summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/10512-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/10512-8.txt')
-rw-r--r--old/10512-8.txt8293
1 files changed, 8293 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/10512-8.txt b/old/10512-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..3fabaca
--- /dev/null
+++ b/old/10512-8.txt
@@ -0,0 +1,8293 @@
+The Project Gutenberg EBook of Het portret van Dorian Gray, by Oscar Wilde
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Het portret van Dorian Gray
+
+Author: Oscar Wilde
+
+Release Date: December 22, 2003 [EBook #10512]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO Latin-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET PORTRET VAN DORIAN GRAY ***
+
+
+
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe.
+
+
+
+
+
+
+HET PORTRET VAN DORIAN GRAY
+
+
+door OSCAR WILDE
+
+
+
+Vertaald door MEVROUW LOUIS COUPERUS
+
+
+1919
+
+
+
+
+I.
+
+
+Het atelier was vol rijken geur van rozen, en zoodra de lichte zomerwind
+in de boomen van den tuin trilde, kwam er door de opene deur een zware
+adem van seringen, eene fijnere aroom van den roze-bloeienden meidoorn
+binnen.
+
+Uit den hoek van een Perzischen divan, waarop hij naar gewoonte
+ontelbare cigaretten lag te rooken, kon Lord Henry Wotton juist den
+glans zien der honig-zoete en honigkleurige bloesems van gouden
+regens; de trillende takken schenen nauwlijks dien last van vlammend
+mooi te kunnen dragen. Fantastische schaduwen van vogels in vlucht
+schoten over de lange tussore-zijden gordijnen, die voor het groote
+raam hingen; zij deden er iets van een Japansch effect; zij
+herinnerden aan de anemieke schilders van Tokio, die, trots eene zoo
+noodzakelijke onbewegelijke kunst als de hunne, idee van snelheid en
+beweging trachteden te beelden. Het doffe gegons der bijen, die
+schuurden door het hooge ongemaaide gras of, met eentonig geduld,
+cirkelden om de stoffig gouden horens van den strengelenden kamperfoelie,
+scheen de stilte nog zwaarder te maken. Het vage gebruis van Londen was
+als de bastoon van een ver orgel.
+
+In het midden van de kamer, geklampt op een ezel, stond, ten voeten
+uit, het portret van een jongen man van bizondere schoonheid; op
+eenigen afstand zat de schilder zelve; Basil Hallward, wiens
+plotselinge verdwijning eenige jaren geleden zoo eene algemeene
+nieuwsgierigheid verwekte en aanleiding gaf tot menig vreemd vermoeden
+...
+
+Nu de schilder naar de gracieuze gedaante keek, die hij zoo knap in
+zijne kunst had weêrspiegeld, kwam er een lach van genot over zijn
+gelaat; lang bleef die daar glanzen.
+
+Maar plotseling hief hij zich op, en, de oogen dicht, drukte hij met
+de vingers op dier leden, als zocht hij een vreemden droom, waaruit
+hij ontwaking vreesde, in zijn brein vast te houden.
+
+--Het is je mooiste werk, Basil. Het beste wat je ooit gedaan hebt,
+zei Lord Henry slapjes. Je moet dat het volgende jaar bepaald naar den
+Grosvenor zenden. De Academy is te groot en te algemeen. Wanneer ik
+daar ook kwam, waren er òf zooveel menschen, dat ik de schilderijen
+niet zien kon,--en dat was vervelend,--òf zooveel schilderijen, dat
+ik de menschen niet kon zien, en dat was nog vervelender. Heusch, de
+Grosvenor is de eenige plaats.
+
+--Ik denk niet, dat ik dit ergens naar toe zal zenden, antwoordde
+Basil, terwijl hij zijn hoofd met dat vreemde gebaar achterover wierp,
+waarom zijne vrienden in Oxford gewoon waren hem uit te lachen. Neen,
+ik zend het nergens naar toe.
+
+Lord Henry trok zijne wenkbrauwen op en keek hem verbaasd aan door de
+dunne blauwe kransjes van rook, die grilligjes van zijn opiumcigarette
+opkrulden.
+
+--Nergens naar toe? Beste jongen, waarom? Heb je daar een reden voor?
+Wat zijn jullie schilders toch malle kerels. Je doet alles ter wereld
+om naam te maken; zoodra je naam hèbt, verlang je niets liever dan hem
+te verliezen. Het is mal van je, want er is maar één ding in de wereld
+slechter dan bepraat te worden; dat is: niet bepraat te worden. Zoo
+een portret zoû je stellen boven alle jonge schilders in Engeland en
+het zoû de oude jaloersch maken, als oude menschen nog zoo een emotie
+konden ondervinden.
+
+--Ik weet, dat je het dwaas van me zal vinden, antwoordde Basil; maar,
+waarlijk, ik kan het niet expozeeren; ik heb er te veel van mij in
+gelegd.
+
+Lord Henry strekte zich op den divan uit en lachte.
+
+--Ja ik wist wel, dat je zoû lachen, maar het is toch zoo ...
+
+--Te veel van jou! Waarlijk Basil, ik wist niet, dat je zoo ijdel was,
+en ik kan heusch geen gelijkenis zien tusschen jou, met je ruw
+gezicht, vol rimpels, en je zwart haar, en dezen Adonis, die er uit
+ziet of hij uit ivoor en rozeblâren gemaakt is. Beste Basil! hij is
+een jonge god! en jij--nu je ziet er intelligent uit en zoo al meer,
+maar schoonheid, heusche schoonheid eindigt waar een intelligente
+expressie begint. Intellect is in zichzelve een soort van overdrijving
+en verstoort de harmonie van elk gezicht; zoodra iemand gaat zitten om
+te denken, wordt hij een en al neus of voorhoofd of iets ander
+leelijks. Kijk naar alle mannen, die beroemd zijn in geleerdheid; hoe
+verschrikkelijk leelijk zijn ze; natuurlijk niet in de kerk, maar in
+de kerk denken ze niet. Een bisschop zegt, als hij tachtig is, nog
+precies wat hij moest zeggen toen hij achttien was en, als een
+natuurlijk gevolg, ziet hij er altijd even stralend uit. Jouw
+geheimzinnige jonge vriend, dien je mij nog nooit genoemd hebt, maar
+wiens portret me bepaald betoovert, denkt nooit; daar ben ik zeker
+van. Hij is een mooie jongen zonder hersens, die hier altijd in den
+winter moest zijn, als we weinig bloemen hebben om naar te kijken, of
+in den zomer, als we ons verstand wat willen afkoelen. Vlei jezelven
+maar niet; Basil, je lijkt niet het minst op hem!
+
+--Je begrijpt me niet, Harry, antwoordde de schilder. Natuurlijk lijk
+ik niet op hem, ik weet dat heel goed; en ik zoû niet gaarne op hem
+willen lijken. Je gelooft me niet? Ik zeg je de waarheid. Er rust een
+noodlot op alle fyzieke en intellectueele distinctie, het zelfde
+noodlot, dat op vorsten schijnt te rusten. Men moet niet verschillen
+van zijn evenmenschen. Leelijken en dommen zijn het best af in de
+wereld. Zij zitten op hun gemak en kijken naar de pret. Weten zij
+niets van succes, zij kennen ook geen teleurstelling. Zij leven zooals
+wij allen moesten leven, ongestoord en onverschillig en zonder onrust.
+Zij brengen nooit ellende over anderen en krijgen die ook nooit van
+anderen. Jij, door je rang en rijkdom, Harry; ik, door mijn hersens en
+kunst, wat die dan ook waard zijn; Dorian Gray, door zijn mooi
+gezicht, we moeten allen lijden door wat de goden ons geven,
+verschrikkelijk lijden.
+
+--Dorian Gray? Heet hij zoo? vroeg Lord Henry.
+
+--Ja, zoo heet hij. Ik was niet van plan het je te vertellen.
+
+--Waarom niet?
+
+--O, ik weet het niet. Als ik veel van iemand hoû, zeg ik nooit zijn
+naam. Het is of ik dan iets van hem weggeef. Ik heb me aangewend van
+mysterie te houden. Het schijnt het eenige wat het moderne leven
+interessant of bizonder maakt. Het gewoonste wordt mooi als je het
+maar verbergt. Als ik uit de stad ga, geef ik nooit mijn adres op;
+als ik dat deed, zoû ik nooit pleizier hebben. Het is zeker een gekke
+gewoonte, maar het geeft iets romantisch' aan je leven. Ik geloof, dat
+je me erg dwaas vindt.
+
+--O neen, antwoordde Lord Henry, volstrekt niet, waarde Basil. Je
+schijnt te vergeten, dat ik getrouwd ben, en de eenige bekoring van
+het huwelijk is, dat het een leven van voor-den-gek-houden noodig
+maakt voor beide partijen. Ik weet nooit waar mijn vrouw is, en mijn
+vrouw weet nooit wat ik doe. Als we elkaâr ontmoeten--we ontmoeten
+elkaâr nu en dan op een diner of bij den Hertog--dan vertellen we
+elkaâr de onzinnigste histories met de ernstigste gezichten. Mijn
+vrouw kan dat heel goed, bepaald veel beter dan ik; zij vergist zich
+nooit in haar datums, en ik altijd; maar als zij dat ontdekt, maakt
+zij er nooit een scène van; soms woû ik wel dat ze dit deed, maar ze
+lacht me alleen uit.
+
+--Ik hoû er niet van zooals je over je huwelijksleven praat, zei Basil
+Hallward, en hij ging naar de tuindeur. Ik geloof, dat je heusch een
+goed man bent, maar dat je je bar schaamt over je eigen deugden. Je
+bent een bizondere kerel: je zegt nooit iets goeds en je doet nooit
+iets kwaads. Je scepticisme is maar een poze.
+
+--Natuurlijk te zijn is ook een poze, en de vervelendste, die ik ken,
+lachte Lord Henry.
+
+Zij gingen den tuin in en lieten zich behagelijk op een rieten bank
+neêr, in de schaduw van een hoogen laurierboom. Het zonlicht slipte
+over de gepolijste bladeren. In het gras trilden witte madelieven.
+Na eene pooze haalde Lord Henry zijn horloge uit.
+
+--Ik denk, dat ik gaan moet, Basil, zei hij zacht, en voor ik wegga,
+woû ik nu wel, dat je mij antwoordde op de vraag, die ik je zoo even
+deed.
+
+--Wat dan? vroeg de schilder, turende naar den grond.
+
+--Dat weet je heel goed.
+
+--Neen, werkelijk niet, Harry.
+
+--Nu, dan zal ik ze nog eens herhalen. Ik woû dat je nu zei, waarom je
+het portret van Dorian Gray niet wilt expozeeren. Ik wil de werkelijke
+reden weten.
+
+--Die heb ik je al gezegd.
+
+--Neen, dat heb je niet. Je zei: omdat er te veel van jou in was. Nu,
+dàt is kinderachtig.
+
+--Harry, zeide Basil Hallward, hem recht in de oogen ziende; een
+portret, dat met gevoel is geschilderd, is een beeld van den artist,
+niet van hem, die er voor gezeten heeft. Het model is louter toeval en
+bij-omstandigheid. Dàt wordt hier geopenbaard door den schilder, maar
+de schilder openbaart zichzelven op het doek. De reden, dat ik dit
+portret niet wil ten toon stellen is: dat ik bang ben het geheim van
+mijn eigen ziel er in te toonen.
+
+Lord Henry lachte.
+
+--En wat is dat geheim?
+
+--Ik zal het je zeggen, zei Hallward, maar iets van verlegenheid gleed
+over zijn gelaat.
+
+--Ik ben een en al verwachting, Basil!
+
+--Och, het is in een paar woorden gezegd, Harry, en ik denk, dat je
+het niet eens begrijpen zal. Misschien, geloof je het ook niet.
+
+Lord Henry glimlachte, en, zich buigende, plukte hij een roodbladig
+madeliefje uit het gras, en keek er naar.
+
+--Ik ben overtuigd, dat ik het begrijpen zal, sprak hij, en hij bleef
+aandachtig het goud-en wit-stralige zonnetje in zijne hand bezien; en
+wat gelooven aangaat, ik kan alles gelooven, als het maar heel
+ongelooflijk is.
+
+De wind schudde wat bloesems van de boomen af, en de zware
+seringentakken, vol trossen van sterretjes wiegelden heen en weêr in
+de zwoele lucht. Een sprinkhaan tjirpte bij den muur, en als een
+blauwe draad vloog eene lange, dunne libel voorbij op bruinig gazen
+vleugels. Lord Henry meende Basil Hallwards hart te hooren kloppen;
+hij was nieuwsgierig wat er komen zoû.
+
+--Het is eenvoudig dit, zei de schilder na een oogenblik. Twee maanden
+geleden ging ik naar een receptie bij Lady Brandon. Je weet, wij arme
+artisten moeten ons van tijd tot tijd in gezelschap vertoonen om het
+publiek te herinneren, dat wij geen wilden zijn. Met een rok en een
+witte das, heb jij eens gezegd, kan iedereen, zelfs een aannemer, zich
+de reputatie maken een man van de wereld te zijn.
+
+Nu, toen ik tien minuten binnen was, en gepraat had met dikke,
+opgekleede douairières en vervelende Academisten voelde ik in eens,
+dat iemand naar mij keek. Ik draaide mij half om en zag Dorian Gray,
+voor de eerste maal. Toen onze oogen elkaâr ontmoetten, voelde ik, dat
+ik bleek werd. Een curieus gevoel van angst kwam over me. Ik wist, dat
+ik stond tegenover iemand, wiens persoonlijkheid alleen al zóó een
+charme was, dat, als ik mij niet tegen ze verzette, mijn geheele
+natuur, mijn ziel, mijn kunst zelfs zich in ze zoû oplossen. Ik wilde
+geen invloed van buiten op mijn leven. Je weet, Harry, hoe
+onafhankelijk ik van natuur ben. Ik ben altijd mijn eigen baas
+geweest; ten minste: tot ik Dorian Gray ontmoette. Toen--maar ik weet
+niet hoe het je uit te leggen. Iets zei mij, dat ik stond op de grens
+van een geweldige crizis in mijn leven. Ik had een vreemd voorgevoel,
+dat het Noodlot bizondere genietingen en bizonder verdriet voor mij
+klaar hield. Ik werd bang en woû de kamer uitgaan. Het was niet mijn
+geweten, dat mij hiertoe dwong, het was een soort lafheid. Het was een
+onwillekeurige aandrang om te vluchten.
+
+--Geweten en lafheid is heusch precies het zelfde, Basil. Geweten is
+maar de naam, die de firma in den handel aanneemt. Dat is het eenige
+verschil.
+
+--Daar geloof ik niets van, Harry, en jij ook niet. In ieder geval,
+wat er mij ook toe dwong--misschien een soort trots, want ik was
+vroeger heel trotsch--dit is zeker: ik probeerde de deur uit te gaan.
+Maar ik bonsde natuurlijk juist tegen Lady Brandon aan:
+
+--U is toch niet van plan nu al weg te gaan, Mr. Hallward? riep zij.
+
+--Je kent haar schelle stem.
+
+--Ja, ze is in alles een pauw, behalve in schoonheid, zei Lord Henry,
+terwijl hij het madeliefje met zijne lange, zenuwachtige vingers aan
+stukken trok.
+
+--Ik kon niet van haar afkomen. Zij prezenteerde me aan koninklijke
+personen, en be-Starde en be-Kousenbande menschen en oude dames met
+reusachtige tiara's en kakatoe-neuzen. Ze sprak over me als over een
+intiemen vriend. Ik had haar maar eens ontmoet, maar ze had het er op
+gezet me te lanceeren. Ik geloof, dat er toen juist een schilderij van
+mij nog al succes had gehad; er was tenminste over geschreven in
+couranten van een penny; je weet, het negentiend'eeuwsche boek van
+onsterfelijkheid. Op eens kwam ik vlak bij den jongen. Wij stonden
+naast elkaâr en raakten elkaâr bijna aan. Wij keken elkaâr in de
+oogen. Het was roekeloos van me, maar ik vroeg Lady Brandon mij aan
+hem voor te stellen; misschien was het toch niet gewaagd, het was
+eenvoudig onvermijdelijk; wij zouden met elkaâr gesproken hebben, ook
+zonder presentatie, ben ik zeker van. Dorian vertelde mij dat later;
+voelde ook, dat wij voorbestemd waren elkaâr te kennen.
+
+--En hoe beschreef Lady Brandon dat jonge wonder-mensch? Ik weet, dat
+zij gaarne van al haar gasten een vlug doopceel licht. Ik herinner me,
+dat ze me bracht naar een woesten, ouden meneer met een rood gezicht
+en heelemaal behangen met plaques en lintjes en siste toen, met een
+tragisch gefluister, dat volmaakt hoorbaar voor de geheele zaal moet
+geweest zijn, de verwonderlijkste détails in het oor. Ik ging er van
+door: ik hoû er van zelve mijn menschen uit te vinden, maar Lady
+Brandon behandelt haar gasten als een afslager zijn waren behandelt.
+Zij pluist ze of heelemaal uit, of vertelt alles van ze, behalve dàt
+wat men juist van ze zoû willen weten.
+
+--Arme Lady Brandon. Je bent hard voor haar, Harry, zei Hallward
+lusteloos.
+
+--Mijn beste jongen, ze probeert een salon te houden en houdt alleen
+een restauratie: hoe kan ik haar bewonderen? Maar zeg nu, wat zei ze
+van Mr. Dorian Gray?
+
+--O, zoo iets van: lieve jongen; zijn arme beste moeder en ik waren
+onafscheidelijk; ik ben heelemaal vergeten wat hij uitvoert; ik ben
+bang, dat hij niets doet. O ja, hij speelt piano, of is het viool,
+beste Mr. Gray? Wij moesten allebei lachen, en werden dadelijk
+vrienden.
+
+--Lachen is volstrekt geen kwaad begin voor vriendschap en het is
+zeker het beste einde er voor, zei de jonge lord, terwijl hij een
+andere madelief plukte, Hallward schudde het hoofd.
+
+--Je weet niet wat vriendschap is, Harry, of wat vijandschap is. Je
+houdt van iedereen, ik meen je houdt van niemand.
+
+--Wat ben je verschrikkelijk onrechtvaardig, zei Lord Henry. Hij zette
+zijn hoed achterover en keek naar de wolkjes, die als uiteengerafelde
+strengen glanzend witte zijde dreven door het gewelfde turkoois van de
+zomerlucht.--Ja, verschrikkelijk onrechtvaardig. Ik maak een groot
+verschil tusschen menschen: ik kies mijn vrienden voor hun mooie
+gezichten, mijn kennissen voor hun goede karakters en mijn vijanden
+voor hun goede hersenen. Men kan niet te moeielijk zijn in de keuze
+van zijn vijanden. Ik heb er geen een, die dom is; zij zijn allen
+mannen van ontwikkeling en bijgevolg apprecieeren ze me allemaal.
+Is dat heel ijdel van me? Ik geloof wel, dat het dàt nog al is ...
+
+--Dat geloof ik ook Harry, maar, naar je verdeeling, schijn ik dus
+maar een kennis te zijn.
+
+--Mijn beste oude jongen, je bent veel meer dan een kennis.
+
+--En minder dan een vriend; een soort broêr, denk ik.
+
+--O broêrs, ik geef niets om broêrs; mijn oudste broêr wil niet dood
+gaan, en mijn jongere broêrs doen niet anders.
+
+--Harry! riep Hallward met een frons uit.
+
+--Mijn beste jongen, ik spreek niet heelemaal in ernst, maar ik kan
+het niet helpen, dat ik een hekel heb aan mijn familie. Ik denk, dat
+het komt omdat we niemand uit kunnen staan, die onze zelfde fouten
+heeft. Ik voel volkomen sympathie voor de woede van de Engelsche
+demokraten tegen wat ze de ondeugden van de hoogere klassen noemen.
+Het volk voelt, dat dronkenschap, stomheid en onzedelijkheid hun eigen
+privaat bezit behooren te zijn en dat, als iemand van ons zich
+vergooit, hij zich op hun terrein waagt. Toen die arme Southwark voor
+het Hof van Echtscheiding kwam, waren zij prachtig verontwaardigd, en
+toch geloof ik, dat geen tien percent van het proletariaat netjes
+leeft.
+
+--Ik ben het in geen woord met je eens, Harry, en buitendien jijzelf
+ook niet.
+
+Lord Henry streek over zijn bruine puntbaardje en tikte aan de punt
+van zijn verlakte laars met zijn ebbenhouten stokje met kwasten.
+
+--Wat ben je door en door Engelsch, Basil! Het is de tweede maal, dat
+je die opmerking maakt. Als je een idee meêdeelt aan een goed
+Engelschman, en dat is al een onvoorzichtig ding!--dan komt het niet
+bij hem op te overwegen of het idee goed of kwaad is. Het eenige,
+waaraan hij hecht, is, of je het zelf gelooft. Nu, de waarde van een
+idee heeft niets ter wereld te maken met de oprechtheid van hem, die
+het verkondigt. Hoe minder hij het meent, des te meer kans heb je, dat
+de opinie van eenige waarde is, want in dat geval hebben noch zijn
+behoeften, noch zijn wenschen of vooroordeelen er eenigen invloed op
+gehad. Daarbij, ik heb in het geheel geen plan politiek, sociologie of
+metafyzica met jou te bepraten. Ik hoû meer van menschen dan van
+principes, en ik hoû het meest van alles van menschen zonder principes.
+Vertel nog het een en ander van Mr. Dorian Gray. Zie je hem dikwijls?
+
+--Iederen dag. Ik zoû niet gelukkig kunnen zijn, als ik hem niet
+iederen dag zag. Hij is mij een behoefte geworden.
+
+--Hoe vreemd! Ik dacht, dat jij nooit om iets anders dan om je kunst
+zoû geven.
+
+--Hij is nu geheel mijn kunst voor mij, zei de schilder met ernst. Ik
+denk wel eens, Harry, dat er maar twee oogenblikken zijn van eenig
+gewicht voor de wereldgeschiedenis. Ten eerste: de geboorte van een
+nieuwe kunstmanier; ten tweede: de geboorte van een nieuwe
+persoonlijkheid voor de kunst. Wat de uitvinding van schilderen in
+olieverf was voor de Venetianen, was het gelaat van Antinous voor
+latere Grieksche beeldhouwkunst, en zal het gezicht van Dorian Gray
+ook eens voor mij zijn. Het is niet alleen, dat ik naar hem schilder,
+teeken of schets. Natuurlijk heb ik dat alles gedaan. Maar hij is mij
+meer dan een model. Ik zeg niet, dat ik ontevreden ben met wat ik van
+hem gemaakt heb, of dat zijn mooi niet door kunst kan worden
+uitgedrukt. Er is niets, dat kunst niet kan teruggeven, en ik weet,
+dat mijn werk, sinds ik Dorian Gray ontmoette, knap is, het beste, dat
+ik ooit doen zal. Maar ik ben benieuwd of je me begrijpen zal? Zijn
+persoonlijkheid heeft mij een geheel nieuwe manier ingegeven. Ik zie
+de dingen anders, ik denk anders over die dingen. Ik kan nu het leven
+herscheppen op een manier, die mij vroeger verborgen was. Een droom
+van lijnen in dagen van gedachten, wie heeft dat ook weêr gezegd? Ik
+weet niet meer, maar dàt is het wat Dorian Gray voor mij is. Niets dan
+het uiterlijke bijzijn van dien jongen--want voor mij is hij nog een
+jongen, hoewel hij toch over de twintig is--niets dan zijn uiterlijke
+bijzijn--oh! begrijp je wat dat in zich heeft? Zonder te weten, opent
+hij mij een nieuwe school, een school, waarin heel de passie van den
+romantieken geest, en heel de volmaaktheid van den Griekschen geest
+is. Harmonie van ziel en lichaam--hoeveel is dat niet! Wij, in onze
+dwaasheid hebben ze van elkaâr gescheiden en hebben een realisme
+uitgevonden, dat vulgair en een idealisme, dat hol is.--Harry, als je
+weten kon wat Dorian Gray voor mij is! Herinner je je dat landschap
+van me, waar Agnew zooveel voor bood, maar waar ik niet van woû
+scheiden? Het is een van mijn beste werken. En waarom? Omdat, terwijl
+ik het schilderde, Dorian Gray naast mij zat. Een subtiele invloed
+ging van hem over op mij, en, voor het eerst in mijn leven, zag ik in
+het eenvoudige boomlandschap dàt, wat ik altijd zocht, en altijd
+miste.
+
+--Basil, dat alles is bepaald interessant. Ik moet dien Dorian Gray
+eens zien.
+
+Hallward stond op, liep den tuin op en neêr. Na een korte poos kwam
+hij terug.
+
+--Harry, zeide hij. Dorian Gray is niets dan een motief in mijn kunst.
+Jij zoû niets in hem zien. Ik zie alles in hem. Hij is nooit meer in
+mijn werk, dan wanneer zijn wezen niet om mij is. Hij is, zooals ik
+zei, een suggestie van iets nieuws. Ik vind hem terug in de rondingen
+van zekere lijnen, in de lieflijkheid en fijnheid van zekere kleuren.
+Dat is alles.
+
+--Maar waarom wil je dan zijn portret niet expozeeren? vroeg Lord
+Henry.
+
+--Omdat, zonder het te willen, ik er iets in heb gelegd van deze
+curieuze artistieke idolatrie, waar ik natuurlijk met hem nooit over
+gesproken heb. Hij weet daar niets van. Hij zal er ook nooit iets van
+weten. Maar de wereld mocht het eens raden, en ik wil mijn ziel niet
+bloot geven aan hun domme nieuwsgierige oogen. Mijn hart zal nooit
+onder hun microscoop komen. Daar is te veel van mijzelven in dat doek,
+Harry,--te veel van mijzelven!
+
+--Dichters zijn niet zoo teêrgevoelig als jij. Zij weten best hun
+passies te gebruiken om naam te maken. Een gebroken hart geeft
+tegenwoordig telkens nieuwe uitgaven.
+
+--Ik haat ze daarom! riep Hallward uit. Een artist moet mooie dingen
+scheppen, maar er niets van zijn eigen leven in leggen. We leven in
+een eeuw waarin kunst als een soort autobiografie beschouwd wordt. Wij
+hebben het abstracte idee van schoonheid verloren. Eens zal ik de
+wereld toonen wat dat is, en daarom zal de wereld ook nooit mijn
+portret van Dorian Gray zien.
+
+--Ik geloof, dat je ongelijk hebt, Basil, maar ik wil niet met je
+kibbelen. Intellectueel verloren is iedereen, die redeneert. Zeg eens,
+is Dorian Gray erg op jou gesteld?
+
+De schilder dacht even na.
+
+--Hij houdt van me, zei hij toen; ik weet, dat hij van mij houdt.
+Natuurlijk vlei ik hem vreeselijk. Ik vind er een vreemd genoegen in
+hem dingen te zeggen, waarvan ik later spijt heb. Over het algemeen,
+is hij heel aardig tegen me, en kunnen we heel gezellig over allerlei
+dingen zitten praten in mijn atelier. Maar nu en dan is hij erg
+onnadenkend en schijnt hij er pleizier in te hebben mij pijn te doen.
+En Harry, dan voel ik, dat ik mijn heele ziel gegeven heb aan iemand,
+die ze beschouwt als een bloem, om in zijn knoopsgat te steken.
+
+--Misschien zal het jou nog eerder gaan vervelen dan hem, Basil,
+murmelde Lord Henry. Het is treurig, maar genie duurt ongetwijfeld
+altijd langer dan schoonheid; daarom jagen we allemaal zoo naar
+overbeschaving. In onzen strijd voor het bestaan zoeken we naar iets,
+dat stand houdt, en daarom vullen we onze hersens op met nonsens en
+met feiten, in de dwaze hoop dàn te zullen blijven staan. Een man, die
+van alles op de hoogte is, dat is het moderne ideaal. En de hersens
+van zoo een man zijn een vreeselijke chaos; het is er net als in een
+galanteriewinkel; niets dan stoffige prullen, geprijsd boven de
+eigenlijke waarde ... O ja, hij zal jou het eerste gaan vervelen. Op
+een goeden dag zal je je vriend aanzien en hem niet goed van lijn of
+leelijk van kleur vinden, of iets dergelijks. Je zal het hem in je
+binnenste erg verwijten, en heusch vinden, dat hij je slecht behandeld
+heeft. Den volgenden keer, dat hij bij je komt, ben je koud en
+onverschillig. Het zal jammer zijn, want het zal jou ook heelemaal
+veranderen. Wat je mij vertelde is een roman; je zoû kunnen zeggen:
+een roman van kunst en het nadeel van elken roman is, dat het jezelven
+zoo geheel en al onromantisch achterlaat.
+
+--Harry, spreek zoo niet. Zoolang ik leef zal de persoon van Dorian
+Gray mij domineeren. Jij kan niet voelen, wat ik voel. Je bent te
+veranderlijk.
+
+--Wel, mijn beste Basil, daarom juist kan ik dat voelen. Die getrouw
+zijn, kennen alleen den trivialen kant van de liefde, de ontrouwen
+alleen kennen de liefdedrama's.
+
+En Lord Henry streek een lucifer af op zijn kleine zilveren doos, en
+begon eene cigarette te rooken met een zelfbewust en zeer tevreden
+gezicht, als had hij de wereld in één woord samengevat. Er was een
+geritsel van trirpende spreeuwen in de groen verlakte bladeren van den
+klimop, en blauwe wolkschimmen schaduwden elkaâr na over het gras, als
+zwaluwen. Hoe heerlijk was het in den tuin ... En wat waren de emoties
+van anderen toch aangenaam! veel aangenamer dan hunne gedachten, vond
+Lord Henry. Je eigen ziel, en de passies van je vrienden--dàt waren de
+bekoringen van het leven. Hij stelde zich met een stil genot de
+vervelende lunch voor, die hij was misgeloopen door zoo lang bij Basil
+Hallward gebleven te zijn. Was hij naar zijne tante gegaan, hij zoû
+daar zeker Lord Goodbody hebben ontmoet, en het geheele gesprek zoû
+geloopen hebben over armen eten geven en over de noodzakelijkheid van
+modelslaapplaatsen. Iedereen zoû geredeneerd hebben over de
+belangrijkheid van deugden, die in zijn leven niet waren. De rijke zoû
+uitgevaren over de spilzucht, de luiaard welbespraakt geworden zijn
+over het goede van arbeidzaamheid. Het was zalig dat alles misgeloopen
+te hebben. Terwijl hij aan zijne tante dacht, schemerde iets door hem
+heen. Hij wendde zich tot Hallward en zei:
+
+--Mijn beste kerel, ik herinner me daar juist iets.
+
+--Wat dan, Harry?
+
+--Waar ik den naam van Dorian Gray hoorde.
+
+--Waar was dat? vroeg Hallward met een lichten frons.
+
+--Kijk toch zoo boos niet, Basil. Het was bij mijn tante Lady Agatha.
+Ze zei me, dat ze een voorbeeldig jongmensch gevonden had, die haar in
+East End zoû helpen, en dat hij Dorian Gray heette. Ik moet bekennen,
+dat ze me nooit gezegd heeft hoe hij er uitzag. Vrouwen kunnen daar
+trouwens niet over oordeelen, tenminste, brave vrouwen niet. Ze zei,
+dat hij zeer ernstig was, en een prachtig karakter had. Ik stelde me
+dadelijk voor; een wezen met een bril op, sluik haar, veel sproeten en
+ontzettend groote voeten. Ik woû, dat ik geweten had, dat hij een
+vriend van jou was.
+
+--Ik ben heel blij, dat je dat niet wist, Harry.
+
+--Waarom?
+
+--Ik wil niet, dat je hem ontmoet.
+
+--Wil je niet, dat ik hem ontmoet?
+
+--Neen.
+
+--Mr. Dorian Gray is in het atelier, meneer! zei de knecht, die in den
+tuin kwam.
+
+--Nu moet je me wel aan hem voorstellen! schaterde Lord Henry.
+
+De schilder wendde zich tot den knecht, die in de zon stond te
+knipoogen:
+
+--Vraag Mr. Gray even te wachten, Parker, ik kom dadelijk.
+
+De knecht boog en ging het pad terug.
+
+Toen keek Basil naar Lord Henry.
+
+--Dorian Gray is mijn beste vriend, hernam hij. Hij is een eenvoudig
+naïef kind. Je tante had gelijk, toen zij zooveel goeds van hem zei.
+Bederf hem niet. Probeer niet hem te influenceeren. Je invloed zoû
+slecht zijn. De wereld is ruim, en interessante menschen zijn er
+genoeg te vinden. Ontneem mij niet de eenige persoon, die aan mijn
+kunst alle bekoring geeft, die ze bezit: mijn leven als artist hangt
+van hem af. Denk er om Harry; ik, ik ... reken ... op ... je ...
+
+Hij sprak zeer langzaam en de woorden schenen tegen zijn wil uit hem
+gewrongen te worden.
+
+--Wat een nonsens zeg je toch! zei Lord Henry, glimlachend, en
+Hallward bij den arm nemend, drong hij hem bijna het huis binnen.
+
+
+
+
+II.
+
+
+Toen zij binnenkwamen zagen zij Dorian Gray. Hij zat voor de piano,
+met zijn rug naar hen toe en hij bladerde in een deel van Schuberts
+Waldscenen.
+
+--Je moet ze me leenen, Basil! riep hij uit. Ik wil ze leeren, ze zijn
+allerliefst.
+
+--Dat zal er heelemaal van afhangen hoe je vandaag pozeert, Dorian!
+
+--O, ik ben moê van dat pozeeren, en ik heb geen levensgroot portret
+van mij noodig, antwoordde hij, op den muziekstoel omdraaiende met de
+ongeduldige beweging van een bedorven jongen.
+
+Toen hij Lord Henry in het oog kreeg, tintte een flauwe blos zijne
+wangen en schrikte hij op.
+
+--Pardon Basil, maar ik wist niet, dat je iemand bij je hadt.
+
+--Lord Henry Wotton, Dorian, een oud vriend uit Oxford. Ik heb hem
+juist verteld hoe uitstekend je pozeerde, en nu bederf je alles.
+
+--Maar u bederft niet mijn genoegen om u te ontmoeten, Mr. Gray, zei
+Lord Henry, terwijl hij nader kwam en zijn hand uitstak. Mijn tante
+heeft mij dikwijls over u gesproken; u is een van haar lievelingen en,
+naar ik vrees, ook een van haar slachtoffers.
+
+--Ik sta tegenwoordig in een zwart blaadje bij Lady Agatha, antwoordde
+Dorian, als een kind, dat stout is. Ik beloofde verleden Dinsdag met
+haar naar een liefdadigheidsvoorstelling in West End te gaan, en ik
+vergat het heelemaal. Wij zouden samen een quatre-mains gespeeld
+hebben, drie quatre-mains', geloof ik. Ik weet heusch niet hoe ze me
+ontvangen zal; ik ben veel te bang haar nu een visite te maken.
+
+--O, ik zal bij tante wel een goed woordje voor u doen; ze is dol op
+u, en ik denk niet, dat het er toe deed of u er was of niet. Het
+publiek zal wel gedacht hebben, dat het een quatre-mains was; als
+tante Agatha voor de piano zit, maakt ze leven voor twee.
+
+--Dat is een affront voor haar en geen compliment voor mij, antwoordde
+Dorian lachend.
+
+Lord Henry zag hem aan. Ja, hij was waarlijk buitengewoon mooi, met
+zijne fijn besneden lippen, zijne open blauwe oogen en zijn goud
+kroeshaar. Er was iets in zijn gezicht, waarom men hem dadelijk
+vertrouwde. Alle openhartigheid van jeugd, en alle jeugdige
+hartstochtelijkheid: toch voelde men iets of hij zich onbezoedeld van
+de wereld had gehouden. Geen wonder, dat Basil Hallward hem vergoodde.
+
+--U heeft te veel charme om aan filanthropie te doen, Mr. Gray, veel
+te veel ...
+
+De schilder was bezig geweest zijne kleuren te mengen en schikte zijne
+penseelen klaar. Hij zag er moê uit; toen hij Lord Henry's opmerking
+hoorde, zag hij hem aan, aarzelde even, en zei:
+
+--Harry, ik zoû vandaag graag dit portret af maken. Vindt je het erg
+onbeleefd van me, als ik je vraag weg te gaan?
+
+Lord Henry glimlachte en keek naar Dorian Gray.
+
+--Moet ik gaan, Mr. Gray? vroeg hij.
+
+--O toe, neen, Lord Henry. Ik merk, dat Basil in een van zijn
+vervelende buien is, en ik kan hem niet uitstaan, als hij zoo saai is.
+Buitendien ik woû, dat u mij vertelde waarom ik niet aan filanthropie
+moet doen.
+
+--Ik geloof niet, dat ik het u vertellen zal, Mr. Gray. Het is zoo een
+vervelend onderwerp, dat ik er ernstig over zoû moeten spreken. Maar
+ik zal zeker niet weggaan, nu dat u mij gevraagd heeft te blijven. Het
+kan je immers zooveel niet schelen, Basil? Je hebt me dikwijls gezegd,
+dat je het aangenaam vond, als je modellen met iemand konden praten.
+
+Hallward beet zich op zijn lip.
+
+--Als Dorian het gaarne heeft, kan je natuurlijk blijven. Dorians
+grillen zijn voor iedereen wetten, behalve voor hemzelven.
+
+--Je meent het goed, Basil, maar ik moet heusch weg. Ik heb een
+afspraak om iemand te ontmoeten bij Orleans. Adieu, Mr. Gray, kom eens
+op een middag bij me in Curzon-street. Om een uur of vijf ben ik
+meestal thuis. Schrijf mij als u komt. Ik zoû u niet gaarne missen.
+
+--Basil! riep Dorian Gray; als Lord Henry weggaat, ga ik er ook van
+door. Jij maakt geen mond open als je aan het schilderen bent, en het
+is afschuwelijk vervelend op een estrade te staan en lief te moeten
+kijken. Vraag hem te blijven. Ik wil het.
+
+--Blijf, Harry, om Dorian pleizier te doen en om mij pleizier te doen,
+zei Hallward, met een strakken blik naar de schilderij. Het is waar,
+ik spreek nooit als ik werk en ik luister dan ook niet, en dat moet
+heel vervelend zijn voor mijn ongelukkige modellen. Ik verzoek je
+vriendelijk te blijven.
+
+--Maar hoe dan met mijn afspraak?
+
+De schilder lachte.
+
+--O, dat komt wel terecht. Ga weêr zitten, Harry. En Dorian, ga jij nu
+weêr op de estrade, beweeg je niet en luister niet te veel naar Lord
+Henry. Hij heeft op al zijn vrienden een slechten invloed, behalve op
+mij.
+
+Dorian Gray stapte op de verhevenheid met het gezicht van een jongen
+Griekschen martelaar en trok een moue van verveling tegen Lord Henry,
+tot wien hij zich, in eens, getrokken voelde. Lord Henry was zoo heel
+anders dan Basil; zij waren een aardig contrast. En hij had zoo een
+aangename stem. Na eenige oogenblikken:
+
+--Heeft u waarlijk zoo een slechten invloed, Lord Henry, zooals Basil
+beweert?
+
+--Er bestaan geen goede invloeden, Mr. Gray. Iedere invloed is
+immoreel, immoreel uit een psychologisch oogpunt.
+
+--Waarom?
+
+--Omdat, zoodra men iemand influenceert, men dien persoon iets van
+zijn eigen ziel geeft. Hij denkt niet meer zijn eigen gedachten, hij
+voelt niet meer zijn eigen passies. Zijn deugden zijn niet de zijne.
+Zijn zonden, als er zoo iets bestaat, zijn geleend. Hij wordt de echo
+van een anders muziek, de acteur van een rol, die niet voor hem
+geschreven werd. Het levensdoel is zelfontwikkeling, zooveel mogelijk
+zichzelve te zijn; daarvoor bestaat men. Tegenwoordig zijn de menschen
+bang voor zichzelven. Zij hebben den hoogsten plicht vergeten, den
+plicht jegens zichzelven. O ja, zij zijn barmhartig genoeg. Zij voeden
+de hongerigen en kleeden de bedelaars. Maar hun eigen zielen
+verhongeren en zijn naakt. Er is geen moed meer in ons geslacht.
+Misschien hebben we dien ook nooit gehad. Vrees voor de menschen; de
+bazis van alle moraliteit; vrees voor God: het geheim van den
+godsdienst--zijn de twee dingen, die ons regeeren. En toch ...
+
+--Draai je hoofd een beetje meer naar rechts Dorian, zei de schilder,
+verdiept in zijn werk, zich slechts bewust, dat over Dorian's gelaat
+eene uitdrukking kwam, die hij daar nooit te voren gezien had.
+
+--En toch--ging Lord Henry voort met zijne zachte stem vol muziek, en
+met die bevallige wuiving van hand, die zoo karakteristiek in hem was,
+al van Eton af--toch geloof ik, dat als iemand eens zijn leven geheel
+en volkomen woû leven, als hij oor gaf aan ieder gevoel, uiting aan
+iedere gedachte, werkelijkheid aan iederen droom--de wereld een
+frissche wind van genot over zich zoû voelen waaien en wij al onze
+middeneeuwsche ziekelijkheden zouden vergeten om terug te keeren tot
+het Helleensche ideaal of ... misschien tot iets mooiers, rijkers, dan
+het Helleensche ideaal. Maar de moedigste van ons is bang voor
+zichzelven. Het aan banden leggen van den wilde in ons wordt ons
+tragisch door een zelfontzegging, die het leven verbittert. Wij worden
+gestraft voor onze zelfmartelingen. Iedere impulsie, die wij trachten
+te smoren, kankert voort in onzen geest en vergiftigt ons. Het vleesch
+zondigt ééns en dan is het gedaan, want actie is een soort van
+reiniging. Daarna blijft er niets over dan de herinnering aan een
+genot of de weelde van een verdriet. De eenige manier om aan een
+verleiding te ontkomen, is er aan toe te geven. Strijd er tegen en
+je ziel krijgt een ziekelijk verlangen naar de dingen, die ze zich
+ontzegd heeft, een wensch naar alles, wat onze slechte wetten slecht
+en onredelijk hebben gemaakt. Men zegt, dat de groote wereld-
+gebeurtenissen plaats grijpen in de hersens van de menschen. Het
+is ook in die zelfde hersens, en ook alleen dáárin, dat de groote
+zonden van de wereld gebeuren. Uzelf, Mr. Gray, met uw jonge jeugd,
+uzelf heeft al passies gekend, die u angst hebben aangejaagd,
+gedachten, die u schrik gaven; droomen, als u sliep, en droomen, als
+u wakker was en waaraan de herinnering alleen u doet blozen ...
+
+--Schei uit! stamelde Dorian Gray, schei uit! U overstelpt me. Ik weet
+niets te zeggen. Er _is_ een antwoord op alles wat u gezegd heeft,
+maar _ik_ kan het niet vinden. Spreek niet. Laat mij denken. Of neen,
+laat ik liever niet nadenken ...
+
+Lang stond hij daar, bewegingloos, de lippen half open, de oogen
+vreemd glanzend. Hij was zich flauw bewust, dat geheel nieuwe
+invloeden in hem werkten. Toch scheen het hem of alles waarlijk uit
+hemzelven kwam. De enkele woorden, die Basils vriend tot hem gezegd
+had,--woorden, bij toeval geuit, grillige paradoxen--ze hadden eene
+geheime snaar geraakt, die nooit te voren beroerd was geworden ...
+
+Muziek had dien zelfden invloed op hem. Muziek had reeds dikwijls hem
+zóó getroffen. Maar muziek kon niet spreken. Ze schept niet een nieuwe
+wereld, maar een nieuwe chaos in ons. Maar woorden! Woorden! Hoe
+vreeselijk waren ze! Hoe klaar, hoe vol van het leven, hoe wreed! Men
+kon ze niet ontvluchten. En toch, wat subtiele tooverkracht school in
+ze! Ze schenen een plastischen vorm aan vormlooze dingen te geven, en
+een geluid te bezitten, even zacht als van een viool. Louter woorden!
+Bestond er iets reëelers dan woorden?
+
+Ja, er waren dingen, die hij als jongen nooit begrepen had. Hij
+begreep ze nu! Het leven schitterde eensklaps als purper om hem heen.
+Het was hem of hij midden door vuur liep. Waarom had hij het nooit te
+voren gevoeld ...!
+
+Lord Henry bestudeerde hem met een fijnen glimlach. Hij wist op het
+juiste psychologische moment te zwijgen. Zijn studie interesseerde
+hem. Hij was getroffen door de plotselinge uitwerking zijner woorden,
+en, zich een boek herinnerend, dat hij op zijn zestiende jaar gelezen
+had--een boek, dat hèm veel geopenbaard had,--vroeg hij zich af of
+Dorian Gray nu een dergelijk oogenblik doorleefde. Hij had een enkele
+pijl afgeschoten. Had die getroffen?
+
+Hallward schilderde voort met de breede, krachtige streek, die hem
+eigen was, fijn en delicaat van toets, de streek, die men te danken
+heeft aan kracht. Hij merkte de stilte niet op.
+
+--Basil, ik ben moê van dat staan, riep Dorian Gray eensklaps uit. Ik
+kan niet meer, ik ga wat in den tuin zitten. Het is hier om te
+stikken.
+
+--Arme jongen, het spijt me. Als ik aan het werk ben, denk ik aan
+niets anders. Maar je hebt nooit beter gepozeerd. Je was doodstil. En
+ik heb juist de uitdrukking getroffen, die ik hebben woû, die
+lichtschittering in de oogen. Ik weet niet wat Henry je heeft zitten
+vertellen, maar dit is zeker, dat hij je gezicht in de juiste plooi
+heeft gebracht. Hij heeft je zeker complimentjes gemaakt. Geloof er
+maar geen woord van.
+
+--Het waren alles behalve complimentjes. Misschien geloof ik juist
+daarom niets van alles wat hij me verteld heeft.
+
+--U weet heel goed, dat u àlles gelooft, zei Lord Henry, met een blik
+van droomerige oogen. We zullen samen wat in den tuin gaan. Het is
+hier ontzettend warm. Basil, geef ons eens iets koels te drinken, iets
+met aardbeien.
+
+--Zeker Harry, bel maar even, en als Parker komt, zal ik hem zeggen
+wat te brengen. Ik moet den achtergrond nog wat bijwerken, ik kom
+later wel bij je. Dit wordt mijn meesterstuk. Trouwens, het is het nu
+al, zooals het daar staat.
+
+Lord Henry ging den tuin in; hij zag hoe Dorian Gray het gezicht
+begroef in de volle, koele seringen-trossen en koortsachtig den geur
+ervan indronk, als ware die wijn. Hij kwam vlak bij hem en legde de
+hand op zijn schouder.
+
+--Dat is heel goed wat u daar doet, fluisterde hij. De ziel geneest
+het best door de zinnen, evenals de zinnen door de ziel.
+
+De jongen schrikte en trok zich terug. Hij was blootshoofds, en de
+bladeren hadden het gouddraad van zijn haar verward. Vrees was in zijn
+oogen, zooals bij iemand, die in eens wakker is gemaakt. Zijne dunne
+neusvleugels trilden en een geheime zenuw deed zijn lippen beven.
+
+--Ja, herhaalde Lord Henry, dat is een van de groote mysteries van het
+leven: de ziel te genezen door de zinnen en de zinnen door de ziel. U
+is een vreemd amalgama. U weet meer dan u zich bewust is, en u weet
+minder dan u wilt weten.
+
+Dorian Gray fronste zijn wenkbrauwen en wendde het hoofd om. Maar hij
+kon niet nalaten sympathie te voelen voor dien grooten, gracieuzen
+jongen man, met zijn romantisch, olijfkleurig gezicht, waarover
+vermoeide uitdrukking waasde. Er was iets zeer aantrekkelijks in zijne
+zachte, matte stem; zelfs zijne koele, witte handen, fijn als bloemen,
+hadden vreemde betoovering in zich. Zij bewogen zich, wanneer hij
+sprak, als muziek en schenen zelve taal uit te drukken. Maar toch was
+Dorian bang voor hem en hij schaamde zich dien angst. Waarom had een
+vreemde hem aan zichzelven moeten openbaren? Hij had Basil Hallward
+maanden gekend: die vriendschap zoû hem nooit veranderd hebben.
+Plotseling was er iemand gekomen, die hem het mysterie van het leven
+had ontdekt. En waar was hij nu bang voor? Hij was toch geen
+schooljongen, toch geen meisje? Dwaas was het bang te zijn.
+
+--Laat ons wat in de schaduw gaan zitten, zei Lord Henry. Parker heeft
+iets te drinken gebracht en als u hier nog langer in de zon blijft,
+verbrandt u en zal Basil u nooit meer schilderen. U moet u niet zoo
+laten verbruinen. Dat flatteert niets!
+
+--Wat kan dat schelen? riep Dorian Gray lachend, terwijl zij achter in
+den tuin gingen zitten.
+
+--Het moet u juist heel veel kunnen schelen, Mr. Gray.
+
+--Waarom toch?
+
+--Omdat u een bewonderenswaardigheid van jeugd heeft en jeugd is het
+eenige op de wereld, de moeite van het bezitten waard.
+
+--Dat voel ik zoo niet, Lord Henry.
+
+--Neen, nu niet. Maar later, als u oud en gerimpeld en leelijk
+geworden is, als er lijnen zijn gekomen over uw voorhoofd door het
+denken en uw lippen geschroeid zijn door het vuur van afschuwelijke
+passies, dàn zal u het voelen, het intens voelen. Overal waar u nu
+gaat, palmt u de wereld in. Zal het altijd zoo zijn?... U heeft een
+buitengewoon mooi gezicht, Mr. Gray. Fronst niet. Het is zoo. En
+schoonheid is een soort van genie, zelfs hooger, want geen uitlegging
+is er bij noodig. Het is een van de groote principes van de wereld,
+evenals de zon of het voorjaar. De menschen zeggen soms, dat
+schoonheid oppervlakkig is; dat is mogelijk, maar ze is tenminste niet
+zoo oppervlakkig als gedachte. Schoonheid is voor mij het grootste
+wonder, dat er bestaat. O, geniet van uw jeugd zoolang u ze heeft.
+Leef. Leef het leven, dat in u is. Laat niets verloren gaan. Zoek
+altijd naar nieuwe sensaties. Wees nergens bang voor ...
+
+Dorian Gray luisterde verwonderd met open oogen. Het takje seringen
+viel uit zijne hand op het grint. Een bij kwam en gonsde er een
+oogenblïk om heen. Toen kroop ze over die bestarrelde globe van kleine
+bloemen. Dorian zag er naar met die vreemde belangstelling in
+kleinigheden, die wij aan den dag leggen, als iets belangrijks ons
+vrees aanjaagt, als een nieuw gevoel in ons trilt, waarvoor wij geene
+woorden kunnen vinden; als eene gedachte vol schrik eensklaps beslag
+legt op onze hersenen en ons dwingt toe te geven. Na eene pooze vloog
+de bij weg. Hij zag haar toen kruipen in den getijgerden kelk van een
+Tyreensche convolvulus. De bloem scheen even te sidderen, toen wuifde
+ze zachtjes heen en weêr.
+
+De schilder verscheen aan de deur van het atelier en wenkte om te
+komen. Zij zagen elkaâr aan en glimlachten.
+
+--Ik wacht! riep hij. Komt binnen. Het licht is uitstekend, en je kan
+je glazen meêbrengen.
+
+Zij stonden op en volgden langzaam het pad. Twee wit-en-groene
+kapellen fladderden om hen rond; in den pereboom in den hoek van den
+tuin begon een merel te zingen.
+
+--Doet het u plezier mij ontmoet te hebben, Mr. Gray? vroeg Lord
+Henry, hem aanziende.
+
+--Ja, nu wel. Zal ik het altijd blijven?
+
+--Altijd! Dat is een verschrikkelijk woord. Ik krijg een huivering als
+ik het hoor. Vrouwen gebruiken het zoo dikwijls. Ze bederven iederen
+roman door hem _altijd_ te willen laten voortduren. En het is een
+woord zonder eenige beteekenis. Het eenige verschil tusschen een gril
+en een levenslange passie is, dat de gril een beetje langer duurt.
+
+Terwijl zij het atelier binnentraden, legde Dorian Gray zijn hand op
+Lord Henry's arm.
+
+--Als dat zoo is, laat onze vriendschap dan een gril zijn, fluisterde
+hij, kleurende over zijn eigen vrijmoedigheid; toen stapte hij op de
+estrade en nam zijne poze aan.
+
+Lord Henry wierp zich in een groten rieten stoel. De op-en neêrstreek
+van het penseel over het doek was het eenige geluid, dat de stilte
+brak, tenzij Hallward een paar passen achteruit ging om zijn werk op
+een afstand te bezien. In de schuine stralen, die door de opene deur
+naar binnen stroomden, dansten de stofatoompjes en zij waren als goud.
+De geur der rozen scheen zwaar over alles te drijven. Na een kwartier
+hield Hallward op met schilderen, zag Dorian Gray lang aan, beet op
+een van zijne lange penseelen, rimpels in zijn voorhoofd.
+
+--Het is klaar! riep hij ten laatste en zich bukkend, schreef hij zijn
+naam met lange vermiljoenen letters in den linkerhoek van het doek.
+
+Lord Henry stond op en bezag de schilderij. Het was zeker een
+wondervol stuk van kunst, wondervol van gelijkenis.
+
+--Kerel! ik feliciteer je van harte! sprak hij. Het is het mooiste
+moderne portret, dat ik tot nu zag. Komt eens hier, Mr. Gray, en
+bekijk uzelven.
+
+De jongen schrikte op, als uit een droom.
+
+--Is het waarlijk klaar? murmelde hij, van de estrade stappend.
+
+--Geheel en al! zei de schilder. En je hebt vandaag uitstekend
+gezeten, dat moet ik zeggen.
+
+--Dat heb je aan mij te danken, viel Lord Henry daarop in. Niet waar,
+Mr. Gray?
+
+Dorian antwoordde niet en langzaam, zonder belangstelling, ging hij
+voor het portret staan. Toen ging hij een paar passen terug en een
+rood van plezier kwam over zijne wangen. Glans van vreugde kwam in
+zijne oogen, als zag hij zich voor het eerst. Hij stond daar stil en
+verwonderd, zich flauwtjes bewust, dat Hallward tot hem sprak, maar de
+beteekenis zijner woorden niet vattend. Het wezen zijner schoonheid
+kwam over hem als eene openbaring. Nooit te voren was dat zoo geweest.
+Basil Hallwards complimenten hadden hem steeds toegeschenen als de
+lieve overdrijvingen van hun vriendschapsgevoel. Hij had ze
+aangehoord, over ze gelachen en ze weêr vergeten. Zij hadden niets op
+hem uitgewerkt. Toen was Lord Henry gekomen met zijne vreemde
+panegyrie over jeugd; dit had hem een oogenblik getroffen en nu,
+terwijl hij stond te kijken naar de afschaduwing van zijn eigen mooi,
+nu flitste de waarheid door hem heen. Ja er zoû een dag komen, dat
+zijn gezicht oud en gerimpeld zoû zijn, zijn oog dof en zonder kleur,
+de gratie van zijn lichaam gebogen en misvormd. Het rood zoû van zijn
+lippen verbleeken, het goud uit zijn haar verdwijnen. Het leven, dat
+zijne ziel was, zoû zijn lichaam slijten. Hij zoû leelijk worden,
+afschuwelijk onsmakelijk. De gedachte hieraan doorstak hem als met de
+pijn van een mes en deed iedere zenuw van zijn delicaat wezen
+sidderen. Zijn oogen diep-blauwden tot amethyst en er kwam een waas
+van vocht over. Het scheen of eene ijzige hand op zijn hart was
+gelegd.
+
+--Vindt je het niet mooi? riep Hallward, een beetje geprikkeld, door
+het stilzwijgen van den jongen, dien hij niet begreep.
+
+--Natuurlijk vind hij het mooi, zei Lord Henry. Wie zoû het niet mooi
+vinden?! Het is een van de mooiste, knapste dingen in moderne kunst.
+Ik geef je alles wat je er voor vraagt, ik moet het hebben.
+
+--Het is niet van mij, Henry.
+
+--Van wien dan?
+
+--Van Dorian natuurlijk! antwoordde de schilder.
+
+--Hij is wel af!
+
+--Hoe vreeselijk! murmelde Dorian Gray, starend op het portret. Hoe
+vreeselijk! Ik zal oud, leelijk, afzichtelijk worden. Maar dit portret
+zal altijd jong blijven. Het zal nooit ouder zijn, dan zooals het nu
+is, op dezen dag, in Juni ... O, was het maar omgekeerd! Was _ik_ het
+maar die altijd jong bleef, en werd het portret maar ouder! Daarvoor
+... dáárvoor! zoû ik alles geven.
+
+--Daar zoû jij dan toch wel tegen zijn, Basil! riep Lord Henry
+lachend. Het zoû niet erg flatteus zijn voor je werk.
+
+--Daar zoû ik zeer zeker op tegen hebben, Henry, zei Hallward.
