summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 20:12:38 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-22 20:12:38 -0800
commit5ea104fd967dcae56d900516a8d71d468e37fddb (patch)
treeef186a4b1085fcb4601961159a3e43b5b33d6fe2
parent6fca25ceb2d7fec6cd2d07c6df282b90f23c56b6 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/65904-0.txt2466
-rw-r--r--old/65904-0.zipbin39701 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h.zipbin2464031 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/65904-h.htm4249
-rw-r--r--old/65904-h/images/b01.pngbin5625 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b02.pngbin5576 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b03.pngbin5130 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b04.pngbin4975 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b05.pngbin5325 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b06.pngbin4824 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b07.pngbin6210 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b08.pngbin5330 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b09.pngbin5485 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b10.pngbin5405 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b11.pngbin5185 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b12.pngbin6155 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b13.pngbin5855 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b14.pngbin5763 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b15.pngbin5598 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b16.pngbin5251 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b17.pngbin5455 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b18.pngbin5531 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/b19.pngbin5251 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/backcover.jpgbin48700 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/frontcover.jpgbin74574 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/frontispiece.jpgbin105330 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p006.pngbin34963 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p007.pngbin50467 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p009.jpgbin89735 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p011.pngbin50423 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p014.pngbin31652 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p015.pngbin29864 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p017.jpgbin101638 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p019.pngbin30476 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p020.pngbin28910 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p024.pngbin20583 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p026.pngbin19301 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p031.pngbin29465 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p032.pngbin38978 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p033.pngbin29698 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p034.pngbin35161 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p035.pngbin29052 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p036.jpgbin99856 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p039.pngbin28590 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p040.pngbin21772 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p042.pngbin18280 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p043.pngbin13627 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p044.pngbin42386 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p045.pngbin13200 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p048.pngbin48298 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p049.jpgbin98341 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p052.pngbin48996 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p053.pngbin36025 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p056.jpgbin89953 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p058.pngbin36867 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p059.pngbin22116 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p060.pngbin17661 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p064.pngbin26935 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p066.pngbin39723 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p068.pngbin45355 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p069.jpgbin90894 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p071.pngbin55359 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p072.pngbin36525 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p073.pngbin18668 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p074.pngbin24813 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p078.pngbin27784 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p079.pngbin19529 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p081.pngbin17611 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p082.pngbin17699 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p083.jpgbin91292 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p084.pngbin32683 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p085.pngbin23512 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p086.pngbin20368 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p087.pngbin18621 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p088.pngbin28351 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p089.jpgbin86104 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/p090.pngbin15216 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/series-title.pngbin14657 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/spine.jpgbin12771 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/65904-h/images/titlepage.pngbin19855 -> 0 bytes
83 files changed, 17 insertions, 6715 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..c1e47a8
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #65904 (https://www.gutenberg.org/ebooks/65904)
diff --git a/old/65904-0.txt b/old/65904-0.txt
deleted file mode 100644
index 73e3d27..0000000
--- a/old/65904-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2466 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Zoo mooi als zonneschijn. Het
-Kaarsemannetje, by Ida Heijermans
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje
-
-Author: Ida Heijermans
-
-Illustrator: G. Wildschut
-
-Release Date: July 23, 2021 [eBook #65904]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN. HET
-KAARSEMANNETJE ***
-
-
-
-
- ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.
- HET KAARSEMANNETJE.
-
-
- IDA HEIJERMANS.
- GEÏLLUSTREERD DOOR G. WILDSCHUT.
-
- 2e druk. 7e-12e duizendtal.
-
- H. MEULENHOFF—AMSTERDAM—1920.
-
-
-
-
-
-
-
-ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.
-
-
-I.
-
-WAT DE BLINDE KONING DROOMDE.
-
-Er was eens een koning, die blind teruggekomen was uit een oorlog, dien
-hij gevoerd had. Wel had hij overwonnen, maar de zegepraal gaf hem het
-gezicht niet terug. Als hij nu uitreed, kon hij de juichende menschen
-niet zien, doch slechts hooren; hij zag niets van de buigingen, niets
-van de eerbiedige groeten, niets van het kushandje, hem toegeworpen
-door het kind, dat omhoog getild werd door de moeder. Hij zag niets van
-al de pracht in zijn paleis, niets van den grooten lakeienstoet. En als
-hij met zijn ministers, staatsraden en generaals vergaderde, zag de
-arme blinde koning niets van de schitterende uniformen, niets van de
-ordeteekens, niets van de deftige gezichten: hij hoorde slechts de
-wijsheid, die er van hun lippen kwam.
-
-Over al dat gemis was de koning niet het meest bedroefd.
-
-Doch, als hij heel alleen was, een arme, oude, blinde koning te midden
-van pracht en staatsie, dan dacht hij aan zon en bloemen, aan het
-groene gras, de zee met haar spelende golven, den wijden hemel met zijn
-schitterende sterren. Hij kon zich dat alles wel voorstellen, maar er
-is toch een groot verschil tusschen de dingen, die men werkelijk ziet
-en die waarnaar men kijkt met blinde oogen, welke altijd terug moeten
-gaan naar het verleden.
-
-Vooral was de koning bedroefd, omdat hij zijn drie kinderen niet meer
-zien kon: zijn oudsten zoon Perlus, zijn tweeden zoon Urlo en dan
-Wanda, zijn eenig dochtertje, zijn jongste kind. Hij hoorde het wel aan
-den klank hunner stemmen, hij voelde het wel aan hun zorgen, dat zij
-heel veel van hem hielden en zijn blindheid een groot verdriet voor hen
-was, maar als niemand het zien kon, liepen er dikwijls groote tranen
-over zijn wangen, en niemand wist daarvan dan hij zelf.
-
-Hij schreide in zijn bed, want dan was hij geen koning meer, maar een
-ongelukkig mensch, alleen met zijn verdriet.
-
-Het lichtje, dat brandde in gouden lampje, liet voor hem alles in
-duisternis. Dan verlangde hij naar zon en bloemen, naar zee en hemel,
-maar meer dan naar dat alles verlangde hij naar de gezichten van zijn
-kinderen.
-
-Wat was het lang geleden, dat hij den schoonen en sterken Perlus gezien
-had, wiens donker haar zoo glansde, wiens vroolijke oogen zoo straalden
-van gezondheid en levenslust.
-
-Wat was het lang geleden, dat hij Urlo zag, die even groot en krachtig
-was als Perlus, even donker haar en donkere oogen had; maar hooger was
-zijn voorhoofd en verstandiger zijn blik. Spraken wijze mannen niet
-gaarne met den jongen, scherpzinnigen prins?
-
-Doch het leek den koning, alsof er eeuwen waren voorbij gegaan, sedert
-hij Wanda niet meer zag. Zij was even fijn en teer, als haar broers
-groot en sterk. Zij had lang golvend blond haar en haar blauwe oogen...
-o, als de koning terug ging naar zijn herinnering, dan zag hij
-wonderlijk heldere oogen, die vroolijk, verstandig en goed waren;
-zonneoogen waren het, waarin het verkwikkend was om te kijken. Zij was
-als een wonderbloem in menschelijke gedaante; zwevend was haar gang,
-zacht haar bewegingen; zij was het mooiste en liefste prinsesje, dat
-men zich maar denken kon. Heeter werden dan ook de tranen van den
-koning, als hij aan zijn dochtertje dacht, want hij wist het wel,
-wanneer hij zoo alleen met zichzelven was, dat hij het meest en het
-innigst verlangde naar zijn prinsesje.
-
-
-
-Eens op een nacht, dat de koning in zijn staatsieledikant weer niet
-slapen kon en zijn oogen niets zagen van het verguldsel der muren en de
-schilderingen, welke hem voorstelden als beheerscher der aarde,—want
-groot en machtig was zijn rijk,—vouwden zijn handen zich tot een gebed
-en hij smeekte om zon, om licht.
-
-Toen sluimerde hij in, maar nauwelijks was hij door den slaap bevangen,
-of hij droomde een vreemden droom.
-
-Een zonderlinge verschijning, hij wist niet wie ze was of van waar ze
-kwam, boog zich over hem heen en zei heel verstaanbaar deze woorden:
-
-
- „Iets zoo mooi als zonneschijn
- Zal voor uw blindheid genezing zijn.
- Uw kinderen moeten doorzoeken het land.
- Van Noord tot Zuid, naar allen kant.
- Wie vindt, die kust uw blindheid weg,
- Onthoud toch goed wat ik u zeg.”
-
-
-Toen wilde de koning wat vragen, maar de verschijning verdween, loste
-zich op als een nevel in zonnewarmte.
-
-De koning werd wakker en dacht aan zijn zonderlingen droom, maar hij
-had meer dwaas gedroomd en dus vertelde hij er niemand wat van. Doch
-den volgenden nacht zag en hoorde hij weer dezelfde verschijning en ook
-den derden.
-
-Toen kon hij zijn droom niet meer vergeten en hij riep zijn ministers
-en wijze staatsraden bijeen en vertelde hun wat hij in de drie laatste
-nachten gedroomd had.
-
-De ministers schudden het hoofd en keken wijs; de staatsraden knikten
-en keken nog wijzer; lang en breed overlegden zij wat er gedaan moest
-worden. Daar zij van hun vorst hielden en zijn beterschap wenschten,
-besloten zij, dat de koning aan zijn zoons zeggen zou wat hij gedroomd
-had.
-
-En dienzelfden dag, na den maaltijd, begaf de koning zich naar zijn
-studeervertrek, waar de boeken in lange rijen stonden en waar Wanda
-elken avond haar vader voorlas. Maar nu liet hij zijn zoons weten, dat
-hij hen te spreken verlangde en gezeten in zijn hoogen leunstoel, waar
-het licht der ondergaande zon juist op hem viel, vertelde hij aan
-Perlus en Urlo wat hij gedroomd had en wat de ministerraad besloot.
-
-Heel aandachtig luisterde ook Wanda, turende naar buiten, waar de
-boomen te gloeien stonden in het gouden licht.
-
-Toen stond ze plotseling op en met vaste stem zei ze: „Vader, laat ook
-mij gaan.”
-
-„Jij,” lachte Perlus, „jij klein, teer poppetje.”
-
-„Jij,” zei Urlo, „jij zusje,”—en beschermend streek hij over haar
-lokken.
-
-„Jij, Wanda, jij,” zei de koning verschrikt.
-
-„Neen, niet jij.”
-
-„Waarom ik niet,” vroeg ze. „Driemaal is er duidelijk gezegd geworden,
-dat uw kinderen moeten zoeken. Ben ik dan niet uw kind, vader? Moet ik
-dan niet gehoorzamen? Laat mij gaan, vader, ik voel, dat het moet.”
-
-„Maar je bent zoo klein,” zei Perlus en hij keek naar haar figuurtje,
-zoo heel nietig bij al de kostbare meubelen.
-
-„Ik houd zooveel van vader!”
-
-„Neen, Wanda, niet jij,” herhaalde de koning.
-
-„Toe, vader, laat mij gaan,” smeekte Wanda en zij sloeg haar arm om den
-hals van den koning en vleide haar wang tegen die van haar vader.
-
-„Laat mij alleen,” zei toen de koning.
-
-De prinsen en Wanda gingen weg en heel alleen zat toen de koning in
-zijn boekvertrek, waar niets doordrong dan het geruisch der boomen in
-het park en het tjilpen van vogels, die ter ruste gingen.
-
-„Neen, neen, Wanda niet,” smeekte de koning; „niet zij, niet mijn teer
-prinsesje.”
-
-Dien nacht echter verscheen de verschijning den koning weer in zijn
-droom en heel duidelijk sprak zij:
-
-
- „Iets zoo schoon als zonneschijn
- Zal voor uw blindheid genezing zijn.
- Uw kinderen moeten doorzoeken het land,
- Van Noord tot Zuid naar allen kant.
- Wie vindt, die kust uw blindheid weg.
- Onthoud toch goed wat ik u zeg.”
-
-
-Toen sprak de koning: „niet Wanda, niet mijn dochtertje mag gaan!”
-
-De verschijning sprak toen heel langzaam, nadruk leggend op elk woord:
-
-
- „Uw kinderen moeten doorzoeken het land
- Van Noord tot Zuid naar allen kant.”
-
-
-En weer belegde de koning den volgenden dag een vergadering met zijn
-wijzen en hij vertelde wat hij gehoord had en hij smeekte zijn
-ministers Wanda te zeggen, dat zij niet mocht gaan.
-
-„Uw Majesteit gelieve hare koninklijke hoogheid te ontbieden,” zeiden
-de ministers.
-
-Wanda kwam.
-
-„Prinses, de prinsen moeten gaan, niet u.”
-
-„Ik ben ook het kind van mijn vader. Ik voel, dat ik gaan moet.”
-
-Wat nu te doen? De wijze raadsleden vergaderden lange uren, spraken in
-lange zinnen met heel veel woorden, maar niemand kon ontkennen, dat de
-verschijning had gesproken van kinderen en niet van zoons.
-
-En toen dien nacht de koning in zijn bed lag, dacht hij slechts
-hieraan: welk geleide hij zijn zoons meegeven zou op den tocht door het
-rijk en hoe hij Wanda beschermen zou tegen alle gevaar. O, haar oude,
-trouwe min zou met haar gaan, èn ruiters, èn haar groote hond. Aldus,
-regelend en overdenkend, viel de koning in slaap en weer zag hij de
-verschijning en deze woorden sprak zij tot hem:
-
-
- „Arm en gansch alleen
- Moeten uwe kinderen heen.
- Wie vindt, die kust uw blindheid weg.
- Onthoud toch goed wat ik u zeg.”
-
-
-„Arm en alleen,” herhaalde de koning met droeve stem. „Niet Wanda, niet
-mijn dochtertje.”
-
-
- „Arm en gansch alleen
- Moeten uw kindren heen.
- Arm en gansch alleen,”—
-
-
-sprak de geheimzinnige verschijning en toen verdween zij.
-
-„Dan wil ik liever blind blijven,” zei de koning tot zichzelf, toen hij
-wakker werd en hij vertelde aan Perlus, Urlo en Wanda wat hem gezegd
-was.
-
-„Vader, ik ga,” zei Perlus vast besloten. „Ik ben groot en sterk en wil
-vinden.”
-
-„Vader, ik ga,” zei Urlo, „ik heb vertrouwen, in mijn kracht. Ik zal
-vinden.”
-
-„Vader, wees toch niet bang,” zei Wanda.
-
-„Ik ben zoo klein, dat niemand op mij letten zal. Ik zou u niet kunnen
-gehoorzamen. Het moet. Het moet!”
-
-
-
-Het was een mooie zomerdag, toen de prinsen en de prinses vertrokken.
-Zij namen geen afscheid van hun vader om zijn droefheid niet te zien.
-Zij hadden hun prinsekleeren afgelegd.
-
-Heel eenvoudig trokken ze weg; de prinsen vielen nu door niets op dan
-door hun krachtige lichamen en hun schoone gelaatstrekken. Het
-prinsesje had als de boerinnen uit haar rijk, de lokken verborgen onder
-een doek.
-
-Een eindje gingen de prinsen en prinses samen.
-
-Toen namen zij afscheid van elkander.
-
-„Goede reis, zusje.”
-
-„Goede reis, mijn lieve broers.”
-
-Daar waar de wegen zich kruisten, sloegen zij elk een andere richting
-in en wuifden lang tegen elkander. En alle drie keken naar de zon, die
-straalde aan den hemel van louter zonneglans; alles tintelde, alles
-leefde in haar licht.
-
-
-
-
-II.
-
-DE FONKELENDE STEENEN.
-
-Dagen, weken en maanden gingen nu voorbij. De kroning regeerde,
-vergaderde met zijn ministers, staatsraden, en generaals, maar groote
-droefheid was er in zijn hart.
-
-Er was angst in hem voor zijn kinderen, want wel hadden zij hem doen
-weten, heel in het begin, dat zij zochten en gezond waren, maar allengs
-waren de berichten zeldzamer geworden en nu hoorde hij niets meer. En
-ofschoon hij de gezichten niet zag van hen, die hem omringden, hoorde
-hij toch uit hun stem, dat ook zij bevreesd waren.
-
-Eens echter, dat de oude, blinde koning innig naar zijn kinderen
-verlangde, meldde zich aan het paleis een bode, die tot den vorst
-wenschte toegelaten te worden, omdat hij nieuws kwam brengen van prins
-Perlus. En hij vertelde den koning, dat de prins in aantocht was en
-iets gevonden had, zoo mooi als zonneschijn.
-
-Toen was de koning verblijd en hij liet vlaggen met waaiende wimpels
-uitsteken om zijn zoon reeds van verre het welkom toe te wuiven van
-alle torens van het kasteel.
-
-En den volgenden dag kwam er weer een bode, sierlijk gekleed, met
-wapperende veeren op den hoed, en hij sprak: „Majesteit, prins Perlus
-doorzocht het land, zooals hem geboden werd: Van Noord tot Zuid naar
-allen kant. Hij brengt de schoone gave, waardoor uw blindheid zal
-genezen.”
-
-En den derden dag kwam er een page in blauw en wit satijn met kostbaar
-goud borduursel en hij zeide:
-
-
- „Nog enkele uren en de prins zal er zijn,
- Met iets zoo mooi als zonneschijn.”
-
-
-Nu werden er nog meer vlaggen uitgestoken, zij wapperden van alle
-vensters, van alle torenspitsen, kleurig en fleurig in het zonnelicht,
-zoodat men uren in den omtrek zien kon, dat er vreugde was in het
-kasteel.
-
-En de raadslieden van den koning trokken naar de vorstelijke woning,
-zoo vlug mogelijk als samenging met deftigheid en met mooie koetsen,
-waar statige koetsiers op den bok zaten.
-
-Stijf en rechtop zaten de raadslieden in hun rijtuigen.
-
-In het kasteel was het heel druk. De koetsen rolden af en aan; de
-ministers en wijzen stegen uit, bogen in de troonzaal voor den koning
-en hij hoorde geritsel van zijden stoffen en gekraak van stijve
-weefsels. Op zijn troon zat de blinde vorst in zijn prachtigen mantel
-en met zijn schitterende kroon op het hoofd. Zijn oogen staarden over
-de geheele hofhouding heen naar de verte, vanwaar zijn oudste, zijn
-vroolijke en krachtige Perlus, terug keerde.
-
-Toen deed zich gerinkel hooren en hooge, schetterende trompetten
-bliezen vroolijke wijzen.
-
-Want Perlus naderde en hij begreep de taal der wimpels en vlaggen en
-daarom werd de zweep over de acht paarden gelegd, die zijn koets
-trokken en draafden lustig de paardjes, waarop de pages zaten, die het
-prinselijk rijtuig voor af gingen.
-
-En zij bliezen op trompetten, waaraan geborduurde vaandels hingen, en
-zij bliezen, tot hun wangen roode bolle appels leken en de lucht met
-hen scheen mee te zingen.
-
-Nu hield de stoet stil voor de poort van het kasteel.
-
-„Leve prins Perlus,” schreeuwden en juichten de paleiswacht en de
-paleisbedienden.
-
-„Leve de prins,” galmde het op alle trappen.
-
-En nog rinkelden de bellen op het voorplein en schetterden de
-trompetten, zoodat te midden van één gejuich van vroolijkheid Perlus in
-de zaal trad.
-
-De prins naderde den troon, boog de knie voor zijn vader en kuste den
-koningsmantel.
-
-„Sta op, mijn zoon,” zei de koning met bevende stem en zijn handen
-streelden het glanzend zwarte haar van den prins.
-
-„Vader,” zei de prins, en trotsch richtte hij zich op en grooter was
-hij toen dan een der aanwezigen, „vader, ik heb gevonden, wat zoo mooi
-is als zonneschijn.”
-
-Toen ging er een blij gemompel door de zaal, waar al de wijze mannen in
-een kring zaten en bewonderend keken zij naar den prins.
-
-Zijn houding was fier, zijn oogen lachten vroolijk en zijn kleederen
-waren zoo rijk en prachtig, als menschenoogen in het land nog nooit
-aanschouwden. En de voorname mannen hadden verstand van kostbare
-kleeding.
-
-Met Perlus waren vier pages de zaal binnen gekomen, schoone knapen in
-kleeren van fluweel, zoo zacht als bloembladeren, en satijn, glanzend
-als oud zilver, en strikken en veeren, bezaaid met kleine pareltjes.
-Elk van de pages droeg een kistje, dat vonken schoot, als de
-zonnestralen er slechts een honderdste van een seconde op rustten. En
-zoo verbaasd en zoo onder den indruk was een oude generaal, dat hij
-even zijn buurman aanstootte en die had toch een minder voorname
-overgrootmoeder dan hij zelf, zoodat hij anders zich niet met hem
-bemoeide.
-
-Welk wonder kon er toch geschied zijn, dachten de hovelingen, dat een
-die uitgetrokken was arm en eenzaam, terug had kunnen keeren met zulk
-een praal?
-
-„Vertel, mijn zoon,” sprak de blinde koning.
-
-En nu zetten allen zich tot luisteren.
-
-„Vader,” zei Perlus en met opgeheven hoofd stond hij naast den troon en
-hij zag rond in den kring om hem, „toen ik mijn tocht begon, herhaalde
-ik voortdurend:
-
-
- „Iets zoo schoon als zonneschijn,
- Zal voor zijn blindheid genezing zijn”.
-
-
-en ik vroeg mij af wat het zou kunnen beteekenen, en ik keek naar de
-zon en zag haar licht schitteren, schitteren, schitteren!”
-
-Even hield hij op, want een wolk, die de zon bedekt had, trok voorbij
-en haar licht viel door de hooge boogramen op den koningstroon en de
-kostbare steenen, op uniformen en ordeteekens, op het blonde haar der
-pages,—ja waarlijk, het licht der zon schitterde met schitterglans.
-
-„Ja, ja,” mompelde de koning, want hij dacht aan dansende zonneplekjes
-op boomen, aan spattende golfjes, aan boterbloempjes en madeliefjes,
-aan Wanda’s gouden haren, aan Wanda’s stralende oogen.
-
-„Ja, zonlicht schitterde,” zei hij zacht voor zich heen.
-
-„Toen begreep ik,” ging Perlus voort, „dat ik zoeken moest naar iets,
-dat schitterde en glansde als zonlicht.”
-
-Weer ging een gemompel van instemming door de zaal.
-
-„Maar ik wist niet hoe ik ’t vinden moest. Ik had niet lang tijd tot
-mijmeren en suffen, want ik was arm en moest werken om den kost te
-verdienen.”
-
-„Hoe is het mogelijk,” fluisterde een oude hoveling en hij schudde het
-hoofd ongeloovig.
-
-„Toen ging ik naar een groote stad en eens, dat ik soezende door de
-straten liep, zag ik plotseling iets schitteren met den glans van
-zonnelicht. Stralen troffen mijn oogen, als waren het stralen van het
-zonlicht. Zij kwamen uit een goudsmidswinkel. Daar flonkerde het van
-goud, zilver en edelgesteenten. De stralen schoten naar alle kanten als
-zonlicht, het was er blauwig, rood en paars en geel als bij zonsop- en
-zonsondergang.
-
-„Dien avond ging ik vroolijk naar bed, want ik wist nu wat alleen zoo
-mooi is als zonneschijn: zilver en goud en edelgesteenten.”
-
-Even wachtte de prins en ten derden male ging het blijde gemompel door
-de wijze en voorname mannen. Zij keken naar elkander; de ordeteekenen
-fonkelden, in de zaal was één geschitter.
-
-Een generaal speelde even met zijn dolk in diamanten gezet.
-
-„Veel en veel mooier dan zonneschijn,” dacht hij. En een der ministers
-keek gedachteloos naar zijn gouden ringen met de kostbare steenen. En
-hij zag niet meer naar de zon.
-
-„Mijn ringen zijn mooier, veel mooier,” zei hij zacht.
-
-Alleen de oude, blinde koning staarde met oogen die niet zagen; bleek
-was zijn gezicht, bleek onder het goud van de kroon, bleek boven het
-gloeiende purper van den mantel. Stralen schoten uit den zegelring aan
-zijn smalle gevouwen handen. Och, wat was die arme koning bleek en
-droef te midden van al die pracht.
-
-„Vader,” vervolgde de prins nu zijn verhaal, „toen ben ik gaan werken
-om geld te verdienen en ik was spaarzaam en ik arbeidde onvermoeid.
-Daarop ben ik handel gaan drijven en ik verdiende veel geld, maar niet
-genoeg om al het schoone en schitterende te hebben uit den
-goudsmidswinkel. Ik trok van Noord tot Zuid, van stad tot stad,
-doorkruiste het land in alle richtingen, zooals bevolen werd en ik werd
-steeds rijker.
-
-„Eens echter in een bosch had ik een wonderlijke ontmoeting.
-
-„Diep in gedachten, vader, lette ik niet op den weg, dien ik nam en
-zoo, voor ik het zelf wist, was ik in een gedeelte, waar de planten
-dicht aaneen stonden, als wilden zij zich warmen aan elkaar.
-Heuvelachtig was de grond. Geen zon drong er bijna door. Geen vogel
-tjilpte. Stil en eenzaam was de plek.
-
-„Plotseling hoorde ik hameren en het geluid kwam van uit de aarde. Ik
-luisterde nieuwsgierig. Toen, o, ik zie het nog, alsof het pas gisteren
-gebeurd was, zag ik van uit de struiken een mannetje komen met verbaasd
-gezicht en groote werkhanden.
-
-„Wat doe je hier?” vroeg hij.
-
-Ik antwoordde, dat ik verdwaald was.
-
-Wij raakten in gesprek en ik vertelde hem, dat ik iets zocht, zoo mooi
-als zonneschijn.
-
-„Als zonneschijn,” herhaalde het mannetje. „Zonneschijn, is dat iets
-zoo mooi? Het is hier begroeid en donker en wij zien niet veel zon. Ze
-is wit en geel en schittert een beetje. Dat is alles wat ik ervan
-zeggen kan. Wil je wat daarop lijkt? Ik kan het je geven in overvloed.”
-
-„En ik ging met hem mee en vader, o, vader, en gij, wijze en voorname
-mannen, hij bracht mij naar de plek, waar diep onder den grond de
-aardgeesten goud en zilver en edelgesteenten voor den mensch bewerken.
-Ik werd toegelaten tot hun werkplaats en daar flonkerde het met een
-glans schooner dan sterren, schooner dan de maan, schooner dan
-zonneschijn. De zon was bleek en koud, vergeleken bij dien glans.”
-
-Weer zweeg de prins, terwijl zijn oogen fonkelden. En al de wijze en
-voorname heeren luisterden zoo doodstil, als waren zij kinderen, aan
-wie men een mooi verhaal doet. Maar de oogen van den koning staarden
-blind voor zich heen, en er legde zich een glimlach rond zijn lippen.
-
-„En vader,” ging Perlus voort en hoog sprak zijn klare stem, „gezegend
-zijn de aardgeesten, want zij gaven mij wat ik wenschte en ik heb
-slechts te vragen en mij stroomen alle schatten toe uit den rijken
-grond. Ik heb gevonden wat mooier is dan zonneschijn. Hier, gij pages.”
-
-En de pages naderden en knielden voor hun heer. En hij beval hun de
-kistjes te openen.
-
-Nu ging er een gejuich door de zaal, want uit de kistjes straalde een
-geschitter, dat wonderlijk was van hellen schijn. In het eene glansde
-gepolijst zilver, in het tweede lag rood goud te gloeien; in het derde
-fonkelden en flikkerden kostelijke edelgesteenten: robijnen en
-amethisten, saffieren en smaragden; in het vierde straalden diamanten
-in vlekkelooze doorschijnendheid. Zij hielden het licht als vast, leken
-zelven gestolten klompjes licht, die naar alle kanten stralen schoten.
-
-„Hoera,” juichten de wijze mannen.
-
-„Leve prins Perlus, leve prins Zonneschijn,” klonk het door de zaal.
-
-Een der hovelingen danste op zijn stoel, zich wiegend heen en weer, als
-hoorde hij vroolijke muziek. Een ander streek uit geestdrift door zijn
-keurig gepommadeerde haren, zoodat zij in wanorde raakten, wat nog
-nooit was voorgekomen. En de oogen van den prins schitterden van
-voldoening en niemand lette er op, dat er in den glimlach van den
-koning veel meer smart dan vreugde was. En niemand zag, dat hij zijn
-blinde oogen keerde naar het zonlicht, dat in breede stroomen door de
-boogramen de troonzaal invloeide.
-
-Toen sprak hij met diepe stem: „Perlus, mijn zoon, ik dank je, omdat je
-zocht. Kus mij.”
-
-Toen naderde de prins den troon en hij beklom de treden. Doodstil was
-het nu in de zalen, allen rekten de halzen om te zien het groote
-wonder, dat er blindheid zou genezen worden door een kus van
-menschelippen. En Perlus, wiens kostbare kleedij straalde in het
-zonnelicht, boog zich over den koning heen en kuste diens oogen.
-
-„Hij ziet, hij ziet. Hoera hij ziet,” juichten de wijze mannen. De
-koning richtte zich op.
-
-De slepende mantel viel in plooien langs hem. Zijn handen legden zich
-zegenend op het hoofd van Perlus en met heel diepe stem sprak hij:
-
-„Blind zijn mijn oogen. Niets zien zij, niets van al de schatten der
-aarde. Wees gezegend, omdat je zocht. Maar niet vond je wat is zoo
-schoon als zonneschijn.”
-
-Toen keken de wijze mannen, naar het zonnelicht en naar het geschitter
-in de kistjes.
-
-En nadat de vorst zich had laten wegleiden in zijn vertrekken,
-omringden zij Perlus en zeiden dat de droom dwaasheid was.
-
-„Zonlicht, zonlicht,” riepen zij minachtend als de aardmannetjes uit
-het bosch.
-
-En voorzichtig namen zij de steenen, die Perlus had meegebracht, in hun
-vingers. „Als dit niet helpt, helpt niets,” verklaarden de ministers.
-In hun vreugd, dat Perlus de schatten der aarde gevonden had, leek het
-hun niet meer zoo verschrikkelijk toe, dat de koning blind was.
-
-
-
-
-III.
-
-DE WONDERSPIEGEL.
-
-Weer verliep er een lange tijd, lang en heel lang in de schatting van
-den koning, want nu Perlus terug was, verlangde hij nog meer naar Urlo
-en Wanda.
-
-Het werd bovendien winter en het teere prinsesje was in het paleis
-gekoesterd en verzorgd geweest, beschermd tegen koude en gevaren. Op
-zekeren dag kwam er een bode, welke den koning verlangde te spreken.
-Hij was gezonden door Urlo, die terug keerde. In zijn groote blijdschap
-liet de koning weer vlaggen hijschen aan alle torens.
-
-Den volgenden dag kwam er een tweede bode, kostbaar, maar eenvoudig
-gekleed en hij vertelde, dat Urlo steeds naderde en meebracht wat den
-vorst genezen zou.
-
-Doch daarnaar luisterde de koning nauwelijks; blindheid scheen hem een
-lichte ziekte toe, vergeleken bij dat andere: zijn kinderen niet bij
-zich te hebben. Zoo groot was dan ook de vreugde van den koning, dat
-hij het bevel gaf kostbare tapijten te hangen tegen de buitenmuren van
-het kasteel, en slingers van groen en bloemen te hechten langs vensters
-en poort. Een plek van zomervreugde leek nu het kasteel op den kouden
-winterdag.
-
-„Welkom,” wapperden de vlaggen.
-
-„Welkom,” geurden de bloemen.
-
-„Welkom,” jubelden de kleuren der tapijten.
-
-En weer kwamen de raadsleden van den vorst, maar nu ook de geleerden
-van het rijk, want Urlo, de schrandere prins, sprak gaarne met hen.
-Weer zat de blinde koning op zijn troon en Perlus op sierlijken zetel
-naast hem. En weer schitterden de uniformen der ministers, staatsraden
-en generaals, en de geleerden waren deftig in het zwart.
-
-Gerinkel van bellen en paardengetrappel klonken nu vroolijk in de
-heldere vrieslucht.
-
-Wijd werden de deuren van de zaal geopend en Urlo trad binnen met
-opgeheven hoofd en fieren tred, gevolgd door twee, wier haren reeds
-grijs waren. En die twee moesten wel heel geleerd zijn; dat merkten de
-anderen dadelijk,—want zij roken naar stoffige bibliotheken en men kon
-aan hun oogen zien, dat zij gewend waren te kijken naar getallen, met
-risjes cijfers achter het decimaalteeken.
-
-„Vader,” zei Urlo en hij boog de knie, kuste den koningsmantel, als
-Perlus gedaan had. „Vader, ik vond wat U genezen zal.”
