summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/11285.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:36:29 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:36:29 -0700
commite7d72329f57edc37c28c33f7f2c79956ea462a98 (patch)
treec14ddcb5baa32ab2d7eed95bbd6e2479389b9c83 /old/11285.txt
initial commit of ebook 11285HEADmain
Diffstat (limited to 'old/11285.txt')
-rw-r--r--old/11285.txt8444
1 files changed, 8444 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/11285.txt b/old/11285.txt
new file mode 100644
index 0000000..3b36206
--- /dev/null
+++ b/old/11285.txt
@@ -0,0 +1,8444 @@
+The Project Gutenberg EBook of Een Heldin, by A.C. Kuiper
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Een Heldin
+
+Author: A.C. Kuiper
+
+Release Date: February 25, 2004 [EBook #11285]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN HELDIN ***
+
+
+
+
+Produced by Joris Van Dael and PG Distributed Proofreaders
+
+
+
+
+EEN HELDIN
+
+DOOR
+
+A. C. KUIPER,
+
+SCHRIJFSTER VAN "ELSJE", "ANNEKE", "EEN HOLLANDSCH MEISJE OP EEN
+ENGELSCHE KOSTSCHOOL", "ALLEEN IN EEN KLEINE STAD",
+ENZ.
+
+MET ILLUSTRATIEN NAAR FOTOGRAFIEEN.
+
+HAARLEM.
+
+VINCENT LOOSJES.
+
+1906.
+
+
+
+[Illustration: De vestibule van het Iersche kasteel.]
+
+
+
+
+_Dit verhaal bevat veel, dat verdicht is en toch is het op waarheid
+gegrond, omdat de voornaamste gebeurtenissen, die erin worden
+beschreven, werkelijk hebben plaats gehad. Ook de ervaringen op de
+Engelsche kostschool zijn, zonder de minste overdrijving, geheel naar
+waarheid weer gegeven, terwijl de hoofdpersoon, een Duitsche, werkelijk
+heeft geleefd en--nog leeft, al is haar naam niet Hedwig Eiche!
+
+Hoewel zij zichzelf allerminst "een Heldin" zou noemen, heeft zij toch
+het volste recht op dien naam. Menige jonge lezeres, die zelf een
+zonnige, gelukkige jeugd geniet, zal dit met mij eens zijn, vooral als
+in aanmerking genomen wordt dat "Hedwig Eiche" den moed had reeds op
+haar 15^e jaar de wereld in te gaan in een tijd, toen er van werken
+buitenshuis voor de meeste meisjes nog maar zeer weinig sprake kon zijn
+en de keuze van werkkring voor haar dus uiterst beperkt was.
+
+A. C. K._
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+Hoofdstuk I. EEN KLOEK MEISJE
+
+ II. "MY DEAR!"
+
+ III. EEN BRIEF, WAAR VAN ALLES IN STAAT
+
+ IV. OP DE PROEF GESTELD
+
+ V. CHESTER
+
+ VI. KOUDE EN HONGER
+
+ VII. "FLINKIE"
+
+ VIII. UITKOMST
+
+ IX. VIER IERSCHE KINDEREN EN EEN HOND
+
+ X. NESTA'S DRIFT
+
+ XI. LONDEN EN MIST
+
+ XII. AAN DE BLAUWE ZEE
+
+ XIII. EEN RIJK LEVEN
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+Een kloek Meisje.
+
+
+Zij woonden in de sombere buitenwijk van een Duitsche stad, in een groot
+blok van een huis, dat in verschillende verdiepingen verdeeld was, een
+verdieping voor elk gezin. Voor acht maanden waren zij verhuisd naar de
+bovenste verdieping, omdat men daar het goedkoopst woonde en toch was
+het voor hen nog veel te duur! Want de laatste jaren waren zij hoe
+langer hoe armer geworden en het allerlaatste jaar, o, dat was
+vreeselijk geweest, zoo vreeselijk dat het jongste zusje, Claerchen,
+altijd weer angstig en diep bedroefd werd, als er over werd gesproken.
+Ach, het was ook zoo treurig dat die arme, geduldige moeder zooveel
+verdriet had gehad en dat de rust eigenlijk eerst in huis was gekomen na
+vaders dood, nu drie maanden geleden. Hedwig, de oudste dochter, had
+toen gezegd dat zij nu dubbel haar best moesten doen om lief voor
+moeder te zijn en Claerchen had terstond met een ernstig gezichtje: "Ja"
+geknikt; dat wilde zij ook heel graag. Maar soms, als zij met een kale,
+verstelde jurk naar school moest of naar bed werd gestuurd zonder
+avondeten, vond zij het wel moeielijk om niet boos en ontevreden te
+zijn. Waarom waren zij dan toch ook zoo heel arm?
+
+"Ik weet niet hoe wij met ons drieen rond moeten komen!" had de moeder
+gisteren voor de zooveelste maal uitgeroepen, nadat zij allerlei
+berekeningen had zitten te maken op een stukje papier. Hedwig had daarop
+wel lachend het papier naar zich toe getrokken en gezegd: "Allemaal maar
+flink de handen uit de mouw steken, moedertje, en niet in dit paleis
+blijven wonen, dan zal het wel gaan," maar Claerchen had toen toch heel
+goed gezien dat ook Hedwig zeer bezorgd was. En toen zij 's avonds te
+bed lag en de Septemberregen tegen het raam van het zolderkamertje
+hoorde kletteren, dat zij met Hedwig deelde, werd zij zoo treurig
+gestemd dat zij wel moest gaan schreien of ze wilde of niet. En snikkend
+had zij bedacht dat het nu misschien wel niet lang meer zou duren of zij
+zouden op straat moeten gaan bedelen om een stuk droog brood....
+
+Toen had zij opeens Hedwig's arm om zich heen gevoeld. "Kindje, kindje;
+wat is er toch? Stil nu!" had het sussend geklonken. Daarop had zij
+Hedwig alles gezegd wat haar op het hart lag en Hedwig had haar getroost
+en opgebeurd--dat kon Hedwig zoo goed!--en toen ze kalmer geworden was,
+had Hedwig nog heel ernstig gevraagd: "Beloof je me zusje, dat je je
+best zult doen zooveel mogelijk voor moeder te zijn en je flink te
+houden, ook ... ook als er dingen mochten gebeuren, die je in 't geheel
+niet verwacht?"
+
+Zij had Hedwig toen verbaasd aangekeken--wat meende ze toch?--maar toen
+Hedwig herhaalde: "Dat beloof je mij immers?" had zij beslist gezegd: "O
+ja, ja."
+
+Hedwig had toen even haar hoofd in de kussens gedrukt en een oogenblik
+had Claerchen gemeend dat zij haar zacht hoorde snikken, maar ze dacht
+later dat zij zich dit toch moest verbeeld hebben, want toen Hedwig weer
+opkeek, glimlachte zij en zag ze alleen maar wat bleek.
+
+En nu was het juist alsof vandaag alles weer wat vroolijker was dan
+gisteren! Zij kregen nu ook wel avondeten; dat was in lang niet gebeurd.
+Hedwig had naaiwerk verkocht in een der groote winkels in de stad en er
+meer geld voor ontvangen dan zij verwacht had en terwijl zij de tafel
+dekte, deed zij een aardig verhaal van haar tocht, dat haar moeder en
+Claerchen aan het lachen bracht.
+
+Wat keken Claerchen's oogen begeerig naar de gebakken aardappelen! Die
+zagen er dan ook zoo lekker bruin uit, met de smakelijke, knappende
+korstjes; alleen moeder kon ze zoo bakken. Zij kregen er sla bij en
+ieder een half ei; Claerchen vond het een feestmaal, maar zij had wel
+heel graag wat meer gehad!
+
+Wat had Hedwig toch langzaam gegeten, dacht ze; die alleen had nog maar
+wat op haar bord en zij had nog wel het minst genomen, dat had Claerchen
+duidelijk gezien! Zij keek eens even naar het heerlijke hapje, dat
+straks in Hedwig's mond moest verdwijnen; toen zag ze snel weer voor
+zich, want Hedwig had haar lachend aangekeken. Daar schoof ze haar bord
+naar Claerchen toe.
+
+"Hier, neem jij dit nog maar."
+
+"Neen, neen, Hedwig."
+
+"Ja, ja, Claerchen. Kom, eet maar gauw op; ik zie aan je neus dat je er
+trek in hebt."
+
+"Ja maar ... jij dan niet?"
+
+"Lang niet zooveel als jij. Komaan, een, twee, drie, opeten! Je moet mij
+gehoorzamen, vergeet dat niet. Ik ben al vijftien en jij pas elf."
+
+"Over een maand twaalf," zei Claerchen. Ze liet zich echter niet langer
+nooden. Lachend at zij het lekkere hapje op, terwijl ze Hedwig dankbaar
+toeknikte. Of zij nog trek had! Eigenlijk had zij dat tegenwoordig
+altijd nog, als zij van tafel opstond. Hedwig niet, ten minste ... die
+_deed_ gewoonlijk net of zij wel degelijk genoeg gehad had.
+
+Claerchen hoopte altijd dat zij later op Hedwig zou gaan lijken en even
+knap worden. Hedwig ging niet meer school; dat was, ten minste volgens
+Claerchen's oordeel, ook niet meer noodig, zij wist werkelijk genoeg! Zij
+kon vrij goed Fransch en Engelsch spreken en vele andere dingen, die
+Claerchen nog leeren moest. Toen zij klein was, had Hedwig een poosje een
+Engelsche gouvernante gehad, maar dat was geweest in den tijd toen zij
+nog rijk waren en van dien tijd herinnerde Claerchen zich al heel weinig
+meer.
+
+Ook Hedwig scheen het thans als een droom toe dat er werkelijk jaren
+waren geweest, waarin haar moeder geen geldzorgen had gekend. Zoo arm
+als zij nu dan toch ook waren....
+
+In diep gepeins verzonken zat zij 's avonds laat op den rand van haar
+bed. Na den storm van gisteren was de lucht als schoongeveegd; nu scheen
+de maan helder naar binnen, een lichte streep werpend op den houten
+vloer van het zolderkamertje.
+
+Hedwig keek naar het rustige, zachte licht; toen knikte zij even. "Ik
+doe het," fluisterde ze, "het moet!" En heel zacht: "Dan zullen moeder
+en Claerchen ook hier kunnen blijven wonen. Ik zal moeder schrijven...."
+
+Bedaard stond zij op en liep op hare teenen naar de tafel om Claerchen
+niet wakker te maken. Ze nam papier en potlood en trachtte bij het
+maanlicht te schrijven, maar het wilde niet vlotten. Voorzichtig stak
+zij een eindje kaars aan; nu ging het beter, al beefde haar mond en al
+moest zij een paar malen met de oogen knippen. Maar ze gaf geen geluid;
+ze _bleef_ voelen dat zij stil moest zijn om Claerchen. Eindelijk vouwde
+zij het briefje dicht, stond vastberaden op, pakte enkele dingen in een
+oud reistaschje en keek om zich heen of ze niets vergeten had.
+Zorgvuldig telde zij het geld na, dat ze nog over had van de verdienste
+van dien middag en dat haar eerlijk toekwam; het zou juist genoeg zijn
+voor haar doel, meende ze.
+
+Opeens, een inval gehoor gevend, nam zij de kaars op en liep er mee naar
+een spiegeltje, dat tegen het houten beschot hing. Ze zette het eindje
+kaars op een richel; zoo kon ze juist goed zien.
+
+"Niet _heelemaal_ oud genoeg," vond ze, terwijl zij ernstig en
+aandachtig--haast alsof het iets nieuws voor haar was--keek naar wat de
+spiegel haar toonde: een smal meisjesgezicht met verstandige,
+grijsblauwe oogen. "Wacht eens!" En met een vlugge beweging van hare
+beide handen, legde zij de blonde vlecht, die op haar rug hing, om het
+hoofd, stak haar vast, schuierde het springerige voorhaar glad en knikte
+tevreden. "_Veel_ beter zoo," fluisterde zij opgeruimd. "Zoo zullen zij
+mij heel licht voor achttien of twintig houden. En nu naar bed!"
+
+Zij sliep echter niet veel dien nacht, want als zij al even
+insluimerde, werd ze spoedig met schrik weer wakker, zelfs in hare
+droomen gekweld door de vrees dat zij zich verslapen zou. Eindelijk,
+toen het een weinig begon te schemeren, stond zij op. In het grauwe
+halfduister knielde zij neer om haar ochtendgebed te doen en God vuriger
+dan ooit te smeeken haar te helpen; toen kleedde zij zich snel aan, nam
+haar reistaschje op, drukte voorzichtig een kus op Claerchen's krulhaar,
+legde haar briefje in de zitkamer, keek verlangend naar de deur van het
+zijvertrek, waar haar moeder sliep, aarzelde even of zij er binnen zou
+durven gaan, keerde zich snel af, zei zacht: "Dag mijn lief, lief
+moedertje"--en liep naar beneden en het huis uit.
+
+Toen zij op straat stond, keek ze nog even naar boven, hoog naar boven.
+Achter dat smalle raam sliep haar moeder; als zij wakker werd, zou zij
+haar missen....
+
+Ze mocht nu echter geen tijd verliezen, niet langer staan te droomen. Al
+was het ook nog zoo vroeg, ze moest zich haasten, als zij, wat haar plan
+was, werkelijk den eersten trein naar Hamburg halen wilde, waar ze dan
+om half tien zijn kon. Ze wilde daar de oude kindermeid Anna Schaub gaan
+opzoeken, die jaren lang bij het gezin had gewoond en alles wist wat er
+gebeurd was. Anna schreef telkens nog zulke hartelijke brieven aan
+Hedwig's moeder; zij zou Hedwig zeker voort willen helpen en haar zeggen
+wat ze doen moest om een geschikte betrekking te vinden. Want dat was
+wat Hedwig wilde en ze geloofde stellig dat het wel gelukken zou; ze zou
+dan flink gaan verdienen en een steun voor haar moeder kunnen zijn. Als
+ze nu maar eerst in Hamburg was, dan kon ze terstond met Anna aan het
+zoeken gaan!
+
+Snel liep ze door. Zij was buiten adem, toen zij aan het station kwam
+en juist had zij een kaartje genomen aan het 3^e-klasse loket en was op
+het punt de wachtkamer in te gaan, toen zij een stem hoorde zeggen:
+
+"Ik zag Hedwig Eiche ook staan zooeven. Waar die opeens naar toe wil?
+Het moet treurig gesteld zijn daar aan huis...."
+
+Hedwig keek niet om, maar haastte zich op het perron te komen. De trein
+stond er al. Ze stapte vlug in en was blij, toen de portieren gesloten
+waren en de trein zich in beweging zette. Zij begon nu vermoeid en
+slaperig te worden; ze leunde in haar hoekje en sloot de oogen, al haar
+best doende om zich te verzetten tegen het gevoel van angstige
+gejaagdheid, dat zich van haar trachtte meester te maken. Ze wou flink
+zijn, flink zijn, flink zijn, herhaalde ze zacht bij zichzelf. En ze
+glimlachte even. Hedwig _Eiche_ heette ze immers, dan moest zij haar
+naam toch ook eer aandoen! Ze dwong zich tot kalmte met die eigenaardige
+krachtsinspanning, waarvan zij, jong als zij was, maar al te zeer de
+macht had leeren kennen in de smartelijke jaren, die achter haar lagen.
+
+Met de handen stil in den schoot, bleef zij een poos heel rustig zitten,
+werkelijk kalmer wordend omdat zij dit worden _wilde_; toen sliep zij
+even in.
+
+Zij voelde zich verkwikt, toen zij in Hamburg aankwam en liep in een
+opgewekte stemming door de mooie, drukke straten. Wat was het prettig
+levendig hier! Zij was echt blij dat ze gegaan was; hier zou _zij_ ook
+werk vinden. Ieder scheen het even druk te hebben; dan moest er voor
+haar ook wel wat te doen wezen! Ze wou hard werken, kleine kinderen les
+geven als het kon, flink geld verdienen voor haar moeder en Claerchen....
+
+Zij had Anna Schaub een paar malen met haar moeder bezocht en ze wist
+dus hoe ze loopen moest; het was niet ver en vrij spoedig schelde zij
+aan bij het kleine, nette huisje, dat Anna bewoonde sedert zij hare
+schaapjes op het droge had.
+
+De deur werd bijna terstond door Anna zelf geopend. Heel verbaasd keek
+zij op! Hare bruine oogjes werden eens zoo groot als anders en
+glinsterden als twee sterretjes. Hedwig keek haar vroolijk aan.
+
+"Hoe vindt je dat nu wel?" vroeg ze.
+
+Anna sloeg de handen in elkaar. "Neen maar...." begon ze.
+
+"Dat dacht je niet, he?" riep Hedwig lachend, terwijl zij het huis
+inging om daarop door Anna zeer hartelijk omhelsd te worden. "Een echte
+verrassing, niet waar? Maar breng mij maar gauw binnen en geef me wat te
+eten, want ik heb nog niets gehad vandaag en ik verga van den honger."
+
+"Wat? Ach, arm kind!" Anna was een en al medelijden. Zij trok Hedwig mee
+naar het achterkamertje, waar een rij maandroosjes voor het raam stond
+te bloeien en de koffiegeur van het ontbijt nog flauw in het vertrek
+hing.
+
+"Ziezoo, ga daar nu maar eens zitten en zeg niets meer voordat je flink
+ontbeten hebt," zei Anna en in een adem door: "Mevrouw en Claerchen nogal
+wel?"
+
+Hedwig knikte; ze kon opeens niet goed spreken. Ze dacht eraan hoe haar
+moeder en Claerchen haar nu zouden missen en hoe heel graag zij nog even
+afscheid van haar zou hebben willen nemen. Maar ze vermande zich en
+glimlachte weer. "Voor alles geen sentimentaliteit," besloot ze bij
+zichzelf.
+
+Zij deed zich te goed aan de warme koffie, het brood en den honig, die
+Anna haar voorzette en hoewel deze brandde van verlangen om het doel van
+haar reis te weten te komen, herhaalde zij toch telkens weer dat zij
+niets moest vertellen voordat zij geheel verzadigd was.
+
+Hedwig liet haar echter niet lang in het onzekere. "Anna," vroeg zij
+plotseling heel ernstig, "wil jij me helpen om een goede betrekking te
+vinden?"
+
+"Mijn lief kind...."
+
+"We zijn heel, heel arm, zie-je, _veel_ armer nog dan verleden jaar en
+wij kunnen zoo niet voortleven. Ik moet flink aan het werk gaan en geld
+verdienen; als ik dan van tijd tot tijd wat naar huis stuur, kunnen
+moeder en Claerchen blijven wonen waar zij nu zijn...."
+
+"Vindt mevrouw dat goed?"
+
+"Ik ben weggegaan ... heel vroeg van ochtend, ik heb moeder niet meer
+gezien," zei Hedwig ontwijkend en met een kleur. "Zij zou mij misschien
+niet hebben laten gaan, maar als ik iets goeds vind, zal zij natuurlijk
+heel blij zijn. Ik heb een briefje achtergelaten om te vertellen wat ik
+ging doen. O Anna, het _moet_ gebeuren; zoo gaat het niet langer! Help
+mij toch! Hier in dit groote Hamburg, waar iedereen het zoo druk heeft,
+zal toch ook voor mij wel iets te vinden zijn, een betrekking als
+gouvernante of kinderjuffrouw of iets dergelijks. Ik zal erg mijn best
+doen dat men tevreden over mij kan wezen en ik ben zoo sterk en ... en
+niet zoo heel dom...."
+
+Hare oogen glimlachten weer bij de laatste woorden, haar geheele
+gezichtje gloeide van opwinding.
+
+Anna schudde even het hoofd. "Je bent pas vijftien jaar," zei ze.
+
+"Maar ik zie er ouder uit!" riep Hedwig en toen Anna weer het hoofd
+schudde: "Ja, ja, ik zie er veel ouder uit, heusch, als ik maar wil!
+Vanochtend in de haast kon ik het niet zoo gauw goed krijgen, maar kijk
+eens!"
+
+Ze wierp haar hoed af, haalde een pakje haarspelden uit haar taschje,
+legde de blonde vlecht weer om het hoofd en stak haar vast en trachtte
+een streng gezicht te zetten.
+
+"Zou je nu ooit denken dat ik pas vijftien was, als je 't niet wist?"
+
+"Ik ... weet het niet zeker," zei Anna eerlijk. "Maar je bent toch in
+ieder geval veel te jong om in betrekking te gaan."
+
+"Neen, neen, daar vergis je je mee; gerust, daar vergis je je mee," zei
+Hedwig zeer beslist. Toen overredend: "En het _moet_ ook wezenlijk
+gebeuren, Anna, het is _heel_ noodzakelijk; wij zijn zoo arm, zoo
+verschrikkelijk arm! En als ik misschien iets bij kinderen kon krijgen,
+ik houd zooveel van kinderen, ik zou het heerlijk vinden...."
+
+"Ja, je waart ten minste als klein meisje ook altijd even engelachtig
+voor Claerchen," zei Anna met vuur.
+
+"Engelachtig? Ik!" Hedwig lachte vroolijk. "Neen Annalief, nu vergis je
+je al weer. Dat ben ik nooit geweest. Maar weet je wat? Wees jij nu eens
+wel engelachtig voor mij en help me om wat goeds te vinden."
+
+Anna dacht even na. Toen zei ze met nadruk:
+
+"Dan moet je me beloven dat je stellig niets aannemen zult, dat niet
+werkelijk goed is."
+
+"Dat beloof ik," zei Hedwig plechtig. "Kan ik hier logeeren?"
+
+"Natuurlijk lieveling."
+
+"En ... als het noodig mocht zijn en dat zal wel...." zei Hedwig
+aarzelend, "dat ik nog wat nieuwe kleeren koop, zou je ... heb je dan
+... zou je me dan wat geld willen leenen?"
+
+Anna stond op en sloeg den arm om haar heen. "O zoo graag," zei ze.
+
+"Ik hoop maar dat we heel gauw wat vinden, _heel_ gauw," hernam Hedwig.
+"Het zal ook zoo prettig zijn om dat dan aan moeder te schrijven. En nu
+ga ik even uit om een krant te koopen; dan kijken we samen de
+advertentien na en dan ... o, natuurlijk vind ik iets, dat geschikt is!"
+
+Ze snelde het huisje uit, kwam spoedig weer terug met een dichtgedrukte
+krant in de hand en gunde zich den tijd niet om haar goed af te doen,
+voordat ze de advertentie-kolommen doorgezien had. Anna las over haar
+schouder heen ijverig mee, met haar bril op het puntje van haar neus.
+
+"Daar is niets bij," mompelde Hedwig een paar malen, maar eensklaps
+veranderde de uitdrukking van haar gezicht. "O, heb je dat gezien, dat?
+Daar, daar!" riep zij en ze wees met haar vinger op een advertentie met
+het opschrift: _Gouvernante_.
+
+Anna zei nog niets; ze moest eerst de advertentie op haar gemak
+doorlezen.
+
+Het duurde Hedwig lang genoeg, maar ze bedwong haar ongeduld. Hare oogen
+glinsterden, terwijl ze nu eens naar Anna, dan weer naar de krant keek.
+
+"Een gouvernante gezocht voor haar dochtertje door een barones, die
+spoedig naar het buitenland vertrekt ... muziek en kennis der Engelsche
+taal vereischten," zei Anna eindelijk. "Ja, ik weet niet...."
+
+"Nu, maar _ik_ weet het wel," viel Hedwig lachend in. "Ik ga er straks
+dadelijk op af, hoor! Kijk, er staat dat men zich in persoon moet
+aanmelden aan het hotel, waar de barones op 't oogenblik logeert. O, ik
+hoop, ik hoop, ik _hoop_ dat ik dat krijg!"
+
+Ze greep de oude Anna om het middel en trachtte met haar het kamertje
+door te dansen.
+
+Anna rukte zich echter vroolijk los. "Als je zoo bij de barones doet,"
+hijgde ze, "zal zij je wel een geschikte gouvernante voor haar
+dochtertje vinden!"
+
+"Daar doe ik me streng en deftig voor, dat spreekt van zelf," zei
+Hedwig, rimpels in haar voorhoofd trekkend. "In ieder geval wil jij me
+straks zeker wel even den weg wijzen? Ik weet niet waar dat hotel is."
+
+"Ik wil je wel den weg wijzen, maar ik ga niet mee naar binnen," zei
+Anna snel.
+
+"Neen natuurlijk niet, dan zou het net zijn alsof ik niet alleen
+durfde," zei Hedwig. "We moeten er om twee uur zijn; er staat dat de
+barones dan te spreken is."
+
+Anna vond alles goed. Zij hielp Hedwig zich zoo netjes mogelijk te maken
+en er zoo oud mogelijk uit te zien, waartoe werkelijk het glad
+geschuierde, opgestoken haar, de eenvoudige, zwarte hoed, waarvan Hedwig
+in overdreven ijver nog gauw de klaprozen door een bouquetje viooltjes
+van Arma verving en het donkere japonnetje het hunne bijdroegen. Anna
+sloop even alleen uit om met een glans op haar gezicht terug te komen
+met een paar keurige glace handschoenen. "Die moet je van mij aannemen,"
+zei ze en Hedwig zei dankbaar: "Heel graag."
+
+Zij waren blij toen het eindelijk tijd was om op weg te gaan en Anna,
+die verreweg de zenuwachtigste was van de twee, slaakte een zucht van
+verademing, toen Hedwig het hotel binnenging en zij, volgens afspraak,
+buiten op haar bleef wachten. "Nu weten wij het ten minste gauw," dacht
+ze.
+
+Intusschen liep Hedwig moedig de ruime vestibule van het groote hotel
+in. Ze keek bewonderend om zich heen naar de smaakvolle meubeltjes en de
+hooge manden met bloeiende planten, die hier en daar waren neergezet,
+tot de portier haar vroeg wat er van haar dienst was. Zij zeide het hem
+en had nauwelijks het woord "barones" genoemd of een kellner stond naast
+haar.
+
+"Wenscht u aangediend te worden?" vroeg hij.
+
+Hedwig knikte en haar hart begon sneller te kloppen, toen zij den
+kellner de breede trap op volgde naar de eerste verdieping, waar al weer
+een frissche bloemengeur haar te gemoet kwam. Zij hoorde hare
+voetstappen niet over den dikken Smyrna looper, wat de gewaarwording van
+deftige geheimzinnigheid, die over haar gekomen was, nog verhoogde.
+Onwillekeurig boog zij even statig als de kellner zelf, toen hij beleefd
+de deur van een kleine kamer voor haar opende en haar vroeg hier een
+oogenblikje te willen wachten. Hedwig noemde hem haar naam, toen sloot
+hij heel zacht de deur en verdween.
+
+Wat een aardig kamertje was het, zoo vroolijk en licht! En men moest
+hier in dit hotel wel veel van bloemen houden, dacht Hedwig; ook hier
+zag zij er op de tafel staan, terwijl het behang en de lichte
+overgordijnen met losse tuiltjes viooltjes als bezaaid waren.
+
+Ze bleef stokstijf staan, toen ze vrij dicht in hare nabijheid een
+kinderstem hoorde en daarop een andere stem, die vermanend zei: "Neen
+Tieka, dat mag niet!" Toen was alles weer stil.
+
+Zij moest lang wachten en begon ongerust te worden. Zou de barones haar
+misschien niet eens willen zien en al klaar zijn met een andere
+gouvernante? De angst sloeg haar om het hart. Maar spoedig greep ze weer
+moed, streek de mooie, nieuwe glaces nog wat gladder, trok haar gezicht
+in de gewenschte plooi en ... wachtte zoo geduldig, als haar mogelijk
+was.
+
+Hoorde zij daar niet iets? Zij hield den adem in en werkelijk werd thans
+de deurknop omgedraaid en verscheen de kellner met de vraag of zij zoo
+goed wilde zijn hem te volgen.
+
+Hedwig wilde niets liever. Nog even een haastigen blik in den spiegel.
+Juist, zoo'n gezicht moest ze zetten!
+
+Spoedig stond zij in een, naar zij later aan Anna meedeelde,
+"allerprachtigste zitkamer, alles blauw en terra-cotta en oud goud."
+Toen zij nader kwam, maakte een statige, lange dame even een beweging
+alsof zij op wilde staan, maar ging terstond weer zitten. Zij bekeek
+Hedwig van het hoofd tot de voeten en vroeg haar toen ook plaats te
+nemen.
+
+Met een bescheiden stem waagde Hedwig het op te merken dat zij kwam voor
+de betrekking als gouvernante.
+
+"Uw naam is Eiche, Hedwig Eiche?" vroeg de dame met een eigenaardig
+uitheemsch accent.
+
+Hedwig boog, zeer ontevreden op zichzelf omdat ze zoo warm werd; maar de
+barones keek haar ook zoo onderzoekend aan! Als nu haar volgende vraag
+maar niet was: "En hoe oud...?"
+
+Het was Hedwig haast alsof er met groote letters _vijftien_ op haar
+voorhoofd stond geschreven!
+
+De barones scheen zich echter niet om haar leeftijd te bekommeren, nog
+niet althans, bedacht Hedwig angstig.
+
+"Wees zoo goed mij nauwkeurig te zeggen waarin gij les kunt geven,"
+klonk het wat hoog.
+
+Hedwig gehoorzaamde terstond. De barones toonde veel belangstelling voor
+haar Fransch en Engelsch, liet haar die talen even spreken en kwam
+blijkbaar onder den indruk van de beschaafde wijze, waarop zij zich
+uitte.
+
+Toen Hedwig op de vraag of zij van kinderen hield, opgewonden: "O ja!"
+antwoordde, glimlachte zij flauwtjes. Eindelijk zeide zij:
+
+"Ik zou wel lust hebben het eens met u te beproeven. Kan ik nog
+informaties krijgen uit een vroegere betrekking?"
+
+"O heden," dacht Hedwig, "nu komt het! Nu komt er stellig ook nog: "En
+hoe oud....""
+
+Maar ze moest antwoorden. "Ik ben nooit eerder in betrekking geweest,"
+bracht zij er bedremmeld uit.
+
+"O juist...." zei de barones langzaam. "Ja, dan moet u natuurlijk ook
+met een klein salaris beginnen; maar daarover kunnen we straks nog
+spreken. Ik had u wel eerder mogen vragen of het voor u geen bezwaar zou
+zijn Duitschland te verlaten? Mijn echtgenoot is consul geweest in
+Italie; hij heeft zijn betrekking neergelegd en nu gaan wij voor goed in
+Schotland wonen. Wij hebben een huis even buiten Edinburg. Ik ben een
+Engelsche."
+
+Hedwig haastte zich op te merken dat er voor haar geen 't minste bezwaar
+bestond om naar Schotland te gaan. "Ik vind het juist heerlijk veel te
+zien van de wereld," liet zij zich ontvallen.
+
+De barones knikte even heel genadig. Zij stelde nu juist niet zoo heel
+veel belang in wat Hedwig "heerlijk" vond.
+
+"Ik heb lust het eens met u te beproeven," herhaalde zij, "maar u lijkt
+me nog heel jong...." Hedwig beefde, "en u zult u dus met een niet groot
+salaris tevreden moeten stellen. Ik zal u jaarlijks 15 pond[1] geven;
+vindt u dat goed? Natuurlijk betaal ik ook uw overtocht."
+
+Hedwig boog haastig toestemmend. _Zij_ vond het salaris niet klein.
+Vijftien pond! Daarvan zou ze toch het grootste gedeelte aan haar moeder
+kunnen sturen.
+
+"Wilt u dan nog even piano voor mij spelen of wat zingen?" vroeg de
+barones opstaande en Hedwig de piano wijzend. "Ik zal mijn dochtertje
+roepen, dan kunt u kennis met haar maken. Begin maar te spelen, als 't
+je blieft."
+
+Hedwig gehoorzaamde. Ze was juist in een stemming om te zingen; ze
+voelde zich zoo opgewekt! Even dacht zij na, toen sloeg ze de toetsen
+aan en zong vroolijk met haar frissche, jonge stem:
+
+ "Ein Maennlein steht im Walde ganz still und stumm,
+ es hat von lauter Purpur ein Maent'lein um.
+ Sagt, wer mag das Maennlein sein,
+ das da steht im Wald allein
+ mit dem purpurrothen Maentelein?
+...
+ Das Maennlein steht im Walde auf einem Bein,
+ und hat auf seinem Haupte schwarz Kaepplein klein.
+ Sagt, wer mag das Maennlein sein,
+ das da steht im Wald allein
+ mit dem kleinen schwarzen Kaeppelein?"
+
+Nauwelijks had zij het laatste woord gezongen of een blijde kinderstem
+riep: "_Schoen! Nice!_" En terstond daarop zong dezelfde stem:
+
+"Das Maennlein dort auf einem Bein, mit seinem rothen Maentelein und
+seinem schwarzen Kaeppelein, kann nur die Hagebutte sein!"
+
+Hedwig keek snel om. Naast de barones stond de kleine zangeres, een kind
+met kort, heel krullend donker haar en donkerblauwe oogen, die haar
+vroolijk aanzagen.
+
+"Heel goed gespeeld en uwe stem bevalt mij ook," zei de barones. "En dit
+is nu mijn dochtertje, uwe aanstaande leerling."
+
+Met een aardige, bevallige beweging stak het kind Hedwig de hand toe.
+"Wat ziet u er prettig jong uit!" riep ze.
+
+Hedwig lachte. "Ik houd ook nog heel veel van spelletjes," zei ze, "en
+van vertellen en zingen en pretmaken...."
+
+"Tieka moet nu echter ook eens flink aan 't leeren gaan," viel de
+barones beslist in. "En ik vertrouw dat u begrijpen zult dat zij te oud
+is om hoofdzakelijk aan spelen te denken."
+
+"O ja zeker, mevrouw," haastte Hedwig zich te antwoorden.
+
+"Als u nu nog even wachten wilt," zei de barones, "dan kan ik u
+zeggen...."
+
+Zij eindigde den zin niet en ging aan een schrijftafeltje zitten, een
+eind van Hedwig en het kind af.
+
+"Wanneer komt u bij ons?" vroeg het kleine meisje fluisterend. "Heel
+gauw, hoop ik. Ik ben nu zoo alleen."
+
+"Heb je dan geen broertjes of zusjes?" vroeg Hedwig, eveneens
+fluisterend om de barones niet te storen.
+
+"O neen, nooit gehad."
+
+"Hoe heet je ook weer?"
+
+"Tieka," zei het kind gewichtig.
+
+"Tieka? Wat een aardige naam! En hoe verder?"
+
+"Tieka, Helene, Adelaide von Zerclaere, maar niemand noemt mij ooit
+Helene of Adelaide, altijd alleen maar Tieka."
+
+"Hoe oud ben je?"
+
+"Over vier dagen word ik al tien. Ik had u straks willen halen uit de
+aardige viooltjeskamer, maar mama vond het niet goed."
+
+"Ga nu nog maar wat lezen, Tieka en zeg Fraeulein goeden dag," kwam de
+barones tusschenbeide en Tieka gehoorzaamde onmiddellijk; bij de deur
+wierp zij Hedwig nog vlug een paar kushanden toe.
+
+"Ik veronderstel dat u zoo spoedig mogelijk zult kunnen komen?" hernam
+de barones. "Wij vertrekken reeds overmorgen naar Londen, waar wij een
+paar dagen wenschen te logeeren. Het is nu Donderdag, het zou mij
+aangenaam zijn als u dan Maandagavond op reis kondt gaan. U kunt dan
+Woensdagochtend in Londen zijn en u per rijtuig naar het station King's
+Cross laten brengen. Als u een voorspoedige zeereis hebt, vinden wij
+elkaar daar en u reist met ons door naar Edinburg. Voor alle zekerheid
+geef ik u ons adres in Edinburg ook nog. Hier is het, benevens het geld
+voor uwe reis."
+
+Hedwig nam het couvert met een zeer dankbaar gezicht in ontvangst.
+
+"Ik zal erg mijn best doen...." stamelde ze.
+
+"Daarop vertrouw ik ook zeer zeker," zei de barones koel. "Dag Fraeulein
+Eiche, ik geloof dat wij nu alles goed hebben afgesproken en ons
+onderhoud als geeindigd kunnen beschouwen."
+
+Zij schelde en de kellner verscheen weer. Hedwig maakte een diepe
+buiging voor haar aanstaande meesteres en verdween.
+
+"O, o, wat _ben_ je lang weggebleven! Ik dacht dat ik je nooit weer
+terug zou zien. En hoe is het?" riep de trouwe Anna Schaub, zoodra zij
+haar het hotel uit zag snellen.
+
+"Aangenomen!" riep Hedwig met een stralend gezicht. "Aangenomen als
+gouvernante bij een allersnoesigst meisje van tien jaar. En zij wonen in
+Schotland, in Edinburg, en Maandag moet ik eerst naar Londen en ik ben
+zoo dol, dol, dolblij dat ik jou even een kus _moet_ geven!"
+
+En tot verbazing van de voorbijgangers drukte zij Anna opeens een
+hartelijken kus op de wang.
+
+"Niet doen! Niet doen!" riep Anna onthutst, maar Hedwig lachte maar.
+"Den baron heb ik nog niet gezien," ging zij voort, heel rad sprekend,
+"van hem kan ik je dus nog niets vertellen; dat komt dan later wel. O,
+nu zal ik moeder echt kunnen helpen! Ik schrijf dadelijk naar huis. Wat
+zal Claerchen ophooren! Zij zal natuurlijk alles van Tieka willen weten."
+
+"En je leeftijd," vroeg Anna, "was die geen bezwaar?"
+
+"Neen, daar heeft de barones _gelukkig_ niet naar gevraagd. Ze merkte
+wel een paar malen op dat zij me jong vond, maar ze denkt toch bepaald
+dat ik minstens twintig ben...."
+
+Anna schudde zwijgend het hoofd; ze zag met zekeren weemoed naar het
+jonge meisjesgezicht, op dit oogenblik haast weer geheel een
+kindergezicht, dat blij en onbezorgd het leven in keek. "Ik hoop heel
+hartelijk dat het je niet tegen zal vallen," zei ze.
+
+"Daar ben ik niet bang voor," klonk het opgeruimd uit Hedwig's mond.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+"My Dear!"
+
+
+De brief naar huis werd dadelijk geschreven: Hedwig's pen vloog over het
+papier. "O moeder, ik ben zoo blij, zoo vreeselijk blij, vooral omdat u
+ook zoo blij zult zijn," schreef zij. "Prachtig, drie malen blij in een
+zin, vindt u niet? En dat nog wel voor een gouvernante! Maar u plaagt
+mij altijd omdat ik zoo graag een woord, dat me bevalt, vaak gebruik,
+weet u wel? Dat moet u nu echter maar over het hoofd zien; het komt
+allemaal omdat ik het zoo heerlijk, _heerlijk_ vind dat ik zoo gauw iets
+goeds gevonden heb. Ik zal u alles haarfijn vertellen...."
+
+Wat ging dat vlug en wat waren er gauw een paar velletjes vol, dacht
+Anna. Hedwig moest toch wel bizonder knap zijn en de barones von
+Zerklaere mocht het wel op prijs stellen dat zij zoo'n flink, lief
+gouvernantetje bij haar kind kreeg!
+
+Hedwig's moeder schreef per keerende post een brief terug vol liefde en
+hartelijke groeten van haarzelf en van Claerchen. Hedwig zou toch immers
+dadelijk weer thuis komen, als deze werkkring haar niet beviel? Er zou
+dan zeker wel wat anders voor haar te vinden wezen en zij was nog zoo
+heel jong....
+
+Maar Hedwig twijfelde er geen oogenblik aan of alles zou heel goed en
+prettig gaan. Zij had lust in het werk en verlangde te beginnen en het
+was met een opgewekt gezicht en een moedig hart dat ze Maandags afscheid
+van Anna Schaub nam en haar plaatsje op de boot naar Londen veroverde.
+Anna had haar een grooten koffer afgestaan, "een echt ouderwetsche
+Duitsche reiskist, een huis haast," zooals Hedwig lachend beweerde. Zij
+hadden allerlei inkoopen gedaan en Hedwig voelde zich heel rijk met een
+paar nieuwe blouses en een sterken, serge rok. De koffer was ten slotte
+nog geheel vol geworden, wat Anna triomfantelijk had doen uitroepen:
+"Zie je wel dat hij niet te groot is? Het maakt ook dadelijk veel beter
+indruk, als je met een flink stuk bagage komt," en Hedwig was haar
+dankbaar geweest voor hare goede zorgen en had meer dan eens gezegd:
+
+"Ik stuur je later terug wat je voor me betaald hebt, hoor; reken daar
+vast op."
+
+Nu was het afscheid achter den rug en lag ze languit op de bank in de
+dameskajuit van de boot, die haar naar Londen zou brengen. Het was
+donker, druilerig weer en zij had geen neiging gevoeld lang op het dek
+te blijven, waar de fijne motregen haar huiveren deed. Anna had haar
+taschje gevuld met "allerlei, waarin je zeker wel trek krijgen zult," en
+soms betastte zij het eens even; het was haar net of Anna daardoor weer
+wat dichter in haar nabijheid was. Zij had nog in 't geheel geen
+"trek", maar ze moest herhaaldelijk aan Anna en hare trouwe liefde
+denken. Het was toch wel eenzaam nu, vond ze. Zij sloot de oogen en
+bewoog zich niet; ze wou zorgen dat ze spoedig in slaap kwam, maar
+telkens weer zag zij Anna Schaub voor zich en haar moeder en
+Claerchen....
+
+Langzamerhand viel zij in een lichte sluimering. Ze was echter weinig
+verkwikt, toen ze 's ochtends vroeg klaar wakker werd en kreunend keerde
+zij zich af, toen de hofmeesteres iets tot haar zeide. Ook later op den
+dag voelde zij volstrekt geen verlangen om op te staan; haar hoofd
+klopte en ze was heel vermoeid. "Nu ben ik dus zeker zeeziek", dacht ze.
+Zij was nog nooit op zee geweest en had wel eens gezegd dat zij graag
+zou weten hoe dat was: zeeziek zijn. Nu wist zij het dan!
+
+Tegen den avond werd zij beter en kon zij zelfs met smaak wat gebruiken
+en vrij vroeg viel ze weer in slaap, om eindelijk tot haar groote
+vreugde gewekt te worden met het bericht dat men Londen naderde.
+
+Wat een drukte en gewoel om haar heen, toen ze boven kwam en hoe vreemd
+was het bij het aan land komen onder al die gezichten geen enkel te
+vinden, dat haar bekend was en een welkom toeknikte!
+
+De regen was opgehouden en eerst heel flauwtjes, toen wat helderder,
+begon de zon te schijnen. Het stemde Hedwig opgewekter. "Ik hoop dat
+moeder en Claerchen en Anna Schaub die zon ook zien en aan mij denken,"
+dacht zij even; toen kreeg zij het te druk met haar koffer en het zoeken
+naar een vigilante om zich aan gepeins over te kunnen geven.
+
+Ze kwam in een energieke stemming, terwijl ze door de drukke, Londensche
+straten reed en met groote oogen keek naar al dat nieuwe, geheimzinnig
+onbekende, dat haar met magnetische kracht aantrok. Zij vond ze mooi die
+grijze gebouwen, waarop, door een dunnen nevel heen, als een waas van
+zonlicht lag, de plotselinge kijkjes op de rivier met het bijna stille,
+even rimpelende water, waarover de booten en schepen schenen heen te
+glijden, de bruggen met hare ranke bogen en de bevallige _hansoms_, die
+haar _cab_ voorbij snelden; en door het open raampje keek en luisterde
+ze nieuwsgierig naar de pratende en roepende menigte. Het was haar haast
+alsof zij in een tooverwereld was, ook om dat wonderbaar teere,
+zachtgele licht, dat zij nergens ooit zoo had zien schijnen en met een
+soort van schok kwam ze tot zichzelf, toen zij King's Cross station
+binnen reed en de vigilante stil stond.
+
+Wat een volte! Zij werd er een oogenblik door verbijsterd. Hoe moest zij
+onder al die menschen de barones en Tieka vinden? Zij sprong uit de
+vigilante en keek even verschrikt naar haar japon, die door de lange
+reis erg gekreukeld was. Zij streek er haastig met haar hand overheen;
+ze had geen tijd er veel aandacht aan te geven, want de koetsier moest
+betaald worden, onderwijl nam een _porter_ haar koffer op zijn kruiwagen
+en keek haar vragend aan en intusschen zochten hare oogen, zochten ...
+om niets te vinden dan een pratende, bevelende, dravende menschenmassa,
+waaronder niemand zich harer ook maar in 't minst aantrok.
+
+Daar stootte de koetsier haar aan den arm. Wat zeide hij toch allemaal?
+Hij sprak zoo rad en zulk raar Engelsch; zij kon hem haast niet
+verstaan. Zij had hem geld gegeven en hij had het op de vlakke hand
+gelegd en wees er voortdurend naar. Vond hij het niet genoeg? Hedwig
+meende dat hij reeds meer had gekregen dan hem toekwam; nu legde zij er
+toch nog maar een _shilling_ bij. De _cabby_ knikte: "_All right_" en
+reed weg.
+
+"_Where to Miss?_" vroeg de kruier. "_Come along._"
+
+"Edinburg," zei Hedwig wat geagiteerd. "Edinburg," maar ze sprak den
+naam zoo Duitsch uit dat de man haar niet begreep en de schouders
+ophaalde. "_Got your ticket?_" vroeg hij. Neen, Hedwig had nog geen
+kaartje. "Scotland," zei ze, "Edinburg!" Nu wist hij wat zij meende. Dan
+moest ze voortmaken, ze had nog maar drie minuten tijd. En Hedwig liet
+zich den weg wijzen, nam in de haast een kaartje derde klasse in plaats
+van eerste, hoewel ze bij het reisgezelschap van de familie von Zerclaere
+behoorde en liep op een drafje met haar geleider naar den trein. Daar
+ontdekte ze zoowaar in de verte het aardige figuurtje van Tieka! Haar
+ruime, lichte reisjurk stak frisch af bij de donkere kleeding van eenige
+heeren, die naast haar stonden. Kijk, nu had zij Hedwig ook gezien! Ze
+wuifde met beide handen en wilde naar haar toesnellen, maar Hedwig zag
+nog juist hoe een hand uit den coupe haar terughield. Toen werd ze zelf
+door een ondernemenden conducteur een derde klasse wagen ingetild.
+
+Ze kwam naast een dikken heereboer te recht. "Dat is nog maar net
+bijtijds," zei hij. "_Yes indeed_," antwoordde zij hijgend.
+
+"Koffer in den goederenwagen. Alles in orde, _Miss_," klonk nu de stem
+van den kruier, die zijn gezicht door het raampje stak.
+
+"O!" riep Hedwig. Dat was waar ook; ze moest dien man nog betalen!
+Schielijk haalde ze haar portemonnaie te voorschijn en zocht naar
+kleingeld. De lokomotief floot af.
+
+"Hier," en zij liet heel den schat van groote, koperen _pennies_, die
+ze bij zich had, in zijn hand glijden, waardoor haar beurs aanmerkelijk
+lichter werd. "_Thank you_," zei de man en verdween; meteen stootte
+Hedwig's arm tegen den knop van den dikken stok, dien de heereboer
+tusschen zijn beenen hield, haar portemonnaie gaapte wijder en de
+geldstukken vielen er uit en verstrooiden zich over den grond.
+
+"_Ach, du liebe Zeit!_" liet Hedwig zich ontvallen en de heereboer keek
+haar aan met een medelijdenden blik. "Hoe jammer voor dat jonge meisje
+om geen Engelsche te zijn," dacht hij met de eigenaardige verwaandheid
+van een Engelschman, maar trots zijne dikte, hielp hij haar toch heel
+gedienstig het geld weer bij elkaar zoeken.
+
+Hedwig telde na of zij alles had. Tot haar schrik mistte zij nog het
+eenige goudstukje, dat zij in haar beurs had gehad. Ze boog zich
+voorover en keek scherp rond of zij op den grond tusschen de voeten en
+neerhangende kleeren der andere reizigers ook iets zag blinken; tot haar
+groote teleurstelling vond zij echter niets. Zij schudde haar
+portemonnaie uit op haar schoot, misschien was het tien-shillingsstukje
+in een hoekje achter gebleven, hoopte ze, toen het andere geld op den
+grond viel,--maar zij zag zich bedrogen in die hoop.
+
+Ze ging heel rechtop zitten met het vaste voornemen nu maar niet meer
+aan dat ongelukkige goudstukje te denken, toen zij opeens iemand in haar
+nabijheid in mooi, duidelijk Engelsch hoorde zeggen:
+
+"Mag ik u dit misschien aanbieden?"
+
+Opkijkend zag zij het vriendelijke gezicht van een heer, die tegenover
+haar zat, maar zoo ver in zijn hoekje gedoken was geweest dat zij hem
+nauwelijks had opgemerkt.
+
+"Dit" was ... het verloren geldstukje en zij nam het gretig van hem aan.
+
+"_Thank you_," zei ze, dubbel blij omdat zij zoo goed begrijpen kon wat
+hij zeide.
+
+"Ik had het al opgeraapt voordat u het mistte," zei hij vroolijk. "Het
+was niet beleefd van mij het u niet terstond ter hand te stellen, maar
+om de waarheid te zeggen, had ik plezier in uw verlegenheid. U bent een
+Duitsche, niet waar? Mag ik vragen of u wellicht ook naar York gaat?
+Mijn oudste dochtertje is daar op kostschool en ik ga haar bezoeken. Ik
+dacht ... het was maar een inval natuurlijk, dat u misschien een
+aanstaande medeleerlinge van haar zoudt kunnen zijn. Er zijn daar meer
+Duitsche meisjes."
+
+Hedwig voelde snel naar haar kapsel. Ja, het haar was nog wel
+opgestoken. Hoe akelig dat zij er nu toch weer zoo lastig jong uitzag!
+"Neen" zei ze bedeesd, "ik ga niet naar York, ik ben op weg naar
+Edinburg."
+
+"Och, dat spijt me."
+
+"Ik ben niet rijk," zei Hedwig met een vaag besef dat zij hem niet in
+den waan mocht laten als zouden zijn dochter en zij in gelijke
+omstandigheden verkeeren. "Ik ga in betrekking als gouvernante." Het
+kwam er zoo eenvoudig en bedaard mogelijk uit, haast alsof zij reeds
+jaren als gouvernante was werkzaam geweest, toch keek de heer tegenover
+haar heel vreemd op en de dikke heereboer liet zich ontvallen: "_Well, I
+never...!_"
+
+Hedwig voelde zich min of meer in haar eer getast. "Ik vind het heel
+prettig," zei ze met nadruk.
+
+"Daar ben ik blij om," zei de heer tegenover haar, "maar ... leven uwe
+ouders nog?"
+
+"Mijn moeder leeft nog," zei Hedwig zacht.
+
+De vreemde heer vroeg niet verder en Hedwig zweeg thans ook liever.
+Waarom keek hij zoo ernstig en waarom vond hij het blijkbaar heel
+vreemd dat zij als gouvernante de wereld inging? Het kwam er toch niet
+zooveel opaan of zij pas vijftien was, ze zou spoedig genoeg achttien
+wezen; drie jaren waren gauw om!
+
+Ze vond het niet onaangenaam dat beiden, de heereboer en de heer, wiens
+dochtertje te York school ging, bij die plaats den trein verlieten en
+zij tot aan Edinburg toe geheel met rust gelaten werd. Het was een vrij
+lange reis van Londen af--een uur of acht sporen---en zij begon hongerig
+te worden en verorberde met graagte wat zij nog in haar taschje had, al
+waren de broodjes met tong erg oud geworden en al was het stuk _Kuchen_
+nu wat lederachtig van smaak.
+
+Zij schudde de kruimels van haar japon af en stond op om aandachtig het
+raampje uit te kijken, toen de trein Waverley-station binnen reed. Zij
+was dus nu te Edinburg! Nu moest zij terstond zorgen dat ze de familie
+von Zerclaere in het oog kreeg en zich bij haar voegen; de barones zou
+zeker ook wel al naar haar uitzien.
+
+Maar was het te Londen aan het station King's Cross vol geweest, te
+Edinburg aan het reusachtige Waverley-station was het nog veel en veel
+voller, ook omdat alle reizigers hier den trein verlieten. Daarbij was
+de trein zoo buitengewoon lang dat het Hedwig toescheen alsof er geen
+begin of eind aan was. Zij kon zich ook onmogelijk herinneren bij welken
+coupe ongeveer zij Tieka had zien staan. Zij meende dat zij een goed
+eind naar rechts moest gaan, maar toen ze zich met niet geringe moeite
+een weg had gebaand tusschen karren, kruiwagens, kisten, manden, fietsen
+en dringende, ongeduldige reizigers door, verbeeldde zij zich weer dat
+ze te ver was geloopen en op een geheel andere plek zijn moest. Het was
+lastig zoeken op deze wijze. Ze begreep ook niet waarom de barones niet
+iemand naar haar toestuurde; zij wist toch dat ze met dezen trein mee
+was gekomen en ze wist ook dat zij, Hedwig, hier geheel vreemd was!
+
+Intusschen zag ze wel in dat ze zoo toch niets verder kwam. Komaan, ze
+moest dan eerst maar eens zien dat ze haar koffer kreeg; ze kon dan in
+ieder geval wel weer een rijtuig nemen en zich naar het huis van den
+baron von Zerclaere toe laten brengen. Zij had toch immers het adres nog
+in haar portemonnaie? Ze keek eens even, maar ... neen, nu zag zij het
+niet meer! Ze had het zeker verloren meteen toen ze het geld liet
+vallen, wat moest zij nu beginnen? Ze bedacht zich niet lang en trachtte
+zoo vlug als het ging, terug te keeren naar den coupe, waarin ze gezeten
+had. Zij was boos op zichzelf dat ze niet op het nummer had gelet. Wacht
+eens ... hier was het geweest ... neen, toch niet! Waarom waren er ook
+zoo vele wagens derde klasse? Zij kreeg het erg benauwd en warm; heel
+spoedig echter keerde haar moed terug. Den baron von Zerclaere zou men in
+Edinburg toch wel goed kennen en natuurlijk zou men haar weten te
+zeggen, waar hij woonde.
+
+Eerst dan haar koffer maar! Wat bleef het nog woelig en vol op het
+perron en wat was iedereen gejaagd, tot zelfs de beambten toe!
+
+Het viel haar op dat alles hier veel minder geregeld en vlug in zijn
+werk ging dan in Londen. En _waar_ was haar koffer toch? Men had de
+goederenwagens thans geheel ontladen, stapels bagage waren op het perron
+neergezet. Hedwig kon er eerst haar koffer maar niet tusschen ontdekken;
+ze was echter vast besloten het station niet te verlaten, voordat ze
+haar eigendom veilig weer in haar bezit had. Haar volharding was niet te
+vergeefs en met den uitroep:
+
+"_Ach, da bist du ja, mein liebes Haus!_"--een uitroep, die een paar
+krantenjongens verschrikt deed omkijken--zette zij eindelijk haar
+elleboog op haar koffer neer om er pal bij te blijven staan, tot een der
+dravende kruiers het wat minder druk zou krijgen en haar aan een rijtuig
+zou kunnen helpen.
+
+Het werd donkerder en zij begon er zeer naar te verlangen eindelijk
+geheel het doel van haar reis te bereiken; maar, toen zij er met moeite
+in geslaagd was een der voorbijsnellende kruiers bij den arm te grijpen
+en te dwingen naar haar te luisteren, kwam ze nog niet veel verder. Want
+hij schudde het hoofd, toen zij den naam von Zerclaere noemde. "Nooit van
+gehoord!" verzekerde hij, om toen een paar andere _porters_ te hulp te
+roepen, die met hoog beladen wagens met bagage voorbij kwamen. Hun
+antwoord was al even onbevredigend en ook twee spoorbeambten om
+inlichting gevraagd, konden die niet geven.
+
+Het begon Hedwig bang te moede te worden. Wat moest ze doen? Te vergeefs
+spande zij zich in om zich het bewuste adres te binnen brengen, maar hoe
+meer ze haar best deed haar geheugen te hulp te komen, des te erger liet
+het haar in den steek! Het werd er niet beter op, toen zij zich
+plotseling wel herinnerde, dat de barones haar verteld had dat zij nog
+maar eenmaal en slechts enkele maanden in Edinburg hadden gewoond....
+Het was dus nauwelijks meer dan natuurlijk dat de naam von Zerclaere nog
+niet algemeen bekend was.
+
+Steeds met den arm op haar koffer geleund, stond zij er ernstig over na
+te denken wat ze toch beginnen zou, want het werd hoe langer hoe later
+en heel veel langer zou ze hier niet kunnen blijven staan! Ze _moest_
+dat lastige adres weer te weten zien te komen. Was het niet een
+_square_? Ja, dat meende ze zeker te weten, maar hoe heette dat square
+nu toch ook weer?
+
+Daar ontdekte zij in de verte een palfrenier in keurige livrei; hij kwam
+snel op haar toe en zij kreeg een kleur van verrassing, toen hij beleefd
+voor haar boog met de vraag of zij de Duitsche dame was, die bij den
+baron von Zerclaere verwacht werd.
+
+"_Yes, Yes, Yes!_" riep zij opgewonden, erg blij dat er eindelijk hulp
+kwam opdagen.
+
+In een ommezien had de palfrenier iemand gevonden, bereid de zorg voor
+den koffer op zich te nemen. "_The carriage is waiting_," zei hij, zich
+weer tot Hedwig wendend en zij volgde hem het station uit naar een
+fraai, met twee vlugge, jonge paarden bespannen rijtuig, dat, met den
+statigen koetsier op den bok, gereed stond haar verder te brengen. Ze
+zag dat er niemand in zat, wat haar even verwonderde, maar zij begreep
+dat de familie von Zerclaere reeds thuis moest zijn.
+
+Beleefd stak de palfrenier zijn hand uit om haar bij het instappen te
+helpen; zij vond echter dat zij het wel zonder zijn hulp kon stellen en
+wilde vlug de trede opwippen, toen de hak van haar schoen haken bleef in
+het boorband van haar japon, dat losgeraakt was.
+
+"_Nein!_" riep ze verschrikt en ze zou gevallen zijn, als de voorkomende
+palfrenier het niet verhinderd had.
+
+Het band scheurde een heel eind verder af. Zij vond het erg verdrietig;
+nu zag zij er nog minder netjes uit en ze schaamde zich voor den
+palfrenier en voor den koetsier, die even omgekeken had.
+
+[Illustration: Het standbeeld van Walter Scott in Princesstreet, Edinburg.]
+
+Haastig onderzocht zij of ze geen speld bij zich had; ze kon er echter
+nergens een vinden. Zou de palfrenier ... maar wat _was_ speld ook weer
+in 't Engelsch? Het was haar opeens alsof ze geen enkel Engelsch woord
+meer wist!
+
+Daar had zij het! "_Pin ... pin!_" riep ze. "_Have you a pin for me?_"
+
+"_Certainly_," zei de palfrenier, wiens mondhoeken verraderlijk begonnen
+te trillen en hij nam vier kostbare spelden van den binnenkant van zijn
+jas en reikte haar die over.
+
+Ze dankte hem met een vriendelijk knikje. Hij sloot het portier en met
+een zucht van welbehagen leunde zij achterover tegen de zachte kussens
+van het rijtuig om zich echter al heel spoedig weer voorover te buigen
+en gretig het raampje uit te kijken, terwijl zij Edinburg doorreed.
+
+Het was mooi, frisch weer en het eigenaardig bekoorlijke licht, dat den
+avond vooraf gaat, scheen over de schilderachtige stad. Op enkele
+plaatsen waren de lantarens reeds aangestoken en achter sommige
+winkelramen wierp reeds het kunstlicht een zacht schijnsel op kwistig
+uitgestalde, veelkleurige Schotsche zijde en op aardiggevormd bruin- en
+-geel aardewerk en kristal. Hedwig keek nieuwsgierig naar een paar
+stoergebouwde, Schotsche soldaten, die vlak langs haar rijtuig gingen en
+er met hunne frissche gelaatskleur, lichte jassen, korte, geruite
+_kilts_ (rokjes) en groote, witte pluimen aan de lederen ceintuurs,
+flink en krachtig uitzagen. Verrast keek zij op, toen ze tegenover de
+weelderige winkels in Princes-street, in het stille avondlicht, hoog op
+een rotsblok, de ruines zag liggen van het oude, grijze kasteel en
+daaronder de takken der boomen van het fraaie park zag wuiven, waarin ze
+nog juist met een oogopslag het beroemde Scott-monument kon
+onderscheiden. Noemden de menschen in Edinburg dit een _straat_?
