diff options
24 files changed, 17 insertions, 5868 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..0482967 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #69183 (https://www.gutenberg.org/ebooks/69183) diff --git a/old/69183-0.txt b/old/69183-0.txt deleted file mode 100644 index 8225994..0000000 --- a/old/69183-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2593 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Langs den Nijl: Herinneringen eener -reis in Egypte, by Anonymous - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte - De Aarde en haar volken, 1868 - -Author: Anonymous - -Release Date: October 19, 2022 [eBook #69183] - -Language: Dutch - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN -EENER REIS IN EGYPTE *** - - - - - -DE AARDE EN HAAR VOLKEN. - - -LANGS DEN NIJL. - -HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE. - - -I. - - De Middellandsche zee.—Malta.—Alexandrië.—Naar Kaïro. - - -Wat ik u mededeelen ga, zijn schetsen uit mijne reisportefeuille: -herinneringen aan een tochtje door Egypte, in het voorjaar van 1863 -ondernomen. Het doel mijner reis is voor u van geen belang: het eenige, -waarvoor ik uwe welwillende aandacht durf vragen, zijn mijne eenvoudige -schetsen; en ook dat niet om haar zelfs wil, maar om den wil van het in -zoo menig opzicht hoogst merkwaardige land, aan welks natuur, -geschiedenis en volk ze zijn ontleend. - - - -Kalm en statig klieft de fransche paketboot l’Aigle de zacht kabbelende -golven der Middellandsche zee, en laat op de breede watervlakte een -zilveren spoor van vlokkig schuim achter. Boven onze hoofden welft zich -de wolkeloos blauwe hemel, en giet een stroom van tintelend licht uit -op de even heldere en even blauwe wateren der wonderschoone zee, als -een glad gepolijst schild stralend en fonkelend in het felle -zonnelicht. Boven en beneden eene oneindige, doorzichtige, blauwe -diepte; het is als zweeft de boot in een azuren ether, doortrokken van -licht. Voor hem, die ze nooit zag, is het niet wel mogelijk zich een -denkbeeld te maken van deze wondervolle verlichting, deze -onvergelijkelijke helderheid der lucht, die scherpte van alle -omtrekken, dien gloed van alle kleuren: van geheel dit magisch -lichteffect, aan het Oosten en Zuiden eigen. Het is een schouwspel, -waarvan ik, hoe dikwijls reeds genoten, mij niet verzadigen kan, ook al -vermoeit het mij soms dien verblindenden luister aan te staren. Ja, en -menigmalen, wanneer ik, in sombere herfst- of winterdagen, voor de -vensters mijner kamer sta en uitzie over het grijze veld en het vale -bosch, of opzie naar den doffen, kleurloozen, lagen hemel, als een -grauw kleed op de aarde nederhangende; als ik dan bijna nergens kleur -of licht bespeur:—ja menigmalen rijst dan eensklaps voor mijne -verbeelding het prachtig visioen van dien stralenden oosterschen hemel, -van dien alles overwinnenden, alles doordringenden zonnegloed, die aan -alles vorm, kleur, diepte geeft. Ik heb de zon lief, en vreugde rijst -er in mijn gemoed, als zij ons verkwikt met haar heerlijk licht en -toelacht uit haar reine, blauwe hemeltent; mijn hart gaat uit tot haar, -met heimwee en wonderzoet verlangen. Is het omdat nog steeds, hoezeer -mij onbewust, diep in mijne ziel het beeld staat gegrift van het land -des lichts en der kleuren, van het prachtige Java, mijn geboortegrond? -Maar meen niet, dat ik daarom op onze minder prachtige, maar in hare -bescheidenheid en verscheidenheid veellicht nog rijker, natuur met -geringschatting nederzie; meen niet, dat ik blind zou zijn voor de -heerlijkheid van een schoonen herfstmorgen in onze duinstreek, voor het -wondervolle kleurenspel van een zonsondergang aan onze stranden. Neen, -ik weet het: juist aan onzen vochtigen, minder helderen dampkring -danken wij, wat het Oosten en het Zuiden missen, dien oneindigen -rijkdom van tinten en halve tonen; dat wondervol spel van licht en -schaduw en kleur in onze bewolkte luchten; die fijne, wazige, zilverige -tinten, die als een feeënsluier onzen horizon omwuiven en zoo -uitlokkend geheimzinnig verhullen; danken wij geheel dat eigenaardig -karakter onzer landschappen, wier schoonheid alleen hij miskennen kan, -die den zin voor waarachtig natuurschoon mist, en die dan ook, overal -en altijd, wel door het vreemde, het onverwachte, het grootsche, -getroffen kan worden, maar in wiens gemoed nooit de zachte taal -doordringt, die Gods heerlijke schepping, overal en altijd, spreekt -voor wie ooren heeft om te hooren en een hart om op te merken. - - - -Een eindelooze horizon naar alle kanten: overal de blauwe, stralende -zee, door den blauwen, stralenden hemel overweld. Drie dagen geleden -heb ik Malta verlaten, en sedert geen land gezien. Dikwijls wendt mijn -oog zich onwillekeurig naar het noordwesten, als kon ik nog den aanblik -genieten van het prachtig rotseiland, in volle wapenrusting oprijzende -uit de heldere wateren der Middellandsche zee. Wat grootsche -herinneringen omzweven deze rotsen, eenmaal het bolwerk der -Christenheid tegen de turksche macht, die zich hier den trotschen kop -te pletter stiet. Hier vierde de ridderlijke orde van Sint-Jan haar -laatste triomfen; hier ook ging zij ten onder, in later, somberder -dagen. Immers, wat er nog van haar overig is, wat is het meer dan een -naam, eene ijdele schaduw? Maar schitterend heeft zij hare taak -volbracht: onversaagd en onvermoeid heeft zij de kruisbanier hoog -gehouden en met haar bloed verdedigd tegen de horden der ongeloovigen, -die op haar aandrongen als een stroom; op alle slagvelden in Palestina -heeft zij gestreden; op Rhodus en op Malta den kamp met de turksche -barbaren bestaan en zeeghaftig bestaan: want zij heeft de -Middellandsche zee van de turksche heerschappij gered. Een heldendicht -is hare geschiedenis, ook op haar laatste wijkplaats, op haar wild -rotseiland Malta, door haar in een tuin en een vasten burcht -herschapen: een heerlijk heldendicht, dat ons hart verkwikt, en te -midden van de koude zelfzucht en berekenende gelddorst onzer veelszins -materialistische eeuw, nog de geestdrift voor hoogere bedoelingen, voor -een nobeler streven dan naar het bezit van goud, in de ziel kan doen -ontgloeien. Maar deze ridderlijke heldengeest, die eens de orde van -Sint-Jan bezielde, is geweken; de engelsche vlag waait van de tinnen -van la Valette, en Malta is een belangrijk middelpunt voor den handel -geworden; nog meer, een zeer gewichtig maritiem station voor de vloten -van Groot-Brittannië, dat in Malta en Gibraltar de beide sleutels der -Middellandsche zee bezit. Voorzeker, in deze hoede is de prachtige zee -veilig; trouwens geen turksche vlootvoogd of barbarijsche kaperkapitein -bedreigt meer de kusten van Italië; de heerlijkheid der halve maan is -lang ondergegaan, en het eens zoo gevreesde damasceensche zwaard sinds -lang verbroken. Ach waarom, waarom houdt onderlinge naijver en -verfoeielijk egoïsme nog altijd dat verdorven geraamte, dat het -turksche rijk heet, met allerlei kunstmiddelen in stand? waarom duldt -Europa het nog langer, dat een afgeleefde, diep verbasterde -barbarenhorde den ruwen voet blijft zetten op de aloude erflanden der -Christenheid en der beschaving? O, keerde maar voor een oogenblik de -geestdrift, de heilige geestdrift terug, die eenmaal duizenden bij -duizenden naar het zwaard deed grijpen, om den gewijden grond van -Palestina van den vloek des Islams schoon te vegen, hoe gemakkelijk zou -nu de taak te volbrengen zijn. Ontwaakt en verheft u uit uwe graven, -gij ridders van Sint-Jan! schaart u nog eens om uwe onbevlekte banier -met het witte kruis; ontbloot nog eens uwe goede, trouwe zwaarden; -trekt op naar het Oosten, het oude tooneel uwer heldendaden en -glorierijke triomfen, uwer worstelingen en roemrijke nederlagen; trekt -op naar de heilige stad Jeruzalem, uw geboortegrond; en drijft de -ontzenuwde, verachtelijke barbaren voor u uit, terug naar hunne steppen -in het hart der woestijn! - -Een ijdele droom, niet waar? maar dat ik aldus droomde, terwijl de -vlugge boot de golven dezer zee doorkliefde, in vroeger eeuw zoo vaak -door de galeien der vrome ridders doorkruist, zoo vaak getuige van den -verwoeden kamp met de ongeloovigen, dat verwondert u wel niet.—En nu, -ik wend mijne blikken van den noordelijken gezichteinder, en staar uit -naar het zuiden. Daar moet welhaast de kust van Egypte opdoemen uit de -wateren; wij zijn niet verre meer van het land verwijderd. Ware slechts -die kust niet zoo laag en vlak, wij zouden ze reeds zien. Doch wat -schemert daar ginds aan den verren gezichteinder? Zie, een gele lijn, -een gouden streep, maakt scheiding tusschen de blauwe zee en den -blauwen hemel. Naarmate wij naderen, komt die lijn duidelijker uit, -verbreedt en verheft zich die streep. Reeds herkent ge de lage kust en -de gele zandheuvels; reeds onderscheidt ge de witte gebouwen van -Alexandrië, oprijzende tusschen die gele heuvels en de azuren golven. -Op de reede een mastbosch, schepen van allerlei natiën; daarachter -groote, witte gebouwen; verder eene ordelooze massa van lage, -onaanzienlijke huizen; hier en daar groepen van palmboomen; en ter -zijde, waar het paleis van den Onderkoning zijne muren verheft, -prachtige bosschages van bananen en tamarisken. - -Voor den reiziger, die uit Europa komt, is Alexandrië de eerste -openbaring van het Oosten. Heeft hij zich van dat Oosten voorstellingen -gevormd, aan de Duizend-en-eene-Nacht ontleend, dan wacht hem eene -bittere teleurstelling. Trouwens Alexandrië is toch ook maar half een -oostersche stad; het europeesche, het frankische element speelt hier -eene zeer gewichtige rol, en de frankische wijk verplaatst u in eene -der zuid-italiaansche steden. En bovendien, de stad is van haar vorigen -luister vervallen; zij is, ja, nog een belangrijk middelpunt voor den -handel, en misschien wacht haar nog eene groote toekomst, als eens het -kanaal door de landengte van Suez mocht voltooid worden [1]: maar wat -beteekent zij, vergeleken bij vroeger? - -Het was een geniale gedachte van den griekschen veroveraar, hier, aan -den ingang van Egypte, aan den oever der Middellandsche zee, de groote -handelstad te stichten, die het hart van drie werelddeelen worden zou. -Lag zij niet als in het middelpunt tusschen Azië, Afrika en Europa; in -het middelpunt der toenmalige grieksche wereld? En wel bewees de -uitkomst dat het genie van Alexander den Groote hem niet bedrogen had; -want zijne stad Alexandrië werd niet alleen de eerste koopstad der oude -wereld, maar werd ook, in meer dan een opzicht, eene metropolis van het -Oosten; eene kweekplaats van wetenschappen en kunsten, die zelfs met -Athene wedijveren kon. In de scholen van Alexandrië vond de helleensche -geest nieuw voedsel in de studie der aloude oostersche wijsheid; daar -ontwikkelde zich, als vrucht van beider ontmoeting, die eigenaardige -wijsbegeerte, die zoo veelbeteekenenden invloed op den gang der -philosophische ontwikkeling heeft uitgeoefend; daar vond de dichterlijk -dwepende bespiegeling van het neo-platonisme haar laatsten tolk in de -schoone en ongelukkige Hypatia; daar streed het wegstervende heidendom -zijn laatsten kamp tegen het zegevierend Evangelie. Want dit Alexandrië -heeft nog andere herinneringen dan van half-droomende theosophen en -diepzinnige wijsgeeren, die zich uitputten om in nevelachtige -bespiegelingen het raadsel des heelals op te lossen; hier leeft ook nog -de heugenis der groote kerkvaders, der heldhaftige bisschoppen, die, -door eene onversaagde schare van monniken ondersteund, den strijd -ondernamen tegen het despotisme der Caesars, tegen de gruwelijke -verdorvenheid eener onuitsprekelijk verbasterde eeuw. Clemens, -Origenes, Athanasius, Cyrillus: wat grootsche gestalten uit den -bloeitijd der oostersche moederkerk; wat beelden uit een schitterend -verleden, toen dit zelfde Egypte eene der kweekplaatsen was van de -christelijke gemeente, en Alexandrië eene hoofdstad der christelijke -wereld. Die tijden zijn lang voorbij; de oostersche kerk, zelve -dienaresse der Caesars geworden, in onvruchtbare twisten hare eenheid -verscheurend en hare krachten verspillend, menschenvonden en -bespiegelingen stellende boven het Woord van God; de oostersche kerk is -machteloos en reddeloos gezonken voor het zwaard der Moslemen, en de -koran heeft ook in Egypte den bijbel verdrongen. Toen is het geestelijk -leven geweken, en daarmede beschaving en wetenschap en vooruitgang; -straks volgde op den nog voor ontwikkeling vatbaren, den begaafden en -voor wetenschap niet onverschilligen Arabier de ruwe barbaar, de Turk; -en ook over Egypte daalde de nacht neder, die overal de vestiging der -turksche heerschappij volgt. Eeuwen aan eeuwen van ellende en slavernij -zijn over dit ongelukkige land heengegaan; is het wonder dat het -geworden is wat het is? En is daar nu een betere toekomst aangebroken? -Ach, ik weet wel, sinds de europeesche, met name de fransche diplomatie -er belang bij had, de oproerige pogingen van den ouden tyran -Mehemed-Ali te ondersteunen, om zich zoo doende vasten voet in Egypte -te verwerven;—is daar zeer veel geschreven over de zegepraal der -westersche beschaving, over hervorming en vooruitgang; is de gansche -voorraad uitgeput der klinkende phrasen en groote woorden, waaraan onze -eeuw zoo rijk is, om te vermelden wat goeds en voortreffelijks bereids -door het geslacht van dien albaneeschen soldaat is verricht en nog -verder verricht zal worden;—maar, van nabij beschouwd, wat blijft er -over van al dien roem? Heeft deze geheele schepping van Mehemed-Ali, -deze zoogenaamde hervorming naar westersche, vooral fransche -voorbeelden, wel eenige waarheid? hangt zij niet volkomen in de lucht? -en blijkt ze niet, hoe langer hoe meer, in het wezen der zaak niet veel -anders te zijn dan eene georganiseerde exploitatie van land en volk ten -bate van de achtenswaardige familie van den Onderkoning, diens -gunstelingen en de altijd aangroeiende schaar van fortuinzoekers en -intriganten, uit alle oorden van Europa, maar voornamelijk uit -Frankrijk en Italië, naar herwaarts gesneld, om, onverschillig hoe, zoo -spoedig en zoo goed mogelijk hunne beurs te vullen? Het wemelt hier in -Alexandrië en te Kaïro van deze lieden, die zich overal weten in te -dringen en meest uitnemend goede zaken doen. Het is niet te -verwonderen, dat zij een luiden jubelkreet aanheffen over den grooten -vooruitgang in dit land, dat zij alom den roem verkondigen van de -verlichte liberale egyptische regeering, dat zij alle dingen hier in -rozenkleur zien en schilderen. Doch moeten deze lieden, waarvan -onderscheidenen zelfs hun geloof hebben afgezworen en Mohammedanen zijn -geworden, moeten deze lieden de dragers zijn der christelijke -beschaving? moeten zij de dorre doodsbeenderen in het land der Pharao’s -weder tot nieuw leven bezielen? Wel, God beware Egypte voor hunne -handen! Beter, veel beter nog de doodslaap, de echt oostersche apathie, -waarin dit land sinds eeuwen verzonken ligt, dan de verachtelijke -bedrijvigheid onzer moderne fortuinzoekers en goudaanbidders; dan het -luidruchtig en onvruchtbaar rumoer onzer politieke intriganten en -zelfzuchtige wereldhervormers. Zal Egypte herleven en wederom eene -plaats onder de volkeren der wereld innemen, voorwaar, dan moet de -redding van elders komen dan van Ismaïl-pasja en zijne half-turksche, -half-frankische omgeving! - -Vernederd en ontkroond ligt zij daar, de eenmaal zoo heerlijke -metropolis, het afrikaansche Rome; vernederd en ontkroond zit zij neder -op haar smalle landtong, ingesloten tusschen de doodsche woestijn en de -prachtige zee, te midden der verspreide bouwvallen harer vroegere -grootheid, droomende van haar schitterend verleden. Hoe weinig is haar -gebleven van de heerlijke kunstgewrochten, die haar eens sierden, toen -hare trotsche muren den ganschen wijden omtrek omspanden tusschen hare -beide havens en het meer Mareotis. Van het serapion, van het Museum, -van haar prachtige tempels, is geen spoor meer over. Ginds op het gele -strand ligt, te midden van puinhoopen, de naald van Cleopatra neder, de -rozekleurige obelisk, met wonderlijke hiëroglyphen gegraveerd; verder -nog, op het arabisch kerkhof, verrijst van tusschen de graven, de -eenzame zuil van Pompejus, en teekent zijn scherpen omtrek in de blauwe -lucht: stomme getuige van vervlogen heerlijkheid. Dat is alles, of -bijna alles: want de zoo genoemde katakomben zijn geen bezoek waard. -Wilt ge u evenwel voor een poos in het verleden terug droomen, begeef u -dan naar de tuinen, die het paleis van den Onderkoning omringen en -gedeeltelijk voor het publiek toegankelijk zijn. De slanke stammen der -bananen schieten in schilderachtige wanorde uit den grond op, en -verheffen allerwege hunne saamgerolde schachten en zacht omgebogen -groene bladeren. Hier en daar dringt een tamarisk met zijne gevederde -bladerkroon door het dichte gewelf: ieder windje dat van de woestijn -aan komt ruischen, ontplooit den prachtigen vederbos in de heldere -lucht. Eene lauwe schemering, van licht doortrokken, omgeeft u van alle -zijden. Door de openingen glijden de zonnestralen als een gouden regen, -en spelen in het weelderig, warm halfdonker der geheimzinnige -schaduwen. Het is hier heerlijk: onwederstaanbaar bekruipt u de -begeerte hier neder te zitten, u geheel over te geven aan den invloed -dezer tooverachtige natuur, en het leven langs u heen te laten vlieten, -zoo als eene beek hare golfjes vlieten laat, zonder zorg en bekommering -over iets wat daar buiten in de wereld geschieden mag. Als ge hier -toeft, zoudt ge bijkans met Madame de Gasperin zeggen: „Je comprends -les Alexandrins rêveurs.”—Aan de poort van dit Eden heerscht de dood. -Het arabische kerkhof verliest zich, in zachte golvingen, in de zandzee -der woestijn. Verder verheffen zich langs het strand de gele heuvels, -waarover de dromedarissen in lange rijen heentrekken: hunne hooge -gestalten teekenen zich, reusachtig groot, tegen den helderen horizon; -daarachter ruischt de zee. - -De haven van Alexandrië levert een eigenaardig gezicht op. Niet zoodra -is de stoomboot voor anker gekomen, of van alle kanten komen booten en -schuiten opzetten, bemand met lieden van allerlei natie en voorkomen, -bereid om ons naar land te voeren, bij het ontladen behulpzaam te zijn, -of op eenige andere wijze zich verdienstelijk te maken. Het is een -levendig, bont, kleurenrijk tafreel. Arabieren, Fellahs, Nubiërs, -Negers, Turken: hier kunt gij ze allen zien in hunne eigenaardige -kleederdracht, met geheel den stempel hunner eigene nationaliteit. Want -dit is een kostelijk voorrecht van het Oosten, dat daar ieder volk, -bijna zeide ik iedere stam, nog zijne eigenaardige individualiteit -behouden heeft; dat daar nog niet die allen gelijkmakende eenvormigheid -is doorgedrongen, die bij ons alle verscheidenheden uitwischt, op alles -denzelfden banalen stempel drukt, en alle poëzie en vooral al het -pittoreske, schilderachtige, oorspronkelijke, reddeloos verwoest. Zie -eens rondom u, en vermeid uwe oogen in het aanschouwen dier oostersche -figuren, dikwijls, ja, in smerige lompen gehuld, maar ook dan nog -altijd schilderachtig. Zie, hoe goed die doordringende oogen, die fijn -gevormde ernstige trekken, en die welbesneden adelaarsneus uitkomen -onder de plooien van dien groen en wit gestreepten burnoes, waarvan de -kap over het hoofd is geworpen en met een koord omwonden. Wat -wonderlijk weemoedige, geheimzinnige uitdrukking ligt er op het donker -gelaat van gindschen Fellah, achteloos tegen dien muur geleund, en -wachtende of gij zijne diensten ook behoeven zult. In zijne groote -donkere oogen en een weinig vooruitstekende lippen meent ge inderdaad -de type te herkennen der oude Egyptenaars, wier afstammeling hij heet -te zijn.—Drukte en beweging aan alle kanten. Zoo het u eindelijk gelukt -is, ongedeerd aan land te komen, zie dan toe, dat ge u redt uit de -handen der luid schreeuwende gidsen, pakkedragers, ezeldrijvers en -dergelijken, die u omringen, op u aandringen, u in allerlei taal, meest -in bastaard fransch of engelsch, toeschreeuwen, en u bijna met geweld -medevoeren. Het gebeurt dikwijls genoeg, dat ge, ook uws ondanks, tot -den stok uw toevlucht moet nemen, of de hulp inroepen der -policie-soldaten, die op de kaaien wacht houden. Zijt ge eindelijk door -dien schreeuwenden, vechtenden, dringenden drom heengeworsteld, dan -begeeft ge u naar een der hôtels in de frankische wijk, om daar uw -intrek te nemen en uwe plannen voor de verdere reis te ontwerpen. - -Ook ik deed zoo, schoon het mijn voornemen niet was langer dan hoog -noodig in Alexandrië te vertoeven. De stad had zeer weinig wat mij -aantrok: de onder Mehemed-Ali aangelegde en weder half vervallen werken -konden mijne belangstelling niet wekken; het heden is hier bij -uitnemendheid dor en prozaïsch, en van het verleden zijn maar luttel -sporen overig. Zoo geschiedde het dan, dat ik reeds den derden dag na -mijne aankomst te Alexandrië mij gereed maakte tot den tocht naar het -binnenland, naar de hoofdstad, naar Kaïro. Hoe ik die reis zou doen, -was haast geen vraag meer: een spoorweg verbindt de beide steden met -elkander; en hoezeer mij in het klassieke land der Pharaonen een -spoorweg nog meer dan elders een gruwel was, zag ik mij toch wel -verplicht er plaats in te nemen, omdat haast iedere andere geschikte -reisgelegenheid ontbreekt. Ik steeg dan in een spoorrijtuig en liet mij -naar Kaïro voeren. - - - - - - -II. - - Kaïro.—De pyramiden. - - -Het was in den waggon bijna niet uit te houden van wege de hitte. De -reizigers, aamechtig, en zwijgend naast en tegenover elkander gezeten, -hadden zich van alle overtollige kleedingstukken ontdaan, en poogden -zich vergeefs te verweren tegen de stikkende warmte die door de -zoldering, door de wanden, door de vensters, naar binnen drong. De zon -straalde aan den koperen hemel, en overgoot het geheele landschap met -een hel gele tint. Geel is de mulle zandgrond, die zich, zoo ver het -oog reikt, naar alle zijden uitstrekt, slechts schaars afgewisseld door -enkele boomgroepen en schamele hutten. En ook deze zelfs zijn met geel -stuifzand overtogen, als wilden ze de eenheid van kleur niet verbreken. -Het is een treurig, somber gezicht: ge voelt en bespeurt het aan alles, -dat ge hier in de onmiddellijke nabijheid zijt der woestijn, wier -verzengende adem u de keel verschroeit, wier vluchtig zand u en alle -omringende voorwerpen overdekt. Is dit naakte land de wijd beroemde -Delta, de korenschuur van Egypte en weleer van Rome, waar de -onuitputtelijke bodem honderdvoudige oogsten droeg? Neen, de eigenlijke -Delta ligt verder oostwaarts: tot hier dringen, althans tegenwoordig, -de wateren van den Nijl niet door, en waar deze niet komen, daar -heerscht de dood. Nog eens, ge zijt hier eigenlijk in de woestijn, die -Egypte omgordt, die het bedreigt en voortdurend voorwaarts dringt om -ieder plekje te veroveren, dat de zegen brengende golven der heilige -rivier niet bereiken kunnen. En sedert het turksche despotisme zijn -looden schepter over dit land uitstrekte, en alle werkzaamheid en -geestkracht bij de bevolking werd uitgedoofd, heeft de woestijn reeds -menige verovering gemaakt, en heerscht de huilende wildernis, waar -vroeger een bloeiende hof de oogen verkwikte. - -Zonder groote overhaasting rolt de trein voort, en laat van tijd tot -tijd een schellen, doordringenden kreet hooren, die een vreemd contrast -vormt met de ernstige stilte van het landschap en met het eigenaardig -weemoedig getingel der klokjes van de kameelen, die ter zijde op den -lageren rijweg, of liever de heerbaan, in breede karavanen of enkele -groepen, door ettelijke drijvers geleid, voorttrekken. Na eenigen tijd -aldus voortgestoomd te hebben, bereikten wij Kafr-el-Zayat, het eenige -station tusschen Alexandrië en Kaïro, waar de trein een poos stilhoudt, -om den reizigers gelegenheid te geven tot het gebruiken van eenige -ververschingen in het onooglijke vierkante stationsgebouw. Ieder -beijverde zich, om zoo goed het ging eenige spijs of drank meester te -worden; en welhaast klonk weder de duivelengil der locomotief, en -spoedden wij ons door het brandend heete zand naar de wagens. Maar niet -zonder even een blik geworpen te hebben op de waggons der derde klasse, -of geheel open of half overdekt, en meest allen volgepropt met -Egyptenaars, Turken, Arabieren, Armeniërs, mannen en vrouwen, in bonte -kleederdracht. Wat rijkdom van kleuren en lijnen viel hier te -bespieden, wat prachtige groepen te bestudeeren en af te teekenen, zoo -slechts de tijd er niet toe ontbroken had. Een vreemden indruk vooral -maakten de vrouwen, in donkerblauwe mantels gehuld, en allen met dien -zonderlingen witten sluijer, die, onder de oogen aanvangende en door -koralen snoeren aan het hoofddeksel verbonden, over gelaat, hals en -boezem nedervalt en soms tot bijna aan de voeten reikt. Van het -aangezicht is alzoo niets te zien, dan het goudblonde voorhoofd en twee -paar donkere oogen, die half spookachtig over den sluier heenstaren. -Doch eer ik mij in de beschouwing dier groepen en figuren verlustigen -kon, stond de trein gereed de reis te hervatten en stapte ik weder in -den wagen. Het was bijna nog heeter dan zoo even, en met hijgend -verlangen zagen wij allen uit naar het einde van den vermoeienden en -vervelenden tocht. Na lang wachtens kwam dat einde: de trein floot -wederom en hield stil: wij waren te Kaïro. - -Te Alexandrië hebt ge een eersten blik geworpen op de wereld van het -Oosten, maar die wereld verschijnt u daar in te onzuivere, te vermengde -gestalte om u van haar een eenigszins juist denkbeeld te kunnen vormen. -Hier in Kaïro daarentegen overtuigt u alles dat ge werkelijk in het -Oosten zijt: het europeesche, het frankische element, ook al ontbreekt -het hier niet, neemt toch niet de eerste plaats in. De metropolis der -Fatimiden, de stad van Salah-ed-din, el-Musr-el-Kahirâ, is nog altijd -een koninginne onder de steden van het Oosten. - -Hoe schilderachtig ligt ze daar, de groote hoofdstad, op korten afstand -van den Nijl, tegen de bergen van Mokattam aangeleund. Verg van mij -geene beschrijving van hare honderde moskeeën—sommigen, zoo als de -moskee el-Azhar, de moskee van Hassan, meesterstukken van arabische -bouwkunst; van hare paleizen en feodale burchten; van hare bazars en -fonteinen. Slechts enkele beelden, die voor mijne herinnering oprijzen, -wil ik u schetsen. - -Volg mij in de gedachte door de nauwe, kronkelende straten, ter -wederzijde door de sombere muren der huizen ingesloten. Van afstand tot -afstand slechts eene nauwe deur: iets hooger, de uitstekende getraliede -balkons, de moesjarabiëhs. Maar, wanneer de deur opengaat, ziet ge, als -in een visioen, eensklaps den met marmer geplaveiden binnenhof, de -albasten zuilen, den springenden straal der fontein; een groep, -schitterende van licht en kleur, als een morgenlandsche sproke;—de deur -valt toe: alles wordt weder somber en naakt, eenzaam en doodsch. - -Volg mij naar de bazars en meng u onder de menigte, die zich daar, -onder de uitgespannen tentdoeken, ernstig en zwijgend voortbeweegt te -midden der winkels, waar geborduurde zadels en purperen muilen, -wonderschoon gestikt, om den prijs dingen met prachtige armbanden, uit -de hand gewerkt; met heerlijke sabels, wier kostbaar bewerkte greep -schittert van goud en email; met geurige reukflesschen, in veelkleurige -linten gewikkeld. Rustig zitten daar de arabische en perzische -kooplieden, te midden van hun winkel neergehurkt: de mousseline tulband -overschaduwt hun ernstig schoon gelaat; met de oogen ter aarde -geslagen, rooken zij ongestoord hun narghileh, en nemen zelfs geen -oogenblik de moeite u eenige opmerkzaamheid te schenken. De menigte, de -bonte, veelkleurige menigte, beweegt zich rusteloos langs hunne -magazijnen: zij letten er niet op; gij blijft voor hun winkel staan, -blijkbaar met het doel om iets te koopen: de kalme handelaar geeft er -geen acht op; eerst wanneer ge rechtstreeks eene vraag doet, zal niet -hij, maar de knaap die nevens hem staat, u antwoorden, en slechts in -het laatste, beslissende oogenblik zal de koopman, met enkele korte -woorden, zich in het gesprek mengen, als bewees hij u eene gunst, niet -gij hem. Hetgeen evenwel niet belet, dat hij u, zoo er maar eenigszins -kans op is, gruwelijk beet zal nemen. - -Hoor, daar klinkt de schorre kreet van den kameeldrijver: eene lange -rij van slanke kameelen trekt langzaam voort; onhoorbaar vallen hunne -gelijkmatige schreden op den zandigen grond; de kwasten hunner tuigen, -met schelpen van de Roode zee versierd, rinkelen als kristal. Tusschen -de kameelen heen, dringen zich met haastigen tred de ezels, door -opgeschoten knapen in blauwe buizen en met witte kapjes op het hoofd, -onder onophoudelijk geschreeuw, voortgedreven. In den wijden zadel zit, -in haar donkerblauwen mantel gehuld, met den witten sluier voor het -gelaat, eene of andere sittih, (dame), die zich naar de bazars begeeft. - -Eensklaps weerklinken de scherpe tonen der trompet: een wanklank te -midden dezer eigenaardige geluiden:—ruimte voor het leger van den -Pâsja!—Zie, de zwarte, donkerbruine, gebronsde aangezichten, zoo vreemd -afstekend bij die half-europeesche uniformen; wilde zonen der woestijn -zijn het, maar half door de krijgstucht getemd; eene plaag voor het -land, vaak meer dan een schrik voor den vijand. - -Esbekiëh! ik wandel weder in gedachte onder uw heerlijk lommer. -Esbekiëh is een groot plein, eigenlijk een reusachtig breede zandweg, -met heerlijke lanen van olmen en sykomoren. Tusschen het dichte groen -schemeren de gevels der van gelen zandsteen opgetrokken europeesche -huizen. Aan de eene zijde van het plein ligt het groote engelsche -hôtel, waar ik mijn intrek had genomen. Eene telkens afwisselende -schare van voorbijgangers beweegt zich voortdurend over deze ruime -vlakte. Zie daar den waterdrager, zwoegende onder den zwaren last -zijner beide vaten, die hij beneden aan den zoom der rivier met het -heerlijke Nijlwater heeft gevuld; zie de fruitverkoopster, in wier -omgebogen handpalm de stapel gouden oranjeappelen rust, zoo veilig en -vast, als de welriekende korf op haar donkere vlechten; een -bronskleurig kindeke, met oogen als starren en kaal geschoren hoofd, -troont op den ronden schouder en slaat argeloos de armpjes om het -voorhoofd der moeder. Zie, ter zijde, dien afstammeling van den -profeet, dien grijsaard met den groenen tulband, en den zilverwitten, -tot zijn kashmiren gordel afdalenden baard; in breede, statige plooien -omgolft hem zijn ruim, oud-oostersch gewaad; om zijne strenge lippen -speelt een smadelijke glimlach, en uit zijne half-neergeslagen oogen -schiet een straal van haat en verachting voor het gewoel en bedrijf der -luidruchtige, half-frankische schare, die de heilige stad der Khalifs -bezoedelt. Zie de vreemdelingen, uit bijkans allerlei tongen en natiën -verzameld: Europeanen, Arabieren, Grieken, Armeniërs, Turken, -Algerijnen, Nubiërs, Negers: allen in eigenaardige kleeding, -onderscheiden in houding en gelaatskleur, in spraak en gebaar en -physionomie: een tafreel, zoo bont, zoo rijk in lijnen en kleuren, dat -een bekwamer penseel dan het mijne wellicht vergeefs pogen zou u den -indruk daarvan weder te geven. - -Verlangt ge rustiger tooneel? Tegen de helling der bergen ligt de -groote nekropolis, de doodenstad van Kaïro. Daar branden, in het heete -middaguur, de zonnestralen op het gele zand rondom de graven der -Khalifen. Eenzaam en verlaten verheffen de mausoleeën hunne koepels in -de strakke lucht: de ruwe wanden van den Mokattam vormen den somberen -achtergrond. Daar slapen zij, de geweldigen, de mannen des bloeds, die -mede den jammer der verwoesting over het schoone Egypte hebben -gebracht. Het felle zonnelicht omspeelt de opengewerkte koepels, de -uitgehouwen tulbanden, de fantastische lijnen. Het is hier doodstil: -rondzwervende honden huilen in de verte, te midden der lijkgesteenten; -nergens is eenig menschelijk wezen te bespeuren. Ondanks de -verstikkende hitte huivert ge, en spoedt u voort. - -Kom mede naar een plek vol leven en koelte, vol weelde en schaduw, naar -de tuinen van Sjoebrah, het zomerpaleis van den Onderkoning. Uren lang -zoudt ge wandelen en rusten en droomen onder deze levende gewelven van -eeuwig groen, onder die prachtige sykomoren, die heerlijke -oranjeboomen; in die schemerende schaduwen, waar het licht slechts -flauwelijk doordringt en een doorzichtig halfdonker heerscht, een -smaragden glans, zoo wonderschoon, zoo tooverachtig.... Dwaal voort -onder de groene portico’s door lianen omlijst; dwaal voort door de -slingerende labyrinthen van myrthenhagen, door de duizendkleurige -bloemperken, door de dichte bosschages van cypressen, waarboven de -slanke palm zijne wuivende bladerkroon verheft. Boven uw hoofd buigen -de citroenboomen hunne bloeiende twijgen; de rozenstruiken vlechten -geurige priëelen; de jasmijnen hangen hare schitterende festoenen op; -narcissen en tuberozen ademen hare betooverende geuren. De zonnestralen -spiegelen ginds op de sluimerende vijvers; de fonteinen laten hare -diamanten stralen nederdruppelen in porphyren kommen; een eerbiedige -stilte huivert door geheel den omtrek en noodigt u tot mijmerend -droomen, uren en uren lang. Niets stoort u. Van tijd tot tijd slechts -wandelt, onder de dichte schaduw der sykomoren, een zwarte slaaf. Ook -hij droomt van de eindelooze woestijn, van de ouadi met de bron, -waarboven de enkele palmen wuiven en waaromheen de versmachtende -karavane zich legert; van het eenzame Negerdorp, in de wouden -verscholen nabij den oever der groote rivier. - -Maar, gegroet, heerlijk paradijs van Sjoebrah; gegroet Esbekiëh; en -bazars en straten van Musr-el-Kahirâ! Mij roept de Nijl en het -oud-geheimzinnige Egypte, het wonderland der pyramiden. - -De pyramiden. Ik had ze reeds uit de verte aanschouwd, toen ik, van een -der toppen van den Mokattam, de stad Kaïro en het prachtige Nijldal -overzag. Ginds aan den horizon, boven de eindelooze gele golvende -vlakte der woestijn, verhieven zich de ontzaggelijke gevaarten in de -heldere lucht en lokten mij aan met onwederstaanbare macht. Zeer zeker -zou ik daarheen gaan. „Ja—zeide de gedienstige kastelein—ja, Sir, de -pyramiden moet gij gaan zien, maar dan moet ge gezelschap opzoeken: -want, ziet ge, de Bedouïnen, die als gidsen met u gaan, zijn schurken: -zij zouden u ligt kunnen berooven.”