diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:33:54 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 04:33:54 -0700 |
| commit | aef302b411aa6cce76b0b381b458bc02d47a61bd (patch) | |
| tree | 3cbc8042c421bff9158bcb7a2a0f8234134e1861 /10113-0.txt | |
Diffstat (limited to '10113-0.txt')
| -rw-r--r-- | 10113-0.txt | 4817 |
1 files changed, 4817 insertions, 0 deletions
diff --git a/10113-0.txt b/10113-0.txt new file mode 100644 index 0000000..1a55ce9 --- /dev/null +++ b/10113-0.txt @@ -0,0 +1,4817 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 10113 *** + +[Transcriber's Note: + +There were a LOT of inconsistencies in spelling, accents, hyphenation +and use of quotation-marks. I decided to make it as consistent as +possible, while trying to stay as close as possible to the scans. + +Where hyphenated and non-hyphenated versions of a word co-existed in the +text (within lines) I converted to the hyphenated version, as those +versions were by far the most common. + +The use of the grave and acute accents (almost exclusively for emphasis +in spoken fragments) was so inconsistent that there was no real bias to +be found. I changed these to modern Dutch use, i.e. acute on long (use +of) vowels and grave on short. + +I tried to mess with the spelling as little as possible. 'bizonder' and +'bijzonder' and their variants were changed to 'byzonder' as this was +about 50 times more common. 'Lodewijk van Deyssel' was spelled as +'Deijssel' in the index only. That was corrected. + +There were more mismatched (double) quotes than I cared to count. Some +spoken paragraphs were not quoted at all. I have done the best I could, +and made the following changes where mismatches occurred: Spoken +paragraphs all start with double quotes ("). They only end on double +quotes if 1) The speaker changes, or the next paragraph is non-spoken +text. 2) They are at the end of a chapter. This is how modern written +Dutch (and I believe English) handles it. + +Eric Casteleijn] + + + +"DE MANNEN VAN '80 AAN HET WOORD" + + +EEN ONDERZOEK NAAR EENIGE BEGINSELEN VAN DE "NIEUWE-GIDS"-SCHOOL + + +DOOR E. D'OLIVEIRA + + + + + +HISTORIE VAN DIT BOEKJE. + + +De samensteller ging uit van de meening, dat een auteur,--al dient hij +instinctief het schoone,--met name in onzen tijd zich bewust behoort te +zijn van zijn positie als geestelijk leider, van de roeping zijnen +artistiek voelenden medemenschen een beter leven, een waardige taak voor +te houden met zijn Kunst. + +Achter iedere uiting van taalkunst is derhalve een persoonlijkheid te +zoeken, die vereerd wordt, wijl de tegenstelling tusschen Idee en +Natuur, die den gemiddelden fijngevoeligen mensch kwelt, in hem--en +onmiddellijk daarna in zijn kunst--tot verzoening is geraakt. Deze +tegenstelling wordt in elke beschavingsperiode voelbaar in een vorm die +voor deze periode typisch is:--de verzoening, die het echte kunstwerk +vervult, is te beschouwen als vóórbewuste levenswijsheid van een +bepaalde Cultuur. + +Treedt nu de criticus op in de eerste plaats als middellaar tusschen +publiek en 's schrijvers persoonlijkheid, dan kan een deel van de +samenleving zich aan diens leefkunst spiegelen:--vóórdat de wijsgeer ze +tot voorbijgaand moment heeft gemaakt van een gedachtensysteem, dat--als +zoodanig--het practische leven vliedt. + +De schrijver zag in zijn omgeving elementen genoeg voor een +samen-werking als hier geschetst. En de zuivere totstandkoming er van +achtte hij een zoo groot beschavingsbelang, dat hij niet opzag tegen een +langdurig en bewerkelijk onderzoek naar de mogelijkheid. In de eerste +plaats ging hij tot "De mannen van '80", een stel auteurs, door het +volksgeweten en door eigen keuze tot één groep gerekend, maar, zooals +uit het vervolg wel blijken zal, met sterk uiteenloopende gezindheden +... een "school" niettemin aan wier invloed thans geen pen-voerder van +naam in ons land ontkomen is. + +Hij stelde hun zijn vragen niet zoo beslist als hij--blijkens het boven +weergegeven inzicht--wel kon: immers hij wilde weten, wie hunner "uit +eigen beweging", krachtens persoonlijkheid en verleden, zijn taak als +letterkundige opvatte gelijk hij zich die had voorgesteld. + +Men bedenke ook, dat hij tegenover vreemden stond en niet rechtstreeks +zijn vragen kon richten op 't allerintiemste van hun zieleleven en +-overtuiging. Men wete verder, dat hij niet altijd verlof kreeg àlles te +vragen wat hem voor den mond kwam. + +In de schetsen, die hij later van zijn gesprekken met deze geestelijke +voorgangers vervaardigde, ontmoet men het vraagpunt waarvan hij uitging +dan ook min of meer verbrokkeld. Maar in den eigenaardigen loop dien het +onderhoud telkens nam--deze betoonde dit punt, gene een ander--kwam de +geestesaanleg van den behandelden auteur getrouwelijk tot uiting. Het +aandeel dat de ondervrager aan 't gesprek had werd slechts weergegeven, +voor zooverre hij daadwerkelijk de leiding behield--wat hij +liefst vermeed. + +Het ware den samensteller gemakkelijker en wellicht aantrekkelijker +geweest: zijn indrukken om te zetten in romantisch-getinte schetsjes van +wat hij op zijn kunst-reis ondervond. Van begin af echter was er iets in +hem dat zich daartegen verzette. En nu hij het geheel overziet, kan hij +slechts dankbaar zijn, zich gebukt te hebben voor de overweging die hem +drong op de zaak te letten en op niets als de zaak. Beter dan in andere +omstandigheden kan nu de lezer zijn gedachten laten gaan over de +boven-historische lijn, welke verbindt een Van Deyssel, die de +eenzaamheid lief heeft; met een Emants, die in 't gemeenschaps-leven een +"baantje" zoekt òm zijn waarneming frisch te houden; en een Vermeylen, +die gemeenschapstaak en artistieke wenschelijkheid niet gescheiden +houdt; de lijn welke van een Van Deyssel, die de kunst wil òm de kunst; +gaat naar Emants, die 't taalschoon als "middel" tot allerscherpste +verstandsuiting schijnt te voelen, en Vermeylen, die kunst een +afspiegeling wil doen zijn van een "schoon en gezond leven". Door zijn +rubriceering heeft de samensteller getracht: vergelijking uit andere +gezichtspunten dan de hier aangeroerde van dienst te zijn. Maar de +vraag, hoe elk schrijver dacht over de verhouding van zijn +persoonlijkheid tot zijn werk en zijn invloed op de maatschappij: +beheerschte de rangschikking van deze opstellen, welke stuk voor stuk +het motto "Kunstenaar en Samenleving" tot ondertitel kunnen voeren. + +Breedere uiteenzetting van verschillende beginselen ware geenszins +onmogelijk geweest, misschien zelfs wenschelijk; de samenleving echter +stelde, via den uitgever, zijn eischen aan den omvang van dit boekje. +Ook is een poging om op één punt grondiger in te gaan mislukt, doordien +de heer Alberdingk Thijm in de gelegenheid was, mij gedurende de +voorbereiding van dezen herdruk te ontvangen. Maar de oplettende lezer +vindt van ieder der hier behandelde schrijvers een schoone, gevoelvolle +waarheid: weergegeven in diens eigen woorden. Deze waarheid was de +grondslag van al zijn streven. Wie ze begrijpt is nader gebracht tot 's +schrijvers werk en bedoelingen. + +Deze opstellen maken aanspraak op den roep van groote nauwkeurigheid en +onpartijdigheid. Intusschen acht ik mij bij dezen tweeden druk +verplicht, ernstig te waarschuwen tegen de dwaling, dat hier eigenlijk +een verslaggever doende is, die met vaardig stift meeningen en +opmerkingen, àl interviewend, genoteerd heeft en deze nu kalmweg met wat +draperie er om heen zijn ietwat gehaaste lezers voorzet. Ik ken de +oorzaken van deze schromelijke vergissing en zal haar verder niet +aanvechten. Liever gedenk ik hier een vriendelijk lezer, die mij een +exemplaar van dit boekje voorlegde, doorspekt met cijfertjes en +verwijzingen, en mij toonde hoe hij iederen uitspraak van den eenen +schrijver (zelfs uitspraken die aanvankelijk van weinig beteekenis +schenen) had getoetst aan overeenkomstige gedachten van alle anderen. +Wie zijn inzicht wil verrijken in de mate welke dit bescheiden boekje +geven kan, hij volge dit voorbeeld! Hij zal zien dat hij hier te doen +heeft met een geheel, dat door talrijke vezeltjes wordt +saamgehouden,--ook al heb ik mij beijverd, ieder onderdeel +zelfstandig te laten. + +Bijna zonder uitzondering hebben de hier sprekend voorgestelde +schrijvers mij, ongevraagd, hun instemming met mijn schetsjes (die zij +uit handschrift of drukproef kenden) doen blijken. Behalve Netscher (die +alles aan mij overliet) hebben àllen mij raad en voorlichting gegeven, +waar ik in woordkeus of in nuanceering van een bepaald standpunt soms +twijfelde. De ter zake kundige lezer weet hoe een klein woordje te onpas +aangebracht of weggelaten een heelen zin dood kan maken of ... laten; +hij zal dan ook de waarde van deze hulp ten volle kunnen waardeeren en +ook de mate van mijn erkentelijkheid. + +Ik ben gelukkig met de sympathie, die de in dit boekje begonnen taak +bij onze geestelijke leiders heeft gevonden; aan deze sympathie heb ik +het zeker voor een deel te danken, dat deze grooten mij--leerling--zoo +uitvoerig te woord hebben willen staan. + +Heb ik--ten slotte--gevonden wat ik eigenlijk zocht? De vraag +beantwoordt zichzelf. Indien alles precies zóó ware ingericht als ík +persoonlijk het wenschte, (daar schrijvers deze eigenaardigheid hebben, +dat ze hun meening ... niet voor zich houden, ware dit mij zeker niet +verborgen gebleven)--dan hadd' ik met mijn onderzoekingstocht nooit een +begin gemaakt. In hoeverre het geestelijk leven van onze natie aan mijn +schema beantwoord, de lezer beoordeele dit voorloopig zelf. Aan het slot +van een eerlang te verschijnen vervolg, dat een latere schrijvers- +"generatie" zal behandelen en dat ook een synthese van het +geheel zal bevatten, hoop ik mijn meening hierover duidelijk te zeggen. +Doch reeds nu vinde hier de verzekering plaats, dat ik de weken, aan +deze kunst-reis besteed, tot de zeer gelukkige in mijn leven tel. + +D'OLIVEIRA. + + + + + +LODEWIJK VAN DEYSSEL + + +[Illustratie: K. J. L. ALBERDINGK THIJM (Lodewijk van Deyssel)] + + + + +K.J.L. ALBERDINGK THIJM + + +(LODEWIJK VAN DEYSSEL) + +_Baarn_. + +"Hoe vaart u, meneer? Aangenaam u te zien. Heeft u den weg alleen kunnen +vinden? Een kruier genomen, zegt u? Wel, dàt is aardig. Ja, u hebt +gelijk, ik woon hier wel wat afgelegen. Maar ik zal u straks een weg +aanwijzen ... die is misschien wel een beetje langer, maar die heeft 't +voordeel, dat u niet missen kùnt.... Zoo, wilt u nu misschien even +mee komen?" + + + + +EERSTE INDRUK. + + +Ik had mij gedroomd den Van Deyssel van de portretten, den tot zich zelf +gekeerden, met donkeren blik en borsteligen baard.... Ik had gedacht, +dat hij onbeweeglijk zou tronen in het halfduister van een wijd vertrek +met lood-gevatte ruitjes en langs de wanden hooge boekenstapels. Stil +zou hij daar zitten aan zijn breede tafel, de nerveuse hand slechts even +heffend uit zijn baard, om mij met een korten, forschen wenk een plaats +te wijzen ... dan weer zonder spraak, norsch wachtend tot ik wat zou +zeggen.... De eenzame, die zoo hatelijk kan zijn als een koude +stormnacht, die kan grijnzen als een satan en die een poosje later, +neen! tegelijkertijd, kan glimlachen zoo innig als een eerste +lentemorgen en de zon kan aanroepen als een kweelend vogeltje, dat +licht omhoog zich werpt in de wazige lucht.... + +En was dàt nu Van Deyssel? die vriendelijke, voorkomende, gezellig +babbelende heer, met zijn stijven knevel en zijn netjes +gladgeschoren kaken? + +--"Zoo, wilt u nu misschien even mee naar boven komen? Ik zal u maar +voorgaan, niet waar? Past u op, het is hier wat donker, en voordat u in +de gang komt, moet u nog een treedje op. Bent u er? Prachtig. Nu hier +maar binnen." + +Als men in Van Deyssel's werkkamer komt is men niet heelemaal op zijn +gemak. Men voelt zich beklemd bij de gedachte aan den taaien strijd, die +hier zoo vaak werd gestreden, en men verbeeldt zich ... luister!... +"Toen ben ik gaan wezen alleen met mij zelf, en heb mij in wanhoop +bekend, dat ik de gedachte nooit zou zien, haar nooit zou weten en +kennen, nooit, nooit voor mij de gedachte.... Ik houd van schrijvers, +die lang-uit erge mooie, errege groote zaken schrijven, van schrijvers +met volumineuze, dikke, breede, zware zinnen.... Ik houd van woorden, +die op mij aanstormen ... als ... kom eens hier, Janneman ... je bent +heelemaal niet geleerd...."--men verbeeldt zich, dat er van onder het +gele lampe-schijnsel fragmenten van zinnen en rythme van zwaar-gehouwen +proza, verward, vaag, onwezenlijk komen aangemurmeld. + +En al heb je nu ook jaren verlangd eens één enkel keertje bij hem, bij +hèm, te mogen zijn, heelemaal op je gemak voel je je niet. Maar.... + +"Gaat u toch zitten. Wou u wat meer in het licht komen? Om +aanteekeningen te maken? Zoo, dat is heel aardig. U dòe maar! Een +sigaar? Nee, ik vind uw vragen niet onbescheiden.... Welnee, heelemaal +niet. Vraag u maar gerust." + +En je bent plotseling verlost van je beklemming, en zoo blij, zoo blij! + +Dan Van Deyssel, doodkalm, met een vriendelijk gezicht aan het +vertellen. Van tijd tot tijd komt hij bijna in opwinding. Niet heelemaal +... want dat doet-ie niet in gezelschap. Maar een klein beetje. Als het +zoover met hem is, buigt hij voorover uit zijn leunstoel en slaat zijn +zware witte hand driftig op en neer: + + + + +VAN DEYSSEL'S DEBUUT. + + +"Ik ben van een familie van auteurs. Ik zag mijn vader altijd schrijven, +en toen ben ik het ook maar gaan probeeren. En toen was er ... wacht +eens, in welk jaar was dat? ... in '79 of '80 zoowat, toen verscheen +er.... U moet weten, mijn vader had een tijdschrift: "De Dietsche +Warande" ... en ik had veel Fransche auteurs gelezen.... En toen kwam er +in 'n ander tijdschrift een artikel van dr. Schaepman; tegen Victor Hugo +was dat gesteld. Ik was toen zestien jaar ... ik voelde mij juist een +groot bewonderaar van Hugo.... Toen voelde ik mij geroepen, om daar een +lang artikel tegen in te gaan schrijven: "De eer der Fransche meesters". +Bij die gelegenheid bracht ik ook den naam Van Deyssel in de wereld. +Mijn artikel lokte heel wat polemiek uit; niemand wist van wien het was +en de grappigste veronderstellingen liepen daarover. Ik was toen nog +heel jong feitelijk, en aan mij dacht niemand. Op mijn verdediging kwam +natuurlijk weer een antwoord; de zaak trok de aandacht van de pers, +tijdschriftartikelen en brochures werden geschreven en de geschiedenis +heeft wel een jaar geduurd. + +"Dat was een aardig debuut ... ja ... omdat sommige menschen dachten, dat +mijn vader het was ... en daardoor werd er meer werk van gemaakt dan +anders misschien wel het geval zou geweest zijn. Die "Dietsche Warande" +had maar heel weinig abonné's en verscheen niet eens op gezette tijden. +Nu, als er dan eens wat byzonders in stond, dan had mijn vader het +gedaan, dachten de menschen. Die dr. Schaepman heeft in sommige van zijn +artikelen alleraardigste beelden gebruikt. Zoo wist hij b.v. te +vertellen, dat ik "den pauwstaart van mijn ijdele belezenheid had +uitgezet" en toen ik mij over Bossuet, u weet: de zeventiend' eeuwsche +Fransche prediker, toen ik mij daar in minder prijzende woorden over had +uitgelaten, schreef hij, dat ik "het hondje speelde tegen monumenten." + +"Nu, dat is toen altijd zoo door blijven gaan. De menschen vonden mijn +schrijverij blijkbaar heel aardig--en ik werd verschrikkelijk +hoogmoedig, "'t Zal dan wel je roeping zijn en zoo moet het maar +blijven," dacht ik. + +"Toen leerde ik kennen, degenen die redacteur van de "Nieuwe Gids" zijn +geweest. Dat was in 1882. Het eerst Van der Goes, u weet wel, die later +socialist is geworden. Dat was hij toen nog niet ... dat begon pas een +jaar of tien daarna." + + + + +"EEN LIEFDE." + + +Mijn eerste roman "Een Liefde", ben ik begonnen op zeventienjarigen +leeftijd. Ik heb daar heel lang over geschreven en hij is bij +tusschenpoozen ontstaan. Daar heb ik, op verschillende tijdperken, aan +gewerkt van mijn zeventiende tot mijn een-en-twintigste jaar zoowat. Van +1881 tot 1885. + +Ja, dat is heelemaal verzonnen. Het spreekt van zelf, dat je bij het +scheppen van je personages wel eens denkt aan menschen, die je hebt +ontmoet of aan dingen, die je hebt gezien. Dat gaat nu eenmaal niet +anders. En bovendien, ik wilde de dingen vertellen, wel niet zooals ze +wáren gebeurd, maar dan toch zooals ze zouden kunnen gebeuren. + + + + +IMPRESSIONISME. + + +Mijn bedoeling was: te geven "Impressionisme in de literatuur", zooals +ik het genoemd heb. Vooral voor het plastische gedeelte dan. Dat idee is +vooral bereikt in het dertiende hoofdstuk. Wat de lengte betreft, is dat +zonder eenige verhouding tot de andere hoofdstukken. Die manier van +schrijven brak toen als 't ware lòs. + +Frans Netscher was toen dien kant al opgegaan. Die schreef toentertijd +heel mooie novellen in dien trant. Hij was stenograaf in de Tweede +Kamer, en ik herinner me dat juist, omdat hij in een van zijn opstellen +de Tweede Kamer beschreef. Dat trof mij sterk, dat boekje van dien +Netscher, want ik voelde verwantschap met wat ik zelf wou. In de +"Amsterdammer" van 1881 heb ik toen nog een stukje geschreven om er de +aandacht op te vestigen. Het bundeltje heette: "Studies naar het naakt +model". Het was wel niet precies mijn bedoeling, maar het ging toch in +dezelfde richting. + +Ik dweepte in die dagen met Zola. En toch wilde ik heel wat anders doen +dan hij gedaan had. Ik wilde mijn werk locaal-Hollandsch maken en mijn +verwantschap toonen met de groote negentiend' eeuwsche schilderkunst. + +Mijn psychologie komt langs den weg van observatie en gedachte. Ik heb +er nooit wetenschappelijk-psychologische werken voor bestudeerd. De +schrijvers van wetenschappelijke boeken op dit gebied, de +geneeskundigen, ontleenen hun stof tòch voor een groot gedeelte aan +romanschrijvers.... + + + + +DE "ONVOEGZAAMHEDEN" IN "EEN LIEFDE." + + +Mijn eerste boek dan, werd uitstekend ontvangen. Het was maar een kleine +oplaag, 500 exemplaren geloof ik, maar zij was dan ook in eenige maanden +uitverkocht. Ja, wat nu de critiek betreft, er stonden in mijn roman +enkele ... onvoegzaamheden. Om mijn theorie te doen zegevieren, had ik +allerlei zaken zonder de minste schuchterheid behandeld. Maar ik denk, +dat mijn uitgever het handschrift aanvaard had, zonder het eerst eens +door te lezen. Ik had al eenige bekendheid als weekblad-schrijver: "Een +Liefde" verscheen in het najaar van 1887, en van 1882 af had ik al aan +journalistiek gedaan. Nu zagen de menschen er een manifestatie in van +den bekenden weekblad-schrijver en iets geheel nieuws in de literatuur. +Ook had ik in 't voorjaar van 1886 een brochure doen verschijnen, het +bekende geschriftje "Over Literatuur", en dat kan beschouwd worden als +een soort van inleiding, een introductie tot mijn grooter werk, dat +daarin dan ook al aangekondigd werd. De uitgever was er door mijn +bekendheid min of meer ingeloopen en dat merkte hij al heel gauw. Want +zijn confraters lieten hem geen rust ... ze toonden zich byzonder boos +over de nog nooit vertoonde vrijheid in de schildering van zekere +toestanden, die ik me had veroorloofd en die hij de wereld had +ingestuurd. Toen ik nu bij hem aanklopte om een tweeden druk, wou hij +daar zoo gemakkelijk niet toe overgaan en liet niets van zich hooren. +Eenige jaren later kocht de firma Scheltema & Holkema 'n paar +fondsartikelen van mijn uitgever ... daar was mijn werk ook bij, en bij +die gelegenheid heb ik eenige plaatsen niet òmgewerkt, maar geschrapt +... en dat niet zoozeer onder aandrang van het publiek, zooals men wel +eens beweert, maar omdat ik het zelf veel beter zoo vond. Die plaatsen +detoneerden uit 'n letterkundig oogpunt beschouwd, ze leken mij niet in +overeenstemming met 'n goeden literairen smaak. En dat komt precies uit! +Ik heb u immers al verteld, waarom ik zoo erg vrij was geweest in mijn +manier van schrijven, in de keuze van de onderwerpen, die ik +gedetailleerd beschreef? Niet? Louter en alleen om de theorie te +demonstreeren. Ik was nog in mijn prille jeugd, toen ik daarmee begon. +En precies om die reden viel het mij wel gemakkelijk, afstand te doen +van sommige passages, die ik, letterkundig gesproken, fout vond. + +Mijn liefde voor Zola bleef natuurlijk, hoewel de vurige bewondering +zich langzamerhand had omgezet in hoogachting. + +Mijn roman "De Kleine Republiek" is van niet veel later. Hij werd +geschreven in 1888 en mijn bedoeling was toen nog altijd dezelfde +gebleven: het impressionisme te brengen in de literatuur. Het groote +verschil met "Een Liefde" zit hem wel hierin, geloof ik, dat er in mijn +tweede boek minder hoogten en laagten voorkomen. Het is meer egaal +gebleven. Voor wie houdt van hooge, vurige opwellingen, voor die is "Een +Liefde" weer aardiger. Maar in "De Kleine Republiek" is het evenwicht +meer bereikt, zou ik zeggen. + + + + +L'ART POUR L'ART. + + +Ik heb altijd willen geven: de kunst om de kunst zelf. Dat is naar mijn +meening óók wat een componist, een schilder, een beeldhouwer bedoelt met +zijn werk. Ik heb mij altijd beschouwd als geboren proza-schrijver, en +voor het maken van verzen, zelfs van vrije verzen, heb ik nooit veel +gevoeld. Toch geloof ik zeker, dat sommige kunstenaars zich beter +uitdrukken in vormen, die al bestaan ... Ik kan dat het best vergelijken +met dansen. Op enkele uitzonderingen na, bestaan de gebruikelijke dansen +al. En iemand, waarvan men in het algemeen zegt, dat hij mooi danst, is +iemand, die bestáánde dansen uitmuntend uitvoert. + + + + +VAN DEYSSEL GEZELLIG. + + +"Mag ik u nog een kopje thee inschenken? Dit is zeker ùw kopje? Wat? +hebt u nog geen thee gehad? Heb ik vergeten u te geven? Och, wat +spijt me dat." + +--"Ik zou van deze gelegenheid om u te onderbreken wel graag gebruik +maken om u een paar vragen te stellen. Hebt u wel eens moeite gehad met +uitgevers? Moeite in den ruimsten zin des woords?" + +"Jawel. Met mijn eerste boek niet. Dat was, zooals ik u al zei, direct +geplaatst. Dat kwam door mijn bekendheid. Niet doordat de uitgever het +erg eens was met mijn richting in de literatuur. De man dacht: "Hij is +bekend, en hij zal dus wel goed van de hand gaan." + +"Maar met mijn tweede boek heb ik een verschrikkelijke +lijdensgeschiedenis beleefd. Ik weet niet meer, wie mij dien raad +gegeven heeft, maar ik ben er mee gegaan naar een klein uitgevertje, +zijn naam schiet me nu niet juist te binnen, en ik heb mijn werk doen +uitgeven voor eigen rekening. De man was eigenlijk meer drukker dan +uitgever. Ik woonde toen in België en alles werd per correspondentie +gedaan. Dat ging uitstekend: de proeven kreeg ik tijdig en het boek +verscheen ook op zijn tijd: Maar op een gegeven oogenblik, meneer, kreeg +ik drie brieven van menschen, die het boek wilden koopen, en het nergens +krijgen konden. En de uitgever beweerde, dat het was uitverkocht. Ik +vond dat heel aardig, en vroeg hem een afrekening. Hij gaf mij een +overzicht, goed en wel, maar dat ding kwam in de verste verte niet uit. +De helft van de exemplaren was maar vermeld. Toen ben ik naar hem +toegegaan, en ik vond stapels bestellingen liggen, die hij niet had +uitgevoerd. Het was 's mans vak ook niet. En ik moest er een advokaat +bij halen, die er per slot van rekening nog niets van terecht bracht. +Later is het boek ook bij Scheltema & Holkema gekomen." + +Van Deyssel's spreektaal heeft iets eentonigs, iets byzonder gewoons. +Als men in gesprek met hem is, merkt men niets van zijn geweldig +vermogen: de woorden precies op hun plaats te zetten, niets van de rake +woordkeus, die zijn geschriften kenmerkt, niets ook van zijn kwistigen +woorden-rijkdom. Mij dunkt, hij kan geen goed redenaar zijn, en niet de +gesproken geluiden heeft hij in zijn macht, maar de innerlijke klanken, +die niet worden uitgegalmd. Hij heeft, als veel schrijvers, het zich tot +gewoonte gemaakt: conventioneele uitdrukkingen te vermijden, nieuwe +woordgroepen te zoeken, altijd maar nieuwe woordverbindingen, die in +kleur overeenkomen met de dingen en de gedachten, die hij wil beelden. +Dit geeft zijn manier van zeggen een karakter van onbestemdheid: men +voelt aanhoudend en zeer diep: dat hij aan het tasten is, dat het ieder +oogenblik kan hokken ... men wordt ongerust. En toen ik daar voor hem +zat, en dit nog niet had overdacht ... wilt ge wel gelooven, lezer, dat +ik soms meende: den echten Van Deyssel niet te zien? + +--"Ik had mij u eigenlijk heel anders voorgesteld," begon ik. "En ik +denk wel, dat heel veel menschen zich een ander idee van u maken, dan ik +hun nu zal kunnen geven." + + + + +DE "OUDE" VAN DEYSSEL. + + +"De menschen kennen mij uit mijn hartstochtelijke periode. Uit den tijd, +dat je iedereen, die niet werkt naar je zin, beschouwt als aanrander van +het ideaal. Ieder, die den hartstocht voor het schoone in zich heeft, +zal mijn woestheid van vroeger verontschuldigen niet alleen, maar ook +begrijpen, dat het goed is: de menschen zoo eens te lijf te gaan.... Is +dat nu werkelijk waar, wat u zegt? Zijn er menschen, die denken, dat ik +niet kan lachen? U leert mij nu toch wel van een andere zijde kennen, +nietwaar? En bovendien, er zijn, meen ik, in mijn "Verzamelde Opstellen" +toch wel artikelen, waar vroolijke zetten in voorkomen. Maar die zal men +dan zeker beschouwen als een kwaadaardig grijnzen, en het heeft er dan +ook soms wel iets van.... O, in mijn jeugd heb ik wel tijden gekend, dat +ik heel weinig lachte. Toen was ik vervuld van een heiligen ernst, en +dat is ook mooi...." + +--"Bent u overigens van oordeel, dat men uw optreden juist geappreciëerd +heeft?" + +"Ik weet het niet. Ik spreek zoo weinig menschen. Het is mij niet zoo +dikwijls gebeurd, een lezer te ontmoeten, die buiten de literatuur en +buiten de pers staat. Maar als je wel eens zoo'n gewonen doorsnee-lezer +spreekt, dan krijg je de wonderlijkste dingen te hooren. Dan merk je +wel, dat je boeken met een heel ander idee gelezen worden, dan je er +zelf in wilde leggen. Iedereen denkt, dat ik iets wil propageeren, +buiten de kunst als zoodanig om. Toen ik de "Kleine Republiek" deed +verschijnen, vroegen de menschen mij: "O, u is zeker tegen kostscholen?" +Omdat ik in mijn werk een kostschool op een realistische manier had +beschreven. Dat is absoluut onjuist. Dan zou ik tegen àlles zijn, ten +slotte. Ik zeg ook niet, dat ik voorstander ben van kostscholen, maar ik +beweer, dat het een heel andere quaestie is." + + + + +SCHRIJVER EN PUBLIEK. + + +Het blijkt mij, dat men mij leest om de vreemdste redenen. Als ze een +roman niet lezen om de tendenz, dat komt het meeste voor, dan doen ze +het om eens te verifieeren of sommige plekken in ons land, waar ze ook +geweest zijn, overeenstemmen met mijn beschrijvingen. Of het uitkomt, +begrijpt u? Net als de menschen, die een museum bezoeken om te kijken of +de beenen van een figuur op een schilderij te lang zijn, en of de +kostuums wel overeenkomen met een opgave, die ze in een geschiedenisboek +hebben gevonden. Zoo heeft een criticus van mijn werk "Een Liefde" +opgemerkt, dat ik daarin vermeld een kind, dat ik liet spreken toen het +pas een maand of zes was. U moet goed begrijpen, wat ik nu zeggen ga: + +Ik acht het niet wenschelijk, dat zoo iets voorkomt in een roman. Maar +ik vind, dat het er uit een oogpunt van kunst heelemaal niet toe doet. +Zoo iets kan ik een zeer oppervlakkige fout noemen, een kleine +onjuistheid. Maar het is er heelemaal niet om te doen, een zoo correct +mogelijk samenstel van dergelijke feiten te geven. Het is mij er om te +doen, den lezer een reeks tafereelen te vertellen, die hem als +voorstelling in zijn verbeelding aangenaam moeten aandoen. Het is +natuurlijk ook wel heel aardig als er geen drukfouten voorkomen in een +roman, maar ik vraag u, doet een drukfout, of doen hònderd drukfouten in +een boek iets af of toe aan de kunstwaarde er van? Ik schrijf om de +menschen hoog genoegen te verschaffen. En wanneer ik nu wel eens heel +moeilijke dingen schrijf, met vreemde, wellicht verwròngen +woordverbindingen dan moet men daar niet uit afleiden, dat het publiek +mij niet kan schelen en dat ik dat alles maar voor mij zelf en alleen +voor mij zelf doe, of uitsluitend voor de literatoren. + + + + +EERST MOET ZIJN WERK HEM GENOT SCHENKEN. + + +"Maar, indien ik van mijn werk wil verwachten, dat het anderen genot +verschaft, dan moet ik eerst zèlf van dat werk een groot genot +ondervinden. En is het eenmaal zóó ver, dan zend ik het de wereld in, in +de hoop, dat er zooveel mogelijk anderen zijn, die er evenveel genoegen +aan zullen beleven." + +--"Maar voelt u er dan niets voor, den kring van de menschen, die u +begrijpen, wijder te maken, door uw stijl wat eenvoudig te houden, of, +vergeef mij die uitdrukking, een beetje te menageeren?" + +"Zeker voel ik daarvoor en ik heb met dat idee zelfs een heel boek +geschreven. Ik bedoel de "Biografie" van mijn vader. Ik meen, dat ieder, +die het leest, ieder woordje zal kunnen begrijpen. Ik wil dat ook wel +altijd doen, voor zoover het overeen zou komen met mijn kunstinzicht. +Maar ik ben overtuigd, dat ik daar niets voor mag opofferen, en mijn +kunstwerk moet overeenkomen met wat ik zou schrijven: indien ik alleen +op de wereld stond. + +"In den laatsten tijd heb ik geschreven een menigte schetsen, die men +"Adriaantjes" is gaan noemen. Daar komen geen gewrongen woordvormen in +voor, en toch vinden veel menschen ze verschrikkelijk vervelend. Daarin +geef ik bij voorbeeld bladzijden lang de beschrijving van zoo een tafel. +Dat is de meest volstrekte toepassing van het "De kunst om de kunst", om +zoo te zeggen. Men kan dit werk alleen goedvinden, wanneer men ze uit +een oogpunt van kunst beschouwt. + +"Op 'n tentoonstelling van "Arti" heb ik eens gezien een schilderij, dat +voorstelde een stuk hei, met niets er op: Geen tafereelen, geen kind, +dat afscheid neemt van zijn moeder, geen figuren, geen lammetje, geen +koetje, geen herder, geen hondje ... niets. En toch vond ik dat doek het +mooiste van de heele tentoonstelling. Dergelijke ideeën nu heb ik ook, +wanneer ik bladzijden lang zoo een tafel beschrijf." + + + + +DE "GRENZEN" VAN LETTER- EN SCHILDERKUNST. + + +"Nu is het nog een heel aardige quaestie, hoeverre mijn theoretisch +begrip in de literatuur gewenscht is:--De kunstenaar beweegt zich +volgens mij niet binnen zekere grenzen. Het is mijn idée, dat men b.v. +in de letterkunde evengoed schilderen mag als het er op aankomt. De +beeldhouwer Rodin heeft eens gemaakt een beeld van Balzac, en daarvan +werd gezegd: "Het is geen beeldhouwkunst, want een beeld moet aan alle +kanten afgerond zijn". Dit nu boezemt mij geen belang in. Het werkstuk +van Rodin geeft mij een heerlijken indruk en of het nu beeldhouwwerk is +of niet, dat kan mij niet verder schelen. Het is iets moois en laat het +nu uit 'n oogpunt van theorie een fout zijn, dan beweer ik, dat het is +een allergelukkigste fout". + +--"Wat denkt u van onze literatuur op het oogenblik?" + +"Dat is zoo gauw niet te zeggen. Ik zie om te beginnen geen afscheiding +tusschen wat men is gaan noemen de generatie van 1880 en die van 1890 of +1900. Het is mij niet duidelijk, dat daar markant verschil tusschen zou +zijn in bedoeling en prestatie". + +--"Als ik u dan eens een groep mag opnoemen; wat denkt u van de "Nieuwe +Tijd"-groep." + + + + +DE SOCIALISTISCHE DICHTERS. + + +"Ik geloof, dat daar uitstekende talenten bij zijn. Neem b.v. Gorter. Of +neem een nieuwen bundel van mevrouw Roland Holst, die ik juist bezig ben +te bestudeeren: "Opwaartsche wegen". Dat is werkelijk heel mooi. En ik +voel verschrikkelijk veel voor de dichters van de "Nieuwe Tijd". Niet, +dat ik socialist zou zijn. Ik ben niets van dien aard, en allerminst een +socialist. U herinnert u, dat ik daar indertijd een groote polemiek +over had met Van der Goes. Nu, ik denk er nòg zoo over. Ik bewonder in +hooge mate de dichtkunst van Gorter en zijn vrienden.