+Prachtig mooi vond zij alles van toon en kleur en het onwezenlijke
+halfdonker maakte den rit niet minder aantrekkelijk.
+
+Met innig genot ademde zij de geurige lucht in, die door het open
+raampje naar binnen kwam en haar hand gleed streelend langs de zachte
+zijde der rijtuigkussens, maar toen het rijtuig stilhield voor een groot
+heerenhuis, waaruit veel licht naar buiten scheen, begon haar hart
+sneller te kloppen en drukte zij de handen even stijf tegen elkaar.
+
+Zou Tieka al in de gang staan om haar op te wachten en ... de barones
+misschien ook en zouden zij zich erg ongerust gemaakt hebben over haar
+lang weg blijven? Zij sprong vlug het rijtuig uit en liep haastig het
+huis in, maar in de hooge, fraai gemeubileerde gang was niemand dan een
+zeer deftige knecht, die even voor haar boog met de woorden:
+
+"_What name, please?_"
+
+Haar naam? Hedwig vond het vreemd dat hij dien vroeg, iedereen wist toch
+natuurlijk dat Tieka's Duitsche gouvernante elk oogenblik verwacht kon
+worden! De knecht scheen hiervan echter volstrekt niet op de hoogte te
+wezen en ze noemde hem haar naam en liet zich den weg wijzen naar een
+vertrekje aan 't eind der gang. Ze moest een heele poos wachten, voordat
+een tweede knecht verscheen om haar naar een schitterend verlichte
+_drawing-room_ te brengen, waar de barones en de baron von Zerclaere, een
+mager, nietig, blond mannetje met een vrij onbeduidend uiterlijk,
+aanwezig waren.
+
+De barones gedroeg zich, naar Hedwig voorkwam, nog statiger dan toen zij
+haar voor het eerst zag. Zij raakte Hedwig's hand even aan met hare
+vingertoppen, stelde haar als ter loops voor aan den heer von Zerclaere,
+liet haar blik glijden over Hedwig's kleeding en zei:
+
+"We hebben nog naar u uitgekeken aan het station, maar de volte belette
+ons u te vinden; daarom zond ik u later het rijtuig maar. Ook van
+ochtend in Londen hebben wij elkaar gemist. U hebt een goede reis gehad,
+hoop ik?"
+
+"Het gaat wel, dank u," antwoordde Hedwig kortaf, onder den indruk van
+de koele ontvangst. Toen snel, omdat ze zag dat de barones weer naar het
+gekreukelde japonnetje keek:
+
+"Ik ben zeeziek geweest en van ochtend ging alles wat haastig; daarom
+zie ik er...."
+
+"O ja, juist, juist," viel de barones in met een gebiedend gebaar van
+haar hand, alsof zij zeggen wilde: "Spaar mij verdere bizonderheden".
+"Als u nu maar naar boven gaan wilt, dan zal men u uwe kamer wijzen en u
+daar uw _supper_ en wat thee brengen."
+
+Zij schelde en een keurig gekleede jonge vrouw--"heelemaal een dame",
+vond Hedwig--verscheen; zij was de kamenier der barones.
+
+Juist wilde Hedwig haar de kamer uit volgen, toen de baron, die zich
+onledig hield met door het vertrek heen en weer te loopen, toevallig
+zijn voet zette op een lus van het vastgespelde boorband van haar japon,
+dat daardoor nog een heel eind verder afscheurde.
+
+"O pardon, pardon," riep hij uit, onthutst naar zijne vrouw kijkend,
+maar deze, die de spelden ontdekt had, zei alleen koud: "U zult
+verstandig doen, Fraeulein, met u spoedig te verkleeden," en keerde
+Hedwig toen den rug toe. Hedwig was blij, toen zij de kamer weer uit
+was. Onder diep stilzwijgen ging de deftige kamenier haar nu voor naar
+een hoogere verdieping. Hedwig zag wel hoe zij haar op het portaal met
+een trotsch toegeknepen mondje, van het hoofd tot de voeten op nam, maar
+ze liet er zich niet door uit het veld slaan. Zij _zag_ er ook werkelijk
+niet netjes uit, moest zij bekennen ... maar o, ze was ook zoo moe en
+... het juffertje naast haar had zeker wel gemakkelijker reis gehad dan
+zij!
+
+Ze had zich de ontvangst hartelijker en prettiger voorgesteld, maar als
+zij maar eenmaal gewend was, zou alles zeker goed gaan. Het was nu ook
+nog zoo vreemd....
+
+Daar werd aan het eind van het portaal een deur met een ruk geopend en
+een bevallige, kleine gedaante, geheel in het wit, vloog Hedwig te
+gemoet. "_Ach du liebe, kleine_ Tieka!" riep Hedwig en er sprongen haar
+tranen van blijdschap in de oogen. Want Tieka sloeg de armen om haar
+hals en drukte zich tegen haar aan. "_Oh, I am glad, glad!_" riep ze en
+zij beduidde de preutsche kamenier dat zij nu wel heen kon gaan; zij
+zelf zou "Fraeulein" verder den weg wel wijzen. "Ik mocht niet naar
+beneden," fluisterde zij Hedwig toe, "maar ik had toch het rijtuig wel
+gehoord!"
+
+Ze duwde Hedwig de kinderkamer in, die er met de aardige, kleurige
+platen aan den muur, vroolijk uitzag, schoof bedrijvig een gemakkelijken
+stoel voor haar aan en dwong haar te gaan zitten en achterover te
+leunen. "Zie zoo, rust nu maar eens flink uit," zei ze als een klein
+moedertje en ze trachtte Hedwig den hoed af te zetten en haar mantel los
+te maken, maar Hedwig sprong lachend op. "Wijs mij mijn kamer eerst maar
+eens, Tieka," zei ze en Tieka gehoorzaamde dadelijk. Zij opende een
+tusschendeur, die toegang gaf tot een kleiner vertrek, waar sierlijke
+miniatuur-meubeltjes stonden: rieten tafeltjes, stoeltjes, twee
+linnenkastjes, een kookkacheltje, in een hoek een rij ledikantjes,
+toilettafeltjes met licht neteldoek en blauwe strikjes getooid, in een
+anderen hoek een pers en mangeltafeltje, strijkplank met toebehooren en
+allerlei andere benoodigdheden voor het poppengezin, dat hier wonen
+moest.
+
+"Dit is de kleine kinderkamer," zei Tieka, die haar Engelsen en Duitsch
+erg door elkaar haspelde, "hier kunnen wij zoo heerlijk spelen! Mijn
+poppen zijn nog ingepakt; ik verlang ernaar dat zij uit die donkere
+koffers komen, morgen moeten zij hier een feestje hebben. En dit," weer
+opende zij een tusschendeur, "is uw kamer, vlak naast mijn
+slaapkamertje, dat vind ik zoo heerlijk!"
+
+Onwillekeurig knikte Hedwig blij, toen zij hier haar grooten koffer
+reeds zag staan, het was bijna alsof ze een oude kennis ontdekte! Ze
+vond het een heel mooie kamer; alles zag er zoo echt comfortable uit:
+het flinke ledikant, de spiegelkast, waarin zij haar japonnenschat zou
+mogen bergen, de waschtafel met marmeren blad en het meest nog het
+aardige hoekje bij het raam, waar een paar gemakkelijke, lage stoelen
+waren heen geschoven en tegen den muur een kleine schrijftafel stond.
+Een schrijftafeltje, dat zij, Hedwig Eiche, gebruiken mocht! Als haar
+moeder en Claerchen dat eens even konden zien!
+
+Zij lichtte snel het gordijn op om het uitzicht te bewonderen en Tieka
+drukte haar neusje ook tegen de ruiten. Maar er was niet veel meer te
+onderscheiden dan wuivende boomen, de verlichte ramen van een paar
+huizen aan den overkant en het schijnsel der lantarens, dat op het
+stille, deftige plein viel.
+
+"Zoo echt geheimzinnig, he?" zei Tieka. "Ik wou dat wij saampjes nu eens
+even uit mochten gaan, dan was het net als in een sprookje." Toen,
+terwijl zij Hedwig met hare donkerblauwe oogen ernstig aanzag: "Ik houd
+nu al veel van u!"
+
+"Dat weet je nog niet, daar weet je nog niets van," riep Hedwig
+plagend.
+
+"Jawel, jawel, ik weet het juist wel, ik weet het zeker," zei Tieka met
+nadruk. En toen Hedwig haar hoed afzette en het blonde haar--dat nog
+maar niet aan het opgestoken kapsel kon wennen--losraakte en over haar
+schouders golfde, klapte het kleine meisje opgetogen in de handen en
+riep uit:
+
+"O, wat aardig! Wat staat dat grappig! Maar...." en opeens werd haar
+gezichtje weer ernstig en aarzelend, verlegen vroeg ze:
+
+"Dat mag men niet vragen, is 't wel, hoe oud of iemand is?"
+
+"Wel neen," zei Hedwig terstond, zich op de lippen bijtend om niet te
+lachen, "dat behoort heelemaal zoo niet, dat is heel onbeleefd."
+
+Zij keerde zich om naar de kast om Tieka's vragende oogen te ontwijken
+en hing haar mantel op, maar Tieka stond dadelijk weer naast haar.
+
+"Ik _heb_ het nog niet gevraagd," zei ze verontschuldigend.
+
+"Neen, pas dan maar op dat je het ook niet doet."
+
+Tieka zweeg even; hare oogen bleven onafgewend op Hedwig gevestigd. Toen
+zei ze levendig:
+
+"Ik wou u zoo graag geen Fraeulein noemen, ten minste ... niet als wij
+alleen zijn. Ik wou zoo graag....
+
+"Nu, wat wou je graag?" vroeg Hedwig bij haar neerknielend.
+
+"Ik wou zoo graag," herhaalde Tieka met haar hand onder Hedwig's kin,
+"een apart naampje voor u hebben en niet altijd Fraeulein zeggen. Ik wou
+... o, ik weet al wat, _my dear_ zal ik u noemen, nooit iets anders dan
+_my dear_, als wij samen zijn. Mag dat?"
+
+"Natuurlijk, maar dan moet je ook je best doen, niet telkens Duitsch en
+Engelsch door elkaar te spreken, maar iedere taal afzonderlijk."
+
+"_Yes my dear, my dear, my dear_," riep Tieka, half zingend en ze danste
+de kamer door, al maar roepende dat ze toch zoo blij was dat "_my dear_"
+er nu eindelijk was!
+
+Toen Hedwig den sleutel van haar koffer te voorschijn haalde, vroeg ze
+gretig: "Moet ik nu weg of mag ik bij het uitpakken blijven?"
+
+"Wel zeker, je blijft hier, je kunt me juist uitstekend helpen," zei
+Hedwig.
+
+"Zij hebben beneden visite, zie-je," babbelde Tieka voort, "een
+heeleboel van avond. Ik zal nog wel even geroepen worden misschien, maar
+ik blijf niet lang weg, ik kom dadelijk terug."
+
+Tot haar teleurstelling stuurde haar moeder echter om haar, toen het
+uitpakken nog maar even aan den gang was en men hield haar zoo lang
+beneden dat Hedwig geheel klaar was, zich had verkleed en op het punt
+was om iets te gebruiken van het eten, dat men voor haar in de
+kinderkamer had gereed gezet, toen Tieka eerst weer verscheen.
+
+"O, ik moest tegen zooveel menschen wat zeggen!" riep ze, hijgend van
+het vlugge loopen. "Ik kon maar niet klaar komen. Mag ik de thee voor u
+inschenken en brood snijden? Ik kan het best. Hier is visch. Mag ik u
+bedienen? Kijk, dit zijn _scones_, een echt Schotsch gebak; dat smaakt
+zoo lekker, daarvan wil ik nog wel een _klein_ stukje. Zal ik een ei
+voor u koken? Ik weet heel goed hoe ik dat doen moet."
+
+Hedwig vond alles goed. Zij had er schik in op te merken, hoe handig
+het kleine meisje met den zwaren, grooten trekpot omging en er later
+zorgvuldig de _cosy_ weer over trok, hoe zij haar voorzag van wat zij
+noodig had zonder iets te vergeten en hoe zij later vroolijk toekeek,
+terwijl Hedwig at en dronk.
+
+Eindelijk zei ze met een zucht:
+
+"Nu _moet_ ik naar bed, erg vervelend, maar mama vraagt _altijd_ 's
+ochtends of ik den vorigen avond op tijd gegaan ben. Misschien ...
+misschien komt straks ... iemand nog wel even bij mijn bed, als ik erin
+lig?"
+
+"Iemand?" zei Hedwig, zoo ernstig mogelijk. "Wie is iemand?"
+
+"Dat zeg ik niet! Dat zeg ik niet!" zei Tieka, lachend opspringend; de
+glimlach in Hedwig's oogen had haar blijkbaar gerust gesteld. Vlug liep
+ze naar haar slaapkamertje en Hedwig hoorde niets meer, totdat een
+vroolijke stem riep:
+
+"_Ready! Fertig!_"
+
+"O! O! O! Weer Engelsch en Duitsch te gelijk; pas op!" zei Hedwig, maar
+ze had weer groote moeite haar gouvernante-waardigheid te bewaren, toen
+Tieka rechtop ging zitten in bed en nieuwsgierig vroeg:
+
+"Ben ik wel tien jaar jonger dan u?"
+
+"Wou je dat _heel_ graag weten?"
+
+Tieka knikte alsof haar hoofd eraf moest.
+
+"Ik mag het je toch niet zeggen, nu nog niet, ten minste."
+
+"Wanneer dan wel?"
+
+"Dat weet ik nog niet, maar, als je mij plezier wilt doen, moet je er
+niet meer naar vragen en er ook niet met anderen over spreken."
+
+"O."
+
+"Wil je me dat plezier doen?"
+
+"Ik _wil_ wel, maar ik vind het niet prettig."
+
+Hedwig gaf haar een kus. "Nacht lieve Tieka," zei ze, "komt je moeder
+ook nog bij je?"
+
+"Mama?" Tieka keek heel verbaasd. "Neen, die komt nooit meer, die heeft
+het veel te druk."
+
+Het speet Hedwig dat zij de vraag gedaan had.
+
+"Nacht kindje."
+
+"Goeden nacht, _my dear_."
+
+En toen Hedwig heen gegaan was en reeds een poosje op haar kamer had
+zitten nadenken, klonk het nog eens:
+
+"_My dear...._"
+
+Hedwig ging dadelijk naar haar toe. "Slaap je nog niet, Tieka? Wat is
+er?"
+
+Zij keek Hedwig ondeugend aan. "Ik wou alleen nog maar een keer zeggen:
+"Nacht, _my dear!_""
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+Een Brief, waar van Alles in staat.
+
+
+Ongeveer een maand later slaakten Hedwig's moeder en Claerchen een kreet
+van verrukking bij het openen van een zeer dikken brief, den eersten
+langen brief, dien zij van Hedwig ontvingen.
+
+"Lieve beste moeder," schreef zij, "nu zal ik mijn best doen u eens van
+alles en alles te vertellen! Ik kon tot nu toe niet anders dan haastige
+brieven schrijven, maar vandaag en morgen is Tieka met hare ouders uit
+de stad en heb ik dus twee dagen vacantie en ruim tijd voor een langen
+brief.
+
+Ik zal u ook heusch oprecht op al uwe vragen antwoorden, lief, bezorgd
+moedertje en dus allereerst maar eerlijk bekennen dat ik soms wel erg
+naar u en Claerchen verlang. Maar als dat nu eens niet zoo was, hoe zoudt
+u dat dan vinden? _Heel_ onhartelijk en onnatuurlijk, niet waar? Ja, ja,
+ik ben soms sentimenteel genoeg om uwe portretten heel dicht ... bij
+mijn mond te brengen, maar dat gebeurt lang niet iederen dag! Ik vertel
+Tieka ook dikwijls van u beiden en dan is het net of ik even bij u ben
+geweest.
+
+Zooals ik u reeds schreef, ga ik geregeld iederen Zondag, dikwijls met
+Tieka, maar die gaat ook veel met hare ouders mee--naar de Duitsche
+kerk; dat is altijd een echt verkwikkend, rustig uurtje, maar erg jammer
+is het dat hier op 't oogenblik geen vaste, Duitsche predikant is en er
+telkens iemand anders preekt. Het zou zoo aardig zijn, als er wel een
+predikant was met een groot gezin, waar ik dan aan huis mocht
+komen--voorloopig zal daar echter wel niet veel kans op wezen!
+
+Heb ik het anders niet buitengewoon goed getroffen en wat zegt u er toch
+wel van dat uw vijftienjarige dochter nu gouvernante is in zoo'n paleis
+van een huis? Soms lijkt het me wel heerlijk om dat paleis eens voor een
+half uurtje te verwisselen met ons knus bovenhuisje en even, even mijn
+armen om uw hals te slaan en Claerchen te zien smullen van een stuk
+Schotsche _scone_ (een smakelijk gebak) of _toffee_, want ik zou
+natuurlijk van alles voor haar mee brengen. Even voor een dagje
+overkomen gaat echter zoo gemakkelijk niet en daarom zal ik maar
+stilletjes in mijn paleis blijven! Soms is het mij haast als een droom
+dat ik hier nu heusch thuis behoor. Het huis is zoo groot, Claerchen zou
+er best in kunnen verdwalen. Ik weet er nu den weg wel zoowat in te
+vinden, maar er zijn zooveel kamers en zooveel mooie, breede gangen met
+hooge, met bloemranken beschilderde muren en kleine nissen met tafeltjes
+met planten en rieten stoelen, fraai gedrapeerde rustbanken en kisten
+van donker, uitgesneden eikehout en o, zooveel trappen en portalen dat
+ik niet begrijp dat de bedienden zich nooit vergissen, als er van
+verschillende kanten wordt gescheld.
+
+Die bedienden ... of ik er ooit achter zal komen _hoeveel_ er hier
+precies zijn? Ik betwijfel het werkelijk, want ik overdrijf niet, als ik
+zeg dat er stellig bij de twintig zijn. En de meesten zien er zoo
+verbazend voornaam uit dat men haast niet laten kan een buiging voor hen
+te maken, als men hen tegen komt. De mannen: huisknechten, _butler_,
+koetsier, palfrenier, enz. enz. zijn allen in livrei en loopen allen
+even statig--al _is_ de aard van den palfrenier werkelijk vroolijk en al
+heb ik hem herhaaldelijk zien glimlachen om Tieka's grappen.
+
+De meisjes en vrouwen hebben de keurigste japonnetjes aan en gedragen
+zich over 't algemeen nogal uit de hoogte tegenover mij, net alsof _zij_
+na familie van den baron von Zerclaere zijn en _ik_ niet! Maar zij meenen
+het niet kwaad, geloof ik, en ik heb niet veel met haar te maken.
+
+Zelfs de kleine Tieka heeft een aparte _maid_ voor zich; dat is wel een
+aardig, voorkomend persoontje, maar wie zou ook voor Tieka onaardig
+kunnen wezen? Dat kind is en blijft een schat. Wat zou ik graag willen
+dat gij haar eens even zien kondt, mijn lief, lief leerlingetje! Als zij
+morgenavond thuis komt, zal ze weer met dien aardigen, muzikalen klank
+in haar stem roepen: "Waar is _my dear_?" Dat doet zij altijd, als zij
+me niet dadelijk vindt, ik kruip wel eens opzettelijk weg om haar te
+plagen--en als zij me dan ziet, danst ze letterlijk naar me toe en al
+hare korte, donkere krullen dansen mee!
+
+Zijn we met ons tweetjes, dan noemt zij me nooit anders dan _my dear_,
+maar als wij beneden dineeren, (ik vergat nog u te zeggen dat mijn
+eetlust uitstekend blijft en dat ik zoo gezond ben als een hoentje!)
+vergeet ze nooit mij deftig "_Fraeulein Eiche_" te noemen. Wij eten
+trouwens heel weinig beneden, want de baron en barones hebben bijna
+altijd gasten en, als die er zijn, eten wij geregeld op de kinderkamer.
+
+We hebben het heel genoegelijk met ons beiden. Als Tieka naar bed is en
+ik alleen op de kinderkamer zit, waar het dan zoo heel rustig kan wezen
+en soms het geluid van pratende en lachende stemmen van beneden tot mij
+doordringt, ja moeder, dan verbeeld ik mij wel eens dat ik me wat
+eenzaam voel, maar dat is natuurlijk niets dan verbeelding!
+
+Wat die aristocratische, schatrijke menschen hier toch een eigenaardig
+leven hebben! Den baron zie ik soms in dagen niet anders dan aan het
+ontbijt, waarbij hij de godsdienstoefening leidt; bij de _lunch_ is hij
+dikwijls uit. Als hij wel thuis is, hoort men toch zijn stem haast niet;
+alleen als Tieka wat al te levendig is, bestraft hij haar; overigens
+neemt hij, naar mijn bescheiden meening, veel te weinig notitie van zijn
+allerliefst dochtertje. Wel letten hij en de barones er erg op dat ze
+goede manieren krijgt en met smaak gekleed gaat, maar Tieka blijft daar
+heel eenvoudig onder. Zij geeft niets om mooie jurken en ze zal nog heel
+wat moeten veranderen, eer zij is wat hare ouders van haar wenschen te
+maken. De barones bemoeit zich nogal met de lessen en liet zich laatst
+tegenover mij ontvallen dat zij zeer hoopte dat Tieka niet alleen een
+heel mooi, maar ook een heel bizonder meisje zou worden. "Zij zal moeten
+schitteren, ook door haar kennis en hare talenten; u hebt daaraan reeds
+nu te denken!"
+
+Ik waagde het op te merken dat ik toch vurig hoopte dat Tieka zoo
+vroolijk en eenvoudig zou blijven als zij thans was, want dat ik haar
+juist nu zoo bizonder aantrekkelijk vond, maar de barones haalde toen
+even minachtend de schouders op. "Tieka is nu nog een heel gewoon kind,"
+zei ze, "dat kan alleen anders worden, als er veel zorg aan haar
+opvoeding wordt besteed."
+
+O, ik hoop dat ik heel, heel lang bij haar zal mogen blijven en ik wou
+... dat zij zoo'n moeder had als de mijne!
+
+Met de lessen gaat het heel prettig. Tieka krijgt die, op verzoek der
+barones, bijna alle in het Duitsch, wat mij wel aanstaat natuurlijk. Het
+allerbest bevalt ons beiden de zangles. Zij heeft een heel zuiver
+stemmetje en zingt zoo levendig en met zooveel uitdrukking, dat ik haar
+dolgraag wat meer zou laten zingen, maar de barones vindt dat niet goed.
+En Tieka zal wel gauw zangles krijgen van een of ander groot musicus!
+
+Tieka heeft ook een verzameling, Claerchen; dat zul jij zeker heel
+merkwaardig vinden. Zij is een verzameling begonnen van ... raad eens
+wat? Van portretjes van kleine kinderen. Ze vindt het zoo vreeselijk
+jammer dat zij geen broertjes of zusjes heeft en soms zet ze de
+portretjes op een rij en vraagt mij, wie _ik_ van die kindertjes 't
+liefst vind en graag als broertje of zusje zou willen hebben. Zij speelt
+ook dolgraag met hare poppen, maar heel veel tijd heeft ze daarvoor
+niet; ze moet zooveel leeren, eigenlijk zelfs als ze speelt.
+
+Waar ze maar kan, vraagt ze tegenwoordig om kinderportretjes; laatst
+zelfs toen wij aan het wandelen waren bij _Holyrood_ ... maar daar kom
+ik straks wel op terug, ik moet u nu toch allereerst nog eens weer
+vertellen hoe prachtig mooi het hier is. Men zegt dat het in Schotland
+over het algemeen heel veel regent; ik heb tot nu toe bijna aldoor mooi
+weer gehad en op de wandelingen of ritjes met Tieka erg genoten. Op onze
+korte ochtendwandeling bekijken wij geregeld even in de fraaie _gardens_
+van _Princes' street_ het beroemde standbeeld van Walter Scott, waarover
+ik u reeds vroeger heb geschreven. Claerchen herinnert zich zeker wel dat
+ik haar, toen ze verkouden te bed lag, eens een stuk uit Ivanhoe heb
+voorgelezen? Tieka kent nog geen boeken van Scott natuurlijk, maar zij
+stelt toch veel belang in hem en iederen dag, als we bij het standbeeld
+ons bankje opzoeken, vertel ik haar iets uit het leven van den grooten
+schrijver; ik lees daarover dan den vorigen avond wat na.
+
+O, het standbeeld is zoo mooi! Walter Scott zit daar met zijn
+lievelingshond Maida--een prachtig dier--naast zich en er ligt een
+eigenaardige, humoristische uitdrukking om zijn mond, die het gezicht
+bizonder aantrekkelijk voor mij maakt. Altijd weer vind ik het prettig
+ernaar te kijken; hij wordt mij langzamerhand als een oude bekende
+en--ja, lacht mij maar uit!--ik begin het gezicht lief te krijgen; het
+is of het mij veel te zeggen heeft en mij moed inspreekt.
+
+Over het oude kasteel tegenover _Princes' street_ en het heerlijke
+uitzicht, dat men vandaar over de stad heeft, heb ik u in mijn vorigen
+brief al geschreven; ik moet u nu vertellen van onzen tocht naar
+_Holyrood_, het oude paleis der Schotsche koningen, waar de barones met
+Tieka en mij voor een paar dagen heengereden is.
+
+Tieka was uitgelaten dien dag, "onbehoorlijk opgewonden," zei haar
+moeder.
+
+_Ik_ vond het, eerlijk gezegd, een genot haar telkens zoo frisch te
+hooren lachen en eenmaal werd zij zoo vroolijk om een koetsier, die
+voorop een hooge _coach_ zat en allerlei dwaze grappen verkocht aan
+zijne passagiers, dat ik ook wel mee moest lachen. Ik kreeg toen een
+bestraffenden blik van de barones en een streng: "_Fraeulein...._" en ik
+schrikte en deed mijn best zoo ernstig mogelijk te kijken!
+
+Het is een opgewekt volkje die Edinburgsche koetsiers, die de _coaches_
+besturen, bestemd voor allerlei tochtjes in den omtrek. Zij zien er ook
+fleurig uit met hunne roode jassen en hooge, grijze hoeden. Tieka vraagt
+telkens weer aan haar moeder: "Mag ik ook niet eens een ritje bovenop
+een _coach_ doen met Fraeulein? Dat lijkt me zoo heerlijk!" Maar de
+barones wil er niet van hooren; zij vindt dat niet deftig genoeg.
+
+Nu, gemakkelijker dan wij in de fraaie equipage der Zerclaere's naar
+_Holyrood_ reden, kan men dit in een _coach_ wel niet doen. Het was een
+heerlijke rijtoer, waarbij wij ook het huis van John Knox voorbij
+kwamen, dat er schilderachtig, maar erg donker uitziet.
+
+Nooit zal ik vergeten hoe zacht en teeder de zon scheen op de oude kapel
+van _Holyrood_, toen wij aan kwamen rijden. Ik zal dat altijd het mooist
+vinden van het geheele, oude paleis, dat stuk ruine, dat overgebleven is
+van de abdij en er zoo plechtig stil uitziet, indrukwekkend nog in zijn
+verminkte grootheid, met het grijze steen half door groen mos bedekt.
+
+Door de vensters, waaruit het glas lang verdwenen is, komt het licht vol
+en rijk naar binnen, grillige schaduwen tooverend op het grijze steen.
+Zoo rustig, zoo geheimzinnig hoorbaar is de stilte daar dat ook Tieka er
+door getroffen werd en bedaard, zonder iets te zeggen, haar hand in de
+mijne legde.
+
+Ik sprak zooeven van de abdij, maar ik had eerst moeten vertellen--wat
+ik er ook den vorigen dag voor Tieka over had nagelezen--dat het slot
+_Holyrood_ heet naar het nabijgelegen klooster van dien naam, (_Holy
+rood_ = Heilig Kruis) dat in de twaalfde eeuw door den Schotschen koning
+David I werd gesticht en rijk met landerijen begiftigd. Gedurende een
+paar eeuwen werd het klooster herhaaldelijk door Schotsche vorsten
+bewoond, maar het eigenlijke paleis of slot werd eerst in 1528 door
+Jacobus V gebouwd en bleef, nadat het klooster in 1544 totop het schip
+der kerk door de Engelschen verbrand was, de verblijfplaats van Maria
+Stuart en van haar zoon Jacobus VI, tot deze in 1603 als Jacobus I den
+Engelschen troon besteeg en Engeland en Schotland onder een vorst werden
+vereenigd.
+
+Onder Cromwell werden paleis en klooster grootendeels verwoest en eerst
+gedurende de regeering van Karel II in 1671, werd het paleis weer
+opgebouwd, waarbij het Noordwestelijk gedeelte uit den tijd van Jacobus
+V, dat gespaard was gebleven, zijn oorspronkelijken vorm behield. In dit
+oude gedeelte kan men nog de vertrekken zien, eens door Maria Stuart
+bewoond.
+
+Ik voelde mij als een ander mensch, toen wij door die nu zoo doodstille,
+hooge kamers liepen. Men wees ons ook de deur en de smalle trap,
+waarlangs de moordenaars van Rizzio zich indertijd toegang hebben weten
+te verschaffen tot de vertrekken der koningin. Ook door de eetzaal
+liepen wij, waar zij Rizzio gegrepen hebben, om hem daarna door de
+slaapkamer en de audientiezaal heen te sleepen en eindelijk bij de
+hoofdtrap dood te steken....
+
+Zijn bloed liet sporen achter op den vloer der audientiezaal en men
+zegt dat Maria die vlekken nooit heeft willen laten uitwisschen "omdat
+zij er haar aan moesten herinneren dat zij het doel van haar wraak geen
+oogenblik uit het oog mocht verliezen." Vreeselijk, niet waar?
+
+Men wees ons later ook nog een eigenaardig oud huis, dicht bij
+_Holyrood_ gelegen, dat _Queen Mary's Bath_ wordt genoemd, omdat Maria
+Stuart--zoo gaat het verhaal, maar u en mij zou het zeker wel een beetje
+duur uit komen!--hier geregeld iederen dag een bad van wijn kwam nemen
+ter verhooging van hare schoonheid.
+
+Door dit huis wisten ook de moordenaars van Rizzio te ontsnappen en in
+het laatst der 18^e eeuw, toen het dak hersteld moest worden, vond men
+tusschen de planken nog een fraai gedreven dolk, die
+hoogstwaarschijnlijk aan een der samenzweerders had toebehoord.
+
+Al deze dingen moest ik aan Tieka vertellen, terwijl haar moeder zeer
+aandachtig toeluisterde (wel wat griezelig!) en mij op de vingers tikte,
+als ik wat onnauwkeurig was in mijne uitleggingen. Ik vond Tieka nog zoo
+klein voor al die akeligheid, maar de barones was dit blijkbaar niet met
+mij eens en Tieka zelf was gelukkig niet zoo heel erg onder den indruk!
+Zij zag telkens iets, dat haar aandacht afleidde en deed ontelbare
+vragen en ... toen we weer buiten waren en nog even rond wandelden, liep
+zij opeens op een drafje van ons weg naar een heel eenvoudige, Schotsche
+vrouw met een alleraardigst, klein, dik jongetje van een paar jaar aan
+de hand. Het kereltje had groote, lichtblauwe oogen en zulke bizonder
+dikke, ronde wangen dat Tieka den lust niet kon weerstaan er even in te
+knijpen. Met een bizonder ernstig gezichtje keek hij tot haar op, toen
+zij deze vrijheid nam en de moeder zei lachend, met een sterk Schotsch
+accent: "Geef de jongejuffrouw gauw een handje, Bob." Maar Bob kon daar
+maar niet zoo dadelijk toe besluiten. Wel deed hij zijn mond wijd open
+om Tieka te laten zien dat hij een pepermuntje op de tong had, maar na
+deze heldendaad verschool hij zich achter zijn moeder. "Tieka, kom
+terstond hier," gebood de barones, "wat zijn dat nu weer voor manieren!"
+En Tieka gehoorzaamde dadelijk, echter niet zonder de vrouw te hebben
+toegeroepen: "Stuur mij zijn portretje, stuur mij als 't je blieft zijn
+portretje!"
+
+[Illustration: Holyrood.]
+
+Eerst toen het te laat was, bedacht zij dat de vrouw haar adres niet
+wist!
+
+Nu heb ik mijn brief toch nog weer een paar dagen moeten laten liggen;
+juist toen ik zoo langzamerhand eens wilde gaan eindigen, kwam de
+familie thuis en Tieka had mij toen zooveel verhalen te doen, dat ik
+geen lettertje meer kon schrijven.
+
+En nu ... ligt mijn aardig leerlingetje te bed. Zij schijnt koude gevat
+te hebben op haar reisje en moet er op raad van den dokter, een dag of
+vier stilletjes in blijven en zich niet vermoeien. Ik zit bij haar en ze
+slaapt nu gelukkig; dat zal haar goed doen. De dokter denkt dat zij wel
+gauw weer zal opknappen, maar zij ziet er nu erg bleek en smal uit! Zij
+is echter opgewekt en eet flink. "Als _my dear_ maar aldoor bij me mag
+blijven, vind ik het niets erg," zei ze tegen den dokter, die natuurlijk
+heel verbaasd keek, niet wetende wie "_my dear_" was! Hij lachte, toen
+ik het hem uitlegde en zei toen, tot Tieka's groote vreugde, dat ik niet
+van haar bed mocht wijken. Toen vroeg hij mij--o schrik!--of ik hier
+logeerde en een ouder vriendinnetje van Tieka was en ik keek opeens heel
+streng (al beefde ik inwendig!) en zei niet anders dan: "_Her governess,
+sir!_" waarop hij bedaard hernam: "_Oh indeed! Yes, of course_".
+
+Het is toch vervelend dat ik er niet uit zie alsof ik ... tachtig was!
+De baron kan mij ook zoo lastig onderzoekend aankijken en laatst zei de
+barones: "U bent nog wel _heel_ jong, Fraeulein, u moet trachten wat
+bezadigder te zijn." Ik boog, zielsblij dat zij mij niet vroeg hoe oud
+ik toch eigenlijk was--maar och heden, den middag daarop gebeurde er
+juist iets, waardoor ik een alles behalve "bezadigden" indruk maakte!
+
+Ik doe heusch mijn best met alles, moeder, en hoe zou ik ook niet? Ik
+heb het zoo goed getroffen en vind mijn werk voor en met Tieka zoo
+prettig, maar 't is net of ik soms _vergeet_ mijn best te doen om oud te
+wezen! Het is werkelijk ook niet zoo heel gemakkelijk dat te zijn, als
+men het eigenlijk niet is. Dat klinkt als een raadsel, vindt je niet
+Claerchen?
+
+Maar nu is het toch mijn plicht u nog even te vertellen wat er dien
+bewusten middag gebeurd is. Het was op een Zaterdag. Tieka behoeft dan
+alleen maar 's ochtends te leeren, de overige uren van den dag mogen wij
+spelen, wat wij beiden heerlijk vinden! "Ik laat haar zooveel mogelijk
+_met u_ spelen," zei de barones, toen ik hier kwam, "omdat wij wenschen
+dat zij ook dat verstandig doen zal. U moet dus ook dan onderwijzend
+optreden."
+
+Ik begreep toen niet recht wat de barones hiermee bedoelde, maar dacht
+en zeide alweer dat ik mijn best zou doen. Een paar malen, als Tieka en
+ik met hare poppen bezig waren, kwam de barones eens kijken en eens
+toen Tieka--naar mijne meening heel netjes--poppekleertjes gewasschen en
+met mijne hulp gestreken had, moest zij alles weer over doen omdat,
+volgens haar moeder, de kleertjes niet schoon waren.
+
+Eerlijk gezegd, kan Tieka het haar moeder slechts zeer zelden naar den
+zin maken. Als zij voor de poppenfamilie kookt of bakt en de barones
+laat proeven, vindt deze ook nooit iets lekker. Tieka zegt dan altijd
+maar weer vroolijk met haar heldere stem: "Een volgend keertje beter
+opgepast!" Zij heeft gelukkig een onbezorgde natuur en lacht en zingt
+van den ochtend tot den avond.
+
+Dien bewusten Zaterdagmiddag waren wij beiden in een bizonder fleurige
+stemming en ... vergat ik, vrees ik, voortdurend "onderwijzend op te
+treden".
+
+Tieka houdt dolveel van lezen en is tegenwoordig zeer vervuld van
+Robinson Crusoe. "Dat vind ik het mooiste boek dat ik ken," zegt ze dan,
+zooals telkens na ieder boek, dat ze juist uit heeft! Wij wilden dien
+middag een voorstelling geven van Crusoe en Vrijdag bezig met het bouwen
+van hun tent en wij hadden het dus, zooals van zelf spreekt, bizonder
+druk!
+
+Tieka wou graag Robinson Crusoe wezen en had zich daarvoor zeer
+potsierlijk uitgedost. Zij had haar jurk uitgetrokken, een wit
+schapenvacht (het haardkleed) omgeslagen, daarover een lederen ceintuur
+gegespt, haar _slippers_ als sandalen met een rood lint onder de bloote
+voeten gebonden en hare krullen zoo verward mogelijk over haar voorhoofd
+laten vallen. Daarbij had ze, heel achter aan het hoofd, hoe weet ik
+niet, een van hare roode kousjes bevestigd, "omdat zij er dan veel meer
+wildeman-achtig en voor een onbewoond eiland uitzag."
+
+Wij hadden ons ieder op onze eigene slaapkamer verkleed om later
+elkaar, als bij verrassing, in de kinderkamer--Crusoe's eiland--te
+ontmoeten en Tieka juichte van pret, toen zij mij als Vrijdag zag. Ik
+had mijn gezicht en armen bruin gemaakt en mijn haar los laten hangen
+langs mijne slapen, het daarna in verschillende strengen verdeeld en
+toen onderaan de punten zwarte bandjes gestrikt; het zag er anders zoo
+erg blond uit! Verder droeg ik een zeer fantastisch kostuum in den vorm
+van een schilderachtig om mij heen geslagen, geruiten reisdeken, om het
+middel met een gordel van dik touw vast gemaakt, dat verder in trossen
+van zware knoopen naar beneden hing. Ik weet niet of Vrijdag ooit zoo
+getoiletteerd is geweest, maar Tieka vond alles prachtig, vooral mijn
+bruin gezicht en het ongemeene kapsel. Ik had mijn japonlijfje
+uitgetrokken, maar voelde me onder den plaid toch heel warm natuurlijk,
+_te_ warm om behagelijk te zijn. En Tieka vond Vrijdag erg lui, toen
+deze opeens midden in het bouwen van een tent van blokken, kistjes,
+planken, voetebankjes, enz. op den grond ging zitten en uitriep: "Ik kan
+niet meer!" Crusoe trok den ontrouwen knecht aan een van zijne lokken en
+riep bevelend: "Gauw meehelpen! Anders komen wij voor den nacht niet
+klaar!" toen ... de deur open ging en de barones von Zerclaere in
+ruischende zijde haar voet op het onbewoonde eiland zette!
+
+Even bleef zij zwijgend staan, daarop zei ze op een toon van de diepste
+afkeuring: "Maar Fraeulein!" en Vrijdag, die terstond opgesprongen was,
+kreeg een kleur onder zijn bruine huid. Tieka riep: "Moeder, moeder, we
+spelen Robinson Crusoe!" maar deze verklaring stemde de barones
+volstrekt niet gunstiger. Zij nam Tieka bij de hand en bracht haar naar
+haar slaapkamer. "Kleed je terstond weer behoorlijk aan en redder daarna
+dien prulleboel geheel op!" hoorde ik haar toornig zeggen en Tieka zei
+alleen uit den grond van haar hart: "He, wat jammer!" maar deed toen
+onmiddellijk wat haar bevolen was.
+
+Juist wou ik ook zoo vlug mogelijk naar mijn kamer gaan om me te
+verkleeden, toen de barones weer voor mij stond. Nooit zal ik vergeten,
+hoe ongelukkig ik mij toen als Vrijdag voelde en hoe vurig ik verlangde,
+weer heel gewoon Hedwig Eiche te wezen!
+
+Tieka's moeder vond dat ik mij hoogst onbetamelijk had gedragen. En ik
+_had_ zeker ook wel een ander spelletje kunnen kiezen, maar wij vonden
+dit beiden zoo erg prettig!
+
+Ik ontstelde, toen de barones zeide:
+
+"U gedraagt u werkelijk soms geheel alsof u zelf ook nog een kind waart!
+Dat moet beslist veranderen, anders zou ik Tieka niet onder uwe leiding
+kunnen laten." Ze zweeg even, toen vervolgde zij met een vreemden blik
+in hare oogen:
+
+"En dan moet ik u bovendien verzoeken u wat minder te beijveren om
+Tieka's liefde te winnen. Als zij u gehoorzaamt en ook verder haar
+plicht tegenover u doet, is dat volkomen voldoende. Liefde behoort zij
+voor hare ouders te voelen, overigens...."
+
+Zij bracht den zin niet ten einde, maar zweeg weer even om mij
+toen--alsof dit nog noodig was!--onder het oog te brengen dat
+"dergelijke circus-achtige voorstellingen" nooit meer mochten plaats
+hebben. Toen ging zij heen.
+
+Vindt u het erg kinderachtig dat niet alleen het water van mijn
+waschtafel het bruin van mijn gezicht wegwiesch?!
+
+Maar u moet dit voorval toch vooral niet te tragisch opvatten, hoor!
+Het is nu alles al weer voorbij en vergeten en Tieka en ik hebben toch
+nog heel wat pret samen, al wagen wij ons slechts zelden meer aan
+verkleedpartijtjes en tooneelvoorstellingen!
+
+En wat zegt u nu toch wel van zoo'n brief? Stuur dit pakje ook, als het
+kan, aan Anna Schaub ter lezing, of geef het haar te genieten, als zij
+wellicht gauw weer eens bij u komt. Ik heb ook haar nog maar een paar
+korte episteltjes gestuurd en zij schrijft zelf zoo trouw en zoo
+hartelijk.
+
+Ik ben zoo blij dat het u beiden goed gaat en dat Claerchen het nu weer
+zoo prettig vindt op school en ook gouvernante wil worden.
+
+Hoezee! Hoezee! Morgen zend ik u mijn eerstverdiende geld of liever mijn
+eerstverdiende gouvernantegeld. 't Is een beetje raar uitgedrukt; toch
+duidelijk genoeg voor u zeker? Neen moeder, ik heb er heusch zelf niets
+van noodig; ik heb nog wel een paar _shillings_ en _pennies_ in mijn
+beurs en dat is meer dan genoeg. Mijne kleeren zien er keurig netjes
+uit; alles wat ik met Anna in Hamburg gekocht heb, is haast nog nieuw.
+En eten of drinken behoef ik toch waarlijk niet te koopen! Dat krijg ik
+hier zoo overvloedig; ik word bepaald al wat dikker en mijn wangen zien
+er haast even rood uit als die van dien kleinen jongen bij _Holyrood!_
+
+U ontvangt dus een aangeteekenden brief uit Schotland. Gewichtig, he? Ik
+ga het geld zelf naar het postkantoor brengen. Dat moet u nu niet
+_allemaal_ aan nuttige dingen besteden, moeder; eet eens een
+extralekkere _kuchen_ bij de koffie op mijn gezondheid. Ook doen!
+
+En nu houd ik werkelijk eens op. Natuurlijk krijgt u nu voorloopig
+alleen maar briefjes in telegramstijl. Duizend groeten, ook van Tieka
+aan Claerchen....
+
+HEDWIG.
+
+Zooeven is de dokter er weer geweest. Hij was heel tevreden en vond dat
+Tieka goed vooruitging. Als het weer zoo zacht blijft, mag zij morgen
+eens opzitten en misschien overmorgen een poosje met mij in den tuin
+wandelen. Er is hier een prachtige tuin, een park eigenlijk, voor en
+achter het huis, o zoo mooi!
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+Op de Proef gesteld.
+
+
+Tieka herstelde echter niet zoo spoedig als men verwacht had. Zij bleef
+hoesten en toen de winter naderde en stroomen "echten Schotschen regen"
+meebracht, moest zij zich bepaald in acht nemen. "Er is volstrekt geen
+reden om bezorgd te wezen," zei de dokter herhaaldelijk tot de barones,
+"als uw dochtertje maar eenmaal gewend is aan onze Schotsche lucht,
+wordt ze stellig weer even flink als zij geweest is. Met droog, zonnig
+weer mag zij uitgaan; in den regen wandelen is nu echter beslist
+verkeerd voor haar."
+
+Het was een heele teleurstelling voor Tieka en voor Hedwig ook. Tieka
+vond het juist zoo "_jolly_" om 's ochtends in een gietbui met haar
+lossen regenmantel om en haar Schotsch mutsje op, vergezeld door haar
+vroolijke gouvernante, naar _Princes' street_ en het standbeeld van
+Scott te wandelen of, even voor de _afternoon-tea_, vijf minuten in den
+regen door de paden van den grooten tuin te draven, met haar neusje in
+de lucht en dan Hedwig te laten raden, hoeveel druppels zij op de punt
+van dat neusje had voelen spatten--en nu moest al dat genot den geheelen
+winter worden ontbeerd!
+
+Zij hield zich echter dapper. "Dan mag ... neen, dan moet ik den
+volgenden winter zeker dubbel vaak uit, niet waar, dokter?" vroeg zij en
+de dokter knikte lachend.
+
+"Natuurlijk."
+
+"O _my dear_, wat ben ik nu toch dubbel blij dat ik _my dear_ heb!" zei
+ze telkens tot Hedwig, als ochtend aan ochtend de regen tegen de ruiten
+kletterde om met hatelijke volharding den ganschen dag te blijven
+aanhouden. Dan lachte Hedwig en kneep haar in de kin of danste eens met
+haar de kamer door, maar op zekeren dag, toen Hedwig, na ontvangst van
+een brief van huis, stiller was dan anders, vroeg Tieka opeens
+aarzelend:
+
+"_My dear_, wat gebeurt er in de Kerstvacantie?"
+
+"Wat meen je?"
+
+"Of dan niet ... zou ik dan niet ... ik meen maar ... omdat...."
+
+"_Heel_ duidelijk ben je niet, maar ik geloof toch dat ik wel weet wat
+je vragen wilt!"
+
+"O," zei Tieka, die anders niet gewend was zoo weinig woorden te
+gebruiken.
+
+"Je zoudt graag eens willen weten of ik met de Kerstvacantie ook naar
+huis ga; is het niet zoo?"
+
+"Ja, ja, ik hoop maar...."
+
+"Ik zal je eens wat zeggen Tieka, ik ga niet naar huis met Kerstmis en
+nog lang niet, denk ik."
+
+"Wat heerlijk, wat heerlijk!" Zij sprong op en liet haar breikous op den
+grond vallen, zoodat een der naalden uit het werk gleed en een heele
+rij steken weer opgenomen moest worden.
+
+"Kindje, kijk nu toch eens!" zei Hedwig en Tieka moest zelf trachten het
+onheil te herstellen.
+
+Heel vlug ging dat niet, zij vond het erg lastig al de steken weer op de
+breinaald te krijgen en met haar donker hoofdje diep over het werk
+gebogen, zat zij heel stil. Hedwig hoorde haar een paar malen zuchten.
+
+"Gaat het niet?"
+
+"Het gaat wel, maar o, ik vind breien zoo vervelend!"
+
+"Dat zul je niet vinden, als je het maar eenmaal goed hebt geleerd."
+
+"Mijn neus gaat er altijd zoo van jeuken," klaagde Tieka, "en mijn ooren
+ook!"
+
+Toch legde zij het werk niet neer, voordat al de steken opgenomen waren;
+toen riep ze vroolijk: "Al weer klaar! En nu is het voor vandaag genoeg
+zeker?"
+
+"Ja. Ga nu je Duitsche versje maar overschrijven."
+
+"Maar eerst...." en zij sloeg de armen om Hedwig's hals en fluisterde
+vlak bij haar oor:
+
+"Eerst nog eens even zeggen, hoe heerlijk ik het vind dat _my dear_ hier
+blijft met Kerstmis."
+
+Hedwig gaf haar een kus. "Lieveling," zei ze zacht en Tieka hoorde
+terstond aan haar stem dat zij bedroefd was.
+
+"_My dear_, wat is er?"
+
+Hedwig schudde het hoofd.
+
+"Is het een geheim?" fluisterde Tieka. "Dan, ja, dan mag ik het niet
+weten!"
+
+"Het is geen geheim," zei Hedwig. "Mijn zusje is ziek geweest, heel
+ziek...."
+
+"Ook al ziek geweest, net als ik en is ze nu weer beter?"
+
+"Ja."
+
+"Heelemaal?"
+
+"Bijna heelemaal."
+
+"Maar dan is het immers al weer over!"
+
+"Ja, gelukkig wel."
+
+Tieka begreep niet recht, waarom Hedwig dan niet blijder was.
+
+"Verlangt zij zoo naar u?"
+
+"Wel wat, denk ik."
+
+"Maar dan moet u met Kerstmis wel naar huis gaan," zei Tieka, een
+overwinning op zichzelf behalend.
+
+"Neen, neen."
+
+Tieka voelde dat Hedwig er verder liever niet over spreken wilde en ging
+stil aan haar werk. _My dear_ was anders altijd zoo vroolijk! Zij was nu
+zeker wat bedroefd omdat Claerchen zoo ziek was geweest, maar het was
+toch _geweest_; dat was een groot lichtpunt, vond Tieka.
+
+Ja, dat was zeker een groot lichtpunt en in dien geest had Hedwig's
+moeder ook geschreven. Claerchen's ziekte had echter veel geld gekost en
+zij hadden angstige dagen gehad; nu moest zij versterkende middelen
+hebben, ook had ze nog veel oppassing noodig en--haar moeder was zoo
+arm! Zij schreef zoo opgewekt als ze kon; zij hielden goeden moed; dat
+deed Hedwig toch zeker ook? Maar dat behoefde haar moeder eigenlijk niet
+eens te vragen, van haar waren zij het niet anders gewend.
+
+Neen, zij zou den moed niet verliezen, maar ach, wat zou het heerlijk
+zijn geweest, als zij met Kerstmis een enkelen dag thuis had kunnen
+zijn! Er kon daarvan nu natuurlijk heelemaal geen sprake wezen ... en
+haar moeder en Claerchen weer zoo arm en zoo vol zorgen....
+
+Doch zij stond op om over Tieka's schouder heen naar haar werk te kijken
+en schudde de gedrukte stemming van zich af.
+
+Zij wilde niet bij de pakken neerzitten, maar flink haar weg blijven
+gaan, wetend dat God helpt die zichzelven helpen en zoodra zij haar
+salaris kreeg, zou ze haar moeder weer al het geld sturen, dat zou
+verlichting geven; hoe gelukkig dat de maand bijna om was en dat zij
+zelf niets noodig had!
+
+"Ziezoo, _my dear_ is weer vroolijk," zei Tieka, toen zij 's middags
+honderd uit bij Hedwig had gezongen aan de piano, terwijl de
+regendruppels buiten de maat tikten tegen de ruiten. Ja, Hedwig had haar
+gewone blijmoedigheid herkregen en 's avonds schreef zij een paar
+opgewekte woorden naar huis, die haar moeder en Claerchen een gevoel
+gaven, alsof zij een oogenblikje bij haar had zitten praten.
+
+Enkele dagen later hunkerde zij al naar het uur, waarop zij haar salaris
+weer zou ontvangen. Gewoonlijk vond zij het in een couvert op haar kamer
+liggen en ook nu was dit het geval. Tot haar verbazing was er thans
+echter een briefje bij, waarin de barones haar verzocht dadelijk een
+oogenblikje bij haar te komen in haar _boudoir_.--Misschien zou het zijn
+om over een rijtoertje te spreken, bedacht Hedwig; het was bij
+uitzondering heden mooi weer. Terstond ging zij heen.
+
+Zij had het _boudoir_, dat door een zwaar gordijn van een der zitkamers
+was afgescheiden, nog nooit anders dan uit de verte gezien en zij was
+echt meisjesachtig nieuwsgierig, hoe zij het er vinden zou. Alweer moest
+zij een paar bedienden langs, eer het gordijn achter haar dicht viel.
+Zij had slechts even den tijd om onder den indruk te komen van de
+zacht-lila tinten van behang en meubileering en van den viooltjesgeur,
+die in het vertrek hing, want heel spoedig hoorde zij in hare nabijheid
+de stem der barones tot den knecht zeggen:
+
+"Zorg dat ik niet gestoord word."
+
+Toen zij naderde, ontstelde Hedwig van de koude, hooghartige uitdrukking
+van haar gelaat. Wat zou er gebeurd zijn? Had zij iets misdaan? Zij
+herinnerde zich niet in eenig opzicht tegen de wenschen der barones
+gehandeld te hebben....
+
+"Ik moet eens ernstig met u spreken, Fraeulein," klonk het zeer uit de
+hoogte. "Allereerst moet ik er u nog eens met nadruk op wijzen, dat het
+uw plicht is ervoor te zorgen, dat Tieka zich niet te veel aan u gaat
+hechten. Zij ... kortom, zij behoort haar genegenheid te geven aan
+menschen uit haar eigen stand, niet aan onderhoorigen. Natuurlijk is het
+mijn wensch dat gij in aangename verhouding tot elkaar staat, maar de
+afstand moet bewaard blijven."
+
+Hedwig boog het hoofd. Zij zeide niet dat Tieka allerminst een kind was,
+dat van "afstand bewaren" hield, maar zij dacht het wel en haar hart
+werd warm.
+
+"Dan heb ik u nog iets te zeggen. Het zou mij zeer aangenaam wezen u wat
+stemmiger, wat minder jeugdig en ook wat eleganter gekleed te zien. Voor
+zoover ik weet, heb ik u nog nooit zwart zien dragen. Mag ik vragen hoe
+dat komt?"
+
+Hedwig antwoordde dat zij geen enkele zwarte japon bezat.
+
+"Dan zult u er u een dienen aan te schaffen; uw toilet is te weinig,
+zooals ik dat van de gouvernante mijner dochter mag verwachten. Heel
+stemmig moet het wezen en toch smaakvol. Ik zal u een adres opgeven van
+een winkel hier in Edinburg, dan kunt u daar van middag een japon
+koopen, terwijl ik met Tieka uit rijden ben."
+
+"Ik...." Hedwig dacht aan het geld, dat zij den volgenden dag aan haar
+moeder had willen sturen en er kwam haar een brok voor de keel.
+
+"Hadt u nog iets te vragen?"
+
+"Ik dacht ... zoo'n zwarte japon ... is die niet erg duur?" bracht zij
+er hakkelend uit.
+
+"Men zal u gaarne verschillende soorten van stof laten zien," zei de
+barones koel. "Maar ik herhaal dat ik bizonder gesteld ben op zwart. Het
+hindert me dat men u over 't algemeen een te jonge gouvernante voor
+Tieka vindt. Als u wat minder jeugdig gekleed gingt en minder levendig
+waart, zou dat natuurlijk niet het geval zijn, want ... hoe oud bent u
+eigenlijk?"
+
+"Vijftien jaar ... bijna zestien," zei Hedwig, zoo zacht dat de barones
+haar onmogelijk verstaan kon.
+
+"_Hoe_ oud?" vroeg zij scherp.
+
+Met de kalmte der wanhoop herhaalde Hedwig nu luid:
+
+"Vijftien jaar."
+
+"Wat?" De oogen der barones flikkerden toornig. "Waarom is mij dat niet
+eerder gezegd?" zeide zij driftig. Toen zich herstellend, met
+voorgewende kalmte: "Maar het doet er ook eigenlijk minder toe, hoewel
+... u weet immers _zeker_ dat u niet ouder bent?"
+
+Onwillekeurig moest Hedwig nu toch even glimlachen. "Heel zeker," zei
+ze.
+
+"Dan zult u dubbel uw best moeten doen ouder te _schijnen_. Het zal mij
+ook genoegen doen, u een ander soort hoeden te zien dragen, niet altijd
+dat ronde, meisjesachtige model, meer een kapothoedje of iets, dat
+daarop lijkt, ten minste."
+
+"Ja," zei Hedwig zacht met de eigenaardige gewaarwording dat zij zou
+hebben kunnen lachen en schreien tegelijk.
+
+Daar hoorde zij Tieka's stem roepen:
+
+"Waar is _my dear_?"
+
+De barones stond op. "Ik geloof dat wij elkaar nu goed begrepen hebben,"
+zei ze. "Als ik straks met Tieka ga rijden, kunt u de stad in gaan om
+uwe boodschappen te doen. Ik heb nu niets meer te zeggen."
+
+Hedwig had echter nog wel degelijk wat te zeggen en hoewel het haar
+moeite kostte, bracht zij er toch moedig uit:
+
+"Ik vrees dat ik niet rijk genoeg ben om een japon en een hoed te
+koopen."
+
+De schatrijke barones von Zerclaere trok verwonderd de wenkbrauwen op;
+zij vroeg echter niets. "Dan zal ik u uw salaris eenige maanden vooruit
+betalen," zei ze.
+
+Weer boog Hedwig en luider en dichterbij klonk Tieka's ongeduldig
+geroep:
+
+"Waar is _my dear_ toch?"
+
+Hedwig kwam haar op de trap tegen. "Ga je klaar maken, Tieka," zei ze.
+"Je gaat met je moeder rijden. Heerlijk dat het zulk mooi weer is, he?"
+
+Tieka zag haar met groote oogen aan. Hedwig's stem klonk zoo vreemd!
+
+"Alleen met mama?" vroeg zij teleurgesteld.
+
+"Ja."
+
+Later hoorde Hedwig haar aan de barones vragen: "Waarom mag _my dear_
+niet mee?" en het antwoord der barones: "Ik weet niet wie je met die
+dwaze benaming bedoelt. Je moest je die kinderachtigheden afwennen,
+Tieka, daar wordt je nu te oud voor."
+
+Met looden schoenen ging Hedwig naar haar kamer om zich gereed te maken
+voor hare "boodschappen."
+
+Nu zou ze dus geen geld naar huis kunnen sturen en haar moeder had het
+zoo noodig! En zeker nog in geen maanden zou ze weer wat kunnen zenden,
+want eer die nieuwe japon en hoed betaald waren....
+
+"En ik trek het me toch niet erg aan en ik schrei er ook niet om, want
+dat helpt niemand ook maar een ziertje, moeder ook niet," zei ze, met
+tranen in de oogen! Ze dronk snel een glas water leeg en knikte zichzelf
+even toe in den spiegel, terwijl zij haar hoed opzette. "Moed houden,
+hoor oudje!" Toen met een lachje en een zucht: "Och heden, was ik maar
+wat meer een oudje, dan verdiende ik zeker ook meer. Nu, daarom niet
+getreurd, dat wordt met den dag beter!"
+
+Even later liep zij met een opgewekt gezicht door de straten van
+Edinburg. Zij schrikte echter, toen ze voor den bewusten winkel stond;
+de uitstalling achter de ramen zag er zoo voornaam en zoo duur uit!
+
+Niet erg op haar gemak ging ze naar binnen en liet zich door een
+onberispelijk gekleeden bediende den weg wijzen naar een salonnetje,
+waar gemaakte dameskleeding kon worden gepast. "_Miss_ Fichte...." zei
+de man, een jong meisje roepend, dat stalen stond te sorteeren en Hedwig
+keek verrast op. _Fichte_, dat moest een Duitsche naam zijn!
+
+Het meisje kwam beleefd naar haar toe. Zij zag er nog heel jong uit en
+had een aardig, rond gezicht en vriendelijke, lichtblauwe oogen. "_You
+wish to see...._" vroeg ze.
+
+Hedwig hoorde terstond dat zij geen Engelsche was. "Ik ben een Duitsche,
+u ook?" vroeg zij snel.
