diff options
Diffstat (limited to '11287-h')
| -rw-r--r-- | 11287-h/002.png | bin | 0 -> 22947 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11287-h/047.png | bin | 0 -> 321103 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11287-h/083.png | bin | 0 -> 223394 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11287-h/095.png | bin | 0 -> 256064 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 11287-h/11287-h.htm | 3769 | ||||
| -rw-r--r-- | 11287-h/123.png | bin | 0 -> 265105 bytes |
6 files changed, 3769 insertions, 0 deletions
diff --git a/11287-h/002.png b/11287-h/002.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7b0aab4 --- /dev/null +++ b/11287-h/002.png diff --git a/11287-h/047.png b/11287-h/047.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..526f133 --- /dev/null +++ b/11287-h/047.png diff --git a/11287-h/083.png b/11287-h/083.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5e63a95 --- /dev/null +++ b/11287-h/083.png diff --git a/11287-h/095.png b/11287-h/095.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1345810 --- /dev/null +++ b/11287-h/095.png diff --git a/11287-h/11287-h.htm b/11287-h/11287-h.htm new file mode 100644 index 0000000..8caa682 --- /dev/null +++ b/11287-h/11287-h.htm @@ -0,0 +1,3769 @@ +<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<html> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content= + "text/html; charset=iso-8859-1"> + <title> + De omwenteling van 1830. + </title> +<style type="text/css"> + <!-- + P { text-indent: 1em; + margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; } + h1, h2, h3, h4, h5, h6 { text-align: center; } + HR { width: 33%; + margin-top: 1em; + margin-bottom: 1em;} + BODY{margin-left: 10%; + margin-right: 10%;} + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .note {margin-left: 2em; margin-right: 2em; margin-bottom: 1em;} /* block indent */ + .pagenum {position: absolute; left: 92%; right: 100%; font-size: 8pt; justify: right;} /* page numbers */ + // --> +</style> + +<style type="text/css"> + div.c7 {font-family: Verdana} + h2.c6 {font-family: Verdana} + hr.c5 {width: 65%;} + p.c4 {font-family: Verdana; text-align: center} + b.c3 {font-size: 150%} + p.c2 {font-family: Verdana} + span.c1 {font-family: Verdana} +</style> + +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De omwenteling van 1830, by Hendrik Conscience + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De omwenteling van 1830 + +Author: Hendrik Conscience + +Release Date: February 25, 2004 [EBook #11287] +[Last updated: August 11, 2011] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE OMWENTELING VAN 1830 *** + + + + +Produced by Joris Van Dael and PG Distributed Proofreaders + + + + + +</pre> + + + +<h1><br> +<span class="c1"><br> +DE OMWENTELING VAN 1830</span></h1><span class="c1"><br> +<br> +DOOR<br> +<br> +HENDRIK CONSCIENCE<br> +<br> +<img alt="" border="0" src="002.png" width="294" height="312"><br> +<br> +DE<br> +<br> +OMWENTELING VAN 1830<br> +<br> +UITTREKSEL<br> +uit de REVUE CONTEMPORAINE, aflevering van Januari 1851<a name= +"FNanchor1"></a><a href="#Footnote_1"><sup>[1]</sup></a><br> +<br></span> +<p class="c2">Petrus Conscience, vader van onzen schrijver, was +Franschman en geboren te Besançon. Door het lot tot den +krijgsdienst geroepen, werd hij soldaat in de <i>marine</i> van +Napoleon, en geraakte tot den graad van opperstuurman <i>(chef de +timonerie)</i> aan boord van het oorlogschip <i>la Ville de +Bordeaux</i>. Driemaal krijgsgevangen genomen, doorstond hij eene +lange en wreede opsluiting in de Engelsche pontons te Normancross. +Eindelijk door uitwisseling vrij geworden, kwam hij zich te +Antwerpen vestigen, waar hij het ambt van onderhavenmeester op de +groote oorlogstimmerwerf bekwam. Hij trouwde niet lang daarna met +eene Vlaamsche vrouw, en uit dit huwelijk werd, den 3<sup>den</sup> +December 1812, Hendrik Conscience geboren. +<p class="c2">Het kind was uiterst zwak en ziekelijk: men geloofde, +dat het niet zou leven. Een Fransche geneesheer, met name Tartare, +voorzeide, dat het zou kwijnen tot zijne zeven jaar; maar dat het +zou gered zijn, indien het dezen ouderdom overleefde. Twee jaren +later werd Petrus Conscience een tweede zoon geboren, zoo groot en +sterk als de eerste zwak en lijdend was. +<p class="c2">Op dit tijdstip bezweek de groote Napoleon onder de +vereenigde macht der bondgenooten; en de onderhavenmeester verloor +zijn ambt. Als een moedig man beproefde hij een ander beroep. Zijne +echtgenoote hield eenen kruidenierswinkel. Hij zelf legde zich toe +op eenen anderen handel: hij kocht oude schepen, om ze af te breken +en de stukken er van afzonderlijk te verkoopen. Een weinig later +begon hij eenen gelijkslachtigen handel in oude boeken, bestemd om +tot <i>boterpapier</i> te worden verbruikt. +<p class="c2">Deze nijverheid, van eenen letterkundigen aard, ten +minste door de stoffen, die zij behandelde, oefende eenen gewissen +invloed op de toekomst van Hendrik Conscience uit. Elken dag +hielden gansche wagens met boeken voor de ouderlijke woning stil; +de dichters, de geleerden, de geschiedschrijvers werden op eenen +uitgestrekten zolder neergeworpen, om er den oogenblik af te +wachten, dat men hen tot koffiezakken of suikerpakjes zou +vervormen. +<p class="c2">Hendrik Conscience kende geen grooter vermaak dan +deze arme bannelingen der letterkunde in hun treurig verblijf te +gaan bezoeken; hij doorbladerde één voor +één al deze boekdeelen, die op voorhand tot eenen +smadelijken dood waren veroordeeld. De bladzijden bleven stom voor +hem; maar de prenten, die tot zijne oogen en tot zijne inbeelding +spraken, openbaarden hem somtijds de geheimzinnige beteekenissen, +welke hij wenschte te doorgronden. Hij hechtte zich bovenal aan de +werken over geneeskunst, over natuurlijke geschiedenis en over +verre reizen, om de eenvoudige reden, dat deze meer prenten en +<i>beeldekens</i> behelsden. Zijn geliefd boek droeg voor titel: +<i>Johan Nieuhofs Gedenkweerdige Zee- en Landreizen</i>. Het was +een oud foliant, gansch vervuld met beeltenissen van wilde mannen +en vreemde gedierten, en gedrukt te Amsterdam, bij Jacob van Meurs, +in 1682. +<p class="c2">Evenwel, gedurende de avondstonden in den huiselijken +kring leerde zijn vader hem de letteren van het ABC onderscheiden, +en, bij rassche vorderingen, kon Hendrik spoedig lezen. Van dit +oogenblik verslond hij, om zoo te zeggen, den vaderlijken +boekenstapel. +<p class="c2">Ontwikkelde zich zijn geest, zoo goed stond het niet +met zijn lichaam, dat krachteloos en kwijnend bleef. Zooverre +reikte welhaast de verslapping zijner leden, dat hij niet meer kon +gaan dan met krukken. Allengs werd dit middel zelfs ontoereikend, +en men zag zich verplicht den zieken jongen van de eene plaats naar +de andere te dragen. Hij bracht alsdan dagelijks vele uren door, in +een hoogen stoel met kussens, achter het venster, droevige en +zwijgende aanschouwer van de spelen der andere kinderen, die onder +zijnen treurigen blik in vrijheid en in vreugde hunne +lichaamskrachten ontwikkelden. +<p class="c2">Zoo het meesttijds gebeurt, had Consciences moeder +eene groote voorliefde voor datgene harer kinderen, dat ziek en +lijdend was. Zij leerde hem eenvoudige gebeden, sprak hem veel van +Gods goedheid en vertelde hem, honderdmaal opnieuw, allerlei +aardige vertelsels, welke het kind met vurige gretigheid aanhoorde, +vooral als zij van wonderbaren of bovennatuurlijken aard waren. +<p class="c2">De arme moeder, overtuigd dat haar zoon eenen zekeren +dood was toegewijd, en hem willende bereiden tot het uiterst +oogenblik, sprak hem onophoudend van den schoonen hemel daarboven, +en maakte hem van dit ander vaderland de eenvoudigste, maar tevens +de verleidendste schilderingen. Het was een prachtige lusthof vol +schoone boomen, waarvan men naar begeerte de blozende vruchten +mocht plukken; het waren vlietende beken, helder als kristal, +waarop lieve bootjes vol kinderen wiegelend dreven. Daar speelden +men met de engelen; daar hoorde men onverpoosd eene onzeglijk +schoone muziek; daar was men nooit ziek; daar kende men verdriet +noch smart; men was er licht als een vogel, want men had er +vleugelen, en men werd er zelf een engel; en de goede God wandelde +door den schoonen hof en deelde glimlachend suikergoed uit, zoo +lekker en zoo zoet, dat het niet te zeggen is. Bij deze schildering +zag het kind met verbazing zijne moeder de woorden uit den mond, en +wenschte innig om het oogenblik van zijn vertrek naar het andere +vaderland, dat men zoo prachtig en zoo verleidend voor zijne +inbeelding schetste. +<p class="c2">Omtrent den ouderdom van zeven jaar gebeurde er, +volgens de voorzegging van M. Tartare, een beslissende omkeer in de +gezondheid van Hendrik. Zonder sterk te worden, kreeg hij allengs +het gebruik zijner leden terug, en kon leven als de andere kinderen +zijner jaren. Hij trad alsdan met zijnen broeder in eene lagere +school en deed er zulke snelle vorderingen, dat hij welhaast zijne +medeleerlingen vooruitstreefde. Op hetzelfde tijdstip trof hem een +groot ongeluk: de dood ontrukte zijne goede moeder aan zijne +liefde... +<p class="c2">Zijn vader, onder wiens leiding hij nu zou opgroeien, +had gansch bijzondere gedachten over de opvoeding der kinderen. Hij +meende, dat men zooveel mogelijk hunnen geest evenals hun lichaam +zich moet laten ontwikkelen door eigene ondervinding en eigene +krachten. +<p class="c2">Hendrik had diensvolgens eenen vrijen loop en kon +naar lust tusschen de straatjongens der wijk zich mengen, des daags +met hen op de naaste markten spelen, of ze des avonds op den +keldermond der ouderlijke woning rond zich verzamelen, om er op +beurt <i>vertelsels</i> te vertellen. Wat men hier verhaalde, was +niet van <i>Blauwbaard</i>, van het <i>Ezelsvel</i>, of van eenige +andere volksvertellingen, uit Fransche boeken vertaald. Het waren +meest legenden en overleveringen, gehecht aan eenig gebouw of +straat der stad. Het spreekt van zelf, dat spoken, tooverheksen, +mirakels en allerlei bovennatuurlijke wezens en voorvallen daarin +eene voorname plaats bekleedden, en dat er elken avond van het +nationale spook der Antwerpenaars, <i>de Lange Wapper</i>, iets +wonderbaars of iets schrikkelijks werd verteld. Men kan wel +vermoeden, dat Hendrik, wiens verbeelding gedurende zijne lange +kwijnziekte zich bovenmate had ontwikkeld, de beste verteller en de +schilderachtigste spreker was. +<p class="c2">Gedurende twee jaren was Hendrik insgelijks een +ijverige bezoeker van den <i>Polichinellenkelder</i> of het +Antwerpsen marionettenspel, waar men voor eenen stuiver op de +eerste plaats werd toegelaten en de vertooning kon bijwonen van +<i>Doctor Faustus, Ourson en Valentyn, Genoveva van Brabant</i> en +vele andere treurspelen uit de middeleeuwen. +<p class="c2">Terzelfdertijd besteedde Hendrik al zijn speelgeld om +één voor één zich al de verhalen aan te +schaffen, welke men <i>Blauwe boeken</i> noemt, als: <i>Fortunatus +beurze, Reinaert de Vos, de Vier Aymonskinderen, Malegys, de +Vrouwenpeirle</i>, enz. Al zijne gedachten strekten naar het +wonderbare, al zijn lust vestigde zich op verhalen van een +fabelachtigen of bovennatuurlijken aard. +<p class="c2">De lichaamszwakheid van Hendrik, die niet was +verdwenen, alhoewel zijne gezondheid was verbeterd, stelde hem, +tegenover de makkers zijner kindsheid, in eenen staat van +minderheid en onderwerping, die zwaar op zijne inborst woog en hem +eene uitzonderlijke vreesachtigheid inboezemde. Overtuigd van deze +lichamelijke minderheid, poogde hij niet haar te loochenen of er +tegen op te staan. Wanneer hij weenende te huis kwam, met een blauw +oog of eenen bloedenden neus, dan gaf zijn vader, de fiere zeeman, +hem den raad zich te verdedigen, in stede van om zoo weinig als een +meisje te krijten; maar Hendriks vredelievende inborst werd er niet +door gewijzigd en nooit ontstond in hem de bekoring om opnieuw de +tegenstrevers te gaan uitdagen, wier overmacht hij lijdzaam +erkende. In alle ander geval nochtans toonde hij moed en zelfs +vermetelheid; hij zwom in de Schelde als eene waterrat, waagde zich +op het ijs, wanneer niemand den voet er op zetten durfde, en klom +als een eekhoorn op alles, wat maar eenigen kans aanbood om den +hals te breken. Maar de <i>mensch</i>, de sterke mensch, was een +wezen, voor welks oogslag hij zich altijd vreesachtig bukte en +welks gramschap hij nooit durfde verwekken of trotsen. +<p class="c2">"Ofschoon ik later," zegt hij zelf, "als man, mij van +de menschenvrees bijna geheel heb ontdaan, gevoel ik nu nog +dikwijls, dat deze springveer hare kracht op mijn doen en laten +uitoefent. Het <i>ik</i>, voor zooveel men alleenlijk de eigene +inborst bedoele, is niets anders dan het geheel der indrukken, die +men in zijn eerste kindsheid heeft ontvangen; en hoezeer eene +latere opvoeding en latere voorvallen den mensch wijzigen, het kind +blijft immer van binnen in hem voortleven." +<p class="c2">Wij hebben op dit zonderling feit aangedrongen, omdat +het tot verklaring dient van vele gebeurtenissen, die in +Consciences levensbeschrijving zijn verhaald, en die anders +moeilijk zouden uit te leggen zijn. +<p class="c2">Hendrik was tien jaar oud geworden, toen zijn vader +eensklaps het voornemen opvatte om de stad te verlaten en buiten in +de volledigste eenzamheid te te gaan leven. Petrus Conscience +verkoos ten dien einde eene plaats te midden der velden, <i>de +Groene Hoek</i> genaamd, ongeveer een kwartuurs van de +Borgerhoutsche Poort gelegen. Die streek, waar men nu, ten gevolge +van het openen der ijzeren banen, vele huizen heeft gebouwd, was +alsdan zeer eenzaam. De vader bouwde daar een soort van kluis, te +midden van eenen grooten tuin, en bracht er zijne woning over. Daar +leefden zijne zonen in eene schier volstrekte afgezonderdheid. Hun +vader was dikwijls afwezig en soms vele dagen op reis voor zaken +van zijnen handel, dien hij nog niet had verlaten. Hendrick +Conscience en zijn broeder verdeelden onder elkander den arbeid van +de huishouding en van den hofbouw. Slechts elken Zaterdag kwam eene +oude vrouw hunne taak verlichten en het grove werk der week afdoen. +Wat de eigenlijke opvoeding der beide jongens betreft, daarvan was +geen spraak meer. "God en de Natuur," zegt Conscience zelf, "werden +voortaan onze eenige meesters." +<p class="c2">Op deze wijze verliepen er drie jaren, drie jaren van +eenzaamheid en droomerij, gedurende dewelke Hendrik, van alle +speelgenooten verwijderd, niets meer had om zijnen geest bezig te +houden dan het gezicht der werken Gods. Laten wij hem zelven den +invloed beschrijven, door dit prachtig schouwspel op zijn gemoed +uitgeoefend. +<p class="c2">"Het is dáár, in de kluis <i>ten +Groenen Hoek</i>," zegt hij, "dat in mij een innig gevoel der +natuurschoonheid ontstond. Toen ik, bij het aanbreken der Lente, +voor de eerste maal er ontwaakte, was alles, wat mij omringde, +geheel nieuw voor mij. Ik voelde de zoele lucht mij in de longen +dringen; ik zag de dauwdruppelen in het hart der bloemen +glinsteren, het zonnelicht tusschen de kruiden spelen, de zingende +vogelen in het geboomte dartelen, duizende diertjes onder mijne +oogen wemelen.... Ik hoorde den nachtegaal zijne liefelijke tonen +gorgelen, het morgenlied van mindere zangers door de ruimte galmen, +het gesnor der werkzame honigbij aan mijne ooren dommelen.... +Alles, alles rond mij zong en juichte van levensblijheid, onder +eenen blauwen hemel, zoo breed als mijne gansche wereld en zoo +onpeilbaar diep als de oneindigheid zelve! +<p class="c2">"Dit aangrijpend schouwspel, de stilte die mij +omringde, de eenzaamheid waarin ik leefde, deden eenen machtigen +indruk op mijnen geest; en nu werd ik in de volle beteekenis des +woords een droomer. Ik sleet mijn leven in eene altijddurende +mijmerij, en er ontstond tusschen mij en de schepsels, die rond mij +groeiden en leefden, een soort van onuitlegbare samenneiging als +waren planten en dieren voor mij gezellen en vrienden geweest, die +bewustheid hadden van mijne tegenwoordigheid en van mijne +liefde..... +<p class="c2">"Bij zulke beschouwingen zag ik meer in de natuur dan +zij werkelijk bevat, en zij kreeg voor mij, boven hare ware +schoonheid nog al de pracht, haar door eene geestdriftige +verbeelding bijgezet. Een gevoel van eerbiedige bewondering voor +het werk des Scheppers groeide in mij, en niet zelden hief ik den +ontstelden blik in de hoogte, om dankbaar op tezien tot Hem, die +alles heeft gemaakt." +<p class="c2">Men herkent aan deze woorden des schrijvers de bron, +waaraan hij heeft geput tot het opstellen van het schoone werk +<i>Eenige bladzijden uit het boek der natuur</i>. Het is inderdaad +gedurende zijn verblijf in de kluis <i>ten Groenen Hoek</i>, dat +Conscience den grijsaard heeft ontmoet, wiens zoet en indrukwekkend +beeld zijn gansche werk beheerscht en, met de poëzie der +verbeelding, het tevens de bekoorlijkheid der waarheid bijzet. +<p class="c2">Hendrik leefde te midden dezer indrukken tot op zijn +veertiende jaar. +<p class="c2">Op dit tijdstip werd de toestand van het huisgezin +door eene gewichtige gebeurtenis veranderd. Vader Conscience werd +zijne lange eenzaamheid moede, ging een tweede huwelijk aan, +ofschoon hij reeds zijn zeven en veertigste jaar had bereikt, +verkocht de kluis <i>ten Groenen Hoek</i>, en ging zich metterwoon +te Borgerhout, eene gemeente bij Antwerpen, vestigen. Zijne nieuwe +echtgenoote was eene jonge vrouw van vijf en twintig jaar, goed en +eenvoudig van harte, en die, volgens wat Conscience zegt, voorzag, +dat God haar kinderen zou verleenen. Haar vooruitzicht +verwezenlijkte zich inderdaad: haar werden beurtelings negen +kinderen geschonken. Bij den spoedigen aangroei des huisgezins +begon zij, als eene zorgvuldige moeder, de strengste spaarzaamheid +in te voeren, en eischte, dat de beide jongens, die nu groot genoeg +waren om een beroep of ambacht te leeren, wierden opgeleid, om +zoohaast mogelijk hunnen eigen kost te kunnen verdienen, zooals men +zegt. In eenen geheimen raad, waarin naar gewoonte de +belanghebbenden niet werden geroepen, besliste men dat de oudste, +die geleerd was, onderwijzer zou worden, en de tweede, die struisch +en sterk was, schrijnwerker. +<p class="c2">Er was alsdan in het voorgeborchte Borgerhout eene +school, welke onder de leiding van M. Verkammen, een man, dien +Conscience met dankbaarheid noemt, voor geene van de beste scholen +der stad moest achteruitstaan. De jonge Hendrik werd er +heengezonden, eerst als leerling; maar welhaast werd hij er +hulponderwijzer voor de mindere klassen. M. Verkammen nam belang in +zijnen veelbelovenden leerling en gaf hem les in het Engelsch, met +zulk goed gevolg, dat Hendrik zich op weinig tijd in staat vond om +zich met nut van deze taal te bedienen. Later ging hij over naar +het gesticht van den heer Shaw, in de stad, om er zijne kennis der +Fransche taal te volledigen. Eindelijk zijne studiën +geëindigd hebbende, werd hij, op aanbeveling van den heer +Shaw, als ondermeester aanvaard in het gesticht van den heer Delin, +waar de kinderen der edellieden en der voornaamste burgers hunne +opvoeding beginnen. Daar werd hij belast met het onderwijs der +mindere klassen. Hij had alsdan den ouderdom van zestien jaar +bereikt. Wij zullen de voorvallen niet beschrijven, die het +verblijf van Conscience in dit gesticht kenmerken. De voornaamste +aantrekkelijkheid van dit verhaal zou slechts kunnen bestaan in de +bevallige eenvoudigheid der beschrijving en in de fijnheid der +opmerkingen, welke men in den oorspronkelijken tekst aantreft. Wij +spoeden ons liever om tot een beslissend tijdstip in het leven van +Hendrik Conscience te geraken. +<p class="c2">De omwenteling van 1830 was in Frankrijk +losgeborsten. De weergalm er van deed zich in gansch Europa +gevoelen.... Hier laten wij nu het woord aan den schrijver; hij +zelf gaat ons de gebeurtenissen verhalen, die zijn lot veranderden +en zijne loopbaan eene nieuwe richting kwamen geven. +<p class="c4"><br> +<b class="c3">DE OMWENTELING VAN 1830</b> +<hr class="c5"> +<a name="I"></a> +<h2 class="c6">I</h2><span class="c1"><br></span> +<p class="c2">Ten dien tijde waren België en Holland onder +eenen zelfden vorst vereenigd en maakten het koninkrijk der +Nederlanden uit. Zoo was de toestand sedert 1815. +<p class="c2">Langzamerhand was er echter zekere ijverzucht +tusschen de beide broederstammen ontstaan. In de Wetgevende Kamers +toonden de Belgische leden eenen hardnekkigen geest van tegenstand +aan het Staatsbestuur. Men klaagde met bitsigheid, dat de vruchten +en voordeelen van het gezamenlijk leven der beide stammen bijna +uitsluitelijk aan inboorlingen van Holland werden toegeëigend, +en dat men de Belgische provinciën schier als een wingewest +behandelde. Twisten over vrijheden en over Godsdienst kwamen de +tweedracht nog aanvuren. +<p class="c2">Wat mij betreft, ik wist niets van hetgeen er op het +veld der staatkunde geschiedde; dagbladen kwamen mij nooit onder +het oog; en in alle geval, de twisten en aanvechtingen in de Kamers +hadden jaren lang, geen ander merkbaar doel, dan den invloed van +Noord-Nederland op de Zuiderprovinciën aan te toonen. +<p class="c2">Maar toen in Juli 1830 de tijding in België +kwam, dat de troon der Bourbons door eenen zegepralenden +volksopstand was verbrijzeld geworden, dan werd het woord +<i>Vrijheid</i> eensklaps met geestdrift uitgesproken en zelfs tot +in de scholen herhaald. +<p class="c2">Vrijheid! Hoe moest dit woord niet tot mijn jong +gemoed spreken; met welke onbewuste hoop moest ik het niet +begroeten, ik, die sedert vier jaren mijn leven aanschouwde als +eene ondragelijke slavernij! Vrijheid was voor mij het middel om de +gehoorzaamheid aan mijne stiefmoeder te ontloopen, vrijheid was +mijne manwording, de verlossing van het smachtend schoolleven, +mijne opbeuring uit de zielesmart en uit de vernedering, die mij +het leven zoo bitter en zoo somber hadden gemaakt..... +<p class="c2">Meer zeide het woord niet tot mijn gemoed; maar toch, +het dreef mij het bloed naar de hersens, het deed mijnen boezem +zwellen; het verbreedde mijnen gezichtskring op eenmaal, en het +toonde mij wel eene onbestemde, doch tevens eene betere en minder +duistere toekomst. +<p class="c2">In den nacht van den 25<sup>sten</sup> Augustus 1830 +borst de omwenteling te Brussel los. De krijgsmacht werd uit de +stad gedreven, en het oud driekleurig Brabantsch vaandel ten teeken +van 's volks zegepraal op den toren van het stadhuis uitgestoken. +<p class="c2">Den 23<sup>sten</sup> September naderde prins +Frederik der Nederlanden met een leger van 10,000 man en +overmeesterde de Warande bij het koninklijk paleis. +<p class="c2">Intusschentijd waren uit al de provinciën, maar +voornamelijk uit het Waalsche gedeelte des lands, talrijke +opstandelingen komen toeloopen; ja, zelfs hadden gansche scharen +Fransche vrijwilligers zich naar Brussel begeven. Men was +diensvolgens aldaar eenigszins bestand om het leger van prins +Frederik het hoofd te bieden. +<p class="c2">Na een hevig gevecht, dat drie dagen zonder +verpoozing duurde, werden de Hollandsche troepen tot den aftocht +gedwongen, en begaven zich naar Antwerpen, waar het sterk kasteel, +onder bevel van den ouden krijgsheld baron Chassé, hun een +vast steunpunt aanbood. Zij werden op de hielen gevolgd door de +vrijwilligers van Brussel, en moesten na verschillige gevechten bij +Duffel, Lier en Waelhem hunnen aftocht nog bespoedigen. +<p class="c2">Antwerpen had nog geen deel aan den opstand genomen, +ofschoon de gemoederen er hevig aan het gisten waren geraakt. Het +gesticht, waar ik het ambt van ondermeester vervulde, was, evenals +alle andere scholen gesloten; ik bevond mij te Borgerhout in de +woning mijns vaders, elken dag van 's morgens tot 's avonds +rondloopend om de geruchten der straat op te vatten, en hijgend +naar de beloofde vrijheid, zonder echter te beseffen, hoe zij iets +tot verandering van mijnen bijzonderen toestand kon bijdragen. +<p class="c2">Op eenen morgen was ik met mijnen broeder in het +veld, toen wij eensklaps uit de verte het doffe gedonder van +kanonnen hoorden. Een gil van blijdschap ontsnapte ons, terwijl wij +in geestdrift uitriepen: +<p class="c2">"De Belgen! Daar zijn de Belgen!" +<p class="c2">En zonder te weten wat wij deden, liepen wij uit al +onze macht in de richting der gemeente Berchem, van waar het +gedommel des geschuts scheen te komen. Nauwelijks waren wij de brug +der Herenthalsche vaart overgeraakt, of wij zagen niet verre van +ons, achter het geboomte, de rookwolken van eenen grooten brand in +de hoogte stijgen. Een oude man, eene vrouw, en een jong meisje +liepen ons kermend voorbij; zij hielden elk eene koe bij een zeel +en dreven de dieren, onder droevig misbaar, met geweld vooruit. +Zoozeer moest hen de schrik getroffen hebben, dat zij op eene +ondiepe plaats der vaart in het water sprongen en hun vee op den +anderen boord brachten, waarna zij even gejaagd in de richting van +Borgerhout