-
-„Sta op, mijn zoon,” sprak de trillende stem van den koning en zijn
-verbeeldingsoogen zagen het schrandere gelaat van Urlo, zijn hooge
-voorhoofd, zijn zwarte haar, zijn lenige gestalte. Maar zijn arme
-blinde oogen konden niet het kostbaar-eenvoudige kleed zien, niet het
-ordelint om Urlo’s hals, het lint, waarvan al de geleerden wisten, dat
-alleen fabelachtige knapheid het recht gaf het te dragen.
-
-En de raadslieden van den koning vroegen zich af hoe het kwam, dat
-iemand, die arm en alleen was uitgetrokken, terugkeerde met zulk een
-gevolg van wijsheid.
-
-„Vader,” sprak Urlo, „toen ik mijn tocht begon, herhaalde ik de
-woorden, die u in den droom gezegd waren. En ik keek naar de zon, en ik
-dacht en peinsde uren, dagen en weken lang.
-
-„Iets zoo schoon als zonneschijn! Wat kon dat zijn? Ik dacht erover bij
-nacht en bij dag en als ik mijn lessen gaf, want dat moest ik doen om
-aan den kost te komen.
-
-„Op een nacht, dat ik niet slapen kon, hoorde ik de woorden aldoor:
-
-
- „Iets zoo mooi als zonneschijn,
- Zal voor zijn blindheid genezing zijn!”
-
-
-„Toen kreeg ik plotseling een ingeving; iets zoo mooi als zonneschijn,
-dat kon slechts zonneschijn zelf wezen, want mijne heer en,”—en nu
-wendde Urlo zich tot de geleerden—„als a gelijk moet wezen aan b, dan
-kan b slechts gelijk zijn aan a. Vier is gelijk aan twee maal twee,
-omdat twee maal twee gelijk is aan vier.
-
-„Zonneschijn is licht; ik moest dus licht gaan zoeken, gelijk aan
-zonneschijn.”
-
-De geleerden knikten en al de anderen luisterden aandachtig. Ja, dat
-was zoo klaar als de dag. Twee maal twee is gelijk aan vier, omdat vier
-weer gelijk is aan twee maal twee. Ja, ja, och,—wat was dat eenvoudig.
-Het kwam er toch eigenlijk maar op aan, licht te zoeken, gelijk aan
-zonneschijn. De blinde koning echter glimlachte. Het was twaalf uur. De
-zon stond in het Zuiden en hij voelde het warme zonnetje schijnen op
-zijn handen en hij was zoo innig blij, dat Urlo terug was.
-
-„Toen begreep ik,” ging Urlo voort, „dat om mijn vader te kunnen
-genezen, ik zonnelicht moest kunnen meebrengen, werkelijk zonnelicht.”
-
-Verrukt luisterden de geleerden. Zou Urlo werkelijk zonnelicht kunnen
-maken?
-
-Dat moest niet zoo moeielijk zijn, dacht een der geleerden. Hij zelf
-had toch wel iets uitgevonden, waarmee je in iemand zijn maag kijken
-kon. En je had toch ook al ander licht! Die Urlo zou het wel klaar
-gespeeld hebben. Het moest niet zoo lastig zijn. Hij verwedde er wat
-onder, dat hij zelf het ook kon. En de wijze geleerde keek naar de zon
-en lette bijna niet op door de som, die hij aan het uitrekenen ging! En
-de koning dacht: „werkelijk zonlicht, brengt hij dat mee?” en zijn
-gedachten dwaalden even af naar de wolken, gekleurd in morgen- en
-avondzon, naar helmen en schilden van zijn strijders, fonkelend in het
-zonlicht, naar boomen en bosschen, waar elke zonnestraal een dansend
-licht-elfje scheen.
-
-„En,” vervolgde Urlo zijn verhaal, „ik ging toen naar een groote stad
-en huurde daar een kamer ergens in een stil hoekje, zoodat ik niet
-gestoord kon worden. Daar bestudeerde ik alle boeken over het licht,
-het zonnelicht, maar ik vond niet wat ik zocht. En ik trok van
-hoogeschool naar hoogeschool en ik ben veel, veel te weten gekomen.
-
-„Toen kreeg ik toevallig een heel klein, oud boekje in handen en daarin
-las ik, dat in de ongenaakbare rotsen in het noorden een grot was,
-waarin een grijsaard woonde, die wijzer was dan iemand anders op de
-heele aarde. En ik besloot naar hem toe te gaan. Het was een moeilijke
-en gevaarvolle tocht, maar zoo groot was mijn verlangen om zonlicht te
-maken, dat ik tegen niets opzag.” Even zweeg de prins en met een
-glimlach van zelfvertrouwen keek hij door het boograam naar de zon, die
-aan den wolkenloozen hemel straalde en de sneeuw in het park schitteren
-deed.
-
-„En,” ging Urlo door, „ik ben naar de steile rotsen gegaan en dikwijls
-dacht ik, dat ik de grot niet bereiken zou, want het land, waar ik
-doortrekken moest, was woest en onherbergzaam. Toch kwam ik bij den
-ouden wijze.”
-
-„O, mijn vader, o, mijne heeren, ik werd beloond voor mijn moeite, want
-wijzer man dan hij hoorde ik nooit; bij hem vergeleken wist ik niets,
-want alle wijsheid van alle wijze mannen van vroeger en nu was in hem.
-En ik bleef lange, lange weken bij hem en ik vond een spiegel, die de
-zonnestralen vasthoudt en teruggeeft, wanneer men wil. Zooals linnen
-olie opslurpt, zoo drinkt mijn spiegel zonnelicht en geeft zonnelicht
-terug altijd, op elk oogenblik van den dag en den nacht.”
-
-„Hoor, hoor,” riepen de geleerden opgewonden.
-
-„Stil, stil,” zei Urlo, „niet te vroeg juichen, want wie zegt u, dat
-het waarheid is wat ik spreek? Eerst moet ge zien, zien met eigen
-oogen, dat vier gelijk is aan twee maal twee, omdat twee maal twee
-gelijk is aan vier. Dat zei ik ook in de academie van wijsheid der
-wijsheid, waar ik mijn uitvinding besprak en toen de leden zagen met
-eigen oogen, gaven zij mij het lint, dat ik draag om mijn hals.”
-
-En weer keken de geleerden naar het lint, waar met parels uilen en
-doodshoofden op geborduurd waren.
-
-Toen haalde Urlo van uit zijn kleed een foudraal. Hij opende het en
-toonde aan de geleerden, die om hem waren komen staan, een wonderlijk
-gebogen spiegel.
-
-„Wij zien niets,” zeiden de geleerden teleurgesteld.
-
-„Wordt licht gezien bij licht?” vroeg Urlo.
-
-„Smaakt honig zoet na honig?”
-
-„Nee, nee,” zeiden de geleerden, „nee, nee, water in water is nat!”
-
-„Goed, goed,” zei Urlo ongeduldig. „Laat het dan donker worden,
-heelemaal donker, zwart donker, opdat licht zal gezien worden in
-duisternis, als verstand te midden van domheid.”
-
-Nu klonken er van alle kanten schelletjes, die de bedienden riepen. En
-Urlo sloot den spiegel in het foudraal, dat gemaakt was van een stof,
-die geen licht doorliet. De luiken werden nu voor de ramen gezet, de
-zware gordijnen toegetrokken en wanneer er slechts een kiertje of
-spleetje was, waar de zon had kunnen door schijnen, dan werd het
-toegestopt, als naden van een schip, dat niet lek mag worden. Eindelijk
-trok de laatste bediende weg met het laatste lampje, dat het werk van
-sluiting had helpen verlichten en toen was het zoo donker in de groote
-zaal, dat alles een kuil van zwart leek; alle geschitter en geflikker
-van rijkdom scheen gedoofd te zijn. Het was zoo donker, dat de zienden
-meenden blind te zijn. Alleen een glimp van licht kwam van het
-foudraal. Het leek wel op de maan, die soms onzichtbaar is, maar alleen
-door een smallen zilveren rand toont, dat zij er toch is.
-
-Het was dood—en doodstil in de zaal. Allen wachtten op het wonder.
-
-Toen opende Urlo plotseling het foudraal en zie: de duisternis werd als
-plat geduwd tegen de muren; alles glom en glansde van licht, van licht,
-dat kwam uit den tooverspiegel, van licht, dat hel was als zonnelicht.
-
-Weer schitterden het goud, het zilver en de edelgesteenten; weer
-fonkelden de diamanten op de borsten der voorname mannen; weer blonken
-de gezichten van geleerdheid; alle kleuren en alle glans waren weer
-ontwaakt uit den slaap der duisternis.
-
-„Lang leve Urlo,” galmde het door de zaal.
-
-De blinde koning echter zag niets. Voor hem was het donker gebleven.
-Zijn blinde oogen staarden over alles heen en hij wikkelde zich in zijn
-mantel, nu de zon niet meer op hem scheen met koesterende warmte.
-
-En die koude voelden ook de anderen. Want veel der geleerden waren
-mager en zij waren gewend te studeeren bij koesterende vuren.
-
-„Het licht is niet warm,” rilde een der geleerdsten.
-
-„Dat behoeft ook niet, dat mag ook niet,” zei Urlo.
-
-„Warmte werd niet gevraagd en niet gelast. Ik moest iets zoeken, zoo
-mooi als zonneschijn en niet zoo warm. Ik moest licht zoeken, niets dan
-licht en zie hoe mijn spiegel straalt,”—en in verrukking hield Urlo de
-vingers voor zijn spiegel, die zich kleurden, als liet hij werkelijk
-zonnelicht op zijn handen vallen. Maar alleen op zijn troon zat de
-blinde koning. „Vader,” zei Urlo, „vader, ik vond. Nu zal uw blindheid
-genezen.”
-
-„Kus mij, mijn zoon en wees gezegend, want je zocht met ijver en met
-moed,” zei de koning en weer was er de glimlach rond zijn lippen. En
-met den spiegel in zijn hand besteeg Urlo den troon van zijn vader en
-hij kuste hem op de blinde oogen.
-
-„De koning ziet, de koning ziet,” juichten de geleerden. Doch de koning
-richtte zich op en blind als voorheen staarden zijn oogen. „Ik zie
-niet,” sprak hij met zachte stem en als medelijdend. „Ik zie niets van
-het licht.”
-
-„Vader, dan was uw droom een droom,” zei Urlo, „want zonnelicht bracht
-ik.” Toen werd er gescheld om de bedienden, die de luiken wegnamen en
-de gordijnen open trokken.
-
-In stroomde nu de zon met verkwikkende koestering en naar die warmte
-keerde de koning het bleeke gelaat.
-
-
-
-
-IV.
-
-WAT ZOO MOOI WAS ALS ZONNESCHIJN.
-
-Naar alle kanten verbreidde zich nu de roem van het kasteel, waar de
-schatten van Perlus zich ophoopten en de wonderspiegel van Urlo knappe
-en wijze mannen uit de heele wereld tot zich trok. En ze gingen weer
-weg, verbaasd over hetgeen zij gezien en gehoord hadden. Maar de koning
-verlangde naar Wanda, zijn prinsesje en hij vreesde voor haar, nu hij
-van zijn zoons de verhalen der gevaren kende. De tijd ging echter
-voorbij, doch Wanda keerde niet terug. Reeds was de sneeuw gesmolten,
-reeds ging er iets als een voorjaarszoelte door de lucht, maar het
-prinsesje liet niets van zich hooren. Toen werd de koning zoo ongerust,
-dat hij boden uitzond om haar te zoeken, maar allen keerden terug met
-de boodschap, dat hun reis vergeefsch was geweest. En de koning dacht,
-dat zijn droom een list was geweest van een boozen toovenaar, die Wanda
-in zijn macht wilde krijgen door haar te laten zoeken naar iets
-onvindbaars. En den dag, dat de laatste bode terugkeerde met het
-bericht, dat niemand in het gansche rijk iets berichten kon over
-Wanda’s lot, zond de koning om zijn raadslieden.
-
-Dadelijk moesten zij komen, want het verblijf van de prinses moest
-opgespoord worden. Toen trokken allen naar het kasteel: ministers en
-staatsraden, generaals en geleerden, maar nu niet vroolijk gestemd als
-bij den terugkeer van Perlus en Urlo. Geen vlaggen wapperden uit ramen
-en torens, geen bloemen slingerden zich langs kozijnen en lijsten, geen
-tapijten vervroolijkten de grijsheid der muren. De zon was bedekt door
-wolken; het was een koude, kille dag; nevelen waren er in de verte en
-hingen om het kasteel; treurig staken de boomen hun takken in de lucht;
-grauw en grijs was het land; de lente scheen maar niet te willen komen
-en de aarde rilde nog van winterkoude. De rijtuigen rolden af en aan en
-brachten uit alle streken de wijze en voorname mannen, raadslieden van
-den koning. Allen moesten om het kasteel te bereiken langs den breeden
-weg, maar niemand in de koetsen had opgemerkt, dat langs dienzelfden
-weg zich een klein, tenger figuurtje bewoog.
-
-Dat was Wanda, die terugkeerde van den langen, langen tocht. Zij
-herkende wel de raadslieden van haar vader, maar zij zag er zoo
-eenvoudig uit in de dracht der meisjes van haar volk, dat niemand het
-de moeite waard vond naar haar te kijken. Alle rijtuigen haalden haar
-in, zoodat het al stiller werd op den weg naar het kasteel. Het was
-heel stil ook op het voorplein van het paleis. De schildwachten liepen
-in regelmatigen stap op en neer, niemand lette op haar. Wanda ging nu
-ongemerkt naar een kleine zijdeur in het kasteel, die niet bewaakt
-werd, omdat bijna niemand van zijn bestaan af wist. Nu liep zij door de
-stille gangen, maar plotseling, met dolle vaart en vroolijk geblaf,
-rende een groot ruig dier op haar toe. Dat was Bello, haar reusachtige
-hond en hij zette zijn pooten op haar schouders en lekte haar in dolle,
-uitgelaten vreugde. En haar kleine hand streelde den kop van het dier,
-dat rond haar bleef springen, nu zij naar de troonzaal ging, want daar,
-dat wist zij, hadden steeds de groote vergaderingen der geleerde en
-wijze mannen plaats.
-
-„Laat mij door,” zei zij tot de lakeien en voor die goed wisten met wie
-zij eigenlijk te doen hadden en wat er eigenlijk gebeurde, opende Wanda
-de deuren, die de zaal scheidden van de marmeren hal en plotseling
-stond zij midden in de zaal: een klein figuurtje met een grooten hond,
-die zijn kop tegen haar hand wreef, en sprong, en blafte, en
-kwispelstaartte.
-
-„Wanda,” riepen de prinsen.
-
-„Prinses Wanda,” riepen ook de wijzen en voornamen.
-
-Toen legde zich een doodsche stilte en allen staarden naar het
-prinsesje, dat als verlegen en armoedig in haar donkeren mantel in den
-grooten kring stond.
-
-„Vader,” zei toen Wanda en als haar broers knielde zij voor haar vader,
-die lachte met blijde vroolijkheid en opgestaan was om zijn dochtertje
-te ontvangen, „vader, ik heb gezocht, maar niet gevonden.”
-
-En zij drukte haar lippen op de hand van den koning en zij nestelde
-zich tegen zijn knieën op de treden van den troon om het verhaal van
-haar tocht te doen. Heel, heel klein scheen Wanda nu; zij had den
-mantel uitgedaan, zich den doek van het hoofd genomen en haar blonde
-lokken leken nu wel goud tegen den donkeren troon; vaalgrijs was haar
-kleedje bij de pracht van den koningsmantel en het verguldsel van de
-zaal. Maar haar oogen glansden met diepen gloed en haar hand legde zich
-op den kop van den hond, die al kwispelstaartend aan haar voeten was
-gaan liggen. „Vader,” sprak nu Wanda, „met leege handen kom ik terug en
-toch heb ik gezocht van Oost tot West, van Noord tot Zuid, naar allen
-kant.
-
-„Toen ik mijn tocht begon, herhaalde ik, wat u in den droom gezegd was.
-O, het was een dag van gouden zonneschijn.
-
-„Ik kwam door een klein dorpje. Daar zat voor de deur van haar woning
-een oud vrouwtje. De zon scheen op haar en zij koesterde er zich in als
-een spinnende poes. „Moedertje,” zei ik, „wat kijk je gelukkig.”
-
-„Voel je dan het zonnetje niet,” vroeg zij.
-
-„En weer een eind verder zag ik een knaap met een bleek uitgeteerd
-gezicht en lange, smalle handen. Hij zat in een stoel met kussens in
-den rug. En ik bleef voor hem staan, waarom wist ik zelf niet.
-
-„Ik wensch je beterschap toe,” zei ik.
-
-„O, ik word wel beter, want voel eens de zon. Die koestert me,” en hij
-sloot zijn oogen en keerde zich al meer naar de zon toe.
-
-„Peinzend liep ik verder en op een heel stil plekje zag ik een ziek
-katje, een klein ongelukkig dier. Het was gekropen naar een plaatsje,
-waar de zon scheen met alle kracht en daar liet het zich warmen. En ik
-droomde dien nacht een vreemden droom. Het was of ik vleugels kreeg, of
-ik licht werd, of ik met de zonnestralen overal heenkijken kon. Ik zag
-hoe een zonnestraal viel op een bloemknop en zij opende zich met teere
-kleuren, die schenen te lachen tegen het licht. Ik zag hoe een andere
-zonnestraal viel op een slapenden vogel en hij werd wakker en zong
-liederen, die trilden van blijheid en geluk.
-
-„O, wat was dat mooi; al die bloemen en dieren, gelukkig gemaakt door
-de zon: klein margrieten en gloeiende rozen, grauwe musschen en
-pronkende pauwen. Toen begreep ik, dat het heel moeielijk was iets te
-vinden, zoo mooi als zonneschijn.”
-
-Even kuchten een paar der wijze voorname mannen, anderen schoven op hun
-stoel. Wat een dwaas verhaal deed Wanda, vonden zij. Het gaf niets te
-denken. Een der geleerden kon er zijn gedachten niet bij houden. Hij
-had een moeielijke som pas in den steek gelaten, toen de koning hem had
-doen roepen en cijferde bijna hardop; nul, decimaalteeken, 5, 6, 7, 8,
-3, 2, 1.
-
-Maar de hand van den koning streelde het blonde haar van zijn
-dochtertje en een paar tranen liepen langs zijn wangen, want zijn
-verbeeldingsoogen zagen den tijd, toen het licht er ook voor hem was.
-
-„En ik zag zonnestralen vallen,” vertelde Wanda, op oude menschjes,
-zooals ik in het dorp gezien had en zij koesterden er zich in, en
-grijsaards en zieken zag ik glimlachen in den zonneschijn. Met andere
-zonnestralen zag ik neer in een gevangenis. O, vader, dat was een
-verschrikkelijk gezicht. Een der gevangenen was zoo bleek, dat hij wel
-een doode leek. Toen viel een warme zonnestraal op de plek, waar hij
-lag en hij lachte, vader, hij wendde het hoofd naar het licht.
-
-„Heel lang heb ik in dien kerker rondgekeken en ik werd heel treurig,
-want zonneschijn leek mij onvindbaar mooi. Hoe zou ik op aarde iets
-kunnen vinden, zoo mooi dat het een eenzamen mensch in een cel het
-gelaat zou doen glanzen van vreugde?”
-
-Weer kuchte een voorname geleerde en hij keek vragend zijn buurman aan
-en deze haalde onmerkbaar zijn schouders op, wat zeggen wilde:
-„vrouwenpraat, collega, geduld!”
-
-En de voorname wijze, die van zijn som werd weggeroepen, was weg, ver
-weg in het land der cijfers, hij hoorde niets, want hij zat te rekenen,
-te rekenen, met lange, lange getallen!
-
-Doch, alsof zij tot zichzelve sprak, ging de prinses door: „Een andere
-zonnestraal viel in een armoedig kamertje. Daar woonde een jonge man,
-die mooie verhalen maken kon. Zoo mooi vader, zoo mooi als nachten met
-blauwigen maneschijn. Maar hij was arm en zijn zwakke zieke moedertje
-leed gebrek. Toen zag ik hem schreien. Maar drie, vier zonnestralen
-kwamen tegelijk zijn vertrekje binnen en hij keek er naar, en zijn
-oogen begonnen weer te stralen; en hij werkte, dat zijn pen over het
-papier vloog.”
-
-Een hoveling gaapte bijna hoorbaar en kreeg toen een verschrikkelijke
-kleur, want het was hem in lange jaren niet gebeurd, dat hij gegaapt
-had in een vergadering in de troonzaal. En de geleerde van de som was
-nog altijd aan het rekenen. Als alles uitkwam, dan wist hij hoeveel
-stofjes er gingen in een korreltje meel!
-
-„Toen ik wakker werd,” vertelde Wanda door, „begreep ik, dat ik zoeken
-moest naar iets, dat bloemen hun schoonheid gaf, vogels deed zingen,
-arme, oude menschen een glans gaf van geluk en tevredenheid, wat zieken
-hun pijn deed vergeten, eenzamen deed lachen en dichters hoop in het
-hart gaf.” Het geschuifel op de stoelen werd onrustig. Perlus keek
-meelijdend naar zijn zusje, die op deze wijze haar tijd verloren had en
-hij nam zich voor haar voor vergoeding een diamanten ketting te geven.
-Urlo wou haar vermaken met den wonderspiegel, dan zou zij wel gauw
-alles vergeten zijn.
-
-„Toen vader, zocht ik naar iets, dat zóó lachen deed, zóó glanzen.
-
-„Maar met leege handen keer ik terug.... Toch heb ik soms gedacht, dat
-ik dát lachen en glanzen zag, eens, tweemaal, neen veel meer en toen
-droomde ik niet.”
-
-Toen Wanda deze woorden zeide, straalden haar oogen met wonderlijk
-diepen gloed. Dat zag de blinde koning niet; hij hoorde alleen maar den
-klank van haar stem en zijn handen vouwden zich.
-
-En nu begon ook de zon door te breken; ijler en lichter werden buiten
-de nevels; door de boogramen stroomde het licht op alles, maar het was
-of er meer glans viel op het prinsesje, wier haar nu zonnegoud leek,
-wier gelaat blank en fijn was tegen het donkere rood van den troon. En
-zooveel zon was er om haar, dat de wijze en voorname mannen kijken
-moesten of zij wilden of niet.
-
-„Op mijn langen tocht zag ik soms dat lachen en glanzen uit mijn droom.
-
-„Bloemen lagen ergens vergeten en toen ik ze verzorgde, openden ze zich
-als de knop uit mijn droom.
-
-„Een vink gaf ik de vrijheid en hij jubelde, als de vogel, door den
-zonnestraal gewekt.
-
-„En een hond, die zich gewond had en dien ik verbond, keek mij aan als
-het katje, dat zich in de zonnewarmte koesterde.
-
-„Maar dat lachen en glanzen zag ik vooral in de oogen der menschen.
-Vader, ik ben geweest bij zieken en in gevangenissen, in kleine donkere
-steegjes en kamertjes, waar het zoo donker was, dat zelfs de
-zonnestralen er bijna niet komen konden.”
-
-„Wat, wat?” riep de geleerde, die met zijn som in de war was geraakt en
-een paar woorden opving.
-
-„Bespottelijk, collega,” fluisterde een staatsraad.
-
-En een man, zoo wijs, dat men hem van overal raadplegen kwam en wiens
-borst geheel bedekt was met ridderorden, schoot even in den lach. Toen
-voelde hij een steek in zijn lendenen, want de geleerde staatsraad had
-in lang niet gelachen. Doch de koning glimlachte als vroeger, toen hij
-zien kon en zijn handen vouwden zich. En de zonnestralen schenen te
-spelen rond het meisje. Buiten werd de lucht al blauwer; de nevels
-verdampten en verdunden zich. Een zonderling geklepper deed zich hooren
-van achter uit het park. Dat kwam van den ooievaar, die teruggekeerd
-was en wiens snavel vroolijk rood in het zonlicht was.
-
-„Een arm, ziek vrouwtje heb ik zien lachen als het menschje bij de
-zonnestralen, toen ik haar kussen recht legde, bloemen bij haar bed
-zette, eten voor haar kookte. Dat was wel het lachen uit mijn droom.”
-
-Wanda was nu opgestaan en de groote hond lichtte zijn kop op, likte
-haar hand en keek toen weer soezend om zich heen.
-
-Niemand lachte nu meer, want in stroomde het licht. Wat een zon was er
-om Wanda heen. Allen keken heel stil naar haar: Perlus en Urlo en al de
-wijzen en geleerden.
-
-„En hetzelfde lachen en glanzen heb ik in de gevangenis gezien, vader.
-Daar was een der gevangenen ziek en ik werd tot hem toegelaten. Geen
-berouw was er op zijn gelaat. En ik vertelde hem zijn eigen leven,
-sprak hem van den tijd toen hij een kind was, van zijn moeder en het
-huisje waar hij geboren was, midden tusschen de bloemen. Toen heb ik
-hem tranen zien schreien, die schitterden in het licht. En hij voelde,
-dat hij sterven ging en verlangde naar zijn moeder, om haar vergiffenis
-te vragen voor al het leed, dat hij haar veroorzaakt had. En ik ben
-haar gaan zoeken, tot ik haar vond en ik bracht haar bij hem.
-
-„En toen zij aan zijn ziekbed zat met zijn hand in de hare, toen heb ik
-haar en zijn gelaat zien glanzen, als in mijn droom.
-
-„Niets breng ik dus mee vader, niets! Ik heb gezocht naar alle kanten,
-maar zonneschijn is zoo mooi, dat de aarde niets heeft wat daarop
-gelijkt. Maar als de zon wil ik u koesteren, vader, zoodat u lachen
-gaat als het zieke vrouwtje, en die moeder, en die zoon.”
-
-„Kus mij, mijn kind,” zei de koning met fluisterende stem en groote
-tranen vielen op zijn mantel.
-
-„Schrei niet, vader,” zei Wanda, „ik zal U liefhebben als uw kleine
-zonnetje,” en zij sloeg haar armen om den hals van den koning en kuste
-hem met groote teederheid.
-
-In stroomen golfde het zonlicht naar binnen. Het vulde de zaal met
-vloeiend, doorzichtig goud. En het was of er honderden stemmetjes
-zongen. En in de zaal keken allen naar het wonder. De koning richtte
-zich op in volle lengte. In breede plooien viel zijn mantel om hem
-heen. En zijn oogen zagen naar alle kanten.
-
-Zij staarden en tuurden niet, maar dronken het licht en de kleuren.
-Zijn oogen keken naar buiten, waar de nevels waren opgetrokken, waar de
-zon het blauw der voorjaarslucht stralen deed.
-
-En naast den koning, klein en nietig, met goudglans op haar lokken,
-stond het kleine prinsesje, dat schreide van vreugde.
-
-„Ik zie, ik zie,” zei de diepe stem van den koning.
-
-„De koning ziet,” riep men bijna plechtig in de zaal.
-
-„De koning ziet,” klonk het door de gangen. En de schildwachten
-vernamen het en vertelden het verder, en wie het hoorde, verspreidde
-het weer. Zoo ging het wonder van mond tot mond, door het heele land,
-het wonder van het blonde prinsesje, dat iets gevonden had, zoo mooi
-als zonneschijn, wat blindheid wegkust.
-
-
-
-
-
-
-
-HET KAARSEMANNETJE.
-
-
-I.
-
-Milly lag in haar bed en schreide. Een paar maanden geleden zou zij het
-echter niet gedaan hebben om hetgeen, wat haar nu heel zacht snikken
-deed.
-
-Want Milly heette eigenlijk Melanie, maar die naam klonk wat vreemd
-voor Hollandsche ooren en dus werd hij afgekort. Het meisje had een
-Fransche moeder en een Hollandschen vader en in haar moeders familie
-werden alle oudste dochtertjes Melanie genoemd. Zij heette daarom ook
-zoo.
-
-Milly herinnerde zich heel weinig van alles wat met haar moeder in
-verband stond, daar die stierf, toen het kind vijf jaar was. Milly wist
-nog alleen, dat zij zwarte kleertjes aankreeg en naar een Fransche
-kostschool gestuurd werd. Later hoorde zij, dat dit moest, omdat haar
-vader altijd reisde en er geen familie was, waar het meisje toen komen
-kon. Zij werd dus door vreemden opgevoed met veel kinderen tegelijk.
-Toch was Milly niet te beklagen geweest. Haar vader kwam haar, zoo
-dikwijls het maar kon, opzoeken en de tijd, dien zij dan saampjes
-doorbrachten, was er een van pret en uitgaan. Zij hield heel veel van
-hem, maar zonder veel verdriet keerde zij altijd naar de kostschool
-terug en wanneer zij soms even schreide, waren haar traantjes weer
-spoedig afgewischt, want de directeur en zijn vrouw waren heel goed
-voor al de kinderen. Dat mocht ook wel, want allen misten een eigen
-tehuis.
-
-De school lag bovendien ergens buiten. Er werd heerlijk gespeeld na de
-lessen en elk jaargetij had zijn eigen vreugden en bezigheden. Milly
-verveelde zich nooit, ook niet in de lange winteravonden, want dan
-waren er gezellige spelletjes of vertellingen en heerlijke boeken.
-
-Zij was dus tevreden en gelukkig, omdat zij niet voelde, dat zij iets
-miste.
-
-Nu echter was alles anders voor haar geworden. Een oorlog was
-uitgebroken en door de streek, waar Milly’s school lag, trokken legers.
-Toen was de vader zijn dochtertje gaan halen en had haar in veiligheid
-gebracht in Nederland bij een zuster, die drie kinderen had en nu wel
-het meisje bij zich kon nemen. Dat was vroeger niet mogelijk geweest,
-omdat Milly’s tante heel lang ziek was geweest. De vader hervatte zijn
-zwervend leven, toen hij zijn eenig dochtertje veilig geborgen wist.
-
-Al maanden lang was Milly nu al bij haar oom en tante en al dien tijd
-had ze niets van haar vader gehoord. Soms verlangde het meisje heel
-innig naar hem, meer eigenlijk dan toen zij op de kostschool was, waar
-zij hem toch ook dikwijls in langen tijd niet zag.
-
-Het kind begon te begrijpen, dat zij niet bezat wat alle andere
-kinderen om haar heen wel hadden. De jongens en meisjes van de school,
-waar tante Ada en oom Frank haar geplaatst hadden, hadden allen een
-vader en een moeder, broertjes en zusjes. Zij was alleen op de wereld.
-Dat voelde zij, sedert zij in Nederland was. Oom en tante waren lief
-voor haar, maar anders toch, vond zij, dan voor hun eigen kinderen,
-anders dan voor blonde Truusje, anders dan voor dikken Bop, anders dan
-voor kreupele Hansje. Alle drie kuste tante veel inniger dan haar, het
-vreemde nichtje! En als het aanhalige Truusje haar armen om haar
-moeders hals sloeg en zich zoo dicht tegen haar aanvlijde, als behoorde
-haar moeder alleen aan haar, dan trok Milly een onverschillig gezicht,
-en drukte haar lippen stijf op elkaar, en keek op dezelfde wijze, die
-Bop wel eens plagend deed vragen of zij een stok had ingeslikt.
-
-Niemand echter wist, dat Milly naar een vader en moeder verlangde,
-zooals haar nichtjes en neefjes hadden. Zij had ook wel eens haar armen
-om haar tante willen slaan en toch gaf zij niets dan een vluchtige kus.
-Zij was toch maar het nichtje, dacht Milly; zij was niet het eigen
-dochtertje. Zij kreeg niets dan een aalmoes! Zij had naar de kostschool
-terug willen gaan, waar de goede mijnheer en mevrouw er voor allen
-waren en tegen den een niet vriendelijker deden dan tegen den ander. En
-alles was zoo akelig vreemd in de stad, waar zij was: de taal, die zij
-moest spreken en vader niet altijd tegen haar gebruikt had,—de stad met
-huizen in plaats van velden en bosschen,—de kleinigheden waar door oom
-en tante veel meer op gelet werd dan op de school in Frankrijk.
-
-Op den avond, dat dit verhaal begint, lag dus Milly heel zachtjes te
-schreien en zij meende, dat er geen ongelukkiger kind op de heele
-wereld was dan zij. Eventjes klonk er een luide snik en dadelijk trok
-het kind haar hoofd onder de dekens, opdat toch niemand haar hooren
-zou, tante niet, oom niet, plagerige Bop niet. Toch lag Milly alleen in
-de kamer. Zij deelde die met Truusje, maar haar nichtje was voor een
-paar nachten uit logeeren bij haar peettante.
-
-Maar daarom schreide Milly niet! Dat kon haar niets schelen!
-
-Tante Ada kwam echter altijd de kaars uitblazen in de kamer der
-meisjes. Dan stopte zij de kinderen nog eens toe en dan hoorde Milly
-heel goed de lieve woordjes, die Truus dan tegen haar moeder zei, voor
-zij slapen ging en zij kon zien hoe innig het kind haar „schat,” haar
-„eenige moesje,” haar „liefste, liefste moeder” naar zich toetrok.