+
+"Ja, ja," riep het meisje uit en onmiddellijk waren zij druk aan het
+Duitsch praten. _Miss_ Fichte vertelde waar zij vandaan was en dat zij
+over een paar dagen weer naar Duitschland terug zou gaan in een nieuwe
+betrekking en Hedwig benijdde haar een beetje; maar zij zeide toch
+dadelijk dat zij het ook heel goed getroffen had.
+
+Toen werden er allerlei zwarte japonnetjes gepast, die Hedwig wel vrij
+goed zaten, maar haar precies stonden alsof zij zich--zooals Miss Fichte
+lachend beweerde--"als grootmoeder had verkleed." Ook vond Hedwig de
+prijzen schrikbarend hoog!
+
+Het aardige Duitsche juffertje zocht echter ijverig verder en vond
+eindelijk iets, dat beter aan het doel beantwoordde. Het was een
+eenvoudig kleedje van een zachte, wollige stof, hier en daar met een
+weinig git gegarneerd. Hedwig legde even haar vinger op het git.
+
+"Zou dit wel stemmig genoeg zijn?" vroeg ze weifelend.
+
+"Maar natuurlijk," klonk het vroolijk terug. "En deze japon kunt u nogal
+heel wat goedkooper krijgen, omdat zij van den vorigen winter is."
+
+"Hoe heerlijk!" en uitgelaten blij sloeg Hedwig hare armen om haar
+landgenoote heen.
+
+Miss Fichte lachte opgewekt. "Dat doet mij goed," zei ze, "weer eens met
+echt Duitsche manieren in aanraking te komen."
+
+"Had ik nu ook nog maar een hoed!" zei Hedwig, opeens weer ernstig.
+
+"Er is hier ook een hoeden-afdeeling. Als u dat wilt, kan ik wel even
+een paar hoeden voor u halen."
+
+"Dolgraag."
+
+"Gewoon rond model zeker? Met een breeden rand?"
+
+"Neen, neen, geen rond model," viel Hedwig haastig in. "'t Moet een
+soort kapotje zijn."
+
+"Och neen, dat meent u toch niet?"
+
+"Ik meen het heusch. Kijk maar eens of er niet iets geschikts voor mij
+bij is."
+
+Het meisje ging hoofdschuddend heen. Een kapotje voor zoo'n jong
+deerntje; het was al te dwaas! Zij kwam echter na eenigen tijd terug met
+allerlei soorten hoeden en hoedjes en na veel gebabbel en veel overleg,
+slaagde Hedwig er werkelijk in iets te kiezen, dat er "heusch nogal erg
+kapotachtig" uitzag.
+
+"Wat spijt het me dat wij niet alle twee in Edinburg blijven!" riep zij
+uit, toen zij het adres had opgegeven, waarheen alles moest gezonden
+worden. "Ik zou het zoo prettig vinden, als ik hier een Duitsche
+vriendin had!"
+
+"Mij spijt het ook. Wij zouden zeker veel aan elkaar kunnen hebben."
+
+"Stellig. Nu, goede reis naar Duitschland terug. _Deutschland ueber
+alles!_"
+
+Zij wuifde met haar handschoen en: "_Auf Wiedersehn!_" klonk het
+hartelijk.
+
+Vlug liep Hedwig langs _Princes-street_ weer naar huis, onderweg even
+staan blijvend bij het standbeeld van Scott. Zij keek op naar het nobele
+gezicht met den fijn humoristischen trek om den mond en dacht: "Die
+heeft nog vrij wat meer doorgemaakt dan ik. Ik begin ook eigenlijk pas!"
+En met opgeheven hoofd liep zij verder.
+
+De barones en Tieka waren nog niet terug, toen zij thuis kwam. Zij kon
+dus juist nog even iets nakijken voor de geschiedenisles, die zij straks
+aan Tieka zou moeten geven. Van avond zou zij dan een briefje aan haar
+moeder schrijven; ze was weer vol moed.
+
+Verwonderd keek zij op, toen zij op haar kamer een brief van huis vond
+liggen. "Al zoo gauw weer, moeder heeft net geschreven," mompelde ze.
+"Claerchen zal toch niet erger zijn!"
+
+Neen, Claerchen begon gelukkig goed aan te sterken, schreef haar moeder.
+Maar zij had Hedwig iets heel treurigs te vertellen, waarover deze zelf
+zeker ook erg bedroefd zou wezen. Anna Schaub was dood! Zij hadden dien
+ochtend bericht gekregen....
+
+Hedwig liet den brief uit haar hand glijden. "Ach Anna! Anna!"
+
+Ze voelde zich opeens zoo verlaten, zoo alleen! "Waarom moest zij
+heengaan, die goede, trouwe Anna, moeders eenigste vriendin haast! Zij
+kon haar immers volstrekt niet missen! O, waarom krijgen wij toch ook
+zooveel leed te dragen, waarom _wij_ juist? En alles komt ook te gelijk
+nu...."
+
+Zij nam den brief weer op en las met brandende oogen verder. Anna was
+plotseling gestorven, men had haar dood gevonden in haar slaapkamer,
+blijkbaar was zij zachtjes ingeslapen.
+
+Die laatste regels stemden Hedwig wat kalmer. Het was of zij het
+vriendelijke gezicht van Anna Schaub duidelijk voor zich zag met een
+uitdrukking van heiligen vrede erop, "_den vrede, die alle verstand te
+boven gaat_."[2]
+
+"God zal ons troosten, ook in dit leed," schreef haar moeder. "O, mijn
+lief oudste dochtertje, wat zou ik je nu graag even bij me hebben!
+Schrijf mij maar heel gauw weer...."
+
+
+
+Toen Tieka thuiskwam, vertelde Hedwig haar waarom zij zoo bedroefd was
+en den geheelen dag door deed het kind haar best, allerlei kleine
+vriendelijkheden voor haar te bedenken. 's Avonds vond Hedwig op haar
+kussen een groot stuk chocolade.
+
+Zooveel zij maar kon, vergat zij zichzelf, toen zij haar briefje naar
+huis schreef; ze dacht er alleen aan, hoe het haar moeder en Claerchen
+thans te moede moest zijn. Zij wilde ook geen wanhopig bedroefden brief
+schrijven en begon met te vertellen van Tieka's deelneming en de
+chocolade; het schrijven ging verder gemakkelijker dan zij zich
+voorgesteld had. In een paar regels besprak zij de toilet- en
+geldkwestie en trachtte die zoo luchtig mogelijk te behandelen, hoewel
+hare vingers beefden, toen zij de woorden neerschreef.
+
+Ze kreeg spoedig antwoord van haar moeder terug. Claerchen ging werkelijk
+vooruit en zij zelf verdiende flink met naaien--Hedwig moest zich toch
+vooral niet ongerust maken.
+
+En ons vijftienjarig gouvernantetje werkte dapper voort, al werd het
+verlangen naar huis, vooral toen Kerstmis naderde, soms pijnlijk groot.
+'s Nachts kon zij plotseling wakker worden met een gewaarwording van
+snakkend verlangen om even, even de gezichten van haar moeder en
+Claerchen te zien, ook maar een oogenblik haar stemgeluid te hooren;--dan
+sprong zij het bed uit, dompelde haar hoofd in het koude water en
+berispte zichzelf om haar "lafheid."
+
+Om Kersttijd was het huis vol gasten, iedere kamer was bezet. In de
+gangen en op de portalen zag men hulstversieringen en groote bakken met
+melkwitte kerstrozen. Tieka werd herhaaldelijk beneden geroepen. Soms
+moest Hedwig meekomen en trouw verscheen zij dan in haar stemmig, zwart
+japonnetje, waarover de barones, evenals over den nieuwen hoed, haar
+hooge goedkeuring had betuigd. Zij had Hedwig ook eens toegevoegd dat
+zij "meer tevreden" was over haar gedrag; Hedwig was "rustiger" dan
+vroeger. En Hedwig had toen weemoedig geglimlacht, het viel haar in die
+dagen van droefheid over den dood van Anna Schaub niet moeielijk
+"rustig" te wezen!
+
+Haar Kerstfeest was heel stil. Zij ging 's ochtends naar de Duitsche
+kerk en kwam verkwikt en gesterkt terug; het oude, blijde Kerstevangelie
+had krachtiger dan ooit tot haar hart gesproken.
+
+Toen zij op haar kamer kwam, vond zij daar vele kleine verrassingen van
+Tieka. De pakjes lagen in een kring op de tafel met hulsttakjes
+eromheen. Tieka zelf stond er met een vroolijk gezicht bij en klapte in
+de handen om Hedwig's verbazing over een pennenhouder, dien zij voor
+haar had gewerkt door er in verschillende kleuren zijde omheen te winden
+en daarin de woorden "_my dear_" te weven.
+
+Van de barones kreeg Hedwig een paar handschoenen en tot haar groote
+blijdschap was er ook een pakje van thuis: zes keurige zakdoekjes, door
+haar moeder genaaid en door Claerchen met een ietwat wonderlijke _H_
+versierd.
+
+Zij was dankbaar voor de goede gaven en 's avonds, toen men Tieka
+beneden had gehouden om een poosje met de gasten feest te vieren--toen
+deed zij terdege haar best het "heel gewoon" te vinden, dat zij alleen
+op haar kamer zat, terwijl in een ander gedeelte van het huis in
+schitterend verlichte zalen, zooveel meisjes, ook van haar leeftijd,
+zongen en vroolijk waren en haar jeugd genoten. Heel stil zat zij in het
+halfduister naar buiten te kijken, zich koesterend in de warmte en den
+gloed van het haardvuur en even vroeg zij zich af, of geen enkel van al
+die blijde, lachende menschen beneden, zich erover verwonderen zou dat
+zij niet aanwezig was. Men wist toch dat zij bestond, kwam haar telkens
+tegen op trap of portaal en gunde haar nu en dan een beleefden groet.
+Zou men verder nooit aan haar denken?
+
+Zij wilde er zich niet in verdiepen en dwong zich tot andere gedachten.
+
+Heel spoedig nadat Tieka boven was gekomen om naar bed te gaan,
+"heelemaal zonder een greintje zin om te gaan slapen," ging zij zelf ook
+ter ruste, na eerst de portretten van haar moeder en van Claerchen
+hartelijker dan ooit te hebben toegeknikt en in de stilte van haar kamer
+het oude, algemeen bekende Duitsche kerstlied "_die heilige Nacht_" te
+hebben opgezegd.
+
+Stille Nacht! heilige Nacht!
+ Alles schlaeft, einsam wacht
+nur das traute hoch-heilige Paar.
+Holder Knabe im lokkigen Haar,
+ Schlaf' in himmlischer Ruh!
+
+Stille Nacht! heilige Nacht!
+ Hirten erst kund gemacht;
+durch der Engel Halleluja
+toent es laut von fern und nah:
+ Christ der Retter ist da!
+
+Stille Nacht, heilige Nacht!
+ Gottes Sohn, o wie lacht
+Lieb' aus deinem goettlichen Mund,
+da uns schlaegt die rettende Stund',
+ Christ in deiner Geburt.[3]
+...
+
+Na de laatste dagen van het jaar met al hunne drukte en afwisseling,
+volgden nu weken en maanden van veel werken en veel thuiszitten, want
+het weer bleef stormachtig en ongeschikt voor Tieka.
+
+Doch eindelijk bracht het late voorjaar betere dagen. Een teere lentezon
+bescheen de grijze, Edinburgsche gebouwen en bracht lichte tinten in het
+jonge groen en Tieka was uitgelaten van blijdschap, toen de dokter
+uitdrukkelijk gebood dat zij nu zooveel mogelijk in de lucht moest zijn.
+Tot haar niet geringe teleurstelling echter namen hare ouders haar thans
+telkens lange middagen met zich mee in het rijtuig om bezoeken in den
+omtrek af te leggen. "He, ik moest me van middag weer zoo _ladylike_
+gedragen en ik wou _veel_ liever geen _lady_ wezen, ten minste nog lang
+niet," zuchtte zij dikwijls na zulk een tocht. Het was teekenend voor
+haar karakter dat zij zich tegenover haar moeder nooit beklaagde, maar
+altijd stipt deed wat deze van haar verlangde.
+
+Haar gehoorzaamheid bleef niet zonder uitwerking op hare ouders en nooit
+nog had Hedwig hare oogen zoo zien stralen als aan den avond van een
+prachtigen Juni-dag, toen zij bij haar kwam binnenstormen met de
+woorden:
+
+"Wij gaan naar Melrose. Als het morgen mooi weer is, gaan wij _samen_
+uit, samen naar Melrose! Alleen uit met _my dear_! Meer dan dol! En we
+mogen gewoon in den trein er heen reizen en dan nemen wij ons lunch mee.
+Ik heb er zoo om gesmeekt en eindelijk mocht het!"
+
+"Maar als ik er nu eens heelemaal geen lust in heb," zei Hedwig langzaam
+om haar te plagen.
+
+Even keek Tieka ernstig. Toen lachte zij weer en babbelde opgewonden
+verder.
+
+"En Melrose is zoo mooi! Wij gaan Abbotsford zien, het huis van Scott,
+en we gaan een groote veldbouquet plukken en op het gras zitten, als wij
+ons lunch willen opeten en we gaan alles doen, waar we maar zin in
+hebben. He, ik wou dat die vervelende nacht maar om was!"
+
+"Het zou me niet verwonderen, als er morgen regen kwam," zei Hedwig,
+naar het raam toeloopend. "Er zijn al wolkjes aan de lucht."
+
+"Niets van aan, niets van aan, heelemaal niets van aan," zong Tieka,
+door de kamer dansend.
+
+Zij kon later haast niet in slaap komen en den volgenden ochtend stond
+zij reeds heel vroeg klaar wakker naast Hedwig's bed.
+
+Hedwig was nog vast in slaap, maar werd wakker door de zachte aanraking
+van twee warme lipjes op haar voorhoofd. Zij glimlachte, toen ze Tieka
+gewaar werd in haar lange witte nachtpon, waarbij het donkere krulkopje
+zoo grappig afstak.
+
+"Het prachtigste weer van de wereld, hoor!" zei ze.
+
+"Hoe laat is het?"
+
+"Over half vijf. Zal ik me maar aankleeden?"
+
+"Wel neen," zei Hedwig en zij ging recht overeind in bed zitten. "Ga
+maar gauw nog een beetje slapen."
+
+"Mag ik dan mijn kussen halen en hier voor het ledikant een beetje op
+den grond gaan liggen? Anders verslapen wij ons misschien," zei Tieka,
+blijkbaar nu reeds in een stemming om "alles te doen, waarin ze maar
+lust had."
+
+"Wel neen," herhaalde Hedwig, zoo beslist dat Tieka onmiddellijk
+verdween.
+
+Het was werkelijk dien dag "het prachtigste weer van de wereld" en
+beiden waren in de vroolijkste stemming, toen zij de korte reis naar
+Melrose hadden volbracht en, met het mandje met etenswaren gewapend, uit
+den trein stapten. Zij hadden gereisd met drie zeer spraakzame
+Amerikaansche dames, die ook Melrose en Abbotsford gingen "doen", en
+Hedwig moest lachen om de bizonder voelbare wijze, waarop Tieka haar in
+den arm kneep, toen het drietal Hedwig vootstelde samen een rijtuig te
+huren om zich naar Abbotsford te laten rijden. "Niet doen, niet doen,"
+fluisterde Tieka nog ter verduidelijking van haar gebaar en de
+Amerikaansche dames moesten het aanzien dat er een paar ledige plaatsen
+in het ruime rijtuig over bleven.
+
+In een, volgens Tieka, "alleraardigsten winkel", kochten zij een goede
+hoeveelheid kersen en Tieka vond het een genot telkens uit den zak te
+mogen presenteeren en al wandelende menige kers te verorberen. "Het
+smaakt oneindig lekkerder dan dat je ze van een bordje eet," zei ze,
+niet zonder overdrijving.
+
+Wat was het een mooie, lieflijke wandeling naar Abbotsford en hoe
+genoten zij! Langs heuvelen vol golvend graan liepen zij en Tieka
+lachte, omdat het net was of het koren haar buigend groette. Dan weer
+kwamen zij langs velden met groote, witte margrieten en graspluimen,
+waarvan zij een "prachtruiker" maakten en eindelijk, even voordat zij
+Abbotsford hadden bereikt, gingen zij tegen een grasheuvel aan liggen en
+gebruikten haar lunch. "Ik heb toch zoo'n honger vandaag," zei Tieka,
+"nu ga ik weer eens probeeren hoe dat smaakt," en dan legde zij een kers
+op een stukje brood en verzekerde dat het "verrukkelijk" was! En toen
+zij eindelijk klaar waren met haar maaltijd, zei ze: "Als wij nu alweer
+naar huis moesten, zou ik toch al verbazend veel plezier gehad hebben.
+Maar we gaan nog lang niet naar huis. We zijn eigenlijk net begonnen,
+he? Is 't niet lieve, kleine _my dear_?"
+
+"Stil een beetje, wat meer eerbied als 't je blieft."
+
+"Ik heb juist heel veel eerbied," zei Tieka ondeugend. "Maar ik geloof
+toch wel dat _my dear_ nog heel jong is."
+
+Hedwig zei niets terug.
+
+"Is het niet zoo?"
+
+"Dat blijft geheim, dat weet je wel."
+
+"Maar ik mag toch zeker wel eens raden?" begon Tieka weer.
+
+"Neen, neen, volstrekt niet."
+
+Het trof gelukkig voor Hedwig dat zij juist op dit oogenblik den ingang
+van Abbotsford naderden en er van rustig praten nauwelijks meer sprake
+kon zijn. Want bij het hekje, waarbij de concierge toegangskaartjes
+stond uit te deelen aan de verschillende bezoekers, was het stampvol.
+"Hoe jammer, ik dacht dat wij er bijna alleen zouden zijn," fluisterde
+Tieka, toen zij zich achter de Amerikaansche dames plaatsten, die al een
+poosje geduldig hadden staan wachten. Als een troep schapen werden allen
+nu door den oppasser naar de vertrekken gedreven, die het publiek van
+Abbotsford te zien krijgt. Hedwig en Tieka bleven spoedig een weinig
+achter en bekeken op haar gemak wat haar het meest aantrok, zeer onder
+den indruk van het feit dat zij liepen door de kamers, waar de schrijver
+van Ivanhoe "met het bruine haar en de lichtgrijze dichteroogen",
+zooveel gedacht en gewerkt en genoten had.
+
+Terwijl de groote menigte reeds door de tusschendeur de bibliotheek was
+ingegaan, bleven zij samen nog een oogenblik staan in de studeerkamer,
+bij den stoel van Scott en zagen eerbiedig op naar den schat van boeken,
+waarmee de muren van onder tot boven waren bedekt. En in de fraaie
+bibliotheek, die Tieka "een heerlijke leerkamer" noemde, genoten zij in
+de nis van het groote venster staande, het bekoorlijke uitzicht op
+Scott's geliefde rivier de Tweed en de zacht glooiende, groene heuvels.
+
+[Illustration: De studeerkamer van Walter Scott op Abbotsford.]
+
+In de _drawingroom_ vond Tieka, niettegenstaande de vele schatten daar
+verzameld, het zeer eigenaardige behangsel, een voorstelling gevend van
+in kleurige kleedij getooide Chineezen en Japanneezen, verreweg het
+aantrekkelijkst; zij was er haast niet vandaan te krijgen! Haar stemming
+veranderde echter, toen zij de eetzaal bezochten met de kunstig
+uitgesneden zoldering van donker eikenhout en dachten aan het uur,
+waarop Walter Scott hier den laatsten adem uitblies, na alles, wat hij
+doorgemaakt had, toch nog stervend op zijn innig geliefd Abbotsford,
+waarvan hij eens schreef: "_My heart clings to the place I have created,
+scarce a tree of which does not owe its being to me._"[4]
+
+En geen wonder dat zijn hart "hing" aan Abbotsford! Kende hij er niet
+nagenoeg iederen steen, iedere bloem en iedere boomsoort? En had hij
+niet van de onaanzienlijke hoeve en het land, die hij in 1811 kocht, een
+waren lusthof gemaakt? En werd hij er zelf ook niet met warme
+aanhankelijkheid gediend door al zijne onderhoorigen, tot den bekenden
+schaapherder Thomas Purdie en den koetsier Peter Mathieson toe?
+
+"Ik wou dat Walter Scott nog leefde en dat ik dan eens bij hem te
+logeeren gevraagd werd op Abbotsford, met _my dear_," zei Tieka, toen
+zij het kasteel verlieten en zich haasten moesten om de beroemde ruine
+van de Melrose abdij nog te gaan zien.
+
+
+
+De tijd was omgevlogen en zij mochten natuurlijk niet te laat aan het
+station komen. "_Als_ wij eens te laat kwamen en pas van nacht weer
+thuis konden zijn, zou ik het toch wel een beetje prettig vinden,"
+merkte Tieka op, maar Hedwig scheen dit volstrekt niet ook maar "een
+beetje" plezierig toe en zij begon onwillekeurig nog vlugger te loopen.
+
+Ten slotte viel de tijd haar toch nog mee, toen zij bij de indrukwekkend
+mooie ruine van Melrose Abbey stonden en hier nog eenige oogenblikken
+konden vertoeven om een dankbare gedachte te wijden aan de begaafde
+Benediktijner monniken, die eeuwen geleden in zandsteen de sierlijkste
+lijnen wisten te beitelen en al hunne talenten gaven aan de verfraaiing
+van het kerkgebouw, dat zelfs als ruine nog zoo onuitsprekelijk veel
+schoons heeft.
+
+"Laten wij nog even blijven, even maar," smeekte Tieka, toen Hedwig
+zeide dat het tijd werd om te vertrekken. Hedwig was echter
+onverbiddelijk en het was goed dat zij niet langer gewacht hadden, want
+toen zij aan het station kwamen, stond niet alleen de trein er reeds,
+maar waren de coupes zoo vol dat zij slechts met zeer groote moeite een
+plaats konden machtig worden in een derdeklasse wagen. Tieka moest bij
+Hedwig op den schoot zitten en vond dit ook al weer "dol prettig." Haar
+vroolijkheid werkte aanstekelijk op de medereizigers, waaronder zich een
+troepje kleine meisjes bevond, die schaterden van het lachen om Tieka's
+grappen en zelf ook allerlei te vertellen hadden. Zij hadden ook op het
+gras gezeten om te lunchen, dicht bij een boerderij en terwijl haar
+vader bezig was, haar allerlei over het leven van Scott mee te deelen en
+daarbij zijn boterham in de hand hield, was opeens een kip op zijn been
+gevlogen en had hem de boterham pardoes uit de hand weggepikt. O, zij
+moesten nog zoo lachen, als zij er aan dachten hoe vader toen gekeken
+had!
+
+Nu, Tieka en Hedwig lachten ook en toen de trein te Edinburg stilstond
+en de kinderen afscheid moesten nemen, zei Tieka levendig:
+
+"He, ik hoop hartelijk dat wij elkaar nog eens weerzien!"
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+Chester.
+
+
+Twee volle jaren bleef Hedwig bij de familie von Zerclaere, zonder dat er
+van eenige verandering sprake was. Zij was nu bijna achttien jaar. "Over
+een paar jaar, als ik twintig word, dan zal de barones mijn salaris toch
+wel verhoogen," dacht ze soms. Zij wist dat de ouders van Tieka tevreden
+waren over hare vorderingen, maar zij wist ook zeer goed dat Tieka's
+moeder haar bizonder weinig genegen was en er waren dagen dat zij
+werkelijk leed onder de scherpe, hatelijke woorden der barones, waaraan
+het maar al te zeer merkbaar was dat zij door jaloezie waren ingegeven.
+
+Toch werkte zij vroolijk en moedig voort en bleef zij steeds hopen dat
+de houding der barones nog wel eens veranderen zou. Zij was het vorige
+jaar met Kerstmis thuis geweest en had van haar moeder ook den raad
+gekregen, maar trouw haar best te blijven doen en zij hadden toen
+beiden gelachen om Claerchen's verontwaardigden uitroep:
+
+"Nu, _ik_ zou me dan zoo engelachtig niet houden!"
+
+Hedwig moest weer aan die woorden denken, toen zij zich op een stillen,
+helderen herfstdag gereed maakte voor haar ochtendwandeling met Tieka.
+De barones was den vorigen dag de leerkamer ingekomen op een oogenblik
+dat Tieka het juist weer heel druk had met haar "_my dear_" en zij had
+toen zeer beslist gezegd dat het nu "voor goed uit moest zijn met die
+dwaasheid." Tieka had erg verschrikt gekeken, toen ze haar moeders oogen
+zoo toornig zag flikkeren en zij was dadelijk begonnen zich stipt aan
+het verbod te houden, zooals haar gewoonte was. Hedwig had den volgenden
+ochtend het hartelijke "_my dear_" gemist; zij zuchtte er nu eens even
+over en glimlachte flauwtjes om haar "sentimentaliteit."
+
+Wat bleef Tieka toch lang weg! De barones had haar zooeven bij zich
+laten roepen. Het kind had toch niets gedaan, waarvoor zij een berisping
+verdiende?
+
+Neen, er was niets bizonders voorgevallen, bedacht Hedwig gerustgesteld
+en hare oogen keken bewonderend den tuin in naar de hooge beuken,
+waarvan het rijke herfstgoud zoo teekenachtig afstak bij de gladde,
+slanke stammen. Wat was de lucht boven die beuken klaar en zuiver-blauw!
+Het zou heerlijk zijn buiten straks en bij het standbeeld van Scott....
+
+Zij keerde zich snel om, toen zij de stem der barones achter zich
+hoorde. Aan de uitdrukking van haar gezicht zag ze terstond dat haar een
+onaangenaam onderhoud wachtte en haar hart begon sneller te kloppen.
+
+"Ik heb u iets te zeggen, Fraeulein," klonk het stroef.
+
+Hedwig boog zwijgend het hoofd.
+
+"Tieka is met haar vader uitgegaan. Zij blijft een groot gedeelte van
+den dag weg en u kunt dus dien tijd voor u zelf gebruiken. Als u even
+wilt gaan zitten...."
+
+Tot haar verwondering merkte Hedwig thans een zweem van verlegenheid op
+bij de barones; het maakte haar ongerust en zij beefde even, toen ze
+zitten ging.
+
+Maar het oogenblik van zwakte bij Tieka's moeder was zeer spoedig weer
+voorbij.
+
+Op de haar eigene, hooghartige wijze zei ze:
+
+"Ik wensch er u thans van in kennis te stellen dat de heer von Zerclaere
+en ik het besluit hebben genomen, Tieka na de kerstvacantie naar een
+uitmuntende kostschool te zenden. Wij zijn er volkomen van overtuigd dat
+zij daar zeer beschaafden omgang zal kunnen genieten en langzamerhand
+gevormd zal kunnen worden voor de hooge plaats, die zij in onze kringen
+zal moeten innemen. Zij zal natuurlijk ook aan het hof gepresenteerd
+worden en u zult zeker inzien...."
+
+"O, ik kan niet...!" Hedwig was opgesprongen, zij was zichzelve niet en
+zij strekte de handen uit met een afwerend gebaar; zij kon niet meer
+luisteren! Even zag de barones haar onderzoekend aan. "U zult ruim tijd
+hebben iets anders te zoeken," zei ze zacht. Toen ging zij de kamer uit,
+waar Hedwig haar dankbaar voor was.
+
+Het onverwachte, hevige van den slag gaf haar voor 't oogenblik een
+gevoel alsof zij erdoor verpletterd was. Weg, van Tieka weg, het kon
+niet waar zijn immers! Haar hoofd was zoo zwaar; zou ze wel goed gehoord
+hebben wat de barones had gezegd?
+
+Ach, zij wist immers dat zij het maar al te goed verstaan had. Zij moest
+_weg_! Ze herhaalde het bij zichzelf, telkens weer, met hare oogen strak
+gevestigd op de hooge beuken van den tuin, zoo rijk in hun pracht van
+goud, zoo stil en lieflijk op dezen wondermooien herfstdag....
+
+De rust daar buiten deed haar nu haast pijn en zij keerde zich af van
+het raam en liep snel naar haar kamer. Daar sloeg zij met een
+hartstochtelijk gebaar de handen ineen. Weg, van Tieka weg en waar dan
+heen?
+
+O, het kon niet, het mocht niet gebeuren!
+
+Wat zou Tieka zeggen? Zou Tieka het hebben willen? Zou zij er zich niet
+tegen verzetten? Ze moest nu opeens geheel aan Tieka denken en hoe de
+vroolijke uitdrukking van haar gezichtje verdwijnen zou, als zij het
+hoorde. En terwijl zij zich, zeer karakteristiek voor haar, geheel
+verdiepte in Tieka's droefheid, werd haar eigen smart op den achtergrond
+gedrongen en toen zij eindelijk schreien kon, was het meer nog om
+Tieka's leed dan om haar eigen.
+
+Toen Tieka 's middags terugkwam, zag zij terstond dat deze reeds alles
+wist. Haar vader had haar zijn besluit meegedeeld aan het eind van de
+wandeling en zij was blijven staan en had hem ongeloovig aangezien, stom
+van verbazing. Maar zij had niets gezegd, dadelijk troost zoekend in een
+zeker vaag bewustzijn dat hij zich vergissen moest, dat haar moeder
+alleen precies op de hoogte kon wezen van alles wat hare lessen en hare
+gouvernante betrof en zoodra zij thuis kwamen, was zij naar de barones
+toegesneld. Het was immers niet waar dat Fraeulein Eiche wegging?
+
+"Ja natuurlijk is het waar," had de barones gezegd.
+
+Toen was Tieka dadelijk naar boven geloopen en heel bleek, met iets
+verschrikts in hare oogen, kwam zij bij Hedwig. En voor 't eerst een
+gebod van haar moeder geheel vergetend, sloeg zij de armen om Hedwig's
+hals, al maar roepend: "_Oh my dear, my dear_!"
+
+Toen snikte zij even heel zacht met die eigenaardige, bij een kind zoo
+treffende zelfbeheersching, die Hedwig reeds dikwijls bij haar had
+opgemerkt en zij legde liefkoozend haar wang tegen die van Hedwig aan en
+bleef een oogenblik zoo zitten; toen opeens sprong zij op en liep weer
+naar beneden naar de barones.
+
+"Moeder," riep ze, "o, ik smeek u, laat Fraeulein Eiche toch niet
+weggaan; ik vind het zoo vreeselijk!"
+
+"Maar Tieka!"
+
+Het kind had haar hand smeekend op den arm harer moeder gelegd; onder
+den kouden, strengen blik, die haar trof, liet zij die hand weer weg
+glijden.
+
+"Ik vind het zoo vreeselijk, vreeselijk!" herhaalde zij fluisterend.
+
+"Je moet me voortaan van die kinderachtige vertooningen verschoonen,
+Tieka. Begrepen? Het is groote dwaasheid je zoo aan te stellen,
+eenvoudig omdat je gouvernante weggaat; je zult er spoedig genoeg aan
+gewend zijn."
+
+Tieka's gezicht werd eerst doodsbleek, toen vuurrood, daarna weer heel
+bleek. Zij waagde nog een laatste poging.
+
+"Dus het gebeurt echt?"
+
+"Zeer zeker gebeurt het," klonk het driftig. "En ga nu terstond heen. Je
+vergeet tegen wie je spreekt."
+
+Tieka ging, diep verslagen. Boven bij Hedwig hield zij zich niet meer
+in, maar schreide uit, schreide alsof haar het hart zou breken. En hoe
+Hedwig ook haar best deed, zij wilde zich niet laten troosten....
+
+Voor Hedwig zelf kwam thans de gewichtige vraag hoe zij een nieuwe
+betrekking zoeken en vinden moest. Aarzelend vroeg zij, na enkele weken,
+de barones om raad en deze liet haar kranten brengen, streepte hier en
+daar een advertentie aan en schreef een kort getuigschrift, ten volle
+overtuigd dat zij daarmede reeds zeer veel voor hare jeugdige
+gouvernante gedaan had.
+
+Bij de jonge gouvernante zelf was de oude moed spoedig herleefd. "Niet
+tobben, ik _wil_ niet tobben," zei ze herhaaldelijk, als de gedachte aan
+het afscheid van Tieka haar te machtig dreigde te worden en dapper
+schreef zij brief op brief, gaf en vroeg inlichtingen en veroverde
+eindelijk een betrekking als onderwijzeres op een kostschool te Chester,
+een inrichting voor weezen en halfweezen, die geen thuis meer hadden of
+er nooit een hadden gekend.
+
+Zij zou voornamelijk les moeten geven in Duitsch, rekenen en handwerken,
+schreef men haar, daarvoor in ruil onderwijs krijgen in Fransch en
+teekenen en bovendien een salaris ontvangen van 12 pond (f144) per jaar.
+
+Veel was het niet, vrij wat minder nog dan ze thans verdiende, maar de
+betrekkingen waren niet opgeschept, aan naar huis teruggaan wilde zij
+geen oogenblik denken en toen zij, na eenige aarzeling, de vrijheid nam
+de barones weer om raad te vragen, sprak deze zoo beslist de meening uit
+dat zij "dit vooral aannemen moest, nu zij het krijgen kon," dat zij
+niet langer wachtte met het nemen van een besluit en nog dienzelfden dag
+aan de directrice der kostschool schreef zij dat zij na de Kerstvacantie
+komen zou.
+
+Van een reisje naar Duitschland met de kerstdagen kon, om de groote
+onkosten, thans niets komen. Zij liet zich dus in de vacantie nog maar
+eens ter dege door Tieka verwennen, slaagde erin de laatste dagen van
+het jaar ook voor haar leerlingetje prettig en opgewekt te doen zijn
+en--hield zich kloek, toen even na Nieuwjaar, de dag van het afscheid
+werkelijk gekomen was.
+
+Het was een snerpend koude ochtend, het vroor hard en de zon trachtte
+te vergeefs door den witgrijzen nevel heen te dringen, die als een
+reusachtige wolk over heel Edinburg hing. "_Zum Abschied nehmen just das
+rechte Wetter_," mompelde Hedwig, terwijl zij zich kleedde.
+
+Zij moest tegen elf uur vertrekken en kon ongeveer half drie te Chester
+wezen. Eigenlijk was zij maar blij, toen haar groote koffer--Anna
+Schaub's geschenk--reeds naar 't station gebracht was en het voor haar
+ook tijd werd om te gaan. De baron en de barones gaven haar de hand bij
+het afscheid en zeiden een paar welwillende woorden; Tieka, die te
+vergeefs verzocht had mee naar het station te mogen gaan, stond bij hen
+en kon niets zeggen. Zij keek Hedwig strak aan met hare groote oogen en
+knikte zwijgend, toen deze zeide: "Dag lieve Tieka, zul je mij niet
+vergeten?"
+
+Dat was alles. Toen was het voor goed uit. De deur viel achter haar
+dicht en zij stond op straat.
+
+Ze had voor het rijtuig bedankt en gezegd graag naar het station toe te
+willen loopen, want zij had behoefte aan de frissche wandeling en zij
+liep snel door, telkens even op hare lippen bijtend bij de gedachte dat
+het nu voorbij was, voor goed voorbij het gelukkige leven met Tieka.
+Maar ze hief het hoofd op en liep nog vlugger voort. "_Nooit_ flauw
+zijn, God helpt!" fluisterde ze.
+
+Bij het geliefde standbeeld van Scott bleef zij een oogenblik staan. Zij
+deed haar best het gezicht duidelijk te onderscheiden door den nevel
+heen en even wuifde ze met haar hand....
+
+Ze werd kalmer gestemd, toen zij eenmaal op reis was en zij glimlachte
+blij, toen de zon eindelijk door den mistsluier begon heen te dringen.
+
+Toen de trein te Chester stilhield en het haar duidelijk werd dat er
+niemand was om haar af te halen, besloot zij haar koffer maar aan 't
+station achter te laten en naar de school toe te loopen. Zij zou den weg
+wel vinden, meende ze, en zij was na het lange zitten in den trein
+letterlijk verstijfd van koude en verlangde naar wat beweging.
+
+Even ging zij de restauratie-zaal in om een kop warme koffie te drinken
+en te vragen hoe zij loopen moest om Hill House--zoo heette de
+school--te bereiken. "U kunt, in ieder geval, om theetijd wel bij ons
+wezen," had Miss Wells, de directrice, geschreven; het was nu nog maar
+even half drie en zij had dus nog een paar uren den tijd.
+
+Een vriendelijk buffetmeisje hielp haar te recht en gaf haar zelfs een
+kaartje van Chester ten geschenke. Toen zij vertelde dat zij op Hill
+House moest wezen, kwam er een zeer eigenaardige uitdrukking op het
+gezicht van het meisje, maar Hedwig merkte het niet op; zij was verdiept
+in haar kaartje.
+
+"Wilt u bepaald loopen?" zei het meisje nog. "U zoudt ook een heel eind
+per tram kunnen gaan; het is een lange wandeling," doch Hedwig
+antwoordde vroolijk dat zij daar niet tegen opzag en geen haast had.
+
+Opgewekt, thans weer vol moed voor het nieuwe leven dat haar wachtte,
+liep zij het station uit. Zij had lust in haar wandeling en was benieuwd
+hoe zij de stad vinden zou en verruimd haalde zij adem, toen juist op
+het oogenblik dat zij het station verliet, de mist geheel vaneen
+scheurde en de zon in volle glorie doorbrak.
+
+O, wat was het nu mooi! Over alles heen lag de rijp als een kantachtig
+wit weefsel, waarin ontelbare sterretjes glinsterden. Het blauw in de
+lucht werd hoe langer hoe meer zichtbaar en krachtiger van tint. Het
+bleef sterk vriezen en het was doordringend koud, maar Hedwig gaf er
+niet om en stapte flink aan, eerst de niet heel fraaie City-road langs,
+toen, steeds de aanwijzingen van haar kaartje volgend, een breede straat
+in, tot ze bij een poort stond, waarnaast zich een steenen trap bevond
+met het opschrift: "_To the city walls_".
+
+De steenen treden zagen er heel glibberig uit, toch kon zij de
+verleiding geen weerstand bieden even naar boven te gaan. Men had haar
+verteld van de beroemde, oude muren rondom de stad Chester, waarover men
+wel een wandeling van een klein uur kon maken en zij moest toch eens
+kijken....
+
+Zij liep eerst een eindje door, toen ze boven was;--toen bleef ze
+verrast staan, want wat zij voor zich zag, was als een sprookje.
+
+In hare nabijheid, haast vlak bij scheen het haar toe, stond daar in
+grootsche majesteit, de hooge, indrukwekkende kathedraal van Chester met
+het stille plein met de mooie boomen erom heen, alles bedekt door een
+sluier van ragfijne rijp. Geen enkel geluid drong tot haar door en het
+was of al die teere witheid de stilte nog verhoogde en haar lieflijker
+maakte.
+
+[Illustration: Rows te Chester.]
+
+Zij voelde zich wonderlijk ontroerd. Geheel alleen stond zij daar in een
+vreemd land, ver van huis, in een stad, waarin nog niemand haar
+kende,--zooeven had zij zich een oogenblik plotseling haast angstig
+eenzaam gevoeld,--nu gleed die gewaarwording van haar weg en haalde zij
+diep adem met een gevoel van innige vreugde. Onwillekeurig vouwde zij de
+handen; haar hart dankte God voor wat Hij haar te genieten gaf.
+
+Voorzichtig ging ze de trap weer af; het was over half vier, ze moest nu
+maken dat zij verder kwam. Zij raadpleegde haar kaartje.
+
+Het vriendelijke buffetmeisje had haar gezegd dat de school, zooals de
+naam Hill House trouwens ook aanduidde, op een heuvel lag even buiten de
+stad en zij zag op haar kaart dat zij nu eerst weer rechtuit moest gaan.
+Maar toen zij even doorgeloopen had, keek zij verbaasd om zich heen. Wat
+was dat? Liep ze nu opeens door een stad van een paar eeuwen geleden?
+Alles zag er zoo geheel anders uit dan zooeven. Schilderachtige oude,
+geelbruin en donker getinte geveltjes werden tooverachtig verlicht door
+enkele verdwaalde zonnestralen, die de schemering, die in deze straat
+heerschte, nog sterker deed uitkomen. Want aan beide kanten bevond zich
+hier aan de huizen een soort van lange, overdekte balkons of galerijen,
+die er zeer oud en verweerd uitzagen en, in elkaar loopend, de geheele
+lengte der straat besloegen en het licht onderschepten. Sommige der oude
+huizen waren met schuinloopende strepen of figuren beteekend, andere met
+zeer fraai houtsnijwerk versierd en van spreuken voorzien.
+
+Hedwig vond het aardig een trapje naar een der galerijen op te gaan, er
+door heen te loopen en zoo een blik te slaan op de straat, die zoo
+geheimzinnig in het halfduister lag. Zij liep slechts langzaam verder;
+ook in de veelsoortige winkeltjes, die zij langs kwam, was veel dat haar
+aandacht boeide en toen zij de galerij verlaten had en, links afslaande,
+een kijkje kreeg op een groepje zwart-en-wit getinte huizen, sierlijk
+met de vooruitspringende vensters rustend op ranke, spiraalvormige
+pilaartjes, was zij een en al opgetogenheid.
+
+"Wat een stad! Wat een mooie stad!" zei ze. "Het zal mij hier stellig
+goed bevallen. Wat wou ik graag dat Tieka dit eens zien kon! Zij zou
+zeker zeggen dat het echt sprookjesachtig was."
+
+Nu was ze, in al haar verrukking, toch verkeerd geloopen, geloofde ze en
+zij bleef even staan en haalde haar kaart weer te voorschijn; zij kon er
+echter thans niet wijs uit worden. Juist stond ze voor een bakkerswinkel
+en toen zij opkeek, las ze met zekere gretigheid de aankondiging:
+
+"_Hot Pies Every Saturday
+ Finest Hand-made
+ Bread only Baked_."
+
+Ze was flauw geworden en had trek gekregen; heel veel had zij vandaag
+ook nog niet gebruikt. Hier zou zij maar eens even naar den weg vragen
+en meteen iets eten, een kleinigheid maar, anders mocht ze haar eetlust
+eens bederven voor de _tea_, waarmee men haar op Hill House wachtte. Ze
+moest nu toch ook maken dat zij er kwam. Als zij eens een warm pasteitje
+kocht.... Ze had er zoo'n trek in! Snel vroeg zij er naar.
+
+"Vandaag niet juffrouw; die hebben wij alleen maar Zaterdags."
+
+Och ja, dat was waar ook, dat stond duidelijk voor het raam. Ze nam het
+nu maar voor lief met een vrij oudbakken krentenbroodje; straks op Hill
+House zou zij haar schade wel inhalen.
+
+Het bleek dat zij toevallig toch de goede richting had genomen.
+
+"Mag ik vragen bij wien u wezen moet?" vroeg de winkelbediende, die
+nogal nieuwsgierig van aard scheen te zijn.
+
+"O jawel," zei Hedwig, "ik ga naar Hill House."
+
+De man zette groote oogen op.
+
+"En...." vroeg hij, veelbeteekenend met het hoofd knikkend, "gaat u daar
+heen als onderwijzeres?"
+
+Hedwig keek hem wat scherper aan en glimlachte even om zijn
+onbescheidenheid.
+
+"Ja zeker," zei ze kortaf en maakte zich gereed om heen te gaan.
+
+"Dan zult u daar niet veel warme pasteitjes proeven, vrees ik," hoorde
+zij hem nog zeggen, terwijl ze den winkel uitging. Zij luisterde echter
+niet meer, zij vond hem vrij brutaal en liep haastig verder.
+
+Weldra kwam zij nu even buiten de stad bij een brug over de mooie rivier
+de Dee en spoedig daarop aan den tamelijk eenzamen weg, dien zij zocht.
+
+Eindelijk zag zij Hill House op een hoogte liggen. Vroolijk zag het er
+niet uit, dat moest zij bekennen, want een groot, kaal, grijs gebouw was
+het met een menigte smalle ramen en een hooge voordeur, waarvan de verf
+nagenoeg verdwenen was. In den gevel stond met groote, zwarte letters,
+die thans nog zwarter schenen door de rijp eromheen: Hill House. Alles,
+ook de tuin achter het huis, een groote lap gronds met niets erin dan
+enkele lage hulststruiken en een verschrompeld kastanjeboompje, gaf den
+indruk van armoede en verwaarloozing.
+
+Hedwig bleef een oogenblik staan voordat zij den heuvel beklom. "Dat is
+dus Hill House," zei ze met nadruk. "_Veel_ lijkt het, althans van
+buiten, niet op het paleis van den baron von Zerclaere, maar wie weet hoe
+fraai het van binnen is!"
+
+Binnen een paar minuten stond zij voor het huis. Snel keek ze naar
+boven of er ook iemand was, die naar haar uitzag. Er vertoonde zich
+echter niets voor de ramen en zij liet dus den zwaren klopper op de deur
+vallen.
+
+Wat klonk dat hol! Het was of de geheele bevroren heuvel ervan uit een
+soort verdooving ontwaken moest--zij vond het haast griezelig! Het
+duurde geruimen tijd, voordat de zware deur langzaam open ging en het
+begon reeds te schemeren, toen zij eindelijk binnen gelaten werd en,
+huiverig geworden van het staan, nog kouder werd in de lange, donkere,
+kille gang, die zij nu door moest loopen.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+Koude en Honger.
+
+
+"Ik ben de nieuwe onderwijzeres," zei ze tot het meisje, dat de voordeur
+geopend had en haar nu zwijgend den weg wees. Het was een armoedig
+gekleed, uit de kracht gegroeid kind van een jaar of dertien met een
+heel smal gezichtje, waarin de donkere oogen nog donkerder schenen door
+de blauwe kringen, die eronder lagen. "Dat weet ik," antwoordde zij met
+een heesche stem en Hedwig zei maar niets meer; het spreken kostte het
+arme kind blijkbaar moeite.
+
+Aan het eind der gang stonden zij stil bij een deur, die toegang gaf tot
+de kamer van Miss Wells, de directrice. Het meisje klopte aan, een
+scherpe, hooge stem riep: "_Come in!_" en Hedwig zag Miss Wells voor
+zich.
+
+Zij zat op een houten bankje--zooals Hedwig later ontdekte, was er in
+het gansche groote Hill House geen enkele stoel te vinden!--aan een
+tafel vol papieren, rekeningen te schrijven. Toen zij Hedwig gewaar
+werd, stond zij niet op, maar bekeek haar met groote nauwkeurigheid.
+
+"Fraeulein Eiche zeker?" vroeg zij kortaf. Hedwig knikte. Wat was het
+benauwd in de kamer; zij kon er haast geen adem halen! De overgang van
+de snerpend koude lucht buiten tot de overwarme, onfrissche atmosfeer in
+het lage vertrek, waar het gas reeds brandde, was al te groot.
+
+Zij hield zich echter dapper, hoewel het moeite kostte, vooral toen zij
+Miss Wells nader bekeek, want smakelijk zag die er allerminst uit! Op
+het grijze haar, waarvan enkele lokken uit het slordige kapsel waren
+losgeraakt en langs de geelbleeke, bolle wangen hingen, prijkte een
+mutsje van vuilwitte kant, waarop een stoffige, roodfluweelen strik ter
+verfraaiing was aangebracht. Een verkleurde groene japon hing slordig om
+de kleine, zeer gezette gestalte en was letterlijk bezaaid met harde,
+witte vetvlekken, terwijl Miss Wells over de schouders heen een
+vaalzwart, wollen doekje had geslagen, dat van voren met een haarspeld
+was vast gemaakt.
+
+Ook de kamer had een zeer onbehagelijk voorkomen en bevatte geen andere
+meubelen dan de tafel, de bank en een groote geelhouten kast. Voor de
+ramen, waarvan het ontdooiende ijs in druppels afliep, was geen zweem
+van een gordijn te ontdekken en op den ongeverfden vloer lag geen ander
+"kleed" dan het vuilwitte schapevachtje, waarop Miss Wells hare voeten
+liet rusten.
+
+"Luid spreken, als 't je blieft, ik ben doof," zei ze, Hedwig met haar
+hoofd op zijde, stuursch aanziende.
+
+Hedwig knikte maar weer.
+
+"Was de trein zoo laat vandaag?"
+
+"Neen, ik ben op tijd aangekomen," riep Hedwig zoo luid ze kon.
+
+"Zoo. En hoe komt het dan dat het nu zoo laat is?"
+
+"Ik heb nog even een wandeling door de stad gemaakt," zei Hedwig
+opgewekt.
+
+"O zoo. Ja, dat konden wij niet weten natuurlijk. Ons theeuur is lang
+voorbij en dus...." Zij haalde de schouders op.
+
+"Ik ... er zal misschien nog wel wat thee en een boterhammetje voor mij
+bewaard zijn?" waagde Hedwig te vragen. Zij had zoo'n trek; ze _moest_
+wat eten!
+
+Miss Wells deed alsof zij haar niet verstaan had.
+
+"Wat zegt u?"
+
+Met een kleur, toch zonder verlegenheid, herhaalde Hedwig luide haar
+vraag.
+
+De zuinige directrice schudde echter het hoofd. "Wel neen, er is geen
+thee meer te krijgen; daarvoor is het nu te laat," zei ze. "Straks wordt
+het avondeten gebruikt."
+
+Hedwig hoopte vurig dat "straks" "heel gauw" beteekende!
+
+"Waar is uw koffer?" vroeg Miss Wells verder. Zij was thans opgestaan en
+waggelde in al haar dikte naar de schel toe.
+
+"Dien heb ik aan het station gelaten. Mag hij even gehaald worden?"
+
+Met de hand aan het schelkoord, keerde Miss Wells zich toornig om.
+
+"Nog gehaald worden, van avond? Neen hoor, daar kan niets van komen; wij
+houden hier geen hotel! Knechten of dienstmeisjes hebben wij ook niet,
+want wij doen alles zelf. _Alles_; begrepen? U zult het dan voorloopig
+maar zonder uw koffer moeten stellen en dien morgen gaan halen met
+Peter en het wagentje. Er kan dan nog wel iemand met u meegaan." Toen,
+ter verduidelijking, alsof ze bang was dat Hedwig in den genoemden
+"Peter" een manspersoon zou vermoeden, "Peter is onze pony."
+
+"O," was al wat Hedwig zeide. Ze vond het heel vervelend zoo lang op
+haar koffer te moeten wachten, maar zij onderwierp zich zonder meer,
+begrijpend dat er toch niets aan te veranderen was.
+
+Miss Wells trok nu met een ruk aan de schel en een oudachtig, schamel,
+doch net gekleed dametje verscheen, dat er, evenals het meisje, dat
+Hedwig binnen gelaten had en dat in de wandeling Taff of Taffy werd
+genoemd, heel vermoeid uitzag.
+
+"Dit is onze huishoudster, Miss Ellis," verklaarde Miss Wells. "Zij zal
+u den weg wijzen naar de schoolkamers. Miss Ellis, dit is Fraeulein
+Eiche, de nieuwe onderwijzeres."
+
+"_How do you do_?" zei Miss Ellis en er kwam een vriendelijk lachje op
+haar gezicht, toen zij Hedwig de hand reikte.
+
+Hedwig had haast gezegd: "Goed, maar ik heb zoo'n honger," maar ze
+durfde niet recht. En ... we krijgen toch straks avondeten, troostte zij
+zich.
+
+Zij volgde Miss Ellis een paar nauwe dwarsgangen door, waar het salpeter
+van de muren viel en zich in de koude, grijze vloersteenen holten hadden
+gevormd door de vele voetstappen, die erover waren gegaan. Er hing een
+vunzige lucht en het was er kil en heel vochtig. Bijna even koud was het
+in de groote, kale schoolkamers, waar het vuur op den haard veel te
+weinig voedsel kreeg en zeer onvoldoende warmte gaf. De ruiten der
+gordijnlooze ramen waren dan ook nog stijf bevroren.
+
+Juist toen Miss Ellis en Hedwig binnen kwamen, werd het gas aangestoken
+en het schelle licht der door geen ballons of kappen beschermde
+gaspitten, viel onbarmhartig duidelijk op de rijen bleeke gezichten der
+kinderen, die op banken aan de lange, houten tafels gezeten waren. Het
+waren kleine en grootere meisjes van allerlei leeftijd, maar de
+gezichten hadden door de sporen van lijden en ontbering, die erop waren
+afgedrukt, iets treurig ouwelijks gekregen, dat zeer pijnlijk trof. Een
+zonderling kontrast met de tengere kindergestalten vormde bij velen de
+kleeding, blijkbaar afval van vroegere draagsters. Want de leerlingen
+van Hill House gingen bijna allen gekleed in wat haar door gulle
+bloedverwanten of vrienden was afgestaan en de arme weezen en
+half-weezen, die alle moederlijke zorg misten, droegen veel te groote
+schoenen, te wijde jurken, te korte of te lange rokken en ach, ook maar
+al te vaak, veel te dunne stof voor den kouden winterdag.
+
+Het treurige schouwspel, zoo geheel iets anders dan zij nog aan den
+ochtend van dien dag, toen zij zoo moedig op reis ging, zich voorgesteld
+had te zullen zien, ontroerde Hedwig tot in de ziel. Het was alsof haar
+het hart werd toegeknepen en zij kon zich nauwelijks meer inhouden en
+legde de hand voor de oogen, terwijl een korte snik haar ontsnapte.
+
+Toen Miss Ellis haar arm aanraakte, vermande zij zich echter terstond.
+En in haar hart vormde zich het besluit om zich goed te houden, flink te
+zijn en te trachten iets te wezen, zooveel als zij maar kon te wezen
+voor die arme, arme kinderen.... God zou haar helpen ook _hier_; dat
+_wist_ zij immers!
+
+De huishoudster stelde haar aan de onderwijzeressen voor, maar de
+meesten toonden zich vrij onverschillig omtrent haar komst; zij schenen
+met een zekere dofheid geslagen te zijn en zagen er vermoeid en slecht
+uit. Er waren er ook met een haast terugstootend uiterlijk en Hedwig
+hoorde later dat dezen, evenals verscheidene der arme weezen, eenvoudig
+naar Hill House waren gezonden om een onderkomen te hebben. Of zij ook
+goede en bekwame onderwijzeressen waren, daarop werd niet gelet; werk
+was er immers op Hill House toch altijd voor ieder te vinden! Miss
+Wells, die zelf weinig anders deed dan brieven en rekeningen
+schrijven--vooral het laatste was haar een zeer geliefde bezigheid, die
+zij nooit aan anderen overliet--had er zeer goed den slag van, al hare
+onderhoorigen hard te laten arbeiden en zeer weinig rust te gunnen. Er
+was in het groote, holle huis met zijne talrijke kamers en bewoonsters
+veel te doen, al was het er alles behalve weelderig ingericht en Miss
+Wells had waarheid gesproken, dienstmeisjes of knechten waren er in 't
+geheel niet; alles moest door de overwerkte huishoudster, de
+onderwijzeressen en de leerlingen worden verricht.
+
+Twee onderwijzeressen waren er, die op Hedwig door de groote
+tegenstelling in haar uiterlijk, een bizonderen indruk maakten. Beiden
+bevonden zich in de tweede schoolkamer, die er al even doodsch en triest
+uitzag als de eerste, met geen enkele versiering aan den muur dan een
+groote landkaart en een stuk of vier andere kaarten, waarop met
+reusachtige letters stond gedrukt dat er in de schooluren nooit
+gebabbeld en gelachen mocht worden.
+
+De eene onderwijzeres, Miss May geheeten, was met de jongste kinderen
+bezig en had op 't eerste gezicht een tamelijk onbeduidend voorkomen.
+Maar toen Hedwig haar aanzag, las zij in de blauwe oogen een uitdrukking
+van stillen moed, die bizonder weldadig aandeed en te meer trof, omdat
+het gezicht zelf er zeer afgemat uitzag.
+
+Zij bleek meer belang te stellen in Hedwig's komst dan de anderen en
+sprak haar even vriendelijk toe en Hedwig vond het een verkwikking naar
+de welluidende stem te luisteren.
+
+De andere onderwijzeres, Miss Rench, begroette haar slechts met een
+koele hoofdbuiging; Hedwig voelde echter, meer nog dan zij het zag, dat
+de kleine, doordringende oogen haar scherp onderzoekend opnamen. Er lag
+iets vijandigs en sluws in dien snellen blik, dat haar een oogenblik
+angstig maakte, haar haar zelfbeheersching benam en de oogen deed
+neerslaan, maar even later glimlachte zij om haar vreemde
+zenuwachtigheid. Het verbaasde haar echter niet, toen zij te weten kwam
+dat Miss Rench in 't geheim "de spion" werd genoemd en dat er zeer, zeer
+weinig op de school voorviel, dat haar aandacht ontsnapte en niet door
+haar aan de directrice werd medegedeeld.
+
+"Zou ik nu even naar mijn slaapkamer mogen gaan?" vroeg Hedwig eindelijk
+aan Miss Ellis.
+
+"Och, dat kan straks wel. Ik zou nu maar hier blijven, als ik u was; uw
+mantel en hoed kunnen wel zoo lang op die leege bank neergelegd worden."
+En Miss Ellis verdween.
+
+Hedwig had echter volstrekt geen behoefte haar mantel uit te trekken;
+zij had het al koud genoeg! Zij zou niets liever gedaan hebben dan eerst
+het smeulende vuur in den haard eens ter dege van brandstof voorzien en
+dan, als het flink brandde, de ramen openzetten om de vunzige lucht te
+verdrijven, die in de school hing en aan rottende kool deed
+denken,--maar zij was hier geen meesteres en moest stil afwachten wat er
+over haar zou worden beschikt. Zij deed haar best geduldig te wezen en
+keek nog eens met aandacht naar de kinderen, toen zij plotseling een
+bel hoorde luiden en spoedig daarop een paar der oudere meisjes rond zag
+gaan met bladen, waarop stapels sneden ongesmeerd brood lagen om een
+kruik met water en een paar leege tinnen kroezen heen.
+
+"Dat zal zeker reeds een voorproefje van het avondeten zijn," dacht
+Hedwig blij en zij nam gretig een stuk brood, toen het haar werd
+aangeboden en schonk zich een kroes water in.
+
+Zij at met graagte evenals de anderen, hoewel het brood heel oud en hard
+en droog was en een zwakke poging der huishoudster om het te roosteren,
+nagenoeg was mislukt. Als er ook maar een ziertje boter op geweest was,
+zou het veel lekkerder gesmaakt hebben, meende Hedwig en even moest zij
+denken aan het smakelijke maal, waarbij Tieka nu alleen zou aanzitten.
+Tieka zou eerst half Januari naar haar kostschool gaan; als zij _deze_
+school eens had kunnen zien, wat zou zij dan wel voor oogen opgezet
+hebben?
+
+Toen het droge brood verorberd was, begonnen de kinderen hunne schriften
+weg te bergen. Nu was het dan zeker heel gauw tijd voor het avondeten,
+dacht Hedwig.
+
+Daar zag zij Miss Rench waarlijk al weer met half toegeknepen oogen naar
+haar kijken. Wat beteekende dat toch? Zij zou haar maar eens gaan
+aanspreken, de lessen waren nu toch afgeloopen. Misschien ging haar
+gezicht ook wel wat vriendelijker staan, als zij eens even een praatje
+met haar maakte. Beleefd ging zij naar haar toe en vroeg:
+
+"Kunt u mij ook zeggen hoe laat hier het avondeten gebruikt wordt?"
+
+"Het avondeten?" herhaalde Miss Rench schamper, terwijl een spottend
+lachje om haar mond kwam, "maar dat hebt u net precies op!"
+
+"Zoo, was dat stuk brood...." stamelde Hedwig ontsteld.
+
+"Dat was uw souper, ja. Ik hoop dat het u goed gesmaakt heeft?"
+
+Hedwig antwoordde niet. Dus dat was het avondeten geweest! Had ze toch
+nog maar wat meer gekocht bij dien bakker of aan het station! Ze begon
+nu te begrijpen waarom de bakkersbediende haar zoo vreemd had aangezien,
+toen zij zeide dat ze naar Hill House moest en maar al te zeer zag zij
+thans de waarheid in van zijne voorspelling: "Daar zult u niet veel
+warme pasteitjes proeven!"