[1] Maar ik ben van +meening, dat zij even mooie poëzie zouden geven als ze hun leven aan +iets anders hadden geschonken. Ik geloof, dat ze ons altijd poëzie, en +even goede poëzie, zouden voortbrengen, in welke beweging ze zich ook +zouden bevinden. De keuze van hun onderwerp zou anders zijn, de aard van +de uitbeelding dezelfde." + +--"Wat denkt u van die schrijvers, die in de gewone woorden van het +dagelijksche leven, de menschen en toestanden beschrijven, die zij +hebben waargenomen? zonder de bedoeling iets moois te maken, en dikwijls +met het uitdrukkelijk voornemen niet "literair" of "artistiek" te zijn." + +[1] Zie blz. 89. + + + + +ZEKERE "SCHETSEN"-SCHRIJVERS. + + +"Ik geloof, dat men heel goed, zonder nieuwe woordvormen te maken, goeie +kunst kan produceeren. Men kan ook kunst voortbrengen zonder er zich +bepaald op toe te leggen. Een zin van zoo'n schrijver kan toch dikwijls +een bepaald rythme hebben, hetzij dat dit er met bewustzijn in wordt +gelegd, hetzij dat het vanzelf uit den auteur opwelt." + + + + +TENDENZ-KUNST. + + +"Deze schrijvers zullen blijvenden invloed hebben op onze literatuur, +zoolang ze, in weerwil van het niet begeeren, toch, huns ondanks, kunst +geven. Neem b.v. Heyermans. Die is, volgens mijn meening, een van onze +beste kunstenaars. Die schrijft ook met een strekking. En het kan zelfs +zijn: dat die strekking invloed oefent op zijn manier van uitbeelden, +invloed ten goede wil ik zeggen.... Maar dat kan ik niet nagaan. Dat +speelt zich in zijn binnenste af. Ik wil alleen maar zeggen, dat +tendentieuse kunst ook goede kunst kan zijn." + +--"Een laatste vraag! Zullen wij binnenkort nog een uitvoerig werk van u +krijgen?" + + + + +HOE HIJ WERKT. + + +"Ik werk heel vreemd. Aan de meeste dingen ben ik mijn heele leven +bezig. En ik publiceer ze bij gedeelten. Dat gaat zoo maar altijd door; +b.v. ik zal een drama beginnen. Daar werk ik eenigen tijd aan, maar het +bevalt mij heelemaal niet. Dan leg ik het opzij. Maar een poosje later +neem ik het weer op, en werk het over. Dat gaat heel onregelmatig. En +als ik na een poosje zoo'n stuk in handen krijg, dan kan het mij +gebeuren, dat ik denk: Het was toch zoo kwaad niet. Zoo zijn mijn meeste +werken door mijn geheele leven geborduurd. Bijna niets heb ik aan een +stuk geschreven. + +"Soms heb ik wel eens lust: mij geheel in eenzaamheid terug te trekken, +geen enkel persoon te spreken en heel in de stilte verder te werken. Ik +heb dat vroeger wel eens gedaan. Toen woonde ik in België, in Luxemburg, +acht maanden lang boven op een hoogen berg, midden in de sneeuw. Toen +stond ik voor dag en dauw op: 's morgens om een uur of zes had ik al een +heel stuk geschreven doorgaans. Maar ik bewoog mij toen ook veel in de +open lucht. Dat moet je doen, anders wordt de eenzaamheid gevaarlijk. In +dien tijd heb ik mijn "Kleine Republiek" geschreven. Ik zeg u dit om u +te doen begrijpen, hoeveel werkkracht de eenzaamheid mij geeft, en welk +een gelijkmatigheid zij in mijn arbeid doet komen. + +"Op dit oogenblik ben ik bezig aan een drama. Maar wanneer het +verschijnt, weet ik niet. Ik moet het eerst opgevoerd krijgen, en ik +weet niet of het mij lukken zal. Want dat is niet zoo gemakkelijk. Er +komen allerlei vreemde decoraties aan te pas". + +Toen zette ik een streep in mijn aan teekenboekje, want ik moest +oppassen mijn trein niet te missen. Jammer, want de tong van den Meester +werd losser, en ik voelde, dat ik diep genoeg in zijn persoon was +doorgedrongen om hem door enkele korte vraagjes te brengen: tot het +aanroeren van details, wier bespreking een zekere zenuwspanning +vereischt. En die spanning, die gedachte-helderheid, leek mij aanwezig. + +Maar ik moest weg. Nog enkele minuten waren mij gelaten. En ik vroeg hem +of ik even om mij heen mocht kijken. + +--Zeker! een aardig idee. + +Het was maar een eenvoudige kamer. In het midden een zeer groote tafel +met groen laken bekleed. Daarop: dubbele boekenrij. Veel boeken langs de +wanden en in de hooge vensternissen. Ook een ruw-houten behangerstafel: +plank op schragen, met bundels papieren. Een simpele olielamp verlichtte +het geheel. De wanden stonden in schemer en vaag onderscheidde ik een +witte vrouwe-buste in een hoek. Achter mij op den oud-Hollandschen +schouw een terra-cotta relief, dat beeldde een mannekop met hoekigen +schedelbouw en stuggen baard: Den èchten Van Deyssel, zou ik gezegd +hebben.... + +... Indien de meneer in den trijpen voltaire, de vriendelijke meneer, +met zijn netjes geschoren kaken en zijn stijve snorren, niet reeds lang +de "echte" Van Deyssel voor mij was geworden. + +Toen stapte ik het treedje, waarvoor ik begin van den avond had moeten +oppassen, weer af, liet mij door den Meester brengen op den weg, die +"het voordeel heeft, dat men hem niet missen kàn". We gingen langs een +smal zandpad, en hij gaf mij duwtjes, en trekjes aan mijn mouw, om mij +niet te doen afdwalen. "U moet maar naar boven kijken," zei hij nog. +"Geen beter middel om op het pad te blijven". + +Het was zeer donker om ons heen. Tusschen de boomtoppen, denne-toppen, +werd ik vaagjes 't diepe hemelblauw gewaar. Van den weg viel niets te +onderscheiden. + +Ook van den Meester niet. En dat vond ik maar heel goed ook, want dat +Van Deyssel ... zie je: Van Deyssel; zijn tijd gebruikte, om mij iets te +wijzen, dat ik waarschijnlijk met wat moeite zelf wel hadd' gevonden ... +dat kon ik toch niet goed zetten. En hoewel ik zeer had genoten in zijn +bijzijn, voelde ik mij verlicht, toen hij mij zijn hand tot afscheid +bood. Zijn zwàre schrijvershand. + +En ik sloeg den weg in, "dien men niet missen kàn".... + + + + + +WILLEM KLOOS + + +[Illustratie: WILLEM KLOOS naar een ets van W. Witsen.] + +[Illustratie: WILLEM KLOOS] + + + + +WILLEM KLOOS + + +... Dan zal ik maar van wal steken: + +Ik werd geboren in 1859, de datum zal er wel niet toe doen. Eerst ben ik +op een instituut geweest, zooals je die toen had, en met mijn tiende +jaar ging ik naar de lagere burgerschool, om mij voor te bereiden voor +de H.B.S. In 1877 deed ik eindexamen van de H.B.S., nam toen twee jaar +privaatles en ging daarna in de klassieke letteren studeeren. + +Als jongen dacht ik nog niet zooveel aan verzen. Ik had 't lànd, als ik +een vers las, want ... dan las ik natuurlijk Hollandsche verzen, en die +vond ik vreeselijk vervelend. Totdat ik uit mij zelven er toe kwam, ik +was zeventien jaar,--een vers te gaan maken. Veel verzen kwamen er +echter niet voor den dag. Ik had mij toen verdiept in Grote's "History +of Greece", en was zoo vol van Griekenland, dat ik in '78 mijn "Rhodopis" +maakte. Daarop volgden Duitsche verzen, alweer met heel lange +tusschenpoozen. Ik las in dien tijd erg veel Duitsch: Platen, Goethe, +Schiller ... en ik leefde ook met mijn gedachten eenigszins in het +Duitsch. Ook mijn studie van de klassieke literatuur moet hierop van +invloed zijn geweest, omdat mijn grammatica's en tekstuitgaven in die +taal waren geschreven. + +Dit studeeren beviel mij niets: ik zat daar op 't college, dat duurde +alles zoo verschrikkelijk lang; alles moest ik afluisteren en +opschrijven ... ik had mijn collegegeld voor een vollen cursus al +voldaan, maar 'k heb mij op de les niet meer vertoond. Ik vond 't veel +practischer voor mij zelf te gaan werken, totdat ik den candidaatsrang +zou hebben behaald. Dat ging natuurlijk ook niet zoo byzonder snel, want +ik had intusschen mijn liefhebberij voor de literatuur, maar in '84 deed +ik toch examen, en ik ben geslaagd. + +Ziet u, toen ik nog op de H.B.S. was, trokken die oude talen mij aan, er +was iets geheimzinnigs in, en ik dacht: daar wil ik meer van weten. + +Als candidaat ben ik naar Brussel verhuisd; daar heb ik kamers gehuurd +en bleef er 3/4 jaar wonen. Intusschen waren "Sappho" en "Okeanos" +ontstaan. Deze gedichten behandelden alweer Grieksche onderwerpen, en +dat kon ook bijna niet anders, want ik leefde voortdurend in de +oude wereld. + + + + +"DANK U MENEER, VERDER NIET." + + +Begin '85 verhuisde ik weer naar Amsterdam. Nu had zich 't geval +voorgedaan, dat ik heel moeilijk plaatsing kon vinden voor hetgeen ik +produceerde. Gewoonlijk nam men een kleinigheidje van mij aan, en zei +dan: "Dank u, meneer, verder niet." Ik had ook al critieken geschreven +in de "Spectator" en een paar maal in de "Amsterdammer", en ook De Koo +zei al heel gauw: "Nu niet meer!" Men had niet graag, dat ik namen van +levende letterkundigen noemde. Als ik nu over de zaak nadenk, sta ik +verbaasd. Want mijn artikelen waren volstrekt niet revolutionnair, +integendeel: heel kalm en rustig gesteld. Ik week maar weinig af van wat +je gewoonlijk hoorde. En toch: men wilde er niet aan. + +Langzamerhand was ik buitenlandsche literatuur mooi gaan vinden, terwijl +de literatuur van den dag in Holland mij zoo onverschillig liet als de +versjes van den aschkarreman. Ik keurde er in af, dat het werk uit dien +tijd mij zoo koud liet als een steen. Ik dacht telkens: ik ben toch +niet verstoken van literair gevoel, ik kan sommige dingen toch erg mooi +vinden.... En ik las Beets en Ten Kate, en zei in me zelf: "Wat heb ik +daar nou toch aan!" Het sloeg niet bij me in. + +Nu, er waren in Amsterdam nog een paar jongelui, die ongeveer dezelfde +gedachten hadden op dit punt als ik. Met hun werk deden zij dezelfde +ervaringen op: de redacties wilden er niets van plaatsen. + + + + +HERINNERING AAN JACQUES PERK. + + +Op een goeden dag wandelde ik eens in de Kalverstraat bij de +Halvemaansteeg, en een lang, blond jongmensch kwam lachend op mij toe. +"Dag Kloos", zei hij, en hij stak zijn hand uit. "Ga jij met me +mee!"--Ik dacht: die vergist zich, ik ken 'm niet.... + +"Ken je me niet?" vroeg 't jongmensch. Ik zeg "Neen". "Wel", antwoordde +hij, "ik ben Jacques Perk. We zijn samen op de H.B.S. geweest; ik zat in +3b en jij in 3a". Toen begon 't wat in me te dagen, ik herkende hem +zoo'n beetje. Hij wou graag kennis met mij maken, want hij had 't een en +ander van mij gelezen, en schreef zelf ook verzen, naar hij vertelde. Ik +praatte dan met hem, ging met 'm mee, en hij las mij voor zijn +"Mathilde". Daar werd ik geweldig door getroffen. Wat blikkie! dacht ik, +dáár heb je nou een Hollandsch dichter, dàt zijn mooie verzen. Heel wat +anders dan wat je gewoonlijk las in boeken, tijdschriften, couranten. +Dàt was 't nieuwe. En ik zei 'm dat ook. + + + + +HET NIEUWE. + + +"God", zeg ik, "dat is mooi". En Perk: "Nou, dat doet me verschrikkelijk +veel pleizier, want jij bent de eerste, die dat zegt". Ik weer: "Hè, +daar hoor ik van op". En hij: "Ja, overal lachen ze mij er om uit. Ik +had vroeger wel eens versjes geschreven, maar die beteekenden niet veel, +maar nu ik met dit voor den dag kom, zeggen ze allemaal: dat is onzin". + +Ik vroeg 'm toen, wat Vosmaer er van zei. Ik hield dien voor een modern +mensch (wat hij ook voor zijn tijd was). Maar 't bleek, dat hij van Perk +niet veel drukte maakte. + +Ik heb toen nog lang met Perk omgegaan; hij studeerde in de rechten, ik +in de letteren, en we kwamen veel bij elkaar. Maar hij is gestorven, +1-1/2 jaar later, zonder dat de officieele grootheden hem hadden erkend. +Hij had intusschen al heel wat verzen van zijn "Mathilde" +teruggekregen.... + + + + +DE UITGAVE VAN "MATHILDE." + + +Uit gewoonte bleef ik nog van tijd tot tijd bezoeken afleggen, bij zijn +familie, en eens zei ik tegen z'n vader, een heel goeden, vriendelijken +man: "Dominee", zei ik, "weet u wel, dat Jacques verzen heeft +nagelaten?"--"Jawel", zei de vader,... "maar wàs dat wel +veel?"--"Zeker", meende ik, "'t was prachtig, en 't moet worden +uitgegeven".--"Zou je denken?"--"Ja zéker!"--"Nu, mij is't goed, maar +hoe zullen we dat gedaan krijgen?" + +De oude heer Perk meende, dat wij een man van naam moesten opduiken, die +zich er voor wilde spannen. En wij wendden ons tot Vosmaer. Die had er +eigenlijk gezegd niet veel zin in, zag er een beetje tegen op ... hij +meldde ons, dat hij 't te druk had. Dominee Perk meende toen, dat 't +misschien goed zou zijn, den ouden heer Alberdingk Thijm in den arm te +nemen, maar ik vond, dat er dan heelemaal niets van terecht zou komen. +En nogmaals ging ik naar Vosmaer en verzocht hem, 't toch in Godsnaam +maar te doen omdat ik anders vreesde, dat Alberdingk Thijm 't in handen +zou krijgen. Ik wist 't: Vosmaer was niet gesteld op de Katholieken. En: +'t lukte. Vosmaer wilde 't dan wel doen, mits hij geheel mocht +vertrouwen op mij, m.a.w. mits hij er eigenlijk geen verderen last mede +had. Ik deed dan ook al 't werk. Ik kreeg een grooten koffer vol met +handschriften van Jacques Perk, en die heb ik allemaal doorgekeken, om +te weten, of er iets bruikbaars bij was, met het resultaat, dat ik uit +zijn vroegere leven niets kon doen verschijnen. U zult wel de +bloemlezing kennen, die Betsy Perk later heeft uitgegeven. Welnu, dat is +allemaal rijmelarij zonder kunstwaarde. Daar kwam nog bij, dat de +uitgever had gezegd: "'t Mag niet te groot worden, en 't mag' niet te +veel kosten," en de man was blij, dat er niets voor den dag kwam buiten +"Mathilde", "Iris" en enkele losse verzen. + +Van "Mathilde" bestonden verschillende lezingen, en die heb ik +nauwkeurig vergeleken. Dat was het eigenlijke practische werk. Vosmaer +maakte de inleiding en zoo kwam de bundel tot stand. Het boekje vond +algemeene afkeuring. Alleen de "Spectator" vond 't mooi. 't Publiek +wilde er heelemaal niet aan. De eerste editie verscheen in '82, maar in +'97 kwam pas de tweede druk. Daarna ging 't in stormpas en wij houden nu +aan den zevenden druk. Zes edities in tien jaar! Men meent wel eens, dat +Perk aanstonds in triomf werd binnengehaald, maar u ziet: daar is +heelemaal niets van aan.... + + + + +WAAR EEN MENSCH NIET BIJ KAN. + + +Of er verband bestaat tusschen het optreden van Perk en het optreden van +de overige dichters uit dien tijd? Ja, nu gaat u spreken over dingen, +waar een mensen niet bij kan. De oude vrome menschen zullen zeggen, dat +God 't zoo gewild heeft, maar "God" is een woord, gelijk ieder ander, +'t Zegt mij heelemaal niets. Maar als u mijn opinie vraagt, dan zou ik +zeggen, dat er bestond een gemeenschappelijke onder-strooming, een +gemeenschappelijke, geestelijke ondergrond bedoel ik dan het onbewuste, +dat allen menschen gemeen is. Wij zijn niets dan kijkgaten, waardoor de +onbewustheid naar 't zijnde ziet, dat wil zeggen: naar zich zelf. Er zit +een geestelijke essentie achter alles, achter de sterren ook, en achter +de wolken, en die kijkt door de individuen naar zich zelf. Het individu +is het onbewuste, dat bewust geworden is, langzamerhand: van zuigeling +af tot volwassen mensch steeg de bewustheid. Zoo, in den geheimzinnigen +ondergrond der dingen, moet er tusschen alle verschijnselen wel verband +bestaan. Er gebeuren zoo in een menschenleven heel gekke dingen, maar de +wereld is een redelijk geheel en geen chaos. De heele boel was suf in +dien tijd, waarover wij 't hebben; de letterkundigen, 't publiek, waren +letterlijk in slaap gevallen. Nu schijnt 't mij heel redelijk, dat daar +uit de onbewustheid reactie tegen kwam, dat er drang ontstond, om nieuw +leven te brengen, en dat degenen, die het daarover eens waren, tot +elkander kwamen. Waren die menschen apart gebleven, dan hadden zij niet +met elkander gewerkt, niet elkander begrepen, en de zaken waren gebleven +als vroeger. + + + + +DE OPRICHTING VAN "DE NIEUWE GIDS." + + +Wij trachtten nu samen een tijdschrift te stichten en zochten een +uitgever, maar wij hebben heel dikwijls bot gevangen. Eindelijk kwam ik +op de gedachte, eens aan te loopen bij een uitgever, vlak bij mij in de +buurt, die toen pas begon. Dat was Versluys. Die wilde ons tijdschrift +wel aanpakken, mits er een beetje geld kon worden gestort. Maar wij +waren met ons vijven onbemiddelde studenten: Van Eeden, toen nog geen +dokter, Kloos, Willem Paap, Van der Goes, Albert Verwey. + +Eindelijk slaagde Van Eeden er in, wat geld los te krijgen van zijn +familie, en ik heb ook wat geldelijken steun ontvangen van een dame, die +ik kende. Die was ook in de literatuur, had wat novellen geschreven,-- +haar naam doet er niet toe--en die zei: "Fidutie heb ik er niet in, maar +ik kan 't missen, hier heb je duizend gulden." Zoo werd dan de "Nieuwe +Gids" opgericht, direct erg afgekeurd door de pers. Maar succes hadden +wij tamelijk spoedig. + + + + +MEDEWERKERS. + + +Het was een algemeen tijdschrift. Niet alleen letterkundigen werkten er +aan mee. Zoo had je jonge schilders, die het noodig vonden, nieuwe +ideeën, afwijkend van de algemeen geldende opinie, over hun kunst te +boekstaven. Jan Veth behoorde tot onze eerste medewerkers. Ook Bolland, +toen nog geen professor, maar leeraar aan het gymnasium te Batavia, kwam +tot ons, want niemand wilde iets van hem opnemen. Wij waren de eersten, +die wijsgeerige opstellen van hem publiceerden. Eén ervaring hadden wij +allen gemeen: de officieele grootheden zeiden tot ons: "Neen, dank je, +we willen je niet." + + + + +HET WOORD EEN LEVEND WEZEN. + + +Verband tusschen nieuwere schilderkunst en nieuwere woordkunst? Ja, de +woorden waren voor ons niet langer abstracte, leege dingen, maar levende +wezens, die wij voelden, en, de essentie van ieder woord sterk voelend, +gingen wij beter schrijven. De prozastijl van tegenwoordig, ook de stijl +van gewone menschen, is veel beter dan de stijl van die dagen. Men maakt +thans veel minder gebruik van valsche beeldspraak, let meer op de +waarde van ieder woord. En ook in de schilderkunst gebeurde iets +dergelijks: men ging kleuren en lijnen voelen als levende dingen, niet +meer als iets abstracts. Met de wijsbegeerte is het weer iets anders. Ik +sprak u reeds van den invloed van 't onbewuste. Schopenhauer en v. +Hartmann zeggen ook, dat alles voortkomt uit het onbewuste, dat het +eerste, en misschien ook het laatste is. En nu zult u wel weten, dat +Bolland in den beginne een aanhanger was van de "Philosophie des +Unbewussten". Zoodoende moest ik wel verwantschap voelen tusschen zijn +overtuiging en de mijne.... + + + + +DE GROEP VALT UITEEN. + + +In '88 trad Verwey uit de redactie, om persoonlijke redenen. Naar mate +Verwey meer volwassen man werd, pasten onze karakters minder bij elkaar: +hij was een beetje moeilijk. Paap ging er dadelijk uit, nl. in '86. In +1890 kwam P.L. Tak tot ons, een braaf man, toen nog geen socialist. Maar +in '94 trad hij met Van der Goes en Van Eeden weer uit onze groep. Ik +bleef toen alleen achter en vereenigde mij met Tideman en Boeken. De +"Nieuwe Gids" ging van Versluys over op Van Looy en werd toen alleen +literair, en dat kwam doordat Van Looy's opinie in politiek niet +overeenstemde met de onze. + + + + +HUWELIJK. + + +In 1900 ben ik getrouwd met Jeanne Reyneke van Stuwe, die toen, bij +Veenstra, aan het hoofd stond van het tijdschriftje "Arcadia". Onze +tijdschriften smolten toen samen, en zoo werd mijn vrouw redactrice van +"De Nieuwe Gids", die sedert 1 Januari 1908 weer een algemeen +tijdschrift is geworden. + + + + +ER IS MAAR EEN GOEDE RICHTING. + + +Wat mijn richting betreft: ik vind, dat er altijd maar één goede +richting is geweest in de literatuur, nl. de richting, die goede kunst +maakt. Maar je hebt ook altijd gehad allerlei partijtjes, die nog wat +anders van de literatuur verlangen. Die willen er een of ander doel mee +bevorderen, hun partijbelang b.v. Naar mijn meening is kunst, die iets +anders doet dan denken aan zich zelf, nl. te trachten naar zuivere +weergave van het leven, hetzij in den mensch, hetzij daarbuiten, een +beetje van den rechten weg af. Zoodra je de bijgedachte hebt: ik wil 't +leven zóó laten zien, dat de menschen onder den invloed van mijn werk op +ideeën komen, die ze anders niet zouden hebben, moet je het leven een +beetje verwringen, datgene er uitkiezen, waardoor die ideeën worden +opgewekt, en zoodoende een eenigszins valsch beeld geven van het leven. +Een slecht boek is niet objectief: het maakt een anderen indruk op je +dan de werkelijkheid. Objectief kan werk alleen zijn, als 't verduiveld +goeie kunst is. + + + + +KUNSTENAAR EN REFERENT. + + +Een boek kan natuurlijk wel goede historie zijn, zonder tot de kunst te +worden gerekend. Een kunstwerk heeft een bepaald persoonlijk karakter, +er spreekt een ziel uit, en iemand, die niets doet dan nuchtere feiten +weergeven, terwijl die feiten buiten hem omgaan, is een referent, maar +geen kunstenaar. Ja, van sommige schrijvers beweert men wel, dat zij de +nuchtere werkelijkheid geven, maar heel dikwijls is dit niet zoo,--ook +al beweren ze 't van zich zelf. + + + + +ONZE HEDENDAAGSCHE LITERATUUR. + + +Ja, ik vind, dat onze literatuur op 't oogenblik zeer gezond is, wel een +beetje zwaarmoedig hier en daar, maar dat verandert de literaire waarde +nog niet. Ik geloof niet, dat schrijvers er op uit moeten gaan, om hun +medemenschen te vertroosten. Zegt een schrijver bij voorbaat dat hij een +vertroostenden indruk wil maken, dan geeft hij zijn artistieke +onafhankelijkheid prijs. Ik vind Frans Coenen, den zwaarmoedige, een van +onze beste schrijvers, maar ik ben ook een groot bewonderaar van Cyriel +Buysse, die dikwijls heel opgewekt kan schrijven. Ik lach gráág! + + + + +NEERDRUKKENDE KUNST. + + +Men mag kunst niet veroordeelen om haar neerdrukkenden invloed. Als +zekere menschen daar niet tegen kunnen, dan moeten zij maar niet lezen. +Literatuur wordt geschreven voor gezonde, sterke menschen. Zoo ook zijn +gewone spijzen bestemd voor gezonde menschen, terwijl er voor menschen +met een zwakke maag nog een diëtische kookkunst bestaat. Evenals een +gewoon mensch eet, wat de tafel schaft, moet een gezond mensch ook alles +kunnen lezen, wat de literatuur opbrengt. + + + + +KUNSTENAAR EN MAATSCHAPPIJ. + + +De kunstenaar schrijft in de eerste plaats om zich zelf uit te drukken. +Een echt kunstenaar, ja! die zou ook schrijven als hij geen publiek had. +Ik persoonlijk zou zeker doorschrijven, al trok niemand zich wat van +mij aan. + + + + +VERGETEN KUNSTENAARS. + + +U moet weten, dat ik een soort liefhebberij heb voor oude, vergeten +boeken. Het is mij een weemoedig genot, onder allerlei duffen rommel +soms werken aan te treffen van groote literaire zuiverheid ... waarover +niemand meer spreekt, die nagenoeg niemand kent, die in geen enkel +handboek worden vermeld.