wegvloden. +<p class="c2">Dit vertoog had eene wijl onze aandacht gevestigd +gehouden; doch zoohaast het verdwenen was, begaven wij ons weder op +weg en naderden eindelijk den brand. +<p class="c2">Het was op Zurenborg, tusschen Borgerhout en Berchem; +er stond eene groote hoeve in volle vlam. De obitsen of veldbommen +der Belgen hadden den brand veroorzaakt. Reeds was de stal ten +gronde vernield; een twaalftal half verkoolde lijken van koeien +lagen er tusschen de smeulende puinen van het strooien dak. +<p class="c2">Wij vonden eenige Hollandsche soldaten bezig met uit +de rompen van het verbrande vee stukken vleesch te snijden om er +van te eten. Mijn broeder en ik, wij proefden er insgelijks van: +het was bitter als gal en smaakte onzeglijk naar den versmachten +rook van stroo. +<p class="c2">Daar ik nog het voorkomen had van een kind, en mijn +broeder jonger was dan ik, lieten de Hollanders ons zonder +mistrouwen bij den brand staan. Eén raadde ons vriendelijk +aan, de plaats te verlaten, dewijl er gevaar voor ons leven was; +doch wij hingen den held uit en bleven juist, omdat men ons raadde +te vertrekken. +<p class="c2">Ondertusschen vloog er nog van tijd tot tijd eene +obits over de brandende hoeve. Wij hoorden geweerschoten bij +duizenden, en wel klaarblijkend waren de beide legers in strijd +tegen elkander; maar het werkelijk gevecht scheen meer naar den +kant van Berchem te geschieden. +<p class="c2">Het was de heuglijke stond, dat de heldhaftige jonge +graaf Frederik van Merode in de rangen der Belgen doodelijk gewond +nederviel... +<p class="c2">Eene obits plofte niet verre van ons neder en drong +een paar voeten diep in den grond van een veld; de Hollandsche +soldaten navolgende, legden wij ons ten gronde, totdat de veldbom +zou gesprongen zijn. +<p class="c2">Na eene lange wijl wachtens richtten de soldaten zich +weder op, en ik hoorde zeggen, dat de wiek of lont der obits was +uitgedoofd. Wij naderden tot de plaats waar ze was gevallen; ik +delfde ze met de handen uit den grond. +<p class="c2">Mijn hoogmoed over het bezit der obits was uitermate +groot; met dezen oorlogsbuit op den arm kwam ik bij de Hollandsche +soldaten staan, en ik hief het hoofd met zelfvoldoening in de +hoogte, als moest men mij om mijne stoutheid bewonderen. Weinig +acht schenen de Hollanders op mij en mijne obits te geven; zij +stonden nu met geveld geweer achter de muren der brandende hoeve, +en loerden aandachtig in de verte op iets, dat hen scheen te +verschrikken. +<p class="c2">Eensklaps hoorden wij de trom met snel geroffel +achter een verwijderd kreupelhout slaan, en onmiddellijk ontplooide +zich in de verte eene schaar mannen met blauwe kielen. Het waren de +Belgen, die dezen voorpost der Hollanders door een hevig geweervuur +aanvielen. +<p class="c2">De Hollandsche soldaten, te weinig in getal om +tegenstand te bieden, verlieten de hoeve in allerijl; het gezicht +hunner vlucht trof ons met schrik; mijn broeder en ik, die nog +altijd de obits in den arm droeg, wij liepen uit al onze kracht van +de hoeve weg, en brachten in Borgerhout het nieuws van der Belgen +zegepraal. +<p class="c2">Inderdaad, de Belgen waren in het gevecht te Berchem +overwinnaars gebleven; de Hollandsche krijgsmacht had zich binnen +de wallen der stad teruggetrokken. +<p class="c2">Op den middag reeds was een gedeelte der Belgische +vrijwilligers in het gansche voorgeborcht en in de gemeente +Borgerhout door logement-biljetten geherbergd. Ten onzen huize +kregen wij twee zeer jonge Brusselaars, die niets deden dan juichen +over de waarschijnlijke verlossing des lands, en met zulke +geestdrift de woorden vaderland, vrijheid en onafhankelijkheid +uitspraken, dat mij, bij het hooren hunner manhaftige taal, de +tranen uit de oogen wilden springen van bewondering. +<p class="c2">Een hunner kon geen twee jaar ouder zijn dan ik; hij +insgelijks was te Brussel ondermeester geweest, en de stemming +zijns geestes kwam met de mijne nauw genoeg overeen. Nog denzelfden +dag werd hij mijn vriend. Ik volgde hem waar hij ging; ja, zelfs +wanneer hij niet verre van de stadswallen, achter eene barricade +onder een hagel van <i>biscayens</i> op de Hollandsche soldaten +vuurde, bleef ik aan zijne zijde, totdat hij met mij huiswaarts +keerde. +<p class="c2">Wanneer men de zoogenaamde <i>Belgen</i> in menigte +bijeenzag, leverden hunne rangen een zonderling vertoog op, waarvan +men zich nu geen juist denkbeeld meer vormen kan. De eigenlijk +aangenomen kleederdracht scheen te bestaan in eenen blauwen kiel, +aan hals en armen met dunne roode koordjes afgezet, en in eene +haren klak of muts, waaruit van boven een gedeelte neerhing als een +lakensch puntzakje. Officiers en sergeanten waren herkennelijk aan +een driekleurig lint, dat met eenen strik om den arm was geknoopt. +Evenwel degenen, die dus gekleed waren, vormden de meerderheid +niet; de overigen droegen allerlei kleederen en gewaad: tusschen +frakken, vesten en grauwe kielen, zag men ook hier en daar eenen +Hollandschen soldatenrok of den dolman eens huzaars zich uitlossen; +burgerhoeden, klakken, schako's of kolbaks, ja, zelfs Waalsche +slaapmutsen met roode strepen, kon men boven de scharen der +vrijwilligers zien dooreenwemelen. +<p class="c2">Eveneens was het met de wapening dezer mannen. +Aanschouwde men eenen dergenen, die uit eigen middelen zich naar +lust had kunnen uitrusten, dan droeg hij onfeilbaar den voormelden +blauwen kiel van fijn linnen en de haren muts; daarbij had hij +lakensche schachten om de beenen, tot aan de knieën met witte +knoopjes gesloten. Zijne wapens bestonden in eenen uiterst schoonen +jachttweeloop met ingesneden versiersels; eene kromme +officierssabel met stalen scheede sleepte hem achterna, en in +zijnen gordel staken twee groote pistolen, elk met dubbelen loop. +<p class="c2">Maar op vijfhonderd was er zoo slechts +één; de overigen droegen meest geweren, die men in de +Hollandsche kazernen en magazijnen had gevonden, of welke men +krijgsgevangenen en <i>deserteurs</i> had ontnomen; dan, er waren +er insgelijks oneindig velen, die een verroest jachtgeweer, +dikwijls zonder haan of pistool, of eene piek, of eene bajonet op +eenen bezemstok voor eenig wapen hadden. +<p class="c2">Niet minder gemengd waren de menschen zelven; men kon +in eenen hoop vrijwilligers, hij mocht dan weinig talrijk zijn, de +tongvallen van al onze provinciën hooren, en zelfs Franschen +en Duitschers aan hunne spraak herkennen. +<p class="c2">Al deze mannen waren uiterst vuil en beslijkt; zij +schenen op den slechten toestand hunner kleeding hoogmoed te +dragen, en zouden zich wel gewacht hebben het zwartsel van het +buskruid van hun aangezicht te doen verdwijnen. Ik heb zelfs +gezien, dat sommigen zich natgemaakt poeder rond de lippen wreven, +om er nog schrikkelijker uit te zien. +<p class="c2">Waar de vrijwilligers te zamen waren, werd +onophoudend met geestdrift gezongen, en men kon uit de verte de +galmen hunner strijdhaftige blijdschap boven de huizen hooren +vlotten. Soms zongen zij het Brabantsch omwentelingslied <i>la +Brabançonne</i>; doch meesttijds was het de krijgszang van +den Parijschen opstand, met het referein:<span class="c1">En avant! +marchons<br> +Contre leurs canons;<br> +A travers le fer, le feu des bataillons,<br> +Courons à la victoire!<br></span> +<p class="c2">De <i>Marseillaise</i> hoorde men zelden. +<p class="c2">Het ware den Belgischen vrijwilligers nimmer mogelijk +geworden, door eigen macht binnen de sterke vesting te geraken; +doch terwijl zij van verre geweerschoten tegen de wallen losten en +door de <i>biscayens</i> en <i>kartetsen</i> der Hollanders +nutteloos eenige mannen verloren, was het volk binnen Antwerpen +zelf in opstand geraakt. +<p class="c2">Des morgens was ik met mijnen vriend, den Brusselaar, +op St.-Willebrords, niet verre van de barricade, die dicht bij de +stad, omtrent de danszaal <i>De Gouden Appel</i>, opgeworpen was. +Wij hielden ons schuil achter de huizen der straat. Den ganschen +nacht had men in de stad een hevig geweervuur gehoord, en klonk het +er nog met meer aanhoudendheid. +<p class="c2">Ik had een pistool, dat weleer eenen Franschen +dragonder had toebehoord, en dat ik te huis had weggenomen. Nu +stond ik te midden der Belgen; ik sprak en juichte van vrijheid en +van vaderland, als hadde ik aan al de gevechten van Brussel, van +Waelhem en van Berchem deelgenomen. Niemand vond het kwalijk of +ongerijmd, dewijl men elkander tusschen zulken bijeengeraapten hoop +menschen onmogelijk kon kennen. +<p class="c2">Ten huize van mijnen vriend Jan De Laat moest een +voornaam overste geherbergd zijn; want ik zag, hoe alle +oogenblikken lieden met brieven daar uit- en ingingen, en +eindelijk, toen de tijding zich verspreidde, dat de Antwerpenaars, +twee der stadspoorten hadden vermeesterd, werd insgelijks, zoo het +mij toescheen, uit de woning van De Laat het teeken gegeven tot het +roffelen van het <i>appel</i>. +<p class="c2">Al de Belgen, welke in ons voorgeborcht zich +bevonden, liepen te zamen. Met ontrolde Vaandels trok hunne +verwarde schaar stadwaarts op. Mijn vriend, de Brusselaar, was een +waaghals; alhoewel wij nog niet goed wisten, hoe wij zouden worden +ontvangen, deed hij geweld om vooraan te blijven; ik verliet hem +geen oogenblik en liep als een ander held, met mijn groot pistool +in de vermoeide vuist, juichend nevens zijne zijde. +<p class="c2">Toen wij op de stadsbruggen waren, zagen wij nog +Hollandsche soldaten boven over de Borgerhoutsche poort, langs de +binnenwallen naar het kasteel optrekken. Wij kwamen echter, zonder +ernstigen tegenstand te ontmoeten, binnen de stad, en werden er +jubelend ontvangen door de gewapende Antwerpenaars, die de +Hollanders tot den aftocht hadden gedwongen. +<p class="c2">Nevens de poort, op den hoek der straat die men +<i>Meulenberg</i> noemt, stond een hoop arme vrouwen te juichen en +<i>leven de Belgen!</i> te schreeuwen; zij schenen dol of dronken. +Onder dezen kreeg een leelijk, oud wijf mij in het oog. Mijne +uiterste jonkheid boezemde haar waarschijnlijk bewondering of +medelijden voor mij in; want zij sprong met de twee armen vooruit +op mij toe en riep: +<p class="c2">"Ach, mijn klein Belgsken-lief! Kom hier, kind, u +moet ik toch eens kussen, al stond er de koning bij!" +<p class="c2">Zij sprong mij zoo vurig en zoo woest aan den hals, +dat ik, onder het onverwacht geweld zwichtend, met wijf en al op +den rug ten gronde viel en mij ter dege aan het achterhoofd +bezeerde. +<p class="c2">Mijn vriend, de Brusselaar, verjaagde het dolle +mensch en hielp mij te been. +<p class="c2">Op dit oogenblik bracht men het lijk eener +Hollandsche marketentster van boven den wal; bloed stroomde nog +over hare kleederen, en het jenevertonneken sleepte aan zijne +riemkens haar achterna. +<p class="c2">Deze vrouw was, bij het wegvluchten der laatste +Hollandsche soldaten, een eind achteruitgebleven; zij liep boven de +poort voorbij, juist toen de vrijwilligers begonnen er onder door +te komen. De eersten, die haar zagen, wilden niet op eene vrouw +schieten; doch de marketentster keerde zich om, toonde hun den rug, +en met de hand er op slaande, deed zij een alsdan bekend teeken van +verachting en spot. Een geweer mikte op haar, en de stoute vrouw +viel ten gronde; een kogel was haar door het hart gegaan. +<p class="c2">Het gezicht van het lijk weerhield ons een oogenblik; +dan volgde ik mijnen vriend den Brusselaar naar de Groote Markt, +waar al de geweren ten teeken van vreugde werden afgeschoten, onder +aanheffen van een onbeschrijfelijk geschreeuw en gejubel. +<p class="c2">Mijn vriend beweerde, dat ik ook schieten moest, en +om mij dit mogelijk te maken, laadde hij mijn groot pistool, dat +misschien sedert Napoleons tijd nog geen vuur had gezien. +<p class="c2">Hij gaf het mij in de hand en leerde mij, hoe ik den +arm gebogen moest houden, om het stooten van het wapen te +voorkomen. Ik deed wat hij zeide en loste stoutelijk den slag. Hoe +het kwam, weet ik niet; maar het pistool gaf een machtigen knal en +rukte mij, als het ware, het gansch gebeente uiteen. Mijn elleboog +en schouder deden mij zoo zeer, dat mijn vriend meende te barsten +van lachen bij de pijnlijke en droeve gezichten, die ik trok. +<p class="c2">De smart verminderde echter spoedig. Wij bleven op de +markt; de burgers brachten voedsel en drank aan, en ik at uit +éénen pot met mijnen vriend. +<p class="c2">Omtrent twee uren na den middag gingen wij over de +Graanmarkt, waar men bezig was met het <i>arsenaal</i> uit te +plunderen. Ik zag er allerlei lieden komen uitgestroomd, elk met +een nieuw geweer op den schouder; en dewijl het bezit van een nieuw +geweer mijn innigste verlangen was, verzocht ik den Brusselaar met +mij er binnen te gaan, om te beproeven, of ik insgelijks een wapen +zou kunnen bekomen. +<p class="c2">Na lang dringen en stooten geraakte ik in een +magazijn, waar vele lange houten kisten opeengestapeld lagen; uit +eene van deze nam ik een geweer. Mijnen vriend zag ik niet meer +omtrent mij; hoezeer ik ook in het arsenaal rondzocht, ik kon hem +niet meer vinden. +<p class="c2">Bij den ingang van het gesticht staande, schouwde ik +met angst op de uit en instroomende menigte; en toen ik na een uur +wachtens mijnen vriend nog niet had gezien, zou ik wel van verdriet +geweend hebben. De Brusselaar was mijn moed, mijne macht, mijne +hoedanigheid van man; nu ik hem had verloren, was ik weder een kind +geworden, dat nog niet tot de hoogte zelfs van eenen +omwentelingssoldaat was opgegroeid. +<p class="c2">Eene bijzonderheid, die ik na eerst aan mijn geweer +en aan al de geweren uit het arsenaal bemerkte, was, dat de +Hollanders, vóór hunnen aftocht naar het kasteel, al +de hanen er van hadden medegenomen; en zoo liepen er dus eene +menigte mannen in de stad rond met vuurwapens, die tot schieten +onbekwaam waren. +<p class="c2">Terwijl ik nog altijd voor het arsenaal stond en +innerlijk God bad, dat Hij mij toch zou toelaten den Brusselaar +weder te vinden, hoorde ik van verre doffe kanonknallen en welhaast +daarop klonk over de stad de akelige noodkreet: "het bombardement! +het bombardement!" +<p class="c2">En inderdaad, toen de Belgen, ondanks zeker +wapenbestand, dat er gesloten was geworden, dicht onder het kasteel +verschenen en daar, bij het einde der Kloosterstraat, een arsenaal +wilden overrompelen, dat nog eene Hollandsche bezetting in had, dan +gaf baron Chassé bevel om de stad met bommen en gloeiende +kogels te beschieten. De talrijke oorlogsschepen, die in de Schelde +voor de Werf op stroom lagen, voegden hun vuur bij dat des kasteels +en der forten, en zoo werd Antwerpen in alle richtingen met +verbrijzelende kogels of brandstichtende bommen overdekt. +<p class="c2">Zonder op het gevaar te letten, dwaalde ik tot den +laten avond van de eene straat naar de andere, over alle plaatsen +en markten, met mijn geweer zonder haan op den schouder, om, indien +het mogelijk ware, mijnen vriend den Brusselaar te ontdekken. Ik +vond hem niet en heb hem zelfs, sedert het oogenblik onzer +scheiding in het arsenaal, nooit meer gezien, hetgeen mij doet +vermoeden, dat hij dien dag aan de Werf of in de Kloosterstraat +moet gesneuveld zijn. +<p class="c2">Te elf uren des avonds bevond ik mij op de Groote +Markt, omtrent de Hoofdwacht. Het bombardement was alsdan op het +hevigst: de stad scheen te daveren onder de ontzaglijke +losdondering van het geschut der oorlogsschepen. Van uit den grond +des kasteels gingen menigvuldige bommen in de hoogte en beschreven +haren tragen loop door het ruim, om op de eene of andere markt te +barsten en alles rondom zich te dooden of te verbrijzelen. Men +hoorde de eenzame stilte der straten soms eensklaps, bij het +springen eener bom, door een vervaarlijk gerinkel vervangen: al de +ruiten der huizen vielen door den fellen schok in gruis ten gronde. +<p class="c2">'s Rijks Entrepôt of Handelsstapel, waar voor +millioenen en millioenen goederen van alle natiën geborgen +waren, stond in vollen brand; de oude Sint-Michielskerk werd +insgelijks door het vuur verslonden; tot boven haren toren golfden +de reusachtige vlammen als eene gloeiende zee, welker roode baren +door den wind werden voortgezweept. Wolken gensters en gansche +brokken vuur dreven als een stroom uit den vulkaan, waarin de +koopwaren, uit al de streken der wereld samengevoerd, met ijselijk +gebruis lagen te koken en te branden. De hemel was als met bloed +geverfd; men kon in de verlatene straten alles in een vaal en +akelig licht onderscheiden. Een gewisse ondergang scheen der +gansche stad beschoren!... +<p class="c2">Op dit oogenblik kwam een overste bij de Hoofdwacht +roepen: "Mannen van goeden wil! <i>Des hommes de bonne +volonté</i>." +<p class="c2">Zoo riep men telkens, wanneer men mannen noodig had, +om ergens hulp te brengen. Er was nog geene inrichting, en ieder +deed wat hij wilde. +<p class="c2">De overste zeide, dat er achter het stadhuis, nog +drie <i>caissons</i>, dat is wagens met buskruid, stonden, en men +deze noodzakelijk ter stad uit moest voeren, wilde men ze niet in +de lucht zien springen. +<p class="c2">Ik bood mij aan met eenige anderen; wij stapten +nevens de caissons en de paarden voort, als eene wacht tot +beschutting aangesteld. +<p class="c2">Zonder hinder kwamen wij tot omtrent de +Borgerhoutsche poort; maar dan werd het ons onmogelijk door de +saamgepakte menigte te geraken, die huilend en kermend bad en +smeekte om de stad te mogen verlaten. +<p class="c2">Als gewapend krijgsman drong ik door het volk en +naderde de poort om te zien, wat er geschiedde. +<p class="c2">Daar trof mij een schouwspel, dat ik nimmer vergeten +zal. Ik zag er moeders met zieke wichtjes in den arm, oude +afgeleefde vrouwen en grijsaards, kinderen in menigte, allen +geknield, met de handen biddend opgestoken en met tranen in de +oogen de wacht smeeken, dat men toch de poort voor hen zou openen. +Zij boden geld en goud in overvloed, en sloegen met schrik en +afgrijzen den blik terug in de stad, van waar het bloedroode licht +van den vuurgloed hun in de oogen glinsterde. +<p class="c2">Eenigen werden in mijn bijzijn de stad uitgelaten; +doch toen, op verzoek van onzen overste, de poort eindelijk +wagenwijd werd geopend om onze caissons door te laten, sprong een +blijde schreeuw uit de menigte op,-en allen, mannen, vrouwen, +kinderen, zieken en kreupelen, stroomden juichend en God om zijne +genade dankend de poort uit. +<p class="c2">Hoe er geenen onder onze wagens verpletterd werden, +is mij onbegrijpelijk; want, om niet door de wachten teruggedreven +te worden, kropen er velen op handen en voeten tusschen de wielen +en tusschen de paarden onzer caissons. +<p class="c2">Ten einde een denkbeeld te geven van den onmatigen +schrik, die de Antwerpenaars bevangen had, zal ik hier terloops een +feit verhalen, waarvan de getuigen nog leven. +<p class="c2">In de Lange Nieuwstraat, ten huize van een kuiper, +hielden de lieden zich gedurende het bombardement in hunnen kelder +verborgen, toen een bal of eene bom niet verre van daar, in de +Cellebroedersstraat, eene schouw afwierp. Het gerucht, dat uit den +val der steenen op de daken ontstond, verschrikte de verborgene +lieden zoozeer, dat zij den kelder in allerijl verlieten, hem +toesloten, de stadspoort uitvloden, en uren en uren verre bleven +gaan, vooraleer zij zich in veiligheid dorsten wanen. De arme man +werd eerst na achtenveertig uren uit den kelder geholpen door +voorbijgangers, die zijn gekerm hadden gehoord. +<p class="c2">Uit de stad geraakt zijnde, brachten wij onze +caissons door het voorgeborcht op eene vlakte, het Borgerhoutsveld +genaamd, en stelden ze daar tusschen eene kleine herberg en den +hoogen, steenen molen. +<p class="c2">Men riep ons in de herherg om elk zijn nummer te +geven en de wachtbeurt te regelen. Ik verstoutte mij, op de vraag +des oversten eene vreesachtige aanmerking te maken over de wegen, +welke op dit veld uitkwamen. Een der vrijwilligers, ik geloof, dat +hij een Antwerpenaar was, aanschouwde mij met misprijzen en riep, +terwijl hij met de kolf van zijn geweer ten gronde stampte: +<p class="c2">"Wat meent die <i>blanc-bec!</i> Ik wil met geene +kinderen ter wacht zijn!" +<p class="c2">En mij onder het lachen der anderen mijn geweer +ontnemende, zeide hij: +<p class="c2">"Ga naar huis, manneken, bij uwe moeder, en +vraag...eene borst!" +<p class="c2">Zonder iets op deze vernederende scherts te +antwoorden, verliet ik het wachthuis met verbroken hart. Hadde ik +de stoutheid gehad om tegen den spotter in te gaan en mijn recht +ter verdediging van het vaderland te doen gelden, men hadde mij +waarschijnlijk geëerbiedigd en gelijk gegeven; doch het lag in +mijne inborst, voor den <i>mensch</i> immer te zwichten, wanneer +hij zich als persoon dreigend tegenover mij stelde. Het moge +onuitlegbaar schijnen, het is echter zoo; tegen vuur, kanonnen en +alle stoffelijke gevaren kon ik staan zonder merkelijken schrik; +maar den <i>mensch</i> alleen vreesde ik als een wezen, voor +hetwelk ik altijd moest wijken. Dit gevoel lag in mij sedert mijne +eerste kindsheid, omdat mijne lichamelijke macht te verre beneden +de strekking en de begeerten van mijn hart en van mijnen geest +gebleven was. Mijne zonderlinge opvoeding had ook niet weinig +bijgedragen om mijne <i>menschenvrees</i> te doen aangroeien. +<p class="c2">Met den boezem opgekropt van verdriet en schaamte, +treurende om het verlies van mijnen vriend den Brusselaar, sukkelde +ik langzaam naar mijns vaders woning, die ik gansch met gevluchte +lieden vond opgevuld. In al de kamers lag het beddegoed tusschen +busselen stroo uitgespreid. Wel dertig stedelingen zouden ten +onzent eene schuilplaats en herberge vinden. +<p class="c2">Zoo was het in alle huizen, stallen en schuren rondom +Antwerpen; de dorpen, tot op vijf uren afstands, krielden van +Antwerpsche huisgezinnen. +<p class="c2">Ik kreeg van mijnen vader eene harde berisping, omdat +ik zoo lang uitgebleven was; doch wanneer ik in tegenwoordigheid +der vreemde gasten vertelde, wat ik had gedaan en gezien, dan +verkalmde mijns vaders gramschap, en hij vond het braaf, dat ik +zooveel onverschrokkenheid had getoond. +<p class="c2">Het bombardement was denzelfden nacht nog opgeschorst +geworden, ten gevolge van eenen wapenstilstand, waarvan baron +Chassé zelf de voorwaarden had bepaald. Deze liepen echter +meest daarop uit, dat het kasteel, de schepen en de forten, +benevens het Vlaamsche Hoofd over de Schelde in het rustig en +onverstoord bezit der Hollanders zouden worden gelaten, zoolang het +wapenbestand door geene der beide partijen zou worden opgezegd. +<p class="c2">Des anderen daags was ik uiterst treurig. Mij +vloeiden allerlei zonderlinge gepeinzen door het hoofd; ik mijmerde +van schitterende wapenfeiten en van oorlogsroem: soms zag ik mij +zelven in tegenwoordigheid des vijands op het oogenblik van den +aanval; ik hief het zwaard in de hoogte, en mij vooruitwerpende, +riep ik al mijne makkers tot heldenmoed op. Dank aan mijne +welsprekendheid, werd de vijand geslagen, en iedereen in het +Belgisch leger bewonderde den zwakken jongen, die zooveel +manhaftigheid had getoond. +<p class="c2">Na zulken droom kwam de onttoovering. De held +herinnerde zich, dat hij gisteren nog zijn geweer zonder +tegenspraak zich had laten ontnemen, en dat men hem spottend had +gezegd: "Ga naar uwe moeder, manneken!" +<p class="c2">Dan overwoog ik zeer ernstig, dat de waarde van den +mensch niet zelden afhangt van het tijdstip zijner geboorte; want +indien ik tien jaren vroeger ter wereld ware gekomen, niemand zou +mij nu de hoedanigheid van <i>man</i> betwist hebben, en ik hadde +kunnen beproeven, of er waarlijk eene heldenziel in mijnen boezem +leefde. Het einde dezer gepeinzen was, dat ik voor eenen spiegel +mij van hoofd tot voeten beschouwde, en mijn gelaat zoo streng als +mogelijk plooide. Ik erkende zelf dat er nog veel <i>kind</i> in +mijne uiterlijke gedaante stak; en van spijt ten gronde trappelend, +betreurde ik het ongeluk van zoo klein te zijn. +<p class="c2">Evenwel, de denkbeelden van oorlogsroem ontstonden +immer opnieuw in mijn hoofd. Ik was eenen gansenen dag <i>man</i> +geweest; die herinnering was te verleidend om mij niet +onweerstaanbaar tot zich terug te lokken. +<p class="c2">Dienzelfden dag nog zeide ik aan mijnen vader, dat ik +soldaat wilde worden, om voor de vrijheid van mijn vaderland te +strijden; hij poogde mij te doen begrijpen, dat ik nog te jong was; +doch ik hield mijn voornemen staande. Waarschijnlijk geloofde hij +aan mijne beslissing niet; want hij verliet mij met eenen glimlach +van schertsenden twijfel, die alleen genoegzaam was om mij te +ontmoedigen en mijne krijgsdroomen in rook te doen vergaan. +<p class="c2">Vier dagen nog bleef ik besluiteloos ronddwalen, met +nijd en begeerte de <i>Belgen</i> aanziende, die door ons +voorgeborcht trokken, om zich naar de Hollandsche grenzen te +begeven. Mij was geboodschapt geworden, dat ik ten huize van den +heer Delin komen moest, om er mede te helpen tot het schikken der +school, die tijdens het <i>bombardement</i> gansch het onderste +boven was geraakt. +<p class="c2">Zoohaast ik de poort mijner schole zag, ontstond er +eene opbruising in mijn bloed;-daar binnen was mijne +gevangenis.....en ik hoorde het woord <i>vrijheid</i> in tooverende +galmen uit al de straten der stad mij tegenklinken! +<p class="c2">Het was laat in den namiddag, toen ik, half dwaas in +het hooid, de schole verliet en vol gepeinzen naar het Groen +kerkhof en naar de Groote Markt dwaalde, in de hoop van er Belgen +te zien. +<p class="c2">Op de laatstgenoemde plaats bemerkte ik een huis, +voor welks venster in groote letteren stond geschreven: <i>Bureau +d'engagement.