summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/69183-0.txt2593
-rw-r--r--old/69183-0.zipbin62875 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h.zipbin7723466 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/69183-h.htm3275
-rw-r--r--old/69183-h/images/new-cover.jpgbin289865 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-013.jpgbin589444 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-016.jpgbin575202 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-017.jpgbin490556 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-020.jpgbin319244 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-021.jpgbin394590 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-024.jpgbin644608 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-057.jpgbin529828 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-060.jpgbin275565 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-061.jpgbin631837 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-064.jpgbin292458 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-065.jpgbin319641 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-068.jpgbin338099 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-069.jpgbin495182 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-072.jpgbin631501 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-073.jpgbin350058 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/69183-h/images/p1868-076.jpgbin520973 -> 0 bytes
24 files changed, 17 insertions, 5868 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..0482967
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #69183 (https://www.gutenberg.org/ebooks/69183)
diff --git a/old/69183-0.txt b/old/69183-0.txt
deleted file mode 100644
index 8225994..0000000
--- a/old/69183-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2593 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Langs den Nijl: Herinneringen eener
-reis in Egypte, by Anonymous
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte
- De Aarde en haar volken, 1868
-
-Author: Anonymous
-
-Release Date: October 19, 2022 [eBook #69183]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN
-EENER REIS IN EGYPTE ***
-
-
-
-
-
-DE AARDE EN HAAR VOLKEN.
-
-
-LANGS DEN NIJL.
-
-HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE.
-
-
-I.
-
- De Middellandsche zee.—Malta.—Alexandrië.—Naar Kaïro.
-
-
-Wat ik u mededeelen ga, zijn schetsen uit mijne reisportefeuille:
-herinneringen aan een tochtje door Egypte, in het voorjaar van 1863
-ondernomen. Het doel mijner reis is voor u van geen belang: het eenige,
-waarvoor ik uwe welwillende aandacht durf vragen, zijn mijne eenvoudige
-schetsen; en ook dat niet om haar zelfs wil, maar om den wil van het in
-zoo menig opzicht hoogst merkwaardige land, aan welks natuur,
-geschiedenis en volk ze zijn ontleend.
-
-
-
-Kalm en statig klieft de fransche paketboot l’Aigle de zacht kabbelende
-golven der Middellandsche zee, en laat op de breede watervlakte een
-zilveren spoor van vlokkig schuim achter. Boven onze hoofden welft zich
-de wolkeloos blauwe hemel, en giet een stroom van tintelend licht uit
-op de even heldere en even blauwe wateren der wonderschoone zee, als
-een glad gepolijst schild stralend en fonkelend in het felle
-zonnelicht. Boven en beneden eene oneindige, doorzichtige, blauwe
-diepte; het is als zweeft de boot in een azuren ether, doortrokken van
-licht. Voor hem, die ze nooit zag, is het niet wel mogelijk zich een
-denkbeeld te maken van deze wondervolle verlichting, deze
-onvergelijkelijke helderheid der lucht, die scherpte van alle
-omtrekken, dien gloed van alle kleuren: van geheel dit magisch
-lichteffect, aan het Oosten en Zuiden eigen. Het is een schouwspel,
-waarvan ik, hoe dikwijls reeds genoten, mij niet verzadigen kan, ook al
-vermoeit het mij soms dien verblindenden luister aan te staren. Ja, en
-menigmalen, wanneer ik, in sombere herfst- of winterdagen, voor de
-vensters mijner kamer sta en uitzie over het grijze veld en het vale
-bosch, of opzie naar den doffen, kleurloozen, lagen hemel, als een
-grauw kleed op de aarde nederhangende; als ik dan bijna nergens kleur
-of licht bespeur:—ja menigmalen rijst dan eensklaps voor mijne
-verbeelding het prachtig visioen van dien stralenden oosterschen hemel,
-van dien alles overwinnenden, alles doordringenden zonnegloed, die aan
-alles vorm, kleur, diepte geeft. Ik heb de zon lief, en vreugde rijst
-er in mijn gemoed, als zij ons verkwikt met haar heerlijk licht en
-toelacht uit haar reine, blauwe hemeltent; mijn hart gaat uit tot haar,
-met heimwee en wonderzoet verlangen. Is het omdat nog steeds, hoezeer
-mij onbewust, diep in mijne ziel het beeld staat gegrift van het land
-des lichts en der kleuren, van het prachtige Java, mijn geboortegrond?
-Maar meen niet, dat ik daarom op onze minder prachtige, maar in hare
-bescheidenheid en verscheidenheid veellicht nog rijker, natuur met
-geringschatting nederzie; meen niet, dat ik blind zou zijn voor de
-heerlijkheid van een schoonen herfstmorgen in onze duinstreek, voor het
-wondervolle kleurenspel van een zonsondergang aan onze stranden. Neen,
-ik weet het: juist aan onzen vochtigen, minder helderen dampkring
-danken wij, wat het Oosten en het Zuiden missen, dien oneindigen
-rijkdom van tinten en halve tonen; dat wondervol spel van licht en
-schaduw en kleur in onze bewolkte luchten; die fijne, wazige, zilverige
-tinten, die als een feeënsluier onzen horizon omwuiven en zoo
-uitlokkend geheimzinnig verhullen; danken wij geheel dat eigenaardig
-karakter onzer landschappen, wier schoonheid alleen hij miskennen kan,
-die den zin voor waarachtig natuurschoon mist, en die dan ook, overal
-en altijd, wel door het vreemde, het onverwachte, het grootsche,
-getroffen kan worden, maar in wiens gemoed nooit de zachte taal
-doordringt, die Gods heerlijke schepping, overal en altijd, spreekt
-voor wie ooren heeft om te hooren en een hart om op te merken.
-
-
-
-Een eindelooze horizon naar alle kanten: overal de blauwe, stralende
-zee, door den blauwen, stralenden hemel overweld. Drie dagen geleden
-heb ik Malta verlaten, en sedert geen land gezien. Dikwijls wendt mijn
-oog zich onwillekeurig naar het noordwesten, als kon ik nog den aanblik
-genieten van het prachtig rotseiland, in volle wapenrusting oprijzende
-uit de heldere wateren der Middellandsche zee. Wat grootsche
-herinneringen omzweven deze rotsen, eenmaal het bolwerk der
-Christenheid tegen de turksche macht, die zich hier den trotschen kop
-te pletter stiet. Hier vierde de ridderlijke orde van Sint-Jan haar
-laatste triomfen; hier ook ging zij ten onder, in later, somberder
-dagen. Immers, wat er nog van haar overig is, wat is het meer dan een
-naam, eene ijdele schaduw? Maar schitterend heeft zij hare taak
-volbracht: onversaagd en onvermoeid heeft zij de kruisbanier hoog
-gehouden en met haar bloed verdedigd tegen de horden der ongeloovigen,
-die op haar aandrongen als een stroom; op alle slagvelden in Palestina
-heeft zij gestreden; op Rhodus en op Malta den kamp met de turksche
-barbaren bestaan en zeeghaftig bestaan: want zij heeft de
-Middellandsche zee van de turksche heerschappij gered. Een heldendicht
-is hare geschiedenis, ook op haar laatste wijkplaats, op haar wild
-rotseiland Malta, door haar in een tuin en een vasten burcht
-herschapen: een heerlijk heldendicht, dat ons hart verkwikt, en te
-midden van de koude zelfzucht en berekenende gelddorst onzer veelszins
-materialistische eeuw, nog de geestdrift voor hoogere bedoelingen, voor
-een nobeler streven dan naar het bezit van goud, in de ziel kan doen
-ontgloeien. Maar deze ridderlijke heldengeest, die eens de orde van
-Sint-Jan bezielde, is geweken; de engelsche vlag waait van de tinnen
-van la Valette, en Malta is een belangrijk middelpunt voor den handel
-geworden; nog meer, een zeer gewichtig maritiem station voor de vloten
-van Groot-Brittannië, dat in Malta en Gibraltar de beide sleutels der
-Middellandsche zee bezit. Voorzeker, in deze hoede is de prachtige zee
-veilig; trouwens geen turksche vlootvoogd of barbarijsche kaperkapitein
-bedreigt meer de kusten van Italië; de heerlijkheid der halve maan is
-lang ondergegaan, en het eens zoo gevreesde damasceensche zwaard sinds
-lang verbroken. Ach waarom, waarom houdt onderlinge naijver en
-verfoeielijk egoïsme nog altijd dat verdorven geraamte, dat het
-turksche rijk heet, met allerlei kunstmiddelen in stand? waarom duldt
-Europa het nog langer, dat een afgeleefde, diep verbasterde
-barbarenhorde den ruwen voet blijft zetten op de aloude erflanden der
-Christenheid en der beschaving? O, keerde maar voor een oogenblik de
-geestdrift, de heilige geestdrift terug, die eenmaal duizenden bij
-duizenden naar het zwaard deed grijpen, om den gewijden grond van
-Palestina van den vloek des Islams schoon te vegen, hoe gemakkelijk zou
-nu de taak te volbrengen zijn. Ontwaakt en verheft u uit uwe graven,
-gij ridders van Sint-Jan! schaart u nog eens om uwe onbevlekte banier
-met het witte kruis; ontbloot nog eens uwe goede, trouwe zwaarden;
-trekt op naar het Oosten, het oude tooneel uwer heldendaden en
-glorierijke triomfen, uwer worstelingen en roemrijke nederlagen; trekt
-op naar de heilige stad Jeruzalem, uw geboortegrond; en drijft de
-ontzenuwde, verachtelijke barbaren voor u uit, terug naar hunne steppen
-in het hart der woestijn!
-
-Een ijdele droom, niet waar? maar dat ik aldus droomde, terwijl de
-vlugge boot de golven dezer zee doorkliefde, in vroeger eeuw zoo vaak
-door de galeien der vrome ridders doorkruist, zoo vaak getuige van den
-verwoeden kamp met de ongeloovigen, dat verwondert u wel niet.—En nu,
-ik wend mijne blikken van den noordelijken gezichteinder, en staar uit
-naar het zuiden. Daar moet welhaast de kust van Egypte opdoemen uit de
-wateren; wij zijn niet verre meer van het land verwijderd. Ware slechts
-die kust niet zoo laag en vlak, wij zouden ze reeds zien. Doch wat
-schemert daar ginds aan den verren gezichteinder? Zie, een gele lijn,
-een gouden streep, maakt scheiding tusschen de blauwe zee en den
-blauwen hemel. Naarmate wij naderen, komt die lijn duidelijker uit,
-verbreedt en verheft zich die streep. Reeds herkent ge de lage kust en
-de gele zandheuvels; reeds onderscheidt ge de witte gebouwen van
-Alexandrië, oprijzende tusschen die gele heuvels en de azuren golven.
-Op de reede een mastbosch, schepen van allerlei natiën; daarachter
-groote, witte gebouwen; verder eene ordelooze massa van lage,
-onaanzienlijke huizen; hier en daar groepen van palmboomen; en ter
-zijde, waar het paleis van den Onderkoning zijne muren verheft,
-prachtige bosschages van bananen en tamarisken.
-
-Voor den reiziger, die uit Europa komt, is Alexandrië de eerste
-openbaring van het Oosten. Heeft hij zich van dat Oosten voorstellingen
-gevormd, aan de Duizend-en-eene-Nacht ontleend, dan wacht hem eene
-bittere teleurstelling. Trouwens Alexandrië is toch ook maar half een
-oostersche stad; het europeesche, het frankische element speelt hier
-eene zeer gewichtige rol, en de frankische wijk verplaatst u in eene
-der zuid-italiaansche steden. En bovendien, de stad is van haar vorigen
-luister vervallen; zij is, ja, nog een belangrijk middelpunt voor den
-handel, en misschien wacht haar nog eene groote toekomst, als eens het
-kanaal door de landengte van Suez mocht voltooid worden [1]: maar wat
-beteekent zij, vergeleken bij vroeger?
-
-Het was een geniale gedachte van den griekschen veroveraar, hier, aan
-den ingang van Egypte, aan den oever der Middellandsche zee, de groote
-handelstad te stichten, die het hart van drie werelddeelen worden zou.
-Lag zij niet als in het middelpunt tusschen Azië, Afrika en Europa; in
-het middelpunt der toenmalige grieksche wereld? En wel bewees de
-uitkomst dat het genie van Alexander den Groote hem niet bedrogen had;
-want zijne stad Alexandrië werd niet alleen de eerste koopstad der oude
-wereld, maar werd ook, in meer dan een opzicht, eene metropolis van het
-Oosten; eene kweekplaats van wetenschappen en kunsten, die zelfs met
-Athene wedijveren kon. In de scholen van Alexandrië vond de helleensche
-geest nieuw voedsel in de studie der aloude oostersche wijsheid; daar
-ontwikkelde zich, als vrucht van beider ontmoeting, die eigenaardige
-wijsbegeerte, die zoo veelbeteekenenden invloed op den gang der
-philosophische ontwikkeling heeft uitgeoefend; daar vond de dichterlijk
-dwepende bespiegeling van het neo-platonisme haar laatsten tolk in de
-schoone en ongelukkige Hypatia; daar streed het wegstervende heidendom
-zijn laatsten kamp tegen het zegevierend Evangelie. Want dit Alexandrië
-heeft nog andere herinneringen dan van half-droomende theosophen en
-diepzinnige wijsgeeren, die zich uitputten om in nevelachtige
-bespiegelingen het raadsel des heelals op te lossen; hier leeft ook nog
-de heugenis der groote kerkvaders, der heldhaftige bisschoppen, die,
-door eene onversaagde schare van monniken ondersteund, den strijd
-ondernamen tegen het despotisme der Caesars, tegen de gruwelijke
-verdorvenheid eener onuitsprekelijk verbasterde eeuw. Clemens,
-Origenes, Athanasius, Cyrillus: wat grootsche gestalten uit den
-bloeitijd der oostersche moederkerk; wat beelden uit een schitterend
-verleden, toen dit zelfde Egypte eene der kweekplaatsen was van de
-christelijke gemeente, en Alexandrië eene hoofdstad der christelijke
-wereld. Die tijden zijn lang voorbij; de oostersche kerk, zelve
-dienaresse der Caesars geworden, in onvruchtbare twisten hare eenheid
-verscheurend en hare krachten verspillend, menschenvonden en
-bespiegelingen stellende boven het Woord van God; de oostersche kerk is
-machteloos en reddeloos gezonken voor het zwaard der Moslemen, en de
-koran heeft ook in Egypte den bijbel verdrongen. Toen is het geestelijk
-leven geweken, en daarmede beschaving en wetenschap en vooruitgang;
-straks volgde op den nog voor ontwikkeling vatbaren, den begaafden en
-voor wetenschap niet onverschilligen Arabier de ruwe barbaar, de Turk;
-en ook over Egypte daalde de nacht neder, die overal de vestiging der
-turksche heerschappij volgt. Eeuwen aan eeuwen van ellende en slavernij
-zijn over dit ongelukkige land heengegaan; is het wonder dat het
-geworden is wat het is? En is daar nu een betere toekomst aangebroken?
-Ach, ik weet wel, sinds de europeesche, met name de fransche diplomatie
-er belang bij had, de oproerige pogingen van den ouden tyran
-Mehemed-Ali te ondersteunen, om zich zoo doende vasten voet in Egypte
-te verwerven;—is daar zeer veel geschreven over de zegepraal der
-westersche beschaving, over hervorming en vooruitgang; is de gansche
-voorraad uitgeput der klinkende phrasen en groote woorden, waaraan onze
-eeuw zoo rijk is, om te vermelden wat goeds en voortreffelijks bereids
-door het geslacht van dien albaneeschen soldaat is verricht en nog
-verder verricht zal worden;—maar, van nabij beschouwd, wat blijft er
-over van al dien roem? Heeft deze geheele schepping van Mehemed-Ali,
-deze zoogenaamde hervorming naar westersche, vooral fransche
-voorbeelden, wel eenige waarheid? hangt zij niet volkomen in de lucht?
-en blijkt ze niet, hoe langer hoe meer, in het wezen der zaak niet veel
-anders te zijn dan eene georganiseerde exploitatie van land en volk ten
-bate van de achtenswaardige familie van den Onderkoning, diens
-gunstelingen en de altijd aangroeiende schaar van fortuinzoekers en
-intriganten, uit alle oorden van Europa, maar voornamelijk uit
-Frankrijk en Italië, naar herwaarts gesneld, om, onverschillig hoe, zoo
-spoedig en zoo goed mogelijk hunne beurs te vullen? Het wemelt hier in
-Alexandrië en te Kaïro van deze lieden, die zich overal weten in te
-dringen en meest uitnemend goede zaken doen. Het is niet te
-verwonderen, dat zij een luiden jubelkreet aanheffen over den grooten
-vooruitgang in dit land, dat zij alom den roem verkondigen van de
-verlichte liberale egyptische regeering, dat zij alle dingen hier in
-rozenkleur zien en schilderen. Doch moeten deze lieden, waarvan
-onderscheidenen zelfs hun geloof hebben afgezworen en Mohammedanen zijn
-geworden, moeten deze lieden de dragers zijn der christelijke
-beschaving? moeten zij de dorre doodsbeenderen in het land der Pharao’s
-weder tot nieuw leven bezielen? Wel, God beware Egypte voor hunne
-handen! Beter, veel beter nog de doodslaap, de echt oostersche apathie,
-waarin dit land sinds eeuwen verzonken ligt, dan de verachtelijke
-bedrijvigheid onzer moderne fortuinzoekers en goudaanbidders; dan het
-luidruchtig en onvruchtbaar rumoer onzer politieke intriganten en
-zelfzuchtige wereldhervormers. Zal Egypte herleven en wederom eene
-plaats onder de volkeren der wereld innemen, voorwaar, dan moet de
-redding van elders komen dan van Ismaïl-pasja en zijne half-turksche,
-half-frankische omgeving!
-
-Vernederd en ontkroond ligt zij daar, de eenmaal zoo heerlijke
-metropolis, het afrikaansche Rome; vernederd en ontkroond zit zij neder
-op haar smalle landtong, ingesloten tusschen de doodsche woestijn en de
-prachtige zee, te midden der verspreide bouwvallen harer vroegere
-grootheid, droomende van haar schitterend verleden. Hoe weinig is haar
-gebleven van de heerlijke kunstgewrochten, die haar eens sierden, toen
-hare trotsche muren den ganschen wijden omtrek omspanden tusschen hare
-beide havens en het meer Mareotis. Van het serapion, van het Museum,
-van haar prachtige tempels, is geen spoor meer over. Ginds op het gele
-strand ligt, te midden van puinhoopen, de naald van Cleopatra neder, de
-rozekleurige obelisk, met wonderlijke hiëroglyphen gegraveerd; verder
-nog, op het arabisch kerkhof, verrijst van tusschen de graven, de
-eenzame zuil van Pompejus, en teekent zijn scherpen omtrek in de blauwe
-lucht: stomme getuige van vervlogen heerlijkheid. Dat is alles, of
-bijna alles: want de zoo genoemde katakomben zijn geen bezoek waard.
-Wilt ge u evenwel voor een poos in het verleden terug droomen, begeef u
-dan naar de tuinen, die het paleis van den Onderkoning omringen en
-gedeeltelijk voor het publiek toegankelijk zijn. De slanke stammen der
-bananen schieten in schilderachtige wanorde uit den grond op, en
-verheffen allerwege hunne saamgerolde schachten en zacht omgebogen
-groene bladeren. Hier en daar dringt een tamarisk met zijne gevederde
-bladerkroon door het dichte gewelf: ieder windje dat van de woestijn
-aan komt ruischen, ontplooit den prachtigen vederbos in de heldere
-lucht. Eene lauwe schemering, van licht doortrokken, omgeeft u van alle
-zijden. Door de openingen glijden de zonnestralen als een gouden regen,
-en spelen in het weelderig, warm halfdonker der geheimzinnige
-schaduwen. Het is hier heerlijk: onwederstaanbaar bekruipt u de
-begeerte hier neder te zitten, u geheel over te geven aan den invloed
-dezer tooverachtige natuur, en het leven langs u heen te laten vlieten,
-zoo als eene beek hare golfjes vlieten laat, zonder zorg en bekommering
-over iets wat daar buiten in de wereld geschieden mag. Als ge hier
-toeft, zoudt ge bijkans met Madame de Gasperin zeggen: „Je comprends
-les Alexandrins rêveurs.”—Aan de poort van dit Eden heerscht de dood.
-Het arabische kerkhof verliest zich, in zachte golvingen, in de zandzee
-der woestijn. Verder verheffen zich langs het strand de gele heuvels,
-waarover de dromedarissen in lange rijen heentrekken: hunne hooge
-gestalten teekenen zich, reusachtig groot, tegen den helderen horizon;
-daarachter ruischt de zee.
-
-De haven van Alexandrië levert een eigenaardig gezicht op. Niet zoodra
-is de stoomboot voor anker gekomen, of van alle kanten komen booten en
-schuiten opzetten, bemand met lieden van allerlei natie en voorkomen,
-bereid om ons naar land te voeren, bij het ontladen behulpzaam te zijn,
-of op eenige andere wijze zich verdienstelijk te maken. Het is een
-levendig, bont, kleurenrijk tafreel. Arabieren, Fellahs, Nubiërs,
-Negers, Turken: hier kunt gij ze allen zien in hunne eigenaardige
-kleederdracht, met geheel den stempel hunner eigene nationaliteit. Want
-dit is een kostelijk voorrecht van het Oosten, dat daar ieder volk,
-bijna zeide ik iedere stam, nog zijne eigenaardige individualiteit
-behouden heeft; dat daar nog niet die allen gelijkmakende eenvormigheid
-is doorgedrongen, die bij ons alle verscheidenheden uitwischt, op alles
-denzelfden banalen stempel drukt, en alle poëzie en vooral al het
-pittoreske, schilderachtige, oorspronkelijke, reddeloos verwoest. Zie
-eens rondom u, en vermeid uwe oogen in het aanschouwen dier oostersche
-figuren, dikwijls, ja, in smerige lompen gehuld, maar ook dan nog
-altijd schilderachtig. Zie, hoe goed die doordringende oogen, die fijn
-gevormde ernstige trekken, en die welbesneden adelaarsneus uitkomen
-onder de plooien van dien groen en wit gestreepten burnoes, waarvan de
-kap over het hoofd is geworpen en met een koord omwonden. Wat
-wonderlijk weemoedige, geheimzinnige uitdrukking ligt er op het donker
-gelaat van gindschen Fellah, achteloos tegen dien muur geleund, en
-wachtende of gij zijne diensten ook behoeven zult. In zijne groote
-donkere oogen en een weinig vooruitstekende lippen meent ge inderdaad
-de type te herkennen der oude Egyptenaars, wier afstammeling hij heet
-te zijn.—Drukte en beweging aan alle kanten. Zoo het u eindelijk gelukt
-is, ongedeerd aan land te komen, zie dan toe, dat ge u redt uit de
-handen der luid schreeuwende gidsen, pakkedragers, ezeldrijvers en
-dergelijken, die u omringen, op u aandringen, u in allerlei taal, meest
-in bastaard fransch of engelsch, toeschreeuwen, en u bijna met geweld
-medevoeren. Het gebeurt dikwijls genoeg, dat ge, ook uws ondanks, tot
-den stok uw toevlucht moet nemen, of de hulp inroepen der
-policie-soldaten, die op de kaaien wacht houden. Zijt ge eindelijk door
-dien schreeuwenden, vechtenden, dringenden drom heengeworsteld, dan
-begeeft ge u naar een der hôtels in de frankische wijk, om daar uw
-intrek te nemen en uwe plannen voor de verdere reis te ontwerpen.
-
-Ook ik deed zoo, schoon het mijn voornemen niet was langer dan hoog
-noodig in Alexandrië te vertoeven. De stad had zeer weinig wat mij
-aantrok: de onder Mehemed-Ali aangelegde en weder half vervallen werken
-konden mijne belangstelling niet wekken; het heden is hier bij
-uitnemendheid dor en prozaïsch, en van het verleden zijn maar luttel
-sporen overig. Zoo geschiedde het dan, dat ik reeds den derden dag na
-mijne aankomst te Alexandrië mij gereed maakte tot den tocht naar het
-binnenland, naar de hoofdstad, naar Kaïro. Hoe ik die reis zou doen,
-was haast geen vraag meer: een spoorweg verbindt de beide steden met
-elkander; en hoezeer mij in het klassieke land der Pharaonen een
-spoorweg nog meer dan elders een gruwel was, zag ik mij toch wel
-verplicht er plaats in te nemen, omdat haast iedere andere geschikte
-reisgelegenheid ontbreekt. Ik steeg dan in een spoorrijtuig en liet mij
-naar Kaïro voeren.
-
-
-
-
-
-
-II.
-
- Kaïro.—De pyramiden.
-
-
-Het was in den waggon bijna niet uit te houden van wege de hitte. De
-reizigers, aamechtig, en zwijgend naast en tegenover elkander gezeten,
-hadden zich van alle overtollige kleedingstukken ontdaan, en poogden
-zich vergeefs te verweren tegen de stikkende warmte die door de
-zoldering, door de wanden, door de vensters, naar binnen drong. De zon
-straalde aan den koperen hemel, en overgoot het geheele landschap met
-een hel gele tint. Geel is de mulle zandgrond, die zich, zoo ver het
-oog reikt, naar alle zijden uitstrekt, slechts schaars afgewisseld door
-enkele boomgroepen en schamele hutten. En ook deze zelfs zijn met geel
-stuifzand overtogen, als wilden ze de eenheid van kleur niet verbreken.
-Het is een treurig, somber gezicht: ge voelt en bespeurt het aan alles,
-dat ge hier in de onmiddellijke nabijheid zijt der woestijn, wier
-verzengende adem u de keel verschroeit, wier vluchtig zand u en alle
-omringende voorwerpen overdekt. Is dit naakte land de wijd beroemde
-Delta, de korenschuur van Egypte en weleer van Rome, waar de
-onuitputtelijke bodem honderdvoudige oogsten droeg? Neen, de eigenlijke
-Delta ligt verder oostwaarts: tot hier dringen, althans tegenwoordig,
-de wateren van den Nijl niet door, en waar deze niet komen, daar
-heerscht de dood. Nog eens, ge zijt hier eigenlijk in de woestijn, die
-Egypte omgordt, die het bedreigt en voortdurend voorwaarts dringt om
-ieder plekje te veroveren, dat de zegen brengende golven der heilige
-rivier niet bereiken kunnen. En sedert het turksche despotisme zijn
-looden schepter over dit land uitstrekte, en alle werkzaamheid en
-geestkracht bij de bevolking werd uitgedoofd, heeft de woestijn reeds
-menige verovering gemaakt, en heerscht de huilende wildernis, waar
-vroeger een bloeiende hof de oogen verkwikte.
-
-Zonder groote overhaasting rolt de trein voort, en laat van tijd tot
-tijd een schellen, doordringenden kreet hooren, die een vreemd contrast
-vormt met de ernstige stilte van het landschap en met het eigenaardig
-weemoedig getingel der klokjes van de kameelen, die ter zijde op den
-lageren rijweg, of liever de heerbaan, in breede karavanen of enkele
-groepen, door ettelijke drijvers geleid, voorttrekken. Na eenigen tijd
-aldus voortgestoomd te hebben, bereikten wij Kafr-el-Zayat, het eenige
-station tusschen Alexandrië en Kaïro, waar de trein een poos stilhoudt,
-om den reizigers gelegenheid te geven tot het gebruiken van eenige
-ververschingen in het onooglijke vierkante stationsgebouw. Ieder
-beijverde zich, om zoo goed het ging eenige spijs of drank meester te
-worden; en welhaast klonk weder de duivelengil der locomotief, en
-spoedden wij ons door het brandend heete zand naar de wagens. Maar niet
-zonder even een blik geworpen te hebben op de waggons der derde klasse,
-of geheel open of half overdekt, en meest allen volgepropt met
-Egyptenaars, Turken, Arabieren, Armeniërs, mannen en vrouwen, in bonte
-kleederdracht. Wat rijkdom van kleuren en lijnen viel hier te
-bespieden, wat prachtige groepen te bestudeeren en af te teekenen, zoo
-slechts de tijd er niet toe ontbroken had. Een vreemden indruk vooral
-maakten de vrouwen, in donkerblauwe mantels gehuld, en allen met dien
-zonderlingen witten sluijer, die, onder de oogen aanvangende en door
-koralen snoeren aan het hoofddeksel verbonden, over gelaat, hals en
-boezem nedervalt en soms tot bijna aan de voeten reikt. Van het
-aangezicht is alzoo niets te zien, dan het goudblonde voorhoofd en twee
-paar donkere oogen, die half spookachtig over den sluier heenstaren.
-Doch eer ik mij in de beschouwing dier groepen en figuren verlustigen
-kon, stond de trein gereed de reis te hervatten en stapte ik weder in
-den wagen. Het was bijna nog heeter dan zoo even, en met hijgend
-verlangen zagen wij allen uit naar het einde van den vermoeienden en
-vervelenden tocht. Na lang wachtens kwam dat einde: de trein floot
-wederom en hield stil: wij waren te Kaïro.
-
-Te Alexandrië hebt ge een eersten blik geworpen op de wereld van het
-Oosten, maar die wereld verschijnt u daar in te onzuivere, te vermengde
-gestalte om u van haar een eenigszins juist denkbeeld te kunnen vormen.
-Hier in Kaïro daarentegen overtuigt u alles dat ge werkelijk in het
-Oosten zijt: het europeesche, het frankische element, ook al ontbreekt
-het hier niet, neemt toch niet de eerste plaats in. De metropolis der
-Fatimiden, de stad van Salah-ed-din, el-Musr-el-Kahirâ, is nog altijd
-een koninginne onder de steden van het Oosten.
-
-Hoe schilderachtig ligt ze daar, de groote hoofdstad, op korten afstand
-van den Nijl, tegen de bergen van Mokattam aangeleund. Verg van mij
-geene beschrijving van hare honderde moskeeën—sommigen, zoo als de
-moskee el-Azhar, de moskee van Hassan, meesterstukken van arabische
-bouwkunst; van hare paleizen en feodale burchten; van hare bazars en
-fonteinen. Slechts enkele beelden, die voor mijne herinnering oprijzen,
-wil ik u schetsen.
-
-Volg mij in de gedachte door de nauwe, kronkelende straten, ter
-wederzijde door de sombere muren der huizen ingesloten. Van afstand tot
-afstand slechts eene nauwe deur: iets hooger, de uitstekende getraliede
-balkons, de moesjarabiëhs. Maar, wanneer de deur opengaat, ziet ge, als
-in een visioen, eensklaps den met marmer geplaveiden binnenhof, de
-albasten zuilen, den springenden straal der fontein; een groep,
-schitterende van licht en kleur, als een morgenlandsche sproke;—de deur
-valt toe: alles wordt weder somber en naakt, eenzaam en doodsch.
-
-Volg mij naar de bazars en meng u onder de menigte, die zich daar,
-onder de uitgespannen tentdoeken, ernstig en zwijgend voortbeweegt te
-midden der winkels, waar geborduurde zadels en purperen muilen,
-wonderschoon gestikt, om den prijs dingen met prachtige armbanden, uit
-de hand gewerkt; met heerlijke sabels, wier kostbaar bewerkte greep
-schittert van goud en email; met geurige reukflesschen, in veelkleurige
-linten gewikkeld. Rustig zitten daar de arabische en perzische
-kooplieden, te midden van hun winkel neergehurkt: de mousseline tulband
-overschaduwt hun ernstig schoon gelaat; met de oogen ter aarde
-geslagen, rooken zij ongestoord hun narghileh, en nemen zelfs geen
-oogenblik de moeite u eenige opmerkzaamheid te schenken. De menigte, de
-bonte, veelkleurige menigte, beweegt zich rusteloos langs hunne
-magazijnen: zij letten er niet op; gij blijft voor hun winkel staan,
-blijkbaar met het doel om iets te koopen: de kalme handelaar geeft er
-geen acht op; eerst wanneer ge rechtstreeks eene vraag doet, zal niet
-hij, maar de knaap die nevens hem staat, u antwoorden, en slechts in
-het laatste, beslissende oogenblik zal de koopman, met enkele korte
-woorden, zich in het gesprek mengen, als bewees hij u eene gunst, niet
-gij hem. Hetgeen evenwel niet belet, dat hij u, zoo er maar eenigszins
-kans op is, gruwelijk beet zal nemen.
-
-Hoor, daar klinkt de schorre kreet van den kameeldrijver: eene lange
-rij van slanke kameelen trekt langzaam voort; onhoorbaar vallen hunne
-gelijkmatige schreden op den zandigen grond; de kwasten hunner tuigen,
-met schelpen van de Roode zee versierd, rinkelen als kristal. Tusschen
-de kameelen heen, dringen zich met haastigen tred de ezels, door
-opgeschoten knapen in blauwe buizen en met witte kapjes op het hoofd,
-onder onophoudelijk geschreeuw, voortgedreven. In den wijden zadel zit,
-in haar donkerblauwen mantel gehuld, met den witten sluier voor het
-gelaat, eene of andere sittih, (dame), die zich naar de bazars begeeft.
-
-Eensklaps weerklinken de scherpe tonen der trompet: een wanklank te
-midden dezer eigenaardige geluiden:—ruimte voor het leger van den
-Pâsja!—Zie, de zwarte, donkerbruine, gebronsde aangezichten, zoo vreemd
-afstekend bij die half-europeesche uniformen; wilde zonen der woestijn
-zijn het, maar half door de krijgstucht getemd; eene plaag voor het
-land, vaak meer dan een schrik voor den vijand.
-
-Esbekiëh! ik wandel weder in gedachte onder uw heerlijk lommer.
-Esbekiëh is een groot plein, eigenlijk een reusachtig breede zandweg,
-met heerlijke lanen van olmen en sykomoren. Tusschen het dichte groen
-schemeren de gevels der van gelen zandsteen opgetrokken europeesche
-huizen. Aan de eene zijde van het plein ligt het groote engelsche
-hôtel, waar ik mijn intrek had genomen. Eene telkens afwisselende
-schare van voorbijgangers beweegt zich voortdurend over deze ruime
-vlakte. Zie daar den waterdrager, zwoegende onder den zwaren last
-zijner beide vaten, die hij beneden aan den zoom der rivier met het
-heerlijke Nijlwater heeft gevuld; zie de fruitverkoopster, in wier
-omgebogen handpalm de stapel gouden oranjeappelen rust, zoo veilig en
-vast, als de welriekende korf op haar donkere vlechten; een
-bronskleurig kindeke, met oogen als starren en kaal geschoren hoofd,
-troont op den ronden schouder en slaat argeloos de armpjes om het
-voorhoofd der moeder. Zie, ter zijde, dien afstammeling van den
-profeet, dien grijsaard met den groenen tulband, en den zilverwitten,
-tot zijn kashmiren gordel afdalenden baard; in breede, statige plooien
-omgolft hem zijn ruim, oud-oostersch gewaad; om zijne strenge lippen
-speelt een smadelijke glimlach, en uit zijne half-neergeslagen oogen
-schiet een straal van haat en verachting voor het gewoel en bedrijf der
-luidruchtige, half-frankische schare, die de heilige stad der Khalifs
-bezoedelt. Zie de vreemdelingen, uit bijkans allerlei tongen en natiën
-verzameld: Europeanen, Arabieren, Grieken, Armeniërs, Turken,
-Algerijnen, Nubiërs, Negers: allen in eigenaardige kleeding,
-onderscheiden in houding en gelaatskleur, in spraak en gebaar en
-physionomie: een tafreel, zoo bont, zoo rijk in lijnen en kleuren, dat
-een bekwamer penseel dan het mijne wellicht vergeefs pogen zou u den
-indruk daarvan weder te geven.
-
-Verlangt ge rustiger tooneel? Tegen de helling der bergen ligt de
-groote nekropolis, de doodenstad van Kaïro. Daar branden, in het heete
-middaguur, de zonnestralen op het gele zand rondom de graven der
-Khalifen. Eenzaam en verlaten verheffen de mausoleeën hunne koepels in
-de strakke lucht: de ruwe wanden van den Mokattam vormen den somberen
-achtergrond. Daar slapen zij, de geweldigen, de mannen des bloeds, die
-mede den jammer der verwoesting over het schoone Egypte hebben
-gebracht. Het felle zonnelicht omspeelt de opengewerkte koepels, de
-uitgehouwen tulbanden, de fantastische lijnen. Het is hier doodstil:
-rondzwervende honden huilen in de verte, te midden der lijkgesteenten;
-nergens is eenig menschelijk wezen te bespeuren. Ondanks de
-verstikkende hitte huivert ge, en spoedt u voort.
-
-Kom mede naar een plek vol leven en koelte, vol weelde en schaduw, naar
-de tuinen van Sjoebrah, het zomerpaleis van den Onderkoning. Uren lang
-zoudt ge wandelen en rusten en droomen onder deze levende gewelven van
-eeuwig groen, onder die prachtige sykomoren, die heerlijke
-oranjeboomen; in die schemerende schaduwen, waar het licht slechts
-flauwelijk doordringt en een doorzichtig halfdonker heerscht, een
-smaragden glans, zoo wonderschoon, zoo tooverachtig.... Dwaal voort
-onder de groene portico’s door lianen omlijst; dwaal voort door de
-slingerende labyrinthen van myrthenhagen, door de duizendkleurige
-bloemperken, door de dichte bosschages van cypressen, waarboven de
-slanke palm zijne wuivende bladerkroon verheft. Boven uw hoofd buigen
-de citroenboomen hunne bloeiende twijgen; de rozenstruiken vlechten
-geurige priëelen; de jasmijnen hangen hare schitterende festoenen op;
-narcissen en tuberozen ademen hare betooverende geuren. De zonnestralen
-spiegelen ginds op de sluimerende vijvers; de fonteinen laten hare
-diamanten stralen nederdruppelen in porphyren kommen; een eerbiedige
-stilte huivert door geheel den omtrek en noodigt u tot mijmerend
-droomen, uren en uren lang. Niets stoort u. Van tijd tot tijd slechts
-wandelt, onder de dichte schaduw der sykomoren, een zwarte slaaf. Ook
-hij droomt van de eindelooze woestijn, van de ouadi met de bron,
-waarboven de enkele palmen wuiven en waaromheen de versmachtende
-karavane zich legert; van het eenzame Negerdorp, in de wouden
-verscholen nabij den oever der groote rivier.
-
-Maar, gegroet, heerlijk paradijs van Sjoebrah; gegroet Esbekiëh; en
-bazars en straten van Musr-el-Kahirâ! Mij roept de Nijl en het
-oud-geheimzinnige Egypte, het wonderland der pyramiden.
-
-De pyramiden. Ik had ze reeds uit de verte aanschouwd, toen ik, van een
-der toppen van den Mokattam, de stad Kaïro en het prachtige Nijldal
-overzag. Ginds aan den horizon, boven de eindelooze gele golvende
-vlakte der woestijn, verhieven zich de ontzaggelijke gevaarten in de
-heldere lucht en lokten mij aan met onwederstaanbare macht. Zeer zeker
-zou ik daarheen gaan. „Ja—zeide de gedienstige kastelein—ja, Sir, de
-pyramiden moet gij gaan zien, maar dan moet ge gezelschap opzoeken:
-want, ziet ge, de Bedouïnen, die als gidsen met u gaan, zijn schurken:
-zij zouden u ligt kunnen berooven.”—Ik stelde mijn bezorgden waard
-gerust, en verzocht hem slechts, mij een vertrouwden ezeldrijver mede
-te geven. Hij beloofde daarvoor te zullen zorgen, en zoo besloot ik tot
-den tocht.
-
-Het was een heerlijke morgen. De zon was nog niet boven de kimmen
-gerezen: een flauw licht omvloeide het landschap: zacht ruischte de
-uchtendwind door de toppen der olmen en sykomoren op het plein
-Esbekiëh. Abdallah, een bediende van het hôtel, een kloek en flink
-jonkman, met bruin gelaat en flonkerende oogen, een echte Fellah-kop,
-stond met den ezel gereed: ik steeg op en wij aanvaardden de reis.
-Voort ging het over een breeden zandweg, door struikgewas omzoomd: ter
-wederzijde moestuinen en akkers, hier en daar door woningen
-afgewisseld. Het was nog stil op den weg: slechts enkele
-fruitverkoopers, waterdragers en kudden ezels kwamen ons van tijd tot
-tijd tegen.