--Hoe zal de Tijd huishouden onder de grooten +van ònze dagen?... + +Rekening houden met het bevattingsvermogen van het publiek? Wie schrijft +zóó, dat hij volgens zijn eigen opinie begrepen kan worden door menschen +die daar hoog genoeg voor staan, die mag aan zijn werk niets veranderen. +Iets anders geldt natuurlijk voor dengene, die geschreven heeft zonder +zich zuiver uit te drukken. Die moet wel naar klaarder vorm streven. Je +naar het publiek richten is onzin. Neem een man van de straat, die een +flinke opvoeding heeft genoten, maar zich nooit heeft ingelaten met +literatuur, leg dien man een stuk van Shakespeare voor. Hij schrijft +Engelsche brieven voor zijn zaak, die man, hij kent uitstekend Engelsch; +maar u zult zien: van Shakespeare begrijpt hij niets. Dit neemt niet +weg, dat die meneer een heel helder hoofd kan hebben. + + + + +OM LITERATUUR TE BEGRIJPEN.... + + +Om literatuur te kunnen begrijpen, moet men er een beetje in thuis zijn. +'t Gaat er mee als met schilderijen: men moet bepaald studie er van +hebben gemaakt, om er een kunstoordeel over te kunnen vellen. Als een +schrijver zich maar bewust is, dat hij precies heeft uitgedrukt wat hij +wilde, dan is hij er. Vindt het publiek 't op dat oogenblik niet mooi, +dan zal dat wel komen. Of misschien nooit komen. Ik herinner mij, dat +Jacques Perk indertijd ook duister werd gevonden. Hij is zoo gewrongen, +werd er gezegd. Men maakte er parodieën op. Een ontwikkeld mensch kan +zich dat haast niet meer voorstellen nu, maar 25 jaar geleden was +'t toch zoo. + + + + +HET PUBLIEK EN DE BOEKEN. + + +De moderne literatuur heeft zich, wat betreft de belangstelling van het +lezende publiek, niet te beklagen. De goede auteurs worden wel gelezen. +Maar 't groote ongeluk in ons land is: dat de menschen geen boeken +kóópen. Ik heb nooit bij eenige familie, waar ik kwam, eens een paar +flinke boeken gezien. Wie hier literair werk koopt: ik weet het niet. +Misschien zijn 't de studenten. Gewone beschaafde menschen zeker niet. +Ja, een vijf-en-twintig jaar geleden was dit anders. Beets b.v. werd +veel gekocht, door vrome menschen, niet zoozeer omdat ze hem veel lazen, +maar omdat zij hem zoo goed als een geschenk konden gebruiken. + + + + +"MEN" OORDEELT NIET ARTISTIEK. + + +Overigens ligt het in den aard van de menschen, zich niet al te veel met +werkelijke kunst te bemoeien. De menschen oordeelen niet artistiek. Ze +oordeelen op hun manier verstandelijk. Men leest waar men "bij kan". +Justus van Maurik werd op groote schaal verkocht, omdat de menschen hem +konden begrijpen. Maar Shakespeare niet, Goethe niet, Dante niet ... al +zijn er velen, die deze namen voortdurend in den mond hebben. + + + + + +ALBERT VERWEY + + +[Illustratie: ALBERT VERWEY Jeugdportret] + +[Illustratie: ALBERT VERWEY] + + + + +ALBERT VERWEY + + +Noordwijk-aan-Zee. + +Dit is nu eens een man, die niet zoo heel gemakkelijk vertelt. Toen +ik--het schemerde, en ik had een langen, vermoeienden tocht achter den +rug--tegenover hem zat, dacht ik al aanstonds: "Die laat zich niet gauw +vangen". Ik had een echten, degelijken Hollander voor me, die zich +instinctmatig een beetje op een afstand houdt, en er niet toe te brengen +is, met een vreemde te spreken over de ideeën, die hij nu al zooveel +jaren in zich omdraagt en steeds rijper voelt worden. Bovendien: "Ik ben +overtuigd, meneer, dat er maar één vorm is, waarin men zich kan uiten, +en dat is de vorm, die "het doet". Ik spreek niet graag over personen of +boeken, over dingen, die nog niet als afgedaan worden beschouwd. Alles +wat ik te zeggen heb, vindt u in mijn tijdschrift, in den besten vorm, +dien ik er voor kon vinden. Mijn woorden zijn op een goudschaaltje +gewogen, en zooals het daar staat, precies zoo bedoel ik het. Maar ga ik +nu spreken, dan kan ik licht iets vergeten, iets anders te veel betonen +... en werkelijk, daar zou ik later veel spijt van hebben...." + +Ik werd al bang, dat het mij niet gelukken zou, iets interessants mede +te deelen omtrent dezen dichter. Ik voelde een soort gêne, kon er niet +zoo gemakkelijk toe overgaan, hem te vragen naar byzonderheden uit zijn +leven, naar datgene, dat men zoo graag leest. Zijn langdurige, eenzame +overpeinzingen wennen er dezen man aan, zich in zijn spreken al heel +spoedig boven den beganen grond te verheffen, te gaan uitweiden over +principes, over wijsbegeerte, over de grenzen van zijn kunst, over het +algemeene, waarvoor men zoo heel moeilijk woorden, zeer trage woorden +vindt. Als men zoover is gekomen, worden de gedachten zoo licht en zoo +ijl, dat men ze bijna ontheiligt door ze te zeggen. + +Wat hij mij uit zijn vroeger leven mededeelde, was in zeer eenvoudige +bewoordingen vervat. En gij vindt niet veel spannende avonturen in +zijn verhaal: + + + + +SCHRIJVEN UIT LIEFHEBBERIJ. + + +"Hoe ga je schrijven? Omdat 't je invalt. Er is eigenlijk geen andere +reden. Ik kan niet zeggen, dat er bij mij een bepaalde aanleiding +aanwezig was. Liefhebberij, dat is de eenige oorzaak. Er waren te +Amsterdam een paar jongelui, die een eigen tijdschrift noodig hadden, +omdat ze, ja, voor het meerendeel wel medewerkten in de "Amsterdammer", +maar daar sommige personen niet mochten aanvallen. In het algemeen moet +u dit in aanmerking nemen: dat aan die wording van "De Nieuwe Gids" +tegenwoordig wel veel waarde wordt gehecht,--het is nu eenmaal +geschiedenis geworden, en ook is de invloed van ons eerste werk bij vele +schrijvers en bij het groote publiek duidelijk te onderkennen,--maar ik +verhoud mij daar wel wat anders tegen." + + + + +"EEN JAAR OF WAT UIT MIJN JEUGD." + + +Voor mij vertegenwoordigt die "Nieuwe Gids"-beweging maar een jaar of +wat uit mijn jeugd, en niet meer. Zij vormt maar een heel klein stukje +van mijn ontwikkeling, en daarna komt een groot aantal jaren, die voor +mij veel belangrijker zijn. Natuurlijk! aan den invloed, dien wij zouden +oefenen, werd door ons niet getwijfeld. Alle schrijvers van beteekenis +in die dagen waren oud, en wij wisten vrij zeker, dat binnen enkele +jaren hun onmiddellijke invloed een eind zou nemen. En was het een klein +verschil, dat ons van de andere letterkundigen scheidde, dan hadden wij +gedacht: het publiek zal ons een zelfstandige plaats toekennen en +daarmee uit. Maar ons optreden wekte van begin af een groote +animositeit. Alle letterkundigen van naam waren ons van begin af +vijandig. Behalve Vosmaer! Beets, b.v., die toen al een oud man was, gaf +in zijn latere bundels telkens kleine gedichtjes, die duidelijk steken +op de opkomende jonge dichters bevatten. + + + + +DR. DOORENBOS. + + +Maar een ander oud man, een die trachtte ons verder te ontwikkelen, was +dr. Doorenbos. Een hoogst eigenaardig man, geen eigenlijk docent. De +meeste jongelui hadden geen oog voor hem. Maar des te meer voelden wij, +die een anderen kant uit wilden, ons tot hem aangetrokken. Hij kwam voor +al zijn meeningen uit, ook tegenover jongelui, en juist zijn +onafhankelijkheidsgevoel maakte, dat hij op ons een invloed had, die te +vergelijken is met den lateren invloed van Multatuli. Van der Goes, +Kloos en ik, we waren zijn leerlingen op de H.B.S. met 5-jarigen cursus +te Amsterdam, en als ik mij niet vergis, dan had Perk privaatlessen bij +hem. Ook na de school bleven Kloos en Van der Goes in relatie met hem, +en op deze wijze werd het langzamerhand gewoonte, op Zondagavond bij hem +te komen, en daar onze afwijkende meeningen te bespreken. Bovendien was +hij een tijdlang redacteur van het letterkundig gedeelte van de +"Amsterdammer", en zoodoende kregen wij er veel in geplaatst. Maar toen +onze "Nieuwe Gids" werd opgericht, toen werd de band toch losser, want +hij, op zijn leeftijd, kon zich met onze uitsprekelijkheid niet geheel +vereenigen. Toch heeft hij van uit Brussel nog een bijdrage gezonden. + +Mijn medewerking aan dat tijdschrift heeft ook maar een jaar of drie +geduurd, tot ongeveer '89. En in die periode waren de critische +denkbeelden van de opkomende partij in hoofdzaak gezegd. Daarna kwamen +tot breeder ontplooiing eenerzijds de boekbesprekingen van Van Deyssel +en anderzijds het werk van Frederik van Eeden. Omstreeks 1890 werd, met +een artikel van Alfons Diepenbrock, een andere strooming duidelijk. + + + + +DE STROOMING VAN 1890. + + +De "Nieuwe Gids" nl. bracht in hoofdzaak een kunst van gevoelsopwelling +en indruk, evenwijdig loopend met het impressionisme in de +schilderkunst. Er begon echter verlangen te komen naar een zekere +bezonkenheid, naar meer innerlijk leven. Dat heeft Diepenbrock van +Katholiek standpunt uit belicht. + + + + +DOEL VAN HET "TWEEMAANDEL. TIJDSCHRIFT." + + +Samen met Van Deyssel kwam ik toen tot de oprichting van het +"Tweemaandelijksch Tijdschrift". Het doel was: te zoeken naar een kunst +van meerdere bezonkenheid, maar waaraan poëzie en naturalistische +waarneming gelijkelijk deel hadden. + +Ons tijdschrift werkte dan ook een poos in die richting, en daardoor +werd het bij uitstek geschikt, om de meest verschillende elementen bij +elkaar te krijgen. Aan de eene zijde de dichters, en aan den anderen +kant de naturalistische auteurs, die evenwel, bij voortduring, sterk in +aantal toenamen. Na dien tijd heeft de richting in onze +literatuur-ontwikkeling, die naar de bezonkenheid voerde, en naar het +innerlijk leven, zich voortgezet. Maar dat het naturalisme zich onder de +romanschrijvers nog steeds meer aanhang verwierf, dat had ten gevolge, +dat door den aandrang van hun vaak minderwaardige bijdragen, de poëzie, +die voornamelijk innerlijk leven zou uitdrukken, als het ware in een +hoek werd gedrongen. Daardoor werd het voor mij wenschelijk, een +tijdschrift te hebben, waarin het streven naar innerlijke poëzie op den +duur de bovenhand zou kunnen krijgen. + + + + +OPRICHTING VAN "DE BEWEGING." + + +Dat werd "De Beweging". Mijn tijdschrift richt zich volstrekt niet tegen +het naturalisme op zich zelf,--dat houd ik voor iets, dat altijd terug +moet komen, en er ook altijd is, voor zoover geen enkele kunst kan leven +zonder natuurbeschouwing. Maar op het sensitivistische in de romankunst +wilde ik laten volgen een poging, om het innerlijke sterker tot uiting +te brengen. + + + + +HET INNERLIJKE: GELIJK STREVEN OP ALLERLEI GEBIED. + + +Ook in het naar voren dringen van het constructieve element in de +architectuur, en hier heb ik het werk van Berlage op het oog, zie ik een +dergelijk verschijnsel. Ook in de latere schilderijen van Verster. Daar +wordt niet meer weergegeven de aandoening, die de schilder kreeg van de +werkelijkheid, ook niet meer de gevoelsontroering, die hij ervan kreeg, +maar hij maakt van het voorwerp, dat hij buiten zich zag: een innerlijk +bezit, in een licht van zich zelf gezet, en waar hij zijn geest in +uitdrukt. Dat tot uiting komen van het georganiseerde innerlijk lijkt +mij het kenmerkende van de laatste jaren en daarmede houdt, volgens mijn +opvatting, ook het meer geaccentueerde optreden van professor +Bolland verband. + +--Die ontwikkeling kan dan natuurlijk ook in de geschiedenis van uw +werk worden nagewezen? + + + + +DE GESCHIEDENIS VAN ZIJN WERK. + + +--Dat spreekt. Wat wij om ons heen zien gebeuren, is een projectie van +wat in ons zelf gebeurt. In mijn eerste werk zit datgene, wat ons in den +"Nieuwe Gids"-tijd bezig hield, ik wil zeggen: bewondering voor de +natuur, hartstocht en gevoelsopwelling. In '90 trouwde ik, en op mijn +huwelijk volgt een tijd van afgezonderd leven; en dàt bracht mee: een +soort van inkeer, een gedachteleven, dat natuurlijk wel in den tijd lag, +maar toch ook niet minder in mij zelf. De uiting van de bezonkenheid, +die er toen over mij kwam, kunt u vinden in vijf bundels gedichten: +"Aarde", "De nieuwe tuin", "Het brandende braam-bosch", "Dagen en +daden", "De kristaltwijg". Die vijf vullen voor mij het tijdperk van +teruggetrokkenheid. Na die periode voelde ik, dat er zoowel buiten als +in mij zelf een andere wind waaide. Ik kwam uit mijn afzondering te +voorschijn, ik voelde behoefte, om de wereld om mij heen op zekere wijze +samen te vatten, te uiten wat ik over de wereld dacht. Het kenmerkende +van onzen tijd, in allerlei kringen, in allerlei groepen, is een poging +tot organisatie, dat wil zeggen: het aanwenden van geesteskracht op de +massa. De "Beweging" is ook niet alleen een letterkundig tijdschrift. +Juist het geestelijk zich organiseeren van alles wat op maatschappelijk +gebied gebeurt, dat noem ik het mooie doel, waarvoor ik gaarne +verschillende krachten zou bijeenbrengen. Vooral nu ik twee +mede-redacteuren heb gekregen, De Boer voor wijsbegeerte en geschiedenis +en De Vooys voor sociale zaken, hoop ik daarin te slagen. De pogingen +tot organisatie zijn overal te vinden, maar de centra zijn door +onderlinge geschillen voortdurend zwak. Die moeten aangesterkt worden. +Zie, ik zal u vertellen wat ik onder organisatie versta: + + + + +GEESTELIJKE KUNST. + + +De natuur geeft een zekere stof, en de geest heeft er behoefte aan, op +die stof kristalliseerend te werken, begeeft zich in die stof, en doet +daardoor ontstaan een vorm, die niet een gril van den geest is, maar wel +de wijze, waarop de natuur zich met dien geest verstaat. Nu begrijpt u +meteen wat ik versta onder geestelijke kunst: zoolang de literatuur zich +beweegt in indrukken, of in het gevoel, is het niet noodzakelijk, dat de +schrijver vormen voortbrengt, die het voorkomen hebben van den +noodzakelijken vorm, dien de stof moet aannemen. + +Je hebt hier dat duinlandschap, je krijgt daar een indruk van, en het is +mogelijk met dien indruk een gedicht samen te stellen. + +Nu kijk je opnieuw, je voelt een aandoening, en die kun je uitdrukken, +zonder veel van het landschap in je werk op te nemen. + +Maar nu kijk je voor de derde maal, en nu is je blik zoo doordringend +geworden, je geheele wezen neemt in zulk een mate deel aan de +waarneming, dat de uitdrukking ervan geeft het wezen van je geest, èn +het wezen van het landschap tevens. Dan ontstaat wat ik geestelijke +kunst noem. Daaraan neemt de natuur wel degelijk deel, want je ziet de +duinen; alléén: niet op de wijze van gewone waarneming zie je de natuur, +maar als een een-wording met den geest. Dit nu brengt Berlage in de +bouwkunst en Verster in de schilderkunst, en hoewel ik met deze mannen +niet zoo zou praten over natuur en geest, zou ik gerust durven beweren: +wij verstaan elkaar tòch wel! + + + + +DE ONZEGBAARHEID. + + +Er is in iedere uiting een onzegbaarheid, en die geven wij weer in den +toon der verzen. Daarin zeggen wij eigenlijk, wat wij in de zinnen niet +kunnen zeggen. Als de dichter dus een gedicht schrijft, dan staat zijn +innerlijk in mogelijkheid voor je. Want natuurlijk: als het niet weer in +je wordt opgewekt, dan is het dood. + +Ieder gedicht geeft natuurlijk het innerlijk van den auteur weer. +Daarzonder zou het geen waarde hebben. Nu zijn er menschen, die een +voorbijgaanden indruk, een snelle opwelling geven, en dat mag dan hun +innerlijk leven van het oogenblik zijn, het is toch maar heel weinig van +wat het innerlijk wezen van een mensch zijn kan. Vindt u dienzelfden +dichter op rijperen leeftijd terug, dan zult gij zien, dat hij dezelfde +gevoelens weer in zich ontmoet heeft, maar nu zoo, dat ze niet meer +vastzitten aan voorbijgaande indrukken. Gaat hij diezelfde hartstochten +nu weergeven, diezelfde ontroeringen, overtuigingen, dan wordt dat een +innerlijk leven van veel grooter beteekenis, iets, dat eigenlijk veel +meer recht heeft op dien naam. In die richting nu heb ik gezocht, en in +die richting zie ik ook het streven van onzen tijd gaan. + +--"Wat is dan voor u het _eigenlijke_ in het streven van onzen tijd?" + + + + +WIJ GAAN NAAR HET RELIGIEUSE. + + +"Wij gaan meer en meer naar het religieuse, niet 't kerkelijk +religieuse, maar naar een diep besef van wat blijvend is in de +levensverhoudingen. En dat vind ik een essentiëel ding. Daar komt men +langs den weg van de waarneming nooit toe. De gevoelens zijn in een +mensch, of ze zijn er niet; maar ze komen er nooit door +nauwlettend kijken." + + + + +DICHTER EN MAATSCHAPPIJ. + + +--"Stelt U u voor, dat een dichter invloed moet oefenen op zijn +medemenschen?" + +--"Zeker. In iederen dichter steekt niets anders dan een nieuwe mensch. +Ik geloof niet, dat een dichter zich op den duur zou uiten, indien hij +niet voelde, dat hij een menschentype vertegenwoordigde, dat desnoods +voor hem zelf geen belichaming behoeft, maar dat hem toch bestemd lijkt, +om ook door anderen te worden gezien. De geheele wereld wil een nieuwen +mensch, en als iemand dat moet laten voelen, dan is het toch wel de +dichter! Het is ook zoo'n verd ... valsche opvatting, dat kunst er enkel +is, om den mensch aangenaam aan te doen. Het tegendeel is waar: kunst +moet den mensch het uiterlijk-aangename ook wel eens ontnemen, en hem in +zich zelf opmerkzaam maken op iets, dat beter is dan aangenaam!" + +--"Er zijn toch wel dichters, die meenen, dat zij ook zouden werken als +er geen menschen waren, en die aan het publiek maling hebben." + +--"U weet: bij dergelijke gevoelens heb ik heel dicht gestaan, maar ik +geloof, dat ik toen mij zelf nog niet kende. Want ga ik mijn latere +ervaring na, dan wil ik u dit verklaren: als er één ding in staat is +geweest, mij tot voortwerken te prikkelen, dan is het wel de sympathie +van anderen, dan is het wel het idée, dat ik iets wàs voor mijn lezers. +Een dichter, zooals ik mij er een droom, kan alleen in den omgang met +anderen kracht vinden zijn taak te vervullen. Natuurlijk moet u dit niet +verkeerd uitleggen: Als je schrijft, dan geef je je innerlijke wereld, +zooals zij in je leeft, en dat zonder eenige bijgedachte. Maar hetgeen +je te vertellen hebt zou niet bestaan zonder de menschen om je heen, +zonder sympathie met andere menschen. Ik zou mij datgene, wat het leven +beteekent, heel moeilijk kunnen voorstellen, zonder de menschheid er +mede in verband te brengen. En dat zeg je voortdurend in je verzen: De +beteekenis van het leven, en wat het leven voor je is...." + +Verwey ging bij zijn venster staan en keek afgetrokken naar buiten. Wind +gierde om zijn eenzaam huis, een regenvlaag striemde de glazen. Beneden +door de vochtige duinen kroop langzaam een groepje mannen, +blauwig-zwart. + +De dichter zweeg. Zijn gezond, snugger gelaat was strak, werd stil-aan +vroolijker. Hij lachte genoeglijk voor zich uit. Ik zag zijn heldere +oogen leven. Hij kwam, handen in zijn zakken, voor mij staan, trok eens +aan zijn sigaar, en vroeg: + + + + +PROZA EN VERZEN. + + +--Denkt u, dat het publiek het verschil begrijpt tusschen proza en +verzen? Want dat zijn twee heel verschillende dingen, net zoo goed als +hout iets anders is dan steen. U weet: er is altijd streven, om het te +doen voorkomen, alsof het verschil tusschen die twee eigenlijk iets +bijkomstigs is. Daar ben ik het heelemaal niet mee eens. Zie, als je +loopt, dan maak je passen in een door de nuttigheid voorgeschreven +richting en orde, maar als je danst, dan wordt de richting je +voorgeschreven door de schoonheid, dan ga je werken met maten. En +daarvan maakt in de taal de dichter zijn werk. Ik merk zoo goed, hoezeer +mijn gedichten zich onderscheiden van mijn proza. Er is natuurlijk ook +wel proza, dat de enkele bedoeling van duidelijkheid zoozeer verlaat, +dat het op verzen gaat lijken, maar dat is een tusschensoort en het is +eigenlijk niet wat proza behoort te zijn, nl., een klare, lucide +verstandsuiting in de eerste plaats. Hetzelfde verschil bestaat er +tusschen zingen en zeggen: Als ik u iets vertel, dan houd ik rekening +met mijn gedachten, dan overdenk ik telkens de dingen, die ik heb voor +te dragen. Maar als ik zing, dan is het voldoende, dat ik kreten slaak, +ook al hebben die geen gedachte-samenhang. Jacques Perk heeft zich in +dit opzicht eens zoo teekenend uitgelaten: "Het kost mij geen moeite, +voor mijn rijmen gedachten te vinden," heeft hij ergens gezegd. En dat +is de heele zaak. Mijn woorden volgen een door de schoonheid +voorgeschreven richting; ik laat mijn heele leven lang mijn woorden +dansen in de maat, en dat is eigenlijk het mooiste wat ik weet. + +--"Maar u moet toch ook wat te vertellen hebben." + + + + +HIJ BEHOEFT NIET ALTIJD IETS TE "VERTELLEN." + + +"Neen, dat hoeft niet. Ik heb mij meer dan eens tot schrijven gezet, +zonder dat ik wist wat er komen zou. Ik zou u er voorbeelden van kunnen +geven, dat ik enkel een zekere behoef te voelde aan klanken, aan een +woorden-dans...." + +--Wilt gij mij misschien dan eens zoo'n voorbeeld geven? + +--Ik spreek niet graag over mijn eigen werk in byzonderheden. + +--En ik zou u toch zoo dankbaar zijn, als u mij nu eens één gedicht +wilde aanwijzen, dat u bent gaan schrijven om de klanken enkel en +alleen.... + +--Nu, als u het dan genoegen doet, dan zal ik er even een voor u +opzoeken. Hier: + + NACHT IN HET ALHAMBRA. + + De dichter. + + Waar is de flonk'ring, waar 't geklater, + Waarmee mijn straal de zon beklom? + Het diepst en reinst is 't donk're water, + Dat slaapt in ondergrondsche kom. + +Deze klanken brachten mij op het Alhambra, waar ik geweest ben, en mijn +herinnering daarvan. U hebt daar een leeuwenfontein, en de oppasser had +mij verteld, dat die alleen spuit als er vorstelijke bezoekers komen. En +ik ging verder: + + De hooge gasten zijn verdwenen, + De schaduw is aan 't overlenen, + En in de hooge en blanke zaal + Gaat door de smalle en marm'ren goten + Het laatste water weggevloten, + In stroompjes, kronkelend en schraal.... + +Zoo ga ik dan nog een heel stuk door. Het eigenaardige van dit gedicht +is, dat het niet is gepremediteerd, dat ik het phantaseerde onder 't +schrijven. Maar het publiek begrijpt in het algemeen niet, dat het in de +eerste plaats om zang te doen is, en dat daarom de maten zoo belangrijk +zijn. Evenals het spelen op een viool, brengen die onze fantasie in +beweging, en daarom is de maat ook het wezenlijke voor den dichter, +waaruit hem blijkt, hoe eigenlijk zijn innerlijk leven is. + +--U sprak zooeven over den invloed, dien de dichter oefent op de +maatschappij. Denkt u, omgekeerd, niet, dat maatschappelijke +omstandigheden ook weer den dichter beïnvloeden? + + + + +MAATSCHAPPIJ EN DICHTER. + + +--Ik geloof, dat maatschappelijke omstandigheden tegenover het feit van +het ontstaan van een talent niet zooveel beteekenen als de menschen wel +eens denken. In groote gezinnen, waar de kinderen onder dezelfde +condities leven, ziet men soms, dat één er van zich byzonder +onderscheidt, en daar hebben de maatschappelijke omstandigheden dus al +byzonder weinig te zeggen gehad. Natuurlijk, ze spelen hun rol en er +gaat niets verloren; en ik geloof zeker, dat, is het talent er eenmaal, +de maatschappelijke omstandigheden op zijn uitingen invloed hebben. Is +hij sterk, de geniale man, dan zal hij van zijn uitingen niet afzien; is +hij zwak, dan gaat hij ten onder of wordt gewijzigd. Als ik gedichten +lees, dan merk ik ook altijd, dat de dichter heeft een bepaalden stijl, +waarvan hij kan zeggen: dit is van mij; maar hij toont dien stijl nooit, +zonder iets van buiten, en wat dat "iets" zal zijn, dat is toch maar +toeval. Met de bundels, waarvan ik zooeven sprak, de verzen, die ik heb +geschreven toen ik tot bezonkenheid kwam, was dit ook zoo; daar zat een +heele reeks denkbeelden in, een plan, een soort van levensbeschouwing, +en door alle ondervindingen, die ik opdeed, kon ik toch dat schema van +mijn gedachten bijeen houden. In al die jaren veranderde dat bijna niet. +En toch zijn al die gedichten mij zoozeer door het toeval ingegeven, dat +ik ze bijna gelegenheidsgedichten zou kunnen noemen. + + + + +STIJL. + + +Maar de stijl, die is natuurlijk van mij zelf, en over dien stijl zou ik +graag nog wat willen zeggen. Dat is eigenlijk een ander woord voor wat +ik straks "ons binnenste" noemde, het geestelijke in de kunst. Het zit +ook al in het woord: het stellige beteekent 't. Het Nederlandsche +geestesleven wordt langzamerhand gestuwd naar een allerstelligsten vorm +van uiting. Dat is ook zoo met de poëzie, met de schilderkunst, met de +architectuur, en ook met de politieke organisatie. Het is bv. heelemaal +niet toevallig, dat wij tegenwoordig een scherp afgescheiden +arbeiderspartij hebben, terwijl er vroeger allerlei anarchistische +stroomingen waren. + + + + +DE TIJD VAN DE STIJLGEVING. + + +Het is nu de tijd van de stijlgeving, zou ik kunnen zeggen, en in de +laatste jaren zoek ik naar een stijl voor de poëzie. De +Nieuwe-Gids-kunst had wel een aantal mooie uitingen, maar geen eigen +stijl. U weet wel, onze poëzie was toentertijd grootendeels ontleend aan +Engelsche voorbeelden, en daar was in andere landen ook iets dergelijks. +Maar wij zien bv. in Frankrijk, dat de Régnier in zijn laatste werk is +geworden de meest Fransche van zijn landgenooten, stijl heeft gekregen: +een nationaal-Franschen stijl. In Duitschland zien wij ook zoo iets +gebeuren. Daar werkte Stefan George onder den invloed van Baudelaire en +Malarmé, en in zijn laatste werk is hij typisch-Duitsch geworden. + + + + +DE KUNSTENAAR "ALS ZOODANIG" EN ZIJN PERIODE. + + +En nu wordt tegenwoordig niet voldoende begrepen, dat de kunstenaar als +zoodanig zijn beteekenis heeft voor de maatschappij. Als een periode +achter den rug is, en zij heeft geen eigen stijl gehad, dan wordt daar +een verwijt van gemaakt. Dan zegt men: dat was wel een gevoelige tijd, +maar een eigen stijl hadden de menschen toen niet. En nu kom ik weer tot +Berlage en Verster, die zoeken in hun kunst kracht in een eigen stijl. +Zoo zoek ik in de poëzie. Hier is geen sprake van wat men persoonlijken +stijl zou kunnen noemen. Die bezit ieder, die goed schrijft. Het komt er +hier op aan iets eigenaardigs in zijn werk vast te leggen, dat in staat +is een tijd te kenmerken in tegenstelling tot vroegere en latere +tijdperken. Dit heeft met maatschappelijke invloeden in zooverre te +maken, dat allerlei gevoelens slechts gezegd kunnen worden, als de +maatschappij ze deelt, en dat is in een verbrokkelden tijd als de onze +dikwijls erg moeilijk. Vooral voor de architectuur is dat waar. Wil die +kunst tot uiting komen, dan is een samen-werking van allerlei +uiteenloopende maatschappelijke machten noodzakelijk. + + + + +WAT NIET GEZEGD KAN WORDEN. + + +Zoo wordt de vorm van ons werk dikwijls door niet-kunstenaars bepaald: +Wij kunnen niet werken zooals wij willen, als de maatschappij ons niet +verstaat. Daarom verschijnen er ook zoo weinig drama's. Er is geen +eenheid in ons maatschappelijk leven. Nu kan ik er wel aan toevoegen, +dat dit mij eerder heeft geprikkeld dan teruggehouden. Maar wat er van +zou zijn geworden, van mijn werk, als ik minder ruimte tot rustige +overpeinzing en een zwakkere gezondheid had gehad, ik zou het niet +durven zeggen.... En nu bedien ik mij nog wel hoofdzakelijk van een +vorm, die zich wendt tot den enkeling. Een vers wordt door één lezer +alleen óók genoten. Maar tot drama-schrijven zijn wij geen van allen +ruim gekomen. Doe ik het een enkelen keer, dan weet ik toch wel, dat het +niet voor de menigte is. En als u nu nog overweegt, dat een gedicht in +een bundel eigenlijk pas zijn waarde krijgt door de plaats, die het +inneemt in het geheele werk, dan zult u wel begrijpen, dat, al laat de +maatschappij mij toe te spreken, ik toch nog verre moet staan van een +groot deel van mijn lezers. + + * * * * * + +Vrienden, laat den dichter nu rustig achter in zijn eenzame kamer. +Zooals hij mij zijn gedachten vertelde, heeft hij ze nog nooit +neergeschreven ... zoo in vogelvlucht. + +En laat mij nu, zonder mij meer te vragen, door regen en wind langs de +duinen naar huis keeren: Ik heb zooveel te denken.... + + + + + +FREDERIK VAN EEDEN + + +[Illustratie: FREDERIK VAN EEDEN Jeugdportret] + +[Illustratie: FREDERIK VAN EEDEN Portret uit den Walden-tijd] + + + + +FREDERIK VAN EEDEN + + +--"Ik heb daarnet een zoon gekregen, en overmorgen vertrek ik naar +Amerika". + +Met deze woorden trad hij in het zonnige logeer-vertrek, waar ik een +kwartiertje had gezeten, in hoop en vreeze. Hij leek heel slank, heel +vlug, en--ondanks zijn baardigen profete-kop met de zware denkvoren over +'t voorhoofd en naast de oogen--heel jeugdig. Met zijn eigenaardigen, +half-sarcastischen lach ging hij bij 't laai-lichte venster zitten; en +waarschuwde mij, dat hij maar heel weinig tijd had, ieder oogenblik kon +worden weggeroepen; bovendien niet de minste neiging tot vertellen +voelde, maar zijn best wilde doen, mijn vragen duidelijk te +beantwoorden. Ook moest ik hem beloven: goed te doen uitkomen, dat ik +ons gesprek leidde, dat de onderwerpen die hij zou aanroeren, waren +onderwerpen van mijn keuze. + +Ik meende goed te doen, hem niet te vragen naar biographische +byzonderheden; en, om aan te sturen op dieper liggende dingen, verzocht +ik hem, uiteen te zetten, wat hem wezenlijk scheidde van de +Nieuwe-Gids-dichters bij wie hij zich toch oorspronkelijk had +aangesloten. + + + + +HOE VAN EEDEN DE NIEUWE GIDSRICHTING BEGRIJPT. + + +--"'t Was heel merkwaardig," dus begon hij, "dat de mannen van '80 zich +zoo nauw verwant voelden aan Shelley. Maar zij vergaten, toen zij enkele +goede dingen van hem overnamen, wat bij Shelley hoofdzaak is geweest, +nl. zijn ethische beteekenis. Hij is de leidsman geworden van Kloos en +Verwey, doordat hij was een groot dichter. Maar Shelley was voornamelijk +een groot en goed mensch, een die direct opkwam voor het verdrukte volk +van Ierland, en in het begin van de negentiende eeuw de anarchistische +ideeën in den goeden zin het sterkst vertegenwoordigde. Hij was +door-en-door een maatschappijmensch in zijn streven." + +--"U oordeelde dus dat het streven van de Nieuwe-Gids-dichters +anti-maatschappelijk was?" + + + + +LITERAIR DICHTERSCHAP EN MAATSCHAPPELIJK DICHTERSCHAP. + + +--"Ja: zij waren in hun smaak zeer precieus, en de consequentie daar van +werd, dat zij zich trotsch stelden tegenover de maatschappij. Kloos was +eigenlijk de persoon dien ik bestreed, omdat hij, naast zijn goed begrip +van het literaire dichterschap, verdedigde een slecht begrip van het +maatschappelijke dichterschap. Hij was vijandig aan de maatschappij, en +al laat dit zich heel goed verklaren door zijn positie in het algemeen, +het bleef mij antipathiek. De band die ons bond was zuiver literair. Hij +was de man, die mooie dingen schreef, die goede verzen kon onderscheiden +van slechte. Maar een gemeenschappelijken band van maatschappelijk +idealisme, een band, zooals de groote Duitschers in hun bloeitijd +hadden, dien hadden wij niet." + +--"Maar brengt de aard van de nieuwere poëzie niet mee, dat de dichter +individualistisch moet zijn?" + + + + +DE INVLOED VAN KLOOS MAAKTE DE NIEUWE RICHTING INDIVIDUALISTISCH. + + +--"Ik geef toe: een individu met de eigenschappen van Kloos moet