—Ik stelde mijn bezorgden waard -gerust, en verzocht hem slechts, mij een vertrouwden ezeldrijver mede -te geven. Hij beloofde daarvoor te zullen zorgen, en zoo besloot ik tot -den tocht. - -Het was een heerlijke morgen. De zon was nog niet boven de kimmen -gerezen: een flauw licht omvloeide het landschap: zacht ruischte de -uchtendwind door de toppen der olmen en sykomoren op het plein -Esbekiëh. Abdallah, een bediende van het hôtel, een kloek en flink -jonkman, met bruin gelaat en flonkerende oogen, een echte Fellah-kop, -stond met den ezel gereed: ik steeg op en wij aanvaardden de reis. -Voort ging het over een breeden zandweg, door struikgewas omzoomd: ter -wederzijde moestuinen en akkers, hier en daar door woningen -afgewisseld. Het was nog stil op den weg: slechts enkele -fruitverkoopers, waterdragers en kudden ezels kwamen ons van tijd tot -tijd tegen. - -Inmiddels is het dag geworden: de felle zonnestralen beginnen over -geheel het landschap eene zee van licht uit te gieten die bijna overal -elke schaduw verzwelgt. Wij zijn te Oud-Kaïro of Fostat, een vervallen -vlek, met meest uit hout en leem opgetrokken huizen van eene -verdieping. Bij eene kromming van den weg omslaande, zag ik plotseling -den Nijl voor mij: eene geweldig breede rivier, zacht kabbelend hare -geelachtige wateren voortstuwend tusschen twee eenigszins heuvelachtige -boorden. Aan de overzijde teekenen zich, maar even zichtbaar, de -woningen en palmen tegen den wit-gelen hemel af. Een breed vaartuig met -platten bodem wacht ons beneden aan den oever. Weldra zijn wij -ingescheept; de schipper maakt het driehoekig zeil los; de frissche -morgen wind doet het zwellen—en wij drijven den Nijl op. Langzaam -klieft de boot de breede watervlakte, een meer gelijk; en terwijl de -vuurroode, stralende zonneschijf boven de toppen van den Mokattam -stijgt, en lichtvonken strooit over den statig ruischenden vloed, staar -ik, in gepeins verzonken, voor mij uit. Ik denk aan de nog altijd -verborgen bronnen der geheimzinnige rivier, tot wier oorsprong nog geen -Europeër mocht genaken. Ik denk aan de ondoordringbare wouden en -onafzienbare stoppen van haar ver, ver geboorteland, ginds in het hart -van Afrika, waar rondzwervende Negerstammen sinds eeuwen en eeuwen hun -eenvoudig herdersleven leiden; waar, in de hooge grasvelden en dichte -slingerplanten der savannas, en in de donkere tamarisken- en -sykomorenwouden, leeuwen en olifanten, hyenas en rhinocerossen, -antilopen en reuzenslangen huizen; terwijl uit de wateren van den -jongen vloed de geharnaste krokodil den spitsen muil opheft, en de -logge hippopotamus den wanstaltigen kop tilt. Ik denk aan de kale -zandvlakten en aan de ruwe, naakte gebergten van Nubië, waartusschen de -machtige rivier zich, bruischend in katarakt bij katarakt, dwars door -en over de granietrotsen een weg baant, tot zij eindelijk bij de -palmbosschen van Syene de grenzen van Egypte bereikt. Daar wacht haar -een laatste kamp. Tusschen de rotseilanden Philae en Elephantine door -baant zij zich, schuimend en wervelend, een weg over de verspreide -granietblokken; maar eens dien laatsten slagboom doorgebroken, vervolgt -zij rustig, in kalme majesteit, haar weg naar de Middellandsche zee, -waar zij uitrust van haren langen tocht. Doch eer zij, door zeven -monden, hare wateren in de zee uitstort, schept zij zich, van Syene tot -Alexandrië en Damiate, een eigen wonderland. Zie, zoodra zij den -bergpas is doorgeworsteld, treden ter wederzijde de gebergten terug, en -laten voor den stroom een dal, dat tot voorbij Kaïro gemiddeld eene -breedte van vier tot zes uren heeft. Ter rechter zijde verheffen zich -steile, kale rotsgebergten, waar boom noch plant tiert, en die, dwars -van diepe, dorre dalen of kloven (ouadis) doorsneden, zich tot de -kusten der Roode zee uitstrekken. Ter linkerzijde wordt het dal -begrensd door de minder steile glooiingen van het lybische gebergte, -een breede rotsige keten, die de vruchtbare vallei beschermt tegen het -doodelijke stuifzand der woestijn. Daar, in dat breede dal, stuwt nu de -stroom zijne wateren voort, en overal waar hij, bij zijne jaarlijksche -overstroomingen, zijne met slib bezwangerde golven brengen kan, siert -zich de grond met kruid en vrucht, met honderdvoudigen oogst; waar -zijne wateren niet komen, daar heerscht de dood. Egypte is, in den -vollen zin des woords, eene schepping van den Nijl en dankt nog -voortdurend aan den Nijl zijn gansche bestaan. Werd deze stroom te -Syene opgehouden, of wel traden zijne wateren niet telken jare buiten -zijne oevers, geheel het land werd eene wildernis, eene naakte -woestijn, voor mensch nog dier bewoonbaar. Want in geheel Egypte geen -tweede rivier, geene beek of bron, geen ander water dan de rivier, dan -de Nijl, de „vader des lands”, de bron van allen zegen. - -Wat wonder, dat de oude bewoners van Kemi (Egypte) den Nijl—of gelijk -hij in hunne taal heette, den Jaro—heilig hielden, hem eerden als eene -godheid? Wat wonder ook, dat geheel hun maatschappelijk en geestelijk -leven, geheel hun denken en werken, den machtigen invloed ondervond van -het zoo eigenaardige natuurleven in dat wondervolle Nijldal, met zijn -geheimzinnigen stroom: geheimzinnig en ondoorgrondelijk, niet alleen in -zijne oorsprongen, maar ook in zijne geregeld wederkeerende -overstroomingen, in geheel het regelmatig en toch zoo dramatisch -verloop zijner lotgevallen? - -Maar de boot heeft den tegenoverliggenden oever bereikt: wij bestijgen -den hoogen rand en spoeden ons voort, over een heuvelachtig terrein, -waarover de armelijke woningen van het dorp Dsjizeh verspreid liggen. -De horizon voor ons uit wordt breeder en breeder, als naderden wij de -kusten eener verwijderde zee: verblindend straalt en weerkaatst de -felle zonnegloed op het gele zand, dat meer en meer de overhand -verkrijgt; weldra hebben wij den oever der geheimzinnige zee, die ons -reeds van verre had tegengeblonken, bereikt. Nooit zal ik den -aangrijpenden indruk van dit oogenblik vergeten. Naar alle zijden, zoo -ver wij zien konden, strekten zich de zwijgende zandvelden en heuvels -uit:—nergens eenig spoor van leven, geen boom, geen struik, geen -grassprietje was te bespeuren, geen vogel, geen insekt zelfs: niets dan -de dood, de dood, in zijn dofgeel lijkkleed van gloeiend zand. - -„De pyramiden!” riep Abdallah—en plotseling zag ik op. En ja, daar -verhieven zij zich uit de doodsche zandzee, drie gele, driehoekige -rotsen, drie reusachtige hoopen steen. Naarmate wij naderden, schenen -zij in hoogte en omvang te groeien;—scherper teekenden zich de witte -lijnen tegen de lucht;—weldra kon ik de groote vierkante steenblokken -onderscheiden;—nog eenige oogenblikken, en wij rijden een zandheuvel op -en stijgen af aan den voet der grootste pyramide, de pyramide van -koning Chufu of Cheops, zoo als Herodotus hem noemt. - -Het is moeielijk te zeggen, welk gevoel zich op dit oogenblik van mij -meester maakte. Zoo vaak ik, niettegenstaande het felle zonnelicht mij -de oogen schemeren deed, naar boven, naar den top der pyramide opzag, -overviel mij een gevoel van kleinheid en machteloosheid, een zekere -angst tegenover deze ontzettende, deze alles overweldigende grootte: -het was mij soms of de onmetelijke massa, aan wier voet ik stond, op -mij zou nederstorten. Het duizelde mij, en ik was verplicht een -oogenblik op den grond te gaan zitten en de hand voor mijne oogen te -houden. Ik weet niet of gij dit gevoel kent: het had mij, maar in veel -geringer mate, enkele malen ook aangegrepen bij den blik op sommige -onzer oude gothische kathedralen, vooral bij schemeravond. En wat zijn -onze torens en kathedralen bij deze pyramide? Cijfers zijn dood en -spreken noch tot het hart noch tot de verbeelding: daarom baat het u -luttel als ik u zeg, dat de pyramide van koning Chufu, schoon hare -spits afgebrokkeld is, nog een hoogte bereikt van ruim 450 voet: maar -misschien zal dat dorre getal begrijpelijker voor u worden, wanneer ik -er bijvoeg dat deze hoogte die der hoogste torens in Europa evenaart of -overtreft, en zoo ongeveer het dubbele bedraagt van die der -Oudekerks-toren te Amsterdam, en anderhalfmaal de hoogte van den -domtoren te Utrecht. Doch het is deze duizelingwekkende hoogte niet -alleen, het is vooral de ontzaggelijke omvang, de ontzettende massa, -die zulk een overweldigenden indruk maakt. Wederom wil ik u cijfers -sparen: bedenk alleen dit, dat de grootste tempel der Christenheid de -Sint-Pieterskerk van Rome, geheel binnen deze pyramide zou kunnen -worden geplaatst, zonder ergens de buitenwanden te raken. - -Maar, toen ik daar aan den voet der pyramide stond, dacht ik aan -cijfers noch vergelijkingen, en ik had geene ooren voor wat mijne -gidsen, waarvan er twee goed engelsch spraken, mij verhaalden. Een -hunner had mij reeds medegedeeld, dat de pyramiden waren gebouwd door -den reuzenkoning Gan ibn Gan, die lang voor Adam had geleefd. En -inderdaad, ik begreep het sprookje: want te gelooven dat deze wonderen -door menschenhand, ja veellicht door de hand zijner eigene voorouders, -zijn gewrocht, is voor den hedendaagschen Fellah niet wel mogelijk. Wij -zelven, schoon we beter weten, wij zelven hebben moeite hier aan geene -onbekende, bovennatuurlijke krachten te gelooven. Want bedenk: deze -ontzaggelijke steenklompen, in regelmatig slinkende rijen tot honderde -voeten hoog opgestapeld, zijn ginds, aan gene zijde der rivier, in de -oostelijke gebergten uitgehouwen. Zij moesten alzoo over den vloed -gevoerd, en uren ver naar de grenzen der woestijn gebracht worden. Maar -dit is niet alles: de pyramiden verheffen zich op een vooruitstekend -bergplateau, dat ter hoogte van honderd-veertig voet, vrij steil, uit -de zandvlakte oprijst. Welke arbeid is er noodig geweest, om de -gehouwen steenklompen tegen deze hoogte op te werken, en ze dan op -elkander te stapelen en in elkander te voegen tot de reuzenbouw -voltooid daar stond? En toen de pyramide dus stond, vertoonde zij niet, -als nu, nu zij door den tijd, en meer nog door de roofzuchtige handen -der Arabieren geschonden is, een kolossale giganten trap van -twee-honderd-vijf treden; neen: geheel hare oppervlakte was, van boven -tot onder, met gepolijst graniet (soms ook wel marmer) bekleed, zoodat -van den eigenlijken steen niets te bespeuren was. Zie, als wij dit -alles bedenken, komt het ons niet langer ongeloofelijk voor, wanneer -Herodotus bericht, dat honderd-duizend menschen dertig jaren lang aan -dit werk bezig waren. De bouw van den hellenden weg alleen, waarlangs -de steenen naar het rotsterras moesten worden opgevoerd, vorderde tien -volle jaren; nog twintig anderen vervlogen eer de pyramide voltooid -was. En dat alles waarvoor? Alleen om den koning Chufu een graf te -bereiden! Men heeft, in later tijd, moeite gehad dit te gelooven: men -heeft de pyramiden voor astronomische gebouwen, eene soort -sterrewachten, aangezien; men heeft naar allerlei oogmerken gegist, om -den bouw dezer ontzaglijke steenklompen—die, de voortreffelijke -bewerking van den steen daargelaten, toch hoegenaamd geen kunstwaarde -hebben—te verklaren. Dat het in eens menschen hoofd kon opkomen, zulk -een gevaarte te stichten, enkel en alleen om er zijne doodkist in te -plaatsen:—zie dat scheen volstrekt ongelooflijk! Toch is het zoo: de -naam zelf van pyramide (egyptisch P=uro=ma, letterlijk: Koningsgraf) -geeft dit reeds te kennen: zij is niets meer dan de reusachtige -grafkamer, waarin het lijk van den Pharao, den Zoon der Zon, den -Beheerscher des Volks, rust. Welk een licht werpt dit op geheel den -maatschappelijken toestand eens volks, waarvan honderd-duizend man, -dertig jaren lang, gedwongen konden worden aan het grafmonument des -konings te arbeiden! En bedenk dan ook, dat er weleer ruim veertig -pyramiden, zoo grooten als kleinen, de graven van even zoo vele -koningen, in de nabijheid der oude hoofdstad Memphis verrezen! Vergeet -echter ook niet, dat de buitengewone zorg voor lijken en graven een -diep ingewortelde karaktertrek van geheel het egyptische volk was; aan -de rustplaatsen der dooden besteedden zij veel meer zorg en moeite dan -aan de huizen der levenden: deze laatsten waren, in hun oog, slechts -herbergen, de graven daarentegen de eeuwige woningen. Geen wonder dus, -dat waar allen er in de eerste plaats op bedacht waren, zich een statig -en sierlijk graf te bereiden, de koning vooral zich eene eeuwige woning -wilde bouwen, die ook aan het verste nageslacht zijne macht en -heerlijkheid zou vermelden, en waar hij, ongestoord, den langen -doodslaap slapen kon. Immers, welke sterfelijke hand zou hem aanroeren, -wanneer eenmaal zijn gebalsemd lijk was nedergelegd, in de granieten -kist, daar in het kleine, donkere vertrek in het hart der reusachtige -pyramide, waarvan de ingang zorgvuldig gesloten en bedekt werd? Toch -geschiedde het! Ongeveer 800 jaren na Chr., toen de Khalif Al-Mamoem -over Egypte regeerde, werd de verborgen ingang der groote pyramide -ontdekt: wilde Saracenen drongen naar binnen, worstelden zich door de -enge gangen, en bereikten, ondanks alle hinderpalen, de stille -grafkamer, waar koning Chufu toen reeds vier duizend jaar ongestoord -had gerust. De granieten lijkkist konden de roovers niet medenemen—die -staat heden nog op hare plaats—maar het lijk werd er uit en naar buiten -gesleept. De koninklijke mummie was overal met kostbare gesteenten -versierd: op de borst prijkten de beeltenissen der vier doodenwachters -in gedreven goud; aan het olijfkleurige voorhoofd straalde een -karbonkel van zeldzame grootte. De barbaren plunderden de -edelgesteenten en het goud, wierpen de mummie op het veld en vertraden -ze tot stof.... Aldus eindigde de groote koning Chufu. - -Eer wij naar boven klauterden, wenschte ik het inwendige der pyramide -te zien. De ingang is aan de noordoostzijde, op den vijftienden trap. -Ik nam vijf mijner gidsen mede, en beval de overigen buiten te wachten. -De fakkels werden aangestoken en met moed de tocht aanvaard. Maar... -gemakkelijk of aangenaam is die reize niet. Vooreerst gaat de weg steil -naar beneden; en ten andere—en dat is het ergste—is de nauwe gang maar -drie en een halve voet hoog, zoodat men letterlijk op handen en voeten -voortkruipen moet. Daarbij omgeeft u welhaast de volstrekste -duisternis, welke de walmende en stinkende fakkels slechts noode, vlak -voor u, verdrijven kunnen. Toen wij dus een heel eind voortgekropen en -gegleden hadden, werd de weg plotseling door een granietblok versperd. -Toen, voor duizend jaar, de Arabieren tot hier gekomen waren en niet -verder konden, verbrijzelden zij, naar buit dorstend, den zandsteen -nevens het granietblok en kropen er om heen. Wij volgden denzelfden -weg, en kwamen nu in een even nauwen en lagen gang, die echter ditmaal -naar boven liep. Doch liever dus, dan naar beneden. Weer gaat het, met -moeite en arbeid, kruipende en hoestende en worstelende voort, tot wij -een soort van portaal bereiken, waarvan de zoldering ongeveer dertig -voet hoog was. Hier konden wij althans rechtop staan en adem halen. Aan -onze rechterhand was eene loodrechte kloof of liever sleuf, die, -volgens het zeggen mijner gidsen, geen bodem had en nooit eindigde. Dit -is natuurlijk dwaasheid: daar in de diepte moet nog een kamer zijn: -maar hoewel ik stukken brandend papier en zelfs een fakkel naar beneden -wierp, ook ik vermocht geen grond te ontdekken. En om zelf in den -nauwen koker af te dalen: daartoe gevoelde ik geen lust.—Tegenover ons -voerde een vlakke, zeer enge gang verder de pyramide in; hooger op was -weder een andere gang, die naar boven liep. Om in dien gang te komen, -moesten wij tegen den muur opklauteren: met behulp van uitgehouwen -gaten, waarin de handen en voeten moeten worden geplaatst, gelukte dit; -schoon niet zonder moeite, daar de gaten zeer ver van elkander zijn -verwijderd. De tamelijk breede en hooge gang, waarvan de zoldering in -de tastbare duisternis verdwijnt, loopt steil naar boven. Half gedragen -en aan de hand geleid door mijne Bedouïnen klauterde ik voort. Nogmaals -door een laag, smal gangetje gekropen: eindelijk staan wij voor den -ingang eener ruime, hooge kamer: de grafkamer van koning Chufu. Vloer, -wanden en zoldering zijn met gepolijst graniet bekleed, thans, door den -tijd en den rook der fakkels, zwart en smerig geworden. De lijkkist is -evenzoo van gepolijst graniet, zeven voet lang, drie voet breed, en -drie en een halve voet hoog. Het deksel is spoorloos verdwenen; wat van -het lijk geworden is, zeide ik reeds. - - - - - - -III. - - De pyramiden.—De groote Sphinx.—De Nijlbark.—Op den Nijl. - - -Na eenige oogenblikken toevens verlieten wij de grafkamer van koning -Chufu, en keerden langs denzelfden weg, dien wij gekomen waren. Er is -nog een ander vertrek in de pyramide, onder dat des konings; naar dat -vertrek, de kamer der koningin genoemd, voert de smalle lage gang, die -op het straks beschreven portaal uitkomt. Daar ik echter wist dat dit -vertrek geheel ledig is, gevoelde ik geen begeerte den benauwden gang -door te kruipen, om daarheen te gaan. Integendeel: ik voelde mij recht -gelukkig, toen ik, aan het einde der enge sleuf, waardoor wij ons naar -boven worstelden, den donkerblauwen hemel en het onbegrijpelijk sterke -zonnelicht schitteren zag. En toen ik, vermoeid en bestoven, naar -buiten trad en rondstaarde, nog half verblind van den plotselingen -overgang in het felle licht: toen scheen mij de naakte woestijn, met -hare gele zandheuvels en bruinachtige rotsen, haast een bekoorlijk -landschap; en het gindsche Nijldal, waarvan het frissche geboomte van -verre zichtbaar was, een hemelsch paradijs. - -Eene pooze van rust en verkwikking was noodig, eer wij den tocht naar -den top der pyramide aanvaardden. Want ook dit is eene moeielijke en -uiterst vermoeiende reis. De treden van deze kolossale trap zijn -twee-en-een halve voet hoog: men moet dus letterlijk springen om van de -eene op de andere te komen. En op die wijze moet ge ruim tweehonderd -trappen bestijgen! Lang eer ge ter helfte zijt, ontzinkt u de kracht; -en ik twijfel, of wel een enkel europeesch reiziger den top bereiken -zou, zonder de krachtige hulp der Bedouïnen. Deze, met lange stokken -gewapend, klauteren als katten naar boven, en reiken u telkens de hand, -om u van de eene trede op de andere te helpen. Hebben zij met een -bijzonder onhandigen of spoedig uitgeputten reiziger te doen, dan -trekken twee hunner hem aan zijne handen naar boven, terwijl een derde -hem van achteren optilt en voortduwt: maar het ga hoe het gaat, voor -zoo veel dit van de Bedouïnen afhangt, komt ieder op den top. - -Ook ik bereikte dien eindelijk, zonk doodaf op het vlakke terras neder, -en had eenige oogenblikken van verademing noodig, eer ik genoeg tot mij -zelven gekomen was, om een blik te kunnen slaan op het wijde panorama, -dat zich daar voor ons oog ontrolde. Maar ook, zoodra ik eenmaal een -blik op dat panorama geworpen had, was alle vermoeienis vergeten. Voor -mij lag het prachtige Nijldal, in al den tooi zijner wondervolle -vruchtbaarheid: akkers, tuinen, boomgaarden, elkander opvolgende en -afwisselende in onafzienbare verte. En daartusschen slingerde zich, als -een breed lint, de machtige stroom, wiens wateren schitterden in het -zonnelicht; terwijl de witte zeilen der vaartuigen blonken als -kapellenvleugels. Bijna vlak tegenover ons, verhieven zich de torens en -koepels van het groote Kaïro, scherp uitkomende tegen den donkeren -achtergrond van den Mokattam. Noordwaarts heen verliest zich de blik in -de wijde velden van de Delta, de rijke vruchtbare vlakte, die de Nijl -met zijn zeven armen omvat.—Achter mij, naar het westen, de woestijn, -de dorre huilende woestijn, ver, ver, eindeloos ver, zoo ver de -schemerende blik staren kan, hare gele zandgolven ontrollende. Niets -treft u zoo zeer, op den top der pyramide, als deze aangrijpende -tegenstelling tusschen dood en leven: het paradijsachtige dal vlak -nevens de naakte wildernis, waar zelfs geen grassprietje tiert: en de -grens tusschen die beiden scherp getrokken door de bergketenen, die ter -wederzijde den heerlijken stroom in zijn loop begrenzen. - -Maar wat schemerende beelden uit den grijzen voortijd trekken hier uw -oog voorbij! Daar, aan den voet der pyramiden, tusschen de -berghellingen en den stroom, ligt de thans naakte, zandige vlakte, met -steenen en verbrokkeld puin overzaaid, waar eens Memphis stond, de -aloude hoofdstad, ongeveer vier duizend jaren voor Christus door koning -Menes gesticht. Hier heerschten eenmaal gansche dynastieën van -Pharaonen, wier namen ons alleen uit verminkte koningslijsten bekend -zijn, althans voor zoo ver de herinnering hunner daden niet in beeld- -of schilderwerk op tempels of obelisken, of wel op de wanden hunner -graven is bewaard. Hier troonde eens, in al zijne pracht, de geweldige -koning Chufu, op wiens reuzengraf wij staan; hier ook regeerden zij -eens allen, zij, die rustten in de veertig pyramiden, in een wijden -boog rondom Memphis gegroept. Waar zijn zij nu, en waar is de heugenis -hunner daden? Ja waar is hunne prachtige hoofdstad, met hare tempels en -paleizen, hare obelisken en kolossen? wat is er van gebleven? Niets dan -de naakte vlakte en het armzalige Bedouïnen-dorp Memf, dat nog, als ten -spot, in zijn naam aan de schitterende metropolis der Pharaonen -herinnert. Behalve de pyramiden en een gebroken kolossus, rest er geen -enkele herinnering aan het oude Memphis, dan alleen de groote Sphinx. -Zie daar, aan den voet der pyramide, verheft zij haar reuzenhoofd uit -het gele zand, waaronder geheel haar lichaam bedolven is. Nog ter -hoogte van bijna veertig voet steekt dat hoofd uit den lossen zandigen -bodem: maar toen de Sphinx voltooid in haar rotsdal lag, eer nog het -woestijnzand haar half overdekte, hief hij zich tot vier-en-zeventig -voet boven den grond op. Het hoofd zelf meet van de kruin tot de kin -een-en-twintig voet; het liggende leeuwenlichaam heeft eene lengte van -ruim negentig voet. Deze reusachtige figuur is uit de rots zelve -gehouwen: een arbeid, die ook nog heden den aanschouwer verstomd doet -staan. Over welke hulpmiddelen, welke krachten en werktuigen konden dan -die bouwmeesters van het oude Kemi beschikken, dat zij werken tot stand -brachten, die nog in deze eeuw, nu het menschelijk vernuft zich -honderdvoudige hulpbronnen heeft geschapen en over vroeger ongekende -natuurkrachten beschikt, voor wonderen zouden gelden? Zwaar heeft de -Sphinx geleden: minder nog door den tijd, dan door de hand der -menschen. In een der laatste oorlogen tusschen de Mammelukken, werd het -hoofd der Sphinx tot mikpunt voor de kanonskogels gebruikt! Wel is nog -in het algemeen de ernstige, half-weemoedige, half-glimlachende -uitdrukking van het gelaat—aan alle egyptische koppen eigen—te -herkennen; maar de neus en een gedeelte van het linker oog zijn -verdwenen, de kunstig bewerkte hairdos is vernield en met gaten -doorboord. Zoo ligt zij daar, eenzaam, in het zandige dal, en staart -nog altijd, als voor veertig eeuwen, met dat geheimzinnig gelaat, over -de omringende graven heen naar het Oosten, van waar de zon komt, wier -stralen nog heden, als voor veertig eeuwen, in de stille morgenure haar -granieten voorhoofd met een goudglans omspelen. Droomt zij ook soms van -haar lang, lang verleden; van de vervlogen pracht der oude dagen; van -al de bonte tafreelen, eeuw aan eeuw voor haren blik ontrold! O, zoo -die steenen lippen zich konden openen en spreken: wat wondere sproke -zouden ze te verhalen hebben!.... - - - -Wij hadden met den eigenaar van eene bark een contract aangegaan voor -eene reis op den Nijl. Bij dat contract werd het vaartuig voor een -onbepaalden tijd te onzer beschikking gesteld, tegen betaling van -zekere som, zoodat wij op ons gemak Egypte konden bezoeken. Maar een -logement is niet genoeg: er moet ook voor voeding gezorgd worden: want -reken er niet op, dat gij, wat gij noodig hebt, onder weg wel vinden -zult. Vooreerst zijn de hôtels en herbergen uiterst schaarsch, of -liever ontbreken geheel, zoodra gij de groote steden verlaat, waar de -invloed der europeesche zeden zich laat gelden. Nu kunt ge voorzeker -wel levensmiddelen koopen: maar de leefwijze van het volk is hier meer -dan eenvoudig, en hunne keuken voor een europeesche maag niet wel -bruikbaar. Ook leveren de boorden van den Nijl, uitgenomen graan, -weinig meer op dan melk, slechte boter, meloenen, pistachen, -komkommers, uien, linzen, spinazie, eieren, kippen, duiven en -kalkoenen. Wij sloegen dus een ganschen voorraad in: meel, deeg, oliën, -zout, suiker, azijn, wijn, koffie, thee, ingelegde groenten en vleesch; -engelsche ham en hollandsche kaas, de eenige die, onder een natten doek -bewaard, eetbaar blijft; voorts hout, tabak, thermometer en barometer; -geweren en pistolen, papier en potlood en pennen; photographische -toestellen, tenten, wat weet ik? Het leek inderdaad eene -volksverhuizing in het klein, toen onze Nijlbark in de haven van Kaïro -werd volgeladen. - -Daar blies de wind in ons groot blank zeil, en wij voeren de prachtige -rivier op. Ter linkerzijde dreven ons de voorsteden van Kaïro voorbij: -Ramleh, met zijne dichte rijen van daäbies of reisbarken; Boelak, met -zijne drukke levendige haven; dan Sjoebrah, met zijne portieken en -marmeren hoven, met zijne breede kaaien en prachtige sykomoren; nog -verder, het oude paleis van Soliman-pâsja, den franschen renegaat, den -hervormer van het egyptische leger onder Mehemed-Ali; en de groote -bazar van Massara-Adim. Ter rechterzijde verhieven zich uit den breeden -stroom de lachende weilanden en altijd groene bosschages van het eiland -Rhoda, waarachter in de verte de groote pyramiden oprijzen, wier -schaduwen zich verre uitstrekken over de gele zandvlakte der lybische -woestijn. - -Het leven op den Nijl begon op de aangenaamste manier en onder de -schoonste vooruitzichten. Alom, in de nabijheid van Kaïro, zijn de -oevers dicht bebouwd en bevolkt: vol leven, kleur en afwisseling. Onze -matrozen manoeuvreeren met het zeil, en zingen daarbij een eigenaardig -eentonig gezang, op eene zeer bijzondere, even eentonige wijze. Toch -trof mij dat lied en die melodie, meer dan de kunstigste muziek, de -meest gekunstelde zang dikwerf vermogen. Ik heb ze meer en elders -gehoord, in de Campagna van Rome, op de lombardijsche meren, in de -zwitsersche Alpen, in de vlakten van Hongarije, in de schotsche en -noordsche berglanden, ja en elders nog, die wonderlijke volksliederen -met hunne zoo eenvoudige, zoo eentonige en toch zoo aangrijpende -melodieën, waarin telkens en telkens hetzelfde thema terugkeert, en die -toch zoo oneindig rijk van uitdrukking, zoo vol afwisseling zijn. Ik -heb ze overal en altijd met innig welgevallen beluisterd, en doe het -ook nu, hier op den Nijl. Vooral des nachts, als het frisch en stil is -in het ronde, en wij op het platte dak onzer kajuit nederzitten; als de -rozengloed aan den hemel versmelt, en een voor een de groote starren -verschijnen, zoo veel helderder en schitterender dan bij ons; als de -zilveren maan boven de bergen van den Mokattam oprijst en met hare -heldere stralen de schaduwen bijna verdrijft en den vloed tintelen -doet, als ware hij met zilver bestrooid; als overal in het ronde eene -lichte, blauwachtig-zilveren schemering heerscht, en de hemel als te -zamen smelt met de zwevende omtrekken der verre bergen; als van het -strand, waar de kronen der slanke palmen zacht wuiven op den avondwind, -heerlijke geuren overwaaien; als geen ander geluid schier de heilige -stilte stoort dan het kabbelen der golven tegen den steven en de zijden -onzer bark:—dan vooral is het een genot te luisteren naar het halfluid -gezongen lied van den stuurman, in zijn witten mantel gehuld, staande -bij het roer. Hoor, hoe zonderling klinkt die toon: hij rijst en daalt -langs alle trappen van den toonladder: nauw hoorbaar soms, lichter en -doorzichtiger dan de peri met etherische vleugelen, suist de melodie -door de stille, geurige lucht. Dartel-lachend of weemoedig tot -schreiens toe, zweeft het lied over het sluimerende schip, over de -zacht ruischende wateren, over de donkere oevers: het rijst, het zwelt, -het daalt, altijd hetzelfde en toch altijd verscheiden.... Zang van den -sterveling, egyptische nachten, zacht gemurmel der rivier: o, als ik -aan u denk, dan klopt mij het hart, en rijst een traan in mijn oog. - -De reis op den Nijl heeft zeker hare ontberingen en ongemakken, -waaronder vooral de muskieten en andere ongedierten behooren, die u -soms gruwelijk plagen;—maar zij heeft toch ook hare eigenaardige -vreugde en genietingen. Geen heirbaan, die er haalt bij eene kalme, -statige rivier, met bloeiende, schilderachtige oevers, waarlangs ge -heen wordt gevoerd, zonder dat ge u behoeft te vermoeien of te bewegen. -Schilderachtige, witte dorpen, in schaduw van palmen en olmen gegroept, -dagen op: naarmate wij naderen, verliezen zij hunne blanke reinheid, -worden geel, worden zwart schier; tot zij weder achter ons verdwijnen -en ons uit de verte groeten, even schoon en helder als straks: de lieve -zon en de weldadige afstand doen alle vlekken en onreinheden -verdwijnen. Overal ziet ge bij de dorpen groote vierkante duivetillen: -in het ronde zijn in den muur een menigte droge takken gestoken, waarop -de duiven in gansche scharen nederstrijken. Vrouwen, in lange blauwe -tunika’s gekleed, en met pakken linnengoed op het hoofd, treden uit het -dorp en richten zich naar den oever, om daar haar lijnwaad te wasschen. -Zij naderen door eene breede laan, waar de sykomoren afwisselen met de -mimosa’s, en die langs de ruïnen eener oude moskee heenslingert. Onder -haar zijn jonge meisjes, die groote aarden kruiken op het hoofd dragen, -om water te putten: zij dalen naar den oever, vullen haar antieke -kruiken, heffen ze weder op haar hoofd, en beklimmen den hoogen oever, -terwijl hare slanke gestalte zich scherp afteekent tegen de heldere -lucht. Half naakte kinderen spelen en rollen in het zand of helpen -kruiken en pakken aandragen, waaronder zij bijna bezwijken: zie dien -kleinen knaap daar, die den steilen oever afdaalt, met eene waterkruik, -die hij met twee handen omvat en tegen zijn borst klemt. ’t Is een -levende schilderij: maar een schilderij, waar het landschap alles is: -tegenover de groote lijnen, de oneindige perspectieven van dezen -koninklijken vloed, deze breede bergen en eindelooze vlakten, zijn de -figuren haast niet meer dan eene bijna onmerkbare stoffaadje. De in het -water wasschende en spoelende vrouwen zijn in onze onmiddellijke -nabijheid: de ondergaande zon, die nog even boven de lage toppen der -lybische bergen toeft, beschijnt haar ten volle en omvloeit de lijnen -en omtrekken met een gouden gloed. Sommigen, beschaamd dus door -vreemden te worden bespied, bedekken haar aangezicht met haar kleed; -anderen, minder schroomvallig of meer in haar arbeid verdiept, -vergunnen ons een blik op haar breed voorhoofd, hare groote donkere -oogen, haar welgevormden neus: in een woord, op haar fraai gelaat, -alleen ontsierd door dikke lippen, een lompe kin en getatouëerde -wangen. Bijna allen dragen een snoer van muntstukjes of koralen aan het -voorhoofd, armbanden, halskettingen en gouden ringen om de enkels; -somwijlen zijn de zoomen van haar blauwe tunika met stalen kralen -geborduurd. Een los omgeknoopte doek, waarin hare zwarte haren half -verborgen zijn, voltooit haar eenvoudig en luchtig kostuum. Het -onveranderlijke Oosten! Waarschijnlijk heeft reeds Mozes meermalen een -tafereel kunnen gadeslaan, in kleur en lijnen niet veel verschillend -van wat wij zagen, terwijl onze boot langs het fellah-dorp dreef. - -De Fellahs vormen de landbouwende bevolking, of liever de hoofdmassa -der bevolking van Egypte. Of zij werkelijk van de oude Egyptenaars -afstammen, mogen de geleerden uitmaken; zeker schijnt het wel, dat -althans iets van het oud-egyptische bloed, hoe dan ook verbasterd en -vermengd, nog door hunne aderen stroomt. Op dit volk staat de stempel -der slavernij gedrukt. Niet dat zij zoo bijzonder ongelukkig of arm -zouden zijn: neen, hunne behoeften zijn zeer weinigen, en wat de -stoffelijke welvaart betreft, hebben de Fellahs het vergelijkenderwijs -niet slechter dan de groote meerderheid onzer arbeiders op het land of -onzer werklieden in de fabrieksteden. Ook zijn zij veeleer vroolijk dan -zwaarmoedig van aard; bij de geboorte van een kind, bij het sluiten van -een huwelijk, neemt het gansche dorp deel aan het feest; bij hunne -fantasia’s, hun gezang, hunne dansen, vertoonen zij iets van de -kinderlijk, ongebreidelde, dartele vreugde der Negers. Maar bij dit -alles, wat het leven dragelijk en aangenaam maakt, ontbreekt hun dat -eene, dat er ook waarde en beteekenis aan geeft, dat een mensch -eigenlijk eerst tot mensch maakt: het gevoel van vrijheid en -zelfstandigheid, van verantwoordelijkheid en onderlingen band. De -Fellah is wel aan zijn hut, aan zijn dorp gehecht: maar Egypte is voor -hem geen vaderland, dat hij lief, en waarvoor hij zijn goed en bloed -veil heeft; geen gemeenschappelijk belang, geen hand van nationaliteit -verbindt hem aan zijne landgenooten; hij behoort tot geene natie. Op -het eerste gezicht schijnt dit verwonderlijk: maar als men bedenkt, -welk juk reeds sedert eeuwen en eeuwen op den nek van dit volk heeft -gewogen, dan wordt deze verstomping, deze ontzenuwing van geest en -hart, begrijpelijk. Reeds tijdens de heerschappij der Pharao’s doemde -de wet der kastenindeling de overgroote meerderheid des volks tot -onderhoorigheid; later zuchtte Egypte achtereenvolgens onder den -schepter der romeinsche en byzantijnsche Caesars en der Khaliefen, om -eindelijk—diepste val van allen—door de Turken te worden vertreden en -vermoord. Nu is er wel eenige verandering gekomen, en zijn sommige der -ergste misbruiken afgeschaft; maar zal het volk uit zijn eeuwenlangen -doodsslaap ontwaken? Zonder dit toch baten alle pogingen tot hervorming -van boven en buiten af niets. Maar het is juist deze waarheid, die onze -hedendaagsche hervormers en staatskunstenaars geregeld, of liever -voorbijzien; altijd en overal, in Egypte en elders, willen zij de -vrucht zonder den boom, den eierkoek zonder de eieren. Zal het in -Egypte beter gelukken dan elders, om te midden eener oostersche -mohammedaansche bevolking de instellingen en inrichtingen over te -planten, die uitsluitend de vrucht der westersch-christelijke -beschaving zijn? Het is niet te verwachten en ook niet te hopen. - - - -Tegenwind heeft onze reis vertraagd; en terwijl groote vaartuigen, met -gevlochten stroo beladen, met volle zeilen den Nijl afzakken, wordt -onze boot langzaam voortgetrokken langs de steile en naakte -rotshellingen van den Djebel-Mahagah. De arabische bergketen nadert den -oever en stijgt hooger; meer dan de lybische draagt zij dat karakter -van woestheid, dat zoo scherp contrast vormt met de lachende plantages -van katoen en suikerriet, die zich aan haar voet uitstrekken. Te midden -dier velden, in schaduw der rotswanden, verheffen hier en daar enkele -palmen, in schilderachtige groepen vereenigd, hunne slanke stammen en -onbewegelijke bladerkronen; elders weder zijn het tamarisken, met -bladeren, als vederen zoo zacht; of mimosa’s, tusschen wier dun -gebladerte de zonnestralen heenglijden en wier gele bloesemtrossen een -bedwelmenden geur verspreiden; of eindelijk, de egyptische vijgeboom: -een reuzenschild van ondoordringbaar groen, rustend op een krachtigen -stam, door de saamgevlochten armen van stevige wortels hoog uit den -grond getild. Wij wandelen langs den oever, nu en dan eene duif -schietende, en de dorpen bezoekende, die de grenzen der woestijn -naderen, en die zelfs in hun voorkomen iets van het woeste en -onherbergzame der wildernis schijnen te hebben overgenomen. - -Het gaat langzaam voort: aan zeilen is niet meer te denken; het schip -wordt van het eene dorp naar het andere voortgetrokken door de Fellahs, -die daartoe, krachtens bevel van den Pâsja, worden geprest. Evenwel: de -reis verveelt ons niet. Aan de eene zijde verheffen zich de ruwe, -steile rotswanden der arabische bergen; aan de overzijde, naar de meer -verwijderde en minder steile lybische bergen, strekken zich -onafzienbare velden met katoen en suikerriet beplant, uit, afgewisseld -door dorpen en schilderachtige steden: Miniëh, Melauï, Manfaloet, -Sioet; sommigen vlak aan den oever der rivier, anderen een halve mijl -verder, aan den voet der eerste heuvelklingen. Geheel dit rijke land, -met twintig dorpen, behoort aan den Onderkoning, die bij Miniëh een -stoommachine heeft laten bouwen, om het water op te voeren en alzoo de -omringende vlakte te besproeien. - -De stad Sioet, na Kaïro en Alexandrië de voornaamste des kinds, -onderscheidt zich ook door haar voorkomen van hare naburen. Hare -talrijke minarets, hare witte huizen komen zeer goed uit tegen den -grauwen achtergrond der lybische bergen. Een heerlijke weg, door -mimosa’s beschaduwd, voert van den oever naar eene soort van poort, die -toegang geeft tot een groot plein, rondom door kazernen ingesloten; -daar huizen de soldaten en arnauten van den gouverneur. Vervolgens -leidt eene kleine brug over een smallen, meestal drogen arm van den -Nijl, en naar eene nauwe en steile straat, die tot midden in de stad -voortloopt. Hier zijn de groote bazars, opgevuld met de voortbrengselen -der inlandsche nijverheid: rijke goudborduursels voor zadels en -harnassen; beroemd aardewerk, en fraaie pijpen. Midden in den bazar -bevinden zich twee baden: het eene, zoo als het heet, door Cleopatra -gebouwd, terwijl het andere den roem geniet van het best ingerichte van -geheel Egypte te zijn, zelfs met inbegrip van de baden van Kaïro. Sioet -is de hoofdstad van Opper-Egypte of Saïd; hare omstreken—een smalle -strook, even als overal elders tusschen de bergen en den Nijl -gevat—onderscheiden zich door buitengewone vruchtbaarheid en een -zeldzaam weelderigen plantengroei. Waar het oog dwaalt, overal dezelfde -rijkdom: velden met suikerriet, met koren, met tabak, met hennep, met -vlas; elders boomgaarden van oranje- en granaatboomen, dadels en palmen -en vijgeboomen; en allerwege een overvloed van bloemen, wedijverende in -kleur en geur. - -Wederom wisselen bevallige dorpen en vlekken met akkers en tuinen af: -schilderachtiger en stouter worden de oevers. De snelle bochten der -rivier, die zich hier en daar bruischend een weg baant door de haar -inklemmende bergen, leveren telkens de schoonste, de verrassendste -gezichtspunten op. Nu eens naderen de rotsen tot bijna vlak aan den -oever; straks weder treden zij terug en openen zich heerlijke valleien, -bloeiende als een paradijs, waarin, afgezonderd van de wereld, het -nederige fellah-dorp wegschuilt. Van tijd tot tijd vormt de stroom -kleine inhammen en baaien: stille meren, door palmen omzoomd, zonder -een enkele woning, zonder eenig spoor van menschelijke bedrijvigheid; -zoo rustig, zoo kalm, dat ge hier uw leven zoudt willen slijten. Hoe -heerlijk moet het hier zijn, als de zon verrijst in haar purperen -pracht, en myriaden eenden en zwervende vogels haar met luide -vreugdekreten begroeten. Zie, hoe zij in zwermen opvliegen uit het -ruischende riet; hoe zij in de frissche heldere lucht wondervolle -arabesken teekenen, hooger en steeds hooger, tot de tooverketen breekt -en de verstrooide schakels verdwijnen in de wijde ruimte van den -blauwen ether. - -Maar ge hebt geen oogen meer voor dergelijke tooneelen: een grootscher -aanblik wacht u: wij naderen Thebe, of Tape, hoofd, hoofdstad, zooals -de egyptische naam eigenlijk luidt. Ga voorbij Qeneh; en gij Denderah, -het oude Tentyris, met uw prachtigen tempel uit den tijd der Ptolomeën; -en gij Gamaunh, Hamandi; en gij, bloeiende akkers, heerlijke bosschages -van den arabischen oever! De lybische bergketen prijkt in al hare -pracht: en, ziedaar aan haar voet, Querneh, Medinet, de kolossen, het -Memnonium; en aan den anderen oever de tempels en paleizen van Loeksor -en van Karnak. Wij zijn te Thebe, de stad met hare honderd poorten, zoo -niet de oudste, dan toch de schitterendste metropolis van Egypte. - - - - - - -IV. - - Het oude Thebe.—Loeksor.—Karnak.—Medinet-Aboe.