-
-Inmiddels is het dag geworden: de felle zonnestralen beginnen over
-geheel het landschap eene zee van licht uit te gieten die bijna overal
-elke schaduw verzwelgt. Wij zijn te Oud-Kaïro of Fostat, een vervallen
-vlek, met meest uit hout en leem opgetrokken huizen van eene
-verdieping. Bij eene kromming van den weg omslaande, zag ik plotseling
-den Nijl voor mij: eene geweldig breede rivier, zacht kabbelend hare
-geelachtige wateren voortstuwend tusschen twee eenigszins heuvelachtige
-boorden. Aan de overzijde teekenen zich, maar even zichtbaar, de
-woningen en palmen tegen den wit-gelen hemel af. Een breed vaartuig met
-platten bodem wacht ons beneden aan den oever. Weldra zijn wij
-ingescheept; de schipper maakt het driehoekig zeil los; de frissche
-morgen wind doet het zwellen—en wij drijven den Nijl op. Langzaam
-klieft de boot de breede watervlakte, een meer gelijk; en terwijl de
-vuurroode, stralende zonneschijf boven de toppen van den Mokattam
-stijgt, en lichtvonken strooit over den statig ruischenden vloed, staar
-ik, in gepeins verzonken, voor mij uit. Ik denk aan de nog altijd
-verborgen bronnen der geheimzinnige rivier, tot wier oorsprong nog geen
-Europeër mocht genaken. Ik denk aan de ondoordringbare wouden en
-onafzienbare stoppen van haar ver, ver geboorteland, ginds in het hart
-van Afrika, waar rondzwervende Negerstammen sinds eeuwen en eeuwen hun
-eenvoudig herdersleven leiden; waar, in de hooge grasvelden en dichte
-slingerplanten der savannas, en in de donkere tamarisken- en
-sykomorenwouden, leeuwen en olifanten, hyenas en rhinocerossen,
-antilopen en reuzenslangen huizen; terwijl uit de wateren van den
-jongen vloed de geharnaste krokodil den spitsen muil opheft, en de
-logge hippopotamus den wanstaltigen kop tilt. Ik denk aan de kale
-zandvlakten en aan de ruwe, naakte gebergten van Nubië, waartusschen de
-machtige rivier zich, bruischend in katarakt bij katarakt, dwars door
-en over de granietrotsen een weg baant, tot zij eindelijk bij de
-palmbosschen van Syene de grenzen van Egypte bereikt. Daar wacht haar
-een laatste kamp. Tusschen de rotseilanden Philae en Elephantine door
-baant zij zich, schuimend en wervelend, een weg over de verspreide
-granietblokken; maar eens dien laatsten slagboom doorgebroken, vervolgt
-zij rustig, in kalme majesteit, haar weg naar de Middellandsche zee,
-waar zij uitrust van haren langen tocht. Doch eer zij, door zeven
-monden, hare wateren in de zee uitstort, schept zij zich, van Syene tot
-Alexandrië en Damiate, een eigen wonderland. Zie, zoodra zij den
-bergpas is doorgeworsteld, treden ter wederzijde de gebergten terug, en
-laten voor den stroom een dal, dat tot voorbij Kaïro gemiddeld eene
-breedte van vier tot zes uren heeft. Ter rechter zijde verheffen zich
-steile, kale rotsgebergten, waar boom noch plant tiert, en die, dwars
-van diepe, dorre dalen of kloven (ouadis) doorsneden, zich tot de
-kusten der Roode zee uitstrekken. Ter linkerzijde wordt het dal
-begrensd door de minder steile glooiingen van het lybische gebergte,
-een breede rotsige keten, die de vruchtbare vallei beschermt tegen het
-doodelijke stuifzand der woestijn. Daar, in dat breede dal, stuwt nu de
-stroom zijne wateren voort, en overal waar hij, bij zijne jaarlijksche
-overstroomingen, zijne met slib bezwangerde golven brengen kan, siert
-zich de grond met kruid en vrucht, met honderdvoudigen oogst; waar
-zijne wateren niet komen, daar heerscht de dood. Egypte is, in den
-vollen zin des woords, eene schepping van den Nijl en dankt nog
-voortdurend aan den Nijl zijn gansche bestaan. Werd deze stroom te
-Syene opgehouden, of wel traden zijne wateren niet telken jare buiten
-zijne oevers, geheel het land werd eene wildernis, eene naakte
-woestijn, voor mensch nog dier bewoonbaar. Want in geheel Egypte geen
-tweede rivier, geene beek of bron, geen ander water dan de rivier, dan
-de Nijl, de „vader des lands”, de bron van allen zegen.
-
-Wat wonder, dat de oude bewoners van Kemi (Egypte) den Nijl—of gelijk
-hij in hunne taal heette, den Jaro—heilig hielden, hem eerden als eene
-godheid? Wat wonder ook, dat geheel hun maatschappelijk en geestelijk
-leven, geheel hun denken en werken, den machtigen invloed ondervond van
-het zoo eigenaardige natuurleven in dat wondervolle Nijldal, met zijn
-geheimzinnigen stroom: geheimzinnig en ondoorgrondelijk, niet alleen in
-zijne oorsprongen, maar ook in zijne geregeld wederkeerende
-overstroomingen, in geheel het regelmatig en toch zoo dramatisch
-verloop zijner lotgevallen?
-
-Maar de boot heeft den tegenoverliggenden oever bereikt: wij bestijgen
-den hoogen rand en spoeden ons voort, over een heuvelachtig terrein,
-waarover de armelijke woningen van het dorp Dsjizeh verspreid liggen.
-De horizon voor ons uit wordt breeder en breeder, als naderden wij de
-kusten eener verwijderde zee: verblindend straalt en weerkaatst de
-felle zonnegloed op het gele zand, dat meer en meer de overhand
-verkrijgt; weldra hebben wij den oever der geheimzinnige zee, die ons
-reeds van verre had tegengeblonken, bereikt. Nooit zal ik den
-aangrijpenden indruk van dit oogenblik vergeten. Naar alle zijden, zoo
-ver wij zien konden, strekten zich de zwijgende zandvelden en heuvels
-uit:—nergens eenig spoor van leven, geen boom, geen struik, geen
-grassprietje was te bespeuren, geen vogel, geen insekt zelfs: niets dan
-de dood, de dood, in zijn dofgeel lijkkleed van gloeiend zand.
-
-„De pyramiden!” riep Abdallah—en plotseling zag ik op. En ja, daar
-verhieven zij zich uit de doodsche zandzee, drie gele, driehoekige
-rotsen, drie reusachtige hoopen steen. Naarmate wij naderden, schenen
-zij in hoogte en omvang te groeien;—scherper teekenden zich de witte
-lijnen tegen de lucht;—weldra kon ik de groote vierkante steenblokken
-onderscheiden;—nog eenige oogenblikken, en wij rijden een zandheuvel op
-en stijgen af aan den voet der grootste pyramide, de pyramide van
-koning Chufu of Cheops, zoo als Herodotus hem noemt.
-
-Het is moeielijk te zeggen, welk gevoel zich op dit oogenblik van mij
-meester maakte. Zoo vaak ik, niettegenstaande het felle zonnelicht mij
-de oogen schemeren deed, naar boven, naar den top der pyramide opzag,
-overviel mij een gevoel van kleinheid en machteloosheid, een zekere
-angst tegenover deze ontzettende, deze alles overweldigende grootte:
-het was mij soms of de onmetelijke massa, aan wier voet ik stond, op
-mij zou nederstorten. Het duizelde mij, en ik was verplicht een
-oogenblik op den grond te gaan zitten en de hand voor mijne oogen te
-houden. Ik weet niet of gij dit gevoel kent: het had mij, maar in veel
-geringer mate, enkele malen ook aangegrepen bij den blik op sommige
-onzer oude gothische kathedralen, vooral bij schemeravond. En wat zijn
-onze torens en kathedralen bij deze pyramide? Cijfers zijn dood en
-spreken noch tot het hart noch tot de verbeelding: daarom baat het u
-luttel als ik u zeg, dat de pyramide van koning Chufu, schoon hare
-spits afgebrokkeld is, nog een hoogte bereikt van ruim 450 voet: maar
-misschien zal dat dorre getal begrijpelijker voor u worden, wanneer ik
-er bijvoeg dat deze hoogte die der hoogste torens in Europa evenaart of
-overtreft, en zoo ongeveer het dubbele bedraagt van die der
-Oudekerks-toren te Amsterdam, en anderhalfmaal de hoogte van den
-domtoren te Utrecht. Doch het is deze duizelingwekkende hoogte niet
-alleen, het is vooral de ontzaggelijke omvang, de ontzettende massa,
-die zulk een overweldigenden indruk maakt. Wederom wil ik u cijfers
-sparen: bedenk alleen dit, dat de grootste tempel der Christenheid de
-Sint-Pieterskerk van Rome, geheel binnen deze pyramide zou kunnen
-worden geplaatst, zonder ergens de buitenwanden te raken.
-
-Maar, toen ik daar aan den voet der pyramide stond, dacht ik aan
-cijfers noch vergelijkingen, en ik had geene ooren voor wat mijne
-gidsen, waarvan er twee goed engelsch spraken, mij verhaalden. Een
-hunner had mij reeds medegedeeld, dat de pyramiden waren gebouwd door
-den reuzenkoning Gan ibn Gan, die lang voor Adam had geleefd. En
-inderdaad, ik begreep het sprookje: want te gelooven dat deze wonderen
-door menschenhand, ja veellicht door de hand zijner eigene voorouders,
-zijn gewrocht, is voor den hedendaagschen Fellah niet wel mogelijk. Wij
-zelven, schoon we beter weten, wij zelven hebben moeite hier aan geene
-onbekende, bovennatuurlijke krachten te gelooven. Want bedenk: deze
-ontzaggelijke steenklompen, in regelmatig slinkende rijen tot honderde
-voeten hoog opgestapeld, zijn ginds, aan gene zijde der rivier, in de
-oostelijke gebergten uitgehouwen. Zij moesten alzoo over den vloed
-gevoerd, en uren ver naar de grenzen der woestijn gebracht worden. Maar
-dit is niet alles: de pyramiden verheffen zich op een vooruitstekend
-bergplateau, dat ter hoogte van honderd-veertig voet, vrij steil, uit
-de zandvlakte oprijst. Welke arbeid is er noodig geweest, om de
-gehouwen steenklompen tegen deze hoogte op te werken, en ze dan op
-elkander te stapelen en in elkander te voegen tot de reuzenbouw
-voltooid daar stond? En toen de pyramide dus stond, vertoonde zij niet,
-als nu, nu zij door den tijd, en meer nog door de roofzuchtige handen
-der Arabieren geschonden is, een kolossale giganten trap van
-twee-honderd-vijf treden; neen: geheel hare oppervlakte was, van boven
-tot onder, met gepolijst graniet (soms ook wel marmer) bekleed, zoodat
-van den eigenlijken steen niets te bespeuren was. Zie, als wij dit
-alles bedenken, komt het ons niet langer ongeloofelijk voor, wanneer
-Herodotus bericht, dat honderd-duizend menschen dertig jaren lang aan
-dit werk bezig waren. De bouw van den hellenden weg alleen, waarlangs
-de steenen naar het rotsterras moesten worden opgevoerd, vorderde tien
-volle jaren; nog twintig anderen vervlogen eer de pyramide voltooid
-was. En dat alles waarvoor? Alleen om den koning Chufu een graf te
-bereiden! Men heeft, in later tijd, moeite gehad dit te gelooven: men
-heeft de pyramiden voor astronomische gebouwen, eene soort
-sterrewachten, aangezien; men heeft naar allerlei oogmerken gegist, om
-den bouw dezer ontzaglijke steenklompen—die, de voortreffelijke
-bewerking van den steen daargelaten, toch hoegenaamd geen kunstwaarde
-hebben—te verklaren. Dat het in eens menschen hoofd kon opkomen, zulk
-een gevaarte te stichten, enkel en alleen om er zijne doodkist in te
-plaatsen:—zie dat scheen volstrekt ongelooflijk! Toch is het zoo: de
-naam zelf van pyramide (egyptisch P=uro=ma, letterlijk: Koningsgraf)
-geeft dit reeds te kennen: zij is niets meer dan de reusachtige
-grafkamer, waarin het lijk van den Pharao, den Zoon der Zon, den
-Beheerscher des Volks, rust. Welk een licht werpt dit op geheel den
-maatschappelijken toestand eens volks, waarvan honderd-duizend man,
-dertig jaren lang, gedwongen konden worden aan het grafmonument des
-konings te arbeiden! En bedenk dan ook, dat er weleer ruim veertig
-pyramiden, zoo grooten als kleinen, de graven van even zoo vele
-koningen, in de nabijheid der oude hoofdstad Memphis verrezen! Vergeet
-echter ook niet, dat de buitengewone zorg voor lijken en graven een
-diep ingewortelde karaktertrek van geheel het egyptische volk was; aan
-de rustplaatsen der dooden besteedden zij veel meer zorg en moeite dan
-aan de huizen der levenden: deze laatsten waren, in hun oog, slechts
-herbergen, de graven daarentegen de eeuwige woningen. Geen wonder dus,
-dat waar allen er in de eerste plaats op bedacht waren, zich een statig
-en sierlijk graf te bereiden, de koning vooral zich eene eeuwige woning
-wilde bouwen, die ook aan het verste nageslacht zijne macht en
-heerlijkheid zou vermelden, en waar hij, ongestoord, den langen
-doodslaap slapen kon. Immers, welke sterfelijke hand zou hem aanroeren,
-wanneer eenmaal zijn gebalsemd lijk was nedergelegd, in de granieten
-kist, daar in het kleine, donkere vertrek in het hart der reusachtige
-pyramide, waarvan de ingang zorgvuldig gesloten en bedekt werd? Toch
-geschiedde het! Ongeveer 800 jaren na Chr., toen de Khalif Al-Mamoem
-over Egypte regeerde, werd de verborgen ingang der groote pyramide
-ontdekt: wilde Saracenen drongen naar binnen, worstelden zich door de
-enge gangen, en bereikten, ondanks alle hinderpalen, de stille
-grafkamer, waar koning Chufu toen reeds vier duizend jaar ongestoord
-had gerust. De granieten lijkkist konden de roovers niet medenemen—die
-staat heden nog op hare plaats—maar het lijk werd er uit en naar buiten
-gesleept. De koninklijke mummie was overal met kostbare gesteenten
-versierd: op de borst prijkten de beeltenissen der vier doodenwachters
-in gedreven goud; aan het olijfkleurige voorhoofd straalde een
-karbonkel van zeldzame grootte. De barbaren plunderden de
-edelgesteenten en het goud, wierpen de mummie op het veld en vertraden
-ze tot stof.... Aldus eindigde de groote koning Chufu.
-
-Eer wij naar boven klauterden, wenschte ik het inwendige der pyramide
-te zien. De ingang is aan de noordoostzijde, op den vijftienden trap.
-Ik nam vijf mijner gidsen mede, en beval de overigen buiten te wachten.
-De fakkels werden aangestoken en met moed de tocht aanvaard. Maar...
-gemakkelijk of aangenaam is die reize niet. Vooreerst gaat de weg steil
-naar beneden; en ten andere—en dat is het ergste—is de nauwe gang maar
-drie en een halve voet hoog, zoodat men letterlijk op handen en voeten
-voortkruipen moet. Daarbij omgeeft u welhaast de volstrekste
-duisternis, welke de walmende en stinkende fakkels slechts noode, vlak
-voor u, verdrijven kunnen. Toen wij dus een heel eind voortgekropen en
-gegleden hadden, werd de weg plotseling door een granietblok versperd.
-Toen, voor duizend jaar, de Arabieren tot hier gekomen waren en niet
-verder konden, verbrijzelden zij, naar buit dorstend, den zandsteen
-nevens het granietblok en kropen er om heen. Wij volgden denzelfden
-weg, en kwamen nu in een even nauwen en lagen gang, die echter ditmaal
-naar boven liep. Doch liever dus, dan naar beneden. Weer gaat het, met
-moeite en arbeid, kruipende en hoestende en worstelende voort, tot wij
-een soort van portaal bereiken, waarvan de zoldering ongeveer dertig
-voet hoog was. Hier konden wij althans rechtop staan en adem halen. Aan
-onze rechterhand was eene loodrechte kloof of liever sleuf, die,
-volgens het zeggen mijner gidsen, geen bodem had en nooit eindigde. Dit
-is natuurlijk dwaasheid: daar in de diepte moet nog een kamer zijn:
-maar hoewel ik stukken brandend papier en zelfs een fakkel naar beneden
-wierp, ook ik vermocht geen grond te ontdekken. En om zelf in den
-nauwen koker af te dalen: daartoe gevoelde ik geen lust.—Tegenover ons
-voerde een vlakke, zeer enge gang verder de pyramide in; hooger op was
-weder een andere gang, die naar boven liep. Om in dien gang te komen,
-moesten wij tegen den muur opklauteren: met behulp van uitgehouwen
-gaten, waarin de handen en voeten moeten worden geplaatst, gelukte dit;
-schoon niet zonder moeite, daar de gaten zeer ver van elkander zijn
-verwijderd. De tamelijk breede en hooge gang, waarvan de zoldering in
-de tastbare duisternis verdwijnt, loopt steil naar boven. Half gedragen
-en aan de hand geleid door mijne Bedouïnen klauterde ik voort. Nogmaals
-door een laag, smal gangetje gekropen: eindelijk staan wij voor den
-ingang eener ruime, hooge kamer: de grafkamer van koning Chufu. Vloer,
-wanden en zoldering zijn met gepolijst graniet bekleed, thans, door den
-tijd en den rook der fakkels, zwart en smerig geworden. De lijkkist is
-evenzoo van gepolijst graniet, zeven voet lang, drie voet breed, en
-drie en een halve voet hoog. Het deksel is spoorloos verdwenen; wat van
-het lijk geworden is, zeide ik reeds.
-
-
-
-
-
-
-III.
-
- De pyramiden.—De groote Sphinx.—De Nijlbark.—Op den Nijl.
-
-
-Na eenige oogenblikken toevens verlieten wij de grafkamer van koning
-Chufu, en keerden langs denzelfden weg, dien wij gekomen waren. Er is
-nog een ander vertrek in de pyramide, onder dat des konings; naar dat
-vertrek, de kamer der koningin genoemd, voert de smalle lage gang, die
-op het straks beschreven portaal uitkomt. Daar ik echter wist dat dit
-vertrek geheel ledig is, gevoelde ik geen begeerte den benauwden gang
-door te kruipen, om daarheen te gaan. Integendeel: ik voelde mij recht
-gelukkig, toen ik, aan het einde der enge sleuf, waardoor wij ons naar
-boven worstelden, den donkerblauwen hemel en het onbegrijpelijk sterke
-zonnelicht schitteren zag. En toen ik, vermoeid en bestoven, naar
-buiten trad en rondstaarde, nog half verblind van den plotselingen
-overgang in het felle licht: toen scheen mij de naakte woestijn, met
-hare gele zandheuvels en bruinachtige rotsen, haast een bekoorlijk
-landschap; en het gindsche Nijldal, waarvan het frissche geboomte van
-verre zichtbaar was, een hemelsch paradijs.
-
-Eene pooze van rust en verkwikking was noodig, eer wij den tocht naar
-den top der pyramide aanvaardden. Want ook dit is eene moeielijke en
-uiterst vermoeiende reis. De treden van deze kolossale trap zijn
-twee-en-een halve voet hoog: men moet dus letterlijk springen om van de
-eene op de andere te komen. En op die wijze moet ge ruim tweehonderd
-trappen bestijgen! Lang eer ge ter helfte zijt, ontzinkt u de kracht;
-en ik twijfel, of wel een enkel europeesch reiziger den top bereiken
-zou, zonder de krachtige hulp der Bedouïnen. Deze, met lange stokken
-gewapend, klauteren als katten naar boven, en reiken u telkens de hand,
-om u van de eene trede op de andere te helpen. Hebben zij met een
-bijzonder onhandigen of spoedig uitgeputten reiziger te doen, dan
-trekken twee hunner hem aan zijne handen naar boven, terwijl een derde
-hem van achteren optilt en voortduwt: maar het ga hoe het gaat, voor
-zoo veel dit van de Bedouïnen afhangt, komt ieder op den top.
-
-Ook ik bereikte dien eindelijk, zonk doodaf op het vlakke terras neder,
-en had eenige oogenblikken van verademing noodig, eer ik genoeg tot mij
-zelven gekomen was, om een blik te kunnen slaan op het wijde panorama,
-dat zich daar voor ons oog ontrolde. Maar ook, zoodra ik eenmaal een
-blik op dat panorama geworpen had, was alle vermoeienis vergeten. Voor
-mij lag het prachtige Nijldal, in al den tooi zijner wondervolle
-vruchtbaarheid: akkers, tuinen, boomgaarden, elkander opvolgende en
-afwisselende in onafzienbare verte. En daartusschen slingerde zich, als
-een breed lint, de machtige stroom, wiens wateren schitterden in het
-zonnelicht; terwijl de witte zeilen der vaartuigen blonken als
-kapellenvleugels. Bijna vlak tegenover ons, verhieven zich de torens en
-koepels van het groote Kaïro, scherp uitkomende tegen den donkeren
-achtergrond van den Mokattam. Noordwaarts heen verliest zich de blik in
-de wijde velden van de Delta, de rijke vruchtbare vlakte, die de Nijl
-met zijn zeven armen omvat.—Achter mij, naar het westen, de woestijn,
-de dorre huilende woestijn, ver, ver, eindeloos ver, zoo ver de
-schemerende blik staren kan, hare gele zandgolven ontrollende. Niets
-treft u zoo zeer, op den top der pyramide, als deze aangrijpende
-tegenstelling tusschen dood en leven: het paradijsachtige dal vlak
-nevens de naakte wildernis, waar zelfs geen grassprietje tiert: en de
-grens tusschen die beiden scherp getrokken door de bergketenen, die ter
-wederzijde den heerlijken stroom in zijn loop begrenzen.
-
-Maar wat schemerende beelden uit den grijzen voortijd trekken hier uw
-oog voorbij! Daar, aan den voet der pyramiden, tusschen de
-berghellingen en den stroom, ligt de thans naakte, zandige vlakte, met
-steenen en verbrokkeld puin overzaaid, waar eens Memphis stond, de
-aloude hoofdstad, ongeveer vier duizend jaren voor Christus door koning
-Menes gesticht. Hier heerschten eenmaal gansche dynastieën van
-Pharaonen, wier namen ons alleen uit verminkte koningslijsten bekend
-zijn, althans voor zoo ver de herinnering hunner daden niet in beeld-
-of schilderwerk op tempels of obelisken, of wel op de wanden hunner
-graven is bewaard. Hier troonde eens, in al zijne pracht, de geweldige
-koning Chufu, op wiens reuzengraf wij staan; hier ook regeerden zij
-eens allen, zij, die rustten in de veertig pyramiden, in een wijden
-boog rondom Memphis gegroept. Waar zijn zij nu, en waar is de heugenis
-hunner daden? Ja waar is hunne prachtige hoofdstad, met hare tempels en
-paleizen, hare obelisken en kolossen? wat is er van gebleven? Niets dan
-de naakte vlakte en het armzalige Bedouïnen-dorp Memf, dat nog, als ten
-spot, in zijn naam aan de schitterende metropolis der Pharaonen
-herinnert. Behalve de pyramiden en een gebroken kolossus, rest er geen
-enkele herinnering aan het oude Memphis, dan alleen de groote Sphinx.
-Zie daar, aan den voet der pyramide, verheft zij haar reuzenhoofd uit
-het gele zand, waaronder geheel haar lichaam bedolven is. Nog ter
-hoogte van bijna veertig voet steekt dat hoofd uit den lossen zandigen
-bodem: maar toen de Sphinx voltooid in haar rotsdal lag, eer nog het
-woestijnzand haar half overdekte, hief hij zich tot vier-en-zeventig
-voet boven den grond op. Het hoofd zelf meet van de kruin tot de kin
-een-en-twintig voet; het liggende leeuwenlichaam heeft eene lengte van
-ruim negentig voet. Deze reusachtige figuur is uit de rots zelve
-gehouwen: een arbeid, die ook nog heden den aanschouwer verstomd doet
-staan. Over welke hulpmiddelen, welke krachten en werktuigen konden dan
-die bouwmeesters van het oude Kemi beschikken, dat zij werken tot stand
-brachten, die nog in deze eeuw, nu het menschelijk vernuft zich
-honderdvoudige hulpbronnen heeft geschapen en over vroeger ongekende
-natuurkrachten beschikt, voor wonderen zouden gelden? Zwaar heeft de
-Sphinx geleden: minder nog door den tijd, dan door de hand der
-menschen. In een der laatste oorlogen tusschen de Mammelukken, werd het
-hoofd der Sphinx tot mikpunt voor de kanonskogels gebruikt! Wel is nog
-in het algemeen de ernstige, half-weemoedige, half-glimlachende
-uitdrukking van het gelaat—aan alle egyptische koppen eigen—te
-herkennen; maar de neus en een gedeelte van het linker oog zijn
-verdwenen, de kunstig bewerkte hairdos is vernield en met gaten
-doorboord. Zoo ligt zij daar, eenzaam, in het zandige dal, en staart
-nog altijd, als voor veertig eeuwen, met dat geheimzinnig gelaat, over
-de omringende graven heen naar het Oosten, van waar de zon komt, wier
-stralen nog heden, als voor veertig eeuwen, in de stille morgenure haar
-granieten voorhoofd met een goudglans omspelen. Droomt zij ook soms van
-haar lang, lang verleden; van de vervlogen pracht der oude dagen; van
-al de bonte tafreelen, eeuw aan eeuw voor haren blik ontrold! O, zoo
-die steenen lippen zich konden openen en spreken: wat wondere sproke
-zouden ze te verhalen hebben!....
-
-
-
-Wij hadden met den eigenaar van eene bark een contract aangegaan voor
-eene reis op den Nijl. Bij dat contract werd het vaartuig voor een
-onbepaalden tijd te onzer beschikking gesteld, tegen betaling van
-zekere som, zoodat wij op ons gemak Egypte konden bezoeken. Maar een
-logement is niet genoeg: er moet ook voor voeding gezorgd worden: want
-reken er niet op, dat gij, wat gij noodig hebt, onder weg wel vinden
-zult. Vooreerst zijn de hôtels en herbergen uiterst schaarsch, of
-liever ontbreken geheel, zoodra gij de groote steden verlaat, waar de
-invloed der europeesche zeden zich laat gelden. Nu kunt ge voorzeker
-wel levensmiddelen koopen: maar de leefwijze van het volk is hier meer
-dan eenvoudig, en hunne keuken voor een europeesche maag niet wel
-bruikbaar. Ook leveren de boorden van den Nijl, uitgenomen graan,
-weinig meer op dan melk, slechte boter, meloenen, pistachen,
-komkommers, uien, linzen, spinazie, eieren, kippen, duiven en
-kalkoenen. Wij sloegen dus een ganschen voorraad in: meel, deeg, oliën,
-zout, suiker, azijn, wijn, koffie, thee, ingelegde groenten en vleesch;
-engelsche ham en hollandsche kaas, de eenige die, onder een natten doek
-bewaard, eetbaar blijft; voorts hout, tabak, thermometer en barometer;
-geweren en pistolen, papier en potlood en pennen; photographische
-toestellen, tenten, wat weet ik? Het leek inderdaad eene
-volksverhuizing in het klein, toen onze Nijlbark in de haven van Kaïro
-werd volgeladen.
-
-Daar blies de wind in ons groot blank zeil, en wij voeren de prachtige
-rivier op. Ter linkerzijde dreven ons de voorsteden van Kaïro voorbij:
-Ramleh, met zijne dichte rijen van daäbies of reisbarken; Boelak, met
-zijne drukke levendige haven; dan Sjoebrah, met zijne portieken en
-marmeren hoven, met zijne breede kaaien en prachtige sykomoren; nog
-verder, het oude paleis van Soliman-pâsja, den franschen renegaat, den
-hervormer van het egyptische leger onder Mehemed-Ali; en de groote
-bazar van Massara-Adim. Ter rechterzijde verhieven zich uit den breeden
-stroom de lachende weilanden en altijd groene bosschages van het eiland
-Rhoda, waarachter in de verte de groote pyramiden oprijzen, wier
-schaduwen zich verre uitstrekken over de gele zandvlakte der lybische
-woestijn.
-
-Het leven op den Nijl begon op de aangenaamste manier en onder de
-schoonste vooruitzichten. Alom, in de nabijheid van Kaïro, zijn de
-oevers dicht bebouwd en bevolkt: vol leven, kleur en afwisseling. Onze
-matrozen manoeuvreeren met het zeil, en zingen daarbij een eigenaardig
-eentonig gezang, op eene zeer bijzondere, even eentonige wijze. Toch
-trof mij dat lied en die melodie, meer dan de kunstigste muziek, de
-meest gekunstelde zang dikwerf vermogen. Ik heb ze meer en elders
-gehoord, in de Campagna van Rome, op de lombardijsche meren, in de
-zwitsersche Alpen, in de vlakten van Hongarije, in de schotsche en
-noordsche berglanden, ja en elders nog, die wonderlijke volksliederen
-met hunne zoo eenvoudige, zoo eentonige en toch zoo aangrijpende
-melodieën, waarin telkens en telkens hetzelfde thema terugkeert, en die
-toch zoo oneindig rijk van uitdrukking, zoo vol afwisseling zijn. Ik
-heb ze overal en altijd met innig welgevallen beluisterd, en doe het
-ook nu, hier op den Nijl. Vooral des nachts, als het frisch en stil is
-in het ronde, en wij op het platte dak onzer kajuit nederzitten; als de
-rozengloed aan den hemel versmelt, en een voor een de groote starren
-verschijnen, zoo veel helderder en schitterender dan bij ons; als de
-zilveren maan boven de bergen van den Mokattam oprijst en met hare
-heldere stralen de schaduwen bijna verdrijft en den vloed tintelen
-doet, als ware hij met zilver bestrooid; als overal in het ronde eene
-lichte, blauwachtig-zilveren schemering heerscht, en de hemel als te
-zamen smelt met de zwevende omtrekken der verre bergen; als van het
-strand, waar de kronen der slanke palmen zacht wuiven op den avondwind,
-heerlijke geuren overwaaien; als geen ander geluid schier de heilige
-stilte stoort dan het kabbelen der golven tegen den steven en de zijden
-onzer bark:—dan vooral is het een genot te luisteren naar het halfluid
-gezongen lied van den stuurman, in zijn witten mantel gehuld, staande
-bij het roer. Hoor, hoe zonderling klinkt die toon: hij rijst en daalt
-langs alle trappen van den toonladder: nauw hoorbaar soms, lichter en
-doorzichtiger dan de peri met etherische vleugelen, suist de melodie
-door de stille, geurige lucht. Dartel-lachend of weemoedig tot
-schreiens toe, zweeft het lied over het sluimerende schip, over de
-zacht ruischende wateren, over de donkere oevers: het rijst, het zwelt,
-het daalt, altijd hetzelfde en toch altijd verscheiden.... Zang van den
-sterveling, egyptische nachten, zacht gemurmel der rivier: o, als ik
-aan u denk, dan klopt mij het hart, en rijst een traan in mijn oog.
-
-De reis op den Nijl heeft zeker hare ontberingen en ongemakken,
-waaronder vooral de muskieten en andere ongedierten behooren, die u
-soms gruwelijk plagen;—maar zij heeft toch ook hare eigenaardige
-vreugde en genietingen. Geen heirbaan, die er haalt bij eene kalme,
-statige rivier, met bloeiende, schilderachtige oevers, waarlangs ge
-heen wordt gevoerd, zonder dat ge u behoeft te vermoeien of te bewegen.
-Schilderachtige, witte dorpen, in schaduw van palmen en olmen gegroept,
-dagen op: naarmate wij naderen, verliezen zij hunne blanke reinheid,
-worden geel, worden zwart schier; tot zij weder achter ons verdwijnen
-en ons uit de verte groeten, even schoon en helder als straks: de lieve
-zon en de weldadige afstand doen alle vlekken en onreinheden
-verdwijnen. Overal ziet ge bij de dorpen groote vierkante duivetillen:
-in het ronde zijn in den muur een menigte droge takken gestoken, waarop
-de duiven in gansche scharen nederstrijken. Vrouwen, in lange blauwe
-tunika’s gekleed, en met pakken linnengoed op het hoofd, treden uit het
-dorp en richten zich naar den oever, om daar haar lijnwaad te wasschen.
-Zij naderen door eene breede laan, waar de sykomoren afwisselen met de
-mimosa’s, en die langs de ruïnen eener oude moskee heenslingert. Onder
-haar zijn jonge meisjes, die groote aarden kruiken op het hoofd dragen,
-om water te putten: zij dalen naar den oever, vullen haar antieke
-kruiken, heffen ze weder op haar hoofd, en beklimmen den hoogen oever,
-terwijl hare slanke gestalte zich scherp afteekent tegen de heldere
-lucht. Half naakte kinderen spelen en rollen in het zand of helpen
-kruiken en pakken aandragen, waaronder zij bijna bezwijken: zie dien
-kleinen knaap daar, die den steilen oever afdaalt, met eene waterkruik,
-die hij met twee handen omvat en tegen zijn borst klemt. ’t Is een
-levende schilderij: maar een schilderij, waar het landschap alles is:
-tegenover de groote lijnen, de oneindige perspectieven van dezen
-koninklijken vloed, deze breede bergen en eindelooze vlakten, zijn de
-figuren haast niet meer dan eene bijna onmerkbare stoffaadje. De in het
-water wasschende en spoelende vrouwen zijn in onze onmiddellijke
-nabijheid: de ondergaande zon, die nog even boven de lage toppen der
-lybische bergen toeft, beschijnt haar ten volle en omvloeit de lijnen
-en omtrekken met een gouden gloed. Sommigen, beschaamd dus door
-vreemden te worden bespied, bedekken haar aangezicht met haar kleed;
-anderen, minder schroomvallig of meer in haar arbeid verdiept,
-vergunnen ons een blik op haar breed voorhoofd, hare groote donkere
-oogen, haar welgevormden neus: in een woord, op haar fraai gelaat,
-alleen ontsierd door dikke lippen, een lompe kin en getatouëerde
-wangen. Bijna allen dragen een snoer van muntstukjes of koralen aan het
-voorhoofd, armbanden, halskettingen en gouden ringen om de enkels;
-somwijlen zijn de zoomen van haar blauwe tunika met stalen kralen
-geborduurd. Een los omgeknoopte doek, waarin hare zwarte haren half
-verborgen zijn, voltooit haar eenvoudig en luchtig kostuum. Het
-onveranderlijke Oosten! Waarschijnlijk heeft reeds Mozes meermalen een
-tafereel kunnen gadeslaan, in kleur en lijnen niet veel verschillend
-van wat wij zagen, terwijl onze boot langs het fellah-dorp dreef.
-
-De Fellahs vormen de landbouwende bevolking, of liever de hoofdmassa
-der bevolking van Egypte. Of zij werkelijk van de oude Egyptenaars
-afstammen, mogen de geleerden uitmaken; zeker schijnt het wel, dat
-althans iets van het oud-egyptische bloed, hoe dan ook verbasterd en
-vermengd, nog door hunne aderen stroomt. Op dit volk staat de stempel
-der slavernij gedrukt. Niet dat zij zoo bijzonder ongelukkig of arm
-zouden zijn: neen, hunne behoeften zijn zeer weinigen, en wat de
-stoffelijke welvaart betreft, hebben de Fellahs het vergelijkenderwijs
-niet slechter dan de groote meerderheid onzer arbeiders op het land of
-onzer werklieden in de fabrieksteden. Ook zijn zij veeleer vroolijk dan
-zwaarmoedig van aard; bij de geboorte van een kind, bij het sluiten van
-een huwelijk, neemt het gansche dorp deel aan het feest; bij hunne
-fantasia’s, hun gezang, hunne dansen, vertoonen zij iets van de
-kinderlijk, ongebreidelde, dartele vreugde der Negers. Maar bij dit
-alles, wat het leven dragelijk en aangenaam maakt, ontbreekt hun dat
-eene, dat er ook waarde en beteekenis aan geeft, dat een mensch
-eigenlijk eerst tot mensch maakt: het gevoel van vrijheid en
-zelfstandigheid, van verantwoordelijkheid en onderlingen band. De
-Fellah is wel aan zijn hut, aan zijn dorp gehecht: maar Egypte is voor
-hem geen vaderland, dat hij lief, en waarvoor hij zijn goed en bloed
-veil heeft; geen gemeenschappelijk belang, geen hand van nationaliteit
-verbindt hem aan zijne landgenooten; hij behoort tot geene natie. Op
-het eerste gezicht schijnt dit verwonderlijk: maar als men bedenkt,
-welk juk reeds sedert eeuwen en eeuwen op den nek van dit volk heeft
-gewogen, dan wordt deze verstomping, deze ontzenuwing van geest en
-hart, begrijpelijk. Reeds tijdens de heerschappij der Pharao’s doemde
-de wet der kastenindeling de overgroote meerderheid des volks tot
-onderhoorigheid; later zuchtte Egypte achtereenvolgens onder den
-schepter der romeinsche en byzantijnsche Caesars en der Khaliefen, om
-eindelijk—diepste val van allen—door de Turken te worden vertreden en
-vermoord. Nu is er wel eenige verandering gekomen, en zijn sommige der
-ergste misbruiken afgeschaft; maar zal het volk uit zijn eeuwenlangen
-doodsslaap ontwaken? Zonder dit toch baten alle pogingen tot hervorming
-van boven en buiten af niets. Maar het is juist deze waarheid, die onze
-hedendaagsche hervormers en staatskunstenaars geregeld, of liever
-voorbijzien; altijd en overal, in Egypte en elders, willen zij de
-vrucht zonder den boom, den eierkoek zonder de eieren. Zal het in
-Egypte beter gelukken dan elders, om te midden eener oostersche
-mohammedaansche bevolking de instellingen en inrichtingen over te
-planten, die uitsluitend de vrucht der westersch-christelijke
-beschaving zijn? Het is niet te verwachten en ook niet te hopen.
-
-
-
-Tegenwind heeft onze reis vertraagd; en terwijl groote vaartuigen, met
-gevlochten stroo beladen, met volle zeilen den Nijl afzakken, wordt
-onze boot langzaam voortgetrokken langs de steile en naakte
-rotshellingen van den Djebel-Mahagah. De arabische bergketen nadert den
-oever en stijgt hooger; meer dan de lybische draagt zij dat karakter
-van woestheid, dat zoo scherp contrast vormt met de lachende plantages
-van katoen en suikerriet, die zich aan haar voet uitstrekken. Te midden
-dier velden, in schaduw der rotswanden, verheffen hier en daar enkele
-palmen, in schilderachtige groepen vereenigd, hunne slanke stammen en
-onbewegelijke bladerkronen; elders weder zijn het tamarisken, met
-bladeren, als vederen zoo zacht; of mimosa’s, tusschen wier dun
-gebladerte de zonnestralen heenglijden en wier gele bloesemtrossen een
-bedwelmenden geur verspreiden; of eindelijk, de egyptische vijgeboom:
-een reuzenschild van ondoordringbaar groen, rustend op een krachtigen
-stam, door de saamgevlochten armen van stevige wortels hoog uit den
-grond getild. Wij wandelen langs den oever, nu en dan eene duif
-schietende, en de dorpen bezoekende, die de grenzen der woestijn
-naderen, en die zelfs in hun voorkomen iets van het woeste en
-onherbergzame der wildernis schijnen te hebben overgenomen.
-
-Het gaat langzaam voort: aan zeilen is niet meer te denken; het schip
-wordt van het eene dorp naar het andere voortgetrokken door de Fellahs,
-die daartoe, krachtens bevel van den Pâsja, worden geprest. Evenwel: de
-reis verveelt ons niet. Aan de eene zijde verheffen zich de ruwe,
-steile rotswanden der arabische bergen; aan de overzijde, naar de meer
-verwijderde en minder steile lybische bergen, strekken zich
-onafzienbare velden met katoen en suikerriet beplant, uit, afgewisseld
-door dorpen en schilderachtige steden: Miniëh, Melauï, Manfaloet,
-Sioet; sommigen vlak aan den oever der rivier, anderen een halve mijl
-verder, aan den voet der eerste heuvelklingen. Geheel dit rijke land,
-met twintig dorpen, behoort aan den Onderkoning, die bij Miniëh een
-stoommachine heeft laten bouwen, om het water op te voeren en alzoo de
-omringende vlakte te besproeien.
-
-De stad Sioet, na Kaïro en Alexandrië de voornaamste des kinds,
-onderscheidt zich ook door haar voorkomen van hare naburen. Hare
-talrijke minarets, hare witte huizen komen zeer goed uit tegen den
-grauwen achtergrond der lybische bergen. Een heerlijke weg, door
-mimosa’s beschaduwd, voert van den oever naar eene soort van poort, die
-toegang geeft tot een groot plein, rondom door kazernen ingesloten;
-daar huizen de soldaten en arnauten van den gouverneur. Vervolgens
-leidt eene kleine brug over een smallen, meestal drogen arm van den
-Nijl, en naar eene nauwe en steile straat, die tot midden in de stad
-voortloopt. Hier zijn de groote bazars, opgevuld met de voortbrengselen
-der inlandsche nijverheid: rijke goudborduursels voor zadels en
-harnassen; beroemd aardewerk, en fraaie pijpen. Midden in den bazar
-bevinden zich twee baden: het eene, zoo als het heet, door Cleopatra
-gebouwd, terwijl het andere den roem geniet van het best ingerichte van
-geheel Egypte te zijn, zelfs met inbegrip van de baden van Kaïro. Sioet
-is de hoofdstad van Opper-Egypte of Saïd; hare omstreken—een smalle
-strook, even als overal elders tusschen de bergen en den Nijl
-gevat—onderscheiden zich door buitengewone vruchtbaarheid en een
-zeldzaam weelderigen plantengroei. Waar het oog dwaalt, overal dezelfde
-rijkdom: velden met suikerriet, met koren, met tabak, met hennep, met
-vlas; elders boomgaarden van oranje- en granaatboomen, dadels en palmen
-en vijgeboomen; en allerwege een overvloed van bloemen, wedijverende in
-kleur en geur.