-
-Dan kwam tante Ada bij haar.
-
-„Nacht Milly,” zei dan tante.
-
-„Nacht tante,” antwoordde Milly.
-
-„Lig je goed?”
-
-„Ja, tante.”
-
-„Is de kiespijn heelemaal over?”
-
-„Ja, tante.”
-
-„Goed slapen, hoor, kindje.”
-
-„Ja, tante.”
-
-Tante legde dan de dekens nog eens goed, streek over het donkere
-bolletje van Milly, gaf haar een kus, en was heel lief.... Maar alles
-was toch anders dan bij Truus.
-
-Dien avond echter, toen Truus uit logeeren was, had Milly gevraagd,
-toen zij naar bed ging:
-
-„Tante, komt u de kaars uitblazen?”
-
-„Ja zeker,” antwoordde tante. Maar juist werd er gebeld en er kwam
-avondbezoek.
-
-Milly was toen naar bed gegaan en, hoorde het stemmengeroes van
-beneden. Zij lag te wachten, tot tante het licht zou uitdoen, maar
-tante kwam niet.
-
-Milly luisterde naar de geluiden, die van uit de huiskamer tot haar
-doordrongen en ze keek naar de kaars, die knetterde. Toen voelde het
-kind zich heel ongelukkig en verlaten.
-
-„Truus zou niet vergeten zijn,” zei zij tot zichzelve en zoo’n gevoel
-van eenzaamheid maakte zich van haar meester bij de pratende stemmen
-onder haar en de flikkerende kaars, dat zij de dekens over zich heen
-sloeg om niets meer te hooren of te zien. Toen dacht zij aan haar
-vader, die zijn eenige dochtertje niet meer schreef of opzocht, aan de
-verre kostschool, waar het soms zoo gezellig kon zijn in de groote
-slaapzaal, als mevrouw even langs al de bedden ging.
-
-Het kleine meisje, dat Milly was, kon zich niet meer bedwingen en de
-tranen stroomden langs haar gezichtje en zij stopte haar zakdoek in
-haar mond uit vrees voor plagerigen Bop. Wat vader wel zeggen zou, als
-hij wist, dat de jongen haar sarde, wanneer tante en oom er niet bij
-waren, en haar een „ongewasschen Fransoos” noemde, omdat haar oogen en
-haar even donker waren, als die van haar nichtje en neefjes licht.
-Truus had net zulk blond haar als haar moeder. Neen, dat van tante
-schitterde nog meer, als de lamp erop scheen. Dan moest Milly altijd
-naar haar kijken of zij wilde of niet en het meisje vroeg zich af of
-haar eigen moeder, van wie ze zelfs geen portret had, er ook zoo lief
-had uitgezien.
-
-Milly bleef zachtjes doorschreien. De stemmen beneden klonken doffer,
-de kaars flikkerde wonderlijk.
-
-Het was of de vlam grooter en kleiner werd en er iets bewoog in het
-donkere hartje. Nu leek ze wel zoo groot als kreupele Hansje. Kijk, nu
-scheen het of zij naar beide kanten week.
-
-Een wezentje stapte eruit met kleertjes zoo donker als het hart van de
-vlam en een gezichtje zoo stralend als het licht van de kaars. Het ging
-zitten op den rand van het bed.
-
-„Ken je me niet, Milly,” vroeg het mannetje.
-
-„Neen,” zei Milly verbaasd.
-
-„En je hebt zoo lang naar me gekeken. Ik ben het mannetje uit de kaars,
-die je tante vergat uit te doen.”
-
-Toen kwamen er weer de waterlanders bij Milly te voorschijn.
-
-„Waarom huil je toch zoo,” vroeg het kaarsemannetje.
-
-„Omdat tante Ada nooit vergeet de kaars uit te doen, als Truus er is.”
-
-„Ik ben toch bij je gebleven,” troostte het mannetje. „Ik heb het licht
-voor je gemaakt in de kamer.”
-
-„Wat geeft dat,” snikte Milly. „Ik ben zoo’n ongelukkig kind. Mijn
-vader is weg, mijn moeder is dood. Ik heb geen broertjes en zusjes.
-Alle kinderen hebben het beter dan ik.”
-
-„Hoor eens,” zei het kaarsemannetje, „ik heb medelijden met je en
-daarom wil ik je helpen. Ik houd wel niet veel van zeurende en klagende
-kinderen, maar het is waar, dat je niet alles hebt als een ander.”
-
-„Niets,” zuchtte Milly.
-
-„Ik wil daarom je vriendje worden,” ging het kaarsemannetje door, „al
-heb je ook gezegd, dat het je niet schelen kan, dat ik het licht voor
-je in de kamer liet zijn. Kom eens uit je bed, dan zal ik je wat moois
-laten zien.”
-
-Milly gehoorzaamde en nu stond ze achter de dikke gordijnen.
-
-„Waar ben je,” vroeg ze.
-
-„Ik zit bij je oogen,” lachte het mannetje, „vlak tusschen je
-wenkbrauwen. Je kunt me niet zien, maar ik jou wel. Ik ben nu een
-kaarsje voor je oogen.”
-
-„Hoe grappig,” zei Milly. „Ik kan nu veel beter zien. De gordijnen zijn
-dicht en ik kijk er door heen. Zoo’n mooien sterrenhemel heb ik nog
-nooit gezien, ook niet op de kostschool. De sterren lijken wel
-diamanten. En daar is de sikkel van de maan. En daar de toren van de
-kerk. Hoe grappig. Ik zie alles veel beter en toch zijn de gordijnen
-dicht. Hè, hoe jammer, nu zie ik weer niets.”
-
-„Dat komt, omdat ik nu op je schouders zit.”
-
-„Kom weer in mijn oogen,” smeekte Milly. „Alles was zoo mooi daar
-straks.”
-
-„Neen, je moet gaan slapen. Gauw naar je bed, meisje.”
-
-Milly kroop onder de dekens.
-
-„Slaap lekker,” zei het mannetje. „Ik ga in een andere kaars wonen.
-Deze is veel te klein voor mij geworden.”
-
-Slaperig keek Milly toe. Het flikkerde en siste in de kaars. Het
-vlammetje danste, nam allerlei vormen aan. Toen was er niets dan wat
-geglim en gespatter. Toen werd het geheel donker in de kamer.
-
-Milly verzonk in een diepen slaap.
-
-
-
-
-II.
-
-Toen Milly den volgenden morgen opstond, zag zij, dat er een grauwe
-mist hing. Het kaarsemannetje ontstak nu echter niets in haar oogen en
-daarom keek zij knorrig.
-
-„Wat een malle droom,” dacht ze en huiverig kleedde zij zich aan, want
-er brandde geen vuur in Milly’s kamer.
-
-Tante en oom zaten reeds met de twee jongens aan tafel, toen Milly
-beneden kwam, tante tusschen Bop en Hansje zooals altijd.
-
-„Je bent laat vanmorgen, Milly,” zei oom, nadat ze goeden morgen
-gewenscht had.
-
-„Ja,” antwoordde ze knorrig.
-
-„Milly,” zei tante, „gisteren avond heb ik vergeten de kaars uit te
-komen blazen. Maar juist, toen je naar bed ging, kwamen neef Anton en
-nicht Marie en die hadden zooveel te vertellen, dat ik het heelemaal
-vergat. Ik ben later naar boven gegaan, maar je sliep als een roos.
-Niet aardig van me, hè, dat ik het vergat?”
-
-„Het kon me niets schelen,” zei Milly met een heel strak gezichtje.
-
-„O,” vond oom, die de wenkbrauwen fronste.
-
-„Heeft Moes jou geen nachtzoen gegeven,” zei Hansje. „Hoe naar,” en het
-ventje streelde zachtjes zijn moeders hand en drukte zijn kopje tegen
-zijn moeders arm. „Ik zou niet kunnen gaan slapen, als Moes me geen
-nachtzoen gaf.”
-
-„Ik wel, best hoor,” zei Milly met nog onverschilliger gezicht.
-
-„Eet en houd je mond, Milly,” beval oom op strengen toon. Tante zei
-niets, vroeg alleen, toen Milly naar school ging, of zij haar atlas bij
-zich had.
-
-„Je krijgt anders weer straf, Milly,” zei tante vriendelijk.
-
-Koud was het buiten en koud was het in het meisje zelf. Het was alles
-even akelig, vond zij. Vandaag was er rekenles en daar hield zij niet
-van. Dan taal en daar maakte zij ook al zooveel fouten in.
-
-Ze knoeide, toen ze met haar sommen bezig was, die maar niet uit wilden
-komen, al tuurde en tuurde ze ook op de cijfers. Toen ze echter zoo
-ingespannen keek, was het of er iets schitterde in haar boek, iets
-kleins, iets zonderlings.
-
-„Goeden morgen, Milly,” klonk het met een fijn stemmetje. „Ken je me
-niet meer? Ik ben het kaarsemannetje van vannacht. Neen, schrik maar
-niet, niemand kan me hooren en zien dan jij. Meisje, wat zie je er uit!
-Het is net zoo donker in je als in een kelder. Je lijkt wel een lamp
-zonder olie. Je bent net een kachel, die niet branden wil, omdat de
-kolen nat zijn. Het is noodig, dat ik je kaarsje aansteek! Rrr.... daar
-brandt het!”
-
-„Ik zie je niet meer,” fluisterde Milly.
-
-„Tusschen je oogen zit ik, daar licht ik, daar brand ik, daar schijn
-ik. Ik kijk door je sommen, als vannacht door de gordijnen. Ik zie al
-de kubieke meters en wat marcheert dat decimaalteeken flink. Kijk eens,
-hoe leuk!”
-
-En Milly keek! De cijfers schitterden als de sterren, die ze aan den
-hemel gezien had. Het waren net dwergjes met kleine lichtjes in hun
-handen, die naar hun plaats zochten. Zij wees hun den weg. Het was of
-het een legertje was, dat zij aanvoerde en deed wat zij wilde. De
-getallen gehoorzaamden. Elk kwam op de plek, waar het hoorde. Milly’s
-oogen schitterden, toen zij naar die orde keek.
-
-„Wat uitstekend werk,” prees de onderwijzeres. „Niemand heeft zoo goed
-gerekend als jij.”
-
-En toen moest Milly voor de klasse vertellen in het Hollandsch. Even
-wreef zij met haar handen over het voorhoofd, want wat zouden de
-kinderen zeggen, als zij het kaarsemannetje tusschen haar wenkbrauwen
-zagen? Ze voelde niets en toch wist zij, dat het ventje er zat. Toch
-lachte geen van de kinderen en niemand keek verbaasd naar haar.
-Misschien vonden zij wel, dat Milly er heel vriendelijk uitzag, heel
-anders dan gewoonlijk. Maar dat zeiden zij niet. Het zou natuurlijk
-heel onbeleefd zijn geweest om te zeggen: „Milly, je ziet er anders uit
-als een onverschillige knorrepot, maar nu lijk je wel een zonnetje in
-den mist!”
-
-Een zonnetje in den mist! Ja waarlijk, het meisje zag het zonnetje,
-toen zij naar buiten keek, naar de dampen, die voor de ramen hingen. Ze
-waren er nog en toen was het of zij achter de nevels de zon schijnen
-zag.
-
-„Ik zit bij je oogen,” zei het fijne stemmetje. „Ik zie de woorden.
-Niet dat nemen, maar dat en dat!”
-
-Wat was het heerlijk vertellen met het kaarsemannetje bij Milly! Het
-was of zij in een kast keek, waarin al de woorden netjes gerangschikt
-waren en telkens ging een lade vanzelf open en Milly nam het woord
-eruit, dat zij noodig had. Haar oogen schitterden van pret.
-
-„Je zult zien,” zeide de onderwijzeres, „Milly wil nooit meer bij ons
-vandaan. Die gaat het prettig bij ons vinden! Die rekent als een
-professor en die vertelt als een die het kan.”
-
-Voor het eerst sedert langen tijd voelde Milly zich gelukkig.
-
-„Nu ga ik weg, Milly,” zei het mannetje, toen zij weer op haar plaats
-zat.
-
-
- „Ik steek aan en verlicht
- Ik jaag het donkere van het gezicht.
- Kijk naar het licht, dat voor je scheen,
- Dag, Milly, kind, ik moet nu heen.”
-
-
-Toen schitterde het niet meer in Milly’s boek, maar makkelijk, dat het
-werk dien heelen schooldag ging!
-
-Oom en tante deden, alsof er niets was gebeurd, toen Milly thuis kwam.
-Tante was vriendelijker dan anders en oom verbood Bop streng, toen hij
-vroeg of Milly nog altijd bevroren was.
-
-Het werd bedtijd. Even aarzelde het meisje, voor zij naar boven ging.
-
-„Tante,” vroeg zij zacht, „komt U de kaars uit blazen?”
-
-„Natuurlijk,” antwoordde tante, „ga maar vast. Ik kom gauw, maar ik
-moet eerst nog wat bergen in het kastje van Truus.”
-
-Heel vlug was Milly uitgekleed en ze tuurde naar de lange, witte,
-nieuwe kaars. Tante kwam boven en liep bedrijvig heen en weer om in het
-kastje van Truus te ordenen en te schikken. Toen echter zag Milly weer
-wat niemand dan zij opmerken kon. De vlam van de kaars rekte zich en
-boog naar beide zijden en eruit stapte Milly’s kaarsemannetje met het
-donkere fluweelige lijfje en een gezichtje dat helderder straalde dan
-ooit.
-
-Hij wipte naar Milly’s bed en voor het kind zien kon hoe het gebeurde,
-was hij het heel kleine wezentje geworden, dat zich tusschen haar oogen
-nestelde.
-
-
- „Kijk nu maar eens goed,
- Kijk naar wat tante doet,”—
-
-
-fluisterde het mannetje.
-
-O, wat werd het nu gezellig om het meisje! De kamer, waarin zij lag te
-kijken, werd zoo vriendelijk! Wat waren de poppetjes op den schoorsteen
-aardig! Wat mooi die Fransche platen, welke tante vlak over Milly’s bed
-gehangen had boven Milly’s eigen kastje, dat zij met Kerstmis kreeg!
-Het blonde haar van tante kwam zoo leuk uit tegen het donkere behang.
-Haar handen zetten het fijne vaasje van Truus zoo heel zacht neer. Toen
-verschikte ze iets op Milly’s kastje.
-
-„Daar moet later ook nog een vaasje bij, hè, Milly?”
-
-„Ja, tante.”
-
-„Nu, goeden nacht, kindje,” en tante kwam naar het meisje toe en zag
-haar aan met oogen, die heel vriendelijk keken.
-
-Toen blies het kaarsemannetje het lichtje aan, dat hij voor Milly
-ontstoken had, en het scheen vroolijk naar alle kanten.
-
-„Tante,” zei Milly en onstuimig sloeg zij haar armen om tante heen, „ik
-ben niet lief geweest en het was niet waar wat ik zeide, want ik heb
-gisteren niet kunnen slapen, omdat U mij geen nachtzoen gaf.”
-
-Toen fluisterden tante en Milly nog wat samen en het leek het meisje,
-of zij ook tante’s dochtertje was.
-
-Even later was het donker in de kamer. Niets hoorde Milly dan iets
-gedempts—vertrouwelijks, dat er was in het spreken van oom en tante
-beneden.
-
-„Ik was onaardig,” zei Milly tot het mannetje, „maar er was dan ook
-reden voor.”
-
-„Reden, reden,” lachte het mannetje. „Er is net zooveel reden om aardig
-en flink te wezen. Kijk, kijk!”
-
-Het kaarsemannetje tuurde naar boven en daarom deed Milly het ook.
-Wonderlijk was het wat het kind zag. Haar oogen keken door de zoldering
-heen naar buiten in den nacht. De mist was opgetrokken. De maansikkel
-was gegroeid.
-
-„Reden om onaardig te wezen,” lachte het mannetje en het wipte weer in
-de kaars.
-
-Niets was er nu om Milly heen dan de donkere kamer, waar zij gelukkig
-en rustig insliep.
-
-
-
-
-III.
-
-„Waarom doe je je oogen zoo stijf toe,” vroeg het kaarsemannetje een
-avond. „Waarom? Je hebt me een heele poos niet noodig gehad, meisje! Je
-weet nu veel wat je vroeger niet wist! Je ziet nu wat je eerst niet
-zag. Waarom doe je nu zoo donker?”
-
-Milly gaf geen antwoord, maar drukte haar gezicht diep in de kussens.
-
-
- „Je houdt je of je me niet ziet.
- Maar, kindjelief, dat helpt je niet!”
-
-
-spotte het ventje.
-
-
- „Ik zit op je donker bolletje,
- Het lijkt er een heel zwart holletje.”
-
-
-zuchtte het mannetje. „Ik kan alleen het werk niet af. Ik haal mijn
-kameraadje van den overkant.”
-
-Toen verdween het kaarsemannetje en dikke duisternis was er nu om en in
-Milly. En toen klonk er weer een fijn stemmetje, dat zeide: „help me,
-vriend!”
-
-Of Milly nu wilde of niet, zij moest de oogen openen en zij zag twee
-lichtende wezentjes met gelijke, lichte gezichtjes en donkere,
-fluweelige manteltjes.
-
-„Zoo, zoo,” zei Milly’s kaarsemannetje, „ik zie je oogen weer. Kijk hem
-maar eens aan,”—het tweede ventje boog en zijn gezicht glinsterde,—„hij
-is het kaarsemannetje van het oude vrouwtje over je. Eerlijk, dat ze
-is! Zij heeft ons niet noodig. Nu gaan we het samen helder in je maken,
-hij in je eene oog, ik in je andere.”
-
-Doodstil werd het nu in de kamer, zoo stil, alsof de gansche wereld met
-al haar geluiden sliep.
-
-En plotseling kwamen er gefluisterde woorden over Milly’s lippen. „Ja,
-ja,” zei ze heel zacht, „het was heel leelijk wat ik deed. Ik had dat
-geld niet moeten nemen uit mijn spaarpot.”
-
-Weer was het stil. Toen, fluisterend, ging Milly door: „Het was gulzig
-ook, want ik at alles alleen op en zei niemand er wat van.”
-
-„Gulzig, en leelijk, en laf was het,” herhaalde het fijne stemmetje van
-het lichtwezentje. „En licht is altijd licht, niet kameraad?”
-
-„Ja,” antwoordde het tweede, fijne stemmetje.
-
-Toen was het Milly of de wanden en zoldering van haar kamer geheel
-doorzichtig werden, zoodat zij uitzien kon naar alle kanten.
-
-„Nu springen we uit je oogen. Nu zijn er andere wezens van licht.”
-
-„Hoe mooi,” zei Milly. „Kijk, daar zijn de lantarens. Ik zag ze nog
-nooit zoo goed. Lijnen van licht lijken ze wel, éen langs de eene
-huizenrij, éen langs de andere.”
-
-„Ze branden in den donkeren nacht, ze stralen, ze wijzen den weg,” riep
-het hooge, fijne stemmetje. „Zoo deden zij gisteren, zoo doen zij
-vannacht en morgen weer zullen zij rustig branden, trouw en eerlijk in
-de lange laan, in de groote stad.”
-
-„Licht is licht, altijd,” zei zacht het kameraadje.
-
-„Ik heb nog nooit zoo ver gezien. Dat lijkt wel het licht van den
-vuurtoren aan het strand. Hij is net een mensch, een groote man, en
-waar het licht straalt, is zijn hoofd.”
-
-„De vuurtoren straalt,” zei het kaarsemannetje langzaam. „Hij wijst den
-weg elken nacht, trouw en eerlijk, want licht is licht.”
-
-„Nu zie ik weer niets,” riep Milly. „Die lantarens schenen zoo helder
-en de vuurtoren brandde zoo hoog boven de zee. Nu zie ik niets meer,
-alleen de sterren. Daar heb je de Poolster. Die heeft Bop me leeren
-vinden, maar er is niets bizonders aan. Die staat altijd vlak boven den
-schoorsteen van het huis aan den overkant, precies boven het randje van
-de vierde pijp.”
-
-„Precies boven het randje van de vierde pijp! Zoo was het, zoo is het,
-zoo zal het zijn. Ze stond, waar ze staat en ze zal er staan. Ze wijst
-den weg, als niemand hem meer weet. Ze is het groote licht, waarnaar
-wij lichtjes kijken in den donkeren nacht.”
-
-Toen zweeg het kaarsemannetje en met gevouwen handjes zaten hij en zijn
-kameraad op den rand van Milly’s bed en hielden de gezichtjes naar de
-Poolster, die groot en glanzend stond aan het hemelvlak boven het
-randje der vierde pijp van den schoorsteen van het huis aan den
-overkant.
-
-„Groote ster, geef ons altijd van uw licht,” fluisterde zacht het
-kameraadje.
-
-„Groote ster, laten we lichtwezentjes blijven in de oogen en harten van
-de menschen,” smeekte het kaarsemannetje.
-
-„Groote ster, groote ster,” herhaalden de mannetjes zacht en zij
-kruisten hun armen over de borst en bogen met plechtige gezichten.
-
-Toen was het of de muren der kamer zich weer sloten. Flauw
-onderscheidde Milly het bed waar Truus sliep en de koperen knop aan de
-kachel ving als altijd een straal op van de lantaren voor de deur,
-gezellig en vertrouwelijk.
-
-Droomde Milly?
-
-Was zij wakker?
-
-Zonder leven te maken kwam zij uit haar bed en lichtte het gordijn op.
-De lantarens brandden in den stillen nacht. Den vuurtoren zag zij niet,
-maar vlak boven het randje der vierde pijp van den schoorsteen over
-haar straalde rustig en helder de Poolster.
-
-Toen dacht Milly aan het stilletjes gekochte en gulzig opgegetene en
-zij kroop in bed, maar de slaap wilde niet komen.
-
-
-
-Den volgenden dag was het Zondag. Dan was iedereen thuis, ook oom.
-
-„Oom, ik wou u wat zeggen,” zei Milly met een bibberende stem, want de
-werkkamer was groot en van achter de werktafel zagen oom’s oogen, die
-heel streng konden lijken, onderzoekend naar haar.
-
-„Mag tante het niet weten,” vroeg oom.
-
-„U is streng en tante is zoo lief en wat ik deed, was heel leelijk.”
-
-Toen bibberde Milly’s stem nog meer en met neergeslagen oogen bekende
-het meisje wat zij deed.
-
-„Dat doen we nooit meer, niet Milly,” vroeg oom met vasten toon. Toen
-moest Milly haar oogen weer opslaan of zij wilde of niet en het was of
-zij op oom’s gelaat het licht zag van de lantarens en den vuurtoren.
-
-„Nooit meer,” antwoordde Milly en met opgeheven gelaat bleef zij kijken
-in het strenge eerlijke gezicht van den grooten man en als vanzelf
-legde zij haar hand in die van haar oom. Diens krachtige vingers
-omsloten stevig de hare.
-
-„Nooit meer,” herhaalde oom.
-
-„Nooit meer,” zei Milly zacht.
-
-
-
-
-IV.
-
-Nog echter had het kaarsemannetje niet voor altijd afscheid van het
-meisje genomen en het was maar goed, dat hij het niet deed, want er
-kwam weer een heel treurige tijd voor Milly. Haar vader stierf in een
-vreemd land en in denzelfden tijd, dat de droevige tijding Milly
-geschreven werd, gebeurde er iets in het gezin van tante Ada, dat
-vroolijk en treurig tegelijk was. Er werd een kindje geboren, een
-meisje. Dat was een heel vroolijke gebeurtenis. Maar tante Ada werd
-ziek en was zoo zwak, dat de kinderen nauwelijks bij haar mochten
-komen.
-
-Dat was héél droevig, vooral voor Milly, want nu was zij alleen met
-haar groote verdriet. Oom Frank was wel heel vriendelijk voor haar,
-maar tante zou toch anders geweest zijn en als hij maar even zich vrij
-kon maken, was hij bij zijn zieke vrouw, al was er ook nog zulk een
-zorgzame verpleegster voor haar en het teere kleine kindje.
-
-Het leek de arme Milly of zij nog nooit zóó alleen was geweest.
-
-Truus mocht meer dan zij in de ziekenkamer komen, want oom was bang,
-dat Milly spreken zou over haar gestorven vader. Tante had het treurige
-nieuws nog niet mogen hooren, want de dokter had gezegd, dat alles
-vermeden moest worden, wat de ziekte verergeren kon. Heel verstandig
-had oom met Milly gesproken en haar gezegd, dat zij nu bewijzen moest
-van tante werkelijk te houden. En het meisje begreep heel goed wat oom
-bedoelde, maar zij voelde er zich niet minder ongelukkig en eenzaam
-door. Het is dan ook heel hard voor een klein meisje om niemand te
-hebben, die troost in een groot verdriet!
-
-Bop was plagerig, al nam Truus ook haar nichtje in bescherming. Hoe kon
-nu een gezonde, dikke jongen ook begrijpen, waarom Milly zoo stil was!
-Hansje zeurde, want het kleine, kreupele ventje verlangde naar zijn
-moeder.
-
-Waarom had zij alleen geen moeder! Waarom was nu ook haar vader
-gestorven! Waarom had zij geen broertjes en zusjes!
-
-Niemand, niemand hield echt veel van haar. Zij was maar het nichtje!
-Zij was maar uit medelijden opgenomen! En zoo dikwijls zeide het kind
-dat tot zichzelf, dat zij stil en schuw werd. Truus, Bop en Hansje
-vonden haar vreemd en betrokken haar niet in hun spelletjes.
-
-Toen gebeurde er weer iets droevigs. Milly viel, kwetste zich de knie
-en moest stil liggen. Oom richtte een gezellig ligplaatsje voor haar in
-op een langen stoel in de huiskamer, zoo, dat zij kijken kon naar het
-haardvuur. En allen waren wel vriendelijk en lief voor haar, maar
-niemand kon het helpen, dat het meisje lange uren alleen lag, nu tante,
-heel zwak, nog altijd in haar slaapkamer was. Als Truus en Bop naar
-school waren, en Hansje, die soms lastig werd, naar een tante gestuurd
-was, dan lag Milly heel alleen te kijken en te denken in de groote
-huiskamer, en het meisje voelde zich treurig gestemd.
-
-Eens op een donkeren middag, toen de sneeuw in groote vlokken heel stil
-langs de ruiten viel, was Milly ongelukkiger dan ooit. Het zou zoo
-heerlijk zijn, dacht het meisje, als tante haar oppaste of de vroolijke
-stem van vader zich plotseling zou laten hooren gelijk vroeger, wanneer
-hij haar kwam halen om samen een dag van pret te hebben buiten de
-kostschool. Als het nu eens niet waar bleek te zijn, dat vader voor
-altijd heengegaan was! Als er nu eens gebeld werd en vader naar zijn
-dochtertje kwam kijken, die moest blijven liggen, wie de boeken
-verveelden, die nergens lust in had. Zij verlangde alleen naar een
-mensch, die haar koesterde, naar iemand, die voor haar alleen was als
-oom en tante voor Truus, Bop en Hansje.
-
-Toen plotseling klonk de bel. Het bloed vloog Milly naar het gezicht.
-Zij richtte zich op om te luisteren.... Was het de stem van vader?
-
-Neen, neen, een heel gewone boodschap was het.
-
-Heete tranen liepen er langs Milly’s wangen. Door een mist zag zij het
-spelen der vlammen in het vuur. Het was nu of zij soezen ging. Toen
-echter werd zij helder wakker, want zij hoorde een zacht stemmetje, dat
-riep: „Milly.”
-
-Haar vriendje, het kaarsemannetje, zat op het boek, dat zij lusteloos
-uit haar hand had laten glijden.
-
-„Ik heb zoo’n groot verdriet,” klaagde zij. „Waarom ben je zoo lang
-weggebleven?”
-
-„Jij bent niet de enige, Milly, die me noodig heeft. Is boven tante Ada
-niet, zwak en ziek? En ligt zij niet te tobben over al haar kinderen,
-die haar zoo noodig hebben? Zijn er dan niet andere menschen met
-verdriet, voor wie ik schijnen moet?”
-
-„Ik heb geen moeder meer en geen vader,” schreide Milly. „Ik lig hier
-alleen, heel alleen. Ik ben een heel ongelukkig meisje.”
-
-Het mannetje rimpelde zijn voorhoofd, zoodat het scheen of hij boos
-werd.
-
-„Niet boos zijn,” smeekte Milly met een bedroefd stemmetje, „ik ben zoo
-heel, zoo heel alleen.”
-
-„Ja maar,” zei het mannetje, „ik heb je al zoo dikwijls geholpen en je
-zooveel licht gegeven. Je vader is gestorven, dat is heel akelig voor
-je. Je tante is ziek, dat is héél naar. En toch kijk je niet! Wie heeft
-je hier zoo gezellig gelegd.”
-
-„Oom!”
-
-„Van wie kreeg je al die boeken?
-
-„Van wie dat lekkers?”
-
-„Van tante, die het brengen liet door de zuster.”
-
-„En wat geef jij,” zei het mannetje en hij fronste zijn wenkbrauwen.
-„Een treurig bleek gezichtje, en tranen, en treurige woorden.”
-
-„Ik heb ook zoo’n groot verdriet,” klaagde Milly en weer liepen er
-heete tranen langs haar gezichtje.
-
-„Daarom heb ik medelijden met je,” zei het mannetje, „daarom wil ik je
-helpen.” Toen werd zijn gestalte grooter en het was of er iets van
-vaders vroolijke gezicht in zijn gelaat kwam. Hij boog zich over haar
-heen en kuste haar zacht op beide oogen.
-
-„Nu ga ik heen voor goed, Milly. Mijn licht gaf ik je. Het brandt in
-je. Kijk nu goed, zie nu goed.”
-
-„Laat me niet alleen,” smeekte Milly.
-
-„Je zult het niet meer zijn.”
-
-„Je was zoo heel alleen, omdat niets in je scheen.”
-
-„Nu brandt het in je hoofd, nu brandt het in je hart. Vaarwel, mijn
-kind.”
-
-Weer boog het mannetje zich over Milly heen en kuste haar oogen. Toen
-keek hij haar aan met een blik als van vader, met een gelaat, dat niets
-dan licht was.
-
-Toen verdween hij.
-
-
-
-
-V.
-
-Sliep Milly een oogenblik later? Was zij wakker? Droomde zij? Zij heeft
-het nooit zeker geweten, maar wel zag en hoorde zij het wonderlijke,
-dat nu gebeuren ging, heel duidelijk.
-
-Er kwam een geroes uit den haard of daar getwist werd. Er klonken
-stemmetjes, die over haar spraken.
-
-„Och,” zei er een, „wat ligt die arme Milly alleen in het donkere
-winterweer. Het kind heeft pijn en verdriet. Dat is treurig voor een
-klein meisje.”
-
-„Ja, ja,” riep er een stem, die iemand moed gaf, als men maar luisterde
-naar den klank. Milly keerde zich naar het hoekje van waar het geluid
-kwam. Het was de kolenschop, die sprak en hij leek, toen hij aan het
-praten was, op den goeden ouden dokter. „Ik heb met haar te doen.”
-
-Toen klonk het uit den haard: „Ik brand voor haar wat ik kan.
-
-
- Wie warmte heeft,
- Die warmte geeft.
-
-
-Ik heb aan al de kolen gezegd om lekker voor haar te gloeien en aan de
-vlammen om te schijnen en te schitteren en te dansen net of het feest
-is. Kon zij nog maar dichter bij ons komen! Het is zoo heerlijk warm te
-zijn, warm te maken, niet, kolen?”
-
-Het knetterde en schitterde in den haard.
-
-„Ik brand nog niet genoeg,” bromde een groot zwart stuk kool. „Ik wil
-branden, ik wil warmen.”
-
-
- „Doe je plicht,
- Maak het licht.”
-
-
-zei toen de flinke stem van de kolenschop en daar stapte de pook van
-zijn plaats en hij hielp, en lustig snorde het in den haard, en de
-vlammen dansten en het groote stuk kool bromde net als een spinnende
-poes:
-
-
- „Ik brand en schijn.
- Kan er iets schooners zijn?
- Het vuur in me zingt een lied:
- Iets schooners dan branden, dat is er niet.”
-
-
-Maar nog wonderlijker dingen gingen er gebeuren.
-
-Uit het lucifersdoosje, dat in den hoek van den schoorsteen stond,
-wipte een wezentje. Het leek een margrietje, maar in plaats van een
-kroontje van blaadjes droeg het een kransje van fijne lichtstraaltjes.
-Toen wipte er nog een te voorschijn, en nog een, en nog een! Een heel
-troep je bij elkaar.
-
-
- „We zijn de broertjes uit het doosje,
- We leven niet lang, maar toch een poosje.”
