summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/10113-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:33:54 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 04:33:54 -0700
commitaef302b411aa6cce76b0b381b458bc02d47a61bd (patch)
tree3cbc8042c421bff9158bcb7a2a0f8234134e1861 /10113-0.txt
initial commit of ebook 10113HEADmain
Diffstat (limited to '10113-0.txt')
-rw-r--r--10113-0.txt4817
1 files changed, 4817 insertions, 0 deletions
diff --git a/10113-0.txt b/10113-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..1a55ce9
--- /dev/null
+++ b/10113-0.txt
@@ -0,0 +1,4817 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 10113 ***
+
+[Transcriber's Note:
+
+There were a LOT of inconsistencies in spelling, accents, hyphenation
+and use of quotation-marks. I decided to make it as consistent as
+possible, while trying to stay as close as possible to the scans.
+
+Where hyphenated and non-hyphenated versions of a word co-existed in the
+text (within lines) I converted to the hyphenated version, as those
+versions were by far the most common.
+
+The use of the grave and acute accents (almost exclusively for emphasis
+in spoken fragments) was so inconsistent that there was no real bias to
+be found. I changed these to modern Dutch use, i.e. acute on long (use
+of) vowels and grave on short.
+
+I tried to mess with the spelling as little as possible. 'bizonder' and
+'bijzonder' and their variants were changed to 'byzonder' as this was
+about 50 times more common. 'Lodewijk van Deyssel' was spelled as
+'Deijssel' in the index only. That was corrected.
+
+There were more mismatched (double) quotes than I cared to count. Some
+spoken paragraphs were not quoted at all. I have done the best I could,
+and made the following changes where mismatches occurred: Spoken
+paragraphs all start with double quotes ("). They only end on double
+quotes if 1) The speaker changes, or the next paragraph is non-spoken
+text. 2) They are at the end of a chapter. This is how modern written
+Dutch (and I believe English) handles it.
+
+Eric Casteleijn]
+
+
+
+"DE MANNEN VAN '80 AAN HET WOORD"
+
+
+EEN ONDERZOEK NAAR EENIGE BEGINSELEN VAN DE "NIEUWE-GIDS"-SCHOOL
+
+
+DOOR E. D'OLIVEIRA
+
+
+
+
+
+HISTORIE VAN DIT BOEKJE.
+
+
+De samensteller ging uit van de meening, dat een auteur,--al dient hij
+instinctief het schoone,--met name in onzen tijd zich bewust behoort te
+zijn van zijn positie als geestelijk leider, van de roeping zijnen
+artistiek voelenden medemenschen een beter leven, een waardige taak voor
+te houden met zijn Kunst.
+
+Achter iedere uiting van taalkunst is derhalve een persoonlijkheid te
+zoeken, die vereerd wordt, wijl de tegenstelling tusschen Idee en
+Natuur, die den gemiddelden fijngevoeligen mensch kwelt, in hem--en
+onmiddellijk daarna in zijn kunst--tot verzoening is geraakt. Deze
+tegenstelling wordt in elke beschavingsperiode voelbaar in een vorm die
+voor deze periode typisch is:--de verzoening, die het echte kunstwerk
+vervult, is te beschouwen als vóórbewuste levenswijsheid van een
+bepaalde Cultuur.
+
+Treedt nu de criticus op in de eerste plaats als middellaar tusschen
+publiek en 's schrijvers persoonlijkheid, dan kan een deel van de
+samenleving zich aan diens leefkunst spiegelen:--vóórdat de wijsgeer ze
+tot voorbijgaand moment heeft gemaakt van een gedachtensysteem, dat--als
+zoodanig--het practische leven vliedt.
+
+De schrijver zag in zijn omgeving elementen genoeg voor een
+samen-werking als hier geschetst. En de zuivere totstandkoming er van
+achtte hij een zoo groot beschavingsbelang, dat hij niet opzag tegen een
+langdurig en bewerkelijk onderzoek naar de mogelijkheid. In de eerste
+plaats ging hij tot "De mannen van '80", een stel auteurs, door het
+volksgeweten en door eigen keuze tot één groep gerekend, maar, zooals
+uit het vervolg wel blijken zal, met sterk uiteenloopende gezindheden
+... een "school" niettemin aan wier invloed thans geen pen-voerder van
+naam in ons land ontkomen is.
+
+Hij stelde hun zijn vragen niet zoo beslist als hij--blijkens het boven
+weergegeven inzicht--wel kon: immers hij wilde weten, wie hunner "uit
+eigen beweging", krachtens persoonlijkheid en verleden, zijn taak als
+letterkundige opvatte gelijk hij zich die had voorgesteld.
+
+Men bedenke ook, dat hij tegenover vreemden stond en niet rechtstreeks
+zijn vragen kon richten op 't allerintiemste van hun zieleleven en
+-overtuiging. Men wete verder, dat hij niet altijd verlof kreeg àlles te
+vragen wat hem voor den mond kwam.
+
+In de schetsen, die hij later van zijn gesprekken met deze geestelijke
+voorgangers vervaardigde, ontmoet men het vraagpunt waarvan hij uitging
+dan ook min of meer verbrokkeld. Maar in den eigenaardigen loop dien het
+onderhoud telkens nam--deze betoonde dit punt, gene een ander--kwam de
+geestesaanleg van den behandelden auteur getrouwelijk tot uiting. Het
+aandeel dat de ondervrager aan 't gesprek had werd slechts weergegeven,
+voor zooverre hij daadwerkelijk de leiding behield--wat hij
+liefst vermeed.
+
+Het ware den samensteller gemakkelijker en wellicht aantrekkelijker
+geweest: zijn indrukken om te zetten in romantisch-getinte schetsjes van
+wat hij op zijn kunst-reis ondervond. Van begin af echter was er iets in
+hem dat zich daartegen verzette. En nu hij het geheel overziet, kan hij
+slechts dankbaar zijn, zich gebukt te hebben voor de overweging die hem
+drong op de zaak te letten en op niets als de zaak. Beter dan in andere
+omstandigheden kan nu de lezer zijn gedachten laten gaan over de
+boven-historische lijn, welke verbindt een Van Deyssel, die de
+eenzaamheid lief heeft; met een Emants, die in 't gemeenschaps-leven een
+"baantje" zoekt òm zijn waarneming frisch te houden; en een Vermeylen,
+die gemeenschapstaak en artistieke wenschelijkheid niet gescheiden
+houdt; de lijn welke van een Van Deyssel, die de kunst wil òm de kunst;
+gaat naar Emants, die 't taalschoon als "middel" tot allerscherpste
+verstandsuiting schijnt te voelen, en Vermeylen, die kunst een
+afspiegeling wil doen zijn van een "schoon en gezond leven". Door zijn
+rubriceering heeft de samensteller getracht: vergelijking uit andere
+gezichtspunten dan de hier aangeroerde van dienst te zijn. Maar de
+vraag, hoe elk schrijver dacht over de verhouding van zijn
+persoonlijkheid tot zijn werk en zijn invloed op de maatschappij:
+beheerschte de rangschikking van deze opstellen, welke stuk voor stuk
+het motto "Kunstenaar en Samenleving" tot ondertitel kunnen voeren.
+
+Breedere uiteenzetting van verschillende beginselen ware geenszins
+onmogelijk geweest, misschien zelfs wenschelijk; de samenleving echter
+stelde, via den uitgever, zijn eischen aan den omvang van dit boekje.
+Ook is een poging om op één punt grondiger in te gaan mislukt, doordien
+de heer Alberdingk Thijm in de gelegenheid was, mij gedurende de
+voorbereiding van dezen herdruk te ontvangen. Maar de oplettende lezer
+vindt van ieder der hier behandelde schrijvers een schoone, gevoelvolle
+waarheid: weergegeven in diens eigen woorden. Deze waarheid was de
+grondslag van al zijn streven. Wie ze begrijpt is nader gebracht tot 's
+schrijvers werk en bedoelingen.
+
+Deze opstellen maken aanspraak op den roep van groote nauwkeurigheid en
+onpartijdigheid. Intusschen acht ik mij bij dezen tweeden druk
+verplicht, ernstig te waarschuwen tegen de dwaling, dat hier eigenlijk
+een verslaggever doende is, die met vaardig stift meeningen en
+opmerkingen, àl interviewend, genoteerd heeft en deze nu kalmweg met wat
+draperie er om heen zijn ietwat gehaaste lezers voorzet. Ik ken de
+oorzaken van deze schromelijke vergissing en zal haar verder niet
+aanvechten. Liever gedenk ik hier een vriendelijk lezer, die mij een
+exemplaar van dit boekje voorlegde, doorspekt met cijfertjes en
+verwijzingen, en mij toonde hoe hij iederen uitspraak van den eenen
+schrijver (zelfs uitspraken die aanvankelijk van weinig beteekenis
+schenen) had getoetst aan overeenkomstige gedachten van alle anderen.
+Wie zijn inzicht wil verrijken in de mate welke dit bescheiden boekje
+geven kan, hij volge dit voorbeeld! Hij zal zien dat hij hier te doen
+heeft met een geheel, dat door talrijke vezeltjes wordt
+saamgehouden,--ook al heb ik mij beijverd, ieder onderdeel
+zelfstandig te laten.
+
+Bijna zonder uitzondering hebben de hier sprekend voorgestelde
+schrijvers mij, ongevraagd, hun instemming met mijn schetsjes (die zij
+uit handschrift of drukproef kenden) doen blijken. Behalve Netscher (die
+alles aan mij overliet) hebben àllen mij raad en voorlichting gegeven,
+waar ik in woordkeus of in nuanceering van een bepaald standpunt soms
+twijfelde. De ter zake kundige lezer weet hoe een klein woordje te onpas
+aangebracht of weggelaten een heelen zin dood kan maken of ... laten;
+hij zal dan ook de waarde van deze hulp ten volle kunnen waardeeren en
+ook de mate van mijn erkentelijkheid.
+
+Ik ben gelukkig met de sympathie, die de in dit boekje begonnen taak
+bij onze geestelijke leiders heeft gevonden; aan deze sympathie heb ik
+het zeker voor een deel te danken, dat deze grooten mij--leerling--zoo
+uitvoerig te woord hebben willen staan.
+
+Heb ik--ten slotte--gevonden wat ik eigenlijk zocht? De vraag
+beantwoordt zichzelf. Indien alles precies zóó ware ingericht als ík
+persoonlijk het wenschte, (daar schrijvers deze eigenaardigheid hebben,
+dat ze hun meening ... niet voor zich houden, ware dit mij zeker niet
+verborgen gebleven)--dan hadd' ik met mijn onderzoekingstocht nooit een
+begin gemaakt. In hoeverre het geestelijk leven van onze natie aan mijn
+schema beantwoord, de lezer beoordeele dit voorloopig zelf. Aan het slot
+van een eerlang te verschijnen vervolg, dat een latere schrijvers-
+"generatie" zal behandelen en dat ook een synthese van het
+geheel zal bevatten, hoop ik mijn meening hierover duidelijk te zeggen.
+Doch reeds nu vinde hier de verzekering plaats, dat ik de weken, aan
+deze kunst-reis besteed, tot de zeer gelukkige in mijn leven tel.
+
+D'OLIVEIRA.
+
+
+
+
+
+LODEWIJK VAN DEYSSEL
+
+
+[Illustratie: K. J. L. ALBERDINGK THIJM (Lodewijk van Deyssel)]
+
+
+
+
+K.J.L. ALBERDINGK THIJM
+
+
+(LODEWIJK VAN DEYSSEL)
+
+_Baarn_.
+
+"Hoe vaart u, meneer? Aangenaam u te zien. Heeft u den weg alleen kunnen
+vinden? Een kruier genomen, zegt u? Wel, dàt is aardig. Ja, u hebt
+gelijk, ik woon hier wel wat afgelegen. Maar ik zal u straks een weg
+aanwijzen ... die is misschien wel een beetje langer, maar die heeft 't
+voordeel, dat u niet missen kùnt.... Zoo, wilt u nu misschien even
+mee komen?"
+
+
+
+
+EERSTE INDRUK.
+
+
+Ik had mij gedroomd den Van Deyssel van de portretten, den tot zich zelf
+gekeerden, met donkeren blik en borsteligen baard.... Ik had gedacht,
+dat hij onbeweeglijk zou tronen in het halfduister van een wijd vertrek
+met lood-gevatte ruitjes en langs de wanden hooge boekenstapels. Stil
+zou hij daar zitten aan zijn breede tafel, de nerveuse hand slechts even
+heffend uit zijn baard, om mij met een korten, forschen wenk een plaats
+te wijzen ... dan weer zonder spraak, norsch wachtend tot ik wat zou
+zeggen.... De eenzame, die zoo hatelijk kan zijn als een koude
+stormnacht, die kan grijnzen als een satan en die een poosje later,
+neen! tegelijkertijd, kan glimlachen zoo innig als een eerste
+lentemorgen en de zon kan aanroepen als een kweelend vogeltje, dat
+licht omhoog zich werpt in de wazige lucht....
+
+En was dàt nu Van Deyssel? die vriendelijke, voorkomende, gezellig
+babbelende heer, met zijn stijven knevel en zijn netjes
+gladgeschoren kaken?
+
+--"Zoo, wilt u nu misschien even mee naar boven komen? Ik zal u maar
+voorgaan, niet waar? Past u op, het is hier wat donker, en voordat u in
+de gang komt, moet u nog een treedje op. Bent u er? Prachtig. Nu hier
+maar binnen."
+
+Als men in Van Deyssel's werkkamer komt is men niet heelemaal op zijn
+gemak. Men voelt zich beklemd bij de gedachte aan den taaien strijd, die
+hier zoo vaak werd gestreden, en men verbeeldt zich ... luister!...
+"Toen ben ik gaan wezen alleen met mij zelf, en heb mij in wanhoop
+bekend, dat ik de gedachte nooit zou zien, haar nooit zou weten en
+kennen, nooit, nooit voor mij de gedachte.... Ik houd van schrijvers,
+die lang-uit erge mooie, errege groote zaken schrijven, van schrijvers
+met volumineuze, dikke, breede, zware zinnen.... Ik houd van woorden,
+die op mij aanstormen ... als ... kom eens hier, Janneman ... je bent
+heelemaal niet geleerd...."--men verbeeldt zich, dat er van onder het
+gele lampe-schijnsel fragmenten van zinnen en rythme van zwaar-gehouwen
+proza, verward, vaag, onwezenlijk komen aangemurmeld.
+
+En al heb je nu ook jaren verlangd eens één enkel keertje bij hem, bij
+hèm, te mogen zijn, heelemaal op je gemak voel je je niet. Maar....
+
+"Gaat u toch zitten. Wou u wat meer in het licht komen? Om
+aanteekeningen te maken? Zoo, dat is heel aardig. U dòe maar! Een
+sigaar? Nee, ik vind uw vragen niet onbescheiden.... Welnee, heelemaal
+niet. Vraag u maar gerust."
+
+En je bent plotseling verlost van je beklemming, en zoo blij, zoo blij!
+
+Dan Van Deyssel, doodkalm, met een vriendelijk gezicht aan het
+vertellen. Van tijd tot tijd komt hij bijna in opwinding. Niet heelemaal
+... want dat doet-ie niet in gezelschap. Maar een klein beetje. Als het
+zoover met hem is, buigt hij voorover uit zijn leunstoel en slaat zijn
+zware witte hand driftig op en neer:
+
+
+
+
+VAN DEYSSEL'S DEBUUT.
+
+
+"Ik ben van een familie van auteurs. Ik zag mijn vader altijd schrijven,
+en toen ben ik het ook maar gaan probeeren. En toen was er ... wacht
+eens, in welk jaar was dat? ... in '79 of '80 zoowat, toen verscheen
+er.... U moet weten, mijn vader had een tijdschrift: "De Dietsche
+Warande" ... en ik had veel Fransche auteurs gelezen.... En toen kwam er
+in 'n ander tijdschrift een artikel van dr. Schaepman; tegen Victor Hugo
+was dat gesteld. Ik was toen zestien jaar ... ik voelde mij juist een
+groot bewonderaar van Hugo.... Toen voelde ik mij geroepen, om daar een
+lang artikel tegen in te gaan schrijven: "De eer der Fransche meesters".
+Bij die gelegenheid bracht ik ook den naam Van Deyssel in de wereld.
+Mijn artikel lokte heel wat polemiek uit; niemand wist van wien het was
+en de grappigste veronderstellingen liepen daarover. Ik was toen nog
+heel jong feitelijk, en aan mij dacht niemand. Op mijn verdediging kwam
+natuurlijk weer een antwoord; de zaak trok de aandacht van de pers,
+tijdschriftartikelen en brochures werden geschreven en de geschiedenis
+heeft wel een jaar geduurd.
+
+"Dat was een aardig debuut ... ja ... omdat sommige menschen dachten, dat
+mijn vader het was ... en daardoor werd er meer werk van gemaakt dan
+anders misschien wel het geval zou geweest zijn. Die "Dietsche Warande"
+had maar heel weinig abonné's en verscheen niet eens op gezette tijden.
+Nu, als er dan eens wat byzonders in stond, dan had mijn vader het
+gedaan, dachten de menschen. Die dr. Schaepman heeft in sommige van zijn
+artikelen alleraardigste beelden gebruikt. Zoo wist hij b.v. te
+vertellen, dat ik "den pauwstaart van mijn ijdele belezenheid had
+uitgezet" en toen ik mij over Bossuet, u weet: de zeventiend' eeuwsche
+Fransche prediker, toen ik mij daar in minder prijzende woorden over had
+uitgelaten, schreef hij, dat ik "het hondje speelde tegen monumenten."
+
+"Nu, dat is toen altijd zoo door blijven gaan. De menschen vonden mijn
+schrijverij blijkbaar heel aardig--en ik werd verschrikkelijk
+hoogmoedig, "'t Zal dan wel je roeping zijn en zoo moet het maar
+blijven," dacht ik.
+
+"Toen leerde ik kennen, degenen die redacteur van de "Nieuwe Gids" zijn
+geweest. Dat was in 1882. Het eerst Van der Goes, u weet wel, die later
+socialist is geworden. Dat was hij toen nog niet ... dat begon pas een
+jaar of tien daarna."
+
+
+
+
+"EEN LIEFDE."
+
+
+Mijn eerste roman "Een Liefde", ben ik begonnen op zeventienjarigen
+leeftijd. Ik heb daar heel lang over geschreven en hij is bij
+tusschenpoozen ontstaan. Daar heb ik, op verschillende tijdperken, aan
+gewerkt van mijn zeventiende tot mijn een-en-twintigste jaar zoowat. Van
+1881 tot 1885.
+
+Ja, dat is heelemaal verzonnen. Het spreekt van zelf, dat je bij het
+scheppen van je personages wel eens denkt aan menschen, die je hebt
+ontmoet of aan dingen, die je hebt gezien. Dat gaat nu eenmaal niet
+anders. En bovendien, ik wilde de dingen vertellen, wel niet zooals ze
+wáren gebeurd, maar dan toch zooals ze zouden kunnen gebeuren.
+
+
+
+
+IMPRESSIONISME.
+
+
+Mijn bedoeling was: te geven "Impressionisme in de literatuur", zooals
+ik het genoemd heb. Vooral voor het plastische gedeelte dan. Dat idee is
+vooral bereikt in het dertiende hoofdstuk. Wat de lengte betreft, is dat
+zonder eenige verhouding tot de andere hoofdstukken. Die manier van
+schrijven brak toen als 't ware lòs.
+
+Frans Netscher was toen dien kant al opgegaan. Die schreef toentertijd
+heel mooie novellen in dien trant. Hij was stenograaf in de Tweede
+Kamer, en ik herinner me dat juist, omdat hij in een van zijn opstellen
+de Tweede Kamer beschreef. Dat trof mij sterk, dat boekje van dien
+Netscher, want ik voelde verwantschap met wat ik zelf wou. In de
+"Amsterdammer" van 1881 heb ik toen nog een stukje geschreven om er de
+aandacht op te vestigen. Het bundeltje heette: "Studies naar het naakt
+model". Het was wel niet precies mijn bedoeling, maar het ging toch in
+dezelfde richting.
+
+Ik dweepte in die dagen met Zola. En toch wilde ik heel wat anders doen
+dan hij gedaan had. Ik wilde mijn werk locaal-Hollandsch maken en mijn
+verwantschap toonen met de groote negentiend' eeuwsche schilderkunst.
+
+Mijn psychologie komt langs den weg van observatie en gedachte. Ik heb
+er nooit wetenschappelijk-psychologische werken voor bestudeerd. De
+schrijvers van wetenschappelijke boeken op dit gebied, de
+geneeskundigen, ontleenen hun stof tòch voor een groot gedeelte aan
+romanschrijvers....
+
+
+
+
+DE "ONVOEGZAAMHEDEN" IN "EEN LIEFDE."
+
+
+Mijn eerste boek dan, werd uitstekend ontvangen. Het was maar een kleine
+oplaag, 500 exemplaren geloof ik, maar zij was dan ook in eenige maanden
+uitverkocht. Ja, wat nu de critiek betreft, er stonden in mijn roman
+enkele ... onvoegzaamheden. Om mijn theorie te doen zegevieren, had ik
+allerlei zaken zonder de minste schuchterheid behandeld. Maar ik denk,
+dat mijn uitgever het handschrift aanvaard had, zonder het eerst eens
+door te lezen. Ik had al eenige bekendheid als weekblad-schrijver: "Een
+Liefde" verscheen in het najaar van 1887, en van 1882 af had ik al aan
+journalistiek gedaan. Nu zagen de menschen er een manifestatie in van
+den bekenden weekblad-schrijver en iets geheel nieuws in de literatuur.
+Ook had ik in 't voorjaar van 1886 een brochure doen verschijnen, het
+bekende geschriftje "Over Literatuur", en dat kan beschouwd worden als
+een soort van inleiding, een introductie tot mijn grooter werk, dat
+daarin dan ook al aangekondigd werd. De uitgever was er door mijn
+bekendheid min of meer ingeloopen en dat merkte hij al heel gauw. Want
+zijn confraters lieten hem geen rust ... ze toonden zich byzonder boos
+over de nog nooit vertoonde vrijheid in de schildering van zekere
+toestanden, die ik me had veroorloofd en die hij de wereld had
+ingestuurd. Toen ik nu bij hem aanklopte om een tweeden druk, wou hij
+daar zoo gemakkelijk niet toe overgaan en liet niets van zich hooren.
+Eenige jaren later kocht de firma Scheltema & Holkema 'n paar
+fondsartikelen van mijn uitgever ... daar was mijn werk ook bij, en bij
+die gelegenheid heb ik eenige plaatsen niet òmgewerkt, maar geschrapt
+... en dat niet zoozeer onder aandrang van het publiek, zooals men wel
+eens beweert, maar omdat ik het zelf veel beter zoo vond. Die plaatsen
+detoneerden uit 'n letterkundig oogpunt beschouwd, ze leken mij niet in
+overeenstemming met 'n goeden literairen smaak. En dat komt precies uit!
+Ik heb u immers al verteld, waarom ik zoo erg vrij was geweest in mijn
+manier van schrijven, in de keuze van de onderwerpen, die ik
+gedetailleerd beschreef? Niet? Louter en alleen om de theorie te
+demonstreeren. Ik was nog in mijn prille jeugd, toen ik daarmee begon.
+En precies om die reden viel het mij wel gemakkelijk, afstand te doen
+van sommige passages, die ik, letterkundig gesproken, fout vond.
+
+Mijn liefde voor Zola bleef natuurlijk, hoewel de vurige bewondering
+zich langzamerhand had omgezet in hoogachting.
+
+Mijn roman "De Kleine Republiek" is van niet veel later. Hij werd
+geschreven in 1888 en mijn bedoeling was toen nog altijd dezelfde
+gebleven: het impressionisme te brengen in de literatuur. Het groote
+verschil met "Een Liefde" zit hem wel hierin, geloof ik, dat er in mijn
+tweede boek minder hoogten en laagten voorkomen. Het is meer egaal
+gebleven. Voor wie houdt van hooge, vurige opwellingen, voor die is "Een
+Liefde" weer aardiger. Maar in "De Kleine Republiek" is het evenwicht
+meer bereikt, zou ik zeggen.
+
+
+
+
+L'ART POUR L'ART.
+
+
+Ik heb altijd willen geven: de kunst om de kunst zelf. Dat is naar mijn
+meening óók wat een componist, een schilder, een beeldhouwer bedoelt met
+zijn werk. Ik heb mij altijd beschouwd als geboren proza-schrijver, en
+voor het maken van verzen, zelfs van vrije verzen, heb ik nooit veel
+gevoeld. Toch geloof ik zeker, dat sommige kunstenaars zich beter
+uitdrukken in vormen, die al bestaan ... Ik kan dat het best vergelijken
+met dansen. Op enkele uitzonderingen na, bestaan de gebruikelijke dansen
+al. En iemand, waarvan men in het algemeen zegt, dat hij mooi danst, is
+iemand, die bestáánde dansen uitmuntend uitvoert.
+
+
+
+
+VAN DEYSSEL GEZELLIG.
+
+
+"Mag ik u nog een kopje thee inschenken? Dit is zeker ùw kopje? Wat?
+hebt u nog geen thee gehad? Heb ik vergeten u te geven? Och, wat
+spijt me dat."
+
+--"Ik zou van deze gelegenheid om u te onderbreken wel graag gebruik
+maken om u een paar vragen te stellen. Hebt u wel eens moeite gehad met
+uitgevers? Moeite in den ruimsten zin des woords?"
+
+"Jawel. Met mijn eerste boek niet. Dat was, zooals ik u al zei, direct
+geplaatst. Dat kwam door mijn bekendheid. Niet doordat de uitgever het
+erg eens was met mijn richting in de literatuur. De man dacht: "Hij is
+bekend, en hij zal dus wel goed van de hand gaan."
+
+"Maar met mijn tweede boek heb ik een verschrikkelijke
+lijdensgeschiedenis beleefd. Ik weet niet meer, wie mij dien raad
+gegeven heeft, maar ik ben er mee gegaan naar een klein uitgevertje,
+zijn naam schiet me nu niet juist te binnen, en ik heb mijn werk doen
+uitgeven voor eigen rekening. De man was eigenlijk meer drukker dan
+uitgever. Ik woonde toen in België en alles werd per correspondentie
+gedaan. Dat ging uitstekend: de proeven kreeg ik tijdig en het boek
+verscheen ook op zijn tijd: Maar op een gegeven oogenblik, meneer, kreeg
+ik drie brieven van menschen, die het boek wilden koopen, en het nergens
+krijgen konden. En de uitgever beweerde, dat het was uitverkocht. Ik
+vond dat heel aardig, en vroeg hem een afrekening. Hij gaf mij een
+overzicht, goed en wel, maar dat ding kwam in de verste verte niet uit.
+De helft van de exemplaren was maar vermeld. Toen ben ik naar hem
+toegegaan, en ik vond stapels bestellingen liggen, die hij niet had
+uitgevoerd. Het was 's mans vak ook niet. En ik moest er een advokaat
+bij halen, die er per slot van rekening nog niets van terecht bracht.
+Later is het boek ook bij Scheltema & Holkema gekomen."
+
+Van Deyssel's spreektaal heeft iets eentonigs, iets byzonder gewoons.
+Als men in gesprek met hem is, merkt men niets van zijn geweldig
+vermogen: de woorden precies op hun plaats te zetten, niets van de rake
+woordkeus, die zijn geschriften kenmerkt, niets ook van zijn kwistigen
+woorden-rijkdom. Mij dunkt, hij kan geen goed redenaar zijn, en niet de
+gesproken geluiden heeft hij in zijn macht, maar de innerlijke klanken,
+die niet worden uitgegalmd. Hij heeft, als veel schrijvers, het zich tot
+gewoonte gemaakt: conventioneele uitdrukkingen te vermijden, nieuwe
+woordgroepen te zoeken, altijd maar nieuwe woordverbindingen, die in
+kleur overeenkomen met de dingen en de gedachten, die hij wil beelden.
+Dit geeft zijn manier van zeggen een karakter van onbestemdheid: men
+voelt aanhoudend en zeer diep: dat hij aan het tasten is, dat het ieder
+oogenblik kan hokken ... men wordt ongerust. En toen ik daar voor hem
+zat, en dit nog niet had overdacht ... wilt ge wel gelooven, lezer, dat
+ik soms meende: den echten Van Deyssel niet te zien?
+
+--"Ik had mij u eigenlijk heel anders voorgesteld," begon ik. "En ik
+denk wel, dat heel veel menschen zich een ander idee van u maken, dan ik
+hun nu zal kunnen geven."
+
+
+
+
+DE "OUDE" VAN DEYSSEL.
+
+
+"De menschen kennen mij uit mijn hartstochtelijke periode. Uit den tijd,
+dat je iedereen, die niet werkt naar je zin, beschouwt als aanrander van
+het ideaal. Ieder, die den hartstocht voor het schoone in zich heeft,
+zal mijn woestheid van vroeger verontschuldigen niet alleen, maar ook
+begrijpen, dat het goed is: de menschen zoo eens te lijf te gaan.... Is
+dat nu werkelijk waar, wat u zegt? Zijn er menschen, die denken, dat ik
+niet kan lachen? U leert mij nu toch wel van een andere zijde kennen,
+nietwaar? En bovendien, er zijn, meen ik, in mijn "Verzamelde Opstellen"
+toch wel artikelen, waar vroolijke zetten in voorkomen. Maar die zal men
+dan zeker beschouwen als een kwaadaardig grijnzen, en het heeft er dan
+ook soms wel iets van.... O, in mijn jeugd heb ik wel tijden gekend, dat
+ik heel weinig lachte. Toen was ik vervuld van een heiligen ernst, en
+dat is ook mooi...."
+
+--"Bent u overigens van oordeel, dat men uw optreden juist geappreciëerd
+heeft?"
+
+"Ik weet het niet. Ik spreek zoo weinig menschen. Het is mij niet zoo
+dikwijls gebeurd, een lezer te ontmoeten, die buiten de literatuur en
+buiten de pers staat. Maar als je wel eens zoo'n gewonen doorsnee-lezer
+spreekt, dan krijg je de wonderlijkste dingen te hooren. Dan merk je
+wel, dat je boeken met een heel ander idee gelezen worden, dan je er
+zelf in wilde leggen. Iedereen denkt, dat ik iets wil propageeren,
+buiten de kunst als zoodanig om. Toen ik de "Kleine Republiek" deed
+verschijnen, vroegen de menschen mij: "O, u is zeker tegen kostscholen?"
+Omdat ik in mijn werk een kostschool op een realistische manier had
+beschreven. Dat is absoluut onjuist. Dan zou ik tegen àlles zijn, ten
+slotte. Ik zeg ook niet, dat ik voorstander ben van kostscholen, maar ik
+beweer, dat het een heel andere quaestie is."
+
+
+
+
+SCHRIJVER EN PUBLIEK.
+
+
+Het blijkt mij, dat men mij leest om de vreemdste redenen. Als ze een
+roman niet lezen om de tendenz, dat komt het meeste voor, dan doen ze
+het om eens te verifieeren of sommige plekken in ons land, waar ze ook
+geweest zijn, overeenstemmen met mijn beschrijvingen. Of het uitkomt,
+begrijpt u? Net als de menschen, die een museum bezoeken om te kijken of
+de beenen van een figuur op een schilderij te lang zijn, en of de
+kostuums wel overeenkomen met een opgave, die ze in een geschiedenisboek
+hebben gevonden. Zoo heeft een criticus van mijn werk "Een Liefde"
+opgemerkt, dat ik daarin vermeld een kind, dat ik liet spreken toen het
+pas een maand of zes was. U moet goed begrijpen, wat ik nu zeggen ga:
+
+Ik acht het niet wenschelijk, dat zoo iets voorkomt in een roman. Maar
+ik vind, dat het er uit een oogpunt van kunst heelemaal niet toe doet.
+Zoo iets kan ik een zeer oppervlakkige fout noemen, een kleine
+onjuistheid. Maar het is er heelemaal niet om te doen, een zoo correct
+mogelijk samenstel van dergelijke feiten te geven. Het is mij er om te
+doen, den lezer een reeks tafereelen te vertellen, die hem als
+voorstelling in zijn verbeelding aangenaam moeten aandoen. Het is
+natuurlijk ook wel heel aardig als er geen drukfouten voorkomen in een
+roman, maar ik vraag u, doet een drukfout, of doen hònderd drukfouten in
+een boek iets af of toe aan de kunstwaarde er van? Ik schrijf om de
+menschen hoog genoegen te verschaffen. En wanneer ik nu wel eens heel
+moeilijke dingen schrijf, met vreemde, wellicht verwròngen
+woordverbindingen dan moet men daar niet uit afleiden, dat het publiek
+mij niet kan schelen en dat ik dat alles maar voor mij zelf en alleen
+voor mij zelf doe, of uitsluitend voor de literatoren.
+
+
+
+
+EERST MOET ZIJN WERK HEM GENOT SCHENKEN.
+
+
+"Maar, indien ik van mijn werk wil verwachten, dat het anderen genot
+verschaft, dan moet ik eerst zèlf van dat werk een groot genot
+ondervinden. En is het eenmaal zóó ver, dan zend ik het de wereld in, in
+de hoop, dat er zooveel mogelijk anderen zijn, die er evenveel genoegen
+aan zullen beleven."
+
+--"Maar voelt u er dan niets voor, den kring van de menschen, die u
+begrijpen, wijder te maken, door uw stijl wat eenvoudig te houden, of,
+vergeef mij die uitdrukking, een beetje te menageeren?"
+
+"Zeker voel ik daarvoor en ik heb met dat idee zelfs een heel boek
+geschreven. Ik bedoel de "Biografie" van mijn vader. Ik meen, dat ieder,
+die het leest, ieder woordje zal kunnen begrijpen. Ik wil dat ook wel
+altijd doen, voor zoover het overeen zou komen met mijn kunstinzicht.