</i> +<p class="c2">Een gansch uur bleef ik, met den blik op dit huis +gevestigd, roerloos staan. Eene onbeschrijfelijke ontsteltenis had +mij aangegrepen; mijn boezem hijgde, mijn hart klopte onstuimig, +mijne wangen gloeiden. Er werd in mijn binnenste een koortsige +strijd geleverd: ik kon soldaat worden en aldus het onbetwistbaar +recht aanwinnen om als man de wapenen voor de vrijheid te +voeren;-maar mijn vader, zou hij wel toestemmen in deze daad?... Ik +zag hem in den geest voor mij staan; zijn strenge blik ontnam mij +allen moed; zijn ontzaglijk woord deed mij beven.... Dan weder +herinnerde ik mij al de wonden, door schaamte in het hart geslagen, +en ik overwoog met angst, dat mijne schole weder ging geopend +worden. Mijne ziel murmelde van vrijheid, mijn geest droomde van +roem en van groote daden. Onder de toovermacht van zulke +aandoening, bezweek eindelijk mijne vrees, en ik trad sidderend het +bureel binnen. +<p class="c2">Vier of vijf officieren, waaronder een kapitein met +name Fichaux, stonden er voor eenen lessenaar. Op mijne aanvraag +liet men mij eene dienstverbintenis voor <i>twee jaren</i> +teekenen, die men mij, vier maanden later, in eene nieuwe voor +<i>vijf jaren</i> deed veranderen. +<p class="c2">Mijn ouderdom was alsdan tusschen de zeventien en +achttien jaren. +<p class="c2">Ik kreeg een logement-biljet voor het huis van M. Van +Erthorn, op de Kleine Markt, waar slechts een knecht en eene +dienstbode zich bevonden. +<p class="c2">Hier vroeg ik pen en papier en begon aan mijnen vader +eenen brief te schrijven, waarin ik hem meldde, dat ik als +<i>vrijwilliger onder de Belgen</i> voor twee jaren had geteekend; +ik vroeg hem verontschuldiging, indien deze beslissing hem mocht +mishagen, en sprak oneindig veel van vrijheid en van de plichten +jegens het vaderland. Ik eindigde met een teeder vaarwel, hem +tevens aankondigende, dat ik des anderen daags, vóór +den middag, met vele andere vrijwilligers naar de grenzen zou +vertrekken. +<p class="c2">Na een rusteloozen nacht stond ik op met het krieken +van den dag; ik bezat een guldenstuk, dat mij door eenen der +vluchtelingen ten onzen huize was geschonken. Voor dit geld kocht +ik van eenen <i>Belg</i> eene oude sabel zonder scheede en eene +patroontasch zonder draagband. Dit laatste kruistuig hing ik met +een koord over den schouder; een dun lederen riemken bevestigde de +sabel aan mijne zijde. +<p class="c2">Dus aangetakeld, wandelde ik de stad op en neer, met +het hoofd in de hoogte en het hart vol blijde fierheid. Belachelijk +was alsdan zulke uitrusting niet; er liepen er oneindig velen, die +zelfs niet hadden dan een groot mes of eene Hollandsche schako, om +te toonen, dat zij in dienst des vaderlands waren getreden. +<p class="c2">Mijne hoedanigheid van wettig soldaat, welke niemand +mij nu betwisten kon, gaf mij een groot vertrouwen; en toen het +tien uren sloeg, ging ik op het Groen kerkhof zonder schroom in de +rangen der vrijwilligers staan, die evenals ik moesten worden +ingelijfd in de nieuwe compagniën, om eenige uren later naar +de grenzen te vertrekken. +<p class="c2">Terwijl men bezig was met het oproepen der namen, +beving mij eensklaps een hevige schrik; mijn vader wandelde in de +verte over en weder op de plaats, en keerde het hoofd naar alle +zijden, ongetwijfeld om mij te ontdekken. Ik zag aan de strengheid +van zijnen blik en aan het plooien zijner lippen, dat hij diep was +verstoord. +<p class="c2">Mij zoo klein makende als het mogelijk was, hoopte ik +aan zijnen zoekenden oogslag te ontsnappen, toen men onverwachts +mijnen naam opriep. Mijn vader had het gehoord en kwam rechtstreeks +naar de plaats, waar ik stond. +<p class="c2">Mij bij het oor grijpend, alsof ik geen soldaat ware +geweest, trok hij mij, in het gezicht mijner makkers, uit de rangen +en zeide bevelend: +<p class="c2">"Kom, volg mij!" +<p class="c2">Ik meende van schaamte te sterven; doch ik was +dermate gewoon mijnen vader te eerbiedigen, dat ik met gebogen +hoofd hem achterna ging tot voor het <i>Paleis van Justitie</i>, +waar hij staan bleef en mij bitterlijk en met luider stemme +berispte over hetgeen hij mijn ontloopen uit het ouderlijk huis +noemde. Hij beweerde, dat mijne dienstverbintenis van geener waarde +was, en wilde mij mede naar huis hebben; doch mijn smeeken scheen +hem eindelijk te overwinnen. Dan veranderde hij eensklaps van +gedachten. +<p class="c2">"Het is geene gekke daad van uwentwege?" vroeg hij. +"Wat gij gedaan hebt, is het gevolg van een rijp beraad? Welaan, +strijd voor uw vaderland. Het soldatenleven zal u misschien goed +doen, en daarbinnen uit uw hoofd de droomen doen verhuizen, die u +beletten <i>man</i> te worden. Komaan dan, ik zal u eenen kiel en +eene haren muts koopen, dat gij ten minste aan uwe kameraden +gelijkt." +<p class="c2">Ditmaal was mijn vader mild met mij; hij kocht mij +eenen fijnen kiel met roode boordsels, eene schoone haren muts en +eenen verlakten gordelband. +<p class="c2">Terwijl men op het Groen kerkhof nog immer bezig was +met de nieuwe compagniën te vormen, wandelde ik met mijnen +vader over en weder. Hij legde mij uit wat het soldatenleven is, en +poogde mij op voorhand te wapenen tegen de wederwaardigheden, welke +ik er zou ontmoeten. Onder anderen zeide hij: +<p class="c2">"Ziet gij wel, karakters als het uwe zijn voor het +krijgsleven niet gevormd: gij zijt te teergevoelig. Een zacht woord +maakt u blijde, maar ook een hard woord maakt u diep ongelukkig. +Wanneer u iets onaangenaams wedervaart, loopt gij er dagen lang +mede in het hoofd, en, droomend, overdrijft gij alles. Van deze +gewoonte moet gij u ontdoen, en u bestand maken tegen de schijnbare +ruwheid uwer gezellen en oversten. Overtuig u op voorhand, dat de +soldaten, ook de officieren, meest altijd de krachtigste woorden +bezigen tot het uitdrukken der gewoonste dingen. Indien gij dit uit +het oog verliest, zult gij u dagelijks tienmaal gewond gevoelen, +wegkruipen, droomen en treuren. Het is tijd, dat gij <i>man</i> +wordt, vermits gij mannendaden wilt doen." +<p class="c2">Een geroffel der trom brak eindelijk mijns vaders +wijze raadgevingen; de vrijwilligers gingen vertrekken. +<p class="c2">Toen mijn vader tot vaarwel mij in de armen drukte, +murmelde hij nog: +<p class="c2">"En Hendrik, gedenk immer het spreekwoord: <i>ieder +is het kind zijner eigene werken</i>. Van nu af is uw lot in uwe +handen; het zal zijn, wat gij het zelf zult maken." +<p class="c2">De tranen stonden hem in de oogen; ik weende snikkend +en voelde zijnen laatsten handdruk schier niet. +<p class="c2">In mij stond de gedachte om hem te volgen en den +soldatendienst te ontvluchten; doch nu begonnen de trommen den +marsen te slaan, en ik zag de compagniën zich bewegen om te +vertrekken. Met het aangezicht nog nat van tranen, liep ik in mijn +gelid ... en weg was ik naar de grenzen! +<hr class="c5"> +<a name="II"></a> +<h2 class="c6">II</h2><span class="c1"><br></span> +<p class="c2">Wij bleven eenige dagen te Oostmalle, op vijf uren +gaans van Antwerpen. Hier kwam mijn vader mij bezoeken, met het +inzicht om de bescherming mijner officiers voor mij in te roepen. +Hij bleef lang in gezelschap met den overste onzer compagnie, die +een Franschman was, en sprak waarschijnlijk met hem over Napoleons +tijd, over de roemrijke wapenfeiten der Fransche legers en over de +rampen der keizerlijke vloten; want toen ik mijnen vader uitgeleide +had gedaan en te Oostmalle wederkeerde, sloeg de overste mij +vriendelijk op den schouder, terwijl hij mij zeide: +<p class="c2">"Uw vader heeft <i>den grooten man</i> gediend; hij +is een oude zeewolf, die zijn bloed voor het vaderland heeft +gestort. Dit is mij voldoende om zijnen zoon voor te staan waar ik +kan; de brave man hoefde het mij zoo dringend niet te verzoeken. Ik +maak u korporaal; later zullen wij zien wat ik voor u nog kan doen. +Zorg intusschen, dat gij wat soldaat wordet; maar geef den moed +niet op: ik zal mij uws vaders woorden herinneren en u helpen." +<p class="c2">Drie weken later (den 31<sup>sten</sup> November +1830) te Turnhout werd ik <i>fourier</i> gemaakt. De titel van +onderofficier, welken ik nu bekwam, klonk mij in de ooren als de +aankondiging eener schitterende loopbaan, en ik schreef naar huis, +dat ik God dankte, omdat Hij mij niet alleen het voornemen had doen +opvatten van soldaat te worden, maar nog daarenboven mij de noodige +stoutheid had vergund om het uit te voeren. +<p class="c2">Dat ik te midden der woeste vrijwilligers zoo goed in +mijnen schik was en geene merkelijke vernedering meer onderging, +dit had ik te danken aan den officier, die het bevel over mijne +compagnie voerde. Hij heette Schmit, en had, zeide men, van zijne +zestien jaar in de jonge <i>garde</i> van Napoleon gediend. Hoog +van gestalte en schoon van lichaamsbouw was hij; uiterst behendig +in de schermkunst met sabel en degen, krikkel op het punt van eer, +moedig tot overdrevenheid, vroolijk van inborst en geestig in al +zijne gezegden; daarbij goed van harte en onbekwaam om iemand leed +te doen of met inzicht te bedroeven; in één woord, +het ware beeld van den <i>Franschen soldaat</i>, zooals hij ons in +poëzie wordt voorgeschetst. +<p class="c2">Deze had mij zichtbaar onder zijne bescherming +genomen en waakte met vaderlijke bezorgdheid en met waren edelmoed +over <i>son petit fourrier</i>, zooals hij mij altijd noemde. Aan +hem was ik mijne spoedige verheffing tot fourier verschuldigd. +<p class="c2">De onderofficiers, mijne gezellen in de +3<sup>de</sup> compagnie van het 3<sup>de</sup> bataljon der +<i>Jagers-Niellon</i>, waren insgelijks goede jongens, en hun +gedrag ten mijnen opzichte was even alsof zij samengespannen +hadden, om hun <i>fourierken</i> tegen alle ongeval te verdedigen. +Met hen ook had mijn vader te Oostmalle gesproken. Onder dezen, +mijne beschermers en ambtgenooten, was de sergeant-majoor Collette, +van Brussel, en een sergeant van Luik, met name Deguée, die +mij lachende zijnen zoon noemde, en waarlijk uit rechtzinnige +goedheid met de sabel het minste ongelijk zou hebben gewroken, dat +men mij hadde durven aandoen. +<p class="c2">Aldus omringd van goede vrienden, gevoelde ik den +overgang van den burgerstand tot het soldatenleven niet anders, dan +door de onbeperkte onafhankelijkheid, welke wij genoten. De +vrijwilligers zonder verbintenis, die de overgroote meerderheid van +ons regiment uitmaakten, toonden zich wars van alle onderschikking +en verdedigden hunne persoonlijke vrijheid tegen den minsten schijn +van tucht. Zij gingen naar huis voor zoovele dagen als het hun +beliefde, en keerden weder in de rangen, zonder dat men hen durfde +bestraffen. De officiers hadden nog geene regelmatige benoeming; +het behoud van hun ambt hing af van de willekeur der mannen, +waarover zij moesten bevelen. Hieruit volgde, dat ieder deed wat +hij wilde, en het gansche regiment nog bestond uit vrije burgers, +die geenen krijgsdwang erkenden. Wij hadden geene soldatenkleeding +en oefenden ons niet in den wapen-handel. Wie tweemaal elken dag op +het <i>appel</i> verscheen, was een vlijtig man en mocht zeggen, +dat hij aan al zijne plichten had voldaan. Het overige van den tijd +sleten velen in de herbergen; de anderen bleven ten huize der +burgers of boeren, bij wie zij ingekwartierd lagen; en, dewijl de +vaderlandsliefde der Kempenaars hun de Belgen zeer deed beminnen, +werden dezen aanschouwd en behandeld als waren het leden van het +huisgezin. +<p class="c2">De vrijwilligers, die men naar hunnen generaal +<i>Chasseurs-Niellon</i> noemde, bleven werkeloos in Turnhout of op +de naaste dorpen liggen, tot het einde der maand December. Alsdan +vertrokken wij met een sneeuwig weder naar den kant van Limburg, +om, zoo men ons zeide, den vijand in te wachten, die uit de vesting +Maastricht eene krijgsmacht over de heide naar Holland wilde +zenden. +<p class="c2">Wat hiervan zij, men hield ons tegen den avond staan +op eene onmeetbare heide, die wel tot eenen voet hoogte met sneeuw +was overdekt. +<p class="c2">De wind was in het Oosten gekeerd en zoo koud, dat +wij ons de handen voor de ooren hielden, om ze niet te laten +bevriezen. +<p class="c2">Bevel werd er gegeven, dat wij te dezer plaatse den +nacht op bivak zouden doorbrengen, dit wil zeggen, dat wij op de +sneeuw konden slapen, indien wij niet liever tot den morgen met +stampen en armenslaan ons wilden verwarmen. Onze verwondering was +groot; de mijne bovenal. +<p class="c2">Ik zag niets voor mijne oogen dan eene onafzienbare +vlakte, waarvan de eentonige witheid het gezicht verbijsterde. +Slechts langs één zjjde, op een vierendeel uurs +afstand, begrensde een hoog mastbosch de kimme, en daarachter wel +een uur verre, schoot de klokketoren van een dorp in de hoogte: het +was de gemeente Baelen, op de grenzen der provincie Limburg. +<p class="c2">Wij hadden sedert ons vertrek uit Turnhout nog geen +voedsel genuttigd. Dewijl de Belgen sedert de omwenteling immer bij +burgers en boeren waren ingekwartierd geweest, bestond er nog geen +voorraaddienst in het leger; wij hadden diensvolgens het +vooruitzicht, dat wij hier zonder eten zouden blijven. +<p class="c2">Zoohaast de moedigsten dezen toestand hadden +begrepen, begonnen zij naar middelen uit te zien om vuur en voedsel +te bekomen. Er werden ploegen of <i>corvées</i> ingericht, +om hout uit het mastbosch te halen Nog geen half uur was het +geleden, of honderden mannen kwamen ieder met eenen sparreboom naar +het bivak gesleurd. Voor elke compagnie werd een vuur ontstoken, +dat allengs grooter en grooter wordende, eer het op de heide donker +was, zijne slingerende vlammen tot dertig voet hoog deed stijgen. +<p class="c2">Deze eerste nacht van het bivak liet op mijn gemoed +eenen diepen indruk na;-de nijpende koude vergetend stond ik, uren +lang, in stomme verbazing op het ontzettend schouwspel te staren, +dat zich daar voor mijn oog ontrolde. +<p class="c2">Achttien vuren, uit stapels mastboomen in de hoogte +golvend, verlengden hunne rij over de vlakte. De hemel blaakte +boven onze hoofden; de sneeuw zelve scheen te branden; en dewijl, +bij het dansen der vlammen, de vurige tonen van het bloedroode +licht dan eens met de helderheid des bliksems, dan weder met vale +rosheid over de heide golfden, was het voor de oogen en voor den +geest, alsof eene onstuimige zee van onzichtbaar vuur over de +sneeuw hadde gevlot... +<p class="c2">Bij elken gloed, als een zwerm duivels rond het vuur +krielend, zag men de donkere schimmen der vrijwilligers tegen de +vlammen zich uitlossen, in menigte gaan en komen, boomen op het +vuur werpen, of den brandstapel met geweld omrukken, ten einde +zijne woede nog aan te hitsen. Op zulk oogenblik gingen gansche +wolken gensters en brandende vonken ten hemel en dreven als een +groot vuurwerk over het leger. +<p class="c2">Door de eentonige nachtstilte der vlakte klonk het +even eentonig, doch ontzaglijk gekraak der duizende boomstammen, +die eenige oogenblikken vroeger nog groen in het woud stonden te +groeien en nu, in den schoot der vlammen, als dunne twijgen werden +verslonden. Tusschen dit overheerschend gerucht galmde de stem der +vrijwilligers, die elkander bij hunne namen riepen; soms ook wel +ontstond in de verte het lied <i>en avant, marchons</i>! of men +hoorde het noodgehuil van een varken, dat men bezig was met kelen, +of het gebrul eener koe, die door onze <i>maraudeurs</i> of +voedselzoekers uit een naburig gehucht was weggehaald. +<p class="c2">Omtrent mij werd een kalf met sabelhouwen neergeveld +en oogenblikkelijk, zooals het was gevallen, in stukken gehakt. +<p class="c2">Een sergeant duwde mij eenen lap vleesch in de hand; +en, de anderen navolgend, begon ik het aan het reusachtig vuur te +braden. +<p class="c2">Vermits wij niet dicht bij den gloed konden naderen, +staken wij het vleesch op de punt van den laadstok onzes geweers en +hielden het aldus op eenen afstand in de vlam. Wanneer het dan +eenigszins was verbrand, aten wij het gebraden gedeelte er af, en +herhaalden deze handeling totdat er ons niets meer van het vleesch +overschoot. +<p class="c2">Bijna den ganschen nacht bleven wij te been; doch +tegen den morgen overviel ons eene onoverwinnelijke slaapzucht. +Velen legden zich neder, op vier of vijf stappen van het vuur, en +sluimerden op den grond even goed als in een donzen bed. +<p class="c2">Niets aan het lijf hebbend dan eenen lijnwaden kiel +over mijn zwart schoolkleed, zat ik als gevoelloos rond te staren. +Mijn aangezicht en mijne borst waren brandend van den blaak des +vuurs, terwijl mijn rug, door den scherpen oostenwind aangedaan, +schier bevroor van koude. +<p class="c2">Allengs verzwaarde mijn hoofd; ik legde mij neder, +blikte nog eene wijl in de vlammen, en viel dan in slaap. +<p class="c2">Toen ik twee uren later ontwaakte en meende op te +staan, was het mij onmogelijk. Men had het vuur laten verzwakken, +en het water van de gesmolten sneeuw was onder mij vastgevrozen. +Men moest letterlijk met sabelhouwen mijnen kiel van den grond +loshakken, vooraleer ik mij oprichten kon. Ik bibberde van koude; +mijne ledematen waren verstijfd; ik was bleek en gansch moedeloos. +<p class="c2">Zoo bleven wij drie dagen en drie nachten, zonder +ander voedsel dan wat er werd geroofd, op de sneeuw rond de groote +vuren gelegerd. Reeds den tweeden dag had het zonderling schouwspel +zijne aantrekkelijkheid voor mij verloren; ik bewoog mij langzaam +en voelde iets in mij, alsof ik ziek worden ging. Mijne vrienden +der compagnie bemerkten het wel; zij omringden den <i>petit +fourrier</i> met de liefderijkste zorgen en hadden zelfs eenen +bussel hooi gebracht om hem er op te laten slapen. +<p class="c2">Den derden dag was het mij nog erger; ik zat +ineengekropen onder eenige boomstammen, die men als beschutting +tegen den wind had opgericht; ik dacht aan mijnen vader, aan mijn +leven in de kluis, aan mijnen broeder en aan alles, wat ik op aarde +meest beminde.... +<p class="c2">De sergeant Deguée, mijn goede beschermer, +wilde mij naar den regimentsdokter leiden om een briefje tot +inkwartiering te Baelen te bekomen; doch het kwetste mijne fierheid +zoo diep, te moeten zwichten voor iets, waaraan mijne meeste +gezellen wederstonden, dat de schaamte mij nog meer deed lijden dan +mijne onpasselijkheid. Ik had mij <i>man</i> gewaand, en ik bezweek +als een <i>kind</i> onder koude en derving van gewoon voedsel! In +mijne spijt antwoordde ik mijne vrienden, dat men om mij niet moest +bezorgd zijn, dat het wel zou overgaan, en meer andere +machtspreuken, die slechts de laatste teekenen waren mijner +worsteling tegen het noodlot, dat mij vernederen zou. +<p class="c2">In den namiddag waren er eindelijk karren met +voorraad in het bivak verschenen, en ik werd geroepen, om als +fourier de mannen van <i>corvée</i> naar de karren te +vergezellen. Ofschoon de koorts mij schrikkelijk deed beven en mij +nauwelijks toeliet op mijne beenen te staan; alhoewel de pijn in +het hoofd mij verbijsterde, begaf ik mij vooruit en toonde mij +bereid tot het volvoeren van mijnen dienst; doch de officier Schmit +wilde het niet toelaten, en liep zelf om den bataljonsdokter te +halen. Deze gaf mij een briefje, waarmede ik naar Baelen zou gaan; +en de burgemeester zou mij, bij het vertoonen van het schrift, in +een huis van het dorp doen herbergen. +<p class="c2">De tranen schoten mij in de oogen, toen ik op het +gelaat mijner vrienden zulk diep medelijden met mijnen ellendigen +toestand bespeurde. De sergeantmajoor Collette en de sergeant +Deguée dwongen mij tot het aanvaarden van geld; een +korporaal van Verviers, met name Fabry, stak eene halve zijde +gerookt spek in mijnen ransel; want, zeide hij, er was op een uur +in het ronde niets meer te vinden, en het vleesch kon mij van +dienst zijn. +<p class="c2"><img alt="" border="0" src="047.png" width="684" +height="580"> +<p class="c2">[Ik klopte en bleef kloppen: men opende niet.] +<p class="c2">Dus beladen met wenschen tot herstelling en met +allerlei bewijzen van vriendschap, begaf ik mij op weg naar het +dorp Baelen. Ik stapte langzaam en rustte dikwijls. De vermoeidheid +zich bij de ijzing der koorts voegende, werd ik eindelijk zoo +moedeloos, dat ik mijne handen schier op mijn geweer liet +bevriezen, zonder nog de kracht te hebben om het zware wapen van +schouder te veranderen. +<p class="c2">Toen ik, dus voortsukkelend, het dorp bereikte, was +het donker geworden. De huizen waren gesloten en ik zag er geene +boeren op de straat; slechts vrijwilligers, die het bivak waren +ontloopen, zwermden er rond en sloegen, onder ruw geschreeuw, met +de kolf des geweers tegen de deuren, om te worden binnengelaten. +<p class="c2">Men wees mij het huis des burgemeesters; ik klopte en +bleef kloppen: men opende niet. Dan, eindelijk antwoordde men mij +van boven uit een venster, dat er geen logement in het dorp meer +was, en dat de generaal zelf verboden had nog eenen enkelen +<i>Belg</i> te herbergen. +<p class="c2">Ik bleef eene wijl verpletterd staan, en zou wellicht +voor de deur des burgemeesters mij neergelegd hebben; doch mijne +koorts en mijne hoofdpijn waren verminderd. Het gevoel des hongers +verkrampte mijn ingewand. +<p class="c2">Door den nood voortgezweept, klopte ik op de deuren +der huizen, waarbinnen ik nog licht zag; aan de meeste kreeg ik +geen antwoord; de overige waren opgevuld met vrijwilligers, die +vloekten en tierden, dat zij geene levende ziel meer zouden +binnenlaten. +<p class="c2">De wanhoop vervulde mij het hart. Krachteloos, +uitgeput van vermoeidheid en schier bezwijkend van honger, geraakte +ik tot bij de laatste huizen des dorps: overal vergeefsche moeite +om toegelaten te worden ... en sterkmoedigheid, om de deuren aan +stukken te slaan of de lieden te dwingen, ontbrak mij gansch! +<p class="c2">Dáár zag ik eensklaps in de verre +velden een lichtje! Men moge er om lachen; maar dat lichtje, +evenals in het vertelsel van <i>Duimken</i> en in vele andere +volksvertellingen, blonk mij in de oogen als eene star der hoop. Ik +stapte er op aan en bleef, om het te bereiken, wel vijfmaal verder +gaan dan ik had verwacht. +<p class="c2">Het was een klein, leemen huisje, tegen de baan naar +Roslaer. Ik klopte, en men opende oogenblikkelijk. +<p class="c2">Een schreeuw van schrik ontvloog den inwoners, als +zij mij met het geweer in de hand zagen binnentreden, en zij +begonnen smeekend mij te zeggen, dat zij niets meer bezaten. Men +had hunne kiekens en hunne eenige geit beroofd; zelfs hun laatste +brood hadden de Belgen weggehaald. +<p class="c2">Ik zeide hun, dat ik ziek was, vertelde in weinige +woorden, hoe ik in het dorp vruchteloos had gebeden en gesmeekt om +een nachtverblijf, en eindigde met hun om een plaatsken in hunne +hut te verzoeken, totdat de morgen kwame. +<p class="c2">Mijne jonkheid en de klagende toon mijner stem +troffen de goede lieden; zij wezen mij eenen stoel bij het smeulend +vuur, hielpen allen te gelijk om den ransel van mijne schouders te +krijgen, en zeiden mij onder betuigingen van vriendschap en +medelijden, dat hun huisje gansch tot mijnen dienst stond. Een bed +konden zij mij niet geven; maar op de schelf, boven het +geitenstalleken, lag hooi: daarin kon ik slapen, en de baas zou wel +zorgen, dat ik er geene koude leed. Geen ander eten was er in huis +dan een zwart roggebrood, dat ergens voor de rondzoekende +vrijwilligers was verborgen geweest; van dit brood mocht ik nemen +wat mij beliefde. +<p class="c2">De hut was bewoond door eenen man en zijne vrouw en +door hunne dochter, een meisje van omtrent de zeventien jaar. Deze +laatste beklaagde den armen <i>Belg</i> met luider stemme, en +aanschouwde hem met zulk liefderijk medelijden, dat haar zoete blik +alleen mij troost in den boezem goot en mij als het ware uit de +moedeloosheid opriep. +<p class="c2">Ik wilde den lieden geld geven: doch man en vrouw +stonden met verontwaardiging tegen mijn aanbod op. Konden zij iets +ten mijnen dienste er voor bekomen, dan zouden zij het wel +aanvaarden; maar er was nergens in de gansche gemeente iets voor +geld te bekomen. +<p class="c2">Dan slechts schoot mij te binnen, dat korporaal Fabry +eenige ponden spek in mijnen ransel had gestoken. In allerhaast +sneed ik er van aan stukken; de pan werd over het vuur gehangen ... +en weinige oogenblikken later zat ik met mijne