-
-
-„Daar zijn onze vriendjes,” riepen de stemmen uit den haard.
-
-„Zonder ons zouden jullie niet branden, hè, groote, zwarte kolen, die
-je bent,” zei een stemmetje zoo fijn, dat het was of een speld sprak.
-„Denk je soms, dat jullie alleen voor Milly brandt.”
-
-
- „Maak het voor haar licht,
- Doet allen goed je plicht,”
-
-
-riep de kolenschop weer met het gezicht van den ouden dokter.
-
-Toen dansten de kleine lichtjes naar Milly toe. Het was heel mooi: dat
-bewegen van die lichtkransjes op het donkere tapijt.
-
-„Milly,” zei er een, „hier is de naald, waar je gisteren naar zocht.
-Hij lag in een hoekje achter je stoel.”
-
-„Milly,” riep een ander, „hier is de postzegel, die je niet kon vinden.
-Hij was weggewaaid achter het gordijn.”
-
-„Milly, daar ligt het potlood, dat je verloor.”
-
-„Milly, daar is de speld met de glazen knop, die je niet meer vinden
-kon.”
-
-Zoo klonk het door elkander.—Kijk daar wipte het lucifersdoosje van den
-schoorsteen. Het leek wel een moedertje, dat haar kinderen zocht.
-
-„Goed zoo kinderen,” zei ze vriendelijk.
-
-
- „Al is de hulp klein,
- Toch kan ze nuttig zijn.”
-
-
-„Of—het, òf—het,” klonk er diep en plechtig. Het leek of de klok het
-zei, maar dat was toch niet zoo. De oude man, die op de pendule stond
-en naar wien Milly zoo dikwijls had liggen kijken, stapte van zijn
-plaats en liep langzaam op den schoorsteen heen en weer.
-
-„Of—het, òf—het,” herhaalde hij. „Branden is heerlijk, schijnen is
-heerlijk, helpen is heerlijk. Tik, tak, de kolen branden. Tik, tak, de
-lucifers helpen. Ja, ja, zoo is het.” En plechtig liep de bronzen oude
-man op den schoorsteen heen en weer op de maat van de klok, die tikte.
-
-Toen kwamen al de wezentjes van warmte en licht naar het meisje toe:
-het vuurvrouwtje uit den haard, het lichtvrouwtje uit het
-lucifersdoosje.
-
-
- „Wie warmte heeft,
- Die warmte geeft,”
-
-
-zei het vuurvrouwtje en zij drukte haar warme gezichtje tegen dat van
-Milly.
-
-
- „Het kleine is mijn plicht,
- In het kleine geef ik licht,”
-
-
-zei het moedertje uit het doosje en zij nam Milly’s rechterhand en
-kuste elken vinger.
-
-De kolenschop met het goede oude gezicht bleef staan voor het meisje en
-zijn klinkende stem riep:
-
-
- „Ik werk voor het vuur,
- Ik help uur aan uur.”
-
-
-En de pook riep:
-
-
- „Ik por aan,
- Ik laat het lekker snorren gaan.”
-
-
-„Zoo is het, zoo was het, menschen komen, menschen gaan; blijft
-branden, blijft schijnen,” zei plechtig de bronzen man van de klok en
-langzaam stapte hij heen en weer op den schoorsteen.
-
-Toen begon het in de klok te ratelen.
-
-„Een, twee, drie, vier,” telde de bronzen man. „De kinderen komen van
-school. Wij wezen aan, wij spraken uit. Tik, tak, tik, tak!”
-
-Al het wonderlijke verdween nu. De oude, bronzen man klom voorzichtig
-op de pendule. Het oude vrouwtje wipte in het vuur. Het lucifersdoosje
-stond op zijn plaats. De kleine lichtjes doofden.
-
-In den haard flikkerden de vlammen en knetterden de kolen.
-
-Tik, tak, klonk het rustig van den schoorsteen.
-
-
-
-
-VI.
-
-Toen ging de deur open en de stem van de zuster zei: „maar, vrouwtje,
-wat lig jij alleen in het donker. Ik zal maar eens gauw de gordijnen
-dicht trekken en het licht gezellig voor je opsteken.”
-
-Soezerig keek Milly naar de zuster en knipte met de oogen, toen het gas
-brandde.
-
-„Je hebt geslapen,” plaagde de zuster.
-
-„Ik weet het niet,” zei Milly droomerig.
-
-„Je bent nog niet goed wakker,” babbelde de zuster. „En ik heb juist
-een geheimpje voor je. Tante gaat goed vooruit. Je mag daarom van avond
-dadelijk na het eten op een paar stoelen bij haar bed liggen. Tante
-verlangt naar haar nichtje.”
-
-„Hè,” zei Milly met een zucht en ze wendde haar gezichtje af, want ze
-wilde niet laten zien, dat de tranen bijna komen wilden.
-
-Toen werd er hard gebeld. Truus, Bop en Hansje kwamen thuis.
-
-„Ik wil morgen niet meer naar tante,” zeurde Hansje. „Ik wil thuis
-blijven. Het is niets prettig bij tante. Ik moet maar met mezelve
-spelen.”
-
-„Zuster,” zei Milly met een kleur, „laat Hansje morgen maar bij mij. Ik
-zal wel schooltje met hem spelen en hem vertellen.”
-
-„Ja, ja,” juichte Hansje.
-
-„We zullen het Vader vragen,” besliste de zuster.
-
-En toen, zonder dat iemand iets zei, gingen de kinderen rond het
-rustbed van Milly zitten en zij vertelden van allerlei en het meisje
-luisterde met een opgewekt gezichtje. En na het eten droegen oom en de
-zuster Milly naar boven en legden haar heel voorzichtig op een paar
-stoelen naast tante’s bed.
-
-„Arm kind,” zei tante, „oom heeft me verteld, van je vader.”
-
-Toen greep Milly tante’s hand, en legde er haar bedroefde gezichtje
-tegen aan.
-
-„Ik heb zoo vreeselijk naar U verlangd, tante, ik voelde me zoo heel
-alleen.”
-
-„Nu gaan we alle twee weer beter worden,” troostte tante met haar
-lieven glimlach en zij streelde zachtjes Milly’s haar. „Zuster,” zei
-zij toen, „geef Milly even zusje.”
-
-Toen legde de zuster het kleine kindje in Milly’s armen.
-
-„Wat een schatje,” bewonderde Milly, „wat een klein kopje, wat kleine
-vingertjes. Tante, mag ik dikwijls voor haar zorgen?”
-
-„Natuurlijk,” antwoordde tante. „Truus en jij zijn mijn oudste
-dochters.”
-
-En de zuster legde het kleine kindje weer in de wieg, en Milly kuste
-tante’s handen, die lang en smal waren geworden.
-
-Toen werd het meisje naar bed gebracht en het duurde lang, voor zij den
-slaap vatten kon. Zij luisterde naar het rustige ademhalen van Truus,
-zij keek in de kamer, waarin zij flauw de omtrekken van de meubelen
-onderscheidde. Weer ving de knop van de kachel den lichtstraal op, die
-door een kiertje naar binnen viel. Doch geen enkel wonder gebeurde er.
-Het kaarsemannetje kwam niet.
-
-Milly zag niets dan wat even zichtbaar was: de glimmende kachelknop,
-het kastje met de beeldjes. Het was donker en stil om haar heen. Geen
-zoldering week, zoodat zij de sterren niet kon zien schitteren; geen
-muren werden doorzichtig, zoodat zij de lichtlijnen niet van uit haar
-bed volgen kon. En toch was het licht, héél licht in Milly.
-
-
-
-„Vader,” vroeg het kreupele Hansje den volgenden dag, „mag ik altijd
-thuis blijven, zoolang Moes nog ziek is en Milly niet naar school gaat.
-We hebben zoo gezellig samen gespeeld, niet Milly?”
-
-„Ja,” knikte het meisje met een glunder gezichtje.
-
-„En Milly heeft zoo leuk verteld,” ging het dankbare Hansje door, „van
-een kaarsemannetje, vader, dat in een kaars zat, vader, hoor U wel,
-vader?”
-
-„Ja, Hansje.”
-
-„En dat kaarsemannetje is heel klein, vader, en dat springt in je oogen
-en dan is alles heelemaal licht, vader, ook als het donker is. Leuk,
-hè, vader? Mag Milly me altijd vertellen en mag ik thuis blijven?”
-
-„Wat zegt Milly ervan?” vroeg oom.
-
-„Ik zal wel goed op Hansje passen,” zei Milly met hetzelfde glundere
-gezichtje.
-
-„Ik hou veel van Milly,” zei kreupele Hansje toen en hij wipte van zijn
-stoel aan tafel, ging naar Milly toe en sloeg zijn armen om haar hals.
-
-„Wat een kleine jongen,” plaagde Bop.
-
-„Niet klein,” verdedigde het ventje zich, „is het wel, vader, zusje is
-klein.”
-
-„Zusje is klein, Hansje is groot, Bop is een flauwe jongen en Milly is
-een lieve meid,” besliste vader.
-
-Milly antwoordde niet, maar lachte zoo vriendelijk, alsof het
-kaarsemannetje voor altijd in haar oogen gesprongen was.
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN. HET
-KAARSEMANNETJE ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/65904-0.zip b/old/65904-0.zip
deleted file mode 100644
index 38a0887..0000000
--- a/old/65904-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h.zip b/old/65904-h.zip
deleted file mode 100644
index 42175ac..0000000
--- a/old/65904-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/65904-h.htm b/old/65904-h/65904-h.htm
deleted file mode 100644
index 9725f1a..0000000
--- a/old/65904-h/65904-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,4249 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-07-23T20:44:06Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Zoo mooi als zonneschijn—Het Kaarsemannetje</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Ida Sarah Heijermans (1861–1943)">
-<link rel="coverpage" href="images/frontcover.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Ida Sarah Heijermans (1861–1943)">
-<meta name="DC.Title" content="Zoo mooi als zonneschijn—Het Kaarsemannetje">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Children’s stories, Dutch">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-td.tocDivNum {
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-min-width: 1.0em;
-margin-left: -0.1em;
-padding-top: 0.9em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0 7em 0;
-padding: 5em 10% 6em 10%;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 1.7;
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0 2em 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0 0 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-td.leftbrace, td.rightbrace {
-vertical-align: middle;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.inlinetable {
-display: inline-table;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0 solid black;
-}
-table.borderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border: 0 solid black !important;
-width: 1em;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0 .5em 0;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0 0 0 0;
-}
-span.hemistich {
-visibility: hidden;
-}
-.verseNum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.adNum {
-font-size: large;
-}
-.adTitle {
-font-size: xx-large;
-}
-.adRev {
-font-size: small; text-align: left
-}
-.adSrc {
-font-size: small; text-align: right
-}
-div.advertisement img {
-mix-blend-mode: darken;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd30e1251 {
-text-align:center; vertical-align:middle;
-}
-.xd30e1252 {
-text-align:center;
-}
-.cover-imagewidth {
-width:591px;
-}
-.french {
-text-align:center; font-size:large;
-}
-.series-titlepage-imagewidth {
-width:565px;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:567px;
-}
-.frontispiecewidth {
-width:588px;
-}
-.p006width {
-width:526px;
-}
-.p007width {
-width:519px;
-}
-.p009width {
-width:576px;
-}
-.p011width {
-width:592px;
-}
-.p014width {
-width:441px;
-}
-.p015width {
-width:392px;
-}
-.p017width {
-width:564px;
-}
-.p019width {
-width:377px;
-}
-.p020width {
-width:537px;
-}
-.p024width {
-width:303px;
-}
-.p026width {
-width:240px;
-}
-.p031width {
-width:269px;
-}
-.p032width {
-width:214px;
-}
-.p033width {
-width:295px;
-}
-.p034width {
-width:311px;
-}
-.p035width {
-width:277px;
-}
-.p036width {
-width:582px;
-}
-.p039width {
-width:640px;
-}
-.p040width {
-width:328px;
-}
-.p042width {
-width:303px;
-}
-.p043width {
-width:301px;
-}
-.p044width {
-width:594px;
-}
-.p045width {
-width:199px;
-}
-.p048width {
-width:391px;
-}
-.p049width {
-width:578px;
-}
-.p052width {
-width:617px;
-}
-.p053width {
-width:627px;
-}
-.p056width {
-width:585px;
-}
-.p058width {
-width:326px;
-}
-.p059width {
-width:399px;
-}
-.p060width {
-width:159px;
-}
-.p064width {
-width:352px;
-}
-.p066width {
-width:350px;
-}
-.p068width {
-width:546px;
-}
-.p069width {
-width:715px;
-}
-.p071width {
-width:657px;
-}
-.p072width {
-width:603px;
-}
-.p073width {
-width:358px;
-}
-.p074width {
-width:371px;
-}
-.p078width {
-width:490px;
-}
-.p079width {
-width:287px;
-}
-.xd30e1056 {
-text-indent:4em;
-}
-.p081width {
-width:234px;
-}
-.p082width {
-width:293px;
-}
-.p083width {
-width:710px;
-}
-.p084width {
-width:340px;
-}
-.p085width {
-width:619px;
-}
-.p086width {
-width:451px;
-}
-.p087width {
-width:433px;
-}
-.p088width {
-width:547px;
-}
-.p089width {
-width:704px;
-}
-.p090width {
-width:405px;
-}
-.xd30e1223 {
-font-size:xx-large; text-align:center;
-}
-.xd30e1225 {
-font-size:large; text-align:center;
-}
-.xd30e1227 {
-text-align:center;
-}
-.b01width {
-width:127px;
-}
-.b02width {
-width:129px;
-}
-.b03width {
-width:127px;
-}
-.b04width {
-width:130px;
-}
-.b05width {
-width:127px;
-}
-.b06width {
-width:128px;
-}
-.b07width {
-width:134px;
-}
-.b08width {
-width:121px;
-}
-.b09width {
-width:126px;
-}
-.b10width {
-width:124px;
-}
-.b11width {
-width:115px;
-}
-.b12width {
-width:128px;
-}
-.b13width {
-width:130px;
-}
-.b14width {
-width:125px;
-}
-.b15width {
-width:126px;
-}
-.b16width {
-width:124px;
-}
-.b17width {
-width:125px;
-}
-.b18width {
-width:125px;
-}
-.b19width {
-width:124px;
-}
-.spinewidth {
-width:720px;
-}
-.backwidth {
-width:586px;
-}
-@media handheld {
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-
-<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje, by Ida Heijermans</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje</p>
-
-<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Ida Heijermans</div>
-
-<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Illustrator: G. Wildschut</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: July 23, 2021 [eBook #65904]</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div>
-
-<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</div>
-
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN. HET KAARSEMANNETJE ***</div>
-<div class="front">
-<div id="cover" class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/frontcover.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="591" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 frenchtitle french"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first">ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.
-</p>
-<p>:: HET KAARSEMANNETJE. ::
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure series-titlepage-imagewidth"><img src="images/series-title.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="565" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">ONS SCHEMERUURTJE.</div>
-<div class="mainTitle">VII.</div>
-</div>
-<div class="docImprint">H. MEULENHOFF—AMSTERDAM—1920.</div>
-</div>
-<p></p>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titlepage.png" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="567" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<div class="mainTitle">ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.</div>
-<div class="mainTitle">HET KAARSEMANNETJE.</div>
-</div>
-<div class="byline"><span class="docAuthor">IDA HEIJERMANS.</span>
-<br>
-GEÏLLUSTREERD DOOR G. WILDSCHUT.</div>
-<div class="docImprint">2e druk. 7e-12e duizendtal.
-<br>
-H. MEULENHOFF—AMSTERDAM—1920.</div>
-</div>
-<p></p>
-<div class="div1 frontispiece"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure frontispiecewidth" id="frontispiece"><img src="images/frontispiece.jpg" alt="Vader! met leege handen kom ik terug." width="588" height="718"><p class="figureHead">Vader! met leege handen kom ik terug.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="pt1" class="div0 part">
-<h2 class="main">ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.</h2>
-<div id="ch1.1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">I.</h2>
-<h2 class="main">WAT DE BLINDE KONING DROOMDE.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Er was eens een koning, die blind teruggekomen was uit een oorlog, dien hij gevoerd
-had. Wel had hij overwonnen, maar de zegepraal gaf hem het gezicht niet terug. Als
-hij nu uitreed, kon hij de juichende menschen niet zien, doch slechts hooren; hij
-zag niets van de buigingen, niets van de eerbiedige groeten, niets van het kushandje,
-hem toegeworpen door het kind, dat omhoog getild werd door de moeder. Hij zag niets
-van al de pracht in zijn paleis, niets van den grooten lakeienstoet. En als hij met
-zijn ministers, staatsraden en generaals vergaderde, zag de arme blinde koning niets
-van de schitterende uniformen, niets van de ordeteekens, niets van de deftige gezichten:
-hij hoorde slechts de wijsheid, die er van hun lippen kwam.
-</p>
-<p>Over al dat gemis was de koning niet het meest bedroefd.
-</p>
-<p>Doch, als hij heel alleen was, een arme, oude, blinde koning te midden van pracht
-en staatsie, dan dacht hij aan zon en bloemen, aan het groene gras, de zee met haar
-spelende golven, den wijden hemel met zijn <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>schitterende sterren. Hij kon zich dat alles wel voorstellen, maar er is toch een
-groot verschil tusschen de dingen, die men werkelijk ziet en die waarnaar men kijkt
-met blinde oogen, welke altijd terug moeten gaan naar het verleden.
-</p>
-<div class="figure p006width"><img src="images/p006.png" alt="Als hij nu uitreed." width="526" height="408"><p class="figureHead">Als hij nu uitreed.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Vooral was de koning bedroefd, omdat hij zijn drie kinderen niet meer zien kon: zijn
-oudsten zoon Perlus, zijn tweeden zoon Urlo en dan Wanda, zijn eenig dochtertje, zijn
-jongste kind. Hij hoorde het wel aan den klank hunner stemmen, hij voelde het wel
-aan hun zorgen, dat zij heel veel van hem hielden en zijn blindheid een groot verdriet
-voor hen was, maar als niemand het zien kon, liepen er dikwijls groote <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>tranen over zijn wangen, en niemand wist daarvan dan hij zelf.
-</p>
-<p>Hij schreide in zijn bed, want dan was hij geen koning meer, maar een ongelukkig mensch,
-alleen met zijn verdriet.
-</p>
-<p>Het lichtje, dat brandde in gouden lampje, liet voor hem alles in duisternis. Dan
-verlangde hij naar zon en bloemen, naar zee en hemel, maar meer dan naar dat alles
-verlangde hij naar de gezichten van zijn kinderen.
-</p>
-<div class="figure p007width"><img src="images/p007.png" alt="Hij schreide in zijn bed." width="519" height="339"><p class="figureHead">Hij schreide in zijn bed.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Wat was het lang geleden, dat hij den schoonen en sterken Perlus gezien had, wiens
-donker haar zoo glansde, wiens vroolijke oogen zoo straalden van gezondheid en levenslust.
-</p>
-<p>Wat was het lang geleden, dat hij Urlo zag, die even <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>groot en krachtig was als Perlus, even donker haar en donkere oogen had; maar hooger
-was zijn voorhoofd en verstandiger zijn blik. Spraken wijze mannen niet gaarne met
-den jongen, scherpzinnigen prins?
-</p>
-<p>Doch het leek den koning, alsof er eeuwen waren voorbij gegaan, sedert hij Wanda niet
-meer zag. Zij was even fijn en teer, als haar broers groot en sterk. Zij had lang
-golvend blond haar en haar blauwe oogen … o, als de koning terug ging naar zijn herinnering,
-dan zag hij wonderlijk heldere oogen, die vroolijk, verstandig en goed waren; zonneoogen
-waren het, waarin het verkwikkend was om te kijken. Zij was als een wonderbloem in
-menschelijke gedaante; zwevend was haar gang, zacht haar bewegingen; zij was het mooiste
-en liefste prinsesje, dat men zich maar denken kon. Heeter werden dan ook de tranen
-van den koning, als hij aan zijn dochtertje dacht, want hij wist het wel, wanneer
-hij zoo alleen met zichzelven was, dat hij het meest en het innigst verlangde naar
-zijn prinsesje.
-</p>
-<p class="tb">⁂</p><p>
-</p>
-<p>Eens op een nacht, dat de koning in zijn staatsieledikant weer niet slapen kon en
-zijn oogen niets zagen van het verguldsel der muren en de schilderingen, welke hem
-voorstelden als beheerscher der aarde,—want groot en machtig was zijn rijk,—vouwden
-zijn handen zich tot een gebed en hij smeekte om zon, om licht.
-</p>
-<p>Toen sluimerde hij in, maar nauwelijks was hij door den slaap bevangen, of hij droomde
-een vreemden droom.
-<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p>
-<p></p>
-<div class="figure p009width"><img src="images/p009.jpg" alt="Iets zoo mooi als zonneschijn Zal voor uw blindheid genezing zijn." width="576" height="704"><p class="figureHead">Iets zoo mooi als zonneschijn <br>Zal voor uw blindheid genezing zijn.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
-<p>Een zonderlinge verschijning, hij wist niet wie ze was of van waar ze kwam, boog zich
-over hem heen en zei heel verstaanbaar deze woorden:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Iets zoo mooi als zonneschijn
-</p>
-<p class="line">Zal voor uw blindheid genezing zijn.
-</p>
-<p class="line">Uw kinderen moeten doorzoeken het land.
-</p>
-<p class="line">Van Noord tot Zuid, naar allen kant.
-</p>
-<p class="line">Wie vindt, die kust uw blindheid weg,
-</p>
-<p class="line">Onthoud toch goed wat ik u zeg.”</p>
-</div>
-<p class="first">Toen wilde de koning wat vragen, maar de verschijning verdween, loste zich op als
-een nevel in zonnewarmte.
-</p>
-<p>De koning werd wakker en dacht aan zijn zonderlingen droom, maar hij had meer dwaas
-gedroomd en dus vertelde hij er niemand wat van. Doch den volgenden nacht zag en hoorde
-hij weer dezelfde verschijning en ook den derden.
-</p>
-<p>Toen kon hij zijn droom niet meer vergeten en hij riep zijn ministers en wijze staatsraden
-bijeen en vertelde hun wat hij in de drie laatste nachten gedroomd had.
-</p>
-<p>De ministers schudden het hoofd en keken wijs; de staatsraden knikten en keken nog
-wijzer; lang en breed overlegden zij wat er gedaan moest worden. Daar zij van hun
-vorst hielden en zijn beterschap wenschten, besloten zij, dat de koning aan zijn zoons
-zeggen zou wat hij gedroomd had.
-</p>
-<p>En dienzelfden dag, na den maaltijd, begaf de koning zich naar zijn studeervertrek,
-waar de boeken in lange rijen stonden en waar Wanda elken avond haar vader voorlas.
-Maar nu liet hij zijn zoons weten, dat hij hen <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>te spreken verlangde en gezeten in zijn hoogen leunstoel, waar het licht der ondergaande
-zon juist op hem viel, vertelde hij aan Perlus en Urlo wat hij gedroomd had en wat
-de ministerraad besloot.
-</p>
-<div class="figure p011width"><img src="images/p011.png" alt="En waar Wanda elken avond haar vader voorlas." width="592" height="492"><p class="figureHead">En waar Wanda elken avond haar vader voorlas.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Heel aandachtig luisterde ook Wanda, turende naar buiten, waar de boomen te gloeien
-stonden in het gouden licht.
-</p>
-<p>Toen stond ze plotseling op en met vaste stem zei ze: „Vader, laat ook mij gaan.”
-<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
-<p>„Jij,” lachte Perlus, „jij klein, teer poppetje.”
-</p>
-<p>„Jij,” zei Urlo, „jij zusje,”—en beschermend streek hij over haar lokken.
-</p>
-<p>„Jij, Wanda, jij,” zei de koning verschrikt.
-</p>
-<p>„Neen, niet jij.”
-</p>
-<p>„Waarom ik niet,” vroeg ze. „Driemaal is er duidelijk gezegd geworden, dat uw <i>kinderen</i> moeten zoeken. Ben ik dan niet uw kind, vader? Moet ik dan niet gehoorzamen? Laat
-mij gaan, vader, ik voel, dat het moet.”
-</p>
-<p>„Maar je bent zoo klein,” zei Perlus en hij keek naar haar figuurtje, zoo heel nietig
-bij al de kostbare meubelen.
-</p>
-<p>„Ik houd zooveel van vader!”
-</p>
-<p>„Neen, Wanda, niet jij,” herhaalde de koning.
-</p>
-<p>„Toe, vader, laat mij gaan,” smeekte Wanda en zij sloeg haar arm om den hals van den
-koning en vleide haar wang tegen die van haar vader.
-</p>
-<p>„Laat mij alleen,” zei toen de koning.
-</p>
-<p>De prinsen en Wanda gingen weg en heel alleen zat toen de koning in zijn boekvertrek,
-waar niets doordrong dan het geruisch der boomen in het park en het tjilpen van vogels,
-die ter ruste gingen.
-</p>
-<p>„Neen, neen, Wanda niet,” smeekte de koning; „niet zij, niet mijn teer prinsesje.”
-</p>
-<p>Dien nacht echter verscheen de verschijning den koning weer in zijn droom en heel
-duidelijk sprak zij:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Iets zoo schoon als zonneschijn
-</p>
-<p class="line">Zal voor uw blindheid genezing zijn.
-</p>
-<p class="line">Uw kinderen moeten doorzoeken het land,
-</p>
-<p class="line">Van Noord tot Zuid naar allen kant.
-<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p>
-<p class="line">Wie vindt, die kust uw blindheid weg.
-</p>
-<p class="line">Onthoud toch goed wat ik u zeg.”</p>
-</div>
-<p class="first">Toen sprak de koning: „niet Wanda, niet mijn dochtertje mag gaan!”
-</p>
-<p>De verschijning sprak toen heel langzaam, nadruk leggend op elk woord:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Uw kinderen moeten doorzoeken het land
-</p>
-<p class="line">Van Noord tot Zuid naar allen kant.”</p>
-</div>
-<p class="first">En weer belegde de koning den volgenden dag een vergadering met zijn wijzen en hij
-vertelde wat hij gehoord had en hij smeekte zijn ministers Wanda te zeggen, dat zij
-niet mocht gaan.
-</p>
-<p>„Uw Majesteit gelieve hare koninklijke hoogheid te ontbieden,” zeiden de ministers.
-</p>
-<p>Wanda kwam.
-</p>
-<p>„Prinses, de prinsen moeten gaan, niet u.”
-</p>
-<p>„Ik ben ook het kind van mijn vader. Ik voel, dat ik gaan moet.”
-</p>
-<p>Wat nu te doen? De wijze raadsleden vergaderden lange uren, spraken in lange zinnen
-met heel veel woorden, maar niemand kon ontkennen, dat de verschijning had gesproken
-van kinderen en niet van zoons.
-</p>
-<p>En toen dien nacht de koning in zijn bed lag, dacht hij slechts hieraan: welk geleide
-hij zijn zoons meegeven zou op den tocht door het rijk en hoe hij Wanda beschermen
-zou tegen alle gevaar. O, haar oude, trouwe min zou met haar gaan, èn ruiters, èn
-haar groote hond. Aldus, regelend en overdenkend, viel de koning in slaap en weer
-zag hij de verschijning en deze woorden sprak zij tot hem:
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Arm en gansch alleen
-</p>
-<p class="line">Moeten uwe kinderen heen.
-</p>
-<p class="line">Wie vindt, die kust uw blindheid weg.
-</p>
-<p class="line">Onthoud toch goed wat ik u zeg.”</p>
-</div>
-<p class="first">„Arm en alleen,” herhaalde de koning met droeve stem. „Niet Wanda, niet mijn dochtertje.”
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Arm en gansch alleen
-</p>
-<p class="line">Moeten uw kindren heen.
-</p>
-<p class="line">Arm en gansch alleen,”—</p>
-</div>
-<p class="first">sprak de geheimzinnige verschijning en toen verdween zij.
-</p>
-<div class="figure floatRight p014width"><img src="images/p014.png" alt="Ik ben ook het kind van mijn vader." width="441" height="458"><p class="figureHead">Ik ben ook het kind van mijn vader.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Dan wil ik liever blind blijven,” zei de koning tot zichzelf, toen hij wakker werd
-en hij vertelde aan Perlus, Urlo en Wanda wat hem gezegd was.
-</p>
-<p>„Vader, ik ga,” zei Perlus vast besloten. „Ik ben groot en sterk en wil vinden.”
-</p>
-<p>„Vader, ik ga,” zei Urlo, „ik heb vertrouwen, in mijn kracht. Ik zal vinden.”
-</p>
-<p>„Vader, wees toch niet bang,” zei Wanda.
-</p>
-<p>„Ik ben zoo klein, dat niemand op mij letten zal. Ik <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>zou u niet kunnen gehoorzamen. Het moet. Het moet!”
-</p>
-<p class="tb"></p><p>
-</p>
-<p>Het was een mooie zomerdag, toen de prinsen en de prinses vertrokken. Zij namen geen
-afscheid van hun vader om zijn droefheid niet te zien. Zij hadden hun prinsekleeren
-afgelegd.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p015width"><img src="images/p015.png" alt="Toen de prinsen en de prinses vertrokken." width="392" height="463"><p class="figureHead">Toen de prinsen en de prinses vertrokken.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Heel eenvoudig trokken ze weg; de prinsen vielen nu door niets op dan door hun krachtige
-lichamen en hun schoone gelaatstrekken. Het prinsesje had als de boerinnen uit haar
-rijk, de lokken verborgen onder een doek.
-</p>
-<p>Een eindje gingen de <span class="corr" id="xd30e292" title="Bron: prins">prinsen</span> en prinses samen.
-</p>
-<p>Toen namen zij afscheid van elkander.
-</p>
-<p>„Goede reis, zusje.”
-</p>
-<p>„Goede reis, mijn lieve broers.”
-</p>
-<p>Daar waar de wegen zich kruisten, sloegen zij elk een andere richting in en wuifden
-lang tegen elkander. En alle drie keken naar de zon, die straalde aan den <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>hemel van louter zonneglans; alles tintelde, alles leefde in haar licht.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">II.</h2>
-<h2 class="main">DE FONKELENDE STEENEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dagen, weken en maanden gingen nu voorbij. De kroning regeerde, vergaderde met zijn
-ministers, staatsraden, en generaals, maar groote droefheid was er in zijn hart.
-</p>
-<p>Er was angst in hem voor zijn kinderen, want wel hadden zij hem doen weten, heel in
-het begin, dat zij zochten en gezond waren, maar allengs waren de berichten zeldzamer
-geworden en nu hoorde hij niets meer. En ofschoon hij de gezichten niet zag van hen,
-die hem omringden, hoorde hij toch uit hun stem, dat ook zij bevreesd waren.
-</p>
-<p>Eens echter, dat de oude, blinde koning innig naar zijn kinderen verlangde, meldde
-zich aan het paleis een bode, die tot den vorst wenschte toegelaten te worden, omdat
-hij nieuws kwam brengen van prins Perlus. En hij vertelde den koning, dat de prins
-in aantocht was en iets gevonden had, zoo mooi als zonneschijn.
-</p>
-<p>Toen was de koning verblijd en hij liet vlaggen met waaiende wimpels uitsteken om
-zijn zoon reeds van verre het welkom toe te wuiven van alle torens van het kasteel.
-<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>
-</p>
-<div class="figure p017width"><img src="images/p017.jpg" alt="Meldde zich aan het paleis een bode." width="564" height="683"><p class="figureHead">Meldde zich aan het paleis een bode.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p>
-<p>En den volgenden dag kwam er weer een bode, sierlijk gekleed, met wapperende veeren
-op den hoed, en hij sprak: „Majesteit, prins Perlus doorzocht het land, zooals hem
-geboden werd: Van Noord tot Zuid naar allen kant. Hij brengt de schoone gave, waardoor
-uw blindheid zal genezen.”
-</p>
-<p>En den derden dag kwam er een page in blauw en wit satijn met kostbaar goud borduursel
-en hij zeide:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Nog enkele uren en de prins zal er zijn,
-</p>
-<p class="line">Met iets zoo mooi als zonneschijn.”</p>
-</div>
-<p class="first">Nu werden er nog meer vlaggen uitgestoken, zij wapperden van alle vensters, van alle
-torenspitsen, kleurig en fleurig in het zonnelicht, zoodat men uren in den omtrek
-zien kon, dat er vreugde was in het kasteel.
-</p>
-<p>En de raadslieden van den koning trokken naar de vorstelijke woning, zoo vlug mogelijk
-als samenging met deftigheid en met mooie koetsen, waar statige koetsiers op den bok
-zaten.
-</p>
-<p>Stijf en rechtop zaten de raadslieden in hun rijtuigen.