—De doodenstad. - - -Ik heb vier weken te Thebe getoefd, en zou er gaarne maanden gebleven -zijn, om de wonderwereld van nabij te bestudeeren, die zich hier voor -mijn verbaasde blikken ontsloot. En toch, nu ik pogen ga, u den indruk -te schetsen, dien de beschouwing dezer geheel eenige plek op mij -gemaakt heeft, gevoel ik dat mij daartoe de woorden ontbreken. Het was -mij toen, en is mij nog in de herinnering, als had ik omgewandeld door -de puinhoopen eener stad van reuzen, waar alles andere verhoudingen en -afmetingen had, dan waaraan wij gewoon zijn. Wie eenmaal de bouwvallen -van het aloude Tape heeft gezien, vergeet dien aanblik nooit. - -Thebe, waarvan de stichting zich in den nacht der vroegste oudheid -verliest, lag in eene wijde vlakte, ter wederzijde door de in een -halven boog terugtredende bergketenen begrensd, en in het midden door -den prachtigen Nijlstroom, die hier ongeveer 1300 voet breed is, -doorsneden. Ten tijde harer heerlijkheid besloeg zij deze gansche -vlakte, van de arabische bergen ten oosten tot de lybische bergen ten -westen; hare lengte van noord tot zuid bedroeg meer dan twee, hare -breedte van oost tot west ongeveer vier uren. De roem dezer reusachtige -metropolis was reeds ten tijde van Homerus tot de Grieken in Ionië -doorgedrongen: immers de dichter van den Ilias laat zijn held Achilles -van Thebe getuigen: - - - daar zijn de huizen aan schatten rijk; - Honderd poorten heeft zij, en twee honderd gewapende mannen trekken - Uit iedere poort ten strijde, met vele paarden en wagenen. - - -Thebe’s rijke huizen en honderd poorten zijn sinds lang verdwenen: -slechts eene enkele reusachtige poort, ver oostwaarts heen, bij het -arabische gebergte eenzaam verrijzende, wijst den omtrek der oude muren -aan; maar de kolossale ruïnenheuvels van Karnak en Loeksor op den -rechter, van Querneh en Medinet-Aboe op den linkeroever, zijn nog -zoovele zwijgende getuigen van de wondervolle heerlijkheid der oude -Pharaonenstad. Welk een panorama moet zich ontrold hebben voor het oog -van den reiziger, die, voor drie of vierduizend jaren, uit de woestijn -komende, den rand van de lybische bergketen had bereikt, en van de -hoogte nederzag in het prachtige Nijldal, met steden en vlekken -bezaaid, en op de heerlijke metropolis aan zijn voet. Wat aanblik, toen -het oude Tape daar prijkte in al hare heerlijkheid, met haar tempels en -paleizen, haar zuilenwouden, haar pylonen en obelisken, haar reeksen -van sphinxen en kolossen, haar onoverzienbare menigte van hooge huizen, -hare straten en pleinen, wemelende van eene ontelbare volksmenigte! Dit -alles is sedert eeuwen ondergegaan; en op en tusschen de half in het -zand bedolven puinhoopen der oude prachtgebouwen staan de leemen hutten -der armelijke, door Fellahs en Arabieren bewoonde dorpen verspreid, -wier namen den grooten naam van het onvergelijkelijke Thebe haast -hebben verdrongen. Geen scherper contrast denkbaar bijna, dan tusschen -de ellende en jammer van het heden en de heerlijkheid van vroeger: in -deze wildernis verrees eenmaal de prachtige hoofdstad van een der -merkwaardigste, een der vroegst beschaafde volken der oudheid! Meer dan -eens, wanneer ik des avonds, vermoeid van mijne omzwervingen door deze -ruïnenwereld, naar ons schip was teruggekeerd, en op het dak der hooge -kajuit nederzat; wanneer dan de maan boven het arabische gebergte -verrees en de wijde vlakte, waar de puinen van Thebe sluimeren, met -haar wonderlijk, fantastisch licht overgoot; wanneer dan mijne blikken -in de schemering nogmaals omdwaalden tusschen die zuilenhallen en -pylonen, die obelisken en kolossen, zoo geheimzinnig, zoo spookachtig -schier, oprijzende te midden van boomgroepen en verspreide hutten;—meer -dan eens, was het mij dan, als zweefden over die vlakte de groote -schimmen der helden en heerschers van den voortijd, van Sethos, en -Ramses, en Sesostris, en Amenhotep, en Menephta, die allen eens de -wereld huns tijds met het gerucht hunner daden hebben vervuld, en hier, -in de groote godsstad, de heilige stad van Amun-Ra, de onverwoestbare -gedenkteekenen hunner grootheid en majesteit hebben achtergelaten. - -Wilt ge met mij een blik, zij het ook een vluchtigen blik, op die -gedenkteekenen werpen? Beginnen wij met Loeksor, het zuidelijkste punt -van het oude Thebe, op den rechter of arabischen oever. Dicht aan de -rivier verheffen zich, tusschen de palmen en de armelijke hutten van -het dorp, de indrukwekkende ruïnen van een aan Amun-Ra gewijden tempel, -tevens, als meest, koninklijken burcht. De hoofdingang van dit -tempelpaleis is niet, als anders bijna altijd, naar den Nijl, maar naar -het noorden gekeerd. Door eene laan of straat van sphinxen, waarvan -evenwel slechts enkelen overig zijn, bereikt men de trotsche poort, -voor welker hooge pylonen [2] een prachtige, vijf-en-zeventig voet -hooge obelisk van rozenrood graniet, en vier zittende kolossale beelden -zijn geplaatst. De tegenhanger dezer heerlijk obelisk staat -tegenwoordig op de Place de la Concorde te Parijs. Zijt ge de eerste -pylonenpoort doorgegaan, dan bereikt ge een door dubbele zuilenrijen -omgeven voorhof; en vervolgens, door een smalleren zuilengang, wederom -een pylonenpoort, waarop dan de overige deelen van het tempelgebouw, de -voorhof, de zuilenhal en de binnenzalen en vertrekken, volgen. Deze -laatste gebouwen vormden oorspronkelijk het eigenlijke heiligdom: zij -werden gesticht door Koning Amenhotep (Amenophis) III, van de -achttiende dynastie, die omstreeks 1500 voor Chr. regeerde. Nog staat, -in hiëroglyphenschrift, op de architraven te lezen, dat de Koning, de -Heer der gerechtigheid, de Zoon der Zon, Amenhotep, dezen tempel ter -eere van zijnen vader, den goddelijken Amun-Ra, heeft gebouwd. De -eerste voorhal met de groote pylonen, de beide obelisken en de vier -kolossen, is van later dagteekening; als haar stichter wordt de groote -Ramses (Sesostris) genoemd: „Ramses, de Heer der wereld, de Koning-zon, -de Wachter der waarheid, de Uitverkoorne van Phra, heeft dit gebouw -voltooid ter eere zijns vaders Amun-Ra, en heeft hem deze twee groote -obelisken van steen opgericht voor het Ramesseum, de stad van Amun.” - -Toen de tempelburcht van Loeksor nog ongeschonden was, en met zijn -kolossale pylonen, zijne heerlijke obelisken en reuzenbeelden, zijne -zuilenrijen en hoven prijkte, voerde van den hoofdingang een breede -heirbaan naar een ander, nog grooter en prachtiger heiligdom, waarvan -de puinhoopen thans het dorp Karnak dragen. Die heirbaan was misschien -zonder wedergade op de wereld. Ter wederzijde van de breede straat, op -onderlingen afstand van tien voet, lagen op hooge voetstukken, niet -minder dan zeshonderd kolossale sphinxen als wachters van den weg -tusschen de beide heiligdommen. Hoe moet deze prachtige allée er hebben -uitgezien, als de groote processie van Amun daarlangs heen voorttrok! -Van deze sphinxen-allée zijn nu nog maar weinig sporen over: wij -wandelen voort, te midden van half begraven puinen en steenen, over het -groene veld. Ter linkerhand golft de breede Nijl; en welhaast vertoonen -zich voor ons oog de reusachtige bouwvallen van den tempelburcht van -Karnak. Groote pylonen, door Ramses II Meïamun (geliefde van Amun) -gebouwd, vormen den ingang tot een ruimen binnenhof, eens van alle -zijden door hallen omgeven, wier zoldering op zeventig voet hooge -zuilen, allen uit één stuk gehouwen, rustte. Tegenwoordig liggen zij -allen omgestort ter aarde, eene enkele uitgezonderd, die de doodenwacht -op dit slagveld houdt. Door eene tweede poort bereikt ge, langs eenige -trappen, de groote zuilenhal, een der wonderen der egyptische -bouwkunst. Een woud van zuilen, in den vollen zin des woords: en welke -zuilen! De zaal heeft eene lengte van 164, en eene breedte van 320 -voet; het steenen dak rust op honderd vier en dertig zuilen. De -middelste doorgang wordt gevormd door twaalf reusachtige zuilen, die -een omvang hebben van 36 voet en eene hoogte van 70 voet; de andere -zuilen zijn 40 voet hoog en hebben een omvang van 27 voet. Het -middengedeelte der hal is alzoo aanmerkelijk hooger dan de zijschepen; -de muren, die dit hoogere dak dragen, zijn met openingen voorzien, -waardoor het licht in de ontzaglijke zaal valt. Doch wat zeggen deze -cijfers? Geen woorden zijn in staat, den overweldigenden indruk te -beschrijven, dien de aanblik dezer zuilenhal op den aanschouwer maakt. -Half verbijsterd bijna doolt ge om door dit woud van zuilen—inderdaad, -ik weet geen beter woord,—waar u aan alle zijden, aan de wanden en de -pilaren, de in half verheven beeldwerk uitgehouwen en met schitterende -kleuren bemaalde beelden van goden en koningen, in bonte mengeling -omgeven; en de grillige hiëroglyphen u alom tergend geheimzinnig -aanstaren. Eene derde kolossale poort leidt naar een smallen binnenhof, -waar twee heerlijke obelisken verrijzen voor eene vierde pylonenpoort, -die eerst den eigenlijken ingang vormt tot de binnenhoven en zalen van -het paleis. Galerijen en zuilenhallen, pylonen, obelisken en kolonnaden -volgen dan elkander op, tot schier aan den voet van het gebergte; maar -al deze heerlijkheid is haast niet meer dan eene wilde puinmassa. In -treurige gepeinzen verdiept, wandelt ge voort over de groene, hobbelige -vlakte, bezaaid met overblijfselen van sphinxen, brokken van zuilen en -kapiteelen; te midden van nog half bewaard gebleven resten van tempels -en hallen en pylonen. De tempelburcht van Karnak was eens het groote -nationale heiligdom, aan Amun-Ra, den koning der Goden, gewijd; hier -troonden eens, in al hunne heerlijkheid, de Pharao’s van de achttiende -en negentiende dynastie, onder wier regeering het egyptische rijk ten -toppunt van zijn macht en luister steeg. Wat is daarvan overgebleven? -Een puinhoop, niets meer.—Verder noordwaarts hadden de Ptolomeën -geheele lanen van sphinxen, kolossen en uitgestrekte propylaeën -gebouwd: van dit alles is niets meer over dan een kolossale pyloon, met -heerlijk beeldhouwwerk versierd. Naar het zuiden, dicht bij den Nijl, -liggen de indrukwekkende puinhoopen van den tempel aan den god Chonsu -gewijd: welke tempel oudtijds door vier pylonen en eene dubbele rij van -sphinxen met de groote zuilenhal van Karnak was verbonden. - -Loeksor en Karnak zijn evenwel slechts de helft van het oude Thebe: aan -de overzijde der rivier hebben de oude heerschers niet minder grootsche -monumenten achtergelaten. De ruïnenheuvel van Medinet-Aboe bevat de -overblijfselen van het paleis van Ramses III; wederom eene opeenvolging -van pylonen, zuilenhallen en zalen, overal met beeldwerk en -hiëroglyphen bedekt. Vermoeid van het dolen door deze verwoeste hoven -en kolonnaden, rust uw oog met welgevallen op een kleiner gebouw, twee -verdiepingen hoog, met door karyatiden gedragen balkons versierd: naar -men gist, het paleis der vrouwen van Koning Ramses. - -Op korten afstand van Medinet-Aboe ziet ge een bosschage van acacia’s, -waar de bodem overal met puinen van graniet, marmer en zandsteen, met -overblijfselen van zuilen en kapiteelen, is bezaaid. Aan den rand van -dit boschje verheffen zich twee zittende kolossen, zestig voet hoog: de -twee zoogenoemde Memnonsbeelden, waarvan het eene het zingende beeld -heet. Als de zon des morgens boven de arabische bergen verrijst en hare -eerste stralen het beeld treffen, dan placht dit, niet altijd maar -somwijlen, een klagend geluid te laten hooren. Een aantal opschriften, -in het grieksch en latijn, allen dagteekenende uit den tijd der -romeinsche keizers van Nero tot Septimus Severus, leggen getuigenis af -van dit wonderbare gezang. Ook oude schrijvers, van vroegeren tijd, -verhalen van dit zingende beeld. Later schijnt Memnon zijne stem -verloren te hebben. Toch is het, tegenover zoo vele en zoo ernstige -getuigen, moeielijk de waarheid van het feit te loochenen. Dan rijst de -vraag: van waar kwam dat geluid? De Grieken, wier dichterlijke fantazie -hen nooit verlegen liet, hadden een antwoord gereed. Memnon, zoon van -Tithon en van Eos (de dageraad), was koning der Ethiopiërs. Toen zijn -zwager, koning Priamus van Troje, met de Grieken streed, zond hij tot -Memnon om hulp, en bood hem tevens, tot ondersteuning van dat verzoek, -een gouden wijnstok ten geschenke. Memnon, de schoone, heldhaftige -jongeling, trok op naar Troje, verrichtte daar groote daden, verwondde -zelfs den geduchten Achilles: maar werd in het einde door dezen gedood. -Zijne ontroostbare moeder bad Zeus, haren zoon te eeren, zooals nog -geen held was vereerd geworden: en Zeus schiep uit de verbrande asch de -gevallene zwarte haviken, die iederen herfst naar Memnons graf -terugkeeren, en daar, met elkander strijdend, lijkspelen voor den held -vieren. De stemme van den betreurden zoon echter werd door de bedroefde -moeder aan het beeld gegeven, hem in zijn vaderland opgericht. En -wanneer nu, des morgens, de rozenvingerige Eos aan den hemel -verschijnt, dan begroet haar, uit het granieten beeld, de liefelijke -stemme des zoons; en dan besproeit zij den kouden steen met hare -tranen, nog altijd om den vroegen dood van den heerlijken jongeling -geschreid.—Onze geleerden met deze uitlegging niet tevreden, verwierpen -de liefelijke sage, en gingen den steen en hare bestanddeelen -onderzoeken, om te ontdekken of daarin ook de verklaring was te vinden -dier zonderlinge uitwerking van het eerste morgenlicht. En nu komen zij -ons vertellen, dat deze soort van steen, bij den plotselingen overgang -van de vochtige nachtlucht tot de zonnehitte van den dag, krimpt en -kraakt en alzoo zeker geluid geeft: en dat knappen en kraken zou dan -Memnons gezang, de morgengroete aan zijne moeder, zijn! Vindt ge niet, -dat wij, zoo we al in zoogenaamde positieve wetenschap het van de -Grieken winnen, in gevoel en fantazie ontzaglijk bij hen achterstaan? -Wel, wel, terwijl ik hier door de puinen van Tape omdool, geef ik aan -de roerende sage van den jong gesneuvelden held verre de voorkeur boven -uwe alledaagsche verklaringen, man der doode wetenschap. Zingt niet -deze gansche ruïnenwereld een klaagzang, iederen nieuwen dageraad? een -klaag- en treurzang aan de zonne, die haar eens zag in al hare -heerlijkheid en nu opgaat over haar somber graf?—Overigens heeft Memnon -met deze beelden niets gemeens: de kolossen, die voor ruim 3500 jaren -werden opgericht, stellen koning Amenhotep III en zijne gemalin voor. - -Noordwaarts van dit acacia-boschje liggen de uitgestrekte puinhoopen -van den kolossalen graftempel van Ramses II (Sesostris), vroeger bekend -onder den naam van het graf van Osymandyas. Wederom hier, als elders, -eene opeenvolging van pylonen, kolossen, zuilenrijen en kolonnaden, -sphinxen en muren. Verder op, nog meer noordwaarts, verheffen zich de -bouwvallen van het paleis van Goernah, door Sethos, den vader van den -grooten Ramses, gebouwd: wat omvang betreft, een der kleinste, maar uit -het oogpunt der kunst een der belangrijkste overblijfselen van de -egyptische architektuur. - -Al deze monumenten liggen in de wijde vlakte verspreid, die door het -lybische gebergte wordt afgesloten. Maar dat gebergte zelf bevat nog -een andere reeks monumenten: over eene uitgestrektheid van ongeveer -twee uren gaans is hier de kalksteenrots, tot op de hoogte van 300 -voet, in alle richtingen doorgraven en tot grafkelders ingericht. -Steile en moeielijk begaanbare voetpaden voeren tot de meer of minder -ruime ingangen, en van daar naar lange corridors met kamers en zalen en -nevengangen, die elkander op allerlei wijze kruisen en door den -ganschen berg loopen. Dit is de groote doodenstad van het machtige -Thebe: eeuwen achtereen werden hier duizenden bij duizenden ter ruste -gelegd in hunne rotsgraven, om er ongestoord te sluimeren tot de ziel -hare lange omzwerving van drieduizend jaren door alle levensvormen zou -hebben volbracht, en weder van haar welbewaard lichaam bezit zou komen -nemen. Tallooze mummiën zijn reeds uit deze wereld van graven te -voorschijn gehaald, en nog sluimeren er gewis ontelbare geslachten den -vasten slaap des doods. In een zijdal, door naakte rotsen ingesloten en -waar zelfs geen grashalm het oog verkwikt, vindt men de graven van -bijna alle koningen uit de 19e en 20e dynastiën: dit dal draagt nog den -naam van Bab-el-Moluk (poorten der koningen). Tot dusver heeft, men -zestien dezer koningsgraven geopend, waaronder die van Sethos, van -Ramses III en Ramses V. De inrichting dezer graven is steeds dezelfde: -een lage, nauwe ingang voert in een langen, hoogen gang, waarvan de -wanden en het gewelf met schilderwerk zijn bedekt; hier en daar zijn in -de zijwanden kleine vertrekken aangebracht; eindelijk komt men in de -hooge gewelfde zuilenhal, wier wanden in den regel met schilderwerk op -gouden grond prijken, waarom zij ook den naam van gouden zaal voerde. -Deze zaal was bestemd voor de koninklijke sarkophaag, die, zes tot tien -voet hoog, in het midden stond. Zoodra een Pharao de regeering -aanvaardde, liet hij een aanvang met den bouw van zijn grafkelder -maken; was dan de zaal voltooid, en gevoelde de koning zich nog in het -volle bezit van kracht en gezondheid, dan werden nieuwe gangen en -nevenvertrekken, altijd verder den berg in, uitgehouwen, tot andermaal -eene groote zuilenhal werd aangelegd, nog ruimer en prachtiger dan de -eerste. Was er dan nog tijd, dan werden nevens deze halle wederom zij -vertrekken uitgebouwd, tot bijzondere offerplechtigheden voor den doode -bestemd; tot eindelijk voor den Pharao de laatste ure sloeg, en het -koninklijk lijk, na gedurende zeventig dagen te zijn gebalsemd, in de -sarkophaag werd nedergelegd. Deze werd dan zoo kunstig gesloten, dan de -lijkenroovers van later tijd immer de granieten kist moesten stuk -slaan, daar het onmogelijk was het deksel weg te nemen. - -Dagen achtereen heb ik door deze doodenstad rondgedwaald, vaak niet -zonder moeite en gevaar; en hoe gaarne zou ik u medenemen op deze -tochten door die graven, die ons zoo trouw het beeld van het -oud-egyptische leven, in bijna al zijne vormen, hebben bewaard. Immers, -niet alleen de koningsgraven, ook de anderen zijn bedekt met -schilderwerk, nog in onverzwakte kleurenpracht prijkende, en eene -schier geheel volledige voorstelling gevende niet alleen van de -krijgstochten en overwinningen der koningen en de ceremoniën der -eeredienst, maar ook van het maatschappelijk en huiselijk leven der -gewone burgers, in alle standen der maatschappij. Juist daarom leveren -deze egyptische graven zoo onschatbare bronnen voor de studie van deze -oude, geheimzinnige wereld, van wier geschiedenis wij zoo weinig weten, -maar wier karakter en physionomie ons toch, niet enkel in hoofdtrekken -maar tot in menige bijzonderheid, juist door deze kunstwerken wordt -geopenbaard. Hoe gaarne zou ik u hier rondvoeren, en u beurtelings den -Pharao aan zijn hof, den priester in zijn tempel, den krijgsman in het -veld, den burger in zijn huis en zijne werkplaats, den landman op zijn -akker, doen aanschouwen: maar de ruimte ontbreekt mij daar toe. Een -boekdeel bijna zou er noodig zijn, om u deze zoolang ondergegane, ons -zoo geheel vreemde maatschappij, in duidelijke, aanschouwelijke trekken -af te malen: eene onvolledige schilderij zou slechts verwarring -stichten, niet uwe kennis vermeerderen. En dan—misschien doolden wij -reeds te lang te midden dezer graven en puinhoopen rond: zij behooren -toch tot een dood, een onherroepelijk vervlogen verleden, en niet allen -boezemt dat verleden belangstelling in. Zoo zij het dan voor ditmaal -genoeg: keeren wij tot het heden terug. In vergelijking met het -verleden, is dat heden treurig en arm en ellendig: maar, in de -schatting van zeer vele lieden, geldt ook hier de oude spreuk: een -levende hond is beter dan een doode leeuw. - - - - - - -V. - - Eene bruiloft te Loeksor.—De almehs.—De watervallen.—Philae. - - -Op zekeren dag dat ik van eene wandeling door het dal der Koningsgraven -terugkwam, en zwijgende den Nijl overstak om naar Loeksor terug te -keeren, werd ik eensklaps uit mijne mijmering gewekt door een luid -gerucht van muziekinstrumenten en gezang. Mahmoed, een onzer matrozen, -ging trouwen en vierde zijn bruiloft. - -Voor de woning der bruid was eene groote tent opgeslagen, waar reeds -sedert twee dagen de vrienden waren bijeengekomen: voor ons was eene -bijzondere estrade ingericht, met kussens en tapijten belegd. Het was -Vrijdag, dat wil zeggen Zondag voor de Mohammedanen. Toen het uur des -gebeds gekomen was, begaf de bruidegom, gevolgd door al de genoodigden, -zich naar de moskee: dadelijk na zijn terugkomst begon het feestmaal. -Alle schotels werden ons aangeboden: maar, ondanks onze welgemeende -begeerte om Mahmoed geen verdriet aan te doen, was het ons onmogelijk -van de meesten te proeven; al de vriendinnetjes der bruid waren bij het -bereiden dezer schotels behulpzaam geweest, en in hare vreugde hadden -zij waarschijnlijk de regelen der kookkunst vergeten: althans de -spijzen waren voor ons volkomen ongenietbaar. - -Des avonds hielden de genoodigden een optocht door het vlek, waarbij -zich gaandeweg al de leegloopers aansloten; mannen met lantaarns liepen -nevens ons. Bij onze terugkomst wachtte ons eene volledige illuminatie: -toortsen en fakkels schitterden allerwege; een rijke buurman had een -dier prachtige oostersche kandelabres geleend: getakte ijzeren boomen -met geslepen glazen buizen, die het licht honderdvoudig weerkaatsen. -Het was een heerlijk gezicht: de weerspiegeling van het licht op de -gebronsde aangezichten, de veelkleurig tarboesjes, tulbanden, gordels -en mantels dier saamgegroepte menigte.—Mahmoed was alleen het vertrek -binnengetreden, waar hem zijne bruid en hare naaste verwanten wachtten; -hij trad eindelijk naar buiten, vergezeld van eenige vrouwen; plaatste -zich tegen den muur der woning, en ontving de gelukwenschen der -genoodigden, die in eene rij langs hem heen gingen en hem eenig -zilvergeld in de hand drukten. Inmiddels weergalmde van alle kanten -gezang en gejuich, afgewisseld met geweer- en pistoolschoten. Toen de -optocht gedaan was, ging Mahmoed weer naar binnen, maar kwam bijna -onmiddellijk naar buiten, met zijn bruid—een kind van nog geen twaalf -jaar—in zijne armen. Gevolgd door de vrouwen en, op eenigen afstand, -door de mannen, begaf hij zich naar den oever van den Nijl, nam een -weinig van het water der rivier in zijn mond en blies dat in den mond -zijner bruid. Daarmede was de plechtigheid afgeloopen. Niemand geleidde -de jong getrouwden naar de echtelijke woning. - -Men weet in Egypte niets van een burgerlijken stand. Zijn de bruidegom -en de ouders van het meisje het eens, is de som, die de man moet -betalen (de bruid brengt geene huwelijksgift mede) vastgesteld, dan -wordt het huwelijk voltrokken, voor twee getuigen; somwijlen wordt de -kadi daarvan verwittigd, maar dat wordt zeer dikwijls nagelaten. Bij -eene dergelijke verbintenis, waar iedere waarborg ontbreekt, is de -vrouw weinig meer dan eene gekochte slavin; wanneer zij den man niet -langer bevalt, zendt hij haar naar hare ouders of verwanten terug; zij -zelve kan slechts in een enkel geval echtscheiding vorderen. Van de -geboorte der kinderen wordt nooit aanteekening gehouden; een gevolg -daarvan is, dat kindermoord niet zeldzaam is; somwijlen worden zij, in -hunne eerste jeugd, omgebracht door eene der mededingsters van hunne -moeder. Het is toch onder de matrozen der Nijlschepen eene vrij -algemeene gewoonte, om op verschillende plaatsen, b.v. te Kaïro en te -Assoean, eene vrouw te huwen. Naar gelang zijne zaken dat toelaten, -gaat de echtgenoot nu eens een maand bij deze, dan weder bij de andere -doorbrengen: hij brengt eenige piasters, een paar stukken blauw katoen -en andere snuisterijen mede, die de vrouw, na zijn vertrek, verkoopt. -In ruil daarvoor ontvangt zij dan granen en andere vruchten des lands, -en onderhoudt aldus den handel der andere echtgenoote. De veelwijverij, -aldus opgevat, is eene winstgevende zaak: toch kwijnt zij dagelijks -meer, en niet alleen onder de armen, maar ook onder de meer gegoeden, -die veelal slechts ééne wettige vrouw te gelijk hebben. - -Wij hebben Thebe verlaten en vervolgen onze reis naar het zuiden, te -midden van welige akkers en plantages. Daar ligt Erment, het oude -Hermonthis, met zijne schoone ruïnen, half achter een boschje van -sykomoren en mimosa’s verscholen. Vier heerlijke antieke zuilen vormen -den ingang tot een kleinen tempel, uit den tijd der Ptolomeën, en -vooral merkwaardig om zijn beeldwerk, ter verheerlijking der geboorte -van een zoon van Caesar en Cleopatra.—Wederom akkers en velden, tuinen -en boomgaarden, met de bergen in het verschiet, tot de witte huizen van -Esneh zich langs den oever scharen. Esneh is de stad der almehs. Zij -bewonen verschillende huizen, dicht bij de rivier; onze drogman stelde -voor, ons naar het beste etablissement te geleiden. Wij namen zijn -aanbod aan, en werden nu naar eene vrij smerige en armoedige hut -gevoerd: in het midden eener groote kamer zaten de danseressen, allen -van vrij alledaagsche schoonheid, maar jong en welgemaakt. De hoop op -buitengewone ontvangst had haar bewogen, groote zorg aan haar toilet te -besteden. Ik zie nog hare zeer lage en korte vesten, hare wijde zijden -pantalons, om de heupen door schitterende gordels opgehouden; haar half -doorzichtige gazen tunika’s; hier bloote voeten, daar gele of roode -pantoffels; halskettingen en armbanden, en op het voorhoofd, kleine -munten; eindelijk, achter op het hoofd, zijden doeken, los omgeworpen. -De dans, die met eene reeks van bevallige standen aanving, ging weldra -tot de meest hartstochtelijke bewegingen over, waarbij het bovenlijf -onbewegelijk bleef. Na een poos dit tooneel te hebben aangezien, -verwijderden wij ons en lieten olijven, liqueur en een aantal talaris -(kleine muntstukken) uitdeelen, waarvoor ons op de hartelijkste wijze -dank werd gezegd. De almehs hebben maar zelden dergelijke -buitenkansjes, de inboorlingen zijn te arm om hare talenten te betalen; -zeer bedreven in fraaie plastische standen, zijn zij zelven ongeschikt -voor iederen arbeid en moeten tot allerlei kunstmiddelen hare toevlucht -nemen om te kunnen leven. Zij brengen haar tijd door met rooken en met -het drinken van aquavite—eene soort van anisette—en van koffie. De -bezwaren aan dergelijke levenswijze verbonden, hebben het getal der -almehs, die ten tijde der Mammelukken nog geheel Egypte als -overstroomden, zeer doen verminderen. Hare laatste wijkplaats is Esneh, -dat wellicht ook haar geboorteland was; waardige zusters der bayadèren -van Indië en der priesteressen van Mylitta en Astarte, hebben de almehs -in vroeger eeuwen gedanst voor de altaren van Neith, de schutsgodin van -Esneh, de moeder, echtgenoote en dochter van Amun-Ra. Nog ziet men, -midden in de stad, aan den voet eener helling met mummiënkisten en -andere overblijfselen bezaaid, den schoonen voorhof van een tempel van -Neith, tegenwoordig een korenmagazijn. Ten tijde der Romeinen, op de -puinhoopen van een zeer oud gebouw gesticht, verraden de slechte -beeldwerken des tempels het verval der kunst; maar de ernstig-schoone -lijnen der architraven, de grootsche afmetingen der vier-en-twintig -hooge zuilen, maken hem toch waardig nevens de wonderen van Karnak en -Medinet-Aboe te worden gesteld. - -Zonder ons op te houden, varen wij voorbij de indrukwekkende pylonen en -welbewaarde tempelruïne van Edfoe, want onze wensch om Assoean en de -watervallen te zien drijft ons met haast voort. De wind is gunstig; de -Nijl vernauwt zijn bedding en bruist voort tusschen steile rotswanden, -wier spleten en kloven met armelijke struiken zijn begroeid. Deze -struiken wemelden van kleine vogels, die als vruchten aan de takken -schenen te hangen. Door onze boot opgeschrikt, verhieven zij zich in de -lucht, daarbij een geruisch makende als met kracht uitgedreven stoom. -Zij waren zoo talrijk, dat zij letterlijk een oogenblik den hemel aan -onze blikken onttrokken; eenige geweerschoten deden er honderden in den -Nijl nedertuimelen. Onze kok haastte zich er zooveel mogelijk van op te -visschen, en onthaalde ons op een zeer smakelijk gebraad.—Maar andere -merkwaardigheden vorderen weldra onze aandacht. Hier is de -Djebel-Selseleh, oudtijds Silcilis, met zijne groote steengroeven, -waaruit de tallooze schare der kolossen en obelisken is voortgekomen, -die Thebe en al de steden van Opper-Egypte versierden. Deze beroemde -steengroeven zijn, bij wijze van zalen en galerijen, in de rotsen -uitgehouwen; de wanden zijn overal met beeldwerk en opschriften bedekt; -nog worden hier eene menigte overblijfselen en half voltooide werken -aangetroffen, als hadden de beeldhouwers zoo pas hunnen arbeid -gestaakt. In de onmiddellijke nabijheid van den oever verheft zich eene -groote rots, van zeer eigenaardigen vorm: naar men zegt, werden aan -deze rots en aan eene andere, even zoo vooruitspringende, op den -tegenoverliggenden oever, de ketens vastgemaakt, die de rivier moesten -afsluiten en het land verdedigen tegen de invallen der ethiopische -stammen. Onze tijd, die alles beter weten wil dan de ooggetuigen der -oudheid, heeft deze ketens voor eene fabel verklaard en den oorsprong -van het verhaal gezocht in den arabischen naam van den berg: -Djebel-Selseleh, Kettingberg. Zou het omgekeerde evenwel niet -waarschijnlijker zijn? en is het denkbeeld, om den nauwen ingang van -het Nijldal op deze wijze af te sluiten, vooral in de oudheid, zoo -onnatuurlijk? - -Wij varen voort. In het licht der volle maan vertoont zich aan ons oog, -hoog boven de rivier, de groote tempelruïne van Kom-Ombos, half onder -het zand bedolven. Een kleinere tempel, dichter aan den oever, is door -den stroom weggespoeld. Wij kunnen niet verder voortgaan, maar zien ons -verplicht den dag af te wachten nabij het fraaie dorp Elganeh, half -weggedoken achter palmen en mimosa’s, wier takken zich over het water -heenbuigen. Nog een dag en een nacht, en wij zijn te Assoean; de ons -vijandige wind, de veelvuldige rotsen en de snelvlietende stroom -vertragen gelijkelijk onze reis. Tusschen de stille dorpen, aan den -voet der rotsen en aan den zoom der rustige inhammen schuilende, varen -wij met moeite en voorzichtigheid voort, te midden van groote -steenklompen, voorloopers der katarakten en kolken. Een groenende, -bloeiende gordel van eilanden omvat den stroom: ter rechterzijde ligt -het groene Elephantine, met bijna onzichtbare ruïnen bedekt: het -fabelland dier ichthyophagen (vischeters), die Kabuya (Cambyses) als -gezanten naar Ethiopië zond. Eindelijk den onstuimigen stroom dwars -overstekende, varen wij het kanaal binnen dat naar de haven voert van -Assoean, het antieke Syene, de stad der watervallen. - -Den 4den Juni, des morgens ten tien ure, zouden wij den engen doorgang -der katarakten passeeren. Daar wachtten ons eene menigte helpers, meest -jonge lieden, onder het bevel van een ouden reis, met een langen witten -baard; een man, even kalm te midden der bruisende draaikolken van den -Nijl, als een onzer schippers tusschen twee sluizen. De jonge lieden -zijn allen Nubiërs:—krachtige, gespierde en meest beeldschoone figuren, -geheel naakt; hunne zwartachtig bronzen huid ziet er uit als een dof -krip, over eene purperachtige stof gespannen. Onder luid gejubel en -geschreeuw zetten zij zich aan het werk. Groote granietblokken, door -het water overspat, bedekken bijna de geheele breedte der rivier: het -schijnen versteende buffels, in allerlei houdingen te midden der golven -neergehurkt. Onze Nubiërs springen en klauteren er op, bevestigen -sterke touwen en kabels aan de uitstekende rotspunten, en trekken zoo -ons vaartuig voort, dat anderen, al zwemmende, deels duwen, deels -dragen. Zoo ging het langzaam voort; en de avond begon te vallen, toen -wij nog slechts de eerste katarakt waren doorgeworsteld; en wij moesten -voor den nacht ons vaartuig stevig vastmeeren, opdat het niet door de -bruisende en schuimende wateren zou worden weggevoerd. De Nubiërs -wenschten ons geluk met den aanvankelijken goeden uitslag en juichten: -Allah is groot!—wat in dit geval zeggen wilde: Goede Franken, geeft ons -iets! Toen zij hun baksjies—trouwens welverdiend—ontvangen hadden, -keerden zij naar hunne woningen om te slapen. Ik gevoelde daartoe geen -lust, maar beklom een der hooge rotsen, en wierp een blik op den wilden -chaos rondom mij. De maan, haar fantastisch licht over het wonderlijke -landschap uitgietende, gaf aan de reusachtige grillige steenmassa’s -haast menschelijke vormen. Het zijn geen granietblokken meer: zie, met -de voeten aan den harden bodem geketend, door de kokende golven -ombruist, rust daar in de wateren een geheel geslacht van Titanen, -dezelfden wel die, de sphinxen uithouwende in de rotsen, zoo als een -herder een beeldje snijdt uit een wilgentak, en met eene hand de -obelisken in evenwicht zettende, de paleizen van Karnak hebben gebouwd -en de bergwanden in tempelgrotten herschapen. - -Met het krieken van den dag keeren de Nubiërs terug om den arbeid te -hervatten; en eindelijk, tegen drie uren na den middag, ligt onze bark -rustig voor anker boven de drie katarakten, die wij nog hadden door te -varen. De laatste, el-Kebir, waar de rivier het nauwst en de klippen -het menigvuldigst zijn, was de lastigste. Twee honderd jonge mannen -ongeveer, op de rotsen en klippen langs en in den stroom verspreid, -hielden de touwen en trokken ons met alle kracht voort: wij hadden dan -ook te doen met een verval van anderhalf el. Het was letterlijk de -beklimming van een waterheuvel. Zoo als men ziet, hebben de katarakten -van den Nijl niets gemeen met de watervallen van den Niagara of van -Schaffhausen: zij worden gevormd door een reeks rotsige dammen of -klippen en snelle stroomingen en kolken, niet ongelijk aan gebogen -spiegels; de nauw ingesloten rivier schiet, met duizelende vaart, -bruisend en wielend, over en tusschen de rotsen en klippen heen. Toch -zijn deze katarakten inderdaad gevaarlijk: en er wordt groote -behendigheid en niet minder groote kracht gevorderd, om het vaartuig -zonder ongeval over de watervallen te brengen. Er is dan ook een -bijzondere reis (hoofd) der katarakten, op wiens kunde, moed en -ervaring men zich veilig verlaten kan: het was de kloeke grijsaard, die -onze flinke jongelieden bestuurde en aanvoerde. - -Vóór ons, als twee groene bouquetten, verrijzen uit den stroom de beide -eilanden Philae en Beghiëh. Dit laatste, omzoomd van groote, met -hiëroglyphen bedekte steenklompen, ligt aan den lybischen oever; het -andere, vrij wat schooner en vooral van meer gewicht, roemt op zijne -prachtige ruïnen, door een bevalligen tempel gekroond. Philae is -inderdaad een toovereiland; wie hier den voet zet, voelt, al ware het -maar voor enkele oogenblikken, den wensch in zich opkomen, om hier ook -zijn leven te slijten: de zuivere lucht, het heerlijke groen, de kalme -eenzaamheid, de ongestoorde vrede, zijn zoo vele aanlokselen, waaraan -het moeielijk valt weerstand te bieden; gezwegen nog van de prachtige -ruïnen en de herinnering van het verleden. - -Op den oever wachtte ons een grijsaard, de eenige bewoner en getrouwe -bewaker van het tooverachtig eiland. En terwijl wij de sporen nagingen, -door zoo vele eeuwen op deze kleine plek achtergelaten, wandelde hij -voor ons uit, en haspelde, in zijne naïeve uitleggingen, alles dooreen: -Isis en Mohammed, de Khaliefen en Sultans, en de Pharao’s en Caesars. -Zoo trokken wij het eiland over, van het zuiden naar het noorden, het -westelijk strand volgend. - -Op de zuidelijke punt verrijst een kleine obelisk, zonder hiëroglyphen, -voor den tempel van Hator: een gebouw van middelbare grootte, in het -midden van boven open; opmerkelijk door sommige zuilenkapiteelen, -bestaande uit vrouwenkoppen met koeienooren. Hator en Isis zijn de twee -beschermgodinnen van Philae: beiden zijn zij godinnen der liefde en der -vruchtbaarheid. Behooren de sperwer en de krans van blauwe bloemen meer -bepaald tot de attributen van Hator: zij en Isis beiden onderscheiden -zich door de schijf, alsmede door de hoornen, het hoofd, of wel het -geheele beeld eener jonge koe, welk dier haar was toegewijd. Beiden -zijn na verwant aan Aphrodite, aan Cybele, aan de koe Iö. Met de -zonneschijf en de hoornen gekroond, schijnen zij tot hare aanbidders te -zeggen: gij ziet op ons hoofd het zinnebeeld des lichts; wij kennen het -geheim des levens en het raadselwoord des lots: maar tracht niet ons -die te rooven, want wij hebben geduchte wapenen om ze te verdedigen! - -Twee zuilenrijen van ongelijke lengte, wier gelijkmatig afnemende -verhoudingen juist berekend zijn naar de regelen der perspectief, -verbinden den tempel van Hator met de pylonen van den Isistempel. De -grootste dezer kolonnaden, de westelijke, telt drie en dertig zuilen, -waarvan de schacht gekorven is, en waarvan de kapiteelen, met grooten -smaak geteekend, allen verschillen. Zestien minder fraai bewerkte -kolommen vormen de oostelijke kolonnade, die schijnt af te breken bij -een klein, bijna geheel onder het zand bedolven heiligdom, een tempel -van Tmouth, den zoon van Hator en Phta. Midden in de westelijke galerij -bevindt zich een trap, die den steilen rotsoever doorsnijdt en naar den -Nijl afdaalt. Deze propylaeën behooren tot het romeinsche tijdvak, en -zijn er niet minder schoon om; al maken de koppen van Augustus, -Tiberius of Claudius eene wonderlijke vertooning op die magere schrale -gestalten; allen naar de vaste type geteekend, waarvan de egyptische -kunst zich nooit verwijderde. - -In dezelfde richting verheffen zich, achter hoopen puin, waaronder men -nog twee geschonden leeuwen herkent, de twee eerste pylonen en verdere -overblijfselen van den Isistempel, onder Nectanebus (378–360 voor Chr.) -gesticht, en later, onder de Ptolomeën, verbouwd en vergroot. Op de -voorzijde der pylonen is Ptolomeus Philometor afgebeeld, zoo als hij -aan Isis en aan Har (Horus) gevangenen, die hij met eene hand bij de -hairen vat, toewijdt. Een nog bruikbare trap, in den hof achter de -pylonen uitkomende, voert naar boven. Deze hof of binnenplaats wordt -begrensd door twee gebouwen, mede uit den tijd der Ptolomeën, en aan de -moeder-godinnen Isis en Hator toegewijd. Twee andere