+
+Dorian Gray wendde zich om en zag hem aan.
+
+--Ja, dat geloof ik ook, Basil. Je hebt je kunst meer lief dan je
+vrienden. Voor jou ben ik niet meer dan een bronzen beeld. Niet eens
+zooveel misschien.
+
+De schilder zag hem met verbazing aan. Het was niets voor Dorian zoo
+te spreken. Wat was er gebeurd? Hij scheen zeer boos, zijne wangen
+gloeiden.
+
+--Ja, ging hij voort. Voor jou ben ik nog minder dan die ivoren Hermes
+of die zilveren Faun. Van die dingen zal je altijd blijven houden. Hoe
+lang van mij? Tot ik mijn eersten rimpel heb, zeker! Ik weet nu, dat
+als je leelijk wordt, je daarmeê ook alles en alles verliest. Je
+schilderij leerde me dat. Lord Henry Wotton heeft volkomen gelijk.
+Jeugd is alles. Als ik merk, dat ik oud word ... maak ik me van kant.
+
+Hallward werd bleek en pakte zijne hand.
+
+--Dorian! Dorian! riep hij; spreek zoo niet. Ik had nooit een vriend
+zooals jij, en nooit zal ik een ander zoo hebben. Je bent toch niet
+jaloersch van dingen van materie, jij, die mooier bent dan wat ook!
+
+--Ik ben jaloersch van alles wat mooi is en mooi blijft, altijd mooi
+blijft. Ik ben jaloersch van dat portret, dat je van mij gemaakt hebt.
+Waarom zal dàt altijd behouden, wat ik verliezen moet! Ieder moment,
+dat voorbij gaat, neemt iets van mij weg, en geeft het aan dat
+portret. O, was het dan toch omgekeerd! Veranderde dat portret maar,
+en bleef ik altijd, die ik nu ben! Waarom heb je het geschilderd? Eens
+zal het mij bespotten, verschrikkelijk bespotten!
+
+Heete tranen kwamen in zijne oogen; hij trok zijne hand weg, gooide
+zich op den divan, verborg het gezicht in de kussens, als bad hij.
+
+--Dat is jouw werk, Harry, zei de schilder bitter.
+
+Lord Henry haalde de schouders op.
+
+--Het is de ware Dorian Gray, dat is alles.
+
+--Dat is het niet.
+
+--Als het niet zoo is, wat heb ik er meê te maken?
+
+--Je hadt weg moeten gaan, toen ik het je vroeg, mompelde Basil.
+
+--Ik bleef, toen jij me dat ook vroeg, was het antwoord.
+
+--Harry, ik kan niet op het zelfde oogenblik met mijn twee beste
+vrienden kibbelen, maar jullie met je beiden hebt me mijn mooiste werk
+leeren haten en ik zal het vernietigen. Wat is het anders dan een doek
+met wat kleuren? Ik wil niet, dat het iets leelijks wordt in onze drie
+levens.
+
+Dorian Gray hief zich op uit de kussens; met een bleek gezicht met
+betraande oogen zag hij naar Basil: hij ging naar de schildertafel
+voor het hooge raam. Wat deed hij daar? Zijne vingers rommelden
+tusschen tinnen tubes en droge penseelen, als zochten zij iets. Ja,
+zij zochten het lange schildersmes met het dunne lemmet van fijn
+staal. Eindelijk vond hij het. Hij zoû het doek doorrijten ...
+
+Met een onderdrukten snik sprong de jongen van de bank, vloog op
+Hallward toe, wrong hem het mes uit de hand en slingerde het in een
+hoek van het atelier.
+
+--Niet doen, Basil, niet doen! kreet hij, het zoû een moord zijn!!
+
+--Ik ben blij, dat je eindelijk mijn werk op éénige waarde stelt,
+Dorian, zei de schilder, koelweg. Ik dacht niet, dat je dat nog doen
+zoû.
+
+--Op waarde stellen? Maar ik ben er verliefd op, Basil. Het is een
+deel van mijzelven. Dat voel ik.
+
+--Nu ... zoodra je droog bent, zal ik je laten vernissen, encadreeren
+en thuis zenden. Dan kan je met je eigen doen wat je wilt.
+
+En hij ging naar een hoek van de kamer om voor de thee te bellen.
+
+--Jij drinkt natuurlijk thee, Dorian, niet waar? En jij Harry? Of heb
+je een diepe minachting voor zoo een onschuldig genot?
+
+--Ik hoû heel veel van onschuldige genoegens. Maar ik hoû niet van
+scènes, behalve op het tooneel natuurlijk. Wat een dwaze kerels zijn
+jullie toch allebei! Wie heeft ook weêr gezegd, dat een mensch een
+beredeneerd dier was! Het is het voorbarigst oordeel, dat ik ooit
+gehoord heb. Een mensch is een heele boel, maar beredeneerd; alles
+behalve! Eigenlijk, ben ik er blij om, maar ik woû, dat jullie nu
+nooit meer kibbelden over dat portret. Je moest het mij maar geven,
+Basil. Het kan dien flauwen jongen eigenlijk niets schelen, en mij
+wel.
+
+--Als je het aan iemand anders geeft dan aan mij, Basil, vergeef ik
+het je nooit! riep Dorian Gray, en ik geef niemand permissie mij een
+flauwen jongen te noemen.
+
+--Je weet, dat het portret van jou is, Dorian. Ik gaf het je, nog vóór
+het bestond.
+
+--En u weet heel goed, dat u een heel klein beetje flauw geweest is,
+en dat u het eigenlijk ook zoo heel naar niet vind er aan herinnerd te
+worden, dat u nog zeer jong is.
+
+--Ik zoû het van morgen wel degelijk heel naar gevonden hebben, Lord
+Henry.
+
+--O van morgen! U heeft "geleefd" na dien tijd ...
+
+Een klop op de deur en de butler kwam binnen met een beladen theeblad;
+hij zette het neêr op een Japansch tafeltje. Daar was een gerinkel van
+kopjes en schoteltjes en het sissen van een geribden zilveren ketel.
+Twee porceleinen schalen werden door een knechtje binnen gebracht.
+
+Dorian Gray ging naar het tafeltje en schonk thee.
+
+--Laat ons van avond naar de komedie gaan, zei Lord Henry. Daar zal
+ergens wel wat moois gegeven worden. Ik heb wel een afspraak om in
+White te komen dineeren, maar het is een oud vriend; ik kan hem dus
+wel telegrafeeren, dat ik ziek ben, of dat ik verhinderd ben te komen
+door een latere afspraak. Mij dunkt, dat is nogal een aardig succes;
+het zoû de verrassing van openhartigheid hebben.
+
+--Het is zoo vervelend je in een rok te steken, mompelde Hallward. En
+als je hem eens aan hebt, ben je afschuwelijk.
+
+--Ja, antwoordde Lord Henry; ons toilet van de 19de eeuw is heel
+leelijk. Het is zoo somber, zoo saai. Zonde, dat is eigenlijk het
+éénige wat een kleurtje geeft aan het moderne leven.
+
+--Je moet werkelijk zulke dingen niet zeggen, als Dorian er bij is,
+Harry!
+
+--Welke Dorian? Die daar voor ons thee schenkt of die van het portret?
+
+--Voor geen van beiden.
+
+--Ik zoû wel met u naar de opera willen gaan, Lord Henry, zei de
+jongen.
+
+--Dat is heel goed: jij gaat toch ook meê, Basil?
+
+--Neen, ik kan niet, waarlijk liever niet. Ik heb nog een boel te
+doen.
+
+--Nu, dan zullen wij samen gaan, Mr. Gray.
+
+--Dat vind ik heel prettig.
+
+De schilder beet zich op de lippen en ging met zijn kopje in de hand
+voor de schilderij staan.
+
+--Ik zal bij den waren Dorian blijven, sprak hij weemoedig.
+
+--Is dat de ware Dorian? vroeg het origineel bij hem komend. Lijk ik
+daar heusch op?
+
+--Ja precies.
+
+--Hoe wreed, Basil!
+
+--Ten minste uiterlijk. Maar dàt zal nooit veranderen! zuchtte
+Hallward. Dat is tenminste iets.
+
+--Wat een drukte maken de menschen toch over trouw! riep Lord Henry
+uit. Lieve hemel! zelfs in de liefde is het niets dan een fyziologisch
+verschijnsel. Het heeft niets met onzen wil te maken. Jonge lui willen
+trouw zijn, maar blijven het niet; oude lui willen ontrouw zijn, maar
+kunnen niet; dat is alles wat je er van zeggen kan.
+
+--Ga van avond niet naar de opera, Dorian! zei Hallward. Blijf bij mij
+dineeren.
+
+--Ik kan niet, Basil.
+
+--Waarom niet?
+
+--Omdat ik Lord Henry Wotton beloofd heb met hem meê te gaan.
+
+--Hij zal niets meer van je houden, omdat jij je belofte trouw bent.
+Hij verbreekt altijd de zijne. Ik verzoek je niet te gaan.
+
+Dorian Gray lachte en schudde het hoofd.
+
+--Ik smeek je.
+
+De jongen aarzelde en zag naar Lord Henry, die hen met een glimlach
+vol vermaak opnam.
+
+--Ik moet heusch gaan, Basil, antwoordde hij.
+
+--Heel goed, zei Hallward, en hij zette zijn kopje op het blad neêr.
+Het is al laat en daar je je nog kleeden moet, mag je wel gaan. Dag
+Harry. Dag Dorian. Kom weêr eens gauw bij mij. Kom morgen.
+
+--Goed.
+
+--Zal je het niet vergeten?
+
+--Neen, natuurlijk niet! riep Dorian.
+
+--En ... Harry!
+
+--Ja, Basil.
+
+--Denk aan hetgeen ik je vroeg, vanmorgen, in den tuin.
+
+--Ik ben het vergeten.
+
+--Ik vertrouw op je.
+
+--Ik woû, dat ik mezelven kon vertrouwen, lachte Lord Henry. Kom, Mr.
+Gray, mijn coureuse is voor en ik kan u even thuis afzetten. Adieu
+Basil. Ik heb een interessanten middag gehad.
+
+Terwijl de deur achter hen dicht sloeg, wierp de schilder zich op zijn
+bank; een trek van smart kwam over zijn gelaat.
+
+
+
+
+III.
+
+
+Den volgenden morgen, om half een, wandelde Lord Henry Wotton van
+Curzonstreet naar Albany om zijn oom op te zoeken, Lord Fermor, een
+joviale, wel wat ruwe oude vrijer: de wereld noemde hem egoïst, omdat
+zij geen voordeel van hem trok, maar onder zijne kennissen had hij den
+naam vrijgevig te zijn, omdat hij de menschen, die hem amuzeerden, te
+eten gaf. Zijn vader was onze ambassadeur in Madrid geweest, toen
+Isabella nog jong was en er aan Prim niet gedacht werd, maar hij had
+zich uit de diplomatie teruggetrokken in een haastig oogenblik van
+ontevredenheid, omdat men hem de ambassade te Parijs niet had
+aangeboden, een post, waarop hij alleen aanspraak meende te hebben, op
+grond van: zijne geboorte, zijne indolentie, het goede Engelsch van
+zijne telegrammen, en zijn dolle passie voor genot. De zoon, die de
+secretaris van zijn vader was geweest, had tegelijkertijd zijn ontslag
+ingediend, dat wel wat dwaas werd gevonden, en toen hij eenige maanden
+later den titel van hem erfde, had hij zich gewijd aan een ernstige
+studie van de groote aristocratische kunst, om absoluut _niets_ te
+doen. Hij had twee groote huizen in de stad, maar gaf er de voorkeur
+aan op kamers te wonen, omdat dit minder last gaf; hij at meestal in
+zijn club. Hij bemoeide zich een beetje met de exploitatie zijner
+kolenmijnen in het Graafschap Midland en waschte zich schoon van de
+smet dezer industrie met de bewering, dat het eenige voordeel van het
+bezit van kolen was, dat men met fatsoen hout kon branden in zijn
+eigen huis. In de politiek was hij een Tory, behalve wanneer de Tories
+de bovenhand hadden, want dan maakte hij ze kalm uit voor een hoop
+Radicalen. Hij was een held voor zijn knecht, die hem op den kop zat,
+en een schrik voor de meeste zijner familieleden, die hij weêr op zijn
+beurt op den kop zat. Alleen Engeland kon hem hebben voortgebracht, en
+toch, hij beweerde altijd, dat Engeland op de flesch ging. Zijne
+principes waren van voor den zondvloed, maar er was veel te zeggen
+voor zijn vooroordeelen.
+
+Toen Lord Henry de kamer binnen kwam, vond hij zijn oom, in een dik
+jachtbuis, met een cigarette, brommende over de Times.
+
+--Zoo Harry, sprak de oude heer, wat kom jij zoo vroeg doen? Ik dacht,
+dat jullie dandies nooit opstonden vóór tweeën en niet zichtbaar waren
+vóór vijven.
+
+--Pure familie-affectie, dat verzeker ik u, oom George. Ik moet wat
+van u hebben.
+
+--Geld natuurlijk, zei Lord Fermor met een leelijk gezicht. Nu, ga
+zitten en vertel de kwestie. Tegenwoordige jongelui denken, dat geld
+alles is.
+
+--Ja, antwoordde Lord Henry, de bloem in zijn knoopsgat wat vaster
+zettend; en als ze ouder worden, dan weten ze het zeker. Maar ik kom
+niet om geld. Alleen menschen, die hun rekeningen betalen, hebben dat
+noodig. Krediet is het kapitaal van een jongeren zoon en je leeft er
+heel goed van. Buitendien ben ik altijd bij de leveranciers van
+Dartmoor en die laten me met rust. Wat ik noodig heb is informatie:
+geen nuttige natuurlijk, informatie zonder nut.
+
+--Nu, ik kan je alles vertellen wat er staat in een Engelsch
+Blue-Book, hoewel de lui tegenwoordig een hoop nonsens schrijven. Toen
+ik bij de diplomatie was, was het veel beter. Maar ik hoor, dat ze ze
+tegenwoordig examens laten doen. Wat kan je daar dan ook van
+verwachten. Examens, meneer, zijn niets dan humbug van het begin tot
+het eind. Is iemand een heer, dan weet hij meer dan genoeg, en is hij
+het niet, dan is alles wat hij ook weet of kent, slecht voor hem.
+
+--Mr. Dorian Gray behoort niet tot de Blue-Books, oom George? vroeg
+Lord Henry kwijnend.
+
+--Mr. Dorian Gray? Wie is dat? vroeg Lord Fermor, zijn zware witte
+wenkbrauwen fronsend.
+
+--Dat kom ik juist van u hooren, oom George, of liever, ik weet wie
+hij is. Hij is de kleinzoon van den laatsten Lord Kelso. Zijn moeder
+was een Devereux. Lady Margaret Devereux. Ik woû, dat u me wat van
+zijn moeder vertelde. Wat was ze voor een vrouw. Met wien is zij
+getrouwd? U heeft iedereen uit uw tijd gekend, dus haar zeker ook wel.
+Ik ben nogal geïnteresseerd in Mr. Gray voor het oogenblik. Ik heb hem
+pas ontmoet.
+
+--Een kleinzoon van Kelso, herhaalde de oude heer. Een kleinzoon van
+Kelso!... Natuurlijk ... Ik heb zijn moeder heel goed gekend. Ik
+geloof, dat ik bij haar doop was. Zij was een pracht van een meid,
+Margaret Devereux, en zij heeft alle mannen dol gemaakt door weg te
+loopen met een jongen zonder een cent, meneer, een onderofficier bij
+de infanterie of zoo iemand. Wel ja, ik herinner me de heele
+geschiedenis, alsof het gisteren gebeurd was. De arme kerel werd een
+paar maanden na zijn huwelijk te Spa in een duel doodgeschoten. Dat
+was een leelijke historie. Ze zeggen, dat Kelso een gemeenen
+avonturier, een Belgischen schurk, heeft opgedragen zijn schoonzoon in
+het publiek te beleedigen--en hem ervoor betaald heeft, meneer,
+betaald heeft om het te doen; dat de kerel hem moest doorsteken alsof
+hij een hond was. De zaak is toen gesust geworden, maar, voor den
+donder, Kelso heeft een heelen tijd in de club alleen kunnen eten. Hij
+heeft zijn dochter weêr in huis genomen, heb ik gehoord, maar ze heeft
+nooit meer tegen hem gesproken. Ja, ja, het was een leelijke boel. En
+het meisje is ook gestorven binnen het jaar. En ze heeft dus een zoon
+nagelaten? Zoo, dat was ik vergeten. Wat is hij voor een jongen? Als
+hij op zijn moeder lijkt, is hij een knappe vent.
+
+--Hij ziet er heel goed uit, bevestigde Lord Henry.
+
+--Ik hoop, dat hij in goede handen valt, ging de oude man voort. Hij
+moest een hoop geld te wachten hebben, als Kelso voor hem gedaan heeft
+wat recht was. Zijn moeder had ook geld. Al het fortuin van de Selby's
+kwam ook aan haar, door haar grootvader. Haar grootvader had een haat
+aan Kelso, vond hem een gemeenen kerel. Nou, dat was hij ook. Is te
+Madrid geweest, toen ik er was. Waarachtig, ik schaamde me voor hem.
+De koningin vroeg me altijd naar dien Engelschman, die altijd standjes
+had met de koetsiers over hun fooien. Ze hadden er een heele legende
+van gemaakt. Ik heb me een maand lang niet aan het Hof durven
+vertoonen. Ik hoop, dat hij zijn kleinzoon beter behandelde?
+
+--Dat weet ik niet, antwoordde Lord Henry. Ik geloof, dat hij er goed
+in zit. Hij is nog niet meerderjarig. Hij heet Selby, dat weet ik. Dat
+vertelde hij mij. En ... was zijn moeder zoo mooi?
+
+--Margaret was een van de mooiste vrouwen, die ik ooit gezien heb,
+Harry. Wat haar ooit bezield heeft zoo iets te doen, begrijp ik nog
+niet. Zij kon iedereen gehad hebben, die zij woû. Carlington was gek
+op haar. Maar, ze was zoo romantisch uitgevallen. Trouwens, dat waren
+al de vrouwen uit die familie. De mannen waren niet veel bizonders,
+maar de vrouwen waren prachtig. Carlington is voor haar op zijn knieën
+geweest. Hij heeft het me zelf verteld. Ze lachte hem uit, en daar was
+geen meisje in Londen, dat niet op hem vlaste. A propos, Harry, over
+malle huwelijken gesproken, wat is dat toch voor een praatje van je
+vader, dat Dartmoor met een Amerikaansch meisje wil trouwen. Zijn de
+Engelsche meisjes niet goed genoeg voor hem?
+
+--Het is mode tegenwoordig Amerikaansche meisjes te trouwen, oom
+George.
+
+--Ik hoû het op de Engelsche vrouwen, Harry, donderde Lord Fermor en
+sloeg met de vuist op de tafel.
+
+--De Amerikaansche zijn toch het meest gewild.
+
+--Ze houden niet lang vol, hoor ik, mompelde zijn oom.
+
+--Een lang engagement sloopt ze wel af, maar in een steeplechase zijn
+ze van staal. Ze doen de dingen vliegend. Ik geloof niet, dat Dartmoor
+er nog af zal kunnen.
+
+--Ziet ze er aardig uit?
+
+--Ze doet of ze heel mooi is. Dat doen de meeste Amerikaansche
+vrouwen. Het is het geheim van haar charme.
+
+--Waarom kunnen die Amerikaansche vrouwen niet in hun eigen land
+blijven? Ze zeggen altijd, dat het daar het Paradijs voor vrouwen is.
+
+--Dat is zoo. Maar dat is ook de reden, waarom ze, evenals Eva, er zoo
+vreeselijk graag uit willen, zei Lord Henry. Adieu, oom. Ik kom te
+laat voor de lunch als ik langer blijf. Dank voor de inlichtingen. Ik
+weet graag _alles_ van mijn nieuwe vrienden, en liefst niets van mijn
+oude.
+
+--Waar ga je lunchen, Harry?
+
+--Bij tante Agatha. Ik heb er mezelven geïnviteerd, met Mr. Gray. Hij
+is haar laatste protégé.
+
+--Hm, zeg aan je tante Agatha, Harry, dat ze me niet meer komt zaniken
+met haar weldadigheidsinschrijvingen. Ik ben er wee van. Wel, het
+goede mensch denkt, dat ik niets te doen heb dan wissels in te vullen
+voor haar bevliegingen.
+
+--All right, oom, ik zal het haar zeggen, maar het zal niet geven.
+Filanthropische menschen verliezen alle idee van menschelijkheid. Dat
+is hun grootste karaktertrek.
+
+De oude heer bromde goedkeurend en belde voor de knecht. Lord Henry
+kwam door den lagen portiek in Burlingtonstreet en richtte zijne
+schreden naar Berkely Square.
+
+Dat was dus de geschiedenis van Dorian Gray's afkomst. Rondweg
+verteld, had ze hem toch getroffen door den vreemden, bijna modernen
+roman, die er achter school. Een mooie vrouw, alles opofferend voor
+een dolle passie. Een paar weken van hartstochtelijk geluk,
+onderbroken door een lage, verraderlijke misdaad. Maanden van stomme
+smart, een kind in verdriet geboren. De moeder, door den dood
+weggerukt; de jongen, overgelaten aan de eenzaamheid en de tirannie
+van een ouden man zonder hart. Ja, het was een artistieke achtergrond.
+De jongen kwam er goed tegen uit; het volmaakte hem. Achter ieder mooi
+ding schuilt iets tragisch ...
+
+Hoe bekoorlijk was hij geweest, den vorigen avond aan het diner, toen
+hij met verschrikte oogen en half geopende lippen in een genot vol
+huivering tegenover hem had gezeten in de club, waar de roode
+kaarsschermpjes de ontwakende verwondering op zijn gelaat nog warmer
+purperden! Tot hem te spreken was als het spelen op een fijnbesnaarde
+viool. Hij trilde bij iedere aanraking, iedere streek van den stok ...
+
+Er was iets schrikkelijk bezielends in het uitoefenen van invloed.
+Geene andere bezigheid was aan die gelijk ... O, men kon van hem een
+wereldveroveraar of een stuk speelgoed maken. Hoe jammer, dat zoo iets
+moois vergaan moest ... En Basil, hoe interessant was die niet, uit
+een psychologisch oogpunt beschouwd. Een nieuwe manier in zijn kunst,
+een frissche blik op het leven, hem zoo vreemd ingegeven door het
+fyzieke bijzijn van iemand, die zich zijne eigene bekoring zoo geheel
+onbewust was.
+
+...Ja, hij zoû probeeren te zijn voor Dorian Gray, wat de jongen,
+zonder het te weten, was voor den schilder, die dat portret gemaakt
+had. Hij zoû trachten hem te beheerschen, hij was inderdaad al goed op
+weg. Hij zoû die vreemde ziel tot zijn eigendom maken. Daar was iets
+boeiends in dat kind van Dood en Liefde.
+
+Eensklaps stond hij stil, en zag op naar de gevels. Hij bemerkte, dat
+hij het huis zijner tante voorbij was, en, lachend over zichzelven,
+keerde hij terug. Toen hij de, ietwat donkere gang binnenkwam, zeide
+de butler hem, dat men reeds aan tafel was. Hij gaf een van de knechts
+hoed en stok en ging in de eetzaal.
+
+
+
+
+IV.
+
+
+Een maand later. Dorian Gray lag in een fauteuil in de bibliotheek van
+Lord Henry's huis in Mayfair.
+
+Lord Henry was er zelve nog niet. Hij was laat uit principe; zijn
+principe was, dat stiptheid de dief van den tijd is. De jongen zag er
+wat gemelijk uit, terwijl hij met lustelooze vingers bladerde in een
+prachtexemplaar van Manon Lescaut, dat hij op een der boekenplanken
+had gevonden.
+
+Het deftige, eentonige getik van de Louis XIV klok verveelde hem. Een
+paar malen had hij reeds weg willen gaan.
+
+Eindelijk hoorde hij buiten een stap en de deur ging open.
+
+--Wat ben je laat, Harry, sprak hij zacht.
+
+--Ik vrees, dat het Harry niet is, Mr. Gray, antwoordde een hooge
+stem.
+
+Hij wendde zich om, stond op.
+
+--O pardon, ik dacht ...
+
+--U dacht, dat het mijn man was. Het is maar zijn vrouw. Ik zal
+mijzelve maar voorstellen. Ik ken u heel goed door uw portretten. Ik
+geloof, dat mijn man er zeventien van heeft.
+
+--Zeventien, Lady Henry?
+
+--Nu, achttien dan. En ik zag u laatst met hem in de opera.
+
+Zij lachte zenuwachtig, terwijl zij sprak en hem opnam met haar vage
+vergeet-me-niet-blauwe oogen. Zij was eene vreemde vrouw; haar
+toiletten schenen in een warrelwind ontworpen en in een stormwind
+aangedaan te zijn. Zij was gewoonlijk verliefd op iemand en daar hare
+passies nooit beantwoord werden, had zij al hare illuzies behouden.
+Zij deed haar best er schilderachtig uit te zien, maar bracht het niet
+verder dan slordigheid. Zij heette Victoria en had een manie van naar
+de kerk te gaan.
+
+--Dat was met Lohengrin, Lady Henry, geloof ik.
+
+--Ja, het was met dien heerlijken Lohengrin. Ik hoû het allermeest van
+Wagners muziek. Die klinkt zoo hard, dat je altijd door kan spreken,
+zonder dat iemand het hoort, vindt u niet, Mr. Gray?
+
+Hetzelfde zenuwachtige staccato-lachje kwam weêr over hare dunne
+lippen en hare vingers speelden met een lang schildpadden vouwbeen.
+
+Dorian glimlachte en schudde het hoofd.
+
+--Ik vrees, dat ik het niet met u eens zal zijn, Lady Henry. Ik spreek
+nooit onder muziek, tenminste onder goede muziek. Wanneer men slechte
+muziek hoort, is het niet meer dan zijn plicht die te overpraten.
+
+--O dat is iets van Harry, nietwaar Mr. Gray? Ik hoor altijd Harry's
+ideeën door zijn vrienden. Dat is voor mij de eenige manier ze te
+hooren. Maar u moet niet denken, dat ik niet van goede muziek hoû. Ik
+ben er dol op, maar ik ben er bang voor. Het windt me te veel op! Ik
+heb pianisten aangebeden, soms twee te gelijk, beweert Henry. Ik weet
+niet wat ze voor charme voor me hebben. Misschien is het omdat ze
+vreemdelingen zijn. Dat zijn ze toch allemaal, niet waar? Zelfs zij,
+die in Engeland geboren zijn, worden vreemdeling na een poosje, niet
+waar? Het is erg knap van hen, een heel compliment aan de kunst. Het
+wordt daardoor ook heel cosmopolitisch, vindt u niet? U is nooit op
+een van mijn soirées geweest, niet waar Mr. Gray. Maar u moet bepaald
+eens komen. Orchideeën zijn me te duur, maar ik spaar geen moeite om
+vreemdelingen te hebben. Zij stoffeeren een salon zoo aardig. Maar
+hier is Harry. Harry, ik kwam hier om je wat te vragen, ik ben het nu
+vergeten, en ik vond Mr. Gray. Wij hebben heel prettig samen gesproken
+over muziek. Wij hebben zoo precies dezelfde ideeën. O neen, toch
+niet, zij waren juist zeer uiteenloopend. Maar hij is heel aardig
+geweest. Ik ben blij hem ontmoet te hebben.
+
+--Dat doet me pleizier, lieve, zeer veel pleizier, zei Lord Henry, de
+sikkels zijner donkere wenkbrauwen optrekkend en beiden aanziende met
+een glimlach van-voor-den-gek-houden ...
+
+--Het spijt me, dat ik zoo laat ben, Dorian. Ik was uitgegaan op een
+stuk oud brokaat in Wardour Street en ik moest wel een uur bieden en
+loven. Tegenwoordig weet iedereen den prijs van alles en niemand de
+waarde van iets.
+
+--Maar ik moet nu weg, riep Lady Henry, een benauwende stilte
+verbrekend, met haar kinderachtig lachje. Ik heb beloofd met de
+Hertogin te gaan rijden. Goeden dag, Mr. Gray. Adieu Harry. Je gaat
+zeker uit dineeren, niet waar? Ik ook. Misschien zie ik je nog wel bij
+Lady Thornburg.
+
+--Dat kan wel, zei Lord Henry, de deur achter haar sluitend, terwijl
+zij de kamer uitzweefde, met iets van een paradijsvogel, die een nacht
+in den regen heeft gestaan, een geur van frangipani achter zich
+latend. Toen stak hij een cigarette op en wierp zich neêr op de bank.
+
+--Trouw nooit een vrouw met geel haar, Dorian, zei hij, na een paar
+trekken.
+
+--Waarom?
+
+--Omdat ze zoo sentimenteel zijn.
+
+--Maar ik hoû wel van sentimenteele menschen.
+
+--Trouw nooit, Dorian. Mannen trouwen uit moêheid en vrouwen uit
+nieuwsgierigheid; beiden worden teleurgesteld.
+
+--Ik geloof niet, dat ik ooit trouwen zal, Harry. Ik ben veel te
+verliefd. Dat is een van je aforismen. Ik breng ze nu in praktijk,
+zooals alles wat jij zegt.
+
+--En wie is de gelukkige? vroeg Lord Henry na een pauze.
+
+--Een actrice, zei Dorian Gray met een kleur. Lord Henry haalde de
+schouders op.
+
+--Nog al een banaal debuut.
+
+--Als je haar zag, zoû je dat niet zeggen, Harry.
+
+--Wie is ze?
+
+--Ze heet Sybil Vane.
+
+--Nooit gehoord.
+
+--Neen, niemand heeft van haar gehoord. Maar eens zal ze beroemd
+worden, want ze is een genie.
+
+--Beste jongen, geen vrouw is ooit een genie. Vrouwen zijn het
+decoratieve geslacht. Ze hebben nooit veel bizonders te vertellen,
+maar wàt ze zeggen, zeggen ze aardig.
+
+--Harry!
+
+--Beste Dorian, het is de zuivere waarheid. Ik bestudeer op het
+oogenblik de vrouwen. Ik moet het dus wel weten. Ik ben tot de slotsom
+gekomen, dat er maar twee soorten van vrouwen zijn: leelijke en
+geverfde. Leelijke vrouwen zijn heel nuttig. Als je een reputatie van
+soliditeit wilt maken, heb je er maar een aan het souper te brengen.
+De andere vrouwen zijn allerliefst, maar ze hebben één fout. Ze verven
+zich om er jong uit te zien. Onze grootmoeders verfden zich om een
+brillante conversatie te hebben. Vroeger gingen rouge en esprit samen.
+Dat is nu voorbij. Zoolang een vrouw er tien jaar jonger uitziet dan
+haar dochter, is ze volmaakt tevreden.
+
+Maar wat de conversatie betreft, zijn er in heel Londen maar vijf
+vrouwen, waar je meê praten kan, en twee ervan kan je niet in
+fatsoenlijk gezelschap brengen. Maar vertel jij nu over je genie. Hoe
+lang ken je haar?
+
+--O Harry, je maakt me bang.
+
+--Kom! Trek het je maar niet aan. Hoe lang ken je haar?
+
+--Drie weken.
+
+--En waar heb je haar ontmoet?
+
+--Dat zal ik je vertellen, Harry, maar je moet er niet om lachen. Want
+eigenlijk zoû het ook nooit gebeurd zijn, als ik jou niet ontmoet had.
+Je hebt me een dol verlangen gegeven om alles van het leven te kennen.
+Dagen nadat ik je ontmoet had, scheen een vuur in mij te gloeien. In
+de lucht om mij heen scheen een exquis vergift te hangen. Ik had een
+passie voor sensaties ... Wel, op een avond, om een uur of zeven, ging
+ik op avonuren uit. Ik voelde, dat ons grijs, wijd Londen met zijn
+duizenden menschen, en zijn schitterende zonden, zooals je het eens
+noemde, iets voor mij in petto had. Ik dacht me duizend dingen. Het
+gevaar alleen al gaf me een gevoel van heerlijkheid. Ik herinnerde mij
+wat je den eersten wonderen avond, toen wij samen dineerden, gezegd
+had: omtrent het zoeken naar schoonheid als naar het werkelijke geheim
+van het leven. Ik weet niet wat ik verwachtte, maar ik ging uit en
+dwaalde naar East End, waar ik gauw mijn weg verloor in een labyrinth
+van vuile straatjes, en donkere dorre pleinen. Om een uur of half
+negen kwam ik voorbij een bespottelijk klein theater, met groote
+flikkerende gaslichten en bonte affiches. Een afschuwelijke jood in
+den vreemdsten rok, dien ik ooit zag, stond in de entrée met een
+gemeene sigaar in den mond. Hij had vettige lokken, en een kolossale
+diamant schitterde in het midden van zijn vuil hemd.
+
+--Een loge, meneer? riep hij, toen hij mij zag en hij nam zijn hoed af
+met een vertoon van pompeuze nederigheid.
+
+Er was iets in hem, Harry, dat mij amuzeerde. Hij was zoo leelijk. Je
+zal mij uitlachen, denk ik, maar ik ging er in en betaalde niet minder
+dan een pond voor de loge. Tot op het huidige oogenblik weet ik niet,
+waarom ik zoo deed, en toch, als ik het niet gedaan had, mijn beste
+Harry, zoû ik den interessantsten roman van mijn leven gemist
+hebben.--Ik zie wel, dat je me uitlacht. Het is niet aardig van je.
+
+--Ik lach volstrekt niet, Dorian, tenminste niet om jou. Maar je moet
+niet zeggen: de interessantste roman van je leven; je moet zeggen: de
+eerste roman van je leven. Ze zullen altijd van je houden en jij zal
+altijd verliefd zijn, om verliefd te zijn. Een grande passion is het
+privilege van menschen, die niets te doen hebben. Dat is de eenige
+bezigheid voor werkeloozen. Wees niet bang, daar is nog een heele boel
+moois voor je weggelegd. Dit is alleen het begin.
+
+--Denk je, dat ik zoo klein voel? riep Dorian boos.
+
+--Neen, ik geloof juist, dat je diep voelt.
+
+--Hoe meen je dat?
+
+--Beste jongen, menschen die maar ééns in hun leven liefhebben, zijn
+in werkelijkheid klein voelend. Wat zij hun loyaliteit en hun
+getrouwheid noemen, noem ik óf luiheid van gewoonte of gemis aan
+verbeelding. Getrouwheid is voor het gevoelsleven, wat conservatisme
+is voor het verstandsleven; niets dan de bekentenis van onmacht.
+Trouw, dat moet ik toch eens analyzeeren ... De passie voor het bezit
+is er in. Er zijn veel dingen, die we zouden weggooien als we niet
+bang waren, dat anderen ze zouden oprapen. Maar laat me je niet
+storen, ga voort met je verhaal.
+
+--Nu, daar zat ik dan in een klein leelijk logetje met een gemeen
+gordijn voor mij. Ik zag van achteren het gordijntje uit en keek door
+de zaal. Het was een kling-klang-boel, niets dan engeltjes en horens
+van overvloed, als een bruiloftskaart van de derde soort. De galerij
+en de pit waren zoo goed als vol, maar de twee rijen vuile stalles
+waren heelemaal leêg, en er was nauwlijks iemand in wat de dresscircle
+moest verbeelden. Vrouwen gingen rond met china's-appelen en
+gemberbier en door de geheele zaal werden noten geknabbeld.
+
+--Het moet iets geweest zijn als in de gulden dagen van het Britsche
+drama.
+
+--Ja zoo iets dergelijks, denk ik, en zeer beklemmend. Ik begon me af
+te vragen, wat ik in godsnaam doen zoû, toen ik het affiche zag. Wat
+denk je, dat ze gaven, Harry?
+
+--De idioten jongen, of Stom maar onschuldig. Onze voorvaders hielden
+van dat stuk, geloof ik. Hoe langer ik leef, Dorian, hoe duidelijker
+ik voel, dat wat genoeg was voor onze voorvaders, niet goed genoeg is
+voor ons. Zoowel in kunst als in politiek: les grands-pères ont
+toujours tort.
+
+--Dit stuk was ook voor ons goed genoeg, Harry. Het was Romeo and
+Juliet. Ik moet bekennen, dat het mij hinderde Shakespeare te zien
+spelen in zoo een plaats. Maar ik was toch benieuwd. Ik besloot in
+ieder geval op de eerste acte te wachten. Er was een afschuwelijk
+orkest, gedirigeerd door een jongen jood, die voor een rammelkast van
+een piano zat, en dat joeg mij bijna weg. Maar eindelijk ging het
+gordijn op en begonnen ze te spelen. Romeo was een dikke oude meneer,
+met gekurkte wenkbrauwen, een schone drakenstem en een figuur als een
+bierton. Mercutio was bijna even slecht. Hij werd gespeeld door den
+bas-comique, die moppen van zijn eigen er in laschte en op den besten
+voet was met de pit. Zij waren beiden zoo grotesk als de decoraties en
+die waren als uit een kermistent. Maar Julia, Harry! Stel je voor een
+meisje, nauwlijks zeventien, een klein gezichtje als een bloem, een
+klein Grieksch hoofdje met donkerbruine vlechten, violette oogen als
+bronnen van passie! en een mondje als een roos. Ze was het liefste
+ding, dat ik ooit in mijn leven gezien had. Je hebt me eens gezegd,
+dat pathos je ongevoelig liet, maar dat schoonheid, niets dan
+schoonheid, je tot tranen kon roeren. Nu Harry, ik kan je zeggen, dat
+ik dit kind nauwlijks kon zien door den nevel, dien ik voor mijn oogen
+had. En haar stem--ik heb nooit zoo een stem gehoord. Zij klonk eerst
+heel zacht met diepe volle tonen, die je ieder apart scheen te hooren.
+Toen klonk zij wat harder en het werd als een fluit of een hobo, in de
+verte. In de tuin-scène hoorde je de trillende extaze van nachtegalen,
+als zij 's morgens heel vroeg zingen. Later waren er momenten, dat je
+de wilde passie van violen in heur stem hoorde. Je weet zelf hoe een
+stem je aan kan doen. Jouw stem en die van Sibyl Vane zijn twee
+dingen, die ik nooit zal vergeten. Als ik mijn oogen sluit, hoor ik
+ze, en ze zeggen ieder iets verschillends. Ik weet niet welke ik
+volgen moet. Waarom zoû ik niet van haar houden!--Harry, ik heb haar
+lief. Zij is alles voor mij.--Avond aan avond zie ik haar spelen.--Den
+eenen avond is zij Rosalind en den volgenden Imogen. Ik heb haar zien
+sterven in de somberte van een Italiaansch graf, terwijl zij het
+vergift opzoog van de lippen van haar geliefde. Ik heb haar zien
+dwalen door de bosschen van de Ardennen, verkleed als een aardige
+jongen, in een broek en buis, met een coquet petje op. Zij is
+krankzinnig geweest en ze is bij een schuldigen koning gekomen en zij
+heeft hem met berouw overstelpt en hem bittere kruiden laten proeven.
+Zij is onschuldig geweest en de zwarte handen van jaloezie hebben heur
+teeren hals omkneld. Ik heb haar gezien in iedere eeuw en in ieder
+kostuum. Gewone vrouwen werken niets op je verbeelding. Ze zijn
+begrensd door hun eeuw. Ze veranderen nooit door een toovermacht. Je
+kan ze ook altijd vinden. Daar is niets geheimzinnigs om haar heen.
+Zij rijden 's morgens in het Park en babbelen 's middags op tea's. Ze
+hebben stereotype glimlachjes en geleerde momentjes. Je kent ze door
+en door. Maar een actrice! Een actrice is heel wat anders. Harry,
+waarom heb je me nooit gezegd, dat de eenige vrouw van wie je houden
+kan een actrice is.
+
+--Ik ben er zelf op zooveel verliefd geweest, Dorian.
+
+--O ja, verschrikkelijke wezens met geverfd haar en geverfde
+gezichten.
+
+--Vaar nu niet uit tegen geverfd haar en geverfde gezichten. Zij
+hebben soms heel veel charme, zei Lord Henry.
+
+--Ik woû, dat ik je niet verteld had van Sybil Vane.
+
+--Dat kon je toch niet nalaten, Dorian. Je heele leven zal je me alles
+vertellen wat je doet.
+
+--Ja Harry, dat geloof ik ook. Ik mòet je alles vertellen. Je hebt
+zulk een vreemden invloed op me. Als ik ooit een misdaad deed, zoû ik
+dat jou bekennen. Jij zoû me begrijpen.
+
+--Menschen zooals jij, de zonnestralen van het leven, begaan geen
+misdaden, Dorian. Maar ik dank je in ieder geval voor je compliment.
+En zeg me eens--geef me even de lucifers; dank je:--op welken voet sta
+je nu eigenlijk met Sybil Vane ...
+
+Dorian vloog op, gloeiende wangen, schitterende oogen.
+
+--Harry! Sybil Vane is heilig!
+
+--Alleen heilige dingen zijn ook de moeite van het aanraken waard,
+Dorian, zei Lord Henry, met een vreemden tint van weemoed in zijne
+stem. Maar waarom ben je daar boos om? Ze zal toch eens van jou zijn.
+Als men verliefd is, begint men zichzelven voor den gek te houden en
+eindigt anderen voor den gek te houden. Dat is wat de wereld een roman
+noemt. Maar je kent haar toch zeker?
+
+--O, natuurlijk. Den eersten keer, toen ik in dat theater was, kwam
+die afschuwelijke oude jood na afloop van de voorstelling bij me en
+offreerde me, mij achter de schermen te brengen en aan haar voor te
+stellen. Ik was woedend op hem en antwoordde, dat Juliet al eeuwen
+dood was en dat haar lijk in een marmeren graf in Verona lag. Ik
+geloof, te oordeelen naar zijn blik vol stomme verbazing, dat hij
+dacht, dat ik te veel champagne had gedronken.
+
+--Dat verwondert me niets.
+
+--Toen vroeg hij mij of ik voor een van de couranten schreef. Ik zei
+hem, dat ik er nooit één las. Toen scheen hij erg teleurgesteld en
+vertelde me, dat al de critici tegen hem samenspanden, en dat hij ze
+allen zoû moeten omkoopen.
+
+--Dat zoû me niets verwonderen. Maar aan den anderen kant geloof ik,
+dat ze niet heel duur zijn.
+
+--Nu, ze schenen hèm te duur te zijn, lachte Dorian. Maar in dien
+tusschentijd waren de lichten in de zaal uitgedraaid en ik moest weg.
+Hij woû mij een paar sigaren laten probeeren, die hij erg
+recommandeerde. Ik bedankte. Den volgenden dag was ik natuurlijk weêr
+op dezelfde plaats. Toen hij mij zag, boog hij heel diep en verzekerde
+me, dat ik een machtig beschermer van de kunst was. Hij was een
+brutale kerel, maar hij had een passie voor Shakespeare. Hij heeft me
+verteld, met een soort van trots, dat zijn vijf bankroeten het gevolg
+waren van zijne admiratie voor den "Bard", zooals hij hem noemde. Hij
+scheen dat een heele distinctie te vinden.
+
+--Het is een distinctie, mijn beste Dorian, een heele distinctie. De
+meesten gaan bankroet, omdat ze te veel hebben gezet op het proza van
+het leven. Je te ruïneeren door poëzie is een eer. Maar wanneer sprak
+je Miss Sybil Vane voor het eerst?
+
+--Den derden avond. Ze had Rosalind gespeeld. Ik kon niet nalaten
+achter de schermen te gaan. Ik had haar bloemen toegegooid, en zij had
+me aangezien: tenminste,--dat verbeeldde ik me. De oude jood drong
+weêr aan. Hij scheen besloten mij bij haar te brengen, ik gaf dus toe.
+Vindt je het niet curieus, dat ik in het geheel niet verlangde haar te
+kennen?
+
+--Neen, dat vind ik niet.
+
+--Maar Harry, waarom?
+
+--Dat zal ik je wel eens later vertellen. Nu woû ik graag alles van
+het meisje hooren.
+
+--Sybil? O ze was erg verlegen en heel lief. Ze heeft iets zeer
+kinderlijks. Haar oogen vergrootten zich in een zalige verwondering,
+toen ik haar zei wat ik van haar spel dacht, en ze scheen geheel
+onbewust van haar talent. Ik geloof, dat we beiden nogal zenuwachtig
+waren. De oude jood stond te grinniken in de deur van den muffen foyer
+en hield hoogdravende redeneeringen over ons beiden, terwijl wij als
+kinderen elkaâr stonden aan te zien. Hij hield vol mij altijd door "My
+Lord" te noemen, zoodat ik Sybil moest verzekeren, dat ik volstrekt
+geen aanspraak had op dien titel. Toen zei ze heel eenvoudig-weg:
+
+--U lijkt meer op een prins. Ik zal u Prins Charmant noemen.
+
+--Op mijn woord, Dorian, Miss Sybil kan goed complimentjes maken.
+
+--Je begrijpt haar niet, Harry. Ze beschouwde me als iemand uit een
+van haar stukken. Ze kent niets van het leven. Ze woont met haar
+moeder, een verlepte vrouw, die Lady Capulet speelde in een soort van
+magenta-rooden peignoir, en er uitziet of ze betere dagen gekend
+heeft.
+
+--O, dat ken ik. Zoo iets maakt me akelig, murmelde Lord Henry, naar
+zijne ringen turend.
+
+--De jood woû me haar geschiedenis vertellen, maar ik zei, dat het me
+niet schelen kon.
+
+--Je hadt groot gelijk. Daar is altijd ontzettend veel vulgaire in de
+tragedies van andere menschen.
+
+--Sybil is het eenige waar ik om geef. Wat kan het mij schelen! waar
+zij vandaan komt. Van haar hoofdje tot haar voetjes is zij volmaakt
+hemelsch. Iederen avond ga ik haar zien spelen en iederen avond is zij
+verrukkelijker.
+
+--O, is dat de reden, dat je tegenwoordig nooit meer met me dineert.
+Ik dacht, dat je iets heel interessants om handen had. Dat heb je nu
+ook wel, maar het is toch niet wat ik verwachtte.
+
+--Maar Harry, iederen dag lunchen en soupeeren we toch samen, en ik
+ben heel dikwijls naar de opera geweest met je, zei Dorian, met
+verwondering in zijn blauwe oogen.
+
+--Je bent altijd verschrikkelijk laat.
+
+--Maar ik moet Sybil gaan zien, riep hij, al is het dan ook één acte.
+Ik smacht naar haar tegenwoordigheid en als ik denk aan de wondere
+ziel, verborgen in dat kleine ivoren lichaam, voel ik een eerbiedige
+vrees in me.
+
+--Je kunt van avond toch wel met me dineeren, Dorian, niet waar?
+
+Hij schudde het hoofd.
+
+--Van avond is zij Imogen, antwoordde hij, en morgen Juliet.
+
+--Wanneer is zij Sybil Vane?
+
+--Nooit.
+
+--Ik feliciteer je.
+
+--Je bent afschuwelijk. In haar zijn al de heldinnen van de wereld
+vereenigd. Zij is meer dan één persoon. Je lacht, maar ik verzeker je,
+dat zij een genie is. Ik heb haar lief en ik moet maken, dat zij mij
+ook lief krijgt. Jij, die alle geheimen van het leven kent, zeg me hoe
+ik Sybil Vane daartoe moet betooveren. Ik wil Romeo jaloersch maken.
+Ik wil, dat al haar minnaars, die nu dood zijn, ons lachend geluk
+zullen hooren en er om treuren. Ik wil, dat de adem van onze passie
+hun stof zal opwekken en hun asch zal doen lijden. Groote God, Harry,
+ik aanbid haar.
+
+Terwijl hij sprak, liep hij de kamer op en neêr. Koortsig rood gloeide
+op zijne wangen. Hij was zeer opgewonden.
+
+Lord Henry volgde hem met een verfijnd genot. Hoezeer verschilde hij
+nu van den verlegen knaap, dien hij in het atelier van Basil Hallward
+ontmoet had. Zijne natuur had zich ontwikkeld als eene bloem en droeg
+bloesems als vurig purper. Zijne ziel was geslopen uit hare geheime
+schuilplaats, hartstocht tegemoet.
+
+--En wat denk je nu te doen? vroeg Lord Henry eindelijk.
+
+--Ik woû, dat jij en Basil eens met me meêgingt om haar te zien
+spelen. Ik ben niets bang voor den uitslag. Je zal dan zeker moeten
+bekennen, dat ze talent heeft. Dan moeten wij haar uit de handen van
+dien jood zien te krijgen. Zij is aan hem verbonden voor drie jaar,
+tenminste twee jaar en acht maanden. Ik zal hem natuurlijk wat moeten
+betalen. Als dat alles geregeld is, koop ik een West-End theater en
+lanceer haar. Zij zal het publiek stormenderhand innemen, zooals zij
+het mij gedaan heeft.
+
+--Dat is onmogelijk, mijn beste jongen.
+
+--Toch zal ze het doen. Ze heeft niet alleen kunst in zich, fijn
+instinct voor kunst, maar zij is een persoonlijkheid, en je hebt mij
+dikwijls gezegd, dat de wereld beheerscht wordt door personaliteiten,
+en niet door principes.
+
+--Nu, wanneer zullen we gaan?
+
+--Laat eens zien: vandaag is het Dinsdag. Laat ons het op morgen
+houden. Ze speelt Juliet morgen.
+
+--Goed. Om acht uur in de Bristol, en ik zal Basil meêtroonen.
+
+--Acht uur! Maar Harry, als je blieft niet. Half zeven. We moeten er
+zijn vóór het gordijn opgaat. Je moet haar zien in de eerste acte, als
+ze Romeo ontmoet.
+
+--Half zeven?... Wat een uur! Het zal iets zijn of je slappen bouillon
+drinkt of dat je een Engelsch romannetje leest. Laten we dan zeven uur
+zeggen. Welk fatsoenlijk mensch dineert nu vóór zeven? Zie je Basil
+nog vóór dien tijd, of zal ik hem schrijven?
+
+--Die goede Basil. Ik heb hem de geheele week nog niet gezien. Het is
+niets lief van me, want hij heeft me mijn portret gezonden in een
+prachtige lijst, door hemzelven ontworpen, en hoewel ik wel een beetje
+jaloersch ben van dat portret, dat een heele maand jonger is dan ik,
+moet ik bekennen, dat het mij toch aangenaam aandoet ... Misschien is
+het toch maar beter, dat jij hem schrijft. Ik zie hem liever niet
+alleen. Hij zegt dingen, die mij hinderen. Hij geeft me altijd goeden
+raad.
+
+Lord Henry glimlachte.
+
+--De menschen houden er van juist dat weg te geven, wat ze zelf het
+meest noodig hebben. Ik noem dat overmaat van edelmoedigheid.
+
+--O, Basil is een goede vent, maar voor mij heeft hij iets van een
+Filistijn. Sedert ik jou ken, Harry, heb ik dat uitgevonden.
+
+--Mijn beste jongen, Basil legt al het moois, dat hij heeft, in zijn
+werk. Bijgevolg blijft er niets over voor het leven dan zijn
+vooroordeelen, zijn principes en zijn verstand. De eenige artisten,
+die ik gekend heb met persoonlijke charmes, waren slechte artisten.
+Goede artisten bestaan alleen in hetgeen zij voortbrengen, en zijn dus
+bijgevolg alleronbeduidenst als mensch. Een groot dichter, een
+werkelijk groot dichter is het meest prozaïsche van alle schepsels.
+Maar mindere dichters zijn allercharmantst. Hoe slechter hun rijm is,
+hoe schilderachtiger, zij er zelf uitzien. Alleen het feit een boek
+uitgegeven te hebben met sonnetten van de tweede soort, maakt een man
+onweêrstaanbaar. Hij leeft de poëzie, die hij niet uiten kan; anderen
+uiten de poëzie, die zij niet tot werkelijkheid durven maken.
+
+--Zoû dat waarlijk zoo zijn, Harry? vroeg Dorian Gray. Het zal wel,
+als jij het zegt. Vergeet onze afspraak niet voor morgen. Adieu.
+
+Toen hij de kamer verliet, vielen Lord Henry's zware oogleden toe en
+begon hij te denken. Het was waar: weinig menschen hadden hem zoo
+geïnteresseerd als Dorian Gray en toch gevoelde hij niet de minste
+pijn van verongelijking of afgunst om de opgewonden aanbidding van den
+jongen voor een ander. Het deed hem zelfs pleizier. Het maakte de
+studie nog belangwekkender. Hij was altijd aangetrokken door de
+methode van natuurlijke historie; maar hare gewone onderwerpen vond
+hij triviaal en van weinig belang. Hij was dus begonnen zichzelven te
+ontleden, zooals hij nu eindigde met anderen te ontleden. Alleen het
+leven van de ziel scheen hem de moeite van uitpluizen waard. Daarbij
+kon niets vergeleken worden. Bij het bestudeeren van het leven, met
+zijn vreemd dooreengewarrel van smart en geluk, kon men zich het
+gelaat niet bedekken met een masker van glas, kon men niet beletten,
+dat mist kroop over de hersenen en de verbeelding troebel maakte met
+monsterideeën en wanschapen droomen. Er bestonden zulke subtiele
+vergiften, dat men ze, tot walgens toe, moest gebruiken, wilde men er
+de essence van weten. Er bestonden ziekten, zoo vreemd, dat men ze
+moest doorgemaakt hebben, wilde men hun karakter kennen. En toch, hoe
+groot de belooning! Hoe vreemd het geheele samenstel van de wereld!
+Welk een genot de vreemd-harde logica van het passieleven tegen het
+emotievolle kleurrijke leven van het verstand. Op te merken, waar ze
+elkaâr ontmoeten en waar ze zich scheiden, waar ze samen smelten en
+waarin zij verschil vormen! Wie vroeg naar den prijs? Men kon immers
+eene sensatie nooit te duur betalen.
+
+Hij was zich bewust--en de gedachte bracht glans van genoegen in zijne
+bruine agaten oogen: het was door woorden van hèm,--woorden van muziek
+met eene stem van muziek geuit,--dat Dorians ziel zich getrokken
+voelde tot die vrouw vol blanke reinheid en zich voor haar boog in
+aanbidding. De jongen was voor een groot gedeelte zijne eigen
+schepping. Hij had hem vroeg rijp gemaakt. Dat was reeds iets. Gewone
+menschen wachten tot het leven zijne geheimen aan hen openbaart, maar
+enkelen, den uitverkorenen, worden de mysteries van het leven
+geopenbaard, nog vóór de sluier is weggetrokken. Soms was dit het
+effect der kunst, en vooral van literatuur, die onmiddellijk werkt op
+passies en intellect. Maar nu en dan nam eene gecompliceerde
+persoonlijkheid de plaats in en deed het werk van de kunst, was in
+zijn genre een waar kunstvoorwerp, want het leven zelve ook heeft
+zijne elaborate meesterstukken, evenals poëzie, plastiek of
+schilderkunst.
+
+Ja, de jongen was vroeg rijp. Hij haalde zijn oogst al binnen, terwijl
+het nog lente was. Het leven en de hartstocht der jeugd sliepen nog in
+hem, maar hij werd zichzelven al bewust. Het was heerlijk hem gade te
+slaan. Met zijn mooi gezicht en zijne mooie ziel, was hij wel iets om
+te bewonderen. Het deed er niet toe hoe dit alles eindigen zoû, hoe
+het voorbestemd was te eindigen. Hij was als een van die gracieuze
+figuren in een marionettenspel of in eene feërie, wier genoegens ver
+van ons staan, maar wier smarten ons schoonheidsgevoel roeren, en wier
+wonden zijn als roode rozen.--Ziel en lichaam, lichaam en ziel, hoe
+mysterievol waren zij. Daar was dierlijkheid in de ziel en het lichaam
+had zijne oogenblikken van spiritualiteit. De zinnen konden zich
+verfijnen en het intellect kon verbeestelijken. Wie kon zeggen waar
+het impulsie van het vleesch eindigde, waar de impulsie van de ziel
+begon? Hoe kleingeestig waren de tegenstrijdige beschrijvingen van
+psychologen. En toch, hoe moeilijk was het te kiezen tusschen de
+verschillende richtingen. Was de ziel slechts eene schim, die spookte
+in een huis vol zonden? Of was het lichaam waarlijk eene
+verpersoonlijking van de ziel, zooals Giordano Bruno beweert. De
+scheiding van geest en materie was een geheim, evenals de eenwording
+van geest en materie een geheim was. Hij vroeg zich af of de
+psychologie ooit zoû opgevoerd worden tot zulk eene absolute
+wetenschap, dat zelfs de kleinste bron van het leven ons geopenbaard
+zoû worden. Zooals zij nu was, begrepen wij onszelven altijd verkeerd
+en anderen in het geheel niet. Ondervinding was van geene ethische
+waarde. Het was slechts een naam, die de menschen gaven aan hunne
+mistastingen. Zedemeesters beschouwden ze in den regel als eene
+waarschuwing, hechtten ethische waarde aan ze bij de vorming van
+karakters, prezen ze als iets, dat ons leerde, wat wij volgen, wàt
+ontwijken moesten, maar er was geene oorspronkelijke kracht in
+ondervinding. Ze was evenmin een middel tot handeling als het geweten.
