +and burned them" (H. Chung, Korean Treaties, New-York 1919). + +[182] Zie: Memorials of the Empire of Japan in the XVI and XVII +centuries, edited by Th. Rundall (Part II. The letters of William +Adams); Letters written by the English Residents in Japan (Part I, +bl. 1-113); The Log-Book of William Adams, 1614-1619, edited by +C. J. Purnell, Transactions of the Japan Society of London, XIII, +part 2, 1916. + +[183] "In het oud-Hollandsch worden de persoonlijke voornaamwoorden +zeer veel uitgelaten, soms ten nadeele der duidelijkheid" (De Haan, +Priangan II, bl. 44, noot 8). + +[184] Men vindt: lamiren, lemiren, limiren, lumiren; de laatste +schrijfwijze is de juiste. Vgl. Dagr. Japan 21 Maart 1665 "gingen +met het limiren van den dagh onder zeijl". + +[185] "een touw bot vieren", een touw tot het einde laten afloopen +(Van Dale, Gr. Wdb. Ned. taal). Volgens eene andere uitlegging zou +de juiste uitdrukking zijn: bocht vieren en zou men moeten verstaan: +"wij lagen zoo nabij den wal ten anker dat wij niet nog meer bocht +van kabeltouw konden uitsteken om wat veiliger te liggen".--Vgl.: +"De gequetste visch duikt aenstonds na de grond: waerom de matroosen +vaerdig bot geven" (Montanus, Gesantschappen, bl. 449). + +[186] gaelderij of galerij, destijds de uitbouwsels aan het +achterschip, soms van "kerkraampjes" voorzien welke onmiddellijk +uitkwamen op de kajuit van den gezagvoerder. + +[187] troppen d. i. troepen. Vgl. De Ruijter in zijn journaal dd. 10 +November 1659: "doe sprong het volck met troppes over boort". + +[188] d.w.z. tusschen de kust van Formosa en den vasten wal van China. + +[189] lens houden d.i. droog houden, zoodanig dat het laatste water +uit het benedenschip is verwijderd, voor zoover dit met mechanische +hulpmiddelen doenlijk is. + +[190] de ongeveer driehoekige betimmering voor aan het schip. + +[191] de afsluiting van het achterschip. + +[192] d.i. een uur 's nachts. + +[193] d.w.z.: lieten de ankers vallen na het schip, door middel van +het roer, te hebben doen oploeven. + +[194] d.w.z.: de ankers hielden niet. + +[195] d.w.z. het schip raakte onmiddellijk den grond. + +[196] groote vaten. + +[197] "Wijntint of tintwijn, tinto, alzoo genoemd naar de Rio Tinto in +Zuid-Spanje ... Het is een roode, zoete, samentrekkende Spaansche wijn" +(Speelman, Journaal, bl. 275, noot 2).--"Wyn-tint by de Japanders +hoog geacht, betalende voor ieder Gantang 5 Thayl" (Valentijn V, +2, bl. 93).--Onder de geschenken "aen den Keijser van Japan", den +Sjogoen, behoorden in 1660 ook 24 kannen wijntint. Nog bij Res. 5 +Januari 1768 wordt verstaan wijntint voor 't Binnen Hospitaal te +Batavia te verstrekken. Waarschijnlijk was de wijntint aan boord +van de Sperwer ook voor de zieken bestemd.--"Weintinte ist ein roth +Getraenk, und wird unter andern fuer die Ruhr gebraucht.... und wird +(so viel wir wissen) von Holland nach Indien gebracht" (Chr. Arnold, +Beschreibungen, 1672, II, bl. 822, noot). + +[198] "De Boekhouders ... hebben sig in 't minste met de regeringe +van 't Schip niet te bemoeijen, nog enige sorg omtrent 't selve te +dragen; sy hebben in de Krijgsraad de derde stem, en moeten benevens +de Schipper en Opper-Stuurman goede toezigt en sorge dragen voor +de goederen van de Compagnie, en alles aanteikenen wat uit 't Schip +gaat, of in 't selve word geladen, daar sy ook rekenschap van moeten +doen. Vorders is de Boekhouders bedieninge, de Scheeps Boeken, so +Grootboek, Journael als Monster-rolle te houden, en yders naam wel aan +te teikenen, en op de Boeken bekent te maken, opdat van 't ene Boek tot +'t ander kan gesien worden waar de menschen zijn verbleven, of deselve +dood of in 't leven zijn, en wat yder te goed heeft of te quaad is. + +Sy zijn ook gehouden te schrijven en te boeken alle Testamenten, +Codicillen, Inventarissen, Resolutien, Sententien,en diergelijke +meer; ook Copye van deselve geven aan de gene, die deselve mogt +eisschen. Tegens dat de Schepen voor Batavia aanbelanden, moeten +sy de rekeningen van al 't volk tot op 't sluiten gereed maken, en +yder debiteren en crediteren voor soo veel hy aan de Compagnie te +goed heeft of te quaad is, en deselve voor de Matrosen van 't Schip +gaan onderteikenen en haar deselve overleveren; welke Rekeningen +yder gehouden is te bewaren, want moeten met deselve haar te goed +hebbende gagie ontfangen: dog so 't gebeurde, dat imand sijn Rekening +by ongeluk of by verlies van't Schip verloor, deselve kan ten allen +tijde op 't Kasteel van Batavia, (daar alle Copy van de Scheeps- +en Land-boeken worden bewaard) een nieuwe Rekening verkrijgen" +(Oost-Indische Spiegel enz. in N. de Graaff, Reisen, bl. 26-27). + +[199] "De Schiman is so veel als een twede Bootsman: want gelijk +dese de Grote en Besaans-mast, en wat tot deselve behoord, moet +besorgen, so moet de Schiman sijn toesigt hebben op de Fokke-mast +en Boegspriet en wat tot die beide behoord, en alles wat deselve +van bloks of touwerk van noden heeft, van de Bootsman versoeken. De +Schiman moet in 't laden en lossen altijd in 't ruim wesen, en de +goederen behoorlijk weg stuwen, ook de zware touwen in 't kabelgat +weg schieten, en op de Fokke-hals, Schoten en Boelyns passen. Hy +heeft mede een Schimans Maat en welke hy vorders van noden heeft tot +sijn behulp. Sijn verblijfplaats is mede in de bak, en schaft by de +Hoogbootsman" (Oost-Ind. Spiegel, bl. 28). + +[200] "Yei-na-ra, Royaume du Japon" (Dict. Cor. Franc., bl. 26). + +[201] Jirpon, vermoedelijk voor den Japanschen naam Nippon of den +Chineeschen Jihpen. + +[202] Hieruit valt niet anders te lezen dan dat de stuurman wist +waar de schipbreukelingen te land waren gekomen en dat hij nu van de +gelegenheid gebruik maakte om de juiste ligging te bepalen van het +Quelpaerts-eiland. Vgl. Witsen, 2e dr., dl. I, bl. 150 noot: "Hoewel +Meester Mattheus Eibokken, die een der geener is welke aldaer gevangen +zijn gebleven, mij bericht ... dat het Eiland Quelpaert hetgeene is, +in 't welk zij gevangen wierden, en daer haer Schip was gestrant, +ter plaetze als boven gemelt, voegende daer bij dat de Stuurman van +hun gebleven Schip, hetzelve kende, en dat de Japanders daer nu niets +te zeggen hebben". Het is jammer dat Witsen niet heeft vermeld hoe de +stuurman aan zijne bekendheid met het Quelpaerts-eiland is gekomen. De +opperstuurman Hendrik Janse van Amsterdam kan hebben behoord tot de +opvarenden van de Patientie die in 1648 vlak bij "Quelpaerts-eiland" +kwam (zie Inleiding, bl. XLIII). Ook kan hij aan boord zijn geweest +van een der schepen Sperwer of Patientie toen deze in September 1651 +van Batavia naar Perzie zeilden, en te Batavia of gedurende deze reis +door het scheepsvolk van de Patientie over Quelpaerts-eiland hebben +hooren spreken; misschien heeft hij het eiland Quelpaert leeren kennen +uit eene voor Schippers bestemde manuscript-kaart, waarop het na 1642 +was vermeld (Vgl. Inleiding, bl. XLIX, noot 4). + +De passage over de ligging van Quelpaerts-eiland luidt in de: + +I. Uitg.-Saagman: "onsen Stuerman had de hooghte genomen, ende bevonden +'t selve Eijlandt te leggen op de hoogte van 33 graden 32 minuten". + +II. Uitg.-Stichter: "hier wesende hadde onse stuerman de hooghte +genomen ende bevonden Quelpaerts Eylant te zijn, leggende op de +hooghte van 33 graden 32 minuten". + +III. Uitg.-van Velsen = II. + +IV. Montanus, Gesantschappen, bl. 430: "Ondertusschen nam de +stuurman hoogte: en bevond Quelpaerds eiland te zijn, alwaer +'t schip verlooren. Dit leid op drie en dartig graeden en twee en +dartig minderlingen". + +Vertalers van Hamel's Journaal hebben deze passage aldus weergegeven: +"Als wir nun daselbst waren, hatte unser Steuermann die Hoehe genommen, +und so viel befunden, dasz disz Quelpards insel were, so auf der Hoehe +von 33. graden und 32. Minuten gelegen" (Arnold's vertaling, Nuernberg +(1672) bl. 825).--"Le Capitaine, ayant fait des observations, jugea +qu'ils etoient dans l'Isle de Quelpaert, au trente-troisieme degre +trente-deux minutes de latitude" (Histoire generale des Voyages, +VIII, bl. 416). + +Het eiland strekt zich in werkelijkheid uit van 33 deg. 12' tot 33 deg. 30' +zoodat, de onvolkomenheid der toenmalige instrumenten in aanmerking +genomen, de aangegeven breedte van 33 deg. 32' zeer nauwkeurig mag heeten. + +De plaats waar de Sperwer strandde, is door Von Siebold "Cap Sperwer" +gedoopt. (Zie "Geschichte der Entdeckungen", bl. 169). + +[203] De Compagnie dreef in Japan grooten handel in herte- en +roggevellen welke vooral op Formosa, in Siam en in Kambodja tot dat +doel werden ingekocht. + +[204] "Tai-Tjyeng, Ville muree a 2076 lys de la capitale; 5 cantons; +dans l'ile de Quelpaert. 