pylonen sluiten -deze eerste binnenplaats af; zij zijn ruim 14 el hoog en op eene rots -gebouwd; een opschrift, in het graniet uitgebeiteld, vermeldt hare -stichting door Euergetes II. De binnenhof, die dan volgt, heeft door -eene zijgang gemeenschap met den Nijl, en bezit eenige schoone -beeldwerken op de nog gespaarde muren. Een vooral trok onze aandacht. -Het is een bas-relief, een der Ptolomeën voorstellende, maar geheel als -een echte Pharao: dezelfde lange, schrale gestalte, dezelfde breede -schouders, dezelfde onmogelijke houding der armen en handen, waarmede -hij van de achter hem staande tafel allerlei geschenken neemt, om die -Isis aan te bieden. Hij is zoo linksch en onbeholpen mogelijk, en toch -zoo indrukwekkend edel en vol majesteit. De schoone uitdrukking van de -figuur doet u onwillekeurig de ongerijmde teekening vergeten. - -De vier pylonen en de beide hoven vormen den waardigen toegang tot den -grooten tempel van Isis. Tien fraaie slanke kolommen, waarop nog de -kleuren zijn te herkennen van het oude schilderwerk, steunen een -indrukwekkenden pronaos (voortempel), de roem van Philae; verschillende -vertrekken, met beeldwerken en bas-reliefs versierd, vormen het -eigenlijke heiligdom; in het laatste bespeurt ge eene nis met een -sperwer van rozenrood graniet: de sperwer is hier zoowel aan Isis als -aan Hator gewijd. Naar de zijde van den Nijl zijn de muren geheel -bedekt met beelden en hiëroglyphen. - -Vóór ons, bijna geheel op de noordelijke spits van het eiland, -verheffen zich, te midden van palmboschjes, drie poorten, van waar een -vervallen trap naar beneden, naar het water, voert. Dit is de kazerne -of triomfboog van Diocletianus. Langs den oostelijken oever -terugkeerende, bereiken wij eindelijk die heerlijke open zaal, die, op -een verheven terras boven den Nijl tronende, onwederstaanbaar aller -oogen tot zich trekt, den kleinen Isistempel, bestaande uit veertien -zuilen en een prachtigen architraaf, maar overigens geheel ongedekt. -Half in het geboomte weggescholen, is deze tempel, vooral des avonds, -als de zon in het westen zinkt, een heerlijke plek om te mijmeren of te -lezen. De ruimte tusschen den voet van dit terras en de pylonen van -Nectanebus is bezaaid met ruïnen en puin; onder anderen ligt hier ook -nog de verminkte bouwval van een klein heiligdom aan de moedergodin -Hator gewijd; het bevallige portaal en de fraaie bas-reliefs zijn bijna -onkenbaar geworden door den rook en het vuur: want deze tempel wordt -door de reizigers in den regel als keuken gebruikt. - -Bijna de gansche oppervlakte van het eiland Philae, dat 370 el lang en -240 el breed is, wordt door deze gebouwen en ruïnen ingenomen: maar de -nog tamelijk gespaarde tempels beslaan ter nauwernood een negende -gedeelte dier oppervlakte. De tempels van Hator en Isis zouden -gemakkelijk te herstellen zijn; ook zou men het verder verval der -anderen kunnen stuiten. En men achtte deze overblijfselen niet gering, -van wege hun betrekkelijk jongeren oorsprong: inderdaad, niet enkel aan -de schoonheid van het landschap waarin zij prijken, danken zij hun -roem. Het moge waar zijn, dat de eeuw der oude Pharaonen, van Ramses en -Sesostris, de meesten der kolossen en grootsche tempelburchten heeft -zien oprijzen; het tijdperk der Ptolomeën was getuige eener zeer -merkwaardige herleving in kunst en letteren. De halfverstorven -egyptische geest ontwaakte nog eens uit zijn sluimer, bij de aanraking -met den genius van het Hellenisme, waarvan de Ptolomeën de -vertegenwoordigers waren. Wat de tempels verloren in omvang en -kolossale afmetingen, wonnen zij in evenredigheid, in maat en -bevalligheid, waarvan alleen de grieksche kunst het geheim bezat. De -romeinsche restauratiën verdienen over het algemeen de minachting, -waarmede de egyptologen ze bejegenen: maar de invloed der grieksche -kunst, die reeds twee eeuwen voor Alexander, onder Psammetichus en -Amasis, in het tot dusver gesloten land doordrong, heeft gaandeweg de -aloude stereotype traditiën gewijzigd en vervormd, zonder den zin en de -beteekenis er van te verminken, en ook zonder op de inlandsche -kunstwerken een vreemden stempel te drukken. De pylonen hier, bij -voorbeeld, vormen een zeer goed geheel met den Hator-tempel, bijna een -eeuw vroeger door Nectanebus gesticht; en de prachtige pronaos van den -grooten Isistempel paart de attische bevalligheid en sierlijkheid aan -de ernstige majesteit van het oude Egypte. - -Dit kleine eiland Philae, of eigenlijk Pilak, zoo als de oud-egyptische -naam luidt, heeft zijne eigene geschiedenis. Beheerscher der katarakten -en sleutel van het Nijldal, was Philae het bolwerk der thebaansche -dynastieën tegen de invallen der ethiopische barbaren, en werd het -wellicht haar laatste toevluchtsoord, toen de mannen van het noorden, -de Hyksos of Herders, Beneden- en Midden-Egypte hadden overstroomd en -onderworpen. De Pharao’s, wederom, na langen kamp overwinnaars gebleven -en de vreemdelingen verjaagd hebbende, bouwden tempels op de beide -heilige eilanden, van waar het herstel der nationale onafhankelijkheid -was uitgegaan; en zoo op Philae al niets van hunne stichtingen is -overgebleven, op het zuster-eiland Beghiëh vindt men uitgestrekte -bouwvallen uit de regeering van een koning Amenhotep, opvolger van -Moeris en voorvader van Sesostris. Amenhotep, ten krijg trekkende tegen -de Ethiopiërs, liet op een der rotsen een opschrift beitelen, ter -herinnering aan zijn doortocht. De armoede van Philae aan zeer oude -gebouwen is waarschijnlijk een gevolg der gruwelijke verwoestingen, op -bevel van Kabuya (Cambyses) den koning der Perzen, aangericht; -Nectanebus, een der koningen uit de laatste nationale dynastie, begon -omstreeks het jaar 370 vóór Chr. de omgeworpen heiligdommen te -herstellen; de Ptolomeën zetten dien, door eene nieuwe perzische -verovering gestoorden arbeid voort; en de romeinsche Caesars traden in -de voetstappen der grieksche vorsten. Toen het rijk, ten noorden -bedreigd, zijne zuidelijke grenzen prijs gaf, bleef Philae zijne -laatste vesting in Nubië; Diocletianus versterkte het eiland, en -richtte er den triomfboog en de kazerne op, waarvan nog, zoo als ik -zeide, aan de noordspits drie gewelfde poorten overig zijn. - -Toen de Pharaonen, de Ptolomeën en de Caesars Philae reeds lang -verlaten hadden, bleven er nog de oude goden, en hielden deze er zich -staande tegen het immer voorwaarts dringende nieuwe geloof. Hier was -het graf van Osiris; Isis en Hator bezaten hier eene gansche kolonie -van priesters en priesteressen, die het heilige eiland nooit verlieten, -en na hun dood ter ruste werden gelegd in onderaardsche grafgewelven, -nabij de grafstede van den god. De heiligheid van Philae wies naarmate -de eeredienst zijner goden zich uitbreidde: want geene andere -egyptische godheid vond in geheel de romeinsche wereld zoo vele -aanhangers als Osiris en Isis, wier roem in de tijden kort voor en -onmiddellijk na Chr., zelfs die der oude grieksche goden overstraalde. -Het Christendom drong eerst laat tot Philae door; en nog in de tweede -helft der zesde eeuw werd hier de oude Isis aangebeden. Eerst het -Islamisme maakte voor goed een einde aan den dienst der oude goden, -maar het stelde er niet veel anders voor in de plaats dan dood en -vernietiging. - - - - - - -VI. - - In Nubië—Kalabsjeh.—Ipsamboel—De katarakten van Ouadi-Alfa.—Slot. - - -Sedert gisteren zijn wij in Nubië: maar aan niets bespeuren wij het, -dat wij niet meer in Egypte zijn; slechts de plantengroei, die de -smalle strooken ter wederzijde van den Nijl aan den voet der steile -rotsgebergten siert, is wellicht nog rijker en weelderiger. Aan den -lybischen oever hangt deze groene zoom letterlijk als een fluweel en -franje aan de vaalkleurige bergwanden. ’t Is een opeenvolging van -allerlei gezichten: hier volgt een lange karavane den hoogen -slingerenden weg; elders zijn de rotsen gekroond door een groot somber -klooster, welks wijduitgestrekte muren rijzen en dalen naarmate de berg -zich verheft; ginds wederom is het eene oude, verlaten moskee, -halverwege de berghelling gebouwd, waar de omwonende bevolking -samenstroomt ten gebede. En voorts, overal bouwvallen uit den tijd der -Pharaonen. Hebt ge eene of andere uitstekende steile rots beklommen, -dan ziet ge, geheel aan den gezichteinder, te midden van een doolhof -van bergen, kolommen oprijzen, door de avondzon met purperen glansen -getooid: ligt daar eene of andere geheimzinnige stad, nog door geen -vreemdeling betreden? Hoe het zij: niemand wist mij te zeggen hoe de -plek heette, waar die zuilen verrezen, en niemand wist ook den weg -derwaarts te wijzen. - -De Kreeftskeerkring welft zich boven onze hoofden, en zendt ons haar -vurigen adem naar beneden. Het is stikkend heet; geen windje koelt de -brandende lucht af, en slechts de onmiddellijke nabijheid van het water -geeft eenige verfrissching. Aan deze buitensporige hitte bemerken wij -het toch, dat wij niet langer in Egypte zijn, maar de tropische -gewesten van Nubië hebben bereikt. Hier wordt geen arabisch meer -gesproken; en onze teleurgestelde drogman moet zijne stille winstjes -afstaan aan een der matrozen, die de taal van het land verstaat. De -Nubiërs, over het algemeen zachtzinnig van aard, zien er evenwel vrij -krijgshaftig uit; de met een riem om hun arm gebonden dolk, de boog van -ijzerhout, en het schild van krokodillenvel, moeten hunne vrijheid -beschermen; de egyptische regeering moet steeds tot geweld hare -toevlucht nemen, als zij van deze onderdanen iets verkrijgen wil. Als -ijverige landbouwers betwisten zij aan den stroom iederen duim van het -vruchtbare slib, dat hij, bij zijn dalen, achterlaat en dat vier -achtereenvolgende oogsten draagt. Meen echter niet dat men hier den -grond bebouwt: men strooit eenvoudig het zaad in kleine ondiepe gaten, -en de natuur doet het overige. Een zoo zacht en warm klimaat ontslaat -de Nubiërs van de moeite om zich te kleeden: zeer dikwijls hebben zij -niets aan hun lichaam dan alleen hunne wapenen; anderen slaan eenvoudig -een doek om de heupen of een witten mantel over de schouders. De -vrouwen dragen allerzonderlingste kostumes, meestal zeer eenvoudig; zij -verwen zich de lippen en vlechten hare hairen in een groot aantal -kleine tressen, die zij juist niet alle dagen op nieuw opmaken. De -Nubiërs zijn een krachtig en fraai gebouwd menschenras, donker -bronskleurig en met zwaar krullend haar. De dorpen, die doorgaans dicht -aan elkander grenzen, bestaan meestal uit een vijftien of twintigtal -hutten, met een plat dak van palmbladen; voor de hutten staan dikwijls -groote aarden kruiken, waarin het koren bewaard wordt. - -In Nubië vindt men bouwvallen uit allerlei tijden en sporen der -vereering van alle goden der oude wereld. In den omtrek van Philae -heerschen Isis en Osiris; evenzoo vindt men te Deboet en te Gertassi de -overblijfselen van tempels aan Isis gewijd. Maar veel belangrijker dan -de ruïnen van Deboet en Gertassi zijn die te Kelabsjeh, wellicht de -schoonsten van geheel Nubië. Te midden van eerwaardige sykomoren -verheffen zich groote steenhoopen, als hadde de naburige berg zijn -schoot geopend en uitgestort over de enge vlakte. Een prachtige -heirbaan van gehouwen steenen voert van den Nijl naar een grooten -pyloon. Achter de uitgestrekte, maar ter aarde gestorte propylaeën -verrijst nog, met zijne poorten en zijmuren, de voorgevel van den -pronaos, geheel bedekt met beeldwerk, waarin de zonneschijf vooral het -oog trekt. In den tempel zelf schittert veelkleurig schilderwerk; -rondom het heiligdom scharen zich zalen en kamers, trappen en -galerijen, die echter meest allen in puin verkeerd zijn. Een dubbele -omwalling van kolossale steenblokken omgeeft, als een reuzengordel, -geheel den tempel. Deze grootsche bouwval verrijst te midden van een -woest, bergachtig landschap, waarvan de indruk nog verhoogd wordt door -de onstuimig bruisende rivier, die zich, kokend en schuimend, een weg -baant door de rotsengte van Taphis. Aan den voet der ruïne liggen de -armelijke hutten van een akelig dorp verspreid. Hier bloeide eens het -oude Talmis, onder de hoede van zijn beschermgod Mandou-Ra, zoon van -Horus en Isis.—De tempel van Dandoer werd onder Augustus gebouwd: de -bloeitijd der kunst was voorbij; en het beste wat de ruïne heeft is wel -hare schilderachtige ligging op eene rots boven den Nijl. - -Eenige uren ten zuiden van Dendoer ligt het dorp Djerf-Hoessein, waar -een zeer merkwaardige tempel gevonden wordt: een zoogenoemde -hemispheos, dat is een half in de rots uitgehouwen tempel. Een breede, -zeer vervallen trap, vroeger met sphinxen en beelden versierd, voert -naar den voorhof, die tegen den berg is aangebouwd, en mede in zeer -bouwvalligen toestand verkeert. Deze voorhof is misschien uit den tijd -van Ramses III: maar de tempelzalen zelven, in de rots uitgehouwen, -zijn zeer zeker van veel ouder dagteekening, zoo als door het ruwe en -plompe der beeldwerken bewezen wordt. De zoldering der eerste en -grootste zaal wordt gedragen door ontzettende, bij de dertig voet hooge -kolossen, die met den rug tegen ware vierkante pilaren rusten; in de -muren zijn nissen uitgehouwen, die met grof bewerkte beelden prijken. -Beelden en muren en pilaren zijn allen met een zwarte tint overtogen: -het gevolg van het vuur, dat misschien eeuwen aan eeuwen in dezen aan -Phta gewijden tempel werd onderhouden; en niets kan een denkbeeld geven -van de fantastische spookachtige uitwerking der fakkels en toortsen op -deze wonderlijke duistere gestalten, die u van alle zijden omringen. De -andere zalen en vertrekken zijn bevolkt met nachtvogels en slangen, die -hier en daar glimmende sporen op de vochtige steenen hadden -achtergelaten. Wij gevoelden geen lust in deze nachtelijke duisternis -verder door te dringen, en keerden naar onze boot terug. - -Langzaam, zeer langzaam gaat de reis voort, en dit, gevoegd bij de -steeds toenemende hitte en het treurig sombere voorkomen der streek, -maakte ons in het eind zwaarmoedig. Hier en daar een bijna geheel -verwoeste bouwval; geen bergen meer, maar opeenhoopingen van verkalkte -rotsen, door den tijd of door de werking der zonnestralen gebarsten en -gescheurd, en uren ver den grond in wilde wanorde bedekkende; rondom -ons niets dan gloeiend zand; de woestijn raakte tot aan den oever; de -dorpen worden schaarscher en de menschen onhandelbaarder. Dicht bij de -bouwvallen van Seboeah zagen wij ons door hardnekkigen tegenwind -gedwongen, van onzen firman gebruik te maken: maar toen wij in een -aangrenzend gehucht lieden wilden pressen om onze bark te helpen -trekken, geraakte de gansche bevolking in opstand. In groote spanning -verwachtten wij reeds langen tijd de terugkomst van den reis en van den -kawas; toen eensklaps een geweerschot viel. Dadelijk gaven wij bevel -met de boot aan te leggen, en stegen aan land, gevolgd door een deel -der bemanning, ten einde de onzen bij te staan. Zij naderden reeds, -gevolgd door een luid tierende menigte, die evenwel op het gezicht van -ons geleide terugweek, maar voortging met schreeuwen, terwijl de -gillende stemmen der vrouwen boven alles uitklonken. In de eerste -verrassing hadden wij niet gezien, dat onze lieden een gevangene mede -voerden, en nog wel den sjeikh in eigen persoon: onze kalme en tevens -verzoenende houding was evenwel van invloed op deze wilde -natuurkinderen; en daar het schot, dat, zoo als men zeide, bij ongeluk -was afgegaan, niemand had gekwetst, werd de vrede spoedig hersteld. -Koffie en eenige sigaren herschiepen de oproerigsten weldra in onze -beste vrienden. De sjeikh zelf hielp meê trekken en de bark ging lustig -vooruit: dat was al wat wij wenschten. Van toen af vonden wij de -bevolking overal bereidwillig; vooruitgezonden loopers verwittigden de -dorpen van onze nadering, en ten bepaalden tijde vonden wij onze -versche manschappen gereed. - -Telkens werd onze voortgang gestuit door rotsen, die tot de oppervlakte -des waters reikten, en ook door steenen dammen, die sedert Philae -gedurig onze aandacht getrokken hadden. Op deze dammen zijn dan sakiëhs -geplaatst, dat zijn zeer eenvoudige toestellen, niet ongelijk aan de -schepraderen van baggerschuiten of watermolens, en bestemd om het water -uit de rivier op te voeren, ter besproeiing der hooge landerijen. In -Nubië zijn deze sakiëhs van reusachtigen omvang: zij gelijken bijna op -bolwerken, met platformen van palmhout. Op deze hooge terrassen zit, -boven op een breeden balk, een man die de ossen of buffels moet -besturen, welke het rad in beweging brengen; daar, half droomend zijne -dieren aandrijvend, geniet hij al de zaligheden van een echt -oosterschen kiëff, siësta, of zingt halfluid een zijner wonderlijke -nationale liederen. - -Wij hielden twee dagen rust te Korosko, een armzalig, maar druk bezocht -dorp, van waar de karavanen vertrekken, die door de woestijn van Atmoer -naar Khartoem gaan. Dit oponthoud, louter een gevolg van de gemakzucht -onzer matrozen, gaf ons gelegenheid eene nubische bruiloft bij te -wonen. Die van Mahmoed te Loeksor won het in betamelijkheid en -betrekkelijke zindelijkheid: hier dansten en lachten en zongen mannen -en vrouwen door elkander, te midden van eene onbeschrijfelijke -onreinheid van stof, geschreeuw en duisternis. Een groote, welgebouwde -negerin danste een niet onbevalligen, maar vooral zeer -hartstochtelijken dans, bijgestaan door verschillende groepen van jonge -lieden, die haar met uittartende houdingen steeds naderden. Op het -oogenblik dat de dans het meest geanimeerd was, staken wij eensklaps -bengaalsch vuur af, hetgeen met uitbundig geschreeuw werd begroet, -waarna wij ons verwijderden, den roep van toovenaars achterlatende. - -En nu, op! luie matrozen! op, het is tijd! De zon verrijst; de nacht is -koel en verkwikkend geweest; op! aan het werk! Weer zijn de oevers -schilderachtig: loodrechte rotsen, enge bloeiende velden, aan tuinen -gelijk. Te Dheer vindt men in een door Sesostris aan Amun en Phta -gewijden en half in de rots uitgehouwen tempel, zeer goed bewaard -schilderwerk uit den tijd der Ptolomeën, en standbeelden van Isis, -waarvan het gelaat, naar men wil, eene koningin Arsinoë moet -voorstellen. Ginds, in de verte, verrijst de berg van Ipsamboel of -Aboe-Simbel, zoo bekend om zijne tempelgrotten. Reeds sedert vier uren -hebben wij hem in het gezicht; en telkens, bij iedere kronkeling der -rivier, is het alsof hij zich weder verwijdert. Eerst tegen den avond -werpen wij het anker uit bij het dorp Ipsamboel, op den lybischen -oever, tegenover de tempels gelegen. De ondergaande zon verlicht met -hare schuine stralen de kolossen en reusachtige friezen dezer -wondervolle gebouwen, eenig in hunne soort, door menschenhanden in het -graniet uitgehouwen, en die eerst zullen vergaan wanneer de gedaante -der wereld veranderen zal. - -Voor den ingang van den grooten tempel, die vier-en-veertig ellen breed -en drie-en-veertig ellen hoog is, zitten, tegen den bergwand geleund, -vier reusachtige standbeelden, niet minder dan zeven-en-twintig ellen -hoog. Zij zijn grootendeels onder het zand bedolven, dat bij het eene -beeld tot zelfs aan de schouders reikt; ook heeft een der kolossen zijn -hoofd verloren, dat door een afgevallen rotsklomp gedeeltelijk -verbrijzeld is. Toch maken deze vier reuzenbeelden, die, wat de -kolossale afmetingen betreft, zelfs te Thebe geen wedergade vinden, een -wonderbaren en onuitsprekelijken indruk. Hoe kalm zitten zij daar, de -handen op de knieën uitgestrekt, met de kroon op het hoofd, het fijn -gevormde, half glimlachende gelaat naar den stroom gekeerd, in wiens -geelachtige wateren zij zich reeds sedert meer dan dertig eeuwen -spiegelen. Geheimzinnige gestalten, als voor de eeuwigheid geschapen, -onverwoestbaar als het graniet, waaruit zij gehouwen zijn! Eene -vijf-en-twintig voet hooge deur voert in de voorhal, waarvan de -zoldering op pilaren rust, waartegen wederom kolossale beelden van -Osiris, met de armen over de borst gekruist, leunen. Uit deze groote -zaal komt men, door twee kleinere, in het eigenlijke heiligdom, kenbaar -aan vier zittende kolossale godenbeelden. Behalve deze zijn er nog vele -nevenzalen en vertrekken, in het geheel veertien, allen in de rots -uitgehouwen. De wanden dezer zalen zijn met gekleurde bas-reliefs -bedekt: voorstellingen uit den krijg, door de Egyptenaren tegen een -vreemd, door kleur en kleeding van hen onderscheiden volk gevoerd. Wij -zien hier den koning, aan zijne hooge gestalte boven de anderen -kenbaar, op zijn strijdwagen zijne krijgers aanvoerend; andere wagens -volgen hem; de boogschutters beschieten met hunne pijlen een burcht, -waarvan de verdedigers deels reeds getroffen zijn en nederstorten, -deels op hunne knieën vallend genade afsmeeken, deels in allerijl -wegvlieden. Op een ander tafreel treedt de overwinnaar over de lijken -der verslagenen voort, en worden hem de krijgsgevangenen te gemoet -gevoerd. Op deze tafreelen hebben de Egyptenaars, even als op -soortgelijken in Egypte zelf, eene roodachtig bruine kleur. Het -overwonnen volk is geel van kleur; onder de gevangenen zijn evenwel -donkerbruine en zwarte figuren. Ook de goden zijn aan hunne kleur -kenbaar: zij zijn blauw, grijs, roodachtig en geel. - -De tweede, kleinere rotstempel is van buiten versierd met zes kolossale -staande figuren, ter wederzijde der deur eene godin tusschen twee -goden: deze beelden zijn echter niet zoo vrij als de zittende kolossen -van den hoofdtempel: het zijn meer hoog-reliefs. Ook hier is weder eene -voorhal en verschillende nevenvertrekken, allen met beeldwerken -voorzien. Deze tempel is aan Hator gewijd, zooals de groote aan Amun en -Phta. De stichter dezer reusachtige werken, de machtige heerscher, -wiens zegepralen op de wanden verheerlijkt zijn, was gewis geen ander -dan de groote Ramses-Sesostris, van wiens veroveringstochten de oudheid -zoo veel te verhalen weet, en wiens naam door Champollion onder de -hiëroglyphen-opschriften van dezen tempel werd gevonden. - -Te Ipsamboel maakten wij kennis met een zeer beleefden kâsjef, zoo veel -als onderprofect. Deze man verliet ons bijna nooit. Dadelijk na onze -aankomst kwam hij ons verwelkomen; den geheelen dag door rookte hij -onze sigaren en dronk hij onze koffie, hierin trouw nagevolgd door eene -gansche schaar van inboorlingen, die tot zijn gevolg behoorden. Toen -het avond werd bleef de kâsjef zitten, en wij moesten, welstaanshalve, -hem ten eten vragen. Hij ging eerst laat weg, en den volgenden morgen, -met het krieken van den dag, stond hij weer voor ons, door nog -meerderen gevolgd dan gister. De gansche troep ontbeet van onzen -voorraad, ditmaal zonder uitnoodiging af te wachten; de bark werd bijna -leeggeplunderd. Eindelijk vertrokken wij; de kâsjef wandelde treurig -aan den oever mede, en riep ons nog toe, als om ons te waarschuwen: -„Allah behoede u voor den khamsîn!” - -De ongeluksprofeet! Nauwelijks had hij ons verlaten, of plotseling -steeg de thermometer tot twee-en-veertig graden. Dadelijk overviel ons -een gevoel of wij stikken zouden: de lucht, het schip, onze longen: -alles in één woord is in een oogenblik gevuld met een brandend en -onzichtbaar stof. Onze matrozen liggen roerloos op het dek; de lieden -van het land weigeren ons schip voort te trekken. Eerst tegen den avond -gelukt het ons, met veel moeite, Kosko te bereiken, waar wij -overnachten. De khamsîn had ons, in het voorbijgaan slechts, beroerd: -de geweldige vuuradem, die de brandende zandwolk voor zich uitdrijft, -en de karavanen in de woestijn ademloos versmachten en sterven doet. - -Den volgenden morgen, nog nauwelijks van onze benauwdheid bekomen, -zetten wij onze reis voort tusschen zandige onbewoonde oevers, door -wilde ruwe rotsmassa’s afgewisseld. De berg van Quadi-Alfa vertoont -zich van verre op den lybischen oever, te midden van eene gele vlakte; -de tegenoverliggende oever prijkt weder, voor een oogenblik, met al de -weelderigheid eener tropische vegetatie. Wij naderen Quadi-Alfa, en -moeten nu de heerlijke heirbaan verlaten, die ons sedert twaalf weken -zoo onmerkbaar zacht heeft gedragen: de tweede katarakt, veel -ongenaakbaarder dan de eerste, belet ons verder voort te gaan. Wij -stappen aan land en wandelen een poos voort langs den wilden, eenzamen -oever; zoo ver het oog reikt, strekt zich de bleekgele, vlakke woestijn -uit, hier en daar met witte plekken geteekend, die de plaats aanduiden -waar een of ander ongelukkige reiziger, door den khamsîn verrast, met -zijne dromedaris is bezweken en door de jakhalzen verslonden. De -uitgebleekte beenderen schitteren als elpenbeen in het zonlicht, tot -zij tot stof zijn vergaan en met het zand der woestijn vermengd. - -Na een vermoeienden tocht van twee à drie uren bereiken wij een heuvel, -van waar wij den geheelen val kunnen overzien. Het is een ontzettend -gezicht; minder schoon dan de eerste katarakt bij Philae, maar -ernstiger, minder majestueus, maar grootscher. Met lage golvingen daalt -de grond af in eene vallei, die misschien twintig mijlen breed is, en -het beeld eener volkomen verwoesting vertoont. Ordelooze hoopen zwarte -rotsen, sommigen met schraal gewas bedekt, verdeelen den Nijl in -duizend wilde, kokende beken, waarvan geen enkele bevaarbaar is. Het -water schuimt, bruist, ziedt, en dringt onstuimig voort tusschen deze -dooreengeworpen steenmassa’s: het is een wilde baaierd, een woestijn -van rots en water, waar geen boot zich wagen durft. - -Hier eindigde onze tocht. Wel liggen ginds nog enkele ruïnen verspreid; -wel vindt men ook nog daar de sporen der oude beschaving, de sporen der -Pharao’s; wel schemert daar ginds, in de verte, de herinnering aan den -priesterstaat Meroë: maar toch, hier is de grens der eigenlijke -cultuur. Daar ginds, zuid- en oostwaarts heen, heerscht, sinds eeuwen -en misschien nog voor eeuwen, de barbaarschheid; daar ligt eene andere -wereld, waarvan de sluier nog maar half is opgelicht. Maar terwijl ik -op dezen woesten heuvel stond en het eenzame landschap overzag, keerde -ik mijn blik nog eens naar het noorden: en weder verrees daar voor mijn -geest het beeld van dat wondervol verleden, waarvan ik de -gedenkteekenen had aanschouwd. Welk eene geschiedenis, zich verliezende -in de morgenschemering der wereld: de geschiedenis van een volk, dat -mede zijn stempel heeft gedrukt op de beschaving van geheel het Westen; -een volk, dat op het toppunt stond van macht en heerlijkheid, toen onze -voorvaderen omdoolden op de bergen en door de wouden van Azië, en met -de wilde dieren kampten om den buit. Herroept ze voor uwe verbeelding, -die nu begraven koningssteden, zich spiegelende in de wateren van den -heiligen vloed; die prachtige tempels, door wier ruïnen ge nog in -verrukking omdwaalt; die in de rotsen gehouwen graven, waar de dooden -nog schenen voort te leven, zoolang hun lichaam voor het verderf was -bewaard! Welke beelden dagen op uit het verleden. De Pharao’s, -heerschende over millioenen slaven, hunne onverdelgbare tempels en -pyramiden stichtend, en hunne zegevierende wapenen tot diep in Azië -voerend; de nomadenstammen der Hyksos het oude erfland der beschaving -overstroomende; Mozes, aan het hoofd der kinderen Israëls optrekkende, -om aan de grenzen van Egypte een nieuwen staat te gronden; dan de -Perzen, de Grieken, de Romeinen; Cambyses, Alexander, Caesar; dan de -Arabieren, de Mammelukken, de Turken:—stroomen van veroveraars, eeuwen -en eeuwen achtereen, verwoestend heenstormende over dit ongelukkige -land. Isis en Osiris wijkende voor het Evangelie, dat straks weder -verdrongen wordt door den noodlottigen Islam, onder wiens looden -schepter alle leven kwijnt en sterft.—Eene geschiedenis van meer dan -veertig eeuwen ontrolt zich voor den verbijsterden blik: een bont, -afwisselend geweldig drama, waarvan de ontknooping nog altijd wordt -verwacht. Zal dat Egypte uit zijn slaap ontwaken; zal ook hier het -Kruis zegevieren over de verbleekte halve maan, en het Evangelie nog -eens, als een adem des levens, deze dorre doodsbeenderen bezielen, als -in de dagen van ouds? Wie zal op deze vragen antwoorden? Genoeg: wij -weten de uitkomst is gewis, de eindelijke zegepraal is beslist; maar, -voor den Eeuwige zijn duizend jaar als een dag, en die gelooven haasten -niet. - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] Bovenstaande werd geschreven in 1868, toen het Suez-kanaal nog niet -was voltooid. - -[2] Pylonen zijn hooge, pyramidaalvormige gebouwen of torens, met -platte daken, ter wederzijde van den ingang der egyptische tempels en -paleizen opgericht. - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN -EENER REIS IN EGYPTE *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/69183-0.zip b/old/69183-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 8d1863e..0000000 --- a/old/69183-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h.zip b/old/69183-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index fc3e159..0000000 --- a/old/69183-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/69183-h.htm b/old/69183-h/69183-h.htm deleted file mode 100644 index 225aa12..0000000 --- a/old/69183-h/69183-h.htm +++ /dev/null @@ -1,3275 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-10-19T20:05:30Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Anoniem"> -<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/"> -<meta name="DC.Title" content="Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte"> -<meta name="DC.Creator" content="Anoniem"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -span.accent { -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { -line-height: 0.40em; -} -span.accent span.top { -font-weight: bold; -font-size: 5pt; -} -span.accent span.base { -display: block; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.externalUrl { -font-size: small; -font-family: monospace; -color: gray; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -margin-left: -0.1em; -margin-top: 0.9em; -min-width: 1.0em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -.apparatusnote:target, .fndiv:target { -background-color: #eaf3ff; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -vertical-align: bottom; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.splitListTable td { -vertical-align: top; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -.lgouter { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -display: table; -} -.lg { -text-align: left; -padding: .5em 0; -} -.lg h4, .lgouter h4 { -font-weight: normal; -} -.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum { -color: #777; -font-size: 90%; -left: 16%; -margin: 0; -position: absolute; -text-align: center; -text-indent: 0; -top: auto; -width: 1.75em; -} -p.line, .par.line { -margin: 0; -} -span.hemistich { -visibility: hidden; -} -.verseNum { -font-weight: bold; -} -.speaker { -font-weight: bold; -margin-bottom: 0.4em; -} -.sp .line { -margin: 0 10%; -text-align: left; -} -.castlist, .castitem { -list-style-type: none; -} -.castGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.castGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.castGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 8.4pt; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -letter-spacing: normal; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tableCaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ -.small { -font-size: small; -} -.large { -font-size: large; -} -.center { -text-align: center; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:480px; -} -.p1868-013width { -width:720px; -} -.p1868-016width { -width:541px; -} -.p1868-017width { -width:485px; -} -.p1868-020width { -width:379px; -} -.p1868-021width { -width:373px; -} -.p1868-024width { -width:618px; -} -.p1868-057width { -width:720px; -} -.p1868-060width { -width:720px; -} -.p1868-061width { -width:644px; -} -.xd31e297 { -text-indent:8em; -} -.p1868-064width { -width:390px; -} -.p1868-065width { -width:402px; -} -.p1868-068width { -width:720px; -} -.p1868-069width { -width:720px; -} -.p1868-072width { -width:665px; -} -.p1868-073width { -width:373px; -} -.p1868-076width { -width:720px; -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</span>, by Anonymous</p> -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</span></p> -<p style='display:block; margin-left:2em; text-indent:0; margin-top:0; margin-bottom:1em;'><span lang='nl' xml:lang='nl'>De Aarde en haar volken, 1868</span></p> -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Anonymous</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: October 19, 2022 [eBook #69183]</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p> - <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</p> -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE</span> ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 last-child cover"> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p> -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<p><span class="pageNum" id="xd31e90">[<a href="#xd31e90">13</a>]</span></p> -<div class="div1 last-child article"> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">LANGS DEN NIJL.</h2> -<h2 class="sub">HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure p1868-013width"><img src="images/p1868-013.jpg" alt="Karnak." width="720" height="563"><p class="figureHead">Karnak.</p> -</div><p> -</p> -<div class="div2 section"> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">I.</h3> -<div class="argument"> -<p class="first">De Middellandsche zee.—Malta.—Alexandrië.—Naar Kaïro.</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wat ik u mededeelen ga, zijn schetsen uit mijne reisportefeuille: herinneringen aan -een tochtje door Egypte, in het voorjaar van 1863 ondernomen. Het doel mijner reis -is voor u van geen belang: het eenige, waarvoor ik uwe welwillende aandacht durf vragen, -zijn mijne eenvoudige schetsen; en ook dat niet om haar zelfs wil, maar om den wil -van het in zoo menig opzicht hoogst merkwaardige land, aan welks natuur, geschiedenis -en volk ze zijn ontleend. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Kalm en statig klieft de fransche paketboot <i lang="fr">l’Aigle</i> de zacht kabbelende golven der Middellandsche zee, en laat op de breede watervlakte -een zilveren spoor van vlokkig schuim achter. Boven onze hoofden welft zich de wolkeloos -blauwe hemel, en giet een stroom van tintelend licht uit op de even heldere en even -blauwe wateren der wonderschoone zee, als een glad gepolijst schild stralend en fonkelend -in het felle zonnelicht. Boven en beneden eene oneindige, doorzichtige, blauwe diepte; -het is als zweeft de boot in een azuren ether, doortrokken van licht. Voor hem, die -ze nooit zag, is het niet wel mogelijk zich een denkbeeld te maken van deze wondervolle -verlichting, deze onvergelijkelijke helderheid der lucht, die scherpte van alle omtrekken, -dien gloed van alle kleuren: van geheel dit magisch lichteffect, aan het Oosten en -Zuiden eigen. Het is een schouwspel, waarvan ik, hoe dikwijls reeds genoten, mij niet -verzadigen kan, ook al vermoeit het mij soms dien verblindenden luister aan te staren. -Ja, en menigmalen, wanneer ik, in sombere herfst- of winterdagen, voor de vensters -mijner kamer sta en uitzie over het grijze veld en het vale bosch, of opzie naar den -doffen, kleurloozen, lagen hemel, als een grauw kleed op de aarde nederhangende; als -ik dan bijna nergens <span class="pageNum" id="xd31e112">[<a href="#xd31e112">14</a>]</span>kleur of licht bespeur:—ja menigmalen rijst dan eensklaps voor mijne verbeelding het -prachtig visioen van dien stralenden oosterschen hemel, van dien alles overwinnenden, -alles doordringenden zonnegloed, die aan alles vorm, kleur, diepte geeft. Ik heb de -zon lief, en vreugde rijst er in mijn gemoed, als zij ons verkwikt met haar heerlijk -licht en toelacht uit haar reine, blauwe hemeltent; mijn hart gaat uit tot haar, met -heimwee en wonderzoet verlangen. Is het omdat nog steeds, hoezeer mij onbewust, diep -in mijne ziel het beeld staat gegrift van het land des lichts en der kleuren, van -het prachtige Java, mijn geboortegrond? Maar meen niet, dat ik daarom op onze minder -prachtige, maar in hare bescheidenheid en verscheidenheid veellicht nog rijker, natuur -met geringschatting nederzie; meen niet, dat ik blind zou zijn voor de heerlijkheid -van een schoonen herfstmorgen in onze duinstreek, voor het wondervolle kleurenspel -van een zonsondergang aan onze stranden. Neen, ik weet het: juist aan onzen vochtigen, -minder helderen dampkring danken wij, wat het Oosten en het Zuiden missen, dien oneindigen -rijkdom van tinten en halve tonen; dat wondervol spel van licht en schaduw en kleur -in onze bewolkte luchten; die fijne, wazige, zilverige tinten, die als een feeënsluier -onzen horizon omwuiven en zoo uitlokkend geheimzinnig verhullen; danken wij geheel -dat eigenaardig karakter onzer landschappen, wier schoonheid alleen hij miskennen -kan, die den zin voor waarachtig natuurschoon mist, en die dan ook, overal en altijd, -wel door het vreemde, het onverwachte, het grootsche, getroffen kan worden, maar in -wiens gemoed nooit de zachte taal doordringt, die Gods heerlijke schepping, overal -en altijd, spreekt voor wie ooren heeft om te hooren en een hart om op te merken. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Een eindelooze horizon naar alle kanten: overal de blauwe, stralende zee, door den -blauwen, stralenden hemel overweld. Drie dagen geleden heb ik Malta verlaten, en sedert -geen land gezien. Dikwijls wendt mijn oog zich onwillekeurig naar het noordwesten, -als kon ik nog den aanblik genieten van het prachtig rotseiland, in volle wapenrusting -oprijzende uit de heldere wateren der Middellandsche zee. Wat grootsche herinneringen -omzweven deze rotsen, eenmaal het bolwerk der Christenheid tegen de turksche macht, -die zich hier den trotschen kop te pletter stiet. Hier vierde de ridderlijke orde -van Sint-Jan haar laatste triomfen; hier ook ging zij ten onder, in later, somberder -dagen. Immers, wat er nog van haar overig is, wat is het meer dan een naam, eene ijdele -schaduw? Maar schitterend heeft zij hare taak volbracht: onversaagd en onvermoeid -heeft zij de kruisbanier hoog gehouden en met haar bloed verdedigd tegen de horden -der ongeloovigen, die op haar aandrongen als een stroom; op alle slagvelden in Palestina -heeft zij gestreden; op Rhodus en op Malta den kamp met de turksche barbaren bestaan -en zeeghaftig bestaan: want zij heeft de Middellandsche zee van de turksche heerschappij -gered. Een heldendicht is hare geschiedenis, ook op haar laatste wijkplaats, op haar -wild rotseiland Malta, door haar in een tuin en een vasten burcht herschapen: een -heerlijk heldendicht, dat ons hart verkwikt, en te midden van de koude zelfzucht en -berekenende gelddorst onzer veelszins materialistische eeuw, nog de geestdrift voor -hoogere bedoelingen, voor een nobeler streven dan naar het bezit van goud, in de ziel -kan doen ontgloeien. Maar deze ridderlijke heldengeest, die eens de orde van Sint-Jan -bezielde, is geweken; de engelsche vlag waait van de tinnen van la Valette, en Malta -is een belangrijk middelpunt voor den handel geworden; nog meer, een zeer gewichtig -maritiem station voor de vloten van Groot-Brittannië, dat in Malta en Gibraltar de -beide sleutels der Middellandsche zee bezit. Voorzeker, in deze hoede is de prachtige -zee veilig; trouwens geen turksche vlootvoogd of barbarijsche kaperkapitein bedreigt -meer de kusten van Italië; de heerlijkheid der halve maan is lang ondergegaan, en -het eens zoo gevreesde damasceensche zwaard sinds lang verbroken. Ach waarom, waarom -houdt onderlinge naijver en verfoeielijk egoïsme nog altijd dat verdorven geraamte, -dat het turksche rijk heet, met allerlei kunstmiddelen in stand? waarom duldt Europa -het nog langer, dat een afgeleefde, diep verbasterde barbarenhorde den ruwen voet -blijft zetten op de aloude erflanden der Christenheid en der beschaving? O, keerde -maar voor een oogenblik de geestdrift, de heilige geestdrift terug, die eenmaal duizenden -bij duizenden naar het zwaard deed grijpen, om den gewijden grond van Palestina van -den vloek des Islams schoon te vegen, hoe gemakkelijk zou nu de taak te volbrengen -zijn. Ontwaakt en verheft u uit uwe graven, gij ridders van Sint-Jan! schaart u nog -eens om uwe onbevlekte banier met het witte kruis; ontbloot nog eens uwe goede, trouwe -zwaarden; trekt op naar het Oosten, het oude tooneel uwer heldendaden en glorierijke -triomfen, uwer worstelingen en roemrijke nederlagen; trekt op naar de heilige stad -Jeruzalem, uw geboortegrond; en drijft de ontzenuwde, verachtelijke barbaren voor -u uit, terug naar hunne steppen in het hart der woestijn! -</p> -<p>Een ijdele droom, niet waar? maar dat ik aldus droomde, terwijl de vlugge boot de -golven dezer zee doorkliefde, in vroeger eeuw zoo vaak door de galeien der vrome ridders -doorkruist, zoo vaak getuige van den verwoeden kamp met de ongeloovigen, dat verwondert -u wel niet.—En nu, ik wend mijne blikken van den noordelijken gezichteinder, en staar -uit naar het zuiden. Daar moet welhaast de kust van Egypte opdoemen uit de wateren; -wij zijn niet verre meer van het land verwijderd. Ware slechts die kust niet zoo laag -en vlak, wij zouden ze reeds zien. Doch wat schemert daar ginds aan den verren gezichteinder? -Zie, een gele lijn, een gouden streep, maakt scheiding tusschen de blauwe zee en den -blauwen hemel. Naarmate wij naderen, komt die lijn duidelijker uit, verbreedt en verheft -zich die streep. Reeds herkent ge de lage kust en de gele zandheuvels; reeds onderscheidt -ge de witte gebouwen van Alexandrië, oprijzende tusschen die gele heuvels en de azuren -golven. Op de reede een mastbosch, schepen van allerlei natiën; daarachter groote, -witte gebouwen; verder eene ordelooze massa van lage, onaanzienlijke huizen; hier -en daar groepen van palmboomen; <span class="pageNum" id="xd31e119">[<a href="#xd31e119">15</a>]</span>en ter zijde, waar het paleis van den Onderkoning zijne muren verheft, prachtige bosschages -van bananen en tamarisken. -</p> -<p>Voor den reiziger, die uit Europa komt, is Alexandrië de eerste openbaring van het -Oosten. Heeft hij zich van dat Oosten voorstellingen gevormd, aan de Duizend-en-eene-Nacht -ontleend, dan wacht hem eene bittere teleurstelling. Trouwens Alexandrië is toch ook -maar half een oostersche stad; het europeesche, het frankische element speelt hier -eene zeer gewichtige rol, en de frankische wijk verplaatst u in eene der zuid-italiaansche -steden. En bovendien, de stad is van haar vorigen luister vervallen; zij is, ja, nog -een belangrijk middelpunt voor den handel, en misschien wacht haar nog eene groote -toekomst, als eens het kanaal door de landengte van Suez mocht voltooid worden<a class="noteRef" id="xd31e123src" href="#xd31e123">1</a>: maar wat beteekent zij, vergeleken bij vroeger? -</p> -<p>Het was een geniale gedachte van den griekschen veroveraar, hier, aan den ingang van -Egypte, aan den oever der Middellandsche zee, de groote handelstad te stichten, die -het hart van drie werelddeelen worden zou. Lag zij niet als in het middelpunt tusschen -Azië, Afrika en Europa; in het middelpunt der toenmalige grieksche wereld? En wel -bewees de uitkomst dat het genie van Alexander den Groote hem niet bedrogen had; want -zijne stad Alexandrië werd niet alleen de eerste koopstad der oude wereld, maar werd -ook, in meer dan een opzicht, eene metropolis van het Oosten; eene kweekplaats van -wetenschappen en kunsten, die zelfs met Athene wedijveren kon. In de scholen van Alexandrië -vond de helleensche geest nieuw voedsel in de studie der aloude oostersche wijsheid; -daar ontwikkelde zich, als vrucht van beider ontmoeting, die eigenaardige wijsbegeerte, -die zoo veelbeteekenenden invloed op den gang der philosophische ontwikkeling heeft -uitgeoefend; daar vond de dichterlijk dwepende bespiegeling van het neo-platonisme -haar laatsten tolk in de schoone en ongelukkige Hypatia; daar streed het wegstervende -heidendom zijn laatsten kamp tegen het zegevierend Evangelie. Want dit Alexandrië -heeft nog andere herinneringen dan van half-droomende theosophen en diepzinnige wijsgeeren, -die zich uitputten om in nevelachtige bespiegelingen het raadsel des heelals op te -lossen; hier leeft ook nog de heugenis der groote kerkvaders, der heldhaftige bisschoppen, -die, door eene onversaagde schare van monniken ondersteund, den strijd ondernamen -tegen het despotisme der Caesars, tegen de gruwelijke verdorvenheid eener onuitsprekelijk -verbasterde eeuw. Clemens, Origenes, Athanasius, Cyrillus: wat grootsche gestalten -uit den bloeitijd der oostersche moederkerk; wat beelden uit een schitterend verleden, -toen dit zelfde Egypte eene der kweekplaatsen was van de christelijke gemeente, en -Alexandrië eene hoofdstad der christelijke wereld. Die tijden zijn lang voorbij; de -oostersche kerk, zelve dienaresse der Caesars geworden, in onvruchtbare twisten hare -eenheid verscheurend en hare krachten verspillend, menschenvonden en bespiegelingen -stellende boven het Woord van God; de oostersche kerk is machteloos en reddeloos gezonken -voor het zwaard der Moslemen, en de koran heeft ook in Egypte den bijbel verdrongen. -Toen is het geestelijk leven geweken, en daarmede beschaving en wetenschap en vooruitgang; -straks volgde op den nog voor ontwikkeling vatbaren, den begaafden en voor wetenschap -niet onverschilligen Arabier de ruwe barbaar, de Turk; en ook over Egypte daalde de -nacht neder, die overal de vestiging der turksche heerschappij volgt. Eeuwen aan eeuwen -van ellende en slavernij zijn over dit ongelukkige land heengegaan; is het wonder -dat het geworden is wat het is? En is daar nu een betere toekomst aangebroken? Ach, -ik weet wel, sinds de europeesche, met name de fransche diplomatie er belang bij had, -de oproerige pogingen van den ouden tyran Mehemed-Ali te ondersteunen, om zich zoo -doende vasten voet in Egypte te verwerven;—is daar zeer veel geschreven over de zegepraal -der westersche beschaving, over hervorming en vooruitgang; is de gansche voorraad -uitgeput der klinkende phrasen en groote woorden, waaraan onze eeuw zoo rijk is, om -te vermelden wat goeds en voortreffelijks bereids door het geslacht van dien albaneeschen -soldaat is verricht en nog verder verricht zal worden;—maar, van nabij beschouwd, -wat blijft er over van al dien roem? Heeft deze geheele schepping van Mehemed-Ali, -deze zoogenaamde hervorming naar westersche, vooral fransche voorbeelden, wel eenige -waarheid? hangt zij niet volkomen in de lucht? en blijkt ze niet, hoe langer hoe meer, -in het wezen der zaak niet veel anders te zijn dan eene georganiseerde exploitatie -van land en volk ten bate van de achtenswaardige familie van den Onderkoning, diens -gunstelingen en de altijd aangroeiende schaar van fortuinzoekers en intriganten, uit -alle oorden van Europa, maar voornamelijk uit Frankrijk en Italië, naar herwaarts -gesneld, om, onverschillig hoe, zoo spoedig en zoo goed mogelijk hunne beurs te vullen? -Het wemelt hier in Alexandrië en te Kaïro van deze lieden, die zich overal weten in -te dringen en meest uitnemend goede zaken doen. Het is niet te verwonderen, dat zij -een luiden jubelkreet aanheffen over den grooten vooruitgang in dit land, dat zij -alom den roem verkondigen van de verlichte liberale egyptische regeering, dat zij -alle dingen hier in rozenkleur zien en schilderen. Doch moeten deze lieden, waarvan -onderscheidenen zelfs hun geloof hebben afgezworen en Mohammedanen zijn geworden, -moeten deze lieden de dragers zijn der christelijke beschaving? moeten zij de dorre -doodsbeenderen in het land der Pharao’s weder tot nieuw leven bezielen? Wel, God beware -Egypte voor hunne handen! Beter, veel beter nog de doodslaap, de echt oostersche apathie, -waarin dit land sinds eeuwen verzonken ligt, dan de verachtelijke bedrijvigheid onzer -moderne fortuinzoekers en goudaanbidders; dan het luidruchtig en onvruchtbaar rumoer -onzer politieke intriganten en zelfzuchtige wereldhervormers. Zal Egypte herleven -en wederom eene plaats onder de volkeren der wereld innemen, voorwaar, dan moet de -redding van elders komen dan van Ismaïl-pasja en zijne half-turksche, half-frankische -omgeving! -<span class="pageNum" id="xd31e128">[<a href="#xd31e128">16</a>]</span> -</p> -<div class="figure p1868-016width"><img src="images/p1868-016.jpg" alt="Karnak." width="541" height="720"><p class="figureHead">Karnak.</p> -</div><p> -</p> -<p>Vernederd en ontkroond ligt zij daar, de eenmaal zoo heerlijke metropolis, het afrikaansche -Rome; vernederd en ontkroond zit zij neder op haar smalle landtong, ingesloten tusschen -de doodsche woestijn en de prachtige zee, te midden der verspreide bouwvallen harer -vroegere grootheid, droomende van haar schitterend verleden. Hoe weinig is haar gebleven -van de heerlijke kunstgewrochten, die haar eens sierden, toen hare trotsche muren -den ganschen wijden omtrek omspanden tusschen hare beide havens en het meer Mareotis. -Van het serapion, van het Museum, van haar prachtige tempels, is geen spoor meer over. -Ginds op het gele strand ligt, te midden van puinhoopen, de naald van Cleopatra neder, -de rozekleurige obelisk, met wonderlijke <span class="corr" id="xd31e135" title="Bron: hieroglyphen">hiëroglyphen</span> gegraveerd; verder nog, op het arabisch kerkhof, verrijst van tusschen de graven, -de eenzame zuil van Pompejus, en teekent zijn scherpen omtrek in de blauwe lucht: -stomme getuige van vervlogen heerlijkheid. Dat is alles, of bijna alles: want de zoo -genoemde katakomben zijn geen bezoek waard. Wilt ge u evenwel voor een poos in het -verleden terug droomen, begeef u dan naar de tuinen, die het paleis van den Onderkoning -omringen en gedeeltelijk voor het publiek toegankelijk zijn. De slanke stammen der -bananen schieten in schilderachtige wanorde uit den grond op, en verheffen allerwege -hunne saamgerolde schachten en zacht omgebogen groene bladeren. Hier en daar dringt -een <span class="corr" id="xd31e138" title="Bron: tamariske">tamarisk</span> met zijne gevederde bladerkroon door het dichte gewelf: ieder windje dat van de woestijn -aan komt ruischen, ontplooit den prachtigen vederbos in de heldere lucht. Eene lauwe -schemering, van licht doortrokken, omgeeft u van alle zijden. Door de openingen glijden -de zonnestralen als een gouden regen, en spelen in het weelderig, <span class="pageNum" id="xd31e141">[<a href="#xd31e141">18</a>]</span>warm halfdonker der geheimzinnige schaduwen. Het is hier heerlijk: onwederstaanbaar -bekruipt u de begeerte hier neder te zitten, u geheel over te geven aan den invloed -dezer tooverachtige natuur, en het leven langs u heen te laten vlieten, zoo als eene -beek hare golfjes vlieten laat, zonder zorg en bekommering over iets wat daar buiten -in de wereld geschieden mag. Als ge hier toeft, zoudt ge bijkans met Madame de Gasperin -zeggen: „<span lang="fr">Je comprends les Alexandrins rêveurs.</span>”—Aan de poort van dit Eden heerscht de dood. Het arabische kerkhof verliest zich, -in zachte golvingen, in de zandzee der woestijn. Verder verheffen zich langs het strand -de gele heuvels, waarover de dromedarissen in lange rijen heentrekken: hunne hooge -gestalten teekenen zich, reusachtig groot, tegen den helderen horizon; daarachter -ruischt de zee. -</p> -<div class="figure p1868-017width"><img src="images/p1868-017.jpg" alt="Medinet-aboe." width="485" height="720"><p class="figureHead">Medinet-aboe.</p> -</div><p> -</p> -<p>De haven van Alexandrië levert een eigenaardig gezicht op. Niet zoodra is de stoomboot -voor anker gekomen, of van alle kanten komen booten en schuiten opzetten, bemand met -lieden van allerlei natie en voorkomen, bereid om ons naar land te voeren, bij het -ontladen behulpzaam te zijn, of op eenige andere wijze zich verdienstelijk te maken. -Het is een levendig, bont, kleurenrijk tafreel. Arabieren, Fellahs, Nubiërs, Negers, -Turken: hier kunt gij ze allen zien in hunne eigenaardige kleederdracht, met geheel -den stempel hunner eigene nationaliteit. Want dit is een kostelijk voorrecht van het -Oosten, dat daar ieder volk, bijna zeide ik iedere stam, nog zijne eigenaardige individualiteit -behouden heeft; dat daar nog niet die allen gelijkmakende eenvormigheid is doorgedrongen, -die bij ons alle verscheidenheden uitwischt, op alles denzelfden banalen stempel drukt, -en alle poëzie en vooral al het pittoreske, schilderachtige, oorspronkelijke, reddeloos -verwoest. Zie eens rondom u, en vermeid uwe oogen in het aanschouwen dier oostersche -figuren, dikwijls, ja, in smerige lompen gehuld, maar ook dan nog altijd schilderachtig. -Zie, hoe goed die doordringende oogen, die fijn gevormde ernstige trekken, en die -welbesneden adelaarsneus uitkomen onder de plooien van dien groen en wit gestreepten -burnoes, waarvan de kap over het hoofd is geworpen en met een koord omwonden. Wat -wonderlijk weemoedige, geheimzinnige uitdrukking ligt er op het donker gelaat van -gindschen Fellah, achteloos tegen dien muur geleund, en wachtende of gij zijne diensten -ook behoeven zult. In zijne groote donkere oogen en een weinig vooruitstekende lippen -meent ge inderdaad de type te herkennen der oude Egyptenaars, wier afstammeling hij -heet te zijn.—Drukte en beweging aan alle kanten. Zoo het u eindelijk gelukt is, ongedeerd -aan land te komen, zie dan toe, dat ge u redt uit de handen der luid schreeuwende -gidsen, pakkedragers, ezeldrijvers en dergelijken, die u omringen, op u aandringen, -u in allerlei taal, meest in bastaard fransch of engelsch, toeschreeuwen, en u bijna -met geweld medevoeren. Het gebeurt dikwijls genoeg, dat ge, ook uws ondanks, tot den -stok uw toevlucht moet nemen, of de hulp inroepen der policie-soldaten, die op de -kaaien wacht houden. Zijt ge eindelijk door dien schreeuwenden, vechtenden, dringenden -drom heengeworsteld, dan begeeft ge u naar een der hôtels in de frankische wijk, om -daar uw intrek te nemen en uwe plannen voor de verdere reis te ontwerpen. -</p> -<p>Ook ik deed zoo, schoon het mijn voornemen niet was langer dan hoog noodig in Alexandrië -te vertoeven. De stad had zeer weinig wat mij aantrok: de onder Mehemed-Ali aangelegde -en weder half vervallen werken konden mijne belangstelling niet wekken; het heden -is hier bij uitnemendheid dor en prozaïsch, en van het verleden zijn maar luttel sporen -overig. Zoo geschiedde het dan, dat ik reeds den derden dag na mijne aankomst te Alexandrië -mij gereed maakte tot den tocht naar het binnenland, naar de hoofdstad, naar Kaïro. -Hoe ik die reis zou doen, was haast geen vraag meer: een spoorweg verbindt de beide -steden met elkander; en hoezeer mij in het klassieke land der Pharaonen een spoorweg -nog meer dan elders een gruwel was, zag ik mij toch wel verplicht er plaats in te -nemen, omdat haast iedere andere geschikte reisgelegenheid ontbreekt. Ik steeg dan -in een spoorrijtuig en liet mij naar Kaïro voeren. -</p> -</div> -</div> -<div class="div2 section"> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">II.</h3> -<div class="argument"> -<p class="first">Kaïro<span class="corr" id="xd31e156" title="Bron: ,">.</span>—De pyramiden.</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was in den waggon bijna niet uit te houden van wege de hitte. De reizigers, aamechtig, -en zwijgend naast en tegenover elkander gezeten, hadden zich van alle overtollige -kleedingstukken ontdaan, en poogden zich vergeefs te verweren tegen de stikkende warmte -die door de zoldering, door de wanden, door de vensters, naar binnen drong. De zon -straalde aan den koperen hemel, en overgoot het geheele landschap met een hel gele -tint. Geel is de mulle zandgrond, die zich, zoo ver het oog reikt, naar alle zijden -uitstrekt, slechts schaars afgewisseld door enkele boomgroepen en schamele hutten. -En ook deze zelfs zijn met geel stuifzand overtogen, als wilden ze de eenheid van -kleur niet verbreken. Het is een treurig, somber gezicht: ge voelt en bespeurt het -aan alles, dat ge hier in de onmiddellijke nabijheid zijt der woestijn, wier verzengende -adem u de keel verschroeit, wier vluchtig zand u en alle omringende voorwerpen overdekt. -Is dit naakte land de wijd beroemde Delta, de korenschuur van Egypte en weleer van -Rome, waar de onuitputtelijke bodem honderdvoudige oogsten droeg? Neen, de eigenlijke -Delta ligt verder oostwaarts: tot hier dringen, althans tegenwoordig, de wateren van -den Nijl niet door, en waar deze niet komen, daar heerscht de dood. Nog eens, ge zijt -hier eigenlijk in de woestijn, die Egypte omgordt, die het bedreigt en voortdurend -voorwaarts dringt om ieder plekje te veroveren, dat de zegen brengende golven der -heilige rivier niet bereiken kunnen. En sedert het turksche despotisme zijn looden -schepter over dit land uitstrekte, en alle werkzaamheid en geestkracht bij de bevolking -werd uitgedoofd, heeft de woestijn reeds menige verovering gemaakt, en heerscht de -huilende wildernis, waar vroeger een bloeiende hof de oogen verkwikte. -</p> -<p>Zonder groote overhaasting rolt de trein voort, en laat van tijd tot tijd een schellen, -doordringenden <span class="pageNum" id="xd31e162">[<a href="#xd31e162">19</a>]</span>kreet hooren, die een vreemd contrast vormt met de ernstige stilte van het landschap -en met het eigenaardig weemoedig getingel der klokjes van de kameelen, die ter zijde -op den lageren rijweg, of liever de heerbaan, in breede karavanen of enkele groepen, -door ettelijke drijvers geleid, voorttrekken. Na eenigen tijd aldus voortgestoomd -te hebben, bereikten wij Kafr-el-Zayat, het eenige station tusschen Alexandrië en -Kaïro, waar de trein een poos stilhoudt, om den reizigers gelegenheid te geven tot -het gebruiken van eenige ververschingen in het onooglijke vierkante stationsgebouw. -Ieder beijverde zich, om zoo goed het ging eenige spijs of drank meester te worden; -en welhaast klonk weder de duivelengil der locomotief, en spoedden wij ons door het -brandend heete zand naar de wagens. Maar niet zonder even een blik geworpen te hebben -op de waggons der derde klasse, of geheel open of half overdekt, en meest allen volgepropt -met Egyptenaars, Turken, Arabieren, Armeniërs, mannen en vrouwen, in bonte kleederdracht. -Wat rijkdom van kleuren en lijnen viel hier te bespieden, wat prachtige groepen te -bestudeeren en af te teekenen, zoo slechts de tijd er niet toe ontbroken had. Een -vreemden indruk vooral maakten de vrouwen, in donkerblauwe mantels gehuld, en allen -met dien zonderlingen witten sluijer, die, onder de oogen aanvangende en door koralen -snoeren aan het hoofddeksel verbonden, over gelaat, hals en boezem nedervalt en soms -tot bijna aan de voeten reikt. Van het aangezicht is alzoo niets te zien, dan het -goudblonde voorhoofd en twee paar donkere oogen, die half spookachtig over den sluier -heenstaren. Doch eer ik mij in de beschouwing dier groepen en figuren verlustigen -kon, stond de trein gereed de reis te hervatten en stapte ik weder in den wagen. Het -was bijna nog heeter dan zoo even, en met hijgend verlangen zagen wij allen uit naar -het einde van den vermoeienden en vervelenden tocht. Na lang wachtens kwam dat einde: -de trein floot wederom en hield stil: wij waren te Kaïro. -</p> -<p>Te Alexandrië hebt ge een eersten blik geworpen op de wereld van het Oosten, maar -die wereld verschijnt u daar in te onzuivere, te vermengde gestalte om u van haar -een eenigszins juist denkbeeld te kunnen vormen. Hier in Kaïro daarentegen overtuigt -u alles dat ge werkelijk in het Oosten zijt: het europeesche, het frankische element, -ook al ontbreekt het hier niet, neemt toch niet de eerste plaats in. De metropolis -der Fatimiden, de stad van Salah-ed-din, el-Musr-el-Kahirâ, is nog altijd een koninginne -onder de steden van het Oosten. -</p> -<p>Hoe schilderachtig ligt ze daar, de groote hoofdstad, op korten afstand van den Nijl, -tegen de bergen van Mokattam aangeleund. Verg van mij geene beschrijving van hare -<span class="sic">honderde</span> moskeeën—sommigen, zoo als de moskee el-Azhar, de moskee van Hassan, meesterstukken -van arabische bouwkunst; van hare paleizen en feodale burchten; van hare bazars en -fonteinen. Slechts enkele beelden, die voor mijne herinnering oprijzen, wil ik u schetsen. -</p> -<p>Volg mij in de gedachte door de nauwe, kronkelende straten, ter wederzijde door de -sombere muren der huizen ingesloten. Van afstand tot afstand slechts eene nauwe deur: -iets hooger, de uitstekende getraliede balkons, de <i>moesjarabiëhs</i>. Maar, wanneer de deur opengaat, ziet ge, als in een visioen, eensklaps den met marmer -geplaveiden binnenhof, de albasten zuilen, den springenden straal der fontein; een -groep, schitterende van licht en kleur, als een morgenlandsche sproke;—de deur valt -toe: alles wordt weder somber en naakt, eenzaam en doodsch. -</p> -<p>Volg mij naar de bazars en meng u onder de menigte, die zich daar, onder de uitgespannen -tentdoeken, ernstig en zwijgend voortbeweegt te midden der winkels, waar geborduurde -zadels en purperen muilen, wonderschoon gestikt, om den prijs dingen met prachtige -armbanden, uit de hand gewerkt; met heerlijke sabels, wier kostbaar bewerkte greep -schittert van goud en email; met geurige reukflesschen, in veelkleurige linten gewikkeld. -Rustig zitten daar de arabische en perzische kooplieden, te midden van hun winkel -neergehurkt: de mousseline tulband overschaduwt hun ernstig schoon gelaat; met de -oogen ter aarde geslagen, rooken zij ongestoord hun <i>narghileh</i>, en nemen zelfs geen oogenblik de moeite u eenige opmerkzaamheid te schenken. De -menigte, de bonte, veelkleurige menigte, beweegt zich rusteloos langs hunne magazijnen: -zij letten er niet op; gij blijft voor hun winkel staan, blijkbaar met het doel om -iets te koopen: de kalme handelaar geeft er geen acht op; eerst wanneer ge rechtstreeks -eene vraag doet, zal niet hij, maar de knaap die nevens hem staat, u antwoorden, en -slechts in het laatste, beslissende oogenblik zal de koopman, met enkele korte woorden, -zich in het gesprek mengen, als bewees hij u eene gunst, niet gij hem. Hetgeen evenwel -niet belet, dat hij u, zoo er maar eenigszins kans op is, gruwelijk beet zal nemen. -</p> -<p>Hoor, daar klinkt de schorre kreet van den kameeldrijver: eene lange rij van slanke -kameelen trekt langzaam voort; onhoorbaar vallen hunne gelijkmatige schreden op den -zandigen grond; de kwasten hunner tuigen, met schelpen van de Roode zee versierd, -rinkelen als kristal. Tusschen de kameelen heen, dringen zich met haastigen tred de -ezels, door opgeschoten knapen in blauwe buizen en met witte kapjes op het hoofd, -onder onophoudelijk geschreeuw, voortgedreven. In den wijden zadel zit, in haar donkerblauwen -mantel gehuld, met den witten sluier voor het gelaat, eene of andere <i>sittih</i>, (dame), die zich naar de bazars begeeft. -</p> -<p>Eensklaps weerklinken de scherpe tonen der trompet: een wanklank te midden dezer eigenaardige -geluiden:—ruimte voor het leger van den Pâsja!—Zie, de zwarte, donkerbruine, gebronsde -aangezichten, zoo vreemd afstekend bij die half-europeesche uniformen; wilde zonen -der woestijn zijn het, maar half door de krijgstucht getemd; eene plaag voor het land, -vaak meer dan een schrik voor den vijand. -</p> -<p>Esbekiëh! ik wandel weder in gedachte onder uw heerlijk lommer. Esbekiëh is een groot -plein, eigenlijk een reusachtig breede zandweg, met heerlijke lanen van olmen en sykomoren. -Tusschen het dichte groen schemeren de gevels der van gelen zandsteen opgetrokken -<span class="pageNum" id="xd31e184">[<a href="#xd31e184">20</a>]</span>europeesche huizen. Aan de eene zijde van het plein ligt het groote engelsche hôtel, -waar ik mijn intrek had genomen. Eene telkens afwisselende schare van voorbijgangers -beweegt zich voortdurend over deze ruime vlakte. Zie daar den waterdrager, zwoegende -onder den zwaren last zijner beide vaten, die hij beneden aan den zoom der rivier -met het heerlijke Nijlwater heeft gevuld; zie de fruitverkoopster, in wier omgebogen -handpalm de stapel gouden oranjeappelen rust, zoo veilig en vast, als de welriekende -korf op haar donkere vlechten; een bronskleurig kindeke, met oogen als starren en -kaal geschoren hoofd, troont op den ronden schouder en slaat argeloos de armpjes om -het voorhoofd der moeder. Zie, ter zijde, dien afstammeling van den profeet, dien -grijsaard met den groenen tulband, en den zilverwitten, tot zijn kashmiren gordel -afdalenden baard; in breede, statige plooien omgolft hem zijn ruim, oud-oostersch -gewaad; om zijne strenge lippen speelt een smadelijke glimlach, en uit zijne half-neergeslagen -oogen schiet een straal van haat en verachting voor het gewoel en bedrijf der luidruchtige, -half-frankische schare, die de heilige stad der Khalifs bezoedelt. Zie de vreemdelingen, -uit bijkans allerlei tongen en natiën verzameld: Europeanen, Arabieren, Grieken, Armeniërs, -Turken, Algerijnen, Nubiërs, Negers: allen in eigenaardige kleeding, onderscheiden -in houding en gelaatskleur, in spraak en gebaar en physionomie: een tafreel, zoo bont, -zoo rijk in lijnen en kleuren, dat een bekwamer penseel <span class="corr" id="xd31e186" title="Bron: dat">dan</span> het mijne wellicht vergeefs pogen zou u den indruk daarvan weder te geven. -</p> -<div class="figure floatLeft p1868-020width"><img src="images/p1868-020.jpg" alt="Fellah-vrouw." width="379" height="720"><p class="figureHead">Fellah-vrouw.</p> -</div><p> -</p> -<p>Verlangt ge rustiger tooneel? Tegen de helling der bergen ligt de groote nekropolis, -de doodenstad van Kaïro. Daar branden, in het heete middaguur, de zonnestralen op -het gele zand rondom de graven der Khalifen. Eenzaam en verlaten verheffen de mausoleeën -hunne koepels in de strakke lucht: de ruwe wanden van den Mokattam vormen den somberen -achtergrond. Daar slapen zij, de geweldigen, de mannen des bloeds, die mede den jammer -der verwoesting over het schoone Egypte hebben gebracht. Het felle zonnelicht omspeelt -de opengewerkte koepels, de uitgehouwen tulbanden, de fantastische lijnen. Het is -hier doodstil: rondzwervende honden huilen in de verte, te midden der lijkgesteenten; -nergens is eenig menschelijk wezen te bespeuren. Ondanks de verstikkende hitte huivert -ge, en spoedt u voort. -</p> -<p>Kom mede naar een plek vol leven en koelte, vol weelde en schaduw, naar de tuinen -van Sjoebrah, het zomerpaleis van den Onderkoning. Uren lang zoudt ge wandelen en -rusten en droomen onder deze levende gewelven van eeuwig groen, onder die prachtige -sykomoren, die heerlijke oranjeboomen; in die schemerende schaduwen, waar het licht -slechts flauwelijk doordringt en een doorzichtig halfdonker heerscht, een smaragden -glans, zoo wonderschoon, zoo tooverachtig.… Dwaal voort onder de groene portico’s -door lianen omlijst; dwaal voort door de slingerende labyrinthen van myrthenhagen, -door de duizendkleurige bloemperken, door de dichte bosschages van cypressen, waarboven -de slanke palm zijne wuivende bladerkroon verheft. Boven uw hoofd buigen de citroenboomen -hunne bloeiende twijgen; de rozenstruiken vlechten geurige priëelen; de jasmijnen -hangen hare schitterende festoenen op; narcissen en tuberozen ademen hare betooverende -geuren. De zonnestralen spiegelen ginds op de sluimerende vijvers; de fonteinen laten -hare diamanten stralen nederdruppelen in porphyren kommen; een eerbiedige stilte huivert -door geheel den omtrek en noodigt u tot mijmerend droomen, uren en uren lang. Niets -stoort u. Van tijd tot tijd slechts wandelt, onder de dichte schaduw der sykomoren, -een zwarte slaaf. Ook hij droomt van de eindelooze woestijn, van de ouadi met de bron, -waarboven de enkele palmen wuiven en waaromheen de versmachtende karavane zich legert; -van het eenzame Negerdorp, in de wouden verscholen nabij den oever der groote rivier. -<span class="pageNum" id="xd31e196">[<a href="#xd31e196">21</a>]</span></p> -<p>Maar, gegroet, heerlijk paradijs van Sjoebrah; gegroet Esbekiëh; en bazars en straten -van Musr-el-Kahirâ! Mij roept de Nijl en het oud-geheimzinnige Egypte, het wonderland -der pyramiden. -</p> -<p>De pyramiden. Ik had ze reeds uit de verte aanschouwd, toen ik, van een der toppen -van den Mokattam, de stad Kaïro en het prachtige Nijldal overzag. Ginds aan den horizon, -boven de eindelooze gele golvende vlakte der woestijn, verhieven zich de ontzaggelijke -gevaarten in de heldere lucht en lokten mij aan met onwederstaanbare macht. Zeer zeker -zou ik daarheen gaan. „Ja—zeide de gedienstige kastelein—ja, Sir, de pyramiden moet -gij gaan zien, maar dan moet ge gezelschap opzoeken: want, ziet ge, de Bedouïnen, -die als gidsen met u gaan, zijn schurken: zij zouden u ligt kunnen berooven.”—Ik stelde -mijn bezorgden waard gerust, en verzocht hem slechts, mij een vertrouwden ezeldrijver -mede te geven. Hij beloofde daarvoor te zullen zorgen, en zoo besloot ik tot den tocht. -</p> -<div class="figure floatRight p1868-021width"><img src="images/p1868-021.jpg" alt="Fellah-vrouw." width="373" height="720"><p class="figureHead">Fellah-vrouw.</p> -</div><p> -</p> -<p>Het was een heerlijke morgen. De zon was nog niet boven de kimmen gerezen: een flauw -licht omvloeide het landschap: zacht ruischte de <span class="sic" title="Verbetering: ochtendwind">uchtendwind</span> door de toppen der olmen en sykomoren op het plein Esbekiëh. Abdallah, een bediende -van het hôtel, een kloek en flink jonkman, met bruin gelaat en flonkerende oogen, -een echte Fellah-kop, stond met den ezel gereed: ik steeg op en wij aanvaardden de -reis. Voort ging het over een breeden zandweg, door struikgewas omzoomd: ter wederzijde -moestuinen en akkers, hier en daar door woningen afgewisseld. Het was nog stil op -den weg: slechts enkele fruitverkoopers, waterdragers en kudden ezels kwamen ons van -tijd tot tijd tegen. -</p> -<p>Inmiddels is het dag geworden: de felle zonnestralen beginnen over geheel het landschap -eene zee van licht uit te gieten die bijna overal elke schaduw verzwelgt. Wij zijn -te Oud-Kaïro of Fostat, een vervallen vlek, met meest uit hout en leem opgetrokken -huizen van eene verdieping. Bij eene kromming van den weg omslaande, zag ik plotseling -den Nijl voor mij: eene geweldig breede rivier, zacht kabbelend hare geelachtige wateren -voortstuwend tusschen twee eenigszins heuvelachtige boorden. Aan de overzijde teekenen -zich, maar even zichtbaar, de woningen en palmen tegen den wit-gelen hemel af. Een -breed vaartuig met platten bodem wacht ons beneden aan den oever. Weldra zijn wij -ingescheept; de schipper maakt het driehoekig zeil los; de frissche morgen wind doet -het zwellen—en wij drijven den Nijl op. Langzaam klieft de boot de breede watervlakte, -een meer gelijk; en terwijl de vuurroode, stralende zonneschijf boven de toppen van -den Mokattam stijgt, en lichtvonken strooit over den statig ruischenden vloed, staar -ik, in gepeins verzonken, voor mij uit. Ik denk aan de nog altijd verborgen bronnen -der geheimzinnige rivier, tot wier oorsprong nog geen Europeër mocht genaken. Ik denk -aan de ondoordringbare wouden en onafzienbare stoppen van haar ver, ver geboorteland, -ginds in het hart van Afrika, waar rondzwervende Negerstammen sinds eeuwen en eeuwen -hun eenvoudig herdersleven leiden; waar, in de hooge grasvelden en dichte slingerplanten -der savannas, en in de donkere tamarisken- en sykomorenwouden, leeuwen en olifanten, -hyenas en rhinocerossen, antilopen en reuzenslangen huizen; terwijl uit de wateren -van den jongen vloed de geharnaste krokodil den spitsen muil opheft, en de logge hippopotamus -den wanstaltigen kop tilt. Ik denk aan de kale zandvlakten en aan de ruwe, naakte -gebergten van Nubië, waartusschen de machtige rivier zich, bruischend in katarakt -bij katarakt, dwars door en over de granietrotsen een weg baant, tot zij eindelijk -bij de palmbosschen van Syene de grenzen van Egypte bereikt. Daar wacht haar een laatste -kamp. Tusschen de rotseilanden Philae en <span class="pageNum" id="xd31e210">[<a href="#xd31e210">22</a>]</span>Elephantine door baant zij zich, schuimend en wervelend, een weg over de verspreide -granietblokken; maar eens dien laatsten slagboom doorgebroken, vervolgt zij rustig, -in kalme majesteit, haar weg naar de Middellandsche zee, waar zij uitrust van haren -langen tocht. Doch eer zij, door zeven monden, hare wateren in de zee uitstort, schept -zij zich, van Syene tot Alexandrië en Damiate, een eigen wonderland. Zie, zoodra zij -den bergpas is doorgeworsteld, treden ter wederzijde de gebergten terug, en laten -voor den stroom een dal, dat tot voorbij Kaïro gemiddeld eene breedte van vier tot -zes uren heeft. Ter rechter zijde verheffen zich steile, kale rotsgebergten, waar -boom noch plant tiert, en die, dwars van diepe, dorre dalen of kloven (ouadis) doorsneden, -zich tot de kusten der Roode zee uitstrekken. Ter linkerzijde wordt het dal begrensd -door de minder steile glooiingen van het <span class="corr" id="xd31e212" title="Bron: libysche">lybische</span> gebergte, een breede rotsige keten, die de vruchtbare vallei beschermt tegen het -doodelijke stuifzand der woestijn. Daar, in dat breede dal, stuwt nu de stroom zijne -wateren voort, en overal waar hij, bij zijne jaarlijksche overstroomingen, zijne met -slib bezwangerde golven brengen kan, siert zich de grond met kruid en vrucht, met -honderdvoudigen oogst; waar zijne wateren niet komen, daar heerscht de dood. Egypte -is, in den vollen zin des woords, eene schepping van den Nijl en dankt nog voortdurend -aan den Nijl zijn gansche bestaan. Werd deze stroom te Syene opgehouden, of wel traden -zijne wateren niet telken jare buiten zijne oevers, geheel het land werd eene wildernis, -eene naakte woestijn, voor mensch nog dier bewoonbaar. Want in geheel Egypte geen -tweede rivier, geene beek of bron, geen ander water dan de rivier, dan de Nijl, de -„vader des lands”, de bron van allen zegen. -</p> -<p>Wat wonder, dat de oude bewoners van Kemi (Egypte) den Nijl—of gelijk hij in hunne -taal heette, den Jaro—heilig hielden, hem eerden als eene godheid? Wat wonder ook, -dat geheel hun maatschappelijk en geestelijk leven, geheel hun denken en werken, den -machtigen invloed ondervond van het zoo eigenaardige natuurleven in dat wondervolle -Nijldal, met zijn geheimzinnigen stroom: geheimzinnig en ondoorgrondelijk, niet alleen -in zijne oorsprongen, maar ook in zijne geregeld wederkeerende overstroomingen, in -geheel het regelmatig en toch zoo dramatisch verloop zijner lotgevallen? -</p> -<p>Maar de boot heeft den tegenoverliggenden oever bereikt: wij bestijgen den hoogen -rand en spoeden ons voort, over een heuvelachtig terrein, waarover de armelijke woningen -van het dorp Dsjizeh verspreid liggen. De horizon voor ons uit wordt breeder en breeder, -als naderden wij de kusten eener verwijderde zee: verblindend straalt en weerkaatst -de felle zonnegloed op het gele zand, dat meer en meer de overhand verkrijgt; weldra -hebben wij den oever der geheimzinnige zee, die ons reeds van verre had tegengeblonken, -bereikt. Nooit zal ik den aangrijpenden indruk van dit oogenblik vergeten. Naar alle -zijden, zoo ver wij zien konden, strekten zich de zwijgende zandvelden