nieuwe huisgenooten +aan den disch. +<p class="c2">Ik vertelde van mijne ouders, van mijn vorig leven en +van mijn wedervaren op het bivak. Eer ik mij tot de rust begeven +zou, waren wij alle vier zulke goede vrienden en bekenden, alsof ik +sedert mijne kindsheid van het huisgezin hadde deelgemaakt. +<p class="c2">De man bracht mij boven het stalleken, maakte eene +diepte in het hooi, deed mij er in nederliggen, schikte dan nog +meer hooi boven mijn lichaam en op mijne voeten, en wenschte mij +dan den goeden nacht. +<p class="c2">Welhaast doordrong eene milde warmte mijne leden, en +met haar stroomde er nieuw leven mij door het hart. Mij dacht, een +koning, op het fijnste zwanendons rustend, kon niet zoo zacht en +zoo verkwikkend liggen als ik nu, tusschen het gastvrije hooi boven +den geitenstal lag uitgestrekt. Ik dankte God met innig gevoelde +erkentenis om Zijne goedheid,-en, zwemmend op den zoelen stroom van +allerlei blijde gedachten, viel ik in eenen wellustigen sluimer. +<p class="c2">Des morgens wekte men mij niet; het was reeds lang +dag, eer ik van zelf ontwaakte. +<p class="c2">Toen ik beneden kwam, vond ik de koffie op de tafel +staan en de goede lieden die op mij hadden gewacht om te ontbijten. +Mijn blik viel op het meisje; zij lachte mij eenvoudig, doch zoo +minnelijk toe, dat ik het hoofd boog, en schaamrood op mijn +voorhoofd voelde klimmen. +<p class="c2">Omtrent den middag kwam er een officier, vergezeld +van eene talrijke wacht, wien gelast was al de huizen te doorzoeken +en de vrijwilligers naar het bivak te doen terugkeeren. Het briefje +van den dokter beschermde mij tegen de uitdrijving. +<p class="c2">De koorts greep mij in den vooravond weder aan, +evenwel met minder hevigheid; en na drie telkens verminderde +aanvallen, was ik gansch genezen. +<p class="c2">Zoo bleef ik omtrent tien dagen in de hut, meesttijds +bij het vuur onder den schouwmantel gezeten en in stille, diepe +mijmering mijn oog op de jonge maagd houdend, die niet verre van +mij zat te spinnen. Wanneer ik aan de minste beweging van haar +hoofd kon raden, dat zij den blik tot mij ging richten, keerde ik +met schuchterheid mijn gezicht ter zijde. +<p class="c2">Zij scheen mij schoon, de tengere, zoete maagd, met +hare frissche wangen en helderblauwe oogen! Zoo schoon en zoo +zuiver, dat zij mij voorkwam als een engellijk beeld, omhuld met +eenen wasemkring van kuischheid en van betooverende onnoozelheid. +In mijn eenvoudig gemoed wenschte ik, dat God mij hadde toegelaten +haar broeder te zijn. Hoe gelukkig en hoe blijde hadde ik mijn leven +aan hare zijde gesleten! +<p class="c2">Des avonds, wanneer moeder en vader ook rondom het +vuur gezeten waren, dan moest ik vertellen. Omdat ik wist, dat het +Bethken vermaak deed, spande ik al de krachten mijner verbeelding +in, en ik schiep en schilderde de zonderlingste voorvallen, die +mijne toehoorders zoozeer boeiden, dat zij uren lang, met gapende +monden, op mijne verhalen luisterden. De ziel der maagd, terwijl +zij dus met hare groote oogen mij aanschouwde, scheen op haar +gelaat te zweven: onder den indruk van haren hemelreinen blik +voelde ik de macht mijns geestes verdubbelen: ik werd +<i>dichter</i> door de opwelling van een voor mij nog onbewust +gevoel.... +<p class="c2">Bethken was ten uiterste in haren schik met <i>onzen +Belg</i>, zooals zij mij noemde; zij roemde zijn verstand als eene +wonderheid; zij was hem vriendelijk en nam hem bij de hand, wanneer +zij hem ter tafel wilde roepen; maar haar voorhoofd bleef leliewit, +en als het schaamrood mijne wangen kleurde, glimlachte zij met +schuldelooze vrijheid. +<p class="c2">Op eenen namiddag kwam een korporaal mijner compagnie +mij verwittigen, dat het regiment des anderen daags 's morgens, te +negen uren, het bivak zou verlaten, om naar de kanten van Gheel of +van Moll te vertrekken, en dat ik mij gereed moest houden om de +compagnie te volgen, hetzij te voet of op een der vrachtkarren. +<p class="c2">Dien avond vertelde ik geene vertelsels, wij waren +allen in stilte rondom het vuur gezeten en treurden over het +noodlottig afscheid. Bethken jammerde over <i>haren armen Belg</i>, +die zeker in het woeste en harde soldatenleven weder ziek zou +worden, ik betuigde den goeden lieden mijnen dank en deed geweld om +bij de herhaalde bewijzen van zoete, zusterlijke genegenheid, mij +door Bethken gegeven, niet in tranen los te barsten. +<p class="c2">Des anderen daags 's morgens, toen wij in de verte de +marschtrommen hoorden, gaf Bethken mij twee boterhammen en twee +hardgekookte eieren, welke zij van de meid des pastoors had +gekregen: die moest ik, of ik wilde of niet, in mijnen ransel +steken. Dan volgde het treurig afscheid; wij drukten elkaar met +vochtige oogen de hand, en de goede lieden beloofden, dat zij God +voor mij zouden bidden. +<p class="c2">Bethken volgde <i>haren Belg</i> van verre, tot in +het dorp, waar mijn regiment juist op de groote baan verscheen. Ik +voegde mij in den rang der onderofficieren mijner compagnie, die +over mijne wederkomst jubelden, terwijl zij met blijdschap riepen: +"Ah, daar is ons fourierken!" +<p class="c2">In het voorbijtrekken zag ik Bethken nog; ik boog het +hoofd, want er sprongen tranen in mijne oogen; en nog dieper werd +ik ontroerd, als ik verder mij omkeerende, het droeve Bethken tegen +een huis met het voorschoot voor het aangezicht zag staan.... +<p class="c2">De eieren, welke zij mij had geschonken, nuttigde ik +dien dag met kloppend hart; ook eene der beide boterhammen; maar de +tweede liet ik tot aandenken in mijnen ransel. Maanden lang werd +zij bewaard; ja, zoolang, dat zij gansch in morzelen was gevallen. +Langer nog bleef het beeld van het zoete Bethken mij volgen; doch +het verzwakte mettertijd, en er bleef mij niets van over dan de +dankbare herinnering aan de zorg en de vriendschap, door eenvoudige +hutbewoners mij bewezen. +<p class="c2">Slechts zestien jaren later heb ik het dorp Baelen +voor de tweede maal gezien, en ik heb mij ter plaatse begeven, waar +de zieke Belg eens zulke liefderijke verpleging vond. De hut was +verdwenen; niemand wist mij met eenige juistheid te zeggen, +waarheen de ouders van Bethken of zij zelve waren vertrokken of +versukkeld. Men scheen slechts door eene twijfelachtige herinnering +nog te weten, dat daar ooit het leemen hutteken van eenen armen +werkman had gestaan. Een tweede bezoek te Baelen leverde mij geenen +beteren uitslag op. +<hr class="c5"> +<a name="III"></a> +<h2 class="c6">III</h2><span class="c1"><br></span> +<p class="c2">Van het bivak bij Baelen trokken wij naar het kleine +stedeken Gheel en zijne omliggende dorpen; dan naar Moll, en +eindelijk weder naar Turnhout. +<p class="c2">Hier kwam mijn vader mij bezoeken en bleef twee dagen +met mij; ik vernam van hem, dat mijn broeder Jan Balthazar, evenals +ik, dienst had genomen in het Belgische leger, en dat hij +vrijwilliger was in een regiment, dat omtrent Westwezel op de +grenzen lag. +<p class="c2">Mijn vader moest den eersten dag zijner aankomst +reeds met mijne oversten gesproken hebben; want tusschen woorden +van vaderlijke genegenheid en van aanmoediging, mengde hij +voortdurend vermaningen, om mij te doen begrijpen, dat ik wat meer +<i>mensch</i> en wat meer <i>man</i> moest zijn, en, zooals hij +zeide, het voorkomen van een wittebroodskind moest pogen af te +schudden. Ik begreep hem wel en was hem dankbaar voor zijnen raad; +doch ik meende, dat mijne inborst beter was dan het ruw en +schijnbaar gevoelloos karakter, dat men van een echt soldaat scheen +te eischen. Mijn vader keerde te voet naar huis en zou, van den +vroegen morgen tot den avond, niet veel minder dan tien uren wegs +afleggen. Ik vergezelde hem twee uren verre, omhelsde hem en keerde +dan weder naar Turnhout. +<p class="c2">De vrijwilligers, sedert eenige maanden reeds op de +grenzen werkeloos gehouden, begonnen te morren, omdat men hen niet +tegen den vijand leidde; doch men deed hun verstaan, dat de groote +mogendheden van Europa te Londen bezig waren met over het lot van +België te beramen; en, dewijl Holland weigeren zou zich aan +hunne beslissing te onderwerpen, moest men slechts wat geduld +hebben: het spel zou wel voor goed aan den gang geraken. +<p class="c2">Ondertusschen zwierven wij, tot de maand Juli 1831, +gedurig in de Antwerpsche Kempen rond, overal op de dorpen en +gehuchten bij de boeren herbergende. +<p class="c2">Nu was het Lente geworden; ik beleefde voor de eerste +maal het ontwaken der natuur in het nog oorspronkelijk Kempenland. +Jong als de hernieuwde schepping was mijn hart, frisch en zuiver +als de heide mijne droomachtige ziel. +<p class="c2">Niet mijne latere reizen door de Kempen hebben mij +het gevoel van de schoonheid der heide gegeven; alsdan, toen ik +eerst de kindsheid ontgroeide, heb ik hare indrukken in mij +vergaderd, hare kruiden geteld, hare geruchten afgeluisterd, ben ik +in hare geheimen gedrongen en heb ik ze geliefd en bemind, als +hadde mijne wiege op hare maagdelijke vlakte gestaan. +<p class="c2">De frissche herinnering aan dit gelukkig tijdvak +mijns levens heeft mij twintig jaren later nog doen uitroepen: +<p class="c2">"Wat moet in de jonkheid onze ziel toch beminnend en +machtig zijn, dat zij alles, wat haar omringt, in zich zelve +opsluit en met eene onvergankelijke liefdewolk omhult. Menschen, +boomen, huizen, woorden, alles,-levend of levenloos,-wordt een +gedeelte van ons eigen wezen; aan elk voorwerp hechten wij eene +herinnering, zoo schoon en zoo zoet als onze jeugd zelve. Onze ziel +loopt over van kracht; zij spat vonken en sprankels van haar leven +over al het geschapene; en, terwijl wij onophoudelijk het geluk +tegenjuichen, dat ons, kinderen of jongelingen, te wachten staat, +juicht en zingt alles in de natuur, eenstemmig met ons." +<p class="c2">"Ach, hoe bemin ik de weide, den lindeboom, de +pachthoeve, het kerksken en alle andere dingen, die mij zagen, toen +de rozen der jeugd en de leliën der zuivere levenspoëzie +mij den schedel sierden! Zij hebben genoten wat ik genoot; ik zag +ze weelderig groeien en lachend in het zonnelicht glanzen, toen ik +vroolijk was en dartelend vooruitstroomde in de onbekende baan der +menschelijke bestemming. Zij zijn mijne oude speelgenooten, mijne +gezellen; elk van haar roept iets aangenaams, iets verrukkends tot +mij; zij spreken de taal mijns harten; al de fijnste snaren mijner +ziel trillen weder met jeugdige kracht bij dien roep ... en in +stille, godsdienstige aandoeningen dank ik den Heer, dat Hij, zelfs +in het bevrozen hart van den afgesloofden mensch, nog de zoete bron +der herinnering vlieten laat!" +<p class="c2">Het was insgelijks gedurende den eersten tijd van +mijn soldatenleven, dat ik de bewoners der Kempen, hunne gewoonten +en hunne eenvoudige, doch uiterst schoone inborst leerde kennen en +doorgronden. Het Belgisch fourierken, waar hij met een +logement-biljet verscheen, deed zich spoedig beminnen door +menschen, wier karakter zoozeer met het zijne overeenkwam in +zachtheid, in levenslust en in eene onuitlegbare zucht tot mildheid +en tot liefde. Hij zat met de lieden bij het vuur rondom den +koeketel en vertelde wondere dingen; hij voegde de handen te zamen +en bad met hen aan den disch; hij volgde hen ter kerke en knielde +nevens hen; hij liep met de jongelieden naar het veld en hielp aan +den arbeid; maar bovenal was hij de lieveling der kinderen, die met +hoogmoed aan beide zijne handen wandelden en niet zelden tranen +stortten, als de Belg, hun goede vriend, naar een ander dorp +vertrekken moest. +<hr class="c5"> +<a name="IV"></a> +<h2 class="c6">IV</h2><span class="c1"><br></span> +<p class="c2">Nadat de <i>Chasseurs-Niellon</i> acht maanden in +volle rust op de dorpen gelegen hadden, werden zij op eenen +regelmatigen voet ingericht, onder de benaming van 2<sup>de</sup> +regiment jagers te voet, en kregen nu eerst soldatenkleederen van +groen laken met roode boordsels. +<p class="c2">Er liepen geruchten, dat de Hollanders bezig waren +met het vergaderen eener groote krijgsmacht, en dat zij eenen inval +in België wilden wagen. Deze geruchten ontstonden en vergingen +menigmaal. +<p class="c2">Ondertusschen werden wij, op het einde der maand Juli +1831, al te zamen op eene heide omtrent Turnhout vergaderd. Daar +werd, onder het aanheffen van een ontzaglijk gejubel, uitgeroepen, +dat vorst Leopold, als eerste koning der Belgen, zijne intrede in +Brussel had gedaan en volgens voorvaderlijk gebruik 's lands +grondwet had bezworen. +<p class="c2">Twaalf dagen later, in den nacht van den +1<sup>sten</sup> tot den 2<sup>den</sup> Augustus, terwijl wij +gerust in onze logementen te Oud-Turnhout sliepen, werden wij +eensklaps door de alarmtrom gewekt en liepen op de gewone +vergaderplaats der compagnie te zamen. +<p class="c2">Men leide ons door de duisternis en langs afgelegen +banen naar eene onmeetbare heide tusschen Ravels, Baerle-Hertog en +Weelde. Hier vonden wij het overige van ons regiment, alsook een +ander bataljon vrijwilligers, reeds gelegerd. +<p class="c2">Men deed ons de wapens en patroontasschen +onderzoeken, ten einde met den morgen strijdvaardig te zijn; want +de vijand was met groote macht over de grenzen gekomen en bevond +zich niet verre van ons. Wij hoorden inderdaad, in de richting van +het dorp Weelde, gebriesch van paarden en bijwijlen een zeker +onuitlegbaar dof gerucht, dat ons de nabijheid van eene groote +menigte menschen aankondigde. +<p class="c2">In de duisternis drukten wij elkaar met geestdrift de +handen; wij waren blijde, dat het ons eindelijk werd vergund, ons +bloed voor het vaderland te vergieten. Niemand onder ons twijfelde +aan de overwinning; onze moed was groot, en ons vertrouwen zonder +palen. +<p class="c2">Op mij deed echter het naderen van eenen grooten +veldslag eenen diepen indruk; na in de eerste machtspreuken en +wederzijdsche aanhitsingen te hebben deelgenomen, liet ik het hoofd +op de borst zinken, en ik dacht aan mijnen vader en aan al wie mij +te huis dierbaar waren. Deze zucht, naar de beminde dingen is als +het testament der ziel: wie jong is en verre van zijne +geboorteplaats in een groot gevaar verkeert, zal altijd gevoelen, +hoe zijn geest een droevig en teeder vaarwel toewerpt aan al wat +zijn hart betreurt en vreest te zullen verliezen. +<p class="c2">Om den lezer eenigszins de voorvallen te doen +begrijpen, welke gaan volgen, is het noodig eenige inlichtigen over +dezen inval der Hollanders te geven. +<p class="c2">Het Belgische leger was in eenen beklaaglijken +toestand; te Brussel had men den tijd besteed aan de gewichtige +beraadslagingen over onze onvergelijkelijk schoone Grondwet en over +de keus eens Konings. Op het papier had men eene eerbiedwekkende +krijgsmacht ingericht, doch deze bestond niet werkelijk. Geen +voorraaddienst voor oorlogstijd was er ingericht; niets was +voorzien: de regimenten vóór den vijand hadden zelfs +niet meer buskruid onder hun bereik, dan men op eenen enkelen dag +verbruiken kon. Vele generaals en de meeste officieren hadden nooit +eenen regelmatigen krijg gevoerd: moed en onversaagdheid was er +genoeg; maar ondervinding en beleid ontbrak er gansch. +<p class="c2">De Belgische krijgsmacht,-buiten de burgerwachten, +die meer hinder dan hulp bijbrachten,-kon beloopen tot de 30,000 +man en was in twee groote afdeelingen gescheiden. De eerste, het +<i>Scheldeleger</i>, lag rondom Antwerpen, onder bevel van generaal +De Tieken de Terhove, die zijn hoofdkwartier op het dorp +<i>Schilde</i> hield; de tweede, het <i>Maasleger</i>, lag rondom +Hasselt, onder bevel van generaal Daine.-Tusschen deze beide legers +bleef een afstand van dertien uren gaans! +<p class="c2">De Hollanders hadden integendeel hun leger tot den +inval met eene uiterste doelmatigheid vergaderd en ingericht; hunne +krijgsmacht, onder bevel van den Prins van Oranje en den Prins van +Saksen-Weimar, telde 40,000 man geregelde troepen en 30,000 man der +<i>schutterij</i>; daarenboven 4,000 ruiters en 72 stukken geschut. +<p class="c2">De eene helft der Hollandsche troepen rukte langs +Limburg tegen het Maasleger in; de andere helft zakte naar Turnhout +af, om op Antwerpen in te dringen. +<p class="c2">Ons regiment jagers te voet, dat met eenige +onregelmatige bataljons op de Ravelsche heide lag, vormde de +zoogenaamde <i>brigade d'avant-garde</i> of voorwacht. Wij waren al +te zamen 800 man en hadden twee veldkanonnen; een twintigtal jagers +te paard waren ons toegevoegd om den postdienst te verrichten. +<p class="c2">De afdeeling der Hollanders, die te Weelde op den +Belgischen bodem had stand gevat, was eene voorwacht van 1,000 man. +<p class="c2">Van al deze bijzonderheden wisten wij niets; slechts +één ding was ons bewust, namelijk dat de Hollanders +dáár waren en dat wij gingen strijden. +<p class="c2">Zoohaast de morgenschemer de nachtelijke duisternis +had vervangen, werden de twee vleugelcompagniën van elk +bataljon als scherpschutters tegen den vijand gezonden; de +middelcompagniën, waartoe ik behoorde, bleven langen tijd als +<i>réserve</i>, werkeloos bijeengeschaard. +<p class="c2">Een hevig geweervuur bleef den ganschen dag +aanhouden; maar dewijl men uit gebosschen en van achter boomen +schoot, hadden wij weinig gekwetsten. Eenige Hollandsche jagers +werden krijgsgevangen gemaakt, of, beter gezegd, zij liepen tot ons +over. Geen enkele kende Hollandsch of Fransch: allen waren Pruisen +of Zwitsers. +<p class="c2">Naarmate het geweervuur duurde, begon men het gebrek +aan voorraad te gevoelen: op den middag reeds kwamen de jagers te +paard de pakken kardoezen uit de patroontasschen der +middelcompagniën halen, om ze naar de scherpschutters te +dragen. +<p class="c2">De gedachte, dat wij eerlang zonder buskruid +vóór den vijand zouden staan, verontrustte onze +officieren. In mijne tegenwoordigheid deed onze dappere generaal +Niellon onzen eenigen, doch ledigen voorraadwagen bijbrengen, en +riep eenen sergeant uit onze compagnie, met name Nagels, eenen +stoutmoedigen jongeling uit Fontaine-l'Évêque. De +generaal schreef met potlood, en den kop van zijnen zadel tot +lessenaar nemende, een bevel om buskruid te halen.... naar +Antwerpen! De sergeant zou met den <i>fourgon</i> over den steenweg +vliegen; en, verongelukten er paarden, hij moest maar andere bij de +boeren nemen, al ware het met geweld der wapenen. +<p class="c2">Ondertusschen vuurden wij zonder verpoozing op de +Hollandsche voorposten; zij deden eveneens op onze uitgezette +schutters. +<p class="c2">Zóó kwam de nacht zonder ander voorval; +in mijne compagnie had elk man nog tien kardoezen, en er moesten +dagen verloopen, eer wij er andere zouden bekomen. +<p class="c2">Wij konden niet begrijpen, waarom men ons niet had +laten vooruitgaan, om den vijand in zijne legerplaats aan te +vallen; voorwaar, zoo meenden wij, hij zou bij onze verschijning de +wijk genomen hebben, vermits hij, ondanks zijne groote macht, ons +niet durfde aangrijpen. Het gebrek aan buskruid had velen +verbitterd, en in stilte werd er onder de soldaten reeds gemord van +verraad en verkooperij. +<p class="c2">Den volgenden morgen, toen de nachtelijke dampen in +de hoogte stegen, zagen wij eerst op de verre kimmen eene grijze +streep, die scheen te bewegen; zij verlengde zich over de gansene +heide. +<p class="c2">Allengskens werd het ons duidelijk, dat het een drom +ruiters was, waarschijnlijk kurassiers, want van hunnen hals tot +achter hunne paarden daalde een wijde mantel, die hun in ons oog de +gestalte en de vormen van reuzen gaf. Op de ruiters volgde eene +dikke wolk voetgangers, wier duizenden en duizenden geweren met +bliksemend gefonkel in de eerste zonnestalen schitterden. Het hield +niet af; welhaast scheen in het verschiet de gansche heide, zoo +wijd het gezicht reiken kon, met vijandelijke scharen overdekt. +<p class="c2">Gedurende den nacht was het gansche leger der +Hollanders zijne voorposten genaderd; en, terwijl de kurassiers +eenen omweg deden, om de baan naar Antwerpen te gaan bezetten, +ontplooide het zijne drommen over de vlakte, als om ons den strijd +aan te bieden. +<p class="c2">Met verbaasdheid, doch zonder vrees schouwden wij op +de onmeetbare reeks vijanden, die langzaam en met uitgespreide +vleugelen naar ons kwam afgezakt. De krijgsmacht, die wij zagen, +mocht tot de 20,000 man beloopen; zij voerde 40 stukken geschut en +had eene talrijke ruiterij;-wij waren 800 man, hadden geene +ruiterij en slechts twee veldkanonnen. +<p class="c2">Wij stonden met den rug tegen een jong mastboschken; +vóór ons, op eenigen afstand, lag een veen of +waterplas. Onze twee veldkanonnen waren wel honderd stappen +vooruit, achter den hoek van een ander dennenbosch verborgen en met +schroot geladen. +<p class="c2">Ik vergat den krijg en het gevaar, zoozeer greep het +ontzaglijk schouwspel mijne inbeelding aan; de zon was in eene +helderblauwe lucht opgerezen, en zij fonkelde zoo tooverend in het +glinsterend ijzer der wapenen, dat de reeks der Hollandsche troepen +mij voorkwam als een stroom van tintelend vuur. +<p class="c2">De losbarsting van een tiental zware kanonnen riep +mij op uit mijne vergetelheid: ik beefde en was vervaard ... maar +bij de tweede ontploffing was die ontsteltenis of liever die +siddering des harten reeds verdwenen: er bleef mij niets over dan +de overtuiging des gevaars en eene koortsige zucht om te strijden, +als moest de dadigheid van den kamp mij verlossen van een gevoel, +dat mij lastig en pijnlijk was. +<p class="c2">De kanonskogels der Hollanders vielen meest in het +veen en deden het water wonderhoog ten hemel springen; slechts +één onzer gezellen werd gedood door eenen kanonsbal, +die hem vóór den mond was heengevlogen, doch hem niet +anders had geraakt. +<p class="c2">Wij morden hevig en wilden vooruit; maar onze +officieren smeekten ons, dat wij toch niets zonder bevel des +generaals zouden bestaan,-en, dewijl de officiers in ons regiment +zoo niet ontzien, echter meestal bemind werden, bleven wij, +tandenknarsend van ongeduld, in onze rangen staan. +<p class="c2">Nog eenige oogenblikken, en het Hollandsche leger zou +tot onder bereik van geweervuur ons genaderd zijn; wij zagen dien +gewenschten stond met blijdschap te gemoet. +<p class="c2">De vijand hield zijne slagorde staan; hij zond door +eene opening een zestiental lanciers te paard op ons af; wij +hielden ons gereed om er duchtig onder te schieten. Deze ruiters +zouden slechts eene verkenning doen en bespieden, welke macht de +Belgen tegen hunne vijanden konden stellen. +<p class="c2">Alzoo de lanciers met hunne oranjekleurige vaantjes +een eind vooruit kwamen gereden, begaven zij zich, tot hun ongeluk, +onder het bereik onzer twee verborgene kanonnen. Eene dubbele +losbarsting galmde over de heide: tien of twaalf ruiters en zoovele +paarden vielen dood of gewond ter aarde; de overigen vluchtten in +allerijl terug naar de slagorde huns legers. +<p class="c2">Op dit gezicht van dit eerste voordeel, hoe gering +het ook ware, ontstond er een onbeschrijfelijk gejubel onder de +Belgen, en allen sprongen vooruit onder het donderend geroep van: +"<i>Leve de Vrijheid! Leve Leopold!