zoo +staan tegenover de buitenwereld. Maar de invloed van dat individu heeft +de groep gemaakt. Als Perk had blijven leven, die meer was een +idealistisch man in Schiller's zin, dan waren de gebeurtenissen +misschien heel anders geloopen. Dat karakter van te zijn zeer +kieskeurig, eclectisch, van zich zelf te beschouwen als uitverkoren, van +zich zelve te stellen als een kleine groep begenadigden tegenover de +groote domme bende, van te gelooven, dat men de schoonheid in pacht had, +dàt ging uit van Kloos." + + + + +NIETZSCHE EN MULTATULI. + + +Het ligt in onzen tijd, zich zoo te gedragen als Nietzsche heeft gedaan, +maar een man als Multatuli dee' 't toch volstrekt niet. Al heeft die +later het publiek veracht, zijn streven richtte zich op de maatschappij, +en van het literaire dichterschap wou hij niets weten. Ik geef toe ook, +dat Multatuli daarin fout ging, in zijn afkeer van het literaire +dichterschap, maar van zijn maatschappelijk idealisme had Kloos wel een +beetje kunnen gebruiken. + + + + +TENDENZ-KUNST DAN? + + +Ik voor mij wilde dus vereenigen: het menschelijk idealisme met het +streven naar literaire volmaaktheid, en dat juist heeft Shelley vóór mij +gewild.... O, het is zoo dwaas te spreken van tendenz-kunst. Dat moet U +eens goed navertellen, dat is nuttig voor de menschen van onzen tijd, en +ik zal probeeren het ten duidelijkste te zeggen: Men hoort bijvoorbeeld +door menschen, die op het oogenblik behooren tot het kliekje van +Kloos,--ik zal geen namen noemen,--hoort men praten van +tendenz-literatuur, die heelemaal verkeerd zou zijn, en daarmede +bedoelen zij, alle literatuur die een zeker menschelijk idealisme +vertegenwoordigt. + + + + +ZIJ VERGETEN HUN MEESTER SHELLEY. + + +Welnu, het zou goed zijn als die eens overdachten, wat hun groote +meester Shelley daarover heeft geschreven. Want die maakte tendenz-kunst +in hun zin. Hij verheerlijkt zonder ophouden "the noble", "the +beautiful", "the honest", alle goeie menschelijke eigenschappen. Zij +zeggen: moraal in de kunst is nonsens. Maar Shelley, die de grootste +lyricus geweest is, is voortdurend vervuld van ethisch idealisme. En ik, +ik ging volkomen mee met de voorkeur, die zij geven aan het mooie vers +boven het leelijke. Maar nooit kon ik meegaan met de negatie van al wat +men moraal noemt, door hun beweging voorgestaan. + +--"Noemt U het toevallig, dat menschen met sterk idealisme ook +beschikten over veel taalvermogen?" + + + + +ALGEMEEN MENSCHELIJK STREVEN EN TAAL VERMOGEN. + + +"Dat berust op diepe gronden. Ik heb daar een duidelijk uitgesproken +meening over, waarom een heel diep en algemeen-menschelijk streven +meestal samengaat met een groot taalvermogen. Ik zal die meening +schriftelijk uiteen zetten. Laat ik U hier alleen zeggen: neen, ik +geloof niet, dat we hier staan voor een toevalligheid. Maar hierbij +moeten wij ook in het oog houden, dat die twee niet altijd in dezelfde +mate samengaan. Schiller bv. was een man van voornamelijk ethische +kracht, een, die niet bezat het groote lyrische vermogen van Shelley. +Maar hij bezat volkomen wat ook Shelley bezat, de groote, nobele +menschelijkheid, en daardoor alleen werd er een dichter uit hem. Dat +hadden zij, de mannen van '80, in Schiller volkomen genegeerd. En zoodra +ik vol ging houden, dat dit algemeen-menschelijke niet mocht worden +losgelaten, vond ik Kloos tegenover me. Mijn eerste verzet tegen Kloos +begon: toen hij de expressie "een goed mensch" uit de taal wou +schrappen." + +--"Nu komt er een onnoozele vraag: Wilt u dan alle tendenz-literatuur +als kunst laten gelden?" + + + + +HET KENMERK VAN VERKEERDE TENDENZ-LITERATUUR. + + +--"Neen, er is verkeerde tendenz-literatuur, die, waarbij een zekere +moraal wordt gepredikt. Dat is de tendenz, die bv. Schiller niet wilde. +Ik zou u citaten kunnen geven, waaruit blijkt, dat hij valsch noemt: +werk, dat den lezer of den aanschouwer wil meesleepen in deze of gene +richting. Wat is dan het verschil, zult u vragen. Dit:--dat de +kunstenaar, die een zuiver kunstwerk maakt, daarbij wordt bewogen door +de schoonheid van zijn idealen, ook al zijn dit ethische idealen. De +mensch, die onzuiver werk maakt, denkt om den invloed, dien hij op +anderen zal hebben, tracht zijn lezers over te halen tot zijn +overtuiging. Dit nu kan een echt kunstenaar als zoodanig niets schelen. +Die let alleen op de schoonheid van hetgeen hij voor zich ziet. Let u op +een van de hoofdwerken van Shelley, dan voelt u, dat hij in grenzelooze +bewondering is voor hoog-menschelijke eigenschappen. Maar u merkt niet +in hem de kleinste poging om iemand te bekeeren tot zijn opvattingen. +Als die bekeering komt, dan moet ze komen door de schoonheid van wat hij +te aanschouwen geeft. Maar wat hij u laat zien, dat zijn ethische +dingen, menschelijke, moreele schoonheid. Daartegenover stel nu eens de +boeken van Mevrouw Goedkoop-Van Beek en Donk, of Barthold Meryan van +Cornélie Huygens. Daar komen goede gedeelten in, maar als geheel staan +zij onder den invloed van wat de auteur wilde verrichten onder de +menschen." + +--"In hoeverre houdt deze opvatting van u verband met uw bekend artikel, +waarin men zoo vreemd heeft gevonden de vergelijking tusschen de +gedichten van Hélène Swarth en ... "snert?"" + + + + +TOEN DE OOGEN HEM OPENGINGEN. + + +--"U moet niet vergelijken artikelen en kunstwerk. Artikelen willen wel +degelijk overtuigen. Artikelen zijn werkingen van minder rang,--zooals +ik altijd heb gezegd,--die voor mij de beteekenis hebben van vrijmaking. +Ik geef toe, dat ik wat ruw ben geweest in 't veroordeelen van 't zwakke +werk van Hélène Swarth. Maar het is voor mij heilzaam geweest, dat ik +die artikelen, waarop u doelt, heb geschreven. Ze maakten me los, ze +maakten me vrij. Ik heb mij vrijgevochten van mijn verbond met menschen, +die ik niet als kameraad kon beschouwen.... + +"Ja, mijn oogen zijn eerst langzamerhand opengegaan voor de verschillen +tusschen hen en mij. Ik wil graag toegeven, dat ik blind ben geweest +voor veel slechts in hen. Ik heb ze altijd edelmoediger behandeld dan +zij mij. Maar het is van begin af mijn fout geweest, dat ik eerst het +goede zag in de menschen, en eerst veel later het kwade. Nu ik mijn +leven overdenk, begrijp ik niet, hoe ik het zoo lang heb kunnen stellen +met ze. Intusschen, als kunstenaar ben ik altijd van hen onafhankelijk +gebleven. Wij ondergingen gelijke invloeden, maar ik ging mijn eigen +weg. Kloos zelf is veel sterker onder invloed van Perk en de Engelsche +lyrici geweest dan ik onder dien van Kloos of anderen. Het eerste deel +van de "De Kleine Johannes" bracht mij tot ze. Ik herinner mij nog goed, +dat ze bij mij kwamen, om dat werk in "De Nieuwe Gids" opgenomen te +krijgen. En de stukken, die ik er later bij heb gemaakt, die sluiten er +nauwkeurig bij aan, die heb ik zonder moeite in dezelfde richting +gehouden. In mijn kunstrichting is dan ook geenerlei verandering +gekomen. Wat zich wel heeft gewijzigd, dat is de verhouding in mijn werk +tusschen het episch-lyrische element en het dramatische." + + + + +DRAMATISCH WERK. + + +"Waarschijnlijk zou ik meer dramatisch werk hebben geleverd, als de +theater-directeuren mij beter tegemoet waren gekomen. Maar toen die te +geringe waardeering toonden voor mijn werk, ben ik mij meer gaan bewegen +in epische en lyrische richting. Pas in den laatsten tijd heb ik +getracht dat in te halen. En ik wil daarmee voortgaan." + +--"Acht u het dan verdedigbaar, u door uiterlijke omstandigheden zoo te +laten leiden?" + +--"Ik heb mij niet laten leiden. Integendeel. Nadat "Don Torribio" +geweigerd was,--een goed stuk, dat toen gespeeld had moeten +worden,--nadat het net zoo was gegaan met "Het Poortje"; ging ik werk +maken als "De Broeders" en "Lioba". Dat voldeed meer aan mijn verlangen. +Een schrander directeur had mij moeten zeggen: Kijk, daarvan is iets te +maken voor het tooneel. In Duitschland is men mij beter tegemoet +gekomen. "De Broeders" heb ik nu omgewerkt voor tooneel, en "Lioba" gá +ik omwerken. Dat mag u gebrek aan doorzettingsvermogen tegenover de +theater-directeuren noemen, ik heb op deze wijze toegegeven aan mijn +hoogsten smaak. Wat ik toen gemaakt heb, vond ik beter, dan wat ik +anders gemaakt zou hebben. Ik erken nu, dat het goed is, iets te maken, +dat tevens speelbaar is. Iets dat zoo mooi is als het beste dat wij in +ons hoofd hebben, maar dat toch door de massa wordt gewaardeerd, dat is +mijn grootste zoeken.--" + +--"Denkt u dus, dat de massa zoo hooge uitingen kan waardeeren?" + + + + +KUNSTENAAR EN "DE MASSA." + + +--"Ik acht het mogelijk, dat een groot dichter iets maakt, dat zoo +speelbaar is als het werk van Ibsen, en lyrisch en dramatisch zoo hoog +staat als 't werk van Shelley. Shakespeare is daarvan het beste +voorbeeld. Literair mooi, en toch altijd pakkend. Ik vind Ibsen als +literair dichter niet hoog staan, absoluut niet, maar zijn groote +verdienste is, dat hij een manier heeft gevonden, om het publiek iets te +zeggen van af het tooneel. Menschen als Verwey en Van Deyssel mogen op +Ibsen neerzien ... maar ondertusschen! ze mochten willen, dat ze zijn +bekwaamheid hadden om het publiek te treffen. Een dichter die niet kan +spreken tot het groote volk, die ... die is niets!" + +--"Ik moet nog eens terug komen op mijn vraag: Denkt u, dat het mooie, +diepe in Ibsen kàn begrepen worden door de groote massa? Als een heele +zaal, zooals ik ergens beschreven heb, "klok-klok" roept, op het +oogenblik, dat Oswald in "Spoken" zijn moeder om champagne smeekt,... en +dat is nog niet eens het grootste moment van het drama ... dan kan men +toch moeilijk zeggen...." + +--"Ja, de engelebak." + +... Als ik de engelebak bedoelde, dan zou ik aan die vraag niet zooveel +beteekenis hechten. Neen, ik bedoel in dit geval, en in honderd andere +gevallen: het grootste deel van het gewone publiek. + +--"Dat doet er niets toe. Het zal dikwijls gebeuren, dat de aanschouwers +van het stuk niets terecht brengen. Wij kunnen aannemen, dat van de +menschen, die Ibsen zien, niet een derde de diepere waarde van de +stukken snapt." + + + + +DE WAARDE VAN PRESTIGE + + +Maar zijn prestige is gevestigd. Er is geen mensch, die op hem durft +neerzien. Als hij werkelijk iets beters te zeggen hadd' gehad, dan was +hij een kracht geworden in de samenleving. Hij is een naam. En als hij +iets te verkondigen hadd' gehad, dat het groote publiek gelukkig hadd' +gemaakt, dan was die naam enorm geworden, en had enorm ook kunnen +wèrken. Dat is niet gebeurd, omdat hij een zwakke levensbeschouwing +verkondigde: het pessimisme. Maar zijn dramatisch vermogen had van +buitengewoon groote beteekenis kunnen worden.... Wat geeft 't of +driekwart van de menschen, die er bij zitten hem niet begrijpt! Zij +weten, dat is die-of-die, een groot man, en we mogen er niet om +lachen.... Denkt u, dat iemand bij een Wagner-voorstelling durft lachen? +Ik heb het nooit gezien, hoewel er honderden zijn, die het wel +zouden willen. + +--"Ik moet u wel slecht begrepen hebben. Zooals ik u nu begrijp wordt +het prestige van den dichter een soort waarschuwing, die de menschen in +bedwang houdt." + + + + +DE MENSCHEN MOETEN GELEID WORDEN. + + +--"Nee, dat werkt dieper door. Ik kan de meerderheid van de menschen +niet anders beschouwen dan als kinderen, die geleid moeten worden. Ze +kunnen alleen geleid worden door de opinie van anderen, en dat is heel +noodig. De invloed van Schiller in Duitschland bv. is zeer groot, en +werkt zegenrijk. Dat heb ik kunnen merken. En dat komt alleen, doordat +de menschen, die hem toch niet kunnen waardeeren, zijn meening niet +durven aantasten. Zijn geweldige naam houdt ze in bedwang." + +--"M.a.w.: zijn meening wordt gesuggereerd aan...." + +--"Aan die menschen, die geen eigen meening kunnen hebben, maar die +zoodoende langzamerhand een eigen meening krijgen. Dit is de groote +winst van mijn laatste levensjaren: dat ik langzamerhand ben gaan +begrijpen, dat de menschen nog niet mondig zijn. Dit is geen reden om op +ze neer te zien. Maar men moet er toch rekening mee houden, en er zijn +handelingen, zijn tactiek naar inrichten, als men het goed met ze meent. +Men moet hun eigenaardigheden trachten te begrijpen, en naar die +eigenaardigheden moet men ze beoordeelen. De bitterheid van Multatuli +vindt zijn oorzaak daarin, dat hij de menschen niet kende en niet +begreep. Als hij ze beter begrepen had, dan was hij ze nooit zoo bitter +te lijf gegaan.... Als ze niet naar mij luisteren, dan is het mijn +schuld. Dan begrijp ik ze niet. Dan stel ik ze te hoog. Mijn meening +daaromtrent heb ik o.a. neergelegd in een "Gids"-artikel, dat het +laatste hoofdstuk is geworden van de Duitsche uitgave van "De Blijde +Wereld". Daarin geef ik de inzichten waartoe ik gekomen ben door mijn +sociologische ervaringen, die hoogst noodig zijn geweest, en waarvan ik +alle ellende en al de verliezen niet betreur. Want zij hebben alle +bitterheid van mijn leven weggenomen." + + + + +ZONDER VERBITTERING! + + +Verbittering is altijd een bewijs van slecht begrip. Nietzsche en +Multatuli beiden waren verbitterd doordat zij de massa niet goed +begrepen.... Mijn stuk in "De Gids" is zoo bespottelijk slecht uitgelegd +als ooit een stuk van mij is uitgelegd. Niemand heeft er een verstandig +woord over gesproken. In een paar woorden gezegd, komt de inhoud hierop +neer: Het juiste begrip van de massaal-psychologie en van de waarde van +het kudde-instinct. Dat klinkt helaas niet mooi in onze taal, en +"Herdeninstinkt" en "the voice of the herd" klinkt fraaier. Zeg dan +liever "Groeps-instinct". + +--"Wilt u nu weer aanknoopen bij wat u vertelde over uw afscheiding van +"De Nieuwe-Gids"-groep?" + + + + +VAN EEDEN EN "DE NIEUWE TIJD." + + +--"Goed. Ik ben van die menschen weggegaan, zoodra ik voelde, dat de +ethische schoonheid meer moest worden gehandhaafd, en ik mijn leven met +deze overtuiging meer wilde doen harmoniëeren. U zult zeggen: Van der +Goes heeft hetzelfde gedaan. Maar die is onder de hand in de dogmatiek +verzeild geraakt. En daar is hij voor goed opgeborgen. Als geest is hij +nu verloren. Ik daarentegen ben een verklaard vijand van alle dogmatiek, +omdat hij den geest versteent, en daardoor het leven onmogelijk maakt. +In iemand als Van der Goes is zoo'n overgang te begrijpen. Hij is altijd +een droog intellect geweest, zonder krachtige eigen persoonlijkheid. +Maar van Gorter is het meer te bejammeren. Bij hem ligt de fout in een +gebrek aan intelligentie. Hij heeft fijn-gevoelige dingen, hij was een +goed dichter, al is hij spoedig decadent geworden. Maar hij wist zich +nooit recht te houden, hij heeft nooit een helderen kop gehad.... Dus, +bij de mannen, die zich aan de sociaal-democratie verslingerd hebben kon +ik mij al evenmin aansluiten. Mijn vrijheid is mij te lief. Ik ben +dankbaar, dat ik dat toen direct begrepen heb. Want hoe meer ervaring ik +opdeed, hoe stelliger ik overtuigd werd, dat ik de goede richting zoek +en wat ik heb leeren inzien, wordt nu ook in andere landen begrepen, +langzaam aan." + +--"Ziet u een bepaald verband tusschen de leer van Marx en de ideeën van +de Nieuwe-Gids-groep, zooals Van der Goes en Gorter ze vroeger beleden?" + +--"Neen. Zij hadden iets noodig om zich aan vast te klampen. Zij hadden +een leer noodig, en die hebben ze nu. Dat ze Marxist zijn geworden is +toevallig. In vroeger eeuwen waren ze Calvinist geworden. Want ze zijn +geen oorspronkelijke menschen, ze kunnen niet op zich zelf staan, ze +hebben een dogma noodig. Ze moesten zich vasthouden aan een groote +persoonlijkheid, en honderd jaar vroeger waren ze aanhangers geworden +van Rousseau." + +--"Voelt u niets voor hun meening, dat het schoon is, je persoonlijke +idealen prijs te geven, om te werken voor de gemeenschap?" + + + + +PERSOONLIJKHEID. + + +--"Persoonlijkheid ... persoonlijkheid is een dubbelzinnig woord. Je +persoonlijkheid handhaven, dat is goed, wanneer het beteekent: het +oorspronkelijke in je. Maar stel je voorbijgaande eigenschappen op den +voorgrond, dan is het verkeerd. Die twee dingen worden verward. Ik vind +het soms heel loffelijk je individualiteit weg te redeneeren, je op te +offeren voor grootere belangen. Maar ik moet tevens erkennen, dat in je +individueel Zijn wordt gevonden de eenige bron voor wijsheid, voor de +regeneratie van de menschheid. Alle mannen, die voor de wereld iets +beteekenden, konden dat slechts door hun individualiteit. Uit hun +innerlijke zielswezen putten zij de kracht en de wijsheid om de wereld +te regenereeren. Alle dogmatisme is afdwalen van de innerlijke wijsheid. +Dat is een vertrouwen op woorden, termen en uitspraken, zonder na te +gaan hoe de zaken er in werkelijkheid uitzien. Alleen het individu dat +de werkelijkheid nabij blijft en voelt kan verbetering brengen. Goethe +heeft 't gezegd: "... da bleibt nur die Persönlichkeit", als alle gaven +niets meer beteekenen, dan blijft de oorspronkelijke, niet napratende +persoonlijkheid nog van waarde." + + + + +ZIJ ZOEKEN DE GROOTE PERSOONLIJKHEID. + + +"De persoonlijkheid is het tegendeel van conventie. Wat beteekent het, +dat men steeds zoekt naar de portretten van groote mannen? dat ze in +Amerika bv. altijd willen hebben: de persoon, de persoon! Het bewijst, +dat men zoekt naar iemand, die bij de bron zit van het Weten. Men voelt +dat vandaar de vernieuwing moet komen. Aan den eenen kant is het dus +waar, dat men zijn persoonlijkheid moet opofferen, maar aan den anderen +kant is het even waar, dat uit de persoonlijkheid alleen het nieuwe +leven komen kan." + +Gedurende het laatste deel van ons onderhoud werd de persoonlijkheid, +die ík trachtte te begrijpen inderdaad àl te zeer "gezocht". In vijf +minuten riep men hem minstens driemaal aan de spreekbuis, en de zinnen +kwamen bij stukjes en brokjes uit hem. Nu zat er al wéér iemand beneden +op hem te wachten, Hij had waarlijk geen tijd meer voor me. + +Nog één vraag mocht ik hem stellen.--Als ik hem nu breng op de +geruchten, die ze in den laatsten tijd verspreiden over de +"bevrijdingsplannen", die hij in Amerika denkt uit te voeren, zoo dacht +ik, dan weet ik meteen in hoeverre zijn inzichten zich in de pas +verloopen jaren hebben gewijzigd. Wie kunstuiting en maatschappelijk +ideaal wil doen harmoniëeren, kan mij over het eene niet inlichten, +zonder het andere méde te bedoelen. + +--"Wel," zei van Eeden, "over mijn plannen behoeven wij niet lang te +praten. Verleden jaar ben ik vijf weken in Amerika geweest. Ik ben +begonnen met een redevoering, die algemeen bekend is, en ook in het +Hollandsch werd vertaald. En, nadat ik vijf weken lang had geconfereerd +met Amerikanen, heb ik deze redevoering-hier uitgesproken in de +"Economic Club" te New York, den dag voor mijn vertrek. In die rede +vindt U uitgewerkt de plannen, die ik nu wil trachten te verwezenlijken. +Ik ga nu heen, met het uitgesproken doel, te onderzoeken in hoeverre dat +mogelijk is. Het niet-politieke socialisme, daarvoor werk ik, en +langzamerhand zie ik, dat in alle landen, tot zelfs in Duitschland en in +Amerika, meer en meer begrepen wordt, wat ik hier zooveel jaren heb +gepredikt. De verbetering moet komen door economische middelen, niet +door politieke. Die komen pas in de tweede plaats. Eerst moeten de +economische grondslagen gelegd. Natuurlijk heb ik door mijn ervaringen +hier in Holland geleerd: Als het eerste luchtschip verbrandt maakt men +het tweede beter." + +--"Wat is dan het groote verschil tusschen uw eerste "luchtschip" en uw +tweede?" + + + + +HET NIEUWE LUCHTSCHIP. + + +--"Dat ik nu heb ingezien, dat de machines geen macht hebben, maar dat +de machinist de macht uitmaakt. De coöperaties moeten worden geleid door +schrandere, ervaren mannen-van-zaken, door commerciëele of industriëele +genieën of talenten, kortom: van boven af. Of dat nu kapitalisten zijn +of socialisten, het doet er niets toe. Mijn ondervinding met de +vereeniging "Gemeenschappelijk Grondbezit" heeft mij geleerd, dat de +arbeiders niet in staat zijn, zelfs maar een kleine onderneming +voldoende te beheeren. En als men nu de schuld van de mislukking op mij +gooit, die tracht af te wentelen van de arbeiders, dan bewijst men +daarmede, wat ik al gezegd heb: dat het aankomt op de leiding. En +spreekt u mij van gemeenschapsgevoel, dan zeg ik u, dat dit volstrekt +niet gewaarborgd wordt door het etiket "socialisme". Ik heb +langzamerhand geleerd, wat dat beteekent: socialistisch +gemeenschapsgevoel. Niets! Bij kapitalisten is het dikwijls nog grooter +dan bij zich-noemende socialisten. Maar ik verwacht van niemand groote +opofferingen. Ik verwacht alleen, dat er wel eenige menschen zullen +gevonden worden, die hun geld tegen redelijke condities zullen willen +beleggen. En om deze zaak tot stand te brengen zijn een paar +"vijf-percentsphilanthropen" voldoende, wat het geld betreft. En reeds +nu heb ik gezien, dat ik mag hopen." + +Daarmede was ons gesprek teneinde. Hij werd weer weggeroepen. + +"Een mooi vak heb jullie," zei hij, voordat hij mij verliet, "een +prachtig vak. Ik erken dat het goed is, menschen, die iets te zeggen +hebben aan het spreken te brengen. Maar toch ... toen ik uw stukken over +andere schrijvers las, toen dacht ik: Tot zoo iets leen ik me nooit. +Omdat het altijd er uitziet alsof de geïnterviewde met zooveel +zelfbehagen over zich zelf zit uit te pakken. Dat is meestal een schijn, +die de goede reporter moet vermijden, door zijn eigen rol in 't +interview duidelijk te laten uitkomen. Ik hoop, dat U dat doen zult en +daarom leende ik mij er toch toe. Als het goed geschiedt, is het heel +nuttig het publiek over een persoon in te lichten, en er schuilt meer +trots en ijdelheid in het afwijzen dan in het aannemen van +interviews."-- + +Hij leidde mij de trappen af. Hij leek heel slank, heel ondernemend, +heel jeugdig. + +27 Jan. '09. + + + + + +FRANS NETSCHER + + +[Illustratie: FRANS NETSCHER] + + + + +FRANS NETSCHER + + +"Misschien weet u, dat ik in mijn jonge jaren nogal wat te danken heb +gehad aan Jan ten Brink, die toen mijn leeraar was aan de H.B.S. in +den Haag. Eerst ging ik school te Gorkum, en toen ik daar in de derde +klas van de H.B.S. zat begon ik te schrijven. Van dat echte +Hollandsche polderland, dat ik daar in den omtrek te zien kreeg, heb ik +zoo een dingetje gemaakt en ik was heel blij, toen dat als feuilleton +werd opgenomen in een plaatselijk blaadje, "De Gorkumsche Courant", +hiette dat, geloof ik. + +"Maar op de H.B.S. in den Haag dan, daar werden Ten Brink en A.W. +Stellwagen de mannen, van wie ik leerde. Couperus was daar gelijk met +mij; wij woonden dicht bij elkander, onze famieljes gingen met elkaar om +en wij liepen 's middags na schooltijd met z'n twee in de Boschjes. Daar +kwamen we Vosmaer nog al eens tegen,--die had toen juist zijn "Amazone" +geschreven. En ook Emants, die we van aanzien kenden. We wisten zoo, dat +'t Emants was, hè? Die "wandelde" altijd alsof hij heel haastig ergens +naar toe moest.--" + + + + +LETTERKUNDIG LEVEN IN DEN HAAG. + + +"Goed! De man nu, die ons 't eerst er toe bracht, wat meer na te denken +over kunst en zoo, dat was mijn neef Kolff, die niet erg bekend is, maar +enorm veel heeft gedaan. Hij was de eerste, die--in "Het Vaderland"--De +Bock, Maris en Mauve dorst verdedigen, die op de tentoonstellingen +werden uitgelachen. Ook nam hij 't op voor Wagner, en was een van de +eerste pelgrims naar Bayreuth. Hij las Zola al, voordat iemand bij ons +er aan dacht, en ik bewaar nog altijd een pak brieven die Zola hem heeft +gestuurd. Nu, die man dan dineerde eens in de week bij ons en dan kwam +'t gesprek vanzelf op allerlei nieuwe dingen in literatuur en kunst. We +zaten toen ook in een club "_'t Vlondertje_" hiette die; daar zaten +dezelfde lui in als in de "Nederlandsche Spectator-Club", die bij +Nijhoff vergaderde; je had daar ook Willem Maris, Boele van Hensbroek +... enfin een massa lui uit dien tijd. Die club kwam bijeen in een +bierhuisje in de Kettingstraat, daar schonken ze heel lekker Duitsch +bier. En naderhand verhuisden we naar Linken, een koffiehuis in de +Spuistraat. In de pauze zag je daar dan ook de kamerleden komen om hun +bittertje te drinken. Ik herinner mij nog levendig, dat Schaepman er +dikwijls verscheen: een man als een boom; en een ander bekend Kamerlid, +nogal klein van stuk en schraal, hoor ik met een dun stemmetje vragen: +"Wat zult u gebruiken? meneer Schaepman"; en die reus bromde dan met +zijn zware stem: "Geef me nog maar een grokkie!--"" + + + + +HOE NETSCHER TOT ZOLA KWAM. + + +Mijn moeder vertelde dat Zola zoo gemeen was en mijn neef Kolff sprak +dat tegen. Dat wekte mij op, hem ook eens te gaan lezen.... Toevallig +vond ik zoo den schrijver, die uitte wat ik onbewust ín me had.... Ja, +die collectie brieven, daar heb ik nog eens een gedeelte van willen +publiceeren, met aanteekeningen, in "De Gids"--die waar de geschiedenis +van zijn romans inkomt. Maar Van Hall zei: "Doe 't niet, want Van Hamel +gaat er een studie over schrijven". + +Op die wijze, en ook door Ten Brink, ben ik aan 't lezen van Zola gegaan +en van zelf kwam ik toen op Flaubert, Balzac, de Goncourt's, Huysman en +de heele cénâcle van Médan. + + + + +EERSTE WERK. + + +Ik ging toen op de cursus van Steger, bij de stenographische inrichting +van de Staten-Generaal, want ik zocht een bijbaantje.... Keller en Johan +Gram waren ook stenograaf geweest en ik dacht: schrijven en +stenograaf-zijn gaat heel goed samen. Toen de cursus was afgeloopen, +kreeg ik verlof om mij verder te oefenen op de tribune, en terwijl ik +daar zat bedacht ik de schets: "_Een woelige dag in de Kamer_": het +eerste stuk van mij dat de aandacht trok. + +Ten Brink werd door minister Heemskerk tot professor benoemd en ook te +Leiden ben ik hem blijven volgen. Samen met Schimmel was hij redacteur +van "Nederland" en toen hij mijn stukje had gelezen, zei hij: "Geef mij +dat voor "Nederland", maar zet er je naam niet bij, anders krijg je last +met de menschen in de Kamer". En het verscheen onder 't pseudoniem _H. +van den Berg_. + +In dien tijd, bij Linken, had ik ook Ary Prins leeren kennen en die zei +op een goeie dag: "Hei-je dat gelezen in 't "Amsterdammer Weekblad?"" +(dat hiette toen nog niet "De Groene".) Daar stond een stuk in van Van +Deyssel, die met mijn schets in "Nederland" heel ingenomen was. + + + + +KARAKTER VAN HET EERSTE WERK. + + +Mijn eerste bundel schetsen kwam nu spoedig bijeen. Ik schreef er nog +meer "_Studies naar het naakt model_," naturalistisch, eenvoudig, +waarin ik trachtte in voor 't oog onbeduidende menschen het +interessante te zien. Die waren bij Mouton in den Haag verschenen, en +Josselin de Jong had er teekeningen bij gemaakt.... Curieus is, dat ik +een exemplaar met inscriptie, aan Jan ten Brink ten geschenke gegeven, +twee jaar geleden weer in handen kreeg. Henri Dekking snuffelde in +Rotterdam in 't stalletje van een boekenjood en vond daar 't boekje, met +aanteekeningen van Ten Brink voorzien.--Daarin vindt u ook een +jodenschetsje: "_Wat zal er van worden_?..." Bij de Nieuwe Kerk in den +Haag zat in mijn jongen tijd een oud vrouwtje, met vijgen _en zoo_; ik +kwam daar dikwijls voorbij en moest dan denken aan een klein meisje, dat +mèt haar zat. Zoo kwam dat schetsje in de wereld. Ik weet dat Israëls +daar verschrikkelijk mee was ingenomen. Jaren nadien zei hij me. "Ik heb +nog eens zoo'n mooi ding van je gelezen." + + + + +SUCCES VAN HET NATURALISME. + + +Die bundel, de eerste van dat genre in ons land, was in twee, drie weken +heelemaal uitverkocht, en onmiddellijk daarop kwam de tweede druk. En +daar werd me Van Deyssel ineens wakker. Hij schreef een geweldigen +aanval tegen me--een van de mooiste dingen, die hij ooit gemaakt heeft. + +In de Kamer zat ik nog steeds op de tribune en maakte onder de hand mijn +"Parlementaire portretten". Ik had tot buurman den toenmaligen +hoofd-redacteur van "Het Vaderland", nu een van de directeuren van de +Rijksverzekeringsbank. "Wil u dat misschien voor uw blad hebben?" vroeg +ik 'm. Nu, hij vond 't stuk wel aardig, maar een beetje persoonlijk, en +hij wou er liever niet aan. Toen ging ik er mee naar Jan C. de Vos, +indertijd Hoofd-redacteur van de "Haagsche Courant" en, met Van +Nouhuys, redacteur van "De Lantaren". "Jan C.", zeg 'k tegen 'm, "daar +heb ik een dingetje gemaakt en dat willen ze aan 't Vaderland niet +hebben". En Jan C., zooals die geschapen was, stoof op en riep: +"Godv.... wat een flauwe kul is dat nu!" En hij drukt op een belletje. +"Hé-je 't bij je?"