-
-Wederom wisselen bevallige dorpen en vlekken met akkers en tuinen af:
-schilderachtiger en stouter worden de oevers. De snelle bochten der
-rivier, die zich hier en daar bruischend een weg baant door de haar
-inklemmende bergen, leveren telkens de schoonste, de verrassendste
-gezichtspunten op. Nu eens naderen de rotsen tot bijna vlak aan den
-oever; straks weder treden zij terug en openen zich heerlijke valleien,
-bloeiende als een paradijs, waarin, afgezonderd van de wereld, het
-nederige fellah-dorp wegschuilt. Van tijd tot tijd vormt de stroom
-kleine inhammen en baaien: stille meren, door palmen omzoomd, zonder
-een enkele woning, zonder eenig spoor van menschelijke bedrijvigheid;
-zoo rustig, zoo kalm, dat ge hier uw leven zoudt willen slijten. Hoe
-heerlijk moet het hier zijn, als de zon verrijst in haar purperen
-pracht, en myriaden eenden en zwervende vogels haar met luide
-vreugdekreten begroeten. Zie, hoe zij in zwermen opvliegen uit het
-ruischende riet; hoe zij in de frissche heldere lucht wondervolle
-arabesken teekenen, hooger en steeds hooger, tot de tooverketen breekt
-en de verstrooide schakels verdwijnen in de wijde ruimte van den
-blauwen ether.
-
-Maar ge hebt geen oogen meer voor dergelijke tooneelen: een grootscher
-aanblik wacht u: wij naderen Thebe, of Tape, hoofd, hoofdstad, zooals
-de egyptische naam eigenlijk luidt. Ga voorbij Qeneh; en gij Denderah,
-het oude Tentyris, met uw prachtigen tempel uit den tijd der Ptolomeën;
-en gij Gamaunh, Hamandi; en gij, bloeiende akkers, heerlijke bosschages
-van den arabischen oever! De lybische bergketen prijkt in al hare
-pracht: en, ziedaar aan haar voet, Querneh, Medinet, de kolossen, het
-Memnonium; en aan den anderen oever de tempels en paleizen van Loeksor
-en van Karnak. Wij zijn te Thebe, de stad met hare honderd poorten, zoo
-niet de oudste, dan toch de schitterendste metropolis van Egypte.
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
- Het oude Thebe.—Loeksor.—Karnak.—Medinet-Aboe.—De doodenstad.
-
-
-Ik heb vier weken te Thebe getoefd, en zou er gaarne maanden gebleven
-zijn, om de wonderwereld van nabij te bestudeeren, die zich hier voor
-mijn verbaasde blikken ontsloot. En toch, nu ik pogen ga, u den indruk
-te schetsen, dien de beschouwing dezer geheel eenige plek op mij
-gemaakt heeft, gevoel ik dat mij daartoe de woorden ontbreken. Het was
-mij toen, en is mij nog in de herinnering, als had ik omgewandeld door
-de puinhoopen eener stad van reuzen, waar alles andere verhoudingen en
-afmetingen had, dan waaraan wij gewoon zijn. Wie eenmaal de bouwvallen
-van het aloude Tape heeft gezien, vergeet dien aanblik nooit.
-
-Thebe, waarvan de stichting zich in den nacht der vroegste oudheid
-verliest, lag in eene wijde vlakte, ter wederzijde door de in een
-halven boog terugtredende bergketenen begrensd, en in het midden door
-den prachtigen Nijlstroom, die hier ongeveer 1300 voet breed is,
-doorsneden. Ten tijde harer heerlijkheid besloeg zij deze gansche
-vlakte, van de arabische bergen ten oosten tot de lybische bergen ten
-westen; hare lengte van noord tot zuid bedroeg meer dan twee, hare
-breedte van oost tot west ongeveer vier uren. De roem dezer reusachtige
-metropolis was reeds ten tijde van Homerus tot de Grieken in Ionië
-doorgedrongen: immers de dichter van den Ilias laat zijn held Achilles
-van Thebe getuigen:
-
-
- daar zijn de huizen aan schatten rijk;
- Honderd poorten heeft zij, en twee honderd gewapende mannen trekken
- Uit iedere poort ten strijde, met vele paarden en wagenen.
-
-
-Thebe’s rijke huizen en honderd poorten zijn sinds lang verdwenen:
-slechts eene enkele reusachtige poort, ver oostwaarts heen, bij het
-arabische gebergte eenzaam verrijzende, wijst den omtrek der oude muren
-aan; maar de kolossale ruïnenheuvels van Karnak en Loeksor op den
-rechter, van Querneh en Medinet-Aboe op den linkeroever, zijn nog
-zoovele zwijgende getuigen van de wondervolle heerlijkheid der oude
-Pharaonenstad. Welk een panorama moet zich ontrold hebben voor het oog
-van den reiziger, die, voor drie of vierduizend jaren, uit de woestijn
-komende, den rand van de lybische bergketen had bereikt, en van de
-hoogte nederzag in het prachtige Nijldal, met steden en vlekken
-bezaaid, en op de heerlijke metropolis aan zijn voet. Wat aanblik, toen
-het oude Tape daar prijkte in al hare heerlijkheid, met haar tempels en
-paleizen, haar zuilenwouden, haar pylonen en obelisken, haar reeksen
-van sphinxen en kolossen, haar onoverzienbare menigte van hooge huizen,
-hare straten en pleinen, wemelende van eene ontelbare volksmenigte! Dit
-alles is sedert eeuwen ondergegaan; en op en tusschen de half in het
-zand bedolven puinhoopen der oude prachtgebouwen staan de leemen hutten
-der armelijke, door Fellahs en Arabieren bewoonde dorpen verspreid,
-wier namen den grooten naam van het onvergelijkelijke Thebe haast
-hebben verdrongen. Geen scherper contrast denkbaar bijna, dan tusschen
-de ellende en jammer van het heden en de heerlijkheid van vroeger: in
-deze wildernis verrees eenmaal de prachtige hoofdstad van een der
-merkwaardigste, een der vroegst beschaafde volken der oudheid! Meer dan
-eens, wanneer ik des avonds, vermoeid van mijne omzwervingen door deze
-ruïnenwereld, naar ons schip was teruggekeerd, en op het dak der hooge
-kajuit nederzat; wanneer dan de maan boven het arabische gebergte
-verrees en de wijde vlakte, waar de puinen van Thebe sluimeren, met
-haar wonderlijk, fantastisch licht overgoot; wanneer dan mijne blikken
-in de schemering nogmaals omdwaalden tusschen die zuilenhallen en
-pylonen, die obelisken en kolossen, zoo geheimzinnig, zoo spookachtig
-schier, oprijzende te midden van boomgroepen en verspreide hutten;—meer
-dan eens, was het mij dan, als zweefden over die vlakte de groote
-schimmen der helden en heerschers van den voortijd, van Sethos, en
-Ramses, en Sesostris, en Amenhotep, en Menephta, die allen eens de
-wereld huns tijds met het gerucht hunner daden hebben vervuld, en hier,
-in de groote godsstad, de heilige stad van Amun-Ra, de onverwoestbare
-gedenkteekenen hunner grootheid en majesteit hebben achtergelaten.
-
-Wilt ge met mij een blik, zij het ook een vluchtigen blik, op die
-gedenkteekenen werpen? Beginnen wij met Loeksor, het zuidelijkste punt
-van het oude Thebe, op den rechter of arabischen oever. Dicht aan de
-rivier verheffen zich, tusschen de palmen en de armelijke hutten van
-het dorp, de indrukwekkende ruïnen van een aan Amun-Ra gewijden tempel,
-tevens, als meest, koninklijken burcht. De hoofdingang van dit
-tempelpaleis is niet, als anders bijna altijd, naar den Nijl, maar naar
-het noorden gekeerd. Door eene laan of straat van sphinxen, waarvan
-evenwel slechts enkelen overig zijn, bereikt men de trotsche poort,
-voor welker hooge pylonen [2] een prachtige, vijf-en-zeventig voet
-hooge obelisk van rozenrood graniet, en vier zittende kolossale beelden
-zijn geplaatst. De tegenhanger dezer heerlijk obelisk staat
-tegenwoordig op de Place de la Concorde te Parijs. Zijt ge de eerste
-pylonenpoort doorgegaan, dan bereikt ge een door dubbele zuilenrijen
-omgeven voorhof; en vervolgens, door een smalleren zuilengang, wederom
-een pylonenpoort, waarop dan de overige deelen van het tempelgebouw, de
-voorhof, de zuilenhal en de binnenzalen en vertrekken, volgen. Deze
-laatste gebouwen vormden oorspronkelijk het eigenlijke heiligdom: zij
-werden gesticht door Koning Amenhotep (Amenophis) III, van de
-achttiende dynastie, die omstreeks 1500 voor Chr. regeerde. Nog staat,
-in hiëroglyphenschrift, op de architraven te lezen, dat de Koning, de
-Heer der gerechtigheid, de Zoon der Zon, Amenhotep, dezen tempel ter
-eere van zijnen vader, den goddelijken Amun-Ra, heeft gebouwd. De
-eerste voorhal met de groote pylonen, de beide obelisken en de vier
-kolossen, is van later dagteekening; als haar stichter wordt de groote
-Ramses (Sesostris) genoemd: „Ramses, de Heer der wereld, de Koning-zon,
-de Wachter der waarheid, de Uitverkoorne van Phra, heeft dit gebouw
-voltooid ter eere zijns vaders Amun-Ra, en heeft hem deze twee groote
-obelisken van steen opgericht voor het Ramesseum, de stad van Amun.”
-
-Toen de tempelburcht van Loeksor nog ongeschonden was, en met zijn
-kolossale pylonen, zijne heerlijke obelisken en reuzenbeelden, zijne
-zuilenrijen en hoven prijkte, voerde van den hoofdingang een breede
-heirbaan naar een ander, nog grooter en prachtiger heiligdom, waarvan
-de puinhoopen thans het dorp Karnak dragen. Die heirbaan was misschien
-zonder wedergade op de wereld. Ter wederzijde van de breede straat, op
-onderlingen afstand van tien voet, lagen op hooge voetstukken, niet
-minder dan zeshonderd kolossale sphinxen als wachters van den weg
-tusschen de beide heiligdommen. Hoe moet deze prachtige allée er hebben
-uitgezien, als de groote processie van Amun daarlangs heen voorttrok!
-Van deze sphinxen-allée zijn nu nog maar weinig sporen over: wij
-wandelen voort, te midden van half begraven puinen en steenen, over het
-groene veld. Ter linkerhand golft de breede Nijl; en welhaast vertoonen
-zich voor ons oog de reusachtige bouwvallen van den tempelburcht van
-Karnak. Groote pylonen, door Ramses II Meïamun (geliefde van Amun)
-gebouwd, vormen den ingang tot een ruimen binnenhof, eens van alle
-zijden door hallen omgeven, wier zoldering op zeventig voet hooge
-zuilen, allen uit één stuk gehouwen, rustte. Tegenwoordig liggen zij
-allen omgestort ter aarde, eene enkele uitgezonderd, die de doodenwacht
-op dit slagveld houdt. Door eene tweede poort bereikt ge, langs eenige
-trappen, de groote zuilenhal, een der wonderen der egyptische
-bouwkunst. Een woud van zuilen, in den vollen zin des woords: en welke
-zuilen! De zaal heeft eene lengte van 164, en eene breedte van 320
-voet; het steenen dak rust op honderd vier en dertig zuilen. De
-middelste doorgang wordt gevormd door twaalf reusachtige zuilen, die
-een omvang hebben van 36 voet en eene hoogte van 70 voet; de andere
-zuilen zijn 40 voet hoog en hebben een omvang van 27 voet. Het
-middengedeelte der hal is alzoo aanmerkelijk hooger dan de zijschepen;
-de muren, die dit hoogere dak dragen, zijn met openingen voorzien,
-waardoor het licht in de ontzaglijke zaal valt. Doch wat zeggen deze
-cijfers? Geen woorden zijn in staat, den overweldigenden indruk te
-beschrijven, dien de aanblik dezer zuilenhal op den aanschouwer maakt.
-Half verbijsterd bijna doolt ge om door dit woud van zuilen—inderdaad,
-ik weet geen beter woord,—waar u aan alle zijden, aan de wanden en de
-pilaren, de in half verheven beeldwerk uitgehouwen en met schitterende
-kleuren bemaalde beelden van goden en koningen, in bonte mengeling
-omgeven; en de grillige hiëroglyphen u alom tergend geheimzinnig
-aanstaren. Eene derde kolossale poort leidt naar een smallen binnenhof,
-waar twee heerlijke obelisken verrijzen voor eene vierde pylonenpoort,
-die eerst den eigenlijken ingang vormt tot de binnenhoven en zalen van
-het paleis. Galerijen en zuilenhallen, pylonen, obelisken en kolonnaden
-volgen dan elkander op, tot schier aan den voet van het gebergte; maar
-al deze heerlijkheid is haast niet meer dan eene wilde puinmassa. In
-treurige gepeinzen verdiept, wandelt ge voort over de groene, hobbelige
-vlakte, bezaaid met overblijfselen van sphinxen, brokken van zuilen en
-kapiteelen; te midden van nog half bewaard gebleven resten van tempels
-en hallen en pylonen. De tempelburcht van Karnak was eens het groote
-nationale heiligdom, aan Amun-Ra, den koning der Goden, gewijd; hier
-troonden eens, in al hunne heerlijkheid, de Pharao’s van de achttiende
-en negentiende dynastie, onder wier regeering het egyptische rijk ten
-toppunt van zijn macht en luister steeg. Wat is daarvan overgebleven?
-Een puinhoop, niets meer.—Verder noordwaarts hadden de Ptolomeën
-geheele lanen van sphinxen, kolossen en uitgestrekte propylaeën
-gebouwd: van dit alles is niets meer over dan een kolossale pyloon, met
-heerlijk beeldhouwwerk versierd. Naar het zuiden, dicht bij den Nijl,
-liggen de indrukwekkende puinhoopen van den tempel aan den god Chonsu
-gewijd: welke tempel oudtijds door vier pylonen en eene dubbele rij van
-sphinxen met de groote zuilenhal van Karnak was verbonden.
-
-Loeksor en Karnak zijn evenwel slechts de helft van het oude Thebe: aan
-de overzijde der rivier hebben de oude heerschers niet minder grootsche
-monumenten achtergelaten. De ruïnenheuvel van Medinet-Aboe bevat de
-overblijfselen van het paleis van Ramses III; wederom eene opeenvolging
-van pylonen, zuilenhallen en zalen, overal met beeldwerk en
-hiëroglyphen bedekt. Vermoeid van het dolen door deze verwoeste hoven
-en kolonnaden, rust uw oog met welgevallen op een kleiner gebouw, twee
-verdiepingen hoog, met door karyatiden gedragen balkons versierd: naar
-men gist, het paleis der vrouwen van Koning Ramses.
-
-Op korten afstand van Medinet-Aboe ziet ge een bosschage van acacia’s,
-waar de bodem overal met puinen van graniet, marmer en zandsteen, met
-overblijfselen van zuilen en kapiteelen, is bezaaid. Aan den rand van
-dit boschje verheffen zich twee zittende kolossen, zestig voet hoog: de
-twee zoogenoemde Memnonsbeelden, waarvan het eene het zingende beeld
-heet. Als de zon des morgens boven de arabische bergen verrijst en hare
-eerste stralen het beeld treffen, dan placht dit, niet altijd maar
-somwijlen, een klagend geluid te laten hooren. Een aantal opschriften,
-in het grieksch en latijn, allen dagteekenende uit den tijd der
-romeinsche keizers van Nero tot Septimus Severus, leggen getuigenis af
-van dit wonderbare gezang. Ook oude schrijvers, van vroegeren tijd,
-verhalen van dit zingende beeld. Later schijnt Memnon zijne stem
-verloren te hebben. Toch is het, tegenover zoo vele en zoo ernstige
-getuigen, moeielijk de waarheid van het feit te loochenen. Dan rijst de
-vraag: van waar kwam dat geluid? De Grieken, wier dichterlijke fantazie
-hen nooit verlegen liet, hadden een antwoord gereed. Memnon, zoon van
-Tithon en van Eos (de dageraad), was koning der Ethiopiërs. Toen zijn
-zwager, koning Priamus van Troje, met de Grieken streed, zond hij tot
-Memnon om hulp, en bood hem tevens, tot ondersteuning van dat verzoek,
-een gouden wijnstok ten geschenke. Memnon, de schoone, heldhaftige
-jongeling, trok op naar Troje, verrichtte daar groote daden, verwondde
-zelfs den geduchten Achilles: maar werd in het einde door dezen gedood.
-Zijne ontroostbare moeder bad Zeus, haren zoon te eeren, zooals nog
-geen held was vereerd geworden: en Zeus schiep uit de verbrande asch de
-gevallene zwarte haviken, die iederen herfst naar Memnons graf
-terugkeeren, en daar, met elkander strijdend, lijkspelen voor den held
-vieren. De stemme van den betreurden zoon echter werd door de bedroefde
-moeder aan het beeld gegeven, hem in zijn vaderland opgericht. En
-wanneer nu, des morgens, de rozenvingerige Eos aan den hemel
-verschijnt, dan begroet haar, uit het granieten beeld, de liefelijke
-stemme des zoons; en dan besproeit zij den kouden steen met hare
-tranen, nog altijd om den vroegen dood van den heerlijken jongeling
-geschreid.—Onze geleerden met deze uitlegging niet tevreden, verwierpen
-de liefelijke sage, en gingen den steen en hare bestanddeelen
-onderzoeken, om te ontdekken of daarin ook de verklaring was te vinden
-dier zonderlinge uitwerking van het eerste morgenlicht. En nu komen zij
-ons vertellen, dat deze soort van steen, bij den plotselingen overgang
-van de vochtige nachtlucht tot de zonnehitte van den dag, krimpt en
-kraakt en alzoo zeker geluid geeft: en dat knappen en kraken zou dan
-Memnons gezang, de morgengroete aan zijne moeder, zijn! Vindt ge niet,
-dat wij, zoo we al in zoogenaamde positieve wetenschap het van de
-Grieken winnen, in gevoel en fantazie ontzaglijk bij hen achterstaan?
-Wel, wel, terwijl ik hier door de puinen van Tape omdool, geef ik aan
-de roerende sage van den jong gesneuvelden held verre de voorkeur boven
-uwe alledaagsche verklaringen, man der doode wetenschap. Zingt niet
-deze gansche ruïnenwereld een klaagzang, iederen nieuwen dageraad? een
-klaag- en treurzang aan de zonne, die haar eens zag in al hare
-heerlijkheid en nu opgaat over haar somber graf?—Overigens heeft Memnon
-met deze beelden niets gemeens: de kolossen, die voor ruim 3500 jaren
-werden opgericht, stellen koning Amenhotep III en zijne gemalin voor.
-
-Noordwaarts van dit acacia-boschje liggen de uitgestrekte puinhoopen
-van den kolossalen graftempel van Ramses II (Sesostris), vroeger bekend
-onder den naam van het graf van Osymandyas. Wederom hier, als elders,
-eene opeenvolging van pylonen, kolossen, zuilenrijen en kolonnaden,
-sphinxen en muren. Verder op, nog meer noordwaarts, verheffen zich de
-bouwvallen van het paleis van Goernah, door Sethos, den vader van den
-grooten Ramses, gebouwd: wat omvang betreft, een der kleinste, maar uit
-het oogpunt der kunst een der belangrijkste overblijfselen van de
-egyptische architektuur.
-
-Al deze monumenten liggen in de wijde vlakte verspreid, die door het
-lybische gebergte wordt afgesloten. Maar dat gebergte zelf bevat nog
-een andere reeks monumenten: over eene uitgestrektheid van ongeveer
-twee uren gaans is hier de kalksteenrots, tot op de hoogte van 300
-voet, in alle richtingen doorgraven en tot grafkelders ingericht.
-Steile en moeielijk begaanbare voetpaden voeren tot de meer of minder
-ruime ingangen, en van daar naar lange corridors met kamers en zalen en
-nevengangen, die elkander op allerlei wijze kruisen en door den
-ganschen berg loopen. Dit is de groote doodenstad van het machtige
-Thebe: eeuwen achtereen werden hier duizenden bij duizenden ter ruste
-gelegd in hunne rotsgraven, om er ongestoord te sluimeren tot de ziel
-hare lange omzwerving van drieduizend jaren door alle levensvormen zou
-hebben volbracht, en weder van haar welbewaard lichaam bezit zou komen
-nemen. Tallooze mummiën zijn reeds uit deze wereld van graven te
-voorschijn gehaald, en nog sluimeren er gewis ontelbare geslachten den
-vasten slaap des doods. In een zijdal, door naakte rotsen ingesloten en
-waar zelfs geen grashalm het oog verkwikt, vindt men de graven van
-bijna alle koningen uit de 19e en 20e dynastiën: dit dal draagt nog den
-naam van Bab-el-Moluk (poorten der koningen). Tot dusver heeft, men
-zestien dezer koningsgraven geopend, waaronder die van Sethos, van
-Ramses III en Ramses V. De inrichting dezer graven is steeds dezelfde:
-een lage, nauwe ingang voert in een langen, hoogen gang, waarvan de
-wanden en het gewelf met schilderwerk zijn bedekt; hier en daar zijn in
-de zijwanden kleine vertrekken aangebracht; eindelijk komt men in de
-hooge gewelfde zuilenhal, wier wanden in den regel met schilderwerk op
-gouden grond prijken, waarom zij ook den naam van gouden zaal voerde.
-Deze zaal was bestemd voor de koninklijke sarkophaag, die, zes tot tien
-voet hoog, in het midden stond. Zoodra een Pharao de regeering
-aanvaardde, liet hij een aanvang met den bouw van zijn grafkelder
-maken; was dan de zaal voltooid, en gevoelde de koning zich nog in het
-volle bezit van kracht en gezondheid, dan werden nieuwe gangen en
-nevenvertrekken, altijd verder den berg in, uitgehouwen, tot andermaal
-eene groote zuilenhal werd aangelegd, nog ruimer en prachtiger dan de
-eerste. Was er dan nog tijd, dan werden nevens deze halle wederom zij
-vertrekken uitgebouwd, tot bijzondere offerplechtigheden voor den doode
-bestemd; tot eindelijk voor den Pharao de laatste ure sloeg, en het
-koninklijk lijk, na gedurende zeventig dagen te zijn gebalsemd, in de
-sarkophaag werd nedergelegd. Deze werd dan zoo kunstig gesloten, dan de
-lijkenroovers van later tijd immer de granieten kist moesten stuk
-slaan, daar het onmogelijk was het deksel weg te nemen.
-
-Dagen achtereen heb ik door deze doodenstad rondgedwaald, vaak niet
-zonder moeite en gevaar; en hoe gaarne zou ik u medenemen op deze
-tochten door die graven, die ons zoo trouw het beeld van het
-oud-egyptische leven, in bijna al zijne vormen, hebben bewaard. Immers,
-niet alleen de koningsgraven, ook de anderen zijn bedekt met
-schilderwerk, nog in onverzwakte kleurenpracht prijkende, en eene
-schier geheel volledige voorstelling gevende niet alleen van de
-krijgstochten en overwinningen der koningen en de ceremoniën der
-eeredienst, maar ook van het maatschappelijk en huiselijk leven der
-gewone burgers, in alle standen der maatschappij. Juist daarom leveren
-deze egyptische graven zoo onschatbare bronnen voor de studie van deze
-oude, geheimzinnige wereld, van wier geschiedenis wij zoo weinig weten,
-maar wier karakter en physionomie ons toch, niet enkel in hoofdtrekken
-maar tot in menige bijzonderheid, juist door deze kunstwerken wordt
-geopenbaard. Hoe gaarne zou ik u hier rondvoeren, en u beurtelings den
-Pharao aan zijn hof, den priester in zijn tempel, den krijgsman in het
-veld, den burger in zijn huis en zijne werkplaats, den landman op zijn
-akker, doen aanschouwen: maar de ruimte ontbreekt mij daar toe. Een
-boekdeel bijna zou er noodig zijn, om u deze zoolang ondergegane, ons
-zoo geheel vreemde maatschappij, in duidelijke, aanschouwelijke trekken
-af te malen: eene onvolledige schilderij zou slechts verwarring
-stichten, niet uwe kennis vermeerderen. En dan—misschien doolden wij
-reeds te lang te midden dezer graven en puinhoopen rond: zij behooren
-toch tot een dood, een onherroepelijk vervlogen verleden, en niet allen
-boezemt dat verleden belangstelling in. Zoo zij het dan voor ditmaal
-genoeg: keeren wij tot het heden terug. In vergelijking met het
-verleden, is dat heden treurig en arm en ellendig: maar, in de
-schatting van zeer vele lieden, geldt ook hier de oude spreuk: een
-levende hond is beter dan een doode leeuw.
-
-
-
-
-
-
-V.
-
- Eene bruiloft te Loeksor.—De almehs.—De watervallen.—Philae.
-
-
-Op zekeren dag dat ik van eene wandeling door het dal der Koningsgraven
-terugkwam, en zwijgende den Nijl overstak om naar Loeksor terug te
-keeren, werd ik eensklaps uit mijne mijmering gewekt door een luid
-gerucht van muziekinstrumenten en gezang. Mahmoed, een onzer matrozen,
-ging trouwen en vierde zijn bruiloft.
-
-Voor de woning der bruid was eene groote tent opgeslagen, waar reeds
-sedert twee dagen de vrienden waren bijeengekomen: voor ons was eene
-bijzondere estrade ingericht, met kussens en tapijten belegd. Het was
-Vrijdag, dat wil zeggen Zondag voor de Mohammedanen. Toen het uur des
-gebeds gekomen was, begaf de bruidegom, gevolgd door al de genoodigden,
-zich naar de moskee: dadelijk na zijn terugkomst begon het feestmaal.
-Alle schotels werden ons aangeboden: maar, ondanks onze welgemeende
-begeerte om Mahmoed geen verdriet aan te doen, was het ons onmogelijk
-van de meesten te proeven; al de vriendinnetjes der bruid waren bij het
-bereiden dezer schotels behulpzaam geweest, en in hare vreugde hadden
-zij waarschijnlijk de regelen der kookkunst vergeten: althans de
-spijzen waren voor ons volkomen ongenietbaar.
-
-Des avonds hielden de genoodigden een optocht door het vlek, waarbij
-zich gaandeweg al de leegloopers aansloten; mannen met lantaarns liepen
-nevens ons. Bij onze terugkomst wachtte ons eene volledige illuminatie:
-toortsen en fakkels schitterden allerwege; een rijke buurman had een
-dier prachtige oostersche kandelabres geleend: getakte ijzeren boomen
-met geslepen glazen buizen, die het licht honderdvoudig weerkaatsen.
-Het was een heerlijk gezicht: de weerspiegeling van het licht op de
-gebronsde aangezichten, de veelkleurig tarboesjes, tulbanden, gordels
-en mantels dier saamgegroepte menigte.—Mahmoed was alleen het vertrek
-binnengetreden, waar hem zijne bruid en hare naaste verwanten wachtten;
-hij trad eindelijk naar buiten, vergezeld van eenige vrouwen; plaatste
-zich tegen den muur der woning, en ontving de gelukwenschen der
-genoodigden, die in eene rij langs hem heen gingen en hem eenig
-zilvergeld in de hand drukten. Inmiddels weergalmde van alle kanten
-gezang en gejuich, afgewisseld met geweer- en pistoolschoten. Toen de
-optocht gedaan was, ging Mahmoed weer naar binnen, maar kwam bijna
-onmiddellijk naar buiten, met zijn bruid—een kind van nog geen twaalf
-jaar—in zijne armen. Gevolgd door de vrouwen en, op eenigen afstand,
-door de mannen, begaf hij zich naar den oever van den Nijl, nam een
-weinig van het water der rivier in zijn mond en blies dat in den mond
-zijner bruid. Daarmede was de plechtigheid afgeloopen. Niemand geleidde
-de jong getrouwden naar de echtelijke woning.
-
-Men weet in Egypte niets van een burgerlijken stand. Zijn de bruidegom
-en de ouders van het meisje het eens, is de som, die de man moet
-betalen (de bruid brengt geene huwelijksgift mede) vastgesteld, dan
-wordt het huwelijk voltrokken, voor twee getuigen; somwijlen wordt de
-kadi daarvan verwittigd, maar dat wordt zeer dikwijls nagelaten. Bij
-eene dergelijke verbintenis, waar iedere waarborg ontbreekt, is de
-vrouw weinig meer dan eene gekochte slavin; wanneer zij den man niet
-langer bevalt, zendt hij haar naar hare ouders of verwanten terug; zij
-zelve kan slechts in een enkel geval echtscheiding vorderen. Van de
-geboorte der kinderen wordt nooit aanteekening gehouden; een gevolg
-daarvan is, dat kindermoord niet zeldzaam is; somwijlen worden zij, in
-hunne eerste jeugd, omgebracht door eene der mededingsters van hunne
-moeder. Het is toch onder de matrozen der Nijlschepen eene vrij
-algemeene gewoonte, om op verschillende plaatsen, b.v. te Kaïro en te
-Assoean, eene vrouw te huwen. Naar gelang zijne zaken dat toelaten,
-gaat de echtgenoot nu eens een maand bij deze, dan weder bij de andere
-doorbrengen: hij brengt eenige piasters, een paar stukken blauw katoen
-en andere snuisterijen mede, die de vrouw, na zijn vertrek, verkoopt.
-In ruil daarvoor ontvangt zij dan granen en andere vruchten des lands,
-en onderhoudt aldus den handel der andere echtgenoote. De veelwijverij,
-aldus opgevat, is eene winstgevende zaak: toch kwijnt zij dagelijks
-meer, en niet alleen onder de armen, maar ook onder de meer gegoeden,
-die veelal slechts ééne wettige vrouw te gelijk hebben.
-
-Wij hebben Thebe verlaten en vervolgen onze reis naar het zuiden, te
-midden van welige akkers en plantages. Daar ligt Erment, het oude
-Hermonthis, met zijne schoone ruïnen, half achter een boschje van
-sykomoren en mimosa’s verscholen. Vier heerlijke antieke zuilen vormen
-den ingang tot een kleinen tempel, uit den tijd der Ptolomeën, en
-vooral merkwaardig om zijn beeldwerk, ter verheerlijking der geboorte
-van een zoon van Caesar en Cleopatra.—Wederom akkers en velden, tuinen
-en boomgaarden, met de bergen in het verschiet, tot de witte huizen van
-Esneh zich langs den oever scharen. Esneh is de stad der almehs. Zij
-bewonen verschillende huizen, dicht bij de rivier; onze drogman stelde
-voor, ons naar het beste etablissement te geleiden. Wij namen zijn
-aanbod aan, en werden nu naar eene vrij smerige en armoedige hut
-gevoerd: in het midden eener groote kamer zaten de danseressen, allen
-van vrij alledaagsche schoonheid, maar jong en welgemaakt. De hoop op
-buitengewone ontvangst had haar bewogen, groote zorg aan haar toilet te
-besteden. Ik zie nog hare zeer lage en korte vesten, hare wijde zijden
-pantalons, om de heupen door schitterende gordels opgehouden; haar half
-doorzichtige gazen tunika’s; hier bloote voeten, daar gele of roode
-pantoffels; halskettingen en armbanden, en op het voorhoofd, kleine
-munten; eindelijk, achter op het hoofd, zijden doeken, los omgeworpen.
-De dans, die met eene reeks van bevallige standen aanving, ging weldra
-tot de meest hartstochtelijke bewegingen over, waarbij het bovenlijf
-onbewegelijk bleef. Na een poos dit tooneel te hebben aangezien,
-verwijderden wij ons en lieten olijven, liqueur en een aantal talaris
-(kleine muntstukken) uitdeelen, waarvoor ons op de hartelijkste wijze
-dank werd gezegd. De almehs hebben maar zelden dergelijke
-buitenkansjes, de inboorlingen zijn te arm om hare talenten te betalen;
-zeer bedreven in fraaie plastische standen, zijn zij zelven ongeschikt
-voor iederen arbeid en moeten tot allerlei kunstmiddelen hare toevlucht
-nemen om te kunnen leven. Zij brengen haar tijd door met rooken en met
-het drinken van aquavite—eene soort van anisette—en van koffie. De
-bezwaren aan dergelijke levenswijze verbonden, hebben het getal der
-almehs, die ten tijde der Mammelukken nog geheel Egypte als
-overstroomden, zeer doen verminderen. Hare laatste wijkplaats is Esneh,
-dat wellicht ook haar geboorteland was; waardige zusters der bayadèren
-van Indië en der priesteressen van Mylitta en Astarte, hebben de almehs
-in vroeger eeuwen gedanst voor de altaren van Neith, de schutsgodin van
-Esneh, de moeder, echtgenoote en dochter van Amun-Ra. Nog ziet men,
-midden in de stad, aan den voet eener helling met mummiënkisten en
-andere overblijfselen bezaaid, den schoonen voorhof van een tempel van
-Neith, tegenwoordig een korenmagazijn. Ten tijde der Romeinen, op de
-puinhoopen van een zeer oud gebouw gesticht, verraden de slechte
-beeldwerken des tempels het verval der kunst; maar de ernstig-schoone
-lijnen der architraven, de grootsche afmetingen der vier-en-twintig
-hooge zuilen, maken hem toch waardig nevens de wonderen van Karnak en
-Medinet-Aboe te worden gesteld.
-
-Zonder ons op te houden, varen wij voorbij de indrukwekkende pylonen en
-welbewaarde tempelruïne van Edfoe, want onze wensch om Assoean en de
-watervallen te zien drijft ons met haast voort. De wind is gunstig; de
-Nijl vernauwt zijn bedding en bruist voort tusschen steile rotswanden,
-wier spleten en kloven met armelijke struiken zijn begroeid. Deze
-struiken wemelden van kleine vogels, die als vruchten aan de takken
-schenen te hangen. Door onze boot opgeschrikt, verhieven zij zich in de
-lucht, daarbij een geruisch makende als met kracht uitgedreven stoom.
-Zij waren zoo talrijk, dat zij letterlijk een oogenblik den hemel aan
-onze blikken onttrokken; eenige geweerschoten deden er honderden in den
-Nijl nedertuimelen. Onze kok haastte zich er zooveel mogelijk van op te
-visschen, en onthaalde ons op een zeer smakelijk gebraad.—Maar andere
-merkwaardigheden vorderen weldra onze aandacht. Hier is de
-Djebel-Selseleh, oudtijds Silcilis, met zijne groote steengroeven,
-waaruit de tallooze schare der kolossen en obelisken is voortgekomen,
-die Thebe en al de steden van Opper-Egypte versierden. Deze beroemde
-steengroeven zijn, bij wijze van zalen en galerijen, in de rotsen
-uitgehouwen; de wanden zijn overal met beeldwerk en opschriften bedekt;
-nog worden hier eene menigte overblijfselen en half voltooide werken
-aangetroffen, als hadden de beeldhouwers zoo pas hunnen arbeid
-gestaakt. In de onmiddellijke nabijheid van den oever verheft zich eene
-groote rots, van zeer eigenaardigen vorm: naar men zegt, werden aan
-deze rots en aan eene andere, even zoo vooruitspringende, op den
-tegenoverliggenden oever, de ketens vastgemaakt, die de rivier moesten
-afsluiten en het land verdedigen tegen de invallen der ethiopische
-stammen. Onze tijd, die alles beter weten wil dan de ooggetuigen der
-oudheid, heeft deze ketens voor eene fabel verklaard en den oorsprong
-van het verhaal gezocht in den arabischen naam van den berg:
-Djebel-Selseleh, Kettingberg. Zou het omgekeerde evenwel niet
-waarschijnlijker zijn? en is het denkbeeld, om den nauwen ingang van
-het Nijldal op deze wijze af te sluiten, vooral in de oudheid, zoo
-onnatuurlijk?
-
-Wij varen voort. In het licht der volle maan vertoont zich aan ons oog,
-hoog boven de rivier, de groote tempelruïne van Kom-Ombos, half onder
-het zand bedolven. Een kleinere tempel, dichter aan den oever, is door
-den stroom weggespoeld. Wij kunnen niet verder voortgaan, maar zien ons
-verplicht den dag af te wachten nabij het fraaie dorp Elganeh, half
-weggedoken achter palmen en mimosa’s, wier takken zich over het water
-heenbuigen. Nog een dag en een nacht, en wij zijn te Assoean; de ons
-vijandige wind, de veelvuldige rotsen en de snelvlietende stroom
-vertragen gelijkelijk onze reis. Tusschen de stille dorpen, aan den
-voet der rotsen en aan den zoom der rustige inhammen schuilende, varen
-wij met moeite en voorzichtigheid voort, te midden van groote
-steenklompen, voorloopers der katarakten en kolken. Een groenende,
-bloeiende gordel van eilanden omvat den stroom: ter rechterzijde ligt
-het groene Elephantine, met bijna onzichtbare ruïnen bedekt: het
-fabelland dier ichthyophagen (vischeters), die Kabuya (Cambyses) als
-gezanten naar Ethiopië zond. Eindelijk den onstuimigen stroom dwars
-overstekende, varen wij het kanaal binnen dat naar de haven voert van
-Assoean, het antieke Syene, de stad der watervallen.
-
-Den 4den Juni, des morgens ten tien ure, zouden wij den engen doorgang
-der katarakten passeeren. Daar wachtten ons eene menigte helpers, meest
-jonge lieden, onder het bevel van een ouden reis, met een langen witten
-baard; een man, even kalm te midden der bruisende draaikolken van den
-Nijl, als een onzer schippers tusschen twee sluizen. De jonge lieden
-zijn allen Nubiërs:—krachtige, gespierde en meest beeldschoone figuren,
-geheel naakt; hunne zwartachtig bronzen huid ziet er uit als een dof
-krip, over eene purperachtige stof gespannen. Onder luid gejubel en
-geschreeuw zetten zij zich aan het werk. Groote granietblokken, door
-het water overspat, bedekken bijna de geheele breedte der rivier: het
-schijnen versteende buffels, in allerlei houdingen te midden der golven
-neergehurkt. Onze Nubiërs springen en klauteren er op, bevestigen
-sterke touwen en kabels aan de uitstekende rotspunten, en trekken zoo
-ons vaartuig voort, dat anderen, al zwemmende, deels duwen, deels
-dragen. Zoo ging het langzaam voort; en de avond begon te vallen, toen
-wij nog slechts de eerste katarakt waren doorgeworsteld; en wij moesten
-voor den nacht ons vaartuig stevig vastmeeren, opdat het niet door de
-bruisende en schuimende wateren zou worden weggevoerd. De Nubiërs
-wenschten ons geluk met den aanvankelijken goeden uitslag en juichten:
-Allah is groot!—wat in dit geval zeggen wilde: Goede Franken, geeft ons
-iets! Toen zij hun baksjies—trouwens welverdiend—ontvangen hadden,
-keerden zij naar hunne woningen om te slapen. Ik gevoelde daartoe geen
-lust, maar beklom een der hooge rotsen, en wierp een blik op den wilden
-chaos rondom mij. De maan, haar fantastisch licht over het wonderlijke
-landschap uitgietende, gaf aan de reusachtige grillige steenmassa’s
-haast menschelijke vormen. Het zijn geen granietblokken meer: zie, met
-de voeten aan den harden bodem geketend, door de kokende golven
-ombruist, rust daar in de wateren een geheel geslacht van Titanen,
-dezelfden wel die, de sphinxen uithouwende in de rotsen, zoo als een
-herder een beeldje snijdt uit een wilgentak, en met eene hand de
-obelisken in evenwicht zettende, de paleizen van Karnak hebben gebouwd
-en de bergwanden in tempelgrotten herschapen.
-
-Met het krieken van den dag keeren de Nubiërs terug om den arbeid te
-hervatten; en eindelijk, tegen drie uren na den middag, ligt onze bark
-rustig voor anker boven de drie katarakten, die wij nog hadden door te
-varen. De laatste, el-Kebir, waar de rivier het nauwst en de klippen
-het menigvuldigst zijn, was de lastigste. Twee honderd jonge mannen
-ongeveer, op de rotsen en klippen langs en in den stroom verspreid,
-hielden de touwen en trokken ons met alle kracht voort: wij hadden dan
-ook te doen met een verval van anderhalf el. Het was letterlijk de
-beklimming van een waterheuvel. Zoo als men ziet, hebben de katarakten
-van den Nijl niets gemeen met de watervallen van den Niagara of van
-Schaffhausen: zij worden gevormd door een reeks rotsige dammen of
-klippen en snelle stroomingen en kolken, niet ongelijk aan gebogen
-spiegels; de nauw ingesloten rivier schiet, met duizelende vaart,
-bruisend en wielend, over en tusschen de rotsen en klippen heen. Toch
-zijn deze katarakten inderdaad gevaarlijk: en er wordt groote
-behendigheid en niet minder groote kracht gevorderd, om het vaartuig
-zonder ongeval over de watervallen te brengen. Er is dan ook een
-bijzondere reis (hoofd) der katarakten, op wiens kunde, moed en
-ervaring men zich veilig verlaten kan: het was de kloeke grijsaard, die
-onze flinke jongelieden bestuurde en aanvoerde.
-
-Vóór ons, als twee groene bouquetten, verrijzen uit den stroom de beide
-eilanden Philae en Beghiëh. Dit laatste, omzoomd van groote, met
-hiëroglyphen bedekte steenklompen, ligt aan den lybischen oever; het
-andere, vrij wat schooner en vooral van meer gewicht, roemt op zijne
-prachtige ruïnen, door een bevalligen tempel gekroond. Philae is
-inderdaad een toovereiland; wie hier den voet zet, voelt, al ware het
-maar voor enkele oogenblikken, den wensch in zich opkomen, om hier ook
-zijn leven te slijten: de zuivere lucht, het heerlijke groen, de kalme
-eenzaamheid, de ongestoorde vrede, zijn zoo vele aanlokselen, waaraan
-het moeielijk valt weerstand te bieden; gezwegen nog van de prachtige
-ruïnen en de herinnering van het verleden.