+Maar ik ben overtuigd, dat ik daar niets voor mag opofferen, en mijn
+kunstwerk moet overeenkomen met wat ik zou schrijven: indien ik alleen
+op de wereld stond.
+
+"In den laatsten tijd heb ik geschreven een menigte schetsen, die men
+"Adriaantjes" is gaan noemen. Daar komen geen gewrongen woordvormen in
+voor, en toch vinden veel menschen ze verschrikkelijk vervelend. Daarin
+geef ik bij voorbeeld bladzijden lang de beschrijving van zoo een tafel.
+Dat is de meest volstrekte toepassing van het "De kunst om de kunst", om
+zoo te zeggen. Men kan dit werk alleen goedvinden, wanneer men ze uit
+een oogpunt van kunst beschouwt.
+
+"Op 'n tentoonstelling van "Arti" heb ik eens gezien een schilderij, dat
+voorstelde een stuk hei, met niets er op: Geen tafereelen, geen kind,
+dat afscheid neemt van zijn moeder, geen figuren, geen lammetje, geen
+koetje, geen herder, geen hondje ... niets. En toch vond ik dat doek het
+mooiste van de heele tentoonstelling. Dergelijke ideeën nu heb ik ook,
+wanneer ik bladzijden lang zoo een tafel beschrijf."
+
+
+
+
+DE "GRENZEN" VAN LETTER- EN SCHILDERKUNST.
+
+
+"Nu is het nog een heel aardige quaestie, hoeverre mijn theoretisch
+begrip in de literatuur gewenscht is:--De kunstenaar beweegt zich
+volgens mij niet binnen zekere grenzen. Het is mijn idée, dat men b.v.
+in de letterkunde evengoed schilderen mag als het er op aankomt. De
+beeldhouwer Rodin heeft eens gemaakt een beeld van Balzac, en daarvan
+werd gezegd: "Het is geen beeldhouwkunst, want een beeld moet aan alle
+kanten afgerond zijn". Dit nu boezemt mij geen belang in. Het werkstuk
+van Rodin geeft mij een heerlijken indruk en of het nu beeldhouwwerk is
+of niet, dat kan mij niet verder schelen. Het is iets moois en laat het
+nu uit 'n oogpunt van theorie een fout zijn, dan beweer ik, dat het is
+een allergelukkigste fout".
+
+--"Wat denkt u van onze literatuur op het oogenblik?"
+
+"Dat is zoo gauw niet te zeggen. Ik zie om te beginnen geen afscheiding
+tusschen wat men is gaan noemen de generatie van 1880 en die van 1890 of
+1900. Het is mij niet duidelijk, dat daar markant verschil tusschen zou
+zijn in bedoeling en prestatie".
+
+--"Als ik u dan eens een groep mag opnoemen; wat denkt u van de "Nieuwe
+Tijd"-groep."
+
+
+
+
+DE SOCIALISTISCHE DICHTERS.
+
+
+"Ik geloof, dat daar uitstekende talenten bij zijn. Neem b.v. Gorter. Of
+neem een nieuwen bundel van mevrouw Roland Holst, die ik juist bezig ben
+te bestudeeren: "Opwaartsche wegen". Dat is werkelijk heel mooi. En ik
+voel verschrikkelijk veel voor de dichters van de "Nieuwe Tijd". Niet,
+dat ik socialist zou zijn. Ik ben niets van dien aard, en allerminst een
+socialist. U herinnert u, dat ik daar indertijd een groote polemiek
+over had met Van der Goes. Nu, ik denk er nòg zoo over. Ik bewonder in
+hooge mate de dichtkunst van Gorter en zijn vrienden.[1] Maar ik ben van
+meening, dat zij even mooie poëzie zouden geven als ze hun leven aan
+iets anders hadden geschonken. Ik geloof, dat ze ons altijd poëzie, en
+even goede poëzie, zouden voortbrengen, in welke beweging ze zich ook
+zouden bevinden. De keuze van hun onderwerp zou anders zijn, de aard van
+de uitbeelding dezelfde."
+
+--"Wat denkt u van die schrijvers, die in de gewone woorden van het
+dagelijksche leven, de menschen en toestanden beschrijven, die zij
+hebben waargenomen? zonder de bedoeling iets moois te maken, en dikwijls
+met het uitdrukkelijk voornemen niet "literair" of "artistiek" te zijn."
+
+[1] Zie blz. 89.
+
+
+
+
+ZEKERE "SCHETSEN"-SCHRIJVERS.
+
+
+"Ik geloof, dat men heel goed, zonder nieuwe woordvormen te maken, goeie
+kunst kan produceeren. Men kan ook kunst voortbrengen zonder er zich
+bepaald op toe te leggen. Een zin van zoo'n schrijver kan toch dikwijls
+een bepaald rythme hebben, hetzij dat dit er met bewustzijn in wordt
+gelegd, hetzij dat het vanzelf uit den auteur opwelt."
+
+
+
+
+TENDENZ-KUNST.
+
+
+"Deze schrijvers zullen blijvenden invloed hebben op onze literatuur,
+zoolang ze, in weerwil van het niet begeeren, toch, huns ondanks, kunst
+geven. Neem b.v. Heyermans. Die is, volgens mijn meening, een van onze
+beste kunstenaars. Die schrijft ook met een strekking. En het kan zelfs
+zijn: dat die strekking invloed oefent op zijn manier van uitbeelden,
+invloed ten goede wil ik zeggen.... Maar dat kan ik niet nagaan. Dat
+speelt zich in zijn binnenste af. Ik wil alleen maar zeggen, dat
+tendentieuse kunst ook goede kunst kan zijn."
+
+--"Een laatste vraag! Zullen wij binnenkort nog een uitvoerig werk van u
+krijgen?"
+
+
+
+
+HOE HIJ WERKT.
+
+
+"Ik werk heel vreemd. Aan de meeste dingen ben ik mijn heele leven
+bezig. En ik publiceer ze bij gedeelten. Dat gaat zoo maar altijd door;
+b.v. ik zal een drama beginnen. Daar werk ik eenigen tijd aan, maar het
+bevalt mij heelemaal niet. Dan leg ik het opzij. Maar een poosje later
+neem ik het weer op, en werk het over. Dat gaat heel onregelmatig. En
+als ik na een poosje zoo'n stuk in handen krijg, dan kan het mij
+gebeuren, dat ik denk: Het was toch zoo kwaad niet. Zoo zijn mijn meeste
+werken door mijn geheele leven geborduurd. Bijna niets heb ik aan een
+stuk geschreven.
+
+"Soms heb ik wel eens lust: mij geheel in eenzaamheid terug te trekken,
+geen enkel persoon te spreken en heel in de stilte verder te werken. Ik
+heb dat vroeger wel eens gedaan. Toen woonde ik in België, in Luxemburg,
+acht maanden lang boven op een hoogen berg, midden in de sneeuw. Toen
+stond ik voor dag en dauw op: 's morgens om een uur of zes had ik al een
+heel stuk geschreven doorgaans. Maar ik bewoog mij toen ook veel in de
+open lucht. Dat moet je doen, anders wordt de eenzaamheid gevaarlijk. In
+dien tijd heb ik mijn "Kleine Republiek" geschreven. Ik zeg u dit om u
+te doen begrijpen, hoeveel werkkracht de eenzaamheid mij geeft, en welk
+een gelijkmatigheid zij in mijn arbeid doet komen.
+
+"Op dit oogenblik ben ik bezig aan een drama. Maar wanneer het
+verschijnt, weet ik niet. Ik moet het eerst opgevoerd krijgen, en ik
+weet niet of het mij lukken zal. Want dat is niet zoo gemakkelijk. Er
+komen allerlei vreemde decoraties aan te pas".
+
+Toen zette ik een streep in mijn aan teekenboekje, want ik moest
+oppassen mijn trein niet te missen. Jammer, want de tong van den Meester
+werd losser, en ik voelde, dat ik diep genoeg in zijn persoon was
+doorgedrongen om hem door enkele korte vraagjes te brengen: tot het
+aanroeren van details, wier bespreking een zekere zenuwspanning
+vereischt. En die spanning, die gedachte-helderheid, leek mij aanwezig.
+
+Maar ik moest weg. Nog enkele minuten waren mij gelaten. En ik vroeg hem
+of ik even om mij heen mocht kijken.
+
+--Zeker! een aardig idee.
+
+Het was maar een eenvoudige kamer. In het midden een zeer groote tafel
+met groen laken bekleed. Daarop: dubbele boekenrij. Veel boeken langs de
+wanden en in de hooge vensternissen. Ook een ruw-houten behangerstafel:
+plank op schragen, met bundels papieren. Een simpele olielamp verlichtte
+het geheel. De wanden stonden in schemer en vaag onderscheidde ik een
+witte vrouwe-buste in een hoek. Achter mij op den oud-Hollandschen
+schouw een terra-cotta relief, dat beeldde een mannekop met hoekigen
+schedelbouw en stuggen baard: Den èchten Van Deyssel, zou ik gezegd
+hebben....
+
+... Indien de meneer in den trijpen voltaire, de vriendelijke meneer,
+met zijn netjes geschoren kaken en zijn stijve snorren, niet reeds lang
+de "echte" Van Deyssel voor mij was geworden.
+
+Toen stapte ik het treedje, waarvoor ik begin van den avond had moeten
+oppassen, weer af, liet mij door den Meester brengen op den weg, die
+"het voordeel heeft, dat men hem niet missen kàn". We gingen langs een
+smal zandpad, en hij gaf mij duwtjes, en trekjes aan mijn mouw, om mij
+niet te doen afdwalen. "U moet maar naar boven kijken," zei hij nog.
+"Geen beter middel om op het pad te blijven".
+
+Het was zeer donker om ons heen. Tusschen de boomtoppen, denne-toppen,
+werd ik vaagjes 't diepe hemelblauw gewaar. Van den weg viel niets te
+onderscheiden.
+
+Ook van den Meester niet. En dat vond ik maar heel goed ook, want dat
+Van Deyssel ... zie je: Van Deyssel; zijn tijd gebruikte, om mij iets te
+wijzen, dat ik waarschijnlijk met wat moeite zelf wel hadd' gevonden ...
+dat kon ik toch niet goed zetten. En hoewel ik zeer had genoten in zijn
+bijzijn, voelde ik mij verlicht, toen hij mij zijn hand tot afscheid
+bood. Zijn zwàre schrijvershand.
+
+En ik sloeg den weg in, "dien men niet missen kàn"....
+
+
+
+
+
+WILLEM KLOOS
+
+
+[Illustratie: WILLEM KLOOS naar een ets van W. Witsen.]
+
+[Illustratie: WILLEM KLOOS]
+
+
+
+
+WILLEM KLOOS
+
+
+... Dan zal ik maar van wal steken:
+
+Ik werd geboren in 1859, de datum zal er wel niet toe doen. Eerst ben ik
+op een instituut geweest, zooals je die toen had, en met mijn tiende
+jaar ging ik naar de lagere burgerschool, om mij voor te bereiden voor
+de H.B.S. In 1877 deed ik eindexamen van de H.B.S., nam toen twee jaar
+privaatles en ging daarna in de klassieke letteren studeeren.
+
+Als jongen dacht ik nog niet zooveel aan verzen. Ik had 't lànd, als ik
+een vers las, want ... dan las ik natuurlijk Hollandsche verzen, en die
+vond ik vreeselijk vervelend. Totdat ik uit mij zelven er toe kwam, ik
+was zeventien jaar,--een vers te gaan maken. Veel verzen kwamen er
+echter niet voor den dag. Ik had mij toen verdiept in Grote's "History
+of Greece", en was zoo vol van Griekenland, dat ik in '78 mijn "Rhodopis"
+maakte. Daarop volgden Duitsche verzen, alweer met heel lange
+tusschenpoozen. Ik las in dien tijd erg veel Duitsch: Platen, Goethe,
+Schiller ... en ik leefde ook met mijn gedachten eenigszins in het
+Duitsch. Ook mijn studie van de klassieke literatuur moet hierop van
+invloed zijn geweest, omdat mijn grammatica's en tekstuitgaven in die
+taal waren geschreven.
+
+Dit studeeren beviel mij niets: ik zat daar op 't college, dat duurde
+alles zoo verschrikkelijk lang; alles moest ik afluisteren en
+opschrijven ... ik had mijn collegegeld voor een vollen cursus al
+voldaan, maar 'k heb mij op de les niet meer vertoond. Ik vond 't veel
+practischer voor mij zelf te gaan werken, totdat ik den candidaatsrang
+zou hebben behaald. Dat ging natuurlijk ook niet zoo byzonder snel, want
+ik had intusschen mijn liefhebberij voor de literatuur, maar in '84 deed
+ik toch examen, en ik ben geslaagd.
+
+Ziet u, toen ik nog op de H.B.S. was, trokken die oude talen mij aan, er
+was iets geheimzinnigs in, en ik dacht: daar wil ik meer van weten.
+
+Als candidaat ben ik naar Brussel verhuisd; daar heb ik kamers gehuurd
+en bleef er 3/4 jaar wonen. Intusschen waren "Sappho" en "Okeanos"
+ontstaan. Deze gedichten behandelden alweer Grieksche onderwerpen, en
+dat kon ook bijna niet anders, want ik leefde voortdurend in de
+oude wereld.
+
+
+
+
+"DANK U MENEER, VERDER NIET."
+
+
+Begin '85 verhuisde ik weer naar Amsterdam. Nu had zich 't geval
+voorgedaan, dat ik heel moeilijk plaatsing kon vinden voor hetgeen ik
+produceerde. Gewoonlijk nam men een kleinigheidje van mij aan, en zei
+dan: "Dank u, meneer, verder niet." Ik had ook al critieken geschreven
+in de "Spectator" en een paar maal in de "Amsterdammer", en ook De Koo
+zei al heel gauw: "Nu niet meer!" Men had niet graag, dat ik namen van
+levende letterkundigen noemde. Als ik nu over de zaak nadenk, sta ik
+verbaasd. Want mijn artikelen waren volstrekt niet revolutionnair,
+integendeel: heel kalm en rustig gesteld. Ik week maar weinig af van wat
+je gewoonlijk hoorde. En toch: men wilde er niet aan.
+
+Langzamerhand was ik buitenlandsche literatuur mooi gaan vinden, terwijl
+de literatuur van den dag in Holland mij zoo onverschillig liet als de
+versjes van den aschkarreman. Ik keurde er in af, dat het werk uit dien
+tijd mij zoo koud liet als een steen. Ik dacht telkens: ik ben toch
+niet verstoken van literair gevoel, ik kan sommige dingen toch erg mooi
+vinden.... En ik las Beets en Ten Kate, en zei in me zelf: "Wat heb ik
+daar nou toch aan!" Het sloeg niet bij me in.
+
+Nu, er waren in Amsterdam nog een paar jongelui, die ongeveer dezelfde
+gedachten hadden op dit punt als ik. Met hun werk deden zij dezelfde
+ervaringen op: de redacties wilden er niets van plaatsen.
+
+
+
+
+HERINNERING AAN JACQUES PERK.
+
+
+Op een goeden dag wandelde ik eens in de Kalverstraat bij de
+Halvemaansteeg, en een lang, blond jongmensch kwam lachend op mij toe.
+"Dag Kloos", zei hij, en hij stak zijn hand uit. "Ga jij met me
+mee!"--Ik dacht: die vergist zich, ik ken 'm niet....
+
+"Ken je me niet?" vroeg 't jongmensch. Ik zeg "Neen". "Wel", antwoordde
+hij, "ik ben Jacques Perk. We zijn samen op de H.B.S. geweest; ik zat in
+3b en jij in 3a". Toen begon 't wat in me te dagen, ik herkende hem
+zoo'n beetje. Hij wou graag kennis met mij maken, want hij had 't een en
+ander van mij gelezen, en schreef zelf ook verzen, naar hij vertelde. Ik
+praatte dan met hem, ging met 'm mee, en hij las mij voor zijn
+"Mathilde". Daar werd ik geweldig door getroffen. Wat blikkie! dacht ik,
+dáár heb je nou een Hollandsch dichter, dàt zijn mooie verzen. Heel wat
+anders dan wat je gewoonlijk las in boeken, tijdschriften, couranten.
+Dàt was 't nieuwe. En ik zei 'm dat ook.
+
+
+
+
+HET NIEUWE.
+
+
+"God", zeg ik, "dat is mooi". En Perk: "Nou, dat doet me verschrikkelijk
+veel pleizier, want jij bent de eerste, die dat zegt". Ik weer: "Hè,
+daar hoor ik van op". En hij: "Ja, overal lachen ze mij er om uit. Ik
+had vroeger wel eens versjes geschreven, maar die beteekenden niet veel,
+maar nu ik met dit voor den dag kom, zeggen ze allemaal: dat is onzin".
+
+Ik vroeg 'm toen, wat Vosmaer er van zei. Ik hield dien voor een modern
+mensch (wat hij ook voor zijn tijd was). Maar 't bleek, dat hij van Perk
+niet veel drukte maakte.
+
+Ik heb toen nog lang met Perk omgegaan; hij studeerde in de rechten, ik
+in de letteren, en we kwamen veel bij elkaar. Maar hij is gestorven,
+1-1/2 jaar later, zonder dat de officieele grootheden hem hadden erkend.
+Hij had intusschen al heel wat verzen van zijn "Mathilde"
+teruggekregen....
+
+
+
+
+DE UITGAVE VAN "MATHILDE."
+
+
+Uit gewoonte bleef ik nog van tijd tot tijd bezoeken afleggen, bij zijn
+familie, en eens zei ik tegen z'n vader, een heel goeden, vriendelijken
+man: "Dominee", zei ik, "weet u wel, dat Jacques verzen heeft
+nagelaten?"--"Jawel", zei de vader,... "maar wàs dat wel
+veel?"--"Zeker", meende ik, "'t was prachtig, en 't moet worden
+uitgegeven".--"Zou je denken?"--"Ja zéker!"--"Nu, mij is't goed, maar
+hoe zullen we dat gedaan krijgen?"
+
+De oude heer Perk meende, dat wij een man van naam moesten opduiken, die
+zich er voor wilde spannen. En wij wendden ons tot Vosmaer. Die had er
+eigenlijk gezegd niet veel zin in, zag er een beetje tegen op ... hij
+meldde ons, dat hij 't te druk had. Dominee Perk meende toen, dat 't
+misschien goed zou zijn, den ouden heer Alberdingk Thijm in den arm te
+nemen, maar ik vond, dat er dan heelemaal niets van terecht zou komen.
+En nogmaals ging ik naar Vosmaer en verzocht hem, 't toch in Godsnaam
+maar te doen omdat ik anders vreesde, dat Alberdingk Thijm 't in handen
+zou krijgen. Ik wist 't: Vosmaer was niet gesteld op de Katholieken. En:
+'t lukte. Vosmaer wilde 't dan wel doen, mits hij geheel mocht
+vertrouwen op mij, m.a.w. mits hij er eigenlijk geen verderen last mede
+had. Ik deed dan ook al 't werk. Ik kreeg een grooten koffer vol met
+handschriften van Jacques Perk, en die heb ik allemaal doorgekeken, om
+te weten, of er iets bruikbaars bij was, met het resultaat, dat ik uit
+zijn vroegere leven niets kon doen verschijnen. U zult wel de
+bloemlezing kennen, die Betsy Perk later heeft uitgegeven. Welnu, dat is
+allemaal rijmelarij zonder kunstwaarde. Daar kwam nog bij, dat de
+uitgever had gezegd: "'t Mag niet te groot worden, en 't mag' niet te
+veel kosten," en de man was blij, dat er niets voor den dag kwam buiten
+"Mathilde", "Iris" en enkele losse verzen.
+
+Van "Mathilde" bestonden verschillende lezingen, en die heb ik
+nauwkeurig vergeleken. Dat was het eigenlijke practische werk. Vosmaer
+maakte de inleiding en zoo kwam de bundel tot stand. Het boekje vond
+algemeene afkeuring. Alleen de "Spectator" vond 't mooi. 't Publiek
+wilde er heelemaal niet aan. De eerste editie verscheen in '82, maar in
+'97 kwam pas de tweede druk. Daarna ging 't in stormpas en wij houden nu
+aan den zevenden druk. Zes edities in tien jaar! Men meent wel eens, dat
+Perk aanstonds in triomf werd binnengehaald, maar u ziet: daar is
+heelemaal niets van aan....
+
+
+
+
+WAAR EEN MENSCH NIET BIJ KAN.
+
+
+Of er verband bestaat tusschen het optreden van Perk en het optreden van
+de overige dichters uit dien tijd? Ja, nu gaat u spreken over dingen,
+waar een mensen niet bij kan. De oude vrome menschen zullen zeggen, dat
+God 't zoo gewild heeft, maar "God" is een woord, gelijk ieder ander,
+'t Zegt mij heelemaal niets. Maar als u mijn opinie vraagt, dan zou ik
+zeggen, dat er bestond een gemeenschappelijke onder-strooming, een
+gemeenschappelijke, geestelijke ondergrond bedoel ik dan het onbewuste,
+dat allen menschen gemeen is. Wij zijn niets dan kijkgaten, waardoor de
+onbewustheid naar 't zijnde ziet, dat wil zeggen: naar zich zelf. Er zit
+een geestelijke essentie achter alles, achter de sterren ook, en achter
+de wolken, en die kijkt door de individuen naar zich zelf. Het individu
+is het onbewuste, dat bewust geworden is, langzamerhand: van zuigeling
+af tot volwassen mensch steeg de bewustheid. Zoo, in den geheimzinnigen
+ondergrond der dingen, moet er tusschen alle verschijnselen wel verband
+bestaan. Er gebeuren zoo in een menschenleven heel gekke dingen, maar de
+wereld is een redelijk geheel en geen chaos. De heele boel was suf in
+dien tijd, waarover wij 't hebben; de letterkundigen, 't publiek, waren
+letterlijk in slaap gevallen. Nu schijnt 't mij heel redelijk, dat daar
+uit de onbewustheid reactie tegen kwam, dat er drang ontstond, om nieuw
+leven te brengen, en dat degenen, die het daarover eens waren, tot
+elkander kwamen. Waren die menschen apart gebleven, dan hadden zij niet
+met elkander gewerkt, niet elkander begrepen, en de zaken waren gebleven
+als vroeger.
+
+
+
+
+DE OPRICHTING VAN "DE NIEUWE GIDS."
+
+
+Wij trachtten nu samen een tijdschrift te stichten en zochten een
+uitgever, maar wij hebben heel dikwijls bot gevangen. Eindelijk kwam ik
+op de gedachte, eens aan te loopen bij een uitgever, vlak bij mij in de
+buurt, die toen pas begon. Dat was Versluys. Die wilde ons tijdschrift
+wel aanpakken, mits er een beetje geld kon worden gestort. Maar wij
+waren met ons vijven onbemiddelde studenten: Van Eeden, toen nog geen
+dokter, Kloos, Willem Paap, Van der Goes, Albert Verwey.
+
+Eindelijk slaagde Van Eeden er in, wat geld los te krijgen van zijn
+familie, en ik heb ook wat geldelijken steun ontvangen van een dame, die
+ik kende. Die was ook in de literatuur, had wat novellen geschreven,--
+haar naam doet er niet toe--en die zei: "Fidutie heb ik er niet in, maar
+ik kan 't missen, hier heb je duizend gulden." Zoo werd dan de "Nieuwe
+Gids" opgericht, direct erg afgekeurd door de pers. Maar succes hadden
+wij tamelijk spoedig.
+
+
+
+
+MEDEWERKERS.
+
+
+Het was een algemeen tijdschrift. Niet alleen letterkundigen werkten er
+aan mee. Zoo had je jonge schilders, die het noodig vonden, nieuwe
+ideeën, afwijkend van de algemeen geldende opinie, over hun kunst te
+boekstaven. Jan Veth behoorde tot onze eerste medewerkers. Ook Bolland,
+toen nog geen professor, maar leeraar aan het gymnasium te Batavia, kwam
+tot ons, want niemand wilde iets van hem opnemen. Wij waren de eersten,
+die wijsgeerige opstellen van hem publiceerden. Eén ervaring hadden wij
+allen gemeen: de officieele grootheden zeiden tot ons: "Neen, dank je,
+we willen je niet."
+
+
+
+
+HET WOORD EEN LEVEND WEZEN.
+
+
+Verband tusschen nieuwere schilderkunst en nieuwere woordkunst? Ja, de
+woorden waren voor ons niet langer abstracte, leege dingen, maar levende
+wezens, die wij voelden, en, de essentie van ieder woord sterk voelend,
+gingen wij beter schrijven. De prozastijl van tegenwoordig, ook de stijl
+van gewone menschen, is veel beter dan de stijl van die dagen. Men maakt
+thans veel minder gebruik van valsche beeldspraak, let meer op de
+waarde van ieder woord. En ook in de schilderkunst gebeurde iets
+dergelijks: men ging kleuren en lijnen voelen als levende dingen, niet
+meer als iets abstracts. Met de wijsbegeerte is het weer iets anders. Ik
+sprak u reeds van den invloed van 't onbewuste. Schopenhauer en v.
+Hartmann zeggen ook, dat alles voortkomt uit het onbewuste, dat het
+eerste, en misschien ook het laatste is. En nu zult u wel weten, dat
+Bolland in den beginne een aanhanger was van de "Philosophie des
+Unbewussten". Zoodoende moest ik wel verwantschap voelen tusschen zijn
+overtuiging en de mijne....
+
+
+
+
+DE GROEP VALT UITEEN.
+
+
+In '88 trad Verwey uit de redactie, om persoonlijke redenen. Naar mate
+Verwey meer volwassen man werd, pasten onze karakters minder bij elkaar:
+hij was een beetje moeilijk. Paap ging er dadelijk uit, nl. in '86. In
+1890 kwam P.L. Tak tot ons, een braaf man, toen nog geen socialist. Maar
+in '94 trad hij met Van der Goes en Van Eeden weer uit onze groep. Ik
+bleef toen alleen achter en vereenigde mij met Tideman en Boeken. De
+"Nieuwe Gids" ging van Versluys over op Van Looy en werd toen alleen
+literair, en dat kwam doordat Van Looy's opinie in politiek niet
+overeenstemde met de onze.
+
+
+
+
+HUWELIJK.
+
+
+In 1900 ben ik getrouwd met Jeanne Reyneke van Stuwe, die toen, bij
+Veenstra, aan het hoofd stond van het tijdschriftje "Arcadia". Onze
+tijdschriften smolten toen samen, en zoo werd mijn vrouw redactrice van
+"De Nieuwe Gids", die sedert 1 Januari 1908 weer een algemeen
+tijdschrift is geworden.
+
+
+
+
+ER IS MAAR EEN GOEDE RICHTING.
+
+
+Wat mijn richting betreft: ik vind, dat er altijd maar één goede
+richting is geweest in de literatuur, nl. de richting, die goede kunst
+maakt. Maar je hebt ook altijd gehad allerlei partijtjes, die nog wat
+anders van de literatuur verlangen. Die willen er een of ander doel mee
+bevorderen, hun partijbelang b.v. Naar mijn meening is kunst, die iets
+anders doet dan denken aan zich zelf, nl. te trachten naar zuivere
+weergave van het leven, hetzij in den mensch, hetzij daarbuiten, een
+beetje van den rechten weg af. Zoodra je de bijgedachte hebt: ik wil 't
+leven zóó laten zien, dat de menschen onder den invloed van mijn werk op
+ideeën komen, die ze anders niet zouden hebben, moet je het leven een
+beetje verwringen, datgene er uitkiezen, waardoor die ideeën worden
+opgewekt, en zoodoende een eenigszins valsch beeld geven van het leven.
+Een slecht boek is niet objectief: het maakt een anderen indruk op je
+dan de werkelijkheid. Objectief kan werk alleen zijn, als 't verduiveld
+goeie kunst is.
+
+
+
+
+KUNSTENAAR EN REFERENT.
+
+
+Een boek kan natuurlijk wel goede historie zijn, zonder tot de kunst te
+worden gerekend. Een kunstwerk heeft een bepaald persoonlijk karakter,
+er spreekt een ziel uit, en iemand, die niets doet dan nuchtere feiten
+weergeven, terwijl die feiten buiten hem omgaan, is een referent, maar
+geen kunstenaar. Ja, van sommige schrijvers beweert men wel, dat zij de
+nuchtere werkelijkheid geven, maar heel dikwijls is dit niet zoo,--ook
+al beweren ze 't van zich zelf.
+
+
+
+
+ONZE HEDENDAAGSCHE LITERATUUR.
+
+
+Ja, ik vind, dat onze literatuur op 't oogenblik zeer gezond is, wel een
+beetje zwaarmoedig hier en daar, maar dat verandert de literaire waarde
+nog niet. Ik geloof niet, dat schrijvers er op uit moeten gaan, om hun
+medemenschen te vertroosten. Zegt een schrijver bij voorbaat dat hij een
+vertroostenden indruk wil maken, dan geeft hij zijn artistieke
+onafhankelijkheid prijs. Ik vind Frans Coenen, den zwaarmoedige, een van
+onze beste schrijvers, maar ik ben ook een groot bewonderaar van Cyriel
+Buysse, die dikwijls heel opgewekt kan schrijven. Ik lach gráág!
+
+
+
+
+NEERDRUKKENDE KUNST.
+
+
+Men mag kunst niet veroordeelen om haar neerdrukkenden invloed. Als
+zekere menschen daar niet tegen kunnen, dan moeten zij maar niet lezen.
+Literatuur wordt geschreven voor gezonde, sterke menschen. Zoo ook zijn
+gewone spijzen bestemd voor gezonde menschen, terwijl er voor menschen
+met een zwakke maag nog een diëtische kookkunst bestaat. Evenals een
+gewoon mensch eet, wat de tafel schaft, moet een gezond mensch ook alles
+kunnen lezen, wat de literatuur opbrengt.
+
+
+
+
+KUNSTENAAR EN MAATSCHAPPIJ.
+
+
+De kunstenaar schrijft in de eerste plaats om zich zelf uit te drukken.
+Een echt kunstenaar, ja! die zou ook schrijven als hij geen publiek had.
+Ik persoonlijk zou zeker doorschrijven, al trok niemand zich wat van
+mij aan.
+
+
+
+
+VERGETEN KUNSTENAARS.
+
+
+U moet weten, dat ik een soort liefhebberij heb voor oude, vergeten
+boeken. Het is mij een weemoedig genot, onder allerlei duffen rommel
+soms werken aan te treffen van groote literaire zuiverheid ... waarover
+niemand meer spreekt, die nagenoeg niemand kent, die in geen enkel
+handboek worden vermeld.--Hoe zal de Tijd huishouden onder de grooten
+van ònze dagen?...
+
+Rekening houden met het bevattingsvermogen van het publiek? Wie schrijft
+zóó, dat hij volgens zijn eigen opinie begrepen kan worden door menschen
+die daar hoog genoeg voor staan, die mag aan zijn werk niets veranderen.
+Iets anders geldt natuurlijk voor dengene, die geschreven heeft zonder
+zich zuiver uit te drukken. Die moet wel naar klaarder vorm streven. Je
+naar het publiek richten is onzin. Neem een man van de straat, die een
+flinke opvoeding heeft genoten, maar zich nooit heeft ingelaten met
+literatuur, leg dien man een stuk van Shakespeare voor. Hij schrijft
+Engelsche brieven voor zijn zaak, die man, hij kent uitstekend Engelsch;
+maar u zult zien: van Shakespeare begrijpt hij niets. Dit neemt niet
+weg, dat die meneer een heel helder hoofd kan hebben.
+
+
+
+
+OM LITERATUUR TE BEGRIJPEN....
+
+
+Om literatuur te kunnen begrijpen, moet men er een beetje in thuis zijn.
+'t Gaat er mee als met schilderijen: men moet bepaald studie er van
+hebben gemaakt, om er een kunstoordeel over te kunnen vellen. Als een
+schrijver zich maar bewust is, dat hij precies heeft uitgedrukt wat hij
+wilde, dan is hij er. Vindt het publiek 't op dat oogenblik niet mooi,
+dan zal dat wel komen. Of misschien nooit komen. Ik herinner mij, dat
+Jacques Perk indertijd ook duister werd gevonden. Hij is zoo gewrongen,
+werd er gezegd. Men maakte er parodieën op. Een ontwikkeld mensch kan
+zich dat haast niet meer voorstellen nu, maar 25 jaar geleden was
+'t toch zoo.
+
+
+
+
+HET PUBLIEK EN DE BOEKEN.
+
+
+De moderne literatuur heeft zich, wat betreft de belangstelling van het
+lezende publiek, niet te beklagen. De goede auteurs worden wel gelezen.
+Maar 't groote ongeluk in ons land is: dat de menschen geen boeken
+kóópen. Ik heb nooit bij eenige familie, waar ik kwam, eens een paar
+flinke boeken gezien. Wie hier literair werk koopt: ik weet het niet.
+Misschien zijn 't de studenten. Gewone beschaafde menschen zeker niet.
+Ja, een vijf-en-twintig jaar geleden was dit anders. Beets b.v. werd
+veel gekocht, door vrome menschen, niet zoozeer omdat ze hem veel lazen,
+maar omdat zij hem zoo goed als een geschenk konden gebruiken.
+
+
+
+
+"MEN" OORDEELT NIET ARTISTIEK.
+
+
+Overigens ligt het in den aard van de menschen, zich niet al te veel met
+werkelijke kunst te bemoeien. De menschen oordeelen niet artistiek. Ze
+oordeelen op hun manier verstandelijk. Men leest waar men "bij kan".
+Justus van Maurik werd op groote schaal verkocht, omdat de menschen hem
+konden begrijpen. Maar Shakespeare niet, Goethe niet, Dante niet ... al
+zijn er velen, die deze namen voortdurend in den mond hebben.
+
+
+
+
+
+ALBERT VERWEY
+
+
+[Illustratie: ALBERT VERWEY Jeugdportret]
+
+[Illustratie: ALBERT VERWEY]
+
+
+
+
+ALBERT VERWEY
+
+
+Noordwijk-aan-Zee.