+Het eenige, wat ze aanduidde, was: dat de toekomst gelijk zoû zijn aan
+het verleden en dat men de zonde, die men ééns gedaan had met afschuw,
+nog vele malen zoû doen met genot.
+
+Het was duidelijk, dat de proefondervindelijke methode de eenige was,
+waarmeê men tot eene wetenschappelijke analyze van passies kon komen,
+en zeker was Dorian Gray een prachtig sujet, dat een rijk en
+vruchtbaar resultaat beloofde. Zijne plotselinge opgewonden liefde
+voor Sybil Vane was een psychologisch verschijnsel van geen kleine
+beteekenis. Zonder twijfel was er veel nieuwsgierigheid bij in het
+spel; nieuwsgierigheid en de zucht naar nieuwe sensaties; toch was het
+geen eenvoudige maar eene zeer ingewikkelde passie. Wat er in school
+van zuiver zinnelijk instinct der jeugd was herschapen door de werking
+der verbeelding, veranderd in iets, dat den jongen zelven toescheen
+geheel belangeloos te zijn--en het was juist om die reden des te
+gevaarlijker.--Want het waren de hartstochten, in de origine waarvan
+wij ons bedrogen, die ons het zeerst overheerschten.
+
+Onze zwakste motieven waren die, welke wij ons bewust zijn. Het
+gebeurde dikwijls, dat, als wij dachten op anderen proeven te nemen,
+wij in werkelijkheid proeven namen op onszelve.
+
+Terwijl Lord Henry hierover zat te droomen, klonk een klop op de deur
+en de knecht kwam binnen om hem te herinneren, dat het tijd was zich
+voor het diner te kleeden. Hij stond op en zag op straat. De
+ondergaande zon had de bovenste ruiten van het huis tegenover gesmeed
+in vurig goud. De dakpannen glansden als platen gloeiend metaal. De
+lucht daarboven was als eene verwelkte roos. Hij dacht aan het jonge
+leven, vlammend rood, van zijn vriend, en vroeg zich af wat het einde
+zoû zijn ...
+
+Toen hij over half twaalf thuis kwam, lag een telegram op de tafel in
+de gang. Hij opende het en zag, dat het van Dorian Gray was. Hij
+meldde, dat hij geëngageerd was met Sybil Vane.
+
+
+
+
+V.
+
+
+--Moeder, moeder, ik ben zoo gelukkig, fluisterde het meisje, het
+gelaat verbergend in den schoot van de verlepte, afgetakelde vrouw,
+die, met haar rug gekeerd naar het schelle, binnen dringen de licht,
+zat in den lagen fauteuil van hun vuil morsig zitkamertje.
+
+--Ik ben zoo gelukkig, herhaalde zij; en nu moet u ook gelukkig zijn.
+
+Mrs. Vane ontstelde en legde hare magere bismuth-witte handen op het
+hoofd van haar dochter.
+
+--Gelukkig! riep zij; ik ben alleen gelukkig, Sybil, als ik jou zie
+spelen. Je moet aan niets denken dan aan het spelen. Mr. Isaacs is
+heel goed voor ons geweest en wij zijn hem geld schuldig.
+
+Het meisje zag op en trok een pruilend gezichtje.
+
+--Geld, moeder! riep ze; wat kan dat geld nu schelen! Liefde is toch
+meer dan geld?
+
+--Mr. Isaacs heeft ons vijftig pond voorgeschoten om onze schulden af
+te betalen en een uitzet voor James te koopen. Dat moet je niet
+vergeten, Sybil; Mr. Isaacs is heel goed voor ons geweest.
+
+--Hij is volstrekt geen heer, moeder, en ik haat zijn manier van tegen
+me te spreken, antwoordde het meisje, terwijl zij opstond en voor het
+raam ging kijken.
+
+--Ik weet niet hoe we zonder hem zouden kunnen doen, antwoordde de
+oude vrouw, tobberig.
+
+Sybil Vane schudde het hoofd en lachte.
+
+--Wij hebben hem niet meer noodig, moeder. Een tooverprins maakt nu
+ons leven voor ons!
+
+Toen hield zij stil. Gloed trilde in haar bloed en overschaduwde haar
+wang. Snelle ademhaling opende de bloembladen harer lippen. Zij
+trilden. Een zuidewind van passie woei als door haar heen, en beroerde
+de dunne plooien van haar kleed.
+
+--Ik heb hem lief! sprak ze eenvoudig.
+
+--Dwaas kind! Dwaas kind! was het papegaaien-antwoord.--Het schudden
+van kromgetrokken, met valsche juweelen versierde vingers, maakte de
+woorden nog grotesker.
+
+Het meisje lachte weêr. Het gejubel van een getralied vogeltje was in
+hare stem. Hare oogen namen de melodie in zich op, en juichten meê in
+hun geglans; toen sloten zij zich even als om hun geheim te verbergen.
+Toen zij zich openden was de nevel van een droom over ze heen
+gestreken.
+
+Dun gelipte wijsheid sprak tot haar uit den versleten stoel, maande
+tot voorzichtigheid, deed aanhalingen uit het boek van lafheid,
+waarvan de auteur schuilt onder den naam van gezond verstand. Zij
+luisterde niet. Zij gevoelde zich vrij in haar gevangenis van
+hartstocht. Haar prins, haar tooverprins was bij haar. Zij had
+Herinnering gelast hem op te roepen. Zij had haar ziel gezonden om hem
+te zoeken--en zij had hem teruggebracht. Zijn kus brandde weêr op haar
+mond. Haar oogleden waren warm van zijn adem.
+
+Toen veranderde wijsheid van methode en sprak van bespionneering en
+ontdekking. Die jonge man kon rijk zijn. Was dit het geval, dan moest
+er aan een huwelijk gedacht worden. Maar tegen haar fijne oorschelp
+braken de golven van wereldsche berekening. De listige pijlen wondden
+niet. Zij zag slechts de dunne lippen bewegen en glimlachte.
+
+Op eens voelde zij als moest zij spreken. Die woordenrijke stilte
+hinderde haar.
+
+--Moeder, moeder, waarom houdt hij zoo van me? Ik weet waarom ik van
+hem hoû. Ik heb hem lief omdat hij de liefde zelf is. Maar wat ziet
+hij in mij? Ik ben hem niet waard.--En toch,--waarom, kan ik niet
+zeggen--toch, hoewel ik me zoover beneden hem weet, voel ik mij niet
+nederig. Ik ben trotsch, verschrikkelijk trotsch. Moeder, had u mijn
+vader zoo lief als ik mijn tooverprins?
+
+De oude vrouw werd bleek onder het grove poeier, dat hare wangen
+besmeurde, en hare dorre lippen vertrokken met eene stuiptrekking van
+pijn. Sybil vloog op haar toe, sloeg de armen om haar heen, en kuste
+haar.
+
+--Vergeef mij, moeder. Ik weet, dat het u verdriet doet over onzen
+vader te spreken. Maar dat is ook alleen omdat u zooveel van hem
+hield. Kijk nu niet zoo treurig. Ik ben vandaag zoo gelukkig als u
+twintig jaar geleden was. O, laat me altijd zoo gelukkig zijn!
+
+--Mijn kind je bent nog veel te jong om er over te denken, van iemand
+te houden. Buitendien, wat weet je van dien jongen meneer? Je weet
+niet eens zijn naam. De heele zaak is erg lastig en waarlijk, nu James
+op het punt staat naar Australië te gaan en ik zooveel aan het hoofd
+heb, moet ik zeggen, dat je toch wel wat meer aan mij had kunnen
+denken. Maar zooals ik zei: als hij rijk is ...
+
+--O moeder, moeder laat mij gelukkig zijn!
+
+Mrs. Vane zag haar aan en met een van die gemaakte theatrale gebaren,
+die een acteur zoo dikwijls tot tweede natuur worden, sloot zij haar
+in de armen.
+
+Op dit oogenblik ging de deur open en een jongen met dik bruin haar
+kwam binnen. Zijn figuur was kort, stevig; zijn handen en voeten waren
+groot en onhandig van beweging. Hij was niet zoo fijn opgevoed als
+zijn zuster. Men kon nauwelijks aan die verwantschap tusschen hen
+gelooven. Mrs. Vane vestigde hare oogen op hem en verbreedde haar
+glimlach. Zij zag in haar zoon een groot publiek. Zij was overtuigd
+dat zij een tableau vormden.
+
+--Je kon wel wat van je zoenen voor mij overhouden, Sybil, zei de
+jongen, met een goedig gebrom.
+
+--O, maar je houdt er niets van omhelsd te worden, Jim, riep zij. Je
+bent een verschrikkelijke oude brompot.
+
+En zij vloog op hem toe om hem te omhelzen. Jim Vane keek zijn zuster
+in het gezicht vol teederheid.
+
+--Ik woû, dat je wat met me ging wandelen, Sybil. Ik denk niet, dat ik
+ooit dit nare Londen terug zal zien. En ik hoop het ook niet.
+
+--Mijn zoon, zeg niet zulke verschrikkelijke dingen, murmelde Mrs.
+Vane, terwijl zij een opgeschikt theatercostuum nam en met een zucht
+begon te verstellen. Zij was een weinig teleurgesteld, dat hij zich
+niet gevoegd had bij de groep. Het zoû de melodramatische
+schilderachtigheid er van verhoogd hebben.
+
+--Waarom niet? Ik meen het.
+
+--Je doet me verdriet, mijn jongen. Ik vertrouw, dat je uit Australië
+zult terugkeeren met een invloedrijke pozitie. Ik geloof, dat er in de
+kolonies geen goed gezelschap is, tenminste niet wat ik goed
+gezelschap noem; wanneer je dus je fortuin gemaakt hebt, moet je hier
+terugkeeren en je in Londen een naam maken.
+
+--Naam maken! mompelde de jongen. Daar moet ik niets van hebben. Ik
+zoû geld willen verdienen om u en Sybil van het tooneel te kunnen
+nemen. Want dàt haat ik.
+
+--Hé Jim! lachte Sybil. Hoe leelijk van je. Maar wil je heusch met me
+gaan wandelen! Dat is prettig. Ik was bang, dat je afscheid zoû gaan
+nemen van je vrienden--Tom Hardy, die je die afschuwelijke pijp gaf,
+of Ned Langton, die je uitlacht omdat je er uit rookt. Het is heel
+lief van je mij je laatsten middag te geven. Waar zullen we heen gaan.
+Naar het Park?
+
+--Ik zie er te slordig uit, antwoordde hij met een een frons. Alleen
+chique lui gaan naar het Park.
+
+--Nonsens, Jim, sprak zij zacht, en streek over de mouw van zijn jas.
+
+Hij aarzelde even.
+
+--Nu goed dan, zei hij ten laatste; maar treuzel dan niet met kleeden.
+
+Zij danste de deur uit. Men hoorde haar zingen, toen zij de trap
+opvloog. Hare kleine voetjes tribbelden boven hen. Hij liep een paar
+keer de kamers op en neêr--toen wendde hij zich tot de stille gestalte
+op den stoel.
+
+--Moeder is mijn boel klaar? vroeg hij.
+
+--Alles is klaar, James, antwoordde zij de oogen op haar werk.
+
+Sedert eenige maanden voelden zij zich niet op haar gemak alleen met
+haar ruwen, strengen zoon. Haar kleine, onoprechte natuur werd
+onrustig, als hunne oogen elkaâr ontmoetten. Zij vroeg zich dikwijls
+af of hij iets wantrouwde. De stilte--want hij maakte geen andere
+opmerkingen,--werd onhoudbaar voor haar. Zij begon te klagen. Vrouwen
+verdedigen zich door aan te vallen, evenals zij ook aanvallen door
+eene plotselinge vreemde overgave.
+
+--Ik hoop, dat je tevreden zult zijn, James, in je leven op zee. Denk
+er om, dat je het zelf gekozen hebt, zei ze. Je hadt op een
+notariskantoor kunnen gaan. Notarissen zijn zeer fatsoenlijke menschen
+en buiten dineeren zij met de eerste families.
+
+--Ik haat kantoren en ik haat klerken, hernam hij. Maar u heeft
+gelijk. Ik heb mijn leven nu zelf gekozen. Alles wat ik te zeggen heb,
+is pas op Sybil! Laat haar niets overkomen. Moeder, pas op haar.
+
+--James, wat praat je toch vreemd! Natuurlijk pas ik op Sybil.
+
+--Ik hoor, dat een heer iederen avond in de komedie komt en achter de
+schermen gaat om met haar te spreken. Is dat zoo? Wat beteekent dat?
+
+--Je spreekt over dingen, waar je geen verstand van hebt, James. Wij
+zijn bij ons gewend vele attenties te krijgen. Ik kreeg in mijn tijd
+zeer veel bouquetten. Dat was toen het tooneel nog op prijs werd
+gesteld. Wat Sybil betreft: ik weet nu nog niet of zij het meent of
+niet. Maar de jonge man in kwestie is geheel en al een heer. Hij is
+altijd heel beleefd tegen mij. Buitendien schijnt hij rijk te zijn en
+de bloemen die hij zendt, zijn prachtig.
+
+--Maar u weet niet hoe hij heet, zei de jongen hard.
+
+--Neen, antwoordde zijn moeder rustig. Hij heeft ons zijn naam nog
+niet gezegd. Dat is zeer romantisch. Hij is waarschijnlijk iemand van
+de aristocratie.
+
+James Vane beet zich op de lippen.
+
+--Pas op Sybil, moeder! riep hij; pas op haar hoor!
+
+--Mijn jongen, wat wil je toch? Sybil is altijd onder mijn oogen. Maar
+wanneer die heer rijk is, bestaat er geen reden waarom zij geen
+betrekking met hem zoû aanknoopen. Ik geloof, dat hij van adel is. Hij
+heeft er alle schijn van. Het zoû een schitterend huwelijk zijn voor
+Sybil. Zij zouden een knap paar zijn. Hij ziet er buitengewoon goed
+uit; ieder merkt hem op.
+
+De jongen mompelde iets in zichzelven, en trommelde op de ruiten met
+zijn breede vingers. Hij keerde zich juist om, om weêr wat te zeggen,
+toen de deur openging en Sybil binnenvloog.
+
+--Wat zijn jullie ernstig! riep zij. Wat is er?
+
+--Niets, antwoordde hij. Een mensch moet wel eens ernstig zijn. Goeden
+dag, moeder; ik zal om vijf uur eten. Alles is ingepakt, behalve mijn
+hemden; u hoeft dus niet ongerust te zijn.
+
+--Dag, mijn kind, antwoordde zij, met een koele statige buiging van
+het hoofd.
+
+De toon, dien hij tegen haar gebezigd had, hinderde haar zeer, en er
+was iets in zijn blik, dat haar een gevoel van angst gaf.
+
+--Geef mij een zoen, moeder, zei het meisje.
+
+Haar frissche lippen beroerden de verwelkte wangen en deden de vorst
+er van ontdooien.
+
+--Mijn kind, mijn kind! riep Mrs. Vane, naar het plafond opziende, als
+zocht zij een denkbeeldig publiek.
+
+--Kom Sybil! maande haar broeder ongeduldig. Hij hield niet van die
+affectaties zijner moeder.
+
+Zij gingen naar buiten in het flikkerende zonlicht, en liepen door den
+eentonigen Euston Road. De voorbijgangers zagen vol verwondering naar
+den plompen, zwaren jongen, die, in een grof pak, liep met zulk een
+bekoorlijk, mooi, lief meisje. Hij was als een tuinman, wandelend met
+eene roos.
+
+Jim fronste van tijd tot tijd zijne wenkbrauwen, wanneer hij een
+onderzoekenden blik van een vreemde opving.
+
+Sybil echter was zich den indruk, dien zij maakte, geheel onbewust.
+Hare liefde trilde in een lach op hare lippen. Zij dacht aan haar
+prins, en om des te meer aan hem te kunnen denken, sprak zij niet over
+hem, maar babbelde over het schip, waarmeê Jim zoû uitzeilen, over het
+goud, dat hij natuurlijk vinden zoû, over de rijke erfgename, die hij
+redden zoû uit de handen van woeste struikroovers met roode hemden.
+Want hij zoû niet altijd matroos of bootsman of zoo iets blijven. O
+neen. Het zeemansleven was verschrikkelijk. Verbeeldt je, opgesloten
+te zitten in zoo een akelig schip, waar de schorre, gebochelde golven
+over heen slaan, als een zware storm de masten omwaait en de zeilen
+aan flarden scheurt. Hij moest te Melbourne dadelijk het schip
+verlaten, afscheid nemen van den kapitein, naar de goudvelden gaan.
+Binnen een week zoû hij een klomp zuiver goud vinden, zoo groot als
+nog nooit gevonden was, en hij zoû dien vervoeren naar de kust in een
+kar, bewaakt door zes politieagenten te paard. De struikroovers zouden
+ze wel drie keer aanvallen, maar ze werden met groot verlies telkens
+teruggeslagen. Of neen, hij moest heelemaal niet naar de goudvelden
+gaan; dat waren nare plaatsen, waar de mannen dronken werden, elkaâr
+in de herbergen doodschoten, en verschrikkelijk vloekten. Hij moest
+maar schapenfokker worden en, op een avond naar huis rijdende, zoû hij
+een mooie erfdochter zien stelen door een roover op een zwart paard;
+hij zoû haar achterna gaan en haar redden. Natuurlijk werd zij
+verliefd op hem, en hij op haar en ze zouden trouwen en naar Engeland
+terugkomen en in een prachtig huis in Londen wonen. Ja, daar was een
+heele boel prettigs voor hem weggelegd. Maar hij moest maar goed
+oppassen en niet driftig worden of zijn geld onnoodig uitgeven. Zij
+was maar een jaar ouder dan hij, maar zij wist toch veel meer van het
+leven af. Hij moest haar ook iederen mail schrijven en iederen avond,
+voor hij slapen ging, moest hij zijn gebed zeggen. God was zoo goed en
+zoû dan zeker over hem waken. Zij ook zoû voor hem bidden en over een
+paar jaar zoû hij rijk en gelukkig terugkomen.
+
+De jongen luisterde somber toe en gaf geen antwoord. Hij voelde zich
+treurig, dat hij ver weg zoû gaan.
+
+Toch was het dit niet alleen wat hem somber en melancholiek maakte.
+Onervaren als hij was, had hij toch een intens gevoel van gevaar van
+Sybils toestand. Die jonge dandy, die haar zoo het hof maakte, had
+zeker niet veel goeds in den zin. Hij was een heer, en hij haatte hem
+daarom, haatte hem met een vreemd ras-instinct, dat hij niet kon
+beredeneeren, dat daarom des te sterker in hem was. Hij kende ook de
+ijdelheid en oppervlakkigheid van zijne moeder, en zag daarin een
+groot gevaar voor Sybil, voor Sybils geluk.
+
+Kinderen beginnen met hunne ouders lief te hebben; als zij ouder
+worden gaan zij beoordeelen; soms vergeven zij ze.
+
+Zijne moeder! Hij had haar iets willen vragen, iets waarover hij
+maanden in stilte had gepeinsd. Een los gezegde, toevallig eens aan
+het theater gehoord; een minachtend gefluister, tot hem gekomen, een
+avond, dat hij aan de artistendeur wachtte, had verschrikkelijke
+gedachten in hem gewekt. Het heugde hem nog, als had hij toen een slag
+met de karwats over het gelaat gehad. Diepe rimpels groefden zich nu
+in zijn voorhoofd; hij beet zich op de lip met een trek van pijn.
+
+--Maar je luistert heelcmaal niet naar me, Jim, riep Sybil en ik maak
+nog wel allerlei plannen voor je toekomst. Zeg toch eens wat?
+
+--Wat wil je dat ik zeg?
+
+--O, dat je een brave jongen zal zijn en ons niet vergeten zal,
+antwoordde zij hem toelachend.
+
+Hij haalde de schouders op.
+
+--Er is meer kans, dat jij mij vergeet, dan ik jou, Sybil.
+
+Zij kreeg een kleur.
+
+--Wat meen je daarmeê, Jim? vroeg ze.
+
+--Je hebt een vreemden vriend, hoor ik. Wie is hij? Waarom heb je mij
+niet over hem gesproken? Hij heeft zeker niet veel goeds met je voor?
+
+--Stil Jim! riep zij. Je mag geen kwaad van hem zeggen, ik hoû van
+hem.
+
+--Zoo, en je weet niet eens zijn naam, antwoordde de jongen. Wie is
+hij? Mij dunkt, ik heb toch wel recht dat te weten.
+
+--Hij is mijn tooverprins. Vindt je dat geen mooie naam?... O, jou
+dwaze jongen, je moet dien naam nooit vergeten. Als je hem zag, zoû je
+hem het mooist van de wereld vinden. Je zult hem eens ontmoeten, als
+je uit Australië terugkomt. Je zult zeker veel van hem houden.
+Iedereen houdt van hem en ik ... ik heb hem lief. Ik woû, dat je van
+avond in de komedie kon komen. Hij zal er van avond zijn en ik zal
+Juliet spelen. Verbeeldt je Jim, lief te hebben en dan Juliet te
+moeten spelen! Hem daar te zien zitten. Voor hem te spelen! Ik ben
+bang, dat ik het publiek zal afstooten of zal meêslepen. Want lief te
+hebben, is zichzelf overtreffen. En ik, ik ben van hem, van hem
+alleen, van mijn tooverprins, mijn God, mijn alles! Maar ik ben arm!
+Arm?... Wat doet dat er toe? Komt armoede de deur in, dan vliegt de
+liefde er uit, zegt het spreekwoord. Maar toen dat uitgevonden werd,
+was het winter en nu is het zomer; voor mij is het lente, een
+hoogfeest van bloesems in blauwe luchten.
+
+--Hij is een groote meneer, zei de jongen somber.
+
+--Een prins, riep zij met haar stem van muziek. Wat wil je meer?
+
+--Hij wil je zijn slavin maken.
+
+--Ik zoû het vreeselijk vinden vrij te zijn.
+
+--Ik woû, dat je voor hem oppaste.
+
+--Hem te zien is hem aanbidden, hem te kennen is hem vertrouwen.
+
+--Sybil, je bent dol met dien man.
+
+Zij lachte en nam zijn arm.
+
+--Jou oude gezellige Jim, je praat alsof je honderd jaar was. Jij zal
+zelf ook nog wel eens verliefd worden, en dan zal je zelf ondervinden
+wat het is. Kijk nu niet zoo brommig! Je moest blij zijn, dat je mij,
+nu jij weggaat, zoo gelukkig achterlaat, als ik nooit geweest ben. Het
+leven is tot nu toe alles behalve prettig en gemakkelijk voor ons
+geweest, maar het zal nu anders worden. Jij gaat naar een nieuwe
+wereld en ik heb er een gevonden. Kijk hier zijn juist twee stoelen;
+laat ons hier nu gaan zitten en naar de mooie menschen kijken.
+
+Zij zetten zich onder een menigte toeschouwers. De tulpenbedden aan de
+andere zijde van den weg vlamden als met trillende ringen van vuur.
+Een witte stof, als een bevende wolk van stuifmeel, hing in de
+hijgende lucht. Heldere parasols dansten op en neêr als groote
+kapellen. Zij liet haar broêr spreken over zichzelven, zijne
+uitzichten, zijne verwachtingen. Zij spraken langzaam en met moeite;
+zij wisselden woorden zooals spelers, bij een spel, fiches wisselen.
+Sybil voelde zich onderdrukt, zij kon haar genot niet uiten; een
+zwakke glimlach om dien mokkenden mond, was al wat zij tot antwoord
+kreeg. Na eenigen tijd werd zij stil. Daar ving zij een glans op van
+goud haar en lachende lippen; in een open rijtuig, met twee dames,
+reed Dorian Gray voorbij. Zij sprong op.
+
+--Daar is hij! riep zij.
+
+--Wie? vroeg Jim Vane.
+
+--Mijn tooverprins, antwoordde zij, en keek de victoria na.
+
+Hij vloog op en greep haar ruw bij den arm.
+
+--Wijs hem mij! Wie? Waar? Wijs hem mij goed. Ik moet hem zien! riep
+hij uit.
+
+Maar op dat oogenblik kwam de four-in-hand van den Hertog van Berwick
+voorbij en toen die de ruimte had opengelaten, was het rijtuig al uit
+het park weggezwaaid.
+
+--Hij is weg, murmelde Sybil treurig. Ik woû zoo graag, dat je hem
+gezien had.
+
+--Ik woû het ook, zoo waar als er een God is; als hij je ooit eenig
+kwaad doet, maak ik hem dood.
+
+Zij keek naar hem op in angst. Hij herhaalde zijne woorden. Zij sneden
+de lucht als met messen. De menschen rondom begonnen hen aan te zien.
+Een dame, dicht naast haar, gichelde.
+
+--Kom meê, Jim, kom meê, drong zij.
+
+Hij volgde haar norsch, terwijl ze door de menigte duwden. Hij was
+blij om wat hij gezegd had.
+
+Toen zij het beeld van Achilles bereikt hadden, zag zij tot hem op; er
+was medelijden in hare oogen, dat een glimlach om haar lippen werd.
+Zij schudde haar hoofd.
+
+--Je bent dwaas, Jim, heel dwaas. Jij bent uit je humeur vandaag, dat
+is de heele zaak. Hoe kan je nu zulke akelige dingen zeggen. Je weet
+niet eens waar je over spreekt. Je bent jaloersch en niets lief, hoor.
+O, ik woû, dat jij heel veel van iemand ging houden. Dat maakt je goed
+en wat jij zoo even zei, was slecht.
+
+--Ik ben zestien jaar, antwoordde hij; en ik weet heel goed wat ik zeg
+en wat ik meen. Moeder is geen steun voor jou. Ze kan heelemaal niet
+op je passen. Ik woû nu, dat ik maar niet naar Australië ging. Ik heb
+grooten lust de boel te laten waaien. En ik zoû het ook, als mijn
+papieren maar niet geteekend waren.
+
+--O, wees toch niet zoo akelig ernstig, Jim. Je bent net zoo een held
+uit een van die draken, die moeder zoo graag speelt. Ik wil niet met
+je kibbelen. Ik heb hem gezien, en o! hem te zien maakt mij zoo
+gelukkig, dat ik niets geen lust voel, met je te kibbelen. En je zal
+toch ook nooit iemand kwaad doen van wien ik hoû, niet waar?
+
+--Niet zoolang je van hem houdt, was het onwillige antwoord.
+
+--O, en ik zal altijd van hem houden! riep zij uit.
+
+--En hij?
+
+--Och, natuurlijk.
+
+--Dat zoû ik hem ook raden.
+
+Zij ontstelde even. Toen lachte zij weêr en stak haar hand door zijn
+arm. Hij was nog maar zoo een jongen.
+
+Bij Marble Arch riepen zij een omnibus aan, die hen vlak bij hun
+armoedig huisje in Euston Road afzette.
+
+Het was over vijven en Sybil moest nog een paar uren rusten, vóór zij
+zoû optreden; dat wilde Jim. Hij wilde ook liever afscheid van haar
+nemen, zonder dat hunne moeder er bij was. Zij zoû natuurlijk weêr een
+heele scène maken, en daar had hij een vreeselijken hekel aan.
+
+In Sybils eigen kamer namen zij afscheid. De jonge man voelde in zijn
+hart eene jaloezie; een bittere, wreede haat tegen dien vreemde, die,
+naar het hem scheen, tusschen hen was gekomen. Maar toen hare armen om
+zijn hals lagen en hare vingers door zijn haar streelden, werd hij
+zachter gestemd; hij gaf haar een zoen vol teederheid. Er waren tranen
+in zijne oogen, toen hij naar beneden ging. Zijne moeder wachtte hem.
+Zij knorde over zijn te-laat komen, toen hij binnentrad. Hij gaf geen
+antwoord, maar zette zich voor zijn sober maaltje. De vliegen suisden
+om en kropen over het gevlekte tafellaken. Tusschen het rammelen van
+omnibussen en het geratel van cabs op straat door, luisterde hij hoe
+die dreunerige stem iedere minuut, die hij nog voor zich had,
+wegzeurde.
+
+Na een oogenblik schoof hij zijn bord weg, verborg het gelaat in de
+handen. Hij voelde, dat hij recht had te weten. En was het zooals hij
+vreesde, dan had men hem het al vroeger moeten zeggen. Bezwaard met
+vrees, keek zijne moeder hem aan. Woorden vielen werktuigelijk van
+haar lippen. In haar vingers wrong zij zenuwachtig een gescheurde
+kanten zakdoek. Toen de klok zes uur sloeg, stond hij op en ging naar
+de deur. Daar keerde hij zich om en zag haar aan. Hunne oogen
+ontmoetten elkaâr. Hij las in de hare eene wanhopige bede om genade.
+Het maakte hem dol.
+
+--Moeder, ik moet u wat vragen, zei hij.
+
+Haar oogen dwaalden vaag door de kamer. Zij gaf geen antwoord.
+
+--Zeg mij de waarheid. Ik heb recht te weten. Was u getrouwd met mijn
+vader?
+
+Zij zuchtte diep. Het was een zucht van verlichting. Het vreeselijke
+oogenblik, het oogenblik, dat zij nacht en dag, weken en maanden
+gevreesd had, was ten laatste gekomen en toch voelde zij geen angst.
+In een zeker opzicht was het haar zelfs tegengevallen. De vulgaire
+kortheid van de vraag wilde ook een kort antwoord. Hij was niet
+geleidelijk tot die vraag gekomen. Zoo was het te ruw. Het liet haar
+denken aan een slechte repetitie.
+
+--Neen, antwoordde zij, verwonderd over den eenvoud in het leven.
+
+--Dan was mijn vader een ellendeling! riep de jongen uit met gebalde
+vuisten.
+
+Zij schudde het hoofd.
+
+--Ik wist, dat hij niet vrij was. Wij hielden veel van elkaâr. Als hij
+was blijven leven, zoû hij zeker voor ons gezorgd hebben. Spreek geen
+kwaad van hem, mijn jongen. Hij was toch je vader en een fatsoenlijk
+man. Hij was ook van goede familie. Een vloek kwam over zijn lippen.
+
+--Het kan voor mijzelf niets schelen, riep hij uit, maar laat Sybil
+... Het is een heer, niet waar, die op haar verliefd is, of ten minste
+doet alsof? En zeker ook van goede familie?
+
+Een oogenblik kwam er een afschuwelijk gevoel van vernedering over de
+arme vrouw. Zij boog het hoofd. Zij veegde haar oogen met bevende
+hand.
+
+--Sybil heeft een moeder, fluisterde zij; die had ik niet. De jongen
+was getroffen. Hij ging naar haar toe en boog zich om haar te kussen.
+
+--Het spijt mij, dat ik u verdriet deed met te vragen naar mijn vader,
+maar ik kon er niets aan doen. En nu moet ik weg. Dag moeder. Vergeet
+niet, dat u nu maar één kind hebt om op te letten, en geloof me, als
+die kerel mijn zuster ooit kwaad doet, ik vind hem uit en vermoord hem
+als een hond. Dat zweer ik.
+
+De overdreven dwaasheid van de bedreiging, de hartstochtelijke
+beweging, die hij er bij maakte, de opgewonden melodramatische woorden
+schenen meer werkelijkheid aan het leven voor haar te geven. Zij
+gevoelde zich thuis in die atmosfeer. Zij ademde vrijer en voor het
+eerst in langen tijd bewonderde zij haar zoon waarlijk. Zij had gaarne
+de scène op denzelfden voet voortgezet, maar hij maakte er een eind
+aan. Koffers moesten naar beneden gesjouwd en jassen en plaids bij
+elkaâr gezocht worden.
+
+Het sloofje van het commensalenhuis liep telkens in en uit. Toen het
+onderhandelen met den koetsier. Het oogenblik ging verloren in
+alledaagsche kleinigheden. En het was met een nieuw gevoel van
+teleurstelling, dat zij den lorrigen kanten zakdoek wuifde voor het
+raam, terwijl haar zoon wegreed. Zij was zich bewust, dat een
+prachtige gelegenheid was voorbijgegaan. Zij troostte zich echter met
+Sybil te vertellen hoe eenzaam nu het leven voor haar zijn zoû, nu zij
+maar één kind had om op te letten. Zij had dien zin goed onthouden.
+Hij klonk goed. Van de bedreiging vertelde zij niets. Ze was met vuur
+en met dramatische kracht voorgedragen, maar zij vreesde, dat er om
+gelachen zoû worden.
+
+
+
+
+VI.
+
+
+--Je hebt zeker het nieuws al gehoord, Basil? zei Lord Henry dien
+avond, toen Hallward binnen kwam in den Bristol, waar een tafel voor
+drie gedekt stond.
+
+--Neen Harry, antwoordde de schilder, terwijl hij hoed en jas gaf aan
+den knecht, die boog. Wat is het? Toch niets in de politiek, hoop ik?
+Dat interesseert me niets.
+
+--Dorian Gray is geëngageerd en gaat trouwen, sprak Lord Henry, hem
+aanziende, terwijl hij dit zei.
+
+Hallward schrikte op en fronsrte de wenkbrauwen.
+
+--Dorian trouwen, riep hij. Onmogelijk!
+
+--Het is toch waarlijk waar.
+
+--Met wie?
+
+--Een of ander klein actricetje.
+
+--Ik kan het niet gelooven. Dorian is veel te verstandig.
+
+--Dorian is veel te verstandig, om niet nu en dan eens iets dwaas te
+doen, mijn beste Basil.
+
+--Een huwelijk is toch niet iets, dat je zoo nu en dan eens doet,
+Harry.
+
+--Wel in Amerika, wierp Lord Henry kwijnend tegen. Maar ik heb niet
+gezegd dat hij al getrouwd was. Ik heb gezegd, dat hij nog maar
+geëngageerd was. Dat is een groot verschil. Ik heb een vage
+herinnering van mijn huwelijk, maar van mijn engagement weet ik niets
+meer. Ik geloof eigenlijk, dat ik nooit geëngageerd ben geweest.
+
+--Ja maar, bedenk toch eens: Dorian, met zijn naam, zijn pozitie, en
+zijn geld. Het zoû toch bespottelijk zijn als hij zich zoo
+mésallieerde.
+
+--Als je nu wilt, dat hij dat kind trouwt, heb je hem dit maar te
+vertellen. Dan zal hij het juist doen. Iederen keer als een mensch
+iets erg stoms doet, heeft hij er juist de edelste bedoelingen meê.
+
+--Ik hoop tenminste, dat het een fatsoenlijk meisje is. Ik zoû het
+verschrikkelijk vinden, Dorian gebonden te zien aan een gemeen
+schepsel, dat hem fyziek en moreel zoû bederven.
+
+--O, zij is beter dan fatsoenlijk, murmelde Lord Henry, en nam een
+slokje van zijn glas vermouth met oranjebitter; Dorian zegt, dat ze
+prachtig mooi is, en op dat punt is zijn opinie nogal te vertrouwen.
+Zijn portret heeft zijn smaak voor uiterlijk schoon wel ontwikkeld.
+Het is trouwens een van de vele goede uitwerkingen, die het gehad
+heeft. Wij zullen haar van avond zien, als die jongen tenminste zijn
+afspraak niet vergeet.
+
+--Meen je het in ernst?
+
+--In vollen ernst, Basil. Ik zoû het een ellendig perspectief vinden,
+als ik ooit nog ernstiger moest zijn dan nu.
+
+--Maar keur jij het goed Harry? vroeg de schilder, terwijl hij de
+kamer op en neêr liep en op zijn lip beet. Je kunt het toch onmogelijk
+goedkeuren. Het is een dolle verliefdheid.
+
+--Ik keur nooit iets goed of af. Dat is maar nonsens. We zijn niet op
+de wereld om onze moreele vooroordeelen te luchten. Ik luister nooit
+naar wat banale menschen vertellen, en ik bemoei me nooit met wat
+interessante menschen doen. Als iemand mij aantrekt, is iedere uiting
+van die persoonlijkheid mij even lief. Dorian Gray wordt verliefd op
+een mooie meid, die voor Juliet speelt en hij wil met haar trouwen.
+Wel waarom niet? Al trouwde hij met Messalina in eigen persoon, hij
+zoû daarom niet minder interessant blijven. Je weet heel goed, dat ik
+geen voorstander van het huwelijk ben. Een nadeel van het huwelijk is,
+dat het het egoïsme in een mensch doodt. Menschen zonder zelfzucht
+zijn kleurloos. Ze missen individualiteit. En toch zijn er enkele
+temperamenten, die door het huwelijk nog ingewikkelder worden. Ze
+behouden hun egoïsme en krijgen er nog verschillende andere ego's bij.
+Ze zijn gedwongen meer dan één leven te hebben. Ze worden edeler
+geörganizeerd, en edel geörganizeerd te zijn is, dunkt me, het doel
+van het leven. Buitendien heeft iedere ondervinding zijn waarde, en
+wat je ook tegen het huwelijk zeggen kan, het is in ieder geval altijd
+een ondervinding. Ik hoop, dat Dorian Gray dat kind zal trouwen, haar
+zes maanden op de handen zal dragen, en dan in eens op een ander zal
+verliefd worden. Het zoû een prachtige studie zijn.
+
+--Je meent geen woord van wat je zegt, Harry, geen woord. Als het met
+Dorian Gray slecht afliep, zoû het niemand meer verdriet doen dan jou.
+Je bent beter dan je je voordoet.
+
+Lord Henry lachte.
+
+--De reden, dat wij zoo graag goed denken van onze vrienden, is: dat
+we allen doodsbang zijn voor onszelven. De bazis van optimisme is
+zuivere angst. We denken, dat we al heel edel zijn omdat wij anderen
+kwaliteiten toeschrijven, waar wij voordeel van kunnen trekken. We
+prijzen een bankier om een hoogeren wissel op hem te kunnen nemen, en
+we vinden goede kwaliteiten in een struikroover in de hoop, dat hij
+onze beurs sparen zal. Ik meen ieder woord, dat ik gezegd heb. Ik heb
+de grootste minachting voor optimisme. En wat dat huwelijk betreft,
+het zoû natuurlijk een dolheid zijn, maar er zijn nog andere
+verhoudingen tusschen een man en een vrouw. En die zal ik zeker
+aanmoedigen. Maar hier is Dorian zelf. Hij kan je er meer van
+vertellen dan ik.
+
+--Harry, Basil, je mag me feliciteeren! riep de jongen, terwijl hij
+zijn ulster afwierp en zijn vrienden beurtelings de hand schudde. Ik
+ben nog nooit zoo gelukkig geweest. Het is wel nogal onverwachts
+gebeurd, maar alle genotvolle dingen komen onverwachts. En toch is het
+mij alsof ik er mijn heele leven naar heb uitgezien!
+
+Hij had eene kleur van opgewondenheid en genoegen en was mooier dan
+ooit.
+
+--Ik hoop, dat je altijd gelukkig zal zijn, Dorian, zei Hallward, maar
+ik vergeef je maar half, dat je mij niets van je engagement hebt laten
+weten. Je hebt het Harry wel verteld.
+
+--En _ik_ vergeef je niet te laat te zijn voor het diner, viel Lord
+Henry in, en legde hem met een glimlach de hand op den schouder. Kom,
+laat ons nu gaan zitten en zien hoe de nieuwe "chef" hier is; in dien
+tijd kan jij vertellen hoe alles gebeurd is.
+
+--O, daar is niet veel te vertellen, riep Dorian uit, toen zij om de
+kleine ronde tafel gingen zitten. Het ging heel eenvoudig. Toen ik
+gisteren avond van je weg ging, Harry, kleedde ik mij, dineerde in die
+kleine Italiaansche restauratie in Ruperstreet, waar je me
+geïntroduceerd hebt, en ging om acht uur naar het theater. Sybil
+speelde Roselind. Het décor was natuurlijk afschuwelijk en Orlando
+bespottelijk. Maar Sybil! Je hadt haar moeten zien toen zij opkwam in
+haar jongenspakje! Ze was om te stelen. Ze droeg een groenachtig
+fluweel buisje met havanna mouwen, een donker bruin nauw broekje, en
+een coquet groen mutsje, waarop een haviksveêr met een juweel, en een
+kleinen mantel, gevoerd met dof rood. Ik heb haar nog nooit zoo mooi
+gezien. Ze had die fijne gratie van dat Tanagra-beeldje in je atelier,
+Basil! Het haar krulde om haar gezichtje als donkere blâren om een
+bleeke roos. En haar actie ... maar dat zal je van avond zelf zien.
+Zij is een geboren artiste.
+
+Ik zat als betooverd in die smerige loge. Ik vergat, dat ik in Londen,
+in de negentiende eeuw was. Ik was weg met mijn liefde; in een woud,
+dat niemand ooit gezien had. Zoodra de voorstelling afgeloopen was
+ging ik achter de coulisses en sprak met haar. En toen wij daar zoo
+samen zaten, kwam er iets in haar oogen, iets wat ik er vroeger nooit
+in gezien heb. Mijn lippen bogen zich naar de hare, wij kusten elkaâr.
+Ik kan je niet zeggen, wat ik op dat moment voelde. Het was mij of
+mijn geheele leven zich concentreerde in die eene stip van rooskleurig
+geluk. Zij beefde en trilde als een witte narcis. Toen gooide zij zich
+op de knieën en kuste mijn handen. O! ik voel, dat ik je dit alles
+niet zoo moest vertellen, maar ik kan niet anders. Ons engagement is
+vooreerst natuurlijk nog een diep geheim. Ze heeft er zelfs haar
+moeder niets van verteld. Ik ben benieuwd wat mijn voogden er van
+zullen zeggen. Lord Radley zal natuurlijk razend zijn. Het kan mij
+niets schelen. Ik word dit jaar nog meerderjarig en dan kan ik doen
+wat ik wil. Heb ik geen gelijk gehad, Basil, mijn liefde te putten uit
+de poëzie en mijne vrouw te vinden in Shakespeare's drama's! Rosalind
+sloeg haar armen om mij heen en Juliet kuste ik op den mond.
+
+--Ja Dorian, ik geloof, dat je goed deed! antwoordde Hallward
+langzaam.
+
+--Heb je haar van daag nog gezien? vroeg Lord Henry.
+
+Dorian Gray schudde het hoofd.
+
+--Ik nam afscheid van haar in het bosch van Arden en ik zal haar terug
+vinden in de tuinen van Verona.
+
+Lord Henry dronk peinzend van zijne champagne.
+
+--Bij welk gewichtig moment heb jij het eerst van een huwelijk
+gesproken, Dorian? En wat antwoordde zij daarop? Of ben je alles weêr
+vergeten?
+
+--Maar Harry, het is geen handelszaak en ik heb haar ook niet in
+optima forma gevraagd. Ik zei haar, dat ik haar liefhad, en zij
+antwoordde, dat zij niet goed genoeg was om mijn vrouw te zijn. Niet
+goed genoeg! De heele wereld is _niets_ voor mij bij haar vergeleken.
+
+--Vrouwen zijn toch verbazend practisch, murmelde Lord Henry; veel
+meer dan wij. Bij zulke gelegenheden vergeten wij meestal te spreken
+van een huwelijk maar zij herinneren het ons altijd vast.
+
+Hallward legde hem de hand op den arm.
+
+--Spreek zoo niet, Harry. Je doet Dorian verdriet. Hij is niet als
+andere mannen. Hij zoû niemand ooit ongelukkig maken. Daar is hij te
+goed voor.
+
+Lord Henry zag over de tafel heen.
+
+--Ik doe Dorian geen verdriet, antwoordde hij. Ik vroeg en de eenige
+reden, die ik als excuus kan aanvoeren was: dat ik vroeg uit
+nieuwsgierigheid. Het is mijn theorie, dat het de vrouwen zijn, die
+ons mannen vragen, maar wij nooit de vrouwen. Behalve bij den
+burgerstand natuurlijk. Maar de burgerstand is ook niet modern.
+
+Dorian Gray lachte en schudde het hoofd.
+
+--Je bent onverbeterlijk Harry, maar het kan mij niet schelen. Het is
+onmogelijk boos op je te zijn. Als je Sybil Vane ziet, zal je zelf
+voelen, dat de man, die haar ongelukkig kan maken, een ellendeling
+moet zijn, een ellendeling zonder hart. Ik kan me niet begrijpen, hoe
+je iemand, die je lief is, verdriet kan doen. Ik heb Sybil Vane lief
+en ik zal haar zetten op een gouden piedestal, en de heele wereld zal
+de vrouw aanbidden, die de mijne is. Wat is het huwelijk? Een
+onverbreekbare belofte. Daarom bespot je het. O, lach niet. Het is
+juist wat ik doen wil. Haar vertrouwen, haar geloof in mij, maakt mij
+goed. Wanneer ik met haar ben, hindert mij alles wat jij me geleerd
+hebt. Ik word heel anders dan jij me kent totnogtoe. Ik word geheel
+veranderd en de enkele aanraking van haar handje, doet mij al je
+slechte, tooverachtig giftige en toch heerlijke theorieën vergeten.
+
+--En die zijn ...? vroeg Lord Henry, zich aan een weinig slâ helpend.
+
+--O! je theorieën over het leven, je theorieën over liefde, je
+theorieën over genot. Kortom, al je theorieën Harry!
+
+--Genot: dat is het eenige een theorie waard, antwoordde hij met zijne
+zachte stem, vol muziek. Maar ik mag niet beweren, dat die theorie van
+mij is. Het is een theorie van de natuur zelf. Genot is de toetssteen
+van de natuur, haar teeken van goedkeuring. Wanneer we ons gelukkig
+voelen, zijn wij altijd goed, maar wanneer wij goed zijn, voelen we
+ons niet altijd gelukkig.
+
+--Maar wat versta je onder "goed"? riep Basil Hallward.
+
+--Ja, herhaalde Dorian, zich in zijn stoel achterover werpend en Lord
+Henry aanziende over de zware trossen van purperkleurige irissen, die
+midden op de tafel stonden; wat versta je onder "goed", Harry?
+
+--In harmonie te zijn met jezelf, hernam hij, de fijne poot van zijn
+glas even aanroerend met zijne witte, spitse vingers. Het wordt
+wanklank, als je gedwongen wordt in harmonie te zijn met een ander. Je
+eigen individueel leven is het voornaamste.
+
+--Maar als je nu voor niemand leeft dan voor je eigen ik, Harry, moet
+je die harmonie toch ook heel duur betalen, wierp de schilder tegen.
+
+--Ja, tegenwoordig is alles duur. En de tragedie van de armen is ook,
+dat zij zich niets kunnen permitteeren dan zelf ontzegging. Mooie
+zonden zijn, even als alle dingen, het privaat eigendom van de rijken.
+
+--Je betaalt die dingen niet alleen met geld.
+
+--Waarmeê dan, Basil?
+
+--Nu, ik zoû denken met berouw, met verdriet en ... met het
+bewustzijn, dat je hoe langer hoe lager zinkt.
+
+Lord Henry haalde de schouders op.
+
+--Hoor eens kerel, mediaevistische kunst is charmant, maar
+mediaevistische emoties zijn heelemaal verouderd. In fictie kan je ze
+natuurlijk altijd gebruiken. Maar de eenige dingen, die je ook in
+fictie gebruiken kan, zijn juist die, welke je opgehouden hebt als
+feiten te beschouwen. Geloof me, geen gecivilizeerd mensch heeft ooit
+berouw van genot, en een ongecivilizeerd mensch weet nooit wat genot
+is.
+
+--Ik weet het! riep Dorian. Iemand te aanbidden!
+
+--Het is zeker beter dan aangebeden te worden, antwoordde hij en
+speelde met een paar vruchten. Want dat is altijd een vervelend iets.
+Vrouwen behandelen ons precies, zooals de menschheid haar goden. Zij
+aanbidden ons, maar hebben altijd iets van ons te verlangen.
+
+--Ik zoû zeggen, dat, wat zij ons ook mogen vragen, zij het ons toch
+altijd eerst gegeven hebben, murmelde de jongen ernstig. Zij scheppen
+liefde in ons; ze hebben dus ook het recht die terug te vragen.
+
+--Volkomen waar, Dorian! riep Hallward.
+
+--Niets is ooit volkomen waar, zei Lord Henry.
+
+--Dit wel, viel Dorian in. Je zult toch toestemmen, Harry, dat een
+vrouw het goud van haar leven geeft aan haar man!
+
+--Mogelijk, zuchtte hij; maar ze willen het altijd in kleingeld terug
+hebben. Dat is juist het vervelende. Een geestig Franschman heeft eens
+gezegd: Vrouwen inspireeren tot meesterwerken, maar verhinderen de
+uitvoering ervan.
+
+--Harry, je bent onuitstaanbaar. Ik begrijp eigenlijk niet waarom ik
+van je hoû.
+
+--Je zult altijd van me blijven houden, Dorian, antwoordde hij. Willen
+jullie koffie drinken? Breng koffie, fine-champagne en cigaretten. Of
+neen, geen cigaretten, ik heb ze zelf wel. Basil, je moet waarachtig
+geen sigaren rooken, neem nu een cigarette. Een cigarette is het
+volmaaktste type van een volmaakt genot. Het is iets exquis, en het
+laat je onbevredigd. Wat wil je meer. Ja Dorian, je zal altijd van mij
+blijven houden. Ik ben voor jou de verpersoonlijking van alle zonden,
+die je nooit hebt durven begaan.
+
+--Wat een nonsens, Harry, riep de jongen en stak zijne cigarette met
+een vuurtongig zilveren draakje aan, dat de knecht op tafel geplaatst
+had. Maar laat ons nu gaan. Als Sybil opkomt, zal je een nieuw
+levensideaal hebben. Je zal iets in haar zien, wat je nog geheel nieuw
+en onbekend is.
+
+--Ik geloof niet, dat er iets onbekends voor mij is, zei Lord Harry,
+met een moede uitdrukking in zijne oogen; maar ik ben altijd klaar
+voor een nieuwe emotie. Hoewel ik niet geloof, dat er nog zoo iets
+voor mij is weggelegd. Maar je mooi vriendinnetje kan mij misschien
+interesseeren. Ik zie graag goed acteeren. Dat is veel reëeler dan het
+leven. Kom, laat ons nu gaan. Dorian, ga jij met mij meê. Het spijt me
+wel, Basil, maar ik heb maar twee plaatsen in mijn brougham. Neem jij
+dan een cab achter ons.
+
+Zij stonden op, deden hunne overjassen aan en dronken de koffie even,
+staande, uit. De schilder was stil en zichtbaar afgetrokken. Er hing
+een nevel over hem. Dit huwelijk deed hem pijn en toch scheen het hem,
+dat er iets nog veel ergers had kunnen gebeuren. Na eenige minuten
+gingen zij de trap af. Hij reed alleen, zooals afgesproken was, en hij
+staarde naar de flikkerende lichten van het rijtuig vóór hem. Een
+vreemd gevoel, als had hij iets verloren, kwam over hem. Hij voelde,
+dat Dorian Gray voor hem nooit meer zijn zoû wat hij vroeger geweest
+was. Het leven was tusschen hen gedrongen ... Zijne oogen
+verduisterden en de woelige, lichtende straten mistteden weg. Toen de
+cab stilhield voor het gebouw was het hem of hij jaren ouder was
+geworden.
+
+
+
+
+VII.
+
+
+Bij toeval was het theater dien avond zeer vol en de dikke Joodsche
+directeur, die hen bij de deur ontving, glom van genoegen met een
+vettigen breeden glimlach. Hij begeleidde ze naar hun loge met een
+pompeuze nederigheid, gesticuleerde met zijn dikke, bejuweelde handen
+en sprak veel, met een hooge schelle stem. Dorian Gray verafschuwde
+hem meer dan ooit. Het scheen hem toe of hij Miranda zocht, en Caliban
+ontmoette. Lord Henry mocht hem integendeel wel, tenminste hij
+beweerde dat; hij gaf hem ook de hand en verzekerde, dat hij blij was
+iemand te ontmoeten, die een genie had ontdekt en bankroet ging door
+een dichter. Hallward vermaakte zich met de gezichten uit de pit te
+bestudeeren. De hitte was er benauwend en de kroon vlamde als een
+reusachtige dahlia met meeldraden van gelig vuur. De mannen in de
+galerij hadden hunne jassen en vesten uitgetrokken en over de
+balustrade gehangen. Zij schreeuwden elkaâr over en weêr toe, deelden
+hunne china'sappelen met de viezig opgedirkte meisjes naast hen. Een
+paar vrouwen gilden en lachten in de pit. Haar stemmen klonken ruw en
+schel. Geluiden van ontkurkende flesschen kwamen van het buffet.
+
+--Wat een plaats om een godheid te vinden! zei Lord Henry.
+
+--Ja, antwoordde Dorian Gray. Hier vond ik haar en zij is een
+godinnetje. Als ze acteert, vergeet je alles om je heen. Dit vulgaire
+publiek met zijn grove gezichten en gemeene gebaren verandert, als zij
+op het tooneel komt. Zij zitten als gemagnetizeerd naar haar te
+kijken. Zij laat ze huilen of lachen, zij speelt op ze als op een
+viool. Zij spiritualizeert ze, en dan voel je pas, dat ze toch
+eigenlijk van hetzelfde vleesch en bloed zijn als jijzelf.
+
+--Hetzelfde vleesch en bloed! Dat hoop ik niet! riep Lord Henry uit,
+die door zijn binocle het publiek in de galerij beschouwde.
+
+--Hoor maar niet naar hem, Dorian, sprak de schilder. Ik begrijp wat
+je bedoelt en ik geloof in dit kind. Iedereen van wie jij houdt moet
+iets buitengewoons zijn en een vrouw, die doen kan, wat jij van haar
+vertelt, is braaf en edel. Je eigen eeuw te spiratualizeeren, dat is
+iets heel moois. Als zij een ziel geven aan menschen, die altijd
+zonder ziel leefden, als zij den zin voor het schoone kan wekken in
+menschen, die altijd leelijk en vuil leefden, als zij hun egoïsme kan
+ontnemen, en kan doen huilen van verdriet, dat niet van hunzelf is, is
+zij je aanbidding waard, is zij de aanbidding van de geheele wereld
+waard. Ik geloof, dat je huwelijk uitstekend is. Sybil Vane is voor
+jou geschapen. Zonder haar zoû je niet compleet zijn.
+
+--Dank je, Basil, antwoordde Dorian Gray hem de hand drukkend. Ik
+wist, dat jij me begrijpen zoû. Harry is soms zoo cynisch, dat hij me
+bang maakt. Maar daar begint het orkest. Het is afschuwelijk, maar het
+duurt gelukkig niet langer dan vijf minuten. Dan gaat het gordijn op
+en dan zal je de vrouw zien, aan wie ik mijn heele leven geven zal,
+aan wie ik gegeven heb alles wat goed in mij is ...
+
+Na een kwartier kwam, onder een daverend applaus, Sybil Vane op. Ja,
+ze zag er zeker allerliefst uit, een van de mooiste schepseltjes, die
+hij ooit gezien had, vond Lord Henry. Er was iets van een ree in hare
+schuwe bevalligheid en in hare groote, verschrikte oogen. Een lichte
+blos, als de schim van een roos in, een zilveren spiegel, kwam op hare
+wangen toen zij even rondzag in de volle, enthusiaste zaal. Zij trad
+een paar passen achteruit en hare lippen schenen te beven. Basil
+Hallward sprong op en applaudisseerde. Onbewegelijk, als in een droom,
+zat Dorian Gray en staarde haar aan. Lord Henry tuurde door zijn
+binocle en murmelde:
+
+--Allerliefst! Allerliefst!
+
+Het tooneel stelde voor een zaal in Capulets huis en Romeo, in
+pelgrimsgewaad, was binnengekomen met Mercutio en zijne andere
+vrienden. Het zoogenaamde orkest speelde een paar noten en het bal
+begon. Sybil Vane bewoog zich onder dien troep onbevallige, slecht
+gekleede acteurs als een schepsel uit eene andere wereld. Terwijl zij
+danste dreef haar figuurtje op de muziek als een bloem op het water.
+De teedere buigingen van haar hals waren als de rondingen van een
+blanke lelie.
+
+En toch was zij zeer mat. Zij toonde geene vreugde, toen hare oogen
+Romeo zagen. De enkele woorden die zij te spreken had:
+
+ O, goede pelgrim, smaad uw hand niet langer.
+ Welpassend eerbetoon bewijst ge aldus;
+ Een heilge gunt zijn hand den beêvaartganger.
+ Een hand in hand is vrome pelgrimskus;
+
+de korte dialoog die volgde, werd zeer gekunsteld gezegd. De stem
+zelve was als muziek, maar de toon was valsch. De kleur ervan was
+slecht. Die nam al het leven uit de poëzie weg. Die maakte de passie
+onwaar.
+
+Dorian Gray verbleekte terwijl hij haar zag. Hij begreep haar niet en
+werd bang. Geen van beide vrienden durfde iets zeggen. Zij waren zeer
+teleurgesteld. Maar zij voelden, dat een Juliet niet beoordeeld moest
+worden voor de balconscène in de tweede acte. Dat was hun laatste
+hoop. Mislukte zij daarin, dan beteekende zij ook niets.