-
-Op den oever wachtte ons een grijsaard, de eenige bewoner en getrouwe
-bewaker van het tooverachtig eiland. En terwijl wij de sporen nagingen,
-door zoo vele eeuwen op deze kleine plek achtergelaten, wandelde hij
-voor ons uit, en haspelde, in zijne naïeve uitleggingen, alles dooreen:
-Isis en Mohammed, de Khaliefen en Sultans, en de Pharao’s en Caesars.
-Zoo trokken wij het eiland over, van het zuiden naar het noorden, het
-westelijk strand volgend.
-
-Op de zuidelijke punt verrijst een kleine obelisk, zonder hiëroglyphen,
-voor den tempel van Hator: een gebouw van middelbare grootte, in het
-midden van boven open; opmerkelijk door sommige zuilenkapiteelen,
-bestaande uit vrouwenkoppen met koeienooren. Hator en Isis zijn de twee
-beschermgodinnen van Philae: beiden zijn zij godinnen der liefde en der
-vruchtbaarheid. Behooren de sperwer en de krans van blauwe bloemen meer
-bepaald tot de attributen van Hator: zij en Isis beiden onderscheiden
-zich door de schijf, alsmede door de hoornen, het hoofd, of wel het
-geheele beeld eener jonge koe, welk dier haar was toegewijd. Beiden
-zijn na verwant aan Aphrodite, aan Cybele, aan de koe Iö. Met de
-zonneschijf en de hoornen gekroond, schijnen zij tot hare aanbidders te
-zeggen: gij ziet op ons hoofd het zinnebeeld des lichts; wij kennen het
-geheim des levens en het raadselwoord des lots: maar tracht niet ons
-die te rooven, want wij hebben geduchte wapenen om ze te verdedigen!
-
-Twee zuilenrijen van ongelijke lengte, wier gelijkmatig afnemende
-verhoudingen juist berekend zijn naar de regelen der perspectief,
-verbinden den tempel van Hator met de pylonen van den Isistempel. De
-grootste dezer kolonnaden, de westelijke, telt drie en dertig zuilen,
-waarvan de schacht gekorven is, en waarvan de kapiteelen, met grooten
-smaak geteekend, allen verschillen. Zestien minder fraai bewerkte
-kolommen vormen de oostelijke kolonnade, die schijnt af te breken bij
-een klein, bijna geheel onder het zand bedolven heiligdom, een tempel
-van Tmouth, den zoon van Hator en Phta. Midden in de westelijke galerij
-bevindt zich een trap, die den steilen rotsoever doorsnijdt en naar den
-Nijl afdaalt. Deze propylaeën behooren tot het romeinsche tijdvak, en
-zijn er niet minder schoon om; al maken de koppen van Augustus,
-Tiberius of Claudius eene wonderlijke vertooning op die magere schrale
-gestalten; allen naar de vaste type geteekend, waarvan de egyptische
-kunst zich nooit verwijderde.
-
-In dezelfde richting verheffen zich, achter hoopen puin, waaronder men
-nog twee geschonden leeuwen herkent, de twee eerste pylonen en verdere
-overblijfselen van den Isistempel, onder Nectanebus (378–360 voor Chr.)
-gesticht, en later, onder de Ptolomeën, verbouwd en vergroot. Op de
-voorzijde der pylonen is Ptolomeus Philometor afgebeeld, zoo als hij
-aan Isis en aan Har (Horus) gevangenen, die hij met eene hand bij de
-hairen vat, toewijdt. Een nog bruikbare trap, in den hof achter de
-pylonen uitkomende, voert naar boven. Deze hof of binnenplaats wordt
-begrensd door twee gebouwen, mede uit den tijd der Ptolomeën, en aan de
-moeder-godinnen Isis en Hator toegewijd. Twee andere pylonen sluiten
-deze eerste binnenplaats af; zij zijn ruim 14 el hoog en op eene rots
-gebouwd; een opschrift, in het graniet uitgebeiteld, vermeldt hare
-stichting door Euergetes II. De binnenhof, die dan volgt, heeft door
-eene zijgang gemeenschap met den Nijl, en bezit eenige schoone
-beeldwerken op de nog gespaarde muren. Een vooral trok onze aandacht.
-Het is een bas-relief, een der Ptolomeën voorstellende, maar geheel als
-een echte Pharao: dezelfde lange, schrale gestalte, dezelfde breede
-schouders, dezelfde onmogelijke houding der armen en handen, waarmede
-hij van de achter hem staande tafel allerlei geschenken neemt, om die
-Isis aan te bieden. Hij is zoo linksch en onbeholpen mogelijk, en toch
-zoo indrukwekkend edel en vol majesteit. De schoone uitdrukking van de
-figuur doet u onwillekeurig de ongerijmde teekening vergeten.
-
-De vier pylonen en de beide hoven vormen den waardigen toegang tot den
-grooten tempel van Isis. Tien fraaie slanke kolommen, waarop nog de
-kleuren zijn te herkennen van het oude schilderwerk, steunen een
-indrukwekkenden pronaos (voortempel), de roem van Philae; verschillende
-vertrekken, met beeldwerken en bas-reliefs versierd, vormen het
-eigenlijke heiligdom; in het laatste bespeurt ge eene nis met een
-sperwer van rozenrood graniet: de sperwer is hier zoowel aan Isis als
-aan Hator gewijd. Naar de zijde van den Nijl zijn de muren geheel
-bedekt met beelden en hiëroglyphen.
-
-Vóór ons, bijna geheel op de noordelijke spits van het eiland,
-verheffen zich, te midden van palmboschjes, drie poorten, van waar een
-vervallen trap naar beneden, naar het water, voert. Dit is de kazerne
-of triomfboog van Diocletianus. Langs den oostelijken oever
-terugkeerende, bereiken wij eindelijk die heerlijke open zaal, die, op
-een verheven terras boven den Nijl tronende, onwederstaanbaar aller
-oogen tot zich trekt, den kleinen Isistempel, bestaande uit veertien
-zuilen en een prachtigen architraaf, maar overigens geheel ongedekt.
-Half in het geboomte weggescholen, is deze tempel, vooral des avonds,
-als de zon in het westen zinkt, een heerlijke plek om te mijmeren of te
-lezen. De ruimte tusschen den voet van dit terras en de pylonen van
-Nectanebus is bezaaid met ruïnen en puin; onder anderen ligt hier ook
-nog de verminkte bouwval van een klein heiligdom aan de moedergodin
-Hator gewijd; het bevallige portaal en de fraaie bas-reliefs zijn bijna
-onkenbaar geworden door den rook en het vuur: want deze tempel wordt
-door de reizigers in den regel als keuken gebruikt.
-
-Bijna de gansche oppervlakte van het eiland Philae, dat 370 el lang en
-240 el breed is, wordt door deze gebouwen en ruïnen ingenomen: maar de
-nog tamelijk gespaarde tempels beslaan ter nauwernood een negende
-gedeelte dier oppervlakte. De tempels van Hator en Isis zouden
-gemakkelijk te herstellen zijn; ook zou men het verder verval der
-anderen kunnen stuiten. En men achtte deze overblijfselen niet gering,
-van wege hun betrekkelijk jongeren oorsprong: inderdaad, niet enkel aan
-de schoonheid van het landschap waarin zij prijken, danken zij hun
-roem. Het moge waar zijn, dat de eeuw der oude Pharaonen, van Ramses en
-Sesostris, de meesten der kolossen en grootsche tempelburchten heeft
-zien oprijzen; het tijdperk der Ptolomeën was getuige eener zeer
-merkwaardige herleving in kunst en letteren. De halfverstorven
-egyptische geest ontwaakte nog eens uit zijn sluimer, bij de aanraking
-met den genius van het Hellenisme, waarvan de Ptolomeën de
-vertegenwoordigers waren. Wat de tempels verloren in omvang en
-kolossale afmetingen, wonnen zij in evenredigheid, in maat en
-bevalligheid, waarvan alleen de grieksche kunst het geheim bezat. De
-romeinsche restauratiën verdienen over het algemeen de minachting,
-waarmede de egyptologen ze bejegenen: maar de invloed der grieksche
-kunst, die reeds twee eeuwen voor Alexander, onder Psammetichus en
-Amasis, in het tot dusver gesloten land doordrong, heeft gaandeweg de
-aloude stereotype traditiën gewijzigd en vervormd, zonder den zin en de
-beteekenis er van te verminken, en ook zonder op de inlandsche
-kunstwerken een vreemden stempel te drukken. De pylonen hier, bij
-voorbeeld, vormen een zeer goed geheel met den Hator-tempel, bijna een
-eeuw vroeger door Nectanebus gesticht; en de prachtige pronaos van den
-grooten Isistempel paart de attische bevalligheid en sierlijkheid aan
-de ernstige majesteit van het oude Egypte.
-
-Dit kleine eiland Philae, of eigenlijk Pilak, zoo als de oud-egyptische
-naam luidt, heeft zijne eigene geschiedenis. Beheerscher der katarakten
-en sleutel van het Nijldal, was Philae het bolwerk der thebaansche
-dynastieën tegen de invallen der ethiopische barbaren, en werd het
-wellicht haar laatste toevluchtsoord, toen de mannen van het noorden,
-de Hyksos of Herders, Beneden- en Midden-Egypte hadden overstroomd en
-onderworpen. De Pharao’s, wederom, na langen kamp overwinnaars gebleven
-en de vreemdelingen verjaagd hebbende, bouwden tempels op de beide
-heilige eilanden, van waar het herstel der nationale onafhankelijkheid
-was uitgegaan; en zoo op Philae al niets van hunne stichtingen is
-overgebleven, op het zuster-eiland Beghiëh vindt men uitgestrekte
-bouwvallen uit de regeering van een koning Amenhotep, opvolger van
-Moeris en voorvader van Sesostris. Amenhotep, ten krijg trekkende tegen
-de Ethiopiërs, liet op een der rotsen een opschrift beitelen, ter
-herinnering aan zijn doortocht. De armoede van Philae aan zeer oude
-gebouwen is waarschijnlijk een gevolg der gruwelijke verwoestingen, op
-bevel van Kabuya (Cambyses) den koning der Perzen, aangericht;
-Nectanebus, een der koningen uit de laatste nationale dynastie, begon
-omstreeks het jaar 370 vóór Chr. de omgeworpen heiligdommen te
-herstellen; de Ptolomeën zetten dien, door eene nieuwe perzische
-verovering gestoorden arbeid voort; en de romeinsche Caesars traden in
-de voetstappen der grieksche vorsten. Toen het rijk, ten noorden
-bedreigd, zijne zuidelijke grenzen prijs gaf, bleef Philae zijne
-laatste vesting in Nubië; Diocletianus versterkte het eiland, en
-richtte er den triomfboog en de kazerne op, waarvan nog, zoo als ik
-zeide, aan de noordspits drie gewelfde poorten overig zijn.
-
-Toen de Pharaonen, de Ptolomeën en de Caesars Philae reeds lang
-verlaten hadden, bleven er nog de oude goden, en hielden deze er zich
-staande tegen het immer voorwaarts dringende nieuwe geloof. Hier was
-het graf van Osiris; Isis en Hator bezaten hier eene gansche kolonie
-van priesters en priesteressen, die het heilige eiland nooit verlieten,
-en na hun dood ter ruste werden gelegd in onderaardsche grafgewelven,
-nabij de grafstede van den god. De heiligheid van Philae wies naarmate
-de eeredienst zijner goden zich uitbreidde: want geene andere
-egyptische godheid vond in geheel de romeinsche wereld zoo vele
-aanhangers als Osiris en Isis, wier roem in de tijden kort voor en
-onmiddellijk na Chr., zelfs die der oude grieksche goden overstraalde.
-Het Christendom drong eerst laat tot Philae door; en nog in de tweede
-helft der zesde eeuw werd hier de oude Isis aangebeden. Eerst het
-Islamisme maakte voor goed een einde aan den dienst der oude goden,
-maar het stelde er niet veel anders voor in de plaats dan dood en
-vernietiging.
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
- In Nubië—Kalabsjeh.—Ipsamboel—De katarakten van Ouadi-Alfa.—Slot.
-
-
-Sedert gisteren zijn wij in Nubië: maar aan niets bespeuren wij het,
-dat wij niet meer in Egypte zijn; slechts de plantengroei, die de
-smalle strooken ter wederzijde van den Nijl aan den voet der steile
-rotsgebergten siert, is wellicht nog rijker en weelderiger. Aan den
-lybischen oever hangt deze groene zoom letterlijk als een fluweel en
-franje aan de vaalkleurige bergwanden. ’t Is een opeenvolging van
-allerlei gezichten: hier volgt een lange karavane den hoogen
-slingerenden weg; elders zijn de rotsen gekroond door een groot somber
-klooster, welks wijduitgestrekte muren rijzen en dalen naarmate de berg
-zich verheft; ginds wederom is het eene oude, verlaten moskee,
-halverwege de berghelling gebouwd, waar de omwonende bevolking
-samenstroomt ten gebede. En voorts, overal bouwvallen uit den tijd der
-Pharaonen. Hebt ge eene of andere uitstekende steile rots beklommen,
-dan ziet ge, geheel aan den gezichteinder, te midden van een doolhof
-van bergen, kolommen oprijzen, door de avondzon met purperen glansen
-getooid: ligt daar eene of andere geheimzinnige stad, nog door geen
-vreemdeling betreden? Hoe het zij: niemand wist mij te zeggen hoe de
-plek heette, waar die zuilen verrezen, en niemand wist ook den weg
-derwaarts te wijzen.
-
-De Kreeftskeerkring welft zich boven onze hoofden, en zendt ons haar
-vurigen adem naar beneden. Het is stikkend heet; geen windje koelt de
-brandende lucht af, en slechts de onmiddellijke nabijheid van het water
-geeft eenige verfrissching. Aan deze buitensporige hitte bemerken wij
-het toch, dat wij niet langer in Egypte zijn, maar de tropische
-gewesten van Nubië hebben bereikt. Hier wordt geen arabisch meer
-gesproken; en onze teleurgestelde drogman moet zijne stille winstjes
-afstaan aan een der matrozen, die de taal van het land verstaat. De
-Nubiërs, over het algemeen zachtzinnig van aard, zien er evenwel vrij
-krijgshaftig uit; de met een riem om hun arm gebonden dolk, de boog van
-ijzerhout, en het schild van krokodillenvel, moeten hunne vrijheid
-beschermen; de egyptische regeering moet steeds tot geweld hare
-toevlucht nemen, als zij van deze onderdanen iets verkrijgen wil. Als
-ijverige landbouwers betwisten zij aan den stroom iederen duim van het
-vruchtbare slib, dat hij, bij zijn dalen, achterlaat en dat vier
-achtereenvolgende oogsten draagt. Meen echter niet dat men hier den
-grond bebouwt: men strooit eenvoudig het zaad in kleine ondiepe gaten,
-en de natuur doet het overige. Een zoo zacht en warm klimaat ontslaat
-de Nubiërs van de moeite om zich te kleeden: zeer dikwijls hebben zij
-niets aan hun lichaam dan alleen hunne wapenen; anderen slaan eenvoudig
-een doek om de heupen of een witten mantel over de schouders. De
-vrouwen dragen allerzonderlingste kostumes, meestal zeer eenvoudig; zij
-verwen zich de lippen en vlechten hare hairen in een groot aantal
-kleine tressen, die zij juist niet alle dagen op nieuw opmaken. De
-Nubiërs zijn een krachtig en fraai gebouwd menschenras, donker
-bronskleurig en met zwaar krullend haar. De dorpen, die doorgaans dicht
-aan elkander grenzen, bestaan meestal uit een vijftien of twintigtal
-hutten, met een plat dak van palmbladen; voor de hutten staan dikwijls
-groote aarden kruiken, waarin het koren bewaard wordt.
-
-In Nubië vindt men bouwvallen uit allerlei tijden en sporen der
-vereering van alle goden der oude wereld. In den omtrek van Philae
-heerschen Isis en Osiris; evenzoo vindt men te Deboet en te Gertassi de
-overblijfselen van tempels aan Isis gewijd. Maar veel belangrijker dan
-de ruïnen van Deboet en Gertassi zijn die te Kelabsjeh, wellicht de
-schoonsten van geheel Nubië. Te midden van eerwaardige sykomoren
-verheffen zich groote steenhoopen, als hadde de naburige berg zijn
-schoot geopend en uitgestort over de enge vlakte. Een prachtige
-heirbaan van gehouwen steenen voert van den Nijl naar een grooten
-pyloon. Achter de uitgestrekte, maar ter aarde gestorte propylaeën
-verrijst nog, met zijne poorten en zijmuren, de voorgevel van den
-pronaos, geheel bedekt met beeldwerk, waarin de zonneschijf vooral het
-oog trekt. In den tempel zelf schittert veelkleurig schilderwerk;
-rondom het heiligdom scharen zich zalen en kamers, trappen en
-galerijen, die echter meest allen in puin verkeerd zijn. Een dubbele
-omwalling van kolossale steenblokken omgeeft, als een reuzengordel,
-geheel den tempel. Deze grootsche bouwval verrijst te midden van een
-woest, bergachtig landschap, waarvan de indruk nog verhoogd wordt door
-de onstuimig bruisende rivier, die zich, kokend en schuimend, een weg
-baant door de rotsengte van Taphis. Aan den voet der ruïne liggen de
-armelijke hutten van een akelig dorp verspreid. Hier bloeide eens het
-oude Talmis, onder de hoede van zijn beschermgod Mandou-Ra, zoon van
-Horus en Isis.—De tempel van Dandoer werd onder Augustus gebouwd: de
-bloeitijd der kunst was voorbij; en het beste wat de ruïne heeft is wel
-hare schilderachtige ligging op eene rots boven den Nijl.
-
-Eenige uren ten zuiden van Dendoer ligt het dorp Djerf-Hoessein, waar
-een zeer merkwaardige tempel gevonden wordt: een zoogenoemde
-hemispheos, dat is een half in de rots uitgehouwen tempel. Een breede,
-zeer vervallen trap, vroeger met sphinxen en beelden versierd, voert
-naar den voorhof, die tegen den berg is aangebouwd, en mede in zeer
-bouwvalligen toestand verkeert. Deze voorhof is misschien uit den tijd
-van Ramses III: maar de tempelzalen zelven, in de rots uitgehouwen,
-zijn zeer zeker van veel ouder dagteekening, zoo als door het ruwe en
-plompe der beeldwerken bewezen wordt. De zoldering der eerste en
-grootste zaal wordt gedragen door ontzettende, bij de dertig voet hooge
-kolossen, die met den rug tegen ware vierkante pilaren rusten; in de
-muren zijn nissen uitgehouwen, die met grof bewerkte beelden prijken.
-Beelden en muren en pilaren zijn allen met een zwarte tint overtogen:
-het gevolg van het vuur, dat misschien eeuwen aan eeuwen in dezen aan
-Phta gewijden tempel werd onderhouden; en niets kan een denkbeeld geven
-van de fantastische spookachtige uitwerking der fakkels en toortsen op
-deze wonderlijke duistere gestalten, die u van alle zijden omringen. De
-andere zalen en vertrekken zijn bevolkt met nachtvogels en slangen, die
-hier en daar glimmende sporen op de vochtige steenen hadden
-achtergelaten. Wij gevoelden geen lust in deze nachtelijke duisternis
-verder door te dringen, en keerden naar onze boot terug.
-
-Langzaam, zeer langzaam gaat de reis voort, en dit, gevoegd bij de
-steeds toenemende hitte en het treurig sombere voorkomen der streek,
-maakte ons in het eind zwaarmoedig. Hier en daar een bijna geheel
-verwoeste bouwval; geen bergen meer, maar opeenhoopingen van verkalkte
-rotsen, door den tijd of door de werking der zonnestralen gebarsten en
-gescheurd, en uren ver den grond in wilde wanorde bedekkende; rondom
-ons niets dan gloeiend zand; de woestijn raakte tot aan den oever; de
-dorpen worden schaarscher en de menschen onhandelbaarder. Dicht bij de
-bouwvallen van Seboeah zagen wij ons door hardnekkigen tegenwind
-gedwongen, van onzen firman gebruik te maken: maar toen wij in een
-aangrenzend gehucht lieden wilden pressen om onze bark te helpen
-trekken, geraakte de gansche bevolking in opstand. In groote spanning
-verwachtten wij reeds langen tijd de terugkomst van den reis en van den
-kawas; toen eensklaps een geweerschot viel. Dadelijk gaven wij bevel
-met de boot aan te leggen, en stegen aan land, gevolgd door een deel
-der bemanning, ten einde de onzen bij te staan. Zij naderden reeds,
-gevolgd door een luid tierende menigte, die evenwel op het gezicht van
-ons geleide terugweek, maar voortging met schreeuwen, terwijl de
-gillende stemmen der vrouwen boven alles uitklonken. In de eerste
-verrassing hadden wij niet gezien, dat onze lieden een gevangene mede
-voerden, en nog wel den sjeikh in eigen persoon: onze kalme en tevens
-verzoenende houding was evenwel van invloed op deze wilde
-natuurkinderen; en daar het schot, dat, zoo als men zeide, bij ongeluk
-was afgegaan, niemand had gekwetst, werd de vrede spoedig hersteld.
-Koffie en eenige sigaren herschiepen de oproerigsten weldra in onze
-beste vrienden. De sjeikh zelf hielp meê trekken en de bark ging lustig
-vooruit: dat was al wat wij wenschten. Van toen af vonden wij de
-bevolking overal bereidwillig; vooruitgezonden loopers verwittigden de
-dorpen van onze nadering, en ten bepaalden tijde vonden wij onze
-versche manschappen gereed.
-
-Telkens werd onze voortgang gestuit door rotsen, die tot de oppervlakte
-des waters reikten, en ook door steenen dammen, die sedert Philae
-gedurig onze aandacht getrokken hadden. Op deze dammen zijn dan sakiëhs
-geplaatst, dat zijn zeer eenvoudige toestellen, niet ongelijk aan de
-schepraderen van baggerschuiten of watermolens, en bestemd om het water
-uit de rivier op te voeren, ter besproeiing der hooge landerijen. In
-Nubië zijn deze sakiëhs van reusachtigen omvang: zij gelijken bijna op
-bolwerken, met platformen van palmhout. Op deze hooge terrassen zit,
-boven op een breeden balk, een man die de ossen of buffels moet
-besturen, welke het rad in beweging brengen; daar, half droomend zijne
-dieren aandrijvend, geniet hij al de zaligheden van een echt
-oosterschen kiëff, siësta, of zingt halfluid een zijner wonderlijke
-nationale liederen.
-
-Wij hielden twee dagen rust te Korosko, een armzalig, maar druk bezocht
-dorp, van waar de karavanen vertrekken, die door de woestijn van Atmoer
-naar Khartoem gaan. Dit oponthoud, louter een gevolg van de gemakzucht
-onzer matrozen, gaf ons gelegenheid eene nubische bruiloft bij te
-wonen. Die van Mahmoed te Loeksor won het in betamelijkheid en
-betrekkelijke zindelijkheid: hier dansten en lachten en zongen mannen
-en vrouwen door elkander, te midden van eene onbeschrijfelijke
-onreinheid van stof, geschreeuw en duisternis. Een groote, welgebouwde
-negerin danste een niet onbevalligen, maar vooral zeer
-hartstochtelijken dans, bijgestaan door verschillende groepen van jonge
-lieden, die haar met uittartende houdingen steeds naderden. Op het
-oogenblik dat de dans het meest geanimeerd was, staken wij eensklaps
-bengaalsch vuur af, hetgeen met uitbundig geschreeuw werd begroet,
-waarna wij ons verwijderden, den roep van toovenaars achterlatende.
-
-En nu, op! luie matrozen! op, het is tijd! De zon verrijst; de nacht is
-koel en verkwikkend geweest; op! aan het werk! Weer zijn de oevers
-schilderachtig: loodrechte rotsen, enge bloeiende velden, aan tuinen
-gelijk. Te Dheer vindt men in een door Sesostris aan Amun en Phta
-gewijden en half in de rots uitgehouwen tempel, zeer goed bewaard
-schilderwerk uit den tijd der Ptolomeën, en standbeelden van Isis,
-waarvan het gelaat, naar men wil, eene koningin Arsinoë moet
-voorstellen. Ginds, in de verte, verrijst de berg van Ipsamboel of
-Aboe-Simbel, zoo bekend om zijne tempelgrotten. Reeds sedert vier uren
-hebben wij hem in het gezicht; en telkens, bij iedere kronkeling der
-rivier, is het alsof hij zich weder verwijdert. Eerst tegen den avond
-werpen wij het anker uit bij het dorp Ipsamboel, op den lybischen
-oever, tegenover de tempels gelegen. De ondergaande zon verlicht met
-hare schuine stralen de kolossen en reusachtige friezen dezer
-wondervolle gebouwen, eenig in hunne soort, door menschenhanden in het
-graniet uitgehouwen, en die eerst zullen vergaan wanneer de gedaante
-der wereld veranderen zal.
-
-Voor den ingang van den grooten tempel, die vier-en-veertig ellen breed
-en drie-en-veertig ellen hoog is, zitten, tegen den bergwand geleund,
-vier reusachtige standbeelden, niet minder dan zeven-en-twintig ellen
-hoog. Zij zijn grootendeels onder het zand bedolven, dat bij het eene
-beeld tot zelfs aan de schouders reikt; ook heeft een der kolossen zijn
-hoofd verloren, dat door een afgevallen rotsklomp gedeeltelijk
-verbrijzeld is. Toch maken deze vier reuzenbeelden, die, wat de
-kolossale afmetingen betreft, zelfs te Thebe geen wedergade vinden, een
-wonderbaren en onuitsprekelijken indruk. Hoe kalm zitten zij daar, de
-handen op de knieën uitgestrekt, met de kroon op het hoofd, het fijn
-gevormde, half glimlachende gelaat naar den stroom gekeerd, in wiens
-geelachtige wateren zij zich reeds sedert meer dan dertig eeuwen
-spiegelen. Geheimzinnige gestalten, als voor de eeuwigheid geschapen,
-onverwoestbaar als het graniet, waaruit zij gehouwen zijn! Eene
-vijf-en-twintig voet hooge deur voert in de voorhal, waarvan de
-zoldering op pilaren rust, waartegen wederom kolossale beelden van
-Osiris, met de armen over de borst gekruist, leunen. Uit deze groote
-zaal komt men, door twee kleinere, in het eigenlijke heiligdom, kenbaar
-aan vier zittende kolossale godenbeelden. Behalve deze zijn er nog vele
-nevenzalen en vertrekken, in het geheel veertien, allen in de rots
-uitgehouwen. De wanden dezer zalen zijn met gekleurde bas-reliefs
-bedekt: voorstellingen uit den krijg, door de Egyptenaren tegen een
-vreemd, door kleur en kleeding van hen onderscheiden volk gevoerd. Wij
-zien hier den koning, aan zijne hooge gestalte boven de anderen
-kenbaar, op zijn strijdwagen zijne krijgers aanvoerend; andere wagens
-volgen hem; de boogschutters beschieten met hunne pijlen een burcht,
-waarvan de verdedigers deels reeds getroffen zijn en nederstorten,
-deels op hunne knieën vallend genade afsmeeken, deels in allerijl
-wegvlieden. Op een ander tafreel treedt de overwinnaar over de lijken
-der verslagenen voort, en worden hem de krijgsgevangenen te gemoet
-gevoerd. Op deze tafreelen hebben de Egyptenaars, even als op
-soortgelijken in Egypte zelf, eene roodachtig bruine kleur. Het
-overwonnen volk is geel van kleur; onder de gevangenen zijn evenwel
-donkerbruine en zwarte figuren. Ook de goden zijn aan hunne kleur
-kenbaar: zij zijn blauw, grijs, roodachtig en geel.
-
-De tweede, kleinere rotstempel is van buiten versierd met zes kolossale
-staande figuren, ter wederzijde der deur eene godin tusschen twee
-goden: deze beelden zijn echter niet zoo vrij als de zittende kolossen
-van den hoofdtempel: het zijn meer hoog-reliefs. Ook hier is weder eene
-voorhal en verschillende nevenvertrekken, allen met beeldwerken
-voorzien. Deze tempel is aan Hator gewijd, zooals de groote aan Amun en
-Phta. De stichter dezer reusachtige werken, de machtige heerscher,
-wiens zegepralen op de wanden verheerlijkt zijn, was gewis geen ander
-dan de groote Ramses-Sesostris, van wiens veroveringstochten de oudheid
-zoo veel te verhalen weet, en wiens naam door Champollion onder de
-hiëroglyphen-opschriften van dezen tempel werd gevonden.
-
-Te Ipsamboel maakten wij kennis met een zeer beleefden kâsjef, zoo veel
-als onderprofect. Deze man verliet ons bijna nooit. Dadelijk na onze
-aankomst kwam hij ons verwelkomen; den geheelen dag door rookte hij
-onze sigaren en dronk hij onze koffie, hierin trouw nagevolgd door eene
-gansche schaar van inboorlingen, die tot zijn gevolg behoorden. Toen
-het avond werd bleef de kâsjef zitten, en wij moesten, welstaanshalve,
-hem ten eten vragen. Hij ging eerst laat weg, en den volgenden morgen,
-met het krieken van den dag, stond hij weer voor ons, door nog
-meerderen gevolgd dan gister. De gansche troep ontbeet van onzen
-voorraad, ditmaal zonder uitnoodiging af te wachten; de bark werd bijna
-leeggeplunderd. Eindelijk vertrokken wij; de kâsjef wandelde treurig
-aan den oever mede, en riep ons nog toe, als om ons te waarschuwen:
-„Allah behoede u voor den khamsîn!”
-
-De ongeluksprofeet! Nauwelijks had hij ons verlaten, of plotseling
-steeg de thermometer tot twee-en-veertig graden. Dadelijk overviel ons
-een gevoel of wij stikken zouden: de lucht, het schip, onze longen:
-alles in één woord is in een oogenblik gevuld met een brandend en
-onzichtbaar stof. Onze matrozen liggen roerloos op het dek; de lieden
-van het land weigeren ons schip voort te trekken. Eerst tegen den avond
-gelukt het ons, met veel moeite, Kosko te bereiken, waar wij
-overnachten. De khamsîn had ons, in het voorbijgaan slechts, beroerd:
-de geweldige vuuradem, die de brandende zandwolk voor zich uitdrijft,
-en de karavanen in de woestijn ademloos versmachten en sterven doet.
-
-Den volgenden morgen, nog nauwelijks van onze benauwdheid bekomen,
-zetten wij onze reis voort tusschen zandige onbewoonde oevers, door
-wilde ruwe rotsmassa’s afgewisseld. De berg van Quadi-Alfa vertoont
-zich van verre op den lybischen oever, te midden van eene gele vlakte;
-de tegenoverliggende oever prijkt weder, voor een oogenblik, met al de
-weelderigheid eener tropische vegetatie. Wij naderen Quadi-Alfa, en
-moeten nu de heerlijke heirbaan verlaten, die ons sedert twaalf weken
-zoo onmerkbaar zacht heeft gedragen: de tweede katarakt, veel
-ongenaakbaarder dan de eerste, belet ons verder voort te gaan. Wij
-stappen aan land en wandelen een poos voort langs den wilden, eenzamen
-oever; zoo ver het oog reikt, strekt zich de bleekgele, vlakke woestijn
-uit, hier en daar met witte plekken geteekend, die de plaats aanduiden
-waar een of ander ongelukkige reiziger, door den khamsîn verrast, met
-zijne dromedaris is bezweken en door de jakhalzen verslonden. De
-uitgebleekte beenderen schitteren als elpenbeen in het zonlicht, tot
-zij tot stof zijn vergaan en met het zand der woestijn vermengd.
-
-Na een vermoeienden tocht van twee à drie uren bereiken wij een heuvel,
-van waar wij den geheelen val kunnen overzien. Het is een ontzettend
-gezicht; minder schoon dan de eerste katarakt bij Philae, maar
-ernstiger, minder majestueus, maar grootscher. Met lage golvingen daalt
-de grond af in eene vallei, die misschien twintig mijlen breed is, en
-het beeld eener volkomen verwoesting vertoont. Ordelooze hoopen zwarte
-rotsen, sommigen met schraal gewas bedekt, verdeelen den Nijl in
-duizend wilde, kokende beken, waarvan geen enkele bevaarbaar is. Het
-water schuimt, bruist, ziedt, en dringt onstuimig voort tusschen deze
-dooreengeworpen steenmassa’s: het is een wilde baaierd, een woestijn
-van rots en water, waar geen boot zich wagen durft.
-
-Hier eindigde onze tocht. Wel liggen ginds nog enkele ruïnen verspreid;
-wel vindt men ook nog daar de sporen der oude beschaving, de sporen der
-Pharao’s; wel schemert daar ginds, in de verte, de herinnering aan den
-priesterstaat Meroë: maar toch, hier is de grens der eigenlijke
-cultuur. Daar ginds, zuid- en oostwaarts heen, heerscht, sinds eeuwen
-en misschien nog voor eeuwen, de barbaarschheid; daar ligt eene andere
-wereld, waarvan de sluier nog maar half is opgelicht. Maar terwijl ik
-op dezen woesten heuvel stond en het eenzame landschap overzag, keerde
-ik mijn blik nog eens naar het noorden: en weder verrees daar voor mijn
-geest het beeld van dat wondervol verleden, waarvan ik de
-gedenkteekenen had aanschouwd. Welk eene geschiedenis, zich verliezende
-in de morgenschemering der wereld: de geschiedenis van een volk, dat
-mede zijn stempel heeft gedrukt op de beschaving van geheel het Westen;
-een volk, dat op het toppunt stond van macht en heerlijkheid, toen onze
-voorvaderen omdoolden op de bergen en door de wouden van Azië, en met
-de wilde dieren kampten om den buit. Herroept ze voor uwe verbeelding,
-die nu begraven koningssteden, zich spiegelende in de wateren van den
-heiligen vloed; die prachtige tempels, door wier ruïnen ge nog in
-verrukking omdwaalt; die in de rotsen gehouwen graven, waar de dooden
-nog schenen voort te leven, zoolang hun lichaam voor het verderf was
-bewaard! Welke beelden dagen op uit het verleden. De Pharao’s,
-heerschende over millioenen slaven, hunne onverdelgbare tempels en
-pyramiden stichtend, en hunne zegevierende wapenen tot diep in Azië
-voerend; de nomadenstammen der Hyksos het oude erfland der beschaving
-overstroomende; Mozes, aan het hoofd der kinderen Israëls optrekkende,
-om aan de grenzen van Egypte een nieuwen staat te gronden; dan de
-Perzen, de Grieken, de Romeinen; Cambyses, Alexander, Caesar; dan de
-Arabieren, de Mammelukken, de Turken:—stroomen van veroveraars, eeuwen
-en eeuwen achtereen, verwoestend heenstormende over dit ongelukkige
-land. Isis en Osiris wijkende voor het Evangelie, dat straks weder
-verdrongen wordt door den noodlottigen Islam, onder wiens looden
-schepter alle leven kwijnt en sterft.—Eene geschiedenis van meer dan
-veertig eeuwen ontrolt zich voor den verbijsterden blik: een bont,
-afwisselend geweldig drama, waarvan de ontknooping nog altijd wordt
-verwacht. Zal dat Egypte uit zijn slaap ontwaken; zal ook hier het
-Kruis zegevieren over de verbleekte halve maan, en het Evangelie nog
-eens, als een adem des levens, deze dorre doodsbeenderen bezielen, als
-in de dagen van ouds? Wie zal op deze vragen antwoorden? Genoeg: wij
-weten de uitkomst is gewis, de eindelijke zegepraal is beslist; maar,
-voor den Eeuwige zijn duizend jaar als een dag, en die gelooven haasten
-niet.
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Bovenstaande werd geschreven in 1868, toen het Suez-kanaal nog niet
-was voltooid.
-
-[2] Pylonen zijn hooge, pyramidaalvormige gebouwen of torens, met
-platte daken, ter wederzijde van den ingang der egyptische tempels en
-paleizen opgericht.
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN
-EENER REIS IN EGYPTE ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/69183-0.zip b/old/69183-0.zip
deleted file mode 100644
index 8d1863e..0000000
--- a/old/69183-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h.zip b/old/69183-h.zip
deleted file mode 100644
index fc3e159..0000000
--- a/old/69183-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/69183-h.htm b/old/69183-h/69183-h.htm
deleted file mode 100644
index 225aa12..0000000
--- a/old/69183-h/69183-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,3275 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-10-19T20:05:30Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Anoniem">
-<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
-<meta name="DC.Title" content="Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte">
-<meta name="DC.Creator" content="Anoniem">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-span.accent {
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
-line-height: 0.40em;
-}
-span.accent span.top {
-font-weight: bold;
-font-size: 5pt;
-}
-span.accent span.base {
-display: block;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.externalUrl {
-font-size: small;
-font-family: monospace;
-color: gray;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-margin-left: -0.1em;
-margin-top: 0.9em;
-min-width: 1.0em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-.apparatusnote:target, .fndiv:target {
-background-color: #eaf3ff;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-vertical-align: bottom;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.splitListTable td {
-vertical-align: top;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0;
-}
-span.hemistich {
-visibility: hidden;
-}
-.verseNum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 8.4pt;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-letter-spacing: normal;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tableCaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.small {
-font-size: small;
-}
-.large {
-font-size: large;
-}
-.center {
-text-align: center;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:480px;
-}
-.p1868-013width {
-width:720px;
-}
-.p1868-016width {
-width:541px;
-}
-.p1868-017width {
-width:485px;
-}
-.p1868-020width {
-width:379px;
-}
-.p1868-021width {
-width:373px;
-}
-.p1868-024width {
-width:618px;
-}
-.p1868-057width {
-width:720px;
-}
-.p1868-060width {
-width:720px;
-}
-.p1868-061width {
-width:644px;
-}
-.xd31e297 {
-text-indent:8em;
-}
-.p1868-064width {
-width:390px;
-}
-.p1868-065width {
-width:402px;
-}
-.p1868-068width {
-width:720px;
-}
-.p1868-069width {
-width:720px;
-}
-.p1868-072width {
-width:665px;
-}
-.p1868-073width {
-width:373px;
-}
-.p1868-076width {
-width:720px;
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</span>, by Anonymous</p>
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</span></p>
-<p style='display:block; margin-left:2em; text-indent:0; margin-top:0; margin-bottom:1em;'><span lang='nl' xml:lang='nl'>De Aarde en haar volken, 1868</span></p>
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Anonymous</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: October 19, 2022 [eBook #69183]</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p>
- <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</p>
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE</span> ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 last-child cover">
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<p><span class="pageNum" id="xd31e90">[<a href="#xd31e90">13</a>]</span></p>
-<div class="div1 last-child article">
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">LANGS DEN NIJL.</h2>
-<h2 class="sub">HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure p1868-013width"><img src="images/p1868-013.jpg" alt="Karnak." width="720" height="563"><p class="figureHead">Karnak.</p>
-</div><p>
-</p>
-<div class="div2 section">
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">I.</h3>
-<div class="argument">
-<p class="first">De Middellandsche zee.—Malta.—Alexandrië.—Naar Kaïro.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wat ik u mededeelen ga, zijn schetsen uit mijne reisportefeuille: herinneringen aan
-een tochtje door Egypte, in het voorjaar van 1863 ondernomen. Het doel mijner reis
-is voor u van geen belang: het eenige, waarvoor ik uwe welwillende aandacht durf vragen,
-zijn mijne eenvoudige schetsen; en ook dat niet om haar zelfs wil, maar om den wil
-van het in zoo menig opzicht hoogst merkwaardige land, aan welks natuur, geschiedenis
-en volk ze zijn ontleend.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Kalm en statig klieft de fransche paketboot <i lang="fr">l’Aigle</i> de zacht kabbelende golven der Middellandsche zee, en laat op de breede watervlakte
-een zilveren spoor van vlokkig schuim achter. Boven onze hoofden welft zich de wolkeloos
-blauwe hemel, en giet een stroom van tintelend licht uit op de even heldere en even
-blauwe wateren der wonderschoone zee, als een glad gepolijst schild stralend en fonkelend
-in het felle zonnelicht. Boven en beneden eene oneindige, doorzichtige, blauwe diepte;
-het is als zweeft de boot in een azuren ether, doortrokken van licht. Voor hem, die
-ze nooit zag, is het niet wel mogelijk zich een denkbeeld te maken van deze wondervolle
-verlichting, deze onvergelijkelijke helderheid der lucht, die scherpte van alle omtrekken,
-dien gloed van alle kleuren: van geheel dit magisch lichteffect, aan het Oosten en
-Zuiden eigen. Het is een schouwspel, waarvan ik, hoe dikwijls reeds genoten, mij niet
-verzadigen kan, ook al vermoeit het mij soms dien verblindenden luister aan te staren.