+
+Maar zij vergat hoe hongerig ze zelf was bij het zien van al die slecht
+gevoede kinderen om zich heen en zij voegde zich bij een troepje, knikte
+er een paar eens toe, wreef een der jongsten de koude handjes warm en
+trok een klein, mager meisje even aan haar vlecht. Het kind zag haar
+verbaasd aan met hare weemoedige, grijze oogen. Hedwig ging bij haar in
+de bank zitten. "Hoe heet je?" vroeg ze. "Mary Wren," zei het kind heel
+ernstig. "En kun je _heelemaal_ niet lachen?" Nu kwam er even een flauw
+lachje op het bleeke gezicht. "Neen, neen, nog een beetje meer," drong
+Hedwig aan. Maar het kind kon niet; ze begon te hoesten, een akelige,
+droge kuch en Hedwig sloeg den arm om haar heen. "Stil maar, stil maar,
+praat maar niet."
+
+"Sst.... _No more talking.... Prayers!_" riep een stem en Hedwig zag
+Miss Wells binnen komen voor de avondgodsdienstoefening. Met een
+eentonige, zeurderige stem las zij de gebeden. Hedwig luisterde
+verontwaardigd toe, geschokt door de wijze, waarop de indrukwekkende
+woorden van den Engelschen avonddienst werden opgedreund en daardoor
+alle kracht verloren. Toch knielde zij neer als de kinderen en zij
+vouwde de handen en bad, bad vurig en innig tot God om kracht.
+
+Eindelijk ging het de uitgesleten, vuilgrijze trappen op naar de
+armoedige slaapvertrekken, waarvan Hedwig schrikte toen zij ze zag. Ook
+hier hing voor geen enkel raam iets, dat ook maar in de verte naar een
+gordijn geleek; alles was kaal en guur en onbedekt.
+
+Toen men Hedwig gewezen had waar zij slapen moest, vroeg zij zich voor
+de zooveelste maal af, waar zij toch aangeland was en of zij hier
+_werkelijk_ zou kunnen blijven; het was haast geen leven in zoo'n
+ongezonde, schamele omgeving! Zou zij niet wijs doen met morgen aan den
+dag te beginnen met iets anders te zoeken? Wel was het heel moeielijk
+iets te vinden....
+
+Juist op dat oogenblik werd even, heel voorzichtig,--nauwelijks kon het
+een aanraking genoemd worden--een bevende, kleine hand in de hare gelegd
+en zij zag Mary Wren naast zich staan en schuchter tot haar opzien. Haar
+hart werd warm. Hoe kon zij nog aan weggaan denken? Natuurlijk bleef zij
+immers!
+
+Er stonden op iedere slaapkamer twaalf smalle, ijzeren ledikanten en ook
+Hedwig had dus, evenals de andere onderwijzeressen, het opzicht over elf
+leerlingen; zij moest bij het uitkleeden tegenwoordig zijn, had men haar
+gezegd en daarna mocht zij zelf te bed gaan. Op hare prettige, opgewekte
+wijze hielp zij de kinderen om vlug voort te maken, telkens weer de
+koude handen wrijvend en een aardigheidje zeggend, als er een het
+schreien nader stond dan het lachen. Dan kwam er een blijde glinstering
+in de droevige kinderoogen en eens zelfs lachte Mary Wren hardop. Hedwig
+knikte haar toe. "Goed zoo!" zei ze.
+
+Maar toen al de elf leerlingen te bed lagen en zij haar een voor een
+eens warmpjes in wilde stoppen en de kussens wat opschudden, maakte zich
+een hevige verontwaardiging van haar meester. Want nu ontdekte zij dat
+de slappe, platte kussens met snippers papier waren opgevuld of opgevuld
+heetten en dat de zoogenaamde dekens bestonden uit een zeer goedkoop
+soort wollen lappen, waartusschen groote stukken papier waren
+vastgenaaid. Geen wonder dat de arme meisjes bijna allen hoestten en
+half ziek waren van de koude.
+
+Zoo goed mogelijk dekte zij haar elftal toe; toen ging zij even heen om
+te vragen of de een of andere onderwijzeres haar ook een nachtpon zou
+willen leenen. Meer dan ooit betreurde zij thans het gemis van haar
+koffer en van den warmen wollen doek, dien zij ingepakt had en dien Anna
+Schaub haar nog mee had gegeven, toen zij naar Engeland ging. Wat was
+dat al lang geleden!
+
+Zij liep op een drafje het donkere portaal over, slaagde er na veel
+moeite in, een zeer dun nachtgewaad ter leen te krijgen en snelde toen
+naar de slaapkamer terug, om zich al rillend te ontkleeden, terwijl de
+aanhoudende vorst de ruiten met een steeds dichtere laag ijs bedekte en
+de koude tocht door de slecht sluitende vensters naar binnen drong.
+
+Het was of de eenzame gaspit ook bevriezen ging, zoo flauw was de vlam;
+zij hield er even hare handen bij, maar zij voelde er hoegenaamd geen
+warmte van uitstralen en toen zij in het voor haar bestemde ledikantje
+lag, kon ze van koude en honger eerst niet in slaap komen. Zij verbaasde
+er zich over dat de kinderen wel sliepen; zij hoorde het aan de
+geregelde ademhaling, hoewel Mary Wren telkens nog in haar slaap kuchte
+en zich soms onrustig bewoog.
+
+Toen zij eindelijk zelf ook ingesluimerd was, werd zij vrij spoedig
+weer uit den slaap opgeschrikt door een heftige windvlaag, die het oude
+vensterkozijn letterlijk stuk dreigde te schudden. Aan verder slapen was
+nu voorloopig niet meer te denken, want de wind werd hoe langer hoe
+heviger, deed de ruiten kletteren en loeide om het huis heen met een
+gierend geluid, dat Hedwig als een sombere klaagtoon in de ooren klonk.
+Een tijdlang lag zij in bijna zwarte duisternis; alleen kon zij door een
+der ruiten, waarvan een hoekje door de vorst vrij gelaten was, een
+stukje van de donkere lucht onderscheiden. Langzamerhand zag zij enkele
+sneeuwvlokken vallen, toen meer, meer, al maar meer en steeds dichter,
+tot het een dwarrelende massa werd, waarnaar zij niet meer kijken kon,
+zoo duizelde het haar voor de oogen. Eindelijk ging de wind liggen, het
+werd stiller en doodelijk vermoeid sloot zij de oogen en sliep nog even
+in, nadat zij zich bibberend het dunne dek over het hoofd had getrokken.
+
+Het was nog geheel donker, toen zij wakker werd door het luiden van een
+bel. Terstond zat zij overeind in bed.
+
+"We moeten opstaan, dadelijk opstaan, dat beteekent die bel," riep een
+der kinderen haar toe en Hedwig sprong moedig het bed uit en stak het
+licht aan. Het bleek juist vier uur te zijn!
+
+"Maar dat moet een vergissing wezen," riep zij uit. "Neen, neen, het is
+geen vergissing, wij staan altijd om vier uur op," zei Mary Wren al
+kuchend. "Miss Ellis zelf is er altijd al om half vier uit om ons wakker
+te kunnen bellen...."
+
+Hedwig zuchtte; ze was nog zoo weinig uitgerust! En wat een tooneel zag
+zij voor zich! Bibberend, half schreiend van de koude, stonden daar de
+arme kinderen zich aan te kleeden of te wachten, tot haar beurt zou
+komen om zich te wasschen. Want midden in de kamer bevond zich een
+ruwhouten tafel met vier waschkommen en een reusachtige kan met water;
+hier konden er zich vier te gelijk wasschen, wie er niet gauw genoeg bij
+was, moest wachten tot er weer een kom open kwam.
+
+Vandaag ging het wasschen met nog meer moeielijkheden gepaard dan
+anders, omdat de dikke stukken ijs in het water dreven en het dooien
+daarvan boven het gas--wat Hedwig beproefde--al heel langzaam ging. Zij
+moest aan Tieka denken, die zulk "echt winterweer" altijd zoo mooi en
+zoo heerlijk vond. Als zij deze slecht verzorgde kinderen eens had
+kunnen zien, hoe zouden hare donkere oogen dan gekeken hebben?
+
+De scherpe noordoosten wind drong door tot in het vertrek en op de
+vensterbanken binnenin de kamer lag een dikke, ruige laag sneeuw; ook op
+den houten vloer was sneeuw gevallen. Was zij wel ooit in haar leven zoo
+koud geweest?
+
+Daar luidde alweer een bel en nu moesten allen zich haasten om langs de
+donkere trappen naar beneden te gaan en in de groote, kille schoolkamer
+bij de ochtendgebeden tegenwoordig te zijn, die door Miss May werden
+gelezen; de directrice vertoonde zich eerst later op den dag. Voor de
+zuinigheid brandde er nu slechts een gaspit, wat alweer Hedwig's innige
+verontwaardiging opwekte. Daarbij kon ze van vermoeidheid en van honger
+haast niet op hare beenen blijven staan.
+
+Wat schandelijke toestanden waren dat hier toch! Zij nam zich voor zoo
+gauw als ze maar kon aan de barones von Zerclaere te schrijven en haar
+eens goed op de hoogte te brengen van alles wat zij hier zag en
+ondervond; zij zou zoo iets toch zeker ook beneden alles vinden en haar
+helpen willen om er verandering in te brengen.
+
+O, wat leek het haar heerlijk toe, al was het maar een oogenblikje, bij
+Tieka te wezen en in de aardige kinderkamer van het mooie, Edinburgsche
+huis! Het scheen haar nu toe, terwijl zij hier in de kale, onbehagelijke
+schoolkamer stond in die bedompte atmosfeer, haast in halfduister en te
+midden van zooveel treurige kindergezichten, alsof het al veel langer
+dan een dag was geleden dat zij van Tieka afscheid had genomen....
+
+Men vertelde haar dat het ontbijt op half zeven was vastgesteld. En nu
+was het pas vijf uur! Hoe hield men dat uit? Ze zou maar hard met de
+anderen meewerken--wat trouwens ook zeer beslist van haar verwacht
+werd--dan vergat zij haar honger wellicht! Er moesten nu schoenen
+gepoetst worden, brandstoffen gehaald, trappen, portalen en kamers
+worden aangeveegd, bedden opgemaakt, kannen met water gevuld en allerlei
+andere werkzaamheden worden verricht, waarvan ieder, ook de allerjongste
+leerling, haar deel moest vervullen.
+
+Mary Wren bleef zooveel mogelijk in Hedwig's nabijheid; blijkbaar had
+zij reeds nu genegenheid voor haar opgevat. Telkens hoorde Hedwig het
+korte, droge kuchje en waar ze maar kon, hielp zij het zwakke kind en
+gaf haar een vriendelijk woord.
+
+Eindelijk klonk de ontbijtbel door het huis en nu konden de ijverige
+werksters zich te goed doen aan bizonder slappe thee--"gootwater" hoorde
+Hedwig fluisteren--zonder suiker en _zeer_ oudbakken brood, want het was
+op Hill House een wet dat de bakker er slechts eens in de veertien dagen
+versch brood mocht brengen. Op de sneden brood was, in plaats van
+boter, een dun laagje moes van gestoofde appelen gesmeerd.
+
+Een heel lekker ontbijt was het niet, toch at Hedwig het hare gretig op.
+Zij miste de boter al minder dan den avond te voren en dat was maar goed
+ook, want boter was op Hill House een ongekende weelde en _als_ er al
+soms op de dikke sneden zoogenaamd geroosterd brood, die als "avondeten"
+werden rondgediend, iets glinsterde, dat heel in de verte aan boter deed
+denken, dan was dit slechts een soort van _dripping_, afgedruppeld
+vleeschvet, dat onmogelijk lekker smaken kon, omdat voor Hill House
+nooit wezenlijk goed vleesch werd gekocht.
+
+En ook appelmoes, al is het nog zoo smakelijk toebereid--wat van dat op
+Hill House niet verklaard kan worden--verveelt op den duur. Hedwig had
+gelegenheid dit te ondervinden, toen het haar dag in, dag uit, werd
+voorgezet: bij het ontbijt, aan de thee en bij het stuk avondbrood. De
+boeren in den omtrek verkochten hunne gedroogde appelen tegen zeer lagen
+prijs aan Miss Wells en deze vond dat zij niet beter en zuiniger doen
+kon dan er het geheele jaar door haar groot gezin mee te voeden!
+
+Met het les geven had Hedwig geen moeite. De kinderen waren stil en
+gewillig, ja gedroegen zich naar haar zin haast al te gehoorzaam; zoo
+graag zou zij hen wat levendiger gezien hebben! Nu waren zij, onder den
+indruk van het onnatuurlijke, ongezonde leven dat zij leidden, bijna
+onkinderlijk bedaard.
+
+Het middagmaal, dat om twaalf uur plaats had, was al even karig als de
+andere maaltijden en bestond heden uit niets anders dan slecht vleesch
+en droge aardappelen, waaraan een grondige bijsmaak was. Op de dagen dat
+er geen vleesch gegeten werd, kreeg men daarvoor in de plaats kwalijk
+riekende visch en in ruil voor de aardappelen waterige rijst; een groot
+verschil maakte de verandering niet, vond Hedwig.
+
+Na den eten moesten de kinderen met de onderwijzeressen drie kwartier
+gaan wandelen, hoewel de sneeuw zeer hoog lag en het door den plotseling
+invallenden dooi op verschillende plaatsen heel vuil en drabbig begon te
+worden. Het sneeuwde niet meer, maar er hing een donkere, dreigende
+lucht en toen zij een eind den weg op waren, niet naar de stad toe,
+volgens uitdrukkelijk bevel der directrice, die zelf thuis gebleven
+was,--begon er een fijne motregen te vallen, die langzaam maar zeker de
+dunne kleeding der kinderen doorweekte. "Ik ga met mijn troepje terug,
+zoo kan het niet langer," besloot Hedwig, maar Mary Wren, die naast haar
+liep, vertelde haar dat er van nu reeds naar huis gaan geen sprake kon
+wezen; dan zou Miss Wells haar toch verhinderen binnen te komen. Eerst
+moest de bepaalde tijd om zijn. "Dat vind ik heel verkeerd," liet Hedwig
+zich driftig ontvallen. Miss Rench, de "spion", hoorde het haar zeggen
+en deelde het ook, zoo spoedig zij maar kon, aan Miss Wells mede. Deze
+liet toen Hedwig bij zich komen en nam haar zoo geducht onder handen,
+dat Hedwig het het verstandigst vond er maar het zwijgen toe te doen.
+Alleen nam zij de gelegenheid waar om te vragen of zij nu--het was na de
+schooluren--haar koffer mocht gaan halen.
+
+Tot haar verwondering werd haar dit toegestaan en even later reed zij
+met de onderwijzeres, die in het bizonder met het toezicht over den pony
+was belast en zeer zwijgzaam van aard was, in het krakende wagentje,
+door den mageren Peter getrokken, naar het station. De sneeuwmodder
+spatte om de wielen van het voertuig en maakte de straten op plaatsen,
+waar niet geveegd was, haast onbegaanbaar, maar de zon scheen weer en de
+oude stad zag er schilderachtig uit. "Wij kunnen zeker eerst wel even
+een boodschap doen?" vroeg Hedwig, die wat brood koopen wilde, maar haar
+gezellin was hier zoo beslist tegen en toonde zich zoo verschrikt bij
+het denkbeeld dat zij langer van Hill House weg zouden blijven dan
+strikt noodzakelijk was, dat Hedwig maar toegaf en dadelijk doorreed
+naar het station.
+
+Zij was heel blij, toen zij den grooten koffer weer veilig in haar bezit
+had, al werd hij, naar den regel van het huis, niet naar haar slaapkamer
+gebracht, maar in een bedompte soort kelderkamer neergezet.
+
+Bij het licht van een stukje kaars mocht Hedwig er hier uitnemen wat zij
+noodig had. Veel kon het niet zijn, want een kastje om een en ander in
+te bergen was haar slaapkamer niet rijk. Zij greep echter gretig naar
+Anna Schaub's wollen doek, die bovenop lag; die moest in ieder geval mee
+naar boven!
+
+Zij was geheel alleen in het sombere vertrek, dat door het kaarsje
+slechts flauw verlicht werd. Een smalle streep van het licht viel in den
+koffer en, toen zij er den doek had uitgenomen, op een pakje in wit
+papier gewikkeld, dat zij zich niet herinnerde erin gelegd te hebben.
+Zij nam het in de handen en deed er het bovenste papier af. "_To my
+dearest ... dearest Fraeulein_," las ze.
+
+"Lieve, lieve Tieka," fluisterde zij en het pakje verder openend, vond
+zij een mooi portret van Tieka, dat haar een gevoel gaf alsof het kind
+opeens weer dichter bij haar was. Toen hield zij een paar plakken
+chocolade in de hand. "Natuurlijk chocolade, die geeft ze mij altijd,"
+fluisterde zij. "Nu, die zal hier goed te pas komen!"
+
+Zij deed den koffer op slot, rolde de chocolade in haar doek en sloop
+er mee naar boven naar haar slaapkamer. Het was er donker, toch kon zij
+op den tast af gemakkelijk de elf ledikantjes van hare leerlingen
+vinden. Voorzichtig legde zij onder ieder kussen een stukje chocolade,
+sloeg den doek om de schouders en keerde naar de schoolkamers terug.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+"Flinkie."
+
+
+Toen zij zich later weer met hare leerlingen op de slaapkamer bevond,
+liet zij allen zich eerst vlug ontkleeden en te bed gaan, voordat zij
+iets zeide over de verrassing, die haar wachtte. Toen de kinderen klaar
+waren, ging zij evenals den vorigen avond, de ijzeren ledikantjes langs
+om het schamele dek wat steviger in te stoppen en eerst toen fluisterde
+zij ieder meisje een paar woorden toe. Zij deed het zoo zacht dat geen
+der anderen er iets van verstaan kon en allen waren te verbaasd om wat
+terug te kunnen zeggen, maar de plotselinge kleur op de ingevallen
+wangen en de blijde glinstering in de oogen, waren Hedwig welsprekend
+genoeg. Later, toen alles donker was en zij zelf ook te bed lag, hoorde
+zij telkens een zacht, zuigend geluid en met een glimlach om den mond
+viel zij in slaap. Een paar dagen later echter zou zij inzien dat zelfs
+het weggeven van een onschuldig stukje chocolade ernstige gevolgen na
+zich kan sleepen.
+
+Zij ontdekte namelijk op zekeren ochtend dat Mary Wren den moed had
+gehad, iets van haar deel voor Taffy te bewaren en zij had er Mary te
+liever om, wel wetend hoe moeielijk het haar gevallen moest zijn, niet
+het geheele stukje zelf op te eten. Daarbij kwam dat Taff of Taffy min
+of meer de verschoppeling was op school, bij de meeste onderwijzeressen
+ten minste, omdat zij volstrekt niet gemakkelijk leerde en traag van
+begrip was. Intusschen werd zij den geheelen dag door voor alle
+mogelijke werkjes in huis en daar buiten gebruikt. "Taff, doe jij dat
+eens even," "dat kan Taffy wel doen!" "Waar is Taffy toch?" "Taffy moet
+dat opredderen." "Taffy, haal dit of dat eens gauw van boven," klonk het
+herhaaldelijk, vooral uit den mond van Miss Rench en de arme Taffy, die
+een zachtaardigen, gewilligen aard had en heel wel wist dat zij geen
+geleerde was, meende voor haar onwetendheid niet beter te kunnen boeten
+dan door met grooten ijver alles te verrichten, waartoe zij wel in staat
+was!
+
+Toen Hedwig dan bemerkte dat Mary Wren erin geslaagd was een paar dagen
+lang een stukje chocolade voor Taffy te bewaren, knikte zij tevreden.
+Taffy zat niet bij Mary in de klasse en sliep ook in een geheel ander
+gedeelte van het huis, zoodat het Mary tot nog toe niet gelukt was haar
+een oogenblikje voor zich alleen te krijgen. Op den bewusten ochtend
+echter toen zij, op weg naar een der schoolkamers, met Hedwig door de
+gang liep, kwamen zij Taff tegen, een zwaren bak met kolen torsend, die
+naar de kamer van Miss Wells moest worden gebracht. Nu zag Mary haar
+kans schoon. Snel had zij de chocolade uit haar zak gehaald en tusschen
+Taffy's lippen gestoken en Taffy, die zeker zelden of nooit zoo iets
+geproefd had, slikte van pure verrukking het kostbare stukje ineens
+door!
+
+Toch ging dit alles niet zoo gauw of Miss Rench, de "spion", was er
+achter gekomen. Hoe zij het te weten kwam en dat nog wel zoo spoedig,
+terwijl zij, naar Hedwig stellig meende, niet in de gang was, bleef
+altijd een raadsel, maar een feit is het dat Taffy nog maar juist met
+hare kolen de kamer van de directrice binnen gegaan was, toen deze
+reeds, gevolgd door Miss Rench, naar buiten kwam stuiven op Mary Wren
+af, haar onzacht bij den arm greep en zoo meesleurde naar de
+schoolkamer, waar deze stoornis algemeene ontsteltenis te weeg bracht.
+
+"Ondeugend nest! Ik zal jou leeren te snoepen, ergerlijk te snoepen en
+anderen te bederven door haar eten in den mond te stoppen. Wat heb jij
+Taffy gegeven, zeg?"
+
+Maar Mary Wren zag doodsbleek van schrik en kon niet antwoorden.
+
+"Nu, voor den dag ermee als 't je blieft en dadelijk."
+
+Nu bracht Mary Wren het er haperend uit.
+
+"Wat?" gilde Miss Wells driftig en met de hand aan haar oor. "Ik versta
+je niet." Toen tot Miss Rench, die met een hatelijken glimlach op haar
+gezicht stond toe te luisteren: "Wat zegt ze?"
+
+"Zij had chocolade in haar zak," riep Miss Rench schamper.
+
+"Wat! Chocolade! Hoe komt ze daaraan? Er mag hier op school niet
+gesnoept worden, dat weet zij heel goed. De kinderen krijgen meer dan
+genoeg te eten...."
+
+Hedwig's oogen schoten vonken; toch hield zij zich bedaard.
+
+"_Ik_ heb Mary de chocolade gegeven," zei ze luid en op kalmen toon.
+"Ik had die in mijn koffer en gekregen van een vroegere leerling...."
+
+"O zoo," viel Miss Wells uit de hoogte in. "Heb dan de goedheid er
+voortaan aan te denken dat het tegen de wetten van het huis is de
+meisjes snoepgoed te voeren. En wat Mary Wren betreft, die weet
+opperbest dat zij iets gedaan heeft, dat streng verboden is en dat zij
+straf verdiend heeft. Och Miss Rench, wees zoo goed dit meisje eens
+gehoorzaamheid te leeren; de gewone straf als 't je blieft."
+
+Miss Rench trad met zekere gretigheid naderbij, nam op hare beurt Mary
+bij den arm, trok haar mee naar een der leege schoolbanken en dwong
+haar, in een zeer ongemakkelijke, sterk gebogene houding, onder die bank
+te gaan zitten. Toen liep zij naar een kast, haalde er een stapel oude
+cahiers uit en gebood Mary deze tot kleine snippers te verscheuren.
+
+Zonder een enkel woord van tegenwerping, deed Mary wat van haar verlangd
+werd en met een hart vol bitterheid zag Hedwig toe hoe zij, steeds meer
+kuchend in hare lastige houding, het eene schrift na het andere tot
+snippers scheurde en deze op stapeltjes legde. Later hoorde zij van Miss
+May dat het zulke snippers waren, door menige, menige leerling in
+"straftijd" vermeerderd, die tot vulling der bedkussens dienen moesten.
+
+Zij begreep dat het haar niets baten zou, al verzette zij zich nog zoo
+sterk tegen deze wijze van strafgeven en hare machteloosheid drukte haar
+als een ondragelijke last. Als bij ingeving voelde zij ook dat slechts
+enkele onderwijzeressen, waaronder Miss May, haar verontwaardiging
+deelden en wat konden zoo weinigen tegenover zoo velen?
+
+Het mocht echter niet langer zoo blijven, besloot ze vast bij zichzelf;
+er _moest_ verandering komen en zeer spoedig ook. Zij zou, zoodra ze
+maar kon, een brief aan de barones von Zerclaere schrijven en haar om
+raad en hulp vragen.
+
+Zoodra ze maar kon ... de gelegenheid tot schrijven deed zich echter
+niet eerder voor dan den tweeden daarop volgenden Zondag, toen haar
+eindelijk als een gunst werd toegestaan, een uurtje voor zichzelf te
+gebruiken. Evenals den vorigen Zondag, had zij 's ochtends een troepje
+kinderen vergezeld naar de kerk. Heden hadden zij den dienst bijgewoond
+in de prachtige kathedraal en met hare geheele ziel had zij geluisterd
+naar een bemoedigende preek over: "_Weest in geen ding bezorgd_"[5] en
+naar het schoone koorgezang, dat haar onuitsprekelijk verkwikt had.
+
+In een werkelijk opgewekte stemming kon zij--voor 't eerst na haar komst
+te Chester,--een brief naar huis schrijven. Tot hiertoe had zij slechts
+een paar briefkaarten kunnen zenden en een lange brief werd het ook
+thans niet, omdat haar tijd kostbaar was en zij volstrekt ook nog aan de
+barones schrijven wilde; toch vertelde zij allerlei over Chester en over
+de liefde der kinderen, die nu reeds--evenals vroeger Tieka!--een
+naampje voor haar hadden bedacht en haar "Flinkie" noemden;--over de
+inrichting der school en de armoede en koude, die er geleden werden,
+zweeg zij. Waarom zou zij haar moeder en Claerchen met een beschrijving
+daarvan verontrusten? Er zou toch zeker spoedig verandering in de
+toestanden op Hill House komen, als de barones von Zerclaere maar eerst
+goed op de hoogte was gebracht en dan zou het tijd genoeg zijn, haar
+moeder eens te vertellen, hoe het er hier vroeger had uitgezien.
+
+
+
+Zij toonde zich den naam "Flinkie" waardig, terwijl zij den gewichtigen
+brief aan de barones schreef, want in flinke, veelzeggende taal vertelde
+zij het voornaamste en vroeg om raad. Toen ze den brief verzonden had,
+voelde zij zich verlicht; het was heerlijk dat zij nu eindelijk eens
+iets _gedaan_ had! Ze zou nu moedig het antwoord der barones afwachten
+en dan ... ja, wat er dan precies gebeuren moest, was haar nog niet
+recht duidelijk, maar al mocht de barones zich soms koud en
+onverschillig toonen, _dit_ zou toch indruk op haar maken, hier zou zij
+wenschen te helpen, daarvan was Hedwig bepaald overtuigd.
+
+Doch het antwoord bleef uit. Er gingen acht, veertien dagen voorbij en
+nog was er geen brief. Het kostte haar moeite geduldig te blijven. Toch
+deed zij iederen dag weer haar uiterste best om althans eenige
+vroolijkheid te brengen in het leven der arme, half-zieke kinderen, die
+zij onderwijzen moest, zich niet te storen aan de scherpe uitvallen van
+Miss Rench en hare satellieten en de loomheid te overwinnen, die haar
+telkens plaagde en een gevolg was van het slechte en weinige voedsel,
+waarmee zij zich tevreden moest stellen.
+
+Lang voordat het zijn tijd was om te komen, spande zij zich in om het
+geluid op te vangen, waarmede de post zijn komst aankondigde: het
+tweemaal herhaald getik, veroorzaakt door het vallen van den zwaren
+klopper op de voordeur; en _als_ hij dan eindelijk gekomen was en toch
+weer niet den brief gebracht had, waarnaar zij zoo vurig verlangde, kon
+zij zich plotseling zoo verlaten voelen, zoo "alleen op de wereld" dat
+zij zich geweld aan moest doen om hare teleurstelling dapper te dragen.
+Dan vroeg zij zich soms met bitterheid af, of men haar dan bij de
+familie von Zerclaere geheel vergeten was of niets meer met haar te doen
+wilde hebben,--want ook van Tieka hoorde zij niets, geen enkel woord.
+
+Eindelijk, bijna drie weken nadat zij haar brief verzonden had, kwam er
+antwoord in den vorm van een kort, koel briefje der barones. "_Het doet
+mij leed_," schreef zij, "_dat het u in uw tegenwoordigen werkkring
+minder goed bevalt en de inrichting der school, volgens uwe meening, te
+wenschen overlaat. Het komt mij echter voor dat zulk een proeftijd u
+geen kwaad kan doen, maar integendeel zeer heilzaam voor u kan wezen. Ik
+zou u dus willen raden, den moed niet te gauw op te geven, maar te
+blijven waar gij zijt en volharding te toonen. Gaarne zend ik u mijne
+beste wenschen._"
+
+En in een noot onder aan den brief stond nog in haastig schrift: "_Tieka
+heeft mij, voor haar vertrek, verzocht u te groeten. Zij is reeds geheel
+gewend op de school, waar het haar uitstekend bevalt. Zij had u nog eens
+een briefje willen schrijven, maar de dagen voordat zij wegging, waren
+zoo bezet dat ik het beter voor haar oordeelde, zich niet meer in te
+spannen dan noodig was. Op haar school is het haar alleen geoorloofd
+brieven naar huis te schrijven en vandaar te ontvangen._"
+
+Dat was alles. Hedwig frommelde het papier ineen en stak het in haar
+zak, toornig en gegriefd tevens. Toen hief zij het hoofd weer op. Zij
+moest dus geheel alleen haar weg vinden, zonder hulp? Op die der barones
+behoefde zij in geen enkel opzicht te rekenen? Tieka mocht haar zelfs
+niet meer schrijven? Het was hard, maar zij zou zich niet terneer laten
+slaan, ze _zou_ haar weg vinden....
+
+En het hoofd buigend, voelde zij dat toch een hulp haar altijd bleef,
+de hulp van Hem, zonder Wiens hulp de sterkste zwak is en op Zijn hulp
+bleef zij vertrouwen, met Hem zou ze sterk wezen.
+
+Zoo hield zij moed en volhardde, den raad der barones volgend op een
+wijze, die deze, haars ondanks, zou getroffen hebben, indien zij er
+getuige van had kunnen zijn. Gemakkelijk was het niet. Maar toen de
+dagen tot weken werden en de weken tot maanden, toen de felste koude
+voorbij was en het er zelfs in den armoedigen tuin van Hill House
+lenteachtig ging uitzien, begon haar taak haar toch minder zwaar te
+vallen, al had zij het, zooals allen op Hill House, overdruk.
+
+Hare brieven naar huis bleven kort en haastig. Haar moeder was niet
+gerust en vroeg haar telkens of het haar werkelijk goed ging en of zij
+hare krachten niet overschatte; dan schreef zij terug dat alles op Hill
+House niet even prettig was, maar dat zij het goed had met de kinderen
+en hield van haar werk en ... dat zij stellig hoopte later nog weer eens
+iets beters te vinden en meer geld naar huis te kunnen sturen.
+Voorloopig bleef zij echter hier; ze had zich zoo aan de kinderen
+gehecht!
+
+Op zekeren dag vond zij in een vergeten hoekje van haar koffer een
+tijdschriftje, waaruit zij eens met Tieka versjes had zitten lezen en
+haar oog viel op een rijmelarijtje, waarbij ze toen lachend een kruisje
+had gezet.
+
+"Oh, don't the days seem lank and long,
+When all goes right and nothing goes wrong?
+And isn't your life extremely flat
+With nothing whatever to grumble at?"[6]
+
+Nu was er zeker genoeg in haar leven _to grumble at_; toch morde zij
+niet en deed dapper haar plicht, altijd weer haar eigen leed vergetend
+om anderen te kunnen troosten en helpen.
+
+In het late voorjaar kwamen er nog een paar heel gure dagen; de zwakke
+kinderen leden er onder en in een snerpend kouden nacht werd zij wakker
+door het gekreun van Mary Wren, die hevige kiespijn had.
+
+"O, het spijt me zoo dat ik u wakker heb gemaakt, maar ik kon mij niet
+meer inhouden; ik heb zoo'n pijn, zoo'n pijn en ik ben zoo koud!" kermde
+het arme kind, toen Hedwig bij haar bed kwam. "Maar blijft u toch niet
+op, dan wordt u zelf ziek; het is zoo koud!"
+
+"Neen, neen," zei Hedwig. "Kijk, ik heb mijn wollen doek al om, ik ben
+niets koud." Zij haalde de deken van haar bed en wat kleeren en dekte er
+Mary mee toe. "Dat helpt zeker wel, he? Zoo, laat mij nu die wang eens
+even wrijven. Neen, ik zal je geen pijn doen; het gaat heel zacht, voel
+maar. Leg nu je beide handen maar in mijn linkerhand, dan worden zij wat
+warmer."
+
+En ze streek met de vingertoppen van haar rechterhand voorzichtig over
+de zieke plek en streelde met haar linker Mary's ijskoude, bevende
+handen, tot het kind langzamerhand rustiger werd. Eindelijk vielen de
+oogleden weer toe, de vingers bewogen niet meer en gleden uit Hedwig's
+handdruk weg en de pijnlijke trek op het bleeke gezichtje verdween.
+Hedwig bleef nog even naast het ledikant zitten om toen weer te bed te
+gaan. Zij had nu geen ander dek dan haar wollen doek en een laken en
+warm was ze dus niet; toch sliep zij nog even in.
+
+Den volgenden ochtend werd ze heesch wakker, maar Mary Wren was beter en
+zoo dankbaar dat zij zich ruimschoots voor haar moeite beloond achtte.
+
+Het lesgeven ging echter lastig omdat zij telkens haar stem kwijt was
+en ze was heel blij toen zij zwijgen mocht. Miss May had haar een paar
+malen deelnemend gevraagd of zij haar werk zou overnemen, maar zij had
+het hoofd geschud,--Miss May had waarlijk al genoeg te doen.
+
+Toen Taffy haar 's avonds kwam zeggen dat Miss Wells haar wenschte te
+spreken, zuchtte zij even. De directrice zou haar nu zeker onder handen
+nemen omdat zij dien dag slecht les had gegeven; alsof zij anders gekund
+had!
+
+Met het voornemen om de berisping geduldig aan te hooren, ging zij naar
+haar toe. Tot haar verwondering kwam er echter geen vermaning, maar een
+verzoek of liever een bevel, dat haar een gewaarwording gaf als ging er
+opeens weer meer licht komen in haar leven door het uitzicht op een
+zekere vrijheid, die haar zeer, zeer welkom was. Tot nu toe was het haar
+namelijk niet geoorloofd geweest, Hill House ooit te verlaten dan op de
+dagelijksche wandelingen met de leerlingen en Zondags naar de kerk; van
+alleen uitgaan mocht nooit sprake wezen. Doch nu _gebood_ Miss Wells
+haar, voortaan iederen Zaterdag een uur privaatles te gaan geven aan een
+zekere Mrs. Rowley, die in Chester woonde en onderricht in het Duitsch
+wenschte te ontvangen. Hedwig kon eerst hare ooren niet gelooven. En dat
+zou zij mogen doen, zij, die alles behalve een gunstelinge van Miss
+Wells was en steeds door Miss Rench met Argusoogen werd bespied! Zij zou
+iederen Zaterdag geheel alleen een wandeling mogen maken naar de stad en
+daar privaatles gaan geven! Zij vond het heerlijk en liet hare
+blijdschap duidelijk op haar gezicht lezen.
+
+Miss Wells was echter totaal ongevoelig voor die blijdschap en vervolgde
+met hare scherpe stem:
+
+"Dat zal dus iederen Zaterdag moeten gebeuren en wel geregeld om drie
+uur in den middag. Reeds aanstaanden Zaterdag zal met de lessen moeten
+worden begonnen. Natuurlijk eisch ik van u de stellige belofte dat nooit
+door u aan Mrs. Rowley iets, ook maar _iets_, herhaal ik, zal worden
+meegedeeld van wat op Hill House voorvalt. Indien ik daarop geen staat
+kan maken...."
+
+Zoo goed als haar heeschheid het toeliet, viel Hedwig roepend in:
+
+"Ik zal nooit over het minste of geringste, dat op Hill House betrekking
+heeft, spreken." Zij had groote neiging eraan toe te voegen: "Zoo'n
+aangenaam onderwerp is het niet," maar zij hield die woorden wijselijk
+in.
+
+Zij stond op om heen te gaan, doch er brandde haar nog een vraag op de
+lippen en snel vroeg ze:
+
+"En wat zal ik met die lessen verdienen?"
+
+Miss Wells zag haar dom aan.
+
+"Ik versta u niet," zei ze knorrig. "Spreek toch duidelijker. Het is of
+ik een poes hoor miauwen, als u spreekt."
+
+Zich sterk inspannend om hare stem krachtiger te maken, herhaalde Hedwig
+roepend haar vraag.
+
+"Ermee verdienen?" riep de directrice van Hill House driftig uit. "_U?_
+Maar hoe komt u aan zulken onzin? Natuurlijk komt het geld van die
+lessen _mij_ toe! Ik heb recht op al uw tijd."
+
+Hedwig hield de lippen stijf op elkaar geklemd om niets terug te zeggen.
+Tot geen prijs wilde zij zich de wekelijksche afwisseling in haar
+somber, eentonig leven ontnomen zien en daarom zweeg zij, hoewel zij
+zich zeer verongelijkt voelde. Zij knikte even, ten bewijze dat zij zich
+ook aan deze voorwaarde onderwerpen wilde, toen ging zij heen.
+
+Tot haar groote vreugde werd het weer een paar dagen later zachter en
+scheen Zaterdags de zon. Zij had haar stem bijna weer terug en verheugde
+zich als een kind op haar uitgang. Met zenuwachtige haast kleedde zij
+zich, toen het tijd werd om te gaan en toen de deur van Hill House
+achter haar dichtviel, was het haar haast alsof zij een vrijgelaten
+gevangene was!
+
+Ze moest heel flink aanstappen, want Miss Wells had haar precies een
+half uur gegund om naar het huis van Mrs. Rowley toe te loopen; toch
+genoot zij hare wandeling, die door een mooi, interessant gedeelte van
+het oude Chester liep. Een oogenblik bleef zij staan voor een bizonder
+fraai gebouwd huis met paneelen vol keurig beeldhouwwerk in hout. In den
+gevel stond gebeiteld: "_God's Providence is mine Inheritance._"[7] Ze
+herhaalde de woorden zacht bij zichzelf, zich afvragend wat zij zouden
+moeten beteekenen en zij keek bewonderend op naar het in 't oog vallend
+schilderachtige huis, toen zij een hand op haar schouder voelde en, zich
+omkeerend, het vriendelijke gezicht zag van een dame met grijzend haar
+en levendige, bruine oogen, die haar onderzoekend aankeken.
+
+"Neem mij niet kwalijk, maar u _moet_ Fraeulein Eiche zijn!"
+
+"Ja," zei Hedwig, wat onthutst door de onverwachte ontmoeting.
+
+"Ik dacht het wel! Ik kon terstond aan uw gezicht zien dat gij geen
+Engelsche waart en ik had er een voorgevoel van dat gij Fraeulein Eiche
+wezen moest. Ik ben Mrs. Rowley, uwe aanstaande leerling. Zullen wij
+samen naar mijn huis wandelen?"
+
+[Illustration: God's Providence-House, Chester.]
+
+"Heel graag," zei Hedwig opgewekt. Mrs. Rowley maakte een aangenamen
+indruk op haar.
+
+
+
+"Aardig dat ik u juist verdiept vond in de aanschouwing van ons
+_Providence house_," zei Mrs. Rowley, terwijl zij verder gingen, "het is
+een van de allermooiste huizen in Chester uit de zeventiende eeuw. Men
+heeft zich verdiept in gissingen wat met het opschrift precies bedoeld
+kon zijn; waarschijnlijk is het de vrome uiting van een Puriteinsch hart
+en ik voor mij neem gaarne aan dat deze Puritein, naar verteld wordt, de
+spreuk op zijn gevel liet zetten om God te danken dat hij bevrijd bleef
+van de pest.--Eigenlijk moest ik u nu al deze bizonderheden in het
+Duitsch vertellen, maar ... dan zou ik er wel heel lang werk mee hebben.
+Ik wil echter graag een ijverige leerling zijn, dat beloof ik u; ik
+verlang ernaar om goed Duitsch te leeren spreken, want ik heb niets meer
+op de wereld dan twee Duitsche neefjes, die soms bij mij komen logeeren.
+Mijn man is dood en kinderen heb ik helaas nooit gehad, maar ... hier
+zijn wij bij mijn huis--ik houd mij aan den tekst, die in den gevel
+staat; geheel verlaten voelt men zich dan nooit. Dat gelooft gij toch
+ook?"
+
+Hedwig keek op naar het aardige zwart-en-witte huis met het opschrift:
+_The Fear of the Lord is a Fountain of Life._[8] Zij knikte. O ja, dat
+geloofde zij ook.
+
+
+
+Toen zij Mrs. Rowley naar binnen gevolgd was en weldra in een vroolijke
+kamer stond met een boograam met uitzicht in den tuin, waar de
+voorjaarsviooltjes weelderig bloeiden en een gemakkelijke, rieten stoel
+voor haar aan de tafel werd geschoven naast het helder brandend vuur,
+scheen het haar toe, dat zij in een paleis was gekomen! Was werkelijk de
+wereld buiten Hill House altijd zoo mooi en zoo heerlijk en zoo
+liefelijk geweest? Zij keek om zich heen in de prettige kamer, terwijl
+Mrs. Rowley haar goed afdeed en zij moest eens even diep adem halen. Wat
+zag alles er hier netjes en echt _comfortable_ uit!
+
+Hoe goed gekozen waren de fijne etsen aan den muur en hoe aardig stonden
+op de kleine schrijftafel bij het boogvenster de vele kinderportretjes,
+die haar aan Tieka's verzameling deden denken en o, wat was het heerlijk
+weer eens op een _stoel_ te zitten! Zij moest er zelf om lachen dat zij
+dit zoo'n genot vond.
+
+Toen Mrs. Rowley weer binnenkwam met boeken voor de Duitsche les, werd
+zij gevolgd door het keurige dienstmeisje, ook door Hedwig met
+bewondering aanschouwd,--dat allerlei benoodigdheden binnenbracht voor
+de _afternoon-tea._ Hedwig moest zich geweld aandoen om niet al te
+gretig te kijken naar de geurige thee, de smakelijke _cake_, de
+marmelade en de sneedjes brood _met boter_, die zoo maar, alsof het zoo
+niets was, voor haar neer werden gezet. Mrs. Rowley moest eens weten hoe
+zij verlangde om maar dadelijk aan het eten en drinken te gaan!
+
+Ze wendde haar gezicht naar het vuur toe--ze kon haast niet langer naar
+al die heerlijkheden kijken, zonder er iets van te nemen; ze had zoo'n
+trek en dat mocht Mrs. Rowley toch niet bemerken!
+
+Maar hoewel haar gastvrouw niets zeide en niets vroeg, scheen zij toch
+wel te begrijpen dat Hedwig lust moest hebben iets te gebruiken.
+
+"We zullen ons eerst maar eens verkwikken, voordat wij aan 't werk gaan,
+vindt u niet?" zei ze, de thee inschenkend. "Ik heb trek na mijn
+wandeling. U moet er u dus maar niet over verbazen als ik veel eet en ik
+hoop dat u mijn voorbeeld zult volgen."
+
+Hedwig wilde niets liever. Had zij ooit zulke lekkere thee geproefd en
+werd er wel ergens in de wereld zulke verrukkelijke boter gebruikt? Als
+zij Mary Wren eens naast zich had gehad en Taffy, wat zouden die gesmuld
+hebben!
+
+Het lesgeven ging later als van een leien dakje. Mrs. Rowley wist veel
+meer van het Duitsch af dan Hedwig had vermoed en zij lazen en praatten
+en lachten zoo genoegelijk dat de tijd om was voordat zij het wisten.
+
+"Dat is echt prettig geweest," zei Mrs. Rowley vriendelijk, toen Hedwig
+zich gereed maakte om weer heen te gaan. "Ik geloof dat ik veel van u
+leeren zal."
+
+"Ik vind het heerlijk om de volgende week terug te mogen komen," zei
+Hedwig en met een vroolijk knikje nam zij afscheid.
+
+Haast op een drafje liep zij terug, want ze wist dat zij weinig tijd
+had. Toch ging ze nog even een kruidenierswinkel in. Veel geld had ze
+niet, maar ze slaagde er toch in voor ieder der elf leerlingetjes, die
+bij haar op de kamer sliepen, een groote _biscuit_ te koopen en met
+stralende oogen nam zij den zak aan en ging verder. Als het haar nu van
+avond maar gelukte zonder dat het ontdekt werd, een _biscuit_ onder
+ieder kussen te leggen!
+
+Maar het _moest_ gelukken. Zij was na het uurtje bij Mrs. Rowley in een
+overmoedige stemming geraakt en heel vlug liep zij verder, uitermate
+blij gestemd in het vooruitzicht van de verrassing, die zij "haar
+kinderen" zou bereiden. Hoe graag zou zij _al_ de arme stakkertjes op
+Hill House eens flink getrakteerd hebben,--als het maar in haar macht
+gelegen had!
+
+Mrs. Rowley had haar een korteren weg terug aangeduid en zij kwam nu
+door een gedeelte van Chester, dat haar nog geheel nieuw was. In haar
+vaart nauwelijks oplettend waar ze ging, liep zij pardoes tegen een
+stoeren politieagent aan. Hij kwam juist een steenen trap af, die naar
+de muren van Chester leidde. "_Beg pardon_," riep ze verschrikt en de
+man glimlachte en zei, naar de trap wijzend: "Moet ge hier uw geluk niet
+eens beproeven, jonge dame?"
+
+"Mijn geluk?" vroeg Hedwig verbaasd. "Waarom?"
+
+"Waarom? Wel, het is u toch zeker bekend dat dit de _Wishing steps_
+zijn? Wie tweemaal deze steenen treden op en af loopt zonder adem te
+scheppen, mag een wensch doen, die stellig in vervulling komt."
+
+"O!" Hedwig had wat ongeduldig geluisterd in het besef dat zij zich
+haasten moest om op tijd thuis te komen, maar gauw even die trap op en
+neer loopen, nam zoo'n tijd niet! Zij wou het voor de aardigheid
+probeeren en dan een wensch doen, die heusch vervuld zou worden?! Wacht,
+dan zou ze innig verlangen dat de kinderen haar _biscuits_ ongestoord
+zouden mogen genieten, zonder eenige kans op ontdekking van de zijde van
+Miss Rench of wie dan ook.
+
+De agent was doorgeloopen. Snel, zoo gauw als zij maar kon, liep zij de
+steenen treden tweemaal op en af en deed haar wensch met een lachend
+gezicht.
+
+En ... de wensch werd zoowaar vervuld ook! Met groote handigheid wist
+zij 's avonds onder elk der elf kussens een _biscuit_ te verstoppen en
+niet alleen dien avond, maar geregeld iederen Zaterdag, als ze bij Mrs.
+Rowley geweest was en bij een of anderen kruidenier haar inkoop had
+gedaan. In den bakkerswinkel, vrij dicht bij Hill House, waar zij den
+eersten dag van haar komst te Chester was geweest, kwam zij niet weer,
+uit vrees voor ontdekking en ook uit een zeker soort schaamte, waarvan
+zij zich geen rekenschap zou hebben kunnen geven.
+
+De dankbaarheid der kinderen, die er merkwaardig gauw van op de hoogte
+waren--zij hadden de chocolade nog niet vergeten!--dat er iets onder
+haar kussen verborgen lag, toonde zich op eigenaardige, stille wijze.
+Niemand durfde ooit ook maar iets over de _biscuits_ zeggen, die
+geregeld den volgenden ochtend verdwenen waren, maar soms keek er eens
+een Hedwig met een geheimzinnig lachje aan, terwijl allen haar met nog
+grooter geestdrift en wanneer zij maar durfden, "Flinkie" bleven noemen.
+Nooit echter werd over de gewichtige _biscuits_-zaak een woord gerept en
+ook nooit werd zij, tot Hedwig's zeer groote vreugde, ontdekt. Als
+Zaterdagsavonds alles donker was op de slaapkamer en zij soms een heel
+zacht geknabbel hoorde, klonk haar dit als muziek in de ooren!
+
+De wekelijksche bezoeken aan Mrs. Rowley, haar eenige uitgang in al den
+tijd, dien zij op Hill House vertoefde, werden ware glanspunten in haar
+bestaan, waarnaar zij de geheele week door reikhalzend uitzag. En geen
+wonder! Mrs. Rowley toonde zich niet alleen een prettige leerling, maar
+ook een belangstellende vriendin, die zonder ooit over Hill House en
+Hedwig's leven aldaar te spreken, toch door de hartelijke, gastvrije
+wijze, waarop zij Hedwig steeds ontving, toonde wel te begrijpen dat
+onderwijzeres en huisgenoote wezen van Miss Wells lang geen benijdbaar
+baantje was! Zij liet Hedwig vertellen van haar land en van haar thuis,
+gaf haar raad omtrent haar toekomst en hielp haar zoo op een kiesche
+wijze, die Hedwig zeer trof.
+
+Intusschen begon haar taak haar niet lichter te vallen, al scheen het
+haar leerlingen toe dat "Flinkie" nauwelijks zorgen kende, zoo moedig
+met een vriendelijk woord of een grapje voor ieder kind, niet het minst
+voor de arme Taffy, ging zij haar gang. Of dat soms moeite kostte?
+Moeite ook om te midden van zooveel onrecht en zooveel lijden vast te
+houden aan het geloof dat God toch nabij was, toch hielp, haar toch
+trouw ter zijde stond?
+
+Het kostte moeite, maar het vast vertrouwen in den hemelschen Vader,
+die, door alle duisternis heen, leiden zou tot het licht, bleef hecht in
+haar ziel. Ook haar oude energie begaf haar niet. Miss May, nagenoeg de
+eenige onderwijzeres met wie zij op eenigszins vertrouwelijken voet
+stond, benijdde haar die, benijdde haar ook de frissche vroolijkheid en
+humor, die haar zelfs op het sombere Hill House niet in den steek
+lieten. Gelukkig dat er soms werkelijk een en ander voorviel, dat een
+uitbarsting van algemeene vroolijkheid veroorzaakte en de meisjes in de
+handen deed klappen en luid lachen van pret,--maar dit was heel, heel
+zelden! De arme kinderen waren er lang niet gezond, niet gelukkig genoeg
+toe.
+
+Het was echter op een zonnigen Septemberdag dat zulk een voorval
+werkelijk plaats had, juist toen enkele onderwijzeressen, waaronder ook
+Hedwig, thuis kwamen van een middagwandeling langs de schilderachtige
+rivier de Dee, waarop plezierbootjes en zeilschepen tot een frisch
+watertochtje schenen uit te noodigen. Hedwig had verlangend naar het
+heldere water gekeken en toen medelijdend naar de kinderen, die vermoeid
+waren van de hitte en zich loom voortsleepten. Maar toen zij Hill House
+naderden, kwam er levendigheid in het stille troepje en Mary Wren, die
+voor Hedwig liep, keerde zich om en riep uit: "O Flinkie, Flinkie, kijk
+Peter eens! O, de pony is dol geworden! Kijk! Kijk!"
+
+En waarlijk, Peter was losgebroken! Niettegenstaande de magerte, door
+slecht voedsel ontstaan, had hij kracht genoeg gevoeld om de deur van
+zijn schuur open te stooten en met een sprong naar buiten te komen. Nu
+schopte en sloeg hij uit alle macht met de pooten, schudde den kop
+onophoudelijk heen en weer en gedroeg zich zoo weinig als een gehoorzame
+pony betaamt, dat de onderwijzeres, die met de zorg voor hem belast was,
+zich geen raad wist en niet anders doen kon dan hem op wanhopigen toon
+bij zijn naam te roepen en tot stilte te vermanen.
+
+Peter bleef echter doof voor alle vermaningen en schopte door met een
+woede en een ijver, een betere zaak waardig. Het zand stoof omhoog! Het
+was een heel dwaas gezicht en de kinderen, gesteund door de
+onderwijzeressen, schaterden het uit. Zelfs Miss Rench, de zure, kon het
+lachen niet laten en de algemeene vroolijkheid was zoo aanstekelijk dat
+Peter er nog doller door werd en met vervaarlijke sprongen begon te
+huppelen, precies als wou hij op zijn achterste pooten gaan staan.
+
+Misschien zou hij nog meer streken uitgehaald hebben, als niet juist op
+het kritieke oogenblik Miss Wells naar buiten was gekomen om te zien wat
+er toch gaande was. Zij scheen de zaak volstrekt niet belachelijk te
+vinden, schudde ongeduldig het hoofd en riep toen zeer luid en driftig
+met haar krakende stem: "Ga naar binnen Peter, dadelijk in je schuur!"
+
+Peter stak de ooren op bij het geluid van de gebiedende stem, die hij
+zoo goed kende, zette, onmiddellijk gehoorzamend, zijne vier pooten op
+den grond en ... ging gedwee zijn stal weer in.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+Uitkomst.
+
+
+Toen de herfst voorbij was en de winter weer kwam met de donkere, koude
+dagen, waarin alle ontberingen dubbel werden gevoeld, scheen het Hedwig
+soms toe dat de tijd voortkroop en een maand op Hill House driemaal zoo
+lang duurde als thuis of in Edinburg. Gelukkig viel er dezen winter niet
+veel sneeuw, waren de wegen meer begaanbaar dan het vorige jaar en
+bleven de kinderen dus ook gezonder, maar met overgroote vreugde werd
+toch door allen de lente begroet, hoewel zij menigen guren,
+stormachtigen dag met zich bracht.
+
+Het was op een heel regenachtigen Zondag in Mei dat de directrice van
+Hill House in de kerk niet alleen--zooals geregeld het geval was--in
+haar bank in slaap viel, maar ook tegen het eind van den dienst, zoo
+luid begon adem te halen en eindelijk te snorken dat de kerkbezoekers
+elkaar aanstootten en met verontwaardigde gezichten omkeken. Enkele
+stoutmoedige leerlingen trapten elkaar op den voet, andere hielden den
+zakdoek voor het gezicht om haar lachen te bedwingen--allen vonden het,
+kinderen als zij waren, prettig dat er eens "iets ongewoons" gebeurde.
+
+Miss Rench, die naast Miss Wells zat, wist haar echter, door haar op
+handige wijze zacht in den arm te knijpen, in zoo verre wakker te
+krijgen dat zij ongeduldig haar arm wegtrok en "_don't_" fluisterde. Het
+snorken hield op en maakte plaats voor een minder hoorbare, geregelde
+ademhaling, maar toen de dienst afgeloopen was, sliep de directrice weer
+zoo vast, als lag zij in haar gemakkelijk veeren bed--het eenigste van
+die soort dat zich daar bevond!--op Hill House.
+
+Er werd nu besloten dat Hedwig en Miss May met de andere
+onderwijzeressen en de kinderen naar Hill House terug zouden gaan,
+terwijl Miss Rench en Miss Ellis, de huishoudster, bij de directrice
+zouden blijven en later met haar thuis komen.
+
+Intusschen was de stortregen in een druilerigen motregen overgegaan.
+Hedwig huiverde onwillekeurig en vond, toen zij Hill House naderden, dat
+het er somberder uitzag dan ooit, maar de kinderen waren levendig en vol
+nieuwsgierigheid wat Miss Wells toch schelen mocht. Misschien was zij
+wel ziek en misschien kreeg de school nu wel een heele week vacantie en
+misschien mochten zij dan wel eens een langen dag met "Flinkie" uit,
+hoopten sommigen, doch deze hoop bleek gansch ijdel te wezen.
+
+Wel voelde Miss Wells zich, toen zij thuis kwam, "werkelijk ongesteld",
+zooals ze klagend tot Miss Rench zeide en wel bleef zij daarom een dag
+of vier te bed en liet zich door Miss Ellis ter dege bedienen, maar van
+vacantie voor de leerlingen of een extra-uitgangetje kwam niets in; de
+kinderen moesten in tegendeel bizonder hard werken. Want de directrice
+had het bestuur overgedragen aan Miss Rench, die, haar macht genietend,
+met ijzeren hand het bewind voerde en zooveel ze maar kon, straffen
+uitdeelde. Bovendien was het voedsel nog slechter en onsmakelijker dan
+anders en kreeg men nog minder te eten. Hedwig vond het schandelijk en
+had Zaterdags bij Mrs. Rowley groote moeite de belofte om over Hill
+House te zwijgen, niet te verbreken. Zij had er 's ochtends met Miss May
+over gesproken dat het zoo niet langer ging, dat er verandering komen
+_moest_ en Miss May had met een heftigheid, die zij anders zelden
+toonde, ook gezegd dat het niet meer uit te houden was; de kinderen
+schreiden haast van honger!
+
+Hedwig dacht aan dit gesprek, toen zij van haar les naar Hill House
+terug liep. Mrs. Rowley had haar weer zeer vriendelijk ontvangen. Er
+stond, bij haar komst, een kop krachtige, warme bouillon voor haar
+klaar, "omdat het zulk erg nat weer was," en later hadden zij thee
+gedronken en prettig gebabbeld en gelezen. Toch voelde Hedwig zich niet
+opgewekt gestemd, toen het uur om was.
+
+Want sterk leed zij heden weer onder het bewustzijn van haar onmacht om
+verbetering te brengen in de toestanden op de school. Had deze maar
+onder toezicht gestaan van een commissie, dan zou zij die haar nood
+hebben kunnen klagen, maar Miss Wells had alles te zeggen, was
+oppermachtig en--wat nog erger was, had het thans Miss Rench gemaakt!
+
+Er moest en zou verandering komen, herhaalde Hedwig vurig bij
+zichzelf--het mocht zoo niet langer blijven; ze kon ook niet langer
+zwijgen tegenover Mrs. Rowley en het was haar plicht tegen Miss Wells te
+zeggen dat zij dat niet langer kon....
+
+Driftig liet zij den klopper vallen op de voordeur, die tot haar
+verwondering, bijna terstond daarop door Taffy geopend werd. Zij zag er
+doodsbleek en ontdaan uit. Hedwig ontstelde van de uitdrukking van haar
+gezicht. "Wat is er? Wat scheelt eraan?" vroeg zij snel.
+
+"Ik heb hier op u gewacht; er is iets vreeselijks gebeurd met Miss May,"
+zei Taffy, in tranen uitbarstend. "En Miss Wells is opgestaan, dadelijk
+opgestaan, die is heelemaal weer beter."
+
+Het verband tusschen de eerste en de laatste mededeeling was zeker niet
+heel duidelijk, maar Hedwig was te zeer in spanning om daarop te letten.
+
+"Maar wat is er dan gebeurd?" vroeg zij dringend, terwijl zij Taffy door
+de lange gang volgde.
+
+"Miss May wou wat brood voor ons krijgen uit de provisiekast; wij hadden
+allemaal zoo'n honger," snikte Taffy, "en toen ... toen...."
+
+Ach, die arme Miss May! Ja, nu kon Hedwig wel gissen wat er voorgevallen
+moest zijn. Miss May had zeker, begaan met het lot der half verhongerde
+kinderen, geheel op eigen gezag, brood voor hen willen gaan halen, wat
+natuurlijk beslist tegen "de wetten van het huis" was. Ongetwijfeld was
+Miss Rench er terstond achter gekomen en werd Miss May nu streng onder
+handen genomen.
+
+Toen Hedwig de groote schoolkamer inging, zag zij een tooneel voor zich,
+dat haar haar leven lang in herinnering zou blijven.
+
+Bij het raam, een eind van de kinderen af, stond doodstil, met de
+handen gevouwen neerhangend, Miss May. Zij luisterde geduldig naar den
+vloed van woorden, over haar uitgestort door Miss Rench, die zich op een
+kleine, houten verhevenheid bevond, vlak voor de banken, waarin de
+kinderen zaten. Miss Wells, blijkbaar hersteld van haar ziekte, stond
+naast haar en knikte telkens met het hoofd als bewijs van goedkeuring
+over de woorden, door haar "spion" uitgesproken.