+
+Zij zag er allerbekoorlijkst uit, toen zij in den maneschijn naar
+buiten trad. Dat moest gezegd worden. Maar het tooneelmatige van haar
+actie was onverdragelijk en werd hoe langer hoe slechter. Hare gebaren
+werden bespottelijk gemaakt. Zij gaf een noodeloozen nadruk op alles
+wat zij te zeggen had. Die mooie passage:
+
+ Ge weet, de nacht omsluiert mijn gelaat.
+ Mijn wang bleke anders door een blos geverfd
+ Om wat deez' nacht u daar verraden heeft,
+
+werd opgezegd met de pijnlijke juistheid van een schoolkind, ingepompt
+door een declamatie-onderwijzer.
+
+Toen zij over het balcon leunde en kwam aan de exquize regels:
+
+ 'k begroet u blij, maar niet
+ Dat wisseln van geloften in deez' nacht.
+ Dat is te snel, te plotseling, te onberaden,
+ Te zeer als 't weêrlicht dat verdwijnt nog eer
+ Men zegt: het licht! Vaarwel! Deez' liefdeknop,
+ Door 's zomers aâm gekoesterd, is misschien
+ Een schoone bloem bij 't volgend wederzien[1]
+
+sprak zij de woorden als hadden zij geen beteekenis voor haar. Het was
+geene zenuwachtigheid. Integendeel, zij was geheel zichzelve. Het was
+eenvoudig-weg slechte kunst. Zij was geheel mis.
+
+Zelfs het ruwe onontwikkelde publiek van de pit en de galerij verloren
+hun belangstelling. Zij werden onrustig en begonnen hard te spreken en
+te fluiten. De Joodsche directeur stond vloekend en stampvoetend
+achter in den dress-circle. De eenige die kalm bleef was het meisje
+zelve.
+
+Na de tweede acte kwam er een storm van gesis en Lord Henry stond op
+en deed zijn overjas aan.
+
+--Ze is prachtig, Dorian, maar ze kan niet acteeren. Kom, laat ons
+weggaan.
+
+--Neen, ik blijf tot het laatste, antwoordde de jongen, met een
+harden, bitteren klank in zijn stem. Het spijt me, dat ik je een avond
+heb laten verliezen, Harry. Ik maak je beiden wel mijn excuzes.
+
+--Beste jongen, ik geloof dat Miss Vane niet wel is, viel Hallward in.
+We zullen nog eens een anderen avond terugkomen.
+
+--Ik woû, dat het waar was, dat zij ziek is, antwoordde hij. Maar ik
+geloof, dat zij eenvoudig inkoud en ongevoelig is. Zij is veranderd
+als een blad aan een boom. Gisteren avond was zij een groote artiste.
+Van avond is zij niets meer dan een heel gewone, heel middelmatige
+actrice.
+
+--Spreek zoo niet over iemand van wien je houdt, Dorian. Liefde is
+hooger dan kunst.
+
+--Beide zijn imitaties, merkte Lord Henry op. Maar laat ons nu gaan,
+Dorian. Blijf nu niet langer hier. Het is niet goed voor je moreel om
+slechte actie aan te zien. Buitendien denk ik, dat je je vrouw toch
+niet zal laten spelen. Wat kan het je dus schelen, of zij Juliet
+speelt als een houten pop. Ze ziet er allerliefst uit en als ze van
+het leven een weinig afweet als van acteeren, is zij een charmant
+tijdverdrijf. Er zijn maar twee soorten van menschen, die werkelijk
+interessant zijn: menschen, die àlles weten en menschen, die totaal
+niets weten. Goede hemel, kerel, kijk toch zoo tragisch niet! Het
+geheim om jong te blijven is: nooit emotie te hebben, die niet goed
+staat. Ga met ons meê naar de club. We zullen wat cigaretten rooken en
+op de charmes van Sybil Vane drinken. Ze is prachtig. Wat wil je nu
+meer?
+
+--Ga heen, Harry, riep de jongen uit; ik wil alleen zijn; Basil, jij
+moet weg. O, zie je dan niet, dat mijn hart breekt?
+
+Tranen kwamen in zijne oogen, zijne lippen beefden. Hij vloog achter
+in de loge en tegen den muur leunend, verborg hij het gelaat in de
+handen.
+
+--Kom meê, Basil, sprak Lord Henry met eene vreemde teederheid in
+zijne stem en zij gingen samen weg. Na een oogenblik vlamde het
+voetlicht weder op voor de derde acte. Dorian ging op zijne plaats
+terug. Hij zag bleek, trotsch, onverschillig. Het stuk sleepte voort
+en scheen eindeloos. Het halve publiek ging weg, lachend en stampend
+met de zware schoenen. Het geheele ding was een fiasco. De laatste
+acte werd voor bijna geheel leêge banken gespeeld. Het gordijn viel
+onder gegichel en hier en daar een zucht.
+
+Zoodra het uit was, vloog Dorian Gray achter de coulissen naar den
+foyer. Het meisje stond daar alleen, met een glans van voldoening op
+haar gezichtje. Haar oogen schitterden van een exquis vuur. Er scheen
+een glorie om haar heen te stralen. Haar halfgeopende lippen
+glimlachten om een geheim, dat zij alleen kenden.
+
+Toen hij binnenkwam, zag zij hem aan en eene uitdrukking van onzegbaar
+geluk kwam over hare trekken.
+
+--Wat heb ik van avond slecht gespeeld, Dorian! jubelde zij.
+
+--Afschuwelijk! antwoordde hij, ze vol verbazing aanziende.
+Afschuwelijk! Het was verschrikkelijk!! Ben je ziek? Je weet niet hoe
+verschrikkelijk het geweest is. Je hebt geen idee van hetgeen ik
+geleden heb.
+
+Zij glimlachte.
+
+--Dorian, antwoordde ze en streelde zijn naam met een langen toon van
+muziek, als was die naam zoeter dan honig voor de purperen meêldraden
+van hare lippen. Dorian, je hadt het toch kunnen begrijpen. Maar nu,
+nu begrijp je toch, niet waar?
+
+--Wat begrijpen? vroeg hij boos.
+
+--Waarom ik zoo slecht was? Waarom ik altijd zoo slecht zal zijn.
+Waarom ik nooit meer goed zal spelen. Hij haalde de schouders op.
+
+--Ach, je bent ziek. En als je ziek bent, moet je niet spelen. Je
+maakt jezelf bespottelijk. Mijn vrienden hadden het land. En ik had
+ook het land.
+
+Zij scheen hem niet te hooren. Zij stond als verheerlijkt van vreugde.
+Een glorie van geluk omstraalde haar.
+
+--Dorian, Dorian, riep zij, vóór ik jou kende was mijn spel mij de
+eenige werkelijkheid in het leven. Ik leefde eerst waarlijk als ik
+speelde. Ik dacht, dat alles waar was. Ik was den eenen keer Rosalind
+en den volgenden keer Portia. Ik was gelukkig in Rosalind, ik leed in
+Cordelia. Ik geloofde in alles. Die slechte acteurs om mij heen,
+schenen mij goden toe. De geschilderde decoraties waren mijn wereld.
+Ik kende alleen schimmen en ik dacht, dat zij het leven waren. Toen
+kwam jij, o, mijn heerlijke lieveling! en je maakte mijn ziel los uit
+haar gevangenis. Jij leerde mij eerst wat waar is. Ik voelde van avond
+voor het eerst hoe leêg, hoe hol, hoe nutteloos alles was in de
+wereld, waar ik totnogtoe leefde. Voor het eerst viel het mij op, dat
+Romeo leelijk, oud, en geverfd, dat het maanlicht in den tuin valsch,
+dat het decor vulgair was, en dat de woorden, die ik zeggen moest,
+onwaar klonken, dat zij niet mijne woorden waren, dat zij niet
+uitdrukten wat ik zeggen woû. Je hebt mij iets moois, iets hoogs
+gegeven en waarvan iedere kunst maar een flauwe weêrkaatsing is. Je
+hebt mij geleerd wat liefde waarlijk is. Mijn lieveling! Mijn
+lieveling! Mijn tooverprins, prins van mijn leven! O, ik ben nu zoo
+moê van al die schimmen. Je bent voor mij méér dan alle kunst ooit
+voor mij zijn kan. Toen ik zoo even opkwam, begreep ik niet waarom
+alles zoo ver van mij afscheen. Ik dacht juist nu zoo goed te spelen,
+en ik merkte, dat ik niets meer kon. Opeens lichtte het in mijne ziel,
+wat dat alles was. En die kennis was mij zalig. Ik hoorde ze fluiten
+en ik lachte. Wat weten zij van een liefde als de onze. O! neem mij
+meê, Dorian, neem mij met je meê, ergens waar wij heel alleen zijn. Ik
+heb een afkeer van dat tooneel. Ik kon een passie imiteeren, die ik
+niet voel, maar een, die mij brandt als een vuur, kan ik niet spelen.
+O! Dorian, Dorian, nu begrijp je het, niet waar? Zelfs als ik het kon,
+zoû het profanatie voor mij zijn, zoo ik op de planken deed of ik
+liefhad. Zie je, dat heb je me geleerd.
+
+Hij wierp zich op een bank en keerde het gezicht af.
+
+--Je hebt mijn liefde vermoord! steunde hij.
+
+Zij zag hem aan met verwondering en lachte. Hij gaf geen antwoord. Zij
+kwam bij hem en streelde zijn haar met hare dunne vingers. Zij knielde
+neêr en drukte zijne handen aan haar lippen. Hij trok ze terug en een
+rilling liep over hem.
+
+Toen vloog hij op en liep naar de deur.
+
+--Ja, wierp hij haar toe, je hebt mijn liefde vermoord. Vroeger
+streelde je mijn verbeelding, nu wek je niet eens nieuwsgierigheid in
+mij op. Je maakt geen indruk meer op me. Ik had je lief, omdat je mooi
+was, omdat je talent en ontwikkeling bezat, omdat je droomen van
+groote dichters tot werkelijkheid maakte, omdat je leven en kleur gaf
+aan de schaduwen van de kunst. Dat alles heb je nu weggegooid. Je bent
+klein en dom. Mijn God, ik was gek zooveel van je te houden! Ik was
+dwaas! Je bent nu immers niet meer voor me! Ik wil je niet meer zien!
+Ik wil niet meer aan je denken! Ik wil je naam niet meer uitspreken!
+O! je weet niet wat je voor me geweest bent, vroeger. Waarom
+vroeger?... O! ik kan er niet aan denken. Ik woû, dat ik je nooit
+gezien had. Je hebt de poëzie van mijn leven bedorven. Hoe weinig weet
+je wat liefde is, als je zegt, dat het niet samengaat met kunst.
+Zonder je kunst ben je niets. Ik zoû je beroemd, schitterend en rijk
+gemaakt hebben. De wereld zoû je aanbeden hebben, en je zoû mijn naam
+hebben gedragen. Wat ben je nu? Een slechte actrice met een mooi
+gezichtje.
+
+Ze werd wit en trilde. Ze klampte haar handen samen en de stem scheen
+haar in de keel te hokken.
+
+--Je meent het zoo niet, Dorian? fluisterde zij. Je speelt met me.
+
+--Spelen! Dat laat ik aan jou over. Jij doet het zoo mooi, antwoordde
+hij bitter.
+
+Ze richtte zich op, en met een smart over haar gelaat kwam zij naar
+hem toe. Zij legde haar hand op zijn arm en zag hem in de oogen. Hij
+duwde haar weg.
+
+--Raak me niet aan! schreeuwde hij. Een doffe snik, en zij wierp zich
+aan zijne voeten. Zoo bleef zij liggen als een bloem, die vertrapt
+was.
+
+--Dorian, Dorian, ga niet van mij weg, stamelde zij. Het spijt me zoo,
+dat ik slecht speelde. Ik dacht ook altijd door aan jou. Maar ik zal
+mijn best doen, waarlijk, ik zal mijn best doen. Het kwam zoo
+onverwachts, mijn liefde voor jou. Ik zoû het nooit zoo geweten
+hebben, als je mij niet omhelsd hadt, als wij elkaâr niet gekust
+hadden. O, zoen me nog eens! Ga niet van mij weg. Dat zoû ik niet
+kunnen verdragen. O, ga niet van mij weg! Mijn broêr ... Ach neen, het
+is niets! Hij meende het niet. Het was maar gekheid van hem ... Maar
+jij ... O! kan je mij dezen éénen avond niet vergeven?! Ik zal hàrd
+studeeren en gòed mijn best doen! Wees niet wreed tegen me, omdat ik
+meer van jou hoû dan van iets ter wereld. En dan, het is toch maar één
+keer geweest, dat ik niet goed gespeeld heb! Maar je hebt gelijk,
+Dorian. Ik had meer artiste moeten blijven. Het was heel dwaas van me,
+maar ik kon het niet helpen! O, laat me niet alleen, laat me niet
+alleen!
+
+Een hartstochtelijk gesnik scheen haar te doen stikken. Zij kroop over
+den grond als een gewond dier, en Dorian Gray zag met zijne mooie
+oogen op haar neêr, en zijne fijne lippen krulden van minachting, er
+is altijd iets dwaas' in de emoties van iemand, die men opgehouden
+heeft lief te hebben. Hij vond Sybil Vane bespottelijk melodramatisch.
+Haar tranen en snikken verveelden hem.
+
+--Ik ga weg! sprak hij eindelijk met zijn kalme, heldere stem. Ik wil
+niet boos op je zijn, maar ik kan je niet meer zien. Je bent me een
+groote teleurstelling geweest!
+
+Zij weende stilletjes, gaf geen antwoord, maar kroop dichter bij hem.
+Hare handjes strekten zich in het vage uit als zochten zij hem. Hij
+keerde zich om en ging de kamer uit. Een paar seconden later had hij
+het gebouw verlaten. Waar hij ging, wist hij nauwlijks. Hij herinnerde
+zich later gedwaald te hebben door flauw verlichte straten, door nauwe
+spookachtige poortjes, langs verdachte huizen. Vrouwen hadden met
+schorre stemmen en ruw gelach hem toegeroepen. Dronken kerels waren
+langs hem gezwaaid, vloekende en in zichzelven pratende, als
+reusachtige apen. Hij had misvormde kinderen bij elkaâr zien kruipen
+op de stoepen voor de deuren, hij had gegil, gevloek gehoord uit
+sombere holen ...
+
+Tegen den morgen merkte hij, dat hij dicht bij Covent Garden was. De
+duisternis trok op en, zich vervelende met hier en daar een flauwen
+weêrglans, rondde de hemel zich tot een zuivere parel. Groote karren
+opgehoopt met knakkende lelies, rammelden langzaam door de leeg
+geveegde straat. De lucht werd zoo zwaar van dien bloemengeur; uit die
+kelken steeg als een tegengift voor zijne smart. Hij volgde de karren
+naar de markt en zag hoe de mannen ze ontlaadden. Een wit-gekielde
+karreman bood hem een paar kersen aan. Hij dankte hem en verwonderde
+zich, dat de man weigerde er geld voor te nemen; hij begon ze
+lusteloos op te eten. Ze waren 's nachts geplukt en ze hadden de kilte
+der maan nog in zich. Een lange rij jongens met bonte tulpen, roode en
+witte rozen, liep voor hem uit; ze zochten hun weg door hooge,
+fletsgroene hoopen groenten. Onder de loods met grijze, zonverbleekte
+pilaren, drentelde een troep vuile meisjes met bloote hoofden, te
+wachtten tot de markt afgeloopen was. Anderen verdrongen zich om de
+open-en dichtslaande deuren van een café. De zware karrepaarden
+trappelden en stampten op de ruwe steenen en schudden tuig en bellen.
+Een paar karrevoerders lagen te slapen op een hoop zakken. Duiven
+trippelden heen en weêr met roode pootjes en bogen hare glanzige
+nekjes.
+
+Na een poosje riep hij een hansom aan en reed naar huis. Even draalde
+hij nog voor de open deur, zag om zich heen, in het slapende Square,
+met zijn stil gesloten vensters en blank starende luiken. De lucht was
+helder opaal geworden; de daken der huizen glinsterden als zilver er
+tegen af. Uit een enkelen schoorsteen steeg een dun streepje rook. Het
+kronkelde als een violet lint, door de lucht van parelmoêr.
+
+In de groote vergulde Venetiaansche lantaren,--gestolen uit de bark
+van een Doge,--die in de ruime eikenhouten vestibule huig, brandden
+nog drie flikkerende lichtjes; dunne blauwe vlamblaadjes met randen
+van wit vuur. Hij draaide ze uit, wierp hoed en jas op de tafel, ging
+door de bibliotheek naar zijne slaapkamer: een groot achthoekig
+vertrek, dat hij in zijn nieuwe zucht naar luxe juist had laten
+inrichten en behangen met kostbare Renaissance-gobelins, gevonden op
+een ongebruikten zolder in Selby Royal. Hij draaide de deur open; zijn
+oog viel op het portret, dat Basil Hallward geschilderd had. Hij
+schrikte terug als in ontsteltenis. Toen ging hij naar zijne zitkamer,
+verwarring in zijne oogen. Hij nam de bloem uit zijn knoopsgat; bleef
+even staan, als draalde hij. Toen keerde hij terug, bleef voor het
+portret staan en beschouwde het met aandacht. In het half gedempte
+licht, dat door neêrgelaten crême zijden gordijnen viel, scheen het of
+het portret veranderd was. De uitdrukking was niet meer dezelfde. Iets
+als een grijns van wreedheid lag om den mond. Het was zeer vreemd.
+
+Hij ging naar het raam en trok het gordijn op. Het nieuwe daglicht
+viel in de kamer, drong fantastische schaduwen terug in
+schemerhoekjes, waar zij sidderend bleven liggen. Maar het vreemde op
+het gezicht van dat portret was er nog, scheen zelfs intenser. Het
+warm levende zonlicht toonde hem die lijnen van wreedheid om den mond
+even duidelijk, als had hij zich in den spiegel bezien, na iets
+slechts gedaan te hebben.
+
+Hij deinsde terug, nam van de tafel een ovalen spiegel, vastgehouden
+door ivoren kupido's, een van Lord Henry's vele geschenken, en zag
+haastig in die gepolijste diepte.
+
+Geen trek verwrong zijne lippen. Wat beteekende dat? Hij wreef zich de
+oogen, kwam vlak bij het portret en beschouwde het weêr. In het werk
+zelf was niets te bespeuren; toch was de geheele uitdrukking
+veranderd. Het was geene verbeelding. Het was akelig duidelijk.
+
+Hij gooide zich in een stoel en dacht na. In eens bliksemde door hem
+heen wat hij gezegd had in Basils atelier, toen het portret voltooid
+was. Ja, hij herinnerde het zich nu heel goed. Hij had toen dien
+dollen wensch geuit: hij altijd jong; het portret zoû ouder worden;
+hij zijne eigen schoonheid en frischheid; het gezicht op het doek zoû
+den last zijner hartstochten en zonden dragen; het geschilderde beeld
+zoû doorgroefd worden met lijnen van smart en ouderdom; aan hem de
+teedere bloesem van zijn jeugd, altijd! En die wensch, werd die nu
+vervuld? Zulke dingen waren toch onmogelijk. Het was zelfs monsterlijk
+zoo iets te bedenken. Toch stond het portret daar voor hem, met dien
+trek, om den mond. Wreedheid! Was hij dan wreed geweest! Het was haar
+schuld en niet de zijne. Hij had zich haar gedroomd als een groot
+artiste, had haar zijn liefde gegeven omdat hij haar groot waande.
+Toen had zij hem teleurgesteld. Zij was klein en min geweest. En toch
+rees er een groote spijt in hem op, nu hij haar zich voorstelde,
+liggende aan zijn voeten, snikkende als een kind. Hij herinnerde zich
+hoe ongevoelig hij toen op haar had neêrgezien. Waarom was hij zoo
+geweest? Waarom was hem zulk een ziel gegeven? Maar hij had toch ook
+geleden. Die drie verschrikkelijke uren, dat het stuk geduurd had, had
+hij eeuwen van smart, aeonen van folterpijn doorstaan. Zij stonden nu
+gelijk. Had hij haar voor het leven gewond, zij had hem een moment
+gemarteld. Buitendien kunnen vrouwen beter lijden dan mannen. Zij
+leven van hare emoties. Ze denken alleen aan hare emoties. Houden ze
+van je, dan is het alleen om iemand te hebben, waar zij scènes meê
+kunnen maken. Dat had Lord Henry hem verteld, en die wist immers wat
+de vrouwen waren? Waarom zoû hij nu tobben over Sybil Vane? Zij was nu
+niets meer voor hem.
+
+Maar het portret? Hoe moest hij dat uitleggen? Het bezat het geheim
+van zijn leven, van zijn doen en laten. Het had hem geleerd zijne
+eigen schoonheid lief te krijgen. Zoû het hem nu ook leeren, zijne
+eigene ziel te verafschuwen? Zoû hij er ooit weêr op zien?
+
+Neen, het was slechts een droom zijner verwarde zinnen. De
+verschrikkelijke nacht doorleefd, had spookbeelden achter zich
+gelaten. Op zijne hersens was plotseling dat kleine purperen spatje
+gevallen, waardoor een mensch gek wordt. Het portret wàs niet
+veranderd. Het was dwaasheid zoo iets te denken.
+
+En toch zag het hem aan met dat vertrokken, mooie gelaat en dien
+wreeden lach. Het haar gulde zich in dit vroege zonlicht. De blauwe
+oogen ontmoetten de zijne. Een gevoel van oneindig medelijden, niet
+met zichzelven, met zijn geschilderd beeld, kwam over hem. Het was nu
+al veranderd; het zoû al meer en meer veranderen. Dat goud zoû grijs
+worden. Die roode en witte rozen zouden verleppen. Voor iedere zonde
+zoû een smet die bloesem-frischheid bezoedelen. Maar hij wilde niet
+zondigen. Dat portret, veranderd of niet, zoû hem zijn zichtbaar
+geweten zijn. Hij zoû de verleiding weêrstaan. Hij wilde Lord Henry
+niet meer zien, wilde in ieder geval niet meer hooren naar die fijn
+geslepen theorieën vol gift, welke in Basils tuin voor hem passie
+hadden opgezweept. Hij zoû teruggaan naar Sybil Vane, haar vergeving
+vragen, haar trouwen, pogen haar weêr lief te hebben, ja, het was zijn
+plicht. Zij moest meer geleden hebben dan hij. Arm kind! Hij was
+egoïst en hard tegen haar geweest. De bekoring, die zij op hem had,
+zoû weêr komen. Zij zouden gelukkig zijn. Zijn leven met haar zoû mooi
+en rein zijn.
+
+Hij rees uit zijn stoel op, schoof een groot scherm recht voor het
+portret, rilde toen hij er naar zag.
+
+--Hoe verschrikkelijk! murmelde hij, terwijl hij naar het deurvenster
+liep en het open wierp. Hij ging naar buiten, op het gras, haalde diep
+adem. De zuivere ochtendlucht scheen al zijn somber lijden weg te
+blazen. Hij dacht alleen aan Sybil. Flauwe echo van zijne liefde
+zuchtte tot hem door. Hij sprak haar naam telkens, telkens weêr uit.
+De vogels die zongen in de bedauwde tuinen, schenen de bloemen van
+haar te vertellen.
+
+
+Noot:
+
+[1] Dr. A. L. J. Burgersdijk: Romeo en Julia.
+
+
+
+
+VIII.
+
+
+Het was lang over twaalven, toen hij wakker werd. De knecht was
+verscheidene malen op de teenen binnengeslopen om te zien of hij zich
+bewoog, en verwonderde zich, dat zijn jonge meester toch zoo lang
+sliep. Eindelijk klonk zijn bel, en Victor kwam zachtjes binnen, een
+kop thee en een stapeltje brieven op een antiek Sèvres blaadje; hij
+trok de olijfgroene satijnen gordijnen, blauwig gevoerd, voor de drie
+hooge vensters open.
+
+--Meneer heeft goed geslapen van morgen, sprak hij met een glimlach.
+
+--Hoe laat is het, Victor? vroeg Dorian Gray nog loom.
+
+--Kwart over eenen, meneer.
+
+Wat was het al laat! Hij ging opzitten, dronk wat thee, bezag zijne
+brieven. Een was er van Lord Henry, zooeven aangereikt. Hij weifelde,
+legde dien toen terzij. De anderen opende hij zonder interest, Het was
+de gewone verzameling kaartjes, invitaties voor diners, entrées voor
+de eene of andere liefhebberijvoorstelling, programma's van
+liefdadigheidsconcerten, die ieder uitgaand jongmensch gedurende den
+season krijgt. Er was ook bij eene heel hooge rekening van een
+gedreven zilveren Louis XV toiletgarnituur, die hij nog geen moed had
+gehad aan zijne voogden op te zenden: ouderwetsche menschen, die niet
+begrepen, dat men leeft in eene eeuw, waarin onnoodige zaken juist de
+meest noodige zijn. Ook waren er verscheidene zeer beleefde
+aanbiedingen van geldschieters uit Jermyn Street, om tegen de meest
+billijke interesten geld voor te schieten.
+
+Na tien minuten stond hij op, wierp een vreemd geborduurden cachemiren
+chambercloak om en ging naar de onyx-geplaveide badkamer. Het koude
+water frischte hem op na zijn langen slaap. Hij scheen alles wat er
+gebeurd was te zijn vergeten. Even nog kreeg hij het vage gevoel of
+hij had meêgespeeld in een vreemde tragedie, maar het scheen hem toe
+als een droom.
+
+Zoodra hij gekleed was, ging hij naar de bibliotheek, en zette zich
+voor een licht ontbijt, voor het open raam. Het was een heerlijke dag.
+De warme lucht scheen zwaar van sterke aroom. Een bij vloog binnen en
+gonsde om de groenblauwe vaas, gevuld met zwavelgele rozen vóór hem.
+Hij gevoelde zich volmaakt gelukkig. Eensklaps viel zijn oog op het
+scherm voor het portret; hij ontstelde.
+
+--Heeft meneer het koud? vroeg de knecht, die een omelette op tafel
+zette. Zal ik het raam dicht doen? Dorian schudde het hoofd.
+
+--Ik heb het niet koud, fluisterde hij.
+
+Zoû het waar zijn? Zoû het portret werkelijk veranderd zijn? Of was
+het maar een spel van verbeelding geweest? Een beschilderd doek kon
+toch niet veranderen? Het was te dwaas. Hij zoû het later eens aan
+Basil vertellen. Die zoû er wel om lachen.
+
+En toch, hoe levendig zag hij het nog voor zich! Eerst in de flauwe
+schemering, toen in het volle licht had hij dien trek van wreedheid
+opgelet, de verwrongen lippen. Hij voelde bijna angst voor het
+oogenblik, dat de knecht de kamer zoû verlaten. Hij voelde dat, zoodra
+hij alleen was, hij het portret zoû bezien. En hij huiverde voor de
+zekerheid. Toen de knecht koffie en cigaretten gebracht had, wegging,
+had Dorian grooten lust hem te zeggen te blijven. En toen hij de deur
+achter zich sloot, riep hij hem terug. De man stond weêr vóór hem.
+Dorian zag hem aan.
+
+--Ik ben vandaag voor niemand thuis, Victor, sprak hij met een zucht.
+
+De knecht boog, en vertrok.
+
+Toen stond Dorian van tafel op, stak een cigarette aan en wierp zich
+op een lage bank voor het scherm. Het was een oud scherm van Spaansch
+goudleer met bloemerig Louis XIV patroon. Hij beschouwde het vol
+aandacht, zich afvragend of het de eerste maal was, dat het een geheim
+van menschenleven verborg.
+
+Zoû hij het op zij schuiven? Waarom het maar niet laten staan? Wat gaf
+het te weten? Was het werkelijkheid, dan was die verschrikkelijk. Zoo
+niet, waarom er dan over te tobben? Maar als, door eene noodlottige
+omstandigheid, andere oogen dan de zijne het bespiedden en die
+afschuwelijke verandering zagen, wat dan? Als Basil Hallward het nog
+eens wilde zien? Neen, hij moest het onderzoeken, en dadelijk. Alles
+was beter dan die verschrikkelijke onzekerheid.
+
+Hij stond op, sloot beide deuren af. Hij wilde tenminste alleen zijn
+bij het beschouwen van zijne schaduw van schande. Toen schoof hij het
+scherm weg en zag zichzelven in het gelaat. Het was waar. Het portret
+was veranderd ...
+
+Hij herinnerde zich later dikwijls en met niet geringe verbazing dat
+hij het portret eerst een geheelen tijd met zuiver wetenschappelijke
+nieuwsgierigheid had beschouwd. Hij kon niet begrijpen, dat zoo iets
+gebeuren kon. En toch was het een feit. Bestond er dan eene affiniteit
+tusschen de chemische atomen, die zich op doek tot vorm en kleur
+lieten voegen, en zijne ziel in hem? Kon het wezen, dat zij
+terugkaatsten, wat die ziel dacht, dat zij tot werkelijkheid maakten,
+wat die ziel droomde? Hij huiverde, voelde zich bang, kroop terug naar
+de bank, lag daar te staren naar zijn beeld, in angstig afgrijzen.
+
+Eén ding wist hij nu, had het hem geleerd. Het had hem doen inzien,
+hoe onrechtvaardig, hoe wreed hij tegen Sybil Vane geweest was. Het
+was niet te laat om dat goed te maken. Zij kon nog zijn vrouw worden.
+Zijn egoïste en valsche liefde zoû zich voegen naar een hoogeren
+invloed, zoû herschapen worden in een mooier gevoel en het portret,
+dat Basil Hallward van hem geschilderd had, zoû voor hem zijn, wat
+heiligheid voor den een, geweten voor den ander, vreeze voor God voor
+ons allen is. Al bestonden er verdoovende middelen voor het berouw,
+kruiden, die moreel in slaap wiegden, hier was een zichtbaar symbool
+van ondergang door zonde, hier was een altijd zichtbaar beeld van de
+ellende, die de ziel over zich brengen kan.
+
+De klok sloeg drie, vier uur, half vijf, maar Dorian Gray bewoog zich
+niet. Hij was bezig de purperen draden van het leven samen te vatten,
+ze tot een patroon samen te weven; hij trachtte zijn weg te vinden
+door het bloedig labyrinth van passie, waarin hij ronddoolde. Hij wist
+niet wat te doen, wat te denken. Eindelijk zette hij zich aan de tafel
+en schreef een brief, vol hartstocht, aan de vrouw, die hij had
+liefgehad, haar smeekend om vergeving, zichzelven beschuldigend van
+dolle drift. Hij beschreef bladzijde op bladzijde met gloeiende
+betuigingen van smart. Er is weelde in zelfverwijt. Door onszelven te
+beschuldigen, ontnemen wij anderen het recht dit te doen! Het is door
+de biecht zelve, maar niet door den priester, dat wij absolutie
+krijgen. Toen Dorian zijn brief had geëindigd, voelde hij zich als
+ware hij reeds vergeven. Een klop op de deur; hij hoorde Lord Henry's
+stem, buiten.
+
+--Beste jongen, ik moet je absoluut zien. Laat me toch binnen. Ik vind
+het zoo naar, dat je je zoo opsluit.
+
+Hij gaf eerst geen antwoord en bleef roerloos.--Het kloppen hield aan,
+werd dringend. Ja, het was beter Lord Henry binnen te laten, te
+zeggen, dat hij een nieuw leven wenschte, met hem te kibbelen, zoo dit
+noodig ware, afscheid van hem te nemen, zoo dit onvermijdelijk was.
+Hij sprong op, trok het scherm weêr voor het portret en ontsloot de
+deur.
+
+--Ik heb diep medelijden met je, Dorian, sprak Lord Henry
+binnenkomend. Maar je moet er maar niet al te veel over denken.
+
+--Meen je over Sybil Vane? vroeg de jongen.
+
+--Ja natuurlijk, antwoordde Lord Henry, terwijl hij in een stoel zonk
+en langzaam zijn gele handschoenen afschoof. Het is natuurlijk iets
+verschrikkelijks, maar jij kon er toch niets aan doen. Zeg eens: ben
+je later, na het stuk nog bij haar geweest? En heb je haar nog
+gesproken?
+
+--Ja.
+
+--Dat dacht ik wel! Heb je een scène met haar gehad?
+
+--Ik was schandelijk, Harry, schandelijk. Maar nu is alles in orde. Ik
+heb geen spijt van hetgeen er gebeurd is. Het heeft mij mezelf beter
+leeren kennen.
+
+--Wel Dorian, ik ben blij, dat je het zoo opneemt. Ik was al bang je
+diep wanhopig te vinden, met je handen in dat mooie haar!
+
+--Dat heb ik al doorgemaakt, sprak Dorian, met een glimlach zijn hoofd
+schuddend. Ik ben zeer tevreden. Ik weet nu wat een geweten is. Het is
+niet, dat wat jij beweêrt. Het is het mooiste in ons, Je hoeft er niet
+om te lachen, Harry, ten minste niet als ik er bij ben. Ik wil goed
+worden. Ik vind het een onverdragelijk idee, een leelijke ziel te
+hebben.
+
+--Een zeer artistieke bazis voor een moraal, Dorian. Ik feliciteer je
+er meê. En hoe begin je?
+
+--Door Sybil Vane te trouwen.
+
+--Sybil Vane te trouwen! riep Lord Henry opstaande en hem in stomme
+verbazing aanziende. Maar beste jongen.
+
+--Ja, Harry, ik weet wat je zeggen wil. Iets leelijks over het
+huwelijk, natuurlijk. Zeg het maar niet. Zeg nooit meer zoo iets tegen
+mij. Twee dagen geleden vroeg ik Sybil Vane mijn vrouw te worden. Ik
+wil mijn woord niet verbreken. Zij zal het worden!
+
+--Je vrouw, Dorian!... Heb je mijn brief niet gekregen? Ik heb je van
+morgen geschreven en den brief met den knecht gezonden.
+
+--Je brief? O ja, nu herinner ik het me. Ik heb hem nog niet gelezen,
+Harry. Ik was bang, dat er iets in zoû staan, wat ik niet prettig zoû
+vinden. Je trekt het leven aan flarden, met al je aardigheden.
+
+--Je weet dus niets?
+
+--Wat meen je toch?
+
+Lord Henry liep de kamer door, ging naast Dorian zitten, nam beide
+zijne handen in de zijne, en hield ze vast.
+
+--Dorian, zei hij; die brief--schrik niet--was om je te zeggen, dat
+Sybil Vane dood is.
+
+Een kreet van pijn kwam over Dorians lippen, hij vloog op en trok
+zijne handen weg.
+
+--Dood! Sybil dood! Het is niet waar! Het is een afschuwelijke leugen!
+Hoe durf je het te zeggen!
+
+--Het is waarlijk waar, Dorian! zei Lord Henry ernstig. Het staat
+alles in de couranten van van morgen. Ik schreef je om je te vragen
+niemand te zien vóór ik bij je kwam. Daar zal natuurlijk een onderzoek
+komen, maar jij moet er je buiten houden. In Parijs zoû door zoo een
+geschiedenis je naam gemaakt zijn. Maar hier in Londen zijn ze nog zoo
+ouderwetsch op dat punt. Hier moet je maar liever niet je débuut maken
+met een schandaaltje. Dat moet je hier maar bewaren om een tintje
+interest aan je ouden dag te geven. Niemand weet zeker je naam daar
+aan dat theater. Dan is alles in orde. Heeft iemand je naar haar toe
+zien gaan? Dat is een gewichtig punt.
+
+Dorian bleef een paar seconden zonder antwoord. Hij was versuft van
+schrik. Eindelijk stamelde hij met een stem die dichtgeknepen was:
+
+--Harry, sprak je over een onderzoek? Wat meende je daarmeê? Heeft
+Sybil ...? O, Harry, ik kan het niet begrijpen. Zeg me alles, zeg me
+gauw alles.
+
+--Ik geloof zeker, dat het een ongeluk is, Dorian, hoewel ze het
+natuurlijk niet zoo aan het publiek zullen voorstellen. Het schijnt
+dat ze juist klaar was met haar moeder naar huis te gaan, om half één
+zoowat, toen zij beweerde, boven wat vergeten te hebben. Zij wachtten
+even op haar, maar Sybil kwam niet terug. En eindelijk vonden ze haar
+dood op den grond in de kleedkamer. Zij schijnt iets ingenomen te
+hebben, een vergift, dat zij noodig hebben bij het grimeeren. Ik weet
+niet wat het was, maar er moet pruisisch zuur of loodwit in gezeten
+hebben. Ik heb idee: pruisisch zuur, want ze moet onmiddellijk
+gestorven zijn.
+
+--Harry, Harry, o God, het is verschrikkelijk! kreet de jongen.
+
+--Ja, het is een allertreurigste historie, maar je moet je er buiten
+zien te houden. Ik zag in den Standard, dat zij zeventien jaar was. Ik
+had haar nog jonger gegeven. Zij was nog een kind, en kon niets van
+acteeren.--Dorian, trek je dit nu niet te veel aan. Ga met mij meê
+dineeren, dan kunnen we later eens even naar de opera gaan. Patti
+zingt van avond en iedereen zal er zijn. Je kan in de loge van mijn
+zuster zitten. En ze heeft een paar mooie vriendinnen bij zich.
+
+--Ik heb Sybil Vane vermoord, stamelde Dorian Gray, half tot
+zichzelven; ik heb het gedaan, evengoed of ik haar met een mes had
+doorstoken. En toch zingen de vogels even vroolijk in den tuin. En van
+avond ga ik met je dineeren, dan naar de Opera en daarna nog ergens
+soupeeren, zeker. Hoe vreemd is het leven! Als ik dit alles in een
+boek gelezen had, Harry zoû ik er over gehuild hebben. En nu dat het
+werkelijk gebeurd is, en met mijzelven, nu schijnt het mij zoo vreemd,
+te vreemd voor tranen. Hier is mijn eerste brief van liefde, dien ik
+in mijn leven schreef aan een doode. Zouden ze nog voelen die witte,
+stille menschen, die wij de dooden noemen? Sybil! Zoû zij nog voelen,
+nog weten, nog hooren! O Harry! Ik had haar zoo lief! Het is mij nu of
+dat jaren geleden is. Ze was mijn alles. Toen kwam die avond--was dat
+pas gisteren?--die verschrikkelijke avond toen zij zoo slecht speelde,
+en toen mijn hart brak. Ze heeft mij later alles verklaard. Het was
+zoo treurig, zoo in-treurig. Maar toen deed het mij niets. Ik vond
+haar klein. En op eens gebeurde er iets dat me angstig maakte!!! Ik
+kan je niet zeggen wat, maar het was afschuwelijk! Ik zei, dat ik tot
+haar terug zoû gaan. Ik voelde, dat ik slecht was geweest. God! Mijn
+God! Harry! Wat moet ik beginnen! Je weet niet hoe gevaarlijk ik sta,
+en er is niets, niemand om mij staande te houden. Zij zoû het gedaan
+hebben. O, ze had het recht niet dood te gaan. Het was egoïst van
+haar.
+
+--Beste Dorian, antwoordde Lord Henry,--hij nam een cigarette uit zijn
+koker, een gouden luciferdoosje uit den zak; de eenige manier van een
+vrouw om een man staande te houden is hem zoo te vervelen, dat hij
+alle interest in het leven verliest. Als je dit kind getrouwd hadt,
+was je diep ongelukkig geworden. Je zoû natuurlijk wel aardig tegen
+haar geweest zijn, ach, het is zoo gemakkelijk lief te zijn voor
+menschen, die je niet schelen kunnen. Maar zij zoû heel gauw
+uitgevonden hebben, dat je totaal niets om haar gaf en als een vrouw
+dàt merkt van haar man, wordt ze òf verschrikkelijk slordig òf ze
+draagt heel coquette hoedjes, die ze door den man van een ander laat
+betalen. Ik spreek nog niet eens over het verschil van stand; in ieder
+geval was het je ongeluk geweest.
+
+--Misschien wel, fluisterde de jongen, terwijl hij de kamer op en neêr
+liep, doodelijk bleek. Maar ik dacht, dat ik het doen moest. Het is
+niet mijn schuld, dat dit drama mij belet heeft mijn plicht te doen.
+Ik herinner me, dat je eens gezegd hebt: er rust een noodlot op goede
+voornemens. Zij komen altijd te laat. Dat doen de mijne zeker.
+
+--Goede voornemens zijn nuttelooze tegenstribbelingen tegen de wetten
+van de natuur. Ze komen voort uit ijdelheid. Hun uitslag is nihil. Het
+zijn wissels, getrokken op een bank, die niet uitbetaalt.
+
+--Harry! riep Dorian Gray opeens, en hij zette zich bij hem; hoe komt
+het toch, dat ik al dit drama niet voel, zooals ik het zoû willen
+voelen? Ik geloof toch niet, dat ik ongevoelig ben, vindt jij wel?
+
+--Je hebt de laatste veertien dagen te veel dwaze dingen gedaan, om
+dat te kunnen zijn, Dorian! antwoordde Lord Henry, met zijn zachten
+glimlach van melancholie.
+
+De jongen fronste even het voorhoofd.
+
+--Ik vind dat geen prettige verklaring, maar ik ben blij, dat je mij
+niet ongevoelig vindt. Dat ben ik waarlijk niet. En toch moet ik
+bekennen, dat het gebeurde mij niet zoo aandoet, als het moest doen.
+Het is voor mij niets dan een mooi slot van een mooi stuk. Het heeft
+de verschrikkelijke schoonheid van een Grieksche tragedie, een
+tragedie, waarin ik een groote rol speelde, maar niet gewond werd.
+
+--Het is zeker een interessant geval, zei Lord Henry, die er een
+verfijnd genot in vond te spelen met het naïeve egoïsme van den
+jongen; heel interessant. Ik geloof, dat je het zoo kunt uitleggen,
+dat de werkelijke tragedies in het leven meestal op zoo een
+onartistieke manier gebeuren, dat zij ons afstooten door ruwe kracht,
+absolute onsamenhangendheid, bespottelijke nutteloosheid, totaal
+gebrek aan stijl. Ze geven ons een impressie van énkel dommekracht en
+daar verzetten wij ons tegen. Maar een enkele maal komt er in ons
+leven een tragedie met artistieke elementen voor. Zijn deze elementen
+waar en levend, toch maakt het geheel een theatralen indruk op ons. Op
+eens zijn wij niet langer de acteurs, maar het publiek. Of liever, wij
+zijn beiden. Wij beschouwen onszelve en alleen het wonder van het
+drama houdt ons als betooverd. Wat is er nu in dit geval gebeurd.
+Iemand heeft zich uit liefde voor jou om het leven gebracht. Wel, ik
+woû, dat mij ook eens zoo iets overkwam. Ik zoû mijn geheele verdere
+leven verliefd op mezelf zijn geweest. Maar de menschen, die mij
+aanbeden hebben,--het zijn er niet veel: een paar--zijn zoo dom
+geweest te blijven leven, lang nadat ik opgehouden had iets voor ze te
+voelen, en zij voor mij. Ze zijn dik en vervelend geworden, en als ik
+ze ontmoet, halen ze allerlei oude souvenirs op. O, dat geheugen van
+een vrouw! Ik ken niets verschrikkelijkers, en wat een bewijs is het
+van haar volslagen intellectueelen stilstand! Een mensch moet alleen
+de essence van het leven in zich opnemen, maar hij moet de details
+vergeten: details zijn altijd vulgair.
+
+--Ik zal papavers in mijn leven moeten zaaien, zuchtte Dorian.
+
+--O, dat is niet noodig. Het leven biedt overal papavers aan.
+Natuurlijk blijft er nu en dan wat hangen. Ik heb eens een heelen
+season niets dan viooltjes gedragen, als een artistieken rouw over een
+roman, die maar niet in me sterven woû. Maar eindelijk is het toch
+voorbij gegaan. Ik weet niet hoe. Ik geloof, door haar voorstel om de
+heele wereld aan mij op te offeren. Dat is altijd een gevaarlijk
+moment. Je krijgt zoo, in eens, angst voor de eeuwigheid. Nu, wil je
+wel gelooven, dat toen ik verleden week aan een diner bij Lady
+Hampshire naast de dame in quaestie zat, ze absoluut de geheele
+geschiedenis weêr over woû doen?! Ik had mijn roman begraven onder
+affodillen en zij groef hem weêr op en verweet me haar leven verwoest
+te hebben. Ik moet er bij vertellen, dat ze copieus dineerde, dus had
+ik niet de minste gewetenswroeging; maar wat een gemis aan smaak nu
+toch! De eenige charme van het verleden is juist, dat het het verleden
+is. Maar vrouwen weten nooit, wanneer het gordijn vallen moet. Ze
+willen altijd nog een zesde acte. Als je ze haar eigen gang liet gaan,
+zoû iedere comedie eindigen in een treurspel, en iedere tragedie in
+een klucht. Zij zijn allerliefst gekunsteld maar van kunst weten ze
+niets af. Jij bent gelukkiger dan ik. Ik verzeker je, Dorian, dat geen
+van de vrouwen, die ik gekend heb, voor mij zoû gedaan hebben wat
+Sybil Vane voor jou deed. Gewoonlijk troosten de vrouwen zich wel.
+Sommigen doen het door sentimenteele kleuren te dragen. Vertrouw nooit
+een vrouw, van welken leeftijd ook, die mauve draagt of een vrouw
+boven de vijf-en-dertig, die houdt van roze lintjes. Het is altijd een
+bewijs, dat ze een geschiedenis in haar leven gehad hebben. Anderen
+troosten zich weêr door eensklaps allerlei deugden in haar
+echtgenooten te vinden. Godsdienst is ook een uitstekende troost; een
+vrouw heeft me eens gezegd, dat de mysteries van den godsdienst
+dezelfde charme hadden als van flirt, en ik kan het mij best
+begrijpen. Zoo zie je, de vrouwen vinden genoeg troostmiddelen in ons
+modern leven en o, ik vergat nog de voornaamste ...
+
+--Welke dan, Harry, vroeg de jongen lusteloos.
+
+--Die het meest voor de hand ligt. Den adorateur van een ander te
+nemen, als je je eigen verliest. Maar Dorian, hoe geheel anders dan de
+meeste vrouwen, moet Sybil Vane geweest zijn. Ik vind zoo iets moois
+in haar dood! Ik ben blij, dat ik leef in een eeuw, waarin zulke
+dingen nog gebeuren. Het maakt, dat je heusch gaat gelooven aan dat,
+waar we meestal maar meê spelen, aan hartstocht en liefde.
+
+--Ik was verschrikkelijk wreed tegen haar, dat vergeet je.
+
+--Ik geloof, dat vrouwen wreedheid meer apprecieeren dan wat ook. Zij
+hebben curieuze, primitive instincten. Wij hebben ze wel wat
+geëmancipeerd, maar zij blijven slavinnen, die naar hun meesters
+opzien. Zij houden ervan overheerscht te worden. Je zal er prachtig
+uitgezien hebben in je drift, daar ben ik zeker van. Ik heb je nog
+nooit werkelijk goed kwaad gezien, maar ik kan me voorstellen hoe
+prachtig je moet geweest zijn. En ... nu herinner ik me in eens iets
+wat je me eergisteren zei. Ik beschouwde het eerst als een los
+gezegde, maar ik zie nu, dat het niet alleen, zeer waar is, maar ook
+alles verklaart.
+
+--Je zei, dat Sybil Vane voor jou de verpersoonlijking was van alle
+Shakespeare's heldinnen, dat zij den eenen avond Desdemona en den
+volgenden Ofelia was; dat, zoo zij stierf als Juliet, zij weêr tot het
+leven keerde als Imogen.
+
+--Maar nu zal zij nooit meer tot het leven terugkeeren, fluisterde
+Dorian en verborg het gelaat in de handen.
+
+--Neen, dat is zoo. Zij heeft haar laatste rol afgespeeld. En je moet
+je dat sterven in een armoedig kleedkamertje eenvoudig voorstellen als
+een vreemd, somber fragment uit een Jacobijnsche tragedie, als een
+scène van Webster, of Ford, of Cyril Tourneur. Dat kind heeft nooit
+werkelijk geleefd, dus kan zij ook niet werkelijk sterven. Voor jou
+tenminste was zij altijd als een droom; een schim, die even zweefde
+door Shakespeare's drama's, en ze mooier maakte door haar wezen; een
+riet, waarin Shakespeare's muziek rijker en voller klonk. Het
+oogenblik, dat het werkelijke leven tot haar kwam, botste het tegen
+haar aan; daardoor verdween zij. Draag rouw Ofelia, als je wilt.
+Bestrooi je hoofd met asch, omdat Cordelia geworgd werd. Schreeuw ten
+hemel, dat Brabantio's dochter stierf. Maar verspil je tranen niet, om
+Sybil Vane. Zij was minder waar dan dezen.
+
+Er was eene stilte. De avond donkerde in de kamer. Geluideloos, op
+zilveren voeten, slopen de schaduwen uit den tuin naar binnen. Moê
+welkten de kleuren uit alles weg. Na een oogenblik zag Dorian Gray op.
+
+--Je hebt mij mezelven verklaard, Harry, fluisterde hij mat, met een
+zucht van verlossing. Ik voelde wel alles wat je zei, maar toch was ik
+er bang voor en ik begreep mijzelven niet. Wat ken je mij toch goed.
+Maar we zullen niet meer spreken, over wat er gebeurd is. Het is een
+wondermooie ondervinding geweest. Dat is alles. Zoû het leven nog iets
+voor mij in hebben, zoo mooi als dit?
+
+--Het leven heeft nog heel veel voor je weggelegd, Dorian. Daar is
+niets, wat jij, met je mooie gezicht niet zoû kunnen doen.
+
+--Maar stel eens voor, Harry, dat ik leelijk, oud en gerimpeld word?
+Wat dan?
+
+--O, dan, sprak Lord Henry opstaande; dan zal je moeten strijden voor
+je overwinningen. Nu worden ze je op een zilver blaadje aangeboden.
+Neen, je moet je mooie jeugd trachten te behouden. We leven in een
+tijd, waarin men te veel leest, om verstandig te zijn en te veel
+denkt, om mooi te blijven. We kunnen je niet missen. En nu moest je je
+gaan kleeden en meê naar de club rijden. Het is al mooi laat.
+
+--Ik zal liever in de opera bij je komen, Harry. Ik ben te moe om te
+eten. Wat is het nummer van de loge van je zuster?
+
+--Zeven-en-twintig, geloof ik. Je zal haar naam wel op de deur zien.
+Maar het spijt me, dat je niet meê komt dineeren.
+
+--Ik voel me heusch niet in staat, zei Dorian mat. Maar ik ben je
+dankbaar voor alles wat je met mij gesproken hebt. Je bent mijn
+liefste vriend. Niemand begrijpt me zooals jij.
+
+--We zijn pas aan het begin van onze vriendschap, Dorian, antwoordde
+Lord Henry, hem de hand schuddend. Nu adieu. Ik hoop je vóór half tien
+te zien. Denk er om, Patti zingt.
+
+Toen hij de deur achter zich sloot, trok Dorian Gray aan de bel, en
+Victor kwam met de lampen, liet de gordijnen vallen. Dorian wachtte
+ongeduldig, tot hij weg zoû gaan. De knecht scheen voor alles
+eeuwiglang tijd noodig te hebben.
+
+Zoodra hij de kamer uit was, stortte Dorian op het scherm toe en trok
+het weg. Neen, er was geene verdere verandering in het portret te
+zien. Het had Sybil dood geweten, vóórdat hij het zelve nog wist. Het
+werd de dingen van het leven bewust zoodra zij gebeurden. De slechte
+wreedheid, die fijne lijnen om dien mond verwrongen had, was daar
+ongetwijfeld gekomen op het oogenblik, dat het vergif was ingenomen.
+Hij dacht er over na, en hoopte, dat hij eens die verandering zoû zien
+gebeuren onder zijne oogen. Eene rilling liep over hem, terwijl hij
+dit hoopte. Arme Sybil! Wat een drama was het geweest. Zij had zoo
+dikwijls verbeeld te sterven op de planken. Toen had de dood zelve
+haar beroerd en haar met zich meêgenomen. Hoe had zij die wanhopige
+laatste scène afgespeeld? Had zij hem vervloekt, toen zij stierf?
+Neen, zij was uit liefde voor hem gestorven, en voortaan zoû liefde
+een heilig sacrament voor hem zijn. Zij had voor alles boete gedaan,
+door de opoffering van haar leven. Hij wilde niet denken aan wat zij
+hem had doen lijden op dien verschrikkelijken avond. Wanneer hij aan
+haar dacht, zoû het zijn als aan een tooverachtig tragisch figuur op
+het wereld-tooneel, gezonden om de hooge waarheid van de liefde te
+verkondigen. Een tooverachtig tragisch figuur? Tranen kwamen in zijne
+oogen, terwijl hij zich haar blik vol kinderlijkheid, hare
+vriendelijke, innemend aardige maniertjes, en hare verlegen,
+aarzelende gratie herinnerde. Hij veegde de tranen haastig weg en zag
+weêr naar het portret.
+
+Hij gevoelde, dat de tijd gekomen was om zijne keuze te doen. Of had
+hij dit reeds gedaan? Ja, het leven had reeds voor hem gekozen, het
+leven en zijn eigen groote nieuwsgierigheid naar het leven. Eeuwige
+jeugd, eindelooze passies, subtiele en geheime genoegens, woeste
+vreugden en nog woester zonden, dit alles zoû hij hebben. Het portret
+zoû den last zijner schande dragen, dat was alles.
+
+Een gevoel van pijn sneed in hem; de gedachte aan de onteering,
+weggelegd voor dat mooie gezicht op het doek. Eens, in een
+jongensachtig nadoen van Narcissus, had hij ze gekust, die
+geschilderde lippen, welke hem nu zoo wreed toelachten. Morgen aan
+morgen had hij voor het portret gezeten, de schoonheid ervan
+bewonderend, als er op verliefd. Zoû het nu veranderen met iederen
+gril, waaraan hij toegaf? Zoû het een monsterachtig, afschuwelijk iets
+worden, dat men moest wegstoppen in een donkere kamer, ver van het
+zonlicht, dat zoo vaak het krulgoud van het haar helder had verguld?
+O, het was jammer, zoo jammer, Even nog dacht hij er over te bidden,
+dat die afgrijslijke sympathie tusschen hem en dat portret zoû
+ophouden. Het was veranderd in verhooring van een gebed, misschien zoû
+het onveranderd blijven in verhooring van een ander gebed. En toch,
+wie, die iets van het leven afwist, zoû de kans van altijd jong te
+kunnen blijven willen verliezen, hoe fantastisch die kans ook scheen,
+met welke noodlottige gevolgen die ook gekocht werd. Buitendien, kon
+hij er waarlijk iets aan doen? Was het werkelijk het gevolg van zijn
+gebed geweest? Kon er niet de eene of andere wetenschappelijke reden
+voor zijn? Zoo gedachte invloed kon hebben op een levend organisme,
+kon het dan ook geen invloed hebben op doode en anorganische dingen?
+Neen, zoû het niet kunnen, dat, zonder suggestie of bewusten wensch,
+uiterlijke dingen met onze eigen stemmingen en passies in harmonie
+samentrillen, en atoom zich voegt naar atoom in geheime liefde,
+vreemde affiniteit?
+
+Maar wat deed het er toe, hoe het gebeurde. Hij zoû nooit door eenig
+gebed een verschrikkelijke macht verzoeken. Zoo het portret veranderen
+moest, moest het dan maar veranderen. Dat was al. Waarom er zoo diep
+in door te dringen.
+
+En dan, het zoû hem een genoegen zijn die veranderingen langzaam te
+zien worden. Hij zoû zijne ziel kunnen volgen tot in haar geheimste
+hoekjes. Dit portret zoû voor hem zijn als een magische spiegel.
+Zooals het hem zijn lichaam had geopenbaard, zoo zoû het hem nu ook
+zijne ziel openbaren. En kwam er de winter overheen, hij zoû nog staan
+op de grens van zomer en lente. Wanneer het bloed wegkroop uit dat
+gezicht, en een bleek masker van kalk met doode oogen achterliet, zoû
+hij nog alle glans en jeugd behouden hebben. Niet één bloesem zijner
+schoonheid zoû verwelken. Geen polsslag van zijn leven zoû verzwakken.
+Als de goden der Grieken, zoû hij steeds krachtig, jong en vroolijk
+blijven. Wat deed het er toe wat er gebeurde met dat geschilderde
+beeld op doek. Hij zoû veilig zijn, dat was het voornaamste! Hij
+schoof het scherm weêr op zijne plaats vlak voor de schilderij
+lachende toen hij zoo deed, en hij ging in zijne kleedkamer, waar de
+knecht al wachtte.
+
+Een uur later was hij in de opera, en leunde Lord Henry over zijn
+stoel heen.
+
+
+
+
+IX.
+
+
+Terwijl hij den volgenden morgen aan het ontbijt zat, werd Basil
+Hallward binnengelaten.