</i>" +<p class="c2">Geen twijfel of deze 800 man zouden zich zonder +aarzelen tegen den ontelbaren drom des vijands geworpen hebben; en +wie weet wat er ware geschied? Een zekere dood was hun, wel is +waar, beschoren; doch hoe duur zouden zij in die eerste drift hun +leven niet verkocht hebben? Misschien had de indruk van zulk +heldhaftig bezwijken zwaar gewogen in de weegschaal der latere +gebeurtenissen.... Maar de meesten dezer opgewondene strijders +moesten, uithoofde van het veen, eenen omweg doen, en dit gaf den +officieren den tijd hen te wederhouden. +<p class="c2">Terwijl de oversten met open armen aan het vermetel +vooruitloopen tegenstand boden, donderde het geschut der Hollanders +met vernieuwde kracht; hunne gansche slagorde zakte vooruit, als om +wraak te nemen over het gebeurde, en wij hijgden van blijde +ontsteltenis bij de nadering van den slag. +<p class="c2">Op dit oogenblik kwam een onzer jagers te paard onzen +generaal eene haastige boodschap brengen. De Hollandsche kurassiers +hadden de baan naar Antwerpen afgesneden; de Belgen waren langs +alle zijden omsingeld! +<p class="c2">Hoezeer de vrijwilligers huilden van woede en zich de +vuisten ten bloede beten, er was niets aan te doen; wij moesten de +heide verlaten, terugwijken naar Turnhout, en verder eenen doorgang +naar het binnenland zoeken, om, ware het mogelijk, aan eene zekere +nederlaag of gevangenneming te ontsnappen. +<p class="c2">In goede orde, en nog gereed tot eenen hevigen +tegenstand, trokken wij af naar Turnhout. De stad had het voorkomen +van een graf: geen levend wezen was er op de straten te zien; +deuren en vensters waren gesloten gelijk in het midden des nachts. +Dit vertoog deed eenen ongunstigen indruk op onzen geest, en het +was inderdaad niet aanmoedigend, al de inwoners dus gevlucht of +verkropen te zien, alsof zij, reeds vroeger dan dien dag, ons +onbekwaam hadden geacht om hunne haardsteden te verdedigen. +<p class="c2">In Turnhout bleef ons regiment niet stil; wij trokken +de Herenthalsche baan in en slingerden door bosschen, voetpaden en +veldwegen immer met versnelden marsch voort. +<p class="c2">Het was uitermate heet; de oogstzon brandde +onverdraaglijk boven onze hoofden; wij hadden eten noch drinken. +<p class="c2">Reeds te Casterlee deed de felle dorst het bevel der +officieren voor eene wijl miskennen. Er stond in dit dorp, in den +hof des pastoors, een groote appelboom, overladen met vruchten, die +slechts twee maanden later eetbaar zouden zijn. De boom werd door +honderden mannen bestormd, beklommen, gebroken en ontbladerd. Men +smeekte, men vocht om eene beet der wrange vruchten.... De zure +smaak, meende men, zou het branden van den dorst koelen. +<p class="c2">Zoo bleven wij acht dagen tusschen Lier en Leuven in +de grootste hitte dwalen, elken dag tien of twaalf uren gaande, +zonder voedsel en drank, en letterlijk verzengd door de hitte. Wij +aten de schors der mastboomen en droegen voor den dorst eenen +geweerkogel in den mond; des nachts lagen wij op den grond en +verstijfden van den overvloedigen morgendauw. +<p class="c2">Men zeide onder ons, dat wij nog altijd door de +Hollanders ingesloten waren, en dat ons gaan en komen voor doel had +aan de vervolging des vijands te ontsnappen, om ons omtrent Leuven +met het groote Belgische leger te vervoegen. +<p class="c2">Wat hiervan zij, wij kwamen dikwijls op banen en in +dorpen, waar het Hollandsche leger ons inderdaad was voorafgegaan; +want wij vonden onderweg <i>pompons</i> en andere kleine dingen, +die onze vijanden al gaande hadden verloren. +<p class="c2">Op eenen middag hield men ons staan in de nabijheid +van een dorp,-ik meen dat het Boisschot heet,-waar nog het stroo +lag, dat den Hollanders tot nachtleger had gediend. +<p class="c2">Uitgeput van vermoeidheid en van honger, lieten wij +ons op een veld nedervallen om te rusten; wij hadden daags te voren +weinig voedsel gevonden, en van dezen dag hadden wij nog niets +gegeten. +<p class="c2">Mij werd bevolen, dat ik met een tiental mannen van +goeden wil naar het dorp zou gaan, om nooddruft voor onze compagnie +te zoeken en met dank of met geweld, te nemen wat er te vinden was. +<p class="c2">De stoutste en ruwste vrijwilligers boden zich aan. +Toen wij in het dorp kwamen, waren de inwoners gevlucht; wij braken +de deuren met kolfslagen open, doch ontdekten niets dat eetbaar +was. +<p class="c2">In het midden van het dorp vonden wij eenen man en +eene vrouw, die hun huis niet hadden verlaten. Op onzen eisch om +brood of ander voedsel te hebben, antwoordden zij ons klagend, dat +de Hollanders daags te voren alles hadden weggenomen. Mijne +vrijwilligers, door de wanhoop des hongers gedreven, begonnen den +man met het plat van de sabel te slaan en hem met nog ergere +behandeling te dreigen. +<p class="c2">Na langen tegenstand leidde de verschrikte man ons +achter in den hof, en groef daar uit den grond drie zeer groote +roggebrooden, die in eenen zak gewikkeld waren. Wij namen de +brooden mede en ook den zak. +<p class="c2">Na vruchteloos nog vele ontruimde huizen te hebben +doorzocht, kwamen wij buiten het dorp in eene leemen hut, waar eene +jonge vrouw met een kind van drie of vier jaar zich bevond. Op onze +dreigende vragen haalde zij eene roggeboterham uit de wiege van +haar kind; en ons die toereikende, zeide zij met tranen in de +oogen: +<p class="c2">"Ziet, vrienden, dit is al wat mij overblijft: ik had +het bewaard voor mijn arm schaapken." +<p class="c2">Reeds had een mijner makkers de boterham aanvaard, en +meende er een stuk af te bijten; maar de anderen hielden hem met +geweld terug en deden hem het geringe stuk brood in den zak werpen. +<p class="c2">Door een diep medelijden met de ongelukkige moeder +aangedaan, wilde ik haar de boterham doen terug geven. Te vergeefs; +het spreekwoord is waar: hongerige magen hebben geene ooren. +<p class="c2">Dan vatte ik de hand der vrouw en vroeg haar of zij +in een naburig dorp voor geld geen brood zou krijgen. +<p class="c2">Op haar bevestigend antwoord staken al mijne makkers +de hand in den zak; de meesten gaven elk een stuk van vijf en +twintig centen; eenigen gaven iets minder, ik gaf iets meer, en zoo +kreeg de arme vrouw omtrent vijf franken.... Tranen ontliepen haar +nu nog overvloediger; het was van dankbaarheid: hare stem klonk de +weldadige <i>stroopers</i> zegenend achterna. +<p class="c2">Onderweg maakten mijne gezellen een <i>komplot</i> +aangaande de boterham; zij werd gedeeld: wij kregen ieder een stuk +zoo groot als een vinger. +<p class="c2">Op het bivak werden de drie roggebrooden eerst met +sabelhouwen in groote brokken gehakt en dan verder met messen +gesneden. Van den kapitein tot den laatsten soldaat, elk bekwam er +iets van. +<p class="c2">Den 10<sup>den</sup> Augustus, in den namiddag, +gingen wij voorbij de wijnheuvels van het dorp Wesemael, op +ongeveer anderhalve mijl van Aerschot. Hier vonden wij vele karren +met brood en vleesch, die ons tot voorraad waren bestemd. +<p class="c2">Men hield het regiment staan, en brandwachten werden +op groote afstanden uitgezet, alsof wij ter dezer plaatse op bivak +zouden blijven; de weinige jagers te paard, die ons van Turnhout af +hadden vergezeld, werden op hoogten en op verre banen gezonden, om +alle nadering van gevaar intijds te kunnen vernemen. +<p class="c2">Uit elke compagnie riep men eenige stoute mannen te +zamen; dezen zouden naar Wesemael gaan en halen wat er noodig is +tot het koken van vleeschsoep. +<p class="c2">Na een half uur tijds stond voor iedere compagnie +eene groote koeketel, op steenen verheven en met water gevuld. Men +hakte het vleesch met sabels aan stukken en legde het in de ketels; +vele mannen kwamen toegeloopen met koolen van alle kleuren, met +selder, met ajuin, met salade: al wat maar groen en eetbaar was, +wierp men boven de zwemmende bonken vleesch. De vuren kraakten, de +aangehitste vlammen kronkelden rondom de ketels, en al de mannen +der compagnie stonden met begeerigen blik en vochtigen mond de veel +belovende bobbels na te zien, die in menigte uit den grond van het +ziedende water opklommen. +<p class="c2">Men zou meenen, dewijl wij brood in overvloed hadden, +dat de honger ons nu niet aandreef. Inderdaad, zóó +was het; doch het raadselwoord van ons innig verlangen naar de +vleeschsoep ligt in <i>warm eten</i>. Het was nu reeds eenige dagen +geleden, dat wij niets anders dan koud eten genuttigd hadden, en +dan nog in ontoereikende hoeveelheid. Nu gingen wij warm vleesch +eten! In onze meening,-in de meening onzer verhongerde magen,-was +niets zoo lekker en zoo onbegrijpelijk versterkend als <i>warm +eten</i>. +<p class="c2">Reeds toen het water slechts eenigen tijd gezoden +had, waren er mannen, die met de punt hunner bajonet, zooals zij op +het geweer stak, een koolsblad of eenen struik selder poogden op te +visschen. De anderen stelden zich tegen de rooverij: men stiet +elkander weg; er werd gevochten en geworsteld tot zooverre, dat de +oversten zich verplicht zagen bij elken ketel twee schildwachten te +zetten. +<p class="c2">Eindelijk toen de soep eenigen tijd gezoden had en de +oogen vet zich boven het water begonnen te vertoonen, riep men +algemeenlijk, dat het vleesch genoeg gekookt had. Waarschijnlijk +zou het nog niet half gaar zijn; maar van den nood eene deugd +gemaakt: indien het slechts van de warmte was doordrongen, zou het +wel goed smaken. +<p class="c2">De oversten toonden zich bereid om den algemeenen +wensch te voldoen; nog eenige minuten, en het regiment zou eten. +<p class="c2">Wie eene gamelle had, hield ze in de hand gereed; +iedereen had zijn knipmes geopend: de lippen verroerden met die +eigendommelijke uitdrukking van iemand, die zich aan het smaken van +lekkere spijzen verwacht. +<p class="c2">Op dit uiterst oogenblik komt een jager te paard in +vollen draf aangerend en zegt eenige haastige woorden tot den +generaal. Onmiddellijk ontstaat het geroffel der trom, die elkeen +te wapen en in zijn gelid roept. Het Hollandsche leger is in onze +nabijheid; wij zijn achthonderd, zij waarschijnlijk tienduizend of +meer. Daarenboven, wij mogen niet strijden; onze bevelen luiden, +dat wij den vijand moeten pogen te ontkomen, om ons te Leuven met +het leger onder bevel des Konings te vereenigen.... Er is geen tijd +tot beraadslagen: de ketels worden omgeworpen; sommige mannen +steken een brok vleesch of een kool op hunne bajonet; doch het +ziedend water, dat hun in den hals of op hunne kameraden druipt, +doet hun het geredde voedsel wegsmijten; de oversten dwingen de +compagniën tot een spoedig vertrek.... en eenige minuten later +zijn wij verre van daar, op de baan naar Aerschot, nog immer +mijmerend van het warm eten en de lekkere vleeschsoep, die onder +ons gezicht over den grond is weggestroomd.... +<p class="c2">Wij brachten den nacht buiten de stad Aerschot door, +op eene hoogte tegen de baan naar Hauwaert, waar wij nog een +gedeelte van het 9<sup>de</sup> linie-regiment aantroffen. Hier +kookten wij ons vleesch op het bivak, zonder gestoord te worden, en +kregen buskruid. +<p class="c2">In den morgen werden wij onvoorziens te wapen +getrommeld; onze brandwachten beweerden, dat eene talrijke +afdeeling Hollandsche lanciers op den steenweg naar Diest zich +vertoonde. Dewijl de hoogte, waarop wij ons bevonden, nevens +voormelden weg voortloopt en hem diensvolgens beheerscht, zouden +wij de vijandelijke ruiterij pogen te bereiken en ze van boven de +heuvelen met voordeel aanvallen. Dit ten minste werd er onder ons +verteld, toen wij reeds het bivak hadden verlaten. +<p class="c2">Uren lang gingen wij met verhaaste stappen, zonder +iets te vernemen. De zon stond te branden aan den diep blauwen +hemel; het was onbeschrijfelijk heet; en dewijl wij, zonder eene +baan te volgen, dwars door havervelden en aardappelloof onzen +marsch rusteloos voortzetten, waren wij eindelijk door hitte en +dorst tot zooverre uitgeput, dat sommige mannen zich ten gronde +lieten vallen en weigerden op te staan. Wanneer het geviel, dat wij +in eenen hollen weg traden, zooals er in die landstreek vele zijn, +legden gansche gelederen, ondanks den wil der officieren, zich met +den mond tegen de vochtige wanden der baan, waaruit een ijzerachtig +water sijperde, en zoo zogen wij uit de aarde eenig vocht op, om +onzen verterenden dorst te koelen. Velen onzer zaaiden hunne +kleedingstukken langs de baan, bovenal de kapotten, om het gewicht +van hunnen ransel te verminderen. +<p class="c2">Omtrent den middag, toen wij buiten adem en schier +versmacht van dorst, gevoelloos en met hangend hoofd voortstapten, +beklommen wij eenen heuvel, waarboven een molen en een huis +stonden. Zoohaast hadden wij den top des heuvels niet bereikt, of +een bataljon van het 9<sup>de</sup> regiment, dat ons vergezelde, +liep in wanorde uiteen naar een bornput, welke met zijne hooge wip +nevens het huis zich vertoonde. Een aantal onzer jagers, dit +ziende, stormden insgelijks uit hunne rangen om, ware het mogelijk, +eene teug water te bekomen. +<p class="c2">Rondom den bornput werd er een waar gevecht geleverd: +men sleurde, men stiet, men stompte, men wondde elkander, om +omtrent den emmer te geraken. Velen, die geen ander middel zagen om +hunnen dorst te lesschen, staken hun brandend hoofd in den emmer en +dronken zóó het ijskoude water, totdat men ze er van +wegrukte. De dokters en vele oversten baden en smeekten de mannen, +dat zij zich toch niet aldus aan eenen zekeren dood zouden +blootstellen; zij dreigden en sloegen met hunne degens, het hielp +niets: wij waren als razend van dorst. +<p class="c2">Onderwijl was er een wolk andere mannen op den +grooten wijngaard gevallen, die zijne groene ranken over den gevel +van des molenaars huis uitspreidde: druiven, bladeren, twijgen, ja, +het hout zelf, tot in den wortel toe, werd verslonden en tot +lafenis genuttigd en verknabbeld. Voor vijftig cents kreeg ik twee +druivekorrels van eenen soldaat onzer compagnie; ik was gelukkig: +de zure smaak bracht mij vocht in den mond.... +<p class="c2">Na eenigen tijd bemerkten onze oversten wel, dat +hunne poging om de mannen van den bornput te houden, vruchteloos +zouden blijven. De trommen hieven den marsch aan, en wij +vertrokken. Ten halve den heuvel zag ik eenige mannen met paarse +wangen en koolzwarte lippen op den rug uitgestrekt liggen: zij +waren levenloos, het koude water had hen gedood. +<p class="c2">Na een uiterst moeilijken marsch en veel gaan en +keeren, zonder een voor ons merkbaar doel, kwamen wij des avonds, +toen het reeds donker was, boven eene hoogte bij het dorp Lubbeck, +op twee mijlen van Leuven. +<p class="c2">Hier sloegen wij ons bivak neder en kookten +aardappelen in koeketels, welke wij uit het dorp hadden gehaald. +<p class="c2">Onze oversten zeiden ons, dat er des anderen daags +een beslissende veldslag zou geleverd worden; zij vuurden onzen +moed aan, herinnerden ons de dagen der omwenteling en bezwoeren ons +om als ware Belgen voor land en Koning te strijden. +<p class="c2">In de vlakte, beneden de heuvelen, was de Hollandsche +krijgsmacht gelegerd; zij had haren staf bij het dorp Winghe; doch +hare voorposten strekten zich tot in onze nabijheid uit. +<p class="c2">Onze uitgezette brandwachten hadden de gewoonte, +elkander van verre onverpoosd de volgende woorden toe te roepen: +"<i>Sentinelles, prenez garde à vous!</i>" waarop de +Duitsche of Zwitsersche soldaten, die rondom het bivak der +Hollanders waakten, den onzen spottend toeriepen: +<p class="c2">"<i>Was der Hund sch..... fresst du !</i>" +<p class="c2">Het meerendeel van het Belgische leger bevond zich te +Leuven, onder bevel van Koning Leopold; ons regiment, met twee +bataljons van het 9<sup>de</sup>, was een der voorwachten. +Diensvolgens mochten wij ons overtuigd houden, dat wij bij het +krieken van den komenden dag den eersten aanstoot des vijands +zouden doorstaan hebben. +<p class="c2">Alhoewel deze zekerheid wel van aard was om ons den +slaap moeilijk te maken, waren de gekookte aardappelen niet +zoohaast genuttigd, of allen legden zich ter aarde, en vielen, +onder de vermoeidheid bezwijkend, in eenen zwaren sluimer. Ik +luisterde nog eene wijl op den roep der schildwachten, die akelig +door de nachtstilte rondom ons bivak herklonk en voortliep; ik +dacht aan onzen zonderlingen toestand, droomde van Borgerhout en +mijnen vader, en sloot dan insgelijks de verzwaarde oogleden ... +om, evenals mijne makkers, ze niet meer te openen dan onder den +knal van geweren en kanonnen.... +<hr class="c5"> +<a name="V"></a> +<h2 class="c6">V</h2><span class="c1"><br></span> +<p class="c2">Terwijl wij dus in volle vergetelheid sliepen, was er +een Hollandsch regiment jagers in stilte ons genaderd. Deze +scherpschutters, over den grond kruipend, hadden zich in eene linie +uitgespreid, in een breed haverveld, dat zich nevens ons bivak +verlengde. +<p class="c2">De eerste morgenschemer daagde in het Oosten; wij +sliepen nog even bewusteloos en vast..... toen eensklaps eene +donderende ontploffing ons tegelijk deed opspringen. Honderden +kogels huilden ons rondom de ooren; velen onzer makkers waren +getroffen en lagen te spartelen in hun bloed. Er bleef een +oogenblik van onbeschrijfelijke verwarring onder ons; dus verrast, +opschietend uit den loodzwaren slaap, duizelig en dwaas, grepen wij +het eerste geweer het beste en begonnen tot verdediging op de +vijandelijke jagers te schieten, wier hoofden wij nu in groote +menigte boven de haver zagen uitsteken. Zij gaven ons geenen tijd +om onzen toestand te herkennen, en vuurden onophoudend op onze +dooreenslingerende schaar. +<p class="c2">Mijn vriend en ambtgenoot, de fourier Walgraff, die +zich te verre vooruitgegeven had, werd op eens door drie kogels, +waarvan een in de zijde, getroffen en viel neder; de drie +gebroeders Grad, Jules, Ange en Lucien, liepen tot dicht bij de +Hollandsche schutters en haalden, onder eenen hagel kogels, den +gevallen fourier uit het bereik des vijands weg, Lucien ontving een +geweerschot in den arm<a name="FNanchor2"></a><a href= +"#Footnote_2"><sup>[2]</sup></a>. +<p class="c2">Welhaast gelukte het onzen oversten, ons in gelederen +te schikken, en dan boden wij den vijand een hardnekkigen, doch +hopeloozen tegenstand. +<p class="c2">Een soldaat mijner compagnie, Blancpain genaamd,-een +zeer bloode kerel, die beroemd was, omdat hij eenen ganschen emmer +aardappelen in eens kon opeten,-kreeg eenen kogel op het kruis +zijner draagbanden en sloeg met zooveel geweld achterover, dat hij +mij bijna omverre wierp. Men wilde hem wegrukken, ofschoon hij +gevoelloos scheen als een lijk; doch hij opende de oogen met +zonderlinge verbaasdheid, en vroeg gansch eenvoudig aan mij: +<p class="c2">"Fourier, ben ik niet dood?" +<p class="c2">Men hief hem van den grond en duwde hem opnieuw in +zijn gelid. +<p class="c2">Onderwijl werd het geweervuur met groote hevigheid +voortgezet, totdat een andere troep jagers onze vijanden kwam +versterken. +<p class="c2">Dan deden de oversten ons een honderdtal stappen +terugwijken en brachten ons bij het dorp Lubbeck in eenen +boomgaard, die omringd was met eene dikke beukenhaag, welker +stammen over kruis in elkanderen waren vastgegroeid. +<p class="c2">Van achter deze beschutting verdedigden wij ons nog +eenigen tijd met voordeel, alhoewel een hagel kogels over onze +hoofden en tusschen onze gelederen huilde. Velen onzer gezellen +werden getroffen; bij het schetterend geknal der geweren mengde +zich ook bijwijlen de pijnlijke schreeuw der gekwetsten. +<p class="c2">Wij hadden moed genoeg, en het voorbeeld van onzen +grootmajoor Maenhout ware alleen toereikend geweest om ons +onversaagdheid in te spreken. Deze bataljonsoverste was te paard +gezeten en meer dan anderen blootgesteld aan het vijandelijk vuur. +Onze officieren wilden hem doen afstijgen; doch hij, met eenen +koelen glimlach op de lippen, sloeg zijn paard streelend met de +hand op den hals, om het te bedaren, terwijl hij onbewogen zeide: +<p class="c2">"Pietje, Pietje, stil, Pietje; het is niets, Pietje!" +<p class="c2">Op dit oogenblik verscheen eene Hollandsche batterij +veldkanonnen boven den heuvel; zij stelden zich op eenen afstand +van ons, borst los met ontzettend gedonder en stuurde eene wolk +schroot op ons af. Gelukkig was het schot te hoog gemikt; het +regende bladeren en takken van de appelboomen, onder welker kruinen +wij stonden. +<p class="c2">De plaats was niet meer te behouden; nutteloos zouden +wij tot den laatsten man vernietigd worden, indien wij langer in +den boomgaard bleven. +<p class="c2">Al strijdend weken wij terug tot den hollen weg, die +naar Leuven afdaalde; wij werden door het geschut der Hollanders +vervolgd en moesten dikwijls onze richting veranderen, om in de +plooien des gronds eene borstweer tegen de vijandelijke ballen te +zoeken. +<p class="c2">Hoezeer wij ook in gevaar verkeerden, drukten wij +elkander onze bewondering uit over de snelheid, met welke het +Hollandsch veldgeschut zich bewoog; en waarlijk, het scheen over +heuvelen en diepten te vliegen. +<p class="c2">De kanonskogels schoten meest over onze hoofden weg; +wij vervorderden onzen aftocht zonder merkelijk verlies en zonder +onzen stap te bespoedigen. Hier gaf onze bataljonsoverste eene +bittere vermaning aan eenen officier, die de twee handen met +verrassing aan zijne schako geslagen had, omdat een kanonsbal +huilend nevens zijn oor was voorbijgegaan. +<p class="c2">Omtrent den middag geraakten wij behouden binnen +Leuven, waar wij nevens de Tiensche poort, uitgeput van +vermoeidheid, ons ten gronde nederzetten. +<p class="c2">Terwijl wij in Lubbeck hadden gestreden, waren nog +andere onzer voorwachten buiten Leuven aangevallen geweest. Men +vertelde ons, dat het 12<sup>de</sup> regiment der Belgen +grootendeels was vernietigd geworden. +<p class="c2">Eenige soldaten van de troepen, die in Leuven +gebleven waren, kwamen bij ons en verhaalden met groot misbaar, hoe +het gansche Maasleger door verraad was bezweken en op de vlucht +geslagen, zoodat wij, verkocht zijnde door onze oversten zelven, +vruchteloos aan den overmachtigen vijand zouden pogen te weerstaan. +Niets is verderfelijker in een leger vóór den vijand, +dan de verdenking dat men verraden is; ook werden wij door deze +schrikkelijke mare zeer ontmoedigd; en het is slechts later, toen +wij onzen dapperen koning Leopold evenals den minsten soldaat het +vijandelijk vuur zagen trotsen, dat er ons weder vertrouwen in den +boezem zonk. +<p class="c2">Tot meerdere verstaanbaarheid der voorvallen dienen +hier eenige uitleggingen te worden gegeven. +<p class="c2">Bij den inval der Hollanders op onze grenzen was het +Belgische leger, zooals gezegd is, in twee groote afdeelingen +gescheiden. Generaal Daine voerde het bevel over eene dezer +afdeelingen, het Maasleger genaamd, en was omtrent Hasselt aan het +hoofd van 15000 man. Hem was bevel gezonden om naar Leuven af te +wijken en zich daar met het Scheldeleger te vereenigen, om +gezamenlijk den vooruitrukkenden vijand eenen beslissenden veldslag +aan te bieden. Misverstand in het begrijpen der bevelen, anderen +zeggen stijfhoofdigheid vanwege generaal Daine, gaf aanleiding tot +eene noodlottige vertraging in het uitvoeren der ontvangene +bevelen. Het Maasleger werd door de Hollanders afgesneden en met +overmacht aangetast; het verdedigde zich lang en moedig; doch +eindelijk werd het tot eenen verwarden aftocht gedwongen en nam de +wijk naar de stad Luik. Dáár bevonden zich nu de +overblijfsels van de helft der Belgische krijgsmacht; terwijl het +gansche Hollandsche leger, voorwaar wel 60,000 man sterk, zich +gereedmaakte om Leuven te omsingelen en ons tot eenen wanhopigen +strijd te dwingen. +<p class="c2">Ik heb later in een boek gelezen, dat de Belgen te +Leuven slechts 7,000 man telden<a name="FNanchor3"></a><a href= +"#Footnote_3"><sup>[3]</sup></a>. Dit schijnt mij eene onwaarheid: +met de hulptroepen der burgerwacht moest onze macht wel tot de +20,000 man reiken, zoo ten minste was alsdan onze overtuiging, en +de bestaande dingen beloochenden ons gevoelen niet. +<p class="c2"><img alt="" border="0" src="083.png" width="691" +height="578"> +<p class="c2">[.... Eenen priester als kanonnier bij een der +stukken staan.] +<p class="c2">Terwijl wij op de binnenvesten van Leuven ten gronde +lagen en werkelijk sliepen, bewoog zich het Hollandsche leger; +zijne eene helft trok in dikke kolommen en onder bereik van ons +grof geschut over de heuvelen, die nevens de stad zich verlengen. +<p class="c2">Er werd van wederzijde een hevig kanonvuur geopend; +en gedurende langen tijd galmde het gedonder van meer dan vijftig +stukken onverpoosd door de lucht. +<p class="c2">Ons regiment lag niet verre van de batterijen; alles +geschiedde op eenige stappen van ons. Mijne gezellen hadden zich in +het eerst opgericht; maar ziende, dat slechts de kanonnen tot den +strijd werden gebezigd, legden de meesten zich weder met het hoofd +op hunnen ransel en sluimerden even vast in, alsof het gebeurende +hen niet raakte. Mocht ook al een kanonsbal iemand onder hen tot +slachtoffer komen uitkiezen, het waken kon het niet beletten. +<p class="c2">Ik, door het tooneel van den kanonnenstrijd +getroffen, bleef rechtzitten en hield het oog op de batterijen +gevestigd. Dáár zag ik tot mijne groote verwondering +eenen priester als kanonnier bij een der stukken staan en het +geschut op den vijand mikken; hij droeg de kleederen van zijn ambt +en had den tikkenhaan op het hoofd. Allen, die niet sliepen, +bewonderden den pastoor, die aan de stukken zwoegde en arbeidde, +als hadde hij zijn gansche leven dezen dienst gedaan. Een +angstschreeuw ontvloog ons, toen wij in de nabijheid des priesters +eenen wagen of <i>caisson</i> met buskruid in de lucht zagen +springen. Eene wijl betreurden wij zijnen waarschijnlijken dood; +doch niet zoohaast was de dikke rookwolk opgeklaard, of wij zagen +hem ongedeerd en even werkzaam bij zijn kanon staan<a name= +"FNanchor4"></a><a href="#Footnote_4"><sup>[4]</sup></a>. +<p class="c2">Onze koning reed te paard nevens de batterijen; zijn +gelaat was onbewogen en droeg dien stempel van stille, +indrukwekkende kalmte, welke den wijzen vorst nu ook nog bij den +eersten blik doet eerbiedigen en beminnen door alwie hem nadert. +Zijne tegenwoordigheid bracht moed en vertrouwen in aller harten; +de hoop dat wij, door hem aangevoerd, de overwinning nog konden +behalen, verlichtte den nevel, dien de verdenking van verraden te +zijn over onzen geest geworpen had. +<p class="c2">Terwijl elks aandacht op het vuur der batterijen +gekeerd bleef, hadden de Hollanders op den IJzerenberg, nevens den +steenweg naar Mechelen, stand genomen. Van deze hoogte konden zij +de stad Leuven tot puin schieten. Daarenboven had eene hunner +afdeelingen den steenweg op Brussel bezet en ons diensvolgens de +gemeenschap met de hoofdstad afgesneden. +<p class="c2">Eensklaps bracht men onzen oversten zekere bevelen; +wij werden in allerhaast in dichte gelederen geschikt en tot eene +kolom gevormd. Men zeide in weinige woorden, dat wij met den Koning +aan het hoofd den IJzerberg stormenderhand gingen beklimmen, om +kost wat kost, den vijand uit dezen dreigenden stand weg te slaan; +dat wij als <i>voorwachtbrigade</i> aan het hoofd der kolom zouden +vooruitrukken en den aanval beginnen, en wij te toonen hadden, dat +de oude vrijwilligers van Niellon het vertrouwen des Konings +waardig waren.... +<p class="c2">Wij ontvingen het nieuws met blijdschap en onder luid +gejubel; doch men beval ons het stilzwijgen, om alle verwarring te +voorkomen. +<p class="c2">Opgevolgd door het gansche leger, trokken wij de +Mechelsche poort uit, tot aan den voet van den IJzerberg, waarboven +de vijand ons verwachtte. +<p class="c2">Hier werd onze luitenant Van Diepenbeek door eenen +kogel in het voorhoofd gedood. +<p class="c2">De trommen begonnen storm te slaan; de horens en +trompetten deden hunne aanjagende tonen galmen; het bevel <i>au pas +de charge!