--"Ja".--"Hier" zeid'-ie tegen den zetter, +"onmiddellijk zetten."--"Moet je 't niet eerst lezen?"--"Nee, 't zal wel +goed zijn."--Het is toen verschenen in "De Lantaren" en vanaf de tribune +zag ik de geachte afgevaardigden zitten met een nummer waar 't in stond. +"Het Vaderland" drukte 't toen toch af, met "Overgenomen uit "De +Lantaren."" er bij. Nu was-ie gedekt! + +Daarna zijn er nog andere parlementaire portretten gekomen en in 1889 +gaf Warendorff den eersten bundel "In en om de Tweede Kamer" uit, +waarvan hetzelfde jaar een tweede druk verscheen. + +Intusschen werd de "Nieuwe Gids" opgericht. Paap was een vriend van me +en in Amsterdam, op de Stadhouderskade geloof ik, heb ik bij hem +gelogeerd. Daar maakte ik kennis met Van Eeden en Van Deyssel ... o ... +o! dat was een vreemde tijd ... we waren nog jong ... jong en woelig, +zal ik maar zeggen. + + + + +HOE DE "WOORDKUNST" ONTVANGEN WERD. + + +In een van de eerste afleveringen van "De Nieuwe Gids" schreef ik de +schets "Herfst in 't woud". Dat was toen iets! Er stond in ... de +boomen, daar loopt van dat sap langs, hè? Nu, dat had ik "snotterig" +genoemd. Verbeel' je! Smit Kleine schreef daar een parodie op: "Voorjaar +in 't woud". + +Daarna kwam "Miss Nelly", de beschrijving van een Engelsche meid, zooals +die stond te zingen in een tingel-tangel ... met al dat licht en die +sigarenrook ... "Wip-billend" en "wieg-heupend" had ik daarin gezet ... +dat waren toen nieuwe woorden. Ik heb toen voor 't eerst die malle +woorden gebruikt, en daar is een storm van lol over opgegaan. Ik geloof +dat 't toen Prof. Kalff is geweest, die daar met een ernstig gezicht een +betoog over heeft gehouden. Moet dat niet zijn: "bil-wippend" en +"heup-wiegend?" "Neen," zei ik, "dan ken je je taal niet, want je gebruikt +toch zonder blikken of blozen woorden als "knipoogend."" Dat heb ik hem +onder zijn neus gedauwd. Natuurlijk kwamen er weer allerlei parodieën +... maar tegenwoordig vindt men niets byzonders meer in die manier van +schrijven. + + + + +JUSTUS VAN MAURIK + + +In die dagen was het Justus van Maurik voor en Justus van Maurik na. En +toen heb ik een critiek geschreven op het valsche sentiment van dien +man, die het volk heelemaal niet kende, en het evenmin teekende als +Cremer boertjes teekende. Hij speculeerde op de goedkoope tranen van de +burgerlui. En nu is een aardige byzonderheid wel deze: In den Haag daar +had je en 't bestaat nog, het genootschap "Oefening kweekt kennis", waar +allerlei professoren in gezeten hebben. Daar hielden ze in eere de +gewoonte van "Het servetje": als er een spreker geweest was, werd er een +soupee'tje gehouden, en meneeren die al 25 jaar in de club zaten, kwamen +daar om 12 uur 's nachts borden erwtesoep en zware biefstukken met zware +potten bier gebruiken. Nu zeiden wij: "Nee, hoor is, je artisten moet je +goed betalen en eten dat moet je thuis doen." Maar er kwam geen +verandering en de heeren kozen telkens dezelfde lui in 't bestuur. Toen +besloten wij revolutie te maken. Op een mooien avond kwamen wij met z'n +tachtigen ter vergadering. Dat overrompelde als 't ware het bestuur. En +al de lui die 25 jaar lang zware biefstukken hadden genuttigd, die +gingen d'r pardoes uit en ik kwam er o.a. in. Ik was een-en-twintig. Ik +herinner mij nog dat de heele zaal opstond om mij achter den spreker te +zien binnenkomen. Nu dan, Justus zou komen spreken en net was die +critiek van mij verschenen. En hij schreef aan Campbell, directeur van +de Koninkl. Bibliotheek, of die niet kon maken, dat ik wegbleef, want +anders wou hij niet komen. Kinderachtig, hè? Zoo waren de menschen toen. +Ik kwam er achter en toen heb ik hem een brieffie gestuurd, dat als ie +alleen kwam voor die vijf-en-twintig pop, ik me wel niet zou vertoonen, +die avond. + + + + +VAN EEDEN EN "HET SERVETJE." + + +Daar valt me nog een avontuur in: Van Eeden zou komen spreken en hij +dineerde in Den Haag bij mijn moeder en mij. + +--"Kan ik zoo naar "Oefening" gaan?" vroeg ie. Hij was als student +gekleed in een gewoon colbertje. "Ben je mal, kerel? Ze lachen je uit!" +Van Eeden natuurlijk ten einde raad, en het slot was dat hij mijn +gekleede-jas zoolang aan kreeg. Nu ageerden wij in dien tijd nog tegen +"het servetje" en als ik een spreker te pakken kon krijgen, dan stookte +ik hem altijd op om niet mee te soupeeren. Maar 't gekke was, dat Van +Eeden erg hield van lekker eten en na afloop had-ie zoo'n trek, dat-ie +tòch wou gaan. "Ho jonge", zei ik, "da's niet afgesproken. Wil jij zware +biefstukke nuttigen, ga dan je gang. Maar dan ook op staande voet mijn +gekleede-jas terug!" + + + + +AUTEURSVERDRIET. + + +Met mijn tweeden bundel, "Menschen om ons" heb ik een naar avontuur +beleefd. Kort na de verschijning ging de uitgever failliet. Voor de +"Witte" in den Haag stonden ze met zoo'n open handwagentje te venten. +Een kwartje een heel boek. Het is dan ook nooit herdrukt. Jammer, +sommige van mijn beste dingen stonden er in. + +Dan heb ik nog geschreven een brochure tegen Van der Goes. Die had Ten +Brink aangevallen en ik betoogde dat er in Ten Brink, bij al zijn +fouten, veel was dat ik kon waardeeren, dat hij in veel zaken onze +voorganger was. + + + + +NETSCHER TE PARYS. + + +U moet weten dat ik stam uit een oude ambtenaars-famieje en dat mijn +vader resident is geweest in Indië. Nu, mijn moeder werd hier ongesteld +en moest voor haar gezondheid terug, naar Indië, hè? Ik heb haar +weggebracht over Parijs en toen ik daar eenmaal was, heb ik geprofiteerd +van de gelegenheid om kennis te maken met de naturalistische beweging, +en o.a. met Zola, daar ik jarenlang mee had gecorrespondeerd (ik heb nog +al zijn boeken met inschriften van zijn hand), met Huysmans en Paul +Marguérite. Net in dien tijd was van Zola's "Germinal" een tooneelstuk +gemaakt,--U weet--die verschillende bewerkingen gebeurden onder zijn +toezicht. Maar met "Germinal" was hij niets ingenomen. "Och," zei hij, +"ga er niet heen, je hebt er niets aan." + +Huysmans,--ja dat is een goeie mop,--die was ambtenaar aan een +ministerie, en daar had-ie de afdeeling: "Slachtoffers van de coup +d'état van 1852". Ik kwam hem eens van zijn bureau halen: we zouden saam +dineeren. En toen ik binnenkwam, zag ik dat ie haastig iets wegmoffelde +onder een buvard. "O, ben jij 't", zeid'-ie, "neem me niet kwalijk, ik +zat juist voor me zelf te werken".-- + +"Heb je dan zoo weinig te doen?" + +--"Weinig? M'n chef hier naastaan zit kalm te werken aan de +"Dictionnaire Larousse."" + + + + +THEORETISCHE STUDIE; HAAR NUT. + + +Ik heb van Huysmans in dien tijd veel geleerd. Ik ging toen ook aan de +studie van psychologie, en ik las vooral Claude Bernard. Dàt was onze +man. Of die wetenschap mij later te pas is gekomen, en mij geholpen +heeft de menschen beter te begrijpen, dat zou ik niet kunnen zeggen. +Misschien is mijn inzicht ook wel altijd intuïtief geweest. + +Op een goeie dag ontdekte ik in een boekwinkel een werk van George +Moore, den Engelschen Zola. Ik trad met hem in correspondentie en +schreef in de ouwe "Gids" een artikel over hem, dat nogal opgang maakte. +Curieus is wel,--de boekhandelaar vertelde me dat,--dat naar aanleiding +van mijn Gids-artikel iemand uit 't Koninklijk Paleis,--U weet, zoo'n +mosterdman met een enorme beremuts,--die was komen vragen naar de +werken van Moore. Het naturalisme werd dus ook wel in hoogere +kringen gelezen. + +Laat ik u nog even wijzen op mijn tooneelkritiek in "De Amsterdammer" en +mijn raadsverslagen in de "Haagsche Crt." toen Jan C. daar in zat. U in +uw werkkring kent misschien ook wel de zoogenaamde "bedstêe" die in de +raadszaal van onze residentie voor perstribune dient. Daar heb ik ook +... gebruik van gemaakt. En dan noem ik U nog een bundel schetsen: "Uit +ons Parlement". + + + + +DE ROMAN "EGOÏSME." + + +Toen ben ik begonnen aan mijn eersten roman: "Egoïsme", een Haagsch +verhaal in twee deelen, dat in 1893 verscheen. Wat die roman in had, kan +ik u in een paar woorden zeggen: Als je wat ouwer wordt, hè? en je hebt +bovendien wat studie van 't onderwerp gemaakt, dan ga je 't leven wat +ernstiger beschouwen, je gaat je vragen stellen, en dan voel je vooral +die eene vraag telkens in je opkomen: "Hoe moet je eigenlijk het geluk +in 't leven vinden?" Misschien zou ik daar nu een ander antwoord op +hebben dan toen,... ik weet niet ... later dùrf je die vraag zoo niet +meer stellen ... maar al komt er veel deceptie in je leven ... een kern +moet er toch blijven waar je onder alle omstandigheden je geluk in +zoekt. Dat thema heb ik in mijn roman behandeld: Een jong, mooi +vrouwtje--trouwt met een succesman--heeft allerlei teleurstellingen--en +komt tot deze conclusie: dat je 't geluk niet van buiten af kunt +verwachten: dat je 't in je zelf moet zoeken. + + "Nu, ik hoop, dat je in je huwelijk even gelukkig zult zijn als ik,... + dat is mijn beste, allerbeste wensch." + + "En terwijl zij zich afwendt, om op haar beurt plaats te maken voor een + anderen bezoeker met een anderen wensch, glimmen in haar ooghoeken twee + smartelijke tranen, zooals jagers zeggen wel eens in de lieve oogen van + een aangeschoten hert te hebben gezien." + +Deze roman is uitverkocht. Niet meer te krijgen. + +En verder is het met mij gegaan zooals met ieder ander schrijver: Je +blijft doorwerken, doorwerken, doorwerken. Ik moest er natuurlijk wat +anders bij doen--mijn journalistieke arbeid. Daarmee zijn we nu zoowat +gekomen tot de oprichting van de "Hollandsche Revue." + + + + +DE HOLLANDSCHE REVUE. + + +Dat ging heel eigenaardig: Ik reisde naar Engeland toe en op de boot +ontmoette ik Vincent Loosjes, den Haarlemschen uitgever, die een kennis +van mij was. Daar zat ik 's avonds mee in de rookkamer,--en hoe het nu +precies geloopen is weet ik niet, maar uit het gesprek dat we toen +voerden is ontstaan het plan voor de "Revue". Hij kende mijn werk in de +richting van figuurteekening en karakteranalyse, mijn parlementaire +portretten. Iets dergelijks zijn de _Karakterschetsen_, die ik iedere +maand geef. Ik ben met dat woord "karakterschets" niet erg ingenomen: de +menschen hechten er een veel te geleerde beteekenis aan; een diepgaande +psychologische ontleding was mijn bedoeling niet.... We hadden goed +gedaan daar een anderen titel voor te bedenken, maar dat merk je later +pas. Mijn bedoeling is, te laten zien dat er overal om ons heen menschen +leven die op een of ander gebied uitmunten, en hoe zwaar hun strijd is +om hun mooie denkbeelden te verwezenlijken. Leg dus meer nadruk op +"schets" dan op "karakter", dan komt u er misschien. Ik geloof dat 't +Kerdijk was, die de Revue een "maandelijksche encyclopaedie" heeft +genoemd. Dat mag ik hooren! Ik durf gerust zeggen, dat ik met dat +tijdschrift iets nieuws gaf, al lijkt 't tegenwoordig gewoontjes. Het +idée om de menschen te kieken in hun intérieur was nieuw in mijn tijd. +Mijn eerste karakterschets was die van Dr. A. Kuyper. Ik heb ernstig +getracht _objectief_ en volkomen getrouw weer te geven wat ik van hem te +weten kwam. En vergeet niet: Kuyper is van een heel andere richting dan +ik--bovendien verkeerde ik zelf nog in een twijfel-periode. Kuyper heeft +die zaak nog al aardig opgevat: hij had er schik in en bij wijze van +souvenir, heeft hij me een cadeau gestuurd: Zijn "Encyclopaedie van de +heilige Godgeleerdheid" in drie deelen. Hier staan ze. + +Ja, op een heel kleine uitzondering na heb ik dit heelemaal alleen +gemaakt ... al die dertien jaargangen, die u daar ziet. En ik mag wel +zeggen: het is een geluk dat ik al die dertien jaar nooit ziek ben +geweest, zoodat ik nooit één ding heb moeten verzuimen,--wat een +wònder is. + +Ik heb dikwijls het voorrecht gehad op menschen te mogen wijzen, waar +men eigenlijk niets van wist. Zoo bv. op Mevrouw Kempers, de +soldaten-moeder; dat beste brave mensch dat zoo ongelukkig was. Jonker +Graafland, de held van Atjeh ... Nelly van Kol ... Ja, dat was wel +aardig. In 1898, toen de Koningin aan de regeering kwam. Ik gaf een mooi +portret van Koningin Wilhelmina, en sprak de hoop uit, dat ik later een +Koningin in haar zou mogen huldigen. Dàt ze 't was moest ze nog toonen; +maar kon ik nog geen hulde brengen aan het "_Kind-Koningin_," ik +verheugde mij er in, te mogen wijzen op onze "_koningin der kinderen_," +op Nelly.... Later, toen zij afscheid nam van haar tijdschrift "De +Vrouw", heeft zij gememoreerd, dat de groote opgang van dat blad +dagteekende van mijn artikel. + +Die "Revue" is een enorm stuk werk, een stuk léven bijna. En daar hij +mij in aanraking heeft gebracht met menschen van allerlei richting, hoop +ik dat hij mijn blik heeft verruimd. + +In 1904 heb ik nog uitgegeven "Uit de snijkamer", waarin de meest +verschillende zijden van mijn kunnen zijn vertegenwoordigd. Hoe ik aan +dien naam kom? Heel eenvoudig: De snijkamer is de plaats waar je de +menschen open maakt en kijkt wat er van binnen in zit. Ik tracht ze +psychisch van binnen te bekijken, ik opereer ze, om te zien wat er in ze +is omgegaan. En sedert 1 Januari ben ik in de redactie van de "Nieuwe +Gids" gekomen. + + + + +NETSCHER OVER ONZE LITERATUUR. + + +Wat mijn meening over de schrijvers van den laatsten tijd betreft: Van +Deyssel en Kloos zijn voor mij wel twee van de meest byzondere figuren +die we hebben. Alleen betreur ik het, dat van Deyssel terecht is gekomen +in de "Kleinmalerei", dat hij niet 't groote werk heeft gemaakt, _het_ +boek van de eeuw, _de_ moderne roman, die ik jarenlang van hem +verwachtte. Ook vind ik 't groot jammer, dat Kloos zich heeft opgesloten +in één byzondere levensuiting.... + +Dat hangt samen daarmee: dat ik behoefte heb gevoeld, mij te bewegen in +allerlei richtingen. + + + + +DE ARTIST EN "HET OPENBARE LEVEN." + + +Een artist moet als 't ware wortelen in 't maatschappelijke leven ... ik +geloof,--als ik die plantkundige taal nog even mag gebruiken,--dat de +improductiviteit van veel artisten hieruit te verklaren is, dat zij al +'t voedsel uit de lucht willen halen en niets uit de aarde. De enorme +productiviteit van Zola, die ons verbaast, van Balzac, die honderd +deelen heeft nagelaten, danken wij aan de omstandigheid dat die mannen +altijd voeling hebben gehouden met wat buiten de kunst gebeurt. En dat +hebben zij als artist verwerkt. Ja, een dichter die "versjes" wil maken, +die mag op zijn kamer blijven zitten. Maar wil je een groot man worden, +dan moet je leven midden in den strijd van je geslacht. Al weet je voor +'t oogenblik niet altijd wat je er uit haalt, later zie je, dat je +ervaringen zich van zelf door je werk hebben gevlochten. Als Van Deyssel +dat gedaan had, dan zou hij de heerlijke, weelderige productiviteit van +een Balzac bezitten ... dàt is je ware! Ik ben een aanbidder van veel +werken, van 'n massa werken. Ik heb alle eerbied voor Flaubert die +dertig jaar aan één boek werkte ... maar wat heeft hij nagelaten? zes, +zeven boeken. En kijk nu die andere menschen eens ... wat een geweldige +produktie ... dat zijn de reuzeboomen in 't bosch geworden. + + + + +NETSCHER IN DE POLITIEK. + + +Ik heb mij daarom ook in de politiek willen bewegen, dat is +menschenplicht ... als je in de gemeenschap leeft, dan moet je geen +kloosterleven leiden, al ben je artist. In de laatste 15 jaren treed ik +regelmatig op als spreker, ik was meermalen candidaat voor de Tweede +Kamer en ik ben hier in Santpoort tot lid van den Raad gekozen,--op de +eerste vergadering die ik bijwoonde werd ik tot Wethouder benoemd. In +een interessante gemeente, een gemeente waar iets te werken valt.--Ik +heb hier o.a. de afdeeling Onderwijs, die nog al in mijn richting ligt. +Ik heb getracht de positie van onze onderwijzers zooveel mogelijk te +verbeteren, en, naar men zegt, voldoet de regeling die ik heb ontworpen +aan billijke eischen.--Ik behoor tot de vrijz. democratische partij; in +1901 was ik bij degenen die een oproep in de kranten plaatsten om ons af +te scheiden van de liberalen,--u weet 't ging toen om de urgentie van 't +kiesrecht. + +In 1903 heb ik hier 't mijne gedaan om de eerste staking van 't spoor- +en tramwegpersoneel te doen slagen. En toen de tweede staking uitbrak, +heb ik de menschen met raad en daad bijgestaan, al kon ik hun optreden +niet meer goedkeuren. Later ben ik bemiddelaar geweest tusschen +personeel en directie. + +Ik werk ook veel voor den Bond voor Staatspensioneering. Ik ben nu +uitgenoodigd om met Ds. Van Krevelen naar Denemarken te gaan, teneinde +'t Deensche stelsel te bestudeeren. Met nog een paar heeren ben ik +uitgenoodigd, een wetsontwerp op het Staatspensioen te maken ... voor de +Bond natuurlijk. + +En eindelijk ben ik in het hoofdbestuur van de vereeniging tot +Bevordering van de Bijenteelt ... ik hou' zelf ook bijen ... kijk,... +hier hebt u een pot van mijn mooiste lindehoning,... straks zal ik u de +boomen wijzen waar mijn bijen te gast gaan. Ik interesseer me byzonder +voor de bestrijding van 't geknoei met de honig.... O Ja: Voorzitter van +de kiesvereeniging hier ... van "Vreemdelingenverkeer", +tooneelverslaggever aan het Haarlemsch dagblad.... Tot over mijn ooren +in 't werk.... Kijk, mijn agenda is goed gevuld ... en daarbij, Goddank, +altijd gezond. + + + + +TOEKOMSTPLANNEN. + + +Het groote ideaal van mijn leven op literair gebied is nog eens een +roman te kunnen schrijven over de visschers. We zijn altijd een +visschersvolk geweest, en je hebt schilders genoeg die hun onderwerpen +in onze zeedorpen zoeken,--maar literair heeft nog niemand daar iets +van gemaakt. + +Met de visschers in "Op hoop van Zegen" van Heijermans staat 't net als +met Cremer's boertjes. Heijermans laat ze bij elkaar komen: +visschersvrouwen en de dochter van den reeder en ieder doet op haar +beurt een verhaaltje. En dan die nonsens dat die man, als 't schip is +vergaan, telephoneert naar de assurantie en ten antwoord krijgt: "Kom +morgen 't geld maar halen." Nonsens, zoo is 't leven niet.--Nu heb ik +een uitnoodiging gekregen van de trawler-maatschappij in IJmuiden, om +een reis naar IJsland mee te maken. Dat heb ik verleden jaar al willen +doen, hè? maar door allerlei drukte heb ik me toen terug laten houden. + +Dan heb ik plan voor een grooten roman die hier in den polder zal +spelen, in Sparendam. Een prachtige plaats! 't Echte Hollandsche +waterlandschap krijg je daar. In zoo'n mooi, stil Hollandsch dorp wil ik +een drama laten gebeuren. Daar heb ik een massa gegevens voor. En dan, +maar daar heb ik al iets van klaar liggen: Een roman die zal hietten: +"'t Drama op de molen". Een molen die heelemaal alleen in den +reusachtigen verlaten winterpolder staat te malen, 'n Paar menschen +wonen op die molen: en dan laat ik onder die paar menschen een +moordgeschiedenis gebeuren. De molenaar wordt verzopen in de tocht door +zijn vrouw en een van z'n knechts, omdat die knecht 't houdt met de +vrouw. Dat moet ook echt-Hollandsch worden. Ik ben er nog steeds in mijn +hoofd mee bezig. + +Nu schrijf ik aan een werk dat ik met graagte op mij heb genomen: Het +tweede deel van een boek over ons eigen land, uitgegeven door den +A.N.W.B. Die streek hier: Kennemerland, West-Friesland, 't +Bloembollenland, de doode steden aan de Zuiderzee; dat typisch- +Hollandsche mooi in onze duinstreek en onze waterstreek ... dat +wil ik in woorden verheerlijken. Als we een mooie dag weer hebben ga ik +er nog al eens op uit om rond te kijken ... dat moesten meer menschen +doen ... jonge 't is zoo mooi. + +En ... (Netscher's sterke hand streek driftig een lucifertje af) en +binnenkort moet ik weer de boer op voor de verkiezingen.... Altijd te +doen ... altijd bezigheden. Dat moet. Dat heb ik noodig. Voor de +zuiverheid van je visie is 't noodzakelijk dat je je op ander gebied +beweegt; voor de frischheid van je impressie. Mijn werkkring in de +gemeente brengt mij met een massa menschen in aanraking, in allerlei +omstandigheden waarin je ze niet ontmoet als je gewoon burger bent. +Denk eens: je belastingzaken en je onderwijszaken, die ik onderzoeken +moet. Dat verrijkt mijn geest nog dagelijks. Vooral dat IJmuiden is +prachtig hè? Dat stadje, dat in tien jaren iets gewòrden is, met zijn +energieke visschers, die frissche kerels, die nauwelijks hun hand kunnen +teekenen, maar toch in staat zijn een groote zaak te leiden.-- + +En nu meneer ben ik uitgepraat. Wat zou u zeggen van een groote +wandeling? Alles staat in de rijp ... 't is weer om van te watertanden, +hier aan de voet van 't duin. Aangenomen? Vooruit dan maar ... Denk er +om, ik heb lange beenen. Toen Querido hier was heb ik 'm doodgeloopen, +z'n tong hing 'm uit z'n mond. Durft u 't er op wagen? + + + + + +MARCELLUS EMANTS + + +[Illustratie: MARCELLUS EMANTS Jeugdportret] + +[Illustratie: MARCELLUS EMANTS] + + + + +MARCELLUS EMANTS + + +Breed, hol patriciërshuis, koud van gevel. Degelijke stille dienstbode, +die een gewoon-houten deur mij opende. Uit het portaal stond ik +bedremmeld in 't schel-gele licht, in de dwelmende atmospheer van een +Oostersch cabinet met rijkelijk-getinte tapijten, bizarre uitstallingen +van kostbare steenen, naast den kleinen divan een tafeltje met turksche +water-pijp, aan de zoldering een lamp van gedreven koper, matgeel. Voor +mij aan den wand, achter een sluier ten halve: een vrouwe-kop in enkele +trekjes afgebeeld. "Fatma" stond daar onder in erg Europeesche letters, +die spotten met de Arabische krul-karakters, welke ik verwachtte. Toen: +een tapijt schoof weg, een gewoon-houten deur kwam naakt; de +degelijk-ernstige dienstbode riep met gedempte stem mij weer in de gang, +waar ik--van jas en hoed ontdaan en aan 't tapijt nog gewend, +--gemakkelijk mij bewoog en misbaarlijk-zware stappen patste op +de marmerplaten. Een paar breede schouwburg-trappen. De koud-lichte +werkkamer, stoelen, tafel, boekenkasten, schrijfbureel en vensternissen, +alles van dof-en-donker hout en minutieus besneden. Emants met zijn rug +naar 't licht, zoodat ik zijn nuchter gelaat met de gouden bril en de +zwarte grijzende sik maar vaagjes onderscheidde ... in de witte glansen +van 't West-licht. + +Wij spraken aanstonds over de temperatuur. Ik was verkleumd. De kamer +was "centraal" verwarmd, maar Emants ontstak in de hooge smalle schouw +een gashaard voor me, die hij aanstonds moest temperen, zoo gloeide dat +kostelijke ding. Centrale verwarming gecombineerd met gashaard, dit werd +me dra duidelijk, vormt een byzonder zuinig stook-systeem. Bij Emants +moet met genie gestookt en verwarmd worden. Hij lijdt zoo +verschrikkelijk aan kouwe-voeten! Alles al geprobeerd. Niets helpt. +Netscher heeft goed beschreven, toen hij hem voorstelde: wandelend heel +haastig als moest hij ergens heen. Die kouwe voeten plagen hem geweldig. +Vergallen hem veel genot: Comedie, vergadering, rijtuig. Hij heeft een +neiging, allerlei details uit zijn levensbeschouwing te verklaren met +een beroep op zijn kwaal. Maar dat liet ik me niet wel-gevallen,--en +aanstonds liep ons gesprek de gewenschte richting in: + + + + +EMANTS' VEELZIJDIGHEID. + + +"We hebben hier nog niet een leerstoel voor kunstgeschiedenis en dien +had ik toen eigenlijk noodig. Natuurlijk begreep ik dat zelf toen niet, +maar mijn ouders hadden het voor mij moeten begrijpen. En dat begrepen +ze niet: in mijn familie is nooit aan kunst gedaan. De zaak was, dat ik +me voor alles interesseerde en nog interesseer. Maar wat me in een of +andere loopbaan lokte dat was niet de hoofdzaak maar een van de +bijzaken. Eerst wilde ik militair worden. Waarom? Om het mooie pakkie. +Later zag ik mijn oom die ingenieur was bruggen bouwen en ik vond dat +een mooi en grootsch werk. Ik ging ook naar de polytechnische school, +maar dat cijferen beviel me niet. Toen zei mijn papa: Je mag wel van +studie veranderen, maar eerst moet je examen doen, anders is het net +alsof je daarvoor bent blijven haperen. En toen ging ik in de Rechten +studeeren. Maar dat rechtsgefrimel stond me ook niet aan. Al dat +gepeuter om uit te maken of een bepaling toepasselijk is op een zeker +geval, dat vond ik wel een oogenblik interessant, als alles, maar ik had +er gauw genoeg van." + + + + +EMANTS ALS STUDENT. + + +Bovendien, het studentenleven: nóóit heb ik kunnen begrijpen het +gezellige daarin, in dat bij elkaar zitten om te drinken, in leelijke +tabaksrook ... ik kan niet tegen rook en rook ook zelf niet. In Leiden +hield ik op een gezellig mensch te zijn. Ja, ik weet 't wel: bij de +meeste menschen is het net anders om. Maar mij heeft het student-zijn +uit 't leven gejaagd. Die duffe localen van de professoren, dat van den +een naar den ander loopen door de vuiligheid en de kou', die aklige +kille banken in het academiegebouw, nee! daar kon ik niet tegen. Ik heb +dan ook niet afgestudeerd. Ik heb wel mijn candidaats gedaan. Maar toen +stierf mijn ouwe heer, mijn moeder vond het niet bepaald noodig dat ik +een titel haalde en toen ben ik direct op reis gegaan, de bergen in. + + + + +DE BERGEN. + + +De bergen! dat is altijd mijn hoofdgenot geweest. Ik voel me nergens zoo +goed en zoo gezond als in de bergen. Sommige menschen vinden 't op zee +zoo prettig. Ik niet. Op zee ben ik altijd beroerd. Maar in de bergen +voel ik mij altijd "gehobener Stimmung". Ergens stilletjes te gaan +zitten, geen mensch te zien en dan te werken, dat is het grootste genot +dat ik kan hebben. Ieder jaar moet ik naar de bergen. Ik kan er om zoo +te zeggen geen jaar buiten. + + + + +KUNSTENAAR EN MAATSCHAPPELIJK LEVEN. + + +Een maatschappelijke betrekking heb ik nooit gehad, omdat ik die +doodeenvoudig nooit noodig had. Ik zou ook nooit geweten hebben, wat ik +in zoo'n betrekking doen moest. Maar--ik moet toegeven--ik vind dat +verkeerd. Ik vind 't veel beter dat iemand een baantje heeft dat hem +gedwongen in aanraking brengt met menschen. Dat hadden mijn ouders voor +mij in moeten zien. Later begin je er niet meer aan. Je kunt er wel een +soort van plaatsvervanger voor vinden in het vereenigingsleven en ik +beweeg me dan ook wel in het Alg. Nederlandsch Verbond, in het +Tooneelverbond ... maar 't had véél beter geweest als ik een +maatschappelijke betrekking--welke dan ook--had aangenomen. + +--"Men krijgt wel eens den indruk, dat U bij al wat U schreef bent +uitgegaan van ideeën. Is dat zoo?" + +--"Ik heb altijd behoefte gehad, om iets dat mij treft--hetzij dat van +buitenaf tot mij komt, hetzij dat 't in mijn binnenste ineens +opleeft--neer te schrijven, weer te geven, in vorm te brengen." + + + + +HOE DE DINGEN HEM TREFFEN. + + +De dingen die mij treffen presenteeren zich onmiddellijk aan mij als +roman of als tooneelstuk. Schrijven wordt dan een soort behoefte voor +me. En het eigenaardige is, dat ik daarbij nooit denk aan de uitwerking +die het op 't publiek zal hebben, aan de moraliseerende strekking of wat +de menschen er bij denken. Het is een zuiver egoïstisch weergeven van +wat mij treft. Daarom kan ik ook zoo goed begrijpen wat Goethe heeft +gezegd ... ik weet de woorden niet precies meer ... dat iets zoo sterk +in je kan zijn, dat het een goddelijke verlichting wordt het te uiten. + +--"Maar dan moet ik U toch vragen: waarom stuurt U uw werk toch de +wereld in?" + + + + +WAAROM HIJ ZIJN WERK PUBLICEERT. + + +--"Die vraag heb ik mij zelf ook dikwijls gesteld. En een bevredigend +antwoord er op geven, dat kan ik eigenlijk niet. Ik weet 't niet. Ik heb +eigenlijk niet de behoefte mijn werk de wereld in te sturen. Maar ik heb +een zeker gevoel in mij, dat ik er minder aan zou doen, dat ik 't +misschien heelemaal niet zou schrijven als 't niet de wereld in ging. Ik +zou misschien nog wel beginnen, maar of ik 't af zou maken weet ik niet. +Maar toch, ik schrijf ook heel wat dat niet de wereld ingaat. In die +kast liggen een heele hoop tooneelstukken die ik nooit aan iemand +gegeven heb. En ik ben ook een massa dingen begonnen, die ik nooit heb +afgemaakt." + +--"Werk van een andere soort misschien?" + +--"Nee, dat kan ik niet zeggen. Soms beviel me het niet. Dat kwam b.v. +ook wel zoo: dat ik, laat me zeggen een romàn, had gemaakt ter wille van +een idée, van een enkel hoofdstuk. Later vond ik dat ik het veel beter +ergens anders kon gebruiken en dan werkte ik hetzelfde op een andere +manier uit." + +"Wilt u nog eens op de grond-idée van uw werk terugkomen?" + + + + +HIJ KAN 'T NIET ANDERS. + + +--"Die ontstaat van zelf. Die is er voordat ik 't weet. Bijvoorbeeld: +Mijn vrouw interesseert zich erg voor mijn werk. En juist met haar heb +ik 't dikwijls over iets waarvan zij dan zegt: waarom doe je dat toch +zoo? dat bevalt 't publiek niet. Dan zeg ik: dat kan ik niet veranderen. +Dan moet 't maar geen mensch bevallen. Ik kan dat niet veranderen; dat +is onmogelijk. Als ik eenmaal zie dat iets zus of zoo moet zijn, dan heb +ik een gevoel van valschheid als ik er nog iets aan verander ter wille +van het publiek. Dat kan ik niet. Kort geleden had ik om mijn vrouw een +pleizier te doen een optimistisch slot aan een tooneelstuk geschreven. +Zij had het schema voor dat slot gemaakt. En een paar dagen later zei +ik: hier heb je de stukken er van. Ik heb 't onmiddellijk verscheurd. Ik +kòn 't niet aanzien!..." + + + + +ZIJN ONAFHANKELIJKHEID. + + +Nou zal daar wel invloed op hebben, dat geloof ik wel, dat ik niet voor +geld behoef te schrijven. Ik verbeeld me dat iemand die voor geld moet +schrijven vanzelf door de omstandigheden gedwongen wordt veel meer +rekening te houden met het publiek dan ik ... je behoeft je daarom nog +niet te verkoopen! Ik kan begrijpen dat het van zelf in je binnenste zoo +gaat. Maar wanneer je van geldzorgen onafhankelijk bent, dan kun je je +eigenlijk beter laten gaan dan een ander: dat vind ik zoo duidelijk als +twee maal twee vier. + + + + +HET PESSIMISME. IS EMANTS SCHOPENHAUERIAAN? + + +Om nu op mijn richting terug te komen: de richting in mijn werk waarvan +ik mij zelf ook bewust ben, dat is mijn pessimisme. Wat ik daarmee +bedoel wordt dikwijls verkeerd begrepen. Zij hebben mij dikwijls een +Schopenhaueriaan genoemd en dat is in zooverre onjuist, dat ik hem +natuurlijk wel een groot man vind ... maar waarom heb ik zooveel met hem +op?