en heuvels -uit:—nergens eenig spoor van leven, geen boom, geen struik, geen grassprietje was -te bespeuren, geen vogel, geen insekt zelfs: niets dan de dood, de dood, in zijn dofgeel -lijkkleed van gloeiend zand. -</p> -<p>„De pyramiden!” riep Abdallah—en plotseling zag ik op. En ja, daar verhieven zij zich -uit de doodsche zandzee, drie gele, driehoekige rotsen, drie reusachtige hoopen steen. -Naarmate wij naderden, schenen zij in hoogte en omvang te groeien;—scherper teekenden -zich de witte lijnen tegen de lucht;—weldra kon ik de groote vierkante steenblokken -onderscheiden;—nog eenige oogenblikken, en wij rijden een zandheuvel op en stijgen -af aan den voet der grootste pyramide, de pyramide van koning Chufu of Cheops, zoo -als Herodotus hem noemt. -</p> -<p>Het is moeielijk te zeggen, welk gevoel zich op dit oogenblik van mij meester maakte. -Zoo vaak ik, niettegenstaande het felle zonnelicht mij de oogen schemeren deed, naar -boven, naar den top der pyramide opzag, overviel mij een gevoel van kleinheid en machteloosheid, -een zekere angst tegenover deze ontzettende, deze alles overweldigende grootte: het -was mij soms of de onmetelijke massa, aan wier voet ik stond, op mij zou nederstorten. -Het duizelde mij, en ik was verplicht een oogenblik op den grond te gaan zitten en -de hand voor mijne oogen te houden. Ik weet niet of gij dit gevoel kent: het had mij, -maar in veel geringer mate, enkele malen ook aangegrepen bij den blik op sommige onzer -oude gothische kathedralen, vooral bij schemeravond. En wat zijn onze torens en kathedralen -bij deze pyramide? Cijfers zijn dood en spreken noch tot het hart noch tot de verbeelding: -daarom baat het u luttel als ik u zeg, dat de pyramide van koning Chufu, schoon hare -spits afgebrokkeld is, nog een hoogte bereikt van ruim 450 voet: maar misschien zal -dat dorre getal begrijpelijker voor u worden, wanneer ik er bijvoeg dat deze hoogte -die der hoogste torens in Europa evenaart of overtreft, en zoo ongeveer het dubbele -bedraagt van die der Oudekerks-toren te Amsterdam, en anderhalfmaal de hoogte van -den domtoren te Utrecht. Doch het is deze duizelingwekkende hoogte niet alleen, het -is vooral de ontzaggelijke omvang, de ontzettende massa, die zulk een overweldigenden -indruk maakt. Wederom wil ik u cijfers sparen: bedenk alleen dit, dat de grootste -tempel der Christenheid de Sint-Pieterskerk van Rome, geheel binnen deze pyramide -zou kunnen worden geplaatst, zonder ergens de buitenwanden te raken. -</p> -<p>Maar, toen ik daar aan den voet der pyramide stond, dacht ik aan cijfers noch vergelijkingen, -en ik had geene ooren voor wat mijne gidsen, waarvan er twee goed engelsch spraken, -mij verhaalden. Een hunner had mij reeds medegedeeld, dat de pyramiden waren gebouwd -door den reuzenkoning Gan ibn Gan, die lang voor Adam had geleefd. En inderdaad, ik -begreep het sprookje: want te gelooven dat deze wonderen door menschenhand, ja veellicht -door de hand zijner eigene voorouders, zijn gewrocht, is voor den hedendaagschen Fellah -niet wel mogelijk. Wij zelven, schoon we beter weten, wij zelven hebben moeite hier -aan geene onbekende, bovennatuurlijke krachten te gelooven. Want bedenk: deze ontzaggelijke -steenklompen, in regelmatig slinkende rijen tot honderde voeten <span class="pageNum" id="xd31e221">[<a href="#xd31e221">23</a>]</span>hoog opgestapeld, zijn ginds, aan gene zijde der rivier, in de oostelijke gebergten -uitgehouwen. Zij moesten alzoo over den vloed gevoerd, en uren ver naar de grenzen -der woestijn gebracht worden. Maar dit is niet alles: de pyramiden verheffen zich -op een vooruitstekend bergplateau, dat ter hoogte van honderd-veertig voet, vrij steil, -uit de zandvlakte oprijst. Welke arbeid is er noodig geweest, om de gehouwen steenklompen -tegen deze hoogte op te werken, en ze dan op elkander te stapelen en in elkander te -voegen tot de reuzenbouw voltooid daar stond? En toen de pyramide dus stond, vertoonde -zij niet, als nu, nu zij door den tijd, en meer nog door de roofzuchtige handen der -Arabieren geschonden is, een kolossale giganten trap van twee-honderd-vijf treden; -neen: geheel hare oppervlakte was, van boven tot onder, met gepolijst graniet (soms -ook wel marmer) bekleed, zoodat van den eigenlijken steen niets te bespeuren was. -Zie, als wij dit alles bedenken, komt het ons niet langer ongeloofelijk voor, wanneer -Herodotus bericht, dat honderd-duizend menschen dertig jaren lang aan dit werk bezig -waren. De bouw van den hellenden weg alleen, waarlangs de steenen naar het rotsterras -moesten worden opgevoerd, vorderde tien volle jaren; nog twintig anderen vervlogen -eer de pyramide voltooid was. En dat alles waarvoor? Alleen om den koning Chufu een -graf te bereiden! Men heeft, in later tijd, moeite gehad dit te gelooven: men heeft -de pyramiden voor astronomische gebouwen, eene soort sterrewachten, aangezien; men -heeft naar allerlei oogmerken gegist, om den bouw dezer ontzaglijke steenklompen—die, -de voortreffelijke bewerking van den steen daargelaten, toch hoegenaamd geen kunstwaarde -hebben—te verklaren. Dat het in eens menschen hoofd kon opkomen, zulk een gevaarte -te stichten, enkel en alleen om er zijne doodkist in te plaatsen:—zie dat scheen volstrekt -ongelooflijk! Toch is het zoo: de naam zelf van pyramide (egyptisch <span class="sic">P=uro=ma</span>, letterlijk: Koningsgraf) geeft dit reeds te kennen: zij is niets meer dan de reusachtige -grafkamer, waarin het lijk van den Pharao, den Zoon der Zon, den Beheerscher des Volks, -rust. Welk een licht werpt dit op geheel den maatschappelijken toestand eens volks, -waarvan honderd-duizend man, dertig jaren lang, gedwongen konden worden aan het grafmonument -des konings te arbeiden! En bedenk dan ook, dat er weleer ruim veertig pyramiden, -zoo grooten als kleinen, de graven van even zoo vele koningen, in de nabijheid der -oude hoofdstad Memphis verrezen! Vergeet echter ook niet, dat de buitengewone zorg -voor lijken en graven een diep ingewortelde karaktertrek van geheel het egyptische -volk was; aan de rustplaatsen der dooden besteedden zij veel meer zorg en moeite dan -aan de huizen der levenden: deze laatsten waren, in hun oog, slechts herbergen, de -graven daarentegen de eeuwige woningen. Geen wonder dus, dat waar allen er in de eerste -plaats op bedacht waren, zich een statig en sierlijk graf te bereiden, de koning vooral -zich eene eeuwige woning wilde bouwen, die ook aan het verste nageslacht zijne macht -en heerlijkheid zou vermelden, en waar hij, ongestoord, den langen doodslaap slapen -kon. Immers, welke sterfelijke hand zou hem aanroeren, wanneer eenmaal zijn gebalsemd -lijk was nedergelegd, in de granieten kist, daar in het kleine, donkere vertrek in -het hart der reusachtige pyramide, waarvan de ingang zorgvuldig gesloten en bedekt -werd? Toch geschiedde het! Ongeveer 800 jaren na Chr., toen de Khalif Al-Mamoem over -Egypte regeerde, werd de verborgen ingang der groote pyramide ontdekt: wilde Saracenen -drongen naar binnen, worstelden zich door de enge gangen, en bereikten, ondanks alle -hinderpalen, de stille grafkamer, waar koning Chufu toen reeds vier duizend jaar ongestoord -had gerust. De granieten lijkkist konden de roovers niet medenemen—die staat heden -nog op hare plaats—maar het lijk werd er uit en naar buiten gesleept. De koninklijke -mummie was overal met kostbare gesteenten versierd: op de borst prijkten de beeltenissen -der vier doodenwachters in gedreven goud; aan het olijfkleurige voorhoofd straalde -een karbonkel van zeldzame grootte. De barbaren plunderden de edelgesteenten en het -goud, wierpen de mummie op het veld en vertraden ze tot stof.… Aldus eindigde de groote -koning Chufu. -</p> -<p>Eer wij naar boven klauterden, wenschte ik het inwendige der pyramide te zien. De -ingang is aan de noordoostzijde, op den vijftienden trap. Ik nam vijf mijner gidsen -mede, en beval de overigen buiten te wachten. De fakkels werden aangestoken en met -moed de tocht aanvaard. Maar … gemakkelijk of aangenaam is die reize niet. Vooreerst -gaat de weg steil naar beneden; en ten andere—en dat is het ergste—is de nauwe gang -maar drie en een halve voet hoog, zoodat men letterlijk op handen en voeten voortkruipen -moet. Daarbij omgeeft u welhaast de volstrekste duisternis, welke de walmende en stinkende -fakkels slechts noode, vlak voor u, verdrijven kunnen. Toen wij dus een heel eind -voortgekropen en gegleden hadden, werd de weg plotseling door een granietblok versperd. -Toen, voor duizend jaar, de Arabieren tot hier gekomen waren en niet verder konden, -verbrijzelden zij, naar buit dorstend, den zandsteen nevens het granietblok en kropen -er om heen. Wij volgden denzelfden weg, en kwamen nu in een even nauwen en lagen gang, -die echter ditmaal naar boven liep. Doch liever dus, dan naar beneden. Weer gaat het, -met moeite en arbeid, kruipende en hoestende en worstelende voort, tot wij een soort -van portaal bereiken, waarvan de zoldering ongeveer dertig voet hoog was. Hier konden -wij althans rechtop staan en adem halen. Aan onze rechterhand was eene loodrechte -kloof of liever sleuf, die, volgens het zeggen mijner gidsen, geen bodem had en nooit -eindigde. Dit is natuurlijk dwaasheid: daar in de diepte moet nog een kamer zijn: -maar hoewel ik stukken brandend papier en zelfs een fakkel naar beneden wierp, ook -ik vermocht geen grond te ontdekken. En om zelf in den nauwen koker af te dalen: daartoe -gevoelde ik geen lust.—Tegenover ons voerde een vlakke, zeer enge gang verder de pyramide -in; hooger op was weder een andere gang, die naar boven liep. Om in dien gang te komen, -moesten wij tegen den muur opklauteren: met behulp van uitgehouwen <span class="pageNum" id="xd31e228">[<a href="#xd31e228">24</a>]</span>gaten, waarin de handen en voeten moeten worden geplaatst, gelukte dit; schoon niet -zonder moeite, daar de gaten zeer ver van elkander zijn verwijderd. De tamelijk breede -en hooge gang, waarvan de zoldering in de tastbare duisternis verdwijnt, loopt steil -naar boven. Half gedragen en aan de hand geleid door mijne Bedouïnen klauterde ik -voort. Nogmaals door een laag, smal gangetje gekropen: eindelijk staan wij voor den -ingang eener ruime, hooge kamer: de grafkamer van koning Chufu. Vloer, wanden en zoldering -zijn met gepolijst graniet bekleed, thans, door den tijd en den rook der fakkels, -zwart en smerig geworden. De lijkkist is evenzoo van gepolijst graniet, zeven voet -lang, drie voet breed, en drie en een halve voet hoog. Het deksel is spoorloos verdwenen; -wat van het lijk geworden is, zeide ik reeds. -</p> -<div class="figure p1868-024width"><img src="images/p1868-024.jpg" alt="Medinet-aboe." width="618" height="720"><p class="figureHead">Medinet-aboe.</p> -</div><p> -<span class="pageNum" id="xd31e233">[<a href="#xd31e233">57</a>]</span> -</p> -<div class="figure p1868-057width"><img src="images/p1868-057.jpg" alt="Kom-Ombos." width="720" height="536"><p class="figureHead">Kom-Ombos.</p> -</div><p> -</p> -</div> -</div> -<div class="div2 section"> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">III.</h3> -<div class="argument"> -<p class="first">De pyramiden.—De groote Sphinx.—De Nijlbark.—Op den Nijl.</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Na eenige oogenblikken toevens verlieten wij de grafkamer van koning Chufu, en keerden -langs denzelfden weg, dien wij gekomen waren. Er is nog een ander vertrek in de pyramide, -onder dat des konings; naar dat vertrek, de kamer der koningin genoemd, voert de smalle -lage gang, die op het straks beschreven portaal uitkomt. Daar ik echter wist dat dit -vertrek geheel ledig is, gevoelde ik geen begeerte den benauwden gang door te kruipen, -om daarheen te gaan. Integendeel: ik voelde mij recht gelukkig, toen ik, aan het einde -der enge sleuf, waardoor wij ons naar boven worstelden, den donkerblauwen hemel en -het onbegrijpelijk sterke zonnelicht schitteren zag. En toen ik, vermoeid en bestoven, -naar buiten trad en rondstaarde, nog half verblind van den plotselingen overgang in -het felle licht: toen scheen mij de naakte woestijn, met hare gele zandheuvels en -bruinachtige rotsen, haast een bekoorlijk landschap; en het gindsche Nijldal, waarvan -het frissche geboomte van verre zichtbaar was, een hemelsch paradijs. -</p> -<p>Eene pooze van rust en verkwikking was noodig, eer wij den tocht naar den top der -pyramide aanvaardden. Want ook dit is eene moeielijke en uiterst vermoeiende reis. -De treden van deze kolossale trap zijn twee-en-een halve voet hoog: men moet dus letterlijk -springen om van de eene op de andere te komen. En op die wijze moet ge ruim tweehonderd -trappen bestijgen! Lang eer ge ter helfte zijt, ontzinkt u de kracht; en ik twijfel, -of wel een enkel europeesch reiziger den top bereiken zou, zonder de krachtige hulp -der Bedouïnen. Deze, met lange stokken gewapend, klauteren als katten naar boven, -en reiken u telkens de hand, om u van de eene trede op de andere te helpen. Hebben -zij met een bijzonder onhandigen of spoedig uitgeputten reiziger te doen, dan trekken -twee hunner hem aan zijne handen naar boven, terwijl een derde hem van achteren optilt -en voortduwt: maar <span class="pageNum" id="xd31e245">[<a href="#xd31e245">58</a>]</span>het ga hoe het gaat, voor zoo veel dit van de Bedouïnen afhangt, komt ieder op den -top. -</p> -<p>Ook ik bereikte dien eindelijk, zonk doodaf op het vlakke terras neder, en had eenige -oogenblikken van verademing noodig, eer ik genoeg tot mij zelven gekomen was, om een -blik te kunnen slaan op het wijde panorama, dat zich daar voor ons oog ontrolde. Maar -ook, zoodra ik eenmaal een blik op dat panorama geworpen had, was alle vermoeienis -vergeten. Voor mij lag het prachtige Nijldal, in al den tooi zijner wondervolle vruchtbaarheid: -akkers, tuinen, boomgaarden, elkander opvolgende en afwisselende in onafzienbare verte. -En daartusschen slingerde zich, als een breed lint, de machtige stroom, wiens wateren -schitterden in het zonnelicht; terwijl de witte zeilen der vaartuigen blonken als -kapellenvleugels. Bijna vlak tegenover ons, verhieven zich de torens en koepels van -het groote Kaïro, scherp uitkomende tegen den donkeren achtergrond van den Mokattam. -Noordwaarts heen verliest zich de blik in de wijde velden van de Delta, de rijke vruchtbare -vlakte, die de Nijl met zijn zeven armen omvat.—Achter mij, naar het westen, de woestijn, -de dorre huilende woestijn, ver, ver, eindeloos ver, zoo ver de schemerende blik staren -kan, hare gele zandgolven ontrollende. Niets treft u zoo zeer, op den top der pyramide, -als deze aangrijpende tegenstelling tusschen dood en leven: het paradijsachtige dal -vlak nevens de naakte wildernis, waar zelfs geen grassprietje tiert: en de grens tusschen -die beiden scherp getrokken door de bergketenen, die ter wederzijde den heerlijken -stroom in zijn loop begrenzen. -</p> -<p>Maar wat schemerende beelden uit den grijzen voortijd trekken hier uw oog voorbij! -Daar, aan den voet der pyramiden, tusschen de berghellingen en den stroom, ligt de -thans naakte, zandige vlakte, met steenen en verbrokkeld puin overzaaid, waar eens -Memphis stond, de aloude hoofdstad, ongeveer vier duizend jaren voor Christus door -koning Menes gesticht. Hier heerschten eenmaal gansche dynastieën van Pharaonen, wier -namen ons alleen uit verminkte koningslijsten bekend zijn, althans voor zoo ver de -herinnering hunner daden niet in beeld- of schilderwerk op tempels of obelisken, of -wel op de wanden hunner graven is bewaard. Hier troonde eens, in al zijne pracht, -de geweldige koning Chufu, op wiens reuzengraf wij staan; hier ook regeerden zij eens -allen, zij, die rustten in de veertig pyramiden, in een wijden boog rondom Memphis -gegroept. Waar zijn zij nu, en waar is de heugenis hunner daden? Ja waar is hunne -prachtige hoofdstad, met hare tempels en paleizen, hare obelisken en kolossen? wat -is er van gebleven? Niets dan de naakte vlakte en het armzalige Bedouïnen-dorp Memf, -dat nog, als ten spot, in zijn naam aan de schitterende metropolis der Pharaonen herinnert. -Behalve de pyramiden en een gebroken kolossus, rest er geen enkele herinnering aan -het oude Memphis, dan alleen de groote Sphinx. Zie daar, aan den voet der pyramide, -verheft zij haar reuzenhoofd uit het gele zand, waaronder geheel haar lichaam bedolven -is. Nog ter hoogte van bijna veertig voet steekt dat hoofd uit den lossen zandigen -bodem: maar toen de Sphinx voltooid in haar rotsdal lag, eer nog het woestijnzand -haar half overdekte, hief hij zich tot vier-en-zeventig voet boven den grond op. Het -hoofd zelf meet van de kruin tot de kin een-en-twintig voet; het liggende leeuwenlichaam -heeft eene lengte van ruim negentig voet. Deze reusachtige figuur is uit de rots zelve -gehouwen: een arbeid, die ook nog heden den aanschouwer verstomd doet staan. Over -welke hulpmiddelen, welke krachten en werktuigen konden dan die bouwmeesters van het -oude Kemi beschikken, dat zij werken tot stand brachten, die nog in deze eeuw, nu -het menschelijk vernuft zich honderdvoudige hulpbronnen heeft geschapen en over vroeger -ongekende natuurkrachten beschikt, voor wonderen zouden gelden? Zwaar heeft de Sphinx -geleden: minder nog door den tijd, dan door de hand der menschen. In een der laatste -oorlogen tusschen de Mammelukken, werd het hoofd der Sphinx tot mikpunt voor de kanonskogels -gebruikt! Wel is nog in het algemeen de ernstige, half-weemoedige, half-glimlachende -uitdrukking van het gelaat—aan alle egyptische koppen eigen—te herkennen; maar de -neus en een gedeelte van het linker oog zijn verdwenen, de kunstig bewerkte hairdos -is vernield en met gaten doorboord. Zoo ligt zij daar, eenzaam, in het zandige dal, -en staart nog altijd, als voor veertig eeuwen, met dat geheimzinnig gelaat, over de -omringende graven heen naar het Oosten, van waar de zon komt, wier stralen nog heden, -als voor veertig eeuwen, in de stille morgenure haar granieten voorhoofd met een goudglans -omspelen. Droomt zij ook soms van haar lang, lang verleden; van de vervlogen pracht -der oude dagen; van al de bonte tafreelen, eeuw aan eeuw voor haren blik ontrold! -O, zoo die steenen lippen zich konden openen en spreken: wat wondere sproke zouden -ze te verhalen hebben!.… -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Wij hadden met den eigenaar van eene bark een contract aangegaan voor eene reis op -den Nijl. Bij dat contract werd het vaartuig voor een onbepaalden tijd te onzer beschikking -gesteld, tegen betaling van zekere som, zoodat wij op ons gemak Egypte konden bezoeken. -Maar een logement is niet genoeg: er moet ook voor voeding gezorgd worden: want reken -er niet op, dat gij, wat gij noodig hebt, onder weg wel vinden zult. Vooreerst zijn -de <span class="corr" id="xd31e254" title="Bron: hotels">hôtels</span> en herbergen uiterst schaarsch, of liever ontbreken geheel, zoodra gij de groote -steden verlaat, waar de invloed der europeesche zeden zich laat gelden. Nu kunt ge -voorzeker wel levensmiddelen koopen: maar de leefwijze van het volk is hier meer dan -eenvoudig, en hunne keuken voor een europeesche maag niet wel bruikbaar. Ook leveren -de boorden van den Nijl, uitgenomen graan, weinig meer op dan melk, slechte boter, -meloenen, pistachen, komkommers, uien, linzen, spinazie, eieren, kippen, duiven en -kalkoenen. Wij sloegen dus een ganschen voorraad in: meel, deeg, oliën, zout, suiker, -azijn, wijn, koffie, thee, ingelegde groenten en vleesch; engelsche ham en hollandsche -kaas, de eenige die, onder een natten doek bewaard, eetbaar blijft; voorts hout, tabak, -thermometer en barometer; geweren en pistolen, papier <span class="pageNum" id="xd31e257">[<a href="#xd31e257">59</a>]</span>en potlood en pennen; photographische toestellen, tenten, wat weet ik? Het leek inderdaad -eene volksverhuizing in het klein, toen onze Nijlbark in de haven van Kaïro werd volgeladen. -</p> -<p>Daar blies de wind in ons groot blank zeil, en wij voeren de prachtige rivier op. -Ter linkerzijde dreven ons de voorsteden van Kaïro voorbij: Ramleh, met zijne dichte -rijen van <i>daäbies</i> of reisbarken; Boelak, met zijne drukke levendige haven; dan Sjoebrah, met zijne -portieken en marmeren hoven, met zijne breede kaaien en prachtige sykomoren; nog verder, -het oude paleis van Soliman-pâsja, den franschen renegaat, den hervormer van het egyptische -leger onder Mehemed-Ali; en de groote bazar van Massara-Adim. Ter rechterzijde verhieven -zich uit den breeden stroom de lachende weilanden en altijd groene bosschages van -het eiland Rhoda, waarachter in de verte de groote pyramiden oprijzen, wier schaduwen -zich verre uitstrekken over de gele zandvlakte der lybische woestijn. -</p> -<p>Het leven op den Nijl begon op de aangenaamste manier en onder de schoonste vooruitzichten. -Alom, in de nabijheid van Kaïro, zijn de oevers dicht bebouwd en bevolkt: vol leven, -kleur en afwisseling. Onze matrozen manoeuvreeren met het zeil, en zingen daarbij -een eigenaardig eentonig gezang, op eene zeer bijzondere, even eentonige wijze. Toch -trof mij dat lied en die melodie, meer dan de kunstigste muziek, de meest gekunstelde -zang dikwerf vermogen. Ik heb ze meer en elders gehoord, in de Campagna van Rome, -op de lombardijsche meren, in de zwitsersche Alpen, in de vlakten van Hongarije, in -de schotsche en noordsche berglanden, ja en elders nog, die wonderlijke volksliederen -met hunne zoo eenvoudige, zoo eentonige en toch zoo aangrijpende melodieën, waarin -telkens en telkens hetzelfde thema terugkeert, en die toch zoo oneindig rijk van uitdrukking, -zoo vol afwisseling zijn. Ik heb ze overal en altijd met innig welgevallen beluisterd, -en doe het ook nu, hier op den Nijl. Vooral des nachts, als het frisch en stil is -in het ronde, en wij op het platte dak onzer kajuit nederzitten; als de rozengloed -aan den hemel versmelt, en een voor een de groote starren verschijnen, zoo veel helderder -en schitterender dan bij ons; als de zilveren maan boven de bergen van den Mokattam -oprijst en met hare heldere stralen de schaduwen bijna verdrijft en den vloed tintelen -doet, als ware hij met zilver bestrooid; als overal in het ronde eene lichte, blauwachtig-zilveren -schemering heerscht, en de hemel als te zamen smelt met de zwevende omtrekken der -verre bergen; als van het strand, waar de kronen der slanke palmen zacht wuiven op -den avondwind, heerlijke geuren overwaaien; als geen ander geluid schier de heilige -stilte stoort dan het kabbelen der golven tegen den steven en de zijden onzer bark:—dan -vooral is het een genot te luisteren naar het halfluid gezongen lied van den stuurman, -in zijn witten mantel gehuld, staande bij het roer. Hoor, hoe zonderling klinkt die -toon: hij rijst en daalt langs alle trappen van den toonladder: nauw hoorbaar soms, -lichter en doorzichtiger dan de peri met etherische vleugelen, suist de melodie door -de stille, geurige lucht. Dartel-lachend of weemoedig tot schreiens toe, zweeft het -lied over het sluimerende schip, over de zacht ruischende wateren, over de donkere -oevers: het rijst, het zwelt, het daalt, altijd hetzelfde en toch altijd verscheiden.… -Zang van den sterveling, egyptische nachten, zacht gemurmel der rivier: o, als ik -aan u denk, dan klopt mij het hart, en rijst een traan in mijn oog. -</p> -<p>De reis op den Nijl heeft zeker hare ontberingen en ongemakken, waaronder vooral de -muskieten en andere ongedierten behooren, die u soms gruwelijk plagen;—maar zij heeft -toch ook hare eigenaardige vreugde en genietingen. Geen heirbaan, die er haalt bij -eene kalme, statige rivier, met bloeiende, schilderachtige oevers, waarlangs ge heen -wordt gevoerd, zonder dat ge u behoeft te vermoeien of te bewegen. Schilderachtige, -witte dorpen, in schaduw van palmen en olmen gegroept, dagen op: naarmate wij naderen, -verliezen zij hunne blanke reinheid, worden geel, worden zwart schier; tot zij weder -achter ons verdwijnen en ons uit de verte groeten, even schoon en helder als straks: -de lieve zon en de weldadige afstand doen alle vlekken en onreinheden verdwijnen. -Overal ziet ge bij de dorpen groote vierkante duivetillen: in het ronde zijn in den -muur een menigte droge takken gestoken, waarop de duiven in gansche scharen nederstrijken. -Vrouwen, in lange blauwe tunika’s gekleed, en met pakken linnengoed op het hoofd, -treden uit het dorp en richten zich naar den oever, om daar haar lijnwaad te wasschen. -Zij naderen door eene breede laan, waar de sykomoren afwisselen met de mimosa’s, en -die langs de ruïnen eener oude moskee heenslingert. Onder haar zijn jonge meisjes, -die groote aarden kruiken op het hoofd dragen, om water te putten: zij dalen naar -den oever, vullen haar antieke kruiken, heffen ze weder op haar hoofd, en beklimmen -den hoogen oever, terwijl hare slanke gestalte zich scherp afteekent tegen de heldere -lucht. Half naakte kinderen spelen en rollen in het zand of helpen kruiken en pakken -aandragen, waaronder zij bijna bezwijken: zie dien kleinen knaap daar, die den steilen -oever afdaalt, met eene waterkruik, die hij met twee handen omvat en tegen zijn borst -klemt. ’t Is een levende schilderij: maar een schilderij, waar het landschap alles -is: tegenover de groote lijnen, de oneindige perspectieven van dezen koninklijken -vloed, deze breede bergen en eindelooze vlakten, zijn de figuren haast niet meer dan -eene bijna onmerkbare stoffaadje. De in het water wasschende en spoelende vrouwen -zijn in onze onmiddellijke nabijheid: de ondergaande zon, die nog even boven de lage -toppen der lybische bergen toeft, beschijnt haar ten volle en omvloeit de lijnen en -omtrekken met een gouden gloed. Sommigen, beschaamd dus door vreemden te worden bespied, -bedekken haar aangezicht met haar kleed; anderen, minder schroomvallig of meer in -haar arbeid verdiept, vergunnen ons een blik op haar breed voorhoofd, hare groote -donkere oogen, haar welgevormden neus: in een woord, op haar fraai gelaat, alleen -ontsierd door dikke lippen, een lompe kin en getatouëerde wangen. Bijna allen dragen -een snoer van muntstukjes of koralen aan het voorhoofd, armbanden, halskettingen en -gouden ringen om de enkels; somwijlen <span class="pageNum" id="xd31e266">[<a href="#xd31e266">60</a>]</span>zijn de zoomen van haar blauwe tunika met stalen kralen geborduurd. Een los omgeknoopte -doek, waarin hare zwarte haren half verborgen zijn, voltooit haar eenvoudig en luchtig -kostuum. Het onveranderlijke Oosten! Waarschijnlijk heeft reeds Mozes meermalen een -tafereel kunnen gadeslaan, in kleur en lijnen niet veel verschillend van wat wij zagen, -terwijl onze boot langs het fellah-dorp dreef. -</p> -<div class="figure p1868-060width"><img src="images/p1868-060.jpg" alt="Tempel te Denderah." width="720" height="277"><p class="figureHead">Tempel te Denderah.</p> -</div><p> -</p> -<p>De Fellahs vormen de landbouwende bevolking, of liever de hoofdmassa der bevolking -van Egypte. Of zij werkelijk van de oude Egyptenaars afstammen, mogen de geleerden -uitmaken; zeker schijnt het wel, dat althans iets van het oud-egyptische bloed, hoe -dan ook verbasterd en vermengd, nog door hunne aderen stroomt. Op dit volk staat de -stempel der slavernij gedrukt. Niet dat zij zoo bijzonder ongelukkig of arm zouden -zijn: neen, hunne behoeften zijn zeer weinigen, en wat de stoffelijke welvaart betreft, -hebben de Fellahs het vergelijkenderwijs niet slechter dan de groote meerderheid onzer -arbeiders op het land of onzer werklieden in de fabrieksteden. Ook zijn zij veeleer -vroolijk dan zwaarmoedig van aard; bij de geboorte van een kind, bij het sluiten van -een huwelijk, neemt het gansche dorp deel aan het feest; bij hunne fantasia’s, hun -gezang, hunne dansen, vertoonen zij iets van de kinderlijk, ongebreidelde, dartele -vreugde der Negers. Maar bij dit alles, wat het leven dragelijk en aangenaam maakt, -ontbreekt hun dat eene, dat er ook waarde en beteekenis aan geeft, dat een mensch -eigenlijk eerst tot mensch maakt: het gevoel van vrijheid en zelfstandigheid, van -verantwoordelijkheid en onderlingen band. De Fellah is wel aan zijn hut, aan zijn -dorp gehecht: maar Egypte is voor hem geen vaderland, dat hij lief, en waarvoor hij -zijn goed en bloed veil heeft; geen gemeenschappelijk belang, geen hand van nationaliteit -verbindt hem aan zijne landgenooten; hij behoort tot geene natie. Op het eerste gezicht -schijnt dit verwonderlijk: maar als men bedenkt, welk juk reeds sedert eeuwen en eeuwen -op den nek van dit volk heeft gewogen, dan wordt deze verstomping, deze ontzenuwing -van geest en hart, begrijpelijk. Reeds tijdens de heerschappij der Pharao’s doemde -de wet der kastenindeling de overgroote meerderheid des volks tot onderhoorigheid; -later zuchtte Egypte achtereenvolgens onder den schepter der romeinsche en byzantijnsche -Caesars en der Khaliefen, om eindelijk—diepste val van allen—door de Turken te worden -vertreden en vermoord. Nu is er wel eenige verandering gekomen, en zijn sommige der -ergste misbruiken afgeschaft; maar zal het volk uit zijn eeuwenlangen doodsslaap ontwaken? -Zonder dit toch baten alle pogingen tot hervorming van boven en buiten af niets. Maar -het is juist deze waarheid, die onze hedendaagsche hervormers en staatskunstenaars -geregeld, of liever voorbijzien; altijd en overal, in Egypte en elders, willen zij -de vrucht zonder den boom, den eierkoek zonder de eieren. Zal het in Egypte beter -gelukken dan elders, om te midden eener oostersche mohammedaansche bevolking de instellingen -en inrichtingen over te planten, die uitsluitend de vrucht der westersch-christelijke -beschaving zijn? Het is niet te verwachten en ook niet te hopen. -</p> -<hr class="tb"><p> -</p> -<p>Tegenwind heeft onze reis vertraagd; en terwijl groote vaartuigen, met gevlochten -stroo beladen, met volle zeilen den Nijl afzakken, wordt onze boot langzaam voortgetrokken -langs de steile en naakte rotshellingen van den Djebel-Mahagah. De arabische bergketen -nadert den oever en stijgt hooger; meer dan de lybische draagt zij dat karakter van -woestheid, dat zoo scherp contrast vormt met de lachende plantages van katoen en suikerriet, -die zich aan haar voet uitstrekken. Te midden dier velden, in schaduw der rotswanden, -verheffen hier en daar enkele palmen, in schilderachtige groepen vereenigd, hunne -slanke stammen en onbewegelijke bladerkronen; elders weder zijn het tamarisken, met -bladeren, als vederen zoo zacht; of mimosa’s, tusschen wier dun gebladerte de zonnestralen -heenglijden en wier gele bloesemtrossen een bedwelmenden geur verspreiden; of eindelijk, -de egyptische vijgeboom: een reuzenschild van ondoordringbaar groen, rustend op een -krachtigen stam, door de saamgevlochten armen van stevige wortels hoog uit den grond -getild. Wij wandelen langs den oever, nu en dan eene duif schietende, <span class="pageNum" id="xd31e278">[<a href="#xd31e278">61</a>]</span>en de dorpen bezoekende, die de grenzen der woestijn naderen, en die zelfs in hun -voorkomen iets van het woeste en onherbergzame der wildernis schijnen te hebben overgenomen. -</p> -<div class="figure p1868-061width"><img src="images/p1868-061.jpg" alt="Herment." width="644" height="720"><p class="figureHead">Herment.</p> -</div><p> -</p> -<p>Het gaat langzaam voort: aan zeilen is niet meer te denken; het schip wordt van het -eene dorp naar het andere voortgetrokken door de Fellahs, die daartoe, krachtens bevel -van den Pâsja, worden geprest. Evenwel: de reis verveelt ons niet. Aan de eene zijde -verheffen zich de ruwe, steile rotswanden der arabische bergen; aan de overzijde, -naar de meer verwijderde en minder steile lybische bergen, strekken zich onafzienbare -velden met katoen en suikerriet beplant, uit, afgewisseld door dorpen en schilderachtige -steden: Miniëh, Melauï, Manfaloet, Sioet; sommigen vlak aan den oever der rivier, -anderen een halve mijl verder, aan den voet der eerste heuvelklingen. Geheel dit rijke -land, met twintig dorpen, behoort aan den Onderkoning, die bij Miniëh een stoommachine -heeft laten bouwen, om het water op te voeren en alzoo de omringende vlakte te besproeien. -</p> -<p>De stad Sioet, na Kaïro en Alexandrië de voornaamste des kinds, onderscheidt zich -ook door haar voorkomen van hare naburen. Hare talrijke minarets, <span class="pageNum" id="xd31e286">[<a href="#xd31e286">62</a>]</span>hare witte huizen komen zeer goed uit tegen den grauwen achtergrond der lybische bergen. -Een heerlijke weg, door mimosa’s beschaduwd, voert van den oever naar eene soort van -poort, die toegang geeft tot een groot plein, rondom door kazernen ingesloten; daar -huizen de soldaten en arnauten van den gouverneur. Vervolgens leidt eene kleine brug -over een smallen, meestal drogen arm van den Nijl, en naar eene nauwe en steile straat, -die tot midden in de stad voortloopt. Hier zijn de groote bazars, opgevuld met de -voortbrengselen der inlandsche nijverheid: rijke goudborduursels voor zadels en harnassen; -beroemd aardewerk, en fraaie pijpen. Midden in den bazar bevinden zich twee baden: -het eene, zoo als het heet, door Cleopatra gebouwd, terwijl het andere den roem geniet -van het best ingerichte van geheel Egypte te zijn, zelfs met inbegrip van de baden -van Kaïro. Sioet is de hoofdstad van Opper-Egypte of Saïd; hare omstreken—een smalle -strook, even als overal elders tusschen de bergen en den Nijl gevat—onderscheiden -zich door buitengewone vruchtbaarheid en een zeldzaam weelderigen plantengroei. Waar -het oog dwaalt, overal dezelfde rijkdom: velden met suikerriet, met koren, met tabak, -met hennep, met vlas; elders boomgaarden van oranje- en granaatboomen, dadels en palmen -en vijgeboomen; en allerwege een overvloed van bloemen, wedijverende in kleur en geur. -</p> -<p>Wederom wisselen bevallige dorpen en vlekken met akkers en tuinen af: schilderachtiger -en stouter worden de oevers. De snelle bochten der rivier, die zich hier en daar bruischend -een weg baant door de haar inklemmende bergen, leveren telkens de schoonste, de verrassendste -gezichtspunten op. Nu eens naderen de rotsen tot bijna vlak aan den oever; straks -weder treden zij terug en openen zich heerlijke valleien, bloeiende als een paradijs, -waarin, afgezonderd van de wereld, het nederige fellah-dorp wegschuilt. Van tijd tot -tijd vormt de stroom kleine inhammen en baaien: stille meren, door palmen omzoomd, -zonder een enkele woning, zonder eenig spoor van menschelijke bedrijvigheid; zoo rustig, -zoo kalm, dat ge hier uw leven zoudt willen slijten. Hoe heerlijk moet het hier zijn, -als de zon verrijst in haar purperen pracht, en myriaden eenden en zwervende vogels -haar met luide vreugdekreten begroeten. Zie, hoe zij in zwermen opvliegen uit het -ruischende riet; hoe zij in de frissche heldere lucht wondervolle arabesken teekenen, -hooger en steeds hooger, tot de tooverketen breekt en de verstrooide schakels verdwijnen -in de wijde ruimte van den blauwen ether. -</p> -<p>Maar ge hebt geen oogen meer voor dergelijke tooneelen: een grootscher aanblik wacht -u: wij naderen Thebe, of Tape, hoofd, hoofdstad, zooals de egyptische naam eigenlijk -luidt. Ga voorbij Qeneh; en gij Denderah, het oude Tentyris, met uw prachtigen tempel -uit den tijd der Ptolomeën; en gij Gamaunh, Hamandi; en gij, bloeiende akkers, heerlijke -bosschages van den arabischen oever! De lybische bergketen prijkt in al hare pracht: -en, ziedaar aan haar voet, Querneh, Medinet, de kolossen, het Memnonium; en aan den -anderen oever de tempels en paleizen van Loeksor en van Karnak. Wij zijn te Thebe, -de stad met hare honderd poorten, zoo niet de oudste, dan toch de schitterendste metropolis -van Egypte. -</p> -</div> -</div> -<div class="div2 section"> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">IV.</h3> -<div class="argument"> -<p class="first">Het oude Thebe.—Loeksor.—Karnak.—Medinet-Aboe.—De doodenstad.</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ik heb vier weken te Thebe getoefd, en zou er gaarne maanden gebleven zijn, om de -wonderwereld van nabij te bestudeeren, die zich hier voor mijn verbaasde blikken ontsloot. -En toch, nu ik pogen ga, u den indruk te schetsen, dien de beschouwing dezer geheel -eenige plek op mij gemaakt heeft, gevoel ik dat mij daartoe de woorden ontbreken. -Het was mij toen, en is mij nog in de herinnering, als had ik omgewandeld door de -puinhoopen eener stad van reuzen, waar alles andere verhoudingen en afmetingen had, -dan waaraan wij gewoon zijn. Wie eenmaal de bouwvallen van het aloude Tape heeft gezien, -vergeet dien aanblik nooit. -</p> -<p>Thebe, waarvan de stichting zich in den nacht der vroegste oudheid verliest, lag in -eene wijde vlakte, ter wederzijde door de in een halven boog terugtredende bergketenen -begrensd, en in het midden door den prachtigen Nijlstroom, die hier ongeveer 1300 -voet breed is, doorsneden. Ten tijde harer heerlijkheid besloeg zij deze gansche vlakte, -van de arabische bergen ten oosten tot de lybische bergen ten westen; hare lengte -van noord tot zuid bedroeg meer dan twee, hare breedte van oost tot west ongeveer -vier uren. De roem dezer reusachtige metropolis was reeds ten tijde van Homerus tot -de Grieken in Ionië doorgedrongen: immers de dichter van den Ilias laat zijn held -Achilles van Thebe getuigen: -</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line xd31e297">daar zijn de huizen aan schatten rijk; -</p> -<p class="line">Honderd poorten heeft zij, en twee honderd gewapende mannen trekken -</p> -<p class="line">Uit iedere poort ten strijde, met vele paarden en wagenen.