+
+Hedwig, die eerst bij de deur was blijven staan, liep nu met een fiere
+houding, "echt Flinkie-achtig" vonden de kinderen, naar Miss May toe en
+week niet van hare zijde, een handelwijze, waarvoor Miss Rench niets
+over had dan een minachtend schouderophalen. Met een zeer luide stem,
+opdat de doove directrice toch geen enkel kostbaar woord zou missen en
+met haar vinger steeds uitgestrekt naar Miss May, vervolgde zij, zich
+tot de kinderen wendend, die erg bedrukt keken:
+
+"En nu _zegt_ zij wel dat zij het brood heeft willen stelen--_stelen_,
+herhaal ik, want wat was het anders?--om er u allen wat van te kunnen
+geven, maar zoo iets kan men gemakkelijk zeggen, als men op heeterdaad
+betrapt wordt, niet waar? Want waarom zou iemand ook niet even goed
+liegen als stelen? Liegen is immers nog wel zoo gemakkelijk; dat is hier
+al weer gebleken. Het is om te lachen! Ja, lacht haar maar uit, zooals
+zij daar staat met haar schijnheilig gezicht.... Maar als Miss May, die
+altijd beweerd heeft uwe _vriendin_ te willen zijn, weer wil stelen, zal
+zij handiger te werk moeten gaan. Hier op Hill House zal haar daartoe de
+gelegenheid niet meer worden gegeven. Onze waardige directrice...."
+
+"Ja, natuurlijk hebt gij uw ontslag, Miss May," viel de "waardige
+directrice" snel in. "Gij kunt nog heden vertrekken en anders morgen."
+
+Miss May hief het hoofd op. "Ik ga vandaag," zei ze bedaard.
+
+Er waren er onder de kinderen, die zacht begonnen te snikken en
+niettegenstaande het geroep van Miss Rench: "Ieder, die het waagt te
+schreien, wordt streng gestraft," hielden de tranen niet op te vloeien.
+
+Maar Hedwig, "Flinkie," was veel te vertoornd om tranen te kunnen
+storten. Met een moedig gebaar legde zij de hand op Miss May's schouder
+en riep uit:
+
+"En ik zeg dat het schande is!"
+
+"Wat?" Miss Wells, die op het punt stond het vertrek weer te verlaten,
+keerde zich driftig om. "Wat?"
+
+"Ik zeg dat het schande is, groote schande!" herhaalde Hedwig, buiten
+zichzelf van verontwaardiging. "En als Miss May weggaat, op zoo
+onrechtvaardige wijze wordt weggestuurd, dan...."
+
+"Geen woord meer!" riep nu de directrice uit en de aderen op haar
+voorhoofd zwollen van drift. "Ik verkies uwe meening niet te kennen."
+
+"Maar ik wil mijn meening zeggen!" zei Hedwig, in haar gloeiende
+ergernis haar eigenbelang totaal vergetend en niet luisterend naar het
+waarschuwende: "Stil, stil toch!" van Miss May. "Ik _wil_ niet zwijgen!"
+
+In de oogen der meisjes, niet het minst in die van Taffy en Mary Wren,
+blonk bewondering voor zooveel moed.
+
+"En toch _zult_ gij het! Ik wil geen woord meer hooren, niets meer,
+begrepen?" gilde Miss Wells meer dan dat zij sprak, terwijl zij voor
+Hedwig staan ging en haar vlak in 't gezicht zag. "En ook u wil ik hier
+op Hill House niet houden. Gij vertrekt beiden op staanden voet. Pakt
+uwe koffers en verdwijnt."
+
+"Gaarne," zei Hedwig beleefd, maar nu begonnen de kinderen, geheel
+buiten zichzelven van droefheid, zoo wanhopig te snikken dat haar het
+hart week werd.
+
+"Stilte!" gebood Miss Rench. "Terstond!"
+
+Doch de kinderen snikten voort, zoo diep verslagen dat Hedwig noch Miss
+May het langer aan konden hooren en de schoolkamer verlieten.
+
+Een uur later had de zware voordeur van Hill House zich voor goed achter
+haar gesloten. Afscheid van de kinderen hadden zij niet meer mogen
+nemen. De koffers werden voorop het wagentje gezet, dat met den mageren
+Peter ervoor en zijne verzorgster erin, gereed stond haar weg te brengen
+en weldra ging het den heuvel af en naar het station toe.
+
+Hier nam Miss May afscheid van Hedwig om met den trein te vertrekken
+naar het kleine dorp, waar haar moeder woonde, voor wie zij gedeeltelijk
+den kost moest verdienen.
+
+Hedwig liet zich naar Mrs. Rowley brengen. Haar wilde zij om raad en
+hulp vragen en om logies, althans voor een paar nachten; dan zou zij
+zien wat haar verder te doen stond. Haar hoofd gloeide en zij voelde
+zich wonderlijk gestemd, juist alsof alles wat zij zooeven doorgemaakt
+had, een benauwde droom was geweest. Vergiste zij zich niet? Zou zij
+werkelijk nooit op Hill House terug komen en nooit meer iets kunnen doen
+voor die arme kinderen?
+
+Peter's verzorgster nam voor het huis van Mrs. Rowley op zeer koele
+wijze afscheid van haar, nadat de groote, Duitsche koffer met moeite
+door Hedwig en het dienstmeisje in de gang was neergezet. Met een
+kloppend hart liet zij zich nu door het meisje aandienen en weldra
+stond zij voor de verbaasde Mrs. Rowley, die juist verdiept was in een
+brief, dien zij in de hand hield.
+
+Terstond vertelde Hedwig alles precies zooals het gebeurd was, zich
+thans voor goed ontslagen rekenend van de belofte om over Hill House te
+zwijgen en Mrs. Rowley luisterde met een zeer ernstig gezicht. Nog
+steeds hield zij den brief in de hand en een paar malen keek zij er even
+in, ook terwijl Hedwig nog sprak; toen deze zweeg, zei ze:
+
+"Dat is een heel, heel droevige geschiedenis; het is dus op Hill House
+nog erger gesteld dan ik vermoedde. Natuurlijk begrijp ik dat gij niet
+anders hebt kunnen handelen en ik ben heel blij dat gij dadelijk bij mij
+gekomen zijt, vooral omdat.... Maar eerst moet ik u eens vragen: Hebt
+gij er nog niets van gehoord dat er kans bestaat dat de school op Hill
+House opgeheven wordt?"
+
+Hedwig keek zeer verbaasd op. Neen, daarvan wist zij in 't geheel niets
+af!
+
+"Ik had er juist dezer dagen eens met u over willen spreken, maar dacht
+dat het beter was nog even te wachten," vervolgde Mrs. Rowley. "Niet
+alleen ik, nog vele andere menschen hier in Chester weten wel of
+vermoeden, hoe de zaken op de school staan. Nu zijn er maatregelen
+genomen om Miss Wells te doen besluiten, haar betrekking neer te leggen
+en wij hopen beslist dat zij hiertoe wel zal overgaan, zoo niet tegen de
+groote vacantie, dan toch met Kerstmis. De kinderen zullen naar betere
+scholen gezonden worden, als er eerst met hunne betrekkingen is
+onderhandeld en de onderwijzeressen zullen een anderen werkkring moeten
+zoeken."
+
+Hedwig sloeg de handen in elkaar. "Ik ben er heel, heel blij om," zei
+ze uit den grond van haar hart. "Maar als ik het geweten had...."
+
+"Als gij het geweten hadt, zoudt ge wellicht tot het eind gebleven zijn,
+denkt gij?" vroeg Mrs. Rowley. "Toch is het goed dat dat niet gebeurd
+is, want ik geloof dat ik reeds nu een andere betrekking voor u weet."
+
+"Een andere betrekking? Gunst!" Hedwig sprong op van haar stoel.
+
+"Ja, maar voordat ik u daarvan iets naders vertel, moeten eerst die hoed
+en mantel eens afgedaan worden en wij het ons eens wat gemakkelijk
+maken. Ga in dezen lagen stoel zitten, dan zeg ik even aan Anna dat zij
+de logeerkamer voor u in orde brengt. Ik reken erop dat gij een weekje
+bij mij blijft om dan misschien tegen Juni...."
+
+Zij zweeg en ging lachend om Hedwig's nieuwsgierig gezicht, de kamer
+uit.
+
+In groote spanning bleef Hedwig achter. Wat, wat kon het zijn? Waar zou
+zij misschien tegen Juni heen kunnen gaan? Ze vouwde de handen achter
+het hoofd samen en leunde achterover in haar stoel, innig het gevoel van
+rust genietend, dat zij voor 't oogenblik althans, in veilige haven was
+aangeland. En ze was blij, zoo blij dat Mary Wren en Taffy en al de
+andere verhongerde leerlingen van Hill House het beter zouden gaan
+krijgen. Maar o, hoe vurig verlangde zij te hooren van die nieuwe
+betrekking....
+
+Eerst later, toen zij aan het smakelijk avondeten zaten, bracht Mrs.
+Rowley haar op de hoogte. Zij had een brief gekregen van een vriendin,
+die toevallig door kennissen gehoord had van een rijke, Protestantsche,
+Iersche familie, die een Duitsche of Fransche gouvernante zocht. Muziek
+moest ook onderwezen worden. Of Mrs. Rowley misschien ook iemand kende,
+geschikt voor zulk een betrekking en zoo ja, of zij er dan spoedig werk
+van maken wilde, want Mrs. Balvourneen zou gaarne hebben dat de nieuwe
+gouvernante zoo spoedig mogelijk, liefst reeds met Juni, kwam; de
+kinderen--er waren er vier, drie meisjes en een jongetje--waren al veel
+te lang zonder geweest.
+
+Mrs. Rowley's vriendin wist niet veel van de betrekking af, wel had zij
+gehoord dat men het op het kasteel Balvourneen, wat voeding, enz.
+betrof, heel goed had. Zij geloofde dat een van de kinderen wat lastig
+was en dat Mr. en Mrs. Balvourneen zich nogal "voelden". Het salaris was
+vrij groot; voor iemand, die goede getuigschriften kon overleggen,
+veertig pond. Het kasteel lag in het zuiden van Ierland tusschen
+Glengariff en Killarney, meer in de buurt van Glengariff; het moest er
+prachtig mooi wezen.
+
+"O, daar zou ik heel graag naar toe gaan, heel graag!" riep Hedwig
+levendig uit. "Zou ik dan maar niet dadelijk schrijven? Anders is een
+ander mij misschien voor. "Het kasteel Balvourneen," wat klinkt dat
+mooi, he? En het is ook een mooi salaris; prachtig! En nu kan het
+getuigschrift van de barones von Zerclaere mij uitstekend van dienst
+zijn! Ik moet maar dadelijk schrijven...."
+
+"Neen, neen," zei Mrs. Rowley, de hand op haar schouder leggend. "Weet
+je wat je dadelijk doen moet? Naar bed gaan en eens flink uitslapen. Je
+ziet er juist uit alsof dat hoog noodig is! Dan schrijf _ik_ aan Mrs.
+Balvourneen."
+
+"Is dat werkelijk niet te veel moeite?"
+
+"Het is verschrikkelijk veel moeite, maar je moest het mij nu toch maar
+opdragen. Ik beloof je dat ik den brief nog van avond naar de post zal
+laten brengen."
+
+In een opwelling van groote dankbaarheid, greep Hedwig de hand van haar
+gastvrouw en drukte er een kus op. Mrs. Rowley glimlachte. "Ik kan
+gerust schrijven dat je een echt Duitsch meisje bent," zei ze.
+
+De brief werd terstond geschreven en verzonden. Den volgenden dag echter
+lag Hedwig met koorts te bed, zoodat zij haar voornemen om op het
+wandeluur der school even in de buurt van Hill House rond te gaan
+loopen, niet ten uitvoer kon brengen. Mrs. Rowley hield haar een paar
+dagen thuis en verzorgde haar op moederlijke wijze. En toen er gunstig
+antwoord uit Ierland kwam en men schreef dat "Fraeulein" of
+"Mademoiselle" maar zoo gauw mogelijk moest komen, had Hedwig nog
+zooveel in orde te brengen en te naaien dat er slechts van een haastig
+loopje naar Hill House sprake kon zijn. Zij ging tegen den avond en toen
+zij den heuvel beklom, zag het huis er bizonder kaal en somber uit.
+Niemand vertoonde zich buiten, geen geluid werd gehoord, alles was als
+uitgestorven en met een verlicht hart bedacht zij, hoe goed het wezen
+zou als binnen niet te langen tijd het huis werkelijk geen bewoners meer
+had en de beruchte school van Miss Wells tot het verledene zou behooren!
+
+Zij had een langen brief naar huis geschreven en ook nog geld gezonden,
+hoewel haar garderobe noodzakelijk vermeerderd moest worden. Mrs. Rowley
+wist haar echter over te halen eenig geld van haar aan te nemen, terwijl
+Mrs. Balvourneen haar het benoodigde zond voor den overtocht naar
+Ierland. Zij voelde zich dan ook heel rijk, toen ze haar grooten koffer
+weer had gepakt en reisvaardig was.
+
+Het was een vrij lange reis, die zij nu te maken had. Ze moest met den
+nachttrein uit Chester vertrekken, bij Holyhead de boot naar Ierland
+nemen en dan den volgenden ochtend ongeveer vijf uur te Kingstown
+landen. Daar zou zij een trein vinden naar Killarney, waar ze 's avonds
+om half zes zou kunnen zijn. Mrs. Balvourneen had haar geschreven hoe
+zij reizen moest en ook dat zij niet verder moest gaan dan Killarney,
+omdat Mr. Balvourneen juist dien dag daar in de buurt wezen moest en
+haar dan meteen met het rijtuig af zou kunnen halen en met haar naar het
+kasteel rijden.
+
+"Dan kun je dadelijk goed met Mr. Balvourneen kennis maken," zei Mrs.
+Rowley, "want dat zal zeker wel een rit van eenige uren wezen! Het is
+zoo mooi in die streken; ik ben er eens geweest en zou nu haast wel met
+je mee willen."
+
+Hedwig glimlachte. Het zou wel een _geheel_ andere ontvangst wezen dan
+op Hill House, dacht zij.
+
+Mrs. Rowley stond er op haar, niettegenstaande het late uur, naar het
+station te brengen. Zij zelf zou weldra voor geruimen tijd naar
+Duitschland vertrekken en toen zij bij den coupe afscheid nam, beloofde
+zij Hedwig voor de zooveelste maal dat zij haar moeder en Claerchen op
+zou gaan zoeken, als dit maar eenigszins mogelijk was. Een laatste
+handdruk, nog een hartelijke zegenwensch en--weg reed de trein.
+
+De maan scheen vrij helder en de overtocht zou wel kalm wezen, had Mrs.
+Rowley gezegd. Hedwig vond het een genot al spoedig de frissche zeelucht
+door het open raampje naar binnen te voelen komen. Zij stak het hoofd
+naar buiten om iets althans te kunnen zien van de schoonheden van
+Noordelijk Wales, waardoor zij thans heenstoomde, maar de trein reed
+snel door de liefelijke streek heen en bovendien was er een kring om de
+maan gekomen en kon zij bij het zwakke licht niet veel onderscheiden.
+
+De haven van Holyhead, schitterend in elektrisch licht, maakte des te
+meer indruk op haar en toen zij--het was nu twee uur in den nacht--naar
+de boot toeliep, kwam het prettige, oude, energieke gevoel weer over
+haar, dat zij op Hill House soms verloren had gewaand.
+
+Er waren nog zeer vele andere passagiers en zij besloot dus maar op het
+dek te blijven en niet te bed te gaan; zij zou het zeker boven beter
+hebben dan beneden in de overvolle dameskajuit. Zij vond een stoel en
+een beschut plaatsje tegen de leuning der trap en zij genoot de mooie
+afvaart en later het gezicht op den fraaien vuurtoren, die, vanaf de
+reusachtige rotsblokken van den South Stack Rock, bundels lichtstralen
+strooit over de geheele baai van Carnavon.
+
+Met het hoofd geleund tegen den rug van haar vouwstoeltje en met
+welbehagen de zoute zeelucht inademend, zat zij rustig te peinzen, tot
+hare oogen dichtvielen en zij in slaap geraakte. Het was zoel zomerweer
+en er was juist genoeg wind om de reis prettig te maken, zoodat er aan
+zeeziekte nauwelijks gedacht behoefde te worden. Zij sliep dan ook kalm
+door tot het daglicht haar in het gezicht scheen en zij, de oogen
+openend, Ierland voor zich zag.
+
+O, wat was het mooi, veel mooier nog dan zij het zich voorgesteld had!
+Doodstil bleef zij zitten, geheel verdiept in het teere schoon voor
+haar.
+
+In grootsche golving lag daar de schilderachtige baai van Dublin. De
+vroege ochtendzon wierp glinsterende lichtvlekjes op het water, dat
+eigenaardig levendig scheen in tegenstelling met de nog half droomende
+stad. De stille, blauwgetinte bergen, de bevallige villa's met de
+kleurige bloemen, de sierlijke, witte torenspitsen, die zich fijn en
+rank afteekenden tegen de heldere lucht, het was alles vol van een
+bekoorlijkheid, die haar als gevangen hield en ontroerde.
+
+Toen men echter aan Kingstown Pier landde en zij zich haasten moest om
+voor haar koffer te zorgen en een plaats in den trein te zoeken, werd
+zij weer als een ander mensch. Alles om haar heen was thans levendigheid
+en beweging en begroetingen van opgewonden Ieren. Even keek zij rond,
+als verwachtte zij half ook iemand te vinden, die uitbundig blij zou
+zijn _haar_ te zien, maar er was niemand--natuurlijk was er niemand,
+bedacht zij; toch verlangde zij nu aan het eind van haar reis te wezen.
+
+Dit verlangen werd nog sterker, toen zij de stad Dublin goed en wel
+achter den rug had en door eenzame streken spoorde, waar, tegen de
+purpergetinte bergen, in de ruime riviervalleien, bij de groene
+moerassen of op de uitgestrekte heidevelden met de blauwglinsterende
+plassen, zich slechts enkele, meest armoedige huizen vertoonden.
+Indrukwekkend schoon was het landschap, toch maakte het telkens een
+somberen indruk, een indruk, die nog verhoogd werd, toen de zon achter
+de wolken verdween en het eenige uren lang zoo stortregende, dat het er
+veel van had, als moest geheel Ierland door het water weggespoeld
+worden.
+
+"Het is wel jammer dat het in Ierland nogal veel regent," hadden
+kennissen van Mrs. Rowley meer dan eens tot Hedwig gezegd en zij moest
+er nu aan denken. Als die regen zoo erg was, ja, dan zag Ierland er
+zeker niet op zijn voordeeligst uit!
+
+Zij was vermoeid van het zitten, toen zij eindelijk te Killarney
+aankwam. Het was nu gelukkig droog en zij verheugde zich op den mooien
+rit met Mr. Balvourneen en zag nieuwsgierig rond naar iemand, die aan de
+korte beschrijving, haar door Mrs. Balvourneen gezonden, beantwoordde.
+"Ik moet maar allereerst kijken of hij er "echt uitziet om op een
+kasteel te wonen," zooals Claerchen schreef," besloot zij vroolijk. Maar,
+hoe zij ook zocht, zij bemerkte niemand, die, naar hare meening, ook
+maar eenigszins aan dien eisch voldeed.
+
+Het was een lastig geval! Een rijtuig van het kasteel Balvourneen was er
+_ook_ niet en ze wist dus niet, hoe zij de plaats harer bestemming zou
+moeten bereiken. "Dat lijkt in een opzicht althans al bizonder veel op
+mijn aankomst te Edinburg," dacht zij. "Het schijnt mijn lot te wezen
+nooit van den trein te worden gehaald, als ik er juist zoo stellig op
+gerekend heb!"
+
+Ze zou in ieder geval maar beginnen met een half uurtje aan het station
+te wachten; kwam Mr. Balvourneen dan nog niet, dan zou zij een van de
+_jaunting-cars_[9] zien machtig te worden, die buiten het station
+stonden en door uiterst levendige koetsiers werden bewaakt.
+
+Er ging ruim een half uur voorbij en niemand verscheen. Zij liet dus
+haar koffer, waarop ze trouw was blijven zitten, even in den steek en
+liep naar de _cars_ toe. Terstond was zij door drie, vier koetsiers
+omringd. Met drukke gebaren en in een taal, die haar volstrekt
+onverstaanbaar was, trachtte ieder haar aan het verstand te brengen dat
+hij haar het mooiste en het gemakkelijkste en het snelst-rijdende
+voertuig kon aanbieden. De gebaren waren zeker welsprekend en duidelijk
+genoeg, vooral van een der Ieren, een man met zwarte, heel levendige
+oogen, die haar bij den arm nam, naar zijn _jaunting-car_ toe bracht en
+vlug, zonder meer, op een der zijbanken wilde tillen. Lachend duwde zij
+hem ter zijde, toen beduidde zij hem in het Engelsch, heel langzaam
+sprekend, waar zij naar toe moest en dat zij een koffer bij zich had.
+Hij knikte als een Chineesch poppetje ontelbare malen, ten bewijze dat
+hij haar verstond en toonde zich bereid, de bagage te gaan halen.
+
+[Illustration: Shamrock.]
+[Illustration: Een Iersche jaunting-car.]
+
+Maar ... toen hij den grooten, Duitschen koffer zag--door de kinderen op
+Hill House "_Flinkie's Cottage_" gedoopt--betrok zijn gezicht. Neen, dat
+zware ding kon hij onmogelijk op zijn _jaunting-car_ zetten! Hij keek
+treurig, schudde het hoofd en haalde de schouders op en Hedwig begreep
+natuurlijk al spoedig, waar het aan haperde.
+
+Wat nu te beginnen? Zij had geen lust den koffer aan het station achter
+te laten, wetend dat het kasteel Balvourneen uren ver af lag en er
+waarschijnlijk niet spoedig gelegenheid zou zijn de bagage te laten
+halen. Besluiteloos bepeinsde zij wat haar te doen stond, terwijl al de
+koetsiers een voor een naar den koffer kwamen kijken en eindelijk in een
+kring om haar heen kwamen staan. Zij babbelden onophoudelijk samen,
+telkens naar haar wijzend en onwillekeurig moest zij lachen om het
+wonderlijke taaltje en de zeer bewegelijke gezichten der sprekers, die
+blijkbaar nog nooit in hun leven een koffer van zulke afmetingen hadden
+aanschouwd!
+
+Eindelijk tikte er een, die er goedhartig en vriendelijk uitzag, haar op
+den schouder en zei in gebroken Engelsch dat hij bereid was "den koffer
+en haar zelf"--heel vleiend was deze zinvoeging zeker niet!--op zijn
+_jaunting-car_ te nemen en te brengen waar zij wezen moesten.
+
+Zij knikte hem dankbaar toe en hij en nog drie behulpzame Ieren namen
+den koffer op om dien op het wagentje te zetten. Heel handig ging het
+niet, wel was er een groot vertoon van ijver bij; maar juist toen de
+vrij zware koffer bijna stond waar hij staan moest, lieten zij dien nog
+te vroeg los; hij kantelde en een gedeelte van den bodem zakte naar
+beneden!
+
+Nu was het een lawaai van heftig vragen en antwoorden en een gewirwar
+van gebaren en een opgewondenheid van belang! Aanhoudend spraken allen
+te gelijk, herhaaldelijk deden allen hun best Hedwig in wonderlijk
+Engelsch nu dezen, dan dien raad te geven en het geheele tooneel was zoo
+dwaas en te gelijk zoo schilderachtig dat Hedwig onmogelijk boos kon
+zijn, vroolijk toekeek,--al meende zij telkens den bodem verder te zien
+zakken!--en geduldig wachtte op verdere hulp. Kinderen: Jongens en
+meisjes met grappige gezichtjes vol ondeugendheid en pret, gingen er nu
+ook bij staan en ten slotte kwamen een zes of achttal bereidwillige
+handen met een touw aandragen. Er werd meer geroepen en geplaagd en
+gelachen dan gewerkt en het duurde een heel poosje eer de bodem weer
+veilig tegen het bovenste gedeelte van den koffer was aangedrukt en het
+touw er behoorlijk om bevestigd was. Hedwig hielp ook zelf ijverig mee
+de knoopen stevig maken en men moedigde haar aan en gaf haar knikjes op
+een grappige, familiare wijze, die zij aantrekkelijk en ook wat
+zonderling vond. Zij was vermoeid van de lange reis, toch niet zoo
+vermoeid dat zij er hare opgewektheid door verloor en toen de koffer
+eindelijk werkelijk op de _car_ stond, dankte zij de haar omringende
+Ieren hartelijk en zocht ijverig in haar beurs naar een kleine
+vergoeding voor ieder, die meegeholpen had. Uitbundige dankbetuigingen
+volgden en onder een luid geroep van Iersche woorden, die klonken als
+"slaun lath" (_slan leat_ = goeden dag) en "Dheeash mera guth," (_Dia's
+mearagat_ = God zegene u rijkelijk), werd zij in of liever op het
+wagentje getild en reed zij weg.
+
+De goedhartige koetsier toonde zich eerst zeer spraakzaam, maar toen zij
+herhaaldelijk "_I don't understand_" had gezegd, gaf hij het op en begon
+ter afwisseling een deuntje te fluiten.
+
+Hedwig trachtte haar houding zoo gemakkelijk mogelijk te maken, wat geen
+kleinigheid was voor iemand, die nog nooit met een Iersche
+_jaunting-car_ had gereisd! Zij vond het vreemd zoo ter zijde van het
+voertuig te zitten en dikwijls onverwacht een hort of een stoot te
+krijgen, zoodat zij zich moest vasthouden om niet te vallen, maar
+langzamerhand begon zij eraan te wennen en kon zij van ganscher harte de
+mooie natuur en de verkwikkende stilte om zich heen genieten.
+
+De overigens tamelijk donkere lucht vertoonde hier en daar blauwe
+plekken, zoo krachtig van kleur, als zij zich niet herinnerde ze ooit
+elders gezien te hebben, daarbij was de atmosfeer zoo zuiver dat het
+ademhalen op zichzelf een genot scheen even groot haast als het kijken
+naar het steeds afwisselend natuurschoon. Malsch groen,--het echte groen
+van _Green Erin_--waren het gras en de hooge varens, die nog, evenals de
+bloeiende struiken, vol glinsterende waterdroppels hingen van den milden
+regen van dien middag en telkens weer ontdekte zij nieuwe boomsoorten.
+Want in groote verscheidenheid groeiden langs den steeds stijgenden weg
+pijnboomen en beuken, esschen, eiken, hulst met echt gezonde, gladde,
+donkere bladeren en de fraaie arbutus of aardbeiboom, met zijn
+schilderachtig rood getinte takken en glanzend groene bladeren,
+waartegen de zachtroode of witte bloemtrossen en later de vuurroode
+vruchtjes, zoo mooi afsteken.
+
+Langs de kale rotsen, grootsch in haar woeste dorheid, groeide
+lichtgroen en donker en bruinachtig mos en als een blijde verrassing
+vertoonde zich soms een overvloed van rijk bloeiende brem, die in groote
+trossen gouden bloesems het zonlicht scheen te hebben gevangen.
+Tooverachtig mooi zag Hedwig, toen zij al hooger kwamen, de beroemde
+meren van Killarney liggen, nu zacht zilvergrijs getint, in
+schilderachtige tegenstelling met de statige purperkleurige bergen erom
+heen, die wachtten op de rustige schaduwen van den avond. Dan weer,
+vanaf een hoogte, die haar deed duizelen, keek zij heel in de diepte
+neer op valleien, waarin rotsblokken als rondgestrooid lagen, terwijl
+langs de rotsen op enkele plaatsen het witte, schuimende water bruisend
+naar beneden stortte.
+
+Nu weer dalend, dan stijgend vervolgden zij hun weg en herhaaldelijk
+verbrak de koetsier door lustig gefluit de haast heilige stilte, die
+alom heerschte. Er lag iets teers, iets weemoedigs in de wijze, waarop
+de dag heengleed om straks plaats te maken voor den avond, die over al
+de lieflijke kleurschakeeringen een geheimzinnigen, doorschijnend witten
+nevel ging werpen. Hedwig huiverde, toen de lucht donkerder werd en met
+nieuwen regen dreigde en zij hulde zich in haar wollen doek en trok haar
+mantelkraag wat op, rillend meer nog van vermoeidheid dan van koude. Het
+was haast of de slaapzucht der directrice van Hill House over haar
+gekomen was en eindelijk sloot zij de oogen, zij kon die niet langer
+open houden, hoe mooi het ook was om haar heen!
+
+Langzamerhand, bijna zonder het te weten, boog zij het hoofd dieper en
+dieper voorover en verviel in een soort sluimering, tot zij opeens door
+het stilstaan der _jaunting-car_ en het geluid van stemmen opgeschrikt
+werd en, de oogen wijd openend, een zeer fraai rijtuig voor zich zag,
+waarin een deftige heer zat, die haar met groote oplettendheid
+beschouwde en ... Mr. Balvourneen bleek te wezen.
+
+Dat zij juist op dit oogenblik haast in slaap was geraakt! Zij vond het
+akelig en dwaas te gelijk en zij beet zich op de lippen en ging terstond
+heel rechtop zitten, nu bizonder klaar wakker.
+
+De koetsier keek haar lachend aan en gaf haar een vriendschappelijk
+knipoogje, doch Mr. Balvourneen vertrok geen spier van zijn gezicht, nam
+statig den hoed af, vroeg of hij het genoegen had Fraeulein Eiche te zien
+en verzekerde dat hij tot zijn spijt dien dag niet tot Killarney had
+kunnen komen en zich eerst te laat de afspraak had herinnerd om haar van
+het station te komen afhalen.
+
+Een paar minuten later zat Hedwig tegenover hem in het rijtuig, was haar
+koffer op den bok gezet en reed de bezitter van de _jaunting-car_, zeer
+tevreden over de belooning hem door Mr. Balvourneen gegeven, naar
+Killarney terug.
+
+Het werd nu hoe langer hoe donkerder en meer dan ooit verlangde Hedwig
+naar het eind van haar reis. Mr. Balvourneen vroeg een paar malen
+beleefd: "_I hope you are not tired?_" en scheen eenigszins verbaasd te
+wezen, toen Hedwig zeide dat zij wel vermoeid was. Het begon te regenen,
+eerst zacht, toen harder en eindelijk heel hard en toen zij Glengariff
+naderden en een zijweg in moesten slaan, werd het noodig bevonden dat
+zij uit het rijtuig stapten, omdat de weg uiterst modderig en daardoor
+gevaarlijk was geworden. Het kasteel lag hoog en zij moesten een heel
+eind stijgen. Hedwig vond het lang geen gemakkelijk werkje, toch kon zij
+niet nalaten even te lachen om den eigenaardigen tocht, terwijl zij,
+achter haar zwijgzamen geleider aan, bij het gebrekkige licht der
+rijtuiglantarens, langzaam voortsukkelde. Maar zij kon haast niet meer,
+zoo slaperig was zij en ze was heel blij, toen de weg breeder en vlakker
+werd en zij weer in het rijtuig konden stappen.
+
+Eindelijk, eindelijk hoorde zij het kiezel kraken onder de hoeven der
+paarden, het rijtuig nam een draai, toen nog een en ... stond stil voor
+een groot, fraai gebouw, het kasteel Balvourneen.
+
+Hedwig knipte met de oogen, zoo verblindend was na de grijszwarte
+duisternis buiten, de glans van het licht in de smaakvol gemeubelde
+vestibule, waar Mr. Balvourneen haar thans bracht. Hij schoof een stoel
+naar haar toe en verzocht haar te gaan zitten, maar in spanning over de
+eerste ontmoeting met Mrs. Balvourneen, bleef zij--trots haar
+slaperigheid!---staan bij een hooge palm en wachtte de dingen, die komen
+zouden.
+
+Het duurde niet lang of een knecht verscheen. Door gangen met dikke,
+zachte loopers bedekt, ging hij haar voor naar de eetkamer, waar Mrs.
+Balvourneen, een kleine, bleeke vrouw met een spits gezicht en een
+zeurderige stem, haar te gemoet kwam. "_I hope you are not tired?_" zei
+ze, met koele beleefdheid de vraag van haar man herhalend en het
+antwoord niet afwachtend. "Wij zullen maar dadelijk aan tafel gaan, het
+is zoo laat geworden!"
+
+Hedwig deed haar goed af en nam plaats op den stoel, die haar aangewezen
+werd. Zoo graag zou zij eerst even naar boven gegaan zijn om zich wat te
+verfrisschen, maar men liet haar geen keuze. Zij was nu zoo afgemat dat
+ze groote moeite had de vragen--gelukkig waren het niet vele!--die haar
+gedaan werden, te beantwoorden en zich zelfs een paar malen met een
+speld in den arm moest prikken om goed wakker te blijven! Eindelijk
+mocht zij tot haar groote vreugde van tafel opstaan en nu werd haar door
+een zeer vriendelijk meisje, zooals later bleek de _nurse_ der kinderen,
+haar kamer gewezen, waar zij haar koffer vond staan en zich eens naar
+hartelust kon wasschen aan de fraaie waschtafel met marmeren blad,
+waarbij een kan warm water voor haar was gereed gezet.
+
+Wel zag alles er hier heel anders uit dan op Hill House!
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+Vier Iersche Kinderen en een Hond.
+
+
+Zij werd den volgenden ochtend wakker met een gewaarwording alsof zij
+nog nooit zoo lekker geslapen had! Even nog bleef zij met half gesloten
+oogen liggen, droomerig beseffend hoe prettig het was, niet, als op Hill
+House, veel te vroeg door het wreede gelui van een bel te worden gewekt
+en juist dacht zij erover op te gaan staan, toen de deur zacht geopend
+werd. Een net dienstmeisje trad binnen, opende vlug de gordijnen, deelde
+haar mede dat het half acht was en verdween weer.
+
+"Hoe heerlijk, de zon schijnt!" riep Hedwig en zij sprong het bed uit en
+liep naar het raam toe om naar het uitzicht te kijken.
+
+"Wat prachtig!"
+
+Het was een kreet van louter verrukking. Had zij ooit eerder zoo iets
+gezien?
+
+Het was warm, een echte zomerdag, en zij duwde het raam open, dronk de
+zoele lucht in en keek opgetogen om zich heen.
+
+Tegen den muur bij haar venster bloeiden de zwellende knoppen van een
+donkerroode klimroos. Beneden, in het park van het kasteel, verspreidden
+de rose en witte bloemtrossen van een rij acacias, tusschen wuivend
+groen, hunne fijne geuren in het rond, wedijverend met de witte
+meidorens, die van bovenaf gezien, een gedeelte van den tuin als in
+bruidstooi hulden. Diep in het dal zag zij het schilderachtige
+Glengariff liggen omgeven door woeste, bijna zwarte rotsen en steile
+bergen, die hunne scherpgekante toppen in plechtigen ernst omhoog
+hieven, terwijl aan hun voet en op de hellingen dichte bosschen en
+malschgroene grasvelden groeiden, in vroolijke tegenstelling met de
+somberheid daar boven. In lieflijke kalmte, onder de bekoring der
+krachtige zonnestralen, lag de baai; over het glinsterend groene water
+hing een wonderschoon licht, dat ook over de talrijke eilandjes zijn
+glans wierp. En door al de zoete geuren heen van rozen, meidorens en
+acacia in haar nabijheid en van den overvloed van bloeiende struiken
+verderaf, meende Hedwig ook iets te proeven van de reine zeelucht, die
+haar zoo lief was.
+
+"He, wat een genot!" Zij kon er haast niet toe komen zich aan te gaan
+kleeden, maar zij begreep dat ze voortmaken moest en keerde zich met een
+zucht van het raam af. Zij moest haar koffer ook nog geheel uitpakken en
+zij trok dus eerst maar even de aardige muiltjes aan en de wit-serge
+_peignoir_, die Mrs. Rowley haar geschonken had, haar plagend omdat zij
+er trotsch op was dat het wit haar zoo goed stond. "Neen meisje, niet
+ijdel wezen," zei ze, toen zij neiging voelde om even in den spiegel te
+kijken van de groote hangkast, waarin zij den vorigen avond hare
+japonnen had geborgen. Zij knielde bij den koffer neer, doch bijna op
+hetzelfde oogenblik sprong zij weer op. Wat was dat toch voor gefluister
+bij haar deur? Zij bleef heel stil staan om goed te kunnen luisteren,
+toen glimlachte ze, zij had duidelijk kinderstemmen gehoord. Nu drong
+ook het korte, half ingehouden geblaf van een hond tot haar door. Daar
+klonk het luid: "Kijk nu, ik heb je wel gezegd dat je hem steviger vast
+moest houden!" De deur vloog met een ruk open en een prachtige St.
+Bernhards-hond stoof naar binnen, sprong tegen haar op, besnuffelde haar
+aan alle kanten en legde toen vertrouwelijk zijne beide ruige voorpooten
+op hare schouders.
+
+Zonder de minste verlegenheid te toonen, in tegendeel schaterend van het
+lachen en in de handen klappend van pret, bleven de vier kinderen in de
+deuropening staan. De twee oudste meisjes van dertien en veertien jaar,
+bogen de hoofden nieuwsgierig voorover om beter in de kamer te kunnen
+zien, terwijl het achtjarige, blonde zusje en het aardige broekmannetje
+van vijf, uit alle macht Bruce, den hond, toeriepen dat hij
+"_Mam'selle_" een kus moest geven!
+
+Hedwig lachte mee en legde haar hoofd even tegen den kop van Bruce aan,
+die vond dat de vriendschap nu gesloten was en naar de kinderen
+terugliep. "_Oh mam'selle! The new man'selle!_" riepen de meisjes met
+eigenaardig welluidende stemmen, die Hedwig prettig in de ooren klonken.
+Toen vroegen zij met schalksche gezichtjes of zij binnen mochten komen.
+
+Hedwig knikte maar. Wat kon zij anders doen? "Vijf minuten," zei ze en
+terstond stond het geheele troepje, Bruce incluis, in haar kamer.
+
+"Ziezoo, nu zal _ik_ u eens vertellen wie wij eigenlijk allemaal zijn,"
+zei het tweede meisje, dat een echt bij-de-handje was en er ook zoo
+uitzag met haar kort, bruin haar, grijsgroene oogen en het brutale
+wipneusje in het smalle, scherpomlijnde gezicht. "Dit is May," en zij
+schoof haar ouder zusje naar voren. "Een snoes, vindt u niet?" En May,
+een mooi meisje met dik, blauwzwart haar en heel donkerblauwe oogen,
+bloosde even en keek lachend tot Hedwig op. "Dan kom ik," ging het
+praatstertje voort, "niets mooi, zooals u ziet, maar wezenlijk nogal
+aardig! Ik heet eigenlijk Kathleen, maar ik word altijd Bunny genoemd,
+niet omdat ik op een konijntje lijk...."
+
+"Jawel, jawel, daarom juist wel," riep May er tusschen door, doch Bunny
+legde haar de hand op den mond en vervolgde: "Dat heelemaal niet, maar
+omdat Bunny korter en makkelijker is dan Kathleen. Dit is Nesta," en zij
+duwde het achtjarige meisje naar voren, een teergebouwd kind met
+donkerbruine oogen en lang, blond haar. "Nesta is een _klein_ beetje een
+driftkopje, maar anders niet kwaad...."
+
+En Nesta rukte zich los, stampte op den grond en riep half schreiend:
+
+"Ik ben heelemaal geen driftkopje, heelemaal niet! En jij moogt geen
+leugens vertellen...."
+
+Maar Hedwig had haar bij de hand genomen en keek haar ernstig en
+doordringend in de oogen. Toen ging het blonde hoofdje langzaam naar
+beneden en de trillende lippen zwegen.
+
+"En dit is de eenige heer," zei Bunny, met gemaakte deftigheid op haar
+broertje wijzend. "Zijn naam is Gerald, voorloopig noemt iedereen hem
+echter Boy. Toch heeft hij zich al vast een mannenstem aangeschaft en
+daarom wordt hij ook wel eens de _thunderboy_ genoemd, maar dat gebeurt
+toch niet dikwijls."
+
+"Neen, dat geloof ik dadelijk," zei Hedwig lachend en zij keek naar het
+stevige figuurtje van den kleinen jongen, die de donkerblauwe oogen van
+May had en krullend, goudbruin haar, dat hij telkens ongeduldig
+wegstreek om Hedwig beter te kunnen zien. Hij en de St. Bernhardshond,
+die trouw naast hem bleef staan, onophoudelijk met zijne verstandige
+oogen van den een naar den ander kijkend en met zijn staart kwispelend,
+vormden een alleraardigst schilderijtje.
+
+Hedwig liet de hand van Nesta los, die nog steeds zacht snikte en bij
+Boy neerknielend, vroeg ze, zoo zacht dat Nesta het niet hooren kon:
+
+"Schreit Boy wel eens?"
+
+Zij schrikte bijna van de grappige, grove stem, waarmee hij antwoordde:
+
+"Boy is geen meisje." Trots Bunny's mededeeling kwam die diepe toon uit
+dat kleine lichaampje, haar toch nog onverwacht.
+
+"Maar nu, een, twee, drie, de kamer uit," gebood zij eindelijk en de
+kinderen lachten en gingen heen, met hun aardigen, Ierschen tongval maar
+al "_Oui mam'selle_" en "_Chere mam'selle_," roepend; blijkbaar was
+hunne laatste gouvernante een Francaise geweest.
+
+Hedwig haastte zich nu met kleeden en juist was zij klaar, toen de gong
+voor het ontbijt luidde. Zij vond Bruce, die met zijn slim
+hondenverstand terstond begrepen had dat zij den langen weg naar de
+ontbijtkamer niet dadelijk alleen zou kunnen vinden, nog voor de deur
+liggen en hij ging haar thans voor naar beneden, aldoor even den kop
+omdraaiend om te zien of zij hem wel volgde. Eindelijk stond hij stil
+voor de deur der kamer, waar zij wezen moest, zag eerst haar aan en toen
+naar de deur en liet een kort, gebiedend geblaf hooren.
+
+[Illustration: Bruce.]
+
+Hedwig opende de deur, Bruce volgde langzaam en bleef met den staart
+tusschen de pooten weifelend staan, toen de stem van Mrs. Balvourneen
+klagend zeide:
+
+"Och, nu komt die hond toch weer binnen! Ik wil hem hier niet hebben 's
+ochtends aan het ontbijt, dat heb ik al zoo dikwijls gezegd. Ik kan niet
+tegen die drukte...."
+
+"Ach Bruce, lieve, beste Bruce! Mag hij niet even een stukje geroosterd
+brood hebben, moeder?" vroeg Boy smeekend en toen zijn moeder lijdelijk
+toestemde, na eerst even lijdelijk Hedwig goeden morgen te hebben
+gewenscht, riep Boy, terwijl hij een smakelijk stukje geroosterd brood
+in de hoogte hield en zijn stem zoo mogelijk nog grover maakte dan
+gewoonlijk:
+
+"Zeg dan _please_, Bruce."
+
+Bruce opende den bek zeer wijd, smakte dien toen snel weer dicht en liet
+met een tikkend geluid zijn tanden op elkaar klappen, wat bij hem "als
+'t je blieft" beteekende.
+
+"Daar!" zei Boy, hem de begeerde lekkernij gevend.
+
+"Nu moet hij ook dadelijk weg!" hernam Mrs. Balvourneen en de geduldige
+Bruce verdween, zooals zijn plicht was.
+
+Eerst nu kwam Mr. Balvourneen binnen, gevolgd door de schare dienstboden
+en knechten, die iederen ochtend bij de korte godsdienstoefening
+tegenwoordig waren.
+
+Mr. Balvourneen deed een gebed en las enkele verzen van den negentienden
+psalm voor. Er was iets kouds en plichtmatigs in de wijze, waarop hij
+zijn werk deed, toch vonden de woorden, die hij las, warmen weerklank
+in Hedwig's hart. En, terwijl zij door de wijd openstaande verandadeuren
+een blik kon werpen op de blauwe lucht en op de steeds wisselende tinten
+van purper en teerrood en zachtgrijs op de bergen en rotsen en zich
+koesterde in de zon, die grillige figuren tooverde op het goudlederen
+behangsel der kamer, luisterde zij met stille vreugde naar wat haar
+juist hier zoo toepasselijk scheen:
+
+"_De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt Zijner
+handen werk._"
+
+Na het lezen, toen het dienstpersoneel verdwenen was, verzocht Mrs.
+Balvourneen weer dringend om stilte en de kinderen fluisterden en
+giegelden onder elkaar, maar van een geregeld gesprek was geen sprake.
+Mr. en Mrs. Balvourneen bemoeiden zich nauwelijks met Hedwig, schoven
+haar alleen de verschillende schotels toe en hoopten een paar
+malen--nogal uit de hoogte--dat zij "zou doen alsof ze thuis was."
+Hedwig vond het dan ook niet jammer toen het tijd was om met de meisjes
+naar de leerkamer te gaan en Bridget, de _nurse_, kwam om Boy mee naar
+de kinderkamer te nemen. Boy stribbelde tegen, steeds met krachtige stem
+bewerend dat hij "niet wilde", tot zijn vader hem vierkant opnam en de
+kamer uitzette, een tooneel, waaraan allen gewend schenen te wezen, want
+niemand toonde er ook maar de geringste verbazing over. Boy zelf zong
+spoedig in de gang zijn hoogste lied en liep met klinkende stappen de
+trap op naar de kinderkamer, die zich naast de leerkamer bevond.
+
+Weer kon Hedwig niet laten vergelijkingen te maken met Hill House, toen
+zij de leerkamer voor zich zag. Als Miss May en Taffy en Mary Wren nu
+toch eens naast haar hadden kunnen staan! Wat zouden zij de handen in
+elkaar hebben geslagen over den rijkdom van boeken op de planken langs
+de muren, over de groote eikenhouten tafel, de flinke stoelen met hooge
+ruggen, de nette inktkokers, pennehouders, vloeiboeken en alle mogelijke
+andere leerbenoodigdheden meer en--zeker het meest haast nog wel over de
+heerlijke weelde van licht en zon, die door de breede ramen naar binnen
+stroomde en over de met bloemen gevulde nissen, die zoo'n vroolijk
+aanzien aan de kamer gaven!
+
+"Hier zit _ik_ altijd," zei Bunny, haar plaats aan de tafel innemend.
+"En vandaag moeten wij Duitsch leeren, heeft moeder gezegd. Wij kennen
+er nog niets van, maar wij zijn heel vlug."
+
+"Zoo!" Hedwig glimlachte. "Dat geloof ik nog maar zoo dadelijk niet."
+
+"'t Is toch zoo," verklaarde Bunny beslist, maar nu liet Boy's diepe
+stem zich uit de andere kamer hooren:
+
+"Maddy moet ook even bij mij komen kijken!"
+
+"_Maddy_? O, dat beteekent _Mam'selle_, dat heeft Boy weer heelemaal
+zelf bedacht," zei de kleine Nesta met bewondering in haar stem. "Zoo is
+hij altijd. Hij bedenkt altijd naampjes voor iedereen."
+
+"Dus hier zal ik Maddy heeten," dacht Hedwig lachend. Zij vond het
+aardig aan haar moeder en Claerchen te kunnen schrijven dat men _hier_
+ook al weer een aparten naam voor haar had gevonden!
+
+"Kom nu Maddy, gauw!" riep Boy weer.
+
+"Voor dezen eenen ochtend dan," zei Hedwig naar hem toegaande. "Maar
+morgen en overmorgen en al de andere dagen nooit weer. De zusjes en ik
+moeten aan het werk en Boy moet gaan spelen."
+
+"Ja, dat heb ik ook al gezegd," zei Bridget.
+
+"Maar Boy wil van ochtend bij Maddy blijven," verklaarde Boy, de
+wenkbrauwen fronsend. "Dat moet!"
+
+"Neen, dat kan niet," zei Hedwig beslist. "Boy blijft van ochtend hier
+in deze kamer."
+
+"En van middag?"
+
+"Van middag gaan wij allen samen wandelen."
+
+"Boy wil nu wandelen."
+
+"Neen, dat gebeurt van middag."
+
+"Och neen, dat moet nu, nu," drong Boy aan en hij ging vlak voor haar
+staan en deed zijn best heel streng te kijken.
+
+"Neen, volstrekt niet," zei Hedwig, Bridget een wenk gevend, terwijl ze
+naar de leerkamer terug ging. Zij draaide den sleutel om, om zeker te
+zijn niet gestoord te worden.
+
+May en Bunny zaten reeds met Duitsche leesboekjes voor zich; de
+achtjarige Nesta was in een hoekje bij een der ramen gaan zitten, omdat
+zij toch afzonderlijk werken moest, zooals zij zeide. Voorloopig stelde
+zij zich tevreden met een fraai geillustreerd sprookjesboek!
+
+Hedwig beduidde haar dat zij een oogenblikje bij de oudere zusjes moest
+komen zitten; zij had tot alle drie iets te zeggen, voordat het werk
+begon. En juist sprak zij erover hoe ze van plan was alles in te richten
+en dat zij een lijst wou maken en alles opschrijven, toen er uit de
+kinderkamer een vervaarlijk gegil klonk, dat haar opeens ontsteld
+zwijgen deed.
+
+"O, het is niets, doet u maar net of u het niet hoort," zei May, goedig
+haar hand op die van Hedwig leggend. "Dat zijn kunsten van Boy."
+
+"Ja, echte kunsten," zei Nesta, met haar hoofd knikkend tot de blonde
+haarlokken ervan schudden. "Hij kent er een heeleboel en dit is een
+nieuwe oorlogskreet."
+
+"I-a-hoep!" klonk het weer van Boy en Nesta vloog naar de tusschendeur,
+bonsde er tegen en riep luid terug:
+
+"I.. a.. hoep!"
+
+Hedwig stond bedaard op en bracht haar naar haar plaats terug. "Niet
+weer doen, Nesta, de lessen beginnen nu."
+
+"Maar het is anders wel genoegelijk zoo'n klein beetje pret tusschenin;
+vindt u ook niet?" zei Bunny en zij keek Hedwig aan en kneep hare oogen
+zoo grappig dicht dat Hedwig moeite had ernstig te blijven. Boy liet nog
+eenmaal zijn krijgskreet hooren, maar toen er geen antwoord kwam en hij
+te vergeefs aan den deurknop gerammeld had, hield hij zich stil.
+
+Nesta kreeg wat schrijfwerk op en de Duitsche les begon met de beide
+oudsten. Bunny was onuitputtelijk in het bedenken van allerlei
+aardigheden en wist er zich met verwonderlijke vlugheid door te slaan,
+als zij een woord verkeerd uitsprak of iets niet begreep. May had die
+handigheid niet, maar zij deed erg haar best en keek verheugd, toen
+Hedwig aan het eind der les verklaarde, dat het al veel beter ging dan
+zij gedacht had. Nu kregen de beide oudste meisjes schriftelijk werk op
+en moest Nesta een heel eenvoudig Fransch stukje lezen en uitleggen. Het
+ging niet naar haar zin en meer dan eens sloeg zij ongeduldig met haar
+vuist op de tafel, maar Hedwig zette door en rustte niet, voordat de
+geheele bladzijde gelezen was.
+
+Het vroege middagmaal werd, evenals later de thee en het avondeten, door
+haar en Bridget en de kinderen in de kinderkamer gebruikt en zij begreep
+dat zij alleen iederen dag aan het ontbijt met Mr. en Mrs. Balvourneen
+zou aanzitten.
+
+Het speet haar niet. De kinderen trokken haar aan en zij vond het
+prettig zich geheel aan hen te wijden en, evenals indertijd bij de
+familie von Zerclaere, de rustige avonduren voor zichzelf te hebben of
+eens een praatje te maken met de vriendelijke Bridget, die doorgaans in
+de kinderkamer te vinden was.
+
+Bridget ging dien eersten dag ook met haar en de kinderen--Bruce moest
+met zijn meester uit--wandelen en wees Hedwig den weg naar de
+lievelingsplek der kinderen in het bosch, waar vlugge beekjes het water
+over gladde steenen lieten kabbelen en telkens tusschen de donkere,
+hooge lanen lichte plekken waren, waar de hei reeds roodachtig begon te
+schijnen en de brem nog in vollen bloei stond.
+
+Het was een vrij lange wandeling en zij moesten eerst een zonnig bergpad
+over, vanwaar zij herhaaldelijk Glengariff en de baai, thans vol ranke
+zeilscheepjes en bootjes, zagen liggen. De kinderen waren onvermoeid,
+groetten ieder, die zij tegen kwamen, met groote hartelijkheid en werden
+even hartelijk teruggegroet, het allermeest door de jonge boerinnetjes,
+die in haar aardige, losse kleedij met korte mouwen en rokken, op bloote
+voeten den berg bestegen, haar mand met eieren onder den arm houdend of
+minder breekbare waar achter op den rug dragend. Aantrekkelijk zagen de
+deerntjes eruit met hare heldere oogen, het donkere, onbedekte,
+krullende of golvende haar en de warmbruine gelaatskleur, door veel
+beweging in de buitenlucht veroorzaakt. Een van haar, blijkbaar een
+goede kennis van de kinderen en reeds van verre begroet als "_sweet_
+Kate" en "_darling_ Kate", wierp hen in 't voorbijgaan een ruiker
+margrieten toe en een bosje groen, door Hedwig voor gewone klaver
+aangezien. Bunny had het 't eerst opgeraapt en kwam er mee naar Hedwig
+toe loopen, steeds met die eigenaardig welluidende Iersche stem, die
+Hedwig telkens op nieuw trof, juichend en zingend dat het een aard had.
+
+"Dat treft prachtig dat wij u den eersten dag al _shamrock_[10] kunnen
+laten zien!" riep zij uit. "Echte Iersche _shamrock_! Eenig mooi is die,
+he?" En zij streelde liefkoozend de fijne blaadjes.
+
+"_Shamrock_ kan nergens anders groeien dan in Ierland," verzekerde nu
+May, die ook naast Hedwig was komen loopen. "Zooveel menschen hebben al
+beproefd haar ergens anders te kweeken, maar de _shamrock_ wil maar
+niet. Is dat niet aardig? Zal ik u eens vertellen wat Ieren doen, als
+zij naar een ander land reizen, naar Amerika bij voorbeeld? Dan nemen
+zij een pot met Iersche aarde mee en planten daar hun _shamrock_ in en
+dan gaat het goed, maar als zij in andere aarde gezet wordt, nooit! O,
+op St. Patrick's Day, dan zult u eens wat zien...."
+
+"Dat is pas 17 Maart!" viel Bunny in. "Dat duurt nog zoo lang! Ja, dan
+is het net of er in Ierland niet anders groeit dan _shamrock_, want dan
+heeft iedereen het letterlijk aan en dan dragen velen er mooie, groene
+linten bij. En dan is er 's avonds een echt Iersch concert, daar worden
+alleen maar Iersche liederen gezongen en dan worden er Iersche dansen
+gedanst, de _jig_ en de _reel_ en ten slotte zingt iedereen: "_Let Erin
+remember the days of old_...." En nu heb ik nog vergeten te vertellen
+dat alle Ieren, die niet in hun eigen land zijn, dan in brieven
+_shamrock_ gestuurd krijgen om die ook op St. Patrick's Day te kunnen
+dragen...."
+
+
+
+"Lieve, lieve Maddy, ik kom ook bij jou," zongen nu Nesta en Boy en zij
+liepen van Bridget weg en holden den berg af om met een bons tegen
+Hedwig en de meisjes aan te vallen.
+
+"Neen, neen, dat gaat zoo niet. Ik ben gesteld op keurige Iersche
+manieren," zei Hedwig vermanend.
+
+"Keurige Iersche manieren!" herhaalde de _thunderboy_ met grove stem en
+hij liep met Nesta vooruit op een drafje het bosch in, naar de opene
+plek, waar zij gewoonlijk speelden.
+
+Het was er lekker koel door de zware boomen rondom en de nabijheid van
+het water en de kinderen juichten, toen Bridget voorstelde om van de
+dikke takken, die er lagen en van mos, een huisje te gaan bouwen.
+
+IJverig togen nu alle handen aan het werk. Nesta en Boy hadden het zoo
+druk dat zij meer dan eens in hun haast tegen elkaar aanstootten en den
+zoo vlijtig verzamelden mosstapel op den grond lieten vallen. May en
+Bunny hielpen Bridget en Hedwig de muren vast maken en trapten en
+drukten het losse mos in elkaar tot het, volgens May, "zoo stevig werd
+als echte planken." Hedwig genoot de zuivere lucht en het aardige
+werkje. Zij keek bewonderend naar Bridget's vlugge handen, die de takken
+tot bogen vormden om het dak te maken. Tusschen de naast elkaar gelegde
+takken moest weer mos worden bevestigd. "Het dak geeft het meeste werk,"
+zei Bridget, "daar komen wij vandaag niet mee klaar."
+
+"Er zijn nog heel groote gaten in het dak," zei Nesta, die midden in het
+"huis" naar boven stond te kijken. "Daar komt nog heelemaal de zwarte
+lucht door."
+
+De zwarte lucht? Hedwig en Bridget keken snel op. Zij waren te zeer
+verdiept geweest in haar werk om op het weer te letten; nu kwamen zij
+met schrik tot de ontdekking dat de zon verdwenen was achter steeds
+donker wordende wolken.
+
+"He, net op mijn neus!" riep Boy. "En nu op mijn wang! En daar is er
+weer een op mijn kin!" Want er begonnen dikke regendruppels te vallen
+en, wat erger was, er deed zich een dof gerommel hooren tusschen de
+bergen. Een flauwe bliksemstraal verlichtte het binnenste van het
+huisje, dichterbij klonk de donder, heel fel scheen plotseling het
+licht, luider en zwaarder werden de donderslagen en met onstuimige
+kracht viel de regen in dichte stralen neer.
+
+"Gauw naar huis. Loopen, draven, den kortsten weg nemen!" riep de hevig
+ontstelde Bridget, Boy bij den arm grijpend. "Voortmaken kinderen,
+vlug!" riep Hedwig. "Nesta, geef mij een hand, May en Bunny houdt elkaar
+vast.... Niet bang wezen...."
+
+"Bang? Wie is er bang? Ik niet!" riep Bunny met vuur uit. "En ik blijf
+hier. Het is veel te prachtig om nu weg te loopen. En wij hebben immers
+een huis! Kijk, wat blijft het stevig staan! Oef...." En zij sloeg den
+rok van haar jurk over het hoofd en veegde zich den regen uit het
+gezicht.
+
+"Ja, ik blijf ook hier; ik wil niet weg, ik doe het niet," riep nu Nesta
+met haar hooge sopraanstem en Boy rukte zich van Bridget los en riep
+mee: "Ik ook! Ik ook! Ik wil niet naar huis!"
+
+"Dan gaan wij ook niet, he?" vroeg May, met schitterende oogen tot
+Hedwig opziende. "_Mogen_ wij blijven?"
+
+"Neen, natuurlijk niet. Wij gaan onmiddellijk naar huis, allemaal," zei
+Hedwig zeer beslist. "Komaan kinderen, geen gekheid!"
+
+"Gaat allemaal maar weg; _ik_ blijf hier," herhaalde Bunny, die geheel
+onhandelbaar geworden scheen door het onweer.
+
+"Och, wat moeten wij doen? Wat moeten wij doen?" riep Bridget wanhopig
+uit, zich met echt Iersche opgewondenheid de handen wringend. "O, hoort
+toch eens, wat een noodweer! Ach en daar is de _banshee_, de _banshee_,
+ach, ach!"
+
+Een ratelende donderslag was door een verblindend licht gevolgd, toen
+dit wegstierf, deed zich een langgerekt, klagend geluid hooren, dat door
+de bergen weerkaatst werd.
+
+"Biddy," zei May, haar hand op Bridget's arm leggend en bedaard
+sprekend, hoewel zij doodsbleek zag, "het is alleen het onweer. Je moet
+niet bang wezen voor de _banshee_; die is er niet, zegt vader."
+
+Doch Bridget was te zeer buiten zichzelf om naar haar te kunnen
+luisteren. "We moeten vluchten, vluchten voor de _banshee_," fluisterde
+ze, Hedwig angstig aanziende.
+
+"Ja, wij gaan naar huis," hernam Hedwig, die heel bedaard bleef. "Komt
+kinderen, dadelijk, terstond!"
+
+"Ik wil niet, ik doe het niet!" riep Nesta driftig, Bunny zei nog eens:
+"Ik _blijf_ hier," en nu nam Hedwig den zeer tegenstribbelenden,
+gillenden Boy op hare schouders, greep Nesta's hand stevig vast en liet
+Bridget met May vooruit gaan om den kortsten weg te wijzen.