-Ja, en menigmalen, wanneer ik, in sombere herfst- of winterdagen, voor de vensters
-mijner kamer sta en uitzie over het grijze veld en het vale bosch, of opzie naar den
-doffen, kleurloozen, lagen hemel, als een grauw kleed op de aarde nederhangende; als
-ik dan bijna nergens <span class="pageNum" id="xd31e112">[<a href="#xd31e112">14</a>]</span>kleur of licht bespeur:—ja menigmalen rijst dan eensklaps voor mijne verbeelding het
-prachtig visioen van dien stralenden oosterschen hemel, van dien alles overwinnenden,
-alles doordringenden zonnegloed, die aan alles vorm, kleur, diepte geeft. Ik heb de
-zon lief, en vreugde rijst er in mijn gemoed, als zij ons verkwikt met haar heerlijk
-licht en toelacht uit haar reine, blauwe hemeltent; mijn hart gaat uit tot haar, met
-heimwee en wonderzoet verlangen. Is het omdat nog steeds, hoezeer mij onbewust, diep
-in mijne ziel het beeld staat gegrift van het land des lichts en der kleuren, van
-het prachtige Java, mijn geboortegrond? Maar meen niet, dat ik daarom op onze minder
-prachtige, maar in hare bescheidenheid en verscheidenheid veellicht nog rijker, natuur
-met geringschatting nederzie; meen niet, dat ik blind zou zijn voor de heerlijkheid
-van een schoonen herfstmorgen in onze duinstreek, voor het wondervolle kleurenspel
-van een zonsondergang aan onze stranden. Neen, ik weet het: juist aan onzen vochtigen,
-minder helderen dampkring danken wij, wat het Oosten en het Zuiden missen, dien oneindigen
-rijkdom van tinten en halve tonen; dat wondervol spel van licht en schaduw en kleur
-in onze bewolkte luchten; die fijne, wazige, zilverige tinten, die als een feeënsluier
-onzen horizon omwuiven en zoo uitlokkend geheimzinnig verhullen; danken wij geheel
-dat eigenaardig karakter onzer landschappen, wier schoonheid alleen hij miskennen
-kan, die den zin voor waarachtig natuurschoon mist, en die dan ook, overal en altijd,
-wel door het vreemde, het onverwachte, het grootsche, getroffen kan worden, maar in
-wiens gemoed nooit de zachte taal doordringt, die Gods heerlijke schepping, overal
-en altijd, spreekt voor wie ooren heeft om te hooren en een hart om op te merken.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Een eindelooze horizon naar alle kanten: overal de blauwe, stralende zee, door den
-blauwen, stralenden hemel overweld. Drie dagen geleden heb ik Malta verlaten, en sedert
-geen land gezien. Dikwijls wendt mijn oog zich onwillekeurig naar het noordwesten,
-als kon ik nog den aanblik genieten van het prachtig rotseiland, in volle wapenrusting
-oprijzende uit de heldere wateren der Middellandsche zee. Wat grootsche herinneringen
-omzweven deze rotsen, eenmaal het bolwerk der Christenheid tegen de turksche macht,
-die zich hier den trotschen kop te pletter stiet. Hier vierde de ridderlijke orde
-van Sint-Jan haar laatste triomfen; hier ook ging zij ten onder, in later, somberder
-dagen. Immers, wat er nog van haar overig is, wat is het meer dan een naam, eene ijdele
-schaduw? Maar schitterend heeft zij hare taak volbracht: onversaagd en onvermoeid
-heeft zij de kruisbanier hoog gehouden en met haar bloed verdedigd tegen de horden
-der ongeloovigen, die op haar aandrongen als een stroom; op alle slagvelden in Palestina
-heeft zij gestreden; op Rhodus en op Malta den kamp met de turksche barbaren bestaan
-en zeeghaftig bestaan: want zij heeft de Middellandsche zee van de turksche heerschappij
-gered. Een heldendicht is hare geschiedenis, ook op haar laatste wijkplaats, op haar
-wild rotseiland Malta, door haar in een tuin en een vasten burcht herschapen: een
-heerlijk heldendicht, dat ons hart verkwikt, en te midden van de koude zelfzucht en
-berekenende gelddorst onzer veelszins materialistische eeuw, nog de geestdrift voor
-hoogere bedoelingen, voor een nobeler streven dan naar het bezit van goud, in de ziel
-kan doen ontgloeien. Maar deze ridderlijke heldengeest, die eens de orde van Sint-Jan
-bezielde, is geweken; de engelsche vlag waait van de tinnen van la Valette, en Malta
-is een belangrijk middelpunt voor den handel geworden; nog meer, een zeer gewichtig
-maritiem station voor de vloten van Groot-Brittannië, dat in Malta en Gibraltar de
-beide sleutels der Middellandsche zee bezit. Voorzeker, in deze hoede is de prachtige
-zee veilig; trouwens geen turksche vlootvoogd of barbarijsche kaperkapitein bedreigt
-meer de kusten van Italië; de heerlijkheid der halve maan is lang ondergegaan, en
-het eens zoo gevreesde damasceensche zwaard sinds lang verbroken. Ach waarom, waarom
-houdt onderlinge naijver en verfoeielijk egoïsme nog altijd dat verdorven geraamte,
-dat het turksche rijk heet, met allerlei kunstmiddelen in stand? waarom duldt Europa
-het nog langer, dat een afgeleefde, diep verbasterde barbarenhorde den ruwen voet
-blijft zetten op de aloude erflanden der Christenheid en der beschaving? O, keerde
-maar voor een oogenblik de geestdrift, de heilige geestdrift terug, die eenmaal duizenden
-bij duizenden naar het zwaard deed grijpen, om den gewijden grond van Palestina van
-den vloek des Islams schoon te vegen, hoe gemakkelijk zou nu de taak te volbrengen
-zijn. Ontwaakt en verheft u uit uwe graven, gij ridders van Sint-Jan! schaart u nog
-eens om uwe onbevlekte banier met het witte kruis; ontbloot nog eens uwe goede, trouwe
-zwaarden; trekt op naar het Oosten, het oude tooneel uwer heldendaden en glorierijke
-triomfen, uwer worstelingen en roemrijke nederlagen; trekt op naar de heilige stad
-Jeruzalem, uw geboortegrond; en drijft de ontzenuwde, verachtelijke barbaren voor
-u uit, terug naar hunne steppen in het hart der woestijn!
-</p>
-<p>Een ijdele droom, niet waar? maar dat ik aldus droomde, terwijl de vlugge boot de
-golven dezer zee doorkliefde, in vroeger eeuw zoo vaak door de galeien der vrome ridders
-doorkruist, zoo vaak getuige van den verwoeden kamp met de ongeloovigen, dat verwondert
-u wel niet.—En nu, ik wend mijne blikken van den noordelijken gezichteinder, en staar
-uit naar het zuiden. Daar moet welhaast de kust van Egypte opdoemen uit de wateren;
-wij zijn niet verre meer van het land verwijderd. Ware slechts die kust niet zoo laag
-en vlak, wij zouden ze reeds zien. Doch wat schemert daar ginds aan den verren gezichteinder?
-Zie, een gele lijn, een gouden streep, maakt scheiding tusschen de blauwe zee en den
-blauwen hemel. Naarmate wij naderen, komt die lijn duidelijker uit, verbreedt en verheft
-zich die streep. Reeds herkent ge de lage kust en de gele zandheuvels; reeds onderscheidt
-ge de witte gebouwen van Alexandrië, oprijzende tusschen die gele heuvels en de azuren
-golven. Op de reede een mastbosch, schepen van allerlei natiën; daarachter groote,
-witte gebouwen; verder eene ordelooze massa van lage, onaanzienlijke huizen; hier
-en daar groepen van palmboomen; <span class="pageNum" id="xd31e119">[<a href="#xd31e119">15</a>]</span>en ter zijde, waar het paleis van den Onderkoning zijne muren verheft, prachtige bosschages
-van bananen en tamarisken.
-</p>
-<p>Voor den reiziger, die uit Europa komt, is Alexandrië de eerste openbaring van het
-Oosten. Heeft hij zich van dat Oosten voorstellingen gevormd, aan de Duizend-en-eene-Nacht
-ontleend, dan wacht hem eene bittere teleurstelling. Trouwens Alexandrië is toch ook
-maar half een oostersche stad; het europeesche, het frankische element speelt hier
-eene zeer gewichtige rol, en de frankische wijk verplaatst u in eene der zuid-italiaansche
-steden. En bovendien, de stad is van haar vorigen luister vervallen; zij is, ja, nog
-een belangrijk middelpunt voor den handel, en misschien wacht haar nog eene groote
-toekomst, als eens het kanaal door de landengte van Suez mocht voltooid worden<a class="noteRef" id="xd31e123src" href="#xd31e123">1</a>: maar wat beteekent zij, vergeleken bij vroeger?
-</p>
-<p>Het was een geniale gedachte van den griekschen veroveraar, hier, aan den ingang van
-Egypte, aan den oever der Middellandsche zee, de groote handelstad te stichten, die
-het hart van drie werelddeelen worden zou. Lag zij niet als in het middelpunt tusschen
-Azië, Afrika en Europa; in het middelpunt der toenmalige grieksche wereld? En wel
-bewees de uitkomst dat het genie van Alexander den Groote hem niet bedrogen had; want
-zijne stad Alexandrië werd niet alleen de eerste koopstad der oude wereld, maar werd
-ook, in meer dan een opzicht, eene metropolis van het Oosten; eene kweekplaats van
-wetenschappen en kunsten, die zelfs met Athene wedijveren kon. In de scholen van Alexandrië
-vond de helleensche geest nieuw voedsel in de studie der aloude oostersche wijsheid;
-daar ontwikkelde zich, als vrucht van beider ontmoeting, die eigenaardige wijsbegeerte,
-die zoo veelbeteekenenden invloed op den gang der philosophische ontwikkeling heeft
-uitgeoefend; daar vond de dichterlijk dwepende bespiegeling van het neo-platonisme
-haar laatsten tolk in de schoone en ongelukkige Hypatia; daar streed het wegstervende
-heidendom zijn laatsten kamp tegen het zegevierend Evangelie. Want dit Alexandrië
-heeft nog andere herinneringen dan van half-droomende theosophen en diepzinnige wijsgeeren,
-die zich uitputten om in nevelachtige bespiegelingen het raadsel des heelals op te
-lossen; hier leeft ook nog de heugenis der groote kerkvaders, der heldhaftige bisschoppen,
-die, door eene onversaagde schare van monniken ondersteund, den strijd ondernamen
-tegen het despotisme der Caesars, tegen de gruwelijke verdorvenheid eener onuitsprekelijk
-verbasterde eeuw. Clemens, Origenes, Athanasius, Cyrillus: wat grootsche gestalten
-uit den bloeitijd der oostersche moederkerk; wat beelden uit een schitterend verleden,
-toen dit zelfde Egypte eene der kweekplaatsen was van de christelijke gemeente, en
-Alexandrië eene hoofdstad der christelijke wereld. Die tijden zijn lang voorbij; de
-oostersche kerk, zelve dienaresse der Caesars geworden, in onvruchtbare twisten hare
-eenheid verscheurend en hare krachten verspillend, menschenvonden en bespiegelingen
-stellende boven het Woord van God; de oostersche kerk is machteloos en reddeloos gezonken
-voor het zwaard der Moslemen, en de koran heeft ook in Egypte den bijbel verdrongen.
-Toen is het geestelijk leven geweken, en daarmede beschaving en wetenschap en vooruitgang;
-straks volgde op den nog voor ontwikkeling vatbaren, den begaafden en voor wetenschap
-niet onverschilligen Arabier de ruwe barbaar, de Turk; en ook over Egypte daalde de
-nacht neder, die overal de vestiging der turksche heerschappij volgt. Eeuwen aan eeuwen
-van ellende en slavernij zijn over dit ongelukkige land heengegaan; is het wonder
-dat het geworden is wat het is? En is daar nu een betere toekomst aangebroken? Ach,
-ik weet wel, sinds de europeesche, met name de fransche diplomatie er belang bij had,
-de oproerige pogingen van den ouden tyran Mehemed-Ali te ondersteunen, om zich zoo
-doende vasten voet in Egypte te verwerven;—is daar zeer veel geschreven over de zegepraal
-der westersche beschaving, over hervorming en vooruitgang; is de gansche voorraad
-uitgeput der klinkende phrasen en groote woorden, waaraan onze eeuw zoo rijk is, om
-te vermelden wat goeds en voortreffelijks bereids door het geslacht van dien albaneeschen
-soldaat is verricht en nog verder verricht zal worden;—maar, van nabij beschouwd,
-wat blijft er over van al dien roem? Heeft deze geheele schepping van Mehemed-Ali,
-deze zoogenaamde hervorming naar westersche, vooral fransche voorbeelden, wel eenige
-waarheid? hangt zij niet volkomen in de lucht? en blijkt ze niet, hoe langer hoe meer,
-in het wezen der zaak niet veel anders te zijn dan eene georganiseerde exploitatie
-van land en volk ten bate van de achtenswaardige familie van den Onderkoning, diens
-gunstelingen en de altijd aangroeiende schaar van fortuinzoekers en intriganten, uit
-alle oorden van Europa, maar voornamelijk uit Frankrijk en Italië, naar herwaarts
-gesneld, om, onverschillig hoe, zoo spoedig en zoo goed mogelijk hunne beurs te vullen?
-Het wemelt hier in Alexandrië en te Kaïro van deze lieden, die zich overal weten in
-te dringen en meest uitnemend goede zaken doen. Het is niet te verwonderen, dat zij
-een luiden jubelkreet aanheffen over den grooten vooruitgang in dit land, dat zij
-alom den roem verkondigen van de verlichte liberale egyptische regeering, dat zij
-alle dingen hier in rozenkleur zien en schilderen. Doch moeten deze lieden, waarvan
-onderscheidenen zelfs hun geloof hebben afgezworen en Mohammedanen zijn geworden,
-moeten deze lieden de dragers zijn der christelijke beschaving? moeten zij de dorre
-doodsbeenderen in het land der Pharao’s weder tot nieuw leven bezielen? Wel, God beware
-Egypte voor hunne handen! Beter, veel beter nog de doodslaap, de echt oostersche apathie,
-waarin dit land sinds eeuwen verzonken ligt, dan de verachtelijke bedrijvigheid onzer
-moderne fortuinzoekers en goudaanbidders; dan het luidruchtig en onvruchtbaar rumoer
-onzer politieke intriganten en zelfzuchtige wereldhervormers. Zal Egypte herleven
-en wederom eene plaats onder de volkeren der wereld innemen, voorwaar, dan moet de
-redding van elders komen dan van Ismaïl-pasja en zijne half-turksche, half-frankische
-omgeving!
-<span class="pageNum" id="xd31e128">[<a href="#xd31e128">16</a>]</span>
-</p>
-<div class="figure p1868-016width"><img src="images/p1868-016.jpg" alt="Karnak." width="541" height="720"><p class="figureHead">Karnak.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Vernederd en ontkroond ligt zij daar, de eenmaal zoo heerlijke metropolis, het afrikaansche
-Rome; vernederd en ontkroond zit zij neder op haar smalle landtong, ingesloten tusschen
-de doodsche woestijn en de prachtige zee, te midden der verspreide bouwvallen harer
-vroegere grootheid, droomende van haar schitterend verleden. Hoe weinig is haar gebleven
-van de heerlijke kunstgewrochten, die haar eens sierden, toen hare trotsche muren
-den ganschen wijden omtrek omspanden tusschen hare beide havens en het meer Mareotis.
-Van het serapion, van het Museum, van haar prachtige tempels, is geen spoor meer over.
-Ginds op het gele strand ligt, te midden van puinhoopen, de naald van Cleopatra neder,
-de rozekleurige obelisk, met wonderlijke <span class="corr" id="xd31e135" title="Bron: hieroglyphen">hiëroglyphen</span> gegraveerd; verder nog, op het arabisch kerkhof, verrijst van tusschen de graven,
-de eenzame zuil van Pompejus, en teekent zijn scherpen omtrek in de blauwe lucht:
-stomme getuige van vervlogen heerlijkheid. Dat is alles, of bijna alles: want de zoo
-genoemde katakomben zijn geen bezoek waard. Wilt ge u evenwel voor een poos in het
-verleden terug droomen, begeef u dan naar de tuinen, die het paleis van den Onderkoning
-omringen en gedeeltelijk voor het publiek toegankelijk zijn. De slanke stammen der
-bananen schieten in schilderachtige wanorde uit den grond op, en verheffen allerwege
-hunne saamgerolde schachten en zacht omgebogen groene bladeren. Hier en daar dringt
-een <span class="corr" id="xd31e138" title="Bron: tamariske">tamarisk</span> met zijne gevederde bladerkroon door het dichte gewelf: ieder windje dat van de woestijn
-aan komt ruischen, ontplooit den prachtigen vederbos in de heldere lucht. Eene lauwe
-schemering, van licht doortrokken, omgeeft u van alle zijden. Door de openingen glijden
-de zonnestralen als een gouden regen, en spelen in het weelderig, <span class="pageNum" id="xd31e141">[<a href="#xd31e141">18</a>]</span>warm halfdonker der geheimzinnige schaduwen. Het is hier heerlijk: onwederstaanbaar
-bekruipt u de begeerte hier neder te zitten, u geheel over te geven aan den invloed
-dezer tooverachtige natuur, en het leven langs u heen te laten vlieten, zoo als eene
-beek hare golfjes vlieten laat, zonder zorg en bekommering over iets wat daar buiten
-in de wereld geschieden mag. Als ge hier toeft, zoudt ge bijkans met Madame de Gasperin
-zeggen: „<span lang="fr">Je comprends les Alexandrins rêveurs.</span>”—Aan de poort van dit Eden heerscht de dood. Het arabische kerkhof verliest zich,
-in zachte golvingen, in de zandzee der woestijn. Verder verheffen zich langs het strand
-de gele heuvels, waarover de dromedarissen in lange rijen heentrekken: hunne hooge
-gestalten teekenen zich, reusachtig groot, tegen den helderen horizon; daarachter
-ruischt de zee.
-</p>
-<div class="figure p1868-017width"><img src="images/p1868-017.jpg" alt="Medinet-aboe." width="485" height="720"><p class="figureHead">Medinet-aboe.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>De haven van Alexandrië levert een eigenaardig gezicht op. Niet zoodra is de stoomboot
-voor anker gekomen, of van alle kanten komen booten en schuiten opzetten, bemand met
-lieden van allerlei natie en voorkomen, bereid om ons naar land te voeren, bij het
-ontladen behulpzaam te zijn, of op eenige andere wijze zich verdienstelijk te maken.
-Het is een levendig, bont, kleurenrijk tafreel. Arabieren, Fellahs, Nubiërs, Negers,
-Turken: hier kunt gij ze allen zien in hunne eigenaardige kleederdracht, met geheel
-den stempel hunner eigene nationaliteit. Want dit is een kostelijk voorrecht van het
-Oosten, dat daar ieder volk, bijna zeide ik iedere stam, nog zijne eigenaardige individualiteit
-behouden heeft; dat daar nog niet die allen gelijkmakende eenvormigheid is doorgedrongen,
-die bij ons alle verscheidenheden uitwischt, op alles denzelfden banalen stempel drukt,
-en alle poëzie en vooral al het pittoreske, schilderachtige, oorspronkelijke, reddeloos
-verwoest. Zie eens rondom u, en vermeid uwe oogen in het aanschouwen dier oostersche
-figuren, dikwijls, ja, in smerige lompen gehuld, maar ook dan nog altijd schilderachtig.
-Zie, hoe goed die doordringende oogen, die fijn gevormde ernstige trekken, en die
-welbesneden adelaarsneus uitkomen onder de plooien van dien groen en wit gestreepten
-burnoes, waarvan de kap over het hoofd is geworpen en met een koord omwonden. Wat
-wonderlijk weemoedige, geheimzinnige uitdrukking ligt er op het donker gelaat van
-gindschen Fellah, achteloos tegen dien muur geleund, en wachtende of gij zijne diensten
-ook behoeven zult. In zijne groote donkere oogen en een weinig vooruitstekende lippen
-meent ge inderdaad de type te herkennen der oude Egyptenaars, wier afstammeling hij
-heet te zijn.—Drukte en beweging aan alle kanten. Zoo het u eindelijk gelukt is, ongedeerd
-aan land te komen, zie dan toe, dat ge u redt uit de handen der luid schreeuwende
-gidsen, pakkedragers, ezeldrijvers en dergelijken, die u omringen, op u aandringen,
-u in allerlei taal, meest in bastaard fransch of engelsch, toeschreeuwen, en u bijna
-met geweld medevoeren. Het gebeurt dikwijls genoeg, dat ge, ook uws ondanks, tot den
-stok uw toevlucht moet nemen, of de hulp inroepen der policie-soldaten, die op de
-kaaien wacht houden. Zijt ge eindelijk door dien schreeuwenden, vechtenden, dringenden
-drom heengeworsteld, dan begeeft ge u naar een der hôtels in de frankische wijk, om
-daar uw intrek te nemen en uwe plannen voor de verdere reis te ontwerpen.
-</p>
-<p>Ook ik deed zoo, schoon het mijn voornemen niet was langer dan hoog noodig in Alexandrië
-te vertoeven. De stad had zeer weinig wat mij aantrok: de onder Mehemed-Ali aangelegde
-en weder half vervallen werken konden mijne belangstelling niet wekken; het heden
-is hier bij uitnemendheid dor en prozaïsch, en van het verleden zijn maar luttel sporen
-overig. Zoo geschiedde het dan, dat ik reeds den derden dag na mijne aankomst te Alexandrië
-mij gereed maakte tot den tocht naar het binnenland, naar de hoofdstad, naar Kaïro.
-Hoe ik die reis zou doen, was haast geen vraag meer: een spoorweg verbindt de beide
-steden met elkander; en hoezeer mij in het klassieke land der Pharaonen een spoorweg
-nog meer dan elders een gruwel was, zag ik mij toch wel verplicht er plaats in te
-nemen, omdat haast iedere andere geschikte reisgelegenheid ontbreekt. Ik steeg dan
-in een spoorrijtuig en liet mij naar Kaïro voeren.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div2 section">
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">II.</h3>
-<div class="argument">
-<p class="first">Kaïro<span class="corr" id="xd31e156" title="Bron: ,">.</span>—De pyramiden.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was in den waggon bijna niet uit te houden van wege de hitte. De reizigers, aamechtig,
-en zwijgend naast en tegenover elkander gezeten, hadden zich van alle overtollige
-kleedingstukken ontdaan, en poogden zich vergeefs te verweren tegen de stikkende warmte
-die door de zoldering, door de wanden, door de vensters, naar binnen drong. De zon
-straalde aan den koperen hemel, en overgoot het geheele landschap met een hel gele
-tint. Geel is de mulle zandgrond, die zich, zoo ver het oog reikt, naar alle zijden
-uitstrekt, slechts schaars afgewisseld door enkele boomgroepen en schamele hutten.
-En ook deze zelfs zijn met geel stuifzand overtogen, als wilden ze de eenheid van
-kleur niet verbreken. Het is een treurig, somber gezicht: ge voelt en bespeurt het
-aan alles, dat ge hier in de onmiddellijke nabijheid zijt der woestijn, wier verzengende
-adem u de keel verschroeit, wier vluchtig zand u en alle omringende voorwerpen overdekt.
-Is dit naakte land de wijd beroemde Delta, de korenschuur van Egypte en weleer van
-Rome, waar de onuitputtelijke bodem honderdvoudige oogsten droeg? Neen, de eigenlijke
-Delta ligt verder oostwaarts: tot hier dringen, althans tegenwoordig, de wateren van
-den Nijl niet door, en waar deze niet komen, daar heerscht de dood. Nog eens, ge zijt
-hier eigenlijk in de woestijn, die Egypte omgordt, die het bedreigt en voortdurend
-voorwaarts dringt om ieder plekje te veroveren, dat de zegen brengende golven der
-heilige rivier niet bereiken kunnen. En sedert het turksche despotisme zijn looden
-schepter over dit land uitstrekte, en alle werkzaamheid en geestkracht bij de bevolking
-werd uitgedoofd, heeft de woestijn reeds menige verovering gemaakt, en heerscht de
-huilende wildernis, waar vroeger een bloeiende hof de oogen verkwikte.
-</p>
-<p>Zonder groote overhaasting rolt de trein voort, en laat van tijd tot tijd een schellen,
-doordringenden <span class="pageNum" id="xd31e162">[<a href="#xd31e162">19</a>]</span>kreet hooren, die een vreemd contrast vormt met de ernstige stilte van het landschap
-en met het eigenaardig weemoedig getingel der klokjes van de kameelen, die ter zijde
-op den lageren rijweg, of liever de heerbaan, in breede karavanen of enkele groepen,
-door ettelijke drijvers geleid, voorttrekken. Na eenigen tijd aldus voortgestoomd
-te hebben, bereikten wij Kafr-el-Zayat, het eenige station tusschen Alexandrië en
-Kaïro, waar de trein een poos stilhoudt, om den reizigers gelegenheid te geven tot
-het gebruiken van eenige ververschingen in het onooglijke vierkante stationsgebouw.
-Ieder beijverde zich, om zoo goed het ging eenige spijs of drank meester te worden;
-en welhaast klonk weder de duivelengil der locomotief, en spoedden wij ons door het
-brandend heete zand naar de wagens. Maar niet zonder even een blik geworpen te hebben
-op de waggons der derde klasse, of geheel open of half overdekt, en meest allen volgepropt
-met Egyptenaars, Turken, Arabieren, Armeniërs, mannen en vrouwen, in bonte kleederdracht.
-Wat rijkdom van kleuren en lijnen viel hier te bespieden, wat prachtige groepen te
-bestudeeren en af te teekenen, zoo slechts de tijd er niet toe ontbroken had. Een
-vreemden indruk vooral maakten de vrouwen, in donkerblauwe mantels gehuld, en allen
-met dien zonderlingen witten sluijer, die, onder de oogen aanvangende en door koralen
-snoeren aan het hoofddeksel verbonden, over gelaat, hals en boezem nedervalt en soms
-tot bijna aan de voeten reikt. Van het aangezicht is alzoo niets te zien, dan het
-goudblonde voorhoofd en twee paar donkere oogen, die half spookachtig over den sluier
-heenstaren. Doch eer ik mij in de beschouwing dier groepen en figuren verlustigen
-kon, stond de trein gereed de reis te hervatten en stapte ik weder in den wagen. Het
-was bijna nog heeter dan zoo even, en met hijgend verlangen zagen wij allen uit naar
-het einde van den vermoeienden en vervelenden tocht. Na lang wachtens kwam dat einde:
-de trein floot wederom en hield stil: wij waren te Kaïro.
-</p>
-<p>Te Alexandrië hebt ge een eersten blik geworpen op de wereld van het Oosten, maar
-die wereld verschijnt u daar in te onzuivere, te vermengde gestalte om u van haar
-een eenigszins juist denkbeeld te kunnen vormen. Hier in Kaïro daarentegen overtuigt
-u alles dat ge werkelijk in het Oosten zijt: het europeesche, het frankische element,
-ook al ontbreekt het hier niet, neemt toch niet de eerste plaats in. De metropolis
-der Fatimiden, de stad van Salah-ed-din, el-Musr-el-Kahirâ, is nog altijd een koninginne
-onder de steden van het Oosten.
-</p>
-<p>Hoe schilderachtig ligt ze daar, de groote hoofdstad, op korten afstand van den Nijl,
-tegen de bergen van Mokattam aangeleund. Verg van mij geene beschrijving van hare
-<span class="sic">honderde</span> moskeeën—sommigen, zoo als de moskee el-Azhar, de moskee van Hassan, meesterstukken
-van arabische bouwkunst; van hare paleizen en feodale burchten; van hare bazars en
-fonteinen. Slechts enkele beelden, die voor mijne herinnering oprijzen, wil ik u schetsen.
-</p>
-<p>Volg mij in de gedachte door de nauwe, kronkelende straten, ter wederzijde door de
-sombere muren der huizen ingesloten. Van afstand tot afstand slechts eene nauwe deur:
-iets hooger, de uitstekende getraliede balkons, de <i>moesjarabiëhs</i>. Maar, wanneer de deur opengaat, ziet ge, als in een visioen, eensklaps den met marmer
-geplaveiden binnenhof, de albasten zuilen, den springenden straal der fontein; een
-groep, schitterende van licht en kleur, als een morgenlandsche sproke;—de deur valt
-toe: alles wordt weder somber en naakt, eenzaam en doodsch.
-</p>
-<p>Volg mij naar de bazars en meng u onder de menigte, die zich daar, onder de uitgespannen
-tentdoeken, ernstig en zwijgend voortbeweegt te midden der winkels, waar geborduurde
-zadels en purperen muilen, wonderschoon gestikt, om den prijs dingen met prachtige
-armbanden, uit de hand gewerkt; met heerlijke sabels, wier kostbaar bewerkte greep
-schittert van goud en email; met geurige reukflesschen, in veelkleurige linten gewikkeld.
-Rustig zitten daar de arabische en perzische kooplieden, te midden van hun winkel
-neergehurkt: de mousseline tulband overschaduwt hun ernstig schoon gelaat; met de
-oogen ter aarde geslagen, rooken zij ongestoord hun <i>narghileh</i>, en nemen zelfs geen oogenblik de moeite u eenige opmerkzaamheid te schenken. De
-menigte, de bonte, veelkleurige menigte, beweegt zich rusteloos langs hunne magazijnen:
-zij letten er niet op; gij blijft voor hun winkel staan, blijkbaar met het doel om
-iets te koopen: de kalme handelaar geeft er geen acht op; eerst wanneer ge rechtstreeks
-eene vraag doet, zal niet hij, maar de knaap die nevens hem staat, u antwoorden, en
-slechts in het laatste, beslissende oogenblik zal de koopman, met enkele korte woorden,
-zich in het gesprek mengen, als bewees hij u eene gunst, niet gij hem. Hetgeen evenwel
-niet belet, dat hij u, zoo er maar eenigszins kans op is, gruwelijk beet zal nemen.
-</p>
-<p>Hoor, daar klinkt de schorre kreet van den kameeldrijver: eene lange rij van slanke
-kameelen trekt langzaam voort; onhoorbaar vallen hunne gelijkmatige schreden op den
-zandigen grond; de kwasten hunner tuigen, met schelpen van de Roode zee versierd,
-rinkelen als kristal. Tusschen de kameelen heen, dringen zich met haastigen tred de
-ezels, door opgeschoten knapen in blauwe buizen en met witte kapjes op het hoofd,
-onder onophoudelijk geschreeuw, voortgedreven. In den wijden zadel zit, in haar donkerblauwen
-mantel gehuld, met den witten sluier voor het gelaat, eene of andere <i>sittih</i>, (dame), die zich naar de bazars begeeft.
-</p>
-<p>Eensklaps weerklinken de scherpe tonen der trompet: een wanklank te midden dezer eigenaardige
-geluiden:—ruimte voor het leger van den Pâsja!—Zie, de zwarte, donkerbruine, gebronsde
-aangezichten, zoo vreemd afstekend bij die half-europeesche uniformen; wilde zonen
-der woestijn zijn het, maar half door de krijgstucht getemd; eene plaag voor het land,
-vaak meer dan een schrik voor den vijand.
-</p>
-<p>Esbekiëh! ik wandel weder in gedachte onder uw heerlijk lommer. Esbekiëh is een groot
-plein, eigenlijk een reusachtig breede zandweg, met heerlijke lanen van olmen en sykomoren.
-Tusschen het dichte groen schemeren de gevels der van gelen zandsteen opgetrokken
-<span class="pageNum" id="xd31e184">[<a href="#xd31e184">20</a>]</span>europeesche huizen. Aan de eene zijde van het plein ligt het groote engelsche hôtel,
-waar ik mijn intrek had genomen. Eene telkens afwisselende schare van voorbijgangers
-beweegt zich voortdurend over deze ruime vlakte. Zie daar den waterdrager, zwoegende
-onder den zwaren last zijner beide vaten, die hij beneden aan den zoom der rivier
-met het heerlijke Nijlwater heeft gevuld; zie de fruitverkoopster, in wier omgebogen
-handpalm de stapel gouden oranjeappelen rust, zoo veilig en vast, als de welriekende
-korf op haar donkere vlechten; een bronskleurig kindeke, met oogen als starren en
-kaal geschoren hoofd, troont op den ronden schouder en slaat argeloos de armpjes om
-het voorhoofd der moeder. Zie, ter zijde, dien afstammeling van den profeet, dien
-grijsaard met den groenen tulband, en den zilverwitten, tot zijn kashmiren gordel
-afdalenden baard; in breede, statige plooien omgolft hem zijn ruim, oud-oostersch
-gewaad; om zijne strenge lippen speelt een smadelijke glimlach, en uit zijne half-neergeslagen
-oogen schiet een straal van haat en verachting voor het gewoel en bedrijf der luidruchtige,
-half-frankische schare, die de heilige stad der Khalifs bezoedelt. Zie de vreemdelingen,
-uit bijkans allerlei tongen en natiën verzameld: Europeanen, Arabieren, Grieken, Armeniërs,
-Turken, Algerijnen, Nubiërs, Negers: allen in eigenaardige kleeding, onderscheiden
-in houding en gelaatskleur, in spraak en gebaar en physionomie: een tafreel, zoo bont,
-zoo rijk in lijnen en kleuren, dat een bekwamer penseel <span class="corr" id="xd31e186" title="Bron: dat">dan</span> het mijne wellicht vergeefs pogen zou u den indruk daarvan weder te geven.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p1868-020width"><img src="images/p1868-020.jpg" alt="Fellah-vrouw." width="379" height="720"><p class="figureHead">Fellah-vrouw.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Verlangt ge rustiger tooneel? Tegen de helling der bergen ligt de groote nekropolis,
-de doodenstad van Kaïro. Daar branden, in het heete middaguur, de zonnestralen op
-het gele zand rondom de graven der Khalifen. Eenzaam en verlaten verheffen de mausoleeën
-hunne koepels in de strakke lucht: de ruwe wanden van den Mokattam vormen den somberen
-achtergrond. Daar slapen zij, de geweldigen, de mannen des bloeds, die mede den jammer
-der verwoesting over het schoone Egypte hebben gebracht. Het felle zonnelicht omspeelt
-de opengewerkte koepels, de uitgehouwen tulbanden, de fantastische lijnen. Het is
-hier doodstil: rondzwervende honden huilen in de verte, te midden der lijkgesteenten;
-nergens is eenig menschelijk wezen te bespeuren. Ondanks de verstikkende hitte huivert
-ge, en spoedt u voort.
-</p>
-<p>Kom mede naar een plek vol leven en koelte, vol weelde en schaduw, naar de tuinen
-van Sjoebrah, het zomerpaleis van den Onderkoning. Uren lang zoudt ge wandelen en
-rusten en droomen onder deze levende gewelven van eeuwig groen, onder die prachtige
-sykomoren, die heerlijke oranjeboomen; in die schemerende schaduwen, waar het licht
-slechts flauwelijk doordringt en een doorzichtig halfdonker heerscht, een smaragden
-glans, zoo wonderschoon, zoo tooverachtig.… Dwaal voort onder de groene portico’s
-door lianen omlijst; dwaal voort door de slingerende labyrinthen van myrthenhagen,
-door de duizendkleurige bloemperken, door de dichte bosschages van cypressen, waarboven
-de slanke palm zijne wuivende bladerkroon verheft. Boven uw hoofd buigen de citroenboomen
-hunne bloeiende twijgen; de rozenstruiken vlechten geurige priëelen; de jasmijnen
-hangen hare schitterende festoenen op; narcissen en tuberozen ademen hare betooverende
-geuren. De zonnestralen spiegelen ginds op de sluimerende vijvers; de fonteinen laten
-hare diamanten stralen nederdruppelen in porphyren kommen; een eerbiedige stilte huivert
-door geheel den omtrek en noodigt u tot mijmerend droomen, uren en uren lang. Niets
-stoort u. Van tijd tot tijd slechts wandelt, onder de dichte schaduw der sykomoren,
-een zwarte slaaf. Ook hij droomt van de eindelooze woestijn, van de ouadi met de bron,
-waarboven de enkele palmen wuiven en waaromheen de versmachtende karavane zich legert;
-van het eenzame Negerdorp, in de wouden verscholen nabij den oever der groote rivier.
-<span class="pageNum" id="xd31e196">[<a href="#xd31e196">21</a>]</span></p>
-<p>Maar, gegroet, heerlijk paradijs van Sjoebrah; gegroet Esbekiëh; en bazars en straten
-van Musr-el-Kahirâ! Mij roept de Nijl en het oud-geheimzinnige Egypte, het wonderland
-der pyramiden.
-</p>
-<p>De pyramiden. Ik had ze reeds uit de verte aanschouwd, toen ik, van een der toppen
-van den Mokattam, de stad Kaïro en het prachtige Nijldal overzag. Ginds aan den horizon,
-boven de eindelooze gele golvende vlakte der woestijn, verhieven zich de ontzaggelijke
-gevaarten in de heldere lucht en lokten mij aan met onwederstaanbare macht. Zeer zeker
-zou ik daarheen gaan. „Ja—zeide de gedienstige kastelein—ja, Sir, de pyramiden moet
-gij gaan zien, maar dan moet ge gezelschap opzoeken: want, ziet ge, de Bedouïnen,
-die als gidsen met u gaan, zijn schurken: zij zouden u ligt kunnen berooven.”—Ik stelde
-mijn bezorgden waard gerust, en verzocht hem slechts, mij een vertrouwden ezeldrijver
-mede te geven. Hij beloofde daarvoor te zullen zorgen, en zoo besloot ik tot den tocht.
-</p>
-<div class="figure floatRight p1868-021width"><img src="images/p1868-021.jpg" alt="Fellah-vrouw." width="373" height="720"><p class="figureHead">Fellah-vrouw.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Het was een heerlijke morgen. De zon was nog niet boven de kimmen gerezen: een flauw
-licht omvloeide het landschap: zacht ruischte de <span class="sic" title="Verbetering: ochtendwind">uchtendwind</span> door de toppen der olmen en sykomoren op het plein Esbekiëh. Abdallah, een bediende
-van het hôtel, een kloek en flink jonkman, met bruin gelaat en flonkerende oogen,
-een echte Fellah-kop, stond met den ezel gereed: ik steeg op en wij aanvaardden de
-reis. Voort ging het over een breeden zandweg, door struikgewas omzoomd: ter wederzijde
-moestuinen en akkers, hier en daar door woningen afgewisseld. Het was nog stil op
-den weg: slechts enkele fruitverkoopers, waterdragers en kudden ezels kwamen ons van
-tijd tot tijd tegen.
-</p>
-<p>Inmiddels is het dag geworden: de felle zonnestralen beginnen over geheel het landschap
-eene zee van licht uit te gieten die bijna overal elke schaduw verzwelgt. Wij zijn
-te Oud-Kaïro of Fostat, een vervallen vlek, met meest uit hout en leem opgetrokken
-huizen van eene verdieping. Bij eene kromming van den weg omslaande, zag ik plotseling
-den Nijl voor mij: eene geweldig breede rivier, zacht kabbelend hare geelachtige wateren
-voortstuwend tusschen twee eenigszins heuvelachtige boorden. Aan de overzijde teekenen
-zich, maar even zichtbaar, de woningen en palmen tegen den wit-gelen hemel af. Een
-breed vaartuig met platten bodem wacht ons beneden aan den oever. Weldra zijn wij
-ingescheept; de schipper maakt het driehoekig zeil los; de frissche morgen wind doet
-het zwellen—en wij drijven den Nijl op. Langzaam klieft de boot de breede watervlakte,
-een meer gelijk; en terwijl de vuurroode, stralende zonneschijf boven de toppen van
-den Mokattam stijgt, en lichtvonken strooit over den statig ruischenden vloed, staar
-ik, in gepeins verzonken, voor mij uit. Ik denk aan de nog altijd verborgen bronnen
-der geheimzinnige rivier, tot wier oorsprong nog geen Europeër mocht genaken. Ik denk
-aan de ondoordringbare wouden en onafzienbare stoppen van haar ver, ver geboorteland,
-ginds in het hart van Afrika, waar rondzwervende Negerstammen sinds eeuwen en eeuwen
-hun eenvoudig herdersleven leiden; waar, in de hooge grasvelden en dichte slingerplanten
-der savannas, en in de donkere tamarisken- en sykomorenwouden, leeuwen en olifanten,
-hyenas en rhinocerossen, antilopen en reuzenslangen huizen; terwijl uit de wateren
-van den jongen vloed de geharnaste krokodil den spitsen muil opheft, en de logge hippopotamus
-den wanstaltigen kop tilt. Ik denk aan de kale zandvlakten en aan de ruwe, naakte
-gebergten van Nubië, waartusschen de machtige rivier zich, bruischend in katarakt
-bij katarakt, dwars door en over de granietrotsen een weg baant, tot zij eindelijk
-bij de palmbosschen van Syene de grenzen van Egypte bereikt. Daar wacht haar een laatste
-kamp. Tusschen de rotseilanden Philae en <span class="pageNum" id="xd31e210">[<a href="#xd31e210">22</a>]</span>Elephantine door baant zij zich, schuimend en wervelend, een weg over de verspreide
-granietblokken; maar eens dien laatsten slagboom doorgebroken, vervolgt zij rustig,
-in kalme majesteit, haar weg naar de Middellandsche zee, waar zij uitrust van haren
-langen tocht. Doch eer zij, door zeven monden, hare wateren in de zee uitstort, schept
-zij zich, van Syene tot Alexandrië en Damiate, een eigen wonderland. Zie, zoodra zij
-den bergpas is doorgeworsteld, treden ter wederzijde de gebergten terug, en laten
-voor den stroom een dal, dat tot voorbij Kaïro gemiddeld eene breedte van vier tot
-zes uren heeft. Ter rechter zijde verheffen zich steile, kale rotsgebergten, waar
-boom noch plant tiert, en die, dwars van diepe, dorre dalen of kloven (ouadis) doorsneden,
-zich tot de kusten der Roode zee uitstrekken. Ter linkerzijde wordt het dal begrensd
-door de minder steile glooiingen van het <span class="corr" id="xd31e212" title="Bron: libysche">lybische</span> gebergte, een breede rotsige keten, die de vruchtbare vallei beschermt tegen het
-doodelijke stuifzand der woestijn. Daar, in dat breede dal, stuwt nu de stroom zijne
-wateren voort, en overal waar hij, bij zijne jaarlijksche overstroomingen, zijne met
-slib bezwangerde golven brengen kan, siert zich de grond met kruid en vrucht, met
-honderdvoudigen oogst; waar zijne wateren niet komen, daar heerscht de dood. Egypte
-is, in den vollen zin des woords, eene schepping van den Nijl en dankt nog voortdurend
-aan den Nijl zijn gansche bestaan. Werd deze stroom te Syene opgehouden, of wel traden
-zijne wateren niet telken jare buiten zijne oevers, geheel het land werd eene wildernis,
-eene naakte woestijn, voor mensch nog dier bewoonbaar. Want in geheel Egypte geen
-tweede rivier, geene beek of bron, geen ander water dan de rivier, dan de Nijl, de
-„vader des lands”, de bron van allen zegen.