+
+Dit is nu eens een man, die niet zoo heel gemakkelijk vertelt. Toen
+ik--het schemerde, en ik had een langen, vermoeienden tocht achter den
+rug--tegenover hem zat, dacht ik al aanstonds: "Die laat zich niet gauw
+vangen". Ik had een echten, degelijken Hollander voor me, die zich
+instinctmatig een beetje op een afstand houdt, en er niet toe te brengen
+is, met een vreemde te spreken over de ideeën, die hij nu al zooveel
+jaren in zich omdraagt en steeds rijper voelt worden. Bovendien: "Ik ben
+overtuigd, meneer, dat er maar één vorm is, waarin men zich kan uiten,
+en dat is de vorm, die "het doet". Ik spreek niet graag over personen of
+boeken, over dingen, die nog niet als afgedaan worden beschouwd. Alles
+wat ik te zeggen heb, vindt u in mijn tijdschrift, in den besten vorm,
+dien ik er voor kon vinden. Mijn woorden zijn op een goudschaaltje
+gewogen, en zooals het daar staat, precies zoo bedoel ik het. Maar ga ik
+nu spreken, dan kan ik licht iets vergeten, iets anders te veel betonen
+... en werkelijk, daar zou ik later veel spijt van hebben...."
+
+Ik werd al bang, dat het mij niet gelukken zou, iets interessants mede
+te deelen omtrent dezen dichter. Ik voelde een soort gêne, kon er niet
+zoo gemakkelijk toe overgaan, hem te vragen naar byzonderheden uit zijn
+leven, naar datgene, dat men zoo graag leest. Zijn langdurige, eenzame
+overpeinzingen wennen er dezen man aan, zich in zijn spreken al heel
+spoedig boven den beganen grond te verheffen, te gaan uitweiden over
+principes, over wijsbegeerte, over de grenzen van zijn kunst, over het
+algemeene, waarvoor men zoo heel moeilijk woorden, zeer trage woorden
+vindt. Als men zoover is gekomen, worden de gedachten zoo licht en zoo
+ijl, dat men ze bijna ontheiligt door ze te zeggen.
+
+Wat hij mij uit zijn vroeger leven mededeelde, was in zeer eenvoudige
+bewoordingen vervat. En gij vindt niet veel spannende avonturen in
+zijn verhaal:
+
+
+
+
+SCHRIJVEN UIT LIEFHEBBERIJ.
+
+
+"Hoe ga je schrijven? Omdat 't je invalt. Er is eigenlijk geen andere
+reden. Ik kan niet zeggen, dat er bij mij een bepaalde aanleiding
+aanwezig was. Liefhebberij, dat is de eenige oorzaak. Er waren te
+Amsterdam een paar jongelui, die een eigen tijdschrift noodig hadden,
+omdat ze, ja, voor het meerendeel wel medewerkten in de "Amsterdammer",
+maar daar sommige personen niet mochten aanvallen. In het algemeen moet
+u dit in aanmerking nemen: dat aan die wording van "De Nieuwe Gids"
+tegenwoordig wel veel waarde wordt gehecht,--het is nu eenmaal
+geschiedenis geworden, en ook is de invloed van ons eerste werk bij vele
+schrijvers en bij het groote publiek duidelijk te onderkennen,--maar ik
+verhoud mij daar wel wat anders tegen."
+
+
+
+
+"EEN JAAR OF WAT UIT MIJN JEUGD."
+
+
+Voor mij vertegenwoordigt die "Nieuwe Gids"-beweging maar een jaar of
+wat uit mijn jeugd, en niet meer. Zij vormt maar een heel klein stukje
+van mijn ontwikkeling, en daarna komt een groot aantal jaren, die voor
+mij veel belangrijker zijn. Natuurlijk! aan den invloed, dien wij zouden
+oefenen, werd door ons niet getwijfeld. Alle schrijvers van beteekenis
+in die dagen waren oud, en wij wisten vrij zeker, dat binnen enkele
+jaren hun onmiddellijke invloed een eind zou nemen. En was het een klein
+verschil, dat ons van de andere letterkundigen scheidde, dan hadden wij
+gedacht: het publiek zal ons een zelfstandige plaats toekennen en
+daarmee uit. Maar ons optreden wekte van begin af een groote
+animositeit. Alle letterkundigen van naam waren ons van begin af
+vijandig. Behalve Vosmaer! Beets, b.v., die toen al een oud man was, gaf
+in zijn latere bundels telkens kleine gedichtjes, die duidelijk steken
+op de opkomende jonge dichters bevatten.
+
+
+
+
+DR. DOORENBOS.
+
+
+Maar een ander oud man, een die trachtte ons verder te ontwikkelen, was
+dr. Doorenbos. Een hoogst eigenaardig man, geen eigenlijk docent. De
+meeste jongelui hadden geen oog voor hem. Maar des te meer voelden wij,
+die een anderen kant uit wilden, ons tot hem aangetrokken. Hij kwam voor
+al zijn meeningen uit, ook tegenover jongelui, en juist zijn
+onafhankelijkheidsgevoel maakte, dat hij op ons een invloed had, die te
+vergelijken is met den lateren invloed van Multatuli. Van der Goes,
+Kloos en ik, we waren zijn leerlingen op de H.B.S. met 5-jarigen cursus
+te Amsterdam, en als ik mij niet vergis, dan had Perk privaatlessen bij
+hem. Ook na de school bleven Kloos en Van der Goes in relatie met hem,
+en op deze wijze werd het langzamerhand gewoonte, op Zondagavond bij hem
+te komen, en daar onze afwijkende meeningen te bespreken. Bovendien was
+hij een tijdlang redacteur van het letterkundig gedeelte van de
+"Amsterdammer", en zoodoende kregen wij er veel in geplaatst. Maar toen
+onze "Nieuwe Gids" werd opgericht, toen werd de band toch losser, want
+hij, op zijn leeftijd, kon zich met onze uitsprekelijkheid niet geheel
+vereenigen. Toch heeft hij van uit Brussel nog een bijdrage gezonden.
+
+Mijn medewerking aan dat tijdschrift heeft ook maar een jaar of drie
+geduurd, tot ongeveer '89. En in die periode waren de critische
+denkbeelden van de opkomende partij in hoofdzaak gezegd. Daarna kwamen
+tot breeder ontplooiing eenerzijds de boekbesprekingen van Van Deyssel
+en anderzijds het werk van Frederik van Eeden. Omstreeks 1890 werd, met
+een artikel van Alfons Diepenbrock, een andere strooming duidelijk.
+
+
+
+
+DE STROOMING VAN 1890.
+
+
+De "Nieuwe Gids" nl. bracht in hoofdzaak een kunst van gevoelsopwelling
+en indruk, evenwijdig loopend met het impressionisme in de
+schilderkunst. Er begon echter verlangen te komen naar een zekere
+bezonkenheid, naar meer innerlijk leven. Dat heeft Diepenbrock van
+Katholiek standpunt uit belicht.
+
+
+
+
+DOEL VAN HET "TWEEMAANDEL. TIJDSCHRIFT."
+
+
+Samen met Van Deyssel kwam ik toen tot de oprichting van het
+"Tweemaandelijksch Tijdschrift". Het doel was: te zoeken naar een kunst
+van meerdere bezonkenheid, maar waaraan poëzie en naturalistische
+waarneming gelijkelijk deel hadden.
+
+Ons tijdschrift werkte dan ook een poos in die richting, en daardoor
+werd het bij uitstek geschikt, om de meest verschillende elementen bij
+elkaar te krijgen. Aan de eene zijde de dichters, en aan den anderen
+kant de naturalistische auteurs, die evenwel, bij voortduring, sterk in
+aantal toenamen. Na dien tijd heeft de richting in onze
+literatuur-ontwikkeling, die naar de bezonkenheid voerde, en naar het
+innerlijk leven, zich voortgezet. Maar dat het naturalisme zich onder de
+romanschrijvers nog steeds meer aanhang verwierf, dat had ten gevolge,
+dat door den aandrang van hun vaak minderwaardige bijdragen, de poëzie,
+die voornamelijk innerlijk leven zou uitdrukken, als het ware in een
+hoek werd gedrongen. Daardoor werd het voor mij wenschelijk, een
+tijdschrift te hebben, waarin het streven naar innerlijke poëzie op den
+duur de bovenhand zou kunnen krijgen.
+
+
+
+
+OPRICHTING VAN "DE BEWEGING."
+
+
+Dat werd "De Beweging". Mijn tijdschrift richt zich volstrekt niet tegen
+het naturalisme op zich zelf,--dat houd ik voor iets, dat altijd terug
+moet komen, en er ook altijd is, voor zoover geen enkele kunst kan leven
+zonder natuurbeschouwing. Maar op het sensitivistische in de romankunst
+wilde ik laten volgen een poging, om het innerlijke sterker tot uiting
+te brengen.
+
+
+
+
+HET INNERLIJKE: GELIJK STREVEN OP ALLERLEI GEBIED.
+
+
+Ook in het naar voren dringen van het constructieve element in de
+architectuur, en hier heb ik het werk van Berlage op het oog, zie ik een
+dergelijk verschijnsel. Ook in de latere schilderijen van Verster. Daar
+wordt niet meer weergegeven de aandoening, die de schilder kreeg van de
+werkelijkheid, ook niet meer de gevoelsontroering, die hij ervan kreeg,
+maar hij maakt van het voorwerp, dat hij buiten zich zag: een innerlijk
+bezit, in een licht van zich zelf gezet, en waar hij zijn geest in
+uitdrukt. Dat tot uiting komen van het georganiseerde innerlijk lijkt
+mij het kenmerkende van de laatste jaren en daarmede houdt, volgens mijn
+opvatting, ook het meer geaccentueerde optreden van professor
+Bolland verband.
+
+--Die ontwikkeling kan dan natuurlijk ook in de geschiedenis van uw
+werk worden nagewezen?
+
+
+
+
+DE GESCHIEDENIS VAN ZIJN WERK.
+
+
+--Dat spreekt. Wat wij om ons heen zien gebeuren, is een projectie van
+wat in ons zelf gebeurt. In mijn eerste werk zit datgene, wat ons in den
+"Nieuwe Gids"-tijd bezig hield, ik wil zeggen: bewondering voor de
+natuur, hartstocht en gevoelsopwelling. In '90 trouwde ik, en op mijn
+huwelijk volgt een tijd van afgezonderd leven; en dàt bracht mee: een
+soort van inkeer, een gedachteleven, dat natuurlijk wel in den tijd lag,
+maar toch ook niet minder in mij zelf. De uiting van de bezonkenheid,
+die er toen over mij kwam, kunt u vinden in vijf bundels gedichten:
+"Aarde", "De nieuwe tuin", "Het brandende braam-bosch", "Dagen en
+daden", "De kristaltwijg". Die vijf vullen voor mij het tijdperk van
+teruggetrokkenheid. Na die periode voelde ik, dat er zoowel buiten als
+in mij zelf een andere wind waaide. Ik kwam uit mijn afzondering te
+voorschijn, ik voelde behoefte, om de wereld om mij heen op zekere wijze
+samen te vatten, te uiten wat ik over de wereld dacht. Het kenmerkende
+van onzen tijd, in allerlei kringen, in allerlei groepen, is een poging
+tot organisatie, dat wil zeggen: het aanwenden van geesteskracht op de
+massa. De "Beweging" is ook niet alleen een letterkundig tijdschrift.
+Juist het geestelijk zich organiseeren van alles wat op maatschappelijk
+gebied gebeurt, dat noem ik het mooie doel, waarvoor ik gaarne
+verschillende krachten zou bijeenbrengen. Vooral nu ik twee
+mede-redacteuren heb gekregen, De Boer voor wijsbegeerte en geschiedenis
+en De Vooys voor sociale zaken, hoop ik daarin te slagen. De pogingen
+tot organisatie zijn overal te vinden, maar de centra zijn door
+onderlinge geschillen voortdurend zwak. Die moeten aangesterkt worden.
+Zie, ik zal u vertellen wat ik onder organisatie versta:
+
+
+
+
+GEESTELIJKE KUNST.
+
+
+De natuur geeft een zekere stof, en de geest heeft er behoefte aan, op
+die stof kristalliseerend te werken, begeeft zich in die stof, en doet
+daardoor ontstaan een vorm, die niet een gril van den geest is, maar wel
+de wijze, waarop de natuur zich met dien geest verstaat. Nu begrijpt u
+meteen wat ik versta onder geestelijke kunst: zoolang de literatuur zich
+beweegt in indrukken, of in het gevoel, is het niet noodzakelijk, dat de
+schrijver vormen voortbrengt, die het voorkomen hebben van den
+noodzakelijken vorm, dien de stof moet aannemen.
+
+Je hebt hier dat duinlandschap, je krijgt daar een indruk van, en het is
+mogelijk met dien indruk een gedicht samen te stellen.
+
+Nu kijk je opnieuw, je voelt een aandoening, en die kun je uitdrukken,
+zonder veel van het landschap in je werk op te nemen.
+
+Maar nu kijk je voor de derde maal, en nu is je blik zoo doordringend
+geworden, je geheele wezen neemt in zulk een mate deel aan de
+waarneming, dat de uitdrukking ervan geeft het wezen van je geest, èn
+het wezen van het landschap tevens. Dan ontstaat wat ik geestelijke
+kunst noem. Daaraan neemt de natuur wel degelijk deel, want je ziet de
+duinen; alléén: niet op de wijze van gewone waarneming zie je de natuur,
+maar als een een-wording met den geest. Dit nu brengt Berlage in de
+bouwkunst en Verster in de schilderkunst, en hoewel ik met deze mannen
+niet zoo zou praten over natuur en geest, zou ik gerust durven beweren:
+wij verstaan elkaar tòch wel!
+
+
+
+
+DE ONZEGBAARHEID.
+
+
+Er is in iedere uiting een onzegbaarheid, en die geven wij weer in den
+toon der verzen. Daarin zeggen wij eigenlijk, wat wij in de zinnen niet
+kunnen zeggen. Als de dichter dus een gedicht schrijft, dan staat zijn
+innerlijk in mogelijkheid voor je. Want natuurlijk: als het niet weer in
+je wordt opgewekt, dan is het dood.
+
+Ieder gedicht geeft natuurlijk het innerlijk van den auteur weer.
+Daarzonder zou het geen waarde hebben. Nu zijn er menschen, die een
+voorbijgaanden indruk, een snelle opwelling geven, en dat mag dan hun
+innerlijk leven van het oogenblik zijn, het is toch maar heel weinig van
+wat het innerlijk wezen van een mensch zijn kan. Vindt u dienzelfden
+dichter op rijperen leeftijd terug, dan zult gij zien, dat hij dezelfde
+gevoelens weer in zich ontmoet heeft, maar nu zoo, dat ze niet meer
+vastzitten aan voorbijgaande indrukken. Gaat hij diezelfde hartstochten
+nu weergeven, diezelfde ontroeringen, overtuigingen, dan wordt dat een
+innerlijk leven van veel grooter beteekenis, iets, dat eigenlijk veel
+meer recht heeft op dien naam. In die richting nu heb ik gezocht, en in
+die richting zie ik ook het streven van onzen tijd gaan.
+
+--"Wat is dan voor u het _eigenlijke_ in het streven van onzen tijd?"
+
+
+
+
+WIJ GAAN NAAR HET RELIGIEUSE.
+
+
+"Wij gaan meer en meer naar het religieuse, niet 't kerkelijk
+religieuse, maar naar een diep besef van wat blijvend is in de
+levensverhoudingen. En dat vind ik een essentiëel ding. Daar komt men
+langs den weg van de waarneming nooit toe. De gevoelens zijn in een
+mensch, of ze zijn er niet; maar ze komen er nooit door
+nauwlettend kijken."
+
+
+
+
+DICHTER EN MAATSCHAPPIJ.
+
+
+--"Stelt U u voor, dat een dichter invloed moet oefenen op zijn
+medemenschen?"
+
+--"Zeker. In iederen dichter steekt niets anders dan een nieuwe mensch.
+Ik geloof niet, dat een dichter zich op den duur zou uiten, indien hij
+niet voelde, dat hij een menschentype vertegenwoordigde, dat desnoods
+voor hem zelf geen belichaming behoeft, maar dat hem toch bestemd lijkt,
+om ook door anderen te worden gezien. De geheele wereld wil een nieuwen
+mensch, en als iemand dat moet laten voelen, dan is het toch wel de
+dichter! Het is ook zoo'n verd ... valsche opvatting, dat kunst er enkel
+is, om den mensch aangenaam aan te doen. Het tegendeel is waar: kunst
+moet den mensch het uiterlijk-aangename ook wel eens ontnemen, en hem in
+zich zelf opmerkzaam maken op iets, dat beter is dan aangenaam!"
+
+--"Er zijn toch wel dichters, die meenen, dat zij ook zouden werken als
+er geen menschen waren, en die aan het publiek maling hebben."
+
+--"U weet: bij dergelijke gevoelens heb ik heel dicht gestaan, maar ik
+geloof, dat ik toen mij zelf nog niet kende. Want ga ik mijn latere
+ervaring na, dan wil ik u dit verklaren: als er één ding in staat is
+geweest, mij tot voortwerken te prikkelen, dan is het wel de sympathie
+van anderen, dan is het wel het idée, dat ik iets wàs voor mijn lezers.
+Een dichter, zooals ik mij er een droom, kan alleen in den omgang met
+anderen kracht vinden zijn taak te vervullen. Natuurlijk moet u dit niet
+verkeerd uitleggen: Als je schrijft, dan geef je je innerlijke wereld,
+zooals zij in je leeft, en dat zonder eenige bijgedachte. Maar hetgeen
+je te vertellen hebt zou niet bestaan zonder de menschen om je heen,
+zonder sympathie met andere menschen. Ik zou mij datgene, wat het leven
+beteekent, heel moeilijk kunnen voorstellen, zonder de menschheid er
+mede in verband te brengen. En dat zeg je voortdurend in je verzen: De
+beteekenis van het leven, en wat het leven voor je is...."
+
+Verwey ging bij zijn venster staan en keek afgetrokken naar buiten. Wind
+gierde om zijn eenzaam huis, een regenvlaag striemde de glazen. Beneden
+door de vochtige duinen kroop langzaam een groepje mannen,
+blauwig-zwart.
+
+De dichter zweeg. Zijn gezond, snugger gelaat was strak, werd stil-aan
+vroolijker. Hij lachte genoeglijk voor zich uit. Ik zag zijn heldere
+oogen leven. Hij kwam, handen in zijn zakken, voor mij staan, trok eens
+aan zijn sigaar, en vroeg:
+
+
+
+
+PROZA EN VERZEN.
+
+
+--Denkt u, dat het publiek het verschil begrijpt tusschen proza en
+verzen? Want dat zijn twee heel verschillende dingen, net zoo goed als
+hout iets anders is dan steen. U weet: er is altijd streven, om het te
+doen voorkomen, alsof het verschil tusschen die twee eigenlijk iets
+bijkomstigs is. Daar ben ik het heelemaal niet mee eens. Zie, als je
+loopt, dan maak je passen in een door de nuttigheid voorgeschreven
+richting en orde, maar als je danst, dan wordt de richting je
+voorgeschreven door de schoonheid, dan ga je werken met maten. En
+daarvan maakt in de taal de dichter zijn werk. Ik merk zoo goed, hoezeer
+mijn gedichten zich onderscheiden van mijn proza. Er is natuurlijk ook
+wel proza, dat de enkele bedoeling van duidelijkheid zoozeer verlaat,
+dat het op verzen gaat lijken, maar dat is een tusschensoort en het is
+eigenlijk niet wat proza behoort te zijn, nl., een klare, lucide
+verstandsuiting in de eerste plaats. Hetzelfde verschil bestaat er
+tusschen zingen en zeggen: Als ik u iets vertel, dan houd ik rekening
+met mijn gedachten, dan overdenk ik telkens de dingen, die ik heb voor
+te dragen. Maar als ik zing, dan is het voldoende, dat ik kreten slaak,
+ook al hebben die geen gedachte-samenhang. Jacques Perk heeft zich in
+dit opzicht eens zoo teekenend uitgelaten: "Het kost mij geen moeite,
+voor mijn rijmen gedachten te vinden," heeft hij ergens gezegd. En dat
+is de heele zaak. Mijn woorden volgen een door de schoonheid
+voorgeschreven richting; ik laat mijn heele leven lang mijn woorden
+dansen in de maat, en dat is eigenlijk het mooiste wat ik weet.
+
+--"Maar u moet toch ook wat te vertellen hebben."
+
+
+
+
+HIJ BEHOEFT NIET ALTIJD IETS TE "VERTELLEN."
+
+
+"Neen, dat hoeft niet. Ik heb mij meer dan eens tot schrijven gezet,
+zonder dat ik wist wat er komen zou. Ik zou u er voorbeelden van kunnen
+geven, dat ik enkel een zekere behoef te voelde aan klanken, aan een
+woorden-dans...."
+
+--Wilt gij mij misschien dan eens zoo'n voorbeeld geven?
+
+--Ik spreek niet graag over mijn eigen werk in byzonderheden.
+
+--En ik zou u toch zoo dankbaar zijn, als u mij nu eens één gedicht
+wilde aanwijzen, dat u bent gaan schrijven om de klanken enkel en
+alleen....
+
+--Nu, als u het dan genoegen doet, dan zal ik er even een voor u
+opzoeken. Hier:
+
+ NACHT IN HET ALHAMBRA.
+
+ De dichter.
+
+ Waar is de flonk'ring, waar 't geklater,
+ Waarmee mijn straal de zon beklom?
+ Het diepst en reinst is 't donk're water,
+ Dat slaapt in ondergrondsche kom.
+
+Deze klanken brachten mij op het Alhambra, waar ik geweest ben, en mijn
+herinnering daarvan. U hebt daar een leeuwenfontein, en de oppasser had
+mij verteld, dat die alleen spuit als er vorstelijke bezoekers komen. En
+ik ging verder:
+
+ De hooge gasten zijn verdwenen,
+ De schaduw is aan 't overlenen,
+ En in de hooge en blanke zaal
+ Gaat door de smalle en marm'ren goten
+ Het laatste water weggevloten,
+ In stroompjes, kronkelend en schraal....
+
+Zoo ga ik dan nog een heel stuk door. Het eigenaardige van dit gedicht
+is, dat het niet is gepremediteerd, dat ik het phantaseerde onder 't
+schrijven. Maar het publiek begrijpt in het algemeen niet, dat het in de
+eerste plaats om zang te doen is, en dat daarom de maten zoo belangrijk
+zijn. Evenals het spelen op een viool, brengen die onze fantasie in
+beweging, en daarom is de maat ook het wezenlijke voor den dichter,
+waaruit hem blijkt, hoe eigenlijk zijn innerlijk leven is.
+
+--U sprak zooeven over den invloed, dien de dichter oefent op de
+maatschappij. Denkt u, omgekeerd, niet, dat maatschappelijke
+omstandigheden ook weer den dichter beïnvloeden?
+
+
+
+
+MAATSCHAPPIJ EN DICHTER.
+
+
+--Ik geloof, dat maatschappelijke omstandigheden tegenover het feit van
+het ontstaan van een talent niet zooveel beteekenen als de menschen wel
+eens denken. In groote gezinnen, waar de kinderen onder dezelfde
+condities leven, ziet men soms, dat één er van zich byzonder
+onderscheidt, en daar hebben de maatschappelijke omstandigheden dus al
+byzonder weinig te zeggen gehad. Natuurlijk, ze spelen hun rol en er
+gaat niets verloren; en ik geloof zeker, dat, is het talent er eenmaal,
+de maatschappelijke omstandigheden op zijn uitingen invloed hebben. Is
+hij sterk, de geniale man, dan zal hij van zijn uitingen niet afzien; is
+hij zwak, dan gaat hij ten onder of wordt gewijzigd. Als ik gedichten
+lees, dan merk ik ook altijd, dat de dichter heeft een bepaalden stijl,
+waarvan hij kan zeggen: dit is van mij; maar hij toont dien stijl nooit,
+zonder iets van buiten, en wat dat "iets" zal zijn, dat is toch maar
+toeval. Met de bundels, waarvan ik zooeven sprak, de verzen, die ik heb
+geschreven toen ik tot bezonkenheid kwam, was dit ook zoo; daar zat een
+heele reeks denkbeelden in, een plan, een soort van levensbeschouwing,
+en door alle ondervindingen, die ik opdeed, kon ik toch dat schema van
+mijn gedachten bijeen houden. In al die jaren veranderde dat bijna niet.
+En toch zijn al die gedichten mij zoozeer door het toeval ingegeven, dat
+ik ze bijna gelegenheidsgedichten zou kunnen noemen.
+
+
+
+
+STIJL.
+
+
+Maar de stijl, die is natuurlijk van mij zelf, en over dien stijl zou ik
+graag nog wat willen zeggen. Dat is eigenlijk een ander woord voor wat
+ik straks "ons binnenste" noemde, het geestelijke in de kunst. Het zit
+ook al in het woord: het stellige beteekent 't. Het Nederlandsche
+geestesleven wordt langzamerhand gestuwd naar een allerstelligsten vorm
+van uiting. Dat is ook zoo met de poëzie, met de schilderkunst, met de
+architectuur, en ook met de politieke organisatie. Het is bv. heelemaal
+niet toevallig, dat wij tegenwoordig een scherp afgescheiden
+arbeiderspartij hebben, terwijl er vroeger allerlei anarchistische
+stroomingen waren.
+
+
+
+
+DE TIJD VAN DE STIJLGEVING.
+
+
+Het is nu de tijd van de stijlgeving, zou ik kunnen zeggen, en in de
+laatste jaren zoek ik naar een stijl voor de poëzie. De
+Nieuwe-Gids-kunst had wel een aantal mooie uitingen, maar geen eigen
+stijl. U weet wel, onze poëzie was toentertijd grootendeels ontleend aan
+Engelsche voorbeelden, en daar was in andere landen ook iets dergelijks.
+Maar wij zien bv. in Frankrijk, dat de Régnier in zijn laatste werk is
+geworden de meest Fransche van zijn landgenooten, stijl heeft gekregen:
+een nationaal-Franschen stijl. In Duitschland zien wij ook zoo iets
+gebeuren. Daar werkte Stefan George onder den invloed van Baudelaire en
+Malarmé, en in zijn laatste werk is hij typisch-Duitsch geworden.
+
+
+
+
+DE KUNSTENAAR "ALS ZOODANIG" EN ZIJN PERIODE.
+
+
+En nu wordt tegenwoordig niet voldoende begrepen, dat de kunstenaar als
+zoodanig zijn beteekenis heeft voor de maatschappij. Als een periode
+achter den rug is, en zij heeft geen eigen stijl gehad, dan wordt daar
+een verwijt van gemaakt. Dan zegt men: dat was wel een gevoelige tijd,
+maar een eigen stijl hadden de menschen toen niet. En nu kom ik weer tot
+Berlage en Verster, die zoeken in hun kunst kracht in een eigen stijl.
+Zoo zoek ik in de poëzie. Hier is geen sprake van wat men persoonlijken
+stijl zou kunnen noemen. Die bezit ieder, die goed schrijft. Het komt er
+hier op aan iets eigenaardigs in zijn werk vast te leggen, dat in staat
+is een tijd te kenmerken in tegenstelling tot vroegere en latere
+tijdperken. Dit heeft met maatschappelijke invloeden in zooverre te
+maken, dat allerlei gevoelens slechts gezegd kunnen worden, als de
+maatschappij ze deelt, en dat is in een verbrokkelden tijd als de onze
+dikwijls erg moeilijk. Vooral voor de architectuur is dat waar. Wil die
+kunst tot uiting komen, dan is een samen-werking van allerlei
+uiteenloopende maatschappelijke machten noodzakelijk.
+
+
+
+
+WAT NIET GEZEGD KAN WORDEN.
+
+
+Zoo wordt de vorm van ons werk dikwijls door niet-kunstenaars bepaald:
+Wij kunnen niet werken zooals wij willen, als de maatschappij ons niet
+verstaat. Daarom verschijnen er ook zoo weinig drama's. Er is geen
+eenheid in ons maatschappelijk leven. Nu kan ik er wel aan toevoegen,
+dat dit mij eerder heeft geprikkeld dan teruggehouden. Maar wat er van
+zou zijn geworden, van mijn werk, als ik minder ruimte tot rustige
+overpeinzing en een zwakkere gezondheid had gehad, ik zou het niet
+durven zeggen.... En nu bedien ik mij nog wel hoofdzakelijk van een
+vorm, die zich wendt tot den enkeling. Een vers wordt door één lezer
+alleen óók genoten. Maar tot drama-schrijven zijn wij geen van allen
+ruim gekomen. Doe ik het een enkelen keer, dan weet ik toch wel, dat het
+niet voor de menigte is. En als u nu nog overweegt, dat een gedicht in
+een bundel eigenlijk pas zijn waarde krijgt door de plaats, die het
+inneemt in het geheele werk, dan zult u wel begrijpen, dat, al laat de
+maatschappij mij toe te spreken, ik toch nog verre moet staan van een
+groot deel van mijn lezers.
+
+ * * * * *
+
+Vrienden, laat den dichter nu rustig achter in zijn eenzame kamer.
+Zooals hij mij zijn gedachten vertelde, heeft hij ze nog nooit
+neergeschreven ... zoo in vogelvlucht.
+
+En laat mij nu, zonder mij meer te vragen, door regen en wind langs de
+duinen naar huis keeren: Ik heb zooveel te denken....
+
+
+
+
+
+FREDERIK VAN EEDEN
+
+
+[Illustratie: FREDERIK VAN EEDEN Jeugdportret]
+
+[Illustratie: FREDERIK VAN EEDEN Portret uit den Walden-tijd]
+
+
+
+
+FREDERIK VAN EEDEN
+
+
+--"Ik heb daarnet een zoon gekregen, en overmorgen vertrek ik naar
+Amerika".
+
+Met deze woorden trad hij in het zonnige logeer-vertrek, waar ik een
+kwartiertje had gezeten, in hoop en vreeze. Hij leek heel slank, heel
+vlug, en--ondanks zijn baardigen profete-kop met de zware denkvoren over
+'t voorhoofd en naast de oogen--heel jeugdig. Met zijn eigenaardigen,
+half-sarcastischen lach ging hij bij 't laai-lichte venster zitten; en
+waarschuwde mij, dat hij maar heel weinig tijd had, ieder oogenblik kon
+worden weggeroepen; bovendien niet de minste neiging tot vertellen
+voelde, maar zijn best wilde doen, mijn vragen duidelijk te
+beantwoorden. Ook moest ik hem beloven: goed te doen uitkomen, dat ik
+ons gesprek leidde, dat de onderwerpen die hij zou aanroeren, waren
+onderwerpen van mijn keuze.
+
+Ik meende goed te doen, hem niet te vragen naar biographische
+byzonderheden; en, om aan te sturen op dieper liggende dingen, verzocht
+ik hem, uiteen te zetten, wat hem wezenlijk scheidde van de
+Nieuwe-Gids-dichters bij wie hij zich toch oorspronkelijk had
+aangesloten.
+
+
+
+
+HOE VAN EEDEN DE NIEUWE GIDSRICHTING BEGRIJPT.
+
+
+--"'t Was heel merkwaardig," dus begon hij, "dat de mannen van '80 zich
+zoo nauw verwant voelden aan Shelley. Maar zij vergaten, toen zij enkele
+goede dingen van hem overnamen, wat bij Shelley hoofdzaak is geweest,
+nl. zijn ethische beteekenis. Hij is de leidsman geworden van Kloos en
+Verwey, doordat hij was een groot dichter. Maar Shelley was voornamelijk
+een groot en goed mensch, een die direct opkwam voor het verdrukte volk
+van Ierland, en in het begin van de negentiende eeuw de anarchistische
+ideeën in den goeden zin het sterkst vertegenwoordigde. Hij was
+door-en-door een maatschappijmensch in zijn streven."
+
+--"U oordeelde dus dat het streven van de Nieuwe-Gids-dichters
+anti-maatschappelijk was?"
+
+
+
+
+LITERAIR DICHTERSCHAP EN MAATSCHAPPELIJK DICHTERSCHAP.
+
+
+--"Ja: zij waren in hun smaak zeer precieus, en de consequentie daar van
+werd, dat zij zich trotsch stelden tegenover de maatschappij. Kloos was
+eigenlijk de persoon dien ik bestreed, omdat hij, naast zijn goed begrip
+van het literaire dichterschap, verdedigde een slecht begrip van het
+maatschappelijke dichterschap. Hij was vijandig aan de maatschappij, en
+al laat dit zich heel goed verklaren door zijn positie in het algemeen,
+het bleef mij antipathiek. De band die ons bond was zuiver literair. Hij
+was de man, die mooie dingen schreef, die goede verzen kon onderscheiden
+van slechte. Maar een gemeenschappelijken band van maatschappelijk
+idealisme, een band, zooals de groote Duitschers in hun bloeitijd
+hadden, dien hadden wij niet."
+
+--"Maar brengt de aard van de nieuwere poëzie niet mee, dat de dichter
+individualistisch moet zijn?"
+
+
+
+
+DE INVLOED VAN KLOOS MAAKTE DE NIEUWE RICHTING INDIVIDUALISTISCH.
+
+
+--"Ik geef toe: een individu met de eigenschappen van Kloos moet zoo
+staan tegenover de buitenwereld. Maar de invloed van dat individu heeft
+de groep gemaakt. Als Perk had blijven leven, die meer was een
+idealistisch man in Schiller's zin, dan waren de gebeurtenissen
+misschien heel anders geloopen. Dat karakter van te zijn zeer
+kieskeurig, eclectisch, van zich zelf te beschouwen als uitverkoren, van
+zich zelve te stellen als een kleine groep begenadigden tegenover de
+groote domme bende, van te gelooven, dat men de schoonheid in pacht had,
+dàt ging uit van Kloos."
+
+
+
+
+NIETZSCHE EN MULTATULI.