+
+--Ik ben blij je te vinden, Dorian, begon hij ernstig; ik ben gisteren
+avond ook bij je geweest, maar hoorde, dat je naar de opera was. Ik
+wist, dat dat natuurlijk niet waar kon zijn. Maar ik had zoo gaarne
+geweten, waar je werkelijk was. Ik bracht een verschrikkelijken avond
+door, bang, dat de eene tragedie door de andere zoû gevolgd worden. Je
+hadt mij toch wel kunnen telegrafeeren, om bij je te komen, toen je
+het hoorde. Ik las het bij toeval in een vel van de Globe, die ik in
+de club opnam. Ik kwam toen direct hier, en was wanhopig je niet te
+vinden. Ik kan je niet zeggen hoe ellendig ik ben onder die
+geschiedenis. Ik begrijp wat je lijden moet. Maar waar was je nu toch?
+Ben je naar haar moeder geweest? Ik dacht een oogenblik je daar te
+gaan zoeken. Het adres stond in de courant. Ergens in Euston Road,
+niet waar? Maar ik was bang mij op te dringen bij een verdriet, waar
+ik niet aan helpen kon. Arme vrouw! In wat een toestand moet zij zijn!
+En haar eenig kind! Hoe was zij er onder?
+
+--Beste Basil, hoe weet ik dat? fluisterde Dorian en nipte aan bleeken
+gelen wijn uit een doorzichtigen kelk van Venetiaansch glas met gouden
+facetten. Ik was in de opera. Je hadt daar ook moeten komen. Ik
+ontmoette voor de eerste maal Lady Gwendolen, Harry's zuster. We zaten
+in haar loge. Ze is allerliefst, en Patti zingt goddelijk. En spreek
+nu niet over akelige dingen. Als je maar niet over de dingen spreekt,
+is het net alsof ze niet gebeurd zijn. Ik moet je ook zeggen, dat het
+niet haar eenig kind is. Daar is nog een zoon, een goede kerel, geloof
+ik. Maar hij is niet aan het tooneel. Hij is matroos of zoo iets. En
+vertel me nu wat over jezelf en wat je bezig bent te schilderen.
+
+--Je ging naar de opera? vroeg Hallward langzaam, met een klank van
+pijn in zijne stem. Je ging naar de opera, terwijl Sybil Vane dood lag
+in een treurig kamertje? Je kan me vertellen van andere vrouwen, die
+allerliefst waren en van Patti die goddelijk zingt, vóórdat het
+meisje, dat je lief hadt, nog zelfs de rust heeft om in te slapen.
+
+--Hoû op, Basil! Ik wil het niet hooren! riep Dorian opvliegend. Je
+moet er niet meer over spreken. Wat gedaan is, is gedaan. Wat het
+verleden is, is het verleden.
+
+--Noem je gisteren het verleden?
+
+--Wat heeft het tijdsverloop er meê te maken? Alleen kleinzielige
+menschen hebben jaren noodig om zich over een emotie heen te zetten.
+Een man, die meester is over zichzelf, kan even gemakkelijk een einde
+maken aan een verdriet als een genot beginnen. Ik heb geen lust de
+slaaf van mijn emoties te zijn. Ik wil ze gebruiken, van ze genieten
+en ze beheerschen.
+
+--Dorian, dat is afschuwelijk! Je bent heelemaal veranderd. Uiterlijk
+ben je nog dezelfde mooie jongen, die iederen dag in mijn atelier kwam
+pozeeren voor zijn portret. Maar toen was je eenvoudig, natuurlijk en
+hartelijk. Je was het onbedorvenste schepsel van de wereld. Nu weet ik
+niet wat er met je gebeurd is. Je spreekt alsof er geen hart, geen
+medelijden in je is. Het is de invloed van Harry, dat is duidelijk.
+
+De jongen kreeg een kleur, en voor het venster bleef hij een oogenblik
+staan kijken in den groenen tuin, waardoor de zon heen flitste.
+
+--Ik ben Harry heel veel verschuldigd, Basil, sprak hij ten laatste,
+meer dan aan jou. Jij leerde me alleen ijdel zijn.
+
+--Daar ben ik nu wel voor gestraft, Dorian.
+
+--Ik weet niet wat je wilt. Wat wil je eigenlijk?
+
+--Ik wil den Dorian Gray, dien ik vroeger schilderde, zei Hallward
+treurig.
+
+--Basil, sprak de jongen; hij ging naar hem toe en legde hem de hand
+op den schouder. Je komt te laat. Toen ik gisteren hoorde, dat Sybil
+Vane zich van kant had gemaakt ...
+
+--Van kant gemaakt! Groote God! Is dat zeker? riep Hallward, hem
+aanziende vol ontsteltenis.
+
+--Maar Basil, je dacht toch niet, dat het een gewoon ongeluk was.
+Natuurlijk deed zij het zelf.
+
+Hallward verborg het gelaat in de handen.
+
+--Hoe verschrikkelijk! mompelde hij, en een rilling liep over hem.
+
+--Neen, sprak Dorian Gray; daar is niets verschrikkelijks aan. Het is
+een van de meest romantische tragedies van deze eeuw. Gewoonlijk
+hebben acteurs en actrices de meest gewone banale levens. Ze zijn
+goede huisvaders of trouwe moeders, of zoo iets vervelends. Je
+begrijpt wat ik meen: zoo van die burgerlijke deugden. Hoe geheel
+anders van Sybil. Ze leefde haar mooiste tragedie. Zij was altijd een
+heldin. Den laatsten avond, dat zij speelde, toen jij haar gezien
+hebt, speelde ze slecht, omdat zij de realiteit van de liefde leerde
+kennen. Toen zij zag, dat liefde gedaan was, stierf zij, zooals Juliet
+zoû gestorven zijn. Er is iets van een martyre in haar. Haar dood
+heeft de pathetische nutteloosheid van het martelaarschap en heel de
+weggegooide schoonheid daarvan. Maar, zooals ik je al zei, je moet
+niet denken, dat ik zelf niet geleden heb. Als je gisteren op het
+juiste moment gekomen was--over half vijf of kwart voor zessen--dan
+zoû je me in tranen gevonden hebben. Zelfs Harry, die hier was, die
+mij het bericht meêdeelde, had geen idee van hetgeen ik doormaakte. Ik
+leed een onmenschelijk verdriet. Toen ging het voorbij. Ik kan een
+emotie niet repeteeren. Dat kunnen alleen sentimenteele menschen. En
+je bent gruwelijk onrechtvaardig, Basil. Je komt hier om mij te
+troosten. Nu, dat is heel lief van je. Je vindt me al getroost, en je
+bent woedend. Dat is toch niet erg sympathiek. Je herinnert me aan een
+verhaal van Harry, over een zekeren filantroop, die twintig jaar lang
+ijverde tegen een onrechtvaardige wet of zoo iets; ik ben vergeten wat
+het precies was. Eindelijk kreeg hij zijn zin en toen was hij
+verschrikkelijk teleurgesteld. Hij had totaal niets meer te doen,
+verveelde zich half dood en werd de hevigste menschenhater. Buitendien
+Basil, als je me werkelijk wilt troosten, dan moest je mij helpen te
+vergeten wat er gebeurd is, of het te beschouwen uit een artistiek
+oogpunt. Was het niet Grautier, die altijd schreef over "la
+consolation des arts"? Ik herinner me dat eens gelezen te hebben in
+een klein perkamenten boekje in je atelier. Wel, ik ben nu niet als
+die jongen, waar je meê in Marlow geweest ben, die jongen, die altijd
+zei, dat geel satijn hem kon troosten in alle misères van het leven.
+Ik hoû van mooie dingen om mij heen te zien en ze te gebruiken.
+Antieke brokaten, groene bronzen, lakwerk, uitgesneden ivoren, een
+exquize omgeving, luxe pracht, daar is in dat alles zeker veel te
+vinden. Maar het artistieke temperament, dat die dingen opwekken, of
+liever openbaren, is mij nog meer waard. Toeschouwer van je eigen
+leven te worden is, zooals Harry zegt, ontsnappen aan je eigen
+verdriet. Ik merk, dat je verbaasd bent mij zoo te hooren spreken. Je
+kunt je niet voorstellen hoe veranderd ik ben. Ik was een
+schooljongen, toen jij me leerde kennen. En nu ben ik een man. Ik heb
+nieuwe passies, nieuwe gedachten, nieuwe ideeën. Ik ben veranderd,
+maar daarom moet je niet minder van mij houden. Ik ben niet meer
+dezelfde, maar je moet toch mijn vriend blijven. Ik hoû natuurlijk
+heel veel van Harry. Maar ik voel, dat jij beter bent dan hij. Je bent
+niet zoo sterk,--je bent zoo bang voor het leven--maar je bent beter.
+En wat konden we vroeger prettig samen zijn. Laat mij niet aan mijn
+lot over, Basil, en wees niet boos op mij. Ik ben zooals ik ben. Daar
+is niets aan te doen.
+
+De schilder voelde zich geroerd. De jongen was hem innig lief, en
+zijne persoonlijkheid was het hoogste motief in zijne kunst geweest.
+Hij had het hart niet hem nog meer verwijtingen te doen. En misschien
+was die onverschilligheid maar een bui die gauw zoû overdrijven. Er
+was zooveel moois, zooveel hoogs in hem.
+
+--Wel, Dorian, sprak hij eindelijk met droevigen glimlach. Ik zal na
+vandaag niet meer met je spreken over die treurige geschiedenis. Ik
+hoop alleen, dat je naam er niet in genoemd zal worden. Morgen middag
+is het onderzoek. Ben je opgeroepen?
+
+Dorian schudde het hoofd en een waas van ontevredenheid kwam er over
+zijn gelaat bij het woord "onderzoek". Er was zoo iets ruws en banaals
+in.
+
+--Ze weten mijn naam niet, antwoordde hij.
+
+--Maar zij toch wel?
+
+--Alleen mijn voornaam, en ik ben zeker, dat zij dien nooit aan een
+ander zal gezegd hebben. Ze vertelde mij eens, dat iedereen erg
+nieuwsgierig was hoe ik heette, maar dat zij altijd antwoordde, dat
+mijn naam was: de "Tooverprins". Dat was lief van haar. Je moet mij
+een schets van Sybil maken, Basil. Ik zoû gaarne nog iets meer van
+haar hebben dan de herinnering aan een paar kussen en enkele lieve
+woordjes.
+
+--Ik zal het probeeren, Dorian, als ik je er een pleizier meê kan
+doen. Maar je moet zelf nog eens voor me komen pozeeren. Ik kan niets
+doen zonder jou.
+
+--Ik kan nooit meer voor jou pozeeren, Basil. Dat is onmogelijk! riep
+hij uit, opschrikkend.
+
+De schilder staarde hem aan.
+
+--Maar jongenlief, wat een nonsens! Vindt je dat portret, dat ik van
+je maakte niet goed? Waar is het? Waarom heb je dat scherm er voor
+getrokken? Laat mij het zien. Het is het beste wat ik ooit deed. Toe,
+neem het scherm weg, Dorian. Het is toch schande van je knecht, mijn
+werk zoo te verstoppen. Ik voelde, dat de kamer anders was, toen ik
+binnenkwam.
+
+--Mijn knecht heeft er niets meê te maken, Basil. Je denkt toch niet,
+dat ik hem mijn kamer laat arrangeeren. Hij maakt soms een bouquet
+voor mij, dat is het eenige. Neen, ik deed het zelf. Het licht viel er
+zoo sterk op.
+
+--Het licht! Dat kan niet, kerel. Het is een prachtige plaats er voor.
+Laat mij het eens zien.
+
+En Hallward liep naar den hoek van de kamer. Een kreet van angst
+ontsnapte aan Dorian Gray's lippen; hij vloog tusschen de schilderij
+en het scherm.
+
+--Basil, sprak hij, zeer bleek; je mag het niet zien. Ik wil het niet.
+
+--Mijn eigen werk niet zien! Je meent het niet! Waarom zoû ik het niet
+zien? riep Hallward lachend.
+
+--Als je probeert het te zien, Basil, dan geef ik je mijn woord van
+eer, dat ik nooit meer een woord tegen je spreek zoolang ik leef. Ik
+meen het in vollen ernst. Ik geef je geen uitlegging, en ik verzoek je
+er ook niet naar te vragen. Maar denk er aan, dat wanneer je dit
+scherm aanraakt, alles tusschen ons uit is.
+
+Hallward stond als van den bliksem getroffen. Hij zag Dorian Gray in
+stomme verbazing aan. Hij had hem nooit zoo gezien. De jongen was
+doodsbleek van drift. Zijne handen waren gebald en de pupillen zijner
+oogen waren schijven blauw vuur. Hij trilde over het geheele lichaam.
+
+--Dorian!
+
+--Spreek niet!
+
+--Maar wat scheelt er aan? Ik zal natuurlijk niet er naar kijken, als
+je het niet wilt, sprak Basil, een weinig koud, en zich omkeerend,
+ging hij voor het raam staan. Maar het is allerdolst, dat ik mijn
+eigen werk niet zien mag; vooral omdat ik het van dit najaar wil
+expozeeren in Parijs. Ik zal het nog moeten oververnissen en dan zie
+ik het toch. Waarom dus niet vandaag?
+
+--Het expozeeren! Je wilt het expozeeren! riep Dorian Gray uit en een
+vreemde huivering van angst kroop over hem. Zoû zijn geheim aan de
+wereld overgeleverd worden. Zouden de menschen de mysteries van zijn
+leven staan aan te gapen? Dat kon niet zijn. Iets, hij wist niet wat,
+moest het verhinderen.
+
+--Ja, daar zal je toch niets tegen hebben? Georges Petit is van plan
+mijn beste stukken te verzamelen voor een speciale expozitie in de rue
+de Sèze; de eerste week van October wordt ze geopend. Het portret zal
+hoogstens een maand weg zijn. Zoo lang kan je het toch wel missen,
+dunkt mij. Buitendien ben je dan toch de stad uit. En als je het toch
+achter een scherm houdt, zal het je wel niet kunnen schelen.
+
+Dorian Gray streek zich met de hand langs het voorhoofd. Daar
+spikkelden zich druppels zweet. Hij voelde dat hij op den rand van een
+afschuwelijken afgrond stond.
+
+--Je zei me een maand geleden, dat je het nooit woû expozeeren. Waarom
+ben je nu veranderd? Jullie menschen, die voor standvastig door wilt
+gaan, hebben evenveel grillen en nukken als anderen. Het eenige
+onderscheid is, dat jullie grillen erg onbeduidend zijn. Je bent toch
+niet vergeten, dat je me plechtig verzekerde: dat niets je zoû kunnen
+dwingen het naar een tentoonstelling te zenden. Je hebt tegen Harry
+precies hetzelfde beweerd ...
+
+Hij hield eensklaps op, een licht kwam in zijn oogen. Hij herinnerde
+zich, dat Lord Henry eens tot hem gezegd had; "als je iets curieus"
+wilt hooren, moet je Basil vragen waarom hij je portret niet wil
+expozeeren. Hij heeft het mij verteld en het was als een openbaring.
+Ja, hij, Basil, had ook een geheim! Hij zoû er hem naar vragen.
+
+--Basil, sprak hij; hij ging voor hem staan en zag hem vlak in het
+gezicht; wij hebben elk een geheim. Zeg mij het jouwe en jij zult het
+mijne weten. Wat voor reden had je vroeger, mijn portret niet te
+willen expozeeren?
+
+De schilder huiverde in weêrwil van zichzelven.
+
+--Dorian, zoo ik het je vertelde, zoû je zeker nog minder van mij
+houden, dan je al doet, en je zoû mij uitlachen. Geen van beiden zoû
+ik kunnen verdragen. Wil je, dat ik nooit meer je portret zien zal,
+het is goed. Ik heb jou altijd om naar te kijken. Wil je, dat mijn
+beste stuk verborgen blijft voor de wereld, het is goed. Jouw
+vriendschap is mij meer waard dan mijn naam of mijn roem.
+
+--Neen, Basil, je moèt het mij vertellen, drong Dorian Gray. Ik heb
+recht het te weten.
+
+Zijn gevoel van angst was voorbij; nieuwsgierigheid was in de plaats
+gekomen. Hij was besloten Basil Hallwards geheim uit te vinden.
+
+--Laat ons gaan zitten, Dorian, zei de schilder, een weinig verward.
+Laat ons gaan zitten. En antwoord mij op één vraag. Heb je in het
+portret iets opgemerkt, iets dat je misschien in het begin niet
+getroffen heeft, maar dat zich eensklaps aan je geopenbaard heeft?
+
+--Basil! kreet de jongen, en klemde zich met trillende handen aan de
+armen van zijn stoel vast; hij staarde hem aan met woeste, angstige
+oogen.
+
+--Je hebt het gezien. Zeg niets! Wacht tot je gehoord hebt, wat ik je
+te zeggen heb. Dorian, van het oogenblik, dat ik je ontmoette, had je
+persoonlijk een invloed op mij, als ik nooit te voren ondervonden had.
+Ik was overheerscht door jou; mijn ziel, mijn geest, mijn kracht was
+vervuld van jou. Je werd voor mij de zichtbare belichaming van dat
+nooit aanschouwde ideaal, waarvan de herinnering in ons artisten
+rondspookt als eene exquize droom. Ik aanbad je. Ik werd jaloersch van
+iedereen, tegen wien je sprak. Ik woû je geheel voor mij zelf hebben.
+Ik was alleen gelukkig als ik met jou was. Wanneer je van mij weg was,
+was je toch nog aanwezig in mijn kunst ...! Natuurlijk heb ik je hier
+nooit iets van laten merken. Dat zoû onmogelijk geweest zijn. Je zoû
+het niet begrepen hebben. Ik begreep het zelf ook nauwlijks. Ik wist
+alleen, dat ik een volmaking had aanschouwd en de wereld werd
+wondermooi in mijn oogen, te mooi misschien, want zulke aanbiddingen
+zijn gevaarlijk, gevaarlijk om te verliezen, gevaarlijk om te hebben
+... Weken en weken gingen voorbij en ik ging meer en meer in je op.
+Toen kwam er een nieuwe faze. Ik had je geschilderd als Paris in een
+sierlijk harnas en als Adonis in een jagersvel met blinkende speer.
+Gekroond met zware lotosbloesems heb je gezeten vóór op de bark van
+Adrianus, starenden over den groenen, woeligen Nijl. Je hadt gebogen
+over den stillen vijver in een Grieksch woud en in het vlakke zilver
+van het water je eigen schoonheid bewonderd. En het was geweest wat
+kunst altijd zijn moest, onbewust, ideaal en ver af. Eens,--het was
+een dag van noodlot, denk ik nu wel,--besloot ik een portret van je te
+maken, zooals je werkelijk bent, niet in een kostuum uit doode eeuwen,
+maar in je eigen kleêren en in je eigen tijd. Of het kwam door het
+realisme van de methode of door zuivere bewondering van je wezen; zoo
+zonder sluier aan mij geopenbaard, ik kan het niet zeggen, maar ik
+weet, terwijl ik er aan werkte, scheen ieder vliesje, ieder vlokje
+kleur mijn geheim te openbaren. Ik werd bang, dat vreemden mijn
+aanbidding er in zouden zien. Ik voelde, Dorian, dat ik te veel van
+mezelven er in had gelegd. Toen nam ik mij vast voor het portret nooit
+te expozeeren. Je was een beetje boos, maar je begreep toen ook niet
+wat het voor mij was. Harry, wien ik er over sprak, lachte mij uit.
+Maar dat kon mij niet schelen. Toen het portret af was, en ik er
+alleen vóór zat, voelde ik, dat ik goed deed. Wel, een paar dagen
+daarna zond ik het uit mijn atelier weg, en zoodra ik de vreemde
+bekoring, die het uitstraalde, kwijt was, scheen het mij toe, dat ik
+heel dwaas was geweest er iets meer in te zien, dan dat jij een mooie
+jongen was, en ik tamelijk goed schilderen kon. Zelfs nu nog meen ik,
+dat het verkeerd is te denken, dat de passie, die men voelt onder het
+scheppen zichtbaar zoû zijn in het geschapene. Kunst wordt altijd veel
+abstracter dan onze gedachte is. Lijnen en kleuren spreken tot ons van
+kleuren en lijnen, dat is alles. Ik vind dikwijls, dat kunst den
+artist veel meer bedekt, dan dat ze hem openbaart. En toen ik dus nu
+dit aanbod kreeg voor Parijs, besloot ik jouw portret tot het
+voornaamste in mijn verzameling te maken. Het kwam nooit bij mij op,
+dat je weigeren zoû. Ik zie nu, dat je gelijk hebt. Het portret kan
+niet geëxpozeerd worden. Wees niet boos op me, Dorian, om hetgeen ik
+je verteld heb. Want, zooals ik eens tot Harry zei, je bent geboren om
+aangebeden te worden.
+
+Dorian Gray haalde diep adem, de kleur kwam terug op zijne wangen, de
+glimlach op zijne lippen. Het gevaar was voorbij. Hij was voor het
+oogenblik veilig. Doch hij kon niet nalaten een oneindig medelijden te
+voelen voor den schilder, die hem deze vreemde biecht had afgelegd, en
+hij vroeg zichzelven af, of hij ook eens zóó overheerscht zoû worden
+door het wezen van een vriend. Lord Henry bezat de charme van zeer
+gevaarlijk te zijn. Dat was alles. Hij was te knap en te cynisch om
+werkelijk van te houden. Zoû er ooit iemand komen, die hem zoû
+vervullen met zoo eene vreemde aanbidding? Was dat een van de dingen,
+die het leven voor hem weggelegd had?
+
+--Het is buitengewoon, Dorian, zei Hallward, dat je dit in het portret
+zoû opgemerkt hebben. Heb je het waarlijk er in gezien?
+
+--Ik zag er iets in, antwoordde hij, iets, dat mij vreemd toescheen.
+
+--Mag ik het nu even zien?
+
+Dorian schudde het hoofd.
+
+--Dat moet je mij niet vragen, Basil. Ik zoû je onmogelijk voor het
+portret kunnen brengen.
+
+--Maar een anderen keer toch wel?
+
+--Nooit.
+
+--Wel misschien heb je gelijk. En nu adieu, Dorian. Je bent de eenige
+persoon, die invloed op mijn kunst gehad heeft. Wat ik ooit goed deed,
+heb ik aan jou te danken. Oh! je weet niet wat het mij kostte je alles
+te vertellen, wat ik zoo even zei.
+
+--Maar Basil, wat heb je mij nu verteld? Eenvoudig, dat je mij te veel
+bewonderde. Dat is niet eens een compliment.
+
+--Het was een biecht. Nu, dat ik die gedaan heb, is het of er iets uit
+mij weg is. Misschien moest een mensch nooit zijn aanbidding onder
+woorden brengen.
+
+--Het was een biecht, die mij erg tegenviel.
+
+--Maar wat verwachtte je dan, Dorian? Je hebt toch niets anders in het
+portret gezien, wel? Daar was immers niets anders aan te zien.
+
+--Neen, niets anders. Waarom vraag je dat? Maar je moet niet zoo van
+aanbidden spreken. Wij zijn vrienden, Basil en dat moeten wij blijven.
+
+--Je hebt Harry immers, sprak de schilder treurig.
+
+--O Harry! lachte de jongen. Harry brengt zijn dagen door met
+onmogelijke dingen te zeggen, en zijn avonden met onmogelijke dingen
+te doen. Zoo een leven wil ik ook leiden. Maar toch geloof ik niet,
+dat ik naar Harry zoû gaan, als ik verdriet had. Ik zoû eerder bij jou
+komen, Basil.
+
+Wil je weêr eens voor mij pozeeren?
+
+--Onmogelijk!
+
+--Je vernietigt mijn leven als artist door te weigeren, Dorian.
+Niemand ontmoet twee idealen. Enkelen maar één.
+
+--Ik mag je niet zeggen waarom, Basil, maar ik kan nooit meer voor je
+pozeeren. Er is iets noodlottigs in een portret. Het heeft een leven
+van zichzelf. Ik zal bij je komen theedrinken, dat is even gezellig.
+
+--Alleen voor jou, vrees ik, mompelde Hallward met een zucht van
+spijt. En nu, adieu. Het spijt me, dat ik het portret nog niet eens
+zien kan. Maar er is niets aan te doen. Ik begrijp heel goed, waarom
+je het liever niet wilt.
+
+Toen hij de kamer verlaten had, glimlachte Dorian Gray. Arme Basil!
+hoe weinig vermoedde hij de ware reden! En hoe vreemd, dat in plaats
+van zijn eigen geheim te moeten openbaren, hij bijna bij toeval
+gedrongen was in het geheim van zijn vriend. Hoe vele dingen maakte
+die vreemde biecht hem nu niet duidelijk! Die dwaze buien van
+jaloezie, zijne hartstochtelijke toewijding, zijne buitensporige
+loftuitingen, zijn vreemde terughoudingen--hij begreep ze nu allen en
+hij voelde er spijt over. Er scheen hem iets tragisch' te schuilen in
+een vriendschap, met zooveel verbeelding gekleurd.
+
+Hij zuchtte en drukte op de bel. Het portret moest verborgen worden.
+Hij kun niet weêr zoo aan ontdekking blootgesteld worden. Het was dom
+van hem het ding langer dan een uur te houden in een kamer, waarin al
+zijne kennisen toegang hadden.
+
+
+
+
+X.
+
+
+Toen de knecht binnenkwam, zag hij hem onderzoekend aan, zich
+afvragend of hij er aan gedacht zoû hebben achter het scherm te
+gluren. De man stond onbewegelijk en wachtte af. Dorian stak een
+cigarette op, ging voor den spiegel staan en wierp een blik er in. Hij
+kon zoo juist de weêrkaatsing van Victors gezicht zien. Met een
+placide masker van dienstbaarheid. Van hem was dus nog niets te
+vreezen. Maar het was altijd goed op zijne hoede te zijn.
+
+Langzaam verzocht hij hem de huishoudster bij zich te laten komen,
+vervolgens naar den lijstenmaker te gaan en hem te vragen twee knechts
+te zenden. Het scheen hem toe, dat toen de knecht de kamer verliet,
+zijne oogen naar het scherm dwaalden. Of verbeeldde hij het zich maar?
+
+Kort daarop ritselde Mrs. Leaf in haar zwart zijden kleed, met
+ouderwetsche katoenen mitaines over de gerimpelde handen, de
+bibliotheek binnen. Hij vroeg naar den sleutel van de leerkamer.
+
+--De oude leerkamer, Mr. Dorian? riep zij uit. Maar die is vol stof.
+Ik moet ze eerst schoonmaken en opruimen vóór u er in kunt. U kunt er
+zoo heusch niet ingaan, waarlijk niet.
+
+--Het hoeft niet opgeruimd te worden, Leaf. Geef mij den sleutel maar.
+
+--Maar meneer, u zal begraven worden onder de spinnewebben. Het is in
+geen vijf jaar open geweest. Niet meer na den dood van den ouden Lord.
+
+Hij schrikte op bij de herinnering van zijn grootvader. Hij had geen
+prettig souvenir van hem.
+
+--Dat doet er niet toe, antwoordde hij. Ik wil ze maar eens zien, dat
+is al. Geef mij den sleutel.
+
+--Hier is de sleutel, meneer, sprak de oude dame, zocht met bevende
+onzekere vingers aan haar sleutelbos. Hier is de sleutel. Ik zal hem
+dadelijk van den ring afdoen. Maar u denkt er toch niet over boven uw
+kamer te nemen? Het is hier pas zoo netjes gemaakt.
+
+--Neen, neen, riep hij ongeduldig. Dank je wel, Leaf. Zoo is het in
+orde.
+
+Zij draalde nog eenige oogenblikken en had het erg druk over een
+kleinigheid in het huishouden.
+
+Hij zuchtte en zei haar, dat zij doen mocht wat ze woû. Zij verliet de
+kamer glanzend in glimlachjes.
+
+Toen de deur dicht was, stak Dorian den sleutel in zijn zak en zag in
+de kamer rond. Zijn oog viel op een groot purper satijnen kleed, zwaar
+geborduurd met goud, een prachtig stuk van de zeventiende eeuw,
+Venetiaansch werk, door zijn grootvader in een klooster te Bologna
+gevonden. Ja, dat was uitstekend geschikt om dat nare ding meê te
+dekken. Het had wellicht al vaak gediend als lijkkleed voor dooden. Nu
+zoû het iets verbergen, dat een bederf in zichzelve had, erger nog dan
+het bederf van den dood; iets, dat tot gruwel zoû ontbinden, maar toch
+nooit sterven zoû. Wat de worm was voor het lichaam, zouden zijne
+zonden zijn voor het geschilderde beeld. Zij zouden die schoonheid
+ontsieren, en die gratie doen wegrotten; zij zouden het bezoedelen en
+onteeren. En toch zoû het steeds blijven bestaan. Het zoû altijd
+blijven leven.
+
+Hij rilde, en even voelde hij spijt Basil niet alles eerlijk gezegd te
+hebben. Basil zoû hem geholpen hebben Lord Henry's invloed, en de nog
+giftiger essences van zijn eigen temperament te niet te doen. De
+liefde, die Basil hem toedroeg--want het was waarlijk liefde, had
+niets in zich, dat niet mooi en intellectueel was. Het was niet de
+fyzieke bewondering van schoonheid, geboren uit de zinnen en stervende
+als de zinnen verzadigd zijn. Het was eene liefde als Michel Angelo,
+Montaigne, Shakespeare en Winckelman gekend hadden. Ja, Basil had hem
+kunnen redden. Maar het was nu te laat. Het verleden kon altijd
+uitgewischt worden door berouw, zelfopoffering of ... vergeten. Maar
+de toekomst was onvermijdelijk. Er waren passies in hem, die zich
+geweldigen uitweg zouden banen, droomen, die de schimmen van zonde tot
+werkelijkheid zouden maken. Hij lichtte van de bank het groote
+purpergouden weefsel, en nam het meê achter het scherm. Was het
+gezicht op het doek nog slechter dan vroeger? Het scheen hem hetzelfde
+toe, maar zijn afschuw ervan was intenser geworden. Gouden haren,
+blauwe oogen, roode lippen, dat alles was er nog. Slechts de
+uitdrukking was veranderd. Hoe flauwtjes waren Basils verwijten
+geweest over Sybil Vane, vergeleken bij wat hij er in zag van
+veroordeeling en verwijt!--hoe flauwtjes en van hoe weinig beteekenis.
+Zijne eigen ziel staarde hem van het doek aan en riep hem op ten
+oordeel. Een trek van pijn kwam in zijn oogen en hij slingerde het
+kostbare lijkkleed over de schilderij. Terwijl hij dit deed, klopte
+men op de deur. Hij liep op en neêr, toen de knecht binnenkwam.
+
+--De werklui zijn daar, meneer!
+
+Hij voelde, dat hij dien man voor eenige oogenblikken kwijt moest
+zijn. Hij mocht niet weten, waar het portret werd gebracht.
+
+Er was zoo iets sluiperigs in hem en hij had zulke slimme,
+verraderlijke oogen. Hij zette zich voor zijn schrijftafel, krabbelde
+een briefje aan Lord Henry, vroeg hem wat lectuur te zenden, en
+herinnerde hem er aan, dat zij elkaâr dien avond om kwart over achten
+zouden ontmoeten.
+
+--Op antwoord wachten ... sprak hij, het briefje reikend: en laat die
+menschen maar hier binnen.
+
+Twee, drie minuten later werd er weêr geklopt en Mr. Hubbard, de
+beroemde lijstenmaker van South-Audley Street kwam binnen, met een
+jongen knecht, lomp van uiterlijk. Mr. Hubbard was een blozend
+mannetje met rosse knevels, wiens bewondering voor de kunst
+aanmerkelijk gekalmeerd was door de ingekankerde geldeloosheid der
+artisten, waarmeê hij te doen had. In den regel verliet hij nooit zijn
+winkel. Hij liet de menschen bij zich komen. Maar hij maakte altijd
+een uitzondering met Dorian Gray. Er was iets in Dorian Gray, dat
+iedereen betooverde. Het was alleen al genot hem te zien.
+
+--Wat kan ik voor u doen, Mr. Gray? zei hij, zich wrijvende in zijne
+vette, gerimpelde handen. Ik dacht maar de vrijheid te nemen zelf bij
+u te komen. Ik heb juist een pracht van een lijst op een verkooping
+gekocht. Oud-Florentijnsch, van Fonthill afkomstig, denk ik. Juist
+geschikt voor een godsdienstig onderwerp, Mr. Gray.
+
+--Het spijt mij, dat u de moeite heeft genomen zelf te komen, Mr.
+Hubbard. Ik zal zeker eens komen om de lijst te zien, hoewel ik op het
+oogenblik niet veel doe aan kerkelijke kunst. Maar vandaag woû ik
+alleen maar een schilderij naar boven gedragen hebben. Het is heel
+zwaar en daarom woû ik gaarne een paar werklui van u hebben.
+
+--In het geheel geen moeite, Mr. Gray. Ik ben zeer blij u van dienst
+te kunnen zijn. Waar is het stuk, meneer?
+
+--Hier, antwoordde Dorian en schoof het scherm weg. Kunt u het met
+kleed en al, zooals het nu is plaatsen? Ik ben bang, dat het anders op
+de gang gekrast zal worden.
+
+--Dat zal heel goed gaan, meneer, sprak de gulle lijstenmaker en begon
+met zijn helper de schilderij van de lange koperen kettingen, waaraan
+het hing, los te haken. En waar zullen wij het nu brengen, Mr. Gray?
+
+--Ik zal u den weg wijzen, Mr. Hubbard, als u zoo goed wilt zijn mij
+te volgen. Of misschien is het beter, dat u vooruit gaat. Het is
+heelemaal op de bovenste verdieping. Wij zullen de groote trap maar
+opgaan, die is ruimer.
+
+Hij hield de deur voor ze open, ze gingen de gang door en begonnen den
+tocht. De rijk versierde lijst had het portret kolossaal gemaakt en nu
+en dan moest Dorian zelve een handje meêhelpen om het gevaarte te
+besturen, trots het hevig protest van Mr. Hubbard, die, evenals iedere
+werkman er een hekel aan had, een heer iets nuttigs te zien doen.
+
+--Het is een vrachtje, meneer, steunde het mannetje, toen zij boven
+aan de trap kwamen. En hij veegde zich zijn glimmend voorhoofd af.
+
+--Ja, het is nogal zwaar, murmelde Dorian, terwijl hij de deur opende
+van de kamer, waar hij dit vreemd mysterie van zijn leven zoû bewaren,
+waar hij zijne ziel zoû verbergen voor de oogen der menschen. Hij was
+in geen vier jaar in die kamer geweest, niet meer sedert ze eerst als
+kinderkamer en later als leerkamer was gebruikt geworden. Het was een
+groot, ruim vertrek, door Lord Kelso gebouwd voor het speciaal gebruik
+van zijn kleinzoon, dien hij om de gelijkenis met zijne moeder en om
+nog andere redenen altijd gehaat en zoover mogelijk van zich had
+gehouden. Dorian vond de kamer weinig veranderd. Daar stond de groote
+Italiaansche cassone, met fantastisch uitgesneden paneelen en dof
+vergulde kantlijnen, waarin hij zich als jongen zoo vaak verborgen
+had. Hier de boekenkast vol schoolboeken met ezelsooren. Aan den muur
+hing hetzelfde versleten Vlaamsche gobelin, waar een verkleurde koning
+en koningin schaak speelden in een tuin, terwijl een stoet valkeniers,
+overkapte vogels op de geharnasde polsen, voorbij reed. Hoe goed
+herinnerde hij zich alles nog. Oogenblik na oogenblik zijner eenzame
+kinderjaren kwam weêr bij hem op, terwijl hij rondzag. Hij zag de
+reinheid van zijn jongensleven weêr voor zich en het was hem
+verschrikkelijk, dat juist hier dat noodlottig portret verborgen moest
+worden. Hoe weinig had hij in die afgestorven dagen kunnen vermoeden,
+wat hem nog te wachten stond. Maar er was in het geheele huis geen
+andere plaats zoo veilig als deze, voor onbescheiden blikken. Hij had
+den sleutel en niemand kon er binnen. Onder het purperen lijkkleed kon
+dat gelaat vrij verdierlijken, bezoedeld en onteerd worden. Wat deed
+het er toe? Niemand zoû het zien. Hijzelve ook niet. Waarom zoû hij
+die afschuwelijke ontbinding zijner ziel gadeslaan? Hij behield zijn
+jeugd, dat was hem genoeg. En buitendien, zoû het niet kunnen, dat
+zijn karakter zich veredelde? Er was geen reden, waarom de toekomst
+zoo vol schande zoû zijn. Wellicht zoû een mooie liefde zich in zijn
+leven weven, hem louteren, hem beschermen voor de zonden, die reeds in
+geest en lichaam woelden: vreemde, onzegbare zonden, die bekoring en
+subtiliteit ontleenden aan dat onzegbare. Misschien zoû de wreede trek
+om dien fijnen mond eens verdwijnen, zoû hij de wereld Basil Halwards
+meesterstuk te zien geven. Neen, dat was toch onmogelijk. Van uur tot
+uur, van dag tot dag werd dat beeld ouder. Het kon de afzichtelijkheid
+van zonden ontloopen, maar de afzichtelijkheid van ouderdom niet. De
+wangen zouden hol en slap worden. Gele hanepooten zouden kruipen om de
+fletse oogen. Het haar zoû zijn glans verliezen, de mond invallen,
+openhangen, idioot of grof worden, zooals de monden van oude menschen.
+Het zoû de gerimpelde hals, de kille, blauw geaderde handen, het
+gebogen lichaam krijgen van zijn grootvader, die zoo streng voor hem
+was geweest in zijn jongensjaren. Het portret moest verborgen worden.
+Daar was niets aan te doen.
+
+--Breng het maar binnen, Mr. Hubbard, sprak hij moê, zich omkeerend.
+Het spijt mij, dat ik u zoo lang liet wachten. Ik dacht aan iets
+anders.
+
+--Het doet altijd goed wat uit te rusten, Mr. Gray, antwoordde de
+lijsten maker, die nog naar adem snakte. Waar moet het staan meneer?
+
+--O, dat doet er niet toe. Hier, hier is het goed. Ik wil het niet
+ophangen. Zet het maar tegen den muur aan. Dank u.
+
+--Mag ik het kunstwerk eens zien, meneer?
+
+Dorian ontstelde.
+
+--Het zoû u niet interesseeren, Mr. Hubbard, sprak hij, hem vast
+aanziende. Hij voelde zich klaar op hem te springen, hem op den grond
+te gooien, als hij maar een vinger uitstak naar het schitterende
+voorhang, dat het geheim van zijn leven bedekte.
+
+--Anders heb ik niet meer voor u te doen. Ik dank u voor de moeite,
+dat u zelf gekomen is.
+
+--In het geheel niet, Mr. Gray. Altijd bereid iets voor u te doen,
+meneer. En Mr. Hubbard strompelde de trap af, gevolgd door zijn
+knecht, die terug opzag naar Dorian, met een blik van verlegen
+bewondering in zijn grof, leelijk gezicht. Hij had nog nooit iemand
+gezien, die zóó mooi was.
+
+Toen het geluid hunner voetstappen weggeklonken was, sloot Dorian de
+deur en stak den sleutel in zijn zak. Nu gevoelde hij zich veilig.
+Niemand zoû ooit het gruwelijke ding zien, geen oog zijne schande
+aanschouwen. Terug in de bibliotheek, zag hij, dat het juist vijf uur
+was, dat de thee al klaar stond. Er lag een briefje van Lord Henry,
+daarnaast een boek in gelen band, de omslag half gescheurd, hier en
+daar gevlekt. Een blad van de derde editie van de St. James Gazette
+lag op het theeblad. Victor was klaarblijkelijk terug. Zoû hij die
+mannen in de gang ontmoet, hen uitgehoord hebben wat ze gedaan hadden?
+Hij zoû natuurlijk de schilderij missen, had ze zeker al gemist,
+terwijl hij het theeblad binnenbracht. Het scherm was nog niet
+geplaatst en er was eene leêgte aan den muur. Als Victor 's nachts
+eens naar boven sloop en de deur van de kamer trachtte open te breken?
+Het was ellendig een spion in huis te hebben. Hij had gehoord van
+rijke lui, die hun geheele leven waren lastig gevallen, omdat de
+knecht een brief gelezen, een gesprek gehoord, een kaartje met een
+adres opengemaakt, of op een kussen een verwelkte bloem, een stukje
+kant gevonden had. Hij zuchtte, schonk zich een kop thee, opende Lord
+Henry's briefje. Het was eenvoudig om te zeggen, dat hij hem een
+courant zond en een boek, dat hem misschien interesseeren zoû en dat
+hij kwart over achten in de club zoû zijn. Langzaam vouwde hij de St.
+James Gazette open en zag ze door. Een roode potloodstreep op het
+vijfde blad trok zijn aandacht. Het wees op de volgende paragraaf:
+
+"Lijkschouwing van een actrice".
+
+"Dezen morgen heeft in de Bell Tavern, Hoxton Road, Mr. Danby,
+district-rechter, het lijk van Sybil Vane onderzocht, een jonge
+actrice van het Royal Theatre, Holborn. De uitspraak was dat de dood
+door een ongeluk was teweeggebracht. Groot medelijden werd aan den dag
+gelegd voor de moeder der overledene, die zeer aangedaan was onder het
+afleggen van haar getuigenis en dat van Dr. Birell, die de
+lijkschouwing gedaan had."
+
+Hij fronste de wenkbrauwen en het blad in tweeën scheurend, liep hij
+door de kamer en wierp de stukken weg. Hoe leelijk was dat alles. En
+wat maakt leelijkheid de dingen toch hinderlijk waar. Hij was
+ontstemd, dat Lord Henry hem dat bericht gezonden had. En het was heel
+dom van hem het zoo met rood potlood aan te streepen. Victor kon het
+gelezen hebben. De man kende er meer dan genoeg Engelsch voor.
+
+Misschien had hij het gelezen en begon hij al iets ervan te denken.
+Maar wat kon het schelen. Wat had Dorian Gray te maken met den dood
+van Sybil Vane? Daar was immers niets te vreezen. Dorian Gray had haar
+immers niet vermoord.
+
+Zijn blik viel op het gele boek, dat Lord Henry hem gezonden had. Wat
+zoû het zijn? Hij ging naar het parelkleurige, achtkantige tafeltje,
+dat hem altijd toescheen de arbeid te zijn van vreemde Egyptische
+bijen, die in zilver werken; het deeltje opnemend, wierp hij zich in
+een fauteuil en begon de bladen om te slaan. Spoedig was hij er in
+verdiept. Het was het vreemdste boek, dat hij ooit gelezen had. Het
+was of alle zonden der wereld in fijne sluiers als een zwijgende
+processie voor hem heen trokken op de zilveren tonen van fluiten.
+Dingen, waarvan hij nooit gedroomd had, trokken hem langzaam als
+openbaringen voorbij.
+
+Het was eene novelle zonder intrigue en met slechts één karakter, eene
+psychologische studie naar een jong Parijzenaar, die zijn leven
+doorbrengt met het doel in de negentiende eeuw alle passies en
+denkwijzen der vorige eeuwen te verwezenlijken en als het ware in
+zichzelven op te sommen alle verschillende fazes, door den geest der
+wereld doorleefd. De stijl ervan was die stijl, vol juweelen, levendig
+en duister tegelijkertijd, vol argot en archaïsme, technische
+uitdrukkingen en overladen beelden, die enkelen van de beste der
+Fransche symbolisten kenmerkt. Er waren metaforen, fantastisch als
+orchideeën en even subtiel van kleur. Het leven der zinnen werd
+beschreven in termen van mystieke wijsbegeerte. Men wist soms niet of
+men las van de spiritueele extazes van een middeneeuwschen heilige of
+van de sombere biecht van een modern zondaar. Het was een boek vol
+gift. Zware geur van wierook scheen aan de bladen te hangen en de
+hersens te bedwelmen. Het rhytme der zinnen, de geraffineerde
+eentonigheid der muziek, met complexe refreinen en vaak terugkeerende
+maten, bracht den geest van den jongen, terwijl hij van hoofdstuk tot
+hoofdstuk las, in een stemming van gepeins, iets als een ziekte van
+gedroom, die hem onbewust maakte voor den wegstervenden dag en de
+binnensluipende schaduwen.
+
+Strak, zonder wolken, slechts doorpriemd met één enkele ster, glom een
+kopergroene lucht door de ramen. Hij las bij dat fletste schijnsel,
+tot hij niet meer lezen kon. Toen, nadat zijn knecht hem eenige malen
+had gewaarschuwd, dat het al laat was, stond hij op, ging naar de
+andere kamer, legde het boek op het Florentijnsche tafeltje naast zijn
+bed en begon zich te kleeden.
+
+Het was bijna negen uur, vóór hij in de club was, waar hij Lord Henry
+vond zitten, met een allervervelendst gezicht.
+
+--Het spijt mij zoo, Harry, maar het was waarlijk jouw schuld. Je boek
+hield mij zoo in betoovering, dat ik den tijd vergat.
+
+--Ja, ik dacht wel, dat je het mooi zoû vinden, antwoordde Lord Henry
+opstaande.
+
+--Dat heb ik niet gezegd, Harry; ik zei, dat het mij zoo betooverde.
+Daar is een groot verschil in.
+
+--Zoo, heb je dat nu ontdekt? fluisterde Lord Henry. En zij gingen in
+de eetzaal.
+
+
+
+
+XI.
+
+
+Gedurende verscheiden jaren kon Dorian Gray den invloed van dit boek
+niet van zich afschudden. Misschien is het juister te zeggen, dat hij
+het nooit met kracht poogde. Hij bestelde uit Parijs niet minder dan
+negen prachtexemplaren en liet ze in verschillende kleuren binden,
+opdat zo met de veranderlijke buien en wisselende stemmingen zijner
+natuur, die hij in het geheel niet meer scheen te kunnen beheerschen,
+in harmonie zouden zijn. De held, een jong Parijzenaar, in wien het
+romantische en het wetenschappelijke temperament zoo vreemd
+dooreengemengeld was, werd hem als een type van zichzelven. En
+inderdaad scheen het hem toe of het boek zijne eigen levensgeschiedenis
+bevatte, geschreven vóór hij nog geboren was.
+
+In één opzicht was hij gelukkiger dan de fantastische held uit zijn
+roman. Hij kende nooit, behoefde ook trouwens nooit te kennen, dien
+grotesken angst, voor spiegels, gepolijste metalen en stille waters,
+dien de jonge Parijzenaar reeds vroeg in zijn leven leerde kennen,
+door het plotselinge verval van zijne, eens buitengewone, schoonheid.
+
+Het was met bijna een wreed genot,--en misschien schuilt er in ieder
+genot, zoowel als in ieder genoegen een zweempje wreedheid--dat hij
+het laatste gedeelte van het boek las, dat gedeelte met de tragische
+wel wat overdreven beschrijving van het verdriet en de wanhoop van
+iemand, die zelve verloren had, hetgeen hij bij anderen in de wereld
+het meest op prijs stelde.
+
+Want die bizondere schoonheid, welke Basil Hallward zoo bekoord had en
+vele anderen met hem, scheen hem nooit te verlaten. Zelfs zij, die
+zeer veel slechts van hem gehoord hadden,--want nu en dan kropen
+vreemde geruchten over zijne manier van leven in Londen rond en werden
+de praatjes der clubs,--ze konden niet aan zijne schande gelooven,
+wanneer zij hem zagen. Hij zag er altoos uit of hij zich smetteloos
+hield van de wereld. Ruwe woorden verstomden, als Dorian Gray de kamer
+binnentrad. Er was iets in de reinheid van zijn gelaat, dat het
+zwijgen oplegde. Zijne tegenwoordigheid alleen scheen te herinneren
+aan de onschuld, die anderen bezoedeld hadden. Men verwonderde zich,
+dat iemand zoo bekoorlijk en bevallig als hij, ontsnapte aan de
+besmetting eener eeuw, even gemeen als zinnelijk. Terugkeerende van
+eene dier geheimzinnige en langdurige afwezigheden die tot zulke
+vreemde gevolgtrekkingen aanleiding gaven, sloop hij vaak stil naar
+boven, naar de dichte kamer, opende de deur met den sleutel, die hem
+nu nooit meer verliet, en stond dan met een spiegel voor het portret,
+zag van het slechte afgeleefde gezicht op het doek naar dat mooie,
+jonge gelaat, dat hem uit het glas toelachte. Juist dat scherpe
+contrast prikkelde zijn genoegen. Hij werd meer en meer verliefd op
+zijn eigene schoonheid, meer en meer geïnteresseerd in het bederf
+zijner eigen ziel. Hij kon met de meeste zorg en somtijds met een
+monsterachtig afschuwelijk genoegen de slechte lijnen nagaan, die het
+gerimpelde voorhoofd doorgroeven, of kropen om den dikken, zinnelijken
+mond, en hij vroeg zich af welke eigenlijk de gruwelijkste waren, de
+teekenen der zonde, of die van den ouderdom. Hij hield zijn blanke
+handen naast de grove, gezwollen handen van het portret, en
+glimlachte. Hij bespotte het misvormde lichaam, die verwelkende leden.
+
+Het is waar, er waren oogenblikken,--'s nachts, wanneer hij slapeloos
+lag in zijn eigen zacht geurige kamer, of in een smerig hok van de
+beruchte herberg bij de Dokken, waar hij vaak, onder een anderen naam,
+verkleed, kwam--oogenblikken, dat hij met medelijden dacht, aan de
+ellende, die hij over zijne ziel gebracht had, een medelijden, des te
+pijnlijker omdat het zuiver egoïst was. Maar oogenblikken als deze
+waren zeldzaam. De nieuwsgierigheid naar het leven, welke Lord Henry
+het eerst in hem had gewekt, toen zij samen waren in den tuin van hun
+vriend, scheen zich reusachtig te ontwikkelen. Hoe meer hij wist, hoe
+meer hij weten wilde. Hij had een dollen honger, en hoe meer hij dezen
+voelde, des te gulziger werd hij.
+
+Toch was hij niet onverschillig in het vervullen van zijne plichten
+tegenover de wereld. Eens of twee keer in de maand gedurende den
+winter en iederen Woensdagavond gedurende den season stond zijn
+prachtig huis open voor de menschen en ontving hij de grootste musici
+om zijn gasten met de wonderen van hunne kunst te bekoren. Zijne
+kleine dinertjes, waarin Lord Henry hem trouw bijstond, waren bekend
+zoowel om de zorgvuldige keuze en plaatsing der invités, als om den
+exquizen smaak in de décoraties der tafel met fijn symfonische
+arrangementen van exotische bloemen, geborduurd damast en antieke
+gouden en zilveren servies. Velen, vooral onder de jongeren, zagen dan
+ook in Dorian Gray de verwezenlijking van het type, dat zij zich in
+Eton of Oxford gedroomd hadden; type, waarin de ontwikkeling van een
+geleerde samenvloeide met de distinctie en manieren van een man van de
+wereld.
+
+Zijne wijze van kleeden, zijn doen en laten oefenden zeer grooten
+invloed uit op de jonge fatjes van de May-fair bals en de
+Pall-mallclub, die hem in alles wat hij deed en droeg, volgden en
+nadeden. En hoewel hij maar al te klaar stond om de pozitie aan te
+nemen, die hem dadelijk na zijne meerderjarigheid werd toegekend en
+werkelijk een fijn genot vond in de gedachte voor Londen te kunnen
+zijn, wat de auteur van den Satyricon ééns voor het keizerlijke Rome
+van Nero geweest was, wenschte hij toch, diep in zijn hart, iets meer
+te zijn dan een arbiter elegantiarum, dien men kon raadplegen over hoe
+te dragen een juweel, hoe te binden een das of te houden een stok. Hij
+zocht een nieuw schema van het leven uit te spinnen, dat beredeneerd
+zoû zijn van filozofie en geordend van principe, en waarin de
+vergeestelijking der zinnen het hoogste doel zoû zijn. De eeredienst
+der zinnen was dikwijls, en met zeer veel recht, veroordeeld geworden,
+omdat de mensch een natuurlijk instinct van vrees had voor gevoelens
+en passies, sterker dan hemzelven, en gevoeld met de lager
+geörganiseerde uiterlijkheid van het bestaan. Maar het scheen Dorian
+Gray, dat de ware natuur der zinnen nooit was begrepen en dat zij
+woest en dierlijk bleven omdat de wereld ze trachtte te onderdrukken
+door uithongering of ze te dooden door marteling; in plaats van te
+streven ze tot elementen van nieuwe spiritualiteit te herscheppen,
+waarin instinct voor het schoone de overheerschende karaktertrek zoû
+zijn. Ziende op den mensch, zich als een schim voortbewegend in de
+Historie, doorspookte hem een gevoel van oneindig verlies. Zooveel was
+er opgeofferd en met welken uitslag? Extatische, willekeurige
+ontzeggingen, monsterachtige zelfmartelingen en onthoudingen,
+voortkomend uit angst, uitloopende in eene schande, oneindig
+verschrikkelijker dan die, welke zij in hun onschuld hadden gezocht te
+ontvluchten, nu de natuur, in haar vreemde ironie, den anachoreet
+dreef zich te voeden samen met de dieren der wildernis en den hermiet
+de beesten van het veld tot makkers gaf.
+
+Ja, er zoû, zooals Lord Henry geprofeteerd had, een nieuw Hedonisme
+komen, dat het leven zoû herscheppen, en redden van het ruwe harde
+puritanisme, zoo vreemd herlevend in onzen tijd. Het zoû natuurlijk
+ten dienste staan van het intellect; maar zoû het eene theorie of een
+systeem aannemen, waarin de opoffering eener ondervinding van passie
+gevraagd werd. Het doel zoû zijn: ondervinding zelve, en niet de
+vruchten van ondervinding, zoet of bitter, wat ze ook waren. Het zoû
+niet weten van ascetisme, dat de zinnen doodt of van vulgaire
+losbandigheid, die ze verdooft. Maar het zoû den mensch leeren zich te
+concentreeren op de momenten van een leven, dat zelve slechts een
+oogenblik is.
+
+Men wordt wel eens wakker vóór de dag begint, na een van die
+droomelooze nachten, die ons doen verlangen naar den dood of naar een
+nacht van verschrikking en verwrongen genot; dan zweven er door de
+zalen van onzen geest fantomen, verschrikkelijker dan realiteit; ze
+trillen van leven in groteske onmogelijkheid. Dan sluipen witte
+vingers tusschen de gordijnen door en ze schijnen te beven. In zwarten
+fantastischen vorm kruipen geluidelooze schaduwen in de hoeken en
+blijven gedoken. Buiten het geritsel der vogels tusschen de blâren,
+het geluid van mannen, gaande naar hun werk, het zuchtend snikken van
+wind, ver komende over de bergen, dwalende om het stille huis, als
+vreesde hij den slaap te wekken uit zijn zwartpurperen grot. Dunne
+grijzige, gazige sluiers trekken op, na elkaâr; vorm en kleur klaren
+op; de dag schept de wereld opnieuw. De fletse, bleeke spiegels
+krijgen hun geleend leven terug. De uitgebrande kaarsen staan, waar
+wij ze lieten; er naast ligt het half opengesneden boek, dat ons
+boeide, de verwelkte bloem, die wij droegen, den brief, dien wij te
+dikwijls al lazen. Niets schijnt ouder geworden. Uit de onware
+schaduwen van den Nacht komt het werkelijke leven terug, dat wij
+kennen. Wij moeten het opnemen, waar wij het lieten liggen en over ons
+komt een benauwend gevoel van de noodzakelijkheid van energie in dien
+tredmolen van stereotype gewoontetjes; we krijgen een dol verlangen,
+dat onze oogen zich op een morgen openen op een wereld in het donker
+hernieuwd, wereld, waarin de dingen frissche kleur en nieuw geheim
+hebben, wereld, waarin het verleden geen plaats heeft, waarin de
+herinnering in ieder geval geen leed meer kan doen.
+
+Het scheppen van werelden als deze scheen Dorian Gray het ware doel,
+minstens één der ware doeleinden, van het leven te zijn, en in zijn
+jacht naar sensaties, die zouden zijn zoowel nieuw als zalig, schiep
+hij zich dikwijls stemmingen, vreemd aan zijne natuur; zoo hij dan
+hare kleur in zich had opgenomen en zijner geestelijke nieuwsgierigheid
+voldaan had, schudde hij ze af met die vreemde onverschilligheid, die
+niet onvereenigbaar is met een temperament vol heftigheden, dikwijls
+zelfs--meenen moderne psychologen--een bewijs daarvan.
+
+Het praatje liep eens, dat hij tot den Roomsch-Katholieken godsdienst
+zoû overgaan en de Roomsch-Katholieke ritualiën hadden zeker altijd
+een groote aantrekkelijkheid voor hem gehad. Het dagelijksche Offer,
+meer verschrikkelijk waar dan al de offers der antieke wereld, roerde
+hem door de grootsche verwerping van wat de zinnen bewijsbaar wilden,
+door den primitiven eenvoud zijner essence, door de eeuwige pathos der
+menschelijke tragedie, die het bracht in symbool. Hij vond het zalig
+neêr te knielen op het koude marmer, te zien naar den priester; in
+zijnen stijven, gebloemden dalmatiek; met witte handen schoof hij den
+voorhang van den tabernakel weg, hief de juweelen lantaren van den
+monstrans op, den bleeken ouwel er in, die het panis coelestis, het
+brood der Engelen is; in het misgewaad van de passie van Christus,
+brak hij de Hostie in den kelk, sloeg zich de borst om zijne zonden.