-</p>
-<p>In het kasteel was het heel druk. De koetsen rolden af en aan; de ministers en wijzen
-stegen uit, bogen in de troonzaal voor den koning en hij hoorde geritsel van zijden
-stoffen en gekraak van stijve weefsels. Op zijn troon zat de blinde vorst in zijn
-prachtigen mantel en met zijn schitterende kroon op het hoofd. Zijn oogen staarden
-over de geheele hofhouding heen naar de verte, vanwaar zijn oudste, zijn vroolijke
-en krachtige Perlus, terug keerde.
-<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p>
-<p>Toen deed zich gerinkel hooren en hooge, schetterende trompetten bliezen vroolijke
-wijzen.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p019width"><img src="images/p019.png" alt="Nog enkele uren en de prins zal er zijn." width="377" height="481"><p class="figureHead">Nog enkele uren en de prins zal er zijn.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Want Perlus naderde en hij begreep de taal der wimpels en vlaggen en daarom werd de
-zweep over de acht paarden gelegd, die zijn koets trokken en draafden lustig de paardjes,
-waarop de pages zaten, die het prinselijk rijtuig voor af gingen.
-</p>
-<p>En zij bliezen op trompetten, waaraan geborduurde vaandels hingen, en zij bliezen,
-tot hun wangen roode bolle appels leken en de lucht met hen scheen mee te zingen.
-</p>
-<p>Nu hield de stoet stil voor de poort van het kasteel.
-</p>
-<p>„Leve prins Perlus,” schreeuwden en juichten de paleiswacht en de paleisbedienden.
-</p>
-<p>„Leve de prins,” galmde het op alle trappen.
-</p>
-<p>En nog rinkelden de bellen op het voorplein en schetterden de trompetten, zoodat te
-midden van één gejuich van vroolijkheid Perlus in de zaal trad.
-<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
-<p>De prins naderde den troon, boog de knie voor zijn vader en kuste den koningsmantel.
-</p>
-<p>„Sta op, mijn zoon,” zei de koning met bevende stem en zijn handen streelden het glanzend
-zwarte haar van den prins.
-</p>
-<p>„Vader,” zei de prins, en trotsch richtte hij zich op en grooter was hij toen dan
-een der aanwezigen, „vader, ik heb gevonden, wat zoo mooi is als zonneschijn.”
-</p>
-<p>Toen ging er een blij gemompel door de zaal, waar al de wijze mannen in een kring
-zaten en bewonderend keken zij naar den prins.
-</p>
-<p>Zijn houding was fier, zijn oogen lachten vroolijk en zijn kleederen waren zoo rijk
-en prachtig, als menschenoogen in het land nog nooit aanschouwden. En de voorname
-mannen hadden verstand van kostbare kleeding.
-</p>
-<div class="figure p020width"><img src="images/p020.png" alt="En zij bliezen op trompetten." width="537" height="266"><p class="figureHead">En zij bliezen op trompetten.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p>
-<p>Met Perlus waren vier pages de zaal binnen gekomen, schoone knapen in kleeren van
-fluweel, zoo zacht als bloembladeren, en satijn, glanzend als oud zilver, en strikken
-en veeren, bezaaid met kleine pareltjes. Elk van de pages droeg een kistje, dat vonken
-schoot, als de zonnestralen er slechts een honderdste van een seconde op rustten.
-En zoo verbaasd en zoo onder den indruk was een oude generaal, dat hij even zijn buurman
-aanstootte en die had toch een minder voorname overgrootmoeder dan hij zelf, zoodat
-hij anders zich niet met hem bemoeide.
-</p>
-<p>Welk wonder kon er toch geschied zijn, dachten de hovelingen, dat een die uitgetrokken
-was arm en eenzaam, terug had kunnen keeren met zulk een praal?
-</p>
-<p>„Vertel, mijn zoon,” sprak de blinde koning.
-</p>
-<p>En nu zetten allen zich tot luisteren.
-</p>
-<p>„Vader,” zei Perlus en met opgeheven hoofd stond hij naast den troon en hij zag rond
-in den kring om hem, „toen ik mijn tocht begon, herhaalde ik voortdurend:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Iets zoo schoon als zonneschijn,
-</p>
-<p class="line">Zal voor zijn blindheid genezing zijn”.</p>
-</div>
-<p class="first">en ik vroeg mij af wat het zou kunnen beteekenen, en ik keek naar de zon en zag haar
-licht schitteren, schitteren, schitteren!”
-</p>
-<p>Even hield hij op, want een wolk, die de zon bedekt had, trok voorbij en haar licht
-viel door de hooge boogramen op den koningstroon en de kostbare steenen, op uniformen
-en ordeteekens, op het blonde haar der <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>pages,—ja waarlijk, het licht der zon schitterde met schitterglans.
-</p>
-<p>„Ja, ja,” mompelde de koning, want hij dacht aan dansende zonneplekjes op boomen,
-aan spattende golfjes, aan boterbloempjes en madeliefjes, aan Wanda’s gouden haren,
-aan Wanda’s stralende oogen.
-</p>
-<p>„Ja, zonlicht schitterde,” zei hij zacht voor zich heen.
-</p>
-<p>„Toen begreep ik,” ging Perlus voort, „dat ik zoeken moest naar iets, dat schitterde
-en glansde als zonlicht.”
-</p>
-<p>Weer ging een gemompel van instemming door de zaal.
-</p>
-<p>„Maar ik wist niet hoe ik ’t vinden moest. Ik had niet lang tijd tot mijmeren en suffen,
-want ik was arm en moest werken om den kost te verdienen.”
-</p>
-<p>„Hoe is het mogelijk,” fluisterde een oude hoveling en hij schudde het hoofd ongeloovig.
-</p>
-<p>„Toen ging ik naar een groote stad en eens, dat ik soezende door de straten liep,
-zag ik plotseling iets schitteren met den glans van zonnelicht. Stralen troffen mijn
-oogen, als waren het stralen van het zonlicht. Zij kwamen uit een goudsmidswinkel.
-Daar flonkerde het van goud, zilver en edelgesteenten. De stralen schoten naar alle
-kanten als zonlicht, het was er blauwig, rood en paars en geel als bij zonsop- en
-zonsondergang.
-</p>
-<p>„Dien avond ging ik vroolijk naar bed, want ik wist nu wat alleen zoo mooi is als
-zonneschijn: zilver en goud en edelgesteenten.”
-</p>
-<p>Even wachtte de prins en ten derden male ging het blijde gemompel door de wijze en
-voorname mannen. Zij keken naar elkander; de ordeteekenen fonkelden, in de zaal was
-één geschitter.
-<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p>
-<p>Een generaal speelde even met zijn dolk in diamanten gezet.
-</p>
-<p>„Veel en veel mooier dan zonneschijn,” dacht hij. En een der ministers keek gedachteloos
-naar zijn gouden ringen met de kostbare steenen. En hij zag niet meer naar de zon.
-</p>
-<p>„Mijn ringen zijn mooier, veel mooier,” zei hij zacht.
-</p>
-<p>Alleen de oude, blinde koning staarde met oogen die niet zagen; bleek was zijn gezicht,
-bleek onder het goud van de kroon, bleek boven het gloeiende purper van den mantel.
-Stralen schoten uit den zegelring aan zijn smalle gevouwen handen. Och, wat was die
-arme koning bleek en droef te midden van al die pracht.
-</p>
-<p>„Vader,” vervolgde de prins nu zijn verhaal, „toen ben ik gaan werken om geld te verdienen
-en ik was spaarzaam en ik arbeidde onvermoeid. Daarop ben ik handel gaan drijven en
-ik verdiende veel geld, maar niet genoeg om al het schoone en schitterende te hebben
-uit den goudsmidswinkel. Ik trok van Noord tot Zuid, van stad tot stad, doorkruiste
-het land in alle richtingen, zooals bevolen werd en ik werd steeds rijker.
-</p>
-<p>„Eens echter in een bosch had ik een wonderlijke ontmoeting.
-</p>
-<p>„Diep in gedachten, vader, lette ik niet op den weg, dien ik nam en zoo, voor ik het
-zelf wist, was ik in een gedeelte, waar de planten dicht aaneen stonden, als wilden
-zij zich warmen aan elkaar. Heuvelachtig was de grond. Geen zon drong er bijna door.
-Geen vogel tjilpte. Stil en eenzaam was de plek.
-</p>
-<p>„Plotseling hoorde ik hameren en het geluid kwam <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>van uit de aarde. Ik luisterde <span class="corr" id="xd30e391" title="Bron: nieuwgierig">nieuwsgierig</span>. Toen, o, ik zie het nog, alsof het pas gisteren gebeurd was, zag ik van uit de struiken
-een mannetje komen met verbaasd gezicht en groote werkhanden.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p024width"><img src="images/p024.png" alt="Van uit de struiken een mannetje komen." width="303" height="435"><p class="figureHead">Van uit de struiken een mannetje komen.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Wat doe je hier?” vroeg hij.
-</p>
-<p>Ik antwoordde, dat ik verdwaald was.
-</p>
-<p>Wij raakten in gesprek en ik vertelde hem, dat ik iets zocht, zoo mooi als zonneschijn.
-</p>
-<p>„Als zonneschijn,” herhaalde het mannetje. „Zonneschijn, is dat iets zoo mooi? Het
-is hier begroeid en donker en wij zien niet veel zon. Ze is wit en geel en schittert
-een beetje. Dat is alles wat ik ervan zeggen kan. Wil je wat daarop lijkt? Ik kan
-het je geven in overvloed.”
-</p>
-<p>„En ik ging met hem mee en vader, o, vader, en gij, wijze en voorname mannen, hij
-bracht mij naar de plek, waar diep onder den grond de aardgeesten goud en zilver en
-edelgesteenten voor den mensch bewerken. Ik werd toegelaten tot hun werkplaats en
-daar flonkerde het met een glans schooner dan sterren, schooner dan de maan, schooner
-dan zonneschijn. De zon was bleek en koud, vergeleken bij dien glans.”
-</p>
-<p>Weer zweeg de prins, terwijl <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>zijn oogen fonkelden. En al de wijze en voorname heeren luisterden zoo doodstil, als
-waren zij kinderen, aan wie men een mooi verhaal doet. Maar de oogen van den koning
-staarden blind voor zich heen, en er legde zich een glimlach rond zijn lippen.
-</p>
-<p>„En vader,” ging Perlus voort en hoog sprak zijn klare stem, „gezegend zijn de aardgeesten,
-want zij gaven mij wat ik wenschte en ik heb slechts te vragen en mij stroomen alle
-schatten toe uit den rijken grond. Ik heb gevonden wat mooier is dan zonneschijn.
-Hier, gij pages.”
-</p>
-<p>En de pages naderden en knielden voor hun heer. En hij beval hun de kistjes te openen.
-</p>
-<p>Nu ging er een gejuich door de zaal, want uit de kistjes straalde een geschitter,
-dat wonderlijk was van hellen schijn. In het eene glansde gepolijst zilver, in het
-tweede lag rood goud te gloeien; in het derde fonkelden en flikkerden kostelijke edelgesteenten:
-robijnen en amethisten, saffieren en smaragden; in het vierde straalden diamanten
-in vlekkelooze doorschijnendheid. Zij hielden het licht als vast, leken zelven gestolten
-klompjes licht, die naar alle kanten stralen schoten.
-</p>
-<p>„Hoera,” juichten de wijze mannen.
-</p>
-<p>„Leve prins Perlus, leve prins Zonneschijn,” klonk het door de zaal.
-</p>
-<p>Een der hovelingen danste op zijn stoel, zich wiegend heen en weer, als hoorde hij
-vroolijke muziek. Een ander streek uit geestdrift door zijn keurig gepommadeerde haren,
-zoodat zij in wanorde raakten, wat nog nooit was voorgekomen. En de oogen van den
-prins <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>schitterden van voldoening en niemand lette er op, dat er in den glimlach van den
-koning veel meer smart dan vreugde was. En niemand zag, dat hij zijn blinde oogen
-keerde naar het zonlicht, dat in breede stroomen door de boogramen de troonzaal invloeide.
-</p>
-<div class="figure floatRight p026width"><img src="images/p026.png" alt="Een der hovelingen danste op zijn stoel." width="240" height="524"><p class="figureHead">Een der hovelingen danste op zijn stoel.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Toen sprak hij met diepe stem: „Perlus, mijn zoon, ik dank je, omdat je zocht. Kus
-mij.”
-</p>
-<p>Toen naderde de prins den troon en hij beklom de treden. Doodstil was het nu in de
-zalen, allen rekten de halzen om te zien het groote wonder, dat er blindheid zou genezen
-worden door een kus van menschelippen. En Perlus, wiens kostbare kleedij straalde
-in het zonnelicht, boog zich over den koning heen en kuste diens oogen.
-</p>
-<p>„Hij ziet, hij ziet. Hoera hij ziet,” juichten de wijze mannen. De koning richtte
-zich op.
-</p>
-<p>De slepende mantel viel in plooien langs hem. Zijn handen legden zich zegenend op
-het hoofd van Perlus en met heel diepe stem sprak hij:
-</p>
-<p>„Blind zijn mijn oogen. Niets zien zij, niets van al de schatten der aarde. Wees gezegend,
-omdat je zocht. <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>Maar niet vond je wat is zoo schoon als zonneschijn.”
-</p>
-<p>Toen keken de wijze mannen, naar het zonnelicht en naar het geschitter in de kistjes.
-</p>
-<p>En nadat de vorst zich had laten wegleiden in zijn vertrekken, omringden zij Perlus
-en zeiden dat de droom dwaasheid was.
-</p>
-<p>„Zonlicht, zonlicht,” riepen zij minachtend als de aardmannetjes uit het bosch.
-</p>
-<p>En voorzichtig namen zij de steenen, die Perlus had meegebracht, in hun vingers. „Als
-dit niet helpt, helpt niets,” verklaarden de ministers. In hun vreugd, dat Perlus
-de schatten der aarde gevonden had, leek het hun niet meer zoo verschrikkelijk toe,
-dat de koning blind was.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">III.</h2>
-<h2 class="main">DE WONDERSPIEGEL.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Weer verliep er een lange tijd, lang en heel lang in de schatting van den koning,
-want nu Perlus terug was, verlangde hij nog meer naar Urlo en Wanda.
-</p>
-<p>Het werd bovendien winter en het teere prinsesje was in het paleis gekoesterd en verzorgd
-geweest, beschermd tegen koude en gevaren. Op zekeren dag kwam er een bode, welke
-den koning verlangde te spreken. Hij was gezonden door Urlo, die terug keerde. In
-zijn groote blijdschap liet de koning weer vlaggen hijschen aan alle torens.
-<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
-<p>Den volgenden dag kwam er een tweede bode, kostbaar, maar eenvoudig gekleed en hij
-vertelde, dat Urlo steeds naderde en meebracht wat den vorst genezen zou.
-</p>
-<p>Doch daarnaar luisterde de koning nauwelijks; blindheid scheen hem een lichte ziekte
-toe, vergeleken bij dat andere: zijn kinderen niet bij zich te hebben. Zoo groot was
-dan ook de vreugde van den koning, dat hij het bevel gaf kostbare tapijten te hangen
-tegen de buitenmuren van het kasteel, en slingers van groen en bloemen te hechten
-langs vensters en poort. Een plek van zomervreugde leek nu het kasteel op den kouden
-winterdag.
-</p>
-<p>„Welkom,” wapperden de vlaggen.
-</p>
-<p>„Welkom,” geurden de bloemen.
-</p>
-<p>„Welkom,” jubelden de kleuren der tapijten.
-</p>
-<p>En weer kwamen de raadsleden van den vorst, maar nu ook de geleerden van het rijk,
-want Urlo, de schrandere prins, sprak gaarne met hen. Weer zat de blinde koning op
-zijn troon en Perlus op sierlijken zetel naast hem. En weer schitterden de uniformen
-der ministers, staatsraden en generaals, en de geleerden waren deftig in het zwart.
-</p>
-<p>Gerinkel van bellen en paardengetrappel klonken nu vroolijk in de heldere vrieslucht.
-</p>
-<p>Wijd werden de deuren van de zaal geopend en Urlo trad binnen met opgeheven hoofd
-en fieren tred, gevolgd door twee, wier haren reeds grijs waren. En die twee moesten
-wel heel geleerd zijn; dat merkten de anderen dadelijk,—want zij roken naar stoffige
-bibliotheken en men kon aan hun oogen zien, dat zij gewend waren <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>te kijken naar getallen, met risjes cijfers achter het decimaalteeken.
-</p>
-<p>„Vader,” zei Urlo en hij boog de knie, kuste den koningsmantel, als Perlus gedaan
-had. „Vader, ik vond wat U genezen zal.”
-</p>
-<p>„Sta op, mijn zoon,” sprak de trillende stem van den koning en zijn verbeeldingsoogen
-zagen het schrandere gelaat van Urlo, zijn hooge voorhoofd<span class="corr" id="xd30e455" title="Niet in bron">,</span> zijn zwarte haar, zijn lenige gestalte. Maar zijn arme blinde oogen konden niet het
-kostbaar-eenvoudige kleed zien, niet het ordelint om Urlo’s hals, het lint, waarvan
-al de geleerden wisten, dat alleen fabelachtige knapheid het recht gaf het te dragen.
-</p>
-<p>En de raadslieden van den koning vroegen zich af hoe het kwam, dat iemand, die arm
-en alleen was uitgetrokken, terugkeerde met zulk een gevolg van wijsheid.
-</p>
-<p>„Vader,” sprak Urlo, „toen ik mijn tocht begon, herhaalde ik de woorden, die u in
-den droom gezegd waren. En ik keek naar de zon, en ik dacht en peinsde uren, dagen
-en weken lang.
-</p>
-<p>„Iets zoo schoon als zonneschijn! Wat kon dat zijn? Ik dacht erover bij nacht en bij
-dag en als ik mijn lessen gaf, want dat moest ik doen om aan den kost te komen.
-</p>
-<p>„Op een nacht, dat ik niet slapen kon, hoorde ik de woorden aldoor:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Iets zoo mooi als zonneschijn,
-</p>
-<p class="line">Zal voor zijn blindheid genezing zijn!”</p>
-</div>
-<p class="first">„Toen kreeg ik plotseling een ingeving; iets zoo mooi als zonneschijn, dat kon slechts
-zonneschijn zelf wezen, <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>want mijne heer en,”—en nu wendde Urlo zich tot de geleerden—„als a gelijk moet wezen
-aan b, dan kan b slechts gelijk zijn aan a. Vier is gelijk aan twee maal twee, omdat
-twee maal twee gelijk is aan vier.
-</p>
-<p>„Zonneschijn is licht; ik moest dus licht gaan zoeken, gelijk aan zonneschijn.”
-</p>
-<p>De geleerden knikten en al de anderen luisterden aandachtig. Ja, dat was zoo klaar
-als de dag. Twee maal twee is gelijk aan vier, omdat vier weer gelijk is aan twee
-maal twee. Ja, ja, och,—wat was dat eenvoudig. Het kwam er toch eigenlijk maar op
-aan, licht te zoeken, gelijk aan zonneschijn. De blinde koning echter glimlachte.
-Het was twaalf uur. De zon stond in het Zuiden en hij voelde het warme zonnetje schijnen
-op zijn handen en hij was zoo innig blij, dat Urlo terug was.
-</p>
-<p>„Toen begreep ik,” ging Urlo voort, „dat om mijn vader te kunnen genezen, ik zonnelicht
-moest kunnen meebrengen, werkelijk zonnelicht.”
-</p>
-<p>Verrukt luisterden de geleerden. Zou Urlo werkelijk zonnelicht kunnen maken?
-</p>
-<p>Dat moest niet zoo moeielijk zijn, dacht een der geleerden. Hij zelf had toch wel
-iets uitgevonden, waarmee je in iemand zijn maag kijken kon. En je had toch ook al
-ander licht! Die Urlo zou het wel klaar gespeeld hebben. Het moest niet zoo lastig
-zijn. Hij verwedde er wat onder, dat hij zelf het ook kon. En de wijze geleerde keek
-naar de zon en lette bijna niet op door de som, die hij aan het uitrekenen ging! En
-de koning dacht: „werkelijk zonlicht, brengt hij dat mee?” en zijn gedachten dwaalden
-even af naar de wolken, gekleurd <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>in morgen- en avondzon, naar helmen en schilden van zijn strijders, fonkelend in het
-zonlicht, naar boomen en bosschen, waar elke zonnestraal een dansend licht-elfje scheen.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p031width"><img src="images/p031.png" alt="Een heel klein oud boekje in handen." width="269" height="465"><p class="figureHead">Een heel klein oud boekje in handen.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„En,” vervolgde Urlo zijn verhaal, „ik ging toen naar een groote stad en huurde daar
-een kamer ergens in een stil hoekje, zoodat ik niet gestoord kon worden. Daar bestudeerde
-ik alle boeken over het licht, het zonnelicht, maar ik vond niet wat ik zocht. En
-ik trok van hoogeschool naar hoogeschool en ik ben veel, veel te weten gekomen.
-</p>
-<p>„Toen kreeg ik toevallig een heel klein, oud boekje in handen en daarin las ik, dat
-in de ongenaakbare rotsen in het noorden een grot was, waarin een grijsaard woonde,
-die wijzer was dan iemand anders op de heele aarde. En ik besloot naar hem toe te
-gaan. Het was een moeilijke en gevaarvolle tocht, maar zoo groot was mijn verlangen
-om zonlicht te maken, dat ik tegen niets opzag.” Even zweeg de prins en met een glimlach
-van zelfvertrouwen keek hij door het boograam naar de zon, die aan den wolkenloozen
-hemel straalde en de <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>sneeuw in het park schitteren deed.
-</p>
-<div class="figure floatRight p032width"><img src="images/p032.png" alt="Want het land, waar ik doortrekken moest, was woest en onherbergzaam." width="214" height="684"><p class="figureHead">Want het land, waar ik doortrekken moest, was woest en onherbergzaam.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„En,” ging Urlo door, „ik ben naar de steile rotsen gegaan en dikwijls dacht ik, dat
-ik de grot niet bereiken zou, want het land, waar ik doortrekken moest, was woest
-en onherbergzaam. Toch kwam ik bij den ouden wijze.”
-</p>
-<p>„O, mijn vader, o, mijne heeren, ik werd beloond voor mijn moeite, want wijzer man
-dan hij hoorde ik nooit; bij hem vergeleken wist ik niets, want alle wijsheid van
-alle wijze mannen van vroeger en nu was in hem. En ik bleef lange, lange weken bij
-hem en ik vond een spiegel, die de zonnestralen vasthoudt en teruggeeft, wanneer men
-wil. Zooals linnen olie opslurpt, zoo drinkt mijn spiegel zonnelicht en geeft zonnelicht
-terug altijd, op elk oogenblik van den dag en den nacht.”
-</p>
-<p>„Hoor, hoor,” riepen de geleerden opgewonden.
-</p>
-<p>„Stil, stil,” zei Urlo, „niet te vroeg juichen, want wie zegt u, dat het waarheid
-is wat ik spreek? Eerst moet ge zien, zien met eigen oogen, dat vier gelijk is aan
-twee <span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>maal twee, omdat twee maal twee gelijk is aan vier. Dat zei ik ook in de academie
-van wijsheid der wijsheid, waar ik mijn uitvinding besprak en toen de leden zagen
-met eigen oogen, gaven zij mij het lint, dat ik draag om mijn hals.”
-</p>
-<p>En weer keken de geleerden naar het lint, waar met parels uilen en doodshoofden op
-geborduurd waren.
-</p>
-<p>Toen haalde Urlo van uit zijn kleed een foudraal. Hij opende het en toonde aan de
-geleerden, die om hem waren komen staan, een wonderlijk gebogen spiegel.
-</p>
-<p>„Wij zien niets,” zeiden de geleerden teleurgesteld.
-</p>
-<p>„Wordt licht gezien bij licht?” vroeg Urlo.
-</p>
-<p>„Smaakt honig zoet na honig?”
-</p>
-<p>„Nee, nee,” zeiden de geleerden, „nee, nee, water in water is nat!”
-</p>
-<p>„Goed, goed,” zei Urlo ongeduldig. „Laat het dan donker worden, heelemaal donker,
-zwart donker, opdat licht zal gezien worden in duisternis, als verstand te midden
-van domheid.”
-</p>
-<div class="figure floatLeft p033width"><img src="images/p033.png" alt="Een wonderlijk gebogen spiegel." width="295" height="461"><p class="figureHead">Een wonderlijk gebogen spiegel.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Nu klonken er van alle kanten schelletjes, die de bedienden riepen. En Urlo sloot
-den spiegel in het foudraal, dat gemaakt was van een stof, die geen licht <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>doorliet. De luiken werden nu voor de ramen gezet, de zware gordijnen toegetrokken
-en wanneer er slechts een kiertje of spleetje was, waar de zon had kunnen door schijnen,
-dan werd het toegestopt, als naden van een schip, dat niet lek mag worden. Eindelijk
-trok de laatste bediende weg met het laatste lampje, dat het werk van sluiting had
-helpen verlichten en toen was het zoo donker in de groote zaal, dat alles een kuil
-van zwart leek; alle geschitter en geflikker van rijkdom scheen gedoofd te zijn. Het
-was zoo donker, dat de zienden meenden blind te zijn. Alleen een glimp van licht kwam
-van het foudraal. Het leek wel op de maan, die soms onzichtbaar is, maar alleen door
-een smallen zilveren rand toont, dat zij er toch is.
-</p>
-<div class="figure floatRight p034width"><img src="images/p034.png" alt="De luiken werden nu voor de ramen gezet." width="311" height="435"><p class="figureHead">De luiken werden nu voor de ramen gezet.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Het was dood—en doodstil in de zaal. Allen wachtten op het wonder.
-</p>
-<p>Toen opende Urlo plotseling het foudraal en zie: de duisternis werd als plat geduwd
-tegen de muren; alles glom en glansde van licht, van licht, dat kwam uit den tooverspiegel,
-van licht, <span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span>dat hel was als zonnelicht.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p035width"><img src="images/p035.png" alt="De laatste bediende weg met het laatste lampje." width="277" height="437"><p class="figureHead">De laatste bediende weg met het laatste lampje.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Weer schitterden het goud, het zilver en de edelgesteenten; weer fonkelden de diamanten
-op de borsten der voorname mannen; weer blonken de gezichten van geleerdheid; alle
-kleuren en alle glans waren weer ontwaakt uit den slaap der duisternis.
-</p>
-<p>„Lang leve Urlo,” galmde het door de zaal.
-</p>
-<p>De blinde koning echter zag niets. Voor hem was het donker gebleven. Zijn blinde oogen
-staarden over alles heen en hij wikkelde zich in zijn mantel, nu de zon niet meer
-op hem scheen met koesterende warmte.
-</p>
-<p>En die koude voelden ook de anderen. Want veel der geleerden waren mager en zij waren
-gewend te studeeren bij koesterende vuren.
-</p>
-<p>„Het licht is niet warm,” rilde een der geleerdsten.
-</p>
-<p>„Dat behoeft ook niet, dat mag ook niet,” zei Urlo.
-</p>
-<p>„Warmte werd niet gevraagd en niet gelast. Ik moest iets zoeken, zoo mooi als zonneschijn
-en niet zoo warm. Ik moest licht zoeken, niets dan licht en zie hoe mijn spiegel straalt,”—en
-in verrukking hield Urlo de vingers voor zijn spiegel, die zich kleurden, als liet
-hij <span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span>werkelijk zonnelicht op zijn handen vallen. Maar alleen op zijn troon zat de blinde
-koning. „Vader,” zei Urlo, „vader, ik vond. Nu zal uw blindheid genezen.”
-</p>
-<div class="figure p036width"><img src="images/p036.jpg" alt="Alles glom en glansde van licht, van licht, dat kwam uit den tooverspiegel." width="582" height="711"><p class="figureHead">Alles glom en glansde van licht, van licht, dat kwam uit den tooverspiegel.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Kus mij, mijn zoon en wees gezegend, want je zocht met ijver en met moed,” zei de
-koning en weer was er de glimlach rond zijn lippen. En met den spiegel in zijn hand
-besteeg Urlo den troon van zijn vader en hij kuste hem op de blinde oogen.
-</p>
-<p>„De koning ziet, de koning ziet,” juichten de geleerden. Doch de koning richtte zich
-op en blind als voorheen staarden zijn oogen. „Ik zie niet,” sprak hij met zachte
-stem en als medelijdend. „Ik zie niets van het licht.”
-</p>
-<p>„Vader, dan was uw droom een droom,” zei Urlo, „want zonnelicht bracht ik.” Toen werd
-er gescheld om de bedienden, die de luiken wegnamen en de gordijnen open trokken.
-</p>
-<p>In stroomde nu de zon met verkwikkende koestering en naar die warmte keerde de koning
-het bleeke gelaat.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch1.4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">IV.</h2>
-<h2 class="main">WAT ZOO MOOI WAS ALS ZONNESCHIJN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Naar alle kanten verbreidde zich nu de roem van het kasteel, waar de schatten van
-Perlus zich ophoopten en de wonderspiegel van Urlo knappe en wijze mannen uit de heele
-wereld tot zich trok. En ze gingen weer weg, verbaasd over hetgeen zij gezien en gehoord
-hadden. <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>Maar de koning verlangde naar Wanda, zijn prinsesje en hij vreesde voor haar, nu hij
-van zijn zoons de verhalen der gevaren kende. De tijd ging echter voorbij, doch Wanda
-keerde niet terug. Reeds was de sneeuw gesmolten, reeds ging er iets als een voorjaarszoelte
-door de lucht, maar het prinsesje liet niets van zich hooren. Toen werd de koning
-zoo ongerust, dat hij boden uitzond om haar te zoeken, maar allen keerden terug met
-de boodschap, dat hun reis vergeefsch was geweest. En de koning dacht, dat zijn droom
-een list was geweest van een boozen toovenaar, die Wanda in zijn macht wilde krijgen
-door haar te laten zoeken naar iets onvindbaars. En den dag, dat de laatste bode terugkeerde
-met het bericht, dat niemand in het gansche rijk iets berichten kon over Wanda’s lot,
-zond de koning om zijn raadslieden.
-</p>
-<p>Dadelijk moesten zij komen, want het verblijf van de prinses moest opgespoord worden.
-Toen trokken allen naar het kasteel: ministers en staatsraden, generaals en geleerden,
-maar nu niet vroolijk gestemd als bij den terugkeer van Perlus en Urlo. Geen vlaggen
-wapperden uit ramen en torens, geen bloemen slingerden zich langs kozijnen en lijsten,
-geen tapijten vervroolijkten de grijsheid der muren. De zon was bedekt door wolken;
-het was een koude, kille dag; nevelen waren er in de verte en hingen om het kasteel;
-treurig staken de boomen hun takken in de lucht; grauw en grijs was het land; de lente
-scheen maar niet te willen komen en de aarde rilde nog van winterkoude. De rijtuigen
-rolden af en aan en brachten uit alle streken de wijze en voorname <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>mannen, raadslieden van den koning. Allen moesten om het kasteel te bereiken langs
-den breeden weg, maar niemand in de koetsen had opgemerkt, dat langs dienzelfden weg
-zich een klein, tenger figuurtje bewoog.
-</p>
-<div class="figure p039width"><img src="images/p039.png" alt="Zich een klein, tenger figuurtje bewoog." width="640" height="202"><p class="figureHead">Zich een klein, tenger figuurtje bewoog.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Dat was Wanda, die terugkeerde van den langen, langen tocht. Zij herkende wel de raadslieden
-van haar vader, maar zij zag er zoo eenvoudig uit in de dracht der meisjes van haar
-volk, dat niemand het de moeite waard vond naar haar te kijken. Alle rijtuigen haalden
-haar in, zoodat het al stiller werd op den weg naar het kasteel. Het was heel stil
-ook op het voorplein van het paleis. De schildwachten liepen in regelmatigen stap
-op en neer, niemand lette op haar. Wanda ging nu ongemerkt naar een kleine zijdeur
-in het kasteel, die niet bewaakt werd, omdat bijna niemand van zijn bestaan af wist.
-Nu liep zij door de stille gangen, maar plotseling, met dolle vaart en vroolijk geblaf,
-rende een groot ruig dier op haar toe. Dat was Bello, haar reusachtige hond en hij
-zette zijn pooten op haar schouders <span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span>en lekte haar in dolle, uitgelaten vreugde. En haar kleine hand streelde den kop van
-het dier, dat rond haar bleef springen, nu zij naar de troonzaal ging, want daar,
-dat wist zij, hadden steeds de groote vergaderingen der geleerde en wijze mannen plaats.