+
+
+Het ligt in onzen tijd, zich zoo te gedragen als Nietzsche heeft gedaan,
+maar een man als Multatuli dee' 't toch volstrekt niet. Al heeft die
+later het publiek veracht, zijn streven richtte zich op de maatschappij,
+en van het literaire dichterschap wou hij niets weten. Ik geef toe ook,
+dat Multatuli daarin fout ging, in zijn afkeer van het literaire
+dichterschap, maar van zijn maatschappelijk idealisme had Kloos wel een
+beetje kunnen gebruiken.
+
+
+
+
+TENDENZ-KUNST DAN?
+
+
+Ik voor mij wilde dus vereenigen: het menschelijk idealisme met het
+streven naar literaire volmaaktheid, en dat juist heeft Shelley vóór mij
+gewild.... O, het is zoo dwaas te spreken van tendenz-kunst. Dat moet U
+eens goed navertellen, dat is nuttig voor de menschen van onzen tijd, en
+ik zal probeeren het ten duidelijkste te zeggen: Men hoort bijvoorbeeld
+door menschen, die op het oogenblik behooren tot het kliekje van
+Kloos,--ik zal geen namen noemen,--hoort men praten van
+tendenz-literatuur, die heelemaal verkeerd zou zijn, en daarmede
+bedoelen zij, alle literatuur die een zeker menschelijk idealisme
+vertegenwoordigt.
+
+
+
+
+ZIJ VERGETEN HUN MEESTER SHELLEY.
+
+
+Welnu, het zou goed zijn als die eens overdachten, wat hun groote
+meester Shelley daarover heeft geschreven. Want die maakte tendenz-kunst
+in hun zin. Hij verheerlijkt zonder ophouden "the noble", "the
+beautiful", "the honest", alle goeie menschelijke eigenschappen. Zij
+zeggen: moraal in de kunst is nonsens. Maar Shelley, die de grootste
+lyricus geweest is, is voortdurend vervuld van ethisch idealisme. En ik,
+ik ging volkomen mee met de voorkeur, die zij geven aan het mooie vers
+boven het leelijke. Maar nooit kon ik meegaan met de negatie van al wat
+men moraal noemt, door hun beweging voorgestaan.
+
+--"Noemt U het toevallig, dat menschen met sterk idealisme ook
+beschikten over veel taalvermogen?"
+
+
+
+
+ALGEMEEN MENSCHELIJK STREVEN EN TAAL VERMOGEN.
+
+
+"Dat berust op diepe gronden. Ik heb daar een duidelijk uitgesproken
+meening over, waarom een heel diep en algemeen-menschelijk streven
+meestal samengaat met een groot taalvermogen. Ik zal die meening
+schriftelijk uiteen zetten. Laat ik U hier alleen zeggen: neen, ik
+geloof niet, dat we hier staan voor een toevalligheid. Maar hierbij
+moeten wij ook in het oog houden, dat die twee niet altijd in dezelfde
+mate samengaan. Schiller bv. was een man van voornamelijk ethische
+kracht, een, die niet bezat het groote lyrische vermogen van Shelley.
+Maar hij bezat volkomen wat ook Shelley bezat, de groote, nobele
+menschelijkheid, en daardoor alleen werd er een dichter uit hem. Dat
+hadden zij, de mannen van '80, in Schiller volkomen genegeerd. En zoodra
+ik vol ging houden, dat dit algemeen-menschelijke niet mocht worden
+losgelaten, vond ik Kloos tegenover me. Mijn eerste verzet tegen Kloos
+begon: toen hij de expressie "een goed mensch" uit de taal wou
+schrappen."
+
+--"Nu komt er een onnoozele vraag: Wilt u dan alle tendenz-literatuur
+als kunst laten gelden?"
+
+
+
+
+HET KENMERK VAN VERKEERDE TENDENZ-LITERATUUR.
+
+
+--"Neen, er is verkeerde tendenz-literatuur, die, waarbij een zekere
+moraal wordt gepredikt. Dat is de tendenz, die bv. Schiller niet wilde.
+Ik zou u citaten kunnen geven, waaruit blijkt, dat hij valsch noemt:
+werk, dat den lezer of den aanschouwer wil meesleepen in deze of gene
+richting. Wat is dan het verschil, zult u vragen. Dit:--dat de
+kunstenaar, die een zuiver kunstwerk maakt, daarbij wordt bewogen door
+de schoonheid van zijn idealen, ook al zijn dit ethische idealen. De
+mensch, die onzuiver werk maakt, denkt om den invloed, dien hij op
+anderen zal hebben, tracht zijn lezers over te halen tot zijn
+overtuiging. Dit nu kan een echt kunstenaar als zoodanig niets schelen.
+Die let alleen op de schoonheid van hetgeen hij voor zich ziet. Let u op
+een van de hoofdwerken van Shelley, dan voelt u, dat hij in grenzelooze
+bewondering is voor hoog-menschelijke eigenschappen. Maar u merkt niet
+in hem de kleinste poging om iemand te bekeeren tot zijn opvattingen.
+Als die bekeering komt, dan moet ze komen door de schoonheid van wat hij
+te aanschouwen geeft. Maar wat hij u laat zien, dat zijn ethische
+dingen, menschelijke, moreele schoonheid. Daartegenover stel nu eens de
+boeken van Mevrouw Goedkoop-Van Beek en Donk, of Barthold Meryan van
+Cornélie Huygens. Daar komen goede gedeelten in, maar als geheel staan
+zij onder den invloed van wat de auteur wilde verrichten onder de
+menschen."
+
+--"In hoeverre houdt deze opvatting van u verband met uw bekend artikel,
+waarin men zoo vreemd heeft gevonden de vergelijking tusschen de
+gedichten van Hélène Swarth en ... "snert?""
+
+
+
+
+TOEN DE OOGEN HEM OPENGINGEN.
+
+
+--"U moet niet vergelijken artikelen en kunstwerk. Artikelen willen wel
+degelijk overtuigen. Artikelen zijn werkingen van minder rang,--zooals
+ik altijd heb gezegd,--die voor mij de beteekenis hebben van vrijmaking.
+Ik geef toe, dat ik wat ruw ben geweest in 't veroordeelen van 't zwakke
+werk van Hélène Swarth. Maar het is voor mij heilzaam geweest, dat ik
+die artikelen, waarop u doelt, heb geschreven. Ze maakten me los, ze
+maakten me vrij. Ik heb mij vrijgevochten van mijn verbond met menschen,
+die ik niet als kameraad kon beschouwen....
+
+"Ja, mijn oogen zijn eerst langzamerhand opengegaan voor de verschillen
+tusschen hen en mij. Ik wil graag toegeven, dat ik blind ben geweest
+voor veel slechts in hen. Ik heb ze altijd edelmoediger behandeld dan
+zij mij. Maar het is van begin af mijn fout geweest, dat ik eerst het
+goede zag in de menschen, en eerst veel later het kwade. Nu ik mijn
+leven overdenk, begrijp ik niet, hoe ik het zoo lang heb kunnen stellen
+met ze. Intusschen, als kunstenaar ben ik altijd van hen onafhankelijk
+gebleven. Wij ondergingen gelijke invloeden, maar ik ging mijn eigen
+weg. Kloos zelf is veel sterker onder invloed van Perk en de Engelsche
+lyrici geweest dan ik onder dien van Kloos of anderen. Het eerste deel
+van de "De Kleine Johannes" bracht mij tot ze. Ik herinner mij nog goed,
+dat ze bij mij kwamen, om dat werk in "De Nieuwe Gids" opgenomen te
+krijgen. En de stukken, die ik er later bij heb gemaakt, die sluiten er
+nauwkeurig bij aan, die heb ik zonder moeite in dezelfde richting
+gehouden. In mijn kunstrichting is dan ook geenerlei verandering
+gekomen. Wat zich wel heeft gewijzigd, dat is de verhouding in mijn werk
+tusschen het episch-lyrische element en het dramatische."
+
+
+
+
+DRAMATISCH WERK.
+
+
+"Waarschijnlijk zou ik meer dramatisch werk hebben geleverd, als de
+theater-directeuren mij beter tegemoet waren gekomen. Maar toen die te
+geringe waardeering toonden voor mijn werk, ben ik mij meer gaan bewegen
+in epische en lyrische richting. Pas in den laatsten tijd heb ik
+getracht dat in te halen. En ik wil daarmee voortgaan."
+
+--"Acht u het dan verdedigbaar, u door uiterlijke omstandigheden zoo te
+laten leiden?"
+
+--"Ik heb mij niet laten leiden. Integendeel. Nadat "Don Torribio"
+geweigerd was,--een goed stuk, dat toen gespeeld had moeten
+worden,--nadat het net zoo was gegaan met "Het Poortje"; ging ik werk
+maken als "De Broeders" en "Lioba". Dat voldeed meer aan mijn verlangen.
+Een schrander directeur had mij moeten zeggen: Kijk, daarvan is iets te
+maken voor het tooneel. In Duitschland is men mij beter tegemoet
+gekomen. "De Broeders" heb ik nu omgewerkt voor tooneel, en "Lioba" gá
+ik omwerken. Dat mag u gebrek aan doorzettingsvermogen tegenover de
+theater-directeuren noemen, ik heb op deze wijze toegegeven aan mijn
+hoogsten smaak. Wat ik toen gemaakt heb, vond ik beter, dan wat ik
+anders gemaakt zou hebben. Ik erken nu, dat het goed is, iets te maken,
+dat tevens speelbaar is. Iets dat zoo mooi is als het beste dat wij in
+ons hoofd hebben, maar dat toch door de massa wordt gewaardeerd, dat is
+mijn grootste zoeken.--"
+
+--"Denkt u dus, dat de massa zoo hooge uitingen kan waardeeren?"
+
+
+
+
+KUNSTENAAR EN "DE MASSA."
+
+
+--"Ik acht het mogelijk, dat een groot dichter iets maakt, dat zoo
+speelbaar is als het werk van Ibsen, en lyrisch en dramatisch zoo hoog
+staat als 't werk van Shelley. Shakespeare is daarvan het beste
+voorbeeld. Literair mooi, en toch altijd pakkend. Ik vind Ibsen als
+literair dichter niet hoog staan, absoluut niet, maar zijn groote
+verdienste is, dat hij een manier heeft gevonden, om het publiek iets te
+zeggen van af het tooneel. Menschen als Verwey en Van Deyssel mogen op
+Ibsen neerzien ... maar ondertusschen! ze mochten willen, dat ze zijn
+bekwaamheid hadden om het publiek te treffen. Een dichter die niet kan
+spreken tot het groote volk, die ... die is niets!"
+
+--"Ik moet nog eens terug komen op mijn vraag: Denkt u, dat het mooie,
+diepe in Ibsen kàn begrepen worden door de groote massa? Als een heele
+zaal, zooals ik ergens beschreven heb, "klok-klok" roept, op het
+oogenblik, dat Oswald in "Spoken" zijn moeder om champagne smeekt,... en
+dat is nog niet eens het grootste moment van het drama ... dan kan men
+toch moeilijk zeggen...."
+
+--"Ja, de engelebak."
+
+... Als ik de engelebak bedoelde, dan zou ik aan die vraag niet zooveel
+beteekenis hechten. Neen, ik bedoel in dit geval, en in honderd andere
+gevallen: het grootste deel van het gewone publiek.
+
+--"Dat doet er niets toe. Het zal dikwijls gebeuren, dat de aanschouwers
+van het stuk niets terecht brengen. Wij kunnen aannemen, dat van de
+menschen, die Ibsen zien, niet een derde de diepere waarde van de
+stukken snapt."
+
+
+
+
+DE WAARDE VAN PRESTIGE
+
+
+Maar zijn prestige is gevestigd. Er is geen mensch, die op hem durft
+neerzien. Als hij werkelijk iets beters te zeggen hadd' gehad, dan was
+hij een kracht geworden in de samenleving. Hij is een naam. En als hij
+iets te verkondigen hadd' gehad, dat het groote publiek gelukkig hadd'
+gemaakt, dan was die naam enorm geworden, en had enorm ook kunnen
+wèrken. Dat is niet gebeurd, omdat hij een zwakke levensbeschouwing
+verkondigde: het pessimisme. Maar zijn dramatisch vermogen had van
+buitengewoon groote beteekenis kunnen worden.... Wat geeft 't of
+driekwart van de menschen, die er bij zitten hem niet begrijpt! Zij
+weten, dat is die-of-die, een groot man, en we mogen er niet om
+lachen.... Denkt u, dat iemand bij een Wagner-voorstelling durft lachen?
+Ik heb het nooit gezien, hoewel er honderden zijn, die het wel
+zouden willen.
+
+--"Ik moet u wel slecht begrepen hebben. Zooals ik u nu begrijp wordt
+het prestige van den dichter een soort waarschuwing, die de menschen in
+bedwang houdt."
+
+
+
+
+DE MENSCHEN MOETEN GELEID WORDEN.
+
+
+--"Nee, dat werkt dieper door. Ik kan de meerderheid van de menschen
+niet anders beschouwen dan als kinderen, die geleid moeten worden. Ze
+kunnen alleen geleid worden door de opinie van anderen, en dat is heel
+noodig. De invloed van Schiller in Duitschland bv. is zeer groot, en
+werkt zegenrijk. Dat heb ik kunnen merken. En dat komt alleen, doordat
+de menschen, die hem toch niet kunnen waardeeren, zijn meening niet
+durven aantasten. Zijn geweldige naam houdt ze in bedwang."
+
+--"M.a.w.: zijn meening wordt gesuggereerd aan...."
+
+--"Aan die menschen, die geen eigen meening kunnen hebben, maar die
+zoodoende langzamerhand een eigen meening krijgen. Dit is de groote
+winst van mijn laatste levensjaren: dat ik langzamerhand ben gaan
+begrijpen, dat de menschen nog niet mondig zijn. Dit is geen reden om op
+ze neer te zien. Maar men moet er toch rekening mee houden, en er zijn
+handelingen, zijn tactiek naar inrichten, als men het goed met ze meent.
+Men moet hun eigenaardigheden trachten te begrijpen, en naar die
+eigenaardigheden moet men ze beoordeelen. De bitterheid van Multatuli
+vindt zijn oorzaak daarin, dat hij de menschen niet kende en niet
+begreep. Als hij ze beter begrepen had, dan was hij ze nooit zoo bitter
+te lijf gegaan.... Als ze niet naar mij luisteren, dan is het mijn
+schuld. Dan begrijp ik ze niet. Dan stel ik ze te hoog. Mijn meening
+daaromtrent heb ik o.a. neergelegd in een "Gids"-artikel, dat het
+laatste hoofdstuk is geworden van de Duitsche uitgave van "De Blijde
+Wereld". Daarin geef ik de inzichten waartoe ik gekomen ben door mijn
+sociologische ervaringen, die hoogst noodig zijn geweest, en waarvan ik
+alle ellende en al de verliezen niet betreur. Want zij hebben alle
+bitterheid van mijn leven weggenomen."
+
+
+
+
+ZONDER VERBITTERING!
+
+
+Verbittering is altijd een bewijs van slecht begrip. Nietzsche en
+Multatuli beiden waren verbitterd doordat zij de massa niet goed
+begrepen.... Mijn stuk in "De Gids" is zoo bespottelijk slecht uitgelegd
+als ooit een stuk van mij is uitgelegd. Niemand heeft er een verstandig
+woord over gesproken. In een paar woorden gezegd, komt de inhoud hierop
+neer: Het juiste begrip van de massaal-psychologie en van de waarde van
+het kudde-instinct. Dat klinkt helaas niet mooi in onze taal, en
+"Herdeninstinkt" en "the voice of the herd" klinkt fraaier. Zeg dan
+liever "Groeps-instinct".
+
+--"Wilt u nu weer aanknoopen bij wat u vertelde over uw afscheiding van
+"De Nieuwe-Gids"-groep?"
+
+
+
+
+VAN EEDEN EN "DE NIEUWE TIJD."
+
+
+--"Goed. Ik ben van die menschen weggegaan, zoodra ik voelde, dat de
+ethische schoonheid meer moest worden gehandhaafd, en ik mijn leven met
+deze overtuiging meer wilde doen harmoniëeren. U zult zeggen: Van der
+Goes heeft hetzelfde gedaan. Maar die is onder de hand in de dogmatiek
+verzeild geraakt. En daar is hij voor goed opgeborgen. Als geest is hij
+nu verloren. Ik daarentegen ben een verklaard vijand van alle dogmatiek,
+omdat hij den geest versteent, en daardoor het leven onmogelijk maakt.
+In iemand als Van der Goes is zoo'n overgang te begrijpen. Hij is altijd
+een droog intellect geweest, zonder krachtige eigen persoonlijkheid.
+Maar van Gorter is het meer te bejammeren. Bij hem ligt de fout in een
+gebrek aan intelligentie. Hij heeft fijn-gevoelige dingen, hij was een
+goed dichter, al is hij spoedig decadent geworden. Maar hij wist zich
+nooit recht te houden, hij heeft nooit een helderen kop gehad.... Dus,
+bij de mannen, die zich aan de sociaal-democratie verslingerd hebben kon
+ik mij al evenmin aansluiten. Mijn vrijheid is mij te lief. Ik ben
+dankbaar, dat ik dat toen direct begrepen heb. Want hoe meer ervaring ik
+opdeed, hoe stelliger ik overtuigd werd, dat ik de goede richting zoek
+en wat ik heb leeren inzien, wordt nu ook in andere landen begrepen,
+langzaam aan."
+
+--"Ziet u een bepaald verband tusschen de leer van Marx en de ideeën van
+de Nieuwe-Gids-groep, zooals Van der Goes en Gorter ze vroeger beleden?"
+
+--"Neen. Zij hadden iets noodig om zich aan vast te klampen. Zij hadden
+een leer noodig, en die hebben ze nu. Dat ze Marxist zijn geworden is
+toevallig. In vroeger eeuwen waren ze Calvinist geworden. Want ze zijn
+geen oorspronkelijke menschen, ze kunnen niet op zich zelf staan, ze
+hebben een dogma noodig. Ze moesten zich vasthouden aan een groote
+persoonlijkheid, en honderd jaar vroeger waren ze aanhangers geworden
+van Rousseau."
+
+--"Voelt u niets voor hun meening, dat het schoon is, je persoonlijke
+idealen prijs te geven, om te werken voor de gemeenschap?"
+
+
+
+
+PERSOONLIJKHEID.
+
+
+--"Persoonlijkheid ... persoonlijkheid is een dubbelzinnig woord. Je
+persoonlijkheid handhaven, dat is goed, wanneer het beteekent: het
+oorspronkelijke in je. Maar stel je voorbijgaande eigenschappen op den
+voorgrond, dan is het verkeerd. Die twee dingen worden verward. Ik vind
+het soms heel loffelijk je individualiteit weg te redeneeren, je op te
+offeren voor grootere belangen. Maar ik moet tevens erkennen, dat in je
+individueel Zijn wordt gevonden de eenige bron voor wijsheid, voor de
+regeneratie van de menschheid. Alle mannen, die voor de wereld iets
+beteekenden, konden dat slechts door hun individualiteit. Uit hun
+innerlijke zielswezen putten zij de kracht en de wijsheid om de wereld
+te regenereeren. Alle dogmatisme is afdwalen van de innerlijke wijsheid.
+Dat is een vertrouwen op woorden, termen en uitspraken, zonder na te
+gaan hoe de zaken er in werkelijkheid uitzien. Alleen het individu dat
+de werkelijkheid nabij blijft en voelt kan verbetering brengen. Goethe
+heeft 't gezegd: "... da bleibt nur die Persönlichkeit", als alle gaven
+niets meer beteekenen, dan blijft de oorspronkelijke, niet napratende
+persoonlijkheid nog van waarde."
+
+
+
+
+ZIJ ZOEKEN DE GROOTE PERSOONLIJKHEID.
+
+
+"De persoonlijkheid is het tegendeel van conventie. Wat beteekent het,
+dat men steeds zoekt naar de portretten van groote mannen? dat ze in
+Amerika bv. altijd willen hebben: de persoon, de persoon! Het bewijst,
+dat men zoekt naar iemand, die bij de bron zit van het Weten. Men voelt
+dat vandaar de vernieuwing moet komen. Aan den eenen kant is het dus
+waar, dat men zijn persoonlijkheid moet opofferen, maar aan den anderen
+kant is het even waar, dat uit de persoonlijkheid alleen het nieuwe
+leven komen kan."
+
+Gedurende het laatste deel van ons onderhoud werd de persoonlijkheid,
+die ík trachtte te begrijpen inderdaad àl te zeer "gezocht". In vijf
+minuten riep men hem minstens driemaal aan de spreekbuis, en de zinnen
+kwamen bij stukjes en brokjes uit hem. Nu zat er al wéér iemand beneden
+op hem te wachten, Hij had waarlijk geen tijd meer voor me.
+
+Nog één vraag mocht ik hem stellen.--Als ik hem nu breng op de
+geruchten, die ze in den laatsten tijd verspreiden over de
+"bevrijdingsplannen", die hij in Amerika denkt uit te voeren, zoo dacht
+ik, dan weet ik meteen in hoeverre zijn inzichten zich in de pas
+verloopen jaren hebben gewijzigd. Wie kunstuiting en maatschappelijk
+ideaal wil doen harmoniëeren, kan mij over het eene niet inlichten,
+zonder het andere méde te bedoelen.
+
+--"Wel," zei van Eeden, "over mijn plannen behoeven wij niet lang te
+praten. Verleden jaar ben ik vijf weken in Amerika geweest. Ik ben
+begonnen met een redevoering, die algemeen bekend is, en ook in het
+Hollandsch werd vertaald. En, nadat ik vijf weken lang had geconfereerd
+met Amerikanen, heb ik deze redevoering-hier uitgesproken in de
+"Economic Club" te New York, den dag voor mijn vertrek. In die rede
+vindt U uitgewerkt de plannen, die ik nu wil trachten te verwezenlijken.
+Ik ga nu heen, met het uitgesproken doel, te onderzoeken in hoeverre dat
+mogelijk is. Het niet-politieke socialisme, daarvoor werk ik, en
+langzamerhand zie ik, dat in alle landen, tot zelfs in Duitschland en in
+Amerika, meer en meer begrepen wordt, wat ik hier zooveel jaren heb
+gepredikt. De verbetering moet komen door economische middelen, niet
+door politieke. Die komen pas in de tweede plaats. Eerst moeten de
+economische grondslagen gelegd. Natuurlijk heb ik door mijn ervaringen
+hier in Holland geleerd: Als het eerste luchtschip verbrandt maakt men
+het tweede beter."
+
+--"Wat is dan het groote verschil tusschen uw eerste "luchtschip" en uw
+tweede?"
+
+
+
+
+HET NIEUWE LUCHTSCHIP.
+
+
+--"Dat ik nu heb ingezien, dat de machines geen macht hebben, maar dat
+de machinist de macht uitmaakt. De coöperaties moeten worden geleid door
+schrandere, ervaren mannen-van-zaken, door commerciëele of industriëele
+genieën of talenten, kortom: van boven af. Of dat nu kapitalisten zijn
+of socialisten, het doet er niets toe. Mijn ondervinding met de
+vereeniging "Gemeenschappelijk Grondbezit" heeft mij geleerd, dat de
+arbeiders niet in staat zijn, zelfs maar een kleine onderneming
+voldoende te beheeren. En als men nu de schuld van de mislukking op mij
+gooit, die tracht af te wentelen van de arbeiders, dan bewijst men
+daarmede, wat ik al gezegd heb: dat het aankomt op de leiding. En
+spreekt u mij van gemeenschapsgevoel, dan zeg ik u, dat dit volstrekt
+niet gewaarborgd wordt door het etiket "socialisme". Ik heb
+langzamerhand geleerd, wat dat beteekent: socialistisch
+gemeenschapsgevoel. Niets! Bij kapitalisten is het dikwijls nog grooter
+dan bij zich-noemende socialisten. Maar ik verwacht van niemand groote
+opofferingen. Ik verwacht alleen, dat er wel eenige menschen zullen
+gevonden worden, die hun geld tegen redelijke condities zullen willen
+beleggen. En om deze zaak tot stand te brengen zijn een paar
+"vijf-percentsphilanthropen" voldoende, wat het geld betreft. En reeds
+nu heb ik gezien, dat ik mag hopen."
+
+Daarmede was ons gesprek teneinde. Hij werd weer weggeroepen.
+
+"Een mooi vak heb jullie," zei hij, voordat hij mij verliet, "een
+prachtig vak. Ik erken dat het goed is, menschen, die iets te zeggen
+hebben aan het spreken te brengen. Maar toch ... toen ik uw stukken over
+andere schrijvers las, toen dacht ik: Tot zoo iets leen ik me nooit.
+Omdat het altijd er uitziet alsof de geïnterviewde met zooveel
+zelfbehagen over zich zelf zit uit te pakken. Dat is meestal een schijn,
+die de goede reporter moet vermijden, door zijn eigen rol in 't
+interview duidelijk te laten uitkomen. Ik hoop, dat U dat doen zult en
+daarom leende ik mij er toch toe. Als het goed geschiedt, is het heel
+nuttig het publiek over een persoon in te lichten, en er schuilt meer
+trots en ijdelheid in het afwijzen dan in het aannemen van
+interviews."--
+
+Hij leidde mij de trappen af. Hij leek heel slank, heel ondernemend,
+heel jeugdig.
+
+27 Jan. '09.
+
+
+
+
+
+FRANS NETSCHER
+
+
+[Illustratie: FRANS NETSCHER]
+
+
+
+
+FRANS NETSCHER
+
+
+"Misschien weet u, dat ik in mijn jonge jaren nogal wat te danken heb
+gehad aan Jan ten Brink, die toen mijn leeraar was aan de H.B.S. in
+den Haag. Eerst ging ik school te Gorkum, en toen ik daar in de derde
+klas van de H.B.S. zat begon ik te schrijven. Van dat echte
+Hollandsche polderland, dat ik daar in den omtrek te zien kreeg, heb ik
+zoo een dingetje gemaakt en ik was heel blij, toen dat als feuilleton
+werd opgenomen in een plaatselijk blaadje, "De Gorkumsche Courant",
+hiette dat, geloof ik.
+
+"Maar op de H.B.S. in den Haag dan, daar werden Ten Brink en A.W.
+Stellwagen de mannen, van wie ik leerde. Couperus was daar gelijk met
+mij; wij woonden dicht bij elkander, onze famieljes gingen met elkaar om
+en wij liepen 's middags na schooltijd met z'n twee in de Boschjes. Daar
+kwamen we Vosmaer nog al eens tegen,--die had toen juist zijn "Amazone"
+geschreven. En ook Emants, die we van aanzien kenden. We wisten zoo, dat
+'t Emants was, hè? Die "wandelde" altijd alsof hij heel haastig ergens
+naar toe moest.--"
+
+
+
+
+LETTERKUNDIG LEVEN IN DEN HAAG.
+
+
+"Goed! De man nu, die ons 't eerst er toe bracht, wat meer na te denken
+over kunst en zoo, dat was mijn neef Kolff, die niet erg bekend is, maar
+enorm veel heeft gedaan. Hij was de eerste, die--in "Het Vaderland"--De
+Bock, Maris en Mauve dorst verdedigen, die op de tentoonstellingen
+werden uitgelachen. Ook nam hij 't op voor Wagner, en was een van de
+eerste pelgrims naar Bayreuth. Hij las Zola al, voordat iemand bij ons
+er aan dacht, en ik bewaar nog altijd een pak brieven die Zola hem heeft
+gestuurd. Nu, die man dan dineerde eens in de week bij ons en dan kwam
+'t gesprek vanzelf op allerlei nieuwe dingen in literatuur en kunst. We
+zaten toen ook in een club "_'t Vlondertje_" hiette die; daar zaten
+dezelfde lui in als in de "Nederlandsche Spectator-Club", die bij
+Nijhoff vergaderde; je had daar ook Willem Maris, Boele van Hensbroek
+... enfin een massa lui uit dien tijd. Die club kwam bijeen in een
+bierhuisje in de Kettingstraat, daar schonken ze heel lekker Duitsch
+bier. En naderhand verhuisden we naar Linken, een koffiehuis in de
+Spuistraat. In de pauze zag je daar dan ook de kamerleden komen om hun
+bittertje te drinken. Ik herinner mij nog levendig, dat Schaepman er
+dikwijls verscheen: een man als een boom; en een ander bekend Kamerlid,
+nogal klein van stuk en schraal, hoor ik met een dun stemmetje vragen:
+"Wat zult u gebruiken? meneer Schaepman"; en die reus bromde dan met
+zijn zware stem: "Geef me nog maar een grokkie!--""
+
+
+
+
+HOE NETSCHER TOT ZOLA KWAM.
+
+
+Mijn moeder vertelde dat Zola zoo gemeen was en mijn neef Kolff sprak
+dat tegen. Dat wekte mij op, hem ook eens te gaan lezen.... Toevallig
+vond ik zoo den schrijver, die uitte wat ik onbewust ín me had.... Ja,
+die collectie brieven, daar heb ik nog eens een gedeelte van willen
+publiceeren, met aanteekeningen, in "De Gids"--die waar de geschiedenis
+van zijn romans inkomt. Maar Van Hall zei: "Doe 't niet, want Van Hamel
+gaat er een studie over schrijven".
+
+Op die wijze, en ook door Ten Brink, ben ik aan 't lezen van Zola gegaan
+en van zelf kwam ik toen op Flaubert, Balzac, de Goncourt's, Huysman en
+de heele cénâcle van Médan.
+
+
+
+
+EERSTE WERK.
+
+
+Ik ging toen op de cursus van Steger, bij de stenographische inrichting
+van de Staten-Generaal, want ik zocht een bijbaantje.... Keller en Johan
+Gram waren ook stenograaf geweest en ik dacht: schrijven en
+stenograaf-zijn gaat heel goed samen. Toen de cursus was afgeloopen,
+kreeg ik verlof om mij verder te oefenen op de tribune, en terwijl ik
+daar zat bedacht ik de schets: "_Een woelige dag in de Kamer_": het
+eerste stuk van mij dat de aandacht trok.
+
+Ten Brink werd door minister Heemskerk tot professor benoemd en ook te
+Leiden ben ik hem blijven volgen. Samen met Schimmel was hij redacteur
+van "Nederland" en toen hij mijn stukje had gelezen, zei hij: "Geef mij
+dat voor "Nederland", maar zet er je naam niet bij, anders krijg je last
+met de menschen in de Kamer". En het verscheen onder 't pseudoniem _H.
+van den Berg_.
+
+In dien tijd, bij Linken, had ik ook Ary Prins leeren kennen en die zei
+op een goeie dag: "Hei-je dat gelezen in 't "Amsterdammer Weekblad?""
+(dat hiette toen nog niet "De Groene".) Daar stond een stuk in van Van
+Deyssel, die met mijn schets in "Nederland" heel ingenomen was.
+
+
+
+
+KARAKTER VAN HET EERSTE WERK.
+
+
+Mijn eerste bundel schetsen kwam nu spoedig bijeen. Ik schreef er nog
+meer "_Studies naar het naakt model_," naturalistisch, eenvoudig,
+waarin ik trachtte in voor 't oog onbeduidende menschen het
+interessante te zien. Die waren bij Mouton in den Haag verschenen, en
+Josselin de Jong had er teekeningen bij gemaakt.... Curieus is, dat ik
+een exemplaar met inscriptie, aan Jan ten Brink ten geschenke gegeven,
+twee jaar geleden weer in handen kreeg. Henri Dekking snuffelde in
+Rotterdam in 't stalletje van een boekenjood en vond daar 't boekje, met
+aanteekeningen van Ten Brink voorzien.--Daarin vindt u ook een
+jodenschetsje: "_Wat zal er van worden_?..." Bij de Nieuwe Kerk in den
+Haag zat in mijn jongen tijd een oud vrouwtje, met vijgen _en zoo_; ik
+kwam daar dikwijls voorbij en moest dan denken aan een klein meisje, dat
+mèt haar zat. Zoo kwam dat schetsje in de wereld. Ik weet dat Israëls
+daar verschrikkelijk mee was ingenomen. Jaren nadien zei hij me. "Ik heb
+nog eens zoo'n mooi ding van je gelezen."
+
+
+
+
+SUCCES VAN HET NATURALISME.
+
+
+Die bundel, de eerste van dat genre in ons land, was in twee, drie weken
+heelemaal uitverkocht, en onmiddellijk daarop kwam de tweede druk. En
+daar werd me Van Deyssel ineens wakker. Hij schreef een geweldigen
+aanval tegen me--een van de mooiste dingen, die hij ooit gemaakt heeft.
+
+In de Kamer zat ik nog steeds op de tribune en maakte onder de hand mijn
+"Parlementaire portretten". Ik had tot buurman den toenmaligen
+hoofd-redacteur van "Het Vaderland", nu een van de directeuren van de
+Rijksverzekeringsbank. "Wil u dat misschien voor uw blad hebben?" vroeg
+ik 'm. Nu, hij vond 't stuk wel aardig, maar een beetje persoonlijk, en
+hij wou er liever niet aan. Toen ging ik er mee naar Jan C. de Vos,
+indertijd Hoofd-redacteur van de "Haagsche Courant" en, met Van
+Nouhuys, redacteur van "De Lantaren". "Jan C.", zeg 'k tegen 'm, "daar
+heb ik een dingetje gemaakt en dat willen ze aan 't Vaderland niet
+hebben". En Jan C., zooals die geschapen was, stoof op en riep:
+"Godv.... wat een flauwe kul is dat nu!" En hij drukt op een belletje.
+"Hé-je 't bij je?"--"Ja".--"Hier" zeid'-ie tegen den zetter,
+"onmiddellijk zetten."--"Moet je 't niet eerst lezen?"--"Nee, 't zal wel
+goed zijn."--Het is toen verschenen in "De Lantaren" en vanaf de tribune
+zag ik de geachte afgevaardigden zitten met een nummer waar 't in stond.
+"Het Vaderland" drukte 't toen toch af, met "Overgenomen uit "De
+Lantaren."" er bij. Nu was-ie gedekt!