+
+Nesta schreeuwde het uit. "Ik wil niet! Ik wil mijn zin hebben!" riep
+zij. "Ik wil niet in den regen loopen...."
+
+Hedwig had moeite haar voort te trekken, maar toen Bunny eieren voor
+haar geld koos en, zooals Hedwig ook verwacht had, al spoedig achter de
+anderen aan kwam snellen, ging het beter. Zij nam Nesta van Hedwig
+over, liet haar nu en dan bij wijze van pretje op een draf loopen en
+lachte Bridget uit, toen deze nog eens verschrikt riep: "Ach, daar is de
+_banshee_ weer, de _banshee_ gaat met ons mee naar huis. Als zij van
+nacht maar niet onder een van onze ramen komt...."[11]
+
+Boy gaf vanaf zijn hooge zitplaats allerlei opmerkingen ten beste.
+"Maddy's hoed wordt zoo nat!" "Maddy's ooren beginnen te glimmen van den
+regen!" "Bunny's jurk druipt!" "Wat stapt Nesta lekker in de plassen!"
+"Vort paardje, vort!" En hij sloeg zijn armen steviger om Hedwig's hals
+en drukte zijne beenen tegen hare schouders. Hedwig keek om en knikte
+hem eens toe, waardoor tot groot plezier van Boy, een lange straal water
+van haar hoed af liep.
+
+Eindelijk, juist toen de regen minder werd, waren zij thuis. Nooit nog
+had Bridget den weg naar boven zoo lang gevonden, maar toen zij eenmaal
+het kasteel Balvourneen in het gezicht had, schaamde zij zich haar angst
+en een weinig verlegen kwam zij Hedwig op zijde, keek haar trouwhartig
+aan met hare grijze oogen en zei:
+
+"Ik ben een slechte hulp geweest vandaag. Een volgenden keer zal ik niet
+weer zoo laf zijn!"
+
+Hedwig kon onmogelijk anders antwoorden dan met een glimlach, zoo hijgde
+ze van den tocht den berg op met den zwaren Boy op haar rug.
+
+
+
+Daar kwam Bruce aanhollen. Met woeste sprongen en een luid geblaf
+begroette hij zijn natte kameraden en als om hun te zeggen dat zij toch
+voort moesten maken, draafde hij toen voor hen uit, om bij den ingang op
+hen te blijven wachten.
+
+In de vestibule, neergezegen op een der lage stoelen, vonden zij Mrs.
+Balvourneen. Zij hield hare handen voor 't gezicht, maar liet die met
+een gebaar van neerslachtige berusting in den schoot vallen, toen zij al
+de kinderen gezond voor zich zag.
+
+"Is dat uitblijven!" riep ze. "Mijne zenuwen zijn geheel in de war. Ach,
+mademoiselle Eiche, hoe kondt u zoo ver met die arme, teere kinderen
+gaan en hen aan dien storm blootstellen? En mijn lief, eenigst zoontje,
+ach, wat ziet hij er nat en akelig uit! Ga dadelijk naar boven, Bridget,
+en laat de kinderen allen een warm bad nemen en iets warms drinken en
+dan naar bed gaan.... Ik kan niet meer spreken, ik ben doodop van al den
+angst, dien ik doorgestaan heb! Gaat nu allen heen."
+
+Bridget gehoorzaamde terstond, dankbaar dat zij er zoo gemakkelijk af
+kwam. De "teere" kinderen volgden met Hedwig en Bruce sprong tegen ieder
+om de beurt op en deelde likken uit op een wijze, die duidelijk toonde
+hoezeer hij in zijn schik was dat allen weer goed en wel thuis waren.
+
+Toen zij boven gekomen waren, liep May naar Hedwig toe en liet haar
+triomfantelijk iets kijken. Het was het bosje _shamrock_, dat zij door
+allen storm en regen heen, trouw had bewaard. "Voor u," zei ze, Hedwig
+vroolijk aanziende, "als het uitgespreid wordt, droogt het gauw en dan
+kunt u ervan in een brief naar huis sturen; dat is zoo aardig, want
+_shamrock_ hebben zij in Duitschland niet, die groeit heusch alleen maar
+in Ierland!"
+
+"Dank je wel," zei Hedwig, het aardige, tot haar opgehevene gezichtje
+kussend.
+
+"Wij behoeven niet _echt_ naar bed, hoor Maddy," zei Bunny met
+overtuiging, "het is nog zoo vroeg!" En Nesta en Boy riepen ook
+terstond: "Ja, nog veel te vroeg!"
+
+Doch Hedwig was onverbiddelijk en liet de orders van Mrs. Balvourneen
+zoo stipt uitvoeren dat zelfs Bridget er verbaasd over was. Met die
+nieuwe mam'selle viel blijkbaar niet te gekscheren!
+
+Het gevolg was gelukkig dat geen van allen het minste nadeel van den
+tocht ondervond. Het mooie huisje van takken en mos kwam enkele dagen
+later geheel klaar en bleek zooveel aantrekkingskracht te hebben dat de
+kinderen er slechts zelden toe over te halen waren, hunne dagelijksche
+wandeling ergens anders heen te richten. Bunny stelde het zich zelfs als
+een heerlijkheid voor, eens een week in dat huisje te mogen wonen,
+"middenin het bosch met niets om mij heen dan vogels en bloemen en
+boomen en water", maar May zeide: "Ik denk dat je toch wel naar
+Balvourneen terug zoudt verlangen, als je eenmaal in dat kleine huisje
+zat; en wat zou je dan altijd willen eten?"
+
+"Eten! O, daar kon ik wel een weekje buiten!" beweerde Bunny dan en
+Hedwig hoorde het haar zeggen en dacht aan het schrale voedsel op Hill
+House!
+
+Zij voelde zich spoedig thuis op Balvourneen en met de kinderen, doch
+van de ouders bemerkte zij al heel weinig. Er gingen weken voorbij dat
+zij hen alleen de korte poos aan het ontbijt sprak en de regeling der
+lessen en der vrije uren werd nagenoeg geheel aan haar overgelaten.
+Slechts een enkele maal kwam Mrs. Balvourneen eens de leerkamer in, om
+dan haastig een paar opmerkingen te maken of lievigheidjes tegen de
+kinderen te zeggen en hun te vragen of alles wezenlijk ging, zooals
+_zij_ het prettig vonden. Bunny riep dan geregeld: "Natuurlijk moeder,
+Maddy is een snoes!" en May herhaalde met vuur: "Ja, een echte snoes!"
+alleen het driftkopje Nesta, die volstrekt niet vond dat alles naar haar
+wensch ging, hield zich nukkig stil, wat haar moeder echter, in het
+begin althans, niet opmerkte.
+
+Een groot genot was voor de kinderen en ook voor Bridget, het
+verteluurtje Zaterdagsavonds, als allen, ook Boy, wat later op mochten
+blijven en Hedwig verhalen deed over Duitschland en over Claerchen. Ook
+van Tieka von Zerclaere vertelde zij nu en dan en Nesta kroop altijd
+dichterbij, als er van Tieka's poppenkamer en de verzameling
+kinderportretjes sprake was.
+
+Soms mochten de kinderen zelf ook vertellen, wat zij dolgraag deden,
+Bunny vooral, wier fantasie onuitputtelijk was. Boy's verhalen waren
+altijd heel kort; gewoonlijk handelden zij over iets lekkers. "Ik
+droomde van nacht dat ik heel alleen in de eetkamer zat en dat John een
+groote taart binnen bracht en dat ik die heel alleen op mocht eten. En
+dat deed ik toen ook en ik werd heelemaal niet ziek en ik had er juist
+erg graag nog eentje gehad!"
+
+Nesta, die haar moeders lieveling was, vertelde graag--en het trof
+Hedwig pijnlijk--van een gezonde moeder, die heel veel met hare kinderen
+speelde en zong en wandelde en toch nooit vermoeid was en May deed met
+haar zachte, heldere stem verhalen van wit-rose wonderlelies, die in
+koude landen 's winters tusschen de sneeuw bloeiden en van een witten
+meidoornstruik, heel diep in het bosch, die veel langer bloeide dan
+andere meidoorns en nooit omgehakt mocht worden, omdat de fee, die erin
+woonde dan boos zou worden en ver weg trekken naar andere landen.
+Bridget vertelde iederen keer weer van een bizonder vadzig Iertje, dat
+zelfs te lui was om te eten, want hij vond het veel te veel moeite zijn
+hand naar den mond te brengen. Zijne vrouw, die ook wel een beter
+huwelijk had kunnen doen, moest hem altijd voeren, terwijl hij languit
+in het gras lag!
+
+Als het vertellen gedaan was, ging Hedwig aan de piano zitten en speelde
+danswijsjes. Dan huppelden de kinderen er lustig op los en tot slot werd
+dikwijls, op algemeen verzoek en met groote geestdrift, het geliefde
+Iersche lied van Moore gezongen: "_Let Erin remember the days of
+old_...."
+
+Dan kwamen soms Mr. en Mrs. Balvourneen zachtjes binnen om te luisteren
+naar de zeer welluidende kinderstemmen en ook Hedwig vond dit een
+aantrekkelijk oogenblik.
+
+Het was op een regenachtigen Zaterdagavond,--over de witte huizen en de
+baai van Glengariff lag een waas van somberheid--dat Bunny met
+verschrikte oogen de kinderkamer kwam binnensnellen. Zij was de
+beukenheg voorbijgegaan bij het kleine meertje in het park en de
+bladeren ritselden zoo geheimzinnig, er was daar zeker een bijeenkomst
+van _leprechauns_[12] van avond en o....
+
+Maar Hedwig nam een schrift op en liet de bladen ervan om Bunny's ooren
+waaien. "Dit geluid was het zeker, he?" riep ze. "En heeft het je zoo
+bang gemaakt dat je geen trek meer hebt in thee? Arme Bunny! Wie heeft
+er wel trek? De thee is klaar."
+
+Bunny keek een beetje boos. "Waarom mag ik niet verder vertellen?" vroeg
+ze.
+
+
+
+"Omdat wij nu eerst thee gaan drinken," zei Hedwig, die Nesta bleek en
+Boy's oogen wat angstig had zien worden. "Straks moog je vertellen, na
+de thee, op het gewone uurtje."
+
+"Ja, ja, op het gewone uurtje," riep May, stoelen aan de tafel
+schuivend. "Laten wij maar gauw gaan zitten, dan zijn we des te eerder
+klaar. Ik ben toch zoo nieuwsgierig...."
+
+"Ik ook! Ik ook!" riepen nu Nesta en Boy als uit een mond, maar nu hield
+Bunny zich stil. Het was duidelijk dat zij over iets zat na te denken en
+nog was de maaltijd niet geheel afgeloopen, toen zij opsprong en de
+kamer uitsnelde. "Maar Bunny, Bunny!" riepen Hedwig en Bridget haar na.
+"Ja, ja, ik kom dadelijk weer om te vertellen," riep zij terug. "Wacht
+maar even."
+
+"Dat doet zij nu weer _alleen_ om ons nieuwsgierig te maken," zei Nesta
+vertrouwelijk en als dat zoo was, bereikte Bunny zeker haar doel, want
+het duurde zoo lang eer zij terug kwam, dat Hedwig ongerust werd en
+opstond om haar te gaan zoeken.
+
+Maar juist wilde zij de kamer verlaten, toen er hard op de deur werd
+geklopt, Bruce hevig begon te blaffen, allen opsprongen en....
+
+Wat voor wonderlijk wezen kwam daar binnen? Nesta greep Hedwig's hand en
+Boy kreeg een hoogroode kleur en liep dichter naar Bridget toe, maar hij
+stak zijn handen in zijn zakken en ging wijdbeens staan, alsof hij
+zeggen wilde: "Denkt maar niet dat ik bang ben!"
+
+Al strompelend, zwaar leunend op een stokje, kwam nu een oud vrouwtje
+binnen, dat door haar zonderling uiterlijk en vreemd starenden blik, "op
+'t eerste gezicht," zooals May later zeide,--"een echt griezeligen
+indruk maakte." Het vrouwtje droeg boven een zwarten rok een
+vaalgroenen mantel, zooals de Iersche boerinnen die dragen; de kap, die
+met verschoten rood gevoerd was, had zij over het hoofd geslagen,
+terwijl haar voorhoofd bijna geheel bedekt was door een stijf
+vastgeknoopten doek, juist alsof zij aan erge hoofdpijn leed. Onder de
+oogen lagen onnatuurlijk donkere, breede kringen en ... boven de
+bovenlip was een geelwit snorretje te zien, dat sterk aan verkleurd
+poppenhaar deed denken. Het heksje stak den mond ver vooruit, en liep
+zeer gebogen. En met een akelig doffe stem sprak ze:
+
+"Ik heb een lange reis gemaakt. Bij de meren van Killarney ben ik
+geweest; aan den voet van den hoogen berg Carran Tual woon ik. De
+_leprechauns_ hebben mij betooverd! Een schoone, jonge maagd ben ik
+geweest...." hier giegelde May hardop--"nu ben ik een oude, oude
+heks...."
+
+"Kom toch wat dichter bij, heksje," zei Hedwig, haar vriendelijk bij de
+hand nemend en het heksje liet zich in den kring leiden, maar begon,
+toen men al meer en meer om haar heen drong om haar goed te bekijken,
+zulke afschuwelijke geluiden te maken dat May oneerbiedig uitriep:
+
+"O Bunny, houd toch op!"
+
+Allen lachten, doch nu keek het heksje zeer toornig, hare groene oogen
+flikkerden en met haar stok op den grond stampend, riep zij uit:
+
+"Past op! Past op! Neemt u allen in acht of ik zend u naar de
+_leprechauns_!"
+
+"De _leprechauns_? Wat zijn dat toch voor dingen?" vroeg Hedwig en de
+heks hief dreigend haar stok op en zei verontwaardigd:
+
+"Dingen! Durft gij het wagen de geduchte _leprechauns_ _dingen_ te
+noemen? Hoor, gij lichtzinnige Germaansche en gij, kinderen van het
+groene Erin, hoort, hoe ik in mijne _Geschiedenis der Leprechauns_, deze
+machtige berggeesten beschreven heb ... maar geeft mij dan eerst een
+stoel, want mijne stramme leden worden moe."
+
+"O, hoor Bunny eens! Haar stramme leden!" riep Nesta, maar Boy zette
+vlug een stoel bij het bestje neer en vroeg:
+
+"En toen ... en toen?"
+
+"Boy moet eigenlijk naar bed," zei Bridget.
+
+"Laat deze zoon van Erin eerst nog een oogenblik naar mij luisteren,"
+zei het oudje. En op plechtigen toon vervolgde ze:
+
+"De _leprechauns_ zien er uit als allerverschrikkelijkst leelijke,
+verschrompelde oude dwergen met heel groote neuzen en kleine, valsche,
+gniepige oogen, die altijd schuin staan. Niettegenstaande hunne nietige
+gestalten zijn de _leprechauns_ al uit de verte te herkennen aan de
+roode buisjes, waarbij zij altijd kuitenbroeken en lage schoenen met
+gespen dragen en aan de puntmutsen, waarmee zij hun borstelig haar
+bedekken. De _leprechauns_ wonen in de bergen en in groote, holle boomen
+en als de maan heel helder schijnt, vertoonen zij zich in hunne
+Zondagskleeren--groene jagerbuizen en roode mutsen--en dansen, dansen,
+dansen uren lang, tot het ochtendlicht begint te schijnen. Hunne groote
+kracht ligt in die kleine, valsche, gniepige oogen"--hier kneep het
+oudje de hare bijna geheel dicht en zette zoo'n dwaas gezicht dat allen
+in lachen uitbarstten--"waarmee zij iemand betooveren kunnen, zooals ik
+helaas betooverd ben! Maar wie de kracht bezit een _leprechaun_ strak
+aan te kijken, twee minuten lang, zonder met zijn oogen te knippen of
+ook maar een vin te verroeren, die komt niet onder de betoovering en
+kan zakken vol goud van hem los krijgen, zooveel als hij er maar wenscht
+te bezitten! Twee heele minuten doodstil te blijven staan, is echter een
+verbazende toer en--als men maar even met de oogen knipt, of ook maar
+het puntje van zijn pink beweegt, is het mis en verdwijnt de
+_leprechaun_, zonder een enkel korreltje goud achter te laten...."
+
+"En nu moeten Nesta en Boy ook verdwijnen," zei Bridget. "Het is al zoo
+laat; ik durf niet eens te zeggen hoe laat!"
+
+"Och, ik ben nog niets slaperig," zei Boy, zijne oogen heel groot
+makend.
+
+"Wacht, ik ga mee je naar bed brengen," riep Bunny met haar gewone stem
+en nu riepen Boy en Nesta te gelijk uit: "Ja, ja, ja! Ga maar gauw mee,
+heksje!" En het heksje liep mee, vroolijk met haar stok zwaaiend en
+zingend dat de _leprechauns_ het van avond maar zonder haar moesten
+stellen, er mocht dan van komen wat er wilde!
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+Nesta's Drift.
+
+
+"Neen moeder, kennissen heb ik hier niet gemaakt," schreef Hedwig in
+antwoord op een vraag van haar moeder, "maar dat gaat ook zoo
+gemakkelijk niet, omdat wij vrij eenzaam wonen, nog een heel eindje van
+Glengariff af en de vrienden van Mr. en Mrs. Balvourneen kunnen
+moeielijk ook de mijne wezen, want die ontmoet ik heel zelden, al hoor
+en zie ik nogal eens fraaie equipages naar ons kasteel rijden; er komt
+veel bezoek. De kinderen zijn bijna altijd bij Bridget en mij, een heel
+enkele maal mogen zij eens beneden eten en dan doe ik dat ook, maar dan
+zijn er geen gasten. Ik heb heusch geen conversatie noodig, moedertje;
+er is afwisseling genoeg in mijn leven! Het is zoo iets anders dan op
+Hill House en het is hier zoo prachtig mooi en zoo vol bloemen; soms is
+de temperatuur mij wel eens wat al te zoel, niet "stevig" genoeg, maar
+er moet wat wezen! Wat zal ik u een massa te vertellen hebben, als ik
+met Kerstmis thuis kom, want komen doe ik nu _zeker_! Ik verdien nu zoo
+flink en Mrs. Balvourneen wil mij veertien dagen geven; heerlijk, he?
+Hoe aardig dat Mrs. Rowley toch nog bij u geweest is; wel jammer dat het
+bezoek maar zoo kort kon zijn en dat zij nu naar Italie is met hare
+kleine neefjes. Zoo ver weg; was ze maar naar Ierland gereisd!
+
+Ik wou dat ik Claerchen en u mijn troepje eens kon laten zien! Zulke
+levendige kinderen zijn het, vol grappen en pret en toch ook, als het
+zijn moet, ernstig; dat ondervind ik telkens, als ik Bijbelsche
+geschiedenis met hen behandel. Dan kunnen zij zulke aardige vragen doen
+en zulke onverwachte opmerkingen maken. Nesta, de eenige met wie ik wel
+eens last heb, want zij is en blijft een geducht driftkopje, zei laatst,
+toen wij het over Ezau hadden: "Als die ook maar eerst tot twintig
+geteld had, voordat hij zoo riep dat hij van dat "roode daar" wou
+hebben, dan zou het vrij wat beter met hem gegaan zijn!" Ik had haar
+eens, toen zij een erg booze bui had gehad, geraden om toch altijd
+dadelijk even tot twintig te tellen, als ze driftig werd. Nesta is geen
+gemakkelijk kind.
+
+Ik geloof haast dat May mijn lieveling is. Dat schepseltje is altijd
+even zonnig en hartelijk en vol bewondering voor de anderen, terwijl zij
+zelf toch ook wel degelijk begaafd is. Het is een genot om in de kerk
+naast haar te zitten, want zij heeft een allerliefste stem en zingt heel
+mooi. Ook _fluit_ zij mooi! Nu zie ik u verbaasde oogen opzetten, maar
+de meisjes hebben mij verteld en ook Mrs. Balvourneen sprak er laatst
+over dat mooi fluiten hier tegenwoordig even hooge kunst wordt geacht
+als mooi zingen. En waarom ook niet?
+
+Al de kinderen, ook Boy met zijn grove, diepe stem, zingen goed. Morgen
+zullen zij alle vier druk in de weer zijn om varens en wilde bloemen te
+plukken, want Mrs. Balvourneen is over een paar dagen jarig en de
+kinderen en ik zullen dan vroeg opstaan om de ontbijtkamer een
+feestelijk aanzien te geven. De kinderen krijgen dien geheelen dag
+vacantie...."
+
+Den dag voor den verjaardag was Boy, wat bijna nooit gebeurde, uit zijn
+humeur. Zij waren allen samen naar een prachtigen waterval gewandeld,
+waarbij een bizonder sierlijk soort varens groeide en Boy had druk en
+vroolijk meegeplukt, maar op de wandeling terug werd hij pruilerig. Hij
+duwde zelfs Bruce, die telkens bij hem opsprong, ongeduldig op zijde en
+riep tot vervelens toe: "Boy _wil_ niet! Boy _wil_ knorrig wezen!" toen
+Hedwig trachtte hem wat op te vroolijken. Bridget en zij keken elkander
+eens aan; het kereltje was zeker moe, de tocht was te ver voor hem
+geweest. Hedwig vond dit echter geen reden waarom hij den geheelen weg
+over behoefde te loopen zeuren en toen hij niet ophield en al maar op
+een dreun met een treurig doffe stem bleef drenzen dat hij zoo moe was,
+zoo moe, riep Hedwig opeens: "Weet je wat?" Boy hield onmiddellijk op
+met schreien en keek haar aan; zijn belangstelling was gewekt. "Weet je
+wat?" herhaalde Hedwig: "Als jij zoo moe bent, ga daar dan maar een
+beetje zitten op dat heuveltje en dan zal _ik_ wel voor je schreien!
+Kijk maar, ik kan het heel goed."
+
+Zij trok de neusvleugels samen en fronste de wenkbrauwen, daarbij zulke
+dwaze gezichten trekkend dat uit Boy's blauwe oogen plotseling alle
+droefheid verdween en hij door zijn tranen heen prettig begon te lachen.
+
+"Ziezoo," zei May nu, "als Boy geen muziek meer maakt, dan mag ik het
+nu wel eens een beetje doen, niet waar Maddy?"
+
+Zij wachte het verlof niet af, maar spitste hare lippen en floot een
+opwekkenden marsch, haar lievelingsdeuntje.
+
+Onwillekeurig ging het loopen nu bij allen vlugger, ook Boy's korte
+beenen stapten dapper mee en hij schaterde het uit van plezier, toen May
+hem, even voordat zij thuis waren, in de hoogte tilde en "een moedigen,
+kleinen soldaat" noemde.
+
+Den volgenden morgen vroeg droomde Hedwig dat zij de gast was van Miss
+Wells, de directrice van Hill House en zich met deze vermaken moest met
+bellen blazen. Miss Wells blies haar daarbij onophoudelijk groote bellen
+tegen het voorhoofd en giegelde op hoogst onaangename wijze, als zij het
+vocht ongeduldig weg wreef. Eindelijk ging het giegelen over in fluiten
+en nu begon Miss Wells met een zeer ongewonen, mooien klank in haar stem
+het lievelingswijsje van May te fluiten.... Hedwig staarde haar verbaasd
+aan, voelde toen weer een zeepbel op haar voorhoofd uiteen spatten en
+... werd wakker.
+
+Daar zag zij May en Bunny reeds geheel gekleed naast haar bed staan,
+Bunny zoowaar met een bloemenspuitje vol water in de hand!
+
+"Maar kinderen...."
+
+"Maar Maddy, het is hoog tijd om op te staan en wij vonden dit de
+lieflijkste manier om u te wekken."
+
+"In 't vervolg doe ik mijn deur op slot," zei Hedwig lachend. "Het is
+wat moois iemand zulke rare droomen te bezorgen! En, daar komt waarlijk
+nog al iemand binnen."
+
+Die "iemand" was Bruce, die met groote bedaardheid naar het ledikant
+toe wandelde, zijn voorpooten op den rand zette en met den staart
+kwispelend, vragend van Hedwig naar de meisjes en van de meisjes naar
+Hedwig keek.
+
+"Kom hier Bruce, beste hond," zei Bunny. "Je krijgt vandaag een extra
+biscuit, omdat de vrouw jarig is. Hier!"
+
+Zij haalde een biscuit uit haar zak en hield het hem voor.
+
+"Pas op, je weet wel," hernam zij gebiedend. "Laat Maddy eens kijken hoe
+verstandig je bent!"
+
+Nu ging Hedwig opzitten in bed en Bunny hurkte bij den geduldigen hond
+neder, liet hem zijn linkerpoot op haar schoot leggen, legde op den poot
+de lekkernij en hield haar vinger in de hoogte.
+
+"Pas op! Niet opeten voordat ik zeg dat het mag!"
+
+Bruce zat heel stil, met zijn rechterpoot stijf op den grond geplant en
+zijn staart bewegingloos. Hij boog den mooien kop voorover en er lag
+droefheid in zijne houding, als wilde hij zeggen: "Och, waarom stel je
+mijn geduld nu zoo lang op de proef? Wat beteekent dat nu eigenlijk?"
+
+"Toe, geef het hem nu!" zei May.
+
+"Opeten!" riep Bunny en met een flinken hap had Bruce de versnapering
+verorberd.
+
+"Nu mag hij mee naar beneden," zei Bunny. "Maak maar gauw voort, Maddy;
+Bridget kleedt de kleintjes al aan. Wij moeten terstond met het
+versieren beginnen."
+
+"Tijd genoeg ten minste," dacht Hedwig en het bleek dat zij gelijk had,
+want de ontbijttafel, de spiegel en de schoorsteen, al de etageres en
+kleine tafeltjes, waarop of waarom maar varens en bloemen konden worden
+gezet of klimop geslingerd, waren van groen voorzien, meer dan een uur
+voordat Mrs. Balvourneen binnen kon komen. Toen zij verscheen, heden
+gelijktijdig met den heer des huizes, was de vreugde dan ook heel groot.
+Zij zag er veel opgewekter uit dan gewoonlijk, was hartelijk voor de
+kinderen, bewonderde de versiering en sprak Hedwig vriendelijk toe over
+de moeite, die zij zich had willen getroosten. Nesta en Boy mochten
+naast haar zitten en Nesta's gezichtje straalde van blijdschap. Het
+liefst zou zij den geheelen dag bij haar moeder gebleven zijn, maar daar
+was geen denken aan. Er zou buitengewoon veel bezoek komen en 's avonds
+zou er een groot diner worden gegeven, wat Mrs. Balvourneen heerlijk
+vond. De kinderen mochten dan aan het dessert beneden komen en lang
+blijven, beloofde zij.
+
+"Hoera!" riep Boy, terwijl hij zijn stem zooveel mogelijk uitzette en
+zijn best deed een onderkin te zetten en "hoera!" riepen Nesta en de
+oudere zusjes, toen zij met Hedwig de kamer verlieten om allen "precies
+te gaan doen, waarin zij lust hadden";--maar luider nog klonk het
+"hoera!" 's avonds, toen eindelijk het lang verbeide oogenblik daar was
+en de boodschap boven kwam, of _Mademoiselle_ nu met de vier kinderen
+beneden wilde komen.
+
+De meisjes zagen er allerliefst uit, geheel in 't wit en ieder met een
+toefje heliotropen, de lievelingsbloem van Mrs. Balvourneen, in het
+borduursel van hare breede kragen. Boy had ook een wit pak aan en zoo'n
+grooten ruiker tusschen zijn das gestoken dat allen er om lachen
+moesten. Toch wilde hij er de bloemen alle in houden. "Dat vindt moeder
+prettig," beweerde hij. "En Boy ook, geloof ik," zei Hedwig en Boy
+knikte maar eens even, heel genadig; hij vond het onnoodig verder over
+de zaak te spreken.
+
+Hedwig had zich ook netjes gemaakt in wit mousseline met een lichtblauw
+streepje. "_You look awfully pretty_," zei Bunny met groote
+openhartigheid en Hedwig lachte. Jong meisje als zij was, beviel het
+komplimentje haar toch nogal. Zij vond het dwaas van zichzelf, maar zij
+was bepaald wat opgewonden over dien gewichtigen tocht naar beneden. Het
+zou zoo aardig wezen ook eens iemand te spreken, al was het maar voor
+een oogenblikje en later alles van dezen avond naar huis te schrijven.
+Bunny had gelijk, zij was werkelijk "_pretty_" nu; het was of het mooie,
+blonde haar en het echt jonge in de heldere, grijze oogen meer tot hun
+recht kwamen, nu zij zich eens naar haar leeftijd had gekleed.
+
+"Gunst, Maddy heeft nog geen heliotropen aan," riep Nesta uit, een paar
+bloemen uit het glas nemend. "Neen, ik draag geen bloemen," zei Hedwig,
+haar afwerend, maar de meisjes drongen zoo sterk aan en maakten het
+ruikertje zoo handig vast tusschen de kant van haar lijfje, dat zij het
+maar rustig liet waar het was en opgewekt met de kinderen naar de groote
+eetzaal toeliep, die alleen bij bizondere gelegenheden werd gebruikt.
+
+Verlegenheid kende zij over het algemeen nauwelijks; toen zij echter met
+de vier kinderen om zich heen bij den ingang van de eetzaal stond,
+plotseling tegenover een veertig- of vijftigtal menschen, die een voor
+een opzagen en naar haar keken, verloor zij toch een oogenblik hare
+tegenwoordigheid van geest. De kinderen werden dadelijk door kennissen
+geroepen en snelden heen en zij bleef alleen staan, niet recht wetend
+wat zij doen zou. Terstond sprong een der jongere heeren op om haar een
+stoel aan te bieden, maar Mr. Balvourneen, die dicht in de buurt zat,
+legde de hand op zijn arm en zeide, duidelijk verstaanbaar voor Hedwig:
+
+"Och, doe geen moeite, het is onze gouvernante maar!"
+
+De jonge man ging een weinig verlegen weer zitten en Hedwig beet zich op
+de lippen. Het was haar juist alsof iemand haar een slag in het gezicht
+had gegeven, maar zij moest hare kalmte geen oogenblik verliezen en geen
+woord zeggen, dat besefte zij zeer goed. "De gouvernante maar, de
+gouvernante maar!" klonk het na in hare ooren, terwijl zij zeer rechtop
+en schijnbaar heel bedaard, de rijen gasten langs liep naar Boy toe. Hij
+zou haar hulp noodig kunnen hebben, dacht ze, en zij moest toch iets
+doen en _ergens_ zitten, al was ze maar de gouvernante! Een opwelling
+gehoor gevend, bracht zij haar hand aan de heliotropen in de kant van
+haar japon. Ze wou die niet meer dragen, zij was immers toch volstrekt
+geen lid van het gezin ... maar ze liet de hand weer zakken; zij had de
+bloemen immers alleen aangestoken, omdat de kinderen het graag wilden.
+Kom, ze moest zich flink houden en zich niet zoo gauw in haar eer getast
+rekenen, maar ze zou hierover niet naar huis schrijven, dat wist zij
+heel zeker!
+
+Het was of de woorden van Mr. Balvourneen over gansch de met bloemen en
+kristal getooide tafel door al de rijk-gekleede heeren en dames waren
+verstaan, zoo duidelijk toonde ieder thans te weten, dat het moedige,
+jonge meisje, dat met zoo'n rustige houding de lange eetzaal doorliep,
+de gouvernante der kinderen was. Slechts enkelen keerden even het hoofd
+om om naar haar te kijken, de meesten bleven doorpraten en letten ter
+nauwernood op haar; bij uitzondering knikte nu en dan een dame haar
+flauwtjes toe, doch niemand sprak haar aan of verzocht haar ergens een
+plaatsje uit te zoeken. Zij was blij dat Boy, toen hij haar zag
+aankomen, luid riep: "Maddy, Maddy, kom hier bij mij, niet bij Nesta!"
+Ze kon nu ten minste zijn stoel met hem deelen en stil blijven waar ze
+was.
+
+Boy liet haar van alles kijken en proeven en strooide suikertjes voor
+haar neer, alsof het zoo maar niets was. De twee jonge dames, tusschen
+wie hij zat, hadden er plezier in; zij zagen er vriendelijk uit en juist
+wilde Hedwig iets zeggen, toen een langgerekt: "Sst! Stil nu!" zich
+langs de tafel hooren liet en eindelijk allen zwegen.
+
+Hedwig zag nu dat May, die zij uit het oog verloren had en die zich heel
+aan het andere einde der zaal bevond, op was gestaan. "Kom naast mij,
+kind," zei haar moeder, wie het aan te zien was dat zij trotsch was op
+het viertal, dat hedenavond zoo'n bizonder goeden indruk maakte,
+trotscher zeker ook wel dan op de schitterende juweelen, die aan haar
+hals prijkten. "Kom naast mij, dan kan iedereen je goed hooren."
+
+"Wat gaat er gebeuren, wat zal May doen?" werd er in Hedwig's buurt
+gevraagd. "Zingen misschien?"
+
+"Dat zou aardig zijn, ze heeft een heel mooie stem, maar misschien durft
+ze niet recht; het is nogal geen kleinigheid voor zoo'n uitgelezen
+publiek te zingen," was het lachend antwoord.
+
+"Zwijgen, als 't je blieft," klonk het nog eens.
+
+Weer was er een algemeene stilte, die verbroken werd door de stem van
+Mr. Balvourneen. "Allereerst wou ik even zeggen," zei hij, "dat
+verscheidene gasten hier in mijn buurt den wensch te kennen hebben
+gegeven naar een lied, ter afwisseling van het aangename discours hier
+aan tafel. Mijn oudste dochtertje wil gaarne aan dien wensch te gemoet
+komen, maar ... zou ik de onbescheiden vraag mogen doen of er wellicht
+onder onze jonge dames zijn, die ook zingen kunnen en zich geroepen
+voelen zich te laten hooren?"
+
+"Ja, o ja!" "Die en die en die!" "Ik wil ook wel!" werd er geroepen en
+Mr. Balvourneen glimlachte. "Heel goed," hernam hij, "als er zooveel
+krachten zijn, moest er dan, dunkt me, eens een wedstrijd in het zingen
+worden gehouden tusschen May en die jonge dames, die lust hebben aan den
+wedstrijd deel te nemen."
+
+"Ja, ja, ja! Prachtig!" riep men weer.
+
+"Dan stel ik voor dat zij, die ons door haar zang en door de keuze van
+haar lied het diepst weet te treffen, dit tot belooning zal krijgen.
+Godsdienstige liederen zou ik thans buiten willen sluiten...." En hij
+nam een fraaie, kristallen bloemvaas op, die met roode anjelieren gevuld
+was.
+
+"_Splendid!_" "_Lovely!_" "_How very nice!_" klonk het opgewonden en men
+klapte in de handen en lachte en had plezier en Hedwig vergat hare
+grieven en lachte van harte mee.
+
+Het bleek dat er, behalve May, nog zes jonge meisjes waren, die aan den
+wedstrijd wenschten deel te nemen en allen moesten zich nu naar het eind
+der zaal begeven en bij de palmen gaan staan tegenover de eettafel;
+ieder zou zich dan van de rij af op haar beurt laten hooren. May vond
+het een eer zich met zooveel oudere meisjes te mogen meten en toen zij
+van uit de verte Hedwig ontdekte, wuifde zij haar eenige malen hartelijk
+toe. Hedwig wuifde terug, doch keek verrast om, toen zij de hand van
+Bunny op haar schouder voelde.
+
+"Maddy," zei ze opgewonden, "als May het nu toch eens won, wat zou dat
+vreeselijk aardig zijn! Als zij zich maar goed kan houden en niet lachen
+moet; _ik_ zou zoo verschrikkelijk moeten lachen! Ik kan mij nu al niet
+inhouden; ik kruip maar achter u weg, anders ziet May mij nog en dan
+breng ik haar misschien in de war! Zij zal wel 't allerlaatst moeten
+zingen; wat een toer om eerst naar al die anderen te moeten luisteren!"
+
+May scheen het echter volstrekt geen "toer" te vinden; zij vond zingen
+en ook luisteren naar zang, altijd een genot en zij stond rustig naast
+de zes jonge dames haar beurt af te wachten met een uitdrukking van
+innig welbehagen in hare blauwe oogen.
+
+Alle gasten keken thans in een richting naar de plek, waar de meisjes
+stonden en nagenoeg alle gezichten glimlachten, zoodat het voor de
+zangeressen zelf niet gemakkelijk was ernstig te blijven, wat toch
+noodzakelijk was bij het bedenken van een lied, dat de harten in
+ontroering moest brengen. Men zette zich tot luisteren, toen, op een
+teeken van Mr. Balvourneen, nummer een begon te zingen, maar nauwelijks
+had zij een paar noten doen hooren, of zij sloeg de handen voor het
+gezicht en barstte in lachen uit. Al die vroolijke, nieuwsgierige oogen
+voor haar werkten al te zeer op hare lachspieren en met een zucht moest
+zij eindelijk tot de bekentenis komen dat zij werkelijk van avond niet
+goed zingen kon. De lachmanie werkte, zooals het doorgaans gaat,
+aanstekelijk en nummer twee en drie brachten het er niet veel beter af.
+De anderen hadden meer weerstandsvermogen en zongen haar lied eenvoudig
+en zeer zuiver; Hedwig genoot terwijl zij luisterde en ook de gasten
+waren blijkbaar getroffen, maar van diepe ontroering was weinig te
+bespeuren.
+
+"Nu is het May's beurt! O, ik stop mijn zakdoek in den mond,"
+fluisterde Bunny, nog steeds achter Hedwig verscholen. "Ik geef geen
+kik!"
+
+May toonde echter geen de minste zenuwachtigheid. Met een tevreden trek
+op haar lief gezicht, stond zij, geheel een kind nog, thans alleen voor
+de palmen en begon, met het donkere hoofdje een weinig naar voren
+gebogen, zacht te zingen.
+
+Een, volgens Bunny "allerakeligste" jonge man had de lafheid zijn
+buurvrouw een flauwe aardigheid in te fluisteren, die haar hoorbaar
+giegelen deed, maar ook dit geluid verflauwde, langzamerhand gleed de
+lach van de gezichten weg en luisterden allen met ontroering naar de
+schoone melodie van het lied, dat wel door weinig Ieren gevoelloos kan
+worden aangehoord, het lied van Thomas Moore, ook aan Hedwig nu reeds
+zoo vertrouwd: "_Let Erin remember the days of old._"
+
+Toen May zweeg, bleef het eerst heel stil. Eindelijk trok haar vader
+haar naar zich toe en nooit nog had Hedwig hem zoo aantrekkelijk
+gevonden als op het oogenblik dat hij met een paar woorden, alleen voor
+zijn kind verstaanbaar, haar de kostbare vaas in handen gaf.
+
+Het was goed van hem gezien dat hij haar en de drie andere kinderen
+dadelijk daarop naar boven terug zond, en tot Hedwig's groote vreugde
+gingen allen gewillig mee. Het was trouwens ook al heel laat geworden en
+het afscheid nemen van de gasten, die over 't algemeen zeer warm waren
+in hunne betooningen van hartelijkheid, moest haastig gaan. Op Hedwig
+zelf werd even weinig acht geslagen als in het begin en toen zij later
+in de stilte van haar kamer met den kop van den trouwen Bruce tegen haar
+knie, nadacht over de ondervindingen van dien dag, moest het haar even
+van de lippen: "Al was er nu maar een, een geweest, die mij een hand
+gegeven had en eens gevraagd had, hoe het mij beviel hier in dit vreemde
+land, zoo ver van huis!"
+
+Bruce hief zijn kop op en keek haar met vragende oogen aan. Zij had
+hardop gesproken, dat moest toch wel tot hem geweest zijn, meende hij.
+
+"Ja Bruce," zei ze, zijn kop tusschen hare handen nemend, "ik ben en
+blijf een echt dom, sentimenteel Duitsch juffertje, maar het zal anders
+worden, dat beloof ik je. Het moet er _uit_, die overgevoeligheid!"
+
+Zij keek hem half lachend, half weemoedig aan en Bruce blafte een paar
+malen bescheiden om zijn sympathie te toonen. Wat kon hij beter doen?
+
+Den volgenden dag, toen de kinderen aan het spelen waren en Hedwig een
+oogenblik alleen op de leerkamer was, kwam Mrs. Balvourneen bij haar. De
+prettige, geanimeerde uitdrukking van gisteren was van haar gelaat
+verdwenen en had plaats gemaakt voor den hooghartigen trek, dien Hedwig
+maar al te goed kende.
+
+"Het was niet heel amusant voor u gisteravond, geloof ik," zei ze met de
+zeurderige stem, die er op aangelegd scheen iemand prikkelbaar te maken.
+
+Onwillekeurig antwoordde Hedwig dan ook driftiger dan zij eigenlijk
+wilde:
+
+"Amusant? O neen, en ... en ... ik hoop dat u mij veroorloven zult in
+het vervolg boven te blijven bij dergelijke gelegenheden."
+
+"Natuurlijk," en Mrs. Balvourneen glimlachte spottend; blijkbaar vond
+zij het ongerijmd dat Hedwig zich zoo opwond. Zij wachtte even, toen zei
+ze:
+
+"U zult er toch zeker wel niet op tegen hebben aanstaanden Zaterdag met
+May en Nesta en mij naar Kenmare te rijden? Ik moet daar een bezoek
+afleggen en wil de twee meisjes gaarne mee nemen; de vorige maal zijn
+Kathleen en Gerald mee geweest." (Als Mrs. Balvourneen in een bizonder
+deftige stemming was, sprak ze nooit over Bunny en Boy, maar steeds over
+Kathleen en Gerald.)
+
+"Nu ik weet," vervolgde ze, "dat u er niet van houdt menschen te
+zien,"--Hedwig trok de wenkbrauwen op; dat had zij niet gezegd!--"sta ik
+u natuurlijk gaarne toe in het rijtuig te blijven, terwijl wij ons
+bezoek maken. Ik ben er echter op gesteld dat u mee gaat."
+
+Hedwig haastte zich te zeggen dat zij hiertoe natuurlijk ten volle
+bereid was, maar den Zaterdagmiddag daarop was zij zeer geneigd hare
+woorden weer in te trekken. Want Nesta was toen zoo onhandelbaar dat er
+letterlijk niets met haar was te beginnen en Bridget, die haar netjes
+kleeden moest en door het ondeugende kind de eene jurk na de andere uit
+de handen werd gerukt, geen raad meer wist en met een hoogroode kleur
+bij Hedwig kwam om hulp. Met vereende krachten kregen zij haar eindelijk
+klaar, nog maar net bijtijds, want Mrs. Balvourneen zat reeds met May
+naast zich in 't rijtuig en begon ongeduldig te worden.
+
+"_Ik_ wil naast moeder zitten!" riep Nesta, toen zij goed en wel naast
+Hedwig in het rijtuig zat en dit op het punt was om weg te rijden.
+
+"Neen, neen, dat kan nu niet meer, mijn schat, het blijft nu zooals het
+is. Op den terugweg mag mijn kleine Nesta naast mij zitten," zei Mrs.
+Balvourneen.
+
+"Neen, nu, ik wil nu naast u zitten, niet naast Maddy!" riep Nesta heel
+boos. "Ik blijf hier niet zitten, dat wil ik niet!"
+
+Zij stond op en trachtte May van haar plaats te duwen, maar haar moeder
+strekte de hand uit en drukte haar terug.
+
+Buiten zichzelf van drift greep het kind nu den kostbaren kanten mantel
+van haar moeder beet, trok er woest een groote scheur in en riep nog
+eens: "Ik wil naast moeder zitten!"
+
+"O Nesta!" Een oogenblik keek Mrs. Balvourneen zeer ernstig, doch toen
+Nesta de oogen neersloeg, werd zij al heel gauw verteederd en, haar bij
+de hand nemend, vroeg zij wel wat overbodig:
+
+"Wou je dan werkelijk zoo erg graag naast mij zitten?"
+
+"Ja, ja!" snikte Nesta.
+
+Hedwig waagde het op te merken dat het beslist beter zou wezen haar
+thuis te laten.
+
+Mrs. Balvourneen verwaardigde haar echter met geen ander antwoord dan
+met een blik, die duidelijk zeide:
+
+"Ik geloof dat _ik_ hier meesteres ben, niet waar?"
+
+Met de grootste kalmte liet zij een anderen mantel komen. Toen moesten
+de plaatsen worden omgeruild en kreeg Nesta haar zin!
+
+May schoof dicht naar Hedwig toe als om te toonen dat zij het heel
+prettig vond naast haar te mogen zitten en Hedwig glimlachte, maar
+bedacht bij zichzelf dat het werkelijk zeer noodig zou wezen, Nesta voor
+haar ondeugendheid te straffen. Het was jammer dat juist dit driftige,
+moeielijke kind zoo onverstandig werd opgevoed en veel meer verwend werd
+dan de andere.
+
+De rit was verrukkelijk mooi, toch kreeg Hedwig te midden van de bijna
+tropische planten- en bloemenweelde, telkens een verlangen naar vorst en
+sneeuw en rijp en spiegelglad ijs en naar een frisschen, krachtigen
+wind, die langs bladerlooze boomen streek. Want, hoewel het nu October
+was, bloeiden de rozen haast even overvloedig als in den zomer, terwijl
+in de tuinen der villa's camelias en magnolias dikke knoppen vertoonden
+en breede randen donkere en lichte violen mooi tegen het zachtgroene
+gras afstaken.
+
+Nesta hield zich nu heel rustig. Tegen haar moeder aangeleund, keek zij
+met hare donkere oogen oplettend naar alle kanten om zich heen, doch
+vermeed zorgvuldig Hedwig aan te zien, wat Hedwig met vermaak opmerkte.
+Zij had beloofd dien avond allerlei te zullen vertellen van de
+Kerstviering in Duitschland; zij zou er plaatjes bij laten zien en op
+verzoek der kinderen precies beschrijven hoe het er op een Duitsche
+_Weihnachtsmarkt_ uitzag. Ze wilde Nesta nu echter verbieden hierbij
+tegenwoordig te zijn, tenzij zij oprecht berouw toonde over haar
+ondeugendheid van straks. Het kind _moest_ leeren haar drift te
+bedwingen en ... niet altijd haar zin door te willen zetten. Terwijl zij
+daar nu zoo heel stil en tevreden zat met het mooie, blonde haar
+beschenen door de zon en de bevallige kleine gestalte geheel in rust,
+leek zij zoo zachtzinnig en lief mogelijk en Hedwig zuchtte eens even,
+toen zij naar haar keek. Nesta kon bizonder aantrekkelijk zijn--als zij
+wilde! Maar wat moest er van haar groeien, als zij zoo toegegeven werd?
+
+_Zij_ zou althans niet toegevend voor haar wezen, besloot ze.
+
+Verkwikt door den rit en door het prettige bezoek aan het groote
+landhuis, waar May en zij op een aardig torenkamertje hadden mogen
+spelen, terwijl haar moeder deftig beneden haar visite maakte en Hedwig
+in het rijtuig bleef zitten, was Nesta 's avonds weer in het beste
+humeur en gemakkelijk viel het Hedwig niet haar te straffen. Heel
+verwonderd en verschrikt keek het kleine meisje tot haar op, toen zij
+haar apart nam en ernstig onder het oog bracht, dat zij niet bij het
+vertellen wezen mocht, als zij niet eerst heel oprecht had gezegd dat
+zij spijt had over haar driftbui van dien middag. Plotseling rukte zij
+zich los, zei boos: "Dat doe ik toch niet!" en liep heel bleek de kamer
+uit. Bunny vroeg met zeer levendige belangstelling wat er toch aan de
+hand was, maar May, die wel begreep wat Hedwig gezegd moest hebben, zei
+zacht: "Vraag er maar niet naar, Maddy vindt het zoo jammer en ...
+misschien komt Nesta wel gauw terug."
+
+Het laatste kwam er aarzelend uit, May twijfelde zelf aan de waarheid
+van haar woorden en te recht, want Nesta liet zich niet weer zien,
+voordat het tijd was om te zingen en Hedwig een paar akkoorden
+aangeslagen had op de piano. Toen kwam zij met een strak gezicht binnen,
+ging naast Boy staan en zong mee, maar van harte ging het niet en haar
+"goeden nacht" klonk later zeer koel, heel anders dan gewoonlijk.
+
+Een paar malen sloop Hedwig dien avond naar Nesta's kamertje om aan de
+deur te luisteren of zij haar misschien ook riep, doch alles bleef stil;
+Nesta was blijkbaar heel gewoon gaan slapen.
+
+Er gingen twee, drie, vier dagen op deze wijze voorbij en Hedwig begon
+te vreezen dat de straf den volgenden Zaterdag zou moeten worden
+herhaald. Doch Donderdagsavonds, toen zij op haar kamer zat te schrijven
+met Bruce, die haar trouwe vriend was geworden, tot gezelschap, stond
+opeens een kleine gedaante in 't wit naast haar. "Het spijt me zoo
+vreeselijk," klonk een zachte stem, twee donkere oogen werden smeekend
+tot haar opgeheven en er kwam een wonderlijk gevoel van geluk in
+Hedwig's hart, een onuitsprekelijke blijdschap omdat het kind werkelijk
+zichzelf overwonnen had en naar haar toe gekomen was.
+
+Zij zeide niet veel, een paar hartelijke woorden maar en Nesta slaakte
+een zucht van innige verlichting en liet een kort, zenuwachtig lachje
+hooren, toen ze den staart van Bruce tegen haar bloote beenen voelde
+tikken. "Ja zeker, Bruce hoort er ook bij," zei Hedwig en ze hurkte bij
+den hond neer en stond Nesta toe hem een biscuit te geven, iets dat
+Bruce op dit ongewone uur een heel eigenaardig en verblijdend
+verschijnsel vond.
+
+Ook aan haar moeder zei Nesta uit eigen beweging dat het haar erg speet
+dat zij den mooien mantel bedorven had, "omdat ik zoo driftig was,"
+voegde zij er fluisterend bij, maar Mrs. Balvourneen lachte en gaf haar
+_bonbons_. "Daar denken wij maar niet meer aan," zei ze, "ik heb mantels
+genoeg, kind. Kijk maar gauw weer vroolijk!" En haar dochtertje voelde
+wel dat zij er niet zoo tegenop had behoeven te zien om naar haar moeder
+toe te gaan en--het ook wel had kunnen laten!
+
+Toen het eind October was, begonnen de kinderen reeds te spreken over de
+kerstvacantie en het heerlijke kerstfeest, waarvan zij zich zeer veel
+voorstelden. "Alleen maar jammer dat Maddy dan weg is," zei Bunny, maar
+May zeide: "Wel jammer, maar heerlijk voor Maddy om thuis te zijn en wat
+zal zij ons, als ze weer terug komt, veel nieuwe dingen te vertellen
+hebben!" "Dat denk ik ook," zei Hedwig vroolijk en Boy verklaarde met
+zijn mannenstem "best heelemaal mee te willen naar Duitschland," waarop
+Nesta beslist beweerde: "Dan ik ook mee!" En dan moest Hedwig telkens
+weer verhalen doen over het ijs en het verrukkelijke schaatsenrijden,
+de vlug neervallende sneeuwvlokken en de bloemen op de ramen van een
+echten winter, zooals geen dezer Zuid-Iersche kinderen er ooit een had
+bijgewoond. Bridget luisterde dan al even aandachtig toe als het jongere
+publiek en scheen soms wel wat te twijfelen aan de waarheid van Hedwig's
+voorstellingen. Dat men poppen zou kunnen maken van sneeuw, kon zij
+nauwelijks gelooven!
+
+Hoe weinig dacht Hedwig in die gezellige uren, terwijl zij en de
+kinderen elkaar hoe langer hoe beter begonnen te begrijpen en zich hoe
+langer hoe meer aan elkaar hechtten, dat het met hare kerstvacantie zoo
+geheel anders af zou loopen dan zij zich toen voorstelde!
+
+Dat kwam zoo. Nesta hield zich, na de hevige driftbui in het rijtuig,
+een poosje bizonder goed, wat voor Bridget en Hedwig een ware verademing
+was en Hedwig hoopvol den tijd te gemoet deed zien, waarin het kind meer
+zou gaan gelijken op May en Bunny en met dezelfde gulle goedhartigheid
+als hare zusjes, haar eigen gewichtig persoontje meer op den achtergrond
+zou weten te dringen. Het zou zoo heerlijk wezen, dacht Hedwig haast
+moederlijk, als--ook door haar toedoen--de kleine Nesta opgroeide tot
+een echt gelukkig menschenkind. "Ik houd veel van mijn werk, zooveel,"
+schreef zij naar huis, "en ik stel er mij ook veel van voor er u van te
+vertellen. Meer dan ooit ben ik blij dat ik hier gekomen ben en ik hoop
+vurig dat ik hier jaren en jaren zal mogen blijven! Nu, daar is, dunkt
+me, wel kans op. De kinderen zijn nog jong en alles gaat zoo prettig
+tegenwoordig!"
+
+"Jaren en jaren blijven!" Reeds twee dagen nadat zij dit geschreven
+had, wist Hedwig dat het niet zoo zijn zou.
+
+Zij was op zekeren ochtend, verlokt door het mooie weer, vroeg opgestaan
+en had met Bruce een wandeling gemaakt naar het mooi gelegene kerkje van
+Glengariff. Terwijl zij naar haar kamer terug liep om hare schoenen uit
+te trekken, bleef zij eensklaps midden op de trap verschrikt staan, want
+een hevig gegil drong vanuit een der badkamers tot haar door. Wat kon er
+nu aan de hand zijn? Zonder zich te bedenken snelde zij naar de badkamer
+toe en daar vond zij Nesta, die door Bridget gebaad werd, gillen en
+schreeuwen dat het een aard had. "Akelige, nare Biddy!" riep ze, haar de
+spons uit de hand rukkend en de zeep, zoover zij maar kon, door de kamer
+keilend. "Ik zal het aan moeder zeggen ... aan moeder zeggen...."
+
+Zij hield zich even stil, toen zij Hedwig gewaar werd, doch toen de
+geduldige Bridget zeep en spons bij elkaar gezocht had en haar weer
+begon te wasschen, gilde zij het opnieuw uit en gaf haar in haar woede
+een harden slag in het gezicht.
+
+Onder den invloed van de tintelende pijn, liet Bridget hare handen
+zakken en ging achteruit, maar Hedwig trad terstond op Nesta toe, greep
+haar beide handen vast en vroeg streng:
+
+"Met welke hand heb je Bridget geslagen, Nesta?"
+
+Nesta werd donkerrood. Hedwig zag aan de uitdrukking van hare oogen dat
+zij zich begon te schamen, maar dit niet weten wilde en koppig kwam het
+antwoord eruit:
+
+"Met de rechter."
+
+"O." In de vaste overtuiging dat zij goed handelde, nam Hedwig de
+bewuste hand beet en gaf er een flinken tik op, wat natuurlijk
+tengevolge had dat Nesta nogmaals een keel opzette. "Dat zal wel gauw
+bedaren," dacht Hedwig, "het kan niet anders dan heilzaam voor haar
+zijn," maar zij had er niet op gerekend dat nog iemand anders dan
+Bridget haar met Nesta bezig had gezien. Daar stond echter Mrs.
+Balvourneen, die ongemerkt was binnengekomen, juist op het gewichtige
+oogenblik dat Nesta den bestraffenden tik op haar arm kreeg!
+
+"Mag ik weten wat dit beteekent?" vroeg zij op hoogen toon en zonder het
+antwoord af te wachten, ging zij naar Nesta toe en sloeg den arm om haar
+heen met de woorden:
+
+"_My poor little darling!_"
+
+De "arme, kleine lieveling" ging nu zoo erbarmelijk snikken dat het
+haast niet aan te hooren was.
+
+"Kleed Miss Nesta dadelijk aan Bridget, terwijl ik er bij ben," zei Mrs.
+Balvourneen en tot haar dochtertje: "Ach mijn kindje, schrei toch niet
+meer zoo, dat vindt moeder zoo naar. Wil zij vandaag eens een prettig
+vacantiedagje hebben en den heelen ochtend bij haar moedertje wezen?"
+
+"Ja, ja," snikte Nesta.
+
+"Als u zoo goed wilt zijn even naar de leerkamer te gaan,
+_mademoiselle_, dan kom ik straks bij u," vervolgde Mrs. Balvourneen en
+Hedwig verdween; zij kon wel niet anders dan gehoorzamen.
+
+In spanning wachtte zij het onderhoud af; zeker zou Mrs. Balvourneen
+haar een scherpe berisping geven over de wijze waarop zij Nesta gestraft
+had, maar ... zij zou zich weten te verdedigen; zij geloofde stellig dat
+zij goed gehandeld had....
+
+Doch veel erger dan een berisping was haar deel. Het onderhoud was
+kort, want toen Mrs. Balvourneen de leerkamer in kwam, beweerde zij van
+alles reeds precies op de hoogte te wezen. "Ik erken," zei ze "dat Nesta
+soms wat lastig is, maar dat geeft niemand, u allerminst, het recht,
+haar zoo wreed te straffen! Ik heb reeds meer dan eens opgemerkt dat u
+zeer, zeer weinig takt met haar hebt. Ook de wijze, waarop u met de
+andere kinderen omgaat, draagt mijne goedkeuring slechts ten deele weg
+en in ieder geval is het gebeurde van zooeven gewichtig genoeg, om mij
+te doen besluiten eene andere gouvernante te zoeken. Het zal mij dus
+aangenaam wezen u tegen de kerstvacantie te zien vertrekken."
+
+Dat had Hedwig niet verwacht, dat niet, zoo iets ergs....
+
+Doodsbleek stond ze voor Mrs. Balvourneen.
+
+"U kunt toch niet meenen ... moet ik dan voor goed vertrekken?"
+
+"Ja zeker en ik wil nu liever verder niet over de zaak spreken, terwijl
+u mij zeer beslist zult moeten beloven tegenover de kinderen geen woord
+over uw vertrek te reppen. Mijn besluit is onherroepelijk; ik reken er
+beslist op dat u tegen Kerstmis heengaat. Kan ik er vast op aan dat u
+tegenover de kinderen zult zwijgen?"
+
+"O ja," zei Hedwig dof.
+
+Als in een droom deed zij dien dag haar werk en zoo stil en ernstig was
+ze dat de kinderen ervan onder den indruk kwamen en toch maar niets
+vroegen, vermoedend dat de driftbui van Nesta haar bedroefd gemaakt had.
+Maar toen haar vroolijkheid haar ook de volgende dagen telkens in den
+steek liet, vroegen May en Bunny een paar malen bezorgd of haar iets
+scheelde.
+
+Toen moest het hooge woord er uit. Ja, haar scheelde wel iets, bekende
+Hedwig openhartig, maar zij kon niet zeggen wat en zij moesten er haar
+niet meer naar vragen. De meisjes gehoorzaamden en trachtten door
+allerlei kleine oplettendheden, vooral door het zetten van vele geurige
+ruikertjes op haar kamer, haar leed te verdrijven en zij was er dankbaar
+voor, maar voelde er de smart te dieper om.
+
+Toch begaven het krachtige geloof in Gods hulp en hare oude energie haar
+niet. Zij schreef moedig het voornaamste naar huis en meldde ook dat zij
+nu dit jaar haar plan om naar Duitschland te gaan, moest opgeven en
+besloten was het opgespaarde geld te gebruiken om naar Londen te reizen,
+daar tijdelijk haar intrek te nemen in een Governesses' home, (tehuis
+voor gouvernantes) haar door Mrs. Balvourneen aanbevolen en dan naar een
+nieuwe betrekking uit te zien. Mrs. Balvourneen was bereid haar een goed
+getuigschrift mee te geven.
+
+Intusschen wisten de kinderen van niets en bleven zij zich onstuimig
+verheugen op de naderende Kerstvacantie. Eindelijk begon Hedwig de weken
+en toen de dagen te tellen, die nog voor haar vertrek moesten verloopen.
+Alleen Bridget had zij, onder diepe geheimhouding, mogen vertellen dat
+zij ging vertrekken en Bridget had de handen gewrongen en was gaan
+schreien, al maar uitroepend hoe vreeselijk, hoe verschrikkelijk dat
+voor de kinderen zijn zou!