33 deg. 21'--124 deg. 2'" (Dict. Cor. Franc., +bl. 16**). N.b. Als eerste meridiaan is in dit woordenboek aangenomen +de meridiaan van Parijs (O.lg. van Greenwich 2 deg. 20' 15"). + +[205] In gedrukte uitgaven: "packhuijs". + +[206] Moggan?. Zie Inleiding, bl. XXII, noot 2. + +[207] Zoo luidde de titel van den Gouverneur.--"Die Staedte 1. Ranges +sind ... Sitze eines Mok sa (schin. Muesse) d.i. Kreisgouverneurs" +(v. Siebold, Geschichte, u.s.w., bl. 167). Zie ook Inleiding, bl. XXII, +noot 5. + +[208] "Congee. In use all over India for the water in which rice has +been boiled.... It is from the Tamil kanji "boilings".... "1563. They +give him to drink the water squeezed out of rice with pepper and +cummin (which they call canje "Garcia" (Hobson-Jobson, New ed. 1903, +bl. 245).--"The most common drink, after what the clouds directly +furnish, is the water in which rice has been boiled" (Griffis, Corea, +1905, bl. 267). + +[209] Dit was Mattheus Eibocken van Enkhuizen, in 1652 met het schip +"Nieuw Enckhuijsen" in Indie gekomen voor Barbarot a 14 gld. pr +maand. (Zie bijl. Ia). Hij moet toen ca 18 jaren oud zijn geweest +(Vgl. Vragen door den Gouverneur van Nagasaki aan de schipbreukelingen +gesteld. No. 54; zie bl. 73). + +"Barbarots mogen in Indien niet aangenomen werden, die daarvoor +uijtkomen werden bij tijtsexpiratie niet hoger verbetert als +tot 12 guld. ter maant, ten ware dat haar bequaemheijt een derde +chirurgijnsplaats konde ophalen als wanneer van 14 tot 16 gulden +kunnen worden verhoogt. Siet het reglement van 1680, art. 36 fo +1420" (Mr. Pieter van Dam, Beschrijvinge, boek 3, deel 1, caput 14, +fol. 255). + +[210] lees: "met eene door het jacht Ouwerkerk genomen jonk herwaarts +verdreven". Zie de juiste toedracht in Bijlage Ia en IIIa.--Vgl. van +Dam, Beschrijvinge, boek 2, deel 1, caput 21, fol. 320: "dat hij ao +1627 op 't jagt Ouwerkerk had gevaren, en bij geval met een Chinese +jonck daar was geraakt". + +[211] Ao 1637. Zie Griffis, Corea, 1905, bl. 158 en 157.--Vgl. Missive +Opperhoofd Couckebacker aan G.G. van Diemen, Firando 20 Nov. 1637: +"... bij loopende geruchten vernamen hoe [de Coreesche Gezanten] +aen de Majesteijt [den Sjogoen] souden versocht hebben bij aldien +haer geliefden assistentie tegens den Tarter te doen, t'selfde door +den Heer van Fingo soude mogen geschieden". + +[212] d.w.z. in Indie. + +[213] de hoofdstad Seoul. + +[214] Benjoesen = Japansche beambten, misschien eene verbastering van +"bungio or bugyo = governor or superintendent" (C.J. Purnell, The +Log Book of William Adams, bl. 194).--"Op ieder schip, dat gelost +werd, zit een Onder Geheimschrijver, of Banjoos" (Valentijn V, 2, +bl. 38).--"Den 28en dito werden 4 Banjoosen belast, om de schepen +te lossen, waar van 'er 2 aan land, en de andre aan boord moesten +blijven om alles, wat 'er af, of aankomt, malkanderen schriftelyk toe +te zenden, en streng te onderzoeken" (Valentijn, a.v., bl. 84).--"de +bongioysen en de verdere dienaren die de scheepsboots in het halen +van water geleijden" (Res. 31 Mei 1701). + +[215] Uitg.-van Velsen en Stichter: "yder een Rock, een paer Leersen, +Kousen en een paer Schoenen"; uitg.-Saagman: "een dozijn Schoenen". + +[216] Hiertoe heeft misschien het scheepsjournaal van de Sperwer +behoord. + +[217] d.w.z. te Nagasaki aangekomen. + +[218] Uitg.-Saagman, Stichter en Van Velsen geven de namen van de +drie nog in leven zijnde maats, nl. "Govert Denijs en Gerrit Jansz, +beyde van Rotterdam ende Jan Pietersz de Vries" (Vgl. "Vragen" No. 54, +bl. 73). + +[219] d.i. vlechtwerk van touw tot lange, platte slierten bewerkt. + +[220] d.i. wij geraakten. + +[221] De toedracht zal ongeveer zoo zijn geweest: mast en zeiltuig +vielen buiten boord, waarna men den mast weer overeind kreeg en de ra +(of den spriet) met het zeil door middel van de platting tijdelijk +aan den mast bevestigde; tijdens het hijschen van deze ra (of spriet) +met het daaraan hangende zeil, raakte echter het spoor van den mast +(in dit geval de houten klos waarin het ondereinde van den mast +zijn steun moest vinden) ontzet, tengevolge waarvan het tuig opnieuw +overboord viel. + +[222] Dit was het ook in China gebruikelijke en aldaar bij Europeanen +als "cangue" bekende schandbord. "Public exposure in the kia, or +cangue, is considered rather as a kind of censure or reprimand than +a punishment, and carries no disgrace with it, nor comparatively much +bodily suffering if the person be fed and screened from the sun. The +frame weighs between twenty and thirty pounds, and is so made as to +rest upon the shoulders without chafing the neck, but so broad as to +prevent the person feeding himself. The name, residence, and offence +of the delinquent are written upon it for the information of the +passer-by, and a policeman is stationed over him to prevent escape" +(S. Wells Williams, The Middle Kingdom, I, 1899, bl. 509). + +[223] "Tjyei-Tjyou. Ile de Quelpaert ... Residence d'un mok-sa, +gouverneur de l'ile. 33 deg. 33'-124 deg. 16'" (Dict. Cor. Franc., bl. 19**). + +"Cette ile, qui n'est connue des Europeens que par le naufrage du +vaisseau hollandais Sparrow-hawk en 1653, etait, a cette meme epoque, +sous la domination du roi de Coree. Nous en eumes connaissance le +21 mai [1787].... Nous determinames la pointe du Sud, par 33d 14' +de latitude Nord, et 124d 15' de longitude orientale" (Voyage de la +Perouse autour du monde. Paris, 1797, II, bl. 384). + +De transcriptie "luo" zal een schrijffout zijn. Verg. "Vragen" No. 3 +en 12: "Chesu". + +In de gedrukte Journalen staat: I. Uitg.-Saagman: "Dit Eijlandt bij +haer Schesuw ende bij ons Quelpaert ghenaemt leijdt als vooren op +de hooghte van 33 graden 32 minuten ontrent 12 a 13 mijl van den +Zuijdt-hoeck van 't vaste Landt van Coree."--II. Uitg.-Stichter en +III. Uitg.-van Velsen: "Dit Eylant bij haer en ons genaemt Quelpaerts +Eylant, leyt op de hoogte van ontrent 30 graden 30 minuten, 12 of +ontrent 13 mijlen van de Zuythoeck vant vaste lant van Coeree." + +Voor eene beschrijving van de hoofdstad van Quelpaert zie Belcher, +Narrative of the voyage of H.M.S. Semarang, bl. 238 e.v. + +[224] "En volgens verder bericht van bovengemelte Benedictus de Klerk, +aen my mondeling gedaen, is Korea zeer bevolkt" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 47). + +[225] "As Quelpart has long been used as a place for banishment of +convicts, the islanders are rude and unpolished.... Immense droves +of horses and cattle are reared" (Griffis, Corea (1905), bl. 201). + +[226] "Han-Ra-San. Grande montagne dans l'ile de Quelpaert, avec trois +crateres de volcans eteints, qui forment des lacs. 30 deg. 25'-124 deg. 17'" +(Dict. Cor. Franc., bl. 4**).--"This peak, called Mount Auckland,... is +about 6.500 feet high" (Griffis, a.v., bl. 200). + +[227] "Hai-Nam. Ville muree a 890 lys de la capitale ... Prov. de +Tjyen-Ra. 34 deg. 27'-124 deg. 11'" (Dict. Cor. Fr., bl. 5**).--"Le ly equivaut +a 1/10 de lieu environ" (Dict. a.v. bl. II**). + +[228] ? + +[229] "Na-Tjyou. Ville muree a 740 lys de la capitale ... 35 deg. 13'-124 deg. +10'" (Dict. Cor. Franc. bl. 10**). + +[230] ? "Tong-Pok. Ville a 726 lys de la capitale ... 34 deg. 43'-124 deg. 32'" +(a.v. bl. 17**). + +[231] "The term "San-siang" used twice here, means a fortified +stronghold in the mountains, to which, in time of war, the +neighbouring villagers may fly for refuge" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 171).--"San-Syang. Sur la montagne. Dessous de montagne. Sommet +de montagne" (Dict. a.v. bl. 373). + +[232] "Htai-In. Ville a 566 lys de la capitale ... 35 deg. 33'-124 deg. 29'" +(a.v. bl. 18**). + +[233] "Keum-Kou. Ville a 520 lys de la capitale ... 35 deg. 38'-125 deg. 12'" +(a.v. bl. 7**). + +[234] "Tjyen-Tjyou. Ville muree, capitale de la province de Tjyen-Ra, +a 506 lys de la capitale... 35 deg. 37'-124 deg. 37'" (a.v. bl. 19**). + +[235] Volgens de Dict. Cor. Franc. (bl. 16**) was daarentegen Syong-to +in de provincie Kyeng-Keui "ancienne capitale du royaume sous la +dynastie precedente". + +[236] "Tjyen-Ra-To (Tjyen-La-To). Province sud-oueste" +(Dict. a.v. bl. 19**). + +[237] ? "Tchyeng-Am, Prov. de Tjyen-Ra. 35 deg. 22'-124 deg. 25'" +(a.v. bl. 20**). + +[238] ? + +[239] "Tchyoung-Tchyeng-To. Prov. du sud-ouest, entre Kyeng-Keui et +Tjyen-Ra" (a.v. bl. 21**). + +[240] "Yeng-Tchoun. Ville a 390 lys de la capitale.... Prov. de +Tchyoung-Tchyeng ... 36 deg. 59'-126 deg. 8'" (a.v. bl. 2**). + +[241] "Kong-Tjou. Ville muree, capitale de la prov. de +Tchyoung-Tchyeng, a 326 lys de la capitale. Residence du kam-sa ou +gouverneur de la province ... 