-</p>
-<p>Wat wonder, dat de oude bewoners van Kemi (Egypte) den Nijl—of gelijk hij in hunne
-taal heette, den Jaro—heilig hielden, hem eerden als eene godheid? Wat wonder ook,
-dat geheel hun maatschappelijk en geestelijk leven, geheel hun denken en werken, den
-machtigen invloed ondervond van het zoo eigenaardige natuurleven in dat wondervolle
-Nijldal, met zijn geheimzinnigen stroom: geheimzinnig en ondoorgrondelijk, niet alleen
-in zijne oorsprongen, maar ook in zijne geregeld wederkeerende overstroomingen, in
-geheel het regelmatig en toch zoo dramatisch verloop zijner lotgevallen?
-</p>
-<p>Maar de boot heeft den tegenoverliggenden oever bereikt: wij bestijgen den hoogen
-rand en spoeden ons voort, over een heuvelachtig terrein, waarover de armelijke woningen
-van het dorp Dsjizeh verspreid liggen. De horizon voor ons uit wordt breeder en breeder,
-als naderden wij de kusten eener verwijderde zee: verblindend straalt en weerkaatst
-de felle zonnegloed op het gele zand, dat meer en meer de overhand verkrijgt; weldra
-hebben wij den oever der geheimzinnige zee, die ons reeds van verre had tegengeblonken,
-bereikt. Nooit zal ik den aangrijpenden indruk van dit oogenblik vergeten. Naar alle
-zijden, zoo ver wij zien konden, strekten zich de zwijgende zandvelden en heuvels
-uit:—nergens eenig spoor van leven, geen boom, geen struik, geen grassprietje was
-te bespeuren, geen vogel, geen insekt zelfs: niets dan de dood, de dood, in zijn dofgeel
-lijkkleed van gloeiend zand.
-</p>
-<p>„De pyramiden!” riep Abdallah—en plotseling zag ik op. En ja, daar verhieven zij zich
-uit de doodsche zandzee, drie gele, driehoekige rotsen, drie reusachtige hoopen steen.
-Naarmate wij naderden, schenen zij in hoogte en omvang te groeien;—scherper teekenden
-zich de witte lijnen tegen de lucht;—weldra kon ik de groote vierkante steenblokken
-onderscheiden;—nog eenige oogenblikken, en wij rijden een zandheuvel op en stijgen
-af aan den voet der grootste pyramide, de pyramide van koning Chufu of Cheops, zoo
-als Herodotus hem noemt.
-</p>
-<p>Het is moeielijk te zeggen, welk gevoel zich op dit oogenblik van mij meester maakte.
-Zoo vaak ik, niettegenstaande het felle zonnelicht mij de oogen schemeren deed, naar
-boven, naar den top der pyramide opzag, overviel mij een gevoel van kleinheid en machteloosheid,
-een zekere angst tegenover deze ontzettende, deze alles overweldigende grootte: het
-was mij soms of de onmetelijke massa, aan wier voet ik stond, op mij zou nederstorten.
-Het duizelde mij, en ik was verplicht een oogenblik op den grond te gaan zitten en
-de hand voor mijne oogen te houden. Ik weet niet of gij dit gevoel kent: het had mij,
-maar in veel geringer mate, enkele malen ook aangegrepen bij den blik op sommige onzer
-oude gothische kathedralen, vooral bij schemeravond. En wat zijn onze torens en kathedralen
-bij deze pyramide? Cijfers zijn dood en spreken noch tot het hart noch tot de verbeelding:
-daarom baat het u luttel als ik u zeg, dat de pyramide van koning Chufu, schoon hare
-spits afgebrokkeld is, nog een hoogte bereikt van ruim 450 voet: maar misschien zal
-dat dorre getal begrijpelijker voor u worden, wanneer ik er bijvoeg dat deze hoogte
-die der hoogste torens in Europa evenaart of overtreft, en zoo ongeveer het dubbele
-bedraagt van die der Oudekerks-toren te Amsterdam, en anderhalfmaal de hoogte van
-den domtoren te Utrecht. Doch het is deze duizelingwekkende hoogte niet alleen, het
-is vooral de ontzaggelijke omvang, de ontzettende massa, die zulk een overweldigenden
-indruk maakt. Wederom wil ik u cijfers sparen: bedenk alleen dit, dat de grootste
-tempel der Christenheid de Sint-Pieterskerk van Rome, geheel binnen deze pyramide
-zou kunnen worden geplaatst, zonder ergens de buitenwanden te raken.
-</p>
-<p>Maar, toen ik daar aan den voet der pyramide stond, dacht ik aan cijfers noch vergelijkingen,
-en ik had geene ooren voor wat mijne gidsen, waarvan er twee goed engelsch spraken,
-mij verhaalden. Een hunner had mij reeds medegedeeld, dat de pyramiden waren gebouwd
-door den reuzenkoning Gan ibn Gan, die lang voor Adam had geleefd. En inderdaad, ik
-begreep het sprookje: want te gelooven dat deze wonderen door menschenhand, ja veellicht
-door de hand zijner eigene voorouders, zijn gewrocht, is voor den hedendaagschen Fellah
-niet wel mogelijk. Wij zelven, schoon we beter weten, wij zelven hebben moeite hier
-aan geene onbekende, bovennatuurlijke krachten te gelooven. Want bedenk: deze ontzaggelijke
-steenklompen, in regelmatig slinkende rijen tot honderde voeten <span class="pageNum" id="xd31e221">[<a href="#xd31e221">23</a>]</span>hoog opgestapeld, zijn ginds, aan gene zijde der rivier, in de oostelijke gebergten
-uitgehouwen. Zij moesten alzoo over den vloed gevoerd, en uren ver naar de grenzen
-der woestijn gebracht worden. Maar dit is niet alles: de pyramiden verheffen zich
-op een vooruitstekend bergplateau, dat ter hoogte van honderd-veertig voet, vrij steil,
-uit de zandvlakte oprijst. Welke arbeid is er noodig geweest, om de gehouwen steenklompen
-tegen deze hoogte op te werken, en ze dan op elkander te stapelen en in elkander te
-voegen tot de reuzenbouw voltooid daar stond? En toen de pyramide dus stond, vertoonde
-zij niet, als nu, nu zij door den tijd, en meer nog door de roofzuchtige handen der
-Arabieren geschonden is, een kolossale giganten trap van twee-honderd-vijf treden;
-neen: geheel hare oppervlakte was, van boven tot onder, met gepolijst graniet (soms
-ook wel marmer) bekleed, zoodat van den eigenlijken steen niets te bespeuren was.
-Zie, als wij dit alles bedenken, komt het ons niet langer ongeloofelijk voor, wanneer
-Herodotus bericht, dat honderd-duizend menschen dertig jaren lang aan dit werk bezig
-waren. De bouw van den hellenden weg alleen, waarlangs de steenen naar het rotsterras
-moesten worden opgevoerd, vorderde tien volle jaren; nog twintig anderen vervlogen
-eer de pyramide voltooid was. En dat alles waarvoor? Alleen om den koning Chufu een
-graf te bereiden! Men heeft, in later tijd, moeite gehad dit te gelooven: men heeft
-de pyramiden voor astronomische gebouwen, eene soort sterrewachten, aangezien; men
-heeft naar allerlei oogmerken gegist, om den bouw dezer ontzaglijke steenklompen—die,
-de voortreffelijke bewerking van den steen daargelaten, toch hoegenaamd geen kunstwaarde
-hebben—te verklaren. Dat het in eens menschen hoofd kon opkomen, zulk een gevaarte
-te stichten, enkel en alleen om er zijne doodkist in te plaatsen:—zie dat scheen volstrekt
-ongelooflijk! Toch is het zoo: de naam zelf van pyramide (egyptisch <span class="sic">P=uro=ma</span>, letterlijk: Koningsgraf) geeft dit reeds te kennen: zij is niets meer dan de reusachtige
-grafkamer, waarin het lijk van den Pharao, den Zoon der Zon, den Beheerscher des Volks,
-rust. Welk een licht werpt dit op geheel den maatschappelijken toestand eens volks,
-waarvan honderd-duizend man, dertig jaren lang, gedwongen konden worden aan het grafmonument
-des konings te arbeiden! En bedenk dan ook, dat er weleer ruim veertig pyramiden,
-zoo grooten als kleinen, de graven van even zoo vele koningen, in de nabijheid der
-oude hoofdstad Memphis verrezen! Vergeet echter ook niet, dat de buitengewone zorg
-voor lijken en graven een diep ingewortelde karaktertrek van geheel het egyptische
-volk was; aan de rustplaatsen der dooden besteedden zij veel meer zorg en moeite dan
-aan de huizen der levenden: deze laatsten waren, in hun oog, slechts herbergen, de
-graven daarentegen de eeuwige woningen. Geen wonder dus, dat waar allen er in de eerste
-plaats op bedacht waren, zich een statig en sierlijk graf te bereiden, de koning vooral
-zich eene eeuwige woning wilde bouwen, die ook aan het verste nageslacht zijne macht
-en heerlijkheid zou vermelden, en waar hij, ongestoord, den langen doodslaap slapen
-kon. Immers, welke sterfelijke hand zou hem aanroeren, wanneer eenmaal zijn gebalsemd
-lijk was nedergelegd, in de granieten kist, daar in het kleine, donkere vertrek in
-het hart der reusachtige pyramide, waarvan de ingang zorgvuldig gesloten en bedekt
-werd? Toch geschiedde het! Ongeveer 800 jaren na Chr., toen de Khalif Al-Mamoem over
-Egypte regeerde, werd de verborgen ingang der groote pyramide ontdekt: wilde Saracenen
-drongen naar binnen, worstelden zich door de enge gangen, en bereikten, ondanks alle
-hinderpalen, de stille grafkamer, waar koning Chufu toen reeds vier duizend jaar ongestoord
-had gerust. De granieten lijkkist konden de roovers niet medenemen—die staat heden
-nog op hare plaats—maar het lijk werd er uit en naar buiten gesleept. De koninklijke
-mummie was overal met kostbare gesteenten versierd: op de borst prijkten de beeltenissen
-der vier doodenwachters in gedreven goud; aan het olijfkleurige voorhoofd straalde
-een karbonkel van zeldzame grootte. De barbaren plunderden de edelgesteenten en het
-goud, wierpen de mummie op het veld en vertraden ze tot stof.… Aldus eindigde de groote
-koning Chufu.
-</p>
-<p>Eer wij naar boven klauterden, wenschte ik het inwendige der pyramide te zien. De
-ingang is aan de noordoostzijde, op den vijftienden trap. Ik nam vijf mijner gidsen
-mede, en beval de overigen buiten te wachten. De fakkels werden aangestoken en met
-moed de tocht aanvaard. Maar … gemakkelijk of aangenaam is die reize niet. Vooreerst
-gaat de weg steil naar beneden; en ten andere—en dat is het ergste—is de nauwe gang
-maar drie en een halve voet hoog, zoodat men letterlijk op handen en voeten voortkruipen
-moet. Daarbij omgeeft u welhaast de volstrekste duisternis, welke de walmende en stinkende
-fakkels slechts noode, vlak voor u, verdrijven kunnen. Toen wij dus een heel eind
-voortgekropen en gegleden hadden, werd de weg plotseling door een granietblok versperd.
-Toen, voor duizend jaar, de Arabieren tot hier gekomen waren en niet verder konden,
-verbrijzelden zij, naar buit dorstend, den zandsteen nevens het granietblok en kropen
-er om heen. Wij volgden denzelfden weg, en kwamen nu in een even nauwen en lagen gang,
-die echter ditmaal naar boven liep. Doch liever dus, dan naar beneden. Weer gaat het,
-met moeite en arbeid, kruipende en hoestende en worstelende voort, tot wij een soort
-van portaal bereiken, waarvan de zoldering ongeveer dertig voet hoog was. Hier konden
-wij althans rechtop staan en adem halen. Aan onze rechterhand was eene loodrechte
-kloof of liever sleuf, die, volgens het zeggen mijner gidsen, geen bodem had en nooit
-eindigde. Dit is natuurlijk dwaasheid: daar in de diepte moet nog een kamer zijn:
-maar hoewel ik stukken brandend papier en zelfs een fakkel naar beneden wierp, ook
-ik vermocht geen grond te ontdekken. En om zelf in den nauwen koker af te dalen: daartoe
-gevoelde ik geen lust.—Tegenover ons voerde een vlakke, zeer enge gang verder de pyramide
-in; hooger op was weder een andere gang, die naar boven liep. Om in dien gang te komen,
-moesten wij tegen den muur opklauteren: met behulp van uitgehouwen <span class="pageNum" id="xd31e228">[<a href="#xd31e228">24</a>]</span>gaten, waarin de handen en voeten moeten worden geplaatst, gelukte dit; schoon niet
-zonder moeite, daar de gaten zeer ver van elkander zijn verwijderd. De tamelijk breede
-en hooge gang, waarvan de zoldering in de tastbare duisternis verdwijnt, loopt steil
-naar boven. Half gedragen en aan de hand geleid door mijne Bedouïnen klauterde ik
-voort. Nogmaals door een laag, smal gangetje gekropen: eindelijk staan wij voor den
-ingang eener ruime, hooge kamer: de grafkamer van koning Chufu. Vloer, wanden en zoldering
-zijn met gepolijst graniet bekleed, thans, door den tijd en den rook der fakkels,
-zwart en smerig geworden. De lijkkist is evenzoo van gepolijst graniet, zeven voet
-lang, drie voet breed, en drie en een halve voet hoog. Het deksel is spoorloos verdwenen;
-wat van het lijk geworden is, zeide ik reeds.
-</p>
-<div class="figure p1868-024width"><img src="images/p1868-024.jpg" alt="Medinet-aboe." width="618" height="720"><p class="figureHead">Medinet-aboe.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="xd31e233">[<a href="#xd31e233">57</a>]</span>
-</p>
-<div class="figure p1868-057width"><img src="images/p1868-057.jpg" alt="Kom-Ombos." width="720" height="536"><p class="figureHead">Kom-Ombos.</p>
-</div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div2 section">
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">III.</h3>
-<div class="argument">
-<p class="first">De pyramiden.—De groote Sphinx.—De Nijlbark.—Op den Nijl.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Na eenige oogenblikken toevens verlieten wij de grafkamer van koning Chufu, en keerden
-langs denzelfden weg, dien wij gekomen waren. Er is nog een ander vertrek in de pyramide,
-onder dat des konings; naar dat vertrek, de kamer der koningin genoemd, voert de smalle
-lage gang, die op het straks beschreven portaal uitkomt. Daar ik echter wist dat dit
-vertrek geheel ledig is, gevoelde ik geen begeerte den benauwden gang door te kruipen,
-om daarheen te gaan. Integendeel: ik voelde mij recht gelukkig, toen ik, aan het einde
-der enge sleuf, waardoor wij ons naar boven worstelden, den donkerblauwen hemel en
-het onbegrijpelijk sterke zonnelicht schitteren zag. En toen ik, vermoeid en bestoven,
-naar buiten trad en rondstaarde, nog half verblind van den plotselingen overgang in
-het felle licht: toen scheen mij de naakte woestijn, met hare gele zandheuvels en
-bruinachtige rotsen, haast een bekoorlijk landschap; en het gindsche Nijldal, waarvan
-het frissche geboomte van verre zichtbaar was, een hemelsch paradijs.
-</p>
-<p>Eene pooze van rust en verkwikking was noodig, eer wij den tocht naar den top der
-pyramide aanvaardden. Want ook dit is eene moeielijke en uiterst vermoeiende reis.
-De treden van deze kolossale trap zijn twee-en-een halve voet hoog: men moet dus letterlijk
-springen om van de eene op de andere te komen. En op die wijze moet ge ruim tweehonderd
-trappen bestijgen! Lang eer ge ter helfte zijt, ontzinkt u de kracht; en ik twijfel,
-of wel een enkel europeesch reiziger den top bereiken zou, zonder de krachtige hulp
-der Bedouïnen. Deze, met lange stokken gewapend, klauteren als katten naar boven,
-en reiken u telkens de hand, om u van de eene trede op de andere te helpen. Hebben
-zij met een bijzonder onhandigen of spoedig uitgeputten reiziger te doen, dan trekken
-twee hunner hem aan zijne handen naar boven, terwijl een derde hem van achteren optilt
-en voortduwt: maar <span class="pageNum" id="xd31e245">[<a href="#xd31e245">58</a>]</span>het ga hoe het gaat, voor zoo veel dit van de Bedouïnen afhangt, komt ieder op den
-top.
-</p>
-<p>Ook ik bereikte dien eindelijk, zonk doodaf op het vlakke terras neder, en had eenige
-oogenblikken van verademing noodig, eer ik genoeg tot mij zelven gekomen was, om een
-blik te kunnen slaan op het wijde panorama, dat zich daar voor ons oog ontrolde. Maar
-ook, zoodra ik eenmaal een blik op dat panorama geworpen had, was alle vermoeienis
-vergeten. Voor mij lag het prachtige Nijldal, in al den tooi zijner wondervolle vruchtbaarheid:
-akkers, tuinen, boomgaarden, elkander opvolgende en afwisselende in onafzienbare verte.
-En daartusschen slingerde zich, als een breed lint, de machtige stroom, wiens wateren
-schitterden in het zonnelicht; terwijl de witte zeilen der vaartuigen blonken als
-kapellenvleugels. Bijna vlak tegenover ons, verhieven zich de torens en koepels van
-het groote Kaïro, scherp uitkomende tegen den donkeren achtergrond van den Mokattam.
-Noordwaarts heen verliest zich de blik in de wijde velden van de Delta, de rijke vruchtbare
-vlakte, die de Nijl met zijn zeven armen omvat.—Achter mij, naar het westen, de woestijn,
-de dorre huilende woestijn, ver, ver, eindeloos ver, zoo ver de schemerende blik staren
-kan, hare gele zandgolven ontrollende. Niets treft u zoo zeer, op den top der pyramide,
-als deze aangrijpende tegenstelling tusschen dood en leven: het paradijsachtige dal
-vlak nevens de naakte wildernis, waar zelfs geen grassprietje tiert: en de grens tusschen
-die beiden scherp getrokken door de bergketenen, die ter wederzijde den heerlijken
-stroom in zijn loop begrenzen.
-</p>
-<p>Maar wat schemerende beelden uit den grijzen voortijd trekken hier uw oog voorbij!
-Daar, aan den voet der pyramiden, tusschen de berghellingen en den stroom, ligt de
-thans naakte, zandige vlakte, met steenen en verbrokkeld puin overzaaid, waar eens
-Memphis stond, de aloude hoofdstad, ongeveer vier duizend jaren voor Christus door
-koning Menes gesticht. Hier heerschten eenmaal gansche dynastieën van Pharaonen, wier
-namen ons alleen uit verminkte koningslijsten bekend zijn, althans voor zoo ver de
-herinnering hunner daden niet in beeld- of schilderwerk op tempels of obelisken, of
-wel op de wanden hunner graven is bewaard. Hier troonde eens, in al zijne pracht,
-de geweldige koning Chufu, op wiens reuzengraf wij staan; hier ook regeerden zij eens
-allen, zij, die rustten in de veertig pyramiden, in een wijden boog rondom Memphis
-gegroept. Waar zijn zij nu, en waar is de heugenis hunner daden? Ja waar is hunne
-prachtige hoofdstad, met hare tempels en paleizen, hare obelisken en kolossen? wat
-is er van gebleven? Niets dan de naakte vlakte en het armzalige Bedouïnen-dorp Memf,
-dat nog, als ten spot, in zijn naam aan de schitterende metropolis der Pharaonen herinnert.
-Behalve de pyramiden en een gebroken kolossus, rest er geen enkele herinnering aan
-het oude Memphis, dan alleen de groote Sphinx. Zie daar, aan den voet der pyramide,
-verheft zij haar reuzenhoofd uit het gele zand, waaronder geheel haar lichaam bedolven
-is. Nog ter hoogte van bijna veertig voet steekt dat hoofd uit den lossen zandigen
-bodem: maar toen de Sphinx voltooid in haar rotsdal lag, eer nog het woestijnzand
-haar half overdekte, hief hij zich tot vier-en-zeventig voet boven den grond op. Het
-hoofd zelf meet van de kruin tot de kin een-en-twintig voet; het liggende leeuwenlichaam
-heeft eene lengte van ruim negentig voet. Deze reusachtige figuur is uit de rots zelve
-gehouwen: een arbeid, die ook nog heden den aanschouwer verstomd doet staan. Over
-welke hulpmiddelen, welke krachten en werktuigen konden dan die bouwmeesters van het
-oude Kemi beschikken, dat zij werken tot stand brachten, die nog in deze eeuw, nu
-het menschelijk vernuft zich honderdvoudige hulpbronnen heeft geschapen en over vroeger
-ongekende natuurkrachten beschikt, voor wonderen zouden gelden? Zwaar heeft de Sphinx
-geleden: minder nog door den tijd, dan door de hand der menschen. In een der laatste
-oorlogen tusschen de Mammelukken, werd het hoofd der Sphinx tot mikpunt voor de kanonskogels
-gebruikt! Wel is nog in het algemeen de ernstige, half-weemoedige, half-glimlachende
-uitdrukking van het gelaat—aan alle egyptische koppen eigen—te herkennen; maar de
-neus en een gedeelte van het linker oog zijn verdwenen, de kunstig bewerkte hairdos
-is vernield en met gaten doorboord. Zoo ligt zij daar, eenzaam, in het zandige dal,
-en staart nog altijd, als voor veertig eeuwen, met dat geheimzinnig gelaat, over de
-omringende graven heen naar het Oosten, van waar de zon komt, wier stralen nog heden,
-als voor veertig eeuwen, in de stille morgenure haar granieten voorhoofd met een goudglans
-omspelen. Droomt zij ook soms van haar lang, lang verleden; van de vervlogen pracht
-der oude dagen; van al de bonte tafreelen, eeuw aan eeuw voor haren blik ontrold!
-O, zoo die steenen lippen zich konden openen en spreken: wat wondere sproke zouden
-ze te verhalen hebben!.…
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Wij hadden met den eigenaar van eene bark een contract aangegaan voor eene reis op
-den Nijl. Bij dat contract werd het vaartuig voor een onbepaalden tijd te onzer beschikking
-gesteld, tegen betaling van zekere som, zoodat wij op ons gemak Egypte konden bezoeken.
-Maar een logement is niet genoeg: er moet ook voor voeding gezorgd worden: want reken
-er niet op, dat gij, wat gij noodig hebt, onder weg wel vinden zult. Vooreerst zijn
-de <span class="corr" id="xd31e254" title="Bron: hotels">hôtels</span> en herbergen uiterst schaarsch, of liever ontbreken geheel, zoodra gij de groote
-steden verlaat, waar de invloed der europeesche zeden zich laat gelden. Nu kunt ge
-voorzeker wel levensmiddelen koopen: maar de leefwijze van het volk is hier meer dan
-eenvoudig, en hunne keuken voor een europeesche maag niet wel bruikbaar. Ook leveren
-de boorden van den Nijl, uitgenomen graan, weinig meer op dan melk, slechte boter,
-meloenen, pistachen, komkommers, uien, linzen, spinazie, eieren, kippen, duiven en
-kalkoenen. Wij sloegen dus een ganschen voorraad in: meel, deeg, oliën, zout, suiker,
-azijn, wijn, koffie, thee, ingelegde groenten en vleesch; engelsche ham en hollandsche
-kaas, de eenige die, onder een natten doek bewaard, eetbaar blijft; voorts hout, tabak,
-thermometer en barometer; geweren en pistolen, papier <span class="pageNum" id="xd31e257">[<a href="#xd31e257">59</a>]</span>en potlood en pennen; photographische toestellen, tenten, wat weet ik? Het leek inderdaad
-eene volksverhuizing in het klein, toen onze Nijlbark in de haven van Kaïro werd volgeladen.
-</p>
-<p>Daar blies de wind in ons groot blank zeil, en wij voeren de prachtige rivier op.
-Ter linkerzijde dreven ons de voorsteden van Kaïro voorbij: Ramleh, met zijne dichte
-rijen van <i>daäbies</i> of reisbarken; Boelak, met zijne drukke levendige haven; dan Sjoebrah, met zijne
-portieken en marmeren hoven, met zijne breede kaaien en prachtige sykomoren; nog verder,
-het oude paleis van Soliman-pâsja, den franschen renegaat, den hervormer van het egyptische
-leger onder Mehemed-Ali; en de groote bazar van Massara-Adim. Ter rechterzijde verhieven
-zich uit den breeden stroom de lachende weilanden en altijd groene bosschages van
-het eiland Rhoda, waarachter in de verte de groote pyramiden oprijzen, wier schaduwen
-zich verre uitstrekken over de gele zandvlakte der lybische woestijn.
-</p>
-<p>Het leven op den Nijl begon op de aangenaamste manier en onder de schoonste vooruitzichten.
-Alom, in de nabijheid van Kaïro, zijn de oevers dicht bebouwd en bevolkt: vol leven,
-kleur en afwisseling. Onze matrozen manoeuvreeren met het zeil, en zingen daarbij
-een eigenaardig eentonig gezang, op eene zeer bijzondere, even eentonige wijze. Toch
-trof mij dat lied en die melodie, meer dan de kunstigste muziek, de meest gekunstelde
-zang dikwerf vermogen. Ik heb ze meer en elders gehoord, in de Campagna van Rome,
-op de lombardijsche meren, in de zwitsersche Alpen, in de vlakten van Hongarije, in
-de schotsche en noordsche berglanden, ja en elders nog, die wonderlijke volksliederen
-met hunne zoo eenvoudige, zoo eentonige en toch zoo aangrijpende melodieën, waarin
-telkens en telkens hetzelfde thema terugkeert, en die toch zoo oneindig rijk van uitdrukking,
-zoo vol afwisseling zijn. Ik heb ze overal en altijd met innig welgevallen beluisterd,
-en doe het ook nu, hier op den Nijl. Vooral des nachts, als het frisch en stil is
-in het ronde, en wij op het platte dak onzer kajuit nederzitten; als de rozengloed
-aan den hemel versmelt, en een voor een de groote starren verschijnen, zoo veel helderder
-en schitterender dan bij ons; als de zilveren maan boven de bergen van den Mokattam
-oprijst en met hare heldere stralen de schaduwen bijna verdrijft en den vloed tintelen
-doet, als ware hij met zilver bestrooid; als overal in het ronde eene lichte, blauwachtig-zilveren
-schemering heerscht, en de hemel als te zamen smelt met de zwevende omtrekken der
-verre bergen; als van het strand, waar de kronen der slanke palmen zacht wuiven op
-den avondwind, heerlijke geuren overwaaien; als geen ander geluid schier de heilige
-stilte stoort dan het kabbelen der golven tegen den steven en de zijden onzer bark:—dan
-vooral is het een genot te luisteren naar het halfluid gezongen lied van den stuurman,
-in zijn witten mantel gehuld, staande bij het roer. Hoor, hoe zonderling klinkt die
-toon: hij rijst en daalt langs alle trappen van den toonladder: nauw hoorbaar soms,
-lichter en doorzichtiger dan de peri met etherische vleugelen, suist de melodie door
-de stille, geurige lucht. Dartel-lachend of weemoedig tot schreiens toe, zweeft het
-lied over het sluimerende schip, over de zacht ruischende wateren, over de donkere
-oevers: het rijst, het zwelt, het daalt, altijd hetzelfde en toch altijd verscheiden.…
-Zang van den sterveling, egyptische nachten, zacht gemurmel der rivier: o, als ik
-aan u denk, dan klopt mij het hart, en rijst een traan in mijn oog.
-</p>
-<p>De reis op den Nijl heeft zeker hare ontberingen en ongemakken, waaronder vooral de
-muskieten en andere ongedierten behooren, die u soms gruwelijk plagen;—maar zij heeft
-toch ook hare eigenaardige vreugde en genietingen. Geen heirbaan, die er haalt bij
-eene kalme, statige rivier, met bloeiende, schilderachtige oevers, waarlangs ge heen
-wordt gevoerd, zonder dat ge u behoeft te vermoeien of te bewegen. Schilderachtige,
-witte dorpen, in schaduw van palmen en olmen gegroept, dagen op: naarmate wij naderen,
-verliezen zij hunne blanke reinheid, worden geel, worden zwart schier; tot zij weder
-achter ons verdwijnen en ons uit de verte groeten, even schoon en helder als straks:
-de lieve zon en de weldadige afstand doen alle vlekken en onreinheden verdwijnen.
-Overal ziet ge bij de dorpen groote vierkante duivetillen: in het ronde zijn in den
-muur een menigte droge takken gestoken, waarop de duiven in gansche scharen nederstrijken.
-Vrouwen, in lange blauwe tunika’s gekleed, en met pakken linnengoed op het hoofd,
-treden uit het dorp en richten zich naar den oever, om daar haar lijnwaad te wasschen.
-Zij naderen door eene breede laan, waar de sykomoren afwisselen met de mimosa’s, en
-die langs de ruïnen eener oude moskee heenslingert. Onder haar zijn jonge meisjes,
-die groote aarden kruiken op het hoofd dragen, om water te putten: zij dalen naar
-den oever, vullen haar antieke kruiken, heffen ze weder op haar hoofd, en beklimmen
-den hoogen oever, terwijl hare slanke gestalte zich scherp afteekent tegen de heldere
-lucht. Half naakte kinderen spelen en rollen in het zand of helpen kruiken en pakken
-aandragen, waaronder zij bijna bezwijken: zie dien kleinen knaap daar, die den steilen
-oever afdaalt, met eene waterkruik, die hij met twee handen omvat en tegen zijn borst
-klemt. ’t Is een levende schilderij: maar een schilderij, waar het landschap alles
-is: tegenover de groote lijnen, de oneindige perspectieven van dezen koninklijken
-vloed, deze breede bergen en eindelooze vlakten, zijn de figuren haast niet meer dan
-eene bijna onmerkbare stoffaadje. De in het water wasschende en spoelende vrouwen
-zijn in onze onmiddellijke nabijheid: de ondergaande zon, die nog even boven de lage
-toppen der lybische bergen toeft, beschijnt haar ten volle en omvloeit de lijnen en
-omtrekken met een gouden gloed. Sommigen, beschaamd dus door vreemden te worden bespied,
-bedekken haar aangezicht met haar kleed; anderen, minder schroomvallig of meer in
-haar arbeid verdiept, vergunnen ons een blik op haar breed voorhoofd, hare groote
-donkere oogen, haar welgevormden neus: in een woord, op haar fraai gelaat, alleen
-ontsierd door dikke lippen, een lompe kin en getatouëerde wangen. Bijna allen dragen
-een snoer van muntstukjes of koralen aan het voorhoofd, armbanden, halskettingen en
-gouden ringen om de enkels; somwijlen <span class="pageNum" id="xd31e266">[<a href="#xd31e266">60</a>]</span>zijn de zoomen van haar blauwe tunika met stalen kralen geborduurd. Een los omgeknoopte
-doek, waarin hare zwarte haren half verborgen zijn, voltooit haar eenvoudig en luchtig
-kostuum. Het onveranderlijke Oosten! Waarschijnlijk heeft reeds Mozes meermalen een
-tafereel kunnen gadeslaan, in kleur en lijnen niet veel verschillend van wat wij zagen,
-terwijl onze boot langs het fellah-dorp dreef.
-</p>
-<div class="figure p1868-060width"><img src="images/p1868-060.jpg" alt="Tempel te Denderah." width="720" height="277"><p class="figureHead">Tempel te Denderah.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>De Fellahs vormen de landbouwende bevolking, of liever de hoofdmassa der bevolking
-van Egypte. Of zij werkelijk van de oude Egyptenaars afstammen, mogen de geleerden
-uitmaken; zeker schijnt het wel, dat althans iets van het oud-egyptische bloed, hoe
-dan ook verbasterd en vermengd, nog door hunne aderen stroomt. Op dit volk staat de
-stempel der slavernij gedrukt. Niet dat zij zoo bijzonder ongelukkig of arm zouden
-zijn: neen, hunne behoeften zijn zeer weinigen, en wat de stoffelijke welvaart betreft,
-hebben de Fellahs het vergelijkenderwijs niet slechter dan de groote meerderheid onzer
-arbeiders op het land of onzer werklieden in de fabrieksteden. Ook zijn zij veeleer
-vroolijk dan zwaarmoedig van aard; bij de geboorte van een kind, bij het sluiten van
-een huwelijk, neemt het gansche dorp deel aan het feest; bij hunne fantasia’s, hun
-gezang, hunne dansen, vertoonen zij iets van de kinderlijk, ongebreidelde, dartele
-vreugde der Negers. Maar bij dit alles, wat het leven dragelijk en aangenaam maakt,
-ontbreekt hun dat eene, dat er ook waarde en beteekenis aan geeft, dat een mensch
-eigenlijk eerst tot mensch maakt: het gevoel van vrijheid en zelfstandigheid, van
-verantwoordelijkheid en onderlingen band. De Fellah is wel aan zijn hut, aan zijn
-dorp gehecht: maar Egypte is voor hem geen vaderland, dat hij lief, en waarvoor hij
-zijn goed en bloed veil heeft; geen gemeenschappelijk belang, geen hand van nationaliteit
-verbindt hem aan zijne landgenooten; hij behoort tot geene natie. Op het eerste gezicht
-schijnt dit verwonderlijk: maar als men bedenkt, welk juk reeds sedert eeuwen en eeuwen
-op den nek van dit volk heeft gewogen, dan wordt deze verstomping, deze ontzenuwing
-van geest en hart, begrijpelijk. Reeds tijdens de heerschappij der Pharao’s doemde
-de wet der kastenindeling de overgroote meerderheid des volks tot onderhoorigheid;
-later zuchtte Egypte achtereenvolgens onder den schepter der romeinsche en byzantijnsche
-Caesars en der Khaliefen, om eindelijk—diepste val van allen—door de Turken te worden
-vertreden en vermoord. Nu is er wel eenige verandering gekomen, en zijn sommige der
-ergste misbruiken afgeschaft; maar zal het volk uit zijn eeuwenlangen doodsslaap ontwaken?
-Zonder dit toch baten alle pogingen tot hervorming van boven en buiten af niets. Maar
-het is juist deze waarheid, die onze hedendaagsche hervormers en staatskunstenaars
-geregeld, of liever voorbijzien; altijd en overal, in Egypte en elders, willen zij
-de vrucht zonder den boom, den eierkoek zonder de eieren. Zal het in Egypte beter
-gelukken dan elders, om te midden eener oostersche mohammedaansche bevolking de instellingen
-en inrichtingen over te planten, die uitsluitend de vrucht der westersch-christelijke
-beschaving zijn? Het is niet te verwachten en ook niet te hopen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Tegenwind heeft onze reis vertraagd; en terwijl groote vaartuigen, met gevlochten
-stroo beladen, met volle zeilen den Nijl afzakken, wordt onze boot langzaam voortgetrokken
-langs de steile en naakte rotshellingen van den Djebel-Mahagah. De arabische bergketen
-nadert den oever en stijgt hooger; meer dan de lybische draagt zij dat karakter van
-woestheid, dat zoo scherp contrast vormt met de lachende plantages van katoen en suikerriet,
-die zich aan haar voet uitstrekken. Te midden dier velden, in schaduw der rotswanden,
-verheffen hier en daar enkele palmen, in schilderachtige groepen vereenigd, hunne
-slanke stammen en onbewegelijke bladerkronen; elders weder zijn het tamarisken, met
-bladeren, als vederen zoo zacht; of mimosa’s, tusschen wier dun gebladerte de zonnestralen
-heenglijden en wier gele bloesemtrossen een bedwelmenden geur verspreiden; of eindelijk,
-de egyptische vijgeboom: een reuzenschild van ondoordringbaar groen, rustend op een
-krachtigen stam, door de saamgevlochten armen van stevige wortels hoog uit den grond
-getild. Wij wandelen langs den oever, nu en dan eene duif schietende, <span class="pageNum" id="xd31e278">[<a href="#xd31e278">61</a>]</span>en de dorpen bezoekende, die de grenzen der woestijn naderen, en die zelfs in hun
-voorkomen iets van het woeste en onherbergzame der wildernis schijnen te hebben overgenomen.
-</p>
-<div class="figure p1868-061width"><img src="images/p1868-061.jpg" alt="Herment." width="644" height="720"><p class="figureHead">Herment.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Het gaat langzaam voort: aan zeilen is niet meer te denken; het schip wordt van het
-eene dorp naar het andere voortgetrokken door de Fellahs, die daartoe, krachtens bevel
-van den Pâsja, worden geprest. Evenwel: de reis verveelt ons niet. Aan de eene zijde
-verheffen zich de ruwe, steile rotswanden der arabische bergen; aan de overzijde,
-naar de meer verwijderde en minder steile lybische bergen, strekken zich onafzienbare
-velden met katoen en suikerriet beplant, uit, afgewisseld door dorpen en schilderachtige
-steden: Miniëh, Melauï, Manfaloet, Sioet; sommigen vlak aan den oever der rivier,
-anderen een halve mijl verder, aan den voet der eerste heuvelklingen. Geheel dit rijke
-land, met twintig dorpen, behoort aan den Onderkoning, die bij Miniëh een stoommachine
-heeft laten bouwen, om het water op te voeren en alzoo de omringende vlakte te besproeien.
-</p>
-<p>De stad Sioet, na Kaïro en Alexandrië de voornaamste des kinds, onderscheidt zich
-ook door haar voorkomen van hare naburen. Hare talrijke minarets, <span class="pageNum" id="xd31e286">[<a href="#xd31e286">62</a>]</span>hare witte huizen komen zeer goed uit tegen den grauwen achtergrond der lybische bergen.
-Een heerlijke weg, door mimosa’s beschaduwd, voert van den oever naar eene soort van
-poort, die toegang geeft tot een groot plein, rondom door kazernen ingesloten; daar
-huizen de soldaten en arnauten van den gouverneur. Vervolgens leidt eene kleine brug
-over een smallen, meestal drogen arm van den Nijl, en naar eene nauwe en steile straat,
-die tot midden in de stad voortloopt. Hier zijn de groote bazars, opgevuld met de
-voortbrengselen der inlandsche nijverheid: rijke goudborduursels voor zadels en harnassen;
-beroemd aardewerk, en fraaie pijpen. Midden in den bazar bevinden zich twee baden:
-het eene, zoo als het heet, door Cleopatra gebouwd, terwijl het andere den roem geniet
-van het best ingerichte van geheel Egypte te zijn, zelfs met inbegrip van de baden
-van Kaïro. Sioet is de hoofdstad van Opper-Egypte of Saïd; hare omstreken—een smalle
-strook, even als overal elders tusschen de bergen en den Nijl gevat—onderscheiden
-zich door buitengewone vruchtbaarheid en een zeldzaam weelderigen plantengroei. Waar
-het oog dwaalt, overal dezelfde rijkdom: velden met suikerriet, met koren, met tabak,
-met hennep, met vlas; elders boomgaarden van oranje- en granaatboomen, dadels en palmen
-en vijgeboomen; en allerwege een overvloed van bloemen, wedijverende in kleur en geur.
-</p>
-<p>Wederom wisselen bevallige dorpen en vlekken met akkers en tuinen af: schilderachtiger
-en stouter worden de oevers. De snelle bochten der rivier, die zich hier en daar bruischend
-een weg baant door de haar inklemmende bergen, leveren telkens de schoonste, de verrassendste
-gezichtspunten op. Nu eens naderen de rotsen tot bijna vlak aan den oever; straks
-weder treden zij terug en openen zich heerlijke valleien, bloeiende als een paradijs,
-waarin, afgezonderd van de wereld, het nederige fellah-dorp wegschuilt. Van tijd tot
-tijd vormt de stroom kleine inhammen en baaien: stille meren, door palmen omzoomd,
-zonder een enkele woning, zonder eenig spoor van menschelijke bedrijvigheid; zoo rustig,
-zoo kalm, dat ge hier uw leven zoudt willen slijten. Hoe heerlijk moet het hier zijn,
-als de zon verrijst in haar purperen pracht, en myriaden eenden en zwervende vogels
-haar met luide vreugdekreten begroeten. Zie, hoe zij in zwermen opvliegen uit het
-ruischende riet; hoe zij in de frissche heldere lucht wondervolle arabesken teekenen,
-hooger en steeds hooger, tot de tooverketen breekt en de verstrooide schakels verdwijnen
-in de wijde ruimte van den blauwen ether.