+
+Daarna zijn er nog andere parlementaire portretten gekomen en in 1889
+gaf Warendorff den eersten bundel "In en om de Tweede Kamer" uit,
+waarvan hetzelfde jaar een tweede druk verscheen.
+
+Intusschen werd de "Nieuwe Gids" opgericht. Paap was een vriend van me
+en in Amsterdam, op de Stadhouderskade geloof ik, heb ik bij hem
+gelogeerd. Daar maakte ik kennis met Van Eeden en Van Deyssel ... o ...
+o! dat was een vreemde tijd ... we waren nog jong ... jong en woelig,
+zal ik maar zeggen.
+
+
+
+
+HOE DE "WOORDKUNST" ONTVANGEN WERD.
+
+
+In een van de eerste afleveringen van "De Nieuwe Gids" schreef ik de
+schets "Herfst in 't woud". Dat was toen iets! Er stond in ... de
+boomen, daar loopt van dat sap langs, hè? Nu, dat had ik "snotterig"
+genoemd. Verbeel' je! Smit Kleine schreef daar een parodie op: "Voorjaar
+in 't woud".
+
+Daarna kwam "Miss Nelly", de beschrijving van een Engelsche meid, zooals
+die stond te zingen in een tingel-tangel ... met al dat licht en die
+sigarenrook ... "Wip-billend" en "wieg-heupend" had ik daarin gezet ...
+dat waren toen nieuwe woorden. Ik heb toen voor 't eerst die malle
+woorden gebruikt, en daar is een storm van lol over opgegaan. Ik geloof
+dat 't toen Prof. Kalff is geweest, die daar met een ernstig gezicht een
+betoog over heeft gehouden. Moet dat niet zijn: "bil-wippend" en
+"heup-wiegend?" "Neen," zei ik, "dan ken je je taal niet, want je gebruikt
+toch zonder blikken of blozen woorden als "knipoogend."" Dat heb ik hem
+onder zijn neus gedauwd. Natuurlijk kwamen er weer allerlei parodieën
+... maar tegenwoordig vindt men niets byzonders meer in die manier van
+schrijven.
+
+
+
+
+JUSTUS VAN MAURIK
+
+
+In die dagen was het Justus van Maurik voor en Justus van Maurik na. En
+toen heb ik een critiek geschreven op het valsche sentiment van dien
+man, die het volk heelemaal niet kende, en het evenmin teekende als
+Cremer boertjes teekende. Hij speculeerde op de goedkoope tranen van de
+burgerlui. En nu is een aardige byzonderheid wel deze: In den Haag daar
+had je en 't bestaat nog, het genootschap "Oefening kweekt kennis", waar
+allerlei professoren in gezeten hebben. Daar hielden ze in eere de
+gewoonte van "Het servetje": als er een spreker geweest was, werd er een
+soupee'tje gehouden, en meneeren die al 25 jaar in de club zaten, kwamen
+daar om 12 uur 's nachts borden erwtesoep en zware biefstukken met zware
+potten bier gebruiken. Nu zeiden wij: "Nee, hoor is, je artisten moet je
+goed betalen en eten dat moet je thuis doen." Maar er kwam geen
+verandering en de heeren kozen telkens dezelfde lui in 't bestuur. Toen
+besloten wij revolutie te maken. Op een mooien avond kwamen wij met z'n
+tachtigen ter vergadering. Dat overrompelde als 't ware het bestuur. En
+al de lui die 25 jaar lang zware biefstukken hadden genuttigd, die
+gingen d'r pardoes uit en ik kwam er o.a. in. Ik was een-en-twintig. Ik
+herinner mij nog dat de heele zaal opstond om mij achter den spreker te
+zien binnenkomen. Nu dan, Justus zou komen spreken en net was die
+critiek van mij verschenen. En hij schreef aan Campbell, directeur van
+de Koninkl. Bibliotheek, of die niet kon maken, dat ik wegbleef, want
+anders wou hij niet komen. Kinderachtig, hè? Zoo waren de menschen toen.
+Ik kwam er achter en toen heb ik hem een brieffie gestuurd, dat als ie
+alleen kwam voor die vijf-en-twintig pop, ik me wel niet zou vertoonen,
+die avond.
+
+
+
+
+VAN EEDEN EN "HET SERVETJE."
+
+
+Daar valt me nog een avontuur in: Van Eeden zou komen spreken en hij
+dineerde in Den Haag bij mijn moeder en mij.
+
+--"Kan ik zoo naar "Oefening" gaan?" vroeg ie. Hij was als student
+gekleed in een gewoon colbertje. "Ben je mal, kerel? Ze lachen je uit!"
+Van Eeden natuurlijk ten einde raad, en het slot was dat hij mijn
+gekleede-jas zoolang aan kreeg. Nu ageerden wij in dien tijd nog tegen
+"het servetje" en als ik een spreker te pakken kon krijgen, dan stookte
+ik hem altijd op om niet mee te soupeeren. Maar 't gekke was, dat Van
+Eeden erg hield van lekker eten en na afloop had-ie zoo'n trek, dat-ie
+tòch wou gaan. "Ho jonge", zei ik, "da's niet afgesproken. Wil jij zware
+biefstukke nuttigen, ga dan je gang. Maar dan ook op staande voet mijn
+gekleede-jas terug!"
+
+
+
+
+AUTEURSVERDRIET.
+
+
+Met mijn tweeden bundel, "Menschen om ons" heb ik een naar avontuur
+beleefd. Kort na de verschijning ging de uitgever failliet. Voor de
+"Witte" in den Haag stonden ze met zoo'n open handwagentje te venten.
+Een kwartje een heel boek. Het is dan ook nooit herdrukt. Jammer,
+sommige van mijn beste dingen stonden er in.
+
+Dan heb ik nog geschreven een brochure tegen Van der Goes. Die had Ten
+Brink aangevallen en ik betoogde dat er in Ten Brink, bij al zijn
+fouten, veel was dat ik kon waardeeren, dat hij in veel zaken onze
+voorganger was.
+
+
+
+
+NETSCHER TE PARYS.
+
+
+U moet weten dat ik stam uit een oude ambtenaars-famieje en dat mijn
+vader resident is geweest in Indië. Nu, mijn moeder werd hier ongesteld
+en moest voor haar gezondheid terug, naar Indië, hè? Ik heb haar
+weggebracht over Parijs en toen ik daar eenmaal was, heb ik geprofiteerd
+van de gelegenheid om kennis te maken met de naturalistische beweging,
+en o.a. met Zola, daar ik jarenlang mee had gecorrespondeerd (ik heb nog
+al zijn boeken met inschriften van zijn hand), met Huysmans en Paul
+Marguérite. Net in dien tijd was van Zola's "Germinal" een tooneelstuk
+gemaakt,--U weet--die verschillende bewerkingen gebeurden onder zijn
+toezicht. Maar met "Germinal" was hij niets ingenomen. "Och," zei hij,
+"ga er niet heen, je hebt er niets aan."
+
+Huysmans,--ja dat is een goeie mop,--die was ambtenaar aan een
+ministerie, en daar had-ie de afdeeling: "Slachtoffers van de coup
+d'état van 1852". Ik kwam hem eens van zijn bureau halen: we zouden saam
+dineeren. En toen ik binnenkwam, zag ik dat ie haastig iets wegmoffelde
+onder een buvard. "O, ben jij 't", zeid'-ie, "neem me niet kwalijk, ik
+zat juist voor me zelf te werken".--
+
+"Heb je dan zoo weinig te doen?"
+
+--"Weinig? M'n chef hier naastaan zit kalm te werken aan de
+"Dictionnaire Larousse.""
+
+
+
+
+THEORETISCHE STUDIE; HAAR NUT.
+
+
+Ik heb van Huysmans in dien tijd veel geleerd. Ik ging toen ook aan de
+studie van psychologie, en ik las vooral Claude Bernard. Dàt was onze
+man. Of die wetenschap mij later te pas is gekomen, en mij geholpen
+heeft de menschen beter te begrijpen, dat zou ik niet kunnen zeggen.
+Misschien is mijn inzicht ook wel altijd intuïtief geweest.
+
+Op een goeie dag ontdekte ik in een boekwinkel een werk van George
+Moore, den Engelschen Zola. Ik trad met hem in correspondentie en
+schreef in de ouwe "Gids" een artikel over hem, dat nogal opgang maakte.
+Curieus is wel,--de boekhandelaar vertelde me dat,--dat naar aanleiding
+van mijn Gids-artikel iemand uit 't Koninklijk Paleis,--U weet, zoo'n
+mosterdman met een enorme beremuts,--die was komen vragen naar de
+werken van Moore. Het naturalisme werd dus ook wel in hoogere
+kringen gelezen.
+
+Laat ik u nog even wijzen op mijn tooneelkritiek in "De Amsterdammer" en
+mijn raadsverslagen in de "Haagsche Crt." toen Jan C. daar in zat. U in
+uw werkkring kent misschien ook wel de zoogenaamde "bedstêe" die in de
+raadszaal van onze residentie voor perstribune dient. Daar heb ik ook
+... gebruik van gemaakt. En dan noem ik U nog een bundel schetsen: "Uit
+ons Parlement".
+
+
+
+
+DE ROMAN "EGOÏSME."
+
+
+Toen ben ik begonnen aan mijn eersten roman: "Egoïsme", een Haagsch
+verhaal in twee deelen, dat in 1893 verscheen. Wat die roman in had, kan
+ik u in een paar woorden zeggen: Als je wat ouwer wordt, hè? en je hebt
+bovendien wat studie van 't onderwerp gemaakt, dan ga je 't leven wat
+ernstiger beschouwen, je gaat je vragen stellen, en dan voel je vooral
+die eene vraag telkens in je opkomen: "Hoe moet je eigenlijk het geluk
+in 't leven vinden?" Misschien zou ik daar nu een ander antwoord op
+hebben dan toen,... ik weet niet ... later dùrf je die vraag zoo niet
+meer stellen ... maar al komt er veel deceptie in je leven ... een kern
+moet er toch blijven waar je onder alle omstandigheden je geluk in
+zoekt. Dat thema heb ik in mijn roman behandeld: Een jong, mooi
+vrouwtje--trouwt met een succesman--heeft allerlei teleurstellingen--en
+komt tot deze conclusie: dat je 't geluk niet van buiten af kunt
+verwachten: dat je 't in je zelf moet zoeken.
+
+ "Nu, ik hoop, dat je in je huwelijk even gelukkig zult zijn als ik,...
+ dat is mijn beste, allerbeste wensch."
+
+ "En terwijl zij zich afwendt, om op haar beurt plaats te maken voor een
+ anderen bezoeker met een anderen wensch, glimmen in haar ooghoeken twee
+ smartelijke tranen, zooals jagers zeggen wel eens in de lieve oogen van
+ een aangeschoten hert te hebben gezien."
+
+Deze roman is uitverkocht. Niet meer te krijgen.
+
+En verder is het met mij gegaan zooals met ieder ander schrijver: Je
+blijft doorwerken, doorwerken, doorwerken. Ik moest er natuurlijk wat
+anders bij doen--mijn journalistieke arbeid. Daarmee zijn we nu zoowat
+gekomen tot de oprichting van de "Hollandsche Revue."
+
+
+
+
+DE HOLLANDSCHE REVUE.
+
+
+Dat ging heel eigenaardig: Ik reisde naar Engeland toe en op de boot
+ontmoette ik Vincent Loosjes, den Haarlemschen uitgever, die een kennis
+van mij was. Daar zat ik 's avonds mee in de rookkamer,--en hoe het nu
+precies geloopen is weet ik niet, maar uit het gesprek dat we toen
+voerden is ontstaan het plan voor de "Revue". Hij kende mijn werk in de
+richting van figuurteekening en karakteranalyse, mijn parlementaire
+portretten. Iets dergelijks zijn de _Karakterschetsen_, die ik iedere
+maand geef. Ik ben met dat woord "karakterschets" niet erg ingenomen: de
+menschen hechten er een veel te geleerde beteekenis aan; een diepgaande
+psychologische ontleding was mijn bedoeling niet.... We hadden goed
+gedaan daar een anderen titel voor te bedenken, maar dat merk je later
+pas. Mijn bedoeling is, te laten zien dat er overal om ons heen menschen
+leven die op een of ander gebied uitmunten, en hoe zwaar hun strijd is
+om hun mooie denkbeelden te verwezenlijken. Leg dus meer nadruk op
+"schets" dan op "karakter", dan komt u er misschien. Ik geloof dat 't
+Kerdijk was, die de Revue een "maandelijksche encyclopaedie" heeft
+genoemd. Dat mag ik hooren! Ik durf gerust zeggen, dat ik met dat
+tijdschrift iets nieuws gaf, al lijkt 't tegenwoordig gewoontjes. Het
+idée om de menschen te kieken in hun intérieur was nieuw in mijn tijd.
+Mijn eerste karakterschets was die van Dr. A. Kuyper. Ik heb ernstig
+getracht _objectief_ en volkomen getrouw weer te geven wat ik van hem te
+weten kwam. En vergeet niet: Kuyper is van een heel andere richting dan
+ik--bovendien verkeerde ik zelf nog in een twijfel-periode. Kuyper heeft
+die zaak nog al aardig opgevat: hij had er schik in en bij wijze van
+souvenir, heeft hij me een cadeau gestuurd: Zijn "Encyclopaedie van de
+heilige Godgeleerdheid" in drie deelen. Hier staan ze.
+
+Ja, op een heel kleine uitzondering na heb ik dit heelemaal alleen
+gemaakt ... al die dertien jaargangen, die u daar ziet. En ik mag wel
+zeggen: het is een geluk dat ik al die dertien jaar nooit ziek ben
+geweest, zoodat ik nooit één ding heb moeten verzuimen,--wat een
+wònder is.
+
+Ik heb dikwijls het voorrecht gehad op menschen te mogen wijzen, waar
+men eigenlijk niets van wist. Zoo bv. op Mevrouw Kempers, de
+soldaten-moeder; dat beste brave mensch dat zoo ongelukkig was. Jonker
+Graafland, de held van Atjeh ... Nelly van Kol ... Ja, dat was wel
+aardig. In 1898, toen de Koningin aan de regeering kwam. Ik gaf een mooi
+portret van Koningin Wilhelmina, en sprak de hoop uit, dat ik later een
+Koningin in haar zou mogen huldigen. Dàt ze 't was moest ze nog toonen;
+maar kon ik nog geen hulde brengen aan het "_Kind-Koningin_," ik
+verheugde mij er in, te mogen wijzen op onze "_koningin der kinderen_,"
+op Nelly.... Later, toen zij afscheid nam van haar tijdschrift "De
+Vrouw", heeft zij gememoreerd, dat de groote opgang van dat blad
+dagteekende van mijn artikel.
+
+Die "Revue" is een enorm stuk werk, een stuk léven bijna. En daar hij
+mij in aanraking heeft gebracht met menschen van allerlei richting, hoop
+ik dat hij mijn blik heeft verruimd.
+
+In 1904 heb ik nog uitgegeven "Uit de snijkamer", waarin de meest
+verschillende zijden van mijn kunnen zijn vertegenwoordigd. Hoe ik aan
+dien naam kom? Heel eenvoudig: De snijkamer is de plaats waar je de
+menschen open maakt en kijkt wat er van binnen in zit. Ik tracht ze
+psychisch van binnen te bekijken, ik opereer ze, om te zien wat er in ze
+is omgegaan. En sedert 1 Januari ben ik in de redactie van de "Nieuwe
+Gids" gekomen.
+
+
+
+
+NETSCHER OVER ONZE LITERATUUR.
+
+
+Wat mijn meening over de schrijvers van den laatsten tijd betreft: Van
+Deyssel en Kloos zijn voor mij wel twee van de meest byzondere figuren
+die we hebben. Alleen betreur ik het, dat van Deyssel terecht is gekomen
+in de "Kleinmalerei", dat hij niet 't groote werk heeft gemaakt, _het_
+boek van de eeuw, _de_ moderne roman, die ik jarenlang van hem
+verwachtte. Ook vind ik 't groot jammer, dat Kloos zich heeft opgesloten
+in één byzondere levensuiting....
+
+Dat hangt samen daarmee: dat ik behoefte heb gevoeld, mij te bewegen in
+allerlei richtingen.
+
+
+
+
+DE ARTIST EN "HET OPENBARE LEVEN."
+
+
+Een artist moet als 't ware wortelen in 't maatschappelijke leven ... ik
+geloof,--als ik die plantkundige taal nog even mag gebruiken,--dat de
+improductiviteit van veel artisten hieruit te verklaren is, dat zij al
+'t voedsel uit de lucht willen halen en niets uit de aarde. De enorme
+productiviteit van Zola, die ons verbaast, van Balzac, die honderd
+deelen heeft nagelaten, danken wij aan de omstandigheid dat die mannen
+altijd voeling hebben gehouden met wat buiten de kunst gebeurt. En dat
+hebben zij als artist verwerkt. Ja, een dichter die "versjes" wil maken,
+die mag op zijn kamer blijven zitten. Maar wil je een groot man worden,
+dan moet je leven midden in den strijd van je geslacht. Al weet je voor
+'t oogenblik niet altijd wat je er uit haalt, later zie je, dat je
+ervaringen zich van zelf door je werk hebben gevlochten. Als Van Deyssel
+dat gedaan had, dan zou hij de heerlijke, weelderige productiviteit van
+een Balzac bezitten ... dàt is je ware! Ik ben een aanbidder van veel
+werken, van 'n massa werken. Ik heb alle eerbied voor Flaubert die
+dertig jaar aan één boek werkte ... maar wat heeft hij nagelaten? zes,
+zeven boeken. En kijk nu die andere menschen eens ... wat een geweldige
+produktie ... dat zijn de reuzeboomen in 't bosch geworden.
+
+
+
+
+NETSCHER IN DE POLITIEK.
+
+
+Ik heb mij daarom ook in de politiek willen bewegen, dat is
+menschenplicht ... als je in de gemeenschap leeft, dan moet je geen
+kloosterleven leiden, al ben je artist. In de laatste 15 jaren treed ik
+regelmatig op als spreker, ik was meermalen candidaat voor de Tweede
+Kamer en ik ben hier in Santpoort tot lid van den Raad gekozen,--op de
+eerste vergadering die ik bijwoonde werd ik tot Wethouder benoemd. In
+een interessante gemeente, een gemeente waar iets te werken valt.--Ik
+heb hier o.a. de afdeeling Onderwijs, die nog al in mijn richting ligt.
+Ik heb getracht de positie van onze onderwijzers zooveel mogelijk te
+verbeteren, en, naar men zegt, voldoet de regeling die ik heb ontworpen
+aan billijke eischen.--Ik behoor tot de vrijz. democratische partij; in
+1901 was ik bij degenen die een oproep in de kranten plaatsten om ons af
+te scheiden van de liberalen,--u weet 't ging toen om de urgentie van 't
+kiesrecht.
+
+In 1903 heb ik hier 't mijne gedaan om de eerste staking van 't spoor-
+en tramwegpersoneel te doen slagen. En toen de tweede staking uitbrak,
+heb ik de menschen met raad en daad bijgestaan, al kon ik hun optreden
+niet meer goedkeuren. Later ben ik bemiddelaar geweest tusschen
+personeel en directie.
+
+Ik werk ook veel voor den Bond voor Staatspensioneering. Ik ben nu
+uitgenoodigd om met Ds. Van Krevelen naar Denemarken te gaan, teneinde
+'t Deensche stelsel te bestudeeren. Met nog een paar heeren ben ik
+uitgenoodigd, een wetsontwerp op het Staatspensioen te maken ... voor de
+Bond natuurlijk.
+
+En eindelijk ben ik in het hoofdbestuur van de vereeniging tot
+Bevordering van de Bijenteelt ... ik hou' zelf ook bijen ... kijk,...
+hier hebt u een pot van mijn mooiste lindehoning,... straks zal ik u de
+boomen wijzen waar mijn bijen te gast gaan. Ik interesseer me byzonder
+voor de bestrijding van 't geknoei met de honig.... O Ja: Voorzitter van
+de kiesvereeniging hier ... van "Vreemdelingenverkeer",
+tooneelverslaggever aan het Haarlemsch dagblad.... Tot over mijn ooren
+in 't werk.... Kijk, mijn agenda is goed gevuld ... en daarbij, Goddank,
+altijd gezond.
+
+
+
+
+TOEKOMSTPLANNEN.
+
+
+Het groote ideaal van mijn leven op literair gebied is nog eens een
+roman te kunnen schrijven over de visschers. We zijn altijd een
+visschersvolk geweest, en je hebt schilders genoeg die hun onderwerpen
+in onze zeedorpen zoeken,--maar literair heeft nog niemand daar iets
+van gemaakt.
+
+Met de visschers in "Op hoop van Zegen" van Heijermans staat 't net als
+met Cremer's boertjes. Heijermans laat ze bij elkaar komen:
+visschersvrouwen en de dochter van den reeder en ieder doet op haar
+beurt een verhaaltje. En dan die nonsens dat die man, als 't schip is
+vergaan, telephoneert naar de assurantie en ten antwoord krijgt: "Kom
+morgen 't geld maar halen." Nonsens, zoo is 't leven niet.--Nu heb ik
+een uitnoodiging gekregen van de trawler-maatschappij in IJmuiden, om
+een reis naar IJsland mee te maken. Dat heb ik verleden jaar al willen
+doen, hè? maar door allerlei drukte heb ik me toen terug laten houden.
+
+Dan heb ik plan voor een grooten roman die hier in den polder zal
+spelen, in Sparendam. Een prachtige plaats! 't Echte Hollandsche
+waterlandschap krijg je daar. In zoo'n mooi, stil Hollandsch dorp wil ik
+een drama laten gebeuren. Daar heb ik een massa gegevens voor. En dan,
+maar daar heb ik al iets van klaar liggen: Een roman die zal hietten:
+"'t Drama op de molen". Een molen die heelemaal alleen in den
+reusachtigen verlaten winterpolder staat te malen, 'n Paar menschen
+wonen op die molen: en dan laat ik onder die paar menschen een
+moordgeschiedenis gebeuren. De molenaar wordt verzopen in de tocht door
+zijn vrouw en een van z'n knechts, omdat die knecht 't houdt met de
+vrouw. Dat moet ook echt-Hollandsch worden. Ik ben er nog steeds in mijn
+hoofd mee bezig.
+
+Nu schrijf ik aan een werk dat ik met graagte op mij heb genomen: Het
+tweede deel van een boek over ons eigen land, uitgegeven door den
+A.N.W.B. Die streek hier: Kennemerland, West-Friesland, 't
+Bloembollenland, de doode steden aan de Zuiderzee; dat typisch-
+Hollandsche mooi in onze duinstreek en onze waterstreek ... dat
+wil ik in woorden verheerlijken. Als we een mooie dag weer hebben ga ik
+er nog al eens op uit om rond te kijken ... dat moesten meer menschen
+doen ... jonge 't is zoo mooi.
+
+En ... (Netscher's sterke hand streek driftig een lucifertje af) en
+binnenkort moet ik weer de boer op voor de verkiezingen.... Altijd te
+doen ... altijd bezigheden. Dat moet. Dat heb ik noodig. Voor de
+zuiverheid van je visie is 't noodzakelijk dat je je op ander gebied
+beweegt; voor de frischheid van je impressie. Mijn werkkring in de
+gemeente brengt mij met een massa menschen in aanraking, in allerlei
+omstandigheden waarin je ze niet ontmoet als je gewoon burger bent.
+Denk eens: je belastingzaken en je onderwijszaken, die ik onderzoeken
+moet. Dat verrijkt mijn geest nog dagelijks. Vooral dat IJmuiden is
+prachtig hè? Dat stadje, dat in tien jaren iets gewòrden is, met zijn
+energieke visschers, die frissche kerels, die nauwelijks hun hand kunnen
+teekenen, maar toch in staat zijn een groote zaak te leiden.--
+
+En nu meneer ben ik uitgepraat. Wat zou u zeggen van een groote
+wandeling? Alles staat in de rijp ... 't is weer om van te watertanden,
+hier aan de voet van 't duin. Aangenomen? Vooruit dan maar ... Denk er
+om, ik heb lange beenen. Toen Querido hier was heb ik 'm doodgeloopen,
+z'n tong hing 'm uit z'n mond. Durft u 't er op wagen?
+
+
+
+
+
+MARCELLUS EMANTS
+
+
+[Illustratie: MARCELLUS EMANTS Jeugdportret]
+
+[Illustratie: MARCELLUS EMANTS]
+
+
+
+
+MARCELLUS EMANTS
+
+
+Breed, hol patriciërshuis, koud van gevel. Degelijke stille dienstbode,
+die een gewoon-houten deur mij opende. Uit het portaal stond ik
+bedremmeld in 't schel-gele licht, in de dwelmende atmospheer van een
+Oostersch cabinet met rijkelijk-getinte tapijten, bizarre uitstallingen
+van kostbare steenen, naast den kleinen divan een tafeltje met turksche
+water-pijp, aan de zoldering een lamp van gedreven koper, matgeel. Voor
+mij aan den wand, achter een sluier ten halve: een vrouwe-kop in enkele
+trekjes afgebeeld. "Fatma" stond daar onder in erg Europeesche letters,
+die spotten met de Arabische krul-karakters, welke ik verwachtte. Toen:
+een tapijt schoof weg, een gewoon-houten deur kwam naakt; de
+degelijk-ernstige dienstbode riep met gedempte stem mij weer in de gang,
+waar ik--van jas en hoed ontdaan en aan 't tapijt nog gewend,
+--gemakkelijk mij bewoog en misbaarlijk-zware stappen patste op
+de marmerplaten. Een paar breede schouwburg-trappen. De koud-lichte
+werkkamer, stoelen, tafel, boekenkasten, schrijfbureel en vensternissen,
+alles van dof-en-donker hout en minutieus besneden. Emants met zijn rug
+naar 't licht, zoodat ik zijn nuchter gelaat met de gouden bril en de
+zwarte grijzende sik maar vaagjes onderscheidde ... in de witte glansen
+van 't West-licht.
+
+Wij spraken aanstonds over de temperatuur. Ik was verkleumd. De kamer
+was "centraal" verwarmd, maar Emants ontstak in de hooge smalle schouw
+een gashaard voor me, die hij aanstonds moest temperen, zoo gloeide dat
+kostelijke ding. Centrale verwarming gecombineerd met gashaard, dit werd
+me dra duidelijk, vormt een byzonder zuinig stook-systeem. Bij Emants
+moet met genie gestookt en verwarmd worden. Hij lijdt zoo
+verschrikkelijk aan kouwe-voeten! Alles al geprobeerd. Niets helpt.
+Netscher heeft goed beschreven, toen hij hem voorstelde: wandelend heel
+haastig als moest hij ergens heen. Die kouwe voeten plagen hem geweldig.
+Vergallen hem veel genot: Comedie, vergadering, rijtuig. Hij heeft een
+neiging, allerlei details uit zijn levensbeschouwing te verklaren met
+een beroep op zijn kwaal. Maar dat liet ik me niet wel-gevallen,--en
+aanstonds liep ons gesprek de gewenschte richting in:
+
+
+
+
+EMANTS' VEELZIJDIGHEID.
+
+
+"We hebben hier nog niet een leerstoel voor kunstgeschiedenis en dien
+had ik toen eigenlijk noodig. Natuurlijk begreep ik dat zelf toen niet,
+maar mijn ouders hadden het voor mij moeten begrijpen. En dat begrepen
+ze niet: in mijn familie is nooit aan kunst gedaan. De zaak was, dat ik
+me voor alles interesseerde en nog interesseer. Maar wat me in een of
+andere loopbaan lokte dat was niet de hoofdzaak maar een van de
+bijzaken. Eerst wilde ik militair worden. Waarom? Om het mooie pakkie.
+Later zag ik mijn oom die ingenieur was bruggen bouwen en ik vond dat
+een mooi en grootsch werk. Ik ging ook naar de polytechnische school,
+maar dat cijferen beviel me niet. Toen zei mijn papa: Je mag wel van
+studie veranderen, maar eerst moet je examen doen, anders is het net
+alsof je daarvoor bent blijven haperen. En toen ging ik in de Rechten
+studeeren. Maar dat rechtsgefrimel stond me ook niet aan. Al dat
+gepeuter om uit te maken of een bepaling toepasselijk is op een zeker
+geval, dat vond ik wel een oogenblik interessant, als alles, maar ik had
+er gauw genoeg van."
+
+
+
+
+EMANTS ALS STUDENT.
+
+
+Bovendien, het studentenleven: nóóit heb ik kunnen begrijpen het
+gezellige daarin, in dat bij elkaar zitten om te drinken, in leelijke
+tabaksrook ... ik kan niet tegen rook en rook ook zelf niet. In Leiden
+hield ik op een gezellig mensch te zijn. Ja, ik weet 't wel: bij de
+meeste menschen is het net anders om. Maar mij heeft het student-zijn
+uit 't leven gejaagd. Die duffe localen van de professoren, dat van den
+een naar den ander loopen door de vuiligheid en de kou', die aklige
+kille banken in het academiegebouw, nee! daar kon ik niet tegen. Ik heb
+dan ook niet afgestudeerd. Ik heb wel mijn candidaats gedaan. Maar toen
+stierf mijn ouwe heer, mijn moeder vond het niet bepaald noodig dat ik
+een titel haalde en toen ben ik direct op reis gegaan, de bergen in.
+
+
+
+
+DE BERGEN.
+
+
+De bergen! dat is altijd mijn hoofdgenot geweest. Ik voel me nergens zoo
+goed en zoo gezond als in de bergen. Sommige menschen vinden 't op zee
+zoo prettig. Ik niet. Op zee ben ik altijd beroerd. Maar in de bergen
+voel ik mij altijd "gehobener Stimmung". Ergens stilletjes te gaan
+zitten, geen mensch te zien en dan te werken, dat is het grootste genot
+dat ik kan hebben. Ieder jaar moet ik naar de bergen. Ik kan er om zoo
+te zeggen geen jaar buiten.
+
+
+
+
+KUNSTENAAR EN MAATSCHAPPELIJK LEVEN.
+
+
+Een maatschappelijke betrekking heb ik nooit gehad, omdat ik die
+doodeenvoudig nooit noodig had. Ik zou ook nooit geweten hebben, wat ik
+in zoo'n betrekking doen moest. Maar--ik moet toegeven--ik vind dat
+verkeerd. Ik vind 't veel beter dat iemand een baantje heeft dat hem
+gedwongen in aanraking brengt met menschen. Dat hadden mijn ouders voor
+mij in moeten zien. Later begin je er niet meer aan. Je kunt er wel een
+soort van plaatsvervanger voor vinden in het vereenigingsleven en ik
+beweeg me dan ook wel in het Alg. Nederlandsch Verbond, in het
+Tooneelverbond ... maar 't had véél beter geweest als ik een
+maatschappelijke betrekking--welke dan ook--had aangenomen.
+
+--"Men krijgt wel eens den indruk, dat U bij al wat U schreef bent
+uitgegaan van ideeën. Is dat zoo?"
+
+--"Ik heb altijd behoefte gehad, om iets dat mij treft--hetzij dat van
+buitenaf tot mij komt, hetzij dat 't in mijn binnenste ineens
+opleeft--neer te schrijven, weer te geven, in vorm te brengen."
+
+
+
+
+HOE DE DINGEN HEM TREFFEN.
+
+
+De dingen die mij treffen presenteeren zich onmiddellijk aan mij als
+roman of als tooneelstuk. Schrijven wordt dan een soort behoefte voor
+me. En het eigenaardige is, dat ik daarbij nooit denk aan de uitwerking
+die het op 't publiek zal hebben, aan de moraliseerende strekking of wat
+de menschen er bij denken. Het is een zuiver egoïstisch weergeven van
+wat mij treft. Daarom kan ik ook zoo goed begrijpen wat Goethe heeft
+gezegd ... ik weet de woorden niet precies meer ... dat iets zoo sterk
+in je kan zijn, dat het een goddelijke verlichting wordt het te uiten.
+
+--"Maar dan moet ik U toch vragen: waarom stuurt U uw werk toch de
+wereld in?"
+
+
+
+
+WAAROM HIJ ZIJN WERK PUBLICEERT.
+
+
+--"Die vraag heb ik mij zelf ook dikwijls gesteld. En een bevredigend
+antwoord er op geven, dat kan ik eigenlijk niet. Ik weet 't niet. Ik heb
+eigenlijk niet de behoefte mijn werk de wereld in te sturen. Maar ik heb
+een zeker gevoel in mij, dat ik er minder aan zou doen, dat ik 't
+misschien heelemaal niet zou schrijven als 't niet de wereld in ging. Ik
+zou misschien nog wel beginnen, maar of ik 't af zou maken weet ik niet.
+Maar toch, ik schrijf ook heel wat dat niet de wereld ingaat. In die
+kast liggen een heele hoop tooneelstukken die ik nooit aan iemand
+gegeven heb. En ik ben ook een massa dingen begonnen, die ik nooit heb
+afgemaakt."
+
+--"Werk van een andere soort misschien?"
+
+--"Nee, dat kan ik niet zeggen. Soms beviel me het niet. Dat kwam b.v.
+ook wel zoo: dat ik, laat me zeggen een romàn, had gemaakt ter wille van
+een idée, van een enkel hoofdstuk. Later vond ik dat ik het veel beter
+ergens anders kon gebruiken en dan werkte ik hetzelfde op een andere
+manier uit."
+
+"Wilt u nog eens op de grond-idée van uw werk terugkomen?"
+
+
+
+
+HIJ KAN 'T NIET ANDERS.
+
+
+--"Die ontstaat van zelf. Die is er voordat ik 't weet. Bijvoorbeeld:
+Mijn vrouw interesseert zich erg voor mijn werk. En juist met haar heb
+ik 't dikwijls over iets waarvan zij dan zegt: waarom doe je dat toch
+zoo? dat bevalt 't publiek niet. Dan zeg ik: dat kan ik niet veranderen.