36 deg. 23'-124 deg.55'" (a.v. bl. 8**). + +[242] lees: Kyeng-keui. + +[243] "Kiung-kei, or the Capital Province ... is ... the basin of +the largest river inside the peninsula. The tremendous force of its +current, and the volume of its waters bring down immense masses of silt +annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul, +Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franc. bl. 4**). + +[244] "Sye-Oul, Nom generique qui signifie: capitale. Capitale du +royaume de Coree" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van +"de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui +et de tout le royaume de Coree depuis 1392.... Ville muree, sur le +fleuve Han. Residence de la cour et des 6 ministeres. Le gouverneur +de la province reside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**). + +[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden, +namelijk Duitsche mijlen van 15 in een graad, volgens de graadmeting +van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de +afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 a 550 komt; +recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352 +K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De +afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of +666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67). + +[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden, +werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene +dergelijke vertooning zouden vergasten. + +Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het +Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie +te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen] +... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten, +mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een +liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren, +te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn +vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse +gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen +en een stuck van een comedie te ageeren.... + +... de Messrs bij my sijnde songen op 't versoek van geme +regenten en tot vermaak van de Juffers, die bij menigte agter +jalousij-matten saten, een hollands liedeken, komende met sons +onderganck heel vermoeijt van hurken, bucken en kruijpen weder in ons +logiement." (Vgl. Valentijn, V, Bijzondere zaken van Japan, bl. 75). + +De Bataviasche Regeering was er geenszins over gesticht dat men "voor +de hoogheden allerhande grimassen heeft moeten bedryven en voor de +Juffers helder op singen", hetgeen "gansch niet met het respect van +de nederlantse natie compatibel zij, immers in genen dele ten regarde +van het Opperhooft". Werden "soodanige sotte en narre potsen weder +afgevergt" zoo moest men trachten zich te excuseeren, "immers ten +opsigte van het Opperhooft, soo het in 't generaal niet te vermijden" +was. Voor die potsen was te minder reden omdat de Japanners zelven +naar hunne "methode, aart en maniere veel meer van ernst als van jok +houden". De Regeering vond ook "dat soodanige aansoekinge mede gerede +soude konnen afgewesen werden, als de onse haar ter occasie dat se door +de groten genereuselijk getracteert werden, soo veel meesterschap over +de kragt en bewegingh van den sterken drank maar tragten te behouden +[dat zij] buijten postuur van fatsoen en bescheijdenheijt niet en +geraken, maar door ingetogenheijt en stilligheijt een geheel andere +verwagtinge van haren aard en ommegangh geven" (Res. 29 Mei 1692). + +[247] Vgl.: "het gebruijck van oppassers ofte lijfschutten soo door +den gesaghebber als andere mindere bedienden [te Bantam]". (Res. 17 +Aug. 1708). + +[248] "Pyeng-Pou. Plaque en bois ou on ecrit le nom d'un dignitaire, +qui en a une moitie; l'autre moitie est gardee par le gouvernement; +c'est le signe de l'autorite donnee par le roi au mandarin" +(Dic. Cor. Franc., bl. 321). Zie ook: J.S. Gale, A Korean-English +Dictionary, 1911, bl. 429. + +[249] chiap = tjap; hier een Maleiisme. Vgl. Hobson-Jobson, onder Chop. + +[250] d.i. "met den Coninck ofte in Conincx dienst". + +[251] d.w.z.: het eiland Quelpaert. + +[252] Deze voorstelling zal onjuist zijn; tribuut werd gebracht, niet +gehaald (zie bl. 48, noot 3; bl. XXXIV, noot 1 en bl. 51, noot 3); +de taak van de Tartaarsche gezanten moet een andere zijn geweest. + +[253] "Hamel does not state why he and his companions were sent away, +but it was probably to conceal the fact that foreigners were drilling +the royal troops. The suspicions of the new rulers at Peking were +easily roused" (Griffis, Corea, 1905, bl. 172). + +[254] "Four great fortresses guard the approaches to the royal +city. These are ... Kang-wa to the west.... Kang-wa, on the island of +the same name at the mouth of the Han-River, is the favorite fortress, +to which the royal family are sent for safety in time of war ... During +the Manchiu invasion, the king fled here, and, for a while, made it +his capital" (Griffis, Corea, 1905, bl. 190-191).--Namman Sangsiang +is misschien een hoog gelegen punt van deze versterking geweest. + +[255] "Alsoo dit een bederffelijcke waere is" (Gen. Miss. 26 Maart +1622). + +[256] Uitg.-Saagman, Stichter en van Velsen hebben: "van de mijt +opgegeten." + +[257] d.w.z.: de Chineesche slaapbazen bij wie zij ingekwartierd waren. + +[258] zich gelaten = voorgeven, veinzen. Thans nog in gebruik +(Woordenboek der Nederlandsche taal, IV, kolom 1051).--Verg. "'t +schijnt naer dese gesanten haer gelaten" (Miss. G.G. de Carpentier +aan Coen. Batavia, 29 Jan. 1624). + +[259] Witsen (2e dr. dl, I, bl. 50) zegt: "wanneer de Stuurman, die het +Opperhooft was der gevangene Hollanders, meinende met den Tarterschen +Gezant te vluchten, en hy onthalst wierde, dreigde men alle de overige +te dooden", maar geeft niet aan wie hem dit heeft verteld. Als +een Koreaansche gevangenis niet beter was dan een Chineesche, kan +het niet verwonderen dat Europeanen het daarin niet lang hebben +uitgehouden. Vreemd komt het voor dat ook Weltevree niets over het +lot der gevangen landgenooten heeft kunnen of willen vertellen. + +[260] Hamel was alzoo niet een van hen "die de spraeck best +conde". Heeft hij daarom misschien nagelaten zijn Journaal te verrijken +met eene Koreaansche woordenlijst? + +Van de voorgegeven stranding van een schip op Quelpaerts-eiland wordt +verder niet gesproken. + +[261] Misschien om hen bij voorkomende gelegenheid als tolken te +gebruiken. + +[262] Thiellado = Iulla Do (Ross) = Chulla Do (Griffis) = Tjyen Ra +(Dict. Cor. Franc.).--Vgl. ook bl. 20, noot 8. + +[263] ? + +[264] "Pyeng-sa. Mandarin militaire; general de 2me ordre, commandant +d'une province ou d'une demi-province...; (il n'y en a qu'un dans +chaque province; il est au-dessous du gouverneur)" (Dict. a.v. bl. 321) + +[265] d.w.z. "den ouden hadde ons vrij brandhout gegeven [maar de +nieuwe] namt ons ten eersten af", zoodat zij nu zelf aan het kappen +moesten gaan. + +[266] linnen. + +[267] de hoofdstad, Seoul. + +[268] "De Japanders hebben op Korea eene bezitting of wooninge, daer +hunne bevoorrechte vaertuigen aenkomen, die daer ter handel vaeren; +want anderzins vaeren de Japanders nu niet over Zee: blyvende dan het +Opper-gezag aen de Koreers; zoo als de Japanders mede gehouden zijn, +volgens verhael van een der gemelde Nederlanders die aldaer gevangen +is geweest, aen my gedaen, binnens huis te blyven, en alzoo bewaert +te worden, gelijk de Neerlanders in Japan op 't Eiland Nangasakki, +opgesloten zijn" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 49). + +"The possession of Fusan by the Japanese was, until 1876, a +perpetual witness of the humiliating defeat of the Coreans in the +war of 1592-1597, and a constant irritation to their national pride" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 150). + +"Pou-san. Port, a 20 lys de la ville de Tong-nai, ouvert depuis peu +au commerce du Japon, qui y entretenait deja une garnison de 200 +soldats ... 34 deg. 46'-126 deg. 15'" (Dict. Cor. Franc., bl. 12**). + +[269] "The nineteenth King was ... the second son of the last +king. This Prince commenced his political career at Moukden, where +he had been sent as hostage by his father. In the second year of his +reign, 1650, he organised the navy ... and died in the year 1659. + +The twentieth King was ... son of the last, and born in Moukden, +whence he returned a year before his father. He destroyed the Buddhist +nunneries.... He died in 1674" (Parker, Corea, China Review XIV, +bl. 63).