-</p>
-<p>„Laat mij door,” zei zij tot de lakeien en voor die goed wisten met wie zij eigenlijk
-te doen hadden en wat er eigenlijk gebeurde, opende Wanda de deuren, die de zaal scheidden
-van de marmeren hal en plotseling stond zij midden in de zaal: een klein figuurtje
-met een grooten hond, die zijn kop tegen haar hand wreef, en sprong, en blafte, en
-kwispelstaartte.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p040width"><img src="images/p040.png" alt="Naar een kleine zijdeur." width="328" height="435"><p class="figureHead">Naar een kleine zijdeur.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Wanda,” riepen de prinsen.
-</p>
-<p>„Prinses Wanda,” riepen ook de wijzen en voornamen.
-</p>
-<p>Toen legde zich een doodsche stilte en allen staarden naar het prinsesje, dat als
-verlegen en armoedig in haar donkeren mantel in den grooten kring stond.
-</p>
-<p>„Vader,” zei toen Wanda en als haar broers knielde zij voor haar vader, die lachte
-met blijde vroolijkheid <span class="pageNum" id="pb41">[<a href="#pb41">41</a>]</span>en opgestaan was om zijn dochtertje te ontvangen, „vader, ik heb gezocht, maar niet
-gevonden.”
-</p>
-<p>En zij drukte haar lippen op de hand van den koning en zij nestelde zich tegen zijn
-knieën op de treden van den troon om het verhaal van haar tocht te doen.<a class="noteRef" id="xd30e573src" href="#xd30e573">1</a> Heel, heel klein scheen Wanda nu; zij had den mantel uitgedaan, zich den doek van
-het hoofd genomen en haar blonde lokken leken nu wel goud tegen den donkeren troon;
-vaalgrijs was haar kleedje bij de pracht van den koningsmantel en het verguldsel van
-de zaal. Maar haar oogen glansden met diepen gloed en haar hand legde zich op den
-kop van den hond, die al kwispelstaartend aan haar voeten was gaan liggen. „Vader,”
-sprak nu Wanda, „met leege handen kom ik terug en toch heb ik gezocht van Oost tot
-West, van Noord tot Zuid, naar allen kant.
-</p>
-<p>„Toen ik mijn tocht begon, herhaalde ik, wat u in den droom gezegd was. O, het was
-een dag van gouden zonneschijn.
-</p>
-<p>„Ik kwam door een klein dorpje. Daar zat voor de deur van haar woning een oud vrouwtje.
-De zon scheen op haar en zij koesterde er zich in als een spinnende poes. „Moedertje,”
-zei ik, „wat kijk je gelukkig.”
-</p>
-<p>„Voel je dan het zonnetje niet,” vroeg zij.
-</p>
-<p>„En weer een eind verder zag ik een knaap met een bleek uitgeteerd gezicht en lange,
-smalle handen. Hij zat in een stoel met kussens in den rug. En ik bleef voor hem staan,
-waarom wist ik zelf niet.
-<span class="pageNum" id="pb42">[<a href="#pb42">42</a>]</span></p>
-<p>„Ik wensch je beterschap toe,” zei ik.
-</p>
-<p>„O, ik word wel beter, want voel eens de zon. Die koestert me,” en hij sloot zijn
-oogen en keerde zich al meer naar de zon toe.
-</p>
-<p>„Peinzend liep ik verder en op een heel stil plekje zag ik een ziek katje, een klein
-ongelukkig dier. Het was gekropen naar een plaatsje, waar de zon scheen met alle kracht
-en daar liet het zich warmen. En ik droomde dien nacht een vreemden droom. Het was
-of ik vleugels kreeg, of ik licht werd, of ik met de zonnestralen overal heenkijken
-kon. Ik zag hoe een zonnestraal viel op een bloemknop en zij opende zich met teere
-kleuren, die schenen te lachen tegen het licht. Ik zag hoe een andere zonnestraal
-viel op een slapenden vogel en hij werd wakker en zong liederen, die trilden van blijheid
-en geluk.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p042width"><img src="images/p042.png" alt="Een oud vrouwtje." width="303" height="395"><p class="figureHead">Een oud vrouwtje.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„O, wat was dat mooi; al die bloemen en dieren, gelukkig gemaakt door de zon: klein
-margrieten en gloeiende rozen, grauwe musschen en pronkende pauwen. Toen begreep ik,
-dat het heel moeielijk was iets te vinden, zoo mooi als zonneschijn.”
-</p>
-<p>Even kuchten een paar der wijze voorname mannen, anderen schoven op hun stoel. Wat
-een dwaas verhaal deed Wanda, vonden zij. Het gaf niets te denken. <span class="pageNum" id="pb43">[<a href="#pb43">43</a>]</span>Een der geleerden kon er zijn gedachten niet bij houden. Hij had een moeielijke som
-pas in den steek gelaten, toen de koning hem had doen roepen en cijferde bijna hardop;
-nul, decimaalteeken, 5, 6, 7, 8, 3, 2, 1.
-</p>
-<div class="figure floatRight p043width"><img src="images/p043.png" alt="Zag ik een ziek katje." width="301" height="348"><p class="figureHead">Zag ik een ziek katje.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Maar de hand van den koning streelde het blonde haar van zijn dochtertje en een paar
-tranen liepen langs zijn wangen, want zijn verbeeldingsoogen zagen den tijd, toen
-het licht er ook voor hem was.
-</p>
-<p>„En ik zag zonnestralen vallen,” vertelde Wanda, op oude menschjes, zooals ik in het
-dorp gezien had en zij koesterden er zich in, en grijsaards en zieken zag ik glimlachen
-in den zonneschijn. Met andere zonnestralen zag ik neer in een gevangenis. O, vader,
-dat was een verschrikkelijk gezicht. Een der gevangenen was zoo bleek, dat hij wel
-een doode leek. Toen viel een warme zonnestraal op de plek, waar hij lag en hij lachte,
-vader, hij wendde het hoofd naar het licht.
-</p>
-<p>„Heel lang heb ik in dien kerker rondgekeken en ik werd heel treurig, want zonneschijn
-leek mij onvindbaar mooi. Hoe zou ik op aarde iets kunnen vinden, zoo mooi dat het
-een eenzamen mensch in een cel het gelaat zou doen glanzen van vreugde?”
-</p>
-<p>Weer kuchte een voorname geleerde en hij keek vragend zijn buurman aan en deze haalde
-onmerkbaar <span class="pageNum" id="pb44">[<a href="#pb44">44</a>]</span>zijn schouders op, wat zeggen wilde: „vrouwenpraat, collega, geduld!”
-</p>
-<p>En de voorname wijze, die van zijn som werd weggeroepen, was weg, ver weg in het land
-der cijfers, hij hoorde niets, want hij zat te rekenen, te rekenen, met lange, lange
-getallen!
-</p>
-<p>Doch, alsof zij tot zichzelve sprak, ging de prinses door: „Een andere zonnestraal
-viel in een armoedig kamertje. Daar woonde een jonge man, die mooie verhalen maken
-kon. Zoo mooi vader, zoo mooi als nachten met blauwigen maneschijn. Maar hij was arm
-en zijn zwakke zieke moedertje leed gebrek. Toen zag ik hem schreien. Maar drie, vier
-zonnestralen kwamen tegelijk zijn vertrekje binnen en hij keek er naar, en zijn oogen
-begonnen weer te stralen; en hij werkte, dat zijn pen over het papier vloog.”
-</p>
-<div class="figure floatLeft p044width"><img src="images/p044.png" alt="En hij lachte, Vader." width="594" height="430"><p class="figureHead">En hij lachte, Vader.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Een hoveling gaapte bijna <span class="pageNum" id="pb45">[<a href="#pb45">45</a>]</span>hoorbaar en kreeg toen een verschrikkelijke kleur, want het was hem in lange jaren
-niet gebeurd, dat <span class="corr" id="xd30e619" title="Bron: gij">hij</span> gegaapt had in een vergadering in de troonzaal. En de geleerde van de som was nog
-altijd aan het rekenen. Als alles uitkwam, dan wist hij hoeveel stofjes er gingen
-in een korreltje meel!
-</p>
-<div class="figure floatRight p045width"><img src="images/p045.png" alt="Een hoveling gaapte bijna hoorbaar." width="199" height="418"><p class="figureHead">Een hoveling gaapte bijna hoorbaar.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Toen ik wakker werd,” vertelde Wanda door, „begreep ik, dat ik zoeken moest naar
-iets, dat bloemen hun schoonheid gaf, vogels deed zingen, arme, oude menschen een
-glans gaf van geluk en tevredenheid, wat zieken hun pijn deed vergeten, eenzamen deed
-lachen en dichters hoop in het hart gaf.” Het geschuifel op de stoelen werd onrustig.
-Perlus keek meelijdend naar zijn zusje, die op deze wijze haar tijd verloren had en
-hij nam zich voor haar voor vergoeding een diamanten ketting te geven. Urlo wou haar
-vermaken met den wonderspiegel, dan zou zij wel gauw alles vergeten zijn.
-</p>
-<p>„Toen vader, zocht ik naar iets, dat zóó lachen deed, zóó glanzen.
-</p>
-<p>„Maar met leege handen keer ik terug.… Toch heb ik soms gedacht, dat ik dát lachen
-en glanzen zag, eens, tweemaal, neen veel meer en toen droomde ik niet.”
-</p>
-<p>Toen Wanda deze woorden zeide, straalden haar oogen met wonderlijk diepen gloed. Dat
-zag de blinde koning <span class="pageNum" id="pb46">[<a href="#pb46">46</a>]</span>niet; hij hoorde alleen maar den klank van haar stem en zijn handen vouwden zich.
-</p>
-<p>En nu begon ook de zon door te breken; ijler en lichter werden buiten de nevels; door
-de boogramen stroomde het licht op alles, maar het was of er meer glans viel op het
-prinsesje, wier haar nu zonnegoud leek, wier gelaat blank en fijn was tegen het donkere
-rood van den troon. En zooveel zon was er om haar, dat de wijze en voorname mannen
-kijken moesten of zij wilden of niet.
-</p>
-<p>„Op mijn langen tocht zag ik soms dat lachen en glanzen uit mijn droom.
-</p>
-<p>„Bloemen lagen ergens vergeten en toen ik ze verzorgde, openden ze zich als de knop
-uit mijn droom.
-</p>
-<p>„Een vink gaf ik de vrijheid en hij jubelde, als de vogel, door den zonnestraal gewekt.
-</p>
-<p>„En een hond, die zich gewond had en dien ik verbond, keek mij aan als het katje,
-dat zich in de zonnewarmte koesterde.
-</p>
-<p>„Maar dat lachen en glanzen zag ik vooral in de oogen der menschen. Vader, ik ben
-geweest bij zieken en in gevangenissen, in kleine donkere steegjes en kamertjes, waar
-het zoo donker was, dat zelfs de zonnestralen er bijna niet komen konden.”
-</p>
-<p>„Wat, wat?” riep de geleerde, die met zijn som in de war was geraakt en een paar woorden
-opving.
-</p>
-<p>„Bespottelijk, collega,” fluisterde een staatsraad.
-</p>
-<p>En een man, zoo wijs, dat men hem van overal raadplegen kwam en wiens borst geheel
-bedekt was met ridderorden, schoot even in den lach. Toen voelde hij een steek in
-zijn lendenen, want de geleerde staatsraad <span class="pageNum" id="pb47">[<a href="#pb47">47</a>]</span>had in lang niet gelachen. Doch de koning glimlachte als vroeger, toen hij zien kon
-en zijn handen vouwden zich. En de zonnestralen schenen te spelen rond het meisje.
-Buiten werd de lucht al blauwer; de nevels verdampten en verdunden zich. Een zonderling
-geklepper deed zich hooren van achter uit het park. Dat kwam van den ooievaar, die
-teruggekeerd was en wiens snavel vroolijk rood in het zonlicht was.
-</p>
-<p>„Een arm, ziek vrouwtje heb ik zien lachen als het menschje bij de zonnestralen, toen
-ik haar kussen recht legde, bloemen bij haar bed zette, eten voor haar kookte. Dat
-was wel het lachen uit mijn droom.”
-</p>
-<p>Wanda was nu opgestaan en de groote hond lichtte zijn kop op, likte haar hand en keek
-toen weer soezend om zich heen.
-</p>
-<p>Niemand lachte nu meer, want in stroomde het licht. Wat een zon was er om Wanda heen.
-Allen keken heel stil naar haar: Perlus en Urlo en al de wijzen en geleerden.
-</p>
-<p>„En hetzelfde lachen en glanzen heb ik in de gevangenis gezien, vader. Daar was een
-der gevangenen ziek en ik werd tot hem toegelaten. Geen berouw was er op zijn gelaat.
-En ik vertelde hem zijn eigen leven, sprak hem van den tijd toen hij een kind was,
-van zijn moeder en het huisje waar hij geboren was, midden tusschen de bloemen. Toen
-heb ik hem tranen zien schreien, die schitterden in het licht. En hij voelde, dat
-hij sterven ging en verlangde naar zijn moeder, om haar vergiffenis te vragen voor
-al het leed, dat hij haar veroorzaakt had. En ik ben haar gaan zoeken, tot ik haar
-vond en ik bracht haar bij hem.
-<span class="pageNum" id="pb48">[<a href="#pb48">48</a>]</span></p>
-<p>„En toen zij aan zijn ziekbed zat met zijn hand in de hare, toen heb ik haar en zijn
-gelaat zien glanzen, als in mijn droom.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p048width"><img src="images/p048.png" alt="Bloemen bij haar bed zette." width="391" height="499"><p class="figureHead">Bloemen bij haar bed zette.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Niets breng ik dus mee vader, niets! Ik heb gezocht naar alle kanten, maar zonneschijn
-is zoo mooi, dat de aarde niets heeft wat daarop gelijkt. Maar als de zon wil ik u
-koesteren, vader, zoodat u lachen gaat als het zieke vrouwtje, en die moeder, en die
-zoon.”
-</p>
-<p>„Kus mij, mijn kind,” zei de koning met fluisterende stem en groote tranen vielen
-op zijn mantel.
-</p>
-<p>„Schrei niet<span class="corr" id="xd30e661" title="Niet in bron">,</span> vader,” zei Wanda, „ik zal U liefhebben als uw kleine zonnetje,” en zij sloeg haar
-armen om den hals van den koning en kuste hem met groote teederheid.
-</p>
-<div class="figure p049width"><img src="images/p049.jpg" alt="„De koning ziet,” klonk het bijna plechtig in de zaal." width="578" height="701"><p class="figureHead">„De koning ziet,” klonk het bijna plechtig in de zaal.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>In stroomen golfde het zonlicht naar binnen. Het <span class="pageNum" id="pb50">[<a href="#pb50">50</a>]</span>vulde de zaal met vloeiend, doorzichtig goud. En het was of er honderden stemmetjes
-zongen. En in de zaal keken allen naar het wonder. De koning richtte zich op in volle
-lengte. In breede plooien viel zijn mantel om hem heen. En zijn oogen zagen naar alle
-kanten.
-</p>
-<p>Zij staarden en tuurden niet, maar dronken het licht en de kleuren. Zijn oogen keken
-naar buiten, waar de nevels waren opgetrokken, waar de zon het blauw der voorjaarslucht
-stralen deed.
-</p>
-<p>En naast den koning, klein en nietig, met goudglans op haar lokken, stond het kleine
-prinsesje, dat schreide van vreugde.
-</p>
-<p>„Ik zie, ik zie,” zei de diepe stem van den koning.
-</p>
-<p>„De koning ziet,” riep men bijna plechtig in de zaal.
-</p>
-<p>„De koning ziet,” klonk het door de gangen. En de schildwachten vernamen het en vertelden
-het verder, en wie het hoorde, verspreidde het weer. Zoo ging het wonder van mond
-tot mond, door het heele land, het wonder van het blonde prinsesje, dat iets gevonden
-had, zoo mooi als zonneschijn, wat blindheid wegkust.
-<span class="pageNum" id="pb51">[<a href="#pb51">51</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e573">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e573src">1</a></span> Zie <a href="#frontispiece">titelplaat</a>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e573src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="pt2" class="div0 part">
-<h2 class="main">HET KAARSEMANNETJE.</h2>
-<div id="ch2.1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">I.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Milly lag in haar bed en schreide. Een paar maanden geleden zou zij het echter niet
-gedaan hebben om hetgeen, wat haar nu heel zacht snikken deed.
-</p>
-<p>Want Milly heette eigenlijk Melanie, maar die naam klonk wat vreemd voor Hollandsche
-ooren en dus werd hij afgekort. Het meisje had een Fransche moeder en een Hollandschen
-vader en in haar moeders familie werden alle oudste dochtertjes Melanie genoemd. Zij
-heette daarom ook zoo.
-</p>
-<p>Milly herinnerde zich heel weinig van alles wat met haar moeder in verband stond,
-daar die stierf, toen het kind vijf jaar was. Milly wist nog alleen, dat zij zwarte
-kleertjes aankreeg en naar een Fransche kostschool gestuurd werd. Later hoorde zij,
-dat dit moest, omdat haar vader altijd reisde en er geen familie was, waar het meisje
-toen komen kon. Zij werd dus door vreemden opgevoed met veel kinderen tegelijk. Toch
-was Milly niet te beklagen geweest. Haar vader kwam haar, zoo dikwijls het maar kon,
-opzoeken en de tijd, dien zij dan saampjes doorbrachten, was er een van pret en uitgaan.
-Zij hield heel veel van hem, maar zonder veel verdriet keerde zij altijd naar de kostschool
-terug en wanneer zij soms even schreide, waren haar traantjes weer spoedig afgewischt,
-want de directeur <span class="pageNum" id="pb52">[<a href="#pb52">52</a>]</span>en zijn vrouw waren heel goed voor al de kinderen. Dat mocht ook wel, want allen misten
-een eigen tehuis.
-</p>
-<div class="figure p052width"><img src="images/p052.png" alt="De school lag bovendien ergens buiten." width="617" height="299"><p class="figureHead">De school lag bovendien ergens buiten.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>De school lag bovendien ergens buiten. Er werd heerlijk gespeeld na de lessen en elk
-jaargetij had zijn eigen vreugden en bezigheden. Milly verveelde zich nooit, ook niet
-in de lange winteravonden, want dan waren er gezellige spelletjes of vertellingen
-en heerlijke boeken.
-</p>
-<p>Zij was dus tevreden en gelukkig, omdat zij niet voelde, dat zij iets miste.
-</p>
-<p>Nu echter was alles anders voor haar geworden. Een oorlog was uitgebroken en door
-de streek, waar Milly’s school lag, trokken legers. Toen was de vader zijn dochtertje
-gaan halen en had haar in veiligheid gebracht in Nederland bij een zuster, die drie
-kinderen had en nu wel het meisje bij zich kon nemen. Dat was <span class="pageNum" id="pb53">[<a href="#pb53">53</a>]</span>vroeger niet mogelijk geweest, omdat Milly’s tante heel lang ziek was geweest. De
-vader hervatte zijn zwervend leven, toen hij zijn eenig dochtertje veilig geborgen
-wist.
-</p>
-<p>Al maanden lang was Milly nu al bij haar oom en tante en al dien tijd had ze niets
-van haar vader gehoord. Soms verlangde het meisje heel innig naar hem, meer eigenlijk
-dan toen zij op de kostschool was, waar zij hem toch ook dikwijls in langen tijd niet
-zag.
-</p>
-<div class="figure p053width"><img src="images/p053.png" alt="En door de streek trokken legers." width="627" height="312"><p class="figureHead">En door de streek trokken legers.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Het kind begon te begrijpen, dat zij niet bezat wat alle andere kinderen om haar heen
-wel hadden. De jongens en meisjes van de school, waar tante Ada en oom Frank haar
-geplaatst hadden, hadden allen een vader en een moeder, broertjes en zusjes. Zij was
-alleen op de wereld. Dat voelde zij, sedert zij in Nederland was. Oom en tante waren
-lief voor haar, maar anders <span class="pageNum" id="pb54">[<a href="#pb54">54</a>]</span>toch, vond zij, dan voor hun eigen kinderen, anders dan voor blonde Truusje, anders
-dan voor dikken Bop, anders dan voor kreupele Hansje. Alle drie kuste tante veel inniger
-dan haar, het vreemde nichtje! En als het aanhalige Truusje haar armen om haar moeders
-hals sloeg en zich zoo dicht tegen haar aanvlijde, als behoorde haar moeder alleen
-aan haar, dan trok Milly een onverschillig gezicht, en drukte haar lippen stijf op
-elkaar, en keek op dezelfde wijze, die Bop wel eens plagend deed vragen of zij een
-stok had ingeslikt.
-</p>
-<p>Niemand echter wist, dat Milly naar een vader en moeder verlangde, zooals haar nichtjes
-en neefjes hadden. Zij had ook wel eens haar armen om haar tante willen slaan en toch
-gaf zij niets dan een vluchtige kus. Zij was toch maar het nichtje, dacht Milly; zij
-was niet het eigen dochtertje. Zij kreeg niets dan een aalmoes! Zij had naar de kostschool
-terug willen gaan, waar de goede mijnheer en mevrouw er voor allen waren en tegen
-den een niet vriendelijker deden dan tegen den ander. En alles was zoo akelig vreemd
-in de stad, waar zij was: de taal, die zij moest spreken en vader niet altijd tegen
-haar gebruikt had,—de stad met huizen in plaats van velden en bosschen,—de kleinigheden
-waar door oom en tante veel meer op gelet werd dan op de school in Frankrijk.
-</p>
-<p>Op den avond, dat dit verhaal begint, lag dus Milly heel zachtjes te schreien en zij
-meende, dat er geen ongelukkiger kind op de heele wereld was dan zij. Eventjes klonk
-er een luide snik en dadelijk trok het kind haar hoofd onder de dekens, opdat toch
-niemand <span class="pageNum" id="pb55">[<a href="#pb55">55</a>]</span>haar hooren zou, tante niet, oom niet, plagerige Bop niet. Toch lag Milly alleen in
-de kamer. Zij deelde die met Truusje, maar haar nichtje was voor een paar nachten
-uit logeeren bij haar peettante.
-</p>
-<p>Maar daarom schreide Milly niet! Dat kon haar niets schelen!
-</p>
-<p>Tante Ada kwam echter altijd de kaars uitblazen in de kamer der meisjes. Dan stopte
-zij de kinderen nog eens toe en dan hoorde Milly heel goed de lieve woordjes, die
-Truus dan tegen haar moeder zei, voor zij slapen ging en zij kon zien hoe innig het
-kind haar „schat,” haar „eenige moesje,” haar „liefste, liefste moeder” naar zich
-toetrok.
-</p>
-<p>Dan kwam tante Ada bij haar.
-</p>
-<p>„Nacht Milly,” zei dan tante.
-</p>
-<p>„Nacht tante,” antwoordde Milly.
-</p>
-<p>„Lig je goed?”
-</p>
-<p>„Ja, tante.”
-</p>
-<p>„Is de kiespijn heelemaal over?”
-</p>
-<p>„Ja, tante.”
-</p>
-<p>„Goed slapen, hoor, kindje.”
-</p>
-<p>„Ja, tante.”
-</p>
-<p>Tante legde dan de dekens nog eens goed, streek over het donkere bolletje van Milly,
-gaf haar een kus, en was heel lief.… Maar alles was toch anders dan bij Truus.
-</p>
-<p>Dien avond echter, toen Truus uit logeeren was, had Milly gevraagd, toen zij naar
-bed ging:
-</p>
-<p>„Tante, komt u de kaars uitblazen?”
-</p>
-<p>„Ja zeker,” antwoordde tante. Maar juist werd er gebeld en er kwam avondbezoek.
-<span class="pageNum" id="pb56">[<a href="#pb56">56</a>]</span>
-</p>
-<div class="figure p056width"><img src="images/p056.jpg" alt="Liefste, liefste moeder." width="585" height="708"><p class="figureHead">Liefste, liefste moeder.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb57">[<a href="#pb57">57</a>]</span></p>
-<p>Milly was toen naar bed gegaan en, hoorde het stemmengeroes van beneden. Zij lag te
-wachten, tot tante het licht zou uitdoen, maar tante kwam niet.
-</p>
-<p>Milly luisterde naar de geluiden, die van uit de huiskamer tot haar doordrongen en
-ze keek naar de kaars, die knetterde. Toen voelde het kind zich heel ongelukkig en
-verlaten.
-</p>
-<p>„Truus zou niet vergeten zijn,” zei zij tot zichzelve en zoo’n gevoel van eenzaamheid
-maakte zich van haar meester bij de pratende stemmen onder haar en de flikkerende
-kaars, dat zij de dekens over zich heen sloeg om niets meer te hooren of te zien.
-Toen dacht zij aan haar vader, die zijn eenige dochtertje niet meer schreef of opzocht,
-aan de verre kostschool, waar het soms zoo gezellig kon zijn in de <span class="corr" id="xd30e738" title="Bron: grootes laapzaal">groote slaapzaal</span>, als mevrouw even langs al de bedden ging.
-</p>
-<p>Het kleine meisje, dat Milly was, kon zich niet meer bedwingen en de tranen stroomden
-langs haar gezichtje en zij stopte haar zakdoek in haar mond uit vrees voor plagerigen
-Bop. Wat vader wel zeggen zou, als hij wist, dat de jongen haar sarde, wanneer tante
-en oom er niet bij waren, en haar een „ongewasschen Fransoos” noemde, omdat haar oogen
-en haar even donker waren, als die van haar nichtje en neefjes licht. Truus had net
-zulk blond haar als haar moeder. Neen, dat van tante schitterde nog meer, als de lamp
-erop scheen. Dan moest Milly altijd naar haar kijken of zij wilde of niet en het meisje
-vroeg zich af of haar eigen moeder, van wie ze zelfs geen portret had, er ook zoo
-lief had uitgezien.
-</p>
-<p>Milly bleef zachtjes doorschreien. De stemmen beneden <span class="pageNum" id="pb58">[<a href="#pb58">58</a>]</span>klonken doffer, de kaars flikkerde wonderlijk.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p058width"><img src="images/p058.png" alt="Een wezentje stapte eruit." width="326" height="448"><p class="figureHead">Een wezentje stapte eruit.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Het was of de vlam grooter en kleiner werd en er iets bewoog in het donkere hartje.
-Nu leek ze wel zoo groot als kreupele Hansje. Kijk, nu scheen het of zij naar beide
-kanten week.
-</p>
-<p>Een wezentje stapte eruit met kleertjes zoo donker als het hart van de vlam en een
-gezichtje zoo stralend als het licht van de kaars. Het ging zitten op den rand van
-het bed.<a class="noteRef" id="xd30e752src" href="#xd30e752">1</a>
-</p>
-<p>„Ken je me niet, Milly,” vroeg het mannetje.
-</p>
-<p>„Neen,” zei Milly verbaasd.
-</p>
-<p>„En je hebt zoo lang naar me gekeken. Ik ben het mannetje uit de kaars, die je tante
-vergat uit te doen.”
-</p>
-<p>Toen kwamen er weer de waterlanders bij Milly te voorschijn.
-</p>
-<p>„Waarom huil je toch zoo,” vroeg het kaarsemannetje.
-</p>
-<p>„Omdat tante Ada nooit vergeet de kaars uit te doen, als Truus er is.”
-<span class="pageNum" id="pb59">[<a href="#pb59">59</a>]</span></p>
-<p>„Ik ben toch bij je gebleven,” troostte het mannetje. „Ik heb het licht voor je gemaakt
-in de kamer.”
-</p>
-<p>„Wat geeft dat,” snikte Milly. „Ik ben zoo’n ongelukkig kind. Mijn vader is weg, mijn
-moeder is dood. Ik heb geen broertjes en zusjes. Alle kinderen hebben het beter dan
-ik.”
-</p>
-<p>„Hoor eens,” zei het kaarsemannetje, „ik heb medelijden met je en daarom wil ik je
-helpen. Ik houd wel niet veel van zeurende en klagende kinderen, maar het is waar,
-dat je niet alles hebt als een ander.”
-</p>
-<p>„Niets,” zuchtte Milly.
-</p>
-<p>„Ik wil daarom je vriendje worden,” ging het kaarsemannetje door, „al heb je ook gezegd,
-dat het je niet schelen kan, dat ik het licht voor je in de kamer liet zijn. Kom eens
-uit je bed, dan zal ik je wat moois laten zien.”
-</p>
-<div class="figure floatRight p059width"><img src="images/p059.png" alt="Milly gehoorzaamde." width="399" height="382"><p class="figureHead">Milly gehoorzaamde.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Milly gehoorzaamde en nu stond ze achter de dikke gordijnen.
-</p>
-<p>„Waar ben je,” vroeg ze.
-</p>
-<p>„Ik zit bij je oogen,” lachte het mannetje, „vlak tusschen je wenkbrauwen. <span class="pageNum" id="pb60">[<a href="#pb60">60</a>]</span>Je kunt me niet zien, maar ik jou wel. Ik ben nu een kaarsje voor je oogen.”
-</p>
-<div class="figure floatLeft p060width"><img src="images/p060.png" alt="Dat komt, omdat ik nu op je schouders zit." width="159" height="443"><p class="figureHead">Dat komt, omdat ik nu op je schouders zit.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Hoe grappig,” zei Milly. „Ik kan nu veel beter zien. De gordijnen zijn dicht en ik
-kijk er door heen. Zoo’n mooien sterrenhemel heb ik nog nooit gezien, ook niet op
-de kostschool. De sterren lijken wel diamanten. En daar is de sikkel van de maan.
-En daar de toren van de kerk. Hoe grappig. Ik zie alles veel beter en toch zijn de
-gordijnen dicht. Hè, hoe jammer, nu zie ik weer niets.”
-</p>
-<p>„Dat komt, omdat ik nu op je schouders zit.”
-</p>
-<p>„Kom weer in mijn oogen,” smeekte Milly. „Alles was zoo mooi daar straks.”
-</p>
-<p>„Neen, je moet gaan slapen. Gauw naar je bed, meisje.”
-</p>
-<p>Milly kroop onder de dekens.
-</p>
-<p>„Slaap lekker,” zei het mannetje. „Ik ga in een andere kaars wonen. Deze is veel te
-klein voor mij geworden.”
-</p>
-<p>Slaperig keek Milly toe. Het flikkerde en siste in de kaars. Het vlammetje danste,
-nam allerlei vormen aan. Toen was er niets dan wat geglim en gespatter. Toen werd
-het geheel donker in de kamer.
-</p>
-<p>Milly verzonk in een diepen slaap.
-<span class="pageNum" id="pb61">[<a href="#pb61">61</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div id="xd30e752">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd30e752src">1</a></span> Zie: <a href="#cover">plaatje omslag</a>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd30e752src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">II.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen Milly den volgenden morgen opstond, zag zij, dat er een grauwe mist hing. Het
-kaarsemannetje ontstak nu echter niets in haar oogen en daarom keek zij knorrig.
-</p>
-<p>„Wat een malle droom,” dacht ze en huiverig kleedde zij zich aan, want er brandde
-geen vuur in Milly’s kamer.
-</p>
-<p>Tante en oom zaten reeds met de twee jongens aan tafel, toen Milly beneden kwam, tante
-tusschen Bop en Hansje zooals altijd.
-</p>
-<p>„Je bent laat vanmorgen, Milly,” zei oom, nadat ze goeden morgen gewenscht had.
-</p>
-<p>„Ja,” antwoordde ze knorrig.
-</p>
-<p>„Milly,” zei tante, „gisteren avond heb ik vergeten de kaars uit te komen blazen.
-Maar juist, toen je naar bed ging, kwamen neef Anton en nicht Marie en die hadden
-zooveel te vertellen, dat ik het heelemaal vergat. Ik ben later naar boven gegaan,
-maar je sliep als een roos. Niet aardig van me, hè, dat ik het vergat?”
-</p>
-<p>„Het kon me niets schelen,” zei Milly met een heel strak gezichtje.
-</p>
-<p>„O,” vond oom, die de wenkbrauwen fronste.
-</p>
-<p>„Heeft Moes jou geen nachtzoen gegeven,” zei Hansje. „Hoe naar,” en het ventje streelde
-zachtjes zijn moeders hand en drukte zijn kopje tegen zijn moeders arm. „Ik zou niet
-kunnen gaan slapen, als Moes me geen nachtzoen gaf.”
-<span class="pageNum" id="pb62">[<a href="#pb62">62</a>]</span></p>
-<p>„Ik wel, best hoor,” zei Milly met nog onverschilliger gezicht.
-</p>
-<p>„Eet en houd je mond, Milly,” beval oom op strengen toon. Tante zei niets, vroeg alleen,
-toen Milly naar school ging, of zij haar atlas bij zich had.
-</p>
-<p>„Je krijgt anders weer straf, Milly,” zei tante vriendelijk.
-</p>
-<p>Koud was het buiten en koud was het in het meisje zelf. Het was alles even akelig,
-vond zij. Vandaag was er rekenles en daar hield zij niet van. Dan taal en daar maakte
-zij ook al zooveel fouten in.