--niet omdat hij mij ideeën heeft gegeven--maar omdat ik in goeien +systematischen vorm bij hem terug vond wat ik zèlf al had, wat ik als +jongen al onduidelijk in mij voelde leven: dat idée dat het verdriet of +de slechte afloop of wat men kan noemen het pessimistische in de zaken: +sterk overheerscht het optimistische, en dat het goeie een moment is dat +toch weer slecht eindigt. Ik had laatst nog een briefwisseling met een +dame, die groote bezwaren had tegen wat ik schreef in mijn artikel "_Hoe +Loki ontstond_." Die schreef mij een langen brief waarin ze aankwam met +het mooie in het leven.... Dat kon ik hiermee beantwoorden: Stel dat we +de balans van het leven opmaken en we vinden een batig saldo aan wat de +Duitscher noemt _Lust_, dan vind ik voor dat geval het idee van den ons +steeds bedreigenden dood, van het onvermijdelijk moeten scheiden van de +"Lust", zoo verschrikkelijk dat dit optimisme me nog pessimistischer +lijkt dan mijn pessimisme. Waarom ik verder leef? Ik heb een dwazen +instinctieven drang in mij om te leven en daarom ga ik er niet uit. Bij +wie wil leven, bij die overheerscht eenvoudig de instinctieve drang en +bij wie het verstand overheerscht, die moet inzien dat de kans om +ongelukkig te zijn veel grooter is, dan de kans om gelukkig te zijn, dat +de zoogenaamde optimistische beschouwing volkomen opweegt tegen wat we +pessimisme noemen. + + + + +PESSIMISME EN GEMOEDSTOESTAND. + + +Maar u begrijpt wel, daarmee is niet gezegd dat ik een mopperaar ben. +Welnee. Ik ben altijd van zeer opgeruimd humeur geweest. Dat is +eenvoudig een je-schikken naar omstandigheden. Maar ik had veel liever +niet geleefd. Ik ben er mijn ouders nooit dankbaar voor geweest dat ze +mij het leven hebben gegeven. + +--"Maar hebt u dan in uw leven niet een groot doel?" + + + + +HET FUTIELE VAN EEN LEVENSDOEL. + + +--"Een doel? Als het leven voor ons een doel heeft, dan is 't een +onbekend doel en wat baat dit doel aan het individu? De gemeenschap +lijdt niet, de gemeenschap geniet niet. Wat lijdt dat is het individu. +En wat is het doel van zelfs de groote individuen petieterig en +onbeduidend. Korten tijd na hun dood is al hun werk weer tot niet +vergaan. Die dame vond er juist zoo'n voldoening in, te leven voor het +geheel, en te kunnen zeggen: ik heb mijn deel gehad. Ik zie daar niets +anders in dan dat men zich paait met een inbeelding. Ik zie dat niet +anders in. Maar wat de menschen zoo dikwijls denken, dat pessimisme +gelijk staat met nurkschheid, melancholie, mopperen ... dat is volstrekt +onjuist. Integendeel. In mijn schatting kijkt juist een pessimist +nuchter en onbevooroordeeld het leven in. Als ik er voor stond en ik +moest er nog in, dan zou ik zeggen: ik doe het niet. Maar nu ik er +eenmaal in ben zeg ik: laat ik nu zorgen dat ik zoo min mogelijk nadeel +doe en mij zoo goed mogelijk schik." + + + + +MOET MEN VOOR HET PESSIMISME PROPAGANDA MAKEN? + + +--"Acht u het in dit verband dan niet een voordeel dat men in de +gemeenschap zoo min mogelijk slapende honden wakker maakt, en de +menschen nooit aan het denken brengt over zulke onderwerpen?" + +--"Dat zou ik een voordeel kunnen achten, zeker. Maar als wij dat een +voordeel achten, dan komen wij volmaakt in strijd met alle ontwikkeling, +en eigenlijk moet je dan wenschen dat de menschen op een laag peil van +ontwikkeling blijven. En dan zou je de kerk gelijk kunnen geven. Die +houdt de menschen dom en de priesters zeggen: wij weten liet alléén. +Maar àls de wereld nu eenmaal vooruit moet gaan, dan werk je dat op die +manier toch weer tegen. En ik voor mij geloof dat de wereld,--al is het +geen vooruitgang,--zich toch geleidelijk ontwikkelt. Werk je die +ontwikkeling tegen, dan breekt de wereld zich baan met een revolutie, +want op den duur hou' je de ontwikkeling toch niet tegen. Een poosje kan +dat lukken en dan komt de groote botsing." + +--"Hoe denkt u dan over de groote maatschappelijke stroomingen van onzen +tijd?" + + + + +EMANTS EN HET SOCIALISTISCH IDEAAL. + + +--"U bedoelt het socialisme? Ik zie daar een zeer optimistisch getint +verschijnsel in--en waarom? omdat de socialisten kunnen vechten tegen +bepaalde misbruiken en een ideaal kunnen maken van wat ze willen +invoeren. Dat zal nog lang kunnen duren, omdat ze het vooreerst nog niet +kunnen invoeren. Maar als ze het eenmaal verwezenlijkt hebben--laten we +de eerste periode van strijd nu eens over springen--dan zal de ellende +van hun systeem weer even duidelijk worden als de ellende van ons +systeem. Wàt de fouten van elk systeem zijn, dat weet ik niet. Maar ik +neem aan dat het te voorschijn komen van de schaduwzijde onvermijdelijk +is ... Als mij gevraagd wordt: hoe denk je den ontwikkelingsgang van de +menschheid? dan zeg ik: Altijd weer strijden voor nieuwe idealen, totdat +ten slotte alle idealen zoo'n beetje uitgeput blijken en dan inzien dat +men toch niets bereikt. In het gemeenschaps-leven zie ik wel iets moois. +Welk ideaal daarna zal komen, dat weet ik niet en dat hoef ik niet te +weten. Maar van elk ideaal zie ik onmiddellijk zich ontwikkelen de +schaduwzijde.... Neem bijv. eens het ideaal van de openbaarheid in +regeeringszaken, de critiek door de publieke opinie. Na de uitvinding +van de boekdrukkunst en van de kranten had je niet meer dat geheime +wroeten. De vreedzame strijd kwam in plaats van den bloedigen strijd.... +Maar wat een verbazend geknoei krijg je niet met die publieke opinie! +Hoe wordt er niet mee gesold! Wat worden de menschen niet voor den gek +gehouden! Wat knoeien niet alle gouvernementen om een openbare meening +te fabrieken! Daar zet het ideaal zich toch om in zijn tegendeel. En zoo +zal het mij niet verwonderen als het socialisme, het ideaal van de +gemeenschap, zich ook in zijn tegendeel omzet. Misschien in een +gevaarlijke tyrannie, die nu al wordt voorspeld. Ik weet natuurlijk niet +of het zoo zal gaan. Maar ten slotte zie ik alle idealen misloopen.... +En het eind van alle leven moet dus zijn: het inzicht dat onmogelijk te +bereiken is eenig batig saldo in geluk. Daargelaten natuurlijk de +quaestie of we niet voor dien tijd in de ijsperiode zijn overgegaan en +allemaal bevroren zijn. Want dat kan ook." + +--Dan is het misschien wel een beetje voorbarig u de vraag te stellen +wat wij menschen tegen dien tijd zullen doen. + + + + +"DE MOREELE IJSPERIODE." + + +--"Als er niets meer te strijden valt--dan worden wij overvallen door de +moreele ijsperiode--dat is grenzelóóze verveling. Wat blijft er dan +anders over dan verveling? En dat is toch wel het ergste wat je zoowat +hebben kan." + +Tot mijn geluk, waarde lezer, houdt de heer Emants er een byzonder ... +economisch stook-systeem op na, gelijk ge weet. Dat ik genoegzaam bij +mijn positieven bleef om hem mijn volgende vraag te stellen, o lezer, +ge hebt het te danken aan de tamelijk volmaakte natuur, die in kwistige +harmonie hèm met kouwe voeten, mij met een gashaard begiftigde. Ge ziet: +niet alleen idealen slaan om in hun tegendeel. + +-"En hoe is deze opvatting in uw werk tot uiting gekomen?" + + + + +LILITH EN LOKI DE EENIGE WERKEN DIE EEN WERELDBESCHOUWING BELICHAMEN. + + +--"Dat is eigenlijk maar tweemaal gebeurd. Eens in _Lilith_ en een +andermaal in _Godenschemering_, dat ik later heb veranderd in _Loki_. In +deze twee gedichten ligt een levensbeschouwing. In mijn andere werk niet +rechtstreeks. Ze zijn er tenminste niet uit ontstaan. Ik wil graag +aannemen dat de levensbeschouwing, die achter in je hoofd zit, invloed +heeft op de dingen die je weergeeft als je in de wereld rondkijkt. Maar +voor zoover ik weet is al mijn latere werk observatie. Nooit heb ik er +meer aan gedacht een persoon te maken tot belichaming van een +levensbeschouwing. De menschen beweren wel eens anders. Maar dan vraag +ik: waarom zegt die persoon mijn gedachten en die andere niet?" + + + + +EMANTS STREVEN NAAR OBJECTIVITEIT. + + +"Natuurlijk, alles is door mij heen gegaan maar tegen een opzettelijk op +den voorgrond springen van mijn persoonlijke gedachten heb ik mij altijd +verzet. Er wordt zoo dikwijls gezegd: wanneer iemand een roman schrijft, +dan moet hij daarin leggen zijn gevoelens. Ik zeg: die zullen er wel van +zelf in komen. Hij moet trachten te geven het gevoel van zijn personage +en dat is het zijne niet. Ja, heelemaal objectief kun je niet zijn. Je +kan nu eenmaal niet in de huid van een ander kruipen. Maar je moet +altijd trachten je personen objectief te zien. Ik zeg _meenen_, omdat je +je subjectiviteit niet weg kan cijferen. Maar je moet er naar streven, +als een god boven den boel te zweven. Wil je dat niet, dan moet je komen +tot die verschrikkelijke subjectieve werken die alleen als lyrische +poëzie heel mooi kunnen zijn." + + + + +LILITH. + + +Maar nu de idée van _Lilith_; ten eerste: de wellust houdt de wereld +eigenlijk in stand. Dat is Lilith. En die wellust, de kern van den +mensch, betreurt dat hij uit zijn slaap is gewekt en eigenlijk een +scheppend god is geworden. + + + + +LOKI, HET INTELLECT. + + +"_Godenschemering_" is de strijd--dien je in de wereld ook +ziet--tusschen gevoel en verstand. Ik vind dat in dit opzicht het +intellect zeer verkeerd wordt beschouwd en te veel wordt achteraf gezet, +vooral in de kunst en niet alleen daar, maar in het heele leven.[1] Ik +vind: de heele ontwikkeling van de menschheid is de ontwikkeling van +het intellect. We zijn iets zachter van zeden geworden--ook door het +verstand. Maar overigens zie ik niet in, dat de menschen van duizend +jaar geleden verschillen van de menschen van nu,--àls het niet was door +het verstand. Je hoort redeneeren over "het koude verstand" en vrouwen +spreken over "die vervloekte logica". Welnu, Loki is voor mij +_het_ verstand. + +[1] "Wat trof me in de Edda, terwijl de ergernis, waarvan ik sprak, in +mij woelde?--Dat het verstand, in de Noorsche godenwereld belichaamd in +Loki, door de goden al net zoo behandeld werd, als 't in onze +hedendaagsche samenleving behandeld wordt door de menschen.--Verkeren de +goden in nood, Aanstonds roepen ze Loki's hulp aan, begroeten ze hem als +hun redder, smeken en vleien ze hem; maar is het gevaar afgewend en +willen ze weer onbezorgd van het leven gaan genieten, dan doen ze +dadelijk hun best Loki op een afstand te houden. En woedend worden ze +als Loki toont hen te doorzien, als hij tal van misslagen, +ongerechtigdheden, overtredingen van eigen wetten hun meedogenloos voor +de voeten werpt. Dan noemen ze hem lasteraar en zouden ze in hun domheid +hem maar liefst op staande voet vermorzelen en vernietigen. Alsof +daardoor 't kwaad hersteld zou worden en Loki ongelijk zou krijgen! +Levert hij eindelik het bewijs, dat hun onsterfelikheid maar een waan is +en dat zelfs het moederhart, zoo hoog door Odien aangeslagen, niets +vermag tegen het noodlottig verband van oorzaak en gevolg, dan binden ze +hem tot straf met de darmen van zijn zoon aan een rotsblok vast en +bevestigen zij boven zijn hoofd een slang, wier brandend vergift +voortdurend neerdruipt op zijn hoofd." (Uit "_Hoe Loki ontstond_" door +Marc. Emants, Groot Nederland, October 1908.) + + + + +"LOKI" GEEN EIGENLIJK SYMBOLISCH GEDICHT. + + +Hadd' ik een symbolisch gedicht willen maken, dan zou ik alle dingen die +ik over Loki in de Edda's vond er niet bij hebben gehaald. Maar +aangezien ik in Loki vrijwel vond wat ik zocht, heb ik die figuur ook +tamelijk wel onveranderd gelaten. Het heeft mij nooit aangelokt: een +gedicht te maken van geheel nieuwe personen. Ik geloof niet dat ik het +goed zou hebben gedaan. Het is heel wat anders: als je vindt de stof, +daarin de atmosfeer te zoeken of te lèggen, dan van begin af een heel +nieuw verhaal te gaan dichten. Het is te dòen natuurlijk, ik zeg niet +dat anderen het niet moeten doen, maar het werk heeft mij nooit byzonder +aangelokt. En daar heb je nu dezelfde quaestie waar we het straks al +over hadden: ik bedenk nooit iets van dien aard. Het komt zoo van zelf +bij mij op dat ik die of die stof moet gaan bewerken. Ik heb me nog +nooit voorgenomen: nu ga ik dit of dat eens doen. Nee: ineens zie ik de +dingen voor me en dan denk ik: hè dat kon wel eens zoo. Dat doe ik dan. +Ik maak het af, of ik maak het niet af, maar als ik 't doe, dan doe ik +het zóó. En dat ik zou zeggen: nu ga ik eens een gedicht maken van de +wereldschepping of zoo'n abstract onderwerp, dat is mij nooit gebeurd. +Altijd heeft de stof die ik haast klaar voor mij zag zich aan mij +opgedrongen. + + + + +EMANTS EN DE "NIEUWE RICHTING." + + +--"Tegenover de literatuur van uw tijd rekent men uw werk als van een +nieuwe richting, niet waar? Hoe zou' u de verhouding tusschen die twee +richtingen omschrijven?" + +--"_Niets heeft mij meer verwonderd dan dat_. 't Ging zoo. Ik zette mij +aan 't schrijven vooral op aandringen van Smit Kleine. Die wou een nieuw +tijdschrift stichten. Ik voelde niet de minste behoefte aan wat nieuws. +Ik genoot van dit en van dat, van sommige dingen die ik las, maar ik had +heelemaal geen behoefte om zelf iets nieuws te maken. Maar er kwamen +dingen die zich aan mij opdrongen. Het eerste wat ik schreef was +_Bergkristal_ van Oberammergau. Ik was daar geweest, had rondgekeken, +maar ik was er niet heengegaan met het idée dat ik er later iets van zou +maken. En toen zeiden de menschen tot mijn verbazing: _dit is iets +nieuws_. Het trok de aandacht. Ik vond het zoo byzonder niet. Een nieuwe +gedachtegang of iets dat zou frappeeren, dat vond ik er niet in Ik zei +tegen Smit Kleine: "Ja, god, als zich wat aan me voordoet dan wil ik met +alle plezier schrijven, maar om nu zoo'n tijdschrift te gaan vullen ... +ik heb heelemaal geen lust om geregeld te gaan zitten schrijven." "Da's +niets", zei hij, "dat zal ik wel doen. Als jij maar nu en dan een stukje +geeft."--Toen ben ik naar Monte-Carlo gegaan en daar heb ik drie +novellen van gemaakt--en toen was het weer uit voor een heele poos." + + + + +HIJ WILDE ZICH ZELF BLIJVEN. + + +Op een goeie dag heb ik iets gemerkt van de beweging van '80. Die +interesseerde me in het begin niet heel erg. Wat ik er van las ... nu, +het meeste lokte me al heel weinig. Maar naarmate ik er in kwam, trof ik +er enkele dingen aan die ik heel mooi vond. Het afbrekende vond ik +mooier dan het opbouwende. En daar las ik me opeens dat ik was de +_Johannes de Dooper_ van de nieuwere literatuur. Toen heb ik verbaasder +gestaan dan ooit. Ik was mij niet bewust, iets nieuws te hebben +geprofeteerd of ingeleid. Ik heb doodeenvoudig geschreven wat zich aan +mij opdrong. Nooit aan nieuwe richting, zelfs niet aan richting gedacht. +Het kan wel zijn dat ze gelijk hadden. Maar bij mij was het dan toch +heelemaal onbewust. Naderhand heb ik een gevoel gehad,--en dat heb ik +bij alle mogelijke dingen in mijn leven,--dat ik me niet van mij zelf +wil laten afbrengen. Ik wil wel uit mij zelf tot een ander gevoelen +komen, maar ik wil mij niet laten leiden door den geest van een ander. +Ik heb altijd sterk de neiging gehad om mijn eigen zin te volgen, in wat +dan ook. Jawel, mijn ideeën zweven ook maar niet vrij op me af, ze +ontstaan ook door aanraking met de wereld, maar ze moeten dan ongemerkt +die invloeden ondergaan. Ik wil daarom nooit meedoen met een of andere +kliek. Wanneer twee, drie, vier, vijf heeren in die kliek een beetje +anders denken dan ik, dan moet ik toch weer uit die kliek gaan òf mij +laten lijmen tot iets dat me niet lokt. Ik heb mij zelf willen blijven +ook op het gebied van de literatuur en dat was geen verstandelijke +overweging, maar iets dat uit mijn persoonlijkheid opkwam.... Maar één +keer van mijn leven heb ik mij werkelijk laten overtuigen, en dat was +met de nieuwe spelling. Kollewijn kwam eens bij me, en vroeg me of ik +daaraan mee wou doen. Ik bedankte natuurlijk, maar toen heeft hij net +zoolang gepraat dat ik volkomen was omgeslagen. Als iemand me ompraat, +ziet u, dat is mij wel, maar dan moet ik ten slotte sterk het gevoel +hebben dat ik het zelf heelemaal meen, en dat ik die gedachte +niet overneem. + +--"Maar dan ziet u nu, achteraf, toch wel beter dan toen, wat uw +beteekenis is geweest?" + + + + +HIJ ZIET OOK THANS NIET IN, WELKE NIEUWE RICHTING HIJ HEEFT INGELEID. + + +--"Nee, dat zie ik niet in. Met dien verstande: ik wil niet zeggen, dat +de mannen van de Nieuwe Gids mij per sé hadden moeten afbreken, dat +niet. Maar ik kan niet zeggen, waarom men mij als het ware eenigszins +tot de hunnen heeft gerekend. Ik vind het wel heel aardig! Ik heb er +niets tegen. Ik vond 't toen ook heel aardig. Je hebt natuurlijk liever +dat iemand je bijvalt, dan dat hij vijandig tegenover je staat. Maar +tusschen dat gevoel van aangenaam vinden en ... begrijpen is nogal eenig +verschil. Ja, uit één oogpunt zou ik het kunnen begrijpen: ik heb nl. +een grooten hekel gehad en dien heb ik nog, aan conventioneele taal en +conventioneele woorden. Zoodra ik in een boek vind menschen die met +conventioneele phrasen werken, dan haat ik dat boek zoo hard ik maar +haten kan. Ik heb altijd gestreefd naar het juiste woord. Daar hecht ik +nog aan. Het is mij natuurlijk wel gebeurd dat ik conventioneele woorden +gebruikte en dat ik er niet op lette, maar het streven blijft er toch. +Van elk woord moet ik weten dat ik dat bepaald bedoel. Zij, die in het +begin althans, óók zoo sterk tegen de conventie gekant waren, moeten in +mij een medestander hebben gevoeld, daar kan ik wel in komen." + + + + +DE OVERDREVEN VEREERING VAN DE WOORDKUNST. + + +Maar er is toch één opzicht waarin ik heelemaal niet met ze mee kan gaan +en dat is de overdreven vereering van de woordkunst, waardoor alles is +gereduceerd op klank, rythme en taalschoon. Het middel wordt dan doel. +De hoofdzaak is toch maar wàt je schrijft en het hòe verdwijnt daarbij +dikwijls. Als ik wel eens een schrijver lees, die een grauw armebuurtje +op een triestigen dag weer beschrijft, dan kan ik dat heel mooi vinden, +maar als ik een auteur ontmoet die niets anders doet dan dat, dan zeg +ik: wat vind ik dat toch allemachtig pover! + +--"Aan welke schrijvers geeft u dan de voorkeur?" + +--"De man die het meeste invloed heeft gehad op mijn denken is Heine, +Heinrich Heine. Die had ik altijd open op mijn schrijftafel liggen. En +daarvan heb ik een ding altijd over gehouden: dat ik een haat heb aan al +wat ze noemen "onschuldige scherts". "Der Witz muss schlagen!" dat is er +bij mij altijd in gebleven. En dat heeft mij de heerlijkste voldoening +gegeven. Mijn moeder kon kort voor haar sterven zeggen: "Als Marcellus +eens een geestigheid wil vertellen dan is niets hem te heilig."" + + + + +GEEN ONSCHULDIGE GRAPPEN! + + +Als ik denk aan die eigenschap van mij--die ik weet!--dan denk ik +daarbij altijd aan Heine. Daarom heb ik ook nooit kunnen verdragen wat +ze noemen luim of boert. Dat zijn van die onschuldige grappen die de +menschen heel aardig vinden--maar ik zit er met een ijskoud gezicht bij. +Als ik zoo'n grap van af het tooneel hoor, dan geniet ik absoluut niet +meer van het heele stuk. Verleden Maandag nog: toen werd er in +"Oefening" een monoloog van mij voorgedragen, ter gelegenheid van het +75-jarig bestaan. Ik dacht dat ik 't nog al schikkelijk had gemaakt, +maar "God wat ben je weer hatelijk geweest!" zei een dame naast me. Ja, +zelfs bij een feestelijke gelegenheid heb ik me niet in kunnen houden. +Maar den volgenden dag stond er in het "Vaderland" dat de monoloog was +geestig geweest, maar "uiterst goedmoedig". En dat klapte me nog meer om +m'n ooren dan die dame met haar "hatelijk". + +Wat Hollandsche boeken betreft heb ik erg veel van de Camera Obscura +gehouden. Indertijd, ziet u? Nu is 't weer anders geworden. Indertijd +was 't een zeer beteekenend werk. Dat is 't trouwens nog. Maar eigenlijk +is het toch ook wel een beetje goedmoedig en daardoor ben ik misschien +wat terug gekomen op mijn eerste oordeel. Dat oordeel dateert trouwens +uit den tijd dat ik de boeken nog niet critisch genoeg beschouwde. Mijn +haat tegen dat goedmoedige is ook de reden dat ik nooit van Dickens heb +kunnen houden. Ik heb veel van 'm gelezen en 't amuseerde mij wel, maar +tegelijkertijd hinderde 't mij. Dikwijls had ik lust om te zeggen: +Jasses, schei toch uit met je flauwiteiten: we weten 't nu wel! Ik vind +Dickens flauw, met hier en daar een mooi trekje, en dat appreciëer +ik ook wel. + +--En houdt U u ook op de hoogte van onze moderne schrijvers? Mij dunkt, +U moet over sommigen er van een eigenaardig oordeel hebben. + + + + +ER IS GEEN BIJHOUDEN AAN! + + +--"Voor zoover dat bij te houden is! Ik wil uit de andere landen ook wel +eens wat lezen. + +"Ik lees graag over Philosophie, over Spiritisme. Maar er zijn onder onze +moderne auteurs een paar waar ik erg veel van hou'. Zoo bv. van Mevrouw +Boudier-Bakker; van Heijermans heb ik ook veel gelezen; van Querido ook +het een en ander; er is trouwens bijna geen een of ik ken er wel een +werk of wat van. Maar een boek dat mij erg lief is, is "Een zwakke" +van Coenen." + +--"Vindt u het uit maatschappij-oogpunt wel te verdedigen dat zulke +zwaarmoedige boeken openbaar worden gemaakt?" + + + + +ZWAARMOEDIGE KUNST UIT MAATSCHAPPELIJK OOGPUNT. + + +"Ik heb me dikwijls afgevraagd of het uit maatschappij-oogpunt misschien +niet beter was dat er heelemaal geen literatuur bestond. Ik weet niet of +'t lezen van romans de menschen wel goed doet. Ik heb ook nooit iets +gezien van den veredelenden invloed van de kunst, waar de menschen het +soms over hebben. Is een kunstenaar dan zoo'n nobel mensch? daar heb ik +nooit iets van kunnen zien. Ik stel den kunstenaar volstrekt niet +hoog--mij zelf er bij. Maar de goeie werking die je van boeken kunt +waarnemen dat is tweeërlei. De eerste werking zou kunnen zijn dat de +menschen in hun leegen tijd misschien allerlei kwaad uitvoerden en nu op +een niet-kwade manier hun leegen tijd doorbrengen. + +"En de tweede werking heeft meer betrekking op flinke, ware boeken, en +die is: dat de menschen er het leven uit leeren kennen. Ik bedoel +volstrekt niet alleen realistische boeken: sprookjes kunnen ook waar +zijn. Alleen: het werk mag niet gefabriekt zijn voor den smaak van het +publiek. Het moeten zijn boeken waarin de schrijver onbewimpeld geeft +zijn eigen opvatting van het leven: zóó zie ik 't! Waarbij niets wordt +weggelaten uit angst om de menschen te kwetsen, waarbij niets wordt +ingevoegd om de menschen te leeren of te prikkelen. Alleen zeggen: zóó +zie ik de menschen, moet de kunstenaar. Maar dan moet hij ook lezers +treffen die de stof weten te verteren, niet oppervlakkig lezen, geen +verkeerde gevolgtrekkingen maken, wat toch zooveel gebeurt. Maar in dat +geval kun je spreken van nuttige werking van kunst." + +--"Om nu op mijn vraag terug te komen: denkt u dat het goed is, speciaal +in onzen tijd, boeken uit te geven die niet alleen pessimistisch maar +bovendien nog melancholisch zijn?" + +--"Ja, ik kan aannemen dat dat niet goed werkt op de menschen. Maar +daarom zou ik om den drommel niet willen dat Coenen zijn mond hield. Dat +is misschien heel egoïstisch van me. Best mogelijk. Ik heb weinig gevoel +voor de gemeenschap in het algemeen." + + + + +EMANTS' ERVARINGEN MET EEN LUGUBER BOEK. + + +Laat ik u nu eens vertellen van mijn boek "Een nagelaten bekentenis". +Dat is de geschiedenis van; een dégénéré, die eindigt met zijn vrouw te +vermoorden. Het boek begint met de woorden: "ik heb mijn vrouw +vermoord", en dan ontwikkelt hij zijn levensgeschiedenis: hoe hij tot +die daad is gekomen. Het boek is goed gerecenseerd, maar het publiek +vindt het verschrikkelijk, afschuwelijk, dat weet ik wel. Van Nouhuys +haalde het onlangs weer aan, toen hij sprak over het Dagboek van een +Hypochonder, van Everts. Dat is volgens hem minder doorvoeld. Dit boek +is als je wil pessimistisch, hoewel op een andere manier dan het werk +van Frans Coenen: Het is minder een stemmingsboek. Het is meer: die man +doorkeken tot in zijn binnenste: gekeken hoe hij tot zoo'n ellendige +daad komt. En nu kunt u niet wéten: hòeveel brieven ik heb gekregen van +menschen die zeggen: ik ben net zoo. Nog geen drie maanden geleden kreeg +ik een brief uit Amsterdam: u weet niet hoe dankbaar of ik ben, dat ik +dat boek heb gelezen. Ook kreeg ik een brief van een dame, die had een +neef, en die neef was ook zoo. Of ik een vereeniging wou stichten die +dergelijke dégénéré's onder haar hoede nam en door het leven leidde. Dat +was natuurlijk niets voor mij ... Maar aan den anderen kant hoorde ik +van een dame, die had daar haar eigen man in herkend, en die man had +zich zelf herkend en nu kwamen al die zenuwverschijnselen weer bij 'm +terug. Tusschen twee haakjes: die man was heelemaal niet mijn model +geweest. Maar dat ziet u nu wel in: van een eigenlijke bepaalde werking +van een boek kun je moeilijk spreken: dat hangt zooveel af van je +individuen. Ik bijvoorbeeld heb die neiging tot melancholie in me gehad +en een boek van Coenen zal me beroerder maken dan ik ben, doordat ik +meen iets te herkennen dat ik ook in mijn binnenste voel. Ik leef +verschrikkelijk onder den invloed van atmospheer. Komt er een +zonnestraaltje binnen dan ben ik een ander mensch. Maar nu komt er zoo'n +akelige regendag, somber, luguber, kil ... dan ben ik te ellendig om te +denken. Maar dat is geen pessimisme. Dat is melancholische stemming. Ik +kan slecht tegen donker weer in ons klimaat. Daarom heb ik zoo'n +heerlijk gevoel in de bergen. Daar mag 't zoo hard regenen als 't wil, +die beroerde stemmingen die ik hier soms heb krijg ik dáár niet. Zoo +kan ik ook niet tegen een groote stad. Als ik in Parijs of in Berlijn +ben, dan loop ik er zoo gauw mogelijk weer uit. Ik zou nooit in een stad +willen wonen die meer dan 500.000 inwoners heeft. Dat is voor mij het +maximum. Ik geef je alle mooie dingen die er zijn cadeau: ik kan er +haast niet van genieten, zoo drukt mij een groote stad. Ik geniet er het +meest van als ik er weer uit ben. + + + + +VOOR EN TEGEN VAN MENSCH-ONTLEDENDE LITERATUUR. + + +Kijk: er zijn natuurlijk ook menschen wier levensopvatting eenvoudig is: +literatuur. Die alles kennen uit de boeken. En dat is de schaduwzijde +die het voordeel na zich sleept. Maar vele menschen, als die zich +eenvoudig moesten vergenoegen met hun eigen ondervinding--gesteld dat we +eens kunnen aannemen: er is geen bellettrie, er zijn geen boeken die den +omgang en de botsingen van de menschen met elkaar weergeven,--dan geloof +ik dat die menschen een heeleboel aan levensopvatting zouden missen wat +ze nu wel hebben, en dat ze een heeleboel armer en bekrompener zouden +worden. Door eigen ondervinding weten de menschen eigenlijk maar van +heel kleine kringetjes iets af.... En dat zie je ook aan de critieken +die de menschen op boeken uitoefenen. Ik heb dikwijls gezien dat sommige +voorvallen in boeken,--hetzij dat ik ze zelf zoo heb ondervonden, hetzij +dat ze mij met mijn ondervinding aannemelijk voorkomen,--door sommige +menschen met weinig ondervinding aanstonds worden veroordeeld: Dat is +onmogelijk, dat kan zoo niet gebeurd zijn. Daar komen ze altijd mee +aanzetten. Een voorbeeld. U kent wel "Ida Westerman", dat vind ik een +heel lief boek: daar steekt veel goeds in. Daar vind ik zoo juist in +beschreven dat gevoel: dat dat meisje niet kàn gelooven, dat haar +aanstaande maar voort leeft in zijn ongeloof. Zij kan dat beschouwen als +een afdwaling van een oogenblik, maar dat 't blijft, neen, dat gaat +boven haar bevatting. + +--"Bepaalt deze opvatting uw voorkeur voor een of andere richting"? + + + + +ZIJN LIEFSTE BOEKEN. + + +--"Ik ben er erg voor, alle richtingen zooveel mogelijk te waardeeren. +Maar er zijn natuurlijk boeken die me meer, andere die me minder +aanlokken. Ik hou' erg veel van het psychologische in de literatuur. En +waar me dat ontbreekt, waar ik me moet vergenoegen met de beschrijving +van het uiterlijke der dingen of van stemmingen, daar voel ik altijd +iets onvoldaans. Nu kan ik echter wel toegeven van bijv. de ouwe +Bourget, de Bourget van zijn eerste romans, de psycholoog bij +uitnemendheid, die zoover ging in zijn ontleding dat hij de plastiek wel +wat verwaarloosde,... ik kan toegeven dat dat een gebrek in hem was, +omdat je bij hem niet meer ziet de dingen. Maar daar staat tegenover, +dat zijn mensch-analyse verbazend mooi is, erg mooi. Nu kom je ook weer +tot dit: wanneer in een boek de psychologische analyse vereischt veel +woorden, en je wil daarbij nu ook geven een uitvoerige beschrijving van +het milieu, dan zou je roman ontzettend dik worden. En dat is een +moeilijk vraagstuk: wat je dan eigenlijk moet weglaten. Maar: ik hou' +dus van de mensch-ontleding. Je moet natuurlijk ook weer samenstellen +uit die analyse; je moet synthese geven, je moet ze in actie geven: hoe +klein die actie ook moge zijn. Je moet uit je boek als het ware je +menschen pròeven en zeggen: nu begrijp ik hun daden. + +"Heyermans is in sommige werken wel een man naar mijn hart. Ik hou' erg +veel van "Op hoop van zegen",--iets minder maar toch nog veel van +"Ghetto"--maar met zijn overige tooneelstukken kan ik absoluut geen +vriendschap sluiten.... Maar zegt u er toch vooral goed bij, dat ik dit +zeg: zonder daarbij de bedoeling te hebben de schrijvers die ik noem te +critiseeren! "Biecht eener schuldige" vind ik weer een erg goed boek.