--Vgl. Synchronismes chinois (Varietes sinologiques no. 24) +Chang-hai, 1905, bl. 457, 462. + +[270] goed arms, ook wel goed armsch, weldadig, mild jegens de +armen. Woordenboek der Nederlandsche Taal V, kolom 301, onder: +Goed (I) waar voorbeelden worden aangehaald uit Bredero, Huygens, +Bosboom-Toussaint en Beets. + +[271] "Stores of rice are kept at certain places on the coast, in +anticipation of dearth in adjoining provinces, and royal or local +rewards are given to relief distributors according to merit" (Parker, +Corea, China Review XIV bl. 129). + +[272] Aker (in de schrijftaal verouderd), vrucht van den eik, eikel +(Van Dale, Groot Wdb. der Ned. Taal). + +[273] Zie: Griffis, Corea, 1905, Chapter XXXVIII, Education and +Culture en Ross, History of Corea, Chapter X, Corean Social Customs. + +[274] "Ko-Rye. Ancien nom d'un des trois royaumes de la presqu'ile +et dont le roi conquit les deux autres royaumes, n'en formant +qu'un seul sous le nom de Ko-Rye, d'ou est venu le nom de Coree" +(Dict. Cor. Franc., bl. 8**).--"Tjyo-Syen. Nom de la Coree sous la +dynastie actuelle depuis 1392" (a. v. bl. 20**). + +"Li Chunggwei ... founded the dynasty which still rules Corea, and +which has, therefore, swayed the Corean sceptre for more than four +centuries. He moved his capital to its present site, to the city of +Hanchung, on the Han river,--the name Seool or Seoul simply meaning +"The Capital". He also changed the name Gaoli, which had prevailed +since the Tang dynasty [618-905], to Chaosien, the eldest known name +of Corea, or any portion of it" (Ross, History of Corea, bl. 269). + +"In A. D. 1368 the Yuan or Mongol dynasty was driven from the +throne of China by the Mings, and shortly afterwarts (A. D. 1392) +a Corean, named by the Chinese Li Tau, aided by the Emperor Hung Wu, +rebelled against the Kao li dynasty, drove it from the throne, and +established himself as the king of Corea. He chose for the title of +his dynasty the words Ch'ao hsien "morning calm", pronounced by the +Coreans Choe sen. This is now the official name both for Corea and +for the reigning dynasty, which derives its title from Li Tau. He +also moved the capital from Song do to Soeul" (C. T. Gardner, The +Coinage of Corea, Journal China Branch R.A.S. New Ser. XXVII, 1895, +bl. 74).--"Kouk. Royaume; empire; pays; gouvernement; etat; nation" +(Dict. Cor. Franc., bl. 203).--In China heet Korea: Kao li in het +noorden en het midden; Ko lee in het zuiden. + +[275] Een aardig voorbeeld van het begin van alle "Kartographie". Zoo +vergelijken de Atjehers Groot-Atjeh met een "wan", zoo vergeleken de +Ouden den Peloponesus met een plataanblad, Spanje met een uitgespannen +stierenhuid enz. Bedoeld is natuurlijk: de vorm van een rechthoek +met de verhoudingen van ongeveer 3 op 8. + +[276] "Corea is divided into eight provinces, called Do.....Corea +stretches from 33 deg. 15' to 42 deg. 31' N. lat; and 122 deg. 15' to 131 deg. 10' +E. Long. Hence the greatest length of its mainland is as the bird +flies, about 600 miles, and greatest breadth, east to west, over 300 +miles" (Ross, History Corea, bl. 394, 396). + +[277] "By "Osacco" Hamel can scarcely refer to the city of Ozaka, but +rather to that of Hakata in Hizen, at which place the Corean embassy +from Seoul, bearing tribute to the "Tycoon" at Yedo, was accustomed +to land on its way from Fusan" (Griffis, Corea, 1885, bl. 111, noot 2). + +[278] "Tai-Ma-To. Ile entre le Japon et la Coree, appelee Tsou-shima en +japonais" (Dict. Cor. Franc. bl. 17**).--"Tsushima. Group of islands +situated in the middle of the strait that separates Japan from Korea +... The group comprises one large island and 5 small ones ... Since the +12th century, the island was the fief of the So daimyo, who frequently +had to defend himself against Korean and Chinese pirates. It was +completely devastated by the Mongols in 1274 and in 1281" (Papinot, +Dict., bl. 706). + +[279] "The entire northern boundary of the peninsula from sea to +gulf, except where the colossal peak Paik-tu ('White Head') forms the +water-shed, is one vast valley in which lie the basins of the Yalu and +Turnen" (Griffis, Corea, 1905, bl. 6).--"Paik-Tou-San. Mont. Prov. de +Ham-Kyeng. Frontiere N. de la Coree. A son sommet est un grand lac qui +a 6 a 7 lieues de tour. 41 deg. 59'-126 deg. 5'" (Dict. Cor. Franc., bl. 11**). + +"Mattheus Eibokken, Heelmeester, mede een der geener die in den Jare +1653 op Korea gevangen is geweest, heeft aen my mondeling bericht, +dat van Korea na Tartarye of Niuche, het genoegzaem onbereizelijk is, +vermits de hoogte der Bergen, en woestheit des gewest ... Dat 'er te +Lande uit Tartarye, tot in Korea doortogt is, hier uit vastelijk kan +werden beslooten, vermits ter tijd van zijn verblijf, de Keizer van +Sina een geschenk dede aen den Koning van Korea, van zes Paerden, +die te Lande uit Niuche in Korea gezonden wierden, zoo als hy zelve +die hadde zien aenkomen" (Witsen, 2e dr. dl. 1, bl. 44). + +[280] "Zout weten zy van het Zeewater te maeken, dat heel goet is, waer +mede de Nederlandsche gevangenen Haring zoutede, 't geen by hen dus +gedaen te konnen werden, onbekent was" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 57). + +[281] "En tot bevestiging, dat de Hollandsche Harpoenen op Korea +in de Walvisch zijn gevonden, zoo hebbe ik met Benedictus Klerk van +Rotterdam, welke op Korea gevangen geweest is den tijd van dertien +Jaren, over deze Harpoenen gesprooken, die dan verzekert, wel toe te +hebben gezien, wanneer in zijn tegenwoordigheit uit het lichaem van +een Walvisch op Korea, een Hollandsche Harpoen wierde gehaelt, en zegt +uitdrukkelijk zulks aen het maekzels gezien te hebben. Hy gaf reden van +kennis, dat hy en andere zijner makkers, in hun jeugt uit Holland op +de Groenlandsche Visschery hadde gevaeren, en vervolgens de Harpoenen +wel kenden; zeide verder, dat de Koreers hunne byzondere schepen, +en gereetschap tot deze vangst hadden, wes hy met zijn mede gezellen +vast stelde, dat 'er opening tusschen Nova Sembla en Spitsbergen +moeste zijn, ten minsten voor zwemmende Visschen: gelijk de Koresche +Zeeluiden zeiden, dat ten Noord-oosten van haer een openbare Zee +was. Zy oordeelden, met meer gemak van die kant, als van deze zijde, +dat naeuw, of dien weg te verzoeken zouden zijn, en dat dagelijks uit +het Noorde van Tartarye scheepjes in Korea quamen, en omtrent Korea, +meer zoodanige Visch wierd gevonden, gelijk men in de Noordzee vind, +als Haring, enz. Dies deze man besloot, dat Asia aen America te dezer +oort niet en is gehecht" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl, 43-44). + +"Eibokken oordeelde Korea meer Noordelijk op te schieten, als het in +onzen kaerten is bekent, en wel een weinig Noord-oostelijker, zoo als +de Koreaensche menschen mede zeggen, dat Noord-oost op, een groote Zee +is; dat de baeren daer gaen als in de Spaensche Zee, zoo dat benoorden +of Noord-oosten een zwaer water wezen moet" (Witsen, a. v. bl. 56). + +[282] "Panax ginseng; jen shen, is the medicine par excellence, the +dernier ressort when all other drugs fail ... The principal Chinese +name is derived from a fancied resemblance to the human form. The +genuine ginseng of Manchuria, whence the largest supplies are +derived--in the reniote mountains--consists of a stem from which the +leaves spring, of a central root, and of two roots branching off. The +roots are covered with rings, from which the age is ascertained, +and the precious qualities are increased by age ... In 1891 Korean +ginseng was worth Tls. 10,14 per catty ... the usual price for native +ginseng was Tls. 80" (Couling, Encycl. Sinica, 1917, bl. 206). + +"Wild Manchurian ginseng (Panax) is almost worth its weight in +gold. Even the semi-wild quality from Corea is worth its weight in +silver ... Though usually described as a medicine, it is rather a +food tonic, possessing, in the Chinese opinion, marvellous "repairing" +qualities" (Parker, China, Past and Present, bl. 273). + +Oude berichten over ginseng komen voor in "Ontleding van de Lucht ende +werckingen des wortels Ninzin, welcken gewonnen wert int Coninckryck +Corea op de noorderbreete van 43 graden" (Kol. Arch. Overgek. brieven +1642, derde boek) en in Recueil de voyages au nord (1732, IV, +bl. 348-365).--"Lettre du Pere Jartoux, Jesuite, touchant la plante +de Ginseng".--Nisi is de Japansche naam.