</i> klonk ons in de ooren; wij sprongen tegen den berg +op en geraakten, na eene wijl van den vurigsten marsch, tamelijk +verward op de vlakke hoogte. Onvoorziens vielen wij tegen eene +machtige batterij kanonnen, die op ons losdonderde en velen onzer +makkers ter neder wierp. Deze schrikkelijke ontploffing bracht eene +zekere aarzeling in onze rangen; doch op de stem onzer officieren +sprongen wij weder met gevelde bajonet vooruit, met het inzicht om +de kanonnen des vijands te overrompelen. +<p class="c2">Den sergeant-majoor Honoré, eenen mijner +vrienden, werden de twee beenen door eenen kanonsbal afgerukt; +onzer dokter, de heer Dardespinne, deed den gewonde op zijn eigen +paard zetten om hem uit den slag te voeren. De arme Honoré +deed nog het Brabantsch volkslied in de hoogte galmen, terwijl +bloed en leven hem uit de gepletterde leden golvend ontstroomden. +<p class="c2">Ondertusschen werd de berg door de andere gedeelten +van ons leger insgelijks en met evenveel aandrift beklommen; de +Hollanders konden dien eersten aanstoot niet wederstaan en weken +terug naar het midden huns legers. Zij gaven aldus aan het +Belgische leger tijd en plaats om zijne regimenten te ontplooien; +en, toen onze stormloop tegen de dikste wolk der vijanden was +gestuit geworden, begon er op de gansche linie een heet gevecht, +dat zich voor alsdan nog bij geweervuur en kanongebulder op eenigen +afstand bepaalde. +<p class="c2">Hier stortte een onzer trommelaars, Bilocq genaamd, +door eenen kogel in het been getroffen, ten gronde. +<p class="c2">Een sergeant van ons bataljon, een Brusselaar met +name Jacques, was zoodanig door strijdlust aangejaagd, dat hij bij +het terugwijken der Hollanders met eenige grenadiers zijner +compagnie door hunne slagorde was geraakt, en onverwachts tegen de +ruiters aanviel, die den oppergeneraal des vijands, Prins van +Saksen-Weimar, omringden. De Belgische sergeant richtte reeds zijne +bajonet tot den prins en meende hem te doorsteken; doch de ruiters +vielen in macht op hem aan: hij en zijne gezellen werden +neergesabeld. Men wilde den sergeant voorts afmaken en dooden; de +prins weerhield zijne mannen, nam den dapperen Jacques onder zijne +bescherming en deed hem achteruit van het slagveld dragen.<a name= +"FNanchor5"></a><a href="#Footnote_5"><sup>[5]</sup></a> +<p class="c2">De veldslag duurde voort; ik, als eenvoudig strijder +kon niet weten wat er op eenige stappen van mij geschiedde; ik zag +niets vóór mij dan eene onmeetbare wolk rook, die de +slagorde des vijands afteekende; ik hoorde niets dan de duizenden +geweerschoten, die zich tot een aanhoudend geknal vermengden, de +ontzaglijke stem der kanonnen, die den IJzerberg onder onze voeten +deden sidderen, het gefluit der kogels, het gehuil der ballen en +bijwijlen ook het gekerm mijner broeders, die met afgerukte leden +of doorboorde ingewanden nedervielen en eenen pijnlijken doodskreet +slaakten of, stervend, nog den nationalen roep aanhieven: "<i>Leve +de Vrijheid! Leve Leopold!</i>" +<p class="c2">Op dit oogenblik kreeg ons regiment bevel om zich +langs de zijden des vijands uit te spreiden en hem door een +scherpschuttersvuur te verontrusten. +<p class="c2">Wij zakten den berg af, tusschen de stad Leuven en +het slagveld; dáár werden wij volgens krijgsgebruik +over eene lange uitgestrektheid gronds verdeeld, derwijze, dat op +elke vijf of zes stappen zich slechts een paar mannen bevonden. +<p class="c2">De grond was zeer bewogen en de velden nog met den +oogst overdekt, zoodat wij wel de Hollanders, onze vijanden, op de +helling van den berg zagen staan, maar echter onze eigene gezellen +slechts gedeeltelijk konden zien. +<p class="c2">Ik bevond mij met eenen soldaat boven den boord van +eenen hollen weg, die wel tien voet diepte had; en, alhoewel wij +zeer van den vijand verwijderd waren, schoten wij onverpoosd op +zijne rechterzijde. +<p class="c2">Onderwijl hoorden wij, hoe op den berg het gedonder +der kanonnen aanhoudend boven de strijders galmde en hoe de strijd +daar meer en meer in hevigheid toenam. +<p class="c2">Eensklaps klonk over de vlakte, waar wij ons +bevonden, een akelige waarschuwingskreet: "de ruiterij! <i>la +cavalerie! la cavalerie!</i>" En inderdaad, wij zagen eene wolk +vijandelijke dragonders den berg afzakken, om ons te komen +bevechten. +<p class="c2">Men zegt gewoonlijk onder de soldaten, dat een +voetganger voor eenen ruiter niet hoeft te vreezen. Voor oude en +geoefende soldaten moge dit eene waarheid zijn; voor ons, die als +vrijwilligers onzen tijd bij de boeren hadden gesleten, was het er +echter geheel anders mede gesteld. Het gezicht van die groote +mannen, op groote paarden gezeten en met bliksemende zwaarden in de +hand, boezemde ons zoo niet vrees dan toch angst in. Wij stonden +bij paren, verre van elkander, en konden onze officiers niet zien. +Zoo verlaten of afgezonderd moesten wij den aanval afwachten der +ruiterij, die in groote menigte den berg afdaalde! +<p class="c2">Eens in de vlakte geraakt zijnde, verdeelden de +dragonders zich insgelijks in eene lange reeks; en, als hadde elk +eenen scherpschutter tot slachtoffer uitgekozen, reden zij bij +paren met slingerende zwaarden op ons los. +<p class="c2">Ik begreep, dat mijn laatste uur gekomen was; ik +voelde mij verbleeken, mijn ingewand sidderde; en van dan af hield +ik mijnen blik met zooveel vastheid op de twee vijanden gericht, +die ons schenen uitgekozen te hebben, dat mijn makker van mijne +zijde verdween, zonder dat ik het bemerkte. +<p class="c2">Minder dan een boogschot waren de dragonders van mij +verwijderd, toen ik mijn geweer op hen afschoot zonder er een' te +raken; ik meende nog te laden, doch ik liet de kardoes uit mijne +hand vallen; want ik had nauwelijks den tijd om de bajonet tot +verdediging te vellen. +<p class="c2">Een der twee dragonders sprong ter zijde door de +haver, waarschijnlijk om mijnen kameraad aan te vallen. Mij dacht, +ik hoorde zijnen laatsten doodskreet mij in de ooren galmen! +<p class="c2">Ik hield de bajonet vooruit, welbesloten om, indien +het mogelijk ware, mij hardnekkiglijk te verdedigen. De +overtuiging, dat ik sterven ging, ontrukte mij eenen zucht der +treurnis, eenen afscheidsgroet aan het leven. +<p class="c2">Het zwaard des dragonders bliksemde mij in de oogen; +hij riep, dat ik mij overgeven zou; doch ik bleef met den +verslindenden blik van den doodsangst sprakeloos de plaats zoeken, +waar ik hem of zijn paard zou kunnen wonden. +<p class="c2">Het moet zijn, dat het paard verschrikt of +onbedwingbaar was; misschien dat de dragonder zelf mijn wapen +ontweek, om mij van ter zijde onder bereik van zijn zwaard te +krijgen; want, ofschoon dit alles ongeloofelijk snel geschiedde, +zwenkte mijn vijand twee- of driemaal rondom mij, tot zooverre dat +het mij gelukte, zijn paard eene wonde aan den schouder toe te +brengen. +<p class="c2">Wat er verder tusschen hem en mij gebeurde, weet ik +niet. Terwijl ik het hoofd afkeerde om zijn slingerend zwaard te +ontwijken, voelde ik, dat een felle slag mij trof, en ik in eene +diepte tuimelde, die voor mijne geschokte inbeelding grondeloos +scheen te zijn. Ik daalde en daalde, alsof ik in de eeuwigheid +wegzonk.... +<p class="c2">Met geweer en ransel was ik achterover in den hollen +weg gestort en bleef daar, door den val bedwelmd, een oogenblik +roerloos op den rug liggen; evenwel, het bewustzijn keerde +onmiddellijk in mij terug. Ik opende de oogen en zag verbaasd in +het ronde; mijn blik ging ten hemel, en ik dankte God, dat Hij mij +zoo wonderbaar van eenen zekeren dood had gered. +<p class="c2">Boven mij hoorde ik nog twee pistoolschoten lossen. +Ik meende de plaats te ontloopen; doch mijn linkervoet, wanneer ik +hem opheffen wilde, ontrukte mij eenen schreeuw der pijn. +Desniettegenstaande sukkelde ik door den hollen weg voort in de +richting der stad. +<p class="c2">Toen ik den steenweg bereikte en op de plaats kwam, +waar wij allereerst stormenderhand den IJzerberg hadden beklommen, +was de veldslag verloren en het grootste gedeelte onzes legers in +volle vlucht. Nog één of twee regimenten, streden +wijkend boven den berg. +<p class="c2">De poort der stad Leuven, die op den Mechelschen +steenweg uitziet, spuwde als het ware kanonnen, karren en wagens +bij honderden; de voerlieden er van sloegen op de paarden met +zweepen en sabels..... en alles rolde als een verwarde stroom over +de baan naar Mechelen. +<p class="c2">Nevens mij stond een sergeant van mijn regiment, met +name Lemaigre, die nu kapitein is. Terwijl hij zich de haren van +woede en razernij uitrukte, zag hij in de verte eene batterij +Belgische artillerie uit Leuven komen aangerend, bestaande uit acht +stukken van twaalf pond ijzer. Geen ander overste dan een sergeant +scheen over de batterij te bevelen; en dewijl Lemaigre hem +persoonlijk kende, hield hij hem staan en bezwoer hem, dat hij toch +de batterij tegen de zijde des vijands zou stellen, om +zóó onze beslissende nederlaag te vertragen en den +aftocht een ogenblik te dekken. +<p class="c2">De sergeant des kanonniers,-mijn vriend Lemaigre +noemde hem Mathieu,-volgde den raad en brandde al zijne stukken +los; eene wolk schroot drong in de rangen des vijands, en er deed +zich werkelijk eene aarzeling in zijnen aanval op de laatste +dapperen onzes legers bemerken. +<p class="c2">Ik verliet deze plaats en sleepte mijnen voet met +onbeschrijfelijke pijn achterna, tot op eenigen afstand, waar ik +over eene groote afspanning, tegen eenen boom der baan mij +nederzette. +<p class="c2">Onderwijl was ook het laatste regiment der Belgen +bezweken, en nu was het gansche leger in aftocht. +<p class="c2">Op dien stond liep van mond tot mond de schreeuw: +"<i>Armistice! armistice!</i> Wapenstilstand! Vrede!" +<p class="c2">Maar ofschoon de wijkende Belgen dit woord +herhaalden, gaven zij er toch geen gehoor aan; misschien omdat nog +uit de verte eenige schaarsche kanonschoten over de vlakte +donderden. +<p class="c2">Dan zag ik plotseling voor de afspanning onzen koning +Leopold, te paard gezeten en omringd van eenige stafofficieren; hij +scheen met hen te beraadslagen, en reed welhaast met zijn geleide +naar Leuven op, in de richting van het vijandelijk leger. Ik had +het gelaat des Konings aandachtig beschouwd: eene droeve, doch +grootsche kalmte maakte het indrukwekkend, zelfs op dezen +smartelijken oogenblik. +<p class="c2">De Hollanders vervolgden de Belgen niet; geen +geweervuur liet zich nog vernemen: er was inderdaad een +wapenstilstand gesloten, waarvan de mogelijkheid en de reden +slechts door eenige uitleggingen kunnen worden verstaanbaar +gemaakt. +<p class="c2">De Conferentie der groote Europeesche Mogendheden, te +Londen vergaderd, had de scheiding van Holland en Belgie +uitgesproken; en het was om zich tegen deze beslissing te +verzetten, dat de Koning van Holland den inval in Belgie had +gewaagd. Frankrijk was gelast, desnoods met geweld de uitvoering +van den wil der Conferentie te verzekeren. Met dit inzicht was er +sedert lang een Fransch leger van 50,000 man op onze Zuidergrenzen +vergaderd. Bij het vernemen der tijding van het verlies van het +Maasleger hadden de Fransche generaals met reden gemeend, dat de +Belgen weinig kans hadden om tegen hunnen overmachtigen vijand te +staan; en zij waren met hun leger over de grenzen gerukt, om koning +Leopold ter hulp te snellen. +<p class="c2">Juist toen de veldslag van Leuven op het hoogste was +en de meeste Belgische regimenten met groot verlies den IJzerberg +afgedreven werden, boden de eerste Fransche officieren, als +zendelingen huns generaals, zich bij den hoofdstaf der Hollanders +aan, en deden den Prins Van Oranje en den Prins van Saksen-Weimar +begrijpen, dat, indien er nog één kanonsbal geschoten +werd, het Fransche leger in naam der Mogendheden, hun eenen nieuwen +veldslag zou komen aanbieden, waarin de Hollanders ontwijfelbaar +zouden bezwijken. Een Engelsch zaakgelastigde, dien wij dien dag +meermaals met onzen Koning gezien hadden, was daar insgelijks +tegenwoordig. Er werd een wapenbestand getroffen, waarbij men +bepaalde, dat alle vijandelijkheden zouden ophouden, en dat het +Hollandsche leger des anderen daags,-wel door de Franschen +opgevolgd, doch ongehinderd,-naar de grenzen zou vertrekken. Het +geschiedde zoo. +<p class="c2"><img alt="" border="0" src="095.png" width="692" +height="562"> +<p class="c2">[Wij werden elk in een bed gelegd.] +<p class="c2">Wanneer alles rondom mij stil geworden was, richtte +ik mij op en poogde van boom tot boom voort te gaan. Mijn voet was +zeer gezwollen; ik had mijnen schoen in stukken gesneden, om hem te +kunnen uitdoen, en ik sukkelde nu onder het lijden van hevige +pijnen, langzaam nevens den steenweg voort, van tijd tot tijd mij +nederzettende om te rusten. +<p class="c2">De avond begon reeds te vallen; en ik lag weder met +den rug tegen eenen boom der baan, wanneer een open fourgon +voorbijreed, waarin nog eenige gekwetste soldaten zich bevonden. +Men vroeg mij, waarom ik daar zoo eenzaam bleef zitten; op mijn +antwoord hieven de voerlieden mij in den fourgon. +<p class="c2">Toen wij te Mechelen kwamen, vonden wij al de straten +overdekt met Belgische soldaten van alle regimenten en wapenen, die +in de grootste verwarring op de steenen uitgestrekt lagen en +sliepen. Ik bleef in den fourgon tot den morgen, als wanneer ik met +behulp van eenen kameraad mij naar de Antwerpsche poort begaf, waar +de verstrooide mannen van ons regiment zouden vergaderen. Na de +oproeping der namen zouden wij Mechelen verlaten en weder den +steenweg naar Leuven optrekken. +<p class="c2">Omtrent elf uren des morgens was alles tot het +vertrek gereed; eenige gekwetsten, waaronder ik zelf, lagen op +karren en zouden volgen. +<p class="c2">Bij de poort der stad werden de karren echter +teruggehouden, en er werd bevel gegeven om de gekwetsten naar het +hospitaal te voeren. +<p class="c2">Het hospitaal, waarbinnen men ons bracht, was slechts +voorloopig ingericht, en men noemde het eene <i>infirmerie</i>. +<p class="c2">Wij werden elk in een bed gelegd; er kwamen zusters +van liefde, die ons allerlei goed voedsel, wijn, lekkernijen en +zelfs geld gaven. Een heelmeester verbond mijnen voet..... en, +alhoewel mijne pijn nog uiterst hevig was, viel ik welhaast in +eenen diepen slaap, die bijna tot den volgenden morgen duurde. +<p class="c2">Mijn voet bleef zeer pijnlijk gloeiend tot den +tienden dag; dan kwam er eene spoedige beternis, eene week later +kon ik reeds de <i>infirmerie</i> verlaten, om mij naar mijn +regiment te begeven, dat zich in en rondom Dendermonde bevond. +<hr class="c5"> +<a name="VI"></a> +<h2 class="c6">VI</h2><span class="c1"><br></span> +<p class="c2">De slag van Leuven en de voorvallen, die hem waren +voorafgegaan, hadden elkeen de overtuiging gegeven, dat onze +nederlaag alleenlijk toe te wijten was aan de slechte inrichting +des legers en aan de afwezigheid van het gevoel der onderschikking, +zoowel tusschen de officieren als tusschen de soldaten. Het +Staatsbestuur, door eenen ervaringrijken koning aangedreven, hield +zich onverwijld met de herinrichting des legers bezig; men zou den +officiers, die de noodige bekwaamheid niet bezaten, hun ontslag +geven, andere, oudgediende oversten in hunne plaats stellen, de +tucht strengelijk doen handhaven, en met onverbiddelijke +krachtdadigheid de gedachte van persoonlijke onafhankelijkheid +versmachten, welke de vrijwilligers in het leger hadden gebracht. +<p class="c2">Bij mijnen terugkeer in het regiment had men mij +aangewezen, om voorloopig het ambt van sergeant-majoor in eene +andere compagnie te gaan waarnemen. Ik deed mijn uiterste best om +de gunst mijner nieuwe oversten te verdienen, en arbeidde zes halve +nachten om de achtergeblevene schriften der compagnie gansch in +orde te brengen. Men sprak grooten lof van mijnen ijver en van +mijne bekwaamheid; niemand twijfelde of ik zou tot den graad van +sergeant-majoor worden verheven. In dezelfde overtuiging schreef ik +met hoogmoed en blijdschap aan mijnen vader aangaande mijne +onfeilbare verhooging, en ik ontving daarover zijne liefderijke +gelukwenschen. +<p class="c2">Eenige dagen later kwam de generaal-inspecteur +Olivier te Dendermonde, om de herinrichting van ons regiment te +bestieren. Vele officieren,-onze kolonel zelfs,-werden op halve +soldij weggezonden of verplaatst; anderen, die wij niet kenden, +werden ons tot oversten gegeven; de nauwe uitvoering der +tuchtwetten werd verzekerd, en zoo kreeg ons regiment een gansch +nieuw voorkomen. +<p class="c2">Toen men de benoemingen tot de openstaande plaatsen +van onderofficier wilde doen, werd ik door den nieuwen kolonel +onderzocht. Ik was slechts negentien jaar oud; en, tot overmaat van +ongeluk, deed mijne magerheid en iets kinderlijks in mijn opzicht, +mij nog veel jonger schijnen. +<p class="c2">Met mijne bekwaamheid had de kolonel wel vrede; maar +een sergeant-majoor, zeide hij, moet ontzag kunnen inboezemen, +dewijl hij in eene compagnie de ware werkspil is en met de +uitvoering der ontvangene bevelen is belast. Nu men voor doel had, +de tucht in het leger te doen eerbiedigen, mocht men geene kinderen +tot sergeant-majoor aanstellen. +<p class="c2">Hij deed mij met goedheid in de stemme begrijpen, dat +ik nog te jong en te klein was om zulk gewichtig ambt naar behooren +te vervullen; ik had tijd genoeg om te wachten, en men zou zich +mijner herinneren, wanneer het nieuwe regiment aan de nieuwe +inrichting zou gewend zijn. Ik werd ter zelfder tijd aangewezen, om +in eene nieuwe compagnie van het eerste bataljon mijnen vorigen +dienst van fourier te hernemen. +<p class="c2">Het was met het hoofd onder smart en spijt gebogen, +dat ik de woning des kolonels en de stad verliet, om mij naar het +dorp te begeven, waar onze compagnie alsdan geherbergd lag. +<p class="c2">Onderweg dreven mij allerlei treurige gepeinzen door +het hoofd; ik morde met bitterheid tegen mijnen geringen ouderdom +en mijne kleine gestalte, en klaagde het den boomen, dat mijn +uiterlijk voorkomen mij als een kind met minachting deed +behandelen, ofschoon, volgens mijne meening, een krachtig +mannenhart, mij in den boezem klopte. Daarbij voegde zich de +overweging, dat mijn vader mijne teleurstelling met verdriet zou +vernemen en mij misschien van laatdunkendheid zou beschuldigen! +Mijne vrienden in het regiment zouden weten, waarom ik tegen de +algemeene verwachting niet was verhoogd geworden.... Omdat ik nog +te veel aan een kind geleek! Dewijl deze reden mij reeds veel had +doen lijden, en waarlijk in het krijgsleven mij een bestendige +hinderpaal en eener bron van kleinachting was geweest, was ik ten +uiterste gevoelig geworden aan allen twijfel aangaande mijne +hoedanigheid van man. +<p class="c2">Twee dagen later werd ik bij mijne nieuwe compagnie +ingelijfd. Dáár kende mij niemand, en ook niemand +scheen geneigd om mijn stil en zoet karakter te ontzien of te +sparen. +<p class="c2">Nu begint voor mij een tijdstip van ramp en lijden, +van ziekte der inbeelding, van droomachtige zelfverknaging, van +kwalen, die mij alle lichaamskracht zullen ontrooven en mij tot op +den boord van het graf moeten voeren.... +<p class="c2">De kapitein mijner nieuwe compagnie was een +zonderling man, wiens inborst en daden als een ondoorgrondelijk +raadsel iedereen verwonderden; hij had vele jaren als stafofficier +onder de Turken gediend: ik twijfelde somwijlen, of hij zelf niet +een Turk was, die zich voor eenen Franschman deed doorgaan. +<p class="c2">Tamelijk lang van gestalte was hij, hoekig en +baldadig in al zijne bewegingen, uiterst ruw, kort en streng in al +zijne woorden. Zijne kleine, grijze oogen fonkelden in diepe holen, +en hun doordringende blik was indrukwekkend voor ieder, als de blik +des arends. Meest stampte hij onder het spreken geweldig met de +scheede van zijnen sabel op den grond, mengde de krachtigste +soldatenwoorden, tusschen zijne rede en had de gewoonte, onverpoosd +naar alle kanten in het ronde te spuwen. Somwijlen zou men gewaand +hebben, dat hem iets in de hersens faalde en hij zinneloos was. +<p class="c2">In zulke oogenblikken was het hem eenerlei wie voor +hem stond: officieren of soldaten, ieder moest zwichten en zijne +harde verwijten in stilte verkroppen. Geraakte hij in twist met +zijne gelijken, hij liet hooren, dat hij gereed was, om met sabel +of pistool zijn woord gestand te doen; en dikwijls was een +tweegevecht-voor hem altijd gelukkig afloopend-het einde zijner +schijnbare ruwheid. +<p class="c2">Met sommigen zijner oversten was hij even hard; ook +werden door dezen niet zelden pogingen aangewend om hem ernstigere +straffen te doen ondergaan, dan men er bij het regiment kon +opleggen. Hoe het kwam, weet niemand, maar telkenmaal-zelfs voor +het krijgsgerechtshof-kreeg hij gelijk en bleef ongehinderd. Zijne +verdedigingen, welke hij zelf schriftelijk opstelde, waren ongemeen +krachtig en talentvol: wie hem tot tegenstrever had, kwam er nooit +ongedeerd van af. +<p class="c2">Vele redenen maakten hem echter bij de meeste +soldaten der compagnie bemind en ontzien; eenigen zelfs zouden voor +hem zonder aarzelen hun leven in gevaar gebracht hebben, indien hij +het hadde verlangd. In den slag van Leuven had hij zich als een +onversaagd officier gedragen, en zich meer dan eens met wonderbare +vermetelheid ten doel der vijandelijke kogels vooruitgeworpen. In +alle gevallen, waar het mogelijk was, verdedigde hij de soldaten +tegen de mindere officiers en onderofficiers; soms ook wel tegen de +hoogere oversten. Een groot gedeelte zijner soldij schonk hij aan +de wakkerste mannen der compagnie tot drinkgeld weg, en toonde zich +bij vlagen zoo goedhartig en zoo mild jegens hen, dat men hem +roemde als een voorbeeld van belangeloosheid en van edelmoed. +<p class="c2">Wat hij niet lijden kon, was de zachtheid van taal en +zeden, welke sommige officiers uit het burgerlijk leven hadden +behouden. Hij schold zulke manieren uit voor verwijfdheid en zwoer, +dat elkeen onder zijn bevel <i>soldaat</i> zou worden in den vollen +zin des woords, of er onder zou bezwijken. +<p class="c2">Met eene opmerkelijke ruwheid bezat deze +onbegrijpelijke man een diep en vlug verstand; hij was zeer geleerd +en wist over zaken van krijgsdienst zooveel als een generaal hoeft +te weten. Daarenboven pleitten vele zijner daden in hem voor zekere +goedheid des harten. Dit mengsel van allerlei hoedanigheden maakte +hem tot een soort van raadselachtig wezen, dat den meesten eenen +geheimzinnigen schrik of ten minste een gevoel van verwijdering +inboezemde. +<p class="c2">Deze kapitein zou mijn overste worden! Men begrijpt +lichtelijk tot hoeverre mijne inborst, mijne zwakheid en mijne +lijdzame achterhoudendheid hem moesten mishagen. +<p class="c2">Toen ik, met den ransel op den rug en het geweer op +den schouder, voor de eerste maal bij mijne nieuwe compagnie mij +vertoonde, stonden de mannen tot eenen oogenschouw der wapenen in +gelederen geschaard. De adjudant-majoor van het bataljon leidde mij +tot de compagnie en verwijderde zich, terwijl hij kortweg zeide: +"Kapitein, ziehier uwen nieuwen fourier!" +<p class="c2">Het was een onuitdrukkelijke blik van spijt en +minachting, dien de kapitein op mij wierp; hij aanschouwde mij van +hoofd tot voeten, keerde rondom mij, spuwde langs alle kanten met +gramstorig gemor en riep dan, als in woede, tusschen vele +indrukwekkende woorden, die men niet nederschrijft: +<p class="c2">"Ah sa, wat hebben ze ginder in het hoofd? Of meenen +ze, dat mijne compagnie eene kinderschool is! Men spot met mij! Er +zijn andere mannen noodig om de <i>gaillards</i> mijner compagnie +te bevelen. Wij zullen het zien: het zal er niet bij blijven!" +<p class="c2">En onder het uitspreken dezer woorden liep hij verder +de Markt op naar den kant, waar zich de kolonel en de groot-majoor +bevonden. +<p class="c2">Ik was, van schaamte bevend, in mijn gelid tusschen +de onderofficieren gaan staan, en van daar zag ik, hoe de kapitein +voor den kolonel geweldig met armen en beenen gebaarde en zijne +sabel ten gronde stiet. Mij was het klaarblijkend, dat hij zich +tegen mijne benoeming in zijne compagnie verzette en weigerde mij +als fourier te aanvaarden. +<p class="c2">Hij gelukte echter in zijne pogingen niet, vermits +hij, een oogenblik later, vloekend en morrend tot mij kwam +geloopen, mij nog eens van hoofd tot voeten beschouwde, en dan op +scherpen toon zeide: +<p class="c2">"Het is wel, wij zullen zien! Maak dat gij recht in +uwe schoenen loopt, en toon, dat gij haar op uwe tanden hebt, of +gij zult een zuur leven met mij hebben!" +<p class="c2">Den bliksem van zijnen oogslag niet kunnende +verdragen, liet ik het hoofd voorovergaan. +<p class="c2">"Hoofd recht, en zie mij in de oogen!" riep de +kapitein. +<p class="c2">Ik weet niet, maar het was mij, alsof iets +vreeselijks uit zijnen blik mij in de ziele drong; en opnieuw boog +ik het hoofd, van benauwdheid en van schaamte schier bezwijkend. +<p class="c2">"Wie heeft om Gods wil zulke soldaten geschapen? Hij +beeft als een oud wijf!" morde de kapitein met verachting. +<p class="c2">"Te twee uren in mijne herberg!" beval hij. "Wij +zullen beproeven of het mogelijk is, iets van u te maken." +<p class="c2">Verder bemoeide hij zich niet meer met mij, dan +alleenlijk dat hij nog bijwijlen eenen minachtenden blik op mij +wierp. Ik was zoozeer onthutst door deze ruwe behandeling, dat ik +bijna niet wist wat te antwoorden op de vragen en bevelen, mij door +den sergeant-majoor, mijnen onmiddellijken overste, toegestuurd. +<p class="c2">Te twee uren begaf ik mij naar de herberg des +kapiteins. Mij sidderde het hart, en ik was benauwd, alsof mij iets +zeer ongelukkigs moest overkomen. +<p class="c2">In zijne kamer toegelaten, vond ik hem bij eene tafel +aan het schrijven; hij sprong, op met eene geweldige beweging, +beschouwde mij eene wijl, beklaagde zich nog, dat ik hem tot +fourier was gegeven, en vroeg mij dan, van waar ik was, en wat ik +had geleerd. +<p class="c2">Met zoete, nederige stemme vertelde ik hem van mijnen +vader en van mijne vorige bestemming tot het onderwijzerschap. Ik +beloofde hem mijn uiterste best te zullen doen om hem te believen, +en smeekte hem, mij toch niet zoo ruw te behandelen, dewijl mij dit +oneindig meer verdriet aandeed dan hij mij wilde veroorzaken. +<p class="c2">In het eerst scheen hij met genoegen of met geduld op +mijne uitleggingen te luisteren; maar mijn gebed tot zachtere +behandeling deed hem in woede ontsteken, of ten minste hij +gebaarde, dat het hem tot het uiterste punt der gramschap had +vervoerd. +<p class="c2">Nu rolden de toornige woorden als een vloed van zijne +lippen, en uit zijn oog schoten gensters, die mij deden sidderen; +dan weder verkalmde hij en beweerde, dat ik van den groven borstel +noodig had om <i>soldaat</i> te worden. Andere malen greep hij mij +gulhartig bij de hand en zeide: +<p class="c2">"Gij zijt vervaard van mij? Gij beeft? Hoe kreegt gij +het toch in uw hoofd, soldaat te worden? Gij trekt gezichten, alsof +gij nog op den schoot uws moeders zaat! Kom, schep moed, ik zal +eenen man van u maken. Wat ik doe, is voor u goed.... Maar zoo gij +kind wilt blijven, dan vindt gij geene verschooning voor mijne +oogen: ieder moet zijn' stiel doen, en het is al veel te lang, dat +men in het leger <i>muscadyns</i> en oude wijven hunnen vrijen gang +laat gaan." +<p class="c2">Mijne vreesachtige antwoorden en bovenal de +moedelooze toon mijner stem bevielen hem niet. Opnieuw begon hij +mij te bedreigen en voor kind en melkbaard te schelden, tot +zooverre dat ik, onder eene ware verschriktheid bezwijkend, in +tranen losborst. +<p class="c2">Dan kende zijne woede geene palen meer; hij vatte mij +bulderend bij den schouder, duwde mij de kamer uit en sloot de +deure toe. +<p class="c2">Met vermorzeld hart, gansch moedeloos en van de +toekomst schrikkend, sukkelde ik naar mijne herberg, waar ik den +sergeant-majoor mijn wedervaren vertelde. +<p class="c2">Deze poogde mij te doen begrijpen, dat de kapitein +inderdaad zonderlinge manieren had, maar dat men het niet ernstig +opvatten moest, dewijl hij zelf het zoo niet meende; dat hij in den +grond een goed hart had, en niemand wetens en willens kwaad zou +doen; ja, dat het gebeurde een bewijs was, dat hij veel geneigdheid +voor mij gevoelde, en rechtzinnelijk moeite wilde doen om mij +<i>soldaat</i> te maken, eene hoedanigheid, die mij klaarblijkend +ontbrak. +<p class="c2">Hoe het zij, de wijze, op welke men mijne inborst +wilde veranderen, krenkte mij den geest en maakte mij wanhopig. +Elken dag overlaadde de kapitein mij met harde woorden, en poogde +als het ware mijn lijdzaam gemoed tegen zijne ruwe behandeling in +opstand te brengen; hij scheurde mijn schrijfwerk onder alle +voorwendsels aan stukken, strafte mij om de minste schijnreden, en +vernederde mij bloedig in tegenwoordigheid der soldaten, die ik in +vele gevallen te gebieden had. +<p class="c2">Welhaast verlieten wij Dendermonde, om in het kamp +bij Diest te gaan liggen, waarna wij eenigen tijd op de dorpen +geherbergd bleven, en eindelijk te Bergen-Henegouw in de groote +kazerne geraakten. +<p class="c2">In November 1831 vertrokken onze sergeant-majoors +naar het <i>depôt</i>, om er de schriften der compagniën +door wederzijdsche vergelijking in orde te brengen. Zij bleven zes +maanden afwezig, en lieten gedurende dien tijd de fouriers met de +vervulling van hun ambt belast. Dezen laatsten werd een korporaal +toegevoegd, om hen in hunne dubbele hoedanigheid te helpen. +<p class="c2">Nu vielen mij eene groote verantwoordelijkheid en +ongemeen veel bezigheid ten laste; mijne vreesachtigheid maakte mij +de taak veel zwaarder dan zij was; ik kon schier niet slapen van +ongerustheid en bekommernis, en beging daarom juist nu en dan wel +eens eenen misgreep in de uitvoering der ontvangen bevelen. +<p class="c2">Mijn kapitein bleef nog immer bij zijn inzicht om, +zooals hij zeide, een <i>soldaat</i> van mij te maken. Bijna elk +uur van den dag moest ik nu met hem in aanraking komen; hij +bejegende mij telkens met ontmoedigende hardheid, strafte mij +onbarmhartiglijk en vervulde mijn neergeknakt gemoed met +hopeloosheid en met schrik. +<p class="c2">Langzamerhand werd mijne inbeelding krank; mijn +verstand geraakte in de war; de kapitein met zijne bliksemende +oogen kreeg voor mij de vormen van een geheimzinnig wezen, van +eenen boozen geest. Zijne stem deed mij sidderen; des nachts +droomde ik van vervaarlijke dingen, van uitteren en van sterven, en +telkens stond de vreeselijke beeltenis des kapiteins bij mijne +doodsponde te lachen, als verblijdde hem het laatste oogenblik +zijner uitgeputte prooi.... Ook mijn lichaam vermagerde spoedig; de +wangen werden mij geel en doorschijnend, en alhoewel ik mij zelden +over mijn lot beklaagde, gevoelde ik iets in mij, dat mij een +vroegen dood voorspelde. +<p class="c2">Dat mijn kapitein een boosaardig man was, mag men +niet gelooven; maar wat doet het er toe? De inbeelding, wanneer zij +met ziekelijke ontsteltenis is getroffen, schept spoken en +ondergaat hunnen invloed, alsof zij werkelijk bestonden.-Met mij +was het zoo gesteld. +<p class="c2">Ik was tot zooverre geraakt, dat ik elk mensch voor +eenen vijand en voor een zielloos en kwaadaardig wezen aanschouwde, +en ik haatte in mijn binnenste de wereld en het leven, wier +onschuldig slachtoffer ik mij waande te zijn. +<p class="c2">Mijne gezellen vluchtte ik; des avonds, wanneer mij +geene haastige bezigheden tot den arbeid dwongen, zat ik eenzaam in +mijne kamer, met het hoofd op de handen, te mijmeren en te droomen +van mijn vorig leven; alsdan somtijds tot eene ziekelijke +begeestering der smart opgevoerd, sprak ik tot God, Hem zeggende, +dat ik mij verduldig boog onder het gewicht van Zijnen arm, en +lijdzaam het lot te gemoet zag, dat Zijn wil mij had beschikt. +<p class="c2">Terwijl mijne kameraden zich buiten de kazerne +vermaakten en den avond in vreugde doorbrachten, hield ik mij dus +bezig met mijn eigen hart te verknagen en mij de gemoedskracht te +ontnemen, die er noodig was om niet onder het verdriet te +bezwijken.... +<p class="c2">Ik leed aan de schrikkelijke en meest altijd +doodelijke kwaal, die men <i>landziekte</i> of <i>heimwee</i> +noemt... +<p class="c2">Het heimwee is eene zonderlinge en geheimzinnige +ziekte der hersens. Zij vindt hare meeste slachtoffers onder de +jonge soldaten; eenige ook onder de scholieren, die verre van het +ouderlijk huis met dwang in eene kostschool worden opgevoed; of +onder jonge kloosterlingen, of onder jonge gevangenen: in +éen woord, onder zulke menschen, die te vroeg van de +geboorteplek zijn weggerukt en nog iets van de teergevoeligheid +hunner kindsheid hebben behouden. +<p class="c2">Wanneer een soldaat de landziekte krijgen zal, bekomt +zijn gelaat eene bleeke kleur van eenen eigendommelijken toon; +zijne oogen worden weifelend en bewegen langzaam; het hoofd nijgt +hem op de borst. Hij schijnt altijd in diepe mijmering verzonken; +en, spreekt men hem hard toe, hij schiet met verrassing uit zijnen +droom, als iemand die ontwaakt. Niets kan hem vermaken; zijn lach, +indien hij nog bekwaam is om te veinzen, is bitter en droef als +eene klacht. Hij vlucht zijne vrienden en is liefst alleen; wanneer +zijne gezellen de kazerne verlaten, om uit wandelen te gaan, blijft +hij in de kamer; als zij te huis zijn, verbergt hij zich in den +eenen of anderen hoek der kazerne om ongezien met het hoofd op de +borst in vrijheid te kunnen droomen. +<p class="c2">Altijd mijmert hij van dezelfde dingen; zijne oogen +zien het vaderlijke huis en de bergen, waar zijne wiege stond. Hij +spreekt tot zijne afwezige moeder; hij noemt de namen der vrienden +zijner kindsheid; hij ziet en hoort alles, wat hem te huis dierbaar +was. In dezen engen kring beweegt zich zijne ziel; en, of hij onder +de wapens zij of niet, wat hij doe of verrichte, er is geene plaats +voor andere gedachten meer in zijn hoofd. +<p class="c2">Door deze <i>eendenkerij</i> vervallen zijne hersens +welhaast in eene durende verlamming, die voor gevolg heeft, dat het +lichaam de noodige zenuwsappen niet meer toegezonden worden. +<p class="c2">Allengs begint de maag van den heimzieken soldaat +voedsel te weigeren; hij vermagert spoedig, laat zijne leden +krachteloos hangen en beweegt zich met eene opmerkelijke traagheid. +Onderwijl geschiedt er in zijn binnenste iets vervaarlijks: zijne +longen verdrogen, verengen en baren in de verholenheid zijner borst +die ronde verhardingen, welke een doodvonnis zijn.... Hij begint te +kuchen en te hoesten.... Men schrijft hem een briefje om naar het +hospitaal te gaan; zijne kameraden zien hem met treurigen oogslag +achterna, terwijl hij de kazerne uitsukkelt.... Zij weten wel, dat +hij niet wederkeeren zal...! +<p class="c2">Er zijn zoovele jonge soldaten, welke dien weg +ingaan! En het zijn de begaafdste zielen, de gevoeligste harten; +want een ruw jongeling of een kerel met stoffelijke neigingen +krijgt het heimwee niet. +<p class="c2">Vele regimentsdokters pogen, wanneer zij de teekens +dezer ziekte in eenen loteling bespeuren, hem een verlof te +bezorgen, om voor eenige dagen naar het ouderlijk huis terug te +keeren. Mochten zij allen dus handelen! Er is geen ander +geneesmiddel: al het overige dient slechts om den noodlottigen loop +der kwaal te verhaasten. Maar men moet het aanwenden, zoohaast de +gemakkelijk herkenbare teekenen der kwaal zich openbaren; want +heeft het heimwee eens de kiemen des doods in de longen neergelegd, +dan is het voor alle menschelijke hulp te laat. +<p class="c2">Die ijselijke ziekte ondermijnde mijn leven;-ik +hoestte echter nog niet.... +<p class="c2">Tot overmaat van ongeluk <i>deserteerde</i> omtrent +dien tijd de korporaal, dien men mij als hulp had toegevoegd. Hij +had de schriften der broodlevering vervalscht en zeven paar nieuwe +beddelakens verkocht of medegenomen. Deze laatste voorwerpen en +eene groote hoeveelheid brood moest ik te goed doen; men zou de +waarde er van, die eene voor mij aanzienlijke som beliep, op mijne +soldij afhouden. Daarbij, men beschuldigde mij van lafheid. +<p class="c2">Dien dag onderstond ik vanwege mijnen kapitein eene +wreede berisping, die mij verpletterde en de laatste vonk van +levenslust in mij verdoofde. +<p class="c2">In den loop van den avond, terwijl ik in eenzaamheid +zat te treuren, werden mijne leden allengskens ijskoud; alles +beefde met groot geweld aan mijn lichaam. Geneigd om immer den +zwartsten kant der zaken te zien, meende ik, dat mijn stervensuur +ging naderen; doch, alzoo ik mij nu op mijn bed had neergelegd, +begonnen mijne hersens te gloeien en mijne huid te blaken, alsof +mijn leger een brandstapel ware geworden. Zoo duurde het den halven +nacht, totdat ik eindelijk in eenen lastigen slaap wegzonk. Eene +zenuwkoorts had mij aangedaan, en nu keerde deze kwaal elken dag op +ongeregelde uren met hernieuwde kracht terug. +<p class="c2">Evenals aan iederen ontmoedigden soldaat, boezemde +het hospitaal mij eenen hevigen schrik in: ik had de overtuiging, +dat, indien ik eens onder de poort van het ziekenhuis moest +doorgaan, zij zich nimmer weder voor mij zou openen, dan alleen tot +het wegvoeren van mijn lijk. Daarom, ik verborg mijne kwaal en +smeekte de weinigen, die er van wisten, dat zij toch niets er over +zouden zeggen. +<p class="c2">Den dag na den eersten aanval had ik eenen brief vol +verzuchtingen en vol tranen voor mijnen vader geschreven; zelfs had +ik er eenen zin in gesteld, die beteekende, dat hij zich haasten +moest, wilde hij de zekerheid hebben mij nog in leven te zien; doch +de gedachte, dat ik mijnen vader te veel schrik en verdriet zou +aandoen, deed mij eenen anderen brief schrijven, waarin ik mij +bepaalde bij droeve klachten en bij het gebed om een bezoek van hem +te ontvangen. +<p class="c2">Hij antwoordde mij, dat hij binnen vijf of zes dagen +te Bergen zou komen; maar hij schreef ook onder anderen: +<p class="c2">"Gij zegt dat uw kapitein u behandelt als eenen +slaaf? Wat beteekent dit? Wat doet gij dan om zoo te worden +bejegend? Ik geloof, dat er veel van uwe schuld in dit alles is: uw +karakter is niet wat het zou moeten zijn. De <i>philosophische</i> +gedachten, die u door het hoofd rollen, zijn de oorzaak van uw +misnoegen en van uwen onwil. Dit is het wat u onaangenaam maakt bij +uwe oversten en kameraden, die uwe bewegingen van ontevredenheid +wel bemerken, bovenal wanneer gij iets te doen hebt, dat u niet +aanstaat. Geloof mij, verander van gedachten; zoo niet, zult gij +ongelukkig zijn, zoowel in den burgerstand als onder dienst. Het +leven is geen droom, al zeggen het de <i>philosofen</i>; het is een +werkelijke strijd; het lot is de vijand, en men overwint hem met +hem onversaagd in de oogen te zien."<a name= +"FNanchor6"></a><a href="#Footnote_6"><sup>[6]</sup></a> +<p class="c2">Mijn goede vader kende mijn hart; hij wist, wat er te +veel en wat er te weinig in was, en nu ook wees hij mij de wonde +mijns gemoeds met klaarheid aan. In den toestand, waarin ik mij +bevond, kon ik hem echter niet begrijpen; zijne wijze vermaningen +vielen als olie in het vuur mijner verterende smart, en ik waande +mij door iedereen op de wereld verlaten, ook door mijnen vader! +<p class="c2">Des anderen daags greep de koorts mij in den morgen +aan; en het was reeds tien uren, wanneer ik, van de eerste koude +huiverende, nog half gekleed op mijn bed lag. +<p class="c2">Op dit oogenblik trad de kapitein in de kamer; ik +sprong verschrikt ten gronde en bedwong de siddering des koorts een +kort oogenblik; doch de kwaal was mij meester en deed mij +onmiddellijk met meer geweld beven. Mijne bleeke wangen en +blauwachtige lippen verrieden ook genoeg mijnen toestand. +<p class="c2">Mij doordringend bezien hebbende, zeide de kapitein: +<p class="c2">"Gij hebt de koorts? Stel u op het ziekenrapport: gij +moet naar het hospitaal." +<p class="c2">Hij zag, hoe dit woord mij met angst en vervaardheid +sloeg. +<p class="c2">"Wat beteekent dit?" vroeg hij. +<p class="c2">"Ach, kapitein," smeekte ik, met de handen biddend te +zaam gevouwen, "doe mij niet naar het hospitaal gaan; ik ben zeker, +dat ik er zal sterven!" +<p class="c2">"Zinnelooze droomer!" morde hij, "ik geloof +inderdaad, dat gij de waarheid zegt! Kom aan, schep moed, volg mij, +<i>ik</i> zal u genezen!" +<p class="c2">En, alzoo ik nu met trage bewegingen mijne kleederen +aantrok, begon hij van ongeduld te bulderen, mij mijne +<i>lamheid</i> te verwijten en mij zoodanig met ruwe woorden te +overladen, terwijl hij zijn inzicht om zelf mij te genezen +herhaalde, dat ik schier van schrik bezweek, in de gedachte, dat +hij iets ijselijks met mij voorhad. +<p class="c2">Ik volgde hem evenwel, daar hij de kazerne verliet, +om met mij naar zijne woning te gaan. Zoo diep rampzalig in mijn +gemoed was ik, dat ik onderweg met glinsterende oogen eenen +bedelaar aanschouwde, en in mij zelven met een gevoel van heeten +nijd uitriep: +<p class="c2">"Hoe gelukkig! Hij is vrij!" +<p class="c2">Ware het mij vergund geworden, mijne +soldatenkleederen en mijn fourierschap tegen de gescheurde plunje +en tegen de ellende van dien bedelaar te verwisselen, hoe hadde ik +God gedankt om die weldaad! Hoe hadde ik door eenen blijden +zegekreet mijne verlossing begroet! +<p class="c2">Terwijl wij de hooge straat naar de markt opklommen, +ontmoette ons de kolonel des regiments, M. Le Hardy. +<p class="c2">Van verre reeds bezag hij mij met opmerkzaam +medelijden, en, genaderd zijnde, vroeg hij den kapitein: +<p class="c2">"Wat heeft toch uw arme fourier? Hij schijnt wel +ernstig ziek? Gij moest hem wat rust gunnen." +<p class="c2">Uit mijne oogen lichtte eene vonk der dankbaarheid +den medelijdenden overste tegen. De kapitein vervorderde echter +zijnen weg, terwijl hij groetend antwoordde: +<p class="c2">"Eene lichte ontsteltenis, kolonel; het is zijn +hoofd, dat niet deugt. Ik ga hem genezen...." +<p class="c2">Eindelijk kwamen wij in zijne woning en op de kamer, +waar hij zich gewoonlijk hield. Hij kondigde mij aan, dat hij mij +een geneesmiddel zou doen nemen, dat mij onfeilbaar en voor altijd +genezen zou; zijne oogen, die op mij gevestigd waren, schenen mij +met een geheimzinnig vuur te flikkeren; zijne woorden waren +dubbelzinnig en voor mij schrikverwekkend. +<p class="c2">Ik durf het bijna niet bekennen; maar mijne zieke +inbeelding zeide mij, dat de kapitein mij vergif ging aanbieden! Ik +sidderde; en, op mijne beenen waggelend, steunde ik mij met de hand +aan den rug van eenen stoel. +<p class="c2">De kapitein had intusschen eene kas geopend. Hij +haalde er eene flesch uit, en schonk een donkergroen vocht in een +glas. +<p class="c2">Groen was voor mijnen geest de eigen kleur van +vergif. Onzeglijk werd mijn schrik; als met versteendheid geslagen, +zag ik het glas mij tot de lippen naderen! +<p class="c2">In het eerst weigerde ik van het gevreesde vocht te +drinken; doch ik kon het tegen den kapitein niet lang uithouden, en +welhaast, mij in mijn lot gelatende als iemand, die den marteldood +aanvaardt, ledigde ik de helft van het glas in een enkele koortsige +teug. De groene drank was bitter als gal, en liep daarbij brandend +door mijn ingewand. +<p class="c2">Mij hebbende doen nederzitten, begon de kapitein op +vriendelijken toon eene lange rede over de hoedanigheden van een +goed soldaat; hij beloofde als een vader voor mijne verhooging te +zullen zorgen, indien ik slechts man wilde worden en, zooals hij +zeide mijn kindervel wilde uitschudden. Hij noemde mijne +droomachtige gevoeligheid eene ellendige <i>sensiblerie</i>, die +zelfs in een meisje van zestien jaar belachelijk zou schijnen. +<p class="c2">Hoe gegrond zijne redenen ook mochten zijn, ik +aanschouwde ze, in de dweepzucht des lijdens, als louter valschheid +en spot; ik hoorde ze aan met een versteend en gesloten hart. +<p class="c2">Onderwijl had de kapitein mij het glas doen ledigen +en het ten tweeden male gevuld. Wanneer insgelijks deze tweede +hoeveelheid vochts door mij gedronken was, begonnen mijne +denkbeelden op eene vreemde wijze in de war te geraken; en als de +kapitein mij dwong tot antwoorden, had ik moeite om te spreken. +<p class="c2">Dan stond hij van zijnen zetel op en zeide: +<p class="c2">"Het is genoeg; ga nu naar de kazerne, kruip in uw +bed en blijf rusten, zoolang gij wilt. Ik zal bevelen geven, dat +niemand u store; laat u noch aan dienst, noch aan schrijfwerk +gelegen; ik geef u vier dagen verlof en volle vrijheid.... Welnu, +sta op, zeg ik; vertrek!" +<p class="c2">Ik verliet de kamer. Wat ik had, wist ik niet, maar +ik moest mij met beide handen aan de leuning van de trap steunen om +niet te vallen. +<p class="c2">Toen ik op de straat getreden was en na een +twintigtal stappen den indruk der lucht onderging, greep ik mij aan +het ijzer van een venster vast: de huizen begonnen in woeste vaart +rond mij te draaien; ik zag dansende lichten voor mijne oogen, en +ik verloor in de bliksemsnelle wentelkolk, waarin ik scheen weg te +zinken, mijn bewustzijn geheel en gansch.... Ik was dronken: voor +de eerste maal mijns levens! +<p class="c2">Bij geluk ging op dit oogenblik een sergeant van ons +bataljon in de straat voorbij: hij hief mij van den grond op en +leidde mij naar de kazerne, waar men mij in mijn bed legde.... Dat +ik dien ganschen dag veel zieker was dan te voren, behoeft niet te +worden gezegd. +<p class="c2">Mijn kapitein had bevel gezonden, dat ik mijne kamer +onder geen hoegenaamd voorwendsel mocht verlaten. +<p class="c2">Slechts den derden dag zag ik hem voor de eerste maal +weder; hij vond mij, terwijl ik met ongemeenen eetlust een groot +stuk vleesch nuttigde. +<p class="c2">"Zoo, zoo!" riep hij, "het schijnt, dat het +geneesmiddel goed gewerkt heeft!