-- + +"En zoo staat 't ook met mijn oordeel over onze dichters: In het algemeen +met iemand meegaan kan ik niet. Maar bij Kloos en bij Van Eeden vind ik +enkele dingen mooi. Er zijn ook opstellen van Aletrino die ik erg mooi +vind; een van die twee pleegzusters, hoe heet ze ook weer?... heb ik met +plezier gelezen. Maar ik zou toch niet willen schrijven zooals hij +schrijft. Er is iets in zijn werk dat me niet bevalt ... hij is zoo vaag +van omtrek.... + +"Querido vind ik een man die werkelijk heel veel kan: een zeer begaafd +auteur ... maar zijn boeken kan ik niet genieten. Die rijste-brijberg +van woorden, daar kan ik niet doorheen. Je hebt in "Levensgang" een +beschrijving die erg wordt geprezen, en telkens wordt aangehaald als +iets heel moois.... Toen ik die las, en ik was halfweg gekomen, toen +dacht ik: waar ben ik nou? ben ik boven op de Alpen, ben ik in een +cathedraal? Ik heb altijd willen hebben, dat, als ik een boek las, ik +zoo min mogelijk van de woorden merkte. Ik wil dat een boek mij de +gebeurtenissen voor oogen stelt, dat ik de menschen zie leven, hoor +praten. Dat ik--zooals men 't wel eens heeft uitgedrukt--als het ware +den stank van een kaas ruik of van wat dan ook. Maar ik moet totaal +vergeten in welke woorden dat tot mij is gekomen. Ik moet niet genieten +van elk woord apart." + + + + +WAAROM HIJ DE "WOORDKUNST" VEROORDEELT. + + +--"Daarmede veroordeelt u dus de woordkunst als zoodanig?" + +--"Ja: de misbruiken die de schrijvers maken van beschrijvingen en +schilderingen in woorden, zijn geheel in strijd met Lessing's +voorschrift. Een voortschrijdende handeling kun je beschrijven, maar wat +eenmaal een schilderij is als het ware, als je dat beschrijft: dan heb +je in je woorden iets dat voortgaat, maar de zaak zelf die staat stil. +Nu kun je daaraan wel tegemoet komen. Als bijv. een persoon een +landschap ziet, die persoon zijn oogen te laten richten van het eene +punt naar het andere. Dan komt je persoon in handeling, terwijl toch je +natuur stil staat. Ik heb altijd gepoogd, waar ik voelde eenigzins te +moeten beschrijven: dat zoo te doen. Ik láát de dingen zien door iemand +in actie.--De juistheid van Lessing's aanmerkingen heb ik nooit zoo +sterk gevoeld als bij 't lezen van die woordkunst. Je raakt er uit, je +krijgt geen indruk. Dat heb ik juist tegen Querido: dat ik uit zijn +beschrijvingen geen indruk krijg. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik +sommige personen-in-actie van Querido niet uitmuntend vind. De dochter +van den juwelier in "Levensgang", Kees de strooper. Uitstekend. Sommige +tooneeltjes uit de Kermisbeschrijving in "Menschenwee".... Maar ik zou +dat boek tot op de helft willen reduceeren. Hij is tè uitbundig en +daardoor verlies ik er mijn aandacht bij. Kunstenaarsleven, zijn laatste +boek, vind ik heel wat minder dan de andere. "Zegepraal" daarentegen +vind ik goed, om het juist weergegeven gemoedsleven. Maar met zijn wijze +van werken kan ik ook al weer niet mee: Nee, dat werkwoorden maken van +zelfstandige naamwoorden, o god nee, dat kan ik niet hebben!... Een heel +enkele keer kun je zoo'n buitenissigheid wel gebruiken. Maar als het +regel wordt, dan doet het zeer onaangenaam aan." + +--"Hoe is eigenlijk uw wijze van werken?" + + + + +ZIJN MODELLEN. + + +"De personen komen in mij op mèt hun handelingen tegelijk. Dat is iets +dat zich aan mij opdringt. Gegevens verzamelen? ja, dat doe ik ook: ik +heb schriften vol. Als ik een of andere uitdrukking hoor die ik typisch +vind, dan schrijf ik die op. Maar, eenmaal opgeschreven, blijft-ie wel +in mijn hoofd. Dan hoef ik hem ook niet meer na te slaan. In mijn +dialoog vindt u altijd uitdrukkingen die ik heb gehoord. En bij het +schrijven heb ik altijd bepaalde personen die ik voor me zie. Natuurlijk +gebruik ik een zelfde persoon wel eens twee-driemaal, telkens van een +andere kant bekeken. Maar ik gebruik altijd mij bekende personen als +model. En daarmee heb ik dan wel eens gekke resultaten. De menschen +weten dat natuurlijk wel een beetje van me ... ze vertellen me niet +alles meer. Maar als ze aan het raden gaan: wie bedoelt-ie nu eigenlijk? +dan hebben ze de plank glad mis meestal. Komt 't doordat ze zoo'n +persoon toevallig niet kennen, komt 't doordat ik slecht heb geschetst, +ik weet't niet. Altijd gebruik ik personen die ik ontmoet heb, en als ik +een stuk ontwerp, dan kunt u in mijn concepten de menschen vinden onder +hun _werkelijken_ naam. Eerst later verander ik die namen. Dat is +gemakkelijker voor me. Dan denk ik een poosje na: welken naam zal ik jou +nu geven, en hoe zal ik jou eigenlijk noemen? Trouwens, Ibsen dee dat +ook, dat heeft hij me zelf gezegd. Ik vroeg hem er eens naar en hij +antwoordde: Neen, mijn figuren zijn personen en geen symbolen. Maar, zei +Ibsen, levens worden soms van zelf symboliek als je ze scherp bekijkt. +Al mijn personen heb ik uit de werkelijkheid en daar ga ik zoo ver in, +dat ik zelfs hun taalfouten in mijn werk opneem." + +--"En doet u dat instinctief of berust dat op een bepaalde overtuiging." + +--"Dat gaat bij mij stelselmatig zoo. Querido heeft eens geschreven: je +hoeft alles niet gezien te hebben, je hoeft alles niet te weten. Als je +zoo'n klein beetje gezien hebt, dan maak je er zóó een boek van. Neen, +zeg ik, je moet zóóóó veel gezien hebben, en dan maak je er een heel +klein boekje van. Ik breng nooit personen in levensomstandigheden die ik +niet ken. Ik wou dolgraag een socialistisch boek schrijven, maar ik doe +'t niet omdat ik het leven van die fabrieksarbeiders niet ken. Toen ik +een boek schreef over het boerenleven ben ik bij dien boer gaan +logeeren. De menschen die ik in mijn Monte-Carlo-novellen beschrijf heb +ik allemaal gezien, allemaal gezien.... Nu zeggen de menschen: "Schep +met je fantazie." Ja, maar die is altijd ontoereikend; je weet niet of +die zuiver is of onzuiver. Ik weet bijv. dat verschillende menschen zoo +heel verschillend hun zinnen maken. Die kun je natuurlijk wel uitvinden, +maar beter is, dat je ze van ieder individu persoonlijk weet. De meeste +menschen letten daar niet op: die hooren iemand spreken en daarmee uit. +Maar de zinsbouw van de menschen loopt erg uiteen. En als ik die +menschen behandel, dan moet ik ze persoonlijk hooren praten." + +--"Maar geeft u dat geen gevoel van schennis, als u zoo personen uit uw +naaste omgeving in het openbaar ontleedt?" + + + + +DOODE NATUUR EN GEKRENKTE MODELLEN. + + +--"Dat heb ik wel eens gehad, maar ik zeg maar: Als ik dat niet doe, dan +kan ik niet werken. Een schilder gaat naar buiten: een slootje +schilderen; en die man is heel gelukkig: want de dingen kunnen 't hem +niet verwijten. Maar ik moet net zoo iets met de menschen doen, en dat +kan ik niet helpen. Ze zeggen wel eens van me: Hij heeft zijn heele +familie beschreven. In hemelsnaam. Ik kan 't niet helpen! + +"Maar dat brengt me natuurlijk wel eens in rare omstandigheden. Je hebt +menschen met heele beroerde familieverhoudingen en die willen zich +wreken over het een of ander, en dan komen ze bij me en ze zeggen: "We +willen u alles vertellen, haarfijn, als u er een roman van maakt". Maar +dat is niets voor mij: Ik wil 't heel graag allemaal aanhooren, geef ik +ze dan ten antwoord, maar of ik er een roman van kan maken, dat beloof +ik niet ... en dan willen ze me doorgaans niets vertellen.--" + +Ons praatje was ten einde: twaalf uur. We babbelden nog wat over +graphologie, waarvan Emants een ernstig beoefenaar is. En namen haastig +afscheid.... Een belletje rinkelde en ik trad uit de werkkamer van +donker dof hout, de breede, breede trappen af; werd door de +degelijk-ernstige dienstbode geleid naar 't geel-belichte perzische +kamertje waar de gesluierde Fatma uithangt; kleedde mij sneller dan ik +verwacht had; stapte schutterig de straat in, met achter mij de +degelijke poort van dat ruime, holle heerenhuis.-- + + + + + +AUG. VERMEYLEN + + +[Illustratie: AUG. VERMEYLEN Jeugdportret] + +[Illustratie: AUG. VERMEYLEN] + + + + +AUG. VERMEYLEN + + +Als je met 'm door Brussel wandelt, heuvel-op-heuvel-af, dan is hij +joviaal en praat honderd uit, maakt geestige opmerkingen, lacht en +gebaart ... en zit je met 'm in 'n "staminée" voor een flesch +"Gueuze-Lambic" dan gaat-ie ophalen over z'n jeugd, tapt moppen en kan +zich heel lang vroolijk maken over 'n groepje "zwanzers" die in 'n +schemerhoekje half weggedoken pret hebben over niets, en schateren omdat +hun Brusselsch gemoed 't nu eenmaal zoo wil. Maar als je nu in je +journaliste-snuggerheid meent 'm op zijn gemak te hebben gebracht, en +van de gelegenheid gaat gebruik maken om 'm te spreken over z'n werk, +dan schijnt hij zich eensklaps te herinneren, dat hij ook nog ... +Professor is,--gaat heel erg op zijn woorden passen: "Nee-nee, spreek me +daar niet van als ik u bidden mag ... wacht totdat wij thuis zijn.... En +als ge wat over mijn persoon wilt weten, vraag 't dan aan mijne +vrienden. Die zullen u veel beter kunnen inlichten, mijn kunstbroeders." + +Toch, naarmate ik hem beter leerde kennen, begreep ik wel dat niet in +zijn professorschap de reden van zijn terughoudendheid moet worden +gezocht. Hij lacht er wat mee, met zijn "professorschap". Geen student +die hem als "professor" zou durven aanspreken! + +Ik zat in z'n werkkamer en door 't wijd-geopende venster zag ik golvende +bosschen die stonden in blauwen zomerbrand. + +Vermeylen was op z'n hoede. Geen onverkoren woord kwam er uit! Toen ik +hem 'n vraag stelde, haalde hij leukweg zijn twee bundels "Verzamelde +Opstellen" voor den dag, benevens zijn brochure "Les Lettres +néerlandaises en Belgique depuis 1830", alsmede 'n paar jaargangen van +'t Tijdschrift "Vlaanderen". + +"Zoo!... zeggen mijn vrienden, dat ik zoo sterk aandring op grammaticale +nauwkeurigheid? Zoo! Wij zullen zien...." En hij aan 't bladeren, +terwijl-ie de titels van sommige hoofdstukken halfluid bromde. +Eindelijk, na 'n half uurtje: + +--"Nee, ik kan tot mijn spijt niets vinden.... Ik kan maar niet +begrijpen wat mijn vrienden bedoeld hebben.... Ik herinner mij niet, +ooit zoo iets te hebben gezegd.... Integendeel, ik heb, meen ik, altijd +verkondigd, dat 'n schrijver of 'n dichter alle theorie moet vertrappen +als zijn kunst 't gebiedt...." + + + + +KUNST EN LEVEN. + + +"Voor mij is de grondslag van gezonde Kunst: een schoon gezond geestelijk +leven. 'n Schrijver moet leven als 'n gewoon mensch en zich vooral niet +opsluiten.... Valsch noem ik 't sonnetten te schrijven over zaken, die +men niet heeft ondervonden, of over landen, die men niet heeft gezien. +Altijd vensters open ... ja, ja wij hebben 'ier een prachtig uitzicht +... maar ik bedoel dat niet alleen materieel maar ook geestelijk...." + +Toen was alle "zwânzerij" in 'm gezakt. Ingehouden-ernstig, z'n woorden +lang overdenkend, opkomende geestdrift terug-dringend met geweld of +spot, begon-ie me te vertellen over zijn arbeid: 'n Professorale +redevoering, die ik niet te onderbreken waagde.... + +--"'t Eenige literaire werk dat ik heb voortgebracht, en dat ik wensch +te erkennen als mijn werk is "De Wandelende Jood."" + +Alles wat daar buiten staat, dat zijn zaken van zeer betrekkelijk +belang--àlles, zonder uitzondering. Later zullen we zien of mijn +besprekingen en mijn kritieken invloed hebben uitgeoefend of niet. Maar +nogmaals: dat zijn dingen waarover ik mij niet bekreun en als literatuur +beschouw ik ze niet. + +Over 't algemeen heb ik die opstellen niet geschreven uit innerlijken +aandrang, maar alleen omdat er nu eenmaal 'n bewegingk bestond, en 'n +Tijdschrift dat dikwijls op mij rekende, 'n Een enkel maal omdat ik +ineens lust kreeg, om sommige gedachten, die tegenwoordig gangbaar zijn, +tegen te spreken. + +Ik schrijf niet gaarne. Ik moet mij zelf altijd opwinden om wat te +schrijven.... Afgezien natuurlijk van mijn literair werk dat ik niet op +termijn behoef in te leveren.... + + + + +ZIJN STREVEN NAAR "PERFECTIE." + + +Ik schrijf de dingen pas op, als ze heelemaal rijp zijn, en gewoonlijk +duurt dat lang bij mij. Ik ben erg gesteld op 't perfect-zijn van mijn +werk. Ik kan niets uit mijn handen laten gaan of 't moet volkomen +doorwerkt zijn.... En vluchtig werken is mij onmogelijk. + +Over dien "Wandelende Jood" heb 'k heel lang gearbeid. Niet omdat de +zaak niet klaar genoeg in mijn hoofd zat, maar enkel en alleen omdat ik +er zoo op gesteld ben, literair werk zoo lang mogelijk te laten rijpen. + +Ik tracht zoo zuiver mogelijk te schrijven ... ieder woord juist àlles +te doen zeggen wat 't zeggen kan.... 't Wordt dan werk dat moeizaam is +voortgebracht ... 'n beetje zooals Flaubert schreef. + +Ik moet lang over een volzin werken om 'm juist te krijgen. Daardoor ben +ik geneigd, te gaan houden van literair werk, dat niet te breedsprakig +is--woordkunst in dien zin, dat ieder woord zijn eigen waarde heeft..., +terwijl sommige Vlaamsche schrijvers op dit punt 'n beetje +slordig zijn.... + + + + +"DE WANDELENDE JOOD." + + +Om nu tot mijn boek terug te keeren: 't is 'n werk dat ik sedert den +leeftijd, waarin ik tot literair bewustzijn ben gekomen, sedert mijn +17de of 18de jaar in mij heb gedragen.... 't Is waar: toen had het 'n +anderen vorm: 't Was toen "de Verzoeking van den H. Antonius". Van mijn +prilste jeugd dacht ik daar al aan, en in den loop der jaren heb 'k +sommige passages daarvan ook al geschreven.... Maar ik kost niet klaar +geraken ... 't was voor mij ondoenlijk alles saâm te dringen in 't kader +van mijn verhaal.... Maar ik wachtte rustig, en eens in '97--'k was pas +getrouwd, daarom herinner ik 't mij zoo goed--zat ik in mijn hof en 'k +las Goethe[1] ... en 't werd mij opeens duidelijk dat de Legende van "De +Wandelende Jood" geschikt zou zijn om alles te bevatten wat ik wilde +zeggen.... Dat schoot mij te binnen, en die zelfden dag heb ik 't heele +plan met alle symbolen en allegories uitgewerkt. Dat heb ik toen nog +negen jaar in mij omgedragen ... en al dien tijd heb ik voortgewerkt.... +Want zoolang als ik nog met den H. Antonius zat te tobben bleef 't +materiáál en werd 't geen kunst. + +[1] Der Ewige Jude. + + + + +HET SCHRIJVEN ZELF. + + +Aan 't schrijven zelf, daar heb ik eigenlijk maar 'n paar jaar aan +gewerkt. [1] Ik ben 'n geest die van zeer schoone constructies houdt en +ik let er voortdurend op, dat ieder woord zijn eigen kracht toont, en +dat de subtielste schakeeringen er van tot hun recht komen. Nu merkt men +dat in den "Wandelende Jood" niet zoozeer op. Want ik heb tevens gezocht +naar 'n niet al te literaire uitdrukkingswijze, en 't klinkt u misschien +vreemd,--als ik lang op 'n volzin gewerkt heb is hij dikwijls veel +eenvoudiger geworden dan hij in 't begin was. + +Elk woord hangt voor mij samen met 't gevoel dat 't uitdrukt, door z'n +structuur, door z'n klank, door alles. Ik bedoel niet den +conventioneelen zin van 't woord, maar 't gevoel er van, net zooals van +Looy 't opvat. Alleen tracht ik misschien eenvoudiger te blijven en +minder middelen te gebruiken om 'n zeker effect te bereiken. Ik wil heel +sober zijn. Er staat in mijn boek geen enkele zin waarvan ik mij niet +zeer nauwlettend rekenschap heb gegeven, waarin ik niet angstvallig heb +nagegaan wat ieder woordje in dat bepaalde verband te beduiden heeft.... + +En toch,... zoo'n zin is niet 't werk van 't kalme bewustzijn, 't +Gebeurt mij wel dat ik niet juist gestemd ben en dan kan ik niets +vinden.... En er zijn wel andere zaken, die men onmiddellijk vindt. Dan +voel ik wel dat 't goed is, maar of dat nu ontleed kan worden, dat +weet ik niet. + +Voorlezen? U doet mij daar een vreemd verzoek. Ik houd er niet van, uit +mijn werk aan anderen voor te lezen.... Maar enfin, u vraagt 't, en ik +zal de hardste niet zijn. + +Daar zijn in mijn werk van die vondsten die ik zeer gelukkig heet en +waarmee ik blij was. Zoo, ik sla 't boek op ... op goed geluk ... en God +zegene den greep.... Hier,... page 75. + +"Toen de haan hem wakker kraaide, was het woud door de open deur gezien, +al blauwig van den vroegen uchtend; een rozige straal gleed van het +vensterken in de kluis, en buiten was er getjilp en gefluit van meezen +en merels in de koelte." + +Ik was al heel gelukkig toen ik dat geschreven had omdat ik daarin een +synthetisch beeld geef ... dat vochtige ... dien blauwigen nevel +tusschen de boomen van 'n woud voel ik daar zoo uit.... Dat klinkt mij +zoo goed: al blauwig van den vroegen uchtend ... ik zeg hier uchtend en +niet: morgend ... ook al weer om de zelfde reden ... dat komt zoo +van zelf. + +Ja, ik schrijf uiterst langzaam ... herwerk sommige volzinnen wel drie +of vier maal. Maar er zijn natuurlijk ook plaatsen waar men om zoo te +zeggen zelf niet meer schrijft ... plaatsen waar men meegesleept wordt +door z'n ... door z'n ... hà-ha-ha-ha-hà.... Enfin, ik wil zeggen: waar +'t gemakkelijk gaat, allez! + +Heel 't begin is nog al moeizaam geschreven, dat wil zeggen de eerste +bladzijden, en Verwey heeft er van gezegd, dat de taal eenigzins +geforceerd is. Maar ik voor mij geloof ... wel, ik geloof dat-ie gelijk +heeft, voilà. + +Overigens ... 't boek is nu al van drie jaar geleden in dezen vorm ... +ik kon 't niet loslaten, ik kon 't niet uit m'n handen laten gaan +voordat 't me geheel bevredigde ... dat is nu eenmaal 'n ziekte van +me.... Maar met uitzondering van 't begin moet ik u zeggen, dat ik er +niets aan zou weten te veranderen. + +De menschen bespreken mijn boek als 'n werk van de gedachte en ik +wenschte 't te zien besproken als 'n werk van literatuur. Een gedachte +op zich zelf heeft toch geen kunstwaarde, wel? Nee, natuurlijk niet, +evenmin als 'n feit op zich zelf. Kunstwaarde krijgt 'n gedachte eerst, +als ze niet meer zuiver verstandelijk blijft maar ... ja, hoe zal ik 't +zeggen?... ineenvloeit tot 'n geheimzinnig complex.... + +Neen ik zeg 't u nogmaals: ik bèn niet uitgegaan van gedachten, ik ben +uitgegaan van gevoelens. Juist door de uitwerking ... door 't +schrijven,... zijn de gedachten mij duídelijk geworden ... maar ik ben +in geen geval ... in géén gevàl van gedachten.... Oi-oi-oi-!... dan had +ik er eenvoudiglijk een tractaatje van gemaakt, en geen literair werk! + +Wat de stijl betreft sta ik op 't zelfde standpunt als Flaubert.... Van +hem heb ik veel geleerd ... maar wat ik vooral aan 'm te danken heb, dat +is wel, dat ik mijn kracht zoek in soberheid, in de economie van de +effectmiddelen. Ik geloof dat één enkel middel meestal voldoende is.... +Ik wil wel trachten u te zeggen wat ik bedoel.... Laten we dien eenen +zin nog eens hernemen.... Als ik schrijf: al blauwig van den vroegen +uchtend, dan zou een ander geneigd zijn, een heele beschrijving van 't +woud te geven met allerlei effectmiddelen, niet waar? maar ik wil zoo +beknopt mogelijk blijven. Ik voor mij geloof, dat men in de moderne +literatuur wat al te zeer de strekking heeft om veel middelen aan +te wenden. + +Ik acht mij niet gebonden door sommige zaken. Ik zal er niet tegenop +zien een nieuw woord te gebruiken of 'n nieuwe wending, als dat mij +noodig schijnt. Een schrijver moet uitgaan van zijn gevoel en ons +precies vertellen wat er in 'm is. Ik houd niet van overdreven veel +stijlmiddelen.... Zelfs bij van Looy zijn zinnen, waar 't gebruik van +sommige dingen mij geheel overbodig voorkomt. Hij heeft 't misschien +noodzakelijk gevonden, maar mij lijken ze bijna nutteloos. Levende +werkelijkheid wil ik geven, zonder al te veel de sensatie te +ontleden.... + +"Maar de lezer? Als die nu niet...." + +--"Als de lezer niet zooveel effect krijgt als ik wilde geven: Zijn +schuld. Dan moeten de menschen maar aandachtig leeren kijken wat er +staat. Maar wacht wat, ik heb daarover ergens iets geschreven. Hier: ik +heb 't over een vertaling van Flaubert.... Als ik daar in lees: "De +grachten vol water stonden" dan vind ik dat 'n nutteloos verdraaien van +den zin. De essentiëele fout, ik bedoel als vertaling van Flaubert, ligt +hierin, dat hier meer getracht wordt naar 't weergeven van elk détail, +zoo nauwkeurig mogelijk, dan naar de klassieke zuiverheid, die bij hem +'t geheel zoo streng beheerscht. En dat mag men toch wel eischen van 'n +vertáling." + +[1] 128 blz. zeer ruim gedrukt. + + + + +VERMEYLEN OVER DE NOORD-NEDERLANDSCHE LITERATUUR. + + +De Noord-Nederlanders? Ja, die schijnen mij toe minder te letten op de +pure schoonheid van bouw. Een gebrek aan soberheid, een overdreven +gebruik van stijlmiddelen, aan-zie ik als 'n zwakte van +Noord-Nederlanders. Ja, ik vind 't gebrek aan goeden smaak het publiek +de schoonheid van 'n détail onder den neus te willen duwen. + + + + +SCHRIJVER EN PUBLIEK. + + +Als de menschen razend vlug lezen en alleen om te weten wat 'r +gebeurt--zooals ze 'n prul-romannetje zouden lezen--dan voelen ze de +intenties van den schrijver toch niet. Dan gaan ze, er op attent +gemaakt, sommige kleinigheden misschien afzonderlijk voelen en ze +zeggen: "Kijk wat is dat artistiek!" Nu, vergeef mij de snoodheid, ik +vind dat misselijk.... Zonder dat ze misschien ieder détail voelen, +moeten de menschen toch onder den indruk komen van wat ik ze te zeggen +heb. Ieder wóórd is natuurlijk wel uitgekozen, maar de indruk mag toch +niet 'n ontleden van elk détail zijn. Ik ben er veel meer op gesteld, +dat men de zaken voele met d' atmosfeer die er om is. Kunt g' er mee +om? Ehwel daar tracht ik naar. + +Mijn soberheid heeft dan ook ten gevolge dat de ritmus van den zin, en +vooral de ritmus die door verscheiden zinnen gaat, veel zuiverder +blijft, want ze wordt niet ieder oogenblik afgekapt door allerlei +indrukken waar men afzonderlijk van geniet. Dat moet men noodzakelijk +voelen, wanneer men 't eind van ieder hoofdstuk leest. Daar is 't ritme +gestegen tot een climax; dat zijn gewoonlijk van die brokken, die er zoo +achter elkaar, in éénen vlucht, uitgekomen zijn, zuiver lyrisch. Dat is +'n golf van begin tot eind, die altijd voortgaat. Vermeldt men ieder +détail afzonderlijk, dan krijgt men meer 'n mozaïk. Maar begrijp nu wel, +wat ik nu allemaal zeg, dat was gevoel, en pas later heb ik 't +beredeneerd.... + + + + +DE VLAAMSCHE BEWEGING VOOR '80. + + +Ik bracht het gesprek op de Vlaamsche beweging, vroeg hem naar de +bedoelingen die de leiders hadden gedreven. + +--"Ja, vertelde hij me, die bedoelingen waren zeer vaag, daar wij +allen--zeer jonk waren. Voor zoover ik mij herinner is hier een soort +opstand gekomen, negatief, tegen hetgeen ons in de Vlaamsche beweging +minder aanstond. Het schijnt dat men in Holland nog al dikwijls denkt +aan een nieuwere richting in Vlaanderen, die dan omstreeks '90 begonnen +heet te zijn. Dat is toch niet heelemaal juist. Er was hier een +geleidelijke ontwikkeling, die ongeveer 1890 tot krachtige uiting was +gekomen. Heelemaal geen nieuwe beweging, die zoo maar uit den grond +gesprongen zou zijn. + +"Wat den literairen smaak betreft, waren er, voor ons, al dichters +opgestaan, die de techniek van het vers louterden. Voorloopers dus. +Laat ik allereerst noemen den ouden Gezelle ... we kenden hier de verzen +van vóór zijn dertigste jaar ... en dan: Rodenbach. Er was ook nog een +beweging die uitging van Dautzenberg, een dichter uit het oudere +geslacht, waarvan de lijn zich over Pol de Mont voortzet. En de Romans +van Stijns waren een soort voorbereiding van wat Buysse later schreef. +Nietwaar? u ziet de overgangen, en ik wijs u er op, om u te doen zien, +dat onze beweging niet iets is van de laatste vijftien jaar." + + + + +BEWUST OPTREDEN VAN DE NIEUWERE RICHTING. + + +Waar ving nu aan het eigenlijke bewuste optreden? In het begin lieten +wij ons drijven op een stroom die al vóór ons had bestaan. Zooals elke +beweging een doortrekken is van hetgeen er aan is voorafgegaan en +tegelijkertijd een strijd daartegen, zoo ook de onze. + +Bij enkele jonge schrijvers die in die dagen zuiverder werk leverden, en +kritiek uitoefenden, zult u de grondgedachten van dien tijd moeten +zoeken,--en die zijn niet zeer talrijk. + +Ook had de Vlaamsche beweging geen eigenlijk centrum. Brussel heeft wel +een groote rol gespeeld, maar West-Vlaanderen moet ook niet worden +vergeten, en dat is nu juist een bewijs voor het bestaan van wat ik zal +noemen de werking van een onderaardsche kracht, dat de beweging voor een +deel buiten ons om ging, en onafhankelijk van onze personen ontstond. +Denk verder ook aan Antwerpen. + +Den dichter dien wij erkenden als onzen voorman was Rodenbach, en later, +na zijn herleving, voelden wij ook de leiderschap van Guido Gezelle, +onder wiens invloed vooral Streuvels staat. + + + + +"JONG VLAANDEREN." + + +Van die twee ging de eerste stoot uit. En de eerste kleine manifestatie +van den nieuwen geest was een tijdschriftje, getiteld "Jong Vlaanderen". +Een titel die wij hadden overgenomen van het vroegere tijdschrift van +Rodenbach. Het scheen ons toe, dat wij het werk van dien man moesten +hernemen in ons bladje ... op boterpapier gedrukt ... met ... met +nagelkoppen. Een ellendig dingetje ... slap ... onaanzienlijk. Na ik +geloof vijftien nummers is het ineens verdwenen. Een ware catastrophe +voor ons. Met ons drie hadden we dat bladje opgericht: Lodewijk de Raet +(die nu nog over de economische zij van het vlaamsche vraagstuk +schrijft), ik,... en dan nog een derde, een paar jaar ouder dan wij ... +en oneindig veel slimmer dan wij ... eigenlijk een beetje tè slim.... +Jammer voor ons en ook voor hem, want verstand had hij genoeg en ook +veel sprekersgave.... Enfin! + + + + +KLOOS EN DE VLAAMSCHE BEWEGING. + + +Toen wij dat blaadje oprichtten waren wij nog leerlingen aan het +Athenée. Een studententijdschriftje. Een eerste kreet. En toch trok het +de aandacht van Willem Kloos, die mij een langen brief schreef om mijn +medewerking te vragen voor de Nieuwe Gids. Ik schreef hem terug, kreeg +weer een langen brief, en wat er precies in stond weet ik niet meer, +maar ik herinner mij dat hij heel sympathiek was. Daarvoor ben ik Kloos +altijd dankbaar gebleven. Die heeft beseft dat daar iets nieuws aan het +worden was, dat er uit dat onaanzienlijke krantje nog wel eens iets +goeds kon voortkomen. + +Nu vraagt u mij, onze denkbeelden te omschrijven,--maar dat kan ik niet. +Ze stonden niet zoo heel vast. We wilden eenvoudig "nieuw leven" +brengen, anders kan ik mij niet uitdrukken. We dweepten met Rodenbach +en Pol de Mont en met Hélène Swarth die toen nog te Mechelen woonde. Van +Holland wisten we weinig. Zooals van zelf spreekt, Multatuli met zijn +opruiende geschriften trok ons aan. Hij leek ons een van de helden in de +nieuwere literatuur. Ook voor een man als Kloos hadden wij enorm veel +ontzag. Maar--we waren te jong om klaar te zien in hun werk. 