+Dan moet 't maar geen mensch bevallen. Ik kan dat niet veranderen; dat
+is onmogelijk. Als ik eenmaal zie dat iets zus of zoo moet zijn, dan heb
+ik een gevoel van valschheid als ik er nog iets aan verander ter wille
+van het publiek. Dat kan ik niet. Kort geleden had ik om mijn vrouw een
+pleizier te doen een optimistisch slot aan een tooneelstuk geschreven.
+Zij had het schema voor dat slot gemaakt. En een paar dagen later zei
+ik: hier heb je de stukken er van. Ik heb 't onmiddellijk verscheurd. Ik
+kòn 't niet aanzien!..."
+
+
+
+
+ZIJN ONAFHANKELIJKHEID.
+
+
+Nou zal daar wel invloed op hebben, dat geloof ik wel, dat ik niet voor
+geld behoef te schrijven. Ik verbeeld me dat iemand die voor geld moet
+schrijven vanzelf door de omstandigheden gedwongen wordt veel meer
+rekening te houden met het publiek dan ik ... je behoeft je daarom nog
+niet te verkoopen! Ik kan begrijpen dat het van zelf in je binnenste zoo
+gaat. Maar wanneer je van geldzorgen onafhankelijk bent, dan kun je je
+eigenlijk beter laten gaan dan een ander: dat vind ik zoo duidelijk als
+twee maal twee vier.
+
+
+
+
+HET PESSIMISME. IS EMANTS SCHOPENHAUERIAAN?
+
+
+Om nu op mijn richting terug te komen: de richting in mijn werk waarvan
+ik mij zelf ook bewust ben, dat is mijn pessimisme. Wat ik daarmee
+bedoel wordt dikwijls verkeerd begrepen. Zij hebben mij dikwijls een
+Schopenhaueriaan genoemd en dat is in zooverre onjuist, dat ik hem
+natuurlijk wel een groot man vind ... maar waarom heb ik zooveel met hem
+op?--niet omdat hij mij ideeën heeft gegeven--maar omdat ik in goeien
+systematischen vorm bij hem terug vond wat ik zèlf al had, wat ik als
+jongen al onduidelijk in mij voelde leven: dat idée dat het verdriet of
+de slechte afloop of wat men kan noemen het pessimistische in de zaken:
+sterk overheerscht het optimistische, en dat het goeie een moment is dat
+toch weer slecht eindigt. Ik had laatst nog een briefwisseling met een
+dame, die groote bezwaren had tegen wat ik schreef in mijn artikel "_Hoe
+Loki ontstond_." Die schreef mij een langen brief waarin ze aankwam met
+het mooie in het leven.... Dat kon ik hiermee beantwoorden: Stel dat we
+de balans van het leven opmaken en we vinden een batig saldo aan wat de
+Duitscher noemt _Lust_, dan vind ik voor dat geval het idee van den ons
+steeds bedreigenden dood, van het onvermijdelijk moeten scheiden van de
+"Lust", zoo verschrikkelijk dat dit optimisme me nog pessimistischer
+lijkt dan mijn pessimisme. Waarom ik verder leef? Ik heb een dwazen
+instinctieven drang in mij om te leven en daarom ga ik er niet uit. Bij
+wie wil leven, bij die overheerscht eenvoudig de instinctieve drang en
+bij wie het verstand overheerscht, die moet inzien dat de kans om
+ongelukkig te zijn veel grooter is, dan de kans om gelukkig te zijn, dat
+de zoogenaamde optimistische beschouwing volkomen opweegt tegen wat we
+pessimisme noemen.
+
+
+
+
+PESSIMISME EN GEMOEDSTOESTAND.
+
+
+Maar u begrijpt wel, daarmee is niet gezegd dat ik een mopperaar ben.
+Welnee. Ik ben altijd van zeer opgeruimd humeur geweest. Dat is
+eenvoudig een je-schikken naar omstandigheden. Maar ik had veel liever
+niet geleefd. Ik ben er mijn ouders nooit dankbaar voor geweest dat ze
+mij het leven hebben gegeven.
+
+--"Maar hebt u dan in uw leven niet een groot doel?"
+
+
+
+
+HET FUTIELE VAN EEN LEVENSDOEL.
+
+
+--"Een doel? Als het leven voor ons een doel heeft, dan is 't een
+onbekend doel en wat baat dit doel aan het individu? De gemeenschap
+lijdt niet, de gemeenschap geniet niet. Wat lijdt dat is het individu.
+En wat is het doel van zelfs de groote individuen petieterig en
+onbeduidend. Korten tijd na hun dood is al hun werk weer tot niet
+vergaan. Die dame vond er juist zoo'n voldoening in, te leven voor het
+geheel, en te kunnen zeggen: ik heb mijn deel gehad. Ik zie daar niets
+anders in dan dat men zich paait met een inbeelding. Ik zie dat niet
+anders in. Maar wat de menschen zoo dikwijls denken, dat pessimisme
+gelijk staat met nurkschheid, melancholie, mopperen ... dat is volstrekt
+onjuist. Integendeel. In mijn schatting kijkt juist een pessimist
+nuchter en onbevooroordeeld het leven in. Als ik er voor stond en ik
+moest er nog in, dan zou ik zeggen: ik doe het niet. Maar nu ik er
+eenmaal in ben zeg ik: laat ik nu zorgen dat ik zoo min mogelijk nadeel
+doe en mij zoo goed mogelijk schik."
+
+
+
+
+MOET MEN VOOR HET PESSIMISME PROPAGANDA MAKEN?
+
+
+--"Acht u het in dit verband dan niet een voordeel dat men in de
+gemeenschap zoo min mogelijk slapende honden wakker maakt, en de
+menschen nooit aan het denken brengt over zulke onderwerpen?"
+
+--"Dat zou ik een voordeel kunnen achten, zeker. Maar als wij dat een
+voordeel achten, dan komen wij volmaakt in strijd met alle ontwikkeling,
+en eigenlijk moet je dan wenschen dat de menschen op een laag peil van
+ontwikkeling blijven. En dan zou je de kerk gelijk kunnen geven. Die
+houdt de menschen dom en de priesters zeggen: wij weten liet alléén.
+Maar àls de wereld nu eenmaal vooruit moet gaan, dan werk je dat op die
+manier toch weer tegen. En ik voor mij geloof dat de wereld,--al is het
+geen vooruitgang,--zich toch geleidelijk ontwikkelt. Werk je die
+ontwikkeling tegen, dan breekt de wereld zich baan met een revolutie,
+want op den duur hou' je de ontwikkeling toch niet tegen. Een poosje kan
+dat lukken en dan komt de groote botsing."
+
+--"Hoe denkt u dan over de groote maatschappelijke stroomingen van onzen
+tijd?"
+
+
+
+
+EMANTS EN HET SOCIALISTISCH IDEAAL.
+
+
+--"U bedoelt het socialisme? Ik zie daar een zeer optimistisch getint
+verschijnsel in--en waarom? omdat de socialisten kunnen vechten tegen
+bepaalde misbruiken en een ideaal kunnen maken van wat ze willen
+invoeren. Dat zal nog lang kunnen duren, omdat ze het vooreerst nog niet
+kunnen invoeren. Maar als ze het eenmaal verwezenlijkt hebben--laten we
+de eerste periode van strijd nu eens over springen--dan zal de ellende
+van hun systeem weer even duidelijk worden als de ellende van ons
+systeem. Wàt de fouten van elk systeem zijn, dat weet ik niet. Maar ik
+neem aan dat het te voorschijn komen van de schaduwzijde onvermijdelijk
+is ... Als mij gevraagd wordt: hoe denk je den ontwikkelingsgang van de
+menschheid? dan zeg ik: Altijd weer strijden voor nieuwe idealen, totdat
+ten slotte alle idealen zoo'n beetje uitgeput blijken en dan inzien dat
+men toch niets bereikt. In het gemeenschaps-leven zie ik wel iets moois.
+Welk ideaal daarna zal komen, dat weet ik niet en dat hoef ik niet te
+weten. Maar van elk ideaal zie ik onmiddellijk zich ontwikkelen de
+schaduwzijde.... Neem bijv. eens het ideaal van de openbaarheid in
+regeeringszaken, de critiek door de publieke opinie. Na de uitvinding
+van de boekdrukkunst en van de kranten had je niet meer dat geheime
+wroeten. De vreedzame strijd kwam in plaats van den bloedigen strijd....
+Maar wat een verbazend geknoei krijg je niet met die publieke opinie!
+Hoe wordt er niet mee gesold! Wat worden de menschen niet voor den gek
+gehouden! Wat knoeien niet alle gouvernementen om een openbare meening
+te fabrieken! Daar zet het ideaal zich toch om in zijn tegendeel. En zoo
+zal het mij niet verwonderen als het socialisme, het ideaal van de
+gemeenschap, zich ook in zijn tegendeel omzet. Misschien in een
+gevaarlijke tyrannie, die nu al wordt voorspeld. Ik weet natuurlijk niet
+of het zoo zal gaan. Maar ten slotte zie ik alle idealen misloopen....
+En het eind van alle leven moet dus zijn: het inzicht dat onmogelijk te
+bereiken is eenig batig saldo in geluk. Daargelaten natuurlijk de
+quaestie of we niet voor dien tijd in de ijsperiode zijn overgegaan en
+allemaal bevroren zijn. Want dat kan ook."
+
+--Dan is het misschien wel een beetje voorbarig u de vraag te stellen
+wat wij menschen tegen dien tijd zullen doen.
+
+
+
+
+"DE MOREELE IJSPERIODE."
+
+
+--"Als er niets meer te strijden valt--dan worden wij overvallen door de
+moreele ijsperiode--dat is grenzelóóze verveling. Wat blijft er dan
+anders over dan verveling? En dat is toch wel het ergste wat je zoowat
+hebben kan."
+
+Tot mijn geluk, waarde lezer, houdt de heer Emants er een byzonder ...
+economisch stook-systeem op na, gelijk ge weet. Dat ik genoegzaam bij
+mijn positieven bleef om hem mijn volgende vraag te stellen, o lezer,
+ge hebt het te danken aan de tamelijk volmaakte natuur, die in kwistige
+harmonie hèm met kouwe voeten, mij met een gashaard begiftigde. Ge ziet:
+niet alleen idealen slaan om in hun tegendeel.
+
+-"En hoe is deze opvatting in uw werk tot uiting gekomen?"
+
+
+
+
+LILITH EN LOKI DE EENIGE WERKEN DIE EEN WERELDBESCHOUWING BELICHAMEN.
+
+
+--"Dat is eigenlijk maar tweemaal gebeurd. Eens in _Lilith_ en een
+andermaal in _Godenschemering_, dat ik later heb veranderd in _Loki_. In
+deze twee gedichten ligt een levensbeschouwing. In mijn andere werk niet
+rechtstreeks. Ze zijn er tenminste niet uit ontstaan. Ik wil graag
+aannemen dat de levensbeschouwing, die achter in je hoofd zit, invloed
+heeft op de dingen die je weergeeft als je in de wereld rondkijkt. Maar
+voor zoover ik weet is al mijn latere werk observatie. Nooit heb ik er
+meer aan gedacht een persoon te maken tot belichaming van een
+levensbeschouwing. De menschen beweren wel eens anders. Maar dan vraag
+ik: waarom zegt die persoon mijn gedachten en die andere niet?"
+
+
+
+
+EMANTS STREVEN NAAR OBJECTIVITEIT.
+
+
+"Natuurlijk, alles is door mij heen gegaan maar tegen een opzettelijk op
+den voorgrond springen van mijn persoonlijke gedachten heb ik mij altijd
+verzet. Er wordt zoo dikwijls gezegd: wanneer iemand een roman schrijft,
+dan moet hij daarin leggen zijn gevoelens. Ik zeg: die zullen er wel van
+zelf in komen. Hij moet trachten te geven het gevoel van zijn personage
+en dat is het zijne niet. Ja, heelemaal objectief kun je niet zijn. Je
+kan nu eenmaal niet in de huid van een ander kruipen. Maar je moet
+altijd trachten je personen objectief te zien. Ik zeg _meenen_, omdat je
+je subjectiviteit niet weg kan cijferen. Maar je moet er naar streven,
+als een god boven den boel te zweven. Wil je dat niet, dan moet je komen
+tot die verschrikkelijke subjectieve werken die alleen als lyrische
+poëzie heel mooi kunnen zijn."
+
+
+
+
+LILITH.
+
+
+Maar nu de idée van _Lilith_; ten eerste: de wellust houdt de wereld
+eigenlijk in stand. Dat is Lilith. En die wellust, de kern van den
+mensch, betreurt dat hij uit zijn slaap is gewekt en eigenlijk een
+scheppend god is geworden.
+
+
+
+
+LOKI, HET INTELLECT.
+
+
+"_Godenschemering_" is de strijd--dien je in de wereld ook
+ziet--tusschen gevoel en verstand. Ik vind dat in dit opzicht het
+intellect zeer verkeerd wordt beschouwd en te veel wordt achteraf gezet,
+vooral in de kunst en niet alleen daar, maar in het heele leven.[1] Ik
+vind: de heele ontwikkeling van de menschheid is de ontwikkeling van
+het intellect. We zijn iets zachter van zeden geworden--ook door het
+verstand. Maar overigens zie ik niet in, dat de menschen van duizend
+jaar geleden verschillen van de menschen van nu,--àls het niet was door
+het verstand. Je hoort redeneeren over "het koude verstand" en vrouwen
+spreken over "die vervloekte logica". Welnu, Loki is voor mij
+_het_ verstand.
+
+[1] "Wat trof me in de Edda, terwijl de ergernis, waarvan ik sprak, in
+mij woelde?--Dat het verstand, in de Noorsche godenwereld belichaamd in
+Loki, door de goden al net zoo behandeld werd, als 't in onze
+hedendaagsche samenleving behandeld wordt door de menschen.--Verkeren de
+goden in nood, Aanstonds roepen ze Loki's hulp aan, begroeten ze hem als
+hun redder, smeken en vleien ze hem; maar is het gevaar afgewend en
+willen ze weer onbezorgd van het leven gaan genieten, dan doen ze
+dadelijk hun best Loki op een afstand te houden. En woedend worden ze
+als Loki toont hen te doorzien, als hij tal van misslagen,
+ongerechtigdheden, overtredingen van eigen wetten hun meedogenloos voor
+de voeten werpt. Dan noemen ze hem lasteraar en zouden ze in hun domheid
+hem maar liefst op staande voet vermorzelen en vernietigen. Alsof
+daardoor 't kwaad hersteld zou worden en Loki ongelijk zou krijgen!
+Levert hij eindelik het bewijs, dat hun onsterfelikheid maar een waan is
+en dat zelfs het moederhart, zoo hoog door Odien aangeslagen, niets
+vermag tegen het noodlottig verband van oorzaak en gevolg, dan binden ze
+hem tot straf met de darmen van zijn zoon aan een rotsblok vast en
+bevestigen zij boven zijn hoofd een slang, wier brandend vergift
+voortdurend neerdruipt op zijn hoofd." (Uit "_Hoe Loki ontstond_" door
+Marc. Emants, Groot Nederland, October 1908.)
+
+
+
+
+"LOKI" GEEN EIGENLIJK SYMBOLISCH GEDICHT.
+
+
+Hadd' ik een symbolisch gedicht willen maken, dan zou ik alle dingen die
+ik over Loki in de Edda's vond er niet bij hebben gehaald. Maar
+aangezien ik in Loki vrijwel vond wat ik zocht, heb ik die figuur ook
+tamelijk wel onveranderd gelaten. Het heeft mij nooit aangelokt: een
+gedicht te maken van geheel nieuwe personen. Ik geloof niet dat ik het
+goed zou hebben gedaan. Het is heel wat anders: als je vindt de stof,
+daarin de atmosfeer te zoeken of te lèggen, dan van begin af een heel
+nieuw verhaal te gaan dichten. Het is te dòen natuurlijk, ik zeg niet
+dat anderen het niet moeten doen, maar het werk heeft mij nooit byzonder
+aangelokt. En daar heb je nu dezelfde quaestie waar we het straks al
+over hadden: ik bedenk nooit iets van dien aard. Het komt zoo van zelf
+bij mij op dat ik die of die stof moet gaan bewerken. Ik heb me nog
+nooit voorgenomen: nu ga ik dit of dat eens doen. Nee: ineens zie ik de
+dingen voor me en dan denk ik: hè dat kon wel eens zoo. Dat doe ik dan.
+Ik maak het af, of ik maak het niet af, maar als ik 't doe, dan doe ik
+het zóó. En dat ik zou zeggen: nu ga ik eens een gedicht maken van de
+wereldschepping of zoo'n abstract onderwerp, dat is mij nooit gebeurd.
+Altijd heeft de stof die ik haast klaar voor mij zag zich aan mij
+opgedrongen.
+
+
+
+
+EMANTS EN DE "NIEUWE RICHTING."
+
+
+--"Tegenover de literatuur van uw tijd rekent men uw werk als van een
+nieuwe richting, niet waar? Hoe zou' u de verhouding tusschen die twee
+richtingen omschrijven?"
+
+--"_Niets heeft mij meer verwonderd dan dat_. 't Ging zoo. Ik zette mij
+aan 't schrijven vooral op aandringen van Smit Kleine. Die wou een nieuw
+tijdschrift stichten. Ik voelde niet de minste behoefte aan wat nieuws.
+Ik genoot van dit en van dat, van sommige dingen die ik las, maar ik had
+heelemaal geen behoefte om zelf iets nieuws te maken. Maar er kwamen
+dingen die zich aan mij opdrongen. Het eerste wat ik schreef was
+_Bergkristal_ van Oberammergau. Ik was daar geweest, had rondgekeken,
+maar ik was er niet heengegaan met het idée dat ik er later iets van zou
+maken. En toen zeiden de menschen tot mijn verbazing: _dit is iets
+nieuws_. Het trok de aandacht. Ik vond het zoo byzonder niet. Een nieuwe
+gedachtegang of iets dat zou frappeeren, dat vond ik er niet in Ik zei
+tegen Smit Kleine: "Ja, god, als zich wat aan me voordoet dan wil ik met
+alle plezier schrijven, maar om nu zoo'n tijdschrift te gaan vullen ...
+ik heb heelemaal geen lust om geregeld te gaan zitten schrijven." "Da's
+niets", zei hij, "dat zal ik wel doen. Als jij maar nu en dan een stukje
+geeft."--Toen ben ik naar Monte-Carlo gegaan en daar heb ik drie
+novellen van gemaakt--en toen was het weer uit voor een heele poos."
+
+
+
+
+HIJ WILDE ZICH ZELF BLIJVEN.
+
+
+Op een goeie dag heb ik iets gemerkt van de beweging van '80. Die
+interesseerde me in het begin niet heel erg. Wat ik er van las ... nu,
+het meeste lokte me al heel weinig. Maar naarmate ik er in kwam, trof ik
+er enkele dingen aan die ik heel mooi vond. Het afbrekende vond ik
+mooier dan het opbouwende. En daar las ik me opeens dat ik was de
+_Johannes de Dooper_ van de nieuwere literatuur. Toen heb ik verbaasder
+gestaan dan ooit. Ik was mij niet bewust, iets nieuws te hebben
+geprofeteerd of ingeleid. Ik heb doodeenvoudig geschreven wat zich aan
+mij opdrong. Nooit aan nieuwe richting, zelfs niet aan richting gedacht.
+Het kan wel zijn dat ze gelijk hadden. Maar bij mij was het dan toch
+heelemaal onbewust. Naderhand heb ik een gevoel gehad,--en dat heb ik
+bij alle mogelijke dingen in mijn leven,--dat ik me niet van mij zelf
+wil laten afbrengen. Ik wil wel uit mij zelf tot een ander gevoelen
+komen, maar ik wil mij niet laten leiden door den geest van een ander.
+Ik heb altijd sterk de neiging gehad om mijn eigen zin te volgen, in wat
+dan ook. Jawel, mijn ideeën zweven ook maar niet vrij op me af, ze
+ontstaan ook door aanraking met de wereld, maar ze moeten dan ongemerkt
+die invloeden ondergaan. Ik wil daarom nooit meedoen met een of andere
+kliek. Wanneer twee, drie, vier, vijf heeren in die kliek een beetje
+anders denken dan ik, dan moet ik toch weer uit die kliek gaan òf mij
+laten lijmen tot iets dat me niet lokt. Ik heb mij zelf willen blijven
+ook op het gebied van de literatuur en dat was geen verstandelijke
+overweging, maar iets dat uit mijn persoonlijkheid opkwam.... Maar één
+keer van mijn leven heb ik mij werkelijk laten overtuigen, en dat was
+met de nieuwe spelling. Kollewijn kwam eens bij me, en vroeg me of ik
+daaraan mee wou doen. Ik bedankte natuurlijk, maar toen heeft hij net
+zoolang gepraat dat ik volkomen was omgeslagen. Als iemand me ompraat,
+ziet u, dat is mij wel, maar dan moet ik ten slotte sterk het gevoel
+hebben dat ik het zelf heelemaal meen, en dat ik die gedachte
+niet overneem.
+
+--"Maar dan ziet u nu, achteraf, toch wel beter dan toen, wat uw
+beteekenis is geweest?"
+
+
+
+
+HIJ ZIET OOK THANS NIET IN, WELKE NIEUWE RICHTING HIJ HEEFT INGELEID.
+
+
+--"Nee, dat zie ik niet in. Met dien verstande: ik wil niet zeggen, dat
+de mannen van de Nieuwe Gids mij per sé hadden moeten afbreken, dat
+niet. Maar ik kan niet zeggen, waarom men mij als het ware eenigszins
+tot de hunnen heeft gerekend. Ik vind het wel heel aardig! Ik heb er
+niets tegen. Ik vond 't toen ook heel aardig. Je hebt natuurlijk liever
+dat iemand je bijvalt, dan dat hij vijandig tegenover je staat. Maar
+tusschen dat gevoel van aangenaam vinden en ... begrijpen is nogal eenig
+verschil. Ja, uit één oogpunt zou ik het kunnen begrijpen: ik heb nl.
+een grooten hekel gehad en dien heb ik nog, aan conventioneele taal en
+conventioneele woorden. Zoodra ik in een boek vind menschen die met
+conventioneele phrasen werken, dan haat ik dat boek zoo hard ik maar
+haten kan. Ik heb altijd gestreefd naar het juiste woord. Daar hecht ik
+nog aan. Het is mij natuurlijk wel gebeurd dat ik conventioneele woorden
+gebruikte en dat ik er niet op lette, maar het streven blijft er toch.
+Van elk woord moet ik weten dat ik dat bepaald bedoel. Zij, die in het
+begin althans, óók zoo sterk tegen de conventie gekant waren, moeten in
+mij een medestander hebben gevoeld, daar kan ik wel in komen."
+
+
+
+
+DE OVERDREVEN VEREERING VAN DE WOORDKUNST.
+
+
+Maar er is toch één opzicht waarin ik heelemaal niet met ze mee kan gaan
+en dat is de overdreven vereering van de woordkunst, waardoor alles is
+gereduceerd op klank, rythme en taalschoon. Het middel wordt dan doel.
+De hoofdzaak is toch maar wàt je schrijft en het hòe verdwijnt daarbij
+dikwijls. Als ik wel eens een schrijver lees, die een grauw armebuurtje
+op een triestigen dag weer beschrijft, dan kan ik dat heel mooi vinden,
+maar als ik een auteur ontmoet die niets anders doet dan dat, dan zeg
+ik: wat vind ik dat toch allemachtig pover!
+
+--"Aan welke schrijvers geeft u dan de voorkeur?"
+
+--"De man die het meeste invloed heeft gehad op mijn denken is Heine,
+Heinrich Heine. Die had ik altijd open op mijn schrijftafel liggen. En
+daarvan heb ik een ding altijd over gehouden: dat ik een haat heb aan al
+wat ze noemen "onschuldige scherts". "Der Witz muss schlagen!" dat is er
+bij mij altijd in gebleven. En dat heeft mij de heerlijkste voldoening
+gegeven. Mijn moeder kon kort voor haar sterven zeggen: "Als Marcellus
+eens een geestigheid wil vertellen dan is niets hem te heilig.""
+
+
+
+
+GEEN ONSCHULDIGE GRAPPEN!
+
+
+Als ik denk aan die eigenschap van mij--die ik weet!--dan denk ik
+daarbij altijd aan Heine. Daarom heb ik ook nooit kunnen verdragen wat
+ze noemen luim of boert. Dat zijn van die onschuldige grappen die de
+menschen heel aardig vinden--maar ik zit er met een ijskoud gezicht bij.
+Als ik zoo'n grap van af het tooneel hoor, dan geniet ik absoluut niet
+meer van het heele stuk. Verleden Maandag nog: toen werd er in
+"Oefening" een monoloog van mij voorgedragen, ter gelegenheid van het
+75-jarig bestaan. Ik dacht dat ik 't nog al schikkelijk had gemaakt,
+maar "God wat ben je weer hatelijk geweest!" zei een dame naast me. Ja,
+zelfs bij een feestelijke gelegenheid heb ik me niet in kunnen houden.
+Maar den volgenden dag stond er in het "Vaderland" dat de monoloog was
+geestig geweest, maar "uiterst goedmoedig". En dat klapte me nog meer om
+m'n ooren dan die dame met haar "hatelijk".
+
+Wat Hollandsche boeken betreft heb ik erg veel van de Camera Obscura
+gehouden. Indertijd, ziet u? Nu is 't weer anders geworden. Indertijd
+was 't een zeer beteekenend werk. Dat is 't trouwens nog. Maar eigenlijk
+is het toch ook wel een beetje goedmoedig en daardoor ben ik misschien
+wat terug gekomen op mijn eerste oordeel. Dat oordeel dateert trouwens
+uit den tijd dat ik de boeken nog niet critisch genoeg beschouwde. Mijn
+haat tegen dat goedmoedige is ook de reden dat ik nooit van Dickens heb
+kunnen houden. Ik heb veel van 'm gelezen en 't amuseerde mij wel, maar
+tegelijkertijd hinderde 't mij. Dikwijls had ik lust om te zeggen:
+Jasses, schei toch uit met je flauwiteiten: we weten 't nu wel! Ik vind
+Dickens flauw, met hier en daar een mooi trekje, en dat appreciëer
+ik ook wel.
+
+--En houdt U u ook op de hoogte van onze moderne schrijvers? Mij dunkt,
+U moet over sommigen er van een eigenaardig oordeel hebben.
+
+
+
+
+ER IS GEEN BIJHOUDEN AAN!
+
+
+--"Voor zoover dat bij te houden is! Ik wil uit de andere landen ook wel
+eens wat lezen.
+
+"Ik lees graag over Philosophie, over Spiritisme. Maar er zijn onder onze
+moderne auteurs een paar waar ik erg veel van hou'. Zoo bv. van Mevrouw
+Boudier-Bakker; van Heijermans heb ik ook veel gelezen; van Querido ook
+het een en ander; er is trouwens bijna geen een of ik ken er wel een
+werk of wat van. Maar een boek dat mij erg lief is, is "Een zwakke"
+van Coenen."
+
+--"Vindt u het uit maatschappij-oogpunt wel te verdedigen dat zulke
+zwaarmoedige boeken openbaar worden gemaakt?"
+
+
+
+
+ZWAARMOEDIGE KUNST UIT MAATSCHAPPELIJK OOGPUNT.
+
+
+"Ik heb me dikwijls afgevraagd of het uit maatschappij-oogpunt misschien
+niet beter was dat er heelemaal geen literatuur bestond. Ik weet niet of
+'t lezen van romans de menschen wel goed doet. Ik heb ook nooit iets
+gezien van den veredelenden invloed van de kunst, waar de menschen het
+soms over hebben. Is een kunstenaar dan zoo'n nobel mensch? daar heb ik
+nooit iets van kunnen zien. Ik stel den kunstenaar volstrekt niet
+hoog--mij zelf er bij. Maar de goeie werking die je van boeken kunt
+waarnemen dat is tweeërlei. De eerste werking zou kunnen zijn dat de
+menschen in hun leegen tijd misschien allerlei kwaad uitvoerden en nu op
+een niet-kwade manier hun leegen tijd doorbrengen.
+
+"En de tweede werking heeft meer betrekking op flinke, ware boeken, en
+die is: dat de menschen er het leven uit leeren kennen. Ik bedoel
+volstrekt niet alleen realistische boeken: sprookjes kunnen ook waar
+zijn. Alleen: het werk mag niet gefabriekt zijn voor den smaak van het
+publiek. Het moeten zijn boeken waarin de schrijver onbewimpeld geeft
+zijn eigen opvatting van het leven: zóó zie ik 't! Waarbij niets wordt
+weggelaten uit angst om de menschen te kwetsen, waarbij niets wordt
+ingevoegd om de menschen te leeren of te prikkelen. Alleen zeggen: zóó
+zie ik de menschen, moet de kunstenaar. Maar dan moet hij ook lezers
+treffen die de stof weten te verteren, niet oppervlakkig lezen, geen
+verkeerde gevolgtrekkingen maken, wat toch zooveel gebeurt. Maar in dat
+geval kun je spreken van nuttige werking van kunst."
+
+--"Om nu op mijn vraag terug te komen: denkt u dat het goed is, speciaal
+in onzen tijd, boeken uit te geven die niet alleen pessimistisch maar
+bovendien nog melancholisch zijn?"
+
+--"Ja, ik kan aannemen dat dat niet goed werkt op de menschen. Maar
+daarom zou ik om den drommel niet willen dat Coenen zijn mond hield. Dat
+is misschien heel egoïstisch van me. Best mogelijk. Ik heb weinig gevoel
+voor de gemeenschap in het algemeen."
+
+
+
+
+EMANTS' ERVARINGEN MET EEN LUGUBER BOEK.
+
+
+Laat ik u nu eens vertellen van mijn boek "Een nagelaten bekentenis".
+Dat is de geschiedenis van; een dégénéré, die eindigt met zijn vrouw te
+vermoorden. Het boek begint met de woorden: "ik heb mijn vrouw
+vermoord", en dan ontwikkelt hij zijn levensgeschiedenis: hoe hij tot
+die daad is gekomen. Het boek is goed gerecenseerd, maar het publiek
+vindt het verschrikkelijk, afschuwelijk, dat weet ik wel. Van Nouhuys
+haalde het onlangs weer aan, toen hij sprak over het Dagboek van een
+Hypochonder, van Everts. Dat is volgens hem minder doorvoeld. Dit boek
+is als je wil pessimistisch, hoewel op een andere manier dan het werk
+van Frans Coenen: Het is minder een stemmingsboek. Het is meer: die man
+doorkeken tot in zijn binnenste: gekeken hoe hij tot zoo'n ellendige
+daad komt. En nu kunt u niet wéten: hòeveel brieven ik heb gekregen van
+menschen die zeggen: ik ben net zoo. Nog geen drie maanden geleden kreeg
+ik een brief uit Amsterdam: u weet niet hoe dankbaar of ik ben, dat ik
+dat boek heb gelezen. Ook kreeg ik een brief van een dame, die had een
+neef, en die neef was ook zoo. Of ik een vereeniging wou stichten die
+dergelijke dégénéré's onder haar hoede nam en door het leven leidde. Dat
+was natuurlijk niets voor mij ... Maar aan den anderen kant hoorde ik
+van een dame, die had daar haar eigen man in herkend, en die man had
+zich zelf herkend en nu kwamen al die zenuwverschijnselen weer bij 'm
+terug. Tusschen twee haakjes: die man was heelemaal niet mijn model
+geweest. Maar dat ziet u nu wel in: van een eigenlijke bepaalde werking
+van een boek kun je moeilijk spreken: dat hangt zooveel af van je
+individuen. Ik bijvoorbeeld heb die neiging tot melancholie in me gehad
+en een boek van Coenen zal me beroerder maken dan ik ben, doordat ik
+meen iets te herkennen dat ik ook in mijn binnenste voel. Ik leef
+verschrikkelijk onder den invloed van atmospheer. Komt er een
+zonnestraaltje binnen dan ben ik een ander mensch. Maar nu komt er zoo'n
+akelige regendag, somber, luguber, kil ... dan ben ik te ellendig om te
+denken. Maar dat is geen pessimisme. Dat is melancholische stemming. Ik
+kan slecht tegen donker weer in ons klimaat. Daarom heb ik zoo'n
+heerlijk gevoel in de bergen. Daar mag 't zoo hard regenen als 't wil,
+die beroerde stemmingen die ik hier soms heb krijg ik dáár niet. Zoo
+kan ik ook niet tegen een groote stad. Als ik in Parijs of in Berlijn
+ben, dan loop ik er zoo gauw mogelijk weer uit. Ik zou nooit in een stad
+willen wonen die meer dan 500.000 inwoners heeft. Dat is voor mij het
+maximum. Ik geef je alle mooie dingen die er zijn cadeau: ik kan er
+haast niet van genieten, zoo drukt mij een groote stad. Ik geniet er het
+meest van als ik er weer uit ben.
+
+
+
+
+VOOR EN TEGEN VAN MENSCH-ONTLEDENDE LITERATUUR.
+
+
+Kijk: er zijn natuurlijk ook menschen wier levensopvatting eenvoudig is:
+literatuur. Die alles kennen uit de boeken. En dat is de schaduwzijde
+die het voordeel na zich sleept. Maar vele menschen, als die zich
+eenvoudig moesten vergenoegen met hun eigen ondervinding--gesteld dat we
+eens kunnen aannemen: er is geen bellettrie, er zijn geen boeken die den
+omgang en de botsingen van de menschen met elkaar weergeven,--dan geloof
+ik dat die menschen een heeleboel aan levensopvatting zouden missen wat
+ze nu wel hebben, en dat ze een heeleboel armer en bekrompener zouden
+worden. Door eigen ondervinding weten de menschen eigenlijk maar van
+heel kleine kringetjes iets af.... En dat zie je ook aan de critieken
+die de menschen op boeken uitoefenen. Ik heb dikwijls gezien dat sommige
+voorvallen in boeken,--hetzij dat ik ze zelf zoo heb ondervonden, hetzij
+dat ze mij met mijn ondervinding aannemelijk voorkomen,--door sommige
+menschen met weinig ondervinding aanstonds worden veroordeeld: Dat is
+onmogelijk, dat kan zoo niet gebeurd zijn. Daar komen ze altijd mee
+aanzetten. Een voorbeeld. U kent wel "Ida Westerman", dat vind ik een
+heel lief boek: daar steekt veel goeds in. Daar vind ik zoo juist in
+beschreven dat gevoel: dat dat meisje niet kàn gelooven, dat haar
+aanstaande maar voort leeft in zijn ongeloof. Zij kan dat beschouwen als
+een afdwaling van een oogenblik, maar dat 't blijft, neen, dat gaat
+boven haar bevatting.