+
+Den dag voor Hedwigs' vertrek, kregen de kinderen vrijaf. "Nu al? Begint
+de vacantie nu al?" riepen zij verheugd. "Hoe prettig!" Maar toen Hedwig
+bezig was op haar kamer haar koffer te pakken, kwamen opeens Boy en
+Bruce bij haar binnen. Hedwig meende dat het geen kwaad kon, vooral
+omdat zij wist dat de meisjes met hun vader uit waren, maar Boy vroeg
+parmantig, terwijl hij in den grooten koffer keek: "Waarom moet dat
+_allemaal_ mee naar Duitschland? Waarom mag het portretje van Tieka niet
+zoolang hier blijven?"
+
+Zijn moeder hoorde hem praten en riep hem bij zich en Hedwig hoorde hoe
+hij dringend vroeg: "Maddy komt toch weer, moeder? Maddy komt toch
+_natuurlijk_ weer?"
+
+Het antwoord kon Hedwig niet verstaan, maar duidelijk hoorde zij Boy nog
+vragen: "Als het nieuwe jaar er is, dan is Maddy toch weer bij ons?"
+
+Toen was alles stil en met een oproerig hart verder pakkend, vroeg
+Hedwig zich af, wat Boy's moeder toch wel geantwoord zou hebben!
+
+'s Avonds was hij nog laat wakker en riep hij om "Maddy." Bridget haalde
+Hedwig.
+
+Met een kleur, de groote oogen heel wijd open, zat Boy op in zijn bed.
+"Maddy komt toch terug? Maddy komt toch _natuurlijk_ terug?" vroeg hij
+weer en Hedwig, te bedroefd om iets te kunnen zeggen, knielde bij hem
+neer. Ze trok zijn gezicht naar zich toe en drukte er een kus op, doch
+opeens rukte Boy zich los. "Ik vind het niet prettig om op mijn oog een
+kus te krijgen!" riep hij. Toen ging hij liggen, keerde zich om en viel
+in slaap. Hedwig en Bridget glimlachten. "Nacht lieve, lieve Boy,"
+fluisterde Hedwig.
+
+Nog even liep ze naar de slapende meisjes toe en zei haar zwijgend
+goeden dag; het was het eenige afscheid, dat zij van haar nemen mocht.
+Zij zou den volgenden ochtend heel vroeg vertrekken en niemand meer
+zien. Mr. en Mrs. Balvourneen wenschten haar het beste voor haar volgend
+leven en Bridget bedankte haar in een stortvloed van vurige woorden voor
+"al haar hartelijkheid en gezelligheid."
+
+Zij sliep weinig dien nacht en was maar blij toen het haar tijd was om
+op te staan en zich reisvaardig te maken. Het was nog schemerdonker,
+toen zij wegreed, weg van de schilderachtige plek, die haar zoo lief
+geworden was, dubbel eenzaam in het besef dat zij voortaan de hartelijke
+toegenegenheid der vier Iersche kinderen zou moeten missen en toch
+dankbaar voor den tijd, dien zij op het kasteel Balvourneen had mogen
+doorbrengen.
+
+Toen zij aan het station van Kenmare uit het rijtuig stapte, sprong er
+iets tegen haar op en klonk er een luid geblaf en met den uitroep: "O
+Bruce, lieve, lieve Bruce!" boog zij zich voorover en streelde den
+grooten, trouwen St. Bernardshond, die haar tot aan het laatste
+oogenblik toe zijn aanhankelijkheid wilde toonen en het rijtuig
+nageloopen was.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+Londen en Mist.
+
+
+Heel mooi trof zij het niet voor haar zeereis, want tegen den avond stak
+er een hevige wind op en werd de lucht donker en toen zij op het dek van
+de boot stond, zwiepte de regen haar in het gezicht en had zij moeite
+staande te blijven.
+
+Toch kon zij er ook thans niet toe besluiten naar beneden te gaan; er
+waren zeer vele reizigers en als zij boven bleef, had zij ten minste
+frissche lucht. Zij wikkelde zich in haar langen mantel, veroverde een
+vouwstoel en zocht een beschut plaatsje uit om te gaan zitten. In 't
+eerst ging alles tamelijk goed, maar toen de storm steeds aanwakkerde en
+de boot geweldig ging schommelen, begon zij zich minder plezierig te
+voelen en eindelijk werd het zoo erg dat zij zich genoodzaakt zag, zoo
+goed en zoo kwaad als het ging, naar beneden te strompelen en te zien of
+zij door rechtuit te gaan liggen, de booze zeeziekte weer verdrijven
+kon.
+
+Doch toen zij eindelijk met groote moeite beneden gekomen was, was het
+daar zoo overvol, dat er voor haar van "rechtuit liggen" niets kon in
+komen. Aanlokkelijk was het buitendien ook geenszins in de propvolle
+ruimte met de drukkende atmosfeer en met de slaperige, bleeke gezichten
+van lustelooze dames, die met de doffe onverschilligheid van echte
+zeezieken, even naar haar keken en dan weer kreunend de oogen sloten.
+Maar hoewel zij nauwelijks op hare beenen kon blijven staan en het
+onplezierige gevoel er lang niet beter op werd, kon zij toch niet laten
+even te glimlachen om het tragische tooneel. Hier kon zij echter niet
+blijven! Zij had bovendien ook geen keuze, want er was geen enkel plekje
+meer open. Ze zou dus maar trachten zoo gauw mogelijk haar vouwstoeltje
+op het dek weer op te zoeken.
+
+De boot danste nu zoodanig dat zij zich met beide handen stevig aan de
+trapleuning vast moest houden en telkens even moest blijven staan om
+niet omver geworpen te worden. De felle regen flitste haar weer in het
+gezicht, toen zij boven kwam. Met een steeds groeiende gewaarwording dat
+zij zich nog nooit in haar leven zoo aller-ellendigst had gevoeld,
+bereikte zij met horten en stooten de plek, waar zij zooeven gezeten
+had. Maar hoe zij ook zocht, haar stoel was nergens te vinden; men had
+dien zeker terstond weggenomen, toen zij naar beneden gegaan was en daar
+stond zij nu, _te_ ziek om verder te kunnen handelen, tegen de deur
+aangeleund, waarvoor straks de kostbare stoel nog gestaan had.
+
+Steeds heviger gierde en loeide de wind, onbarmhartig sloeg de regen
+tegen haar aan, een oogenblik voelde zij het verlangen bij zich opkomen
+dat iemand haar toch op mocht nemen en in zee werpen,--en in haar pijn
+en benauwdheid kermde zij het uit....
+
+Zoo bleek en ziek zag zij eruit dat een paar matrozen, die haar voorbij
+kwamen, medelijden met haar kregen en haar een stapel dik opgerold touw
+aanwezen om op te gaan zitten. "Zoo, nu zal het wel beter worden," zei
+de eene, en "o, dank u wel," zuchtte Hedwig, terwijl zij met een
+oogenblikkelijk gevoel van verlichting, op het touw neerviel. Maar lang
+liet de verraderlijke zeeziekte haar geen rust. Daarbij werd telkens als
+zij opstond, het pikkerige touw door den aanhoudenden regen hoe langer
+hoe natter en toen eindelijk het ergste geleden was en zij met
+onuitsprekelijke blijdschap de kust zag naderen, werd die blijdschap wel
+wat getemperd door de ontdekking dat haar lange mantel vol leelijke
+vlekken zat.
+
+"Ja, dat konden die vriendelijke matrozen niet weten," bedacht zij
+dadelijk. Als zij goed en wel in Londen was, zou zij den mantel eens
+flink onder handen nemen; ze wou er nu niet over gaan treuren, het was
+veel te heerlijk dat zij thans van die akelige zeeziekte af was. Wel
+voelde zij zich nu uitermate vermoeid; zij kon hare oogen haast niet
+meer open houden en toen zij goed en wel in den trein naar Londen zat,
+bleef zij heel stil in haar hoekje zitten, tot niets meer in staat dan
+om zich lijdelijk te laten meevoeren naar de groote wereldstad.
+
+De groote wereldstad vertoonde zich, toen zij haar vroeg in den ochtend
+naderde, niet juist op haar aantrekkelijkst, want er hing een vuilgrijze
+mist, die het in de huizen en straten akelig donker maakte en den indruk
+gaf als zouden deze duistere Decemberdagen, de een na den ander, zonder
+een enkelen lichtstraal, in eentonige somberheid, moeten voorbijgaan.
+
+Londen zag er nu wel geheel anders uit dan zij het gezien had op dien
+stillen Septemberochtend, toen zij op weg was naar Edinburg. Wat scheen
+dat nu lang reeds geleden! Toen hing er een ragfijne, teere nevel, die
+tooverachtig en geheimzinnig over de groote gebouwen en boomtoppen
+gleed, nu lag over alles een groezelig, zwartachtig waas en verbaasde
+zij er zich haast over dat zij Londen ooit mooi had kunnen vinden.
+
+Londen en Glengariff--wat trof haar het verschil, terwijl zij zich in
+een oude, uitgezakte vigilante naar het _home_ liet rijden! Zij troostte
+zich met de hoop dat zij misschien niet zoo heel lang in Londen zou
+behoeven te blijven en, als zij maar eerst zeker was van een mooie
+nieuwe betrekking--wie weet, of zij dan toch niet nog enkele dagen naar
+Duitschland zou kunnen gaan! Al was het maar voor een week, voor vier
+dagen zelfs, zij zou ... ja, zij zou er de reis dolgraag voor over
+hebben, al moest zij dan nog eens weer heel zeeziek wezen! En in de
+versleten, slordige vigilante, rijdend door de modderige straten van het
+mistige Londen, op sommige plaatsen nog spookachtig verlicht door mat
+lantarenschijnsel, dat streed met het grauwe licht van den winterdag,
+begon zij opeens vroolijk te neurien:
+
+"_Wenn ich komm', wenn ich komm', wenn ich wieder komm'...._"
+
+"_Ach, wird das schoen sein!_" riep zij opgewonden. Toen raakte zij weer
+in gepeins verdiept, sloot de oogen en gaapte dat het een aard had.
+
+"Hoe kom ik zoo moe! En wat duurt die rit toch lang!" riep zij
+ongeduldig.
+
+Maar eindelijk was zij waar ze wezen moest. Zij was een gedeelte van een
+park voorbij gereden, waar het er bijster kil en verlaten uitzag en
+bevond zich nu in een lange straat met smalle, hooge huizen, die alle
+precies op elkaar geleken. Voor een hiervan, kenbaar aan een groot bord,
+waarop in reusachtige letters iets stond aangekondigd, hield de
+vigilante stil.
+
+Hoewel de koetsier met veel geweld den klopper op de voordeur liet
+vallen, duurde het geruimen tijd eer deze geopend werd en Hedwig was dus
+in staat de aankondiging op het bord op haar gemak te lezen. Dit was wat
+zij las:
+
+_Select Governesses' Home and Agency,
+ For Gentlewomen Only.
+
+Office Hours--Eleven till half past Four
+ Saturdays--Eleven till Two._
+
+"_For Gentlewomen only_!" Dan mocht zij er zeker op rekenen in deftig
+gezelschap te komen! Zij hoopte dat zij in haar gevlekten mantel maar
+niet al te veel _gentlewomen_ zou tegenkomen straks in de gang.
+
+Vooralsnog scheen daar ook al heel weinig kans op; het huis was als
+uitgestorven en eerst na een herhaald, donderend geklop van den
+verontwaardigden koetsier, werd de deur langzaam geopend door een vrij
+slordig dienstmeisje. Zij groette Hedwig nauwelijks, toen deze haar
+goeden dag zeide en verdween terstond weer, nadat de koffer in huis was
+gezet.
+
+Vermoeid als zij was, moest Hedwig nu langen tijd op de vloermat in de
+smalle gang staan wachten, tot het iemand believen zou haar te woord te
+staan. Het bleef eerst doodstil om haar heen, alleen hoorde zij even bij
+een trap, die blijkbaar naar de keuken leidde, een gestommel van
+dienstmeisjes. Te oordeelen naar de woorden, die zij opving, konden zij
+het niet te best samen vinden. Eindelijk klonken er ook voetstappen in
+haar nabijheid.
+
+Een reeds bejaarde dame met vriendelijke oogen, die het bleeke,
+vermagerde gezicht nog aantrekkelijk maakten, stond voor haar, zeide
+haar goeden dag en vroeg haar welken prijs zij voor haar kamer wenschte
+te betalen. Welken prijs? Dat kon Hedwig niet zoo precies zeggen.
+"Liefst niet te duur," zei ze aarzelend, "want ik hoop wel gauw een
+goede betrekking te vinden, maar toch...."
+
+"Maar toch wenscht ge nu wat zuinig te wezen," zei de directrice van het
+_home_ met een glimlach. "Dan kan ik u juist aan een kleine kamer
+helpen, die gisteren open gekomen is. De grootere kamers zijn alle voor
+twee of vier personen...."
+
+"Als het kan, zou ik wel graag alleen slapen," zei Hedwig.
+
+"Zeker, die kleine vertrekken zijn voor een persoon bestemd. Ik zal u
+even den weg wijzen."
+
+Zij ging Hedwig voor, een hooge trap op met erg uitgeloopen treden, die
+slechts ten deele door een rafeligen, grijzen looper waren bedekt. Zij
+bevonden zich nu op een groot portaal, waarop ettelijke, met nummers
+voorziene deuren uitkwamen en dat door een raam uitzicht gaf op een
+naargeestig, door hooge muren omringd, binnenplaatsje. Het zeil, dat er
+lag, was zoo kaal dat er van het oorspronkelijke patroon niets meer was
+te ontdekken en de draden er doorheen kwamen; toch had alles meer een
+armoedig dan een slordig aanzien, vond Hedwig, die erg haar best deed
+het kasteel Balvourneen met zijn smaakvolle weelde en bloemenpracht,
+zonneschijn en vroolijke kinderen, voor het oogenblik althans, uit hare
+gedachte te bannen.
+
+Zij volgde de directrice naar een hoogst eenvoudig gemeubileerd
+vertrekje, dat ook weer licht kreeg--veel was het inderdaad niet!--door
+een raam met uitzicht op het genoemde binnenplaatsje. Niemand zou het
+ooit een "aardig" of "lief" kamertje hebben kunnen noemen, maar met een
+dankbaar hart merkte Hedwig op dat het bed er frisch en behagelijk
+uitzag en toen de directrice verdwenen was, haastte zij zich, zich te
+ontkleeden en onder de dekens te kruipen. Zij zou vandaag maar niet aan
+het ontbijt komen, had zij gezegd en met een zucht van welbehagen legde
+zij haar hoofd op het kussen, blij dat ze niet voor zoowat half een weer
+zou behoeven op te staan om klaar te zijn voor het _lunch_.
+
+Wat was het een genot de beenen eens flink uit te strekken en aan niets
+te denken dan aan: rust ... rust! "He, hoe heerlijk dat ik niet meer op
+de boot ben," fluisterde zij, het dek over zich heentrekkend; toen viel
+zij in slaap.
+
+Zij werd een uurtje later wakker door het eentonig geluid van geregeld
+neervallende waterdruppels, die almaar, als op de maat, hun tik ... tik
+... tik ... lieten hooren. Wat kon dat toch wezen? Regen was het niet,
+daarvoor kwam het geluid met te lange tusschenpoozen, maar waar kwam het
+dan toch vandaan? Het onophoudelijk getik begon haar nu zoo te hinderen
+dat zij er boos om werd op zichzelf en wrevelig uitriep: "Wat kan mij
+die leelijke muziek nu toch schelen? Kom, ik ga weer slapen!" Ze keerde
+zich om en wikkelde zich nog eens warmpjes in de wollen dekens, maar ...
+het slapen vlotte niet meer. Telkens opnieuw, als zij bijna sliep, deed
+het hatelijke tik ... tik ... haar weer klaar wakker worden en eindelijk
+ging zij knorrig opzitten in bed en keek om zich heen.
+
+Ja, nu zag zij het, daar kwam het vandaan! Dicht bij het voeteneind van
+haar ledikant was onder het behang een pijp verborgen, waardoor
+voortdurend druppels naar beneden kwamen. Waarom die pijp daar juist was
+aangebracht, was haar niet duidelijk, maar zij veronderstelde dat het
+met de waterleiding in verband stond en zij begreep dat zij zich zoo
+goed als het ging, aan dat druppelgeluid zou moeten gewennen, tenzij ze
+liever met nog twee of drie meisjes op een kamer sliep. Andere kamertjes
+voor een persoon waren er op het oogenblik niet over, had de directrice
+haar meegedeeld.
+
+Zij ging op haar rug liggen met hare handen gevouwen achter het hoofd en
+dacht na. Van uit haar bed kon zij juist over het binnenplaatsje heen
+een blik slaan in de benedenkamer van een huis aan den overkant. Zij zag
+een oudachtig heer in een leuningstoel bij het raam zitten. Hij hield
+het hoofd wat voorover gebogen en gaf door zijne houding een indruk van
+verveling, die geheel in overeenstemming scheen met zijne omgeving en
+het sombere weer buiten. Wat zag het er daar ook naargeestig en doodsch
+uit, vond Hedwig. Zij moest eens even zuchten; toen riep zij op een
+toon, dien zij te vergeefs trachtte spottend te maken:
+
+"O, wonderschoon Glengariff! Ach Balvourneen! Balvourneen! O Bruce, mijn
+lieve, beste, trouwe hond! O lieve, lieve May en Bunny...!"
+
+Maar ze ging daar toch niet snikken?
+
+Dat wou ze niet, heelemaal niet, daar mocht _niets_ van in komen en met
+een sprong was zij het bed uit. Zij vond dat het hoog tijd voor haar
+werd om eens flink aan den gang te gaan en zich niet meer over te geven
+aan nuttelooze overpeinzingen.
+
+Zij belde en verzocht het verbaasde dienstmeisje, dat er zich niet op
+gehuurd achtte om "tusschentijds" de bewoonsters van het huis te
+bedienen, haar wat warm water te brengen. Zij vroeg het zoo vriendelijk
+dat het meisje het haar werkelijk bracht en met zeer grooten ijver toog
+zij nu aan het werk om den gevlekten mantel te reinigen. Haar hoofd
+klopte en zij voelde zich nog "raar" van de doorgestane zeeziekte, doch
+daar zou ze nu maar geen acht op slaan; ze wou vooral niet te veel
+letten op pijntjes en andere kleine lasten; ze wou vol moed en energie
+haar weg gaan.
+
+En zeer noodig bleek die energie, want prettig was het leven in dit
+Tehuis voor Gouvernantes allerminst en het kostte Hedwig vooral in het
+begin, moeite te gewennen aan het eenzame van haar toestand, aan het
+schamele, echt armoedige van de geheele omgeving en aan de zeer sobere
+maaltijden, die stellig beter waren dan die op het beruchte Hill House,
+maar er haar toch, juist door de karigheid van het voedsel, wel aan
+herinnerden. Daarbij kwam dat het menu iedere week voor iederen maaltijd
+precies hetzelfde was en men er dus bij voorbeeld vast op kon rekenen,
+Maandags aan het ontbijt geregeld een plak worst te vinden, Dinsdag's
+een reepje gebakken spek, Woensdags een hompje kaas en ... Zondags een
+ei, maar dat was dan ook een groote traktatie!
+
+Er was iets saais in deze steeds eentonig terugkeerende volgorde en saai
+was het ook dat er nooit een enkele levende bloem of plant op de
+eettafel te zien was, die iederen dag weer met een paar bakken met
+leelijke ijzeren planten prijkte, aan iederen kant der tafel een, om de
+regelmaat te bewaren! Iets saais lag er ook over de stemming van vele
+der tijdelijke bewoonsters, die voor 't meerendeel gebukt gingen onder
+de noodzakelijkheid om betrekkingen te zoeken, welke zoo heel moeielijk
+te vinden waren en onder den angst, niet genoeg geld te hebben voor een
+vrij langdurig verblijf in het _home_.
+
+De directrice was vriendelijk en goed en gaf een hartelijk woordje waar
+zij kon, maar zij had het veel te druk om zich werkelijk met hare
+tijdelijke huisgenooten bezig te houden en zag er dikwijls zoo afgemat
+uit dat Hedwig medelijden met haar kreeg. Er waren er meer met wie zij
+medelijden had, arme, afgetobde schepsels, die veel te weinig geleerd
+hadden om haar werk naar behooren te kunnen doen en dan ook geringe kans
+hadden als gouvernante te worden gekozen door een der dames, die bij de
+directrice om inlichtingen kwamen. Hedwig werd benijd om haar vlot
+Duitsch en Fransch en haar muziek en de goede getuigschriften die zij
+kon toonen, maar ook zij moest geduld hebben. Want hoewel het nu spoedig
+Kerstmis zou zijn en het dus tegen Nieuwjaar liep, kwamen er maar weinig
+aanvragen in om gouvernantes en het speet Hedwig telkens dat zij zich
+niet kon aanbieden als "een vlug, knap, eerlijk dienstmeisje", want
+_die_ werden genoeg gevraagd!
+
+Toen er zich werkelijk een paar betrekkingen voordeden, gingen anderen
+haar nog weer voor. Er waren twee slordige, drukke Francaisetjes in het
+_home_, die aan tafel de flauwste grappen verkochten en er een eer in
+stelden, nauwelijks een paar woorden Engelsch te kennen. Zij giggelden
+den lieven, langden dag om niets, hadden zich aangewend om over
+allerlei, dat zij elkaar vertelden, in gemaakt gebroken Engelsch uit te
+roepen: "Iet ies kjoerioes" (_It is curious_) en lieten er zich
+verbazend veel op voorstaan dat zij uit Parijs kwamen. Dat zij slecht
+onderricht hadden gehad en zeer onontwikkeld waren, daarover
+bekommerden zij zich niet en toen haar op zekeren dag meegedeeld werd
+dat twee dames den wensch te kennen hadden gegeven naar een "echt
+Parijsche" gouvernante, waren zij terstond bereid zich aan te bieden.
+Zij moesten zich toen in het middaguur bij de bewuste dames gaan
+vertoonen en gingen lachend op weg, slordig en wel, met hier en daar een
+vastgestoken speld om scheurtjes en torntjes te bedekken--toch, het moet
+erkend worden, niet zonder gratie,--en toen zij terug kwamen, beiden in
+het bezit van een goede betrekking, riepen zij ieder op haar beurt
+zegevierend uit:
+
+"_Mais, je suis Parisienne, moi!_"
+
+Intusschen zocht Hedwig ijverig verder en leerde zij Londen vrij goed
+kennen. Mr. Balvourneen, die haar heengaan overigens vrij koel had
+opgenomen, had haar nog een van de laatste dagen den raad gegeven,
+vooral alle mogelijke couranten door te zien bij het zoeken naar een
+nieuwe betrekking. Iederen ochtend na het ontbijt, begaf zij zich dan
+ook naar een boekwinkeltje op den hoek der straat, waar zij voor een
+_penny_ de advertentiekolommen der verschillende bladen, die daar werden
+verkocht, door mocht kijken. Menig adres teekende zij op en menig
+briefje schreef ze, dat onbeantwoord bleef en ook menig vruchteloos
+bezoek maakte ze, want, de stoute schoenen aantrekkend, begaf zij zich
+dikwijls terstond, nadat zij het adres was machtig geworden, naar een of
+ander huis, waar een gouvernante werd verlangd. Zij moest daartoe soms
+langer dan een uur met den trein--boven of onder den grond--reizen, of
+lange ritten doen per omnibus of tram en vaak ook door modder en mist,
+lange einden loopen. De vrouw in het boekwinkeltje was heel vriendelijk
+voor haar, gaf haar een kaart van Londen ter leen en buitendien voor
+iederen tocht nauwkeurige aanwijzingen en het was niet alleen voor
+Hedwig zelf een teleurstelling, als zij telkens weer op de
+belangstellende vraag: "Nu geslaagd misschien?" het hoofd moest
+schudden.
+
+De vrouw van het winkeltje voelde moederlijk medelijden, maar meer nog
+bewondering voor het dappere, jonge, Duitsche meisje, dat iederen dag
+weer met nieuwen moed zocht en zocht en er, helaas, zoo bleek en
+vermoeid kon uitzien. Want Hedwig was, door de afmattende tochten, door
+het druilerige, slappe weer, door het eenzame en weinig gezonde van dit
+leven en vooral door het telkens op nieuw zoeken en niet vinden, soms
+zoo "op" dat zij er zelf met eenige ergernis verbaasd over was en zich
+voornam vooral niet toe te geven aan de al sterker wordende, bij haar
+zeer ongewone neiging, om eens een paar dagen thuis en te bed te blijven
+en heelemaal uit te rusten.
+
+"Uit te rusten? Waarvan?" zei ze dan, als in antwoord op hare gedachten.
+"Ik _mag_ niet moe zijn en ik ben het ook niet, ik verbeeld het me
+maar."
+
+Den middag voor Kerstmis nam ze vrijaf en ging voor haar plezier
+wandelen. Wat leek het al lang, lang geleden dat zij dat gedaan had en
+o, wat zag het er in de Londensche straten toch heel anders uit dan om
+Glengariff heen met al den gloed van velerlei bloemen en met de schoone
+baai met het glinsterend groene water! Het weer was tamelijk goed
+vandaag, het regende ten minste niet, maar het bleef somber donker in de
+straten en als een blijde verrassing trof Hedwig achter een winkelraam
+een hooge kerstboom, die prijkte in een glans van mooi, zacht licht en
+frissche kleuren. Terwijl zij er naar keek, was het of er meer licht
+scheen ook in haar ziel. Zij had nog zoo weinig gedacht aan het
+Kerstfeest, veel te weinig, vond zij nu--haar hart was bekommerd geweest
+en vol zorg voor de toekomst; ze wou dat nu alles van zich af laten
+glijden en alleen denken aan den trouwen God en aan de rijke beteekenis
+van het Kerstfeest. En toen zij in het _home_ en op haar kamer terug
+kwam, nam zij haar Bijbel en las bij het schamele licht van haar kaars
+de beschrijving van de geboorte van Gods Zoon, het "kindeke, liggende in
+de kribbe;" toen vouwde zij de handen en bad innig om steun, bad vurig
+ook om den zegen dat dit Kerstevangelie tot in haar ziel mocht
+doordringen en zij het nooit half vergeten zou, zooals zij heden bijna
+op weg was geweest te doen.
+
+Er kwam vreugde in haar hart en den volgenden dag, Kerstmis, nam zij een
+paar van de arme, afgetobde schepseltjes uit het _home_ mede naar den
+dienst in Westminster Abbey, de machtige kathedraal, waar alle _kleine_
+gedachten wegvallen en alleen plaats is voor stil gelooven en geheele
+overgave aan God in het gebed. Met aandacht luisterde zij naar de
+eenvoudige Kerstpreek en toen uit het koor, als de krachtige
+mannenstemmen zwegen, het geluid van een glasheldere jongensstem zich
+hooren liet en ver, ver omhoog steeg en haar buurvrouw de hand op haar
+arm leggend, met bevende lippen fluisterde dat het haast "hemelsch mooi"
+was, knikte zij haar toe met een glimlach van geluk.
+
+De directrice van het _home_ onthaalde haar huisgenooten dien dag op een
+werkelijk smakelijk kerstmaal; op de tafel stond, in plaats van de
+planten van ijzer, een kom met hulsttakken vol roode bessen en 's
+middags kwamen allen te zamen in haar kamer en werd er bij het orgel
+gezongen. Tot ieders verrassing werden later thee en _cake_
+binnengebracht--een ongekende lekkernij in het _home_--en de directrice
+had zelfs voor allen een klein geschenk, dat zij ieder met een paar
+hartelijke woorden ter hand stelde.
+
+"Ik heb wezenlijk toch zoo'n gelukkigen Kerstdag gehad," schreef Hedwig
+'s avonds nog aan haar moeder, "en nu ga ik, echt verkwikt door dezen
+prettigen vacantiedag, weer dubbel ijverig aan het zoeken. Ik ben
+benieuwd waar het nieuwe jaar mij brengen zal."
+
+Vooralsnog scheen dit raadsel niet te zullen worden opgelost, want hoe
+zij ook haar best deed, hoe zij ook iederen dag weer _meer_ schreef en
+meer bezocht--het liep alles op niets uit. Zij zou er wanhopig onder
+geworden zijn, als zij niet met alle energie, die in haar was en met het
+oude, krachtige geloof in den steun van Gods liefde, alle moedeloosheid
+in zich had onderdrukt, evenals zij het vreemde gevoel van afmatting
+trachtte te onderdrukken, dat haar meer en meer plagen ging. Zij spoorde
+en tramde en las en schreef maar door, altijd maar door--_eens_ zou ze
+toch zeker slagen!
+
+Na een nacht van knagende kiespijn, waarin het druppelgeluid in den hoek
+van haar kamer haar haast dol had gemaakt, stond zij op zekeren dag
+duizelig en loom op. "Wat doe ik toch mal!" zei ze een paar malen, toen
+het juist was of alles met haar in de rondte danste en het haar maar
+niet gelukken wou de zeep uit het bakje te krijgen. "Geen gekheid,
+Hedwig, straks in de lucht zul je wel weer opknappen!"
+
+Zij voelde zich werkelijk beter, toen zij ontbeten had en in de
+buitenlucht kwam, al was het dezen ochtend zoo mistig dat zij er een
+oogenblik van schrikte, toen zij de voordeur opende. Wel hadden zij bij
+gaslicht moeten ontbijten, maar dat was in deze donkere dagen geen
+zeldzaamheid en dat het in en om Londen in Januari, zoowel als in
+December misten kon, wist zij nu reeds lang. Maar zoo erg!
+
+Ze knipte met de oogen, toen zij voorzichtig--want zoo dicht voor haar
+hing de nevel dat zij telkens bang was tegen iemand aan te stooten,---de
+straat doorgeloopen was. Lag het ook soms aan haar, was de mist
+eigenlijk wel zoo zwaar of waren hare oogen vermoeid na den bijna
+slapeloozen nacht en kon zij daardoor zoo slecht zien vandaag?
+
+Ze vond het prettig, toen zij het boekwinkeltje had bereikt en even
+rusten kon; toch was er een zekere gejaagdheid in haar om voort te
+maken, zoo gauw mogelijk voort te maken dat zij toch verder kwam en
+eindelijk eens werk machtig werd en haastig sloeg zij de eene krant na
+de andere op en noteerde advertenties en adressen.
+
+De vrouw van het winkeltje keek haar een paar malen bezorgd aan en toen
+Hedwig de kranten neerlegde, vroeg zij deelnemend of het niet beter voor
+haar zou wezen, vandaag eens rust te nemen en zich niet te ver te wagen
+in dien dichten, ongezonden mist, die haar ziek zou maken.
+
+"Ziek? Ik? Wel neen, ik word zoo gauw niet ziek," zei Hedwig lachend.
+"Neen, neen, ik neem geen vrijaf van morgen, dat zou mij volstrekt niet
+passen. Het beste geneesmiddel voor mijne kwalen is werken, flink
+werken."
+
+Het trok zenuwachtig om haar mond, terwijl zij sprak en met een kort
+afscheid verliet zij het winkeltje, boos op zichzelf omdat de
+hartelijkheid van het vrouwtje haar week maakte. Maar die stemming kwam
+natuurlijk ook door het akelige weer, verontschuldigde zij zich, toen
+zij weer buiten was gekomen.
+
+Het was werkelijk of er nog meer nevel hing dan zooeven en zij den mist
+zou hebben kunnen snijden, zoo tastbaar was hij. Daarbij gaf de
+geheimzinnige, spookachtige stilte, die overal heerschte, den indruk
+alsof alles in den mist was weggezonken, in den "bruinrooden, rollenden
+nevel, die de weerlooze stad verzwolg, haar levend smoorde, die torens,
+bruggen, straten, pleinen in het niet deed verzinken, alsof een spons
+geheel Londen had uitgewischt."[13]
+
+Toch ging zij door. Langzaam maar zeker liep ze den bekenden en nu toch
+zoo moeielijk te vinden weg naar het eerste station van den
+ondergrondschen spoorweg, waarmee zij een eind reizen wilde om in een
+der voorsteden van Londen te komen. Zij vond de wandeling zoo ver
+vandaag, het was of zij niet voortkomen kon, of de mist met zware,
+klamme hand haar op de borst drukte en belette adem te halen, zoodat zij
+herhaaldelijk stil moest staan. Een paar malen bonsde zij tegen iemand
+aan, die dan met een haastig: "_Beg pardon! Such nasty weather!_" haar
+voorbij ging.
+
+Zij begon zich nu weer heel onpleizierig te voelen. De knagende kiespijn
+keerde terug en daarbij was zij telkens weer zoo duizelig dat zij groote
+moeite had verder te komen. Zij moest het nu toch erkennen: de vrouw in
+het boekwinkeltje had gelijk gehad, zij zou verstandiger gedaan hebben
+met vandaag rustig thuis te blijven.
+
+
+
+Daar viel haar iets in. Nu zij toch eenmaal zoo ver geloopen was, kon
+zij wel even aangaan bij de knappe, vrouwelijke dokter, van wie men haar
+in het _home_ verteld had en die hier in de buurt woonde. Die had om
+dezen tijd haar spreekuur, dat wist zij en die zou haar zeker wel iets
+kunnen geven om die lastige duizeligheid te overwinnen; zij zou zeker
+ook zeggen dat het niet erg was, als 's avonds, als zij te bed lag, haar
+hart zoo schrikkelijk kloppen kon en er zwarte vlokjes voor hare oogen
+kwamen.
+
+Het zou wel niets zijn, het zou stellig niets zijn, redeneerde zij bij
+zichzelf.
+
+Plotseling uitte zij een kreet van schrik--daar stond ze vlak voor den
+kop van een paard. Met een ruk werd zij door een krachtigen arm
+weggetrokken. Paard en wagen verdwenen in den mist en een politieagent,
+een stoere reus, stond naast haar.
+
+"Ik wist niet ... ik dacht...." stamelde zij.
+
+Hij haalde de schouders op; zij was zooveel kleiner dan hij, hij kon
+haar niet verstaan. Hij boog zich nu tot haar over om beter te kunnen
+luisteren. "Gelukkig dat ik u nog juist bijtijds helpen kon," zei hij
+vriendelijk. "Het is lastig loopen met dien mist, niet waar? Kan ik nog
+iets voor u doen?"
+
+Maar Hedwig schudde het hoofd; zij kon niet dadelijk spreken, de
+duizeligheid overviel haar weer. Eindelijk vroeg ze, na diep te hebben
+adem gehaald, hoe zij loopen moest naar het huis van Miss Hearty, de
+dokteres.
+
+Hij keek haar onderzoekend aan. Zij zag er zoo bleek en teer uit op dit
+oogenblik dat hij, krachtige reus als hij was, medelijden met haar
+kreeg. "Het is hier dicht bij; ik zal er u even heen brengen," zei hij
+welwillend.
+
+Zij glimlachte flauwtjes; ze was hem dankbaar voor zijn aanbod. Ze kon
+niet meer, ze was angstig ook dat zij zich in dien mist zou vergissen in
+den weg en zij verlangde nu sterk om de dokteres te spreken. Langzaam
+sleepte zij zich voort, tot de politie-agent, ziende hoeveel moeite zij
+had met loopen, haar dringend aanried zijn arm te nemen.
+
+Zij deed het gaarne en, zich opeens veel veiliger voelend door den steun
+van dien sterken arm, vroolijkte zij weer op en dacht eraan, hoe aardig
+en grappig het wezen zou om over dit avontuurtje naar huis te schrijven.
+Zij was echter heel blij, toen zij het huis van Miss Hearty hadden
+bereikt.
+
+De aangename warmte in de wachtkamer deed haar goed na de doordringende
+kilheid buiten; toch huiverde zij nog en bleef zij zich ziek voelen. Ze
+trof het dat er heden niet veel menschen waren en het vrij spoedig haar
+beurt werd om binnen te komen, maar toen zij in de consultatiekamer
+tegenover de dokteres stond, een kleine, tengere, op 't eerste gezicht
+onaanzienlijke vrouw, doch wier scherpe oogen alles schenen te zien,
+werd zij weer zoo hevig door kiespijn aangetast dat zij onmogelijk
+terstond kon antwoorden op de vragen, die haar werden gedaan.
+
+"Wacht maar, wij hebben allen tijd," klonk het vriendelijk, "en ga hier
+nu eens zitten. Zoo'n erge kiespijn? Ja, dat is al heel akelig en dan
+met dit weer! Dan is het ook haast net of men zichzelf niet is, he?
+Blijf nu even heel stil zitten, dan zullen wij die wang eens onder
+handen nemen en probeeren of wij die hatelijke pijn niet weg kunnen
+maken."
+
+Zij drukte Hedwig met zacht geweld achterover in een lagen stoel en liet
+haar met de gezonde wang tegen de gevulde leuning rusten. Toen wreef ze
+met hare vingertoppen geurige zalf over de zieke plek heen en weer, heen
+en weer en langzamerhand voelde Hedwig tot hare onuitsprekelijke
+verlichting, de kiespijn verdwijnen. Dankbaar sloeg zij de oogen op.
+"Nu kan ik heel goed spreken," zei ze glimlachend.
+
+Toen begon zij alles te vertellen: van de zonderlinge duizeligheid, die
+haar den laatsten tijd kwelde, van de plotselinge, groote vermoeidheid,
+het onstuimig kloppen van haar hart en eindelijk, met verheffing van
+stem en met een kleur van opgewondenheid, van haar zoeken naar werk,
+naar een betrekking, waar ze niet buiten kon....
+
+De groote belangstelling in de ernstige oogen, die haar voortdurend
+bleven aankijken, noopte haar haar geheele hart uit te storten en toen
+zij eindelijk zweeg, was het met de plotselinge hoop dat Miss Hearty,
+die zooveel menschen kennen moest, haar misschien aan een mooie
+betrekking zou kunnen helpen!
+
+Maar de dokter sprak in 't geheel niet over een betrekking. Zij deed
+Hedwig een paar vragen, onderzocht haar nauwkeurig en zei toen zeer
+beslist:
+
+"Ik zou u aanraden eens een tijdlang volkomen rust te nemen."
+
+"Wat?" Hedwig's zelfbeheersching begaf haar. "O neen, dat kan niet, dat
+kan ik niet!" riep zij uit met wanhoop in haar stem. "Alles, maar dat
+niet!"
+
+"Waarom niet?" klonk het zeer rustig.
+
+"Ik ben arm. Ik _moet_ zelf mijn brood verdienen en als het kan, nog wat
+oversparen voor mijn moeder ook. Ik heb nog een weinig geld, het is niet
+veel meer en als dat op is...."
+
+"Het zal stellig genoeg zijn om uw verblijf te bekostigen in het
+ziekenhuis, dat ik op het oog heb."
+
+"Ja, ja, maar daarna, daarna? O, ik _moet_ geld verdienen en voor mij
+zelf zorgen! Och, als ik door u geholpen kon worden aan werk, dan zou ik
+u zoo dankbaar zijn...."
+
+Ze had met veel vuur gesproken, nu kon zij niet meer. Zij kon zich ook
+niet inhouden en opeens, tot hare eigene bittere ergernis, snikte zij
+het uit.
+
+De dokter nam hare beide handen in de hare. "Als wij nu eerst eens
+maakten dat we heelemaal weer gezond werden," zei ze zacht.
+
+Hedwig keek haar aan; zij zag er zielsbedroefd uit.
+
+"Hoe?" vroeg ze fluisterend.
+
+"Dat heb ik u gezegd, door te rusten."
+
+"Maar dat kan niet," herhaalde Hedwig. Toen, opeens doordrongen van het
+besef dat zij al te veel beslag legde op den kostbaren tijd van Miss
+Hearty, bedwong zij met kracht hare aandoening en maakte zich gereed
+heen te gaan. "Uwe andere patienten wachten," zei ze eenvoudig.
+
+De dokter knikte even. "Ja zeker, maar wij hebben geen haast." Zij nam
+haar receptenboekje, schreef een paar woorden op, schelde het
+dienstmeisje en gaf haar het stukje papier. En zich weer tot Hedwig
+wendend, vroeg ze:
+
+"Heb ik uw vertrouwen?"
+
+"O ja, ja."
+
+"Doe dan wat ik u zeg."
+
+Hedwig knikte. Ze hield zich nu weer flink en wachtte met opgeheven
+hoofd wat Miss Hearty verder zeggen zou.
+
+"Er komt straks een _hansom_ voor, die zal u naar een ziekenhuis
+brengen, waar het heel goed is. Aan de directrice van uw _home_ zal ik
+vandaag nog schrijven; men zal u uwe kleeren sturen....."
+
+"En ... mijn moeder?"
+
+"Haar moogt ge schrijven, zoodra gij wat uitgerust zijt. Houd maar
+goeden moed; alles zal zeker te recht komen."
+
+Hedwig knikte weer; ze kon niet goed spreken. Ook voelde zij zich nu
+zoo afgemat dat zij nauwelijks in staat was hare gedachten te regelen.
+Zij wist alleen maar dat de opbeurende stem van de dokteres haar
+weldadig aangedaan had en dat zij thans niets liever wilde dan haar raad
+volgen. Als in een droom liet zij zich in de _hansom_ helpen; men gaf
+den koetsier het briefje en aanwijzingen, even merkte zij op dat de mist
+iets minder ondoordringbaar was dan straks, toen sloot zij de oogen en
+reed heen, bij zichzelf prevelend: "Ik geef toch den moed niet op. God
+helpt, God helpt!"
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+Aan de blauwe Zee.
+
+
+Zij zat nog doodstil en met gesloten oogen, toen de _hansom_ staan bleef
+voor een groot grijs gebouw, dat door een plein en hek omgeven was en
+hoewel zij niet sliep, verkeerde zij toch in een soort verdooving, die
+alles wat zij doormaakte, slechts half werkelijkheid voor haar deed
+zijn. Als uit de verte hoorde zij het geluid van stemmen, daarop werd
+zij uit het rijtuig getild, even opende zij de oogen en keek in een
+lief, ernstig gezicht, toen vielen de zware oogleden weer toe. En steeds
+als in een droom liet zij zich lijdelijk verder brengen, zonder het ook
+maar in 't minst vreemd te vinden dat zij, Hedwig Eiche, zich nu in een
+ziekenhuis bevond en door een pleegzuster gesteund, door breede, hooge
+gangen liep, waarop ontelbare deuren van ziekenkamers uitkwamen. Later
+voelde zij hoe men haar ontkleedde en te bed legde en hoe zij eindelijk
+geheel toe mocht geven aan den overweldigenden drang tot slapen, niets
+dan slapen ... toen wist zij niets meer.
+
+Toen zij een paar uren later klaar wakker werd, zag zij dat zij in een
+kleine, nette kamer lag en dat alles om haar heen er bizonder proper
+uitzag. Een ware verademing vond zij het 't eentonige druppel-getik in
+de waterpijp niet meer te moeten aanhooren, dat haar in het _home_ zoo
+gekweld had en met een flauw glimlachje deed zij de oogen weer dicht en
+viel op nieuw in slaap.
+
+Het was avond, toen zij weer ontwaakte. Men had het licht in haar kamer
+nog niet aangestoken, maar door de openstaande deur gleed langs het
+tochtschut heen, een breede straal van het ganglicht naar binnen. Zij
+vond het prettig in deze rustige schemering te blijven liggen en hare
+oogen door het vertrek te laten dwalen over de lichtgrijs-en-blauw
+geschilderde muren met den zachtgetinten rand, waarin zij duidelijk de
+witte lelies kon onderscheiden en over de vogels in gouddraad op het
+kamerschut,--maar lang hield zij het kijken niet vol. Zij had nu zware
+hoofdpijn en niets scheen haar op dit oogenblik begeerlijker dan haar
+geheele leven verder te mogen slapen ... al maar slapen!
+
+Maar men liet haar geen rust. Opeens flikkerde er hel licht in de kamer;
+zij schrikte ervan. "Doet het pijn aan de oogen?" zei een zachte stem.
+"Wacht eens." Er werd een schermpje voor het licht gehangen, maar Hedwig
+was er niet mee tevreden. Waarom stoorde men haar toch? Zij wou veel
+liever niet wakker wezen! En zij zuchtte lang en diep.
+
+"Ik geloof dat ik niet heel welkom ben," zei dezelfde stem van zooeven
+en het frissche gezicht van een jonge pleegzuster boog zich over haar
+heen.
+
+Nu kwam er een glimlach op Hedwig's gezicht en haar stemming
+veranderde. "Juist wel," zei ze met iets van haar oude opgewektheid.
+
+"Zoo? Dat klinkt bemoedigend. Drink dit dan nu eens vlug op," en de
+zuster hield haar een glas melk met ei voor.
+
+Hedwig gehoorzaamde, maar toen zij haar hoofd weer op het kussen legde,
+kreunde zij van de pijn; toch vloog zij plotseling weer overeind. "Ik
+moet nog aan mijn moeder schrijven," riep zij gejaagd, "het had al lang
+moeten gebeuren en ik heb maar geslapen den geheelen dag door! En ... en
+hoe kan ik hier nu toch eigenlijk blijven? Dat _gaat_ immers niet, want
+wat moet dat allemaal wel kosten! O, het is vreeselijk!"
+
+"Misschien wordt het wat minder vreeselijk, als ik u mededeel dat wij
+van onze patienten geen betaling eischen, omdat onze inrichting
+voornamelijk wordt gesteund door giften van menschen, die veel en graag
+geven--en als ik u zeg dat er aan uwe moeder al bericht is gezonden."
+
+"Al bericht gezonden?" stamelde Hedwig verbijsterd, terwijl zij weer
+liggen ging.
+
+"Ja zeker, Dr. Hearty is een poos geleden al bij uw bed geweest. Men had
+haar vanuit het _home_ ook uw adres in Duitschland gestuurd en toen zij
+u zoo rustig slapend vond, heeft zij voorloopig in uw plaats aan uw
+moeder geschreven."
+
+Hedwig haalde verruimd adem. "Miss Hearty is een engel!" zei ze met
+warmte.
+
+"Dr. Hearty is iemand, die altijd om anderen denkt," zei de pleegzuster
+glimlachend. "Dat weten wij hier zoo goed! Zij heeft meer zieken hier in
+het huis en ze komt van avond ook nog even bij u kijken."
+
+"Ik zal wel oppassen dat ik dan niet weer slaap," zei Hedwig, die,
+niettegenstaande haar hoofdpijn, opeens zeer spraakzaam geworden was.
+Zij had nu een hooge kleur en hare oogen schitterden. "Ik heb Dr. Hearty
+een heeleboel te vragen."
+
+"Dan zou ik nu toch eerst nog wat gaan rusten," zei de pleegzuster. "Ik
+kom straks nog wel eens bij u."
+
+"Dat is gezellig en ... ik zou zoo graag uw naam weten."
+
+"Ik ben zuster Kate. Onthoud het maar goed, want ik ga geregeld voor u
+zorgen."
+
+"Pas dan maar op," zei Hedwig plagend. "Ik ben bepaald een heel lastige
+patient."
+
+"Daar geloof ik niets van, maar nu moet mijn patient niet meer zoo druk
+praten," zei zuster Kate beslist. "Anders is Dr. Hearty ontevreden, als
+zij straks komt."
+
+"Ik zal niets meer zeggen, maar ik blijf wakker, want ik wil Miss Hearty
+beslist spreken."
+
+Tot eenig antwoord legde zuster Kate haar wat terecht, dekte haar nog
+eens toe en verdween.
+
+Met hare oogen zoo wijd mogelijk open bleef Hedwig nu "echt goed wakker"
+liggen. Haar hoofd klopte en de pijn was heviger nog dan zooeven; zij
+drukte hare handen stijf tegen de slapen, dat gaf wat verlichting. Ze
+wou nu eens goed bedenken wat zij alles aan Dr. Hearty te vragen had,
+het was echter alsof zij niet geregeld denken kon en zij vond het nu
+opeens ook niets rustig meer om zich heen. Wat hoorde zij de zusters
+duidelijk door de gangen loopen en samen fluisteren! Daar lachte er een!
+Wat kon er nu toch te lachen zijn? Zij moest het weten, _waarom_ lachte
+die zuster? Nu bedaarde het gepraat weer. Daar werd luid gescheld. Wat
+klonk dat hard! Alweer een bel! Ze zou haar deur maar dicht doen, dan
+hoorde zij alles niet zoo lastig duidelijk.
+
+Toen zij echter op wou staan om de deur te sluiten, kwam de
+duizeligheid weer over haar en zij moest wel blijven liggen, ten prooi
+nu ook aan een martelend gevoel van eenzaamheid, dat haar drukte meer
+haast nog dan de erge hoofdpijn. Als zij nu toch eens heel, heel ziek
+werd en ze werd niet weer beter en als haar moeder en Claerchen dan
+bericht kregen dat zij heengegaan was--wat zouden die dan bedroefd
+wezen! En zij was nog zoo jong, ze wou zoo graag blijven leven en flink
+werken ... och, waarom was alles nu ook zoo gegaan, waarom....
+
+Doch opeens een duw aan het kussen gevend dat het dreunde in haar arm
+hoofd, zei ze hardop:
+
+"Hedwig Eiche, je moest je schamen!"
+
+"Zoo, liggen wij zoowaar in ons eentje te babbelen in bed?" klonk
+terstond daarop de stem van Miss Hearty, die juist om het schut heen
+kwam kijken. "Ben je soms bezig verzen te reciteeren, meisje? Dat zou ik
+toch maar voor later bewaren!"
+
+De prettige toon en het vertrouwelijke "meisje" stemden Hedwig dadelijk
+opgewekter. "Hoe heerlijk dat u komt!" zei ze.
+
+"Waarom?"
+
+"Omdat ik zoo erg alleen was!"
+
+"Zoo...." En Dr. Hearty keek zuster Kate aan, die met haar binnen
+gekomen was.
+
+"Neen, zuster Kate is heel vriendelijk voor me," zei Hedwig snel, "maar
+och, ik weet niet hoe ik het zeggen moet, ik voel me zoo eenzaam! Ik
+geloof dat het komt omdat ik hier nu zoo lui lig niets te doen! Ik wou
+zoo erg graag heel gauw weer beter wezen en weer aan het werk en aan het
+verdienen gaan. Als ik nu maar eerst een goede betrekking had, als ik
+daar maar zeker van kon wezen, dan zou alles zooveel gemakkelijker
+zijn."
+
+"Wil je me beloven niet over werken te spreken en er zelfs niet aan te
+_denken_, voordat je geheel en al beter bent?"
+
+"Ik wil het wel probeeren."
+
+"Goed, dan begin je nu dadelijk met kalm te gaan slapen en iederen dag
+precies te doen wat zuster Kate je beveelt."
+
+"Ja, maar dat mag ik toch nog wel even vragen, dokter. Lang zal ik toch
+zeker niet ziek zijn, wel?"
+
+"Dat hangt er heelemaal van af of je zelf medewerkt tot je herstel."
+
+"O. Dan wou ik u alleen nog zeggen hoe blij ik ben dat u me hierheen
+hebt laten gaan en ... dat ik mij niet ongerust behoef te maken over al
+de onkosten...."
+
+Zij had het laatste zoo fluisterend gezegd dat Dr. Hearty zich tot haar
+over moest buigen om haar goed te verstaan.
+
+"Je behoeft je over niets ook maar in het minst ongerust te maken," zei
+ze beslist. "En morgen mag er wel eens een woordje aan je moeder
+geschreven worden."
+
+"Door mij?"
+
+"Ja."
+
+"Dank u wel, dank u wel." En Hedwig ging gehoorzaam weer slapen met het
+vaste voornemen, alle gedachten aan werken en nieuwe betrekkingen
+voorloopig met kracht te onderdrukken en ter dege te doen wat zij zelf
+maar kon ter bevordering van haar herstel.
+
+En zij deed haar best, iederen dag en ieder uur op nieuw, hoewel het
+niet gemakkelijk was, omdat het herstel heel langzaam kwam en het soms
+scheen--niettegenstaande al het rusten en al de versterkende
+middelen--alsof eigenlijk nooit de tijd terug zou komen, waarin zij
+krachtig en gezond zou wezen als vroeger. En al schertste zij dikwijls
+vroolijk met zuster Kate en al maakte zij gewoonlijk den indruk van een
+echt moedige, opgeruimde patiente, toch kon zij zeer bezwaard van hart
+wezen en Dr. Hearty, die meestal slechts tijd had voor een haastig
+bezoekje, zag toch duidelijk hoe de zaken stonden en buiten de kamer
+schudde zij het hoofd en zei tot zuster Kate:
+
+"Zij doet haar best, flink doet zij haar best, maar wij zijn er nog
+niet...."
+
+Door alles heen had Hedwig den moed telkens een paar opgewekte woorden
+aan haar moeder te zenden, dikwijls herhalend dat zij toch vooral niet
+bezorgd omtrent haar zijn moest en dat alles zeker spoedig beter zou
+gaan. Zij schreef ook over een landgenootje, een klein Duitsch meisje,
+dat in een kamer lag tegenover de hare en een operatie had ondergaan.
+Het kind had veel pijn en zou lang moeten liggen, had zuster Kate haar
+verteld, maar zij hield zich kloek, slechts een enkel maal hoorde Hedwig
+haar pijnlijk kreunen. De moeder had verlof gekregen nacht en dag in het
+ziekenhuis te wezen; soms kon Hedwig haar het kleine meisje heel zacht
+in slaap hooren zingen.
+
+Zoo gingen de dagen voorbij en veel te langzaam kwam, naar Hedwig's
+meening, de beterschap. Na een bijna slapeloozen nacht, voelde zij zich
+op zekeren ochtend nauwelijks in staat te strijden tegen de
+moedeloosheid, die haar bitter vragen deed, hoe lang deze toestand nu
+eigenlijk nog wel zou moeten duren--maar ze gaf toch niet toe, ze wou
+niet tobben, ze wou vol hoop en moed blijven en ze wilde ook doen wat
+Dr. Hearty haar "duren plicht" noemde: heel bedaard rusten, echt
+_uit_rusten!
+
+Zij bleef stil in dezelfde houding liggen en hare stemming begon iets
+kalmer te worden, toen zij opeens opgeschrikt werd door het geluid van
+een scherpen kreet van pijn vanuit de kamer aan den overkant der gang.
+De kreet werd gevolgd door hevig gesnik en een smeekend geroep van
+"moeder! moeder!" Daarop klonk teeder de stem der moeder: "Ja, mijn
+kind," toen was het even heel stil. Doch spoedig vroeg het kleine meisje
+weer: "Zing wat voor me, moedertje, zing wat!" En zacht, maar duidelijk
+verstaanbaar voor Hedwig, zong de welluidende vrouwenstem:
+
+So nimm denn meine Haende
+ Und fuehre mich
+Bis an mein selig Ende
+ Und ewiglich!
+Ich mag allein nicht gehen,
+ Nicht einen Schritt,
+Wo Du wirst gehn und stehen,
+ Da nimm mich mit!
+
+In Dein Erbarmen huelle
+ Mein schwaches Herz,
+Und mach' es gaenzlich stille
+ In Freud' und Schmerz;
+Kann ich auch nicht verstehen
+ Wie Du mich fuehrst,
+Will froehlich weiter gehen,
+ Weil Du regierst.
+
+Wenn ich auch gar nichts fuehle
+ Von Deiner Macht,
+Du fuehrst mich doch zum Ziele
+ Auch durch die Nacht.
+Lasz ruhn zu Deinen Fueszen
+ Dein schwaches Kind,
+Ich will die Augen schlieszen
+ Und folgen blind.[14]
+
+Toen de stem zweeg, bleef alles stil. De kleine lijderes was zeker
+onder het zingen in slaap gevallen.
+
+Hedwig verroerde zich niet. Met haar geheele hart had zij geluisterd.
+Zij vond het een genot in haar eigen taal te hooren zingen en zij kende
+de woorden en de melodie en had het lied zelf wel gezongen, toen zij een
+kind was,--was het daarom alleen dat het haar zoo ontroerde?
+
+Zij wist dat zij tot in hare ziel getroffen was door het echt vrome,
+kinderlijke geloof, dat uit de eenvoudige woorden sprak, zij wist dat
+ook haar eigen vertrouwen in Gods zorgende liefde er door versterkt werd
+en opgewekt herhaalde zij zacht bij zichzelf:
+
+"Kann ich auch nicht verstehen
+ Wie Du mich fuehrst,
+Will froehlich weiter gehen,
+ Weil Du regierst."
+...
+
+Zij sliep dien nacht rustig en werd voor 't eerst in vele, vele dagen
+verkwikt wakker. Zuster Kate keek verheugd over den opgewekten toon,
+waarmee zij haar goeden morgen zeide en Hedwig was blij, toen zij hoorde
+dat ook het patientje aan den overkant een goeden nacht had gehad. Zij
+was ook blij dat het Zondag was. Dan werden om twee uur de deuren der
+ziekenkamers wijd open gezet, opdat de patienten het orgelspel en het
+gezang der zusters zouden kunnen hooren, die in het zusterhuis hare
+middag-godsdienstoefening hielden. Tot nu toe was Hedwig te afgemat
+geweest om er werkelijk van onder den indruk te komen, maar vandaag was
+dit anders en stemde de plechtigheid haar blijmoedig ernstig, haast
+alsof zij er zelf aan deelgenomen had. "Ik ben toch in zoo'n echte
+Zondagsstemming," zei ze later tot zuster Kate, "ik ga nu eens een heel
+vroolijken brief aan mijn moeder schrijven."
+
+Maar de "heel vroolijke brief" matte haar nog wel af en 's avonds viel
+het haar weer moeielijker opgewekt te zijn. Ze lag met de oogen dicht en
+beproefde zooveel mogelijk aan "prettige dingen" te denken, het was
+echter of de "prettige dingen" heden niet komen wilden! Ze zuchtte
+ongeduldig,--toen voelde zij een koele hand op haar voorhoofd. Verbaasd
+keek zij op en: "O dokter, hoe heerlijk!" riep zij uit.
+
+"Zoo, dat klinkt al heel hartelijk," zei Miss Hearty lachend. "Hoe gaat
+het?"
+
+"_Veel_ beter nu ik u zie!"
+
+Dr. Hearty ging naast het bed zitten, bevoelde Hedwig's pols en zei:
+
+"Wij gaan bepaald vooruit."
+
+"Gelukkig!" riep Hedwig op een toon van verlichting. "Ik wist het ook
+eigenlijk wel. En wanneer mag ik nu eens op zitten en eens uitgaan
+en--weer beginnen te werken? Ik word wezenlijk bepaald slecht van het
+niets doen!"
+
+"Ik zou het maar wat kalm aanleggen."
+
+"Kalm aanleggen? Maar dokter, weet u wel dat het hoog, hoog tijd is dat
+ik weer flink aan het verdienen ga?"
+
+"Is dat nu werkelijk zoo noodig?"
+
+"Ja _zeker_," en Hedwig knikte driftig, verontwaardigd dat Miss Hearty
+het belang der zaak zoo weinig scheen te begrijpen.
+
+"Vertel mij eens bedaard waarom dat zoo noodig is."
+
+En Hedwig vertelde alles. Door de warme sympathie, waarmee naar haar
+geluisterd werd, aangemoedigd, vertelde zij zonder den minsten ophef,
+hoe en waarom zij op haar vijftiende jaar van huis gegaan was en van
+dien tijd af voor zichzelf en gedeeltelijk ook voor haar moeder en
+zusje had gezorgd. Hoe heerlijk zij het gevonden had dit te mogen doen
+en hoe gelukkig zij zich doorgaans had gevoeld in haar werk, zelfs op
+het beruchte Hill House,--welk een genot zij vond in den omgang met
+kinderen en toen opeens met een opgewondenheid, die haar zelf verbaasde
+dat zij nu snakte, _snakte_ letterlijk naar nieuw werk, maar nauwelijks
+wist hoe daaraan te komen en dat zij toch moedig was, heusch heel moedig
+en ook nog wel geduldig wezen wou.
+
+Toen werd het haar te machtig en kon zij niets meer zeggen. En zonder
+een woord te spreken, trok Miss Hearty haar naar zich toe en met een
+gewaarwording van veiligheid legde Hedwig het hoofd aan haar borst en
+schreide rustig uit.