--Vgl. C. T. Collyer: The +culture and preparation of Ginseng in Korea (Transactions Korea Branch +R. A. S. III, 1903, bl. 18-30). + +[283] "Nominally sovereign of the country, he is held in check by +powerful nobles intrenched in privileges hoary with age, and backed +by all the reactionary influence of feudalism" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 228-229). + +[284] "Vuurroers zijn by hen onbekent, want zy geen geweer als met lont +gebruiken; zy bedienen zich mede van leeder geschut, dat binnewaerts +met koopere plaeten, een halve vinger dik, is beslagen, wezende het +leer, twee, vier of vyf duim dik, van veel vellen op malkander gelegt; +dit geschut word op paerden, twee op een paerd, het leger na gevoert, +is omtrent een vadem lang, en zy konnen daer uit met vry groote kogels +schieten" (Witsen, 2 dr. dl. I, bl. 56). + +[285] Uitg.-Stichter voegt hieraan toe: "niet hebbende krijgen slagen, +'t welck ons in des Koninghs Stadt is gebeurt ende daarom 5 slaghen +voor onse naackte billen hebben gekregen." + +[286] Hier is blijkbaar uitgevallen: "een ghetal van Papen uijtmaecken +om bij beurte". (Zie uitg.-Saagman). + +[287] "There seems to be three distinct classes or grades of +bonzes. The student monks devote themselves to learning, to study, +and to the composition of books and the Buddhist ritual, the tai-sa +being the abbot. The jung are mendicant and travelling bonzes, who +solicit alms and contributions for the erection and maintenance of the +temples and monastic establishments. The military bonzes (siung kun) +act as garrisons, and make, keep in order, and are trained to use, +weapons" (Griffis, Corea, 1905, bl. 333). + +[288] "meester van de slavin" (Uitg.-Saagman). + +[289] Zie bl. 59. + +[290] "Every day (as in China) the chief public offices of the +metropolis depute one or two officers to be ministers-in-waiting in +turn, and the King ascends the throne if they have any representations +to make" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 127). + +[291] "Close communication between the palace and populace is kept +up by means of the pages employed at the court, or through officers, +who are sent out as the king's spies all over the country. An E-sa, +or commissioner, who is to be sent to a distant province to ascertain +the popular feeling, or to report the conducts of certain officers +... receives sealed orders from the king, which he must not open +till beyond the city wall ... He bears the seal of his commission, +a silver plate having the figure of a horse engraved on it. In some +cases he has the power of life and death in his hands" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 221-222). + +[292] d.w.z. alleen de misdadiger zelf wordt gestraft maar niet, +als bij hoogverraad, zijne bloedverwanten. + +[293] De zin is moeielijk te begrijpen; wellicht moet voor staen +gelezen worden slaen, en voor als, op den volgenden regel, al, +voorafgegaan door een; + +[294] "Undoubtedly the severity of the Corean code has been mitigated +since Hamel's time.... The criminal code now in force is, in the main, +that revised and published by the king in 1785, which greatly mitigated +the one formerly used" (Griffis, Corea, 1905, bl. 235). + +[295] "Mattheus Eibokken heeft aen my bericht, dat men daer te lande +een Heidensch geloof heeft, komende ten deelen met dat van Sina over +een, maer dat men niemand dwingt in geloofs zaek, een ieder het zijne +mag beleven; duldende dat hy, en d'andere Hollandsche gevangenen, +met de Afgoden spottende: de Geestelijke eeten aldaer niet dat leven +heeft ontfangen, en bekennen ook geen vrouwen op straffe van zwaerlijk +op de scheenen geslagen, jae met de dood gestraft te werden, zoo als +het meermalen is geschied" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 55). + +"Daer zijn in Korea Afgoden, zoo groot schier als hier geheele huizen, +en 't is byzonder, dat men in meest alle hunne Afgodische tempels, +drie beelden neffens malkanderen vind staen, van eenerly gedaente +en optooizel, doch de middelste altijd de grootste, waer van Meester +Eibokken oordeelde dat 'er eenige schaduwe van de Heilige Drie-eenheit +onder school" (Witsen, a. v., bl. 56-57). + +[296] "The ceremony of pul-tatta or "receiving the fire" is undergone +upon taking the vows of the priesthood. A moxa or cone of burning +tinder is laid upon the man's arm, after the hair has been shaved +off. The tiny mass is then lighted, and slowly burns into the flesh, +leaving a painful sore, the scar of which remains as a mark of +holiness. This serves as initiation, but if vows are broken, the +torture is repeated on each occasion. In this manner, ecclesiastical +discipline is maintained" (Griffis, Corea, 1905, bl. 335). + +[297] Bescharen. Thans in de algemeene taal niet meer in gebruik, +maar gewestelijk nog bekend. Zich zelf iets bezorgen, verschaffen, +ook wel iets verwerven.--"Het goed door vaadren zorg, of eigen zweet +beschaard" (Bilderdijk).--"Dat kan ik niet bescharen", dat gaat boven +mijn bereik (o.a. in Gelderland). (Woordenboek der Nederlandsche Taal +II, kolom 1951). + +[298] Taoistische priesters.--"Taoism, which divides Chinese attention +with Buddhism, is almost unknown in Corea" (Ross, History Corea, +bl. 355). + +[299] "No trait of the Coreans has more impressed their numerous +visitors, from Hamel to the Americans, than their love of all kinds +of strong drink" (Griffis, Corea, 1905, bl. 266-267). + +[300] Zie bl. 30, noot 3, al. 2. + +[301] "The kang is characteristic of the human dwelling in +north-eastern Asia. It is a kind of tubular oven ... It is as though +we should make a bedstead of bricks, and put foot-stoves under it. The +floor is bricked over, or built of stone over flues, which run from +the fireplace, at one end of the house, to the chimney at the other" +(Griffis, Corea, 1905, bl. 263). + +[302] Welk woord hier wordt bedoeld, is onzeker. In de uitg.-Saagman +staat daarvoor: "principaelste", in de uitg.-Stichter is het +weggelaten. + +[303] Over dit woord zie Hobson-Jobson en De Haan, Priangan, II, +bl. 769. + +[304] "Hospitality is considered as one of the most sacred duties. It +would be a grave and shameful thing to refuse a portion of one's meal +with any person, known or unknown, who presents himself at eating-time +... The poor man whose duty calls him to make a journey to a distant +place does not need to make elaborate preparations ... At night, +instead of going to a hotel with its attendant expense, he enters +some house, whose exterior room is open to any comer. There he is +sure to find food and lodging for the night" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 288-289). + +[305] Uitg.-Stichter heeft: "quade Regeringe". + +[306] "Not the least interesting of the local or national festivals, +are those held in memory of the soldiers slain in the service +of their country on famous battle-fields. Besides holding annual +memorial celebrations at these places, which fire the patriotism of +the people, there are temples erected to soothe the spirits of the +slain. Especially noteworthy are these monumental edifices, on sites +made painful to the national memory by the great Japanese invasion +of 1592-97, which keep fresh the scars of war" (Griffis, Corea, 1905, +bl. 299). + +[307] Uitg.-Saagman: "bijeencomste van de studenten". + +[308] In uitg.-Stichter: gordel; uitg.-Saagman heeft: gorles. + +[309] molik, vogelverschrikker (Van Dale's Groot Wdb. der +Ned. Taal).--"moliks voor de jeugd" (E.J. Potgieter, Gedroomd +Paardrijden, strofe 13, regel 6). + +[310] "On the fifteenth day of the eighth month sacrifices are offered +at the graves of ancestors and broken tombs are repaired" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 298). + +"De Koning gaet jaerlijks het graf zijner Voorzaeten bezoeken, om +aldaer offerhanden te doen, en Feest te houden, ter eeren, en voor +'t welwezen der zelven in 't andere leven, zoo als hy [Eibokken] +den Koning zelve tot aen de graf-plaets hadde begeleit, die veel +honderde jaeren oud is; het is een uitgeholde berg, daer men door +yzere deuren in gaet, zes of acht mijl buiten de Hooftstad gelegen. + +De Lijken liggen in yzere of tinne kisten, en zijn alzoo gebalsemt, +dat ze eenige honderd jaeren buiten verderf werden bewaert, gelijk +in den boven gemelten berg de Lijken der Koningen van voor veele +honderden jaeren af, bewaert zijn geworden: als een Koning of zijn +Gemalin, daer in werd gezet, werd 'er een schoone slaef en slaevin +levendig by gelaten, aen wien men voor 't sluiten van de yzere deur, +eenig leeftogt laet; maer die toegedaen zijnde, en als dezelve is +verteert, moeten zy sterven, om hunnen Meester of Meesteres in 't +ander leven te dienen" (Witsen, 2e dr. dl. I, bl. 56). + +[311] Uitg.-Saagman heeft: "voor sijn Ouders". + +[312] "Sappan-wood. The wood of Caesalpina sappan; the bakkam of the +Arabs, and the Brazil wood of medieval commerce ... the tree appears +to be indigenous in Malabar, the Deccan and the Malay Peninsula" +(Hobson-Jobson, bl. 794).