't Ging te +hoog voor onze geesten. En hun invloed op ons zal dan ook wel niet zoo +heel groot geweest zijn. En ook de Kleine Johannes ... die werd gelezen! + + + + +LETTERKUNDIG LEVEN TE BRUSSEL. + + +Zoo gingen een paar jaar voorbij. We broeiden en we zochten naar +gelegenheid om een nieuw tijdschrift uit te geven--ditmaal op breederen +grondslag. En op onzen leeftijd beteekende een paar jaar al heel wat. +Terwijl we dan zonder blad zaten, streden we de strijd voort in "De +Distel", een rederijkerskamer, waar een aantal dichters elken Zaterdag +bijeen kwamen om er hun verzen voor te lezen bij pot en pint. Heel +argelooze gedichtjes waren 't meestal. Maar die "Distel" vormde in +Brussel het eenige milieu waar men elkander vond en kon praten over +literatuur. En daar ontbrandde een hevige strijd over Kloos, over Gorter +en van Eeden, ook over Couperus. Die waren aangevallen door de critici +van "De Distel",--en wij voelden ons geroepen om ze te verdedigen, 's +Zaterdags trokken we dan vol moed naar de zitting om die ouwerwetsche +kerels bij hun lurven te pakken en den lof te zingen van de +Nieuwegidsers. + + + + +LOTGEVALLEN VAN "VAN NU EN STRAKS." + + +"Eindelijk kwamen wij er toe, een grooter tijdschrift op te richten: "Van +nu en straks", waarvan de eerste reeks verscheen in groot formaat en op +Oud-Hollandsch papier gedrukt, 't Zag er prachtig uit! Ik had natuurlijk +allang rondgeloopen met plannen, maar ik wist niet recht hoe de zaak aan +te vatten. Toen kwam ik in aanraking met Henry Van der Velde, toen nog +schilder. Nu zit hij in Weimar en doet daar aan gebruikskunst. Dat huis +dat u hier door mijn venster kunt zien, daar heeft hij gewoond, en hij +heeft het zelf gebouwd. Hij had te Antwerpen een tentoonstelling +ingericht, in den aard van "Les XX" te Brussel. Daar had hij ook een +tafel vol kunsttijdschriften, o. a. "The Hobby Horse", een Engelsch +tijdschrift dat veel werk maakte van boekkunst, een prachtige uitgave +met verzen van jongere dichters, schoone houtsneden, kunstige letters en +op goed papier gedrukt. "Nu, zei Van der Velde, als ge toch droomt van +een eigen blad, waarom zou je het dan niet op die manier uitgeven?" Met +dit voorstel bleef hij eigenlijk in zijn vak. Hij wilde een tijdschrift +dat zou uitmunten door boekkunst. Ik zocht alleen een vláámsch +tijdschrift. Maar hij legde mij uit, dat men, als men er op die manier +platen bij gaf, zou kunnen rekenen op allerlei menschen buiten de wereld +die belang stelde in Vlaamsche literatuur. Daardoor zou het tijdschrift +zich kunnen dekken, wat met een louter-literair tijdschrift nooit het +geval zou kunnen zijn. We zagen, na studie, dat de uitgave financieel +mogelijk was, en de redactie werd samengesteld uit: Cyriel Buysse, (de +oudste van ons allen) Prosper Van Langendonck, Emmanuel de Bom en mij. +Van Langendonck was ouder dan ik, wel een jaar of tien, en hij had +verzen geschreven die voor ons hooger stonden dan al wat de Vlaamsche +poëzie in dien tijd voortbracht, verzen die, als ik mij in de toestanden +van toen terug denk, mij nu nog den indruk geven van iets geheel nieuws. +Maar hij zag er niet tegen op, met ons mee te doen, al waren wij in +dien tijd eigenlijk maar ... ha-ha--ha!... kwâjongens ... kleine +bengels; en al was hij ambtenaar van het catholieke ministerie. Ja, daar +heeft hij veel moed bij getoond. + +"Ons eerste nummer sloeg er nog al goed in. Prosper van Langendonck was +zoowat de eenige onder ons die vaste ideeën over literatuur had, de +eenige die goede kritieken kon schrijven." + + + + +GEWIJZIGDE IDEEËN. + + +"Onze gedachten waren in die paar jaar trouwens al gewijzigd. Wij hielden +nu bepaald veel minder van Pol de Mont. Wij voelden nu hoe oppervlakkige +lichtschittering daar in zijn poëzie stak, en dat gebrek aan diepte deed +ons onaangenaam aan. Daarbij kwam ook nog wel iets anders: Pol de Mont +voelde zich altijd zoo'n beetje het hoofd van de renaissance in de +Vlaamsche literatuur ... enne ... hoe zal ik zeggen? altijd gereed om +een speech af te steken of een toost te slaan. En wij hielden daar niet +van. We waren heel jonk, maar ook ernst hadden we genoeg.... Maar +Rodenbach bleef onze man. En Van Langendonck, de rijpste geest onder +ons, wist wel duidelijk te zeggen waarom wij Rodenbach stelden boven De +Mont. Wij voor ons voelden bij Rodenbach meer een menschelijk gevoel dat +zich in verzen uitdrukt ... bij de Mont was 't ons te veel rijm en +rythme ... wij voelden niet veel vertrouwen in de sentimenten die hij +wilde uitdrukken. En--er kwam zoo iets van een breuk tusschen De Mont en +ons, omdat wij hem niet hadden gevraagd, deel uit te maken van de +redactie van "Nu en straks". Dat was de eerste keer dat hij niet meer +beschouwd werd als het hoofd van de jongere school in Vlaanderen en ik +begrijp nu dat hij dat moeilijk heeft kunnen opkroppen." + + + + +VERHOUDING TOT DE OUDEREN. + + +"Overigens hebben wij De Mont of welken dichter van de oude school dan +ook nooit aangevallen. Alleen de oudere critici gingen we te lijf, als +die werkelijk kwaad deden. Zoo bijvoorbeeld de leden van de Vlaamsche +academie,--toen die Guido Gezelle op het eind van zijn leven wilden +aanranden--toen hebben wij ze tamelijk onzacht tegen den vloer +gekwakt--en ze zijn blijven liggen. Verder hebben wij van de ouderen +nooit iets gezegd dat krenken kon. + +"En verder: indien wij hadden beschikt over wat meer ervaring, dan hadd' +ons tijdschrift blijven bestaan. Het stond ook tamelijk vast. Maar we +zijn onhandig te werk gegaan. Niettemin: goede resultaten hebben we +bereikt: men voelde dat er een nieuwe koers was, ook in de literatuur. +Men bleef niet langer vastzitten in den ouden rimram ... wij hebben +ineens wat lawijd gemaakt, en dat werkte. Ook het decoratief gedeelte +van het tijdschrift waarvoor Henry Van der Velde geheel verantwoordelijk +was, heeft er toe bijgedragen dat de zaak ruchtbaar werd. De menschen +vielen omver van de houtsneden en versieringen die wij gaven. Waarom?... +waarom? (In twee sprongen was Vermeylen bij zijn boekenkast) ... dáárom: +Kijk me zoo'n teekening van Toorop eens aan ... en zoo'n slingerlijn ... +maak de menschen nu maar eens dietsch dat dat beteekent de kunst die +zegeviert over de onwetendheid ... of iets dergelijks...." + +In deemoed erkende ik, dat ik 't op het eerste gezicht ook niet zou +hebben begrepen. + +"Nietwaar?" ging Vermeylen voort, "'t was een interessante poging. In +dit opzicht was ons doel ongetwijfeld bereikt. Maar--na tien nummers is +ons tijdschrift stillekens kapot gegaan. + +"Toen was er een oogenblik sprake dat er een internationaal tijdschrift +in dien aard zou komen. In ieder land zou een man aan het hoofd staan +voor het literaire deel: Van Deyssel, d' Annunzio, Christina Rossetti, +Verhaeren, ik zelf. Ik heb toen in Holland nog eens een bespreking +daarover gehad met Roland Holst en Toorop ... maar dat plan viel in +duigen. "Van nu en straks" sloot met een klein deficit. Aan honorarium +dachten wij natuurlijk niet, maar het eind was dat ieder van ons een +klein sommetje had bij te passen." + + + + +TWEEDE "VAN NU EN STRAKS." NIET UITSLUITEND LITERAIR. + + +"Ik ging toen in Berlijn studeeren, maar wij bleven op den uitkijk naar +een nieuw orgaan. Een jaar nadien kwam er een volgreeks van "Nu en +straks" maar die kreeg een beetje ander voorkomen dan de eerste. Het +decoratief was om zoo te zeggen weggevallen ... alleen een enkele +beginletter lieten wij nog wel maken. Wij trachtten er van te maken: een +_algemeen_ tijdschrift en dit is zeer gewichtig. Van begin af was onze +beweging niet alleen een streven naar zuivere literatuur, maar ook een +algemeene beweging die ook een ethischen kant had. De literatuur was een +deel van het leven voor ons, dat, tezamen met het leven, hooger +opgevoerd moest worden. Nieuwere literatuur moest als het ware komen uit +een hernieuwing van het leven zelf. Wij trachtten onze denkbeelden te +verbreeden, wij trachtten ruimte om ons heen te maken, onze blikken vrij +te maken naar alle zijden." + +--"Dus was het punt van uitgang een maatschappelijk ideaal"? + +--"Dat is niet precies te zeggen: Ons literair streven ging samen met +een sociaal streven; wij onderscheidden die twee wel, maar zijn er +nooit goed toe kunnen komen, ze radicaal van elkander te scheiden. Dat +is ook hierdoor verklaard, dat het leven van onze literatuur om zoo te +zeggen afhing van het Nederlandsch, van de rechten van onze taal. Dat +kan men bij u in Holland niet zoo makkelijk vatten. Hier moet men alles +wat men denkt veroveren op zijn omgeving, en ook op zich zelve,--want +het onderwijs verfranscht de Vlamingen.... Van dien strijd kon men zich +toen vooral niet losmaken. Het streven naar een literatuur die +individueeler zou zijn, oprechter, een oprechter uiting van het gemoed, +buiten alle rederijkerij, ging samen met een streven op sociaal en op +wijsgeerig gebied. En dat heeft zijn uiting gekregen in de eerste en +vooral in de tweede reeks van "Van nu en straks" door allerlei +opstellen, waarin de anarchistische opstandingsgedachten waren vertolkt, +'t Begon al met een opstel van mij in de eerste reeks over "De kunst in +de vrije gemeenschap", en later heb ik dat duidelijker uitgesproken in +mijn "Kritiek der Vlaamsche beweging". Onszelven vrijmaken, dat wilden +we in de eerste plaats, en door vrijheidsgeest anderen wakker schudden +en zoo tot zelfdenken brengen. Sommige onzer _gevoelens_ hadden in de +anarchistische literatuur reeds een vorm gekregen, en we grepen dus +tijdelijk naar die denkbeelden." + + + + +WAARAAN "VAN NU EN STRAKS" ZIJN GROOTEN INVLOED DANKTE. + + +Juist doordat we niet zuiver literair waren, hebben we zoo'n diepen +invloed gehad, bereikten wij allerlei geesten die ons anders waren +ontsnapt. De invloed van "Van nu en straks" is dan ook veel grooter +geweest dan die van ons latere tijdschrift "Vlaanderen". En als nu de +menschen wel eens spreken van een nieuw tijdschrift, dan is het altijd +nog: Het moet iets worden in den aard van "Van nu en straks". + + + + +"VLAANDEREN." + + +In 1901 stierf het weg; eind 1902 stichtten wij "Vlaanderen". Ons +standpunt had zich weer gewijzigd. Wij behoefden niet meer te vechten +voor het goed recht van zuivere literatuur, die strijd was uitgevochten. +Wij konden streven naar de vereeniging van alle goede krachten in het +land. Ge moet niet vergeten: Bij het begin van ons optreden konden onze +medestanders wel plaats vinden op een tafelblad, maar nu zouden we toch +allicht een flinke zaal noodig hebben om ze te herbergen. + + + + +PERSONEN. + + +Dit is de geschiedenis van de tijdschriften. Maar daarbuiten staat die +eene groote gebeurtenis: de herleving van Guido Gezelle, die stil-aan +weer aan het zingen ging en juist omstreeks '90 zijn prachtigste verzen +schreef, zijn _Tijdkrans_ en zijn _Rijmsnoer_. Bij de oorspronkelijke +leiders van de beweging voegde zich al spoedig Victor de Meyere, terwijl +daar later nog andere krachten bijkwamen, onder anderen Hegenscheidt, +dien ik beschouw als den grootsten geest dien wij in ons geslacht hebben +gehad. Hij heeft ongelukkiglijk een tijdlang met zijn gezondheid +gesukkeld, maar zal weer eens aan 't werk gaan.--Nog later, in de tweede +reeks, kwam Streuvels er bij. Het viel samen met de herleving van +Gezelle. Dat was een heele vreugd. Verder Karel van de Woestijne, en +omtrent het einde van die reeks, ook Teirlinck--met verzen. + +Nu, met Vlaanderen, beleven wij een heelen bloei, heel het land is aan +het zingen, dichten en proza-schrijven gegaan, ja, overal worden +dorpsnovellen geschreven. Als ik nu bijeen neem wat er in die +allerlaatste jaren verschenen is, dan vraag ik mij af, of de beweging in +haar geheel beschouwd, niet meer toegenomen is in de breedte dan in de +diepte. Maar een Streuvels, een Van de Woestijne, die worden +aldoor beter. + +--"U sprak daareven van een gedachtelijken achtergrond." + +--"Wat de richting dáárvan aangaf, dat waren de wijsgeerig gestemde +critieken van mij en van Langendonck. De mijne hebben misschien meer +invloed gehad, omdat de houding van mijn geest meer revolutionnair was. +Zelfs in den beginne, wanneer de opstellen van Van Langendonck gezonder +en kernachtiger waren dan de mijne, geloof ik toch dat de mijne meer +trokken. Dat is heel natuurlijk ook. De menschen hadden behoefte ... aan +... een kleine aardbeving. En de man die de zwaarste schokken kon geven, +was die waar ze het meest naar luisterden." + + + + +HOLLANDSCHE INVLOED. + + +Dan hebben we getracht opstellen te geven over sociale beweging en +wijsbegeerte, maar over het algemeen waren dat opstellen die wij moesten +vertalen uit het Fransch of zelfs uit het Duitsch. We hadden hier niet +de noodige krachten. Een enkel maal kregen we op dit gebied wel steun +uit Holland. In de eerste "Van nu en straks" was er altijd samen-werking +tusschen Holland en Vlaanderen. + +Jolles kwam voor den dag en Verwey gaf veel verzen, toen hij nog geen +eigen tijdschrift had. De invloed van de Hollanders kon zoo groot zijn, +doordat hun cultuur hooger stond. In den tijd dat "Vlaanderen" werd +opgericht, bezaten de Hollanders tijdschriften genoeg en dat vond de +uitgever ook: er bestond meer behoefte aan een tijdschrift waarin +uitsluitend Vlamingen zouden schrijven. + + + + +DE GEDACHTE ALS ZOODANIG. + + +In het begin bestond er maar één bedoeling: zooals ik u reeds zei: wij +wilden onzen gezichtskring verbreeden, de korst die over het literair +leven lag wilden wij breken. Maar er waren natuurlijk ook velen, die +dichtten en schreven en daarbij geen andere bedoeling hadden dan +voortbrengen. Waardoor kreeg Streuvels zoo'n invloed? Alleen door de +frischheid van zijn werk.--De wèl bewuste denkbeelden die wij hadden, +hebben voor onze beweging nooit veel waarde gehad. Veel bestond alleen +in ons instinct, menigeen gaf de richting aan uitsluitend door zijn +werk. En als wij Rodenbach zoo vaak als voorlooper hebben erkend, als +een soort Jacques Perk,--al geleek hij daar in vele opzichten niet +op,--dan komt dat doordien wij denzelfden drang voelden als hij, de +revolutionnaire kracht, die zich bij hem niet heelemaal heeft kunnen +uitleven, want hij is te vroeg gestorven. Wij voelden ons één met heel +de houding van zijn geest, ook in wijsgeerige vraagstukken. + + + + +GEMEENSCHAPSGEVOEL. + + +Verder is hier altijd een grooter gemeenschapsgevoel geweest dan in +Holland. De Hollandsche dichters waren individualisten, die op het +standpunt stonden van de "zuivere kunst",--wij hebben de kunst altijd +beschouwd in verband met het leven waarin ze was ontstaan. In Holland is +dat besef eerst later gekomen en de manifestatie er van was o.m. de +beweging van de sociaal-democraten op het gebied van de poëzie. Ik denk +niet dat bij de mannen van "De Nieuwe Gids" dat besef ooit zoo sterk is +doorgedrongen. Dat 't bij ons zoo was, wordt wellicht verklaard door 't +feit, dat het gezond leven der literatuur onafscheidelijk verbonden is +met de Vlaamsche Beweging, een vòlksbeweging. Wij mòesten meevoelen met +het Vlaamsch-gebleven volk. Zoo gingen bij ons literair en sociaal +streven van begin af denzelfden weg. + +--"Hoe zit deze Vlaamsche Beweging vast aan de meer romantische +strooming, waar men zoo graag woorden hoort als "Clauwaert", +"Goedendag" en zoo?" + + + + +CONSCIENCE. + + +--"Ik heb al meer gemerkt, dat men het goed recht van ons Vlamingen niet +beseft, doordat men niet weet, dat wij hier sedert 1830 worden behandeld +als een _overwonnen volk_. Er is veel strijd toe noodig geweest om de +eenvoudigste taalrechten te veroveren, 't Spreekt toch van zelf, dat een +mensch het recht heeft om veroordeeld te worden in zijn eigen taal. Dat +ons onderwijs de Vlamingen niet ontvlaamschen zou, hebben wij nog steeds +niet kunnen verkrijgen. In dien hardnekkigen strijd heeft vooral +Conscience door zijn literairen arbeid veel goeds gedaan. Maar met zijn +optreden gingen allerlei romantische gedachten gepaard; nu, ook in de +dagen van Rodenbach was men 't romantisme nog niet geheel ontgroeid, en +dat is maar natuurlijk ook. Bedenk eens: de leerlingen van het seminarie +te Roesselaere, waar hij zijn opleiding ontving, mochten onder elkander, +en zelfs in de speeluren, geen Vlaamsch spreken. Wie op Vlaamsch-spreken +werd betrapt moest een stuk hout dragen, een "signum", totdat een andere +makker werd betrapt,--alles berustte op verklikkerij--en dan mocht hij +hem het "signum" overgeven. Op zulk een terrein moest men zich voelen +als de jonge Schiller, dwepen met den vrijheidsgeest der voorouders, +zich zelf opwinden met beelden uit het verleden. In zulke omstandigheden +zijn de namen van Breydel en De Coninck geen holle klank meer. Maar na +de romantisch-gekleurde beweging onder de leuze: _De taal is gansch het +volk_ zijn andere krachten opgestaan:" + + + + +DE ECONOMISCHE ZIJDE VAN DE TAAL-QUAESTIE. + + +Vuylsteke is een van de eersten geweest die inzag dat nog heel andere +factoren meespreken in het leven van een natie. Het ontbrak niet aan +mannen die attent maakten op de economische zijde van het vraagstuk. Zoo +werd reeds in 1869 in de Kamer een merkwaardige rede uitgesproken door +De Maere, waarin hij een algemeen tafereel ophing van de ellende in +Vlaanderen, in verband met de geheele achterlijkheid van 't land. Op die +wijze werd de beweging een streven naar een schooner menschelijkheid in +Vlaanderen. Ik wil niet beweren, dat dit ook aan de vroegere leiders +niet voorschemerde; ik zeg alleen dat zij er op politiek gebied niet +genoeg rekening mee hielden. Rodenbach sprak o.a. in zijn opstellen +duidelijk uit, dat de beweging moest trachten naar grootmaking en +vermooiïng van Vlaanderen in elk opzicht: niet alleen een strijd voor de +taal zelf, maar voor alles dat 't land menschelijk-beter zou kunnen +maken. Zoo moesten wij, al waren wij ons van dit in 't begin nog niet +heelemaal bewust, de gangbare meeningen omtrent den Vlaamschen strijd +tegenspreken en heel ons streven kan worden saâmgevat in deze woorden: +"De Vlaamsche beweging is niet alleen een taalbeweging, maar een sociale +beweging in den ruimsten zin des woords. Zij moet niet alleen aan de +menschen hun taalrechten verzekeren, maar ook het middel zijn, om alle +krachten die in het Vlaamsche land nog sluimerend zijn wakker te +maken".--De mensch heeft nog wat anders noodig dan zijn taal om mensch +te zijn. Zooals er in de poëzie een strijd was voor de oprechtheid van +het gevoel, zoo bonden wij ook den strijd aan voor de oprechtheid in +politieke gedachten. Wij zagen in meetings menschen die brulden over +den leeuw van Vlaanderen, over Breydel en De Coninck, maar wij wisten +dat ze niet veel uitrichtten. Er kwam een oogenblik dat wij begrepen: +dit is rhetorica, en toen vielen wij ze aan. Wij wilden naar een +positieven strijd op het gebied van de werkelijkheid. En zoo brachten +wij de Vlaamsche beweging in verband met een algemeen-Europeesche +beweging voor de vrijmaking van den geest, voor meerdere individualiteit +en betere menschelijkheid. In dit opzicht werd veel gedaan door Prof. +Mc. Leod, van Gent, en later door Lodewijk de Raet, die, ook in +"Vlaanderen", het economische vraagstuk in betrekking tot onze zaak +afzonderlijk behandelde. + +--"En nu zou ik graag nog even tot u terugkeeren. Mag ik weten welke +plannen u voor de toekomst uitbroedt?" + + + + +TOEKOMSTPLANNEN. + + +--"Jawel, plannen heb ik, maar ik zal daaraan eerst werken als ze +heelemaal rijp zijn. Zoo heb ik 'n uitgewerkt plan voor 'n roman, +vollédig, hoofdstuk voor hoofdstuk--heel uitgebreid--en dat ligt er nu +al van '97 af. En dan nog 'n ontwerp dat ik geschreven heb in 1901 of +1902. Maar--ik doe er nog niets aan ... ik wacht nog wat, en misschien +komt 't pas binnen 'n jaar of tien aan de beurt. Juist omdat ik nog +ander werk moet verrichten, spijt 't me zoo, dat 'n menschenleven +eigenlijk veel te kort is,... want ge begrijpt, als ik lessen moet geven +aan d' hoogeschool kan ik geen omvangrijk literair werk ondernemen." + +Ik ben er van overtuigd, dat op 't punt van literatuur, de magen van de +menschen tegenwoordig bedorven zijn. De lezers zijn te veel gewend aan +gepeperde lekkernijen die op de sensatie werken; zoodat ook van mijn +bedoelingen veel verloren zal gaan ... maar--dat is mijn schuld niet. +Die menschen kunnen ook in Flaubert niet voelen wat er eigenlijk in +gelegd is, en dat is een troost.... Misschien is 't mijn schuld, maar ik +vind dat mijn standpunt goed is, en dat de menschen ongelijk hebben. Van +mijn "Wandelende Jood" kan ik dat heel rustig zeggen, want met de eenige +reserve dat de stijl in 't begin mij niet volkomen bevalt, heb ik 't +werk niet uit mijn handen laten gaan voordat 't ongeveer alles gaf wat +ik op dezen oogenblik te geven heb, en geven kàn. 'n Ander zou 't +misschien schooner en grootscher kunnen doen, ik op mijn leeftijd, met +mijn krachten kan 't niet beter ... ik ben er heel tevreden mee, want ik +heb niets verzuimd om mijn werk zoo goed te maken als ik kan. En dat is +'n groot geluk, want 't boek is, om zoo te zeggen: de som van heel +mijn jeugd.... + +Neen, nu kent ge hem nog niet. Maar blijf een oogenblik onder den indruk +van zijn rustigen spreektrant, en zie 'm dan zitten in zijn stijlvol +studeervertrek, waar 't heldere zonnelicht en de zoete woudgeur zich +nestelen in de kleinste hoekjes. Alles heeft er zijn vaste plaats en hij +zou er boeken en papieren met gesloten oogen kunnen vinden. En bekijk +dan eens zijn bijna steenroode gelaat, zijn borstelige haren, zijn +machtigen neus, zijn afgebeten knevel, zijn schitterende oogen waarin +Oostersche tinten gloeien. + +Als-ie 'n oogenblik vergeet dat er iemand bij 'm is, zijn z'n gebaren +driftig als vlammen. + +Voorwaar! deze man die klaagt dat het leven zoo kort is, maar die tien +jaar met 'n plan rondloopt liever dan een onrijp boek te geven ... deze +stille Vlaming heeft zich zelf verwonnen en diep beseft wat is 't +nuttelooze van een wankelend gebaar. + +Zijn kunst zal ons geslacht overleven! + + + + + +ILLUSTRATIES. + + + + +ILLUSTRATIES. + + +Lodewijk van Deyssel +Willem Kloos (Ets van W. Witsen) +idem +Albert Verwey (jeugdportret) +idem +Frederik van Eeden (jeugdportret) +idem (portret uit Walden-tijd) +Frans Netscher +Marcellus Emants (jeugdportret) +idem +Aug. Vermeylen (jeugdportret) +idem + + + + +INHOUD. + +HISTORIE VAN DIT BOEKJE. + +I. LODEWIJK VAN DEYSSEL: + Eerste indruk. + Van Deyssel's debuut. + "Een liefde." + Impressionisme. + De "onvoegzaamheden" in "Een liefde." + L'art pour l'art. + Van Deyssel gezellig. + De "oude" van Deyssel. + Schrijver en publiek. + Eerst moet zijn werk hem genot schenken. + De "grenzen" van letter- en schilderkunst. + De socialistische dichters. + Zekere "schetsen"-schrijvers. + Tendenz-kunst. + Hoe hij werkt. + +II. WILLEM KLOOS: + "Dank u meneer, verder niet." + Herinnering aan Jacques Perk. + Het Nieuwe. + De uitgave van "Mathilde." + Waar een mensch niet bij kan. + De oprichting van "De Nieuwe Gids." + Medewerkers. + Het woord een levend wezen. + De groep valt uiteen. + Huwelijk. + Er is maar één goede richting. + Kunstenaar en referent. + Onze hedendaagsche literatuur. + Neerdrukkende kunst. + Kunstenaar en Maatschappij. + Vergeten kunstenaars. + Om literatuur te begrijpen. + Het publiek en de boeken. + "Men" oordeelt niet artistiek. + +III. ALBERT VERWEY: + Schrijven uit liefhebberij. + "Een jaar of wat uit mijn jeugd." + Dr. Doorenbos. + De strooming van 1890. + Doel van het "Tweemaandelijksch Tijdschrift." + Oprichting van "De Beweging." + Het innerlijke: Gelijk streven op allerlei gebied. + De geschiedenis van zijn werk. + Geestelijke kunst. + De onzegbaarheid. + Wij gaan naar het religieuse. + Dichter en Maatschappij. + Proza en Verzen. + Hij behoeft niet altijd iets te "vertellen." + "Nacht in het Alhambra." + Maatschappij en Dichter. + Stijl. + De tijd van de stijlgeving. + De Kunstenaar "als zoodanig" en zijn periode. + Wat niet gezegd kan worden. + +IV. FREDERIK VAN EEDEN: + Hoe van Eeden de Nieuwe-Gidsrichting begrijpt. + Literair dichterschap en maatschappelijk dichterschap. + De invloed van Kloos maakte de nieuwe richting individualistisch. + Nietzsche en Multatuli. + Tendenz-kunst dan? + Zij vergeten hun meester Shelley. + Algemeen menschelijk streven en taalvermogen. + Het kenmerk van verkeerde tendenz-literatuur. + Toen de oogen hem opengingen. + Dramatisch werk. + Kunstenaar en "de Massa." + De waarde van prestige. + De menschen moeten geleid worden. + Zonder verbittering!. + Van Eeden en "De Nieuwe Tijd." + Persoonliikheid. + Zij zoeken de groote persoonlijkheid. + Het nieuwe luchtschip. + +V. FRANS NETSCHER: + Letterkundig leven in den Haag. + Hoe Netscher tot Zola kwam. + Eerste werk. + Karakter van het eerste werk. + Succes van het naturalisme. + Hoe de "woordkunst" ontvangen werd. + Justus van Maurik. + Van Eeden en "Het servetje." + Auteursverdriet. + Netscher te Parijs. + Theorethische studie; haar nut. + De roman "Egoïsme." + De Hollandsche Revue. + Netscher over onze literatuur. + De artist en "het openbare leven." + Netscher in de politiek. + Toekomstplannen. + +VI. MARCELLUS EMANTS: + Emants' veelzijdigheid. + Emants als student. + De bergen. + Kunstenaar en Maatschappelijk leven. + Hoe de dingen hem treffen. + Waarom hij zijn werk publiceert. + Hij kan 't niet anders. + Zijn onafhankelijkheid. + Het pessimisme. Is Emants Schopenhaueriaan. + Pessimisme en gemoedstoestand. + Het futiele van een levensdoel. + Moet men voor het pessimisme propaganda maken? + Emants en het socialistisch ideaal. + De moreele ijsperiode. + Lilith en Loki de eenige werken die een wereldbeschouwing belichamen. + Emants streven naar objectiviteit. + Lilith. + Loki, het intellect. + "Loki" geen eigenlijk symbolisch gedicht. + Emants en de "Nieuwe Richting." + Hij wilde zichzelf blijven. + Hij ziet ook thans niet in welke nieuwe richting hij heeft ingeleid. + De overdreven vereering van de woordkunst. + Geen onschuldige grappen! + Er is geen bijhouden aan! + Zwaarmoedige kunst uit maatschappelijk oogpunt. + Emants' ervaringen met een luguber boek. + Voor en tegen van mensch-ontledende literatuur. + Zijn liefste boeken. + Waarom hij de "woordkunst" veroordeelt. + Zijn modellen. + Doode natuur en gekrenkte modellen. + +VII. AUG. VERMEYLEN + Kunst en Leven. + Zijn streven naar "perfectie." + "De wandelende jood." + Het schrijven zelf. + Vermeylen over de Noord-Nederlandsche literatuur. + Schrijver en publiek. + De Vlaamsche beweging voor '80. + Bewust optreden van de Nieuwere Richting. + "Jong Vlaanderen." + Kloos en de Vlaamsche Beweging. + Letterkundig leven te Brussel. + Lotgevallen van "Van nu en straks." + Gewijzigde ideeën. + Verhouding tot de ouderen. + Tweede "Van nu en straks." Niet uitsluitend literair. + Waaraan "Van nu en straks" zijn grooten invloed dankte. + "Vlaanderen." + Personen. + Hollandsche invloed. + De Gedachte als zoodanig. + Gemeenschapsgevoel. + Conscience. + De economische zijde van de taal-quaestie. + Toekomstplannen. + +LIJST VAN ILLUSTRATIES. + + + + + + + +End of Project Gutenberg's De mannen van '80 aan het woord, by E. D'Oliveira + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 10113 *** |