-</p>
-<p>Ze knoeide, toen ze met haar sommen bezig was, die maar niet uit wilden komen, al
-tuurde en tuurde ze ook op de cijfers. Toen ze echter zoo ingespannen keek, was het
-of er iets schitterde in haar boek, iets kleins, iets zonderlings.
-</p>
-<p>„Goeden morgen, Milly,” klonk het met een fijn stemmetje. „Ken je me niet meer? Ik
-ben het kaarsemannetje van vannacht. Neen, schrik maar niet, niemand kan me hooren
-en zien dan jij. Meisje, wat zie je er uit! Het is net zoo donker in je als in een
-kelder. Je lijkt wel een lamp zonder olie. Je bent net een kachel, die niet branden
-wil, omdat de kolen nat zijn. Het is noodig, dat ik je kaarsje aansteek! Rrr.… daar
-brandt het!”
-</p>
-<p>„Ik zie je niet meer,” fluisterde Milly.
-</p>
-<p>„Tusschen je oogen zit ik, daar licht ik, daar brand ik, daar schijn ik. Ik kijk door
-je sommen, als vannacht door de gordijnen. Ik zie al de kubieke meters en wat marcheert
-dat decimaalteeken flink. Kijk eens, hoe leuk!”
-<span class="pageNum" id="pb63">[<a href="#pb63">63</a>]</span></p>
-<p>En Milly keek! De cijfers schitterden als de sterren, die ze aan den hemel gezien
-had. Het waren net dwergjes met kleine lichtjes in hun handen, die naar hun plaats
-zochten. Zij wees hun den weg. Het was of het een legertje was, dat zij aanvoerde
-en deed wat zij wilde. De getallen gehoorzaamden. Elk kwam op de plek, waar het hoorde.
-Milly’s oogen schitterden, toen zij naar die orde keek.
-</p>
-<p>„Wat uitstekend werk,” prees de onderwijzeres. „Niemand heeft zoo goed gerekend als
-jij.”
-</p>
-<p>En toen moest Milly voor de klasse vertellen in het Hollandsch. Even wreef zij met
-haar handen over het voorhoofd, want wat zouden de kinderen zeggen, als zij het kaarsemannetje
-tusschen haar wenkbrauwen zagen? Ze voelde niets en toch wist zij, dat het ventje
-er zat. Toch lachte geen van de kinderen en niemand keek verbaasd naar haar. Misschien
-vonden zij wel, dat Milly er heel vriendelijk uitzag, heel anders dan gewoonlijk.
-Maar dat zeiden zij niet. Het zou natuurlijk heel onbeleefd zijn geweest om te zeggen:
-„Milly, je ziet er anders uit als een onverschillige knorrepot, maar nu lijk je wel
-een zonnetje in den mist!”
-</p>
-<p>Een zonnetje in den mist! Ja waarlijk, het meisje zag het zonnetje, toen zij naar
-buiten keek, naar de dampen, die voor de ramen hingen. Ze waren er nog en toen was
-het of zij achter de nevels de zon schijnen zag.
-</p>
-<p>„Ik zit bij je oogen,” zei het fijne stemmetje. „Ik zie de woorden. Niet dat nemen,
-maar dat en dat!”
-</p>
-<p>Wat was het heerlijk vertellen met het kaarsemannetje <span class="pageNum" id="pb64">[<a href="#pb64">64</a>]</span>bij Milly! Het was of zij in een kast keek, waarin al de woorden netjes gerangschikt
-waren en telkens ging een lade vanzelf open en Milly nam het woord eruit, dat zij
-noodig had. Haar oogen schitterden van pret.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p064width"><img src="images/p064.png" alt="Wat uitstekend werk." width="352" height="475"><p class="figureHead">Wat uitstekend werk.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Je zult zien,” zeide de onderwijzeres, „Milly wil nooit meer bij ons vandaan. Die
-gaat het prettig bij ons vinden! Die rekent als een professor en die vertelt als een
-die het kan.”
-</p>
-<p>Voor het eerst sedert langen tijd voelde Milly zich gelukkig.
-</p>
-<p>„Nu ga ik weg, Milly,” zei het mannetje, toen zij weer op haar plaats zat.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Ik steek aan en verlicht
-</p>
-<p class="line">Ik jaag het donkere van het gezicht.
-</p>
-<p class="line">Kijk naar het licht, dat voor je scheen,
-</p>
-<p class="line">Dag, Milly, kind, ik moet nu heen.<span class="corr" id="xd30e842" title="Niet in bron">”</span></p>
-</div>
-<p class="first">Toen schitterde het niet meer in Milly’s boek, maar makkelijk, dat het werk dien heelen
-schooldag ging!
-</p>
-<p>Oom en tante deden, alsof er niets was gebeurd, toen Milly thuis kwam. Tante was vriendelijker
-dan anders en oom verbood Bop streng, toen hij vroeg of Milly nog altijd bevroren
-was.
-<span class="pageNum" id="pb65">[<a href="#pb65">65</a>]</span></p>
-<p>Het werd bedtijd. Even aarzelde het meisje, voor zij naar boven ging.
-</p>
-<p>„Tante,” vroeg zij zacht, „komt U de kaars uit blazen?”
-</p>
-<p>„Natuurlijk,” antwoordde tante, „ga maar vast. Ik kom gauw, maar ik moet eerst nog
-wat bergen in het kastje van Truus.”
-</p>
-<p>Heel vlug was Milly uitgekleed en ze tuurde naar de lange, witte, nieuwe kaars. Tante
-kwam boven en liep bedrijvig heen en weer om in het kastje van Truus te ordenen en
-te schikken. Toen echter zag Milly weer wat niemand dan zij opmerken kon. De vlam
-van de kaars rekte zich en boog naar beide zijden en eruit stapte Milly’s kaarsemannetje
-met het donkere fluweelige lijfje en een gezichtje dat helderder straalde dan ooit.
-</p>
-<p>Hij wipte naar Milly’s bed en voor het kind zien kon hoe het gebeurde, was hij het
-heel kleine wezentje geworden, dat zich tusschen haar oogen nestelde.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Kijk nu maar eens goed,
-</p>
-<p class="line">Kijk naar wat tante doet,”—</p>
-</div>
-<p class="first">fluisterde het mannetje.
-</p>
-<p>O, wat werd het nu gezellig om het meisje! De kamer, waarin zij lag te kijken, werd
-zoo vriendelijk! Wat waren de poppetjes op den schoorsteen aardig! Wat mooi die Fransche
-platen, welke tante vlak over Milly’s bed gehangen had boven Milly’s eigen kastje,
-dat zij met Kerstmis kreeg! Het blonde haar van tante kwam zoo leuk uit tegen het
-donkere behang. Haar handen <span class="pageNum" id="pb66">[<a href="#pb66">66</a>]</span>zetten het fijne vaasje van Truus zoo heel zacht neer. Toen verschikte ze iets op
-Milly’s kastje.
-</p>
-<p>„Daar moet later ook nog een vaasje bij, hè, Milly?”
-</p>
-<p>„Ja, tante.”
-</p>
-<p>„Nu, goeden nacht, kindje,” en tante kwam naar het meisje toe en zag haar aan met
-oogen, die heel vriendelijk keken.
-</p>
-<div class="figure floatRight p066width"><img src="images/p066.png" alt="Er uit stapte Milly’s kaarsemannetje." width="350" height="454"><p class="figureHead">Er uit stapte Milly’s kaarsemannetje.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Toen blies het kaarsemannetje het lichtje aan, dat hij voor Milly ontstoken had, en
-het scheen vroolijk naar alle kanten.
-</p>
-<p>„Tante,” zei Milly en onstuimig sloeg zij haar armen om tante heen, „ik ben niet lief
-geweest en het was niet waar wat ik zeide, want ik heb gisteren niet kunnen slapen,
-omdat U mij geen nachtzoen gaf.”
-</p>
-<p>Toen fluisterden tante en Milly nog wat samen en het leek het meisje, of zij ook tante’s
-dochtertje was.
-</p>
-<p>Even later was het donker in de kamer. Niets hoorde Milly dan iets gedempts—vertrouwelijks,
-dat er was in het spreken van oom en tante beneden.
-<span class="pageNum" id="pb67">[<a href="#pb67">67</a>]</span></p>
-<p>„Ik was onaardig,” zei Milly tot het mannetje, „maar er was dan ook reden voor.”
-</p>
-<p>„Reden, reden,” lachte het mannetje. „Er is net zooveel reden om aardig en flink te
-wezen. Kijk, kijk!”
-</p>
-<p>Het kaarsemannetje tuurde naar boven en daarom deed Milly het ook. Wonderlijk was
-het wat het kind zag. Haar oogen keken door de zoldering heen naar buiten in den nacht.
-De mist was opgetrokken. De maansikkel was gegroeid.
-</p>
-<p>„Reden om onaardig te wezen,” lachte het mannetje en het wipte weer in de kaars.
-</p>
-<p>Niets was er nu om Milly heen dan de donkere kamer, waar zij gelukkig en rustig insliep.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">III.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">„Waarom doe je je oogen zoo stijf toe,” vroeg het kaarsemannetje een avond. „Waarom?
-Je hebt me een heele poos niet noodig gehad, meisje! Je weet nu veel wat je vroeger
-niet wist! Je ziet nu wat je eerst niet zag. Waarom doe je nu zoo donker?”
-</p>
-<p>Milly gaf geen antwoord, maar drukte haar gezicht diep in de kussens.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Je houdt je of je me niet ziet.
-</p>
-<p class="line">Maar, kindjelief, dat helpt je niet!”</p>
-</div>
-<p class="first">spotte het ventje.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Ik zit op je donker bolletje,
-</p>
-<p class="line">Het lijkt er een heel zwart holletje.”</p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb68">[<a href="#pb68">68</a>]</span></p>
-<p>zuchtte het mannetje. „Ik kan alleen het werk niet af. Ik haal mijn kameraadje van
-den overkant.”
-</p>
-<div class="figure p068width"><img src="images/p068.png" alt="Ik zit op je donker bolletje." width="546" height="348"><p class="figureHead">Ik zit op je donker bolletje.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Toen verdween het kaarsemannetje en dikke duisternis was er nu om en in Milly. En
-toen klonk er weer een fijn stemmetje, dat zeide: „help me, vriend!”
-</p>
-<p>Of Milly nu wilde of niet, zij moest de oogen openen en zij zag twee lichtende wezentjes
-met gelijke, lichte gezichtjes en donkere, fluweelige manteltjes.
-</p>
-<p>„Zoo, zoo,” zei Milly’s kaarsemannetje, „ik zie je oogen weer. Kijk hem maar eens
-aan,”—het tweede ventje boog en zijn gezicht glinsterde,—„hij is het kaarsemannetje
-van het oude vrouwtje over je. Eerlijk, dat ze is! Zij heeft ons niet noodig. Nu gaan
-we het samen helder in je maken, hij in je eene oog, ik in je andere.”
-<span class="pageNum" id="pb69">[<a href="#pb69">69</a>]</span>
-</p>
-<div class="figure p069width"><img src="images/p069.jpg" alt="En zij zag twee lichtende wezentjes." width="715" height="577"><p class="figureHead">En zij zag twee lichtende wezentjes.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb70">[<a href="#pb70">70</a>]</span></p>
-<p>Doodstil werd het nu in de kamer, zoo stil, alsof de gansche wereld met al haar geluiden
-sliep.
-</p>
-<p>En plotseling kwamen er gefluisterde woorden over Milly’s lippen. „Ja, ja,” zei ze
-heel zacht, „het was heel leelijk wat ik deed. Ik had dat geld niet moeten nemen uit
-mijn spaarpot.”
-</p>
-<p>Weer was het stil. Toen, fluisterend, ging Milly door: „Het was gulzig ook, want ik
-at alles alleen op en zei niemand er wat van.”
-</p>
-<p>„Gulzig, en leelijk, en laf was het,” herhaalde het fijne stemmetje van het lichtwezentje.
-„En licht is altijd licht, niet kameraad?”
-</p>
-<p>„Ja,” antwoordde het tweede, fijne stemmetje.
-</p>
-<p>Toen was het Milly of de wanden en zoldering van haar kamer geheel doorzichtig werden,
-zoodat zij uitzien kon naar alle kanten.
-</p>
-<p>„Nu springen we uit je oogen. Nu zijn er andere wezens van licht.”
-</p>
-<p>„Hoe mooi,” zei Milly. „Kijk, daar zijn de lantarens. Ik zag ze nog nooit zoo goed.
-Lijnen van licht lijken ze wel, éen langs de eene huizenrij, éen langs de andere.”
-</p>
-<p>„Ze branden in den donkeren nacht, ze stralen, ze wijzen den weg,” riep het hooge,
-fijne stemmetje. „Zoo deden zij gisteren, zoo doen zij vannacht en morgen weer zullen
-zij rustig branden, trouw en eerlijk in de lange laan, in de groote stad.”
-</p>
-<p>„Licht is licht, altijd,” zei zacht het kameraadje.
-</p>
-<p>„Ik heb nog nooit zoo ver gezien. Dat lijkt wel het licht van den vuurtoren aan het
-strand. Hij is net een <span class="pageNum" id="pb71">[<a href="#pb71">71</a>]</span>mensch, een groote man, en waar het licht straalt, is zijn hoofd.”
-</p>
-<div class="figure p071width"><img src="images/p071.png" alt="Nu springen we uit je oogen." width="657" height="355"><p class="figureHead">Nu springen we uit je oogen.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„De vuurtoren straalt,” zei het kaarsemannetje langzaam. „Hij wijst den weg elken
-nacht, trouw en eerlijk, want licht is licht.”
-</p>
-<p>„Nu zie ik weer niets,” riep Milly. „Die lantarens schenen zoo helder en de vuurtoren
-brandde zoo hoog boven de zee. Nu zie ik niets meer, alleen de sterren. Daar heb je
-de Poolster. Die heeft Bop me leeren vinden, maar er is niets bizonders aan. Die staat
-altijd vlak boven den schoorsteen van het huis aan den overkant, precies boven het
-randje van de vierde pijp.”
-</p>
-<p>„Precies boven het randje van de vierde pijp! Zoo was het, zoo is het, zoo zal het
-zijn. Ze stond, waar <span class="pageNum" id="pb72">[<a href="#pb72">72</a>]</span>ze staat en ze zal er staan. Ze wijst den weg, als niemand hem meer weet. Ze is het
-groote licht, waarnaar wij lichtjes kijken in den donkeren nacht.”
-</p>
-<p>Toen zweeg het kaarsemannetje en met gevouwen handjes zaten hij en zijn kameraad op
-den rand van Milly’s bed en hielden de gezichtjes naar de Poolster, die groot en glanzend
-stond aan het hemelvlak boven het randje der vierde pijp van den schoorsteen van het
-huis aan den overkant.
-</p>
-<p>„Groote ster, geef ons altijd van uw licht,” fluisterde zacht het kameraadje.
-</p>
-<p>„Groote ster, laten we lichtwezentjes blijven in de oogen en harten van de menschen,”
-smeekte het kaarsemannetje.
-</p>
-<p>„Groote ster, groote ster,” herhaalden de mannetjes zacht en zij kruisten hun armen
-over de borst en bogen met plechtige gezichten.
-</p>
-<div class="figure p072width"><img src="images/p072.png" alt="En waar het licht straalt, is zijn hoofd." width="603" height="250"><p class="figureHead">En waar het licht straalt, is zijn hoofd.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Toen was het of de muren der kamer zich weer sloten. <span class="pageNum" id="pb73">[<a href="#pb73">73</a>]</span>Flauw onderscheidde Milly het bed waar Truus sliep en de koperen knop aan de kachel
-ving als altijd een straal op van de lantaren voor de deur, gezellig en vertrouwelijk.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p073width"><img src="images/p073.png" alt="En bogen met plechtige gezichten." width="358" height="294"><p class="figureHead">En bogen met plechtige gezichten.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Droomde Milly?
-</p>
-<p>Was zij wakker?
-</p>
-<p>Zonder leven te maken kwam zij uit haar bed en lichtte het gordijn op. De lantarens
-brandden in den stillen nacht. Den vuurtoren zag zij niet, maar vlak boven het randje
-der vierde pijp van den schoorsteen over haar straalde rustig en helder de Poolster.
-</p>
-<p>Toen dacht Milly aan het stilletjes gekochte en gulzig opgegetene en zij kroop in
-bed, maar de slaap wilde niet komen.
-</p>
-<p class="tb">⁂</p><p>
-</p>
-<p>Den volgenden dag was het Zondag. Dan was iedereen thuis, ook oom.
-</p>
-<p>„Oom, ik wou u wat zeggen,” zei Milly met een bibberende stem, want de werkkamer was
-groot en van achter de werktafel zagen oom’s oogen, die heel streng konden <span class="pageNum" id="pb74">[<a href="#pb74">74</a>]</span>lijken, onderzoekend naar haar.
-</p>
-<div class="figure floatRight p074width"><img src="images/p074.png" alt="„Nooit meer,” antwoordde Milly." width="371" height="541"><p class="figureHead">„Nooit meer,” antwoordde Milly.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Mag tante het niet weten,” vroeg oom.
-</p>
-<p>„U is streng en tante is zoo lief en wat ik deed, was heel leelijk.”
-</p>
-<p>Toen bibberde Milly’s stem nog meer en met neergeslagen oogen bekende het meisje wat
-zij deed.
-</p>
-<p>„Dat doen we nooit meer, niet Milly,” vroeg oom met vasten toon. Toen moest Milly
-haar oogen weer opslaan of zij wilde of niet en het was of zij op oom’s gelaat het
-licht zag van de lantarens en den vuurtoren.
-</p>
-<p>„Nooit meer,” antwoordde Milly en met opgeheven gelaat bleef zij kijken in het strenge
-eerlijke gezicht van den grooten man en als vanzelf legde zij haar hand in die van
-haar oom. Diens krachtige vingers omsloten stevig de hare.
-</p>
-<p>„Nooit meer,” herhaalde oom.
-</p>
-<p>„Nooit meer,” zei Milly zacht.
-<span class="pageNum" id="pb75">[<a href="#pb75">75</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">IV.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Nog echter had het kaarsemannetje niet voor altijd afscheid van het meisje genomen
-en het was maar goed, dat hij het niet deed, want er kwam weer een heel treurige tijd
-voor Milly. Haar vader stierf in een vreemd land en in denzelfden tijd, dat de droevige
-tijding Milly geschreven werd, gebeurde er iets in het gezin van tante Ada, dat vroolijk
-en treurig tegelijk was. Er werd een kindje geboren, een meisje. Dat was een heel
-vroolijke gebeurtenis. Maar tante Ada werd ziek en was zoo zwak, dat de kinderen nauwelijks
-bij haar mochten komen.
-</p>
-<p>Dat was héél droevig, vooral voor Milly, want nu was zij alleen met haar groote verdriet.
-Oom Frank was wel heel vriendelijk voor haar, maar tante zou toch anders geweest zijn
-en als hij maar even zich vrij kon maken, was hij bij zijn zieke vrouw, al was er
-ook nog zulk een zorgzame verpleegster voor haar en het teere kleine kindje.
-</p>
-<p>Het leek de arme Milly of zij nog nooit zóó alleen was geweest.
-</p>
-<p>Truus mocht meer dan zij in de ziekenkamer komen, want oom was bang, dat Milly spreken
-zou over haar gestorven vader. Tante had het treurige nieuws nog niet mogen hooren,
-want de dokter had gezegd, dat alles vermeden moest worden, wat de ziekte verergeren
-kon. Heel verstandig had oom met Milly gesproken en haar gezegd, dat zij nu bewijzen
-moest van tante werkelijk te houden. En het meisje begreep heel goed wat oom <span class="pageNum" id="pb76">[<a href="#pb76">76</a>]</span>bedoelde, maar zij voelde er zich niet minder ongelukkig en eenzaam door. Het is dan
-ook heel hard voor een klein meisje om niemand te hebben, die troost in een groot
-verdriet!
-</p>
-<p>Bop was plagerig, al nam Truus ook haar nichtje in bescherming. Hoe kon nu een gezonde,
-dikke jongen ook begrijpen, waarom Milly zoo stil was! Hansje zeurde, want het kleine,
-kreupele ventje verlangde naar zijn moeder.
-</p>
-<p>Waarom had zij alleen geen moeder! Waarom was nu ook haar vader gestorven! Waarom
-had zij geen broertjes en zusjes!
-</p>
-<p>Niemand, niemand hield echt veel van haar. Zij was maar het nichtje! Zij was maar
-uit medelijden opgenomen! En zoo dikwijls zeide het kind dat tot zichzelf, dat zij
-stil en schuw werd. Truus, Bop en Hansje vonden haar vreemd en betrokken haar niet
-in hun spelletjes.
-</p>
-<p>Toen gebeurde er weer iets droevigs. Milly viel, kwetste zich de knie en moest stil
-liggen. Oom richtte een gezellig ligplaatsje voor haar in op een langen stoel in de
-huiskamer, zoo, dat zij kijken kon naar het haardvuur. En allen waren wel vriendelijk
-en lief voor haar, maar niemand kon het helpen, dat het meisje lange uren alleen lag,
-nu tante, heel zwak, nog altijd in haar slaapkamer was. Als Truus en Bop naar school
-waren, en Hansje, die soms lastig werd, naar een tante gestuurd was, dan lag Milly
-heel alleen te kijken en te denken in de groote huiskamer, en het meisje voelde zich
-treurig gestemd.
-</p>
-<p>Eens op een donkeren middag, toen de sneeuw in <span class="pageNum" id="pb77">[<a href="#pb77">77</a>]</span>groote vlokken heel stil langs de ruiten viel, was Milly ongelukkiger dan ooit. Het
-zou zoo heerlijk zijn, dacht het meisje, als tante haar oppaste of de vroolijke stem
-van vader zich plotseling zou laten hooren gelijk vroeger, wanneer hij haar kwam halen
-om samen een dag van pret te hebben buiten de kostschool. Als het nu eens niet waar
-bleek te zijn, dat vader voor altijd heengegaan was! Als er nu eens gebeld werd en
-vader naar zijn dochtertje kwam kijken, die moest blijven liggen, wie de boeken verveelden,
-die nergens lust in had. Zij verlangde alleen naar een mensch, die haar koesterde,
-naar iemand, die voor haar alleen was als oom en tante voor Truus, Bop en Hansje.
-</p>
-<p>Toen plotseling klonk de bel. Het bloed vloog Milly naar het gezicht. Zij richtte
-zich op om te luisteren.… Was het de stem van vader?
-</p>
-<p>Neen, neen, een heel gewone boodschap was het.
-</p>
-<p>Heete tranen liepen er langs Milly’s wangen. Door een mist zag zij het spelen der
-vlammen in het vuur. Het was nu of zij soezen ging. Toen echter werd zij helder wakker,
-want zij hoorde een zacht stemmetje, dat riep: „Milly.”
-</p>
-<p>Haar vriendje, het kaarsemannetje, zat op het boek, dat zij lusteloos uit haar hand
-had laten glijden.
-</p>
-<p>„Ik heb zoo’n groot verdriet,” klaagde zij. „Waarom ben je zoo lang weggebleven?”
-</p>
-<p>„Jij bent niet de enige, Milly, die me noodig heeft. Is boven tante Ada niet, zwak
-en ziek? En ligt zij niet te tobben over al haar kinderen, die haar zoo noodig hebben?
-Zijn er dan niet andere menschen met verdriet, <span class="pageNum" id="pb78">[<a href="#pb78">78</a>]</span>voor wie ik schijnen moet?”
-</p>
-<div class="figure floatLeft p078width"><img src="images/p078.png" alt="Het kaarsemannetje zat op het boek." width="490" height="370"><p class="figureHead">Het kaarsemannetje zat op het boek.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Ik heb geen moeder meer en geen vader,” schreide Milly. „Ik lig hier alleen, heel
-alleen. Ik ben een heel ongelukkig meisje.”
-</p>
-<p>Het mannetje rimpelde zijn voorhoofd, zoodat het scheen of hij boos werd.
-</p>
-<p>„Niet boos zijn,” smeekte Milly met een bedroefd stemmetje, „ik ben zoo heel, zoo
-heel alleen.”
-</p>
-<p>„Ja maar,” zei het mannetje, „ik heb je al zoo dikwijls geholpen en je zooveel licht
-gegeven. Je vader is gestorven, dat is heel akelig voor je. Je tante is ziek, dat
-is héél naar. En toch kijk je niet! Wie heeft je hier zoo gezellig gelegd.”
-</p>
-<p>„Oom!”
-</p>
-<p>„Van wie kreeg je al die boeken?
-</p>
-<p>„Van wie dat lekkers?”
-</p>
-<p>„Van tante, die het brengen liet door de zuster.”
-</p>
-<p>„En wat geef jij,” zei het mannetje en hij fronste zijn wenkbrauwen. „Een treurig
-bleek gezichtje, en tranen, en treurige woorden.”
-<span class="pageNum" id="pb79">[<a href="#pb79">79</a>]</span></p>
-<p>„Ik heb ook zoo’n groot verdriet,” klaagde Milly en weer liepen er heete tranen langs
-haar gezichtje.
-</p>
-<p>„Daarom heb ik medelijden met je,” zei het mannetje, „daarom wil ik je helpen.” Toen
-werd zijn gestalte grooter en het was of er iets van vaders vroolijke gezicht in zijn
-gelaat kwam. Hij boog zich over haar heen en kuste haar zacht op beide oogen.
-</p>
-<div class="figure floatRight p079width"><img src="images/p079.png" alt="En kuste haar zacht op beide oogen." width="287" height="340"><p class="figureHead">En kuste haar zacht op beide oogen.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Nu ga ik heen voor goed, Milly. Mijn licht gaf ik je. Het brandt in je. Kijk nu goed,
-zie nu goed.”
-</p>
-<p>„Laat me niet alleen,” smeekte Milly.
-</p>
-<p>„Je zult het niet meer zijn.”
-</p>
-<p>„Je was zoo heel alleen, omdat niets in je scheen.<span class="corr" id="xd30e1027" title="Niet in bron">”</span>
-</p>
-<p>„Nu brandt het in je hoofd, nu brandt het in je hart. Vaarwel, mijn kind.”
-</p>
-<p>Weer boog het mannetje zich over Milly heen en kuste haar oogen. Toen keek hij haar
-aan met een blik als van vader, met een gelaat, dat niets dan licht was.
-</p>
-<p>Toen verdween hij.
-<span class="pageNum" id="pb80">[<a href="#pb80">80</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">V.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Sliep Milly een oogenblik later? Was zij wakker? Droomde zij? Zij heeft het nooit
-zeker geweten, maar wel zag en hoorde zij het wonderlijke, dat nu gebeuren ging, heel
-duidelijk.
-</p>
-<p>Er kwam een geroes uit den haard of daar getwist werd. Er klonken stemmetjes, die
-over haar spraken.
-</p>
-<p>„Och,” zei er een, „wat ligt die arme Milly alleen in het donkere winterweer. Het
-kind heeft pijn en verdriet. Dat is treurig voor een klein meisje.”
-</p>
-<p>„Ja, ja,” riep er een stem, die iemand moed gaf, als men maar luisterde naar den klank.
-Milly keerde zich naar het hoekje van waar het geluid kwam. Het was de kolenschop,
-die sprak en hij leek, toen hij aan het praten was, op den goeden ouden dokter. „Ik
-heb met haar te doen.”
-</p>
-<p>Toen klonk het uit den haard: „Ik brand voor haar wat ik kan.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Wie warmte heeft,
-</p>
-<p class="line">Die warmte geeft.</p>
-</div>
-<p class="first">Ik heb aan al de kolen gezegd om lekker voor haar te gloeien en aan de vlammen om
-te schijnen en te schitteren en te dansen net of het feest is. Kon zij nog maar dichter
-bij ons komen! Het is zoo heerlijk warm te zijn, warm te maken, niet, kolen?”
-</p>
-<p>Het knetterde en schitterde in den haard.
-</p>
-<p>„Ik brand nog niet genoeg,” bromde een groot zwart stuk kool. „Ik wil branden, ik
-wil warmen.”
-<span class="pageNum" id="pb81">[<a href="#pb81">81</a>]</span></p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Doe je plicht,
-</p>
-<p class="line">Maak het licht.”</p>
-</div>
-<p class="first">zei toen de flinke stem van de kolenschop en daar stapte de pook van zijn plaats en
-hij hielp, en lustig snorde het in den haard, en de vlammen dansten en het groote
-stuk kool bromde net als een spinnende poes:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd30e1056">„Ik brand en schijn.
-</p>
-<p class="line xd30e1056">Kan er iets schooners zijn?
-</p>
-<p class="line xd30e1056">Het vuur in me zingt een lied:
-</p>
-<p class="line">Iets schooners dan branden, dat is er niet.”</p>
-</div>
-<p class="first">Maar nog wonderlijker dingen gingen er gebeuren.
-</p>
-<div class="figure floatRight p081width"><img src="images/p081.png" alt="Ik heb met haar te doen." width="234" height="382"><p class="figureHead">Ik heb met haar te doen.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Uit het lucifersdoosje, dat in den hoek van den schoorsteen stond, wipte een wezentje.
-Het leek een margrietje, maar in plaats van een kroontje van blaadjes droeg het een
-kransje van fijne lichtstraaltjes. Toen wipte er nog een te voorschijn, en nog een,
-en nog een! Een heel troep je bij elkaar.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„We zijn de broertjes uit het doosje,
-</p>
-<p class="line">We leven niet lang, maar toch een poosje.”</p>
-</div>
-<p class="first">„Daar zijn onze vriendjes,” riepen de stemmen uit den haard.
-</p>
-<p>„Zonder ons zouden jullie niet branden, hè, groote, zwarte kolen, die je bent,” zei
-een stemmetje zoo fijn, dat het was of een speld sprak. „Denk je soms, dat <span class="pageNum" id="pb82">[<a href="#pb82">82</a>]</span>jullie alleen voor Milly brandt.”
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Maak het voor haar licht,
-</p>
-<p class="line">Doet allen goed je plicht,”</p>
-</div>
-<p class="first">riep de kolenschop weer met het gezicht van den ouden dokter.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p082width"><img src="images/p082.png" alt="Doe je plicht,&#xA;Maak het licht." width="293" height="379"><p class="figureHead">Doe je plicht,<br>
-Maak het licht.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Toen dansten de kleine lichtjes naar Milly toe. Het was heel mooi: dat bewegen van
-die lichtkransjes op het donkere tapijt.
-</p>
-<p>„Milly,” zei er een, „hier is de naald, waar je gisteren naar zocht. Hij lag in een
-hoekje achter je stoel.”
-</p>
-<p>„Milly,” riep een ander, „hier is de postzegel, die je niet kon vinden. Hij was weggewaaid
-achter het gordijn.”
-</p>
-<p>„Milly, daar ligt het potlood, dat je verloor.”
-</p>
-<p>„Milly, daar is de speld met de glazen knop, die je niet meer vinden kon.”
-</p>
-<p>Zoo klonk het door elkander.—Kijk daar wipte het lucifersdoosje van den schoorsteen.
-Het leek wel een moedertje, dat haar kinderen zocht.
-</p>
-<p>„Goed zoo kinderen,” zei ze vriendelijk.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Al is de hulp klein,
-</p>
-<p class="line">Toch kan ze nuttig zijn.”</p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb83">[<a href="#pb83">83</a>]</span></p>
-<div class="figure p083width"><img src="images/p083.jpg" alt="We zijn de broertjes uit het doosje,&#xA;We leven niet lang, maar toch een poosje." width="710" height="582"><p class="figureHead">We zijn de broertjes uit het doosje,<br>
-We leven niet lang, maar toch een poosje.</p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb84">[<a href="#pb84">84</a>]</span></p>
-<p>„Of—het, òf—het,” klonk er diep en plechtig. Het leek of de klok het zei, maar dat
-was toch niet zoo. De oude man, die op de pendule stond en naar wien Milly zoo dikwijls
-had liggen kijken, stapte van zijn plaats en liep langzaam op den schoorsteen heen
-en weer.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p084width"><img src="images/p084.png" alt="Hier is de postzegel." width="340" height="361"><p class="figureHead">Hier is de postzegel.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Of—het, òf—het,” herhaalde hij. „Branden is heerlijk, schijnen is heerlijk, helpen
-is heerlijk. Tik, tak, de kolen branden. Tik, tak, de lucifers helpen. Ja, ja, zoo
-is het.” En plechtig liep de bronzen oude man op den schoorsteen heen en weer op de
-maat van de klok, die tikte.