--"Caesalpina sappan. Setjang (Jav. en +Soend.), Sepang (Mal.).... Een afkooksel van het hout ... dient om +katoen, zijde en garens rood te verven" (Encyclopaedie van N.I. 2e +dr. I, 1917, bl. 434). + +[313] "In Korea zijn schoone Paerden, en het Volk zit daer op als hier +te Lande, en niet nae de wyze der Tarters: zy doen die in 't wilt, +op zommige Eilanden ter aenqueeking loopen" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 58). + +[314] Vgl. "In 1651, ... a decree was issued ordering the people +to use coin and at the same time prohibiting them from the use of +cloth as money.... Up to this time, there had always been a party +opposed to the use of coin that took every opportunity to suppress +its use and replace it with rice and cloth. Now this party was fast +disappearing and though they once more succeeded, five years later, +in causing the rescission of the order to use coin, the people by that +time had become so accustomed to its use that they began to coin for +themselves. ... In 1678 ... rice and cloth were deprived forever +of their monetary function" (M. Ichihars, Coinage of old Korea, +Transactions Korea Branch R.A.S. IV part 2, 1913, bl. 61). + +[315] "The Coreans had a third of their tribute remitted in 1643 +... and in the following year, when sending home the king's son, +who had gone to Peking to have his title to the crown confirmed, a +half was remitted ... Kanghi, Yoongjung, and Kienloong, frequently +remitted the tribute, demanding only a tithe, treating the Coreans +like Chinese" (Ross, History Corea, bl. 288). + +"Since the Tang dynasty overwhelmed Corea, it has had only glimpses +of absolute self-government; but, at the same time, it has had only +brief intervals when it had not virtual self-government. Its vassalage +to the Manchu government, secured at a sacrifice of a few years' +dispeace and slaughter, and of some further years of somewhat severe +taxation, has mainly been virtually nominal....a yearly or half-yearly +tribute is sent in to Peking, accompanied by a host of merchants, +who bring back profits much greater than the amount of the tribute" +(Ross, a. v., bl. 365). + +[316] = Zuidland, of Land der zuidelijke barbaren? + +[317] "Hy [Eibokken] heeft Goud en Zilver mynen aldaer gezien; +ook die van Kooper, Tin en Yzer. Zilver is daer in groote menigte, +'t geen aen byzondere luiden werd toegestaen te delven, daer dan +de Koning zijn recht van trekt, 't Kooper is daer zeer blank, en +van heldere klank. Goud aderen had hy in Mynen gezien. Hij zegt dat +zelfs eenig Zandgoud van de grond eeniger rivieren op gedoken had; +doch werden de Goudmynen niet zoo veel geopent, als die van Zilver, +of ander metaal. Waer van de reden hem onbewust was" (Witsen, 2e +dr. dl. I, bl. 58). + +[318] "All scales are issued by the Board of Works and are branded +annually, at the autumnal equinox, by the metropolitan and market-town +aediles respectively" (Parker, Corea, China Review XIV, bl. 29). + +[319] "De spraek op Korea, heeft in klank geen gemeenschap met 't +Sineesch, 't geen Meester Eibokken oordeelde, om dat hy de Koresche +Tael zeer wel spreekende [[Witsen's lijst van Koreaansche woorden +(2e dr. dl. I, bl. 52-53) zal van Eibokken afkomstig zijn.]] , van de +Sineezen op Batavia niet wierde verstaen, doch zy konnen malkanders +schriften leezen: zy hebben meer als eenderlei schriften; Oonjek is +een schrift by hen, als by ons het loopend, hangende alle de letteren +aen malkander: van het zelve bedient zich de gemeene man; de andere +lettergrepen zijn met die van Sina eenderlei" (Witsen, 2e dr. dl. I, +bl. 59). + +[320] lees: "ende geschriften, 't land ende de overheijt rakende, +geschreven. Het tweede is...." + +[321] "The poorer women ... though never at school, they can all, or +almost all, use the Corean alphabet, which is the most beautiful and +complete we know; for one can learn it almost at a sitting" (Ross, +Hist. Corea, bl. 315).--"... the Corean alphabet, for simplicity +and utility, is the best known to me" (bl. 377).--Vgl. J. S. Gale, +The Korean Alphabet. (Transactions Korea Branch R. A. S., IV, part +I, 1912, bl. 13-61).--"La clarte de l'esprit coreen apparait dans +la belle impression des livres, dans la perfection de l'alphabet, +le plus simple qui existe, dans la conception des caracteres mobiles +ou il a atteint le premier ..." (M. Courant, Bibliographie coreenne, +I, 1895, Introduction, bl. CLXXXVIII). + +[322] lees: drukplaeten. + +[323] "Die Gesandten Koreas....berichteten, dasz sie jaehrlich ... ihren +Tribut nach Peking ablieferten ... dagegen den Kalender empfingen als +Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, +Band III (1834) bl. 594). + +[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen +woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen +onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den +Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat +zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, +daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely +leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does, +it is a great occasion which is previously announced to the public. The +roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while +the royal cortege is moving. All doors must be shut and the owner of +each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and +dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially +the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one +should look down upon his majesty. Those who think they have received +unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They +stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched +on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer +or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis, +Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo +groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde +steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, +als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen +zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen +onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, +maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van +Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy +een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende +dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[325] "The ceremony of meeting the Chinese envoys consists of first +sending an envoy to ... Ai-chiu on the Chinese frontier, followed by +five others (of 2nd rank and over) to meet them at successive stages +and escort them with all possible comfort to Seul, where they are first +entertained at a "dismounting banquet". The next and following days the +heir and other members of the royal family, heads of public offices +&c., each give a banquet in turn. (All these banquets are repeated +when the envoys take their departure). When the envoys first arrive +at their hotel, the heir advances with the various high officers, +and makes two obeisances. When they take their departure, the same +ceremony is repeated outside the ... Gate... + +The annual homage envoy [aan den Keizer te Peking] is conducted from +the palace by the Corean court officials with great ceremony to his +hotel, and music is used even on fast days; a number of articles +of local produce are taken with him, and special other articles are +sent on the emperor's birthday and with formal state communications; +these usually consist of raw or manufactured fibres, papers, furs, +shells, scents, pencils, dried fruits, candles &c." (Parker, Corea, +China Review XIV, 127).--"The formal reception by the king ... is +equally intricate and complicated, and comprises the grovelling on +the ground by his majesty, three knocks of the head, and the shouting +out standing up of the words: "Live for ever" ..., with his hands +reverently raised to his forehead. This is done in the presence of his +relatives, a full court, and the Chinese envoys. Music, bows &c., are +all regulated with extreme nicety" (Parker, a. v., bl. 134).--(Dat de +Koning van Korea de Pekingsche gezanten tot buiten de stad te gemoet +gaat, wordt in dit bericht niet gezegd). + +[326] Saijsing. Deze havenplaats in de provincie Thiellado (Tjyen-Ra) +is op geen kaart aangetroffen; eenige regels later wordt zij Naijsingh +genoemd. + +[327] Sunischien = Syoun-Htyen, 34 deg. 33'-124 deg. 56' (Dict. Cor. Franc., +bl. 16**). + +[328] Namman = Nam-Ouen, 35 deg. 18'-124 deg. 38' (a. v., 10**). + +[329] lees: voor de terecht gecomen[e] = voor de in Japan +aangelanden. Vgl. bl. 15 en 16. + +[330] "Haere schepen zijn achter plat, en hangen daer zoo wel als +voor, wat over het water; gebruiken mede riemen als zy zeilen, en zijn +tegen uitlands geschut niet bestendig. Zy durven, noch en mogen niet, +als met byzonder verlof, ver uit het Lands gezicht vaeren; ook zijn +de vaertuigen daer toe onbequaem, en byster ligt gemaekt; men ziet +'er weinig of geen yzer aen; 't hout is in een gevoegt, d'ankers zijn +van hout; hun meeste vaert is op Sina" (Witsen, 2e dr. I, bl. 56; +Bericht van Eibokken).