+
+--"Bepaalt deze opvatting uw voorkeur voor een of andere richting"?
+
+
+
+
+ZIJN LIEFSTE BOEKEN.
+
+
+--"Ik ben er erg voor, alle richtingen zooveel mogelijk te waardeeren.
+Maar er zijn natuurlijk boeken die me meer, andere die me minder
+aanlokken. Ik hou' erg veel van het psychologische in de literatuur. En
+waar me dat ontbreekt, waar ik me moet vergenoegen met de beschrijving
+van het uiterlijke der dingen of van stemmingen, daar voel ik altijd
+iets onvoldaans. Nu kan ik echter wel toegeven van bijv. de ouwe
+Bourget, de Bourget van zijn eerste romans, de psycholoog bij
+uitnemendheid, die zoover ging in zijn ontleding dat hij de plastiek wel
+wat verwaarloosde,... ik kan toegeven dat dat een gebrek in hem was,
+omdat je bij hem niet meer ziet de dingen. Maar daar staat tegenover,
+dat zijn mensch-analyse verbazend mooi is, erg mooi. Nu kom je ook weer
+tot dit: wanneer in een boek de psychologische analyse vereischt veel
+woorden, en je wil daarbij nu ook geven een uitvoerige beschrijving van
+het milieu, dan zou je roman ontzettend dik worden. En dat is een
+moeilijk vraagstuk: wat je dan eigenlijk moet weglaten. Maar: ik hou'
+dus van de mensch-ontleding. Je moet natuurlijk ook weer samenstellen
+uit die analyse; je moet synthese geven, je moet ze in actie geven: hoe
+klein die actie ook moge zijn. Je moet uit je boek als het ware je
+menschen pròeven en zeggen: nu begrijp ik hun daden.
+
+"Heyermans is in sommige werken wel een man naar mijn hart. Ik hou' erg
+veel van "Op hoop van zegen",--iets minder maar toch nog veel van
+"Ghetto"--maar met zijn overige tooneelstukken kan ik absoluut geen
+vriendschap sluiten.... Maar zegt u er toch vooral goed bij, dat ik dit
+zeg: zonder daarbij de bedoeling te hebben de schrijvers die ik noem te
+critiseeren! "Biecht eener schuldige" vind ik weer een erg goed boek.--
+
+"En zoo staat 't ook met mijn oordeel over onze dichters: In het algemeen
+met iemand meegaan kan ik niet. Maar bij Kloos en bij Van Eeden vind ik
+enkele dingen mooi. Er zijn ook opstellen van Aletrino die ik erg mooi
+vind; een van die twee pleegzusters, hoe heet ze ook weer?... heb ik met
+plezier gelezen. Maar ik zou toch niet willen schrijven zooals hij
+schrijft. Er is iets in zijn werk dat me niet bevalt ... hij is zoo vaag
+van omtrek....
+
+"Querido vind ik een man die werkelijk heel veel kan: een zeer begaafd
+auteur ... maar zijn boeken kan ik niet genieten. Die rijste-brijberg
+van woorden, daar kan ik niet doorheen. Je hebt in "Levensgang" een
+beschrijving die erg wordt geprezen, en telkens wordt aangehaald als
+iets heel moois.... Toen ik die las, en ik was halfweg gekomen, toen
+dacht ik: waar ben ik nou? ben ik boven op de Alpen, ben ik in een
+cathedraal? Ik heb altijd willen hebben, dat, als ik een boek las, ik
+zoo min mogelijk van de woorden merkte. Ik wil dat een boek mij de
+gebeurtenissen voor oogen stelt, dat ik de menschen zie leven, hoor
+praten. Dat ik--zooals men 't wel eens heeft uitgedrukt--als het ware
+den stank van een kaas ruik of van wat dan ook. Maar ik moet totaal
+vergeten in welke woorden dat tot mij is gekomen. Ik moet niet genieten
+van elk woord apart."
+
+
+
+
+WAAROM HIJ DE "WOORDKUNST" VEROORDEELT.
+
+
+--"Daarmede veroordeelt u dus de woordkunst als zoodanig?"
+
+--"Ja: de misbruiken die de schrijvers maken van beschrijvingen en
+schilderingen in woorden, zijn geheel in strijd met Lessing's
+voorschrift. Een voortschrijdende handeling kun je beschrijven, maar wat
+eenmaal een schilderij is als het ware, als je dat beschrijft: dan heb
+je in je woorden iets dat voortgaat, maar de zaak zelf die staat stil.
+Nu kun je daaraan wel tegemoet komen. Als bijv. een persoon een
+landschap ziet, die persoon zijn oogen te laten richten van het eene
+punt naar het andere. Dan komt je persoon in handeling, terwijl toch je
+natuur stil staat. Ik heb altijd gepoogd, waar ik voelde eenigzins te
+moeten beschrijven: dat zoo te doen. Ik láát de dingen zien door iemand
+in actie.--De juistheid van Lessing's aanmerkingen heb ik nooit zoo
+sterk gevoeld als bij 't lezen van die woordkunst. Je raakt er uit, je
+krijgt geen indruk. Dat heb ik juist tegen Querido: dat ik uit zijn
+beschrijvingen geen indruk krijg. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik
+sommige personen-in-actie van Querido niet uitmuntend vind. De dochter
+van den juwelier in "Levensgang", Kees de strooper. Uitstekend. Sommige
+tooneeltjes uit de Kermisbeschrijving in "Menschenwee".... Maar ik zou
+dat boek tot op de helft willen reduceeren. Hij is tè uitbundig en
+daardoor verlies ik er mijn aandacht bij. Kunstenaarsleven, zijn laatste
+boek, vind ik heel wat minder dan de andere. "Zegepraal" daarentegen
+vind ik goed, om het juist weergegeven gemoedsleven. Maar met zijn wijze
+van werken kan ik ook al weer niet mee: Nee, dat werkwoorden maken van
+zelfstandige naamwoorden, o god nee, dat kan ik niet hebben!... Een heel
+enkele keer kun je zoo'n buitenissigheid wel gebruiken. Maar als het
+regel wordt, dan doet het zeer onaangenaam aan."
+
+--"Hoe is eigenlijk uw wijze van werken?"
+
+
+
+
+ZIJN MODELLEN.
+
+
+"De personen komen in mij op mèt hun handelingen tegelijk. Dat is iets
+dat zich aan mij opdringt. Gegevens verzamelen? ja, dat doe ik ook: ik
+heb schriften vol. Als ik een of andere uitdrukking hoor die ik typisch
+vind, dan schrijf ik die op. Maar, eenmaal opgeschreven, blijft-ie wel
+in mijn hoofd. Dan hoef ik hem ook niet meer na te slaan. In mijn
+dialoog vindt u altijd uitdrukkingen die ik heb gehoord. En bij het
+schrijven heb ik altijd bepaalde personen die ik voor me zie. Natuurlijk
+gebruik ik een zelfde persoon wel eens twee-driemaal, telkens van een
+andere kant bekeken. Maar ik gebruik altijd mij bekende personen als
+model. En daarmee heb ik dan wel eens gekke resultaten. De menschen
+weten dat natuurlijk wel een beetje van me ... ze vertellen me niet
+alles meer. Maar als ze aan het raden gaan: wie bedoelt-ie nu eigenlijk?
+dan hebben ze de plank glad mis meestal. Komt 't doordat ze zoo'n
+persoon toevallig niet kennen, komt 't doordat ik slecht heb geschetst,
+ik weet't niet. Altijd gebruik ik personen die ik ontmoet heb, en als ik
+een stuk ontwerp, dan kunt u in mijn concepten de menschen vinden onder
+hun _werkelijken_ naam. Eerst later verander ik die namen. Dat is
+gemakkelijker voor me. Dan denk ik een poosje na: welken naam zal ik jou
+nu geven, en hoe zal ik jou eigenlijk noemen? Trouwens, Ibsen dee dat
+ook, dat heeft hij me zelf gezegd. Ik vroeg hem er eens naar en hij
+antwoordde: Neen, mijn figuren zijn personen en geen symbolen. Maar, zei
+Ibsen, levens worden soms van zelf symboliek als je ze scherp bekijkt.
+Al mijn personen heb ik uit de werkelijkheid en daar ga ik zoo ver in,
+dat ik zelfs hun taalfouten in mijn werk opneem."
+
+--"En doet u dat instinctief of berust dat op een bepaalde overtuiging."
+
+--"Dat gaat bij mij stelselmatig zoo. Querido heeft eens geschreven: je
+hoeft alles niet gezien te hebben, je hoeft alles niet te weten. Als je
+zoo'n klein beetje gezien hebt, dan maak je er zóó een boek van. Neen,
+zeg ik, je moet zóóóó veel gezien hebben, en dan maak je er een heel
+klein boekje van. Ik breng nooit personen in levensomstandigheden die ik
+niet ken. Ik wou dolgraag een socialistisch boek schrijven, maar ik doe
+'t niet omdat ik het leven van die fabrieksarbeiders niet ken. Toen ik
+een boek schreef over het boerenleven ben ik bij dien boer gaan
+logeeren. De menschen die ik in mijn Monte-Carlo-novellen beschrijf heb
+ik allemaal gezien, allemaal gezien.... Nu zeggen de menschen: "Schep
+met je fantazie." Ja, maar die is altijd ontoereikend; je weet niet of
+die zuiver is of onzuiver. Ik weet bijv. dat verschillende menschen zoo
+heel verschillend hun zinnen maken. Die kun je natuurlijk wel uitvinden,
+maar beter is, dat je ze van ieder individu persoonlijk weet. De meeste
+menschen letten daar niet op: die hooren iemand spreken en daarmee uit.
+Maar de zinsbouw van de menschen loopt erg uiteen. En als ik die
+menschen behandel, dan moet ik ze persoonlijk hooren praten."
+
+--"Maar geeft u dat geen gevoel van schennis, als u zoo personen uit uw
+naaste omgeving in het openbaar ontleedt?"
+
+
+
+
+DOODE NATUUR EN GEKRENKTE MODELLEN.
+
+
+--"Dat heb ik wel eens gehad, maar ik zeg maar: Als ik dat niet doe, dan
+kan ik niet werken. Een schilder gaat naar buiten: een slootje
+schilderen; en die man is heel gelukkig: want de dingen kunnen 't hem
+niet verwijten. Maar ik moet net zoo iets met de menschen doen, en dat
+kan ik niet helpen. Ze zeggen wel eens van me: Hij heeft zijn heele
+familie beschreven. In hemelsnaam. Ik kan 't niet helpen!
+
+"Maar dat brengt me natuurlijk wel eens in rare omstandigheden. Je hebt
+menschen met heele beroerde familieverhoudingen en die willen zich
+wreken over het een of ander, en dan komen ze bij me en ze zeggen: "We
+willen u alles vertellen, haarfijn, als u er een roman van maakt". Maar
+dat is niets voor mij: Ik wil 't heel graag allemaal aanhooren, geef ik
+ze dan ten antwoord, maar of ik er een roman van kan maken, dat beloof
+ik niet ... en dan willen ze me doorgaans niets vertellen.--"
+
+Ons praatje was ten einde: twaalf uur. We babbelden nog wat over
+graphologie, waarvan Emants een ernstig beoefenaar is. En namen haastig
+afscheid.... Een belletje rinkelde en ik trad uit de werkkamer van
+donker dof hout, de breede, breede trappen af; werd door de
+degelijk-ernstige dienstbode geleid naar 't geel-belichte perzische
+kamertje waar de gesluierde Fatma uithangt; kleedde mij sneller dan ik
+verwacht had; stapte schutterig de straat in, met achter mij de
+degelijke poort van dat ruime, holle heerenhuis.--
+
+
+
+
+
+AUG. VERMEYLEN
+
+
+[Illustratie: AUG. VERMEYLEN Jeugdportret]
+
+[Illustratie: AUG. VERMEYLEN]
+
+
+
+
+AUG. VERMEYLEN
+
+
+Als je met 'm door Brussel wandelt, heuvel-op-heuvel-af, dan is hij
+joviaal en praat honderd uit, maakt geestige opmerkingen, lacht en
+gebaart ... en zit je met 'm in 'n "staminée" voor een flesch
+"Gueuze-Lambic" dan gaat-ie ophalen over z'n jeugd, tapt moppen en kan
+zich heel lang vroolijk maken over 'n groepje "zwanzers" die in 'n
+schemerhoekje half weggedoken pret hebben over niets, en schateren omdat
+hun Brusselsch gemoed 't nu eenmaal zoo wil. Maar als je nu in je
+journaliste-snuggerheid meent 'm op zijn gemak te hebben gebracht, en
+van de gelegenheid gaat gebruik maken om 'm te spreken over z'n werk,
+dan schijnt hij zich eensklaps te herinneren, dat hij ook nog ...
+Professor is,--gaat heel erg op zijn woorden passen: "Nee-nee, spreek me
+daar niet van als ik u bidden mag ... wacht totdat wij thuis zijn.... En
+als ge wat over mijn persoon wilt weten, vraag 't dan aan mijne
+vrienden. Die zullen u veel beter kunnen inlichten, mijn kunstbroeders."
+
+Toch, naarmate ik hem beter leerde kennen, begreep ik wel dat niet in
+zijn professorschap de reden van zijn terughoudendheid moet worden
+gezocht. Hij lacht er wat mee, met zijn "professorschap". Geen student
+die hem als "professor" zou durven aanspreken!
+
+Ik zat in z'n werkkamer en door 't wijd-geopende venster zag ik golvende
+bosschen die stonden in blauwen zomerbrand.
+
+Vermeylen was op z'n hoede. Geen onverkoren woord kwam er uit! Toen ik
+hem 'n vraag stelde, haalde hij leukweg zijn twee bundels "Verzamelde
+Opstellen" voor den dag, benevens zijn brochure "Les Lettres
+néerlandaises en Belgique depuis 1830", alsmede 'n paar jaargangen van
+'t Tijdschrift "Vlaanderen".
+
+"Zoo!... zeggen mijn vrienden, dat ik zoo sterk aandring op grammaticale
+nauwkeurigheid? Zoo! Wij zullen zien...." En hij aan 't bladeren,
+terwijl-ie de titels van sommige hoofdstukken halfluid bromde.
+Eindelijk, na 'n half uurtje:
+
+--"Nee, ik kan tot mijn spijt niets vinden.... Ik kan maar niet
+begrijpen wat mijn vrienden bedoeld hebben.... Ik herinner mij niet,
+ooit zoo iets te hebben gezegd.... Integendeel, ik heb, meen ik, altijd
+verkondigd, dat 'n schrijver of 'n dichter alle theorie moet vertrappen
+als zijn kunst 't gebiedt...."
+
+
+
+
+KUNST EN LEVEN.
+
+
+"Voor mij is de grondslag van gezonde Kunst: een schoon gezond geestelijk
+leven. 'n Schrijver moet leven als 'n gewoon mensch en zich vooral niet
+opsluiten.... Valsch noem ik 't sonnetten te schrijven over zaken, die
+men niet heeft ondervonden, of over landen, die men niet heeft gezien.
+Altijd vensters open ... ja, ja wij hebben 'ier een prachtig uitzicht
+... maar ik bedoel dat niet alleen materieel maar ook geestelijk...."
+
+Toen was alle "zwânzerij" in 'm gezakt. Ingehouden-ernstig, z'n woorden
+lang overdenkend, opkomende geestdrift terug-dringend met geweld of
+spot, begon-ie me te vertellen over zijn arbeid: 'n Professorale
+redevoering, die ik niet te onderbreken waagde....
+
+--"'t Eenige literaire werk dat ik heb voortgebracht, en dat ik wensch
+te erkennen als mijn werk is "De Wandelende Jood.""
+
+Alles wat daar buiten staat, dat zijn zaken van zeer betrekkelijk
+belang--àlles, zonder uitzondering. Later zullen we zien of mijn
+besprekingen en mijn kritieken invloed hebben uitgeoefend of niet. Maar
+nogmaals: dat zijn dingen waarover ik mij niet bekreun en als literatuur
+beschouw ik ze niet.
+
+Over 't algemeen heb ik die opstellen niet geschreven uit innerlijken
+aandrang, maar alleen omdat er nu eenmaal 'n bewegingk bestond, en 'n
+Tijdschrift dat dikwijls op mij rekende, 'n Een enkel maal omdat ik
+ineens lust kreeg, om sommige gedachten, die tegenwoordig gangbaar zijn,
+tegen te spreken.
+
+Ik schrijf niet gaarne. Ik moet mij zelf altijd opwinden om wat te
+schrijven.... Afgezien natuurlijk van mijn literair werk dat ik niet op
+termijn behoef in te leveren....
+
+
+
+
+ZIJN STREVEN NAAR "PERFECTIE."
+
+
+Ik schrijf de dingen pas op, als ze heelemaal rijp zijn, en gewoonlijk
+duurt dat lang bij mij. Ik ben erg gesteld op 't perfect-zijn van mijn
+werk. Ik kan niets uit mijn handen laten gaan of 't moet volkomen
+doorwerkt zijn.... En vluchtig werken is mij onmogelijk.
+
+Over dien "Wandelende Jood" heb 'k heel lang gearbeid. Niet omdat de
+zaak niet klaar genoeg in mijn hoofd zat, maar enkel en alleen omdat ik
+er zoo op gesteld ben, literair werk zoo lang mogelijk te laten rijpen.
+
+Ik tracht zoo zuiver mogelijk te schrijven ... ieder woord juist àlles
+te doen zeggen wat 't zeggen kan.... 't Wordt dan werk dat moeizaam is
+voortgebracht ... 'n beetje zooals Flaubert schreef.
+
+Ik moet lang over een volzin werken om 'm juist te krijgen. Daardoor ben
+ik geneigd, te gaan houden van literair werk, dat niet te breedsprakig
+is--woordkunst in dien zin, dat ieder woord zijn eigen waarde heeft...,
+terwijl sommige Vlaamsche schrijvers op dit punt 'n beetje
+slordig zijn....
+
+
+
+
+"DE WANDELENDE JOOD."
+
+
+Om nu tot mijn boek terug te keeren: 't is 'n werk dat ik sedert den
+leeftijd, waarin ik tot literair bewustzijn ben gekomen, sedert mijn
+17de of 18de jaar in mij heb gedragen.... 't Is waar: toen had het 'n
+anderen vorm: 't Was toen "de Verzoeking van den H. Antonius". Van mijn
+prilste jeugd dacht ik daar al aan, en in den loop der jaren heb 'k
+sommige passages daarvan ook al geschreven.... Maar ik kost niet klaar
+geraken ... 't was voor mij ondoenlijk alles saâm te dringen in 't kader
+van mijn verhaal.... Maar ik wachtte rustig, en eens in '97--'k was pas
+getrouwd, daarom herinner ik 't mij zoo goed--zat ik in mijn hof en 'k
+las Goethe[1] ... en 't werd mij opeens duidelijk dat de Legende van "De
+Wandelende Jood" geschikt zou zijn om alles te bevatten wat ik wilde
+zeggen.... Dat schoot mij te binnen, en die zelfden dag heb ik 't heele
+plan met alle symbolen en allegories uitgewerkt. Dat heb ik toen nog
+negen jaar in mij omgedragen ... en al dien tijd heb ik voortgewerkt....
+Want zoolang als ik nog met den H. Antonius zat te tobben bleef 't
+materiáál en werd 't geen kunst.
+
+[1] Der Ewige Jude.
+
+
+
+
+HET SCHRIJVEN ZELF.
+
+
+Aan 't schrijven zelf, daar heb ik eigenlijk maar 'n paar jaar aan
+gewerkt. [1] Ik ben 'n geest die van zeer schoone constructies houdt en
+ik let er voortdurend op, dat ieder woord zijn eigen kracht toont, en
+dat de subtielste schakeeringen er van tot hun recht komen. Nu merkt men
+dat in den "Wandelende Jood" niet zoozeer op. Want ik heb tevens gezocht
+naar 'n niet al te literaire uitdrukkingswijze, en 't klinkt u misschien
+vreemd,--als ik lang op 'n volzin gewerkt heb is hij dikwijls veel
+eenvoudiger geworden dan hij in 't begin was.
+
+Elk woord hangt voor mij samen met 't gevoel dat 't uitdrukt, door z'n
+structuur, door z'n klank, door alles. Ik bedoel niet den
+conventioneelen zin van 't woord, maar 't gevoel er van, net zooals van
+Looy 't opvat. Alleen tracht ik misschien eenvoudiger te blijven en
+minder middelen te gebruiken om 'n zeker effect te bereiken. Ik wil heel
+sober zijn. Er staat in mijn boek geen enkele zin waarvan ik mij niet
+zeer nauwlettend rekenschap heb gegeven, waarin ik niet angstvallig heb
+nagegaan wat ieder woordje in dat bepaalde verband te beduiden heeft....
+
+En toch,... zoo'n zin is niet 't werk van 't kalme bewustzijn, 't
+Gebeurt mij wel dat ik niet juist gestemd ben en dan kan ik niets
+vinden.... En er zijn wel andere zaken, die men onmiddellijk vindt. Dan
+voel ik wel dat 't goed is, maar of dat nu ontleed kan worden, dat
+weet ik niet.
+
+Voorlezen? U doet mij daar een vreemd verzoek. Ik houd er niet van, uit
+mijn werk aan anderen voor te lezen.... Maar enfin, u vraagt 't, en ik
+zal de hardste niet zijn.
+
+Daar zijn in mijn werk van die vondsten die ik zeer gelukkig heet en
+waarmee ik blij was. Zoo, ik sla 't boek op ... op goed geluk ... en God
+zegene den greep.... Hier,... page 75.
+
+"Toen de haan hem wakker kraaide, was het woud door de open deur gezien,
+al blauwig van den vroegen uchtend; een rozige straal gleed van het
+vensterken in de kluis, en buiten was er getjilp en gefluit van meezen
+en merels in de koelte."
+
+Ik was al heel gelukkig toen ik dat geschreven had omdat ik daarin een
+synthetisch beeld geef ... dat vochtige ... dien blauwigen nevel
+tusschen de boomen van 'n woud voel ik daar zoo uit.... Dat klinkt mij
+zoo goed: al blauwig van den vroegen uchtend ... ik zeg hier uchtend en
+niet: morgend ... ook al weer om de zelfde reden ... dat komt zoo
+van zelf.
+
+Ja, ik schrijf uiterst langzaam ... herwerk sommige volzinnen wel drie
+of vier maal. Maar er zijn natuurlijk ook plaatsen waar men om zoo te
+zeggen zelf niet meer schrijft ... plaatsen waar men meegesleept wordt
+door z'n ... door z'n ... hà-ha-ha-ha-hà.... Enfin, ik wil zeggen: waar
+'t gemakkelijk gaat, allez!
+
+Heel 't begin is nog al moeizaam geschreven, dat wil zeggen de eerste
+bladzijden, en Verwey heeft er van gezegd, dat de taal eenigzins
+geforceerd is. Maar ik voor mij geloof ... wel, ik geloof dat-ie gelijk
+heeft, voilà.
+
+Overigens ... 't boek is nu al van drie jaar geleden in dezen vorm ...
+ik kon 't niet loslaten, ik kon 't niet uit m'n handen laten gaan
+voordat 't me geheel bevredigde ... dat is nu eenmaal 'n ziekte van
+me.... Maar met uitzondering van 't begin moet ik u zeggen, dat ik er
+niets aan zou weten te veranderen.
+
+De menschen bespreken mijn boek als 'n werk van de gedachte en ik
+wenschte 't te zien besproken als 'n werk van literatuur. Een gedachte
+op zich zelf heeft toch geen kunstwaarde, wel? Nee, natuurlijk niet,
+evenmin als 'n feit op zich zelf. Kunstwaarde krijgt 'n gedachte eerst,
+als ze niet meer zuiver verstandelijk blijft maar ... ja, hoe zal ik 't
+zeggen?... ineenvloeit tot 'n geheimzinnig complex....
+
+Neen ik zeg 't u nogmaals: ik bèn niet uitgegaan van gedachten, ik ben
+uitgegaan van gevoelens. Juist door de uitwerking ... door 't
+schrijven,... zijn de gedachten mij duídelijk geworden ... maar ik ben
+in geen geval ... in géén gevàl van gedachten.... Oi-oi-oi-!... dan had
+ik er eenvoudiglijk een tractaatje van gemaakt, en geen literair werk!
+
+Wat de stijl betreft sta ik op 't zelfde standpunt als Flaubert.... Van
+hem heb ik veel geleerd ... maar wat ik vooral aan 'm te danken heb, dat
+is wel, dat ik mijn kracht zoek in soberheid, in de economie van de
+effectmiddelen. Ik geloof dat één enkel middel meestal voldoende is....
+Ik wil wel trachten u te zeggen wat ik bedoel.... Laten we dien eenen
+zin nog eens hernemen.... Als ik schrijf: al blauwig van den vroegen
+uchtend, dan zou een ander geneigd zijn, een heele beschrijving van 't
+woud te geven met allerlei effectmiddelen, niet waar? maar ik wil zoo
+beknopt mogelijk blijven. Ik voor mij geloof, dat men in de moderne
+literatuur wat al te zeer de strekking heeft om veel middelen aan
+te wenden.
+
+Ik acht mij niet gebonden door sommige zaken. Ik zal er niet tegenop
+zien een nieuw woord te gebruiken of 'n nieuwe wending, als dat mij
+noodig schijnt. Een schrijver moet uitgaan van zijn gevoel en ons
+precies vertellen wat er in 'm is. Ik houd niet van overdreven veel
+stijlmiddelen.... Zelfs bij van Looy zijn zinnen, waar 't gebruik van
+sommige dingen mij geheel overbodig voorkomt. Hij heeft 't misschien
+noodzakelijk gevonden, maar mij lijken ze bijna nutteloos. Levende
+werkelijkheid wil ik geven, zonder al te veel de sensatie te
+ontleden....
+
+"Maar de lezer? Als die nu niet...."
+
+--"Als de lezer niet zooveel effect krijgt als ik wilde geven: Zijn
+schuld. Dan moeten de menschen maar aandachtig leeren kijken wat er
+staat. Maar wacht wat, ik heb daarover ergens iets geschreven. Hier: ik
+heb 't over een vertaling van Flaubert.... Als ik daar in lees: "De
+grachten vol water stonden" dan vind ik dat 'n nutteloos verdraaien van
+den zin. De essentiëele fout, ik bedoel als vertaling van Flaubert, ligt
+hierin, dat hier meer getracht wordt naar 't weergeven van elk détail,
+zoo nauwkeurig mogelijk, dan naar de klassieke zuiverheid, die bij hem
+'t geheel zoo streng beheerscht. En dat mag men toch wel eischen van 'n
+vertáling."
+
+[1] 128 blz. zeer ruim gedrukt.
+
+
+
+
+VERMEYLEN OVER DE NOORD-NEDERLANDSCHE LITERATUUR.
+
+
+De Noord-Nederlanders? Ja, die schijnen mij toe minder te letten op de
+pure schoonheid van bouw. Een gebrek aan soberheid, een overdreven
+gebruik van stijlmiddelen, aan-zie ik als 'n zwakte van
+Noord-Nederlanders. Ja, ik vind 't gebrek aan goeden smaak het publiek
+de schoonheid van 'n détail onder den neus te willen duwen.
+
+
+
+
+SCHRIJVER EN PUBLIEK.
+
+
+Als de menschen razend vlug lezen en alleen om te weten wat 'r
+gebeurt--zooals ze 'n prul-romannetje zouden lezen--dan voelen ze de
+intenties van den schrijver toch niet. Dan gaan ze, er op attent
+gemaakt, sommige kleinigheden misschien afzonderlijk voelen en ze
+zeggen: "Kijk wat is dat artistiek!" Nu, vergeef mij de snoodheid, ik
+vind dat misselijk.... Zonder dat ze misschien ieder détail voelen,
+moeten de menschen toch onder den indruk komen van wat ik ze te zeggen
+heb. Ieder wóórd is natuurlijk wel uitgekozen, maar de indruk mag toch
+niet 'n ontleden van elk détail zijn. Ik ben er veel meer op gesteld,
+dat men de zaken voele met d' atmosfeer die er om is. Kunt g' er mee
+om? Ehwel daar tracht ik naar.
+
+Mijn soberheid heeft dan ook ten gevolge dat de ritmus van den zin, en
+vooral de ritmus die door verscheiden zinnen gaat, veel zuiverder
+blijft, want ze wordt niet ieder oogenblik afgekapt door allerlei
+indrukken waar men afzonderlijk van geniet. Dat moet men noodzakelijk
+voelen, wanneer men 't eind van ieder hoofdstuk leest. Daar is 't ritme
+gestegen tot een climax; dat zijn gewoonlijk van die brokken, die er zoo
+achter elkaar, in éénen vlucht, uitgekomen zijn, zuiver lyrisch. Dat is
+'n golf van begin tot eind, die altijd voortgaat. Vermeldt men ieder
+détail afzonderlijk, dan krijgt men meer 'n mozaïk. Maar begrijp nu wel,
+wat ik nu allemaal zeg, dat was gevoel, en pas later heb ik 't
+beredeneerd....
+
+
+
+
+DE VLAAMSCHE BEWEGING VOOR '80.
+
+
+Ik bracht het gesprek op de Vlaamsche beweging, vroeg hem naar de
+bedoelingen die de leiders hadden gedreven.
+
+--"Ja, vertelde hij me, die bedoelingen waren zeer vaag, daar wij
+allen--zeer jonk waren. Voor zoover ik mij herinner is hier een soort
+opstand gekomen, negatief, tegen hetgeen ons in de Vlaamsche beweging
+minder aanstond. Het schijnt dat men in Holland nog al dikwijls denkt
+aan een nieuwere richting in Vlaanderen, die dan omstreeks '90 begonnen
+heet te zijn. Dat is toch niet heelemaal juist. Er was hier een
+geleidelijke ontwikkeling, die ongeveer 1890 tot krachtige uiting was
+gekomen. Heelemaal geen nieuwe beweging, die zoo maar uit den grond
+gesprongen zou zijn.
+
+"Wat den literairen smaak betreft, waren er, voor ons, al dichters
+opgestaan, die de techniek van het vers louterden. Voorloopers dus.
+Laat ik allereerst noemen den ouden Gezelle ... we kenden hier de verzen
+van vóór zijn dertigste jaar ... en dan: Rodenbach. Er was ook nog een
+beweging die uitging van Dautzenberg, een dichter uit het oudere
+geslacht, waarvan de lijn zich over Pol de Mont voortzet. En de Romans
+van Stijns waren een soort voorbereiding van wat Buysse later schreef.
+Nietwaar? u ziet de overgangen, en ik wijs u er op, om u te doen zien,
+dat onze beweging niet iets is van de laatste vijftien jaar."
+
+
+
+
+BEWUST OPTREDEN VAN DE NIEUWERE RICHTING.
+
+
+Waar ving nu aan het eigenlijke bewuste optreden? In het begin lieten
+wij ons drijven op een stroom die al vóór ons had bestaan. Zooals elke
+beweging een doortrekken is van hetgeen er aan is voorafgegaan en
+tegelijkertijd een strijd daartegen, zoo ook de onze.
+
+Bij enkele jonge schrijvers die in die dagen zuiverder werk leverden, en
+kritiek uitoefenden, zult u de grondgedachten van dien tijd moeten
+zoeken,--en die zijn niet zeer talrijk.
+
+Ook had de Vlaamsche beweging geen eigenlijk centrum. Brussel heeft wel
+een groote rol gespeeld, maar West-Vlaanderen moet ook niet worden
+vergeten, en dat is nu juist een bewijs voor het bestaan van wat ik zal
+noemen de werking van een onderaardsche kracht, dat de beweging voor een
+deel buiten ons om ging, en onafhankelijk van onze personen ontstond.
+Denk verder ook aan Antwerpen.
+
+Den dichter dien wij erkenden als onzen voorman was Rodenbach, en later,
+na zijn herleving, voelden wij ook de leiderschap van Guido Gezelle,
+onder wiens invloed vooral Streuvels staat.
+
+
+
+
+"JONG VLAANDEREN."
+
+
+Van die twee ging de eerste stoot uit. En de eerste kleine manifestatie
+van den nieuwen geest was een tijdschriftje, getiteld "Jong Vlaanderen".
+Een titel die wij hadden overgenomen van het vroegere tijdschrift van
+Rodenbach. Het scheen ons toe, dat wij het werk van dien man moesten
+hernemen in ons bladje ... op boterpapier gedrukt ... met ... met
+nagelkoppen. Een ellendig dingetje ... slap ... onaanzienlijk. Na ik
+geloof vijftien nummers is het ineens verdwenen. Een ware catastrophe
+voor ons. Met ons drie hadden we dat bladje opgericht: Lodewijk de Raet
+(die nu nog over de economische zij van het vlaamsche vraagstuk
+schrijft), ik,... en dan nog een derde, een paar jaar ouder dan wij ...
+en oneindig veel slimmer dan wij ... eigenlijk een beetje tè slim....
+Jammer voor ons en ook voor hem, want verstand had hij genoeg en ook
+veel sprekersgave.... Enfin!
+
+
+
+
+KLOOS EN DE VLAAMSCHE BEWEGING.