--En de koorts, is zij +teruggekeerd?" +<p class="c2">Het speet mij, te moeten bekennen, dat ik waarlijk +van de koorts was genezen; want inderdaad, ik had de minste +huivering niet meer gevoeld, sedert ik van het groene vocht had +gedronken. +<p class="c2">De goede uitslag zijner poging scheen den kapitein +zeer te verblijden. Hij moedigde mij opnieuw aan tot het verdrijven +mijner zinnelooze gedachten, zooals hij ze wel eenigszins met reden +noemde; en dan eindelijk mij een stuk van vijf franken in de hand +duwende, verliet hij mij, zeggende: +<p class="c2">"Gij hebt geen geld? Dáár, wandel nu en +zoek eenig vermaak. Wat de beddelakens betreft, die men u ontstolen +heeft, denk er niet te veel aan: ik zal die zaak wel regelen." +<p class="c2">Met tegenzin begaf ik mij, volgens zijn bevel, ter +wandeling buiten de stad; ik dwaalde er uren lang in eenzaamheid, +droomend van mijne ijselijke slavernij, van den vurigen haat, dien +ik meende, dat de kapitein mij toedroeg, van der menschen +onrechtvaardigheid en van allerlei andere dingen, die mijne +krankzinnige dweepzucht konden voeden. +<p class="c2">Bij het terugkeeren naar de stad ontmoette ik eenen +kreupelen man, die mij eene aalmoes vroeg. Ik gaf hem het stuk van +vijf franken, mij door den kapitein geschonken. De bedelaar +aanschouwde mij met verbaasden blik, als wilde hij mij vragen, of +ik wel bij mijne zinnen was. Een soldaat, die vijf franken +wegschenkt, moest in zijne oogen zot of iets dergelijks zijn! Wel +een vierendeel uurs bleef de verbaasde man mij achterna zien; wat +mij betreft, ik was tevreden, dat het geld van hem, dien ik de +oorzaak van mijn ongeluk waande, uit mijnen zak verdwenen was, +zonder dat mijn geweten mij kon verwijten, iets er van te hebben +gebruikt. +<p class="c2">Des anderen daags kwam mijn vader te Bergen. Toen +mijne oogen hem zagen, vloog ik hem weenend aan den hals en +bezwijmde schier van aandoening. Mijne bleeke wangen boezemden hem +een diep medelijden in: liefderijk en troostend waren zijne woorden +in het eerst, doch na eene wijl begon hij eene hevige berisping +tegen mijn gedrag uit te spreken, bovenal toen ik den kapitein van +wreedheid en van haat tegen mij beschuldigde. +<p class="c2">Mijn vader, om te weten, wat er in mijne brieven +gegrond kon zijn, was tot den kapitein gegaan, vooraleer naar de +kazerne te komen; hij was door hem gulhartig en vriendelijk +onthaald geworden, had ten zijne huizen het middagmaal genomen, had +met hem gesproken over Napoleon en de oorlogen van het keizerrijk; +in één woord, men had hem bejegend als eenen broeder. +De kapitein had hem ook uitgelegd, dat al mijn lijden slechts in +mijne inbeelding bestond, hoe hij zich vele moeite gaf om mij van +mijne droomkwaal te genezen; hij had hem gerustgesteld over mijnen +toestand en hem beloofd, voor mij als voor zijn eigen kind te +zullen zorgen. +<p class="c2">Het spreekt van zelf, dat mijn vader in zulke +gemoedsstemming mijne klachten niet kon goedkeuren. Hij laakte +mijne dwaze denkbeelden met bitterheid; ja, hij werd gram en +spijtig als hij zag, dat mijne overtuiging door geene woorden of +bewijzen te veranderen was, en ik met eene onplooibare +stijfhoofdigheid allen troost, die mij ongelijk gaf, wegwierp als +eene onrechtvaardigheid. +<p class="c2">Na anderhalve dag verblijf te Bergen, keerde mijn +vader mistroostig naar Antwerpen terug. Ik gevoelde mij +ongelukkiger dan te voren. Niemand, niemand kon mij begrijpen, +zelfs niet mijn vader! +<hr class="c5"> +<a name="VII"></a> +<h2 class="c6">VII</h2><span class="c1"><br></span> +<p class="c2">In den loop der maand Mei 1832 borst eensklaps de +choleraziekte in Bergen los; het was hare eerste verschijning in +België. Deze schrikkelijke kwaal, die voor zoovele +huisgezinnen eene bron van smart en ongeluk moest zijn, werd mijne +redding. +<p class="c2">Om de soldaten zooveel mogelijk van de ziekte te +bevrijden, verspreidde men ons regiment op de dorpen der provincie +Henegouwen; deze bewegingen en het vrijere leven bij de boeren +gaven mijnen geest wat rust en mijn lichaam den tijd om zijne +krachten een weinig te herstellen. Mijne bleekheid verdween; en, +alhoewel ik nog zeer mager bleef, scheen toch het gevaar des doods +van mij afgekeerd. Mijn sergeant-majoor was uit het depôt +teruggekeerd; daardoor werd ik verlost van zorgen en hoofdbrekerij, +welke in den toestand mijns geestes veel hadden bijgebracht om +mijne zinnen te verwarren. +<p class="c2">Wij vertrokken welhaast naar de provincie Limburg, om +het Hollandsch garnizoen der stad Maastricht te bewaken; op de +dorpen rondom deze vesting bleven wij eenigen tijd bij de boeren +geherbergd. +<p class="c2">In zekere gemeente, niet verre van Meersen, geraakte +ik over zaken van dienst in twist met eenen sergeant onzer +compagnie, die een zeer ruwe en ongemeen sterke kerel was. In zijne +gramschap sloeg hij mij geweldig in het aangezicht, en misschien +zou hij mij nog verder mishandeld hebben, zoo niet de +sergeant-majoor mijne verdediging genomen hadde. Men sprak wel van +een noodig tweegevecht, om mijne gekrenkte eer te herstellen; doch +mijn moed was te verre weg om aan zulk iets te durven denken. +<p class="c2">De kapitein vernam het gebeurde en deed mij naar +zijne herberg komen. Op zijn bevel verhaalde ik hem wat er was +geschied; maar ik sprak waarschijnlijk op een toon van uiterste +zwakheid, want mijne woorden deden hem opbruisen van spijt en +gramschap. Toen eindelijk mijne opgehouden tranen losbraken, nam +hij mij bij den schouder en stiet mij ten huize uit, zeggende, dat +hij mij van mijne kinderachtige lafheid zou genezen, even gelijk +hij mij van de koorts genezen had. +<p class="c2">Een half uur daarna kwam de sergeant-majoor mij +melden, dat ik voor vier dagen in de politiekamer moest gezet +worden, en dat ik hem onmiddellijk te volgen had om mijne straf te +onderstaan. +<p class="c2">De politiekamer was een vertrek in een steenen huis +des dorps; ik ging er zonder groote ontroering naar toe, want ik +wist, dat vier dagen gevangenis voor mij vier dagen van eenzaamheid +en van rust waren. +<p class="c2">Hoe verschrikte ik echter niet, toen ik, nadat de +deur achter mij was gesloten, een aangezicht, van blijde wraakzucht +en van haat verkrampt, uit eenen duisteren hoek des vertreks mij +zag tegengrijnzen.... Het was de sergeant, die mij een uur te voren +had geslagen! +<p class="c2"><img alt="" border="0" src="123.png" width="696" +height="576"> +<p class="c2">[Te slaan en te stampen.] +<p class="c2">Verpletterd en sidderend, bleef ik met gebogen hoofd +staan, zonder mij te verroeren. +<p class="c2">"Ah, ah, domme lafaard," brulde de sergeant, "nu heb +ik u in mijne klauwen! Gij hebt voor den kapitein eenen hoop +valschheden over mij gezegd; maar nu zult gij het duur gaan +betalen!" +<p class="c2">Bij deze woorden begon hij mij zonder ophouden te +schudden, te slaan en te stampen. Van angst en vervaardheid schier +bewusteloos, liet ik mij zonder klacht of tegenspraak over en weder +stooten als iemand, die allen moed opgeeft en zich gedwee aan een +onvermijdelijk lot overlevert. Slechts toen mijn vijand zich +vermoeid gevoelde, gunde hij mij eene verpoozing, terwijl hij zich +nederzette en, met de vuist dreigend, mij toeriep: +<p class="c2">"Ellendige bloodaard! Dat laat zich hoonen en +mishandelen als een kind, waar ziel noch hart insteekt! Gij gelooft +dat het gedaan is? dat ik u gerust zal laten? Neen, neen, geen +oogenblik rust zult gij hebben: meteenen zal ik u de kapot eens +voor goed uitkloppen: elk half uur zult gij knoflook eten, dat u +hooren en zien vergaan!" +<p class="c2">Met het aangezicht naar den muur gekeerd, stond ik in +eenen hoek der donkere kamer; tranen vloeiden uit mijne oogen, en +ik sidderde in de gedachte, dat de sergeant mij een ongeluk zou +doen. +<p class="c2">Niet lang bleef ik aan mijne wanhopige gepeinzen +overgeleverd; onvoorziens rukte de hand mijns vijands mij geweldig +uit den hoek en smeet mij met eenen krachtigen zwaai tot aan den +anderen kant der kamer. Opnieuw begon hij mij te slaan en te +stooten, totdat hij weder, om te rusten, zich van mij vewijderde. +<p class="c2">Zoo duurde het den ganschen dag. +<p class="c2">Alhoewel ik deze bemerking slechts later maakte, was +het echter klaarblijkend, dat de sergeant mij niet ernstig wilde +bezeeren; want met al zijn slaan en schudden voelde ik toch geene +blijvende pijn aan mijne leden. +<p class="c2">Op dit oogenblik echter deed mijn verschrikt gemoed +mij gelooven, dat hij zich wel vast voorgenomen had, mij dood te +martelen; en het was met ijzing, dat ik den avond zag dalen, in de +overtuiging, dat mijn vijand mij des nachts zou kunnen doodslaan. +Ik had reeds meer dan eens op wanhopigen toon om hulp geschreeuwd; +doch de schildwacht voor de deur, noch de lieden uit den huize +schenen er aandacht op te geven. +<p class="c2">Het was reeds duister in de politiekamer, toen de +sergeant opnieuw tegen mij inviel en, onder het schokken en +schudden, mij voor de eerste maal zulke gevoelige pijn +veroorzaakte, dat een schreeuw der smart mij ontvloog. De +overtuiging dat mijn laatste uur gekomen was, voerde mij tot eene +zinnelooze vertwijfeling, en bracht eenen ganschen omkeer in mijn +gemoed. In blinde razernij ontstoken, begon ik mij met verrassend +geweld te verdedigen: ik stompte met vuisten, ik krabde, ik beet, +ik scheurde als een zwak dier, welks krachten door de vrees des +doods zijn verdubbeld. +<p class="c2">Met verbaasdheid liet de sergeant mij los, om het +bloed te stelpen, dat hem ten neuze uitvloeide; hij bulderde, +vloekte en dreigde met verschrikkelijke woorden, dat hij mij +onmiddellijk den hals ging breken; doch ik, sidderend van +ontroering, zeide hem op heeschen toon: +<p class="c2">"Kom, ik verwacht u, ik ben gereed, mijn leven ben ik +moede; maar ik zal het u duur verkoopen Kom, dat het eindige! Kom!" +<p class="c2">Hij schoot inderdaad op mij toe en gaf mij eenen +bedwelmenden vuistslag op het voorhoofd; ik boog wel de knie onder +zijn geweld, maar even ras sprong ik in de hoogte en begon opnieuw +in het wild te slaan, te stampen en te krabben. Ik moest mijnen +tegenstrever zeer pijnlijk in het aangezicht getroffen hebben, want +hem ook ontsnapte een kreet der pijn, en hij verwijderde zich voor +goed van mij. +<p class="c2">Dan zeide hij, onder vele grove woorden: +<p class="c2">"Ik vecht niet meer in de duisternis. Morgen vroeg +zullen wij onze rekening vereffenen: ik zal u vermorzelen, u +vertrappen onder mijne voeten!" +<p class="c2">"Ah," riep ik hem toe, "bij dag of bij nacht, het is +mij gelijk; gij moogt met mij doen wat gij wilt, ik ben tot alles +gereed. Het is beslist: sterven of niet, zoo gij mij nog met den +vinger aanraakt, scheur ik u het vleesch van het aangezicht!" +<p class="c2">De sergeant scheen te zwichten voor de +onbegrijpelijke opgevoerdheid mijns geestes; misschien vreesde hij, +dat ik zinneloos geworden was. Althans, hij raadde mij aan, in het +stroo neer te liggen en te slapen; des anderen daags 's morgens +zouden wij vechten, totdat één van beiden ter plaatse +bleve liggen. +<p class="c2">Uren lang staarde ik in de donkere ruimte; mijne +borst scheen mij tot eene ongewone breedte gezwollen; ik hijgde met +machtige ademhalingen; de vuisten waren mij krampachtig gesloten; +het voorhoofd gloeide mij van gramschap en van strijdlust. Meer dan +eens meende ik op te staan en mijnen vijand tot een nieuw en +beslissend gevecht te dwingen; niet omdat ik hem haatte, maar er +gebeurde iets onuitlegbaars in mij. +<p class="c2">Nu had ik ééns in mijn leven tegen een +bijzonder mensch gestaan, zonder plooien. Hij was sterk als een +reus, en ik had hem overwonnen! De moed en de onversaagdheid waren +dus krachten, die tegen lichaamssterkte bestand zijn? +<p class="c2">Zulke overwegingen vervulden mijnen boezem met +blijdschap. Voortaan zou ik mij niet meer laten hoonen! +<p class="c2">Den volgenden morgen, als het licht geworden was, +konden wij op elkanders aangezicht de teekens van den strijd +bemerken; wij hadden elk een blauw oog, en het aangezicht van +mijnen makker was daarenboven met sporen mijner nagelen overdekt. +<p class="c2">Hij was merkelijk bedaard en bepaalde zich nu met mij +te zeggen, dat ik tegen hem in tweegevecht zou gaan, zoohaast wij +uit de politiekamer zouden vrijgelaten worden. Ik antwoordde hem +met stil, doch vast besluit, dat mij alles gelijk was; maar dat ik, +als uitgedaagde, de pistolen tot het tweegevecht verkoos, om reden +dat door dit wapen de zaak zich spoediger en ernstiger liet +beslissen: het ergste was mij het beste.... +<p class="c2">Omtrent zeven uren des morgens werd de sergeant uit +de politiekamer gelaten; ik bleef diensvolgens alleen. +<p class="c2">In de eenzaamheid begon ik te overwegen, wat mij was +geschied en hoe ik den sterken en gevreesden kerel tot rust en tot +zwijgen had gedwongen. Mij door de inbeelding aanjagend, tooverde +ik al de personen voor mijne oogen, die mij ooit hadden mishandeld +of gehoond; ik sprak met luider stemme en hield redevoeringen, om +dezen mijnen vijanden te doen verstaan, dat ik geene minachting +meer wilde verdragen en mij over elke beleediging zou wreken. +Allerlei machtspreuken rolden mij in klinkende bewoordingen van de +lippen; en zooverre voerde mij de koorts des geestes, dat ik mij de +vuisten tegen de muren ten bloede bezeerde, als waren deze de +vijanden geweest, die ik tot den strijd had uitgedaagd. Het spreekt +van zelf, dat het grootste gedeelte mijner bedreigingen tegen +mijnen kapitein waren gericht. +<p class="c2">Een uur na het vertrek des sergeants stelde men mij +insgelijks in vrijheid! +<p class="c2">Nu durf ik niet vooronderstellen, dat de kapitein den +sergeant bevolen had, mij te mishandelen. Misschien heeft hij hem +slechts gezegd, dat hij moest pogingen doen om mij wat los te +schudden; of, zooals hij in zijne soldatentaal zich kon uitdrukken: +"<i>Tâche donc de le dégourdir un peu.</i>" +<p class="c2">Hoe het zij, in dien tijd meende ik mij verzekerd te +mogen houden, dat de sergeant slechts gedaan had, wat hem +letterlijk was bevolen geworden. In deze overtuiging zou ik den +kapitein dankbaar moeten geweest zijn; want hij had mij werkelijk +van mijne kinderachtige blooheid genezen en mij eensklaps tot +<i>man</i> gemaakt, iets wat ik, zonder de krachtdadigste middelen, +in vele jaren waarschijnlijk niet zou geworden zijn. +<p class="c2">In mijne herberg komende, vond ik den sergeant, die +op mij scheen te wachten. +<p class="c2">Zonder hem den tijd te gunnen om iets te zeggen, liep +ik naar den koffer des sergeant-majoors, nam er twee pistolen uit +en sprak: +<p class="c2">"Hier zijn twee wapenen; kom, dat het spoedig beslist +zij!" +<p class="c2">"De kapitein heeft allen verderen twist tusschen ons +verboden," was zijn antwoord. +<p class="c2">"Zulks kan mij niet wederhouden!" riep ik. +<p class="c2">"Maar, fourier, misschien hebt gij zelden of nooit +met een pistool naar het doel geschoten; ik integendeel, tref eenen +pijpekop op dertig stappen...." +<p class="c2">"Het is gelijk; maak zooveel beslag niet; mijn moed +zou kunnen verkoelen; nu gevoel ik mij sterk. Kom!" +<p class="c2">Mij de hand reikende, zeide de sergeant met stillen +glimlach: +<p class="c2">"Het is de gewoonte, ja de wet der eer, dat het +tweegevecht onderblijft, zoohaast eene der beide partijen haar +ongelijk bekent. Welnu, fourier, het lag niet in mijn inzicht u te +bezeeren. Het was eene grap, die ongelukkiglijk door uwen +hardnekkigen tegenstand in een ernstig gevecht is veranderd. Ik heb +mij over u bedrogen, en ik erken, dat ik ongelijk had. Vergeet wat +er is geschied en laat ons vrienden zijn als te voren! Indien nog +iemand u een kwaad woord durft toesturen, hij zal mij tot vijand +hebben.-Welnu?" +<p class="c2">Mijn gemoed verweet mij mijne hardheid; want +inderdaad, deze sergeant, hoe ruw ook van taal en omgang, was in +den grond een goede jongen, die meer dan eens bewijzen van +genegenheid had gegeven. Ik greep zijne hand met gulhartigheid en +stemde toe in de verzoening. +<p class="c2">De sergeant hield zijn woord: sedert dit voorval +bleef hij altijd mijn vriend. +<p class="c2">Dienzelfden morgen deed de kapitein mij bevel brengen +om naar zijne herberg te gaan. Ditmaal gevoelde ik mij geenszins +ontsteld; het hart klopte mij wel krachtig, doch in volle vrijheid, +en ik hitste mij zelven onderweg tot stoutheid aan, om mijnen +kapitein eens en voor altijd te doen begrijpen, dat ik als een man +wilde behandeld worden. +<p class="c2">Toen ik voor hem verscheen, zag hij eene wijl mij +sprakeloos in de oogen met denzelfden blik, die mij zoo dikwijls +heeft doen sidderen. Ik schouwde hem onversaagd in het aangezicht, +zóó vast, dat hij zelf het moede werd, en eindelijk, +het hoofd schuddende, met een en glimlach uitriep: +<p class="c2">"Gij zijt zinneloos op mijn woord! Gij ziet er knap +uit, met uw blauw oog!" +<p class="c2">"Kapitein, gij hebt mij doen roepen," zeide ik op +ernstigen toon, "ik wacht uwe bevelen." +<p class="c2">Nogmaals zag hij mij diep in de oogen, en, bemerkende +dat mijn gelaat even onbewogen bleef, vroeg hij in gedachten: +<p class="c2">"Nu, zeg mij, is het ditmaal gemeend? Of hebt gij +weder de koorts?" +<p class="c2">Ik antwoordde niet. De kapitein zette zich neder; en, +met het doordringend oog immer op mij gevestigd, beval hij: +<p class="c2">"Nu, zeg mij, wat is er in de politiezaal omgegaan? +Ik weet het reeds; zorg aldus, dat gij waarheid spreket,-of +anders!" +<p class="c2">Zonder de minste bijzonderheid te verzwijgen, +verhaalde ik hem mijn wedervaren met den sergeant; en zelfs voegde +ik er bij, dat het tweegevecht slechts was ondergebleven, omdat +mijn tegenstrever zijn ongelijk had bekend. Tot slot zeide ik: +<p class="c2">"En nu, kapitein, laat mij toe u te zeggen, dat ik +wel vast en onherroepelijk heb besloten, voortaan zelfs geenen +schijn van minachting meer te verdragen, van niemand +hoegenaamd...." +<p class="c2">"Van mij ook niet?" bulderde de kapitein met +geveinsde gramschap. +<p class="c2">Ik liet mij evenwel niet ontroeren en herhaalde: +<p class="c2">"Van niemand.... Ik weet, kapitein, dat gij mijn +overste zijt; maar dezelfde wet, die mij aan uwe bevelen +onderwerpt, legt u insgelijks de rechtvaardigheid tot plicht op. Ik +heb overwogen, dat het toch voordeeliger is, met gevaar des levens +zelfs tegen geweld en onrecht op de staan, dan uit te teren en +langzaam te sterven van verdriet...." +<p class="c2">"Wat beteekent dit?" riep hij uit. "Weet gij wel, dat +wij hier vóór den vijand zijn, en ik, bij de minste +weigering tot gehoorzaamheid, over uw lot kan beschikken?" +<p class="c2">Met koele stijfhoofdigheid antwoordde ik: +<p class="c2">"Mijnen dienst zal ik doen, kapitein, beter dan te +voren; maar ik herhaal het u, ik wil behandeld zijn als een man!" +<p class="c2">"En zoo het mij beliefde, u anders te behandelen, wat +zoudt gij doen?" +<p class="c2">"Ik weet het niet: eene zinneloosheid misschien." +<p class="c2">"Onbegrijpelijk!" morde hij, terwijl hij van zijnen +stoel opstond en twee- of driemaal rond de kamer stapte. +<p class="c2">Eensklaps sprong hij op mij toe, greep mij de hand, +schudde ze zeer hevig en wees mij eenen stoel. +<p class="c2">"Gij zijt een zonderlinge geest; er zijn veel goede +dingen in u, doch zij liggen nog in de war. Kon het slechts klaar +in uw hoofd worden! Zit neer: ik wil met u een ernstig onderhoud +hebben." +<p class="c2">"Zit neer!" herhaalde hij met ongeduld. +<p class="c2">Zoohaast ik zijn bevel had gehoorzaamd, langde hij +eene flesch en twee glazen uit eenen koffer. +<p class="c2">"Trek zulk afkeerig gezicht niet," morde hij. +<p class="c2">"Meent gij, dat ik u weder van het groene vocht wil +doen drinken? Neen, ik bewaar dat sterke alsembitter om de koorts +te genezen. Ziehier een glas fijnen Madera-wijn. Neem aan! Drink, +ik wil het!" +<p class="c2">Er was niets aan te doen; ofschoon al zijne woorden +en zijne vriendelijkheid mij bitteren spot schenen, moest ik het +glas tot den bodem ledigen. +<p class="c2">"Luister nu, fourier," sprak hij op zoeten, bedaarden +toon. "Ik heb uwen ouden vader beloofd, dat ik zou pogingen doen, +om uwe inborst de vastheid te geven, die haar ontbreekt. Uw hoofd +is hard; ik beken, dat het mij vele moeite heeft gekost. Gij hebt +gemeend, dat ik boos tegen u was, dat ik u haatte? Ik heb het u +inderdaad doen gelooven, omdat het noodig was tot mijn doel; maar +gij hebt verstand genoeg om te begrijpen, dat ik mij niet elken dag +zoo bijzonder met u zou hebben bezig gehouden, indien geen gevoel +van geneigdheid of van achting, al ware het slechts voor uwen +vader, mij hadde aangedreven. Genoeg daarover. Indien ik mij niet +bedrieg,-wie kan het weten met een veranderlijken kerel als +gij?-indien ik mij niet bedrieg, is er nu sterkmoedigheid genoeg in +uwen boezem gegroeid, om u voortaan toe te laten, den last en de +wederwaardigheden van het krijgsleven zonder plooien te dragen, ja +zelfs om deze baan met geluk en tevredenheid te doorwandelen. +Evenwel, geloof mij, uwe inborst is gevaarlijk voor u zelven: zij +kent geene maat. Indien ik nu voortvoer met mijne pogingen om u uit +uwe schadelijke droomzucht los te rukken, zoudt gij u misschien te +veel <i>man</i> willen toonen, gekheden begaan en u zelven +ongelukkig maken. Dit zou uwen ouden vader verdriet aandoen. Alzoo, +ik zal mij voortaan jegens u houden, alsof ik met een echt soldaat +te doen had. Verrechtvaardig gij van uwen kant dit vermoeden, en +gij zult ondervinden, dat ik geen boos mensch ben, gelijk gij het +tot nu toe waarschijnlijk hebt gedacht. Uw vader hoopt, dat gij +eens officier worden zult; hij heeft zijn vaderland onder Napoleon +met eere gediend en ziet het krijgsleven aan als eene schoone +loopbaan. Het hangt van uwen wil af, zijne liefderijke hoop te +verwezenlijken. Wat mij betreft, ik zal naar mijn vermogen er toe +helpen." +<p class="c2">Ik luisterde verbaasd op de woorden des kapiteins; +zulken toon van ongeveinsde kalmte en van ware goedhartigheid had +ik nooit in zijne stem opgemerkt, en ik vroeg mij zelven met +wantrouwen, of ik zijne betuigingen van genegenheid voor waarheid +of voor spot te nemen had. +<p class="c2">Intusschen had de kapitein ten tweeden male wijn in +mijn glas geschonken; en opstaande, zeide hij met dezelfde +bevelende blikken en scherpen toon, die hem eigen waren: +<p class="c2">"Drink,-en houd u voortaan recht in uwe +schoenen!--Geloof niet, dat ik van zin ben u te behandelen als +eenen porseleinen soldaat, dien men vreest te breken. Ik ben +kapitein, en ieder moet het weten. Wat gezegd is, blijft gezegd. Ga +nu naar uwe herberg, herkauw mijne woorden onderweg zeer goed, en +hang er al droomende geene nuttelooze staarten aan." +<p class="c2">Ik deed wat hij mij had bevolen, en overwoog zijne +woorden zoo lang en zoo diep, dat mijne spijt tegen hem-mijn haat +zou ik moeten zeggen-verminderde, verkoelde en geheel verging. +Alhoewel ik het nog voor mij zelven poogde te verbergen, toch +erkende ik innerlijk, dat ik ten minste grootendeels door +overdrijving had gedwaald. +<p class="c2">Van dien tijd af was deze kapitein niet bijzonder +barsch meer tegen mij; ja, hij betoonde mij somwijlen achting en +vriendschap. Hij bleef wel dezelfde als te voren, wierp mij nog bij +gelegenheid eenen vloed harde woorden naar het hoofd, spuwde en +bulderde, evenals hij het jegens iedereen deed; doch nu had ik +begrepen, dat deze uiterlijke gebaren en woorden hem niet uit het +hart kwamen. Ik genoot rust en vrede; mijne lichaamskrachten +herstelden zich geheel; en, alhoewel ik weinig lust in het +soldatenleven vond, ik leed er geen verdriet meer.<span class= +"c1"><br></span> +<p class="c2">EINDE. +<p> +<p class="c2">INDEX: <a href="#I"><b>I</b></a> -- <a href= +"#II"><b>II</b></a> -- <a href="#III"><b>III</b></a> -- <a href= +"#IV"><b>IV</b></a> -- <a href="#V"><b>V</b></a> -- <a href= +"#VI"><b>VI</b></a> -- <a href="#VII"><b>VII</b></a> +<p> +<p class="c2">NOTEN: +<p class="c2"><a name="Footnote_1"></a><a href="#FNanchor1">[1]</a> +<div class="note c7">Nog vóór het verschijnen der +eerste uitgave van <i>de Omwenteling van 1830,</i> gaf de heer Leon +Wocquier, professor aan de Hoogeschool te Gent, daarvan eene +Fransche vertaling in de <i>Revue contemporaine</i>, die hij deed +voorafgaan door eenige korte biographische aanteekeningen over de +eerste levensjaren van Hendrik Conscience. Uit deze aanteekeningen +van de hand van genoemden hoogleeraar geven wij hier dit +uittreksel.</div><br> +<br> +<p class="c2"><a name="Footnote_2"></a><a href="#FNanchor2">[2]</a> +<div class="note c7">Er waren in ons regiment zeven gebroeders +Grad, te Ath, in de provincie Henegouwen, van eenen zelfden vader +en eene zelfde moeder geboren. Allen waren dappere jongelieden, die +zich in elke gelegenheid onderscheidden. Lucien, Ange en Jules zijn +nu kapiteins in het Belgische leger; één is brigadier +der douane, twee zijn sergeants in keurregimenten, en de beide +overigen zijn sedert gestorven. Onder allen was Jules langen tijd +mijn bijzondere vriend.</div><br> +<br> +<p class="c2"><a name="Footnote_3"></a><a href="#FNanchor3">[3]</a> +<div class="note c7"><i>La Belgique depuis 1830</i>, par CH. +POPLIMONT. Gand, D. Verhulst, 1848.</div><br> +<br> +<p class="c2"><a name="Footnote_4"></a><a href="#FNanchor4">[4]</a> +<div class="note c7">Deze priester is om het verhaalde feit met het +eerekruis van Leopold begiftigd geworden.</div><br> +<br> +<p class="c2"><a name="Footnote_5"></a><a href="#FNanchor5">[5]</a> +<div class="note c7">De sergeant Jacques had vele wonden, waarvan +vier of vijf aan het hoofd. De Prins van Saksen-Weimar heeft hem in +het hospitaal te Leuven doen verzorgen en hem, zoo men zeide, zelf +aan den Koning der Belgen aanbevolen. Nu is de heer Jacques +kapitein in het Belgische leger; het eerekruis op zijne borst is de +belooning zijner moedige daad in den slag van Leuven.</div><br> +<br> +<p class="c2"><a name="Footnote_6"></a><a href="#FNanchor6">[6]</a> +<div class="note c7">Ik heb de oorspronkelijke brieven mijns vaders +en de mijne nog meestendeels in bezit.</div><br> +<br> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's De omwenteling van 1830, by Hendrik Conscience + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE OMWENTELING VAN 1830 *** + +***** This file should be named 11287-h.htm or 11287-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/1/1/2/8/11287/ + +Produced by Joris Van Dael and PG Distributed Proofreaders + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's +eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII, +compressed (zipped), HTML and others. + +Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over +the old filename and etext number. The replaced older file is renamed. +VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving +new filenames and etext numbers. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + +EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000, +are filed in directories based on their release date. If you want to +download any of these eBooks directly, rather than using the regular +search system you may utilize the following addresses and just +download by the etext year. + + https://www.gutenberg.org/etext06 + + (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99, + 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90) + +EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are +filed in a different way. The year of a release date is no longer part +of the directory path. The path is based on the etext number (which is +identical to the filename). The path to the file is made up of single +digits corresponding to all but the last digit in the filename. For +example an eBook of filename 10234 would be found at: + + https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234 + +or filename 24689 would be found at: + https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689 + +An alternative method of locating eBooks: + https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL + + + + +</pre> + +</body> +</html> + diff --git a/11287-h/123.png b/11287-h/123.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..fdafbd5 --- /dev/null +++ b/11287-h/123.png |