--"The Coreans are not a seafaring people. They +do not sail out from land, except upon rare occasions.... The prow and +stern of fishing-boats are much alike, and are neatly nailed together +with wooden nails. They use round stems of trees in their natural +state, for masts. The sails are made of straw, plaited together with +cross-bars of bamboo. The sail is at the stern of the boat. They sail +very well within three points of the wind, and the fishermen are very +skilful in managing them" (Griffis, Corea, 1905, bl. 195).--"Schoon +[de Koreers] op Japan zelden varen, zoo weten zy echter werwaerts, +en op wat streek het van hen afgelegen is, zonder welke kennis die +de gevangenen Nederlanders uit hen hadden opgevat, zy nooit Japan, +werwaerts zy de vlucht namen, zouden hebben konnen bestevenen, +alzoo geen kaert hadden, en niemand van hen daer ooit hadde geweest" +(Witsen, 2e dr. I, bl. 44). + +[331] "November 1664. Den 27. vertoonde sich een groote Comeet-ster, +die hoe wel over d'Indien gaende, sich groot, maer om de verre +af-wesentheyt hier selden klaer, en meest waterachtigh dampich +liet sien, hare staert is eenmael op 180. mijlen en noch grooter +afgespeculeert geweest: Verwonderenswaerdig zijnde, dat zy tot +Nieu-jaer 1665. de staert west behoudende, die verloor, en twee daghen +als den lest en eersten dagh van't Jaer als een bedompte Maen sonder +staert verschijnende, eenige dagen daer na weder met een kleyn staertje +sich vertoonden, doch seer kleyn en oostwaert staende, bewesten boven +Engelant recht nae Jarmuyen, maer een nacht bysonderlijcke groot +en helder tot 3 uren 's nachts verscheen: Loopende voorts tot op +46. graden, doch was altoos niet heldere Lucht over dese Nederlanden, +kleyn van staert, dan grooter in zijn op- en wel 6 mael grooter in +zijn ondergang, ten westen over de Noort-Zee,... de Sterrekijckers +oordeelden dat hy omtrent de Tropicus Capricorni moste staen, en seer +diep in den Hemel, zijn staert en lichaem was gecomposeert (als men +met een Verkijcker daer op speculeerde) van een oneyndelijck getal +kleyne Sterrekens gelijck den vloet Eridanus." (Hollantze Mercurius XV +(1665), bl. 183). + +Over deze komeet is geschreven door Johannes Hoewelcke (Hevelius), +die te Danzig eene sterrewacht had. Zijne waarnemingen komen voor +in de Mantissa van zijn werk "Prodromus Cometicus" (1665) en in zijn +"Machina Coelestis" II, 439. Deze waarnemingen zijn voor het berekenen +der baan gebruikt door Halley (Tabulae astronomicae, London 1749) +en opnieuw door Lindeloef (De orbita cometae qui anno 1664 apparuit, +Helsingfors 1854). (Mededeeling van den Heer J. Weeder, conservator +aan de Sterrewacht te Leiden).--Voor gelijktijdige berichten, zie +ook Bijlage VI. + +[332] "De Keizer [eene verschrijving voor Koning] oefent zijne +krygsluiden dikmael, en doet die dan vechten tegen malkander, +verbeeldende het eene gedeelte Koreers en het andere Japanders, doch +de Japanders schieten in't gemeen te kort, en veinzen zich te vlieden; +na dat een langwylig spiegel gevecht is gehouden. Meester Eibokken zag +'er op eenmael, tweemael veertig duizend tegen malkander zoo stryden, +dienende hy te dier tijd voor lijfschut" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59). + +[333] Vgl. "... heden wierdt ons door de Tolcken verhaalt dat sijn +Keyserlijcke Maijt in Jedo, wegens het vertoonen der Commeet Starre, +daer van hier vooren op verscheijde dagen gesproken is, seer is +ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte +geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden +ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh +in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel +mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665). + +[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard +Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de +belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens +tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven +de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586). + +[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about +this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, +and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, +and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto +which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of +the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary +of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618). + +[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van +Velsen: "bij de Zeekant". + +[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of +ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden +zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende, +aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks +tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I, +bl. 57-58). + +[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by +hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel +van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts +van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een +tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, +na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen +zijn: acht streeken winds weten zy te onderscheiden. De Compassen +zijn ook van twee houtjes kruiswys over malkander gelegt. daer van +een der einden, 't geen Noorden wyst, wat vooruit steekt" (Witsen, +2e dr. I, bl. 56. Bericht van Eibokken). + +[339] "Die geene, welke aen de daer gevangene Neerlanders, het vaertuig +hadden verkoft, waer mede zy over zee vluchtende naer Japan voeren, +met de dood zijn gestraft; zoo streng is daer de Wet" (Witsen, 2e +dr. I, bl. 58). + +[340] wijffel maent = kentering-maand. Vgl.: "opdat wij gesamender +handt met een goede vloote in 't weyffelen van 't mousson +weder naer Java mogen keeren." (G.G. Coen naar de Molukken ddo 18 +Febr. 1619.--Coen, uitg. Colenbrander, II, 1920, bl. 512).--"Southerly +winds blow from the middle of May, and often even from April, until +the end of August. On the Sea of Japan southwest winds (south-west +monsoon) prevail.... The Southwest monsoon, which sets in in April +... prevails until the middle or end of September.... But the +regularity with which the monsoons set in and blow on the Chinese +coasts is unknown in Japan.... North and West winds prevail in +winter, South and East winds in summer" ... "North-east monsoon is +inapplicable to the coasts of Japan and their vicinity, with the +exception of the southerly islands." (Dr. J.J. Rein, The Climate of +Japan, Transactions Asiatic Society of Japan. Vol. VI, Part III, 1878, +bl. 507, 509).--"... goedgevonden te recommanderen die costelijcke +retourschepen uijt Japan nae Taijouan voor 15, 20-25 October niet te +largeren als wanneer den noordewint stant heeft gegrepen ende geen +suijde stormen ... meer te verwachten zijn" (Regeering Batavia naar +Taijoan, 2 Mei 1644). + +[341] vooreb--een gewone zeemansuitdrukking. Men heeft vooreb en +achtervloed, voorvloed en achtereb. + +[342] Uitg.-van Velsen: "lieten de ban uytstaen". Uitg.-Stichter: +"lietent soo de ban uytstaen", wat echter geen zin geeft. + +[343] lees: praijde. + +[344] Hier vermoedelijk flambouwen van visschers onder den +wal. Eigenlijke blikvuren--in dien tijd misschien al in gebruik aan +boord van schepen--bestonden uit een sterk lichtgevende sas die in een +houten huls werd bewaard, en werden tot in den jongsten tijd gebruikt +om bij nacht de aandacht op zich te vestigen of seinen te geven. + +[345] boegseerden.--In Compagnie's papieren der 17e eeuw vindt men +veelal "boucheren" voor "boegseeren". Vgl. Inleiding, bl. XVI, noot 4. + +[346] In de uitg. Saagman en Stichter: "gecocht". + +[347] In de gedrukte uitgaven van het Journaal is de ondervraging +door den Gouverneur geheel weggelaten en van de bemoeienis der tolken +eene andere voorstelling gegeven. Uitg.