</p> -</div> -<p class="first">Thebe’s rijke huizen en honderd poorten zijn sinds lang verdwenen: slechts eene enkele -reusachtige poort, ver oostwaarts heen, bij het arabische gebergte eenzaam verrijzende, -wijst den omtrek der oude muren aan; maar de kolossale ruïnenheuvels van Karnak en -Loeksor op den rechter, van Querneh en Medinet-Aboe op den linkeroever, zijn nog zoovele -zwijgende getuigen van de wondervolle heerlijkheid der oude Pharaonenstad. Welk een -panorama moet zich ontrold hebben voor het oog van den reiziger, die, voor drie of -vierduizend jaren, uit de woestijn komende, den rand van de lybische bergketen had -bereikt, en van de hoogte nederzag in het prachtige Nijldal, met steden en vlekken -bezaaid, en op de heerlijke metropolis aan zijn voet. Wat aanblik, toen het oude Tape -daar prijkte in al hare heerlijkheid, met haar tempels en paleizen, haar zuilenwouden, -haar pylonen en obelisken, <span class="corr" id="xd31e303" title="Bron: baar">haar</span> reeksen van sphinxen en kolossen, haar onoverzienbare menigte van hooge huizen, hare -straten en pleinen, wemelende van eene ontelbare volksmenigte! Dit alles is sedert -eeuwen ondergegaan; en op en tusschen de half in het zand bedolven puinhoopen der -oude prachtgebouwen <span class="pageNum" id="xd31e306">[<a href="#xd31e306">63</a>]</span>staan de leemen hutten der armelijke, door Fellahs en Arabieren bewoonde dorpen verspreid, -wier namen den grooten naam van het onvergelijkelijke Thebe haast hebben verdrongen. -Geen scherper contrast denkbaar bijna, dan tusschen de ellende en jammer van het heden -en de heerlijkheid van vroeger: in deze wildernis verrees eenmaal de prachtige hoofdstad -van een der merkwaardigste, een der vroegst beschaafde volken der oudheid! Meer dan -eens, wanneer ik des avonds, vermoeid van mijne omzwervingen door deze ruïnenwereld, -naar ons schip was teruggekeerd, en op het dak der hooge kajuit nederzat; wanneer -dan de maan boven het arabische gebergte verrees en de wijde vlakte, waar de puinen -van Thebe sluimeren, met haar wonderlijk, fantastisch licht overgoot; wanneer dan -mijne blikken in de schemering nogmaals omdwaalden tusschen die zuilenhallen en pylonen, -die obelisken en kolossen, zoo geheimzinnig, zoo spookachtig schier, oprijzende te -midden van boomgroepen en verspreide hutten;—meer dan eens, was het mij dan, als zweefden -over die vlakte de groote schimmen der helden en heerschers van den voortijd, van -Sethos, en Ramses, en Sesostris, en Amenhotep, en Menephta, die allen eens de wereld -huns tijds met het gerucht hunner daden hebben vervuld, en hier, in de groote godsstad, -de heilige stad van Amun-Ra, de onverwoestbare gedenkteekenen hunner grootheid en -majesteit hebben achtergelaten. -</p> -<p>Wilt ge met mij een blik, zij het ook een vluchtigen blik, op die gedenkteekenen werpen? -Beginnen wij met Loeksor, het zuidelijkste punt van het oude Thebe, op den rechter -of arabischen oever. Dicht aan de rivier verheffen zich, tusschen de palmen en de -armelijke hutten van het dorp, de indrukwekkende ruïnen van een aan Amun-Ra gewijden -tempel, tevens, als meest, koninklijken burcht. De hoofdingang van dit tempelpaleis -is niet, als anders bijna altijd, naar den Nijl, maar naar het noorden gekeerd. Door -eene laan of straat van sphinxen, waarvan evenwel slechts enkelen overig zijn, bereikt -men de trotsche poort, voor welker hooge pylonen<a class="noteRef" id="xd31e310src" href="#xd31e310">2</a> een prachtige, vijf-en-zeventig voet hooge obelisk van rozenrood graniet, en vier -zittende kolossale beelden zijn geplaatst. De tegenhanger dezer heerlijk obelisk staat -tegenwoordig op de Place de la Concorde te Parijs. Zijt ge de eerste pylonenpoort -doorgegaan, dan bereikt ge een door dubbele zuilenrijen omgeven voorhof; en vervolgens, -door een smalleren zuilengang, wederom een pylonenpoort, waarop dan de overige deelen -van het tempelgebouw, de voorhof, de zuilenhal en de binnenzalen en vertrekken, volgen. -Deze laatste gebouwen vormden oorspronkelijk het eigenlijke heiligdom: zij werden -gesticht door Koning Amenhotep (Amenophis) III, van de achttiende dynastie, die omstreeks -1500 voor Chr. regeerde. Nog staat, in <span class="corr" id="xd31e313" title="Bron: hieroglyphenschrift">hiëroglyphenschrift</span>, op de architraven te lezen, dat de Koning, de Heer der gerechtigheid, de Zoon der -Zon, Amenhotep, dezen tempel ter eere van zijnen vader, den goddelijken Amun-Ra, heeft -gebouwd. De eerste voorhal met de groote pylonen, de beide obelisken en de vier kolossen, -is van later dagteekening; als haar stichter wordt de groote Ramses (Sesostris) genoemd: -„Ramses, de Heer der wereld, de Koning-zon, de Wachter der waarheid, de Uitverkoorne -van Phra, heeft dit gebouw voltooid ter eere zijns vaders Amun-Ra, en heeft hem deze -twee groote obelisken van steen opgericht voor het Ramesseum, de stad van Amun.” -</p> -<p>Toen de tempelburcht van Loeksor nog ongeschonden was, en met zijn kolossale pylonen, -zijne heerlijke obelisken en reuzenbeelden, zijne zuilenrijen en hoven prijkte, voerde -van den hoofdingang een breede heirbaan naar een ander, nog grooter en prachtiger -heiligdom, waarvan de puinhoopen thans het dorp Karnak dragen. Die heirbaan was misschien -zonder wedergade op de wereld. Ter wederzijde van de breede straat, op onderlingen -afstand van tien voet, lagen op hooge voetstukken, niet minder dan zeshonderd kolossale -sphinxen als wachters van den weg tusschen de beide heiligdommen. Hoe moet deze prachtige -allée er hebben uitgezien, als de groote processie van Amun daarlangs heen voorttrok! -Van deze sphinxen-allée zijn nu nog maar weinig sporen over: wij wandelen voort, te -midden van half begraven puinen en steenen, over het groene veld. Ter linkerhand golft -de breede Nijl; en welhaast vertoonen zich voor ons oog de reusachtige bouwvallen -van den tempelburcht van Karnak. Groote pylonen, door Ramses II Meïamun (geliefde -van Amun) gebouwd, vormen den ingang tot een ruimen binnenhof, eens van alle zijden -door hallen omgeven, wier zoldering op zeventig voet hooge zuilen, allen uit één stuk -gehouwen, rustte. Tegenwoordig liggen zij allen omgestort ter aarde, eene enkele uitgezonderd, -die de doodenwacht op dit slagveld houdt. Door eene tweede poort bereikt ge, langs -eenige trappen, de groote zuilenhal, een der wonderen der egyptische bouwkunst. Een -woud van zuilen, in den vollen zin des woords: en welke zuilen! De zaal heeft eene -lengte van 164, en eene breedte van 320 voet; het steenen dak rust op honderd vier -en dertig zuilen. De middelste doorgang wordt gevormd door twaalf reusachtige zuilen, -die een omvang hebben van 36 voet en eene hoogte van 70 voet; de andere zuilen zijn -40 voet hoog en hebben een omvang van 27 voet. Het middengedeelte der hal is alzoo -aanmerkelijk hooger dan de zijschepen; de muren, die dit hoogere dak dragen, zijn -met openingen voorzien, waardoor het licht in de ontzaglijke zaal valt. Doch wat zeggen -deze cijfers? Geen woorden zijn in staat, den overweldigenden indruk te beschrijven, -dien de aanblik dezer zuilenhal op den aanschouwer maakt. Half verbijsterd bijna doolt -ge om door dit woud van zuilen—inderdaad, ik weet geen beter woord,—waar u aan alle -zijden, aan de wanden en de pilaren, de in half verheven beeldwerk uitgehouwen en -met schitterende kleuren bemaalde beelden van goden en koningen, in bonte mengeling -omgeven; en de grillige hiëroglyphen u alom tergend geheimzinnig aanstaren. Eene derde -kolossale poort leidt naar een smallen binnenhof, waar twee heerlijke obelisken verrijzen -voor eene vierde pylonenpoort, die eerst den eigenlijken ingang vormt tot <span class="pageNum" id="xd31e318">[<a href="#xd31e318">64</a>]</span>de binnenhoven en zalen van het paleis. Galerijen en zuilenhallen, pylonen, obelisken -en kolonnaden volgen dan elkander op, tot schier aan den voet van het gebergte; maar -al deze heerlijkheid is haast niet meer dan eene wilde puinmassa. In treurige gepeinzen -verdiept, wandelt ge voort over de groene, hobbelige vlakte, bezaaid met overblijfselen -van sphinxen, brokken van zuilen en kapiteelen; te midden van nog half bewaard gebleven -resten van tempels en hallen en pylonen. De tempelburcht van Karnak was eens het groote -nationale heiligdom, aan Amun-Ra, den koning der Goden, gewijd; hier troonden eens, -in al hunne heerlijkheid, de Pharao’s van de achttiende en negentiende dynastie, onder -wier regeering het egyptische rijk ten toppunt van zijn macht en luister steeg. Wat -is daarvan overgebleven? Een puinhoop, niets meer.—Verder noordwaarts hadden de Ptolomeën -geheele lanen van sphinxen, kolossen en uitgestrekte propylaeën gebouwd: van dit alles -is niets meer over dan een kolossale pyloon, met heerlijk beeldhouwwerk versierd. -Naar het zuiden, dicht bij den Nijl, liggen de indrukwekkende puinhoopen van den tempel -aan den god Chonsu gewijd: welke tempel oudtijds door vier pylonen en eene dubbele -rij van sphinxen met de groote zuilenhal van Karnak was verbonden. -</p> -<div class="figure floatLeft p1868-064width"><img src="images/p1868-064.jpg" alt="Ezeldrijver." width="390" height="720"><p class="figureHead">Ezeldrijver.</p> -</div><p> -</p> -<p>Loeksor en Karnak zijn evenwel slechts de helft van het oude Thebe: aan de overzijde -der rivier hebben de oude heerschers niet minder grootsche monumenten achtergelaten. -De ruïnenheuvel van Medinet-Aboe bevat de overblijfselen van het paleis van Ramses -III; wederom eene opeenvolging van pylonen, zuilenhallen en zalen, overal met beeldwerk -en hiëroglyphen bedekt. Vermoeid van het dolen door deze verwoeste hoven en kolonnaden, -rust uw oog met welgevallen op een kleiner gebouw, twee verdiepingen hoog, met door -karyatiden gedragen balkons versierd: naar men gist, het paleis der vrouwen van Koning -Ramses. -</p> -<p>Op korten afstand van Medinet-Aboe ziet ge een bosschage van acacia’s, waar de bodem -overal met puinen van graniet, marmer en zandsteen, met overblijfselen van zuilen -en kapiteelen, is bezaaid. Aan den rand van dit boschje verheffen zich twee zittende -kolossen, zestig voet hoog: de twee zoogenoemde Memnonsbeelden, waarvan het eene het -zingende beeld heet. Als de zon des morgens boven de arabische bergen verrijst en -hare eerste stralen het beeld treffen, dan placht dit, niet altijd maar somwijlen, -een klagend geluid te laten hooren. Een aantal opschriften, in het grieksch en latijn, -allen dagteekenende uit den tijd der romeinsche keizers van Nero tot Septimus Severus, -leggen getuigenis af van dit wonderbare gezang. Ook oude schrijvers, van vroegeren -tijd, verhalen van dit zingende beeld. Later schijnt Memnon zijne stem verloren te -hebben. Toch is het, tegenover zoo vele en zoo ernstige getuigen, moeielijk de waarheid -van het feit te loochenen. Dan rijst de vraag: van waar kwam dat geluid? De Grieken, -wier dichterlijke fantazie hen nooit verlegen liet, hadden een antwoord gereed. Memnon, -zoon van Tithon en van Eos (de dageraad), was koning der Ethiopiërs. Toen zijn zwager, -koning Priamus van Troje, met de Grieken streed, zond hij tot Memnon om hulp, en bood -hem tevens, tot ondersteuning van dat verzoek, een gouden wijnstok ten geschenke. -Memnon, de schoone, heldhaftige jongeling, trok op naar Troje, verrichtte daar groote -daden, verwondde zelfs den geduchten Achilles: maar werd in het einde door dezen gedood. -Zijne ontroostbare moeder bad Zeus, haren zoon te eeren, zooals nog geen held was -vereerd geworden: en Zeus schiep uit de verbrande asch de gevallene zwarte <span class="corr" id="xd31e326" title="Bron: havikken">haviken</span>, die iederen herfst naar Memnons graf terugkeeren, en daar, met elkander strijdend, -lijkspelen voor den held vieren. De stemme van den betreurden zoon echter werd door -de bedroefde moeder aan het beeld gegeven, hem in zijn vaderland opgericht. En wanneer -nu, des morgens, de rozenvingerige Eos aan den hemel verschijnt, dan begroet haar, -uit het granieten beeld, de liefelijke stemme des zoons; en dan besproeit zij den -kouden steen met hare tranen, nog altijd om den vroegen dood van den heerlijken jongeling -geschreid.—Onze geleerden <span class="pageNum" id="xd31e329">[<a href="#xd31e329">65</a>]</span>met deze uitlegging niet tevreden, verwierpen de liefelijke sage, en gingen den steen -en hare bestanddeelen onderzoeken, om te ontdekken of daarin ook de verklaring was -te vinden dier zonderlinge uitwerking van het eerste morgenlicht. En nu komen zij -ons vertellen, dat deze soort van steen, bij den plotselingen overgang van de vochtige -nachtlucht tot de zonnehitte van den dag, krimpt en kraakt en alzoo zeker geluid geeft: -en dat knappen en kraken zou dan Memnons gezang, de morgengroete aan zijne moeder, -zijn! Vindt ge niet, dat wij, zoo we al in zoogenaamde positieve wetenschap het van -de Grieken winnen, in gevoel en fantazie ontzaglijk bij hen achterstaan? Wel, wel, -terwijl ik hier door de puinen van Tape omdool, geef ik aan de roerende sage van den -jong gesneuvelden held verre de voorkeur boven uwe alledaagsche verklaringen, man -der doode wetenschap. Zingt niet deze gansche ruïnenwereld een klaagzang, iederen -nieuwen dageraad? een klaag- en treurzang aan de zonne, die haar eens zag in al hare -heerlijkheid en nu opgaat over haar somber graf?—Overigens heeft Memnon met deze beelden -niets gemeens: de kolossen, die voor ruim 3500 jaren werden opgericht, stellen koning -Amenhotep III en zijne gemalin voor. -</p> -<div class="figure floatRight p1868-065width"><img src="images/p1868-065.jpg" alt="Eene almeh." width="402" height="720"><p class="figureHead">Eene almeh.</p> -</div><p> -</p> -<p>Noordwaarts van dit acacia-boschje liggen de uitgestrekte puinhoopen van den kolossalen -graftempel van Ramses II (Sesostris), vroeger bekend onder den naam van het graf van -Osymandyas. Wederom hier, als elders, eene opeenvolging van pylonen, kolossen, zuilenrijen -en kolonnaden, sphinxen en muren. Verder op, nog meer noordwaarts, verheffen zich -de bouwvallen van het paleis van Goernah, door Sethos, den vader van den grooten Ramses, -gebouwd: wat omvang betreft, een der kleinste, maar uit het oogpunt der kunst een -der belangrijkste overblijfselen van de egyptische architektuur. -</p> -<p>Al deze monumenten liggen in de wijde vlakte verspreid, die door het lybische gebergte -wordt afgesloten. Maar dat gebergte zelf bevat nog een andere reeks monumenten: over -eene uitgestrektheid van ongeveer twee uren gaans is hier de kalksteenrots, tot op -de hoogte van 300 voet, in alle richtingen doorgraven en tot grafkelders ingericht. -Steile en moeielijk begaanbare voetpaden voeren tot de meer of minder ruime ingangen, -en van daar naar lange corridors met kamers en zalen en nevengangen, die elkander -op allerlei wijze kruisen en door den ganschen berg loopen. Dit is de groote doodenstad -van het machtige Thebe: eeuwen achtereen werden hier duizenden bij duizenden ter ruste -gelegd in hunne rotsgraven, om er ongestoord te sluimeren tot de ziel hare lange omzwerving -van drieduizend jaren door alle levensvormen zou hebben volbracht, en weder van haar -welbewaard lichaam bezit zou komen nemen. Tallooze mummiën zijn reeds uit deze wereld -van graven te voorschijn gehaald, en nog sluimeren er gewis ontelbare geslachten den -vasten slaap des doods. In een zijdal, door naakte rotsen ingesloten en waar zelfs -geen grashalm het oog verkwikt, vindt men de graven van bijna alle koningen uit de -19<sup>e</sup> en 20<sup>e</sup> dynastiën: dit dal draagt nog den naam van Bab-el-Moluk (poorten der koningen). Tot -dusver heeft, men zestien dezer koningsgraven geopend, waaronder die van Sethos, van -Ramses III en Ramses V. De inrichting dezer graven is steeds dezelfde: een lage, nauwe -ingang voert in een langen, hoogen gang, waarvan de wanden en het gewelf met schilderwerk -zijn bedekt; hier en daar zijn in de zijwanden kleine vertrekken aangebracht; eindelijk -komt men in de hooge gewelfde zuilenhal, wier wanden in den regel met schilderwerk -op gouden grond prijken, waarom zij ook den naam van gouden zaal voerde. Deze zaal -was bestemd voor de koninklijke sarkophaag, die, zes tot tien voet hoog, in het midden -stond. Zoodra een Pharao de regeering aanvaardde, liet hij een aanvang met den bouw -van zijn grafkelder maken; was dan de zaal voltooid, en gevoelde de koning zich nog -in het volle bezit van kracht en gezondheid, dan werden nieuwe gangen en nevenvertrekken, -altijd verder den berg in, uitgehouwen, tot andermaal eene groote zuilenhal werd aangelegd, -nog ruimer en prachtiger dan de eerste. Was er dan nog tijd, dan werden nevens deze -halle wederom zij vertrekken uitgebouwd, tot bijzondere offerplechtigheden <span class="pageNum" id="xd31e344">[<a href="#xd31e344">66</a>]</span>voor den doode bestemd; tot eindelijk voor den Pharao de laatste ure sloeg, en het -koninklijk lijk, na gedurende zeventig dagen te zijn gebalsemd, in de sarkophaag werd -nedergelegd. Deze werd dan zoo kunstig gesloten, dan de lijkenroovers van later tijd -immer de granieten kist moesten stuk slaan, daar het onmogelijk was het deksel weg -te nemen. -</p> -<p>Dagen achtereen heb ik door deze doodenstad rondgedwaald, vaak niet zonder moeite -en gevaar; en hoe gaarne zou ik u medenemen op deze tochten door die graven, die ons -zoo trouw het beeld van het oud-egyptische leven, in bijna al zijne vormen, hebben -bewaard. Immers, niet alleen de koningsgraven, ook de anderen zijn bedekt met schilderwerk, -nog in onverzwakte kleurenpracht prijkende, en eene schier geheel volledige voorstelling -gevende niet alleen van de krijgstochten en overwinningen der koningen en de ceremoniën -der eeredienst, maar ook van het maatschappelijk en huiselijk leven der gewone burgers, -in alle standen der maatschappij. Juist daarom leveren deze egyptische graven zoo -onschatbare bronnen voor de studie van deze oude, geheimzinnige wereld, van wier geschiedenis -wij zoo weinig weten, maar wier karakter en physionomie ons toch, niet enkel in hoofdtrekken -maar tot in menige bijzonderheid, juist door deze kunstwerken wordt geopenbaard. Hoe -gaarne zou ik u hier rondvoeren, en u beurtelings den Pharao aan zijn hof, den priester -in zijn tempel, den krijgsman in het veld, den burger in zijn huis en zijne werkplaats, -den landman op zijn akker, doen aanschouwen: maar de ruimte ontbreekt mij daar toe. -Een boekdeel bijna zou er noodig zijn, om u deze zoolang ondergegane, ons zoo geheel -vreemde maatschappij, in duidelijke, aanschouwelijke trekken af te malen: eene onvolledige -schilderij zou slechts verwarring stichten, niet uwe kennis vermeerderen. En dan—misschien -doolden wij reeds te lang te midden dezer graven en puinhoopen rond: zij behooren -toch tot een dood, een onherroepelijk vervlogen verleden, en niet allen boezemt dat -verleden belangstelling in. Zoo zij het dan voor ditmaal genoeg: keeren wij tot het -heden terug. In vergelijking met het verleden, is dat heden treurig en arm en ellendig: -maar, in de schatting van zeer vele lieden, geldt ook hier de oude spreuk: een levende -hond is beter dan een doode leeuw. -</p> -</div> -</div> -<div class="div2 section"> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">V.</h3> -<div class="argument"> -<p class="first">Eene bruiloft te Loeksor.—De almehs.—De watervallen.—Philae.</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Op zekeren dag dat ik van eene wandeling door het dal der Koningsgraven terugkwam, -en zwijgende den Nijl overstak om naar Loeksor terug te keeren, werd ik eensklaps -uit mijne mijmering gewekt door een luid gerucht van muziekinstrumenten en gezang. -Mahmoed, een onzer matrozen, ging trouwen en vierde zijn bruiloft. -</p> -<p>Voor de woning der bruid was eene groote tent opgeslagen, waar reeds sedert twee dagen -de vrienden waren bijeengekomen: voor ons was eene bijzondere estrade ingericht, met -kussens en tapijten belegd. Het was Vrijdag, dat wil zeggen Zondag voor de Mohammedanen. -Toen het uur des gebeds gekomen was, begaf de bruidegom, gevolgd door al de genoodigden, -zich naar de moskee: dadelijk na zijn terugkomst begon het feestmaal. Alle schotels -werden ons aangeboden: maar, ondanks onze welgemeende begeerte om Mahmoed geen verdriet -aan te doen, was het ons onmogelijk van de meesten te proeven; al de vriendinnetjes -der bruid waren bij het bereiden dezer schotels behulpzaam geweest, en in hare vreugde -hadden zij waarschijnlijk de regelen der kookkunst vergeten: althans de spijzen waren -voor ons volkomen ongenietbaar. -</p> -<p>Des avonds hielden de genoodigden een optocht door het vlek, waarbij zich gaandeweg -al de leegloopers aansloten; mannen met lantaarns liepen nevens ons. Bij onze terugkomst -wachtte ons eene volledige illuminatie: toortsen en fakkels schitterden allerwege; -een rijke buurman had een dier prachtige oostersche kandelabres geleend: getakte ijzeren -boomen met geslepen glazen buizen, die het licht honderdvoudig weerkaatsen. Het was -een heerlijk gezicht: de weerspiegeling van het licht op de gebronsde aangezichten, -de veelkleurig tarboesjes, tulbanden, gordels en mantels dier saamgegroepte menigte.—Mahmoed -was alleen het vertrek binnengetreden, waar hem zijne bruid en hare naaste verwanten -wachtten; hij trad eindelijk naar buiten, vergezeld van eenige vrouwen; plaatste zich -tegen den muur der woning, en ontving de gelukwenschen der genoodigden, die in eene -rij langs hem heen gingen en hem eenig zilvergeld in de hand drukten. Inmiddels weergalmde -van alle kanten gezang en gejuich, afgewisseld met geweer- en pistoolschoten. Toen -de optocht gedaan was, ging Mahmoed weer naar binnen, maar kwam bijna onmiddellijk -naar buiten, met zijn bruid—een kind van nog geen twaalf jaar—in zijne armen. Gevolgd -door de vrouwen en, op eenigen afstand, door de mannen, begaf hij zich naar den oever -van den Nijl, nam een weinig van het water der rivier in zijn mond en blies dat in -den mond zijner bruid. Daarmede was de plechtigheid afgeloopen. Niemand geleidde de -jong getrouwden naar de echtelijke woning. -</p> -<p>Men weet in Egypte niets van een burgerlijken stand. Zijn de bruidegom en de ouders -van het meisje het eens, is de som, die de man moet betalen (de bruid brengt geene -huwelijksgift mede) vastgesteld, dan wordt het huwelijk voltrokken, voor twee getuigen; -somwijlen wordt de kadi daarvan verwittigd, maar dat wordt zeer dikwijls nagelaten. -Bij eene dergelijke verbintenis, waar iedere waarborg ontbreekt, is de vrouw weinig -meer dan eene gekochte slavin; wanneer zij den man niet langer bevalt, zendt hij haar -naar hare ouders of verwanten terug; zij zelve kan slechts in een enkel geval echtscheiding -vorderen. Van de geboorte der kinderen wordt nooit aanteekening gehouden; een gevolg -daarvan is, dat kindermoord niet zeldzaam is; somwijlen worden zij, in hunne eerste -jeugd, omgebracht door eene der mededingsters van hunne moeder. Het is toch onder -de matrozen der Nijlschepen eene vrij algemeene gewoonte, om op verschillende plaatsen, -b.v. te Kaïro en te Assoean, eene vrouw te huwen. Naar gelang zijne zaken dat toelaten, -gaat de echtgenoot nu eens een maand bij deze, dan weder bij de <span class="pageNum" id="xd31e356">[<a href="#xd31e356">67</a>]</span>andere doorbrengen: hij brengt eenige piasters, een paar stukken blauw katoen en andere -snuisterijen mede, die de vrouw, na zijn vertrek, verkoopt. In ruil daarvoor ontvangt -zij dan granen en andere vruchten des lands, en onderhoudt aldus den handel der andere -echtgenoote. De veelwijverij, aldus opgevat, is eene winstgevende zaak: toch kwijnt -zij dagelijks meer, en niet alleen onder de armen, maar ook onder de meer gegoeden, -die veelal slechts ééne wettige vrouw te gelijk hebben. -</p> -<p>Wij hebben Thebe verlaten en vervolgen onze reis naar het zuiden, te midden van welige -akkers en plantages. Daar ligt Erment, het oude Hermonthis, met zijne schoone ruïnen, -half achter een boschje van sykomoren en mimosa’s verscholen. Vier heerlijke antieke -zuilen vormen den ingang tot een kleinen tempel, uit den tijd der Ptolomeën, en vooral -merkwaardig om zijn beeldwerk, ter verheerlijking der geboorte van een zoon van Caesar -en Cleopatra.—Wederom akkers en velden, tuinen en boomgaarden, met de bergen in het -verschiet, tot de witte huizen van Esneh zich langs den oever scharen. Esneh is de -stad der <i>almehs</i>. Zij bewonen verschillende huizen, dicht bij de rivier; onze drogman stelde voor, -ons naar het beste etablissement te geleiden. Wij namen zijn aanbod aan, en werden -nu naar eene vrij smerige en armoedige hut gevoerd: in het midden eener groote kamer -zaten de danseressen, allen van vrij alledaagsche schoonheid, maar jong en welgemaakt. -De hoop op buitengewone ontvangst had haar bewogen, groote zorg aan haar toilet te -besteden. Ik zie nog hare zeer lage en korte vesten, hare wijde zijden pantalons, -om de heupen door schitterende gordels opgehouden; haar half doorzichtige gazen tunika’s; -hier bloote voeten, daar gele of roode pantoffels; halskettingen en armbanden, en -op het voorhoofd, kleine munten; eindelijk, achter op het hoofd, zijden doeken, los -omgeworpen. De dans, die met eene reeks van bevallige standen aanving, ging weldra -tot de meest hartstochtelijke bewegingen over, waarbij het bovenlijf onbewegelijk -bleef. Na een poos dit tooneel te hebben aangezien, verwijderden wij ons en lieten -olijven, liqueur en een aantal talaris (kleine muntstukken) uitdeelen, waarvoor ons -op de hartelijkste wijze dank werd gezegd. De almehs hebben maar zelden dergelijke -buitenkansjes, de inboorlingen zijn te arm om hare talenten te betalen; zeer bedreven -in fraaie plastische standen, zijn zij zelven ongeschikt voor iederen arbeid en moeten -tot allerlei kunstmiddelen hare toevlucht nemen om te kunnen leven. Zij brengen haar -tijd door met rooken en met het drinken van <i>aquavite</i>—eene soort van anisette—en van koffie. De bezwaren aan dergelijke levenswijze verbonden, -hebben het getal der almehs, die ten tijde der Mammelukken nog geheel Egypte als overstroomden, -zeer doen verminderen. Hare laatste wijkplaats is Esneh, dat wellicht ook haar geboorteland -was; waardige zusters der bayadèren van Indië en der priesteressen van Mylitta en -Astarte, hebben de almehs in vroeger eeuwen gedanst voor de altaren van Neith, de -schutsgodin van Esneh, de moeder, echtgenoote en dochter van Amun-Ra. Nog ziet men, -midden in de stad, aan den voet eener helling met mummiënkisten en andere overblijfselen -bezaaid, den schoonen voorhof van een tempel van Neith, tegenwoordig een korenmagazijn. -Ten tijde der Romeinen, op de puinhoopen van een zeer oud gebouw gesticht, verraden -de slechte beeldwerken des tempels het verval der kunst; maar de ernstig-schoone lijnen -der architraven, de grootsche afmetingen der vier-en-twintig hooge zuilen, maken hem -toch waardig nevens de wonderen van Karnak en Medinet-Aboe te worden gesteld. -</p> -<p>Zonder ons op te houden, varen wij voorbij de indrukwekkende pylonen en welbewaarde -tempelruïne van Edfoe, want onze wensch om Assoean en de watervallen te zien drijft -ons met haast voort. De wind is gunstig; de Nijl vernauwt zijn bedding en bruist voort -tusschen steile rotswanden, wier spleten en kloven met armelijke struiken zijn begroeid. -Deze struiken wemelden van kleine vogels, die als vruchten aan de takken schenen te -hangen. Door onze boot opgeschrikt, verhieven zij zich in de lucht, daarbij een geruisch -makende als met kracht uitgedreven stoom. Zij waren zoo talrijk, dat zij letterlijk -een oogenblik den hemel aan onze blikken onttrokken; eenige geweerschoten deden er -honderden in den Nijl nedertuimelen. Onze kok haastte zich er zooveel mogelijk van -op te visschen, en onthaalde ons op een zeer smakelijk gebraad.—Maar andere merkwaardigheden -vorderen weldra onze aandacht. Hier is de Djebel-Selseleh, oudtijds Silcilis, met -zijne groote steengroeven, waaruit de tallooze schare der kolossen en obelisken is -voortgekomen, die Thebe en al de steden van Opper-Egypte versierden. Deze beroemde -steengroeven zijn, bij wijze van zalen en galerijen, in de rotsen uitgehouwen; de -wanden zijn overal met beeldwerk en opschriften bedekt; nog worden hier eene menigte -overblijfselen en half voltooide werken aangetroffen, als hadden de beeldhouwers zoo -pas hunnen arbeid gestaakt. In de onmiddellijke nabijheid van den oever verheft zich -eene groote rots, van zeer eigenaardigen vorm: naar men zegt, werden aan deze rots -en aan eene andere, even zoo vooruitspringende, op den tegenoverliggenden oever, de -ketens vastgemaakt, die de rivier moesten afsluiten en het land verdedigen tegen de -invallen der ethiopische stammen. Onze tijd, die alles beter weten wil dan de ooggetuigen -der oudheid, heeft deze ketens voor eene fabel verklaard en den oorsprong van het -verhaal gezocht in den arabischen naam van den berg: Djebel-Selseleh, Kettingberg. -Zou het omgekeerde evenwel niet waarschijnlijker zijn? en is het denkbeeld, om den -nauwen ingang van het Nijldal op deze wijze af te sluiten, vooral in de oudheid, zoo -onnatuurlijk? -</p> -<p>Wij varen voort. In het licht der volle maan vertoont zich aan ons oog, hoog boven -de rivier, de groote tempelruïne van Kom-Ombos, half onder het zand bedolven. Een -kleinere tempel, dichter aan den oever, is door den stroom weggespoeld. Wij kunnen -niet verder voortgaan, maar zien ons verplicht den dag af te wachten nabij het fraaie -dorp Elganeh, half weggedoken achter palmen en mimosa’s, wier takken zich over het -water heenbuigen. Nog een dag en een nacht, en wij zijn te Assoean; de ons vijandige -wind, de veelvuldige rotsen en de snelvlietende stroom <span class="pageNum" id="xd31e367">[<a href="#xd31e367">68</a>]</span>vertragen gelijkelijk onze reis. Tusschen de stille dorpen, aan den voet der rotsen -en aan den zoom der rustige inhammen schuilende, varen wij met moeite en voorzichtigheid -voort, te midden van groote steenklompen, voorloopers der katarakten en kolken. Een -groenende, bloeiende gordel van eilanden omvat den stroom: ter rechterzijde ligt het -groene Elephantine, met bijna onzichtbare ruïnen bedekt: het fabelland dier ichthyophagen -(vischeters), die Kabuya (Cambyses) als gezanten naar Ethiopië zond. Eindelijk den -onstuimigen stroom dwars overstekende, varen wij het kanaal binnen dat naar de haven -voert van Assoean, het antieke Syene, de stad der watervallen. -</p> -<p>Den 4<sup>den</sup> Juni, des morgens ten tien ure, zouden wij den engen doorgang der katarakten passeeren. -Daar wachtten ons eene menigte helpers, meest jonge lieden, onder het bevel van een -ouden <i>reis</i>, met een langen witten baard; een man, even kalm te midden der bruisende draaikolken -van den Nijl, als een onzer schippers tusschen twee sluizen. De jonge lieden zijn -allen Nubiërs:—krachtige, gespierde en meest beeldschoone figuren, geheel naakt; hunne -zwartachtig bronzen huid ziet er uit als een dof krip, over eene purperachtige stof -gespannen. Onder luid gejubel en geschreeuw zetten zij zich aan het werk. Groote granietblokken, -door het water overspat, bedekken bijna de geheele breedte der rivier: het schijnen -versteende buffels, in allerlei houdingen te midden der golven neergehurkt. Onze Nubiërs -springen en klauteren er op, bevestigen sterke touwen en kabels aan de uitstekende -rotspunten, en trekken zoo ons vaartuig voort, dat anderen, al zwemmende, deels duwen, -deels dragen. Zoo ging het langzaam voort; en de avond begon te vallen, toen wij nog -slechts de eerste katarakt waren doorgeworsteld; en wij moesten voor den nacht ons -vaartuig stevig vastmeeren, opdat het niet door de bruisende en schuimende wateren -zou worden weggevoerd. De Nubiërs wenschten ons geluk met den aanvankelijken goeden -uitslag en juichten: Allah is groot!—wat in dit geval zeggen wilde: Goede Franken, -geeft ons iets! Toen zij hun baksjies—trouwens welverdiend—ontvangen hadden, keerden -zij naar hunne woningen om te slapen. Ik gevoelde daartoe geen lust, maar beklom een -der hooge rotsen, en wierp een blik op den wilden chaos rondom mij. De maan, haar -fantastisch licht over het wonderlijke landschap uitgietende, gaf aan de reusachtige -grillige steenmassa’s haast menschelijke vormen. Het zijn geen granietblokken meer: -zie, met de voeten aan den harden bodem geketend, door de kokende golven ombruist, -rust daar in de wateren een geheel geslacht van Titanen, dezelfden wel die, de sphinxen -uithouwende in de rotsen, zoo als een herder een beeldje snijdt uit een wilgentak, -en met eene hand de obelisken in evenwicht zettende, de paleizen van Karnak hebben -gebouwd en de bergwanden in tempelgrotten herschapen. -</p> -<div class="figure p1868-068width"><img src="images/p1868-068.jpg" alt="Medinet-Aboe.—Paleis van Ramses III." width="720" height="375"><p class="figureHead">Medinet-Aboe.—Paleis van Ramses III.</p> -</div><p> -</p> -<p>Met het krieken van den dag keeren de Nubiërs terug om den arbeid te hervatten; en -eindelijk, tegen drie uren na den middag, ligt onze bark rustig voor anker boven de -drie katarakten, die wij nog hadden door te varen. De laatste, el-Kebir, waar de rivier -het nauwst en de klippen het menigvuldigst zijn, was de lastigste. Twee honderd jonge -mannen ongeveer, op de rotsen en klippen langs en in den stroom verspreid, hielden -de touwen en trokken ons met alle kracht voort: wij hadden dan ook te doen met een -verval van anderhalf el. Het was letterlijk de beklimming van een waterheuvel. Zoo -als men ziet, hebben de katarakten van den Nijl niets gemeen met de watervallen van -den Niagara of van Schaffhausen: zij worden gevormd door een reeks rotsige dammen -of klippen en snelle stroomingen en kolken, niet ongelijk aan gebogen spiegels; de -nauw ingesloten rivier schiet, met duizelende vaart, <span class="pageNum" id="xd31e381">[<a href="#xd31e381">70</a>]</span>bruisend en wielend, over en tusschen de rotsen en klippen heen. Toch zijn deze katarakten -inderdaad gevaarlijk: en er wordt groote behendigheid en niet minder groote kracht -gevorderd, om het vaartuig zonder ongeval over de watervallen te brengen. Er is dan -ook een bijzondere <i>reis</i> (hoofd) der katarakten, op wiens kunde, moed en ervaring men zich veilig verlaten -kan: het was de kloeke grijsaard, die onze flinke jongelieden bestuurde en aanvoerde. -</p> -<div class="figure p1868-069width"><img src="images/p1868-069.jpg" alt="De kleine Isistempel op Philae." width="720" height="486"><p class="figureHead">De kleine Isistempel op Philae.