-</p>
-<p>Toen kwamen al de wezentjes van warmte en licht naar het meisje toe: het vuurvrouwtje
-uit den haard, het lichtvrouwtje uit het lucifersdoosje.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Wie warmte heeft,
-</p>
-<p class="line">Die warmte geeft,”</p>
-</div>
-<p class="first">zei het vuurvrouwtje en zij drukte haar warme gezichtje tegen dat van Milly.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Het kleine is mijn plicht,
-</p>
-<p class="line">In het kleine geef ik licht,”</p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb85">[<a href="#pb85">85</a>]</span></p>
-<p>zei het moedertje uit het doosje en zij nam Milly’s rechterhand en kuste elken vinger.
-</p>
-<p>De kolenschop met het goede oude gezicht bleef staan voor het meisje en zijn klinkende
-stem riep:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Ik werk voor het vuur,
-</p>
-<p class="line">Ik help uur aan uur.”</p>
-</div>
-<p class="first">En de pook riep:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">„Ik por aan,
-</p>
-<p class="line">Ik laat het lekker snorren gaan.”</p>
-</div>
-<p class="first">„Zoo is het, zoo was het, menschen komen, menschen gaan; blijft branden, blijft schijnen,”
-zei plechtig de bronzen man van de klok en langzaam stapte hij heen en weer op den
-schoorsteen.
-</p>
-<p>Toen begon het in de klok te ratelen.
-</p>
-<p>„Een, twee, drie, vier,” telde de bronzen man. „De kinderen komen van school. Wij
-wezen aan, wij spraken uit. Tik, tak, tik, tak!”
-</p>
-<div class="figure p085width"><img src="images/p085.png" alt="Liep langzaam op den schoorsteen heen en weer." width="619" height="302"><p class="figureHead">Liep langzaam op den schoorsteen heen en weer.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Al het wonderlijke verdween nu. De oude, <span class="pageNum" id="pb86">[<a href="#pb86">86</a>]</span>bronzen man klom voorzichtig op de pendule. Het oude vrouwtje wipte in het vuur. Het
-lucifersdoosje stond op zijn plaats. De kleine lichtjes doofden.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p086width"><img src="images/p086.png" alt="Zij drukte haar warme gezichtje." width="451" height="356"><p class="figureHead">Zij drukte haar warme gezichtje.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>In den haard flikkerden de vlammen en knetterden de kolen.
-</p>
-<p>Tik, tak, klonk het rustig van den schoorsteen.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2.6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">VI.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Toen ging de deur open en de stem van de zuster zei: „maar, vrouwtje, wat lig jij
-alleen in het donker. Ik zal maar eens gauw de gordijnen dicht trekken en het licht
-gezellig voor je opsteken.”
-</p>
-<p>Soezerig keek Milly naar de zuster en knipte met de oogen, toen het gas brandde.
-</p>
-<p>„Je hebt geslapen,” plaagde de zuster.
-</p>
-<p>„Ik weet het niet,” zei Milly droomerig.
-</p>
-<p>„Je bent nog niet goed wakker,” babbelde de zuster. „En ik heb juist een geheimpje
-voor je. Tante gaat <span class="pageNum" id="pb87">[<a href="#pb87">87</a>]</span>goed vooruit. Je mag daarom van avond dadelijk na het eten op een paar stoelen bij
-haar bed liggen. Tante verlangt naar haar nichtje.”
-</p>
-<div class="figure floatRight p087width"><img src="images/p087.png" alt="Klom voorzichtig op de pendule." width="433" height="324"><p class="figureHead">Klom voorzichtig op de pendule.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Hè,” zei Milly met een zucht en ze wendde haar gezichtje af, want ze wilde niet laten
-zien, dat de tranen bijna komen wilden.
-</p>
-<p>Toen werd er hard gebeld. Truus, Bop en Hansje kwamen thuis.
-</p>
-<p>„Ik wil morgen niet meer naar tante,” zeurde Hansje. „Ik wil thuis blijven. Het is
-niets prettig bij tante. Ik moet maar met mezelve spelen.”
-</p>
-<p>„Zuster,” zei Milly met een kleur, „laat Hansje morgen maar bij mij. Ik zal wel schooltje
-met hem spelen en hem vertellen.”
-</p>
-<p>„Ja, ja,” juichte Hansje.
-</p>
-<p>„We zullen het Vader vragen,” besliste de zuster.
-</p>
-<p>En toen, zonder dat iemand iets zei, gingen de kinderen rond het rustbed van Milly
-zitten en zij vertelden van allerlei en het meisje luisterde met een opgewekt gezichtje.
-<span class="pageNum" id="pb88">[<a href="#pb88">88</a>]</span>En na het eten droegen oom en de zuster Milly naar boven en legden haar heel voorzichtig
-op een paar stoelen naast tante’s bed.
-</p>
-<div class="figure floatLeft p088width"><img src="images/p088.png" alt="Toen ging de deur open." width="547" height="433"><p class="figureHead">Toen ging de deur open.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>„Arm kind,” zei tante, „oom heeft me verteld, van je vader.”
-</p>
-<p>Toen greep Milly tante’s hand, en legde er haar bedroefde gezichtje tegen aan.
-</p>
-<p>„Ik heb zoo vreeselijk naar U verlangd, tante, ik voelde me zoo heel alleen.”
-</p>
-<p>„Nu gaan we alle twee weer beter worden,” troostte tante met haar lieven glimlach
-en zij streelde zachtjes Milly’s haar. „Zuster,” zei zij toen, „geef Milly even zusje.”
-</p>
-<p>Toen legde de zuster het kleine kindje in Milly’s armen.
-</p>
-<p>„Wat een schatje,” bewonderde Milly, „wat een klein kopje, wat kleine vingertjes.
-Tante, mag ik dikwijls voor haar zorgen?”
-<span class="pageNum" id="pb89">[<a href="#pb89">89</a>]</span>
-</p>
-<div class="figure floatLeft p089width"><img src="images/p089.jpg" alt="Gingen de kinderen rond het rustbed van Milly zitten." width="704" height="582"><p class="figureHead">Gingen de kinderen rond het rustbed van Milly zitten.</p>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb90">[<a href="#pb90">90</a>]</span></p>
-<p>„Natuurlijk,” antwoordde tante. „Truus en jij zijn mijn oudste dochters.”
-</p>
-<p>En de zuster legde het kleine kindje weer in de wieg, en Milly kuste tante’s handen,
-die lang en smal waren geworden.
-</p>
-<p>Toen werd het meisje naar bed gebracht en het duurde lang, voor zij den slaap vatten
-kon. Zij luisterde naar het rustige ademhalen van Truus, zij keek in de kamer, waarin
-zij flauw de omtrekken van de meubelen onderscheidde. Weer ving de knop van de kachel
-den lichtstraal op, die door een kiertje naar binnen viel. Doch geen enkel wonder
-gebeurde er. Het kaarsemannetje kwam niet.
-</p>
-<div class="figure p090width"><img src="images/p090.png" alt="„Wat een schatje,” bewonderde Milly." width="405" height="307"><p class="figureHead">„Wat een schatje,” bewonderde Milly.</p>
-</div><p>
-</p>
-<p>Milly zag niets dan wat even zichtbaar was: de glimmende kachelknop, het kastje met
-de beeldjes. Het was donker en stil om haar heen. Geen zoldering week, zoodat zij
-de sterren niet kon zien schitteren; geen muren werden doorzichtig, zoodat zij de
-lichtlijnen niet van uit haar bed volgen kon. En toch was het licht, héél licht in
-Milly.
-</p>
-<p class="tb">⁂</p><p>
-<span class="pageNum" id="pb91">[<a href="#pb91">91</a>]</span></p>
-<p>„Vader,” vroeg het kreupele Hansje den volgenden dag, „mag ik altijd thuis blijven,
-zoolang Moes nog ziek is en Milly niet naar school gaat. We hebben zoo gezellig samen
-gespeeld, niet Milly?”
-</p>
-<p>„Ja,” knikte het meisje met een glunder gezichtje.
-</p>
-<p>„En Milly heeft zoo leuk verteld,” ging het dankbare Hansje door, „van een kaarsemannetje,
-vader, dat in een kaars zat, vader, hoor U wel, vader?”
-</p>
-<p>„Ja, Hansje.”
-</p>
-<p>„En dat kaarsemannetje is heel klein, vader, en dat springt in je oogen en dan is
-alles heelemaal licht, vader, ook als het donker is. Leuk, hè, vader? Mag Milly me
-altijd vertellen en mag ik thuis blijven?”
-</p>
-<p>„Wat zegt Milly ervan<span class="corr" id="xd30e1209" title="Bron: ,">?</span>” vroeg oom.
-</p>
-<p>„Ik zal wel goed op Hansje passen,” zei Milly met hetzelfde glundere gezichtje.
-</p>
-<p>„Ik hou veel van Milly,” zei kreupele Hansje toen en hij wipte van zijn stoel aan
-tafel, ging naar Milly toe en sloeg zijn armen om haar hals.
-</p>
-<p>„Wat een kleine jongen,” plaagde Bop.
-</p>
-<p>„Niet klein,” verdedigde het ventje zich, „is het wel, vader, zusje is klein.”
-</p>
-<p>„Zusje is klein, Hansje is groot, Bop is een flauwe jongen en Milly is een lieve meid,”
-besliste vader.
-</p>
-<p>Milly antwoordde niet, maar lachte zoo vriendelijk, alsof het kaarsemannetje voor
-altijd in haar oogen gesprongen was.
-<span class="pageNum" id="pb92">[<a href="#pb92">92</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd30e1223">ONS SCHEMERUURTJE.
-</p>
-<p class="xd30e1225">BIBLIOTHEEK VOOR HET KIND.
-</p>
-<p class="xd30e1227">Met platen van JAN FRANSE, FREDDY LANGELER, C. SPOOR, BAS <span class="asc">V. D.</span> VEER, JAN WIEGMAN en G. WILDSCHUT.
-</p>
-<p class="xd30e1225"><b>De boeken, in deze serie verschenen, zijn goed en goedkoop.</b>
-</p>
-<p>Het blijkt, dat het publiek deze uitgave op prijs stelt—er worden voor weinig geld
-boeken gebracht, waarvan de uitvoering smakelijk en aantrekkelijk is—de inhoud op
-een hoog peil staat—en daarbij versierd is met tal van plaatjes van Nederlandsche
-kunstenaars.
-</p>
-<p class="xd30e1225"><b>Heeft Uw kind deze boeken?</b><br>
-<b><span class="ex">Duizenden</span> genieten er van!</b>
-</p>
-<p><i>VERSCHENEN</i>:
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft cellTop">
-<div class="figure b01width"><img src="images/b01.png" alt="Illustration of cover." width="127" height="150"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight cellTop">
-<p class="first adNum">I.</p>
-<p class="adTitle">Ida Heijermans—Vertellingen.</p>
-<p>9.500–15.500—<b>3</b>e druk.<br>
-132 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">Een stel aardige, kleurige uitgaven voor kinderen, met heel genoegelijke illustraties
-bij den tekst en goed verzorgd.</p>
-<p class="adSrc">„Telegraaf.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b02width"><img src="images/b02.png" alt="Illustration of cover." width="129" height="151"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">II.</p>
-<p class="adTitle">Gebr. Grimm—Sprookjes.</p>
-<p>Bewerkt door Tante LIZE.<br>
-6–10.000. <b>2</b>e druk. 124 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">En ook zijn het aardige boekjes om den vorm wat breeder dan het gewone octaaf met
-op den omslag een gekleurd tafereeltje.</p>
-<p class="adSrc">„Handelsblad.”
-<span class="pageNum" id="pb93">[<a href="#pb93">93</a>]</span></p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b03width"><img src="images/b03.png" alt="Illustration of cover." width="127" height="147"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">III.
-</p>
-<p class="adTitle">H.&nbsp;C. Andersen—Sprookjes.
-</p>
-<p>Bewerkt door Tante LIZE.<br>
-6–10.000. <b>2</b>e druk. 120 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">De nieuwe vertaling is echter keurig en de uitgave heel mooi.</p>
-<p class="adSrc">„Boekenschouw.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b04width"><img src="images/b04.png" alt="Illustration of cover." width="130" height="152"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">IV.</p>
-<p class="adTitle">Onze oude Versjes en het beroemde prentenboek.</p>
-<p>6–10.000. <b>2</b>e druk. 104 bladzijden met 103 platen.</p>
-<p class="adRev">Geen kinderboekenplankje is volledig zonder dit alleraardigste boekje.</p>
-<p class="adSrc">„N. Vrouwenleven.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b05width"><img src="images/b05.png" alt="Illustration of cover." width="127" height="150"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">V.</p>
-<p class="adTitle">Ida Heijermans—Uit Tante’s jeugd.</p>
-<p>7–12.000. <b>2</b>e druk. 172 bladzijden met 40 platen.</p>
-<p class="adRev">Wij kunnen dit nummer uit de serie „Ons Schemeruurtje” als een echt kinderboek aanbevelen.</p>
-<p class="adSrc">„Kath. School.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b06width"><img src="images/b06.png" alt="Illustration of cover." width="128" height="144"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">VI.</p>
-<p class="adTitle">Tijl Uilenspiegel.</p>
-<p>Bewerkt door HERMANNA.<br>
-7–12.000. <b>2</b>e druk. 124 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">’t Boekje ziet er smakelijk uit en ’t is goed verteld.</p>
-<p class="adSrc">„Prov. Over. en Zwolsche Courant.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b07width"><img src="images/b07.png" alt="Illustration of cover." width="134" height="154"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">VII.</p>
-<p class="adTitle">Ida Heijermans, Zoo mooi als zonneschijn. Het Kaarsemannetje.</p>
-<p>7–12.000. <b>2</b>e druk. 92 bladzijden met 53 platen.</p>
-<p class="adRev">Twee mooie origineele sprookjes van Ida Heijermans, boeiend en fantastisch.</p>
-<p class="adSrc">„Centrum.”
-<span class="pageNum" id="pb94">[<a href="#pb94">94</a>]</span></p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b08width"><img src="images/b08.png" alt="Illustration of cover." width="121" height="151"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">VIII.
-</p>
-<p class="adTitle">Jean Maçé—<a class="pglink xd30e44" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/16725">Sprookjes</a>.</p>
-<p>Bewerkt door HERMANNA.<br>
-128 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">Deze nieuwe verhaaltjes zullen niet nalaten een goeden indruk op ’t jeugdige kindergemoed
-te maken.</p>
-<p class="adSrc">„Prov. Over. en Zwolsche Courant.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b09width"><img src="images/b09.png" alt="Illustration of cover." width="126" height="150"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">IX.</p>
-<p class="adTitle">Wilhelm Hauff—Vertellingen.</p>
-<p>Bewerkt door HERMANNA.<br>
-110 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">Weer is er met dit boekje voor de Meulenhoff-Serie een goede greep gedaan.</p>
-<p class="adSrc">„De Vrouw.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b10width"><img src="images/b10.png" alt="Illustration of cover." width="124" height="147"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">X.</p>
-<p class="adTitle">Ida Heijermans—Nancy’s Avonturen.</p>
-<p>104 bladzijden met 56 platen.</p>
-<p class="adRev">Dit boekje zal door kinderen met liefde voor planten en bloemen, worden verslonden.</p>
-<p class="adSrc">„De Amsterdammer.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b11width"><img src="images/b11.png" alt="Illustration of cover." width="115" height="149"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XI.</p>
-<p class="adTitle">Münchhausen.</p>
-<p>Bewerkt door A. HAES.<br>
-160 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">.… een eeuwig jong boek blijven. Jan Wiegman heeft het boekje van kostelijke zwartjes
-voorzien. Eén aardige gekleurde plaat in den tekst en een andere heel vermakelijke
-op het omslag.</p>
-<p class="adSrc">„De Vrouw.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b12width"><img src="images/b12.png" alt="Illustration of cover." width="128" height="153"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XII.</p>
-<p class="adTitle">Hermanna—<a class="pglink xd30e44" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/52415">Vertellingen</a>.</p>
-<p>112 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">De korte verhaaltjes zijn ook zeer geschikt om aan de kleintjes voor te lezen.</p>
-<p class="adSrc">„Centrum.”
-<span class="pageNum" id="pb95">[<a href="#pb95">95</a>]</span></p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b13width"><img src="images/b13.png" alt="Illustration of cover." width="130" height="154"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XIII.</p>
-<p class="adTitle">Mijn Sprookjesboek.</p>
-<p>Sprookjes van BECHSTEIN en PERRAULT.<br>
-112 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">Een smakelijk boekje met tal van aardige plaatjes en verhalen.</p>
-<p class="adSrc">„Zutphensche Courant.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b14width"><img src="images/b14.png" alt="Illustration of cover." width="125" height="151"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XIV.</p>
-<p class="adTitle">Bas v. d. Veer—A. dat is Aafje.</p>
-<p>Een prentenboek van 32 bladzijden met 14 gekleurde en 13 plaatjes in roodzwart.</p>
-<p class="adRev">Het is een pleizier om te kijken naar haar frissche en toch ook gevoelige plaatjes.</p>
-<p class="adSrc">„De Vrouw.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b15width"><img src="images/b15.png" alt="Illustration of cover." width="126" height="153"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XV.</p>
-<p class="adTitle">W. Dannenberg—Vreugdekind.</p>
-<p>114 bladzijden met 77 platen.</p>
-<p class="adRev">Dat is aantrekkelijke en goede lectuur voor het kind.</p>
-<p class="adSrc">„Gron. Courant.”
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b16width"><img src="images/b16.png" alt="Illustration of cover." width="124" height="146"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XVI.</p>
-<p class="adTitle">Reintje de Vos.</p>
-<p>Naverteld door HERMANNA.<br>
-120 bladzijden met 50 platen.</p>
-<p class="adRev">De reeks aardige boekjes voor de jeugd.</p>
-<p class="adSrc">„Zwolsche Courant”.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b17width"><img src="images/b17.png" alt="Illustration of cover." width="125" height="149"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XVII.</p>
-<p class="adTitle">Ida Heijermans,
-Het goud achter de bron.
-Het betooverde orgel.</p>
-<p>144 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">Het is een mooi kinderboek.</p>
-<p class="adSrc">„Dord. Courant”.
-<span class="pageNum" id="pb96">[<a href="#pb96">96</a>]</span></p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b18width"><img src="images/b18.png" alt="Illustration of cover." width="125" height="149"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XVIII.</p>
-<p class="adTitle">W.&nbsp;P. Ebbinge Wubben-van Hasselt.<br>
-Hoor! Moeder leest voor.</p>
-<p>Een aardig boekje voor de kleinen met tal van verhalen en versjes.<br>
-129 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">Het is vroolijk en oorspronkelijk, van groote verbeeldingskracht en toch kinderlijk
-van toon.</p>
-<p class="adSrc">„De Vrouw”.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd30e1251 cellLeft">
-<div class="figure b19width"><img src="images/b19.png" alt="Illustration of cover." width="124" height="149"></div>
-</td>
-<td class="xd30e1252 cellRight">
-<p class="first adNum">XIX.</p>
-<p class="adTitle">H.&nbsp;D. Jacobi.<br>
-<a class="pglink xd30e44" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/19544">Wat Tante Dora vertelde</a>.</p>
-<p>Een boekje voor wat oudere kinderen met boeiende verhalen.<br>
-130 bladzijden met 80 platen.</p>
-<p class="adRev">Ook deze nieuwe schrijfster geeft onze jeugd een bundeltje allerliefste verhaaltjes
-en smakelijke versjes.</p>
-<p class="adSrc">„Het Kind”.
-</p>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2" class="colspan xd30e1251 cellLeft cellRight cellBottom">
-<p class="first">XX.</p>
-<p class="adTitle">De Fabels van Æsopus.</p>
-<p>Geïll. door G. WILDSCHUT, bewerkt door HERMANNA.</p>
-<p>Een 60 tal fabels met aardige plaatjes en versjes.</p>
-</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure spinewidth"><img src="images/spine.jpg" alt="Oorspronkelijke rug." width="720" height="84"></div><p>
-</p>
-<p>&nbsp;
-</p>
-<p></p>
-<div class="figure backwidth"><img src="images/backcover.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="586" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table summary="Inhoudsopgave">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#pt1">ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#pt1">5</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch1.1.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">I. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.1">WAT DE BLINDE KONING DROOMDE.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1.1">5</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">II. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2">DE FONKELENDE STEENEN.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">16</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch1.3.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">III. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.3">DE WONDERSPIEGEL.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1.3">27</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch1.4.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">IV. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch1.4">WAT ZOO MOOI WAS ALS ZONNESCHIJN.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1.4">37</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#pt2">HET KAARSEMANNETJE.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#pt2">51</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.1.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">I. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.1">I.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2.1">51</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.2.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">II. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.2">II.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2.2">61</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.3.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">III. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.3">III.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2.3">67</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.4.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">IV. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.4">IV.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2.4">75</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.5.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">V. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.5">V.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2.5">80</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.6.toc">
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">VI. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#ch2.6">VI.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2.6">86</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd30e44" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd30e44" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Zoo mooi als zonneschijn—Het Kaarsemannetje</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Ida Sarah Heijermans (1861–1943)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/299289995/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Illustrator:</b></td>
-<td>George Petrus Wilhelmus Wildschut (1883–1966)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/286695068/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>1920</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>Children’s stories, Dutch</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2021-07-15 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e292">15</a></td>
-<td class="width40 bottom">prins</td>
-<td class="width40 bottom">prinsen</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e391">24</a></td>
-<td class="width40 bottom">nieuwgierig</td>
-<td class="width40 bottom">nieuwsgierig</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e455">29</a>, <a class="pageref" href="#xd30e661">48</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e619">45</a></td>
-<td class="width40 bottom">gij</td>
-<td class="width40 bottom">hij</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e738">57</a></td>
-<td class="width40 bottom">grootes laapzaal</td>
-<td class="width40 bottom">groote slaapzaal</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e842">64</a>, <a class="pageref" href="#xd30e1027">79</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">”</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd30e1209">91</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">?</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK ZOO MOOI ALS ZONNESCHIJN. HET KAARSEMANNETJE ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br>
-<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br>
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &bull; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/65904-h/images/b01.png b/old/65904-h/images/b01.png
deleted file mode 100644
index 23764ce..0000000
--- a/old/65904-h/images/b01.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b02.png b/old/65904-h/images/b02.png
deleted file mode 100644
index b3517a0..0000000
--- a/old/65904-h/images/b02.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b03.png b/old/65904-h/images/b03.png
deleted file mode 100644
index 5197991..0000000
--- a/old/65904-h/images/b03.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b04.png b/old/65904-h/images/b04.png
deleted file mode 100644
index 61c84de..0000000
--- a/old/65904-h/images/b04.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b05.png b/old/65904-h/images/b05.png
deleted file mode 100644
index 95d29dd..0000000
--- a/old/65904-h/images/b05.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b06.png b/old/65904-h/images/b06.png
deleted file mode 100644
index 25c9928..0000000
--- a/old/65904-h/images/b06.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b07.png b/old/65904-h/images/b07.png
deleted file mode 100644
index 6d16b82..0000000
--- a/old/65904-h/images/b07.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b08.png b/old/65904-h/images/b08.png
deleted file mode 100644
index b6fc1dd..0000000
--- a/old/65904-h/images/b08.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b09.png b/old/65904-h/images/b09.png
deleted file mode 100644
index 13de2d9..0000000
--- a/old/65904-h/images/b09.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b10.png b/old/65904-h/images/b10.png
deleted file mode 100644
index c00e955..0000000
--- a/old/65904-h/images/b10.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b11.png b/old/65904-h/images/b11.png
deleted file mode 100644
index 133e84d..0000000
--- a/old/65904-h/images/b11.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b12.png b/old/65904-h/images/b12.png
deleted file mode 100644
index fe358ba..0000000
--- a/old/65904-h/images/b12.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b13.png b/old/65904-h/images/b13.png
deleted file mode 100644
index 6fb7faf..0000000
--- a/old/65904-h/images/b13.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b14.png b/old/65904-h/images/b14.png
deleted file mode 100644
index df77088..0000000
--- a/old/65904-h/images/b14.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b15.png b/old/65904-h/images/b15.png
deleted file mode 100644
index 18b5002..0000000
--- a/old/65904-h/images/b15.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b16.png b/old/65904-h/images/b16.png
deleted file mode 100644
index b4091f0..0000000
--- a/old/65904-h/images/b16.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b17.png b/old/65904-h/images/b17.png
deleted file mode 100644
index ce4c506..0000000
--- a/old/65904-h/images/b17.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b18.png b/old/65904-h/images/b18.png
deleted file mode 100644
index 8f8a328..0000000
--- a/old/65904-h/images/b18.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/b19.png b/old/65904-h/images/b19.png
deleted file mode 100644
index 1b5f7f9..0000000
--- a/old/65904-h/images/b19.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/backcover.jpg b/old/65904-h/images/backcover.jpg
deleted file mode 100644
index a0b87ab..0000000
--- a/old/65904-h/images/backcover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/frontcover.jpg b/old/65904-h/images/frontcover.jpg
deleted file mode 100644
index aefb29f..0000000
--- a/old/65904-h/images/frontcover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/frontispiece.jpg b/old/65904-h/images/frontispiece.jpg
deleted file mode 100644
index 9d5db98..0000000
--- a/old/65904-h/images/frontispiece.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p006.png b/old/65904-h/images/p006.png
deleted file mode 100644
index 8034820..0000000
--- a/old/65904-h/images/p006.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p007.png b/old/65904-h/images/p007.png
deleted file mode 100644
index 304b1a6..0000000
--- a/old/65904-h/images/p007.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p009.jpg b/old/65904-h/images/p009.jpg
deleted file mode 100644
index b386542..0000000
--- a/old/65904-h/images/p009.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p011.png b/old/65904-h/images/p011.png
deleted file mode 100644
index 887d600..0000000
--- a/old/65904-h/images/p011.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p014.png b/old/65904-h/images/p014.png
deleted file mode 100644
index b7f330e..0000000
--- a/old/65904-h/images/p014.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p015.png b/old/65904-h/images/p015.png
deleted file mode 100644
index c681a51..0000000
--- a/old/65904-h/images/p015.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p017.jpg b/old/65904-h/images/p017.jpg
deleted file mode 100644
index 6c662fd..0000000
--- a/old/65904-h/images/p017.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p019.png b/old/65904-h/images/p019.png
deleted file mode 100644
index 967c34a..0000000
--- a/old/65904-h/images/p019.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p020.png b/old/65904-h/images/p020.png
deleted file mode 100644
index 3043187..0000000
--- a/old/65904-h/images/p020.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p024.png b/old/65904-h/images/p024.png
deleted file mode 100644
index b5527fc..0000000
--- a/old/65904-h/images/p024.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p026.png b/old/65904-h/images/p026.png
deleted file mode 100644
index 850d482..0000000
--- a/old/65904-h/images/p026.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p031.png b/old/65904-h/images/p031.png
deleted file mode 100644
index b9e59bc..0000000
--- a/old/65904-h/images/p031.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p032.png b/old/65904-h/images/p032.png
deleted file mode 100644
index df273e2..0000000
--- a/old/65904-h/images/p032.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p033.png b/old/65904-h/images/p033.png
deleted file mode 100644
index 1d9ae71..0000000
--- a/old/65904-h/images/p033.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p034.png b/old/65904-h/images/p034.png
deleted file mode 100644
index 248b0a8..0000000
--- a/old/65904-h/images/p034.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p035.png b/old/65904-h/images/p035.png
deleted file mode 100644
index 85dd4d1..0000000
--- a/old/65904-h/images/p035.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p036.jpg b/old/65904-h/images/p036.jpg
deleted file mode 100644
index 37be0fc..0000000
--- a/old/65904-h/images/p036.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p039.png b/old/65904-h/images/p039.png
deleted file mode 100644
index 3d1f502..0000000
--- a/old/65904-h/images/p039.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p040.png b/old/65904-h/images/p040.png
deleted file mode 100644
index 66d3364..0000000
--- a/old/65904-h/images/p040.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p042.png b/old/65904-h/images/p042.png
deleted file mode 100644
index 1bbb62b..0000000
--- a/old/65904-h/images/p042.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p043.png b/old/65904-h/images/p043.png
deleted file mode 100644
index 701134e..0000000
--- a/old/65904-h/images/p043.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p044.png b/old/65904-h/images/p044.png
deleted file mode 100644
index fa2fe57..0000000
--- a/old/65904-h/images/p044.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p045.png b/old/65904-h/images/p045.png
deleted file mode 100644
index 509303f..0000000
--- a/old/65904-h/images/p045.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p048.png b/old/65904-h/images/p048.png
deleted file mode 100644
index 2da7fed..0000000
--- a/old/65904-h/images/p048.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p049.jpg b/old/65904-h/images/p049.jpg
deleted file mode 100644
index b3a8857..0000000
--- a/old/65904-h/images/p049.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p052.png b/old/65904-h/images/p052.png
deleted file mode 100644
index 2a35e9b..0000000
--- a/old/65904-h/images/p052.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p053.png b/old/65904-h/images/p053.png
deleted file mode 100644
index f998698..0000000
--- a/old/65904-h/images/p053.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p056.jpg b/old/65904-h/images/p056.jpg
deleted file mode 100644
index 6d07acc..0000000
--- a/old/65904-h/images/p056.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p058.png b/old/65904-h/images/p058.png
deleted file mode 100644
index 230a2c3..0000000
--- a/old/65904-h/images/p058.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p059.png b/old/65904-h/images/p059.png
deleted file mode 100644
index 5139e66..0000000
--- a/old/65904-h/images/p059.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p060.png b/old/65904-h/images/p060.png
deleted file mode 100644
index b462a9a..0000000
--- a/old/65904-h/images/p060.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p064.png b/old/65904-h/images/p064.png
deleted file mode 100644
index 578f2c9..0000000
--- a/old/65904-h/images/p064.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p066.png b/old/65904-h/images/p066.png
deleted file mode 100644
index 320223e..0000000
--- a/old/65904-h/images/p066.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p068.png b/old/65904-h/images/p068.png
deleted file mode 100644
index 4c6b927..0000000
--- a/old/65904-h/images/p068.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p069.jpg b/old/65904-h/images/p069.jpg
deleted file mode 100644
index f82afb8..0000000
--- a/old/65904-h/images/p069.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p071.png b/old/65904-h/images/p071.png
deleted file mode 100644
index 7d2559b..0000000
--- a/old/65904-h/images/p071.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p072.png b/old/65904-h/images/p072.png
deleted file mode 100644
index 0140249..0000000
--- a/old/65904-h/images/p072.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p073.png b/old/65904-h/images/p073.png
deleted file mode 100644
index 98c19d5..0000000
--- a/old/65904-h/images/p073.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p074.png b/old/65904-h/images/p074.png
deleted file mode 100644
index 0a50f8a..0000000
--- a/old/65904-h/images/p074.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p078.png b/old/65904-h/images/p078.png
deleted file mode 100644
index 5cc4c23..0000000
--- a/old/65904-h/images/p078.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p079.png b/old/65904-h/images/p079.png
deleted file mode 100644
index deb6e0b..0000000
--- a/old/65904-h/images/p079.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p081.png b/old/65904-h/images/p081.png
deleted file mode 100644
index 776b545..0000000
--- a/old/65904-h/images/p081.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p082.png b/old/65904-h/images/p082.png
deleted file mode 100644
index 5a38271..0000000
--- a/old/65904-h/images/p082.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p083.jpg b/old/65904-h/images/p083.jpg
deleted file mode 100644
index ce20d4d..0000000
--- a/old/65904-h/images/p083.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p084.png b/old/65904-h/images/p084.png
deleted file mode 100644
index cd64779..0000000
--- a/old/65904-h/images/p084.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p085.png b/old/65904-h/images/p085.png
deleted file mode 100644
index 5f8dd7f..0000000
--- a/old/65904-h/images/p085.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p086.png b/old/65904-h/images/p086.png
deleted file mode 100644
index 74e85e6..0000000
--- a/old/65904-h/images/p086.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p087.png b/old/65904-h/images/p087.png
deleted file mode 100644
index 61ea321..0000000
--- a/old/65904-h/images/p087.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p088.png b/old/65904-h/images/p088.png
deleted file mode 100644
index ff111a0..0000000
--- a/old/65904-h/images/p088.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p089.jpg b/old/65904-h/images/p089.jpg
deleted file mode 100644
index 039c84d..0000000
--- a/old/65904-h/images/p089.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/p090.png b/old/65904-h/images/p090.png
deleted file mode 100644
index 8a69234..0000000
--- a/old/65904-h/images/p090.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/series-title.png b/old/65904-h/images/series-title.png
deleted file mode 100644
index 0cf979b..0000000
--- a/old/65904-h/images/series-title.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/spine.jpg b/old/65904-h/images/spine.jpg
deleted file mode 100644
index e11102c..0000000
--- a/old/65904-h/images/spine.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/65904-h/images/titlepage.png b/old/65904-h/images/titlepage.png
deleted file mode 100644
index a8a1aa3..0000000
--- a/old/65904-h/images/titlepage.png
+++ /dev/null
Binary files differ