-</p>
-<p>Maar ge hebt geen oogen meer voor dergelijke tooneelen: een grootscher aanblik wacht
-u: wij naderen Thebe, of Tape, hoofd, hoofdstad, zooals de egyptische naam eigenlijk
-luidt. Ga voorbij Qeneh; en gij Denderah, het oude Tentyris, met uw prachtigen tempel
-uit den tijd der Ptolomeën; en gij Gamaunh, Hamandi; en gij, bloeiende akkers, heerlijke
-bosschages van den arabischen oever! De lybische bergketen prijkt in al hare pracht:
-en, ziedaar aan haar voet, Querneh, Medinet, de kolossen, het Memnonium; en aan den
-anderen oever de tempels en paleizen van Loeksor en van Karnak. Wij zijn te Thebe,
-de stad met hare honderd poorten, zoo niet de oudste, dan toch de schitterendste metropolis
-van Egypte.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div2 section">
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">IV.</h3>
-<div class="argument">
-<p class="first">Het oude Thebe.—Loeksor.—Karnak.—Medinet-Aboe.—De doodenstad.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ik heb vier weken te Thebe getoefd, en zou er gaarne maanden gebleven zijn, om de
-wonderwereld van nabij te bestudeeren, die zich hier voor mijn verbaasde blikken ontsloot.
-En toch, nu ik pogen ga, u den indruk te schetsen, dien de beschouwing dezer geheel
-eenige plek op mij gemaakt heeft, gevoel ik dat mij daartoe de woorden ontbreken.
-Het was mij toen, en is mij nog in de herinnering, als had ik omgewandeld door de
-puinhoopen eener stad van reuzen, waar alles andere verhoudingen en afmetingen had,
-dan waaraan wij gewoon zijn. Wie eenmaal de bouwvallen van het aloude Tape heeft gezien,
-vergeet dien aanblik nooit.
-</p>
-<p>Thebe, waarvan de stichting zich in den nacht der vroegste oudheid verliest, lag in
-eene wijde vlakte, ter wederzijde door de in een halven boog terugtredende bergketenen
-begrensd, en in het midden door den prachtigen Nijlstroom, die hier ongeveer 1300
-voet breed is, doorsneden. Ten tijde harer heerlijkheid besloeg zij deze gansche vlakte,
-van de arabische bergen ten oosten tot de lybische bergen ten westen; hare lengte
-van noord tot zuid bedroeg meer dan twee, hare breedte van oost tot west ongeveer
-vier uren. De roem dezer reusachtige metropolis was reeds ten tijde van Homerus tot
-de Grieken in Ionië doorgedrongen: immers de dichter van den Ilias laat zijn held
-Achilles van Thebe getuigen:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd31e297">daar zijn de huizen aan schatten rijk;
-</p>
-<p class="line">Honderd poorten heeft zij, en twee honderd gewapende mannen trekken
-</p>
-<p class="line">Uit iedere poort ten strijde, met vele paarden en wagenen.</p>
-</div>
-<p class="first">Thebe’s rijke huizen en honderd poorten zijn sinds lang verdwenen: slechts eene enkele
-reusachtige poort, ver oostwaarts heen, bij het arabische gebergte eenzaam verrijzende,
-wijst den omtrek der oude muren aan; maar de kolossale ruïnenheuvels van Karnak en
-Loeksor op den rechter, van Querneh en Medinet-Aboe op den linkeroever, zijn nog zoovele
-zwijgende getuigen van de wondervolle heerlijkheid der oude Pharaonenstad. Welk een
-panorama moet zich ontrold hebben voor het oog van den reiziger, die, voor drie of
-vierduizend jaren, uit de woestijn komende, den rand van de lybische bergketen had
-bereikt, en van de hoogte nederzag in het prachtige Nijldal, met steden en vlekken
-bezaaid, en op de heerlijke metropolis aan zijn voet. Wat aanblik, toen het oude Tape
-daar prijkte in al hare heerlijkheid, met haar tempels en paleizen, haar zuilenwouden,
-haar pylonen en obelisken, <span class="corr" id="xd31e303" title="Bron: baar">haar</span> reeksen van sphinxen en kolossen, haar onoverzienbare menigte van hooge huizen, hare
-straten en pleinen, wemelende van eene ontelbare volksmenigte! Dit alles is sedert
-eeuwen ondergegaan; en op en tusschen de half in het zand bedolven puinhoopen der
-oude prachtgebouwen <span class="pageNum" id="xd31e306">[<a href="#xd31e306">63</a>]</span>staan de leemen hutten der armelijke, door Fellahs en Arabieren bewoonde dorpen verspreid,
-wier namen den grooten naam van het onvergelijkelijke Thebe haast hebben verdrongen.
-Geen scherper contrast denkbaar bijna, dan tusschen de ellende en jammer van het heden
-en de heerlijkheid van vroeger: in deze wildernis verrees eenmaal de prachtige hoofdstad
-van een der merkwaardigste, een der vroegst beschaafde volken der oudheid! Meer dan
-eens, wanneer ik des avonds, vermoeid van mijne omzwervingen door deze ruïnenwereld,
-naar ons schip was teruggekeerd, en op het dak der hooge kajuit nederzat; wanneer
-dan de maan boven het arabische gebergte verrees en de wijde vlakte, waar de puinen
-van Thebe sluimeren, met haar wonderlijk, fantastisch licht overgoot; wanneer dan
-mijne blikken in de schemering nogmaals omdwaalden tusschen die zuilenhallen en pylonen,
-die obelisken en kolossen, zoo geheimzinnig, zoo spookachtig schier, oprijzende te
-midden van boomgroepen en verspreide hutten;—meer dan eens, was het mij dan, als zweefden
-over die vlakte de groote schimmen der helden en heerschers van den voortijd, van
-Sethos, en Ramses, en Sesostris, en Amenhotep, en Menephta, die allen eens de wereld
-huns tijds met het gerucht hunner daden hebben vervuld, en hier, in de groote godsstad,
-de heilige stad van Amun-Ra, de onverwoestbare gedenkteekenen hunner grootheid en
-majesteit hebben achtergelaten.
-</p>
-<p>Wilt ge met mij een blik, zij het ook een vluchtigen blik, op die gedenkteekenen werpen?
-Beginnen wij met Loeksor, het zuidelijkste punt van het oude Thebe, op den rechter
-of arabischen oever. Dicht aan de rivier verheffen zich, tusschen de palmen en de
-armelijke hutten van het dorp, de indrukwekkende ruïnen van een aan Amun-Ra gewijden
-tempel, tevens, als meest, koninklijken burcht. De hoofdingang van dit tempelpaleis
-is niet, als anders bijna altijd, naar den Nijl, maar naar het noorden gekeerd. Door
-eene laan of straat van sphinxen, waarvan evenwel slechts enkelen overig zijn, bereikt
-men de trotsche poort, voor welker hooge pylonen<a class="noteRef" id="xd31e310src" href="#xd31e310">2</a> een prachtige, vijf-en-zeventig voet hooge obelisk van rozenrood graniet, en vier
-zittende kolossale beelden zijn geplaatst. De tegenhanger dezer heerlijk obelisk staat
-tegenwoordig op de Place de la Concorde te Parijs. Zijt ge de eerste pylonenpoort
-doorgegaan, dan bereikt ge een door dubbele zuilenrijen omgeven voorhof; en vervolgens,
-door een smalleren zuilengang, wederom een pylonenpoort, waarop dan de overige deelen
-van het tempelgebouw, de voorhof, de zuilenhal en de binnenzalen en vertrekken, volgen.
-Deze laatste gebouwen vormden oorspronkelijk het eigenlijke heiligdom: zij werden
-gesticht door Koning Amenhotep (Amenophis) III, van de achttiende dynastie, die omstreeks
-1500 voor Chr. regeerde. Nog staat, in <span class="corr" id="xd31e313" title="Bron: hieroglyphenschrift">hiëroglyphenschrift</span>, op de architraven te lezen, dat de Koning, de Heer der gerechtigheid, de Zoon der
-Zon, Amenhotep, dezen tempel ter eere van zijnen vader, den goddelijken Amun-Ra, heeft
-gebouwd. De eerste voorhal met de groote pylonen, de beide obelisken en de vier kolossen,
-is van later dagteekening; als haar stichter wordt de groote Ramses (Sesostris) genoemd:
-„Ramses, de Heer der wereld, de Koning-zon, de Wachter der waarheid, de Uitverkoorne
-van Phra, heeft dit gebouw voltooid ter eere zijns vaders Amun-Ra, en heeft hem deze
-twee groote obelisken van steen opgericht voor het Ramesseum, de stad van Amun.”
-</p>
-<p>Toen de tempelburcht van Loeksor nog ongeschonden was, en met zijn kolossale pylonen,
-zijne heerlijke obelisken en reuzenbeelden, zijne zuilenrijen en hoven prijkte, voerde
-van den hoofdingang een breede heirbaan naar een ander, nog grooter en prachtiger
-heiligdom, waarvan de puinhoopen thans het dorp Karnak dragen. Die heirbaan was misschien
-zonder wedergade op de wereld. Ter wederzijde van de breede straat, op onderlingen
-afstand van tien voet, lagen op hooge voetstukken, niet minder dan zeshonderd kolossale
-sphinxen als wachters van den weg tusschen de beide heiligdommen. Hoe moet deze prachtige
-allée er hebben uitgezien, als de groote processie van Amun daarlangs heen voorttrok!
-Van deze sphinxen-allée zijn nu nog maar weinig sporen over: wij wandelen voort, te
-midden van half begraven puinen en steenen, over het groene veld. Ter linkerhand golft
-de breede Nijl; en welhaast vertoonen zich voor ons oog de reusachtige bouwvallen
-van den tempelburcht van Karnak. Groote pylonen, door Ramses II Meïamun (geliefde
-van Amun) gebouwd, vormen den ingang tot een ruimen binnenhof, eens van alle zijden
-door hallen omgeven, wier zoldering op zeventig voet hooge zuilen, allen uit één stuk
-gehouwen, rustte. Tegenwoordig liggen zij allen omgestort ter aarde, eene enkele uitgezonderd,
-die de doodenwacht op dit slagveld houdt. Door eene tweede poort bereikt ge, langs
-eenige trappen, de groote zuilenhal, een der wonderen der egyptische bouwkunst. Een
-woud van zuilen, in den vollen zin des woords: en welke zuilen! De zaal heeft eene
-lengte van 164, en eene breedte van 320 voet; het steenen dak rust op honderd vier
-en dertig zuilen. De middelste doorgang wordt gevormd door twaalf reusachtige zuilen,
-die een omvang hebben van 36 voet en eene hoogte van 70 voet; de andere zuilen zijn
-40 voet hoog en hebben een omvang van 27 voet. Het middengedeelte der hal is alzoo
-aanmerkelijk hooger dan de zijschepen; de muren, die dit hoogere dak dragen, zijn
-met openingen voorzien, waardoor het licht in de ontzaglijke zaal valt. Doch wat zeggen
-deze cijfers? Geen woorden zijn in staat, den overweldigenden indruk te beschrijven,
-dien de aanblik dezer zuilenhal op den aanschouwer maakt. Half verbijsterd bijna doolt
-ge om door dit woud van zuilen—inderdaad, ik weet geen beter woord,—waar u aan alle
-zijden, aan de wanden en de pilaren, de in half verheven beeldwerk uitgehouwen en
-met schitterende kleuren bemaalde beelden van goden en koningen, in bonte mengeling
-omgeven; en de grillige hiëroglyphen u alom tergend geheimzinnig aanstaren. Eene derde
-kolossale poort leidt naar een smallen binnenhof, waar twee heerlijke obelisken verrijzen
-voor eene vierde pylonenpoort, die eerst den eigenlijken ingang vormt tot <span class="pageNum" id="xd31e318">[<a href="#xd31e318">64</a>]</span>de binnenhoven en zalen van het paleis. Galerijen en zuilenhallen, pylonen, obelisken
-en kolonnaden volgen dan elkander op, tot schier aan den voet van het gebergte; maar
-al deze heerlijkheid is haast niet meer dan eene wilde puinmassa. In treurige gepeinzen
-verdiept, wandelt ge voort over de groene, hobbelige vlakte, bezaaid met overblijfselen
-van sphinxen, brokken van zuilen en kapiteelen; te midden van nog half bewaard gebleven
-resten van tempels en hallen en pylonen. De tempelburcht van Karnak was eens het groote
-nationale heiligdom, aan Amun-Ra, den koning der Goden, gewijd; hier troonden eens,
-in al hunne heerlijkheid, de Pharao’s van de achttiende en negentiende dynastie, onder
-wier regeering het egyptische rijk ten toppunt van zijn macht en luister steeg. Wat
-is daarvan overgebleven? Een puinhoop, niets meer.—Verder noordwaarts hadden de Ptolomeën
-geheele lanen van sphinxen, kolossen en uitgestrekte propylaeën gebouwd: van dit alles
-is niets meer over dan een kolossale pyloon, met heerlijk beeldhouwwerk versierd.
-Naar het zuiden, dicht bij den Nijl, liggen de indrukwekkende puinhoopen van den tempel
-aan den god Chonsu gewijd: welke tempel oudtijds door vier pylonen en eene dubbele
-rij van sphinxen met de groote zuilenhal van Karnak was verbonden.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p1868-064width"><img src="images/p1868-064.jpg" alt="Ezeldrijver." width="390" height="720"><p class="figureHead">Ezeldrijver.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Loeksor en Karnak zijn evenwel slechts de helft van het oude Thebe: aan de overzijde
-der rivier hebben de oude heerschers niet minder grootsche monumenten achtergelaten.
-De ruïnenheuvel van Medinet-Aboe bevat de overblijfselen van het paleis van Ramses
-III; wederom eene opeenvolging van pylonen, zuilenhallen en zalen, overal met beeldwerk
-en hiëroglyphen bedekt. Vermoeid van het dolen door deze verwoeste hoven en kolonnaden,
-rust uw oog met welgevallen op een kleiner gebouw, twee verdiepingen hoog, met door
-karyatiden gedragen balkons versierd: naar men gist, het paleis der vrouwen van Koning
-Ramses.
-</p>
-<p>Op korten afstand van Medinet-Aboe ziet ge een bosschage van acacia’s, waar de bodem
-overal met puinen van graniet, marmer en zandsteen, met overblijfselen van zuilen
-en kapiteelen, is bezaaid. Aan den rand van dit boschje verheffen zich twee zittende
-kolossen, zestig voet hoog: de twee zoogenoemde Memnonsbeelden, waarvan het eene het
-zingende beeld heet. Als de zon des morgens boven de arabische bergen verrijst en
-hare eerste stralen het beeld treffen, dan placht dit, niet altijd maar somwijlen,
-een klagend geluid te laten hooren. Een aantal opschriften, in het grieksch en latijn,
-allen dagteekenende uit den tijd der romeinsche keizers van Nero tot Septimus Severus,
-leggen getuigenis af van dit wonderbare gezang. Ook oude schrijvers, van vroegeren
-tijd, verhalen van dit zingende beeld. Later schijnt Memnon zijne stem verloren te
-hebben. Toch is het, tegenover zoo vele en zoo ernstige getuigen, moeielijk de waarheid
-van het feit te loochenen. Dan rijst de vraag: van waar kwam dat geluid? De Grieken,
-wier dichterlijke fantazie hen nooit verlegen liet, hadden een antwoord gereed. Memnon,
-zoon van Tithon en van Eos (de dageraad), was koning der Ethiopiërs. Toen zijn zwager,
-koning Priamus van Troje, met de Grieken streed, zond hij tot Memnon om hulp, en bood
-hem tevens, tot ondersteuning van dat verzoek, een gouden wijnstok ten geschenke.
-Memnon, de schoone, heldhaftige jongeling, trok op naar Troje, verrichtte daar groote
-daden, verwondde zelfs den geduchten Achilles: maar werd in het einde door dezen gedood.
-Zijne ontroostbare moeder bad Zeus, haren zoon te eeren, zooals nog geen held was
-vereerd geworden: en Zeus schiep uit de verbrande asch de gevallene zwarte <span class="corr" id="xd31e326" title="Bron: havikken">haviken</span>, die iederen herfst naar Memnons graf terugkeeren, en daar, met elkander strijdend,
-lijkspelen voor den held vieren. De stemme van den betreurden zoon echter werd door
-de bedroefde moeder aan het beeld gegeven, hem in zijn vaderland opgericht. En wanneer
-nu, des morgens, de rozenvingerige Eos aan den hemel verschijnt, dan begroet haar,
-uit het granieten beeld, de liefelijke stemme des zoons; en dan besproeit zij den
-kouden steen met hare tranen, nog altijd om den vroegen dood van den heerlijken jongeling
-geschreid.—Onze geleerden <span class="pageNum" id="xd31e329">[<a href="#xd31e329">65</a>]</span>met deze uitlegging niet tevreden, verwierpen de liefelijke sage, en gingen den steen
-en hare bestanddeelen onderzoeken, om te ontdekken of daarin ook de verklaring was
-te vinden dier zonderlinge uitwerking van het eerste morgenlicht. En nu komen zij
-ons vertellen, dat deze soort van steen, bij den plotselingen overgang van de vochtige
-nachtlucht tot de zonnehitte van den dag, krimpt en kraakt en alzoo zeker geluid geeft:
-en dat knappen en kraken zou dan Memnons gezang, de morgengroete aan zijne moeder,
-zijn! Vindt ge niet, dat wij, zoo we al in zoogenaamde positieve wetenschap het van
-de Grieken winnen, in gevoel en fantazie ontzaglijk bij hen achterstaan? Wel, wel,
-terwijl ik hier door de puinen van Tape omdool, geef ik aan de roerende sage van den
-jong gesneuvelden held verre de voorkeur boven uwe alledaagsche verklaringen, man
-der doode wetenschap. Zingt niet deze gansche ruïnenwereld een klaagzang, iederen
-nieuwen dageraad? een klaag- en treurzang aan de zonne, die haar eens zag in al hare
-heerlijkheid en nu opgaat over haar somber graf?—Overigens heeft Memnon met deze beelden
-niets gemeens: de kolossen, die voor ruim 3500 jaren werden opgericht, stellen koning
-Amenhotep III en zijne gemalin voor.
-</p>
-<div class="figure floatRight p1868-065width"><img src="images/p1868-065.jpg" alt="Eene almeh." width="402" height="720"><p class="figureHead">Eene almeh.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Noordwaarts van dit acacia-boschje liggen de uitgestrekte puinhoopen van den kolossalen
-graftempel van Ramses II (Sesostris), vroeger bekend onder den naam van het graf van
-Osymandyas. Wederom hier, als elders, eene opeenvolging van pylonen, kolossen, zuilenrijen
-en kolonnaden, sphinxen en muren. Verder op, nog meer noordwaarts, verheffen zich
-de bouwvallen van het paleis van Goernah, door Sethos, den vader van den grooten Ramses,
-gebouwd: wat omvang betreft, een der kleinste, maar uit het oogpunt der kunst een
-der belangrijkste overblijfselen van de egyptische architektuur.
-</p>
-<p>Al deze monumenten liggen in de wijde vlakte verspreid, die door het lybische gebergte
-wordt afgesloten. Maar dat gebergte zelf bevat nog een andere reeks monumenten: over
-eene uitgestrektheid van ongeveer twee uren gaans is hier de kalksteenrots, tot op
-de hoogte van 300 voet, in alle richtingen doorgraven en tot grafkelders ingericht.
-Steile en moeielijk begaanbare voetpaden voeren tot de meer of minder ruime ingangen,
-en van daar naar lange corridors met kamers en zalen en nevengangen, die elkander
-op allerlei wijze kruisen en door den ganschen berg loopen. Dit is de groote doodenstad
-van het machtige Thebe: eeuwen achtereen werden hier duizenden bij duizenden ter ruste
-gelegd in hunne rotsgraven, om er ongestoord te sluimeren tot de ziel hare lange omzwerving
-van drieduizend jaren door alle levensvormen zou hebben volbracht, en weder van haar
-welbewaard lichaam bezit zou komen nemen. Tallooze mummiën zijn reeds uit deze wereld
-van graven te voorschijn gehaald, en nog sluimeren er gewis ontelbare geslachten den
-vasten slaap des doods. In een zijdal, door naakte rotsen ingesloten en waar zelfs
-geen grashalm het oog verkwikt, vindt men de graven van bijna alle koningen uit de
-19<sup>e</sup> en 20<sup>e</sup> dynastiën: dit dal draagt nog den naam van Bab-el-Moluk (poorten der koningen). Tot
-dusver heeft, men zestien dezer koningsgraven geopend, waaronder die van Sethos, van
-Ramses III en Ramses V. De inrichting dezer graven is steeds dezelfde: een lage, nauwe
-ingang voert in een langen, hoogen gang, waarvan de wanden en het gewelf met schilderwerk
-zijn bedekt; hier en daar zijn in de zijwanden kleine vertrekken aangebracht; eindelijk
-komt men in de hooge gewelfde zuilenhal, wier wanden in den regel met schilderwerk
-op gouden grond prijken, waarom zij ook den naam van gouden zaal voerde. Deze zaal
-was bestemd voor de koninklijke sarkophaag, die, zes tot tien voet hoog, in het midden
-stond. Zoodra een Pharao de regeering aanvaardde, liet hij een aanvang met den bouw
-van zijn grafkelder maken; was dan de zaal voltooid, en gevoelde de koning zich nog
-in het volle bezit van kracht en gezondheid, dan werden nieuwe gangen en nevenvertrekken,
-altijd verder den berg in, uitgehouwen, tot andermaal eene groote zuilenhal werd aangelegd,
-nog ruimer en prachtiger dan de eerste. Was er dan nog tijd, dan werden nevens deze
-halle wederom zij vertrekken uitgebouwd, tot bijzondere offerplechtigheden <span class="pageNum" id="xd31e344">[<a href="#xd31e344">66</a>]</span>voor den doode bestemd; tot eindelijk voor den Pharao de laatste ure sloeg, en het
-koninklijk lijk, na gedurende zeventig dagen te zijn gebalsemd, in de sarkophaag werd
-nedergelegd. Deze werd dan zoo kunstig gesloten, dan de lijkenroovers van later tijd
-immer de granieten kist moesten stuk slaan, daar het onmogelijk was het deksel weg
-te nemen.
-</p>
-<p>Dagen achtereen heb ik door deze doodenstad rondgedwaald, vaak niet zonder moeite
-en gevaar; en hoe gaarne zou ik u medenemen op deze tochten door die graven, die ons
-zoo trouw het beeld van het oud-egyptische leven, in bijna al zijne vormen, hebben
-bewaard. Immers, niet alleen de koningsgraven, ook de anderen zijn bedekt met schilderwerk,
-nog in onverzwakte kleurenpracht prijkende, en eene schier geheel volledige voorstelling
-gevende niet alleen van de krijgstochten en overwinningen der koningen en de ceremoniën
-der eeredienst, maar ook van het maatschappelijk en huiselijk leven der gewone burgers,
-in alle standen der maatschappij. Juist daarom leveren deze egyptische graven zoo
-onschatbare bronnen voor de studie van deze oude, geheimzinnige wereld, van wier geschiedenis
-wij zoo weinig weten, maar wier karakter en physionomie ons toch, niet enkel in hoofdtrekken
-maar tot in menige bijzonderheid, juist door deze kunstwerken wordt geopenbaard. Hoe
-gaarne zou ik u hier rondvoeren, en u beurtelings den Pharao aan zijn hof, den priester
-in zijn tempel, den krijgsman in het veld, den burger in zijn huis en zijne werkplaats,
-den landman op zijn akker, doen aanschouwen: maar de ruimte ontbreekt mij daar toe.
-Een boekdeel bijna zou er noodig zijn, om u deze zoolang ondergegane, ons zoo geheel
-vreemde maatschappij, in duidelijke, aanschouwelijke trekken af te malen: eene onvolledige
-schilderij zou slechts verwarring stichten, niet uwe kennis vermeerderen. En dan—misschien
-doolden wij reeds te lang te midden dezer graven en puinhoopen rond: zij behooren
-toch tot een dood, een onherroepelijk vervlogen verleden, en niet allen boezemt dat
-verleden belangstelling in. Zoo zij het dan voor ditmaal genoeg: keeren wij tot het
-heden terug. In vergelijking met het verleden, is dat heden treurig en arm en ellendig:
-maar, in de schatting van zeer vele lieden, geldt ook hier de oude spreuk: een levende
-hond is beter dan een doode leeuw.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div2 section">
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">V.</h3>
-<div class="argument">
-<p class="first">Eene bruiloft te Loeksor.—De almehs.—De watervallen.—Philae.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Op zekeren dag dat ik van eene wandeling door het dal der Koningsgraven terugkwam,
-en zwijgende den Nijl overstak om naar Loeksor terug te keeren, werd ik eensklaps
-uit mijne mijmering gewekt door een luid gerucht van muziekinstrumenten en gezang.
-Mahmoed, een onzer matrozen, ging trouwen en vierde zijn bruiloft.
-</p>
-<p>Voor de woning der bruid was eene groote tent opgeslagen, waar reeds sedert twee dagen
-de vrienden waren bijeengekomen: voor ons was eene bijzondere estrade ingericht, met
-kussens en tapijten belegd. Het was Vrijdag, dat wil zeggen Zondag voor de Mohammedanen.
-Toen het uur des gebeds gekomen was, begaf de bruidegom, gevolgd door al de genoodigden,
-zich naar de moskee: dadelijk na zijn terugkomst begon het feestmaal. Alle schotels
-werden ons aangeboden: maar, ondanks onze welgemeende begeerte om Mahmoed geen verdriet
-aan te doen, was het ons onmogelijk van de meesten te proeven; al de vriendinnetjes
-der bruid waren bij het bereiden dezer schotels behulpzaam geweest, en in hare vreugde
-hadden zij waarschijnlijk de regelen der kookkunst vergeten: althans de spijzen waren
-voor ons volkomen ongenietbaar.
-</p>
-<p>Des avonds hielden de genoodigden een optocht door het vlek, waarbij zich gaandeweg
-al de leegloopers aansloten; mannen met lantaarns liepen nevens ons. Bij onze terugkomst
-wachtte ons eene volledige illuminatie: toortsen en fakkels schitterden allerwege;
-een rijke buurman had een dier prachtige oostersche kandelabres geleend: getakte ijzeren
-boomen met geslepen glazen buizen, die het licht honderdvoudig weerkaatsen. Het was
-een heerlijk gezicht: de weerspiegeling van het licht op de gebronsde aangezichten,
-de veelkleurig tarboesjes, tulbanden, gordels en mantels dier saamgegroepte menigte.—Mahmoed
-was alleen het vertrek binnengetreden, waar hem zijne bruid en hare naaste verwanten
-wachtten; hij trad eindelijk naar buiten, vergezeld van eenige vrouwen; plaatste zich
-tegen den muur der woning, en ontving de gelukwenschen der genoodigden, die in eene
-rij langs hem heen gingen en hem eenig zilvergeld in de hand drukten. Inmiddels weergalmde
-van alle kanten gezang en gejuich, afgewisseld met geweer- en pistoolschoten. Toen
-de optocht gedaan was, ging Mahmoed weer naar binnen, maar kwam bijna onmiddellijk
-naar buiten, met zijn bruid—een kind van nog geen twaalf jaar—in zijne armen. Gevolgd
-door de vrouwen en, op eenigen afstand, door de mannen, begaf hij zich naar den oever
-van den Nijl, nam een weinig van het water der rivier in zijn mond en blies dat in
-den mond zijner bruid. Daarmede was de plechtigheid afgeloopen. Niemand geleidde de
-jong getrouwden naar de echtelijke woning.
-</p>
-<p>Men weet in Egypte niets van een burgerlijken stand. Zijn de bruidegom en de ouders
-van het meisje het eens, is de som, die de man moet betalen (de bruid brengt geene
-huwelijksgift mede) vastgesteld, dan wordt het huwelijk voltrokken, voor twee getuigen;
-somwijlen wordt de kadi daarvan verwittigd, maar dat wordt zeer dikwijls nagelaten.
-Bij eene dergelijke verbintenis, waar iedere waarborg ontbreekt, is de vrouw weinig
-meer dan eene gekochte slavin; wanneer zij den man niet langer bevalt, zendt hij haar
-naar hare ouders of verwanten terug; zij zelve kan slechts in een enkel geval echtscheiding
-vorderen. Van de geboorte der kinderen wordt nooit aanteekening gehouden; een gevolg
-daarvan is, dat kindermoord niet zeldzaam is; somwijlen worden zij, in hunne eerste
-jeugd, omgebracht door eene der mededingsters van hunne moeder. Het is toch onder
-de matrozen der Nijlschepen eene vrij algemeene gewoonte, om op verschillende plaatsen,
-b.v. te Kaïro en te Assoean, eene vrouw te huwen. Naar gelang zijne zaken dat toelaten,
-gaat de echtgenoot nu eens een maand bij deze, dan weder bij de <span class="pageNum" id="xd31e356">[<a href="#xd31e356">67</a>]</span>andere doorbrengen: hij brengt eenige piasters, een paar stukken blauw katoen en andere
-snuisterijen mede, die de vrouw, na zijn vertrek, verkoopt. In ruil daarvoor ontvangt
-zij dan granen en andere vruchten des lands, en onderhoudt aldus den handel der andere
-echtgenoote. De veelwijverij, aldus opgevat, is eene winstgevende zaak: toch kwijnt
-zij dagelijks meer, en niet alleen onder de armen, maar ook onder de meer gegoeden,
-die veelal slechts ééne wettige vrouw te gelijk hebben.
-</p>
-<p>Wij hebben Thebe verlaten en vervolgen onze reis naar het zuiden, te midden van welige
-akkers en plantages. Daar ligt Erment, het oude Hermonthis, met zijne schoone ruïnen,
-half achter een boschje van sykomoren en mimosa’s verscholen. Vier heerlijke antieke
-zuilen vormen den ingang tot een kleinen tempel, uit den tijd der Ptolomeën, en vooral
-merkwaardig om zijn beeldwerk, ter verheerlijking der geboorte van een zoon van Caesar
-en Cleopatra.—Wederom akkers en velden, tuinen en boomgaarden, met de bergen in het
-verschiet, tot de witte huizen van Esneh zich langs den oever scharen. Esneh is de
-stad der <i>almehs</i>. Zij bewonen verschillende huizen, dicht bij de rivier; onze drogman stelde voor,
-ons naar het beste etablissement te geleiden. Wij namen zijn aanbod aan, en werden
-nu naar eene vrij smerige en armoedige hut gevoerd: in het midden eener groote kamer
-zaten de danseressen, allen van vrij alledaagsche schoonheid, maar jong en welgemaakt.
-De hoop op buitengewone ontvangst had haar bewogen, groote zorg aan haar toilet te
-besteden. Ik zie nog hare zeer lage en korte vesten, hare wijde zijden pantalons,
-om de heupen door schitterende gordels opgehouden; haar half doorzichtige gazen tunika’s;
-hier bloote voeten, daar gele of roode pantoffels; halskettingen en armbanden, en
-op het voorhoofd, kleine munten; eindelijk, achter op het hoofd, zijden doeken, los
-omgeworpen. De dans, die met eene reeks van bevallige standen aanving, ging weldra
-tot de meest hartstochtelijke bewegingen over, waarbij het bovenlijf onbewegelijk
-bleef. Na een poos dit tooneel te hebben aangezien, verwijderden wij ons en lieten
-olijven, liqueur en een aantal talaris (kleine muntstukken) uitdeelen, waarvoor ons
-op de hartelijkste wijze dank werd gezegd. De almehs hebben maar zelden dergelijke
-buitenkansjes, de inboorlingen zijn te arm om hare talenten te betalen; zeer bedreven
-in fraaie plastische standen, zijn zij zelven ongeschikt voor iederen arbeid en moeten
-tot allerlei kunstmiddelen hare toevlucht nemen om te kunnen leven. Zij brengen haar
-tijd door met rooken en met het drinken van <i>aquavite</i>—eene soort van anisette—en van koffie. De bezwaren aan dergelijke levenswijze verbonden,
-hebben het getal der almehs, die ten tijde der Mammelukken nog geheel Egypte als overstroomden,
-zeer doen verminderen. Hare laatste wijkplaats is Esneh, dat wellicht ook haar geboorteland
-was; waardige zusters der bayadèren van Indië en der priesteressen van Mylitta en
-Astarte, hebben de almehs in vroeger eeuwen gedanst voor de altaren van Neith, de
-schutsgodin van Esneh, de moeder, echtgenoote en dochter van Amun-Ra. Nog ziet men,
-midden in de stad, aan den voet eener helling met mummiënkisten en andere overblijfselen
-bezaaid, den schoonen voorhof van een tempel van Neith, tegenwoordig een korenmagazijn.
-Ten tijde der Romeinen, op de puinhoopen van een zeer oud gebouw gesticht, verraden
-de slechte beeldwerken des tempels het verval der kunst; maar de ernstig-schoone lijnen
-der architraven, de grootsche afmetingen der vier-en-twintig hooge zuilen, maken hem
-toch waardig nevens de wonderen van Karnak en Medinet-Aboe te worden gesteld.
-</p>
-<p>Zonder ons op te houden, varen wij voorbij de indrukwekkende pylonen en welbewaarde
-tempelruïne van Edfoe, want onze wensch om Assoean en de watervallen te zien drijft
-ons met haast voort. De wind is gunstig; de Nijl vernauwt zijn bedding en bruist voort
-tusschen steile rotswanden, wier spleten en kloven met armelijke struiken zijn begroeid.
-Deze struiken wemelden van kleine vogels, die als vruchten aan de takken schenen te
-hangen. Door onze boot opgeschrikt, verhieven zij zich in de lucht, daarbij een geruisch
-makende als met kracht uitgedreven stoom. Zij waren zoo talrijk, dat zij letterlijk
-een oogenblik den hemel aan onze blikken onttrokken; eenige geweerschoten deden er
-honderden in den Nijl nedertuimelen. Onze kok haastte zich er zooveel mogelijk van
-op te visschen, en onthaalde ons op een zeer smakelijk gebraad.—Maar andere merkwaardigheden
-vorderen weldra onze aandacht. Hier is de Djebel-Selseleh, oudtijds Silcilis, met
-zijne groote steengroeven, waaruit de tallooze schare der kolossen en obelisken is
-voortgekomen, die Thebe en al de steden van Opper-Egypte versierden. Deze beroemde
-steengroeven zijn, bij wijze van zalen en galerijen, in de rotsen uitgehouwen; de
-wanden zijn overal met beeldwerk en opschriften bedekt; nog worden hier eene menigte
-overblijfselen en half voltooide werken aangetroffen, als hadden de beeldhouwers zoo
-pas hunnen arbeid gestaakt. In de onmiddellijke nabijheid van den oever verheft zich
-eene groote rots, van zeer eigenaardigen vorm: naar men zegt, werden aan deze rots
-en aan eene andere, even zoo vooruitspringende, op den tegenoverliggenden oever, de
-ketens vastgemaakt, die de rivier moesten afsluiten en het land verdedigen tegen de
-invallen der ethiopische stammen. Onze tijd, die alles beter weten wil dan de ooggetuigen
-der oudheid, heeft deze ketens voor eene fabel verklaard en den oorsprong van het
-verhaal gezocht in den arabischen naam van den berg: Djebel-Selseleh, Kettingberg.
-Zou het omgekeerde evenwel niet waarschijnlijker zijn? en is het denkbeeld, om den
-nauwen ingang van het Nijldal op deze wijze af te sluiten, vooral in de oudheid, zoo
-onnatuurlijk?
-</p>
-<p>Wij varen voort. In het licht der volle maan vertoont zich aan ons oog, hoog boven
-de rivier, de groote tempelruïne van Kom-Ombos, half onder het zand bedolven. Een
-kleinere tempel, dichter aan den oever, is door den stroom weggespoeld. Wij kunnen
-niet verder voortgaan, maar zien ons verplicht den dag af te wachten nabij het fraaie
-dorp Elganeh, half weggedoken achter palmen en mimosa’s, wier takken zich over het
-water heenbuigen. Nog een dag en een nacht, en wij zijn te Assoean; de ons vijandige
-wind, de veelvuldige rotsen en de snelvlietende stroom <span class="pageNum" id="xd31e367">[<a href="#xd31e367">68</a>]</span>vertragen gelijkelijk onze reis. Tusschen de stille dorpen, aan den voet der rotsen
-en aan den zoom der rustige inhammen schuilende, varen wij met moeite en voorzichtigheid
-voort, te midden van groote steenklompen, voorloopers der katarakten en kolken. Een
-groenende, bloeiende gordel van eilanden omvat den stroom: ter rechterzijde ligt het
-groene Elephantine, met bijna onzichtbare ruïnen bedekt: het fabelland dier ichthyophagen
-(vischeters), die Kabuya (Cambyses) als gezanten naar Ethiopië zond. Eindelijk den
-onstuimigen stroom dwars overstekende, varen wij het kanaal binnen dat naar de haven
-voert van Assoean, het antieke Syene, de stad der watervallen.
-</p>
-<p>Den 4<sup>den</sup> Juni, des morgens ten tien ure, zouden wij den engen doorgang der katarakten passeeren.
-Daar wachtten ons eene menigte helpers, meest jonge lieden, onder het bevel van een
-ouden <i>reis</i>, met een langen witten baard; een man, even kalm te midden der bruisende draaikolken
-van den Nijl, als een onzer schippers tusschen twee sluizen. De jonge lieden zijn
-allen Nubiërs:—krachtige, gespierde en meest beeldschoone figuren, geheel naakt; hunne
-zwartachtig bronzen huid ziet er uit als een dof krip, over eene purperachtige stof
-gespannen. Onder luid gejubel en geschreeuw zetten zij zich aan het werk. Groote granietblokken,
-door het water overspat, bedekken bijna de geheele breedte der rivier: het schijnen
-versteende buffels, in allerlei houdingen te midden der golven neergehurkt. Onze Nubiërs
-springen en klauteren er op, bevestigen sterke touwen en kabels aan de uitstekende
-rotspunten, en trekken zoo ons vaartuig voort, dat anderen, al zwemmende, deels duwen,
-deels dragen. Zoo ging het langzaam voort; en de avond begon te vallen, toen wij nog
-slechts de eerste katarakt waren doorgeworsteld; en wij moesten voor den nacht ons
-vaartuig stevig vastmeeren, opdat het niet door de bruisende en schuimende wateren
-zou worden weggevoerd. De Nubiërs wenschten ons geluk met den aanvankelijken goeden
-uitslag en juichten: Allah is groot!—wat in dit geval zeggen wilde: Goede Franken,
-geeft ons iets! Toen zij hun baksjies—trouwens welverdiend—ontvangen hadden, keerden
-zij naar hunne woningen om te slapen. Ik gevoelde daartoe geen lust, maar beklom een
-der hooge rotsen, en wierp een blik op den wilden chaos rondom mij. De maan, haar
-fantastisch licht over het wonderlijke landschap uitgietende, gaf aan de reusachtige
-grillige steenmassa’s haast menschelijke vormen. Het zijn geen granietblokken meer:
-zie, met de voeten aan den harden bodem geketend, door de kokende golven ombruist,
-rust daar in de wateren een geheel geslacht van Titanen, dezelfden wel die, de sphinxen
-uithouwende in de rotsen, zoo als een herder een beeldje snijdt uit een wilgentak,
-en met eene hand de obelisken in evenwicht zettende, de paleizen van Karnak hebben
-gebouwd en de bergwanden in tempelgrotten herschapen.
-</p>
-<div class="figure p1868-068width"><img src="images/p1868-068.jpg" alt="Medinet-Aboe.—Paleis van Ramses III." width="720" height="375"><p class="figureHead">Medinet-Aboe.—Paleis van Ramses III.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Met het krieken van den dag keeren de Nubiërs terug om den arbeid te hervatten; en
-eindelijk, tegen drie uren na den middag, ligt onze bark rustig voor anker boven de
-drie katarakten, die wij nog hadden door te varen. De laatste, el-Kebir, waar de rivier
-het nauwst en de klippen het menigvuldigst zijn, was de lastigste. Twee honderd jonge
-mannen ongeveer, op de rotsen en klippen langs en in den stroom verspreid, hielden
-de touwen en trokken ons met alle kracht voort: wij hadden dan ook te doen met een
-verval van anderhalf el. Het was letterlijk de beklimming van een waterheuvel. Zoo
-als men ziet, hebben de katarakten van den Nijl niets gemeen met de watervallen van
-den Niagara of van Schaffhausen: zij worden gevormd door een reeks rotsige dammen
-of klippen en snelle stroomingen en kolken, niet ongelijk aan gebogen spiegels; de
-nauw ingesloten rivier schiet, met duizelende vaart, <span class="pageNum" id="xd31e381">[<a href="#xd31e381">70</a>]</span>bruisend en wielend, over en tusschen de rotsen en klippen heen. Toch zijn deze katarakten
-inderdaad gevaarlijk: en er wordt groote behendigheid en niet minder groote kracht
-gevorderd, om het vaartuig zonder ongeval over de watervallen te brengen. Er is dan
-ook een bijzondere <i>reis</i> (hoofd) der katarakten, op wiens kunde, moed en ervaring men zich veilig verlaten
-kan: het was de kloeke grijsaard, die onze flinke jongelieden bestuurde en aanvoerde.