+De walmende wierookvaten, die ernstige jongens in hun kant en
+scharlaken, als groote gouden bloemen de lucht inzwaaiden, hadden
+fijne bekoring voor hem. En als hij dan wegging, zag hij met wonder
+naar de zwarte biechtstoelen, voelde den wensch in zich: in de grijze
+schaduw van een pilaar te zitten, te hooren naar de mannen en vrouwen,
+die voor het gesloten rasterwerk fluisterden hun ware leven.
+
+Maar hij had nooit de dwaasheid zijne intellectueele ontwikkeling te
+doen ophouden door het aannemen van eenig geloof of systeem.
+Mysticisme, met zijn wondere kracht van gewone dingen een schijn van
+vreemdheid en onzegbaarheid te geven, bekoorde hem voor een tijd; voor
+een tijd gaf hij zich over aan de materialistische leerstellingen van
+de Darwinistische beweging in Duitschland, en vond er een genoegen in
+gedachten en passies der menschen terug te brengen tot een parelachtig
+celletje der hersenen, tot eene witte zenuw in het lichaam. Maar geen
+theorie van het leven scheen hem zoo belangrijk toe als het Leven
+zelve. Hij voelde intens, hoe dor iedere geestelijke berekening is,
+zonder actie en ondervinding. Hij voelde, dat de zinnen, zoo goed als
+de ziel, spiritueele mysteries konden openbaren.
+
+En zoo maakte hij nu een studie van geuren, van de geheimen hunner
+samenstelling; hij distilleerde zwaar geurende oliën en brandde
+welriekende harsen van het Oosten.
+
+Hij zag, dat iedere stemming der ziel zijn evenwicht vond in het leven
+der zinnen, trachtte nu dier ware verhoudingen te kennen, onderzocht
+wat er toch is in wierook, dat mystiek doet werken, in amber, dat
+passies wekt, in nardus, dat doet walgen, in de aloë, dat de
+melancholie der ziel verdrijft.
+
+Een ander maal wijdde hij zich der muziek, gaf vreemde concerten, in
+een lang vertrek met antieke ruitjes, purpergouden zoldering, muren
+van olijfgroen lakwerk; woeste zigeuners tokkelden er hartstochtelijke
+melodieën op kleine cithers; ernstige Tunisiërs, in gele châles,
+plukten er aan de gespannen snaren van reusachtige luiten; grinnikende
+negers sloegen er eentonig op koperen trommen; magere hindoes, met
+witte tulbanden, op purperen matjes, bliezen er op lange fluitjes van
+riet; zij betooverden er reusachtige slangen, gehorende pythons. Hij
+verzamelde uit alle deelen der wereld de vreemdste instrumenten, die
+men vinden kon. Hij bezat de geheimzinnige juruparis van de Rio-Negro
+Indianen, die de vrouwen niet zien mogen, de jonge lieden eerst na
+veel vasten en geeseling; de kruiken der Peruanen, die met het schelle
+geluid van vogels klinken; de fluiten van menschenbeenderen, zooals
+Alfonso de Ovalle in Chili ze hoorde; de klankvolle groene
+jaspis-steenen, die men vindt bij Cuzco, die een toon geven van
+wonderlijke zoetheid. De lange clarin der Mexicanen; de speler blaast
+er niet in, maar zuigt er door de lucht op; de schorre ture der
+Amazone-stammen; de schildwachten blazen ze; ze zitten in hooge
+boomen; men hoort ze drie mijlen ver; de teponaztli, met twee
+trillende tongen van hout; geslagen wordt ze met stokken, die gesmeerd
+zijn met gom uit melkig sap van planten; de yotlbellen der Azteken: in
+trossen hangen ze neêr als druiven; de groote cylindertrom, met
+slangenvel: Bernal Diaz zag dien met Cortes in den Mexcicaanschen
+tempel en hij beschreef zoo mooi er den klagenden klank van.
+
+Het fantastische karakter dier instrumenten bekoorde hem en hij vond
+het zalig te zien dat Kunst, zoowel als Natuur, hare monsters bezit:
+dingen, beestelijk van vorm, afschuwelijk van toon.
+
+Toen de studie van juweelen. Hij verscheen op een gekostumeerd bal als
+Anne de Joyeuse, admiraal van Frankrijk, vijfhonderdzestig parelen op
+zijn kostuum. Deze voorliefde behield hij jaren; ze verliet hem nooit
+geheel en al. Hij hield van het roode goud in den zonnesteen, de
+parelige blankheid van den maansteen, de gebroken regenboog in de
+melkwitte opaal. Fabelachtige legenden vond hij uit van juweelen. In
+Alphonso's Clericalis Disciplina komt eene slang voor met oogen van
+echt hyacinth; Alexander, overwinnaar van Emathia, vond in de valleien
+van den Jordaan slangen met snoeren van smaragd, die hun groeiden op
+den rug. De granaat verdreef de demonen, de spiegelsteen wies en kromp
+in met de maan. De bezoar, gevonden in het hart van een Arabisch hert,
+was een talisman tegen de pest.
+
+Toen borduursels en gobelins, die fresco's der kille kamers van het
+Noorden. En terwijl hij zich hierin verdiepte, werd hij bijna treurig
+gestemd door het bederf, dat de tijd bracht in alle mooie dingen. Hij,
+tenminste was dat ontkomen! Geen winter verstijfde zijn gelaat,
+bevroor de frisschheid zijner jeugd. Hoe anders was dat met dingen van
+materie! Waar waren zij gebleven? Waar was het groote crocuskleurig
+kleed, waarop de goden vochten tegen de reuzen, gewerkt door bruine
+meisjes van Athena? Waar, het ontzettende velum, dat Nero gehangen had
+voor het Colosseum in Rome, dat Titanische zeil van purper, met de
+sterrenlucht en Apollo in een kar, getrokken door witte,
+goudgestrengde rossen? Hij wenschte te zien de tafelkleeden van den
+Priester van de Zon, waarop alle lekkernijen en spijzen voor een
+feest, het lijkkleed van Chilperic met drie honderd gouden bijen. Een
+geheel jaar lang verzamelde hij de mooiste weefselen, die hij krijgen
+kon: teedere Delhi mousselines met gouden palmen en regenbogende
+vleugels van kevers; Dacca-gazen; in het Oosten noemt men ze: geweven
+lucht en stroomende wateren en avonddauw; vreemd geteekende kleeden
+van Java; rijk gele Chineesche gordijnen; sluiers van laciswerk uit
+Hongarije; Siciliaansche brokaten; stijve Spaansche fluweelen;
+Georgische borduursels met gouden hoeken; Japansche Foukousas met
+groenig goud en kleurige vogels. En dan zijns speciale passie voor
+Kerkelijke gewaden, als voor alles wat tot de Kerk in betrekking
+stond.
+
+Al deze schatten, alles wat hij in zijn mooi huis verzamelde, alles
+was voor hem: middel van vergetelheid; alles werd hem rage, waardoor
+hij voor een tijd trachtte te ontkomen aan den angst, die hem soms te
+zwaar scheen om te dragen. Aan den muur van de eenzame, geslotene
+kamer, waar hij zoovele zijner jongensjaren had doorgebracht, had hij
+met eigen hand dat ontzettende portret gehangen; de veranderende
+trekken ervan toonden hem de schande van zijn leven zoo duidelijk! Er
+voor hing het purpergouden lijkkleed, als een gordijn. Soms gingen er
+weken voorbij, zonder dat hij daar kwam; dan vergat hij dat geschilderd
+beeld van gruwel, hervond hij zijne luchthartigheid, zijne vroolijkheid,
+zijn hartstochtelijk opgaan in het leven. Dan, op eens, sloop hij
+'s nachts weg uit zijn huis naar een van die verschrikkelijke plaatsen
+bij Blue Gate Fields en bleef daar dagen achtereen, tot hij weggejaagd
+werd. Teruggekomen, zette hij zich voor zijn portret, het beeld, en
+zichzelven vervloekend; vaak ook vervuld met een trots van
+individualiteit, die de halve bekoring is der zonde; dan lachte hij
+met geheim genoegen over de misvormde schaduw, gedoemd den last te
+dragen die de zijne was. Enkele jaren later kon hij zelfs niet lang
+uit Engeland wegblijven, verkocht hij zoowel de villa, die hij in
+Trouville samen met Lord Henry bewoonde, als het kleine, wit ommuurde
+huis in Algiers, waar hij zoovele winters had doorgebracht. Hij kon
+niet gescheiden zijn van het portret, dat zooveel in zijn leven was;
+ook vreesde hij, dat iemand in zijne afwezigheid de kamer zoû
+binnendringen, in weêrwil van hare bewerkelijke sloten en grendels.
+
+Hij begreep wel, dat men er toch niets van zoude begrijpen. Het was
+waar, dat het portret nog onder al die laagheid en leelijkheid
+sprekend op hem geleek, maar wat gaf dat? Hij had het immers niet
+geschilderd? Wat kon het hem schelen hoe afschuwelijk en vol schande
+dit er uit zag! Zelfs al vertelde hij zijn geheim, niemand zoû het
+gelooven. En toch was hij bang. Soms op zijn groot buiten in
+Nottinghamshire, feestvierend met zijne vrienden, jongelui van de
+wereld, ieder verbazende door de lichtzinnige luxe, de schitterende
+splendeur zijner levenswijze, verliet hij in eens zijne gasten, vloog
+hij naar de stad om te zien of iemand aan de deur geweest was, of het
+portret er nog hing. Als het eens gestolen was! De gedachte alleen
+maakte hem koud van angst. De wereld zoû zijn geheim dan weten.
+Misschien vermoedde de wereld al iets!
+
+Want al bekoorde hij velen, er waren er toch die hem wantrouwden. Hij
+werd bijna gedeballoteerd uit de West-End Club, waarvan hij toch, om
+geboorte en pozitie, volkomen recht had lid te zijn; men vertelde,
+dat, geïntroduceerd in de rookkamer van den Churchill, de Hertog van
+Berwick en een andere heer zeer gemarqueerd op waren gestaan, waren
+heengegaan. Vreemde geschiedenissen liepen over hem om. Er werd
+verteld, dat hij gezien was, vloekende met vreemde matrozen in
+White-Chapel, dat hij omging met dieven en valsche munters, ingewijd
+was in al hunne geheimen. Zijne geheimzinnige verdwijningen werden
+ruchtbaar; wanneer hij zich dan weêr vertoonde, fluisterde men in
+hoekjes of ging hem voorbij vol minachting, zag hem aan met koude,
+doordringende blikken als wilde men zijn geheim weten. Van zulke
+veronachtzamingen of beleedigingen nam hij natuurlijk geen notitie;
+voor de meesten waren zijne openhartige, gulle manieren, zijn glimlach
+vol innemendheid, zijne jeugd vol bekoring, die hem nooit scheen te
+verlaten, het beste antwoord op alle lasterpraat. Maar opmerkelijk was
+het, dat zij, die het meest intiem met hem geweest waren, hem later
+vermeden. Vrouwen, die hem aangebeden, voor hem wereld en conventie
+getrotseerd hadden, ze werden bleek van schaamte en afschuw, als
+Dorian Gray binnenkwam! In de oogen van velen echter verhoogden deze
+gefluisterde schandaaltjes nog de vreemde en gevaarlijke bekoring, die
+van hem uitging. Zijn rijkdom gaf hem veiligheid. De wereld, de
+gecivilizeerde wereld ten minste, wil nooit gaarne gelooven ten
+nadeele van iemand, die rijk is en weet in te nemen. Zij voelt als bij
+instinct, dat goede manieren meer waard zijn dan moraliteit en in haar
+oordeel weegt de hoogste respectabiliteit niet op tegen het bezit van
+een goeden kok. En eigenlijk is het ook een schrale troost te hooren,
+dat iemand bij wien men een slecht diner of slechten wijn gehad heeft,
+een onberispelijk leven leidt. De stelregels voor het leven van de
+wereld, zijn of moeten dezelfde zijn als die van de kunst. Vorm is
+vereischte. Kunst moet zoowel de waardigheid als de onwerkelijkheid
+eener ceremonie hebben, en het onware karakter van een romantisch
+voordoen vereenigen met die geestigheid en schoonheid, waardoor zulk
+voordoen ons bekoort. Is onoprechtheid dan zoo iets vreeselijks? Ze is
+immers maar eene manier om onze persoonlijkheid te vermenigvuldigen.
+Dit was ten minste Dorian Gray's oordeel. Hij verwonderde zich over de
+kleinzieligheid van hen, die beweren dat de Ikheid in een mensch, iets
+primitiefs blijvends, standvastigs is, ééne essence. Voor hem was een
+mensch een wezen met myriaden levens en myriaden sensaties, complexe
+veelvuldigheid vreemder overervingen van gedachte en passie, het
+lichaam bezet door afzichtelijkste ziekten der dooden zelve.
+
+Hij hield ervan te dwalen door de holle, koude schilderijengalerij van
+zijn kasteel, te zien naar de verschillende portretten van hen, wier
+bloed vloeide door zijne aderen. Hier Philip Herbert, door Francis
+Osborne, in zijne memories uit de Regeering van Koningin Elizabeth en
+Koning James beschreven: "Iemand door het hof vertroeteld om zijn knap
+uiterlijk, dat hij niet lang behield." Leidde hij soms het leven van
+den jongen Herbert? Was een vreemde, giftige kiem gekropen van lichaam
+tot lichaam, totdat ze nu in het zijne was? Was het door onbewuste
+herinnering aan de verloren schoonheid, dat hij zoo plotseling, zonder
+reden, dien wensch geuit had in Basil Hallwards atelier? Daar, in een
+rood met goud geborduurd wambuis, in overrok vol juweelen, goudgerande
+kraag en polsbanden, Sir Anthony Sherard, de zilver-en-zwarte
+wapenrusting aan zijne voeten opgehoopt. Had die minnaar van Giovanna
+van Napels hem een erfenis van zonde en schande nagelaten? Waren zijne
+eigen handelingen slechts droomen geweest voor den doode, die ze niet
+tot werkelijkheid had durven maken? Hier glimlachte Lady Elizabeth
+Devereux. Een gazen coiffe, parelen keurs, roze puntmouwen. Een bloem
+in haar linkerhand, in haar rechter een geëmailleerde keten van witte
+en roze rozen. Op een tafel naast haar een mandoline, een appel.
+Groote groene rozetten op haar kleine puntige schoentjes. Hij kende
+haar leven en de zonderlinge geschiedenissen over haar minnaars. Had
+hij iets van haar temperament in zich? Die matte ovale oogen blikten
+hem zoo vreemd toe. En wat had hij van George Willoughby, met zijn
+gepoeierde pruik en mouches. Hoe slecht zag hij er uit! Het gezicht
+was stuursch en tanig, de zinnelijke lippen minachtend samengetrokken.
+Fijne kanten vielen over de magere, gele handen, overladen met ringen.
+Hij was een dandy geweest in de achttiende eeuw en een vriend van Lord
+Ferrars. Dan de tweede Lord Beckenham, een vriend van den Prins Regent
+uit zijne wildste dagen, getuige bij diens geheim huwelijk met Mr.
+Fitzherbet. Hoe trotsch en knap was hij, met zijne bruine krullen en
+zijn overmoedige houding! Welke passies had hij hem nagelaten? De
+wereld had hem een schandvlek genoemd. Hij had de orgieën van Carlton
+House geleid. De orde van den Kouseband schitterde op zijn borst.
+Naast hem het portret zijner vrouw, een bleeke, dunlippige dame in het
+zwart. Ook haar bloed stroomde in het zijne. Hoe vreemd scheen dat
+alles! En dan zijne moeder, met haar Lady-Hamiltongezichtje en haar
+van wijn vochtige lippen; hij wist wat hij van haar had: zijne
+schoonheid, en zijne passie voor de schoonheid van anderen. Zij lachte
+hem toe in haar los Bacchante-kleed. Druivenbladeren had zij in het
+haar. Het purpervocht stortte uit den beker in haar hand. De kleuren
+van de schilderij waren verbleekt, maar de oogen waren nog prachtig in
+diepte en schittering. Zij schenen hem te volgen, overal waar hij
+ging. En dan had een mensch nog voorouders van literatuur, zoowel als
+van zijn eigen geslacht, en nader nog in type en temperament, van nòg
+meer invloed. Er waren oogenblikken, dat het Dorian Gray scheen, of de
+geheele historie slechts een kort begrip was van zijn eigen leven,
+niet als hij het leefde door daden en omstandigheid, maar als hij het
+zich schiep in verbeelding en passie. Hij voelde, dat hij ze allen
+kende, die vreemde, verschrikkelijke spelers van het wereldtooneel,
+die de zonde hadden zoo heerlijk, het kwaad zoo subtiel gemaakt. Het
+scheen hem, dat op mysterieuze wijze hunne levens waren zijn eigen
+leven geweest. Ook de held uit zijn roman had deze curieuze sensatie
+doorleefd. In het zevende hoofdstuk vertelde hij: als Tiberius,
+gekroond met laurieren, dat de bliksem hem niet trof, gezeten te
+hebben in den tuin van Capri; hij las er de schandelijke boeken van
+Elefantis, dwergen en pauwen rondom hem heen, vol statigheid; als
+Caligula had hij gedronken met knechten in den stal, had gegeten uit
+de ivoren ruif van een paard, met juweelen getuigd; als Heliogabalus
+had hij geverfd het gelaat, gezeten aan het spinnewiel met vrouwen, en
+de Maan gehaald van Carthago en haar in mystisch huwelijk gegeven aan
+de Zon.
+
+Telkens en telkens herlas Dorian Gray dit fantastisch hoofdstuk; ook
+de twee volgende, waar, als in tapijtwerk en email, de verschrikkelijke
+schoone beelden stonden van hen, die door zonde of bloed of spleen,
+monsterachtig waren geworden en krankzinnig. Filippo, hertog van Milaan,
+die zijne vrouw vermoordde en haar lippen wreef met een purper vergif,
+dat haar minnaar den dood mocht kussen van het ding, dat hij liefkoosde.
+Pietro Riario, de jonge Kardinaal-Aartsbisschop van Florence, kind en
+geliefde van Sixtus IV, zijne schoonheid alleen gelijk aan zijn verderf
+en die Leonora van Arragon ontving in een paviljoen van witte en roze
+zijde, gevuld met nymfen en centauren, en die een knaap vergulde om hem
+te doen zijn op een feest Ganymedes of Hylas; Karel VI, die zijn broêrs
+vrouw zóó had bemind, dat een lepra hem waarschuwde voor de
+krankzinnigheid, die hem bedreigde, en die, zijne hersens ziek en vreemd,
+slechts kalm kon worden met Saraceensche kaarten, waarop beelden van
+liefde van dood en van dolheid ...
+
+Er was afschuwelijke bekoring in alle dezen. Hij zag ze 's nachts vóór
+zich, en overdag spookten zij in zijne verbeelding. De Renaissance
+kende vele wijzen van vergiftiging door een helm, een aangestoken
+toorts, door geborduurde handschoenen, een waaier met juweelen, en een
+keten van amber. Dorian Gray was vergiftigd door een boek.
+
+
+
+
+XII.
+
+
+Het was de negende November, de avond van zijn acht-en-dertigste
+verjaardag, zooals hij zich later herinnerde. Hij wandelde om elf uur
+naar huis terug van Lord Henry, waar hij gedineerd had, warm in dik
+bont; het was koud en mistig. Op den hoek van Grosvenor-Square en
+South-Audly-street liep een man hem snel voorbij in den mist, den
+kraag van zijn ulster op. Hij had een valies in de hand. Dorian
+herkende hem. Het was Basil Hallward. Een vreemd gevoel van angst,
+waarvan hij zich geen rekenschap kon geven, kwam over hem. Hij gaf
+geen teeken van herkenning, en liep vlug voort in de richting van zijn
+huis.
+
+Maar Hallward had hem gezien. Dorian hoorde hem eerst stilstaan op het
+trottoir en hem toen vlug achter-oploopen. Na enkele oogenblikken lag
+eene hand op zijn arm.
+
+--Dorian! Wat een gelukkig toeval! Ik heb van negen uur af in je
+bibliotheek op je zitten wachten. Eindelijk kreeg ik medelijden met
+den knecht en heb hem gezegd naar bed te gaan, toen hij mij uitliet.
+Ik ga vannacht naar Parijs, en ik woû je gaarne nog zien, vóór ik
+wegging. Ik dacht wel, dat jij het was, of liever gezegd: je pels,
+toen je me passeerde. Maar ik was toch niet heelemaal zeker. Herkende
+jij me niet?
+
+--In dezen mist, maar mijn beste Basil! Ik kan niet eens
+Grosvenor-Square herkennen. Ik geloof, dat mijn huis hier ergens moet
+zijn, maar zeker weet ik het niet. Het spijt mij, dat je weggaat; ik
+heb je in geen eeuw gezien. Maar je komt toch zeker gauw terug?
+
+--Neen. Ik ga voor zes maanden uit Engeland. Ik ben van plan een
+atelier in Parijs te nemen en mij op te sluiten tot ik het schilderij
+af heb, dat ik in mijn hoofd heb. Maar ik kwam niet bij je om over
+mijzelven te spreken. Hier zijn we bij de deur. Ik ga nog even met je
+naar binnen. Ik heb je iets te zeggen.
+
+--Uitstekend. Maar zal je je trein niet misloopen? sprak Dorian Gray
+kwijnend, terwijl hij de stoep opging en den sleutel in de deur stak.
+
+Het lamplicht drong naar buiten door den mist heen en Hallward zag op
+zijn horloge.
+
+--Ik heb allen tijd, antwoordde hij. De trein gaat pas kwart over
+twaalf en het is pas elf uur. Ik was trouwens op weg naar de club om
+te zien of je daar was, toen ik je ontmoette. En ik heb niets te doen
+met bagage, want ik heb mijn koffers al vooruit gezonden. Ik heb niets
+dan dit valiesje en ik loop gemakkelijk in twintig minuten naar
+Victoria Station.
+
+Dorian zag hem aan en glimlachte.
+
+--Wat een curieuze manier van reizen voor een modern schilder van
+naam. Een Gladstone-bag en een ulster! Kom binnen, anders krijgen we
+al dien mist in huis. En denk er om, dat je over niets ernstigs
+spreekt. Niets is ernstig tegenwoordig. Tenminste zoo hoort het.
+
+Hallward schudde het hoofd terwijl hij binnentrad en Dorian volgde in
+de bibliotheek. Een groot houtvuur vlamde in de open haard. De lampen
+waren opgestoken en een open zilveren likeurkastje stond met sifons
+soda-water en hooge kristallen bekers op een marquetterie-tafel.
+
+--Je ziet, de knecht heeft het mij heel prettig gemaakt. Hij gaf me
+alles wat ik noodig had, zelfs je fijne cigaretten met gouden puntjes.
+Hij is een goede kerel. Ik mag hem liever dan den Franschman, die je
+vroeger hadt. Wat is er van hem geworden?
+
+Dorian haalde de schouders op.
+
+--Ik geloof, dat hij Lady Radley's kamenier getrouwd heeft, en haar in
+Parijs als Engelsche modiste heeft geïnstalleerd. Anglomanie is er de
+rage tegenwoordig, hoor ik. Bespottelijk, vindt je niet? Maar hij was
+niet slecht, zie je. Ik hield niet van hem, maar ik had niet over hem
+te klagen. Je verbeeldt je soms van die dingen, die kant noch wal
+raken. Hij was heusch aan mij gehecht, en scheen erg treurig, toen hij
+weg moest. Wil je nog een brandy-soda? Of heb je liever hock-seltzer?
+Ik neem zelf altijd hock-seltzer en seltzerwater. Daar zal hiernaast
+nog wel wat zijn.
+
+--Dank je, ik zal niets meer gebruiken, sprak de schilder, terwijl hij
+hoed en overjas afdeed, en ze over zijn valies in een hoek wierp.
+
+--En nu, kerel, moet ik eens ernstig met je praten. Trek nu niet zulke
+rimpels. Dan maak je het nog maar moeilijker voor me.
+
+--Waarover is het? riep Dorian kregel, terwijl hij zich op een bank
+wierp. Ik hoop niet over mezelven? Ik heb vandaag genoeg van me eigen.
+Ik zoû dolgraag iemand anders willen zijn.
+
+--Het is over jezelven, antwoordde Hallward, met zijne ernstige diepe
+stem; en ik moet het je zeggen. Ik zal je niet langer dan een half uur
+lastig vallen.
+
+--Een half uur, zuchtte Dorian en stak een cigarette op.
+
+--Dat is toch niet te veel van je gevergd, Dorian, en het is voor je
+bestwil. Ik geloof, dat het mijn plicht is, je te zeggen, dat de
+verschrikkelijkste praatjes van jou in Londen verteld worden.
+
+--Daar wil ik niets over hooren. Ik hoû er wel van praatjes over
+anderen te hooren, maar die over mijzelven kunnen me niets schelen. Ze
+missen voor mij de bekoring van het nieuwe.
+
+--Ze moeten je kunnen schelen, Dorian. Ieder gentleman is
+geïnteresseerd in zijn goeden naam. Je wil toch niet, dat de menschen
+over je spreken als over iets laags en gemeens. Je hebt natuurlijk je
+pozitie, je geld, en al zoo meer. Maar geld en pozitie is niet alles.
+Begrijp me goed, ik geloof niets van al die praatjes. Tenminste, ik
+kan ze niet gelooven als ik jou zie. De zonde drukt zijn stempel op
+ieders gezicht. Die kan je niet verbergen. Menschen spreken soms van
+geheime zonden, die bestaan niet. Heeft iemand een zonde, dan zie je
+het direct aan de lijnen van zijn mond, aan den vorm van zijn handen.
+Verleden jaar kwam er iemand bij me, ik zal zijn naam niet noemen,
+maar jij kent hem, om zijn portret te laten maken. Ik had hem nooit
+gezien, en toen nog nooit iets van hem gehoord, nu wel. Daar was iets
+in den vorm van zijn vingers, dat mij afstootte. Hij bood een
+kolossale som. Ik weigerde. Nu weet ik, dat ik gelijk had in mijn
+antipathie. Zijn leven is afschuwelijk. Maar jij, Dorian, jij met je
+mooi, frisch gezicht, met je mooie frissche jeugd, van jou kàn ik het
+niet gelooven. En toch zie ik je maar zelden, en kom je nooit meer bij
+me in mijn atelier: als ik dan niet bij je ben en ik hoor al de
+horreurs, die de menschen fluisteren, weet ik niets te zeggen. Dorian,
+hoe komt het, dat een man als de Hertog van Berwick opstaat en
+weggaat, als jij een kamer binnenkomt? Hoe komt het, dat zooveel lui
+in Londen je niet bij zich inviteeren en niet bij jou aan huis komen!
+Je was vroeger een vriend van Lord Savely. Ik dineerde verleden week
+met hem. Toevallig werd je naam genoemd, sprekende over de miniaturen,
+die je aan de Dudley-tentoonstelling leende. Savely trok de lippen op
+en zei, dat jij misschien heel artistiek was, maar dat geen jong
+meisje je kennen mocht en geen fatsoenlijke vrouw met je in dezelfde
+kamer kon zitten. Ik herinnerde hem er aan, dat ik een vriend van je
+was, en vroeg hem wat hij meende. Hij zei het me. Hij vertelde het
+hardop voor het geheele gezelschap. Het was afschuwelijk. Waarom is
+jouw omgang zoo fataal voor jongelui? Daar heb je die arme jongen in
+de Guards, die zich van kant maakte. Je was een intieme vriend van
+hem. Daar heb je Sir Henry Ashthon, die Engeland moest verlaten en een
+heel leelijken naam achterliet. Jullie waren onafscheidelijk. En Arian
+Singleton, die zoo ellendig aan zijn eind kwam. En de eenige zoon van
+Lord Kent? Ik ontmoette gisteren in St. Jamesstreet den vader. Hij was
+kapot van verdriet en schaamte. En de jonge hertog van Perth? Hoe
+leeft hij nu? Wie zoû met hem willen omgaan?
+
+--Hoû op, Basil. Je praat over dingen, waar je niets van weet, zei
+Dorian Gray, op zijn lip bijtend, diepe minachting in zijne stem. Je
+vraagt mij waarom Berwick de kamer uitgaat, als ik binnenkom. Omdat
+_ik_ alles weet van zijn leven en hij niets van het mijne. Met zulk
+bloed als hij in zijn aderen heeft, kan je niets anders verwachten. Je
+vraagt me naar Henry Ashton en den jongen Perth? Heb ik den een zijn
+ondeugden, en den ander zijn uitspattingen geleerd? En als die flauwe
+jongen van Kent zijn vrouw van de straat opraapt, wat kan ik daaraan
+doen? En als Adrian Singleton een valsche handteekening maakt, moet ik
+soms op hem passen? Ik weet, hoe de menschen kletsen hier in Londen.
+En hoe leven zij, die zoo over anderen moralizeeren! Beste kerel, je
+vergeet, dat we leven in het geboorteland van de veinzerij.
+
+--Dorian! riep Hallward; dat heeft er niets meê te maken. Engeland is
+slecht, dat weet ik en de Engelsche wereld beroerd. En dat is ook de
+reden waarom ik jou goed wil hebben. Dat ben je niet geweest. Men
+heeft het recht iemand te beoordeelen naar den invloed, dien hij op
+zijn vrienden heeft. Die schijnen door jou alle begrippen van eer en
+fatsoen te verliezen. Je hebt in ze opgezweept een dolle jacht naar
+genot. Ze zijn in de diepte gezonken. En daar heb jij ze gebracht. Ja,
+jij bracht ze daar en toch kan je glimlachen, zooals je nu glimlacht.
+En er is nog erger. Ik weet, dat jij en Harry onafscheidelijk zijn.
+Mij dunkt, daarom alleen hadt je moeten vermijden zijn zuster in
+opspraak te brengen.
+
+--Pas op, Basil, je gaat te ver.
+
+--Ik moet spreken, en je moet luisteren. Je zult luisteren. Toen jij
+Lady Gwendolen ontmoette, was er nooit in het minst over haar
+gesproken. En is er nu in heel Londen één fatsoenlijke vrouw, die met
+haar in het Park zoû rijden? Zelfs haar kinderen mogen niet bij haar
+blijven. En dan zijn er andere verhalen, verhalen, waarin je gezien
+bent geworden, terwijl je 's morgens vroeg sloop uit slechte huizen en
+terwijl je verkleed verdween in de smerigste krotten van Londen. Is
+dat waar? Kan het waar zijn? Toen ik dat voor het eerst hoorde, lachte
+ik. Als ik het nu hoor, krijg ik een rilling over mij heen. Wat is er
+van het leven, dat je geleid hebt buiten op je kasteel? Dorian, je
+weet wat er van je gezegd wordt, en ik wil, dat je je naam zuivert en
+niet meer omgaat met al die gemeene menschen. Trek nu niet je
+schouders op. Wees niet zoo onverschillig. Je hebt een ontzettenden
+invloed. Laat dien zijn ten goede en niet ten kwade. Men zegt, dat je
+iedereen, die met je in aanraking komt, verderft en dat, als jij een
+huis binnenkomt, de een of andere schande altijd volgt. Ik weet niet
+wat er van aan is. Hoe zoû ik dat weten. Maar het wordt van je
+verteld. Er zijn mij dingen verteld, waar ik niet aan twijfelen kan.
+Lord Gloucester was een van mijn beste vrienden in Oxford. Hij toonde
+mij een brief, die zijn vrouw hem schreef, toen zij alleen stervende
+lag in haar villa te Mentone. En in die biecht, de verschrikkelijkste,
+die ik ooit las, werd jouw naam genoemd. Ik zei hem, dat het
+onmogelijk was, dat ik je door en door kende, en dat je tot zoo iets
+niet in staat was. Dat ik je kende? Ken ik je? Voordat ik dat zeggen
+kan, moest ik tot in je ziel kunnen zien.
+
+--Mijn ziel kunnen zien! mompelde Dorian Gray van de bank opschrikkend
+en bijna wit van angst.
+
+--Ja, antwoordde Hallward ernstig, diepe smart in zijne stem; dan zoû
+ik je ziel moeten zien. Maar dat kan alleen God.
+
+Een bittere lach van spot kwam over Dorians lippen.
+
+--Je zult die zien, van avond nog! riep hij en greep eene lamp van de
+tafel. Kom, het is je eigen werk. Waarom zoû jij het niet zien? Je kan
+dan later alles er van vertellen aan de wereld! Niemand zoû je
+gelooven. Als ze je geloofden, zouden ze nog meer van mij houden. Ik
+ken onze eeuw beter dan jij, al praat je er nog zooveel over. Ga meê,
+zeg ik je! Je hebt genoeg gekletst over bederf. Nu zal je het ook zien
+met je eigen oogen!
+
+Krankzinnigheid van trots klonk in ieder woord, dat hij uitte. Hij
+stampte met den voet op den grond, als een kinderachtige, ongeduldige
+jongen. Hij voelde helsche vreugde, dat een ander zijn geheim met hem
+zoû deelen, dat de man, die dat portret, de oorsprong zijner schande,
+geteekend had, zijn heele verder leven zoû gebukt gaan onder de
+martelende herinnering van hetgeen hij gedaan had.
+
+--Ja, ging hij voort, voor hem staande, hem vlak in de oogen ziende.
+Ik zal je mijn ziel toonen. Je zal met je eigen oogen zien wat je
+denkt, dat alleen God kan zien.
+
+Hallward schrikte terug.
+
+--Dat is godslastering, Dorian! riep hij. Je moet zoo niet spreken.
+Die woorden klinken afschuwelijk en ze beteekenen niets.
+
+--Zoo, denk je dat?
+
+Hij lachte weêr.
+
+--Ik weet het! En alles wat ik tot je gesproken heb, was tot je
+bestwil. Je weet, ik ben altijd een goed vriend voor je geweest.
+
+--Raak me niet aan. Zeg wat je te zeggen hebt.
+
+Een scherpe trek van pijn schoot over het gelaat van den schilder. Hij
+bleef stil, een wild gevoel van medelijden in hem. Maar dan, wat had
+hij, Basil zich eigenlijk te mengen met het leven van Dorian Gray?
+Huiverend richtte hij zich op en bleef stil staan kijken voor den
+haard naar de brandende houtblokken, met een sneeuw van asch en
+gloeiende kern van vlam.
+
+--Ik wacht Basil, riep de jongen, met hard heldere stem.
+
+Basil keerde zich om.
+
+--Wat ik te zeggen heb is dit. Je moet mij een antwoord geven op al
+die verschrikkelijke beschuldigingen. Als je mij zegt, dat ze van het
+begin tot het eind leugen zijn, zal ik je gelooven. Ontken ze dan,
+Dorian, ontken ze! Zie je niet wat ik nu doorsta. Mijn God! Zeg me,
+dat je niet slecht bent en verdorven en vol schande.
+
+Dorian Gray glimlachte. Minachting krulde om zijne lippen.
+
+--Ga meê naar boven, Basil! sprak hij rustig. Ik hoû een dagboek en
+dat komt nooit de kamer uit, waar het geschreven wordt. Ik zal het je
+toonen, als je met mij meêkomt.
+
+--Ik zal met je meêgaan, Dorian, als je het dan wilt. Ik zie, dat ik
+mijn trein gemist heb. Maar dat doet er niet toe. Ik kan ook morgen
+gaan. Maar vraag mij niet iets te lezen. Geef mij een eenvoudig
+antwoord.
+
+--Dat zal je boven gegeven worden! Hier kan het niet. Je hoeft niet
+lang te lezen.
+
+
+
+
+XIII.
+
+
+Hij ging de kamer uit, de trap op. Basil Hallward volgde hem. Zij
+liepen zacht, zooals men doet in den nacht.
+
+De lamp sloeg fantastische schaduwen neêr over den muur en de trap.
+Een wind stak op, rammelde aan de vensters. Toen zij heel boven waren,
+zette Dorian de lamp op den grond neer, nam den sleutel uit zijn zak
+en draaide het slot om.
+
+--Je staat er immers op het te weten, Basil, vroeg hij gedempt.
+
+--Ja.
+
+--Dat doet me plezier, antwoordde hij, glimlachend. Hij voegde er bij,
+ietwat ruw:
+
+--Je bent de eenige man in de wereld, die alles van mij weten moet. Je
+bent in mijn leven meer dan je wel denkt.
+
+De lamp opnemend, stootte hij de deur open en trad binnen. Een koude
+tocht woei over hem en het licht schoot even op in een vlam van somber
+oranje.
+
+--Sluit de deur achter je, fluisterde hij, terwijl hij de lamp op de
+tafel zette.
+
+Hallward zag om zich heen met een blik van niet begrijpen. De kamer
+zag er uit of er in jaren lang niet gewoond was. Een verschoten
+Vlaamsch behang; een schilderij met een gordijn er voor; een oude
+Italiaansche cassone en een bijna leêge boekenkast; dan nog een stoel
+en een tafel. Terwijl Dorian Gray een half afgebrande kaars op den
+schoorsteenmantel aanstak, zag Basil, dat alles vol stof lag, dat er
+gaten in het tapijt waren. Een muis liep schuifelend achter het
+behangsel. Er was een vochtige lucht van schimmel.
+
+--Je denkt, dat God alleen de ziel van een mensch zien kan, Basil?
+Trek dat gordijn weg, en je zal de mijne zien.
+
+Zijn stem klonk koud en wreed.
+
+--Je bent gek, Dorian of je speelt komedie, mompelde Hallward met een
+frons.
+
+--Wil je niet? Dan zal ik het zelf doen, sprak hij, rukte het gordijn
+van de roe af en wierp het op den grond.
+
+Een kreet van afschuw ontsnapte den schilder, toen, in het flauwe
+licht, het verschrikkelijke masker hem tegengrijnsde. Groote God! het
+was het gelaat van Dorian Gray. De gruwel, of wat ook, had die wondere
+schoonheid niet geheel kunnen vernietigen. Er was nog een tikje goud
+in het dunne haar, nog een waasje van purper op den zinnelijken mond.
+De doffe oogen hadden nog iets van hun blauw; de edele, klassieke
+lijnen waren niet geheel verdwenen van de fijne neusvleugels, van den
+plastischen hals. Ja, het was Dorian! Maar wie had dat gedaan? Hij
+scheen zijn eigen penseelstreek te herkennen, en de lijst had hijzelve
+ontworpen. De gedachte was monsterachtig en hij was bang. Hij greep de
+kaars en hield het licht vlak bij de schilderij. Links in den hoek
+stond zijn eigen naam in lange letters van helder vermiljoen.
+
+Het was een lage parodie, een schandelijke, ignoble satire. Dat had
+hij nooit gedaan. En toch, het was zijn werk, dat voelde hij, en het
+was of zijn bloed in hem opeens van brandend vuur veranderde in traag
+kruipend ijs. Zijn eigen werk! Wat beteekende het? Waarom was het
+veranderd? Hij keerde zich om en zag naar Dorian Gray met de oogen van
+een ziek mensch. Zijn mond trok en zijn verdroogde tong scheen
+onmachtig tot spreken. Hij streek met de hand langs het voorhoofd. Het
+was vochtig van een klam zweet.
+
+De jonge man leunde tegen den schoorsteenmantel en sloeg hem gade met
+de vreemde uitdrukking op zijn gelaat van iemand, die verdiept is in
+het spel van een groot artist. Verdriet nog genoegen was er op te
+lezen. Slechts de passie van den toeschouwer, met misschien een tintje
+van triomf in de oogen. Hij had zijne bloem uit het knoopsgat genomen
+en rook eraan, of deed alsof.
+
+--Wat beteekent dat? riep Hallward eindelijk. Zijn eigen stem klonk
+hem schril en vreemd in de ooren.
+
+--Jaren geleden, toen ik nog een jongen was, begon Dorian Gray, de
+bloem in zijn hand verkreukelend, leerde je mij kennen, vleide je mij
+en leerde je mij trotsch te zijn op mijn mooi gezicht. Op een dag
+stelde je mij voor aan een vriend van je, die mij de tooverkracht van
+de jeugd uitlegde, en je maakte een portret van me, dat mij de
+tooverkracht van de jeugd openbaarde. In een opgewonden oogenblik, ik
+weet nog niet of ik er spijt van heb of niet, deed ik een wensch,
+misschien zoû jij het een gebed noemen ...
+
+--Ik herinner het mij, o! ik herinner het mij maar al te goed. Maar
+dat is onmogelijk. De kamer is vochtig. Daar zit schimmel op het doek.
+Daar moet een of ander mineraal vergif gezeten hebben in mijn verf. Ik
+zeg je dat het onmogelijk is.
+
+--Ach, wat is onmogelijk? murmelde Dorian naar het venster gaande en
+zijn voorhoofd drukkende tegen het koude, mistbeslagen glas.
+
+--Je vertelde mij, dat je het vernietigd had.
+
+--Dat was niet zoo. Het heeft mij vernietigd.
+
+--Ik kan niet gelooven, dat het mijn schilderij is.
+
+--Herken je je ideaal er niet meer uit? vroeg Dorian bitter.
+
+--Mijn ideaal, zooals jij het noemt ...
+
+--Zooals jijzelf het noemde.
+
+--Daar was niets slechts, niets schandelijks in. Je was voor me een
+ideaal, als ik er nooit meer een zien zal. Maar dit, dit is het masker
+van een sater.
+
+--Het is het masker van mijn ziel.
+
+--Groote God? Wat een monster heb ik verafgood. Het heeft de oogen van
+den duivel!
+
+--Ieder van ons heeft in zich iets van den hemel en iets van de hel,
+Basil, riep Dorian, met een wild gebaar van wanhoop.
+
+Hallward staarde weêr op het portret.
+
+--Mijn God! als het waar is en als dit het beeld is van je leven, dan
+moet je nog slechter zijn dan de menschen zeggen!!
+
+Wederom hield hij het licht bij het doek en onderzocht het nauwkeurig.
+De oppervlakte scheen onberoerd. Klaarblijkelijk kwam de laagheid en
+afschuwelijkheid van binnen uit. Door eene onbegrijpelijke werking van
+innerlijk leven, werd dat beeld op linnen langzaam weggevreten door de
+lepra der zonde. Het wegrotten van een lichaam in een vochtig graf was
+niet zoo afschuwelijk.
+
+Zijne hand beefde, de kaars viel uit den blaker op den grond en
+spatterde daar. Hij zette zijn voet er op en trapte ze uit. Toen wierp
+hij zich in den rieten stoel bij de tafel en verborg het gelaat in de
+handen.
+
+--Groote God! Dorian, wat een les! Wat een verschrikkelijke les!
+
+Er kwam geen antwoord maar hij hoorde hem snikken bij het venster.
+
+--Bid Dorian, bid! fluisterde hij. Hoe was hetook weêr, wat wij als
+kinderen leerden? Leid ons niet in verzoeking. Vergeef ons onze
+zonden. Zuiver ons van onze ongerechtigheden. Laat ons dat samen
+bidden. Je gebed van trots is verhoord. Het gebed van je berouw zal
+misschien ook verhoord worden. Ik stelde je te hoog. Daar ben ik voor
+gestraft. Je stelde jezelven te hoog. Wij zijn nu beiden gestraft.
+
+Dorian Gray keerde zich langzaam om en zag hem aan met betraande
+oogen.
+
+--Het is te laat, Basil, snikte hij.
+
+--Het is nooit te laat, Dorian. Laat ons neêrknielen en ons een gebed
+trachten te herinneren. Is er niet ergens een tekst: Al zijn uw zonden
+rood als bloed, ik zal ze maken wit als sneeuw?
+
+--Die woorden zeggen mij niets.
+
+--Chut! Zeg dat niet. Je hebt genoeg kwaad gedaan in je leven. Mijn
+God! Zie je dan niet hoe dat vervloekte beeld ons aangrijnst!!!
+
+Dorian Gray zag naar het portret; eensklaps kwam een onbedwingbaar
+gevoel van haat tegen Basil Hallward over hem, al werd het hem
+ingegeven door dat beeld, ingefluisterd door die grijnzende lippen.
+
+De wanhopige passies van een gejaagd dier woedden in hem en hij
+verafschuwde dien man daar aan tafel meer dan hij ooit iets
+verafschuwd had. Hij blikte woest rond. Er glinsterde iets op die kist
+voor hem. Zijn oog viel er op. Hij wist wat het was. Het was een mes,
+dat hij een paar dagen geleden boven had gebracht om een touw meê door
+te snijden, en hij had vergeten het weg te brengen. Voorzichtig sloop
+hij er heen, langs Basil om. Achter hem gekomen, greep hij het beet.
+Hallward bewoog zich in zijn stoel, als wilde hij opstaan. Dorian
+vloog op hem toe, stootte het mes diep in den slagader achter het oor,
+het hoofd op de tafel neêrdrukkend, en stiet toen nog eens, en nog
+eens.
+
+Er was even een onderdrukt gesteun en het verschrikkelijke geluid van
+iemand, die in zijn bloed stikt. Tot drie keer toe verhieven de
+uitgestrekte armen zich krampachtig en bewogen de stijve handen zich
+wanhopig in de lucht. Hij stiet nog tweemaal, maar het lichaam bewoog
+niet meer. Er begon iets te tikkelen op den grond. Hij wachtte nog
+even, het hoofd steeds naar beneden duwend. Toen wierp hij het mes op
+de tafel en luisterde.
+
+Hij hoorde niets dan: tik, tik, op het afgesleten tapijt. Hij deed de
+deur open en stond op het portaal. Het huis was doodstil. Er was
+niemand op. Even stond hij geleund over de balustrade en tuuroogde in
+den zwarten put van donkerte. Toen nam hij den sleutel van buiten uit
+de deur, ging weêr de kamer binnen en sloot er zich op.
+
+Het ding zat daar nog in den stoel, geleund over de tafel met gebogen
+hoofd, ronden rug en lange spookachtige armen. Alleen om de roode keep
+in den hals en de zwarte, klonterige poel, die langzaam grooter werd
+op de tafel, zoû men niet kunnen gezegd hebben, dat de man sliep. Hoe
+vlug was alles gebeurd. Hij voelde zich vreemd kalm, en naar het
+venster gaande, opende hij het en trad op het balkon. De wind had den
+mist weggevaagd en de lucht was als een reusachtige pauwenstaart, met
+oogen van myriaden sterren. Hij keek naar beneden; zag den agent zijne
+ronde doen, een lange straal uit zijn lantaren richtende op de deuren,
+der slapende huizen. Het roode lichtje van een cab flikkerde even om
+den hoek en verdween weêr. Eene vrouw, met een fladderende shawl,
+kroop waggelend langs het hekwerk. Zij begon te zingen met een schorre
+stem.
+
+De agent kwam op haar toe en zeide iets tot haar. Zij waggelde weg,
+lachend. Een koude wind blies over het Square. De gaslantarens
+flikkerden en werden blauw en de bladerlooze boomen schudden hunne
+ijzer-zwarte takken heen en weêr. Hij huiverde en ging naar binnen,
+het raam sluitend. Bij de deur gekomen, opende hij die. Hij zag niet
+naar den vermoorden man. Hij gevoelde, dat het nu van geen belang was:
+zich geene rekenschap te geven van het gebeurde. De vriend, die dat
+noodlottig portret geschilderd had, was verdwenen uit het leven. Dat
+was hem genoeg. Toen dacht hij aan de lamp. Het was een Moorsch ding
+van dof zilver, ingelegd met arabesken van gebrand staal, met hier en
+daar ruwe turkooizen. Misschien zoû de knecht het missen en er naar
+vragen. Hij aarzelde even. Hij moest nu wel dat doode ding zien. Wat
+lag het stil. Akelig wit waren die lange handen. Het was als een
+afschuwelijk wassen beeld.
+
+De deur achter zich gesloten hebbend, kroop hij voorzichtig naar
+beneden. Het hout kraakte en scheen te steunen als was het in pijn.
+Hij hield verscheiden malen stil en wachtte. Neen, alles was stil. Het
+was slechts het geluid van zijne eigen voetstappen.
+
+In de bibliotheek zag hij het valies en de overjas, in een hoek. Die
+moesten verborgen worden. Hij opende een geheime kast in den muur, een
+kast, waar hij zijne vermommingen borg, en stopte alles er in. Hij kon
+ze later gemakkelijk eens verbranden. Toen haalde hij zijn horloge
+uit. Het was tien minuten voor half een.
+
+Hij ging zitten en dacht na. Ieder jaar, iedere maand bijna, werden er
+in Engeland menschen opgehangen om hetgeen hij nu gedaan had. Een
+drang naar moorden hing er in de lucht. Er was zeker een roode ster te
+dicht bij de aarde gekomen ... Maar welke bewijzen waren er tegen hem?
+Basil Hallward had het huis om elf uur verlaten. Niemand had hem weêr
+binnen zien komen. De meesten der bedienden waren op Selby Royal. Zijn
+knecht was naar bed ... Parijs! Ja, Basil was naar Parijs gegaan, met
+den nachttrein, zooals zijn plan was. Er zouden maanden voorbij gaan,
+eer hij gemist werd. Maanden! Alles kon immers lang vóór dien tijd
+vernietigd worden.
+
+Eene plotselinge gedachte weêrlichtte in hem op. Hij deed zijn pels
+aan, zette zijn hoed op en ging in de gang. Daar bleef hij stil staan
+en luisterde naar de langzame, zware stappen van den agent buiten, en
+hij zag het licht zijner lantaren weêrkaatst in het venster. Hij
+wachtte en hield zijn adem in. Na enkele oogenblikken trok hij de knip
+weg en sloop naar buiten, de deur zachtjes dichttrekkend. Toen begon
+hij aan de bel te luiden; binnen vijf minuten verscheen de knecht,
+half gekleed, slaperig.
+
+--Het spijt me, dat ik je moest opbellen, Francis, sprak hij
+binnenkomend, maar ik had mijn sleutel vergeten. Hoe laat is het?
+
+--Tien minuten over tweeën, meneer, antwoordde de man, op de klok
+ziende, knipoogend.
+
+--Tien minuten over tweeën. Hoe verschrikkelijk laat! Je moet me
+morgen om negen uur wekken. Ik heb wat te doen.
+
+--Goed, meneer.
+
+--Is er iemand geweest?
+
+--Mr. Hallward, meneer; hij bleef tot elf uur en ging toen weg om den
+trein te halen.
+
+--Zoo! Dat spijt me. Heeft hij een boodschap achtergelaten?
+
+--Neen, meneer; alleen, dat hij u uit Parijs zoû schrijven, als hij u
+niet in de club vond.
+
+--Goed Francis. Vergeet niet me morgen op te roepen, om negen uur.
+
+--Neen, meneer.
+
+De man slofte op zijn pantoffels de hall door. Dorian Gray wierp jas
+en hoed op de tafel en ging in de bibliotheek. Een kwartier lang liep
+hij in de kamer op en neêr na te denken, op zijne lip bijtend. Toen
+nam hij een adresboek van een van de planken en zocht er in:
+
+Alan Campbell, 152 Hertford Street, Mayfair. Ja, dat was de man, dien
+hij noodig had.
+
+
+
+
+XIV.
+
+
+Den volgenden morgen om negen uur, kwam de knecht bij hem met een kop
+chocolade op een blad, en deed de blinden open. Dorian lag rustig te
+slapen, eene hand onder zijn wang. Hij lag daar als een jongen, die
+moê was geweest van spelen of van leeren.
+
+De knecht moest hem tweemaal bij den schouder aanstooten, voor hij
+wakker werd, en toen hij zijn oogen opende, speelde een lichte
+glimlach om zijne lippen, als ontwaakte hij uit een zaligen droom.
+En toch had hij in het geheel niet gedroomd. Zijne nacht was blank
+geweest, zonder beelden van verdriet of vreugde. Maar de jeugd
+glimlacht zonder reden. Het is een van hare liefste bekoringen.
+
+Hij keerde zich om en, op zijn elleboog leunend, begon hij zijn
+chocola te drinken. De bleeke Novemberzon kwam zijne kamer binnen.
+De lucht stond helder en het was aangenaam warm. Het was bijna als
+een dag in Mei.
+
+Langzamerhand kropen de gebeurtenissen van den nacht, op zachte
+bloedbevlekle voeten, terug in zijne hersens, en stapelden zich daar
+met hatelijke duidelijkheid op. Hij kromp ineen bij de herinnering aan
+alles wat hij had doorstaan en voor een oogenblik kwam dat gevoel van
+haat tegen Basil Hallward weêr in hem boven, zooals toen hij hem
+vermoord had in zijn stoel; hij werd koud van haat. De doode man was
+daar nog steeds, en nu, nu zat hij daar in de zon. Dat was
+verschrikkelijk! Zulke gruwelen waren voor den nacht en niet voor den
+dag.
+
+Hij gevoelde, dat zoo hij bleef peinzen over wat er gebeurd was, hij
+van zichzelven walgen of gek zoû worden. Er waren zonden, wier
+bekoring meer school in de herinnering dan in de daad zelven;
+vreemdsoortige triomfen, die meer de ijdelheid dan de hartstochten
+streelden, en het intellect grootere vreugde gaven, dan zij ooit den
+zinnen bereiden konden. Maar deze was niet zoo eene. Deze moest
+verdreven worden, uit den geest weg, bedwelmd met papavers,
+omgebracht, uit vreeze, dat ze zichzelven ombrengen zoû.
+
+Toen het halve uur sloeg, streek hij de hand langs het voorhoofd,
+stond haastig op en kleedde zich met nog meer zorg dan gewoonlijk,
+zocht nauwkeurig zijn das en dasspeld uit, en veranderde een paar
+keer zijne ringen. Hij deed lang over zijn ontbijt, proefde van de
+verschillende schotels, sprak met den knecht over de nieuwe liverei,
+die hij voor zijne bedienden in Selby wilde bestellen en las zijne
+correspondentie. Bij een paar brieven glimlachte hij. Drie ervan
+verveelden hem. Een las hij dikwijls over en verscheurde dien toen
+met een ontevreden uitdrukking op zijn gezicht.
+
+--Een lastig ding, zoo een vrouwengeheugen! zooals Lord Henry eens
+gezegd had.
+
+Toen hij zijn café-noir op had, veegde hij zich voorzichtig de lippen
+met zijn servet, wenkte den knecht even te wachten en schreef twee
+briefjes. Het eene stak hij in den zak en het andere gaf hij den
+knecht.
+
+--Breng dit naar Hertford Street 152, Francis, en als Mr. Campbell uit
+de stad is, moet je zijn adres vragen.
+
+Zoodra hij alleen was, stak hij een cigarette op en begon wat te
+krabbelen op een stukje papier; eerst schetste hij bloemen, toen
+stukjes architectuur en toen gezichten. Op eens merkte hij, dat ieder
+gezicht eene fantastische gelijkenis had met Basil Hallward. Hij
+fronste de wenkbrauwen en stond op, ging naar de boekenkast en nam het
+eerste het beste boek er uit. Hij nam zich voor niet te denken over
+het gebeurde, vóór het hoog noodzakelijk was. Op de bank zich
+neervlijend las hij het titelblad. Het was Gautier's Emaux et Camées,
+uitgave van Charpentier op Japansch papier, met de etsen van
+Jacquemart. Het was gebonden in citroen-geel leder, met figuren van
+verguld traliewerk en gespikkelde granaatappels. Hij had het gekregen
+van Adrian Singleton. Er in bladerende viel zijn oog op het gedicht
+over de hand van Lacenaire: die kille, gele hand, "du supplice encore
+mal lavée", met enkele rossige haren en zijn "doigts de faune". Hij
+zag naar zijne eigen dunne, witte vingers, rilde in weêrwil van
+zichzelven, en bladerde verder tot hij kwam bij de mooie coupletten
+over Venetië:
+
+
+ Sur une gamme chromatique
+ Le sein de perles ruisselant
+ La Venus de l'Adriatique
+ Sort de l'au son corps rose et blanc.
+
+ Les dômes sur l'azur des ondes,
+ Suivant la phrase au pur contour,
+ S'enflent comme des gorges rondes,
+ Que soulève un soupir d'Amour.
+
+ L'esquif aborde et me dépose;
+ Jetant son amarre au pilier,
+ Devant une façade rose,
+ Sur le marbre d'un escalier.
+
+
+Hoe exquis waren zij. Als men ze las, was het of men dreef over de
+groene waterwegen van die stad van purper en parelmoêr, in een zwarten
+gondel met zilveren voorsteven en lange, neêrhangende gordijnen. De
+regels alleen schenen hem toe als de lange lijnen van turkooizen-blauw,
+die ons volgen, wanneer wij naar de Lido roeien. De plotselinge
+opschietingen van kleur herinnerden hem aan de flikkeringen der duiven,
+die met hunne kleuren van opaal en regenboog fladderden om de honigraten
+van den Campanile, of, met statige gratie, wandelden door de grijze,
+donkere arcades. Met gesloten oogen achterover liggend, herhaalde hij
+in zichzelven:
+
+ Devant une façade rose,
+ Sur le marbre d'un escalier.