+
+Lang duurde het echter niet, of zij hief het hoofd weer op en lachend
+door hare tranen heen, zei ze:
+
+"Ik schaam me verschrikkelijk eigenlijk."
+
+"Zoo? En ik kwam je een voorstel doen eigenlijk."
+
+"Een voorstel? O, wat is het? Waarom hebt u me dat niet eerder gezegd?"
+
+"Je liet mij niet aan 't woord komen," zei Dr. Hearty plagend. "Kijk
+eens, ik neem omstreeks Paschen mijn vacantie en hoop dan een poosje
+naar Devonshire te gaan. Nu zou ik me graag in dien tijd wat oefenen in
+het Duitsch en daarom wou ik jou mee hebben. Wij kunnen dan ook eens
+bedaard overleggen wat je verder doen zult. Maar nu weet ik natuurlijk
+niet of je er lust in hebt."
+
+"_Weet_ u dat niet?" was al wat Hedwig zeide. Toen met een gebroken
+stem: "_Oh, how good you are, how good!_"
+
+"En nu kalmpjes afwachten wanneer je met je nieuwe leerling beginnen
+moogt," zei Dr. Hearty, toen zij afscheid nam en Hedwig zei kalm: "Ja,
+natuurlijk," maar toen Miss Hearty weg was, riep zij opgewonden om
+zuster Kate.
+
+Zuster Kate kwam lachend binnen. "Ja, ja, ik heb alles al gehoord," zei
+ze. "En 't is een waar genot met Dr. Hearty op reis te zijn, dat weet ik
+bij ondervinding. Zij neemt bijna ieder jaar iemand met zich mee, als ze
+vacantie heeft; is dat niet aardig? Broers of zusters heeft zij niet
+meer, maar haar leven is toch alles behalve eenzaam natuurlijk, omdat
+zij altijd om anderen denkt."
+
+"Zij is zeker een heel knappe dokter en erg geliefd en gezien, niet
+waar?" vroeg Hedwig, met bewondering in haar stem.
+
+"Zeer geliefd en gezien en een weldaad voor velen," zei zuster Kate
+warm.
+
+Wat schreef Hedwig nu een paar blijde regeltjes naar Duitschland en hoe
+bespoedigde de groote vreugde het herstel! Toen er zonnige dagen kwamen,
+mocht zij eens opzitten, later eens even met zuster Kate wandelen, toen
+geregeld iederen dag uitgaan en eindelijk kon de dag voor de reis naar
+Devonshire worden bepaald.
+
+'t Was kil, druilerig weer en er viel een hardnekkige motregen, toch
+vond Dr. Hearty het onnoodig de reis uit te stellen. Zij kwam Hedwig in
+een vigilante halen, liet haar zich goed instoppen, zeide meer dan eens
+dat zij haar nu in alles gehoorzamen moest, toonde zich blij als een
+kind dat zij vacantie had en reed in de prettigste stemming met de
+gelukkige Hedwig naar Paddington-station.
+
+"He, wat ziet Londen er weer vuil en donker en somber en modderig uit!"
+riep Hedwig onder het rijden. "Heerlijk dat wij er uitgaan!"
+
+"Ja, ten minste ... als wij het in Devonshire beter krijgen," zei Dr.
+Hearty op bedenkelijken toon.
+
+"Maar dat zal toch wel! Zuster Kate zei dat de lucht daar zoo zuiver was
+en dat het er zoo mooi was! Zij heeft er familie wonen, in de buurt van
+Teignmouth, juist waar wij naar toe gaan. Het moet er verrukkelijk
+wezen!"
+
+"Ik _hoop_ het," zei Miss Hearty weer, "maar als wij er zulk slecht weer
+treffen...."
+
+"Dan vind ik het _toch_ heerlijk, omdat ik bij u ben!" zei Hedwig
+vroolijk.
+
+"Pas op maar, mijn gezelschap kon je wel eens niet meevallen op den
+duur!"
+
+"_Was sich liebt, neckt sich_," zei Hedwig lachend. "Wilt u dat nu eens
+voor mij in 't Engelsch vertalen?"
+
+"Daar heb ik op dit oogenblik volstrekt geen tijd voor, want hier zijn
+wij aan Paddington-station. Zorg jij nu voor de bagage en de kleine
+pakjes--denk er om, er is een _luncheon-basket_ bij,--dan ga ik plaats
+nemen en zien dat wij een goeden coupe krijgen."
+
+Een _luncheon-basket_? Hoe aardig dat die er bij was! Hedwig was er zeer
+benieuwd naar en toen zij de kostbare mand werkelijk veroverd had, stond
+zij erop haar zelf te dragen en liet de andere bagage aan den kruier
+over.
+
+Miss Hearty stond reeds bij een coupe op haar te wachten, omringd door
+vrienden, die echter de een na den ander afdropen, toen zij beslist te
+kennen gaf met haar patientje alleen te willen reizen. Hedwig moest
+languit op de bank gaan liggen en het zich zoo gemakkelijk mogelijk
+maken. "Je laat je maar door mij bedienen, alsof het van zelf spreekt,"
+zei Dr. Hearty om haar te plagen, terwijl zij haar een kussen onder het
+hoofd legde.
+
+Zij moesten eenige uren in den trein doorbrengen, maar de tijd viel geen
+van beiden lang. Zij rustten en lazen en babbelden wat en Hedwig klapte
+in de handen, toen Dr. Hearty eindelijk het oogenblik gekomen achtte om
+de _luncheon-basket_ te openen.
+
+"Misschien is het ook nog wel wat te vroeg om nu reeds te gaan eten,"
+zei ze met een strak gezicht, terwijl zij de mand gesloten hield. "Je
+hebt zeker nog geen honger?"
+
+"Als een paard!" liet Hedwig zich ontvallen.
+
+"Maar meisje, wat een uitdrukking! Ik hoop niet dat ik iets heel
+ondoordachts gedaan heb door met jou op reis te gaan."
+
+"'t Is nu te laat," zei Hedwig overmoedig, "er is niets meer aan te
+veranderen. En mag ik nu als 't je blieft wat te eten hebben? Anders val
+ik nog flauw en dan krijgt u nog maar meer last met me!"
+
+"Daar, daar!" En Miss Hearty opende de mand en zette haar een stuk koude
+kip voor, een schoteltje geconfijte peren en een bekertje wijn. "Begin
+daar maar vast mee."
+
+"Graag."
+
+Welk een grappige, prettige maaltijd was het en hoe keek Hedwig op bij
+alles wat die gewichtige mand bevatte! Het was of er nooit een eind zou
+komen aan de verrassingen en toen er nog als dessert een paar trossen
+druiven verschenen, riep zij uit: "Waar hebben die nu toch gezeten?"
+
+"Dat is mijn geheim," zei Dr. Hearty. "Ja, ja, het is geen kleinigheid
+praktisch met zoo'n voorwerp om te kunnen gaan. Maar nu moeten wij
+uitkijken, want nu zijn we in Devonshire."
+
+"Gunst!" Hedwig was onmiddellijk een en al aandacht en ging dicht bij
+het raampje zitten. Zij kregen thans herhaaldelijk een kijkje op de
+blauwe zee en rijen met frisch groen begroeide huizen. Een paar malen
+zei Hedwig: "Ziet u wel dat het hier heel anders is dan in Londen?" En
+Dr. Hearty knikte en zeide: "Ja, _hier_ wel, maar wij zijn er nog niet!"
+
+Toen zij er waren, toen zij te Teignmouth den trein verlieten, de zoele,
+geurige lucht inademden en zich in een open rijtuig naar de kamers
+lieten rijden, die Dr. Hearty gehuurd had, was het Hedwig toen niet als
+droomde zij? En hadden zij werkelijk eerst dien ochtend Londen met alle
+guurheid en donkerheid en mist en motregens en modder verlaten om
+overgeplaatst te worden naar dit wonderland, waar de zon vroolijk
+scheen, waar de zee zoo liefelijk blauw was en met haar wit schuim zoo
+teekenachtig afstak bij de terra-cotta-tinten der rotsen, waar langs de
+muren der villa's reeds--het was in April--klimrozen bloeiden en de
+heggen vol witten en rooden hagedoorn stonden?
+
+"O, ik had niet gedacht dat het zoo mooi zijn zou," zei Hedwig. "Kijk
+toch eens!"
+
+Zij reden de breede laan van een bosch door en tusschen het klimop op
+den grond, vertoonden zich primula's zoo ver het oog maar reiken kon,
+groote, zacht-gele primula's in dichte bossen, alle bestemd, naar het
+scheen, om vroolijkheid en lichte, heldere gedachten in het leven te
+roepen.
+
+[Illustration: De kerk te Cockington (Devonshire).]
+
+Later steeg de weg en zagen zij de zee weer in al haar glorie van blauw
+en wit en zacht-violet. Op de rotsen van lichtrood zandsteen, die er om
+heen lagen, schitterde goudgele brem en groeiden en bloeiden weelderig
+de wilde aarbeiplantjes, terwijl telkens weer langs den weg groote
+ruikers primula's zich vroolijk lieten zien naast breede streepen
+boschviooltjes of vergeet-mij-nieten, een enkel maal in de buurt van
+ooievaarsbek en speenkruid. Lange slingers puntig klimop met
+lichtgroene, zich ontplooiende blaadjes hingen over oude muren heen, die
+in hunne spleten voedsel gaven aan tuiltjes oogentroost en fijne
+steenvarentjes. Soms vertoonden zich aan beide kanten van den weg,
+letterlijk een laan vormend, hooge, krachtige bremstruiken, boomen
+haast, alle schitterend met een overvloed van gouden bloemtrossen en
+altijd weer, tusschen dennen en bremstruiken door en langs de lichtroode
+rotsen, zag men de blauwe zee, kalm en liefelijk en droomerig als in een
+sprookje.
+
+Hedwig's oogen dronken gretig al die schoonheid in. "Wat een land! Wat
+een land!" riep zij opgetogen. "En alles groeit hier maar te gelijk.
+Rozen en primula's en brem en speenkruid en meidoorn; wat moet dat hier
+voor een gezonde lucht zijn! Ik voel nu al dat het me goed doet!"
+
+"Dat is gauw," zei Dr. Hearty heel bedaard. "Als de kamers, die ik
+gehuurd heb, je nu straks maar niet tegen vallen."
+
+"Niets kan mij meer tegen vallen," zei Hedwig met vuur. "Al moest ik
+hier ook in een kelder slapen...."
+
+"Daar zou ik toch minder voor zijn," zei Dr. Hearty beslist. "Maar hier
+zijn we waar we wezen moeten."
+
+Zij stapten uit bij een niet groot, eenvoudig huis, dat rondom in een
+tuin lag, waar de gele en roodbruine muurbloemen geurden en terstond
+verscheen een tengere, blonde vrouw en heette haar hartelijk welkom.
+Nieuwsgierig volgde Hedwig haar en Dr. Hearty de trap op naar een kamer,
+die als zitkamer was ingericht en door een zeer breed openslaand raam
+een ruim uitzicht gaf op zee en rotsen. "Ik hoop dat gij u hier thuis
+zult voelen," zei de vrouw vriendelijk. "Het avondeten zal spoedig
+gereed zijn. De slaapkamers zijn hier naast, het portaal over, zooals ik
+u geschreven heb."
+
+"Dank u, Mrs. Dimbleby. Dan gaan wij nu eerst wat rusten," zei Miss
+Hearty. "Wij willen heel graag straks wat te eten hebben en uw geurige
+thee drinken, waarvan ik zooveel goeds heb gehoord. Ik zal mijn vriendin
+de slaapkamers wel laten zien."
+
+"Mijn vriendin!" Hedwig vond het bepaald een eer zich zoo te hooren
+noemen en zoozeer onder den indruk was zij van het heerlijke gevoel van
+na lang ziek te zijn geweest weer gezond te worden en van den
+verkwikkenden overgang van de vrij eentonige stilte in het ziekenhuis
+tot de verfrisschende rust in de natuur, dat zij in een vlaag van
+opgewondenheid Dr. Hearty om het middel greep, met haar in de rondte
+danste en haar toen een klinkenden kus gaf.
+
+"Maar heb ik nu ooit van mijn leven!" riep Miss Hearty uit. "Hemeltje,
+wat ben ik begonnen door op reis te gaan met iemand, die zoo weinig
+begrijpt hoe zij met ouderen en wijzeren om moet gaan...."
+
+"Wat is alles hier alleraardigst en met smaak ingericht en hoe heerlijk
+overal die bloemen!" viel Hedwig oneerbiedig in en ze keek met
+welgevallen naar het tafeltje voor het raam met de lage, gemakkelijke
+stoelen er naast, de rustbank in den hoek, het behangsel met de losse
+appelbloesemtakken en de lichtgroen geschilderde lambrizeering, den mooi
+bewerkten schoorsteenrand en het meest nog naar de sierlijke,
+olijfgroene en roode pulletjes, kannetjes, vaasjes en kommen, alle
+gevuld met primula's, viooltjes, muurbloemen, ranken klimop en
+meidoorntakken en, waar maar een plaatsje was, in de kamer neergezet.
+
+"Ja, wij zullen het hier wel uit kunnen houden," zei Miss Hearty, "maar
+ga nu mee. Wij slapen vlak in elkaars nabijheid, zooals je ziet."
+
+Aan denzelfden kant van het huis als de zitkamer lagen de slaapkamers;
+men had er hetzelfde mooie uitzicht en het was er frisch en rustig. "Ook
+al weer alles even keurig," zei Hedwig. "Ik vind het hier eenvoudig
+volmaakt."
+
+"En nu moet jij je dan ook eens volmaakt stil houden," zei de dokter,
+"en minstens een half uur te bed gaan liggen. Ik kom je wel roepen voor
+het avondeten."
+
+En meteen sloot zij de deur tusschen de beide slaapkamers achter zich en
+liet Hedwig alleen.
+
+Gehoorzaam deed deze wat haar bevolen was en toen zij eenmaal lag,
+voelde ze dat zij wel vermoeid was. Aan slapen had zij echter geen
+behoefte en zij liet hare oogen dus met welbehagen glijden over de met
+wit neteldoek bedekte toilettafel, over de lichtgroene waschtafel en
+spiegellijst, de lichtgroene latafel en hangkast, alle zoo vroolijk
+afstekend bij de wilde rozen op het behangsel en kom en kan der
+waschtafel. Toen gaf zij ook hare oogen rust en luisterde alleen nog
+maar--deed niets dan luisteren naar het kabbelen der zee, dat zacht tot
+haar kwam en haar als vredige muziek in de ooren klonk.
+
+Een half uur later werd er aan haar deur getikt. "_Come in!_" riep ze,
+denkend dat het Dr. Hearty was, die haar kwam roepen, doch de deur ging
+langzaam open en niet Miss Hearty, maar een meisje van een jaar of
+dertien met lang, blond haar, kwam bedeesd nader. Zij hield het hoofd
+wat voorover gebogen en de blauwe oogen keken zoo schuchter en te gelijk
+zoo nieuwsgierig dat Hedwig er plezier in had en lachend zei:
+
+"Kom maar gerust wat dichter bij en bekijk mij eens goed, want dat wil
+je toch zeker graag, niet waar? Wie ben je eigenlijk? _Ik_ ben een
+Duitsch meisje en jij...."
+
+"_I am English_," zei het meisje, terwijl al de verlegenheid uit haar
+gezicht verdween en zij eveneens vroolijk lachte. "_I am Mrs. Dimbleby's
+daughter. Are you ready for your supper?_"
+
+Terstond gleed Hedwig van het bed af, ten zeerste "_ready for her
+supper_," zooals ze zeide. Nog even vroeg zij aan het meisje hoe zij
+heette en "Dorothy" klonk het weer bedeesd, toen knikte het blonde
+hoofdje haar nog even vriendelijk toe en verdween Dorothy weer, zacht en
+behoedzaam zooals zij gekomen was.
+
+In de zitkamer stond de tafel gedekt en werd Hedwig beleefd, met een
+kleine buiging, begroet door Mr. Dimbleby, den heer des huizes, die er
+als een echte _gentleman_ uitzag. Terwijl hij een stoel voor haar
+aanschoof, een paar lage vaasjes met primula's op de tafel zette,
+vingerdoekjes op de borden legde, het servet met de mooie
+papaverteekening gladstreek en den schotel met ham bij het bruine brood
+voor Dr. Hearty neerzette, kon Hedwig duidelijk opmerken dat zijn
+dochtertje sprekend op hem geleek en van hem hare beschaafde manieren
+hebben moest. Ook in Mr. Dimbleby's oogen lag de stil-vroolijke trek,
+dien zij in Dorothy's oogen had ontdekt. Zij sprak er met Dr. Hearty
+over, toen Mr. Dimbleby het vertrek verlaten had.
+
+[Illustration: Dorothy Dimbleby.]
+
+"Het moet een bizonder aardige verhouding zijn tusschen die twee," zei
+Dr. Hearty. "De moeder is ook heel lief, maar zwak. Zij zijn om haar in
+Devonshire komen wonen en Dorothy is hun eenigst kind. Zij vindt het
+heerlijk hier, gaat nog school natuurlijk, maar is toch ook reeds de
+rechterhand van haar moeder. Met haar vader moet zij dikwijls de
+grootste pret hebben en allerlei grappen uithalen. Zij zou misschien wel
+een prettige leerling zijn, niet waar? Maar ik vrees, dat zij aan
+Duitsche lessen voor haar nog niet toe zijn."
+
+Neen, daaraan werd door de ouders van Dorothy blijkbaar voorloopig niet
+gedacht, maar aardig was het zoo goed als Hedwig en zij al heel spoedig
+samen over weg konden. Reeds den eersten ochtend, toen Hedwig een poosje
+voor Miss Hearty in de zitkamer verscheen, raakte zij druk met Dorothy,
+die bezig was het ontbijt klaar te zetten, in gesprek en hadden zij
+zoo'n plezier samen om een zoutvaatje, dat op een zeer dwaze manier van
+de tafel rolde, dat zij maar niet op konden houden met lachen. Toen de
+tafel in orde was en Dorothy vroeg of zij den _bacon_ maar zou gaan
+halen, verzocht Hedwig haar eerst nog een beetje bij haar te blijven
+praten, maar Dorothy zei, plotseling weer ernstig en bedeesd dat zij nog
+stof af moest gaan nemen op de bovenkamer. "Dan zal ik je even helpen!"
+riep Hedwig, die na haar goede nachtrust in een bizonder opgewekte
+stemming was en Dorothy nam haar mee naar boven naar een groote, zonnige
+kamer, waar al hare schatten waren ten toon gesteld en naast een kastje
+vol boeken, snuisterijen, teekeningen en groote kaarten met mooi
+gedroogde bloemen, een bruin houten kist stond. "Daar is van _alles_
+in," verklaarde Dorothy, "en daar spelen we mee, mijn vriendinnen en ik,
+als wij een vrijen middag hebben. Dan houden wij hier allerlei
+voorstellingen en dan helpt vader dikwijls mee om alles in orde te
+maken. Moeder komt dan kijken. Maar den laatsten tijd is er niet veel
+van gekomen, omdat moeder nogal ziek is geweest en wij moeten nu wachten
+tot zij weer wat sterker is...."
+
+Zij dribbelde ijverig heen en weer met haar stofdoek en gaf handig en
+vlug aan de kamer een netter aanzien. Toen moest zij weer naar beneden,
+eerst den _bacon_ en de eieren voor de gasten halen, toen haar moeder,
+die laat opstond, haar ontbijt brengen, toen de bedden afhalen en de
+waschtafels in orde brengen, daarna zelf ontbijten en eindelijk naar
+school gaan, wat zij deed met een welgemoed: "_Good-bye_" voor Hedwig,
+die haar bij het raam stond na te kijken.
+
+Als zij om twaalf uur uit school thuis kwam, wachtte haar allerlei
+huishoudelijk werk, dat haar moeder niet had kunnen af maken, dan weer
+school en lessen, een wandeling met Mr. Dimbleby, wat werken in den tuin
+en dan naar bed. Dorothy Dimbleby wist wel weg met haar tijd en vond dat
+zij "een echt heerlijk leven" had! Zingend, zonneschijn brengend waar
+zij maar kon, altijd bereid de handen uit de mouw te steken, soms tot in
+het overdrevene bescheiden, dan weer uitgelaten vroolijk, maar door de
+haar aangeborene beschaving des harten, nooit brutaal of onhebbelijk,
+zoo was Dorothy Dimbleby,--een levenslustig en zacht klein vrouwtje en
+de trots van hare ouders.
+
+"Ach, dat dit schepseltje nu juist geen Duitsche gouvernante noodig
+heeft!" zuchtte Hedwig, toen zij een week bij de Dimbleby's hadden
+gewoond en Dorothy meer en meer hadden leeren kennen. "Maar _ik_ heb er
+des te meer een noodig," zei Dr. Hearty dan en met veel ijver gaf Hedwig
+haar iederen dag haar Duitsche les en babbelde op de wandelingen Duitsch
+met haar. Die "nooit te vergeten wandelingen" schreef zij in hare
+brieven naar huis. "Maar zal ik wel ooit _iets_ van deze gelukkige dagen
+vergeten? Alles is even heerlijk! Ik voel me weer volkomen gezond en
+houd iederen dag meer van Dr. Hearty, die als een moedertje voor me
+zorgt en in een woord allerliefst is. Wij bespreken heel veel samen,
+ook ernstige dingen. Iederen avond, als het zoo plechtig stil is om ons
+heen en de zee er uit kan zien alsof zij sluimert, leest Miss Hearty mij
+een Engelsch gezang voor en doen wij samen een kort gebed en Zondag zijn
+wij voor 't eerst samen naar de kerk geweest. Wij aten toen vroeg en
+wandelden daarop naar Torquay, een prachtige tocht, waarop wij van den
+weg af aldoor de zee konden zien, die dien dag vrij woest was met hooge,
+witte koppen op de rollende golven. Er woei een frissche wind en de
+stengels der bloemen en de lichtgroene punten aan de dennentakken
+bewogen al heen en weer. Het was heerlijk wandelweer en Torquay
+onbeschrijflijk mooi! Lang bleven wij er niet, omdat we nog naar
+Cockington wilden en daar in de schilderachtige kerk den avonddienst
+wenschten bij te wonen. Ik stuur u hierbij een afbeelding van de kerk;
+is zij niet mooi? De dienst was eenvoudig, maar wel indrukwekkend. Wij
+dronken later een kopje thee bij kennissen van de Dimbleby's, die in een
+alleraardigste _cottage_ wonen en ook weer overal bloemen hadden staan.
+Ik kreeg een grooten ruiker vergeet-mij-nieten mee en gaf er later een
+tuiltje van aan Dorothy, die de bloempjes droogde en opplakte en eronder
+schreef: "_From my dear German friend._"...."
+
+Het waren vroolijke, zorgelooze dagen, zooals Hedwig zich niet
+herinnerde er ooit te voren in haar leven te hebben gekend. Slechts een
+enkel regenbuitje kwam nu en dan de zon verdrijven; dan lieten zij in de
+prettige zitkamer een vuurtje aanleggen en werkten samen Duitsch, lazen,
+schreven brieven, speelden spelletjes met Dorothy en schaterden het soms
+uit om de dwaze raadsels, die Dr. Hearty als uit de mouw wist te
+schudden. Maar als het mooi weer was, brachten zij nagenoeg den
+geheelen dag buiten door, tochten makend over de heuvels en door de
+bosschen of langs de rotsen en de zee, om soms in een of anderen
+bakkerswinkel in een gemoedelijk achterkamertje, waar het vol bloemen
+stond, een tweede ontbijt te gebruiken en tegen den avond met primula's
+en jong groen beladen, thuis te komen.
+
+Het was na zulk een dag dat Hedwig op een avond de zitkamer van frissche
+bloemen stond te voorzien, toen Dr. Hearty zich bij haar voegde met de
+woorden:
+
+"Als je nu klaar bent met al dat gescharrel, hoop ik dat je ook eens een
+oogenblikje voor mij over hebt."
+
+Hedwig keek snel op. Dr. Hearty en zij waren er aan gewend geraakt
+elkaar schertsend op deze wijze toe te spreken en te plagen, maar er
+klonk thans iets ernstigs in den toon van Miss Hearty's stem, dat Hedwig
+trof. Zij liet heel den schat geurige viooltjes, die zij met zooveel
+moeite verzameld had, uit hare handen vallen en vroeg haastig:
+
+"_Is_ er wat?"
+
+Miss Hearty knikte en glimlachte even. "Maak eerst je bloemen maar
+netjes in orde, dan zal ik het je zeggen."
+
+Zoo vlug mogelijk stak Hedwig de dunne steekjes in het water, toen ging
+zij over Dr. Hearty zitten en vroeg dringend:
+
+"Nu?"
+
+"Zou je graag in Manchester wonen?" vroeg Dr. Hearty zonder eenige
+verdere inleiding.
+
+"In Manchester? Nooit geweest!" zei Hedwig snel. "Is daar werk voor me?"
+
+"Hoogst waarschijnlijk wel. Kijk eens, men heeft mij vroeger eens
+verteld en toevallig een paar dagen voordat wij op reis gingen, nog eens
+weer, dat er in Manchester groote behoefte is aan iemand, die goed
+Duitsch onderricht kan geven aan scholen, zoowel als aan
+privaat-leerlingen. Ik heb de zaak nu eens grondig onderzocht en het
+resultaat is zoo bevredigend dat ik wel geloof je te mogen voorstellen,
+het erop te wagen en je in Manchester te vestigen."
+
+"Dat zou ik heel graag willen," zei Hedwig met vuur. "Maar ... hoe zou
+ik dan in het begin ... ja, waarvan moet ik dan leven, zoo lang ik nog
+geen of weinig lessen heb?"
+
+"Daarover heb ik ook gedacht. Ik ken in Manchester een goed _home_, waar
+je voorloopig althans zoudt kunnen wonen. De directrice is een vriendin
+van mij en zal zeker heel vriendelijk voor je zijn. Natuurlijk kan zij
+je niet voor niets in huis nemen, maar als je mij nu bepaald een
+genoegen doet door wat geld van mij te leenen, waarmee je bij voorbeeld
+voor een half jaar gered zoudt zijn, dan wil je dat toch zeker wel
+aannemen?"
+
+Hedwig legde beide handen op de hare. "Ik weet niet hoe ik u danken
+moet," zei ze eenvoudig.
+
+"Dat is dus afgesproken. Nu zou ik zeggen, als wij nu nog een dag of
+tien hier bleven en dan van hieruit alles beschreven, was dat het
+geschiktste. Ik heb aanbevelingen voor je bij twee families en bij de
+directrice van een school, waar Duitsch onderwijs verlangd wordt en daar
+kun je dus dadelijk werk van maken. Gaat dit naar wensch, dan volgen de
+andere lessen ook wel."
+
+"Ik kan u niet zeggen hoe zulk een werkkring mij aantrekt," zei Hedwig.
+"Er is maar een ding jammer bij...."
+
+"En dat is?"
+
+"Dat Dr. Hearty niet in Manchester woont," zei Hedwig met glinsterende
+oogen.
+
+"Ja, als je aan 't flikflooien gaat, moeten wij maar van het onderwerp
+afstappen," zei Miss Hearty lachend. "Ik had je anders juist nog willen
+vertellen dat er misschien een kennis van mij, toevallig juist uit
+Manchester, hier in de buurt op Luscombe Castle bij Dawlish, komt
+logeeren. Het zou aardig wezen als wij haar nog zagen. We moeten in
+ieder geval morgen maar eens naar Dawlish toe wandelen en Luscombe
+Castle gaan zien; maar ga nu voor het avondeten een kwartiertje rusten,
+want je bent weer een en al opgewondenheid."
+
+Hedwig ging gehoorzaam heen, al was zij tot rusten allerminst gestemd.
+Op den rand van haar bed zat zij met een dankbaar en verruimd hart naar
+de zee te kijken en naar de schaduwen op de lichtroode rotsen, waarop de
+gouden brembloesems wuifden. "Heerlijk, heerlijk!" fluisterde zij een
+paar malen. "Wat zal ik nu mijn best gaan doen!"
+
+Het was of de zon nog nooit zoo mooi had geschenen als den volgenden
+dag, toen Dr. Hearty en zij naar Dawlish toe wandelden. Hedwig was
+uitgelaten en zong en huppelde langs den weg als een kind, zich niet
+storend aan de opmerkingen van Miss Hearty dat dit volstrekt niet
+"_quite English_" was!
+
+Zij werd wat stiller, toen zij het schilderachtige Dawlish achter zich
+lieten en de hooge, donkere dennen en ceders in het gezicht kregen, die
+het heuvelachtige park van Luscombe Castle zoo bizonder mooi maken.
+
+"Weet je wat nu een raar geval is? Dat ik niet aan Mr. Dimbleby gevraagd
+heb of het kasteel wel voor 't publiek te zien is," zei Dr. Hearty, toen
+zij den ingang van Luscombe naderden.
+
+[Illustration: Luscombe Castle bij Dawlish (Devonshire).]
+
+"Kom, laten wij maar door loopen! Het ziet er zoo prachtig uit," zei
+Hedwig. "Als wij nu zeggen dat wij heel uit Londen komen...."
+
+"O zoo! Dus dan wil jij het woord wel doen zeker?"
+
+"Met plezier," zei Hedwig terstond, maar zij zag toch een beetje vreemd
+op, toen zij juist op dat oogenblik bij het hek een man zagen staan, die
+rustig naar de beide dames stond te kijken.
+
+"Dat zal de tuinman wezen," zei Dr. Hearty. "Je treft het dat hij daar
+juist staat. Vraag het hem nu maar gauw."
+
+"Zeker," zei Hedwig. Toen zich tot den man wendend, die dadelijk beleefd
+zijn pet afnam, "wij kunnen immers het park en het kasteel wel zien,
+niet waar?"
+
+"O ja, het park in ieder geval wel. Zal ik u dan den weg maar wijzen?"
+antwoordde de man bereidvaardig.
+
+"Graag," zeiden Dr. Hearty en Hedwig als uit een mond en nu begon er een
+liefelijke wandeling door het schoone, boschrijke park van Luscombe. De
+man vertelde dat er vroeger een oude boerderij gestaan had en dat eerst
+in 't begin der 19^e eeuw het tegenwoordige kasteel was gebouwd en de
+meeste der tegenwoordige, zware boomen waren geplant. Hij deelde een en
+ander mede op een onderhoudende, soms geestige wijze en de beide dames,
+die achter hem liepen, waren het er--misschien wel wat heel
+hoorbaar!--over eens dat hij: "_a very nice man indeed_" en "_quite
+gentlemanly_" was.
+
+Toen zij dicht bij Luscombe Castle waren, vroeg Hedwig weer:
+
+"En het kasteel, is dat ook te zien? Kan dat misschien even voor ons
+gevraagd worden?"
+
+De man dacht een oogenblik na. "Ik wil het wel voor u vragen," zei hij
+met een fijn glimlachje, "maar ik weet niet of het toegestaan zal
+worden."
+
+"Wij zullen maar in hoop leven en geduldig hier op u blijven wachten,"
+zei Dr. Hearty, waarop hij beleefd boog en verdween.
+
+Het duurde niet lang of een ander, een knecht in livrei, verscheen in
+zijn plaats en vroeg of de dames maar zoo goed wilden zijn hem te
+volgen, "het kasteel stond voor haar open."
+
+Van pure blijdschap kneep Hedwig Miss Hearty even in den arm, maar de
+dokter fronste de wenkbrauwen. "Deftig zijn!" fluisterde zij en trok
+daarbij zoo'n dwaas gezicht dat Hedwig groote moeite had het bevel te
+gehoorzamen.
+
+Zwijgend volgden zij nu den knecht naar een marmeren vestibule, toen een
+breede gang met hooge palmen door en eindelijk naar een kleine,
+vroolijke kamer, waar bij een raam een dame thee zat te schenken, en
+waar zij, tot haar niet geringe verwondering, bij een ander raam den man
+zagen staan, die haar door het park den weg gewezen had en--die niemand
+anders bleek te zijn dan de eigenaar van het kasteel!
+
+Dr. Hearty was de eerste, die van hare verbazing bekwam en in welgekozen
+bewoordingen verontschuldigingen maakte over de dwaze vergissing. "Het
+deed mij veel genoegen te hooren," was het vroolijke antwoord, "dat ik
+"_a nice man_" en "_quite a gentleman_" was! Mag ik u nu eens aan mijne
+vrouw voorstellen? Van Dr. Hearty hebben wij ook hier in Devonshire
+natuurlijk veel hooren spreken en ik wist dat zij hier in de buurt haar
+vacantie doorbracht. Is deze jonge dame geen Engelsche?"
+
+Hedwig zelf bracht hem op de hoogte en nu verzocht de vrouw des huizes
+de dames te gaan zitten en een kopje thee te gebruiken en toen deze
+verkwikking genoten was, werd het fraaie kasteel werkelijk bezichtigd,
+waarna Dr. Hearty en Hedwig afscheid namen van de vriendelijke menschen
+met de belofte nog eens terug te zullen komen voor haar vertrek.
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+Een rijk Leven.
+
+
+Enkele dagen later regende en woei het vrij hard. In den haard der
+zitkamer werd een vuurtje aangelegd en spoedig dansten de gele vlammen
+vroolijk om een blok beukenhout. Dr. Hearty en Hedwig keken er naar,
+terwijl zij Hedwig's aanstaanden werkkring te Manchester bespraken en
+een circulaire opstelden, die Hedwig zou laten drukken en rond sturen en
+waarin "_Fraeulein Hedwig Eiche from Hannover_"--Hedwig's geboorteplaats
+lag in de provincie Hannover--hare diensten als onderwijzeres in het
+Duitsch aanbood. "_Erg_ gelukkig dat je juist uit dat gedeelte van
+Duitschland komt," zei Dr. Hearty, "dat is dadelijk hier in Engeland een
+goede aanbeveling, omdat Hannoversch Duitsch als zoo mooi bekend staat."
+
+Hedwig verheugde er zich ook over. Zij was in een bizonder opgewekte
+stemming, die nog verhoogd werd door de gunstige berichten, haar
+zooeven in een brief van haar moeder gezonden. Claerchen had het oude
+plan om ook gouvernante te worden, opgegeven en was op weg om een flinke
+huishoudster te worden. Zij ging iederen dag van 's ochtends tot 's
+avonds naar een groot doktersgezin, waar zij als _Stuetze der Hausfrau_
+werkzaam was. Zij had het er heel prettig en verdiende goed en haar
+moeder had ook volop werk; zij hoopten nu langzamerhand zooveel te
+besparen dat zij Hedwig eens konden komen bezoeken, als zij goed en wel
+te Manchester gevestigd was!
+
+Hedwig zelf bouwde ook allerlei luchtkasteelen en Dr. Hearty deed er
+druk aan mee; zij meubelden reeds in gedachten een huisje, dat Hedwig
+eenmaal bewonen zou, als zij met hare Duitsche lessen fortuin had
+gemaakt. "Ik neem al vast geen schommelstoel, dat weet ik ten minste
+wel," zei Hedwig lachend, terwijl zij naar hartelust heen en weer zat te
+schommelen voor het vuur, "want daaraan ben ik hier veel te veel
+verslaafd geraakt, maar in ieder geval...."
+
+Wat zij in ieder geval al of niet doen zou, kwam niemand ooit te weten,
+want juist op dit oogenblik werd er aan de deur geklopt en kwam Dorothy
+binnen met een briefje voor Dr. Hearty. "Van Luscombe Castle; er wordt
+op antwoord gewacht," zei ze.
+
+Hare oogen keken heel nieuwsgierig, terwijl Miss Hearty het briefje las,
+maar zij bleef toch zwijgend wachten, evenals Hedwig, die onafgewend
+naar Miss Hearty's gezicht zat te kijken en het "heerlijke schommelen"
+thans geheel naliet. Dr. Hearty glimlachte even, toen zij het briefje
+weer dichtvouwde, maar zij sprak geen enkel woord. Bedaard schreef zij
+een antwoord en overhandigde dit aan Dorothy en eerst toen deze weer
+verdwenen was, zei ze langzaam en als in gedachten:
+
+"Dat is dus overmorgen...."
+
+"Overmorgen? Wat is er overmorgen?" vroeg Hedwig snel.
+
+"Gunst ja, ik had je waarlijk wel eerst mogen vragen of je er wel lust
+in hadt; het spijt me dat ik daaraan niet gedacht heb. Nu, je kunt je
+altijd nog bedenken."
+
+"Lust in hadt! Maar waarin dan toch?" vroeg Hedwig ongeduldig. "Spreek
+toch niet zoo in raadselen!"
+
+"Ik zal duidelijk zijn als jij je kalm houden wilt," zei Dr. Hearty, die
+er plezier in had haar te plagen.
+
+"Maar ik ben zoo kalm als wat!"
+
+"En je schommelt niet eens!"
+
+"Alsof dat een bewijs van kalmte was!" riep Hedwig lachend uit. "Enfin,
+ik ben al weer druk bezig. Kijk maar!"
+
+Zij bracht den schommelstoel duchtig in beweging en keek de dokter
+vragend aan.
+
+"Er zal overmorgen een dineetje wezen op Luscombe Castle," zei Miss
+Hearty, "en daar wil men ons graag bij hebben. Mijn vriendin uit
+Manchester komt vandaag."
+
+"Een dineetje! Hoe verrukkelijk!" riep Hedwig, opspringend uit haar
+stoel. Toen opeens met een verslagen gezicht: "Maar ik heb geen enkele
+japon, die daarvoor mooi genoeg is."
+
+"Geen japon? Och kom...."
+
+"Neen, wezenlijk niet. Die Iersche mousseline is totaal versleten en
+verder heb ik weinig anders dan eenvoudige blouses en een paar donkere
+japonnen."
+
+"Ja, dat gaat niet, vooral nu niet, nu ik juist een beetje eer met je
+moet inleggen. Mijn zijden japon kan ik je moeielijk leenen, die zal ik
+zelf aan moeten trekken en buitendien...."
+
+"Buitendien zouden mijn beenen er dan ook een heel eindje uitsteken,"
+zei Hedwig, terwijl zij naast Miss Hearty ging staan en lachend op haar
+neer zag. "Ik ben wel _iets_ grooter dan u!"
+
+"Oneerbiedig kind! Maar hoe zullen wij raad schaffen? Dorothy zal ook
+niets hebben. Zij is wel nogal groot voor haar leeftijd, maar toch nog
+bijna geheel een kind...."
+
+Daar kwam Dorothy--iets heel ongewoons voor haar--ongevraagd weer
+binnen. "Ik dacht...." zei ze met een kleur, "u hebt mij toch niet
+geroepen?"
+
+"Neen Dorothy Dimbleby, wij hebben je niet geroepen," zei Miss Hearty,
+de hand op haar schouder leggend, terwijl Dorothy nog dieper bloosde,
+"maar je komt toch alsof je geroepen waart." En Miss Hearty vertelde
+haar wat het geval was.
+
+"Maar ik ben grooter dan Fraeulein Eiche, wel een half hoofd!" riep
+Dorothy terstond uit. "En als zij mijn nieuw wit japonnetje aan wil
+trekken, dan zal ik dat een heele eer vinden! Ik heb het nog maar
+eenmaal gedragen op een danspartijtje dezen winter en het is volstrekt
+niet kinderachtig gemaakt. Zal ik het gauw even halen? Dan kan Fraeulein
+Eiche het dadelijk eens passen."
+
+"_Heel_ graag, maar dan moet je eerst aan Mrs. Dimbleby vragen of die er
+in 't geheel niets tegen zou hebben...."
+
+"O, moeder vindt het wel goed, dat weet ik zeker!" riep Dorothy; hare
+oogen tintelden van plezier. Zij was al bij de deur om weer weg te
+snellen, toen Miss Hearty haar terugriep; Hedwig zat met een vroolijk
+gezicht toe te kijken.
+
+"Sta eens vlug op, Fraeulein Hedwig Eiche van Hannover," zei de dokter,
+"en meet eens even met Dorothy of zij werkelijk de langste is."
+
+"Ik ben grooter, ik weet het zeker; heusch!" riep Dorothy opgewonden.
+
+Zij bleek inderdaad grooter dan Hedwig te zijn, al was het geen "half
+hoofd" en triomfantelijk liep zij nu de kamer uit om haar japon te
+halen.
+
+"Alleraardigst om dadelijk met dat aanbod aan te komen," zei Hedwig.
+
+"Ja, 't is een lief schepseltje! Als dat witte japonnetje jou nu maar
+past en goed staat; je bent gelukkig niet dik! En ... er kan altijd wat
+aan veranderd worden...."
+
+"Daar ben ik al weer," riep Dorothy, hijgend de kamer inkomend met het
+lichte kleedje over den arm. "Moeder vindt het uitstekend. Kijk!" En zij
+hield de japon aan de mouwen in de hoogte om haar in al haar schoonheid
+te laten zien.
+
+"Hoe beeldig mooi!" zei Hedwig, bewonderend naar het neteldoeksch
+japonnetje kijkend, dat smaakvol gegarneerd was en er met het geplooide
+blouselijfje "volstrekt niet kinderachtig" uitzag, zooals Dorothy
+nogmaals met ijver opmerkte.
+
+"Wel jammer dat er niet een klein sleepje aan is," zei Dr. Hearty
+peinzend.
+
+"Een sleep? O, ik met een sleep!" riep Dorothy uit, in de handen
+klappend. "En ik moet nog veertien worden! Maar moet Fraeulein Eiche nu
+niet eens passen? En ... mag ik er dan bij blijven?"
+
+"Natuurlijk," zeiden de beide dames als uit een mond.
+
+In een paar minuten tijds had Hedwig nu, door Dorothy geholpen, het
+aardige toiletje aangetrokken, dat haar tot aller vreugde, inderdaad
+vrij goed paste; alleen konden de halfkorte mouwen en de, voor eene
+volwassene jonge dame, beslist te korte rok niet blijven zooals zij
+waren. "Ik heb nog een heel stuk van die kant, waarmee het lijfje
+gegarneerd is; zal ik die even halen? Dan kan die misschien onder aan de
+mouwen worden gezet," zei de bereidvaardige Dorothy, "en in den rok zijn
+onder de strooken twee opnaaisels, dus die kan gemakkelijk langer worden
+gemaakt." En meteen was zij alweer de kamer uit.
+
+Ze kwam terug met de mooie kant en met haar werktaschje. "Mag ik het
+doen?" vroeg ze gretig. "Mag ik die opnaaisels lostornen?"
+
+"Wel zeker, heel graag," en Miss Hearty nam de mouwen onder handen,
+Hedwig de eene helft van den rok en Dorothy de andere en onder gelach en
+gepraat werd het werk verricht, terwijl de regen buiten tegen de ramen
+kletterde en het vuur in den haard des te helderder vlamde. Mrs.
+Dimbleby kwam ook even binnen om te vragen of zij ook helpen kon en
+groot was de pret, toen ook Mr. Dimbleby aan de deur klopte en zijne
+diensten kwam aanbieden!
+
+Natuurlijk steeg Dorothy's opgewondene belangstelling ten top, toen de
+gewichtige dag daar was en zij, tot haar innige trots, zelf de laatste
+hand mocht leggen aan Hedwig's toilet, dat haar nu, dank zij de
+aangebrachte veranderingen, werkelijk heel goed stond, al ontbrak nog
+steeds de sleep! Miss Hearty zag er onberispelijk deftig uit in zware,
+grijze zijde en toen het rijtuig met haar en Hedwig wegreed, keek de
+geheele familie Dimbleby het na, als kon zij zich daardoor eenigszins
+een voorstelling maken van het genot, dat op Luscombe Castle zou worden
+gesmaakt.
+
+Dorothy mocht dien avond langer opblijven dan gewoonlijk om op den
+terugkeer der beide dames te wachten en zoodra zij het rijtuig meende te
+hooren aankomen, snelde zij naar buiten. Even stond zij bewonderend te
+kijken naar de sterren, die zich in de diepblauwe zee weerkaatsten, toen
+keek zij verlangend uit naar het naderende rijtuig.
+
+Toen het al dichter en dichter bij kwam, viel het haar op dat zij geen
+handen zag wuiven door de geopende raampjes; zij had toch beslist gezegd
+dat zij hier zou staan wachten! Snel liep zij een eind den weg op. Het
+was het rijtuig toch wel?
+
+Ja, daar zag zij duidelijk het gezicht van Miss Hearty, dat haar
+vriendelijk toeknikte. Hedwig zat naast haar, maar keek niet naar
+buiten; zij hield het hoofd voorover gebogen. Dorothy kon nu ook zien
+dat zij een grooten bos varens en grassen in de hand hield. Maar waarom
+keek zij toch niet op?
+
+Op een drafje liep Dorothy naar het rijtuig toe; haar lang, blond haar
+wapperde in den avondwind. Zij riep den koetsier toe dat zij het portier
+wel open zou doen en keek Dr. Hearty vragend aan, toen deze haar goeden
+avond zeide. Hedwig volgde zwijgend en het rijtuig reed weg.
+
+"Wat prachtige varens!" riep Dorothy uit. "Zijn die uit Luscombe Park?"
+
+"Ja," klonk het zacht. Een oogenblik was alles stil, toen riep Hedwig,
+terwijl zij voor Dorothy staan ging:
+
+"O Dorothy, het spijt me zoo vreeselijk, maar ik vrees dat je japon voor
+goed bedorven is!"
+
+"Bedorven?" stamelde Dorothy en haar gezicht betrok.
+
+"Het is nog op het allerlaatst gebeurd," zei Hedwig. "Ik had er
+werkelijk zoo goed opgepast en was er zoo trotsch op dat ik er zoo
+keurig uitzag en het was zoo'n heerlijke avond! Maar ik was al te goede
+maatjes geworden met een van de aardige, jonge hondjes op Luscombe en
+toen wij afscheid hadden genomen en naar het rijtuig liepen, holde hij
+ons door het park na, sprong om mij heen en beet opeens uit louter
+speelschheid een groot gat in de japon. Ik hoorde wel even iets scheuren
+en hoopte dat het maar een torntje was; eerst in het rijtuig zag ik hoe
+leelijk de scheur was. Kijk! Ach, het spijt mij veel meer dan ik je
+zeggen kan."
+
+Zij gingen het huis in en bekeken de japon bij het ganglicht. Het
+dartele hondje had zijn scherpe tandjes wel krachtig in het neteldoek
+gezet; er was een leelijke scheeve scheur, dwars in den rok, boven de
+strooken.
+
+"Het is wel een beetje jammer," zei Dorothy met een aardige poging om de
+zaak luchtig op te vatten, "maar eigenlijk kan niemand het helpen."
+
+"Willen de dames niet liever naar boven gaan?" klonk nu de stem van Mr.
+Dimbleby boven aan de trap. "Mijn vrouw heeft nog wat thee en
+beschuitjes klaar gezet."
+
+"Wij komen," riep Dr. Hearty terug en allen gingen naar boven, waar Mr.
+en Mrs. Dimbleby verlangend stonden te wachten om iets van het dineetje
+op Luscombe Castle te hooren. Terstond stond Dorothy naast haar moeder
+en fluisterde haar in:
+
+"Zeg als 't je blieft dat het niet erg is, dat het heelemaal niets is!"
+
+"Wat kindje?"
+
+"Ja, Mrs. Dimbleby, het is wel erg," zei Hedwig, die Dorothy's woorden
+opgevangen had, "en het spijt mij zoo vreeselijk...."
+
+Dr. Hearty bracht de verbijsterde Mrs. Dimbleby op de hoogte en nu
+volgde er een bekijken en vragen en passen en beraadslagen van belang,
+waarbij Dorothy op den arm van haar vader geleund, lachend toeluisterde.
+Zij knikte opgeruimd, toen hij zeide: "Als dat japonnetje niet meer
+deugt, zullen wij er toch maar niet te veel om treuren, vindt je wel?
+Gelukkig dat Fraeulein Eiche zelf niet gewond is!"
+
+"Ja, en ik ben toch blij dat Fraeulein Eiche iets van mij gedragen
+heeft," zei Dorothy met vuur.
+
+"Maar nu moet Fraeulein Eiche zelf nog eens even wat zeggen," zei Hedwig
+nu met luider stem. "Allereerst...." en zij ging naar Dorothy toe en gaf
+haar een kus. "Je hebt je zoo goed gehouden, daar moet ik je even voor
+bedanken. Ik kan onmogelijk zeggen dat ik wou dat wij maar niet naar
+Luscombe Castle gegaan waren, want ik heb zooveel plezier gehad dat ik
+heelemaal niet kan uitdrukken hoeveel.... Alles was even prettig en
+iedereen was even vriendelijk voor me, Dr. Hearty's vriendin uit
+Manchester niet het minst! Maar over het diner zal Dr. Hearty straks nog
+wel willen vertellen; _ik_ wou nu zeggen dat Dorothy mij stellig beloven
+moet dat zij, zoodra dat kan, eens bij mij in Manchester komt logeeren
+en daar dan een nieuw japonnetje...."
+
+"Neen, neen, neen!" viel Dorothy in. "Ik wil dolgraag eens bij u komen
+logeeren, maar een nieuwe japon wil ik niet hebben, nooit!"
+
+"Zoo? Ik ben blij dat ik je dat hoor zeggen," zei Dorothy's vader
+lachend. "Dat komt goedkoop voor mij uit!"
+
+"O, van _u_ wel," zei Dorothy dadelijk en zij trok haar vader aan zijn
+baard en begon met hem te stoeien en het was een gelach en een pret van
+belang--een geheel ander tooneeltje dan Hedwig zich een uur geleden
+voorgesteld had te zullen zien!
+
+Met een verlicht hart bond zij de mooie varens en grassen van Luscombe
+bij elkaar; die wilde zij drogen en over eenige dagen mee naar
+Manchester nemen en als een herinnering aan een "volmaakt prettigen
+avond", op haar kamer in het _home_ aan den muur hangen. Dr. Hearty's
+vriendin had haar allerlei inlichtingen omtrent Manchester gegeven en
+ook namen opgeschreven van families, die, naar zij stellig meende te
+weten, goed Duitsch onderricht voor hunne kinderen zochten en Hedwig
+verlangde thans weer aan het werk te komen, al wist zij dat het haar
+niet licht zou vallen afscheid te nemen van Devonshire en de Dimbleby's
+en ... van Dr. Hearty!
+
+Toen het eindelijk zoo ver was, toen zij op een mooien Meiochtend het
+gezin Dimbleby vaarwel hadden gezegd en weer in den trein zaten om, na
+enkele uren samen gespoord te hebben, elkaar Gods zegen toe te wenschen
+en verschillende richtingen uit te gaan, de dokter naar Londen en Hedwig
+naar Manchester--toen hield Hedwig zich goed! Verkwikt door hare
+heerlijke vacantie, met nieuwen moed bezield, vol hoop op de toekomst,
+kwam zij te Manchester aan.
+
+Reeds om de stad heen was het rookerig en somber, niet het minst in
+Hedwig's oogen, thans verwend aan de heldere, frissche tinten en geuren
+van het bekoorlijke Devonshire en terwijl zij het perron overliep, stak
+zij even haar gezicht in den ruiker grassen en varens, die zij niet in
+den koffer had willen pakken,--uit vrees dat zij zouden bederven,--maar
+in de hand met zich meedroeg. Toen zij het met den koetsier van een
+vigilante eens was geworden over den prijs, zette zij haar taschje even
+op den grond en legde er de varens bovenop, om een oogenblik al haar
+aandacht te schenken aan haar koffer, die met horten en stooten op het
+imperiaal werd gezet. Hoe groot was echter haar ontsteltenis en--ook
+haar lachlust!---toen zij, zich omkeerend om haar taschje en bouquet
+weer op te nemen, ontdekte dat het paard bezig was met zichtbaar
+welgevallen de nog sappige varens en grassen op te peuzelen, waarvan
+thans nog maar enkele, half afgebeten exemplaren over waren! Die liet
+Hedwig liggen; het was te treurig om zulke overblijfselen van vervallen
+grootheid als herinnering aan den onvergetelijken avond op Luscombe
+Castle te bewaren! Hoofdschuddend ging zij de vigilante in.
+
+Zij werd in het _home_ met groote vriendelijkheid ontvangen en kreeg een
+eenvoudige, nette kamer, waar zij tot haar verrassing een kom vol gele
+primula's zag staan--een geschenk van Dr. Hearty, zooals de directrice
+haar vertelde--en, ook zeer tot haar blijdschap, een briefje vond liggen
+van een dame, die haar circulaire ontvangen had en haar den volgenden
+dag over lessen wenschte te spreken....
+
+[Illustration: Sneeuwwitje en de prins.]
+[Illustration: De zeven dwergen.]
+
+Zoo begon het leven van Hedwig Eiche in het groote Manchester, dat haar
+thans--na vele, vele jaren van hard en energiek werken--zoo lief
+geworden is dat zij er met warme ingenomenheid van getuigen kan: "Ik zou
+nergens anders willen wonen!"
+
+En wat zal ik hier nu nog bijvoegen? Alleen over de meisjesjaren van
+Hedwig Eiche heb ik willen spreken; wenschte ik ook nog haar zeer
+merkwaardig leven in Manchester te schetsen, het zou te veel worden.
+
+De lessen kwamen, langzaam in het begin, toen sneller en steeds in
+grooter getale, omdat het meer en meer als een voorrecht begon beschouwd
+te worden Duitsch onderwijs te krijgen van Fraeulein Eiche van Hannover,
+die door haar opgewekte en interessante wijze van les geven, ook in de
+Duitsche letterkunde, naam maakte en de harten won.
+
+Daarbij was zij ook buiten de lesuren vaak bezig voor hare leerlingen;
+menig mooi tableau of aardige tooneelvoorstelling, voor een of ander
+schoolfeest in orde gemaakt, bewezen dit. Dikwijls nam--en neemt!--zij
+voor dit doel een bekend sprookje, dramatiseerde dit en was niet alleen
+de raadsvrouw der meisjes bij het instudeeren en bij de repetities, maar
+wist ook, door middel van haar vroolijke fantazie en vlugge vingers,
+aanwijzigingen en hulp te verleenen voor ieder kostuum en voor iedere
+tooneeldecoratie. Zoo werden bij een voorstelling van Sneeuwwitje de
+tekst, de kleeding en de rolverdeeling geheel door haar gemaakt en
+geregeld en wist zij het publiek--het feest had plaats in de groote
+gymnastiekzaal van een meisjesschool--in verrukking te brengen door den
+door haar vervaardigden prachtigen troon, die, saamgesteld uit oude
+kisten, een hoeveelheid rood satinet en goudpapier, een werkelijk
+schitterenden indruk maakte en het koninklijk paleis in Sneeuwwitje zeer
+goed kleedde!
+
+Zeker zal zij bij dergelijke gelegenheden nog wel eens gedacht hebben
+aan Tieka von Zerclaere en aan de fraaie voorstelling van Crusoe en
+Vrijdag, zoo wreed door Tieka's moeder verstoord!
+
+Of na den zonnigen, gelukkigen tijd in Devonshire haar leven verder
+zonnig bleef? Verre van dien. Een rijk leven was het en een leven vol
+afwisseling, maar een gemakkelijk en onbezorgd leven werd het nooit
+en--zou met Hedwig Eiche's karakter ook weinig in overeenstemming zijn
+geweest. "Niet te veel zoetigheid, dat bederft de maag," kon zij met
+groote opgewektheid zeggen, als hare vrienden verontwaardigd waren,
+wanneer zij te kampen had met stugge leerlingen, met het--toen vooral
+heerschend--echt Engelsche vooroordeel tegenover een "_foreigner_", met
+veeleischende ouders of een ongehoord lompe bejegening, die ook haar
+zelden gespaard bleef. Haar stoere werkkracht, haar warme liefde voor
+haar werk, haar eigenaardige humor, haar krachtig geloof in Gods trouwe
+liefde, hielden haar staande, waar zwakkere karakters zouden zijn
+bezweken.
+
+--Welk een triomf was het, toen werkelijk de dag daar was, waarop zij
+het wagen dorst het _home_ te verlaten en een huisje te huren, dat zij
+naar haar eigen smaak kon inrichten en waar haar moeder en Claerchen, Dr.
+Hearty en Dorothy Dimbleby, Mrs. Rowley uit Chester en vele, vele
+anderen, haar kwamen bezoeken en zich gelukkig voelden! Wat werd menige
+eenzame Duitsche gouvernante en kinderjuffrouw in de vriendelijke
+kamers, waar het nooit aan bloemen ontbrak--hartelijk welkom geheeten en
+getroost en bemoedigd en wat drong Fraeulein Eiche er sterk op aan dat
+zij toch altijd weer zouden komen, iederen Zondag maar, als zij vrij
+waren en geen andere uitnoodiging hadden. En hoe breidde dat Duitsche
+kringetje in het groote Manchester zich uit en hoe verwonderde men er
+zich dikwijls over dat Hedwig Eiche bij alles wat zij deed, toch steeds
+nog tijd scheen te kunnen vinden voor meer!
+
+Nagenoeg al wat Duitsch en arm was of anders hulp noodig had in
+Manchester, leerde haar kennen en liefhebben tot de gebrekkige, oude
+Duitsche vrouw toe, die iederen Zaterdag gretig naar haar bezoekje
+uitzag, omdat zij dan grappige, vroolijke dingen te hooren kreeg, die
+haar lachen deden met dien kinderlijk blijden lach, die bij oude,
+zwakke menschen zoo aangrijpend treffen kan. Hoe helder glinsterden--en
+hoe glinsteren nog ieder jaar--om Kersttijd de lichten van de
+kerstboomen door Hedwig Eiche voor hare vele Duitsche vrienden
+aangestoken en welk een verkwikkende glans straalt er af van het leven
+van een moedig werkende, onzelfzuchtige vrouw, die ook buiten haar
+werkkring om, helpt en zorgt en gezonde vroolijkheid brengt, waar zij
+maar kan en die, de groote lasten dapper dragend, van de ontelbare,
+kleine verdrietelijkheden des levens lachend zegt dat zij onmisbaar zijn
+en zeer heilzaam en gewaardeerd moeten worden, "omdat zij ons leeren
+flink bij de pinken te zijn en niet droomerig en lui onzen weg te gaan."
+
+
+
+
+NOTEN:
+
+
+[Noot 1: fl. 180.]
+
+[Noot 2: Filippensen 4:7.]
+
+[Noot 3: _Die heilige Nacht_. Dichter Josef Mohr (1818). Melodie van
+Franz Gruber (1818).]
+
+[Noot 4: Zooals bekend is, kocht Scott in 1811 een stuk land bij
+Melrose, waarop hij Abbotsford stichtte, om het daarna nagenoeg ieder
+jaar te verfraaien en te vergrooten, tot het langzamerhand het prachtige
+kasteel werd, dat men thans nog bewonderen kan.]
+
+[Noot 5: Filippensen 4:6.]
+
+[Noot 6:
+O, lijken de dagen niet saai en lang,
+Als alles maar lukt en niets gaat verkeerd?
+En is uw leven niet ontzettend eentonig,
+Als er niets is om over te morren?
+]
+
+[Noot 7: Gods Voorzienigheid is mijn Erfenis.]
+
+[Noot 8: Spreuken 14:27. De vreeze des Heeren is eene springader des
+levens.]
+
+[Noot 9: Iersch wagentje met twee banken rug aan rug en een bankje
+voor den koetsier.]
+
+[Noot 10: Iersch klaver, nationaal zinnebeeld van Ierland.]
+
+[Noot 11: De _banshee_ is een soort geestverschijning, die, naar
+vele Ieren vast gelooven, telkens een bepaald gezin vervolgt en soms in
+den nacht onder een der ramen van het huis haar klaaglied zingt, om een
+of ander lid van het gezin te waarschuwen dat zijn dood nabij is.]
+
+[Noot 12: _leprechaun_, Iersche naam voor dwergen.]
+
+[Noot 13: Aurora Leigh. Vertaling Hel. Mercier.]
+
+[Noot 14: Gedichtje van Julie Hausmann op de bekende melodie van Fr.
+Silcher.]
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Een Heldin, by A.C. Kuiper
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN HELDIN ***
+
+***** This file should be named 11285.txt or 11285.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/1/2/8/11285/
+
+Produced by Joris Van Dael and PG Distributed Proofreaders
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+