</p> -</div><p> -</p> -<p>Vóór ons, als twee groene bouquetten, verrijzen uit den stroom de beide eilanden Philae -en Beghiëh. Dit laatste, omzoomd van groote, met hiëroglyphen bedekte steenklompen, -ligt aan den lybischen oever; het andere, vrij wat schooner en vooral van meer gewicht, -roemt op zijne prachtige ruïnen, door een bevalligen tempel gekroond. Philae is inderdaad -een toovereiland; wie hier den voet zet, voelt, al ware het maar voor enkele oogenblikken, -den wensch in zich opkomen, om hier ook zijn leven te slijten: de zuivere lucht, het -heerlijke groen, de kalme eenzaamheid, de ongestoorde vrede, zijn zoo vele aanlokselen, -waaraan het moeielijk valt weerstand te bieden; gezwegen nog van de prachtige ruïnen -en de herinnering van het verleden. -</p> -<p>Op den oever wachtte ons een grijsaard, de eenige bewoner en getrouwe bewaker van -het tooverachtig eiland. En terwijl wij de sporen nagingen, door zoo vele eeuwen op -deze kleine plek achtergelaten, wandelde hij voor ons uit, en haspelde, in zijne naïeve -uitleggingen, alles dooreen: Isis en Mohammed, de Khaliefen en Sultans, en de Pharao’s -en Caesars. Zoo trokken wij het eiland over, van het zuiden naar het noorden, het -westelijk strand volgend. -</p> -<p>Op de zuidelijke punt verrijst een kleine obelisk, zonder hiëroglyphen, voor den tempel -van Hator: een gebouw van middelbare grootte, in het midden van boven open; opmerkelijk -door sommige zuilenkapiteelen, bestaande uit vrouwenkoppen met koeienooren. Hator -en Isis zijn de twee beschermgodinnen van Philae: beiden zijn zij godinnen der liefde -en der vruchtbaarheid. Behooren de sperwer en de krans van blauwe bloemen meer bepaald -tot de attributen van Hator: zij en Isis beiden onderscheiden zich door de schijf, -alsmede door de hoornen, het hoofd, of wel het geheele beeld eener jonge koe, welk -dier haar was toegewijd. Beiden zijn na verwant aan Aphrodite, aan Cybele, aan de -koe Iö. Met de zonneschijf en de hoornen gekroond, schijnen zij tot hare aanbidders -te zeggen: gij ziet op ons hoofd het zinnebeeld des lichts; wij kennen het geheim -des levens en het raadselwoord des lots: maar tracht niet ons die te rooven, want -wij hebben geduchte wapenen om ze te verdedigen! -</p> -<p>Twee zuilenrijen van ongelijke lengte, wier gelijkmatig afnemende verhoudingen juist -berekend zijn naar de regelen der perspectief, verbinden den tempel van Hator met -de pylonen van den Isistempel. De grootste dezer kolonnaden, de westelijke, telt drie -en dertig zuilen, waarvan de schacht gekorven is, en waarvan de kapiteelen, met grooten -smaak geteekend, allen verschillen. Zestien minder fraai bewerkte kolommen vormen -de oostelijke kolonnade, die schijnt af te breken bij een klein, bijna geheel onder -het zand bedolven heiligdom, een tempel van Tmouth, den zoon van Hator en Phta. Midden -in de westelijke galerij bevindt zich een trap, die den steilen rotsoever doorsnijdt -en naar den Nijl afdaalt. Deze propylaeën behooren tot het romeinsche tijdvak, en -zijn er niet minder schoon om; al maken de koppen van Augustus, Tiberius of Claudius -eene wonderlijke vertooning op die magere schrale gestalten; allen naar de vaste type -geteekend, waarvan de egyptische kunst zich nooit verwijderde. -</p> -<p>In dezelfde richting verheffen zich, achter hoopen puin, waaronder men nog twee geschonden -leeuwen herkent, de twee eerste pylonen en verdere overblijfselen van den Isistempel, -onder Nectanebus (378–360 voor Chr.) gesticht, en later, onder de Ptolomeën, verbouwd -en vergroot. Op de voorzijde der pylonen is Ptolomeus Philometor afgebeeld, zoo als -hij aan Isis en aan Har (Horus) gevangenen, die hij met eene hand bij de <span class="sic" title="Verbetering: haaren">hairen</span> vat, toewijdt. Een nog bruikbare trap, in den hof achter de pylonen uitkomende, voert -naar boven. Deze hof of binnenplaats wordt begrensd door twee gebouwen, mede uit den -tijd der Ptolomeën, en aan de moeder-godinnen Isis en Hator toegewijd. Twee andere -pylonen sluiten deze eerste binnenplaats af; zij zijn ruim 14 el hoog en op eene rots -gebouwd; een opschrift, in het graniet uitgebeiteld, vermeldt hare stichting door -Euergetes II. De binnenhof, die dan volgt, heeft door eene zijgang gemeenschap met -den Nijl, en bezit eenige schoone beeldwerken op de nog gespaarde muren. Een vooral -trok onze aandacht. Het is een bas-relief, een der Ptolomeën voorstellende, maar geheel -als een echte Pharao: dezelfde lange, schrale gestalte, dezelfde breede schouders, -dezelfde onmogelijke houding der armen en handen, waarmede hij van de achter hem staande -tafel allerlei geschenken neemt, om die Isis aan te bieden. Hij is zoo linksch en -onbeholpen mogelijk, en toch zoo indrukwekkend edel en vol majesteit. De schoone uitdrukking -van de figuur doet u onwillekeurig de ongerijmde teekening vergeten. -</p> -<p>De vier pylonen en de beide hoven vormen den waardigen toegang tot den grooten tempel -van Isis. Tien fraaie slanke kolommen, waarop nog de kleuren zijn te herkennen van -het oude schilderwerk, steunen een indrukwekkenden pronaos (voortempel), de roem van -Philae; verschillende vertrekken, met beeldwerken en bas-reliefs versierd, vormen -het eigenlijke heiligdom; in het laatste bespeurt ge eene nis met een sperwer van -rozenrood graniet: de sperwer is hier zoowel aan Isis als aan Hator gewijd. Naar de -zijde van den Nijl zijn de muren geheel bedekt met beelden en hiëroglyphen. -</p> -<p>Vóór ons, bijna geheel op de noordelijke spits van het eiland, verheffen zich, te -midden van palmboschjes, drie poorten, van waar een vervallen trap naar beneden, naar -het water, voert. Dit is de kazerne of triomfboog van Diocletianus. Langs den oostelijken -oever terugkeerende, bereiken wij eindelijk die heerlijke open zaal, die, op een verheven -terras boven den Nijl tronende, onwederstaanbaar aller oogen <span class="pageNum" id="xd31e401">[<a href="#xd31e401">71</a>]</span>tot zich trekt, den kleinen Isistempel, bestaande uit veertien zuilen en een prachtigen -architraaf, maar overigens geheel ongedekt. Half in het geboomte weggescholen, is -deze tempel, vooral des avonds, als de zon in het westen zinkt, een heerlijke plek -om te mijmeren of te lezen. De ruimte tusschen den voet van dit terras en de pylonen -van Nectanebus is bezaaid met ruïnen en puin; onder anderen ligt hier ook nog de verminkte -bouwval van een klein heiligdom aan de moedergodin Hator gewijd; het bevallige portaal -en de fraaie bas-reliefs zijn bijna onkenbaar geworden door den rook en het vuur: -want deze tempel wordt door de reizigers in den regel als keuken gebruikt. -</p> -<p>Bijna de gansche oppervlakte van het eiland Philae, dat 370 el lang en 240 el breed -is, wordt door deze gebouwen en ruïnen ingenomen: maar de nog tamelijk gespaarde tempels -beslaan ter nauwernood een negende gedeelte dier oppervlakte. De tempels van Hator -en Isis zouden gemakkelijk te herstellen zijn; ook zou men het verder verval der anderen -kunnen stuiten. En men <span class="corr" id="xd31e405" title="Bron: achte">achtte</span> deze overblijfselen niet gering, van wege hun betrekkelijk jongeren oorsprong: inderdaad, -niet enkel aan de schoonheid van het landschap waarin zij prijken, danken zij hun -roem. Het moge waar zijn, dat de eeuw der oude Pharaonen, van Ramses en Sesostris, -de meesten der kolossen en grootsche tempelburchten heeft zien oprijzen; het tijdperk -der Ptolomeën was getuige eener zeer merkwaardige herleving in kunst en letteren. -De halfverstorven egyptische geest ontwaakte nog eens uit zijn sluimer, bij de aanraking -met den genius van het Hellenisme, waarvan de Ptolomeën de vertegenwoordigers waren. -Wat de tempels verloren in omvang en kolossale afmetingen, wonnen zij in evenredigheid, -in maat en bevalligheid, waarvan alleen de grieksche kunst het geheim bezat. De romeinsche -restauratiën verdienen over het algemeen de minachting, waarmede de egyptologen ze -bejegenen: maar de invloed der grieksche kunst, die reeds twee eeuwen voor Alexander, -onder Psammetichus en Amasis, in het tot dusver gesloten land doordrong, heeft gaandeweg -de aloude stereotype traditiën gewijzigd en vervormd, zonder den zin en de beteekenis -er van te verminken, en ook zonder op de inlandsche kunstwerken een vreemden stempel -te drukken. De pylonen hier, bij voorbeeld, vormen een zeer goed geheel met den Hator-tempel, -bijna een eeuw vroeger door Nectanebus gesticht; en de prachtige pronaos van den grooten -Isistempel paart de attische bevalligheid en sierlijkheid aan de ernstige majesteit -van het oude Egypte. -</p> -<p>Dit kleine eiland Philae, of eigenlijk Pilak, zoo als de oud-egyptische naam luidt, -heeft zijne eigene geschiedenis. Beheerscher der katarakten en sleutel van het Nijldal, -was Philae het bolwerk der thebaansche dynastieën tegen de invallen der ethiopische -barbaren, en werd het wellicht haar laatste toevluchtsoord, toen de mannen van het -noorden, de Hyksos of Herders, Beneden- en Midden-Egypte hadden overstroomd en onderworpen. -De Pharao’s, wederom, na langen kamp overwinnaars gebleven en de vreemdelingen verjaagd -hebbende, bouwden tempels op de beide heilige eilanden, van waar het herstel der nationale -onafhankelijkheid was uitgegaan; en zoo op Philae al niets van hunne stichtingen is -overgebleven, op het zuster-eiland Beghiëh vindt men uitgestrekte bouwvallen uit de -regeering van een koning Amenhotep, opvolger van Moeris en voorvader van Sesostris. -Amenhotep, ten krijg trekkende tegen de Ethiopiërs, liet op een der rotsen een opschrift -beitelen, ter herinnering aan zijn doortocht. De armoede van Philae aan zeer oude -gebouwen is waarschijnlijk een gevolg der gruwelijke verwoestingen, op bevel van Kabuya -(Cambyses) den koning der Perzen, aangericht; Nectanebus, een der koningen uit de -laatste nationale dynastie, begon omstreeks het jaar 370 vóór Chr. de omgeworpen heiligdommen -te herstellen; de Ptolomeën zetten dien, door eene nieuwe perzische verovering gestoorden -arbeid voort; en de romeinsche Caesars traden in de voetstappen der grieksche vorsten. -Toen het rijk, ten noorden bedreigd, zijne zuidelijke grenzen prijs gaf, bleef Philae -zijne laatste vesting in Nubië; Diocletianus versterkte het eiland, en richtte er -den triomfboog <span class="corr" id="xd31e410" title="Bron: of">en</span> de kazerne op, waarvan nog, zoo als ik zeide, aan de noordspits drie gewelfde poorten -overig zijn. -</p> -<p>Toen de Pharaonen, de Ptolomeën en de Caesars Philae reeds lang verlaten hadden, bleven -er nog de oude goden, en hielden deze er zich staande tegen het immer voorwaarts dringende -nieuwe geloof. Hier was het graf van Osiris; Isis en Hator bezaten hier eene gansche -kolonie van priesters en priesteressen, die het heilige eiland nooit verlieten, en -na hun dood ter ruste werden gelegd in onderaardsche grafgewelven, nabij de grafstede -van den god. De heiligheid van Philae wies naarmate de eeredienst zijner goden zich -uitbreidde: want geene andere egyptische godheid vond in geheel de romeinsche wereld -zoo vele aanhangers als Osiris en Isis, wier roem in de tijden kort voor en onmiddellijk -na Chr., zelfs die der oude grieksche goden overstraalde. Het Christendom drong eerst -laat tot Philae door; en nog in de tweede helft der zesde eeuw werd hier de oude Isis -aangebeden. Eerst het Islamisme maakte voor goed een einde aan den dienst der oude -goden, maar het stelde er niet veel anders voor in de plaats dan dood en vernietiging. -</p> -</div> -</div> -<div class="div2 last-child section"> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">VI.</h3> -<div class="argument"> -<p class="first">In Nubië—Kalabsjeh.—Ipsamboel—De katarakten van Ouadi-Alfa.—Slot.</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Sedert gisteren zijn wij in Nubië: maar aan niets bespeuren wij het, dat wij niet -meer in Egypte zijn; slechts de plantengroei, die de smalle strooken ter wederzijde -van den Nijl aan den voet der steile rotsgebergten siert, is wellicht nog rijker en -weelderiger. Aan den lybischen oever hangt deze groene zoom letterlijk als een fluweel -en franje aan de vaalkleurige bergwanden. ’t Is een opeenvolging van allerlei gezichten: -hier volgt een lange karavane den hoogen slingerenden weg; elders zijn de rotsen gekroond -door een groot somber klooster, welks wijduitgestrekte muren rijzen en dalen naarmate -de berg zich verheft; ginds wederom <span class="pageNum" id="xd31e420">[<a href="#xd31e420">72</a>]</span>is het eene oude, verlaten moskee, halverwege de berghelling gebouwd, waar de omwonende -bevolking samenstroomt ten gebede. En voorts, overal bouwvallen uit den tijd der Pharaonen. -Hebt ge eene of andere uitstekende steile rots beklommen, dan ziet ge, geheel aan -den gezichteinder, te midden van een doolhof van bergen, kolommen oprijzen, door de -avondzon met purperen glansen getooid: ligt daar eene of andere geheimzinnige stad, -nog door geen vreemdeling betreden? Hoe het zij: niemand wist mij te zeggen hoe de -plek heette, waar die zuilen verrezen, en niemand wist ook den weg derwaarts te wijzen. -</p> -<div class="figure p1868-072width"><img src="images/p1868-072.jpg" alt="Kartas." width="665" height="720"><p class="figureHead">Kartas.</p> -</div><p> -</p> -<p>De Kreeftskeerkring welft zich boven onze hoofden, en zendt ons haar vurigen adem -naar beneden. Het is stikkend heet; geen windje koelt de brandende lucht af, en slechts -de onmiddellijke nabijheid van het water geeft eenige verfrissching. Aan deze buitensporige -hitte bemerken wij het toch, dat wij niet langer in Egypte zijn, maar de tropische -gewesten van Nubië hebben bereikt. Hier wordt geen arabisch meer gesproken; en onze -teleurgestelde drogman moet zijne stille winstjes afstaan aan een der matrozen, die -de taal van het land verstaat. De Nubiërs, over het algemeen zachtzinnig van aard, -zien er evenwel vrij <span class="pageNum" id="xd31e427">[<a href="#xd31e427">73</a>]</span>krijgshaftig uit; de met een riem om hun arm gebonden dolk, de boog van ijzerhout, -en het schild van krokodillenvel, moeten hunne vrijheid beschermen; de egyptische -regeering moet steeds tot geweld hare toevlucht nemen, als zij van deze onderdanen -iets verkrijgen wil. Als ijverige landbouwers betwisten zij aan den stroom iederen -duim van het vruchtbare slib, dat hij, bij zijn dalen, achterlaat en dat vier achtereenvolgende -oogsten draagt. Meen echter niet dat men hier den grond bebouwt: men strooit eenvoudig -het zaad in kleine ondiepe gaten, en de natuur doet het overige. Een zoo zacht en -warm klimaat ontslaat de Nubiërs van de moeite om zich te kleeden: zeer dikwijls hebben -zij niets aan hun lichaam dan alleen hunne wapenen; anderen slaan eenvoudig een doek -om de heupen of een witten mantel over de schouders. De vrouwen dragen allerzonderlingste -kostumes, meestal zeer eenvoudig; zij verwen zich de lippen en vlechten hare hairen -in een groot aantal kleine tressen, die zij juist niet alle dagen op nieuw opmaken. -De Nubiërs zijn een krachtig en fraai gebouwd menschenras, donker bronskleurig en -met zwaar krullend haar. De dorpen, die doorgaans dicht aan elkander grenzen, bestaan -meestal uit een vijftien of twintigtal hutten, met een plat dak van palmbladen; voor -de hutten staan dikwijls groote aarden kruiken, waarin het koren bewaard wordt. -</p> -<div class="figure floatLeft p1868-073width"><img src="images/p1868-073.jpg" alt="Saïs (stalknecht)." width="373" height="720"><p class="figureHead">Saïs (stalknecht).</p> -</div><p> -</p> -<p>In Nubië vindt men bouwvallen uit allerlei tijden en sporen der vereering van alle -goden der oude wereld. In den omtrek van Philae heerschen Isis en Osiris; evenzoo -vindt men te Deboet en te Gertassi de overblijfselen van tempels aan Isis gewijd. -Maar veel belangrijker dan de ruïnen van Deboet en Gertassi zijn die te Kelabsjeh, -wellicht de schoonsten van geheel Nubië. Te midden van eerwaardige sykomoren verheffen -zich groote steenhoopen, als hadde de naburige berg zijn schoot geopend en uitgestort -over de enge vlakte. Een prachtige heirbaan van gehouwen steenen voert van den Nijl -naar een grooten pyloon. Achter de uitgestrekte, maar ter aarde gestorte propylaeën -verrijst nog, met zijne poorten en zijmuren, de voorgevel van den pronaos, geheel -bedekt met beeldwerk, waarin de zonneschijf vooral het oog trekt. In den tempel zelf -schittert veelkleurig schilderwerk; rondom het heiligdom scharen zich zalen en kamers, -trappen en galerijen, die echter meest allen in puin verkeerd zijn. Een dubbele omwalling -van kolossale steenblokken omgeeft, als een reuzengordel, geheel den tempel. Deze -grootsche bouwval verrijst te midden van een woest, bergachtig landschap, waarvan -de indruk nog verhoogd wordt door de onstuimig bruisende rivier, die zich, kokend -en schuimend, een weg baant door de rotsengte van Taphis. Aan den voet der ruïne liggen -de armelijke hutten van een akelig dorp verspreid. Hier bloeide eens het oude Talmis, -onder de hoede van zijn beschermgod Mandou-Ra, zoon van Horus en Isis.—De tempel van -Dandoer werd onder Augustus gebouwd: de bloeitijd der kunst was voorbij; en het beste -wat de ruïne heeft is wel hare schilderachtige ligging op eene rots boven den Nijl. -</p> -<p>Eenige uren ten zuiden van Dendoer ligt het dorp Djerf-Hoessein, waar een zeer merkwaardige -tempel gevonden wordt: een zoogenoemde <i>hemispheos</i>, dat is een half in de rots uitgehouwen tempel. Een breede, zeer vervallen trap, -vroeger met sphinxen en beelden versierd, voert naar den voorhof, die tegen den berg -is aangebouwd, en mede in zeer bouwvalligen toestand verkeert. Deze voorhof is misschien -uit den tijd van Ramses III: maar de tempelzalen zelven, in de rots uitgehouwen, zijn -zeer zeker van veel ouder dagteekening, zoo als door het ruwe en plompe der beeldwerken -bewezen wordt. De zoldering der eerste en grootste zaal wordt gedragen door ontzettende, -bij de dertig voet hooge kolossen, die met den rug tegen <span class="pageNum" id="xd31e437">[<a href="#xd31e437">74</a>]</span>ware vierkante pilaren rusten; in de muren zijn nissen uitgehouwen, die met grof bewerkte -beelden prijken. Beelden en muren en pilaren zijn allen met een zwarte tint overtogen: -het gevolg van het vuur, dat misschien eeuwen aan eeuwen in dezen aan Phta gewijden -tempel werd onderhouden; en niets kan een denkbeeld geven van de fantastische spookachtige -uitwerking der fakkels en toortsen op deze wonderlijke duistere gestalten, die u van -alle zijden omringen. De andere zalen en vertrekken zijn bevolkt met nachtvogels en -slangen, die hier en daar glimmende sporen op de vochtige steenen hadden achtergelaten. -Wij gevoelden geen lust in deze nachtelijke duisternis verder door te dringen, en -keerden naar onze boot terug. -</p> -<p>Langzaam, zeer langzaam gaat de reis voort, en dit, gevoegd bij de steeds toenemende -hitte en het treurig sombere voorkomen der streek, maakte ons in het eind zwaarmoedig. -Hier en daar een bijna geheel verwoeste bouwval; geen bergen meer, maar opeenhoopingen -van verkalkte rotsen, door den tijd of door de werking der zonnestralen gebarsten -en gescheurd, en uren ver den grond in wilde wanorde bedekkende; rondom ons niets -dan gloeiend zand; de woestijn raakte tot aan den oever; de dorpen worden schaarscher -en de menschen onhandelbaarder. Dicht bij de bouwvallen van Seboeah zagen wij ons -door hardnekkigen tegenwind gedwongen, van onzen firman gebruik te maken: maar toen -wij in een aangrenzend gehucht lieden wilden pressen om onze bark te helpen trekken, -geraakte de gansche bevolking in opstand. In groote spanning verwachtten wij reeds -langen tijd de terugkomst van den <i>reis</i> en van den kawas; toen eensklaps een geweerschot viel. Dadelijk gaven wij bevel met -de boot aan te leggen, en stegen aan land, gevolgd door een deel der bemanning, ten -einde de onzen bij te staan. Zij naderden reeds, gevolgd door een luid tierende menigte, -die evenwel op het gezicht van ons geleide terugweek, maar voortging met schreeuwen, -terwijl de gillende stemmen der vrouwen boven alles uitklonken. In de eerste verrassing -hadden wij niet gezien, dat onze lieden een gevangene mede voerden, en nog wel den -sjeikh in eigen persoon: onze kalme en tevens verzoenende houding was evenwel van -invloed op deze wilde natuurkinderen; en daar het schot, dat, zoo als men zeide, bij -ongeluk was afgegaan, niemand had gekwetst, werd de vrede spoedig hersteld. Koffie -en eenige sigaren herschiepen de oproerigsten weldra in onze beste vrienden. De sjeikh -zelf hielp meê trekken en de bark ging lustig vooruit: dat was al wat wij wenschten. -Van toen af vonden wij de bevolking overal bereidwillig; vooruitgezonden loopers verwittigden -de dorpen van onze nadering, en ten bepaalden tijde vonden wij onze versche manschappen -gereed. -</p> -<p>Telkens werd onze voortgang gestuit door rotsen, die tot de oppervlakte des waters -reikten, en ook door steenen dammen, die sedert Philae gedurig onze aandacht getrokken -hadden. Op deze dammen zijn dan <i>sakiëhs</i> <span class="corr" id="xd31e447" title="Bron: geplaats">geplaatst</span>, dat zijn zeer eenvoudige toestellen, niet ongelijk aan de schepraderen van baggerschuiten -of watermolens, en bestemd om het water uit de rivier op te voeren, ter besproeiing -der hooge landerijen. In Nubië zijn deze sakiëhs van reusachtigen omvang: zij gelijken -bijna op bolwerken, met platformen van palmhout. Op deze hooge terrassen zit, boven -op een breeden balk, een man die de ossen of buffels moet besturen, welke het rad -in beweging brengen; daar, half droomend zijne dieren aandrijvend, geniet hij al de -zaligheden van een echt oosterschen <i>kiëff</i>, siësta, of zingt halfluid een zijner wonderlijke nationale liederen. -</p> -<p>Wij hielden twee dagen rust te Korosko, een armzalig, maar druk bezocht dorp, van -waar de karavanen vertrekken, die door de woestijn van Atmoer naar Khartoem gaan. -Dit oponthoud, louter een gevolg van de gemakzucht onzer matrozen, gaf ons gelegenheid -eene nubische bruiloft bij te wonen. Die van Mahmoed te Loeksor won het in betamelijkheid -en betrekkelijke zindelijkheid: hier dansten en lachten en zongen mannen en vrouwen -door elkander, te midden van eene onbeschrijfelijke onreinheid van stof, geschreeuw -en duisternis. Een groote, welgebouwde negerin danste een niet onbevalligen, maar -vooral zeer hartstochtelijken dans, bijgestaan door verschillende groepen van jonge -lieden, die haar met uittartende houdingen steeds naderden. Op het oogenblik dat de -dans het meest geanimeerd was, staken wij eensklaps bengaalsch vuur af, hetgeen met -uitbundig geschreeuw werd begroet, waarna wij ons verwijderden, den roep van toovenaars -achterlatende. -</p> -<p>En nu, op! luie matrozen! op, het is tijd! De zon verrijst; de nacht is koel en verkwikkend -geweest; op! aan het werk! Weer zijn de oevers schilderachtig: loodrechte rotsen, -enge bloeiende velden, aan tuinen gelijk. Te Dheer vindt men in een door Sesostris -aan Amun en Phta gewijden en half in de rots uitgehouwen tempel, zeer goed bewaard -schilderwerk uit den tijd der Ptolomeën, en standbeelden van Isis, waarvan het gelaat, -naar men wil, eene koningin Arsinoë moet voorstellen. Ginds, in de verte, verrijst -de berg van Ipsamboel of Aboe-Simbel, zoo bekend om zijne tempelgrotten. Reeds sedert -vier uren hebben wij hem in het gezicht; en telkens, bij iedere kronkeling der rivier, -is het alsof hij zich weder verwijdert. Eerst tegen den avond werpen wij het anker -uit bij het dorp Ipsamboel, op den lybischen oever, tegenover de tempels gelegen. -De ondergaande zon verlicht met hare schuine stralen de kolossen en reusachtige friezen -dezer wondervolle gebouwen, eenig in hunne soort, door menschenhanden in het graniet -uitgehouwen, en die eerst zullen vergaan wanneer de gedaante der wereld veranderen -zal. -</p> -<p>Voor den ingang van den grooten tempel, die vier-en-veertig ellen breed en drie-en-veertig -ellen hoog is, zitten, tegen den bergwand geleund, vier reusachtige standbeelden, -niet minder dan zeven-en-twintig ellen hoog. Zij zijn grootendeels onder het zand -bedolven, dat bij het eene beeld tot zelfs aan de schouders reikt; ook heeft een der -kolossen zijn hoofd verloren, dat door een afgevallen rotsklomp gedeeltelijk verbrijzeld -is. Toch maken deze vier reuzenbeelden, die, wat de kolossale afmetingen betreft, -zelfs te Thebe geen wedergade vinden, een wonderbaren en onuitsprekelijken <span class="pageNum" id="xd31e456">[<a href="#xd31e456">75</a>]</span>indruk. Hoe kalm zitten zij daar, de handen op de knieën uitgestrekt, met de kroon -op het hoofd, het fijn gevormde, half glimlachende gelaat naar den stroom gekeerd, -in wiens geelachtige wateren zij zich reeds sedert meer dan dertig eeuwen spiegelen. -Geheimzinnige gestalten, als voor de eeuwigheid geschapen, onverwoestbaar als het -graniet, waaruit zij gehouwen zijn! Eene vijf-en-twintig voet hooge deur voert in -de voorhal, waarvan de zoldering op pilaren rust, waartegen wederom kolossale beelden -van Osiris, met de armen over de borst gekruist, leunen. Uit deze groote zaal komt -men, door twee kleinere, in het eigenlijke heiligdom, kenbaar aan vier zittende kolossale -godenbeelden. Behalve deze zijn er nog vele nevenzalen en vertrekken, in het geheel -veertien, allen in de rots uitgehouwen. De wanden dezer zalen zijn met gekleurde bas-reliefs -bedekt: voorstellingen uit den krijg, door de Egyptenaren tegen een vreemd, door kleur -en kleeding van hen onderscheiden volk gevoerd. Wij zien hier den koning, aan zijne -hooge gestalte boven de anderen kenbaar, op zijn strijdwagen zijne krijgers aanvoerend; -andere wagens volgen hem; de boogschutters beschieten met hunne pijlen een burcht, -waarvan de verdedigers deels reeds getroffen zijn en nederstorten, deels op hunne -knieën vallend genade afsmeeken, deels in allerijl wegvlieden. Op een ander tafreel -treedt de overwinnaar over de lijken der verslagenen voort, en worden hem de krijgsgevangenen -te gemoet gevoerd. Op deze tafreelen hebben de Egyptenaars, even als op soortgelijken -in Egypte zelf, eene roodachtig bruine kleur. Het overwonnen volk is geel van kleur; -onder de gevangenen zijn evenwel donkerbruine en zwarte figuren. Ook de goden zijn -aan hunne kleur kenbaar: zij zijn blauw, grijs, roodachtig en geel. -</p> -<p>De tweede, kleinere rotstempel is van buiten versierd met zes kolossale staande figuren, -ter wederzijde der deur eene godin tusschen twee goden: deze beelden zijn echter niet -zoo vrij als de zittende kolossen van den hoofdtempel: het zijn meer hoog-reliefs. -Ook hier is weder eene voorhal en verschillende nevenvertrekken, allen met beeldwerken -voorzien. Deze tempel is aan Hator gewijd, zooals de groote aan Amun en Phta. De stichter -dezer reusachtige werken, de machtige heerscher, wiens zegepralen op de wanden verheerlijkt -zijn, was gewis geen ander dan de groote Ramses-Sesostris, van wiens veroveringstochten -de oudheid zoo veel te verhalen weet, en wiens naam door Champollion onder de hiëroglyphen-opschriften -van dezen tempel werd gevonden. -</p> -<p>Te Ipsamboel maakten wij kennis met een zeer beleefden <i>kâsjef</i>, zoo veel als onderprofect. Deze man verliet ons bijna nooit. Dadelijk na onze aankomst -kwam hij ons verwelkomen; den geheelen dag door rookte hij onze sigaren en dronk hij -onze koffie, hierin trouw nagevolgd door eene gansche schaar van inboorlingen, die -tot zijn gevolg behoorden. Toen het avond werd bleef de kâsjef zitten, en wij moesten, -welstaanshalve, hem ten eten vragen. Hij ging eerst laat weg, en den volgenden morgen, -met het krieken van den dag, stond hij weer voor ons, door nog meerderen gevolgd dan -gister. De gansche troep ontbeet van onzen voorraad, ditmaal zonder uitnoodiging af -te wachten; de bark werd bijna leeggeplunderd. Eindelijk vertrokken wij; de kâsjef -wandelde treurig aan den oever mede, en riep ons nog toe, als om ons te waarschuwen: -„Allah behoede u voor den khamsîn!” -</p> -<p>De ongeluksprofeet! Nauwelijks had hij ons verlaten, of plotseling steeg de thermometer -tot twee-en-veertig graden. Dadelijk overviel ons een gevoel of wij stikken zouden: -de lucht, het schip, onze longen: alles in één woord is in een oogenblik gevuld met -een brandend en onzichtbaar stof. Onze matrozen liggen roerloos op het dek; de lieden -van het land weigeren ons schip voort te trekken. Eerst tegen den avond gelukt het -ons, met veel moeite, Kosko te bereiken, waar wij overnachten. De khamsîn had ons, -in het voorbijgaan slechts, beroerd: de geweldige vuuradem, die de brandende zandwolk -voor zich uitdrijft, en de karavanen in de woestijn ademloos versmachten en sterven -doet. -</p> -<p>Den volgenden morgen, nog nauwelijks van onze benauwdheid bekomen, zetten wij onze -reis voort tusschen zandige onbewoonde oevers, door wilde ruwe rotsmassa’s afgewisseld. -De berg van Quadi-Alfa vertoont zich van verre op den lybischen oever, te midden van -eene gele vlakte; de tegenoverliggende oever prijkt weder, voor een oogenblik, met -al de weelderigheid eener tropische vegetatie. Wij naderen Quadi-Alfa, en moeten nu -de heerlijke heirbaan verlaten, die ons sedert twaalf weken zoo onmerkbaar zacht heeft -gedragen: de tweede katarakt, veel ongenaakbaarder dan de eerste, belet ons verder -voort te gaan. Wij stappen aan land en wandelen een poos voort langs den wilden, eenzamen -oever; zoo ver het oog reikt, strekt zich de bleekgele, vlakke woestijn uit, hier -en daar met witte plekken geteekend, die de plaats aanduiden waar een of ander ongelukkige -reiziger, door den khamsîn verrast, met zijne dromedaris is bezweken en door de jakhalzen -verslonden. De uitgebleekte beenderen schitteren als elpenbeen in het zonlicht, tot -zij tot stof zijn vergaan en met het zand der woestijn vermengd. -</p> -<p>Na een vermoeienden tocht van twee à drie uren bereiken wij een heuvel, van waar wij -den geheelen val kunnen overzien. Het is een ontzettend gezicht; minder schoon dan -de eerste katarakt bij Philae, maar ernstiger, minder majestueus, maar grootscher. -Met lage golvingen daalt de grond af in eene vallei, die misschien twintig mijlen -breed is, en het beeld eener volkomen verwoesting vertoont. Ordelooze hoopen zwarte -rotsen, sommigen met schraal gewas bedekt, verdeelen den Nijl in duizend wilde, kokende -beken, waarvan geen enkele bevaarbaar is. Het water schuimt, bruist, ziedt, en dringt -onstuimig voort tusschen deze dooreengeworpen steenmassa’s: het is een wilde baaierd, -een woestijn van rots en water, waar geen boot zich wagen durft. -</p> -<p>Hier eindigde onze tocht. Wel liggen ginds nog enkele ruïnen verspreid; wel vindt -men ook nog daar de sporen der oude beschaving, de sporen der Pharao’s; wel schemert -daar ginds, in de verte, de herinnering <span class="pageNum" id="xd31e469">[<a href="#xd31e469">76</a>]</span>aan den priesterstaat Meroë: maar toch, hier is de grens der eigenlijke cultuur. Daar -ginds, zuid- en oostwaarts heen, heerscht, sinds eeuwen en misschien nog voor eeuwen, -de barbaarschheid; daar ligt eene andere wereld, waarvan de sluier nog maar half is -opgelicht. Maar terwijl ik op dezen woesten heuvel stond en het eenzame landschap -overzag, keerde ik mijn blik nog eens naar het noorden: en weder verrees daar voor -mijn geest het beeld van dat wondervol verleden, waarvan ik de gedenkteekenen had -aanschouwd. Welk eene geschiedenis, zich verliezende in de morgenschemering der wereld: -de geschiedenis van een volk, dat mede zijn stempel heeft gedrukt op de beschaving -van geheel het Westen; een volk, dat op het toppunt stond van macht en heerlijkheid, -toen onze voorvaderen omdoolden op de bergen en door de wouden van Azië, en met de -wilde dieren kampten om den buit. Herroept ze voor uwe verbeelding, die nu begraven -koningssteden, zich spiegelende in de wateren van den heiligen vloed; die prachtige -tempels, door wier ruïnen ge nog in verrukking omdwaalt; die in de rotsen gehouwen -graven, waar de dooden nog schenen voort te leven, zoolang hun lichaam voor het verderf -was bewaard! Welke beelden dagen op uit het verleden. De Pharao’s, heerschende over -millioenen slaven, hunne onverdelgbare tempels en pyramiden stichtend, en hunne zegevierende -wapenen tot diep in Azië voerend; de nomadenstammen der Hyksos het oude erfland der -beschaving overstroomende; Mozes, aan het hoofd der kinderen Israëls optrekkende, -om aan de grenzen van Egypte een nieuwen staat te gronden; dan de Perzen, de Grieken, -de Romeinen; Cambyses, Alexander, Caesar; dan de Arabieren, de Mammelukken, de Turken:—stroomen -van veroveraars, eeuwen en eeuwen achtereen, verwoestend heenstormende over dit ongelukkige -land. Isis en Osiris wijkende voor het Evangelie, dat straks weder verdrongen wordt -door den noodlottigen Islam, onder wiens looden schepter alle leven kwijnt en sterft.—Eene -geschiedenis van meer dan veertig eeuwen ontrolt zich voor den verbijsterden blik: -een bont, afwisselend geweldig drama, waarvan de ontknooping nog altijd wordt verwacht. -Zal dat Egypte uit zijn slaap ontwaken; zal ook hier het Kruis zegevieren over de -verbleekte halve maan, en het Evangelie nog eens, als een adem des levens, deze dorre -doodsbeenderen bezielen, als in de dagen van ouds? Wie zal op deze vragen antwoorden? -Genoeg: wij weten de uitkomst is gewis, de eindelijke zegepraal is beslist; maar, -voor den Eeuwige zijn duizend jaar als een dag, en die gelooven haasten niet. -</p> -<div class="figure p1868-076width"><img src="images/p1868-076.jpg" alt="Pylonen van den Isis-tempel op Philae." width="720" height="539"><p class="figureHead">Pylonen van den Isis-tempel op Philae.</p> -</div><p> -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<div class="footnote-body"> -<div class="fndiv" id="xd31e123"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd31e123src">1</a></span> Bovenstaande werd geschreven in 1868, toen het Suez-kanaal nog niet was voltooid. <a class="fnarrow" href="#xd31e123src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p> -</div> -<div class="fndiv" id="xd31e310"> -<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd31e310src">2</a></span> Pylonen zijn hooge, pyramidaalvormige gebouwen of torens, met platte daken, ter wederzijde -van den ingang der egyptische tempels en paleizen opgericht. <a class="fnarrow" href="#xd31e310src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Anoniem</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td> -<td>2022-10-19 20:05:30 UTC</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>1868</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2022-04-30 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e135">16</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hieroglyphen</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hiëroglyphen</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e138">16</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">tamariske</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">tamarisk</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e156">18</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">,</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e186">20</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">dat</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">dan</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e212">22</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">libysche</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">lybische</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e254">58</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hotels</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hôtels</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e303">62</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">baar</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">haar</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e313">63</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hieroglyphenschrift</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hiëroglyphenschrift</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e326">64</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">havikken</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">haviken</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e405">71</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">achte</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">achtte</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e410">71</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">of</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">en</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e447">74</a></td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">geplaats</td> -<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">geplaatst</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE</span> ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away—you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> -</div> -</body> -</html> diff --git a/old/69183-h/images/new-cover.jpg b/old/69183-h/images/new-cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 75b111c..0000000 --- a/old/69183-h/images/new-cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-013.jpg b/old/69183-h/images/p1868-013.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e79b687..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-013.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-016.jpg b/old/69183-h/images/p1868-016.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2a37645..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-016.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-017.jpg b/old/69183-h/images/p1868-017.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d4fbb20..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-017.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-020.jpg b/old/69183-h/images/p1868-020.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index d69a608..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-020.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-021.jpg b/old/69183-h/images/p1868-021.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 17a8829..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-021.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-024.jpg b/old/69183-h/images/p1868-024.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2a4e53a..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-024.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-057.jpg b/old/69183-h/images/p1868-057.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index af29795..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-057.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-060.jpg b/old/69183-h/images/p1868-060.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 7f744d0..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-060.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-061.jpg b/old/69183-h/images/p1868-061.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5510fa5..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-061.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-064.jpg b/old/69183-h/images/p1868-064.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 37cd1d8..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-064.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-065.jpg b/old/69183-h/images/p1868-065.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index b3e7fd4..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-065.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-068.jpg b/old/69183-h/images/p1868-068.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 722858e..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-068.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-069.jpg b/old/69183-h/images/p1868-069.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 1cd9d65..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-069.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-072.jpg b/old/69183-h/images/p1868-072.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 68ce9ad..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-072.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-073.jpg b/old/69183-h/images/p1868-073.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index acaabf2..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-073.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69183-h/images/p1868-076.jpg b/old/69183-h/images/p1868-076.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 51c1490..0000000 --- a/old/69183-h/images/p1868-076.jpg +++ /dev/null |