+
+
+Heel Venetië lag in die twee lijnen. Hij herinnerde zich het najaar,
+dat hij daar geweest was, toen een wonderschoone liefde hem verleid
+had tot heerlijke dolle daden. Er was poëzie in ieder plekje. Maar
+Venetië had, als Oxford, dien juisten achtergrond voor poëzie en voor
+de waarlijk romantischen is het décor alles, of bijna alles. Basil was
+toen ook lang bij hem geweest, en had gedweept met Tintoretto. Arme
+Basil! Wat een verschrikkelijk einde!
+
+Hij zuchtte, nam het deel weêr op, en trachtte te vergeten. Hij las
+van de zwaluwen, die in en uit vliegen in het kleine café te Smyrna,
+waar de Hadjis hunne amberen kralen tellen en getulbande kooplieden
+hunne lange pijpen rooken en ernstig praten; hij las van de Obelisk
+op de Place de la Concorde, die tranen van graniet weent, in eenzame,
+zonlooze verbanning, en terug verlangt naar den warmen lotos-bloeienden
+Nijl, met zijn sfinxen en roze-roode ibissen, en witte roofvogels met
+gouden klauwen, zijne krokodillen met kleine oogjes van beril, die
+kruipen over de groene dampende modder; hij begon te peinzen over die
+verzen, welke, muziek ontlokkend aan het kus-bezoedeld marmer, ons
+verhalen van het beeld, dat Gautier vergelijkt bij een altstem, het
+"monstre charmant", dat neêrligt in de porfieren zaal van het Louvre.
+
+Maar na een poos viel het boek uit zijn hand; hij werd zenuwachtig,
+een doodelijke angst kwam over hem. Als Alan Campbell eens niet in
+Engeland was? Dagen konden er verloopen eer hij terugkwam. Misschien
+zoû hij weigeren te komen. Wat dan te doen? Ieder oogenblik was van
+het grootste gewicht voor hem.
+
+Zij waren eens intieme vrienden geweest, vijf jaar geleden, bijna
+onafscheidelijk. Toen was die intimiteit op eens gebroken. Wanneer zij
+nu elkaâr in gezelschap ontmoetten, was het alleen Dorian Gray, die
+glimlachte; Alan Campbell nooit.
+
+Hij was een bizonder knappe jonge man, hoewel hij geen gevoel had voor
+plastieke kunst; het weinigje gevoel, dat hij nog had voor poëzie, was
+hem door Dorian Gray ingeprent. Zijne alles overheerschende
+intellectueele passie was voor de wetenschap. In Cambridge werkte hij
+lange uren in het Laboratorium en had een hoogen graad gehaald in
+natuurwetenschap. Ook nu nog deed hij veel aan chemie, had een eigen
+laboratorium, waarin hij zich dagen opsloot. Maar bovendien was hij
+een uitstekend musicus en bespeelde viool en piano beter dan de meeste
+amateurs. Het was ook de muziek, die hem en Dorian Gray samenbracht,
+en dan de onzegbare aantrekkingskracht, die Dorian altijd had als hij
+wilde, ja vaak zelfs zonder dat. Zij hadden elkaâr ontmoet bij Lady
+Berkshire, toen Rubinstein er speelde en na dien tijd werden zij
+altijd samen gezien in de opera of op ieder goed concert. Achttien
+maanden had hunne intimiteit geduurd. Campbell was of in Selby Royal
+of in Grosvenor Square. Voor hem was Dorian Gray de hoogste type van
+het leven. Of zij samen getwist hadden, wist niemand. Maar in eens
+merkte men op, dat ze bijna niet tegen elkaâr spraken als zij elkaâr
+ontmoetten, en dat Campbell vroeg wegging van een soiree, zoo Dorian
+Gray daar ook was. Hij was ook veranderd, was melancholiek, scheen een
+afkeer van muziek te hebben, en speelde zelfs nooit meer; hij gaf als
+excuus op, dat hij te veel opging in de chemie en geen tijd had tot
+studeeren. En dit was volkomen waar. Meer en meer scheen hij nu
+verdiept in biologie, en zijn naam verscheen een paar malen in
+wetenschappelijke bladen, in verband met curieuze proefnemingen.
+
+Dit was de man, dien Dorian Gray wachtte.
+
+Iedere seconde zag hij op de klok. Bij iedere minuut, die verstreek,
+werd hij hoe langer hoe zenuwachtiger. Eindelijk stond hij op, liep de
+kamer op en neêr, als een mooi dier, in een kooi gesloten. Hij nam
+lange, sluipende stappen. Zijn handen werden ijskoud. De onzekerheid
+werd ondragelijk. De tijd scheen hem als met looden voeten voort te
+kruipen, terwijl hij door monsterachtige orkanen werd opgezweept naar
+den steilen kant van een donkeren afgrond. Hij wist wat hem daar
+wachtte, zag het en, rillende, drukte hij met klamme handen zijne
+brandende oogleden toe, als wilde hij zijne hersens het gezicht
+ontnemen en zijne oogen terugduwen in hunne kassen. Het was
+vruchteloos. Het brein mestte zich met zijn eigen voedsel, en de
+verbeelding, grotesk van angst, draaide en wrong zich als een levend
+wezen in marteling, sprong als een hansworst, en grijnsde achter
+beweegbare maskers. Toen, op eens, stond de tijd stil voor hem.
+Ja, dat blinde, langzaam ademende ding kroop niet meer voort, en
+afschuwelijke gedachten snelden, nu de tijd dood was, vlug naar voren
+en trokken de afgrijselijkste toekomst uit een graf op. Hij staarde er
+naar. De gruwelen er van versteenden hem. Eindelijk ging de deur open,
+en de knecht kwam binnen.
+
+Met glazige oogen zag Dorian hem aan.
+
+--Mr. Campbell, meneer, diende de man aan. Een zucht van verlichting
+kwam over Dorians verdroogde lippen en de kleur kwam terug in zijne
+wangen.
+
+--Vraag hem dadelijk binnen te komen, Francis.
+
+Hij gevoelde, dat hij weêr zichzelven was. Zijne bui van halfheid was
+voorbij.
+
+De man boog en trok zich terug. Na enkele minuten kwam Alan Campbell
+binnen; zijn gezicht was ernstig en bleek, nog bleeker door het
+koolzwarte haar en de donkere wenkbrauwen.
+
+--Alan, het is vriendelijk van je, dat je gekomen bent. Ik ben er je
+dankbaar voor.
+
+--Ik had mij voorgenomen nooit meer bij je in huis te komen, Gray.
+Maar je schreef, dat het een levenskwestie was.
+
+Zijne stem klonk hard en koud. Hij sprak met langzaam overleg. Er lag
+diepe verachting in den vasten, onderzoekenden blik, dien hij op
+Dorian Gray vestigde. Hij hield de handen in de zakken van zijn
+astrakan pels, en scheen het gebaar, waarmeê hij ontvangen werd, niet
+opgemerkt te hebben.
+
+--Ja, het is een zaak van leven of dood, Alan en voor meer dan één
+persoon. Ga zitten.
+
+Campbell nam een stoel bij de tafel, Dorian zette zich over hem. Hunne
+oogen ontmoetten elkaâr. In die van Dorian lag oneindig medelijden.
+Hij wist, dat wat hij ging doen, ontzettend was.
+
+Na een pijnlijke stilte, boog hij voorover en sprak rustig, den indruk
+van ieder woord nagaande op het gelaat van den ander:
+
+--Alan, heel boven in een gesloten kamer, een kamer, waar niemand in
+komt dan ik, zit een doode man aan de tafel. Hij is nu tien uren dood.
+Verroer je niet, en zie me niet zoo aan. Wie die man is, waarom hij
+stierf, gaat je niet aan. Wat jij te doen hebt is dit ...
+
+--Hoû op, Gray. Ik wil niets verder weten. Of hetgeen je verteld hebt,
+waar is of niet, kan mij niet schelen. Ik weiger _iets_ met je leven
+te doen te hebben. Hoû je afschuwelijke geheimen voor jezelven. Ze
+hebben voor mij geen belang meer.
+
+--Alan, ze moeten belang voor je hebben. Ze moeten je kunnen schelen.
+Het spijt mij verschrikkelijk voor jou, Alan. Maar ik kan er niets aan
+doen. Je bent de eenige, die mij redden kan. Ik ben gedwongen je er in
+te betrekken. Ik heb geen keus, Alan. Je bent knap. Je weet veel van
+chemie, en dat alles. Je hebt proeven genomen. Wat je nu te doen hebt,
+is, dat wat daar boven zit, te vernietigen, zóó te vernietigen, dat er
+niet één spoor van overblijft. Niemand zag dien persoon hier in huis
+komen. En op dit oogenblik denkt iedereen, dat hij in Parijs is. Hij
+zal in maanden niet gemist worden. Wordt hij gemist, dan moet hier
+geen spoor van hem te vinden zijn. Jij, Alan, jij moet hem, en alles
+wat van hem is, veranderen, oplossen in een handvol asch, die ik in de
+lucht weg kan strooien.
+
+--Je bent gek, Dorian.
+
+--O! Ik wachtte al, dat je mij Dorian zoû noemen.
+
+--Je bent gek, zeg ik je, gek om te verbeelden, dat ik een vinger zoû
+verroeren om je te helpen, gek om mij die monsterachtige biecht te
+doen. Ik wil er niets meê te doen hebben, wat het ook zij. Denk je,
+dat ik voor jou mijn naam in gevaar zal brengen. Wat kan het mij
+schelen wat voor duivelsch werk je doet.
+
+--Het was zelfmoord, Alan.
+
+--Dat doet mij pleizier, maar wie dreef hem er toe. Jij, natuurlijk.
+
+--Weiger je nog dit voor mij te doen?
+
+--Natuurlijk weiger ik. Ik wil er niets meê te doen hebben. Het gaat
+mij niet aan welke schande er over jou komt. Je hebt het dubbel en
+dwars verdiend, Het zoû me niets spijten, zoo ik je ontmaskerd, in het
+publiek onteerd zag. Hoe durf je mij, juist mij, te vragen je te
+helpen in dit gruwelijk werk. Ik had gedacht, dat je beter inzicht zoû
+hebben in het karakter van de menschen. Je vriend Lord Henry Wotton
+heeft je dan toch niet veel psychologie geleerd. Niets zal mij bewegen
+iets, wat ook, te doen om je te helpen. Je bent aan een verkeerd
+kantoor. Ga liever naar een van je vrienden. Vraag het mij niet.
+
+--Alan, het was een moord. _Ik_ vermoordde hem. Je weet niet wat hij
+mij had doen lijden. Zooals mijn leven nu is, heeft hij er meer meê te
+maken dan die arme Harry. Misschien heeft hij het zoo niet bedoeld,
+maar de uitslag blijft dezelfde.
+
+--Een moord! Groote God! Dorian, ben je daartoe gekomen? Ik zal je
+niet aangeven. Het is niet mijn zaak. Buitendien, zal je zonder mij
+ook wel opgepakt worden. Niemand begaat ooit een misdaad, zonder er
+iets stoms bij te doen. Maar ik wil er niets meê te maken hebben.
+
+--Je _moet_ er iets meê te maken hebben. Wacht, wacht een oogenblik,
+luister naar mij. Luister even, Alan. Al wat ik je vraag is niets dan
+een wetenschappelijke proef. Je gaat wel naar hospitalen en
+sterfhuizen, en de gruwelen, die je daar doet, kunnen je niet schelen.
+Als je in zoo een akelige ontleedkamer of in een vunzig laboratorium
+dezen man vond liggen op een looden tafel met roode gootjes, waar het
+bloed in weg kan loopen, zoû je hem niet anders beschouwen dan als een
+prachtig sujet. Je zoû er je hand niet om verdraaien. Je zoû niet
+gelooven, dat je iets slechts deed. Integendeel, je zoû vinden, dat je
+de menschheid een weldaad deed, of de wetenschap verrijkte, of aan de
+intellectuele nieuwsgierigheid voldeed, of zoo iets moois. Wat ik je
+vraag, is iets wat je al honderden malen deed. Er is de totale
+vernietiging van een lichaam niet eigenlijk veel minder dan wat jij
+gewoon bent te doen. En denk er om, dat het het eenige bewijs tegen
+mij is. Als het ontdekt wordt, ben ik verloren en natuurlijk wordt het
+ontdekt, als je mij niet helpt.
+
+--Maar ik wil je niet helpen: dat vergeet je. De heele zaak laat mij
+koud. Ik heb er niets meê te maken.
+
+--Alan, Ik bid je! Denk toch in welken toestand ik ben. Even vóór je
+kwam, viel ik bijna flauw van angst. Je zoû later ook zoo een angst
+kunnen kennen. Of neen, denk daar niet aan. Bezie de zaak uit een
+zuiver wetenschappelijk oogpunt. Je vraagt immers ook niet, waarvan de
+doode lichamen komen, waar jij je proeven op neemt. Vraag er dan nu
+ook niet naar. Ik heb je er al te veel van verteld. Maar ik bezweer
+je, dit voor mij te doen. Eens waren wij vrienden, Alan.
+
+--Spreek niet over die dagen, Dorian, zij zijn dood.
+
+--De dooden verwijten soms. Die man daarboven gaat niet weg. Hij zit
+aan de tafel met gebogen hoofd en uitgestrekte armen. Alan! Alan! als
+je mij niet helpt, ben ik verloren. Mijn God, Alan, zij zullen mij
+ophangen voor wat ik gedaan heb.
+
+--Het is onnoodig deze scène langer te rekken. Ik weiger _iets_ in de
+zaak te doen te hebben. Het is onzinnig van je mij dit te vragen.
+
+--Je weigert dus?
+
+--Ja.
+
+--Ik smeek je, Alan.
+
+--Voor niets.
+
+Die zelfde blik van medelijden kwam er in Dorian Gray's oogen. Toen
+stak hij de hand uit, nam een stuk papier en schreef er iets op. Hij
+las het twee keer over, vouwde het zorgvuldig en schoof het over de
+tafel heen. Toen stond hij op en ging naar het venster. Campbell zag
+hem verbaasd aan, nam het papier en vouwde het open.
+
+Terwijl hij las, werd zijn gezicht doodsbleek, en viel hij terug in
+zijn stoel. Een verschrikkelijk gevoel van walging kwam over hem. Het
+was hem of zijn hart ten doode toe bonsde in een ledige holte.
+
+Na twee, drie minuten van een huiverende stilte, keerde Dorian zich
+om, stond achter hem stil en legde hem de hand op den schouder.
+
+--Het spijt me zoo voor jou, Alan, fluisterde hij; maar je laat mij
+geen anderen uitweg. Ik had den brief al geschreven. Hier is hij. Je
+ziet het adres. Als je mij niet helpt, moet ik hem verzenden. Als je
+mij niet helpt, zàl ik hem verzenden. Je weet wat de uitslag zal zijn.
+Maar je zult me helpen. Je kunt niet meer weigeren. Ik woû je sparen.
+Dat zal je mij toch toegeven. Je was streng, hard, beleedigend. Je
+behandelde mij als geen wezen mij ooit durfde te behandelen, geen
+levend wezen tenminste. Ik verdroeg alles. Nu is het aan mij om
+voorwaarden te stellen.
+
+Campbell verborg het gelaat in de handen en een huivering liep over
+hem.
+
+--Ja, nu is het mijn beurt, orders te geven, Alan. Je weet wat ik wil.
+Het is doodeenvoudig. Kom, wind je nu niet zoo op. Het moet gedaan
+worden. Pak het aan en doe het.
+
+Gekreun kwam over Campbells lippen, en hij rilde over het geheele
+lichaam. Het tikken van de klok op den schoorsteenmantel scheen den
+tijd te verdeelen in afzonderlijke atomen van foltering, ieder te
+zwaar om geleden te worden. Hij gevoelde als werd een ijzeren ring
+langzaam nauw gekneld om zijn voorhoofd, als was de schande, die hem
+bedreigde, reeds over hem gekomen. De hand op zijn schouder drukte als
+lood. Het was ondragelijk. Ze scheen hem te verpletteren.
+
+--Kom, Allan, neem een besluit.
+
+--Ik kan het niet doen, sprak hij, werktuigelijk als konden woorden de
+zaak verhinderen.
+
+--Je moèt. Er staat je geen keuze. Stel nu niet langer uit.
+
+Hij aarzelde een oogenblik.
+
+--Brandt er boven vuur?
+
+--Ja, er brandt gas.
+
+--Ik moet naar huis om het een en ander uit het laboratorium te halen.
+
+--Neen Alan, je mag hier niet vandaan. Schrijf op een briefje wat je
+noodig hebt, dan zal de knecht het in een cab gaan halen.
+
+Campbell krabbelde een paar woorden, vloeide ze en schreef het adres
+van zijn assistent. Dorian nam het briefje op en las het nauwkeurig
+na. Toen belde hij, gaf het den knecht met het bevel zoo spoedig
+mogelijk terug te komen en de dingen meê te brengen. Toen de deur van
+de gang dicht viel, schrikte Campbell zenuwachtig op, en opstaande,
+ging hij naar den schoorsteenmantel. Hij rilde als in koorts. Twintig
+minuten lang sprak er niemand. Een vlieg gonsde door de kamer, en het
+tikken van de klok was als hamerslagen.
+
+Toen het één sloeg, keerde Campbell zich om en Dorian Gray aanziende,
+zag hij tranen in zijn oogen. Er was iets in de volmaaktheid en de
+verfijning van dat treurige gezicht, dat hem razend maakte.
+
+--Je bent laag, schandelijk laag, mompelde hij.
+
+--Stil Alan, je hebt mijn leven gered, sprak Dorian.
+
+--Je leven? Groote God wat een leven! Je bent van slechtheid tot
+slechtheid gevallen en nu tot misdaad toe. Bij wat je mij dwingt te
+doen, denk ik niet aan jouw leven.
+
+--Alan, fluisterde Dorian, met een zucht. Ik woû, dat je voor mij een
+duizendste gedeelte van het medelijden voelde, dat ik nu voor jou
+voel.
+
+Campbell antwoordde niet.
+
+Tien minuten later werd er geklopt; de knecht kwam binnen, hij droeg
+een groote houten kist met scheikundige stoffen; een lange streng
+staal-en platinadraad en twee vreemd gevormde ijzeren schragen.
+
+--Zal ik alles maar hier neêrzetten, meneer? vroeg hij aan Campbell.
+
+--Ja, zei Dorian. En Francis, dan heb ik nog een boodschap voor je.
+Hoe heet die man in Richmond, die altijd orchideeën levert op Selby?
+
+--Harden, meneer.
+
+--Juist, Harden. Je moest nu dadelijk naar Richmond gaan, Harden zelf
+spreken en zeggen, dat ik tweemaal zooveel orchideeën moet hebben, als
+ik besteld had, en zoo weinig mogelijk witte. Het is een prachtige
+dag, Francis, en Richmond is een aardige plaats; ik zoû er je anders
+niet meê lastig vallen.
+
+--O, het is niets geen moeite, meneer. Om hoe laat moet ik terug zijn?
+
+Dorian zag naar Campbell.
+
+--Hoe lang zal je proef duren, Alan? vroeg hij met rustige,
+onverschillige stem. De tegenwoordigheid van een derde in de kamer
+scheen hem moed in te boezemen. Campbell fronsde zijn wenkbrauwen en
+beet zich op de lippen.
+
+--Vijf uur, denk ik, antwoordde hij.
+
+--Dan is het tijd genoeg als je om half acht terug bent, Francis. Of
+weet je wat; leg alles voor mij klaar om mij te kleeden, dan kan je
+den avond voor jou hebben. Ik eet toch niet thuis, dus heb ik je
+verder niet noodig.
+
+--Dank u, meneer, sprak de knecht, en verliet de kamer.
+
+--Nu, Alan verlies nu geen minuut. Wat is die kist zwaar. Ik zal hem
+voor je dragen. Breng jij de andere dingen dan meê.
+
+Hij sprak haastig en bevelend. Campbell gevoelde zich door hem
+overheerscht. Zij gingen samen de kamer uit.
+
+Boven gekomen nam Dorian den sleutel uit zijn zak en draaide het slot
+open. Toen stond hij even stil, angst in zijn oogen. Hij rilde.
+
+--Ik kan niet binnen gaan, Alan, fluisterde hij.
+
+--Het kan mij niet schelen. Ik heb je niet noodig, sprak Campbell
+koud.
+
+Dorian opende half de deur; toen zag hij het gezicht op het portret
+grijnzen in de zon. Op den grond er voor lag het afgetrokken gordijn.
+Hij herinnerde zich, dat hij van nacht voor het eerst vergeten had het
+noodlottige doek te bedekken, en hij wilde er op toesnellen, maar
+huiverend week hij terug.
+
+Wat was die walgelijke roode dauw daar, nat, parelende op een van de
+handen, als had het doek bloed gezweet! Het was verschrikkelijk,
+verschrikkelijker nog dan dat stille ding daar aan de tafel, waarvan
+de grotesk misvormde schaduw op het bevlekte kleed hem aantoonde, dat
+het zich niet verroerd had, maar daar nog zat, zooals hij het gelaten
+had.
+
+Hij zuchtte zwaar, opende de deur wat wijder en liep met half gesloten
+oogen en afgewend gelaat de kamer binnen, besloten geen blik te werpen
+op den dooden man. Toen, zich bukkend, raapte hij den purpergouden
+voorhang op, en wierp het over de schilderij.
+
+Hij bleef stil, bang zich om te draaien en zijne oogen staarden op het
+ingewikkeld patroon vóór hem. Hij hoorde Campbell de zware kist
+binnenbrengen, en de ijzers, en al het andere wat hij noodig had voor
+zijn gruwzaam werk. Hij vroeg zich af, of hij en Basil Hallward elkaâr
+ontmoet hadden, en wat zij toen van elkaâr hadden gedacht.
+
+--Laat mij alleen, sprak een strenge stem achter hem.
+
+Hij keerde om en haastte zich weg; nog juist bemerkte hij, dat de
+doode man achterover was gelegd in den stoel, en dat Campbell staarde
+in een glanzig geel gezicht. Toen hij naar beneden ging, hoorde hij
+den sleutel in het slot omdraaien.
+
+ * * * * *
+
+Lang over zeven kwam Campbell terug in de biblioteek. Hij was bleek,
+maar volkomen kalm.
+
+--Ik heb gedaan, wat je mij vroeg, fluisterde hij. En nu vaarwel. Laat
+ons elkaár nooit meer zien.
+
+--Je hebt me gered van den ondergang, Alan. Dat zal ik nooit vergeten,
+sprak Dorian eenvoudig.
+
+Zoodra Campbell weg was, ging hij naar boven. Er was een sterke lucht
+van salpeterzuur in de kamer. Maar dat wat aan de tafel had gezeten,
+was er niet meer. Een paar gevaarlijke dingen moesten nog vernietigd
+worden. Hij huiverde. Hij had een afschuw er aan te raken.
+
+Toch moest het gedaan worden. Dat begreep hij en de deur van de
+bibliotheek gesloten hebbende, opende hij de geheime kast, waarin hij
+Basil Hallwards valies en jas geworpen had. Een groot vuur vlamde. Hij
+wierp er nog een blok op.
+
+De lucht van verbrande kleêren en leder was afschuwelijk. Het duurde
+drie kwartier eer alles vergaan was. Toen het gedaan was, voelde hij
+zich flauw en misselijk; hij stak een paar Algiersche pastilles aan in
+een koperen wierookvaatje, en waschte hoofd en handen met een koel,
+muskus-geurend toiletwater. Plotseling schrikte hij op. Zijne oogen
+werden vreemd schitterend en hij beet zenuwachtig op zijn onderlip.
+Tusschen de twee ramen stond een groote Florentijnsche kast van
+ebbenhout, ingelegd met ivoor en blauwe lapis. Hij staarde er naar als
+een ding, dat betooveren kon en bang kon maken en als hield het iets
+in, waarnaar hij verlangde en dat hij toch verafschuwde. Zijn adem
+ging vlug, hijgend. Een dol verlangen kwam over hem. Hij stak een
+cigarette op en wierp ze weder weg. Zijne oogleden vielen neêr, tot de
+lange wimpers rustteden op zijn wang. Maar nog steeds staarde hij naar
+de kast.
+
+Eindelijk stond hij op van de bank, waar hij lag, ging er heen, opende
+ze en drukte op een geheime veer. Een driehoekig laadje draaide
+langzaam naar buiten. Zijne vingers grepen er instinctmatig iets uit.
+Het was een klein chineesch doosje van zwart-en-goudlak, rijk bewerkt;
+aan de zijden koorden hingen ronde kristallen en waren metalen draden
+doorweven. Hij opende het. Binnen was groene zalf, glanzig als was,
+zwaar doordringend van geur. Hij aarzelde nog even, met een vreemden,
+strakken glimlach op het gelaat. Hij huiverde, hoewel de atmosfeer van
+de kamer stikkend was, en zag op de klok. Het was twintig minuten voor
+twaalven. Hij legde de doos weêr weg, deed de deuren van de kast
+dicht, en ging naar zijne slaapkamer.
+
+Terwijl het twaalf uur sloeg met heldere, bronzen slagen, sloop Dorian
+Gray, in een oud, ruw pak met een bouffante om den hals, stil zijn
+huis uit. In Bond-Street vond hij een hansom met een flink paard. Hij
+riep aan en gaf het adres aan den koetsier, met zachte stem. De man
+schudde het hoofd.
+
+--Het is te ver, mompelde hij.
+
+--Hier heb je een sovereign, zei Dorian, en als je hardt rijdt, krijg
+je er nog een.
+
+--Goed meneer, antwoordde de man; u zal er binnen het uur zijn!
+
+Toen Dorian ingestapt was, draaide hij om en reed in galop naar de
+richting van de Thames.
+
+
+
+
+XV.
+
+
+Een koude regen begon te vallen en de doffe straatlantarens flikkerden
+spookachtig in den druipenden mist. De herbergen werden juist gesloten
+en vage mannen en vrouwen verdrongen zich om de deuren. Uit enkele
+kroegen klonk een akelig gelach; dronken lui vloekten en schreeuwden.
+Achterover in den hansom, zijn hoed diep in de oogen, bezag Dorian
+Gray lusteloos die vuile schande van de groote stad, en nu en dan
+herhaalde hij de woorden, die Lord Henry eens tot hem gezegd had. De
+ziel te genezen door de zinnen, de zinnen door de ziel, Ja, dat was
+het geheele geheim. Vaak had hij het beproefd, nu zoû hij het weêr
+beproeven. Er waren opiumkitten, waar men vergetelheid kon koopen;
+holen vol gruwel, waar de herinnering aan oude zonden uitgewischt
+wordt door den hartstocht van nieuwe.
+
+De maan hing laag in de lucht als een geel doodshoofd. Van tijd tot
+tijd strekte een kolossale misvormde wolk een langen arm uit en
+verborg haar. De gaslantarens werden zeldzamer, de straten nauwer en
+somberder. Eens reed de koetsier verkeerd en moest hij den halven mijl
+terugrijden. Damp steeg van het paard op, terwijl het ploeterde door
+de plassen. De raampjes van den hansom waren beslagen als met een waas
+van grijs flanel.
+
+De ziel te genezen door de zinnen, de zinnen door de ziel! Hoe zongen
+die woorden in zijne ooren! Waarlijk zijne ziel was ziek, tot stervens
+toe. Was het waar, dat de zinnen haar konden genezen? Er was
+schuldeloos bloed vergoten. Wat kon dat goed maken? O! daar was geen
+herstel voor; maar waar vergeving onmogelijk was, was nog vergetelheid
+te vinden, en hij had besloten te vergeten, het uit zich weg te
+trappen, zooals men een adder, die gestoken heeft, trapt. Welk recht
+had Basil gehad tot hem te spreken als hij gedaan had? Wie had hem tot
+rechter over anderen gesteld? Hij had dingen gezegd, die afschuwelijk
+wreed en niet te verdragen waren geweest.
+
+De hansom zwoegde voort en het was hem of hij steeds langzamer ging.
+Hij boog zich naar buiten en riep den koetsier toe harder te rijden.
+Een snerpende honger naar opium begon in hem te bijten. Zijne keel
+verschroeide en zijne fijne handen trokken zenuwachtig samen. Boos
+sloeg hij naar het paard met zijn stok. De koetsier lachte en zette
+het dier wat aan. Hij lachte ook en de man zweeg stil.
+
+De weg scheen oneindig en de straten waren als een zwart spinneweb. De
+eentonigheid werd onverdragelijk, en terwijl de mist dikker en dikker
+werd, voelde hij zich bang worden. Zij gingen voorbij eenzame
+steenvelden. De mist was hier veel lichter en hij kon de vreemde,
+fleschachtige steenovens zien met hun oranje, waaiervormige
+vuurtongen. Een hond blafte, terwijl zij voorbij gingen, en ver weg in
+de donkerte, krijschte een verdwaalde zeemeeuw. Het paard strompelde
+in een goot, zwaaide weêr op zij en zette het toen op een galop.
+
+Na een poosje verlieten zij den kleiweg en ratelden weêr over ruw
+bekeide straten. De meeste vensters waren donker, maar nu en dan
+silhouetteden zich een paar schaduwen af op gordijnen. Hij staarde er
+naar. Ze bewogen zich als reusachtige marionetten en zij maakten
+gebaren als levende wezens. Hij haatte ze. Een stille woede raasde in
+zijn hart. Toen zij den hoek omreden, gilde een vrouw ze uit een open
+deur iets toe en twee mannen liepen den hansom lang na. De koetsier
+sloeg naar ze met zijn zweep.
+
+Eensklaps hield hij op, met een ruk, aan het eind van een donkere
+laan. Boven de lage daken, de uitgekartelde schoorsteenen, de zwarte
+masten der schepen. Flarden witte mist hingen als spookzeilen aan de
+masten.
+
+--Hier ergens, meneer? vroeg de koetsier schor door het luikje.
+
+Dorian schrikte op, zag naar buiten.
+
+--Hoû hier maar op, antwoordde hij; hij stapte haastig uit, gaf den
+koetsier wat hij beloofd had en liep vlug in de richting van de kade.
+Hier en daar glom een lantaren in den masttop van eea grooten
+koopvaarder. Het licht wiebelde en glinsterde in de plassen. Een roode
+gloed kwam van een buitenlandschen steamer, die kolen laadde. De
+modderige weg glom als nat gutta-percha.
+
+Hij spoedde zich voort, keek nu en dan om als werd hij achtervolgd.
+Binnen acht minuten bereikte hij een klein, smerig huisje, tusschen
+twee kolossale fabrieken. Voor een van de ramen boven was een lamp.
+Hij stond stil en gaf een bizonderen klop. Na een poosje hoorde hij
+stappen in de gang en werd de ketting opgelicht. De deur ging zachtjes
+open en hij trad binnen, zonder een woord voor den gebochelden vorm,
+die in de schaduw van de deur neêrhurkte. Aan het einde van de gang
+hing een vuil groen gordijn, dat in den wind heen en weêr zwaaide. Hij
+trok het op zij in een lange, lage kamer, die er uitzag als een
+gemeene danszaal.
+
+Schel flikkerende gasvlammen brandden aan de muren en werden dof en
+verdraaid weêrkaatst in vuile spiegels. Vettige reflectors van geribd
+tin hingen er achter en vormden trillende schijven van licht. De grond
+was bedekt met geelachtig zaagsel, hier en daar tot modder getrapt.
+Een paar Maleiers hurkten bij een klein kolenvuurtje en speelden met
+beenen penningen; ze toonden hunne witte tanden, terwijl zij spraken.
+In een hoek lag een matroos over de tafel heen, het hoofd in de armen
+verborgen; bij de gemeen bont geschilderde toonbank, stonden twee
+verloopen vrouwen een ouden man uit te lachen, die zich met walging de
+mouwen veegde.
+
+--Hij denkt dat er roode mieren op zitten, lachte een van haar, toen
+Dorian voorbijging. De man zag haar als in vrees aan en begon te
+huilen. Aan het eind van de kamer was een trap, die naar een donkere
+kamer leidde. Terwijl Dorian de drie wankelende trapjes opsnelde, kwam
+zware geur van opium hem tegen. Hij haalde diep adem en zijne
+neusvleugels trilden van genot. Toen hij binnenkwam, zag een jonge man
+met glad geel haar op van de lamp, waaraan hij een lange dunne pijp
+stak en knikte hem aarzelend toe.
+
+--Jij hier, Adrian? mompelde Dorian.
+
+--Waar zoû ik anders zijn? antwoorde hij lusteloos. Niemand wil meer
+met me spreken.
+
+--Ik dacht, dat je Engeland verlaten hadt.
+
+--Darlington is niet van plan iets te doen. Mijn broêr heeft den
+wissel betaald. George spreekt ook niet tegen mij ... het kan me ook
+niet schelen, voegde hij er bij met een zucht. Zoolang als je dit goed
+hebt, heb je geen vrienden noodig. Ik geloof, dat ik er te veel gehad
+heb.
+
+Dorian huiverde. Groteske vormen lagen op gescheurde matrassen. De
+verdraaide ledematen, de open monden, de starende oogen bekoorden hem.
+Hij wist in welke vreemde hemelen zij nu leden, welke hellekrochten
+hun het geheim van een nieuw genot leerden. Zij waren er beter aan toe
+dan hij. Hij was gevangen in gedachte. Zijne ziel werd als door eene
+afschuwelijke ziekte weggevreten: door herinnering. Van tijd tot tijd
+was het hem of de oogen van Basil Hallward hem aanstaarden. Hij
+voelde, dat hij hier niet blijven kon. De tegenwoordigheid van Adrian
+Singleton hinderde hem. Hij wilde ergens zijn, waar niemand hem kende.
+Hij wilde zichzelven ontvluchten.
+
+--Ik ga ergens anders, zei hij, na stilte.
+
+--Op de werf?
+
+--Ja.
+
+--Die dolle kat zal daar zeker weêr zijn. Ze willen haar hier niet
+meer hebben.
+
+Dorian haalde de schouders op.
+
+--Ik ben beu van die verliefde vrouwen. Een vrouw, die je haat, is
+veel interessanter. Bovendien is de opium daar beter.
+
+--Vrij wel hetzelfde.
+
+--Ik vind die andere beter. Ga meê wat drinken. Ik moet iets hebben.
+
+--Ik wil niets hebben, mompelde de jonge man.
+
+--Kom!
+
+Singleton stond lusteloos op en volgde Dorian naar de toonbank. Een
+kleurling, met een gescheurden tulband, in een vuilen ulster, grijnsde
+hem een groet toe, terwijl hij een flesch brandy en twee glazen
+toeschoof. De vrouwen kropen bij elkaâr en begonnen te kakelen. Dorian
+keerde ze den rug toe en fluisterde Adrian Singleton iets toe.
+
+Een verwrongen glimlach striemde over het gelaat van een der vrouwen.
+
+--Wat zijn we trotsch vandaag! krijschte zij.
+
+--Spreek in Gods naam niet tegen me! riep Dorian, op den grond
+stampend. Wat wil je hebben? Geld? Hier heb je het. En spreek nu nooit
+meer tegen me!
+
+Twee roode vonkjes flikkerden even in hare verglaasde oogen, en
+doofden weêr uit. Zij schudde het hoofd en pakte met begeerige vingers
+het geld van de toonbank. Haar kameraad zag haar jaloersch aan.
+
+--Het geeft niets, zuchtte Adrian Singleton. Het kan me niet schelen
+om terug te gaan. Wat doet het er toe? Ik ben hier heel tevreden.
+
+--Zal je mij schrijven, als je wat noodig hebt, sprak Dorian na een
+stilte.
+
+--Misschien.
+
+--Goeden nacht dan.
+
+--Goeden nacht, antwoordde de jonge man, terwijl hij de trap weêr
+opging en zijn verdroogden mond veegde met een zakdoek. Dorian ging
+naar de deur, een trek van pijn op het gelaat. Toen hij de gordijn
+wegtrok, brak een afschuwelijke lach over de geverfde lippen van de
+vrouw, die zijn geld had aangenomen.
+
+--Daar gaat het zoontje van den duivel, lachte zij schor.
+
+--Vervloekt! riep hij uit. Noem mij zoo niet!
+
+Zij knipte met de vingers.
+
+--Tooverprins, dat heet je liever, hé! jouwde zij hem achterna. De
+slapende matroos sprong op, toen zij dat zeide en zag woest rond. Hij
+hoorde de gangdeur dichtvallen. Hij vloog hem achterna.
+
+Dorian Gray spoedde zich in den druipenden regen langs de kade. Zijne
+ontmoeting met Adrian Singleton had hem geroerd, en hij vroeg zich af
+of het verlies van dat jonge leven waarlijk zijn schuld was, zooals
+Basil Hallward hem zoo beleedigend had verweten. Hij beet zich op de
+lippen en een paar seconden was er treurigheid in zijne oogen. Maar
+wat kon het hem eigenlijk schelen. Het leven was te kort om nog de
+schuld van anderen op zich te nemen. Ieder mensen leefde zijn eigen
+leven, en betaalde er den prijs voor. Het was alleen jammer, dat men
+zoo dikwijls voor dezelfde fout moest betalen. In zijn zaken met den
+mensch, sluit het noodlot nooit zijn boeken.
+
+En ongevoelig, de zinnen gezet op zonde, met een besmetten geest, eene
+ziel in opstand, haastte Dorian Gray zich voort, versnelde zijn stap,
+maar terwijl hij afsloeg in een donkere poort,--een kortere weg naar
+het beruchte hol,--voelde hij zich op eens beetgepakt van achteren, en
+vóór hij zich had kunnen verweren, was hij gekwakt tegen den muur door
+een forsche hand om zijn nek.
+
+Hij vocht als een dolle om zijn leven, en met geweldige inspanning
+rukte hij de knellende vingers weg. Dadelijk hoorde hij het overhalen
+van een haan en zag hij een loop blinken vlak tegen zijn voorhoofd,
+zag hij een korten, breeden man voor zich.
+
+--Wat moet je? steunde hij.
+
+--Hoû je stil, sprak de man. Als je je verroert, schiet ik.
+
+--Je bent gek. Wat heb ik je gedaan?
+
+--Je verwoestte het leven van Sibyl Vane, was het antwoord. Sibyl Vane
+was mijn zuster. Ze heeft zich van kant gemaakt. Ik weet het. En dat
+is jouw schuld. Ik heb gezworen, dat ik jou op je beurt vermoorden
+zoû. Ik zoek je al jaren. Ik wist heelemaal niet hoe je er uitzag. De
+twee menschen, die je hadden kunnen beschrijven, zijn dood. Ik wist
+niets van je dan den naam, dien zij je gaf. Ik hoorde dien van nacht
+bij toeval. Bid God, want van nacht zul je sterven.
+
+Dorian Gray werd ziek van angst.
+
+--Ik heb haar nooit gekend, stamelde hij; ik heb nooit van haar
+gehoord. Je bent gek.
+
+--Je deed beter alles te bekennen, want zoo waar ik James Vane heet,
+ik schiet hoor!
+
+Het was een verschrikkelijk oogenblik. Dorian wist niet wat hij doen
+of zeggen zoû.
+
+--Op je knieën, donderde de man. Ik geef je een minuut om je zonden te
+bedenken, geen seconde meer. Ik ga van nacht onder zeil naar Indië, ik
+moet hiermeê klaar zijn. Eén minuut en dan uit.
+
+Dorians armen vielen slap langs zijn lijf. Verlamd van schrik wist hij
+niet meer wat te doen. Op eens schoot een radelooze hoop door zijn
+brein.
+
+Hoû op, riep hij. Hoe lang is het geleden, dat je zuster stief? Gauw,
+zeg op.
+
+--Achtien jaar, sprak de man. Waarom vroeg je dat? Wat doen de jaren
+er toe!
+
+--Achtien jaren! lachte Dorian Gray, triomf in zijne stem! Achtien
+jaar! Zet me onder die lantaren en kijk me eens goed aan!
+
+James Vane aarzelde, niet begrijpend wat hij wilde. Toen pakte hij
+Dorian Gray beet, en sleurde hem weg uit de poort. Flauw en flikkerend
+als het verwaaide lichtje was, toch toonde het hem genoeg zijne
+vergissing, zooals het scheen, want het gelaat van den man, dien hij
+had willen dooden, was nog frisch en jong. Hij scheen een jongen van
+twintig jaar, niet veel ouder dan zijne zuster, toen zij jaren geleden
+afscheid hadden genomen. Het was duidelijk, dat deze man het niet kon
+geweest zijn. Hij liet zijn greep los en deinsde terug.
+
+--Mijn God! Mijn God! riep hij; en ik zoû je vermoord hebben!
+
+Dorian haalde diep adem.
+
+--Je bebt bijna een verschrikkelijken misdaad begaan, sprak hij
+streng. Laat het je een waarschuwing zijn om de wraak niet in eigen
+handen te nemen.
+
+--Vergeef me, meneer, mompelde James Vane. Ik heb me vergist. Een
+enkel woord, dat ik hoorde in dat vervloekte hol, bracht me op een
+verkeerd spoor.
+
+--Je deed beter naar huis te gaan, en dat pistool weg te bergen;
+anders kom je nog in moeilijkheden, sprak Dorian, die zich omdraaide
+en wegging.
+
+James Vane stond vol ontzetting op de straat. Hij beefde van het hoofd
+tot de voeten. Na een korte pooze kwam een zwarte schaduw, die langs
+de druipende muren was geslopen, in het licht, bij hem. Hij voelde een
+hand op zijn arm en zag met schrik om. Het was een van de vrouwen, die
+aan de bar hadden staan drinken.
+
+--Waarom schoot je niet, siste zij, het uitgeteerde gelaat vlak bij.
+Ik wist wel, dat je hem achterna zat, toen je wegvloog van Daly. Ezel!
+Je hadt hem moeten vermoorden. Hij heeft schatten van geld en hij is
+zoo slecht als je het maar hebben kunt.
+
+--Hij is niet de man dien ik zoek, antwoordde hij, en ik heb zijn geld
+niet noodig. De man, dien ik hebben moet, zal nu een veertig jaar
+zijn. Deze is nog een jongen. Goddank! zijn bloed kleeft niet aan mijn
+handen.
+
+De vrouw lachte bitter.
+
+--Nog een jongen! grijnsde zij. Kerel, het is bijna achttien jaar
+geleden, dat de Tooverprins van mij maakte, wat ik nu ben.
+
+--Je liegt! riep James Vane.
+
+Zij hief de hand op naar den hemel.
+
+--Bij God! ik zeg de waarheid, riep zij uit.
+
+--Bij God?
+
+--Ik mag dood gaan als het niet zoo is. Hij is de gemeenste kerel, die
+hier ooit komt. Ze zeggen, dat hij zich aan den duivel verkocht heeft,
+voor een mooi gezicht. Het is bijna achttien jaar geleden, dat ik hem
+ontmoette. En hij is niet veel veranderd. Ik wel, voegde zij er bij
+met een ellendig gegrinnik.
+
+--Zweer je het?
+
+--Ik zweer het, kwam er als met een heesche echo over haar lippen.
+Maar verraad me niet aan hem, smeekte ze. Ik ben bang voor hem. Geef
+me wat geld voor mijn nachtlogies.
+
+Hij rukte zich van haar los met een vloek, en rende naar den hoek van
+de straat, maar Dorian Gray was verdwenen. Toen hij terug kwam, was de
+vrouw ook weg.
+
+
+
+
+XVI.
+
+
+Een week later zat Dorian Gray in de serre van Selby Royal te praten
+met het aardige hertoginnetje van Monmouth, die met haar echtgenoot,
+een vermoeiden man van zestig jaar, onder zijne gasten was. Het was
+theetijd, en het zachte schijnsel van de groote, met kant gesluierde
+lamp op de tafel verlichtte het porcelein en het zilver van het
+theeservies, waarover de hertogin prezideerde. Hare witte handen
+bewogen zich met gratie tusschen de kopjes en haar volle roode lippen
+glimlachten over iets, dat Dorian fluisterde.
+
+Lord Henry, achterover in een, met zijde gedrapeerden, stoel lag hen
+gade te slaan. Lady Narborough deed of zij luisterde naar de
+beschrijving, die de hertog haar gaf van den Braziliaanschen kever,
+dien hij aan zijne verzameling had toegevoegd. Drie jongelui in
+elegante smokings prezenteerden gebakjes aan de dames. Het gezelschap
+bestond uit twaalf personen en den volgenden dag werden er meer
+verwacht.
+
+--Waar hebben jullie het over? vroeg Lord Henry, bij de tafel komend
+om zijn kopje neêr te zetten. Ik hoop, dat Dorian je verteld heeft van
+mijn plan om alles te herdoopen, Gladys. Zoû je het geen aardig idee
+vinden?
+
+--Maar ik heb geen lust herdoopt te worden, Harry, antwoordde de
+hertogin, hem aanziende met haar oogen vol charme. Ik ben heel
+tevreden met mijn naam, en Mr. Gray zeker ook met den zijne.
+
+--Gladyslief, ik zoû geen van die twee namen willen veranderen. Ze
+zijn beide uitstekend. Ik dacht voornamelijk aan bloemen. Gisteren
+plukte ik een orchidee voor mijn knoopsgat. Het was een prachtige
+gevlekte, bijna zoo mooi als een van de zeven doodzonden. Op een
+ondoordacht oogenblik vroeg ik den tuinman, hoe ze heette. Hij zei zoo
+iets van Robinsoniama of iets dergelijks barbaarsch. Het is treurig,
+maar we schijnen verleerd te hebben de dingen mooie namen te geven. En
+een naam is alles. Ik vecht nooit tegen feiten. Ik vecht alleen tegen
+namen. Dat is ook de reden, waarom ik niet van realisme hoû in
+literatuur. De persoon, die een spâ, een spâ noemt, moest veroordeeld
+worden er zelf een te gebruiken. Dat is het eenige, waarvoor hij
+geschikt is.
+
+--Hoe zouden wij jou dan wel moeten noemen, Harry? vroeg zij.
+
+--Prins Paradox, zei Dorian.
+
+--Ja uitstekend, riep de hertogin uit.
+
+--Ik wil er niets van weten, hoor, lachte Lord Henry, neêrzinkend in
+zijn stoel. Een bijnaam raak je nooit kwijt. Ik weiger den titel.
+
+--Vorsten mogen geen afstand doen, waarschuwden een paar aardige
+lipjes.
+
+--Moet ik dus mijn troon verdedigen?
+
+--Ja.
+
+--Ik heb meer hoop op de waarheden van de toekomst.
+
+--Ik prefereer de mindere perfectie van het heden, antwoordde zij.
+
+--Je ontwapent me, Gladys, riep hij, in haar dartelheid komend.
+
+--Alleen van je schild, Harry: je hebt nog je speer.
+
+--Die hef ik nooit op tegen schoonheid.
+
+--Dat is juist een fout van je, Harry, geloof me. Je hecht veel te
+veel aan uiterlijk schoon.
+
+--Hoe kan je dat zeggen? Ik geef toe, dat ik liever mooi ben dan
+braaf. Maar daarentegen zal ik de eerste zijn om toe te stemmen, dat
+braafheid nòg beter is dan leelijkheid.
+
+--Leelijkheid is dus een van de zeven doodzonden? riep de hertogin.
+Wat wordt er dan van je symbool van de orchidee?
+
+--Leelijkheid is een van de zeven hoofddeugden, Gladys. Jij, als een
+goede Tory, móet ze waarlijk niet minachten. Bier, de Bijbel en de
+zeven hoofddeugden hebben Engeland gemaakt wat het is.
+
+--Je houdt dus niet van je land? vroeg zij.
+
+--Ach, ik leef er in.
+
+--Om er zelf over te kunnen oordeelen?
+
+--Woû je dan, dat ik de opinie van heel Europa er over raadpleegde?
+
+--Wat zeggen ze dan van ons?
+
+--Dat Tartuffe is overgestoken naar Engeland en er een winkel heeft
+opgezet.
+
+--Is die van jou, Harry?
+
+--Je mag hem hebben.
+
+--Ik zoû hem toch niet kunnen gebruiken. Hij is te waar.
+
+--O, daar behoef je niet bang voor te zijn; de Engelschen herkennen
+zichzelve nooit in een beschrijving.
+
+--Ze zijn er te practisch voor.
+
+--Ze zijn meer geslepen dan wel practisch. Als ze hun grootboek
+opmaken, laten ze stomheid opwegen tegen beleid, en slechtheid tegen
+veinzerij.
+
+--En toch hebben we groote dingen gedaan.
+
+--Groote dingen zijn ons toegeworpen, Gladys.
+
+--Wij hebben dan toch den last ervan gedragen.
+
+--Nu ja, maar ook niet verder dan de effectenbeurs.
+
+Zij schudde het hoofd.
+
+--Ik heb nog al vertrouwen in het ras, riep zij.
+
+--Het reprezenteert de opkomst van parvenu's.
+
+--Het bezit vooruitgang.
+
+--Ik hoû meer van verval.
+
+--Wat denk je dan van kunst? vroeg ze.
+
+--Een ziekte.
+
+--Illuzie.
+
+--Godsdienst?
+
+--Een moderne plaatsvervanger van geloof.
+
+--Je bent een sceptikus.
+
+--Nooit! Scepticisme is het begin van geloof.
+
+--Wat ben je eigenlijk?
+
+--Beschrijven is begrenzen.
+
+--Geef mij een draad, een kluwen.
+
+--Draden breken. Je zoû verdwalen in een labyrinth.
+
+--Je bent vermoeiend! Laat ons over iets anders spreken.
+
+--Onze gastheer is een verrukkelijk onderwerp van gesprek.
+
+--Jaren geleden is hij gedoopt als: Tooverprins.
+
+--O, herinner mij daar niet aan! riep Dorian Gray.
+
+--Onze gastheer is niets aardig van avond, antwoordde de hertogin met
+een kleur. Ik geloof, dat hij denkt, dat Monmouth mij alleen getrouwd
+heeft om het beste exemplaar te bezitten van een moderne kapel.
+
+--Nu, ik hoop, dat hij u niet met spelden zal prikken, lachte Dorian.
+
+--O, dat doet mijn kamenier al, als ze boos op mij is.
+
+--En waarom is zij dan boos op u?
+
+--Om de kleinste kleinigheid, dat verzeker ik u. Meestal omdat ik tien
+minuten voor negenen thuis kom, en haar dan zeg, dat ik om half negen
+klaar moet zijn.
+
+--Hoe onredelijk van haar. Ik zoû haar den dienst opzeggen.
+
+--Ik durf niet, Mr. Gray. Verbeeldt u, ze verzint hoeden voor mij.
+Herinnert u zich den hoed, dien ik droeg op de garden-party van Lady
+Hilstone? U is hem glad vergeten, maar het is toch aardig van u, dat u
+doet alsof u het weet. Nu, die heeft ze uit niets gemaakt. Alle goede
+hoeden worden gemaakt uit niets.
+
+--Evenals goede reputaties, Gladys, viel Lord Henry in. Ieder effekt
+kost je een vijand. Om populair te zijn moet je een middelmatigheid
+wezen.
+
+--Niet bij de vrouwen, zeide de hertogin het hoofd schuddend; en
+vrouwen regeeren de wereld. Ik verzeker je, dat wij middelmatigheden
+niet kunnen uitstaan. Wij vrouwen hebben lief met onze ooren, zooals
+jullie mannen liefhebt met je oogen, als jullie tenminste ooit lief
+hebben.
+
+--Ik geloof, dat wij nooit iets anders doen, murmelde Dorian.
+
+--O! maar dan zal u nooit werkelijk liefhebben, Mr. Gray, antwoordde
+de hertogin met grappige treurigheid.
+
+--Mijn lieve Gladys! riep Lord Henry. Hoe kan je dat zeggen? lederen
+keer, dat je van iemand houdt, is die weêr de eenige, dien je
+liefhebt. Wij kunnen in het leven hoogstens ééne groote ondervinding
+doen, en het geheim is juist, die ondervinding te herhalen, zoo
+dikwijls het mogelijk is.
+
+--Zelfs wanneer je er door verwond bent geweest, vroeg de hertogin na
+eene pauze.
+
+--Dan juist, antwoordde Lord Henry.
+
+De hertogin wendde zich om en zag naar Dorian Gray, met vreemde
+uitdrukking in haar oogen.
+
+--Wat zegt u daarvan, Mr. Gray? vroeg zij.
+
+Dorian Gray aarzelde even. Toen wierp hij het hoofd terug en lachte.
+
+--Ik ben het altijd eens met Harry.
+
+--Zelfs als hij ongelijk heeft?
+
+--Harry heeft nooit ongelijk.
+
+--En maakt deze filozofie u gelukkig?
+
+--Daar heb ik nooit naar gestreefd. Wie wil nu gelukkig zijn? Ik heb
+genot gezocht.
+
+--En gevonden?
+
+--Dikwijls. Te dikwijls.
+
+De hertogin zuchtte.
+
+--Ik streef naar vrede, zeide zij; en als ik mij nu niet ga kleeden,
+zal ik dien van avond niet vinden.
+
+--Mag ik u een paar orchideeën halen, hertogin? vroeg Dorian Gray,
+terwijl hij vlug opstond en naar de oranjerie liep.
+
+Je flirt schandelijk met hem, zei Lord Henry tot zijn nichtje. Je mag
+wel oppassen. Hij kan je direkt inpalmen. Hij heeft veel charme.
+
+--Als hij dat niet had, zoû er geen aardigheid aan zijn.
+
+--Het zijn dus Grieken tegen Grieken?
+
+--Ik ben aan de zijde van de Trojanen. Die vochten om een vrouw.
+
+--Ze werden verslagen.
+
+--Er bestaan erger dingen dan verslagen te worden, antwoordde zij.
+
+--Je galoppeert met een lossen teugel.
+
+--Zoo een galop brengt je bloed in beweging.
+
+--Ik zal het van avond in mijn journaal opschrijven.
+
+--Wat!
+
+--Dat een kind, dat zich ééns gebrand heeft, liefst met vuur speelt.
+
+--Ik ben niet eens geschroeid. Mijn vleugels zijn nog heel.
+
+--Je gebruikt ze voor alles behalve om te vliegen.
+
+--De moed is van de mannen overgegaan op de vrouwen. Het is niets
+nieuws voor ons.
+
+--Je hebt een rivale.
+
+--Wie?
+
+Hij lachte.
+
+--Lady Narborough! fluisterde hij. Ze is dol op hem.
+
+--Je maakt me bang. Een beroep op de oudheid is altijd noodlottig voor
+ons romantisten.
+
+--Romantisten? Je bent van alles wat.
+
+--De mannen hebben ons opgevoed.
+
+--Maar nooit doorgrond.
+
+--Beschrijf ons eens als sekse, daagde zij uit.
+
+--Sfinxen zonder geheimen.
+
+Zij zag hem aan en glimlachte.
+
+--Wat blijft Mr. Gray lang weg. Willen wij hem gaan helpen? Ik heb hem
+nog niet de kleur van mijn toilet gezegd.
+
+--O, die moet je regelen naar zijn bloemen, Gladys. Dat zoû een
+voorbarige overgave zijn.
+
+--Romantische kunst begint bij het toppunt.
+
+--Ik moet een uitweg open houden.
+
+--Zooals de Parthen?
+
+--Die waren veilig in de woestijn. Dat kan ik niet zijn.
+
+--Vrouwen wordt niet altijd een keus gelaten, antwoordde hij ... maar
+pas had hij dit gezegd of van het andere einde van de serre kwam het
+geluid van een onderdrukt gekreun, gevolgd door den doffen slag van
+een zwaren val. Ieder schrikte op. De hertogin stond bewegingloos van
+vrees. Met angst in de oogen vloog Lord Henry langs de wuivende palmen
+en vond Dorian Gray doodsflauw liggen, het gelaat op den grond.
+
+Hij werd dadelijk in den blauwen salon gedragen en op een der sofa's
+gelegd. Spoedig kwam hij bij en zag verbaasd rond.
+
+--Wat is er gebeurd? vroeg hij. O, ik weet het al weêr. Ben ik hier
+veilig, Harry?
+
+En hij begon te sidderen.
+
+--Je bent even flauw geweest, Dorian, anders niet. Je hebt je zeker
+oververmoeid. Je moest maar niet aan het diner komen. Ik zal je plaats
+wel innemen.
+
+--Neen, ik kom beneden, sprak hij, moeilijk oprijzend. Ik kom liever
+beneden. Ik moet niet alleen blijven.
+
+Hij ging naar zijn kamer en kleedde zich.
+
+Hij was luidruchtig vroolijk aan tafel, maar nu en dan liep er een
+straal van angst over hem, als hij zich herinnerde hoe hij tegen een
+ruit van de serre, als een witten doek, het gelaat van James Vane had
+gezien, die hem bespiedde.
+
+
+
+
+XVII.