-Stichter en Van Velsen: +"aen landt ghebracht, ende van des Ed. Compagnies Tolck verwellekomt, +die ons alles ondervraeght hebbende, prees ons seer, dat wy ... enz.". + +[348] Dit wordt niet bevestigd door het te Nagasaki aangehouden +Dagregister. + +[349] Zie Bijlage Ie. + +[350] opgestempt = vooraf besproken, beraamd, b.v.: "De gedachte aan +valschheid en opgestemd bedrog". Bilderdijk. Zie Wdb. der Nederl. Taal +dl. XI, kolom 1264 onder opstemmen). + +[351] De nieuwe Gouverneur was al eenige dagen vroeger te Nagasaki +aangekomen. Zie Bijl. Ij. + +[352] Zie Inleiding, bl. XXVI. + +[353] Het volgende slot komt in de vroegere uitgaven van het Journaal +niet voor. + +[354] Deze en volgende cursiveeringen in de Bijlagen zijn bij den +druk aangebracht. + +[355] Niet ingevuld. + +[356] In het afschrift voorkomende onder de Overgek. Brieven 1667, +Tweede boek (Kol. Arch. no. 1149) staat: beneeden. + +[357] van 18 Oct. 1666. + +[358] Daniel Six opvolger (sedert 18 October 1666) van Willem Volger +als opperhoofd van ons comptoir te Nagasaki. + +[359] Kol. Arch. no. 457. + +[360] Kol. Arch. no. 255. + +[361] In elke straat van Nagasaki woont een Ottono of wijkmeester +(H. Doeff, Herinneringen uit Japan, 1833, bl. 25). Zie ook Nachod, +Beziehungen, u. s. w., bl. 417 en E. Kaempfer, Beschryving van Japan, +1729, bl. 232. + +[362] de "Zuylen", den 7en October van Nagasaki onder zeil gegaan. + +[363] Oostvoort in Bijl. Ia. + +[364] Francois de Haas, de aangewezen opvolger van het Opperhoofd +Daniel Six, zou in het voorjaar van 1670 de hofreis naar Jedo hebben +te doen. + +[365] Zie bl. 86 hiervoor. + +[366] 24 Juli 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 456. + +[367] Taifoen, cycloon, wervelstorm; zie Hobson-Jobson op Typhoon. + +[368] 21 Aug. 1634. Zie Dagr. Bat. bl. 435 en 455-56. + +[369] twee? + +[370] In Gen. Miss. 9 Nov. 1627 wordt dit schip "Groot Hollandia" +genoemd, ter onderscheiding van 's lands schip Hollandia. (Res. 15 +Sept. 1627). + +[371] Hij overleed 2 Januari 1627 te Batavia als Raad +Ords. (Dagr. Bat.). + +[372] Volgens "Begin ende Voortgangh" (II, 1646, 20e stuk, bl. 18): +14 April 1627. + +[373] Havenplaats op de N.O. kust van het Maleische Schiereiland; +ons kantoor aldaar werd in 1622 opgeheven. (Gen. Miss. 1 Febr. 1623). + +[374] Vgl. Danvers, Portuguese in Asia, II, 1894, bl. 227: "On the +10th June, 1627, four Dutch ships appeared before that port with +the view of attacking a fleet which had been prepared there for a +journey to Japan.... The Dutch admiral's ship was boarded and burnt, +thirty-seven of the crew being killed and fifty taken prisoners. The +guns, ammunition, treasury, and provisions were also secured. After +the loss of this ship the other three vessels retired."--Zie nog +C. A. Montalto de Jesus, Historie Macao, 1902, bl. 77. + +[375] Vgl. Gen. Miss. 9 Nov. 1627: "Tegenwoordich weeten niet datter +eenige Nederlanders bij den vijant in gants India van Mosambique aff +tot in Manilha toe, Godt loff, gevangen sitten". + +[376] Evenals de Wakende Boeij en de Nachtegael zal ook 't Quelpaert +de Brack voor 8 Jan. zijn teruggekeerd. + +[377] Leonard Camps kwam in het begin van 1615 in Japan, werd na het +vertrek van Specx in 1621 Opperhoofd en overleed als zoodanig den 21 +November 1623 te Firando (Naamlijst der in Japan geregeerd hebbende +opperhoofden enz., Kol. Arch.; zie ook Dagr. Bat. 1624, bl. 13). + +Volgens Resolutie, Firando 26 Oct. 1619 (Kol. Arch.--Q. 434) werd Camps +toen op voordracht van Specx tot diens opvolger benoemd, daar Specx' +tijd in het toekomende jaar zou eindigen en deze niet van meening was +langer te blijven. (Zie Gen. Miss. 24 Juni 1618 en Miss. Batavia naar +Firando 28 Febr. 1620, Coen, dl. II, bl. 655). Camps' commissie is van +13 Juni 1620 (zie Coen II, bl. 729). Over Specx' vertrek van Firando, +zie Diary of Richard Cocks, II, bl. 206 (6 Oct. 1621). Vgl. Commissie +Specx 28 Febr. 1620 (Coen, II, bl. 663). Het schip "de Swaen", aan +boord waarvan Specx vertrok, kwam 2 Dec. 1621 te Batavia (Gen. Miss. 20 +Dec. 1621). + +[378] Memorie van pampieren pr t Schip Amsterdam over Taijouan +aen d'Ed. Heer Gouverneur Generael in dato 23e Nov. Ao 1637 +geconsigneert. No. 7; ook in Dagr. Japan, 5 Febr. Ao 1637. + +[379] Pou-san Kai = Pou-san (Fusan), sedert 1592 in handen van de +Japanners. + +[380] Op van daech verstonden de Corresche gesanten op 17en passato +van het eijlandt Itschio naer Corea vertroucken waeren. Naer de +geruchten souden aende Maijesteijt versocht hebben bij aldien haer +gelieffden assistentie tegen den Tarter te doen, hetselffde door +d'Hr. van Fingo soude mogen geschieden. Haer geschenken waeren geweest: +Een groot gouden vadt vol costelijcken wortel Nisien; drie schoone +wel affgevaerdichte peerden; 40 witte valcken; 40 tijgersvellen het +hair een vinger lanck; een gouden cas van faetsoen als de paepen haer +consistorien, costelijck met peerlen ende gesteenten verciert, waerinne +den brieff aen de Maijesteijt was overgelevert. (Dagr. Japan. Firando +24 Meert Ao 1637). + +[381] zijde, staat in Dagr. Japan. + +[382] Zie over deze expeditie naar Formosa of Tacca Sanga, zooals, +volgens den Engelschen schrijver, de Japanners dit eiland noemden, +Diary of Richard Cocks, I, bl. 131 (5 May 1616). + +[383] Ernest Satow, The Voyage of Captain John Saris to Japan, 1613, +Introduction, bl. LI. + +[384] Zie missive Firando 16 Dec. 1623 aan Commandeur Reijers: +"Dese gaet per Cappiteijn China.... Hij is een doortrapt man, heeft +in Nangasackij ende oock hier [Firando] treffelijcke huijsen met +schoone vrouwen ende kinderen". + +[385] "This Andrea Dittis is now chosen capten and cheefe comander of +all the Chinas in Japon, both at Nangasaque, Firando and else wheare" +(Diary of Richard Cocks, II, bl. 309, 10th of Marche 1619 [20]). + +"The Chinese pirates who resorted to the island [Formosa] as a +safe retreat, were as a rule divided into bands, and, according to +the scanty historical material which we have at hand, established a +rough form of government over their settlements. So admirable was the +organization that the different bands lived together without discord +and chose their leaders by vote, while a supreme chief was appointed to +look after the interests of the combined bands whenever anything arose +of common concern. The strongest of them was a powerful band under the +leadership of one Gan Shi-sai. Their exploits brought large returns, +and by combining legitimate trade with piratical raids they eventually +attained a position so formidable that smaller bands combined with them +for their own protection, and thus nearly the whole of the China and +Formosa trade was brought under their control. In 1621 Gan Shi-sai +died, and was succeeded by Ching Chi-lung, a famous character, and +the father of Koxinga." (J. W. Davidson, The Island of Formosa (1903) +bl. 8). + +[386] "sijn genoegen van d'onsen over sijne gepretendeerde diensten +seer cleijn was" (Miss. Firando 17 Nov. 1625). + +[387] Miss. Firando 26 Oct. 1625. + +[388] Miss. Firando 17 Nov. 1625.--Letters written by the English +Residents in Japan 1611-1623, bl. 271. + +[389] In berichten uit Formosa van dien tijd, komt meer voor dat +"zoon" en "schoonzoon" worden verwisseld; zoo wordt Boijcko nu eens +de zoon dan weer de schoonzoon genoemd van Limlacco, Kapitein der +Chineezen te Batavia (1636-1645). + +[390] Hoe Martinus M. van Bantam naar China is gekomen, is ons niet +gebleken. Journaal Hamel. + +[391] Hollantze Mercurius XV (1665). Zie ook Nos 8827, 8937 en +9200-9208 van de Pamfletten-Verzameling in de Kon. Bibliotheek. + +[392] Zie voor de geraadpleegde vertalingen van Hamel's Journaal, +de Bibliographie. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Verhaal van het vergaan van het jacht +de Sperwer, by Hendrik Hamel + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VERHALL VAN HET VERGAAN *** + +***** This file should be named 11467.txt or 11467.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.net/1/1/4/6/11467/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Distributed Proofreaders Team + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.net/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.net + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.net), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.net + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. + + http://www.gutenberg.net/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + http://www.gutenberg.net/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + http://www.gutenberg.net/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + http://www.gutenberg.net/GUTINDEX.ALL + + diff --git a/old/old/20040305.11467.zip b/old/old/20040305.11467.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f3d43ae --- /dev/null +++ b/old/old/20040305.11467.zip |