-</p>
-<div class="figure p1868-069width"><img src="images/p1868-069.jpg" alt="De kleine Isistempel op Philae." width="720" height="486"><p class="figureHead">De kleine Isistempel op Philae.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Vóór ons, als twee groene bouquetten, verrijzen uit den stroom de beide eilanden Philae
-en Beghiëh. Dit laatste, omzoomd van groote, met hiëroglyphen bedekte steenklompen,
-ligt aan den lybischen oever; het andere, vrij wat schooner en vooral van meer gewicht,
-roemt op zijne prachtige ruïnen, door een bevalligen tempel gekroond. Philae is inderdaad
-een toovereiland; wie hier den voet zet, voelt, al ware het maar voor enkele oogenblikken,
-den wensch in zich opkomen, om hier ook zijn leven te slijten: de zuivere lucht, het
-heerlijke groen, de kalme eenzaamheid, de ongestoorde vrede, zijn zoo vele aanlokselen,
-waaraan het moeielijk valt weerstand te bieden; gezwegen nog van de prachtige ruïnen
-en de herinnering van het verleden.
-</p>
-<p>Op den oever wachtte ons een grijsaard, de eenige bewoner en getrouwe bewaker van
-het tooverachtig eiland. En terwijl wij de sporen nagingen, door zoo vele eeuwen op
-deze kleine plek achtergelaten, wandelde hij voor ons uit, en haspelde, in zijne naïeve
-uitleggingen, alles dooreen: Isis en Mohammed, de Khaliefen en Sultans, en de Pharao’s
-en Caesars. Zoo trokken wij het eiland over, van het zuiden naar het noorden, het
-westelijk strand volgend.
-</p>
-<p>Op de zuidelijke punt verrijst een kleine obelisk, zonder hiëroglyphen, voor den tempel
-van Hator: een gebouw van middelbare grootte, in het midden van boven open; opmerkelijk
-door sommige zuilenkapiteelen, bestaande uit vrouwenkoppen met koeienooren. Hator
-en Isis zijn de twee beschermgodinnen van Philae: beiden zijn zij godinnen der liefde
-en der vruchtbaarheid. Behooren de sperwer en de krans van blauwe bloemen meer bepaald
-tot de attributen van Hator: zij en Isis beiden onderscheiden zich door de schijf,
-alsmede door de hoornen, het hoofd, of wel het geheele beeld eener jonge koe, welk
-dier haar was toegewijd. Beiden zijn na verwant aan Aphrodite, aan Cybele, aan de
-koe Iö. Met de zonneschijf en de hoornen gekroond, schijnen zij tot hare aanbidders
-te zeggen: gij ziet op ons hoofd het zinnebeeld des lichts; wij kennen het geheim
-des levens en het raadselwoord des lots: maar tracht niet ons die te rooven, want
-wij hebben geduchte wapenen om ze te verdedigen!
-</p>
-<p>Twee zuilenrijen van ongelijke lengte, wier gelijkmatig afnemende verhoudingen juist
-berekend zijn naar de regelen der perspectief, verbinden den tempel van Hator met
-de pylonen van den Isistempel. De grootste dezer kolonnaden, de westelijke, telt drie
-en dertig zuilen, waarvan de schacht gekorven is, en waarvan de kapiteelen, met grooten
-smaak geteekend, allen verschillen. Zestien minder fraai bewerkte kolommen vormen
-de oostelijke kolonnade, die schijnt af te breken bij een klein, bijna geheel onder
-het zand bedolven heiligdom, een tempel van Tmouth, den zoon van Hator en Phta. Midden
-in de westelijke galerij bevindt zich een trap, die den steilen rotsoever doorsnijdt
-en naar den Nijl afdaalt. Deze propylaeën behooren tot het romeinsche tijdvak, en
-zijn er niet minder schoon om; al maken de koppen van Augustus, Tiberius of Claudius
-eene wonderlijke vertooning op die magere schrale gestalten; allen naar de vaste type
-geteekend, waarvan de egyptische kunst zich nooit verwijderde.
-</p>
-<p>In dezelfde richting verheffen zich, achter hoopen puin, waaronder men nog twee geschonden
-leeuwen herkent, de twee eerste pylonen en verdere overblijfselen van den Isistempel,
-onder Nectanebus (378–360 voor Chr.) gesticht, en later, onder de Ptolomeën, verbouwd
-en vergroot. Op de voorzijde der pylonen is Ptolomeus Philometor afgebeeld, zoo als
-hij aan Isis en aan Har (Horus) gevangenen, die hij met eene hand bij de <span class="sic" title="Verbetering: haaren">hairen</span> vat, toewijdt. Een nog bruikbare trap, in den hof achter de pylonen uitkomende, voert
-naar boven. Deze hof of binnenplaats wordt begrensd door twee gebouwen, mede uit den
-tijd der Ptolomeën, en aan de moeder-godinnen Isis en Hator toegewijd. Twee andere
-pylonen sluiten deze eerste binnenplaats af; zij zijn ruim 14 el hoog en op eene rots
-gebouwd; een opschrift, in het graniet uitgebeiteld, vermeldt hare stichting door
-Euergetes II. De binnenhof, die dan volgt, heeft door eene zijgang gemeenschap met
-den Nijl, en bezit eenige schoone beeldwerken op de nog gespaarde muren. Een vooral
-trok onze aandacht. Het is een bas-relief, een der Ptolomeën voorstellende, maar geheel
-als een echte Pharao: dezelfde lange, schrale gestalte, dezelfde breede schouders,
-dezelfde onmogelijke houding der armen en handen, waarmede hij van de achter hem staande
-tafel allerlei geschenken neemt, om die Isis aan te bieden. Hij is zoo linksch en
-onbeholpen mogelijk, en toch zoo indrukwekkend edel en vol majesteit. De schoone uitdrukking
-van de figuur doet u onwillekeurig de ongerijmde teekening vergeten.
-</p>
-<p>De vier pylonen en de beide hoven vormen den waardigen toegang tot den grooten tempel
-van Isis. Tien fraaie slanke kolommen, waarop nog de kleuren zijn te herkennen van
-het oude schilderwerk, steunen een indrukwekkenden pronaos (voortempel), de roem van
-Philae; verschillende vertrekken, met beeldwerken en bas-reliefs versierd, vormen
-het eigenlijke heiligdom; in het laatste bespeurt ge eene nis met een sperwer van
-rozenrood graniet: de sperwer is hier zoowel aan Isis als aan Hator gewijd. Naar de
-zijde van den Nijl zijn de muren geheel bedekt met beelden en hiëroglyphen.
-</p>
-<p>Vóór ons, bijna geheel op de noordelijke spits van het eiland, verheffen zich, te
-midden van palmboschjes, drie poorten, van waar een vervallen trap naar beneden, naar
-het water, voert. Dit is de kazerne of triomfboog van Diocletianus. Langs den oostelijken
-oever terugkeerende, bereiken wij eindelijk die heerlijke open zaal, die, op een verheven
-terras boven den Nijl tronende, onwederstaanbaar aller oogen <span class="pageNum" id="xd31e401">[<a href="#xd31e401">71</a>]</span>tot zich trekt, den kleinen Isistempel, bestaande uit veertien zuilen en een prachtigen
-architraaf, maar overigens geheel ongedekt. Half in het geboomte weggescholen, is
-deze tempel, vooral des avonds, als de zon in het westen zinkt, een heerlijke plek
-om te mijmeren of te lezen. De ruimte tusschen den voet van dit terras en de pylonen
-van Nectanebus is bezaaid met ruïnen en puin; onder anderen ligt hier ook nog de verminkte
-bouwval van een klein heiligdom aan de moedergodin Hator gewijd; het bevallige portaal
-en de fraaie bas-reliefs zijn bijna onkenbaar geworden door den rook en het vuur:
-want deze tempel wordt door de reizigers in den regel als keuken gebruikt.
-</p>
-<p>Bijna de gansche oppervlakte van het eiland Philae, dat 370 el lang en 240 el breed
-is, wordt door deze gebouwen en ruïnen ingenomen: maar de nog tamelijk gespaarde tempels
-beslaan ter nauwernood een negende gedeelte dier oppervlakte. De tempels van Hator
-en Isis zouden gemakkelijk te herstellen zijn; ook zou men het verder verval der anderen
-kunnen stuiten. En men <span class="corr" id="xd31e405" title="Bron: achte">achtte</span> deze overblijfselen niet gering, van wege hun betrekkelijk jongeren oorsprong: inderdaad,
-niet enkel aan de schoonheid van het landschap waarin zij prijken, danken zij hun
-roem. Het moge waar zijn, dat de eeuw der oude Pharaonen, van Ramses en Sesostris,
-de meesten der kolossen en grootsche tempelburchten heeft zien oprijzen; het tijdperk
-der Ptolomeën was getuige eener zeer merkwaardige herleving in kunst en letteren.
-De halfverstorven egyptische geest ontwaakte nog eens uit zijn sluimer, bij de aanraking
-met den genius van het Hellenisme, waarvan de Ptolomeën de vertegenwoordigers waren.
-Wat de tempels verloren in omvang en kolossale afmetingen, wonnen zij in evenredigheid,
-in maat en bevalligheid, waarvan alleen de grieksche kunst het geheim bezat. De romeinsche
-restauratiën verdienen over het algemeen de minachting, waarmede de egyptologen ze
-bejegenen: maar de invloed der grieksche kunst, die reeds twee eeuwen voor Alexander,
-onder Psammetichus en Amasis, in het tot dusver gesloten land doordrong, heeft gaandeweg
-de aloude stereotype traditiën gewijzigd en vervormd, zonder den zin en de beteekenis
-er van te verminken, en ook zonder op de inlandsche kunstwerken een vreemden stempel
-te drukken. De pylonen hier, bij voorbeeld, vormen een zeer goed geheel met den Hator-tempel,
-bijna een eeuw vroeger door Nectanebus gesticht; en de prachtige pronaos van den grooten
-Isistempel paart de attische bevalligheid en sierlijkheid aan de ernstige majesteit
-van het oude Egypte.
-</p>
-<p>Dit kleine eiland Philae, of eigenlijk Pilak, zoo als de oud-egyptische naam luidt,
-heeft zijne eigene geschiedenis. Beheerscher der katarakten en sleutel van het Nijldal,
-was Philae het bolwerk der thebaansche dynastieën tegen de invallen der ethiopische
-barbaren, en werd het wellicht haar laatste toevluchtsoord, toen de mannen van het
-noorden, de Hyksos of Herders, Beneden- en Midden-Egypte hadden overstroomd en onderworpen.
-De Pharao’s, wederom, na langen kamp overwinnaars gebleven en de vreemdelingen verjaagd
-hebbende, bouwden tempels op de beide heilige eilanden, van waar het herstel der nationale
-onafhankelijkheid was uitgegaan; en zoo op Philae al niets van hunne stichtingen is
-overgebleven, op het zuster-eiland Beghiëh vindt men uitgestrekte bouwvallen uit de
-regeering van een koning Amenhotep, opvolger van Moeris en voorvader van Sesostris.
-Amenhotep, ten krijg trekkende tegen de Ethiopiërs, liet op een der rotsen een opschrift
-beitelen, ter herinnering aan zijn doortocht. De armoede van Philae aan zeer oude
-gebouwen is waarschijnlijk een gevolg der gruwelijke verwoestingen, op bevel van Kabuya
-(Cambyses) den koning der Perzen, aangericht; Nectanebus, een der koningen uit de
-laatste nationale dynastie, begon omstreeks het jaar 370 vóór Chr. de omgeworpen heiligdommen
-te herstellen; de Ptolomeën zetten dien, door eene nieuwe perzische verovering gestoorden
-arbeid voort; en de romeinsche Caesars traden in de voetstappen der grieksche vorsten.
-Toen het rijk, ten noorden bedreigd, zijne zuidelijke grenzen prijs gaf, bleef Philae
-zijne laatste vesting in Nubië; Diocletianus versterkte het eiland, en richtte er
-den triomfboog <span class="corr" id="xd31e410" title="Bron: of">en</span> de kazerne op, waarvan nog, zoo als ik zeide, aan de noordspits drie gewelfde poorten
-overig zijn.
-</p>
-<p>Toen de Pharaonen, de Ptolomeën en de Caesars Philae reeds lang verlaten hadden, bleven
-er nog de oude goden, en hielden deze er zich staande tegen het immer voorwaarts dringende
-nieuwe geloof. Hier was het graf van Osiris; Isis en Hator bezaten hier eene gansche
-kolonie van priesters en priesteressen, die het heilige eiland nooit verlieten, en
-na hun dood ter ruste werden gelegd in onderaardsche grafgewelven, nabij de grafstede
-van den god. De heiligheid van Philae wies naarmate de eeredienst zijner goden zich
-uitbreidde: want geene andere egyptische godheid vond in geheel de romeinsche wereld
-zoo vele aanhangers als Osiris en Isis, wier roem in de tijden kort voor en onmiddellijk
-na Chr., zelfs die der oude grieksche goden overstraalde. Het Christendom drong eerst
-laat tot Philae door; en nog in de tweede helft der zesde eeuw werd hier de oude Isis
-aangebeden. Eerst het Islamisme maakte voor goed een einde aan den dienst der oude
-goden, maar het stelde er niet veel anders voor in de plaats dan dood en vernietiging.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div2 last-child section">
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">VI.</h3>
-<div class="argument">
-<p class="first">In Nubië—Kalabsjeh.—Ipsamboel—De katarakten van Ouadi-Alfa.—Slot.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Sedert gisteren zijn wij in Nubië: maar aan niets bespeuren wij het, dat wij niet
-meer in Egypte zijn; slechts de plantengroei, die de smalle strooken ter wederzijde
-van den Nijl aan den voet der steile rotsgebergten siert, is wellicht nog rijker en
-weelderiger. Aan den lybischen oever hangt deze groene zoom letterlijk als een fluweel
-en franje aan de vaalkleurige bergwanden. ’t Is een opeenvolging van allerlei gezichten:
-hier volgt een lange karavane den hoogen slingerenden weg; elders zijn de rotsen gekroond
-door een groot somber klooster, welks wijduitgestrekte muren rijzen en dalen naarmate
-de berg zich verheft; ginds wederom <span class="pageNum" id="xd31e420">[<a href="#xd31e420">72</a>]</span>is het eene oude, verlaten moskee, halverwege de berghelling gebouwd, waar de omwonende
-bevolking samenstroomt ten gebede. En voorts, overal bouwvallen uit den tijd der Pharaonen.
-Hebt ge eene of andere uitstekende steile rots beklommen, dan ziet ge, geheel aan
-den gezichteinder, te midden van een doolhof van bergen, kolommen oprijzen, door de
-avondzon met purperen glansen getooid: ligt daar eene of andere geheimzinnige stad,
-nog door geen vreemdeling betreden? Hoe het zij: niemand wist mij te zeggen hoe de
-plek heette, waar die zuilen verrezen, en niemand wist ook den weg derwaarts te wijzen.
-</p>
-<div class="figure p1868-072width"><img src="images/p1868-072.jpg" alt="Kartas." width="665" height="720"><p class="figureHead">Kartas.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>De Kreeftskeerkring welft zich boven onze hoofden, en zendt ons haar vurigen adem
-naar beneden. Het is stikkend heet; geen windje koelt de brandende lucht af, en slechts
-de onmiddellijke nabijheid van het water geeft eenige verfrissching. Aan deze buitensporige
-hitte bemerken wij het toch, dat wij niet langer in Egypte zijn, maar de tropische
-gewesten van Nubië hebben bereikt. Hier wordt geen arabisch meer gesproken; en onze
-teleurgestelde drogman moet zijne stille winstjes afstaan aan een der matrozen, die
-de taal van het land verstaat. De Nubiërs, over het algemeen zachtzinnig van aard,
-zien er evenwel vrij <span class="pageNum" id="xd31e427">[<a href="#xd31e427">73</a>]</span>krijgshaftig uit; de met een riem om hun arm gebonden dolk, de boog van ijzerhout,
-en het schild van krokodillenvel, moeten hunne vrijheid beschermen; de egyptische
-regeering moet steeds tot geweld hare toevlucht nemen, als zij van deze onderdanen
-iets verkrijgen wil. Als ijverige landbouwers betwisten zij aan den stroom iederen
-duim van het vruchtbare slib, dat hij, bij zijn dalen, achterlaat en dat vier achtereenvolgende
-oogsten draagt. Meen echter niet dat men hier den grond bebouwt: men strooit eenvoudig
-het zaad in kleine ondiepe gaten, en de natuur doet het overige. Een zoo zacht en
-warm klimaat ontslaat de Nubiërs van de moeite om zich te kleeden: zeer dikwijls hebben
-zij niets aan hun lichaam dan alleen hunne wapenen; anderen slaan eenvoudig een doek
-om de heupen of een witten mantel over de schouders. De vrouwen dragen allerzonderlingste
-kostumes, meestal zeer eenvoudig; zij verwen zich de lippen en vlechten hare hairen
-in een groot aantal kleine tressen, die zij juist niet alle dagen op nieuw opmaken.
-De Nubiërs zijn een krachtig en fraai gebouwd menschenras, donker bronskleurig en
-met zwaar krullend haar. De dorpen, die doorgaans dicht aan elkander grenzen, bestaan
-meestal uit een vijftien of twintigtal hutten, met een plat dak van palmbladen; voor
-de hutten staan dikwijls groote aarden kruiken, waarin het koren bewaard wordt.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p1868-073width"><img src="images/p1868-073.jpg" alt="Saïs (stalknecht)." width="373" height="720"><p class="figureHead">Saïs (stalknecht).</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>In Nubië vindt men bouwvallen uit allerlei tijden en sporen der vereering van alle
-goden der oude wereld. In den omtrek van Philae heerschen Isis en Osiris; evenzoo
-vindt men te Deboet en te Gertassi de overblijfselen van tempels aan Isis gewijd.
-Maar veel belangrijker dan de ruïnen van Deboet en Gertassi zijn die te Kelabsjeh,
-wellicht de schoonsten van geheel Nubië. Te midden van eerwaardige sykomoren verheffen
-zich groote steenhoopen, als hadde de naburige berg zijn schoot geopend en uitgestort
-over de enge vlakte. Een prachtige heirbaan van gehouwen steenen voert van den Nijl
-naar een grooten pyloon. Achter de uitgestrekte, maar ter aarde gestorte propylaeën
-verrijst nog, met zijne poorten en zijmuren, de voorgevel van den pronaos, geheel
-bedekt met beeldwerk, waarin de zonneschijf vooral het oog trekt. In den tempel zelf
-schittert veelkleurig schilderwerk; rondom het heiligdom scharen zich zalen en kamers,
-trappen en galerijen, die echter meest allen in puin verkeerd zijn. Een dubbele omwalling
-van kolossale steenblokken omgeeft, als een reuzengordel, geheel den tempel. Deze
-grootsche bouwval verrijst te midden van een woest, bergachtig landschap, waarvan
-de indruk nog verhoogd wordt door de onstuimig bruisende rivier, die zich, kokend
-en schuimend, een weg baant door de rotsengte van Taphis. Aan den voet der ruïne liggen
-de armelijke hutten van een akelig dorp verspreid. Hier bloeide eens het oude Talmis,
-onder de hoede van zijn beschermgod Mandou-Ra, zoon van Horus en Isis.—De tempel van
-Dandoer werd onder Augustus gebouwd: de bloeitijd der kunst was voorbij; en het beste
-wat de ruïne heeft is wel hare schilderachtige ligging op eene rots boven den Nijl.
-</p>
-<p>Eenige uren ten zuiden van Dendoer ligt het dorp Djerf-Hoessein, waar een zeer merkwaardige
-tempel gevonden wordt: een zoogenoemde <i>hemispheos</i>, dat is een half in de rots uitgehouwen tempel. Een breede, zeer vervallen trap,
-vroeger met sphinxen en beelden versierd, voert naar den voorhof, die tegen den berg
-is aangebouwd, en mede in zeer bouwvalligen toestand verkeert. Deze voorhof is misschien
-uit den tijd van Ramses III: maar de tempelzalen zelven, in de rots uitgehouwen, zijn
-zeer zeker van veel ouder dagteekening, zoo als door het ruwe en plompe der beeldwerken
-bewezen wordt. De zoldering der eerste en grootste zaal wordt gedragen door ontzettende,
-bij de dertig voet hooge kolossen, die met den rug tegen <span class="pageNum" id="xd31e437">[<a href="#xd31e437">74</a>]</span>ware vierkante pilaren rusten; in de muren zijn nissen uitgehouwen, die met grof bewerkte
-beelden prijken. Beelden en muren en pilaren zijn allen met een zwarte tint overtogen:
-het gevolg van het vuur, dat misschien eeuwen aan eeuwen in dezen aan Phta gewijden
-tempel werd onderhouden; en niets kan een denkbeeld geven van de fantastische spookachtige
-uitwerking der fakkels en toortsen op deze wonderlijke duistere gestalten, die u van
-alle zijden omringen. De andere zalen en vertrekken zijn bevolkt met nachtvogels en
-slangen, die hier en daar glimmende sporen op de vochtige steenen hadden achtergelaten.
-Wij gevoelden geen lust in deze nachtelijke duisternis verder door te dringen, en
-keerden naar onze boot terug.
-</p>
-<p>Langzaam, zeer langzaam gaat de reis voort, en dit, gevoegd bij de steeds toenemende
-hitte en het treurig sombere voorkomen der streek, maakte ons in het eind zwaarmoedig.
-Hier en daar een bijna geheel verwoeste bouwval; geen bergen meer, maar opeenhoopingen
-van verkalkte rotsen, door den tijd of door de werking der zonnestralen gebarsten
-en gescheurd, en uren ver den grond in wilde wanorde bedekkende; rondom ons niets
-dan gloeiend zand; de woestijn raakte tot aan den oever; de dorpen worden schaarscher
-en de menschen onhandelbaarder. Dicht bij de bouwvallen van Seboeah zagen wij ons
-door hardnekkigen tegenwind gedwongen, van onzen firman gebruik te maken: maar toen
-wij in een aangrenzend gehucht lieden wilden pressen om onze bark te helpen trekken,
-geraakte de gansche bevolking in opstand. In groote spanning verwachtten wij reeds
-langen tijd de terugkomst van den <i>reis</i> en van den kawas; toen eensklaps een geweerschot viel. Dadelijk gaven wij bevel met
-de boot aan te leggen, en stegen aan land, gevolgd door een deel der bemanning, ten
-einde de onzen bij te staan. Zij naderden reeds, gevolgd door een luid tierende menigte,
-die evenwel op het gezicht van ons geleide terugweek, maar voortging met schreeuwen,
-terwijl de gillende stemmen der vrouwen boven alles uitklonken. In de eerste verrassing
-hadden wij niet gezien, dat onze lieden een gevangene mede voerden, en nog wel den
-sjeikh in eigen persoon: onze kalme en tevens verzoenende houding was evenwel van
-invloed op deze wilde natuurkinderen; en daar het schot, dat, zoo als men zeide, bij
-ongeluk was afgegaan, niemand had gekwetst, werd de vrede spoedig hersteld. Koffie
-en eenige sigaren herschiepen de oproerigsten weldra in onze beste vrienden. De sjeikh
-zelf hielp meê trekken en de bark ging lustig vooruit: dat was al wat wij wenschten.
-Van toen af vonden wij de bevolking overal bereidwillig; vooruitgezonden loopers verwittigden
-de dorpen van onze nadering, en ten bepaalden tijde vonden wij onze versche manschappen
-gereed.
-</p>
-<p>Telkens werd onze voortgang gestuit door rotsen, die tot de oppervlakte des waters
-reikten, en ook door steenen dammen, die sedert Philae gedurig onze aandacht getrokken
-hadden. Op deze dammen zijn dan <i>sakiëhs</i> <span class="corr" id="xd31e447" title="Bron: geplaats">geplaatst</span>, dat zijn zeer eenvoudige toestellen, niet ongelijk aan de schepraderen van baggerschuiten
-of watermolens, en bestemd om het water uit de rivier op te voeren, ter besproeiing
-der hooge landerijen. In Nubië zijn deze sakiëhs van reusachtigen omvang: zij gelijken
-bijna op bolwerken, met platformen van palmhout. Op deze hooge terrassen zit, boven
-op een breeden balk, een man die de ossen of buffels moet besturen, welke het rad
-in beweging brengen; daar, half droomend zijne dieren aandrijvend, geniet hij al de
-zaligheden van een echt oosterschen <i>kiëff</i>, siësta, of zingt halfluid een zijner wonderlijke nationale liederen.
-</p>
-<p>Wij hielden twee dagen rust te Korosko, een armzalig, maar druk bezocht dorp, van
-waar de karavanen vertrekken, die door de woestijn van Atmoer naar Khartoem gaan.
-Dit oponthoud, louter een gevolg van de gemakzucht onzer matrozen, gaf ons gelegenheid
-eene nubische bruiloft bij te wonen. Die van Mahmoed te Loeksor won het in betamelijkheid
-en betrekkelijke zindelijkheid: hier dansten en lachten en zongen mannen en vrouwen
-door elkander, te midden van eene onbeschrijfelijke onreinheid van stof, geschreeuw
-en duisternis. Een groote, welgebouwde negerin danste een niet onbevalligen, maar
-vooral zeer hartstochtelijken dans, bijgestaan door verschillende groepen van jonge
-lieden, die haar met uittartende houdingen steeds naderden. Op het oogenblik dat de
-dans het meest geanimeerd was, staken wij eensklaps bengaalsch vuur af, hetgeen met
-uitbundig geschreeuw werd begroet, waarna wij ons verwijderden, den roep van toovenaars
-achterlatende.
-</p>
-<p>En nu, op! luie matrozen! op, het is tijd! De zon verrijst; de nacht is koel en verkwikkend
-geweest; op! aan het werk! Weer zijn de oevers schilderachtig: loodrechte rotsen,
-enge bloeiende velden, aan tuinen gelijk. Te Dheer vindt men in een door Sesostris
-aan Amun en Phta gewijden en half in de rots uitgehouwen tempel, zeer goed bewaard
-schilderwerk uit den tijd der Ptolomeën, en standbeelden van Isis, waarvan het gelaat,
-naar men wil, eene koningin Arsinoë moet voorstellen. Ginds, in de verte, verrijst
-de berg van Ipsamboel of Aboe-Simbel, zoo bekend om zijne tempelgrotten. Reeds sedert
-vier uren hebben wij hem in het gezicht; en telkens, bij iedere kronkeling der rivier,
-is het alsof hij zich weder verwijdert. Eerst tegen den avond werpen wij het anker
-uit bij het dorp Ipsamboel, op den lybischen oever, tegenover de tempels gelegen.
-De ondergaande zon verlicht met hare schuine stralen de kolossen en reusachtige friezen
-dezer wondervolle gebouwen, eenig in hunne soort, door menschenhanden in het graniet
-uitgehouwen, en die eerst zullen vergaan wanneer de gedaante der wereld veranderen
-zal.
-</p>
-<p>Voor den ingang van den grooten tempel, die vier-en-veertig ellen breed en drie-en-veertig
-ellen hoog is, zitten, tegen den bergwand geleund, vier reusachtige standbeelden,
-niet minder dan zeven-en-twintig ellen hoog. Zij zijn grootendeels onder het zand
-bedolven, dat bij het eene beeld tot zelfs aan de schouders reikt; ook heeft een der
-kolossen zijn hoofd verloren, dat door een afgevallen rotsklomp gedeeltelijk verbrijzeld
-is. Toch maken deze vier reuzenbeelden, die, wat de kolossale afmetingen betreft,
-zelfs te Thebe geen wedergade vinden, een wonderbaren en onuitsprekelijken <span class="pageNum" id="xd31e456">[<a href="#xd31e456">75</a>]</span>indruk. Hoe kalm zitten zij daar, de handen op de knieën uitgestrekt, met de kroon
-op het hoofd, het fijn gevormde, half glimlachende gelaat naar den stroom gekeerd,
-in wiens geelachtige wateren zij zich reeds sedert meer dan dertig eeuwen spiegelen.
-Geheimzinnige gestalten, als voor de eeuwigheid geschapen, onverwoestbaar als het
-graniet, waaruit zij gehouwen zijn! Eene vijf-en-twintig voet hooge deur voert in
-de voorhal, waarvan de zoldering op pilaren rust, waartegen wederom kolossale beelden
-van Osiris, met de armen over de borst gekruist, leunen. Uit deze groote zaal komt
-men, door twee kleinere, in het eigenlijke heiligdom, kenbaar aan vier zittende kolossale
-godenbeelden. Behalve deze zijn er nog vele nevenzalen en vertrekken, in het geheel
-veertien, allen in de rots uitgehouwen. De wanden dezer zalen zijn met gekleurde bas-reliefs
-bedekt: voorstellingen uit den krijg, door de Egyptenaren tegen een vreemd, door kleur
-en kleeding van hen onderscheiden volk gevoerd. Wij zien hier den koning, aan zijne
-hooge gestalte boven de anderen kenbaar, op zijn strijdwagen zijne krijgers aanvoerend;
-andere wagens volgen hem; de boogschutters beschieten met hunne pijlen een burcht,
-waarvan de verdedigers deels reeds getroffen zijn en nederstorten, deels op hunne
-knieën vallend genade afsmeeken, deels in allerijl wegvlieden. Op een ander tafreel
-treedt de overwinnaar over de lijken der verslagenen voort, en worden hem de krijgsgevangenen
-te gemoet gevoerd. Op deze tafreelen hebben de Egyptenaars, even als op soortgelijken
-in Egypte zelf, eene roodachtig bruine kleur. Het overwonnen volk is geel van kleur;
-onder de gevangenen zijn evenwel donkerbruine en zwarte figuren. Ook de goden zijn
-aan hunne kleur kenbaar: zij zijn blauw, grijs, roodachtig en geel.
-</p>
-<p>De tweede, kleinere rotstempel is van buiten versierd met zes kolossale staande figuren,
-ter wederzijde der deur eene godin tusschen twee goden: deze beelden zijn echter niet
-zoo vrij als de zittende kolossen van den hoofdtempel: het zijn meer hoog-reliefs.
-Ook hier is weder eene voorhal en verschillende nevenvertrekken, allen met beeldwerken
-voorzien. Deze tempel is aan Hator gewijd, zooals de groote aan Amun en Phta. De stichter
-dezer reusachtige werken, de machtige heerscher, wiens zegepralen op de wanden verheerlijkt
-zijn, was gewis geen ander dan de groote Ramses-Sesostris, van wiens veroveringstochten
-de oudheid zoo veel te verhalen weet, en wiens naam door Champollion onder de hiëroglyphen-opschriften
-van dezen tempel werd gevonden.
-</p>
-<p>Te Ipsamboel maakten wij kennis met een zeer beleefden <i>kâsjef</i>, zoo veel als onderprofect. Deze man verliet ons bijna nooit. Dadelijk na onze aankomst
-kwam hij ons verwelkomen; den geheelen dag door rookte hij onze sigaren en dronk hij
-onze koffie, hierin trouw nagevolgd door eene gansche schaar van inboorlingen, die
-tot zijn gevolg behoorden. Toen het avond werd bleef de kâsjef zitten, en wij moesten,
-welstaanshalve, hem ten eten vragen. Hij ging eerst laat weg, en den volgenden morgen,
-met het krieken van den dag, stond hij weer voor ons, door nog meerderen gevolgd dan
-gister. De gansche troep ontbeet van onzen voorraad, ditmaal zonder uitnoodiging af
-te wachten; de bark werd bijna leeggeplunderd. Eindelijk vertrokken wij; de kâsjef
-wandelde treurig aan den oever mede, en riep ons nog toe, als om ons te waarschuwen:
-„Allah behoede u voor den khamsîn!”
-</p>
-<p>De ongeluksprofeet! Nauwelijks had hij ons verlaten, of plotseling steeg de thermometer
-tot twee-en-veertig graden. Dadelijk overviel ons een gevoel of wij stikken zouden:
-de lucht, het schip, onze longen: alles in één woord is in een oogenblik gevuld met
-een brandend en onzichtbaar stof. Onze matrozen liggen roerloos op het dek; de lieden
-van het land weigeren ons schip voort te trekken. Eerst tegen den avond gelukt het
-ons, met veel moeite, Kosko te bereiken, waar wij overnachten. De khamsîn had ons,
-in het voorbijgaan slechts, beroerd: de geweldige vuuradem, die de brandende zandwolk
-voor zich uitdrijft, en de karavanen in de woestijn ademloos versmachten en sterven
-doet.
-</p>
-<p>Den volgenden morgen, nog nauwelijks van onze benauwdheid bekomen, zetten wij onze
-reis voort tusschen zandige onbewoonde oevers, door wilde ruwe rotsmassa’s afgewisseld.
-De berg van Quadi-Alfa vertoont zich van verre op den lybischen oever, te midden van
-eene gele vlakte; de tegenoverliggende oever prijkt weder, voor een oogenblik, met
-al de weelderigheid eener tropische vegetatie. Wij naderen Quadi-Alfa, en moeten nu
-de heerlijke heirbaan verlaten, die ons sedert twaalf weken zoo onmerkbaar zacht heeft
-gedragen: de tweede katarakt, veel ongenaakbaarder dan de eerste, belet ons verder
-voort te gaan. Wij stappen aan land en wandelen een poos voort langs den wilden, eenzamen
-oever; zoo ver het oog reikt, strekt zich de bleekgele, vlakke woestijn uit, hier
-en daar met witte plekken geteekend, die de plaats aanduiden waar een of ander ongelukkige
-reiziger, door den khamsîn verrast, met zijne dromedaris is bezweken en door de jakhalzen
-verslonden. De uitgebleekte beenderen schitteren als elpenbeen in het zonlicht, tot
-zij tot stof zijn vergaan en met het zand der woestijn vermengd.
-</p>
-<p>Na een vermoeienden tocht van twee à drie uren bereiken wij een heuvel, van waar wij
-den geheelen val kunnen overzien. Het is een ontzettend gezicht; minder schoon dan
-de eerste katarakt bij Philae, maar ernstiger, minder majestueus, maar grootscher.
-Met lage golvingen daalt de grond af in eene vallei, die misschien twintig mijlen
-breed is, en het beeld eener volkomen verwoesting vertoont. Ordelooze hoopen zwarte
-rotsen, sommigen met schraal gewas bedekt, verdeelen den Nijl in duizend wilde, kokende
-beken, waarvan geen enkele bevaarbaar is. Het water schuimt, bruist, ziedt, en dringt
-onstuimig voort tusschen deze dooreengeworpen steenmassa’s: het is een wilde baaierd,
-een woestijn van rots en water, waar geen boot zich wagen durft.
-</p>
-<p>Hier eindigde onze tocht. Wel liggen ginds nog enkele ruïnen verspreid; wel vindt
-men ook nog daar de sporen der oude beschaving, de sporen der Pharao’s; wel schemert
-daar ginds, in de verte, de herinnering <span class="pageNum" id="xd31e469">[<a href="#xd31e469">76</a>]</span>aan den priesterstaat Meroë: maar toch, hier is de grens der eigenlijke cultuur. Daar
-ginds, zuid- en oostwaarts heen, heerscht, sinds eeuwen en misschien nog voor eeuwen,
-de barbaarschheid; daar ligt eene andere wereld, waarvan de sluier nog maar half is
-opgelicht. Maar terwijl ik op dezen woesten heuvel stond en het eenzame landschap
-overzag, keerde ik mijn blik nog eens naar het noorden: en weder verrees daar voor
-mijn geest het beeld van dat wondervol verleden, waarvan ik de gedenkteekenen had
-aanschouwd. Welk eene geschiedenis, zich verliezende in de morgenschemering der wereld:
-de geschiedenis van een volk, dat mede zijn stempel heeft gedrukt op de beschaving
-van geheel het Westen; een volk, dat op het toppunt stond van macht en heerlijkheid,
-toen onze voorvaderen omdoolden op de bergen en door de wouden van Azië, en met de
-wilde dieren kampten om den buit. Herroept ze voor uwe verbeelding, die nu begraven
-koningssteden, zich spiegelende in de wateren van den heiligen vloed; die prachtige
-tempels, door wier ruïnen ge nog in verrukking omdwaalt; die in de rotsen gehouwen
-graven, waar de dooden nog schenen voort te leven, zoolang hun lichaam voor het verderf
-was bewaard! Welke beelden dagen op uit het verleden. De Pharao’s, heerschende over
-millioenen slaven, hunne onverdelgbare tempels en pyramiden stichtend, en hunne zegevierende
-wapenen tot diep in Azië voerend; de nomadenstammen der Hyksos het oude erfland der
-beschaving overstroomende; Mozes, aan het hoofd der kinderen Israëls optrekkende,
-om aan de grenzen van Egypte een nieuwen staat te gronden; dan de Perzen, de Grieken,
-de Romeinen; Cambyses, Alexander, Caesar; dan de Arabieren, de Mammelukken, de Turken:—stroomen
-van veroveraars, eeuwen en eeuwen achtereen, verwoestend heenstormende over dit ongelukkige
-land. Isis en Osiris wijkende voor het Evangelie, dat straks weder verdrongen wordt
-door den noodlottigen Islam, onder wiens looden schepter alle leven kwijnt en sterft.—Eene
-geschiedenis van meer dan veertig eeuwen ontrolt zich voor den verbijsterden blik:
-een bont, afwisselend geweldig drama, waarvan de ontknooping nog altijd wordt verwacht.
-Zal dat Egypte uit zijn slaap ontwaken; zal ook hier het Kruis zegevieren over de
-verbleekte halve maan, en het Evangelie nog eens, als een adem des levens, deze dorre
-doodsbeenderen bezielen, als in de dagen van ouds? Wie zal op deze vragen antwoorden?
-Genoeg: wij weten de uitkomst is gewis, de eindelijke zegepraal is beslist; maar,
-voor den Eeuwige zijn duizend jaar als een dag, en die gelooven haasten niet.
-</p>
-<div class="figure p1868-076width"><img src="images/p1868-076.jpg" alt="Pylonen van den Isis-tempel op Philae." width="720" height="539"><p class="figureHead">Pylonen van den Isis-tempel op Philae.</p>
-</div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd31e123">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd31e123src">1</a></span> Bovenstaande werd geschreven in 1868, toen het Suez-kanaal nog niet was voltooid.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd31e123src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd31e310">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd31e310src">2</a></span> Pylonen zijn hooge, pyramidaalvormige gebouwen of torens, met platte daken, ter wederzijde
-van den ingang der egyptische tempels en paleizen opgericht.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd31e310src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Langs den Nijl: Herinneringen eener reis in Egypte</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Anoniem</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td>
-<td>2022-10-19 20:05:30 UTC</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>1868</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2022-04-30 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e135">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hieroglyphen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hiëroglyphen</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e138">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">tamariske</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">tamarisk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e156">18</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">,</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e186">20</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">dat</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">dan</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e212">22</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">libysche</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">lybische</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e254">58</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hotels</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hôtels</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e303">62</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">baar</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">haar</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e313">63</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hieroglyphenschrift</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">hiëroglyphenschrift</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e326">64</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">havikken</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">haviken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e405">71</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">achte</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">achtte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e410">71</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">of</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">en</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e447">74</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">geplaats</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">geplaatst</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LANGS DEN NIJL: HERINNERINGEN EENER REIS IN EGYPTE</span> ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away&#8212;you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-</div>
-</body>
-</html>
diff --git a/old/69183-h/images/new-cover.jpg b/old/69183-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 75b111c..0000000
--- a/old/69183-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-013.jpg b/old/69183-h/images/p1868-013.jpg
deleted file mode 100644
index e79b687..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-013.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-016.jpg b/old/69183-h/images/p1868-016.jpg
deleted file mode 100644
index 2a37645..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-016.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-017.jpg b/old/69183-h/images/p1868-017.jpg
deleted file mode 100644
index d4fbb20..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-017.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-020.jpg b/old/69183-h/images/p1868-020.jpg
deleted file mode 100644
index d69a608..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-020.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-021.jpg b/old/69183-h/images/p1868-021.jpg
deleted file mode 100644
index 17a8829..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-021.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-024.jpg b/old/69183-h/images/p1868-024.jpg
deleted file mode 100644
index 2a4e53a..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-024.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-057.jpg b/old/69183-h/images/p1868-057.jpg
deleted file mode 100644
index af29795..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-057.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-060.jpg b/old/69183-h/images/p1868-060.jpg
deleted file mode 100644
index 7f744d0..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-060.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-061.jpg b/old/69183-h/images/p1868-061.jpg
deleted file mode 100644
index 5510fa5..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-061.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-064.jpg b/old/69183-h/images/p1868-064.jpg
deleted file mode 100644
index 37cd1d8..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-064.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-065.jpg b/old/69183-h/images/p1868-065.jpg
deleted file mode 100644
index b3e7fd4..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-065.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-068.jpg b/old/69183-h/images/p1868-068.jpg
deleted file mode 100644
index 722858e..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-068.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-069.jpg b/old/69183-h/images/p1868-069.jpg
deleted file mode 100644
index 1cd9d65..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-069.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-072.jpg b/old/69183-h/images/p1868-072.jpg
deleted file mode 100644
index 68ce9ad..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-072.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-073.jpg b/old/69183-h/images/p1868-073.jpg
deleted file mode 100644
index acaabf2..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-073.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/69183-h/images/p1868-076.jpg b/old/69183-h/images/p1868-076.jpg
deleted file mode 100644
index 51c1490..0000000
--- a/old/69183-h/images/p1868-076.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