+
+
+Den volgenden dag ging hij het huis niet uit, en was hij meest alleen
+in zijne kamer, zielsbang om te sterven en toch onverschillig voor het
+leven zelve. De gedachte, dat hij nagespoord, achtervolgd werd, hing
+als een donkere wolk steeds over hem. Als de gordijnen in de wind heen
+en weêr bewogen, begon hij te beven. De doode blaren, die tegen de
+ruiten opgezwiept werden, waren hem als zijn eigen verwaaide
+voornemens en berouwvolle buien. Sloot hij zijne oogen, dan zag hij
+weêr voor zich het gelaat van den matroos, dat gluurde door het
+beslagen glas en angst scheen weêr zijne hand te leggen op zijn hart.
+
+Maar misschien was het slechts verbeelding, die de wraak had
+opgeroepen en folterstraffen voor zijne oogen deed verrijzen! Het
+leven was een chaos, maar er was zoo iets verschrikkelijk logisch in
+de verbeelding. Het was de verbeelding, die het berouw aanhitste op de
+zonde! Het was de verbeelding, die iedere misdaad bevruchtte met
+misvormd gebroedsel. In het gewone leven der feiten werd de zonde niet
+gestraft, noch de deugd beloond. De sterke overwon, de zwakke moest
+het onderspit delven. Dat was al. Buitendien, als een vreemde zoo
+geslopen had om het huis, zoû hij toch gezien zijn door de tuinlui of
+de opzichters. Hadden er voetstappen gestaan op de bloemperken, dan
+zouden de tuinlui het aangegeven hebben. Ja, het was zuivere
+verbeelding; Sibyl Vane's broêr was niet teruggekomen om hem te
+vermoorden. Hij was weggezeild op zijn schip en ergens op zee. Voor
+hem was hij in ieder geval veilig. De man wist immers niet wie hij
+was, kon het ook nooit weten. Het masker der jeugd had hem gered. Maar
+al was het ook slechts een spel der verbeelding geweest, hoe
+verschrikkelijk was het toch te denken, dat het geweten zoo
+afschuwelijke spoken kon oproepen, ze een vorm kon geven, ze kon doen
+bewegen, voor ons heen! Wat zoû zijn leven zijn, zoo die spooksels
+zijner zonden hem bij dag en nacht uit stille hoekjes aangluurden, hem
+uit schuilplaatsen uitlachten, hem in het oor fluisterden als hij aan
+een diner zat, en hem wekten met ijzige vingers, als hij sliep.
+Terwijl deze gedachte in zijn brein kroop, werd hij bleek van
+ontzetting; de atmosfeer om hem heen scheen te verkillen. O! in een
+uur van krankzinnigheid had hij zijn vriend vermoord! Spookachtig was
+de herinnering aan die scène. Hij zag het alles weêr. Iedere
+kleinigheid kwam met wreede juistheid bij hem op. Uit de zwarte
+spelonk van den tijd rees het beeld zijner zonde, als een purper
+fantoom van ontzetting. Toen Lord Henry om zes u bij hem kwam vond hij
+hem snikken, als zoû zijn hart breken.
+
+Den derden dag eerst durfde hij naar buiten gaan. Er was iets in de
+heldere, dennengeurende lucht van dien wintermorgen, dat hem
+vroolijkheid en levenskracht scheen terug te geven.
+
+Na het ontbijt wandelde hij een uur langer met de hertogin in den
+tuin, en reed toen door het park om zich bij de jagers te voegen.
+Heele fijne ijzel lag als zout op het gras. De lucht was een klok van
+blauw metaal. Een dun vliesje ijs voor aan de rieten boorden van het
+meer. Aan den hoek van een dennenbosch zag hij Sir Geoffry Clouston,
+den broêr der hertogin, die een paar geketste kogels uit zijn geweer
+haalde. Hij sprong van zijn wagentje af, beval den groom naar huis te
+gaan, en baande zich een weg naar zijne gasten, door het verdorde
+hakhout.
+
+--Goede jacht, Geoffry? vroeg hij.
+
+--Niet al te best, Dorian. Ik denk, dat de vogels allemaal naar het
+open veld zijn getrokken. Het zal na het lunch wel beter gaan, als we
+op het nieuwe terrein jagen.
+
+Dorian wandelde naast hem voort. De scherp gekruidde lucht, de bruine
+en roode lichtjes, die in het bosch schitterden van tijd tot tijd, de
+kreten der drijvers en daarop het knallen der geweren, deed hem
+aangenaam aan, vervulde hem met zalig gevoel van vrijheid. Hij werd
+overheerscht door eene zorgeloosheid van geluk, door de
+onverschilligheid van het genot.
+
+Op eens sprong er uit een hoopje verdord gras, enkelen afstand voor
+hem uit, een haas, de zwartgestipte ooren steil overeind, de lange
+achterpooten rechtuit gestrekt. Hij vluchtte naar een elzenboschje.
+Sir Geoffrey legde aan, maar er was iets in de gracieuze bewegingen
+van het dier, dat Dorian bekoorde, en hij riep:
+
+--Niet schieten, Geoffrey, laat hem!
+
+--Wat een nonsens, Dorian! lachte de ander, en toen de haas in het
+boschje sprong, vuurde hij. Twee kreten werden gehoord, de kreet van
+een haas in pijn, die verschrikkelijk is, de kreet van een mensch in
+doodsnood, die vreeslijker klinkt.
+
+--Groote God! Ik heb een van de drijvers getroffen, riep Sir Geoffrey
+uit. Wat een ezel ook om voor de geweren te komen. Hoû op met
+schieten! riep hij zoo hard mogelijk; er is iemand geraakt!
+
+De opperjager kwam aanloopen, een stok in de hand.
+
+--Waar meneer? Waar is hij? riep hij uit. Tegelijkertijd hield het
+vuren overal op.
+
+--Hier, antwoordde Sir Geoffry ontstemd, ijlend naar het boschje.
+Waarom hoû je je menschen toch niet uit den weg? Mijn geheele dag is
+er door bedorven.
+
+Dorian volgde hen met den blik toen zij in het elzenboschje drongen en
+de buigzame, dunne takken op zij schoven. Spoedig verschenen zij weêr,
+zij trokken een lichaam achter zich voort, in het zonlicht. Hij keerde
+zich om in afschuw. Het was hem of het ongeluk hem volgde waar hij
+ging. Hij hoorde Sir Geoffry vragen of de man waarlijk dood was; toen
+het ja van de jager. Het was hem of het bosch begon te leven, als met
+vele gezichten. Hij hoorde het getrappel van duizenden voeten, het
+doffe gemurmel van stemmen. Een groote fazant, met koperkleurige
+borst, fladderde door de takken boven hen.
+
+Na eenige oogenblikken, eindelooze uren van marteling, voelde hij een
+hand op zijn schouder. Hij schrikte, en zag om.
+
+--Dorian, zei Lord Henry; zoû ik maar niet zeggen, dat de jacht van
+daag moet ophouden. Het staat niet om er meê door te gaan.
+
+--Ik woû, dat ze nooit meer jaagden, Harry! antwoordde hij bitter. Het
+is verschrikkelijk wreed. Zoû de man waarlijk ...
+
+Hij kon zijn zin niet voleindigen.
+
+--Ik vrees van ja, hernam Lord Henry. Hij kreeg het volle schot in de
+borst. Hij moet bijna onmiddelijk dood geweest zijn. Kom, ga meê naar
+huis.
+
+Zij liepen samen in de richting van de laan, en spraken geen woord.
+Eindelijk zag Dorian Lord Henry aan, en, met een zucht:
+
+--Het is een slecht teeken Harry, een slecht voorteeken.
+
+--Wat? vroeg Lord Henry. O, dit ongeluk zeker. Maar kerel, daar kon
+niemand iets aan doen. Het was zijn eigen schuld. Waarom kwam hij ook
+voor de geweren? Buitendien, hebben wij er heelemaal niets meê te
+maken. Het is natuurlijk heel vervelend voor Geoffrey. Je mag zoo maar
+geen drijvers schieten. En de menschen zullen zeggen, dat hij een
+slecht jager is. Nu dat is niet zoo. Geoffrey mikt uitstekend. Maar
+het geeft niets of we daar nu al over spreken.
+
+Dorian schudde het hoofd.
+
+--Het is een slecht voorteeken, Harry. Ik heb een gevoel of er iets
+vreeselijks gebeuren zal met iemand van ons. Misschien met mij, voegde
+hij er bij, en streek zich met de hand langs de oogen als had hij
+pijn.
+
+Lord Henry lachte.
+
+--Het eenige vreeselijke in de wereld is je te vervelen, Dorian. Dat
+is de eenige zonde, waarvoor geen vergeving is. Maar daar zullen wij
+geen last van hebben, als ze er tenminste niet over kakelen aan het
+diner. Ik zal ze zeggen, dat ze er niet over moeten spreken. En dan,
+er bestaan geen voorteekens. Het noodlot zendt heusch geen herauten
+uit. Trouwens, wat zoû jou nu kunnen gebeuren? Je hebt alles wat een
+mensch maar verlangen kan. Iedereen zoû met je willen ruilen.
+
+--En ik zelf zoû met den eerste den beste willen ruilen, Harry, lach
+niet. Ik zeg de waarheid. De stakkerd die pas doodgeschoten is, is er
+beter aan toe dan ik. Ik ben niet bang voor den dood zelf. Het is het
+aankomen van den dood, dat me zoo akelig maakt. Het is of ik zijn vale
+vleugels hoor wapperen in de zware lucht om mij heen ...! Groote God!
+Zie je daar niemand achter de boomen, die mij beloert?
+
+Lord Henry zag in de richting die de trillende hand wees.
+
+--Ja, zeide hij, met een glimlach; ik zie den tuinman. Hij zal je
+moeten vragen, welke bloemen je van avond voor je tafel hebben wilt.
+Wat ben je toch nerveus. Je moet maar eens met me meêgaan naar mijn
+dokter als we weêr in de stad zijn.
+
+Dorian slaakte een zucht van verlichting toen hij den tuinman naderbij
+zag komen. De man kwam even aan zijn hoed en zag aarzelend naar Lord
+Henry. Toen haalde hij een brief te voorschijn, dien hij zijn meester
+overhandigde.
+
+--De hertogin zei mij, op antwoord te wachten, fluisterde hij.
+
+Dorian stak den brief in zijn zak.
+
+--Zeg aan de hertogin, dat ik zoo thuis kom, zei hij koel. De man
+keerde terug naar het huis.
+
+--Wat kunnen vrouwen toch gewaagde dingen doen! lachte Lord Henry. Het
+is een van haar kwaliteiten, die ik het meest bewonder ... Een vrouw
+zal met den eersten den besten man flirten, zoolang er maar iemand is,
+die er op let.
+
+--En wat kan jij gewaagde dingen zeggen, Harry. Op het oogenblik ben
+je glad mis. Ik vind het hertoginnetje heel aardig, maar ik hoû niet
+van haar.
+
+--En het hertoginnetje houdt heel veel van jou, maar vindt je niet
+bizonder aardig, dus jullie staan gelijk.
+
+--Je spreekt kwaad, Harry, en kwaadsprekerij is altijd ongegrond.
+
+--De bazis van ieder schandaaltje is een onzedelijke zekerheid, zei
+Lord Henry, een cigarette opstekend.
+
+--Je ontziet niemand of niets, als het je te doen is om een epigram,
+was het antwoord.
+
+--Ik woû, dat ik kon liefhebben! Maar ik schijn de passie verloren en
+den lust er toe vergeten te hebben. Ik ga te veel op in mijzelven.
+Mijn eigen persoon is mij een last geworden. Ik wil weg, ver weg, en
+vergeten. Het was dom van me hier te komen. Ik zal Harvey
+telegrafeeren om mijn yacht uit te rusten. Op een schip ben je pas
+veilig.
+
+--Veilig waarvoor? Dorian? Je zit in moeilijkheid. Waarom zeg je mij
+het niet? Je weet, ik zoû je helpen.
+
+--Ik kan het je niet zeggen, Harry, antwoordde hij treurig. En
+misschien is het ook maar verbeelding van me. Dit ongeluk heeft mij
+overstuur gemaakt. Ik heb een afschuwelijk voorgevoel, dat zoo iets
+ook met mij zal gebeuren.
+
+--Wat een nonsens!
+
+--Ik hoop het niet, maar ik voel het toch. O! daar is de hertogin; ze
+ziet er uit als Artemis in een tailor made toilet. U ziet, we zijn
+terug, mevrouw.
+
+--Ik weet er alles van, Mr. Gray, antwoordde zij. Die arme Geoffrey is
+er heel naar onder. En het schijnt, dat u hem net nog vraagde, niet te
+schieten, niet waar? Hoe vreemd!
+
+--Ja, het was heel vreemd. Ik weet niet, hoe ik daartoe kwam. Een
+gril, denk ik. Het beestje zag er zoo aardig uit. Maar het spijt me,
+dat ze u verteld hebben van dien man. Het is een verschrikkelijke
+geschiedenis.
+
+--Een verschrikkelijke geschiedenis! viel Lord Henry in. Het heeft
+niet de minste psychologische waarde. Als Geoffrey het expres gedaan
+had, zoû het veel interessanter zijn. Ik woû, dat ik iemand kende, die
+een moord begaan had.
+
+--Harry, je bent verschrikkelijk! riep de hertogin. Vindt u ook niet,
+Mr. Gray? Harry, Mr. Gray wordt weêr niet wel! Hij zal flauw vallen.
+
+Dorian overheerschte zich en glimlachte.
+
+--Het is niets, murmelde hij; mijn zenuwen zijn wat in de war. Dat is
+alles. Ik heb zeker te ver geloopen van morgen. Ik heb niet gehoord
+wat Harry zei. Was het erg slecht? U moet het mij bij gelegenheid
+vertellen. Ik denk, dat ik nu wat zal gaan liggen. U excuseert me,
+niet waar?
+
+Ze hadden de breede trap bereikt, die van de serre leidde naar het
+terras. Toen de deur zich achter Dorian sloot, zag Lord Henry de
+hertogin aan met zijne half geloken oogen.
+
+--Hoû je erg veel van hem? vroeg hij.
+
+Zij antwoordde eerst niet, en staarde naar het parkgezicht buiten.
+
+--Ik woû, dat ik het wist, zei ze ten laatste.
+
+Hij schudde het hoofd.
+
+--Kennis is noodlottig. Onzekerheid bekoort. In een schemerlicht zijn
+de dingen veel mooier.
+
+--Maar je kan dan verdwalen.
+
+--Alle wegen komen op het zelfde punt uit, Gladys-lief.
+
+Welk punt?
+
+--Desilluzie.
+
+--Dat was mijn debuut in het leven, zuchtte zij.
+
+--Het kwam gekroond tot je.
+
+--Ik heb genoeg van fleurons.
+
+--Ze staan je toch goed.
+
+--Alleen in het publiek.
+
+--Je zoû ze missen.
+
+--Ik zal ook geen blaadje weg doen ...
+
+--Pas op, Monmouth zal hooren ...
+
+--De ouderdom is hardhoorig.
+
+--Is hij nooit jaloersch geweest?
+
+--Ik woû het.
+
+Hij zag rond als zocht hij iets.
+
+--Wat zoek je? vroeg zij.
+
+--Het dopje van je floret, antwoordde hij. Je hebt het laten vallen.
+
+Zij lachte.
+
+--Ik heb mijn masker nog.
+
+--Dat maakt je oogen nòg mooier.
+
+Zij lachte weêr. Hare tanden waren als de blanke pitten in een
+purperen vrucht.
+
+In zijne kamer lag Dorian Gray op een bank, terwijl een angst tintelde
+in iedere zenuw van zijn lichaam. Het leven was hem plotseling te
+zwaar geworden. De dood van den ongelukkigen drijver scheen hem een
+noodlottig teeken toe. Hij was bijna flauw gevallen bij wat Lord Henry
+zei in cynische scherts.
+
+Om vijf uur belde hij den knecht, gaf zijne orders om in te pakken
+voor den nachttrein naar Londen, en bestelde den brougham voor half
+negen. Hij wilde geen nacht langer in Selby Royal slapen. Het was een
+noodlottige plaats. De dood wandelde hier rond in den zonneschijn. Het
+gras in het bosch was gedrenkt met bloed.
+
+Toen schreef hij aan Lord Henry, dat hij naar de stad ging om zijn
+dokter te consulteeren en vroeg hem tevens de honeurs waar te nemen
+bij zijne gasten. Terwijl hij het briefje in een enveloppe schoof,
+werd er geklopt en kwam de knecht zeggen, dat de opperjager hem
+spreken wilde. Zijn voorhoofd rimpelde zich en hij beet zich op de
+lip.
+
+--Laat hem binnenkomen, sprak hij na korte aarzeling.
+
+Zoodra de man binnenkwam, nam Dorian zijn cheque-boek uit een lade, en
+legde het open vóór zich.
+
+--Je komt zeker voor dat ongeluk van van morgen, Thomson? zei hij,
+eene pen opnemend.
+
+--Ja meneer.
+
+--Was de arme kerel getrouwd? Laat hij familie achter? Dan zal ik ze
+geld zenden, zooveel als je denkt, dat ze noodig hebben.
+
+--Wij weten niet, wie hij is, meneer. Dat kwam ik u juist zeggen.
+
+--Weet je niet wie hij is? vroeg Dorian mat.
+
+--Wat meen je? Was hij dan niet een van de drijvers?
+
+--Neen, meneer. Niemand heeft hem vroeger ooit gezien, hij lijkt wel
+een matroos of zoo iets.
+
+De pen viel Dorian uit de hand; het was of zijn hart plotseling stil
+stond.
+
+--Een matroos? riep hij uit. Een matroos, zeg je?
+
+--Ja meneer. Ik geloof het wel, hij is tenminste getatoueerd op beide
+armen.
+
+--Is er iets bij hem gevonden? zei Dorian voorover leunend en den man
+gejaagd aanziend.
+
+--Iets waaruit je zijn naam kan opmaken?
+
+--Wat geld, meneer, niet veel en een revolver. Daar was geen naam op
+of iets. Hij ziet er vrij fatsoenlijk uit, wat ruw. Ik geloof zeker
+een matroos.
+
+Dorian sprong op. Een machtige hoop fladderde door hem heen.
+
+Hij klampte er zich aan vast.
+
+--Waar is het lijk? riep hij. Gauw, ik moet het zien.
+
+--Het ligt in een leêge stal in de Home Farm. De menschen willen zoo
+iets liever niet in huis hebben. Ze zeggen, dat een lijk ongeluk
+aanbrengt.
+
+--De Home Farm! ga gauw vooruit, ik kom dadelijk. Zeg aan den groom om
+mijn paard te zadelen. Neen het hoeft niet. Ik zal zelf naar de
+stallen gaan. Dat gaat gauwer.
+
+In minder dan een kwartier galoppeerde Dorian Gray zoo hard hij kon de
+lange laan door. De boomen zweefden als een spectrale processie langs
+hem heen, en wilde schaduwen wierpen zich voor hem neer op het pad.
+Het paard schrikte voor een wit hek en wierp hem bijna af. Hij
+ranselde het met zijn karwats. Het doorkliefde de lucht als een pijl.
+De steenen vlogen onder zijn hoeven weg.
+
+Hij bereikte Home Farm. Twee mannen stonden in den hof. Hij sprong uit
+het zadel en wierp ze zijn teugels toe. In den versten stal glinsterde
+een lichtje. Er was iets, dat hem zeide, dat daar het lijk lag, en hij
+ging naar de deur en legde de hand op den knop.
+
+Toen aarzelde hij even, voelende, dat hij iets ontdekken zoû, waaraan
+zijn leven hing. Daarna wierp hij de deur open, en trad binnen.
+
+Op een hoop zakken, in een hoek, lag het lijk van een man, gekleed in
+een grof hemd en een blauwe broek. Een gevlekte zakdoek was over het
+gezicht gespreid. Een kaars in een flesch spatterde er naast.
+
+Dorian Gray rilde. Hij voelde, dat zijne hand dien zakdoek niet weg
+kon nemen en riep een van de boerenknechts om bij hem te komen.
+
+--Neem dat ding van het gezicht weg. Ik wil hem zien, sprak hij, en
+pakte de deurpost als steun.
+
+Toen de knecht het gedaan had, trad hij wat vooruit. Een jubelkreet
+kwam over zijne lippen. De man, die in het boschje was doodgeschoten,
+was James Vane.
+
+Hij bleef nog eenige oogenblikken staren op het lijk. Toen hij naar
+huis reed, stonden zijn oogen vol tranen; hij wist, dat hij nu veilig
+was.
+
+
+
+
+XVIII.
+
+
+--Het geeft je toch niet of je mij al vertelt, dat je braaf gaat
+worden, riep Lord Henry, terwijl hij zijne witte vingers doopte in een
+rood koperen kom met rozewater. Je bent uitstekend zooals je bent.
+Verander dus niets aan jezelf.
+
+Dorian Gray schudde het hoofd.
+
+--Neen Harry, ik heb te veel slechts gedaan in mijn leven. Ik ga mijn
+leven beteren. Gisteren ben ik er mee begonnen.
+
+--Waar was je gisteren?
+
+--Buiten. Ik logeerde heel alleen in een klein logementje.
+
+--Maar jongenlief, iedereen kan braaf zijn buiten. Daar is niet de
+minste verleiding. Dat is ook de reden, waarom buitenmenschen zoo
+ongecivilizeerd zijn. Civilizatie is niet zoo gemakkelijk te bereiken.
+Je kunt er op twee manieren aan komen. Door ontwikkeling en door
+zedenbederf. Buitenmenschen kennen geen van beiden, dus blijven zij
+staan.
+
+--Ontwikkeling en zedenbederf, herhaalde Dorian. Ik heb van beide iets
+gekend. Ik vind het verschrikkelijk, dat ze altijd samen moeten gaan.
+Want ik heb een nieuw ideaal, Harry. Ik ga me beteren. Ik geloof, dat
+ik al goed op weg ben.
+
+--Je hebt me nog niet verteld, wat je brave daad van gisteren was. Of
+heb je er meer dan één gedaan? vroeg Lord Henry, en hij stapelde op
+zijn bord eene kleine pyramide van aardbeien, besneeuwde ze met
+suiker.
+
+--Ik zal het je vertellen, Harry. Het is niet iets wat ik aan een
+ander zeggen zoû. Ik heb iemand gespaard. Het klinkt erg ijdel, maar
+je weet wat ik er meê bedoel. Ze was heel mooi, heel lief. Ze leek op
+Sibyl Vane. Ik geloof, dat mij dat het eerst tot haar aantrok. Je
+herinnert je Sibyl nog, niet waar? Wat schijnt dat lang geleden! Nu,
+Hetty was niet van onzen stand natuurlijk. Ze was een boerenmeisje.
+Maar ik hield waarlijk van haar. Ik weet zeker, dat ik van haar hield.
+De heele mooie maand Mei, ging ik twee-, driemaal in de week naar haar
+toe. Gisteren wachtte zij mij op in den kleinen boomgaard. De
+appelbloesems regenden over haar heen en zij lachte. Wij zouden van
+morgen vroeg zijn weggeloopen. Op eens besloot ik haar te verlaten,
+zooals ik haar gevonden had, rein als een bloem.
+
+--Ik geloof gaarne, dat de nieuwigheid van die emotie je een prettig
+gevoel gegeven moet hebben, Dorian, viel Lord Henry in. Maar ik kan de
+idylle voor je afmaken. Je gaf haar een goeden raad en brak meteen
+haar hart. Dat is nu het begin van je hervorming.
+
+--Harry, je bent onverdragelijk! Je moet zulke akelige dingen niet
+zeggen, Hetty's hart is volstrekt niet gebroken. Natuurlijk huilde
+zij, en zoo wat meer. Maar er ligt geen schande op haar. Zij kan als
+Perdita voortleven in haar hof van kruizemunt en goudsbloemen.
+
+--En treuren over een trouweloozen Florizel, lachte Lord Henry. Dorian
+je kan verschrikkelijke naïeve idees hebben. Denk je nu werkelijk, dat
+het kind ooit tevreden zal zijn met iemand uit haar stand. Ze zal wel
+eens trouwen met een ruwen karrevoerder of een grinnekenden boer. Maar
+het feit alleen, dat ze je ontmoet heeft en dat ze van je gehouden
+heeft, zal haar leeren haar man te minachten en zal ze diep ongelukkig
+worden. Uit een zedelijk oogpunt kan ik nu niet zeggen, dat ik je
+opoffering heel bizonder vind. Zelfs voor een begin heeft het weinig
+te beteekenen. Buitendien, hoe weet je, dat Hetty nu op dit moment
+niet drijft in een plas met sterren boven haar en mooie waterlelies om
+haar heen, als Ofelia.
+
+--O, Harry! Je bespot eerst alles en dan haal je de grootste tragedies
+op. Het spijt me nu, dat ik het je vertelde. Het kan mij niet schelen,
+wat je ook beweert. Ik voel, dat ik goed deed. Arme Hetty! Toen ik van
+morgen de boerderij voorbijreed, zag ik haar wit gezichtje aan een
+raam, als een bleek jasmijnentakje. Laat ons er niet meer over praten
+en tracht nu maar niet te bewijzen dat mijn eerste goede daad, de
+eerste opoffering, die ik mij sedert jaren getroostte, eigenlijk weêr
+een soort van zonde is. Ik wil beter worden. Ik zal beter worden.
+Vertel me maar iets over jezelven. Wat gebeurt er hier in de stad? Ik
+ben in dagen niet meer naar de club geweest.
+
+--Ze hebben het nog erg druk over de verdwijning van Basil.
+
+--Ik begrijp niet, dat ze daar nog niet genoeg van hebben, zei Dorian,
+terwijl hij zich een glas wijn inschonk, en zijn voorhoofd rimpelde.
+
+--Jongenlief, ze praten er pas zes weken over, en het Britsche publiek
+is heusch niet in staat om meer dan één onderwerp in de drie maanden
+te bepraten. In den laatsten tijd hebben ze het erg druk gehad. Eerst
+mijn divorce, toen de zelfmoord van Alan Campbell en nu de
+geheimzinnige verdwijning van een voornaam artist. Scotland Yard houdt
+vol, dat de man in den grijzen ulster, die den 9den Nov. met den
+nachttrein naar Parijs vertrok, Basil was, en de Fransche politie
+verklaart, dat Basil nooit in Parijs is aangekomen. Over een dag of
+veertien zullen ze vertellen, dat hij in San Francisco gezien is. Het
+is zeker een heerlijke stad, met al de attracties van de wereld
+hiernamaals.
+
+--Wat denk jij, dat er met Basil gebeurd is? vroeg Dorian, zijn
+Bourgonje tegen het licht houdend, zelve verwonderd, dat hij zoo kalm
+over de zaak kon spreken.
+
+--Ik heb er niet het minste idee van. Als Basil plezier heeft zich
+schuil te houden, gaat het mij niet aan, en als hij dood is, dan denk
+ik er liefst zoo min mogelijk aan. Dood-gaan is het eenige waar ik
+bang voor ben. Ik vind het iets verschrikkelijks.
+
+--Waarom? vroeg Dorian moê.
+
+--Omdat, sprak Lord Henry, je tegenwoordig alles kunt overleven,
+behalve juist dat eene. Dood en vulgariteit zijn de twee eenige
+dingen, die je in onze eeuw niet kan wegcijferen. Laat ons in de
+muziekkamer onze koffie drinken. Je moest eens wat Chopin voor me
+spelen. De man, met wien mijn vrouw wegliep, speelde Chopin
+verrukkelijk. Arme Victoria! Ik mocht haar wel. Het huis is
+uitgestorven zonder haar. Het huwelijksleven is niets dan een
+gewoonte. Maar de mensch is zoo, dat hij zelfs het verlies van zijn
+slechtste gewoonten regretteert. Misschien die wel het meest. Ze zijn
+zoo een deel van je persoonlijkheid.
+
+Dorian antwoordde niet, maar stond van tafel op en zette zich in de
+kamer voor de piano, de vingers dwalende over het zwart en wit ivoor
+der noten; toen de koffie was binnengebracht, stond hij op en,
+omziende naar Lord Henry, zeide hij:
+
+--Harry, is het ooit bij je opgekomen, dat Basil vermoord kon zijn?
+
+Lord Henry gaapte.
+
+--Basil was heel populair en hij droeg altijd een Waterburyhorloge.
+Waarom zoû hij vermoord zijn? Hij was niet knap genoeg om vijanden te
+hebben, O, hij had een prachtig talent voor schilderen. Maar je kan
+wel zoo mooi schilderen als Velasquez en toch aartsvervelend zijn. En
+Basil was heel vervelend. Hij heeft mij maar eens geïnteresseerd, en
+dat was toen hij me, jaren geleden, vertelde van zijn passie voor jou.
+
+--Ik hield heel veel van Basil, sprak Dorian, een klank van
+treurigheid in zijne stem. Maar wordt er niet verteld, dat hij
+vermoord is?
+
+--O ja, sommige couranten beweren het. Maar ik vind het niet
+waarschijnlijk. Ik geef toe, dat er in Parijs gevaarlijke buurten
+zijn, maar Basil was niet iemand om daar heen te gaan. Hij was niets
+nieuwsgierig, dat was trouwens zijn grootste fout.
+
+--Harry, wat zoû je er van zeggen, als ik je vertelde, dat ik Basil
+vermoord had? vroeg Dorian.
+
+Hij zag Lord Henry strak aan.
+
+--Beste kerel, ik zoû zeggen, dat je pozeert voor iets, waar je niet
+geschikt voor bent. Iedere misdaad is banaal, evenals iedere
+banaliteit een misdaad is. Het zit niet in je, Dorian, om een moord te
+begaan. Het spijt me als ik je ijdelheid hiermeê een knak geef, maar
+ik verzeker je, dat het zoo is. De misdaad komt uitsluitend van het
+volk. Ik veroordeel ze er ook niet om. Ik geloof, dat het voor hun
+hetzelfde is, als voor ons kunst; niets anders dan een manier om
+buitengewone emoties te ondervinden.
+
+--Een manier om emoties te ondervinden? Denk je dan, dat een man, die
+eens een moord beging, diezelfde daad nog eens over kan doen? Dat zal
+je toch niet beweren?
+
+--O, alles wordt een genot als je het maar dikwijls genoeg doet,
+lachte Lord Henry. Dat is een van de grootste geheimen van het leven.
+Ik voor mij geloof, dat een moord altijd een vergissing is. Je moet
+nooit iets doen, waarover je na het diner niet praten kan. Maar laat
+ons nu Basil laten rusten. Ik woû, dat ik gelooven kon, dat hij een
+zoo romantisch einde heeft gehad, als je beweert, maar ik geloof het
+niet. Ik denk eerder, dat hij boven van een omnibus in de Seine viel,
+en dat de conducteur de zaak doodzweeg. Ja, dat geloof ik bepaald. Ik
+zie hem al liggen op zijn rug in dat vuile, groene water, terwijl
+zware booten over hem heen varen en lange wurmen zich in zijn haren
+hechten. Ik geloof niet, dat hij in staat was nog iets moois te
+leveren. De laatste tien jaren is zijn kunst erg achteruit gegaan.
+
+Dorian zuchtte diep, en Lord Henry liep de kamer door en begon den kop
+van een Javaanschen papegaai te krauwen, een groote grijze vogel met
+roode borst en staart, die wiegelde op een bamboestokje.
+
+Toen zijne puntige vingers het dier aanraakten sloot het de witte
+oogleden over de zwarte kralen van oogen en wiegde heen en weêr.
+
+--Ja, ging hij voort; zijn kunst is erg achteruit gegaan. Het is net
+of er iets aan mankeerde, of het zijn ideaal verloren had. Toen jullie
+ophielden intieme vrienden te zijn, hield hij op een groot artist te
+wezen. Wat is er eigenlijk tusschen jullie gebeurd? Verveelde hij je?
+Dat zal hij je nooit vergeven hebben. Dat is een eigenschap van
+vervelende lui. A propos, wat is er toch geworden van dat mooie
+portret, dat hij van jou gemaakt heeft? Ik geloof niet, dat ik het
+ooit weêr gezien heb. O, ik herinner me, dat je me jaren geleden
+vertelde het naar Selby gezonden te hebben, en dat het onderweg zoek
+is geraakt. Heb je het nooit teruggekregen?! Jammer! Het was een
+meesterstuk. Ik herinner me, dat ik het koopen wilde. Had ik het maar
+gedaan! Het was een van Basils beste stukken. Na dien tijd is zijn
+werk een mengelmoes geworden van slecht schilderen en goede
+bedoelingen, het kenmerk van een Engelsch artist. Heb je er onderzoek
+naar gedaan? Dat moest je toch doen!
+
+--Ik weet het niet meer, zei Dorian; ik geloof het wel. Maar ik gaf
+niet veel om het ding. Het spijt me nog, dat ik er voor gezeten heb.
+De herinnering alleen is mij al hatelijk. Waarom spreek je er over?
+Het herinnerde mij altijd aan die regels uit ... Hamlet, geloof ik ...
+hoe was het ook weêr:
+
+
+ Een gelaat zonder een hart.
+
+
+Ja, daar had het veel van.
+
+Lord Henry lachte.
+
+--Als je het leven artistiek opneemt, zit je hart in je hersens,
+antwoordde hij, in een stoel zinkend.
+
+Dorian Gray schudde het hoofd en sloeg een paar tonen aan op de piano.
+
+--...Een gelaat zonder een hart! herhaalde hij.
+
+Lord Henry lag achterover en zag naar hem met half gesloten oogen.
+
+--Dorian, vroeg hij na een stilte; welk nut heeft de mensch of hij de
+geheele wereld wint en ... hoe was het ook weêr ... zijn eigen ziel
+verliest?
+
+De muziek vervalschte en Dorian schrikte op en staarde zijn vriend
+ontzet aan.
+
+--Waarom vraag je me dat, Harry?
+
+--Maar mijn beste jongen, zei Lord Henry, verbaasd de wenkbrauwen
+optrekkend; omdat ik dacht dat jij er misschien het antwoord op zoû
+kunnen geven. Dat is alles. Verleden Zondag liep ik door het Park, en
+vlak bij Marble Arch stond een troepje arme lui te luisteren naar een
+gewonen straatprediker. En toen ik voorbij ging hoorde ik den man dien
+zin uitgillen. Het frappeerde me als iets dramatisch. Je vindt in
+Londen meer zulke effectjes. Een regenachtige Zondag, een onsmakelijke
+Christen in een regenjas, een kring van ziekelijk witte gezichten
+onder het gebroken dak van druipende parapluies, en een vreemden tekst
+uitgegalmd door schrille hysterische lippen, dat was een aardig
+effect, zoo alles bij elkaâr, iets als een suggestie. Ik dacht er nog
+over den profeet te vertellen, dat de kunst wèl een ziel, maar de
+mensch er geen heeft. Maar ik was bang, dat hij me toch niet begrepen
+zoû hebben.
+
+--Harry, schei uit! De ziel is een realiteit, die verschrikkelijk is.
+Je kunt haar koopen, verkoopen, verdobbelen. Je kunt haar vergiftigen
+of je kunt er iets heel moois van maken. In ieder van ons is een ziel.
+Dat voel ik.
+
+--Ben je daar wel heel zeker van, Dorian?
+
+--Heel zeker.
+
+--Dan is het een illuzie. De dingen, waar je zoo heel zeker van bent
+zijn nooit waar. Dat is het noodlottige van Geloof en de canon van het
+Romantisme. Wat ben je ernstig! Dat moet je niet zijn. Wat hebben jij
+of ik te maken met het bijgeloof van onze eeuw! Neen, wij gelooven
+immers niet meer aan een ziel. Speel eens wat. Een nocturne, Dorian,
+en vertel me dan onder het spelen, zachtjes, wat je gedaan hebt, om
+zoo jong te blijven. Daar moet je toch een geheim voor hebben. Ik ben
+maar tien jaar ouder dan jij, en ik ben gerimpeld en uitgeteerd en
+geel. Je bent bepaald een wonder, Dorian. Je hebt er nooit zoo goed
+uitgezien als van avond. Je herinnert me aan den eersten keer, toen ik
+je zag. Je was wat bleu, wat schichtig en zoo geheel en al iets buiten
+model. Je bent verandert, natuurlijk, maar niet in je uiterlijk. Ik
+woû, dat je mij je geheim vertelde. Om mijn jeugd terug te krijgen,
+zoû ik alles kunnen doen, behalve beweging nemen, vroeg opstaan en
+solide leven. Jong te zijn! Daar gaat toch niets boven. Het is
+bespottelijk om te praten over de onwetendheid van de jeugd. De eenige
+opinies waar ik naar luister, zijn de opinies van de jongeren. Zij
+zijn op ons vooruit. En de ouderen spreek ik altijd tegen. Dat doe ik
+uit principe. Als je hun opinie vraagt over iets, dat gisteren gebeurd
+is, geven ze je heel plechtig idees ten beste uit 1820, toen de
+menschen hooge hakken droegen, en alles geloofden en niets wisten. Wat
+is dat mooi, wat je daar speelde. Zoû Chopin het gecomponeerd hebben
+op Majorca met het weenen van de zee om zijn villa heen, en het zoute
+gesprinkel op de glazen? Het is iets bijzonder moois. Wat een geluk,
+dat er nog één kunst is, die het nabootst. Schei nog niet uit. Ik heb
+behoefte aan muziek van avond. Ik stel me zoo voor, dat jij Apollo
+bent, ik Marsyas, die naar je luistert. Ik heb veel verdriet, Dorian,
+verdriet van mijzelven, waar jij niets van weet. De tragedie van den
+ouderdom is niet, dat je oud wordt, maar dat je jong bent. Ik sta soms
+verbaasd over mijn eigen openhartigheid. O, Dorian, wat ben jij
+gelukkig! Wat heb jij een heerlijk leven gehad! Je hebt van alles
+genoten. Je hebt de druif tegen je verhemelte plat gedrukt. Niets is
+je verborgen gebleven. En dat alles is niets meer voor je geweest dan
+de klanken van muziek. Je bent er niet door bezoedeld, je bent
+dezelfde gebleven.
+
+--Ik ben niet dezelfde, Harry.
+
+--Ja, dat ben je wel. Hoe zal je verder leven zijn. Bederf het niet
+door onthoudingen; op het oogenblik ben je een type. Bederf niets aan
+jezelven. Je bent nu zonder fout. Je hoeft zoo niet je hoofd te
+schudden, je weet het zelf ook. Buitendien, Dorian, bedrieg jezelven
+niet. Je kunt het leven niet regeeren met wil of met bedoelingen. Het
+leven is een kwestie van zenuwen en spieren, en langzaam opgebouwde
+celletjes, waarin de gedachte schuilhoudt en de passie zijn droomen
+droomt. Je voelt je zeker van jezelven, je denkt sterk te zijn. Maar
+Dorian, ik zeg je, ons leven hangt af van een kleinigheid, een nuance,
+die je ziet in een lucht of in een kamer, een parfum, dat je eens lief
+was, dat nu wazige heugenissen in je optoovert; een regel uit een lang
+vergeten gedicht, dat je toevallig weêr ontmoet; een cadenz uit een
+stuk, dat je niet meer speelt. Er zijn momenten dat de geur van witte
+seringen over mij heen strijkt, en ik de vreemdste maand uit mijn
+leven weêr opnieuw moet doorvoelen. Ik woû, dat ik met je ruilen kon,
+Dorian. De wereld heeft veel over ons beiden gesproken, maar jou heeft
+ze toch altijd aangebeden. En dat zal ze je altijd blijven doen. Je
+bent het type van wat onze eeuw zoekt en wat ze vreest gevonden te
+hebben. Ik ben blij, dat je nooit iets gedaan hebt, nooit een beeld in
+marmer gehouwen, nooit een schilderij geschilderd, nooit iets
+geschapen hebt, behalve jezelven. Het leven is je kunst geweest. Je
+hebt jezelven op muziek gezet. Sonnetten zijn je levensdagen.
+
+Dorian stond van de piano op, en streek zich met de hand door het
+haar.
+
+--Ja, het leven is voor mij geweest als een exquize kunst, en toch
+Harry, zal ik niet meer dat zelfde leven leven. En je moet niet zoo
+overdreven tot me spreken. Je weet niet alles van me. Ik geloof, dat
+zoo je alles wist, zelfs jij je van mij af zoû wenden. O, je lacht.
+Lach niet Harry!
+
+--Waarom speel je niet meer, Dorian? Toe, speel die nocturne nog eens
+over. Zie die groote gele maan daar hangen in een lucht van mist. Ze
+wacht, dat je haar bekoren zal, en als je speelt zal ze dichter bij de
+aarde komen. Wil je niet? Ga dan meê naar de club. Het is een
+gezellige avond geweest en we zullen hem ook prettig eindigen. Daar is
+iemand bij White, die erg verlangend is kennis met je te maken: de
+jonge Lord Poole, de oudste zoon van Bournemouth. Hij draagt al
+dezelfde dassen als jij, en vroeg mij hem aan je voor te stellen. Hij
+is een charmante jongen--en laat me wel wat aan jou denken.
+
+--Dat hoop ik niet, zei Dorian, met een treurige blik in de oogen.
+Maar ik ben wat moê, Harry. Ik ga liever niet meê naar de club. Het is
+bij elven, en ik ga vroeg naar bed.
+
+--Kom, blijf nog wat op. Je hebt nooit zoo mooi gespeeld als van
+avond. Je hadt in je aanslag een uitdrukking, die ik er nooit van te
+voren in gehoord heb.
+
+--Dat komt misschien omdat ik braaf ga worden, antwoordde hij met een
+glimlach. Ik ben al een beetje veranderd.
+
+--Voor mij kan je nooit veranderen, Dorian. Wij zullen altijd vrienden
+blijven.
+
+--En toch heb je me eens vergiftigd met een boek. Dat kan ik je niet
+vergeven. Harry, beloof me, dat je dat boek nooit aan een ander zal
+leenen. Het maakt slecht.
+
+--Jongenlief, je begint waarachtig te moralizeeren, en dat moet je
+niet doen: je bent er veel te amusant voor. En wat geeft het. Jij en
+ik zijn wat we zijn en zullen dat ook altijd blijven. En dat je
+vergiftigd bent door een boek, dat is onmogelijk. Kunst heeft geen
+invloed op je handelingen. Het vernietigt integendeel je kracht tot
+handelen. De boeken, die de wereld immoreel vindt, zijn die, welke de
+wereld haar eigen schande toonden. Dat is alles. Maar laat ons niet
+over litteratuur praten. Kom je morgen bij me? Ik ga om elf uur
+rijden. We kunnen dan samen gaan dejeuneeren bij Lady Branksome. Ze is
+een aardige vrouw en ze woû je raadplegen over een paar gobelins, die
+ze koopen wil. Zal je komen? Of wil je liever lunchen met ons
+hertoginnetje. Heb je misschien genoeg van Gladys? Ik kan het me best
+begrijpen. Haar vlug tongetje werkt op je zenuwen. Enfin, kom in ieder
+geval om elf uur.
+
+--Is het bepaald noodig, Harry?
+
+--Natuurlijk. Het Park is nu beeldig. Ik geloof, dat de seringen in
+jaren niet zoo prachtig gebloeid hebben.
+
+--Nu ik zal komen, zei Dorian. Goeden nacht, Harry.
+
+Bij de deur aarzelde hij even, als had hij nog iets te zeggen.
+
+
+
+
+XIX.
+
+
+Het was een heerlijke avond zoo warm, dat hij zijn jas over zijn arm
+nam, en zelfs de zijden das niet om zijn hals sloeg. Terwijl hij naar
+huis wandelde, een cigarette rookend, gingen twee jongelui in rok hem
+voorbij. Hij hoorde ze fluisteren:
+
+--Dat is Dorian Gray.
+
+Hij herinnerde zich hoe heerlijk hij het vroeger vond, wanneer men
+naar hem wees, hem aankeek of over hem sprak. Nu was hij moê van zijn
+eigen naam te hooren. Een groote bekoring van het kleine dorpje, waar
+hij den laatsten tijd zoo vaak geweest was, was dat niemand daar zijn
+naam wist.
+
+Hij had het meisje, dat hij betooverd had hem lief te hebben, verteld,
+dat hij arm was, en zij had hem geloofd. Hij had haar eens gezegd, dat
+hij heel slecht was, en zij had gelachen en geantwoord, dat slechte
+menschen altijd oud en leelijk zijn. Wat klonk haar lach! als het
+geparel van een leeuwerik. En hoe lief zag zij er uit in haar katoenen
+japonnetje en grooten strooien hoed. Ze wist niets, maar zij bezat
+alles, wat hij verloren had.
+
+Thuis vond hij den knecht nog op hem wachten. Hij zond hem naar bed,
+en wierp zich neêr op de bank in zijn bibliotheek en dacht na over wat
+Lord Henry gezegd had.
+
+Zoû het waar zijn, dat een mensen nooit veranderen kan? Hij gevoelde
+een intens verlangen naar de smettelooze reinheid zijner jeugd, zijner
+bloesemblanke jeugd, zooals Lord Henry eens gezegd had. Hij wist, dat
+hij zichzelven had bezoedeld, zijn geest had verdorven, zijn
+verbeelding had wanschapen en dat hij een duivel was geweest voor
+anderen; en dat hij er een helsch genot in had gevonden dat te zijn,
+en dat hij de schoonste, de bloeiendste levens, die hij had ontmoet,
+tot schande had gebracht. Maar was dit alles dan onherroepelijk? Was
+er dan geen hoop meer voor hem!
+
+Oh! in welk monsterachtig oogenblik van ijdelheid en passie had hij
+dan gebeden, dat het portret den last zijner dagen zoû torsen, opdat
+hijzelve de vlekkelooze glorie der eeuwige jeugd zoû dragen. Dat was
+de schuld van alles. Het ware hem beter geweest zoo iedere zonde in
+zijn leven de straf onverbiddelijk met zich had meêgesleept. Daar was
+reiniging in straf. De mensch moest niet bidden: Vergeef ons onze
+zonden, maar kastijd ons voor onze ongerechtigheden!
+
+De fijn gebeeldhouwde ivoren spiegel, dien Lord Henry hem gegeven had,
+jaren geleden, stond op de tafel, en de blanke amortjes dartelden er
+om rond als altijd. Hij nam dien op, zooals hij deed den avond van
+afschuw, toen hij voor het eerst de verandering bemerkt had op het
+noodlottig portret, en nu blikte hij met vochtige oogen in de
+gepolijste diepte.
+
+Hem was eens een wanhopige brief geschreven door iemand die hem
+afgodisch liefhad, en die brief eindigde met de opgewonde woorden: de
+wereld is verouderd, omdat jij van goud en ivoor bent; door jouw
+lippen wordt de historie weêr opnieuw geschreven.
+
+Die zin drong zich bij hem op en hij herhaalde ze telkens en telkens
+weêr. Toen vervloekte hij zijn eigen schoonheid en den spiegel op den
+grond smijtend, vertrapte hij hem met den voet tot zilveren gruizels.
+Zijne schoonheid had hem ten onder gebracht, zijne schoonheid en
+jeugd, voor welks behoud hij gebeden had. Zonder deze twee factoren
+zoû zijn leven vrij zijn gebleven van iederen smet. Zijne schoonheid
+was hem slechts een masker, zijn jeugd een narrenpak geweest.
+
+Wat was jeugd? Een tijd van groene wrangheid, een tijd van kleine
+verlangens, van ziekelijke gedachten. Waarom had hij dan die liverei
+gedragen? Zijn jeugd had hem bedorven.
+
+Het was beter niet te denken aan het verleden. Niets kon dat
+veranderen. Hij moest aan zichzelven en aan zijn toekomst denken.
+
+James Vane lag in een onbekend graf in het kerkhof van Selby Royal.
+Alan Campbell had zich dood geschoten in zijn laboratorium, maar het
+geheim, dat hij gedwongen was geweest te kennen, niet geopenbaard. De
+drukte over Basil Hallwards verdwijning zoû weldra voorbij zijn. Ze
+was nu reeds verflauwd. Hij was volmaakt veilig. Bovendien was het ook
+niet Basils dood, die hem het meest drukte. Het was de levende mummie
+zijner ziel, die hem het zeerst verontrustte. Basil had het portret
+geschilderd, waardoor zijn leven bedorven was. Hij kon hem dat niet
+vergeven. Het portret was de schuld van alles. Basil had harde dingen
+tegen hem gezegd, en toch had hij ze lijdzaam aangehoord. De moord was
+de opgewondenheid geweest van één oogenblik.
+
+En Alan Campbells zelfmoord was diens eigen zaak. Hij had het zoo
+gewild. Daar kon hij, Dorian, niets aan doen.
+
+Een nieuw leven! Dat was wat hij wenschte.
+
+Daar wachtte hij op. Hij was immers al begonnen. Een onschuldig
+schepsel had hij gespaard. Hij zoû de onschuld niet meer verleiden.
+Hij zoû braaf worden. Denkend aan Hetty, vroeg hij zich af, of het
+portret boven in de gesloten kamer ook veranderd zoû zijn. Het kon
+toch zoo afschuwelijk niet meer wezen. Misschien, zoo zijn leven rein
+werd, zoû hij iederen trek van wreede passie op het gelaat kunnen
+uitwisschen. Wellicht was er al iets verzacht. Hij zoû gaan zien.
+
+Hij nam de lamp van de tafel en sloop naar boven. Terwijl hij de deur
+opensloot, verlichtte een glimlach van genot zijn vreemd jong gezicht
+en verwijlde even om zijn lippen. Ja, hij zoû goed worden, en het
+ding, dat hij steeds verborgen hield, zoû geen schrik meer voor hem
+zijn. Het was hem of al een gewicht van hem werd afgenomen.
+
+Hij trad snel binnen, sloot de deur achter zich, volgens gewoonte, en
+rukte het purperen gordijn voor het portret weg. Hij stiet een kreet
+van verontwaardiging uit. Hij zag geene verandering, dan dat er in de
+oogen iets geslepens blonk en een rimpel van veinzerij zich om den
+mond krulde. Het was nog altijd een ding van afschuw--zoo mogelijk nog
+terugstootender dan vroeger--en het roode zweet, dat parelde op de
+hand scheen heller en was als pas gestort bloed. Hij beefde. Was het
+dan ijdelheid geweest, die hem die goede daad had doen begaan? Of was
+het zucht geweest naar nieuwe sensatie, zooals Lord Henry beweerd had
+niet zijn lach vol spot. Of was het die passie tot comedie spelen,
+welke ons vaak een rol doet spelen, edeler dan ons-zelven? Of was het
+misschien dat alles te zamen? En waarom was de roode vlak grooter dan
+te voren? Ze scheen als een melaatschheid te vreten over de gerimpelde
+vingers. Zelfs op de voeten lag bloed als was het daarop neêrgedrupt,
+zelfs bloed op de hand, die het mes niet had vastgehouden. Bekennen?
+Zoû het meenen, dat hij zijn misdaad moest bekennen? Zichzelven
+aangeven en ter dood doen veroordeelen? Hij lachte. Hij gevoelde, dat
+de gedachte alleen reeds onmogelijk was. Buitendien, zelfs al bekende
+hij, wie zoû hem gelooven? Van den vermoorde man was geen spoor meer
+te vinden. Alles wat hem behoorde was vernietigd geworden. Wat er
+beneden van hem gebleven was, had hij verbrand. De wereld zoû hem gek
+verklaren. Men zoû hem opsluiten, zoo hij volhield ... toch was het
+zijn plicht te bekennen, openlijk zijne schande te lijden, openlijk
+zijn straf te ondergaan. Er was een God, die de menschen opriep om
+hunne zonden te belijden voor de aarde en voor den hemel. Niets kon
+hem meer zuiveren vóór hij zijne zonden beleden had. Zijne Zonde! Hij
+haalde de schouders op.
+
+Basils dood scheen hem van weinig beteekenis toe. Het was een
+onrechtvaardige spiegel, de spiegel van zijn ziel, waarin hij blikte.
+IJdelheid? Veinzerij? Was er dan niets anders geweest in zijne
+zelfonthouding? Ja, er was meer geweest. Ten minste, hij meende het.
+Maar wie kon het zeggen?... Neen. Er was niets meer in geweest. Uit
+ijdelheid had hij haar gespaard. Uit huichelarij had hij het masker
+van braafheid gedragen. Uit nieuwsgierigheid had hij die
+zelfonthouding beproefd. Dat zag hij nu alles in.
+
+Maar die moord, zoû die hem zijn geheele leven achtervolgen? zoû zijn
+verleden steeds als een last op hem blijven drukken?
+
+Moest hij waarlijk bekennen? Nooit! Slechts één bewijs bestond er
+tegen hem. Het portret, dat was het bewijs. Hij zoû ook dit
+vernietigen. Waarom het zoo lang bewaard? Eens had hij er genoegen in
+gevonden het te zien veranderen en verouderen. Sinds lang was dit
+genoegen voorbij. Het hield hem 's nachts wakker. Als hij weg was
+geweest, had hij angsten gevoeld, dat andere oogen het zouden zien.
+Het had melancholie gebracht over zijne passies. De herinnering er aan
+had hem menig oogenblik van genot vergald. Het was hem geweest als een
+geweten. Ja, het was zijn geweten zelve. Hij zoû het vernietigen.
+
+Hij zag rond en bemerkte het mes waarmeê Basil Hallward vermoord was.
+Hij had het vele malen schoongemaakt, tot er geen smetje meer op
+bleef. Het was schoon en het glinsterde. Zooals het den schilder
+gedood had, zoo zoû het nu ook zijn werk vernietigen en alles wat
+daarmeê samenhing. Het zoû het verleden dooden, en was dat eenmaal
+dood, dan was hij vrij. Het zoû dat gruwelijk leven van zijn ziel
+vermoorden en zonder die afgrijselijke waarschuwing, zoû hij tot rust
+komen. Hij greep het mes en stootte naar het portret.
+
+Er klonk een kreet en een val. De schreeuw klonk zoo verschrikkelijk,
+als in doodsangst, dat de bedienden wakker schrikten en uit hunne
+kamers slopen. Twee heeren, die op straat voorbij gingen, stonden stil
+en zagen op naar het groote huis. Zij liepen door tot zij een agent
+ontmoetten en brachten hem meê terug. De agent belde eenige malen,
+maar er kwam geen antwoord. Behalve het licht boven voor een der
+zoldervensters, was het geheele huis donker. Na een pooze ging hij
+terug en zette zich onder een portiek dicht bij, en zag toe.
+
+--Wie woont daar? vroeg de oudste der twee heeren.
+
+--Meneer Gray, meneer, antwoordde de agent.
+
+Zij zagen elkaâr aan en liepen verder, een trek van minachting op het
+gelaat. Binnen stonden de half gekleede bedienden bij elkaâr en
+fluisterden zacht. De oude Mrs. Leaf schreide en wrong de handen.
+Francis zag zoo bleek als een doek.
+
+Na een kwartier sloop hij met den koetsier en een van de knechts naar
+boven. Zij klopten ... geen antwoord. Ze riepen ... alles bleef stil.
+Eindelijk, daar de deur niet ontsloten kon worden, klommen zij over
+het dak en kwamen zoo op het balcon. De ramen gingen gemakkelijk open,
+de grendels waren oud.
+
+Toen zij binnenkwamen vonden zij tegen den muur een portret van hun
+meester, in al zijne schoonheid en jeugd, zooals zij hem het laatst
+gezien hadden. Op den grond lag een doode man in rok, met een mes door
+het hart. Zijn gelaat was verwrongen, gerimpeld en leelijk. Zij
+herkende hem alleen aan zijn ringen.
+
+
+DEN HAAG, Febr. '93.
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Het portret van Dorian Gray, by Oscar Wilde
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET PORTRET VAN DORIAN GRAY ***
+
+***** This file should be named 10512-8.txt or 10512-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/1/0/5/1/10512/
+
+Produced by Anne Dreze and Marc D'Hooghe.
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS," WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Each eBook is in a subdirectory of the same number as the eBook's
+eBook number, often in several formats including plain vanilla ASCII,
+compressed (zipped), HTML and others.
+
+Corrected EDITIONS of our eBooks replace the old file and take over
+the old filename and etext number. The replaced older file is renamed.
+VERSIONS based on separate sources are treated as new eBooks receiving
+new filenames and etext numbers.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+EBooks posted prior to November 2003, with eBook numbers BELOW #10000,
+are filed in directories based on their release date. If you want to
+download any of these eBooks directly, rather than using the regular
+search system you may utilize the following addresses and just
+download by the etext year.
+
+ https://www.gutenberg.org/etext06
+
+ (Or /etext 05, 04, 03, 02, 01, 00, 99,
+ 98, 97, 96, 95, 94, 93, 92, 92, 91 or 90)
+
+EBooks posted since November 2003, with etext numbers OVER #10000, are
+filed in a different way. The year of a release date is no longer part
+of the directory path. The path is based on the etext number (which is
+identical to the filename). The path to the file is made up of single
+digits corresponding to all but the last digit in the filename. For
+example an eBook of filename 10234 would be found at:
+
+ https://www.gutenberg.org/1/0/2/3/10234
+
+or filename 24689 would be found at:
+ https://www.gutenberg.org/2/4/6/8/24689
+
+An alternative method of locating eBooks:
+ https://www.gutenberg.org/GUTINDEX.ALL
+
+