+
+
+Toen wij dat blaadje oprichtten waren wij nog leerlingen aan het
+Athenée. Een studententijdschriftje. Een eerste kreet. En toch trok het
+de aandacht van Willem Kloos, die mij een langen brief schreef om mijn
+medewerking te vragen voor de Nieuwe Gids. Ik schreef hem terug, kreeg
+weer een langen brief, en wat er precies in stond weet ik niet meer,
+maar ik herinner mij dat hij heel sympathiek was. Daarvoor ben ik Kloos
+altijd dankbaar gebleven. Die heeft beseft dat daar iets nieuws aan het
+worden was, dat er uit dat onaanzienlijke krantje nog wel eens iets
+goeds kon voortkomen.
+
+Nu vraagt u mij, onze denkbeelden te omschrijven,--maar dat kan ik niet.
+Ze stonden niet zoo heel vast. We wilden eenvoudig "nieuw leven"
+brengen, anders kan ik mij niet uitdrukken. We dweepten met Rodenbach
+en Pol de Mont en met Hélène Swarth die toen nog te Mechelen woonde. Van
+Holland wisten we weinig. Zooals van zelf spreekt, Multatuli met zijn
+opruiende geschriften trok ons aan. Hij leek ons een van de helden in de
+nieuwere literatuur. Ook voor een man als Kloos hadden wij enorm veel
+ontzag. Maar--we waren te jong om klaar te zien in hun werk. 't Ging te
+hoog voor onze geesten. En hun invloed op ons zal dan ook wel niet zoo
+heel groot geweest zijn. En ook de Kleine Johannes ... die werd gelezen!
+
+
+
+
+LETTERKUNDIG LEVEN TE BRUSSEL.
+
+
+Zoo gingen een paar jaar voorbij. We broeiden en we zochten naar
+gelegenheid om een nieuw tijdschrift uit te geven--ditmaal op breederen
+grondslag. En op onzen leeftijd beteekende een paar jaar al heel wat.
+Terwijl we dan zonder blad zaten, streden we de strijd voort in "De
+Distel", een rederijkerskamer, waar een aantal dichters elken Zaterdag
+bijeen kwamen om er hun verzen voor te lezen bij pot en pint. Heel
+argelooze gedichtjes waren 't meestal. Maar die "Distel" vormde in
+Brussel het eenige milieu waar men elkander vond en kon praten over
+literatuur. En daar ontbrandde een hevige strijd over Kloos, over Gorter
+en van Eeden, ook over Couperus. Die waren aangevallen door de critici
+van "De Distel",--en wij voelden ons geroepen om ze te verdedigen, 's
+Zaterdags trokken we dan vol moed naar de zitting om die ouwerwetsche
+kerels bij hun lurven te pakken en den lof te zingen van de
+Nieuwegidsers.
+
+
+
+
+LOTGEVALLEN VAN "VAN NU EN STRAKS."
+
+
+"Eindelijk kwamen wij er toe, een grooter tijdschrift op te richten: "Van
+nu en straks", waarvan de eerste reeks verscheen in groot formaat en op
+Oud-Hollandsch papier gedrukt, 't Zag er prachtig uit! Ik had natuurlijk
+allang rondgeloopen met plannen, maar ik wist niet recht hoe de zaak aan
+te vatten. Toen kwam ik in aanraking met Henry Van der Velde, toen nog
+schilder. Nu zit hij in Weimar en doet daar aan gebruikskunst. Dat huis
+dat u hier door mijn venster kunt zien, daar heeft hij gewoond, en hij
+heeft het zelf gebouwd. Hij had te Antwerpen een tentoonstelling
+ingericht, in den aard van "Les XX" te Brussel. Daar had hij ook een
+tafel vol kunsttijdschriften, o. a. "The Hobby Horse", een Engelsch
+tijdschrift dat veel werk maakte van boekkunst, een prachtige uitgave
+met verzen van jongere dichters, schoone houtsneden, kunstige letters en
+op goed papier gedrukt. "Nu, zei Van der Velde, als ge toch droomt van
+een eigen blad, waarom zou je het dan niet op die manier uitgeven?" Met
+dit voorstel bleef hij eigenlijk in zijn vak. Hij wilde een tijdschrift
+dat zou uitmunten door boekkunst. Ik zocht alleen een vláámsch
+tijdschrift. Maar hij legde mij uit, dat men, als men er op die manier
+platen bij gaf, zou kunnen rekenen op allerlei menschen buiten de wereld
+die belang stelde in Vlaamsche literatuur. Daardoor zou het tijdschrift
+zich kunnen dekken, wat met een louter-literair tijdschrift nooit het
+geval zou kunnen zijn. We zagen, na studie, dat de uitgave financieel
+mogelijk was, en de redactie werd samengesteld uit: Cyriel Buysse, (de
+oudste van ons allen) Prosper Van Langendonck, Emmanuel de Bom en mij.
+Van Langendonck was ouder dan ik, wel een jaar of tien, en hij had
+verzen geschreven die voor ons hooger stonden dan al wat de Vlaamsche
+poëzie in dien tijd voortbracht, verzen die, als ik mij in de toestanden
+van toen terug denk, mij nu nog den indruk geven van iets geheel nieuws.
+Maar hij zag er niet tegen op, met ons mee te doen, al waren wij in
+dien tijd eigenlijk maar ... ha-ha--ha!... kwâjongens ... kleine
+bengels; en al was hij ambtenaar van het catholieke ministerie. Ja, daar
+heeft hij veel moed bij getoond.
+
+"Ons eerste nummer sloeg er nog al goed in. Prosper van Langendonck was
+zoowat de eenige onder ons die vaste ideeën over literatuur had, de
+eenige die goede kritieken kon schrijven."
+
+
+
+
+GEWIJZIGDE IDEEËN.
+
+
+"Onze gedachten waren in die paar jaar trouwens al gewijzigd. Wij hielden
+nu bepaald veel minder van Pol de Mont. Wij voelden nu hoe oppervlakkige
+lichtschittering daar in zijn poëzie stak, en dat gebrek aan diepte deed
+ons onaangenaam aan. Daarbij kwam ook nog wel iets anders: Pol de Mont
+voelde zich altijd zoo'n beetje het hoofd van de renaissance in de
+Vlaamsche literatuur ... enne ... hoe zal ik zeggen? altijd gereed om
+een speech af te steken of een toost te slaan. En wij hielden daar niet
+van. We waren heel jonk, maar ook ernst hadden we genoeg.... Maar
+Rodenbach bleef onze man. En Van Langendonck, de rijpste geest onder
+ons, wist wel duidelijk te zeggen waarom wij Rodenbach stelden boven De
+Mont. Wij voor ons voelden bij Rodenbach meer een menschelijk gevoel dat
+zich in verzen uitdrukt ... bij de Mont was 't ons te veel rijm en
+rythme ... wij voelden niet veel vertrouwen in de sentimenten die hij
+wilde uitdrukken. En--er kwam zoo iets van een breuk tusschen De Mont en
+ons, omdat wij hem niet hadden gevraagd, deel uit te maken van de
+redactie van "Nu en straks". Dat was de eerste keer dat hij niet meer
+beschouwd werd als het hoofd van de jongere school in Vlaanderen en ik
+begrijp nu dat hij dat moeilijk heeft kunnen opkroppen."
+
+
+
+
+VERHOUDING TOT DE OUDEREN.
+
+
+"Overigens hebben wij De Mont of welken dichter van de oude school dan
+ook nooit aangevallen. Alleen de oudere critici gingen we te lijf, als
+die werkelijk kwaad deden. Zoo bijvoorbeeld de leden van de Vlaamsche
+academie,--toen die Guido Gezelle op het eind van zijn leven wilden
+aanranden--toen hebben wij ze tamelijk onzacht tegen den vloer
+gekwakt--en ze zijn blijven liggen. Verder hebben wij van de ouderen
+nooit iets gezegd dat krenken kon.
+
+"En verder: indien wij hadden beschikt over wat meer ervaring, dan hadd'
+ons tijdschrift blijven bestaan. Het stond ook tamelijk vast. Maar we
+zijn onhandig te werk gegaan. Niettemin: goede resultaten hebben we
+bereikt: men voelde dat er een nieuwe koers was, ook in de literatuur.
+Men bleef niet langer vastzitten in den ouden rimram ... wij hebben
+ineens wat lawijd gemaakt, en dat werkte. Ook het decoratief gedeelte
+van het tijdschrift waarvoor Henry Van der Velde geheel verantwoordelijk
+was, heeft er toe bijgedragen dat de zaak ruchtbaar werd. De menschen
+vielen omver van de houtsneden en versieringen die wij gaven. Waarom?...
+waarom? (In twee sprongen was Vermeylen bij zijn boekenkast) ... dáárom:
+Kijk me zoo'n teekening van Toorop eens aan ... en zoo'n slingerlijn ...
+maak de menschen nu maar eens dietsch dat dat beteekent de kunst die
+zegeviert over de onwetendheid ... of iets dergelijks...."
+
+In deemoed erkende ik, dat ik 't op het eerste gezicht ook niet zou
+hebben begrepen.
+
+"Nietwaar?" ging Vermeylen voort, "'t was een interessante poging. In
+dit opzicht was ons doel ongetwijfeld bereikt. Maar--na tien nummers is
+ons tijdschrift stillekens kapot gegaan.
+
+"Toen was er een oogenblik sprake dat er een internationaal tijdschrift
+in dien aard zou komen. In ieder land zou een man aan het hoofd staan
+voor het literaire deel: Van Deyssel, d' Annunzio, Christina Rossetti,
+Verhaeren, ik zelf. Ik heb toen in Holland nog eens een bespreking
+daarover gehad met Roland Holst en Toorop ... maar dat plan viel in
+duigen. "Van nu en straks" sloot met een klein deficit. Aan honorarium
+dachten wij natuurlijk niet, maar het eind was dat ieder van ons een
+klein sommetje had bij te passen."
+
+
+
+
+TWEEDE "VAN NU EN STRAKS." NIET UITSLUITEND LITERAIR.
+
+
+"Ik ging toen in Berlijn studeeren, maar wij bleven op den uitkijk naar
+een nieuw orgaan. Een jaar nadien kwam er een volgreeks van "Nu en
+straks" maar die kreeg een beetje ander voorkomen dan de eerste. Het
+decoratief was om zoo te zeggen weggevallen ... alleen een enkele
+beginletter lieten wij nog wel maken. Wij trachtten er van te maken: een
+_algemeen_ tijdschrift en dit is zeer gewichtig. Van begin af was onze
+beweging niet alleen een streven naar zuivere literatuur, maar ook een
+algemeene beweging die ook een ethischen kant had. De literatuur was een
+deel van het leven voor ons, dat, tezamen met het leven, hooger
+opgevoerd moest worden. Nieuwere literatuur moest als het ware komen uit
+een hernieuwing van het leven zelf. Wij trachtten onze denkbeelden te
+verbreeden, wij trachtten ruimte om ons heen te maken, onze blikken vrij
+te maken naar alle zijden."
+
+--"Dus was het punt van uitgang een maatschappelijk ideaal"?
+
+--"Dat is niet precies te zeggen: Ons literair streven ging samen met
+een sociaal streven; wij onderscheidden die twee wel, maar zijn er
+nooit goed toe kunnen komen, ze radicaal van elkander te scheiden. Dat
+is ook hierdoor verklaard, dat het leven van onze literatuur om zoo te
+zeggen afhing van het Nederlandsch, van de rechten van onze taal. Dat
+kan men bij u in Holland niet zoo makkelijk vatten. Hier moet men alles
+wat men denkt veroveren op zijn omgeving, en ook op zich zelve,--want
+het onderwijs verfranscht de Vlamingen.... Van dien strijd kon men zich
+toen vooral niet losmaken. Het streven naar een literatuur die
+individueeler zou zijn, oprechter, een oprechter uiting van het gemoed,
+buiten alle rederijkerij, ging samen met een streven op sociaal en op
+wijsgeerig gebied. En dat heeft zijn uiting gekregen in de eerste en
+vooral in de tweede reeks van "Van nu en straks" door allerlei
+opstellen, waarin de anarchistische opstandingsgedachten waren vertolkt,
+'t Begon al met een opstel van mij in de eerste reeks over "De kunst in
+de vrije gemeenschap", en later heb ik dat duidelijker uitgesproken in
+mijn "Kritiek der Vlaamsche beweging". Onszelven vrijmaken, dat wilden
+we in de eerste plaats, en door vrijheidsgeest anderen wakker schudden
+en zoo tot zelfdenken brengen. Sommige onzer _gevoelens_ hadden in de
+anarchistische literatuur reeds een vorm gekregen, en we grepen dus
+tijdelijk naar die denkbeelden."
+
+
+
+
+WAARAAN "VAN NU EN STRAKS" ZIJN GROOTEN INVLOED DANKTE.
+
+
+Juist doordat we niet zuiver literair waren, hebben we zoo'n diepen
+invloed gehad, bereikten wij allerlei geesten die ons anders waren
+ontsnapt. De invloed van "Van nu en straks" is dan ook veel grooter
+geweest dan die van ons latere tijdschrift "Vlaanderen". En als nu de
+menschen wel eens spreken van een nieuw tijdschrift, dan is het altijd
+nog: Het moet iets worden in den aard van "Van nu en straks".
+
+
+
+
+"VLAANDEREN."
+
+
+In 1901 stierf het weg; eind 1902 stichtten wij "Vlaanderen". Ons
+standpunt had zich weer gewijzigd. Wij behoefden niet meer te vechten
+voor het goed recht van zuivere literatuur, die strijd was uitgevochten.
+Wij konden streven naar de vereeniging van alle goede krachten in het
+land. Ge moet niet vergeten: Bij het begin van ons optreden konden onze
+medestanders wel plaats vinden op een tafelblad, maar nu zouden we toch
+allicht een flinke zaal noodig hebben om ze te herbergen.
+
+
+
+
+PERSONEN.
+
+
+Dit is de geschiedenis van de tijdschriften. Maar daarbuiten staat die
+eene groote gebeurtenis: de herleving van Guido Gezelle, die stil-aan
+weer aan het zingen ging en juist omstreeks '90 zijn prachtigste verzen
+schreef, zijn _Tijdkrans_ en zijn _Rijmsnoer_. Bij de oorspronkelijke
+leiders van de beweging voegde zich al spoedig Victor de Meyere, terwijl
+daar later nog andere krachten bijkwamen, onder anderen Hegenscheidt,
+dien ik beschouw als den grootsten geest dien wij in ons geslacht hebben
+gehad. Hij heeft ongelukkiglijk een tijdlang met zijn gezondheid
+gesukkeld, maar zal weer eens aan 't werk gaan.--Nog later, in de tweede
+reeks, kwam Streuvels er bij. Het viel samen met de herleving van
+Gezelle. Dat was een heele vreugd. Verder Karel van de Woestijne, en
+omtrent het einde van die reeks, ook Teirlinck--met verzen.
+
+Nu, met Vlaanderen, beleven wij een heelen bloei, heel het land is aan
+het zingen, dichten en proza-schrijven gegaan, ja, overal worden
+dorpsnovellen geschreven. Als ik nu bijeen neem wat er in die
+allerlaatste jaren verschenen is, dan vraag ik mij af, of de beweging in
+haar geheel beschouwd, niet meer toegenomen is in de breedte dan in de
+diepte. Maar een Streuvels, een Van de Woestijne, die worden
+aldoor beter.
+
+--"U sprak daareven van een gedachtelijken achtergrond."
+
+--"Wat de richting dáárvan aangaf, dat waren de wijsgeerig gestemde
+critieken van mij en van Langendonck. De mijne hebben misschien meer
+invloed gehad, omdat de houding van mijn geest meer revolutionnair was.
+Zelfs in den beginne, wanneer de opstellen van Van Langendonck gezonder
+en kernachtiger waren dan de mijne, geloof ik toch dat de mijne meer
+trokken. Dat is heel natuurlijk ook. De menschen hadden behoefte ... aan
+... een kleine aardbeving. En de man die de zwaarste schokken kon geven,
+was die waar ze het meest naar luisterden."
+
+
+
+
+HOLLANDSCHE INVLOED.
+
+
+Dan hebben we getracht opstellen te geven over sociale beweging en
+wijsbegeerte, maar over het algemeen waren dat opstellen die wij moesten
+vertalen uit het Fransch of zelfs uit het Duitsch. We hadden hier niet
+de noodige krachten. Een enkel maal kregen we op dit gebied wel steun
+uit Holland. In de eerste "Van nu en straks" was er altijd samen-werking
+tusschen Holland en Vlaanderen.
+
+Jolles kwam voor den dag en Verwey gaf veel verzen, toen hij nog geen
+eigen tijdschrift had. De invloed van de Hollanders kon zoo groot zijn,
+doordat hun cultuur hooger stond. In den tijd dat "Vlaanderen" werd
+opgericht, bezaten de Hollanders tijdschriften genoeg en dat vond de
+uitgever ook: er bestond meer behoefte aan een tijdschrift waarin
+uitsluitend Vlamingen zouden schrijven.
+
+
+
+
+DE GEDACHTE ALS ZOODANIG.
+
+
+In het begin bestond er maar één bedoeling: zooals ik u reeds zei: wij
+wilden onzen gezichtskring verbreeden, de korst die over het literair
+leven lag wilden wij breken. Maar er waren natuurlijk ook velen, die
+dichtten en schreven en daarbij geen andere bedoeling hadden dan
+voortbrengen. Waardoor kreeg Streuvels zoo'n invloed? Alleen door de
+frischheid van zijn werk.--De wèl bewuste denkbeelden die wij hadden,
+hebben voor onze beweging nooit veel waarde gehad. Veel bestond alleen
+in ons instinct, menigeen gaf de richting aan uitsluitend door zijn
+werk. En als wij Rodenbach zoo vaak als voorlooper hebben erkend, als
+een soort Jacques Perk,--al geleek hij daar in vele opzichten niet
+op,--dan komt dat doordien wij denzelfden drang voelden als hij, de
+revolutionnaire kracht, die zich bij hem niet heelemaal heeft kunnen
+uitleven, want hij is te vroeg gestorven. Wij voelden ons één met heel
+de houding van zijn geest, ook in wijsgeerige vraagstukken.
+
+
+
+
+GEMEENSCHAPSGEVOEL.
+
+
+Verder is hier altijd een grooter gemeenschapsgevoel geweest dan in
+Holland. De Hollandsche dichters waren individualisten, die op het
+standpunt stonden van de "zuivere kunst",--wij hebben de kunst altijd
+beschouwd in verband met het leven waarin ze was ontstaan. In Holland is
+dat besef eerst later gekomen en de manifestatie er van was o.m. de
+beweging van de sociaal-democraten op het gebied van de poëzie. Ik denk
+niet dat bij de mannen van "De Nieuwe Gids" dat besef ooit zoo sterk is
+doorgedrongen. Dat 't bij ons zoo was, wordt wellicht verklaard door 't
+feit, dat het gezond leven der literatuur onafscheidelijk verbonden is
+met de Vlaamsche Beweging, een vòlksbeweging. Wij mòesten meevoelen met
+het Vlaamsch-gebleven volk. Zoo gingen bij ons literair en sociaal
+streven van begin af denzelfden weg.
+
+--"Hoe zit deze Vlaamsche Beweging vast aan de meer romantische
+strooming, waar men zoo graag woorden hoort als "Clauwaert",
+"Goedendag" en zoo?"
+
+
+
+
+CONSCIENCE.
+
+
+--"Ik heb al meer gemerkt, dat men het goed recht van ons Vlamingen niet
+beseft, doordat men niet weet, dat wij hier sedert 1830 worden behandeld
+als een _overwonnen volk_. Er is veel strijd toe noodig geweest om de
+eenvoudigste taalrechten te veroveren, 't Spreekt toch van zelf, dat een
+mensch het recht heeft om veroordeeld te worden in zijn eigen taal. Dat
+ons onderwijs de Vlamingen niet ontvlaamschen zou, hebben wij nog steeds
+niet kunnen verkrijgen. In dien hardnekkigen strijd heeft vooral
+Conscience door zijn literairen arbeid veel goeds gedaan. Maar met zijn
+optreden gingen allerlei romantische gedachten gepaard; nu, ook in de
+dagen van Rodenbach was men 't romantisme nog niet geheel ontgroeid, en
+dat is maar natuurlijk ook. Bedenk eens: de leerlingen van het seminarie
+te Roesselaere, waar hij zijn opleiding ontving, mochten onder elkander,
+en zelfs in de speeluren, geen Vlaamsch spreken. Wie op Vlaamsch-spreken
+werd betrapt moest een stuk hout dragen, een "signum", totdat een andere
+makker werd betrapt,--alles berustte op verklikkerij--en dan mocht hij
+hem het "signum" overgeven. Op zulk een terrein moest men zich voelen
+als de jonge Schiller, dwepen met den vrijheidsgeest der voorouders,
+zich zelf opwinden met beelden uit het verleden. In zulke omstandigheden
+zijn de namen van Breydel en De Coninck geen holle klank meer. Maar na
+de romantisch-gekleurde beweging onder de leuze: _De taal is gansch het
+volk_ zijn andere krachten opgestaan:"
+
+
+
+
+DE ECONOMISCHE ZIJDE VAN DE TAAL-QUAESTIE.
+
+
+Vuylsteke is een van de eersten geweest die inzag dat nog heel andere
+factoren meespreken in het leven van een natie. Het ontbrak niet aan
+mannen die attent maakten op de economische zijde van het vraagstuk. Zoo
+werd reeds in 1869 in de Kamer een merkwaardige rede uitgesproken door
+De Maere, waarin hij een algemeen tafereel ophing van de ellende in
+Vlaanderen, in verband met de geheele achterlijkheid van 't land. Op die
+wijze werd de beweging een streven naar een schooner menschelijkheid in
+Vlaanderen. Ik wil niet beweren, dat dit ook aan de vroegere leiders
+niet voorschemerde; ik zeg alleen dat zij er op politiek gebied niet
+genoeg rekening mee hielden. Rodenbach sprak o.a. in zijn opstellen
+duidelijk uit, dat de beweging moest trachten naar grootmaking en
+vermooiïng van Vlaanderen in elk opzicht: niet alleen een strijd voor de
+taal zelf, maar voor alles dat 't land menschelijk-beter zou kunnen
+maken. Zoo moesten wij, al waren wij ons van dit in 't begin nog niet
+heelemaal bewust, de gangbare meeningen omtrent den Vlaamschen strijd
+tegenspreken en heel ons streven kan worden saâmgevat in deze woorden:
+"De Vlaamsche beweging is niet alleen een taalbeweging, maar een sociale
+beweging in den ruimsten zin des woords. Zij moet niet alleen aan de
+menschen hun taalrechten verzekeren, maar ook het middel zijn, om alle
+krachten die in het Vlaamsche land nog sluimerend zijn wakker te
+maken".--De mensch heeft nog wat anders noodig dan zijn taal om mensch
+te zijn. Zooals er in de poëzie een strijd was voor de oprechtheid van
+het gevoel, zoo bonden wij ook den strijd aan voor de oprechtheid in
+politieke gedachten. Wij zagen in meetings menschen die brulden over
+den leeuw van Vlaanderen, over Breydel en De Coninck, maar wij wisten
+dat ze niet veel uitrichtten. Er kwam een oogenblik dat wij begrepen:
+dit is rhetorica, en toen vielen wij ze aan. Wij wilden naar een
+positieven strijd op het gebied van de werkelijkheid. En zoo brachten
+wij de Vlaamsche beweging in verband met een algemeen-Europeesche
+beweging voor de vrijmaking van den geest, voor meerdere individualiteit
+en betere menschelijkheid. In dit opzicht werd veel gedaan door Prof.
+Mc. Leod, van Gent, en later door Lodewijk de Raet, die, ook in
+"Vlaanderen", het economische vraagstuk in betrekking tot onze zaak
+afzonderlijk behandelde.
+
+--"En nu zou ik graag nog even tot u terugkeeren. Mag ik weten welke
+plannen u voor de toekomst uitbroedt?"
+
+
+
+
+TOEKOMSTPLANNEN.
+
+
+--"Jawel, plannen heb ik, maar ik zal daaraan eerst werken als ze
+heelemaal rijp zijn. Zoo heb ik 'n uitgewerkt plan voor 'n roman,
+vollédig, hoofdstuk voor hoofdstuk--heel uitgebreid--en dat ligt er nu
+al van '97 af. En dan nog 'n ontwerp dat ik geschreven heb in 1901 of
+1902. Maar--ik doe er nog niets aan ... ik wacht nog wat, en misschien
+komt 't pas binnen 'n jaar of tien aan de beurt. Juist omdat ik nog
+ander werk moet verrichten, spijt 't me zoo, dat 'n menschenleven
+eigenlijk veel te kort is,... want ge begrijpt, als ik lessen moet geven
+aan d' hoogeschool kan ik geen omvangrijk literair werk ondernemen."
+
+Ik ben er van overtuigd, dat op 't punt van literatuur, de magen van de
+menschen tegenwoordig bedorven zijn. De lezers zijn te veel gewend aan
+gepeperde lekkernijen die op de sensatie werken; zoodat ook van mijn
+bedoelingen veel verloren zal gaan ... maar--dat is mijn schuld niet.
+Die menschen kunnen ook in Flaubert niet voelen wat er eigenlijk in
+gelegd is, en dat is een troost.... Misschien is 't mijn schuld, maar ik
+vind dat mijn standpunt goed is, en dat de menschen ongelijk hebben. Van
+mijn "Wandelende Jood" kan ik dat heel rustig zeggen, want met de eenige
+reserve dat de stijl in 't begin mij niet volkomen bevalt, heb ik 't
+werk niet uit mijn handen laten gaan voordat 't ongeveer alles gaf wat
+ik op dezen oogenblik te geven heb, en geven kàn. 'n Ander zou 't
+misschien schooner en grootscher kunnen doen, ik op mijn leeftijd, met
+mijn krachten kan 't niet beter ... ik ben er heel tevreden mee, want ik
+heb niets verzuimd om mijn werk zoo goed te maken als ik kan. En dat is
+'n groot geluk, want 't boek is, om zoo te zeggen: de som van heel
+mijn jeugd....
+
+Neen, nu kent ge hem nog niet. Maar blijf een oogenblik onder den indruk
+van zijn rustigen spreektrant, en zie 'm dan zitten in zijn stijlvol
+studeervertrek, waar 't heldere zonnelicht en de zoete woudgeur zich
+nestelen in de kleinste hoekjes. Alles heeft er zijn vaste plaats en hij
+zou er boeken en papieren met gesloten oogen kunnen vinden. En bekijk
+dan eens zijn bijna steenroode gelaat, zijn borstelige haren, zijn
+machtigen neus, zijn afgebeten knevel, zijn schitterende oogen waarin
+Oostersche tinten gloeien.
+
+Als-ie 'n oogenblik vergeet dat er iemand bij 'm is, zijn z'n gebaren
+driftig als vlammen.
+
+Voorwaar! deze man die klaagt dat het leven zoo kort is, maar die tien
+jaar met 'n plan rondloopt liever dan een onrijp boek te geven ... deze
+stille Vlaming heeft zich zelf verwonnen en diep beseft wat is 't
+nuttelooze van een wankelend gebaar.
+
+Zijn kunst zal ons geslacht overleven!
+
+
+
+
+
+ILLUSTRATIES.
+
+
+
+
+ILLUSTRATIES.
+
+
+Lodewijk van Deyssel
+Willem Kloos (Ets van W. Witsen)
+idem
+Albert Verwey (jeugdportret)
+idem
+Frederik van Eeden (jeugdportret)
+idem (portret uit Walden-tijd)
+Frans Netscher
+Marcellus Emants (jeugdportret)
+idem
+Aug. Vermeylen (jeugdportret)
+idem
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+HISTORIE VAN DIT BOEKJE.
+
+I. LODEWIJK VAN DEYSSEL:
+ Eerste indruk.
+ Van Deyssel's debuut.
+ "Een liefde."
+ Impressionisme.
+ De "onvoegzaamheden" in "Een liefde."
+ L'art pour l'art.
+ Van Deyssel gezellig.
+ De "oude" van Deyssel.
+ Schrijver en publiek.
+ Eerst moet zijn werk hem genot schenken.
+ De "grenzen" van letter- en schilderkunst.
+ De socialistische dichters.
+ Zekere "schetsen"-schrijvers.
+ Tendenz-kunst.
+ Hoe hij werkt.
+
+II. WILLEM KLOOS:
+ "Dank u meneer, verder niet."
+ Herinnering aan Jacques Perk.
+ Het Nieuwe.
+ De uitgave van "Mathilde."
+ Waar een mensch niet bij kan.
+ De oprichting van "De Nieuwe Gids."
+ Medewerkers.
+ Het woord een levend wezen.
+ De groep valt uiteen.
+ Huwelijk.
+ Er is maar één goede richting.
+ Kunstenaar en referent.
+ Onze hedendaagsche literatuur.
+ Neerdrukkende kunst.
+ Kunstenaar en Maatschappij.
+ Vergeten kunstenaars.
+ Om literatuur te begrijpen.
+ Het publiek en de boeken.
+ "Men" oordeelt niet artistiek.
+
+III. ALBERT VERWEY:
+ Schrijven uit liefhebberij.
+ "Een jaar of wat uit mijn jeugd."
+ Dr. Doorenbos.
+ De strooming van 1890.
+ Doel van het "Tweemaandelijksch Tijdschrift."
+ Oprichting van "De Beweging."
+ Het innerlijke: Gelijk streven op allerlei gebied.
+ De geschiedenis van zijn werk.
+ Geestelijke kunst.
+ De onzegbaarheid.
+ Wij gaan naar het religieuse.
+ Dichter en Maatschappij.
+ Proza en Verzen.
+ Hij behoeft niet altijd iets te "vertellen."
+ "Nacht in het Alhambra."
+ Maatschappij en Dichter.
+ Stijl.
+ De tijd van de stijlgeving.
+ De Kunstenaar "als zoodanig" en zijn periode.
+ Wat niet gezegd kan worden.
+
+IV. FREDERIK VAN EEDEN:
+ Hoe van Eeden de Nieuwe-Gidsrichting begrijpt.
+ Literair dichterschap en maatschappelijk dichterschap.
+ De invloed van Kloos maakte de nieuwe richting individualistisch.
+ Nietzsche en Multatuli.
+ Tendenz-kunst dan?
+ Zij vergeten hun meester Shelley.
+ Algemeen menschelijk streven en taalvermogen.
+ Het kenmerk van verkeerde tendenz-literatuur.
+ Toen de oogen hem opengingen.
+ Dramatisch werk.
+ Kunstenaar en "de Massa."
+ De waarde van prestige.
+ De menschen moeten geleid worden.
+ Zonder verbittering!.
+ Van Eeden en "De Nieuwe Tijd."
+ Persoonliikheid.
+ Zij zoeken de groote persoonlijkheid.
+ Het nieuwe luchtschip.
+
+V. FRANS NETSCHER:
+ Letterkundig leven in den Haag.
+ Hoe Netscher tot Zola kwam.
+ Eerste werk.
+ Karakter van het eerste werk.
+ Succes van het naturalisme.
+ Hoe de "woordkunst" ontvangen werd.
+ Justus van Maurik.
+ Van Eeden en "Het servetje."
+ Auteursverdriet.
+ Netscher te Parijs.
+ Theorethische studie; haar nut.
+ De roman "Egoïsme."
+ De Hollandsche Revue.
+ Netscher over onze literatuur.
+ De artist en "het openbare leven."
+ Netscher in de politiek.
+ Toekomstplannen.
+
+VI. MARCELLUS EMANTS:
+ Emants' veelzijdigheid.
+ Emants als student.
+ De bergen.
+ Kunstenaar en Maatschappelijk leven.
+ Hoe de dingen hem treffen.
+ Waarom hij zijn werk publiceert.
+ Hij kan 't niet anders.
+ Zijn onafhankelijkheid.
+ Het pessimisme. Is Emants Schopenhaueriaan.
+ Pessimisme en gemoedstoestand.
+ Het futiele van een levensdoel.
+ Moet men voor het pessimisme propaganda maken?
+ Emants en het socialistisch ideaal.
+ De moreele ijsperiode.
+ Lilith en Loki de eenige werken die een wereldbeschouwing belichamen.
+ Emants streven naar objectiviteit.
+ Lilith.
+ Loki, het intellect.
+ "Loki" geen eigenlijk symbolisch gedicht.
+ Emants en de "Nieuwe Richting."
+ Hij wilde zichzelf blijven.
+ Hij ziet ook thans niet in welke nieuwe richting hij heeft ingeleid.
+ De overdreven vereering van de woordkunst.
+ Geen onschuldige grappen!
+ Er is geen bijhouden aan!
+ Zwaarmoedige kunst uit maatschappelijk oogpunt.
+ Emants' ervaringen met een luguber boek.
+ Voor en tegen van mensch-ontledende literatuur.
+ Zijn liefste boeken.
+ Waarom hij de "woordkunst" veroordeelt.
+ Zijn modellen.
+ Doode natuur en gekrenkte modellen.
+
+VII. AUG. VERMEYLEN
+ Kunst en Leven.
+ Zijn streven naar "perfectie."
+ "De wandelende jood."
+ Het schrijven zelf.
+ Vermeylen over de Noord-Nederlandsche literatuur.
+ Schrijver en publiek.
+ De Vlaamsche beweging voor '80.
+ Bewust optreden van de Nieuwere Richting.
+ "Jong Vlaanderen."
+ Kloos en de Vlaamsche Beweging.
+ Letterkundig leven te Brussel.
+ Lotgevallen van "Van nu en straks."
+ Gewijzigde ideeën.
+ Verhouding tot de ouderen.
+ Tweede "Van nu en straks." Niet uitsluitend literair.
+ Waaraan "Van nu en straks" zijn grooten invloed dankte.
+ "Vlaanderen."
+ Personen.
+ Hollandsche invloed.
+ De Gedachte als zoodanig.
+ Gemeenschapsgevoel.
+ Conscience.
+ De economische zijde van de taal-quaestie.
+ Toekomstplannen.
+
+LIJST VAN ILLUSTRATIES.
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De mannen van '80 aan het woord, by E. D'Oliveira
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 10113 ***